{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Art. V.11. Artikel 48 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Art. 48.De Katholieke Hogeschool Mechelen kan in de vestigingen Mechelen en Sint-Katelijne-Waver opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Architectuur, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend : 5° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor : a) in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;b) binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend.».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.12. In artikel 58, § 2, 4°, van hetzelfde decreet, ingevoerd bij artikel 29 van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten8, worden de woorden « doctoraatsopleidingen en » opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.13. Artikel 59ter van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Art. 59ter.§ 1. Zowel in de in artikel 57bis, § 2, bedoelde gepubliceerde externe beoordeling als in het accreditatierapport en accreditatiebesluit wordt in voorkomend geval melding gemaakt van de opleidingsvarianten die op het tijdstip van de visitatie bestonden : 1° de onderscheiden vestigingen waar de opleiding aangeboden wordt;2° de onderscheiden afstudeerrichtingen van de opleiding, met uitzondering van de als afstudeerrichting georganiseerde specifieke lerarenopleiding(en);3° de onderscheiden talen waarin de opleiding aangeboden wordt als vermeld in artikel 91, § 2;4° het studietraject voor werkstudenten, als vermeld in artikel 2, 22°, c), van het decreet van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten5 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen;5° de onderscheiden programma's binnen de opleiding, indien deze leiden tot onderscheiden vormen van diplomering, te weten diplomering door één instelling, bidiplomering of gezamenlijke diplomering;6° de onderscheiden programma's binnen de opleiding, indien deze georganiseerd worden door onderscheiden instellingsbesturen. § 2. De in artikel 57bis, § 2, bedoelde gepubliceerde externe beoordeling bevat een beoordeling van elk van in § 1 vermelde varianten. § 3. Indien de in artikel 57bis, § 2, bedoelde gepubliceerde externe beoordeling negatief is enkel en alleen op grond van het feit dat bij één of meerdere van de in § 1 vermelde opleidingsvarianten onvoldoende generieke kwaliteitswaarborgen aanwezig zijn, kan het instellingsbestuur deze variant of varianten uitdrukkelijk uit de accreditatieaanvraag uitsluiten. § 4. Indien het Accreditatieorgaan de accreditatie van de betrokken opleiding verleent : 1° wordt in het accreditatiebesluit melding gemaakt van de uitsluiting van de betrokken variant of varianten;2° verliest het instellingsbestuur, totdat een nieuw en positief accreditatiebesluit wordt verkregen, de bevoegdheid om de uitgesloten variant of varianten aan te bieden.».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.14. In artikel 60, § 2, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, worden de woorden « voor minder dan zes jaar of » opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.15. In artikel 60ter, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten3, worden de woorden « afstudeerrichtingen en/of vestigingsplaatsen » vervangen door de woorden « opleidingsvarianten, zoals bedoeld in artikel 59ter van dit decreet ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.16. In hetzelfde decreet wordt artikel 60octies, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.17. In hetzelfde decreet wordt in artikel 63bis, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, de tweede alinea opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.18. Artikel 63sexies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 63sexies.De Vlaamse Regering neemt vóór 1 december van het jaar waarin de aanvraag werd ingediend een besluit betreffende de uitbreiding van de studieomvang, dit op basis van het advies van de Erkenningscommissie en het ingediende dossier. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.19. Artikel 63septies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 63septies.§ 1. De Vlaamse Regering kan de studieomvang van bachelor- of masteropleidingen verminderen of uitbreiden na advies van de Erkenningscommissie om op die manier de bij of krachtens de wet, het decreet of de Europese richtlijnen vastgelegde voorwaarden of richtlijnen met betrekking tot de studieomvang te realiseren. § 2. Hogescholen en universiteiten kunnen bij de Vlaamse Regering een aanvraag indienen tot vermindering van de studieomvang van een bestaande masteropleiding. De aanvraag wordt gezamenlijk ingediend door alle instellingen die de betrokken opleiding aanbieden. Zij dienen deze aanvraag in uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het academiejaar waarin de instelling de opleiding met verminderde studieduur op zijn vroegst wil aanbieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering neemt vóór 1 december van het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend een besluit inzake de vermindering van de studieomvang, dit op basis van het advies van de Erkenningscommissie en op basis van het ingediende dossier. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.20. In titel I, hoofdstuk III, afdeling 2, van hetzelfde decreet wordt een « Onderafdeling 3ter. Herschikkingen in het opleidingsaanbod », bestaande uit artikel 63novies tot en met 63ter decies, ingevoegd, die luidt als volgt : « Onderafdeling 3ter. Herschikkingen in het opleidingsaanbod Art. 63novies.Onder herschikkingen van het opleidingsaanbod worden begrepen : 1° het omvormen van bachelor- of masteropleidingen tot een gezamenlijk georganiseerde opleiding, zoals bedoeld in artikel 24bis, 24quater, en 86 van dit decreet;2° het omvormen van een bachelor- of masteropleiding tot een gezamenlijk georganiseerde opleiding, waarbij de toetredende instelling de bachelor of masteropleiding op het ogenblik van omvorming niet aanbiedt, zoals bedoeld in artikel 63decies;3° het samenvoegen van twee of meerdere bacheloropleidingen of twee of meerdere masteropleidingen binnen een hogeschool of universiteit, zoals bedoeld in artikel 63undecies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 63decies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Als een bestaande bachelor- of masteropleiding aangeboden door een hogeschool of universiteit, omgevormd wordt tot een gezamenlijk georganiseerde opleiding conform de bepalingen van artikel 86 van dit decreet, dan wordt deze opleiding niet beschouwd als een nieuwe opleiding in hoofde van de toetredende instellingen. De betrokken hogescholen of universiteiten moeten de onderwijsbevoegdheid hebben om de desbetreffende graden binnen de geografische omschrijving te verlenen. § 2. Voorafgaand aan de organisatie van de gezamenlijke opleiding, moeten de associaties waarvan een partner de desbetreffende onderwijsbevoegheid heeft en de desbetreffende graden mag verlenen in een vestiging in de provincie waarin de toetredende instelling de geografische bevoegdheid heeft om de opleiding aan te bieden en de desbetreffende graden te verlenen, hun akkoord verlenen Voor de toepassing van het eerste lid worden het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de provincie Vlaams-Brabant gezamenlijk als één provincie beschouwd. § 3. Wanneer een van de deelnemende hogescholen of universiteiten niet langer wenst te participeren aan de gezamenlijk georganiseerde opleiding, dan kan een hogeschool of universiteit de desbetreffende opleiding niet organiseren als afzonderlijke opleiding in het geval deze hogeschool of universiteit de opleiding niet organiseerde op het ogenblik van de start van de gezamenlijke opleiding. § 4. De betrokken universiteiten of hogescholen delen voor 1 mei aan de Vlaamse Regering de opleidingen die ze conform § 1 van dit artikel in het volgende academiejaar gezamenlijk willen organiseren, mee. Bij deze mededeling wordt het akkoord van de associaties, zoals bedoeld in § 2 van dit artikel gevoegd. De hogeschool of universiteit die niet langer wenst te participeren aan de gezamenlijk georganiseerde opleiding deelt dit mee aan de Vlaamse Regering voor 1 mei voorafgaand aan het academiejaar waarin de participatie wordt stopgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 63undecies.Als een hogeschool of universiteit twee of meerdere bacheloropleidingen of twee of meerdere masteropleidingen wil samenvoegen tot respectievelijk één bachelor- of masteropleiding, dan wordt deze opleiding niet beschouwd als nieuwe opleiding indien voldaan is aan één van de volgende voorwaarden : 1° de samenvoeging van opleidingen maakt deel uit van de uitvoering van een goedgekeurd rationalisatieplan, ingediend tegen 30 juni 2009, zoals bedoeld in de artikelen 51, 52 en 53 van het decreet van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten5 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen;2° de Erkenningscommissie heeft een positief oordeel uitgebracht over de samenvoeging van opleidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 63duodecies.§ 1. De instellingsbesturen die een gezamenlijk georganiseerde opleiding conform artikel 63decies wensen te organiseren dienen uiterlijk op 1 november een dossier in bij de Erkenningscommissie voor de opleiding die de instelling het daaropvolgend academiejaar wenst te organiseren. De Erkenningscommissie beoordeelt of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden vastgelegd in artikel 63decies, § 1 en § 2. § 2. Voor de samenvoeging van twee of meerdere bacheloropleidingen of twee of meerdere masteropleidingen tot één bacheloropleiding of masteropleiding, zoals bedoeld in artikel 63undecies dient het instellingsbestuur uiterlijk op 1 november een aanvraag in bij de Erkenningscommissie voor de samengevoegde opleiding die de instelling het daaropvolgend academiejaar wenst te organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Erkenningscommissie brengt een oordeel uit op basis van de volgende criteria : 1° de doelstellingen en beoogde leerresultaten van de samengevoegde opleiding verschillen niet substantieel van de oorspronkelijke opleidingen;2° de samenhang (transparantie) van de benamingen blijft bewaard;3° de taalvereisten voor de opleidingen, bepaald in artikel 91, worden nageleefd. § 3. De Erkenningscommissie bepaalt de vorm en de inhoud van het dossier dat bij de aanvragen, bedoeld in § 1 en § 2 moet worden gevoegd. De Erkenningscommissie brengt haar oordeel over de ingediende aanvragen uiterlijk op 1 december van hetzelfde kalenderjaar uit. Ze bezorgt haar oordeel aan het instellingsbestuur, aan de instantie die belast is met de opmaak van het Hoger Onderwijsregister en aan het Departement Onderwijs en Vorming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een negatief oordeel van de Erkenningscommissie, of als het oordeel niet tijdig wordt verstrekt, kan het instellingsbestuur binnen een vervaltermijn van vijftien kalenderdagen een tweede aanvraag indienen bij de Vlaamse Regering. De termijn voor de tweede aanvraag gaat in : 1° de dag na de datum van ontvangst van het negatieve oordeel;2° de dag waarop de beoordelingstermijn voor de Erkenningscommissie is verstreken. In het geval de instelling een tweede aanvraag indient, deelt de Vlaamse Regering haar beslissing aan het instellingsbestuur mee binnen een termijn van dertig kalenderdagen, die ingaat de dag na de datum van ontvangst van de tweede aanvraag. Als de beslissing van de Vlaamse Regering niet wordt meegedeeld binnen die termijn van dertig kalenderdagen, wordt het voorstel van het instellingsbestuur geacht positief beoordeeld te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 63ter decies. § 1. In het geval dat de aanvangsdatum van de accreditatietermijn van de opleidingen die een instelling wenst samen te voegen tot één opleiding, zoals bedoeld in artikel 63undecies, verschillend is, dan legt het Accreditatieorgaan de aanvangsdatum van de accreditatietermijn vast van de samengevoegde opleiding, met dien verstande dat deze aanvangsdatum niet meer dan twee jaar verschilt van de aanvangsdatum van de accreditatietermijn van al de opleidingen die worden samengevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval dat de accreditatietermijn van de opleidingen die omgevormd worden tot een gezamenlijke opleiding, zoals bedoeld in artikel 63novies, 1°, verschillend is, dan kan het Accreditatieorgaan op vraag van de participerende instellingen de aanvangsdatum van de accreditatietermijn op dezelfde datum brengen, met dien verstande dat deze nieuwe aanvangsdatum niet meer dan twee jaar verschilt van de aanvangsdatum van de accreditatietermijn van de participerende opleidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Accreditatieorgaan neemt deze beslissing na overleg met het evaluatieorgaan dat instaat voor de coördinatie van de visitaties, waarbij de gelijktijdige en geclusterde organisatie van externe beoordelingen, vermeld in artikel 93, § 2, nagestreefd wordt. § 2. In het geval dat bij een gezamenlijk georganiseerde opleiding, zoals bedoeld in artikel 63novies, 1°, één of meer participerende opleidingen een tijdelijke erkenning heeft, dan vragen de instellingsbesturen gezamenlijk de accreditatie aan voor de opleiding met de tijdelijke erkenning volgens de verkorte procedure vermeld in artikel 60ter van dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval dat minstens één van de opleidingen die een instelling wenst samen te voegen tot één opleiding, zoals bedoeld in artikel 63undecies, een tijdelijk erkenning heeft, dan vraagt het instellingsbestuur voor de samengevoegde opleiding de accreditatie aan volgens de verkorte procedure vermeld in artikel 60ter van dit decreet. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.21. In artikel 64 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2, 1), b), wordt het woord « afstudeerrichtingen » vervangen door de woorden « opleidingsvarianten, zoals bedoeld in artikel 59ter van dit decreet »;2° in § 4, eerste lid, worden de woorden « uiterlijk op 1 april » vervangen door de woorden « uiterlijk op 1 november »;3° in § 4, tweede lid, worden de woorden « uiterlijk op 1 mei » vervangen door de woorden « uiterlijk op 1 december ». Art. V.22. In hetzelfde decreet wordt een artikel 85bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 85bis.De instellingen zijn ertoe gemachtigd om een attest uit te reiken ter vervanging van een verloren diploma aan de houders van het diploma. Het attest vermeldt de benaming van de eertijds toegekende graad en de datum van uitreiking van het diploma. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.23. In artikel 91 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 3, worden de woorden « om masteropleidingen van Erasmus Mundus » vervangen door de woorden « om masteropleidingen die werden geselecteerd overeenkomstig de bepalingen van een Europees financieringsprogramma ter bevordering van de internationale samenwerking in het hoger onderwijs en waarbinnen multi- of gezamenlijke diplomering wordt vooropgesteld »;2° § 6 wordt vervangen door wat volgt : « § 6.Het instellingsbestuur geeft rekenschap over zijn beleid inzake het gebruik van een andere onderwijstaal dan het Nederlands in het jaarverslag dat het jaarlijks, conform artikel 57 van het decreet van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten5 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen, aan de Vlaamse Regering moet bezorgen. De Vlaamse Regering rapporteert hierover jaarlijks aan het Vlaams Parlement. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.24. In artikel 95bis/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten5 en gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « De masteropleidingen die als masteropleidingen worden geselecteerd overeenkomstig de bepalingen van een Europees financieringsprogramma ter bevordering van de internationale samenwerking in het hoger onderwijs en waarbinnen multi- of gezamenlijke diplomering wordt vooropgesteld, worden niet beschouwd als nieuwe opleidingen zoals bedoeld in artikel 60septies. ». Afdeling IV. - Flexibilisering hoger onderwijs Art. V.25. In artikel 5 van het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten5 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt : « Bij de vaststelling van het opleidingsprogramma leeft het instellingsbestuur de bij of krachtens de wet, het decreet of de Europese richtlijnen vastgelegde voorwaarden na die de toegang tot bepaalde ambten of beroepen reguleren.»; 2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De Vlaamse Regering kan bij besluit nadere regels vastleggen voor de toepassing van deze bepalingen.».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.26. In artikel 5bis van hetzelfde decreet wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De in het tweede lid vermelde opmaak van domeinspecifieke leerresultaten geldt niet voor de graad van doctor. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.27. Artikel 51, § 1, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Art. 51.§ 1. Indien het instellingsbestuur op grond van een of meer bewijzen van bekwaamheid of van eerder verworven kwalificaties vaststelt dat een persoon, die nog niet in het bezit is van de kwalificatie van de opleiding in kwestie, zich de domeinspecifieke leerresultaten van een opleiding, zoals bedoeld in afdeling III van hoofdstuk IV van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur, eigen heeft gemaakt, reikt het instellingsbestuur aan deze persoon het diploma van de betrokken opleiding uit zonder dat een inschrijving voor de betrokken opleiding vereist is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het instellingsbestuur niet overgaat tot het uitreiken van het betrokken diploma doch het volgen van bijkomende opleidingsonderdelen, of delen ervan, voorschrijft, geldt een bijzondere motiveringsplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het instellingsbestuur dient in dat geval een substantieel verschil aan te tonen tussen de door het of de bewijzen van bekwaamheid gevalideerde competenties en de leerresultaten die blijken uit de eerder verworven kwalificaties en de domeinspecifieke leerresultaten van de opleiding. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.28. In artikel 56, § 4, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten5, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « Een hogeschool of universiteit kan aan een student een bijkomend studiegeld vragen voor de studiepunten waarvoor de student op het ogenblik van de inschrijving geen toereikend leerkrediet heeft. Dit bijkomend inschrijvingsgeld kan ten hoogste 10 euro per studiepunt bedragen. ». Afdeling V. - Studiefinanciering en de studentenvoorzieningen in het hoger onderwijs Art. V.29. In artikel 79 van het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten5 betreffende de studiefinanciering en de studentenvoorzieningen in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd door het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt in § 1, het punt 1°, vervangen door wat volgt : « 1° categorie 1 bestaat uit : - beursstudenten, zoals gedefinieerd in artikel 2, 3°, van het decreet van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten5 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten; - beurstariefstudenten, zoals gedefinieerd in artikel 2, 5°, van het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten5 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen; - bijna-beursstudenten, zoals gedefinieerd in artikel 2, 7°, van het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten5 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen. De Vlaamse Regering kan het bedrag van 1.240 euro, zoals vermeld in artikel 2, 7°, verhogen tot maximum 5.000 euro; ». Afdeling VI. - Rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs Art. V.30. Artikel VII.1 van het decreet van 19 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten3 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen wordt vervangen door wat volgt : Art. VII.1. § 1. De Vlaamse Regering brengt de bepalingen van dit decreet en van de volgende wetten en decreten onder in een codificatie : 1° het decreet van 21 december 1976 houdende organisatie van de Vlaamse interuniversitaire samenwerking;2° het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap;3° het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap;4° het decreet van 22 februari 1995 betreffende de wetenschappelijke of maatschappelijke dienstverlening door de universiteiten of de hogescholen en betreffende de relaties van de universiteiten en de hogescholen met andere rechtspersonen;5° het decreet van 7 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad;6° het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening sluiten betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening;7° het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten1 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen;8° het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten5 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen;9° het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten5 betreffende de studiefinanciering en studentenvoorzieningen in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap;10° het decreet van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten5 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen. De regering neemt daarbij de wijzigingen in acht die in de bedoelde decreten uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn of worden aangebracht tot op het tijdstip van de codificatie. § 2. In functie van de opdracht tot codificatie kan de regering : 1° de volgorde en de nummering van de te codificeren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;2° de verwijzingen die voorkomen in de te codificeren bepalingen met de nieuwe nummering overeenbrengen;3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te codificeren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen teneinde eenheid in de terminologie te brengen, de bepalingen onderling te doen overeenstemmen en ze in overeenstemming te brengen met de actuele stand van de regelgeving;4° in de bepalingen die niet in de codificatie worden opgenomen, de verwijzingen naar de gecodificeerde bepalingen aanpassen. § 3. De codificatie draagt het volgende opschrift : codificatie van de decretale bepalingen betreffende het hoger onderwijs. ». Afdeling VII. - Financiering hoger onderwijs Art. V.31. In artikel 46, § 1, van het decreet van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten5 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen worden tussen de woorden « een hogeschool of universiteit » en « een eenmalig individueel leerkrediet » de woorden « , ongeacht of het gaat om een diploma-, een credit- of een examencontract, » ingevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.32. Aan artikel 47 van hetzelfde decreet wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3. Een student die meent zich te bevinden in een overmachtsituatie, waardoor hij niet kan of kon deelnemen aan alle of een gedeelte van de examens voor de opleidingsonderdelen waarvoor hij in een academiejaar studiepunten opgenomen heeft, en waardoor hij meent in aanmerking te komen voor een wijziging van de stand van zijn leerkrediet, moet in eerste instantie een beroep doen op de maatregelen die voorzien zijn in de examenregeling van zijn instelling in uitvoering van artikel 78, 11°, van het Structuurdecreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de instelling tot het besluit komt dat het onmogelijk is om tot een regeling te komen die niet bij voorbaat tot een verlies van leerkrediet leidt, dan maakt de instelling op verzoek van de student haar besluit, met de nodige overtuigingsstukken, binnen een termijn van 15 kalenderdagen, over aan de Vlaamse Regering. Deze termijn gaat in op de dag na deze waarop de instelling tot haar besluit is gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering neemt binnen een ordetermijn van 30 kalenderdagen na de dag van ontvangst van het besluit een beslissing over het dossier. Als de Vlaamse Regering concludeert dat de student zich inderdaad in een situatie van overmacht bevond en het in het tweede lid bedoelde besluit van de instelling geheel of gedeeltelijk gegrond is, beslist de Vlaamse Regering om de studiepunten verbonden aan de opleidingsonderdelen waarvoor geen gepaste regeling mogelijk blijkt, opnieuw toe te voegen aan het leerkrediet van de student.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instelling kan in geen enkel geval eigenmachtig en zonder beslissing van de Vlaamse Regering de stand van het leerkrediet van een student wijzigen omwille van een overmachtsituatie. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.33.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 49 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Art. 49.Bij het behalen van een diploma voor een initiële masteropleiding wordt het individuele leerkrediet van de student verminderd met 140 studiepunten. Bij een positief saldo kan de student het resterende leerkrediet opnieuw aanwenden voor een inschrijving in een initiële bachelor- of masteropleiding. Als het saldo van het resterende leerkrediet minder dan 60 studiepunten bedraagt, kan de student zijn leerkrediet eenmalig opnieuw opbouwen tot maximaal 60 studiepunten. Vanaf het academiejaar dat volgt op het academiejaar waarin hij zijn masterdiploma behaald heeft, worden elk academiejaar 10 studiepunten toegevoegd aan het individuele leerkrediet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met behoud van de toepassing van de bepalingen van de derde en vierde volzin, krijgt een student onder diplomacontract bij de start van het academiejaar dat volgt op het academiejaar waarin hij zijn masterdiploma heeft behaald, eenmalig en bij wijze van overgangsmaatregel het verschil tussen 60 en het aantal opgenomen studiepunten in een opleiding bedoeld in artikel 46, § 1, 1°, waarvoor hij vanaf het academiejaar 2008-2009 een inschrijving heeft genomen, extra bij het saldo van het leerkrediet. Deze regeling geldt voor zover de student al in het academiejaar 2007-2008 in de desbetreffende masteropleiding ingeschreven was en op voorwaarde dat hij vanaf het academiejaar 2008-2009 het initiële masterdiploma behaalt en vanaf datzelfde academiejaar minder dan 60 studiepunten heeft opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het individueel leerkrediet van een student die nog geen masterdiploma behaald heeft en geen inschrijvingen meer heeft in het hoger onderwijs, zoals bedoeld in artikel 46, § 1, minder dan 60 studiepunten bedraagt, kan hij in het kader van levenslang leren zijn leerkrediet eenmalig opnieuw opbouwen tot maximaal 60 studiepunten behalve indien zijn leerkrediet al eerder aangevuld is geweest in toepassing van het derde lid. Vanaf het academiejaar waarin hij geen inschrijvingen meer heeft in het hoger onderwijs zoals bedoeld in artikel 46, § 1, worden daartoe elk academiejaar 10 studiepunten toegevoegd aan het individuele leerkrediet. Het aldus opgebouwde leerkrediet kan opnieuw aangewend worden voor een inschrijving in een initiële bachelor- of masteropleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een student die een diploma behaald heeft in het hoger beroepsonderwijs, op het moment van herinschrijving in het hoger onderwijs, een leerkrediet heeft dat minder dan 60 studiepunten bedraagt, dan wordt het leerkrediet van de betreffende student aangevuld tot 60 studiepunten behalve indien de student al een masterdiploma heeft behaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van een opnieuw opgebouwd leerkrediet met toepassing van de bepalingen in dit artikel worden de eerste 60 verworven studiepunten niet dubbel aangerekend. ». Afdeling VIII. - Kwalificatiestructuur Art. V.34. In artikel 17 van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten8 betreffende de kwalificatiestructuur worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden « en die voor de graad van doctor worden opgenomen als kwalificaties van niveau acht » opgeheven;2° er wordt een nieuw lid toegevoegd dat luidt als volgt : « Voor de graad van doctor wordt de niveaudescriptor van artikel 58, § 2, 4°, van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten1 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen opgenomen als kwalificatie van niveau acht.».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.35. In artikel 51 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « 2012-2013 » worden vervangen door de woorden « 2017-2018 »;2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « In de in het eerste lid bedoelde overgangsperiode zorgen de instellingen ervoor dat de beschrijvingen van de domeinspecifieke leerresultaten van de opleidingen waarvan de accreditatieperiode eindigt op het einde van het academisch jaar 2013-2014 en volgende, uitgewerkt en gevalideerd zijn vóór dat het zelfevaluatierapport van die opleidingen, dat opgesteld wordt in het kader van de externe kwaliteitszorg en visitatiecyclus, gereed moet zijn.». Afdeling IX. - Onderwijsdecreet XIX Art. V.36. Aan artikel V.67 van het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0 betreffende het onderwijs XIX wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° artikel V.44 dat voor wat betreft de nieuwe initiële bacheloropleidingen uitwerking heeft met ingang van 1 september 2007. ». Afdeling X. - Inwerkingtreding Art. V.37. De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking op 1 september 2010, met uitzondering van : 1° artikel V.6 dat uitwerking heeft met ingang van 1 november 1996; 2° artikel V.31, V.33 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2008; 3° artikel V.13, V.15, V.16, V.20, V.21, 1°, V.36 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2009; 4° artikel V.17, V.18, V.19 die in werking treden op 1 juni 2010; 5° artikel V.23, 2°, dat in werking treedt op 1 januari 2011; 6° artikel V.8 dat in werking treedt op een door de Vlaams Regering nader te bepalendatum; 7° artikel V.10, V.11 die in werking treden met ingang van het academiejaar 2010-2011. HOOFDSTUK VI. - Studiefinanciering Art. VI.1. In artikel 5 van het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten2 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008 en 8 mei 2009, worden de bepalingen onder 16°/1 en 43°/1 ingevoegd, die luiden als volgt : « 16°/1 hoger onderwijs : een van volgende opleidingen : a) een bacheloropleiding en een masteropleiding, zoals bepaald in artikel 12 van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten1 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen;b) een specifieke lerarenopleiding;c) een voorbereidingsprogramma dat al dan niet gevolgd wordt in voorbereiding op het volgen van een voortgezette opleiding;d) een schakelprogramma;e) het hoger beroepsonderwijs, met uitzondering van de opleiding vermeld in artikel 4, § 3, derde lid, van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten8 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs; 43°/1 voortgezette opleiding : een bachelor-na-bacheloropleiding, een master-na-masteropleiding, een doctoraat, een doctoraatsopleiding of een postgraduaatsopleiding; ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.2. In artikel 15 van hetzelfde decreet wordt in § 2 na de woorden « vormingsprogramma's die », de woorden « door de Vlaamse Regering » geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.3. In artikel 19 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt het eerste lid aangevuld met de woorden « , en bovendien hetzij de onderwijsinstelling, hetzij de studierichting of opleiding erkend is door de bevoegde overheid in de gemeenschap of het land in kwestie ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.4. In artikel 25 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten6, worden de woorden « of een voorbereidingsprogramma dat gevolgd wordt in voorbereiding op het volgen van een voortgezette opleiding » ingevoegd tussen de woorden « voor het volgen van een voortgezette opleiding »en de woorden « waarvoor overeenkomstig artikel 21, § 1, geen studietoelage gegeven kan worden ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.5. Artikel 29 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Art. 29.Bij horizontale mobiliteit kunnen studenten zowel binnen als buiten de Europese Hogeronderwijsruimte in aanmerking komen voor een studietoelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij verticale mobiliteit kunnen studenten enkel binnen de Europese Hogeronderwijsruimte in aanmerking komen voor een studietoelage. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.6. In artikel 30 van hetzelfde decreet wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. In afwijking van artikel 29 komt de student die in het kader van verticale mobiliteit studies wenst te volgen buiten de Europese Hogeronderwijsruimte, in aanmerking voor studiefinanciering na goedkeuring door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering neemt haar beslissing op basis van de volgende aanvullende cumulatieve criteria : 1° voor de te volgen opleiding bestaat geen gelijkwaardige opleiding tussen de volgens de bepalingen van het Structuurdecreet geaccrediteerde, als nieuw erkende of tijdelijk erkende opleidingen. Hierbij wint de Vlaamse Regering het advies in van het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming; 2° de opleiding en de organiserende instelling draagt bij aan de verdere uitbouw van de wetenschappelijke discipline.Hierbij wint de Vlaamse Regering het advies in van de erkenningscommissie, vermeld in artikel 9 van het Structuurdecreet. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.7. In artikel 42 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt § 3 vervangen, door wat volgt : « § 3. Voor elke persoon van wie het referentie-inkomen in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de toelage, evenals voor elke persoon bedoeld in § 1, 1° of 2°, van dit artikel, wordt er een punt toegekend indien deze personen aan een erkende instelling tijdens het school- of academiejaar in kwestie hoger onderwijs, een bachelor-na-bachelor-opleiding of een master-na-masteropleiding volgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het totale aantal punten, dat volgt uit de toepassing van het eerste lid, wordt verminderd met één punt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid, bedraagt het totale aantal punten dat volgt uit de toepassing van dit artikel, nooit minder dan nul. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.8. Artikel 49 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten6, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, die luidt als volgt : « § 2. Het uiteindelijke bedrag van de schooltoelage wordt afgerond tot twee cijfers na de komma. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.9. Artikel 54 van hetzelfde decreet wordt vervangen, door wat volgt : « Art. 54.Als een dossier voor de aanvraag van een toelage onvolledig werd ingediend, moeten de door de dienst gevraagde documenten op straffe van afsluiting zonder gevolg uiterlijk 31 december van het kalenderjaar waarin het school- of academiejaar in kwestie eindigt aan de dienst worden bezorgd, tenzij : 1° de in aanmerking te nemen inkomsten nog niet werden nagezien door de Federale Overheidsdienst Financiën;2° een bezwaarschrift of een verzoekschrift tot ambtshalve ontheffing van belasting werd ingediend overeenkomstig artikel 366 tot en met 376 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen, of een vordering voor de rechtbank werd ingeleid;3° het een aanvraag betreft waarin de aanvrager deel uitmaakt van of aangeeft deel uit te maken van de leefeenheid, vermeld in artikel 34, § 1, 3°.In dit geval moeten de door de dienst gevraagde documenten op straffe van uitsluiting zonder gevolg uiterlijk 31 december van het kalenderjaar dat volgt op het einde van het school- of academiejaar in kwestie aan de dienst worden bezorgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van de uitzonderingen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, moeten de door de federale overheidsdienst Financiën in het kader van lid 1, nageziene inkomsten worden overgemaakt aan de dienst uiterlijk zes maanden na het verkrijgen ervan. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.10. Aan boek II, titel V, hoofdstuk III, afdeling II, van hetzelfde decreet wordt een artikel 66/1 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 66/1.In afwijking van artikel 66, behoudt de leerling in het secundair onderwijs die op 30 juni van het schooljaar in kwestie niet langer ingeschreven is zijn toelage, op voorwaarde dat de leerling in de loop van dat schooljaar zijn opleiding reeds voltooid had. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.11. In artikel 68, derde lid, van hetzelfde decreet, wordt het woord « zestig » vervangen door het woord « vijfenveertig ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.12. Artikel VII.8 van het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0 betreffende het onderwijs XIX, wordt opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.13. In artikel VII.9 van het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0 betreffende het onderwijs XIX, wordt de bepaling onder 3° opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.14. De artikelen in dit hoofdstuk treden in werking op 1 september 2010, met uitzondering van : 1° artikel VI.10 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2007; 2° artikel VI.12, VI.13 die in werking treden op 31 augustus 2010. HOOFDSTUK VII. - Rechtspositie onderwijspersoneel Afdeling I. - Rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs Art. VII.1. In artikel 3 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, gewijzigd bij de decreten van 1 december 1998, 18 mei 1999, 14 februari 2003, 10 juli 2003, 15 juli 2005, 7 juli 2006, 15 juni 2007, 13 juli 2007, 4 juli 2008 en 30 april 2009, wordt een punt 36° ingevoegd, dat luidt als volgt : « 36° leraar : leraar in het secundair onderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en in het secundair volwassenenonderwijs en lector in het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding in het volwassenenonderwijs; ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.2. Artikel 17bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 17bis.Een personeelslid voldoet aan de taalvereisten voor de onderwijstaal als zijn aanwerving steunt op een bekwaamheidsbewijs dat behaald is in de onderwijstaal. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.3. In artikel 17ter, § 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « In afwijking van het eerste lid moet een personeelslid dat een taal onderwijst in de opleidingen Arabisch richtgraad 1 en 2, Bulgaars richtgraad 1 en 2, Chinees richtgraad 1 en 2, Fins richtgraad 1 en 2, Grieks richtgraad 1 en 2, Hongaars richtgraad 1 en 2, Japans richtgraad 1 en 2, Pools richtgraad 1 en 2, Russisch richtgraad 1 en 2, Servisch-Kroatisch richtgraad 1 en 2, Tsjechisch richtgraad 1 en 2 en Turks richtgraad 1 en 2 in het studiegebied talen richtgraad 1 en 2 de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.4. Aan artikel 17quater, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Een personeelslid voldoet aan de taalvereisten voor de bestuurstaal als hij in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs dat behaald is in de bestuurstaal aan een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde Nederlandstalige onderwijsinstelling. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.5. Aan artikel 17quinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Een personeelslid voldoet aan de taalvereisten voor de wettelijk of decretaal verplichte tweede taal als zijn aanwerving steunt op een bekwaamheidsbewijs dat behaald is in de wettelijk of decretaal verplichte tweede taal of indien het personeelslid in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs dat vereist is om deze taal te mogen geven in het secundair onderwijs. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.6. In artikel 17sexies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt tussen de woorden « bewijst « en de woorden « de in artikel 17ter » het woord « eveneens » ingevoegd;2° in § 1 wordt punt 3° vervangen door wat volgt : « 3° of aan de hand van een getuigschrift dat het personeelslid heeft behaald bij een examencommissie.De Vlaamse Regering is gemachtigd een examencommissie in te richten of examens te laten organiseren door een of meerdere instellingen van door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs. De Vlaamse Regering is eveneens gemachtigd om een getuigschrift dat voor 1 september 2009 werd behaald via een wettelijk of reglementair bepaalde examencommissie, in te schalen in de niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. »; 3° in § 2 worden de woorden « voor een vaste benoeming » vervangen door de woorden « voor een vaste benoeming of voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur »;4° aan § 2 wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Voor het personeelslid dat tijdens het schooljaar 2009-2010 op basis van een hiervoor vermelde taalafwijking werd aangesteld in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel om een taal te onderwijzen in een opleiding Arabisch richtgraad 1 en 2, Chinees richtgraad 1 en 2, Grieks richtgraad 1 en 2, Japans richtgraad 1 en 2, Pools richtgraad 1 en 2, Russisch richtgraad 1 en 2 of Turks richtgraad 1 en 2 in het studiegebied talen richtgraad 1 en 2, wordt de hiervoor vermelde termijn van 3 jaar met 1 jaar verlengd.».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.7. In artikel 21, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003, 10 juli 2003, 2 april 2004, 15 juli 2005 en 13 juli 2007, wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « Een personeelslid kan slechts voor doorlopende duur worden aangesteld, als dit personeelslid voldoet aan de bepalingen van dit artikel. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.8. In artikel 21bis, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten en gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 14 februari 2003, 10 juli 2003, 2 april 2004, 15 juli 2005 en 13 juli 2007, wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « Een personeelslid kan slechts voor doorlopende duur worden aangesteld, als dit personeelslid voldoet aan de bepalingen van dit artikel. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.9. In artikel 28bis, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten en gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 14 februari 2003, 15 juli 2005 en 15 juni 2007, worden aan het laatste lid de volgende zinnen toegevoegd : « Tijdens de schooljaren 2010-2011 tot en met 2012-2013 worden deze vacante betrekkingen vastgesteld op 15 september voorafgaand aan de datum van vaste benoeming en worden ze elk schooljaar voor 15 oktober openbaar gemaakt. De betrekkingen die tijdens het schooljaar 2009-2010 vacant zijn op 15 april van dat schooljaar komen niet in aanmerking voor vacantverklaring. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.10. Artikel 42bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 42bis.§ 1. Dit artikel is van toepassing op een vastbenoemde directeur die titularis is van een volledige betrekking en die gedurende minstens drie opeenvolgende schooljaren voor zijn volledige betrekking gebruik maakt van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4. § 2. Als een vastbenoemde directeur gebruik maakt van een verlofstelsel zoals vermeld in § 4, dan moet de raad van bestuur vóór de aanvang van dat verlofstelsel aan de vastbenoemde directeur meedelen of hij de volledige betrekking waarvan hij titularis is, in de loop van zijn verlof al dan niet zal vacant verklaren en, desgevallend, na welke tijdsspanne dat zal gebeuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de aanvang van een verlofstelsel wordt zowel de aanvang van de eerste aanvraag van een verlofstelsel als de aanvang van een verlenging bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze mededeling moet schriftelijk gebeuren en minstens voor kennisneming ondertekend worden door de betrokken directeur. Als de betrokken directeur weigert voor kennisname te tekenen, bezorgt de raad van bestuur zijn beslissing aan de directeur met een ter post aangetekende brief die uitwerking heeft vanaf de dag van verzending.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze brief wordt voor de verdere procedure beschouwd als de voor kennisgeving ondertekende mededeling. Deze kennisgeving kan niet meer gewijzigd worden, tenzij met uitdrukkelijk schriftelijk akkoord van de betrokken directeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebrek aan schriftelijke mededeling kan de raad van bestuur de volledige betrekking niet vacant verklaren tenzij met uitdrukkelijk schriftelijk akkoord van de vastbenoemde directeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vacantverklaring bedoeld in het eerste lid kan slechts plaatsvinden als de betrokken directeur voor een periode van minstens drie opeenvolgende schooljaren voltijds afwezig is geweest omwille van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4. Om de duur van de betrokken periode te bepalen, wordt alleen rekening gehouden met ononderbroken perioden van afwezigheid vanaf de voor kennisgeving ondertekende mededeling. § 3. In afwijking op § 2, en tot en met 1 september 2012, gelden volgende bepalingen voor de vastbenoemde directeur die op 1 september 2009 al afwezig is, omdat hij gebruik maakt van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een vastbenoemde directeur op 1 september 2009 minstens gedurende de twee voorgaande volledige schooljaren ononderbroken afwezig was, omdat hij gebruik maakte van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 5 en hij ook gedurende het volledige schooljaar 2009-2010 ononderbroken gebruikt maakt van één of meerdere verlofstelsels vermeld in § 4, dan kan de raad van bestuur zijn volledige betrekking vanaf 1 september 2010 in aanmerking nemen voor vacantverklaring, maar enkel en alleen als de betrokken directeur daarmee uitdrukkelijk akkoord is. Dat akkoord moet ondubbelzinnig blijken uit een document dat door de betrokken directeur voor akkoord ondertekend wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een directeur op 1 september 2009 slechts gedurende het volledige voorgaande schooljaar ononderbroken afwezig was omdat hij gebruik maakte van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4 en hij ook gedurende de volledige schooljaren 2009-2010 en 2010-2011 ononderbroken gebruikt maakt van één of meerdere verlofstelsels vermeld in § 4, dan kan de raad van bestuur zijn volledige betrekking in aanmerking nemen voor vacantverklaring vanaf 1 september 2011 maar enkel en alleen als de betrokken directeur daarmee uitdrukkelijk akkoord is. Dat akkoord moet ondubbelzinnig blijken uit een document dat door de betrokken directeur voor akkoord ondertekend wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de in deze paragraaf bedoelde vastbenoemde directeur ook op 1 september 2012 afwezig is of blijft omwille van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4, dan kan de raad van bestuur vanaf dat ogenblik gebruik maken van de bepalingen van § 2. § 4. De in § 1 bedoelde verlofstelsels zijn : a) verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten3 tot regeling van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde vastbenoemde personeelsleden van het onderwijs, de psycho-medisch-sociale centra, de pedagogische begeleidingsdiensten, de inspectie en de dienst voor onderwijsontwikkeling, tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast met een opdracht waarvoor ze niet vastbenoemd zijn;b) verlof voor het uitoefenen van een mandaat dat toegekend wordt aan de algemeen directeur of coördinerend directeur vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2001 betreffende de mandaten van directeur, algemeen directeur en coördinerend directeur in het niet-tertiair onderwijs;c) verlof wegens bijzondere opdracht zoals bepaald in artikel 77quater, van dit decreet;d) verlof wegens opdracht zoals bepaald in artikel 77quater, van dit decreet;e) verlof voor vakbondsopdrachten zoals bepaald in artikel 29 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen;f) verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering, van een lid van de Federale Regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de Federale Regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding;g) verlof erkende politieke groepen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende het verlof dat aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de staat en van de gemeenschappen en of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;h) politiek verlof zoals bepaald in artikel 29 tot en met artikel 36bis van het decreet van 28 april 1993 betreffende het onderwijs IV;i) verlof toegekend aan personeelsleden die ter beschikking van de koning worden gesteld zoals bepaald in artikel 39 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor het kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen;j) terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden zoals bepaald in het</p>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het onderwijs. § 5. De directeur wiens betrekking in toepassing van dit artikel vacant werd verklaard, blijft na de vacantverklaring van die betrekking in de administratieve en geldelijke toestand die verbonden is aan zijn verlof of terbeschikkingstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het ogenblik dat de betrokken directeur geen gebruik meer maakt van de in § 4 bedoelde verlofstelsels, wordt hij ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, tenzij de betrekking waarvan hij titularis was nog niet werd ingenomen door een andere vastbenoemde titularis. In dat geval wordt hij opnieuw titularis van de betrokken betrekking. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.11. In hetzelfde decreet worden in artikel 59 de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden « voor de pedagogische begeleidingsdienst » vervangen door de woorden « voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum »;2° tussen het vierde en vijfde lid worden nieuwe leden ingevoegd, die luiden als volgt : « Wanneer het personeelslid strafrechtelijk vervolgd wordt of wanneer het personeelslid tuchtrechtelijk vervolgd wordt wegens een ernstig vergrijp waarbij het personeelslid op heterdaad betrapt is of waarvoor er afdoende aanwijzingen zijn, kan de raad van bestuur - de afgevaardigd bestuurder voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum - beslissen tot een afhouding van salaris.Er mag niet meer dan een vijfde van het laatste bruto-activiteitssalaris of -wachtgeld worden ingehouden. De afhouding van het salaris of het wachtgeld mag niet voor gevolg hebben dat het salaris van het personeelslid verminderd wordt tot een bedrag lager dan het netto belastbaar bedrag van de werkloosheidsuitkering waarop de betrokkene recht zou hebben indien hij het voordeel zou genieten van het stelsel van sociale zekerheid van werknemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien in aansluiting op een preventieve schorsing met afhouding van salaris beslist wordt geen tuchtstraf of de tuchtstraf blaam op te leggen, wordt het afgehouden salaris betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien in aansluiting op een preventieve schorsing met afhouding van salaris een tuchtstraf opgelegd wordt waar een salarisverlies aan verbonden is, dan wordt het bedrag van het tijdens de preventieve schorsing afgehouden salaris in mindering gebracht op het bedrag van het salarisverlies verbonden aan de tuchtstraf. Indien het bedrag van het afgehouden salaris groter is dan het bedrag van het salarisverlies verbonden aan de tuchtstraf, wordt het verschil aan de betrokkene betaald. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.12. In hetzelfde decreet worden in artikel 73undecies, § 2, toegevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten0, de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : « Tegen een evaluatie met eindconclusie « onvoldoende » kan het personeelslid beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van het college van beroep, zoals vermeld in artikel 73septiesdecies, § 1.Die kamer van het college van beroep garandeert de rechten van verdediging. »; 2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt : « Als het personeelslid, binnen de in artikel 73septiesdecies, § 5, 1°, voorziene termijn, beroep aantekent, is de evaluatie met eindconclusie « onvoldoende » definitief na de uitspraak van de bevoegde kamer van het college van beroep voor zover die kamer de evaluatie met eindconclusie « onvoldoende » niet vernietigt.».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.13. In hetzelfde decreet worden in artikel 73septiesdecies, toegevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten0, de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 wordt « Het college van beroep » tekens vervangen door « De bevoegde kamer van het college van beroep »;2° in § 3, eerste lid, 1°, wordt « het college van beroep » vervangen door « iedere kamer van het college van beroep »;3° in § 3, eerste lid, 3°, wordt « het college van beroep » vervangen door « de bevoegde kamer van het college van beroep »;4° in § 5 wordt « het college van beroep » vervangen door « de kamers van het college van beroep ». Art. VII.14. Artikel 103novies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 103novies.§ 1. Een personeelslid dat werd aangesteld op basis van artikel 15 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs of op basis van artikel 27 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van talen in bestuurszaken kan na 1 september 2009 opnieuw worden aangesteld in een zelfde ambt en voldoet vanaf 1 september 2009 aan de taalvereisten zoals bepaald in de artikelen 17bis tot en met 17quater . § 2. Een personeelslid dat de grondige kennis van de tweede taal bewees en werd aangesteld op basis van artikel 15 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs kan na 1 september 2009 opnieuw worden aangesteld in een zelfde ambt en voldoet vanaf 1 september 2009 aan de taalvereisten voor de wettelijk of decretaal verplichte tweede taal zoals bepaald in artikel 17quinquies. § 3. Een personeelslid dat tot en met het academiejaar 2009-2010 een diploma behaalt of behaald heeft dat beschouwd wordt als een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer in het basisonderwijs, wordt geacht aan de voorwaarde van artikel 17quinquies te voldoen voor een aanstelling in het ambt van onderwijzer in een basisschool gelegen in het Vlaamse Gewest. ». Afdeling II. - Rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding Art. VII.15. Aan artikel 5 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994, 1 december 1998, 14 februari 2003, 10 juli 2003, 15 juli 2005, 7 juli 2006, 15 juni 2007, 4 juli 2008, 30 april 2009 en 8 mei 2009, wordt een punt 26° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 26° leraar : leraar in het secundair onderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en in het secundair volwassenenonderwijs en lector in het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding in het volwassenenonderwijs. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.16. Artikel 19bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 19bis.Een personeelslid voldoet aan de taalvereisten voor de onderwijstaal als zijn aanwerving steunt op een bekwaamheidsbewijs dat behaald is in de onderwijstaal. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.17. In artikel 19ter, § 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « en kunstvakken » geschrapt;2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt : « In afwijking van het eerste lid moet een personeelslid dat een taal onderwijst in de opleidingen Arabisch richtgraad 1 en 2, Bulgaars richtgraad 1 en 2, Chinees richtgraad 1 en 2, Fins richtgraad 1 en 2, Grieks richtgraad 1 en 2, Hongaars richtgraad 1 en 2, Japans richtgraad 1 en 2, Pools richtgraad 1 en 2, Russisch richtgraad 1 en 2, Servisch-Kroatisch richtgraad 1 en 2, Tsjechisch richtgraad 1 en 2 en Turks richtgraad 1 en 2 in het studiegebied talen richtgraad 1 en 2 de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.18. Aan artikel 19quater, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Een personeelslid voldoet aan de taalvereisten voor de bestuurstaal als hij in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs dat behaald is in de bestuurstaal aan een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde Nederlandstalige onderwijsinstelling. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.19. Aan artikel 19quinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Een personeelslid voldoet aan de taalvereisten voor de wettelijk of decretaal verplichte tweede taal als zijn aanwerving steunt op een bekwaamheidsbewijs dat behaald is in de wettelijk of decretaal verplichte tweede taal of indien het personeelslid in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs dat vereist is om deze taal te mogen geven in het secundair onderwijs. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.20. In artikel 19sexies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt tussen de woorden « bewijst » en de woorden « de in artikel 19ter » het woord « eveneens » ingevoegd;2° in § 1 wordt punt 3° vervangen door wat volgt : « 3° of aan de hand van een getuigschrift dat het personeelslid heeft behaald bij een examencommissie.De Vlaamse Regering is gemachtigd een examencommissie in te richten of examens te laten organiseren door een of meerdere instellingen van door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs. De Vlaamse Regering is eveneens gemachtigd om een getuigschrift dat voor 1 september 2009 werd behaald via een wettelijk of reglementair bepaalde examencommissie, in te schalen in de niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. »; 3° in § 2 worden de woorden « voor een vaste benoeming » vervangen door de woorden « voor een vaste benoeming of voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur »;4° aan § 2 wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Voor het personeelslid dat tijdens het schooljaar 2009-2010 op basis van een hiervoor vermelde taalafwijking werd aangesteld in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel om een taal te onderwijzen in een opleiding Arabisch richtgraad 1 en 2, Chinees richtgraad 1 en 2, Grieks richtgraad 1 en 2, Japans richtgraad 1 en 2, Pools richtgraad 1 en 2, Russisch richtgraad 1 en 2 of Turks richtgraad 1 en 2 in het studiegebied talen richtgraad 1 en 2, wordt de hiervoor vermelde termijn van 3 jaar met 1 jaar verlengd.».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.21. In artikel 23, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003, 10 juli 2003, 2 april 2004, 15 juli 2005 en 13 juli 2007, wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « Een personeelslid kan slechts voor doorlopende duur worden aangesteld, als dit personeelslid voldoet aan de bepalingen van dit artikel. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.22. In artikel 23bis, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten en gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003, 10 juli 2003, 2 april 2004, 15 juli 2005 en 13 juli 2007, wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « Een personeelslid kan slechts voor doorlopende duur worden aangesteld, als dit personeelslid voldoet aan de bepalingen van dit artikel. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.23. In artikel 33 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 december 1993, 21 december 1994, 15 juni 2007 en 4 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Behoudens andersluidende overeenkomst in het bevoegd paritair comité en onverminderd de bepalingen inzake de reaffectatie en wedertewerkstelling, deelt de inrichtende macht ieder schooljaar, vóór 15 mei, aan de personeelsleden van haar instellingen de vacante betrekkingen mee. Behoort een instelling tot een scholengemeenschap dan deelt de inrichtende macht van die instelling de vacante betrekkingen in haar instellingen die behoren tot die scholengemeenschap mee aan de personeelsleden van de scholengemeenschap. De vacante betrekkingen worden vastgesteld in functie van de toestand op 15 april van dat jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mededeling van de vacante betrekkingen bevat een duidelijke omschrijving van de aangeboden betrekkingen en vermeldt de vorm waarin en de termijn waarbinnen een personeelslid moet kandideren, evenals de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een vaste benoeming. Dit bericht wordt aan alle in het eerste lid bedoelde personeelsleden meegedeeld en openbaar gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vaste benoeming gaat in op 1 januari van het volgend schooljaar en kan enkel geschieden voor zover de betrekkingen bedoeld in het eerste lid op die datum nog vacant zijn. »; 2° aan § 4 worden twee leden toegevoegd, die luiden als volgt : « Tijdens de schooljaren 2010-2011 tot en met 2012-2013 worden de vacante betrekkingen vastgesteld in functie van de toestand op 15 september voorafgaand aan de datum van vaste benoeming en worden ze elk schooljaar voor 15 oktober openbaar gemaakt. De betrekkingen die tijdens het schooljaar 2009-2010 vacant zijn op 15 april van dat schooljaar komen niet in aanmerking voor vacantverklaring. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.24. Artikel 39bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 39bis.§ 1. Dit artikel is van toepassing op een vastbenoemde directeur die titularis is van een volledige betrekking en die gedurende minstens drie opeenvolgende schooljaren voor zijn volledige betrekking gebruik maakt van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4. § 2. Als een vastbenoemde directeur gebruik maakt van een verlofstelsel zoals vermeld in § 4, dan moet de inrichtende macht vóór de aanvang van dat verlofstelsel aan de vastbenoemde directeur meedelen of zij de volledige betrekking waarvan hij titularis is, in de loop van zijn verlof al dan niet als een vacante betrekking zal beschouwen en, desgevallend, na welke tijdsspanne dat zal gebeuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de aanvang van een verlofstelsel wordt zowel de aanvang van de eerste aanvraag van een verlofstelsel als de aanvang van een verlenging bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze mededeling moet schriftelijk gebeuren en minstens voor kennisneming ondertekend worden door de betrokken directeur. Als de betrokken directeur weigert voor kennisname te tekenen, bezorgt de inrichtende macht zijn beslissing aan de directeur met een ter post aangetekende brief die uitwerking heeft vanaf de dag van verzending.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze brief wordt voor de verdere procedure beschouwd als de voor kennisgeving ondertekende mededeling. Deze kennisgeving kan niet meer gewijzigd worden, tenzij met uitdrukkelijk schriftelijk akkoord van de betrokken directeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebrek aan schriftelijke mededeling kan de inrichtende macht de volledige betrekking niet als een vacante betrekking beschouwen, tenzij met uitdrukkelijk schriftelijk akkoord van de vastbenoemde directeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beschouwen als een vacante betrekking bedoeld in het eerste lid kan slechts plaatsvinden als de betrokken directeur voor een periode van minstens drie opeenvolgende schooljaren voltijds afwezig is geweest omwille van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4. Om de duur van de betrokken periode te bepalen, wordt alleen rekening gehouden met ononderbroken perioden van afwezigheid vanaf de voor kennisgeving ondertekende mededeling. § 3. In afwijking op § 2, en tot en met 1 september 2012, gelden volgende bepalingen voor de vastbenoemde directeur die op 1 september 2009 al afwezig is, omdat hij gebruik maakt van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een vastbenoemde directeur op 1 september 2009 minstens gedurende de twee voorgaande volledige schooljaren ononderbroken afwezig was, omdat hij gebruik maakte van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4 en hij ook gedurende het volledige schooljaar 2009-2010 ononderbroken gebruikt maakt van één of meerdere verlofstelsels vermeld in § 4, dan kan de inrichtende macht zijn volledige betrekking vanaf 1 september 2010 als een vacante betrekking beschouwen, maar enkel en alleen als de betrokken directeur daarmee uitdrukkelijk akkoord is. Dat akkoord moet ondubbelzinnig blijken uit een document dat door de betrokken directeur voor akkoord ondertekend wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een directeur op 1 september 2009 slechts gedurende het volledige voorgaande schooljaar ononderbroken afwezig was omdat hij gebruik maakte van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4 en hij ook gedurende de volledige schooljaren 2009-2010 en 2010-2011 ononderbroken gebruikt maakt van een of meerdere verlofstelsels vermeld in § 4, dan kan de inrichtende macht zijn volledige betrekking als een vacante betrekking beschouwen vanaf 1 september 2011 maar enkel en alleen als de betrokken directeur daarmee uitdrukkelijk akkoord is. Dat akkoord moet ondubbelzinnig blijken uit een document dat door de betrokken directeur voor akkoord ondertekend wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de in deze paragraaf bedoelde vastbenoemde directeur ook op 1 september 2012 afwezig is of blijft omwille van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4, dan kan de inrichtende macht vanaf dat ogenblik gebruik maken van de bepalingen van § 2. § 4. De in § 1 bedoelde verlofstelsels zijn : a) verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten3 tot regeling van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde vastbenoemde personeelsleden van het onderwijs, de psycho-medisch-sociale centra, de pedagogische begeleidingsdiensten, de inspectie en de dienst voor onderwijsontwikkeling, tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast met een opdracht waarvoor ze niet vastbenoemd zijn;b) verlof voor het uitoefenen van een mandaat dat toegekend wordt aan de algemeen directeur of coördinerend directeur vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2001 betreffende de mandaten van directeur, algemeen directeur en coördinerend directeur in het niet-tertiair onderwijs;c) verlof wegens bijzondere opdracht zoals bepaald in artikel 51quater, van dit decreet;d) verlof wegens opdracht zoals bepaald in artikel 51quater, van dit decreet;e) verlof voor vakbondsopdrachten zoals bepaald in artikel 53 van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs of zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 december 1981 betreffende het syndicaal verlof in het gesubsidieerd onderwijs;f) verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering, van een lid van de Federale Regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de Federale Regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding;g) verlof erkende politieke groepen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende het verlof dat aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de staat en van de gemeenschappen en of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;h) politiek verlof zoals bepaald in artikel 29 tot en met artikel 36bis van het decreet van 28 april 1993 betreffende het onderwijs IV;i) terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden zoals bepaald in het</p>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het onderwijs. § 5. De directeur wiens betrekking in toepassing van dit artikel als vacant werd beschouwd, blijft na de vacantverklaring van die betrekking in de administratieve en geldelijke toestand die verbonden is aan zijn verlof of terbeschikkingstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het ogenblik dat de betrokken directeur geen gebruik meer maakt van de in § 4 bedoelde verlofstelsels, wordt hij ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, tenzij de betrekking waarvan hij titularis was nog niet werd ingenomen door een andere vastbenoemde titularis. In dat geval wordt hij opnieuw titularis van de betrokken betrekking. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.25. In artikel 40bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt § 4 opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.26. In hetzelfde decreet worden in artikel 47undecies, § 2, toegevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten0, de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : « Tegen een evaluatie met eindconclusie « onvoldoende » kan het personeelslid beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van het college van beroep, zoals vermeld in artikel 47septiesdecies, § 1.Die kamer van het college van beroep garandeert de rechten van verdediging. »; 2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt : « Als het personeelslid, binnen de in artikel 47septiesdecies, § 5, 1°, voorziene termijn, beroep aantekent, is de evaluatie met eindconclusie « onvoldoende » definitief na de uitspraak van de bevoegde kamer van het college van beroep voor zover die kamer de evaluatie met eindconclusie « onvoldoende » niet vernietigt.».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.27. In hetzelfde decreet worden in artikel 47septiesdecies, toegevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten0, de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 wordt « Het college van beroep » tekens vervangen door « De bevoegde kamer van het college van beroep »;2° in § 3, eerste lid, 1°, wordt « het college van beroep » vervangen door « iedere kamer van het college van beroep »;3° in § 3, eerste lid, 3°, wordt « het college van beroep » vervangen door « de bevoegde kamer van het college van beroep »;4° in § 5 wordt « het college van beroep » vervangen door « de kamers van het college van beroep ». Art. VII.28. In hetzelfde decreet worden in artikel 67 de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : « De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake de preventieve schorsing.Deze preventieve schorsing is enkel mogelijk wanneer het personeelslid strafrechtelijk of tuchtrechtelijk wordt vervolgd of een beroep heeft ingesteld tegen een ontslag om dringende redenen en zijn aanwezigheid onverenigbaar is met het belang van de dienst. »; 2° tussen het tweede en derde lid worden nieuwe leden ingevoegd, die luiden als volgt : « Wanneer het personeelslid strafrechtelijk vervolgd wordt of wanneer het personeelslid tuchtrechtelijk vervolgd wordt wegens een ernstig vergrijp waarbij het personeelslid op heterdaad betrapt is of waarvoor er afdoende aanwijzingen zijn, kan de inrichtende macht beslissen tot een inhouding van salaris.Er mag niet meer dan een vijfde van het laatste bruto-activiteitssalaris worden ingehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afhouding van het salaris mag niet tot gevolg hebben dat het salaris van het personeelslid verminderd wordt tot een bedrag lager dan het bedrag van de werkloosheidsuitkering waarop de betrokkene recht zou hebben indien hij in het stelsel van de sociale zekerheid voor werknemers dat voordeel zou genieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien in aansluiting op een preventieve schorsing met afhouding van salaris beslist wordt geen tuchtstraf of de tuchtstraf blaam op te leggen, wordt het afgehouden salaris betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien in aansluiting op een preventieve schorsing met afhouding van salaris een tuchtstraf opgelegd wordt waar een salarisverlies aan verbonden is, dan wordt het bedrag van het tijdens de preventieve schorsing afgehouden salaris in mindering gebracht op het bedrag van het salarisverlies verbonden aan de tuchtstraf. Indien het bedrag van het afgehouden salaris groter is dan het bedrag van het salarisverlies verbonden aan de tuchtstraf, wordt het verschil aan de betrokkene betaald. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.29. Artikel 84septiesdecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 84septiesdecies.§ 1. Een personeelslid dat werd aangesteld op basis van artikel 15 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs of op basis van artikel 27 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van talen in bestuurszaken kan na 1 september 2009 opnieuw worden aangesteld in een zelfde ambt en voldoet vanaf 1 september 2009 aan de taalvereisten zoals bepaald in de artikelen 19bis tot en met 19quater. § 2. Een personeelslid dat de grondige kennis van de tweede taal bewees en werd aangesteld op basis van artikel 15 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs kan na 1 september 2009 opnieuw worden aangesteld in een zelfde ambt en voldoet vanaf 1 september 2009 aan de taalvereisten voor de wettelijk of decretaal verplichte tweede taal zoals bepaald in artikel 19quinquies. § 3. Een personeelslid dat tot en met het academiejaar 2009-2010 een diploma behaalt of behaald heeft dat beschouwd wordt als een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer in het basisonderwijs, wordt geacht aan de voorwaarde van artikel 19quinquies te voldoen voor een aanstelling in het ambt van onderwijzer in een basisschool gelegen in het Vlaamse Gewest. ». Afdeling III. - Decreet betreffende het onderwijs III Art. VII.30.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III, gewijzigd bij de decreten van 1 december 1998 en 18 mei 1999, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 4.§ 1. De Vlaamse Regering kan de bepalingen van dit hoofdstuk binnen door haar bepaalde grenzen van toepassing verklaren op : 1° de personeelsleden, instellingen, centra en inrichtende machten op wie de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs van toepassing zijn;2° de personeelsleden, instellingen, centra en inrichtende machten op wie de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding van toepassing zijn;3° de personeelsleden op wie de bepalingen van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken van toepassing zijn. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in § 1 bedoelde regeling geldt alleen voor de personeelsleden die op het ogenblik van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking : 1° vast benoemd zijn;2° de betrekking van het ambt waarin zij vast benoemd zijn uitoefenen : - in het gemeenschapsonderwijs als hoofdambt of als bijbetrekking.In dit laatste geval zijn de bepalingen van toepassing van het koninklijk besluit nr. 68 van 20 juli 1982 tot regeling van de geldelijke toestand van de personeelsleden die in het Rijksonderwijs met een bijbetrekking belast zijn; - in het gesubsidieerd onderwijs als hoofdambt; 3° op de vooravond van de te nemen maatregel een salaris of salaristoelage ten laste van de Vlaamse Gemeenschap genieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vast benoemde personeelsleden die op regelmatige wijze in verlof of afwezig zijn of ter beschikking zijn gesteld om een andere reden dan de in artikel 5 bedoelde ontstentenis van betrekking, worden voor de toepassing van deze regeling gelijkgesteld met de in het eerste lid bedoelde personen. § 3. De bij dit hoofdstuk ingestelde regeling geldt niet voor de personeelsleden die in het gemeenschapsonderwijs tot de proeftijd zijn toegelaten in een selectie- of bevorderingsambt in toepassing van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs. ». Afdeling IV. - Decreet betreffende het onderwijs XIII Art. VII.31. In artikel XI.1, § 1, van het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2005, 15 juni 2007 en 4 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt : « 1° de personeelsleden bedoeld bij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van de leden van de pedagogische begeleidingsdienst;»; 2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt : « 2° de personeelsleden bedoeld bij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, met uitzondering van de gesubsidieerde leden van de pedagogische begeleidingsdiensten;». Afdeling V. - Decreet betreffende het onderwijs XIV Art. VII.32. In artikel X.26, § 1, van het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten0 betreffende het onderwijs XIV, wordt punt 1° vervangen door wat volgt : « 1° Aan de personeelsleden bedoeld in deze afdeling worden de volgende salarisschalen toegekend : a) salarisschaal 143 voor wie in het ambt van kinderverzorger is aangesteld op basis van een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs;b) salarisschaal 229 voor wie in het ambt van kinderverzorger is aangesteld op basis van een ander bekwaamheidsbewijs;c) salarisschaal 356 voor wie in het ambt van verpleger is aangesteld. De Vlaamse Regering is ertoe gemachtigd om de hierboven vermelde kengetallen te wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het aldus vastgestelde salaris lager is dan het salaris dat het personeelslid genoot bij de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, blijft het dit laatste salaris genieten totdat het een ten minste gelijk salaris bekomt overeenkomstig bovenvermelde salarisschalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bovenvermelde bekwaamheidsbewijzen zijn deze die de Vlaamse Regering vastlegt voor het overeenkomstige ambt in het gewoon of buitengewoon onderwijs. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.33. In artikel X.39 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten4, worden in punt 8° de woorden « artikel 127 » vervangen door de woorden « artikel 127, § 1, 1° en 2° ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.34. In artikel X.40 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten4, worden de woorden « tot elk ambt » vervangen door de woorden « tot elk ambt of voor de basiseducatie tot elke functie ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.35. In artikel X.42 van hetzelfde decreet worden de woorden « voor een ambt » vervangen door de woorden « voor een ambt of voor de basiseducatie voor een functie ». Afdeling VI. - Inwerkingtreding Art. VII.36. De artikelen in dit hoofdstuk treden in werking op 1 september 2010, met uitzondering van : 1° artikel VII.33, VII.34, VII.35 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2008; 2° artikel VII.10 en VII.24 die uitwerking hebben met ingang van 1 juni 2010; 3° artikel VII.1, VII.2, VII.4, VII.5, VII.6, 1° en 3°, VII.14, VII.16, VII.17, 1°, VII.18, VII.19, VII. 20, 1° en 3°, VII.25, VII.29, VII.31, VII.32 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2009. HOOFDSTUK VIII. - Andere bepalingen Afdeling I. - Dienstprestaties in internaten Art. VIII.1. In artikel 27, § 1, derde lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, vervangen bij het decreet van 22 juli 2007 en gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt onder 3°, het punt c) vervangen door wat volgt : « c) het aantal organieke voltijdse betrekkingen, bedoeld in a) respectievelijk b) naargelang van het geval, dat wordt ingericht op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar, wordt vanaf het schooljaar 2009-2010 vermeerderd met een bijkomend urenpakket dat gelijk is aan 8 respectievelijk 9 uren. Dit bijkomend urenpakket wordt aangewend voor de compensatie van de nachtprestaties van de studiemeesters-opvoeder internaat, meer bepaald de permanente aanwezigheid gedurende de nacht tussen het slapengaan en het opstaan van de leerlingen, die met ingang van 1 september 2009 voor vier uur dienst geteld wordt, zonder dat vanaf die datum de duur van de nacht mag toenemen ten aanzien van de duur op 31 mei 2009. Met de uren die na desbetreffende compensatie overblijven, kunnen aanwervingen gebeuren met het oog op de verbetering van de arbeidsomstandigheden van de studiemeesters-opvoeder internaat. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VIII.2. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 april 1967 tot regeling van de wijze waarop het aantal opvoeders in het rijksonderwijs wordt berekend, laatst vervangen bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, wordt het punt c) vervangen door wat volgt : « c) het aantal organieke voltijdse betrekkingen, bedoeld in a) en b), dat wordt ingericht op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar, wordt vanaf het schooljaar 2009-2010 vermeerderd met een bijkomend urenpakket dat gelijk is aan voormeld aantal betrekkingen vermenigvuldigd met 3,768 uur en met afronding naar de hogere eenheid als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier. Dit bijkomend urenpakket wordt aangewend voor de compensatie van de nachtprestaties van de studiemeesters-opvoeder internaat, meer bepaald de permanente aanwezigheid gedurende de nacht tussen het slapengaan en het opstaan van de leerlingen, die met ingang van 1 september 2009 voor vier uur dienst geteld wordt, zonder dat vanaf die datum de duur van de nacht mag toenemen ten aanzien van de duur op 31 mei 2009. Met de uren die na desbetreffende compensatie overblijven, kunnen aanwervingen gebeuren met het oog op de verbetering van de arbeidsomstandigheden van de studiemeesters-opvoeder internaat. ». Afdeling II. - Subsidiëring van de ouderkoepelverenigingen Art. VIII.3. In artikel 2 van het decreet van 20 juni 1996 betreffende de subsidiëring van de ouderkoepelverenigingen worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een punt 1°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « 1°/1 leerling : elke regelmatige leerling in het basisonderwijs, vermeld in artikel 20 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en elke onderwijszoekende die ingeschreven is in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde instelling voor secundair onderwijs;»; 2° er wordt een punt 1°/2 ingevoegd, dat luidt als volgt : « 1°/2 onderwijsnet : een van de volgende soorten onderwijs : a) gemeenschapsonderwijs : onderwijs dat georganiseerd wordt krachtens het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs en gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap;b) gesubsidieerd officieel onderwijs : onderwijs dat georganiseerd wordt door openbare besturen, met uitzondering van het gemeenschapsonderwijs, en dat gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap;c) gesubsidieerd vrij onderwijs : onderwijs dat georganiseerd wordt door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen en dat gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap;».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VIII.4. Artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten3, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 5.De Vlaamse Regering maakt voor het vastleggen van het bedrag van de subsidie-enveloppes voor de verschillende ouderkoepelverenigingen bij de start van elke driejarige periode, gebruik van een verdeelsleutel die gebaseerd is op een sokkel en het aantal leerlingen dat elk onderwijsnet telt. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VIII.5. In hetzelfde decreet wordt een artikel 5/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 5/1.In afwijking van artikel 5 houdt de Vlaamse Regering bij het vastleggen van de bedragen van de subsidie-enveloppes die in 2011 aan de gesubsidieerde ouderkoepelverenigingen toegekend worden, ten dele rekening met het aantal leerlingen dat elk onderwijsnet telt. ». Afdeling III. - Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding Art. VIII.6. In artikel 41, eerste lid, van het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, worden de woorden « verkrijgt een bestuur financiering of subsidiëring voor elk centrum dat » vervangen door de woorden « wordt een centrum opgenomen in de erkenning, waardoor het bestuur van dat centrum financiering of subsidiëring verkrijgt, indien het centrum ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VIII.7. Artikel 42 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Art. 42.Een centrum dat opgenomen wil worden in de erkenning, dient hiervoor uiterlijk 1 februari een aanvraag in bij de bevoegde administratie van het Vlaamse ministerie van Onderwijs en Vorming. Die administratie stelt hiervoor het aanvraagmodel ter beschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inspectie gaat na of het centrum voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 41, 1° tot en met 11°, 13°, 14° en 15°.De bevoegde administratie van het Vlaamse ministerie van Onderwijs en Vorming gaat na of het centrum voldoet aan de programmatie- en rationalisatienormen, vermeld in artikel 41, 12°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de Vlaamse Regering een centrum erkent, gaat deze erkenning en de opname in de financiering of subsidiëring in bij de aanvang van het schooljaar volgend op de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het centrum dat opgenomen wordt in de erkenning, wordt doorgelicht na ten minste een jaar na de opname in de erkenning. ». Afdeling IV. - Decreet Gelijke Onderwijskansen Art. VIII.8. In artikel I.2 van het decreet betreffende gelijke onderwijskansen van 28 juni 2002 worden tussen de woorden « het buitengewoon secundair onderwijs » en de woorden « en het deeltijds beroepssecundair onderwijs » de woorden « , de leertijd » ingevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VIII.9. In artikel II.1 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 15 juli 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten7 en gewijzigd bij de decreten van 6 maart 2009 en 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 4° wordt tussen de woorden « , in het basisonderwijs wordt hiermee het schoolbestuur bedoeld.» en de woorden « Wat het gemeenschapsonderwijs betreft, » de zin « In de leertijd en in het deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt hiermee het centrumbestuur bedoeld. » ingevoegd; 2° er wordt een punt 8°/1 ingevoegd dat luidt als volgt : « 8°/1 leertijd : de opleiding zoals bepaald in artikel 26, 1°, van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten4 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen;»; 3° aan punt 19° wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Onder school en school voor gewoon secundair onderwijs wordt met uitzondering van de bepalingen van hoofdstuk VI ook een autonoom centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor wat betreft de opleiding in de leertijd ook een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen begrepen.».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VIII.10. In artikel III.1, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord « eerste » wordt geschrapt;2° in het tweede lid wordt tussen het woord « na » en het woord « instemming » het woord « schriftelijke » ingevoegd. Art. VIII.11. In artikel III.3, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° wordt vervangen door wat volgt : « 1° de thuistaal Nederlands wordt aangetoond op één van volgende wijzen : a) door het voorleggen van het Nederlandstalig diploma van secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs van vader of moeder;b) door het voorleggen van het Nederlandstalig getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs van vader of moeder;c) door het voorleggen van het bewijs dat vader of moeder het Nederlands beheerst minstens op niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen;d) door het voorleggen van het bewijs van voldoende kennis van het Nederlands na het afleggen van een taalexamen bij het Selectiebureau van de Federale Overheid;e) door het voorleggen van het bewijs dat vader of moeder 9 jaar als regelmatige leerling onderwijs heeft gevolgd in het Nederlandstalig lager én secundair onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bewijs van niveau B1, bedoeld in c) gebeurt op basis van volgende stukken : - een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs of een daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs, dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont; - een attest van niveaubepaling uitgevoerd door een Huis van het Nederlands dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bewijs van 9 jaar Nederlandstalig onderwijs, bedoeld in e) gebeurt op basis van attesten daartoe uitgereikt door de betrokken schoolbesturen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwantschap tussen de leerling en de houder van het diploma, getuigschrift of bewijs, wordt aangetoond door een uittreksel uit het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister; »; 2° 2° wordt vervangen door wat volgt : « 2° het lokaal overlegplatform Brussel vooraf voor het werkingsgebied, of desgevallend per deelgebied het percentage dat voorrang mag krijgen, heeft vastgelegd.Dat percentage moet minstens 55 zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het lokaal overlegplatform geen percentage vastlegt, wordt 55 % leerlingen met thuistaal Nederlands voorrang verleend. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VIII.12. In § 2 van artikel III.8 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 15 juli 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten7 en gewijzigd bij het decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten7, worden in het laatste lid tussen de woorden « in het deeltijds beroepssecundair onderwijs » en de woorden « : op het niveau van het centrum » de woorden « en in de leertijd » ingevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VIII.13. In artikel VI.25, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten0, worden de woorden « artikel VI.24, § 2 » vervangen door de woorden « artikel VI.24, § 3 ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VIII.14. Artikel X.2 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad sluiten6, wordt vervangen door wat volgt : « Art. X.2. § 1. Schoolbesturen of inrichtende machten kunnen voor de inschrijvingen voor de schooljaren 2009-2010, 2010-2011 en 2011-2012 een beroep doen op een experimentele aanmeldingsprocedure, zoals bedoeld in § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor scholen gelegen in gemeenten waar een lokaal overlegplatform is opgericht, is de experimentele aanmeldingsprocedure uitvoerbaar indien ze bij dubbele meerderheid goedgekeurd is door het lokaal overlegplatform waarin de betrokken scholen participeren. De vereiste dubbele meerderheid is bereikt wanneer de goedkeuring verleend wordt door, enerzijds ten minste de helft plus één van de participanten, vermeld in artikel IV.3, § 1,1°, 2° en 3°, en anderzijds, ten minste de helft plus één van de overige participanten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor scholen gelegen in gemeenten waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, is de experimentele aanmeldingsprocedure uitvoerbaar indien ze is goedgekeurd door de schoolbesturen/inrichtende machten van minstens de helft van de scholen van het betrokken onderwijsniveau gelegen in die gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schoolraden van de betrokken scholen verlenen vooraf verplicht advies over de experimentele aanmeldingsprocedure, zoals bepaald in de artikelen 19 en 20 van het decreet van 2 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998029357 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende diverse dringende maatregelen in verband met het onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/2000 numac 1999029619 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten6 betreffende de participatie op school en de Vlaamse onderwijsraad. § 2. Een experimentele aanmeldingsprocedure beantwoordt aan de volgende criteria : 1° het schoolbestuur of inrichtende macht stelt voorafgaand aan de aanmeldingstermijn, vermeld in 4°, de criteria, volgens dewelke de aangemelde leerlingen zullen geordend worden, vast op het niveau van de vestigingsplaats of op niveau van de school;2° voor het basisonderwijs zijn de enig mogelijke ordeningscriteria : a) chronologie van aanmelden, met uitsluiting van chronologie bij fysieke aanmelding;b) afstand van de woon- of verblijfplaats van de leerling tot de school en afstand van het werkadres van één van beide ouders tot de school.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het schoolbestuur of inrichtende macht legt vast op welke wijze de afstand bepaald wordt; 3° voor het secundair onderwijs zijn de enig mogelijke ordeningscriteria : a) chronologie van aanmelding, met uitsluiting van chronologie bij fysieke aanmelding; b) aantal schooldagen als regelmatige leerling ingeschreven in een basisschool gelegen binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, zoals bedoeld in artikel II.1.6°; 4° het schoolbestuur of inrichtende macht bepaalt een aanmeldingstermijn waarbinnen de ouders de intentie tot inschrijving kenbaar kunnen maken, met dien verstande dat er een afzonderlijke aanmeldingsperiode is voor de voorrangsgroep bedoeld in artikel III.2; 5° de aanmeldingstermijn en de ordeningscriteria, alsook de acties die ouders moeten ondernemen om een aanmelding om te zetten in een inschrijving, worden door middel van diverse communicatiemiddelen kenbaar gemaakt aan de ouders;6° de aangemelde leerlingen worden na verloop van de aanmeldingsperiode ingeschreven, rekening houdend met hun voorrangsregeling, van afdeling 2, hoofdstuk III. § 3.</p></div>", "next": 239716}