{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">sluiten4 tot vervanging van het Waalse Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, wordt artikel D.IV.35 van hetzelfde Wetboek vervangen als volgt: \"Art. D.IV.42. § 1. Wanneer de bevoegde overheid het gemeentecollege of de gemachtigde ambtenaar is overeenkomstig artikel D.IV.22 of wanneer de aanvraag betrekking heeft op een kleine wijziging van een door de Regering overeenkomstig artikel D.IV.25 verleende vergunning kan de aanvrager op eigen initiatief of op verzoek van de bevoegde overheid het gemeentecollege en de gemachtigde ambtenaar in kennis stellen van zijn beslissing om wijzigingsplannen of een aanvulling op de effectbeoordeling of effectenonderzoek in te dienen, bij brief die uiterlijk tien dagen vóór het verstrijken van de termijn waarbinnen de bevoegde overheid haar beslissing moet verzenden, wordt verzonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op eigen initiatief of op verzoek van de gemachtigde ambtenaar of de Regering kan de aanvrager de gemachtigde ambtenaar, wanneer deze de voor de behandeling van de vergunningsaanvragen als bedoeld in artikel D.II.54, D.IV.25 en D.V.16 de verantwoordelijke overheid is, in kennis stellen van zijn beslissing om wijzigingsplannen of een aanvulling op de effectbeoordeling of effectenonderzoek in te dienen door toezending per post, uiterlijk tien dagen vóór het verstrijken van de termijn waarbinnen de gemachtigde ambtenaar het onderzochte dossier aan de Regering toezendt. Hij informeert tegelijkertijd het gemeentecollege. § 2. Het besluit van de aanvrager om wijzigingsplannen of een aanvulling op de effectbeoordeling of effectenonderzoek in te dienen, heeft tot gevolg dat de termijnen voor de behandeling van de aanvraag worden onderbroken totdat ze zijn ingediend, en gedurende maximaal 180 dagen. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijzigingsplannen en het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting kunnen worden onderworpen aan nieuwe bekendmakingmaatregelen via de gemeente en aan het advies van de diensten of commissies die voorheen in de loop van de procedure zijn geraadpleegd. In dit geval wordt de aanvrager daarover geïnformeerd. \"Wanneer bij de wijzigingsplannen een aanvullend effectenonderzoek wordt gevoegd, worden ze via de gemeente onderworpen aan nieuwe bekendmakingmaatregelen en aan het advies van de diensten of commissie die voorheen in de loop van de procedure zijn geraadpleegd. De aanvrager wordt daarover geïnformeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de wijzigingsplannen betrekking hebben op een beschermd of gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek, waarvoor een erfgoedvergunning werd afgeleverd, en een impact hebben op de beschermde of gelijkgestelde delen van dit goed, wordt een nieuwe erfgoedvergunning aangevraagd overeenkomstig artikel D.52 van hetzelfde Wetboek. Wanneer de wijzigingsplannen betrekking hebben op een project dat het voorwerp uitmaakte van een voorafgaand archeologisch advies overeenkomstig artikel D.62, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, wordt een nieuw voorafgaand archeologisch advies aangevraagd overeenkomstig artikel D.63 van hetzelfde Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijzondere bekendmakingmaatregelen en de raadpleging van voornoemde diensten en commissies zijn niet vereist : 1° wanneer de overwogen wijziging voortvloeit uit een voorstel vervat in de bemerkingen of bezwaren geopperd tijdens het openbaar onderzoek of tijdens de periode van de projectaankondiging of daar rechtstreeks mee te maken heeft;2° wanneer de overwogen wijziging slechts een beperkte draagwijdte heeft en het voorwerp of de algemene structuur van het project of diens wezenskenmerken niet aantast. § 4. Indien het gemeentecollege niet de bevoegde overheid is, wordt zijn advies aangevraagd wanneer het verplicht is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het gemeentecollege de bevoegde overheid is, wordt het advies van de gemachtigd ambtenaar aangevraagd wanneer het verplicht is.\". Art. 96.Artikel D.IV.43 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: \"Art. D.IV.43. De indiening tegen ontvangstbewijs of de zending van de wijzigingsplannen en van het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of van het effectenonderzoek maakt het voorwerp uit van de zending van een ontvangstbewijs dat in de plaats treedt van het bewijs bedoeld in artikel D.IV.33. In voorkomend geval is artikel D.IV.33, tweede en derde lid, van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen bedoeld in artikel D.IV.42, § 1, eerste lid, worden de nieuwe beslissingstermijnen bepaald op grond van de wijzigingsplannen en van het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of van het effectenonderzoek overeenkomstig artikel D.IV.46, eerste lid, of artikel D.IV.48, eerste lid.\". Art. 97.In Boek IV, Titel II, hoofdstuk IV, afdeling 3 van hetzelfde Wetboek, wordt na artikel D.IV.43, een artikel D.IV.43/1 ingevoegd luidend als volgt: \"Art. D.IV.43/1. Gewijzigde plannen voor dezelfde aanvraag mogen in eerste instantie slechts één keer worden ingediend bij de bevoegde instantie.\". Art. 98.In artikel D.IV.45, derde lid, van hetzelfde Wetboek wordt punt 5° opgeheven. Art. 99.In artikel D.IV.46, lid 3, van hetzelfde Wetboek wordt het woord \"dertig\" vervangen door het woord \"twintig\". Art. 100.Voor de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van het decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waals Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, worden in artikel D.IV.47 van hetzelfde Wetboek, de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt lid 1 vervangen door hetgeen volgt: \"Indien het gemeentecollege zijn beslissing niet binnen de in de artikelen D.IV.46, D.IV.62, § 3, tweede lid, en § 4, vierde lid, of D.IV.91, derde lid termijnen heeft verzonden en indien hij het advies van de gemachtigd ambtenaar niet heeft aangevraagd of de gemachtigd ambtenaar een advies heeft uitgebracht, wordt de aanvraag bij de gemachtigd ambtenaar aanhangig gemaakt.\"; 2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord \"veertig\" vervangen door het woord \"dertig\";3° paragraaf 2 wordt opgeheven ; 4° in paragraaf 3, worden de woorden \"of D.IV.91, derde lid,\" ingevoegd tussen de woorden \" § 4, vierde lid\" en de woorden \"bedoelde termijn\". Art. 101.Vanaf de inwerkingtreding van het decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waals Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, worden in artikel D.IV.47 van hetzelfde Wetboek, de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt lid 1 vervangen door hetgeen volgt: \"Indien het gemeentecollege zijn beslissing niet binnen de in de artikelen D.IV.46, D.IV.62, § 3, tweede lid, en § 4, vierde lid, of D.IV.91, derde lid termijnen heeft verzonden en indien hij het advies van de gemachtigd ambtenaar niet heeft aangevraagd of de gemachtigd ambtenaar een advies heeft uitgebracht, wordt de aanvraag bij de gemachtigd ambtenaar aanhangig gemaakt.\"; 2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord \"veertig\" vervangen door het woord \"dertig\";3° paragraaf 2 wordt opgeheven ; 4° in paragraaf 3, worden de woorden \"of D.IV.91, derde lid,\" ingevoegd tussen de woorden \" § 4, vierde lid\" en de woorden \"bedoelde termijn\"; 5° er wordt een paragraaf 5 ingevoegd, luidend als volgt: \" § 5.In de in lid 1 bedoelde gevallen, zendt de gemachtigd ambtenaar, op hetzelfde moment dat de beslissing naar de aanvrager wordt gestuurd, een afschrift van zijn beslissing naar de erfgoedadministratie: 1° wanneer de vergunning betrekking heeft op een beschermd of gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek; 2° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van het Waalse Erfgoedwetboek; 3° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.IV.35; 4° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project die het voorwerp heeft uitgemaakt van een zending van de ontvangstbevestiging of de beslissing over de volledigheid van de vergunningsaanvraag naar de erfgoedadministratie krachtens artikel D.67, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-102\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 102</span><span class=\"lf-art-t\">Voor de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waals Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, worden in artikel D.IV.48 van hetzelfde Wetboek, de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, 2°, wordt het woord \"negentig\" vervangen door het woord \"vijfenzeventig\";2° in het eerste lid, 3°, wordt het woord \"honderd dertig\" vervangen door het woord \"honderdvijftien\";3° in lid 3 wordt het woord \"dertig\" vervangen door het woord \"twintig\";4° in lid 3 worden de woorden \"negentig of honderd dertig\" vervangen door de woorden \"vijfenzeventig of honderdvijftien\". Art. 103.Vanaf de inwerkingtreding van het decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waals Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, worden in artikel D.IV.48 van hetzelfde Wetboek, de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, 2°, wordt het woord \"negentig\" vervangen door het woord \"vijfenzeventig\";2° in het eerste lid, 3°, wordt het woord \"honderd dertig\" vervangen door het woord \"honderdvijftien\";3° in het tweede lid wordt het woord \"dertig\" vervangen door het woord \"twintig\";4° tussen de leden 2 en 3 wordt een lid ingevoegd, luidend als volgt: \"Tegelijk met het versturen van zijn beslissing naar de aanvrager en het gemeentecollege, stuurt de gemachtigd ambtenaar een afschrift van zijn beslissing naar de erfgoedadministratie: 1° wanneer de vergunning betrekking heeft op een beschermd of gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek; 2° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van het Waalse Erfgoedwetboek; 3° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.IV.35; 4° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project die het voorwerp heeft uitgemaakt van een zending van de ontvangstbevestiging of de beslissing over de volledigheid van de vergunningsaanvraag naar de erfgoedadministratie krachtens artikel D.67, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek. 5° in lid 3 worden de woorden \"negentig of honderd dertig\" vervangen door de woorden \"vijfenzeventig of honderdvijftien\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-104\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 104</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel D.IV.51 van hetzelfde Wetboek, wordt het tweede lid opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-105\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 105</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel D.IV.54 van hetzelfde besluit worden de leden 2 tot en met 5 opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-106\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 106</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In boek II, titel IV, hoofdstuk VII, afdeling 2, onderafdeling 2, van hetzelfde Wetboek wordt het volgende artikel D.IV.54/1 ingevoegd: \"Art. D.IV.54/1. De stedenbouwkundige lasten zijn bedoeld om de impact van het project op de gemeenschap te compenseren, met inbegrip op de ecosysteemdiensten en op het leefmilieu. De positieve impacten van het project op de gemeenschap, namelijk zijn bijdrage tot het inspelen op een behoefte van algemeen belang, worden in aanmerking genomen om, in voorkomend geval, de negatieve impacten ongedaan te maken Als voor de uitvoering van een project meerdere opeenvolgende bouwvergunningen nodig zijn, worden de stedenbouwkundige lasten opgelegd door de vergunning tijdens het onderzoek waarvan de overheid het bestaan van een resteffect vaststelt.\". Art. 107.In boek II, titel IV, hoofdstuk VII, afdeling 2, onderafdeling 2, van hetzelfde wetboek wordt het artikel D.IV.54/2 ingevoegd, luidend als volgt: « Art. D.IV.54/2. § 1. De lasten bestaan uit handelingen en werken die worden opgelegd aan de aanvrager en hebben betrekking op de aanleg of renovatie van wegen, openbare groengebieden, met inbegrip van natuurlijke ruimten die openstaan voor het publiek, de bouw of renovatie van openbare huisvesting zoals gedefinieerd door het Waalse Wetboek voor Duurzaam Wonen, of openbare of gemeenschappelijke gebouwen of uitrustingen, met inbegrip van ondergrondse leidingen, buizen en diverse kabels, evenals alle maatregelen die gunstig zijn voor het milieu, in het bijzonder het verwijderen van begroeiing van kunstmatige ruimten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien kan de bevoegde overheid, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, de afgifte van de vergunning afhankelijk stellen van een verklaring waarin de aanvrager zich er, zodra de werken zijn aangevat, toe verbindt de eigendom van wegen, openbare ruimtes, bouwwerken of goederen waar dergelijke bouwwerken of voorzieningen opgericht kunnen worden, vrij van alle lasten en kosteloos aan de gemeente of aan het Gewest af te staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde overheid kan de toekenning van de vergunning ook laten afhangen van een verklaring waarbij de aanvrager zich ertoe verbindt om op het ogenblik van de aanvang van de werken aan de gemeente of het Gewest, gratis en vrij van elke last en zonder kosten voor hen, een genotsrecht over te dragen voor een minimumperiode van vijftien jaar op de openbare huisvesting zoals bepaald door het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen. § 2. Veertig procent van het effect op de gemeenschap van het creëren van ten minste dertig nieuwe woningen, voor zover dit niet wordt gecompenseerd door een positief effect in de zin van artikel D.IV.54/1, eerste lid, wordt gecompenseerd door : 1° de bouw of renovatie van openbare woningen zoals gedefinieerd door het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen;2° een verbintenis van de aanvrager, vereist bij het afleveren van de vergunning, om gratis en zonder kosten voor de gemeente woningen van openbaar nut over te dragen zoals gedefinieerd door het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen; 3° een verbintenis van de aanvrager, vereist bij het afleveren van de vergunning, om aan de gemeente, vrij van lasten en zonder kosten voor de gemeente, een genotsrecht over te dragen voor een minimumperiode van vijftien jaar op de huisvesting van openbaar nut zoals bepaald door het Waalse Wetboek voor Duurzaam Wonen.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-108\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 108</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In boek II, titel IV, hoofdstuk VII, afdeling 2, onderafdeling 2, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel D.IV.54/3 ingevoegd, luidend als volgt « Art. D.IV.54/3. § 1. In afwijking van artikel D.IV.54/2 en mits het algemeen belang dat zulks gebiedt naar behoren wordt gemotiveerd, kunnen de stedenbouwkundige lasten geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de betaling van een geldsom die bestemd is voor de uitvoering van handelingen en werken als bedoeld in artikel D.IV.54/2 In dat geval vermeldt de bevoegde overheid in de vergunning de in artikel D.IV.54/2 bedoelde handelingen en werken die geheel of gedeeltelijk door de lasten zullen worden gefinancierd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het niet de bevoegde overheid is, kan het gemeentecollege de bestemming van de stedenbouwkundige last in geld voorstellen in het kader van het voorafgaand advies bedoeld in artikel D.IV.36, tweede lid, of na kennisgeving van het beroep aan de Regering, overeenkomstig artikel D.IV.66, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde overheid kan beslissen om de stedenbouwkundige lasten in geld die via verschillende vergunningen worden opgelegd, toe te wijzen aan de uitvoering van dezelfde handelingen en werken wanneer elk van deze heffingen op zich niet volstaat om de uitvoering ervan volledig te financieren. § 2. De bevoegde overheid bepaalt welke handelingen en werken mogen worden uitgevoerd vóór de lasten. Voordat andere werken worden uitgevoerd, wordt de contante last betaald aan de gemeente die de handelingen en werken gefinancierd door de contante last(en) uitvoert op haar grondgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de vergunning geldelijke lasten oplegt voor het uitvoeren van handelingen en werken op het grondgebied van verschillende gemeenten, worden de lasten tussen de handen van elke gemeente betaald volgens de waarde van de werken die ze op hun grondgebied financieren. § 3. De geldelijke lasten die bedoeld zijn om de impact op de gemeenschap te compenseren die niet wordt gecompenseerd door een positieve impact die voortvloeit uit de creatie van minstens dertig nieuwe woningen, worden gestort in een gemeentelijk of bovengemeentelijk fonds dat bestemd is voor de bouw of renovatie van woningen van openbaar nut, zoals gedefinieerd door het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen. § 4. De handelingen en werken waarvoor de contante last is bestemd, moeten worden uitgevoerd binnen tien jaar na betaling van het bedrag dat de last vormt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij overschrijding van de termijn voor de uitvoering van de handelingen en werken gefinancierd door de stedenbouwkundige lasten, wordt het op dat ogenblik nog niet gebruikte deel van de last terugbetaald aan de vergunninghouder door middel van een overschrijving op een rekening geopend bij een bankinstelling die gemachtigd is om in België actief te zijn.\". Art. 109.In boek II, titel IV, hoofdstuk VII, afdeling 2, onderafdeling 2, van hetzelfde wetboek wordt een artikel D.IV.54/4 ingevoegd, luidend als volgt: « Art. D.IV.54/4. § 1. Behalve wanneer het gaat om compenserende maatregelen in de zin van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, kunnen handelingen en werken die als stedenbouwkundige lasten worden opgelegd, worden toegestaan door middel van een andere vergunning dan die waarbij de last wordt opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dergelijke gevallen eist de bevoegde overheid dat de nodige financiële garanties worden gegeven voor de uitvoering van de stedenbouwkundige last, bepaalt zij welke handelingen en werken voorafgaand aan de last mogen worden uitgevoerd en stelt zij de termijn vast waarbinnen de last moet worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De werkzaamheden waarvoor de vergunning tot oplegging van de last is verleend, mogen pas beginnen nadat de bevoegde overheid heeft vastgesteld dat de financiële garanties zijn verstrekt. § 2. Waarborgen zijn automatisch opeisbaar en worden verworven door de bevoegde overheid ten belope van de waarde van de nog niet uitgevoerde lasten: 1° indien de vergunning met betrekking tot de belaste handelingen en werken niet definitief wordt verleend binnen zesendertig maanden na de afgifte van de vergunning die de last oplegt of;2° als de uit te voeren werken niet volledig voltooid zijn binnen de door de bevoegde overheid bepaalde termijn. Als de bevoegde autoriteit niet het gemeentecollege is, draagt zij het voordeel van de waarborgen aan haar over, overeenkomstig de voorwaarden van artikel D.IV.54/3, § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In voorkomend geval wordt artikel D.IV.54/3, § 4, toegepast.\". Art. 110.In boek II, titel IV, hoofdstuk VII, afdeling 2, onderafdeling 2, van hetzelfde wetboek wordt een artikel D.IV.54/5 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.IV.54/5. De Regering kan de aard van de stedenbouwkundige lasten bepalen, de procedures voor de toepassing van die lasten, een rangorde vaststellen voor de aard van de op te leggen lasten en de criteria vaststellen waarmee de bevoegde overheid rekening moet houden bij het bepalen van het bedrag of de omvang van de stedenbouwkundige last met het oog op de naleving van het evenredigheidsbeginsel.\". Art. 111.Artikel D.IV.58 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: \"Art. D.IV.58. De weigering van een vergunning kan gebaseerd zijn op de huidige herziening van het gewestplan, met inbegrip van het bodembestemmingsplan, op voorwaarde dat de Regering het ontwerp heeft goedgekeurd, of op de vaststelling of herziening van een meergemeentelijk ontwikkelingsplan of een gemeentelijk plan, op voorwaarde dat de bevoegde overheid een beslissing heeft genomen dat de informatie bepaalt die het milieueffectenrapport bevat of dat het ontwerp vrijstelt van een effectbeoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunningsweigering om één van de redenen bedoeld in het eerste en in het tweede lid, vervalt indien het nieuwe plan niet in werking is getreden binnen drie jaar na de beslissing tot opmaak of herziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een weigering van een bouwvergunning op basis van de vaststelling of herziening van een meergemeentelijk of gemeentelijk ontwikkelingsplan vervalt als het plan niet in werking is getreden binnen drie jaar na het besluit van de bevoegde instantie tot vaststelling van de informatie die moet worden opgenomen in het milieueffectrapport of tot vrijstelling van het project van een effectbeoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het oorspronkelijke verzoek wordt, op aanvraag van de verzoeker, onderworpen aan een nieuwe beslissing die, in geval van weigering, niet meer gegrond kan zijn op voormelde reden.\". Art. 112.Vanaf de inwerkingtreding van het decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waalse Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, wordt artikel D.IV.62 van hetzelfde Wetboek vervangen als volgt: 2° in paragraaf 1 wordt het vierde lid aangevuld met een punt 6°, luidend als volgt : \"6° de vergunning of het stedenbouwkundige attest nr.2 voldoende rekening houdt met de grote natuurlijke risico's of geotechnische beperkingen bedoeld in artikel D.IV.57, 3°. \"; 2° in lid 2 van paragraaf 1 wordt \"5° \" vervangen door \"6° \"; 3° paragraaf 3, lid 2, wordt aangevuld met een zin, luidend als volgt: \"Die termijn wordt met veertig dagen verlengd indien bijzondere bekendmakingsmaatregelen uitgevoerd moeten worden of indien adviezen aangevraagd moeten worden.\"; 4° in paragraaf 4, wordt lid 4 aangevuld met een zin, luidend als volgt: \"Die termijn wordt met veertig dagen verlengd indien bijzondere bekendmakingsmaatregelen uitgevoerd moeten worden of indien adviezen aangevraagd moeten worden.\". Art. 113.Vanaf de inwerkingtreding van het decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waals Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, worden in artikel D.IV.62 van hetzelfde Wetboek, de volgende wijzigingen aangebracht : 2° in paragraaf 1 wordt het vierde lid aangevuld met een punt 6°, luidend als volgt : \"6° de vergunning of het stedenbouwkundige attest nr.2 voldoende rekening houdt met de grote natuurlijke risico's of geotechnische beperkingen bedoeld in artikel D.IV.57, 3°. \"; 2° in paragraaf 1, lid 1, wordt er een punt 7° ingevoegd, luidend als volgt: \"7° de vergunning of het stedenbouwkundig attest nr.2 voldoet aan de erfgoedvergunning voor de gevallen bedoeld in artikel D.34 van het Waalse Erfgoedwetboek, het archeologisch advies voor de gevallen bedoeld in artikel D.62 van hetzelfde Wetboek en artikel D.66, § 1, van hetzelfde Wetboek.\"; 3° in lid 2 van paragraaf 1 wordt \"5° \" vervangen door \"7° \"; 4° in paragraaf 3, wordt lid 2 aangevuld met een zin, luidend als volgt: \"Die termijn wordt met veertig dagen verlengd indien bijzondere bekendmakingsmaatregelen uitgevoerd moeten worden of indien adviezen aangevraagd moeten worden.\"; 5° in paragraaf 4, wordt lid 4 aangevuld met een zin, luidend als volgt: \"Die termijn wordt met veertig dagen verlengd indien bijzondere bekendmakingsmaatregelen uitgevoerd moeten worden of indien adviezen aangevraagd moeten worden.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-114\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 114</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.IV.63 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden \"van DGO4\" vervangen door de woorden \"van de Administratie\"; 2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 1° aangevuld met de woorden \"en D.IV.91\" en wordt het woord \"en\" opgeheven; 3° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden \"of § 2\" opgeheven;4° voor de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van het decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waals Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, wordt paragraaf 3 opgeheven;5° vanaf de inwerkingtreding van het decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waals Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt : \" § 3.Het beroep heeft geen betrekking op de inhoud van de erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48, het voorafgaand archeologisch advies bedoeld in artikel D.62 of de beslissing bedoeld in artikel D.67, § 2, van het Waalse Erfgoedwetboek.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-115\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 115</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.IV.66, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek worden de woorden \"door de adviescommissie over de beroepen\" vervangen door de woorden \"in aanwezigheid van de adviescommissie over de beroepen\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-116\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 116</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.IV.68. van hetzelfde Wetboek, wordt de zin \"In voorkomend geval voert de Regering via de gemeente de bijzondere bekendmakingmaatregelen uit en wint ze het advies in van de diensten of commissies, waarvan zij het advies nuttig acht of die niet betrokken werden bij de verplichte raadpleging.\" aangevuld met de woorden \", of raadpleegt zij het gemeentecollege indien dit de auteur is van de bestreden beslissing, met betrekking tot de stedenbouwkundige lasten die het overweegt op te leggen\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-117\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 117</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel D.IV.69 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: \"Art. D.IV.69. § 1. De aanvrager kan bij het bij de Regering ingediende beroep tegen een beslissing of het uitblijven van een beslissing van het gemeentecollege, of tegen een beslissing of het uitblijven van een beslissing van de krachtens artikel D.IV.47 gemachtigd ambtenaar, gewijzigde plannen of een aanvulling op de effectbeoordeling of het effectenonderzoek voegen Wanneer beroep wordt aangetekend bij de Regering tegen een beslissing of het uitblijven van een beslissing van het gemeentecollege of tegen een beslissing of het uitblijven van een beslissing van de gemachtigd ambtenaar in toepassing van artikel D.IV.47, kan de Regering de aanvrager vragen om gewijzigde plannen of een aanvulling op de effectbeoordeling of het effectenonderzoek in te dienen. Deze beslissing wordt verzonden binnen de termijn die de Regering heeft gekregen om een beslissing te nemen over het beroep. Dit heeft tot gevolg dat deze periode wordt onderbroken totdat de gewijzigde plannen of een aanvulling op de effectbeoordeling of het effectenonderzoek worden ingediend, en gedurende maximaal honderdtachtig dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe termijnen voor Regeringsbeslissingen worden berekend in overeenstemming met artikel D.IV.66. § 2. Wijzigingsplannen of aanvullingen op de aankondiging of studie die zijn opgesteld in het kader van een beroep tegen een beslissing of het uitblijven van een beslissing van het gemeentecollege, of een beslissing of het uitblijven van een beslissing van de gemachtigd ambtenaar in toepassing van artikel D.IV.47 mogen slechts een beperkte draagwijdte hebben, moeten gebaseerd zijn op een opmerking in het kader van bekendmakingsmaatregelen, in een advies of in de beslissing van de overheid van eerste aanleg en mogen geen afbreuk doen aan het doel en de algemene opzet van het project en de wezenlijke kenmerken ervan. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijzigingsplannen en het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting kunnen worden onderworpen aan nieuwe bekendmakingmaatregelen via de gemeente en aan het advies van de diensten of commissies gemeentelijke commissie die voorheen in de loop van de procedure zijn geraadpleegd. In dit geval wordt de aanvrager daarover geïnformeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer bij de wijzigingsplannen een aanvullend effectenonderzoek wordt gevoegd, worden ze via de gemeente onderworpen aan nieuwe bekendmakingmaatregelen en aan het advies van de diensten of commissie die voorheen in de loop van de procedure zijn geraadpleegd.\" De aanvrager wordt daarover geïnformeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De speciale bekendmakingsmaatregelen en raadpleging van de voornoemde diensten en commissies zijn niet vereist wanneer de voorgestelde wijziging of aanvullende aankondiging het gevolg is van een voorstel of kritiek die is vervat in de opmerkingen of klachten die tijdens het openbaar onderzoek of de aankondigingsperiode van het project zijn ingediend of die daar rechtstreeks verband mee houden. § 4. Het advies van het gemeentecollege wordt gevraagd over de gewijzigde plannen en van het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of van het effectenonderzoek, onverminderd de bevoegdheid van de Regering om de vergunning onmiddellijk te weigeren indien de gewijzigde plannen niet op haar verzoek werden ingediend.\". Art. 118.In Boek IV, titel III hoofdstuk IX, afdeling 3, wordt na artikel D.IV.69, een artikel D.IV.69/1 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.IV.69/1. § 1. De aanvrager kan gewijzigde plannen of een uiteenzetting op de effectbeoordeling of het effectenonderzoek bijvoegen bij het beroep dat hij bij de Regering indient tegen een beslissing van de gemachtigd ambtenaar overeenkomstig artikel D.IV.22 of tegen het uitblijven van een beslissing op grond van artikel D.IV.49.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer beroep wordt aangetekend bij de Regering tegen een beslissing van de gedelegeerde ambtenaar die is genomen overeenkomstig artikel D.IV.22 of tegen het uitblijven van een beslissing op grond van artikel D.IV.49, kan de Regering de aanvrager verzoeken gewijzigde of aanvullende informatie over de effectbeoordeling of effectstudie in te dienen. Deze beslissing wordt verzonden binnen de termijn die de Regering heeft gekregen om een beslissing te nemen over het beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit heeft tot gevolg dat deze termijn wordt onderbroken totdat de gewijzigde plannen of een aanvulling op de effectbeoordeling of het effectenonderzoek worden ingediend, en gedurende maximaal honderdtachtig dagen. De nieuwe termijnen voor Regeringsbeslissingen worden berekend in overeenstemming met artikel D.IV.66. § 2. De wijzigingsplannen en het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting kunnen worden onderworpen aan nieuwe bekendmakingmaatregelen via de gemeente en aan het advies van de gemeentelijke commissie die voorheen in de loop van de procedure zijn geraadpleegd. In dit geval wordt de aanvrager daarover geïnformeerd. \"Wanneer bij de wijzigingsplannen een aanvullend effectenonderzoek wordt gevoegd, worden ze via de gemeente onderworpen aan nieuwe bekendmakingmaatregelen en aan het advies van de diensten of commissie die voorheen in de loop van de procedure zijn geraadpleegd. De aanvrager wordt daarover geïnformeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijzondere bekendmakingmaatregelen en de raadpleging van voornoemde diensten en commissies zijn niet vereist : 1° wanneer de overwogen wijziging voortvloeit uit een voorstel vervat in de bemerkingen of bezwaren geopperd tijdens het openbaar onderzoek of tijdens de periode van de projectaankondiging of daar rechtstreeks mee te maken heeft; 2° wanneer de overwogen wijziging slechts een beperkte draagwijdte heeft en het voorwerp of de algemene structuur van het project of diens wezenskenmerken niet aantast.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-119\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 119</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In Boek IV, Titel II, Hoofdstuk IX, Afdeling 3, wordt na artikel D.IV.69/1, een artikel D.IV.69/2 ingevoegd, luidend als volgt: « Art. D.IV.69/2. Gewijzigde plannen voor dezelfde aanvraag mogen in eerste instantie slechts één keer in beroep worden ingediend bij de bevoegde instantie.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-120\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 120</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel D.IV.72 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: \"Art. D.IV.72. De aanvang van de werken met betrekking tot nieuwbouw, met inbegrip van de uitbreiding van de grondinneming van bestaande bouwwerken, wordt ondergeschikt gemaakt aan de aanwijzing ter plaatse van de vestiging door toedoen van het gemeentecollege. Het gemeentecollege wijst op de vestiging ter plaatse voor de dag die gepland is voor het begin van de handelingen en werken.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 121</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.IV.74, lid 1, van hetzelfde Wetboek worden de woorden \", behalve wanneer de last in geld wordt geïnd,\" ingevoegd tussen de woorden \"de opgelegde handelingen, werken en lasten heeft uitgevoerd ofwel\" en de woorden \"de financiële waarborgen heeft verstrekt\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 122</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel D.IV.78 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : \"Wanneer een stedenbouwkundige vergunning is verleend in afwijking van een plan, worden bij het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning en het stedenbouwkundig attest nr. 2 van het plan afwijkende voorschriften van de stedenbouwkundige vergunning toegepast, met uitzondering van de van het plan afwijkende voorschriften.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-123\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 123</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.IV.80 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, lid 1, wordt punt 9° vervangen door hetgeen volgt: \"9° voor het gewoonlijke gebruik van een terrein voor de plaatsing van een of meer mobiele installaties, met inbegrip van lichte woningen zoals gedefinieerd in artikel 1, 40°, van het Waalse Wetboek voor Duurzaam Wonen, met uitzondering evenwel van mobiele installaties die toegelaten zijn door het Waalse Wetboek van Toerisme of het decreet van 4 maart 1991 betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van caravanterreinen;\"; 2° paragraaf 1, tweede lid, wordt opgeheven;3° een paragraaf 1/1 en een paragraaf 1/2 worden ingevoegd tussen de paragrafen 1 en 2 : \" § 1/1.De bebouwingsvergunning heeft een beperkte duur voor: 1° handelingen en werken in een gebied dat niet bestemd is voor bebouwingstedelijke ontwikkeling;2° het creëren van een nieuwe woning in een bestaand gebouw;3° een verandering van de bestemming van het goed of een deel ervan. § 1/2. De maximale geldigheidsduur van de vergunning afgeleverd voor een project bedoeld in artikel D.IV.4, eerste lid, 8°, dat bestaat uit een verkooppunt opgericht voor een korte periode, met het oog op het bezetten van leegstaande cellen, het aantrekken van nieuw soort winkelend publiek of het uittesten van nieuwe concepten bedraagt zes maanden, niet verlengbaar. De vergunning voor het uithangbord van de winkel geldt voor dezelfde periode als die van de winkel zelf.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-124\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 124</span><span class=\"lf-art-t\">In boek IV, titel III, van hetzelfde Wetboek wordt de titel van hoofdstuk III vervangen door wat volgt: \"Vervallen en verstrijken van vergunningen\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-125\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 125</span><span class=\"lf-art-t\">In boek IV, titel III, hoofdstuk III, wordt de titel van afdeling 2 vervangen door wat volgt: \"Vervallen en verstrijken van de stedenbouwkundige vergunningen\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-126\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 126</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.IV.84 van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt: § 1. Onverminderd artikel D.VII.20, § 1, vierde lid, vervalt de stedenbouwkundige vergunning voor de overige werken indien deze niet volledig zijn uitgevoerd binnen vijf jaar na de verzending ervan.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-127\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 127</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In Boek IV, Titel III, hoofdstuk III, afdeling 2 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel D.IV.84/1 ingevoegd luidend als volgt: « Art. D.IV.84/1. De stedenbouwkundige vergunning voor zover zij de vestiging van een handel in de zin van artikel D.IV.4, eerste lid, 8°, toelaat, vervalt indien het vergunde project gedurende twee opeenvolgende jaren niet in noemenswaardige mate voor het publiek toegankelijk is.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-128\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 128</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel D.IV.87 van hetzelfde Wetboek worden de woorden \"of DGO4\" vervangen door de woorden \"of de administratie\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-129\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 129</span><span class=\"lf-art-t\">Vanaf de inwerkingtreding van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waalse Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, wordt artikel D.IV.89 van hetzelfde Wetboek aangevuld met een punt 4°, luidend als volgt: \"4° in geval van toevallige ontdekking, na de afgifte van de vergunning, van de aanwezigheid van individuen van een soort beschermd door de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud, die door de uitvoering van de vergunning kunnen worden geschaad op een wijze die door deze wet is verboden. Wanneer de vergunning gedeeltelijk kan worden uitgevoerd zonder schade te berokkenen aan personen op een manier die verboden is door de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud, wordt ze enkel geschorst voor die handelingen en werken die dergelijke schade kunnen veroorzaken en voor de tijd die nodig is om de afwijkingen te verkrijgen die vereist zijn volgens die wet.\". Art. 130.Vanaf de inwerkingtreding van het decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waals Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, worden in artikel D.IV.89 van hetzelfde Wetboek, de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 2° woorden de woorden \"in artikel 41,1\" vervangen door de woorden \"in artikel D.74, eerste lid, 1°, \". 2° er wordt een punt 4° ingevoegd, luidend als volgt: \"4° in geval van toevallige ontdekking, na de afgifte van de vergunning, van de aanwezigheid van individuen van een soort beschermd door de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud, die door de uitvoering van de vergunning kunnen worden geschaad op een wijze die door deze wet is verboden.Wanneer de vergunning gedeeltelijk kan worden uitgevoerd zonder schade te berokkenen aan personen op een manier die verboden is door de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud, wordt ze enkel geschorst voor die handelingen en werken die dergelijke schade kunnen veroorzaken en voor de tijd die nodig is om de afwijkingen te verkrijgen die vereist zijn volgens die wet.\"; 3° een punt 5° wordt toegevoegd, luidend als volgt: \"5° in geval van archeologische ingrepen opgelegd krachtens de artikelen D.66 en D.67 van het Waalse Erfgoedwetboek onder de voorwaarden bepaald door hetzelfde Wetboek.\". Art. 131.In artikel D.IV.91 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° het tweede lid wordt aangevuld met een punt 4, luidend als volgt: \"4° in geval van toevallige ontdekking, na de afgifte van de vergunning, van de aanwezigheid van individuen van een soort beschermd door de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud, die door de uitvoering van de vergunning kunnen worden geschaad op een wijze die door deze wet is verboden.Wanneer de vergunning gedeeltelijk kan worden uitgevoerd zonder schade te berokkenen aan personen op een manier die verboden is door de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud, wordt ze enkel geschorst voor die handelingen en werken die schade kunnen veroorzaken .\"; 2° lid 3 wordt aangevuld met wat volgt: \"Deze periode wordt met veertig dagen verlengd als er speciale bekenmakingsmaatregelen nodig zijn of als er adviezen worden aangevraagd.\". Art. 132.In artikel D.IV.94, § 2, van hetzelfde Wetboek wordt het eerste lid vervangen als volgt: \" § 2. Wijzigingen aan de bebouwingsvergunning zijn niet nodig voor : 1° handelingen en werken of het schrappen van kavels die de doelstellingen, vermeld in artikel D.IV.28, eerste lid, 1°, niet in het gedrang brengen; 2° de creatie van één of meer bijkomende kavels binnen een kavel die geheel of gedeeltelijk in een centrumgebied ligt, voor zover dit de doelstellingen inzake ruimtelijke optimalisatie van het plan tot vaststelling van dit centrumgebied niet in het gedrang brengt; 3° de schrapping van één of meer kavels buiten een centrumgebied.\". Art. 133.In boek IV, titel III, van hetzelfde wetboek wordt een hoofdstuk IX ingevoegd, met als opschrift \"Wijziging van de stedenbouwkundige vergunning\". Art. 134.In hoofdstuk IX, ingevoegd bij artikel 133, wordt een artikel D.IV.96/ ingevoegd, luidend als volgt : \"Art. D.IV.96/1. Op verzoek van de houder van de stedenbouwkundige vergunning kan een wijziging van de stedenbouwkundige vergunning worden toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen die de stedenbouwkundige vergunning regelen, zijn van toepassing op de wijziging ervan. In dergelijke gevallen bevat het in artikel D.IV.26 bedoelde aanvraagdossier alleen de informatie met betrekking tot de geplande wijziging en wordt de procedure bepaald in het licht van het doel van de wijziging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijziging van de stedenbouwkundige vergunning heeft geen enkele weerslag op de vervaltermijn van de stedenbouwkundige vergunning waarvan de wijziging is gevraagd.\". Art. 135.In artikel D.IV.97 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) In paragraaf 1, 6°, a), worden de woorden \"of in een project voor de omtrek van een te herontwikkelen locatie aangenomen overeenkomstig artikel D.V.2, § 1 \" toegevoegd; b) 1° lid 1, 6°, wordt f) opgeheven. Art. 136.In artikel D.IV.98, vierde lid, van hetzelfde Wetboek wordt de zin \"De door het gemeentecollege, de gemachtigd ambtenaar of de Regering uitgesproken beoordeling over het beginsel en de voorwaarden van het verstrekken van een vergunning die aangevraagd zou zijn om een dergelijke ontwerp uit te voeren, blijft geldig\" vervangen door de zin \"Onverminderd artikel D.VII.20, § 1, blijft, de door het gemeentecollege, de gemachtigd ambtenaar of de Regering uitgesproken beoordeling over het beginsel en de voorwaarden van het verstrekken van een vergunning die aangevraagd zou zijn om een dergelijke ontwerp uit te voeren geldig\". Art. 137.Voor de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van het decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waals Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, worden in artikel D.IV.99, § 1, lid 1, 2°, van hetzelfde Wetboek, de woorden \", voor het Franse taalgebied,\" opgeheven. Art. 138.Vanaf de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van het decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waals Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, worden in artikel D.IV.99, § 1, lid 1, 2°, van hetzelfde Wetboek, de woorden \", voor het Franse taalgebied, van de geldige erfgoedattesten\" vervangen door de woorden \"van de geldige erfgoedvergunningen in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-139\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 139</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.IV.104 worden de woorden \"artikel 1er van de wet tot herziening van het hypothecair stelsel van 16 december 1851\" vervangen door de woorden \"artikel 3.30 van het Burgerlijk Wetboek\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-140\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 140</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.IV.107 wordt het tweede lid van hetzelfde Wetboek opgeheven. HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen in Boek V van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling Art. 141.In artikel D.V.2 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden \"openbare vastgoedmaatschappijen\" vervangen door de woorden \"openbare huisvestingsmaatschappijen\" en worden de woorden \"(SPAQuE SA)\" toegevoegd na de woorden \"decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen\";2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : \" § 2.Het regeringsbesluit berust op een dossier bestaande uit: 1° de verantwoording van de omtrek ten opzichte van de criteria van artikel D.V.1; 2° een kaart met de omtrek volgens het model vastgelegd door de Regering 3° een milieueffectenrapport of een beslissing van de bevoegde overheid om de omtrek vrij te stellen van de milieueffectbeoordeling overeenkomstig hoofdstuk II van titel II van boek VIII; 4° desgevallend, de handelingen en werken gepland voor de sanering en renovatie van de bedrijfsruimte in de zin van artikel D.V.1, 2°, alsook de evaluatie van de desbetreffende effecten vereist overeenkomstig artikel 65 van Boek I van het Milieuwetboek.\"; 3° paragraaf 3, eerste lid, wordt aangevuld met een punt 5°, luidend als volgt: \"5° aan de beleidsgroep \"Leefmilieu\" als het dossier een milieueffectenrapport bevat.\"; 4° in paragraaf 3, lid 2, wordt het woord \"zestig\" vervangen door het woord \"dertig\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 142</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.V.10 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° lid 1 wordt aangevuld met wat volgt : \", of een natuurlijke of rechtspersoon, publiekrechtelijk of privaatrechtelijk, eigenaar of houder van een zakelijk recht\";2° lid 3 wordt vervangen als volgt: \"Het regeringsbesluit berust op een dossier bestaande uit: 1° de omtrek; 2° zijn verantwoording ten opzichte van de criteria van artikel D.V.9; 3° een milieueffectenrapport of een beslissing van de bevoegde overheid om de omtrek vrij te stellen van de milieueffectbeoordeling overeenkomstig hoofdstuk II van titel II van boek VIII;4° een voorstelling van het stedenbouwkundig project dat het volgende omvat : a) een verslag dat de overwogen handelingen en werken bevat, hun bestemming, de inrichtingsopties en de architectonische opzet van het ontwerp opgesteld op basis van de volgende elementen : i.een situatieplan dat de ligging van het goed betrokken bij het project voorstelt t.o.v. de centrale kern van de agglomeratie en de voornaamste verbindingswegen met vermelding van hun juridisch statuut en hun benaming; ii. de rechtstoestand die hetgeen volgt vermeldt : - de bestemming van het goed betrokken bij het project in het gewestplan; - \"in voorkomend geval, zijn ligging in het meergemeentelijk ontwikkelingsplan en in de gemeentelijke ontwikkelingsplannen, zijn ligging in de stedenbouwkundige vergunning als het goed aan de gewestelijke leidraad en/of de gemeentelijke leidraad voor stedenbouw wordt onderworpen;\" iii. de stedenbouwkundige en landschappelijke context waarin hetgeen volgt vermeld staat: - de oriëntatie; - de verbindingsweg, zijn inrichting en zijn uitrusting alsook, in voorkomend geval, de wijzigingen die daaraan verbonden zijn; - \"in voorkomend geval, de afschaffing van een bestaande weg of de aanleg van nieuwe wegen of openbare ruimtes; - de vestiging, de afmetingen, de aard of de bestemming van de bouwwerken op het goed, betrokken bij het project, binnen een straal van 50 m ervan;\" - in voorkomend geval, een rechtvaardiging van de verschillen en afwijkingen, aangevraagd ten opzichte van de artikelen D.IV.5 et D.IV.13;\" iv. een fotoreportage op grond waarvan de stedenbouwkundige en landschappelijke context waarin het project past in overweging genomen kan worden met de genummerde aanduiding op plan van de opnamen van de fotoreportage; b) een bezettingsplan van de omtrek, aangevende: i.de vestiging en de volumetrie van de bestaande gebouwen die voor het geheel van de omtrek zijn gepland; ii. de behouden of geplande aanleg van het onbebouwde saldo van de betrokken omtrek, met inbegrip van de wegen en openbare ruimtes, de parkeerruimtes, de bestaande en geplande vegetatie; c) de 3D-visualisatie van het stedenbouwkundig project.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-143\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 143</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.V.11, § 1, alinea 1van dezelfde code wordt de zin \"De ontwerp-omtrek, samen met het dossier bedoeld in artikel D.V.10, derde lid, wordt door de gemachtigd ambtenaar aan de raadpleging van de gemeentecommissie onderworpen\" aangevuld met de woorden \"of, bij ontstentenis daarvan, aan de beleidsgroep \"Ruimtelijke Ordening\" en de beleidsgroep \"Leefmilieu\" wanneer het dossier een milieueffectenrapport bevat\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-144\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 144</span><span class=\"lf-art-t\">In Boek V, Titel VII, wordt een hoofdstuk I ingevoegd, met als opschrift \"Toepassingsgebied\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 145</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel D.V.16 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: \"Art. D.V.16. Een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning of een milieuvergunning, of een globale vergunning in de zin van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten betreffende de milieuvergunningen, en een aanvraag tot erkenning van de omtrek van een te herinrichten locatie of een ruilverkaveling kunnen, op initiatief van een natuurlijke persoon of een publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon, eigenaar of zakelijk gerechtigde op het geheel of een gedeelte van het terrein, het voorwerp uitmaken van een gezamenlijke aanvraag, wanneer het toe te laten project geheel of gedeeltelijk binnen de omtrek is gelegen en tot doel heeft respectievelijk : 1° de handelingen en werken van bouw of wederopbouw in de zin van artikel D.V.1, 2°, betreffende de omtrek voor een herin te richten locatie; 2° de handelingen en werken tot herwaardering en ontwikkeling van de stedelijke functies in de zin van artikel D.V.9 betreffende de stadsruilverkavelingsomtrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gezamenlijke aanvraag omvat een aanvraag tot aanneming van de omtrek en een vergunningsaanvraag. Ze wordt behandeld in overeenstemming met deze titel.\". Art. 146.In Boek V, Titel VII, van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk II ingevoegd met als opschrift \"Indiening van de gezamenlijke aanvraag\". Art. 147.In hoofdstuk II, ingevoegd bij artikel 146, wordt een afdeling 1 ingevoegd met als opschrift \"Indiening van de aanvraag tot omtrek\". Art. 148.In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 147, wordt een artikel D.V.16/ ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.V.16/1. De aanvrager zendt de regering een gezamenlijke aanvraag met daarin : 1° ofwel, voor de omtrek van de te herontwikkelen locatie, de elementen bedoeld in artikel D.V.2, § 2, 1°, 2° en 4°, en, in voorkomend geval, een gemotiveerde aanvraag tot vrijstelling van gezamenlijke effectbeoordeling; 2° ofwel de stadsruilverkavelingsomtrek a) als de gemeente niet de aanvrager is, het gunstige advies van de gemeenteraad over de omtrek; b) de elementen bedoeld in artikel D.V.10, derde lid § 2, 1°, 2° en 4°, en, in voorkomend geval, een gemotiveerde aanvraag tot vrijstelling van gezamenlijke effectbeoordeling; c) de elementen vereist voor het technisch dossier bedoeld in artikel 11 of het ontwerp-rooiplan bedoeld in artikel 21 van het decreet van 6 februari 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2014 numac 2014201137 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende een aangelegenheid waarvoor de uitoefening van de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest overgeheveld wordt tot wijziging van artikel L3341-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2014 numac 2014201445 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de gemeentewegen sluiten betreffende de gemeenteweg. d) de verantwoording van de omtrek ten opzichte van de criteria van artikel D.V.9; e) als de vergunningsaanvraag uitsluitend een deel van de omtrek betreft, de elementen bedoeld in artikel D.V.10, derde lid, b), voor het saldo van de omtrek die niet gedekt is door de vergunningsaanvraag en in artikel D.V.10, derde lid, c), voor het geheel van de omtrek; 3° in elk geval de informatie bedoeld in artikel D.29-5, § 2, eerste lid, 2°, van Boek I van het Milieuwetboek.\". Art. 149.In dezelfde afdeling, wordt een artikel D.V.16 ingevoegd, luidend als volgt: « Art. D.V.16/2. Binnen dertig dagen na de indiening van de aanvraag bericht de Regering ontvangst van de aanvraag en beslist zij over de ontvankelijkheid en de volledigheid ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aanvraag ontvankelijk en volledig is, wordt ze voor advies voorgelegd aan de gemachtigd ambtenaar en, in voorkomend geval, aan de technisch ambtenaar, de beleidsgroep \"Ruimtelijke ordening\", de beleidsgroep \"Leefmilieu\", de diensten die hij heeft aangewezen voor hun expertise en de personen of instanties die hij nuttig acht om te raadplegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De adviezen worden binnen de zestig dagen na het verzoek van de Regering overgemaakt. Zoniet worden ze gunstig geacht.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-150\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 150</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde afdeling, wordt een artikel D.V.16/3 ingevoegd, luidend als volgt: « Art. D.V.16/3. Binnen negentig dagen na ontvangst van de aanvraag onderneemt de Regering de volgende stappen: 1° voorlopig de omtrek vaststellen;2° beslissen om de gezamenlijke aanvraag te onderwerpen aan een milieueffectbeoordeling of beslissen om ze vrij te stellen;3° de gemeenten bepalen, met inbegrip van de gemeente of gemeenten waartoe het project en de omtrek zich uitstrekken, die door dat project en die omtrek kunnen worden getroffen, op wier grondgebied bijgevolg een openbaar onderzoek wordt gehouden. Wanneer zij besluit de gezamenlijke aanvraag voor een effectbeoordeling in te dienen, informeert zij per aangetekende post de gemeenten die mogelijk worden getroffen en de aanvrager, die zij uitnodigt een voorafgaande informatiebijeenkomst te organiseren overeenkomstig de artikelen D.VIII.5/8 tot en met D.VIII.5/13.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 151</span><span class=\"lf-art-t\">In hoofdstuk II, ingevoegd bij artikel 146, wordt een afdeling 2 ingevoegd met als opschrift \"Gezamenlijke effectbeoordeling\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 152</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 151, wordt een artikel D.V.16/ ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.V.16/4. Het onderwerpen van de omtrek aan een effectbeoordeling of van het project aan een effectenonderzoek brengt de verplichting met zich mee om de gezamenlijke effectbeoordeling van de aanvraag waarnaar wordt verwezen in artikel D.V.16 uit te voeren in overeenstemming met de artikelen D.VIII.5/8 tot en met D.VIII.5/13 en D.VIII.48 tot en met D.VIII.56.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 153</span><span class=\"lf-art-t\">In hoofdstuk II, ingevoegd bij artikel 146, wordt een afdeling 3 ingevoegd met als opschrift \"Indiening van de vergunningsaanvraag\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 154</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 153, wordt een artikel D.V.16/ ingevoegd, luidend als volgt: « Art. D.V.16/5. § 1. Indien de Regering de aanvraag vrijstelt van een gezamenlijke milieueffectbeoordeling, machtigt ze de aanvrager om de vergunningsaanvraag in te dienen, bepaalt ze de instanties die ze nuttig acht om te raadplegen over de aanvraag tot omtrek en de gemeenten die door de aanvraag kunnen worden getroffen en op wier grondgebied een openbaar onderzoek wordt uitgevoerd De Regering deelt haar beslissing aan de aanvrager mee. § 2. Als de aanvraag onderworpen is aan een effectbeoordeling, moet de aanvrager de Regering een kopie sturen van de opmerkingen, suggesties en voorstellen die tijdens de voorafgaande informatievergadering zijn gemaakt, de notulen van de vergadering en de video van de vergadering, evenals de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering zijn gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de inhoud van de gezamenlijke effectbeoordeling na het overleg bedoeld in artikel D.VIII.52.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager stuurt de gezamenlijke effectbeoordeling van de aanvraag naar de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen tien dagen na ontvangst van de beoordeling zal de Regering: 1° de aanvrager machtigen om de vergunningsaanvraag in te dienen; 2° de instanties bepalen die ze nuttig acht om te raadplegen over de aanvraag tot omtrek en, in voorkomend geval, de gemeenten, naast deze geïdentificeerd in toepassing van artikel D.VIII.5/10, derde lid 3, die door de aanvraag kunnen worden getroffen en op wier grondgebied een openbaar onderzoek wordt uitgevoerd; 3° een in overweging genomen redelijk alternatief als ontwerp-omtrek goedkeuren wanneer zij, op basis van de gezamenlijke effectbeoordeling en de adviezen, van oordeel is dat dit alternatief de nagestreefde doelstellingen beter kan bereiken. De Regering deelt haar beslissing aan de aanvrager mee. § 3. Er wordt niet afgeweken van de regels betreffende de samenstelling van vergunningsaanvragen.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-155\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 155</span><span class=\"lf-art-t\">In Boek V, Titel VII, van hetzelfde Wetboek, wordt een hoofdstuk III ingevoegd met als opschrift \"Onderzoek van de gezamenlijke aanvraag\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 156</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk VII, ingevoegd bij artikel 155, wordt een artikel D.V.16/ ingevoegd, luidend als volgt: « Art. D.V.16/6. De vergunningsaanvraag wordt ingediend uiterlijk honderdtachtig dagen na de kennisgeving door de Regering van de machtiging tot het indienen van de vergunningsaanvraag overeenkomstig artikel D.V.16/5, § 1, tweede lid, of § 2, vijfde lid. Bij gebreke daarvan vervalt de in artikel D.V.16/1 bedoelde aanvraag, tenzij de aanvrager de Regering binnen dezelfde termijn in kennis stelt van zijn beslissing geen vergunningsaanvraag in te dienen. In dit geval wordt de procedure voortgezet overeenkomstig de artikelen D.V.2, §§ 3 tot en met 8, of D.V.11, §§ 1 en 2 De gezamenlijke aanvraag wordt onderzocht overeenkomstig hetzij de bepalingen die van toepassing zijn op aanvragen voor een stedenbouwkundige vergunning bedoeld in artikel D.IV.25 indien de gevraagde vergunning een stedenbouwkundige vergunning is, hetzij de bepalingen die van toepassing zijn op aanvragen voor een milieuvergunning of een globale vergunning in de zin van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten betreffende de milieuvergunningen indien de gevraagde vergunning een milieuvergunning of een globale vergunning is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende bijzondere bepalingen zijn evenwel van toepassing: 1° de vergunning wordt verstrekt door de Regering; 2° de gezamenlijke aanvraag is onderworpen aan een openbaar onderzoek overeenkomstig de procedures die van toepassing zijn op een project van categorie B in de zin van artikel D.29-1 van Boek I van het Milieuwetboek; 3° de adviezen die respectievelijk in de artikelen D.V.2, § 3, D.V.11, § 1, of D.IV.35 bedoeld zijn, worden aangevraagd; 4° alle adviezen moeten worden verzonden binnen dertig dagen na de beslissing waarbij de vergunningsaanvraag volledig en ontvankelijk bevonden wordt.5° de aanvraag voor een milieuvergunning of een globale vergunning wordt behandeld overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten betreffende de milieuvergunning tot het samenvattend verslag aan de Regering wordt bezorgd, dat moet gebeuren binnen een termijn van honderdtien dagen vanaf de datum van bevestiging van ontvangst van de ontvankelijke en volledige aanvraag, tenzij de technisch ambtenaar en desgevallend de gemachtigd ambtenaar beslissen om die termijn met dertig dagen te verlengen.Wanneer het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten betreffende de milieuvergunning de technisch ambtenaar en desgevallend de gemachtigd ambtenaar aanwijst als bevoegde instantie, zendt deze laatste een samenvattend verslag aan de Regering binnen een termijn van honderdtien dagen vanaf de datum van bevestiging van ontvangst van de ontvankelijke en volledige aanvraag, tenzij de technisch ambtenaar en desgevallend de gemachtigd ambtenaar beslissen om deze termijn met dertig dagen te verlengen; 6° het door de gemachtigd ambtenaar onderzochte dossier met betrekking tot de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning wordt binnen een termijn van honderdtien dagen vanaf de datum van de bevestiging van ontvangst van de ontvankelijke en volledige aanvraag overgemaakt aan de Regering, tenzij de gemachtigd ambtenaar beslist deze termijn met dertig dagen te verlengen; 7° de termijn voor het indienen van het door de gedelegeerde ambtenaar onderzochte dossier of van het samenvattend verslag van de technische of technische en gemachtigde ambtenaren wordt geschorst vanaf de datum van de beslissing van de Regering bedoeld in artikel D.V.16/3 om de aanvraag tot gezamenlijke effectbeoordeling in te dienen tot de datum waarop de gezamenlijke effectbeoordeling naar de Regering wordt gestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er om een aanvullend milieueffectenverslag wordt verzocht, dan wordt de termijn opgeschort op de datum van versturen van de aanvraag tot aanvulling op de datum van versturen ervan aan de Regering 8° indien hij zich uitspreekt voor de aanneming van de omtrek, wordt het door de gemachtigd ambtenaar onderzochte dossier of het samenvattend verslag van de technisch ambtenaar of de technisch en gemachtigd ambtenaar opgesteld rekening houdend met de afwijkingsmogelijkheden die de voorgestelde omtrek biedt indien hij definitief wordt aangenomen;9° op verzoek van de Regering dient de aanvrager de gewijzigde plannen of bijkomende informatie of een gezamenlijke effectbeoordeling in. Gewijzigde plannen kunnen zowel betrekking hebben op de omtrek als op het project waarvoor een vergunning is aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderzoekstermijnen worden onderbroken door het verzoek van de Regering en beginnen opnieuw te lopen wanneer de gewijzigde plannen of de aanvullende kennisgeving of gezamenlijke effectbeoordeling worden ingediend.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 157</span><span class=\"lf-art-t\">In Boek V, Titel VII van hetzelfde Wetboek wordt volgend hoofdstuk IV ingevoegd met als opschrift \"Beslissing\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 158</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk IV, ingevoegd bij artikel 157, wordt een artikel D.V.16/ ingevoegd, luidend als volgt: « Art. D.V.16/7. Binnen dertig dagen na ontvangst van het door de gemachtigd ambtenaar onderzochte dossier of van het samenvattend verslag van de technische of technische en gemachtigde ambtenaren, neemt de Regering een gelijktijdig besluit over de omtrek en de vergunningsaanvraag Als ze de vergunning niet afgeeft, kan de Regering beslissen om de procedure voor de aanneming van de te herontwikkelen locatie of de stadsruilverkavelingsomtrek voort te zetten. In dit geval wordt de procedure voortgezet overeenkomstig de artikelen D.V.2, §§ 3 tot en met 8, of D.V.11, §§ 1 en 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering deelt deze beslissing aan de aanvrager mee Zij deelt haar beslissing over de omtrek van de te herontwikkelen locatie mee aan de bestemmelingen bedoeld in artikel D.V.2, § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van toekenning van de vergunning begint bedoelde vergunning slechts te lopen op de dag na de inwerkingtreding van de omtrek.\". Art. 159.In hetzelfde hoofdstuk V wordt een artikel D.V.16/8 ingevoegd, luidend als volgt: « Art. D.V.16/8. Binnen de tien dagen na bekendmaking van haar beslissing tot aanneming van de omtrek verstuurt de Regering of de persoon die zij daartoe machtigt een afschrift van de beslissing aan elke gemeente waarop de omtrek betrekking heeft, waarna bedoelde gemeenten het publiek daarover inlichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering of de persoon die zij daartoe delegeert, zendt ook een afschrift van de besluiten aan de bevoegde autoriteiten van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die partij is bij het Verdrag van Espoo en die advies heeft uitgebracht over het verzoek op grond van artikel D.VIII.54.\". Art. 160.In Boek V, Titel VII van hetzelfde boek, wordt een hoofdstuk V ingevoegd, met als opschrift \"Onderzoekingen\". Art. 161.In hoofdstuk V, ingevoegd bij artikel 160, wordt een artikel D.V.16/ ingevoegd, luidend als volgt : « Art. D.V.16/9. De in artikel D.V.3 bedoelde onderzoekingen zijn toegestaan onder dezelfde voorwaarden als die welke voor de toepassing van deze titel gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de regels voor de procedures voor dergelijke onderzoekingen aanpassen voor zover dat nodig is voor de uitvoering van deze titel.\". Art. 162.Artikel D.V.17. van hetzelfde Wetboek, wordt opgeheven. Art. 163.Artikel D.V.18. van hetzelfde Wetboek, wordt opgeheven. HOOFDSTUK 6. - Wijziging aangebracht in Boek VI van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling Art. 164.Artikel D.VI.1 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een punt 11°, luidend als volgt : \"11° op voorwaarde dat ze de openbare veiligheid beogen, risicobeperkende maatregelen met betrekking tot onroerende goederen die blootgesteld worden aan een groot natuurrisico of grote geotechnische druk zoals overstromingen begrepen in de gebieden onderhevig aan het overstromingsrisico in de zin van artikel D.53-2 van het Waterwetboek, de instorting van een rotswand, de aardverschuiving, de mijnverzakkingen, de verzakkingen te wijten aan mijnwerken, winningen van ijzerertsen of ondergrondse holtes of het aardbevingsgevaar \". Art. 165.In artikel D.VI.17, § 1, van het hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 16 november 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/11/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/2017 numac 2017206316 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van artikel D.V.1 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/11/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/2017 numac 2017206317 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van de artikelen D.II.23, D.II.64, D.VI.17, D.VI.49 en D.VII.1 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling en waarin een artikel D.II.25bis wordt ingevoegd type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/11/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/2017 numac 2017206318 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van artikel D.IV.99 en Boek VII van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling met het oog om er een artikel D.VII.1bis in te voegen tot invoering van een stedenbouwkundig conformiteitsvermoeden voor sommige overtredingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° een punt 13° wordt toegevoegd, luidend als volgt: \"13° een centrumgebied gedefinieerd door een gemeentelijk plan of een meergemeentelijk plan, op voorwaarde dat het goed een oppervlakte heeft van minstens 50 are.\"; 2° een nieuw lid wordt ingevoegd tussen lid 1 en lid 2, luidend als volgt: \"Kan ook aan het recht van voorkoop onderworpen worden, elk onroerend goed : 1° dat gevestigd is rondom inrichtingen die een hoog risico inhouden in de zin van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten of de gebieden die uitsluitend bestemd zijn voor de nijverheden die hoge risico's vormen voor de personen, de goederen of het leefmilieu ; \"2° binnen een omtrek die is vastgesteld in uitvoering van een ander voorschrift met het oog op de aanpassing van het grondgebied aan een belangrijk natuurlijk risico of geotechnische beperking zoals overstroming in de zin van artikel D.53-2 van het Waterwetboek, de instorting van een rotswand, de aardverschuiving, de mijnverzakkingen, de verzakkingen te wijten aan mijnwerken, winningen van ijzerertsen of ondergrondse holtes of het aardbevingsgevaar \".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 166</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel D.VI.56, lid 1, van hetzelfde Wetboek worden de woorden \"bij DGO4\" vervangen door de woorden \"bij de administratie\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 167</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.VI.63 worden de woorden \"een centrumgebied vastgesteld door het ruimtelijk ontwikkelingsplan, een meergemeentelijk plan of een gemeentelijk plan\" toegevoegd tussen de woorden \"voor bewoning, van een gebied van gemeentelijk belang bestemd voor bewoning, een gebied van gemeentelijk belang,\" en \"met uitzondering van een bedrijfsruimte zoals voorzien in het gewestplan\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-168\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 168</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel D.VI.64, § 1, lid 1, wordt een punt 5° toegevoegd, luidend als volgt: \"5° in een centrumgebied dat is vastgesteld na de aanneming van een meergemeentelijk ruimtelijk plan of een gemeentelijk ruimtelijkplan, ook in de gevallen die niet onder 4° vallen.\". HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen in Boek VII van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling Art. 169.Voor de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van het decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waals Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, worden in artikel D.VII.1 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten1, de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, 7°, worden de woorden \"voor het Franse taalgebied,\" opgeheven;2° de paragrafen 2, 2/1 en 2/2 worden opgeheven. Art. 170.Vanaf de inwerkingtreding van het decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waals Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, worden in artikel D.VII.1 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten1, de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1wordt 7° opgeheven;2° de paragrafen 2, 2/1 en 2/2 worden opgeheven. Art. 171.Voor de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van het decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waalse Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, wordt artikel D.VII.1/ van hetzelfde Wetboek vervangen als volgt: « Art. D.VII.1/1. § 1. Tien jaar na hun voltooiing worden handelingen en werken die zonder de vereiste vergunning of in strijd met een dergelijke vergunning zijn uitgevoerd, onweerlegbaar geacht in overeenstemming te zijn met de wetgeving inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw, op voorwaarde dat aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan: 1° de overtredende handelingen en werkzaamheden werden uitgevoerd : a) ofwel in een gebied dat in het gewestplan is aangewezen voor bebouwingstedelijke ontwikkeling overeenkomstig artikel D.II.23, lid 2; b) ofwel in een gebied waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is en dat betrekking heeft op één of verschillende bestemmingen bestemd voor bebouwing in de zin van artikel D.II.23, tweede lid; c) ofwel op bouwwerken, installaties en gebouwen of hun aanvullende en bijkomende inrichtingen, die vóór de inwerkingtreding van het gewestplan bestaan, of waarvan de bestemming met het gebied overeenstemt of waarvan de bestemming in afwijking van het gewestplan is toegestaan;2° de in overtreding zijnde handelingen en werken stemmen overeen met de normen van de gewestelijke leidraad;3° de in overtreding zijnde handelingen en werken vervullen één van de volgende hypothesen: a) in geval van niet-naleving van de afgegeven stedenbouwkundige vergunning of bebouwingsvergunning, is de omvang van de verschillen kleiner dan twintig procent: (1) van de vergunde grondinneming;(2) van de vergunde goot- en nokhoogten;(3) van de vergunde diepte;(4) van de vergunde volumetrie;(5) van de vergunde vloeroppervlakte;(6) van de vestigingspiegels van de bouwwerken;(7) van de minimale of maximale afmeting van het perceel;b) in geval van aanbouw van een luifel als uitbreiding van een vergunde landbouwloods voor zover: (1) de nokhoogte van de luifel kleiner is dan de goothoogte van de loods;(2) de loods een dergelijke luifel op één enkele van zijn opgaande muren heeft;(3) de luifel een maximale diepte van zeven meter, gemeten vanaf de opgaande muur van de loods, heeft;c) in geval van niet-naleving van de toegelaten openingen;d) in geval van niet-naleving van de bij de stedenbouwkundige vergunningen vergunde kleurschakering. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tien jaar na hun voltooiing worden handelingen en werken die zonder de vereiste vergunning of in strijd met een dergelijke vergunning zijn uitgevoerd, onweerlegbaar geacht in overeenstemming te zijn met de wetgeving inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw § 3. De vermoedens in de paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing: 1° handelingen en werken die niet beantwoorden aan de bestemming van het gebied in het gewestplan waarin ze zich bevinden, tenzij ze in voorkomend geval in aanmerking komen voor een vrijstellingsregeling op basis van een reglementering die niet meer van kracht is; 2° handelingen en werken die bestaan in het creëren van een of meer woningen na 20 augustus 1994, tenzij die handelingen en werken bestaan in het creëren van een of meer woningen na 20 augustus 1994 in een groen woongebied dat niet meer omkeerbaar is overeenkomstig artikel D.II.64, § 1, tweede lid; 3° de handelingen en werken uitgevoerd binnen een locatie erkend bij of krachtens de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud;4° de handelingen en werken uitgevoerd op een goed vallend onder een maatregel tot bescherming van het erfgoed 5° de handelingen en werken die het voorwerp kunnen uitmaken van een aantijging krachtens een andere administratieve ordehandhaving; 6° de handelingen en werken die het voorwerp hebben uitgemaakt van een proces-verbaal van vaststelling van de overtreding of van een in kracht van gewijsde getreden rechtsbeslissing die de niet-conformiteit van handelingen en werken vaststelt met de regels van het recht van ruimtelijke ordening en stedenbouw vóór de inwerkingtreding van dit Wetboek.\". Art. 172.Vanaf de inwerkingtreding van het decreet van 28 september 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot vervanging van het Waalse Erfgoedwetboek en houdende diverse bepalingen, wordt artikel D.VII.1/1 van hetzelfde Wetboek vervangen als volgt: « Art. D.VII.1/1. § 1. Tien jaar na hun voltooiing worden handelingen en werken die zonder de vereiste vergunning of in strijd met een dergelijke vergunning zijn uitgevoerd, onweerlegbaar geacht in overeenstemming te zijn met de wetgeving inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw, op voorwaarde dat aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan: 1° de overtredende handelingen en werkzaamheden werden uitgevoerd : a) ofwel in een gebied dat in het gewestplan is aangewezen voor bebouwingstedelijke ontwikkeling overeenkomstig artikel D.II.23, lid 2; b) ofwel in een gebied waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is en dat betrekking heeft op één of verschillende bestemmingen bestemd voor bebouwing in de zin van artikel D.II.23, tweede lid; c) ofwel op bouwwerken, installaties en gebouwen of hun aanvullende en bijkomende inrichtingen, die vóór de inwerkingtreding van het gewestplan bestaan, of waarvan de bestemming met het gebied overeenstemt of waarvan de bestemming in afwijking van het gewestplan is toegestaan;2° de in overtreding zijnde handelingen en werken stemmen overeen met de normen van de gewestelijke leidraad;3° de in overtreding zijnde handelingen en werken vervullen één van de volgende hypothesen: a) in geval van niet-naleving van de afgegeven stedenbouwkundige vergunning of bebouwingsvergunning, is de omvang van de verschillen kleiner dan twintig procent: (1) van de vergunde grondinneming;(2) van de vergunde goot- en nokhoogten;(3) van de vergunde diepte;(4) van de vergunde volumetrie;(5) van de vergunde vloeroppervlakte;(6) van de vestigingspiegels van de bouwwerken;(7) van de minimale of maximale afmeting van het perceel;b) in geval van aanbouw van een luifel als uitbreiding van een vergunde landbouwloods voor zover: (1) de nokhoogte van de luifel kleiner is dan de goothoogte van de loods;(2) de loods een dergelijke luifel op één enkele van zijn opgaande muren heeft;(3) de luifel een maximale diepte van zeven meter, gemeten vanaf de opgaande muur van de loods, heeft;c) in geval van niet-naleving van de toegelaten openingen;d) in geval van niet-naleving van de bij de stedenbouwkundige vergunningen vergunde kleurschakering. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tien jaar na hun voltooiing worden handelingen en werken die zonder de vereiste vergunning of in strijd met een dergelijke vergunning zijn uitgevoerd, onweerlegbaar geacht in overeenstemming te zijn met de wetgeving inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw § 3. De vermoedens in de paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing: 1° handelingen en werken die niet beantwoorden aan de bestemming van het gebied in het gewestplan waarin ze zich bevinden, tenzij ze in voorkomend geval in aanmerking komen voor een vrijstellingsregeling op basis van een reglementering die niet meer van kracht is; 2° handelingen en werken die bestaan in het creëren van een of meer woningen na 20 augustus 1994, tenzij die handelingen en werken bestaan in het creëren van een of meer woningen na 20 augustus 1994 in een groen woongebied dat niet meer omkeerbaar is overeenkomstig artikel D.II.64, § 1, tweede lid; 3° de handelingen en werken uitgevoerd binnen een locatie erkend bij of krachtens de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud;4° handelingen en werken uitgevoerd op beschermd of gelijkgesteld onroerend goed in de zin van de Waalse Erfgoedwetboek;5° de handelingen en werken die het voorwerp kunnen uitmaken van een aantijging krachtens een andere administratieve ordehandhaving; 6° de handelingen en werken die het voorwerp hebben uitgemaakt van een proces-verbaal van vaststelling van de overtreding of van een in kracht van gewijsde getreden rechtsbeslissing die de niet-conformiteit van handelingen en werken vaststelt met de regels van het recht van ruimtelijke ordening en stedenbouw vóór de inwerkingtreding van dit Wetboek.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 173</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.VII.3 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: 1° in lid 1, 1°, worden de woorden \"statutaire of contractuele\" ingevoegd tussen het woord \"de\" en de woorden \"ambtenaren en beambten belast met het wegbeheer en de wegpolitie\";2° in lid 1, 2°, worden de woorden \"statutaire of contractuele\" ingevoegd tussen het woord \"de\" en de woorden \"technische ambtenaren en beambten van de gemeenten, aangewezen door de gemeenteraad \";3° in lid 1, 3°, worden de woorden \"statutaire of contractuele\" ingevoegd tussen het woord \"de\" en de woorden \"ambtenaren en beambten van het Gewest, opgenomen op de lijst bepaald door de Gouverneur\".4° in lid 2, worden de woorden \"statutaire of contractuele\" ingevoegd tussen het woord \"de\" en de woorden \"gewestelijke personeelsleden een bewijs van hoedanigheid van vaststellende beambte\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-174\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 174</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.VII.4 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door een lid, luidend als volgt: \"De vaststellende beambten een voorafgaande waarschuwing aan de vermoedelijke overtreder of aan de eigenaar van het goed waar de overtreding begaan werd en stellen een termijn met een duur tussen één maand en twee jaar vast om zich in overeenstemming te brengen.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-175\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 175</span><span class=\"lf-art-t\">In Boek VII, hoofdstuk VI, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van afdeling 3 vervangen als volgt: \"Regularisatie en vergelijk\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 176</span><span class=\"lf-art-t\">In boek VII, hoofdstuk VI, afdeling 3, van hetzelfde wetboek worden de opschriften van de onderafdelingen 1 en 2 opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 177</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel D.VII.18 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: \"Art. D.VII.18. § 1. Een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning of stedenbouwkundig attest nr. 2 voor regularisatie kan worden ingediend of opgestuurd overeenkomstig artikel D.IV.32 voor of na het proces-verbaal Indien de gemachtigd ambtenaar het proces-verbaal tot vaststelling overeenkomstig artikel D.VII.6 voor het begin van de termijn waarover de bevoegde overheid beschikte om te beslissen, ontvangt, worden de termijnen voor de zending van de beslissing opgeschort vanaf de eerste dag van de termijn waarover de bevoegde overheid beschikte om te beslissen tot: 1° de in kracht van gewijsde getreden uitspraak, indien de procureur des Konings zijn voornemen tot vervolging kenbaar maakt binnen negentig dagen na ontvangst van het proces-verbaal van vaststelling;2° het verstrijken van negentig dagen na de datum van ontvangst van het proces-verbaal van vaststelling door de procureur des Konings indien hij niet te kennen heeft gegeven dat hij voornemens is te vervolgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de gemachtigd ambtenaar het proces-verbaal tot vaststelling overeenkomstig artikel D.VII.6 ontvangt wanneer de termijn loopt waarover de bevoegde overheid beschikt om te beslissen, worden de termijnen voor de zending van de beslissing opgeschort vanaf de datum van ontvangst door de gemachtigd ambtenaar van het proces-verbaal tot vaststelling overeenkomstig artikel D.VII.6 tot: 1° de in kracht van gewijsde getreden uitspraak, indien de procureur des Konings zijn voornemen tot vervolging kenbaar maakt binnen negentig dagen na ontvangst van het proces-verbaal van vaststelling;2° het verstrijken van negentig dagen na de datum van ontvangst van het proces-verbaal van vaststelling door de procureur des Konings indien hij niet te kennen heeft gegeven dat hij voornemens is te vervolgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de gemachtigd ambtenaar het proces-verbaal tot vaststelling overeenkomstig artikel D.VII.6 ontvangt tijdens de periode waarin een beroep ingediend kan worden of tijdens de periode waarin het verzoek om het beroep te behandelen kan worden gezonden en indien de bevoegde overheid over het beroep moet beslissen, worden de termijnen voor de zending van de beslissing opgeschort vanaf de eerste dag van de termijn waarover de bevoegde overheid beschikte om te beslissen tot:\" 1° de in kracht van gewijsde getreden uitspraak, indien de procureur des Konings zijn voornemen tot vervolging kenbaar maakt binnen negentig dagen na ontvangst van het proces-verbaal van vaststelling;2° het verstrijken van negentig dagen na de datum van ontvangst van het proces-verbaal van vaststelling door de procureur des Konings indien hij niet te kennen heeft gegeven dat hij voornemens is te vervolgen. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de datum waarop een veroordelend vonnis in kracht van gewijsde is getreden, wordt de vergunning of het stedenbouwkundig attest nr. 2 geacht te zijn geweigerd en als de bevoegde overheid een overheid van eerste aanleg is, is er geen beroep mogelijk bij de beroepsinstantie. § 3. Indien de procureur des Konings niet binnen de negentig dagen na ontvangst van het proces-verbaal zijn voornemen heeft meegedeeld om verder te gaan, wordt de aanvraag tot vergunning of stedenbouwkundig attest nr. 2 tot regularisatie onderzocht en beslist de bevoegde overheid hetzij op basis van de reglementering die van kracht was op het ogenblik dat de handelingen en werken werden uitgevoerd, hetzij op basis van de reglementering die van kracht was op het ogenblik dat de aanvraag werd ingediend, in voorkomend geval in toepassing van de artikelen D.IV.5 tot en met D.IV.13 en met inachtneming van de specifieke aard van het project en de belangrijkste kenmerken van het bebouwde en onbebouwde landschap ten tijde van de indiening van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de vergunning of het attest wordt geweigerd, wordt de procedure voortgezet volgens artikel D.VII.12 of D.VII.22..</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de vergunning of het certificaat wordt verleend, worden de effecten ervan opgeschort tot de datum van volledige betaling van het vergelijk. § 4. Als het de bevoegde overheid is, stuurt het gemeentecollege een kopie van de beslissing naar de gemachtigd ambtenaar en formuleert het een advies over een vergelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemachtigd ambtenaar zal, in overleg met het gemeentecollege, een vergelijk voorstellen aan de overtreder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er onenigheid bestaat tussen het gemeentecollege en de gemachtigd ambtenaar over het bedrag van het vergelijk wordt het voorstel van de overheid die de overtreding heeft vastgesteld, in acht genomen. § 5. Als de gemachtigd ambtenaar de bevoegde overheid is, of als hij bevoegd is voor het onderzoek van de vergunningsaanvragen bedoeld in de artikelen D.II.54, D.IV.25 en D.V.16 en dat de vergunning of het stedenbouwkundig attest nr. 2 wordt verleend, vraagt de gemachtigd ambtenaar het gemeentecollege naar een vergelijk. De beslissing van het gemeentecollege over het vergelijk wordt binnen de zestig dagen na de zending van de gemachtigd ambtenaar overgemaakt. Bij ontstentenis wordt de beslissing gunstig geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er onenigheid bestaat tussen het gemeentecollege en de gemachtigd ambtenaar over het bedrag van het vergelijk wordt het voorstel van de overheid die de overtreding heeft vastgesteld, in acht genomen. § 6. De gemachtigd ambtenaar stelt het vergelijk voor aan de overtreder. § 7. In het kader van de beroepsprocedure bedoeld in de artikelen D.IV.63 en volgende en bij gebrek aan vergelijk voorgesteld door de gemachtigd ambtenaar kan de Regering in overeenstemming met het gemeentecollege, een vergelijk voorstellen aan de overtreder.\". Art. 178.In artikel D.VII.19 van hetzelfde Wetboek, wordt het vierde lid opgeheven. Art. 179.Artikel D.VII.20 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: \"Art. D.VII.20. § 1. Wanneer ze op de hoogte wordt gebracht van de betaling van het vergelijk, zal de bevoegde overheid de houder van de vergunning of stedenbouwkundig attest nr. 2 en de projectontwerper op de hoogte brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een betaling wordt gedaan aan de financieel directeur van de gemeente, stelt het gemeentecollege de gemachtigd ambtenaar daarvan in kennis Wanneer een betaling wordt gedaan aan de ontvanger der registratie directeur van de gemeente, stelt de gemachtigd ambtenaar het gemeentecollege daarvan in kennis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het vergelijk niet wordt betaald binnen zes maanden na het verzoek van de overheid aan de overtreder, vervalt de vergunning of is de beoordeling in het stedenbouwkundig attest plancertificaat nr. 2 niet langer geldig. De procedure wordt voortgezet overeenkomstig artikel D.VII.12 of D.VII.22. Deze periode kan op verzoek van de overtreder worden verlengd tot maximaal achttien maanden, waarbij de betalingen worden gespreid. § 2. Een aanvraag tot vergunning of stedenbouwkundig attest nr. 2 en een aanvraag tot vergunning of stedenbouwkundig attest nr. 2 tot regularisatie kunnen onafhankelijk van elkaar worden ingediend indien de bij de twee aanvragen betrokken handelingen en werken fysisch en functioneel volledig autonoom zijn.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-180\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 180</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.VII.26, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden \"D.VII.1bis\" vervangen door de woorden \"D.VII.1/1\". HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen in Boek VIII van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling Art. 181.In artikel D.VIII.1 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende de wijzigingen aangebracht: a) in 3°, d), worden het woord \"en gewestelijke \" ingevoegd tussen de woorden \"de gemeentelijke\" en de woorden \"leidraad voor stedenbouw\";b) punt 3° wordt opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-182\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 182</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk II van Titel I van Boek VIII van hetzelfde Wetboek wordt vóór artikel D.VIII.5 een afdeling 1 ingevoegd met als opschrift \"Informatievergadering voorafgaand aan de herziening van het gewestplan\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-183\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 183</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel D.VIII.5 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: \"Art. D.VIII.5. § 1. Voor de gewestplannen waarvan de herziening op initiatief van de gemeente of van een overeenkomstig de artikelen D.II.47, D.II.48, en D.II.52, private of publieke natuurlijke of rechtspersoon wordt bepaald, vindt een voorafgaandelijke informatievergadering plaats voor de verzending van de aanvraag aan de Regering De informatievergadering heeft als doel: 1° de aanvrager in staat te stellen het basisdossier bedoeld in artikel D.II.44 uiteen te zetten; 2° het publiek in staat te stellen zich te informeren en zijn opmerkingen te uiten over het ontwerp van herziening van het gewestplan;3° in voorkomend geval de bijzondere punten die zouden kunnen worden besproken in het verslag over de milieueffecten te onderstrepen;4° alternatieven voor te stellen die redelijkerwijs voor de aanvrager overwogen kunnen worden opdat ermee rekening zou worden gehouden in het verslag over de milieueffecten. § 2 De persoon of de overheid die het initiatief van de herziening heeft genomen, bepaalt wat volgt: 1° de datum, het uur en de plaats van de informatievergadering; 2° de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;3° de personen en hun fysieke en elektronische adressen, bij wie de informatie kan worden verkregen § 3.De informatievergadering vindt plaats in de gemeente op het grondgebied waarvan de geplande herziening van het gewestplan in oppervlakte de grootste is of op het grondgebied waarvan het op te nemen tracé het langste is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoon of de overheid die het initiatief van de herziening heeft genomen, maakt de in paragraaf 2 bedoelde informatie over aan het gemeentecollege van elke gemeente op het grondgebied waarvan de herziening van het gewestplan wordt gepland, en ter informatie aan de administratie. § 4. Elk gemeentecollege zal ten minste vijftien dagen voor de informatievergadering en tot de dag na de vergadering op de gebruikelijke plaatsen een aankondiging ophangen. Ze zal de aankondiging ook ophangen op vier plaatsen in de buurt van het gebied in kwestie, langs een openbare weg die gebruikt kan worden door voertuigen of personen op doorreis. Het bericht wordt ook bekendgemaakt op de website van betrokken gemeente.\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bericht vermeldt: 1° de persoon of de overheid die het initiatief van de herziening heeft genomen 2° de aard van het project en de locatie, het doel van de vergadering en de datum, het uuren de plaats van de informatievergadering;3° het onderwerp van de vergadering, de datum, het uur en de plaats van de informatievergadering;4° de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;5° de personen, en hun fysieke en elektronische adressen, bij wie de informatie kan worden verkregen De persoon of de overheid die het initiatief van de herziening heeft genomen, verspreidt het bericht in twee gewestelijke dagbladen en in een huis-aan-huisblad in de gemeente op het grondgebied waarvan de herziening van het gewestplan wordt gepland. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoon of de overheid die het initiatief van de herziening heeft genomen, nodigt de volgende personen of instellingen op de vergadering uit: 1° de Regering of haar vertegenwoordiger;2° een vertegenwoordiger van de administratie en de gemachtigde ambtenaar ;3° een vertegenwoordiger van het bestuur bevoegd voor leefmilieu;4° de Beleidsgroep Leefmilieu 5° de gemeentelijke commissie van de gemeente op het grondgebied waarvan de herziening van het gewestplan wordt gepland;6° de Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening;7° de vertegenwoordigers van de gemeente op het grondgebied waarvan de herziening van het gewestplan wordt gepland. § 6. Een vertegenwoordiger van het gemeentecollege van de gemeente waarin de informatievergadering plaatsvindt, zit de vergadering voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">De adviseur inzake ruimtelijke ordening of de adviseur inzake leefmilieu of een vertegenwoordiger van het gemeentecollege neemt het secretariaat van de vergadering waar, bepaalt de presentielijst en maakt de notulen op.</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoon of de overheid die het initiatief van de herziening heeft genomen, stelt het ontwerp van herziening van het gewestplan voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergadering wordt gefilmd door de persoon of overheid die het initiatief neemt tot de herziening, volgens de nadere regels die zijn vastgelegd door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoon of overheid die het initiatief van de herziening neemt, is verantwoordelijk voor het verwerken van de persoonsgegevens die betrokken zijn bij het opnemen en raadplegen van de video.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van de opname en de eventuele raadpleging ervan is te zorgen voor maximale actieve publiciteit door het publiek meer inspraak te geven enhet publiek in staat te stellen informatie te verkrijgen en opmerkingen te maken door de video van de voorafgaande informatiebijeenkomst op een later tijdstip te raadplegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opname bevat : 1° een audio- en video-opname van de tussenkomsten ;a) de persoon of de overheid die het initiatief van de herziening heeft genomen;b) de vertegenwoordigers van de gemeente op het grondgebied waarvan de herziening van het gewestplan wordt gepland en adviseurs inzake ruimtelijke ordening of leefmilieu;c) van de vertegenwoordiger van de Regering;2° een audio-opname van alle overige tussenkomsten. § 7. De video van de vergadering en de tijdens de vergadering gebruikte documenten en informatiedragers kunnen op afspraak en op afstand bij de gemeente worden geraadpleegd vanaf de dag na de vergadering tot het einde van de in paragraaf 8 bedoelde periode van vijftien dagen De video wordt aan het einde van deze periode vernietigd door de beheerder van de persoonsgegevens. § 8. Elke persoon kan binnen vijftien dagen na de vergadering zijn opmerkingen en suggestiesover het ontwerp van herziening van het gewestplan schriftelijk richten aan het gemeentecollege van elke gemeente. Elke persoon kan eveneens op bijzondere punten wijzen en alternatieven voorstellen die redelijkerwijs overwogen kunnen worden door de persoon of de overheid die het initiatief van de herziening heeft genomen opdat ermee rekening zou worden gehouden in het verslag over de milieueffecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen en suggesties moeten per post, fax of e-mail naar het door de gemeente opgegeven adres worden gestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk gemeentecollege richt aan de persoon of de overheid die het initiatief van de herziening heeft genomen, het afschrift van de eventuele opmerkingen, suggesties en voorstellen binnen dertig dagen na de informatievergadering. Het gemeentecollege waar de informatievergadering wordt gehouden, notuleert de bijeenkomst en stelt een verklaring op dat de video de in paragraaf 6, zesde alinea, bedoelde informatie bevatte, en zendt deze binnen dezelfde termijn aan de persoon of overheid die het initiatief tot de herziening heeft genomen en stelt deze ter beschikking van het publiek.\". Art. 184.In boek VIII, titel I, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 2 met als opschrift \"Informatievergadering voorafgaand aan een gezamenlijke procedure vergunning/plan\" ingevoegd. Art. 185.In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 184, wordt een artikel D.VIII.5/1 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.VIII.5/1. Voor de aanvragen bedoeld in artikel D.II.54 wordt vóór de indiening van de aanvraag bij de Regering een informatievergadering belegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatievergadering heeft als doel: 1° de aanvrager in staat te stellen het basisdossier bedoeld in artikel D.II.44 en het project voor te stellen; 2° het publiek in staat te stellen zich te informeren en zijn opmerkingen te uiten over het ontwerp van herziening van het gewestplan en over het project;3° in voorkomend geval de bijzondere punten die zouden kunnen worden besproken in de gezamenlijke milieueffectenbeoodeling te onderstrepen; 4° alternatieven voor te stellen die redelijkerwijs voor de aanvrager overwogen kunnen worden opdat ermee rekening zou worden gehouden in de gezamenlijke milieueffectenbeoodeling.\". Art. 186.In dezelfde afdeling 2, wordt een artikel D.VIII.5/2 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.VIII.5/2. De aanvrager bezorgt de Regering de informatie bedoeld in artikel D.29-5, § 2, eerste lid, 2°, van Boek I van de milieuwet en de aanvraag tot herziening van het gewestplan, vergezeld van het basisdossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij informeert haar: 1° de datum, het uur en de plaats van de informatievergadering;2° de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;3° de personen, en hun fysiek en elektronisch adres, bij wie de informatie kan worden verkregen;4° de identiteit van de persoon die gekozen is om de gezamenlijke effectbeoordeling uit te voeren. Binnen vijfentwintig dagen na ontvangst van deze informatie bepaalt de Regering of haar afgevaardigde de gemeenten, met inbegrip van de gemeente of gemeenten waartoe het project en de herziening van het gewestplan zich uitstrekken, die door het genoemde project en de herziening van het gewestplan kunnen worden getroffen, op wier grondgebied een openbaar onderzoek zal worden gehouden. De Dienst licht de persoon bij aangetekend schrijven erover in.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatievergadering vindt plaats in de gemeente op het grondgebied waarvan de geplande herziening van het gewestplan in oppervlakte de grootste is of op het grondgebied waarvan het op te nemen tracé het langste is.\". Art. 187.In dezelfde afdeling 2, wordt een artikel D.VIII.5/3 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.VIII.5/3. De aanvrager stuurt de informatie en informatiedragers als bedoeld in artikel D.VIII.5/2, lid 2, naar het gemeentecollege van elke gemeente die kan worden getroffen, en ter informatie naar de administratie .</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager nodigt uit voor deze vergadering: 1° de Regering of haar vertegenwoordiger;2° een vertegenwoordiger van de administratie en de gemachtigde ambtenaar ;3° een vertegenwoordiger van de leefmilieu-administratie; 4° de Beleidsgroep Leefmilieu;5° de gemeentelijke commissies van de gemeenten die door het project of de herziening van het gewestplan kunnen worden getroffen;6° de Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening;7° de vertegenwoordigers van de gemeenten die door het project of de herziening van het gewestplan kunnen worden getroffen; 8° de persoon die door de aanvrager is gekozen om de effectbeoordeling uit te voeren.\". Art. 188.In dezelfde afdeling 2, wordt een artikel D.VIII.5/4 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.VIII.5/4. Op eigen initiatief of op verzoek van een van de personen of instanties die door de aanvrager zijn uitgenodigd, kan de Regering, na de aanvrager te hebben gehoord, de persoon die is gekozen als auteur van de gezamenlijke effectbeoordeling, wraken indien deze persoon in een positie verkeert die de onafhankelijkheid van de uitoefening van zijn opdracht in het gedrang kan brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat verzoek wordt ingediend binnen tien dagen na ontvangst van de lijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering neemt een beslissing binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek of na ontvangst van de uitnodiging indien zij ambtshalve een beslissing neemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het besluit tot wraking wordt verstuurd naar de auteur van de gezamenlijke effectbeoordeling en de aanvrager van de vergunning.\". Art. 189.In dezelfde afdeling 2, wordt een artikel D.VIII.5/5 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.VIII.5/5. Elk gemeentecollege plakt een bericht aan de gewoonlijke aanplakkingplaatsen aan minstens vijftien dagen voor het houden van de informatievergadering en tot de dag volgend op die vergadering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bericht wordt aangeplakt op de gebruikelijke aanplakkingsplaatsen, op vier plaatsen dicht bij de omtrek waarop de aanvraag betrekking heeft zoals bedoeld in artikel D.II.54, en langs een berijdbare of druk gebruikte openbare weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bericht wordt ook bekendgemaakt op de website van betrokken gemeente. Het bericht vermeldt: 1° de identiteit van de aanvrager;2° de aard van de aanvraag tot wijziging van het gewestplan en het project, en de locatie van het project;3° het onderwerp van de vergadering, de datum, het uur en de plaats van de informatievergadering;4° de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;5° de personen, met hun fysiek adres en elektroniscadres, bij wie informatie kan worden verkregen en de identiteit van de persoon die is gekozen als auteur van de gezamenlijke effectbeoordeling. De aanvrager publiceert het bericht in twee regionale dagbladen en één huis-aan-huisblad in elke gemeente waarvoor dit waarschijnlijk gevolgen heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager richt een afschrift van de gepubliceerde berichten aan het gemeentecollege.\". Art. 190.In dezelfde afdeling 2, wordt een artikel D.VIII.5/6 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.VIII.5/6. Een vertegenwoordiger van het gemeentecollege van de gemeente waarin de informatievergadering plaatsvindt, zit de vergadering voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">De adviseur inzake ruimtelijke ordening of de adviseur inzake leefmilieu of een vertegenwoordiger van het gemeentecollege neemt het secretariaat van de vergadering waar, bepaalt de presentielijst en maakt de notulen op.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager presenteert de aanvraag tot herziening van het gewestplan en het project.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergadering wordt gefilmd door de aanvrager, volgens de nadere regels die zijn vastgelegd door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is verantwoordelijk voor het verwerken van de persoonsgegevens die betrokken zijn bij het opnemen en raadplegen van de video.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van de opname en de eventuele raadpleging ervan is te zorgen voor maximale actieve publiciteit door het publiek meer inspraak te geven en het publiek in staat te stellen informatie te verkrijgen en opmerkingen te maken door de video van de voorafgaande informatiebijeenkomst op een later tijdstip te raadplegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opname bevat : 1° een audio- en video-opname van de tussenkomsten ;a) van de aanvrager;b) de persoon die door de aanvrager is gekozen om de effectbeoordeling uit te voeren c) van de vertegenwoordigers en adviseurs op het gebied van ruimtelijke ordening of milieu van de gemeente waar de bijeenkomst wordt gehouden;d) van de vertegenwoordiger van de Regering;2° een audio-opname van alle overige tussenkomsten. De video van de vergadering en de tijdens de vergadering gebruikte documenten en informatiedragers kunnen op afspraak en op afstand bij de gemeente worden geraadpleegd vanaf de dag na de vergadering tot het einde van de in artikel D.VIII.5/7 bedoelde periode van vijftien dagen De video wordt aan het einde van deze periode vernietigd door de beheerder van de persoonsgegevens.\". Art. 191.In dezelfde afdeling 2, wordt een artikel D.VIII.5/7 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.VIII.5/7. Binnen vijftien dagen na de vergadering kan eenieder schriftelijke opmerkingen en suggesties met betrekking tot de aanvraag bedoeld in artikel D.II.54 bezorgen aan het gemeentecollege van elke gemeente. Eenieder kan eveneens op bijzondere punten wijzen en alternatieven voorstellen die redelijkerwijs overwogen kunnen worden door de aanvrager opdat ermee rekening zou worden gehouden in het verslag over de milieueffecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen en suggesties moeten per post, fax of e-mail naar het door de gemeente opgegeven adres worden gestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk gemeentecollege richt aan de aanvrager, het afschrift van de eventuele opmerkingen, suggesties en voorstellen binnen dertig dagen na de informatievergadering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege van de gemeente waar de informatievergadering wordt gehouden, notuleert de informatievergadering en stelt een verklaring op dat de video de in artikel D.VIII.5/6, zevende lid, bedoelde informatie bevatte. Zij stuurt ze binnen dezelfde termijn naar de aanvrager en de opsteller van de gezamenlijke effectbeoordeling en stelt ze ter beschikking van het publiek.\". Art. 192.In boek VIII, titel I, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 3 met als opschrift \"Informatievergadering voorafgaand aan een gezamenlijke procedure omtrek/vergunning\" ingevoegd. Art. 193.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 192, wordt een artikel D.VIII.5/8 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.VIII.5/8. Voor de aanvragen bedoeld in artikel D.V.16 wordt een voorafgaande informatievergadering gehouden wanneer de Regering beslist om de gezamenlijke aanvraag te onderwerpen aan een milieueffectbeoordeling overeenkomstig artikel D.V.16/3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatievergadering heeft als doel: 1° de aanvrager in staat te stellen de aanvraag bedoeld in artikel D.V.16 en het project voor te stellen; 2° het publiek in staat te stellen zich te informeren en zijn opmerkingen te uiten over het ontwerp van de omtrek en over het project;3° in voorkomend geval de bijzondere punten die zouden kunnen worden besproken in de gezamenlijke milieueffectenbeoordeling te onderstrepen; 4° alternatieven voor te stellen die redelijkerwijs voor de aanvrager overwogen kunnen worden opdat ermee rekening zou worden gehouden in de gezamenlijke milieueffectenbeoordeling.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-194\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 194</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde afdeling 3, wordt een artikel D.VIII.5/9 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.VIII.5/9. De aanvrager licht de Regering in over: 1° de datum, het uur en de plaats van de informatievergadering; 2° de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;3° de personen, en hun fysiek en elektronisch adres, bij wie de informatie kan worden verkregen;4° de identiteit van de persoon die gekozen is om de gezamenlijke effectbeoordeling uit te voeren. De informatievergadering wordt gehouden in de gemeente waar de ontworpen omtrek de grootste oppervlakte dekt.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-195\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 195</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde afdeling 3, wordt een artikel D.VIII.5/10 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.VIII.5/10. De aanvrager stuurt de informatie en informatiedragers als bedoeld in artikel D.VIII.5/2, lid 2, naar het gemeentecollege van elke gemeente die kan worden getroffen, en ter informatie naar de administratie De aanvrager nodigt uit voor deze vergadering: 1° de Regering of haar vertegenwoordiger;2° een vertegenwoordiger van de administratie en de gemachtigde ambtenaar ;3° een vertegenwoordiger van de leefmilieu-administratie; 4° de Beleidsgroep Leefmilieu;5° de gemeentelijke commissies van de gemeenten die door het project of de omtrek kunnen worden getroffen;6° de Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening;7° de vertegenwoordigers van de gemeente(n) die het voorwerp van het kunnen uitmaken van het project of de omtrek; 8° de persoon die door de aanvrager is gekozen om de effectbeoordeling uit te voeren.\". Art. 196.In dezelfde afdeling 3, wordt een artikel D.VIII.5/11 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.VIII.5/11. Op eigen initiatief of op verzoek van een van de personen of instanties die door de aanvrager zijn uitgenodigd, kan de Regering, na de aanvrager te hebben gehoord, de persoon die is gekozen als auteur van de gezamenlijke effectbeoordeling, wraken indien deze persoon in een positie verkeert die de onafhankelijkheid van de uitoefening van zijn opdracht in het gedrang kan brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat verzoek wordt ingediend binnen tien dagen na ontvangst van de lijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering neemt een beslissing binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek of na ontvangst van de uitnodiging indien zij ambtshalve een beslissing neemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het besluit tot wraking wordt verstuurd naar de auteur van de gezamenlijke effectbeoordeling en de aanvrager van de vergunning.\". Art. 197.In dezelfde afdeling 3, wordt een artikel D.VIII.5/12 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.VIII.5/12. Elk gemeentecollege plakt een bericht aan de gewoonlijke aanplakkingplaatsen aan minstens vijftien dagen voor het houden van de informatievergadering en tot de dag volgend op die vergadering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bericht wordt aangeplakt op de gebruikelijke aanplakkingsplaatsen, op vier plaatsen dicht bij de omtrek waarop de aanvraag betrekking heeft zoals bedoeld in artikel D.V.16, en langs een berijdbare of druk gebruikte openbare weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bericht wordt ook bekendgemaakt op de website van elke betrokken gemeente. Het bericht vermeldt: 1° de identiteit van de aanvrager;2° de aard van de aanvraag tot wijziging van de omtrek en van het project, en de locatie van het project;3° het onderwerp van de vergadering, de datum, het uur en de plaats van de informatievergadering;4° de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;5° de personen, met hun fysiek adres en elektroniscadres, bij wie informatie kan worden verkregen en de identiteit van de persoon die is gekozen als auteur van de gezamenlijke effectbeoordeling. De aanvrager publiceert het bericht in twee regionale dagbladen en één huis-aan-huisblad in elke gemeente waarvoor dit waarschijnlijk gevolgen heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager richt een afschrift van de gepubliceerde berichten aan het gemeentecollege.\". Art. 198.In dezelfde afdeling 3, wordt een artikel D.VIII.5/13 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.VIII.5/13. Een vertegenwoordiger van het gemeentecollege van de gemeente waarin de informatievergadering plaatsvindt, zit de vergadering voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">De adviseur inzake ruimtelijke ordening of de adviseur inzake leefmilieu of een vertegenwoordiger van het gemeentecollege neemt het secretariaat van de vergadering waar, bepaalt de presentielijst en maakt de notulen op.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager presenteert de aanvraag tot herziening van het gewestplan en het project.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergadering wordt gefilmd door de aanvrager, volgens de nadere regels die zijn vastgelegd door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is verantwoordelijk voor het verwerken van de persoonsgegevens die betrokken zijn bij het opnemen en raadplegen van de video.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van de opname en de eventuele raadpleging ervan is te zorgen voor maximale actieve publiciteit door het publiek meer inspraak te geven enhet publiek in staat te stellen informatie te verkrijgen en opmerkingen te maken door de video van de voorafgaande informatiebijeenkomst op een later tijdstip te raadplegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opname bevat : 1° een audio- en video-opname van de tussenkomsten ;a) van de aanvrager;b) de persoon die door de aanvrager is gekozen om de effectbeoordeling uit te voeren c) van de vertegenwoordigers en adviseurs op het gebied van ruimtelijke ordening of milieu van de gemeente waar de bijeenkomst wordt gehouden;d) van de vertegenwoordiger van de Regering;2° een audio-opname van alle overige tussenkomsten. De video van de vergadering en de tijdens de vergadering gebruikte documenten en informatiedragers kunnen op afspraak en op afstand bij de gemeente worden geraadpleegd vanaf de dag na de vergadering tot het einde van de in artikel D.VIII.5/7 bedoelde periode van vijftien dagen De video wordt aan het einde van deze periode vernietigd door de beheerder van de persoonsgegevens.\". Art. 199.In dezelfde afdeling 3, wordt een artikel D.VIII.5/14 ingevoegd, luidend als volgt: \"Art. D.VIII.5/14. Binnen vijftien dagen na de vergadering kan eenieder schriftelijke opmerkingen en suggesties met betrekking tot de aanvraag bedoeld in artikel D.V.16 bezorgen aan het gemeentecollege van elke gemeente. Eenieder kan eveneens op bijzondere punten wijzen en alternatieven voorstellen die redelijkerwijs overwogen kunnen worden door de aanvrager opdat ermee rekening zou worden gehouden in het verslag over de milieueffecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen en suggesties moeten per post, fax of e-mail naar het door de gemeente opgegeven adres worden gestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk gemeentecollege richt aan de aanvrager, het afschrift van de eventuele opmerkingen, suggesties en voorstellen binnen dertig dagen na de informatievergadering.</p></div>", "next": 239590}