{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers en de raad voor het leefmilieu kritiek hebben op het argument om de gedeeltelijke schrapping van het bosgebied te compenseren door de aanleg van een nieuw bosgebied tussen de twee ringen van de hippodroom, met het argument dat dit geen echte compensatie is, dat het geen echt positief milieueffect heeft; dat zij kritiek hebben op de koehandel met groene ruimtes in ruil voor toekomstige planologische compensatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers vragen dat het geschrapte bosgebied wordt gecompenseerd door de herbegroeiing van een parking of doorlaatbaar terrein van 10.000 m2;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij van mening zijn dat het nieuwe bosgebied de facto reeds een bosgebied is dat als zodanig wordt gebruikt en beheerd; dat de gevraagde compensatie geen verbetering of uitbreiding van de oppervlakte van het Brussels natuurlijk erfgoed inhoudt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij erop wijzen dat het nieuwe bosgebied deel uitmaakt van het Natura 2000-gebied en als zodanig reeds beschermd is; dat het reeds bebost is en dat het onmogelijk zou zijn geweest dit reeds als natuur bestemde gebied te wijzigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers stellen dat het een feit is dat de vernietiging van bosgebied of biodiversiteit niet kan worden gecompenseerd door elders een ander gebied aan te leggen; dat bestaande planten veel meer CO2 opnemen dan jonge planten; dat het heel lang duurt vooraleer jonge planten hetzelfde rendement opleveren als gekapte planten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gewestelijke ontwikkelingscommissie vaststelt dat de wijziging van het bosgebied ter hoogte van de parking van de site van de hippodroom wordt gecompenseerd door de herbestemming van een deel van het gebied voor sport- en vrijetijdsactiviteiten in de open lucht tussen de twee ringen van de site van de hippodroom tot bosgebied; dat zij deze compensatie passend acht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering van mening is dat het creëren van het nieuwe gebied voor voorzieningen gerechtvaardigd is om de reeds genoemde redenen, zonder dat deze noodzakelijkerwijs moet worden gecompenseerd; dat zij erop wijst dat de gedeeltelijke schrapping van het bosgebied geen kap van bomen impliceert en het mogelijk maakt de bescherming van de bestaande waardevolle bomen te waarborgen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, om de rechtstoestand en de feitelijke toestand van de bestemmingsgebieden van de site van de hippodroom met elkaar in overeenstemming te brengen, het wenselijk is het deel van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht, dat zich tussen de twee ringen bevindt ten westen van de site van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde, te wijzigen in een bosgebied, en dit om de ambitie als bos van dit gebied te versterken en de non-aedificandigebieden uit te breiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de bestemming van dit gebied voor sport- en vrijetijdsactiviteiten in de open lucht het mogelijk heeft gemaakt bepaalde inrichtingen, waaronder bouwwerken, uit te voeren die met de beschermingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied en de bescherming van de site verenigbaar zouden kunnen worden geacht; dat de wijziging in een bosgebied derhalve een betere bescherming biedt aan dit bosgebied en zijn onmiddellijke omgeving, met name door het te beschermen tegen elke poging om het te ontwikkelen; dat de passende milieueffectenbeoordeling van deze gedeeltelijke wijziging van het GBP bevestigt dat de wijziging van de bestemming van het gebied een betere beschermingsstatus biedt voor de aanwezige fauna en flora;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers verzoeken de huidige niet-beboste corridor naar het zuiden te sluiten, om de continuïteit van het bos te waarborgen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering opmerkt dat de eisers deze niet-beboste corridor niet precies aangeven; dat er geen niet-beboste corridor is binnen de perimeter van de onderhavige gedeeltelijke wijziging van het GBP; dat het MER voor het overige de gevolgen van het ontwerp heeft onderzocht, met name op het gebied van biologische diversiteit, fauna en flora; dat het MER aan het eind van zijn analyse geen aanbeveling formuleert met betrekking tot de sluiting van een weg of corridor die het woud zou doorkruisen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers verzoeken dat voorschrift 16 van het GBP betreffende erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden zodanig wordt gewijzigd dat deze zone 120 meter vanaf de bosrand bedraagt voor het tussen de ringen van de hippodroom gelegen gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering stelt dat de wijziging van het gebied voor sport- en vrijetijdsactiviteiten in de open lucht tussen de twee ringen van de hippodroom in een bosgebied reeds tot gevolg heeft dat de 60 m breedte van het gebied van erfdienstbaarheden langs de rand van bossen en wouden waarin het bijzondere voorschrift van het GBP voorziet, wordt opgeschoven; In de passende milieueffectenbeoordeling van deze gedeeltelijke wijziging van het GPDO wordt opgemerkt dat deze verschuiving van het non aedificandigebied de bouwmogelijkheden in de omgeving vermindert, maar wordt niet aanbevolen de perimeter van dit gebied te vergroten tot 120 m op het naburige, als golfterrein aangewezen gebied voor sport- en vrijetijdsactiviteiten in de open lucht; in de passende beoordeling wordt geconcludeerd dat er geen significante effecten zijn en wordt een aantal verzachtende maatregelen genoemd waarmee in het stadium van de vergunningsaanvragen rekening moet worden gehouden; 6.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijziging van andere bepalingen van het GBP Overwegende dat de gemeente Ukkel erop wijst dat de oppervlakte van het gebied voor sport[00e2][0080][0090] of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht ongeveer 175.000 m2 bedraagt, waarvan het grootste deel niet onder het gebied van erfdienstbaarheden met een diepte van 60 meter valt, aangezien de breedte tussen de twee pistedelen in rechte lijn van de orde van 250 meter is; dat voorschrift 13 van het GBP met betrekking tot het gebied voor sport[00e2][0080][0090] of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht de mogelijkheid biedt om er voorzieningen te bestemmen ten belope van 20% van de oppervlakte van het gebied; dat die mogelijkheid in dit geval 35.000 m2 grondinname vertegenwoordigt; dat dat niet in aanmerking werd genomen in de structuurvisie voor het Zoniënwoud van 2008, noch in de milieueffectenstudie van 2017, noch in het masterplan van 2021, noch in de huidige gedeeltelijke wijziging van het GBP en het bijbehoren MER;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Ukkel van mening is dat deze mogelijkheid niet kan blijven bestaan, aangezien de ontwikkeling en exploitatie van gebouwen en installaties voor het gebruik van voorzieningen van meerdere tienduizenden m2 een te grote impact zouden kunnen hebben op het Natura 2000-gebied, mobiliteits- en parkeerbehoeften zouden hebben waaraan het gebied voortvloeiend uit deze wijziging niet zou kunnen voldoen, zeker omdat in het programma van het ontwerp weinig tot geen rekening gehouden werd met gemotoriseerde verplaatsingen andere dan de personenwagen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Ukkel vraagt dat de voorschriften van het GBP met betrekking tot het terrein van de Renbaan van Ukkel-Bosvoorde dienovereenkomstig worden aangepast; dat zij vraagt dat voorschrift 13 wordt gewijzigd door in lid 6 ervan te preciseren dat de bestemmingsmogelijkheid van voorzieningen wordt beperkt tot voorzieningen voor recreatieve en educatieve vrijetijdsactiviteiten, waarbij de mogelijkheid van nieuwe grondinnames in de zone drastisch wordt beperkt tot veel minder dan 20%; dat de gemeente de volgende tekst voorstelt: \"Het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht van de Renbaan van Ukkel-Bosvoorde is ook enkel bestemd voor de voorzieningen voor recreatieve en educatieve vrijetijdsactiviteiten; dat zij daaraan toevoegt dat een alternatief erin zou bestaan die zone niet-bebouwbaar te maken, door de toepassing van het algemene voorschrift 0.9 van het GBP toe te staan (vrijwaringsclausule);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Ukkel ook verzoekt om voorschrift 13 aan te vullen met een 7de lid dat luidt als volgt: \"De diepte van het gebied van erfdienstbaarheden langs de randen van bossen en wouden wordt opgevoerd tot 120 meter op het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht van het terrein van de renbaan van Ukkel-Bosvoorde\", teneinde eventuele bouwmogelijkheden in het gebied voor sport[00e2][0080][0090] of vrijetijdsactiviteiten zo dicht mogelijk bij het gebied voor voorzieningen te situeren, en dat ter compensatie van de onderdrukking van de effecten van de het gebied van erfdienstbaarheden op de parkeerzone;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze eveneens vraagt om in voorschrift 16 te verduidelijken dat dit gebied van erfdienstbaarheden op 120 meter vanaf de bosrand wordt gebracht voor de oppervlakte van het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht van het GBP in het centrum van de ring van de paardenrenbaan van de hippodroom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij daaraan toevoegt dat, indien de Regering na afloop van het openbaar onderzoek en de adviezen van de geraadpleegde instanties van oordeel zou zijn dat er nog steeds mag worden gebouwd in de ring van de renbaan, een coherenter en eenvoudiger alternatief erin zou bestaan het gebied voor voorzieningen in de ring, buiten het gebied van erfdienstbaarheden met een diepte van 120 meter, uit te breiden en elke bebouwing in de rest van het gebied voor sport of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht van de renbaan te verbieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat die optie in voorkomend geval moet worden gemotiveerd in het licht van het MER;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering akte neemt van de wens van de gemeente Ukkel om het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht van de hippodroom niet-bebouwbaar te maken of het bouwpotentieel ervan drastisch te verminderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze aangeeft dat de huidige gedeeltelijke wijziging van het GBP in die richting gaat, in de zin dat het gebied voor sport[00e2][0080][0090] of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht gedeeltelijk wordt omgevormd tot bosgebied tussen de twee ringen van de piste van de hippodroom, waardoor de aanleg van het gebied sterk wordt beperkt of zelfs onmogelijk wordt gemaakt; dat dit ook een afname van de grondinname van het gebied van erfdienstbaarheden impliceert op de rest van het gebied voor sport[00e2][0080][0090] of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze opmerkt dat de gevraagde wijziging verder reikt dan de huidige gedeeltelijke wijziging van het GBP; dat het hele gebied voor sport[00e2][0080][0090] of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht, anders dan het nieuwe gebied voor voorzieningen, niet alleen beschermd is maar ook deel uitmaakt van Natura 2000-gebied; dat er in dat verband geen reden is om het ontwikkelingspotentieel van de site van de hippodroom te beperken om ervoor te zorgen dat ze haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud als onthaal- en activiteitencentrum kan vervullen, met dien verstande dat het ontwikkelingspotentieel strikt wordt omkaderd door het beschermingsbesluit en de doelstellingen van bescherming en behoud van het Natura 2000-gebied; dat die ontwikkeling voorts wordt omkaderd door de indicatieve voorschriften van het GPDO, van de structuurvisie en het beheersplan van het Zoniënwoud, en van het masterplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de huidige wijziging van het GBP beperkt blijft tot de aanpassingen die nodig zijn om de ontwikkelingsdoelstellingen van de site te kunnen verwezenlijken, en dat het in dit verband niet nodig is voorschriften 13 en 16 van het GBP te wijzigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Ukkel opmerkt dat het nieuwe voorschrift 8.5 zich beperkt tot het in aanmerking nemen van het parkeeraspect dat inherent is aan het projectprogramma voor het terrein, terwijl de bestemming van voorzieningen ook mogelijk blijft in de ring van de piste van de hippodroom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij verzoekt voorschrift 8 aan te vullen met een aanvulling 8.6, die als volgt luidt: \"Behalve de parking die zich voornamelijk ten westen van het kruispunt van de Renbaanlaan en de Terhulpensesteenweg bevindt, is het gebied voor voorzieningen van de Hippodroom van Ukkel-Bosvoorde bestemd als grootschalige gewestelijke ruimte voor recreatieve en educatieve vrijetijdsactiviteiten die een toegangspoort tot het woud vormt in de zin van het richtplan voor het beheer van het Zoniënwoud. De bestemming als andere woningen dan diegene die samenhangen met de uitbating van het terrein (conciërge, bewaker, ...) is er verboden\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente eveneens verzoekt de woordenlijst van het GBP te wijzigen om de definitie van voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten aan te vullen door toevoeging van \"recreatieve of educatieve vrijetijdsactiviteiten\", die als volgt worden omschreven: \"Voorzieningen voor recreatieve en educatieve vrijetijdsactiviteiten: terrein of inrichting van collectief belang gericht op de recreatie en vrijetijdsactiviteiten, zoals een speelplein, recreatieweide, golf en minigolf, boomtoppenparcours, zintuiglijk en speels parcours, rustruimte, picknick, ontmoetingen, geleide (thematische) bezoeken in het woud, markten of ruilbeurzen van zaden en planten, tentoonstellingen, dagen van het Zoniënwoud, burgerwetenschappelijke natuurobservatie (\"citizenscience\"), educatieve en sportieve spelletjes en evenementen, ...\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze verzoekt de definitie van voorziening van collectief belang of van openbare diensten in de woordenlijst als volgt te wijzigen: \"bouwwerk of installatie bestemd voor de uitvoering van een opdracht van algemeen of openbaar belang, meer bepaald de diensten van de plaatselijke besturen, de gebouwen waarin de parlementaire vergaderingen en hun diensten gehuisvest zijn, de scholen, de culturele, sportieve, sociale en gezondheidsvoorzieningen, de voorzieningen voor recreatieve en/of educatieve vrijetijdsactiviteiten, voor erkende erediensten en lekenmoraal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Worden eveneens beschouwd als voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, de diplomatieke zendingen, de consulaire beroepsposten van de door België erkende staten, alsmede de vertegenwoordigingen van de gefedereerde of gedecentraliseerde entiteiten van die staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn uitgesloten, de lokalen voor het beheer of het bestuur van de andere overheidsdiensten.\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering er opnieuw op wijst dat het bouwpotentieel van het gebied voor voorzieningen van het terrein van de hippodroom reeds beperkt is ten gevolge van zijn beschermde status; dat de indicatieve voorschriften in het GPDO, de structuurvisie en beheersplan van het Zoniënwoud, en het masterplan van het terrein de ontwikkeling van het gebied omkaderen en een precies idee geven van de bedoelingen van de gewestelijke instanties ter zake, zonder dat het nodig is voor het gebied nieuwe gedifferentieerde reglementaire voorschriften vast te leggen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze eraan herinnert dat de huidige gedeeltelijke wijziging van het GBP alleen betrekking heeft op de perimeter bedoeld in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 mei 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/05/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2020 numac 2020015046 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot inleiding van de procedure om het gewestelijk bestemmingsplan deels te wijzigen met het oog op de uitvoering van het project voor de renovatie van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde sluiten tot inleiding van de procedure om het Gewestelijk Bestemmingsplan deels te wijzigen, om zich te beperken tot de aanpassingen die noodzakelijk zijn om de realisatie van het project voor de herontwikkeling van de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde en de verwezenlijking van de ontwikkelingsdoelstellingen van de site mogelijk te maken; dat het niet de bedoeling is de definitie van het algemene begrip \"voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten\" in de verklarende woordenlijst van het GBP te wijzigen of aan te vullen; dat deze definitie een niet-limitatieve lijst bevat van voorzieningen die kunnen worden aangemerkt als voorzieningen van collectief belang of van openbare dienst, waaronder school-, culturele en sportvoorzieningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Ukkel en sommige eisers verzoeken dat een \"P\"-aanwijzing wordt toegevoegd aan de locatie van de parking op de bestemmingskaart van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers zich verzetten tegen de aanleg van een overstap-/randparking met 535 plaatsen aan de noordelijke ingang van het Zoniënwoud;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering aangeeft dat de aanwijzing \"P\" op de kaart van het GBP overeenkomt met overstapparkings; dat de bestaande parking geen overstapparking is en, om aan de vastgestelde behoeften te voldoen, niet bedoeld is om er een te worden na de herinrichting ervan zoals toegestaan door het nieuwe gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten en het nieuwe gedifferentieerde bijzondere voorschrift 8.5;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het plan Good Move bepaalt dat de overstapparkings zich zo ver mogelijk van het grootstedelijk gebied moeten bevinden, zo dicht mogelijk bij de ring en in de onmiddellijke nabijheid van een multimodale hub; dat de geplande parking niet beschikt over deze kenmerken; dat in deze fase van de denkoefening over de plaats van de transitparkings de parking van de hippodroom dus geen geschikte plaats lijkt om er een overstapparking aan te leggen; 6.7. Het milieueffectenrapport 6.7.1. Algemeen Overwegende dat de gewestelijke ontwikkelingscommissie opmerkt dat voor de gedeeltelijke wijziging van het GBP een milieueffectenrapport (MER) en een passende effectenbeoordeling (PEB) is opgesteld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers het doel en de reikwijdte van het MER in twijfel trekken, en in het bijzonder het feit dat het betrekking heeft op een plan en niet op een ontwerp (punt 2.6., blz. 15);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers het MER verwijten dat het niet ingaat op het voorwerp van het verzoek, namelijk de inrichting van een nieuwe parking met 530 plaatsen ter vervanging van het bos;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering aangeeft dat het MER tot doel heeft om de milieueffecten van het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het GBP, zoals het werd goedgekeurd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 december 2021Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/09/1999 numac 1999031255 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende afbakening van de « beschermingszones » in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in de zin van artikel 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 november 1998 inzake de bescherming van het water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/06/1999 numac 1999000209 bron ministerie van binnenlandse zaken Ministerieel besluit tot vaststelling van het model van de aanvraag die de niet-Belgische burgers van de Europese Unie die in België gevestigd zijn, moeten indienen bij de gemeente van hun hoofdverblijfplaats als zij wensen ingeschreven te worden op de kiezerslijst die opgesteld wordt voor de gemeenteraadsverkiezingen, evenals de modellen van de beslissing waarbij het college van burgemeester en schepenen deze aanvraag ofwel erkent, ofwel verwerpt sluiten0 tot goedkeuring van het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het gewestelijke bestemmingsplan dat op 3 mei 2001 werd goedgekeurd met betrekking tot de hippodroom van Ukkel-Bosvoorde en het bijbehorende milieueffectenrapport, te onderzoeken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals het MER verduidelijkt, heeft dit onderzoek betrekking op een bestemmingsplan met regelgevende waarde en niet op een project in het kader van een vergunningsaanvraag; dat bijgevolg de analyse van de milieueffecten bestudeerd wordt op planologisch niveau en niet op het detailniveau van de toekomstige projecten die in de betrokken bestemmingsgebieden zullen worden uitgevoerd; aan het eind van zijn analyse doet het MER niettemin aanbevelingen waarmee rekening zal moeten worden gehouden bij de ontwikkeling, de vergunning en de uitvoering van deze projecten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers vraagtekens plaatsen bij de valideringsprocedure van het MER, de instantie die de inhoud ervan controleert en de geldigheid ervan certificeert, en de bevoegdheden van die instantie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers kritiek hebben op de onafhankelijkheid van de auteur van het MER;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers kritiek hebben op het feit dat de notulen van het toezichtcomité niet bij de voor het openbaar onderzoek overgelegde documenten zijn gevoegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering aangeeft dat de uitwerking van het MER is opgevolgd door een begeleidingscomité, dat de inhoud ervan heeft gevalideerd; dat alle voor het dossier nuttige documenten bij de papieren/internetdossiers van het openbaar onderzoek zijn gevoegd; dat de notulen van de vergaderingen van het toezichtcomité van technische en organisatorische aard, ter voorbereiding van het MER, geen elementen vormen die nuttig zijn voor het begrip van het dossier en de uitdagingen ervan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het BWRO de opmaak van het MER aan de Regering toevertrouwt, zonder de aanwijzing van een auteur van de studie te eisen; dat de Regering in dit geval voor de opmaak van het MER een beroep heeft gedaan op de diensten van een erkend studiebureau, hetgeen garandeert dat haar opdracht op objectieve en wetenschappelijke wijze is uitgevoerd; 6.7.2. Onderzoek van de bestaande feitelijke en rechtstoestand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers het MER verwijten dat het de onrechtmatigheid van de feitelijke toestand niet aanvecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij van mening zijn dat het MER op een onjuiste premisse is gebaseerd, in die zin dat er sinds 1922 een feitelijke parking bestaat en dat op basis daarvan een bouwvergunning is verleend; zij stellen dat op de beschikbare kaarten een dergelijke feitelijke parking niet te zien is; dat uit de luchtfoto's van de Bruciel-website duidelijk blijkt dat de huidige staat van het beboste gebied zeer recent is, namelijk ergens tussen 1996 en 2004, dat het terrein daarvoor bijna volledig bedekt was met vegetatie en dat er veel meer bomen op het terrein aanwezig waren; dat zij vaststellen dat de twee historische studies die zijn verricht in het kader van de opeenvolgende onderzoeken van het betrokken gebied en betreffende de parking zelf, de moeilijkheden die zij hebben ondervonden om bronnen of elementen over de geschiedenis van dit gebied te vinden, bevestigen; dat het bestaan van een feitelijke parking het bestaan ervan de jure niet rechtvaardigt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers van mening zijn dat wildparkeren dit bos- en graslandgebied heeft aangetast; dat het illegale behoud ervan de langetermijneffecten van deze aantasting versterkt en het milieuherstel van dit gebied vertraagt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gewestelijke ontwikkelingscommissie opmerkt dat de wijziging de rechtstoestand in overeenstemming brengt met de feitelijke toestand, aangezien de parking al jarenlang (1922) bestaat; dat de KCML opmerkt dat de parking feitelijk al minstens sinds 1922 bestaat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Ukkel vaststelt dat de parking op verschillende momenten is uitgebreid, met name na 2 december 1959, met als gevolg de kap van bomen en een wijziging van de bodem en van de grondinname van de parking; zoals blijkt uit de beschikbare orthofotoplans;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering aangeeft dat twee in 2015 uitgevoerde historische studies getuigen van het bestaan van de feitelijke parking sinds ten minste 1922 (\"Historique des origines et de la végétation de l'hippodrome de Boitsfort\" ALIWEN SA met medewerking van professor Yvonn Leblicq, februari 2015; \"Etude historique\", JNC International SA, oktober 2015); Deze studies zijn gebaseerd op een uittreksel van een topografische kaart die in 1919 door het Militair Cartografisch Instituut te Brussel is vervaardigd, op basis van opmetingen en waterpassing uit 1865 en voor het laatst in 1913 op het terrein herzien (Bron: Cartesius) en een foto van de parking voor door paarden getrokken wagens bij de hippodroom in 1901 (weergegeven op bladzijde 19 van het MER); dat, hoewel in het MER wordt opgemerkt dat de perimeter van de parking in de voorgaande decennia lijkt te zijn gewijzigd, de op de BRUGIS-site beschikbare orthofotoplannen een onbebost gebied tonen dat als parking is aangelegd en met name in 1971 door voertuigen is bezet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER vaststelt dat de herinrichting van de parking is toegestaan op grond van de door de gemachtigde ambtenaar op 18 oktober 2019 onder nummer 16/PFU/584128 afgegeven stedenbouwkundige vergunning, overeenkomstig de rechtstoestand (feitelijke toestand vóór de inwerkingtreding van de organieke wet op de ruimtelijke ordening van 1962), zoals weergegeven op de bij de vergunning gevoegde kaart en opgesteld door de architect Paul Breydel rond 1940; dat het tevens vaststelt dat tegen deze vergunning van 18 oktober 2019 beroep is ingesteld bij de Raad van State, zonder zich uit te spreken over de (on)rechtmatigheid van de parking; dat deze vergunning ondertussen vernietigd werd door arrest nr. 253.484 van 8 april 2022; dat de Raad van State in dat arrest de wettigheid van de regelmatig voor 1962 verworven parking niet ter discussie stelt; dat hieraan moet worden toegevoegd dat die parking is aangelegd en uitgebaat lang voordat hiervoor een milieuvergunning was vereist krachtens de ordonnantie van 30 juli 1992 houdende de milieuvergunningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER een diagnose maakt van de bestaande rechtstoestand en van de feitelijke toestand, en in dit verband met name nota neemt van de voor de parking afgeleverde vergunningen en de bij de Raad van State ingestelde beroepen daartegen; dat het MER een analyse maakt van de bestaande behoeften en van de meest geschikte manier om in die behoeften te voorzien, rekening houdend met de verschillende betrokken belangen, waaronder die in verband met de aanwezigheid van het Zoniënwoud, los van de kwestie van de wettigheid van de bestaande parking, waarover het zich niet moet uitspreken; dat in het MER nu net ook de effecten van het behoud van het bosgebied met sluiting van de parking in het kader van alternatief 0.2 nauwkeurig zijn beoordeeld en dat deze effecten zijn afgewogen tegen de effecten van de andere alternatieven en de bevrediging van de onderzochte behoeften; dat in het MER dus zowel de effecten beoordeeld worden ten aanzien van de bestaande feitelijke toestand (het feitelijk gebruik als parking) als ten aanzien van de rechtstoestand.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermelding in het MER van `een aanzienlijke vermindering van het parkeeraanbod (ongeveer 200 plaatsen)' bij het verdwijnen van de parking, wordt daarbij aanzien als een `milieueffect' dat ontstaat ten aanzien van die bestaande feitelijke toestand. Er kan daarbij geen abstractie worden gemaakt van het gegeven dat het MER ook vermeldt dat, wanneer men de effecten beoordeelt in het licht van de bestaande `rechtstoestand', « [d]e handhaving van de bestaande rechtstoestand, d.w.z. een bosgebied op de plaats van de bestaande parking, [...] het mogelijk [zou] maken de beboste zone in dit gebied uit te breiden\". Het MER beoordeelt de effecten dus niet alleen ten aanzien van de bestaande feitelijke toestand, maar ook ten aanzien van de bestaande juridische toestand, waartoe de bestaande bestemming als bosgebied volgens het (te wijzigen) gewestelijk bestemmingsplan moet gerekend worden. 6.7.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderzoek van de alternatieven a. Algemeen Overwegende dat sommige eisers kritiek hebben op het feit dat geen rekening is gehouden met mobiliteitsalternatieven, zoals het schrappen van de parking of het verminderen van de capaciteit ervan; Dat sommige eisers het MER verwijten dat het de negatieve gevolgen van het project vaststelt, maar alleen de vermindering en niet de schrapping ervan beoordeelt; dat het de gevolgen voor de rechtstoestand alleen analyseert aan de hand van opportuniteitsargumenten (al dan niet een parking inrichten); dat niet nadenkt over het recht van de burgers (in hun geheel) op een bosgebied versus het recht op een parking (ten bate van een minderheid);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering aangeeft dat het doel van het MER erin bestaat de milieueffecten van het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het GBP te beoordelen, redelijkerwijs mogelijke alternatieven te onderzoeken en maatregelen vast te stellen om de significante effecten van de uitvoering van de wijziging te vermijden, te verminderen of te compenseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het MER verschillende alternatieven zijn bestudeerd, waaronder de sluiting van de bestaande parking en het handhaven van de bestaande parking; dat het alternatief van de vermindering van de bestaande capaciteit van de parking niet als een redelijk alternatief in aanmerking is genomen op grond van de totale parkeerbehoefte van de site, die wordt geraamd op 470 plaatsen, dat wil zeggen 230 plaatsen meer dan de bestaande 240 plaatsen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het MER een vergelijkend onderzoek is verricht naar de milieueffecten van de verschillende overwogen alternatieven, met name op het gebied van mobiliteit; dat het een afweging heeft gemaakt van de voor- en nadelen van elk van de overwogen alternatieven ;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, na het onderzoek van verschillende alternatieven, het MER uiteindelijk variant 1 heeft gekozen, dat de negatieve gevolgen van de andere onderzochte alternatieven wegneemt; dat variant 1 bijvoorbeeld beoogt de parking her in te richten binnen de bestaande grondinname, zonder de bomen te kappen die in het kader van andere alternatieven (uitbreidingsproject) werden overwogen; dat het MER bovendien aanbevelingen doet voor de uitvoering van variant 1, die erop gericht zijn de negatieve gevolgen ervan te verminderen en de positieve gevolgen ervan voor het milieu te vergroten; b. Alternatief 0.2 Overwegende dat sommige eisers voorstander zijn van de schrapping van de parking en de natuurlijke ontwikkeling van dit gebied; dat zij de herinrichting van het bos in het bosgebied van collectief belang achten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers erop wijzen dat het alternatief om geen parking aan te leggen het herstel van het bos en zijn milieukwaliteiten mogelijk maakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers kritiek hebben op het gebrek aan bewijs dat de site van de hippodroom niet op duurzame en harmonieuze wijze kan worden ontwikkeld zonder de voorgestelde parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers kritiek hebben op alternatief 0.2; dat zij vinden dat men de vegetatie niet spontaan moet laten groeien, maar dat veeleer moet worden ingegrepen om het gebied te herstellen en te zorgen voor een optimale ontwikkeling van bossen met een hoge biologische waarde;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers vragen de door jarenlang wildparkeren beschadigde bodem te herstellen en op deze oppervlakte opnieuw te beplanten, in plaats van de bestaande toestand, die een bron van vervuiling is, te regulariseren; dit gebied te herbebossen en de natuurlijke oppervlakte uit te breiden; de groene ruimten te respecteren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Ukkel erop wijst dat alternatief 0.2 niet zou voldoen aan de in de structuurvisie gewenste functie van toegangspoort tot het Zoniënwoud en zou leiden tot een verschuiving van het onbeheerd parkeren, waaronder wildparkeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering aangeeft dat in het MER het alternatief is onderzocht waarbij de parking wordt geschrapt om de aanleg van het in het GBP voorziene bosgebied mogelijk te maken (alternatief 0.2.); dat zij opmerkt dat dit alternatief waarschijnlijk de biodiversiteit zal vergroten doordat spontane herkolonisatie van planten mogelijk wordt, dat het perceel qua bodem in categorie 0+4 blijft, dat de regeneratie van de bosbestemming positieve gevolgen zal hebben voor met name de lucht en het klimaat; dat zij niettemin vaststelt dat \"\"De alternatieven 0.1 en 0.2 voldoen niet aan de doelstellingen van het beheersplan van het Zoniënwoud en het structuurplan van het Zoniënwoud met betrekking tot de bezoekersontvangst (namelijk het voorzien van een aangelegde parking bij de toegangspoort tot het Zoniënwoud, zijnde de voormalige renbaan van Ukkel-Bosvoorde) om bezoekersstromen te kanaliseren en de impact op fauna en flora te verminderen (behoud van de kern van het bos, beperking van wildparkeren, enz.).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze alternatieven worden daarom niet als redelijk haalbaar beschouwd.\" (vrije vertaling) Dat het MER aan het eind van zijn analyse variant 1 heeft geselecteerd, die gericht is op de herinrichting van de bestaande parking op de huidige locatie, met aanbevelingen om de bestaande biodiversiteit te behouden en de oppervlakte van het Zoniënwoud niet te verkleinen; a. Geselecteerde variant 1 Overwegende dat sommige eisers van mening zijn dat de harmonisatie van de bestaande parking opportuun is om het behoud mogelijk te maken van deze historische toestand die wandelaars en sporters onthaalt die gebruik willen maken van de site en van het Zoniënwoud, en die ook een golfbaan (aanwezig op de site sinds 1987), een restaurant ingericht in het gebouw bekend als het \"Weeggebouw\", evenals verschillende activiteiten die plaatsvinden in de oude gebouwen die onlangs door het gewest zijn gerenoveerd, bereikbaar maakt; Dat sommige eisers van mening zijn dat de bestaande parking kan worden gehandhaafd en heringericht binnen de grenzen van variant 1 en met inachtneming van de in de passende effectenbeoordeling voorgestelde verzachtende maatregelen en met een voorbeeldige aanpak op het gebied van landschap, biodiversiteit en doorlaatbaarheid, zodat een polyvalent gebruik mogelijk wordt, zowel voor de toegang tot het Zoniënwoud als voor de toegang tot de site van de voormalige hippodroom van Ukkel-Bosvoorde en de voorzieningen daarvan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers voorstander zijn van variant 1, omdat het de grondinname van de parking buiten het Natura 2000-gebied handhaaft en voorziet in de herinrichting van de huidige parking over een oppervlakte van 7.200 m2, waardoor 288 tot 360 parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd en, in combinatie met de andere bestaande parkeerzones op de site, de 470 noodzakelijk geachte plaatsen kunnen worden benaderd; dat het westelijke deel van het gebied, dat momenteel bebost is, dus geen deel uitmaakt van de grondinname van de parking; en dat het MER aantoont dat dit een modale verschuiving naar openbaar vervoer en actieve vervoerswijzen zal inhouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers voorstander zijn van variant 1, mits deze ontwikkeling voorbeeldig wordt uitgevoerd op het gebied van landschap, doorlaatbaarheid en biodiversiteit en niet indruist tegen de doelstellingen van Good Move;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers vragen ervoor te zorgen dat de parking voldoende groot is om in de parkeerbehoefte te voorzien en tegelijkertijd het behoud van het historische, esthetische en wetenschappelijke belang van het Zoniënwoud als beschermd gebied te waarborgen, hetgeen inhoudt dat de oppervlakte van de parking niet mag worden vergroot ten opzichte van de bestaande toestand;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de stad Brussel voorstander is van de ontwikkeling van variant 1, dat de ontwikkeling van een parkeerterrein met 280 tot 350 plaatsen beoogt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Ukkel van mening is dat variant 1 de minste impact heeft wat betreft kap en beplanting, en een opwaardering van het beschermd erfgoed van de hippodroom en zijn omgeving mogelijk maakt, terwijl de bosrand wordt verbeterd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de KCML voorstander is van variant 1 op grond van het feit dat de parking in feite al sinds ten minste 1922 bestaat, dat tijdige compensatie wordt voorgesteld, dat uit de verrichte ernstige beoordelingen blijkt dat de gekozen variant 1 geen significante negatieve gevolgen heeft voor het beschermde gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de milieudienst van de gemeente Ukkel alleen variant 1 aanvaardbaar acht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gewestelijke ontwikkelingscommissie opmerkt dat de gekozen variant 1 geen uitbreiding meer vormt die ten koste gaat van het bos en het aantal parkeerplaatsen beperkt tot 360 in plaats van 535 in de ruimte waarin de vernietigde vergunning voorziet; dat het ontwerp op termijn een grotere modale verschuiving naar alternatieve vervoerswijzen zal bevorderen, wat aansluit bij het Good Move-plan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering aangeeft dat de onderhavige gedeeltelijke wijziging van het GBP gebaseerd is op de door het MER gekozen variant 1; dat deze variant tot doel heeft de bestaande parking te handhaven en deze op de huidige locatie te herinrichten, zodat er maximaal 288 tot 360 parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd zonder dat er sprake is van aantasting van het Zoniënwoud of het Natura 2000-gebied; dat het bijdraagt aan het bereiken van het doel om een toegangspoort tot het Zoniënwoud te creëren, zij het met potentiële gevolgen voor de bosrand en de mobiliteit ; dat het MER aanbevelingen doet betreffende de inrichting, de vergunning en de exploitatie van de parking, waarmee rekening zal worden gehouden in het stadium van de vergunningsaanvragen; dat de doelstellingen van deze aanbevelingen bovendien zijn opgenomen in de nieuwe bepaling 8.5. ; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Varianten met wijziging van de grondinname van de parking Overwegende dat sommige eisers kritiek hebben op het gekozen alternatief van 350 parkeerplaatsen, omdat het tot doel heeft de waargenomen effecten te verminderen, maar niet om ze weg te nemen; Dat andere eisers vragen dat de parking in zijn bestaande grootte wordt gehandhaafd, door hem her in te richten zonder bomen te kappen, met landschapsvoorzieningen, bestrating met een betere zichtbaarheid van de parkeerplaatsen, natuurlijke lichte voorzieningen zoals plantenbakken en een trapsgewijze grens tussen het minerale en het bos; dat een dergelijke herinrichting het mogelijk zou maken de capaciteit ervan te verhogen tot ongeveer 280 parkeerplaatsen, hetgeen meer dan voldoende zou zijn om te voorzien in de behoeften als toegangspoort tot het Zoniënwoud en als educatief en recreatief centrum;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers een nieuw alternatief voorstellen, bestaande uit een herinrichting van de parking met minder capaciteit om de toegang tot de meer centrale delen van het Zoniënwoud te beperken en aldus de gevolgen voor de fauna en de flora te beperken, geen bomenkap te plannen om het bos beter in stand te houden, aanplantingen uit te voeren die gunstig kunnen zijn voor de fauna en de flora om de rand van het Zoniënwoud te verbeteren, maatregelen te nemen om waardevolle bomen te beschermen en de grondinname ten zuidwesten van de site te beperken om elke uitbreiding ten koste van het Natura 2000-gebied te vermijden; dat sommige eisers verzoeken de bestaande parking te verkleinen en een omheinde hondenlosloopzone aan te leggen; dat sommige eisers verzoeken de grondinname van de bestaande parking te verkleinen en gebruikers van het bos aan te moedigen het openbaar vervoer te nemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers vragen om de parking te beperken tot de feitelijk bestaande oppervlakte, zonder te voorzien in het kappen van bomen, teneinde de exploitatie van de site van de hippodroom mogelijk te maken en tegelijkertijd het wildparkeren te bestrijden en het bos en het Natura 2000-gebied te beschermen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering aangeeft dat met de gekozen variant 1 de doelstellingen van het beheersplan van het Zoniënwoud en de structuurvisie van het Zoniënwoud op het vlak van de onthaalvoorzieningen voor het publiek kunnen worden bereikt, terwijl de milieueffecten van het behoud van een parking op de site zoveel mogelijk worden beperkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering eraan herinnert dat alternatief 0.2. dat de schrapping van de parking beoogt, niet in aanmerking is genomen omdat het niet beantwoordt aan de doelstellingen van het beheersplan en de structuurvisie van het Zoniënwoud op het vlak van onthaalvoorzieningen voor het publiek teneinde de bezoekers in goede banen te leiden en de gevolgen voor de fauna en flora van het bos te beperken; dat het alternatief van een vermindering van de bestaande capaciteit van de parking niet in aanmerking is genomen als een redelijk alternatief gezien de totale parkeerbehoefte van het gebied, die wordt geraamd op 470 plaatsen, dat wil zeggen 230 plaatsen meer dan de huidige 240 plaatsen; dat de gekozen variant 1, hoofdzakelijk binnen de grondinname van de bestaande parking en onder voorbehoud van de herinrichting daarvan, een capaciteitsuitbreiding van de parking tot maximaal 288 tot 360 plaatsen mogelijk maakt door de herinrichting ervan overeenkomstig de aanbevelingen van het MER en zonder het Zoniënwoud of het Natura 2000-gebied aan te tasten; dat het MER opmerkt dat een dergelijke capaciteit een grotere modal shift mogelijk maakt dan het project, zoals nagestreefd door het GPDO en het gewestelijk mobiliteitsplan Good Move; dat de nieuwe bepaling 8.5 hieronder echter vereist dat de nodige beheersmaatregelen worden voorzien in het kader van de vergunningen ;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de specifieke maatregelen voor de inrichting van het gebied buiten de schaal van het plan vallen; dat bij vergunningsaanvragen ter uitvoering van het gebied rekening zal worden gehouden met de aanbevelingen die buiten de schaal van het plan vallen; Dat het MER ervoor pleit de weinige waardevolle bomen in het gebied te behouden en daartoe maatregelen te nemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de aanleg van een omheinde hondenlosloopzone niet wordt bepleit in het MER, projectgebonden is en niet planmatig, en dat de wenselijkheid ervan relatief is gezien de gewestelijke behoeften waaraan moet worden beantwoord en de nabijgelegen mogelijkheid om honden zonder leiband uit te laten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers kritiek hebben op de andere alternatieven met het argument dat de omvang van de voorgestelde parking een stimulans vormt om de auto te gebruiken en in strijd is met de modal shift-doelstellingen van het gewestelijke mobiliteitsplan GoodMove en het GPDO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat de onderhavige gedeeltelijke wijziging van het GBP gebaseerd is op de in het MER gekozen variant 1; dat zij aangeeft dat aan deze variant (288 tot 360 parkeerplaatsen) de voorkeur is gegeven boven het project (428 tot 535 plaatsen) omdat deze in principe een grotere modal shift naar alternatieve vervoerswijzen voor de auto bevordert en derhalve op ambitieuzere wijze voldoet aan de doelstellingen van het GoodMove-plan op dit punt; 6.7.4. Effecten op het vlak van mobiliteit Overwegende dat sommige eisers kritiek hebben op het onderzoek door het MER van de gevolgen van het project voor de mobiliteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers kritiek hebben op het MER omdat daarin wordt aangegeven dat het project geen gevolgen zal hebben voor het autoverkeer op de Terhulpsesteenweg en de reeds moeilijke toegang tot de bestaande feitelijke parking niet zal verslechteren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij aanvoeren dat de bestaande parking in de praktijk (240 plaatsen) reeds mobiliteitsproblemen en verzadiging van de Terhulpsesteenweg veroorzaakt, met name wanneer er optredens worden georganiseerd op de site van de hippodroom (verzadiging door manoeuvres om naar links te draaien bij de in- en uitgang van de parking);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij van mening zijn dat de exploitatie van de site van de hippodroom (meer dan 23 evenementen per jaar met meer dan 1.500 mensen, waarvan 4 evenementen met meer dan 4.500 mensen, kleinere evenementen niet meegerekend) het verkeer op de Terhulpsesteenweg en door het bos zal doen toenemen en files zal veroorzaken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de verzadiging van de Terhulpsesteenweg gevolgen zal hebben voor voertuigen van de hulp- en veiligheidsdiensten, die geen andere keuze hebben dan gebruik te maken van de enige overblijvende oost-westverbinding tussen Louiza en Kleine Hut;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering herinnert aan de aan het gebied van het Zoniënwoud verbonden functies; dat de activiteiten die worden ontwikkeld in de gebieden die grenzen aan de voorgestelde wijziging, autoverkeer genereren; dat het passend is te zorgen voor een redelijke parkeermogelijkheid om het gebied in staat te stellen de eraan toegewezen functies te vervullen; Dat het MER de gevolgen van de gedeeltelijke wijziging van het GBP heeft onderzocht, met name op het gebied van mobiliteit, waaronder het verkeer in de wijk; dat in het MER wordt geconstateerd dat er veel autoverkeer is op de Terhulpsesteenweg en de Franklin Rooseveltlaan (overdag gemiddeld meer dan 700 voertuigen per uur in beide richtingen), die door het GPDO worden aangemerkt als \"belangrijke stedelijke wegen\"; dat het uiteenzet dat de toename van de parkeercapaciteit op de parking de doorstroming van het verkeer in het gebied niet wezenlijk zal veranderen ten opzichte van de bestaande feitelijke toestand (huidig gebruik van de parking); dat het aanbeveelt om bij de ingang van de parking een voldoende grote bufferzone in te stellen om het verkeer op de Terhulpsesteenweg niet te hinderen, teneinde wachtrijen ter hoogte van het project te beperken in geval van een grote toestroom van voertuigen in betrekkelijk korte tijd; dat het verduidelijkt dat deze wachtrijen in voorkomend geval van beperkte duur zullen zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat alternatief 0.2, gericht op het sluiten van de parking om een bosgebied te kunnen aanleggen, de stroom voertuigen naar de bestaande parking zou kunnen verminderen en een modal shift van de gebruikers van het Zoniënwoud en de site van de hippodroom met zich mee zou kunnen brengen; dat deze modal shift echter beperkt zal zijn, en het gebrek aan parkeergelegenheid buiten de openbare weg gevolgen zal hebben voor het aanbod van parkeerplaatsen langs de openbare weg, of zelfs in de vorm van wildparkeren, en de problemen van congestie op de Terhulpsesteenweg niet zal oplossen; dat alternatief 0.2 bijgevolg niet is gekozen als redelijkerwijs denkbaar alternatief, omdat daarmee niet kan worden voldaan aan de doelstellingen van het beheersplan voor het Zoniënwoud en het structuurplan voor het Zoniënwoud met betrekking tot de ontvangst van het publiek, noch aan de parkeerbehoefte door middel van een aan de ingang van het Zoniënwoud aangelegde parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hieruit volgt dat de aanleg van een nieuw gebied voor voorzieningen voor de herinrichting van de parking het verkeer van prioritaire voertuigen niet zal belemmeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER met betrekking tot variant 1 opmerkt dat de capaciteit van de heringerichte parking op de huidige locatie (288 tot 360 plaatsen) kleiner zal zijn dan de geplande capaciteit (428 tot 535 plaatsen); dat deze variant derhalve een grotere modal shift zal bevorderen en dus een vermindering van het verkeer naar de parking bij de site van de hippodroom met zich mee zal brengen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers kritiek hebben op het MER omdat het geen rekening houdt met de gevolgen van de sluiting van het Ter Kamerenbos voor het autoverkeer en de verschuiving van dit verkeer naar de Terhulpsesteenweg; omdat het de kenmerken van de aangrenzende wegen en het bestaande verkeer niet correct analyseert, met name wat het aantal bestaande rijstroken betreft (de Terhulpsesteenweg heeft thans slechts één rijstrook); omdat het gebaseerd is op verouderde gegevens en tellingen uit 2013 en 2018;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Stad Brussel aangeeft dat zij onlangs een mobiliteitsstudie heeft opgestart voor de realisatie van een verkeersluwe zone in en rond het Ter Kamerenbos, waarin het gebied van de hippodroom is geïntegreerd; dat deze studie tot doel heeft verkeersmaatregelen uit te werken om de woonwijken te optimaliseren en te beschermen met behoud van de toegang tot de bestaande functies in het gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering stelt dat het MER is uitgevoerd tijdens de periode van de COVID-19-pandemie; dat de geobserveerde toestand verschilt van de toestand in \"normale tijden\", aangezien er geen enkele activiteit op de site georganiseerd werd en het bos daarnaast overbevraagd werd door een bijzondere behoefte en beschikbaarheid; dat het MER dus gebaseerd is op de resultaten van tellingen die in 2013 en 2018 in het gebied zijn uitgevoerd en door Brussel Mobiliteit zijn doorgegeven, waarbij wordt opgemerkt dat de resultaten van deze tellingen vergelijkbaar zijn en het ontbreken van enige significante evolutie tussen 2013 en 2018 aantonen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de in het MER gebruikte gegevens over 2018 recent zijn; dat moet worden opgemerkt dat het verkeer in steden over het algemeen zeer weinig toeneemt (0,5-1 %/jaar) als gevolg van congestie, en dat het verkeer in 2020-2021 niet is toegenomen als gevolg van de pandemie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het niet noodzakelijk is nieuwe tellingen uit te voeren in het kader van het MER van deze gedeeltelijke wijziging van het GBP; dat uit de beschikbare gegevens blijkt dat de wijziging geen belangrijke effecten heeft op het verkeer;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het MER zijn de kenmerken van de aan het gebied grenzende wegen correct onderzocht, waarbij is opgemerkt dat het gedeelte van de Terhulpsesteenweg dat door het Ter Kamerenbos loopt, één rijstrook per richting heeft en geen openbare parkeerstroken, terwijl het gedeelte van de Terhulpsesteenweg dat langs de Franklin Rooseveltlaan loopt, twee rijstroken per richting heeft, een trambaan in eigen bedding op een deel van het traject, een parkeerstrook en een fietspad aan weerszijden van de weg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering aangeeft dat de wijziging van de verkeersstroom in het Ter Kamerenbos zich nog in de testfase bevindt; dat zij sinds de start ervan reeds verschillende aanpassingen heeft ondergaan en nog wijzigingen kan ondergaan; dat de door de stad Brussel bestelde mobiliteitsstudie verband houdt met de testfase van de wijziging van de verkeersstroom in het Ter Kamerenbos; dat deze studie in februari 2022 is begonnen; Overwegende dat deze studie wordt opgevolgd door een begeleidingscomité bestaande uit vertegenwoordigers van diverse diensten (politiezones, MIVB, De Lijn, TEC), de betrokken gemeenten (Stad Brussel, Elsene, Ukkel, Watermaal-Bosvoorde, Sint-Genesius-Rode, Linkebeek), Waals-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat deze studie uit vier onderdelen bestaat en in februari 2022 is gestart;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat onderdeel 1, betreffende de diagnose, is afgerond;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat onderdeel 2 nog niet door het begeleidingscomité is gevalideerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de onderdelen 3 en 4 van de studie nog moeten worden uitgevoerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de verkeerswijzigingen voornamelijk betrekking hebben op de noordelijke lus van het Ter Kamerenbos; dat deze ver weg ligt van de Terhulpsesteenweg en de site van de hippodroom; dat wat de zuidelijke lus betreft, het verkeer op het gedeelte van de Bosvoordselaan en de Braziliëlaan, dat eenrichtingsverkeer was, tijdens de week veranderd is in tweerichtingsverkeer, behalve in het weekend, op feestdagen en tijdens schoolvakanties, en dat er een rijstrook is toegevoegd voor bussen; dat dit stuk in het weekend trouwens afgesloten is; dat de wijziging van de verkeersstroom op de Bosvoordselaan gevolgen heeft voor de verkeersstromen tijdens het weekend, wanneer het verkeer dat van het westen van de Terhulpsesteenweg komt, niet kan afslaan naar het Ter Kamerenbos en op de Terhulpsesteenweg moet blijven tot de kruising met de Franklin Rooseveltlaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER is gebaseerd is op tellingen die zijn uitgevoerd in 2018, toen het verkeer op bovengenoemd traject eenrichtingsverkeer was en nog niet was stilgelegd tijdens het weekend; dat echter moet worden opgemerkt dat de tellingen zijn uitgevoerd op de Terhulpsesteenweg bij de ingang van het Ter Kamerenbos, dat wil zeggen vóór de kruising met de Bosvoordselaan; dat bij deze tellingen dus rekening is gehouden met het verkeer dat vroeger afsloeg naar het Ter Kamerenbos en dat nu tijdens het weekend op de Terhulpsesteenweg blijft; dat het MER dus een maximalistische benadering heeft gevolgd, waarop de wijziging van het verkeer in het Ter Kamerenbos geen significante invloed heeft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers en de Gewestelijke Mobiliteitscommissie kritiek hebben op het MER omdat daarin zou aangegeven worden dat \"de parking geen verkeersgenererende activiteit is\", in tegenstelling tot de site van de hippodroom en het Zoniënwoud; op grond van het feit dat parkings stimulansen zijn om de auto te gebruiken, zoals is vastgesteld in de mobiliteitsdiagnose die in oktober 2017 is opgesteld in het kader van het gewestelijk mobiliteitsplan GoodMove; dat het MER zelf erkent dat de beperktere grootte van de parking een modal shift naar alternatieve vervoerswijzen met zich zal brengen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie vreest dat de uitbreiding van de parking het publiek ertoe zal aanzetten meer de auto te gebruiken, zoals in het MER meermaals wordt bevestigd: met betrekking tot alternatief 0.1 (\"Door de beperktere parkeercapaciteit kiezen sommige gebruikers voor een alternatief vervoermiddel voor de auto\"), met betrekking tot alternatief 0.2 (\"Bij gebrek aan parkeergelegenheid wordt het gebruik van alternatieven voor de auto weliswaar aangemoedigd\") en met betrekking tot variant 1 (\"[...] Anderzijds stimuleert variant 1, door het aantal parkeerplaatsen sterker te beperken, theoretisch een grotere modal shift naar alternatieve vervoerswijzen\");</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de stad Brussel opmerkt dat het gewestelijk mobiliteitsplan aangeeft dat parkeren een essentiële factor is voor het succes en de verwezenlijking van de ambities van de mobiliteitsstrategie en dat de beschikbaarheid van een parkeerplaats op je bestemming met name een bepalende factor is voor de modale keuze;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gewestelijke ontwikkelingscommissie opmerkt dat de gekozen variant 1 geen uitbreiding meer vormt die ten koste gaat van het bos en het aantal parkeerplaatsen beperkt tot 360 in plaats van 535 in de ruimte waarin de eerste vernietigde vergunning voorziet; dat het ontwerp op termijn een grotere modale verschuiving naar alternatieve vervoerswijzen zal bevorderen, wat aansluit bij het Good Move-plan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering aangeeft dat in het MER wordt uitgelegd dat de parking op zich geen activiteit vormt die waarschijnlijk verkeer zal genereren, in tegenstelling tot de activiteiten op de site van de hippodroom en in het Zoniënwoud; dat de begrippen \"genereren van verkeersstromen\" en \"modaal aandeel\" niet mogen worden verward; dat de parking geen verkeer genereert aangezien de gebruikers ervan zich niet verplaatsen om de parking te zien, maar om een wandeling te maken in het Zoniënwoud of om gebruik te maken van de activiteiten op de site van de hippodroom; dat anderzijds de parkeercapaciteit een hefboom is om het modale aandeel van de auto te verminderen of te vergroten, zoals in het MER wordt uiteengezet in de geciteerde uittreksels uit het gewestelijke mobiliteitsplan Good Move; dat echter niet mag worden vergeten dat een vermindering van de parkeercapaciteit buiten de straat ook gevolgen heeft voor de verschuiving van het parkeren naar parkeren op straat en wildparkeren, die moeten worden beperkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van het onderzoek naar de gevolgen van het project voor de mobiliteit is in het MER opgemerkt dat variant 1 een grotere modal shift naar alternatieve vervoerswijzen bevordert dan het project door minder parkeercapaciteit voor te stellen, terwijl de doelstellingen van het beheersplan en de structuurvisie van het Zoniënwoud op het gebied van de onthaalmogelijkheden voor het publiek worden bereikt; dat de geplande capaciteit van de parking het ook mogelijk maakt de verschuiving van het parkeren naar de weg en het wildparkeren op basis van de geraamde totale parkeerbehoefte, te beperken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat alternatief 0.1 (handhaving van de feitelijke toestand) een grotere modal shift impliceert, maar minder doeltreffend is voor de verwezenlijking van bovengenoemde doelstellingen en daarom niet gekozen werd omdat het niet voorziet in een ingerichte parking met voldoende capaciteit aan deze ingangspoort van het Zoniënwoud, namelijk de site van de voormalige hippodroom van Ukkel-Bosvoorde, met het risico dat de nagestreefde doelstellingen in het gedrang komen, en dus grotere ongewenste effecten kan hebben (grotere verschuiving naar parkeren op de weg, beperkte toegang tot de site in vergelijking met de geraamde behoeften, geen oplossing om wildparkeren te ontmoedigen, uiterst beperkte mogelijkheden tot herinrichting met het oog op een betere integratie, enz.);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hoewel alternatief 0.2 (sluiting van de parking) ook het gebruik van alternatieve vervoersmiddelen bevordert, ze niet beantwoordt aan de doelstellingen van de plannen en de regelgeving ter zake, die erop gericht zijn een duurzaam evenwicht tot stand te brengen tussen de mobiliteitsbehoeften en de verschuiving van het parkeren naar parkeren buiten de straat, en niet om het gebruik van de auto te bannen; dat het ook niet beantwoordt aan de doelstellingen van het beheersplan en de structuurvisie voor het Zoniënwoud wat betreft de onthaalmogelijkheden voor het publiek, en daarom niet werd geselecteerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers menen dat het individuele comfort van de auto moet worden ontmoedigd, het gebruik van collectief en gepland openbaar vervoer moet worden aangemoedigd en deze modal shift moet worden bevorderd; dat de beperking van de grootte van de parking de beste stimulans is om de organisatoren te dwingen de omvang van de evenementen op een zo gevoelige site te beperken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers van mening zijn dat het Drohme-project slechts kan worden gerechtvaardigd indien het de zachte mobiliteit verbetert en bijdraagt tot de vermindering van de milieuhinder;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers vraagtekens plaatsen bij de wijze waarop het gebruik van vervoerswijzen zoals lopen, fietsen en openbaar vervoer in het project prioriteit krijgt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers kritiek hebben op het project en de geplande parking omdat het de zachte en actieve mobiliteit niet verbetert; omdat alternatieve mobiliteitsalternatieven onvoldoende zijn onderzocht; omdat het project indruist tegen het gewestelijke mobiliteitsplan GoodMove;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers vragen om andere bestaande oplossingen voor toegang tot de site van de hippodroom aan te bevelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de herinrichting van de site van de hippodroom en de ontwikkeling ervan als toegangspoort tot het Zoniënwoud het behoud en de uitbreiding van de capaciteit van de bestaande parking vereisen op basis van de voor de site geraamde totale parkeerbehoefte;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het MER de gevolgen van de gedeeltelijke wijziging van het GBP zijn onderzocht, met name op het gebied van de mobiliteit; dat het MER in zijn analyse heeft opgemerkt dat ter hoogte van de voormalige hippodroom een aanzienlijke hoeveelheid fietsenstallingen is gepland om bij te dragen aan de doelstellingen van het gewestelijke mobiliteitsplan GoodMove op het gebied van modal shift; dat het ook heeft opgemerkt dat de locatie goede verbindingen met het openbaar vervoer biedt en dat voor de parking een retributie zal moeten worden betaald; dat het MER aan het eind van zijn analyse heeft gekozen voor variant 1, met een kleinere capaciteit dan het project, omdat deze voldoet aan de doelstellingen van het beheersplan en de structuurvisie voor het Zoniënwoud wat de onthaalmogelijkheden voor het publiek betreft, en tegelijkertijd beantwoordt aan de doelstellingen van het gewestelijke mobiliteitsplan GoodMove wat de modal shift betreft, en ambitieuzer is dan het oorspronkelijke project;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze wijziging bovendien geen beletsel vormt voor de invoering van aanpassings- en beheermaatregelen voor mobiliteit en parkeren die de toepassing van het STOP-beginsel (\"stappen, trappen, openbaar vervoer en privé vervoer\" - volgorde van prioriteit voor de verschillende vervoerswijzen) bevorderen en de bereikbaarheid te voet, per fiets en per openbaar vervoer vooropstellen; dat de nieuwe bepaling 8.5 vereist dat dergelijke maatregelen worden voorzien in het kader van de uitvoering van de projecten ; dat de exacte inhoud van deze maatregelen niet onder het detailniveau van het plan vallen, maar met name in het stadium van de vergunningsaanvragen en/of de uitbreiding daarvan zal worden onderzocht en bepaald; dat de capaciteit van variant 1 werd bepaald in de vorm van een vork om met name rekening te houden met de ruimte die moet worden gereserveerd voor fiets en -voetgangersvoorzieningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers erop wijzen dat het Zoniënwoud toegankelijk is met het openbaar vervoer; dat er vervoermiddelen en andere alternatieven zijn om zich te verplaatsen; dat het mogelijk is andere infrastructuren dan die voor auto's aan te leggen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers en de gewestelijke mobiliteitscommissie kritiek hebben op de noodzaak van een parking omdat de site door de GSV is ingedeeld in zone B wat de bereikbaarheid met het openbaar vervoer betreft; dat de site bereikbaar is via een fietspad, nabijgelegen stations, bus- en tramhaltes; dat meer dan 50% van de Brusselaars geen auto heeft; dat de auto een onbetaalbaar vervoermiddel is geworden door de stijging van de energiekosten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie en de Stad Brussel vaststellen dat de site gelegen is op 1 minuut wandelen van een bushalte op buslijn 41, op 4 minuten wandelen van een tramhalte op tramlijn 8 en op 9 minuten wandelen van een tramhalte op tramlijn 25; op 9 minuten wandelen (of 3 minuten wandelen met de tram) van het station van Boondael, waar 5 treinlijnen passeren, en op 14 minuten wandelen (of 5 minuten wandelen met de tram) van het station van Bosvoorde, waar 2 treinlijnen passeren; dat deze lijnen van het \"S\"-net vele Brusselse wijken en zelfs de nabije en iets verderop gelegen periferie bedienen; dat op termijn een studie wordt overwogen en in het GPDO wordt opgenomen voor de ontwikkeling van een openbare vervoerslijn met grote capaciteit in de Franklin Rooseveltlaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie van mening is dat de uitbreiding van de parking niet strookt met een aantal doelstellingen van het GPDO (\"Het gebruik van het openbaar vervoer bevorderen\") en het GMP Good Move (\"De verschuiving van de auto naar andere vervoerswijzen aanmoedigen\"), gelet op de goede bereikbaarheid van de site met het openbaar vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de commissie vraagt om de aanpassings- en beheermaatregelen voor mobiliteit en parkeren die de toepassing van het STOP-principe bevorderen en de bereikbaarheid te voet, per fiets en met het openbaar vervoer vooropstellen, te concretiseren, teneinde de toegang tot het Zoniënwoud en de site van de hippodroom te vergemakkelijken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers van mening zijn dat het project volledig in strijd is met het gewestelijke mobiliteitsbeleid dat gericht is op het bevorderen van de modal shift en het gebruik van nieuwe vormen van zachte mobiliteit; dat zij kritiek hebben op het ontbreken van een alternatief dat erin bestaat het openbaar vervoer voor evenementen uit te breiden en zachte mobiliteitsalternatieven te bevorderen, overeenkomstig het gewestelijke mobiliteitsbeleid en de oorspronkelijke doelstellingen van het Drohme-project;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Stad Brussel en eisers van mening zijn dat de capaciteit van de parking altijd onvoldoende zal zijn indien deze niet gepaard gaat met andere mobiliteitsmaatregelen die erop gericht zijn het aanbod van alternatieve vervoerswijzen voor de auto te vergroten en te verbeteren; dat zij van mening zijn dat dit integraal deel uitmaakt van het milieu-educatieproject dat wordt ondersteund door de herkwalificatie van de hippodroom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers vragen om een coherente lezing van de mobiliteit en parkeren te houden en om een soortgelijke denkoefening te voeren als die voor het Rood Klooster, de andere toegangspoort tot het Brusselse Zoniënwoud;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering stelt dat in het MER de gevolgen van de gedeeltelijke wijziging van het GBP voor de mobiliteit zijn onderzocht, met name wat het openbaarvervoeraanbod betreft; dat in het MER wordt gewezen op de goede bereikbaarheid van het terrein met het openbaar vervoer en de nabijheid van verschillende bus- en tramhaltes en treinstations; dat het aangeeft dat de overeenstemming van het plan met het GPDO en het gewestelijke mobiliteitsplan GoodMove zal afhangen van de toegestane capaciteit van de parking en de toegepaste beheermethode, waarbij met name rekening wordt gehouden met de evolutie van de bereikbaarheid van de site met het openbaar vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat variant 1, waarbij de parking wordt gehandhaafd en heringericht, is gekozen omdat deze voldoet aan de doelstellingen van het beheerplan en de structuurvisie voor het Zoniënwoud wat betreft de onthaalmogelijkheden voor het publiek aan de ingang van het bos, en tevens aan de doelstellingen van het GPDO en het gewestelijk mobiliteitsplan GoodMove; er zij aan herinnerd dat deze laatste een modal shift stimuleren zonder daarom het gebruik van de auto, de ontwikkeling van het parkeeraanbod op straat en de tarifering van het parkeren te schrappen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de capaciteit van variant 1 (288 tot 360 plaatsen) lager is dan de totale parkeerbehoefte die voor het Zoniënwoud (bij gemiddeld gebruik) en de activiteiten van de site van de hippodroom die wordt herontwikkeld (bij intensief gebruik), bij normaal gebruik op 470 plaatsen wordt geraamd; dat dit verschil van 110 plaatsen onder meer een modal shift naar het openbaar vervoer impliceert; dat de modal shift ook door de tarifering van de parking zou eveneens worden bevorderd, aangezien gebruikers hierdoor aangemoedigd kunnen worden de voorkeur te geven aan alternatieve verplaatsingswijzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de capaciteit van variant 1 niet permanent zal kunnen voldoen aan de volledige geraamde parkeervraag, die op bepaalde momenten van de dag of het jaar het theoretische maximumaanbod op de parking overschrijdt; dat tijdens deze perioden van intensief gebruik en \"aangepaste\" exploitatie van de site de modale verschuiving des te belangrijker zal zijn; dat deze verschuiving daarom moet worden beheerd door passende maatregelen, zoals vereist door de nieuwe bepaling 8.5;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de uiteindelijke capaciteit van de parking binnen de in het kader van deze wijziging van het plan in aanmerking genomen vork zal worden bepaald in toekomstige vergunningsaanvragen, waarbij met name rekening zal worden gehouden met de toegang van de site met het openbaar vervoer en de voetgangers-/fietsvoorzieningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze wijziging bovendien geen beletsel vormt voor de invoering van aanpassings- en beheermaatregelen voor mobiliteit en parkeren die de toepassing van het STOP-beginsel bevorderen en de bereikbaarheid te voet, per fiets en per openbaar vervoer vooropstellen; dat dergelijke maatregelen daarentegen worden opgelegd door bepaling 8.5 ; dat de inhoud van deze maatregelen niet binnen het detailniveau van het plan valt, maar met name in het stadium van de vergunningsaanvragen en/of de uitbreiding daarvan zal worden onderzocht; dat de capaciteit van variant 1 werd bepaald in de vorm van een vork om met name rekening te houden met de ruimte die moet worden gereserveerd voor fiets en -voetgangersvoorzieningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers en de raad voor het leefmilieu vragen om de ontwikkeling van openbaar vervoer en collectief vervoer om de bevolking in staat te stellen het Zoniënwoud gemakkelijk te bereiken door een verschuiving van de auto naar andere vervoerswijzen aan te moedigen, overeenkomstig het gewestelijke mobiliteitsplan GoodMove; om de kwaliteit van het openbaar vervoer te verbeteren; om collectieve verplaatsingen en openbaar vervoer te bevorderen en om de capaciteit van de fietsenstallingen te vergroten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers de uitvoering voorstellen van een proefproject dat bijdraagt tot een modal shift en waarbij het gebruik van de individuele auto wordt beperkt tot PBM's en schoolbussen of dergelijke;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij voorstellen de ontwikkeling van bepaalde evenementen en activiteiten te koppelen aan specifieke bedieningen door de MIVB in het weekend en op latere uren (Noctis-bus);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de stad Brussel voorstander is van het project op voorwaarde dat eerst betere openbaarvervoersdiensten en een hoogwaardige fietsinfrastructuur (met inbegrip van beveiligde fietsenstallingen) worden ontwikkeld, teneinde een echte modal shift tot stand te brengen en te zorgen voor een verkeersluwe zone in en rond het Ter Kamerenbos;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers opmerken dat de site van de hippodroom bereikbaar is via nieuwe speciale fietspaden in eigen bedding; dat zij vragen om de toegang van de site te verbeteren door fietspaden aan te leggen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat het terrein reeds goed bereikbaar is met het openbaar vervoer, maar dat, voor het overige, de uitbreiding en ontwikkeling van het openbaar vervoer op de site niet binnen de werkingssfeer van het GBP valt; dat de ontwikkeling van de bereikbaarheid met fietsen en de uitbreiding van de fietsenstallingen evenmin binnen de werkingssfeer van het plan vallen; dat in het MER echter wordt opgemerkt dat voor de voormalige hippodroom een aanzienlijke hoeveelheid fietsenstallingen zijn gepland; dat de voetgangers- en fietsvoorzieningen op de parking in het stadium van de bouwaanvraag zullen worden onderzocht en vastgesteld als onderdeel van het project voor de herinrichting van de parking; dat de verbetering van de bereikbaarheid met het openbaar vervoer en de fiets tot de site het in ieder geval niet mogelijk zal maken af te zien van de noodzaak van een parking om de site in staat te stellen de daaraan toegewezen functies te vervullen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER aantoont dat de gekozen variant 1 een modale verschuiving naar het openbaar vervoer zal stimuleren, gelet op de goede bereikbaarheid van de site, en eventueel naar de fiets; Dat de geraamde capaciteit van de gekozen variant lager is dan de geraamde totale parkeerbehoefte, die 470 plaatsen bedraagt; Dat bovendien de problematiek van de aanpassing van het openbaar vervoer aan de evenementen niet binnen de reikwijdte van het plan valt, maar zal moeten worden onderzocht bij vergunningsaanvragen of vergunningsvernieuwingsaanvragen en/of bij vervoerplannen voor de activiteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers voorstellen een extra halte voor het openbaar vervoer te creëren en de frequentie van het openbaar vervoer op die plaats te verhogen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers vragen om de plaatsing van een verkeerslicht en een oversteekplaats voor voetgangers en fietsers tussen het trottoir aan de noordzijde van de Terhulpsesteenweg en de ingang van het terrein; dat zij vragen om de beloofde voorzieningen voor actieve vervoermiddelen afkomstig van het westen te realiseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers verzoeken om te voorzien in een toegang tot de parking vanaf de Franklin Rooseveltlaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers kritiek hebben op de moeilijke toegang tot de parking voor actieve vervoerswijzen, gelet op het gebrek aan voorzieningen op de Terhulpsesteenweg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering aangeeft dat de aanleg van een halte voor het openbaar vervoer, een verkeerslicht, oversteekplaatsen voor voetgangers en fietsers, aanpassingen aan de rijweg, de toegang tot de parking, enz. niet binnen het detailniveau van het plan vallen, maar in het kader van de vergunningsaanvragen zullen worden onderzocht; dat, zoals opgelegd door de nieuwe bepaling 8.5, rekening moet worden gehouden met de aanbevelingen in het MER om auto's/motorfietsen en fietsers en voetgangers een gescheiden toegang te bieden teneinde het risico op botsingen te verminderen; te voorzien in een bufferzone aan de ingang van de parking om het verkeer op de trottoirs of de weg niet te hinderen indien de toegang tot de parking wordt gecontroleerd/geregeld, teneinde de impact van de parking op het verkeer op de Terhulpsesteenweg te beperken; dat het MER tevens aanbeveelt de ingang van de parking zodanig in te richten dat wachtrijen op de rijweg worden vermeden en dat de zichtbaarheid bij het verlaten van de parking naar de openbare weg wordt gewaarborgd; 6.7.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Effecten op het vlak van parkeren Overwegende dat sommige eisers kritiek hebben op het MER, en met name op de methode voor het verzamelen van parkeergegevens; dat zij van mening zijn dat drie dagen observatie volstrekt onvoldoende zijn om de realiteit van het terrein en de gevolgen van het project in te schatten; dat zij stellen dat wandelaars en gebruikers van de hippodroom andere vervoermiddelen dan de eigen auto gebruiken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers kritiek hebben op de berekening van het aantal parkeerplaatsen omdat deze gebaseerd is op berekeningen en gegevens uit 2011 en 2017, die volgens hen verouderd zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat eisers erop wijzen dat de bestaande feitelijke parking zelden vol staat, behalve bij evenementen op de site van de hippodroom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering stelt dat in het kader van het MER een inventarisatie van de bestaande toestand van het parkeren buiten de openbare weg in het studiegebied is uitgevoerd op basis van twee bezoeken op zaterdag 28 november 2020 en woensdag 6 januari 2021; dat deze inventarisatie van het parkeren buiten de openbare weg op de site en in de omgeving heeft plaatsgevonden in perioden en onder gunstige gebruiksomstandigheden voor de parking, te weten een weekenddag bij mooi weer en een doordeweekse dag; dat deze constatering ook is gedaan tijdens een periode van gezondheidscrisis toen niet-essentiële winkels, de horeca en overdekte culturele activiteiten gesloten waren; dat de parking in deze context een bezettingsgraad van 85 % had op zaterdag 28 november 2020 om 14.45 uur en van 15 % op woensdag 6 januari om 13.00 uur; dat deze tellingen een voldoende beeld geven van de bestaande toestand bij het zoeken naar een evenwicht in het parkeerbeheer en de bepaling van de capaciteit van de parking in verhouding tot de geraamde parkeerbehoeften en gelet op de doelstelling inzake modal shift en het beheer van de verschuiving naar parkeren op weg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat moet worden benadrukt dat het gebruik van de parking en de bezettings- of verzadigingsgraad ervan sterk kunnen schommelen naargelang de weersomstandigheden, die de gebruikers er al dan niet toe aanzetten de site van de hippodroom en het Zoniënwoud te bezoeken, en naargelang het feit of er al dan niet activiteiten op de site worden georganiseerd; dat de site van de hippodroom bovendien wordt heringericht en dat de activiteiten die daar zullen worden georganiseerd een grotere parkeerbehoefte met zich mee zullen brengen dan de vastgestelde; dat de totale parkeerbehoefte voor de site op lange termijn in dit verband wordt geraamd op 470 plaatsen bij een normale exploitatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers en de Gewestelijke Mobiliteitscommissie van oordeel zijn dat de verschuiving van het parkeren naar de naburige wegen, één van de argumenten die nochtans worden aangevoerd om de uitbreiding van de parking te rechtvaardigen, op een meer systematische wijze had kunnen worden gekwantificeerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers kritiek hebben op het argument van de verschuiving van het parkeren naar de naburige wegen, omdat die vaststelling niet voldoende is onderbouwd; dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie opmerkt dat de bezetting van de parkeerplaatsen langs de openbare weg zelden dicht bij 100% ligt binnen een perimeter van 10 minuten lopen van de site; in de Franklin Rooseveltlaan, de Uruguaylaan en de Woudlaan: 5-7 uur; 10-12 uur; 15-17 uur; 20-22 uur ? Fr. Rooseveltlaan (Colombialaan &gt; Woudlaan) 63,00%; 79,00%; 68,00 %; 71,00 % ? Fr. Rooseveltlaan (Woudlaan &gt; Colombialaan) 17,00%; 80,00%; 67,00 %; 47,00 % ? Uruguaylaan (Fr. Rooseveltlaan &gt; Woudlaan) 63,00 %; 25,00 %; 13,00 %; 38,00 % ? Uruguaylaan (Woudlaan &gt; Fr. Rooseveltlaan) 67,00 %; 56,00 %; 56,00 %; 59,00 % ? Woudlaan (Fr. Rooseveltlaan &gt; Uruguaylaan) 33,00 %; 25,00 %; 25,00 %; 33,00 % ? Woudlaan (Uruguaylaan &gt; Fr. Rooseveltlaan) 40,00 %; 35,00 %; 30,00%; 45,00% Dat dit niet rechtvaardigt dat het aantal plaatsen op de bestaande feitelijke parking wordt uitgebreid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers er echter op wijzen dat zij niet vrij voor hun woning kunnen parkeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers vrezen dat de parking tijdens grote evenementen en perioden van grote bezoekersaantallen verzadigd zal raken en dat dit een aanzienlijke en onvermijdelijke verschuiving naar parkeren op de openbare weg zal inhouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat in het kader van het MER een opneming van de bestaande feitelijke toestand op het vlak van het parkeren is uitgevoerd, op basis van twee bezoeken op zaterdag 28 november 2020 en woensdag 6 januari 2021; dat deze waarnemingen betrekking hadden op de bestaande feitelijke parking op de site, alsmede op de andere parkings buiten de openbare weg in de buurt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bij de afbakening van de studieperimeter van het MER rekening is gehouden met de grote verkeersassen die de gevolgen kunnen ondervinden van de ligging van de parkings die waarschijnlijk zullen worden gebruikt en van het daarmee samenhangende verkeer, zoals een deel van de Franklin Rooseveltlaan en de Terhulpsesteenweg, waar geen mogelijkheid is tot parkeren langs de openbare weg; dat de studieperimeter van het MER is gevalideerd door het begeleidingscomité; dat het grootste deel van de Franklin Rooseveltlaan, de Uruguaylaan en de Woudlaan niet in die perimeter zijn opgenomen vanwege hun grote afstand tot de site van de hippodroom; dat hieraan moet worden toegevoegd dat deze wegen in woonwijken liggen, waarvan de parkeercapaciteit langs de openbare weg bij voorrang voor de plaatselijke bewoners moet worden gereserveerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de beschikbare parkeercapaciteit langs de openbare weg op de Franklin Rooseveltlaan, Uruguaylaan en Woudlaan 111 plaatsen bedraagt; dat de gegevens over de bezettingsgraad van deze parkeerplaatsen in 2019 werden verzameld tijdens de werkweek, op een dinsdag en een donderdag buiten de schoolvakantieperiode, dus in periodes waarin de parkeervraag voor de gebruikers van het Zoniënwoud en de site van de hippodroom laag is; dat de verzadiging van deze parkeerplaatsen tijdens deze periodes op bepaalde plekken reeds 80 % bereikte; dat deze parkeercapaciteit langs de openbare weg niet volstaat om te voorzien in de totale parkeerbehoefte op de site, die op 470 plaatsen wordt geraamd, temeer daar het gewestelijke parkeerbeleidsplan de ontwikkeling van parkeergelegenheid buiten de openbare weg aanbeveelt, in het bijzonder voor langparkeerders;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gekozen variant 1 voldoende parkeercapaciteit buiten de openbare weg biedt om te voorzien in de totale geraamde parkeerbehoefte bij een normale exploitatie (bij gemiddelde bezoekersaantallen voor het Zoniënwoud en bij hoge bezoekersaantallen voor de activiteiten op de site van de hippodroom), terwijl de modal shift wordt aangemoedigd, overeenkomstig de doelstellingen van het gewestelijke mobiliteitsplan GoodMove en het gewestelijke parkeerbeleidsplan; dat niettemin een verschuiving naar het parkeren langs de openbare weg wordt verwacht, met name op dagen waarop het Zoniënwoud druk wordt bezocht, of tijdens de 'aangepaste' werking van de site van de hippodroom; dat deze verschuiving echter minder groot is dan geraamd in het kader van de alternatieven om de parking in de huidige configuratie te handhaven (alternatief 0.1) of om de parking te sluiten (0.2);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat alternatief 0.2, gericht op het sluiten van de parking om de aanleg van het bosgebied mogelijk te maken, een grotere modal shift en een verschuiving naar parkeren langs de openbare weg, of zelfs wildparkeren, zou inhouden; dat dit alternatief niet is gekozen als redelijkerwijs denkbaar alternatief, omdat daarmee niet kan worden voldaan aan de doelstellingen van het beheersplan voor het Zoniënwoud en het structuurplan voor het Zoniënwoud met betrekking tot de ontvangst van het publiek, noch aan de parkeerbehoefte door middel van een aan de ingang van het Zoniënwoud aangelegde parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ervoor is gekozen om bij de organisatie van eenmalige evenementen de modal shift te bevorderen, in plaats van de parking uit te breiden om te voldoen aan de geraamde parkeerbehoefte voor de \"aangepaste\" werking van de site van de hippodroom; dat een dergelijke uitbreiding van de parking niet verenigbaar zou zijn met de doelstellingen van bescherming en instandhouding van het Zoniënwoud en het Natura 2000-gebied; dat dit onvermijdelijk zal leiden tot een verschuiving naar het parkeren langs de openbare weg, wat door de organisatoren van deze eenmalige evenementen zal moeten worden beheerd door middel van maatregelen die de modal shift verder aanmoedigen (gedeeld gebruik van nabijgelegen parkeerterreinen, gecombineerde tickets, bewustmaking van de modal shift, shuttles, enz.) in het kader van de milieuvergunningen en/of het verplaatsingsplan van de activiteit; dat deze maatregelen ad hoc echter niet onder de graad van detaillering van het plan vallen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het MER wordt aanbevolen om in ieder geval te zorgen voor parkeerbeheer/-controle in de omgeving van de wegen en parkeerterreinen in de buurt van het project en om ervoor te zorgen dat de tarieven/beheersmethoden voor het parkeren van een wagen op de parking financieel aantrekkelijk blijven, zodat de parking wordt gebruikt door de gebruikers van het Zoniënwoud en van het Drohme-project, teneinde de overlast voor de omwonenden te beperken en de stroom wandelaars in goede banen te leiden; dat in het MER tevens wordt aanbevolen om de tarieven/beheersmethoden voor de bezetting van de parking te baseren op die van een van de in het Gewestelijk Parkeerbeleidsplan omschreven parkeerzones, teneinde een harmonisering van de parkeertarieven te waarborgen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers en de Gewestelijke Mobiliteitscommissie kritiek hebben op het ontbreken van gegevens over wildparkeren; dat zij van mening zijn dat de gegevens over wildparkeren niet nauwkeurig zijn gedocumenteerd in het MER; dat dit nochtans een van de argumenten is die worden aangevoerd ter rechtvaardiging van de uitbreiding van de parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Stad Brussel er echter op wijst dat de parkeerdruk in het woud en de aangrenzende straten zeer hoog blijft, vooral wanneer het Bos afgesloten is; dat zij initiatieven heeft genomen om wildparkeren in de zones die aan de site grenzen, tegen te gaan, met name via het nieuwe parkeerplan van 1 mei 2022, dat van het Terkamerenbos een betalende zone maakt; dat zij vraagt dat structurele maatregelen worden genomen om wildparkeren in het woud en de aangrenzende straten tegen te gaan, vooral wanneer het Bos afgesloten is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers ook vragen dat wildparkeren zou worden bestraft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers opmerken dat het gewestelijk mobiliteitsplan GoodMove ernaar streeft het gebruik van de auto in de stad te verminderen, en bijgevolg ook het wildparkeren in het woud, en dat de invoering van barrières die de toegang tot alle berijdbare wegen beperken, het wildparkeren al aanzienlijk heeft verminderd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat er geen cijfergegevens over het wildparkeren beschikbaar zijn, aangezien wildparkeren van nature wisselend en ongeoorloofd is; dat er wel gevallen van wildparkeren zijn vastgesteld in het bosgebied in de buurt van de site van de hippodroom tijdens de opneming van de bestaande feitelijke toestand op het vlak van het parkeren die in het kader van het MER is uitgevoerd, op basis van twee bezoeken op zaterdag 28 november 2020 en woensdag 6 januari 2021;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat met de gekozen variant 1 kan worden voorzien in de totale geraamde parkeerbehoefte, en dat aldus het risico van verschuiving in de vorm van wildparkeren langs of in het bosgebied in de buurt van de site, dat tot verkeersongevallen kan leiden of de goede doorstroming van fietsers en voetgangers kan belemmeren, wordt beperkt; en dit in tegenstelling tot de alternatieven van het behoud van de parking in de huidige configuratie (alternatief 0.1) of de sluiting van de parking (0.2), die onder meer om deze reden niet zijn geselecteerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het bestraffen van wildparkeren niet het voorwerp van het GBP uitmaakt; dat door Leefmilieu Brussel maatregelen zijn genomen om het wildparkeren tegen te gaan, zoals het plaatsen van anti-autopaaltjes langs de wegen die het bosgebied kruisen of eraan grenzen; dat in het MER wordt aanbevolen te zorgen voor beheer/controle van het parkeren in de omgeving van de wegen en parkeerterreinen in de buurt van het project, om de overlast voor de omwonenden te beperken en de stroom wandelaars in goede banen te leiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Stad Brussel vraagt om de optie van het gedeeld gebruik van de bestaande parkings in de omgeving grondiger te onderzoeken om een toename van het parkeren op de site van de hippodroom te voorkomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie het noodzakelijk acht om bij de afgifte van de vergunning voor de inrichting van het gebied rekening te houden met de mogelijkheden voor parkeren en gedeeld gebruik in de omgeving;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat in het kader van het MER een opneming van de bestaande feitelijke toestand op het vlak van het parkeren is uitgevoerd, op basis van twee bezoeken op zaterdag 28 november 2020 en woensdag 6 januari 2021; dat deze opneming betrekking had op het parkeren buiten de openbare weg in de buurt van de site van de hippodroom; dat de parkings van de piste van de voormalige hippodroom en de Graafdreef reeds bestemd zijn voor het onthaal van de gebruikers van de site en van het Zoniënwoud, overeenkomstig het beheersplan van het Zoniënwoud; dat de parkings van het golfterrein, de Sint-Hubertusdreef, de Tweebergenweg en de Berckmansweg door Leefmilieu Brussel zijn gesloten, overeenkomstig het beheersplan van het Zoniënwoud, met als doel de rust te bewaren die nodig is voor het behoud van de biodiversiteit van het Natura 2000-gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de parking van de tennisclub een capaciteit heeft van 19 plaatsen voor clubleden, met een vastgestelde verzadigingsgraad van 63%; dat het gedeeld gebruik van deze parking het niet mogelijk maakt te voldoen aan de totale parkeerbehoefte, die op 470 plaatsen wordt geraamd, en aan de behoefte aan 230 extra plaatsen ten opzichte van de 240 plaatsen op de reeds bestaande parking op de site van de hippodroom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er geen openbare parking in de omgeving is en dat de dichtstbijzijnde openbare parking zich bevindt zich op de Waterloosesteenweg in Ukkel; dat er geen andere particuliere parkeerzones zijn met een gelijkwaardige of voldoende capaciteit om een redelijk alternatief te vormen voor de geplande parking, zoals opgemerkt in de analyse in het MER van redelijke alternatieven voor de lokalisatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bovendien bij het onderzoek van de vergunningsaanvragen voor de herinrichting van de parking de mogelijkheden moeten worden onderzocht om gedeeld gebruik te maken van verderop gelegen parkings (met een verschuiving naar het openbaar vervoer) voor de organisatie van evenementen die naar alle waarschijnlijkheid een talrijker publiek zullen trekken; dat er reeds sprake is van gedeeld gebruik van bestaande parkings in de omgeving, ook al is hun capaciteit beperkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten het belangrijk vinden dat er op de site parkeergelegenheid komt voor de wandelaars en de gebruikers van het golfterrein, zodat de wandelaars in het woud kunnen gaan wandelen en hun materiaal kunnen meenemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reclamanten vragen dat de toegang tot het woud per auto wordt voorbehouden aan personen met mobiliteitsproblemen, personen die niet in staat zijn op een veilige manier gebruik te maken van de Terhulpensesteenweg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reclamanten vragen dat de parking voor iedereen en in het bijzonder voor gebruikers van het woud wordt opengesteld, en niet alleen voor gebruikers van de site van de hippodroom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reclamanten vraagtekens zetten bij de verhoging van de capaciteit van de parking en zich afvragen of die overeenkomt met een continu of een incidenteel gebruik; dat reclamanten kritiek hebben op het gebrek aan informatie over de aard van het gebruik van de parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reclamanten erop wijzen dat in het MER de behoefte aan parkeerplaatsen bij de ingang van het Zoniënwoud op 50 en niet op 530 wordt geraamd; dat in deze enkele dwingende behoefte in casu reeds is voorzien door de feitelijke parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reclamanten beweren dat de vraag naar parkeerplaatsen verband houdt met de (soms private) avondactiviteiten op de site van de hippodroom, die geen verband houden met het woud; dat deze vraag de uitbreiding van de parking ten nadele van het woud niet kan rechtvaardigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reclamanten erop wijzen dat de parkeerbehoefte is berekend voor dagen waarop de site en het Zoniënwoud uitzonderlijk druk bezocht zouden worden, dat wil zeggen dagen met zeer grote bezoekersaantallen van het woud, in combinatie met grote evenementen die door de particuliere partner van de site worden georganiseerd (verzoek om 500 plaatsen); dat deze zeldzame gevallen de omvang van een parking die het hele jaar door beschikbaar is, niet kunnen rechtvaardigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers vragen dat in het MER nader wordt ingegaan op de parkeerbehoeften en de uitbreiding daarvan naargelang de functies van de site, het aantal bezoekers, de betrokken uren van de dag, de toegangspunten tot de site, de mogelijke verplaatsingswijzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers het MER verwijten niet in te gaan op de mogelijkheid de parking te gebruiken als alternatieve parking voor welke gebruiker dan ook;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering stelt dat in het MER de alternatieven voor het project zijn bepaald op basis van een schatting van de parkeerbehoefte op de site; dat de verzamelde gegevens daarvoor voldoende nauwkeurig zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er eveneens rekening moet worden gehouden met de recente ontwikkelingen met betrekking tot het aandeel van de auto in de modale verschuiving, dat is gedaald naar 27% (Brussel Mobiliteit 2023, \"EOnderzoek Verplaatsingsgedrag 6 - Brussels Hoofdstedelijk Gewest (2023) - samenvatting\", p.5), terwijl dit aandeel nog 32% bedroeg bij de goedkeuring van het GPDO ; dat, gezien de gekozen variant, die een capaciteit voorziet die lager is dan de geïdentificeerde behoeften, deze evolutie alleen maar gunstig kan zijn, aangezien ze bijdraagt aan het verminderen van het risico op parkeeroverlast op de openbare weg, onverminderd de ad-hocmaatregelen die daarvoor moeten worden genomen ;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de parkeerbehoefte voor bezoekers van het Zoniënwoud wordt geraamd op gemiddeld 50 gelijktijdige plaatsen, rekening houdend met een modaal aandeel van 50 % voor de auto; dat deze theoretische raming gebaseerd is op een studie van de geraamde recreatieve bezoekersaantallen van het Zoniënwoud; dat de parkeerbehoefte die bij de opneming van de bestaande situatie is vastgesteld, echter groter is, temeer daar in de omgeving van de site recent verscheidene parkeerterreinen zijn gesloten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de parkeerbehoefte voor de activiteiten die zullen plaatsvinden op de in herontwikkeling zijnde site van de, wordt geraamd op 419 plaatsen, zodat het project voor de herontwikkeling van de site in normale exploitatie zelfvoorzienend kan zijn wat betreft het parkeren tijdens periodes van hoge bezoekersaantallen; dat bij een aangepaste werking, in het kader waarvan de site 1.500 tot 4.500 personen ter plaatse kan ontvangen, de parkeerbehoefte 1.000 plaatsen benadert of overschrijdt; dat het om een uitzonderlijke exploitatie gaat ; dat deze raming is gemaakt op basis van de milieueffectenstudie van het Drohme-project, in het kader van de bijhorende vergunningsaanvragen en van de bezoekersaantallen in verband met de geplande activiteiten, rekening houdend met de laatste wijzigingen van het project;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de totale parkeerbehoefte wordt geraamd op 470 plaatsen; dat eraan moet worden herinnerd dat de parkeerbehoefte fluctueert en met name afhangt van de weersomstandigheden, de beschouwde periode (week of weekend, schoolvakantieperiode of niet) en de activiteiten die zullen worden georganiseerd op de site van de hippodroom, die momenteel wordt heraangelegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er in de huidige situatie weliswaar 150 plaatsen beschikbaar zijn op de openbare weg, aan beide zijden van de Renbaanlaan die de parking P1 doorkruist; dat deze plaatsen echter onvoldoende zijn gezien de geïdentificeerde behoeften tijdens de normale werking van de site (inclusief hoge bezoekersaantallen) en buiten gevallen van uitzonderlijke drukte, waarvoor beheersmaatregelen vereist zijn die door dit besluit worden geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, na een analyse van de milieueffecten van het project en de alternatieven, is gekozen voor variant 1, die erin bestaat de parking op de huidige locatie opnieuw in te richten om 288 tot 360 parkeerplaatsen aan te leggen, zonder dat het bosgebied wordt verkleind; dat deze variant het mogelijk maakt de doelstellingen van het beheersplan en het structuurplan voor het Zoniënwoud op het gebied van de toegankelijkheid voor het publiek te verwezenlijken, en tegelijkertijd te voldoen aan de doelstellingen van het GPDO en het gewestelijke mobiliteitsplan GoodMove op het gebied van de modal shift, het parkeren buiten de openbare weg en de parkeertarieven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat alternatief 0.2, gericht op het sluiten van de parking om de aanleg van het bosgebied mogelijk te maken, een grotere modal shift en een verschuiving naar parkeren langs de openbare weg, of zelfs wildparkeren, zou inhouden; dat alternatief 0.2 ook niet is gekozen als redelijkerwijs denkbaar alternatief, omdat daarmee niet kan worden voldaan aan de doelstellingen van het beheersplan voor het Zoniënwoud en het structuurplan voor het Zoniënwoud met betrekking tot de ontvangst van het publiek, noch aan de parkeerbehoefte door middel van een aan de ingang van het Zoniënwoud aangelegde parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de grondinname van het nieuwe gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten is vastgesteld op basis van variant 1; dat met de huidige gedeeltelijke wijziging van het GBP het nieuwe gebied voor voorzieningen wordt bestemd als openluchtparking voor de gebruikers van het gebied voor voorzieningen, het gebied voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht en het aangrenzende bosgebied; dat de exacte capaciteit van de parking zal worden onderzocht en vastgesteld in het kader van de vergunningsaanvragen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de parking betalend zal zijn; dat in het MER wordt aanbevolen om ervoor te zorgen dat de tarieven/beheersmethode voor het parkeren van een wagen op de parking financieel aantrekkelijk blijven, zodat de parking wordt gebruikt door gebruikers van het Zoniënwoud en van het Drohme-project, en om ervoor te zorgen dat de toegepaste tarieven/beheersmethoden voor de bezetting van de parking gebaseerd zijn op die van een van de in het Gewestelijk Parkeerbeleidsplan omschreven parkeerzones, teneinde een harmonisering van de parkeertarieven te waarborgen, en om ervoor te zorgen dat de geldende tarieven/beheersmethoden binnen de parking om er een wagen te parkeren, het gebruik van de auto ontraden en dat de tarieven tegelijk betaalbaar blijven om de toegankelijkheid voor zo veel mogelijk mensen te verzekeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de tarifering van dien aard moet zijn dat wordt vermeden dat de parking wordt gebruikt als alternatieve/ontradende parking, teneinde een harmonisering te verzekeren van de parkeertarieven overeenkomstig de in het gewestelijke parkeerbeleidsplan vastgestelde parkeerzones;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers vraagtekens zetten bij het soort parkeerplaatsen dat is gepland, voor bussen, auto's, fietsen, enz.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Ukkel en sommige eisers het MER bekritiseren omdat het geen rekening houdt met een dienst naar de site met schoolbussen of met gecharterde autocars, die noodzakelijk en gebruikelijk zullen blijken tijdens grote evenementen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers van mening zijn dat via een verplaatsingsplan voor evenementen alle alternatieven voor de auto om de site te bereiken moeten worden bestudeerd, georganiseerd en aangemoedigd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de grondinname van het nieuwe gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten is vastgesteld op basis van variant 1, die de herinrichting van de parking mogelijk maakt om te voorzien in de totale geraamde parkeerbehoefte voor de site, zowel voor de gebruikers van het Zoniënwoud als voor de gebruikers van de site van de hippodroom bij een normale werking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de precieze capaciteit van de parking, het aantal en de soorten plaatsen, zal worden onderzocht en vastgesteld in het kader van de vergunningsaanvragen, in overeenstemming met de nieuwe bepaling 8.5; dat hetzelfde geldt voor de invoering van maatregelen inzake de inrichting en het beheer van de mobiliteit en het parkeren die de toepassing van het STOP-principe bevorderen en voorrang geven aan de bereikbaarheid te voet, per fiets en met het openbaar vervoer, die niet onder de mate van gedetailleerdheid van het plan vallen; dat afhankelijk van het aantal personen dat bij een aangepaste werking op de site wordt verwacht, een verplaatsingsplan voor de activiteiten zal moeten worden opgesteld, zoals reeds het geval is bij de milieuvergunningen die voor de site zijn afgeven ;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, eveneens met toepassing van de nieuwe bepaling 8.5 rekening moet worden gehouden met de aanbevelingen in het MER om te voorzien in verschillende beveiligingsmiddelen (camera's, slagbomen, enz.), om de toegang tot de site, de rijzones, de verkeersrichtingen, de snelheidsbeperkingen, de parkeerplaatsen duidelijk aan te geven, om te voorzien in duidelijk herkenbare voetgangersstroken (door middel van wegmarkeringen, enz.), die eventueel gescheiden zijn van de andere wegen; dat de exacte inhoud van deze elementen echter niet onder de graad van gedetailleerdheid van het plan valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie zich verzet tegen de gedeeltelijke wijziging van het plan om extra parkeerplaatsen te creëren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij vraagt om te investeren in hoogwaardige fietsenstallingen, ambitieuze maatregelen voor gedragsverandering (bewustmaking en promotie van alternatieven voor de auto) en om te voorzien in tariefmaatregelen voor de parkeerplaatsen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering aangeeft dat de aanleg van extra parkeerplaatsen ten opzichte van de 240 plaatsen op de bestaande parking op de site van de hippodroom noodzakelijk is om tegemoet te komen aan de totale parkeerbehoefte van de site, die op 470 plaatsen wordt geraamd, en dus om de site in staat te stellen haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud te vervullen overeenkomstig de doelstellingen van het GPDO en het beheersplan van het Zoniënwoud met betrekking tot de opvang van het publiek; dat ze eraan herinnert dat het project tot doel had 428 tot 535 parkeerplaatsen te ontwikkelen binnen de oorspronkelijk geplande wijzigingsperimeter; dat de gekozen variant 1 erin bestaat 288 tot 360 plaatsen opnieuw aan te leggen binnen de huidige grondinname van de in de praktijk bestaande parking, zonder het bosgebied aan te tasten; dat de capaciteit van de gekozen variant 110 plaatsen minder bedraagt dan de geraamde totale parkeerbehoefte, wat een ambitieuzere modal shift impliceert, gezien de goede openbaarvervoerverbindingen naar de site en de bestaande en geplande fiets-voetgangersfaciliteiten; dat de modal shift ook zal worden aangemoedigd door de maatregelen inzake het beheer en de tarifering van het parkeren op de parking; dat in tegenstelling tot het alternatief waarbij de bestaande parking met 240 plaatsen wordt gehandhaafd (alternatief 0.1), variant 1 het mogelijk maakt een parking aan te bieden met voldoende capaciteit zodat de site van de hippodroom haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud kan vervullen, terwijl het risico van een verschuiving naar parkeren langs de openbare weg en wildparkeren wordt beperkt; dat variant 1 dus in overeenstemming is met de doelstellingen van het gewestelijke mobiliteitsplan GoodMove en het gewestelijke parkeerbeleidsplan, wat de modal shift, het aanbod van parkeerplaatsen buiten de openbare weg en de tarifering voor het parkeren betreft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat eraan moet worden herinnerd dat alternatief 0.2, gericht op het sluiten van de parking om de aanleg van het bosgebied mogelijk te maken, een grotere modal shift en een verschuiving naar parkeren langs de openbare weg, of zelfs wildparkeren, zou inhouden; dat alternatief 0.2 ook niet is gekozen als redelijkerwijs denkbaar alternatief, omdat daarmee niet kan worden voldaan aan de doelstellingen van het beheersplan voor het Zoniënwoud en het structuurplan voor het Zoniënwoud met betrekking tot de ontvangst van het publiek, noch aan de parkeerbehoefte door middel van een aan de ingang van het Zoniënwoud aangelegde parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er op de site van de hippodroom reeds is voorzien in de inrichting van fietsparkeerplaatsen; dat die inrichting niet binnen de mate van gedetailleerdheid van het GBP valt, maar zal worden overwogen en vastgesteld als onderdeel van de vergunningsaanvragen voor de herinrichting van de parking; dat bij de bepaling van de marge voor alternatief 1 rekening is gehouden met de ruimte die voor fietsparkeerplaatsen moet worden gereserveerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de invoering van ambitieuze maatregelen inzake gedragsverandering (bewustmaking en promotie van alternatieven voor de auto) niet onder het toepassingsgebied van het GBP valt; dat, in overeenstemming met de nieuwe bepaling 8.5 de uitvoering van maatregelen inzake inrichting en beheer van de mobiliteit en het parkeren die de toepassing van het STOP-principe bevorderen en voorrang geven aan de bereikbaarheid te voet, per fiets en met het openbaar vervoer, waarvan de exacte inhoud niet onder de mate van gedetailleerdheid van het plan valt, zal worden onderzocht en vastgesteld in het kader van de vergunningsaanvragen betreffende de heraanleg van de parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de parking betalend zal zijn; dat het MER ter zake aanbevelingen doet waarmee bij het beheer van het parkeren op de parking rekening moet worden gehouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers vragen om de aanleg van meer kwaliteitsvolle en veilige fietsparkeerplaatsen, waarbij het fietsframe kan worden vastgemaakt, zonder dat de bodem evenwel wordt verhard; overdekte fietsparkeerplaatsen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering stelt dat in het MER wordt bepaald dat er fietsparkeerplaatsen zullen worden aangelegd op de site, op de parking van de piste van de voormalige hippodroom en op de parking in de Graafdreef; dat de grondinname van het nieuwe gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten op basis van variant 1 zo is bepaald dat de herinrichting van 288 tot 360 parkeerplaatsen in het gebied mogelijk is, rekening houdend met de voor fietsparkeerplaatsen te reserveren gebieden; dat de ontwikkeling van de fietsparkeerplaatsen (aantal, type, locatie, enz.) niet onder de graad van gedetailleerdheid van het GBP valt; dat dit zal worden onderzocht en bepaald in het stadium van de vergunningsaanvragen met betrekking tot de heraanleg van de parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers de raad voor het leefmilieu er voorstander van zijn te voorzien in parkeerplaatsen voor PBM en een zekere parkeermogelijkheid voor het publiek in het algemeen, nuttig voor bijvoorbeeld gezinnen met kleine kinderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering stelt dat het aanbieden van PBM-plaatsen niet binnen de werkingssfeer van het GBP valt; dat dit zal worden bekeken en bepaald in het kader van vergunningsaanvragen met betrekking tot de heraanleg van de parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige eisers vragen dat de parking een betaalparking zou zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers vragen dat het parkeertarief van de parking redelijk en niet afschrikkend zou zijn, om de gebruikers van het woud toe te laten er meerdere uren van te genieten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers vragen om een denkoefening over het beheer van de capaciteit van de parking om onder meer automobilisten te ontmoedigen die er een plaats proberen te vinden wanneer de parking al vol is (bijvoorbeeld een signalisatiebord dat het aantal beschikbare plaatsen weergeeft);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers verzoeken dat de onderhouds- en beheerskosten van de parking worden gedeeld, zodat zij niet alleen op het publiek en dus op de belastingbetaler drukken; dat de inkomsten uit betaald parkeren worden besteed aan het goede onderhoud van de parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige eisers bezwaar maken tegen de aanleg van een dure nieuwe parking voor gebruikers van het golfterrein op de site van de hippodroom, temeer daar in de omgeving reeds andere parkings bestaan, zoals de parking naast het voormalige ziekenhuis César De Paepe;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering aangeeft dat de parking betalend zal zijn; dat de wijze van beheer van de parking, de tarifering van het gebruik ervan en de signalisatie niet onder het toepassingsgebied van het GBP vallen en zullen worden onderzocht en bepaald in het kader van de vergunningsaanvragen, als regulerend instrument op het gebied van mobiliteit; dat ze eraan herinnert dat het MER aanbevelingen doet betreffende het beheer en de controle van het parkeren op de parking en in de omgeving ervan; 6.7.5. Effecten op het vlak van fauna en flora Overwegende dat reclamanten erop wijzen dat het Brusselse Gewest het afgelopen decennium 10% aan groene ruimte heeft verloren; dat zij kritiek hebben op de reikwijdte van de effectbeoordeling van de projecten waarbij de groene ruimten worden ingeperkt, met name omdat deze geen rekening houdt met het cumulatieve effect van deze projecten op het niveau van het Gewest;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reclamanten kritiek hebben op de beoordeling in het MER van de effecten van het project voor het Zoniënwoud, aangezien de milieueffecten van een amputatie van het bosgebied van de hippodroom niet afzonderlijk mogen worden geanalyseerd en geminimaliseerd ten opzichte van de totale oppervlakte van het woud, maar in plaats daarvan moeten worden beoordeeld op het niveau van de specifieke bestudeerde site en moeten worden geanalyseerd samen met de andere projecten die het woud aantasten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reclamanten kritiek hebben op het ontbreken van een effectbeoordeling van het project en het precedent dat het schept voor het woud en het behoud ervan; dat zij kritiek uiten op het ontbreken van een studie van de impact van het project op het milieu en de biodiversiteit, en op het ontbreken van metingen van de aanwezigheid van soorten op de site; dat zij verzoeken om een volledige inventaris van de fauna en flora van de site;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering stelt dat in het MER de milieueffecten van het project en de alternatieven zijn onderzocht, met name wat betreft de gevolgen voor flora en fauna; dat in dit verband is gewezen op de verbanden tussen de voorliggende wijziging van het GBP en de andere plannen en programma's die relevant zijn voor de perimeter; dat eraan moet worden herinnerd dat het doel van het MER is de milieueffecten van de op planologisch niveau bestudeerde gedeeltelijke wijziging van het GBP te analyseren, en niet de effecten van een project;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een passende beoordeling van de gevolgen van het project voor het Natura 2000-gebied BE1000001 \"Zoniënwoud met bosrand, aangrenzende bosgebieden en Woluwevallei\" ook is uitgevoerd met betrekking tot de instandhoudingsdoelstellingen ervan; dat in dit kader rekening is gehouden met de habitats en soorten van communautair of gewestelijk belang die in het gebied en in de omgeving van het project zijn aangewezen in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 april 2016 tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied BE1000001;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in dit verband bezoeken ter plaatse zijn afgelegd; dat is geconstateerd dat het gebied sterk is beïnvloed door menselijke activiteiten in de bestaande feitelijke toestand; dat het gebied hoofdzakelijk een met aarde en grind bedekte ruimte is met een geasfalteerd gedeelte dat thans als parking wordt gebruikt; dat de verdichting van de bodem en het regelmatige passeren van voertuigen verhinderen dat er zich spontane vegetatie ontwikkelt; dat er derhalve weinig vegetatie is; dat in het noordwesten van de site een door Japanse duizendknoop overwoekerde zone aanwezig is; dat alleen het zuidwestelijke uiteinde van de site bebost is; dat het biologische belang van de site hoofdzakelijk beperkt is tot dit beboste gebied en tot de opmerkelijke bomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het duidelijk is dat alternatief 0.2, gericht op het sluiten van de parking om de aanleg van het bosgebied en de heraanleg van een groene ruimte mogelijk te maken, een waarschijnlijke toename van de biodiversiteit zou inhouden doordat een spontane herkolonisatie door planten mogelijk wordt; dat een dergelijke herkolonisatie in de hand zou worden gewerkt door ingrepen om de inklinking van de bodem te verhelpen; dat dit alternatief echter niet is gekozen als redelijkerwijs denkbaar alternatief, omdat daarmee niet kan worden voldaan aan de doelstellingen van het beheersplan voor het Zoniënwoud en het structuurplan voor het Zoniënwoud met betrekking tot de ontvangst van het publiek, noch aan de parkeerbehoefte door middel van een aan de ingang van het Zoniënwoud aangelegde parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering de door het MER aanbevolen variant 1 heeft geselecteerd, die erin bestaat de parking opnieuw aan te leggen op de huidige grondinname, zonder dat er sprake is van ontbossing; dat in het MER ook maatregelen worden aanbevolen om de bestaande opmerkelijke bomen op de grondoppervlakte van de parking te beschermen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit tot op heden de enige wijziging van het GBP in die zin is; dat deze wijziging bovendien gepaard gaat met een uitbreiding van het bosgebied; dat het gebied dat wordt omgevormd tot een gebied voor voorzieningen, geen bijzondere ecologische kwaliteit heeft en bestemd is voor een parking die niet alleen het behoud van de zeldzame bomen van belang mogelijk maakt, maar ook de herinrichting van het gebied door nieuwe aanplantingen en het herstel van een bosrand; dat het project gericht is op de concentratie van de ontvangst van het publiek en de recreatieve activiteiten aan de rand van het woud, teneinde de rijkste kern ervan in termen van biodiversiteit te beschermen; dat zelfs indien de beweerde cumulatieve effecten bewezen zouden zijn, quod non, en onvoldoende gecompenseerd zouden worden door het nieuwe bosgebied, de site in ieder geval bedoeld is om te beantwoorden aan elders beschreven behoeften van gewestelijk belang en die de reconversie van het betrokken bosgebied rechtvaardigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten erop wijzen dat het woud een essentiële rol speelt voor het behoud en de verbetering van de biodiversiteit en de burgers een grote ruimte van rust, ademruimte en ontspanning biedt; dat zij van mening zijn dat het project de biologische omstandigheden van de meer centrale delen van het woud niet zal verbeteren; dat zij zich derhalve verzetten tegen het project, dat het woud aantast; dat zij hoe dan ook gekant zijn tegen grote werkzaamheden die de groene ruimten wijzigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reclamanten bezorgd zijn over de overexploitatie van het Zoniënwoud, de vervuiling, de aantasting van de vegetatie, de organisatie van evenementen met geluidsoverlast, enz.; dat zij erop wijzen dat het woud al de invloed ondervindt van de hogere bezoekersaantallen sinds de gezondheidscrisis, door de daaraan verbonden problemen van co-existentie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering stelt dat in het MER de gevolgen van het project en de alternatieven voor de biologische diversiteit, fauna en flora zijn onderzocht; dat zij vaststelt dat de gekozen variant 1 geen schade toebrengt aan een bebost deel van het Zoniënwoud of aan het groene netwerk waarin het GPDO voorziet; dat deze variant geen nettoverlies aan biodiversiteit met zich meebrengt en het Natuurplan respecteert; dat de bestaande BAF+-coëfficiënt op 0,4 wordt gehandhaafd; dat hij een minder grote vermindering van de bestaande non aedificandi-zone rond de bossen en wouden impliceert dan het project; dat de herinrichting van de geplande parking het ook mogelijk maakt de opmerkelijke bomen te beschermen, aanplantingen te verwezenlijken die gunstig zijn voor de fauna en flora, opnieuw een bosrand tot stand te brengen en het parkeren in het Natura 2000-gebied te verbieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de heraanleg van de parking de site van de hippodroom ook in staat zal stellen haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud te vervullen en aldus de doelstellingen van het GPDO en het beheersplan van het Zoniënwoud te verwezenlijken wat betreft de ontvangst van het publiek, om begeleiding van afnemende intensiteit vanuit deze toegangspoort te waarborgen; dat deze toegangspoort tot doel heeft het recreatieve aanbod aan de rand van het Zoniënwoud te optimaliseren en tegelijk de ecologische kern en structuur ervan te vrijwaren; dat deze toegangspoort ook de toegankelijkheid van het woud waarborgt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat eraan herinnerd moet worden dat het gebied momenteel, en reeds langer dan een eeuw, als parking wordt gebruikt en dat bij de herinrichting geen bomen zullen worden gekapt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten en de raad voor het leefmilieu kritiek hebben op het ontbreken van gegevens over de fytosanitaire staat van de bomen op de twee percelen die door de wijziging van het GBP worden getroffen, hoewel de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI) om veiligheidsredenen inventarisaties heeft verricht; dat zij van mening zijn dat deze gegevens bijzonder interessant zouden zijn voor de beoordeling van de relevantie van de inrichtingen en de grenzen van het voor de parking bestemde gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reclamanten erop wijzen dat in het MER twee opmerkelijke bomen binnen de perimeter van het project worden genoemd en dat hun gezondheidstoestand wordt gespecificeerd; dat zij verzoeken om een dergelijke analyse ook uit te voeren voor de andere bomen in het beboste gebied dat aan deze parking grenst, teneinde de trapsgewijze bosrand te ontwikkelen op basis van de bestaande en te behouden grote bomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reclamanten bezwaar maken tegen de kap van bomen, vooral dan van opmerkelijke bomen, tegen de uitvoering van werkzaamheden die bestaande bomen en hun wortelstelsel zullen aantasten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reclamanten kritiek hebben op het gebrek aan beoordeling van de gevolgen van het kappen van bomen in termen van ecosysteemeffecten (klimaatregeling, bestrijding van verontreiniging, bestrijding van overstromingen, enz.);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reclamanten opmerken dat in het MER wordt aanbevolen geen extra bomen te kappen, terwijl het project daar wel in voorziet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering stelt dat in het MER en de passende beoordeling een inventarisatie is gemaakt van de bestaande situatie; dat in dit verband is gewezen op de aanwezigheid van bestaande opmerkelijke bomen in het parkinggebied en in de buurt van het compensatiegebied; dat tevens is gewezen op de aanwezigheid van vegetatie in de omgeving van de parking, de aanwezigheid van invasieve soorten en het beboste karakter van het westelijke deel van de voorgestelde wijzigingsperimeter;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, in tegenstelling tot het oorspronkelijke project, variant 1 geen schade toebrengt aan het beboste gedeelte van het Zoniënwoud, en dat er geen bomen worden gekapt in het westelijke deel van het projectgebied; dat de grondinname van het nieuwe gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten zich niet uitstrekt over het bosgebied; dat een fytosanitaire studie van de bomen alleen vereist is in geval van het kappen van bomen, waarin het project niet voorziet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het MER voorts wordt aanbevolen ervoor te zorgen dat de geplande ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de opmerkelijke bomen en hun wortelstelsel; dat in het MER ook wordt aanbevolen rekening te houden met de aanbevelingen van de passende beoordeling van de effecten op het Natura 2000-gebied, die onder meer inhouden dat de bodem onder de kruinen van de bomen in de bosrand en binnen 3 m van hun stammen niet wordt afgedicht, dat strooizout wordt verboden en dat moet worden gekozen voor alternatieven, dat er aanplantingen moeten komen ter hoogte van de overgang tussen het woud en de parking om de structuur en de samenstelling van de rand te verbeteren en een heestergordel onder het bladerdak van het bos te ontwikkelen, afhankelijk van de beschikbare ruimte;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze aanbevelingen van het MER echter niet binnen de werkingssfeer van het GBP vallen; dat er rekening mee zal worden gehouden in het stadium van de vergunningsaanvragen en de uitvoering ervan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten erop wijzen dat de feitelijke parking is gelegen aan de rand van het Zoniënwoud op een voormalig graslandgebied, waar een kwaliteitsvolle rand zou kunnen worden aangelegd en de ecotonen van het woud zouden kunnen worden versterkt; dat reclamanten vragen om het verdwenen graslandgebied te herstellen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat Brussel-Stad vraagt om de aanleg van een kwaliteitsvolle bosrand; dat reclamanten vraagtekens zetten bij het soort beoogde beplanting; dat zij kritiek hebben op de in de verzachtende maatregelen voorziene trapsgewijze rand, omdat deze beperkt van omvang is, dat een kwaliteitsvolle rand bestaat uit drie afzonderlijke zones van voldoende omvang, wat hier niet het geval zal zijn, dat het twijfelachtig is of deze rand kwaliteitsvol is wanneer hij wordt aangelegd rond de randen van een parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie het noodzakelijk acht om bij de afgifte van de vergunning voor de inrichting van het gebied maatregelen met betrekking tot de rand van het woud op te nemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering stelt dat in de passende beoordeling van de gevolgen van het project voor het Natura 2000-gebied wordt aanbevolen om aanplantingen tot stand te brengen ter hoogte van de overgang tussen het woud en de parking om de structuur en de samenstelling van de rand te verbeteren, teneinde op basis van de beschikbare ruimte een heestergordel onder het bladerdak van het bos te ontwikkelen; dat momenteel de bodemverdichting en het regelmatig passeren van voertuigen de ontwikkeling van spontane vegetatie verhinderen; dat om dit probleem op te lossen wordt aanbevolen: - de begrenzingen van de rand fysiek af te bakenen met behulp van boomstammen, ganivelles of andere materialen om elk verkeer van voertuigen te voorkomen; - De grond tot een diepte van 10 cm te bewerken met een hulpmiddel van het type freesploeg of wieder op plaatsen waar de grond is samengeperst, om hem losser te maken en de ontwikkeling van inheemse spontane vegetatie mogelijk te maken.D dat het niet-lineaire karakter van de rand behouden blijft; dat de vegetatie niet gesnoeid wordt; dat gestreefd wordt naar een randvegetatie van het type 'levende haag'; dat deze ontwikkeling ook zal bijdragen tot het beperken van de verlichting van koplampen van auto's in de SBZ tijdens het groeiseizoen; dat daartoe struiken en heesters aan de bosrand op een minimumhoogte van 1,5 m moeten worden gehouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de beschikbare ruimte ter hoogte van de grondinname van de bestaande feitelijke parking niet toelaat een rand te ontwikkelen die uit drie afzonderlijke zones bestaat; dat de heraanleg van de parking op de huidige grondinname noodzakelijk is om de site van de renbaan haar rol als toegangspoort tot het Zoniënwoud te laten spelen overeenkomstig de doelstellingen van het GPDO en het beheersplan van het Zoniënwoud met betrekking tot de ontvangst van het publiek; dat in de passende effectstudie wordt opgemerkt dat de overgang tussen het woud en de parking momenteel abrupt is en niet over een zoom beschikt, maar alleen over een mantel (bestaande uit een klein aantal pionierssoorten); dat in de studie wordt gespecificeerd dat de aanwezigheid van - zelfs een kleine - heesterzoom onder de bosmantel het mogelijk maakt nieuwe organismen te huisvesten en de structuur van het woud te verbeteren ten opzichte van de bestaande situatie; dat derhalve wordt aanbevolen een heesterzoom aan te leggen op de beschikbare ruimte in het parkinggebied; dat de capaciteit van variant 1 is geraamd op 288 en 360 plaatsen om rekening te houden met de ruimte die nodig is voor de aanleg van de aanbevolen rand op de grondinname van het parkinggebied; dat de breedte van de aanbevolen rand zal worden onderzocht en vastgesteld in het kader van de vergunningsaanvragen voor de heraanleg van de parking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hiertoe dit besluit een nieuwe bepaling 8.5 bevat die de door de aanbevelingen van het MER nagestreefde doelstellingen vertaalt in reglementaire termen en de inrichting van de parking in dit opzicht verplicht: het creëren van een kwalitatieve randzone op ecologisch, biologisch en milieuvlak;</p></div>", "next": 239050}