Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Koninklijk besluit houdende regeling van verdovende middelen, psychotrope stoffen

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit regelt de omgang met verdovende middelen en psychotrope stoffen in België, met als hoofddoel de volksgezondheid te beschermen en de illegale handel tegen te gaan. Het introduceert een generieke classificatie van stoffen en consolideert eerdere, verouderde regelgeving.

Wat het regelt

  • De invoer, uitvoer, vervaardiging, bewaring, etikettering, vervoer, bezit, makelarij, verkoop, aflevering en aanschaf van verdovende middelen en psychotrope stoffen.
  • De teelt van planten waaruit deze stoffen kunnen worden getrokken.
  • De mogelijkheid om groepen van stoffen met een gemeenschappelijke chemische structuur onder toezicht te plaatsen.
  • De controle op het misbruik van voorschrijven door Geneeskundige Commissies.

Wie het aanbelangt

  • Iedereen die betrokken is bij de handel in, of het bezit van, verdovende middelen en psychotrope stoffen.
  • Personen die GBL en 1,4-butanediol willen aanschaffen, waarvoor een particulierenvergunning nodig is.

Kernpunten

  • Het besluit vervangt en consolideert de Koninklijke Besluiten van 31 december 1930 en 22 januari 1998.
  • Stoffen worden ingedeeld in vijf bijlagen, waaronder stoffen van de verdragen van 1961 en 1971, nationaal opgelijste stoffen en specifiek GBL en 1,4-butanediol.
  • Er wordt een particulierenvergunning ingevoerd voor GBL en 1,4-butanediol (Bijlage V) vanwege hun groeiende misbruik, ondanks legaal gebruik.
  • De fiscale bepalingen betreffende de handel in middelen zijn uitgesloten, omdat deze losstaan van de volksgezondheid.
Wettekst
Wettekst

LAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit dat ik de eer heb aan Uwe Majesteit voor te leggen, beoogt in eerste instantie stoffen op grond van een generieke classificatie te onderwerpen aan de we

verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen

antiseptica

van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen

psychotrope stoffen, verder genoemd de `Drugwet'. I. Strekking van het ontwerp De mogelijkheid die wordt geboden aan de Koning om, na het advies te hebben ingewonnen van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, stoffen op grond van een generieke classificatie te onderwerpen aan de Drugwet is een innovatie

werd ingeschreven door de wet van 7 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen

tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen

kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie-

gemeenteraden

het Europees Parlement sluiten6. Op grond hiervan kunnen niet alleen middelen, maar ook groepen van stoffen met een gedeeltelijk gemeenschappelijke chemische structuur onderworpen worden aan een bijzonder toezicht. Zo kan geanticipeerd worden op de introductie van nieuwe producten die zijn afgeleid van eenzelfde basisstructuur. Zoals uiteengezet in de Memorie van toelichting bij de wet van 7 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen

tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen

kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie-

gemeenteraden

het Europees Parlement sluiten6 ( Parl.St. Kamer 2013/2014, nr. 53 3112/001) is deze innovatie noodzakelijk omdat de nieuwe generatie psychoactieve stoffen een toenemende bedreiging vormt voor de volksgezondheid. De snelle toename van deze stoffen op de markt vereist een adequate reactie. België vormt een draaischijf in de illegale productie

distributie van,

handel in, deze nieuwe generatie van psychoactieve stoffen. a. Het bestaande wettelijk kader De Drugwet vormt de wettelijke basis op grond waarvan de Koning in het belang van de volksgezondheid, activiteiten met door Hem aangewezen middelen, zowel stoffen als preparaten, regelt

daarover toezicht houdt.Hiervan werd gebruik gemaakt bij de koninklijke besluiten van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen

de verdovende middelen

betreffende risicobeperking

therapeutisch advies

van 22 januari 1998 houdende regeling van sommige psychotrope stoffen

betreffende risicobeperking

therapeutisch advies. Deze koninklijke besluiten vormen in de eerste plaats de omzetting van het

kelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen,

Bijlagen, opgemaakt te New York op 30 maart 1961 (hierna : het verdrag van 1961), goedgekeurd bij de wet van 20 augustus 1969 houdende goedkeuring van het

kelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen,

van de bijlagen, opgemaakt te New York op 30 maart 1961

van het Verdrag inzake psychotrope stoffen

de Bijlagen, opgemaakt te Wenen op 21 februari 1971 (hierna : het verdrag van 1971), goedgekeurd bij wet van 25 juni 1992 houdende instemming met het Verdrag inzake psychotrope stoffen

van de Bijlagen, opgemaakt te Wenen op 21 februari 1971. Daarnaast bevatten deze besluiten ook nationale bepalingen

worden tevens stoffen opgelijst die (nog) niet zijn opgenomen in de verdragen van 1961

1971. b. De lijsten van middelen Voor het opstellen van een generieke classificatie werden in de eerste plaats de bestaande lijsten van de nominatief geklasseerde stoffen bijgewerkt.Vooral het koninklijk besluit van 31 december 1930 is hopeloos verouderd. Er wordt voorgesteld om te werken met de volgende structuur waarbij gebruik wordt gemaakt van de benamingen uit de de verdragen van 1961

1971

de correcte wetenschappelijke benamingen : Bijlage I. "Yellow list" : stoffen opgenomen bij het verdrag van 1961; Bijlage II. Lijsten I, II,

III (deels) van de "green list" : stoffen opgenomen bij het verdrag van 1971; Bijlage III. Lijsten III (deels)

IV van de "green list" : stoffen opgenomen bij het verdrag van 1971; Bijlage IV. Stoffen nationaal opgelijst via een generieke structuur (IVa), niet inbegrepen de stoffen reeds opgelijst in bijlage I, II

III

via nominatieve wijze (IVb). Bijlage V. GBL

1,4-butanediol. Om tegemoet te komen aan een groeiend probleem wordt voorgesteld om deze stoffen op te nemen in een aparte bijlage (zie infra). c. Consolidatie

rationalisatie Er wordt voorgesteld om de koninklijke besluiten van 31 december 1930

22 januari 1998 op te heffen

de bepalingen te consolideren in één besluit om de volgende redenen : 1.de wetenschappelijke opdeling tussen psychotrope stof

verdovend middel is niet eenduidig te maken; 2. de huidige besluiten zijn niet coherent, zo is bijvoorbeeld een bewijs van goed gedrag

zeden vereist onder het

e besluit

niet in het andere voor dezelfde categorie van stoffen,

de besluiten zijn hopeloos verouderd;3. het toezicht

de strafbepalingen zijn analoog of zouden analoog moeten zijn;4. de bijlagen van de stoffen zoals opgesteld door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, het Nationaal Instituut voor Criminalistiek

Criminologie

het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen

Gezondheidsproducten zijn niet aangepast aan de teksten waarin stoffen in het besluit zelf zijn opgenomen. Het opschrift van het koninklijk besluit van 31 december 1930 verwijst tevens naar slaapmiddelen. Slaapmiddelen vallen onder verdovende

psychoactieve middelen. Gezien de vermelding van slaapmiddel dan ook niets toevoegt, wordt voorgesteld deze te laten vallen. Hoe kunstmatig deze opdeling is, blijkt tevens uit de bestaande wetgeving gezien de meeste slaapmiddelen in het koninklijk besluit van 22 januari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister

ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire

andere bepalingen sluiten2 werden opgenomen. Naast de regels voor de legale handel in verdovende

psychotrope middelen die vastgesteld zijn in het belang van de openbare gezondheid, bevatten de koninklijke besluiten van 31 december 1930

22 januari 1998 tevens een aantal douanebepalingen die het fiscale regime van de middelen bepalen. De fiscale behandeling van de handel in middelen staat los van de finaliteit van de Drugwet. De principes van soepelere fiscale regimes zoals actieve

passieve veredeling doortrekken

daarmee het verminderde toezicht, is niet te rechtvaardigen vanuit het belang van de openbare gezondheid. Het past dan ook om deze bepalingen weg te laten. d. Nieuw instrument Er wordt voorgesteld om het bestaande systeem van de koninklijke besluiten van 31 december 1930

22 januari 1998 in grote lijnen over te nemen met toevoeging van een particulierenvergunning voor de stoffen opgesomd in de ontworpen Bijlage V zoals hoger besproken. Het instrument van de particulierenvergunning wordt ontworpen voor de stoffen GBL

1,4-butanediol (bijlage V). Misbruik van deze stoffen is namelijk een groeiend probleem maar deze stoffen kennen een groot legaal gebruik dat verhindert dat het gewone systeem van activiteiten-, in-

uitvoervergunningen wordt toegepast. e. Strafbepalingen Naar aanleiding van de hervorming doorgevoerd bij wet van 3 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/05/2003 pub. 02/06/2003 numac 2003009468 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen

verdovende middelen, ontsmettingsstoffen

antiseptica sluiten

bij koninklijk besluit van 16 mei 2003, werden de inbreuken op de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten

haar in artikel 2bis aangeduide uitvoeringsbesluiten, verdeeld in drie categorieën : 1) De eerste betreft het bezit van cannabis voor persoonlijk gebruik zonder openbare overlast noch verzwarende omstandigheden.2) De tweede betreft het bezit van cannabis voor persoonlijk gebruik zonder verzwarende omstandigheden maar dat leidt tot openbare overlast.3) De derde categorie is residuair

betreft alle andere inbreuken die worden gestraft met toepassing van artikel 2bis van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten. Het arrest van het Arbitragehof nr. 158/2004 van 20 oktober 2004 heeft artikel 16 van de wet van 3 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/05/2003 pub. 02/06/2003 numac 2003009468 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen

verdovende middelen, ontsmettingsstoffen

antiseptica sluiten dat een artikel 11 invoegt in de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten, vernietigd omdat de, niet nader gedefinieerde, noties van openbare overlast

persoonlijk gebruik problematisch

niet voldoende precies zijn om een strafinbreuk vast te stellen. Deze vernietiging heeft, door het effect op de bepalingen van de koninklijke besluiten van 31 december 1930 (artikel 28)

van 22 januari 1998 (artikel 45), deze besluiten gedeeltelijk ontoepasbaar gemaakt. De bepaling van dit koninklijk besluit beoogt de inhoud van de tweede categorie opnieuw te bepalen op basis van precieze

objectieve criteria teneinde aan de vereisten van het Grondwettelijk Hof te beantwoorden, met vereenvoudiging van de omschrijving vanuit legistiek oogpunt. f. Aanpassingen voor de toepassing van andere wetgeving Tenslotte werden een aantal versoepelingen ingeschreven met het oog op de toepassing van andere wetgeving, zoals de uitsluiting van sterk verdunde homeopathische geneesmiddelen om de distributie hiervan niet zinloos te verzwaren

de radioactief gemerkte reagentia voor wetenschappelijk onderzoek.Inzonderheid is het voortaan mogelijk om medische noodhulp te bieden overeenkomstig Modelrichtsnoeren van 25 mei 1996 voor de Internationale voorziening van Gecontroleerde Geneesmiddelen voor Medische Noodhulp van de Wereldgezondheidsorganisatie. II. Bespreking van het advies nr. 61.002/3 van 3 april 2017 van de Raad van State Het ontwerp werd aangepast aan de opmerkingen van de Raad van State. De Raad van State kan evenwel niet worden gevolgd waar Hij stelt dat artikel 1, § 1, eerste

tweede lid, van de Drugwet geen rechtsgrond biedt voor bestaande regeling van de controle op het misbruik van voorschrijven door de Geneeskundige Commissies. Deze bepalingen luiden als volgt : Artikel 1.§ 1. De Koning kan in het belang van de hygiëne, de openbare gezondheid, de invoer, de uitvoer, de doorvoer, de vervaardiging, de bewaring, dit wil zeggen de opslag onder de vereiste voorwaarden, de etikettering, het vervoer, het bezit, de makelarij, de verkoop

het te koop stellen, het afleveren of het aanschaffen, tegen betaling of kosteloos, van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsmiddelen

antiseptica alsook de teelt van planten waaruit deze stoffen kunnen worden getrokken, regelen

daarover toezicht houden. De Koning kan dezelfde bevoegdheden uitoefenen ten aanzien van andere psychotrope stoffen dan verdovende middelen

slaapmiddelen, die afhankelijkheid kunnen teweegbrengen. De strikt gecontroleerde handel in verdovende

psychotrope middelen dient volgens de internationale verdragen (inz. het

kelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961,

het Verdrag inzake psychotrope stoffen, Wenen, 1971) beperkt te zijn tot geneeskundig gebruik of wetenschappelijk onderzoek. De legale handel in verdovende

psychotrope middelen is hoofdzakelijk beperkt tot geneeskundig gebruik

de aflevering

het aanschaffen voor geneeskundig gebruik werd geregeld door het afhankelijk te stellen van een medisch voorschrift. De controle op het afleveren/aanschaffen kan alleen effectief gebeuren door tevens de controle op het voorschrijven te organiseren. De Raad van State stelt verder dat : Bij artikel 12septies van de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen

tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen

kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie-

gemeenteraden

het Europees Parlement sluiten3 `op de geneesmiddelen' (hierna : geneesmiddelenwet) wordt de Koning weliswaar gemachtigd om in het belang van de volksgezondheid alle andere (dan in de eraan voorafgaande bepalingen van deze wet bedoelde) nodige maatregelen te nemen aangaande onder meer het voorschrijven van geneesmiddelen, maar die rechtsgrond geldt

kel voor geneesmiddelen. Hier gaat de Raad van State evenwel voorbij aan de ruime definitie van geneesmiddel. Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement

de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, bepaalt dat : Geneesmiddel : a) elke

kelvoudige of samengestelde substantie, aangediend als hebbende therapeutische of profylactische eigenschappen met betrekking tot ziekten bij de mens;of b) elke

kelvoudige of samengestelde substantie die bij de mens kan worden gebruikt of aan de mens kan worden toegediend om hetzij fysiologische functies te herstellen, te verbeteren of te wijzigen door een farmacologisch, immunologisch of metabolisch effect te bewerkstelligen, hetzij om een medische diagnose te stellen. Alle middelen die worden afgeleverd voor geneeskundig gebruik, vallen onder het statuut van geneesmiddel. Derhalve werd in het ontworpen artikel 63 `middelen' vervangen door `geneesmiddelen' zodat duidelijk is dat deze bepaling tevens een rechtsgrond vindt in de geneesmiddelenwet. Een geneesmiddel wordt gedefinieerd in het artikel 2,

ige lid, van het ontwerp : 9° `geneesmiddel' : geneesmiddel bedoeld in artikel 1 van de geneesmiddelenwet bevattende één of meerdere stoffen; De Raad van State merkt op de eventuele omzetting van EU-richtlijnen in een eerste artikel van het ontwerp moet worden vermeld. Initiatieven van de Europese Unie werden evenwel genomen bij besluit van de Raad op grond van artikel 8.3 van het besluit 2005/387/JBZ van de Raad van 10 mei 2005 inzake de uitwisseling van informatie, de risicobeoordeling

de controle ten aanzien van nieuwe psychoactieve stoffen. Deze uitvoeringsbesluiten zijn evenals richtlijnen, bindend ten aanzien van het te bereiken resultaat

verplichten de lidstaten om overeenkomstig hun nationale wetgeving de noodzakelijke maatregelen te nemen om middelen te onderwerpen aan de controlemaatregelen

strafrechtelijke sancties waarin is voorzien door hun wetgeving ingevolge hun verplichtingen uit hoofde van het verdrag van 1971. Het past dan ook om deze uitvoeringsbesluiten, naar analogie van richtlijnen, op te nemen in een eerste artikel. Het ontwerp bepaalde dat de plaatsing van middelen in een vrije zone of in een vrij

trepot, onder de regeling van het douane-

trepot, van tijdelijke invoer of van behandeling onder douanetoezicht, verboden is. Zoals de Raad van State terecht opmerkt bestaat hiervoor geen delegatie aan de Koning. De wet van 20 februari 1978 betreffende de douane-

trepots

de tijdelijke opslag, regelt welke goederen kunnen worden opgeslagen in een douane-

trepot. De ontworpen bepaling werd dan ook weggelaten. De Raad van State stelt terecht dat er geen rechtsgrond zou bestaan voor het ontworpen artikel 62 waarbij strafbaar wordt gesteld diegene die door middel van een vals medisch voorschrift, van een valse aanvraag, van een valse handtekening of van

ig ander bedrieglijk middel middelen heeft verkregen of heeft getracht te verkrijgen. De strafbaarstelling gebeurt op basis van artikel 2bis van de Drugwet dat de overtreding van de bepalingen van de krachtens deze wet uitgevaardigde koninklijke besluiten, strafbaar stelt. De bepalingen werden herschreven als een verbod op het stellen van deze handelingen. De Raad van State kan niet worden gevolgd waar hij stelt dat het opvragen

het inzien van het uittreksel uit het strafregister een verwerking van persoonsgegevens is. Het Strafregister wordt geregeld door het Wetboek van strafvordering, Boek II, Titel VII, Hoofdstuk 1. Eén van de doelstellingen van het Centraal Strafregister is de mededeling van de daarin geregistreerde gegevens aan de administratieve overheden met het oog op de toepassing van bepalingen waarvoor kennis is vereist van het gerechtelijk verleden van de personen op wie administratieve maatregelen betrekking hebben. De ontworpen bepalingen vereisen dat de administratie in kennis wordt gesteld van het gerechtelijk verleden van de personen aan wie een vergunning wordt verleend gelet op het gevaar van misbruik van de vergunning

bijgevolg voor de openbare gezondheid. Artikel 595 Sv regelt de aanvraag van een uittreksel door ieder persoon

artikel 596 Sv bepaalt de bijzondere regels wanneer deze aanvraag gebeurt met het oog op toegang te krijgen tot een activiteit waarvan de toegangs- of uitoefeningsvoorwaarden bij wets- of verordeningsbepalingen zijn vastgesteld. De loutere kennisneming door de administratieve overheid kan niet gelijk worden gesteld met een verwerking van persoonsgegevens zoals bedoeld door de privacywet. Het is inderdaad niet toegelaten om op basis van de uittreksels een gegevensverwerking op te zetten. Om iedere dubbelzinnigheid hieromtrent weg te nemen wordt niet meer gesproken over verwerking van de aanvragen maar over behandeling van de aanvragen. Om iedere onzekerheid met betrekking tot de toepassing van de bepalingen van het Wetboek van strafvordering weg te nemen werd de tekst aangepast

uitdrukkelijk verwezen naar de toepasselijke bepaling in dit Wetboek. Naast deze indirecte toegang tot het Strafregister, regelt het Wetboek van strafvordering ook de directe toegang in artikel 594 Sv. op grond waarvan het FAGG gemachtigd kan worden om direct toegang te krijgen tot het Strafregister, na advies van de Privacycommissie

bij in Ministerraad overlegd besluit. Directe toegang biedt meer zekerheid

verminderd de administratieve lasten,

een voorstel in deze zin zal dan ook worden voorbereid. De Raad van State kan niet worden gevolgd waar hij stelt dat het gebruik van de notie "voor persoonlijk gebruik" problematisch is voor de het onderscheid

de categorieën die worden gemaakt krachtens artikel 2ter van de Drugwet. De notie "voor persoonlijk gebruik" is geen kwantitatief criterium wat te onnauwkeurig zou zijn, maar een intentioneel criterium zoals het moreel element van het misdrijf dat per definitie subjectief is maar inherent aan iedere strafrechtelijke inbreuk. Het kan worden aangetoond met elk middel

niet

kel of noodzakelijk door de hoeveelheid van de gehouden middelen. De Raad van State merkte terecht op dat het ontwerp geen bepaling ter uitvoering van artikel 21 van het verdrag van 1961 bevatte, waarbij beperkingen worden ingevoerd inzake de vervaardiging

de invoer van verdovende middelen. Om de Minister de mogelijkheid te geven om internationaal opgelegde beperkingen voor elk verdovend middel afzonderlijk voor een bepaald land

voor een gegeven jaar, intern af te dwingen, bepaalt het ontworpen artikel 28, § 2 : § 2. De Minister kan de activiteitenvergunning bedoeld in het eerste lid, voor wat betreft de vervaardiging, tijdelijk schorsen wanneer

zolang de houder van deze vergunning beschikt over een kennelijk onevenredige grote voorraad aan middelen in verhouding tot de reële behoeftes

de daaruit voortvloeiende verwachte verkoop. Deze beslissing houdende tijdelijke schorsing wordt gemotiveerd aan de hand van de ramingen ingediend bij het Internationale Comité van Toezicht op verdovende middelen, bedoeld in het

kelvoudig Verdrag inzake Verdovende Middelen, 1961. Op grond van deze bepaling kan België aan haar internationale verdragsverplichtingen op grond van artikel 21 van het verdrag van 1961 voldoen. De Raad van State wordt gevolgd in zijn opmerkingen over de noodzakelijke aanpassingen aan de verdragen van 1961

1971. Inzonderheid werden de stoffen van tabel I van de "green list" van het Internationale Comité van Toezicht op de verdovende middelen, overeenkomstig het verdrag van 1971 opgenomen in een aparte Bijlage IA. Tenslotte merkt de Raad van State, met betrekking tot de verplichting van de controle van de afnemersverklaring voor voor de stoffen GBL

1,4-butanediol, op dat het overlaten aan de marktdeelnemer van de beoordeling van de rechtmatigheid van de gebruikersdoeleinden die in de afnemersverklaring worden opgegeven, problematisch kan zijn, gezien de grote verantwoordelijkheid die met die beoordeling gepaard gaat. Hij stelt de vraag of die beoordeling niet aan meer objectieve regels moet worden gebonden die in de ontworpen bepaling moeten worden vermeld. De afwijkende regels voor de controle van de handel in de stoffen GBL

1,4-butanediol, werd ontworpen omdat deze stoffen een groot legaal gebruik kennen. Om deze reden kunnen deze stoffen niet aan een strikt gecontroleerde distributie worden onderworpen

derhalve is een controle door het FAGG van de afnemersverklaringen niet mogelijk. Dat er een verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de legale marktdeelnemers is niet uniek. Een vergelijkbare bepaling bestaat reeds in andere markttoezichtswetgeving voor producten met een vergelijkbaar risicoprofiel (drugs

terrorisme). Zie bijvoorbeeld voor de handel in drugsprecursoren : artikel 4, 2., b)

c), van verordening (EG) Nr. 273/2004, bepaalt dat de marktdeelnemer moet beoordelen of er geen reden is om aan te nemen dat de geregistreerde stof voor illegale doeleinden zal gebruikt worden, of dat ongebruikelijke hoeveelheden van een stof besteld worden. Een ander voorbeeld vormt verordening (EU) Nr. 98/2013 van 15 januari 2013 over het op de markt brengen

het gebruik van precursoren voor explosieven waar hetzelfde instrument van afnemersverklaring wordt gebruikt

waarin verdachte transacties worden gedefinieerd als elke transactie van in de bijlagen genoemde stoffen of van mengsels of stoffen die de genoemde stoffen bevatten, met inbegrip van transacties met professionele gebruikers, ten aanzien waarvan er redelijke vermoedens bestaan dat de stof of het mengsel dient voor de illegale vervaardiging van explosieven. Deze verordening verplicht daarnaast marktdeelnemers om verdachte transacties te melden

bepaalt uitdrukkelijk de mogelijkheid om verdachte transacties te weigeren. Om tegemoet te komen aan de opmerking van de Raad van State wordt de verplichting van de marktdeelnemers beperkt tot een meldingsplicht voor verdachte transacties, d.w.z. indien de marktdeelnemer redelijke vermoedens heeft dat de bestelde GBL of 1,4-butanediol misbruikt zal worden. Dit kan onder meer blijken uit de hoeveelheid die wordt besteld

de economische activiteit van de afnemer zoals die gebeurlijk blijkt uit haar statutair doel. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige

zeer getrouwe dienaar, De Minister van Sociale Zaken

Volksgezondheid, M. DE BLOCK ADVIES 61.002/3 VAN 3 APRIL 2017 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT `HOUDENDE REGELING VAN VERDOVENDE MIDDELEN

PSYCHOTROPE STOFFEN' Op 16 februari 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Volksgezondheid verzocht binnen een termijn van dertig dagen, verlengd tot 3 april 2017, een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende regeling van verdovende middelen

psychotrope stoffen '. Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 14

21 maart 2017. De kamer was samengesteld uit Jo Baert, kamervoorzitter, Jeroen Van Nieuwenhove

Koen Muylle, staatsraden, Jan Velaers

Johan Put, assessoren,

Annemie Goossens, griffier. Het verslag is uitgebracht door Rein Thielemans, eerste auditeur. De overeenstemming tussen de Franse

de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 3 april

  1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. Strekking van het ontwerp 2.
  2. Het voor advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe uitvoering te verlenen aan de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten `betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen

verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen

antiseptica

van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen

psychotrope stoffen', wat betreft verdovende middelen

psychotrope stoffen. De ontworpen regeling bevat maatregelen ter uitvoering van het

kelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen,

Bijlagen, opgemaakt te New York op 30 maart 1961 (hierna : het verdrag van 1961), goedgekeurd bij de wet van 20 augustus 1969 `houdende goedkeuring van het

kelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen,

van de bijlagen, opgemaakt te New York op 30 maart 1961'

van het Verdrag inzake psychotrope stoffen

de Bijlagen, opgemaakt te Wenen op 21 februari 1971 (hierna : het verdrag van 1971), goedgekeurd bij wet van wet van 25 juni 1992 `houdende instemming met het Verdrag inzake psychotrope stoffen

van de Bijlagen, opgemaakt te Wenen op 21 februari 1971'

(1). 2.2. Het ontwerp bevat bepalingen met betrekking tot de verplichting om te beschikken over een activiteitenvergunning of een eindgebruikersvergunning voor bepaalde activiteiten met betrekking tot bepaalde middelen die onder de toepassing van de ontworpen regeling vallen (artikelen 4 tot 6 van het ontwerp). De procedure voor de aanvraag, de wijziging, de schorsing

de intrekking van deze vergunningen wordt geregeld, alsook de inspecties door het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen

Gezondheidsproducten (hierna : FAGG) (artikelen 7 tot 16). De handel in

de aflevering van middelen door houders van een activiteitenvergunning

apothekers wordt geregeld, met inbegrip van de bestelbonnen die daarvoor moeten worden gebruikt (artikelen 17 tot 21). Het ontwerp bevat tevens bepalingen inzake de traceerbaarheid

de bewaking van de middelen door middel van registers die moeten worden bijgehouden door de apotheker

de vergunninghouder, inzake verscheidene rapportageverplichtingen aan het FAGG

inzake de verplichting om de betrokken documenten

registers gedurende tien jaar te bewaren (artikelen 22 tot 28). Er wordt voorzien in een specifieke invoervergunning

uitvoervergunning, waarvoor de aanvraag

de ermee verband houdende verplichtingen worden geregeld (artikelen 29 tot 37). Het ontwerp bevat voorts bepalingen met betrekking tot de bewaring, de verpakking, het vervoer

de vernietiging van de middelen (artikelen 38 tot 48). Er wordt voorzien in een particulierenvergunning (voor het bezit, het aanschaffen

de invoer van bepaalde stoffen door particulieren), waarvan de procedure voor de aanvraag, de wijziging, de schorsing

de intrekking wordt geregeld (artikelen 49 tot 57). Het afleveren van deze stoffen door marktdeelnemers vergt hetzij een particulierenvergunning, hetzij een afnemersverklaring, waarvoor de ermee verband houdende formaliteiten worden geregeld (artikelen 58 tot 60). Het ontwerp bevat een aantal bepalingen met betrekking tot de bestraffing van overtredingen van de bepalingen van het te nemen besluit (artikelen 61 tot 64). Het te nemen besluit komt in de plaats van het koninklijk besluit van 31 december 1930 `houdende regeling van de slaapmiddelen

de verdovende middelen

betreffende risicobeperking

therapeutisch advies'

van het koninklijk besluit van 22 januari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister

ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire

andere bepalingen sluiten2 `houdende regeling van sommige psychotrope stoffen

betreffende risicobeperking

therapeutisch advies'. Die twee besluiten worden opgeheven, samen met het koninklijk besluit van 26 april 1989 `dat de aflevering van de geneesmiddelen die benzodiazepines bevatten aan een geneeskundig voorschrift onderwerpt'

het ministerieel besluit van 15 april 1949 `betreffende de handel in slaap-

verdovingsmiddelen' (artikel 65). Er wordt voorzien in een aantal overgangsbepalingen (artikelen 66

67). Het te nemen besluit treedt in werking op de datum van bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 39, dat in werking treedt op 9 februari 2019 (artikel 68). Bevoegdheid 3. De artikelen 42 tot 48

57, tweede lid, van het ontwerp bevatten bepalingen die, ter uitvoering van artikel 1bis van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten, de vernietiging

de wegwerking van de in artikel 1 van de wet genoemde stoffen regelen. In advies 43.493/3 van 18 september 2007 over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 21 januari 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister

ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire

andere bepalingen sluiten8 `houdende onderrichtingen voor de apothekers' heeft de Raad van State het volgende uiteengezet met betrekking tot de bevoegdheid van de federale overheid inzake de vernietiging van bepaalde geneesmiddelen : "18. Bij artikel 14 worden regels gesteld inzake de bewaring, de verwijdering

de vernietiging van niet af te leveren producten (dit zijn, overeenkomstig de definitie in artikel 1, 18°, van het ontwerp, vervallen producten, niet-conforme producten

niet-gebruikte producten die door de patiënt - lees, ook de verantwoordelijke van de dieren - worden teruggegeven). Dit moet worden gelezen in samenhang met punt F, 8, van bijlage I, waarin ook gewag wordt gemaakt van overwegingen van bescherming van het milieu. Naar analogie van het arrest nr. 19/97 van het Arbitragehof inzake dierlijk afval, kan worden aangenomen dat het volstaat dat de houder van de geneesmiddelen zich ervan ontdoet, moet ontdoen of wil ontdoen opdat de geneesmiddelen moeten worden beschouwd als een afvalstof

(2). De gewesten zijn, krachtens artikel 6, § 1, II, eerste lid, 2°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen

tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen

kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie-

gemeenteraden

het Europees Parlement sluiten0 tot hervorming der instellingen, bevoegd om, wat het leefmilieu betreft, regels te stellen betreffende de ophaling, de verwijdering

de verwerking van dat afval. Het Hof voegde daar wel aan toe dat de gewestbevoegdheid moet worden uitgeoefend zonder daarbij de regels die de gezondheidspolitie

de diergeneeskundige politie betreffen, in het gedrang te brengen

(3). Zoals met betrekking tot dierlijk afval kan noch uit artikel 6, § 1, II, tweede lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen

tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen

kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie-

gemeenteraden

het Europees Parlement sluiten0, in welke bepaling de uitzonderingen op de gewestbevoegdheid inzake het leefmilieu worden omschreven, noch uit

ige andere bepaling van die wet of van een andere ter uitvoering van artikel 39 van de Grondwet vastgestelde regel, worden afgeleid dat geneesmiddelen uitgesloten zouden zijn van de bevoegdheid van de gewesten inzake het afvalstoffenbeleid. In artikel 14 van het ontwerp kunnen derhalve als zodanig geen bepalingen betreffende de teruggave, de verwijdering

de vernietiging van de bedoelde geneesmiddelen worden opgenomen, behoudens wanneer zulks noodzakelijk zou zijn voor de uitoefening van de federale bevoegdheden inzake de volksgezondheid (

de weerslag op de gewestelijke bevoegdheden inzake het afvalstoffenbeleid marginaal zou zijn)

(4)

derhalve toepassing zou kunnen worden gemaakt van artikel 10 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen

tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen

kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie-

gemeenteraden

het Europees Parlement sluiten0." De gemachtigde verklaarde het volgende aangaande de aangehaalde ontworpen bepalingen : "Het

kelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961; Verdrag inzake psychotrope stoffen, 1971;

artikel 1 van de wet van 1921, bepalen een strikt toezicht op de middelen in het belang van de openbare gezondheid. Het gaat hier om een gesloten systeem

derhalve dient er tevens controle te zijn op de volumes die het systeem verlaten

eventueel gerecycleerd worden. Uit de ratio legis van deze wetgeving volgt dat deze middelen niet zonder strikte controle kunnen worden verhandeld onder het statuut van afval. Dit blijkt tevens uit de internationale rapporteringsverplichtingen op grond van de verdragen die betrekking hebben op volumes. Voor zover deze bepalingen de bevoegdheid betreffen van de Gewesten, zijn zij noodzakelijk

marginaal. Voor de (...) regels mbt de ophaling, de verwijdering

de verwerking van dat afval wordt verwezen naar de toepasselijke (gewestelijke) wetgeving. Zie bijvoorbeeld OVAM, Handleiding beheer medische afvalstoffen, http://www.ovam.be/sites/default/files/atoms/files/Handleiding-beheer-medische-afvalstoffen-2015-DEF.pdf : De wetgeving inzake psychotrope stoffen

verdovende middelen is erop gericht om de handel, de distributie

het gebruik van deze stoffen te reglementeren. Voor het bezit

opslaan van deze producten is een vergunningsplicht in de wetgeving ingeschreven. Ook in de afvalfase moeten bepaalde formaliteiten worden gerespecteerd. Voor psychotrope stoffen

verdovende middelen moet een gedetailleerde registratie worden bijgehouden. Producten die als afval worden afgevoerd moeten worden uitgeschreven uit het register, waarbij de nodige bewijsstukken moeten worden afgeleverd. Wetgeving Gewesten : OVAM, Handleiding beheer medische afvalstoffen, p. 45 Wallonië : Décret relatif aux déchets + Arrêté du Gouvernement wallon établissant un catalogue des déchets Brussel, HOOFDSTUK

  1. Afvalstoffen van geneesmiddelen, Brudalex (Bruxelles/Brussel-Déchets-Afvalstoffen-LEX)
  2. Artikel 42 Ontwerp verwijst naar de (gewestelijke) toepasselijke wetgeving.De afvalstoffenwetgeving definieert "afvalstof" : elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; Gezien het gevaar dat de geviseerde middelen vormen voor de openbare gezondheid legt het

kel op dat onverwijld toepassing moet worden gemaakt van de toepasselijke wetgeving maar het legt geen

kele bijkomende regel op met betrekking tot de regels mbt de ophaling, de verwijdering

de verwerking van dat afval. 2. Artikel 43 legt een aantal bijkomende verplichtingen op die gerechtvaardigd zijn op grond van het gevaar van deze stoffen voor de openbare gezondheid (voorkoming dat deze stoffen onder het statuut van afvalstof niet worden verwerkt overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke wetgeving

in de illegale drugshandel terecht komen)

ook met het oog op de vervulling van de verdragsverplichtingen met betrekking tot rapportering van de volumes (art.16 Verdrag inzake psychotrope stoffen, 1971,

art. 20

kelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961). 3. Artikel 44 regelt een soepelere wijze waarop de middelen het legale circuit kunnen verlaten, tevens ter bescherming van de openbare gezondheid, zonder te raken aan de gewestelijke afvalstoffenwetgeving. De onderneming die de centrale ophaling organiseert is gehouden deze stoffen te laten ophalen, verwijderen

(...) verwerken overeenkomstig de toepasselijke (gewestelijke) wetgeving. Dit laat toe dat de Gewesten niet gehinderd worden deze federale wet indien zij een centrale ophaling organiseren, voorbeeld : http://

vironnement.wallonie.be/legis/conventionenv/conv016.html. Zie ook : omzendbrief nr 615 van het FAGG : http://www.fagg-afmps.be/sites/default/files/downloads/ozb-615-destruction-stup.pdf 4. Artikel 45 bepaalt een delegatie op grond waarvan een autocontrolesysteem kan worden uitgewerkt dat de doelstellingen van artikel 43 garandeert.Het kan geen afbreuk doen aan de gewestelijke regels inzake de ophaling, de verwijdering

de verwerking van afval.

  1. Artikel 46 bepaalt de noodzakelijke maatregelen om te garanderen dat de middelen worden vernietigd conform de toepasselijke (gewestelijke) wetgeving zonder verder te gaan dan nodig om te voorkomen dat deze middelen in de illegale handel terecht komen.
  2. Artikel 47 is een noodzakelijke toezichtsmaatregel om fraude met de middelen onder het statuut van afval te voorkomen.Het doet geen afbreuk aan de gewestelijke regels inzake de ophaling, de verwijdering

de verwerking van afval. 7. Artikel 48 bepaalt dat bepaalde geneesmiddelen afval zijn waarvan de houder zich dient te ontdoen overeenkomstig de toepasselijke (gewestelijke) wetgeving.Het brengt deze producten onder het toepassingsgebied van de toepasselijke (gewestelijke) wetgeving zonder de wijze van ophaling, verwijdering

verwerking te regelen." De gemachtigde bevestigde voorts dat met de term "een hiertoe vergunde houder van een activiteitenvergunning" in artikel 43, 2°, van het ontwerp een marktdeelnemer

(5)wordt bedoeld die overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke wetgeving erkend is om de activiteit uit te voeren. Dat is allicht ook het geval voor de vermelding van dezelfde term in artikel 44, § 2, 3°, van het ontwerp. Uit de toelichting van de gemachtigde blijkt dat de aangehaalde ontworpen bepalingen ten dele zijn geredigeerd met eerbiediging van de bevoegdheden van de gewesten inzake het afvalstoffenbeleid. In zoverre ze daarnaast specifieke voorschriften bevatten inzake de ophaling

de vernietiging van middelen, lijkt de federale overheid zich te kunnen beroepen op de impliciete bevoegdheden. Rechtsgrond 4. Het ontworpen besluit vindt in de eerste plaats rechtsgrond in artikel 1, § 1, eerste, tweede

vijfde lid,

§ 2

, eerste lid, artikel 1bis, tweede lid, artikel 2bis, § 1, artikel 2ter

artikel 7, § 4, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten, zoals zal blijken uit wat volgt. 4.1.1. Artikel 1, § 1, eerste

tweede lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten vormt de rechtsgrond voor het merendeel van de bepalingen van het ontworpen besluit. Daartoe is wel vereist dat de Koning optreedt "in het belang van de hygiëne [of] de openbare gezondheid". Het betoog van de gemachtigde dat de ontworpen regeling is ingegeven door de bescherming van de openbare gezondheid

(6), kan worden bijgetreden. Tevens is vereist dat de stoffen
(7), de preparaten
(8)

de middelen

(9)waarop de ontworpen regeling betrekking heeft, overeenstemmen met de in de voormelde wetsbepalingen opgesomde verdovende middelen

psychotrope stoffen.De gemachtigde bevestigde dat dit het geval is

lichtte dat als volgt toe : "Het ontwerp betreft de verdovende middelen

de psychotrope stoffen (artikel 1, § 1, 1e

2e lid)

niet de drugsprecursoren (3e lid). Zoals reeds gezegd is de opdeling tussen verdovende middelen, slaapmiddelen

psychotrope stoffen, wetenschappelijk niet eenduidig te maken. Bijvoorbeeld werden de meeste slaapmiddelen opgenomen in het KB '98 (psychotrope). De slaapmiddelen kunnen evenwel conceptueel ondergebracht worden onder verdovende middelen. Verdovende

psychotrope middelen vallen beiden onder psychoactieve middelen (leden 1

2). Voor de nationaal

de Europees geviseerde stoffen is het onderscheid niet eenduidig te maken

het is ook niet relevant. In de lijst van de rechtsgronden werd het onderscheid tussen de twee niet meer gemaakt met uitzondering van de internationaal geviseerde stoffen. Voor de internationaal geviseerde stoffen kan er een duidelijk onderscheid gemaakt worden op grond van de verdragen. Alleen waar het de verdragen betreft (lid 1 : '61;

lid 2 : '71) werd het nog gemaakt." De meeste bepalingen van het ontwerp hebben betrekking op handelingen die vermeld worden in artikel 1, § 1, eerste lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten (waarnaar wordt verwezen in artikel 1, § 1, tweede lid, van dezelfde wet), namelijk de invoer, de uitvoer, de doorvoer, de vervaardiging, de bewaring (dit wil zeggen de opslag onder de vereiste voorwaarden), de etikettering, het vervoer, het bezit, de makelarij, de verkoop

het te koop stellen, het afleveren of het aanschaffen, tegen betaling of kosteloos. Sommige bepalingen van het ontwerp betreffen evenwel andere handelingen of lijken op andere handelingen betrekking te hebben. Zo wordt in artikel 4 van het ontwerp gewag gemaakt van produceren, in artikel 5 van overhandigen, in de artikelen 17

39 van leveren, in de artikelen 39

41, § 2, van doen vervoeren, in artikel 41, § 1, van verzenden, in artikel 62 van verkrijgen

in artikel 63 van voorschrijven door een arts, een dierenarts of een tandarts. De gemachtigde lichtte als volgt toe met welke in de voormelde wetsbepaling vermelde handelingen deze handelingen kunnen worden gelijkgesteld : "Vervoer - Overhandigen (indien de Koning het vervoer kan regelen, impliceert dit dat hij de voorwaarden kan vaststellen op grond waarvan de middelen worden overhandigd aan de vervoerder

de bestemmeling); - Verzenden : modaliteit van vervoer Bezit - Verplaatsen : indien de Koning het bezit kan regelen, impliceert dit dat de Koning de regels kan vaststellen mbt het verplaatsen van de middelen door de bezitter; Afleveren - Leveren : gezien de term `afleveren' in andere wetgeving is voorbehouden voor de terhandstelling van producten aan een patiënt, wordt hier geopteerd om de term te splitsen in `afleveren'

`leveren' die beiden vallen onder `afleveren' zoals bedoeld in artikel 1, § 1, van de wet van 1921; Afleveren, Aanschaffen - Voorschrijven : indien een voorschrift noodzakelijk is voor het afleveren of aanschaffen van middelen dan omhelst de controle op het afleveren of het aanschaffen, de controle op het voorschrijven De teelt van planten waaruit deze stoffen kunnen worden getrokken - `produceren' (definitie conventie)." De Raad van State kan zich in beginsel bij die zienswijze aansluiten, met dien verstande dat de term "overhandigen" veeleer moet worden gezien als "afleveren" dan als "vervoer". De term "voorschrijven" waarvan melding wordt gemaakt in artikel 63 van het ontwerp kan evenwel, anders dan de gemachtigde voorhoudt, niet worden gelijkgesteld met de term "afleveren" of "aanschaffen" in artikel 1, § 1, eerste lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten. Er is bijgevolg een uitdrukkelijke rechtsgrond nodig voor het uitvaardigen van bepalingen met betrekking tot het voorschrijven van middelen door de beroepsbeoefenaars vermeld in artikel 63 van het ontwerp. Bij artikel 12septies van de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2000 pub. 14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen

tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen

kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie-

gemeenteraden

het Europees Parlement sluiten3 `op de geneesmiddelen' (hierna : geneesmiddelenwet) wordt de Koning weliswaar gemachtigd om in het belang van de volksgezondheid alle andere (dan in de eraan voorafgaande bepalingen van deze wet bedoelde) nodige maatregelen te nemen aangaande onder meer het voorschrijven van geneesmiddelen, maar die rechtsgrond geldt

kel voor geneesmiddelen. De rechtsgrond voor artikel 63 van het ontworpen besluit wordt verder onderzocht in de opmerkingen 4.1.4

4.1.

  1. 4.1.
  2. Artikel 36 van het ontworpen besluit verbiedt de plaatsing van middelen in een vrije zone of in een vrij

trepot, onder de regeling van het douane-

trepot, van tijdelijke invoer of van behandeling onder douanetoezicht. Doorvoer wordt slechts toegelaten indien de zending vergezeld is van een exemplaar van de uitvoervergunning die door de bevoegde autoriteiten van het uitvoerend land is afgegeven. Op de vraag of een dergelijke maatregel een regeling is inzake douane, waarvoor eventueel mede-rechtsgrond moet worden gezocht in een andere wet, dan wel of als rechtsgrond artikel 1, § 1, eerste

tweede lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten kan volstaan, antwoordde de gemachtigde het volgende : "Douanedepots maken deel uit van het grondgebied

het wordt niet wenselijk geacht om de drugswet te laten samenlopen met de regels op de douane-

trepots (Algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane

accijnzen). Deze uitzondering is een lex specialis op grond van artikel 1, § 1, eerste

tweede lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten (op vraag van Financiën) t.a.v. de Algemene wet

conform artikel 31.2 Verdrag '61 : `Partijen oefenen in vrijhavens

vrije douanezones hetzelfde toezicht

dezelfde controle uit als in andere delen van hun gebieden; met dien verstande echter, dat zij ingrijpender maatregelen mogen nemen.'" De plaatsing van middelen onder de regeling van het douane-

trepot is een handeling die niet begrepen is in de delegatie aan de Koning vervat in artikel 1, § 1, eerste

tweede lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten, noch in

ige andere bepaling ervan. Tenzij indien de ontworpen bepaling rechtsgrond zou kunnen vinden in een andere wettelijke regeling (hetgeen de Raad van State binnen de beschikbare tijd niet heeft kunnen nagaan), moet ze worden weggelaten uit het ontwerp. 4.1.3. Artikel 62 van het ontworpen besluit schrijft voor dat wie door middel van een vals medisch voorschrift, van een valse aanvraag, van een valse handtekening of van

ig ander bedrieglijk middel middelen heeft verkregen of heeft getracht te verkrijgen, strafbaar is met de straffen bepaald in artikel 2bis van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten. De gemachtigde betoogt dat de rechtsgrond hiervoor wordt geboden door artikel 1, § 1, eerste

tweede lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten. Bij deze bepalingen wordt de Koning echter niet gemachtigd om bepaalde gedragingen als misdrijven te omschrijven, nog afgezien van het gegeven dat het strafrechtelijke wettigheidsbeginsel zich daartegen zou verzetten

(10). De ontworpen bepaling moet uit het ontwerp worden weggelaten. 4.1.4. Artikel 63, eerste lid, van het ontworpen besluit bepaalt dat iedere arts, dierenarts of licentiaat in de tandheelkunde, die overdreven hoeveelheden middelen heeft voorgeschreven of gekocht, het gebruik ervan moet kunnen verantwoorden tegenover de geneeskundige commissie van het ambtsgebied die wordt bijgestaan door de bevoegde ambtenaar. De gemachtigde verklaarde het volgende aangaande de rechtsgrond voor deze bepaling : "Het is een controlemaatregel op `de verkoop

het te koop stellen; het afleveren of het aanschaffen, tegen betaling of kosteloos'

vindt wel degelijk rechtsgrond in artikel 1, § 1, eerste

tweede lid van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten. (...) Gezien het voorschrijven onlosmakelijk verbonden is voor deze middelen met het afleveren/aanschaffen, kan de controle op het afleveren/aanschaffen alleen effectief gebeuren door tevens de controle op het voorschrijven te organiseren. De Geneeskundige Commissie is hiertoe de geëigende overheid. Indien de Geneeskundige Commissie vaststelt dat het gaat om een strafrechtelijke inbreuk (art. 3, § 3) dan wordt het dossier overgemaakt aan het parket, indien de Commissie een deontologische fout vaststelt dan wordt het dossier overgemaakt aan de Orde die bevoegd is op grond van artikel 43 van de Gecoördineerde wet om o.m. de misbruiken van de vrijheid van voorschrijven te beteugelen. Artikel 119, § 2, 1e lid, c., van de Gecoördineerde wet bepaalt dat de geneeskundige commissie in het bijzonder tot taak heeft, in haar ambtsgebied : c) onverminderd de bevoegdheid van de personen, belast door of krachtens de wet, met controle- of toezichtsopdrachten : 1.erover te waken dat de gezondheidszorgberoepen bedoeld in deze gecoördineerde wet, de diergeneeskunde,

de geregistreerde niet-conventionele praktijken bedoeld in de voornoemde wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999022439 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid

leefmilieu Wet betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde

de paramedische beroepen type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt

het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten in overeenstemming met de wetten

reglementen worden uitgeoefend; 2. het opsporen

mededelen aan het parket van de gevallen van onwettige uitoefening van de gezondheidszorgberoepen bedoeld in deze gecoördineerde wet, van de diergeneeskunde,

van de geregistreerde niet-conventionele praktijken als bedoeld in de voornoemde wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999022439 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid

leefmilieu Wet betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde

de paramedische beroepen type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt

het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten; Noch de strafrechtelijke, noch de deontologische beteugeling wordt derhalve geregeld : het is

kel een controlemaatregel die kadert in het toezicht op het afleveren/aanschaffen. De rechtsgrondslag is dus wel degelijk te vinden in artikel 1, § 1, eerste

tweede lid van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten

, ondergeschikt, in artikel 108 GW met het ook op de daadwerkelijke toepassing van artikel 3, § 3, van de wet van 1921." Op de vraag of er geen bepaling is in de wet `betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen', gecoördineerd op 10 mei 2015 (hierna : gezondheids-zorgberoepenwet), waarbij de Koning wordt gemachtigd om het voorschrijven te regelen

die rechtsgrond zou kunnen bieden wat betreft het voorschrijven van geneesmiddelen, antwoordde de gemachtigde het volgende : "Artikel 119, § 3 van de Gecoördineerde wet kan wellicht als mederechtsgrond worden opgenomen indien de notie `werking van de geneeskundige commissie' ruim wordt uitgelegd." De gemachtigde betoogde dat de laatstgenoemde wet alleszins geen rechtsgrond bevat met betrekking tot de plicht voor beroepsbeoefenaars om zich voor de geneeskundige commissie te verantwoorden voor misbruik bij het voorschrijven : "[Z]oals gezegd heeft de Geneeskundige Commissie wel de opdracht om toe te kijken op de toepassing door de wet van gezondheidszorgbeoefenaars. De verantwoordingsplicht i.g.v. het misbruik van voorschrijven is evenwel gestoeld op de wet van 1921. cfr. koninklijk besluit van 7 oktober 1976 betreffende de organisatie

de werkwijze van de geneeskundige commissies waarin het niet is geregeld behalve na veroordeling (art. 10bis)

i.g.v. niet meer voldoen aan de vereiste fysische of psychische geschiktheden (art. 11). Zoals gezegd, gaat het hier om een loutere controlemaatregel. Het toezicht op de vrijheid van voorschrijven, indien niet strafrechtelijk gesanctioneerd, behoort aan de Orde : koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der artsen. Zie inz. Artikel 20 : De provinciale raad treedt op, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de nationale raad, van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, van de procureur des Konings of van de geneeskundige commissie, hetzij op klacht van een arts of van een derde." In zoverre de ontworpen bepaling betrekking heeft op het kopen van middelen

stoffen in overdreven hoeveelheden, kan ze beschouwd worden als een regeling inzake het aanschaffen van middelen, waarvoor de rechtsgrond wordt geboden door artikel 1, § 1, eerste

tweede lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten. In zoverre de ontworpen bepaling evenwel het voorschrijven van middelen in overdreven hoeveelheden regelt, is een uitdrukkelijke rechtsgrond vereist. Aangezien die rechtsgrond niet voorhanden is, ook niet in de gezondheidszorgberoepenwet, moeten de woorden "voorgeschreven of" worden weggelaten uit de ontworpen bepaling. 4.1.5. Artikel 63, tweede lid, van het ontworpen besluit schrijft voor dat iedere beoefenaar die, zonder noodzaak, middelen heeft voorgeschreven, toegediend of verschaft

daardoor toxicomanie heeft doen ontstaan, onderhouden of verergeren, strafbaar is met de bij de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten bepaalde straffen, onverminderd de toepassing van de artikelen 402

volgende van het Wetboek van Strafrecht (lees : Strafwetboek). Op de vraag of de ontworpen bepaling

ige zin heeft, nu

kel wordt verwezen naar "de bij de wet bepaalde straffen", antwoordde de gemachtigde het volgende : "De wet van 1921 is een kaderwet. Zoals reeds vermeld bepaalt de wet de straffen maar niet de misdrijven. Deze worden aan de Koning gedelegeerd. Gezien artikel 63 bepalingen bevat zoals bedoeld in artikel 2bis, zijn zij strafbaar op grond van artikel 2bis. U heeft gelijk dat de verwijzing naar de straffen in de wet overbodig is. Volstaan zou kunnen worden met : `Het is verboden voor iedere beoefenaar om, zonder noodzaak, middelen voor te schrijven, toe te dienen of te verschaffen

daardoor toxicomanie te doen ontstaan, onderhouden of verergeren.'" Met betrekking tot de verwijzing naar artikel 402 van het Strafwetboek stelde de gemachtigde het volgende : "De toevoeging `Onverminderd de toepassing van de artikelen 402

volgende van het Wetboek van Strafrecht' lijkt aangewezen om de samenloop met dit gelijkaardige misdrijf duidelijk te stellen zodat er geen discussie kan bestaan of het misdrijf op grond van de wet van 1921 als dan niet een lex specialis is die een bijzondere toepassing van artikel 402 SW zou regelen." Het komt de Raad van State voor dat de ontworpen bepaling in hoofdzaak een parafrasering inhoudt van artikel 3, § 3, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten, dat luidt als volgt : "Met de straffen gesteld in artikel 2bis,

volgens het daarin gemaakte onderscheid, worden gestraft de beoefenaars van de geneeskunde, van de diergeneeskunde of van een paramedisch beroep die misbruik maken van het voorschrijven, toedienen of afleveren van geneesmiddelen die slaapmiddelen, verdovende middelen of psychotropische stoffen bevatten welke afhankelijkheid kunnen teweegbrengen, onderhouden of verergeren." Indien niet meer wordt beoogd dan hetgeen voortvloeit uit deze wetsbepaling, moet de ontworpen bepaling worden weggelaten. Indien het daarentegen de bedoeling is om de zo-even geciteerde strafrechtelijke wetsbepaling aan te vullen met een meer specifieke verbodsbepaling (zonder strafrechtelijke beteugeling, want daarvoor is geen rechtsgrond voorhanden, zoals reeds in opmerking 4.1.3 is uiteengezet), kan het tekstvoorstel van de gemachtigde worden gevolgd, weliswaar met weglating van de woorden "voor te schrijven, toe te dienen of", aangezien voor die handelingen geen rechtsgrond kan worden gevonden in artikel 1, § 1, eerste

tweede lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten. 4.2.1. Artikel 1, § 1, vijfde lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten kan aanvullend in aanmerking worden genomen als rechtsgrond voor de bepalingen van het ontworpen besluit in zoverre die betrekking hebben op de psychotrope stoffen die voorkomen op de lijsten gevoegd bij het verdrag van 1971

die strengere maatregelen inhouden ten aanzien van deze stoffen dan de maatregelen vervat in dat verdrag

(11). De gemachtigde verstrekte in dat verband de volgende toelichting : "Historisch werden in het K.B. van 22/01/1998 de voorwaarden uit de Conventie voor ALLE stoffen vereist

werd de vermindering van voorwaarden conform de opdeling in Schedules niet overgenomen zoals de Conventie dit voorziet. Het ontwerpKB is dit blijven volgen. Bijvoorbeeld : - Ook voor Schedule III

IV : worden bij elke in- of uitvoer, voorafgaande in- of uitvoervergunningen - uitgegeven door de nationale overheid- vereist cfr art. 30

32 in het ontwerpKB, (wat niet opgelegd is volgens art. 12 van de Conventie,

kel voor Schedule I

II stoffen). - Art. 8 in de Conventie : vanaf iemand stoffen `bezit' zonder daarom noodzakelijk te vervaardigen of handel te drijven, wordt een vergunning opgelegd in het ontwerpKB. - De vrijstelling voorzien in art. 8.3 van de Conventie werd historisch ook nooit gevolgd voor personen die wetenschappelijk onderzoek verrichten, het ontwerpKB voorziet een eindgebruikersvergunning voor laboratoria.

kel gezondheidszorgbeoefenaars worden vrijgesteld in het ontwerpKB. De conventie legt op in art. 11 dat voor Schedule IV stoffen

kel de fabrikanten, in -

uitvoerders registers moeten bijhouden. In het ontwerp Kb art. 23 wordt gevraagd dat ELKE vergunninghouders registers bijhoudt, dus de beperking tot fabrikant/in-

uitvoerders wordt niet gevolgd. (...) 1. De stoffen cathine, flunitrazepam

buprenorphine zijn opgelijst in Schedule III van Conventie 1971, maar worden in het KB behandeld alsof ze in Schedule II zouden gestaan hebben, vandaar dat ze ook opgelijst zijn in Bijlage IIa.a. Flunitrazepam (rohypnol) kent naast een beperkt medisch gebruik een groot misbruik, illegaal verhandelen

is gekend als date rape drug.b. Buprenorphine is de 2de substantie naast methadon (Schedule I - Conventie 1961 = bijlage Ia in ontwerp KB) die kan aangewend worden als vervangingsmiddel bij heroineverslaving

kent daarom een circuleren op de illegale markt.Het werkt in op de opioidreceptoren,

wordt nationaal bij voorkeur in het nieuw KB dus net zoals de andere opiaten behandeld : verdovingsbon, beveiligde opslagruimte, voorwaarden voor het voorschrift (voluit of recipe) etc...Dit kan alleen door het te behandelen alsof het in Schedule II van 1971 conventie zou staan waarvoor deze strengere maatregelen nationaal wel gelden. c. Cathine behoort samen met cathinone tot de actieve bestanddelen van de plant khat, beiden stimulantia.Cathine heeft geen medisch gebruik

kan

kel misbruikt worden, we wensten dit nationaal op dezelfde manier te behandelen als cathinone. 2. De stoffen fenproporex, amfepramone, ethilamfetamine, mefenorex

pipradrol staan opgelijst in Schedule IV van de Conventie 1971, maar werden nationaal historisch steeds opgelijst alsof ze in Schedule II stonden.We hebben dit overgenomen in het ontwerp KB,

deze stoffen in bijlage IIa hernomen. Dit zijn stoffen met amfetamine/cathinone achtige werking

werden daarom op dezelfde manier behandeld als amfetamine/cathinone. Daarnaast blijft deze wetgeving nationaal

staat het aan de Belgische wetgever om, voor zover aan de internationale verdragsverplichtingen voldaan is, om andere psychoactieve stoffen aan het strikt gecontroleerde handelsregime te onderwerpen. Deze stoffen worden opgelijst in bijlage IV. Zoals reeds aangegeven in het antwoord op vraag 7, is er daarnaast nog een derde categorie van de zgn. euromisdrijven waarbij de EU op grond van artikel 83, lid 1, VWEU bepaalde (nog) niet door de Verdragen geviseerde stoffen aan het strikt gecontroleerd handelsregime onderwerpt. Deze worden opgelijst in Bijlage IIb. De middelen onder Bijlage V worden onderworpen aan een puur nationaal regime (...)." 4.2.2. De vraag rijst of voor de bepalingen van het ontworpen besluit in zoverre die betrekking hebben op middelen die voorkomen op de lijsten van verdovende middelen

preparaten gevoegd bij het verdrag van 1961

die strengere maatregelen inhouden ten aanzien van deze middelen

preparaten dan de maatregelen vervat in dat verdrag, ook een uitdrukkelijke rechtsgrond vereist is, zoals die door de wetgever is ingevoerd wat betreft het verdrag van 1971

(12). De afdeling Wetgeving van de Raad van State meent dat artikel 1, § 1, eerste

tweede lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten daarvoor wel degelijk een voldoende rechtsgrond biedt. Op zich beschouwd zijn die bepalingen immers ruim genoeg geformuleerd opdat de Koning de ontworpen bepalingen kan uitvaardigen indien er geen

kele verdragsrechtelijke regeling zou bestaan. Het gegeven dat het verdrag van 1961 bepaalde maatregelen inhoudt ten aanzien van bepaalde middelen, neemt niet weg dat de Koning ter zake strengere maatregelen kan nemen, nu artikel 39 van het verdrag dat uitdrukkelijk toelaat

de voormelde rechtsgrondbepaling op zich beschouwd ook die mogelijkheid biedt. Er is met andere woorden geen reden om in de voormelde rechtsgrondbepaling een beperking te zien tot de maatregelen die vervat zijn in het verdrag, wanneer het verdrag de mogelijkheid van strengere maatregelen uitdrukkelijk openlaat

de rechtsgrond voldoende ruim is geformuleerd om ook die strengere maatregelen te omvatten. 4.

  1. Artikel 1, § 1, zesde lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten biedt rechtsgrond voor artikel 26 van het ontworpen besluit. 4.
  2. Artikel 1, § 2, eerste lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten vormt de rechtsgrond voor de maatregelen vermeld in de opmerkingen 4.1 tot 4.3, in zoverre ze betrekking hebben op de stoffen vermeld in deel A van bijlage IV bij het ontwerp. Binnen de beschikbare tijd voor het onderzoek van de adviesaanvraag heeft de Raad van State wel niet kunnen onderzoeken of de lijst in die bijlage is opgesteld "onder meer op basis van de internationale inzichten, aanbevelingen

richtlijnen van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs

drugsverslaving van de Europese Unie

van de Internationale Controleraad voor de verdovende middelen van de Verenigde Naties", zoals wordt vereist bij het tweede lid van de voornoemde wetsbepaling. 4.5. Artikel 1bis, tweede lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten biedt rechtsgrond voor de artikelen 42 tot 48

57, tweede lid, van het ontworpen besluit (zie ook opmerking 3 met betrekking tot de bevoegdheid van de federale overheid). 4.

  1. Artikel 2bis, § 1, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten vormt de rechtsgrond voor artikel 61, § 1, van het ontworpen besluit. 4.
  2. Artikel 2ter van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten biedt rechtsgrond voor artikel 61, § 2, van het ontworpen besluit. 4.
  3. De artikelen 6bis, eerste lid,

7, § 1, eerste lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten bieden volgens de gemachtigde rechtsgrond voor de definitie van "bevoegde ambtenaar" in artikel 1, 3°, van het ontworpen besluit, in zoverre deze bepaling beschouwd moet worden als de aanwijzing van de ambtenaar of beambte belast met het toezicht op de naleving van de wet

haar uitvoeringsbesluiten. Die aanwijzing gebeurt echter reeds bij het koninklijk besluit van 17 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister

ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire

andere bepalingen sluiten6 `betreffende het toezicht uit te oefenen door het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen

Gezondheidsproducten' waarnaar wordt verwezen in de ontworpen definitie. De twee voormelde wetsbepalingen zijn bijgevolg niet dienstig als rechtsgrond. 4.9. Artikel 64 van het ontworpen besluit schrijft voor dat de inbreuken op de bepalingen van het te nemen besluit blijken uit processen-verbaal die bewijskrachtig zijn tenzij het tegendeel bewezen wordt

dat een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreders wordt bezorgd. Deze ontworpen bepaling herneemt in grote mate hetgeen reeds wordt bepaald in artikel 7, § 3, eerste

derde lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten. Op de vraag of er wel een rechtsgrond is voor deze ontworpen bepaling, nog afgezien van de vraag of ze

ig nut heeft, antwoordde de gemachtigde het volgende : "Dit artikel werd in het ontwerp opgenomen op vraag van Justitie. Het gaat hier om de omkering van de bewijslast. De wet van 1921 biedt hiervoor geen rechtsgrond. Deze staat wel in artikel 27 van het huidige koninklijk besluit van 31 december 1930." Er is voor deze ontworpen bepaling inderdaad geen rechtsgrond voorhanden in de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten. Ze moet dan ook worden weggelaten. 4.10. Artikel 7, § 4, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten verschaft rechtsgrond voor de artikelen 31, § 1, tweede lid, 34, § 1, tweede lid,

47 van het ontworpen besluit. 4.11. In de aanhef wordt voorts nog melding gemaakt van een aantal bepalingen van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten (bijvoorbeeld artikel 3, §§ 2

3), die evenwel geen rechtsgrond kunnen bieden voor het ontworpen besluit omdat het gaat om loutere strafbepalingen die geen machtiging bevatten aan de Koning. 5. Sommige bepalingen van het ontworpen besluit hebben uitdrukkelijk betrekking op geneesmiddelen die een of meer stoffen bevatten

(13).De rechtsgrond daarvoor wordt aanvullend geboden door artikel 3, § 1, tweede lid, §§ 2

3, artikel 6, § 1quinquies, zesde

achtste lid, artikel 12ter, § 3, zevende lid, artikel 12quater, vierde lid,

artikel 16, § 4, van de geneesmiddelenwet

(14), zoals blijkt uit wat volgt. 5.1. Artikel 3, §§ 2

3, van de geneesmiddelenwet vormt mede-rechtsgrond voor de artikelen 14, 18 (zie opmerking 5.5), 19 (zie opmerking 6.1), 22 (zie ook opmerking 6.2)

38, § 1, derde lid, van het ontworpen besluit. 5.2. Artikel 6, § 1quinquies, zesde

achtste lid, van de geneesmiddelenwet biedt mede-rechtsgrond voor de artikelen 40, § 2, 2°

3°,

67, §§ 2

3, van het ontworpen besluit. 5.

  1. Artikel 12ter, § 3, zevende lid, van de geneesmiddelenwet vormt mede-rechtsgrond voor artikel 32, § 5, van het ontworpen besluit, in zoverre die bepaling kan worden beschouwd als een regel inzake de controle van de activiteiten bedoeld in artikel 12ter, § 3, van de geneesmiddelenwet. De gemachtigde verklaarde daarover immers het volgende : "Gezien het ontworpen artikel een aangepaste controle invoert op de medische noodhulp, kan dit gezien worden als een controle van de activiteiten in het kader van de verwezenlijking van het humanitair doel van de groothandel met humanitair doel. Het past dan ook om beroep te doen op deze specifiek delegatie i.p.v. de residuaire uitvoeringsbevoegdheid op grond van artikel 12septies." 5.
  2. Artikel 12quater, vierde lid, van de geneesmiddelenwet vormt mede-rechtsgrond voor artikel 2, § 4, 4°, van het ontworpen besluit. 5.
  3. Artikel 12septies van de geneesmiddelenwet biedt volgens de gemachtigde mede-rechtsgrond voor artikel 18 van het ontworpen besluit. Hij lichtte dat toe als volgt : "Artikel 18, (...) 1°, van het ontwerp (...) betreft de aflevering aan artsen voor hun trousse

derhalve niet de aflevering aan het publiek. De ontworpen beperking valt dus buiten artikel 3, § 2, van de geneesmiddelenwet. Het verbiedt de aflevering door niet voor het publiek geopende apotheken,

inzonderheid ziekenhuisapotheken, in het kader van de urgentietrousse van een arts. Artikel 18, (...) 1°, van het ontwerp gaat verder dan artikel 3, § 3, van de geneesmiddelenwet dat bepaalt dat : `De personen mogen geneesmiddelen uitsluitend betrekken bij hetzij groothandelaars-verdelers hetzij apothekers in een voor het publiek opengestelde apotheek

dit conform de regels

voorwaarden bepaald door de Koning'. In de zin dat artikel 18 verplicht dat de aflevering aan een depothouder, voor wat betreft geneesmiddelen met één of meerdere stoffen opgesomd in de bijlagen I, II

IV, met uitzondering van Ic preparaten, op overlegging van een bestelbon, wordt voorbehouden aan apotheken open voor het publiek. De handel wordt derhalve nog meer beperkt op grond van het gevaar dat deze stoffen vormen voor de openbare gezondheid." Het komt de Raad van State echter voor dat de machtiging aan de Koning in het meer specifiek geformuleerde artikel 3, § 2, van de geneesmiddelenwet inzake het regelen van het "afleveren van geneesmiddelen door personen gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek" zo kan worden begrepen dat die aflevering zelf wel moet gebeuren door personen die gemachtigd zijn geneesmiddelen af te leveren aan het publiek, namelijk de apothekers, maar dat de aflevering niet noodzakelijk aan het publiek moet gebeuren, maar ook aan andere personen zoals de beroepsbeoefenaars die een urgentietrousse beheren

de depothouder, die vermeld worden in artikel 18 van het ontworpen besluit. In dat geval wordt de mede-rechtsgrond ervoor geboden door artikel 3, § 2,

niet door artikel 12septies van de geneesmiddelenwet. 5.

  1. Artikel 16, § 4, van de geneesmiddelenwet vormt mede-rechtsgrond voor de bijlagen I tot V bij het ontworpen besluit in zoverre daarmee de stoffen worden bepaald waarvan de illegale vervaardiging strafbaar wordt gesteld bij die wetsbepaling. 5.
  2. Artikel 48 van het ontworpen besluit houdt in dat de door de apotheek afgeleverde geneesmiddelen, die terug naar de apotheek worden gebracht, op dezelfde wijze vernietigd moeten worden als geneesmiddelen die geen stoffen bevatten als bedoeld bij artikel 13, § 2, van het koninklijk besluit van 21 januari 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister

ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire

andere bepalingen sluiten8 `houdende onderrichtingen voor de apothekers'. Het komt de Raad van State voor dat de laatstgenoemde bepaling, die betrekking heeft op "[d]e vervallen

niet-gebruikte geneesmiddelen voor menselijk

diergeneeskundig gebruik die door de patiënt

de verantwoordelijke van de dieren worden teruggegeven" in dit geval hoe dan ook toepasselijk is, zodat de ontworpen bepaling redundant is

kan worden weggelaten. Een rechtsgrondonderzoek is dan ook overbodig. 6.1. Artikel 19 van het ontworpen besluit vindt volgens de gemachtigde rechtsgrond in artikel 1, § 1, eerste

tweede lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten (zie ook opmerking 4.1.1), in artikel 7, tweede lid, van de gezondheidszorgberoepenwet

in artikel 12septies van de geneesmiddelenwet. 6.1.1. Op de vraag of, wat betreft de tweede aangehaalde rechtsgrondbepaling, de ontworpen bepaling wel kan worden beschouwd als een onderdeel van de "principes

de richtsnoeren voor de goede farmaceutische praktijken", terwijl het hier gaat om bepalingen met betrekking tot het vereist medisch voorschrift, antwoordde de gemachtigde het volgende : "Dit klopt : het kan moeilijk als een goede farmaceutische praktijk worden beschouwd. Artikel 42, 4e lid, van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015, is een mede-rechtsgrond." Met die zienswijze kan worden ingestemd; artikel 42, vierde lid, van de gezondheidszorgberoepenwet is de geëigende rechtsgrondbepaling. 6.1.2. Wat betreft de derde aangehaalde rechtsgrondbepaling zette de gemachtigde het volgende uiteen : "De geneesmiddelenwet regelt in eerste instantie de geneesmiddelen die in de handel zijn. Deze dienen het voorwerp uit te maken van een vergunning voor het in de handel brengen (VHB). Het afleverstatuut is één van de elementen van de VHB. De wettelijke basis hiervoor is artikel 6, § 1bis, van de geneesmiddelenwet. De drugswet onderwerpt de aflevering van middelen (stoffen

preparaten) als geneesmiddel aan een medisch voorschrift. Dit omwille van het gevaar dat deze middelen vormen voor de openbare gezondheid. Het geldt

erzijds voor de geneesmiddelen die het voorwerp vormen van een VHB

anderzijds voor magistrale

officinale bereidingen. (...) Zoals gezegd, regelt de geneesmiddelenwet het afleverstatuut van de geneesmiddelen in het kader van de VHB. In dit kader zou een bijkomende rechtsgrond kunnen worden gevonden in artikel 6, § 1bis, 5e lid, van de geneesmiddelenwet : De Koning bepaalt de criteria waarop bij de toekenning van de VHB of registratie het geneesmiddel in die categorieën

, eventueel subcategorieën wordt ingedeeld." Aangezien artikel 19 van het ontworpen besluit voorwaarden bevat met betrekking tot de aflevering aan het publiek van geneesmiddelen, veeleer dan het instellen van een voorschriftplicht als dusdanig voor bepaalde categorieën van geneesmiddelen, lijkt de mede-rechtsgrond volgens de Raad van State veeleer te moeten worden gesitueerd in artikel 3, § 2, van de geneesmiddelenwet. In zoverre de ontworpen bepaling voorschriften bevat met betrekking tot de inhoud

de opmaak van het medisch voorschrift, kunnen die voorschriften worden beschouwd als een precisering van de voorwaarden voor het afleveren van de betrokken geneesmiddelen aan het publiek. 6.2. Artikel 22 van het ontworpen besluit vindt volgens de gemachtigde rechtsgrond in artikel 1, § 1, eerste

tweede lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten (zie ook opmerking 4.1.1), in artikel 7, tweede lid, van de gezondheidszorgberoepenwet

in de artikelen 3, § 2,

12septies van de geneesmiddelenwet. 6.2.1. Wat betreft de tweede aangehaalde rechtsgrondbepaling, kon de gemachtigde zich aansluiten bij de bedenking dat de ontworpen bepaling bezwaarlijk kan worden beschouwd als een onderdeel van de "principes

de richtsnoeren voor de goede farmaceutische praktijken", aangezien het hier veeleer gaat om bepalingen met betrekking tot het bijhouden van registers. Artikel 7, tweede lid, van de gezondheidszorgberoepenwet vormt dan ook geen rechtsgrond voor de ontworpen bepaling. 6.2.2. Wat betreft de derde aangehaalde rechtsgrondbepaling moet veeleer worden gesteund op artikel 3, § 1, tweede lid,

§ 2

, van de geneesmiddelenwet, dan op artikel 12septies ervan, hetgeen door de gemachtigde werd beaamd. De gemachtigde bevestigde eveneens dat paragraaf 3 van de ontworpen bepaling kan worden weggelaten, aangezien

kel wordt herhaald wat reeds vervat is in de artikelen 11, 12

15 van het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/2001 pub. 29/09/2001 numac 2001011298 bron ministerie van economische zaken Wet houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen

certificatiediensten sluiten0 `betreffende de voorwaarden voor het gebruik van geneesmiddelen door de dierenartsen

door de verantwoordelijken van de dieren'. 7.1. In zoverre bij het ontworpen besluit taken worden opgelegd aan het FAGG, moet daarvoor worden gesteund op de algemene uitvoeringsbevoegdheid van de Koning (artikel 108 van de Grondwet), gelezen in samenhang met de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2006 pub. 28/07/2006 numac 2006202314 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten `betreffende de oprichting

de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen

Gezondheidsproducten', meer bepaald artikel 4, § 1, derde lid, 6°, a, ervan, waarbij onder meer de opvolging, de toepassing

het verzekeren van de controle van onder meer de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten

haar uitvoeringsbesluiten wordt toevertrouwd aan het FAGG. 7.2. De gemachtigde verwijst tevens naar artikel 4, § 1, derde lid, 6°, b, van de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2006 pub. 28/07/2006 numac 2006202314 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten als mede-rechtsgrond voor de bepalingen van het ontworpen besluit waarbij de minister bevoegd voor volksgezondheid (hierna : de minister) wordt gemachtigd om de nadere regels te bepalen voor een systeem van autocontrole door de marktdeelnemers (zie de artikelen 31, § 2, 34, § 2,

45 van het ontworpen besluit). Die wetsbepaling, waarbij het FAGG bevoegd wordt gemaakt voor "het voorstellen aan de minister van regelgevingen met het oog op de oprichting van een systeem van autocontrole binnen de sectoren die onder zijn bevoegdheid vallen in toepassing van onderhavige wet", is evenwel niet geconcipieerd als een rechtsgrond voor bepalingen met betrekking tot een dergelijk systeem van autocontrole. Hooguit wijst ze erop dat de wetgever in de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2006 pub. 28/07/2006 numac 2006202314 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten het regelen van systemen van autocontrole in het vooruitzicht heeft willen stellen. Voor de concrete uitwerking van een systeem van autocontrole in de ontworpen bepalingen kan worden gesteund op de in de voorgaande opmerkingen aangehaalde rechtsgrondbepalingen. 8. In de aanhef van het ontwerp wordt ook melding gemaakt van de artikelen 7, 24

130 van de gezondheidszorgberoepenwet. De gemachtigde bevestigde dat artikel 7, tweede lid, van deze wet, waarbij de Koning wordt gemachtigd om de principes

de richtsnoeren voor de goede farmaceutische praktijken vast te leggen, die de farmaceutische handelingen omvatten die de apotheker stelt binnen de uitoefening van zijn beroep, bij nader inzien niet kan fungeren als rechtsgrond voor het ontworpen besluit (zie onder meer de opmerkingen 6.1.1

6.2.1). Hij beaamde eveneens dat artikel 24 van de voormelde wet niet dienstig is als rechtsgrond voor

ige bepaling van het ontworpen besluit. Artikel 130 van dezelfde wet ten slotte is een strafbepaling die evenmin rechtsgrond kan bieden voor ontworpen besluit. 9. Een aantal bepalingen van het ontworpen besluit houden in dat een uittreksel uit het strafregister model 1 wordt meegedeeld in het kader van de aanvraag van een vergunning (artikelen 9, § 1, eerste lid, 3°,

§ 2

, 2°

3°,

51, § 1, 2°, van het ontwerp). Het opvragen

het inzien van het uittreksel uit het strafregister is evenwel een verwerking van persoonsgegevens

(15). Daarvoor moet, gelet op het in artikel 22 van de Grondwet vervatte legaliteitsbeginsel, een specifieke wetskrachtige bepaling voorhanden zijn waarbij de verwerking wordt toegelaten. Tenzij een dergelijke rechtsgrondbepaling zou kunnen worden ingeroepen, moeten de ontworpen bepalingen, in afwachting van de totstandkoming van een adequate rechtsgrond, worden weggelaten uit het ontworpen besluit. Algemene opmerkingen 10. Wat betreft de overeenstemming van de ontworpen regeling met het verdrag van 1961 moet het volgende worden opgemerkt. 10.1. Deel A van bijlage I bij het ontwerp stemt overeen met lijst I bij het verdrag van 1961 (afdeling 1 van deel 1 van de zogenaamde yellow list)
(16). Deel B van bijlage I bij het ontwerp stemt overeen met lijst II bij het verdrag (afdeling 2 van deel 1 van de yellow list). Deel C van bijlage I bij het ontwerp stemt overeen met lijst III bij het verdrag (deel 2 van de yellow list). Lijst IV bij het verdrag van 1961 (afdeling 3 van deel 1 van de yellow list) komt niet voor in de bijlagen bij het ontwerp, blijkbaar omdat die lijst stoffen bevat die al voorkomen in deel A van bijlage I bij het ontwerp (namelijk de meest gevaarlijke stoffen daaruit). 10.1.1. In deel A van bijlage I bij het ontwerp wordt bij de vermelding van "cannabis"

van "cannabishars/extracten/tincturen" telkens als bijkomende voorwaarde opgenomen : "

waarbij telkens de som van [00e2][0088][0086]9-THC (...)

THCA (...) groter is dan 0,2%". Die voorwaarde komt niet voor in lijst I bij het verdrag van 1961. De gemachtigde verklaarde daarover het volgende : "Dit percentage komt uit het EU-recht voor de teelt van hennep.Zie Verordening (EU) nr. 1307/2013 (...)." Artikel 32, lid 6, van verordening (EU) nr. 1307/2013

(17)schrijft effectief voor dat "[v]oor de productie van hennep gebruikte arealen (...) slechts subsidiabele hectaren [vormen] indien het gehalte aan tetrahydrocannabinol van de gebruikte rassen maximaal 0,2 % bedraagt". Strikt beschouwd wordt in de vermelding van cannabis in lijst I bij het verdrag van 1961 geen onderscheid gemaakt naargelang het gehalte aan tetrahydrocannabinol, zodat het juridisch niet onproblematisch is om een drempelgehalte te hanteren in de ontworpen regeling, ook al komt een dergelijk drempelgehalte voor in de Europese landbouwsteunregeling. Blijkbaar hanteren de stellers van het ontwerp met dit drempelgehalte een bepaalde interpretatie van de term "annabis" vermeld in lijst I bij het verdrag van 1961 om "onschuldige" verschijningsvormen

variaties uit te sluiten. De Raad van State moet bij gebrek aan het vereiste technische inzicht een voorbehoud maken bij die interpretatie. 10.1.2. In deel A van bijlage I bij het ontwerp wordt bij de vermelding van "opium" niet de tekst vermeld die in lijst I bij het verdrag van 1961 in voetnoot 4 wordt vermeld

waarin wordt gespecificeerd of preparaten die rechtstreeks of onrechtstreeks uit opium zijn bereid, al dan niet als opium worden beschouwd. De gemachtigde beaamde dat die tekst moet worden opgenomen in de betrokken bijlage. 10.1.

  1. In deel C van bijlage I bij het ontwerp ontbreekt punt 8 uit de lijst met preparaten vermeld in lijst III bij het verdrag van
  2. De gemachtigde beaamde dat dat punt moet worden opgenomen in de betrokken bijlage. 10.
  3. Het ontwerp bevat geen bepaling ter uitvoering van artikel 21 van het verdrag van 1961, waarbij beperkingen worden ingevoerd inzake de vervaardiging

de invoer van verdovende middelen. De gemachtigde verklaarde daarover het volgende : "Artikel 21 legt een verplichting op aan België. Om hieraan tegemoet te komen wordt er gewerkt met invoerquota. Bij overschrijding wordt de invoervergunning geweigerd. Er is inderdaad geen wettelijke basis om de activiteitenvergunning voor vervaardiging te schorsen indien deze drempel zou worden overschreden. Een bepaling in die zin kan worden overwogen : Voorstel paragraaf 2 (nieuw), ontworpen artikel 25 : `De Minister kan de activiteitenvergunning bedoeld in het eerste lid, voor wat betreft de (vergunning voor) vervaardiging, tijdelijk schorsen wanneer

zolang de houder van deze vergunning beschikt over een kennelijk onevenredige grote voorraad aan middelen in verhouding tot de reële behoeftes (

de daaruit voortvloeiende verwachte verkoop).'" De Raad van State betwijfelt of de door de gemachtigde voorgestelde bepaling wel volstaat voor de vereiste juridische uitwerking van de verdragsbepaling in de interne rechtsorde. Die verdragsbepaling voorziet immers in beperkingen voor elk verdovend middel afzonderlijk voor een bepaald land

voor een gegeven jaar. De voorgestelde bepaling moet in het licht daarvan worden herzien. 10.3. Op de vraag waarom het ontwerp geen bepalingen bevat ter uitvoering van de artikelen 21bis tot 28 van het verdrag van 1961, die meer specifieke maatregelen inhouden inzake opium, bolkaf, coca

cannabis, antwoordde de gemachtigde het volgende : "België laat niet de productie van opium toe, noch de verbouw van de papaver, de cocaplant of de cannabisplant. Voor de verbouw van m.n. cannabis (de

ige plant die in België in aanmerking zou komen) zou een agentschap moeten worden opgericht (artikel 28 juncto artikel 23 van het Verdrag). Dit wordt niet wenselijk geacht. De verbouw van cannabis is m.a.w. verboden in België. (...) Gezien het ontwerp het legale circuit van de stoffen regelt, is het bezit, de productie, etc., van de betrokken planten illegaal zonder vergunning

daaruit volgt ook de verbouw (wat bezit, productie, etc. inhoudt). Op basis van het ontwerp is de activiteit van verbouw niet te vergunnen (hiervoor zou België daarenboven verdragsrechtelijk respectieve agentschappen moeten oprichten).

dus volgt hieruit dat de verbouw altijd verboden is. Wellicht is het voor de rechtszekerheid beter om een bepaling toe te voegen. Voorstel : artikel 4, § 1/1 `De verbouw van de cannabisplant, de cocaplant

planten van het geslacht Papaver somniferum L. is verboden

niet vergunbaar.' Vraag is dan wel of het verbod op verbouw dan al geldt zonder dat de stoffen of de planten aanwezig zijn. Dit lijkt mij al beantwoord want het parket werd reeds geconfronteerd met het probleem van illegale kwekerijen waar geen planten (meer) aanwezig waren. O.m. met het oog hierop werd artikel 4, § 7, in de wet van 1921 ingevoegd zodat ook grondstoffen

het materiaal bestemd voor de illegale verbouw van planten, kunnen worden vernietigd." De Raad van State kan zich bij het tekstvoorstel van de gemachtigde aansluiten. De rechtsgrond ervoor wordt geboden door artikel 1, § 1, eerste lid, van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten, op grond waarvan de Koning onder meer de vervaardiging

de bewaring van de erin vermelde middelen kan regelen, alsook de teelt van planten waaruit deze stoffen kunnen worden getrokken. 10.4. De activiteitenvergunning is beperkt tot wetenschappelijke

medische doeleinden, zoals blijkt uit artikel 4, § 2, tweede lid, van het ontwerp. Die beperking strookt met artikel 4, c), van het verdrag van 1961, dat voorschrijft dat de partijen bij het verdrag de wetgevende

administratieve maatregelen nemen die nodig zijn om de handel in

de productie, de vervaardiging, de uit-

invoer, de afgifte, het gebruik

het bezit van verdovende middelen uitsluitend tot geneeskundige

wetenschappelijke doeleinden te beperken. De eindgebruikersvergunning daarentegen kan worden verleend voor wetenschappelijke, analytische of educatieve doeleinden, zoals blijkt uit artikel 5, § 1, tweede lid, van het ontwerp. Op de vraag wat onder de twee laatstgenoemde doeleinden moet worden begrepen, antwoordde de gemachtigde het volgende : "Analytische doeleinden : de activiteiten van laboratoria voor het bepalen van de aard van substanties. Educatieve doeleinden : de opleiding van studenten (vb. laboranten); de training van politieagenten

drugshonden;

de voorlichting, inzonderheid van jongeren door de politie waarbij voorbeelden van illegale drugs worden getoond. Anders gezegd : analytische doeleinden : het uitvoeren van bepaalde testen zodat de kwantiteit (concentratie)

kwaliteit (identificatie van de stof) van een bepaalde stof wordt gemeten. Vaak via chromatografie. (hiervoor zijn referentiestandaarden nodig) Educatieve doeleinden : het bezit van drugskoffers door politie/douane in het kader van opleidingen (van mensen) maar ook van speurhonden. Heel breed kunnen hier ook de preventiemedewerkers worden onder gekaderd die eventueel drugs kunnen overhandigd krijgen wanneer zij op gesprek gaan bij scholen of bepaalde gezinnen... Het is op vraag van de politiediensten dat ook aan deze mensen een eindgebruikersvergunning wordt verplicht." Uit deze uitleg kan worden afgeleid dat analytische doeleinden ook niet-geneeskundige doeleinden kunnen zijn

dat educatieve doeleinden niet noodzakelijk wetenschappelijke of medische doeleinden zijn. Op de vraag of dit niet strijdt met artikel 4, c), van het verdrag van 1961, antwoordde de gemachtigde het volgende : "De Verdragen leggen de landen ook op om de illegale handel te controleren

hiertoe dienen de overheden de gevonden substantie te laten analyseren. Dit impliceert met ander woorden dat de analyse moet kunnen worden uitgevoerd door labo's. (...) In hetzelfde kader (opsporing

vervolging) dienen mensen te worden opgeleid

mensen

dieren te worden getraind

afgericht. Al deze activiteiten kaderen in de verdragsverplichtingen voor de landen om het systeem te controleren

te handhaven." De Raad van State kan zich bij deze zienswijze aansluiten. In zoverre de analytische

educatieve doeleinden beperkt blijven tot de door de gemachtigde geschetste draagwijdte, lijken ze verenigbaar te zijn met de voormelde verdragsbepaling. 10.5. Artikel 30, lid 4, van het verdrag van 1961 luidt als volgt : "Indien een Partij dit noodzakelijk of wenselijk acht, eist zij, dat de binnenverpakking van het verdovende middel van een duidelijk zichtbare dubbele rode band is voorzien. De buitenverpakking van zulk een verdovend middel mag niet van een dubbele rode band zijn voorzien." De tweede zin van deze verdragsbepaling (over de buitenverpakking van verdovende middelen) wordt uitgevoerd bij artikel 40, § 1, eerste lid, van het ontwerp. Met betrekking tot de wenselijkheid om ook bepalingen op te nemen in het ontwerp met betrekking tot de eerste zin (over de binnenverpakking), verklaarde de gemachtigde het volgende : "Bij nazicht zou het (...) aangewezen zijn om de bepalingen met betrekking tot het verplicht aanbrengen van het codenummer op de primaire verpakking over te nemen uit de vigerende wetgeving (artikel 13 van het KB van 31/12/1930 omtrent de handel in slaap-

verdovende middelen; artikel 7, § 2 van het KB van 22/01/1998 tot reglementering van sommige psychotrope stoffen). Dit nummer verschilt nl. naar gelang de verpakkingsgrootte van het vergunde geneesmiddel

kan Justitie bijkomende informatie opleveren in onderzoeken." Aangezien er geen verdragsrechtelijke verplichting is om te voorzien in een dubbele rode band op de binnenverpakking, kan worden bepaald dat een codenummer op de binnenverpakking moet worden aangebracht. 10.6. Artikel 30, lid 5, van het verdrag van 1961 houdt in dat naast de aanduiding van de verdovende bestanddelen ook het gewicht

het percentage worden aangeduid op het etiket. De vermelding van de benaming wordt geregeld in artikel 40, § 2, 1°, van het ontwerp, maar het ontwerp moet worden aangevuld met het vereiste dat ook het gewicht

het percentage worden vermeld. 10.7. Artikel 31, lid 5, van het verdrag van 1961 schrijft voor dat een invoercertificaat moet worden voorgelegd alvorens een uitvoervergunning kan worden afgegeven. Deze verdragsbepaling wordt uitgevoerd bij artikel 33, § 1, derde lid, van het ontwerp, maar daarin wordt ook voorzien in de mogelijkheid om in de plaats van een invoervergunning een verklaring voor te leggen dat de betreffende middelen niet onderhevig zijn aan een invoervergunning, ook wel een "verklaring van geen bezwaar" genoemd (zie daarover ook opmerking 11.6.1, wat betreft het verdrag van 1971). De gemachtigde verklaarde dat die tweede mogelijkheid

kel geldt voor middelen die niet onder het toepassingsgebied van het verdrag van 1961 vallen. In de ontworpen bepaling moet dan uitdrukkelijk worden bepaald voor welke middelen die tweede mogelijkheid geldt. 10.8. De particulierenvergunning bedoeld in artikel 50 van het ontwerp kan

kel worden verleend bij aanwending "voor legale doeleinden"

als er geen alternatieven zijn voor de betrokken stoffen om hetzelfde resultaat te bekomen (zie daarover ook opmerking 40). Het vereiste van "legale doeleinden" zou strijdig zijn met artikel 4 van het verdrag van 1961, waarin

kel geneeskundige

wetenschappelijke doeleinden worden aanvaard, ware het niet dat de ontworpen bepaling overeenkomstig artikel 2, § 3, van het ontwerp

kel van toepassing is op de stoffen opgesomd in bijlage V bij het ontwerp,

dus niet op de stoffen die onder het toepassingsgebied van het verdrag van 1961 vallen. De gemachtigde verklaarde hieromtrent nog het volgende : "Dit is (...) een puur nationale regeling. Deze stoffen kunnen niet onder het Verdrag worden gebracht omdat ze een ruim legaal industrieel gebruik kennen : Artikel 2, § 3, van het Ontwerp bepaalt dat : In afwijking van paragraaf 1, is Titel 3

kel van toepassing op de stoffen opgesomd in bijlage V bij dit besluit. Het gaat om de volgende stoffen : INN (

gels) of triviale naam DCI (Français) ou nom commun Chemische benaming (

gels) of UTZS-benaming GBL (gamma-Butyrolactone) GBL (gamma-Butyrolactone) oxolan-2-one 1,4-BD (1,4-butanediol) 1,4-BD (1,4-butanediol) butane-1,4-diol Zoals reeds gezegd, kennen deze stoffen een ruim (legaal) industrieel gebruik

komen deze om deze reden niet in aanmerking voor de strikt gecontroleerde handel. In het ontwerp wordt tegemoet gekomen aan de vraag van de politionele diensten

werd een reglementair kader opgesteld voor de stoffen gamma-Butyrolactone (GBL)

1,4-butanediol (1,4-BD) Deze stoffen worden bij inname, in het lichaam omgezet tot GHB, een psychotrope stof geviseerd in bijlage II

bijgevolg, ook vatbaar voor misbruik door individuen

vormen een potentieel gevaar voor de volksgezondheid. Echter, deze stoffen worden op grote schaal,

op legale wijze, eveneens gebruikt voor allerlei productiedoeleinden in de industrie, dus moest omzichtig worden omgegaan met de voorwaarden tot legale handel om de administratieve overlast voor het FAGG

industrie te beperken. Daarom beoogt het koninklijk besluit dat aan u voorligt een vergunning voor particulier bezit voor GBL

1,4 BD."

  1. Wat betreft de overeenstemming van de ontworpen regeling met het verdrag van 1971 moet het volgende worden opgemerkt. 11.
  2. Deel A van bijlage I bij het ontwerp stemt overeen met de lijsten I

II bij het verdrag van 1971 (lijsten I

II van deel 1 van de zogenaamde green list)

(18). Deel B van bijlage II bij het ontwerp bevat de stoffen die (volgens de gemachtigde) "Europees zijn opgelijst". Bijlage III bij het ontwerp stemt overeen met de lijsten III

IV bij het verdrag van 1971 (lijsten III

IV van deel 1 van de green list). Deel A van bijlage IV bij het ontwerp bevat nationaal opgelijste stoffen via een generieke structuur. Deel B van bijlage IV bij het ontwerp bevat nationaal opgelijste stoffen

(19). Bijlage V bij het ontwerp bevat nationaal opgelijste stoffen die onder het toepassingsgebied van titel 3 ("Particulierenvergunning") van het ontwerp vallen. 11.1.1. Op de vraag waarom de lijsten bij het verdrag niet als dusdanig zijn overgenomen, antwoordde de gemachtigde het volgende : "Historisch werden in het K.B. van 22/01/1998 de voorwaarden uit de Conventie voor ALLE stoffen vereist

werd de vermindering van voorwaarden conform de opdeling in [lijsten] niet overgenomen zoals de Conventie dit voorziet. Het ontwerpKB is dit blijven volgen. Bijvoorbeeld : - Ook voor [lijsten] III

IV : worden bij elke in- of uitvoer, voorafgaande in- of uitvoervergunningen - uitgegeven door de nationale overheid - vereist, cfr art. 30

32 in het ontwerpKB, (wat niet opgelegd is volgens art. 12 van de Conventie,

kel voor [lijsten] I

II stoffen). - Art. 8 in de Conventie : vanaf iemand stoffen `bezit' zonder daarom noodzakelijk te vervaardigen of handel te drijven, wordt een vergunning opgelegd in het ontwerp Kb. - De vrijstelling voorzien in art. 8.3 van de Conventie werd historisch ook nooit gevolgd voor personen die wetenschappelijk onderzoek verrichten, het ontwerpKB voorziet een eindgebruikersvergunning voor laboratoria.

kel gezondheidszorgbeoefenaars worden vrijgesteld in het ontwerpKB." Op de vraag of er verschillende rechtsgevolgen gelden naargelang een middel is ondergebracht in deel A van bijlage I of in bijlage III bij het ontwerp, antwoordde de gemachtigde het volgende : "In principe worden ze gelijk behandeld, alleen gelden voor Bijlage III-stoffen iets zwaardere regels : artikel 17, § 1, 3° (Bijlage III voor depothouders

kel via apotheek); artikel 29, § 5,

ige lid, 2° (invoer kleine hoeveelheden Bijlage IV vrijgesteld van invoervergunning); artikel 32, § 6,

ige lid, 2° (

uitvoer); artikel 38 (vereiste opslag Bijlage III : ruimte die zodanig ingericht is dat deze middelen afdoende beschermd zijn tegen breuk of diefstal). (...) De lijsten van de verdragen werden onverkort overgenomen

indien nieuwe substanties worden toegevoegd in de toekomst, zullen deze ook onverwijld worden opgenomen zoals dit reeds in het verleden het geval was. De opdeling van de 4 [lijsten] van de Conventie 1971 werd historisch in het K.B. van 22/01/1998 niet overgenomen, maar beperkt tot 2 opdelingen (art. 2 = [lijsten] I

III, stuk III

art. 25 = stuk [lijst] III

[lijst] IV), met iets minder nationaal strengere voorwaarden voor art. 25 stoffen). Het ontwerp KB is deze historische opdeling in 2 lijsten gevolgd, wat zich vertaalt in bijlage II

III. Zoals reeds gezegd worden de stoffen cathine, flunitrazepam

buprenorphine in het ontwerp strenger behandeld. Ze zijn opgelijst in [lijst] III van Conventie 1971, maar worden in het ontwerp behandeld alsof ze in [lijst] II zouden gestaan hebben, vandaar dat ze ook opgelijst zijn in Bijlage IIa. Dit om de volgende redenen : a. Flunitrazepam (rohypnol) kent naast een beperkt medisch gebruik een groot misbruik, illegaal verhandelen

is gekend als date rape drug.b. Buprenorphine is de 2de substantie naast methadon ([lijst] I - Conventie 1961 = bijlage Ia in ontwerp KB) die kan aangewend worden als vervangingsmiddel bij heroineverslaving

kent daarom een circuleren op de illegale markt.Het werkt in op de opioidreceptoren,

wordt nationaal bij voorkeur in het nieuw KB dus net zoals de andere opiaten behandeld : verdovingsbon, beveiligde opslagruimte, voorwaarden voor het voorschrift (voluit of recipe) etc...Dit kan alleen door het te behandelen alsof het in [lijst] II van 1971 conventie zou staan waarvoor deze strengere maatregelen nationaal wel gelden. c. Cathine behoort samen met cathinone tot de actieve bestanddelen van de plant khat, beiden stimulantia.Cathine heeft geen medisch gebruik

kan

kel misbruikt worden, we wensten dit nationaal op dezelfde manier te behandelen als cathinone. Daarnaast is er, zoals reeds gezegd, de historisch strengere behandeling van de stoffen fenproporex, amfepramone, ethilamfetamine, mefenorex

pipradrol die staan opgelijst in [lijst] IV van de Conventie 1971, maar werden nationaal steeds werden opgelijst alsof ze in [lijst] II stonden. We hebben dit overgenomen in het ontwerp

deze stoffen in bijlage IIa hernomen. Dit zijn stoffen met amfetamine/cathinone achtige werking

werden daarom op dezelfde manier behandeld als amfetamine/cathinone." 11.1.

  1. Dit alles maakt het voor de Raad van State bijzonder moeilijk om de overeenstemming van de ontworpen regeling met het verdrag van 1971 te kunnen beoordelen, mede gelet op de (ondanks de termijnverlenging) beperkte termijn waarover hij beschikt voor het onderzoek van deze adviesaanvraag. Hetgeen hierna volgt aangaande die overeenstemming moet onder dit voorbehoud worden gelezen. Bovendien kan niet worden gewaarborgd dat alle gevallen van niet-overeenstemming zijn geïdentificeerd. 11.
  2. Overeenkomstig artikel 3, leden 2

3, van het verdrag van 1971 kunnen de verdragspartijen in bepaalde gevallen

onder bepaalde voorwaarden ontheffing verlenen van bepaalde maatregelen van toezicht vervat in het verdrag. Op de vraag of van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, antwoordde de gemachtigde het volgende : "Er wordt geen gebruik gemaakt van deze uitzondering. Wel wordt er in uitvoering van [een] initiatief van het Koninkrijk Zweden met het oog op de aanneming van een besluit JBZ van de Raad inzake de toezending van monsters van illegale verdovende middelen, (2001/C 10/02), http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX :32001Y0112

(02)&from=

, uitzonderingen ingeschreven voor preparaten, met een concentratie niet hoger dan 1 mg/ml

een maximale inhoud van 1 ml per preparaat,

dit

kel voor analytische doeleinden (zie art 21, § 2; 29, § 5; 32, § 6, van het ontwerp)." De uitzondering in artikel 21, § 2, van het ontwerp geldt niet alleen voor analytische, maar ook voor wetenschappelijke doeleinden. Die laatste uitzonderingsgrond moet wellicht worden weggelaten indien een implementatie van dat initiatief wordt beoogd. Bovendien moet voor de drie door de gemachtigde aangehaalde ontworpen bepalingen telkens voldaan zijn aan de voorwaarden die worden bepaald in artikel 3, leden 2

3, van het verdrag van 1971, onder meer dat ze geen betrekking kunnen hebben op preparaten vermeld in lijst I bij het verdrag

dat voor de andere preparaten niet kan worden afgeweken van de verdragsbepalingen opgesomd in artikel 3, lid 3, van het verdrag. De stellers moeten die ontworpen bepalingen in het licht daarvan aan een nieuw onderzoek onderwerpen. 11.

  1. Artikel 4, a), van het verdrag van 1971 voorziet in de mogelijkheid voor de partijen bij het verdrag om ten aanzien van de psychotrope stoffen die niet op lijst I bij het verdrag zijn vermeld, het vervoer toe te staan van kleine hoeveelheden preparaten voor persoonlijk gebruik door reizigers in het internationale verkeer. Volgens de gemachtigde wordt hieraan uitvoering verleend bij artikel 2, § 4, 4°, van het ontwerp, wat betreft geneesmiddelen in een maximale hoeveelheid die de behandelingsduur van drie maanden niet overschrijdt. Om in overeenstemming te zijn met de aangehaalde verdragsbepaling moet het toepassingsgebied van artikel 2, § 4, 4°, van het ontwerp evenwel beperkt worden tot geneesmiddelen die geen stoffen bevatten vermeld op lijst I bij het verdrag van
  2. Op de vraag hoe dit kan worden verwoord, nu die lijst niet als een afzonderlijke bijlage bij het ontwerp is opgenomen, verklaarde de gemachtigde het volgende : "Dit kan worden opgelost door een Bijlage IIC op te nemen met stoffen die reeds werden opgelijst onder Bijlage IIA die vallen onder Lijst I bij het Verdrag : (...). In artikel 2, § 2, 1°,

de artikelen 1, 18°, 14, 19, § 2, 21, § 1, eerste lid, 29, § 5, 2°, 31, § 1, eerste lid, 32, § 6, 2°, 34, § 1, eerste lid, 38, § 1, eerste lid, 40, § 2, 3°, 43, inleidende zin, 44, § 1, eerste lid van het ontwerp, zal dan verwezen worden naar de middelen opgesomd in bijlage IA, IIA, IIB, III, IVA

IVB (...)." Met deze suggestie kan worden ingestemd. 11.4.1. Artikel 7, a), van het verdrag van 1971 houdt in dat de partijen ieder gebruik van de stoffen vermeld op lijst I bij het verdrag verbieden, behalve "het gebruik voor wetenschappelijke

zeer beperkte medische doeleinden door behoorlijk gemachtigde personen in medische of wetenschappelijke instellingen die rechtstreeks onder toezicht van regeringen staan of in het bijzonder door hen daartoe zijn goedgekeurd", terwijl voor de stoffen vermeld op de lijsten II, III

IV bij het verdrag

kel een beperking van (onder meer) het gebruik vereist is tot medische

wetenschappelijke doeleinden (zie artikel 5, lid 2, van het verdrag). Artikel 4, § 2, tweede lid, van het ontwerp bepaalt dat de activiteitenvergunning persoonlijk is

beperkt is tot wetenschappelijke

medische doeleinden, zonder dat een striktere beperking wordt gehanteerd voor de stoffen vermeld op lijst I bij het verdrag van 1971 die in lijn is met artikel 7, a), van dat verdrag. In de ontworpen bepaling moet dan ook worden vermeld dat voor de stoffen vermeld in de door de gemachtigde in opmerking 11.3 voorgestelde bijlage IIC (zie daarover ook opmerking 18) de vergunning

kel kan worden verleend voor wetenschappelijke

zeer beperkte medische doeleinden door behoorlijk gemachtigde personen in medische of wetenschappelijke instellingen die rechtstreeks onder toezicht van de overheid staan of door de overheid daartoe zijn goedgekeurd. Bovendien moeten de uitzonderingsgronden vervat in artikel 6 worden uitgesloten voor de stoffen vermeld in de voormelde bijlage. 11.4.2. Artikel 7, d), van het verdrag van 1971 schrijft voor, eveneens wat betreft de stoffen vermeld op lijst I bij het verdrag, dat de hoeveelheid die wordt verstrekt aan een behoorlijk gemachtigde persoon moet worden beperkt tot de hoeveelheid die hij nodig heeft voor het deel waarvoor toestemming is verleend. Volgens de door de gemachtigde ter beschikking gestelde concordantietabel zou deze verdragsbepaling worden uitgevoerd bij de artikelen 17, § 2,

24, § 2, van het ontwerp, maar artikel 17, § 2, heeft geen betrekking op de hoeveelheid die kan worden verstrekt

artikel 24, § 2, betreft

kel het volume van de bestellingen

van de voorraad, niet van de leveringen. De gemachtigde ging ermee akkoord dat de ontworpen bepalingen moeten worden aangevuld met het oog op de correcte uitvoering van de voormelde verdragsbepaling. 11.5. Volgens artikel 9, lid 2, van het verdrag van 1971 moeten de partijen bij het verdrag maatregelen nemen om ervoor zorg te dragen dat de medische voorschriften voor stoffen vermeld op de lijsten II, III

IV bij het verdrag worden afgegeven in overeenstemming met een verantwoord medisch gebruik

met inachtneming van de voorschriften, in het bijzonder wat betreft het aantal malen dat zij mogen worden herhaald

de geldigheidsduur ervan, ter bescherming van de volksgezondheid

het openbaar welzijn. Op de vraag waarom het ontwerp geen bepalingen omvat ter uitvoering van die verdragsbepaling, antwoordde de gemachtigde het volgende : "Dit ontwerp regelt niet de uitoefening van de geneeskunde. Dit is in de nationale wetgeving in eerste instantie toegewezen aan de Orde van Artsen." Het volstaat niet om de uitvoering van de voormelde verdragsbepaling door te verwijzen naar autoregulering van de Orde der Artsen. De overheid kan de Orde immers niet verplichten om hieromtrent rechtsvoorschriften uit te vaardigen (bijvoorbeeld in de Code van medische plichtenleer)

heeft evenmin de mogelijkheid om dergelijke voorschriften te laten aanpassen indien ze niet zouden stroken met de voormelde verdragsbepaling. Er moeten dan ook alsnog bepalingen worden uitgevaardigd ter uitvoering van die verdragsbepaling, hetzij - mits een geëigende rechtsgrond - in dit ontwerp, hetzij nadat eerst een rechtsgrond is gecreëerd. 11.6.1. Artikel 12, lid 1, c), van het verdrag van 1971 vereist het voorleggen van een invoermachtiging afgegeven door de bevoegde autoriteit van het invoerende land of de invoerende regio alvorens een uitvoervergunning wordt afgegeven. Er wordt in die verdragsbepaling geen gewag gemaakt van een "verklaring van geen bezwaar" zoals in artikel 33, § 1, derde lid, 2°, van het ontwerp (zie daarover ook opmerking 10.7). De gemachtigde verklaarde hierover het volgende : "Zoals reeds gezegd, is een verklaring van geen bezwaar

kel van toepassing als het gaat om nationaal geviseerde stoffen die niet geviseerd zijn in het invoerende land. In dat geval wordt er gewerkt met een zgn. LONO d.w.z. `Letter Of No Objection'." In de ontworpen bepaling moet dan uitdrukkelijk worden bepaald voor welke middelen die tweede mogelijkheid geldt (hooguit de middelen waarop de verdragen van 1961

1971 niet van toepassing zijn). 11.6.2. Artikel 12, lid 1, e), van het verdrag van 1971 schrijft voor dat wanneer de invoer heeft plaatsgevonden, de regering van het invoerende land of de invoerende regio aan de regering van het uitvoerende land of de uitvoerende regio de uitvoermachtiging terugzendt met daarop een verklaring waaruit blijkt welke hoeveelheid stof daadwerkelijk is ingevoerd. De gemachtigde verklaarde dat artikel 31 van het ontwerp moet worden aangevuld met het oog op de uitvoering van deze verdragsbepaling. 11.7 Wat betreft de mogelijkheid om de particulierenvergunning bedoeld in artikel 50 van het ontwerp te verlenen bij aanwending "voor legale doeleinden"

als er geen alternatieven zijn voor de betrokken stoffen om hetzelfde resultaat te bekomen (zie daarover ook opmerking 40), wordt verwezen naar de uitleg van de gemachtigde in opmerking 10.8. In artikel 5, lid 2, van het verdrag van 1971 wordt immers eveneens

kel gewag gemaakt van beperkingen tot medische

wetenschappelijke doeleinden. 12. De gemachtigde stelde voor om een bepaling in het ontwerp op te nemen aangaande de internationaalrechtelijke verplichtingen die bij de verdragen van 1961

van 1971 worden opgelegd aan de overheden van de verdragsluitende staten (in Bel

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.