{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">sluiten0, in geval van dringende noodzakelijkheid, zonder voorafgaande bijzondere machtiging van de vrederechter de rechten opgesomd in die wet uitoefenen. Hij brengt de vrederechter, de vertrouwenspersoon en de bewindvoerder over de goederen onverwijld op de hoogte van zijn optreden. § 2. De vrederechter moet de bewindvoerder over de goederen bijzondere machtiging verlenen om : 1° de goederen van de beschermde persoon, met uitzondering van de vruchten en de onbruikbare voorwerpen, te vervreemden, tenzij het beheer is opgedragen aan een in artikel 499/5, tweede lid, bedoelde instelling;2° een lening aan te gaan;3° de goederen van de beschermde persoon te hypothekeren of in pand te geven of toestemming te geven tot doorhaling van een hypothecaire inschrijving, met of zonder kwijting, en van de overschrijving van een bevel tot uitvoerend beslag zonder betaling en van het ontslag van ambtshalve inschrijving;4° een pachtcontract, een handelshuurovereenkomst of een gewone huurovereenkomst van meer dan negen jaar te sluiten, alsook een handelshuurovereenkomst te hernieuwen;5° een nalatenschap, een algemeen legaat of een legaat onder algemene titel te verwerpen of te aanvaarden, wat slechts onder voorrecht van boedelbeschrijving kan geschieden.De vrederechter kan bij een met redenen omklede beschikking machtiging verlenen om een nalatenschap, een algemeen legaat of een legaat ten algemene titel zuiver te aanvaarden, rekening houdende met de aard en de omvang van het geërfde vermogen en voor zover de baten kennelijk de lasten van het geërfde vermogen overschrijden; 6° een schenking of een legaat onder bijzondere titel te aanvaarden;7° de beschermde persoon in rechte te vertegenwoordigen als eiser bij rechtsplegingen en handelingen, behoudens voor : - rechtsplegingen en handelingen bedoeld in de artikelen 1150, 1180, 1°, 1187, tweede lid, en 1206 van het Gerechtelijk Wetboek; - burgerlijke partijstelling; - geschillen met betrekking tot huurcontracten of met betrekking tot bewoning zonder akte of bewijs en - vorderingen tot toepassing van de sociale wetgeving ten gunste van de beschermde persoon; 8° een overeenkomst van onverdeeldheid te sluiten;9° een onroerend goed aan te kopen;10° een dading aan te gaan of een overeenkomst tot arbitrage te sluiten;11° een handelszaak voort te zetten.Het bestuur van de handelszaak mag worden opgedragen aan een bijzondere bewindvoerder onder het toezicht van de bewindvoerder voor de goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijzondere bewindvoerder wordt aangewezen door de vrederechter. De vrederechter kan zijn toestemming tot voortzetting van de handelszaak te allen tijde intrekken; 12° souvenirs en andere persoonlijke voorwerpen, zelfs als het om voorwerpen van geringe waarde gaat, te vervreemden onverminderd artikel 499/9;13° te berusten in een vordering betreffende onroerende rechten;14° de betalingsdienstaanbieders te machtigen op de betaalinstrumenten van de beschermde persoon enig onderscheidingsteken aan te brengen. De afhaling en overschrijving van gelden geplaatst op een rekening van de beschermde persoon worden voor de toepassing van het eerste lid, 1°, niet beschouwd als vervreemdingen, voor zover zij voldoen aan de eisen bepaald bij artikel 499/4. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval een rechtshandeling of proceshandeling zowel de persoon als het vermogen van de beschermde persoon betreft, kan de vrederechter de bewindvoerder tevens machtigen om alleen op te treden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de zaak slechts door de bewindvoerder over de persoon of de bewindvoerder over de goederen bij hem aanhangig wordt gemaakt, wordt de andere gehoord of tenminste bij gerechtsbrief opgeroepen. Door die oproeping wordt hij partij in het geding. De bewindvoerder die de machtiging verkrijgt, brengt de andere bewindvoerder onverwijld op de hoogte van zijn optreden. § 4. De vrederechter kan de bewindvoerder over de goederen een bijzondere machtiging verlenen om te schenken ingeval de beschermde persoon daar zelf wilsonbekwaam toe is en uit de verklaring bedoeld in artikel 496, tweede lid, of uit vroegere schriftelijke of mondelinge verklaringen van de beschermde persoon, geuit op een tijdstip waarop hij wilsbekwaam was, de wil tot schenken uitdrukkelijk blijkt. De schenking moet in verhouding staan tot het vermogen van de beschermde persoon en mag bovendien de beschermde persoon of zijn onderhoudsgerechtigden niet behoeftig dreigen te maken. De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 92</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/8 ingevoegd, luidende : « Art. 499/8.De verkoop van de roerende en onroerende goederen van de beschermde persoon vindt plaats overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek IV, hoofdstukken IV en V, van het Gerechtelijk Wetboek. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-93\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 93</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/9 ingevoegd, luidende : « Art. 499/9.Souvenirs en andere persoonlijke voorwerpen kunnen niet worden vervreemd, tenzij zulks volstrekt noodzakelijk is, en worden ter beschikking van de beschermde persoon gehouden tot de beëindiging van de rechterlijke beschermingsmaatregel De woning van de beschermde persoon en het huisraad waarmee deze woning gestoffeerd is, moeten zo lang mogelijk te zijner beschikking blijven. Als het, in het bijzonder bij langdurige opneming of verblijf elders, noodzakelijk wordt of in het belang is van de beschermde persoon dat over de rechten in verband daarmee wordt beschikt, moet door de vrederechter daartoe machtiging worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In elk geval worden de beschermde persoon die over het vereiste begripsvermogen beschikt en diens vertrouwenspersoon en bewindvoerder over de persoon uitgenodigd om, indien zij dit wensen, gehoord te worden vooraleer machtiging kan worden verleend. ». Art. 94.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/10 ingevoegd, luidende : « Art. 499/10.Met uitzondering van de echtgenoot of echtgenote, kan de bewindvoerder geen goederen van de beschermde persoon verkrijgen, noch rechtstreeks, noch door een tussenpersoon, behalve na bijzondere machtiging verleend door de vrederechter overeenkomstig de procedure bepaald bij artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek of krachtens de wet van 16 mei 1900Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten9 tot wijziging van het erfstelsel voor de kleine nalatenschappen, de wet van 29 augustus 1988Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten0 op de erfregeling inzake landbouwbedrijven met het oog op het bevorderen van de continuïteit, of in het kader van een gerechtelijke of minnelijke verdeling goedgekeurd overeenkomstig artikel 1206 van het Gerechtelijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan de goederen van de beschermde persoon slechts in huur nemen als de vrederechter daartoe op schriftelijk verzoek machtiging verleent. In dat geval bepaalt de vrederechter in zijn beschikking de huurvoorwaarden, alsook de bijzondere waarborgen verbonden aan de aldus toegestane huur. ». Art. 95.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/11 ingevoegd, luidende : « Art. 499/11.Ingeval geen bewindvoerder over de persoon die tot opdracht heeft te oordelen over de verblijfplaats van de beschermde persoon werd aangesteld, kan deze enkel gewijzigd worden met goedkeuring van de bewindvoerder over de goederen. Bij weigering kan de beschermde persoon of elke belanghebbende zich wenden tot de vrederechter overeenkomstig de in artikel 1252 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde procedure. De vrederechter oordeelt over het belang van de beschermde persoon. ». Art. 96.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/12 ingevoegd, luidende : « Art. 499/12.Betekeningen en kennisgevingen aan personen aan wie een bewindvoerder is toegevoegd, worden gedaan aan deze personen zelf en aan de woonplaats of verblijfplaats van de bewindvoerder, voor zover de betekening of de kennisgeving verband houdt met de opdracht van de bewindvoerder. ». Art. 97.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/13 ingevoegd, luidende : « Art. 499/13.Alle handelingen die door de bewindvoerder zijn verricht in strijd met artikel 499/7, zijn rechtens nietig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze nietigheid kan uitsluitend door de beschermde persoon of een bewindvoerder ad hoc worden ingeroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de in het eerste lid bedoelde handelingen voorwaardelijk werden toegestaan door de vrederechter, maar door de bewindvoerder werden verricht zonder dat die voorwaarden in acht werden genomen, kan de nietigheid van deze handelingen worden ingeroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nietige handeling kan door de bewindvoerder worden bevestigd, mits de vormen die gelden voor het verrichten van de te bevestigen handeling worden nageleefd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de vordering tot nietigverklaring is artikel 493/1 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de beschermde persoon wordt toegelaten tot herstel in zijn recht tegen zijn verbintenissen, kan hetgeen ten gevolge van die verbintenissen is betaald tijdens de bescherming, van hem niet worden teruggevorderd, tenzij bewezen is dat het betaalde hem tot voordeel heeft gestrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nietigheid doet geen afbreuk aan eventuele aansprakelijkheidsvorderingen die de beschermde persoon tegen zijn bewindvoerder kan instellen. ». Art. 98.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/14 ingevoegd, luidende : « Art. 499/14.§ 1. De vrederechter bepaalt het tijdstip of de omstandigheden en de wijze waarop de bewindvoerder over de persoon verslag uitbrengt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van aanwijzingen in de beschikking bedoeld in artikel 492/1, § 1, brengt de bewindvoerder jaarlijks schriftelijk verslag uit aan de vrederechter, aan de beschermde persoon en aan diens vertrouwenspersoon en bewindvoerder over de goederen. De vrederechter kan de bewindvoerder ervan ontslaan dit verslag aan de beschermde persoon te overhandigen, voor zover deze niet in staat is ervan kennis te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit schriftelijk verslag worden minstens de volgende gegevens vermeld : 1° de naam, de voornaam en de woon- of verblijfplaats van de bewindvoerder of zijn benaming en maatschappelijke zetel;2° de naam, de voornaam en de woon- of verblijfplaats van de beschermde persoon en diens vertrouwenspersoon;3° de leefsituatie van de beschermde persoon;4° de maatregelen die de bewindvoerder heeft genomen ter bevordering van het welzijn van de beschermde persoon;5° de wijze waarop de bewindvoerder de beschermde persoon en, in voorkomend geval, diens vertrouwenspersoon en bewindvoerder over de goederen betrokken heeft bij de uitoefening van zijn opdracht en rekening heeft gehouden met hun mening;6° in voorkomend geval, de wijze waarop de bewindvoerder rekening heeft gehouden met de opmerkingen die de vrederechter heeft geformuleerd bij een eerder verslag. Onderaan het verslag brengt de vrederechter zijn goedkeuring aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eventuele op- of aanmerkingen waarmee de bewindvoerder over de persoon in de toekomst rekening dient te houden worden aan hem overgezonden. § 2. De bewindvoerder over de goederen bezorgt jaarlijks een schriftelijk verslag aan de vrederechter, aan de beschermde persoon en aan diens vertrouwenspersoon en diens bewindvoerder over de persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter kan de bewindvoerder ervan ontslaan om dit verslag aan de beschermde persoon te overhandigen, voor zover deze niet in staat is ervan kennis te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit schriftelijk verslag worden minstens de volgende gegevens vermeld : 1° de naam, de voornaam en de woon- of verblijfplaats van de bewindvoerder of zijn benaming en maatschappelijke zetel;2° de naam, de voornaam en de woon- of verblijfplaats van de beschermde persoon, en, in voorkomend geval, van zijn vertrouwenspersoon;3° de rekeningen omvattende minstens een overzicht van de stand van het beheerde vermogen bij de aanvang en op het einde van deze periode;4° de wijze waarop de bewindvoerder de beschermde persoon en, in voorkomend geval, diens bewindvoerder over de persoon en diens vertrouwenspersoon betrokken heeft bij de uitoefening van zijn opdracht en rekening heeft gehouden met hun mening;5° de materiële levensvoorwaarden van de beschermde persoon;6° in voorkomend geval, de wijze waarop de bewindvoerder rekening heeft gehouden met de opmerkingen die de vrederechter heeft geformuleerd bij een eerder verslag. Bij het verslag wordt een fotokopie gevoegd van het laatste rekeninguittreksel ter staving van de erin vermelde saldi alsook, in voorkomend geval, een attest van de financiële instelling betreffende de belegde kapitalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bewindvoerder voert een vereenvoudigde boekhouding, die tenminste betrekking heeft op de mutaties in contant geld of op de rekeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter kan de bewindvoerder echter, gelet op de aard en de omvang van het te beheren vermogen, vrijstelling verlenen van deze verplichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter keurt in een proces-verbaal het verslag goed. Hij kan daarbij voorbehouden en opmerkingen formuleren waarmee de bewindvoerder rekening moet houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de rekening tekortkomingen vertoont of wanneer de rekening vrij complex is, kan de vrederechter een technisch adviseur aanwijzen die hem technisch advies moet geven over de rekening. De vrederechter kan de kosten voor de technisch adviseur ten laste leggen van de bewindvoerder ingeval deze kennelijk tekortschoot in zijn verslaggevingsplicht of in de uitoefening van zijn opdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval de vrederechter verscheidene bewindvoerders heeft aangesteld, bepaalt hij de wijze waarop deze het verslag bedoeld in het tweede lid dienen uit te brengen. § 3. Het verslag en het proces-verbaal worden bij het in artikel 1253 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde administratief dossier gevoegd. § 4. De Koning bepaalt een model van schriftelijk verslag en van vereenvoudigde boekhouding. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-99\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 99</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/15 ingevoegd, luidende : « Art. 499/15.De bewindvoerder over de goederen kan tijdens het bewind de vrederechter verzoeken om een bewindvoerder ad hoc aan te stellen die tot opdracht heeft de reeds neergelegde bewindsrekeningen te controleren en, in voorkomend geval, er namens de beschermde persoon kwijting voor te verlenen. De procedure van artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing. De eventuele kosten komen ten laste van de bewindvoerder. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-100\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 100</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/16 ingevoegd, luidende : « Art. 499/16.Indien de bewindvoerder moet worden vervangen, worden de rekeningen afgesloten op de dag waarop de nieuwe bewindvoerder zijn opdracht aanvaardt. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-101\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 101</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/17 ingevoegd, luidende : « Art. 499/17.§ 1. Binnen een maand na beëindiging van de opdracht van de bewindvoerder over de persoon wordt het eindverslag, opgesteld overeenkomstig artikel 499/14, § 1, in aanwezigheid van de vrederechter, met het oog op de goedkeuring ervan, overhandigd aan de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd of aan de nieuwe bewindvoerder over de persoon. Het verslag wordt eveneens overhandigd aan de bewindvoerder over de goederen en de vertrouwenspersoon. De vrederechter kan de bewindvoerder over de persoon er evenwel van ontslaan dit verslag over te zenden aan de beschermde persoon, voor zover deze niet in staat is ervan kennis te nemen Er wordt een proces-verbaal opgemaakt waarin vastgesteld wordt dat het verslag is uitgebracht en goedgekeurd of afgekeurd. In voorkomend geval wordt melding gemaakt van de redenen waarom het verslag werd afgekeurd. § 2. Indien de vrederechter de opdracht van de bewindvoerder over de goederen beëindigt bij een beschikking bedoeld in de artikelen 492/4, eerste lid, of 496/7 of indien de rechterlijke beschermingsmaatregel van rechtswege eindigt overeenkomstig artikel 492/4, derde lid, geeft de vrederechter de bewindvoerder over de goederen de opdracht om, binnen de maand na de datum van de beëindiging van zijn opdracht vermeld in de beschikking, een eindverslag, opgesteld overeenkomstig artikel 499/14, § 2, alsook een inventaris van de roerende goederen, neer te leggen ter griffie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien overeenkomstig artikel 496/4, § 2, verscheidene bewindvoerders over de goederen werden aangesteld en de vrederechter de opdracht van één van hen beëindigt, bepaalt hij in zijn beschikking de wijze waarop het eindverslag bedoeld in het eerste lid dient te worden uitgebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde beschikking verplicht de bewindvoerder tevens om een kopie van het eindverslag en de inventaris van de roerende goederen over te zenden aan de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd of aan diens nieuwe bewindvoerder over de goederen alsook, in voorkomend geval, aan de bewindvoerder over de persoon en de vertrouwenspersoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts bepaalt de vrederechter in zijn beschikking de dag en het uur waarop de bewindvoerder, de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd of diens nieuwe bewindvoerder over de goederen alsook, in voorkomend geval, de bewindvoerder over de persoon en de vertrouwenspersoon, dienen te verschijnen in raadkamer. De beschikking wordt hen bij gerechtsbrief ter kennis gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de gestelde dag en uur wordt een proces-verbaal opgesteld, waarin al dan niet vastgesteld wordt dat de rekening en verantwoording is gedaan, dat de rekening is goedgekeurd en dat de uittredende bewindvoerder kwijting is verleend voor de rekeningen waarvoor nog geen kwijting was verleend, overeenkomstig artikel 499/15. Het proces-verbaal wordt medeondertekend door de verschijnende partijen, de vrederechter en de hoofdgriffier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke goedkeuring van de definitieve rekening vóór de datum van het in het vierde lid bedoelde proces-verbaal, is nietig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij betwisting wordt overeenkomstig de artikelen 1358 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek rekening en verantwoording voor de rechtbank gedaan. § 3. Het verslag en het proces-verbaal worden bij het in artikel 1253 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde administratief dossier gevoegd. ». Art. 102.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/18 ingevoegd, luidende : « Art. 499/18.Zolang de definitieve rekening niet is goedgekeurd, kunnen tussen de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd en zijn vroegere bewindvoerder over de goederen geen geldige overeenkomsten worden gesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op voorlegging van een door de griffier voor eensluidend verklaard afschrift van het overeenkomstig artikel 499/17, § 2, vierde lid, opgemaakte proces-verbaal verleent de nieuwe bewindvoerder over de goederen of de vroeger beschermde persoon opheffing van de zekerheidstelling die de bewindvoerder inzake zijn beheer heeft gegeven. ». Art. 103.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/19 ingevoegd, luidende : « Art. 499/19.Indien de beschermde persoon tijdens de duur van het bewind overlijdt, kan de vrederechter, ambtshalve of op verzoek van de bewindvoerder, van de vertrouwenspersoon of van elke belanghebbende evenals van de procureur des Konings, de bewindvoerder over de goederen, bij afwezigheid van erfgenamen die optreden, machtigen om diens opdracht uit te oefenen tot uiterlijk twee maanden na dit overlijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegdheden van de bewindvoerder zijn in dat geval beperkt tot de betaling van de in de artikelen 19 en 20 van de hypotheekwet van 16 december 1851 vermelde bevoorrechte schuldvorderingen die dateren van vóór het overlijden van de beschermde persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 499/17, § 2, legt de bewindvoerder binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, zijn definitief verslag en rekening neer ter griffie, waar de erfgenamen van de beschermde persoon en de notaris die belast is met de aangifte en de verdeling van de nalatenschap ervan kennis kunnen nemen. Dit geldt onverminderd de toepassing van artikel 1358 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek. ». Art. 104.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/20 ingevoegd, luidende : « Art. 499/20.De goedkeuring van de rekening doet geenszins afbreuk aan de aansprakelijkheidsvorderingen die de beschermde persoon tegen de bewindvoerder kan instellen. ». Art. 105.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/21 ingevoegd, luidende : « Art. 499/21.Vorderingen van de beschermde persoon tegen zijn bewindvoerder betreffende feiten en rekeningen van het bewind verjaren na vijf jaar te rekenen van de beëindiging van de opdracht van de bewindvoerder. ». Art. 106.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 499/22 ingevoegd, luidende : « Art. 499/22.De bewindvoerder mag alle stukken die verband houden met het bewind vernietigen vijf jaar na de beëindiging ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid mag de bewindvoerder alle stukken die geen rechtstreeks verband houden met de door dit Wetboek voorgeschreven verplichtingen, zoals facturen en briefwisseling ouder dan vijf jaar, vernietigen. ». Art. 107.In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 66, wordt een onderafdeling 4 ingevoegd luidende « Het bewind uitgeoefend door de ouders ». Art. 108.In onderafdeling 4, ingevoegd bij artikel 107, wordt artikel 500, opgeheven bij de wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/10/1967 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten, hersteld als volgt : « Art. 500.Deze onderafdeling is van toepassing ingeval de vrederechter een rechterlijke beschermingsmaatregel van vertegenwoordiging heeft bevolen overeenkomstig artikel 492/1 en de ouders van de beschermde persoon of één van beiden heeft aangesteld tot bewindvoerder. ». Art. 109.In dezelfde onderafdeling 4 wordt een artikel 500/1 ingevoegd, luidende : « Art. 500/1.De bepalingen van onderafdeling 3 zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de afwijkingen waarin deze onderafdeling voorziet. ». Art. 110.In dezelfde onderafdeling 4 wordt een artikel 500/2 ingevoegd, luidende : « Art. 500/2.In afwijking van artikel 499/14 bepaalt de vrederechter binnen een maand nadat het verslag bedoeld in artikel 499/6 bij het administratief dossier is gevoegd, na de ouders, de beschermde persoon en diens vertrouwenspersoon te hebben gehoord, het tijdstip waarop of de omstandigheden waarin en de wijze waarop de ouders verslag uitbrengen. ». Art. 111.In dezelfde onderafdeling 4 wordt een artikel 500/3 ingevoegd, luidende : « Art. 500/3.§ 1. Ingeval beide ouders aangesteld zijn tot bewindvoerder oefenen zij gezamenlijk het bewind uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten opzichte van derden die te goeder trouw zijn, wordt elke ouder geacht te handelen met instemming van de andere ouder wanneer hij, alleen, een daad van beheer van de goederen van de beschermde persoon verricht, behoudens de bij wet bepaalde uitzonderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geschillen tussen de ouders worden beslecht in het belang van de beschermde persoon waarbij de voorkeur wordt gegeven aan de bemiddeling overeenkomstig de artikelen 1724 tot 1737 van het Gerechtelijk Wetboek en bij ontstentenis daarvan overeenkomstig de procedure bepaald bij artikel 1252 van het Gerechtelijk Wetboek. § 2. Indien een derde optreedt als bewindvoerder, worden conflicten tussen deze derde en de ouders die eveneens als bewindvoerder werden aangesteld beslecht in het belang van de beschermde persoon overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 1252 van het Gerechtelijk Wetboek. ». Art. 112.In dezelfde onderafdeling 4 wordt een artikel 500/4 ingevoegd, luidende : « Art. 500/4.De ouder wiens opdracht als bewindvoerder eindigt, legt uitsluitend op uitdrukkelijk verzoek van de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd of van de nieuwe bewindvoerder, binnen één maand na de beëindiging van zijn opdracht, rekenschap en verantwoording af overeenkomstig artikel 499/17. De artikelen 499/18 en 499/20 tot 499/22 zijn in dat geval van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-499\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 499</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">/19 is van toepassing ingeval het bewind eindigt door het overlijden van de beschermde persoon. In afwijking van artikel 499/19 moeten de ouders slechts rekenschap en verantwoording afleggen, binnen een maand na het overlijden van de beschermde persoon, op uitdrukkelijk verzoek van diens erfgenamen. ». Art. 113.In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 66, wordt een onderafdeling 5 ingevoegd, luidende « Vertrouwenspersoon ». Art. 114.In onderafdeling 5, ingevoegd bij artikel 113, wordt artikel 501, opgeheven bij de wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/10/1967 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten, hersteld als volgt : « Art. 501.De te beschermen of beschermde persoon heeft het recht zich, tijdens de hele duur van het bewind, te laten bijstaan door een door hemzelf aangewezen vertrouwenspersoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">De homologatie van de aanwijzing van de vertrouwenspersoon gebeurt door een schriftelijk of mondeling verzoek dat daartoe bij de aanvang of tijdens de duur van het bewind aan de vrederechter wordt gericht door de beschermde of de te beschermen persoon, door een derde in diens belang, dan wel door de procureur des Konings. De vrederechter vergewist zich vooraf van zijn aanvaarding en oordeelt bij een met bijzondere redenen omklede beschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de persoon die overeenkomstig de artikelen 496 en 496/1 is aangewezen, de functie van vertrouwenspersoon aanvaardt, homologeert de vrederechter de aanwijzing, tenzij ernstige redenen met betrekking tot het belang van de beschermde persoon, die nauwkeurig zijn omschreven in de gronden van de beschikking, uitsluiten dat deze keuze wordt gevolgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de beschermde persoon zelf geen vertrouwenspersoon heeft aangewezen, kan de vrederechter de mogelijkheid onderzoeken om alsnog de aanwijzing van een vertrouwenspersoon te homologeren overeenkomstig het tweede en het derde lid, dan wel ambtshalve een vertrouwenspersoon aan te wijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1246 van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als vertrouwenspersoon kunnen niet worden aangewezen : 1° de bewindvoerder van de beschermde persoon;2° personen ten aanzien van wie een rechterlijke of een buitengerechtelijke beschermingsmaatregel werd genomen;3° rechtspersonen;4° personen die, overeenkomstig artikel 32 van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten4 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, volledig ontzet zijn uit het ouderlijk gezag;5° ingeval het bewind wordt uitgeoefend door beide ouders of één van beide, een bloedverwant van de beschermde persoon tot en met de tweede graad. In uitzonderlijke omstandigheden kan de vrederechter evenwel bij een met bijzondere redenen omklede beschikking afwijken van het zesde lid, 5°, ingeval hij vaststelt dat dit het belang van de beschermde persoon dient.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter kan de aanwijzing van de vertrouwenspersoon weigeren op grond van diens uittreksel uit het strafregister.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het belang van de beschermde persoon kan hij verscheidene vertrouwenspersonen aanwijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In voorkomend geval preciseert hij de bevoegdheden van de verscheidene vertrouwenspersonen, alsook de wijze waarop zij hun bevoegdheid uitoefenen. ». Art. 115.In dezelfde onderafdeling 5 wordt een artikel 501/1 ingevoegd, luidende : « Art. 501/1.De beschermde persoon kan te allen tijde afzien van de ondersteuning van de vertrouwenspersoon of een andere vertrouwenspersoon aanwijzen. De procedure wordt ingeleid bij schriftelijk of mondeling verzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1246 van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter kan, te allen tijde, in het belang van de te beschermen persoon, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een bewindvoerder of van de procureur des Konings, bij een met redenen omklede beschikking beslissen dat de vertrouwenspersoon zijn functie niet meer mag uitoefenen. ». Art. 116.In dezelfde onderafdeling 5 wordt een artikel 501/2 ingevoegd, luidende : « Art. 501/2.De vertrouwenspersoon ondersteunt de beschermde persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij onderhoudt, voor zover mogelijk, nauwe contacten met de beschermde persoon en pleegt op geregelde tijdstippen overleg met diens bewindvoerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vertrouwenspersoon ontvangt alle verslagen inzake het bewind. Hij wordt door de bewindvoerder op de hoogte gehouden van alle handelingen die betrekking hebben op het bewind en kan bij hem alle nuttige informatie hieromtrent inwinnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de bij de wet bepaalde gevallen drukt de vertrouwenspersoon de wensen van de beschermde persoon uit indien deze niet in staat is om deze zelf te uiten. De vertrouwenspersoon ondersteunt de beschermde persoon bij het uiten van zijn mening ingeval hij niet in staat is om deze zelfstandig te uiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de vertrouwenspersoon vaststelt dat de bewindvoerder kennelijk tekortschiet in de uitoefening van zijn opdracht, verzoekt hij de vrederechter de in artikel 492/1 bedoelde beschikking te herzien overeenkomstig artikel 496/7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval de vertrouwenspersoon bij de uitvoering van zijn opdracht de beschermde persoon schade berokkent, is hij enkel aansprakelijk voor zijn bedrog en zijn zware schuld. ». Art. 117.In hoofdstuk II/1, ingevoegd bij artikel 52, wordt een afdeling 5 ingevoegd, luidende « De beëindiging van het bewind ». Art. 118.In afdeling 5, ingevoegd bij artikel 117, wordt artikel 502 ingevoegd dat wordt vervangen door wat volgt : « Art. 502.§ 1. Het bewind eindigt in de gevallen bedoeld in artikel 492/4. § 2. Onverminderd artikel 499/19, neemt de opdracht van de bewindvoerder een einde : 1° door de beëindiging van het bewind;2° door het overlijden van de bewindvoerder of de ontbinding van de private stichting;3° door de plaatsing van de bewindvoerder onder een rechterlijke beschermingsmaatregel overeenkomstig artikel 492/1;4° door het nemen van een buitengerechtelijke maatregel ten aanzien van de bewindvoerder;5° ingeval de vrederechter overeenkomstig artikel 496/7 beslist om de bewindvoerder te vervangen;6° ingeval de vrederechter ten aanzien van de beschermde persoon een buitengerechtelijke beschermingsmaatregel beveelt als bedoeld in de artikelen 490 of 490/1 en hierbij de opheffing van de rechterlijke beschermingsmaatregel ten aanzien van de beschermde persoon beveelt. ». Art. 119.In boek I, titel XI, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek, worden opgeheven : 1° de artikelen 503 en 504;2° artikel 508;3° de artikelen 509 tot 511, gewijzigd bij de wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten;4° artikel 512. Art. 120.In boek I, titel XI, van hetzelfde Wetboek wordt hoofdstuk III, dat de artikelen 513 tot 515 bevat, opgeheven. Art. 121.In artikel 776 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten en gewijzigd bij de wet van 13 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten3, worden de woorden « en aan onbekwaamverklaarden » opgeheven. Art. 122.Artikel 817 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 29 april 2001 en 9 mei 2007, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 817.De vordering tot verdeling ten aanzien van minderjarige of meerderjarige mede-erfgenamen die krachtens artikel 492/1 onbekwaam zijn verklaard om goederen te vervreemden, kan worden ingesteld door hun voogd of bewindvoerder die daartoe bijzonder gemachtigd is door de vrederechter van het voogdijforum of het bewindsforum. ». Art. 123.In artikel 819, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 mei 1960 en 29 april 2001, worden de woorden « of onbekwaamverklaarden bevinden, » vervangen door de woorden « bevinden, of beschermde personen die krachtens artikel 492/1 onbekwaam zijn verklaard om goederen te vervreemden, ». Art. 124.In artikel 838 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten7, worden de woorden « onbekwaamverklaarden bevinden, personen aan wie krachtens de artikelen 488bis, A) tot K), een voorlopige bewindvoerder is toegevoegd, » vervangen door de woorden « beschermde personen bevinden die krachtens artikel 492/1 onbekwaam zijn verklaard om goederen te vervreemden, ». Art. 125.Artikel 905 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 14 juli 1976, wordt hersteld als volgt : « Art. 905.Onverminderd de artikelen 903 en 904, kan de persoon die op grond van artikel 492/1 onbekwaam is verklaard om te beschikken, hetzij bij schenking onder de levenden hetzij bij testament, toch beschikken na machtiging, op zijn verzoek, door de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter oordeelt over de wilsbekwaamheid van de beschermde persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de vrederechter met toepassing van het eerste lid de beschermde persoon toestaat bij testament te beschikken, kan deze alleen bij authentieke akte een testament maken, zonder dat hij het ontwerp ervan aan de vrederechter moet voorleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid kan de vrederechter toestaan dat een internationaal testament wordt opgesteld wanneer aan de in artikel 972 bedoelde vormvereisten voor het testament bij openbare akte niet kan worden voldaan wegens de lichamelijke ongeschiktheid van de beschermde persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien mag de vrederechter machtiging om te schenken weigeren indien de schenking de beschermde persoon of zijn onderhoudsgerechtigden behoeftig dreigt te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. ». Art. 126.In hetzelfde Wetboek wordt artikel 908, opgeheven bij de wet van 31 maart 1987, hersteld als volgt : « Art. 908.De in boek 1, titel XI, hoofdstuk II/1, bedoelde bewindvoerder en eenieder die een gerechtelijk mandaat uitoefent, kunnen geen schenking of legaat ontvangen van de beschermde persoon of de persoon ten aanzien van wie hij dit mandaat uitoefent. Hetzelfde verbod geldt voor de bloedverwanten in opgaande of neergaande lijn van deze bewindvoerder of gerechtelijk mandataris, evenals voor diens echtgenoot of wettelijk samenwonende partner. De uitzonderingen bepaald in artikel 909, derde lid, 2° en 3° zijn van overeenkomstige toepassing. ». Art. 127.In artikel 935 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « of aan een onbekwaamverklaarde » opgeheven;2° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin : « Een schenking aan een beschermde persoon die krachtens artikel 492/2 onbekwaam is verklaard om deze te ontvangen, moet door zijn bewindvoerder worden aangenomen overeenkomstig artikel 499/7, § 2, eerste lid, 6°.»; 3° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin : « Een beschermde persoon die krachtens artikel 492/1 bijstand behoeft om een schenking te aanvaarden, kan met bijstand van zijn bewindvoerder aanvaarden.». Art. 128.Artikel 942 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 942.Minderjarigen en beschermde personen die krachtens artikel 492/1 onbekwaam werden verklaard om schenkingen te ontvangen, worden niet in hun recht hersteld tegen het ontbreken van de aanneming of van de overschrijving van schenkingen, behoudens hun verhaal op hun voogd of bewindvoerder, indien daartoe grond bestaat, maar zonder herstel, zelfs ingeval de voogd of bewindvoerder onvermogend mocht zijn. ». Art. 129.In artikel 1031, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 9 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten4, worden de woorden « onbekwaamverklaarden of vermoedelijk afwezigen zijn » vervangen door de woorden « beschermde personen die krachtens artikel 492/1 onbekwaam zijn verklaard om de nalatenschap te aanvaarden of vermoedelijk afwezige erfgenamen zijn ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-130\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 130</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1057 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 15 december 1949 en 29 april 2001, worden de woorden « onbekwaam verklaard zijn » vervangen door de woorden « krachtens artikel 492/1 onbekwaam zijn verklaard om een nalatenschap te aanvaarden » en wordt het woord « onbekwaamverklaarde » vervangen door de woorden « krachtens artikel 492/1 beschermde »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 131</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 1070 van hetzelfde Wetboek wordt het woord « onbekwaamverklaarden » telkens vervangen door de woorden « personen beschermd krachtens artikel 492/1 »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 132</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1124 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 april 1958, wordt het woord « onbekwaamverklaarden » vervangen door de woorden « krachtens artikel 492/1 beschermde personen »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 133</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1125 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 april 1958, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord « onbekwaamverklaarden » vervangen door de woorden « personen beschermd krachtens artikel 492/1 »;2° in het tweede lid wordt het woord « onbekwaamverklaarde » vervangen door de woorden « de persoon beschermd krachtens artikel 492/1 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 134</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1304 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 14 juli 1976, wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « Ten aanzien van handelingen van minderjarigen loopt de tijd pas vanaf de dag van de meerderjarigheid. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 135</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1312 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 april 1958, worden de woorden « of onbekwaamverklaarden » en de woorden « of de onbekwaamverklaring » opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 136</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1314 van hetzelfde Wetboek worden de woorden « of van onbekwaamverklaarden » en de woorden « of onbekwaamverklaarden » alsook de woorden « of voor hun onbekwaamverklaring » opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 137</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In boek III, titel V, hoofdstuk I van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1397/1 ingevoegd, luidende : « Art. 1397/1.De beschermde persoon die krachtens artikel 492/1 onbekwaam werd verklaard om een huwelijkscontract af te sluiten, kan een huwelijkscontract aangaan en zijn huwelijksvermogenstelsel wijzigen na hiertoe, op zijn verzoek, te zijn gemachtigd door de vrederechter, op basis van het door de notaris opgestelde ontwerp De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bijzondere gevallen kan de vrederechter de bewindvoerder machtigen alleen op te treden of hem toestaan de beschermde persoon bij te staan. De bij artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde rechtspleging is van toepassing. Bij het verzoekschrift wordt een kopie gevoegd van de notariële ontwerpakte. ». Art. 138.In artikel 1426, § 4, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden « Artikel 1253 van het Gerechtelijk Wetboek » vervangen door de woorden « Artikel 1249 van het Gerechtelijk Wetboek ». Art. 139.In artikel 1428, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten, worden de woorden « onbekwamen zijn » vervangen door de woorden « beschermde personen die krachtens artikel 492/1 onbekwaam werden verklaard om goederen te vervreemden ». Art. 140.Artikel 1475, § 2, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 23 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten, wordt aangevuld met drie leden, luidende : « De persoon die krachtens artikel 492/1, § 1, derde lid, 10°, uitdrukkelijk onbekwaam werd verklaard om een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen, kan, op zijn verzoek, door de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter gemachtigd worden om een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter oordeelt over de wilsbekwaamheid van de beschermde persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. ». Art. 141.Artikel 1476, § 2, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 23 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten, wordt aangevuld met drie leden, luidende : « De persoon die krachtens artikel 492/1, § 1, derde lid, 10° , uitdrukkelijk onbekwaam werd verklaard om een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen, kan, op zijn, verzoek, door de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter gemachtigd worden om de wettelijke samenwoning te beëindigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter oordeelt over de wilsbekwaamheid van de beschermde persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 142</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1676, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 13 februari 2003 en 9 mei 2007, wordt het woord « onbekwaamverklaarden » vervangen door de woorden « personen beschermd krachtens artikel 492/1 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-143\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 143</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2003 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 15 december 1949, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « de onbekwaamverklaring » worden opgeheven;2° het artikel wordt aangevuld met wat volgt : « Ingeval de lastgever komt te verkeren in een staat bedoeld in artikel 488/1 of 488/2 en de lastgeving niet voldoet aan de eisen bepaald in de artikelen 490 en 490/1, § 1 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-144\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 144</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2045 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 15 december 1949 en 29 april 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden « of voor de onbekwaamverklaarde » opgeheven;2° er wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, luidende : « De bewindvoerder kan voor de persoon die krachtens artikel 492/1 onbekwaam werd verklaard om een dading af te sluiten alleen met inachtneming van de vormen voorgeschreven in artikel 499/7, § 2, eerste lid, 10°, een dading aangaan en hij kan na de beëindiging van zijn opdracht alleen overeenkomstig artikel 499/18 een dading over de bewindsrekening aangaan.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 145</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2252 van hetzelfde Wetboek wordt het woord « onbekwaamverklaarden » vervangen door de woorden « beschermde personen wat betreft de handelingen waarvoor zij krachtens artikel 492/1 onbekwaam werden verklaard »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-146\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 146</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2278 van hetzelfde Wetboek, wordt het woord « onbekwaamverklaarden » vervangen door de woorden « personen beschermd krachtens artikel 492/1 » en wordt het woord « voogden » vervangen door de woorden « voogd of bewindvoerder ». HOOFDSTUK 3. - Wijziging van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2bis, van het Burgerlijk Wetboek inzake de regels betreffende de handelshuur in het bijzonder Art. 147.In artikel 16, III, van afdeling 2bis van Boek III, Titel VIII, hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek, laatst gewijzigd bij wet van 9 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten4, wordt het woord « onbekwaamverklaarde » vervangen door de woorden « beschermde persoon die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werd verklaard om een huurovereenkomst af te sluiten ». HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering Art. 148.Artikel 145 van het Wetboek van strafvordering, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 1967 en 11 juli 1994, wordt aangevuld met een lid, luidende : « De betekening aan personen aan wie een bewindvoerder is toegevoegd, wordt gedaan aan die persoon en aan de woonplaats of verblijfplaats van de bewindvoerder. ». Art. 149.In artikel 182, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt tussen de eerste en de tweede zin, laatst gewijzigd bij de wet van 30 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten2, een zin ingevoegd, luidende : « De dagvaarding aan de personen aan wie een bewindvoerder is toegevoegd, wordt eveneens aan diens woonplaats of verblijfplaats gedaan. ». HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het Strafwetboek Art. 150.In artikel 31, eerste lid, 5°, van het Strafwetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten en gewijzigd bij de wet van 9 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten4, worden de woorden « gerechtelijk raadsman » opgeheven en worden de woorden « voorlopig bewindvoerder » vervangen door de woorden « bewindvoerder van een persoon die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek is beschermd ». Art. 151.In artikel 460bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 14 januari 1928, worden de woorden « , de curator of de gerechtelijke raadsman » vervangen door de woorden « of de curator ». HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de besluitwet van 14 november 1939Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten8 betreffende de beteugeling van de dronkenschap Art. 152.In artikel 10, eerste lid, 1°, van de besluitwet van 14 november 1939Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten8 betreffende de beteugeling van de dronkenschap, vervangen bij de wet van 15 april 1958 en gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1963, worden de woorden « voogd en gerechtelijk raadsman » vervangen door de woorden « en voogd ». HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten Art. 153.In artikel 162 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het 18°, vervangen bij de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten7, worden de woorden « de artikelen 488bis, A) tot K), van het Burgerlijk Wetboek » vervangen door de woorden « de bepalingen van het vierde deel, boek IV, hoofdstuk X van het Gerechtelijk Wetboek.»; 2° in het 42°, vervangen bij de wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten, worden de woorden « , van personen in staat van verlengde minderjarigheid en van onbekwaamverklaarden » opgeheven. HOOFDSTUK 8 Wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders Art. 154.In artikel 69, § 3, eerste lid, van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gewijzigd bij de wetten van 24 december 2002 en 29 maart 2012, wordt het woord « voorlopige » opgeheven. HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 155.In artikel 594 van het Gerechtelijk Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/01/2004 numac 2003015188 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Burkina Faso inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 18 mei 2001 (2) (3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/03/2003 numac 2003015003 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 11 december 2001 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/09/2003 numac 2003015146 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Avenant, gedaan te Madrid op 22 juni 2000, tot wijziging van de overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk Spanje tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en van het Protocol, ondertekend te Brussel op 14 juni 1995 (2) sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het 6° worden de woorden « , van personen in staat van verlengde minderjarigheid en van onbekwaamverklaarden, » opgeheven;2° in het 16°, worden de woorden « 488bis, A) tot K), » vervangen door de woorden « 490 tot 501/2 ». Art. 156.In artikel 598, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten7 en gewijzigd bij de wet van 9 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten4, wordt het 1° vervangen door wat volgt : « 1° bij openbare verkopingen van onroerende goederen en bij verdelingen waarmee het belang gemoeid is van minderjarigen, van beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard, van vermoedelijk afwezigen en van personen die geïnterneerd zijn ingevolge de wet van 21 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten3 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis; ». Art. 157.In artikel 623 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten2, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « De vrederechter kan, met bijstand van de griffier, de personen waarop het verzoek bedoeld in artikel 594, 16°, betrekking heeft, buiten zijn kanton bezoeken. De reiskosten vallen ten laste van de te beschermen of beschermde persoon. ». Art. 158.In artikel 628 van hetzelfde Wetboek wordt het 3°, vervangen bij de wet van 3 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten2, vervangen door wat volgt : « 3° De rechter van de verblijfplaats of, bij gebreke daaraan, van de woonplaats van de te beschermen persoon, wanneer het een verzoek betreft bedoeld in de artikelen 490/1 tot 490/3 of 492/1, van het Burgerlijk Wetboek. De vrederechter die een beschermingsmaatregel heeft bevolen, blijft bevoegd voor de verdere toepassing van de bepalingen van boek I, titel XI, hoofdstuk II/1, afdelingen 3 en 4, van het Burgerlijk Wetboek, tenzij hij bij een met redenen omklede beslissing, ambtshalve of op verzoek van de beschermde persoon, diens vertrouwenspersoon of bewindvoerder, van elke belanghebbende, of van de procureur des Konings, beslist heeft de zaak uit handen te geven ten voordele van de vrederechter van het kanton van de nieuwe hoofdverblijfplaats, indien de beschermde persoon het kanton verlaat om zijn hoofdverblijfplaats duurzaam in een ander gerechtelijk kanton te vestigen. In dit geval wordt laatstgenoemde vrederechter bevoegd. ». Art. 159.In artikel 757, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 2 juni 2010Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden het 4° en het 5° opgeheven;2° in het eerste lid wordt het 9° vervangen door wat volgt : « 9° de gerechtelijke procedures inzake de beschermingsmaatregelen bedoeld in deel IV, boek IV, hoofdstuk X;»; 3° het tweede lid wordt aangevuld met wat volgt : « , behalve wat de in het eerste lid, 9°, bedoelde procedures betreft. ». Art. 160.In artikel 764, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 9 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten4, worden de woorden « of een onbekwaamverklaarde » opgeheven. Art. 161.In artikel 828, 8°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 juni 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2001 numac 2001007162 bron ministerie van landsverdediging Wet tot wijziging van de procedure voor de toekenning van de statuten van nationale erkentelijkheid type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/09/2001 numac 2001009610 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van strafvordering en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, inzake onttrekking en wraking type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/06/2001 numac 2001003295 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 4, 8, 9, 12 en 13 van de wet van 27 december 1994 tot goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een Eurovignet, overeenkomstig richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993 sluiten, worden de woorden « voorlopig bewindvoerder of gerechtelijk raadsman » vervangen door het woord « bewindvoerder ». Art. 162.In artikel 830 van hetzelfde Wetboek worden de woorden « , de voorlopige bewindvoerder of de gerechtelijke raadsman » vervangen door de woorden « of de bewindvoerder ». Art. 163.In artikel 1150 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « of hem een gerechtelijk raadsman is toegevoegd » opgeheven;2° in het tweede lid worden de woorden « of een onbekwaamverklaarde is » vervangen door de woorden « is, of indien hij een beschermde persoon is die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werd verklaard om goederen te vervreemden »;3° het derde lid wordt opgeheven;4° in het vierde lid wordt het woord « voorlopig » opgeheven. Art. 164.In artikel 1180, 1°, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd door de wet van 22 november 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/11/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/01/2003 numac 2002010175 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de artikelen 1168, 1179, 1180, 2°, en 1183, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek sluiten, worden de woorden « aan wie een gerechtelijk raadsman is toegevoegd » vervangen door de woorden « ten aanzien van wie de vrederechter een beschermingsmaatregel als bedoeld in artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek heeft bevolen » en worden de woorden « , hun bewindvoerder » ingevoegd tussen de woorden « hun curator » en de woorden « of hun raadsman ». Art. 165.In artikel 1186, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten en gewijzigd bij de wetten van 3 mei 2003 en 9 mei 2007, worden de woorden « aan onbekwaamverklaarden of aan personen aan wie een voorlopige bewindvoerder is toegevoegd krachtens de artikelen 488bis, A) tot K), van het Burgerlijk Wetboek toebehoren » vervangen door de woorden « of aan beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard om onroerende goederen te vervreemden ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 166</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1187 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 29 april 2001 en 9 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « onbekwaamverklaarden, personen aan wie een voorlopige bewindvoerder is toegevoegd krachtens de artikelen 488bis, A) tot K), van het Burgerlijk Wetboek » vervangen door de woorden « beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard om onroerende goederen te vervreemden »;2° in het tweede lid worden de woorden « onbekwaamverklaarden of personen aan wie een voorlopig bewindvoerder is toegevoegd » vervangen door de woorden « bewindvoerders van beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard om onroerende goederen te vervreemden »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 167</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1194, derde lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 29 april 2001 en 3 mei 2003, worden de woorden « en 488bis, f), §§ 3 en 4 » vervangen door de woorden « 499/7, § 2, en 499/9 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-168\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 168</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 1195, derde lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten, worden de woorden « en 488bis, f), §§ 3 en 4 » vervangen door de woorden « 499/7, § 2, en 499/9 ». Art. 169.In artikel 1197 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 29 april 2001 en 3 mei 2003, worden de woorden « en 488bis, f), §§ 3 en 4 » vervangen door de woorden « 499/7, § 2, en 499/9 ». Art. 170.In artikel 1204bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten, wordt het woord « onbekwaamverklaarden » vervangen door de woorden « beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard om roerende goederen te vervreemden ». Art. 171.In artikel 1225 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wetten van 18 juli 1991 en 9 mei 2007, worden de woorden « onbekwaamverklaarden, van personen aan wie een voorlopige bewindvoerder is toegevoegd krachtens de artikelen 488bis, A) tot K) van het Burgerlijk Wetboek » vervangen door de woorden « beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard om goederen te vervreemden ». Art. 172.In artikel 1231-5 van hetzelfde Wetboek, wordt het 2°, opgeheven bij de wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten7, hersteld als volgt : « 2° het advies van de vertrouwenspersoon, ingeval de rechtbank krachtens artikel 348-1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bij proces-verbaal heeft vastgesteld dat de beschermde persoon wilsonbekwaam is; ». Art. 173.In artikel 1231-10, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 2 juni 2010Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten5, wordt een 3° /1 ingevoegd, luidende : « 3° /1 de persoon die bij proces-verbaal bedoeld in artikel 348-1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek wilsonbekwaam werd bevonden, dan wel diens vertrouwenspersoon; ». Art. 174.In artikel 1231-16 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In het tweede lid worden de woorden « in staat van verlengde minderjarigheid verkeert of onbekwaam is verklaard, » opgeheven;2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « De geadopteerde die overeenkomstig artikel 348-1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bij proces-verbaal wilsonbekwaam werd bevonden, wordt vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder.». Art. 175.In artikel 1231-17 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1 in het tweede lid worden de woorden « in staat van verlengde minderjarigheid verkeert of onbekwaam is verklaard, » opgeheven. 2 het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « De geadopteerde die overeenkomstig artikel 348-1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bij proces-verbaal wilsonbekwaam werd bevonden, wordt vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder. ». Art. 176.In artikel 1231-48, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten4, worden de woorden « in de staat van verlengde minderjarigheid verkeert of onbekwaam is verklaard, » opgeheven. Art. 177.In artikel 1236bis, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 13 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1998 numac 1998009527 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 numac 1998003308 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 55, 60, 61, 1 en 61, 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1998 numac 1998003352 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 116 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financiël herstel type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/07/1998 numac 1998003334 bron ministerie van financien Wet tot opheffing van artikel 3 van de wet van 17 juli 1991 tot wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, wat het vergoedingspensioen voor de langstlevende echtgenoot van een invalide militair betreft type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/05/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1998 numac 1998003353 bron ministerie van financien Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 27 april 1994 tot instelling van een responsabiliserings bij drage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten3, worden de woorden « hoofdstuk Ibis » vervangen door de woorden « hoofdstuk II/1 » en wordt het woord « voorlopige » telkens opgeheven. Art. 178.In het vierde deel, boek IV, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van Hoofdstuk X vervangen door wat volgt : « Hoofdstuk X. Beschermde personen ». Art. 179.In het vierde deel, boek IV, hoofdstuk X, van hetzelfde Wetboek wordt vóór artikel 1238 een afdeling 1 ingevoegd, luidende « Rechterlijke bescherming ». Art. 180.Artikel 1238 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1238.§ 1. Op verzoek van de te beschermen persoon, van elke belanghebbende of van de procureur des Konings kan een rechterlijke beschermingsmaatregel worden bevolen als bedoeld in artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kunnen enkel de te beschermen persoon, zijn ouders, zijn echtgenoot, zijn wettelijk samenwonende partner, de persoon met wie hij een feitelijk gezin vormt, een lid van de naaste familie, of de lasthebber bedoeld in artikel 490 of 490/1 van het Burgerlijk Wetboek, om een rechterlijke beschermingsmaatregel verzoeken ingeval de te beschermen persoon zich bevindt in de toestand zoals bedoeld in artikel 488/2 van het Burgerlijk Wetboek. § 2. Eenzelfde persoon mag ten hoogste twee van de in § 1 bedoelde verzoeken hebben ingediend tijdens de tien jaar die de indiening van het laatste verzoek voorafgaan, indien de vrederechter tijdens dezelfde periode heeft geweigerd in te gaan op een verzoek dat gegrond was op dezelfde redenen. ». Art. 181.Artikel 1239 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1239.De vrederechter kan die maatregel ook ambtshalve bevelen : 1° als bij hem een verzoek bedoeld in de artikelen 5, § 1, en 23 van de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten7 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, is ingediend en als hem een omstandig verslag bedoeld in de artikelen 13, 14 en 25 van dezelfde wet wordt toegezonden;2° als de internering van een persoon werd bevolen;3° in de gevallen bedoeld in de artikelen 490/1, § 2, en 490/2, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. In het in het eerste lid, 2°, bedoelde geval wordt de beschermingsmaatregel bij afzonderlijke beschikking bevolen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het openbaar ministerie brengt de bevoegde vrederechter onverwijld op de hoogte van de beslissing tot internering. ». Art. 182.Artikel 1240 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1240.De beschermingsmaatregel wordt bij eenzijdig verzoekschrift gevorderd overeenkomstig de artikelen 1026 tot 1034.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1026 wordt het verzoekschrift ondertekend door de partij of door diens advocaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid bedoelde verzoekschrift bevat, behalve de vermeldingen bepaald bij artikel 1026 : 1° de graad van verwantschap of de aard van de betrekkingen die er bestaan tussen de verzoeker en de te beschermen persoon;2° de naam, de voornaam, de verblijf- of woonplaats van de te beschermen persoon en, in voorkomend geval, van zijn vader en zijn moeder, zijn echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner, voor zover de te beschermen persoon met hen samenleeft, of van de persoon met wie de te beschermen persoon een feitelijk gezin vormt, of, in voorkomend geval, de benaming en maatschappelijke zetel van de private stichting die zich uitsluitend inzet voor de beschermde persoon. Het verzoekschrift moet vergezeld zijn van een attest van woonplaats van de te beschermen persoon dat ten hoogste vijftien dagen oud is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoekschrift vermeldt bovendien en voor zover mogelijk : 1° de plaats en datum van geboorte van de te beschermen persoon;2° de aard en de samenstelling van de te beheren goederen;3° de naam, de voornaam en de woonplaats van de meerderjarige familieleden in de dichtste graad, doch niet verder dan de tweede graad;4° de naam, de voornaam en de woonplaats van personen die zouden kunnen fungeren als vertrouwenspersoon;5° de familiale, morele en materiële leefomstandigheden waarvan de kennis voor de vrederechter nuttig kan zijn bij de aanstelling van een bewindvoerder. Als het verzoekschrift onvolledig is, vraagt de vrederechter de verzoeker om het binnen acht dagen aan te vullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoekschrift kan tevens suggesties vermelden betreffende de keuze van de aan te stellen bewindvoerder, alsook betreffende de aard en de omvang van diens bevoegdheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning stelt een model van verzoekschrift vast waarin de verzoeker het sociale netwerk van de te beschermen persoon aan de hand van een vragenlijst moet schetsen. ». Art. 183.Artikel 1241 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1241.Tenzij het verzoek gegrond is op artikel 488/2 van het Burgerlijk Wetboek en behoudens in spoedeisende gevallen wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, bij het verzoekschrift een omstandige geneeskundige verklaring gevoegd die ten hoogste vijftien dagen oud is en die de gezondheidstoestand van de te beschermen persoon beschrijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning stelt een standaardformulier van omstandige geneeskundige verklaring op, dat door de geneesheer wordt ingevuld op het tijdstip waarop hij de persoon onderzoekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit standaardformulier vermeldt minstens : 1° of de te beschermen persoon zich kan verplaatsen en, zo ja, indien zulks gelet op zijn toestand aangewezen is;2° de gezondheidstoestand van de te beschermen persoon;3° de weerslag van deze gezondheidstoestand op het behoorlijk waarnemen van zijn belangen van vermogensrechtelijke of andere aard. Wat betreft de belangen van vermogensrechtelijke aard, wordt inzonderheid vermeld of de te beschermen persoon nog bij machte is kennis te nemen van de rekenschap van het beheer; 4° de zorgverlening die een dergelijke gezondheidstoestand normaal met zich meebrengt;5° de gevolgen van de vastgestelde gezondheidstoestand op het functioneren volgens de International Classification of Functioning, Disability and Health die op 22 mei 2001 door de vierenvijftigste Wereldgezondheidsvergadering (WHA) werd aangenomen. Deze geneeskundige verklaring mag niet worden opgesteld door een geneesheer die een bloed- of aanverwant is van de te beschermen persoon of van de verzoeker, of die op enigerlei wijze verbonden is aan de instelling waar de te beschermen persoon zich bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er wegens dringendheid geen geneeskundige verklaring bij het verzoekschrift is gevoegd, gaat de vrederechter na of het aangevoerde motief van dringendheid gerechtvaardigd is. Zo ja, stelt de vrederechter een geneesheer-deskundige aan die overeenkomstig het tweede lid advies moet uitbrengen over de gezondheidstoestand van de te beschermen persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval de verzoeker in de absolute onmogelijkheid verkeert om de geneeskundige verklaring bedoeld in het eerste lid bij het verzoekschrift te voegen, geeft hij in het verzoekschrift uitdrukkelijk de redenen hiervoor aan en motiveert hij waarom een rechterlijke beschermingsmaatregel hem aangewezen lijkt. De vrederechter die bij een uitdrukkelijk met redenen omklede beschikking oordeelt dat aan het vereiste van de absolute onmogelijkheid is voldaan en dat in het verzoekschrift voldoende ernstige redenen worden opgegeven die een beschermingsmaatregel kunnen rechtvaardigen, stelt een geneesheer-deskundige aan die overeenkomstig het tweede lid advies uitbrengt over de gezondheidstoestand van de te beschermen persoon. ». Art. 184.Artikel 1242 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1242.Onverminderd de toepassing van artikel 7, § 1, van de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten7 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, kan de griffier bij de ontvangst van het verzoekschrift de stafhouder van de Orde van advocaten of het bureau voor rechtsbijstand verzoeken om van ambtswege een advocaat aan te wijzen op verzoek van de te beschermen persoon, van elke belanghebbende of van de procureur des Konings.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter beslist in elke zaak afzonderlijk of de kosten van de advocaat bedoeld in het eerste lid ten laste worden gelegd van de verzoeker of van de beschermde persoon, tenzij de verzoeker of de beschermde persoon voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 508/13 om gehele of gedeeltelijke kosteloze tweedelijnsbijstand te genieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval het verzoek wordt afgewezen, worden de kosten bedoeld in artikel 1018, eerste lid, 6°, vergoed door de verzoeker, indien deze niet voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 508/13 om gehele of gedeeltelijke kosteloze juridische tweedelijnsbijstand te genieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als, ten gevolge van het verzoek, een beschermingsmaatregel wordt genomen, worden de kosten bedoeld in artikel 1018, 6°, vergoed door de beschermde persoon zelf, indien deze niet voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 508/13 om gehele of gedeeltelijke kosteloze juridische tweedelijnsbijstand te genieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Terzelfdertijd gaat de vrederechter na of in het centraal register, bijgehouden door de Koninklijke federatie van het Belgisch notariaat, een verklaring houdende keuze van een bewindvoerder en van een vertrouwenspersoon werd geregistreerd en vraagt hij, in voorkomend geval, de notaris of de griffier die van de verklaring akte heeft genomen daarvan een eensluidend afschrift te bezorgen. ». Art. 185.Artikel 1243 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten, wordt hersteld als volgt : « Art. 1243.§ 1. De te beschermen persoon en desgevallend, zijn vader en zijn moeder, de echtgenoot, de wettelijke samenwonende en de meerderjarige kinderen van de te beschermen persoon, voor zover de te beschermen persoon met hen samenleeft, of de persoon met wie de te beschermen persoon een feitelijk gezin vormt, worden door de griffier bij gerechtsbrief opgeroepen om door de vrederechter te worden gehoord, desgevallend in aanwezigheid van de vertrouwenspersoon en de lasthebber van de te beschermen persoon. Van het verhoor wordt een proces-verbaal opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de gerechtsbrief wordt een afschrift van het verzoekschrift en desgevallend, een afschrift van de verklaring bedoeld in artikel 496 van het Burgerlijk Wetboek gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gerechtsbrief aan de te beschermen persoon vermeldt de naam en het adres van de advocaat die ambtshalve is aangesteld en vermeldt het recht van de te beschermen persoon om een andere advocaat te kiezen en om zich te laten bijstaan door een arts.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen die, overeenkomstig het eerste lid, bij gerechtsbrief worden opgeroepen, worden aldus partij in het geding, tenzij zij zich hiertegen verzetten ter zitting. Van deze bepaling geeft de griffier kennis in de gerechtsbrief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere familieleden kunnen persoonlijk op de zitting verschijnen en vragen gehoord te worden. Zij kunnen hun opmerkingen ook schriftelijk tot op de dag van de zitting aan de vrederechter meedelen. De griffier stelt bij gerechtsbrief de in het verzoekschrift vermelde familieleden in kennis van de indiening van dat verzoekschrift, alsook van de plaats en het tijdstip waarop de te beschermen persoon zal worden gehoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt overeenkomstig de bepalingen van dit artikel gehandeld indien de vrederechter overweegt ambtshalve een maatregel te nemen. § 2. De te beschermen persoon kan, tot op de dag van de zitting en, indien hij dat wenst, vergezeld van de vertrouwenspersoon, verzoeken om afzonderlijk door de vrederechter in raadkamer te worden gehoord, vóór de andere in het geding betrokken partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de te beschermen persoon wilsonbekwaam is en de vertrouwenspersoon uiterlijk op de dag van de zitting verzoekt om afzonderlijk in raadkamer te worden gehoord vóór de andere in het geding betrokken partijen, willigt de vrederechter dat verzoek in, tenzij hij bij een met redenen omklede beschikking zijn weigering te kennen geeft. ». Art. 186.Artikel 1244 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 24 juni 1970, 2 juli 1974 en 29 april 2001, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1244.§ 1. De vrederechter wint alle nuttige inlichtingen in; hij kan een geneesheer-deskundige aanstellen die advies moet uitbrengen over de gezondheidstoestand van de te beschermen persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter wint eveneens nuttige inlichtingen in bij de omgeving van de te beschermen persoon, waaronder in het bijzonder diens bloedverwanten tot de tweede graad, alsook de personen die belast zijn met de dagelijkse zorg van de te beschermen persoon of die hem begeleiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter kan daarnaast eenieder horen die hem kan inlichten. In voorkomend geval geschiedt de oproeping door de griffier bij gerechtsbrief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de ingewonnen inlichtingen wordt een proces-verbaal opgemaakt. § 2. De vrederechter mag zich begeven naar de verblijfplaats van de te beschermen persoon of naar de plaats waar hij zich bevindt. Hiervan wordt een proces-verbaal opgesteld. ». Art. 187.Artikel 1245 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1245.Binnen drie dagen na de uitspraak geeft de griffier bij gerechtsbrief kennis van de beslissing aan de aangestelde bewindvoerder. De bewindvoerder laat binnen acht dagen na zijn aanwijzing schriftelijk weten of hij deze aanvaardt. Dit stuk wordt gevoegd bij het dossier van de rechtspleging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, niet aanvaard, dan stelt de vrederechter ambtshalve een andere bewindvoerder aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen drie dagen na de ontvangst van de aanvaarding geeft de griffier bij gerechtsbrief kennis van de uitspraak aan de partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een niet ondertekend afschrift wordt, in voorkomend geval, gezonden aan de vertrouwenspersoon van de beschermde persoon en aan de advocaten van de partijen. ». Art. 188.Artikel 1246 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1246.§ 1. Onverminderd de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek waarbij het ambtshalve aanhangig maken bij de rechter wordt opgelegd of toegestaan, worden de aanvragen gegrond op artikel 628, 3°, en de artikelen 145/1, 186, 231, 328, 331sexies, § 2, 490/2, § 2, 499/7, § 4, 501/1, 905, 1397/1, 1475, § 2, tweede lid, en 1476, § 2, zevende lid, van het Burgerlijk Wetboek bij verzoekschrift ingediend. § 2. De artikelen 1026 tot 1034 zijn van toepassing onder voorbehoud van de volgende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoekschrift wordt ondertekend door de partij of door haar advocaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschermde persoon, de bewindvoerder en, in voorkomend geval, de vertrouwenspersoon worden opgeroepen om door de vrederechter te worden gehoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter kan een geneesheer-deskundige aanstellen die advies moet uitbrengen over de gezondheidstoestand van de beschermde persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter wint alle nuttige inlichtingen in en kan eenieder horen die hij geschikt acht om hem in te lichten. De vrederechter wint, in voorkomend geval, inzonderheid alle inlichtingen in bij de personen die instaan voor de dagelijkse zorg van de beschermde persoon of de beschermde persoon en zijn omgeving begeleiden in deze zorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen die worden opgeroepen of gehoord overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling worden partij in het geding, tenzij ze zich hiertegen verzetten ter zitting. Van deze bepaling geeft de griffier kennis in de gerechtsbrief. ». Art. 189.Artikel 1247 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1247.In de gevallen waarin de wet de vrederechter toestaat ambtshalve de zaak aanhangig te maken, wordt een proces-verbaal opgesteld. Er wordt voorts gehandeld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. ». Art. 190.Artikel 1248 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1248.Voor iedere beschermde persoon wordt op de griffie van het vredegerecht een administratief dossier zoals bedoeld in afdeling 3 aangelegd. ». Art. 191.Artikel 1249 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 2 juni 2010Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021311 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999000486 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de provinciewet en van de nieuwe gemeentewet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021298 bron ministerie van justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten5, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1249.Elke beslissing waarbij een beschermingsmaatregel wordt opgelegd, beëindigd of gewijzigd, wordt, door toedoen van de griffier, bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bekendmaking moet geschieden binnen vijftien dagen na de aanvaarding door de bewindvoerder; de ambtenaren aan wie het verzuim of de vertraging te wijten zou zijn, zijn aansprakelijk jegens de betrokkenen indien bewezen wordt dat de vertraging of het verzuim het gevolg is van collusie. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-192\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 192</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1249/1 ingevoegd, luidende : « Art. 1249/1.Binnen de termijn van vijftien dagen bedoeld in artikel 1249, tweede lid, wordt een uittreksel van de beslissing door de griffier meegedeeld aan de burgemeester van de woonplaats van de beschermde persoon, ten einde te worden aangetekend in het bevolkingsregister. De burgemeester verstrekt een uittreksel uit het bevolkingsregister met vermelding van de naam, het adres en de staat van bekwaamheid van een persoon, alsook de identiteit van de bewindvoerder, aan de persoon zelf of aan elke derde die een belang aantoont. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-193\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 193</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1249/2 ingevoegd, luidende : « Art. 1249/2.De Koning kan andere maatregelen van openbaarmaking in het belang van derden voorschrijven. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-194\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 194</span><span class=\"lf-art-t\">Vóór artikel 1250 van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende « Het bewind »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-195\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 195</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1250 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1250.Onverminderd andersluidende bepalingen is artikel 1246, § 2, van toepassing op aanvragen gegrond op de artikelen 490/2, § 1, vierde lid, 496/7, eerste lid, 497/4, tweede lid, 499/7, §§ 1 en 2, 499/10 en 1397/1, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek. In voorkomend geval is artikel 1247 van toepassing In afwijking van artikel 1246, § 2, vraagt de vrederechter de mening van de beschermde persoon, diens vertrouwenspersoon en diens bewindvoerder. Hij kan de beschermde persoon, diens vertrouwenspersoon en diens bewindvoerder oproepen om hen te horen in raadkamer. De vertrouwenspersoon kan, met de instemming van de beschermde persoon, vragen om afzonderlijk te worden gehoord. Van dit verhoor wordt een proces-verbaal opgemaakt. De vrederechter is evenwel niet verplicht de mening van de beschermde persoon te vragen indien deze in een gezondheidstoestand verkeert die voorkomt in de lijst bedoeld in artikel 492/5, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek of indien hij op grond van feitelijke elementen, vastgesteld in een met redenen omkleed proces-verbaal, van oordeel is dat de beschermde persoon niet in staat is om zijn mening te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen wier mening door de vrederechter gevraagd wordt overeenkomstig dit artikel worden partij in het geding, tenzij ze zich hiertegen verzetten ter zitting. De gerechtsbrief neemt de tekst van dit artikel over. ». Art. 196.Artikel 1251 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten, wordt opgeheven. Art. 197.Artikel 1252 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1252.§ 1. Alle verzoeken op grond van de artikelen 490/2, § 1, laatste lid, 497/3, § 1, 500/3, § 1, derde lid, en § 2, van het Burgerlijk Wetboek worden door de vrederechter beslecht. § 2. De artikelen 1026 tot 1034 zijn van toepassing onder voorbehoud van de volgende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoekschrift wordt ondertekend door de partij of door haar advocaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter gelast onmiddellijk de oproeping van de betrokken partijen. De oproeping door de griffier wordt binnen vijf dagen aan de partijen gezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verschijning vindt plaats binnen de maand na de oproeping. De vrederechter poogt de betrokken partijen te verzoenen. De vrederechter stelt, in voorkomend geval, de verzoening vast in een proces-verbaal dat ondertekend wordt door de betrokken partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitgifte van het proces-verbaal wordt voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval de poging tot verzoening mislukt, beslecht de vrederechter, binnen acht dagen, het geschil bij een met redenen omklede beschikking. § 3. De te beschermen persoon kan, tot op de dag van de zitting en, indien hij dat wenst, vergezeld van de vertrouwenspersoon, verzoeken om afzonderlijk door de vrederechter te worden gehoord, vóór de andere in het geding betrokken partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de te beschermen persoon wilsonbekwaam is en de vertrouwenspersoon, uiterlijk tot op de dag van de zitting, verzoekt om afzonderlijk te worden gehoord vóór de andere in het geding betrokken partijen, willigt de vrederechter dat verzoek in, tenzij hij bij een met redenen omklede beschikking zijn weigering te kennen geeft. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-198\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 198</span><span class=\"lf-art-t\">Voor artikel 1253 van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende : « Het administratief dossier »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-199\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 199</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1253 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1253.Per beschermde persoon wordt op de griffie van het vredegerecht een administratief dossier gehouden, dat onder meer het volgende bevat : 1° een eensluidend verklaard afschrift van de beslissing tot toevoeging van een bewindvoerder aan de beschermde persoon;2° het verslag dat het te beheren vermogen en de inkomstenbronnen van de beschermde persoon beschrijft;3° de verslagen die jaarlijks en binnen dertig dagen na de beëindiging van de opdracht van de bewindvoerder worden neergelegd;4° een afschrift van alle eindbeschikkingen die in het kader van het bewind werden uitgesproken, alsook in het kader van de eventuele beroepsprocedures;5° alle andere documenten, zoals de gevoerde briefwisseling en andere stukken die de griffie ontvangt, voor zover ze overeenkomstig artikel 721 niet dienen gerangschikt te worden in het overeenstemmend dossier van de rechtspleging;6° een eensluidend verklaard afschrift van het proces-verbaal waarin de bewindvoerder zijn voorkeur uitdrukt over de aanwijzing van een bewindvoerder zo hij zelf niet meer in staat zou zijn die functie langer uit te oefenen;7° een afschrift van het proces-verbaal van verzoening opgesteld met toepassing van artikel 1252, vierde lid Bij het administratief dossier wordt een inventaris van de stukken gevoegd, die door de griffier wordt bijgehouden en waarop de datum van de neerlegging, het volgnummer van de inschrijving en de aard van die stukken worden vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de beëindiging van het bewind wordt het administratief dossier gedurende vijf jaar bewaard op de griffie om nadien te worden vernietigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het bewindsforum verandert, zendt de griffier het administratief dossier na het verstrijken van de beroepstermijn over aan de nieuw bevoegde vrederechter overeenkomstig artikel 628, 3°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien nodig maakt de griffier de eensluidend verklaarde afschriften van de stukken die in verschillende dossiers moeten worden neergelegd. ». Art. 200.In boek IV, hoofdstuk X, afdeling 3 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1253/1 ingevoegd, luidende : « Art. 1253/1.§ 1. De beschermde persoon, diens vertrouwenspersoon en diens bewindvoerder evenals de procureur des Konings hebben tijdens de duur van het bewind het recht inzage te nemen van het dossier bedoeld in artikel 1253 op de griffie van het vredegerecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na het overlijden van de beschermde persoon komt dit recht toe aan zijn erfgenamen, de procureur des Konings evenals de notaris belast met de vereffening en verdeling van zijn nalatenschap. § 2. Elke andere belanghebbende die inzage wenst in het dossier bedoeld in § 1 kan daartoe overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 1250 een met redenen omkleed verzoek indienen bij de vrederechter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter weegt de rechten en belangen van de verzoeker bij de uitoefening van het inzagerecht af tegen de rechten en belangen van de beschermde persoon, en in het bijzonder, diens recht op eerbiediging van zijn privéleven. Ingeval de vrederechter het verzoek inwilligt, bepaalt hij in welke documenten van het dossier de verzoeker inzage krijgt. § 3. De in § 1 bedoelde personen hebben tevens recht op een afschrift van het geheel of een gedeelte van het administratief dossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter bepaalt in zijn beschikking bedoeld in § 2 of de belanghebbende het recht heeft om een afschrift te verkrijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan het maximumbedrag vaststellen dat gevraagd mag worden per fotokopie of per andere drager van informatie. ». Art. 201.In artikel 1255 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels</p></div>", "next": 237851}