📄 Wettekst
18 DECEMBER 2015. - Koninklijk besluit tot omzetting van Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013 van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het koninklijk besluit dat de Regering aan U voorlegt, beoogt hoofdzakelijk de omzetting van de Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (hierna: "Richtlijn").
De wet van 18 december 2015 tot omzetting van Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013 van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, heeft deze Richtlijn reeds gedeeltelijk omgezet in Belgisch recht.
Aanpassingen aan het
koninklijk besluit van 30 januari 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
30/01/2001
pub.
06/02/2001
numac
2001009091
bron
ministerie van justitie
Koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen
type
koninklijk besluit
prom.
30/01/2001
pub.
10/01/2007
numac
2006000914
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen. - Duitse vertaling
sluiten tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen Bepaalde voorschriften in de Richtlijn nopen echter tot aanpassingen van het uitvoeringsbesluit van het Wetboek van vennootschappen (hierna: "KB W.Venn."). Zo dienen, door de opheffing van de rubrieken van de resultatenrekening met betrekking tot de uitzonderlijke opbrengsten en kosten, belangrijke aanpassingen te worden aangebracht in het volledige en het verkorte schema van de resultatenrekening alsook in de geconsolideerde resultatenrekening. Hetzelfde geldt voor de wijzigingen die werden aangebracht door de Richtlijn met betrekking tot de kosten van onderzoek en ontwikkeling en de afschrijving van goodwill.
Bovendien zorgen bepaalde wijzigingen die werden aangebracht in het Wetboek van vennootschappen door de wet van 18 december 2015, zoals de invoering van de categorie van de microvennootschappen, ervoor dat uitvoeringsmaatregelen moeten worden genomen die specifiek betrekking hebben op deze categorie. Zo wordt voor de microvennootschappen een microschema van de jaarrekening ingevoerd, dat een vereenvoudigde toelichting bevat.
Ook de uitvoeringsmaatregelen die verband houden met de invoering van de nieuwe verplichting tot het opmaken van een verslag van betalingen aan overheden voor grote ondernemingen en organisaties van openbaar belang die actief zijn in bepaalde sectoren, worden opgenomen binnen het KB W.Venn.
Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om een aantal andere wijzigingen aan te brengen binnen het KB W.Venn. Door verscheidene andere recente wettelijke wijzigingen moeten namelijk bepaalde verwijzingen of benamingen worden aangepast.
Aanpassingen aan het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel en het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot uitvoering van de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten op de boekhouding van de ondernemingen Het koninklijk besluit dat de Regering U ter ondertekening voorlegt, bevat enerzijds een aantal wijzigingen in de bijlage bij het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel, als gevolg van de wijzigingen die aan het
koninklijk besluit van 30 januari 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
30/01/2001
pub.
06/02/2001
numac
2001009091
bron
ministerie van justitie
Koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen
type
koninklijk besluit
prom.
30/01/2001
pub.
10/01/2007
numac
2006000914
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen. - Duitse vertaling
sluiten tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen werden aangebracht naar aanleiding omzetting van de Richtlijn. Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om in de bijlage bij het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel enkele technische wijzigingen aan te brengen.
Het koninklijk besluit dat de Regering U ter ondertekening voorlegt, beoogt anderzijds een wijziging aan te brengen aan het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot uitvoering van de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten op de boekhouding van de ondernemingen, naar aanleiding van de wijziging van artikel 8, § 2 van de Boekhoudwet door artikel 56 van de
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/2008
pub.
16/06/2008
numac
2008202047
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen (1)
type
wet
prom.
08/06/2008
pub.
16/06/2008
numac
2008202046
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen (1)
sluiten houdende diverse bepalingen (I) (BS 16 juni 2008, ed. 2).
Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 Dit artikel behoeft geen commentaar.
Artikel 2 Dit artikel beoogt artikel 25 KB W.Venn. aan te vullen teneinde te verduidelijken dat ingeval een compensatie tussen tegoeden en schulden, tussen rechten en verplichtingen of tussen kosten en opbrengsten toegelaten is, de te verrekenen bedragen als brutobedragen in de toelichting bij de jaarrekening moeten worden vermeld. Een voorbeeld hiervan is artikel 17 van dit besluit volgens hetwelk, op grond van artikel 6.2 van de Richtlijn, aan de vennootschappen wordt toegelaten om in de jaarrekening de bedragen van de balansrubrieken "Bestellingen in uitvoering" en "Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen" te verrekenen per overeenkomst.
Artikel 3 Artikel 3 van dit besluit beoogt de aanpassing in artikel 27 KB W.Venn. van de verwijzing naar de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten met betrekking tot de boekhouding van ondernemingen. Ten gevolge van de inwerkingtreding van het Wetboek van economisch recht werd deze wet opgeheven en werden de bepalingen van deze wet ingevoegd in het Wetboek van economisch recht. De verwijzing naar de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten met betrekking tot de boekhouding van ondernemingen wordt in artikel 27 KB W.Venn. vervangen door een verwijzing naar de overeenkomstige bepaling van het Wetboek van economisch recht.
Artikel 4 Artikel 4 van dit besluit beoogt de aanpassing in artikel 28 KB W.Venn. van de verwijzing naar de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten met betrekking tot de boekhouding van ondernemingen. Ten gevolge van de inwerkingtreding van het Wetboek van economisch recht werd deze wet opgeheven en werden de bepalingen van deze wet ingevoegd in het Wetboek van economisch recht. De verwijzing naar de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten met betrekking tot de boekhouding van ondernemingen wordt in artikel 28 KB W.Venn. vervangen door een verwijzing naar de overeenkomstige bepaling van het Wetboek van economisch recht.
Artikel 5 In artikel 5 van dit besluit wordt beoogd te verduidelijken dat de in artikel 29 KB W.Venn. gevraagde vermeldingen die moeten worden meegedeeld in de toelichting bij de jaarrekening, thuishoren bij de waarderingsregels. Het betreft enerzijds de vermelding en verantwoording van de afwijking van de in het KB W.Venn. opgenomen waarderingsregels indien in uitzonderingsgevallen blijkt dat de toepassing ervan niet zou leiden tot een getrouw beeld van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap.
Anderzijds moet tevens de geraamde invloed van de afwijkende waarderingsregel op het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap in de toelichting bij de jaarrekening worden vermeld over het boekjaar waarin de afwijkende waarderingsregel voor het eerst wordt toegepast.
Artikel 6 Artikel 6 van dit besluit beoogt te verduidelijken dat de in artikel 37 KB W.Venn. gevraagde vermelding, d.i. indien de onrechtstreekse productiekosten niet in de vervaardigingsprijs werden opgenomen, wordt vermeld in de toelichting bij de jaarrekening onder de waarderingsregels.
Daarnaast brengt dit artikel een louter terminologische wijziging aan.
Artikel 7 Dit artikel brengt een louter terminologische wijziging aan in artikel 38 KB W.Venn.
Artikel 8 Dit artikel zet artikel 12.12 van de Richtlijn om door invoeging van een nieuw lid in artikel 50 KB W.Venn. dat betrekking heeft op de schatting van het bedrag waarvoor een voorziening moet worden aangelegd op grond van dit artikel. Als gevolg van de onzekerheden die inherent zijn aan bedrijfsactiviteiten, kan het bedrag van de voorziening niet exact worden gewaardeerd maar slechts worden geschat.
Schattingen dienen te berusten op een op het voorzichtigheidsbeginsel gebaseerde oordeelsvorming door het bestuur van de onderneming op basis van de meest recente betrouwbare informatie die beschikbaar is.
Schattingen worden berekend op een objectieve basis, aangevuld met bij soortgelijke transacties opgedane ervaringen en, in sommige gevallen, zelfs met verslagen van onafhankelijke experts. De in beschouwing genomen aanwijzingen dienen alle bijkomende aanwijzingen te omvatten die gebeurtenissen na de balansdatum hebben opgeleverd (cf. considerans 22 van de Richtlijn).
Artikel 9 Dit artikel brengt enerzijds in artikel 54 KB W.Venn. een terminologische wijziging aan, aangezien sedert 1 januari 2012 het begrip "brugpensioen" werd vervangen door het begrip "werkloosheid met bedrijfstoeslag".
Anderzijds beoogt dit artikel een aanvulling van de niet-limitatieve opsomming van de aan te leggen voorzieningen door de toevoeging van een vierde situatie waarin een voorziening moet worden gevormd, nl. voor de kosten van een milieuverplichting. Met de invoering van deze verplichting, die geïnspireerd is op de Aanbeveling van de Europese Commissie 2001/453/EG, L 156/33 van 30.05.2001 betreffende de verantwoording, waardering en vermelding van milieuaangelegenheden in de jaarrekeningen en jaarverslagen van ondernemingen (Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, 13.06.2001) krijgt een belangrijk onderdeel van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) een expliciete plaats binnen de jaarrekening.
Artikel 10 Dit artikel beoogt een terminologische wijziging aan te brengen in de Nederlandstalige versie van artikel 56 KB W.Venn., teneinde de tekst in overeenstemming te brengen met de Franstalige versie ervan.
Artikel 11 Geboekte meerwaarden worden krachtens artikel 57, § 3 KB W.Venn. rechtstreeks toegerekend aan de passiefrubriek III. Herwaarderingsmeerwaarden. Deze bepaling wijst erop dat een herwaarderingsmeerwaarde geen "resultaat" uitmaakt dat aanleiding kan zijn tot winstbestemming. Zoals uiteengezet in haar advies 2011/14 - Herwaarderingsmeerwaarden is het volgens de Commissie voor boekhoudkundige normen derhalve principieel uitgesloten dat de bedragen, geboekt onder de rubriek "Herwaarderingsmeerwaarden" rechtstreeks of onrechtstreeks zouden worden aangewend om bijvoorbeeld geleden verliezen geheel of gedeeltelijk aan te zuiveren. De Regering stelt voor om artikel 57, § 3, 2° KB W.Venn. expliciet in die zin aan te vullen, teneinde te preciseren dat de herwaarderingsmeerwaarde niet kan worden aangewend om overgedragen verliezen geheel of gedeeltelijk aan te zuiveren voor het nog niet afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde.
Bovendien wenst de Regering te benadrukken dat grote voorzichtigheid geboden is bij het herwaarderen en dat zeer omzichtig te werk moet worden gegaan met de omzetting van herwaarderingsmeerwaarden in kapitaal. Het Verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 12 september 1983 vermeldde reeds dat het op grond van het voorzichtigheidsbeginsel aangewezen is om het gedeelte van de meerwaarde dat overeenstemt met de geraamde belasting die in geval van realisatie zou worden geheven, niet in kapitaal om te zetten. Naar aanleiding van de realisatie van een geherwaardeerd actief is de kans immers reëel dat de gerealiseerde meerwaarde zal worden belast en dus een gedeelte van de eerder geboekte herwaarderingsmeerwaarde niet duurzaam tot het vermogen van de vennootschap kan worden toegerekend.
Ook artikel 7.2, tweede lid van de Richtlijn staat om deze reden toe dat slechts een gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde in kapitaal kan worden omgezet. De tweede aanpassing aan paragraaf 3, 2° van artikel 57 KB W.Venn. voert deze beperking in en maakt duidelijk dat de omzetting van een herwaarderingsmeerwaarde in het kapitaal slechts betrekking kan hebben op het gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde verminderd met het bedrag van de geschatte belasting die zal worden betaald bij de realisatie van deze meerwaarde. Artikel 50 van dit besluit maakt duidelijk dat deze beperking enkel betrekking heeft op herwaarderingsmeerwaarden die vanaf 1 januari 2016 in het kapitaal worden omgezet.
Tot slot wordt op basis van artikel 7.2, derde lid van de Richtlijn toegevoegd in artikel 57, § 3, 3° KB W.Venn. dat de herwaarderingsmeerwaarde noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks mag worden uitgekeerd, zolang dit deel niet overeenstemt met een gerealiseerde meerwaarde of met een afschrijving op de meerwaarde die al dan niet werd overgebracht naar een reserve overeenkomstig artikel 57, § 3, 1° KB W.Venn.
Artikel 12 Artikel 12 van dit besluit wijzigt artikel 58 KB W.Venn.
De bepaling onder 1° verduidelijkt dat de informatie met betrekking tot de realisering van de voorwaarden voor activering van oprichtingskosten in de toelichting bij de jaarrekening onder de waarderingsregels moet worden vermeld.
De bepaling onder 2° wijzigt artikel 58 KB W.Venn als gevolg van het vernieuwde schema van de resultatenrekening dat is opgenomen als bijlage bij de Richtlijn. Deze nieuwe modellen van de resultatenrekening bij de Richtlijn voorzien namelijk geen rubrieken meer voor de uitzonderlijke opbrengsten en de uitzonderlijke kosten.
Deze resultaten moeten dus voortaan worden gekwalificeerd, naargelang hun aard, als zijnde bedrijfsresultaten of financiële resultaten.
Herstructureringskosten kunnen van verschillende aard zijn: uitzonderlijke afschrijvingen, studiekosten, verhuizingskosten, opzeggingsvergoedingen, kosten voor herscholing van het personeel, aankoop van nieuw materieel, voorzieningen voor kosten, enz. Ze worden volgens hun aard ten laste genomen, naar aanleiding van het schrappen van de uitzonderlijke kosten in de resultatenrekening, in de hoedanigheid van bedrijfskosten of financiële kosten. Hun boeking aan de actiefzijde met de bedoeling ze te verdelen over latere boekjaren vindt plaats door ze ondubbelzinnig en globaal in mindering te brengen van respectievelijk de bedrijfskosten of de financiële kosten.
Artikel 13 Artikel 13 van dit besluit wijzigt artikel 60 KB W.Venn. en beoogt de bepalingen van het KB W.Venn. aan te passen teneinde ze in overeenstemming te brengen met artikel 12.11 van de Richtlijn, alsook met het gewijzigde schema van de balans zoals opgenomen in de bijlage bij de Richtlijn. Volgens de Richtlijn is het immers niet meer toegelaten om de kosten van onderzoek te activeren. Voortaan kunnen enkel nog de kosten van ontwikkeling geactiveerd worden. Voor wat de kosten van ontwikkeling betreft, blijft de Regering op die manier in België gebruik maken van de optie zoals voorzien in artikel 12.11, derde lid van de Richtlijn. Onder "onderzoek" moet worden verstaan, de originele, systematisch uitgevoerde werkzaamheden, in de hoop inzicht te verkrijgen en nieuwe wetenschappelijke of technische kennis te verwerven. "Ontwikkeling" wordt gedefinieerd als de concrete uitvoering van ontwerpen of studies voor de productie van nieuwe of aanzienlijk verbeterde materialen, werktuigen, producten, proce[00cc][0081]de[00cc][0081]s, systemen of diensten door gebruik te maken van ontdekkingen of verworven kennis alvorens een productie te starten die kan worden gecommercialiseerd. Enkel de kosten van ontwikkeling zijn voortaan activeerbaar onder de voorwaarden van de overeenstemmende bepaling. Artikel 50 van dit besluit voegt in dit verband een overgangsbepaling in, zodat vennootschappen de kosten van onderzoek die zij op de balans hebben geactiveerd en nog niet volledig hebben afgeschreven vóór de inwerkingtreding van dit besluit, op de actiefzijde kunnen behouden bij de immateriële vaste activa.
Artikel 14 Artikel 14 van dit besluit wijzigt artikel 61 KB W.Venn.
Volgens de Richtlijn is het immers niet meer toegelaten om de kosten van onderzoek te activeren. Kosten van onderzoek gemaakt vanaf 1 januari 2016 kunnen principieel niet meer op de balans voorkomen.
Evenwel kunnen ondernemingen deze kosten nog steeds activeren voor zover deze kosten onmiddellijk voor het geheel worden afgeschreven in één en hetzelfde boekjaar. In voorkomend geval kunnen de ondernemingen de betrokken kosten via een afschrijvingsexcedent in de belastingaangifte behandelen.
Voor wat de kosten van ontwikkeling betreft, blijft de Regering in België gebruik maken van de optie zoals voorzien in artikel 12.11, derde lid van de Richtlijn. Enkel de kosten van ontwikkeling zijn dus voortaan nog activeerbaar onder de voorwaarden van de overeenstemmende bepaling. Meer uitleg hierrond kan worden teruggevonden bij de bespreking van artikel 13 van dit besluit. Dit artikel schrapt om deze reden de term "onderzoek".
Wat betreft de nieuwe kosten (vanaf 1.1.2016) van onderzoek die vóór de omzetting van de Richtlijn wel zouden voldoen aan de voorwaarden om te worden opgenomen onder de immateriële vaste activa wordt toegestaan dat deze kosten nog steeds worden opgenomen onder de immateriële vaste activa doch mits een onmiddellijke en integrale afschrijving in het jaar van activering zodat deze bedragen niet voorkomen in de balans van de jaarrekening. Dergelijke verwerking strekt ertoe geen nadelige fiscale gevolgen te laten ressorteren voor de kosten van onderzoek ingevolge het door de Richtlijn opgelegde verbod om kosten van onderzoek op te nemen in de balans van de jaarrekening. Wanneer deze methode toegepast wordt, kunnen ondernemingen blijven genieten van de investeringsaftrek voorzien in de artikelen 69 tot 77 en 201 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 of van het belastingkrediet voorzien in de artikelen 289quater tot 289 novies van hetzelfde wetboek. De bepalingen van artikel 63 van voormeld wetboek verplichten namelijk om investeringen in onderzoek op minstens 3 jaar af te schrijven, waardoor de uitsluiting voorzien door artikel 75, 4° van voormeld wetboek niet op deze investeringen van toepassing is.
Daarnaast wordt artikel 12.11, tweede lid van de Richtlijn omgezet.
Krachtens dat artikel moeten de Lidstaten voor de afschrijving van de kosten van ontwikkeling en goodwill een maximale afschrijvingsduur voorzien die niet lager dan vijf jaar en niet hoger dan tien jaar mag zijn, wanneer de gebruiksduur van deze activa niet met zekerheid kan worden geschat. Gezien de recente ontwikkelingen op internationaal vlak, wordt in artikel 14 van dit besluit beoogd om een maximale afschrijvingsduur van tien jaar in te voeren voor de kosten van ontwikkeling en goodwill.
Anderzijds dient op basis van artikel 12.6, d) van de Richtlijn in artikel 61 KB W.Venn. te worden toegevoegd dat afschrijvingen en waardeverminderingen op goodwill niet kunnen worden teruggenomen.
Artikel 15 In dit artikel wordt beoogd artikel 67 KB W.Venn. aan te passen aan de ontwikkelingen in de praktijk met betrekking tot het verstrekken van leningen. De vereenvoudigde methode om vorderingen en schulden die in termijnen worden betaald of afbetaald en waarvan de rente of het lastenpercentage gedurende de gehele contractduur wordt toegepast op het oorspronkelijke bedrag van de financiering of van de lening te boeken op de balans inclusief interest en dus niet voor hun nominale waarde blijkt achterhaald. Wanneer de kredietverstrekker een lening toekent, is het immers gangbaar dat hij een aflossingstabel bezorgt aan de schuldenaar zodat er steeds op eenvoudige wijze een onderscheid kan worden gemaakt in het bedrag van de annuïteit tussen het gedeelte van het teruggestorte kapitaal en het gedeelte van de verschuldigde interesten. Het derde lid van artikel 67 KB W.Venn. kan daarom worden opgeheven. Op deze wijze zullen deze vorderingen en schulden voortaan ook geboekt worden tegen hun nominale waarde zoals bepaald in 67, § 1 KB W.Venn.
Artikel 16 Dit artikel beoogt een terminologische wijziging aan te brengen in de Nederlandstalige versie van artikel 69 KB W.Venn., teneinde de tekst in overeenstemming te brengen met de Franstalige versie ervan.
Artikel 17 Dit artikel voegt via 1° een lid toe aan artikel 71 KB W.Venn. en is het gevolg van het feit dat België gebruik maakt van de optie zoals omschreven in artikel 6.2 van de Richtlijn.
Sinds 2004 kent de Minister van Economie aan de ondernemingen die lid zijn van de Bouwunie en de Confederatie Bouw een collectieve afwijking toe waardoor zij in de weergave van de jaarrekening de bedragen van de balansrubrieken "Bestellingen in uitvoering" en "Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen" kunnen verrekenen per overeenkomst.
De afzonderlijke opname in de balans van deze twee rubrieken zou immers het liquiditeits-, solvabiliteits- en rentabiliteitscijfer van de betrokken ondernemingen negatief en doorslaggevend kunnen beïnvloeden en eventueel een concurrentienadeel kunnen veroorzaken tegenover de buitenlandse ondernemingen die wensen deel te nemen aan de openbare aanbestedingen. Ondernemingen die actief zijn in andere sectoren dienen eveneens gelijkaardige, doch individuele aanvragen tot afwijkingen in. In dit besluit wordt beoogd om vanaf nu aan alle vennootschappen, ongeacht hun activiteitssector, de mogelijkheid te bieden om een dergelijke compensatie te verrichten. Op die manier maakt België gebruik van de mogelijkheid die in artikel 6.2 van de Richtlijn wordt geboden aan de Lidstaten om dergelijke compensaties toe te laten. De vennootschappen die gebruik maken van deze mogelijkheid zijn evenwel gehouden de brutobedragen vóór saldering te vermelden in de toelichting bij de jaarrekening. Op deze wijze wil de Regering overheidsaanbestedingen toegankelijker maken voor de meestal niet fors gekapitaliseerde KMO's zoals bepaald in het Regeerakkoord.
De aanpassing zoals opgenomen onder artikel 17, 2° van dit besluit betreft een louter terminologische aanpassing in artikel 71 KB W.Venn.
Artikel 18 Artikel 18 van dit besluit brengt een aantal wijzigingen aan in artikel 82 KB W.Venn., als gevolg van de omzetting van artikel 36 van de Richtlijn.
Om redenen van consistentie heeft de Regering beslist dat de sociale balans voor alle vennootschappen voortaan als een afzonderlijk document via artikel 100 van het Wetboek van Vennootschappen zal worden gevraagd. De aanpassing aan § 1 en § 2 van artikel 82 KB W.Venn. schrapt de verwijzing naar deze sociale balans als onderdeel van de toelichting bij de jaarrekening.
Kleine vennootschappen kunnen hun balans, resultatenrekening en toelichting opstellen in verkorte vorm, op voorwaarde dat zij niet genoteerd zijn. Krachtens artikel 93/1 van het Wetboek van vennootschappen kunnen microvennootschappen zoals bedoeld in artikel 15/1 van het Wetboek van Vennootschappen hun jaarrekening opstellen volgens het microschema. Artikel 18, 4° van dit besluit beoogt in uitvoering van deze bepaling artikel 82 KB W.Venn. aan te passen, en voorziet in de invoering van een apart schema van balans en resultatenrekening, met een verkorte toelichting voor de microvennootschappen zoals bedoeld in artikel 15/1 van het Wetboek van vennootschappen. De microvennootschappen die van het microschema gebruik maken, genieten dus een vereenvoudiging, in die zin dat zij de toelichting bij hun jaarrekening kunnen beperken tot de in het nieuwe artikel 94/3 opgesomde gegevens. Zo hoeven deze microvennootschappen slechts een beperkt aantal gegevens op te nemen die betrekking hebben op de waarderingsregels, de staat van de vaste activa, de rechten en verplichtingen buiten balans, de vergoedingen aan de leden van de organen van de vennootschap en bepaalde informatie betreffende de eigen aandelen.
De aanpassing die door artikel 18, 5° van dit besluit wordt doorgevoerd in paragraaf 3 van artikel 82 KB W.Venn., strekt ertoe te verduidelijken dat zowel in het verkorte schema voor de kleine vennootschappen, als in het microschema voor de microvennootschappen, de vermeldingen in de balans, de resultatenrekening en de toelichting mogen worden weggelaten wanneer zij niet dienstig zijn voor het betrokken boekjaar.
Uit de samenlezing van considerans 17, artikel 6, 1, j) en artikel 6.4 van de Richtlijn blijkt dat lidstaten het materialiteitsbeginsel moeten invoeren minimaal voor wat betreft de presentatie en de vermelding van informatie. De aanpassing onder 6° definieert "materieel belang" en voert het materialiteitsbeginsel meteen in voor wat betreft de presentatie in de balans en resultatenrekening.
De Regering heeft anderzijds beslist op basis van artikel 6.3 van de Richtlijn de optie vervat in artikel 6.1, h van de Richtlijn niet te lichten zodat de posten van de resultatenrekening en de balans niet dienen te worden verantwoord en gepresenteerd gelet op het wezen van de desbetreffende transactie of overeenkomst.
Artikel 19 Artikel 19 van dit besluit past artikel 83 KB W.Venn. aan. Wanneer de bedragen van het boekjaar niet vergelijkbaar zijn met die van het voorafgaande boekjaar, mogen de bedragen van het voorafgaande boekjaar worden aangepast met het oog op hun vergelijkbaarheid. In dat geval worden deze aanpassingen, behalve indien zij onbelangrijk zijn, in de toelichting vermeld. Artikel 19 van dit besluit maakt duidelijk dat dergelijke vermelding onder de waarderingsregels in de toelichting wordt opgenomen. Verder beoogt artikel 19 van dit besluit met de toevoeging in artikel 83, lid 1 te verduidelijken dat in alle gevallen waarin een vennootschap overschakelt naar een ander schema (i.e. microschema, verkort schema, of volledig schema), het volstaat dat zij als vergelijkende cijfers voor het voorafgaande boekjaar de bedragen vermeldt die als zodanig voorkwamen in de jaarrekening over dat boekjaar.
Artikel 20 Dit artikel wijzigt artikel 84 KB W.Venn. en vormt de omzetting van de verplichting opgenomen in artikel 12.1 van de Richtlijn, namelijk dat in geval actief- of passiefbestanddelen onder verscheidene rubrieken van de balansindeling vallen, in de toelichting bij de jaarrekening het verband met deze rubrieken wordt vermeld.
Artikel 21 De voorstelling van de jaarrekening moet identiek zijn van het ene jaar tot het andere. Ze wordt echter gewijzigd wanneer, onder meer ingevolge een belangrijke wijziging in de structuur van het vermogen, van de opbrengsten en van de kosten van de vennootschap ze niet meer beantwoordt aan het principe van het getrouw beeld.
Artikel 21 van dit besluit wijzigt artikel 86 KB W.Venn. en voorziet dat de wijzigingen en verantwoording in dergelijk geval in de toelichting onder de waarderingsregels moeten worden vermeld.
Artikel 22 Artikel 22 van dit besluit wijzigt artikel 88 KB W.Venn. met betrekking tot het schema van de balans in het volledige model van de jaarrekening.
Artikel 22, 1° van dit besluit voorziet in de omzetting van het artikel 12.11 en bijlage III van de Richtlijn. Aangezien België gebruik maakt van de optie zoals voorzien in artikel 12.11, vierde lid van de Richtlijn, en dus toestaat dat oprichtingskosten op het actief worden opgenomen, geldt de verplichting om deze in de balans op te nemen ofwel vóór de vaste activa ofwel als eerste rubriek onder de immateriële vaste activa. Bijgevolg kunnen de oprichtingskosten niet meer worden opgenomen als eerste rubriek onder de vaste activa, net boven de immateriële vaste activa. De Regering opteert ervoor om de oprichtingskosten vanaf nu op te nemen vóór de vaste activa en niet als een onderdeel van de immateriële vaste activa. De door artikel 22, 1° voorgeschreven aanpassing in artikel 88 KB W.Venn. beoogt het volledige schema van de balans in die zin aan te passen. De oprichtingskosten maken aldus voortaan geen deel meer uit van de vaste activa, maar vormen een afzonderlijke rubriek binnen het actief van de balans naast de vaste activa en vlottende activa.
Artikel 22, 2° van dit besluit beoogt een aanvulling van de niet-limitatieve opsomming van de aan te leggen voorzieningen door de toevoeging van een vierde situatie waarin een voorziening moet worden gevormd, nl. voor de kosten van een milieuverplichting. Meer uitleg kan worden teruggevonden bij de bespreking van artikel 9 van dit besluit.
Artikel 23 Artikel 23 van dit besluit wijzigt artikel 89 KB W.Venn. met betrekking tot het schema van de resultatenrekening in het volledige model van de jaarrekening.
Het volledig schema van de resultatenrekening ondergaat enkele noodzakelijke aanpassingen aangezien het op basis van de Richtlijn niet langer mogelijk is om het uitzonderlijk resultaat afzonderlijk in de resultatenrekening te vermelden. Deze resultaten moeten dus voortaan worden gekwalificeerd, naargelang hun aard, als zijnde bedrijfsresultaten of financiële resultaten. Het in het KB W.Venn. opgenomen schema van de volledige resultatenrekening dient bijgevolg te worden aangepast. Om deze opbrengsten/kosten met uitzonderlijk karakter te onderscheiden van andere bedrijfsopbrengsten/-kosten of financiële opbrengsten/kosten die voortvloeien uit de gewone bedrijfsactiviteit van de vennootschap en opdat de uitzonderlijke resultaten blijvend zichtbaar zouden zijn in de resultatenrekening, worden nieuwe rubrieken ingevoegd die de niet-recurrente aard van deze opbrengsten en kosten benadrukken. Teneinde het onderscheid met het vorige systeem duidelijk te maken, heeft de Regering dan ook voor geopteerd om vanaf nu deze nieuwe terminologie te hanteren.
Verder brengt dit artikel nog een paar wijzigingen aan teneinde de leesbaarheid van de resultatenrekening te verhogen. Zo wordt in de resultaatverwerking de over te dragen winst en het over te dragen verlies voortaan op een aparte lijn te vermeld. Ook het gedeelte van de winst dat de werknemers toekomt, wordt voortaan afzonderlijk vermeld.
Artikel 24 Artikel 24 van dit besluit brengt een aantal wijzigingen aan binnen de inhoud van de toelichting bij het volledig schema van de jaarrekening, teneinde artikel 91 KB W.Venn. in overeenstemming te brengen met de bepalingen van de Richtlijn.
De aanpassing in de aanhef van artikel 91 KB W.Venn. is noodzakelijk aangezien enerzijds ook in het volledige schema van de jaarrekening de sociale balans niet langer deel uitmaakt van de toelichting, en anderzijds uit de samenlezing van considerans 17 en artikel 6, 1, j) en artikel 6.4 van de Richtlijn blijkt, zoals reeds uiteengezet, dat Lidstaten het materialiteitsbeginsel moeten invoeren minimaal voor wat betreft de presentatie en de vermelding van informatie. De aanpassing in de aanhef van artikel 91 voert het materialiteitsbeginsel in voor wat betreft de vermelding van informatie in de toelichting.
Bovendien moeten op basis van de Richtlijn een aantal nieuwe vermeldingen in de toelichting worden toegevoegd.
Op basis van artikel 18.1, a) van de Richtlijn is het niet langer toegestaan dat bepaalde categorieën van vennootschappen, die hun jaarrekening opstellen volgens het volledige schema, vrijgesteld worden van de verplichting om bepaalde toelichtingen te geven. Zo worden door artikel 24, 3° en 8° van dit besluit de vrijstelling van de opname van de staat van de oprichtingskosten (staat I.) en de vrijstelling van de uitsplitsing van de netto-omzet (rubriek I. A van de resultatenrekening) voor bepaalde categorieën van vennootschappen opgeheven. Deze vrijstellingen golden tot op heden voor vennootschappen die niet meer dan één van de criteria bedoeld in artikel 16, § 1, eerste lid van het Wetboek van vennootschappen overschreden.
Volgens de Richtlijn is het tevens, zoals hoger reeds aangegeven, niet meer toegelaten om de kosten van onderzoek te activeren. Meer uitleg kan worden teruggevonden bij de bespreking van artikel 13 van dit besluit. Enkel de kosten van ontwikkeling zijn voortaan activeerbaar onder de voorwaarden van de overeenstemmende bepaling. Het begrip "onderzoek" wordt bijgevolg op basis van artikel 24, 4° van dit besluit geschrapt in staat II van de toelichting bij het volledig schema van de jaarrekening.
De aanpassing zoals voorzien in artikel 24, 5° van dit besluit aan de staat V. B. betreffende de lijst van de ondernemingen waarvoor de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk is, is noodzakelijk omdat de Richtlijn 68/151/EEG inmiddels werd vervangen door de Richtlijn 2009/101/EG. In artikel 24, 6° van dit besluit wordt beoogd edele metalen en kunstwerken toe te voegen als aparte vermelding onder de overige beleggingen. Ondernemingen die goud of kunstwerken aankopen stellen zich de vraag onder welke rubriek deze actiefbestanddelen moeten worden geboekt. Afhankelijk van de achterliggende beweegredenen van de aankoop kan deze worden geboekt onder de vaste activa of onder de vlottende activa. De aanpassing die artikel 25, 6° van dit besluit aan artikel 91 KB W.Venn. aanbrengt, bevestigt dat het mogelijk is om deze aankopen onder te brengen bij de geldbeleggingen (staat VI.) voor zover deze als geldbelegging werden aangekocht, dit is om op korte of middellange termijn te worden verkocht met de bedoeling een meerwaarde te realiseren, en wat kunstwerken betreft, op voorwaarde dat voor deze kunstwerken een liquide markt bestaat. Bestaat dergelijke liquide markt niet, dan horen de kunstwerken thuis onder de materiële vaste activa.
In artikel 24, 7° van dit besluit wordt enerzijds beoogd de staat met betrekking tot het kapitaal die wordt opgenomen in de toelichting bij de volgens het volledige schema opgestelde jaarrekening (staat VIII.) aan te vullen met de vermelding van de aandeelhoudersstructuur van de vennootschap zoals blijkt uit de kennisgevingen die de vennootschap heeft ontvangen inzake belangrijke deelnemingen overeenkomstig de bepalingen van de Transparantiewet en inzake de kruisparticipaties overeenkomstig artikel 631, § 2, laatste lid en artikel 632, § 2, laatste lid van het Wetboek van vennootschappen. Anderzijds beoogt artikel 25, 7° van dit besluit een aanpassing ten gevolge van de omzetting van de aandelen aan toonder in gedematerialiseerde aandelen overeenkomstig de
wet van 14 december 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/12/2005
pub.
23/12/2005
numac
2005009962
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende afschaffing van de effecten aan toonder
sluiten houdende de afschaffing van de effecten aan toonder.
Daarnaast beoogt artikel 24, 9° van dit besluit om in de staat XIV. van de toelichting met betrekking tot de resultaten van het boekjaar een wijziging aan te brengen. Het bedrag en de aard van de opbrengsten en kosten van uitzonderlijke omvang of uitzonderlijke mate van voorkomen moeten voortaan worden opgenomen op een meer opgedeelde wijze aangepast aan de structuur waarop deze in het aangepaste schema van de resultatenrekening zijn opgenomen onder de niet-recurrente bedrijfs- of financiële resultaten.
Bovendien worden in de Richtlijn aan de vennootschappen die hun jaarrekening opstellen volgens het volledig schema vermeldingen in de toelichting opgelegd die momenteel niet worden voorzien in het Belgische recht. Zo vult artikel 24, 11° van dit besluit de staat XVII. met betrekking tot de rechten en verplichtingen buiten balans op basis van de verplichting zoals opgenomen in artikel 17.1, q) van de Richtlijn aan met vermeldingen betreffende materiële gebeurtenissen die zich na balansdatum hebben voorgedaan, en op basis van de verplichting zoals opgenomen in artikel 17.1, j) van de Richtlijn, met vermeldingen betreffende de aan- of verkoopverbintenissen die de vennootschap als optieschrijver van call- en putopties heeft.
Artikel 24, 12° van de Richtlijn wijzigt staat XVIIbis. aangezien voortaan alle vennootschappen die hun jaarrekening opstellen volgens het volledige schema voortaan op grond van artikel 17.1, p) van de Richtlijn de financiële gevolgen moeten vermelden van hun buitenbalans regelingen. De bepaling in staat XVIIbis. waarin deze vermelding enkel werd voorzien voor de genoteerde vennootschappen en de vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF, heeft geen bestaansreden meer en wordt opgeheven.
Artikel 24, 13° van dit besluit breidt het toepassingsgebied van de staat XVIII. over de betrekkingen met verbonden ondernemingen op basis van artikel 16.1, d) van de Richtlijn uit, zodat voortaan ook de betrekkingen met geassocieerde ondernemingen en ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, moeten worden vermeld.
De staat in de toelichting die betrekking heeft op de vermelding van de transacties met verbonden partijen buiten normale marktvoorwaarden (staat XVIIIbis.) dient voortaan op basis van de bepalingen van de Richtlijn te worden ingevuld door alle vennootschappen die een jaarrekening opstellen volgens het volledige schema. Artikel 17.1, r) van de Richtlijn voorziet niet de mogelijkheid om voor bepaalde categorieën van vennootschappen afwijkende bepalingen te voorzien.
Artikel 24, 14° van dit besluit wijzigt artikel 91 KB W.Venn. dan ook in die zin.
De eerste aanpassing die door artikel 24, 15° van dit besluit wordt aangebracht aan punt A. van de staat XIX. zorgt ervoor dat alle verplichte vermeldingen zoals opgelegd door artikel 16.1, e) van de Richtlijn worden opgenomen bij de financiële betrekkingen met bestuurders, zaakvoerders en commissarissen. Een tweede aanpassing, aangebracht aan punt C. van dezelfde staat, zorgt ervoor dat ook in het geval dat een moedervennootschap geen geconsolideerde jaarrekening opstelt, omdat haar dochtervennootschappen, individueel en tezamen slechts van te verwaarlozen betekenis zijn, bepaalde informatie toch wordt opgenomen in de enkelvoudige jaarrekening van deze moedervennootschap.
De door artikel 24, 16° van dit besluit doorgevoerde aanpassing aan de staat XX. betreft, behalve een terminologische aanpassing waardoor voortaan op consistente basis de term "reële waarde" wordt gebruikt, vooral een wijziging van de manier waarop het gebruik van de reële waarde voor afgeleide financiële instrumenten wordt toegelicht.
Aangezien de huidige toelichtingsvereisten mogelijks tot foute conclusies kunnen leiden omtrent het gebruik van afgeleide financiële instrumenten door vennootschappen, is het aangewezen dat de toelichting wordt aangevuld met een vergelijkend overzicht waarin de waarde, de omvang en de aard van deze instrumenten worden opgenomen.
Als gevolg van deze toelichting zal de gebruiker van de jaarrekening een beter inzicht krijgen in de verschillende types van afgeleide financiële instrumenten en waarvoor deze worden gehanteerd binnen de onderneming. De vergelijking tussen boekwaarde en marktwaarde zal voornamelijk voor de speculatieve afgeleide instrumenten meer duidelijkheid bieden. Bovendien worden op basis van artikel 17.1, c), ii) van de Richtlijn een aantal bijkomende verplichte vermeldingen aan deze staat toegevoegd voor financiële vaste activa die in aanmerking worden genomen tegen een hoger bedrag dan hun reële waarde.
De door artikel 24, 17° van dit besluit doorgevoerde aanpassing strekt ertoe het punt B. Sociale balans van artikel 91 KB W.Venn. op te heffen, aangezien de sociale balans voortaan geen deel meer uitmaakt van de toelichting van het volledig schema van de jaarrekening.
Artikel 25 Artikel 25 van dit besluit brengt een aantal wijzigingen aan in het schema van de balans van het verkort schema van de jaarrekening (artikel 92 KB W.Venn.).
Artikel 25, 1° van dit besluit voorziet in de omzetting van artikel 12, 11 en bijlage III van de Richtlijn. Aangezien België gebruik maakt van de optie zoals voorzien in artikel 12.11, vierde lid van de Richtlijn, en dus toestaat dat oprichtingskosten op het actief worden opgenomen, geldt de verplichting om deze in de balans op te nemen ofwel vóór de vaste activa ofwel als eerste rubriek onder de immateriële vaste activa. Meer uitleg kan worden teruggevonden in artikel 22 van dit besluit. De door artikel 25, 1° voorgeschreven aanpassing in artikel 92 KB W.Venn. beoogt het verkorte schema van de balans in die zin aan te passen. De oprichtingskosten maken aldus voortaan geen deel meer uit van de vaste activa, maar vormen een afzonderlijke rubriek binnen het actief van de balans naast de vaste activa en vlottende activa.
De rubriek VII. A Voorzieningen voor risico's en kosten wordt uitgebreid met vijf nieuwe subrubrieken. Aangezien deze informatie op grond van de Richtlijn niet langer deel mag uitmaken van de toelichting van het verkort schema van de jaarrekening, kan op deze manier belangrijke informatie voor de gebruikers van de jaarrekening toch behouden blijven. Het is op grond van artikel 9.2 van de Richtlijn immers toegelaten om in de balans verdere indelingen van de rubrieken voor te schrijven.
Artikel 26 Artikel 26 van dit besluit wijzigt artikel 93 KB W.Venn. en past het verkort schema van de resultatenrekening aan.
De aanpassingen die worden aangebracht in artikel 93 KB W.Venn., brengen het verkort model van de resultatenrekening in overeenstemming met de in de Richtlijn voorgeschreven afschaffing van de rubrieken betreffende de uitzonderlijke resultaten. Meer uitleg kan worden teruggevonden in artikel 23 van dit besluit.
Bovendien voegt artikel 26 van dit besluit in de resultatenrekening van het verkort schema van de jaarrekening een rubriek III.A. Kapitaal- en interestsubsidies toe onder de financiële opbrengsten, aangezien deze informatie op grond van de Richtlijn verplicht moet worden geschrapt uit de toelichting van het verkort schema van de jaarrekening en het, mede om statistische redenen, voor de gebruiker van de jaarrekening van belang is dat informatie over de in resultaat genomen kapitaal- en interestsubsidies behouden blijft. Het is op grond van artikel 9.2 van de Richtlijn immers toegelaten om in de resultatenrekening verdere indelingen voor te schrijven.
Verder brengt artikel 26 van dit besluit nog een paar wijzigingen aan teneinde de leesbaarheid van de resultatenrekening te verhogen. Zo wordt in de resultaatverwerking de over te dragen winst en het over te dragen verlies, zoals reeds uiteengezet, voortaan op een aparte lijn te vermeld. Ook het gedeelte van de winst dat de werknemers toekomt, wordt voortaan afzonderlijk vermeld.
Artikel 27 Artikel 27 van dit besluit vervangt artikel 94 KB W.Venn. met betrekking tot de inhoud van de toelichting bij het verkorte schema van de jaarrekening.
De Richtlijn, die gebaseerd is op het "denk eerst klein"-principe, beoogt hoofdzakelijk om voor de kleine vennootschappen de administratieve lasten te verminderen die voortvloeien uit de boekhoudkundige verplichtingen die op hen van toepassing zijn. Om te garanderen dat de voor kleine vennootschappen geldende voorschriften grotendeels worden geharmoniseerd binnen de Europese Unie, mogen de Lidstaten hen krachtens de Richtlijn geen verplichtingen meer opleggen die verder gaan dan hetgeen voorgeschreven is door de Richtlijn, behalve wanneer deze bijkomende informatieverplichtingen uitdrukkelijk worden voorzien in de nationale belastingwetgeving en met het oog op de belastingheffing strikt noodzakelijk zijn. Deze nieuwe Europese bepaling heeft tot gevolg dat het aantal vereiste gegevens in de toelichting bij het verkorte schema van de jaarrekening wordt verminderd.
Bovendien blijkt uit de samenlezing van considerans 17 en artikel 6.1, j) en artikel 6.4 van de Richtlijn dat Lidstaten het materialiteitsbeginsel moeten invoeren, zoals reeds uiteengezet, minimaal voor wat betreft de presentatie en de vermelding van informatie. De aanpassing in de aanhef van artikel 94 KB W.Venn. voert het materialiteitsbeginsel in voor wat betreft de vermelding van informatie in de toelichting.
Overeenkomstig artikelen 45, 45/1 en 46 van de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid, dienen alle ondernemingen een sociale balans op te stellen waarvan de inhoud en de weergave door de Koning wordt bepaald.
Omwille van de uniformiteit wordt zowel de toelichting van het verkorte model (artikel 94 KB W.Venn) als de toelichting van het volledige model (artikel 91 KB W.Venn.) van de jaarrekening aangepast (zie ook artikel 24 van dit besluit, waar de sociale balans ook werd geschrapt in de toelichting van het volledige schema van de jaarrekening). De sociale balans is voortaan een document dat door de vennootschappen op grond van artikel 100 van het Wetboek van Vennootschappen moet worden opgesteld en neergelegd bij de Nationale Bank van België. Het staat de ondernemingen evenwel vrij om deze informatie op vrijwillige basis op te nemen in hun jaarrekening. De uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de sociale balans worden opgenomen in een nieuw Boek III/1 van het KB W.Venn., ingevoegd door artikel 48 van dit besluit, dat de nieuwe artikelen 191/1, 191/2, 191/3, en 191/4 omvat en waarin de algemene principes en de inhoud van de sociale balans worden verduidelijkt.
Naast het schrappen van de sociale balans als onderdeel van de toelichting, worden de volgende wijzigingen in het bijzonder aangebracht in de toelichting bij het verkorte schema van de jaarrekening: - staat II., met name de lijst van de ondernemingen waarin een kleine vennootschap een deelneming aanhoudt en van andere ondernemingen waarin zij sociale rechten aanhoudt die minstens 10 procent vertegenwoordigen van het geplaatst kapitaal, wordt opgeheven; - in de staat van het kapitaal (oude nummering III.) worden enkel nog de eigen aandelen vermeld; - de staat met betrekking tot de inhoud van de rubriek Voorzieningen voor risico's en kosten (IV.) wordt geschrapt; in de staat van de schulden (oude nummering V.) is het voortaan niet meer verplicht om de schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten te vermelden; - in staat VI. (oude nummering) worden de gegevens betreffende het personeel en de personeelskosten vereenvoudigd en verminderd, net zoals in staat VII. (oude nummering) de gegevens betreffende de financiële resultaten en in staat IX. (oude nummering) de uitstaande vorderingen op verbonden of geassocieerde ondernemingen. Wordt de jaarrekening van de vennootschap op verschillende niveaus geconsolideerd, dan dienen voortaan enkel nog de gegevens voor het kleinste geheel van ondernemingen waarvan de vennootschap als dochter deel uitmaakt en waarvoor een geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld en openbaar gemaakt, te worden opgenomen in deze staat.
Daarnaast moet de toelichting bij het verkort schema van de jaarrekening op basis van de bepalingen van de Richtlijn op een aantal plaatsen worden aangevuld. Zo worden op basis van artikel 16.1, f) van de Richtlijn in de toelichting met betrekking tot de resultaten van het boekjaar voortaan ook het bedrag en de aard van de opbrengsten en kosten van uitzonderlijke omvang of uitzonderlijke mate van voorkomen opgenomen, op een meer opgedeelde wijze, net zoals deze opbrengsten en kosten in het aangepaste schema van de resultatenrekening zijn opgenomen onder de niet-recurrente bedrijfs- of financiële resultaten.
De niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen worden op basis van artikel 16.1, d) van de Richtlijn dan weer uitgebreid met een beschrijving van de ten behoeve van de personeels- of directieleden voorziene aanvullende rust- of overlevingspensioenen. Op grond van artikel 16.1, e) van de Richtlijn wordt voor wat betreft de op de bestuurders en zaakvoerders uitstaande vorderingen, de in hun voordeel toegestane waarborgen en andere in hun voordeel aangegane verplichtingen om bijkomende informatie gevraagd. De Regering maakt bovendien gebruik van de optie om de toelichting bij het verkort schema van de jaarrekening voor alle vennootschappen uit te breiden met informatie over transacties buiten normale marktvoorwaarden. De inhoud van staat XI. (oude nummering) wordt op grond van de samenlezing van artikel 16.2 en artikel 17.1, r) van de Richtlijn in die zin aangepast.
Artikel 28 Dit artikel beoogt de invoeging van het opschrift van de nieuwe afdeling III/1. Dit beoogt de invoering van een nieuw schema van de jaarrekening voor microvennootschappen, nl. het microschema. Dit artikel beoogt met de invoeging van de artikelen 94/1 en 94/2 en 94/3 in het KB W.Venn. de inhoud te bepalen van het microschema van de jaarrekening. Voornoemde artikelen bevatten respectievelijk het schema van de balans, het schema van de resultatenrekening, en de inhoud van de toelichting van het microschema. In tegenstelling tot de kleine vennootschappen die geen microvennootschap zijn en die het verkorte schema van de jaarrekening hanteren, genieten microvennootschappen die het microschema gebruiken, met betrekking tot de verplichte vermeldingen in de toelichting een bijkomende vereenvoudiging, in die zin dat zij de toelichting bij hun jaarrekening kunnen beperken tot de in artikel 94/3 KB W.Venn. opgesomde gegevens. Zo hoeven deze microvennootschappen slechts de door artikel 36.1, b) van de Richtlijn verplichte toelichtingen op te nemen, m.n. een overzicht van de rechten en verplichtingen buiten balans, informatie over de vergoedingen aan de leden van de organen van de vennootschap en informatie over de inkoop van eigen aandelen. De Regering heeft beslist om hieraan twee toelichtingen toe te voegen, namelijk een beperkt overzicht met betrekking tot de waarderingsregels en een staat van de vaste activa.
Artikel 29 Artikel 29 van dit besluit wijzigt artikel 95 KB W.Venn. met betrekking tot de inhoud van bepaalde rubrieken van de balans.
Volgens de Richtlijn is het niet meer toegelaten om de kosten van onderzoek te activeren zoals reeds uiteengezet. Enkel de kosten van ontwikkeling zijn voortaan activeerbaar onder de voorwaarden van de overeenstemmende bepaling. Het begrip "onderzoek" wordt bijgevolg geschrapt in artikel 95 KB W.Venn.
Dit besluit beoogt edele metalen en kunstwerken toe te voegen als aparte vermelding onder de overige beleggingen zoals reeds uiteengezet.
Bovendien beoogt de wijziging zoals voorzien in artikel 30, 5° van dit besluit in artikel 95 KB W.Venn. te verduidelijken dat onder het begrip "geplaatst kapitaal" voor natuurlijke personen en bijkantoren van buitenlandse ondernemingen dient te worden verstaan: de verbindingsrekening met het vermogen van de respectieve exploitant of zetel bevattende de eigen middelen die door de buitenlandse onderneming aan de bedrijfsuitoefening van haar bijkantoren of centra van werkzaamheden in Belgie[00cc][0088], duurzaam worden besteed. Om alle mogelijke verwarring over de inhoud van deze rubriek te vermijden, wordt de aanpassing van de benaming van deze rekening voor bepaalde ondernemingen verduidelijkt. Voor de gewone commanditaire vennootschappen en vennootschappen onder firma wordt de benaming van de rubriek "Geplaatst kapitaal" aangepast naar "Vennootschapsvermogen" en voor de natuurlijke personen en bijkantoren van buitenlandse ondernemingen wordt de benaming van de rubriek aangepast naar "Verbindingsrekening".
Artikel 30, 6° van dit besluit brengt tevens een terminologische wijziging aan, aangezien sedert 1 januari 2012 het begrip "brugpensioen" werd vervangen door "werkloosheid met bedrijfstoeslag".
Artikel 30 Dit artikel wijzigt artikel 96 KB W.Venn. met betrekking tot de inhoud van bepaalde rubrieken van de resultatenrekening en past onder andere, zoals hoger reeds uiteengezet, de inhoud aan van de niet-recurrente resultaten.
Dit artikel beoogt tevens, als gevolg van de invoering van het microschema, een aanvulling door te voeren in artikel 96 KB W.Venn. met betrekking tot de berekening van de brutomarge.
Artikel 31 van dit besluit beoogt tot slot een wijziging aan te brengen aan artikel 96 KB W.Venn. teneinde te verduidelijken wat de inhoud is van de nieuw ingevoegde rubriek III. A Kapitaal- en interestsubsidies in de resultatenrekening van het verkorte schema van de jaarrekening, alsook in de resultatenrekening van het microschema.
Aangezien het door de Richtlijn niet langer toegestaan is om bij kleine vennootschappen (waarvan de microvennootschappen een subcategorie uitmaken) deze informatie in de toelichting te vragen, heeft de Regering beslist om deze bijkomende rubriek op te nemen in de resultatenrekening van het verkorte schema en het microschema van de jaarrekening, zodat deze informatie kan behouden blijven.
Artikel 31 Dit artikel wijzigt artikel 97 KB W.Venn., dat de inhoud van bepaalde verplichte vermeldingen in de toelichting definieert.
Overeenkomstig artikelen 45, 45/1 en 46 van de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid, dienen een ruime categorie ondernemingen een sociale balans op te stellen waarvan de inhoud en de weergave door de Koning wordt bepaald. Deze sociale balans kan als gevolg van de omzetting van de Richtlijn niet langer deel uitmaken van de toelichting bij het verkorte schema van de jaarrekening. Om redenen van uniformiteit wordt de sociale balans zowel in de toelichting van het verkorte model (artikel 94 KB W.Venn) als in de toelichting van het volledige model (artikel 91 KB W.Venn.) van de jaarrekening geschrapt. De sociale balans is voortaan een document dat door de vennootschappen op grond van artikel 100 van het Wetboek van vennootschappen moet worden opgesteld en neergelegd bij de Nationale Bank van België. Het staat de ondernemingen evenwel vrij om deze informatie op vrijwillige basis op te nemen in hun jaarrekening. De uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de sociale balans worden opgenomen in een nieuw Boek III/1 van het KB W.Venn., ingevoegd door artikel 48 van dit besluit, dat de nieuwe artikelen 191/1, 191/2, 191/3, en 191/4 omvat en waarin de algemene principes en de inhoud van de sociale balans worden verduidelijkt.
Aangezien de sociale balans dus niet langer deel uitmaakt van de toelichting bij het verkorte of volledige schema van de jaarrekening, heeft het dan ook geen enkel nut om de definitie van de inhoud van bepaalde posten van deze sociale balans in artikel 97 KB W.Venn. te behouden.
De door artikel 32, 2° en 3° van dit besluit doorgevoerde aanpassing betreft een terminologische aanpassing waardoor voortaan op consistente basis het begrip "reële waarde" wordt gebruikt in plaats van het begrip "waarde in het economisch verkeer".
Artikel 32 Artikel 33 van dit besluit wijzigt artikel 98 KB W.Venn. en beoogt de aanpassing van de verwijzing naar de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten met betrekking tot de boekhouding van ondernemingen. De verwijzing naar de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten met betrekking tot de boekhouding van ondernemingen wordt in artikel 98 KB W.Venn. vervangen door een verwijzing naar de overeenkomstige bepaling van het Wetboek van economisch recht.
Artikel 33 Artikel 34 van dit besluit wijzigt artikel 128 KB W.Venn. door het tweede lid op te heffen. Artikel 24.14 van de Richtlijn bepaalt namelijk dat indien uitsluitend voor de toepassing van de belastingwetgeving waardecorrecties zijn uitgevoerd met betrekking tot in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen actiefbestanddelen, deze bestanddelen pas in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen nadat deze correcties ongedaan werden gemaakt. Dit artikel voorziet niet in de mogelijkheid om hiervan af te wijken. De in artikel 128, tweede lid van het KB W.Venn. voorziene mogelijkheid, voor de consoliderende vennootschappen, om deze waardecorrecties niet ongedaan te maken wanneer de invloed ervan op de resultaten van het boekjaar wordt vermeld in de toelichting, wordt bijgevolg opgeheven. Wanneer in de jaarrekening van de consoliderende vennootschap of van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, overeenkomstig de geldende fiscale voorschriften op de actiefbestanddelen bijvoorbeeld grotere afschrijvingen of waardeverminderingen zijn toegepast dan economisch verantwoord, of wanneer in de jaarrekening van de consoliderende vennootschap of van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, overeenkomstig de geldende fiscale voorschriften passiva werden geboekt, gevormd of gewaardeerd voor een groter bedrag dan economisch verantwoord, kunnen deze bestanddelen voortaan pas in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen nadat deze distorsies ongedaan zijn gemaakt.
Artikel 34 Dit artikel wijzigt artikel 141 KB W.Venn. en heeft betrekking tot de geboekte afschrijvingen op positieve consolidatieverschillen. Het schema van de geconsolideerde resultatenrekening ondergaat enkele noodzakelijke aanpassingen aangezien het op basis van de Richtlijn niet langer mogelijk is om het uitzonderlijk resultaat afzonderlijk in de resultatenrekening te vermelden. Deze resultaten moeten dus voortaan worden gekwalificeerd, naargelang hun aard, als zijnde bedrijfsresultaten of financiële resultaten. De in voorkomend geval geboekte aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen op positieve consolidatieverschillen worden in de geconsolideerde resultatenrekening voortaan geboekt in een afzonderlijke post van de bedrijfs …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.