{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Onverminderd de toepassing van hoofdstuk V, afdeling 2 van de wet van 14 juni 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, hebben de abonnees het recht om bij kennisgeving van voorgestelde wijzigingen in de contractuele voorwaarden het contract zonder boete op te zeggen. De abonnees worden tijdig en ten minste één maand vooraf naar behoren individueel ter kennis gesteld van dergelijke wijzigingen en worden tegelijkertijd op de hoogte gesteld van hun recht om zonder boete het contract op te zeggen uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op de inwerkingtreding van de wijzigingen indien zij de nieuwe voorwaarden niet aanvaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een tariefverhoging heeft de abonnee het recht om zonder boete het contract op te zeggen uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op de ontvangst van de eerste factuur na de inwerkingtreding van de wijzigingen, behalve indien de algemene voorwaarden voorzien in een aan de index van de consumptieprijzen gerelateerde stijging. § 3. De algemene voorwaarden en modelcontracten met betrekking tot elektronische-communicatiediensten worden na advies van de ombudsdienst en van het Raadgevend Comité voor de telecommunicatie op de website van de operator gepubliceerd. Art. 109.De componenten van de tarieven van de openbare telefoniedienst moeten ten behoeve van de consument uitvoerig beschreven zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tarieven voor faciliteiten bij de levering van elektronische-communicatienetwerken of -diensten worden voldoende gesplitst zodat van de consument geen betaling wordt verlangd voor faciliteiten die voor de gevraagde levering van netwerken of diensten niet nodig zijn. Art. 110.§ 1. De operatoren verstrekken de abonnees gratis een gespecificeerde basisfactuur waarvan het niveau van specificatie door de minister wordt vastgesteld na advies van het Instituut. § 2. De abonnees kunnen bij betwisting van de basisfactuur, op verzoek, gratis een meer gespecificeerde factuur ontvangen. § 3. Gratis oproepen, oproepen naar noodnummers en oproepen naar sommige nummers die na advies van het Instituut door de Koning worden vastgesteld, worden niet op de factuur vermeld. § 4. Ten minste één keer per jaar meldt de operator op de factuur aan zijn abonnee welk voor hem het meest gunstige tariefplan is, rekening houdend met zijn gebruikspatroon. Art. 111.§ 1. De operatoren publiceren voor de consumenten vergelijkbare, geschikte en bijgewerkte informatie inzake de toegang tot hun netwerken en hun diensten alsook inzake het gebruik van die netwerken en die diensten. Het Instituut legt de precieze inhoud van de te publiceren inlichtingen vast alsook de nadere regels voor hun publicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De operatoren delen aan het Instituut de informatie mee alsook de mogelijke wijzigingen in die informatie uiterlijk een maand vóór hun publicatie. § 2. Het Instituut bevordert het verstrekken van informatie om consumenten in staat te stellen een onafhankelijk oordeel te kunnen vormen over de kosten van een alternatief gebruikspatroon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien maakt het Instituut, overeenkomstig de nadere regels vastgesteld bij ministerieel besluit na advies van het Instituut, via zijn website actuele informatie beschikbaar die de consument in staat stelt een oordeel te vormen over het voor hem meest voordelige aanbod in het licht van zijn gebruikspatroon. Art. 112.Volgende diensten en producten zullen geacht worden een geheel te vormen in de zin van artikel 55, 1°, van de wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, zodat het geoorloofd is ze gezamenlijk tegen een totale voordelige prijs of producten, aan te bieden : telefoon-, internet-, TV-diensten en/of intermediaire interactieve producten, aangeboden middels een geïntegreerde technologie door verkopers actief in de sector van de telecommunicatie-, informatie- en media-technologie. Deze diensten en/of intermediaire interactieve producten kunnen gezamenlijk worden aangeboden onder de hierna cumulatief toe te passen voorwaarden : 1° elk product en elke dienst, zolang het aanbod geldt, afzonderlijk en tegen zijn gewone prijs in dezelfde inrichting verkregen kunnen worden;2° de consument dient duidelijk over de afzonderlijke prijs van elk product of dienst geïnformeerd te worden, alsook over het prijsvoordeel;3° het gezamenlijk aanbod dient de consument een prijsvoordeel ten opzichte van de afzonderlijk aangeboden producten of diensten te bieden.Het moet een bepaald of bepaalbaar voordeel zijn op het moment van de aankoop; 4° elke aankondiging betreffende het gezamenlijke aanbod en elke titel waarmee het voordeel dat eruit voortvloeit verworven kan worden, dient de eventuele limiet van hun geldigheidsduur, de voorwaarden en elke andere modaliteit van het aanbod te vermelden;5° wanneer men gezamenlijk producten en/of diensten aanbiedt, mag men, met inachtneming van de eventuele specifieke wettelijke bepalingen en voorzover een tijdige opzegging gebeurt, slechts een maximumtermijn van één jaar voorzien gedurende dewelke de consument gebonden is.De toepassing van een retroactieve sanctie in geval van opzegging door de consument is uitgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voordeel blijft behouden voor de consument tot op het moment van de opzegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2 Kwaliteit en veiligheid van de netwerken en diensten Art. 113.In uitvoering van artikel 8, 6°, coördineert het Instituut de initiatieven betreffende de kwaliteit en de veiligheid van de elektronische communicatiediensten. Het staat in voor het opsporen, het observeren en het analyseren van de veiligheidsproblemen alsook het permanent informeren daarover van de gebruikers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondernemingen die openbare elektronische communicatiediensten aanbieden, moeten vergelijkbare, toereikende en actuele informatie over de kwaliteit en de veilige toegang tot hun diensten ten behoeve van de eindgebruikers te publiceren op hun website. De informatie wordt, op verzoek, vóór publicatie eveneens aan het Instituut verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut kan onder andere de te hanteren parameters voor de kwaliteit van de dienst, alsook de inhoud, vorm en wijze van bekendmaking van de te publiceren informatie bepalen teneinde ervoor te zorgen dat de eindgebruikers toegang hebben tot volledige, vergelijkbare en gebruikersvriendelijke informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut maakt via ziin website actuele en vergelijkbare informatie beschikbaar betreffende de veilige toegang tot de diensten van de verschillende internetaanbieders, betreffende de veiligheid van netwerken en betreffende de diensten en software die de eindgebruikers in staat stellen ongewenste elektronische communicatie in alle vormen te verhinderen. Art. 114.De aanbieder van openbare elektronische communicatiediensten treft de passende technische en organisatorische maatregelen om de veiligheid van zijn diensten te garanderen, indien nodig in overleg met de aanbieder van het openbare communicatienetwerk wat de veiligheid van het netwerk betreft. Die maatregelen waarborgen een zo hoog mogelijk beveiligingsniveau dat in verhouding staat tot het betrokken risico, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van uitvoering ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook de aanbieder van software ten behoeve van de elektronische communicatie treft deze maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er een bijzonder risico bestaat voor de aantasting van de veiligheid van zijn netwerk, licht de betrokken operator de abonnees en het Instituut over dat gevaar in.</p>\n<p class=\"lf-p\">De operatoren bieden hun abonnees kosteloos, rekening houdend met de stand van de techniek, de gepaste veilige diensten aan die de eindgebruikers in staat stellen ongewenste elektronische communicatie in alle vormen te verhinderen. Ook de aanbieders van software ten behoeve van de elektronische communicatie zijn hier jegens hun klanten toe verplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer hij een schending van de integriteit van zijn netwerk vaststelt, neemt de betrokken operator alle nodige maatregelen om zo snel mogelijk de betrokken overheid, operatoren en abonnees in te lichten. Art. 115.De operatoren verlenen inzake herstelling van een defect, voorrang aan de volgende personen : 1° nooddiensten en prioritaire diensten die na advies van het Instituut door de Koning worden bepaald;2° ziekenhuizen, artsen, apothekers en dierenartsen die een wachtdienst onderhouden;3° invaliden, zieken die speciale verzorging nodig hebben alsook gehandicapten, volgens nadere regels die na advies van het Instituut door de Koning worden vastgesteld. Onder herstelling wordt verstaan het herstellen van de lijn of het opzetten van een vervangende dienst. Art. 116.De operatoren stellen de eindgebruikers een hulpdienst per telefoon ter beschikking. De hulpdienst is bereikbaar via een geografisch nummer of via een niet-geografisch nummer op voorwaarde dat de gesprekskosten per minuut niet hoger zijn dan deze voor een geografisch nummer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde telefonische hulpdienst registreert de vragen van de eindgebruikers over de opheffing van de storingen en over de moeilijkheden om een verbinding te krijgen. Hij stuurt die vragen zo snel mogelijk door naar de bevoegde diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Betalingsfaciliteiten Art. 117.De minister kan na advies van het Instituut de aanbieders van diensten die bij wijze van universele dienst worden verstrekt, aanwijzen die in middelen moeten voorzien waarbij de eindgebruikers voor de toegang tot de openbare telefoonnetwerken en het gebruik van openbare telefoondiensten vooruitbetalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister stelt na advies van het Instituut de nadere regels vast voor de werking van het vooruitbetalingssysteem. Art. 118.De minister kan na advies van het Instituut de aanbieders van diensten die bij wijze van universele dienst worden verstrekt, aanwijzen die de abonnees de mogelijkheid moeten bieden voor de toegang tot een openbaar telefoonnetwerk in termijnen te betalen. Art. 119.§ 1. Onverminderd de toepassing van artikel 70, § 1, 2°, d), stelt de minister na advies van het Instituut, de lijst op van de maatregelen die de operatoren kunnen nemen in geval van een onbetaalde rekening. De lijst van de maatregelen wordt vermeld in het in artikel 110 bedoelde contract. § 2. Bij deze maatregelen wordt de abonnee vooraf gewaarschuwd over een aanstaande onderbreking van de dienstverlening of verbreking van de aansluiting als gevolg van die wanbetaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behalve in geval van fraude of aanhoudend niet betaalde rekeningen waarover geen betwisting bestaat, blijft bij deze maatregelen een eventuele onderbreking van de dienstverlening, voorzover dat technisch mogelijk is, beperkt tot de betrokken dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze maatregelen bepalen dat vóór de volledige verbreking van de aansluiting de operator gratis een beperkte dienst verstrekt waarbij de eindgebruiker over de mogelijkheid beschikt om te worden opgebeld, met uitsluiting van oproepen met betaling van de gesprekskosten door de opgeroepene, en zelf de nooddiensten op te bellen. Art. 120.Op verzoek van de eindgebruiker blokkeren de opera-toren die een elektronische-communicatiedienst aanbieden kosteloos bepaalde categorieën uitgaande gesprekken of oproepen naar bepaalde categorieën nummers, die door de minister, na advies van het Instituut worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Levering van extra faciliteiten Art. 121.§ 1. De Koning stelt de voorwaarden vast volgens dewelke het Instituut, gebruikmakend van internationale en nationale standaarden of internationaal aanvaarde en gebruikte goede praktijken door internationale of nationale organisaties actief op het vlak van standaardisatie of harmonisatie in de elektronische-communicatiesector, van de operatoren die openbare telefoonnetwerken exploiteren, kan eisen dat zij de eindgebruikers de volgende extra faciliteiten ter beschikking stellen : 1° identificatie van de oproeplijn;2° toonkiezen. § 2. Het is mogelijk dat de Koning de beschikbaarstelling van de in § 1 bedoelde extra faciliteiten op het gehele grondgebied of een deel ervan niet eist, indien Hij na advies van het Raadgevend Comité voor de telecommunicatie en het Instituut van oordeel is dat de toegang tot die extra faciliteiten toereikend is. Afdeling 2. - Geheimhouding van de communicatie, verwerking van de gegevens en bescherming van de persoonlijke levenssfeer Art. 122.§ 1. De operatoren verwijderen de verkeersgegevens met betrekking tot abonnees of eindgebruikers uit hun verkeersgegevens of maken deze gegevens anoniem, zodra zij niet langer nodig zijn voor de transmissie van de communicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is van toepassing onverminderd de naleving van de door of krachtens de wet vastgestelde verplichtingen inzake samenwerking met : 1° de autoriteiten die bevoegd zijn voor het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten;2° de ombudsdienst voor telecommunicatie voor het onderzoek naar de identiteit van elke persoon die kwaadwillig gebruik heeft gemaakt van een elektronische-communicatienetwerk of -dienst. § 2. In afwijking van § 1 en met als enig doel de facturering van abonnees of het doen van interconnectiebetalingen, verwerken en slaan de operatoren de volgende gegevens op : 1° de identificatie van de oproeplijn;2° het adres van de abonnee en van de plaats van de aansluiting, alsook het soort eindapparatuur;3° het totale aantal voor de berekeningsperiode aan te rekenen eenheden;4° de identificatie van de opgeroepen lijn;5° het type, het tijdstip van aanvang en de duur van de oproep of de verzonden hoeveelheid gegevens;6° de datum van de verbinding of van de dienst;7° andere gegevens betreffende betalingen, zoals vooruitbetaling, betaling in termijnen, afsluitingen en aanmaningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de toepassing van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens stelt de operator de abonnee of, in voorkomend geval, de eindgebruiker waarop de gegevens betrekking hebben, voorafgaand aan de verwerking in kennis van : 1° de soorten verkeersgegevens die worden verwerkt;2° de precieze doeleinden van de verwerking;3° de duur van de verwerking. De verwerking van de gegevens opgesomd in het eerste lid, is slechts toegestaan tot het einde van de periode van de betwisting van de factuur of tot het einde van de periode waarin de betaling gerechtelijk kan worden afgedwongen. § 3. In afwijking van § 1 en met als enig doel de marketing te verzorgen van de eigen elektronische-communicatiediensten of diensten met verkeersgegevens of locatiegegevens te leveren, mogen de operatoren de in § 1 bedoelde gegevens slechts verwerken onder de volgende voorwaarden : 1° De operator stelt de abonnee of, in voorkomend geval, de eindgebruiker waarop de gegevens betrekking hebben, voorafgaand aan het verkrijgen van diens toestemming voor de verwerking, in kennis van : a) de soorten verkeersgegevens die worden verwerkt;b) de precieze doeleinden van de verwerking;c) de duur van verwerking.2° De abonnee of, in voorkomend geval, de eindgebruiker, heeft voorafgaand aan de verwerking zijn toestemming gegeven voor de verwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder toestemming voor de verwerking in de zin van dit artikel wordt verstaan de vrije, specifieke en op informatie berustende wilsuiting waarmee de betrokkene of zijn wettelijke vertegenwoordiger aanvaardt dat verkeersgegevens die op hem betrekking hebben worden verwerkt. 3° De betrokken operator biedt zijn abonnees of eindgebruikers gratis de mogelijkheid om op eenvoudige wijze de gegeven toestemming in te trekken.4° De verwerking van de betrokken gegevens blijft beperkt tot de handelingen en de duur die nodig zijn voor de levering van de betrokken dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens of voor de marketingactie in kwestie. Deze voorwaarden zijn van toepassing onverminderd de bijkomende voorwaarden die voortvloeien uit de toepassing van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van § 1 kunnen de gegevens worden verwerkt om eventuele fraude op te sporen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens worden ingeval van strafbaar feit aan de bevoegde autoriteiten meegedeeld. § 5. De gegevens vermeld in dit artikel mogen alleen worden verwerkt door personen die in opdracht van de operator belast zijn met de facturering of het beheer van het verkeer, de behandeling van verzoeken om inlichtingen van klanten, de opsporing van fraude, de marketing van de eigen elektronische-communicatiediensten of de levering van diensten met verkeersgegevens of locatiegegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwerking is beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is om die activiteiten te verrichten. § 6. Het Instituut, de Raad voor de Mededinging, de rechtcolleges van de rechterlijke orde en de Raad van State kunnen in het kader van hun bevoegdheden in kennis worden gesteld van de relevante verkeers- en rekeninggegevens met het oog op het beslechten van geschillen, waaronder geschillen met betrekking tot interconnectie en facturering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-123\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 123</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onverminderd de toepassing van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens mogen de operatoren van mobiele netwerken locatiegegevens die betrekking hebben op een abonnee of een eindgebruiker slechts verwerken wanneer zij anoniem gemaakt zijn of wanneer de verwerking past in het kader van de levering van een dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens. § 2. De verwerking in het kader van de levering van een dienst gebaseerd op verkeersgegevens of locatiegegevens is onderworpen aan de volgende voorwaarden : 1° De operator stelt de abonnee of, in voorkomend gevaI, de eindgebruiker waarop de gegevens betrekking hebben, voorafgaand aan het verkrijgen van diens toestemming voor de verwerking in kennis van : a) de soorten locatiegegevens die worden verwerkt;b) de precieze doeleinden van de verwerking;c) de duur van de verwerking;d) de eventuele derden waaraan deze gegevens zullen worden doorgegeven;e) de mogelijkheid om te allen tijde de gegeven toestemming voor de verwerking definitief of tijdelijk in te trekken.2° De abonnee of, in voorkomend geval, de eindgebruiker, heeft voorafgaand aan de verwerking zijn toestemming gegeven voor de verwerking Onder toestemming voor de verwerking in de zin van dit artikel wordt verstaan de vrije, specifieke en op informatie berustende wilsuiting waarmee de betrokkene of zijn wettelijke vertegenwoordiger aanvaardt dat locatiegegevens die op hem betrekking hebben worden verwerkt. 3° De verwerking van de betrokken gegevens blijft beperkt tot de handelingen en de duur die nodig zijn voor de levering van de betrokken dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens.4° De betrokken operator biedt zijn abonnees of eindgebruikers gratis de mogelijkheid om te allen tijde op eenvoudige wijze de gegeven toestemming, definitief of tijdelijk, in te trekken. § 4. De gegevens vermeld in dit artikel mogen alleen worden verwerkt door personen die werkzaam zijn in opdracht van de operator of de derde die de dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens levert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwerking is beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is om de betrokken dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens aan te kunnen bieden. § 5. De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut, de procedures volgens dewelke de operatoren, op verzoek van de nooddiensten die een noodoproep wensen te beantwoorden, verplicht kunnen worden het tijdelijke weigeren of ontbreken van de toestemming van de abonnee of de eindgebruiker betreffende de verwerking van locatiegegevens per afzonderlijke lijn op te heffen, met het oog op het beantwoorden van een noodoproep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die opheffing is gratis.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-124\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 124</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien men daartoe geen toestemming heeft gekregen van alle andere, direct of indirect betrokken personen, mag niemand : 1° met opzet kennis nemen van het bestaan van informatie van alle aard die via elektronische weg is verstuurd en die niet persoonlijk voor hem bestemd is;2° met opzet de personen identificeren die bij de overzending van de informatie en de inhoud ervan betrokken zijn;3° onverminderd de toepassing van de artikelen 122 en 123, met opzet kennis nemen van gegevens inzake elektronische communicatie en met betrekking tot een andere persoon;4° de informatie, identificatie of gegevens die met of zonder opzet werden verkregen, wijzigen, schrappen, kenbaar maken, opslaan of er enig gebruik van maken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-125\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 125</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De bepalingen van artikel 124 van deze wet en de artikelen 259bis en 314bis van het Strafwetboek zijn niet van toepassing : 1° wanneer de wet het stellen van de bedoelde handelingen toestaat of oplegt;2° wanneer de bedoelde handelingen worden gesteld met als enig doel de goede werking van het netwerk na te gaan en de goede uitvoering van een elektronische-communicatiedienst te garanderen;3° wanneer de handelingen worden gesteld om de interventie van hulp- en nooddiensten mogelijk te maken die antwoorden op aan hen gerichte verzoeken om hulp;4° wanneer de handelingen door het Instituut worden gesteld in het kader van zijn algemene opdracht inzake toezicht en controle;5° wanneer de handelingen door de ombudsdienst voor telecommunicatie of op zijn verzoek worden gesteld in het kader van zijn wettelijke onderzoeksopdrachten;6° wanneer de handelingen worden gesteld met als enig doel de eindgebruiker diensten aan te bieden die erin bestaan het ontvangen van ongewenste elektronische communicatie te verhinderen, mits hiertoe de nodige toestemming werd verkregen van de eindgebruiker. § 2. De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels en de middelen die moeten worden ingezet om het identificeren, het opsporen, lokaliseren, afluisteren, kennisnemen en opnemen van elektronische communicatie mogelijk te maken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-126\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 126</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, stelt de Koning op voorstel van de Minister van Justitie en van de minister en na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut, de voorwaarden vast waaronder de operatoren de verkeersgegevens en de identificatiegegevens van eindgebruikers, registreren en bewaren, met het oog op het opsporen en de beteugeling van strafbare feiten, met het oog op de beteugeling van kwaadwillige oproepen naar de nooddiensten en met het oog op het onderzoek door de ombudsdienst voor telecommunicatie naar de identiteit van de personen die kwaadwillig gebruik hebben gemaakt van een elektronische-communicatienetwerk of -dienst. § 2. De gegevens die moeten worden bewaard en de duur van de bewaring, die wat de openbare telefoniedienst betreft niet minder dan twaalf en niet meer dan zesendertig maanden mag zijn, worden door de Koning bepaald in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut De operatoren zorgen ervoor dat de in § 1 vermelde gegevens onbeperkt toegankelijk zijn vanuit België.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-127\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 127</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut, de technische en administratieve maatregelen die aan de operatoren of aan de eindgebruikers worden opgelegd om : 1° in het kader van een noodoproep de oproeplijn te kunnen identificeren;2° de oproeper te kunnen identificeren en het opsporen, lokaliseren, afluisteren, kennisnemen en opnemen van privé-communicatie mogelijk te maken onder de voorwaarden bepaald door de artikelen 46bis, 88bis en 90ter tot 90decies van het Wetboek van strafvordering. De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de methode voor de bepaling van de bijdrage in de kosten voor investering, exploitatie en onderhoud van die maatregelen, die ten laste komt van de operatoren van elektronische communicatienetwerken en -diensten, alsook de termijn waarbinnen de operatoren of de abonnees moeten voldoen aan de opgelegde maatregelen. § 2 De levering of het gebruik van een dienst of van apparatuur die de uitvoering bemoeilijkt of verhindert van de in § 1 bedoelde verrichtingen, zijn verboden, met uitzondering van encryptiesystemen die kunnen worden gebruikt om de vertrouwelijkheid van de communicatie en de veiligheid van betalingen te garanderen. § 3. Totdat de maatregelen, bedoeld in § 1, in werking treden, is het verbod bedoeld in § 2 niet van toepassing op de mobiele openbare elektronische communicatiediensten die worden geleverd op basis van een voorafbetaalde kaart. § 4. Indien een operator binnen de door de Koning vastgestelde termijn niet voldoet aan de hem opgelegde technische en administratieve maatregelen, is het hem verboden de dienst, waarvoor de betrokken maatregelen niet genomen zijn, aan te bieden. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De operatoren sluiten de eindgebruikers die binnen de door de Koning vastgestelde termijn niet voldoen aan de hen opgelegde technische en administratieve maatregelen af van de netwerken en diensten waarop de opgelegde maatregelen van toepassing zijn. Die eindgebruikers worden op geen enkele wijze vergoed voor de afsluiting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een operator binnen de door de Koning vastgestelde termijn niet overgaat tot de afsluiting van de eindgebruikers die niet voldoen aan de hen opgelegde technische en administratieve maatregelen, is het hem verboden de dienst, waarvoor de eindgebruiker niet heeft voldaan aan de hem opgelegde maatregelen, te verstrekken totdat de identificatie van de oproeper mogelijk is gemaakt. Art. 128.Onverminderd de toepassing van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens is de registratie van elektronische communicatie en de daarmee verband houdende verkeersgegevens uitgevoerd in het legale zakelijke verkeer ten bewijze van een commerciële transactie of van een andere zakelijke communicatie toegestaan, op voorwaarde dat de bij de communicatie betrokken partijen vóór de registratie op de hoogte gebracht worden van de registratie, de precieze doeleinden ervan en de duur van de opslag van de registratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in dit artikel bedoelde gegevens worden gewist uiterlijk op het einde van de periode waarbinnen de transactie in rechte kan worden aangevochten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 259bis en 314bis van het Strafwetboek is het kennisnemen en registreren van elektronische communicatie en de verkeersgegevens met als enig doel de kwaliteit van de dienstverlening in callcenters te controleren, toegestaan, op voorwaarde dat de personen die werkzaam zijn in het callcenter op voorhand en, onverminderd de toepassing van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer op de hoogte gebracht worden van de mogelijkheid tot kennisnemen en registreren, het precieze doel ervan en de duur van bewaring van de geregistreerde communicatie en gegevens. Die gegevens mogen ten hoogste gedurende één maand worden bewaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-129\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 129</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van elektronische-communicatienetwerken voor de opslag van informatie of voor het verkrijgen van toegang tot informatie die is opgeslagen in de eindapparatuur van een abonnee of een eindgebruiker is slechts toegestaan op voorwaarde dat : 1° de betrokken abonnee of eindgebruiker, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, duidelijke en precieze informatie krijgt over de doeleinden van de verwerking en zijn rechten op basis van de wet van 8 december 1992;2° de verantwoordelijke voor de verwerking de betrokken abonnee of eindgebruiker, voorafgaand aan de verwerking, op een duidelijk leesbare en ondubbelzinnige wijze, de mogelijkheid biedt om de voorgenomen verwerking te weigeren. Het eerste lid is van toepassing onverminderd de technische opslag van informatie of de toegang tot informatie opgeslagen in de eindapparatuur van een abonnee of een eindgebruiker met als uitsluitend doel de verzending van een communicatie via een elektronische-communicatienetwerk uit te voeren of te vergemakkelijken of een uitdrukkelijk door de abonnee gevraagde dienst van de informatiemaatschappij te leveren Een gebrek aan weigering in de zin van het eerste lid of de toepassing van het tweede lid, stelt de verantwoordelijke voor de verwerking niet vrij van de verplichtingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens die niet opgelegd worden in dit artikel. Art. 130.§ 1. Wanneer de weergave van de identificatie van het oproepende nummer als dienst wordt aangeboden, biedt de operator van de oproepende abonnee de oproepende eindgebruiker kosteloos en op eenvoudige aanvraag de mogelijkheid om voor elke oproep apart of op bestendige wijze zich te verzetten tegen de identificatie van het oproepende nummer. Die faciliteit wordt aangeboden per afzonderlijke lijn waarvan de abonnee titularis is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer van de faciliteit bedoeld in het eerste lid gebruikgemaakt wordt is de operator van de opgeroepen abonnee niet gerechtigd de weergave van de identificatie van het oproepende nummer aan zijn abonnee aan te bieden. § 2. Wanneer de weergave van de identificatie van het oproepende nummer als dienst wordt aangeboden, biedt de operator van de opgeroepen abonnee aan de opgeroepen abonnee de mogelijkheid om kosteloos en op eenvoudige aanvraag de weergave van de identificatie van het oproepende nummer van inkomende oproepen op te heffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosteloosheid van deze faciliteit vervalt, indien de opgeroepen abonnee op onredelijke wijze gebruik maakt van die faciliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de gevallen die als onredelijk gebruik van de in deze paragraaf bedoelde faciliteit aangemerkt kunnen worden en de vergoeding die voor dit gebruik kan worden aangerekend. § 3. Wanneer de weergave van de identificatie van het oproepende nummer als dienst wordt aangeboden en die identificatie wordt weergegeven alvorens de communicatie tot stand wordt gebracht, biedt de operator van de opgeroepen abonnee aan de opgeroepen abonnee de mogelijkheid om op eenvoudige aanvraag inkomende oproepen te weigeren wanneer de weergave van de identificatie van het oproepende nummer door de oproepende gebruiker of abonnee ongedaan is gemaakt. § 4. Wanneer de weergave van de identificatie van het opgeroepen nummer als dienst wordt aangeboden aan de oproeper, biedt de operator van de opgeroepen abonnee aan de opgeroepen abonnee de mogelijkheid om kosteloos en op eenvoudige aanvraag de doorgifte van de identificatie van het opgeroepen nummer naar de oproepende eindgebruiker te verhinderen. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De operatoren verspreiden op ruime schaal informatie over : 1° de door hen aangeboden faciliteiten tot identificatie van het oproepende nummer en tot identificatie van het opgeroepen nummer;2° alle diensten die worden aangeboden op basis van die faciliteiten;3° de beschikbare mogelijkheden die overeenkomstig dit artikel worden aangeboden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer, alsmede de voorwaarden voor het gebruik ervan. De in deze paragraaf bedoelde informatie wordt in ieder geval op individuele basis aan de eigen abonnees aangeboden. § 6. De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut, de voorwaarden waaronder en de procedures volgens dewelke de operatoren, op gerechtvaardigd verzoek van een persoon die het slachtoffer is van een kwaadwillig gebruik van een elektronische-communicatienetwerk of -dienst, verplicht kunnen worden de uitschakeling van de weergave van de identificatie van het oproepende nummer op te heffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opheffing van de uitschakeling van de weergave van de identificatie van het oproepende nummer voor de doeleinden van deze paragraaf is beperkt tot de handelingen en de duur die noodzakelijk zijn om de persoon die een kwaadwillig gebruik maakt van een elektronische-communicatienetwerk of -dienst te identificeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut, op welke wijze en onder welke voorwaarden de verkregen identificatiegegevens van de oproepende abonnee opgeslagen worden en ter beschikking gesteld worden van de verzoeker. § 7. De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut, de procedures volgens dewelke de operatoren, op verzoek van de nooddiensten die een noodoproep wensen te beantwoorden, verplicht kunnen worden de uitschakeling van de weergave van de identificatie van het oproepende nummer op te heffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opheffing van de uitschakeling van de weergave van de identificatie van het oproepende nummer met het oog op het beantwoorden van noodoproepen is gratis. Art. 131.De operator biedt zijn abonnees kosteloos en op eenvoudige aanvraag de mogelijkheid om de automatische doorschakeling van oproepen door een derde naar het eindtoestel van de abonnee stop te zetten voor zover dit technisch en operationeel mogelijk is voor de operator.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan, na advies van het Instituut, nadere regels inzake samenwerking tussen de verschillende operatoren bepalen, voor het geval waarin de derde partij, die voor de doorschakeling verantwoordelijk is geen klant is van dezelfde operator als de abonnee, die vraagt om de doorschakeling stop te zetten. Art. 132.De operatoren kunnen ten aanzien van de abonneelijnen die verbonden zijn met analoge centrales vanwege het Instituut een vrijstelling verkrijgen van één of meer van de verplichtingen opgenomen in de artikelen 130 en 131, op voorwaarde dat zij bewijzen dat het aanbieden van de betrokken faciliteit technisch niet haalbaar is of onevenredig veel economische middelen vergt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing tot vrijstelling in de zin van dit artikel is beperkt in de tijd. Ze houdt in ieder geval op te bestaan wanneer de abonneelijn verbonden wordt met een digitale centrale.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing tot vrijstelling wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Instituut.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing tot vrijstelling wordt medegedeeld aan de Europese Commissie. Art. 133.§ 1. De aanbieders van de openbare telefoniedienst brengen hun abonnees, kosteloos en vooraleer zij opgenomen worden in een telefoongids of een telefooninlichtingendienst, op de hoogte van : 1° de doeleinden van de telefoongids of de telefooninlichtingendienst;2° het gratis karakter van de opname in de telefoongids of de telefooninlichtingendienst;3° in voorkomend geval, de toepassingen van de telefoongids of de telefooninlichtingendienst die afwijken van het zoeken van persoonsgegevens op basis van de naam en, in voorkomend geval, de woon-, verbijf- of vestigingsplaats van de abonnees. Enkel de persoonsgegevens die relevant zijn voor de doeleinden zoals medegedeeld overeenkomstig het eerste lid en waarvan de betrokken abonnee heeft aangegeven dat zij opgenomen mogen worden in de betrokken telefoongids of de telefooninlichtingendienst mogen opgenomen worden in die telefoongids of telefooninlichtingendienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiertoe stelt de operator twee aparte vragen aan de abonnee : 1° of hij wenst dat zijn adresgegevens vermeld worden in de universele telefoongids en in de universele inlichtingendienst;2° of hij wenst dat zijn adresgegevens worden vermeld in andere telefoongidsen of andere inlichtingendiensten. Voor de opname of het niet opnemen in de telefoongids of de telefooninlichtingendienst van de minimale persoonsgegevens van een abonnee mag geen vergoeding gevraagd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de telefoongids of de telefooninlichtingendienst gebruikt kan worden voor andere toepassingen dan het zoeken van persoonsgegevens op basis van de naam en, in voorkomend geval, de woon-, verblijf- of vestigingsplaats van de abonnee, mag de telefoongids of de telefooninlichtingendienst deze toepassingen slechts aanbieden, indien de betrokken abonnee daarvoor zijn duidelijke toestemming heeft gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder toestemming in de zin van dit artikel wordt verstaan de vrije, specifieke en op informatie berustende wilsuiting, waarmee de betrokken abonnee of zijn wettelijke vertegenwoordiger aanvaardt dat persoonsgegevens die op hem betrekking hebben, voor de in het vorige lid bedoelde toepassing worden verwerkt. § 2. Iedere abonnee is gerechtigd de persoonsgegevens die op hem betrekking hebben in te zien overeenkomstig de voorwaarden bepaald door of krachtens de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere abonnee is bovendien gerechtigd om kosteloos, volgens de procedures en onder de voorwaarden bepaald door de Koning, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut, de persoonsgegevens die op hem betrekking hebben te laten verbeteren of te laten verwijderen uit de telefoongids of de telefooninlichtingendienst. Afdeling 3. - Bescherming van de eindgebruikers inzake het gebruik van sommige bijzondere nummers Art. 134.§ 1. Er wordt een Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische- communicatienetwerken opgericht, hierna « de Ethische Commissie voor de telecommunicatie » genoemd. De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de samenstelling en de duur van het mandaat van de leden van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, alsmede de procedure en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Ethische Commissie voor de telecommunicatie bestaat minstens uit twee vertegenwoordigers van de gezinsbelangen, één vertegenwoordiger van de minister van Economie, één vertegenwoordiger van de minister van Consumentenzaken, één vertegenwoordiger van de minister van Justitie, één vertegenwoordiger van de minister en een voorzitter, aangewezen door de minister. De leden worden benoemd voor een periode van vijf jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De procedureregels voorzien minstens in de kennisgeving van de klacht of de vaststelling van een inbreuk op de Ethische Code voor de telecommunicatie aan de vermoedelijke overtreder, een redelijke periode waarbinnen deze zijn verdediging kan voorbereiden en het recht om schriftelijk en mondeling standpunt in te nemen ten aanzien van de beweerde inbreuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut neemt het secretariaat van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie waar. § 2. Op voorstel van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie stelt de Koning een Ethische Code voor de telecommunicatie vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Ethische Code voor de telecommunicatie duidt de nummerreeksen aan waarvoor het is toegestaan om van de oproeper naast de prijs voor de communicatie ook een betaling voor de inhoud te vragen en omschrijft de voorwaarden waaronder betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan de eindgebruikers kunnen worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen die betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aanbieden, zijn verplicht de bepalingen van de Ethische Code voor de telecommunicatie in acht te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Ethische Commissie voor de telecommunicatie spreekt zich uit over de naleving van de Ethische Code voor de telecommunicatie na een klacht van de belanghebbende, rechtstreeks of na de tussenkomst van de ombudsdienst voor telecommunicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissingen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie zijn gemotiveerd en worden openbaar gemaakt. § 3. De inbreuken op de Ethische Code voor de telecommunicatie worden bestraft met een administratieve geldboete ten belope van 125 tot 12 500 EUR of een schorsing van de activiteiten van 1 tot 30 dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een zware of herhaalde inbreuk kan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie de schrapping van de betrokken diensten bevelen, alsmede het verbod om nieuwe diensten te beginnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het uitspreken van de sancties houdt de Ethische Commissie voor de telecommunicatie rekening met de ernst van de inbreuk alsook met het al dan niet opzettelijke karakter ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de Ethische Commissie voor de telecommunicatie een effectieve sanctie uitspreekt, betaalt de overtreder aan de benadeelde, via de betrokken operatoren en binnen dertig dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van de uitspraak, het bedrag dat van de benadeelde verkregen werd ten gevolge van de vastgestelde inbreuk. Art. 135.Het activeren van een preselectiedienst of de overdracht van een nummer door een operator zonder uitdrukkelijk voorafgaande schriftelijke toestemming van de eindgebruiker, en zonder duidelijke informatieverstrekking over de preselectiedienst zelf, is verboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het deactiveren van een preselectiedienst door de aanbieder ervan is mogelijk : 1° met uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de eindgebruiker;2° wanneer de eindgebruiker de materiële verplichtingen van de overeenkomst gesloten met de aanbieder van de preselectiedienst niet respecteert en nadat deze laatste de eindgebruiker duidelijke informatie heeft gegeven over de gevolgen van de deactivering van zijn preselectiedienst. Het deactiveren van een preselectie door de toegangsoperator is mogelijk : 1° na voorafgaand verzoek door de aanbieder van de preselectiedienst voor de gevallen opgesomd in het tweede lid, 1°;2° met uitdrukkelijke, voorafgaande en schriftelijke toestemming van de eindgebruiker, en na het geven van duidelijke informatie over de gevolgen van de deactivering van de preselectie;3° wegens het bestaan van technische beperkingen, omschreven en erkend door het Instituut, na voorafgaande machtiging van de minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoon die ten onrechte aan een operator vraagt een nummer over te dragen of een preselectie of een preselectiedienst van de operator te activeren of te deactiveren of de persoon die een terecht geactiveerde preselectie van een operator ten onrechte deactiveert, kan van de benadeelde eindgebruiker niet eisen dat deze de gesprekskosten betaalt voor deze gesprekken die zijn gevoerd in de vier maanden voorafgaand aan de indiening van de klacht. In voorkomend geval betaalt de persoon hem de reeds ontvangen bedragen terug. Bovendien betaalt hii een forfaitaire tegemoetkoming van 750 euro aan de onderneming die de eindgebruiker op grond van de feiten tijdelijk als klant verliest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een klacht betreffende de toepassing van dit artikel kan worden ingediend bij de ombudsdienst voor telecommunicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ombudsdienst voor telecommunicatie mag weigeren een klacht te behandelen, indien blijkt dat de feiten die aanleiding hebben gegeven tot de klacht meer dan één jaar vóór het indienen van de klacht hebben plaatsgevonden. Afdeling 4. - Medewerking met de ombudsdienst voor telecommunicatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 136</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1. De personen bedoeld in artikel 43bis, § 1, 1° tot 6°, van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten0 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven wijzen een persoon aan die naar behoren bevoegd wordt verklaard om hen te vertegenwoordigen in hun betrekkingen met de ombudsdienst voor telecommunicatie. § 2. De aanbieders brengen de gebruikers op de hoogte van de beroepsmiddelen bij de ombudsdienst voor telecommunicatie. Die informatie wordt in overeenstemming met de ombudsdienst verstrekt. § 3. Om de aan de ombudsdienst voorgelegde geschillen doeltreffend te behandelen, wordt tussen de aanbieders bedoeld in artikel 43bis, § 1, 1° tot 6°, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten0 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en de ombudsdienst een protocol gesloten.Dat protocol legt de nadere regels vast voor de behandeling van de klachten en bevat met name de arbitrageovereenkomst waarvan sprake in artikel 43bis, § 3, 4°, van dezelfde wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL V. - Procedurele bepalingen en strafbepalingen HOOFDSTUK I. - Uitwisseling van informatie Art. 137.§ 1. In het kader van zijn bevoegdheden kan het Instituut van elke betrokken persoon op gemotiveerde wijze alle nuttige informatie opvragen. Het Instituut duidt de termijn aan waarbinnen de inlichtingen moeten worden meegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorafgaande informatieverstrekking aan het Instituut kan geen vermelde voorwaarde voor toegang tot de markt zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De door het Instituut gevraagde informatie dient in evenredigheid te zijn met de uitvoering van de betrokken bevoegdheid. Het Instituut geeft de redenen voor zijn verzoek om informatie. § 2. De minister bepaalt, na advies van het Instituut, gegeven na consultatie van de betrokken marktspelers, de nadere regels inzake de informatie-uitwisseling zoals bepaald in deze wet. Art. 138.§ 1. Het Instituut is verplicht in te gaan op ieder met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie of van een nationale regelgevende instantie tot het verkrijgen van informatie, voorzover die nodig is voor en in evenredigheid is met de uitvoering van hun taken. Het Instituut wijst de bestemmelingen op de graad van vertrouwelijkheid van de bezorgde informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut kan bij die informatieverstrekking aan de Europese Commissie een met redenen omkleed bezwaar voegen tegen het verstrekken van die informatie aan een andere instantie. § 2. Het Instituut brengt de operatoren ervan op de hoogte dat de inlichtingen, die het van hen verkregen heeft, kunnen worden verstrekt aan de Europese Commissie, aan een nationale regelgevende instantie of aan een internationale organisatie waarmee het Instituut in het kader van het uitoefenen van zijn bevoegdheden betrekkingen onderhoudt. § 3. Onverminderd andere wettelijke bepalingen behandelt het Instituut de inlichtingen die het van andere instanties gekregen heeft met minstens dezelfde vertrouwelijkheid als de instantie die ze bezorgd heeft. HOOFDSTUK II. - Raadplegingen Art. 139.Het Instituut kan voor de toepassing van deze wet een openbare raadpleging houden overeenkomstig artikel 14 van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector. Art. 140.Voorzover een ontwerpbeslissing van het Instituut aanzienlijke gevolgen zou kunnen hebben voor een relevante markt, organiseert het Instituut een voorafgaande openbare raadpleging met een maximale tijdsduur van twee maanden, met inachtneming van de regels inzake vertrouwelijkheid van de bedrijfsgegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle inlichtingen in verband met aan de gang zijnde openbare raadplegingen worden bij het Instituut gecentraliseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De resultaten van de openbare raadpleging worden openbaar gemaakt, met inachtneming van de regels inzake vertrouwelijkheid van de bedrijfsgegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de nadere regels van de openbare raadpleging en van de bekendmaking van de resultaten ervan. Art. 141.Voorzover een ontwerpbeslissing van het Instituut invloed kan hebben op de handel tussen de lidstaten en erop gericht is : 1° een relevante markt te bepalen, overeenkomstig artikel 54, of 2° vast te stellen of er op een relevante markt concurrentie aanwezig is, overeenkomstig artikel 55, §§ 2 en 3, of 3° verplichtingen ten aanzien van een operator met een sterke machtspositie op een relevante markt op te leggen of te wijzigen, overeenkomstig artikel 55, § 3, of 4° verplichtingen op te leggen aan operatoren die niet zijn aangemerkt als beschikkende over een sterke machtspositie op een relevante markt, overeenkomstig artikel 56, 1° en 5°, of 5° de wijziging van reeds gesloten toegangsovereenkomsten op te leggen, overeenkomstig artikel 57, of 6° de wijziging van het referentieaanbod op te leggen, overeenkomstig artikel 59, § 4, of 7° de voorwaarden inzake de te verstrekken toegang te bepalen, overeenkomstig de artikelen 51 en 61, § 3, tweede lid, raadpleegt het Instituut onverwijld de Europese Commissie en de nationale regelgevende instanties van de lidstaten. Het Instituut neemt de opmerkingen in aanmerking die de Europese Commissie en de regelgevende instanties van de lidstaten eraan bezorgd hebben binnen de door de Koning bepaalde termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De definitieve beslissingen, genomen op basis van de ontwerpen bedoeld in het eerste lid, worden aan de Europese Commissie en aan de nationale regelgevende instanties van de lidstaten meegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning preciseert, na advies van het Instituut, de nadere regels van de raadpleging bedoeld in het eerste lid en van de notificatie van de definitieve beslissing bedoeld in het derde lid. Art. 142.De voorlopige maatregelen in de zin van artikel 20 van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector die genomen zijn om deze wet te doen naleven, worden vrijgesteld van de raadplegingen waarvan sprake in de artikelen 140 en 141. Zij worden echter onverwijld ter kennis gebracht van de Europese Commissie en van de nationale regelgevende instanties van de lidstaten. HOOFDSTUK III. - Beslissingen van het Instituut die door de Europese Commissie moeten worden goedgekeurd Art. 143.Indien de in artikel 141, eerste lid, bedoelde ontwerpbeslissing gericht is op : 1° het definiëren van een relevante markt die verschilt van de markten die reeds gedefinieerd zijn door de Europese Commissie, of 2° het al dan niet aanwijzen van een operator die, hetzij individueel of gezamenlijk met anderen, een sterke machtspositie op een relevante markt bezit, verlengt het Instituut, na een beslissing van de Europese Commissie die genomen is binnen de in artikel 141, tweede lid, beoogde termijn, die termijn met twee bijkomende maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de termijn zoals verlengd in het eerste lid kan de Europese Commissie, door middel van een gedetailleerde en objectieve beslissing met precieze voorstellen tot wijzigingen, het Instituut doen afzien van zijn in het eerste lid bedoelde ontwerpbesluit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-144\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 144</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de nadere regels die door de Koning, na advies van het Instituut zijn vastgesteld, maakt het Instituut, de beslissingen van de Europese Commissie die genomen zijn krachtens artikel 143, tweede en derde lid, openbaar. HOOFDSTUK IV. - Strafbepalingen Art. 145.§ 1. Met een geldboete van 50 tot 50 000 EUR wordt gestraft de persoon die de artikelen 32, 33, 35, 39, § 3, 41, 42, 47, 114, 124 en 127, en de ter uitvoering van de artikelen 32, 47 en 127 genomen besluiten overtreedt. § 2. Met een geldboete van 200 tot 2 000 EUR en met een gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar of met één van die straffen alleen wordt gestraft de persoon die artikel 39, § 1, en de ter uitvoering van artikel 16 genomen besluiten overtreedt. § 3 Met een geldboete van 500 tot 50 000 EUR en met een gevangenisstraf van één tot vier jaar of met één van die straffen alleen wordt gestraft : 1° de persoon, die op bedrieglijke wijze elektronische communicatie door middel van een elektronische-communicatienetwerk tot stand brengt, teneinde zichzelf of aan een andere persoon wederrechtelijk een voordeel te verschaffen;2° de persoon, die een elektronische-communicatienetwerk of -dienst of andere elektronische-communicatiemiddelen gebruikt om overlast te veroorzaken aan zijn correspondent of schade te berokkenen;3° de persoon die welk toestel dan ook opstelt dat bestemd is om een van de voorgaande inbreuken te begaan, alsook een poging om deze te begaan. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verbeurdverklaring van apparaten die niet voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 32, 33, 35 en 37 wordt altijd uitgesproken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-146\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 146</span><span class=\"lf-art-t\">De verbeurdverklaring van apparaten die hebben gediend tot het overtreden van artikel 47 wordt altijd uitgesproken</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-147\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 147</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verbeurdverklaring van de wederrechtelijk verkregen opnamen van gesprekken, berichten of gegevens en van de voorwerpen, die hebben gediend tot het overtreden van de artikelen 35 en 145, § 3, wordt altijd uitgesproken, zelfs indien ze niet aan de veroordeelde toebehoren De verbeurdverklaring van zendtoestellen, van zend-ontvangtoestellen of van ontvangtoestellen voor radiocommunicatie alsook van enig toebehoren dat speciaal voor de werking ervan bestemd is, die hebben gediend tot het overtreden van de artikelen 39, § 1 en 41, en van de ter uitvoering van artikel 16 genomen besluiten wordt altijd uitgesproken, zelfs indien ze niet aan de veroordeelde toebehoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 8, § 1, van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, is niet van toepassing op de verbeurdverklaring, uitgesproken op grond van dit artikel. Art. 148.De verbaliserende officier van gerechtelijke politie stuurt het proces-verbaal dat het misdrijf, strafbaar gesteld door deze wet, vaststelt aan de procureur des Konings alsook een afschrift ervan aan de door de Koning aangewezen ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De procureur des Konings beschikt over een termijn van twee maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om van zijn beslissing om al dan niet te vervolgen kennis te geven aan het Instituut.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, kunnen enkel nog de maatregelen van artikel 21 van de wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector worden opgelegd. Art. 149.De artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek zijn van toepassing ten aanzien van de personeelsleden van het Instituut handelend in de uitoefening van hun functie. Art. 150.De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, zijn van toepassing op de overtredingen van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL VI. - Diverse wijzigings-, overgangs- en slotbepalingen HOOFDSTUK I. - Diverse bepalingen Art. 151.De artikelen 25 tot 27 en 38 zijn niet van toepassing op de bijzondere inrichtingen die uitsluitend voor militaire doeleinden of met het oog op de openbare veiligheid en hulpverlening worden aangelegd en geëxploiteerd door de diensten, die onder de minister van Landsverdediging, de minister van Volksgezondheid of de minister van Binnenlandse Zaken ressorteren, door de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en door de Geallieerde Strijdkrachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lijst van deze inrichtingen wordt bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op gezamenlijk voorstel van de minister en de bevoegde minister. Art. 152.§ 1. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor 31 december 2005 de bepalingen van deze wet opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen om alle maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de van kracht zijnde richtlijnen van de Europese Unie. § 2. Het in § 1 bedoeld ontwerpbesluit wordt aan het met redenen omkleed advies van de afdeling Wetgeving van de Raad van State onderworpen. Dit advies wordt, samen met het verslag aan de Koning en het koninklijk besluit waarop het betrekking heeft, bekendgemaakt. § 3. Het koninklijk besluit genomen krachtens § 1 van dit artikel wordt opgeheven wanneer het niet binnen vijftien maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad bij wet werd bekrachtigd. Art. 153.De Koning kan de nadere regels bepalen van de bevoegdheden die door deze wet aan het Instituut worden toegekend. HOOFDSTUK II. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen Art. 154.§ 1. Art. 43bis, § 1, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten0 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven wordt vervangen als volgt : « Er wordt bij het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie een ombudsdienst voor telecommunicatie opgericht die bevoegd is voor de betrekkingen tussen de eindgebruiker, in de zin van de van kracht zijnde wetgeving inzake elektronische communicatie, en de volgende personen : 1° elke operator in de zin van deze wet;2° elke persoon die een telefoongids vervaardigt, verkoopt of verspreidt in de zin van deze wet;3° elke persoon die een telefooninlichtingendienst verstrekt in de zin van deze wet;4° elke persoon die elektronische-communicatiesystemen exploiteert in de zin van deze wet;5° elke persoon die openbare versleutelingsdiensten verstrekt in de zin van deze wet;6° elke persoon die andere activiteiten met betrekking tot elektronische communicatie aanbiedt in de zin van deze wet.» § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 43bis, § 3, 7°, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « van elke persoon die beweert het slachtoffer te zijn van kwaadwillig gebruik van een elektronische-communicatienetwerk of -dienst, het verzoek onderzoeken om inlichtingen te krijgen over de identiteit en het adres van de gebruikers van elektronische-communicatienetwerken of -diensten die deze persoon hebben lastiggevallen, voorzover die gegevens beschikbaar zijn. De ombudsdienst willigt het verzoek in indien de volgende voorwaarden vervuld zijn : a) de feiten lijken vast te staan;b) het verzoek heeft betrekking op precieze data en uren ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-155\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 155</span><span class=\"lf-art-t\">In de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten0 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, worden de volgende bepalingen opgeheven : 1° de artikelen 68 tot 70bis, met uitzondering van artikel 68, 5° en 5°bis en 68, 19°;2° de artikelen 82 tot 96, met uitzondering van artikel 86ter;3° de artikelen 105bis tot 109terF;4° de artikelen 113 en 114, met uitzondering van artikel 114, § 1, 1° en 2° en artikel 114, §§ 3 tot 6;5° de artikelen 117 tot 119;6° de artikelen 121 tot 125;7° de artikelen 128 en 128bis. Art. 156.De wet van 30 juli 1979Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/07/1979 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/06/2011 numac 2011000394 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de radioberichtgeving wordt opgeheven. Art. 157.In de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector wordt artikel 14, § 1, 3° vervangen als volgt : « 3° het toezicht op de naleving van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, alsook titel I, hoofdstuk X en titel IV van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten0 en hun uitvoeringsbesluiten; » In artikel 14, § 2, 1°, van dezelfde wet worden de woorden « op een niet-discriminerende wijze » ingevoegd tussen de woorden « kan het Instituut » en « alle onderzoeken ». Art. 158.In artikel 24 van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « de wet van 30 juli 1979Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/07/1979 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/06/2011 numac 2011000394 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten » worden vervangen door « de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie »;2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « Deze personeelsleden zijn eveneens belast met de vaststelling van inbreuken op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, het Strafwetboek en de bijzondere wetten indien deze gepleegd worden door middel van apparatuur, elektronische-communicatienetwerken of -diensten of radiocommunicatie in de zin van de voornoemde wet betreffende de elektronische communicatie.» Art. 159.Artikel 3, § 1, tweede lid van de wet van 8 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1998 numac 1998000389 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 numac 1998009522 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging, wat de openbaarmaking van protestinformatie betreft, van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord, de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten en de wet van 1 maart 1961 betreffende de invoering in de nationale wetgeving van de eenvormige wet op de cheque en de inwerkingtreding van deze wet sluiten betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten wordt vervangen door de volgende bepaling : « A.S.T.R.I.D. kan, onder de voorwaarden bepaald door de Koning, haar medewerking verlenen aan de opdrachten van algemeen belang welke aan een of meer operatoren worden toevertrouwd door of krachtens artikel 106 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie. » Art. 160.Artikel 12 van de wet van 8 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1998 numac 1998000389 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 numac 1998009522 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging, wat de openbaarmaking van protestinformatie betreft, van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord, de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten en de wet van 1 maart 1961 betreffende de invoering in de nationale wetgeving van de eenvormige wet op de cheque en de inwerkingtreding van deze wet sluiten betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten wordt vervangen door de volgende bepaling : « A.S.T.R.I.D. is verplicht te zorgen voor een semafoniedienst aan de diensten, instellingen, vennootschappen en verenigingen bedoeld in artikel 3, § 1, van de wet van 8 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1998 numac 1998000389 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 numac 1998009522 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging, wat de openbaarmaking van protestinformatie betreft, van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord, de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten en de wet van 1 maart 1961 betreffende de invoering in de nationale wetgeving van de eenvormige wet op de cheque en de inwerkingtreding van deze wet sluiten betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten, die daarom volgens de voorwaarden bepaald door de Koning verzoeken en daar waar andere operatoren een dergelijke dienst niet leveren. » HOOFDSTUK III. - Overgangsbepalingen Art. 161.De personen die, uiterlijk de dag van de inwerkingtreding van deze wet, houder zijn van een individuele vergunning krachtens artikel 3 van de wet van 30 juli 1979Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/07/1979 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/06/2011 numac 2011000394 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de radioberichtgeving of de artikelen 89 tot 92bis van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten0 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, worden geacht daarvan melding te hebben gemaakt als bedoeld in artikel 9. Art. 162.De verplichtingen die aan de operatoren met een sterke machtspositie worden opgelegd door of krachtens de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten0 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, alsmede de verplichtingen die worden opgelegd door of krachtens artikel 105bis, lid 7 en lid 9 van diezelfde wet worden behouden tot het Instituut het eerste proces tot bepaling en analyse van de relevante markten, overeenkomstig de artikelen 54 tot 56, definitief heeft afgesloten. Art. 163.De verplichtingen inzake universele dienst die op Belgacom rusten krachtens de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten0 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, worden behouden tot 1 januari van het jaar dat volgt op de aanwijzing door de Koning van één of meer aanbieders van elk van de elementen van de universele dienst als bedoeld in titel IV. Art. 164.Artikel 133 is niet van toepassing op de edities van de telefoongidsen of -inlichtingendiensten die reeds vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn opgesteld of op de markt gebracht in een papieren of off line elektronische versie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoonsgegevens van abonnees van openbare telefoondiensten op een vaste locatie of van mobiele spraaktelefoniediensten die vóór de inwerkingtreding van deze wet overeenkomstig de toen geldende wettelijke vereisten zijn opgenomen in een telefoongids of een telefooninlichtingendienst kunnen vermeld blijven in de betrokken telefoongids of telefooninlichtingendienst, tenzij de betrokken abonnees, nadat zij overeenkomstig artikel 133, § 1, volledige informatie over de doelstellingen en de gebruiksmogelijkheden van de betrokken telefoongids of telefooninlichtingendienst hebben ontvangen, te kennen gegeven hebben dat zij dat niet wilden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van de andere toepassingen van de telefoongids of de telefooninlichtingendienst dan het zoeken van persoonsgegevens op basis van de naam en, in voorkomend geval, de woon-, verblijf- of vestigingsplaats van de abonnee, die gebaseerd zijn op persoonsgegevens die vóór de inwerkingtreding van deze wet overeenkomstig de toen geldende wettelijke vereisten verzameld zijn is toegestaan, tenzij de betrokken abonnees, nadat zij overeenkomstig artikel 133, § 1, volledige informatie over de doelstellingen en de gebruiksmogelijkheden van de betrokken telefoongids of telefooninlichtingendienst hebben ontvangen, te kennen gegeven hebben dat zij dat niet wilden. HOOFDSTUK IV. - Slotbepaling Art. 165.De bepalingen van deze wet treden in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan de inwerkingtreding van sommige bepalingen uitstellen met het oog op het realiseren van een zekere overgangs- of overlegperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de bepalingen van het eerste lid treedt artikel 106, § 3, van deze wet pas in werking op het ogenblik dat het koninklijk besluit waarvan sprake in § 3 van dat artikel van kracht wordt. Op dat ogenblik wordt artikel 86ter, § 2, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten0 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 13 juni 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota's Zitting 2004-2005 Kamer Doc 51 1425 : 001 : Wetsontwerp 002 : Kaft 003 tot 013 : Amendementen 014 : Advies van de raad van State 015 tot 017 : Amendementen 018 : Verslag 019 : Tekst aangenomen door de commissie 020 : Amendementen Zie ook : Integraal verslag : 21 april 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">Senaat 3-1133/1 : Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat Bijlage HOOFDSTUK I. - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder : 1° aanbieder : elke persoon die overeenkomstig de artikelen 71, 76, 80 en 87 van de wet is aangewezen om één of meer diensten te leveren die vermeld zijn in artikel 68 van de wet;2° openbare telefoondienst op een vaste locatie : de openbare telefoondienst op een vaste locatie bedoeld in artikel 70, § 1, 1°, van de wet die via een openbaar telefoonnetwerk op een vaste locatie aan het publiek wordt aangeboden en het de eindgebruikers mogelijk maakt lokale, nationale en internationale telefonische oproepen te doen en te ontvangen;3° vast openbaar basistelefoonnetwerk : het vaste openbare telefoonnetwerk bedoeld in artikel 70, § 1, 2°, van de wet dat gebruikt wordt voor de levering van het vaste geografische element van de universele dienst;4° wachttijd bij een aansluiting op het vaste openbare basistelefoonnetwerk : de duur vanaf het moment waarop een geldig contract wordt gesloten tussen de aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst en de abonnee tot het moment dat de aansluiting op het vaste openbare basistelefoonnetwerk in gebruik gesteld wordt.Die wachttijd wordt uitgedrukt in werkdagen; 5° geldige foutmelding : de melding van een onderbroken of in kwaliteit verminderde dienst.Deze melding wordt door een eindgebruiker gemaakt of wordt eventueel gegenereerd door controleapparatuur van het netwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat om een fout die toe te schrijven is aan het netwerk. Fouten toe te schrijven aan de eindapparatuur of aan de lijnen en apparatuur aan de klantenzijde van het netwerkaansluitpunt zijn hierin niet begrepen; 6° toegangslijn : een circuit dat in staat is om in de band 300-3400Hz een basisaansluiting tot stand te brengen tussen een aansluitpunt van het openbare netwerk en de lokale schakelaar;door die aansluiting kan de openbare telefoondienst op een vaste locatie worden geleverd; 7° storingshersteltijd : de duur vanaf het moment dat een storing op geldige wijze wordt gemeld aan de aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst of hij zelf een storing vaststelt, tot op het moment dat de dienst hersteld is en opnieuw normaal werkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor openbare telefoons loopt de duur vanaf het moment dat de fout wordt vastgesteld door de aanbieder van de beschikbaarstelling van de openbare telefoons of hem wordt gemeld tot het ogenblik waarop de openbare telefoon opnieuw werkt. De duur voor de herstelling ervan wordt uitgedrukt in volle uren; 8° mislukte oproep op nationaal niveau : een oproep naar een nummer dat correct werd gevormd, waarbij binnen 30 seconden geen bezettoon noch een beltoon noch een antwoordsignaal herkend wordt op de toegangslijn van de oproeper.De duur loopt vanaf het moment dat de adresinformatie voor het opzetten van de verbinding wordt ontvangen door het netwerk; 9° mislukte oproep op internationaal niveau : hetzij een oproep naar een geldig nummer dat correct werd gevormd, waarbij binnen 30 seconden geen bezettoon, noch een beltoon, noch een antwoordsignaal herkend wordt op het uitgaande internationale circuit, hetzij een oproep naar een correct gevormd, maar verkeerd nummer dat de aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst niet als verkeerd kan bevestigen.Die tijd gaat in op het moment dat de adresinformatie voor het opzetten van de verbinding door het netwerk wordt ontvangen; 10° storingspercentage van de oproepen : het percentage van mislukte oproepen ten opzichte van het totale aantal oproeppogingen in de loop van de beschouwde observatieperiode;11° duur om een verbinding tot stand te brengen op nationaal niveau : de duur vanaf het moment dat de adresinformatie die nodig is om de verbinding op te zetten, ontvangen is door het netwerk tot op het ogenblik dat een bezettoon, een beltoon of een antwoordsignaal wordt herkend op de toegangslijn van de oproeper.Die duur wordt uitgedrukt in seconden; 12° duur om een verbinding tot stand te brengen op internationaal niveau : de duur vanaf het moment dat de internationale schakelaar de oproep ontvangt die uitgaat van het nationale netwerk tot op het ogenblik dat een bezettoon, een beltoon of een antwoordsignaal teruggestuurd wordt op het nationale netwerk.Die duur wordt uitgedrukt in seconden; 13° dienst met tussenkomst van een telefonist : de dienst bestaande uit een manuele internationale oproep met tussenkomst van een menselijke operator voor verbindingen waar geen automatische oproep mogelijk is;14° antwoordtijd voor diensten met tussenkomst van een telefonist : de duur vanaf het moment dat de laatste adres-digit voor de diensten met tussenkomst van een telefonist correct wordt verzonden tot op het moment waarop de telefonist de oproepende abonnee te woord staat om de gevraagde dienst te verlenen.Die antwoordtijd wordt uitgedrukt in seconden; 15° indirecte winst : het geheel van financieel waardeerbare voordelen dat een operator krijgt door zijn verlening van één van de in artikel 68 van de wet bedoelde diensten verstrekt in het kader van de universele dienst, die hij niet zou hebben, mocht hij die dienst niet verstrekken, meer bepaald het effect van de bekendheid van het merk van de onderneming, de invloed van de reclame, de alomtegenwoordigheid, het effect van de levenscyclus van klanten, het gemak van toegang tot de klanten;16° antwoordtijd voor de telefooninlichtingendienst : de tijd die loopt tussen het ogenblik waarop het laatste adres-digit voor de telefooninlichtingendiensten correct wordt verzonden en het moment waarop de operator of een gelijkwaardig automatisch spraaksysteem de oproeper te woord staat om de gevraagde dienst te verlenen.Die antwoordtijd wordt uitgedrukt in seconden; 17° actieve penetratiegraad van de mobiele openbare telefoniedienst : de verhouding tussen het totaal aantal gebruikers van een openbare mobiele-telefoniedienst die de afgelopen drie maanden gebruik hebben gemaakt (hebben gebeld of opgebeld zijn) van één of meerdere van de basisdiensten van dat mobiel netwerk, en het totaal aantal inwoners van het Rijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Technische voorwaarden inzake de verstrekking van de in artikel 68 van de wet bedoelde diensten die bij wijze van universele dienst worden verstrekt Afdeling 1. - Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De basiskwaliteitseisen die vermeld zijn in de artikelen van dit hoofdstuk, zijn geldig voor een kalenderjaar. Afdeling 2. - Het vaste geografische element van de universele dienst</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behalve in geval van overmacht of van een uitdrukkelijk akkoord tussen de persoon en een aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst, is deze laatste verplicht de leveringsvoorwaarden toe te passen die hij gepubliceerd heeft Indien een aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst, in antwoord op een specifieke vraag, eenzijdig van oordeel is dat het niet redelijk is zijn leveringsvoorwaarden aan te houden zoals die zijn gepubliceerd, dan heeft hij eerst de toestemming van het Instituut nodig om die voorwaarden te wijzigen. Art. 4.Het vaste geografische element van de universele dienst moet voldoen aan de in de volgende artikelen van deze afdeling vastgelegde kwaliteitseisen voor een observatieperiode van een kalenderjaar, en dit voor de eerste keer het kalenderjaar dat volgt op de datum waarop deze wet in werking treedt. De kwaliteitseisen hebben geen betrekking op communicatie waarbij andere diensten dan het vaste geografische element van de universele dienst te pas komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 69, § 2, van de wet, kan de Koning, na advies van het Instituut, de technische voorwaarden van de levering van het vaste geografische element bedoeld in het eerste lid, wijzigen, indien Hij, naar aanleiding van een openbare raadpleging bedoeld in artikel 140 van de wet vaststelt dat die diensten of vergelijkbare diensten in grote mate toegankelijk zijn. Art. 5.Wat betreft de wachttijd bij een aansluiting moet binnen vijf werkdagen zijn voldaan aan minstens 95 % van de geldige contracten tot aansluiting, afgesloten in de loop van de observatieperiode en waarbij de abonnee geen wens heeft geuit om op een bepaald tijdstip dat hem past aangesloten te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de wachttijd langer is dan acht werkdagen, voorziet de aanbieder van het betreffende geografische gebied vanaf de negende dag na de totstandkoming van een geldig contract waarbij de abonnee geen wens heeft geuit om op een bepaald tijdstip dat hem past aangesloten te worden, in een alternatieve oplossing tot het moment waarop de aansluiting effectief wordt gerealiseerd. Die alternatieve oplossing wordt geboden zonder bijkomende kosten bovenop de prijs voor de levering van het vaste geografische element van de universele dienst waarop de abonnee is geabonneerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder maakt een onderscheid tussen de kosten voor de indienststelling en de aansluitingskosten. Wanneer de door de abonnee gevraagde aansluiting effectief wordt gerealiseerd, mag hij geen tweede maal aansluitingskosten vorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In minstens 95 % van de gevallen van geldig contract tot aansluiting moet de abonnee uiterlijk de eerste dag volgend op de registratie van de aanvraag door de aanbieder, een datum voor de levering van de aansluiting kunnen krijgen. Art. 6.Voor het opstellen van zijn statistieken, gebruikt de aanbieder voor elke categorie, het totale aantal van de in de betreffende observatieperiode gemaakte geldige contracten en aansluitingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende statistieken zullen worden verstrekt : - percentage geldige contracten tot aansluiting dat binnen vijf dagen gerealiseerd is en waarvoor met de abonnee geen andere termijn is overeengekomen; - percentage geldige contracten tot aansluiting dat binnen acht dagen gerealiseerd is en waarvoor met de abonnee geen andere termijn is overeengekomen; - tijd om 95 % van de aansluitingen te realiseren in die gevallen waar de abonnee niet gevraagd heeft om op een bepaald tijdstip dat hem past te worden aangesloten; - tijd om 99 % van de aansluitingen te realiseren in die gevallen waar de abonnee niet gevraagd heeft om op een bepaald tijdstip dat hem past te worden aangesloten; - tijd om alle aansluitingen te realiseren waarvoor de abonnee geen andere datum is overeengekomen met de aanbieder; - percentage aansluitingen dat is gerealiseerd op de dag die met de abonnee is overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de meting gebruikt de aanbieder het totale aantal bestelde aansluitingen die tijdens de beschouwde observatieperiode uitgevoerd zijn. In de praktijk registreert de aanbieder op de Xe werkdag (waarbij X = aantal dagen vastgesteld in de kwaliteitsdoelstelling) volgend op het einde van de beschouwde maand alle aanvragen die de vorige maand zijn afgesloten. Voor iedere aanvraag wordt de realisatietijd berekend en aan de hand van dat gegeven kan worden bepaald binnen welke termijn 95 % en 99 % van de aansluitingen uitgevoerd zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De metingen houden enkel rekening met de aansluitingen. De gevallen waarin de abonnee een langere termijn vraagt dan de vastgestelde doelstelling worden niet in aanmerking genomen. Art. 7.§ 1. Het storingspercentage per toegangslijn of het percentage van de storingen op het totale aantal toegangslijnen mag hoogstens 7,5 % per observatieperiode bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De telling van de foutmeldingen is gebaseerd op de geldige foutmeldingen gemaakt door gebruikers. Voor een melding die meer dan één toegangslijn betreft tussen een abonnee en een lokale schakelaar wordt elk van die toegangslijnen in rekening gebracht. Het percentage storingen wordt gemeten door het aantal geldige foutmeldingen tijdens de observatieperiode te delen door het gemiddelde aantal toegangslijnen gedurende diezelfde observatieperiode. § 2. Minstens 80 % van de storingen op de toegangslijnen die op geldige wijze gemeld zijn in de loop van de observatieperiode moeten opgeheven zijn binnen 35 volle uren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minstens 95 % van de storingen op de toegangslijnen die op geldige wijze gemeld zijn in de loop van de observatieperiode moeten opgeheven zijn binnen 40 volle uren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minstens 99 % van de storingen op de toegangslijnen die op geldige wijze gemeld zijn in de loop van de observatieperiode moeten opgeheven zijn binnen 60 volle uren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die percentages worden berekend op basis van alle geldige foutmeldingen en herstellingen die in de betreffende observatieperiode werden gedaan. De gevallen waarbij de herstelling afhangt van een afspraak tussen de aanbieder en de abonnee worden niet in rekening gebracht. Ook de gevallen die toegang tot apparatuur van de abonnee hebben vereist en waarvoor de abonnee geen toegang heeft verleend op het geplande ogenblik, worden uitgesloten. § 3. Er worden aparte statistieken verstrekt voor storingen op het niveau van de toegangslijnen en de andere storingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toegangslijnen : - het maximum aantal volle uren om 80 % van de op geldige wijze gemelde storingen op toegangslijnen op te heffen; - het maximum aantal volle uren om 95 % van de op geldige wijze gemelde storingen op toegangslijnen op te heffen; - het maximum aantal volle uren om 99 % van de op geldige wijze gemelde storingen op toegangslijnen op te heffen; - het maximum aantal volle uren om 100 % van de op geldige wijze gemelde storingen op toegangslijnen op te heffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere storingen : - het maximum aantal volle uren om 80 % van de andere op geldige wijze gemelde storingen op te heffen; - het maximum aantal volle uren om 95 % van de andere op geldige wijze gemelde storingen op te heffen; - het maximum aantal volle uren om 99 % van de andere op geldige wijze gemelde storingen op te heffen; - het maximum aantal volle uren om 100 % van de andere op geldige wijze gemelde storingen op te heffen. Art. 8.In afwijking van artikel 7 van deze bijlage, garanderen de aanbieders dat de storingshersteltijd niet meer mag bedragen dan 24 uur voor de personen vermeld in 1° en 2° van het eerste lid van artikel 115 van de wet, ook op zaterdag, zondag en feestdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die specifieke eisen worden nageleefd zonder prijstoeslag voor de begunstigden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nadere regels inzake specifieke levering die van toepassing zijn op de in 1° en 2° van het eerste lid van artikel 115 van de wet vermelde personen maken eveneens het voorwerp uit van de evaluatie door en het advies van het Instituut, bedoeld in artikel 103 van de wet. Art. 9.§ 1. Het storingspercentage van de oproepen op nationaal niveau mag gedurende de observatieperiode binnen een geografisch gebied maximaal 1,5 % bedragen. § 2. Om het storingspercentage van de oproepen op nationaal niveau binnen een geografisch gebied te bepalen, berekent de betrokken aanbieder per observatieperiode het percentage mislukte oproepen op basis van één van de volgende methodes : 1° op basis van de gegevens met betrekking tot het reële uitgaande verkeer in een representatief staal van lokale centrales die in overeenstemming met het Instituut worden bepaald;2° op basis van testoproepen die gegenereerd worden in een representatief staal van lokale centrales naar een representatief staal van eindcentrales die in overeenstemming met het Instituut worden bepaald;3° op basis van een combinatie van 1° en 2°. Iedere N'de oproep moet worden gecontroleerd, waarbij N gedefinieerd wordt als de verhouding tussen het totale aantal oproepen die verwacht worden in de relevante tijdsintervallen en het aantal noodzakelijke observaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Enkel de oproepen van en naar PSTN/ISDN worden in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van testoproepen, moet de keuze van de eindcentrales worden gewogen op basis van het verkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende accuraatheid moet worden bereikt : - voor testoproepen moet het aantal gemaakte observaties voldoende zijn zodat een absolute accuraatheid van 0,1 % of ten minste een relatieve accuraatheid van 10 % met 95 % betrouwbaarheid wordt geleverd. Van beide cijfers mag datgene worden gekozen waarvoor het minste aantal observaties nodig zijn; - voor de observaties die op het niveau van de processor van de lokale centrale gemaakt zijn, moet het aantal gemaakte observaties voldoende zijn zodat een absolute accuraatheid van 0,05 % of ten minste een relatieve accuraatheid van 5 % met 95 % betrouwbaarheid wordt geleverd. De aanbieder mag de accuraatheid kiezen waarvoor het minste aantal observaties nodig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meting van de parameter wordt enkel toegepast op de directe diensten van de aanbieder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De metingen moeten zo gepland worden dat zij accuraat de schommelingen in het verkeer weerspiegelen tijdens de verschillende uren van de dag, de dagen van de week en de maanden van het jaar. § 3. De volgende statistieken worden verstrekt : - percentage mislukte oproepen op nationaal niveau; - aantal observaties. Art. 10.§ 1. Voor 95 % van de nationale oproepen mag de duur om een verbinding tot stand te brengen maximaal 5 seconden bedragen. § 2. Om de duur te bepalen om op nationaal niveau een verbinding tot stand te brengen, berekenen de aanbieders per observatieperiode de waarden van het 95ste percentiel volgens de in deze paragraaf voorgeschreven meetmethode.</p>\n<p class=\"lf-p\">De statistieken worden op basis van één van de volgende meetmethodes bepaald : 1° op basis van de gegevens met betrekking tot het reële uitgaande verkeer in een representatief staal van lokale centrales die in overeenstemming met het Instituut worden bepaald;2° op basis van testoproepen die gegenereerd worden in een representatief staal van lokale centrales naar een representatief staal van eindcentrales die in overeenstemming met het Instituut worden bepaald;3° op grond van een combinatie van 1° en 2°. De metingen moeten zo gepland worden dat zij accuraat de schommelingen in het verkeer weerspiegelen tijdens de verschillende uren van de dag, de dagen van de week en de maanden van het jaar. Het aantal observaties moet ten minste gelijk zijn aan 10.000 voor een observatieperiode van één jaar en aan 2.500 voor een observatieperiode van drie maanden en dit voor iedere bestemmingscategorie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit geldt zowel voor de monitoring als voor het gebruik van testoproepen. Het monitoren van oproepen kan worden gedaan voor elke Ne oproep waarbij N moet worden gedefinieerd als de verhouding tussen het totale aantal verwachte oproepen in de relevante tijdsintervallen en het totale aantal nodige observaties. Mislukte oproepen worden niet opgenomen in de statistieken. Er wordt alleen rekening gehouden met oproepen van en naar PSTN/ISDN. § 3. De volgende statistieken worden verstrekt : - de waarden van het 95e percentiel voor de duur om een verbinding tot stand te brengen op het niveau van het nationale verkeer; - de gemiddelde duur om nationale verbindingen tot stand te brengen; - het aantal observaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het storingspercentage van de oproepen op internationaal niveau dat te wijten is aan de rechtstreekse internationale verbindingen van de aanbieder mag gedurende de observatieperiode maximaal 5 % bedragen. § 2. Om het storingspercentage van de oproepen op internationaal niveau te bepalen, berekent de betrokken aanbieder per observatieperiode het percentage mislukte oproepen volgens één van de volgende meetmethodes : 1° op basis van de gegevens met betrekking tot het reële uitgaande verkeer in een representatief staal van lokale centrales die in overeenstemming met het Instituut worden bepaald;2° op basis van testoproepen die gegenereerd worden in een representatief staal van lokale centrales naar een representatief staal van eindcentrales die in overeenstemming met het Instituut worden bepaald;3° op basis van een combinatie van 1° en 2° Iedere Ne oproep moet worden gecontroleerd, waarbij N gedefinieerd wordt als de verhouding tussen het totaal aantal oproepen die verwacht worden in de relevante tijdsintervallen en het aantal noodzakelijke observaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van testoproepen, moet de keuze van de eindcentrales worden gewogen op basis van het verkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende accuraatheid moet worden bereikt : - voor testoproepen moet het aantal gemaakte observaties voldoende zijn, zodat een absolute accuratesse van 0,1% of ten minste een relatieve accuratesse van 10 % met 95 % betrouwbaarheid wordt geleverd. Van beide cijfers mag datgene worden gekozen waarvoor het minste aantal observaties nodig zijn; - voor de observaties die op het niveau van de processor van de lokale centrale gemaakt zijn, moet het aantal gemaakte observaties voldoende zijn, zodat een absolute accuraatheid van 0,05 % of ten minste een relatieve accuraatheid van 5 % met 95 % betrouwbaarheid wordt geleverd. De aanbieder mag de accuraatheid kiezen waarvoor het minste aantal observaties nodig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meting van de parameter wordt enkel toegepast op de directe diensten van de aanbieder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De metingen moeten zo gepland worden dat zij accuraat de schommelingen in het verkeer weerspiegelen tijdens de verschillende uren van de dag, de dagen van de week en de maanden van het jaar. § 3. De volgende statistieken worden verstrekt : 1. storingspercentage van de internationale oproepen;2. storingspercentage van de internationale oproepen dat te wijten is aan de directe internationale verbindingen van de aanbieder;3. storingspercentage van de internationale oproepen dat niet te wijten is aan de directe internationale verbindingen van de aanbieder. Art. 12.§ 1. De gemiddelde duur om een internationale oproep tot stand te brengen moet minder dan 10 seconden bedragen. § 2. Om de duur te bepalen om op internationaal niveau een verbinding tot stand te brengen, berekenen de aanbieders per observatieperiode de waarden van het 95e percentiel volgens de in deze paragraaf voorgeschreven meetmethode.</p>\n<p class=\"lf-p\">De statistieken worden op basis van één van de volgende meetmethodes bepaald : 1° op basis van de gegevens met betrekking tot het reële uitgaande verkeer in een representatief staal van lokale centrales die in overeenstemming met het Instituut worden bepaald;2° op basis van testoproepen die gegenereerd worden in een representatief staal van lokale centrales naar een representatief staal van eindcentrales die in overeenstemming met het Instituut worden bepaald;3° op grond van een combinatie van 1° en 2°. De metingen moeten zo gepland worden dat zij accuraat de schommelingen in het verkeer weerspiegelen tijdens de verschillende uren van de dag, de dagen van de week en de maanden van het jaar. Het aantal observaties moet ten minste gelijk zijn aan 10000 voor een observatieperiode van één jaar en aan 2500 voor een observatieperiode van drie maanden en dit voor iedere bestemmingscategorie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit geldt zowel voor de monitoring als voor het gebruik van testoproepen. Het monitoren van oproepen kan gedaan worden voor elke Ne oproep waarbij N moet worden gedefinieerd als de verhouding tussen het totale aantal verwachte oproepen in de relevante tijdsintervallen en het totale aantal nodige observaties. Mislukte oproepen worden niet opgenomen in de statistieken. § 3. De volgende statistieken worden verstrekt : - de waarden van het 95ste percentiel voor de duur om een verbinding tot stand te brengen op het niveau van het internationale verkeer; - gemiddelde duur om internationale verbindingen tot stand te brengen; - het aantal observaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De antwoordtijd voor diensten met tussenkomst van een telefonist mag gemiddeld maximaal 20 seconden bedragen. § 2. De meting is gebaseerd op alle oproepen naar de diensten met tussenkomst van een telefonist die gedurende de beschouwde observatieperiode worden opgetekend. § 3. De volgende statistieken worden verstrekt : - de gemiddelde antwoordtijd voor de diensten met tussenkomst van een telefonist; - de som van de duur om een verbinding tot stand te brengen, van de duur van de beltoon en het welkomstbericht; - de tijd tussen het einde van het welkomstbericht en het ogenblik waarop de telefonist de oproeper antwoordt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De algemene voorwaarden van de aanbieders preciseren de voorwaarden met betrekking tot de schadevergoedingen, het eventuele beleid inzake schadeloosstelling en/of terugbetaling. Die voorwaarden worden voor met redenen omkleed advies voorgelegd aan de ombudsdienst voor telecommunicatie en voor advies aan het Raadgevend Comité voor de telecommunicatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wat de faxberichten betreft, als bedoeld in artikel 70, § 1, 2°, b) van de wet, moet een faxeindtoestel van groep 3 (G3) ten minste in staat zijn om zich met een ander faxeindtoestel van groep 3 (G3) te synchroniseren, een fax te versturen en te ontvangen voor elke nationale verbinding Wat betreft de berichten via datatransmissie als bedoeld in artikel 70, § 1, 2°, b) van de wet, moet een modemeindtoestel van norm UIT V90 in staat zijn om zich met een ander modemeindtoestel van norm UIT V90 te synchroniseren, alsook digitale data te versturen en te ontvangen voor elke nationale verbinding. Art. 16.Onder functionele internettoegang, als bedoeld in artikel 70, § 1, 2°, c) van de wet, wordt verstaan dat op voorwaarde dat met een internetserviceprovider een specifiek contract wordt gesloten, een internettoegang werkt volgens de transmissiemogelijkheden, zoals die zijn vastgelegd voor berichten via datatransmissie. Art. 17.§ 1. De dienst, bedoeld in 70, § 1, 2°, d) van de wet, wordt verleend aan abonnees met achterstal van betaling zonder onderbreking van de lijn, na het opsturen van een herinnering via gewone post waarop niet is gereageerd tijdens een periode van 14 dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending. De dienst wordt gratis in stand gehouden gedurende een minimumperiode van negentig kalenderdagen en mag enkel worden verleend aan natuurlijke personen die er enkel voor privé-doeleinden gebruik van maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens die periode van negentig dagen stelt de aanbieder van de universele dienst aan de abonnee een redelijk aanzuiveringsplan voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van akkoord wordt de periode van negentig dagen verlengd voor de duur van het aanzuiveringsplan. Indien er geen akkoord is, moet de aanbieder de abonnee inlichten over de mogelijkheid die hij heeft om zich tot de ombudsdienst voor de telecommunicatie te wenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De algemene voorwaarden van de aanbieder preciseren de algemene regels die van toepassing zijn op de uitwerking van aanzuiveringsplannen, de voorwaarden waaronder hij de aansluiting mag schorsen indien de abonnee het aanzuiveringsplan weigert, indien het plan niet wordt nageleefd of indien een aanzuiveringsplan niet wordt nageleefd dat in het kader van een specifieke wetgeving is toegepast. Die voorwaarden worden voor met redenen omkleed advies voorgelegd aan de ombudsdienst voor telecommunicatie en voor advies aan het Raadgevend Comité voor de telecommunicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder is verplicht het vertrouwelijke karakter te eerbiedigen van de inlichtingen die worden verstrekt bij de aanvraag van een aanzuiveringsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een beroep op de collectieve schuldaflossing ingesteld door een specifieke wetgeving, wordt de in het eerste lid bedoelde dienst behouden gedurende de gehele procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 69, § 2, van de wet, kan het Instituut de technische voorwaarden van de levering van het vaste geografische element bedoeld in het eerste en tweede lid wijzigen, indien het, naar aanleiding van een openbare raadpleging bedoeld in artikel 140 van de wet vaststelt dat die diensten of vergelijkbare diensten in grote mate toegankelijk zijn. § 2. De verplichting inzake het gratis instandhouden gedurende een minimumperiode geldt niet ingeval het een nieuwe abonnee betreft die binnen de voorziene termijn geen gevolgen geeft aan de herinnering van de eerste factuur, of in geval van consequent te laat betaalde facturen, met name wanneer de abonnee binnen een periode van 12 maanden reeds van het regime van minimumdienst heeft genoten. Art. 18.Het percentage betwistingen van en complexe vragen over facturering mag niet meer dan 1% van het totale aantal verzonden facturen bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder betwistingen van en complexe vragen over facturering moet worden verstaan die vragen en betwistingen die niet met één telefoongesprek kunnen worden afgehandeld. Art. 19.Naast de publicatie van de inlichtingen waarvan sprake in artikel 46 van deze bijlage, berekent de aanbieder eveneens de waarden die elk kwartaal effectief gerealiseerd zijn, volgens de meetmethodes voorgeschreven in de artikelen 4 tot 13 van deze bijlage. Die waarden worden uiterlijk een maand na afloop van het betreffende kwartaal aan het Instituut bezorgd in de vorm bepaald in artikel 46 van deze bijlage. Art. 20.Voor de toepassing van artikel 5 en artikel 7, § 2, van deze bijlage moet de aanbieder in geval van overmacht aan de betrokken gebruikers de termijn meedelen waarbinnen vermoedelijk aan hun vraag zal worden voldaan. Art. 21.De aanbieder stelt de abonnees een hulpdienst ter beschikking. De hulpdienst is 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar. De hulpdienst registreert de aanvragen van de abonnees in verband met de opheffing van storingen van de telefoondienst en de moeilijkheden om een verbinding te krijgen. Hij stuurt die aanvragen zo spoedig mogelijk door naar de bevoegde diensten. De hulpdienst bedoeld in artikel 70, § 1, 2°, e), van de wet is gratis toegankelijk. Afdeling 3. - Het sociale element van de universele dienst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De operatoren passen ten minste de tariefverminderingen toe die hierna worden gedetailleerd : 1. Sociaal telefoontarief 1.1. De begunstigde van het sociale tarief mag slechts over één telefoonaansluiting met sociaal tarief beschikken en er mag maar één begunstigde zijn per huishouden. 1.2. Het voordeel van het sociale telefoontarief kan op zijn verzoek worden genoten door iedere persoon die : 1° hetzij de volle leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en - alleen woont; - samenwoont met één of meer personen die ten volle 60 jaar oud zijn, onverminderd 1.3 Mogen eveneens met de begunstigde samenwonen, zijn kinderen en kleinkinderen. De kleinkinderen moeten bovendien wees zijn die beide ouders hebben verloren of bij gerechtelijke beslissing aan de grootouders zijn toevertrouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ten aanzien van zijn kinderen en kleinkinderen gestelde leeftijdsgrens geldt niet voor descendenten die voor minstens 66 % getroffen zijn door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens één of meer aandoeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bruto-inkomen van de begunstigde, gecumuleerd met het bruto-inkomen van de personen die bij toepassing van 1° hiervoor eventueel met hem samenwonen, mag de bedragen niet te boven gaan die worden vastgesteld overeenkomstig artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 1 april 1981 ter bepaling van het jaarbedrag van de inkomsten welke bedoeld zijn in artikel 37, §§ 1, 2 en 4 en houdende uitvoering van artikel 49, § 5, derde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering inzake ziekenzorg en schadeloosstelling, gecoördineerd op 14 juli 1994; 2° hetzij ten minste 66 % gehandicapt is en ten volle 18 jaar oud is en : - alleen woont; - samenwoont, hetzij met ten hoogste twee personen, hetzij met bloed- of aanverwanten van de eerste of de tweede graad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bruto-inkomen van de begunstigde, gecumuleerd met het bruto-inkomen van de personen die bij toepassing van 2° hiervoor eventueel met hem samenwonen, mag de bedragen niet te boven gaan die worden vastgesteld overeenkomstig artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 1 april 1981 ter bepaling van het jaarbedrag van de inkomsten welke bedoeld zijn in artikel 37, §§ 1, 2 en 4 en houdende uitvoering van artikel 49, § 5, derde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering inzake ziekenzorg en schadeloosstelling, gecoördineerd op 14 juli 1994; 3° hetzij persoonlijk het voorwerp is van één van de volgende beslissingen : a) beslissing om een leefloon toe te kennen, krachtens de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten betreffende het recht op maatschappelijke integratie;b) een andere beslissing die wordt vastgesteld door de Koning, op voorstel van het Instituut. 1.3. Wonen in een hotel, een rusthuis of een andere vorm van gemeenschapsleven verleent geen recht op het voordeel van het sociale telefoontarief, behalve indien de begunstigde over een abonnement beschikt op zijn eigen naam dat uitsluitend door hem kan worden gebruikt. 1.4. Als voor minstens 66 % gehandicapt, wordt beschouwd de persoon : 1° die bij een administratieve of gerechtelijke beslissing minstens 66 % blijvend fysiek of psychisch gehandicapt of arbeidsongeschikt is verklaard;2° in wiens hoofde na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 87 van de wet betreffende de verplichte verzekering inzake ziekenzorg en schadeloosstelling, gecoördineerd op 14 juli 1994, een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder wordt vastgesteld, zoals bepaald in artikel 100 van diezelfde wet;3° in wiens hoofde in het kader van de inkomensvervangende tegemoetkoming een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 2 van de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/1987 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, werd vastgesteld;4° in wiens hoofde een vermindering van de graad van zelfredzaamheid van minstens 9 punten werd vastgesteld overeenkomstig de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/1987 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten. 1.5. De reeds op het telefoonnetwerk aangesloten personen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, genieten het voordeel van het sociale telefoontarief na het verstrijken van de eerste vervaldag van hun abonnement die volgt op het indienen van hun verzoek. 1.6. De begunstigde van het sociale telefoontarief : 1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet verder voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om dat tarief te genieten;2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het ten onrechte genieten van het sociale telefoontarief heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden. 1.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het genot van het sociale telefoontarief wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden. 2. Sociaal telefoontarief ten voordele van sommmige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd 2.1. De operatoren staan sommige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd een sociaal tarief toe. De installatie van de aanvrager moet uitgerust zijn met een voor doven goedgekeurd telefoontoestel. Indien voornoemd toestel niet door de operator werd geleverd, moet hem een aankoopbewijs worden voorgelegd. 2.2. De korting wordt slechts toegekend voor één aansluiting per begunstigde. 2.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het genot van het sociale telefoontarief ten voordele van sommmige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd, kan op zijn verzoek worden genoten door iedere persoon, houder van een aansluiting op het telefoonnetwerk die : 1° hetzij minstens een gehoorverlies heeft van minstens 70 dB voor het beste oor volgens de classificatie van het « Bureau International d'Audiophonologie » - Internationaal Bureau voor Audiofonologie (BIAP);2° hetzij een laryngectomie heeft ondergaan. De ouders of grootouders, houder van een telefoonaansluiting, kunnen het bewuste tarief genieten indien hun kind of kleinkind dat bij hen inwoont, voldoet aan één van de bovengemelde voorwaarden inzake de handicap. 2.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handicap die recht geeft op voornoemd sociaal telefoontarief moet blijken uit een administratieve of gerechtelijke beslissing. 2.5. De reeds op het telefoonnet aangesloten personen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, genieten het voornoemde sociale telefoontarief na het verstrijken van de eerste vervaldag van hun abonnement die volgt op het indienen van hun verzoek. 2.6. De begunstigde van het bewuste sociale telefoontarief : 1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet langer voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om het betreffende tarief te genieten;2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het onrechtmatige genot van het voormelde speciale telefoontarief heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden. 2.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het genot van het sociale telefoontarief ten voordele van sommmige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. 3. Sociaal telefoontarief ten voordele van de militaire oorlogsblinden De operatoren staan de militaire oorlogsblinden een sociaal tarief toe. § 2. Er wordt bij het Instituut een gegevensbank opgericht met betrekking tot de categorieën van begunstigden van het sociale telefoontarief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzover dit noodzakelijk is voor het toepassen van het sociale telefoontarief heeft de gegevensbank : 1° toegang tot het rijksregister van de natuurlijke personen ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;2° het recht om het identificatienummer van het rijksregister te gebruiken. De operator die door een begunstigde wordt verzocht het sociale tarief te verlenen, stelt de gegevensbank op de hoogte van dit verzoek. Deze laatste gaat na of de betrokken begunstigde het betreffende recht niet reeds geniet bij een andere operator.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut bepaalt de stukken die moeten bewijzen dat aan de voorwaarden voor het verlenen van het sociale telefoontarief is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut is gerechtigd om, in samenwerking met de aanbieders van het sociale tarief, na te gaan of de begunstigde nog recht heeft op het sociale tarief. Dit recht kan het Instituut maximaal eenmaal om de twee jaar uitoefenen. Afdeling 4. - Beschikbaarstelling van openbare telefoons</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 23</span><span class=\"lf-art-t\">De aanbieder ziet erop toe dat elke gemeente uitgerust is met ten minste één openbare telefoon</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien garandeert de aanbieder het behoud van : 1° 10 000 openbare telefoons zolang de actieve penetratiegraad van de mobiele openbare telefoondienst de 80 % niet heeft bereikt;2° 8 000 openbare telefoons zolang de actieve penetratiegraad van de mobiele openbare telefoondienst de 85 % niet heeft bereikt;3° 6 000 openbare telefoons zolang de actieve penetratiegraad van de mobiele openbare telefoondienst de 90 % niet heeft bereikt;4° 4 000 openbare telefoons zolang de actieve penetratiegraad van de mobiele openbare telefoondienst de 95 % niet heeft bereikt;5° 2 000 openbare telefoons wanneer de actieve penetratiegraad van de mobiele openbare telefoondienst de 95 % heeft bereikt. De actieve penetratiegraad van de mobiele openbare telefoondienst wordt vastgesteld door het Instituut. Art. 24.De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de nadere regels van de verdeling van het aantal openbare telefoons over de gemeenten, daarbij rekening houdende met de volgende criteria : 1° de bevolkingsdichtheid;2° de oppervlakte;3° de dekking van de mobiele openbare telefoondienst. Art. 25.§ 1. Ten minste 96 % van de storingen van openbare telefoons moet opgeheven zijn binnen 48 uur na het ogenblik waarop de storingen door de aanbieder zijn vastgesteld. Behoudens bijzondere omstandigheden die door het Instituut worden toegestaan, moet de overige 4 % opgeheven zijn binnen 72 uur na de vaststelling van de storingen door de aanbieder van de universele dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die percentages moeten berekend worden op basis van alle vaststellingen en herstellingen van storingen die in de betreffende observatieperiode werden gedaan. § 2. Het aandeel van de functionerende openbare telefoons moet minimaal 90 % bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit percentage wordt berekend door elke dag tijdens de observatieperiode het percentage functionerende openbare telefoons ten opzichte van alle geïnstalleerde telefoons te meten. Vervolgens wordt het driemaandelijkse gemiddelde van die percentages berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meting wordt uitgevoerd op basis van alle openbare telefoons van de aanbieder. § 3. De volgende statistieken worden verstrekt : 1. percentage storingen die zijn opgeheven binnen 48 uur na de vaststelling ervan door de aanbieder;2. percentage storingen die zijn opgeheven binnen 72 uur na de vaststelling ervan door de aanbieder;3. gemiddeld percentage functionerende openbare telefoons die door de aanbieder ter beschikking worden gesteld van het publiek. Art. 26.De aanbieder maakt jaarlijks de informatie over de openbare telefoons openbaar door affiches uit te hangen op of naast de openbare telefoons in het gezichtsveld ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatie over de openbare telefoons behelst : - de beschrijving van de dienst; - de toegepaste tarieven, inclusief de gedifferentieerde tarieven en de gratis toegang; - de technische gebruiksvoorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die informatie wordt vóór de publicatie ter informatie voorgelegd aan de ombudsdienst voor telecommunicatie en aan het Raadgevend Comité voor de telecommunicatie. Art. 27.De Koning bepaalt na advies van het Instituut en na overleg met de betrokken partijen, de basisvereisten waaraan de nieuw geplaatste openbare telefoons moeten voldoen ten einde het gebruik te vergemakkelijken voor mensen met een handicap. Voormeld besluit zal bepalen wat onder nieuw geplaatste openbare telefoons moet worden verstaan. Afdeling 5. - Universele inlichtingendienst</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De universele inlichtingendienst verstrekt mondeling aan alle personen die erom vragen hetzij het telefoonnummer van een andere abonnee van de openbare telefoondienst waarvan de aanvrager over voldoende inlichtingen beschikt om die te kunnen identificeren, hetzij de naam en het adres van de aansluiting op basis van het telefoonnummer. De inlichtingendienst geeft geen inlichtingen over abonnees die een privé-nummer hebben, behalve de bevestiging dat op het gevraagde adres een privé-nummer bestaat. Art. 29.De antwoordtijd voor de universele inlichtingendienst mag gemiddeld maximaal 20 seconden bedragen De meting is gebaseerd op alle oproepen naar de inlichtingendienst die gedurende de beschouwde observatieperiode worden opgetekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende statistieken worden verstrekt : - de gemiddelde antwoordtijd voor de inlichtingendienst; - het percentage oproepen dat binnen de 20 seconden werd beantwoord; - de som van de duur om een verbinding tot stand te brengen, van de duur van de beltoon en het welkomstbericht; - de tijd tussen het einde van het welkomstbericht en het ogenblik waarop de operator of een gelijkwaardig automatisch spraaksysteem de oproep beantwoordt. Afdeling 6. - Beschikbaarstelling van de universele telefoongids</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behalve afwijking die op voorstel van het Instituut door de minister wordt toegestaan, deelt de aanbieder aan elke abonnee van een openbare telefoondienst, zonder dat die abonnee het moet vragen, op het in het contract vermelde adres, jaarlijks een bijgewerkt exemplaar uit van de universele telefoongids, onverminderd artikel 31 van deze bijlage In geval van meerdere toegangslijnen op eenzelfde domiciliëringsadres, kan de abonnee aan de aanbieder van de betreffende geografische zone om evenveel exemplaren vragen als er toegangslijnen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt maar één universele telefoongids bezorgd aan personen die zowel geabonneerd zijn bij een operator voor de openbare telefoondienst op een vaste locatie als bij een operator voor mobiele openbare telefonie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder bezorgt het Instituut drie exemplaren van de bijgewerkte universele telefoongids.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieder levert bovendien een of meer exemplaren van de universele telefoongids aan elke persoon die erom verzoekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 31</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Behalve de abonneegegevens die alfabetisch en per gemeente zijn opgenomen, moet de universele telefoongids de inlichtingen vermelden met betrekking tot de diensten met bijzondere toegang, alsook de volgende inlichtingen : - de nummers van de nooddiensten, overeenkomstig artikel 107, § 1, van de wet; - de lijst van alle woonplaatsen en daarmee overeenstemmende gemeenten van het Rijk met hun bijhorend postnummer en zonenummer; - de nummers van de telefoondiensten van algemeen nut van de operatoren waarvan de abonnees in de telefoongids opgenomen zijn; - de algemene inlichtingen die door de minister worden vastgesteld en de in artikel 46 van deze bijlage bedoelde inlichtingen over de universele dienst; - de adressen en telefoonnummers van de operatoren waarvan de abonnees in de telefoongids opgenomen zijn; - de landnummers, de belangrijkste internationale netnummers en de tijdsverschillen; - de verwijzing naar de website zoals voorzien in artikel 32, tweede lid van deze bijlage; - de inlichtingen die bekend zijn in verband met de in artikel 45 van deze bijlage vermelde diensten die bij wijze van universele dienst worden verstrekt. § 2 En voor elke operator waarvan de abonnees in de telefoongids opgenomen zijn, en voorzover die inlichtingen binnen de termijnen en volgens het overeengekomen formaat zijn bezorgd : - de beschrijving van de dienst; - de toegepaste tarieven; - de technische voorwaarden met betrekking tot de verstrekking van de basisdienst inzake openbare telefoondienst; - eventueel de kwaliteit van de aangeboden diensten zoals die door het Instituut is gemeten; - de datum waarop die verschillende inlichtingen zijn verzameld; - de voorwaarden inzake toegang tot en het volledige adres van de ombudsdienst voor de telecommunicatie enerzijds en van de Ethische Commissie anderzijds; - de inlichtingen met betrekking tot de reglementaire opdrachten van het Instituut die de gebruikers kunnen aanbelangen; - de datum waarop de operatoren waarvan de eindgebruikers in de telefoongids opgenomen zijn, hun gegevens aan de uitgever hebben verstrekt en de datum waarop de verschillende operatoren de inlichtingen die in de telefoongids voorkomen, hebben verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 32</span><span class=\"lf-art-t\">Een universele telefoongids wordt op papier afgedrukt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De in de universele telefoongids opgenomen informatie dient door de aanbieder tevens toegankelijk te worden gemaakt via een niet-betalende functionele website.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze website geeft de abonnee bovendien de mogelijkheid om op eenvoudige wijze mede te delen dat hij geen papieren exemplaar van de universele gids wenst te ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behalve bij afwijking die op voorstel van het Instituut door de minister is toegestaan, moet elk volume van de universele telefoongids ten minste een telefoonzone van een vaste dienst bestrijken die bestaat op de datum van bekendmaking van het koninklijk besluit van 14 september 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten3 houdende de voorwaarden tot vervaardiging, uitgave en verspreiding van de telefoongidsen en tot intrekking van het koninklijk besluit van 13 juni 1999 met hetzelfde onderwerp, en waarbij een minimum van vijfenzeventigduizend abonneegegevens wordt opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit artikel worden de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als één enkele gemeente beschouwd.</p></div>", "next": 239346}