{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Artikel 111 1. De Stabilisatie- en Associatieraad bestaat uit enerzijds leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, en anderzijds leden van de regering van Kroatië.2. De Stabilisatie- en Associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.3. De leden van de Stabilisatie- en Associatieraad mogen zich laten vertegenwoordigen overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde vast te leggen voorwaarden.4. De Stabilisatie- en Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschap en door een vertegenwoordiger van de regering van Kroatië, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te leggen bepalingen.5. De Europese Investeringsbank neemt voor aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen als waarnemer aan de werkzaamheden van de Stabilisatie- en Associatieraad deel. Artikel 112 Om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken, krijgt de Stabilisatie- en Associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst voor de in de overeenkomst vermelde gevallen. De besluiten van de Stabilisatie- en Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Stabilisatie- en Associatieraad kan tevens passende aanbevelingen doen. De besluiten en aanbevelingen van de Stabilisatie- en Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 113</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elk van de partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst aan de Stabilisatie- en Associatieraad voorleggen. De Stabilisatie- en Associatieraad kan het geschil door middel van een bindend besluit beslechten Artikel 114 1. De Stabilisatie- en Associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Stabilisatie- en Associatiecomité, bestaande uit enerzijds vertegenwoordigers van de Raad van de Europese Unie en vertegenwoordigers van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en anderzijds vertegenwoordigers van Kroatië.2. In zijn reglement van orde bepaalt de Stabilisatie- en Associatieraad de taken van het Stabilisatie- en Associatiecomité, die onder meer de voorbereiding van de vergaderingen van de Stabilisatie- en Associatieraad omvatten, en stelt hij de werkwijze van het comité vast.3. De Stabilisatie- en Associatieraad mag elk van zijn bevoegdheden aan het Stabilisatie- en Associatiecomité delegeren.In dat geval neemt het Stabilisatie- en Associatiecomité zijn besluiten volgens de voorwaarden van artikel 112.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 115</span><span class=\"lf-art-t\">Het Stabilisatie- en Associatiecomité kan subcomités oprichten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 116</span><span class=\"lf-art-t\">Een Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité wordt opgericht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit dient als forum waar leden van het Kroatische parlement en het Europees Parlement elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Het comité komt bijeen met door het comité zelf te bepalen tussenpozen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité bestaat uit enerzijds leden van het Europees Parlement en anderzijds leden van het Kroatische parlement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door het Europees Parlement en het Kroatische parlement, overeenkomstig de in het reglement van orde neer te leggen bepalingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 117</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst verbinden beide partijen zich ertoe te waarborgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtelijke instanties en administratieve lichamen van de partijen, ter verdediging van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 118</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Niets in de overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen : a) die zij nodig acht om onthulling te beletten van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist;b) die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmaterieel of met onderzoek, ontwikkeling of productie die onmisbaar zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;c) die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan Artikel 119 1. Op de door deze overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende : - de regelingen die Kroatië ten opzichte van de Gemeenschap toepast mogen geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van de lidstaten, hun onderdanen of hun vennootschappen; - de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Kroatië toepast mogen geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van Kroatische onderdanen of vennootschappen. 2. Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de partijen om de desbetreffende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in een identieke situatie verkeren ten aanzien van hun woonplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 120 1. De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens de overeenkomst te voldoen.Zij zien erop toe dat de in de overeenkomst genoemde doelstellingen worden verwezenlijkt. 2. Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting die uit de overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen.Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder dringende gevallen, verstrekt zij de Stabilisatie- en Associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden. 3. Bij de keuze van de maatregelen moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die de goede werking van de overeenkomst het minst verstoren.Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Stabilisatie- en Associatieraad gebracht en op verzoek van de andere partij in de Stabilisatie- en Associatieraad besproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 121 De partijen komen overeen op verzoek van elk van de partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen, om kwesties met betrekking tot de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van dit artikel hebben geen invloed op en gelden onverminderd de artikelen 31, 38, 39 en 43.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 122</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Totdat krachtens deze overeenkomst gelijkwaardige rechten voor personen en ondernemers zijn verworven, doet de overeenkomst geen afbreuk aan rechten die hun worden verleend bij bestaande overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en Kroatië, anderzijds Artikel 123 De Protocollen nrs. 1, 2, 3, 4, 5 en 6 en de bijlagen I tot en met VIII vormen een integrerend bestanddeel van de overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 124 De overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk van beide partijen kan deze overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van genoemde kennisgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 125</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder « partijen » verstaan de Gemeenschap, of haar lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Kroatië, anderzijds Artikel 126 De overeenkomst is van toepassing op enerzijds de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, op de in die Verdragen neergelegde voorwaarden, en anderzijds het grondgebied van Kroatië.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 127 De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 128</span><span class=\"lf-art-t\">Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in elk van de officiële talen van de partijen, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 129 De overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-130\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 130</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Interimovereenkomst De partijen komen overeen dat, indien in afwachting van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de bepalingen van bepaalde gedeelten van deze overeenkomst, met name die met betrekking tot het vrije verkeer van goederen, door middel van een interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en Kroatië tot uitvoering worden gebracht, voor de toepassing van titel IV, artikelen 70 en 71, van deze overeenkomst en van de protocollen nrs. 1 tot en met 5 alsmede de relevante bepalingen van protocol nr. 6, onder de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt verstaan de datum van inwerkingtreding van de interimovereenkomst, voor wat betreft de verplichtingen die in deze artikelen en protocollen zijn opgenomen Lijst van bijlagen Bijlage I - (artikel 18, lid 2) : Tariefconcessies van Kroatië voor industrieproducten van de Gemeenschap Bijlage II - (artikel 18, lid 3) : Tariefconcessies van Kroatië voor industrieproducten van de Gemeenschap Bijlage III - (artikel 27, lid 2) : EG-definitie van « baby beef » Bijlage IV a) - (artikel 27, lid 3, onder a), i) : Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht voor onbeperkte hoeveelheden vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst) Bijlage IV b) - (artikel 27, lid 3, onder b), ii) : Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht binnen een contingent vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst) Bijlage IV c) - (artikel 27, lid 3, onder b), i) : Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht voor onbeperkte hoeveelheden vanaf één jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst) Bijlage IV d) - (artikel 27, lid 3, onder c), i) : Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke afschaffing van meestbegunstigingsrechten binnen tariefcontingenten) Bijlage IV e) - (artikel 27, lid 3, onder e), ii) : Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke verlaging van meestbegunstigingsrechten voor onbeperkte hoeveelheden) Bijlage IV f) - (artikel 27, lid 3, onder c), ii) : Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke verlaging van meestbegunstigingsrechten binnen tariefcontingenten) Bijlage V a) - Producten bedoeld in artikel 28, lid 1 Bijlage V b) - Producten bedoeld in artikel 28, lid 2 Bijlage VI - (artikel 50) : Vestiging : Financiële diensten Bijlage VII - (artikel 60, lid 2) : Verwerving van onroerend goed Lijst van uitzonderingen Bijlage VIII - (artikel 71) : Intellectuele- industriële en commerciële eigendomsrechten : Lijst van verdragen</p>\n<p class=\"lf-p\">BIJLAGEN I tot en met V Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld BIJLAGE VI VESTIGING : FINANCIELE DIENSTEN als bedoeld in Titel V, Hoofdstuk II 1. Financiële diensten : definities Een financiële dienst is een dienst van financiële aard die door een financieel dienstverlener van een partij wordt aangeboden. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten : A. Alle verzekeringsdiensten en daarmee verband houdende diensten : 1. Directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering) : i) levensverzekering; ii) schadeverzekering; 2. Wederverzekering en retrocessie;3. Verzekeringsbemiddeling, zoals diensten van makelaars en agenten;4. Ondersteunende diensten in de verzekeringssector, zoals adviesverstrekking, actuariaat, risicobeoordeling en regeling van schade-eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Bankwezen en andere financiële diensten (verzekeringen niet inbegrepen) : 1. Acceptatie van deposito's en andere terugbetaalbare middelen van het publiek;2. Alle soorten leningen, onder meer consumentenkrediet, hypotheekleningen, factor krediet en financiering van commerciële transacties;3. Financiële leasing;4. Alle betalings- en geldovermakingsdiensten, met inbegrip van krediet- en betaalkaarten, reischeques en bankwissels;5. Garanties en verbintenissen 6.Verhandelen, voor eigen rekening of voor rekening van derden, op de beurs of buiten de beurs, hetzij anderszins, van de volgende producten : a) geldmarktinstrumenten (cheques, wissels, depositobewijzen, enz.); b) deviezen;c) afgeleide producten, zoals bij voorbeeld futures en opties; d) wisselkoers- en rentevoetinstrumenten, met inbegrip van producten zoals ruiltransacties, termijnkoerstransacties, enz.; e) verhandelbare effecten;f) andere verhandelbare stukken en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver;7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelneming in de uitgifte van diverse soorten effecten, met inbegrip van het garanderen en plaatsen van effecten als agent (openbaar of particulier) en het verlenen van daarmee verband houdende diensten;8. Geldmakelaarsdiensten;9. Beheer van activa, bij voorbeeld van kasmiddelen of beleggingsportefeuilles, alle vormen van gezamenlijk investeringsbeheer, beheer van pensioenfondsen alsmede bewaargevings-, deposito- en trustdiensten;10. Vereffenings- en verrekeningsdiensten voor financiële activa met inbegrip van effecten, afgeleide producten en andere verhandelbare stukken;11. Verstrekken en overdragen van financiële informatie, financiële gegevensverwerking en bijbehorende software door andere financiële dienstverleners;12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Advies en bemiddeling en andere ondersteunende financiële diensten-ïn verband met de in de punten 1 tot en met 11 genoemde activiteiten, met inbegrip van kredietreferenties en -analyse, onderzoek en advies in verband met investeringen en beleggingsportefeuilles, alsmede advies over aankopen en over bedrijfsreorganisatie en -strategie. De volgende activiteiten zijn van de definitie van financiële diensten uitgesloten : a) activiteiten van centrale banken of andere overheidsinstellingen voor de tenuitvoerlegging van het monetair beleid of het wisselkoersbeleid;b) activiteiten van centrale banken, overheidsinstanties, ministeries of openbare instellingen, voor rekening van of gegarandeerd door de overheid, tenzij deze activiteiten door financiële dienstverleners in concurrentie met die overheidsorganen worden uitgevoerd;c) activiteiten die deel uitmaken van een wettelijk stelsel van sociale zekerheid of van wettelijke pensioenregelingen, tenzij die activiteiten door financiële dienstverleners in concurrentie met overheidsorganen of particuliere instellingen mogen worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">BIJLAGE VII VERWERVING VAN ONROEREND GOED DOOR ONDERDANEN VAN DE EU Lijst van uitzonderingen bedoeld in artikel 60, lid 2 Uitgesloten sector - Landbouwgrond, zoals gedefinieerd bij de Wet Landbouwgrond (Narodne novine 54/1994, geconsolideerde tekst 48/1995, 19/1998 en 105/1999) - Door de Wet Milieubescherming (Narodne novine 30/1994) beschermde gebieden BIJLAGE VIII INTELLECTUELE, INDUSTRIELE EN COMMERCIELE EIGENDOMSRECHTEN, BEDOELD IN ARTIKEL 71 1. De partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de verplichtingen die voortvloeien uit de hiernavolgende multilaterale overeenkomsten : - Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome, 1961); - Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm 1967, geamendeerd 1979); - Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Akte van Stockholm 1967, geamendeerd 1979); - Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (Washingtón 1970, geamendeerd 1979 en gewijzigd 1984); - Overeenkomst ter bescherming van producenten van fonogrammen tegen het ongeoorloofd kopiëren van hun fonogrammen (Genève 1971); - Berner conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (Akte van Parijs 1971); - Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken (Genève 1977, geamendeerd 1979); - WIPO-verdrag inzake auteursrecht (Genève 1996); - WIPO-verdrag inzake uitvoeringen en fonogrammen (Genève 1996). 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst kennen de partijen, overeenkomstig de TRIPs-overeenkomst, aan de vennootschappen en onderdanen van de andere partij, wat de erkenning en de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom betreft, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke zij uit hoofde van bilaterale overeenkomsten aan derde landen toekennen. Lijst van protocollen Protocol nr. 1 inzake textiel- en kledingproducten Protocol nr. 2 inzake staalproducten Protocol nr. 3 inzake de handel tussen Kroatië en de Gemeenschap in bewerkte. landbouwproducten Protocol nr. 4 inzake de definitie van het begrip \"producten van oorsprong\" en regelingen voor administratieve samenwerking Protocol nr. 5 inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken Protocol nr. 6 inzake het vervoer over land PROTOCOL NR. 1 INZAKE TEXTIEL EN KLEDINGPRODUCTEN Artikel 1 Dit protocol heeft betrekking op textiel en kledingproducten (hierna \"textielproducten\" genoemd) die zijn vermeld in afdeling XI (hoofdstuk 50 tot en met 63) van de gecombineerde nomenclatuur van de Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2 1. De in afdeling XI (hoofdstuk 50 tot en met 63) van de gecombineerde nomenclatuur vermelde textielproducten van oorsprong uit Kroatië, zoals gedefinieerd in Protocol nr.4 bij deze overeenkomst, zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst bij binnenkomst in de Gemeenschap van douanerechten vrijgesteld. 2. De rechten die van toepassing zijn op de onder afdeling XI (hoofdstuk 50 tot en met 63) van de gecombineerde nomenclatuur vallende producten van oorsprong uit de Gemeenschap, zoals gedefinieerd in Protocol nr.4 bij deze overeenkomst, die rechtstreeks in Kroatië worden ingevoerd, vervallen op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst, met uitzondering van de rechten die van toepassing zijn op de in de bijlagen I en II bij dit protocol bedoelde producten die op de daarin vermelde wijze geleidelijk worden verminderd. 3. Onder voorbehoud van het bepaalde in dit protocol zijn de bepalingen van de overeenkomst, in het bijzonder de artikelen 19 en 20 van de overeenkomst, van toepassing op de handel in textielproducten tussen de partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3 De regeling voor dubbele controle en aanverwante kwesties in verband met de uitvoer van textielproducten van uitsprong uit Kroatië naar de Gemeenschap en van textielproducten van oorsprong uit de Gemeenschap naar Kroatië zijn onderworpen aan de bepalingen van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kroatië inzake de handel in textielproducten, die op 8 november 2000 is geparafeerd en sinds 1 januari 2001 wordt toegepast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden geen nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld, tenzij dit op grond van bovengenoemde overeenkomst en de daarbij behorende protocollen is toegestaan Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld PROTOCOL NR. 2 INZAKE IJZER- EN STAALPRODUCTEN Artikel 1 Dit protocol is van toepassing op de producten die zijn vermeld in hoofdstuk 72 van het gemeenschappelijk douanetarief. Het is eveneens van toepassing op andere onder dit hoofdstuk vallende eindproducten van ijzer en staal die in de toekomst uit Kroatië van oorsprong kunnen zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op ijzer- en staalproducten van oorsprong uit Kroatië worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft Artikel 3 1. De douanerechten die van toepassing zijn bij de invoer in Kroatië van producten van oorsprong uit de.Gemeenschap, andere dan die genoemd in bijlagen I, worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft. 2. Douanerechten die bij invoer in Kroatië van toepassing zijn op de ijzer- en staalproducten genoemd in bijlage I worden volgens onderstaand tijdschema geleidelijk afgeschaft : - bij de inwerkingtreding van de overeenkomst worden de rechten verminderd tot 65%van het basisrecht; - op 1 januari 2003 worden de rechten verminderd tot 50 %van het basisrecht; - op 1 januari 2004 worden de rechten verminderd tot 35 %van het basisrecht; - op 1 januari 2005 worden de rechten verminderd tot 20 %van het basisrecht; - op 1 januari 2006 worden de resterende rechten afgeschaft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4 1. De kwantitatieve beperkingen op de invoer in de Gemeenschap van ij zer- en staalproducten van oorsprong uit Kroatië en maatregelen van gelijke werking worden op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst opgeheven.2. De kwantitatieve beperkingen op de invoer in Kroatië van ijzer- en staalproducten van oorsprong uit de Gemeenschap en maatregelen van gelijke werking worden op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 5 1. In verband met het bepaalde in artikel 70 van de overeenkomst erkennen de partijen dat het noodzakelijk en urgent is dat elke partij terstond maatregelen neemt om eventuele structurele zwakheden van haar ijzer- en staalsector te verhelpen ter waarborging van het algemene concurrentievermogen van haar industrie.Kroatië stelt daarom binnen twee jaar een herstructurerings- en omschakelingsprogramma voor haar ijzer- en staalindustrie op om ervoor te zorgen dat deze industrie op normale marktvoorwaarden kan voortbestaan. De Gemeenschap zal Kroatië op verzoek technische bijstand verlenen om dit doel te bereiken. 2. In verband met het bepaalde in artikel 70 van de overeenkomst worden voorts alle praktijken die strijdig zijn met dit artikel beoordeeld op grond van specifieke criteria die voortvloeien uit de toepassing van de wetgeving van de Gemeenschap inzake overheidssteun, met inbegrip van de afgeleide wetgeving, en van bijzondere voorschriften inzake het toezicht op overheidssteun die na het vervallen van het EGKS-verdrag op de ijzer- en staalsector van toepassing zijn.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van lid 1, onder iii) van artikel 70 van de overeenkomst op staalproducten, erkent de Gemeenschap dat Kroatië gedurende vijfjaar na de inwerkingtreding van de overeenomst bij wijze van uitzondering overheidssteun voor herstructureringsdoeleinden kan verlenen, mits : - de steun ertoe leidt dat de begunstigde ondernemingen aan het einde van de herstructureringsperiode op normale marktvoorwaarden kunnen voortbestaan; - het bedrag en de intensiteit van de steun strikt beperkt zijn tot hetgeen voor het herstel van een normaal voortbestaan absoluut noodzakelijk is, en dat deze geleidelijk worden verminderd; en - het her-structureringsprogramma aan een algemene rationalisatie en capaciteitsvermindering in Kroatië is gekoppeld. 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke partij ziet toe op volledige transparantie bij de tenuitvoerlegging van het noodzakelijke herstructurerings- en omschakelingsprogramma, door de andere partij voortdurend volledig in te lichten, waarbij met name gegevens worden medegedeeld over het herstructureringsplan en de bedragen, de intensiteit en het doel van de overheidssteun die op grond van de leden 2 en 3 van dit artikel wordt verleend.5. De Stabilisatie- en Associatieraad houdt toezicht op de naleving van het bepaalde in de leden 1 tot en met 4.6. Indien een partij van oordeel is dat een praktijk van de andere partij met dit artikel in strijd is, en indien die praktijk nadelig is of dreigt te zijn voor de belangen van de eerste partij of indien de binnenlandse industrie van die partij aanmerkelijke schade ondervindt of dreigt te ondervinden, kan deze partij de nodige maatregelen nemen na raadpleging van de in artikel 7 genoemde contactgroep of dertig werkdagen nadat om deze raadpleging is verzocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 6 De artikelen 19, 20 en 21 van de overeenkomst zijn van toepassing op de handel in ijzer- en staalproducten tussen de partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 7 De partijen komen overeen dat overeenkomstig het bepaalde in artikel 115 van de overeenkomst een contactgroep zal worden opgericht, die als taak heeft de tenuitvoerlegging van dit protocol te volgen en te evalueren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld PROTOCOL NR. 3 INZAKE DE HANDEL TUSSEN KROATIE EN DE GEMEENSCHAP IN BEWERKTE LANDBOUWPRODUCTEN Artikel 1 1. De Gemeenschap en Kroatië passen op verwerkte landbouwproducten de in bijlage I respectievelijk bijlage II vermelde rechten toe in overeenstemming met de daarin vermelde voorwaarden.2. De Stabilisatie- en Associatieraad kan : - de lijst van de onder dit protocol vallende verwerkte landbouwproducten uitbreiden; - de in de bijlagen I en II vermelde rechten wijzigen; - de tariefcontingenten verhogen of afschaffen. 3. De Stabilisatie- en Associatieraad kan de door dit protocol vastgestelde rechten vervangen door een stelsel, vastgesteld op basis van de respectieve marktprijzen van de Gemeenschap en Kroatië voor landbouwproducten die -daadwerkelijk bij de vervaardiging van de onder dit protocol vallende verwerkte landbouwproducten zijn gebruikt. Artikel 2 De overeenkomstig artikel 1 toegepaste rechten kunnen bij besluit van de Stabilisatie- en Associatieraad worden verlaagd : - wanneer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Kroatië de op basislandbouwproducten toegepaste rechten worden verlaagd, of - naar aanleiding van verlagingen die het gevolg zijn van wederzijdse concessies voor verwerkte landbouwproducten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3 De Gemeenschap en Kroatië stellen elkaar in kennis van de administratieve regelingen die zijn vastgesteld voor de onder dit protocol vallende producten. Deze regelingen dienen een gelijke behandeling van alle betrokken partijen te waarborgen en dienen zo eenvoudig en soepel mogelijk te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld PROTOCOL NR. 4 DEFINITIE VAN HET BEGRIP \"PRODUCTEN VAN OORSPRONG\" EN REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING INHOUD TITEL I. - Algemene bepalingen - Artikel 1 : Definities TITEL II. - Definitie van het begrip \"producten van oorsprong\" - Artikel 2 : Algemene voorwaarden - Artikel 3 : Bilaterale cumulatie in de Gemeenschap - Artikel 4 : Bilaterale cumulatie in Kroatië - Artikel 5 : Geheel en al verkregen producten - Artikel 6 : Toereikende bewerking of verwerking - Artikel 7 : Ontoereikende bewerking of verwerking - Artikel 8 : Determinerende eenheid - Artikel 9 : Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen - Artikel 10 : Stellen of assortimenten - Artikel 11 : Neutrale elementen TITEL III. - Territoriale voorwaarden - Artikel 12 : Territorialiteitsbeginsel - Artikel 13 : Rechtstreeks vervoer - Artikel 14 : Tentoonstellingen TITEL IV. - Teruggave of vrijstelling - Artikel 15 : Verbod op teruggave en vrijstelling van douanerechten TITEL V. - Bewijs van de oorsprong - Artikel 16 : Algemene voorwaarden - Artikel 17 : Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 - Artikel 18 : Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 - Artikel 19 : Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 - Artikel 20 : Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong - Artikel 21 : Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring - Artikel 22 : Toegelaten exporteurs - Artikel 23 : Geldigheid van het bewijs van oorsprong - Artikel 24 : Overlegging van het bewijs van oorsprong - Artikel 25 : Invoer in deelzendingen - Artikel 26 : Vrijstelling van bewijs van oorsprong - Artikel 27 : Ondersteunende documenten - Artikel 28 : Bewaring van het bewijs van oorsprong en de ondersteunende documenten - Artikel 29 : Verschillen en vormfouten - Artikel 30 : In euro uitgedrukte bedragen TITEL VI. - Regelingen voor administratieve samenwerking - Artikel 31 : Wederzijdse bijstand - Artikel 32 : Controle van bewijzen van oorsprong - Artikel 33 : Beslechting van geschillen - Artikel 34 : Sancties - Artikel 35 : Vrije zones TITEL VII. - Ceuta en melilla - Artikel 36 : Toepassing van het protocol - Artikel 37 : Bijzondere voorwaarden TITEL VIII. - Slotbepalingen - Artikel 38 : Wijziging van het protocol TITEL I - Algemene bepalingen Artikel 1 Definities Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder : a) \"vervaardiging\" : elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;b) \"materiaal\" : alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen en dergelijke die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;c) \"product\" : het verkregen product, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;d) \"goederen\" : zowel materialen als producten;e) \"douanewaarde\" : de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);f) \"prijs af fabriek\" : de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Kroatië in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, mits in die prijs de waarde van alle gebruikte materialen is inbegrepen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;g) \"waarde van de materialen\" : de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of in Kroatië is betaald;h) \"waarde van de materialen van oorsprong\" : de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;i) \"toegevoegde waarde\" : de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruik-te materialen van oorsprong uit de andere partij of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste verifieerbare prijs die in de Gemeenschap of in Kroatië voor deze materialen werd betaald;j) \"hoofdstukken\" en \"posten\" : de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol \"geharmoniseerd systeem\" of \"GS\" genoemd;k) \"ingedeeld\" : de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;l) \"zending\" : producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van één vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, één factuur;m) \"gebieden\" : ook de territoriale wateren.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL II. - Definitie van het begrip \"producten van oorsprong\" Artikel 2 Algemene voorwaarden 1. Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap : a) geheel en al in de Gemeenschap verkregen producten in de zin van artikel 5 van dit protocol;b) in de Gemeenschap verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de Gemeenschap een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6 van dit protocol.2. Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit Kroatië : a) geheel en al in de Gemeenschap verkregen producten in de zin van artikel 5 van dit protocol;b) in Kroatië verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in Kroatië een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6 van dit protocol.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bilaterale cumulatie in de Gemeenschap Materialen van oorsprong uit Kroatië worden beschouwd als materialen van oorsprong uit de Gemeenschap; indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze evenwel een beof verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 7, lid 1, genoemde be- of verwerkingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bilaterale cumulatie in Kroatië Materialen van oorsprong uit de Gemeenschap worden beschouwd als materialen van oorsprong uit Kroatië, indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 7, lid 1, genoemde be- of verwerkingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geheel en al verkregen producten 1. Als geheel en al in de Gemeenschap of in Kroatië verkregen worden beschouwd : a) aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen producten;b) aldaar geoogste producten van het plantenrijk;c) aldaar geboren en opgefokte levende dieren;d) producten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;e) voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;f) producten van de zeevisserij en andere buiten de territoriale wateren van de Gemeenschap of van Kroatië door hun schepen uit de zee gewonnen producten;g) producten uitsluitend uit de onder f) bedoelde producten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;h) aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen, met inbegrip van gebruikte banden die uitsluitend geschikt zijn om van een nieuw loopvlak te worden voorzien of slechts als afval kunnen worden gebruikt;i) afval en schroot afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbewerkingen;j) producten, gewonnen uit de zeebodem of -ondergrond buiten de territoriale wateren, mits zij alleen het recht hebben op ontginning van deze bodem of ondergrond;k) goederen die aldaar uitsluitend uit de onder a) tot en met j) bedoelde producten zijn vervaardigd.2 De termen \"hun schepen\" en \"hun fabrieksschepen\" in lid 1, onder f) en g), zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen : a) die in een lid-Staat of in Kroatië zijn ingeschreven of geregistreerd;b) die de vlag van een lid-Staat of van Kroatië voeren;c) die voor ten minste 50 percent toebehoren aan onderdanen van lid-Staten of van Kroatië of aan een onderneming die haar hoofdkantoor in een van deze staten heeft en waarvan de bedrijfsvoerder(s), de voorzitter van de raad van bestuur of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen zijn een lid-Staat of van Kroatië, en waarvan bovendien, in het geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal aan deze staten of aan openbare lichamen of onderdanen van deze staten toebehoort;d) waarvan de kapitein en de officieren allen onderdanen zijn van een lidstaat of van Kroatië; alsmede e) waarvan de bemanning voor ten minste 75 percent uit onderdanen van lid-Staten of van Kroatië bestaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Toereikende bewerking of verwerking 1. Niet geheel en al verkregen producten worden geacht een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan in de zin van artikel 2, indien aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II is voldaan. Deze voorwaarden geven voor alle onder deze overeenkomst vallende producten aan welke be- of verwerkingen niet van oorsprong zijnde materialen moeten ondergaan om het karakter van product van oorsprong te verkrijgen, en zijn slechts op deze materialen van toepassing. Dit betekent dat indien een product dat de oorsprong heeft verkregen doordat het aan de voorwaarden in die lijst voor dat product heeft voldaan, als materiaal gebruikt wordt bij de vervaardiging van een ander product, de voorwaarden die van toepassing zijn op het product waarin het wordt verwerkt daarvoor niet gelden Er wordt dan geen rekening gehouden met niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging ervan zijn gebruikt. 2. In afwijking van lid 1 kunnen niet van oorsprong zijnde materialen die volgens de voorwaarden in de lijst bij de vervaardiging van een bepaald product niet mogen worden gebruikt, in de volgende gevallen toch worden gebruikt : a) wanneer de totale waarde ervan niet hoger is dan 10 percent van de prijs af fabriek van het product;b) wanneer in de lijst één of meer percentages zijn gegeven voor de maximumwaarde van de materialen die niet van oorsprong zijn, en deze percentages door de toepassing van dit lid niet worden overschreden. Dit lid is niet van toepassing op producten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leden 1 en 2 zijn van toepassing onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ontoereikende bewerking of verwerking 1. Behoudens het bepaalde in lid 2 worden de volgende be- of verwerkingen als ontoereikend beschouwd om de oorsprong te verlenen, ongeacht of aan de voorwaarden van artikel 6 is voldaan : a) behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren;b) splitsen en samenvoegen van colli;c) wassen, schoonmaken;stofvrij maken, verwijderen van roest, olie, verf of dergelijke; d) strijken of persen van textiel;e) schilderen of polijsten;f) ontvliezen of -doppen, geheel of gedeeltelijk bleken, polijsten of vlampolijsten van granen of rijstdoppen;g) kleuren van suiker of vormen van suikerklonten;h) pellen, ontpitten of schillen van noten, vruchten of groenten;i) aanscherpen, vermalen of versnijden;j) zeven, sorteren, classificeren, assorteren;(daaronder begrepen het samenstellen van sets van artikelen); k) bottelen, verpakken in blikken, flesjes, zakken, dozen of andere omhulsels, bevestigen op kaarten of platen, en alle andere eenvoudige verrichtingen in verband met de opmaak;l) aanbrengen of opdrukken op de producten zelf of hun verpakking van merken, etiketten, beeldmerken of andere soortgelijke onderscheidende tekens;m) mengen van producten, ook van verschillende soorten;n) samenvoegen van delen van artikelen tot een volledig artikel dan wel uit elkaar nemen van artikelen in onderdelen;o) twee of meer van de onder (a ) tot en met (n ) vermelde behandelingen tezamen;p) het slachten van dieren.2 Om te bepalen of de be- of verwerkingen die een bepaald product heeft ondergaan ontoereikend zijn in de zin van lid 1 worden alle be- of verwerkingen die dit product in de Gemeenschap of in Kroatië heeft ondergaan tezamen genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Determinerende eenheid 1. De determinerende eenheid voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol is het product dat volgens de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem als de basiseenheid wordt beschouwd. Hieruit volgt : a) wanneer een product, bestaande uit een groep of verzameling van artikelen, onder één enkele post van het geharmoniseerde systeem wordt ingedeeld, vormt het geheel de in aanmerking te nemen eenheid;b) wanneer een zending bestaat uit een aantal identieke producten die onder dezelfde post van het geharmoniseerde systeem worden ingedeeld, moet elk product voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol afzonderlijk worden genomen.2. Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn inbegrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Stellen of assortimenten Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 procent van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Neutrale elementen Om te bepalen of een product van oorsprong is, is het niet noodzakelijk de oorsprong na te gaan van : a) energie en brandstof;b) fabrieksuitrusting;c) machines en werktuigen;d) goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen. TITEL III. - Territoriale voorwaarden Artikel 12 Territorialiteitsbeginsel 1. Aan de in titel II genoemde voorwaarden met betrekking tot het verkrijgen van de oorsprong moet zonder onderbreking in de Gemeenschap of in Kroatië zijn voldaan.2. Producten van oorsprong die uit de Gemeenschap of Kroatië naar een ander land worden uitgevoerd en daarna weer worden ingevoerd, kunnen niet langer als producten van oorsprong worden beschouwd, tenzij ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat : a) de wederingevoerde goederen dezelfde goederen zijn als de eerder uitgevberde goederen;en b) dat zij tijdens de periode dat ze waren uitgevoerd geen andere be- of verwerkingen hebben ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om ze in goede staat te bewaren.3 Een buiten de Gemeenschap of Kroatië verrichte be- of verwerking van de uit de Gemeenschap of Kroatië uitgevoerde en later wederingevoerde materialen verleent niet het karakter van product van oorsprong overeenkomstig het bepaalde in titel II indien : a) de genoemde materialen geheel en al in de Gemeenschap of Kroatië zijn verkregen dan wel, voorafgaand aan de uitvoer, aldaar een meer ingrijpende be- of verwerking dan de in artikel 7 vermelde ontoereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan, en b) ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat : i) de wederingevoerde goederen het resultaat zijn van de be- of verwerking van de uitgevoerde materialen, en ii) de totale buiten de Gemeenschap of Kroatië toegevoegde waarde niet meer dan 10 % bedraagt van de prijs af fabriek van het als product van oorsprong aangemerkte eindproduct.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van lid 3 is het bepaalde in titel II betreffende het verlenen van de oorsprong niet van toepassing op buiten de Gemeenschap of Kroatië verrichte be- of verwerkingen. Wanneer evenwel, in de lijst van bijlage II, voor de vaststelling van het karakter van product van oorsprong van het betrokken eindproduct een regel is opgenomen die de maximumwaarde van alle gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen vaststelt, mogen de totale waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die in de betrokken partij worden verwerkt en de totale buiten de Gemeenschap of Kroatië overeenkomstig dit artikel toegevoegde waarde het vermelde percentage niet overschrijden. 5. Voor de toepassing van het bepaalde in de leden 3 en 4 wordt onder \"totale toegevoegde waarde\" verstaan alle buiten de Gemeenschap of Kroatië gemaakte kosten, met inbegrip van de waarde van de toegevoegde materialen.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de leden 3 en 4 is niet van toepassing op producten die niet aan de in de lijst van bijlage II genoemde voorwaarden voldoen en die uitsluitend krachtens de algemene afwijking van artikel 6, lid 2, kunnen worden aangemerkt als producten die een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan.7. Het bepaalde in de leden 3 en 4 is niet van toepassing op producten van de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem.8. Buiten de Gemeenschap of Kroatië verrichte be- of verwerkingen als bedoeld in dit artikel vinden plaats in het kader van de regeling passieve veredeling of een soortgelijke regeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Rechtstreeks vervoer 1. De bij deze overeenkomst vastgestelde preferentiële regeling is uitsluitend van toepassing op producten die aan de voorwaarden van dit protocol voldoen en die rechtstreeks tussen de Gemeenschap en Kroatië zijn vervoerd.Producten die één zending vormen, kunnen via een ander grondgebied worden vervoerd, eventueel met overslag of tijdelijke opslag op dit grondgebied, mits ze in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douane blijven en aldaar geen andere behandelingen ondergaan dan lossen en opnieuw laden of behandelingen om ze in goede staat te bewaren Producten van oorsprong mogen via een pijpleiding door een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap of van Kroatië worden vervoerd. 2. Het bewijs dat aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, wordt geleverd door overlegging van de volgende stukken aan de douaneautoriteiten van het land van invoer : a) één vervoersdocument dat in het land van uitvoer is opgesteld ter dekking van het vervoer door het land van doorvoer;of b) een door de douaneautoriteiten van het land van doorvoer afgegeven certificaat, waarin : i) de producten nauwkeurig zijn omschreven; ii) de data zijn vermeld waarop de producten gelost en opnieuw geladen zijn, in voorkomend geval onder opgave van de naam van de gebruikte schepen, of van de andere gebruikte vervoermiddelen; en iii) een verklaring betreffende de voorwaarden waarop de producten in het land van doorvoer zijn verbleven; of c) bij gebreke van bovengenoemde stukken, enig ander bewijsstuk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tentoonstellingen 1. De overeenkomst is van toepassing bij de invoer van producten van oorsprong die naar een tentoonstelling in een ander land dan een lidstaat van de Gemeenschap of Kroatië zijn verzonden, mits ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat : a) een exporteur deze producten vanuit de Gemeenschap of Kroatië naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en ze daar heeft tentoongesteld;b) deze exporteur de producten heeft verkocht of op andere wijze afgestaan aan een geadresseerde in de Gemeenschap of Kroatië;c) de producten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan zijn verzonden; en d) de producten, vanaf het moment dat zij naar de tentoonstelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.2 Een bewijs van de oorsprong wordt overeenkomstig de bepalingen van titel V afgegeven of opgesteld en op de normale wijze bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend.Op dit bewijs worden de naam en het adres van de tentoonstelling vermeld. Indien nodig kunnen aanvullende bewijsstukken worden verlangd ten aanzien van de aard van de producten en de omstandigheden waaronder zij zijn tentoongesteld. 3. Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, beurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter die niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten worden gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht zijn gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL IV. - Teruggave of vrijstelling Artikel 15 Verbod op teruggave en vrijstelling van douanerechten 1. Niet van oorsprong zijnde materialen die gebruikt zijn bij de vervaardiging van producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Kroatië waarvoor overeenkomstig de bepalingen van Titel V een bewijs van Dorsprong is afgegeven of opgesteld, komen in de Gemeenschap of in Kroatië niet in aanmerking voor de teruggave of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook.2. Het verbod in lid 1 is van toepassing op elke regeling voor gehele of gedeeltelijke terugbetaling of vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking die in de Gemeenschap of in Kroatië van toepassing is op materialen die bij de vervaardiging worden gebruikt, indien een dergelijke terugbetaling of vrijstelling uitdrukkelijk of feitelijk wordt toegekend indien de producten die uit genoemde materialen zijn verkregen worden uitgevoerd, doch niet van toepassing is indien deze producten voor binnenlands gebruik zijn bestemd.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De exporteur van producten die door een bewijs van oorsprong zijn gedekt, dient steeds bereid te zijn op verzoek van de douaneautoriteiten alle stukken over te leggen waaruit blijkt dat geen teruggave of vrijstelling van rechten is verkregen ten aanzien van de bij de vervaardiging van de betrokken producten gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn en dat alle douanerechten en heffingen van gelijke werking die op deze materialen van toepassing zijn, daadwerkelijk zijn betaald.4. De leden 1, 2 en 3 zijn ook van toepassing op de verpakking in de zin van artikel 8, lid 2, op accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen in de zin van artikel 9 en op artikelen die deel uitmaken van een stel of assortiment in de zin van artikel 10, wanneer dergelijke artikelen niet van oorsprong zijn.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leden 1 tot en met 4 zijn uitsluitend van toepassing op materialen van de soort waarop de overeenkomst van toepassing is.Zij doen geen afbreuk aan het stelsel van restituties bij de uitvoer van landbouwproducten overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst. 6. In afwijking van lid 1 mag Kroatië regelingen voor de vrijstelling of teruggave van douanerechten en heffingen van gelijke werking toepassen op materialen die bij de vervaardiging van producten van oorsprong zijn gebruikt, onder het volgende voorbehoud : a) een douanerecht van 5 %, of een lager recht indien dit in Kroatië van toepassing is, wordt geheven op producten die onder de hoofdstukken 25 tot en met 49 en 64 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld;b) een douanerecht van 10 %, of een lager recht indien dit in Kroatië van toepassing is, wordt geheven op producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is vanaf 1 januari 2003 van toepassing.Dit lid 6 is van toepassing tot en met 31 december 2005 en kan in onderling overleg worden herzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL V. - Bewijs van de oorsprong Artikel 16 Algemene voorwaarden 1. Deze overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die in Kroatië worden ingevoerd en op producten van oorsprong uit Kroatië die in de Gemeenschap worden ingevoerd, op vertoon van : a) een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1, waarvan het model in bijlage III is opgenomen; of b) in de in artikel 21, lid 1, bedoelde gevallen, een verklaring van de exporteur, waarvan de tekst in bijlage IV is opgenomen, op een factuur, pakbon of een ander handelsdocument en waarin de producten duidelijk genoeg zijn omschreven om geïdentificeerd te kunnen worden (hierna \"factuurverklaring\" genoemd).2. In afwijking van lid 1 vallen producten van oorsprong in de zin van dit protocol in de in artikel 26 bedoelde gevallen onder de toepassing van deze overeenkomst zonder dat een van de hierboven genoemde documenten behoeft te worden overgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 l. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer op schriftelijke aanvraag van de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, van zijn gemachtigde vertegenwoordiger.2. Te dien einde vult de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger zowel het certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 als het aanvraagformulier in.Modellen van beide formulieren zijn in bijlage III opgenomen. Deze formulieren worden ingevuld in een van de talen waarin de overeenkomst is opgesteld, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien de formulieren met de hand worden ingevuld, dient dit met inkt en in blokletters te gebeuren. De producten moeten worden omschreven in het daartoe bestemde vak en er mogen geen regels worden opengelaten Indien dit vak niet volledig is ingevuld, wordt onder de laatste regel een horizontale lijn getrokken en het niet-ingevulde gedeelte doorgekruist. 3. Exporteurs die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 verzoeken, dienen steeds bereid te zijn, op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer waar dit certificaat wordt afgegeven, alle nodige documenten over te leggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan alle andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.4. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van een lid-Staat of van Kroatië, indien de uit te voeren goederen kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Kroatië en tevens aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De met de afgifte belaste douaneautoriteiten nemen alle nodige maatregelen om te controleren of de producten daadwerkelijk van oorsprong zijn, en gaan na of aan alle andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.Deze zijn in dit verband gerechtigd bewijsmateriaal op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en elke andere controle te verrichten die zij dienstig achten. De met de afgifte belaste douaneautoriteiten zien er ook op toe dat de in lid 2 bedoelde formulieren correct zijn ingevuld. Met name wordt nagegaan of het voor de omschrijving van de goederen bestemde vak zodanig is ingevuld dat frauduleuze toevoegingen niet mogelijk zijn. 6. De datum van afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 wordt vermeld in vak 11 van het certificaat.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 wordt door de douaneautoriteiten afgegeven en ter beschikking van de exporteur gesteld zodra de goederen werkelijk worden uitgevoerd of wanneer het zeker is dat ze zullen worden uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 1. In afwijking van artikel 17, lid 7, kan een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 bij wijze van uitzondering na de uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft worden afgegeven, indien : a) dit door een vergissing, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden niet bij de uitvoer is gebeurd; of b) ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat het certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 wel is afgegeven, maar bij invoer om technische redenen niet is aanvaard.2. Met het oog op de toepassing van lid 1 dient de exporteur in zijn aanvraag-de plaats en de datum van uitvoer te vermelden van de producten waarop het certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 betrekking heeft, onder opgave van de redenen van zijn aanvraag.3 Vóór de douaneautoriteiten tot afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 overgaan, dienen zij te hebben vastgesteld dat de gegevens in de aanvraag van de exporteur overeenstemmen met die in het desbetreffende dossier.4. Op een achteraf afgegeven certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 wordt een van de volgende aantekeningen aangebracht : « NACHTRÄGLICH AUSGESTELLT\", \"DELIVRE A POSTERIORI\", \"RILASCIATO A POSTERIORI\", \"AFGEGEVEN A POSTERIORI\", \"ISSUED RETROSPECTIVELY\", \"UDSTEDT EFTERFOLGENDE\", \"EKOOOEN EK TS?N YETEPS2N\", \"EXPEDIDO A POSTERIORI\", \"EMITIDO A POSTERIORI\", \"ANNETTU JÄLKIKÄTEEN\", \"UTFÄRDAT I EFTERHAND\", \"NAKNADNO IZDANO\".5. De in lid 4 bedoelde aantekening wordt aangebracht in het vak \"Opmerkingen\" van het certificaat inzake goederenverkeer EUR 1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 1. In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 kan de exporteur de douaneautoriteiten die het certificaat hebben afgegeven, verzoeken een duplicaat op te maken aan de hand van de uitvoerdocumenten die in hun bezit zijn.2. Op het aldus afgegeven duplicaat wordt een van de volgende aantekeningen aangebracht : \"DUPLIKAT\", \"DUPLICATA\", \"DUPLICATO\", \"DUPLICAAT\", \"DUPLICATE\", \"ANTIFPA(DO\", \"DUPLICADO\", \"SEGUNDA VIA\", \"KAKSOISKAPPALE\".3. De in lid 2 bedoelde aantekening wordt aangebracht in het vak \"Opmerkingen\" van het duplicaat van het certificaat inzake goederenverkeer EUR 1.4 Het duplicaat, dat dezelfde datum van afgifte draagt als het oorspronkelijke certificaat inzake goederenverkeer EUR l, is vanaf die datum geldig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Kroatië onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Kroatië. Dit certificaat of deze certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring 1. Factuurverklaringen als bedoeld in artikel 16, lid 1, onder b), kunnen worden opgesteld door : a) toegelaten exporteurs in de zin van artikel 22, of b) alle exporteurs, voor zendingen bestaande uit een of meer colli die producten van oorsprong bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan 6.000 euro bedraagt. 2. Een factuurverklaring kan worden opgesteld indien de producten als van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Kroatië kunnen worden beschouwd en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen.3. Exporteurs die een factuurverklaring opstellen, moeten steeds bereid zijn op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer de nodige documenten te overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.4 Factuurverklaringen, waarvan de tekst in bijlage IV is opgenomen, worden door de exporteur op de factuur, de pakbon of een ander handelsdocument getypt, gestempeld of gedrukt in een van de in die bijlage opgenomen talenversies, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer.Factuurverklaringen mogen ook met de hand, met inkt en in blokletters, worden geschreven. 5. Factuurverklaringen worden door de exporteur eigenhandig ondertekend.Toegelaten exporteurs in de zin van artikel 22 behoeven deze verklaring echter niet te ondertekenen, mits zij de douaneautoriteiten een schriftelijke verklaring doen toekomen waarin zij de volle verantwoordelijkheid op zich nemen voor alle factuurverklaringen waaruit hun identiteit blijkt, alsof zij deze eigenhandig hadden ondertekend. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een factuurverklaring kan door de exporteur worden opgesteld bij de uitvoer van de producten waarop zij betrekking heeft of later, maar moet uiterlijk twee jaar na de invoer van de producten waarop ze betrekking heeft in het land van invoer worden aangeboden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Toegelaten exporteurs 1. De douaneautoriteiten van het land van uitvoer kunnen exporteurs die veelvuldig producten verzenden waarop deze overeenkomst van toepassing is vergunning verlenen factuurverklaringen op te stellen, ongeacht de waarde van de betrokken producten.Exporteurs die voor een dergelijke vergunning in aanmerking wensen te komen, moeten naar het oordeel van de douaneautoriteiten de nodige waarborgen bieden met betrekking tot de controle op de oorsprong van de producten en de naleving van alle andere voorwaarden van dit protocol. 2. De douaneautoriteiten kunnen het verlenen van de status van toegelaten exporteur afhankelijk stellen van de door hen noodzakelijk geachte voorwaarden.3 De douaneautoriteiten kennen de toegelaten exporteur een nummer toe dat in de factuurverklaringen wordt vermeld.4. De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning door de toegelaten exporteur.5. De douaneautoriteiten kunnen de vergunning steeds intrekken.Zij zijn verplicht dit te doen wanneer de toegelaten exporteur niet langer de in lid 1 bedoelde garanties biedt, niet langer aan de in lid 2 bedoelde voorwaarden voldoet of de vergunning niet op de juiste wijze gebruikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geldigheid van het bewijs van oorsprong 1. Een bewijs van oorsprong is vier maanden geldig vanaf de datum van afgifte in het land van uitvoer.Het moet binnen deze periode worden ingediend bij de douaneautoriteiten van het land van invoer. 2. Bewijzen van oorsprong die na het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijn bij de douaneautoriteiten van het land van invoer worden ingediend, kunnen met het oog op de toepassing van de preferentiële behandeling worden aanvaard wanneer de verlate indiening het gevolg is van overmacht of buitengewone omstandigheden.3. In andere gevallen van verlate indiening kunnen de douaneautoriteiten van het land van invoer de bewijzen van oorsprong aanvaarden indien de producten vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangebracht. Artikel 24 Overlegging van het bewijs van oorsprong Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures Deze autoriteiten kunnen een vertaling van het bewijs van oorsprong verlangen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomstig voldoen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Invoer in deelzendingen Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling van bewijs van oorsprong 1. ProductenAie in kleine zendingen door particulieren aan particulieren worden verzonden of die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers, worden als producten van oorsprong toegelaten zonder dat het nodig is een formeel bewijs van oorsprong over te leggen, mits aan zulke producten ieder handelskarakter vreemd is en verklaard wordt dat zij aan de voorwaarden voor de toepassing van dit protocol voldoen en er over de juistheid van deze verklaring geen twijfel bestaat.Voor postzendingen kan deze verklaring op het douaneaangifteformulier CN22/CN23 of op een daaraan gehecht blad worden gesteld. 2. Als invoer waaraan ieder handelskarakter vreemd is wordt beschouwd de invoer van incidentele aard van producten die uitsluitend bestemd zijn voor het persoonlijke gebruik van de geadresseerde, de reiziger of de leden van zijn gezin, mits noch de aard noch de hoeveelheid van de producten op commerciële doeleinden wijzen. 3. Voorts mag de totale waarde van deze producten niet meer bedragen dan EUR 500 voor kleine zendingen of EUR 1.200 voor producten die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteunende documenten De in artikel 17, lid 3, en artikel 21, lid 3, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die worden gedekt door een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 of een factuurverklänïng, producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Kroatië zijn en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn : a) een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;b) in de Gemeenschap of in Kroatië afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;c) in de Gemeenschap of in Kroatië afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit be- of verwerking in de Gemeenschap of in Kroatië blijkt;d) certificaten inzake goederenverkeer EUR 1 of factuurverklaringen waaruit blijkt dat de gebruikte materialen van oorsprong zijn, die overeenkomstig dit protocol in de Gemeenschap of in Kroatië zijn afgegeven of opgesteld</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bewaring van het bewijs van oorsprong en de ondersteunende documenten 1. Exporteurs die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 verzoeken, dienen de in artikel 17, lid 3, bedoelde ondersteunende documenten ten minste drie jaar te bewaren.2. Exporteurs die een factuurverklaring opstellen, dienen een kopie van deze factuurverklaring en van de in artikel 21, lid 3, bedoelde documenten gedurende ten minste drie jaar te bewaren.3. De douaneautoriteiten van het land van uitvoer die een EUR 1 certificaat afgeven, bewaren het in artikel 17, lid 2, bedoelde aanvraagformulier ten minste drie jaar.4. De douaneautoriteiten van het land van invoer bewaren de certificaten inzake goederenverkeer EUR 1 en factuurverklaringen die bij hen worden ingediend gedurende ten minste drie jaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verschillen en vormfouten 1. Worden geringe verschillen vastgesteld tussen de gegevens in het bewijs van oorsprong en de gegevens in de documenten die in verband met de formaliteiten bij invoer bij het douanekantoor worden ingediend, dan is het bewijs van oorsprong daardoor niet automatisch ongeldig, indien blijkt dat het wel degelijk met de aangebrachte producten overeenstemt.2. Kennelijke vormfouten zoals typefouten op het bewijs van oorsprong maken dit document niet ongeldig, indien deze fouten niet van dien aard zijn dat zij twijfel doen rijzen over de juistheid van de in daarin vermelde gegevens</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In euro uitgedrukte bedragen 1. Voor de toepassing van artikel 21, lid 1, onder b), en artikel 26, lid 3, wordt, in gevallen waarin de producten gefactureerd zijn in een andere valuta dan de euro, de tegenwaarde in de nationale valuta van Kroatië die overeenstemt met de in euro uitgedrukte bedragen, jaarlijks vastgesteld.2 Artikel 21, lid 1, onder b), en artikel 26, lid 3, zijn van toepassing op een zending op basis van de valuta waarin de factuur is opgesteld, overeenkomstig het bedrag dat door de Gemeenschap of Kroatië is vastgesteld.3. De in een bepaalde nationale valuta te gebruiken bedragen zijn de tegenwaarde in die valuta van de in euro uitgedrukte bedragen op de eerste werkdag van oktober.De bedragen worden de Commissie van de Europese Gemeenschappen uiterlijk op 15 oktober medegedeeld en zijn van toepassing vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar. De Commissie van de Europese Gemeenschappen stelt Kroatië in kennis van het desbetreffende bedrag. 4. Kroatië mag het bedrag dat is verkregen door omrekening van een in euro uitgedrukt bedrag in de nationale valuta naar boven of naar beneden afronden.Het afgeronde bedrag mag niet meer dan 5 procent afwijken van het door omrekening verkregen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kroatië kan de tegenwaarde in zijn nationale valuta van een in euro uitgedrukt bedrag ongewijzigd handhaven, indien bij de omrekening van dit bedrag, ten tijde van de in lid 3 bedoelde jaarlijkse aanpassing, vóór afronding, een stijging van minder dan 15 procent van die tegenwaarde wordt verkregen. De tegenwaarde in nationale valuta kan ongewijzigd blijven, indien de omrekening tot een daling van de tegenwaarde leidt. 5. De in euro uitgedrukte bedragen worden door het Stabilisatie- en Associatiecomité op verzoek van de Gemeenschap of Kroatië herzien.Bij deze herziening onderzoekt het Stabilisatie- en Associatiecomité of het wenselijk is de betreffende limieten in reële termen ie handhaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kan in dit verband besluiten de in euro uitgedrukte bedragen te wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL VI. - Regelingen voor administratieve samenwerking Artikel 31 Wederzijdse bijstand 1. De douaneautoriteiten van de lid-Staten en van Kroatië doen elkaar via de Commissie van de Europese Gemeenschappen afdrukken toekomen van de stempels die in hun douanekantoren worden gebruikt bij de afgifte van certificaat inzake goederenverkeer EUR 1, alsmede de adressen van de douaneautoriteiten die belast zijn met de controle van deze certificaten en de factuurverklaringen.2. Met het oog op de correcte toepassing van dit protocol verlenen de Gemeenschap en Kroatië elkaar via de\"bevoegde douane-instanties bijstand bij de controle op de echtheid van certificaten inzake goederenverkeer EUR 1 en factuurverklaringen en de juistheid van de daarop vermelde gegevens.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Controle van bewijzen van oorsprong 1. Bewijzen van oorsprong worden achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd, en tevens wanneer de douaneautoriteiten van het land van invoer redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van deze documenten, de oorsprong van de betrokken producten of de naleving van de andere voorwaarden van dit protocol.2. Ten behoeve van de toepassing van lid 1 zenden de douaneautoriteiten van het land van invoer het certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 en de factuur, indien deze werd voorgelegd, de factuurverklaring of een kopie van deze documenten, terug aan de douaneautoriteiten van het land van uitvoer, eventueel onder vermelding van de redenen waarom een onderzoek wordt aangevraagd.Zij verstrekken bij deze aanvraag om controle alle documenten en gegevens die het vermoeden hebben doen rijzen dat de gegevens op het bewijs van oorsprong,onjuist zijn. 3 De controle wordt verricht door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer.Deze zijn in dit verband gerechtigd bewijsmateriaal op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en elke andere controle te verrichten die zij dienstig achten. 4. Indien de douaneautoriteiten van het land van invoer besluiten de preferentiële behandeling niet toe te kennen zolang de uitslag van de controle niet bekend is, doen zij de importeur het voorstel de producten vrij te geven onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conservatoire maatregelen.5. De resultaten van de controle worden zo spoedig mogelijk medegedeeld aan de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd.In deze mededeling moet duidelijk worden aangegeven of de documenten al dan niet echt zijn, of de betrokken producten als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Kroatië beschouwd kunnen worden en of aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de cumulatiebepalingen van de artikelen 3 en 4 van dit protocol worden toegepast en in samenhang met artikel 17, lid 3, dient bij het antwoord een kopie van het desbetreffende certificaat inzake goederenverkeer of de desbetreffende certificaten inzake goederenverkeer of de factuurverklaring of factuurverklaringen te worden gevoegd. 6. Indien bij gegronde twijfel binnen tien maanden na het verzoek om controle geen antwoord is ontvangen, of indien het antwoord niet voldoende gegevens bevat om de echtheid van het betrokken document of de werkelijke oorsprong van de producten vast te stellen, kennen de aanvragende douaneautoriteiten de preferentiële behandeling niet toe, behoudens buitengewone omstandigheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beslechting van geschillen Geschillen ten aanzien van de in artikel 32 bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden tussen de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautoriteiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in verband met de interpretatie van dit Protocol worden aan de Stabilisatie- en Associatiecomité voorgelegd In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Sancties Tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel producten onder de preferentiële regeling te doen vallen, worden sancties getroffen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrije zones 1. De Gemeenschap en Kroatië nemen alle nodige maatregelen om te voorkomen dat producten die onder geleide van een bewijs van oorsprong worden verhandeld en die tijdens het vervoer in een op hun grondgebied gelegen vrije zone verblijven, door andere goederen worden vervangen of andere behandelingen ondergaan dan die welke gebruikelijk zijn om ze in goede staat te bevaren.2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geven de bevoegde douaneautoriteiten, wanneer producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Kroatië die onder dekking van een bewijs van oorsprong in een vrije zone zijn ingevoerd, een be- of verwerking ondergaan, op verzoek van de exporteur een nieuw certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 af, mits deze be- of verwerking met de bepalingen van dit protocol overeenstemt TITEL VII. - Ceuta en melilla Artikel 36 Toepassing van het protocol 1. De in artikel 2 gebruikte term \"Gemeenschap\" heeft geen betrekking op Ceuta en Melilla.2. Producten van oorsprong uit Kroatië die in Ceuta of Melilla worden ingevoerd, vallen in elk opzicht onder dezelfde douaneregeling als de regeling die op grond van Protocol nr.2 bij de Akte van Toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Republiek Portugal tot de Europese Gemeenschappen van toepassing is op producten van oorsprong uit het douanegebied van de Gemeenschap. Kroatië past op onder de overeenkomst vallende producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla. dezelfde regeling toe als op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die uit de Gemeenschap worden ingevoerd. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van lid 2 op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla is dit protocol van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van de bijzondere voorwaarden van artikel 37.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere voorwaarden 1. Mits zij rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, worden beschouwd als : (1) producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla : a) geheel en al in Ceuta en Melilla verkregen producten;b) in Ceuta en Melilla verregen producten bij de vervaardiging waarvan andere dan de onder a) bedoelde producten zijn gebruikt, mits : i) deze producten een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6, of ii) deze producten van oorsprong zijn uit Kroatië of uit de Gemeenschap in de zin van dit protocol, en be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer omvatten dan de in artikel 7, lid 1, bedoelde ontoereikende be- of verwerkingen;(2) producten van oorsprong uit Kroatië : a) geheel en al in Kroatië verkregen producten;b) in Kroatië verkregen producten bij de vervaardiging waarvan andere dan de onder a) bedoelde producten zijn gebruikt, mits : i) deze producten een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6, of ii) deze producten van oorsprong zijn uit Ceuta en Melilla of de Gemeenschap in de zin van dit protocol, en be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer omvatten dan de in artikel 7, lid 1, bedoelde ontoereikende be- of verwerkingen.2 Ceuta en Melilla worden als één enkel grondgebied beschouwd.3. De exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger vermeldt \"Kroatië\" en \"Ceuta.en Melilla\" in vak 2 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 of op de factuurverklaring. Voor producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla wordt dit bovendien vermeld in vak 4 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR 1 of op de factuurverklaring. 4. De Spaanse douaneautoriteiten zijn belast met de toepassing van dit protocol in Ceuta en Melilla. TITEL VIII. - Slotbepalingen Artikel 38 Wijziging van het protocol De Stabilisatie- en Associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">BIJLAGE I AANTEKENINGEN BIJ DE LIJST IN BIJLAGE II Aantekening 1 : In deze lijst is vermeld aan welke voorwaarden een product moet voldoen om als voldoende be- of verwerkt in de zin van artikel 6 te worden beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantekening 2 : 2.1. In de eerste twee kolommen van de lij st wordt het verkregen product omschreven. Kolom 1 vermeldt het nummer van de post of het hoofdstuk volgens het geharmoniseerde systeem en kolom 2 de omschrijving van de goederen die volgens dat systeem onder die post of dat hoofdstuk vallen. Voor ieder product dat in de kolommen 1 en 2 is'omschreven, wordt in kolom 3 en/of 4 een regel gegeven. Een nummer in kolom 1 voorafgegaan door \"ex\" betekent dat de regel in kolom 3 of 4 alleen geldt voor het gedeelte van die post of dat hoofdstuk dat in kolom 2 is omschreven. 2.2. Wanneer in kolom 1 verscheidene postnummers zijn gegroepeerd of wanneer een hoofdstuknummer is vermeld en de omschrijving van het product in kolom 2 derhalve in algemene bewoordingen is gesteld, dan is de regel daarnaast in kolom 3 of 4 van toepassing op alle producten die volgens het geharmoniseerd systeem onder de posten van het hoofdstuk of onder elk van de in kolom 1 gegroepeerde posten zijn ingedeeld. 2.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer in de lijst verschillende regels worden gegeven voor verschillende producten die onder dezelfde post vallen, wordt na elk streepje dat deel van de post omschreven waarop de daarnaast in kolom 3 of 4 vermelde voorwaarde van toepassing is. 2.4. Wanneer voor een in kolom 1 en 2 vermeld product zowel in kolom 3 als in kolom 4 een regel wordt gegeven, kan de exporteur kiezen welke regel, die in kolom 3 of die in kolom 4, wordt toegepast. Indien in kolom 4 geen oorsprongsregel wordt gegeven, moet de regel in kolom 3 worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantekening 3 : 3.1. Artikel 6 betreffende producten die de oorsprong hebben verkregen en die bij de vervaardiging van andere producten worden gebruikt, is van toepassing ongeacht het feit of dit product in dezelfde fabriek werd vervaardigd of in een andere fabriek in Kroatië of de Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld : Een motor van post 8407 waarvoor de regel geldt dat de waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die daarin worden verwerkt niet meer mag bedragen dan 40 % van de prijs af fabriek, is vervaardigd van \"ander gelegeerd staal, enkel ruw voorgesmeed\" van post ex 7224.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien dit smeedijzer in Kroatië van niet van oorsprong zijnde ingots is vervaardigd, heeft het reeds de oorsprong verkregen krachtens de regel voor post ex 7224. Bij de waardeberekening van de motor telt het dan als materiaal van oorsprong, of het nu in dezelfde fabriek werd vervaardigd of in een andere fabriek in Kroatië. De waarde van de niet van oorsprong zijnde ingots wordt dus niet meegerekend bij het berekenen van de waarde van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn. 3.2. De regel in de lijst geeft de minimumbewerking of -verwerking aan die vereist is; meer be- of verwerking verleent eveneens de oorsprong; omgekeerd kan minder be- of verwerking geen oorsprong verlenen. Is volgens de regel het gebruik van niet van oorsprong zijnd materiaal in een bepaald productiestadium toegestaan, dan is het gebruik van dit materiaal in een vroeger productiestadium wel, maar in een later productiestadium niet toegestaan. 3.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van aantekening 3.2 mogen, wanneer volgens de regel \"materialen van een willekeurige post\" gebruikt mogen worden, materialen van dezelfde post als het product worden gebruikt, onder voorbehoud evenwel van eventuele in die regel opgenomen beperkingen. \"Vervaardiging uit materialen van een willekeurige post-net inbegrip van andere materialen van post... » houdt evenwel in dat materialen van dezelfde post als het product slechts gebruikt mogen worden als de omschrijving ervan verschilt van die van het product in kolom 2. 3.4. Wanneer volgens een regel in de lijst een product van meer dan een materiaal mag worden vervaardigd, betekent dit dat een of meer van deze materialen kunnen worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is niet noodzakelijk dat zij alle worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld : Volgens de regel voor weefsels van de posten 5208 tot en met 5212 mogen natuurlijke vezels en andere materialen, waaronder chemische stoffen, worden gebruikt. Dit betekent niet dat beide moeten worden gebruikt; het ene of het andere materiaal of beide kunnen worden gebruikt. 3.5. Wanneer volgens een regel in de lijst een product van een bepaald materiaal vervaardigd moet worden, betekent dit evenwel niet dat geen andere materialen mogen worden gebruikt die vanwege hun aard niet aan de regel kunnen voldoen. (Zie ook aantekening 6.2 met betrekking tot textielproducten.).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld : De regel voor post 1904 sluit nadrukkelijk het gebruik van granen en derivaten daarvan uit. Minerale zouten, chemicaliën en andere additieven die niet van granen zijn vervaardigd mogen evenwel worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze regel is evenwel niet van toepassing op producten die niet kunnen worden vervaardigd uit het in de lijst genoemde materiaal, maar die wel kunnen worden vervaardigd uit een materiaal van dezelfde aard in een vroeger productiestadium.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld : Indien voor een kledingstuk van ex hoofdstuk 62, van gebonden textielvlies, het gebruik van uitsluitend garen dat niet van oorsprong is, is toegestaan, is het niet mogelijk uit te gaan van stof van gebonden textielvlies - ook al kan gebonden textielvlies normalerwijze niet van garen worden vervaardigd. In een dergelijk geval dient het uitgangsmateriaal zich in het stadium vóór garen te bevinden, dat wil zeggen in het vezelstadium. 3.6. Indien een regel in de lijst twee of meer percentages geeft als maximumwaarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die kunnen worden gebruikt, dan mogen deze percentages niet bij eikaar worden opgeteld. De maximumwaarde van alle gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, mag het hoogste van de opgegeven percentages nooit overschrijden. Bovendien mogen de afzonderlijke percentages met betrekking tot bepaalde materialen niet worden overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantekening 4 : 4.1. De teen \"natuurlijke vezels\" in de lijst heeft betrekking op andere dan kunstmatige of synthetische vezels, met inbegrip van afval, in het stadium vóór het spinnen. Tenzij anders vermeld omvat de term \"natuurlijke vezels\" vezels die zijn gekaard, gekamd of anderszins bewerkt, doch niet gesponnen. 4.2. De term \"natuurlijke vezels\" omvat paardenhaar van post 0503, zijde van de posten 5002 en 5003, wol, fijn of grof haar van de posten 5 101 tot en met 5105, katoen van de posten 5201 tot en met 5203 en ander plantaardige vezels van de posten 5301 tot en met 5305. 4.3. De termen \"textielmassa\", \"chemische stoffen\" en \"materialen voor het vervaardigen van papier\" in de lijst hebben betrekking op materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 vallen, maar die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van kunstmatige, synthetische of papieren vezels of garens. 4.4. De term \"synthetische en kunstmatige stapelvezels\" in de lijst heeft betrekking op kabel van synthetische of kunstmatige filamenten, op synthetische of kunstmatige stapelvezels en op synthetisch of kunstmatig afval van de posten 5501 tot en met 5507.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantekening 5 : 5.1. Indien voor een bepaald product in de lijst naar deze aantekening wordt verwezen, zijn de in kolom 3 van de lijst genoemde voorwaarden niet van toepassing op basistextielmaterialen die bij de vervaardiging zijn gebruikt en die, samen genomen, ten hoogste 10 % van het totale gewicht van alle gebruikte basistextielmaterialen uitmaken. (Zie ook de aantekeningen 5.3 en 5.4). 5.2. De in punt 5.1 genoemde tolerantie is evenwel slechts van toepassing op gemengde producten die van twee of meer basistextielmaterialen zijn vervaardigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Basistextielmaterialen zijn : - zijde, - wol, - grof haar, - fijn haar, - paardenhaar (crin), - katoen, - papier en materiaal voor het vervaardigen van papier, - vlas, - hennep, - jute en andere bastvezels, - sisal en andere textielvezels van het geslacht Agave, - kokosvezels, abaca, ramee en andere plantaardige textielvezels, - synthetische filamenten, - kunstmatige filamenten, - filamenten die elektriciteit geleiden, - synthetische stapelvezels van polypropyleen, - synthetische stapelvezels van polyester, - synthetische stapelvezels van polyamide, - synthetische stapelvezels van polyacrylonitriel, - synthetische stapelvezels van polyamide, - synthetische stapelvezels van polytettafluorethyleen, - synthetische stapelvezels van polyfenyleensulfide, - synthetische stapelvezels van polyvinylchloride, - andere synthetische stapelvezels, - kunstmatige stapelvezels van viscose, - andere kunstmatige stapelvezels, - garen van polyurethaan met soepele segmenten van polyether, al dan niet omwoeld, - garen van polyurethaan met soepele segmenten van polyester, al dan niet omwoeld, - producten van post 5605 (metaalgarens) met strippen bestaande uit een kern van aluminiumfolie of eenkern van kunststoffolie, al dan niet bedekt met aluminiumpoeder, met een breedte van niet meer dan 5 mm, welke kern met behulp van een doorzichtig of gekleurd kleeffiniddel is bevestigd tussen twee strippen kunststof, - andere producten van post 5605.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld : Garen van post 5205, gemaakt van katoenvezels van post 5203 en van synthetische stapelvezels van post 5506, is een gemengd garen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derhalve mogen niet van oorsprong zijnde synthetische stapelvezels die niet voldoen aan de regels van oorsprong (volgens welke een vervaardiging uit chemische stoffen of textielmassa is vereist) worden gebruikt tot 10 % van het gewicht van het garen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld : Een weefsel van wol van post 5112, gemaakt van garens van wol van post 5107 en van synthetische garens van stapelvezels van post 5509, is een gemengd weefsel. Derhalve mogen synthetische garens die niet voldoen aan de regels van oorsprong (volgens welke een vervaardiging uit chemische stoffen of textielmassa is vereist) of garens van wol die niet voldoen aan de regels van oorsprong (volgens welke een vervaardiging is vereist uit natuurlijke vezels die niet gekaard zijn of gekamd, noch anderszins met het oog op het spinnen bewerkt) of een combinatie van deze twee soorten garens worden gebruikt, mits het totale gewicht ervan niet hoger is dan 10 % van het gewicht van het weefsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld : Getuft textielweefsel van post 5802, gemaakt van garens van katoen van post 5205 en van weefsels van katoen van post 5210, is slechts een gemengd product wanneer het katoenweefsel zelf een gemengd product is, vervaardigd van onder twee verschillende posten ingedeelde garens, of wanneer de gebruikte katoengarens zelf gemengde garens zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld : Indien het betrokken getufte textielweefsel was gemaakt van katoengarens van post 5205 en van synthetisch weefsel van post 5407, dan zijn de gebruikte garens gemaakt van twee verschillende soorten basistextielmateriaal en is het getufte textielweefsel bijgevolg een gemengd product. 5.3. Voor producten die garens bevatten \"gemaakt van polyurethaan, met soepele segmenten van polyether, ook indien omwoeld\", bedraagt de tolerantie voor dit garen ten hoogste 20 %. 5.4. Voor producten met \"strippen bestaande uit een kern van aluminiumfolie of een kern van kunststoffolie, al dan niet bedekt met aluminiumpoeder, met een breedte van niet meer dan 5 mm, welke kern met behulp van een kleefmiddel is bevestigd tussen twee strippen kunststof' bedraagt de tolerantie voor de strippen ten hoogste 30 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantekening 6 : 6.1. Voor textielproducten die in de lijst van een voetnoot zijn voorzien die naar deze aantekening verwijst, mogen textielmaterialen, met uitzondering van voeringen en tussenvoeringen, die niet voldoen aan de regel in kolom 3 van de lijst voor het betrokken geconfectioneerde product, worden gebruikt voor zover deze onder een andere post vallen dan het product en de waarde niet meer bedraagt dan 10 % van de prijs af fabriek van het product. 6.2.. Onverminderd aantekening 6.3 mogen materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 zijn ingedeeld vrij worden gebruikt, ongeacht of zij textiel bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld : Wanneer volgens een regel in de lijst voor een bepaald textielartikel, zoals een broek, garen moet worden gebruikt, dan shiit dit het gebruik van artikelen van metaal, zoals knopen, niet uit, omdat deze niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 zijn ingedeeld. Om dezelfde reden is het gebruik van bij voorbeeld ritssluitingen toegelaten, al bevatten deze normalerwijze ook textiel. 6.3. Wanneer een percentageregel van toepassing is, moet met de waarde van materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 zijn ingedeeld, rekening worden gehouden bij de berekening van de waarde van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantekening 7 : 7.1. Onder \"aangewezen behandeling\" in de zin van de posten ex 2707, 2713 tot en met 2715, ex 2901, ex 2902 en ex 3403 wordt verstaan : a) vacuümdistillatie, b) herdistillatie volgens een proces van ver doorgevoerde splitsing (1), c) kraken, d) reforming, e) extractie met behulp van selectieve oplosmiddelen, f) een bewerking bestaande uit alle navolgende behandelingen : behandelen met geconcentreerd zwavelzuur, rokend zwavelzuur of zwavelzuuranhydride, neutraliseren met behulp van alkalische stoffen, ontkleuren en zuiveren met behulp van van nature actieve aarde, van geactiveerde aarde, van actieve koolstof of van bauxiet, g) polymeriseren, h) alkyleren, i) isomeriseren.(1) Zie aanvullende aantekening 4 b) bij hoofdstuk 27 van de gecombineerde nomenclatuur. 7.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder \"aangewezen behandeling\" in de zin van de posten 2710, 2711 en 2712 wordt verstaan : a) vacuümdistillatie, b) herdistillatie volgens een proces van ver doorgevoerde splitsing (1), c) kraken, d) reforming, e) extractie met behulp van selectieve oplosmiddelen, f) een bewerking bestaande uit alle navolgende behandelingen : behandelen met geconcentreerd zwavelzuur, rokend zwavelzuur of zwavelzuuranhydride, neutraliseren met behulp van alkalische stoffen, ontkleuren en zuiveren met behulp van van nature actieve aarde, van geactiveerde aarde, van actieve koolstof of van bauxiet, g) polymeriseren, h) alkyleren, i) j) isomeriseren, k) uitsluitend voor de zware oliën van post ex 27.10 : ontzwavelen met gebruikmaking van waterstof, waardoor het zwavelgehalte van de behandelde producten met ten minste 85 % wordt verlaagd (methode ASTM D 1266-59 T), l) uitsluitend voor de producten van post 2710 : ontparaffineren, anders dan door enkel filtreren, m) uitsluitend voor de zware oliën van post ex 2710 : behandelen met waterstof, uitgezonderd ontzwavelen, waarbij de waterstof actief deelneemt aan een scheikundige reactie die, met behulp van een katalysator, onder een druk van meer dan 20 bar en bij een temperatuur van meer dan 250 °C wordt teweeggebracht.Eindbehandeling met waterstof van smeeroliën van post ex 2710 die in het bijzonder verbetering van de kleur of de stabiliteit ten doel heeft (bij voorbeeld \"hydrofinishing\" of ontkleuren), wordt daarentegen niet als een aangewezen behandeling aangemerkt, n) uitsluitend voor stookolie van post ex 2710 : atmosferische distillatie, mits deze producten, distillatieverliezen inbegrepen, voor minder dan 30 % van het volume overdistilleren bij 300 °C, bepaald volgens de methode ASTM D 86, o) uitsluitend voor andere zware oliën dan gasolie of stookolie van post ex 2710 : behandelen met gebruikmaking van hoogfrequente glimontlading.(1) Zie aanvullende aantekening 4 b) bij hoofdstuk 27 van de gecombineerde nomenclatuur. 7.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat de posten ex 2707, 2713, 2714 en 2715, ex 2901, ex 2902 en ex 3403 betreft wordt geen oorsprong verleend door eenvoudige behandelingen zoals reinigen, decanteren, ontzouten, afsplitsen van water, filtreren, kleuren, merken, het verkrijgen van een bepaald zwavelgehalte door het mengen van producten met uiteenlopende zwavelgehaltes, alle combinaties van die behandelingen of soortgelijke behandelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld PROTOCOL NR. 5 INZAKE WEDERZIJDSE ADMINISTRATIEVE BIJSTAND IN DOUANEZAKEN Artikel 1 Definities Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder : a) \"douanewetgeving\" : de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;b) \"verzoekende autoriteit\" : een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;c) \"aangezochte autoriteit\" : een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;d) \"persoonsgegevens\" : alle informatie betreffende een natuurlijke persoon wiens identiteit bekend is of kan worden vastgesteld;e) \"met de douanewetgeving strijdige handeling\" : elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingsgebied 1. De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar bijstand, op de onder hun bevoegdheid vallende gebieden, en op de wijze en op de voorwaarden als bij dit protocol vastgesteld, om ervoor te zorgen dat de douanewetgeving correct wordt toegepast, in het bijzonder bij de preventie, de opsporing en het onderzoek van handelingen in strijd met deze wetgeving.2. De bijstand in douanezaken waarin dit protocol voorziet, geldt voor elke administratieve autoriteit van de overeenkomstsluitende partijen die bevoegd is voor de toepassing van dit protocol.Deze bijstand doet geen afbreuk aan de regels betreffende de wederzijdse bijstand in strafzaken en geldt niet voor informatie die is verkregen krachtens bevoegdheden die op verzoek van de rechterlijke autoriteiten worden uitgeoefend, tenzij deze autoriteiten hiermee instemmen. 3 Bijstand bij de invordering van rechten, heffingen en boetes valt niet onder dit protocol.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijstand op verzoek 1. Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verschaft de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft om erop toe te zien dat de douanewetgeving correct wordt toegepast, met inbegrip van informatie betreffende voorgenomen of vastgestelde handelingen die met deze wetgeving in strijd zijn of zouden kunnen zijn.2. Op aanvraag van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mede : a) of goederen die uit het gebied van een overeenkomstsluitende partij zijn uitgevoerd op regelmatige wijze in de andere overeenkomstsluitende partij zijn ingevoerd, onder vermelding, in voorkomend geval, van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst;b) of goederen die in het gebied van een overeenkomstsluitende partij zijn ingevoerd op regelmatige wijze uit de andere overeenkomstsluitende partij zijn uitgevoerd, onder vermelding, in voorkomend geval, van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst.3 Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar wet- en regelgeving, de nodige maatregelen met het oog op bijzonder toezicht op : a) natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij handelingen verrichten of hebben verricht die met de douanewetgeving in strijd zijn, b) plaatsen waar goederen op zodanige wijze worden opgeslagen dat redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij bedoeld zijn om bij handelingen in strijd met de douanewetgeving te worden gebruikt;c) goederen die op zodanige wijze worden of kunnen worden vervoerd dat redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij bestemd zijn om in strijd met de douanewetgeving te worden gebruikt;d) vervoermiddelen die op zodanige wijze worden of zouden kunnen worden gebruikt dat redelij kerwijze kan worden vermoed dat zij bestemd zijn om in strijd met de douanewetgeving te worden gebruikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ongevraagde bijstand De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar ongevraagd bijstand overeenkomstig hun wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten indien zij dit noodzakelijk achten voor de juiste toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over : - handelingen die met deze wetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere overeenkomstsluitende partij; - nieuwe middelen of methoden die bij overtredingen van de douanewetgeving worden gebruikt; - goederen die het voorwerp vormen van handelingen in strijd met de douanewetgeving; - natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij handelingen verrichten of hebben verricht die met de douanewetgeving in strijd zijn; - middelen van vervoer waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij gebruikt zijn of kunnen worden om handelingen te verrichten die met de douanewetgeving in strijd zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afgifte van documenten en kennisgeving van besluiten Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit overeenkomstig haar wet- en regelgeving alle maatregelen die nodig zijn voor : - de afgifte van documenten; - de kennisgeving van besluiten, die van de verzoekende autoriteit uitgaan en verband houden met de toepassing van dit protocol, aan een geadresseerde die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijft of gevestigd is Verzoeken om verstrekking van documenten of kennisgeving van besluiten worden schriftelijk aan de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand 1. Verzoeken op grond van dit protocol worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van de bescheiden die voor de behandeling ervan noodzakelijk zijn.In spoedeisende gevallen kunnen mondelinge verzoeken worden aanvaard, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd. 2. Overeenkomstig lid 1 ingediende verzoeken moeten de volgende gegevens bevatten : a) de naam van de verzoekende autoriteit;b) de gevraagde maatregel;c) het voorwerp en de reden van het verzoek;d) de toepasselijke wet- en regelgeving en andere rechtselementen;e) zo nauwkeurige en volledig mogelijke gegevens betreffende de natuurlijke personen of rechtspersonen op wie het onderzoek betrekking heeft;f) een overzicht van de relevante feiten en van het onderzoek dat reeds is uitgevoerd.3. De verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze autoriteit aanvaardbare taal.Deze eis is niet van toepassing op documenten die bij het in lid 1 bedoelde verzoek zijn gevoegd. 4. Indien een verzoek niet in de juiste vorm wordt gedaan, kan om correctie of aanvulling worden verzocht.Er kunnen echter reeds voorzorgsmaatregelen worden genomen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behandeling van verzoeken 1. Om aan een verzoek om bijstand te voldoen, handelt de aangezochte autoriteit, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en met de middelen waarover zij beschikt, alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde overeenkomstsluitende partij handelt, door reeds beschikbare informatie te verstrekken en het nodige onderzoek te verrichten of te laten verrichten.Deze bepaling is tevens van toepassing op instanties aan welke de aangezochte autoriteit het verzoek doorzendt, indien deze autoriteit niet zelfstandig kan handelen. 2. Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wetten, regels, bepalingen en andere rechtsinstrumenten van de aangezochte overeenkomstsluitende partij.3. Daartoe gemachtigde ambtenaren van een overeenkomstsluitende partij kunnen met instemming van de andere overeenkomstsluitende partij en op de door deze gestelde voorwaarden, in de kantoren van de aangezochte autoriteit of van een andere betrokken instantie als bedoeld in lid 1, gegevens verzamelen over handelingen die met de douanewetgeving in strijd zijn of kunnen zijn en die de verzoekende autoriteit voor de toepassing van dit protocol nodig heeft.4. Ambtenaren van een overeenkomstsluitende partij kunnen, met instemming van de andere overeenkomstsluitende partij en op de door deze gestelde voorwaarden, aanwezig zijn bij onderzoek dat op het grondgebied van laatstgenoemde wordt verricht</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt 1. De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het ingestelde onderzoek aan de verzoekende autoriteit mede in de vorm van documenten, gewaarmerkte kopieën van documenten, rapporten en dergelijke.2. Deze informatie kan met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking worden verstrekt.3. De originelen van dossiers en documenten worden uitsluitend op verzoek toegezonden wanneer gewaarmerkte afschriften ontoereikend zijn.Deze originelen worden ten spoedigste geretourneerd</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend 1. Bijstand kan worden geweigerd of van voorwaarden of eisen afhankelijk worden gesteld wanneer een partij van oordeel is dat bijstand op grond van dit protocol : a) de soevereiniteit van Kroatië of van de lid-Staat die om bijstand is verzocht, zou kunnen aantasten;of b) de openbare orde, de veiligheid of andere wezenlijke belangen in gevaar zou kunnen brengen, in het bijzonder in de in artikel 10, lid 2, bedoelde gevallen;of c) tot schending van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim zou leiden.2. De aangezochte autoriteit kan de bijstand uitstellen indien deze een lopend onderzoek, een lopende strafvervolging of procedure zou verstoren.In dat geval pleegt de aangezochte autoriteit overleg met de verzoekende autoriteit om na te gaan of de bijstand kan worden verleend op door de aangezochte autoriteit te stellen voorwaarden. 3 Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek.De aangezochte autoriteit is vrij te bepalen hoe zij op een dergelijk verzoek reageert. 4. Indien bijstand wordt geweigerd, dient het besluit daartoe en de redenen daarvoor terstond aan de verzoekende autoriteit te worden medegedeeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitwisseling van informatie en geheimhouding 1. Alle informatie die ter uitvoering van dit protocol in welke vorm dan ook wordt verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter.Zij valt onder de geheimhoudingsplicht en geniet de bescherming van de wetgeving ter zake van de overeenkomstsluitende partij die ze heeft ontvangen en van de desbetreffende bepalingen die op de instellingen van de Gemeenschap van toepassing zijn. 2. Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden doorgegeven indien de overeenkomstsluitende partij die deze ontvangt zich ertoe verbindt deze op een wijze te beschermen die ten minste gelijkwaardig is aan de wijze waarop de overeenkomstsluitende partij die deze gegevens verstrekt deze beschermt.Te dien einde stellen de overeenkomstsluitende partijen elkaar in kennis van hun terzake geldende voorschriften, met inbegrip van, in voorkomend geval, de rechtsvoorschriften van de lid-Staten van de Gemeenschap. 3 Het gebruik van op grond van dit protocol verkregen informatie in gerechtelijke en administratieve procedures in verband met overtredingen van de douanewetgeving wordt geacht voor de doeleinden van dit protocol te geschieden.De overeenkomstsluitende partijen kunnen derhalve in hun bewijsvoeringen, verslagen en getuigenissen en bij procedures die bij rechtbanken aanhangig worden gemaakt, gebruik maken van krachtens dit protocol verkregen informatie en geraadpleegde documenten. De bevoegde autoriteit die de informatie heeft verstrekt of inzage heeft gegeven in deze documenten, wordt van dergelijk gebruik in kennis gesteld. 4. De verkregen informatie wordt uitsluitend voor de toepassing van dit protocol gebruikt.Indien een van de overeenkomstsluitende partijen dergelijke informatie voor andere doeleinden wenst te gebruiken, dient zij vooraf om de schriftelijke toestemming te verzoeken van de autoriteit die de informatie heeft verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dergelijke informatie mag uitsluitend op de door deze autoriteit vastgestelde voorwaarden worden gebruikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deskundigen en getuigen Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is, en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of gewaarmerkte kopieën over te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kosten van de bijstand De overeenkomstsluitende partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tenuitvoerlegging 1. Met de tenuitvoerlegging van dit protocol zijn enerzijds de douaneautoriteiten van Kroatië en anderzijds de bevoegde diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van de lid-Staten belast.Zij stellen alle praktische maatregelen en regelingen voor de toepassing van dit protocol vast, daarbij de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming in aanmerking nemend. Zij kunnen de bevoegde autoriteiten aanbevelingen doen over wijzigingen die naar hun oordeel in dit protocol moeten worden aangebracht. 2. De overeenkomstsluitende partijen raadplegen elkaar en stellen elkaar in kennis van alle uitvoeringsbepalingen die op grond van dit protocol worden vastgesteld</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Andere overeenkomsten 1. Rekening houdend met de respectieve bevoegdheden van de Europese Gemeenschap en van haar lid-Staten, geldt voor de bepalingen van dit protocol het volgende : - zij hebben geen gevolgen voor de verplichtingen van de overeenkomstsluitende partijen op grond van andere internationale overeenkomsten of verdragen; - zij worden geacht een aanvulling te vormen op overeenkomsten betreffende wederzijdse bijstarid die zijn gesloten of kunnen worden gesloten tussen afzonderlijke lid-Staten en Kroatië; - zij hebben geen gevolgen voor de communautaire bepalingen betreffende de uitwisseling tussen de bevoegde diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de douaneautoriteiten van de lid-Staten van gegevens die op grond van dit protocol zijn verkregen en die van belang kunnen zijn voor de Gemeenschap. 2 Onverminderd het bepaalde in lid 1 hebben de bepalingen van dit protocol voorrang op de bepalingen van bilaterale overeenkomsten betreffende wederzijdse bijstand die tussen afzonderlijke lid-Staten en Kroatië zijn of kunnen worden gesloten, indien de bepalingen van laatstgenoemde overeenkomsten met die van dit protocol strijdig zijn.3. Ten aanzien van vraagstukken in verband met de toepassing van dit protocol plegen de overeenkomstsluitende partijen onderling overleg om deze op te lossen in het kader van het bij artikel 114 van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst ingestelde Stabilisatie- en Associatiecomité. PROTOCOL NR. 6 INZAKE HET VERVOER OVER LAND Artikel 1 Doel Het doel van dit protocol is de samenwerking tussen de partijen inzake het vervoer over land, in het bijzonder het transitoverkeer, te bevorderen en in dat verband toe te zien op gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer door en via de grondgebieden van de partijen, door middel van de volledige en coherente toepassing van alle bepalingen van dit protocol.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingsgebied 1. De samenwerking heeft betrekking op het vervoer over land, met name het wegvervoer, het spoorvervoér en het gecombineerde vervoer, alsmede de desbetreffende infrastructuur.2. In dit verband omvat het toepassingsgebied van dit protocol in het bijzonder : - de vervoersinfrastructuur op het grondgebied van elk der beide partijen, voor zover dit noodzakelijk is om de doelstellingen van het protocol te verwezenlijken; - de toegang, op basis van wederkerigheid, tot de markt voor het wegvervoer; - wezenlijke juridische en administratieve ondersteunende maatregelen, waaronder maatregelen van commerciële, fiscale, sociale en technische aard; - samenwerking bij het ontwikkelen van een vervoerssysteem dat aan milieueisen voldoet; - regelmatige uitwisseling van informatie over de ontwikkeling van het vervoersbeleid van de partijen, met bijzondere aandacht voor de vervoersinfrastructuur. 3. Op het vervoer over de binnenwateren zijn de bijzondere bepalingen van de verklaring in bijlage II van toepassing</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Definities Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder : a) \"communautair transitoverkeer\" : de doorvoer van goederen over het grondgebied van Kroatië door een in de Gemeenschap gevestigde transporteur vanuit of naar een lid-Staat van de Gemeenschap;b) \"Kroatisch transitoverkeer\" : de doorvoer van goederen over het grondgebied van de Gemeenschap door een in Kroatië gevestigde transporteur, van Kroatië naar een derde land of van een derde land naar Kroatië;c) \"gecombineerd vervoer\" : het goederenvervoer waarbij de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet en meer gebruik maken van de weg voor het eerste of het laatste gedeelte in het traject, en voor het andere gedeelte van het spoor of de binnenwateren, of van een zeetraject wanneer dat traject meer bedraagt dan 100 km hemelsbreed gemeten, en het begin- of het eindvervoer over de weg verrichten : - hetzij tussen de laadplaats van de goederen en het dichtstbij gelegen geschikte station van inlading, voor wat het beginvervoer betreft, en tussen het dichtstbij gelegen geschikte station van uitlading en de losplaats van de goederen, voor wat het eindvervoer betreft; - hetzij binnen een afstand van ten hoogste 150 km hemelsbreed gemeten, vanaf de rivier- of zeehaven van in- of van uitlading INFRASTRUCTUUR Artikel 4 Algemeen De partijen komen overeen maatregelen voor de ontwikkeling van de vervoersinfrastructuur te nemen en op elkaar af te stemmen, als een wezenlijk middel om de problemen op te lossen die zich voordoen in het goederenvervoer door Kroatië, met name op de pan-Europese corridors V, VII en X en het Adriatisch/Ionisch pan-Europees vervoersgebied met aansluiting op corridor VIII. Artikel 5 Planning De ontwikkeling van een multimodaal regionaal vervoersnetwerk op het grondgebied van Kroatië dat aan de behoeften van Kroatië en van Zuidoost-Europa voldoet en de belangrijkste weg- en spoorwegverbindingen, binnenwateren, binnenhavens, havens, luchthavens en andere relevante knooppunten van het netwerk omvat, is voor de Gemeenschap en voor Kroatië van bijzonder belang. Dit netwerk moet worden gekoppeld aan de regionale, trans-Europese of pan-Europese netwerken van de buurlanden, en verenigbaar zijn met het Trans-Europese vervoersnetwerk van de Gemeenschap. De projecten en prioriteiten in dit verband zullen worden beoordeeld aan de hand van de methoden van de beoordeling van de behoeften inzake de vervoersinfrastructuur (TINA), met inachtneming van de TINA-resultaten van de buurlanden. Deze beoordeling moet ertoe leiden dat de vervoersprioriteiten kunnen worden vastgesteld bij de toewijzing van de eigen middelen van Kroatië en eventuele financiering door de Gemeenschap van projecten in dit netwerk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Financiële aspecten 1. De Gemeenschap draagt, in het kader van artikel 107 van de overeenkomst.financieel bij tot de uitvoering van de noodzakelijke in artikel 5 bedoelde infrastructuurwerken. Zij zal deze bijdrage verstrekken in de vorm van kredieten van de Europese Investeringsbank, en op elke andere wijze waarop zij nog meer middelen kan vrijmaken. 2. Om de werkzaamheden te bespoedigen zal de Commissie in de mate van het mogelijke trachten het gebruik van andere aanvullende middelen te bevorderen, zoals investeringen door lid-Staten van de Gemeenschap op bilaterale basis of met behulp van openbare of particuliere gelden. VERVOER PER SPOOR EN GECOMBINEERD VERVOER Artikel 7 Algemeen De partijen nemen de nodige maatregelen voor de ontwikkeling en de bevordering van het vervoer per spoor en van het gecombineerde vervoer en stemmen deze op elkaar af, met het doel een groot deel van het bilaterale verkeer met en het transitoverkeer door Kroatië in de toekomst op milieuvriendelijker wijze te doen plaatsvinden</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere aspecten met betrekking tot de infrastructuur In het kader van de modernisering van de Kroatische spoorwegen zal het nodige worden gedaan om deze aan het gecombineerde vervoer aan te passen, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling of aanleg van terminals, de afinetingen van de tunnels en de capaciteit, waarvoor aanzienlijke investeringen vereist zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span><span class=\"lf-art-t\">Begeleidende maatregelen De partijen nemen alle nodige maatregelen ter bevordering van het gecombineerde vervoer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze maatregelen hebben ten doel : - gebruikers en expediteurs aan te moedigen van het gecombineerde vervoer gebruik te maken; - het gecombineerde vervoer concurrerend te maken ten opzichte van het wegvervoer, met name door middel van financiële steun van de Gemeenschap of Kroatië in het kader van hun respectieve wetgevingen; - het gebruik van het gecombineerde vervoer over lange afstanden te bevorderen en met name het gebruik van wissellaadbakken, containers en vervoer zonder begeleiding in het algemeen te bevorderen; - de snelheid en betrouwbaarheid van het gecombineerde vervoer te verbeteren, in het bijzonderdoor : - de frequentie van konvooien te verhogen en aan de behoeften van de expediteurs en gebruikers aan te passen; - de wachttijden bij terminals te bekorten en de productiviteit ervan op te voeren; - het gecombineerde vervoer toegankelijker te maken door belemmeringen op toegangswegen op gepaste wijze weg te nemen; - de gewichten, maten en technische kenmerken van het gespecialiseerde materiaal indien nodig te harmoniseren, en met name te zorgen voor de nodige compatibiliteit van de afmetingen, en overleg te plegen bij de bestelling en het in bedrijf nemen van het als gevolg van de ontwikkeling van het verkeer vereiste materieel; - en in het algemeen alle andere passende maatregelen te nemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Rol van de spoorwegen In het licht van de verdeling van de bevoegdheden tussen de staat en de spoorwegen doen de partijen hun spoorwegmaatschappijen de aanbeveling om zowel voor het personen- als het goederenvervoer : - de bilaterale en multilaterale samenwerking en de samenwerking in het kader van internationale spoorwegorganisaties op alle gebieden te versterken, in het bijzonder ten aanzien van de verbetering van de kwaliteit en de veiligheid van de vervoersdiensten; - gezamenlijk te streven naar een organisatie van de spoorwegen die expediteurs ertoe aanmoedigt hun goederen per spoor in plaats van over de weg te vervoeren, met name voor transitodoeleinden, op basis van eerlijke concurrentie en met behoud van de vrije keuze van de gebruiker; - de deelname van Kroatië aan het Trans-Europese netwerk voor vrachtvervoer voor te bereiden, zoals dit is gedefinieerd in het acquis van de Gemeenschap inzake de ontwikkeling van de spoorwegen VERVOER OVER DE WEG Artikel 11 Algemene bepalingen 1. Wat de toegang tot elkaars vervoersmarkt betreft, komen de partijen overeen in het beginstadium en onverminderd lid 2 de regeling te handhaven die voortvloeit uit bilaterale overeenkomsten of andere internationale bilaterale verdragen die tussen de lid-Staten van de Gemeenschap en Kroatië zijn gesloten of, bij het ontbreken van dergelijke overeenkomsten of verdragen, uit de feitelijke situatie in 1991. In afwachting van de sluiting van een overeenkomst tussen de Gemeenschap en Kroatië over de toegang tot de markt van het wegvervoer, zoals in artikel 12 bepaald, en over wegenbelasting, zoals in artikel 13, lid 2, bepaald, werkt Kroatië samen met de lid-Staten van de Gemeenschap om deze bilaterale overeenkomsten aan te passen aan dit protocol. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De partijen komen overeen met ingang van de datum waarop de overeenkomst in werking treedt, het communautaire transitoverkeer onbeperkt toegang te verlenen tot Kroatië en het Kroatische transitoverkeer onbeperkt toegang te verlenen tot de Gemeenschap.3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 gelden voor het Kroatische transitoverkeer door Oostenrijk de volgende bepalingen : a) een regeling voor het Kroatische transitoverkeer die overeenstemt met die welke wordt toegepast op grond van de bilaterale overeenkomst tussen Oostenrijk en Kroatië, wordt gehandhaafd tot en met 31 december 2002.Uiterlijk op 30 juni 2002 evalueren de partijen het functioneren van de regeling die tussen Oostenrijk en Kroatië wordt toegepast, in het licht van het beginsel van non-discriminatie dat ten aanzien van het transitoverkeer door Oostenrijk dient te gelden voor vrachtwagens uit de Europese Gemeenschap en vrachtwagens uit Kroatië.</p>\n<p class=\"lf-p\">Passende maatregelen zullen worden genomen om waar nodig discriminatie tegen te gaan; b) van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 geldt een ecopuntensysteem, vergelijkbaar met het systeem dat is ingesteld bij artikel 11 van Protocol nr.9 bij de Akte van Toetreding van de Republiek Oostenrijk tot de Europese Unie. De wijze van berekening en de gedetailleerde voorschriften en procedures voor beheer en controle van de ecopunten worden te zijner tijd vastgesteld bij een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de partijen, en komen overeen met de bepalingen van de artikelen 11 en 14 van genoemd Protocol nr. 9. 4. Indien als gevolg van de krachtens lid 2 verleende rechten het communautaire transitoverkeer over de weg in zodanige mate toeneemt dat aan de wegeninfrastructuur en/of de doorstroming van het verkeer op de in artikel 5 bedoelde verbindingen daardoor ernstige schade wordt toegebracht of dreigt te worden toegebracht, en zich onder deze zelfde omstandigheden problemen voordoen op het grondgebied van de Gemeenschap in de nabijheid van de grenzen met Kroatië, wordt de kwestie voorgelegd aan de Stabilisatie- en Associatieraad overeenkomstig artikel 113 van de overeenkomst.De partijen kunnen voorstellen doen voor uitzonderlijke tijdelijke, niet-discriminerende maatregelen die noodzakelijk zijn om deze schade te verminderen of te beperken. 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de Europese Gemeenschap voorschriften vaststelt om de verontreiniging door in de Europese Unie geregistreerde vrachtwagens te verminderen, zijn gelijkwaardige voorschriften van toepassing op in Kroatië geregistreerde vrachtwagens die op het grondgebied van de Gemeenschap aan het verkeer wensen deel te nemen.De Stabilisatie- en Associatieraad beslist over de noodzakelijke modaliteiten. 6. De partijen-onthouden zich van alle eenzijdige maatregelen of handelwijzen die tot discriminatie tussen vervoerders of voertuigen van de Gemeenschap en van Kroatië zouden kunnen leiden.Iedere partij neemt alle dienstige maatregelen om het wegvervoer naar of in transito over het grondgebied van de andere partij te vergemakkelijken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Toegang tot de markt De partijen verbinden zich bij voorrang ertoe samen te werken om, afhankelijk van hun interne voorschriften, te zoeken naar : - regelingen ter bevordering van een vervoersstelsel dat beantwoordt aan de behoeften van beide partijen en dat enerzijds verenigbaar is met de voltooiing van de interne markt van de Gemeenschap en het gemeenschappelijke vervoersbeleid, en anderzijds met de economische politiek en het vervoersbeleid van Kroatië; - een definitieve regeling voor de toegang tot elkaars markt voor vervoer over de weg op basis van wederkerigheid</p></div>", "next": 238458}