{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-108\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 108</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 120 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) paragraaf 1 wordt aangevuld met de volgende zin : « Dat percentage kan variëren naargelang van de leeftijd van de gerechtigde.»; b) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : « § 3.Voor de aanvullende uitkeringen toegekend voor de eerste keer na 1 april 2010 als gevolg van de opzegging of de verbreking van de arbeidsovereenkomst betekend na 15 oktober 2009, bedraagt het percentage van de werkgeversbijdrage bedoeld in § 1 : 1° 50 pct.voor elke gerechtigde die op het ogenblik van het verkrijgen van het recht op de aanvullende uitkering de leeftijd van 52 jaar niet heeft bereikt; 2° 40 pct.voor elke gerechtigde die op het ogenblik van het verkrijgen van het recht op de aanvullende uitkering de leeftijd van 52 jaar heeft bereikt en de leeftijd van 55 jaar niet heeft bereikt; 3° 30 pct.voor elke gerechtigde die op het ogenblik van het verkrijgen van het recht op de aanvullende uitkering de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt en de leeftijd van 58 jaar niet heeft bereikt; 4° 20 pct.voor elke gerechtigde die op het ogenblik van het verkrijgen van het recht op de aanvullende uitkering de leeftijd van 58 jaar heeft bereikt en de leeftijd van 60 jaar niet heeft bereikt; 5° 10 pct.voor de andere rechtverkrijgenden op de aanvullende uitkering. »; c) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidend als volgt : « § 4.Voor de aanvullende uitkeringen toegekend in de non-profitsector, zoals bedoeld in de artikel 1, 1°, van het koninklijk besluit van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten1 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector, en waarvan de aanvullende vergoeding wordt toegekend voor de eerste keer na 1 april 2010 als gevolg van de opzegging of de verbreking van de arbeidsovereenkomst betekend na 15 oktober 2009, wordt in afwijking van de bepalingen van § 3, het percentage van de bijzondere werkgeversbijdrage verlaagd tot : 1° 5 % voor elke maand waarin de bruggepensensioneerde de leeftijd van 52 niet heeft bereikt;2° 4 % voor elke maand waarin de bruggepensensioneerde, die minstens 52 jaar is, de leeftijd van 55 jaar niet heeft bereikt;3° 3 % voor elke maand waarin de bruggepensensioneerde, die minstens 55 jaar is, de leeftijd van 58 jaar niet heeft bereikt;4° 2 % voor elke maand waarin de bruggepensensioneerde, die minstens 58 jaar is, de leeftijd van 60 jaar niet heeft bereikt.».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-109\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 109</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een nieuw artikel 122bis wordt ingevoegd in dezelfde wet, luidende als volgt : « Art. 122bis.De artikelen 121 en 122 zijn niet van toepassing op de bruggepensioneerden bedoeld in artikel 118, § 2bis en 2ter. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-110\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 110</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 124 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden « bedoeld in artikel 118, §§ 2 en 3, in artikel 120, § 2, » vervangen door de worden « bedoeld in artikel 118, §§ 2, 2bis en 3, in artikel 120, §§ 2 en 3, »;2° paragraaf 1 wordt aangevuld als volgt : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de percentages bedoeld in artikel 118, § 2bis, verlagen voor ondernemingen erkend als onderneming in moeilijkheden en herstructurering, zoals vermeld in het koninklijk besluit van 3 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten7 tot regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader van het Generatiepact.»; 3° in paragraaf 3 worden de woorden « van artikel 118, §§ 2 en 3, of van artikel 120, § 2, » vervangen door de woorden « van artikel 118, §§ 2, 2bis en 3, of van artikel 120, §§ 2 en 3, ». Art. 111.Dit hoofdstuk treedt in werking op 15 oktober 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ondernemingen in herstructurering waarvan het collectief ontslag werd aangekondigd, zoals bepaald in het voormeld koninklijk besluit van 3 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten7, vóór deze datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is niet van toepassing voor de ondernemingen erkend in moeilijkheden of in herstructurering vóór 15 oktober 2009. HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 30 juni 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten5 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten Art. 112.In de wet van 30 juni 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten5 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten, wordt een artikel 13quater ingevoegd, luidende : « Art. 13quater.§ 1. Een persoon, die een hoofdactiviteit uitoefent als werknemer, zelfstandige of ambtenaar en die naast deze hoofdactiviteit, arbeid verricht, waarvoor de werkgever niet voldaan heeft aan de bepalingen van de artikelen 4 tot 6 van het koninklijk besluit van 5 november 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten2 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, en voor zover : - deze werknemer wetens en willens deze niet-aangegeven arbeid uitoefent, en - er tegen de werkgever eveneens een proces-verbaal werd opgesteld voor deze inbreuk, kan hiervoor een administratieve geldboete oplopen van 500 tot 2.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voorgaande lid is niet van toepassing op de werknemers die tegelijk een vervangingsuitkering ontvangen en die ten gevolge van de in het eerste lid bedoelde tewerkstelling tijdelijk het recht op deze vervangingsuitkering kunnen verliezen of om die reden een andere administratieve of strafrechtelijke sanctie kunnen oplopen. § 2. De vaststelling van de inbreuk bedoeld in § 1, geschiedt middels een proces-verbaal dat wordt opgesteld door een ambtenaar bedoeld in artikel 12 van voormeld koninklijk besluit van 5 november 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten2 of door een officier van gerechtelijke politie. Dit proces-verbaal heeft bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel, op voorwaarde dat een afschrift ervan naar de werknemer wordt gestuurd binnen een termijn van veertien dagen die ingaat op de dag volgend op de vaststelling van de inbreuk. Een exemplaar van het proces-verbaal waarin de inbreuk wordt vastgesteld, wordt naar de door de Koning aangewezen ambtenaar gestuurd. § 3. De door de Koning aangewezen ambtenaar beslist, nadat de werknemer de mogelijkheid werd geboden zijn verweermiddelen naar voren te brengen, of de administratieve geldboete bedoeld in § 1, moet worden opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze administratieve geldboete wordt opgelegd volgens dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde regels bedoeld in de artikelen 1ter, 1quater, 7, § 4, eerste en derde lid, 8, 9 en 13. Wat betreft de artikelen 7, § 4, eerste lid, 8 en 9, moet het woord « werkgever » gelezen worden als « werknemer ».</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt de termijn en de nadere regels voor de betaling van de administratieve geldboete die door de ambtenaar bedoeld in het eerste lid wordt opgelegd. De Koning bepaalt eveneens wat onder verweermiddelen dient te worden verstaan. ». Art. 113.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 april 2010.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 8. - Financiën HOOFDSTUK 1. - Inkomstenbelastingen Afdeling 1. - Wijzigingen met betrekking tot natuurlijke personen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-114\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 114</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 36 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, wordt aangevuld met een lid, luidende : « Bij de vaststelling van het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig houdt de Koning evenwel rekening met het aantal voor persoonlijk gebruik afgelegde kilometers, het type van brandstofvoorziening van de motor en het CO2-uitstootgehalte van het voertuig. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-115\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 115</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 51 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992 en 6 juli 1994, bij de koninklijke besluiten van 20 december 1996, 20 juli 2000 en 13 juli 2001, bij de wetten van 10 augustus 2001 en 24 december 2002, en bij de koninklijke besluiten van 29 november 2006, 23 maart 2007 en 6 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid, 2°, worden de woorden « 5 pct.» vervangen door de woorden « 3 pct. »; 2° in het derde lid, worden de woorden « in het tweede lid, 1° tot 4°. » vervangen door de woorden « in het tweede lid, 1°, 3° en 4°, noch meer dan 1.555,50 euro voor het geheel van de inkomsten als vermeld in het tweede lid, 2°. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-116\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 116</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In titel II, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling III, A, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 63/1 ingevoegd dat luidt als volgt : « Art. 63/1.De oplaadstations voor elektrische voertuigen mogen, wat de investeringen gedaan in de jaren 2010 tot 2012 betreft, worden afgeschreven met twee vaste annuïteiten. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-117\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 117</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 66, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, wordt vervangen als volgt : « § 1. Beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de in artikel 65 bedoelde voertuigen zijn slechts tot 75 pct. aftrekbaar. ». Art. 118.Artikel 69, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten1 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2004, 7 december 2006, 24 april 2007 en 6 mei 2009, wordt aangevuld als volgt : « e) wat de investeringen gedaan in de jaren 2010 tot 2012 betreft, de oplaadstations voor elektrische voertuigen; ». Art. 119.Artikel 113, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 6 juli 1994, 6 juli 2004, 27 december 2005, 1 maart 2007 en 22 december 2008, wordt aangevuld met de volgende leden : « In afwijking van het eerste lid, 1°, zijn de uitgaven gedaan voor de opvang van kinderen met een zware handicap die de leeftijd van achttien jaar niet hebben bereikt, eveneens aftrekbaar onder dezelfde voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit artikel, wordt onder « kind met zware handicap » verstaan, het kind dat recht heeft op de verhoogde kinderbijslag op basis van een van de volgende criteria : 1° ofwel, meer dan 80 pct.lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid met 7 tot 9 punten van de graad van zelfstandigheid gemeten aan de hand van de gids gevoegd bij het koninklijk besluit van 3 mei 1991 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 96 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen; 2° ofwel, een totaal van minstens 15 punten, vastgesteld volgens de medisch-sociale schaal overeenkomstig het koninklijk besluit van 28 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten4 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor de loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van 24 december 2002.». Art. 120.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van onderafdeling IIquinquies, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten en gewijzigd bij de wetten van 27 april 2007 en 27 maart 2009, vervangen als volgt : « Onderafdeling IIquinquies. Vermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning ». Art. 121.In artikel 14524 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten en gewijzigd bij de wetten van 5 augustus 2003, 31 juli 2004, 27 december 2005, 27 december 2006, 27 april 2007 en 27 maart 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) paragraaf 1, tweede lid, wordt aangevuld als volgt : « c) zijn bedoeld in het eerste lid, 1° en 4° tot 7°, wanneer de uitgaven betrekking hebben op werken die worden verricht aan een woning waarvan de ingebruikneming minder dan vijf jaar voorafgaat aan de aanvang van die werken.»; b) in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden « in het eerste lid, 2° of 3°.» vervangen door de woorden « in het eerste lid, 3°. »; c) paragraaf 1, zevende lid, wordt aangevuld met de woorden « en de volgorde waarin de in deze paragraaf bedoelde verminderingen worden aangerekend »;d) in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden « een passiefhuis » telkens vervangen door de woorden « een lage energiewoning, een passiefwoning of een nul energiewoning »;e) in paragraaf 2 worden het tweede tot het vierde lid vervangen door de volgende leden : « Onder lage energiewoning wordt verstaan een woning die is gelegen in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte waarvan de totale energievraag voor ruimteverwarming en koeling moet beperkt blijven tot 30 kWh/m2 geklimatiseerde vloeroppervlakte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder passiefwoning wordt verstaan een woning die is gelegen in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° de totale energievraag voor ruimteverwarming en koeling moet beperkt blijven tot 15 kWh/m2 geklimatiseerde vloeroppervlakte;2° bij een luchtdichtheidsproef (overeenkomstig de norm NBN EN 13829) met een drukverschil tussen binnen- en buitenomgeving van 50 pascal is het luchtverlies niet groter dan 60 pct.van het volume van de woning per uur (n50 niet groter dan 0,6/uur).</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder nulenergiewoning wordt verstaan een woning gelegen in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte die voldoet aan de voorwaarden van een passiefwoning en waarin de resterende energievraag voor ruimteverwarming en koeling volledig wordt gecompenseerd door ter plaatse opgewekte hernieuwbare energie. De Koning bepaalt op welke wijze de opwekking van hernieuwbare energie wordt in aanmerking genomen voor de compensatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingvermindering wordt verleend gedurende 10 opeenvolgende belastbare tijdperken vanaf het belastbaar tijdperk waarin is vastgesteld dat de woning een lage energiewoning, een passiefwoning of een nul energiewoning is. Die vaststelling blijkt uit een certificaat dat wordt uitgereikt door een door de Koning erkende instelling of door de bevoegde gewestelijke administratie of een gelijkaardige instelling of bevoegde administratie die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer evenwel gedurende één van de in het vijfde lid bedoelde tien belastbare tijdperken uit een nieuw certificaat blijkt dat de woning voldoet aan strengere normen dan de norm of normen waaraan werd voldaan blijkens een vorig certificaat, wordt voor de resterende belastbare tijdperken de belastingvermindering verleend waarop het behalen van die strengere normen recht geeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingvermindering bedraagt : 1° 300 euro per belastbaar tijdperk en per woning voor een lage energiewoning;2° 600 euro per belastbaar tijdperk en per woning voor een passiefwoning; 3° 1.200 euro per belastbaar tijdperk en per woning voor een nul energiewoning. »; f) in het zesde lid van paragraaf 2, dat het negende lid is geworden, worden de woorden « voor de uitgaven » opgeheven;g) het achtste lid van paragraaf 2, dat het elfde lid is geworden, worden vervangen als volgt : « De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van het certificaat als bedoeld in het vijfde lid.De erkende instelling of de bevoegde gewestelijke administratie stelt de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde in kennis van het uitreiken van een certificaat. Deze kennisgeving geschiedt in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt. In voorkomend geval moet de belastingplichtige het certificaat dat wordt uitgereikt door de gelijkwaardige instelling of bevoegde administratie die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, ter beschikking van de fiscale administratie houden. »; h) in het negende lid van paragraaf 2, dat het twaalfde lid is geworden, worden de woorden « in het vierde lid » en « in het tweede lid » respectievelijk vervangen door de woorden « in het vijfde lid » en « in het derde lid ». Art. 122.Het opschrift van titel II, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling IInonies, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten6 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 en de wet van 22 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten6 houdende fiscale en diverse bepalingen, wordt vervangen als volgt : « Onderafdeling IInonies. Vermindering voor de uitgaven met het oog op de verwerving van een elektrisch voertuig of met het oog op de installatie van een oplaadpunt voor elektrische voertuigen ». Art. 123.In artikel 14528 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 22 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten6 houdende fiscale en diverse bepalingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden « een personenauto, een auto voor dubbel gebruik of een minibus of » ingevoegd tussen de woorden « in nieuwe staat van » en de woorden « een motorfiets, »;2° de inleidende zin van paragraaf 1, derde lid, wordt vervangen als volgt : « De belastingvermindering is gelijk aan 15 pct.van de aanschaffingswaarde bij de aankoop van een motorfiets, een driewieler of een vierwieler met een maximum van : »; 3° paragraaf 1 wordt aangevuld met het volgende lid : « Voor de uitgaven betaald in de jaren 2010 tot 2012, is de belastingvermindering gelijk aan 30 pct.van de aanschaffingswaarde met een maximum van 6.500 euro bij de aankoop van een uitsluitend door een elektrische motor aangedreven personenwagen, wagen dubbel gebruik of minibus. »; 4° het wordt aangevuld met een paragraaf 3 die luidt als volgt : « § 3.Er wordt een belastingvermindering verleend voor de uitgaven die werkelijk zijn betaald gedurende de belastbare tijdperken 2010 tot 2012 met het oog op de installatie van een aan de buitenkant van een woning geplaatst oplaadpunt voor elektrische voertuigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingvermindering is gelijk aan 40 pct. van de werkelijk gedane uitgaven bedoeld in het eerste lid met een maximum van 180 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die : a) in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten;b) recht geven op de in artikel 69 vermelde investeringsaftrek;c) in aanmerking komen voor de toepassing van de artikelen 104, 8°, 14524, 14525, 14530 en14531. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering voor de in het eerste lid bedoelde uitgaven evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten. ». Art. 124.In artikel 156bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten2 en gewijzigd bij de wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt : « 2° de in de belastbare tijdperken 2009 tot 2012 werkelijk betaalde energiebesparende uitgaven bedoeld in artikel 14524, § 1, eerste lid, 5°, en het overeenkomstig artikel 14524, § 1, vijfde lid, overgedragen overschot van de vermindering betreffende die uitgaven.»; b) het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 3° die luidt als volgt : « 3° de in de belastbare tijdperken 2010 tot 2012 werkelijk betaalde energiebesparende uitgaven bedoeld in artikel 14524, § 1, eerste lid, 1°, 4°, 6° en 7°, en het overeenkomstig artikel 14524, § 1, vijfde lid, overgedragen overschot van de vermindering betreffende die uitgaven.». Art. 125.Artikel 147 van de programma wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8 wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende : « § 6. Dit artikel is niet van toepassing op de uitgaven die werkelijk zijn betaald om een personenauto, een auto voor dubbel gebruik of een minibus in nieuwe staat te verwerven die uitsluitend wordt aangedreven door een elektrische motor. ». Art. 126.Artikel 124, a), is van toepassing op de uitgaven die werkelijk zijn betaald vanaf 1 januari 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 121, c), is van toepassing vanaf aanslagjaar 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 114 en 117 treden in werking op 1 januari 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 119 is van toepassing op de uitgaven die zijn betaald vanaf 1 januari 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 122, 123 en 125 zijn van toepassing op de uitgaven die zijn betaald in de jaren 2010 tot 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 120, 121, a), en 124, b), zijn van toepassing op de uitgaven die werkelijk zijn betaald vanaf 1 januari 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 115 en 121, d), tot h), zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 116 en 118 zijn van toepassing op de investeringen die zijn gedaan tijdens belastbare tijdperken die zijn verbonden aan de aanslagjaren 2011 tot 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 121, b), is van toepassing vanaf aanslagjaar 2012. Afdeling 2. - Wijzigingen met betrekking tot rechtspersonen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-127\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 127</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 190bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten2 worden de woorden « de in artikel 64ter bedoelde kosten, » vervangen door de woorden « de in artikel 64ter en artikel 198bis, eerste lid, 1°, a, bedoelde kosten, ». Art. 128.In artikel 198, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 25 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten0, wordt de bepaling onder 10° hersteld in volgende lezing : « 10° onverminderd de toepassing van artikel 219, de betalingen die rechtstreeks of onrechtstreeks zijn verricht naar Staten die in artikel 307, § 1, derde lid, zijn bedoeld, en die niet zijn aangegeven overeenkomstig genoemd artikel 307, § 1, derde lid, of, als ze toch aangegeven zijn, waarvoor de belastingplichtige niet door alle rechtsmiddelen bewijst dat zij in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen en die met personen andere dan artificiële constructies zijn verricht; ». Art. 129.In artikel 198bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8 en gewijzigd bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : A. de inleidende zin van het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Uitgezonderd voor de brandstofkosten, wordt het in artikel 66, § 1, vermelde percentage : »;</p>\n<p class=\"lf-p\">B. in het eerste lid wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt : « 1° wat het tarief van aftrekbaarheid betreft, naargelang het geval, gebracht op of verminderd tot : a) 120 pct.voor de voertuigen die een uitstoot hebben van 0 gram CO2 per kilometer; b) voor de voertuigen met een dieselmotor : - 100 pct.indien ze een uitstoot hebben tot maximaal 60 gram CO2 per kilometer; - 90 pct. indien ze een uitstoot hebben van meer dan 60 gram CO2 per kilometer tot maximaal 105 gram CO2 per kilometer; - 80 pct. indien ze een uitstoot hebben van meer dan 105 gram CO2 per kilometer tot maximaal 115 gram CO2 per kilometer; - 75 pct. indien ze een uitstoot hebben van meer dan 115 gram CO2 per kilometer tot maximaal 145 gram CO2 per kilometer; - 70 pct. indien ze een uitstoot hebben van meer dan 145 gram CO2 per kilometer tot maximaal 170 gram CO2 per kilometer; - 60 pct. indien ze een uitstoot hebben van meer dan 170 gram CO2 per kilometer tot maximaal 195 gram CO2 per kilometer; - 50 pct. indien ze een uitstoot hebben van meer dan 195 gram CO2 per kilometer of indien geen gegevens met betrekking tot de CO2-uitstootgehaltes beschikbaar zijn bij de Dienst voor inschrijving van de voertuigen; c) voor de voertuigen met een benzinemotor : - 100 pct.indien ze een uitstoot hebben tot maximaal 60 gram CO2 per kilometer; - 90 pct. indien ze een uitstoot hebben van meer dan 60 gram CO2 per kilometer tot maximaal 105 gram CO2 per kilometer; - 80 pct. indien ze een uitstoot hebben van meer dan 105 gram CO2 per kilometer tot maximaal 125 gram CO2 per kilometer; - 75 pct. indien ze een uitstoot hebben van meer dan 125 gram CO2 per kilometer tot maximaal 155 gram CO2 per kilometer; - 70 pct. indien ze een uitstoot hebben van meer dan 155 gram CO2 per kilometer tot maximaal 180 gram CO2 per kilometer; - 60 pct. indien ze een uitstoot hebben van meer dan 180 gram CO2 per kilometer tot maximaal 205 gram CO2 per kilometer; - 50 pct. indien ze een uitstoot hebben van meer dan 205 gram CO2 per kilometer of indien geen gegevens met betrekking tot de CO2-uitstootgehaltes beschikbaar zijn bij de Dienst voor inschrijving van de voertuigen; »;</p>\n<p class=\"lf-p\">C. het wordt aangevuld met de volgende leden : « Wanneer de in het eerste lid, 1°, a, bedoelde kosten bestaan uit afschrijvingen, wordt het aftrekbare bedrag per belastbaar tijdperk bekomen door het normale bedrag van de afschrijvingen van dat tijdperk met 20 pct. te verhogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afschrijvingen die overeenkomstig het eerste lid, 1°, a, worden aanvaard boven de aanschaffings- of beleggingswaarde van de bedoelde voertuigen, komen niet in aanmerking voor het bepalen van de latere meerwaarden of minderwaarden van die voertuigen. ». Art. 130.In artikel 202, § 2, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten5 en gewijzigd bij de wet van 11 december 2008, worden de woorden « ten minste 1.200.000 euro; » vervangen door de woorden « ten minste 2.500.000 euro; ». Art. 131.In artikel 205, § 2, eerste lid, 6°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992 en 20 december 1995, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, en bij de wetten van 11 mei 2007 en 22 december 2008, worden de woorden « , met uitzondering van de brandstofkosten » opgeheven. Art. 132.In afwijking van artikel 205quater, § 5, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, wordt het maximale tarief dat van toepassing is voor de aftrek voor risicokapitaal voor de aanslagjaren 2011 en 2012 verminderd tot 3,8 pct. Art. 133.De artikelen 127, 129 en 131 zijn van toepassing op de kosten die vanaf 1 januari 2010 zijn gedaan of gedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 128 treedt in werking vanaf aanslagjaar 2010 voor de betalingen die vanaf 1 januari 2010 worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 130 is van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2010 worden toegekend of betaalbaar gesteld. Afdeling 3. - Wijzigingen met betrekking tot de vestiging en de invordering van de belastingen Art. 134.Artikel 307, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten, wordt aangevuld met de volgende leden : « De belastingplichtigen onderworpen aan de vennootschapsbelasting of, overeenkomstig artikel 227, 2°, aan de belasting van niet-inwoners, zijn gehouden aangifte te doen van alle betalingen die zij rechtstreeks of onrechtstreeks hebben gedaan aan personen gevestigd in een Staat die : a) ofwel gedurende het volledige belastbaar tijdperk waarin de betaling heeft plaatsgevonden, door het Mondiaal Forum van de OESO inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen, na een grondige beoordeling van de mate waarin de OESO-standaard op het gebied van uitwisseling van inlichtingen in deze Staat is toegepast, werd aangemerkt als een Staat die niet effectief of substantieel deze standaard toepast;b) ofwel voorkomt op de lijst van Staten zonder of met een lage belasting. Voor de toepassing van het derde lid wordt onder Staat zonder of met een lage belasting verstaan een Staat waarvan het nominaal tarief van de vennootschapsbelasting lager is dan 10 pct.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lijst van Staten zonder of met een lage belasting wordt bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Deze lijst wordt herzien bij koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het derde lid bedoelde aangifte moet slechts worden gedaan voor zover het totaal van de betalingen die tijdens het belastbaar tijdperk werden gedaan, een minimum bedrag van 100.000 euro bereikt. De aangifte wordt gedaan op een formulier waarvan het model door de Koning wordt vastgesteld en gevoegd bij de in artikel 305, eerste lid, bedoelde aangifte. ». Art. 135.Artikel 340 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 340.Ter bepaling van het bestaan en van het bedrag van de belastingschuld kan de administratie alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen aanvoeren, met inbegrip van de processen-verbaal opgesteld door de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën, maar met uitzondering van de eed.</p>\n<p class=\"lf-p\">De processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. ». Art. 136.Artikel 134 treedt in werking vanaf aanslagjaar 2010 voor de betalingen die vanaf 1 januari 2010 worden gedaan. Afdeling 4. - Steun aan de landbouw</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 137</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Voor de toepassing van de personenbelasting en, voor de in artikel 227, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde belastingplichtigen, van de belasting van niet inwoners, zijn kapitaal- en interestsubsidies die tijdens de jaren 2008 tot 2010, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers worden betaald in het raam van de steun aan de landbouw, om immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen, vrijgestelde inkomsten ten name van deze laatste. § 2. In geval van vervreemding van één van de in § 1, vermelde vaste activa, anders dan bij schadegeval, onteigening, opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, die gedurende de eerste drie jaren van de investering plaatsvindt, wordt de vrijstelling met betrekking tot dat vast actief niet meer verleend vanaf het belastbaar tijdperk waarin de vervreemding heeft plaatsgevonden en wordt het bedrag van de voorheen vrijgestelde winst geacht een winst te zijn van dit belastbaar tijdperk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 138</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 171, 4°, i, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, worden de zoogkoeienpremies en de premies in het kader van de bedrijfstoeslagrechten ingesteld door de Europese Gemeenschappen als steunregeling voor de landbouwsector die tijdens de jaren 2008 tot 2010 worden betaald, belast tegen een aanslagvoet van 12,5 pct. behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 130 tot 168 van hetzelfde Wetboek op het geheel van de belastbare inkomsten Voor de vestiging van de belasting, worden de in het eerste lid bedoelde inkomsten op dezelfde manier behandeld als de in artikel 171, 4°, i, van hetzelfde Wetboek bedoelde inkomsten. Art. 139.§ 1. In afwijking van de artikelen 215 en 246, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt het tarief van de vennootschapsbelasting of, voor de in artikel 227, 2°, van hetzelfde Wetboek vermelde belastingplichtigen, van de belasting van niet-inwoners bepaald op 5 pct., met betrekking tot de kapitaal- en interestsubsidies die tijdens de jaren 2008 tot 2010, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers worden toegekend in het raam van de steun aan de landbouw, om immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid vermelde tarief geldt als de subsidies betrekking hebben op investeringen in materiële vaste activa of immateriële vaste activa die afschrijfbaar zijn en die niet als herbelegging worden aangemerkt krachtens de artikelen 44bis, 44ter, 47 en 194quater van hetzelfde Wetboek. § 2. Geen van de bij de artikelen 199 tot 206 van hetzelfde Wetboek bepaalde aftrekken noch enige compensatie met het verlies van het belastbaar tijdperk mag worden verricht op de grondslag van de in paragraaf 1 vermelde belasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 276 van hetzelfde Wetboek mag geen voorheffing, noch forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting, noch belastingkrediet worden verrekend op de in paragraaf 1 vermelde belasting. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 463bis van hetzelfde Wetboek is niet van toepassing op de belasting die berekend is overeenkomstig de paragrafen 1 en 2. § 4. In geval van vervreemding van een in paragraaf 1, vermeld vast actief, anders dan bij schadegeval, onteigening, opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, die gedurende de eerste drie jaren van de investering plaatsvindt, wordt de verlaagde belasting met betrekking tot dat vast actief niet meer verleend vanaf het belastbaar tijdperk waarin de vervreemding heeft plaatsgevonden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-140\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 140</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Wanneer in 2008 en 2009 in artikel 137 of in artikel 139 bedoelde kapitaal- en interestsubsidies zijn betaald of toegekend of wanneer in 2008 in artikel 138 bedoelde zoogkoeienpremies en premies in het kader van de bedrijfstoeslagrechten ingesteld door de Europese Gemeenschappen als steunregeling voor de landbouwsector zijn betaald, kan de belastingplichtige, voor zover de betaling of toekenning is gedaan tijdens een belastbaar tijdperk dat verbonden is aan de aanslagjaren 2008 en 2009, de administratie verzoeken bij de vestiging van de aanslag voor het betrokken aanslagjaar rekening te houden met het specifieke belastingstelsel zoals het blijkt uit de genoemde artikelen. Daartoe voegt hij bij de aangifte een door de Koning vastgesteld formulier Dit formulier vormt vanaf de datum van indiening een integrerend deel van de aangifte van het desbetreffende aanslagjaar. De administratie houdt hiermee rekening bij de vestiging van de belasting overeenkomstig de artikelen 339 tot 342 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aangifte reeds is ingediend doch op grond van die aangifte nog geen aanslag werd gevestigd, houdt de administratie, van zodra ze het in het eerste lid bedoelde formulier heeft ontvangen, bij de vestiging van de aanslag rekening met de gegevens die de belastingplichtige door middel van dat formulier heeft verstrekt en met de in de artikelen 137 tot 139 vermelde aanslagstelsels. § 2. Ingeval de aanslag op grond van de aangegeven inkomsten en andere gegevens reeds is gevestigd alvorens het in paragraaf 1 bedoelde formulier werd ingediend, wordt die indiening beschouwd als een verzoek tot ambtshalve ontheffing op grond van artikel 376 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. De artikelen 137 tot 139 vormen een in het genoemde artikel 376, paragraaf 1, bedoelde nieuwe feit. Art. 141.Artikel 137 is van toepassing op de kapitaal- en interestsubsidies die in 2008, 2009 en 2010 worden betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 138 is van toepassing op de premies die in 2008, 2009 en 2010 worden betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 139 is van toepassing op de kapitaal- en interestsubsidies die in 2008, 2009 en 2010 worden toegekend en voor zover die subsidies ten vroegste op 1 januari 2008 zijn betekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 140 is van toepassing voor de aanslagjaren 2008 en 2009. HOOFDSTUK 2. - Belasting over de toegevoegde waarde met betrekking tot de levering van gebouwen en het bijhorend terrein Art. 142.In artikel 1 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt paragraaf 9, ingevoegd bij de programma wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, vervangen als volgt : « § 9. Voor de toepassing van dit Wetboek dient te worden verstaan : 1° onder gebouw of een gedeelte van een gebouw, ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden;2° onder bijhorend terrein, het terrein waarvoor de toelating werd verkregen om er op te bouwen en dat door éénzelfde persoon wordt overgedragen tegelijk met het gebouw waartoe het behoort.». Art. 143.Artikel 8 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de programma wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 8.§ 1. Eenieder die, anders dan in de uitoefening van een economische activiteit, een goed bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, heeft opgericht, heeft laten oprichten of heeft verkregen met voldoening van de belasting, en het uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van dat goed, onder bezwarende titel vervreemdt, heeft ten aanzien van de vervreemding van dit goed en het bijhorende terrein de hoedanigheid van belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling de vervreemding te doen met voldoening van de belasting. § 2. Eenieder die, anders dan in de uitoefening van een economische activiteit, een goed bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, heeft opgericht, heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen en waarop hij, vóór het verstrijken van de in paragraaf 1 bepaalde termijn, onder bezwarende titel een zakelijk recht vestigt in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, heeft ten aanzien van deze vestiging de hoedanigheid van belastingplichtige wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling de vestiging van dit zakelijk recht te doen met voldoening van de belasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze persoon heeft eveneens de hoedanigheid van belastingplichtige, wanneer de in het eerste lid beoogde vestiging van het zakelijk recht daarenboven betrekking heeft op het bijhorende terrein. § 3. Eenieder die, anders dan in de uitoefening van een economische activiteit, een zakelijk recht in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, dat met voldoening van de belasting te zijnen bate werd gevestigd of aan hem werd overgedragen, binnen de in paragraaf 1 bepaalde termijn, onder bezwarende titel, overdraagt of wederoverdraagt, heeft ten aanzien van de overdracht of wederoverdracht van dit zakelijk recht op een goed bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, de hoedanigheid van belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling het zakelijk recht met voldoening van de belasting over te dragen of weder over te dragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze persoon heeft eveneens de hoedanigheid van belastingplichtige, wanneer de in het eerste lid beoogde overdracht of wederoverdracht van het zakelijk recht daarenboven betrekking heeft op het bijhorende terrein. ». Art. 144.In artikel 12 van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 2, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de programma wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, vervangen als volgt : « § 2. De belastingplichtige die geregeld goederen bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, die hij heeft opgericht of laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van hun eerste ingebruikneming of hun eerste inbezitneming, onder bezwarende titel vervreemdt, wordt geacht het goed dat bij het verstrijken van de bovengenoemde termijn niet is vervreemd voor eigen behoeften te onttrekken, wanneer dit goed op dat tijdstip nog niet het voorwerp heeft uitgemaakt van de ingebruikneming bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. Deze belastingplichtige wordt eveneens geacht voor eigen behoeften het bijhorende terrein te onttrekken, als hiervoor een recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan. De onttrekking die hij op dat tijdstip geacht wordt te verrichten wordt met een levering onder bezwarende titel gelijkgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingplichtige die geregeld onder bezwarende titel zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, vestigt op goederen bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, die hij heeft opgericht of laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen, uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van hun eerste ingebruikneming of hun eerste inbezitneming, wordt geacht het goed dat bij het verstrijken van de bovengenoemde termijn niet is vervreemd voor eigen behoeften te onttrekken, wanneer dit goed op dat tijdstip nog niet het voorwerp heeft uitgemaakt van de ingebruikneming bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. Deze belastingplichtige wordt eveneens geacht voor eigen behoeften het bijhorende terrein te onttrekken, als hiervoor een recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan. De onttrekking die hij op dat tijdstip geacht wordt te verrichten wordt met een levering onder bezwarende titel gelijkgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste en het tweede lid bedoelde belastingplichtige in wiens voordeel een zakelijk recht in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, met voldoening van de belasting werd gevestigd of aan wie een dergelijk recht met voldoening van de belasting werd overgedragen, wordt geacht dat recht dat bij het verstrijken van de in het tweede lid gestelde termijn niet is overgedragen of wederovergedragen voor eigen behoeften te onttrekken, wanneer het in artikel 1, § 9, 1°, beoogde goed waarop het zakelijk recht betrekking heeft op dat tijdstip nog niet het voorwerp heeft uitgemaakt van de ingebruikneming bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. Deze belastingplichtige wordt eveneens geacht voor eigen behoeften het zakelijk recht op het bijhorende terrein te onttrekken, als hiervoor een recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan. De onttrekking die hij op dat tijdstip geacht wordt te verrichten wordt met een levering onder bezwarende titel gelijkgesteld. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 145</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 16, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, wordt de bepaling onder 2°, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, vervangen als volgt : « 2° ter zake van de vervreemding van goederen bedoeld in artikel 1, § 9, alsook van de vestiging, overdracht of wederoverdracht van de zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, op zulke goederen, uiterlijk bij het verstrijken van de in artikel 44, § 3, 1°, bepaalde termijn. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-146\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 146</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 30 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, wordt vervangen als volgt : « Art. 30.Wanneer een belastingplichtige voor een niet gesplitste prijs een gebouw of een gedeelte van een gebouw en het bijhorende terrein met voldoening van de belasting vervreemdt samen met een andere grond dan het bijhorende terrein, wordt de belasting berekend over de bedongen prijs en lasten, onder aftrek van de verkoopwaarde van de andere grond dan het bijhorende terrein, geraamd op het tijdstip van de vervreemding, doch met inachtneming van de staat van deze grond vóór de aanvang van het werk. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-147\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 147</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 36, § 1, van hetzelfde Wetboek, wordt de bepaling onder a), vervangen bij de wet van 28 december 1992, vervangen als volgt : « a) de met voldoening van de belasting vervreemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9; »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-148\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 148</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 44, § 3, van hetzelfde Wetboek, wordt de bepaling onder 1°, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de programma</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, vervangen als volgt : « 1° de volgende handelingen : a) de levering van uit hun aard onroerende goederen. Worden evenwel uitgesloten de levering van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein bedoeld in artikel 1, § 9, wanneer hun vervreemding wordt verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de goederen bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, door : - hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen; - hetzij een in artikel 8, § 1, beoogde belastingplichtige; - hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling een dergelijke vervreemding te verrichten met voldoening van de belasting; b) de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten, in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, op uit hun aard onroerende goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Worden evenwel uitgesloten de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van dergelijke zakelijke rechten op gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein bedoeld in artikel 1, § 9, wanneer zij worden verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, door : - hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die binnen de voornoemde termijn één van de bedoelde zakelijke rechten vestigt op een goed bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, dat hij heeft opgericht, heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen of die binnen dezelfde termijn, een dergelijk zakelijk recht dat te zijnen bate werd gevestigd of aan hem werd overgedragen met voldoening van de belasting, overdraagt of wederoverdraagt; - hetzij een in artikel 8, §§ 2 of 3, beoogde belastingplichtige; - hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op een door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling om dergelijk zakelijk recht te vestigen, over te dragen of weder over te dragen met voldoening van de belasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De datum van het contract kan alleen worden aangetoond door bewijsmiddelen die tegen derden kunnen worden ingeroepen; ». Art. 149.De artikelen 142 tot 148 treden in werking op 1 januari 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid. HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen Art. 150.Artikel 33 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, opgeheven bij de wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/01/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten, wordt hersteld als volgt : « Art. 33.§ 1. Indien de niet-betaling wordt vastgesteld op de openbare weg, moet de bestuurder van het voertuig de ontdoken verkeersbelasting en de boete in handen van de verbalisant betalen op het ogenblik van de vaststelling van de overtreding. § 2. In geval van niet-betaling van de in paragraaf 1 bedoelde sommen, wordt het voertuig aangehaald tot de verschuldigde sommen betaald zijn. Zijn deze niet betaald binnen zesennegentig uur na de vaststelling van de overtreding, dan wordt het voertuig in beslag genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bericht van inbeslagneming wordt binnen twee werkdagen aan de natuurlijke of rechtspersoon die vermeld is of vermeld moet zijn op het inschrijvingsbewijs van het voertuig gezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het risico en de eventuele kosten voortvloeiend uit de aanhaling en het beslag zijn ten laste van de eigenaar, de ondernemer, de houder of de bestuurder van het voertuig overeenkomstig de artikelen 6 en 21.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beslag wordt na betaling van de verschuldigde sommen en kosten opgeheven. § 3. Bij niet-betaling van deze sommen en kosten veroordeelt de rechtbank tot betaling ervan en gelast zij de verkoop van het in beslag genomen voertuig. De gerechtskosten, de verkeersbelasting, de boete en de andere kosten worden aangerekend op de opbrengst van de verkoop van het voertuig en het eventueel overschot wordt aan de natuurlijke of rechtspersoon die vermeld is of vermeld moet zijn op het inschrijvingsbewijs van het voertuig terugbetaald. § 4. Voor de toepassing van dit artikel zijn de wets- en verordeningsbepalingen inzake douane en accijnzen betreffende de aanhaling, de inbeslagneming en de verkoop, het opstellen en het viseren van de processen-verbaal, het afgeven van het afschrift ervan, de bewijskracht van die akten en de wijze van vervolging van toepassing. ». Art. 151.In artikel 36bis, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 19 februari 2001 en 9 juli 2004, worden de woorden « , met uitzondering van artikel 33, » ingevoegd tussen de woorden « VIII en X » en de woorden « zijn niet van toepassing op ». Art. 152.In artikel 95 van hetzelfde Wetboek wordt het woord « 33, » ingevoegd tussen het woord « artikelen » en het woord « 37, ». HOOFDSTUK 4. - Gegevensuitwisseling Afdeling 1. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Art. 153.Artikel 335 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt vervangen als volgt : « Art. 335.Alle administraties die ressorteren onder de Federale Overheidsdienst Financiën zijn gehouden alle in hun bezit zijnde toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen ter beschikking te stellen aan alle ambtenaren van deze Overheidsdienst, voorzover die ambtenaren regelmatig belast zijn met de vestiging of de invordering van de belastingen, en voorzover die gegevens bijdragen tot de vervulling van de opdracht van die ambtenaren tot de vestiging of de invordering van eender welke door de Staat geheven belasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën, die regelmatig werd belast met een controle- of onderzoeksopdracht, is van rechtswege gemachtigd alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen te vragen, op te zoeken of in te zamelen die bijdragen tot de vestiging of de invordering van eender welke, andere, door de Staat geheven belasting. ». Art. 154.In artikel 336 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden « van een fiscaal staatsbestuur » vervangen door de woorden « van de Federale Overheidsdienst Financiën ». Afdeling 2. - Wijzigingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde Art. 155.In artikel 93quater decies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij de wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 28 december 1992, de programma wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten7 en de wet van 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden « van een fiscaal rijksbestuur » vervangen door de woorden « van de Federale Overheidsdienst Financiën »;2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : « § 3.Alle administraties die ressorteren onder de Federale Overheidsdienst Financiën zijn gehouden alle in hun bezit zijnde toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen ter beschikking te stellen aan alle ambtenaren van deze Overheidsdienst, voorzover die ambtenaren regelmatig belast zijn met de vestiging of de invordering van de belastingen, en voorzover die gegevens bijdragen tot de vervulling van de opdracht van die ambtenaren tot de vestiging of de invordering van eender welke door de Staat geheven belasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën, die regelmatig werd belast met een controle- of onderzoeksopdracht, is van rechtswege gemachtigd alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen te vragen, op te zoeken of in te zamelen die bijdragen tot de vestiging of de invordering van eender welke, andere, door de Staat geheven belasting. ». Afdeling 3. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 156</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 211 van het Wetboek diverse rechten en taksen, gewijzigd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, worden de woorden « van een fiscaal rijksbestuur » vervangen door de woorden « van de Federale Overheidsdienst Financiën »;2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : « § 3.Alle administraties die ressorteren onder de Federale Overheidsdienst Financiën zijn gehouden alle in hun bezit zijnde toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen ter beschikking te stellen aan alle ambtenaren van deze Overheidsdienst, voorzover die ambtenaren regelmatig belast zijn met de vestiging of de invordering van de belastingen, en voorzover die gegevens bijdragen tot de vervulling van de opdracht van die ambtenaren tot de vestiging of de invordering van eender welke door de Staat geheven belasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën, die wettelijk werd belast met een controle- of onderzoeksopdracht, is van rechtswege gemachtigd alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen te vragen, op te zoeken of in te zamelen die bijdragen tot de vestiging of de invordering van eender welke, andere, door de Staat geheven belasting. ». Afdeling 4. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten Art. 157.In artikel 289 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden « van een fiscaal rijksbestuur » vervangen door de woorden « van de Federale Overheidsdienst Financiën »;2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : « § 3.Alle administraties die ressorteren onder de Federale Overheidsdienst Financiën zijn gehouden alle in hun bezit zijnde toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen ter beschikking te stellen aan alle ambtenaren van deze Overheidsdienst, voorzover die ambtenaren regelmatig belast zijn met de vestiging of de invordering van de belastingen, en voorzover die gegevens bijdragen tot de vervulling van de opdracht van die ambtenaren tot de vestiging of de invordering van eender welke door de Staat geheven belasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën, die wettelijk werd belast met een controle- of onderzoeksopdracht, is van rechtswege gemachtigd alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen te vragen, op te zoeken of in te zamelen die bijdragen tot de vestiging of de invordering van eender welke, andere, door de Staat geheven belasting. ». Afdeling 5. - Wijzigingen van het Wetboek der successierechten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 158</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het Eerste Boek van het Wetboek der successierechten, wordt een hoofdstuk XIbis ingevoegd, dat het artikel 104/1 bevat, luidende : « HOOFDSTUK XIbis. - Aan alle belastingen gemene bepalingen Art. 104/1.Alle administraties die ressorteren onder de Federale Overheidsdienst Financiën zijn gehouden alle in hun bezit zijnde toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen ter beschikking te stellen aan alle ambtenaren van deze Overheidsdienst, voorzover die ambtenaren regelmatig belast zijn met de vestiging of de invordering van de belastingen, en voorzover die gegevens bijdragen tot de vervulling van de opdracht van die ambtenaren tot de vestiging of de invordering van eender welke door de Staat geheven belasting Elke ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën, die regelmatig werd belast met een controle- of onderzoeksopdracht, is van rechtswege gemachtigd alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen te vragen, op te zoeken of in te zamelen die bijdragen tot de vestiging of de invordering van eender welke, andere, door de Staat geheven belasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke inlichting, stuk, proces-verbaal of akte, in het uitoefenen van zijn functie ontdekt of bekomen door een ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën of van een fiscaal rijksbestuur, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een bestuursdienst van de Staat, met inbegrip van de parketten en de griffies der hoven en rechtbanken, de besturen van de Gemeenschappen en de Gewesten van de Belgische Staat, de provinciën, de agglomeraties en de gemeenten, evenals de openbare instellingen of inrichtingen, kan door de Staat worden ingeroepen voor het opsporen van elke krachtens de belastingwetten verschuldigde som.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder openbare instellingen of inrichtingen worden verstaan de instellingen, maatschappijen, verenigingen, inrichtingen en diensten welke de Staat, een Gemeenschap of een Gewest mede beheert, waaraan de Staat, een Gemeenschap of een Gewest een waarborg verstrekt, op de werkzaamheden waarvan de Staat, een Gemeenschap of een Gewest toezicht uitoefent of waarvan het bestuurspersoneel wordt aangewezen door de federale regering of een Gemeenschaps- of Gewestregering, op haar voordracht of mits haar goedkeuring. ». Afdeling 6. - Wijzigingen van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977 Art. 159.In artikel 210 van de algemene wet van 18 juli 1977Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/01/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten8 inzake douane en accijnzen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 worden de woorden « van een fiscaal rijksbestuur » vervangen door de woorden « van de Federale Overheidsdienst Financiën »;2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : « § 3.Alle administraties die ressorteren onder de Federale Overheidsdienst Financiën zijn gehouden alle in hun bezit zijnde toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen ter beschikking te stellen aan alle ambtenaren van deze Overheidsdienst, voorzover die ambtenaren regelmatig belast zijn met de vestiging of de invordering van de belastingen, en voorzover die gegevens bijdragen tot de vervulling van de opdracht van die ambtenaren tot de vestiging of de invordering van eender welke door de Staat geheven belasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën, die regelmatig werd belast met een controle- of onderzoeksopdracht, is van rechtswege gemachtigd alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen te vragen, op te zoeken of in te zamelen die bijdragen tot de vestiging of de invordering van eender welke, andere, door de Staat geheven belasting. ». Afdeling 7. - Wijzigingen van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen Art. 160.In artikel 2, eerste lid, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, gewijzigd bij de wetten van 8 april 2003, 10 augustus 2005 en 25 april 2007, wordt het woord « 337 » vervangen door de woorden « 335 tot 337 ». HOOFDSTUK 5. - Accijnzen Art. 161.In artikel 419 van de programmawet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/06/2000 numac 2000003354 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepalingen onder b) en c) worden vervangen als volgt : « b) ongelode benzine van de GN-code 2710 11 49 i) met een hoog zwavelgehalte en/of aromatische verbindingen : - accijns : 245,4146 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijzondere accijns : 354,5238 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijdrage op de energie : 28,6317 euro per 1.000 liter bij 15 °C; ii)* met een laag zwavelgehalte en aromatische verbindingen : - accijns : 245,4146 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijzondere accijns : 339,5238 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijdrage op de energie : 28,6317 euro per 1.000 liter bij 15 °C; ** met een laag zwavelgehalte en aromatische verbindingen, aangevuld met ten minste 7 pct. vol bio-ethanol van de GN-code 2207 10 00 met een alcohol-volumegehalte van ten minste 99 pct. vol, zuiver of onder de vorm van ETBE van de GN-code 2909 19 00, en die niet van synthetische oorsprong is : - accijns : 245,4146 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijzondere accijns : 296,5739 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijdrage op de energie : 28,6317 euro per 1.000 liter bij 15 °C; c) ongelode benzine van de GN-codes 2710 11 41 en 2710 11 45 : i) onvermengd : - accijns : 245,4146 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijzondere accijns : 339,5238 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijdrage op de energie : 28,6317 euro per 1.000 liter bij 15 °C; ii) aangevuld met ten minste 7 pct. vol bio-ethanol van de GN-code 2207 10 00 met een alcohol-volumegehalte van ten minste 99 pct. vol, zuiver of onder de vorm van ETBE van de GN-code 2909 19 00, en die niet van synthetische oorsprong is : - accijns : 245,4146 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijzondere accijns : 296,5739 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijdrage op de energie : 28,6317 euro per 1.000 liter bij 15 °C; »; 2° de bepaling onder e), i) wordt vervangen door : « e) gasolie van de GN codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49 met een zwavelgehalte van meer dan 10 mg/kg : i) gebruikt als motorbrandstof : - accijns : 198,3148 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijzondere accijns : 154,7063 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijdrage op de energie : 14,8736 euro per 1.000 liter bij 15 °C; »; 3° de bepaling onder f), i) wordt vervangen door : « f) gasolie van de GN code 2710 19 41 met een zwavelgehalte van niet meer dan 10 mg/kg : i) gebruikt als motorbrandstof : * onvermengd : - accijns : 198,3148 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijzondere accijns : 139,7063 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijdrage op de energie : 14,8736 euro per 1.000 liter bij 15 °C; ** aangevuld met ten minste 5 pct. vol FAME van de GN-code 3824 90 99 die voldoet aan de NBN-EN-norm 14214 : - accijns : 198,3148 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijzondere accijns : 122,0616 euro per 1.000 liter bij 15 °C; - bijdrage op de energie : 14,8736 euro per 1.000 liter bij 15 °C; ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-162\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 162</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 420, § 3, a), van dezelfde programmawet, wordt vervangen als volgt : « § 3 a) Het tarief van de bijzondere accijns vastgesteld bij artikel 419, e), i) en f), i), voor gasolie van de GN-codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49 zal verhogen, met ingang van 1 januari 2010, met een maximumbedrag van 40 euro per 1.000 liter bij 15 °C en met ingang van 1 januari 2011, met een maximumbedrag van 40 euro per 1.000 liter bij 15 °C, overeenkomstig de procedure bepaald onder b). »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 163</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 429, § 5, 1), van dezelfde programmawet, wordt de inleidende zin vervangen als volgt : « De gasolie bedoeld in artikel 419, f), i), is vrijgesteld van de verhoging van de bijzondere accijns na 1 januari 2010, aan de hand van een terugbetaling, die verhoging vastgesteld zijnde op basis van het referentiebelastingniveau van 116,8116 euro per 1.000 liter bij 15 °C, indien deze gasolie wordt gebruikt voor : ». HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/01/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten6 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, en het koninklijk besluit van 14 november 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten8 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's en de levensverzekeringen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten Art. 164.In artikel 110bis 2, § 2, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, gewijzigd bij de wet van 17 december 1998 en de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 14 november 2008, wordt het eerste lid vervangen als volgt : « Voor de gevallen van het in gebreke blijven vastgesteld uiterlijk op 6 oktober 2008 voorzien de depositobeschermingsregelingen ingesteld of beheerd door het Fonds, ten belope van ten minste 20.000 euro of de tegenwaarde van dit bedrag, in terugbetaling van de deposito's en kasbons, obligaties en andere bancaire schuldvorderingsbewijzen op naam, gedematerialiseerd of in open bewaargeving die in de oprichtingsakte van deze regelingen zijn gedefinieerd overeenkomstig het Europees recht en zijn uitgedrukt in euro of in de munt van een Lidstaat die de eenheidsmunt niet heeft aangenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot 31 december 1999 wordt voornoemd bedrag van 20.000 euro vervangen door het bedrag van 15.000 euro. Het voornoemde bedrag van 20.000 euro wordt, voor de gevallen van het in gebreke blijven vastgesteld vanaf 7 oktober 2008 en uiterlijk op 31 december 2010, vervangen door het bedrag van 50.000 euro. Voor de gevallen van het in gebreke blijven vastgesteld vanaf 1 januari 2011 doet het Fonds slechts een terugbetaling in de mate dat zijn interventiereserve en de staatswaarborg bedoeld in artikel 110sexies volstaan om eerst de financiële instrumenten bedoeld in artikel 113, § 2, eerste lid, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/01/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten6 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen en vervolgens de voormelde deposito's, kasbons, obligaties en andere bancaire schuldvorderingsbewijzen, alsook de gelddeposito's bedoeld in artikel 113, § 2, tweede lid, van de voormelde wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/01/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten6 terug te betalen of te vergoeden. Deze terugbetaling door het Fonds is tevens beperkt tot de tegemoetkoming van maximum 100.000 euro door het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's en levensverzekeringen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het koninklijk besluit van 14 november 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten8 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's en de levensverzekeringen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. ». Art. 165.In artikel 113, § 2, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/01/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten6 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 november 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten8, wordt het tweede lid vervangen als volgt : « Voor de gevallen van het in gebreke blijven vastgesteld uiterlijk op 6 oktober 2008 houdt de schadeloosstelling van beleggers de terugbetaling in, ten belope van de in het eerste lid vastgestelde bedragen, van de gelddeposito's die voor rekening van de beleggers worden gehouden in het vooruitzicht dat zij voor de verwerving van financiële instrumenten of hun terugbetaling zullen worden aangewend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid vastgestelde bedrag van 20.000 euro wordt, voor de gevallen van het in gebreke blijven vastgesteld vanaf 7 oktober 2008 en uiterlijk op 31 december 2010, vervangen door het bedrag van 50.000 euro vastgesteld in artikel 110bis 2, § 2, eerste lid, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen. Voor de gevallen van het in gebreke blijven vastgesteld vanaf 1 januari 2011 doet het Fonds slechts een terugbetaling in de mate dat zijn interventiereserve en de staatswaarborg bedoeld in artikel 110sexies van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen volstaan om eerst de financiële instrumenten bedoeld in het eerste lid en vervolgens de voormelde gelddeposito's, alsook de deposito's, kasbons, obligaties en andere bancaire schuldvorderingsbewijzen bedoeld in artikel 110bis 2, § 2, eerste lid, van de voormelde wet van 22 maart 1993 terug te betalen of te vergoeden. Deze terugbetaling door het Fonds is tevens beperkt tot de tegemoetkoming van maximum 100.000 euro door het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's en levensverzekeringen, waarvan sprake in artikel 6, eerste lid, van het koninklijk besluit van 14 november 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten8 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's en de levensverzekeringen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. ». Art. 166.In artikel 4 van het koninklijk besluit van 14 november 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg sluiten8 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's en de levensverzekeringen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt : « § 2. Dienen er eveneens aan deel te nemen de levensverzekeringsondernemingen erkend in de hoedanigheid van verzekeraar van levensverzekeringen met gewaarborgd rendement, behorend tot tak 21 zoals bepaald in bijlage 1 van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde verzekeringsondernemingen delen aan het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's en levensverzekeringen het bedrag van de te beschermen verbintenissen ten overstaan van de verzekeringsnemers en begunstigden mee, alsook het bedrag en de samenstelling van de erop betrekking hebbende dekkingswaarden. De Koning kan de andere inlichtingen bepalen die deze verzekeringsondernemingen aan het Bijzonder Beschermingsfonds dienen mee te delen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan bijkomende verplichtingen in verband met hun deelname opleggen aan de in het eerste lid bedoelde verzekeringsondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bescherming verstrekt door het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's en levensverzekeringen treedt in werking vanaf de ontvangst van de betaling van de jaarlijkse bijdrage door de verzekeringsonderneming. ». Art. 167.In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's en levensverzekeringen komt tegemoet ten belope van 100.000 euro. »; 2° er wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : « In geval een instelling bedoeld in artikel 4, § 1, met uitzondering van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, in gebreke blijft, komt het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's en levensverzekeringen slechts tegemoet in de mate dat de interventiereserve van het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten en de staatswaarborg bedoeld in artikel 110sexies van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, niet volstaan om eerst de financiële instrumenten bedoeld in artikel 113, § 2, eerste lid, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/01/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten6 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen en vervolgens de deposito's, kasbons, obligaties en andere bancaire schuldvorderingsbewijzen bedoeld in artikel 110bis 2, § 2, eerste lid, van de voormelde wet van 22 maart 1993, alsook de gelddeposito's bedoeld in artikel 113, § 2, tweede lid, van de voormelde wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/01/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten6 terug te betalen of te vergoeden.»; 3° in het tweede lid worden de woorden « de toetredende verzekeringsinstelling » vervangen door de woorden « de verzekeringsonderneming »;4° in het vijfde lid wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt : « 1° hetzij wanneer de verzekeringsonderneming failliet is verklaard of een verzoek tot gerechtelijke reorganisatie heeft ingediend of gerechtelijk is ontbonden;».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-168\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 168</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 7.Het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's en levensverzekeringen wordt gefinancierd door de jaarlijkse bijdragen van zijn deelnemers, de toegangsrechten voor de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen bedoeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1° tot 3°, met uitzondering van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, en de toegangsrechten die gelden voor de verzekeringsondernemingen die vóór 1 januari 2011 op hun aanvraag deelnemen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-169\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 169</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, 1°, worden de woorden « een bijdrage van 0,31 °/°° » vervangen door de woorden « een bijdrage van 0,15 pct.»; 2° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden « een bijdrage van 0,50 °/°° » vervangen door de woorden « een bijdrage van 0,15 pct.van het bedrag op 30 september van het vorige jaar, »; 3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden « voor de verzekeringsondernemingen bedoeld in artikel 4, § 2, eerste lid, » ingevoegd tussen de woorden « « het toegangsrecht » en de woorden « wordt vastgesteld »;4° met ingang van 1 januari 2011 wordt paragraaf 2 opgeheven;5° paragraaf 3, waarvan de bestaande tekst paragraaf 4 zal vormen, wordt vervangen als volgt : « § 3.Het bedrag van het toegangsrecht voor de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen bedoeld in artikel 4, § 1, 1° tot 3°, met uitzondering van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, wordt vastgesteld op 0,10 pct. van het bedrag op 30 september 2010 van de deposito's die in aanmerking komen voor terugbetaling. De ene helft van dit bedrag wordt betaald ten laatste op 15 december 2010 en de andere helft ten laatste op 15 januari 2011 De Koning kan, op advies van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, de waarderings- en berekeningswijze vaststellen voor het toegangsrecht dat moet worden gestort door de in het eerste lid bedoelde kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die vanaf 16 december 2010 voor het eerst deelnemen en waarvoor onvoldoende bijdragen worden ingebracht, afkomstig van een depositobeschermingsregeling waaraan zij vroeger hebben deelgenomen of die van de in artikel 110sexies van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen bedoelde waarborg niet genieten. Hij kan de modaliteiten voor de betaling van dit toegangsrecht vaststellen. ». Art. 170.In hetzelfde besluit wordt een artikel 8/1 ingevoegd, luidende : « Art. 8/1.De schuldvorderingen in hoofdsom en de bijkomende schuldvorderingen van het Bijzonder Fonds voor deposito's en levensverzekeringen op een instelling in het kader van de middelen van de beschermingsregelingen voor deposito's en levensverzekeringen, zijn bevoorrecht op alle roerende goederen van die instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid bedoelde voorrecht komt onmiddellijk na de voorrechten vermeld in artikel 19, 4°nonies, van de wet van 16 december 1851 (Hypotheekwet).</p>\n<p class=\"lf-p\">De toewijzing bij voorkeur, ingevoerd bij artikel 19 in fine van de wet van 16 december 1851, is van toepassing op de schuldvorderingen van het Fonds bedoeld in het eerste lid. » Art. 171.In artikel 9 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende : « Wanneer de klant slechts voor een deel van zijn vordering door het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's en levensverzekeringen schadeloos wordt gesteld, staat hij, in afwijking van artikel 1252 van het Burgerlijk Wetboek, in rang gelijk met het Fonds voor de uitoefening van zijn rechten met betrekking tot hetgeen hem nog verschuldigd blijft.»; 2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden « artikel 4, § 1 » vervangen door de woorden « artikel 4 »;3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden « een in gebreke gebleven verzekeringsonderneming » vervangen door de woorden « een vóór 1 januari 2011 in gebreke gebleven verzekeringsonderneming ». Art. 172.Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van de artikelen 164 tot 166, 167, 1°, 2° en 3°, 169, 1°, 2° en 4°, en 171, 2°, die in werking treden op 1 januari 2011. HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de economische herstel wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7 Art. 173.In artikel 2 van de economische herstel wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « uitgaven als bedoeld in artikel 14524, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 » vervangen door de woorden « uitgaven als bedoeld in artikel 14524, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals dat van toepassing is voor het aanslagjaar 2010 »;2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende : « De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken in verband met de in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten voldoen.». HOOFDSTUK 8. - Dotaties Art. 174.In afwijking van de artikelen 2 en 4 van de wet van 16 november 1993 houdende vaststelling van de Civiele Lijst voor de duur van de regering van Koning Albert II, tot toekenning van een jaarlijkse en levenslange dotatie aan Hare Majesteit Koningin Fabiola en van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, wordt de dotatie aan Hare Majesteit Koningin Fabiola vastgesteld op 1.461.502 euro voor het jaar 2010 en op 1.441.381 euro voor het jaar 2011. Art. 175.In afwijking van de artikelen 2, 3, 3bis en 5 van de wet van 7 mei 2000Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/06/2000 numac 2000003354 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid sluiten houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid en een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Laurent : 1° wordt de dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip vastgesteld op 935.254 euro voor het jaar 2010 en op 922.378 euro voor het jaar 2011; 2° wordt de dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid vastgesteld op 323.515 euro voor het jaar 2010 en op 319.061 euro voor het jaar 2011; 3° wordt de dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Laurent vastgesteld op 311.009 euro voor het jaar 2010 en op 306.727 euro voor het jaar 2011.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 9. - Energie HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de</h3>\n<p class=\"lf-p\">wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten3 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales Art. 176.In artikel 13 van de wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten3 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze centrales, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt aangevuld met de woorden « alsook de bevoegde diensten van de FOD Financiën.»; 2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « De kernprovisievennootschap verstuurt de kennisgeving bedoeld in het derde lid alsook alle elementen die te maken hebben met de noodzakelijke berekening van de vaststelling van het individuele aandeel van de nucleaire exploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschapen bedoeld in artikel 24, § 1, in de repartitiebijdrage aan de bevoegde diensten van de FOD Financiën.». Art. 177.In artikel 14, § 8, van dezelfde wet, gewijzigd bij de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende : « Het globaal bedrag van de repartitiebijdrage voor het jaar 2009 is vastgesteld op 250 miljoen euro.Dit bedrag zal worden aangewend voor het budget van de Rijksmiddelenbegroting. »; 2° na het zesde lid, dat het zevende lid wordt, wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende : « De kernprovisievennootschap schrijft de in artikel 14, § 8, vierde lid, bedoelde repartitiebijdrage over, voor het jaar 2009, overeenkomstig dezelfde modaliteiten zoals deze voorzien in het vorig lid.In afwijking van de bepalingen van vorig lid, wordt de repartitiebijdrage bedoeld bij artikel 14, § 8, vierde lid, overgeschreven op bankrekening 679-2003169-22 ter attentie van de FOD Financiën. » Art. 178.Artikel 22bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de programma wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1, wordt als volgt gewijzigd : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden « eerste tot vijfde lid » vervangen door de woorden « eerste tot zesde lid »;2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid luidende : « Het besluit van de Regent van 18 maart 1831 is van toepassing op de boetes opgelegd door de Commissie voor de nucleaire provisies krachtens voorgaande leden.». HOOFDSTUK 2. - Fonds voor de bevordering en de ondersteuning van de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen Art. 179.§ 1. De kernexploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, van de wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten3 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze centrales, alsook de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1, van dezelfde wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten3, zijn gehouden om zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze wet en ten laatste vóór 31 december 2009 een fonds op te richten en te financieren waarvan het maatschappelijk doel en de opdrachten worden gedefinieerd in artikel 180. § 2. De kernexploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, van de wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten3 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze centrales, alsook de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1, van dezelfde wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten3, kunnen zich beroepen op ieder fonds dat zij zouden hebben opgericht in de twee maanden die voorafgaan aan de inwerkingtreding van deze wet teneinde tegemoet te komen aan hun verplichting opgenomen in de vorige paragraaf, voor zover dat het aldus opgerichte fonds in overeenstemming is met de bepalingen van dit hoofdstuk. § 3. Dit fonds zal de vorm van een coöperatieve vennootschap nemen. Art. 180.Het fonds opgericht in toepassing van artikel 179 zal de bevordering en de ondersteuning aan de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen tot doel hebben ten einde tegemoet te komen aan de doelstellingen vastgesteld door de richtlijnen 2009/28/EG van 23 april 2009 van het Europees Parlement en de Raad ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG, 2009/29/EG van het Europees parlement en de Raad van 23 april 2009 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten van de Gemeenschap te verbeteren en uit te breiden en 2009/31/EG van het Europees parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het fonds oefent hiertoe onder meer volgende opdrachten uit : - de bevordering en ondersteuning van investeringen en uitgaven in de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen; - de bevordering en ondersteuning van onderzoeken en ontwikkelingen op het vlak van hernieuwbare energiebronnen (met name van golfslagenergie, getijdenenergie, waterstof en fotovoltaïsche cellen). - de bevordering en de ondersteuning van onderzoek op het vlak van energie-efficiëntie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgaven die niet tot de exclusieve bevoegdheid van de Federale Overheid behoren, zijn maar mogelijk mits het voorafgaandelijk afsluiten van een samenwerkingsprotocol met de betrokken Gewestregeringen. Art. 181.§ 1. De kernexploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, van de wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten3 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze centrales, alsook de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1, van dezelfde wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten3, voorzien voor het jaar 2009 het fonds bedoeld in artikel 179 van een bedrag van 250 miljoen euro. § 2. De kernexploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, van de wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten3 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze centrales, alsook de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1 van dezelfde wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten3, zijn gehouden om bij te dragen tot het in § 1 vermelde bedrag naar verhouding van hun aandelen in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen, zoals berekend voor de toepassing van artikel 9, eerste lid, tweede zin, van de wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten3 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze centrales, en dit voor het laatst verlopen kalenderjaar. § 3. De kernexploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, van de wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten3 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze centrales, alsook de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1, van dezelfde wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten3, kunnen de bedragen, die in het fonds gestort worden in toepassing van § 1, niet doorrekenen aan de eindafnemer. Art. 182.§ 1. De statuten van het fonds opgericht in toepassing van artikel 179 voorzien de aanwezigheid van een regeringscommissaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regeringscommissaris wordt uitgenodigd op alle vergaderingen van de raad van bestuur van het fonds opgericht in toepassing van artikel 179 en heeft er een adviesgevende stem. De regeringscommissaris ontvangt de volledige dagorde alsook ieder daarmee verbonden document uiterlijk vijf werkdagen vóór de datum van de vergaderingen, behoudens gemotiveerde buitengewone omstandigheden. De raad van bestuur moet worden bijeengeroepen telkens de regeringscommissaris hierom verzoekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regeringscommissaris ontvangt de notulen van de vergaderingen van de raad van bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regeringscommissaris kan op ieder moment ter plaatse kennis nemen van de boeken, de briefwisseling, de notulen en in het algemeen van alle documenten en alle geschriften van het fonds opgericht in toepassing van artikel 179. Hij kan om iedere uitleg of informatie verzoeken en overgaan tot ieder nazicht dat hem noodzakelijk lijkt voor de uitvoering van zijn mandaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het fonds opgericht in toepassing van artikel 179 maakt onmiddellijk aan de regeringscommissaris de opmerkingen over die werden geformuleerd door de revisor van het fonds alsmede de op deze opmerkingen gegeven antwoorden. De regeringscommissaris correspondeert met de voornoemde revisor betreffende de aangelegenheden die tot zijn bevoegdheid behoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regeringscommissaris kan binnen een termijn van zes werkdagen in beroep gaan bij de minister bevoegd voor energie tegen iedere beslissing van de raad van bestuur van het fonds opgericht in toepassing van artikel 179 die hij strijdig acht met de richtlijnen van 's lands energiebeleid, met inbegrip van de doelstellingen van de regering inzake 's lands bevoorrading in energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze termijn van zes werkdagen begint te lopen vanaf de dag van de vergadering waarop die beslissing werd genomen, voor zover de regeringscommissaris er wettig voor werd opgeroepen en, in het tegenovergestelde geval, vanaf de dag waarop de beslissing aan hem aangemeld werd of, bij ontstentenis hiervan, vanaf de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beroep werkt schorsend en wordt aangemeld door de regeringscommissaris aan de raad van bestuur van het fonds opgericht in toepassing van artikel 179 binnen dezelfde termijn van zes werkdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen een termijn van twintig werkdagen die aanvangt op dezelfde dag als de termijn bedoeld in het zevende lid brengt de Minister bevoegd voor Energie de nietigverklaring van de beslissing ter kennis aan de raad van bestuur van het fonds opgericht in toepassing van artikel 179.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebrek aan een beslissing van de minister binnen de termijn bedoeld in vorig lid wordt de beslissing van de raad van bestuur van het fonds opgericht in toepassing van artikel 179 definitief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan de opdrachten van de regeringscommissaris preciseren. § 2. De statuten van het fonds zullen voorzien dat zijn raad van bestuur vier onafhankelijke bestuurders zal tellen die door de algemene vergadering van het fonds zullen worden benoemd op voorstel van een dubbele lijst die de regering opstelt. Art. 183.Ieder semester en dit vóór 1 maart en 1 september van ieder jaar rapporteert het fonds opgericht in toepassing van artikel 179 over de uitvoering van zijn maatschappelijk doel aan de Minister bevoegd voor Energie. Art. 184.De statuten van het fonds zullen het geheel van de bepalingen van dit hoofdstuk omvatten en ermee verenigbaar zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 10. - Diverse bepalingen HOOFDSTUK 1. - Fonds ter bestrijding van de overmatige schuldenlast Art. 185.In artikel 20 van de</h3>\n<p class=\"lf-p\">wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen, gewijzigd bij de wetten van 19 april 2002, 22 december 2003, 13 december 2005, 5 augustus 2006 et 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.Om het Fonds te stijven, zijn gehouden een jaarlijkse bijdrage te betalen : 1° de kredietgevers.Worden als kredietgevers beschouwd : a) de ondernemingen die onderworpen zijn aan Titel II van het koninklijk besluit nr.225 van 7 januari 1936 tot reglementering van de hypothecaire leningen en tot inrichting van de controle op de ondernemingen van hypothecaire leningen of bedoeld in artikel 65 van hetzelfde besluit, die hypothecaire leningen of kredietopeningen bedoeld in artikel 1 van hetzelfde besluit verstrekken; b) de ondernemingen die onderworpen zijn aan Titel II van de wet van 4 augustus op het hypothecair krediet, die hypothecaire kredieten bedoeld in de artikelen 1 en 2 van dezelfde wet verstrekken;c) de natuurlijke personen of rechtspersonen die erkend of geregistreerd zijn met toepassing van de artikelen 74 of 75bis van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, die consumentenkredieten bedoeld in artikel 1, 4°, van dezelfde wet verstrekken;2° het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT) voor rekening van de operatoren die activiteiten uitoefenen bedoeld in artikel 2, 4° en 5°, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998003325 bron ministerie van financien Wet houdende aanpassing van de Rijksmiddelenbegroting van het begrotingsjaar 1998 sluiten9 betreffende de elektronische communicatie;3° de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) voor rekening van de ondernemingen bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/06/2000 numac 2000003354 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid sluiten1 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;4° de Kansspelcommissie voor rekening van de kansspelinrichtingen bedoeld in de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. De jaarlijkse bijdrage is eenmalig en ondeelbaar verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De berekening van de bijdrage van de kredietgevers gebeurt op basis van een coëfficiënt toegepast op het totaal bedrag van de betalingsachterstanden van de kredietovereenkomsten geregistreerd op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de bijdrage is verschuldigd in de Centrale voor kredieten aan particulieren beheerd door de Nationale Bank van België. Deze gegevens worden door de Nationale Bank van België medegedeeld aan het fonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze coëfficiënt bedraagt : 1° 0,30 per duizend van het totaal van de betalingsachterstanden van de kredieten verstrekt door de ondernemingen bedoeld in het eerste lid, 1°, a) en b) ;2° 3 per duizend van het totaal van de betalingsachterstanden van de kredieten verstrekt door de personen bedoeld in het eerste lid, 1°, c). De bijdrage van de kredietgevers is slechts verschuldigd wanneer zij meer bedraagt dan 25 euro. De Koning kan dit bedrag wijzigen in functie van de inningskosten van het Fonds na advies van het Begeleidingscomité.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijdrage van de personen bedoeld in het eerste lid, 2° tot 4°, bedraagt respectievelijk 1.200.000 euro, 600.000 euro en 200.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijdragebetalers zijn ertoe gehouden op verzoek van het Fonds, de verschuldigde bijdragen over te schrijven op de ontvangstenrekening van het Fonds. Het verzoek gebeurt bij een ter post aangetekende brief. De bijdragebetalers schrijven de bijdragen over ten laatste binnen de maand vanaf de dag die volgt op de afgifte ter post van de aangetekende brief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan, bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de coëfficiënten weerhouden voor de bijdrage van de kredietgevers, de bedragen van de bijdragen van de personen bedoeld in het eerste lid, 2° tot 4°, de lijst van de bijdragebetalers of de verdeling onder hen, wijzigen, rekening houdend met het deel dat hun schuldvorderingen vertegenwoordigen in de schuldenlast van particulieren en de bijdragen die zij verrichten krachtens andere wettelijke bepalingen om voormelde schuldenlast te verminderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regels betreffende het innen van de toegewezen ontvangsten en de betaling van de toegestane uitgaven. Hij organiseert tevens het beheer van het Fonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minstens twee keer per jaar worden de cijfers betreffende de inkomsten en de uitgaven van het Fonds besproken met de bijdragebetalers.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van intrekking of schorsing van de erkenning of de registratie met toepassing van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, de schrapping van de inschrijving of het verbod om nieuwe hypothecaire kredietovereenkomsten te sluiten met toepassing van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet, blijft de kredietgever onderworpen aan de verplichting tot bijdrage. Indien de rechten die voortvloeien uit een kredietovereenkomst het voorwerp uitmaken van een overdracht, blijft de bijdrage verschuldigd door de overdrager; wanneer de overdrager niet meer bestaat, is de bijdrage verschuldigd door de overnemer.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste tot het vierde lid, 1° wordt er een bijkomende bijdrage gevraagd aan de kredietgevers voor het jaar 2009.De coëfficiënt van deze bijdrage bedraagt 0,15 per duizend van het totaal van de betalingsachterstanden van de kredieten bedoeld in het tweede lid, 1° en 2°, en 1,5 per duizend van het totaal van de betalingsachterstanden van de kredieten bedoeld in het tweede lid, 3°. Deze aanvullende bijdrage vervangt de niet gevorderde bijdrage van 2003; 2° bedraagt voor het jaar 2010 de coëfficiënt van de bijdrage 0,25 per duizend van het totaal van de betalingsachterstanden van de kredieten bedoeld in het tweede lid, 1° en 2°, en 2,5 per duizend van het totaal van de betalingsachterstanden van de kredieten bedoeld in het tweede lid, 3°.»; 2° paragraaf 3, 3°, wordt vervangen als volgt : « 3° de betaling van maatregelen inzake informatie en sensibiliseren gericht tot de personen bedoeld in deze wet met betrekking tot de doelstellingen en de werking van deze wet, en meer in het algemeen, de financiering van maatregelen inzake informatie en sensibiliseren omtrent schuldoverlast.De Koning bepaalt, bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de modaliteiten en de nadere regels betreffende de toekenning van de middelen van het Fonds die worden gebruikt voor deze maatregelen inzake informatie en sensibiliseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kunnen slechts middelen worden toegekend wanneer de schulden van het Fonds zijn weggewerkt en het Fonds een structureel budgettair overschot realiseert; ».</p></div>", "next": 239379}