{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Zo de financieel verantwoordelijke van de dienst niet wordt geïnformeerd van de gerealiseerde of niet gerealiseerde correctieboekingen zal de financieel verantwoordelijke zich kunnen wenden tot de leidinggevende van de dienst om alsnog de nodige (correctie)boekingen uit te voeren of te laten uitvoeren en dit onder toezicht van de leidinggevende van de dienst. § 4 In de vierde paragraaf wordt omschreven hoe hij dient te handelen als hij van externen aan zijn dienst, in het bijzonder van de verantwoordelijken van de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning kennis zou kunnen nemen van onregelmatigheden die werden opgemerkt in de boekhoudkundige verwerking van handelingen die zich hebben voorgedaan binnen zijn dienst(en) (in de zin van artikel 2 van de Wet).</p>\n<p class=\"lf-p\">Met derde wordt bijvoorbeeld bedoeld de inspecteur van financiën, de controleur van de vastleggingen, de interne of externe auditors, zonder ook andere derden uit te sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit kader zal hij de betrokken persoon van de dienst vragen om onmiddellijk de onregelmatigheden recht te zetten en deze in de toekomst te voorkomen. Hierbij kan hij de nodige adviezen of raadgevingen meegeven. Het staat de financieel verantwoordelijke natuurlijk vrij om in het kader van de onregelmatigheden bijkomende controles uit te voeren die hem dienen te verzekeren dat deze onregelmatigheden zich in de toekomst niet meer zullen voordoen. § 5 Tot slot maakt hij de nodige verslagen, over de boekhoudkundige en begrotingsverrichtingen, over aan de Minister van Begroting en aan de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning overeenkomstig de door hen vastgelegde modaliteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die verslagen moet de Minister van Begroting en de verantwoordelijken van de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning in staat stellen een correcte, volledige en doeltreffende opvolging te krijgen van de verschillende diensten van de federale overheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 4 - De boekhouder Hierbij dienen wij op te merken dat deze functie door meerdere personen kan worden uitgevoerd, ieder verantwoordelijk voor de hem toegewezen taken. De financieel verantwoordelijke van de dienst dient er op toe te zien dat elk van de in dit besluit vermelde taken van de boekhouder aan een van die personen wordt toegewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rekening houdend met de diversiteit van de taken van de boekhouder zal iedere dienst er dienen op toe te zien dat deze taken door de verschillende betrokken boekhouders worden vervuld. Iedere dienst zal op basis van de functiebeschrijving van elke persoon nader bepalen voor welke taken de boekhouder zal dienen in te staan onder het functioneel toezicht van het hoofd van de financiële verantwoordelijke van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo zal men naast de boekhouders die instaan voor de onmiddellijke registratie in het boekhoudsysteem van alle boekhoudkundige stukken die hen worden voorgelegd en zodoende zorgen voor de zonder uitstel, juiste, getrouwe, volledige en naar tijdsorde verwerking van de verschillende stukken, ook meer opgeleide boekhouders hebben die er op toezien dat alle boekhoudkundige handelingen gebeuren overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake. Daarnaast zal men ook de boekhouders hebben die zullen instaan voor de rapporteringen, het opmaken van de verschillende verslagen in het kader van de boekhoudkundige verwerking zowel voor wat de algemene boekhouding als wat de budgettaire boekhouding betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij wensen hier ook aan toe te voegen dat waar er in de andere Titels of hoofdstukken van dit besluit sprake is van de actor boekhouder, het telkens gaat om de boekhouder zoals omschreven in Titel II, Hoofdstuk 4 van dit besluit. Dit betreft dus alle artikelen die onder dit hoofdstuk vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 26 De boekhouder is, zo de boekhouding niet geëxternaliseerd is, werkzaam op een dienst/afdeling van de organisatie/de dienst en voert zijn taken uit onder de functionele eindverantwoordelijkheid van de financieel verantwoordelijke van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is deze laatste die zodoende ook het nodige toezicht zal uitoefenen en de eindverantwoordelijkheid draagt voor de verschillende boekhoudkundige handelingen die door zijn medewerkers in het kader van de dubbele boekhouding zowel met betrekking tot de algemene boekhouding als met betrekking tot de budgettaire comptabiliteit worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De functioneel verantwoordelijke van de boekhouder is de financieel verantwoordelijke van de dienst, de mogelijkheid is open gelaten, afhankelijk van de structuur en organisatie van de dienst dat de hiërarchische verantwoordelijke van bepaalde boekhouders iemand anders is. Dit zal zich voordoen indien de boekhouder niet werkzaam is op de financiële dienst van de betrokken dienst maar op een andere dienst van de organisatie maar daar wel boekhoudkundige handelingen van een boekhouder uitoefent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de dienst zou beslissen om de boekhouding en hiermee samengaand de boekhoudkundige handelingen zouden laten uitvoeren door externe partners. Blijft de eindverantwoordelijkheid voor de verrichtingen die door deze externe partners worden uitgevoerd of niet uitgevoerd in het kader van de boekhoudkundige verwerking bij de financieel verantwoordelijke van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit komt zeker tot uiting in de verklaring die de financieel verantwoordelijke in zijn `letter of intent' moet ondertekenen samen met de leidinggevende van de betrokken dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Boekhoudkundige verrichtingen Artikel 27 1e gedachtestreepje Hier heeft men bij de term \"voert\" geopteerd om deze te linken aan algemene bepalingen, zijnde `de wettelijke en reglementaire bepalingen'. Hierbij dient men zowel deze die van toepassing zijn voor de overheidsdiensten als deze die van toepassing zijn voor de vennootschappen en verenigingen van de privé sector voor ogen te hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is namelijk zo dat de overgrote meerderheid van de diensten die vallen onder het toepassingsgebied van de Wet de boekhoudkundige regels en de waarderingsregels opgenomen in de Wet en in het koninklijk besluit van 10 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009014308 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot toewijzing van een subsidie van 4.527.103,91 EUR in 2009 aan de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel in toepassing van bijakte nr. 10 van het Samenwerkingsakkoord van 15 september 1993 tussen de Federale Staat en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende bepaalde initiatieven bestemd om de internationale rol en de functie van hoofdstad van Brussel te bevorderen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/2011 numac 2011003062 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Koninklijk besluit houdende vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. - 2e erratum type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/12/2009 numac 2009204931 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 maart 2008, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, betreffende een bijzondere vergoeding voor arbeiders in geval van gebrek aan werk wegens economische oorzaken type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204915 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor sommige ondernemingen gelegen op het grondgebied van La Louvière en die onder het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/12/2009 numac 2009014296 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit waarbij de Staat wordt gemachtigd om onroerende goederen aan de naamloze vennootschap van privaat recht « The Brussels Airport Company » te verkopen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204844 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling voor de ondernemingen van vervaardiging van cabines voor machines voor burgerlijke bouwkunde en landbouwmachines, gelegen in Sombreffe en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/11/2009 numac 2009003421 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende ontslag en benoeming van een lid van de raad van bestuur van de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Loterij type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204937 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit de fabricatie, het monteren, het testen en dit zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden, van onder andere mechanische, fijn mechanische en hydraulische onderdelen, gelegen in de industriële zone De Arend, te Zedelgem, en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204720 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit productie en commercialisering van industriële machines en apparatuur in roestvrij staal voor de behandeling van voedingsproducten, gelegen op het grondgebied van Zedelgem en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/11/2009 numac 2009018457 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 3, 5°, van de wet van 16 oktober 2009 die machtigingen verleent aan de Koning in geval van een griepepidemie of -pandemie sluiten tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie zullen volgen. Echter er bestaat in de Wet een uitzonderingsbepaling die de mogelijkheid voorziet dat instellingen de boekhoudkundige regels en waarderingsregels van de privé sector hanteren onder de voorwaarde dat bij het overmaken van de boekhoudkundige gegevens door deze instellingen aan de diensten van de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning het verkregen resultaat op basis van deze regels (waaronder de waarderingsregels) moeten omgezet worden naar een resultaat op basis van de regels die in de Wet en in het koninklijk besluit van 10 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009014308 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot toewijzing van een subsidie van 4.527.103,91 EUR in 2009 aan de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel in toepassing van bijakte nr. 10 van het Samenwerkingsakkoord van 15 september 1993 tussen de Federale Staat en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende bepaalde initiatieven bestemd om de internationale rol en de functie van hoofdstad van Brussel te bevorderen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/2011 numac 2011003062 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Koninklijk besluit houdende vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. - 2e erratum type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/12/2009 numac 2009204931 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 maart 2008, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, betreffende een bijzondere vergoeding voor arbeiders in geval van gebrek aan werk wegens economische oorzaken type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204915 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor sommige ondernemingen gelegen op het grondgebied van La Louvière en die onder het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/12/2009 numac 2009014296 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit waarbij de Staat wordt gemachtigd om onroerende goederen aan de naamloze vennootschap van privaat recht « The Brussels Airport Company » te verkopen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204844 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling voor de ondernemingen van vervaardiging van cabines voor machines voor burgerlijke bouwkunde en landbouwmachines, gelegen in Sombreffe en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/11/2009 numac 2009003421 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende ontslag en benoeming van een lid van de raad van bestuur van de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Loterij type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204937 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit de fabricatie, het monteren, het testen en dit zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden, van onder andere mechanische, fijn mechanische en hydraulische onderdelen, gelegen in de industriële zone De Arend, te Zedelgem, en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204720 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit productie en commercialisering van industriële machines en apparatuur in roestvrij staal voor de behandeling van voedingsproducten, gelegen op het grondgebied van Zedelgem en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/11/2009 numac 2009018457 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 3, 5°, van de wet van 16 oktober 2009 die machtigingen verleent aan de Koning in geval van een griepepidemie of -pandemie sluiten tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie, zijn vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Immers, bij de consolidatie van de diensten die vallen onder de betreffende consolidatiekring dient men deze consolidatie uit te voeren volgens dezelfde gemeenschappelijke regels. Een gebrek aan eenvormigheid van de waarderingsregels schaadt immers het consolidatieproces waarmee de jaarrekening van de federale Staat wordt opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Wet voorziet de nodige flexibiliteit voor bepaalde instellingen met betrekking tot het door de diensten te volgen boekhoud-\"plan\", zo zal men ofwel gebruik maken van deze voorzien in het voormelde besluit van 10 november 2009, ofwel, in voorkomend geval van een ander boekhoud-\"plan\", voor de instellingen die opteren gebruik te maken van het artikel 138, § 1 van de Wet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze laatste keuzemogelijkheid geeft echter geen vrijstelling om te \"rapporteren\" in het kader van de Wet, op basis van andere boekhoudregels en waarderingsregels dan deze die in de Wet en in het voormelde uitvoeringsbesluit van 10 november 2009 zijn bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit dient men te lezen inclusief de heersende boekhoudregels met betrekking tot het dubbelboekhouden voor zover deze niet afwijken van de bestaande wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op de overheidssector.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de instellingen wordt ook de mogelijkheid geboden overeenkomstig artikel 138, § 1 van de Wet om gebruik te maken van een ander boekhoudplan. Hierbij denken wij aan de boekhoudplannen die speciaal voorzien zijn voor de vennootschappen of voor de verenigingen die werkzaam zijn in de private sector. 2e gedachtestreepje Het feit dat men mag gebruik maken van de boekhoudplannen van de private sector wil echter niet zeggen dat men finaal mag afwijken van de boekhoudregels en boekhoudkundige bepalingen die zijn opgenomen in het voormelde koninklijk besluit van 10 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009014308 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot toewijzing van een subsidie van 4.527.103,91 EUR in 2009 aan de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel in toepassing van bijakte nr. 10 van het Samenwerkingsakkoord van 15 september 1993 tussen de Federale Staat en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende bepaalde initiatieven bestemd om de internationale rol en de functie van hoofdstad van Brussel te bevorderen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/2011 numac 2011003062 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Koninklijk besluit houdende vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. - 2e erratum type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/12/2009 numac 2009204931 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 maart 2008, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, betreffende een bijzondere vergoeding voor arbeiders in geval van gebrek aan werk wegens economische oorzaken type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204915 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor sommige ondernemingen gelegen op het grondgebied van La Louvière en die onder het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/12/2009 numac 2009014296 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit waarbij de Staat wordt gemachtigd om onroerende goederen aan de naamloze vennootschap van privaat recht « The Brussels Airport Company » te verkopen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204844 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling voor de ondernemingen van vervaardiging van cabines voor machines voor burgerlijke bouwkunde en landbouwmachines, gelegen in Sombreffe en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/11/2009 numac 2009003421 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende ontslag en benoeming van een lid van de raad van bestuur van de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Loterij type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204937 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit de fabricatie, het monteren, het testen en dit zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden, van onder andere mechanische, fijn mechanische en hydraulische onderdelen, gelegen in de industriële zone De Arend, te Zedelgem, en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204720 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit productie en commercialisering van industriële machines en apparatuur in roestvrij staal voor de behandeling van voedingsproducten, gelegen op het grondgebied van Zedelgem en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/11/2009 numac 2009018457 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 3, 5°, van de wet van 16 oktober 2009 die machtigingen verleent aan de Koning in geval van een griepepidemie of -pandemie sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij wensen wij op te merken dat de boekhouders aanvullend kunnen beroep doen op de boekhoudkundige adviezen van de Commissie voor de openbare comptabiliteit (C.O.C.) of de boekhoudkundige richtlijnen van de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning in het bijzonder deze van de federale accountant wat de algemene boekhoudkundige verwerkingen betreft en van de diensten begeleiding begroting voor wat de verwerkingen in de budgettaire handelingen betreft. Zij vormen namelijk ook mee een basis om een gelijke verwerking van de verschillende handelingen in de verschillende boekhoudingen van de verschillende diensten van de federale Staat te realiseren. En zo de intercompany boekingen op een eenvoudige wijze te kunnen realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er voor de boekhouder een onduidelijkheid is hoe hij bepaalde handelingen in de verschillende boekhoudingen dient op te nemen kan hij zich beroepen op deze verschillende boekhoudkundige richtlijnen en adviezen en, met inbegrip van de ondersteuning van de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning en in het bijzonder op de diensten van de federale accountant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij wensen wij wel toe te voegen dat de boekhouders wel de richtlijnen die worden gegeven door de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning in het kader van de boekhoudkundige handelingen en verwerkingen dienen na te komen. Zij vormen namelijk ook een basis om een gelijke verwerking van de verschillende handelingen in de verschillende boekhoudingen van de verschillende diensten van de federale Staat op elkaar te kunnen afstemmen. 3e gedachtestreepje De boekhouder die instaat voor de opmaak van de rekeningen, is verantwoordelijk voor de boekhoudkundige (algemene en budgettaire) rekeningen van zijn dienst en zorgt ervoor dat die volledig, juist, getrouw en regelmatig zijn en dat zij een juist en getrouw beeld geven van de boekhoudkundige, budgettaire en financiële toestand van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De boekhoudkundige verwerking dient te gebeuren overeenkomstig de geldende wettelijke, regelgevende en normatieve bepalingen, waaronder de vereiste dat de boekhouding een weergave dient te zijn van een juist en getrouw beeld van de vermogenspositie van de betrokken boekhoudkundige entiteit of dienst. Een vertekening van het getrouw beeld kan veroorzaakt worden door het gebrek aan neutraliteit van de boekingen ten opzichte van, onder meer, de wettelijke en/of contractuele kwalificatie van overeenkomsten, verbintenissen of financiële instrumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het oogmerk van de rekeningen van een dienst is een getrouw beeld te geven van de boekhoudkundige, budgettaire en financiële positie van de dienst, van haar vermogen en haar resultaten. De vereiste van getrouw beeld van de rekening wordt verklaard vanuit het algemeen aanvaard beschouwd boekhoudkundige principe en de eruit voortvloeiende boekhoudkundige regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handelwijze die ten grondslag ligt aan de vaststelling van boekhoudkundige principes is inductief. Zij vindt haar oorsprong in de boekhoudpraktijk, die de beginselen van onveranderlijke normatieve gegevens omvat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de toepassing van een boekhoudkundig bepaling niet volstaat om een juist en getrouw beeld te geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van een dienst, moet in de toelichting bijkomende informatie worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de toepassing van een boekhoudkundig bepaling ongeschikt blijkt om een getrouw beeld van het vermogen, de financiële positie of het resultaat van de dienst te geven, moet ervan worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze afwijking moet in de toelichting worden vermeld en behoorlijk worden gemotiveerd, met vermelding van de invloed ervan op het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de dienst evenals de invloeden die het met zich meebrengt op boekhoudkundig en budgettair vlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De interpretatie van een getrouw beeld kan worden verklaard door het feit dat iedere uitzondering op de boekhoudprincipes moet worden gerechtvaardigd door het zoeken naar een meer relevante, ter zake doende informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij wensen op te merken dat de betrokken actoren en diensten alles dienen te doen om een getrouw beeld van de rekeningen te geven. Het zijn evenwel de toezichthouder(s) die na onderzoek kan (kunnen) vaststellen of de voorgelegde rekeningen een getrouw beeld geven. 4e gedachtestreepje Een andere elementaire taak van een boekhouder is in dit punt opgenomen namelijk `de registratie' in de algemene boekhouding en de budgettaire comptabiliteit van alle boekhoudkundige stukken die hem worden voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij stelt het tweede deel van de zin dat deze registratie niet door de boekhouder dient te gebeuren indien die opdracht aan een andere actor werd toegewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij dient men afhankelijk van de organisatie en de procedures en afspraken binnen een bepaalde dienst bepaalde taken van voormelde actoren voor ogen te hebben. In dit kader kan men zich voorstellen dat bepaalde taken van de ordonnateur, zonder andere hiervoor vermelde actoren evenwel uit te sluiten, zelf zullen instaan voor de registratie van bepaalde handelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dienaangaande kan, louter als voorbeeld, de registratie van de ontvangst en de aanvaarding van prestaties naar voren gebracht worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze gevallen zal conform voorafgaande bepalingen van dit besluit de registratie van deze handelingen kunnen toegewezen worden aan een andere actor dan de boekhouder. 5e gedachtestreepje Dagelijks, maandelijks, trimestrieel, semestrieel, en jaarlijks alsook op de momenten dat het noodzakelijk is, zorgt hij ervoor dat de nodige boekhoudkundige handelingen worden verricht opdat een juist en getrouw beeld zou kunnen worden gegeven van de rekeningen van de betrokken dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het up to date houden van de gebeurtenissen en de handelingen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de dienst en de boekhouding van de dienst is een belangrijke handeling die nauwgezet en op regelmatige basis, zoals in het hiervoor vermelde lid vermeld, dient uitgevoerd te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voormelde handeling vormt de basis om de afsluitverrichtingen te allen tijde op een snelle en accurate manier te kunnen uitvoeren om zodoende te voldoen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit kader staat hij onder andere in voor de reconciliatie van de boekhouding met de fysieke inventaris, wat in de meeste gevallen gebeurt op het einde van het kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wettelijke en reglementaire voorziene afsluitingen dienen tijdig voorbereid en aangevangen te worden, om te vermijden dat de afsluitingen en de erbij horende rapporteringen en de opmaak van de rekeningen niet tijdig kunnen overgemaakt worden aan de bevoegde personen enerzijds voor nazicht en toezicht en anderzijds voor goedkeuring en ondertekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij staat ook in voor de opmaak van de periodieke afsluitingen en voor de opmaak van de verschillende wettelijk en reglementair vereiste lijsten, rapporteringen en rekeningen. 6e gedachtestreepje Hij stelt alle fiscale fiches en fiscale lijsten op die niet door de diensten van PersoPoint of door een andere personeelsdienst worden opgemaakt, en maakt deze over aan de bevoegde diensten en/of personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bepaalde boekhoudkundige entiteiten/instellingen of diensten maakt men geen gebruik van de diensten van PersoPoint en worden deze handelingen gerealiseerd door een aparte dienst die hiervoor verantwoordelijk is. In deze gevallen zal de financieel verantwoordelijke van de dienst wel toezicht moeten uitoefenen op de handelingen van deze dienst om er zich van te vergewissen dat alle wettelijke en reglementaire bepalingen met betrekking tot de opmaak van de fiscale fiches, lijsten en stukken juist en tijdig werden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wettelijke en reglementaire bepalingen dienen met betrekking tot deze materie strikt uitgevoerd te worden niet alleen versus de controlerende toezichthoudende personen en instellingen maar ook versus de betrokken personen die als begunstigde optreden. 7e gedachtestreepje Als eerste opdracht die moet uitgevoerd worden alvorens de rekening van uitvoering van de begroting alsook van andere rekeningen te kunnen opmaken is het verrichten van de nodige reconciliaties, enerzijds tussen de rekeningen van de algemene boekhouding onderling en anderzijds tussen de rekeningen van de algemene boekhouding en deze van de begrotingscomptabiliteit. Slechts als alle nodige reconciliaties zijn uitgevoerd kunnen verdere stappen in de opmaak van de nodige rekeningen en of rapporten gezet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de wijze van reconciliatie verwijzen wij naar supra vermelde elementen in dit kader in het bijzonder het artikel 46 van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De diensten van het algemeen bestuur kunnen zich voor het uitvoeren van de reconciliatie laten bijstaan door de diensten van de Federale accountant van de FOD Beleid en Ondersteuning. 8e gedachtestreepje Hier wordt nader ingegaan op de reconciliatie die dient te gebeuren met betrekking tot de verschillende activa die in de fysieke inventaris zijn opgenomen versus de vermeldingen in de algemene boekhouding ter zake. Dit dient minstens eenmaal per jaar te gebeuren bij het afsluiten van de boekhouding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit is een hulpmiddel om ook het patrimonium van de Staat, op het vlak van de vaste activa, te verzekeren en vormt zodoende ook een element in de uitbouw van een adequaat intern controlesysteem voor de dienst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1 en § 2 Een boekhouder heeft als taak de boekhouding van de dienst af te sluiten en stelt in dit kader de in de Wet opgelegde algemene rekening van zijn dienst op zoals de Wet dit voor zijn dienst vereist, op basis van de verschillende boekhoudkundige gegevens De op te stellen algemene rekening voor zijn dienst wordt in het artikel 4 van de Wet nader bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is onderverdeeld in twee paragrafen. Hierbij wordt in de eerste paragraaf nader ingegaan op de rekeningen die de boekhouder van een dienst bedoeld in art. 2 van de Wet dient op te maken terwijl de tweede paragraaf nadere bijkomende toelichting verschaft betreffende de rekeningen die een boekhouder van een dienst bedoeld in art. 2, eerste lid, 1° van de Wet ook dient op te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit verschil is gemaakt om de volgende redenen: - de Wet spreekt in de artikelen 81, 93 en 100 van de Wet steeds van de algemene rekening; - de Wet spreekt in zijn Titel III, Hoofdstuk 1, afdeling 3 van de algemene rekening van het algemeen bestuur; - de Wet vermeldt echter in zijn Titel II Bepalingen van toepassing op alle diensten, Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen, in het bijzonder in artikel 4 dat de `diensten' een algemene rekening dienen op te stellen. In samenlezing met artikel 2 van de Wet die bepaalt dat voor de toepassing van deze Wet onder `diensten' verstaan dient te worden de administraties, instellingen en ondernemingen van de federale Staat; - in het kader van de uitvoering van de Wet is er voorzien dat de diensten van het algemeen bestuur gebruik zouden maken van het geautomatiseerd boekhoudsysteem dat door de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning ter beschikking wordt gesteld; - de Wet bepaalt dat de Minister van Begroting de algemene rekening van het algemeen bestuur moet opmaken; - de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning in het bijzonder de federale accountant die de Minister van Begroting bijstaat in de uitvoering van de voormelde opdracht moet zodoende over alle nodige informatie beschikken; - zodoende is er geopteerd dat de diensten van het algemeen bestuur ook een toelichting dienen te geven met betrekking tot de wijze van ingave en verwerking van de gegevens van zijn dienst in de algemene boekhouding, dit om een beter zicht te krijgen over de gegevens waarmee de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning in het bijzonder de federale accountant zijn taak dient te vervullen; - dit laatste element werd niet weerhouden voor de diensten van de andere categorieën vermeld in het artikel 2, eerste lid, 2° -4° en de gelijkgestelden van de Wet daar zij hun boekhoudkundige verwerking doen op basis van een boekhoudsysteem dat zij zelf volledig beheren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste onderdeel van de algemene rekening die door eenieder dient geleverd te worden is de jaarrekening waarvan de samenstellende delen nader worden bepaald in het artikel 17 van de Wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het opstellen van de jaarrekening is het ultieme ogenblik om de boekhouding op eventuele onvolkomenheden te controleren en haar van deze te ontdoen. De jaarrekening moet immers een juist en getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vaststelling van de juistheid, volledigheid, juridische en administratieve correctheid van een jaarrekening gebeurt door een externe auditor. Hierbij geeft hij zijn standpunt over het getrouw beeld. Indien een jaarrekening een getrouw beeld geeft, betekent dat daarom niet dat ze volledig foutloos is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het nazicht door de externe auditor heeft niet alleen betrekking op de boekhoudkundige regelmatigheid van de jaarrekening, maar ook op haar waarheidsgetrouwheid. Met waarheidsgetrouw wordt bedoeld dat de jaarrekening een weergave moet zijn van werkelijke toestanden en transacties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede onderdeel van de algemene rekening (zoals beschreven in artikel 4 van de Wet) zijnde de rekening van uitvoering van de begroting, dient natuurlijk ook in overeenstemming te zijn met de wettelijke en reglementaire bepalingen en te voldoen aan de in dit kader noodzakelijke juistheid, volledigheid en juridische en administratieve correctheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 29 De boekhouder coördineert en houdt toezicht op de bewaring van alle boekhoudkundige stukken die tot basis hebben gediend voor een boekhoudkundige verwerking binnen de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hier wensen wij op te merken dat de coördinatie en het toezicht op de bewaring alle boekhoudkundige stukken betreft ongeacht wie het onder zijn hoede heeft. Het betreffen dus ook de stukken die niet aan hem worden ter beschikking gesteld maar die een rol hebben gespeeld binnen de boekhoudkundige verwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De boeken en de verantwoordingsstukken moeten overeenkomstig de gangbare wettelijke en reglementaire bepalingen worden bewaard. De bewaringstermijnen kunnen verschillen al naargelang welk verantwoordingsstuk het betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wettelijke bewaarplicht voor boeken en verantwoordingsstukken moet worden gezien in het licht van hun raadpleging achteraf. Als gevolg van dit vereiste : - moeten de boeken en verantwoordingsstukken in origineel of kopie worden bewaard. Zij mogen bijgevolg niet worden vernietigd; - moeten de boeken en verantwoordingsstukken vlot toegankelijk zijn en moeten in het bijzonder de verantwoordingsstukken methodisch opgeborgen worden; - moeten de boeken en verantwoordingsstukken tijdens de hele verplichte bewaringstermijn leesbaar blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt de boekhouding elektronisch gevoerd, dan houdt dit in dat de dienst niet alleen de bestanden met de boeken en de verantwoordingsstukken moet bijhouden, maar ook de programma's en systemen waarmee deze bestanden kunnen gelezen worden, en dit gedurende deze minimale bewaartermijn. Elke boekhoudstaat moet immers gedurende de minimale bewaartermijn kunnen worden voorgelegd en herafgedrukt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toegang tot de gearchiveerde boekhoudkundige gegevens, de leesbaarheid en het origineel karakter ervan moet op duurzame wijze kunnen gegarandeerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een geïnformatiseerde boekhouding houdt de onveranderlijkheid in de praktijk in dat het niet meer mogelijk mag zijn om boekingen te wijzigen, te schrappen of toe te voegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder \"authenticiteit van de herkomst\" wordt in het nieuwe artikel 233 van de btw-richtlijn verstaan het waarborgen van de identiteit van degene die de goederenlevering of de dienst heeft verricht of van degene die de factuur heeft uitgereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder \"integriteit van de inhoud\" wordt in het nieuwe artikel 233 van de btw-richtlijn verstaan dat de krachtens deze richtlijn voorgeschreven inhoud geen wijzigingen heeft ondergaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 - De controleur van de vastleggingen De</h3>\n<p class=\"lf-p\">programmawet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2008 numac 2008021120 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, waarin de artikelen 18 en 48 tot en met 53 van de gecoördineerde wetten op de overheidsboekhouding, opgeheven bij de Wet, zijn opgenomen, vormt momenteel de rechtsgrondslag voor de controle op de vastleggingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk 5 regelt de controle op de vastleggingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 30</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel bepaalt dat de controleurs van de vastleggingen steeds behoren tot de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 31 De gevallen waarin de controleur der vastleggingen zijn goedkeuring weigert, worden in dit artikel opgesomd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De punten 1, 2 en 3 vloeien voort uit de wettelijke opdracht van de controleur van de vastleggingen, zoals bepaald in artikel 9 van de programmawet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2008 numac 2008021120 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hypothese van de begrotingsoverlegprocedure, die het mogelijk maakt om onder bepaalde voorwaarden, die worden gespecificeerd in artikel 70 van de Wet, de vastlegging, de vereffening en de betaling van uitgaven boven de grens van de begrotingskredieten of, bij ontstentenis van kredieten, toe te staan, wordt uitdrukkelijk vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onregelmatigheden bij overheidsopdrachten of het niet naleven van de procedures voor voorafgaande advies en voorafgaand akkoord aan de vastlegging leiden er eveneens toe dat de controleur van de vastleggingen zijn visum weigert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De controleur van de vastleggingen heeft tot taak de regelmatigheid van de hem voorgelegde verantwoordingsstukken na te gaan en na te gaan of zij in overeenstemming zijn met de wettelijke en administratieve bepalingen die van toepassing zijn op de overheidsboekhouding en op de administratieve en budgettaire controle.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel heeft betrekking op aangegane of gesloten overeenkomsten die een terugkerend (recurrent) karakter hebben en waarvan de gevolgen zich over verscheidene jaren uitstrekken. De vastlegging is in dit geval beperkt tot de bedragen die in de loop van het begrotingsjaar verschuldigd zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van dit artikel kan de minister die de begroting onder zijn bevoegdheid heeft het visum van schrapping of het visum van wijziging, van de controleur van de vastleggingen aanpassen. De praktische modaliteiten zullen door de Minister van Begroting worden bepaald. Wij wensen aanvullend op te merken dat overeenkomstig het artikel 2, tweede lid van dit besluit de bepalingen van dit hoofdstuk enkel van toepassing zijn op de diensten van het algemeen bestuur</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat vereffeningen slechts kunnen worden aangerekend indien de controleur van de vastleggingen zijn visum voor de desbetreffende vastlegging heeft gegeven De controleur van de vastleggingen ziet er, overeenkomstig artikel 11 van de voornoemde programmawet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2008 numac 2008021120 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, tevens op toe dat het bedrag van de vereffening niet hoger ligt dan het bedrag van de vastlegging waarop de vereffening betrekking heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 35</span><span class=\"lf-art-t\">In dit artikel wordt bepaald welke informatie regelmatig aan de met de controleur van de vastleggingen moet worden medegedeeld. Artikel 12 van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">programmawet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2008 numac 2008021120 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten bepaalt dat de controleurs van vastleggingen alle stukken, inlichtingen en verduidelijkingen met betrekking tot vastleggingen en vereffeningen kunnen krijgen en dat zij permanent en onmiddellijk toegang hebben tot de begrotingsaanrekeningen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6 - De aan de rechtsmacht van het Rekenhof onderworpen rekenplichtige Afdeling 1 - De rekenplichtige</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 36</span><span class=\"lf-art-t\">In dit artikel wordt er specifiek verwezen naar het koninklijk besluit in uitvoering van artikel 37 van de Wet</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit besluit omvat de volgende elementen : 1° de vorm en de voorwaarden voor de aanstelling van de rekenplichtigen, alsook voor hun plaatsvervangers tijdens hun afwezigheden;2° de rechten en verplichtingen van die personen;3° de door de administratieve overheid te volgen procedure voor het beheer van vastgestelde rechten, wanneer de rekenplichtige alle noodzakelijke invorderingsdaden heeft vervuld. Artikel 37 De aan de rechtsmacht van het Rekenhof onderworpen rekenplichtigen moeten hun taken overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen uitoefenen. In dit kader dienen zij ook al hun handelingen in hun schrifturen op te nemen daar deze ook een boekhouding vormen voor de opvolging van de hen toegewezen vastgestelde rechten door de betrokken ordonnateur, betreffende de inning en invordering, alsook inzake de uitgaven. Het nauwgezet uitvoeren van hun handelingen en de verwerking van deze handelingen in de betrokken boekhouding van de rekenplichtige dient deze laatste de mogelijkheid te geven op elk moment de betrokken ordonnateur in te lichten over de staat van de hem toegewezen vastgestelde rechten, dit in overeenstemming met artikel 35 van de Wet, en de taken die hij ten aanzien van deze rechten heeft verricht. Hierbij willen wij ook verwijzen naar het artikel 41 van de Wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 38</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Rekening houdend met het artikel 30 van de Wet zeggende dat elke geldbeweging van een dienst dient te geschieden door toedoen van hun rekenplichtigen, vormt dit artikel van het besluit een noodzakelijk onderdeel hiervan, zijnde dat de betaling steeds moet gebeuren door toedoen van een rekenplichtige die daarvoor de bevoegdheid heeft Hierbij wel in rekening brengend de beperking die bij artikel 3, tweede lid van de Wet werd opgenomen. Afdeling 2 - De centraliserende rekenplichtige of de bevoegde persoon voor de gecentraliseerde betalingen Artikel 39 De tussenkomst van de centraliserende rekenplichtige is enkel opgelegd voor de diensten van het algemeen bestuur zoals bepaald in artikel 2, eerste lid, 1° van de Wet. Dit belet echter niet dat hij ook kan tussenkomen voor andere diensten van de federale Staat indien zij op hem beroep willen doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De centraliserende rekenplichtige is gevestigd bij de administratie van de Thesaurie. Op deze wijze wenst men tegemoet te komen aan de in de Wet, onder artikel 65, opgenomen bepaling dat geen uitgave kan worden gedaan zonder de tussenkomst van de Minister van Financiën.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede deel van de zin voorziet in de noodzakelijke uitzondering voor specifieke uitgaven. Ook deze dienen steeds te gebeuren door tussenkomst van een andere rekenplichtige dan de centraliserende rekenplichtige. De rekenplichtigen zijn namelijk gemachtigd binnen hun beperkte opdracht specifieke betalingen te verrichten dit overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen. Hierbij denken wij zoal aan de kleine uitgaven of bepaalde uitgaven in het kader van een missie in het buitenland, enzovoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar er naast de diensten die deel uitmaken van het algemeen bestuur er ook andere diensten zijn die geen deel uitmaken van het algemeen bestuur is er in het tweede lid ook een beschrijving voorzien voor hen. Zo zullen betalingen door deze boekhoudkundige entiteiten/instellingen enkel kunnen gebeuren door een daarvoor bevoegd persoon en zo hij beschikt over de nodige machtigingen van het beheersorgaan of de leidinggevenden van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar wij de vrijheid wensen te laten aan de verschillende diensten die uitvoering moeten geven aan de Wet is er de mogelijkheid voorzien dat de leidinggevende van de betrokken dienst elk voor zijn dienst de nodige procedures uitwerkt die dienen gevolgd te worden om een betaling te kunnen verrichten. Hierbij denken wij bijvoorbeeld aan de noodzakelijkheid van een dubbele handtekening die in bepaalde diensten is voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij wensen wij op te merken dat ook aan de leidinggevende van de diensten van het algemeen bestuur of aan de Minister van Begroting er de mogelijkheid gelaten wordt om een regelgeving te voorzien inzake een dubbele handtekening bij het uitvoeren van betalingen. Zo zij dit wensen kunnen zij dit voorzien bijvoorbeeld in het kader van het optimaliseren van de interne controle/organisatiebeheersing of in het kader van het verzekeren van een goed financieel beheer van hun diensten of de betrokken diensten. Evenwel zal bij een dienst van het algemeen bestuur steeds een rekenplichtige de finale betaling dienen uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 7 - De Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning Vooreerst wensen wij hier te vermelden dat de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning in het bijzonder de federale accountant ook een belangrijke rol speelt binnen de verwerking van de boekhouding van de federale Staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn rol bevat meerdere aspecten. Dit heeft men in dit besluit trachten weer te geven door enerzijds hen als betrokken actor te vermelden in Titel II van dit besluit. Bij deze heeft men de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning geplaatst net na de boekhouder om er op te wijzen dat hij feitelijk voor de federale Staat de consoliderend boekhouder van het algemeen bestuur is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 40 De federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning zal instaan voor het onderhoud en het beheer van het boekhoudsysteem dat ter beschikking wordt gesteld van de diensten (in het bijzonder voor deze van het algemeen bestuur). In dit kader verricht hij de nodige aanpassingen opdat het boekhoudsysteem in overeenstemming is met enerzijds de wettelijke en reglementaire bepalingen maar ook met de door de COC uitgevaardigde adviezen, de omzendbrieven van de in Raad vergaderde ministers en van de Minister van Begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het instaan voor het onderhoud en het beheer van het boekhoudsysteem wenst men te wijzen op het feit dat het aangeboden boekhoudsysteem dient te werken in overeenstemming met de vigerende wettelijke en reglementaire bepalingen. Dat het boekhoudsysteem als een goed huisvader dient beheerd te worden, up to date houden zodat de betrokken diensten die van het boekhoudsysteem gebruik maken hun verwerkingen tijdig zonder uitstel, juist, getrouw, volledig en naar tijdsorde kunnen verrichten. Haar bijdrage leveren bij het beheer van de stamgegevens. In dit kader heeft de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning machtiging verkregen in uitvoering van de Wet om toegang te hebben tot het nationaal register van de natuurlijke personen alsook tot de gegevens van het KBO (kruispuntbank van ondernemingen) om er zo mee voor te zorgen dat alle adresgegevens van de in het systeem opgeslagen klanten en leveranciers up to date worden gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansluitend zal de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning ook er voor zorgen dat de nodige fiscale stukken kunnen aangemaakt worden opdat de betrokken diensten die van het boekhoudsysteem gebruikmaken aan hun fiscale wettelijke verplichtingen kunnen voldoen. De federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning zal ook de nodige bijdrage leveren opdat de diensten en/of personen (bijvoorbeeld de rekenplichtigen) die van het boekhoudsysteem gebruik maken de nodige middelen ter beschikking hebben om aan hun wettelijke en/of reglementaire verplichtingen te kunnen nakomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij wensen wij wel opmerken dat de betrokken diensten en of personen die gebruik maken van het hen ter beschikking gestelde boekhoudsysteem zelf verantwoordelijk blijven voor de invoer, de registratie, de boeking en de opvolging, kortom van alle boekhoudkundige handeling, met betrekking tot hun boekhoudkundige en budgettaire gegevens. Alsook wat betreft de tijdige opmaak van de nodige stukken overeenkomstig de op hen van toepassing zijnde wettelijke en/of reglementaire bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 41 De federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning zal de Minister van Begroting dienen bij te staan bij de opmaak van de algemene rekening van het algemeen bestuur alsook met de opmaak van de jaarrekening van de federale Staat. In dit kader zal de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning tijdig dienen te beschikken over alle rekeningen van de verschillende diensten en dit samen met de nodige verklaringen van de verantwoordelijken van de verschillende diensten dat de hem overgemaakte rekeningen een juist en getrouw beeld geven en dat zij zijn verkregen op basis van alle boekhoudkundige verrichtingen van de desbetreffende dienst(en) die zonder uitstel, juist, getrouw, volledig en naar tijdsorde zijn verwerkt geweest in hun boekhoudingen alsook dat alle wettelijke en reglementaire bepalingen van de vigerende wetgevingen werden nagekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rekening houdend dat opdat de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning deze taak zou kunnen vervullen voor de Minister van Begroting, zullen de verantwoordelijken van de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning er op toezien dat zij tijdig over alle nodige rekeningen en gegevens beschikken opdat ook zij vervolgens de nodige handelingen voor de Minister van Begroting zouden kunnen stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 42</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Rekening houdend dat de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning en in het bijzonder de federale accountant zal optreden als de boekhouder van de federale Staat dient ook hij de wettelijke en reglementaire bepalingen, die op de boekhouders van toepassing is, na te komen. Dienaangaande wordt inzake de boekhoudkundige regels verwezen naar de eerste drie gedachtestreepjes van het artikel 27 van dit besluit die ook voor de boekhouders van toepassing zijn. Het betreft in het bijzonder de Wet en het koninklijk besluit van 10 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009014308 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot toewijzing van een subsidie van 4.527.103,91 EUR in 2009 aan de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel in toepassing van bijakte nr. 10 van het Samenwerkingsakkoord van 15 september 1993 tussen de Federale Staat en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende bepaalde initiatieven bestemd om de internationale rol en de functie van hoofdstad van Brussel te bevorderen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/2011 numac 2011003062 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Koninklijk besluit houdende vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. - 2e erratum type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/12/2009 numac 2009204931 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 maart 2008, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, betreffende een bijzondere vergoeding voor arbeiders in geval van gebrek aan werk wegens economische oorzaken type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204915 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor sommige ondernemingen gelegen op het grondgebied van La Louvière en die onder het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/12/2009 numac 2009014296 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit waarbij de Staat wordt gemachtigd om onroerende goederen aan de naamloze vennootschap van privaat recht « The Brussels Airport Company » te verkopen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204844 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling voor de ondernemingen van vervaardiging van cabines voor machines voor burgerlijke bouwkunde en landbouwmachines, gelegen in Sombreffe en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/11/2009 numac 2009003421 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende ontslag en benoeming van een lid van de raad van bestuur van de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Loterij type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204937 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit de fabricatie, het monteren, het testen en dit zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden, van onder andere mechanische, fijn mechanische en hydraulische onderdelen, gelegen in de industriële zone De Arend, te Zedelgem, en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204720 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit productie en commercialisering van industriële machines en apparatuur in roestvrij staal voor de behandeling van voedingsproducten, gelegen op het grondgebied van Zedelgem en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/11/2009 numac 2009018457 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 3, 5°, van de wet van 16 oktober 2009 die machtigingen verleent aan de Koning in geval van een griepepidemie of -pandemie sluiten tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie of, in voorkomend geval, voor de instellingen, overeenkomstig een van de boekhoudplannen vermeld in artikel 138, § 1 van de Wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De boekhouding van de federale Staat dient zich namelijk te baseren op dezelfde grondslagen als deze van de onderliggende diensten. Hij treedt namelijk op als consoliderend boekhouder van het algemeen bestuur en van de federale Staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het laatste lid wordt nog eens verwezen naar de taken die aan de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning, zijnde de ondersteunende overheidsdienst voor de Minister van Begroting, worden opgelegd in de Wet. Het omvat enerzijds de bepalingen opgenomen in het artikel 72 van de Wet met een taak in het kader van het algemeen bestuur en anderzijds de bepaling opgenomen in het artikel 110 van de Wet met een taak in het kader van de federale Staat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 43</span><span class=\"lf-art-t\">In dit artikel worden zijn taken met betrekking tot de kwaliteitscontroles op de correctheid van de boekingen in de respectievelijke boekhoudingen omschreven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze kwaliteitscontrole die gebaseerd is op steekproeven spitsen zich in het bijzonder toe op de boekingen die werden uitgevoerd door de diensten van het algemeen bestuur. Dit is te verklaren daar de geautomatiseerde boekhouding voor de diensten van het algemeen bestuur ook is ondergebracht bij de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo hij vergissingen vaststelt, van welke aard ook, meldt hij dit zonder uitstel bij de bevoegde financieel verantwoordelijke van de betrokken dienst, alsook aan de leidinggevende van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodoende levert hij ook een bijdrage om de boekhouding van federale Staat en in het bijzonder deze van het algemeen bestuur op een zo correct, juist, volledig, chronologisch en tijdig mogelijke wijze weer te geven overeenkomstig de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 44 De federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning en in het bijzonder de federale accountant moeten na de ontvangst van de gegevens en de rekeningen en de verklaring van de betrokken diensten die vallen onder de consolidatiekring, de nodige consolidatie werkzaamheden uitvoeren. Het resultaat zijnde de opgemaakte rekeningen, namelijk de algemene rekening voor het algemeen bestuur en de jaarrekening voor de federale Staat moeten met de nodige toelichtingen gekaderd worden opdat iedere derde zich een getrouw beeld kan vormen van de voorgelegde rekeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals de leidinggevende van een dienst samen met de financieel verantwoordelijke van de betrokken dienst een ondertekende verklaring bij de algemene rekening van hun dienst voegen en overmaken aan de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning, conform artikel 22 van dit besluit, wordt aan de leidinggevende van de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning en de federale accountant gevraagd een bevestigingsbrief op te maken en te ondertekenen, die betrekking heeft op de door hen uitgevoerde consolidatieverrichtingen inzake de rekeningen van het algemeen bestuur en van de federale Staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bevestigingsbrief dienen zij ondertekend, samen met de rekeningen over te maken aan het Rekenhof die terzake ageert als auditor over de voorgelegde rekeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De combinatie, enerzijds van de ondertekende verklaring van de verantwoordelijken, zijnde de leidinggevende en de financieel verantwoordelijke, van elke dienst en anderzijds de ondertekende bevestigingsbrief van de leidinggevende van de FOD Beleid en Ondersteuning samen met de federale accountant, moet het Rekenhof de zekerheid geven dat alle maatregelen werden genomen om correcte rekeningen voor te leggen die een getrouw beeld geven van het algemeen bestuur en van de federale Staat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 45</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Rekening houdend dat de diensten van het algemeen bestuur beroep kunnen doen op het geautomatiseerd boekhoudsysteem dat hen door de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning wordt ter beschikking gesteld, dient deze laatste er over te waken dat deze diensten ook de nodige ondersteuning krijgen bij het gebruik van het aangeboden boekhoudsysteem Tot op heden maken enkel diensten van het algemeen bestuur gebruik van het aangeboden boekhoudsysteem. Dit neemt niet weg dat in de toekomst ook andere diensten bedoeld in het artikel 2, eerste lid, 2° -4° van de Wet er gebruik van zouden kunnen maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel III - De organisatie van de boekhoudkundige en begrotingsverrichtingen Om een boekhouding op een correcte wijze te kunnen voeren dient men vooreerst zicht te hebben op de afbakening van de betrokken boekhoudkundige entiteit binnen dewelke men zijn boekhouding voert. In dit kader is er rekening gehouden met de elementen opgenomen in de memorie van toelichting bij de Wet in het kader waarvan dit uitvoeringsbesluit werd opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze titel zijn er twee hoofdstukken voorzien met betrekking tot de organisatie van de boekhoudkundige en begrotingsverrichtingen, namelijk een eerste hoofdstuk waarin de organisatie van de boekhoudkundige verrichtingen nader wordt toegelicht en een tweede hoofdstuk waar men nader zal ingaan op de organisatie van de begrotingsverrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het mag duidelijk zijn dat de consolidatie verplichting voor elke boekhoudkundige entiteit/instelling geldt en niet alleen voor het algemeen bestuur. In dit kader dient men elke dienst bedoeld in het artikel 2, eerste lid, 2° -4° van de Wet als een aparte boekhoudkundige entiteit/instelling te aanzien en zal elke voormelde dienst dus dienen in te staan voor de consolidatie van de rekeningen van de samenstellende diensten waaruit zij bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het tweede hoofdstuk zal er nader ingegaan worden op de begrotingsverrichtingen voor de verschillende diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie van de boekhoudkundige werkzaamheden binnen een boekhoudkundige entiteit omvat de procedures, richtlijnen en bepalingen die door alle personeelsleden betrokken bij een of meerdere boekhoudkundige handelingen dienen gevolgd te worden om zodoende een juiste en getrouwe boekhouding te kunnen verzekeren. Zo er een wettelijke of reglementaire bepaling wordt aangepast, gewijzigd of geschrapt zal mogelijks ook de organisatie van de boekhoudkundige verrichtingen of een van zijn onderdelen dienen aangepast te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgende actoren moeten er over waken dat de organisatie van de boekhoudkundige verrichtingen in overeenstemming zijn met de wettelijke en reglementaire bepalingen, namelijk: - de leidinggevende van de dienst samen met de financieel verantwoordelijke van de dienst, voor de instellingen,, en - de leidinggevende van de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning samen met de federale accountant, (met betrekking tot de opmaak van de geconsolideerde rekeningen) voor de boekhoudkundige entiteit `algemeen bestuur'.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is de leidinggevende van de dienst samen met de financieel verantwoordelijke van de dienst of met betrekking tot de opmaak van de geconsolideerde rekeningen de leidinggevende van de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning samen met de federale accountant, voor wat betreft de boekhoudkundige entiteit `algemeen bestuur' die er moeten over waken dat de organisatie van de boekhoudkundige verrichtingen in overeenstemming zijn met de wettelijke en reglementaire bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 1 - De organisatie van de boekhoudkundige verrichtingen Artikel 46 § 1 Alvorens te kunnen overgaan tot een consolidatie van de rekening van de betrokken boekhoudkundige entiteit, zullen de nodige reconciliaties dienen te gebeuren. Deze reconciliaties zullen zeker dienen te gebeuren tussen enerzijds de algemene rekeningen (de klassen 0 tot 7) en de begrotingsrekeningen (klassen 8 en 9) in de algemene boekhouding en anderzijds tussen de begrotingsrekeningen (klassen 8 en 9) en de begrotingsartikelen die zijn opgenomen in de begrotingscomptabiliteit (vastleggings- en vereffeningskredieten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens deze reconciliaties zal men zich er ook van vergewissen dat alle boekhoudkundige elementen in de verschillende boekhoudingen; zijnde in de algemene boekhouding en in de begrotingscomptabiliteit, zijn opgenomen. § 2 Hier wordt aangegeven hoe we op progressieve wijze vanuit haar samenstellende delen de geconsolideerde rekeningen van de federale Staat samenstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze consolidatie zal zich enerzijds baseren op de rekeningen van het algemeen bestuur en anderzijds op de rekeningen van de ADBA's, de AOI's de gelijkgestelde instellingen en het staatsbedrijf, waarvan er heden geen meer van bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening worden de onderlinge transacties tussen de verschillende samenstellende onderdelen geëlimineerd, teneinde tot een jaarrekening te komen die een juist en getrouw beeld geeft van het vermogen, de financiële positie en de resultaten van de boekhoudkundige entiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij wensen wij vooreerst te vermelden dat \"enkel\" die diensten die voldoen aan de toepassingsregels van de Wet opgenomen onder het artikel 2 van de Wet in aanmerking kunnen komen. Zodoende worden voor de administratieve openbare instellingen en de ermee gelijkgestelden specifieke bepalingen in het artikel 2 van de Wet opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toch wensen wij duidelijk te stellen dat diensten of instellingen die door het Instituut van de Nationale Rekeningen (INR) 'niet' worden gerangschikt onder de code S13.11, zijnde de centrale overheid, zeker niet in de consolidatie mogen mee opgenomen worden. § 3 Vervolgens wordt in deze paragraaf nader ingegaan op de toelichting die dient gevoegd te worden bij de jaarrekening van de betrokken operationele boekhoudkundige entiteit. Het is een van de elementen die er voor zorgt dat derden zich een juist en getrouw beeld kunnen vormen van de rekeningen, de financiële en de vermogenstoestand van de boekhoudkundige entiteit. Zo zullen in de toelichting onder andere de hierna vermelde punten dienen vermeld te worden zonder andere punten uit te sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit kader zal zeker de aard en het zakelijk doel van buitenbalansregelingen dienen opgenomen te worden. Dit kan desnoods aangevuld worden met de kwantificatie van deze buitenbalansregelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Echter niet alle buitenbalansregelingen zullen in de toelichting dienen opgenomen te worden. Het moet zeker wanneer de daarmee gepaard gaande risico's of voordelen van enige betekenis zijn en de openbaarmaking noodzakelijk is voor een correcte beoordeling van de financiële positie van de boekhoudkundige entiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een buitenbalansregeling wordt geacht `van enige betekenis' te zijn, indien de gebruiker van de jaarrekening zijn oordeel over deze jaarrekening zou wijzigen als hij weet had van deze regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een buiten de balans vallende regeling is een transactie of een overeenkomst tussen de boekhoudkundige entiteit en andere entiteiten/instellingen (ook zonder rechtspersoonlijkheid) die niet in de balans is opgenomen. Bijvoorbeeld, verplichtingen die voortvloeien uit een overeenkomst zoals schuldfactoring, gecombineerde koop- en terugkoopovereenkomsten, regelingen over consignatie van aandelen, enzovoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook zullen transacties met verbonden partijen buiten normale marktvoorwaarden in de toelichting dienen opgenomen te worden. Het zijn de transacties die direct of indirect zijn aangegaan tussen de boekhoudkundige entiteit en de leden van de leidinggevende, de toezichthoudende of de bestuursorganen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transacties van enige betekenis die niet onder normale marktvoorwaarden zijn gebeurd, moeten zeker vermeld worden. In dit kader moeten niet alleen de transacties met verbonden partijen vermeld te worden, maar ook het bedrag van de transacties, de aard van de betrekking met de verbonden partij en alle andere informatie die nodig is om inzicht te krijgen in de financiële positie van de boekhoudkundige entiteit. § 4 Vervolgens wordt in deze paragraaf de aandacht gevestigd op alle gebeurtenissen die plaatshebben na het afsluiten van de rekeningen maar voor neerlegging van de jaarrekening die een impact van betekenis kunnen hebben en het juist en getrouw beeld van de rekeningen van de boekhoudkundige entiteit kunnen beïnvloeden. Ook deze moeten in de toelichting worden opgenomen. Dit kunnen zowel onzekerheden, schattingen of bepaalde gebeurtenissen zijn die zich na balansdatum hebben voorgedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend moet de toelichting minstens de nodige elementen omvatten inzake de consolidatieregels en consolidatiemethodes. Daarnaast zal zij ook een staat van de deelnemingen overeenkomstig het koninklijk besluit van 29 april 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten0 tot vaststelling van de aanvullende regels van voorstelling van de jaarrekening van de diensten van de federale Staat omvatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermelde consolidatieregels en -methode moet duidelijk omschreven zijn en over de jaren heen aangehouden worden dit om een vergelijking over de jaren heen te kunnen verzekeren. § 5 In deze paragraaf 5 wordt gesproken over de jaarrekening het betreft de statutaire jaarrekening die goedgekeurd werd door het bevoegde orgaan van de betrokken dienst, bijvoorbeeld de raad van bestuur. Men heeft hier niet de geconsolideerde jaarrekening voor ogen daar de consolidatie voor de diensten van de Federale Staat zal gebeuren door de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 - De organisatie van de begrotingsverrichtingen Afdeling 1 - Ontvangstverrichtingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">In deze en de volgende afdeling wordt meer informatie verschaft over de twee meest voorkomende verrichtingen, zijnde de ontvangstverrichtingen en de uitgavenverrichtingen. Hierbij zullen wij vooreerst de desbetreffende verrichting opdelen in de onderdelen waaruit zij bestaat. Vervolgens zal elk van deze onderdelen nader besproken worden. Naar deze onderdelen werd ook in het Titel II, waar de taken van de verschillende actoren nader besproken worden, verwezen. Zodoende krijgt men een duidelijker zicht op wie voor welke verrichtingen zal dienen in te staan en bijgevolg ook de verantwoordelijkheid draagt en verantwoording zal moeten afleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Betreffende de ontvangstverrichtingen kan men stellen dat dit alle handelingen omvat waardoor een derde gelden verschuldigd is, op grond van een wettelijke basis of op grond van een aangegane juridische verbintenis met de betrokken dienst, aan de betrokken dienst en dit overeenkomstig de overeengekomen of de door de Wet opgelegde bepalingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 47</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zodoende kan men bij elke ontvangstverrichting minimaal de opgesomde elementen terugvinden in de loop van het proces. Al deze gegevens, beslissingen, uitvoeringen, ingaven en handelingen zullen in het boekhoudsysteem moeten geregistreerd worden. De registratie moet op een zodanige wijze gebeuren dat zij voldoet aan de voorwaarden die met betrekking tot de bewaring worden opgelegd, namelijk dat dit dient te gebeuren met behoud van inhoud, structuur, context en registratiekenmerken. Zodoende moet men op elk moment kunnen vaststellen wat de situatie is van een bepaalde ontvangstverrichting, wie wanneer is tussengekomen en welke verschillende handelingen er zijn gesteld door welke persoon</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 48</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vooreerst vermelden wij hier het voorwerp. Elke verbintenis moet betrekking hebben op een voorwerp en een prijs. Deze kan rechtstreeks uit een wet ontstaan als u beschikt over het door de wet bedoelde voorwerp. Ofwel kan het ontstaan uit een handeling (het aangaan van een verbintenis tussen de ordonnateur en een derde) Artikel 49 Van zodra wij een voorwerp hebben zal het recht dienen vastgesteld te worden door de ordonnateur zijnde het nagaan of de vier voorwaarden opgenomen in artikel 8 van de Wet vervult zijn. (bedrag is vastgesteld, identiteit van de schuldenaar is bepaalbaar, verplichting tot betalen, verantwoordingsstuk). Dit los van de modaliteiten met betrekking tot het vaststellen van de rechten die door de Koning op voordracht van de minister van begroting kunnen worden bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit kader verwijzen wij ook naar de artikelen 19 en volgenden van het koninklijk besluit van 10 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009014308 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot toewijzing van een subsidie van 4.527.103,91 EUR in 2009 aan de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel in toepassing van bijakte nr. 10 van het Samenwerkingsakkoord van 15 september 1993 tussen de Federale Staat en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende bepaalde initiatieven bestemd om de internationale rol en de functie van hoofdstad van Brussel te bevorderen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/2011 numac 2011003062 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Koninklijk besluit houdende vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. - 2e erratum type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/12/2009 numac 2009204931 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 maart 2008, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, betreffende een bijzondere vergoeding voor arbeiders in geval van gebrek aan werk wegens economische oorzaken type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204915 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor sommige ondernemingen gelegen op het grondgebied van La Louvière en die onder het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/12/2009 numac 2009014296 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit waarbij de Staat wordt gemachtigd om onroerende goederen aan de naamloze vennootschap van privaat recht « The Brussels Airport Company » te verkopen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204844 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling voor de ondernemingen van vervaardiging van cabines voor machines voor burgerlijke bouwkunde en landbouwmachines, gelegen in Sombreffe en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/11/2009 numac 2009003421 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende ontslag en benoeming van een lid van de raad van bestuur van de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Loterij type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204937 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit de fabricatie, het monteren, het testen en dit zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden, van onder andere mechanische, fijn mechanische en hydraulische onderdelen, gelegen in de industriële zone De Arend, te Zedelgem, en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204720 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit productie en commercialisering van industriële machines en apparatuur in roestvrij staal voor de behandeling van voedingsproducten, gelegen op het grondgebied van Zedelgem en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/11/2009 numac 2009018457 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 3, 5°, van de wet van 16 oktober 2009 die machtigingen verleent aan de Koning in geval van een griepepidemie of -pandemie sluiten tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-50\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 50</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eens het recht is vastgesteld zal dit zonder uitstel, juist, getrouw, volledig en naar tijdsorde in de algemene en budgettaire boekhouding op de juiste rekeningen moeten worden geboekt en gestaafd met het (de) nodige verantwoordingsstuk(ken) Dit is een van de taken en verantwoordelijkheden van een ordonnateur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij moet er op toe zien dat vanaf het recht ontstaat, zijnde de in artikel 8 vermelde voorwaarden voldaan zijn, het recht onmiddellijk in de boekhouding wordt opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 51</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Daar de geldbewegingen, voor diensten waarop het artikel 30 van de Wet van toepassing is, steeds moeten gebeuren door toedoen van rekenplichtigen, moeten zij van hun opdracht tot inning en/of invordering op de hoogte worden gebracht door de ordonnateur Al naar gelang van de gangbare procedures binnen de betrokken dienst zal de rekenplichtige ofwel een inning, een invordering of beide opdrachten krijgen om de opeisbare openstaande vorderingen ten gunste van de Staat te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien in een dienst, hierbij denken wij aan onder andere de gelijkgestelde diensten er geen rekenplichtige werd aangesteld, dient deze taak door de boekhouder van de dienst op zich te worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 52 De rekenplichtige, of de boekhouder bij de instellingen, is verplicht de verkregen opdracht van de ordonnateur met alle mogelijke middelen te realiseren en de rechten te vrijwaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hier wensen wij de aandacht te vestigen dat de mogelijkheid open is gelaten dat voor de fiscale inning en/of invordering afwijkende bepalingen worden gemaakt in vergelijking met de niet-fiscale inning en/of invordering. Voor de fiscale inning en of invordering zijn er namelijk soms specifieke wettelijke en/of reglementaire bepalingen van toepassing die ook door de bevoegde actoren dienen nagevolgd te worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 53</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is geweten dat niet alle diensten bedoeld in het artikel 2, eerste lid, 1° -4° van de Wet een rekenplichtige hebben. In het bijzonder zullen de diensten bedoeld in artikel 2, eerste lid, 3° niet over zo'n rekenplichtige beschikken. In die gevallen zal de taak van rekenplichtige worden overgenomen door de boekhouder van de organisatie De boekhouder is namelijk ook verantwoording verschuldigd aan de financieel verantwoordelijke van de organisatie/instelling waardoor enerzijds een persoon die er kennis van heeft de nodige handelingen kan stellen en er een toezichtsorgaan of -persoon voorzien is die toezicht en controle kan houden op de boekhouder of hij/zij de hem/haar toevertrouwde taken conform uitvoert.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 54</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij dit artikel moet het duidelijk zijn dat een vastgesteld recht ontstaat uit een wet of een verbintenis, en bij deze laatste geldt het adagium de verbintenis geld voor de betrokken partijen als wet. En dat een vastgesteld recht zodoende ook niet kan teniet gaan tenzij door een wet In dit artikel gaat het echter niet over het vastgesteld recht op zich maar over de `invorderingen' die worden gedaan in het kader van bestaande vastgestelde rechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit kader verwijzen wij naar de taken van de ordonnateur die opdracht geeft aan een rekenplichtige, zo deze is aangesteld in de dienst, of aan de boekhouder voor de instellingen om de nodige handelingen te stellen om vastgestelde rechten te innen en zo dit niet spontaan gebeurd de nodige invorderingshandelingen te stellen. Het huidige artikel gaat over dit laatste punt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hier wordt bepaald dat de diensten of instellingen die beroep kunnen doen op de diensten van de Algemene Administratie van Inning en Invordering (AAII) van de federale overheid Financiën door met hen een protocolovereenkomst af te sluiten hiervan ook gebruik dienen te maken. De betrokken administratie (AAII) beschikt namelijk over gespecialiseerd personeel om de nodige invorderingen te doen voor de betrokken fiscale en niet-fiscale vorderingen. Buiten de FOD Financiën zal de protocolovereenkomst meestal beperkt zijn tot de niet-fiscale vorderingen. Op basis van de bestaande wet- en regelgeving beschikt de bevoegde ambtenaar van deze administratie (AAII) over de bevoegdheid de nodige invorderingshandelingen te stellen en zo nodig ook het nodige uitstel te verlenen inzake nalatigheidsintresten of kwijtscheldingen inzake administratieve sancties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze moeten echter wel steeds goed gedocumenteerd en gemotiveerd zijn. 1° De bevoegde ordonnateur zal elk geval op een aangepaste wijze, met de nodige elementen moeten motiveren. Hij zal dus steeds moeten beschikken over de gepaste verantwoordingsstukken. Voor de vastgestelde rechten die voor verdere invordering werden overgemaakt aan de AAII kan de beslissing van de bevoegde ambtenaar van de AAII inzake vrijstelling en/of kwijtschelding van nalatigheidsintresten en administratieve sancties in rekening worden gebracht. Deze beslissingen hebben echter nooit betrekking op de hoofdsom van de vordering zelf. Daarnaast kunnen ook gerechtelijke beslissingen die kracht van gewijsde hebben gekregen in rekening worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze kunnen betrekking hebben op de eventuele hoofdsom van de vordering aangevuld met de ermee verbonden andere in te vorderen openstaande sommen. Hierbij kan men onder andere, zonder andere uit te sluiten, denken aan bijvoorbeeld de gerechtelijke beslissing bij een collectieve schuldenregeling, of de gerechtelijke beslissing van de verschoonbaarheid van een persoon met betrekking tot openstaande vorderingen bij een faillissement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast kan de ordonnateur zich ook beroepen op stukken die de rekenplichtige of de AAII heeft verkregen van een gerechtsdeurwaarder in het kader van een beslag en openbare verkoop waaruit het onvermogen van de schuldenaar blijkt, of gerechtelijke beslissingen van een beslagrechter ter zake.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit alles zonder andere verantwoordingsstukken te ontzeggen. Het betreft geen limitatieve opsomming ter zake.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend kunnen ook als verantwoordingsstukken aanzien worden alle handelingen die een rekenplichtige heeft gesteld in het verleden om de inning van de openstaande schulden te verkrijgen en de resultaten van zijn handelingen ten opzichte van de betrokken vastgestelde rechten. 2° Aanvullend kan ook beslist worden door de bevoegde actor onbeperkt uitstel met betrekking tot de invorderingen te verlenen voor openstaande vorderingen waarvoor de rekenplichtige van de dienst of de boekhouder van de instelling reeds alle hem beschikbare invorderingsmiddelen heeft aangewend maar geen inning heeft verkregen en waarbij bij het voorleggen van het dossier aan de algemene administratie van inning en invordering van de FOD Financiën deze laatste het voorgelegde dossier heeft geweigerd op basis van de informatie uit de beschikbare stukken of die na alle invorderingsverrichtingen gesteld te hebben het dossier terug heeft overgemaakt aan de betrokken diens/instelling met de vermelding dat de nog openstaande vorderingen als definitief oninvorderbaar dienen aanzien te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oninvorderbare vorderingen zullen normaal gezien overeenkomstig de verplichting om de rekeningen getrouw weer te geven als definitief verloren worden ingeboekt. Dit neemt echter niet weg dat het vastgestelde recht blijft bestaan maar dat enkel de invordering van dit recht ten einde komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijwillige betalingen van de schuldenaar voor nog openstaande vastgestelde rechten kunnen overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen wel nog worden aangerekend, los van het feit dat de betrokken vordering in de boekhouding reeds als definitief verloren werd ingeboekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 55 De primaire ordonnateur van de dienst of zijn gedelegeerde kan met de Algemene Administratie van Inning en Invordering van de federale overheidsdienst Financiën (AAII) een protocolovereenkomst afsluiten waarbij het kader en de bevoegdheden voor de invordering van moeilijk invorderbare vorderingen van diensten bedoeld in artikel 2 van de Wet door de bevoegde ambtenaren van de AAII kan overgenomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde dienst AAII beschikt overeenkomstig de huidige wet- en regelgeving over specifieke bevoegdheden om zowel fiscale als niet-fiscale invorderingen uit te voeren. Deze bevoegdheden worden aangevuld met de bepalingen die onder andere zijn opgenomen in de circulaire 2020/C/3 betreffende het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en in onder andere de circulaire 2020/C/119 van 14 september 2020 gewijd aan het onbeperkt uitstel van invordering, dit zonder eventuele andere circulaires uit te sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bepaalde gevallen denken wij bijvoorbeeld aan de collectieve schulden regeling kan de ordonnateur op basis van de voorliggende verantwoordingsstukken en op basis van de door de AAII verrichte invorderingshandelingen een dading afsluiten voor de nog resterende openstaande rechten van de betrokken persoon. Afdeling 2 - Uitgaveverrichtingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-56\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 56</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hier wensen wij ter verduidelijking er op wijzen dat steeds boekhoudkundige vastlegging steeds een juridische verbintenis moet vooraf gaan voor de diensten van het algemeen bestuur of een kredietreservering voor de andere diensten. Ook wensen wij er op te wijzen dat het begrip prestatie werd opgenomen in het hoofdstuk terminologie, zie supra Ook hier dient elk onderdeel in de boekhouding te worden ingegeven en geregistreerd en dit overeenkomstig de geldende boekhoudkundige bepalingen. De registratie dient op een zodanige wijze te gebeuren dat zij voldoet aan de voorwaarden die met betrekking tot de bewaring worden opgelegd namelijk dat dit moet gebeuren met behoud van inhoud, structuur, context en registratiekenmerken. Zodoende moet men op elk moment kunnen vaststellen wat de situatie is van een bepaalde uitgavenverrichting, wie er is tussengekomen en welke verschillende handelingen er zijn gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De term `geregistreerd' werd weerhouden daar in bepaalde boekhoudsystemen het soms mogelijk is gegevens in te geven zonder dat zij evenwel in de boekhouding terug te vinden is. Hierdoor zouden bepaalde boekhoudkundige gegevens kunnen verloren gaan. Daarom is de verplichte registratie van deze handelingen voorzien. Dit is enerzijds nodig om te vermijden dat bepaalde gegevens verloren zouden gaan en anderzijds om een juiste en getrouwe boekhouding te kunnen verzekeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 57</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel komt duidelijk naar voren dat de boekhoudkundige vastlegging, of een kredietreservering, steeds de basis moeten vormen van elke verbintenis die men wenst aan te gaan (of aangegaan heeft voor de recurrente meerjarige verbintenis). Het is op dit moment namelijk dat er door de ordonnateur of zijn gemachtigde, een medewerker van hem, wordt nagekeken of de nodige kredieten of middelen beschikbaar zijn, of de wettelijke en reglementaire budgettaire en administratieve regels werden nageleefd. Als dat allemaal het geval is wordt op dat ogenblik bij de boeking in de desbetreffende boekhoudingen ook de vastleggingskredieten geïmpacteerd/aangerekend of voor de instellingen de nodige bedragen gereserveerd Deze taken worden nader beschreven bij de te vervullen taken van de ordonnateur in Titel II, Hoofdstuk 1 van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de instellingen kan men de reservering van de nodige kredieten (en de hieraan verbonden opvolging) naar voor schuiven alvorens een juridische verbintenis aan te gaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 58</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hier worden de handelingen opgesomd die dienen nageleefd te worden vóór de boekhoudkundige vastlegging. De bevoegde ordonnateur moet deze handelingen uitvoeren in samenspraak met de financieel verantwoordelijke van de dienst Het mag duidelijk zijn dat voor het eerste punt, de beschikbaarheid van de kredieten, dit voor de instellingen betekent dat zij nog de nodige kredietreserveringen kunnen verrichten op de voorziene beschikbare middelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het tweede punt dienen alle wettelijke en reglementaire bepalingen voor ogen te worden gehouden met in het bijzonder deze die betrekking hebben op de administratieve, begrotings- en beheerscontrole, in uitvoering van het artikel 33 van de Wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot heeft het derde punt vooral betrekking op de juiste aanrekening in de betreffende boekhoudingen, wij wensen hierbij er de aandacht op te vestigen dat het zowel betrekking heeft op de algemene boekhouding als op de budgettaire comptabiliteit, maar zo nodig ook op de analytische boekhouding die binnen de dienst wordt gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De financieel verantwoordelijke van de dienst moet immers een zicht hebben op de evolutie van de vastleggingen en de vastleggingskredieten of de kredietreserveringen voor de instellingen, zodat hij als het nodig is de aandacht van het directiecomité of de Raad van Bestuur kan vestigen op de evolutie van de boekhoudkundige vastleggingen of de kredietreserveringen met het oog op het stellen van prioriteiten rekening houdend met de doelstellingen van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijze van samenspraak tussen de financieel verantwoordelijke van de dienst en de ordonnateurs van de dienst wordt binnen elke dienst geregeld in het directiecomité of de Raad van Bestuur van de dienst onder voorzitterschap van de leidinggevende van de dienst. Deze samenspraak en het nakomen ervan kan men zien als een van de elementen van goed financieel beheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om er voor te waken dat geen handelingen zouden worden gesteld die een schending inhouden van wettelijke en/of reglementaire bepalingen die algemene rechtskracht hebben wordt de mogelijkheid geboden aan de financieel verantwoordelijke van de dienst dat hij hiervan melding maakt bij de leidinggevende van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De financieel verantwoordelijke van de dienst heeft echter niet de bevoegdheid om voorstellen te blokkeren. Dienaangaande blijft de bevoegdheid volledig bij de bevoegde ordonnateur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij wensen hier ook aan toe voegen dat de ordonnateur zijn verantwoordelijkheid niet kan afwijzen door te verwijzen naar de financieel verantwoordelijke van de dienst of naar de controleur van de vastleggingen of naar een auditor of een andere persoon de toezichthoudende taken uitvoert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het laatste lid verschaft de financieel verantwoordelijke van de dienst een instrument die kan bijdragen om een juiste en getrouwe boekhouding van zijn dienst te kunnen verzekeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 59</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Daar de instellingen niet werken met vastleggingskredieten zijn de bepalingen met betrekking tot de boekhoudkundige vastlegging niet op hen van toepassing. Dit neemt niet weg dat voorafgaand aan de juridische vastlegging de betrokken verantwoordelijken van de instelling de nodige controles uitvoeren in het kader van de beschikbare middelen waarover de instelling beschikt, de doelstellingen en visies die de instelling voor ogen heeft (hierbij voor ogen houdend dat bepaalde instellingen toch zullen moeten rekening houdend met ministeriële standpunten, denken wij maar aan de instellingen met ministerieel beheer, die rechtstreeks zijn onderworpen aan het gezag van de minister onder wie ze ressorteren, zo verwijzen wij ook naar het artikel 79/2 van de Wet) Zo zullen administratieve diensten met boekhoudkundige autonomie ook ervoor dienen te waken, ook bij het aangaan van nieuwe overeenkomsten, dat zij zullen kunnen voldoen aan de bepalingen opgenomen in het artikel 80, laatste lid van de Wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook de administratieve openbare instelling zal er voor dienen te zorgen dat de bepaling opgenomen onder het artikel 88 van de Wet steeds kan nagekomen worden, zijnde dat hun ontvangsten en uitgaven in overeenstemming moeten zijn met het economische, sociale en financiële beleid van de Staat. Ook al is dit een beslissing van de Ministerraad, toch vermeld het laatste lid van dit artikel dat de instelling ertoe gehouden is zich ernaar te schikken. Dienaangaande verwijzen wij ook naar het tweede lid van het artikel 91 van de Wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-60\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 60</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eens de boekhoudkundige vastlegging is opgenomen en geregistreerd in de boekhoudingen en in dit kader ook daardoor aangerekend op het vastleggingskrediet voor de diensten van het algemeen bestuur, kan de ordonnateur overgaan tot het aangaan van een juridische verbintenis Die verbintenis zal de voorwaarden tussen de federale Staat en de derde nader bepalen. De ordonnateur dient er over te waken dat deze verbintenis in overeenstemming is met de wettelijke en reglementaire bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Normaal gezien, cfr supra voor de diensten van het algemeen bestuur, is de overeenstemming van de wettelijke en reglementaire bepalingen reeds door de ordonnateur nagezien in het kader van de boekhoudkundige vastlegging. Wij hebben het hier nog eens vermeldt om er zeker van te zijn dat er niet tussen de boeking van de boekhoudkundige vastlegging en het aangaan van de juridische verbintenis er elementen zouden worden toegevoegd die een schending zouden inhouden van wettelijke en/of reglementaire bepalingen. Ook treedt de ordonnateur bij het aangaan van een juridische verbintenis op als vertegenwoordiger van de federale Staat versus derden en dient hij zich bewust te zijn van zijn verantwoordelijkheid terzake.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 61 De ordonnateur zal zich steeds vergewissen dat er voldoende budgettaire dekking is en dat de voorziene uitgave kan gerealiseerd worden binnen de voorop gestelde beschikbare middelen van de organisatie en binnen het economisch, sociaal en fiscaal beleid van de federale Staat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 62</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aangaan van verbintenissen moet elke ordonnateur zich steeds laten leiden door de verschillende elementen van het goed financieel beheer van zijn dienst. Hierbij houdt hij voor wat meerjarige contracten betreft ook rekening met de economische en budgettaire vooruitzichten van de regering Hierbij bedoelen wij de elementen die zijn opgenomen enerzijds in het stabiliteitsprogramma en anderzijds de meest recente cijfers die werden aangenomen in het kader van de opmaak van de begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verantwoordelijke actoren, zijnde de ordonnateur en de financieel verantwoordelijke van de dienst, zullen zich ook rekenschap geven van de uiterste uitvoeringsdatum waarbinnen de handeling, in al zijn aspecten, dient tot zijn einde te komen. Zo dit een periode langer dan vijf jaren zou omvatten zal dit omstandig worden toegelicht aan het directiecomité of de Raad van Bestuur van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 63 De volgende stap is de ontvangst van de prestatie. Dit is om meerdere redenen een belangrijke stap. De goederen zijn namelijk binnen de dienst en dienen zodoende ook in de boekhouding te worden teruggevonden. Zij zullen enerzijds de fysieke inventaris impacteren en anderzijds een basis vormen voor de ordonnateur voor het bepalen van de schuld daar deze onlosmakelijk verbonden is met de geleverde prestaties door de leverancier. Wij voegen hier wel aan toe dat het `een' basis is maar niet de enige basis. Om een recht vast te stellen zal de ordonnateur namelijk moeten beschikken over alle noodzakelijke elementen opdat de voorwaarden opgenomen in artikel 8 van de Wet vervuld zouden zijn. In dit kader kunnen wij ook verwijzen naar artikel 19 van het KB van 10 november 2009 betreffende het boekhoudplan dat de zelfde voorwaarden bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het ontvangen van een prestatie zal de bevoegde persoon steeds moeten nagegaan of de geleverde prestatie in overeenstemming is met de in de verbintenis aangegane voorwaarden dit zowel op het vlak van de kwaliteit als op het vlak van de kwantiteit van de geleverde prestatie, zonder evenwel andere in de verbintenis opgenomen voorwaarden uit te sluiten. Dienaangaande wensen wij ook de aandacht te vestigen op het artikel 20 van het koninklijk besluit van 10 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009014308 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot toewijzing van een subsidie van 4.527.103,91 EUR in 2009 aan de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel in toepassing van bijakte nr. 10 van het Samenwerkingsakkoord van 15 september 1993 tussen de Federale Staat en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende bepaalde initiatieven bestemd om de internationale rol en de functie van hoofdstad van Brussel te bevorderen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/2011 numac 2011003062 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Koninklijk besluit houdende vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. - 2e erratum type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/12/2009 numac 2009204931 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 maart 2008, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, betreffende een bijzondere vergoeding voor arbeiders in geval van gebrek aan werk wegens economische oorzaken type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204915 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor sommige ondernemingen gelegen op het grondgebied van La Louvière en die onder het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/12/2009 numac 2009014296 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit waarbij de Staat wordt gemachtigd om onroerende goederen aan de naamloze vennootschap van privaat recht « The Brussels Airport Company » te verkopen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204844 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling voor de ondernemingen van vervaardiging van cabines voor machines voor burgerlijke bouwkunde en landbouwmachines, gelegen in Sombreffe en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/11/2009 numac 2009003421 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende ontslag en benoeming van een lid van de raad van bestuur van de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Loterij type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204937 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit de fabricatie, het monteren, het testen en dit zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden, van onder andere mechanische, fijn mechanische en hydraulische onderdelen, gelegen in de industriële zone De Arend, te Zedelgem, en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/2009 numac 2009204720 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen met als activiteit productie en commercialisering van industriële machines en apparatuur in roestvrij staal voor de behandeling van voedingsproducten, gelegen op het grondgebied van Zedelgem en die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/11/2009 numac 2009018457 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 3, 5°, van de wet van 16 oktober 2009 die machtigingen verleent aan de Koning in geval van een griepepidemie of -pandemie sluiten tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie, in het bijzonder het punt 2° die betrekking heeft op werken, leveringen en diensten waarin bepaald wordt dat de 3de voorwaarde van het artikel 8 van de Wet slechts vervuld is indien deze werken, leveringen en diensten ook werden `uitgevoerd' en `aanvaard'. Met betrekking tot deze aanvaarding dient men de kwantitatieve en kwalitatieve controle ter zake te zien.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-64\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 64</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het ontvangen van een verantwoordingsstuk (zowel in de gevallen waar dit op een manuele dan wel op een elektronische wijze gebeurd) is een noodzakelijke en in de Wet opgenomen voorwaarde om een vastgesteld recht te kunnen hebben. Zodoende is het ontvangen van een verantwoordingsstuk van de leverancier (manueel of elektronisch) ook een essentiële voorwaarde en dient deze ontvangst met de nodige voorzichtigheid te gebeuren. In dit kader zal men het (manueel of elektronisch) verkregen verantwoordingsstuk onmiddellijk voorzien van een ontvangstdatum (manueel of elektronisch) en alle elementen van het stuk in de boekhouding inbrengen Voor alle duidelijkheid wensen wij te vermelden dat ook de afgifte of het toezenden van het verantwoordingsstuk moet gebeuren overeenkomstig de voorwaarden opgenomen in de verbintenis (de juridische verbintenis) die gesloten werd tussen de dienst en de andere in de verbintenis betrokken partij(en). Dit neemt niet weg dat elk verantwoordingsstuk waar ook deze binnen een dienst ontvangen wordt zo spoedig mogelijk in de boekhouding moet ingebracht worden opdat de boekhouder de nodige handelingen zou kunnen stellen. De boekhouder staat ook in voor de interne verwerking of het betwisten van het hem overgemaakte verantwoordingsstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hier wensen wij op te merken dat het de taak van de boekhouder is om tijdig de nodige handelingen te stellen indien niet correcte facturen of betalingsvorderingen worden voorgelegd. Dit overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen met betrekking tot deze.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijvoorbeeld het betwisten van een factuur binnen de 7 werkdagen, de opsteller van de factuur hiervan op de hoogte stellen, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vierde voorwaarde opgenomen in artikel 8 van de Wet voorziet dat de dienst in het bezit moet zijn van een verantwoordingsstuk. De Wet geeft geen informatie waar in de dienst dit verantwoordingsstuk zich dient te bevinden. Zo er contractueel hierover bepalingen zijn gemaakt dienen deze bepalingen nagekomen te worden alvorens men kan spreken van het in bezit zijn van een verantwoordingsstuk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 65</span><span class=\"lf-art-t\">Eens het recht is vastgesteld wordt het in de boekhouding geboekt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Door de boeking worden enerzijds de rekeningen van de algemene boekhouding geïmpacteerd en anderzijds voor zover er een budgettaire impact is zal er een aanrekening gerealiseerd worden van de betreffende vereffeningskredieten van de overeenstemmende basisallocaties in de budgettaire comptabiliteit, voor wat betreft de diensten van het algemeen bestuur. Of voor de instellingen op de desbetreffende begrotingsrekeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ordonnateur zal er op toezien dat steeds de nodige vereffeningskredieten of middelen op de desbetreffende bassisallocaties (voor de diensten van het algemeen bestuur) of op de begrotingsrekeningen (voor de instellingen) aanwezig zijn om de aanrekeningen van de vastgestelde rechten inzake uitgave te kunnen verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo de nodige kredieten of middelen niet aanwezig zijn zullen de nodige handelingen dienen gesteld te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het nemen van de nodige maatregelen kan gebeuren op basis van de vereffeningskalender en de boekhoudkundige vastleggingen van de verschillende ordonnateurs. De financieel verantwoordelijke van de dienst kan in dit kader, in samenspraak met de betrokken ordonnateurs, de nodige handelingen stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 66</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens zal de ordonnateur de bevoegde rekenplichtige of de bevoegde persoon voor de gecentraliseerde betalingen een betalingsopdracht overmaken voor de aanvaarde vastgestelde rechten Ook hier verwijzen wij naar de noodzakelijke tussenkomst van de rekenplichtige op basis van het artikel 30 van de Wet, zijnde dat de geldbewegingen van de diensten dienen te geschieden door toedoen van hun rekenplichtigen. Hiervan kan, voor de diensten van het algemeen bestuur, niet afgeweken worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de instellingen zal dit gebeuren door de bevoegde persoon voor de gecentraliseerde betalingen, daar er bij de instellingen conform de Wet geen rekenplichtigen zijn voorzien.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-67\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 67</span><span class=\"lf-art-t\">Tot slot gebeurt de betaling, voor de diensten van het algemeen bestuur, door de bevoegde rekenplichtige overeenkomstig artikel 38 en 39 van dit besluit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de andere instellingen zal dit gebeuren door de bevoegde persoon voor de gecentraliseerde betalingen van de betrokken dienst/instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 3 - De functiescheiding Hier wensen wij vooreerst te verwijzen naar de onverenigbaarheid die in de Wet werd opgenomen. Het betreft in het bijzonder die tussen het ambt van aan de rechtsmacht van het Rekenhof onderworpen rekenplichtige en deze van ordonnateur, zoals vermeld in het artikel 35, tweede lid van de Wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het voorliggend besluit zijn in het kader van de noodzakelijke functiescheiding, nodig voor een adequate interne controle/organisatiebeheersing, ook andere onverenigbaarheden opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hierna volgende artikelen worden de minimale onverenigbaarheden tussen de verschillende actoren vermeld. Dit neemt niet weg dat elke verantwoordelijke ordonnateur en elke financieel verantwoordelijke van de dienst verantwoordelijk is om in het kader van de implementatie en/of het optimaliseren van de interne controle/organisatiebeheersing binnen zijn diensten bijkomende functiescheidingen te voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij denken wij bijvoorbeeld voor de ordonnateur aan de taken vermeld onder artikel 11, § 2, 1° en § 3, 1° van dit besluit en de andere taken van de ordonnateur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook de financieel verantwoordelijke van de dienst, zijnde het hoofd van de boekhouders kan bijkomende functiescheiding voorzien binnen zijn diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit kader mogen de taken van de verschillende in dit besluit vermelde actoren zich niet in eenzelfde persoon verenigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-68\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 68</span><span class=\"lf-art-t\">Conform de wettelijke bepalingen dient er de nodige functiescheiding voorzien te worden tussen de verschillende functies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Teneinde rekening te houden met de beperkte omvang van bepaalde diensten of organisaties zijn in dit en de volgende artikelen slechts enkele belangrijke onverenigbaarheden opgenomen enerzijds, en hebben de betrokken diensten en hun bevoegde personen de mogelijkheid om intern bijkomende functiescheiding te voorzien anderzijds.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit laatste geval is het aan de verantwoordelijken van de betrokken dienst om deze functiescheidingen duidelijk via schriftelijke mededelingen aan alle betrokken personen kenbaar te maken en vormen zij ook een onderdeel van de in deze dienst voorziene interne controle/organisatiebeheersing op de boekhoudkundige en budgettaire handelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze functiescheiding werd ook reeds voorzien voor de diensten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en vormen een elementaire minimale te voorziene functiescheiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo is er een duidelijke functiescheiding voorgeschreven tussen de ordonnateur (beslissingsfunctie) de financieel verantwoordelijke van de dienst (en zijn boekhouders) (boekingsfunctie) en de persoon verantwoordelijke voor de betalingen, bij de diensten van het algemeen bestuur steeds een rekenplichtige (betalingsfunctie). Hierbij verwijzen wij naar de algemene toelichting opgenomen in de aanvang van dit verslag aan de Koning waar men deze opdeling tussen de beslissingsfunctie, de boekhoudingsfunctie en de betalingsfunctie ook vermeldt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-69\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 69</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hier wordt de onverenigbaarheid nog eens specifiek vermeld voor de leidinggevende van de dienst (ordonnateur) versus de financieel verantwoordelijke van de dienst, de boekhouder en de rekenplichtige Hierbij merken wij op dat in dit artikel geen onverenigbaarheid werd opgenomen tussen enerzijds de ordonnateur en anderzijds de leidinggevende van de dienst. Daar de leidinggevende van de dienst conform artikel 19 van dit besluit ook een ordonnateur is namelijk de secundaire ordonnateur is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leidinggevende van de dienst is hier apart vermeld om duidelijk te maken dat ook deze persoon niet meerdere functies mag verenigen en dat ook ten aanzien van deze persoon de functiescheiding strikt dient geïnterpreteerd te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het laatste lid wenst men ook duidelijk de onafhankelijkheid en zodoende ook de onverenigbaarheid van de in dit besluit vermelde actoren versus de controleur van de vastleggingen te vermelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er werd in dit artikel geen functiescheiding voorzien versus niet in dit besluit vermelde actoren daar deze hun basis vinden in de desbetreffende wettelijke en reglementaire bepalingen van deze andere personen. Hierbij denken wij bijvoorbeeld aan de interne en externe auditoren van bijvoorbeeld het FIA, de revisoren, de auditors, het Rekenhof, enzovoort.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-70\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 70</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het mag duidelijk zijn dat onverenigbaarheden die niet permanent zijn hun waarde verliezen. In die gevallen gaat de functiescheiding, nodig voor een goede interne controle/organisatiebeheersing, verloren en bijgevolg zouden taken die toegewezen zijn aan verschillende actoren bij eenzelfde persoon of een zeer beperkt aantal personen kunnen samenvallen. Zodoende dient elke dienst zich zodanig te organiseren dat de in dit besluit opgenomen actoren niet eenzelfde persoon betreffen en dit in alle mogelijke omstandigheden en op een permanente wijze Indien een dienst of een instelling een zeer beperkte omvang heeft en een zeer beperkt aantal personen tewerkstelt wordt er een mogelijkheid voorzien om alsnog de financiële risico's te beperken en een zo optimaal mogelijke functiescheiding te voorzien aangevuld met bijkomende interne controle/organisatiebeheersings maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de voornoemde gevallen moeten de `bijkomende' interne controle/organisatiebeheersings maatregelen permanent zijn en minstens een maal per jaar ook nader onderzocht worden, door bevoegde personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast verantwoordelijke dienen bij elke vastgestelde niet conforme uitvoering van de voorgeschreven procedures de nodige acties te worden ondernomen door de leidinggevende van de dienst en de financieel van de dienst om het getrouw beeld van de boekhouding van de dienst te kunnen waarborgen. En daar waar nodig zal de procedure aangepast worden of bijkomende controle maatregelen geïntroduceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maar zelfs in dit, hier juist voor, vermelde kader mogen `opeenvolgende handelingen' van de in dit besluit vermelde actoren niet bij éénzelfde persoon verenigd zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 71</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de opmaak van dit besluit werd gevraagd om ook de nodige elementen te voorzien zo actoren, vermeld in dit besluit, wegens omstandigheden voor een korte of langdurige tijd afwezig zouden zijn In het tweede lid wordt vermeld hoe men dient te handelen indien een actor voor een langere duur afwezig is of zal zijn. Met een langdurige afwezigheid wordt bedoeld een periode van drie maanden of meer. In dit laatste geval dient men er namelijk van uit te gaan dat de oorspronkelijke actor ook zijn toezichthoudende taken niet meer zal kunnen uitoefenen en dat zodoende de volle uitoefening van zijn toegewezen taken, overeenkomstig dit besluit, in gevaar komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodoende werd het nuttig geacht dat in dit laatste geval, zijnde bij een langdurige afwezigheid, de primaire ordonnateur of de leidinggevende van de dienst een plaatsvervangende actor aanstelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze laatste zal alle taken en verantwoordelijkheden van de actor die voor een langdurige tijd afwezig is of verhinderd zal zijn, overnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor betrokkene zal er ter zake door de bevoegde persoon een besluit genomen worden overeenkomstig de artikelen 7 van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel IV - Overgangs- en slotbepalingen Artikel 72 Artikel 72 belast de minister bevoegd voor begroting ermee de nodige administratieve maatregelen te treffen voor de uitvoering van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Justitie, V. VAN QUICKENBORNE De Staatssecretaris van Begroting, A. BERTRAND RAAD VAN STATE Afdeling Wetgeving Advies 72.463/4 van 19 december 2022 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot uitvoering van artikel 29 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat' Op 3 november 2022 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Staatssecretaris voor Begroting en Consumentenbescherming, toegevoegd aan de Minister van Justitie en Noordzee verzocht binnen een termijn van dertig dagen verlengd tot 20 december 2022, een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot uitvoering van artikel 29 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat'.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 19 december 2022 .</p>\n<p class=\"lf-p\">De kamer was samengesteld uit Martine Baguet, kamervoorzitter, Luc Cambier en Bernard Blero, staatsraden, Sébastien Van Drooghenbroeck en Marianne Dony, assessoren, en Anne-Catherine Van Geersdaele, griffier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verslag is uitgebracht door Roger Wimmer, eerste auditeur en Xavier Miny, adjunct-auditeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine Baguet .</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 19 december 2022 .</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien de adviesaanvraag is ingediend op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">ONDERZOEK VAN HET ONTWERP AANHEF 1. Volgens de aanhef zou het ontworpen besluit niet enkel rechtsgrond ontlenen aan artikel 29 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2003 numac 2003003368 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof sluiten `houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat' (eerste lid), maar ook aan de artikelen 9 tot 16 van de programmawet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2008 numac 2008021120 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten (tweede lid). Wat die laatste wet betreft, is het de afdeling Wetgeving niet duidelijk in welk opzicht de in het tweede lid vermelde bepalingen relevante rechtsgronden zouden zijn. Artikel 10, tweede lid, van die wet voorziet weliswaar in een machtiging aan de Koning op grond waarvan \"[Hij], op voordracht van de minister tot wiens bevoegdheid de Begroting behoort, de contracten en overeenkomsten alsook de besluiten tot toekenning van toelagen, waarvan het bedrag de door Hem bepaalde sommen niet overschrijdt, [kan] vrijstellen van het voorafgaand visum van de controleur der vastleggingen.\" Aan die machtiging geeft het voorliggende ontwerp evenwel geen uitvoering.</p></div>", "next": 238644}