← België

Wet houdende instemming met het Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de

Kort samengevat

Deze wet bekrachtigt het Verdrag en de Slotakte van 9 december 2011, die de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie regelen. Hierdoor krijgt het Verdrag volledige rechtskracht in België.

Wat het regelt

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
17 FEBRUARI 2013. - Wet houdende instemming met het Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie), en de Republiek Kroatië betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie, en met de Slotakte, gedaan te Brussel op 9 december 2011 (1) (2) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Art. 2.Het Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie), en de Republiek Kroatië betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie, en de Slotakte, gedaan te Brussel op 9 december 2011, zullen volkomen gevolg hebben. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 17 februari 2013. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken, D. REYNDERS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota's (1) Zitting 2011-2012. Senaat. Documenten : Ontwerp van wet ingediend op 14/11/2012, nr. 5-1837/1. Bijlagen, nr. 5-1837/2. Verslag namens de Commissie nr. 5-1837/3. Parlementaire Handelingen : Bespreking, vergadering van 13 december 2012. Stemming, vergadering van 13 december 2012. Kamer. Documenten : Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 53-2575/1. Verslag namens de commissie, nr. 53-2575/2. Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 53-2575/3. Parlementaire Handelingen : Bespreking, vergadering van 24 januari 2013. Stemming, vergadering van 24 januari 2013. (2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap/het Vlaamse Gewest van 8 maart 2013 (Belgisch Staatsblad van 5 april 2013 (Ed.2)), Decreet van de Franse Gemeenschap van 24 januari 2013 (Belgisch Staatsblad van 6 maart 2013), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 22 oktober 2012 (Belgisch Staatsblad van 9 november 2012), Decreet van het Waalse Gewest van 31 januari 2013 (Belgisch Staatsblad van 11 februari 2013 en 12 februari 2013), Ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 21 december 2012 (Belgisch Staatsblad van 8 februari 2013), Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 15 maart 2013 (Belgisch Staatsblad van 25 maart 2013 (Ed. 3). VERDRAG BETREFFENDE DE TOETREDING VAN DE REPUBLIEK KROATIE INHOUD A. Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie), en de Republiek Kroatië betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie B. Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding van de Republiek Kroatië en de aanpassing van het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie Eerste deel :Beginselen Tweede deel : Aanpassing van de verdragen Titel I : Institutionele bepalingen Titel II : Andere aanpassingen Derde deel : Permanente bepalingen Vierde deel : Tijdelijke bepalingen Titel I : Overgangsmaatregelen Titel II : Institutionele bepalingen Titel III : Financiële bepalingen Titel IV : Overige bepalingen Vijfde deel : Bepalingen betreffende de tenuitvoerlegging van deze Akte Titel I : Aanpassingen van het reglement van orde van de Instellingen en de statuten en het reglement van orde van de comités Titel II : Toepassing van de handelingen van de Instellingen Titel III : Slotbepalingen BIJLAGEN Bijlage I : Lijst van verdragen, overeenkomsten en protocollen waartoe de Republiek Kroatië bij toetreding toetreedt (bedoeld in artikel 3, lid 4, van de Toetredingsakte) Bijlage II : Lijst van de bepalingen van het Schengenacquis zoals dat in het kader van de Europese Unie is opgenomen en van de daarop voortbouwende of anderszins daarmee verband houdende rechtsbesluiten die voor de Republiek Kroatië vanaf de toetreding bindend en toepasselijk zijn (bedoeld in artikel 4, lid 1, van de Toetredingsakte) Bijlage III : Lijst bedoeld in artikel 15 van de Toetredingsakte : aanpassingen van de door de Instellingen vastgestelde handelingen 1. Vrij verrichten van diensten 2.Recht inzake intellectuele eigendom I. Gemeenschapsmerk II. Aanvullend beschermingscertificaat III. Gemeenschapsmodellen 3. Financiële diensten 4.Landbouw 5. Visserij 6.Belasting 7. Regionaal beleid en coördinatie van structuurinstrumenten 8.Milieu Bijlage IV : Lijst bedoeld in artikel 16 van de Toetredingsakte : andere permanente bepalingen 1. Recht inzake Intellectuele eigendom 2.Mededingingsbeleid 3. Landbouw 4.Visserij 5. Douane-unie Aanhangsel bij Bijlage IV Bijlage V : Lijst bedoeld in artikel 18 van de Toetredingsakte : overgangsmaatregelen : 1.Vrij verkeer van goederen 2. Vrij verkeer van personen 3.Vrij verkeer van kapitaal 4. Landbouw I.Overgangsmaatregelen voor Kroatië II. Overgangsregeling met tariefcontingenten voor ruwe rietsuiker voor raffinage III. Tijdelijke aanvullende maatregelen inzake rechtstreekse betalingen voor Kroatië 5. Voedselveiligheid, veterinair en fytosanitair beleid I.Leghennen II. Inrichtingen (vlees, melk en vis en dierlijke bijproducten) III. In de handel brengen van zaden IV. Neum 6. Visserij 7.Vervoersbeleid 8. Belastingen 9.Vrijheid, veiligheid en recht 10. Milieu I.Horizontale wetgeving II. Luchtkwaliteit III. Afvalbeheer IV. Waterkwaliteit V. Geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (IPPC) VI. Chemische stoffen Aanhangsel bij bijlage V Bijlage VI : Plattelandsontwikkeling (bedoeld in artikel 35, lid 2, van de Toetredingsakte) Bijlage VII : Specifieke toezeggingen van de Republiek Kroatië tijdens de toetredingsonderhandelingen (bedoeld in artikel 36, lid 1, tweede alinea, van de Toetredingsakte) Bijlage VIII : Toezeggingen van de Republiek Kroatië over de herstructurering van de Kroatische scheepsbouw (bedoeld in artikel 36, lid 1, derde alinea, van de Toetredingsakte) Bijlage IX Toezegging van de Republiek Kroatië over de herstructurering van de staalsector (bedoeld in artikel 36, lid 1, derde alinea, van de Toetredingsakte) PROTOCOL Protocol betreffende bepaalde regelingen voor de mogelijke eenmalige overdracht aan de Republiek Kroatië van toegewezen eenheden die zijn verleend uit hoofde van het Protocol van Kyoto bij de Kaderovereenkomst van de Verenigde Naties over klimaatverandering, alsmede de compensatie daarvoor . SLOTAKTE I. Tekst van de Slotakte II. Verklaringen A. Gezamenlijke verklaring van de huidige lidstaten Gezamenlijke verklaring over de volledige toepassing van de bepalingen van het Schengenacquis B. Gezamenlijke verklaring van diverse huidige lidstaten Gezamenlijke verklaring van de Bondsrepubliek Duitsland en de Republiek Oostenrijk over het vrije verkeer van werknemers : Kroatië C. Gezamenlijke verklaring van de huidige lidstaten en de Republiek Kroatië Gezamenlijke verklaring over het Europees Ontwikkelingsfonds D. Verklaring van de Republiek Kroatië Verklaring van de Republiek Kroatië betreffende de overgangsregelingen voor de liberalisering van de Kroatische markt voor landbouwgrond III. Briefwisseling tussen de Europese Unie en de Republiek Kroatië betreffende een informatie- en overlegprocedure voor de vaststelling van bepaalde besluiten en andere maatregelen die moeten worden genomen tijdens de periode die aan de toetreding voorafgaat VERDRAG TUSSEN HET KONINKRIJK BELGIE, DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE REPUBLIEK ESTLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, IERLAND, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK CYPRUS, DE REPUBLIEK LETLAND, DE REPUBLIEK LITOUWEN, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, DE REPUBLIEK HONGARIJE, DE REPUBLIEK MALTA, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE REPUBLIEK POLEN, DE PORTUGESE REPUBLIEK, ROEMENIE, DE REPUBLIEK SLOVENIE, DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK FINLAND, HET KONINKRIJK ZWEDEN, HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIE EN NOORD-IERLAND (LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE) EN DE REPUBLIEK KROATIE BETREFFENDE DE TOETREDING VAN DE REPUBLIEK KROATIE TOT DE EUROPESE UNIE ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE PRESIDENT VAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DENEMARKEN, DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ESTLAND, DE PRESIDENT VAN IERLAND, DE PRESIDENT VAN DE HELLEENSE REPUBLIEK, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN SPANJE, DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK KROATIE, DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK CYPRUS, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LETLAND, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LITOUWEN, ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK HONGARIJE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALTA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN, DE FEDERALE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK POLEN, DE PRESIDENT VAN DE PORTUGESE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN ROEMENIE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SLOVENIE, DE PRESIDENT VAN DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK FINLAND, DE REGERING VAN HET KONINKRIJK ZWEDEN, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIE EN NOORD-IERLAND, VERENIGD in de wil de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Unie voort te zetten, VASTBESLOTEN op de reeds gelegde grondslagen een steeds hechtere eenheid tussen de Europese volkeren tot stand te brengen, OVERWEGENDE dat artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie aan de Europese Staten de mogelijkheid biedt lid van de Unie te worden, OVERWEGENDE dat de Republiek Kroatië heeft verzocht lid te worden van de Unie, OVERWEGENDE dat de Raad, na advies van de Commissie te hebben ingewonnen en na de instemming van het Europees Parlement te hebben verkregen, zich heeft uitgesproken voor toelating van de Republiek Kroatië, HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT over de voorwaarden voor de toelating en de aanpassing van het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en hebben daartoe als gevolmachtigden aangewezen : ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE PRESIDENT VAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DENEMARKEN, DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ESTLAND, DE PRESIDENT VAN IERLAND, DE PRESIDENT VAN DE HELLEENSE REPUBLIEK, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN SPANJE, DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK KROATIE, DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK CYPRUS, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LETLAND, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LITOUWEN, ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK HONGARIJE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALTA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN, DE FEDERALE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK POLEN, DE PRESIDENT VAN DE PORTUGESE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN ROEMENIE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SLOVENIE, DE PRESIDENT VAN DE SLOWAAKSE REPUBLIEK DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK FINLAND, DE REGERING VAN HET KONINKRIJK ZWEDEN, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIE EN NOORD-IERLAND, DIE, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, OVEREENSTEMMING HEBBEN BEREIKT : Artikel 1 1. De Republiek Kroatië wordt lid van de Europese Unie en van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.2. De Republiek Kroatië wordt partij bij het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, zoals deze Verdragen zijn gewijzigd of aangevuld.3. De voorwaarden voor de toelating en de daaruit voortvloeiende aanpassingen van de in lid 2 genoemde Verdragen zijn neergelegd in een bij dit Verdrag gevoegde Akte.De bepalingen van deze Akte maken een integrerend deel van dit Verdrag uit. ARTIKEL 2 De bepalingen betreffende de rechten en verplichtingen van de lidstaten, alsmede de algemene en bijzondere bevoegdheden van de Instellingen van de Unie, zoals die zijn neergelegd in de Verdragen waarbij de Republiek Kroatië uit hoofde van artikel 1, lid 2, partij wordt, zijn van toepassing ten aanzien van dit Verdrag. Artikel 3 1. Dit Verdrag zal door de hoge verdragsluitende partijen worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheidene grondwettelijke bepalingen.De akten van bekrachtiging zullen uiterlijk op 30 juni 2013 worden neergelegd bij de Regering van de Italiaanse Republiek. 2. Door middel van het bekrachtigen van dit Verdrag wordt de Republiek Kroatië tevens geacht alle wijzigingen van de in artikel 1, lid 2, genoemde Verdragen die op het moment waarop de Republiek Kroatië dit Verdrag bekrachtigt open staan voor bekrachtiging of goedkeuring door de lidstaten volgens artikel 48 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, alsmede de besluiten van de Instellingen die op dat moment worden of reeds eerder zijn vastgesteld en pas in werking treden nadat zij door de lidstaten overeenkomstig hun onderscheidene grondwettelijke bepalingen zijn goedgekeurd, te hebben bekrachtigd of goedgekeurd.3. Dit Verdrag treedt in werking op 1 juli 2013, mits alle akten van bekrachtiging voor die datum zijn neergelegd.4. Onverminderd lid 3, kunnen de Instellingen van de Unie vóór de toetreding de maatregelen vaststellen als bedoeld in artikel 3, lid 7, artikel 6, lid 2, tweede alinea, artikel 6, lid 3, tweede alinea, artikel 6, lid 6, tweede en derde alinea, artikel 6, lid 7, tweede alinea, artikel 6, lid 8, derde alinea, artikel 17, artikel 29, lid 1, artikel 30, lid 5, artikel 31, lid 5, artikel 35, leden 3 en 4, de artikelen 38, 39, 41, 42, 43, 44, 49, 50 en 51, en bijlagen IV tot en met VI van de in artikel 1, lid 3, bedoelde Akte. Deze maatregelen treden slechts in werking onder voorbehoud en op de datum van inwerkingtreding van het onderhavige Verdrag. 5. Onverminderd lid 3, is artikel 36 van de in artikel 1, lid 3, bedoelde Akte van toepassing bij de ondertekening van het onderhavige Verdrag. Artikel 4 Dit Verdrag, opgesteld in één exemplaar, in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde de teksten in elk van deze talen gelijkelijk authentiek, zal worden nedergelegd in het archief van de regering van de Italiaanse Republiek die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de regeringen der andere ondertekenende staten. TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit Verdrag hebben gesteld. AKTE AKTE BETREFFENDE DE VOORWAARDEN VOOR DE TOETREDING VAN DE REPUBLIEK KROATIE EN DE AANPASSING VAN HET VERDRAG BETREFFENDE DE EUROPESE UNIE, HET VERDRAG BETREFFENDE DE WERKING VAN DE EUROPESE UNIE EN HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE EERSTE DEEL BEGINSELEN ARTIKEL 1 In de zin van deze Akte : - worden met de uitdrukking « oorspronkelijke Verdragen » bedoeld : a) het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), zoals aangevuld of gewijzigd bij verdragen of andere rechtshandelingen die vóór de toetreding van de Republiek Kroatië in werking zijn getreden;b) het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EGA-Verdrag), zoals aangevuld of gewijzigd bij verdragen of andere rechtshandelingen die vóór de toetreding van de Republiek Kroatië in werking zijn getreden; - worden met de uitdrukking « huidige lidstaten » bedoeld, het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland; - wordt met de uitdrukking « de Unie » bedoeld de Europese Unie zoals tot stand gebracht bij het VEU en het VWEU en/of, in voorkomend geval, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; - worden met de uitdrukking « Instellingen » bedoeld de bij het VEU opgerichte Instellingen. ARTIKEL 2 Onmiddellijk na de toetreding zijn de oorspronkelijke Verdragen en de door de Instellingen vóór de toetreding genomen besluiten verbindend voor Kroatië en in Kroatië toepasselijk onder de voorwaarden voorzien in deze Verdragen en in deze Akte. Wanneer wijzigingen in de oorspronkelijke Verdragen door de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten overeenkomstig artikel 48, lid 4 VEU zijn overeengekomen nadat Kroatië het Toetredingsverdrag heeft bekrachtigd en deze wijzigingen op het moment van toetreding nog niet in werking zijn getreden, bekrachtigt Kroatië deze wijzigingen overeenkomstig zijn grondwettelijke bepalingen. ARTIKEL 3 1. Kroatië treedt toe tot de door de regeringsleiders en de staatshoofden van de lidstaten, in het kader van de Europese Raad bijeen, genomen besluiten en gesloten overeenkomsten.2. Kroatië treedt toe tot de door de Vertegenwoordigers van de Regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, genomen besluiten en gesloten overeenkomsten.3. Kroatië bevindt zich ten aanzien van de verklaringen, resoluties of andere standpuntbepalingen van de Europese Raad of de Raad, alsmede ten aanzien van die welke betrekking hebben op de Unie en in onderling overleg tussen de lidstaten zijn aanvaard, in dezelfde situatie als de huidige lidstaten;Kroatië zal derhalve de beginselen en beleidslijnen die hieruit voortvloeien eerbiedigen en de maatregelen treffen die nodig zouden kunnen blijken ter verzekering van de toepassing daarvan. 4. Kroatië treedt toe tot de in bijlage I opgesomde verdragen, overeenkomsten en protocollen.Deze verdragen, overeenkomsten en protocollen treden in werking ten aanzien van Kroatië op de datum die door de Raad wordt bepaald in de in lid 5 bedoelde besluiten. 5. De Raad besluit op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement met eenparigheid van stemmen de ingevolge de toetreding vereiste aanpassingen aan te brengen in de verdragen, overeenkomsten en protocollen als bedoeld in lid 4, en de aangepaste tekst bekend te maken in het Publicatieblad van de Europese Unie.6. Kroatië verbindt zich ertoe om met betrekking tot de verdragen, overeenkomsten en protocollen als bedoeld in lid 4 administratieve en andere regelingen in te voeren in de trant van de regelingen die de huidige lidstaten of de Raad voor de datum van toetreding hebben vastgesteld, en de praktische samenwerking tussen de Instellingen en organisaties van de lidstaten te faciliteren.7. De Raad kan op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen bijlage I aanvullen met de verdragen, overeenkomsten en protocollen die vóór de datum van toetreding zijn ondertekend. ARTIKEL 4 1. De bepalingen van het Schengenacquis als bedoeld in het aan het VEU en het VWEU gehechte Protocol betreffende het in het kader van de Europese Unie geïntegreerde Schengenacquis (hierna het « Schengenprotocol » genoemd), en de daarop voortbouwende of op een andere wijze daaraan gerelateerde rechtsbesluiten die zijn opgesomd in bijlage II, evenals alle andere dergelijke rechtsbesluiten die eventueel worden vastgesteld vóór de toetredingsdatum, zijn vanaf de datum van toetreding verbindend voor en toepasselijk in Kroatië.2. De bepalingen van het Schengenacquis zoals dat in het kader van de Europese Unie is opgenomen, en de daarop voortbouwende of op een andere wijze daaraan gerelateerde rechtsbesluiten welke niet in lid 1 bedoeld worden, zijn vanaf de datum van toetreding verbindend voor Kroatië, maar zijn in Kroatië slechts toepasselijk op grond van een daartoe strekkend besluit van de Raad, nadat overeenkomstig de toepasselijke Schengenevaluatieprocedures is geconstateerd dat in Kroatië aan de nodige voorwaarden voor de toepassing van alle onderdelen van het betreffende acquis is voldaan, inclusief de effectieve toepassing van alle Schengenvoorschriften overeenkomstig de overeengekomen gemeenschappelijke normen en de grondbeginselen.De Raad besluit overeenkomstig de toepasselijke Schengenprocedures en houdt rekening met het verslag van de Commissie waarin wordt bevestigd dat Kroatië de in de toetredingsonderhandelingen aangegane verbintenissen die relevant zijn voor het Schengenacquis blijft nakomen. De Raad besluit na raadpleging van het Europees Parlement met eenparigheid van stemmen van de leden die de regeringen vertegenwoordigen van de lidstaten ten aanzien waarvan de bepalingen van dit lid reeds van kracht zijn en van de vertegenwoordiger van de regering van de Republiek Kroatië. De leden van de Raad die de regeringen van Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vertegenwoordigen, nemen aan dit besluit deel voor zover het verband houdt met de bepalingen van het Schengenacquis en de daarop voortbouwende of op een andere wijze daaraan gerelateerde handelingen waaraan deze lidstaten deelnemen. ARTIKEL 5 Vanaf de datum van toetreding neemt Kroatië aan de Economische en Monetaire Unie deel als lidstaat met een derogatie in de zin van artikel 139 van het VWEU. ARTIKEL 6 1. De door de Unie met een of meer derde staten, met een internationale organisatie of met een onderdaan van een derde staat gesloten of voorlopig toegepaste overeenkomsten, zijn verbindend voor Kroatië, en wel onder de in de oorspronkelijke Verdragen en in deze Akte neergelegde voorwaarden.2. Kroatië verbindt zich ertoe onder de in deze Akte neergelegde voorwaarden toe te treden tot de door de huidige lidstaten en de Unie met een of meer derde landen of met een internationale organisatie gezamenlijk gesloten of ondertekende overeenkomsten. Behoudens in de gevallen waarin bij specifieke overeenkomsten anders is bepaald, wordt de toetreding van Kroatië tot de in de eerste alinea genoemde overeenkomsten geregeld door de sluiting van een protocol bij die overeenkomsten door de Raad, handelend met eenparigheid van stemmen namens de lidstaten, en het (de) betrokken derde land(en) of internationale organisatie. De Commissie of, indien de overeenkomst uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de hoge vertegenwoordiger), voert namens de lidstaten onderhandelingen over deze protocollen, op basis van door de Raad met eenparigheid van stemmen goedgekeurde onderhandelingsrichtsnoeren en in overleg met een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten. De Commissie of, in voorkomend geval, de hoge vertegenwoordiger, dient een ontwerp van de te sluiten protocollen in bij de Raad. Deze procedure geldt onverminderd de uitoefening van de eigen bevoegdheden van de Unie en laat de verdeling van bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten op het gebied van de sluiting van dergelijke overeenkomsten in de toekomst dan wel andere, niet met de toetreding verband houdende, wijzigingen onverlet. 3. Vanaf de datum van toetreding, en in afwachting van de inwerkingtreding van de nodige protocollen als bedoeld in de tweede alinea van lid 2, past Kroatië de bepalingen toe van de in lid 2, eerste alinea, bedoelde overeenkomsten die vóór de toetreding door de Unie gesloten of voorlopig toegepast zijn, met uitzondering van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen (1). In afwachting van de inwerkingtreding van de protocollen als bedoeld in de tweede alinea van lid 2 nemen de Unie en de lidstaten, gezamenlijk optredend als dat passend is binnen hun respectieve bevoegdheden, de passende maatregelen. 4. Kroatië treedt toe tot de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (2), alsmede tot de twee overeenkomsten tot wijziging van die overeenkomst ondertekend in Luxemburg op 25 juni 2005 (3) en voor ondertekening opengesteld in Ouagadougou op 22 juni 2010 (4).5. Kroatië verbindt zich ertoe onder de in deze Akte neergelegde voorwaarden toe te treden tot de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (5), zulks overeenkomstig artikel 128 van die Overeenkomst.6. Vanaf de datum van toetreding worden de tussen de Unie en derde landen gesloten bilaterale textielovereenkomsten en -regelingen door Kroatië toegepast. De door de Unie toegepaste kwantitatieve beperkingen op de invoer van textielproducten en kleding worden aangepast om rekening te houden met de toetreding van Kroatië tot de Unie. Te dien einde kan door de Unie met de betrokken derde landen nog voor de toetreding worden onderhandeld over wijzigingen van de in de eerste alinea genoemde bilaterale textielovereenkomsten en -regelingen. Indien de wijzigingen van de bilaterale textielovereenkomsten en -regelingen op de datum van toetreding nog niet in werking zijn getreden, verricht de Unie de nodige aanpassingen van haar regels betreffende de invoer van textielproducten en kleding uit derde landen om rekening te kunnen houden met de toetreding van Kroatië. 7. De door de Unie toegepaste kwantitatieve beperkingen op de invoer van staal en staalproducten worden aangepast op basis van de invoer van Kroatië, over de afgelopen jaren, van staal en staalproducten van oorsprong uit de betrokken leverancierlanden. Te dien einde wordt nog voor de toetreding onderhandeld over de nodige wijzigingen in de tussen de Unie en derde landen gesloten bilaterale overeenkomsten en regelingen op het gebied van staal. Indien de wijzigingen van de bilaterale staalovereenkomsten en regelingen op de datum van toetreding nog niet in werking zijn getreden, is de eerste alinea van toepassing. 8. Vanaf de datum van toetreding worden visserijovereenkomsten die tussen Kroatië en derde landen werden gesloten vóór die datum, beheerd door de Unie. De rechten en plichten die voor Kroatië uit deze overeenkomsten voortvloeien, blijven onverlet gedurende de periode waarin de bepalingen van deze overeenkomsten voorlopig worden gehandhaafd. Zo spoedig mogelijk, en in ieder geval vóór het verstrijken van de in de eerste alinea bedoelde overeenkomsten, stelt de Raad, in elk apart geval, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de passende besluiten vast voor het voortzetten van de daaruit voortvloeiende visserijactiviteiten, met inbegrip van de mogelijkheid om bepaalde van deze overeenkomsten met ten hoogste één jaar te verlengen. 9. Kroatië zegt elke vrijhandelsovereenkomst met derde landen, inclusief de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst, zoals gewijzigd, op. Voor zover de overeenkomsten tussen Kroatië enerzijds, en één of meer derde landen anderzijds, niet verenigbaar zijn met de verplichtingen die voortvloeien uit deze Akte, treft Kroatië alle passende maatregelen om de geconstateerde onverenigbaarheden weg te werken. Indien Kroatië moeilijkheden ondervindt om een overeenkomst aan te passen die vóór de toetreding is gesloten met één of meer derde landen, zegt het die overeenkomst op. Kroatië neemt de nodige maatregelen om te zorgen voor de naleving van de verplichtingen van dit lid vanaf de datum van toetreding. 10. Kroatië treedt onder de in deze Akte neergelegde voorwaarden toe tot de interne overeenkomsten welke door de huidige lidstaten werden gesloten met het oog op de toepassing van de in lid 2 en lid 4 bedoelde overeenkomsten.11. Kroatië treft, zo nodig, passende maatregelen om zijn positie ten aanzien van internationale organisaties en internationale overeenkomsten waarbij de Unie of andere lidstaten eveneens partij zijn, aan te passen aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit zijn toetreding tot de Unie. Met name zegt Kroatië de internationale visserijovereenkomsten en zijn lidmaatschap van de internationale visserijorganisaties op waarbij ook de Unie partij is, tenzij zijn lidmaatschap geen verband houdt met visserijzaken. Kroatië neemt de nodige maatregelen om te zorgen voor de naleving van de verplichtingen van dit lid vanaf de datum van toetreding. ARTIKEL 7 1. De bepalingen van deze Akte kunnen, tenzij anders is bepaald, uitsluitend worden geschorst, gewijzigd of ingetrokken door middel van de procedures voorzien in de oorspronkelijke Verdagen die het mogelijk maken tot een herziening van die Verdragen te komen.2. De door de Instellingen genomen besluiten waarop de in deze Akte vastgestelde overgangsmaatregelen zijn gebaseerd, behouden hun eigen rechtskarakter;met name blijven de voor deze besluiten geldende wijzigingsprocedures van toepassing. 3. De bepalingen van deze Akte waarvan het doel of het gevolg is dat besluiten van de Instellingen worden ingetrokken of gewijzigd, tenzij deze bepalingen overgangsmaatregelen zijn, verkrijgen hetzelfde rechtskarakter als de daardoor ingetrokken of gewijzigde bepalingen en zijn onderworpen aan dezelfde regels als laatstgenoemde bepalingen. ARTIKEL 8 Ten aanzien van de toepassing van de oorspronkelijke Verdragen en van de door de Instellingen genomen besluiten gelden, bij wijze van overgang, de in deze Akte neergelegde afwijkende bepalingen. TWEEDE DEEL AANPASSING VAN DE VERDRAGEN TITEL I INSTITUTIONELE BEPALINGEN ARTIKEL 9 Het aan het VEU, het VWEU en het EGA-Verdrag gehechte protocol betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie wordt als volgt gewijzigd : 1. Artikel 9, lid 1, wordt vervangen door : « De gedeeltelijke vervanging van de rechters, die om de drie jaar plaatsvindt, heeft betrekking op veertien rechters.» . 2. Artikel 48 wordt vervangen door : « Artikel 48 Het Gerecht bestaat uit achtentwintig rechters.» . ARTIKEL 10 Het aan het VEU en het VWEU gehechte Protocol betreffende de statuten van de Europese Investeringsbank wordt hierbij als volgt gewijzigd : 1. In artikel 4, lid 1, eerste alinea, a) wordt de inleidende zin vervangen door : « 1.Het kapitaal van de Bank bedraagt 233 247 390 000 EUR, waarin door de lidstaten voor de volgende bedragen wordt deelgenomen : »; b) wordt tussen de tekst voor Roemenië en Slowakije het volgende ingevoegd : « Kroatië854 400 000.» . 2. In artikel 9, lid 2, worden de eerste, tweede en derde alinea's, vervangen door : « 2.De Raad van bewind bestaat uit negenentwintig bewindvoerders en negentien plaatsvervangers. De bewindvoerders worden voor de tijd van vijf jaar door de Raad van gouverneurs benoemd; door elke lidstaat en door de Commissie wordt een bewindvoerder aangewezen. De plaatsvervangende bewindvoerders worden door de Raad van gouverneurs voor een periode van vijf jaar benoemd, en wel als volgt : - twee plaatsvervangers aangewezen door de Bondsrepubliek Duitsland; - twee plaatsvervangers aangewezen door de Franse Republiek; - twee plaatsvervangers aangewezen door de Italiaanse Republiek; - twee plaatsvervangers aangewezen door het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland; - een plaatsvervanger aangewezen in onderlinge overeenstemming door het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek; - een plaatsvervanger in onderlinge overeenstemming aangewezen door het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden; - twee plaatsvervangers in onderlinge overeenstemming aangewezen door het Koninkrijk Denemarken, de Helleense Republiek, Ierland en Roemenië; - twee plaatsvervangers in onderlinge overeenstemming aangewezen door de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden; - vier plaatsvervangers aangewezen in onderlinge overeenstemming door de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, de Republiek Kroatië, de Republiek Cyprus, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek; - een plaatsvervanger aangewezen door de Commissie. » . ARTIKEL 11 Artikel 134, lid 2, eerste alinea, van het EGA-Verdrag, betreffende de samenstelling van het Wetenschappelijk en Technische Comité, wordt vervangen door : « 2. Het comité bestaat uit tweeënveertig leden, benoemd door de Raad na raadpleging van de Commissie. » . TITEL II ANDERE AANPASSINGEN ARTIKEL 12 Aan artikel 64, lid 1, van het VWEU wordt de volgende zin toegevoegd : « Voor beperkingen uit hoofde van nationaal recht in Kroatië geldt als datum 31 december 2002. » . ARTIKEL 13 Artikel 52, lid 1, van het VEU wordt vervangen door : « 1. De Verdragen zijn van toepassing op het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland. » . ARTIKEL 14 1. Artikel 55, lid 1, van het VEU wordt vervangen door : « 1.Dit Verdrag, opgesteld in één exemplaar, in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde de teksten in elk van deze talen gelijkelijk authentiek, zal worden nedergelegd in het archief van de regering van de Italiaanse Republiek die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de regeringen der andere ondertekenende staten. » . 2. Artikel 225, tweede alinea, van het EGA-Verdrag wordt vervangen door : « Krachtens de Toetredingsverdragen zijn de teksten van dit Verdrag in de Bulgaarse, de Deense, de Engelse, de Estse, de Finse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Slowaakse, de Sloveense, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal eveneens gelijkelijk authentiek.» . DERDE DEEL PERMANENTE BEPALINGEN ARTIKEL 15 Ten aanzien van de besluiten genoemd in bijlage III vinden de aanpassingen plaats die in die bijlage worden omschreven. ARTIKEL 16 De in bijlage IV opgesomde maatregelen worden toegepast op de in die bijlage bepaalde voorwaarden. ARTIKEL 17 De Raad kan, met eenparigheid van stemmen, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement besluiten tot de aanpassingen van de bepalingen van deze Akte betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid welke nodig kunnen blijken ten gevolge van een wijziging van de voorschriften van de Unie. VIERDE DEEL TIJDELIJKE BEPALINGEN TITEL I OVERGANGSMAATREGELEN ARTIKEL 18 De in bijlage V vermelde maatregelen zijn ten aanzien van Kroatië van toepassing onder de in die bijlage neergelegde voorwaarden. TITEL II INSTITUTIONELE BEPALINGEN ARTIKEL 19 1. In afwijking van artikel 2, van het aan het VEU, het VWEU en het EGA-Verdrag gehechte Protocol betreffende de overgangsbepalingen en in afwijking van het in artikel 14, lid 2, eerste alinea, van het VEU vastgestelde maximumaantal zetels, wordt het aantal leden van het Europees Parlement, om rekening te houden met de toetreding van Kroatië, voor de periode vanaf de datum van toetreding tot de aanvang van de zittingsperiode 2009-2014 van het Europees Parlement verhoogd met 12 leden uit Kroatië.2. In afwijking van artikel 14, lid 3, van het VEU, houdt Kroatië voor de datum van toetreding ad hoc verkiezingen van het in lid 1 van dit artikel vastgestelde aantal leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, overeenkomstig het acquis van de Unie.Indien de datum van toetreding echter minder dan zes maanden vóór de volgende verkiezingen voor het Europees Parlement valt, mogen de leden van het Europees Parlement die de burgers van Kroatië vertegenwoordigen door het nationale parlement van Kroatië uit zijn leden worden aangewezen, waarbij de betrokken personen bij rechtstreekse algemene verkiezingen verkozen moeten zijn. ARTIKEL 20 Artikel 3, lid 3, van het aan het VEU, het VWEU en het EGA-Verdrag gehechte Protocol betreffende de overgangsbepalingen wordt vervangen door : « 3. Tot en met 31 oktober 2014 zijn de volgende bepalingen van kracht, onverminderd artikel 235, lid 1, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie : Vóór de besluiten van de Europese Raad en de Raad waarvoor een gekwalificeerde meerderheid van stemmen vereist is, worden de stemmen van de leden als volgt gewogen : België 12 Bulgarije 10 Tsjechië 12 Denemarken 7 Duitsland 29 Estland 4 Ierland 7 Griekenland 12 Spanje 27 Frankrijk 29 Kroatië 7 Italië 29 Cyprus 4 Letland 4 Litouwen 7 Luxemburg 4 Hongarije 12 Malta 3 Nederland 13 Oostenrijk 10 Polen 27 Portugal 12 Roemenië 14 Slovenië 4 Slowakije 7 Finland 7 Zweden 10 Verenigd Koninkrijk 29 De besluiten komen tot stand wanneer zij ten minste 260 stemmen hebben verkregen en de meerderheid van de leden voor stemt, indien zij krachtens de Verdragen op voorstel van de Commissie moeten worden genomen. In de overige gevallen komen de besluiten tot stand wanneer zij ten minste 260 stemmen hebben verkregen en ten minste twee derde van de leden voor stemt. Een lid van de Europese Raad of van de Raad kan verlangen dat, in de gevallen waarin de Europese Raad of de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een handeling vaststelt, wordt nagegaan of de lidstaten welke die gekwalificeerde meerderheid vormen ten minste 62 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen. Indien blijkt dat niet aan deze voorwaarde is voldaan, is de handeling niet vastgesteld. » . ARTIKEL 21 1. Op de datum van toetreding wordt een onderdaan van Kroatië benoemd tot lid van de Commissie voor de periode vanaf de datum van toetreding tot en met 31 oktober 2014.Het nieuwe lid van de Commissie wordt, na raadpleging van het Europees Parlement en conform de criteria van artikel 17, lid 3, van het VEU, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen en in overeenstemming met de voorzitter van de Commissie door de Raad benoemd. 2. De ambtstermijn van het overeenkomstig lid 1 benoemde lid eindigt tegelijk met die van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn. ARTIKEL 22 1. De ambtstermijnen van de overeenkomstig artikel 19, lid 2, derde alinea, van het VEU door Kroatië benoemde rechter bij het Hof van Justitie en de rechter bij het Gerecht lopen respectievelijk af op 6 oktober 2015 en 31 augustus 2013.2. Voor het wijzen van het vonnis in zaken die op de datum van toetreding bij het Hof of het Gerecht aanhangig zijn en waarvoor de mondelinge procedure vóór deze datum is ingeleid, komen het Hof en het Gerecht in voltallige zitting of de Kamers bijeen in de samenstelling van voor de toetreding, en passen zij het reglement voor de procesvoering toe zoals dit op de dag vóór de toetredingsdatum gold. ARTIKEL 23 1. In afwijking van artikel 301, eerste alinea, van het VWEU waarbij het maximumaantal leden van het Economisch en Sociaal Comité wordt vastgesteld, wordt artikel 7, van het aan het VEU, het VWEU en het EGA-Verdrag gehechte Protocol betreffende de overgangsbepalingen, vervangen door : « Artikel 7 Tot aan de inwerkingtreding van het in artikel 301 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bedoelde besluit is de zetelverdeling van de leden van het Economisch en Sociaal Comité als volgt : België 12 Bulgarije 12 Tsjechië 12 Denemarken 9 Duitsland 24 Estland 7 Ierland 9 Griekenland 12 Spanje 21 Frankrijk 24 Kroatië 9 Italië 24 Cyprus 6 Letland 7 Litouwen 9 Luxemburg 6 Hongarije 12 Malta 5 Nederland 12 Oostenrijk 12 Polen 21 Portugal 12 Roemenië 15 Slovenië 7 Slowakije 9 Finland 9 Zweden 12 Verenigd Koninkrijk 24 ».2. Het aantal leden van het Economisch en Sociaal Comité wordt tijdelijk verhoogd tot 353 om rekening te houden met de toetreding van Kroatië, voor de periode vanaf de datum van toetreding tot het verstrijken van de ambtstermijn tijdens welke Kroatië toetreedt tot de Europese Unie, of tot de inwerkingtreding van het in artikel 301, tweede alinea, van het VWEU bedoelde besluit, naargelang welk criterium eerst is vervuld.3. Indien het in artikel 301, tweede alinea, van het VWEU bedoelde besluit op de datum van toetreding reeds is vastgesteld, wordt aan Kroatië in afwijking van het in artikel 301, eerste alinea, van het VWEU vastgestelde maximumaantal leden van het Economisch en Sociaal Comité tijdelijk een passend aantal leden toegekend tot het verstrijken van de ambtstermijn tijdens welke de toetreding tot de Unie plaatsvindt. ARTIKEL 24 1. In afwijking van artikel 305, eerste alinea, van het VWEU waarbij het maximumaantal leden van het Comité van de Regio's wordt vastgesteld, wordt artikel 8 van het aan het VEU, het VWEU en het EGA-Verdrag gehechte Protocol betreffende de overgangsbepalingen, vervangen door : « Artikel 8 Tot aan de inwerkingtreding van het in artikel 305 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bedoelde besluit is de zetelverdeling van de leden van het Comité van de Regio's als volgt : België 12 Bulgarije 12 Tsjechië 12 Denemarken 9 Duitsland 24 Estland 7 Ierland 9 Griekenland 12 Spanje 21 Frankrijk 24 Kroatië 9 Italië 24 Cyprus 6 Letland 7 Litouwen 9 Luxemburg 6 Hongarije 12 Malta 5 Nederland 12 Oostenrijk 12 Polen 21 Portugal 12 Roemenië 15 Slovenië 7 Slowakije 9 Finland 9 Zweden 12 Verenigd Koninkrijk 24 ».2. Het aantal leden van het Comité van de Regio's wordt tijdelijk verhoogd tot 353 om rekening te houden met de toetreding van Kroatië, voor de periode vanaf de datum van toetreding tot het verstrijken van de ambtstermijn tijdens welke Kroatië toetreedt tot de Unie, of tot de inwerkingtreding van het in artikel 305, tweede alinea, van het VWEU bedoelde besluit, naargelang welk criterium eerst is vervuld.3. Indien het in artikel 305, tweede alinea, van het VWEU bedoelde besluit op de datum van toetreding reeds is vastgesteld, wordt aan Kroatië in afwijking van artikel 305, eerste alinea, van het VWEU waarbij het maximumaantal leden van het Comité van de Regio's wordt vastgesteld, tijdelijk een passend aantal leden toegekend tot het verstrijken van de ambtstermijn tijdens welke de toetreding tot de Unie plaatsvindt. ARTIKEL 25 De ambtstermijn van de bewindvoerder in de Raad van bewind van de Europese Investeringsbank die door Kroatië is voorgedragen en bij de toetreding is benoemd overeenkomstig artikel 9, lid 2, tweede alinea, van het Protocol betreffende de statuten van de Europese Investeringsbank, verstrijkt aan het einde van de jaarvergadering van de Raad van gouverneurs tijdens welke het jaarverslag over het boekjaar 2017 wordt behandeld. ARTIKEL 26 1. Nieuwe leden van de bij de oorspronkelijke Verdragen of bij een besluit van de Instellingen opgerichte comités, groepen, agentschappen of andere organen, worden benoemd op de voorwaarden en volgens de procedures voor de benoeming van leden van deze comités, groepen, agentschappen of andere organen.De ambtstermijn van de nieuw benoemde leden eindigt tegelijk met die van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn. 2. De bij de oorspronkelijke Verdragen of bij een besluit van de Instellingen opgerichte comités, groepen, agentschappen of andere organen met een vast aantal leden dat is vastgesteld ongeacht het aantal lidstaten, worden bij de toetreding volledig vernieuwd, tenzij de ambtstermijn van de huidige leden binnen 12 maanden na de toetreding verstrijkt. TITEL III FINANCIELE BEPALINGEN ARTIKEL 27 1. Vanaf de datum van toetreding stort Kroatië het volgende bedrag overeenkomende met zijn aandeel in het kapitaal gestort voor het geplaatste kapitaal als gedefinieerd in artikel 4 van de statuten van de Europese Investeringsbank : Kroatië EUR 42.720.000 Deze bijdrage wordt gestort in acht gelijke termijnen die vervallen op 30 november 2013, 30 november 2014, 30 november 2015, 31 mei 2016, 30 november 2016, 31 mei 2017, 30 november 2017 en 31 mei 2018. 2. Kroatië draagt, in acht gelijke termijnen die vervallen op de in lid 1 genoemde data, bij tot de reserves, de met reserves gelijk te stellen voorzieningen, alsmede tot het nog naar de reserves en voorzieningen over te boeken saldo van de verlies- en winstrekening, zoals deze aan het einde van de maand voorafgaande aan de toetreding zijn vastgesteld en in de balans van de Europese Investeringsbank voorkomen, door storting van bedragen die overeenkomen met het volgende percentage van de reserves en voorzieningen : Kroatië 0,368 % 3.De in de leden 1 en 2 bedoelde stortingen worden door Kroatië verricht in contanten in euro's, behoudens een door de Raad van gouverneurs van de Europese Investeringsbank met eenparigheid van stemmen besloten afwijking. 4. De in lid 1 en in artikel 10, punt 1, bedoelde cijfers voor Kroatië kunnen bij besluit van de bestuursorganen van de Europese Investeringsbank worden aangepast op basis van de laatste definitieve bbp-gegevens die Eurostat vóór de toetreding heeft bekendgemaakt. ARTIKEL 28 1. Kroatië betaalt de volgende bijdrage aan het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal bedoeld in Besluit 2002/234/EGKS van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 27 februari 2002 betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (6) : (EUR, huidige prijzen) Kroatië 494 000 2.De bijdragen aan het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal worden in vier termijnen betaald, te beginnen in 2015, volgens het onderstaande schema, steeds op de eerste werkdag van de eerste maand van elk jaar : 2015 : 15 %, 2016 : 20 %, 2017 : 30 %, 2018 : 35 %. ARTIKEL 29 1. Vanaf de datum van toetreding worden overheidsopdrachten, subsidies en de betaling met betrekking tot pretoetredingsmiddelen uit hoofde van de afdelingen Omschakeling en institutionele opbouw en Grensoverschrijdende samenwerking van het Instrument voor pretoetredingssteun (IPA), opgericht bij Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 (7) betreffende vóór de toetreding vastgelegde middelen, behoudens de grensoverschrijdende programma's Kroatië-Hongarije en Kroatië-Slovenië, alsmede de overgangsfaciliteit als bedoeld in artikel 30 beheerd door uitvoeringsinstanties in Kroatië. Van de voorafgaande goedkeuring door de Commissie van overheidsopdrachten en subsidies zal worden afgezien bij een besluit van de Commissie te dien einde nadat de Commissie zich ervan heeft vergewist dat de beheer- en controlesystemen doeltreffend functioneren overeenkomstig de criteria en voorwaarden in artikel 56, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (8) en in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 718/2007 van de Commissie van 12 juni 2007 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (9). Indien het besluit van de Commissie om af te zien van voorafgaande goedkeuring niet is vastgesteld vóór de toetreding, heeft dat tot gevolg dat overeenkomsten die zijn ondertekend tussen de toetredingsdatum en de datum waarop de Commissie haar besluit vaststelt, niet in aanmerking komen voor de in de eerste alinea genoemde financiële pretoetredingssteun en overgangsfaciliteit. 2. Begrotingsverplichtingen die vóór de datum van toetreding zijn aangegaan in het kader van de in lid 1 bedoelde financiële pretoetredingssteun en overgangsfaciliteit, met inbegrip van de afsluiting en registratie van latere individuele vastleggingen en betalingen die na de toetreding zijn verricht, blijven vallen onder de regels en voorschriften van de financiële pretoetredingsinstrumenten en blijven ten laste van de desbetreffende begrotingshoofdstukken tot de betrokken programma's en projecten worden afgesloten.3. De bepalingen inzake de uitvoering van begrotingsverplichtingen in het kader van financieringsovereenkomsten betreffende de in lid 1, eerste alinea bedoelde financiële pretoetredingssteun en de IPA-afdeling plattelandsontwikkeling, die betrekking hebben op vóór de toetreding genomen financiële besluiten, blijven na de datum van toetreding van toepassing.Zij vallen onder de regels en voorschriften van de financiële pretoetredingsinstrumenten. Desalniettemin worden na de toetreding ingeleide procedures inzake overheidsopdrachten uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke richtlijnen van de Unie. 4. Pretoetredingsmiddelen ter dekking van administratieve uitgaven als bedoeld in artikel 44 kunnen gedurende de eerste twee jaar na de toetreding worden vastgelegd.Voor audit- en evaluatiekosten kunnen tot vijf jaar na de toetreding pretoetredingsmiddelen worden vastgelegd. ARTIKEL 30 1. Voor het eerste jaar na de toetreding verstrekt de Unie tijdelijke financiële bijstand, hierna de « overgangsfaciliteit » genoemd, aan Kroatië voor de ontwikkeling en versterking van zijn administratieve en justitiële capaciteit om de wetgeving van de Unie uit te voeren en te handhaven, en om de uitwisseling van beste praktijken met overeenkomstige instanties in verschillende landen te bevorderen.Uit deze bijstand zullen projecten voor institutionele ontwikkeling en daarmee samenhangende beperkte, kleinschalige investeringen worden gefinancierd. 2. Deze bijstand is gericht op de permanente noodzaak om de institutionele capaciteit op bepaalde terreinen te versterken door een optreden dat niet door de structuurfondsen of door de fondsen voor plattelandsontwikkeling kan worden gefinancierd.3. Voor samenwerkingsverbanden tussen overheidsinstanties met het oog op institutionele ontwikkeling blijft de procedure met betrekking tot het doen van voorstellen via het netwerk van contactpunten in de lidstaten van toepassing.4. De vastleggingskredieten voor de overgangsfaciliteit voor Kroatië bedragen, in huidige prijzen, 29 miljoen EUR in 2013 en zijn bestemd voor nationale en horizontale prioriteiten.5. Over de bijstand uit hoofde van de overgangsfaciliteit wordt besloten en de uitvoering ervan wordt bepaald overeenkomstig Verordening (EG) nr.1085/2006 van de Raad, of op basis van de door de Commissie vast te stellen technische bepalingen die noodzakelijk zijn voor de werking van de overgangsfaciliteit. 6. Er zal in het bijzonder op worden toegezien dat er een passende complementariteit ontstaat met de beoogde bijstand van het Europees Sociaal Fonds voor administratieve hervorming en institutionele capaciteit. ARTIKEL 31 1. Hierbij wordt een Schengenfaciliteit (hierna : de tijdelijke Schengenfaciliteit) als tijdelijk instrument ingesteld om Kroatië vanaf de toetredingsdatum tot eind 2014 te helpen bij de financiering van acties aan de nieuwe buitengrenzen van de Unie met het oog op de uitvoering van het Schengenacquis en de controle aan de buitengrenzen.2. Voor de periode van 1 juli 2013 tot en met 31 december 2014 worden de volgende bedragen (huidige prijzen) voor Kroatië beschikbaar gesteld in de vorm van forfaitaire betalingen in het kader van de tijdelijke Schengenfaciliteit : (miljoen EUR - huidige prijzen) 2013 2014 Kroatië 40 80 3.Het jaarlijks bedrag voor 2013 wordt op 1 juli 2013 aan Kroatië uitgekeerd en het jaarlijks bedrag voor 2014 wordt beschikbaar gesteld op de eerste werkdag na 1 januari 2014. 4. De forfaitaire steunbetalingen worden binnen drie jaar na de eerste betaling gebruikt.Kroatië dient, uiterlijk zes maanden na deze periode van drie jaar, een overzichtsverslag in over de wijze waarop de betalingen uit hoofde van de tijdelijke Schengenfaciliteit zijn gebruikt, met een verklaring waarin de uitgaven worden gerechtvaardigd. Eventuele ongebruikte of ten onrechte uitgegeven middelen worden teruggevorderd door de Commissie. 5. De Commissie kan de voor de werking van de tijdelijke Schengenfaciliteit noodzakelijke technische bepalingen vaststellen. ARTIKEL 32 1. Hierbij wordt een cashflowfaciliteit (hierna : de tijdelijke cashflowfaciliteit) als tijdelijk instrument ingesteld om Kroatië vanaf de datum van toetreding tot eind 2014 te helpen bij het verbeteren van de cashflow in de nationale begroting.2. Voor de periode van 1 juli 2013 tot en met 31 december 2014 worden de volgende bedragen (huidige prijzen) voor Kroatië beschikbaar gesteld in de vorm van forfaitaire betalingen in het kader van de tijdelijke cashflowfaciliteit : (miljoen EUR - huidige prijzen) 2013 2014 Kroatië 75 28,6 3.Het bedrag voor elk jaar wordt verdeeld in twaalf gelijke, op de eerste werkdag van iedere maand te betalen bedragen. ARTIKEL 33 1. Er wordt voorzien in een bedrag van 449,4 miljoen EUR (huidige prijzen) aan vastleggingskredieten voor Kroatië in het kader van de structuurfondsen en het cohesiefonds in 2013.2. Een derde van de in lid 1 bedoelde bedrag wordt gereserveerd voor het cohesiefonds.3. Voor de looptijd van het volgende financieel kader worden de vastleggingskredieten uit de structuurfondsen en het cohesiefonds aan Kroatië berekend op basis van het dan vigerende acquis van de Unie.De bedragen worden aangepast overeenkomstig het volgende schema voor geleidelijke invoering : - 70 % in 2014 - 90 % in 2015 - 100 % vanaf 2016. 4. Er komt een aanpassing om, voor zover dat binnen de grenzen van het nieuwe acquis van de Unie mogelijk is, de aan Kroatië toe te wijzen middelen in 2014 te doen toenemen met 2,33 keer het bedrag voor 2013, en in 2015 met 3 keer het bedrag voor 2013. ARTIKEL 34 1. Het totale bedrag waarover Kroatië in 2013 uit het Europees Visserijfonds kan beschikken beloopt 8,7 miljoen EUR (huidige prijzen) aan vastleggingskredieten.2. De voorfinanciering in het kader van het Europees Visserijfonds moet 25 % zijn van het totale in lid 1 bedoelde bedrag en wordt in één keer uitbetaald.3. Voor de looptijd van het volgende financieel kader worden de toewijzingen aan Kroatië berekend op basis van het dan vigerende acquis van de Unie.De bedragen worden aangepast overeenkomstig het volgende schema voor geleidelijke invoering : - 70 % in 2014 - 90 % in 2015 - 100 % vanaf 2016. 4. Voor zover dat binnen de grenzen van het nieuwe acquis van de Unie mogelijk is, wordt een aanpassing doorgevoerd om ervoor te zorgen dat de aan Kroatië toe te wijzen bedragen in 2014 toenemen met 2,33 keer het bedrag voor 2013, en in 2015 met 3 keer het bedrag voor 2013. ARTIKEL 35 1. Verordening (EG) nr.1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (10) is niet van toepassing op Kroatië gedurende de gehele programmeringsperiode 2007-2013. In 2013 wordt aan Kroatië 27,7 miljoen EUR (huidige prijzen) toegewezen uit hoofde van de afdeling Plattelandsontwikkeling als bedoeld in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad. 2. De tijdelijke aanvullende plattelandsontwikkelingsmaatregelen voor Kroatië staan in bijlage VI.3. De Commissie kan, door middel van uitvoeringshandelingen, de regels vaststellen die nodig zijn voor de toepassing van bijlage VI.Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 90, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad, samen met artikel 13, lid 1, onder b) van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (11), of de desbetreffende procedure in de toepasselijke wetgeving. 4. Indien nodig past de Raad, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, bijlage VI aan teneinde voor samenhang met de verordeningen betreffende plattelandsontwikkeling te zorgen. TITEL IV OVERIGE BEPALINGEN ARTIKEL 36 1. De Commissie ziet nauwlettend toe op alle verplichtingen die Kroatië tijdens de toetredingsonderhandelingen is aangegaan, waaronder die welke het vóór of uiterlijk op de datum van toetreding moet nakomen.Het door de Commissie uitgeoefende toezicht zal bestaan uit regelmatig geactualiseerde monitoringtabellen, de dialoog in het kader van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds (12) (SAO), collegiale toetsingen, het economische pretoetredingsprogramma, begrotingskennisgevingen en, indien nodig, schriftelijke waarschuwingen aan de Kroatische autoriteiten. In het najaar van 2011 en 2012 legt de Commissie een voo …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.