{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten voorziet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op die verregaande gevolgen, kan de machtiging aan de minister enkel worden gebillijkt voor zover de aldus bedoelde afwijkingen van individuele aard zijn, en de minister niet wordt gemachtigd om op algemene wijze besturen vrij te stellen van de verplichting om de jaarrekening tijdig vast te stellen teneinde het financieel evenwicht aan te kunnen tonen. Dit moet worden verduidelijkt in de tekst van het ontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Het grondwettelijke beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie 7.1. In verschillende bepalingen van het ontwerp (10) wordt gesteld dat zij, of onderdelen ervan, niet van toepassing zijn op een of meer besturen bedoeld in artikel 1, 5°, van het ontwerp of dat voor die besturen van het te nemen besluit kan worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een aantal gevallen (11) vloeit het verschil in behandeling dat zodoende ontstaat, voort uit het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten zelf en kan het niet aan de stellers van het ontwerp worden toegeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de financiële nota van de jaarrekening van de districten geen balans en staat van opbrengsten en kosten dient te bevatten (artikel 18, tweede lid, van het ontwerp), wordt, zoals de gemachtigde bevestigde, verantwoord door het gegeven dat de districten geen rechtspersoonlijkheid en evenmin eigen activa, passiva of eigen vermogen hebben, en geen aparte vermogensboekhouding (algemene boekhouding) voeren. 7.2. Het verslag aan de Vlaamse Regering bevat daarentegen geen verantwoording voor artikel 16, tweede, derde en zevende lid, van het ontwerp dat, wat de voorwaarden betreft die moeten zijn vervuld opdat het meerjarenplan en de aanpassingen ervan in evenwicht zijn, in afwijkingen voorziet voor de autonome gemeentebedrijven, de welzijnsverenigingen en de projectverenigingen. Het voormelde verslag is beperkt tot een uiteenzetting van het verschil in behandeling dat hieruit voortvloeit, doch bevat geen verantwoording hiervoor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hieromtrent om nadere uitleg gevraagd, heeft de gemachtigde evenwel het volgende verklaard: \"Ook de verzelfstandigde entiteiten moeten al die indicatoren van financieel evenwicht berekenen en tonen in hun beleidsrapporten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen is de normering beperkter. Zo is de evenwichtsvoorwaarde van de autofinancieringsmarge op die entiteiten niet van toepassing. De autonome gemeentebedrijven hebben een belangrijke operationele en beheersmatige autonomie. De gemeente(raad) blijft echter principieel de verantwoordelijkheid dragen voor de hele groep. Het is een decretale keuze om de gemeente(rade)n verder te responsabiliseren. Het is bijgevolg de gemeente die in eerste instantie moet toezien op de financiële gezondheid van haar dochters. Door de aard van hun activiteiten kunnen hun exploitatie-uitgaven van die verzelfstandigde entiteiten meer pieken en dalen vertonen dan bij gemeenten en OCMW's, waarbij niet kan uitgesloten worden dat er zich net een piek voordoet in het laatste jaar van de periode van het meerjarenplan. Daarom is de AFM voor hen geen verplichte norm, maar alleen een indicator. Het is in eerste instantie aan de gemeente om te beoordelen of een tijdelijk probleem met de autofinancieringsmarge voor die verzelfstandigde entiteiten voldoende kan worden verantwoord. Het is niet verantwoord dat een verzelfstandigde entiteit permanent een negatieve autofinancieringsmarge heeft. Als dergelijke situaties zich toch zouden voordoen, kan daar voldoende tegen worden opgetreden in het kader van het bestuurlijk toezicht op het meerjarenplan van die entiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarde van een jaarlijks positief beschikbaar budgettair resultaat geldt voor die entiteiten wel als norm (ten opzichte van het BBC-besluit van 25 juni 2010 bepaalt het ontwerp BVR dat nu explicieter). Het is evident dat ook de verzelfstandigde entiteiten ervoor moeten zorgen dat de (geraamde) ontvangsten voor een bepaald jaar moeten volstaan om al de (geraamde) uitgaven van datzelfde jaar te kunnen dragen. Daarom is de norm van het beschikbaar budgettair resultaat ook van toepassing op de verzelfstandigde entiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de autonome gemeentebedrijven die als hoofdactiviteit vastgoedoperaties doen (bv. stadsontwikkelingsbedrijven) is wel een uitzondering mogelijk, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor die autonome gemeentebedrijven waarvan de statutaire activiteit in belangrijke mate vastgoedoperaties betreft, geldt ook de evenwichtsvoorwaarde van het beschikbaar budgettair resultaat niet, op voorwaarde dat de beheersovereenkomst met de gemeente dat toelaat en dat in de toelichting bij het meerjarenplan het negatieve beschikbaar budgettair resultaat wordt verklaard op basis van de beschikbare voorraad en de kortetermijnfinanciering. De verantwoording voor dat onderscheid ligt in de specificiteit van de activiteiten van die autonome gemeentebedrijven en de specifieke manier waarop ze die activiteiten financieren. Gezien transacties in onroerend goed hun corebusiness is, zitten de meeste onroerende goederen bij die autonome gemeentebedrijven in de exploitatie en financieren ze zich in de periode tussen de aankoop en de verkoop van die onroerende goederen vaak met straight loans, een gebruikelijke werkwijze in vastgoedfinanciering. En aangezien straight loans budgettair geen ontvangsten kunnen zijn (volgens de definitie van ontvangsten) zullen die autonome gemeentebedrijven in bepaalde jaren een negatief beschikbaar budgettair resultaat kunnen hebben. Ze moeten dat echter altijd verantwoorden op basis van de beschikbare voorraad en de korte termijnfinanciering en ze moeten daar de toelating van de gemeente voor hebben via de beheersovereenkomst die ze onderling afsluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke afwijking van het toestandsevenwicht moet dus uitdrukkelijk gemotiveerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verschil in normering is dus ingegeven door het specifieke statuut van de verzelfstandigde entiteiten, de specificiteit van hun opdrachten en activiteiten, de aard van de financiering die daar vaak aan gekoppeld is, en het feit dat het in eerste instantie het moederbestuur is dat hier toezicht houdt.\" Gelet op het voorgaande lijkt het verschil in behandeling dat uit artikel 16, tweede, derde en zevende lid, van het ontwerp voortvloeit, redelijk verantwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderzoek van de tekst Opschrift 8. Het opschrift van de tekst moet nauwkeurig, volledig en beknopt zijn.(12) Het opschrift moet zo worden gesteld dat het onderwerp van de tekst onmiddellijk duidelijk is voor de lezer, en elk aspect van het onderwerp moet er in aan bod komen zodat bij de lezer geen verwarring ontstaat omtrent het onderwerp van de tekst.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het opschrift van het voor advies voorgelegde ontwerp wordt daarentegen op geen enkele wijze het toepassingsgebied van de ontworpen regeling aangegeven. Inzonderheid wordt nergens bepaald dat het te nemen besluit enkel betrekking heeft op de beleids- en beheerscyclus van de gemeentes, de OCMW's, de districten, de autonome gemeentebedrijven, de welzijnsverenigingen en de projectverenigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het verslag aan de Vlaamse Regering wordt uiteengezet waarom het opschrift van het besluit van 25 juni 2010 werd veranderd: \"Het bestaande opschrift vermeldde de gemeenten, de OCMW's en provincies, maar was eigenlijk onvolledig omdat het besluit ook van toepassing was op de autonome gemeente- en provinciebedrijven en bepaalde OCMW-verenigingen. Intussen kunnen ook de projectverenigingen ervoor kiezen om dit besluit toe te passen. Veeleer dan de opsomming uit te breiden tot een onwerkbaar lange lijst, werd ervoor gekozen om ze weg te laten.\" Ofschoon begrijpbaar is dat de stellers van het ontwerp wensen te vermijden dat het opschrift een ellenlange opsomming bevat van de besturen waarop het te nemen besluit van toepassing is, leidt het weglaten van elke indicatie dienaangaande in het opschrift ertoe dat het toepassingsgebied op generlei wijze uit het opschrift blijkt. Er zou minstens moeten worden bepaald dat het over de beleids- en beheerscyclus \"van het lokaal bestuur\" gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanhef 9.1. In het eerste lid van de aanhef schrijve men \"het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten over het lokaal bestuur\" (in plaats van \"het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017\"). 9.2. In het derde lid van de aanhef moet de datum van het begrotingsakkoord, zijnde 23 januari 2018, nog worden vermeld. 9.3. In het vierde lid van de aanhef moet worden verwezen naar artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, vermits om advies werd gevraagd binnen een termijn van dertig dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1 10.1. In artikel 1, 5°, en 6°, van het ontwerp worden de begrippen \"bestuur\" en \"budgettaire entiteit\" op een bijna identieke wijze omschreven. Gevraagd waarom dan in twee definities wordt voorzien, heeft de gemachtigde het volgende geantwoord: \"Er bestaat geen één-op-één-relatie tussen de `besturen' enerzijds, en de `budgettaire entiteiten' anderzijds. De gemeente en het OCMW zijn en blijven aparte rechtspersonen maar ze moeten wel geïntegreerde beleidsrapporten opmaken. Dat sluit aan op het decreet over het lokaal bestuur en de (nieuwe) relatie daarin tussen de gemeente en het OCMW. De geïntegreerde beleidsrapporten bevatten zowel de beleidsdoelstellingen van de gemeente als die van het OCMW, die zo op elkaar kunnen aansluiten en geïntegreerd kunnen worden voorgesteld. Ze bevatten ook de ontvangsten en uitgaven van zowel de gemeente als het OCMW, al moet het daar steeds mogelijk blijven om uit te maken of een bepaalde ontvangst of uitgave de gemeente dan wel het OCMW betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat beide afzonderlijke rechtspersonen zijn (met eigen bezittingen, rechten, verplichtingen, ontvangsten en uitgaven), is het belangrijk om de betrokken entiteit steeds op een correcte wijze te kunnen identificeren. Die identificatie zal gebeuren via een code die de budgettaire entiteit (gemeente of OCMW) aanduidt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om die dubbele doelstelling - geïntegreerde beleidsrapporten en mogelijkheid tot koppeling van elke registratie aan de betrokken rechtspersoon - te kunnen realiseren zonder dubbele registraties te moeten doen, moet elke geregistreerde transactie een aanduiding bevatten of ze betrekking heeft op de gemeente of het OCMW. Dat zal concreet gebeuren door bij elke boeking de `budgettaire entiteit' mee te geven aan de hand van een code (de budgettaire-entiteitscode), om zo de transacties van de gemeente te kunnen onderscheiden van die van het OCMW. Naar die budgettaire entiteit wordt verwezen in de artikelen 81 (de minister stelt het genormaliseerde stelsel van de budgettaire entiteitscodes vast), 83 en 90 van het ontwerp BVR (de opsomming van de elementen, waaronder de budgettaire entiteitscode, die bij elke inschrijving in een budgettair dagboek en een dagboek van de algemene boekhouding moeten worden geregistreerd), al wordt daar telkens het woord \"budgettaire-entiteitscodes\" gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is wellicht beter het woord \"budgettaire-entiteitscodes\" in die 3 artikelen te vervangen door \"code(s) voor de budgettaire entiteit\".\" Gelet op het voorgaande, strekt het tot aanbeveling veeleer te voorzien in een definitie van het begrip \"budgettaire-entiteitscode\", in plaats van de definitie van het begrip \"budgettaire entiteit\", dat thans niet als dusdanig in het ontwerp voorkomt. De budgettaire-entiteitscode zou dan kunnen worden omschreven als de code voor een bestuur, waarbij dat laatste begrip verwijst naar de definitie in artikel 1, 5°, van het ontwerp. 10.2. De definitie van de woorden \"gecumuleerd budgettair resultaat\" in artikel 1, 11°, van het ontwerp is circulair, vermits in de omschrijving van dat begrip gewag wordt gemaakt van \"het gecumuleerd budgettair resultaat van het vorige boekjaar\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Hieromtrent om uitleg gevraagd, heeft de gemachtigde het volgende verklaard: \"Het woord `gecumuleerd' mag in die definitie niet worden geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gecumuleerd budgettair resultaat (artikel 1, 11° ) is de som (de `cumul') van het budgettair resultaat van het boekjaar waarover gerapporteerd wordt (het verschil tussen alle ontvangsten en alle uitgaven die betrekking hebben op dat boekjaar) enerzijds, en het getotaliseerde (de `cumul') budgettaire resultaat van alle boekjaren die voorafgaan aan het jaar waarover gerapporteerd wordt (het verschil tussen alle ontvangsten en alle uitgaven die betrekking hebben op die voorgaande jaren) anderzijds. De som van het resultaat van het jaar in kwestie en het resultaat voor alle jaren die aan dat jaar voorafgaan vormt het gecumuleerd budgettair resultaat (van alle boekjaren samen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals geduid wordt in het verslag aan de Vlaamse Regering stemt het overeen met het geheel aan liquide middelen en geldbeleggingen waarover het bestuur zou beschikken op het einde van elk boekjaar als het al zijn vorderingen op korte termijn zou geïnd hebben en al zijn schulden op korte termijn zou betaald hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan deze definitie is niets veranderd ten opzichte van het BBC-besluit van 2010. Het is inherent aan boekhoudsystemen dat men voor de opbouw van het eindresultaat per 31 december van een boekjaar moet voortbouwen op de resultaten van de voorgaande jaren. Dat principe gold ook bij de vroegere gemeente- en OCMW-boekhouding en moet behouden blijven in BBC.\" Het voorgaande neemt niet weg dat het niet opgaat om in een definitie de te definiëren woorden te gebruiken. Uit de toelichting van de gemachtigde blijkt dat in plaats van \"het gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorige boekjaar\" zou kunnen worden geschreven \"de som van het budgettair resultaat van de vorige boekjaren\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 5 11. Naar luid van artikel 5, eerste lid, van het ontwerp stelt het uitvoerend orgaan permanent een overzicht van alle beleidsdoelstellingen ter beschikking aan de raadsleden en aan de personeelsleden.Er wordt niet voorzien in een dergelijke verplichting ten aanzien van de burgers van het betrokken bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die bepaling kan evenwel geen afbreuk doen aan de verplichting waarin artikel 28, § 1, eerste lid, van het decreet van 26 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/2004 numac 2004036026 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur sluiten `betreffende de openbaarheid van bestuur' voorziet ten aanzien van \"[e]lke in artikel 4, § 1, 2° tot 8°, [van dat decreet] genoemde instantie\", om de bevolking of de betrokken doelgroepen systematisch, correct, evenwichtig, tijdig en op verstaanbare wijze voor te lichten over haar beleid. Tot die instanties behoren, onder meer, de gemeenten, de districten en de OCMW's. Die informatieplicht strekt zich evenzeer uit tot de beleidsdoelstellingen van de voormelde besturen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het lijkt dan ook raadzaam dat de informatieverplichting waarin artikel 5 van het ontwerp voorziet, niet wordt beperkt tot de raadsleden en de personeelsleden, maar dat ook burgers de gelegenheid krijgen kennis te nemen van het overzicht van alle beleidsdoelstellingen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 12. In het</h3>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten wordt gewag gemaakt van \"het meerjarenplan\",(13) waarvan de strategische nota een onderdeel uitmaakt, maar niet van een strategisch meerjarenplan.Bijgevolg formulere men het opschrift van hoofdstuk 2 van het ontwerp als volgt: \"Het meerjarenplan\" (en niet: \"De strategische meerjarenplanning\").</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 8 13. In artikel 8 van het ontwerp wordt, wat de inhoud van de strategische nota betreft, een onderscheid gemaakt tussen, enerzijds, de beleidsdoelstellingen waar de prioritaire acties in kaderen en, anderzijds, de overige beleidsdoelstellingen: per beleidsdoelstelling waar de prioritaire acties in kaderen, bevat de strategische nota een omschrijving van de beleidsdoelstellingen en van de prioritaire acties (artikel 8, eerste lid, 1°, van het ontwerp);wat de overige beleidsdoelstellingen betreft, bevat de strategische nota enkel een verwijzing naar de plaats waar het overzicht ter beschikking is met de omschrijving van alle beleidsdoelstellingen. Hieruit vloeit voort dat die tweede categorie van beleidsdoelstellingen als dusdanig niet wordt vermeld in de strategische nota.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de nota aan de Vlaamse Regering wordt uiteengezet dat uit een evaluatie bleek dat raadsleden vooral geïnteresseerd zijn in discussies over \"de praktischere uitwerking\" van de beleidsdoelstellingen en dat de rapportering aan de raad daarom op een concreter niveau wordt gebracht, namelijk dat van de prioritaire acties of actieplannen: \"De essentie van de strategische nota bestaat erin om strategische beleidsvoering en beleidsdiscussies op hoofdlijnen mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De strategische nota blijft een beknopt en bevattelijk document dat concreet aangeeft welke prioritaire beleidsdoelstellingen en prioritaire acties of actieplannen het bestuur wil realiseren en welke middelen daarvoor nodig zijn. Zo kan de raad zich in de eerste plaats concentreren op de belangrijkste wijzigingen die het bestuur wil aanbrengen aan de bestaande toestand.\" Naar luid van artikel 255, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten worden in de strategische nota van het meerjarenplan evenwel de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven. De strategische nota moet derhalve alle beleidsdoelstellingen bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is weliswaar niet uitgesloten dat in de strategische nota een onderscheid wordt gemaakt tussen de prioritaire en de niet-prioritaire beleidsdoelstellingen en dat enkel ten aanzien van de prioritaire beleidsdoelstellingen de in het ontworpen artikel 8, eerste lid, 1° tot 3°, bepaalde gegevens worden vermeld. Het is daarentegen niet bestaanbaar met het voormelde artikel 255, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten dat de niet-prioritaire beleidsdoelstellingen helemaal niet voorkomen in de strategische nota, en dat die er beperkt toe blijft de vindplaats ervan te vermelden. De strategische nota moet minstens een lijst van die beleidsdoelstellingen bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 8 moet bijgevolg worden herzien in het licht van het voorgaande.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 14 14. Naar luid van artikel 257, § 2, van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten omvat een aanpassing van het meerjarenplan onder meer een aangepaste financiële nota. In artikel 14, eerste lid, van het ontwerp wordt bij de opsomming van de onderdelen van een aanpassing van het meerjarenplan geen gewag gemaakt van de aangepaste financiële nota. Die bepaling vermeldt wel het financiële doelstellingenplan (2° ), de staat van het financieel evenwicht (3° ) en het overzicht van de kredieten (4° ), zijnde de drie onderdelen van de financiële nota van het meerjarenplan.(14) Vermits de aanpassing van het meerjarenplan niet de oorspronkelijke financiële nota van het meerjarenplan moet bevatten, maar wel de aangepaste versie ervan, moet worden geschreven het aangepaste financiële doelstellingenplan (2° ), de aangepaste staat van het financieel evenwicht (3° ) en het aangepaste overzicht van de kredieten (4° ). Die drie punten kunnen ook worden vervangen door de vermelding \"de aangepaste financiële nota\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 15 15. Naar luid van artikel 15 van het ontwerp mag een aanpassing van het meerjarenplan er niet toe leiden dat het nieuwe krediet lager is dan de conform artikel 85, paragraaf 1 (lees: \" § 1\"), van het ontwerp vastgelegde verbintenissen of transacties. In artikel 85, § 1, van het ontwerp wordt evenwel enkel gewag gemaakt van een \"vastlegging van een transactie\", niet van de vastlegging van een verbintenis.(15) In artikel 15 van het ontwerp kan er dan ook mee worden volstaan te verwijzen naar de conform artikel 85, § 1, van het ontwerp vastgelegde transactie. De gemachtigde was het hiermee eens en deed het volgende tekstvoorstel: \"De suggestie om in artikel 15 de verwijzing naar verbintenissen te schrappen kan worden gevolgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het begrip `verbinteniskrediet' zoals gedefinieerd in artikel 1, 26°, van het BBC-besluit van 25 juni 2010 (`het totaal van de transactiekredieten van een rubriek van een investeringsenveloppe') komt niet meer voor in het ontwerp BVR. Door het verdwijnen van de investeringsenveloppes vervalt ook het concept van de verbinteniskredieten. Bijgevolg kunnen er ook geen vastleggingen op verbinteniskredieten meer gebeuren. Dat betekent echter niet dat de (financiële gevolgen van de) transacties die het gevolg zullen zijn van de verbintenissen niet meer moeten worden vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom stellen we voor om dat artikel 15 als volgt te herformuleren: `Een aanpassing van het meerjarenplan mag er niet toe leiden dat het nieuwe krediet of de nieuwe ramingen lager zijn dan de transacties die zijn vastgelegd met toepassing van artikel 85, paragraaf 1.'\" Hiermee kan worden ingestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 20 16. In artikel 20, tweede lid, van het ontwerp moet worden verwezen naar artikel 11, tweede lid (niet \"tweede en derde lid\"), van het ontwerp, vermits die bepaling slechts twee leden telt. Artikel 165 17. In artikel 165, derde lid, van het ontwerp schrijve men \"die de autonome gemeentebedrijven, de welzijnsverenigingen en de projectverenigingen bedoeld in het eerste lid\" (in plaats van \"die die autonome gemeentebedrijven, welzijnsverenigingen en projectverenigingen\"). Artikel 166 18. Artikel 166 strekt tot de opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2010 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/2010 numac 2010035682 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten, in beginsel met ingang van de datum waarop het te nemen besluit in werking treedt, \"behalve wat betreft de provincies en de autonome provinciebedrijven\". Door die techniek van opheffing zal de opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2010 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/2010 numac 2010035682 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten niet formeel blijken uit de tekst van het genoemde besluit, wat de rechtszekerheid niet ten goede komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de bepalingen ervan zal immers niet langer duidelijk zijn welke onderdelen van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2010 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/2010 numac 2010035682 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten nog van toepassing zijn op welke besturen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vraag rijst of het overigens wel zin heeft om het besluit van 25 juni 2010 slechts gedeeltelijk op te heffen. Uit de artikelen 85 tot 125 van het op 2 februari 2018 door de Vlaamse Regering principieel goedgekeurde voorontwerp van decreet `houdende wijziging van diverse bepalingen van het Provincie decreet van 9 december 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/12/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2005 numac 2005036605 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Provinciedecreet type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/12/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2006 numac 2005036656 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/12/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/02/2006 numac 2006035132 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs sluiten (16) blijkt immers dat de decretale regels inzake de beheers- en beleidscyclus van de provincies met ingang van 3 december 2018 of 1 januari 2020 worden afgestemd op die voor de beheers- en beleidscyclus van het lokaal bestuur. In het verslag aan de Vlaamse Regering wordt uiteengezet dat \"[z]odra het decreet tot wijziging van het Provinciedecreet door het Vlaams Parlement is goedgekeurd, zal het toepassingsgebied van het uitvoeringsbesluit over de beleids- en beheerscyclus worden uitgebreid tot de provincies en de autonome provinciebedrijven\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voldoende zeker is dat dit zal gebeuren vooraleer de opheffing van het besluit van 25 juni 2010 in werking treedt, zijnde vóór 1 januari 2020, (17) kan ermee worden volstaan dat besluit volledig op te heffen. (18) Indien dit daarentegen niet het geval zou zijn, moet het besluit van 25 juni 2010 grondig worden aangepast, zodat het toepassingsgebied ervan wordt beperkt tot de provincies en de autonome provinciebedrijven en moeten alle bepalingen ervan op dit beperkte toepassingsgebied afgestemd worden.(19) Artikel 167 19.1. Naar luid van artikel 167 van het ontwerp treedt het te nemen besluit in werking op 1 januari 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sommige bepalingen van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten die betrekking hebben op de beleids- en beheerscyclus van het lokaal bestuur, treden evenwel al in werking op 1 januari 2019. (20) Bovendien worden de artikelen 48, 49, 124 en 126 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2010 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/2010 numac 2010035682 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten opgeheven met ingang van 1 januari 2019. (21) De vraag rijst of sommige bepalingen van het ontwerp derhalve niet op die datum in werking moeten treden. 19.2. Naar luid van artikel 167, eerste lid, treedt het te nemen besluit in werking op 1 januari 2020, \"met behoud van toepassing\" van de bepalingen \"in het kader van de beslissingen tot de vaststelling van het meerjarenplan (...) die betrekking hebben op het jaar van de inwerkingtreding ervan (1° ) en bepalingen die \"door dit besluit gewijzigd of opgeheven worden inzake boekhoudkundige transacties die volgen op de inwerkingtreding van dit besluit, maar die betrekking hebben op een van de voorafgaande boekjaren\" (2° ). Die formulering is evenwel allerminst duidelijk. Zo worden in punt 1° de bepalingen die van toepassing blijven niet geïdentificeerd. In punt 2° is dan weer sprake van bepalingen die \"door dit besluit gewijzigd of opgeheven\" worden, terwijl het ontwerp enkel bepalingen opheft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verdient aanbeveling de woorden \"met behoud van de toepassing van de bepalingen\" te schrappen en de punten 1° en 2° om te vormen tot een apart lid dat als volgt kan luiden: \"De bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2010 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/2010 numac 2010035682 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn blijven van toepassing: 1° op beslissingen tot de vaststelling van het meerjarenplan, alsook het bestuurlijk toezicht daarop die zijn genomen voor de inwerkingtreding van dit besluit, maar die betrekking hebben op het jaar van de inwerkintreding ervan; 2° op de boekhoudkundige transacties die volgen op de inwerkintreding van dit besluit, maar die betrekking hebben op een van de voorafgaande boekjaren.\" De gemachtigde was het hiermee eens, maar stelde voor ook de jaarrekening expliciet te vermelden in punt 2. 19.3. Voorgaande opmerking geldt evenzeer voor artikel 167, tweede lid, van het ontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">DE GRIFFIER, GREET VERBERCKMOES DE VOORZITTER, JO BAERT _______ Nota's (1) Zie evenwel opmerking 13.(2) Zie artikel 609, zevende lid, 3° en 4°, van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten. (3) Dat het derde lid zou worden gelet op opmerking 19.2. (4) Artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 12 september 1983.(5) Verordening (EU) nr.549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 `betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie' (6) Richtlijn 2011/85/EU van de Raad van 8 november 2011 `tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten'.(7) In het verslag aan de Vlaamse Regering wordt uiteengezet dat de overeenkomstig artikel 82 van het ontwerp te bepalen gegevens die de besturen moeten aanleveren voor de kwartaalrapportering vermeld in artikel 264 van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten \"noodzakelijk [is] om Vlaanderen in staat te stellen aan de Europese rapporteringsverplichtingen in het kader van de zogenaamde `six-pack' te voldoen (meer bepaald artikel 3 van EU-richtlijn 2011/85 van 8 november 2011)\".(8) Artikel 15, tweede lid, van richtlijn 2011/85/EU.(9) Zie de artikelen 6, 16, 81, 82, 83, 99, 109 en 165 van het ontwerp.(10) Zie de artikelen 13, derde lid, 16, tweede, derde en zevende lid, 18 tweede lid, 85, § 3, 86, vierde en vijfde lid, 96, 102 en 165, vierde lid, van het ontwerp.(11) Artikelen 13, 85, 86, 96 tot 101 en 102 tot 104 van het ontwerp.(12) Omzendbrief VR/2014/4 van 9 mei 2014 `betreffende de wetgevingstechniek', nr.50. (13) Zie onder meer artikel 249, § 1, van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten.(14) Zie artikel 9 van het ontwerp.(15) Al is, luidens die bepaling, een vastlegging van een transactie, de inschrijving van de verwachte uitgaven per boekjaar als gevolg van een voorgenomen of al aangegane verbintenis.(16) Zie beslissingen van de Vlaamse Regering, ministerraad van 2 februari 2018.Voor de tekst van het voorontwerp: zie https://www.vlaanderen.be/nl/nbwa-news-message-document/document/090135578021d965. (17) Artikel 167 van het ontwerp.(18) Indien daarna alsnog zou blijken dat die datum niet zou worden gehaald, zou desgevallend die opheffingsbepaling voor de inwerkingtreding ervan kunnen worden ingetrokken en het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2010 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/2010 numac 2010035682 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten worden beperkt.(19) Zie ook omzendbrief VR/2014/4 van 9 mei 2014 `betreffende de wetgevingstechniek', nr.170 (laatste vermelding in de tabel). (20) Zie de artikelen 250, 252, 259, 260, eerste lid, 262, 264 tot 275, van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten.(21) Artikel 166, 1° tot 3°, van het ontwerp. 30 MAART 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten over het lokaal bestuur, artikel 143, derde lid, artikel 241, tweede lid, artikel 266, derde lid, artikel 275, artikel 286, § 3, artikel 411, derde lid, en artikel 489, tweede lid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2010 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/2010 numac 2010035682 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 23 januari 2018;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op advies 62.924/3 van de Raad van State, gegeven op 9 maart 2018 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding;</p>\n<p class=\"lf-p\">Na beraadslaging, Besluit : TITEL 1. - Definities Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° autofinancieringsmarge: het verschil tussen enerzijds het verschil tussen de ontvangsten en uitgaven uit de exploitatie en anderzijds de netto periodieke aflossingen;2° beleidsdoelstelling: het vooropgestelde resultaat of het vooropgestelde effect dat de raad wil bereiken;3° beleidsveld: een verzameling van producten, activiteiten en middelen die zowel vanuit politiek als maatschappelijk oogpunt een herkenbaar en samenhangend geheel vormen;4° beschikbaar budgettair resultaat: het gecumuleerd budgettair resultaat verminderd met de onbeschikbare gelden;5° bestuur: de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, of het district, het autonoom gemeentebedrijf, de welzijnsvereniging of de projectvereniging;6° budgettaire entiteit: de gemeente, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, het district, het autonoom gemeentebedrijf, de welzijnsvereniging of de projectvereniging;7° budgettair resultaat van het boekjaar: het verschil tussen de ontvangsten en de uitgaven van het boekjaar;8° exploitatie: de ontvangsten en uitgaven die verband houden met de activiteiten van het bestuur;9° financiering: de ontvangsten en uitgaven voor leningen en leasings, toegestane leningen en betalingsuitstel, ontvangen borgtochten en kapitaalswijzigingen;10° gecorrigeerde autofinancieringsmarge: de autofinancieringsmarge berekend op basis van de aangewezen aflossingen van de financiële schulden;11° gecumuleerd budgettair resultaat: het budgettair resultaat van het boekjaar, vermeerderd met de som van de budgettaire resultaten van de vorige boekjaren;12° investeringen: de ontvangsten en uitgaven die verband houden met de aanschaf en de vervreemding van duurzame middelen, met inbegrip van de investeringssubsidies;13° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden;14° krediet: het krediet voor ontvangsten en uitgaven binnen één boekjaar, dat toegekend is in de financiële nota van het meerjarenplan;15° niet-ruiltransactie: een transactie waarvoor het bestuur geen gelijkwaardige economische waarde in ruil geeft of ontvangt;16° onbeschikbare gelden: de geldmiddelen waarover het bestuur tijdens de duur van het boekjaar niet kan beschikken;17° ontvangst: een transactie die een verhoging van de beschikbare en realiseerbare geldmiddelen tot gevolg heeft of op korte termijn zal hebben, met uitzondering van de transacties tussen de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;18° prioritaire actie: een actie die de raad dermate belangrijk vindt dat er expliciet over gerapporteerd moet worden in de beleidsrapporten;19° raad: de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn, de districtsraad, de raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf of de projectvereniging, of het statutair bevoegde orgaan van de welzijnsvereniging;20° ruiltransactie: een transactie waarvoor het bestuur een gelijkwaardige economische waarde in ruil geeft of ontvangt;21° transactie: de financiële weerslag van een economische stroom, een gebeurtenis of een andere omstandigheid;22° uitgave: een transactie die een verlaging van de beschikbare en realiseerbare geldmiddelen tot gevolg heeft of op korte termijn zal hebben, met uitzondering van de transacties tussen de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;23° uitvoerend orgaan: het college van burgemeester en schepenen van de gemeente, het vast bureau van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, de raad van bestuur, of, in voorkomend geval, het directiecomité of de gedelegeerd bestuurder van het autonoom gemeentebedrijf, de raad van bestuur van de projectvereniging, of het statutair bevoegde orgaan van de welzijnsvereniging.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 2. - De beleidsrapporten HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Art. 2.Elk beleidsrapport vermeldt al de volgende gegevens: 1° het type van het beleidsrapport;2° de naam, het ondernemingsnummer en het adres van het bestuur, of, voor de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, van beide;3° de rapporteringsperiode;4° de volgnummers van de laatste inschrijvingen in de dagboeken, vermeld in artikel 84, 86 of 88, die verwerkt zijn in het rapport. Voor de districten wordt het woord ondernemingsnummer, vermeld in het eerste lid, 2°, gelezen als vestigingsnummer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke pagina van een beleidsrapport vermeldt al de volgende gegevens: 1° het type van het beleidsrapport;2° de naam van het bestuur, of, voor de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, van beide;3° de rapporteringsperiode</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4</span><span class=\"lf-art-t\">In de mate van het mogelijke en het nuttige wordt van elke beleidsdoelstelling het vooropgestelde resultaat of effect meetbaar gemaakt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij elke beleidsdoelstelling worden een of meer actieplannen geformuleerd om de beleidsdoelstelling te realiseren. In elk actieplan wordt in de mate van het mogelijke en het nuttige de periode van uitvoering aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In elk actieplan worden een of meer acties geformuleerd die ondernomen worden om de beleidsdoelstelling te realiseren. Voor elke actie wordt in de mate van het mogelijke en het nuttige de periode van uitvoering aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beleidsdoelstellingen van de districten mogen niet in strijd zijn met de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Art. 5.Het uitvoerend orgaan stelt permanent een overzicht van alle beleidsdoelstellingen ter beschikking via de webtoepassing van de gemeente. Dat overzicht bevat de omschrijving van de beleidsdoelstellingen, de actieplannen en de acties, vermeld in artikel 4, tweede en derde lid, en de bijbehorende ontvangsten en uitgaven. Art. 6.De minister bepaalt de vorm en de inhoud van de diverse onderdelen van de beleidsrapporten en de bijbehorende documentatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister bepaalt de ontvangsten en de uitgaven die behoren tot de exploitatie, vermeld in artikel 1, 8°, de financiering, vermeld in artikel 1, 9°, en de investeringen, vermeld in artikel 1, 12°.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister bepaalt de berekeningswijze van de gecorrigeerde autofinancieringsmarge, vermeld in artikel 1, 10°.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister bepaalt de vorm en de inhoud van het overzicht van de geraamde en de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven voor het lopende jaar, dat moet worden opgenomen in de opvolgingsrapportering, vermeld in artikel 29.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister bepaalt welke gegevens de besturen bezorgen over de vastgestelde beleidsrapporten als vermeld in artikel 250, eerste lid van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten over het lokaal bestuur, welke gegevens ze bezorgen over de stand van het meerjarenplan als vermeld in artikel 258, tweede lid, van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten over het lokaal bestuur, en op welke wijze ze die gegevens digitaal aanleveren. Art. 7.De beleidsrapporten worden voor onbeperkte duur bewaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bewijsstukken, de dagboeken en de hulpdagboeken worden minimaal gedurende tien jaar bewaard. HOOFDSTUK 2. - Het meerjarenplan Afdeling 1. - De inhoud van het meerjarenplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De strategische nota bevat ten minste al de volgende elementen: 1° per beleidsdoelstelling waar de prioritaire acties in kaderen, de omschrijving van de beleidsdoelstelling en van de prioritaire acties;2° per beleidsdoelstelling waar de prioritaire acties in kaderen en per prioritaire actie, de verwachte ontvangsten en uitgaven voor exploitatie, investeringen en financiering, voor elk jaar waarop het meerjarenplan betrekking heeft;3° per beleidsdoelstelling waar de prioritaire acties in kaderen, het totaal van de verwachte ontvangsten en uitgaven voor exploitatie, investeringen en financiering, voor de niet-prioritaire acties voor elk jaar waarop het meerjarenplan betrekking heeft;4° het overzicht van de beleidsdoelstellingen waarin geen prioritaire acties kaderen;5° een verwijzing naar de plaats waar het overzicht ter beschikking is met de omschrijving van alle beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties, en de bijbehorende ramingen van ontvangsten en uitgaven die zijn opgenomen in het meerjarenplan Een bestuur kan er ook voor kiezen om in de strategische nota de prioritaire actieplannen op te nemen, in plaats van de prioritaire acties. De prioritaire actieplannen zijn dan die actieplannen waar de prioritaire acties in kaderen. Voor de besturen die gebruikmaken van deze mogelijkheid, wordt het woord \"acties\", vermeld in het eerste lid, 1° tot 4°, gelezen als \"actieplannen\", en worden de woorden \"prioritaire actie\", vermeld in het eerste lid, 2°, gelezen als \"prioritair actieplan\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een gemeente de keuze, vermeld in het tweede lid, maakt, dan geldt die ook voor de districten van die gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De financiële nota van het meerjarenplan bestaat uit al de volgende onderdelen: 1° het financiële doelstellingenplan;2° de staat van het financieel evenwicht;3° het overzicht van de kredieten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het financiële doelstellingenplan, vermeld in artikel 9, 1°, bevat al de volgende elementen voor elk jaar waarop het meerjarenplan betrekking heeft: 1° de verwachte ontvangsten en uitgaven per beleidsdoelstelling waar de prioritaire acties in kaderen;2° de verwachte ontvangsten en uitgaven van de beleidsdoelstellingen waar geen prioritaire acties in kaderen;3° de verwachte ontvangsten en uitgaven waar geen beleidsdoelstellingen voor werden geformuleerd. Voor de besturen die gebruikmaken van de mogelijkheid, vermeld in artikel 8, tweede lid, wordt het woord \"acties\", vermeld in het eerste en het tweede lid, gelezen als \"actieplannen\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De staat van het financieel evenwicht, vermeld in artikel 9, 2°, bevat per boekjaar minstens de volgende elementen: 1° de raming van het beschikbaar budgettair resultaat;2° de raming van de autofinancieringsmarge;3° de raming van de gecorrigeerde autofinancieringsmarge. De staat van het financieel evenwicht, vermeld in artikel 9, 2°, van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bevat naast het financieel evenwicht voor de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ook een overzicht van het geconsolideerde financieel evenwicht waarin de elementen, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval ook worden opgenomen voor de autonome gemeentebedrijven en de districten, samen met het totaal</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12</span><span class=\"lf-art-t\">Het overzicht van de kredieten van het meerjarenplan bevat de kredieten voor het eerste boekjaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het overzicht van de kredieten van het meerjarenplan van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bevat de kredieten voor elk van beide afzonderlijk. Art. 13.De uitgavenkredieten zijn limitatief op het niveau van het totaal van de exploitatie en het totaal van de investeringen. Voor de financiering zijn de ontvangstenkredieten limitatief op het niveau van de rubriek voor de leningen en leasings en de uitgavenkredieten limitatief op het niveau van de rubrieken voor de toegestane leningen en betalingsuitstel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredieten mogen alleen gebruikt worden voor de bestemming die in het meerjarenplan wordt vooropgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op de autonome gemeentebedrijven die eigen regels hebben vastgesteld over de kredietbewaking. Afdeling 2. - De aanpassingen van het meerjarenplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanpassing van het meerjarenplan bevat al de volgende onderdelen: 1° in voorkomend geval, de wijzigingen van de strategische nota;2° het aangepaste financiële doelstellingenplan;3° de aangepaste staat van het financieel evenwicht;4° het aangepaste overzicht van de kredieten;5° een aangepaste toelichting;6° een motivering van de wijzigingen. De periode van de aanpassing van het meerjarenplan blijft altijd de periode, vermeld in artikel 254, tweede lid, van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, maar de staat van het financieel evenwicht, vermeld in het eerste lid, 3°, beschrijft altijd de financiële consequenties voor ten minste drie toekomstige boekjaren Het aangepaste overzicht van de kredieten bevat de kredieten voor het volgende boekjaar, voor het lopende boekjaar, of voor beide. Art. 15.Een aanpassing van het meerjarenplan mag er niet toe leiden dat het nieuwe krediet of de nieuwe ramingen lager zijn dan de transacties die zijn vastgelegd met toepassing van artikel 85, paragraaf 1, en artikel 97. Afdeling 3. - Het financieel evenwicht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het meerjarenplan en de aanpassingen ervan zijn in evenwicht als al de volgende voorwaarden vervuld zijn: 1° het geraamde beschikbaar budgettair resultaat is per boekjaar groter dan of gelijk aan nul;2° de geraamde autofinancieringsmarge van het laatste boekjaar van de periode van het meerjarenplan, vermeld in artikel 254, tweede lid, van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten over het lokaal bestuur, is groter dan of gelijk aan nul. De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, is niet van toepassing op de autonome gemeentebedrijven en de welzijnsverenigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 1°, is niet van toepassing op de autonome gemeentebedrijven waarvan de statutaire activiteit in belangrijke mate vastgoedoperaties betreft, op voorwaarde dat de beheersovereenkomst dat toelaat en op voorwaarde dat in de toelichting bij het meerjarenplan het negatieve beschikbaar budgettair resultaat wordt verklaard op basis van de beschikbare voorraad en de kortetermijnfinanciering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het financieel evenwicht kan alleen worden aangetoond als de jaarrekening van het voorlaatste boekjaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor de kredieten worden vastgesteld, vastgesteld is door de raad en verwerkt in het meerjarenplan. De minister kan een bestuur toestaan daarvan af te wijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het financieel evenwicht van een aanpassing van het meerjarenplan waarbij de kredieten voor het lopende boekjaar worden gewijzigd, kan alleen worden aangetoond als de jaarrekening van het boekjaar dat voorafgaat aan het lopende boekjaar, is vastgesteld door de raad en verwerkt in het meerjarenplan. De minister kan een bestuur toestaan daarvan af te wijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vijfde lid is niet van toepassing voor het laatste jaar van het meerjarenplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op de projectverenigingen. HOOFDSTUK 3. - De jaarrekening Afdeling 1. - De inhoud van de jaarrekening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beleidsevaluatie bevat ten minste al de volgende elementen: 1° per beleidsdoelstelling uit de strategische nota waar de prioritaire acties of actieplannen in kaderen, en per prioritaire actie of prioritair actieplan, een omschrijving van de mate van realisatie, en de ontvangsten en uitgaven voor exploitatie, investeringen en financiering, voor het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft;2° per beleidsdoelstelling uit de strategische nota waar de prioritaire acties of actieplannen in kaderen, het totaal van de ontvangsten en uitgaven voor exploitatie, investeringen en financiering, voor de niet-prioritaire acties of actieplannen voor het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft;3° een verwijzing naar de plaats waar het overzicht ter beschikking is met de omschrijving van alle beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties, en de bijbehorende ontvangsten en uitgaven die zijn opgenomen in de jaarrekening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De financiële nota van de jaarrekening bestaat uit al de volgende onderdelen: 1° de doelstellingenrekening;2° de staat van het financieel evenwicht;3° de realisatie van de kredieten;4° de balans;5° de staat van opbrengsten en kosten. Het eerste lid, 4° en 5°, is niet van toepassing op de districten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-19\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De doelstellingenrekening, vermeld in artikel 18, eerste lid, 1°, bevat al de volgende elementen voor het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft: 1° de ontvangsten en uitgaven per beleidsdoelstelling waar de prioritaire acties in kaderen;2° de ontvangsten en uitgaven van de beleidsdoelstellingen waar geen prioritaire acties in kaderen;3° de ontvangsten en uitgaven waar geen beleidsdoelstellingen voor werden geformuleerd. Voor de besturen die gebruikmaken van de mogelijkheid, vermeld in artikel 8, tweede lid, wordt het woord \"acties\", vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, gelezen als \"actieplannen\"</p>\n<p class=\"lf-p\">De doelstellingenrekening, vermeld in artikel 18, eerste lid, 1°, bevat naast de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven ook telkens de ramingen van de ontvangsten en de uitgaven die opgenomen zijn in de laatste aanpassing van het meerjarenplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De staat van het financieel evenwicht, vermeld in artikel 18, eerste lid, 2°, bevat voor het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, minstens de volgende elementen: 1° een vergelijking van het beschikbaar budgettair resultaat met dat in de laatste aanpassing van het meerjarenplan;2° een vergelijking van de autofinancieringsmarge met die in de laatste aanpassing van het meerjarenplan;3° een vergelijking van de gecorrigeerde autofinancieringsmarge met die in de laatste aanpassing van het meerjarenplan Artikel 11, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de staat van het financieel evenwicht, vermeld in artikel 18, eerste lid, 2°.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De realisatie van de kredieten, vermeld in artikel 18, eerste lid, 3°, bevat de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven en de kredieten die voor dat boekjaar opgenomen waren in het meerjarenplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De balans, vermeld in artikel 18, eerste lid, 4°, geeft een overzicht van het vermogen van het bestuur op het einde van het boekjaar en van het vermogen op het einde van het vorige boekjaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De staat van opbrengsten en kosten, vermeld in artikel 18, eerste lid, 5°, vermeldt naast de opbrengsten en kosten van het boekjaar de opbrengsten en kosten van het vorige boekjaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 24</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De activa zijn de middelen waarover het bestuur beschikt en waarvan verwacht wordt dat ze toekomstige economische voordelen of dienstverleningspotentieel voor het bestuur opleveren Die activa zijn opgesplitst in vlottende activa en vaste activa.</p>\n<p class=\"lf-p\">De actiefbestanddelen die aan minstens een van de volgende criteria voldoen, behoren tot de vlottende activa: 1° er wordt verwacht dat het actiefbestanddeel wordt gerealiseerd of bestemd is voor verkoop of verbruik in de normale exploitatiecyclus;2° er wordt verwacht dat het actiefbestanddeel wordt gerealiseerd binnen het jaar na de balansdatum;3° het actiefbestanddeel wordt in eerste instantie aangehouden om te worden verhandeld;4° het actiefbestanddeel is een liquide middel of een geldbelegging, tenzij het beperkt is in het gebruik of ingewisseld moet worden voor de vereffening van een schuld van meer dan een jaar na de balansdatum. Alle andere actiefbestanddelen dan de actiefbestanddelen, vermeld in het derde lid, behoren tot de vaste activa. Art. 25.De passiva zijn de financieringsbronnen van de activa.</p>\n<p class=\"lf-p\">De passiva zijn opgesplitst in: 1° schulden: de huidige verplichtingen van het bestuur die aangegaan zijn om economische voordelen of dienstverleningspotentieel te verwerven, die voortvloeien uit gebeurtenissen uit het verleden en waarvan verwacht wordt dat ze resulteren in een uitgaande geldstroom voor het bestuur;2° het nettoactief. De schulden, vermeld in het tweede lid, 1°, zijn opgesplitst in schulden op korte termijn en schulden op lange termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schulden die aan een van de volgende criteria voldoen behoren tot de schulden op korte termijn: 1° er wordt verwacht dat de schuld wordt ingelost binnen de normale exploitatiecyclus;2° de schuld wordt binnen het jaar na de balansdatum ingelost;3° de schuld wordt in eerste instantie aangehouden om te worden verhandeld;4° het bestuur heeft geen onvoorwaardelijk recht om de aflossing van de schuld tot ten minste een jaar na de balansdatum uit te stellen. Alle andere schulden dan de schulden, vermeld in het vierde lid, behoren tot de schulden op lange termijn. Art. 26.De staat van opbrengsten en kosten, vermeld in artikel 18, eerste lid, 5°, bevat al de volgende elementen: 1° de opbrengsten;2° de kosten;3° het overschot of tekort van het boekjaar;4° de verwerking van het overschot of het tekort van het boekjaar, als dat van toepassing is. Een opbrengst is een transactie die een toename van economische voordelen of dienstverleningspotentieel tijdens het boekjaar tot gevolg heeft als de instroom resulteert in een toename van het nettoactief, vermeld in artikel 25, tweede lid, 2°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kost is een transactie die tijdens het boekjaar een afname van economische voordelen of dienstverleningspotentieel tot gevolg heeft, in een van de volgende vormen: 1° een uitstroom of verbruik van activa;2° het ontstaan van schulden die resulteren in een vermindering van het nettoactief, vermeld in artikel 25, tweede lid, 2°. Het overschot of het tekort van het boekjaar is het verschil tussen het totaal van de opbrengsten en het totaal van de kosten. Afdeling 2. - Diverse bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na de vaststelling van een jaarrekening door de raad worden de cijfers ervan verwerkt in de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan. Art. 28.Fouten in de jaarrekening van een voorgaande periode worden gecorrigeerd in de eerste jaarrekening die voor vaststelling aan de raad wordt voorgelegd nadat de fout ontdekt is Fouten die beslissingen van de raad kunnen beïnvloeden, worden verklaard in de toelichting bij de jaarrekening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 3. - De opvolgingsrapportering Art. 29.De opvolgingsrapportering, vermeld in artikel 263 van het</h3>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten over het lokaal bestuur, bevat minstens al de volgende elementen: 1° een stand van zaken van de prioritaire acties of actieplannen van het meerjarenplan;2° een overzicht van de geraamde en de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven voor het lopende jaar;3° in voorkomend geval, de wijzigingen in de assumpties die gekozen werden bij de opmaak van het meerjarenplan of de aanpassing ervan;4° in voorkomend geval, de wijzigingen in de financiële risico's. TITEL 4. - Rubrieken van de beleidsrapporten HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Art. 30.De rubrieken van de beleidsrapporten worden uitgedrukt in eenheden van euro.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 31</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als actiefbestanddelen, passiefbestanddelen, opbrengsten of kosten aan meer dan één rubriek van een beleidsrapport kunnen worden toegewezen, worden ze ingeschreven onder de rubriek die het meest aanleunt bij het ware en getrouwe beeld. HOOFDSTUK 2. - De activa Art. 32.De vlottende activa, vermeld in artikel 24, derde lid, bestaan uit al de volgende elementen: 1° de liquide middelen en de geldbeleggingen;2° de vorderingen op korte termijn;3° de voorraden en bestellingen in uitvoering;4° de overlopende rekeningen van het actief;5° de vorderingen op lange termijn die binnen het jaar vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 33</span><span class=\"lf-art-t\">De liquide middelen, vermeld in artikel 32, 1°, omvatten de kasmiddelen, de te incasseren vervallen waarden en de tegoeden op zicht bij kredietinstellingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de geldbeleggingen, vermeld in artikel 32, 1°, worden de vorderingen op kredietinstellingen en uit termijndeposito's opgenomen, alsook de met beleggingsdoeleinden verkregen effecten die geen financiële vaste activa zijn De belangen en vorderingen in de entiteiten, vermeld in de rubriek financiële vaste activa, mogen niet onder de geldbeleggingen worden opgenomen, tenzij in een van de volgende gevallen: 1° het gaat om effecten die zijn verkregen of waarop is ingeschreven met het oog op de wederafstand daarvan;2° ze zijn krachtens een beslissing van het bestuur bestemd om binnen twaalf maanden te worden gerealiseerd. Art. 35.Onder de vorderingen op korte termijn, vermeld in artikel 32, 2°, worden de vorderingen opgenomen waarvan de oorspronkelijke looptijd ten hoogste één jaar bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de overeenstemmende rubrieken van de vorderingen worden, naast de vorderingen waarvoor een titel bestaat, ook de te ontvangen opbrengsten opgenomen die tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar zijn ontstaan en waarvoor er nog geen titel bestaat, op voorwaarde dat de schuldenaar vaststaat en het bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vorderingen, vermeld in het eerste en tweede lid, worden naargelang hun aard ondergebracht bij de vorderingen uit ruiltransacties of bij de vorderingen uit niet-ruiltransacties. Art. 36.Onder de voorraden, vermeld in artikel 32, 3°, worden al de volgende bedragen opgenomen: 1° de grond- en hulpstoffen;2° de goederen in bewerking;3° het gereed product;4° de handelsgoederen;5° de onroerende goederen die bestemd zijn voor verkoop;6° de vooruitbetalingen. Onder de grond- en hulpstoffen worden de toeleveringen van grond- en hulpstoffen opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de goederen in bewerking worden de productiekosten opgenomen van de goederen die het bestuur zelf produceert, maar die op de rapporteringsdatum niet afgewerkt zijn, en die niet toegerekend kunnen worden aan bestellingen in uitvoering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder gereed product komen de productiekosten van de goederen die het bestuur zelf heeft geproduceerd en die het op de rapporteringsdatum nog in voorraad heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handelsgoederen omvatten de goederen die ingekocht zijn om zonder bewerking of na een lichte bewerking te worden verkocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de onroerende goederen die bestemd zijn voor verkoop, komen de onroerende goederen die het bestuur heeft aangeschaft of verkregen en die bestemd zijn om onmiddellijk doorverkocht te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vooruitbetalingen bevatten de voorschotten die betaald zijn om voorraden te verwerven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de bestellingen in uitvoering, vermeld in artikel 32, 3°, worden al de volgende bedragen opgenomen: 1° het onderhanden werk dat voor rekening van een derde op bestelling wordt uitgevoerd en dat nog niet opgeleverd is;2° de goederen in bewerking die voor rekening van een derde op bestelling worden gemaakt en die nog niet werden geleverd, tenzij het gaat om seriewerk;3° dienstprestaties die voor rekening van een derde op bestelling worden uitgevoerd en die nog niet werden geleverd, tenzij het gaat om een standaardtype van dienstprestaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 38</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de bedragen, vermeld in artikel 162 en 163, bevatten de overlopende rekeningen van het actief, vermeld in artikel 32, 4°, al de volgende elementen: 1° de over te dragen kosten: de bedragen naar rata van de kosten die werden gemaakt tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar, maar die ten laste van een of meer volgende boekjaren moeten worden gebracht;2° de verworven opbrengsten: de bedragen naar rata van de opbrengsten die pas in een later boekjaar worden geïnd, maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de vorderingen op lange termijn die binnen het jaar vervallen, vermeld in artikel 32, 5°, worden de vorderingen of de gedeelten van de vorderingen opgenomen die oorspronkelijk op langer dan één jaar werden toegestaan, maar die binnen twaalf maanden vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-40\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 40</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vaste activa, vermeld in artikel 24, vierde lid, bestaan uit al de volgende elementen: 1° de vorderingen op lange termijn;2° de financiële vaste activa;3° de materiële vaste activa;4° de immateriële vaste activa</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 41</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de vorderingen op lange termijn, vermeld in artikel 40, 1°, worden de vorderingen opgenomen die behoren tot de vaste activa, vermeld in artikel 24, vierde lid. De vorderingen of het gedeelte van de vorderingen met een looptijd van meer dan één jaar die binnen twaalf maanden vervallen, worden overgeboekt naar de vorderingen op lange termijn die binnen het jaar vervallen, vermeld in artikel 32, 5° Onder de overeenstemmende rubrieken van de vorderingen worden, naast de vorderingen waarvoor een titel bestaat, ook de te ontvangen opbrengsten opgenomen die tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar zijn ontstaan en waarvoor er nog geen titel bestaat, op voorwaarde dat de schuldenaar vaststaat en het bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vorderingen, vermeld in het eerste en tweede lid, worden naargelang hun aard ondergebracht bij de vorderingen uit ruiltransacties of bij de vorderingen uit niet-ruiltransacties. Art. 42.§ 1. De financiële vaste activa, vermeld in artikel 40, 2°, bestaan uit al de volgende elementen: 1° de extern verzelfstandigde agentschappen;2° de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, intercommunales en soortgelijke samenwerkingsverbanden;3° de OCMW-verenigingen;4° de andere financiële vaste activa. § 2. Van de entiteiten, vermeld in paragraaf 1, worden de belangen opgenomen die het bestuur erin heeft en de vorderingen die het bestuur erop heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid wordt verstaan onder: 1° belangen: de maatschappelijke rechten die het bestuur heeft in die entiteiten;2° vorderingen: de vorderingen die het bestuur heeft op die entiteiten, en die tot doel hebben de activiteit van de entiteiten op duurzame wijze te ondersteunen, ongeacht de contractuele looptijd, oorsprong of vorm ervan. § 3. De andere financiële vaste activa, vermeld in paragraaf 1, 4°, omvatten: 1° de aandelen;2° de vorderingen;3° de borgtochten in contanten. Onder de aandelen komen de maatschappelijke rechten in andere entiteiten dan de entiteiten, vermeld in paragraaf 1, 1° tot en met 3°, die ertoe strekken het beleid van het bestuur te bevorderen door een duurzame en specifieke band met die entiteit te scheppen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de vorderingen komen de vorderingen die het gevolg zijn van de toekenning van terugvorderbare middelen aan andere entiteiten dan de entiteiten vermeld in paragraaf 1, 1° tot en met 3°, en die als doel hebben de werking van die entiteit duurzaam te steunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de borgtochten in contanten worden de borgtochten opgenomen die in contanten gestort zijn als doorlopende waarborg. § 4. De niet-opgevraagde bedragen op belangen en aandelen worden vermeld in de toelichting bij de jaarrekening, per rubriek waarin de nog vol te storten belangen en aandelen zijn opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 43</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De materiële vaste activa, vermeld in artikel 40, 3°, bestaan uit al de volgende elementen: 1° de gemeenschapsgoederen;2° de bedrijfsmatige materiële vaste activa;3° de andere materiële vaste activa. De gemeenschapsgoederen en de bedrijfsmatige materiële vaste activa zijn activa die aangewend worden om een maatschappelijke dienstverlening te vervullen, ongeacht wie die dienstverlening verzorgt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 44</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschapsgoederen, vermeld in artikel 43, eerste lid, 1°, zijn materiële vaste activa waarbij de vervulling van de maatschappelijke dienstverlening minder ontvangsten genereert dan de uitgaven die nodig zijn om die activa te verkrijgen en om die dienstverlening te realiseren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 45</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenschapsgoederen, vermeld in artikel 43, eerste lid, 1°, bestaan uit al de volgende elementen: 1° de terreinen en de gebouwen;2° de wegen en de andere infrastructuur;3° de installaties, de machines en de uitrusting;4° het meubilair, de kantooruitrusting en het rollend materieel;5° de leasing en soortgelijke rechten;6° het erfgoed</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-46\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 46</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bedrijfsmatige materiële vaste activa, vermeld in artikel 43, eerste lid, 2°, zijn materiële vaste activa waarbij de vervulling van de maatschappelijke dienstverlening voldoende ontvangsten genereert om de uitgaven te compenseren die nodig zijn om die activa te verkrijgen en om die dienstverlening te realiseren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-47\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 47</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bedrijfsmatige materiële vaste activa, vermeld in artikel 43, eerste lid, 2°, bestaan uit al de volgende elementen: 1° de terreinen en de gebouwen;2° de installaties, de machines en de uitrusting;3° het meubilair, de kantooruitrusting en het rollend materieel;4° de leasing en soortgelijke rechten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 48</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De andere materiële vaste activa, vermeld in artikel 43, eerste lid, 3°, zijn materiële vaste activa die worden aangewend om huuropbrengsten, een waardestijging of beide te realiseren en die niet aangewend worden om een maatschappelijke dienstverlening te vervullen De voormelde andere materiële vaste activa bestaan uit: 1° de terreinen en de gebouwen;2° de roerende goederen. Onder de voormelde andere materiële vaste activa worden de volgende bedragen opgenomen: 1° de roerende of onroerende goederen die niet tot de gemeenschapsgoederen of tot de bedrijfsmatige materiële vaste activa behoren, en die worden aangewend als roerende of onroerende reserve;2° de buiten gebruik of buiten de exploitatie gestelde materiële vaste activa;3° de roerende en onroerende goederen die niet tot de gemeenschapsgoederen of tot de bedrijfsmatige materiële vaste activa behoren, en die in erfpacht, opstal, huur, handelshuur of landpacht werden gegeven, behalve als de vorderingen die voortvloeien uit die contracten, geboekt worden onder de vorderingen van de vlottende of de vaste activa. De onroerende goederen die werden aangekocht of gebouwd om onmiddellijk doorverkocht te worden, worden niet opgenomen onder de voormelde andere materiële vaste activa, maar worden afzonderlijk onder de voorraden vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 49</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de terreinen en de gebouwen, vermeld in artikel 45, 1°, en artikel 47, 1°, worden de volgende bedragen opgenomen: 1° de bebouwde en onbebouwde terreinen, de constructies daarop, en de inrichting ervan, waarvan het bestuur eigenaar is;2° de andere zakelijke rechten die het bestuur bezit op een onroerend goed als de vergoedingen bij aanvang van het contract werden vooruitbetaald</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-50\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 50</span><span class=\"lf-art-t\">Tot de wegen, vermeld in artikel 45, 2°, behoren de land- en de waterwegen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tot de landwegen behoren de grondwerken, de verharding en het toebehoren van de wegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot de andere infrastructuur, vermeld in artikel 45, 2°, behoren de riolen en de leidingen voor nutsvoorzieningen, de gronden van kunstwerken en de kunstwerken. Art. 51.Onder de installaties, de machines en de uitrusting, vermeld in artikel 45, 3°, en artikel 47, 2°, worden al de volgende bedragen opgenomen: 1° de materiële elementen, met uitzondering van meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel, waarmee een gebouw wordt uitgerust omdat ze nodig zijn voor de werking, als ze niet onroerend zijn door bestemming;2° de kleine gereedschappen die niet behoren tot de kantooruitrusting, als ze niet onmiddellijk in de staat van opbrengsten en kosten worden opgenomen. Art. 52.Onder leasing en soortgelijke rechten als vermeld in artikel 45, 5°, en artikel 47, 4°, worden de gebruiksrechten op lange termijn opgenomen waarover het bestuur beschikt op grond van leasing, erfpacht, recht van opstal of soortgelijke overeenkomsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leasing is de overeenkomst waarbij de leasinggever aan de leasingnemer het recht overdraagt om een goed te gebruiken voor een welbepaalde periode, tegen betaling of een reeks van betalingen, en waarbij nagenoeg alle voor- en nadelen die aan de eigendom zijn verbonden, worden overgedragen aan de leasingnemer. Art. 53.Tot het erfgoed, vermeld in artikel 45, 6°, behoren de activa met historische, artistieke, wetenschappelijke, technologische of geofysische waarde en de activa die belangrijk zijn voor het behoud van het leefmilieu. Die activa worden hoofdzakelijk aangehouden voor hun bijdrage aan de algemene kennis en cultuur en worden niet alleen aangehouden vanwege het zuiver gemeentelijke belang. Art. 54.§ 1. Onder de immateriële vaste activa, vermeld in artikel 40, 4°, worden al de volgende bedragen opgenomen: 1° de kosten van ontwikkeling;2° de concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en andere soortgelijke rechten;3° de goodwill;4° de vooruitbetalingen op immateriële vaste activa;5° de plannen en studies ter voorbereiding van nieuwe projecten, die geen deel uitmaken van een materieel vast activum. § 2. In paragraaf 1, 1° wordt verstaan onder kosten van ontwikkeling: de kosten van vervaardiging en ontwikkeling van prototypes en van producten, uitvindingen en knowhow, die nuttig zijn voor de ontwikkeling van de toekomstige activiteiten van het bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de toelichting bij de jaarrekening wordt het bedrag vermeld van de kosten van ontwikkeling die onder de immateriële vaste activa opgenomen zijn. § 3. In paragraaf 1, 2°, wordt verstaan onder concessies, octrooien, licenties, merken en andere soortgelijke rechten: enerzijds de octrooien, licenties, knowhow, merken en andere gelijkaardige rechten waarvan het bestuur eigenaar is, en anderzijds de rechten tot exploitatie van onroerende goederen, octrooien, licenties, merken en andere gelijkaardige rechten die eigendom zijn van derden, alsook de aanschaffingswaarde van het recht van het bestuur om van derden knowhow te verkrijgen, als die rechten door het bestuur onder bezwarende titel werden verworven. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In paragraaf 1, 3°, wordt verstaan onder goodwill: de prijs die betaald is voor de verwerving van een andere entiteit of een onderdeel ervan, als die hoger is dan de nettowaarde van de actiefbestanddelen minus de passiefbestanddelen van de verworven entiteit of van het onderdeel ervan. § 5. In paragraaf 1, 4°, wordt verstaan onder de vooruitbetalingen op immateriële vaste activa: de voorschotten die betaald zijn met het oog op de verwerving van immateriële vaste activa. HOOFDSTUK 3. - De passiva Art. 55.§ 1. De schulden op korte termijn, vermeld in artikel 25, vierde lid, bestaan uit: 1° de schulden uit ruiltransacties;2° de schulden uit niet-ruiltransacties;3° de overlopende rekeningen van het passief;4° de schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schulden uit ruiltransacties bestaan uit: 1° de voorzieningen voor risico's en kosten;2° de financiële schulden;3° niet-financiële schulden uit ruiltransacties. § 2. De schulden op lange termijn, vermeld in artikel 25, vijfde lid, bestaan uit: 1° de schulden uit ruiltransacties;2° de schulden uit niet-ruiltransacties. De schulden uit ruiltransacties bestaan uit: 1° de voorzieningen voor risico's en kosten;2° de financiële schulden;3° de niet-financiële schulden uit ruiltransacties. § 3. Onder de overeenkomstige rubrieken, vermeld in paragraaf 1 en 2, met uitzondering van paragraaf 1, eerste lid, 3°, en paragraaf 2, tweede lid, 1°, worden, naast de schulden waarvoor een titel bestaat, ook de te betalen kosten geboekt die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar werden gemaakt en waarvoor nog geen titel bestaat, maar waarvan de schuldeiser vaststaat en waarvan het bedrag vaststaat of nauwkeurig kan worden geschat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-56\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 56</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de financiële schulden, vermeld in artikel 55, paragraaf 1, tweede lid, 2°, en paragraaf 2, tweede lid, 2°, worden de schulden aan de kredietinstellingen, de andere leningen en de verplichtingen die voortvloeien uit obligatieleningen, leasing of soortgelijke overeenkomsten opgenomen, ook al zijn ze aangegaan ten aanzien van leveranciers of worden ze door een handelseffect vertegenwoordigd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 57</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de schulden voor de bezoldigingen en de sociale schulden worden de volgende bedragen opgenomen: 1° de nettobezoldigingen;2° de ingehouden voorheffingen;3° de bijdragen in het kader van de sociale zekerheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 58</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onder de voorzieningen voor risico's en kosten, vermeld in artikel 55, paragraaf 1, tweede lid, 1°, en paragraaf 2, tweede lid, 1°, worden de naar hun aard duidelijk omschreven schulden opgenomen die op de balansdatum zeker zijn, en waarvan het bedrag niet vaststaat, maar wel op betrouwbare wijze kan worden geschat. Het betreft schulden die voortvloeien uit gebeurtenissen in het verleden, waarvan de afwikkeling naar verwachting resulteert in een uitstroom van middelen De voormelde voorzieningen voor risico's en kosten bestaan uit: 1° pensioenen en soortgelijke verplichtingen;2° andere risico's en kosten. § 2. De voorzieningen die door het bestuur werden gevormd om te voldoen aan de verplichtingen op het vlak van rust- en overlevingspensioenen, brugpensioenen en andere pensioenen en renten die het bestuur voor zijn actuele of gewezen burgemeesters, schepenen, voorzitters en ondervoorzitters van de raad voor maatschappelijk welzijn of personeelsleden heeft aangegaan, worden opgenomen onder de pensioenen en soortgelijke verplichtingen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°. § 3. Onder de andere risico's en kosten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, worden de voorzieningen opgenomen die door het bestuur werden gevormd voor de risico's en kosten die voortvloeien uit: 1° persoonlijke of zakelijke zekerheden, verstrekt tot waarborg van schulden of verbintenissen van derden;2° verbintenissen tot aan- of verkoop van vaste activa;3° de uitvoering van geplaatste of ontvangen bestellingen;4° termijnposities of -overeenkomsten in deviezen of betreffende goederen;5° technische waarborgen die verbonden zijn aan een verkoop door het bestuur die al heeft plaatsgevonden, of diensten die al door het bestuur verricht zijn;6° hangende geschillen;7° legaten. § 4. De voorzieningen voor risico's en kosten, vermeld in artikel 55, worden geïndividualiseerd naargelang van de risico's en kosten met dezelfde aard die ze moeten dekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid wordt verstaan onder de risico's en kosten met dezelfde aard: de soorten van risico's en kosten, vermeld in paragraaf 2 en 3. Art. 59.Naast de bedragen, vermeld in artikel 144, 161 en 163, bevatten de overlopende rekeningen van het passief, vermeld in artikel 55, paragraaf 1, eerste lid, 3°, al de volgende elementen: 1° de toe te rekenen kosten: de bedragen naar rata van de kosten die pas in een later boekjaar worden betaald, maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar;2° de over te dragen opbrengsten: de bedragen naar rata van de opbrengsten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar zijn geïnd, maar die betrekking hebben op een later boekjaar. Art. 60.Onder de schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen, vermeld in artikel 55, paragraaf 1, eerste lid, 4°, worden de schulden of de gedeelten van de schulden op meer dan één jaar opgenomen die binnen twaalf maanden vervallen. Art. 61.Onder het nettoactief, vermeld in artikel 25, tweede lid, 2°, worden al de volgende bedragen opgenomen: 1° de kapitaalssubsidies en de schenkingen;2° het gecumuleerde overschot of tekort;3° de herwaarderingsreserves;4° het overige nettoactief. Art. 62.De kapitaalssubsidies, vermeld in artikel 61, 1°, omvatten de subsidies die van overheidswege werden verkregen voor investeringen in vaste activa.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schenkingen, legaten en soortgelijke rechten die het bestuur verkrijgt in de vorm van vaste activa of voor investeringen in vaste activa, of die niet gekoppeld zijn aan de operationele activiteiten, worden opgenomen onder de schenkingen, vermeld in artikel 61, 1°.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 63</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gecumuleerde overschot of tekort, vermeld in artikel 61, 2°, is de som van het gecumuleerde overschot of tekort van de vorige boekjaren en het overschot of tekort van het huidige boekjaar, vermeld in artikel 26, vierde lid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-64\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 64</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de herwaarderingsreserves, vermeld in artikel 61, 3°, worden de in de algemene rekeningen geboekte niet-gerealiseerde meerwaarden op de vaste activa, vermeld in artikel 159, opgenomen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 65</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het overige nettoactief, vermeld in artikel 61, 4°, is het verschil tussen enerzijds het totaal van de activa en anderzijds het totaal van de schulden en van de andere rubrieken van het nettoactief. HOOFDSTUK 4. - De opbrengsten Art. 66.De operationele opbrengsten bestaan uit al de volgende elementen: 1° de opbrengsten uit de werking;2° de fiscale opbrengsten en boetes;3° de werkingssubsidies;4° de recuperatie van individuele hulpverlening;5° de meerwaarden bij de realisatie van vaste activa;6° de andere operationele opbrengsten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-67\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 67</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de opbrengsten uit de werking, vermeld in artikel 66, 1°, wordt het bedrag verstaan van de verkoop van goederen en de levering van diensten aan derden, in het kader van de maatschappelijke dienstverlening door het bestuur, na aftrek van de op de prijs toegestane kortingen. Die bedragen omvatten niet de belasting over de toegevoegde waarde, noch een andere belasting die rechtstreeks verbonden is aan de opbrengsten uit de werking</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-68\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 68</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de werkingssubsidies, vermeld in artikel 66, 3°, worden de subsidies, schenkingen en legaten geboekt die bij de verkrijging niet afhankelijk zijn van een investering in vaste activa De werkingssubsidies bestaan uit: 1° de algemene werkingssubsidies;2° de specifieke werkingssubsidies. Onder de algemene werkingssubsidies, vermeld in het tweede lid, 1°, worden de werkingssubsidies opgenomen die dienen voor de algemene financiering van de werking van het bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de specifieke werkingssubsidies, vermeld in het tweede lid, 2°, worden de werkingssubsidies opgenomen die niet dienen voor de algemene financiering van de werking van het bestuur. Art. 69.Onder de andere operationele opbrengsten, vermeld in artikel 66, 6°, worden de opbrengsten opgenomen die niet vallen onder de elementen, vermeld in artikel 66, 1° tot en met 5°, en die niet als een financiële opbrengst kunnen worden aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder deze rubriek worden ook de terugnemingen van de waardeverminderingen opgenomen, die werden geboekt op financiële, materiële en immateriële vaste activa.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-70\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 70</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de financiële opbrengsten worden al de volgende bedragen opgenomen : 1° de opbrengsten uit financiële vaste activa;2° de opbrengsten uit activa die opgenomen zijn onder de rubrieken liquide middelen en geldbeleggingen, vorderingen op korte termijn en vorderingen op lange termijn;3° de andere financiële opbrengsten. Onder de andere financiële opbrengsten, vermeld in het eerste lid, 3°, worden al de volgende bedragen opgenomen: 1° de meerwaarden bij de realisatie van liquide middelen en geldbeleggingen en de meerwaarde van andere vorderingen dan de werkingsvorderingen;2° de als opbrengst geboekte investerings- en intrestsubsidies;3° de wisselresultaten en de resultaten uit de omrekening van vreemde valuta, tenzij die specifiek verbonden zijn aan een andere rubriek van de staat van opbrengsten en kosten;4° alle opbrengsten van financiële aard die geen verband houden met welbepaalde activa. In het tweede lid, 1°, wordt verstaan onder werkingsvorderingen: de vorderingen die verband houden met de operationele opbrengsten. HOOFDSTUK 5. - De kosten Art. 71.De operationele kosten bestaan uit al de volgende elementen: 1° goederen en diensten;2° bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen;3° afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen;4° individuele hulpverlening door het OCMW;5° toegestane werkingssubsidies;6° toegestane investeringssubsidies;7° minderwaarden bij de realisatie van vaste activa;8° andere operationele kosten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 72</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Goederen en diensten als vermeld artikel 71, 1°, omvatten al de volgende goederen en diensten, na aftrek van de in de handel toegestane kortingen en van de belasting over de toegevoegde waarde, als die terugvorderbaar is: 1° de volgende goederen en diensten die rechtstreeks verband houden met de totstandkoming van de maatschappelijke dienstverlening door het bestuur: a) de inkopen van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen;b) de ingekochte diensten, werken en studies;c) de dienstverlening van het bestuur, uitgevoerd door derden;d) de inkopen van onroerende goederen die bestemd zijn voor verkoop;e) de voorraadwijzigingen;2° de goederen en diensten die geen rechtstreeks verband houden met de totstandkoming van de maatschappelijke dienstverlening door het bestuur, tenzij die kosten onder bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen moeten worden geboekt. De vergoedingen van uitzendkrachten en ter beschikking van het bestuur gestelde personen worden ook opgenomen onder de rubriek, vermeld in het eerste lid, 2°</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 73</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de afschrijvingen, de waardeverminderingen en de voorzieningen, vermeld in artikel 71, 3°, worden al de volgende bedragen opgenomen: 1° de afschrijvingen en de waardeverminderingen die werden geboekt op financiële, materiële en immateriële vaste activa;2° de waardeverminderingen die werden geboekt op voorraden, op bestellingen in uitvoering of op werkingsvorderingen;3° de terugnemingen van waardeverminderingen die geboekt zijn op voorraden of op werkingsvorderingen.Voor de voorraden vindt de terugneming niet plaats als de toepassing van een van de waarderingsmethoden, vermeld in artikel 137, paragraaf 3, ertoe leidt dat bij de waardebepaling van de uitgaande voorraden rekening wordt gehouden met waardeverminderingen die tijdens vorige boekjaren werden geboekt; 4° de voorzieningen die werden gevormd voor operationele risico's en verplichtingen;5° de bestedingen van voorzieningen voor operationele risico's en kosten die vroeger werden gevormd, als die risico's en verplichtingen aanleiding hebben gegeven tot kosten;6° de terugnemingen van voorzieningen voor operationele risico's en kosten die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd en die overtollig zijn gebleken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-74\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 74</span><span class=\"lf-art-t\">Met individuele hulpverlening door het OCMW, vermeld in artikel 71, 4°, worden de individuele steunaanvragen bedoeld, vermeld in artikel 113 van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten over het lokaal bestuur. Art. 75.De tussenkomsten in de werking van andere entiteiten worden opgenomen onder de toegestane werkingssubsidies, vermeld in artikel 71, 5°. Art. 76.Onder de andere operationele kosten, vermeld in artikel 71, 8°, worden de kosten opgenomen die niet vallen onder de elementen, vermeld in artikel 71, 1° tot en met 7°, en die niet als financiële kosten kunnen worden aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de rubriek, vermeld in het eerste lid, worden al de volgende bedragen opgenomen: 1° de belastingen die als operationele kosten moeten worden aangemerkt;2° de minderwaarden die werden geboekt bij de realisatie van de werkingsvorderingen, tenzij die minderwaarden gelijk zijn aan het disconto.Het disconto wordt geboekt onder de andere financiële kosten. Art. 77.Onder de financiële kosten worden al de volgende bedragen opgenomen: 1° de kosten van schulden;2° de waardeverminderingen en de terugnemingen ervan op: a) liquide middelen en geldbeleggingen;b) andere vorderingen dan werkingsvorderingen;3° de andere financiële kosten. Art. 78.Onder de kosten van schulden, vermeld in artikel 77, 1°, worden al de volgende bedragen opgenomen: 1° de intresten, de commissies en de kosten die verbonden zijn aan schulden;2° de afschrijving van de kosten bij de uitgifte van leningen en van het disagio. De geactiveerde intresten worden afgetrokken van het bedrag van de kosten die zijn opgenomen in de rubriek, vermeld in het eerste lid. Art. 79.Onder de andere financiële kosten, vermeld in artikel 77, 3°, worden alle kosten van financiële aard opgenomen die niet vallen onder de elementen, vermeld in artikel 77, 1° en 2°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder deze rubriek worden al de volgende bedragen opgenomen: 1° de minderwaarden die werden verwezenlijkt bij de realisatie van liquide middelen en geldbeleggingen en van andere vorderingen dan werkingsvorderingen;2° het disconto ten laste van het bestuur bij de verhandeling van vorderingen;3° de wisselresultaten en de resultaten uit de omrekening van vreemde valuta, tenzij die specifiek verbonden zijn aan een andere rubriek van de staat van opbrengsten en kosten;4° de commissies;5° de voorzieningen die werden gevormd voor financiële risico's en verplichtingen;6° de bestedingen van voorzieningen voor financiële risico's en kosten die vroeger werden gevormd, als die risico's en verplichtingen aanleiding hebben gegeven tot kosten;7° de terugnemingen van voorzieningen voor financiële risico's en kosten die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd en die overtollig zijn gebleken;8° de kosten die verbonden zijn aan andere financiële verrichtingen dan schulden. TITEL 5. - De boekhouding HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Art. 80.De boekhouding van het bestuur wordt in euro gevoerd door een stelsel van dagboeken en rekeningenstelsels. Art. 81.De minister stelt het minimum genormaliseerde stelsel van de algemene rekeningen vast, met inbegrip van de algemene rekeningen voor de budgettaire verrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stelsel wordt zodanig opgesteld dat minimaal de financiële nota van het meerjarenplan en de financiële nota van de jaarrekening zonder toevoeging of weglating voortvloeien uit de saldi van de desbetreffende algemene rekeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister stelt het minimum genormaliseerde stelsel van de beleidsvelden vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister stelt het minimum genormaliseerde stelsel van de economische sectorcodes vast. Die codes geven aan tot welke economische sector degene behoort met wie een transactie plaatsvindt of zal plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minimum genormaliseerde stelsels van de algemene rekeningen, van de beleidsvelden en van de economische sectorcodes maken een rapportering mogelijk in het kader van verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister stelt het minimum genormaliseerde stelsel van de codes voor de budgettaire entiteiten vast. Art. 82.De minister bepaalt welke gegevens de besturen moeten aanleveren en de wijze waarop die gegevens elektronisch worden aangeleverd voor de kwartaalrapportering, vermeld in artikel 264 van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten over het lokaal bestuur. HOOFDSTUK 2. - De budgettaire verrichtingen Art. 83.Elke inschrijving in een dagboek of een hulpdagboek, vermeld in dit hoofdstuk, bevat minstens al de volgende elementen: 1° een doorlopend volgnummer per dagboek of hulpdagboek;2° de invoerdatum;3° het boekjaar;4° de code voor de budgettaire entiteit;5° de algemene rekening;6° een verwijzing naar het beleidsveld;7° in voorkomend geval, een verwijzing naar de economische sectorcode;8° in voorkomend geval, een verwijzing naar de actie;9° in voorkomend geval, het investeringsproject;10° het bedrag;11° een omschrijving van de verrichting. De minister bepaalt de algemene rekeningen waarvoor in de budgettaire boekhouding een verwijzing naar de economischesectorcode, vermeld in het eerste lid, 7°, wordt opgenomen. Art. 84.Alle verwachte ontvangsten en uitgaven voor de periode van het meerjarenplan zijn ingeschreven in een budgettair dagboek van de verwachte ontvangsten en uitgaven. Art. 85.§ 1. Een vastlegging van een transactie is de inschrijving, in een budgettair dagboek van de vastleggingen, van de verwachte uitgaven per boekjaar als gevolg van een voorgenomen of al aangegane verbintenis met een welbepaalde derde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur werkt de nodige regels uit in het organisatiebeheersingssysteem zodat het op basis van de inschrijvingen, vermeld in het eerste lid, permanent beschikt over een correct overzicht van de nog beschikbare kredieten. § 2. Alle vastleggingen van een transactie worden zonder uitstel, getrouw, volledig, naar tijdsorde en volgens doorlopende nummering ingeschreven in een budgettair dagboek van de vastleggingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met behoud van de toepassing van artikel 83 bevat elke inschrijving in een budgettair dagboek van de vastleggingen de derde met wie de verbintenis wordt aangegaan. § 3. Dit artikel is niet van toepassing op de autonome gemeentebedrijven die eigen regels hebben vastgesteld over het aangaan van verbintenissen, de kredietbewaking, de wetmatigheidscontrole of de ondertekening van de girale betalingsorders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op de welzijnsverenigingen en de projectverenigingen. Art. 86.Een aanrekening van een transactie is de inschrijving van de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven in een budgettair dagboek van de aanrekeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle aanrekeningen worden zonder uitstel, getrouw, volledig, naar tijdsorde en volgens doorlopende nummering ingeschreven in een budgettair dagboek van de aanrekeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met behoud van de toepassing van artikel 83 bevat elke inschrijving in een budgettair dagboek van de aanrekeningen al de volgende elementen: 1° de derde met wie de verbintenis is aangegaan;2° voor uitgaven: een verwijzing naar de vastlegging van de transactie. De verplichting, vermeld in het derde lid, 2°, is niet van toepassing op de autonome gemeentebedrijven die eigen regels hebben vastgesteld over het aangaan van verbintenissen, de kredietbewaking, de wetmatigheidscontrole of de ondertekening van de girale betalingsorders.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verplichting, vermeld in het derde lid, 2°, is niet van toepassing op de welzijnsverenigingen en de projectverenigingen. Art. 87.Een transactie wordt op hetzelfde moment aangerekend in een budgettair dagboek van de aanrekeningen als ze ingeschreven wordt in een dagboek van de algemene boekhouding. HOOFDSTUK 3. - De algemene boekhouding Art. 88.Alle transacties van het bestuur worden ingeschreven in een dagboek of een hulpdagboek van de algemene boekhouding. Art. 89.Een boeking is de inschrijving van een transactie in een dagboek of een hulpdagboek van de algemene boekhouding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De boekingen worden zonder uitstel, getrouw, volledig, naar tijdsorde en volgens doorlopende nummering ingeschreven in de dagboeken waarop ze betrekking hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke boeking wordt gedaan aan de hand van een gedateerd, doorlopend genummerd bewijsstuk, waarnaar ze verwijst. De bewijsstukken worden methodisch bewaard. Art. 90.Elke boeking bevat minstens al de volgende elementen: 1° een doorlopend volgnummer per dagboek of hulpdagboek;2° de invoerdatum;3° het boekjaar;4° de code voor de budgettaire entiteit;5° de te debiteren algemene rekeningen;6° de te debiteren bedragen;7° de te crediteren algemene rekeningen;8° de te crediteren bedragen;9° een omschrijving van de verrichting;10° de boekhoudkundige periode, vermeld in artikel 91. Het moment waarop de transactie plaatsvindt, bepaalt de boekhoudkundige periode. Art. 91.Per boekjaar wordt de algemene boekhouding ingedeeld in vier boekhoudkundige periodes van één kwartaal, een openingsperiode en een afsluitingsperiode, of in twaalf periodes van één maand, een openingsperiode en een afsluitingsperiode. Art. 92.Boekingen in een periode zijn alleen mogelijk als de periode niet is afgesloten. De boekhoudkundige periodes moeten afgesloten zijn bij de vaststelling door de raad van de jaarrekening van het boekjaar waartoe ze behoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid mag de afsluitingsperiode geopend blijven tot de jaarrekening definitief is goedgekeurd en mag de openingsperiode geopend blijven tot de jaarrekening van het vorige boekjaar definitief is goedgekeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het tweede lid wordt verstaan onder definitief goedgekeurd: de procedure, vermeld in artikel 243, artikel 262, paragraaf 1, of artikel 490, paragraaf 2 tot en met 4, van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2018 numac 2018010200 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2018 numac 2018010241 bron vlaamse overheid Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2018 numac 2018040121 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2017 numac 2017032269 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de aanpassing van de groenestroomdoelstellingen, de WKK-doelstellingen en de energieheffing sluiten over het lokaal bestuur, is afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afsluiting van een periode houdt in dat die periode in alle dagboeken en hulpdagboeken afgesloten is. Art. 93.Compensatie tussen tegoeden en schulden, tussen rechten en verplichtingen, en tussen kosten en opbrengsten is verboden. HOOFDSTUK 4. - De openings- en afsluitingsverrichtingen Art. 94.De openingsverrichtingen worden geboekt in de openingsperiode en de afsluitingsverrichtingen worden geboekt in de afsluitingsperiode. Art. 95.Een boekjaar kan niet afgesloten worden als niet alle periodes van dat boekjaar afgesloten zijn. HOOFDSTUK 5. - De uitgavencyclus Art. 96.Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de autonome gemeentebedrijven die eigen regels hebben vastgesteld over het aangaan van verbintenissen, de kredietbewaking, de wetmatigheidscontrole of de ondertekening van de girale betalingsorders.</p></div>", "next": 239254}