{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Bovendien bevat het examen van de apparaten een proef van het afspannen van de thermo-elementen (sluitduur bij vlamonderbreking). - een onderzoek van de afvoerpijpen van de verbrande gassen van de apparaten : staat, trek, dichtheid, vastmaking, uitmonding in de open lucht in een depressiezone... 7.5. Installaties met vloeibaar gemaakte petroleumgassen. 7.5.1. Vooraleer de installatie in gebruik genomen wordt : - wordt de leiding aan een drukproef onderworpen waarbij de druk minstens gelijk is aan anderhalve keer de maximale bedrijfsdruk. De proefdruk mag in geen geval minder dan 3 bar zijn. Het onder druk zetten gebeurt uitsluitend d.m.v. inert gas. De proef duurt minstens twintig minuten. - Indien de proefdruk meer bedraagt dan de maximale druk die voorzien is voor een op de leiding gemonteerd onderdeel, zoals een ontspanner, een regelaar, een meter of een veiligheidsklep, worden deze onderdelen eerst buiten bedrijf gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De testen worden zo zorgvuldig mogelijk uitgevoerd, ten einde de dichtheid te controleren, de vervormingen en de defekten op te sporen die de veiligheid in het gedrang kunnen brengen. De proeven worden gunstig geacht als geen enkele luchtbel verschijnt en als geen enkele drukverlaging waargenomen wordt in de installatie; - wordt een drukproef d.m.v. inert gas uitgevoerd, met al de apparaten en onderdelen in bedrijf en met een kraan voor het afsluiten van de open apparaten. Deze drukproef wordt uitgevoerd met de bedrijfsdruk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De proef duurt minstens twintig minuten. Tijdens de proef worden al de tijdens de eerste proef niet gecontroleerde koppelingen, afsluitkleppen en onderdelen en degene die stroomafwaarts van de afsluitkranen gelegen zijn, met zeepwater ingesmeerd om de plaats van een eventuele lekkage te bepalen. De proef wordt gunstig geacht als geen drukverlaging tijdens deze waargenomen wordt; - wordt een onderzoek uitgevoerd van de op de installatie aangekoppelde apparaten (overeenstemming met de veiligheidsvoorschriften, met name de voldoende ventilatie van het lokaal). Bovendien bevat het examen van de apparaten een proef van het afspannen van de thermo-elementen (sluitduur bij vlamonderbreking). - wordt een onderzoek uitgevoerd van de afvoerpijpen van de verbrande gassen van de apparaten : staat, trek, dichtheid, vastmaking, uitmonding in de open lucht in een depressiezone...</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe proeven worden gedaan, na herstelling of vervanging van de defekte stukken, totdat ze een gunstig resultaat geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij elke belangrijke wijziging wordt het gewijzigde gedeelte van de installatie aan de hierboven beschreven testen onderworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inspecties waarvan sprake in deze paragraaf worden uitgevoerd door een daartoe uitgerust zelfstandig organisme. De uitslagen van alle uitgevoerde testen worden opgetekend in het proces-verbaal, opgesteld na de beëindiging van de proeven. 7.5.2. Vooraleer de verbruikstoestellen in gebruik genomen worden, worden ze getest door een bevoegde installateur om na te gaan of ze goed werken. 7.5.3. Minstens één keer per jaar worden de installaties nagezien door een bevoegde installateur of een daartoe uitgerust organisme.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze inspectie omvat o.m. : - het nazicht en de reiniging van de branders; - het nazicht van de beschermings- en regelingsinrichtingen; - het nazicht van de dichtheid van de installatie; - de inspectie en zo nodig de reiniging van de afvoerpijpen van de verbrandingsgassen. 7.5.4. Om de drie jaar wordt de dichtheid van de toestellen en leidingen nagezien door een daartoe uitgerust organisme dat onafhankelijk van de installateur is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze controle bestaat uit : - het onderzoek van de installatie : leidingen, afsluitkleppen, haspels en diverse onderdelen om na te gaan of de werken en de apparatuur uitgevoerd worden overeenkomstig het « Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming », de voorschriften van het koninklijk besluit van 21 oktober 1968 (gewijzigd) betreffende de opslagplaatsen voor vloeibaar gemaakt handelspropaan, handelsbutaan of mengsels daarvan in vaste ongekoelde houders en de code van goede praktijk betreffende dit soort installatie. - een dichtheidsproef op al de installatie, die bestaat uit : - een drukproef d.m.v. inert gas met een kraan voor het afsluiten van de gesloten apparaten. Deze drukproef wordt uitgevoerd met een druk die gelijk is aan tweemaal de bedrijfsdruk, zonder de maximale bedrijfsdruk te overschrijden die toegelaten is door sommige op de installatie bestaande sluitapparaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De proef duurt minstens twintig minuten. Tijdens de proef worden alle koppelingen, afsluitkleppen en onderdelen van de installatie met zeepwater ingesmeerd om de plaats van een eventuele lekkage te bepalen. De proef wordt gunstig geacht als geen drukverlaging tijdens deze waargenomen wordt; - een drukproef d.m.v. inert gas met een kraan voor het afsluiten van de open apparaten. Deze drukproef wordt uitgevoerd met de bedrijfsdruk. De proef duurt minstens twintig minuten. Tijdens de proef worden alle koppelingen, afsluitkleppen en onderdelen, die stroomafwaarts van de afsluitkranen gelegen zijn, met zeepwater ingesmeerd om de plaats van een eventuele lekkage te bepalen. De proef wordt gunstig geacht als geen drukverlaging tijdens deze waargenomen wordt; - een onderzoek van de op de installatie aangekoppelde apparaten (overeenstemming met de veiligheidsvoorschriften, met name de voldoende ventilatie van het lokaal).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien bevat het examen van de apparaten een proef van het afspannen van de thermo-elementen (sluitduur bij vlamonderbreking); een onderzoek van de afvoerpijpen van de verbrande gassen van de apparaten : staat, trek, dichtheid, vastmaking, uitmonding in de open lucht in een depressiezone... 7.6. Installaties voor verwarming en klimaatregeling. 7.6.1. Een keer per jaar worden de installaties voor centrale verwarming en de centrale klimaatregelingsinstallaties nagezien door een bevoegde installateur. Deze inspectie omvat o.m. : - het nazicht en de reiniging van de branders; - het nazicht van de beschermings- en regelingsinrichtingen; - de inspectie en zo nodig de reiniging van de afvoerpijpen van de verbrandingsgassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de centrale verwarming wordt deze inspectie uitgevoerd vóór de ingebruikneming van de installaties. 7.6.2. De vaste of verplaatsbare afvoerleidingen voor rook of verbrandingsgas moeten steeds in goede staat zijn. Elke gebroken of gebarsten leiding moet hersteld of vervangen worden vooraleer ze terug in werking gesteld wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na een schouwbrand wordt de koker waar het vuur ontstond over zijn hele lengte nagezien en geveegd, daarna wordt een dichtheidstest uitgevoerd. 7.6.3. De roosters, tralies of korven waarvan sprake in de leden 6.5.5.8. en 6.5.5.9. worden gereinigd zo dikwijls als nodig blijkt. 7.6.4. De installaties voor centrale verwarming met vaste of vloeibare brandstof worden gecontroleerd overeenkomstig het koninklijk besluit van 6 januari 1978 tot voorkoming van luchtverontreiniging bij het verwarmen van gebouwen met vaste of vloeibare brandstof. 7.7. Installaties voor branddetectie, toestellen en middelen voor melding, waarschuwing, alarm en brandblussing. 7.7.1. De algemeen verspreide installaties voor automatische detectie worden in ontvangst genomen en gecontroleerd zoals bepaald in de Belgische norm NBN S 21-100 « Concipiëring van de installaties voor automatische branddetectie door punctuele voeler ».</p>\n<p class=\"lf-p\">De controles moeten echter betrekking hebben op het geheel van de installaties (voelers, centrales, versterkingstabellen, stuurinstallaties, etc.) 7.7.2. De algemeen verspreide installaties voor automatische detectie worden jaarlijks onderhouden, nagezien en gecontroleerd zoals bepaald in de Belgische norm NBN S 21-100 « Concipiëring van de installaties voor automatische branddetectie door punctuele voeler ». 7.7.3. Eenmaal per jaar worden de andere elektrische brandmeldingsinstallaties dan de openbare telefoonlijnen, alsook de elektrische waarschuwings- en alarmtoestellen in ontvangst genomen, gecontroleerd en nagezien door een organisme dat door het Ministerie van Economische Zaken erkend werd voor de controle van de elektrische installaties. 7.7.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De draagbare of verplaatsbare snelblussers worden jaarlijks nagezien. 7.7.5. Elk jaar worden door een daartoe uitgerust organisme de muurhaspels met axiale voeding en de muurhydranten nagezien, alsmede hun hulpstukken en de voedingsleidingen. 7.7.6. Bij het periodieke onderzoek waarvan sprake in lid « 7.7.5. » gaat de directie van de instelling na of de afsluitkleppen van de muurhaspels met axiale voeding en de muurhydranten volledig geopend zijn. 7.8. Allerlei.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien kan de exploitant jaarlijks de controle en het onderhoud van de volgende installaties laten uitvoeren door bekwaam personeel : - de vuurvaste deuren en kleppen..., - de keukenzuigkappen en hun afvoerpijpen, - de autonome stroombronnen en de installatie voor veiligheidsverlichting, - de rookafvoerriolen en de ontrookinrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De data van deze controles en de tijdens deze controles vastgestelde opmerkingen moeten ingeschreven worden in het veiligheidsregister dat ter beschikking van de burgemeester en van de bevoegde ambtenaar moet worden gesteld. 8. Voorschriften betreffende de bewoning. 8.1. Algemeen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buiten hetgeen voorzien is door deze reglementering, neemt de directie van de instelling alle nodige maatregelen om de bewoners van de instelling te beschermen tegen de gevolgen van brand en paniek. De permanente maatregelen die in dat opzicht door de directie genomen worden, zullen vermeld worden in een huishoudelijk reglement. 8.2. Doorgangen. 8.2.1. Het is verboden in de doorgangen die bij evacuatie gebruikt worden, meubelen, karretjes of andere voorwerpen op te stapelen of neer te zetten. Met instemming van de territoriaal bevoegde brandweer mogen sommige vaste meubelen in de doorgangen geplaatst worden voor zover : - de nuttige breedte van de doorgangen door deze meubelen niet verminderd wordt, zelfs wanneer hun deuren open zijn; - de meubelen vastgelegd worden of niet verplaatst en/of omgegooid kunnen worden bij de evacuatie van het gebouw; - de opgevulde meubelen overeenstemmen met de normen NBN EN 1021-1 en NBN EN 1021-2 betreffende de « Evaluatie van de brandbaarheid van de opgevulde meubelen ». 8.2.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gemeenschappelijke lokalen, die al dan niet toegankelijk zijn voor het publiek, zoals de refter, de kapel, enz., wordt het meubilair zodanig geplaatst dat men gemakkelijk door kan. 8.2.3. In geen geval mag de goede werking belemmerd worden van de zelfsluitende deuren of de bij brand zelfsluitende deuren of luiken. 8.3. Keukens, kooktoestellen en vloeistofverwarmers. 8.3.1. Kooktoestellen en vloeistofverwarmers zijn ver genoeg verwijderd of geïsoleerd van elk brandbaar materiaal. 8.3.2. Het gebruik van kooktoestellen of vloeistofverwarmers is in de kamers van de bewoners of in de wachtzalen enkel toegelaten als het om elektrische toestellen gaat die voldoende veilig zijn. 8.4. Installaties voor elektrische drijfkracht, verlichting en signalisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De soepele leidingen die de elektrische verplaatsbare toestellen voeden, mogen geen hinder zijn voor het doorgaand verkeer van personen. 8.5. Afval en huisvuil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stofvodden en afval waarin zelfontbranding kan optreden of die gemakkelijk brandbaar zijn, worden bewaard in metalen vaten met deksel of opgeborgen in een plaats waar ze geen brandgevaar opleveren. 8.6. Voorlichting van het personeel en van de bewoners op het gebied van de bescherming en de brandbestrijding. 8.6.1. De personeelsleden en in het bijzonder de personeelsleden van de nachtwacht worden geoefend in het behandelen van de blusmiddelen en ontvangen onderricht aangaande hun gebruiksvoorwaarden. Deze personen volgen ook een algemene opleiding inzake schadepreventie. De lijst van deze personen wordt aangeplakt met de inlichtingen waarvan sprake in lid 8.6.2. De organisatie van de diensten binnen het rustoord moet zodanig uitgevoerd worden dat een persoon die deze opleiding volgt, op elk ogenblik aanwezig is en bereikt kan worden in de inrichting. 8.6.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Instructies in voldoend aantal uitgehangen op plaatsen waar ze goed leesbaar zijn : a) lichten het personeel in over de bij brand te volgen gedragslijnen en namelijk voor : - het onmiddellijk melden van de brand; - het in werking stellen van waarschuwings- en alarmtoestellen of -middelen en van de brandblusapparaten; - de te treffen schikkingen om de veiligheid van de bewoners, het personeel en eventueel het publiek te verzekeren; - de te nemen maatregelen om de tussenkomst van de bevoegde brandweer te vergemakkelijken; b) lichten de bewoners voor betreffende het alarm, ten einde : - hen in staat te stellen het overeenstemmende signaal te identificeren; - hen de gedragslijnen te leren die zij moeten volgen bij alarm. 8.6.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directie van de inrichting houdt minstens één keer per jaar praktische oefeningen, die tot doel hebben haar personeelsleden te onderrichten aangaande hun gedragslijn bij brand. 8.6.4. Branddetectie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Al de personeelsleden moeten in kennis worden gesteld van de werking en de interpretatie van de signalen van de installatie voor branddetectie. 8.7. Allerlei. 8.7.1. De directie van de instelling zorgt ervoor dat onbevoegde personen geen toegang hebben tot de technische lokalen en doorgangen. 8.7.2. Zonder afbreuk te doen aan de voorschriften van het koninklijk besluit van 21 oktober 1968 betreffende de opslagplaatsen voor vloeibaar gemaakt handelspropaan, handelsbutaan of mengsels daarvan in vaste ongekoelde houders, is het verboden in de nabijheid van deze houders te roken, brandende voorwerpen te brengen of vuur te maken op minder dat 5 m van de vaste houders, en op minder dan 2,5 m van de verplaatsbare houders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit verbod wordt aangeplakt. 8.7.3. Elk toestel dat bestemd is om vast geïnstalleerd te worden, moet geleverd worden samen met een voor de gebruiker bestemde gebruiks- en onderhoudsaanwijzing, opgemaakt in het Frans, waarin alle nodige inlichtingen worden gegeven om het toestel veilig en doelmatig te gebruiken. De directie houdt deze aanwijzingen ter beschikking van de gebruikers. 8.7.4. Na de werkuren van de niet-bestendige diensten wordt in de inrichting een ronde gedaan met het doel zich ervan te vergewissen dat er in de verlaten lokalen geen ongeval- of brandrisico is. 8.7.5. Een plan van elke verdieping wordt aangeplakt bij elke toegang van deze verdieping. Een plan van de kelderverdiepingen wordt aangeplakt op het gelijkvloers en bij het uitgangspunt van de trappen die naar de kelderverdiepingen leiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die plannen verschaffen inlichtingen over de verdeling en de bestemming van de lokalen en inzonderheid over de ligging van de technische lokalen en ruimten. 8.7.6. De omgeving van de plaatsen waar handbediende toestellen voor melding, waarschuwing of alarm of apparaten voor de brandbestrijding geplaatst of aangebracht zijn, moet steeds vrij blijven, zodat deze toestellen of apparaten onverwijld gebruikt kunnen worden. HOOFDSTUK 4. - Bijzondere bepalingen 9. Voorschriften betreffende de inrichtingen bedoeld in hoofdstuk v, punt 10.3. 9.1. Algemeen. 9.1.1. Rangschikking en terminologie : de bepalingen van de §§ 0.2. en 0.3. zijn van toepassing. 9.1.2. Nummering van de niveaus - Signalisatie : de bepalingen van § 0.4. zijn van toepassing. 9.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inplanting en toegangswegen. 9.2.1. De bepalingen van de §§ 1.1. en 1.3. zijn van toepassing. 9.2.2. Op de toegangsweg(en) waarvan sprake in § 1.1. moet er altijd één rijstrook vrij gehouden worden, waar er niet mag worden gestationeerd, en die voldoet aan de volgende eisen : - minimale vrije breedte : 3,50 m; - minimale vrije hoogte : 3,50 m; - minimale draaistraal : 11 m aan de binnenkant en 15 m aan de buitenkant; - draagvermogen : moet voldoende zijn om aan autovoertuigen waarvan het laadvermogen per wielas hoogstens 13 ton bedraagt, de mogelijkheid te geven om erop te kunnen rijden en te stationeren, zonder te blijven steken, ook al vervormen ze die weg. 9.3. Grondbeginselen. 9.3.1. Onder het laagst gelegen evacuatieniveau : - mogen zich geen individuele of collectieve slaapkamers bevinden; - alleen op de verdieping die zich het kortst bij dat evacuatieniveau bevindt, mogen er lokalen gelegen zijn die tijdens de dag door de bewoners gebruikt worden. 9.3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de dakverdieping mogen er geen individuele of collectieve kamers voor bewoners gelegen zijn. Van deze bepaling kan afgeweken worden zo de territoriaal bevoegde brandweerdienst er mede akkoord gaat en de bezetting van de dakverdieping geheel of gedeeltelijk voor dag- en nachtgebruik toelaat en (of) voor bewoning naar gelang van plaatselijke omstandigheden. De afwijking van het algemeen beginsel die door de territoriaal bevoegde brandweerdienst wordt toegestaan voor de installatie in de dakverdieping van individuele of collectieve kamers voor bewoners is onderworpen aan de naleving van de bepalingen van § 3.7 van hoofdstuk II. 9.3.3. Het aantal trappen wordt vastgesteld door rekening te houden met : - het aantal bewoners dat zich kan bevinden boven het meest nabijgelegen evacuatieniveau; - de bepalingen van lid 4.3.3. betreffende de maximale afstanden tussen de toegangen tot de naaste trap of eventueel tot een tweede trap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de evacuatieniveaus leiden de trappen naar buiten, hetzij rechtstreeks, hetzij langs de een evacuatieweg die voldoet aan de voorschriften van lid 9.5.2. 9.4. Voorschriften voor sommige bouwelementen. 9.4.1. Structurele elementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De structurele elementen, zoals kolommen, dragende muren, hoofdbalken en andere essentiële delen die het geraamte of het skelet van het gebouw vormen, met uitzondering van de afgewerkte vloeren, hebben een weerstand tegen brand van ten minste twee uur in de gebouwen van type 2, waarbij deze eis tot een uur wordt herleid voor een gebouw van type 1. In alle gevallen hebben de afgewerkte vloeren een weerstand tegen brand van ten minste één uur. 9.4.2. Buitenwanden : de bepalingen van de leden 3.2.2. en 3.2.3. zijn van toepassing. 9.4.3. Vertikale wanden : de bepalingen van § 3.3 zijn van toepassing. 9.4.4. Deuren : de bepalingen van § 3.4. zijn van toepassing. 9.4.5. Plafonds en valse plafonds : In de evacuatiewegen zijn de bepalingen van 3.5. van toepassing. Op de andere plekken zijn alleen de bepalingen van 3.5.1. van toepassing. 9.4.6. Niet-vlottende bekledingsmaterialen die gebruikt worden als thermische of geluidsisolatie of als versiering : § 3.6. is van toepassing. 9.4.7. Daken : de waterdichte bedekking is vervaardigd met materialen van categorie 1 of als zodanig gemaakt krachtens bijlage 5 van het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen. 9.5. Bouwvoorschriften betreffende de doorgangen die bij evacuatie gebruikt moeten worden. 9.5.1. Trappehuizen en trappen. 9.5.1.1. Aantal trappen : De voorschriften van lid 4.2.1. zijn van toepassing. 9.5.1.2. Ontwerp van binnentrappehuizen De voorschriften van lid 4.2.2. zijn van toepassing, behalve wat betreft : - de weerstand tegen brand van twee uur wordt teruggebracht tot één uur, - de minimum breedte van de toegangsdeuren tot de trappehuizen en van de deuren van de kamers wordt op 0,80 m vastgesteld. 9.5.1.3. Verluchting van de binnentrappenhuizen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van lid 4.2.3. zijn van toepassing. De doorsnede van de verluchtingsopening kan toch op 1 halve m2 teruggebracht worden als de plaatselijke omstandigheden het vereisen. 9.5.1.4. Binnentrappen. 9.5.1.4.1. De binnentrappen worden gebouwd hetzij uit materialen die ten minste tot klasse A2 behoren, volgens bijlage 5 bij het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, hetzij uit massief hardhout met een volumieke massa van minstens 650kg/m3. Ze worden langs beide zijden voorzien van een leuning, veilig vastgehecht en doorlopend op de bordessen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De treden worden uitgerust met een anti-slipneus.</p>\n<p class=\"lf-p\">De traparmen zijn recht, maar de draai- of kromme trappen worden aanvaard indien zij een ononderbroken wegbeweging toelaten en indien de treden een minimale breedte van 24 cm op de ganglijn hebben, op voorwaarde dat de hierboven vermelde eisen in acht worden genomen. 9.5.1.4.2. Nuttige breedte van de traparmen en bordessen. De bepalingen van 4.2.4.2. zijn van toepassing. De minimale nuttige breedte kan toch op 0,80 m teruggebracht worden behalve op de plaatsen waar lid 9.5.3. van toepassing is. 9.5.1.5. Buitentrappen. 9.5.1.5.1. De voorschriften van lid 4.2.2.7. zijn van toepassing. 9.5.1.5.2. Nuttige breedte van de buitentrappen. De bepalingen van 4.2.4.2. zijn van toepassing. De minimale nuttige breedte kan toch op 0,80m teruggebracht worden behalve op de plaatsen waar lid 9.5.3. van toepassing is. 9.5.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Evacuatiewegen : De bepalingen van 4.3. zijn van toepassing. De minimale nuttige breedte van de evacuatiewegen kan toch op 0,80 m teruggebracht worden behalve op de plaatsen waar lid 9.5.3. van toepassing is. 9.5.3. Bewoners die zich op eigen krachten niet kunnen bewegen : Onverminderd de bepalingen van 9.5.1 en 9.5.2 zijn de volgende bepalingen van toepassing op de etages die bezet worden door en/of toegankelijk zijn voor de bewoners die zich op eigen krachten niet kunnen bewegen : 9.5.3.1. In elk geval wordt de minimale breedte van de evacuatiewegen vastgesteld op 1,2 m. 9.5.3.2. In elk geval wordt de minimale breedte van de deuren vastgesteld op 0,90 m. 9.5.3.3. De trappehuizen die deze etages bedienen moeten een minimale breedte van 1,2m hebben voor de gebouwen van type 2 en van 1m voor de gebouwen van type 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze beschrijving is echter niet van toepassing als deze etages uit verschillende compartimenten bestaan die een horizontale evacuatie van elk compartiment naar een ander mogelijk maken en onafhankelijk van de trappehuizen. 9.6. Bouwvoorschriften voor sommige lokalen en technische ruimten. 9.6.1. Stookplaatsen en aanhorigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stookplaatsen, alsmede hun aanhorigheden, moeten de bepalingen van § 5.2. naleven, behalve wat betreft de verplichting om zich te gedragen naar de norm NBN B 61-001. 9.6.2. Transformatiekabines aangesloten op een hoogspanningsnet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van § 5.3. zijn van toepassing. Indien de transformatiekabines het reglement en de normen vermeld in deze paragraaf echter niet naleven, moeten ze het reglement en de normen in acht nemen die van toepassing waren toen deze transformatiekabines in werking werden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nochtans : - moeten de wanden van de transformatiekabines slechts een weerstand tegen brand van één uur hebben; - moet het diëlectricum van de transformatoren in de ter plaatse gemonteerde transformatiekabines uitgerust met een automatische blusinstallatie, niet onbrandbaar materiaal zijn. 9.6.3. Binnenshuis gelegen garages en parkeerruimten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van § 5.4. zijn van toepassing. 9.6.4. Huisvuilstortkokers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van § 5.5. zijn van toepassing. 9.6.5. Kokers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De graad van weerstand tegen brand van de kokerswanden moet minstens gelijk zijn aan de hoogste graad van weerstand tegen brand verdragen door de wanden waardoor ze lopen. In geen geval mogen de kokers de oorspronkelijke graad van weerstand tegen brand verzwakken van de wanden waardoor ze lopen. Alle kokers worden gemaakt uit materiaal van klasse A0 volgens bijlage 5 bij het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen. 9.6.6. Gemeenschappelijke keukens en ensembles keukens restaurants.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van § 5.7. zijn van toepassing. 9.6.7. Huisvuilopslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van § 5.8. zijn van toepassing. 9.7. Uitrusting van de inrichtingen. 9.7.1. Liften en goederenliften.</p>\n<p class=\"lf-p\">De installaties, kokers, lokalen van de machines worden gemaakt overeenkomstig de bepalingen van het « Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming ». Naast de bepalingen van artikel 28 van het « Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming » is dit voorschrift van toepassing op al de in dit besluit bedoelde inrichtingen, of personeel al dan niet erin tewerkgesteld is. 9.7.2. Elektrische installaties voor drijfkracht, verlichting en signalisatie. § 6.2. is van toepassing op de installaties die, op grond van de datum waarop ze in werking werden gesteld, de bepalingen van het « Algemeen Reglement op de elektrische installaties » in acht nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere installaties moeten voldoen aan de reglementen en normen die van toepassing waren toen ze in werking werden gesteld, alsook aan de bepalingen van de leden 6.2.1.2., 6.2.2., 6.2.3., 6.2.4. en 6.2.5. 9.7.3. Installaties gevoegd met brandbaar gas dat lichter is dan de lucht, verdeeld langs leidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van § 6.3. zijn van toepassing. 9.7.4. Installaties van vloeibaar gemaakte petroleumgassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van § 6.4. zijn van toepassing. 9.7.5. Installaties voor verwarming en klimaatregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van § 6.5. zijn van toepassing. 9.7.6. Installaties voor detectie van brand en voor melding, waarschuwing en alarm, en brandblusmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van § 6.6. zijn van toepassing. 9.8. Onderhoud en controle.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van § 7 zijn van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bestaande uitrustingen moeten gekeurd of gecontroleerd worden overeenkomstig de bepalingen van voornoemde paragraaf. 9.9. Voorschriften betreffende de bewoning.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van § 8 zijn van toepassing. HOOFDSTUK 5. - Overgangsbepalingen 10.1. Termijn waarover de rustoorden die erkend zijn of van een voorlopige werkingsmachtiging genieten bij de inwerkingtreding van dit besluit, beschikken om zich te gedragen naar de normen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijze van overgangsmaatregel beschikken de rustoorden die erkend zijn na 7 juni 1989 en tot de datum van inwerkingtreding van dit aanhangsel of een voorlopige werkingsmachtiging genieten bij de inwerkingtreding van dit besluit, over een termijn van twee jaar om zich te gedragen naar de erin vastgestelde veiligheidsnormen. - De termijn van twee jaar wordt op 5 jaar vastgesteld voor de toepassing van de punten 2.1.2., 2.4., eerste lid, eerste streepje, 6.6.5.4.2. - De termijn van twee jaar wordt op 10 jaar vastgesteld voor de toepassing van de punten 1.3. en 4.3.2. 10.2. De volgende inrichtingen vallen tijdelijk slechts onder toepassing van de bepalingen van de hoofdstukken 3 en 4 : De inrichtingen die, op 6 juni 1989, erkend waren op grond van een verklaring van de bevoegde brandweer waarbij bevestigd is dat ze voldoende aan de veiligheidsnormen beantwoorden die vastgesteld zijn hetzij bij het koninklijk besluit van 12 maart 1974, hetzij bij het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 10 juli 1984.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze inrichtingen beschikken over een termijn van vijf jaar vanaf de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad om te voldoen aan de bepalingen van de hoofdstukken I en II, onverminderd de termijn van 10 jaar die verleend wordt om zich te gedragen naar de in de punten 1.3. en 4.3.2. bedoelde normen. 10.3. De volgende inrichtingen vallen tijdelijk slechts onder toepassing van de bepalingen van hoofdstuk 4 : 1° de als rustoorden voor bejaarden geëxploiteerde inrichtingen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een aanvraag om erkenning waarvan de datum voorafgaat aan 11 september 1984;2° de inrichtingen die niet gesubsidieerd worden op grond van de wet van 22 maart 1971 tot subsidiëring van de bouw van rustoorden voor bejaarden, maar die de bouwvergunning vóór 11 september 1984 gekregen hebben op advies van de bevoegde brandweer;3° de inrichtingen die gesubsidieerd worden ter uitvoering van bovenbedoelde wet waarvoor het Ministerie voor 11 september 1984 de principiële subsidiebelofte heeft verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze inrichtingen beschikken over een termijn van twee jaar vanaf de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad om te voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van hoofdstuk 4 blijven van toepassing voor een periode van 7 jaar vanaf de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na verloop van deze termijn moeten de betrokken inrichtingen volledig voldoen aan de bepalingen van de hoofdstukken 1 à 3 onverminderd de termijn van 10 jaar die verleend wordt om zich te gedragen naar de in de punten 1.3. en 4.3.2. bedoelde normen.</p>\n<p class=\"lf-p\">AANHANGSEL 1 VOOR BIJLAGE A Model voor attest Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage II. - Normen die van toepassing zijn op de rustoorden HOOFDSTUK 1. - Minimale en maximale herbergingscapaciteit 0.1. Geen enkel rustoord kan een erkenning verkrijgen voor minder dan 26 of meer dan 300 bedden. Niettemin mogen de erkende rustoorden en de rustoorden die een voorlopige werkingsmachtigingen hebben gekregen op de datum van inwerkingtreding van deze normen, minder dan 26 bedden tellen. HOOFDSTUK 2. - Normen betreffende de vrijheid van de bewoners, het eerbied voor hun opvattingen en hun deelneming 1. Huishoudelijk reglement. 1.1. Elk rustoord voor bejaarden is ertoe gehouden een huishoudelijk reglement op te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het huishoudelijk reglement bepaalt de rechten en plichten van de bewoners en van de beheerder. Het voorziet in de zo groot mogelijke vrijheid voor de bewoner met inachtneming van de imperatieven van een gemeenschappelijk leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voorziet eveneens in de verplichting om zich te gedragen naar de bepalingen betreffende de veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijzigingen van dit huishoudelijk reglement treden in werking dertig dagen na mededeling aan de bewoners en/of aan hun vertegenwoordigers. 1.2. Een door de beheerder gedateerd en ondertekend exemplaar van dit huishoudelijk reglement wordt tegen ondertekend ontvangbewijs geldend als kennisneming door elke bewoner en/of door zijn vertegenwoordiger afgegeven vóór de ondertekening van de huisvestingsovereenkomst en, voor zover mogelijk, vóór de datum waarop de opvang van deze bewoner in het rustoord is voorzien. 1.3. Het huishoudelijk reglement vermeldt de naam van de beheerder en het nummer van de erkenning of van de voorlopige werkingsmachtiging van het rustoord. 1.4. Het huishoudelijk reglement vermeldt uitsluitend : - de voorwaarden van de organisatie van de verpleegkundige zorgen alsmede van de zorgen verschaft door het paramedisch en/of kinesiepersoneel; - de voorwaarden van de organisatie van de medische activiteit met inachtneming van de vrije keuze van de arts door de bewoner; 1.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het huishoudelijk reglement moet vermelden dat de beheerder geen enkele keuze met een commerciële, culturele, ideologische, filosofische of religieuze aard moet opleggen aan de bewoners. 1.6. Bovendien vermeldt het huishoudelijk reglement : - de naam van de directeur aan wie alle opmerkingen, bezwaren of klachten van de bewoners, van hun familie, hun borg of hun bezoekers medegedeeld kunnen worden; de directeur kan daartoe bij afspraak geraadpleegd worden ten minste vier uur per week verspreid over minimum twee dagen, waarvan minstens één keer per week, één uur na 18 uur; - het eerbied voor het privé-leven van de bewoners; - het recht voor de bewoners de bezoekers van hun keuze te ontvangen; - de bezoekdagen en -uren worden zo ruim mogelijk vastgesteld, waarvan minstens drie uur 's namiddags en één uur na 18 uur, elke dag, zondag en feestdagen inbegrepen; - de vrije toegang voor bijstand aan een stervende wordt voortdurend gewaarborgd aan de familie, de vrienden alsmede aan geestelijken en lekenraadgevers; - het adres en het telefoonnummer van de dienst van het gewestelijke bestuur waaraan de klachten kunnen worden gericht; - het adres van de burgemeester die bevoegd is om klachten te ontvangen en het telefoonnummer waarop hij kan worden opgebeld. 1.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vermeldt de regels volgens welke de bewoner kan deelnemen aan het leven van het rustoord;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het bijzonder vermeldt het de regels volgens welke de bewoner of zijn vertegenwoordiger kan deelnemen aan het leven van het rustoord, inzonderheid in het kader van de bewonersraad waarvan sprake in punt 5 van deze bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontvangbewijs dat als kennisneming van het huishoudelijk reglement en van elke wijziging ervan geldt, wordt bij het in punt 3 van dit hoofdstuk bedoelde individuele dossier gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke met de voorschriften strijdige bepaling wordt geacht nietig te zijn. 2. Overeenkomst tussen de beheerder en de bewoner. 2.1. Een in tweevoud opgemaakte overeenkomst wordt ondertekend tussen de beheerder van het rustoord of de directeur en de bewoner en/of zijn vertegenwoordiger; ze moet gedateerd en ondertekend worden door de partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een exemplaar moet aan de bewoner of aan zijn vertegenwoordiger tegen ontvangbewijs worden gestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voor het rustoord bestemde exemplaar en het ontvangbewijs moeten bij het in punt 3 van dit hoofdstuk bedoelde individuele dossier gevoegd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke wijziging van deze overeenkomst maakt het voorwerp uit van een in tweevoud opgemaakt aanhangsel dat ook gedateerd en ondertekend is, en bij de overeenkomst gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenkomst moet de volgende punten omvatten : 2.1.1. de algemene en bijzondere huisvestingsvoorwaarden. 2.1.2. de dagelijkse of maandelijkse huisvestings- of opvangprijs en de diensten die worden gedekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze prijs kan schommelen naar gelang van de bijzondere architecturale elementen en van de kenmerken van het bewoonde kamer; dit afgewisselde aanbod is nochtans beperkt tot 6 verschillende basisprijzen; voor elke van deze prijzen worden de bijzondere elementen en kenmerken duidelijk bepaald in deze overeenkomst en in elke kamer met het nummer ervan aangeplakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende elementen zijn minimum in deze prijs inbegrepen : - het gebruik van de kamer; - het meubilair van de kamers; - het gebruik en het onderhoud van de sanitaire, eigen of gemeenschappelijke installaties; - het gebruik van de gemeenschappelijke plaatsen, met inbegrip van de liften, overeenkomstig het huishoudelijk reglement; - het grote onderhoud van het patrimonium, het algemene onderhoud en het reinigen van de gemeenschappelijke plaatsen, materiaal en producten inbegrepen; de herstellingen van de kamers en huisvestingen die uit een gewoon huurgebruik voortvloeien; - het meubilair van de gemeenschappelijke plaatsen; - de afvalverwijdering; - de verwarming van de kamers en gemeenschappelijke plaatsen, het onderhoud van de installaties en elke wijziging van het verwarmingsapparatuur; - het stromende koude en warme water en het gebruik van elke sanitaire installatie; - de elektrische installaties, hun onderhoud en elke wijziging ervan en het elektriciteitsverbruik van de gemeenschappelijke plaatsen; - de installaties voor bescherming tegen brandgevaar en voor intercom; - de kosten voor de installatie, het onderhoud en de retributie van een openbaar telefoontoestel ter beschikking gesteld van de bewoners die slechts de kosten voor persoonlijke communicaties tegen de kostprijs betalen; - de beschikbaarstelling van de gemeenschappelijke televisielokalen, radio en ander audiovisueel materiaal; - de administratieve kosten, ongeacht de aard ervan, die gebonden zijn aan de huisvesting of de opvang van de bewoner of die de werking van de instelling betreffen; - de verzekeringen voor de burgerlijke aansprakelijkheid, de brandverzekering alsmede alle verzekeringen die de beheerder overeenkomstig de wetgeving heeft aangegaan, met uitzondering van elke persoonlijke verzekering van de bewoner; - de animatie-, recreatie- en therapeutische activiteiten wanneer ze in de instelling worden georganiseerd; - de keukeninstallaties, het onderhoud ervan en de wijzigingen gebonden aan de ontwikkeling van de wetgeving en de toevoer van de stoffen en de opslag ervan; - de bereiding en de verdeling van de maaltijden, de naleving van de diëten, de collaties en dranken waarvan de verdeling tussen de maaltijden systematisch is; geen supplement kan in rekening worden gebracht voor de dienst in kamer als deze dienst wegens medische redenen verantwoord is; - de beschikbaarstelling, het onderhoud en de hernieuwing van het beddegoed : matrassen, dekens, spreien, lakens, oorkussens, steeklakens alsmede gordijnen, behangsels en meubelstoffen; - de bescherming van het beddegoed in geval van incontinentie; - het elektriciteitsverbruik, de verlichtings- en verwarmingstoestellen gebonden aan het individuele gebruik van de bewoners; opvallend is dat het elektriciteitsverbruik gebonden aan het gebruik van privé-toestellen van de bewoners en niet-verplicht voor de naleving van de normen het voorwerp kan uitmaken van supplementen; - het reinigen van de individuele kamers en van het meubilair en materiaal die erin liggen; - de dienstverleningen van het verpleegkundige en verplegende personeel; - de dienstverleningen van het paramedische en kinesiepersoneel gedekt door de verzekeringsinstellingen; 2.1.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden van de aanpassing van de huisvestingsprijs, overeenkomstig de in hoofdstuk 8 van deze bijlage bedoelde normen; 2.1.4. De volledige en precieze opsomming van alle supplementen die in rekening zouden kunnen worden gebracht tegen de bewoner alsmede hun prijs, het middel om ze te berekenen en elke regel waarmee zijn eventuele verhoging kan worden berekend; 2.1.4.1. Geen enkel supplement bedoeld in de in de overeenkomst inbegrepen lijst mag worden betaald door de bewoner; 2.1.4.2. In afwijking van het laatste lid van punt 2.1.2. vermeldt de overeenkomst de voorwaarden i.v.m. de tenlasteneming door de bewoner van het licht verzorgingsmateriaal, de dienstverleningen van het verpleegkundige en verplegende personeel en van het paramedische personeel, wanneer de bewoner na de ziekte- en invaliditeitsverzekering niet de voldoende dekking heeft. 2.1.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een waarborg al dan niet vereist wordt, en, wanneer hij vereist wordt, zijn bedrag en zijn bestemming; dit bedrag mag niet hoger zijn dan de maandelijkse huisvestingsprijs die in de overeenkomst bepaald is; 2.1.5.1. Wanneer hij wordt vereist, wordt de waarborg door de partijen op een geïndividualiseerde rekening geplaatst, die ten name van de bewoner bij een bankinstelling wordt geopend met vermelding van de bestemming; 2.1.5.2. De door de geplaatste som opgebrachte interesten worden bij het kapitaal gevoegd; 2.1.5.3. De ene of andere partij kan slechts over de waarborgrekening, zowel in kapitaal als in intresten, beschikken tegen overlegging hetzij van een schriftelijk akkoord, dat na sluiting van de overeenkomst werd opgesteld, hetzij van een eensluidend afschrift van de uitgifte van een gerechtelijke beslissing; deze beslissing is uitvoerbaar; 2.1.5.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het einde van de overeenkomst wordt de gekapitaliseerde waarborg aan de bewoner of aan zijn rechthebbenden afgegeven, na aftrek van alle eventuele verschuldigde kosten en vergoedingen; 2.1.5.5. Geen enkele waarborg mag vereist worden in geval van kort verblijf van minder dan drie maanden in rustoord, zoals bedoeld in artikel 5, § 2, van het laatste lid van het decreet; 2.1.6. De voorwaarden van het in bewaring geven van goederen, waarborgen en waarden die door de bewoner toevertrouwd zijn aan de inrichting, alsmede de voorwaarden van hun eventueel beheer; 2.1.7. De voorwaarden van de financiële tussenkomst in geval van afwezigheid van de bewoner wegens opneming in een ziekenhuis, weekeinde, vakantie en elke andere reden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de bewoner in de loop van de maand de kamer bezet, is hij dan voor de eerste keer een bedrag verschuldigd, dat gelijk is aan het nog te lopen deel van de maand. 2.1.8. Het nummer van de aan de bewoner toevertrouwde kamer met vermelding van het maximumaantal toelaatbare bewoners in deze kamer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens advies van zijn behandelend geneesheer mag een kamerwisseling niet worden verricht zonder de toestemming van de bewoner of van zijn vertegenwoordiger; 2.1.9. De ontbindingsvoorwaarden van de overeenkomst : 2.1.9.1. De overeenkomst wordt voor een onbepaalde duur gesloten, rekening houdende met het feit dat de 30 eerste dagen als proeftijd gelden;</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van kort verblijf in rustoord zoals bedoeld in artikel 5, § 2, laatste lid van het decreet, wordt de overeenkomst voor een bepaalde duur gesloten; 2.1.9.2. Tijdens deze proefperiode mogen beide partijen de overeenkomst ontbinden met inachtneming van een opzeggingstermijn van zeven dagen; 2.1.9.3. Na deze proefperiode mag de overeenkomst ontbonden worden mits een vooropzeg die niet korter dan drie maanden mag zijn in geval van ontbinding door de beheerder en vijftien dagen in geval van ontbinding door de bewoner;</p>\n<p class=\"lf-p\">De vooropzeg van drie maanden kan tot één maand teruggebracht worden in geval van duidelijke niet-naleving van de zekerheidsnormen of van de imperatieven van het gemeenschappelijke leven;</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van kort verblijf in rustoord zoals bedoeld in artikel 5, § 2, laatste lid, van het decreet mag de overeenkomst mits een vooropzeg van zeven dagen ontbonden worden, wat de partij die deze ontbinding beslist, ook mag zijn; 2.1.9.4. De ontbinding geschiedt schriftelijk, hetzij bij ter post aangetekende brief, hetzij tegen ontvangbewijs twee werkdagen vóór de aanvang van de hierboven vermelde termijn; 2.1.9.5. De bewoner of zijn vertegenwoordiger die de overeenkomst zonder inachtneming van de opzeggingstermijn ontbindt, kan verplicht zijn een vergoeding te betalen, gelijk aan het pension dat de duur van de bepaalde termijn dekt, met uitzondering van de eventuele supplementen; 2.1.9.6. In geval van overlijden of van heengaan wegens medische redenen blijft de verplichting om de dagelijkse huivestingsprijs te betalen bestaan, zolang de kamer niet vrij is; 2.1.10.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermelding volgens welke elk geschil betreffende de uitvoering van de overeenkomst tot bevoegdheid van de burgerlijke rechtbanken behoort. Het adres van het Vredegerecht en de Rechtbank van eerste aanleg, die territoriaal bevoegd is, wordt nader bepaald. 2.2. De gedetailleerde beschrijving van de door de bewoner bezette kamer wordt gevoegd bij de overeenkomst. Ze wordt door de partijen gedateerd en ondertekend. Bij gebrek aan beschrijving vóór de opvang van de bewoner, wordt deze bewoner geacht de kamer ontvangen te hebben in dezelfde staat als degene wanneer hij de kamer verlaat en mag hij niet verantwoordelijk gesteld worden voor de eventuele schade. 2.3. In geval van laatkomende betaling van de huisvestingsprijs mag de moratoire rente, als ze voorzien is, het in artikel 1153 van het Burgerlijke Wetboek bedoelde wettelijke percentage niet overschrijden. 2.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke met de bovenvermelde voorschriften strijdige bepaling wordt geacht nietig te zijn. 2.5. Een door het Ministerie van de Economische Zaken toegelaten prijsverhoging conform de in hoofdstuk 8 bedoelde prijsaanpassing wordt niet beschouwd als een wijziging van de overeenkomst. 3. Individueel dossier van de bewoner 3.1. Een individueel dossier wordt opgemaakt bij de opvang van elke bewoner; dit dossier moet voortdurend bijgehouden worden. 3.1.1. De verzameling van de in dit dossier vermelde gegevens en hun behandeling wordt verricht overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. 3.1.2. De door de Regering aangewezen ambtenaren mogen dit dossier permanent raadplegen. 3.1.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een lijst van de personeelsleden die overeenkomstig artikel 16, § 1, 4°, van bovenvermelde wet dit dossier mogen raadplegen, wordt bijgehouden. 3.1.4. De inhoud van dit dossier wordt gedekt door het beroepsgeheim. 3.2. Dit dossier vermeldt of omvat met name : 3.2.1. De volledige identiteit van de bewoner (naam, voornamen, geboorteplaats en -datum, burgerlijke stand, nationaliteit, adres); 3.2.2. De naam, het adres en het telefoonnummer van de eventuele vertegenwoordiger van de bewoner; 3.2.3. De naam, het adres en het telefoonnummer van de voor de plaatsing van de bewoner in rustoord verantwoordelijke persoon; 3.2.4. De naam van de behandelend geneesheer, zijn adres en zijn telefoonnummer alsmede alle bepalingen in geval van afwezigheid van deze laatste en de eventueel gewenste ziekenhuisinstelling; 3.2.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De naam, het adres en het telefoonnummer van de in noodgeval op te bellen persoon; 3.2.6. De godsdienst en/of de filosofische mening van de bewoner als hij het wenst; 3.2.7. De inlichtingen betreffende de betaling (door de bewoner of zijn vertegenwoordiger, in voorkomend geval door het OCMW) van de huisvestingsprijs en de eventuele waarborg waarvan sprake in punt 2.1.5. van deze bijlage; 3.2.8. De inlichtingen betreffende het ziekenfonds (naam, adres, categorie, inschrijvingsnummer); 3.2.9. De inlichtingen betreffende de pensioenen (naam, kas, kasnummer) als de bewoner het eens is; 3.2.10. De lijst van alle waardevolle voorwerpen en het bedrag van de in deposito genomen sommen, met uitzondering van de waarborg bedoeld in punt 3.2.7.; 3.2.11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontvangstbewijs waarvan sprake in punt 1.8. van deze bijlage; 3.2.12. Het voor het rustoord bestemde exemplaar van de overeenkomst en de aanhangsels ervan die bedoeld zijn in punt 2.1. van deze bijlage; 3.2.13. De inventaris van het meubilair dat de bewoner in het rustoord heeft meegebracht; 3.2.14. De beschrijving waarvan sprake in punt 2.2. van deze bijlage. 4. Mededelingenbord 4.1. In een zeer toegankelijke plaats, te weten het onthaallokaal, de hal van het rustoord, of de voornaamste woonplaats, is er een mededelingenbord met de informatie over de volgende punten : - de naam van de beheerder en, als het om een rechtspersoon gaat, zijn rechtsvorm en de natuurlijke persoon die hem vertegenwoordigt; - de naam van de directeur van de inrichting en zijn gewone aanwezigheidsuren in het rustoord alsmede de naam van zijn vervanger in geval van afwezigheid; - het nummer van de erkenning of van de voorlopige werkingsmachtiging van het rustoord en elke inlichting betreffende zijn erkenning of voorlopige werkingsmachtiging en, in voorkomend geval, elke inlichting betreffende een schorsing, een intrekking of een weigering van erkenning of voorlopige werkingsmachtiging alsmede een sluiting; - de inlichtingen betreffende de bewonersraad; - het adres en de telefoonnummers van het bevoegde gewestelijke bestuur en van de Burgemeester; - de menu van de lopende week en van de volgende week; - de bezoekuren; - de activiteiten en animaties die door de inrichting worden georganiseerd en waaraan de bewoners kunnen deelnemen. 4.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeur van het rustoord zal elke nodige maatregel treffen opdat dit bord leesbaar en voor alle toegankelijk zou zijn. HOOFDSTUK 3. - De normen betreffende de hygiëne, de voeding en de gezondheidszorgen 5. Hygiëne 5.1. De algemene diensten, met name de keuken en de wasserij, zijn zo ingericht dat ze door hun geur, damp of geluid niet hinderen. 5.2. De overeenkomstig het huishoudelijk reglement toegelaten dieren mogen in geen geval toegang hebben tot de keukens, de lokalen waar voedingsmiddelen worden bewaard, de woonkamer, de verzorgingslokalen en de lokalen voor de voorbereiding van geneesmiddelen. 5.3. De vaste afvalstoffen worden geloosd in hermetisch vuilniszakken met inachtneming van de reglementering over de afvalstoffen. 5.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kamerstoelen zijn strikt persoonlijk en bestemd voor hun specifieke gebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze worden slechts gebruikt als de gezondheidstoestand het rechtvaardigt. Ze mogen in geen geval een gewone stoel vervangen. 5.5. Het beddegoed wordt in een staat van bestendige netheid gehouden en in ieder geval minstens één keer per week en telkens als het nodig is, vervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vuile was wordt geplaatst in hermetische bakken en dagelijks van de huisvestingszones afgevoerd. 5.6. Drinkbaar water moet in de hele inrichting beschikbaar zijn. 5.7. De baden en douches moeten dagelijks kunnen worden gebruikt door de bewoners.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nodige hulp wordt verstrekt aan de personen die onbekwaam zijn zich alleen te wassen. 5.7.1. Om de rust van de bewoners te waarborgen mogen toilet en zorgen niet 's nachts of vóór 7 uur 's morgens gemaakt worden, behalve in geval van incontinentie of wegens medische reden. 5.7.2. De directeur moet ervoor zorgen dat geen bejaarde bij gebrek aan zorgen en netheid de andere bewoners misselijk maakt; hij treft met name alle maatregelen om ervoor te zorgen dat elke bewoner zich minstens één keer per week volledig wast. 6. Voeding 6.1. De bewoners krijgen minstens drie maaltijden per dag, waarvan één volledige warme maaltijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voeding is gezond en gevarieerd; ze is aangepast aan de toestand van de bejaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De door de behandelend geneesheer voorgeschreven diëten worden nageleefd. 6.1.1. De voorbereiding van de maaltijden en de verdeling ervan worden verricht volgens de striktste hygiëneregels overeenkomstig de bepalingen van de wet van 24 januari 1977Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/2023 numac 2023040887 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten en van de desbetreffende besluiten, met name het koninklijk besluit van 7 februari 1997 inzake de algemene voedingsmiddelenhygiëne. 6.2. De menu's van de maaltijden worden minstens één week op voorhand medegedeeld aan de bewoners, met name op het mededelingenbord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een register met ten minste de lijst van de menu's van de afgelopen maand wordt bijgehouden. Dit register moet voortdurend kunnen worden geraadpleegd door de afgevaardigden van het bestuur. 6.3. De ochtendmaaltijd mag niet vóór 7 uur worden opgediend, die van de middag niet vóór 12 uur en die van de avond niet vóór 17 uur 30.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de gastvrijheid te verzekeren en het levensproject in acht te nemen worden de maaltijden, behalve medische redenen, in het restaurant gebruikt. 6.4. Twee menu's naar keuze zijn voorzien voor de avondmaaltijd. 6.5. Het rustoord is ertoe gehouden de nodige hulp te verstrekken aan de personen die moeilijkheden ondervinden om alleen te eten of te drinken. 7. Gezondheidszorgen en oproepregister 7.1. Een individueel medisch dossier wordt opgemaakt voor elke bewoner. 7.1.1. Dit dossier omvat de medische, verpleegkundige en paramedische richtlijnen en dagelijks de vermelding van de uitvoering ervan, de opmerkingen van het personeel dat deze richtlijnen heeft uitgevoerd, alsmede alle andere zorgen. 7.1.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit dossier vermeldt ook de bezoekdag van de arts, de voorgeschreven geneesmiddelen en hun posologie, de vereiste zorgen, de gevraagde examens en het eventueel dieet. 7.1.3. De verzameling van de erin vermelde gegevens en de behandeling ervan worden overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. verricht. 7.1.4. Het medische dossier wordt gedurende minstens twee jaar na het weggaan of het overlijden van de bewoner in het rustoord gehouden. 7.2. Bij de afwisseling van de ploeg deelt de voor de zorgen verantwoordelijke persoon alle inlichtingen betreffende de kenmerkende evenementen die gedurende de afgelopen periode zijn gebeurd, schriftelijk mede. 7.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De individuele voorbereiding van de geneesmiddelen wordt door een verpleger volgens de vigerende regels verricht. De geneesmiddelen worden in een meubel of een daartoe bestemd lokaal dat op slot afgesloten is, gehouden. 7.4. Telkens als de gezondheidstoestand van de bewoner het vereist, zal hij een beroep moeten doen op een arts van zijn keuze.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de bewoner of, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger, niet in staat is deze keuze te uiten en in afwezigheid van zijn arts of van zijn vervanger, waarvan de personalia worden vermeld in het individuele dossier waarvan sprake in punt 3.1. van deze bijlage, doet de voor de zorgen verantwoordelijke persoon een beroep op de arts van zijn keuze. 7.5. De directie verzoekt alle artsen in bezoek die één om meer personen in het rustoord onderzoeken, om zich ertoe verbinden op de doeltreffende wijze deel te nemen aan de interne medische organisatie van de inrichting. 7.6. De beheerder moet ervoor zorgen dat de voorkoming van besmettelijke ziekten wordt verzekerd. 7.6.1. In het bijzonder moet hij ervoor zorgen dat alle nodige maatregelen worden getroffen voor de steriele zorgen, bij voorkeur door het gebruik van sets voor enig gebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inspectie van de hygiëne wordt in alle betwistbare gevallen geraadpleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zowel 's nachts als overdag vermeldt het personeelslid dat dienst heeft, het aan de oproepen van de bewoners gegeven gevolg en met name de instructies die hij heeft gegeven, in het register.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de omstandigheden moet hij onmiddellijk een beroep doen aan de persoon van wie de interventie noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het register wordt dagelijks ondertekend door de verantwoordelijken voor de verzorgingsdienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De telefoonnummers van de artsen, verplegers, brand- en politiediensten, ziekenhuizen en ambulances moeten worden vermeld op de eerste bladzijde van het register.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het register wordt ter beschikking gesteld van de ambtenaren die aangewezen zijn om te zorgen voor de toepassing van de bepalingen van het decreet en van de normen. HOOFDSTUK 4. - De normen betreffende het aantal, de classificatie, de kwalificatie en de moraliteit van het personeel 8. Personeel De directie en het personeel van de inrichting zorgen in het kader van het levensproject voor een gunstige atmosfeer voor de kwaliteit van de bewoners.Ze dragen tot het behoud van hun autonomie en ontplooiing bij. Ze hebben tot doel hun toegang tot een dynamischer sociaal leven te bevorderen, een beroep te doen op hun creatiemogelijkheden en de communicatie tussen de personen van de inrichting te verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In elk rustoord voor bejaarden zijn er drie categorieën personeel : het directie- en administratief personeel, het hotelpersoneel en het verzorgingspersoneel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de schatting van het personeel dat voor de verschillende ambten vereist is, staat een voltijds equivalent gelijk met 38 uur dagelijkse dienstverleningen, behoudens in deze bepalingen uitdrukkelijk bedoelde uitzondering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minimale norm is één voltijds personeelslid per aangesneden groep van 5 bewoners. 8.1. Directie- en administratief personeel 8.1.1. Directeur 8.1.1.1. In elk rustoord is er een directeur die zorgt voor het dagelijkse beheer en die onmiddellijk verantwoordelijk is vóór de beheerder. 8.1.1.2. In elk rustoord staat de directeur ter beschikking van de bewoners en hun familie ten minste 4 uur per week. Dag en uur van die beschikbaarheid worden op het mededelingenbord gemeld. De beschikbare uren moeten over twee dagen zijn gespreid, ten minste één uur daarvan moet na 18 uur geplaatst zijn. 8.1.1.3. Het rustoord met ten minste 26 bedden moet beschikken over een directeur die minstens 20 uur per week werkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf 60 bedden moet het rustoord over een voltijdse directeur beschikken. 8.1.1.4. Ingeval een rustoord op meer sites is gevestigd, moet de directeur in elke site voldoende aanwezig zijn. Als het op meer sites gelegen rustoord over 60 of meer bedden beschikt, moet de directeur verplicht voltijds werken op de hele sites. 8.1.1.5. In geval van afwezigheid of voorlopige verhindering van de directeur wijst de beheerder het personeelslid aan, dat het best in staat is om voor het dagelijkse beheer van de inrichting te zorgen gedurende zijn afwezigheid. De naam van deze vervanger wordt zoals bedoeld in punt 4 van deze bijlage aangeplakt en de bewoners alsmede de personeelsleden worden daarvan geïnformeerd. 8.1.1.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeur of zijn vervanger kan indien nodig teruggeroepen worden. 8.1.1.7. Het geheel van de dienstverleningen van de directeur mag in geen geval gelden als meer dan één voltijds equivalent, waarvan minstens 0,5 voltijds dagequivalent voor de enige directiefunctie, wat de ambten die de directeur anderzijds in het rustoord uitoefent, ook kunnen zijn. 8.1.1.8. De directeur kan de directie van meer dan twee rustoorden niet waarnemen. 8.1.2. Opleiding van de directeur 8.1.2.1. Elke directeur van een rustoord moet tenminste houder zijn van het getuigschrift van het hoger secundair onderwijs of van ziekenhuis- of psychiatrisch verpleger alsook van een attest van de minimum nodige kennis betreffende het beheer van een rustoord, zoals hierna bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen die bij de inwerkingtreding van dit besluit de minimum nodige kennis betreffende het beheer van rustoorden voor bejaarden op grond van het desbetreffende besluit van de Executieve van 20 december 1990 hebben verworven, zijn ervan vrijgesteld de in punt 8.1.2.2. bedoelde opleiding te volgen. 8.1.2.2. De minimum nodige kennis betreffende het beheer van een rustoord wordt beschouwd als verworven wanneer de kandidaat-directeur een door de Minister erkende opleidingscyclus van 250 uren heeft gevolgd en aan de toets met goed gevolg heeft voldaan waardoor deze afgesloten wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van de eerste 250 lesuren, de personen die houder zijn van een titel van het hoger onderwijs in verband met het ambt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister bepaalt de lijst van de titels waarvoor deze maatregel kan worden toegepast alsmede de maatregelen die het voorwerp uitmaken van de vrijstelling 8.1.2.3. Programma van de opleiding 8.1.2.3.1. Basisopleiding Deze eerste cyclus van 250 uren beoogt het aanleren van de om het ambt uit te oefenen vereiste basiskennis door de kandidaat-directeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig punt 8.1.2.2., tweede lid, kunnen vrijstellingen worden verleend voor het geheel of een deel van deze basisopleiding. De gedurende deze opleiding gegeven stoffen kunnen nochtans worden vermeld in het door de Minister bepaalde programma. * Wetgeving : 75 uren - Algemene organisatie van de Volksgezondheid - Organisatie en werking van de sociale zekerheid - Elementen van het burgerlijke en strafrecht - Elementen van het handelsrecht - Elementen van het publiekrecht * Kennis van de bejaarde : 75 uren - Elementen van de demografie - Mechanisme van de veroudering - Psychologische benadering van de bejaarde * Boekhouding : 50 uren - Algemene beginselen van het boekhouds- en belastingsrecht - De rekeningen van de bedrijven * Varia : 50 uren - Seminars - Didactische bezoeken 8.1.2.3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke opleiding * Wetgeving : 75 uren - Wetgevingen betreffende de bejaarden - Wetgevingen betreffende de rustoorden en rust- of verzorgingshuizen - Financiering van de rustoorden - Bescherming van de personen - Arbeidsrecht * Kennis van de bejaarde : 75 uren - Voornaamste patholigieën van de bejaarden - Behandeling van de zorgen - Psychologie van de bejaarden - Diëtiek van de bejaarden - Levensproject - Animatie en recreatie - Palliatieve zorgen * Beheer van een rustoord : 75 uren - Boekhouds- en financieel beheer - Beheer van het personeel - Relaties met de verzekeringsinstellingen en de OCMW'S * Varia : 25 uren - Seminars - Didactische bezoeken 8.1.2.4. De lessencyclus waarvan sprake in punt 10.1.2.2. moet na advies van het « Conseil wallon du troisième âge » (Waalse Raad voor de Derde Leeftijd) door de Minister erkend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De duur van de erkenning van deze lessencyclus is drie jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister bepaalt de vereiste titels en/of nodige ervaring van de met de opleidingen belaste personen. 8.1.2.5. Elke directeur is ertoe gehouden deel te nemen aan voortdurende opleidingsactiviteiten van minstens twee dagen per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het programma van deze dagen moet uiterlijk één maand vóór de organisatie ervan aan de goedkeuring van de Minister worden onderworpen. 8.1.3. Administratief personeel Wanneer de organisatie van de inrichting het vereist, wordt de directeur bijgestaan door een personeel dat hem voor de verschillende bestuurs-, opvang-, en eventueel animatietaken assisteert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elk rustoord met 100 of meer bedden is 0,5 voltijds equivalent administratief personeel vereist. 8.2. Hotelpersoneel Het rustoord moet zorgen voor de taken betreffende de keuken, het restaurant, het beddegoed, de wasserij, het technische onderhoud, de netheid en de hygiëne van de lokalen en voldoen aan de in deze normen vermelde eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om dit te doen beschikt het rustoord over voldoende personeel met de vereiste kwalificaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een voltijds equivalent per 15 bewoners is minimum vereist. Als het aantal bewoners kleiner of hoger is, wordt het aantal tewerkstellingen verhoudingsgewijs bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het rustoord kan deze taken geheel of gedeeltelijk vervullen met de hulp van buitendiensten die met hem door een schriftelijke overeenkomst verplicht zijn gebonden. De regels voor de gelijkstelling van deze dienstverleningen met personeelkosten en, op deze basis, met een raming in voltijds equivalent worden door de Minister bepaald. 8.3. Verzorgingspersoneel 8.3.1. Onder verzorgingspersoneel wordt verstaan de verplegers, de leden van het verplegende personeel, de leden van de paramedische en kinesieberoepen. 8.3.2. Het rustoord beschikt op elk ogenblik over een voldoende aantal leden van het verzorgingspersoneel met wie het in de behoeften van de bewoners kan voorzien naar gelang van hun aantal en hun afhankelijkheidsniveau. 8.3.3. Minstens één lid van het verzorgingspersoneel moet voortdurend aanwezig zijn in het rustoord of, in voorkomend geval, in elke site van het rustoord; hij moet beschikken over de nodige tijd om te voorzien aan de oproepen van de bewoners te antwoorden en om wacht te lopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de nacht kan het aantal leden van het verzorgingspersoneel in het rustoord niet kleiner zijn dan één eenheid per aangesneden groep van 75 erkende bedden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebrek aan expliciete vermeldingen in het huishoudelijk reglement wordt de nacht bepaald als de periode tussen 20 uur en 6 uur : in elk geval gaat het om een onafgebroken periode van maximum 11 uur. 8.3.4. Onverminderd de toepassing van punt 8.3.3. kan het gehele aantal leden van het verzorgingspersoneel die door het rustoord worden tewerkgesteld, niet kleiner zijn dan 1,25 voltijds equivalent per aangesneden groep van 10 aanwezige bewoners op grond van een driemaandelijks gemiddelde. 8.3.5. In afwijking van de punten 8.3.3. en 8.3.4. moet in de rustoorden van minder dan 26 bedden ten minste één personeelslid die over een eerste-hulpdiploma beschikt de dag- en nachtdienst waarnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste één voltijds verzorgend personeelslid is nodig voor zeven bewoners. Als het aantal bewoners hoger of lager dan dat aantal ligt, moet het aantal tewerkgestelde personeelsleden daaraan worden aangepast. 9. Register van de dienstverleningen en tabel van het personeel De directeur houdt een register dat de kwalificatie van het personeel vermeldt : statutair, bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen of door overeenkomst verbonden en de data en uren van de dienstverleningen van iedereen. De lijst van het personeel en het dagelijkse werkrooster worden aangeplakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze documenten, die permanent worden bijgehouden, worden ter beschikking gesteld van het bestuur dat elk ogenblik een afschrift ervan kan vereisen. 10. Dossiers van het personeel Voor elk personeelslid, de directeur inbegrepen, wordt een dossier opgemaakt dat de volgende stukken bevat : 10.1. het voor het rustoord bestemde exemplaar of een voor eensluidend verklaard afschrift van de arbeidsovereenkomst, de benoemingsakte of de overeenkomst; 10.2. een voor eensluidend verklaard afschrift van het diploma of de attesten van opleiding en nuttige ervaring; 10.3. een getuigschrift van goed zedelijk gedrag; 10.4. een jaarlijks attest van de bedrijfsgeneeskunde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit dossier alsmede het afschrift van de RSZ-lijsten worden ter beschikking gesteld van het bestuur dat elk ogenblik de overlegging ervan kan vereisen. HOOFDSTUK 5. - Normen betreffende het gebouw 11. Onderhoud, verwarming, verlichting en liften Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaand onder gebouw opgericht na de inwerkingtreding van deze normen, het gebouw dat het voorwerp uitmaakt van een eerste erkenningsaanvraag of van een nieuwe erkenningsaanvraag na toekenning van een principieel akkoord meer dan één jaar na de inwerkingtreding van deze normen. 11.1. De gebouwen worden regelmatig onderhouden en beschut tegen vocht of doorsijpelingen. 11.2. Ongeacht het gekozen systeem voor de verwarming van de lokalen, mag dit geen enkele uitwaseming van vlammen, gas of stof veroorzaken in de voor de bejaarden toegankelijke onbewaakte lokalen. 11.3. In de kamers, badkamers en woonplaatsen moet de temperatuur, ongeacht de weersomstandigheden, steeds 22° bereiken en 18° in de voor bejaarde toegankelijke andere lokalen. 11.4. Al de voor de bewoners toegankelijke lokalen worden voortdurend voorzien van een voldoende verlichting. Deze wordt aan de behoeften aangepast naar gelang van de in de lokalen ontwikkelde activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de na de inwerkingtreding van deze normen opgerichte gebouwen moeten de gangen en sanitair bovendien tijdens de nacht voldoende verlicht worden zodat de bewoners zich veilig kunnen verplaatsen. 11.5. De verlichtingsoppervlakte is minimum gelijk aan de zesde van de oppervlakte van elke woonplaats of van elke kamer van de bejaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vensters van deze lokalen maken een normaal zicht op de buitenwereld zonder ongevalgevaar mogelijk. 11.6. Wat de na de inwerkingtreding van deze normen opgerichte gebouwen betreft, moet worden voorzien in een lift, of elk ander hefmiddel dat de brandveiligheidsnormen in acht neemt, wanneer het gebouw minstens één verdieping telt voor de bewoners boven of onder de normale ontruimingsetage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De liften moeten de toegankelijkheid van de personen met beperkte beweeglijkheid mogelijk maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de eerste twee leden is, naarmate het rustoord vóór of na 31 juli 1984 voor de eerste keer is geëxploiteerd, hetzij geen lift of geen ander hefmiddel vereist, of moet in een lift of een ander mechanisch hefmiddel worden voorzien als de inrichting minstens twee verdiepingen telt boven de normale ontruimingsetage. 12. Oproepsysteem, aanleg van de gangen en trappen 12.1. De gangen en trappen zijn voldoende breed en voorzien van leuningen of steunstaven aan beide kanten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerste en de laatste trede evenals elke afgezonderde trede worden op de rand voorzien van een scherpkleurige band die schril afsteekt tegenover de vloerbedekking. 12.2. De woonplaatsen, kamers, W.C.'s en badkamers zijn voorzien van een oproepsysteem dat elk ogenblik in werking kan worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de kamers is dit systeem bereikbaar vanaf de bedden en, in geval van afhankelijkheid van de bewoners, vanaf de leunstoelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het oproepsysteem is technisch zo ontworpen dat alle oproepen waarop zowel overdag als 's nachts snel moet worden gereageerd, voortdurend kunnen worden gelokaliseerd. 12.3. In de vanaf de inwerkingtreding van deze normen opgerichte gebouwen kan het in punt 12.2. bedoelde systeem de termijn opnemen, waarin er op een oproep wordt gereageerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze opnemingen worden gevoegd bij het in punt 7.6.3. van deze bijlage bedoelde register. 13. Sanitaire installaties 13.1. Afzonderlijke, fatsoenlijke en voldoende sanitaire installaties zijn voorzien voor de bewoners en het personeel. 13.2. De sanitaire installaties bestaan minimum uit een W.C. voor 8 bewoners.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de inrichtingen die voor de eerste keer na 31 juli 1984 geëxploiteerd zijn, bestaan de sanitaire installaties minimum uit een W.C. per verdieping die toegankelijk is voor de bewoners die zich in een rolstoel verplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een W.C. is gelijkvloers toegankelijk per niveau van te bedienen kamers. 13.3. Alle W.C.'s zijn gemakkelijk toegankelijk voor de bejaarden. Zij beschikken over een goede rechtstreekse luchtverversing of een goede ventilatie. Hun deur kan niet binnenwaarts worden geopend. De W.C.'s moeten over schuin gemonteerde steunrekken en een haak. 13.4. Minimum één bad of één douche per 12 personen moet worden voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze installaties zijn voorzien van antislipapparatuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De douche is zo ontworpen dat de waterstraal georiënteerd kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzorgen worden genomen opdat de apparaten voor watertoevoer en -afvoer geen ongevallen zouden kunnen veroorzaken. 13.5. In de na de inwerkingtreding van deze normen opgerichte gebouwen is minstens een aan gehandicapte personen aangepaste bad of douche voorzien. 13.6. Er wordt voortdurend en overeenkomstig de hygiëneregels gezorgd voor de afvoer van afvalwater. 14. Kamers en uitrusting ervan 14.1. Elke kamer is genummerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De naam van de bewoners komt op de buitenzijde van de kamer voor, behalve als deze laatsten of hun vertegenwoordigers zich daartegen verzetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de individuele kamer bestaat het meubilair minstens uit : een bed, een kleerkast, een wastafel met warm en koud lopend drinkbaar water, een tafel, een leunstoel, een stoel en een nachtkastje met lade. 14.2. Wanneer de kamer meer bedden omvat, is de ruimte tussen de bedden, zowel in lengte als in breedte, minimum 0,90 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien is elk bed minimum 0,80 m van een venster weggeschoven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een of verschillende tafels met stoelen bieden alle bewoners van de kamer de mogelijkheid om eventueel gelijktijdig hun maaltijd te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scheidingselementen tussen de bedden waarborgen iedereen een minimum intimiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de kamers bestaat het meubilair voor elke bewoner minimum uit : een bed, een kleerkast, een leunstoel en een nachtkastje met lade.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze kamers zijn minstens voorzien van een wastafel met warm en koud lopend drinkbaar water per eenheid van vier personen en van een vanaf het bed bereikbaar verlichtingssysteem dat in werking zou kunnen worden gesteld zonder de andere bewoners van de kamer te storen. 14.3. Het meubilair van de kamers wordt aangepast aan de stand van de bewoner. Het is functioneel en in goede staat. 14.4. In de inrichtingen die over kamers met meer bedden beschikken, is een afzonderingskamer voorzien, die aan de voor de individuele kamers voorgeschreven richtlijnen voldoet. 14.5. De minimale werkelijke oppervlakte van de individuele kamers of woningen bedraagt 12 m2 per persoon en 9 m2 per persoon in de gemeenschappelijke kamers, sanitaire lokalen eventueel niet inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijze van overgangsmaatregel mag de voor de huisvesting van bejaarden nodige oppervlakte niet kleiner zijn dan 11 m2 per persoon in de bestaande inrichtingen en de inrichtingen waarvoor bouw-, inrichtings-, of uitbreidingsprojecten op 31 juli 1984 werden goedgekeurd of in uitvoering waren. Deze oppervlakte wordt bereikt door de optelling te maken van de netto oppervlakten van alle individuele en gemeenschappelijke kamers, van de woonplaatsen en van de eetkamer en door dit totaal te delen door het aantal bejaarden. 14.6. In de na de inwerkingtreding van deze normen opgerichte gebouwen bedraagt de minimale hoogte van de kamers 2,50 meter. 14.7. De gemeenschappelijke kamers mogen niet meer dan twee bedden omvatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het vorige lid en bij wijze van overgangsmaatregel mogen de gemeenschappelijke kamers niet meer dan zes bedden omvatten in de inrichtingen die niet na de inwerkingtreding van deze normen zijn opgericht of aangelegd. 15. Het gebouw in het algemeen 15.1. Alle rustoorden moeten beschikken over een woonkamer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijze van overgangsmaatregel zijn de rustoorden met minder dan 20 bedden die een voorlopige werkingsvergunning hebben gekregen of die sinds een datum voorafgaand aan 31 juli 1984 onafgebroken erkend zijn, niet ertoe gehouden over een woonkamer te beschikken. 15.2. In de na 31 juli 1984 voor de eerste keer geëxploiteerde inrichtingen moet de woonkamer toegankelijk zijn voor alle bewoners, ongeacht hun afhankelijkheidsniveau. 15.3. In de na de inwerkingtreding van deze normen opgerichte inrichtingen moet het rustoord beschikken over een woonkamer en een restaurant, die bij voorkeur gescheiden zijn en voor alle bewoners, ongeacht hun afhankelijkheidsniveau, toegankelijk, en over een voor rokers bestemd lokaal. Wanneer dit lokaal niet bestaat, wordt een ruimte ingericht in de woonkamer en voorzien van een zuigingssyteem. 15.4. De totale oppervlakte van de gemeenschappelijke plaatsen bedraagt minstens 2 m2 per erkend of toegelaten bed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder gemeenschappelijke plaatsen verstaat men de voor de bewoners toegankelijke binnenplaatsen, met uitzondering van de kamers, keukens, trappen, gangen en sanitair. Kunnen nochtans beschouwd worden als gemeenschappelijke plaatsen, de gangengedeelten en de doorlopen waarvan de breedte de aanleg van ontmoetingsplaatsen mogelijk hebben gemaakt, met inachtneming van de striktste veiligheidsnormen bedoeld in bijlage I van dit besluit. 15.5. Elke inrichting moet beschikken over een fatsoenlijk lokaal dat als sterf- of lijkkamer kan dienen. HOOFDSTUK 6. - Boekhouding 16. Boekhouding 16.1. De boekhouding van de rustoorden waarvan de beheerder een openbare overheid is, wordt vastgesteld overeenkomstig de op deze openbare overheid toepasselijke boekhoudregels. 16.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De boekhouding van de rustoorden die in punt 16.1. niet bedoeld zijn, wordt vastgesteld overeenkomstig het in bijlage V bedoelde boekhoudplan. 16.3. Voor elke bewoner houden de rustoorden een individuele rekening bij, waarop al de bijzonderheden van de ontvangsten en uitgaven alsmede de leveringen en de ten gunste van de bewoners gepresteerde diensten worden vermeld. Deze individuele rekening kan elk ogenblijk worden geraadpleegd door de bewoner of zijn vertegenwoordiger. 16.4. Een uitvoerige maandelijkse factuur bepaalt de balans van de verschuldigde bedragen en ontvangsten. Ze wordt met alle bewijsstukken aan de bewoner of zijn vertegenwoordiger afgegeven. 16.5. De boekhouding van de inrichting en van de individuele rekeningen van de bewoners moet ter beschikking van de bestuursafgevaardigden gesteld worden, die er kennis van kunnen nemen zonder zich te verplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK 7. - Specifieke normen betreffende de opvang en de huisvesting van gedesoriënteerde bejaarden in een aangepaste eenheid Naast de regels voor de organisatie van de rustoorden kunnen de opvang en de huisvesting van de gedesoriënteerde bejaarden georganiseerd worden in een speciaal aangepaste eenheid die een bijzondere erkenning kan krijgen, als het om krankzinnige personen gaat. In dit geval bevordert de eenheid de gemeenschappelijke en individuele autonomie dank zij de creatie van een milieu dat van een familie leefklimaat geïnspireerd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenschappelijke autonomie wordt verricht door een afzonderlijke organisatie van de taken van het dagelijkse leven en de individuele autonomie door het bijdragen van de bewoners tot de taken van het dagelijkse leven onder sociale begeleiding van het begeleidingspersoneel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijdrage die zich op de dynamiek van de beperkte groepen baseert, moet de banden met de familie en de omgeving van de bewoners bevorderen en een gemeenschappelijk leven mogelijk maken met minimum 5 en maximum 15 bewoners.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opvang en de huisvesting worden binnen het rustoord maar in een afzonderlijke plaats georganiseerd. Onder afzonderlijke plaats wordt verstaan een gebouw of een gedeelte van gebouw dat uitsluitende bestemd is voor de eenheid. Dit gebouw bestaat uit een gemeenschappelijke plaats en uit kamers voor de bewoners, die bij voorkeur individueel zijn en die vlak naast de gemeenschappelijke plaats liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenschappelijke plaats moet een minimale oppervlakte van 60 m2 hebben en bestaan uit een toegankelijke en aangepaste keukenruimte, een enige tafel rondom welke de hele gemeenschap zich verenigt, alsmede uit een rustruimte met leunstoelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenschappelijke plaats is voldoende natuurlijk verlicht en heeft zicht op de buitenwereld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toegang tot de buitenwereld van de gedesoriënteerde bewoners wordt verzekerd door een aangepast geruststellend technisch middel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeel is voortdurend aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De coördinatie van de activiteiten die in de gemeenschappelijke plaats worden uitgeoefend, wordt dagelijks waargenomen door één van de personeelsleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeel is ertoe gehouden aan een interne of externe permanente opleiding van twee dagen per jaar deel te nemen. HOOFDSTUK 8. - Aanpassing van de huisvestingsprijs 17. Onverminderd de federale bepalingen die de aanvragen om prijsstijging reglementeren, zoals bepaald in artikel 4 van het ministerieel besluit van 20 april 1993Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/04/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2004 numac 2004011180 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Ministerieel besluit houdende bijzondere bepalingen inzake prijzen Deeltelijke vernietigingen sluiten houdende bijzondere bepalingen inzake prijzen, mag de jaarlijkse verhoging van de huisvestings- of opvangprijs in geen geval 5 % hoger zijn dan de indexering van de consumptieprijzen.Deze bepaling treedt in werking op 1 januari 2000.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van... tot uitvoering van het decreet van 5 juni 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/06/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1997 numac 1997027325 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de rustoorden, de serviceflats en de dagcentra voor bejaarden en houdende oprichting van de \"Conseil wallon du troisième âge\" (1) sluiten betreffende de rustoorden, de serviceflats en de dagcentra voor bejaarden en houdende oprichting van de « Conseil wallon du troisième âge ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Namen, 3 december 1998.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President van de Waalse Regering, belast met Economie, Buitenlandse Handel, KMO's, Toerisme en Patrimonium, R. COLLIGNON De Minister van Sociale Actie, Huisvesting en Gezondheid, W. TAMINIAUX Bijlage III. - Normen van toepassing op de serviceflats HOOFDSTUK 1. - Minimale en maximale huisvestingscapaciteit 0.1. Geen enkele service-flat mag een erkenning krijgen voor minder dan 5 en meer dan 100 flats. HOOFDSTUK 2. - Normen betreffende het gebouw 1.1. Het gebouw in het algemeen 1.1.1. De serviceflat moet over minimum 5 en maximum 40 individuele woningen beschikken. 1.1.2. De gebouwen worden regelmatig onderhouden en beschut tegen vocht of doorsijpelingen. 1.2. Ongeacht het aangepaste systeem voor de verwarming van de lokalen, mag dit geen enkele uitwaseming van vlammen, gas of stof veroorzaken. 1.3. In de privatieve partijen en in al de voor de bewoners gemeenschappelijke leefkamers moet de temperatuur steeds 22° bereiken, ongeacht de weersomstandigheden. 1.4. Al de voor de bewoners toegankelijke lokalen worden voorzien van een voldoende verlichting. Deze wordt aan de behoeften aangepast naar gelang van de in de lokalen ontwikkelde activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de nacht moeten de gemeenschappelijke gangen en sanitaire installaties verlicht worden zodat de bewoners zich veilig kunnen verplaatsen. 1.5. De woon- en slaapkamers moeten kunnen genieten van de natuurlijke helderheid. De vensters van deze lokalen moeten de gelegenheid bieden een normaal zicht op de buitenwereld te hebben. 1.6. Er moet worden voorzien in een lift, of elk ander hefmiddel dat de brandveiligheidsnormen in acht neemt, wanneer het gebouw minstens één verdieping telt voor de bewoners boven of onder de normale ontruimingsetage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De liften moeten de toegankelijkheid voor de personen met beperkte beweeglijkheid mogelijk maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de gemeenschappelijke lokalen en uitrustingen moeten noodzakelijkerwijs de volgende voorkomen : - een wasserij met wasketel en droger; - een polyvalente zaal die toegankelijk is voor andere bejaarden van minimum 60 jaar; - een WC naast de gemeenschappelijke lokalen; - de aansluiting op de openbare telefoon en op de kabeltelevisie; - de gemeenschappelijke lokalen die voorzien zijn van een systeem waardoor het dienstdoende personeel opgeroepen kan worden; - de inrichting en al de voor de bewoners bestemde lokalen die voor de personen met beperkte beweeglijkheid toegankelijk moeten zijn. 1.7. Individuele woningen Elke individuele woning wordt voor één of twee personen ontworpen en bevat tenminste : - een woonkamer; - een keuken met afzuigkap, koelkast en elektrisch fornuis; - een slaapkamer; - een badkamer met een lavabo, een douche of een bad; - een toilet, dat eventueel in de badkamer geïntegreerd kan worden; - De woningscapaciteit mag het voorwerp uitmaken van een afwijking wat de bezettingsinhoud betreft voor zover de inrichting ervan een bijkomende huisvestingsmogelijkheid biedt; - De minimale oppervlakte van elke individuele woning is van 35 m2; - Elke individuele woning is genummerd; - Een individuele oproepknop wordt bij de ingang van elke woning geplaatst, alsook buiten de serviceflat; de namen van de bewoners worden erop geschreven, behalve dezen het niet wensen; - Een systeem voor de opening van de deuren en een deurtelefoon worden voorzien in elke individuele woning om de bezoekers te identificeren en de deur van de serviceflat op een afstand te openen; - Er moet worden voorzien in een systeem om de bewoner in staat te stellen vanaf zijn woning om hulp te roepen en in contact te treden met het dienstdoende personeel; - Elke woning beschikt over de aansluiting op de telefoon en op de kabeltelevisie; - Elke woning beschikt over een genummerde brievenbus die gelijkvloers gezet is op een gemakkelijk bereikbare plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK 3. - Permanentie en aangeboden diensten Permanentie 2.1. Een permanentie wordt 24u/24 verzekerd en elke oproep van de bewoner wordt onmiddellijk beantwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisatie van de permanentie bepaalt de voorwaarden waaronder de tussenkomst van het dienstdoende personeel zo spoedig mogelijk verzekerd kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een oproepregister wordt bijgehouden waarin de aard van de oproep, het juiste uur en de tussenkomststermijn voor elke oproep vermeld staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangeboden diensten 2.2. Diensten die verplicht verleend worden : - het onderhoud van de gemeenschappelijke lokalen, de buiteninrichtingen en van het materieel waarover de bewoners kunnen beschikken; - het onderhoud van de vensters binnen en buiten de inrichting; - een informatie over de in de gemeente georganiseerde activiteiten; - het bezoek van een afgevaardigde van de inrichtende macht minimum twee keer per jaar. 2.3. Diensten die ter beschikking van de bewoners verplicht gesteld worden : - de mogelijkheid om drie maaltijden per dag te gebruiken, waaronder noodzakelijkerwijs een volledige warme maaltijd, hetzij in de gemeenschappelijke zaal van de serviceflat die voor de restauratie en de animatie bestemd is, hetzij op het restaurant van het rustoord of van het rust- of verzorgingshuis dat functioneel met de serviceflat verbonden is, hetzij in de privé-woning van de bewoner.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een register vermeldt, per dag, de aan de bewoners opgediende maaltijden met bepaling van de naam van de begunstigde en de aanwijzingen die nodig zijn voor de facturering ervan; - de mogelijkheid om de privé-woningen minstens één keer per week schoon te maken; - de mogelijkheid om het persoonlijke linnen van de bewoner te onderhouden. 2.4. Facultatieve diensten : Elke door de serviceflat georganiseerde dienst moet voor alle bewoners toegankelijk zijn. HOOFDSTUK 4. - Overeenkomst tussen de beheerder en de bewoner 3.1. Een in tweevoud opgemaakte overeenkomst wordt gesloten tussen de beheerder van de serviceflat of de door hem aangewezen directeur en de bewoner en/of zijn vertegenwoordiger; ze moet door de partijen gedateerd en ondertekend worden, iedere partij bewaart één exemplaar ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het exemplaar moet aan de bewoner of aan zijn vertegenwoordiger tegen ontvangbewijs worden gestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke wijziging in deze overeenkomst maakt het voorwerp uit van een in tweevoud opgemaakt aanhangsel dat gedateerd, ondertekend en bij de overeenkomst gevoegd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenkomst moet de volgende punten omvatten : 3.1.1. De algemene en bijzondere huisvestingsvoorwaarden; 3.1.2. Het maximum aantal personen die in de woning toegelaten zijn; 3.1.3. De maandelijkse huisvestingsprijs en de diensten die erdoor worden gedekt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze prijs kan schommelen naar gelang van de bijzondere architecturale elementen en van de kenmerken van de bewoonde woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze prijs kan slechts verhoogd worden met de toeslagen die overeenstemmen met diensten waarop de bewoner vrij beroep kan doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze prijs omvat minstens : - het gebruik van de individuele woning; - het gebruik van de gemeenschappelijke plaatsen, met inbegrip van de liften, overeenkomstig het huishoudelijk reglement; - het grote onderhoud van het patrimonium, het algemene onderhoud en het reinigen van de gemeenschappelijke plaatsen, materiaal en produkten inbegrepen; - de herstellingen van de woningen die uit een gewoon huurgebruik voortvloeien; - het gebruik van het meubilair van de gemeenschappelijke plaatsen; - de afvalverwijdering; - de verwarming van de gemeenschappelijke plaatsen, het onderhoud en alle wijzigingen die aangebracht worden in het verwarmingsapparatuur van de gemeenschappelijke of privatieve plaatsen; - het gebruik van alle gemeenschappelijke sanitaire installaties; - de elektrische installaties van de gemeenschappelijke en privatieve plaatsen, het onderhoud ervan en elke wijziging erin en het elektriciteitsverbruik van de gemeenschappelijke plaatsen; - de installaties i.v.m. de bewaking, de bescherming tegen brandgevaar en intercom; - de kosten voor de installatie, het onderhoud en de retributie van een openbaar telefoontoestel dat ter beschikking van de bewoners gesteld wordt in de gemeenschappelijke plaats; dezen betalen slechts de kosten i.v.m. hun persoonlijke communicaties tegen de kostprijs; - de beschikbaarstelling van een televisie en een radio in de gemeenschappelijke plaatsen; - de administratieve kosten, ongeacht de aard ervan, die gebonden zijn aan de huisvesting of de opvang van de bewoner of die de werking van de inrichting betreffen; - de verzekeringen voor burgerlijke aansprakelijkheid, de brandverzekering alsook alle verzekeringen die de beheerder heeft aangegaan overeenkomstig de wetgeving, met uitzondering van elke persoonlijke verzekering van de bewoner; - de kosten i.v.m. de organisatie van de permanentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij individuele meters het verbruik van elke individuele woning bepalen, omvat de prijs ook : - de verwarming; - het stromende koude en warme water; - het elektriciteitsverbruik. 3.1.4. De voorwaarden i.v.m. de aanpassing van de huisvestingsprijs, overeenkomstig de in hoofdstuk V van deze bijlage bedoelde normen; 3.1.5. De prijs - of het middel om die te berekenen - van elke facultatieve dienst die ter beschikking van de bewoners gesteld wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke facultatieve dienst die in de overeenkomst niet bedoeld is, moet het voorwerp uitmaken van een voorafgaande schriftelijke informatie voordat ze aan de bewoner voorgelegd wordt. 3.1.6. Als een waarborg al dan niet vereist wordt, en, wanneer hij vereist wordt, het bedrag en de bestemming ervan; dit bedrag mag niet hoger zijn dan de maandelijkse huisvestingsprijs die in de overeenkomst bepaald is; 3.1.6.1. Wanneer hij wordt vereist, wordt de waarborg door de partijen op een geïndividualiseerde rekening geplaatst, die ten name van de bewoner geopend wordt bij een bank- of kredietinstelling met vermelding van de bestemming; 3.1.6.2. De door de geplaatste som opgebrachte interesten worden bij het kapitaal gevoegd; 3.1.6.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ene of andere partij kan slechts over de waarborgrekening, zowel in kapitaal als in intresten, beschikken tegen overlegging hetzij van een schriftelijk akkoord, dat na sluiting van de overeenkomst werd opgesteld, hetzij van een eensluidend afschrift van de uitgifte van een uitvoerbare gerechtelijke beslissing; 3.1.6.4. Op het einde van de overeenkomst wordt de gekapitaliseerde waarborg aan de bewoner of zijn rechthebbenden gegeven, na aftrek van alle kosten en vergoedingen die krachtens de overeenkomst eventueel verschuldigd zijn; 3.1.7. De aan de bewoner toegekende woning die zonder zijn toestemming of die van zijn vertegenwoordiger niet veranderd kan zijn; 3.1.8. De ontbindingsvoorwaarden van de overeenkomst met inachtneming van de volgende voorschriften: 3.1.8.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenkomst wordt voor een onbepaalde duur gesloten; 3.1.8.2. Beide partijen mogen de overeenkomst ontbinden met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden; 3.1.8.3. De ontbinding geschiedt schriftelijk, hetzij bij ter post aangetekend schrijven, hetzij tegen ontvangbewijs; 3.1.8.4. In geval van overlijden of van vertrek wegens medische redenen blijft de verplichting om de maandelijkse huisvestingsprijs te betalen bestaan zolang de woning niet vrij is; elke begonnen maand is verschuldigd, zonder splitsing; 3.1.9. De vermelding volgens welke elk geschil betreffende de uitvoering van de overeenkomst tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechtbanken behoort. 3.2. De gedetailleerde beschrijving van de door de bewoner bezette woning wordt bij de overeenkomst gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze wordt door de partijen gedateerd en ondertekend. Bij gebrek aan beschrijving vóór de opvang, wordt de bewoner geacht de woning ontvangen te hebben in dezelfde staat als die wanneer hij de woning verlaat en mag hij niet verantwoordelijk gesteld worden voor de eventuele schade. 3.3. Elke met de bovenvermelde voorschriften strijdige bepaling wordt geacht nietig te zijn. HOOFDSTUK 5. - Boekhouding 4.1. De boekhouding van de rustoorden waarvan de beheerder een overheid is, wordt gehouden overeenkomstig de boekhoudkundige regels die van toepassing zijn op die overheid. 4.2. De boekhouding van de service-flats die niet bedoeld zijn onder 4.1. wordt opgemaakt overeenkomstig de normen bedoeld in bijlage V. 4.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uitvoerige maandelijkse factuur wordt voor elke bewoner opgemaakt. Ze wordt met alle bewijsstukken aan de bewoner of zijn vertegenwoordiger afgegeven. 4.4. De boekhouding van de inrichting en van de individuele rekeningen van de bewoners moet ter beschikking van de bestuursafgevaardigden gesteld worden die er kennis van kunnen nemen zonder zich te verplaatsen. HOOFDSTUK 6. - Aanpassing van de huisvestingsprijs 5. Onverminderd de federale bepalingen die de aanvragen om prijsstijging reglementeren, zoals bepaald in artikel 4 van het ministerieel besluit van 20 april 1993Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/04/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2004 numac 2004011180 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Ministerieel besluit houdende bijzondere bepalingen inzake prijzen Deeltelijke vernietigingen sluiten houdende bijzondere bepalingen inzake prijzen voor elk rustoord, elke serviceflat en elk dagcentrum, mag de jaarlijkse verhoging van de huisvestings- of opvangprijs in geen geval 5 % hoger zijn dan de indexering van de consumptieprijzen. Deze bepaling treedt in werking op 1 januari 2000. HOOFDSTUK 7. - Huishoudelijk reglement 6.1. Elke serviceflat voor bejaarden is ertoe gehouden een huishoudelijk reglement op te maken. 6.1.1. Het huishoudelijk reglement bepaalt de rechten en plichten van de bewoners en van de beheerder en voorziet in de verplichting om zich te gedragen naar de bepalingen betreffende de veiligheid. Dat reglement voorziet in de bescherming van het privé-leven van de bewoner. 6.1.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke wijziging aan het huishoudelijk reglement treedt in werking dertig dagen nadat ze werd medegedeeld aan de bewoners en/of hun vertegenwoordigers. 6.2. Een door de beheerder gedateerd en ondertekend exemplaar van dit huishoudelijk reglement wordt afgegeven tegen ondertekend ontvangbewijs geldend als kennisneming door elke bewoner en/of zijn vertegenwoordiger vóór de ondertekening van de huisvestingsovereenkomst en, voor zover mogelijk, vóór de datum waarop de opvang van deze bewoner in de serviceflat is voorzien. 6.3. Het huishoudelijk reglement vermeldt de naam van de beheerder en het nummer van de erkenning of van de voorlopige werkingsmachtiging van de serviceflat. 6.4. Het huishoudelijk reglement vermeldt de voorwaarden van toegang tot de verpleegkundige, paramedische of kinesitherapieverzorging die aan de bewoners voorgesteld wordt alsook de vrije toegang van alle medische hulpverleners, en dat in het raam van de vrije keuze van de bewoner. 6.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het huishoudelijk reglement wordt voorzien dat de bewoner vrij zijn arts mag kiezen. 6.6. In het huishoudelijk reglement moet vastgelegd worden dat de beheerder geen commerciële, culturele, ideologische, filosofische of religieuze keuze mag opleggen aan de bewoners. 6.7. Bovendien vermeldt het huishoudelijk reglement : - de naam van de directeur aan wie alle opmerkingen, bezwaren of klachten van de bewoners, hun gezin, hun vertegenwoordiger of van bezoekers medegedeeld kunnen worden; daartoe kan de directeur volgens afspraak geraadpleegd worden minstens vier uur per week, die over minimum twee dagen gespreid worden, waarvan minstens één keer per week 1 uur na 18 uur; - het recht voor de bewoners de serviceflat binnen te gaan of te verlaten op elk moment van de dag en van de nacht; - het recht voor de bewoners de bezoekers van hun keuze op elk moment van de dag te ontvangen en de voorwaarden i.v.m. de toegang van deze bezoekers in geval van sluiting van de deuren van de serviceflat; - het adres en het telefoonnummer van de dienst van het gewestelijke bestuur waaraan de klachten gericht kunnen worden; - het adres van de burgemeester die bevoegd is om de klachten te ontvangen en het telefoonnummer waarop hij bereikt kan worden. 6.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het huishoudelijk reglement bepaalt de voorwaarden waaronder een permanentie verzekerd wordt en elke oproep van de bewoner beantwoord wordt. 6.9. Het huishoudelijk reglement bepaalt ook de voorwaarden waaronder huisdieren in de serviceflats toegelaten zijn. 6.10. Het huishoudelijk reglement bepaalt de voorwaarden waaronder de ter beschikking van de bewoners gestelde gemeenschappelijke lokalen, uitrustingen en diensten toegankelijk kunnen zijn voor andere bejaarden van minimum 60 jaar. 6.11. Het huishoudelijk reglement bepaalt uitdrukkelijk de voorwaarden i.v.m. het gebruik en het genot van de gemeenschappelijke lokalen, uitrustingen en diensten waarover de bewoners kunnen beschikken. HOOFDSTUK 8. - Individueel dossier 7.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een individueel dossier betreffende de bewoner die de in hoofdstuk 4 bedoelde overeenkomst aangaat, wordt opgemaakt bij zijn opvang. Een individueel dossier betreffende de andere bewoners wordt ook opgemaakt. De dossiers moeten voortdurend bijgehouden worden. 7.1.1. De verzameling van de in deze dossiers vermelde gegevens en de behandeling ervan worden verricht overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. 7.1.2. De door de Regering aangewezen ambtenaren mogen dit dossier permanent raadplegen. 7.1.3. Een lijst van de personeelsleden die overeenkomstig artikel 16, § 1, 4°, van bovenvermelde wet dit dossier mogen raadplegen, wordt bijgehouden. 7.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit dossier omvat met name : 7.2.1. de volledige identiteit van de bewoner (naam, voornamen, geboorteplaats en -datum, burgerlijke stand, nationaliteit, adres). 7.2.2. de naam, het adres en het telefoonnummer van de eventuele vertegenwoordiger van de bewoner; 7.2.3. de naam, het adres en het telefoonnummer van de behandelend geneesheer alsook alle te nemen maatregelen als deze afwezig is, en de eventueel gewenste ziekenhuisinstelling, rustoord of rust- of verzorgingshuis; 7.2.4. de naam, het adres en het telefoonnummer van de in noodgeval op te bellen persoon. 7.2.5. het ontvangbewijs van het huishoudelijk reglement, een exemplaar van de overeenkomst, de beschrijving van de flat en het bankdocument voor het stellen van de waarborg.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK 9. - Mededelingenbord 8.1. In de hal of in de gemeenschappelijke zaal die voor de vrije tijd en de restauratie bestemd is, wordt een mededelingenbord geplaatst met de informatie over de volgende punten : - de naam van de beheerder en, als het om een rechtspersoon gaat, zijn rechtsvorm; de naam van de directeur van de inrichting en zijn aanwezigheidsuren in de serviceflat alsook de naam van zijn plaatsvervanger in geval van afwezigheid; - elke inlichting betreffende de erkenning of de voorlopige werkingsmachtiging van de inrichting; - het adres en de telefoonnummers van het bevoegde gewestelijke bestuur en van de Burgemeester; - de menu's van de lopende week; - de door de inrichting georganiseerde activiteiten en animaties alsook de inlichtingen betreffende de culturele activiteiten die in de entiteit plaatsvinden. 8.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeur zal elke nodige maatregel treffen opdat dit bord bijzonder leesbaar en voor alle toegankelijk zou zijn. HOOFDSTUK 1 0. - Normen betreffende de hygiëne en de voeding 9.1. De door de serviceflat georganiseerde algemene diensten, met name de keuken en wasserij, worden zo georganiseerd en ingericht dat ze door hun geur, damp of geluid niet hinderen. 9.2. De voorbereiding van de maaltijden en de verdeling ervan worden verricht volgens de striktste hygiëneregels overeenkomstig de bepalingen van de wet van 24 januari 1977Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/2023 numac 2023040887 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten en van de desbetreffende besluiten, in het bijzonder het koninklijk besluit van 7 februari 1997 inzake de algemene voedingsmiddelenhygiëne. 9.3. De serviceflat zorgt voor de afvalverwijdering, met inbegrip van de vuilnisbakken van de bewoners die opgehaald worden op de individuele woning, volgens een periodiciteit en onder voorwaarden die in het huishoudelijk reglement bepaald worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vaste afvalstoffen worden afgevoerd in hermetische vuilniszakken met inachtneming van de reglementering over de afvalstoffen. 9.4. Wanneer de serviceflat het onderhoud van het linnen van de bewoners, op hun verzoek, waarneemt, moet hij ervoor zorgen dat de vuile was in hermetische bakken wordt vervoerd, deze ophaaldienst gebeurt vanaf de individuele woning van de bewoner. HOOFDSTUK 1 1. - Normen betreffende het aantal, de classificering, de kwalificatie en de moraliteit van het personeel 10.1. De serviceflat moet alle nodige maatregelen inzake het personeel nemen om de aangeboden diensten te waarborgen. 10.2. Wanneer de serviceflat, het rustoord of het rust- of verzorgingshuis of elke andere inrichting waarmee de serviceflat functioneel verbonden is het personeel gemeenschappelijk hebben, wordt het personeel dat de dienstverleningen in de serviceflat verzekert, duidelijk geïdentificeerd en wordt de tijd die iedereen aan deze taken besteedt, perfect geschat in voltijds equivalent. 10.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De serviceflat kan alle of een deel van deze taken verzekeren met de hulp van buitendiensten of zelfstandige hulpverleners, die verplicht bij overeenkomst ermee verbonden zijn. 10.4. Directeur 10.4.1. In elke serviceflat neemt een directeur het dagelijkse beheer waar en is hij rechtstreeks verantwoordelijk vóór de beheerder. 10.4.2. De directeur van de serviceflat mag de directeur van het rustoord of het rust- of verzorgingshuis zijn dat functioneel met de serviceflat verbonden is. In dit geval, voor de beoordeling van zijn dienstverleningen, wordt het aantal bewoners van de serviceflats opgeteld bij het aantal bewoners van het rustoord en van de sites die ervan afhangen. Desnoods kan de directeur teruggeroepen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van langdurige afwezigheid wijst hij een personeelslid aan dat met het dagelijkse beheer belast is tijdens zijn afwezigheid. 10.5. Opleiding van de directeur 10.5.1. Elke directeur van een serviceflat moet tenminste houder zijn van het getuigschrift van het hoger secundair onderwijs of van ziekenhuis- of psychiatrisch verpleger alsook van een attest van de minimum nodige kennis betreffende het beheer van een serviceflat. 10.5.2. De minimum nodige kennis betreffende het beheer van een serviceflat wordt beschouwd als verworven wanneer de kandidaat-directeur een door de Minister erkende opleidingscyclus heeft gevolgd en aan de toets met goed gevolg heeft voldaan waardoor deze afgesloten wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opleidingscyclus bestaat uit 250 uren als de kandidaat houder is van een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs en 100 uren als de kandidaat houder is van het diploma van het hoger onderwijs. De opleiding tot directeur van rustoorden voldoet van rechtswege aan de voorwaarden voor de opleiding tot directeur van serviceflats. De directeurs van de inrichtingen, die met de definitie van de serviceflats overeenstemmen, die in functie zijn op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, beschikken over een termijn van twee jaar om de vereiste opleiding te verwerven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeur is aanwezig in de serviceflat volgens afspraak en minstens vier uur per week, die over minimum twee dagen gespreid worden, waarvan minstens één keer per week 1 uur na 18 uur. 10.6. Register van de dienstverleningen en tabel van het personeel De directeur houdt een register dat de kwalificatie van het personeel van de serviceflat vermeldt : statutair, bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen of door overeenkomst verbonden en de data en uren van de dienstverleningen van iedereen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het personeel door de serviceflat in dienst genomen is, worden de lijst van het personeel en het dagelijkse werkrooster aangeplakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een andere lijst vermeldt de buiten hulpverleners met wie de serviceflat een aannemingscontract heeft gesloten. De aannemingscontracten worden erbij gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze documenten, die permanent worden bijgehouden, worden ter beschikking gesteld van het bestuur dat elk ogenblik een afschrift ervan kan vereisen. 10.7. Dossiers van het personeel 10.7.1. Voor elk personeelslid dat met de serviceflat verbonden is bij arbeidsovereenkomst of door een benoemingsakte, de directeur inbegrepen, wordt een dossier opgemaakt dat de volgende stukken bevat : - het voor de serviceflat bestemde exemplaar van de arbeidsovereenkomst of de benoemingsakte, of een gewaarmerkt afschrift; - een voor eensluidend verklaard afschrift van het diploma of van de attesten van opleiding en nuttige ervaring; - een getuigschrift van goed zedelijk gedrag; - voor het personeel, een jaarlijks attest van de bedrijfsgeneeskunde. 10.7.2. Dit dossier, alsook het afschrift van de R.S.Z.-opgaven voor het statutaire of bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeel, worden ter beschikking gesteld van het bestuur dat de overlegging ervan op elk ogenblik kan eisen. HOOFDSTUK 1 2. - Voorwaarden voor een functionele verbinding met een rustoord of een rust- of verzorgingshuis of elke andere dienst of inrichting De serviceflat moet met een rustoord of een rust- of verzorgingshuis verbonden zijn en kan bovendien met een andere dienst of inrichting verbonden zijn die in dezelfde gemeente of een aangrenzende gemeente gelegen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het om een serviceflat gaat die op dezelfde plaats gelegen is als het rustoord of het rust- of verzorgingshuis, kunnen alle dienstverleningen verzekerd worden door de verdeling van deze diensten, overeenkomstig de voorschriften van de interne bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In alle andere gevallen komt de serviceflat het eens met het rustoord of het rust- of verzorgingshuis waarmee hij verbonden is over gemeenschappelijke verplichtingen waaronder minimum de verplichting voor het rustoord of het rust- of verzorgingshuis om de bewoners van de serviceflat, die het wensen, eerst te huisvesten en de verplichting om gemeenschappelijke activiteiten voor te stellen. Wat de rest betreft, moet de serviceflat zelf zorgen voor alle diensten en verplichtingen die wegens de huisvesting niet gedragen kunnen worden door het rustoord of het rust- of verzorgingshuis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het personeel zijn diensten ook verleent in een rustoord, een rust- of verzorgingshuis of een andere dienst of inrichting die onder dezelfde beheerder vallen, wordt de duur van deze dienstverleningen voor elke dienst duidelijk geïdentificeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer produkten of verzorging verstrekt of verleend worden door een rustoord, een rust- of verzorgingshuis of een andere dienst of inrichting in functionele verbinding met de serviceflat, worden een aparte facturering en een aparte boeking opgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De permanentie van een serviceflat kan waargenomen worden door het personeel van een rustoord of een rust- of verzorgingshuis dat onder dezelfde beheerder ressorteert voor zover de minimale norm van het nachtpersoneel van het rustoord of het rust- of verzorgingshuis niet in gevaar wordt gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 december 1998 tot uitvoering van het decreet van 5 juni 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/06/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1997 numac 1997027325 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de rustoorden, de serviceflats en de dagcentra voor bejaarden en houdende oprichting van de \"Conseil wallon du troisième âge\" (1) sluiten betreffende de rustoorden, de serviceflats en de dagcentra voor bejaarden en houdende oprichting van de « Conseil wallon du troisième âge ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Namen, 3 december 1998.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President van de Waalse Regering, belast met Economie, Buitenlandse Handel, KMO's, Toerisme en Patrimonium, R. COLLIGNON De Minister van Sociale Actie, Huisvesting en Gezondheid, W. TAMINIAUX Bijlage IV. - Normen die van toepassing zijn op de dagcentra's HOOFDSTUK 1. - Minimale en maximale huisvestingscapaciteit 0.1. Geen enkel dagcentrum mag voor de opvang van minder dan 5 of meer dan 20 bewoners worden erkend. HOOFDSTUK 2. - Normen betreffende de vrijheid van de bewoners, het eerbied voor hun opvattingen en hun deelneming 1. Huishoudelijk reglement 1.1. Elk dagcentrum is ertoe gehouden een huishoudelijk reglement op te maken. 1.1.1. Het huishoudelijk reglement bepaalt de rechten en plichten van de bewoners en van de beheerder. 1.1.2. De wijzigingen van dit huishoudelijk reglement treden in werking dertig dagen na mededeling aan de bewoners en/of aan hun vertegenwoordigers. 1.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een door de beheerder gedateerd en ondertekend exemplaar van dit huishoudelijk reglement wordt tegen ondertekend ontvangbewijs geldend als kennisneming door elke bewoner en/of door zijn vertegenwoordiger afgegeven vóór de ondertekening van de huisvestingsovereenkomst en, voor zover mogelijk, vóór de datum waarop de opvang van deze bewoner in het dagcentrum is voorzien. 1.3. Het huishoudelijk reglement vermeldt de naam van de beheerder en het erkenningsnummer van het dagcentrum of het nummer van de voorlopige werkingsmachtiging. 1.4. Het huishoudelijk reglement vermeldt uitsluitend : - de voorwaarden volgens welke de bewoner een beroep kan doen op het verplegende of paramedische personeel van het dagcentrum of van het rustoord of het rust- en verzorgingshuis waarmee het dagcentrum in verbinding staat; - de voorwaarden volgens welke het dagcentrum voor de continuïteit van het toedienen van de geneesmiddelen aan de bewoners zorgt; - de voorwaarden volgens welke wordt samengewerkt met de diensten voor gezins- en bejaardenhulp die zorgen voor de tenlasteneming aan huis met het oog op de continuïteit van deze tenlasteneming; - de vrije keuze van de arts. 1.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het huishoudelijk reglement moet geen bepaling inhouden, waarbij verplichtingen met een commerciële, culturele, ideologische, filosofische of religieuze aard aan de bewoners worden opgelegd. 1.6. Bovendien vermeldt het huishoudelijk reglement : - de naam van de directeur van het rustoord of van het rust- en verzorgingshuis aan wie alle opmerkingen, bezwaren of klachten van de bewoners, van hun familie, hun borg of hun bezoekers medegedeeld kunnen worden, alsmede de aanwezigheidsuren en -plaatsen van de directeur; - het recht voor de bewoners om de bezoekers van hun keuze te ontvangen alsmede de voor deze bezoeken geplande uren; - de vrijheid die de bewoners hebben om het dagcentrum te verlaten en dit met inachtneming van de goede werking van het centrum; - het adres en het telefoonnummer van de dienst van het gewestelijke bestuur waaraan de klachten kunnen worden gericht; - het adres van de burgemeester die bevoegd is om klachten te ontvangen en het telefoonnummer waarop hij kan worden opgebeld. 1.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vermeldt de regels volgens welke de bewoner kan deelnemen aan het leven van het dagcentrum; 1.8. Het huishoudelijk reglement bepaalt uitdrukkelijk de voorwaarden i.v.m. het gebruik en het genot van de gemeenschappelijke lokalen, uitrustingen en diensten van de dagcentra waarover de bewoners kunnen beschikken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vermeldt ook : - de openingsdagen en -uren van het centrum : dit moet minimum 5 dagen per week en dit minimum 7 uur 30 per dag verplicht toegankelijk zijn; - de organisatie van een vervoerdienst voor heen- en terugreis voor de bewoners die het wensen en de voorwaarden van de financiële deelneming van de bewoners in dit vervoer; - de verdeling van een warme maaltijd per dag om 12 uur en de mogelijkheid om de ochtend- en avondmaaltijden te gebruiken; - de dagelijkse organisatie van activiteiten en animatie met het oog op het bevorderen van het behoud of van de terugwinning van de zo grote mogelijke autonomie van de bewoners. 1.9. Een ontvangbewijs geldend als kennisneming gevoegd bij het in punt 3 van deze bijlage bedoelde dossier. 2. Overeenkomst tussen de beheerder en de bewoner 2.1. Een in tweevoud opgemaakte overeenkomst wordt ondertekend tussen de beheerder van het dagcentrum of de directeur en de bewoner en/of zijn vertegenwoordiger; ze moet gedateerd en ondertekend worden door de partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een exemplaar moet aan de bewoner of aan zijn vertegenwoordiger tegen ontvangbewijs worden gestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voor het dagcentrum bestemde exemplaar en het ontvangbewijs moeten bij het in punt 3 van dit hoofdstuk bedoelde individuele dossier gevoegd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke wijziging van deze overeenkomst maakt het voorwerp uit van een in tweevoud opgemaakt aanhangsel dat ook gedateerd en ondertekend is, en bij de overeenkomst gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenkomst moet de volgende punten omvatten : 2.1.1. de algemene en bijzondere opvangvoorwaarden; 2.1.2. de dagelijkse opvangprijs en de diensten die worden gedekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De met de toelage waarvan sprake in artikel 33 van het besluit verhoogde dagelijkse opvangprijs mag in geen geval hoger zijn dan de laagste basishuisvestingsprijs die opgeëist wordt door het rustoord of het rust- en verzorgingshuis waarin het dagcentrum gevestigd is of waarmee het in verbinding staat. 2.1.3. De voorwaarden van de aanpassing van de opvangprijs, overeenkomstig de in hoofdstuk 7 van deze bijlage bedoelde normen; 2.1.4. De volledige en precieze opsomming van alle supplementen die in rekening zouden kunnen worden gebracht tegen de bewoner alsmede hun prijs, het middel om ze te berekenen en elke regel waarmee zijn eventuele verhoging kan worden berekend;</p>\n<p class=\"lf-p\">De supplementen die in de in de overeenkomst inbegrepen lijst niet vermeld zijn, zullen niet mogen worden betaald door de bewoner; 2.1.5. De ontbindingsvoorwaarden van de overeenkomst : 2.1.5.1. De overeenkomst wordt voor een onbepaalde duur gesloten, rekening houdende met het feit dat de 30 eerste dagen als proeftijd gelden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het blijkt dat de bewoner minder dan 5 dagen per maand aanwezig is in het dagcentrum kan de overeenkomst ontbonden worden. 2.1.5.2. Tijdens deze proefperiode mogen beide partijen de overeenkomst ontbinden met inachtneming van een opzeggingstermijn van zeven dagen; 2.1.5.3. Na deze proefperiode mag de overeenkomst ontbonden worden mits een vooropzeg die niet korter dan dertig dagen mag zijn in geval van ontbinding door de beheerder en vijftien dagen in geval van ontbinding door de bewoner; 2.1.5.4. De ontbinding geschiedt schriftelijk, hetzij bij ter post aangetekende brief, hetzij tegen ontvangbewijs twee werkdagen vóór de aanvang van de hierboven vermelde termijn; 2.1.6. De vermelding volgens welke elk geschil betreffende de uitvoering van de overeenkomst tot bevoegdheid van de burgerlijke rechtbanken behoort. 2.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke met de bovenvermelde voorschriften strijdige bepaling wordt geacht nietig te zijn. 3. Individueel dossier van de bewoner 3.1. Een individueel dossier wordt opgemaakt bij de opvang van elke bewoner; dit dossier moet voortdurend bijgehouden worden. 3.1.1. De verzameling van de in dit dossier vermelde gegevens en hun behandeling wordt verricht overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. 3.1.2. De door de Regering aangewezen ambtenaren mogen dit dossier permanent raadplegen. 3.1.3. Een lijst van de personeelsleden die overeenkomstig artikel 16, § 1, 4°, van bovenvermelde wet dit dossier mogen raadplegen, wordt bijgehouden. 3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit dossier vermeldt in zijn inhoud met name : 3.2.1. De volledige identiteit van de bewoner (naam, voornamen, geboorteplaats en -datum, burgerlijke stand, nationaliteit, adres); 3.2.2. De naam, het adres en het telefoonnummer van de eventuele vertegenwoordiger van de bewoner; 3.2.3. De naam van de door de bewoner gekozen behandelend geneesheer, zijn adres en zijn telefoonnummer alsmede alle bepalingen in geval van afwezigheid van deze laatste en de eventueel gewenste ziekenhuisinstelling; 3.2.4. De naam, het adres en het telefoonnummer van de in noodgeval op te bellen persoon; 3.2.5. De godsdienst en/of de filosofische mening van de bewoner als hij het wenst; 3.2.6. De inlichtingen betreffende de betaling (door de bewoner of zijn vertegenwoordiger, in voorkomend geval door het OCMW) van de opvangprijs; 3.2.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inlichtingen betreffende het ziekenfonds (naam, adres, categorie, inschrijvingsnummer); 3.2.8. Het exemplaar van het huishoudelijk reglement en van de wijzigingen ervan en het ontvangstbewijs waarvan sprake in punt 1.10. van deze bijlage; 3.2.9. Het voor het rustoord bestemde exemplaar van de overeenkomst en de aanhangsels ervan die bedoeld zijn in punt 2.1. van deze bijlage; 3.2.10. De naam, het adres en het telefoonnummer van de verpleegkundige en paramedische hulpverleners van het rustoord of van het rust- en verzorgingshuis of die aangewezen zijn door de bewoner en die zorgen zouden kunnen verstrekken aan de bewoner gedurende zijn verblijf in het dagcentrum; 3.2.11. De naam, het adres en het telefoonnummer van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp waarvan sprake in punt 1.4., derde streepje, van deze bijlage. 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mededelingenbord 4.1. In het onthaallokaal van het dagcentrum is er een mededelingenbord met de informatie over de volgende punten : - de naam van de beheerder en, als het om een rechtspersoon gaat, zijn rechtsvorm; - de naam van de directeur van de inrichting en zijn gewone aanwezigheidsuren in het rustoord of in het rust- en verzorgingshuis waarvan het dagcentrum afhangt, alsmede de naam van zijn vervanger in geval van afwezigheid; - het nummer van de erkenning van het dagcentrum en elke inlichting betreffende zijn erkenning of voorlopige werkingsmachtiging en, in voorkomend geval, elke inlichting een schorsing, een intrekking of een weigering van erkenning of voorlopige werkingsmachtiging alsmede een sluiting; - het adres en de telefoonnummers van het bevoegde gewestelijke bestuur en van de Burgemeester; - de menu van de lopende week en van de volgende week; - de bezoekuren; - de activiteiten en animaties die door de inrichting worden georganiseerd en waaraan de bewoners kunnen deelnemen. 4.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeur van het rustoord zal elke nodige maatregel treffen opdat dit bord leesbaar en voor alle toegankelijk zou zijn. 4.3. Het aanplakken wordt verzekerd in de specifieke lokalen van het dagcentrum zelfs als dit wordt georganiseerd in de lokalen van een rustoord of een rust- en verzorgingshuis. HOOFDSTUK 3. - Normen betreffende de hygiëne, de voeding en de gezondheidszorgen 5. Hygiëne 5.1. De algemene diensten, met name de keuken en de wasserij, zijn zo ingericht dat ze door hun geur, damp of geluid niet hinderen. 5.2. De overeenkomstig het huishoudelijk reglement behoorlijk toegelaten dieren mogen in geen geval toegang hebben tot de keukens, de lokalen waar voedingsmiddelen worden bewaard, de woonkamer, de verzorgingslokalen en de lokalen voor de voorbereiding van geneesmiddelen. 5.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vaste afvalstoffen worden geloosd in hermetisch vuilniszakken met inachtneming van de reglementering over de afvalstoffen. 5.4. Het gebruik van de kamerstoelen is in het dagcentrum verboden. 5.5. Het beddegoed van de rustzaal wordt in een staat van bestendige netheid gehouden en in ieder geval vervangen telkens als de bedden door een verschillende bewoner bezet worden en telkens als het nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vuile was wordt geplaatst in hermetische bakken en dagelijks afgevoerd. 5.6. Drinkbaar water moet in alle lokalen van het dagcentrum beschikbaar zijn. 5.7. De baden en douches moeten indien nodig dagelijks kunnen worden gebruikt door de bewoners. 5.8. De nodige hulp wordt verstrekt aan de personen die onbekwaam zijn zich alleen te wassen. 5.9. De directeur moet ervoor zorgen dat geen bejaarde bij gebrek aan zorgen en netheid de andere bewoners misselijk maakt. 6. Voeding 6.1. De bewoners krijgen minstens één volledige warme maaltijd per dag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voeding is gezond en gevarieerd; ze is aangepast aan de toestand van de bejaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De door de behandelend geneesheer voorgeschreven diëten worden nageleefd. 6.2. De voorbereiding van de maaltijden en de verdeling ervan worden verricht volgens de striktste hygiëneregels overeenkomstig de bepalingen van wet van 24 januari 1977Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/2023 numac 2023040887 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten en van de desbetreffende besluiten, met name het koninklijk besluit van 7 februari 1997 inzake de algemene voedingsmiddelenhygiëne. 6.3. De menu's van de maaltijden worden minstens één week op voorhand medegedeeld aan de bewoners, met name op het mededelingenbord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een register met ten minste de lijst van de menu's van de afgelopen maand wordt bijgehouden. Dit register moet voortdurend kunnen worden geraadpleegd door de afgevaardigden van het bestuur. 6.4. Een register vermeldt dagelijks de aan de bewoners gediende maaltijden met melding van de naam van de begunstigde. 6.5. De nodige hulp wordt verstrekt aan de personen die moeilijkheden ondervinden om alleen te eten of te drinken. 7. Gezondheidszorgen en oproepregister 7.1. Een individueel medisch dossier wordt opgemaakt voor elke bewoner. Dit dossier omvat de voor de continuïteit van de zorgen nodige elementen, de medische, verpleegkundige en paramedische richtlijnen en dagelijks de vermelding van de in het kader van het dagcentrum verstrekte zorgen, de opmerkingen van het personeel dat deze richtlijnen heeft uitgevoerd, alsmede de kennisgeving ervan aan de door de bewoner gekozen hulpverleners. 7.1.1. De verzameling van de erin vermelde gegevens en de behandeling ervan worden overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens verricht. 7.1.2. Het medische dossier wordt gedurende minstens twee jaar na het weggaan of het overlijden van de bewoner in het dagcentrum gehouden.</p></div>", "next": 239227}