{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De Regering kan de nadere regels vaststellen voor de uitvoering van deze paragraaf. § 4. De houder van een vergunning voor metaaldetectorisme die een archeologisch voorwerp dat tijdens een prospectieactiviteit wordt ontdekt, wil verkopen of vervreemden, geeft daarvan voorafgaandelijk kennis van aan de door de Regering aangewezen dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de door de Regering vastgelegde nadere regels kan de door de Regering aangewezen dienst een recht van voorkoop op het goed doen gelden ten gunste van het Waals Gewest, behalve wanneer de Franse Gemeenschap krachtens haar eigen wetgeving een recht van voorkoop kan doen gelden. § 5. In de publieke informatie en in de communicatie, voor reclamedoeleinden inbegrepen, en ongeacht de wijze van communicatie, met als onderwerp materiaal voor het opsporen van of zoeken naar metalen of ferromagnetische voorwerpen is het verboden te alluderen op geklasseerde sites, gebieden van erfgoedbelang, archeologische ontdekkingen of ontdekte archeologische voorwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 5. - Instrumenten voor de sensibilisering van het publiek, de bewaring en de documentatie HOOFDSTUK I - Acties voor de sensibilisering van het publiek Art. D.83. Volgens de bepalingen die zij vastlegt, kan de Regering: 1° elke educatieve actie ondernemen om bij de publieke opinie een bewustzijn van de waarde van het erfgoed aan te moedigen en te ontwikkelen ;2° de publieke opinie te sensibiliseren voor al dan niet geklasseerde goederen die deel uitmaken van het erfgoed, van de kennis, de bescherming en de valorisatie van erfgoed, en van verwante knowhow, door een inclusieve en participatieve aanpak te bevorderen;3° publicaties en andere media met betrekking tot erfgoed vervaardigen of verspreiden of laten produceren of verdelen;4° elke persoon houder van een zakelijk recht op een goed dat tot het erfgoed behoort, al dan niet geklasseerd, sensibiliseren en aanmoedigen met het oog op de valorisatie, de bevordering, de toegang of de bezoekersontvangst met of zonder verblijf;5° conferenties en evenementen voor het grote publiek organiseren of laten organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK 2.Gewestelijk - centrum voor de documentatie en instandhouding van het erfgoed Art. D.84. Volgens de nadere regels, vastgelegd door de Regering, kan het Waalse Gewest alle documentatie over erfgoed inzamelen en er de bewaring en verspreiding van op zich nemen, in voorkomend geval, via een gewestelijk documentatiecentrum, daaronder inbegrepen een materialenbibliotheek. HOOFDSTUK 3. - Waals volkserfgoed Art. D.85. De lijst van de categorieën goederen die tot het klein volkspatrimonium behoren, wordt door de Minister vastgesteld of bijgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 6. - Beroepen gerelateerd aan erfgoed Art. D.86. Volgens de bepalingen vastgesteld door de Regering voorziet de dienst aangewezen door de Regering in de instandhouding van vakmanschap, de vorming in de traditionele technieken en de nieuwe technologieën in de beroepen die gerelateerd zijn aan het erfgoed, evenals in het doorgeven, mediëren en valoriseren ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opdrachten bedoeld in lid 1 bestaan uit: 1° de aanbieding van theoretische en praktische opleidingen in de beroepen en technieken inzake het erfgoed, in samenwerking met de gewestelijke vormingsinstellingen, en een erkenningssysteem van deze opleidingen invoeren;2° de inrichting van een onthaalinfrastructuur die kan bijdragen tot de goede werking van deze opleidingen;3° alle documentatie met betrekking tot de erfgoedgerelateerde beroepen verzamelen en zorgen voor de bewaring en verspreiding ervan;4° evenementen en activiteiten organiseren die in het bijzonder gericht zijn op het bereiken van de doelstellingen van de \"Fédération Européenne pour les Métiers du Patrimoine bâti\";5° akkoorden sluiten en samenwerken met de bevoegde instellingen terzake en zich aansluiten bij de initiatieven van het Waalse Gewest inzake vorming, sociaal-professionele inschakeling, sociale actie en cohesie, evenals met de sector van het onderwijs of met de beroepsverenigingen in de bouwsector, de engineeringsector en de sector van vakberoepen;6° de bevordering garanderen van de vormingen in de erfgoedgerelateerde beroepen in België en in het buitenland, evenals de verspreiding in het buitenland garanderen in het kader van de internationale samenwerking. TITEL 7. - Tegemoetkomingen HOOFDSTUK 1. - Bijstand Art. D.87. De Regering kan de eigenaar, of een natuurlijke of een publiek- dan wel privaatrechtelijke rechtspersoon, van een geklasseerd goed of daarmee gelijkgesteld bijstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijstand bedoeld in lid 1 bestaat uit: 1° de eigenaar van het goed bijstaan in het beheer ervan met als doel de onmiddellijke instandhouding ervan te verzekeren, in voorkomend geval door dringende instandhoudingsmaatregelen en werkzaamheden om het goed tegen het water te beschermen;2° het bestuderen van het potentieel om het goed een nieuwe bestemming te geven;3° het zoeken naar privé of openbare investeerders voor de aankoop of verhuring van een goed of voor elke andere formule tot terbeschikkingstelling van een goed door opbouw van een economische strategie op grond van een onderzoek naar het potentieel van de herbestemming;4° het regelen of bijstaan van personen bij het regelen van juridische of financiële verrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van de in lid 1 bedoelde bijstand kan de door de Regering aangewezen dienst : 1° een beroep doen op de diensten van derden, door het plaatsen van overheidsopdrachten of het sluiten van overeenkomsten van welke aard ook, en hen elke opdracht toevertrouwen die nuttig is voor de bijstand;2° alle activiteiten met een rechtstreeks of onrechtstreeks verband met de bijstand bedoeld in lid 1 ontwikkelen en uitoefenen. De Regering stelt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel vast. HOOFDSTUK 2. - Subsidies Art. D.88. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten voor wat betreft de geklasseerde goederen kan de Regering een subsidie toestaan aan iedere natuurlijke persoon of aan iedere publiek- dan wel privaatrechtelijke persoon voor: 1° het verwezenlijken van voorstudies uitvoeren;2° het uitvoeren van dringende instandhoudingswerken;3° het uitvoeren van onderhoudsverrichtingen en -werken; 4° het uitvoeren van restauratieverrichtingen en -werken ;5° het valoriseren van een eigendom ; 6° het openstellen van een goed voor het publiek en het toegankelijk maken;7° het verbeteren van de energieprestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1, 2° beoogt eveneens de daarmee gelijkgestelde goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in lid 1 bedoelde subsidies worden slechts verleend op voorwaarde dat zij verenigbaar zijn met de belangen die de bescherming van het goed rechtvaardigden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidies bedoeld in paragraaf 1, 6° en 7°, zijn beperkt tot de specifieke handelingen en werken die vereist zijn in de erfgoedvergunning of het operationeel plan voor het erfgoed met het oog op het behoud van de criteria en belangen die de klassering rechtvaardigden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de categorieën van de geklasseerde goederen die in aanmerking komen voor een subsidie als bedoeld in lid 1 en de procedures voor de uitvoering van dit artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d89\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.89</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering een subsidie toestaan aan iedere natuurlijke persoon of aan iedere publiek- dan wel privaatrechtelijke persoon voor: 1° het uitvoeren van onderhouds- of restauratieverrichtingen en -werken aan eigendommen die met stippen opgenomen zijn in de gewestelijke erfgoedinventaris;2° het uitvoeren van onderhouds- en restauratieverrichtingen en -werken aan goederen die op de lijst staan van eigendommen die deel uitmaken van het kleine Waalse volkspatrimonium. De Regering stelt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel vast. Art. D.90. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering een subsidie toestaan aan iedere natuurlijke persoon of aan iedere publiek- dan wel privaatrechtelijke persoon voor: 1° voor de uitvoering van archeologische verrichtingen en de verzameling van archeologische goederen in erkende bewaarplaatsen die toegankelijk zijn voor de vorsers;2° het verrichten van handelingen en werken met betrekking tot de bescherming, de restauratie of de opwaardering van archeologische goederen wanneer het gaat om onroerende archeologische voorwerpen of voorwerpen die het resultaat zijn van archeologische verrichtingen;3° archeologische voorwerpen tentoonstellen voor het publiek. De Regering stelt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel vast</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d91\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.91</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering, met het oog op de sensibilisering van het publiek voor het erfgoed, een subsidie toestaan aan iedere natuurlijke persoon of aan iedere publiek- dan wel privaatrechtelijke persoon voor: 1° sensibiliseringsinitiatieven of -activiteiten met betrekking tot al dan niet geklasseerd erfgoed en zijn beroepen;2° het valoriseren en bevorderen van al dan niet geklasseerd erfgoed en zijn beroepen;3° het organiseren van evenementen voor het grote publiek;4° de deelname aan de activiteiten georganiseerd door de erfgoedadministratie, aan de \"Journées du Patrimoine\" en aan de daaruit voortvloeiende evenementen voor de jeugd;5° publicaties op om het even welke drager of media produceren of verspreiden;6° de werking van een vereniging zonder winstoogmerk of stichting van openbaar nut die een of meer acties van gewestelijk belang uitvoert waarvan de voordelen het hele grondgebied van het Waalse Gewest bestrijken, volgens de voorwaarden die zijn vastgelegd in een raamovereenkomst en die niet gebonden zijn aan een specifiek tarief of plafond; 7° steun voor de vergoeding door een gemeente van een erfgoedconsulent die door meerdere gemeenten wordt gedeeld. De Regering stelt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel vast</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d92\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.92</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan enkel een subsidie toestaan die betrekking heeft op een geklasseerd goed, of daarmee gelijkgesteld, die de titel van monument of architectonisch geheel als bedoeld in artikel D.88 voert, op voorwaarde dat het geklasseerd goed, of daarmee gelijkgesteld, verzekerd is tegen schade met risico's in verband met brand, blikseminslag, ontploffingen, weerschade en opzettelijke vernielingen. Het goed wordt zolang verzekerd als het geklasseerd of daarmee gelijkgesteld blijft onder het statuut krachtens hetwelk een subsidie wordt toegestaan In afwijking van lid 1 kan de Regering een subsidie verlenen voor niet-verzekerde geklasseerde of daarmee gelijkgestelde goederen, mits de aanvrager aantoont dat het afsluiten van de in lid 1 bedoelde verzekering materieel onmogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kan de Regering een subsidie verlenen voor een geklasseerd of daarmee gelijkgesteld onroerend goed dat niet verzekerd is, wanneer een gemeente noodinstandhoudingswerken uitvoert ter uitvoering van een politiebevel van de burgemeester om redenen van openbare veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bewijs van verzekeringsdekking moet bij de subsidieaanvraag worden gevoegd, zoniet is deze onontvankelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering stelt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d93\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.93</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kent geen subsidies als bedoeld in dit hoofdstuk toe voor: 1° handelingen en werken die voortvloeien uit het plegen van een overtreding als bedoeld in artikel D.102, 1°, 3° tot 11°, op voorwaarde dat de overtreding kan worden toegeschreven aan de aanvrager of de eigenaar van het onroerend goed; 2° de handelingen en werkzaamheden die voortvloeien uit het plegen van de overtreding bedoeld in artikel D.102, 2°, indien die overtreding het voorwerp heeft uitgemaakt van een maatregel bedoeld in artikel D.112, tweede lid, 1° tot 3° De Regering stelt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d94\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.94</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend op de verplichting bedoeld in artikel D.24, § 1, besteedt de eigenaar van het goed, in geval van schade aan een goed dat één of meerdere subsidies als bedoeld in dit hoofdstuk heeft gekregen, de volledige schadevergoeding die hij als gevolg van deze schade van de verzekering heeft gekregen, aan het onderhoud of de restauratie van het goed Wanneer de Regering een subsidie toekent als bedoeld in dit hoofdstuk voor handelingen en werken die als gevolg van schade noodzakelijk zijn geworden, wordt het subsidiebedrag berekend op grond van het verschil tussen de kostprijs van de handelingen en werken en de vergoeding die de verzekering na de schade heeft uitgekeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van lid 1 wordt het aandeel van de door de verzekering uitgekeerde vergoeding die aan de gesubsidieerde handelingen en werken wordt besteed, wanneer de beschermingsmaatregel het goed als geheel niet dekt, bepaald op grond van berekeningen en schattingen verstrekt door de verzekeringsinstelling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d95\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.95</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op straffe van verlies van het voordeel van de aangevraagde subsidie mag de aanvrager van een subsidie als bedoeld in dit hoofdstuk geen onderhouds- of restauratiehandelingen en -werkzaamheden aan een onroerend goed verrichten vóór de kennisgeving van het subsidiebesluit, tenzij : 1° of de subsidie dient voor voorafgaandelijke studies of dringende instandhoudingswerkzaamheden;2° of de aanvrager beschikt over een voorafgaande schriftelijke toelating van de door de Regering aangewezen dienst. Art. D.96. Elke subsidieaanvraag waarvoor gedurende drie jaar geen schuldvordering of een verantwoording van het uitstel, goedgekeurd door de dienst aangewezen door de Regering, is ingediend, wordt afgesloten en latere schuldvorderingen in het kader van die aanvraag komen niet meer in aanmerking</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d97\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.97</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan specifieke regels vaststellen voor de toekenning van een subsidie als bedoeld in dit hoofdstuk waarbij meerdere gerechtigden of meerdere subsidiërende overheden betrokken zijn De Regering kan de voorwaarden vaststellen voor de betrokkenheid van de provincies en gemeenten bij de verlening van een subsidie als bedoeld in artikel D.88. HOOFDSTUK 3. - Kaderovereenkomsten Art. D.98. § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering een kaderovereenkomst sluiten met de eigenaar van een geklasseerd onroerend goed dat op de lijst van het Waals uitzonderlijk erfgoed staat, om bij te dragen in de kosten van de handelingen en werken die aan dit onroerend goed worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt welke categorieën gerubriceerde goederen onder een kaderovereenkomst kunnen vallen. § 2. De Regering bepaalt de procedure voor het sluiten, wijzigen en opschorten van een kaderovereenkomst en het tarief van de overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kaderovereenkomst bevat ten minste de volgende elementen: 1° de identiteit van elk van de partijen; 2° de aard, het belang en de kosten van de handelingen en werken, met inbegrip van de desbetreffende onderzoeken en honoraria;3° de fasering van de uitvoering en de geraamde duur van de handelingen en werken;4° de bedragen van de globale en jaarlijkse bijdrage van elkeen der partijen in de kosten van handelingen en werken. § 3. De kaderovereenkomst kan in onderlinge overeenstemming tussen de partijen verlengd of gewijzigd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het niet naleven van een bepaling van de kaderovereenkomst kan leiden tot de opschorting van de kaderovereenkomst door het Waals Gewest of de terugbetaling van de toegekende subsidie. HOOFDSTUK 4: - Oproepen tot het indienen van projecten Art. D.99. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering projectoproepen uitschrijven die de goederen beogen die een erfgoedwaarde vertonen met betrekking tot de criteria en belangen als bedoeld in artikel D.2, al dan niet geklasseerd, met het oog op de toekenning van een financiële tegemoetkoming voor de verwezenlijking van handelingen en werken, sensibiliseringsacties, acties in verband met de erfgoedgerelateerde beroepen of de inrichting van evenementen en activiteiten in verband daarmee.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering stelt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 8. - Vergoedingen Art. D.100. § 1. De eigenaars mogen een vergoeding ten laste van het Waalse Gewest aanvragen wanneer een bouw-, een bebouwings- of een uitbatingsverbod dat enkel uit de klassering van een onroerend goed een einde maakt aan het gebruik of aan de bestemming van dat goed de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het klasseringsbesluit. § 2. Het recht op vergoeding ontstaat op het ogenblik waarop de toekenning van de erfgoedvergunning geweigerd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Enkel de waardevermindering die het gevolg is van het bouw-, bebouwings- of uitbatingsverbod kan in aanmerking komen voor de vergoeding. Deze waardevermindering moet zonder vergoeding gedragen worden ten belope van 20 % van deze waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding wordt verminderd of geweigerd wanneer of voor zover is vastgesteld dat de eigenaar voordeel haalt uit de klassering van het onroerend goed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Waals Gewest kan zichzelf vrijstellen van de verplichting om de eigenaars te vergoeden, ofwel door het goed zelf aan te kopen volgens de nadere regels bepaald door de Regering, ofwel door het voorgeschreven van het klasseringsbesluit dat ten grondslag ligt aan het recht op de vergoeding, te wijzigen. § 3. Er is geen enkele vergoeding verschuldigd : 1° wanneer de eigenaar het goed heeft aangeworven toen het reeds geklasseerd was;2° wanneer de eigenaar de klassering van zijn goed zelf heeft aangevraagd of er uitdrukkelijk mee ingestemd heeft;3° uit hoofde van het verbod uithang- of reclameborden te plaatsen op een geklasseerd goed ;4° uit hoofde van het verbod gevaarlijke, hinder veroorzakende en ongezonde inrichtingen langer uit te baten dan de periode waarvoor de exploitatie werd gemachtigd. § 4. Het Waals Gewest mag de terugbetaling van de met de wettelijke interesten vermeerderde vergoeding vragen aan de begunstigden, hun rechthebbenden of rechtverkrijgenden, zodra het onroerend goed niet langer geklasseerd is. § 5. Het recht op vergoeding bedoeld in dit artikel en elke gerechtelijke of buitengerechtelijke vordering met betrekking daartoe verjaren binnen een termijn van een jaar te rekenen vanaf de dag waarop het recht op vergoeding of betaling van schadevergoeding ontstaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d101\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.101</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Indien de bezwaarindiener een bewijs levert wordt door het Waals Gewest een vergoeding toegekend voor het herstel van materiële schade die het gevolg is van: 1° archeologische verrichtingen uitgevoerd in toepassing van de artikelen D.64, D.66 en D.67 waarvan de duur de termijn vastgesteld door de Dienst, aangewezen door de Regering, overeenkomstig artikel D.68, met dertig dagen zou overschrijden, daarin niet meegerekend de dagen van slecht weer en de dagen die niet in aanmerking komen voor de termijnberekening overeenkomstig de beslissing van de dienst aangewezen door de Regering; 2° de opschorting van de uitvoering of de intrekking van een vergunning, krachtens artikel D.74; 3° de bezetting van grond overeenkomstig artikel D.75, wanneer de bezetting langer duurt dan dertig dagen, dagen met slecht weer niet meegerekend; 4° de verlenging van de in artikel D.73, lid 4, bedoelde termijn van vijftien dagen voor zover de totale termijn meer dan dertig dagen telt, dagen van slecht weer niet meegerekend; 5° het in artikel D.75, lid 6, bedoeld herstel van de grond, bij gebreke van onteigening of klassering van het goed Er is geen vergoeding verschuldigd indien de eigenaar en de aannemer van de werken tijdens dewelke de toevallige vondst gedaan werd hun verplichting tot aangifte bedoeld in artikel D.73 niet nagekomen zijn. § 2. De Regering bepaalt de voorwaarden met betrekking tot de indiening van aanvragen tot vergoedingen en de bepaling, het bedrag en de overname daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een betwisting over het bedrag van de vergoeding stelt de rechter die bevoegd is volgens de bepalingen van het Gerechtelijk wetboek het bedrag ervan vast. § 3. Het in dit artikel bedoelde recht op vergoeding vervalt binnen een termijn van een jaar te rekenen vanaf de dag van: 1° het einde van de archeologische verrichtingen voor de vergoeding bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° ;2° de beslissing tot schorsing of intrekking van de vergunning voor de vergoeding bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2° ;3° het einde van het gebruik van de grond voor de vergoeding bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3° en 5° ;4° het verstrijken van de verlenging van de termijn voor de vergoeding bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 4°.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 9. - Overtredingen en straffen HOOFDSTUK I. - Feiten en handelingen die een overtreding vormen Art. D.102. Een overtreding vormen hierna omschreven feiten en handelingen: 1° het niet in acht nemen van één of meerdere bijzondere beschermings- en beheersvoorwaarden vervat in een klasseringsbesluit, in een besluit waarbij een goed voorlopig onderworpen wordt aan de gevolgen van de klassering of in een besluit waarbij een goed in een beschermingslijst wordt opgenomen met het voorbehoud dat er overeenkomstig artikel D.22, § 2, van afgeweken wordt; 2° het niet in acht nemen van de verplichting om het goed in een goede staat in stand te houden als bedoeld in artikel D.23; 3° het geheel of gedeeltelijk vernielen of afbreken van een geklasseerd of daarmee gelijkgesteld goed, niet in overeenstemming met artikel D.25; 4° het geheel of gedeeltelijk verplaatsen van een geklasseerd of daarmee gelijkgesteld goed, niet in overeenstemming met artikel D.26; 5° het beschadigen of in verval brengen van een geklasseerd of daarmee gelijkgesteld goed of een eigendom opgenomen in de regionale erfgoedinventaris beschadigen of in verval brengen; 6° het uitvoeren van de handelingen en werken bedoeld in artikel D.34, § 1, op een geklasseerd goed of daarmee gelijkgesteld, zonder voorafgaandelijk over een erfgoedvergunning of een operationeel erfgoedplan te beschikken, na het vervallen of de intrekking ervan, of niet in overeenstemming met een erfgoedvergunning of een operationeel erfgoedplan; 7° het organiseren of uitvoeren van evenementen of activiteiten bedoeld in artikel D.34, § 1, op een geklasseerd goed of daarmee gelijkgesteld, zonder voorafgaandelijk over een erfgoedvergunning of een operationeel erfgoedplan te beschikken, na het vervallen of de intrekking ervan, of niet in overeenstemming met een erfgoedvergunning of een operationeel erfgoedplan; 8° het verwezenlijken van archeologische verrichtingen zonder te beschikken over de voorafgaandelijke vergunning bedoeld in artikel D.65, na het vervallen ervan, de intrekking ervan of de opschorting ervan of zonder inachtneming ervan; 9° de niet-inachtneming van de nadere praktische en technische regels van de archeologische verrichtingen vastgesteld door de dienst aangewezen door de Regering krachtens artikel D.68 of de uitvoering van een stedenbouwkundige vergunning, een bebouwingsvergunning, een bedrijfsvergunning, een milieuvergunning, een vergunning voor een handelsvestiging of een geïntegreerde vergunning voordat de dienst aangewezen door de Regering de nadere praktische en technische nadere regels van de opgelegde archeologische verrichtingen heeft vastgesteld; 10° de uitvoering van een stedenbouwkundige vergunning, een bebouwingsvergunning, een bedrijfsvergunning, een milieuvergunning, een vergunning voor een handelsvestiging of een geïntegreerde vergunning zonder de archeologische verrichtingen, opgelegd krachtens de artikelen D.66 en D.67, te hebben uitgevoerd en zonder te beschikken over het attest bedoeld in artikel D.69; 11° het niet in acht nemen van de verplichting tot aangifte van een toevallige vondst bedoeld in artikel D.73; 12° het feit dat een persoon één of meerdere archeologische goederen houdt, vervreemdt of verwerft wetende dat dit archeologische goed of deze archeologische goederen ontdekt zijn in het kader van een archeologische verrichting of een activiteit van metaaldetectie die niet overeenkomstig dit Wetboek is gemachtigd; 13° het niet in acht nemen van de verplichtingen bedoeld in de artikelen D.77 en D.78; 14° het gebruik van materieel waarmee metalen of ferromagnetische voorwerpen opgespoord of gezocht kunnen worden niet in overeenstemming met artikel D.80 of zonder te beschikken over de voorafgaandelijke machtiging bedoeld in artikel D.65, na het vervallen ervan, na de intrekking ervan of na de opschorting ervan, of niet in overeenstemming daarmee; 15° het niet in acht nemen van de verplichtingen of de schending van de verbodsbepalingen bedoeld in de artikelen D.81 en D.82; 16° de vernietiging, de beschadiging of het in verval brengen van archeologische goederen die opgegraven zijn tijdens archeologische verrichtingen, een activiteit van metaaldetectie of bij een toevallige vondst, evenals van archeologische goederen die tentoongesteld, bewaard of in bewaring gegeven zijn 17° ieder handeling of ieder fait waarbij een persoon zich verzet tegen de opdrachten van de vaststellende personeelsleden bedoeld in hoofdstuk 3 of ze verhindert of niet gevolg geeft aan een bevel, een verzoek of een verstrekte of opgelegde maatregel krachtens de artikelen D.107 tot D.110 ; 18° het feit dat de houder van een zakelijk recht toestaat of aanvaardt dat een in de punten 1° tot en met 17° bedoelde handeling of bedoeld feit wordt verricht of gehandhaafd op een goed waarop zijn zakelijk recht betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK 2. - De overtreders Art. D.103. Wanneer alle bestanddelen van een strafbaar feit in één persoon aanwezig zijn, pleegt die persoon het strafbare feit, zelfs als die persoon : 1° opdrachtgever;2° bouwheer;3° eigenaar van het goed is. Onder opdrachtgever wordt verstaan, elke natuurlijke of rechtspersoon namens wie een project wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder bouwheer wordt verstaan, elke natuurlijke of rechtspersoon die optreedt namens de opdrachtgever en verantwoordelijk is voor het ontwerp, de uitvoering of het toezicht op de uitvoering ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafbare feiten kunnen worden ten laste gelegd van natuurlijke personen of rechtspersonen naar publiek- of privaatrecht. HOOFDSTUK 3. - Voorafgaande waarschuwing en vaststelling Art. D.104. § 1. Onverminderd de taken die aan de ambtenaren van de bestuurlijke en gerechtelijke politie toekomen, zijn zij bevoegd om de in artikel D.102 bedoelde inbreuken te onderzoeken en vast te leggen, in voorkomend geval door middel van een proces-verbaal: 1° ambtenaren en technisch personeel van de gemeenten gelegen in het Waals Gewest die hiertoe zijn aangesteld door de gemeenteraad; 2° de ambtenaren en beambten van het Waalse Gewest, opgenomen op de lijst bepaald door de Gouverneur.\" De Regering reikt aan de in paragraaf 1r, 2°, bedoelde vaststellende ambtenaren een document uit waaruit hun hoedanigheid van vaststellend ambtenaar blijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten van deze paragraaf. § 2. Deze vaststellende beambten oefenen hun bevoegdheden uit onder voorwaarden die hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij beslissen zelfstandig en ontvangen geen andere instructies dan algemene instructies op dit gebied. § 3. Bij de uitvoering van hun opdrachten zien de vaststellende ambtenaren erop toe dat de middelen die zij gebruiken geschikt en noodzakelijk zijn voor het toezicht op de inachtneming van het Wetboek. § 4. De vaststellende ambtenaren zijn verantwoordelijk voor het verwerken van de verzamelde gegevens met het oog op het onderzoeken en vaststellenvan de in artikel D.102 genoemde strafbare feiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens die de vaststellende ambtenaren tijdens de uitoefening van hun functie verzamelen, worden bewaard totdat het vermoede of bewezen strafbare feit is verjaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d105\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.105</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een overtreding als bedoeld in artikel D.102 kunnen de vaststellende ambtenaren, indien zij dit passend achten, de overtreder een voorafgaande waarschuwing geven en een termijn stellen waarbinnen aan de voorschriften moet worden voldaan. Deze periode mag niet langer zijn dan twee jaar De waarschuwing houdt geen vaststelling van de overtreding in de zin van artikel D.106 in.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een waarschuwing mondeling wordt gegeven, moet de vastambtenaar deze op straffe van verval binnen vijf werkdagen schriftelijk bevestigen. De Regering kan de vorm en de inhoud van de beslissing tot bekrachtiging vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een afschriftvan de voorafgaande schriftelijke waarschuwing of schriftelijke bevestiging wordt naar de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie gestuurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d106\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.106</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Een vaststellende ambtenaar kan een proces-verbaal van vaststelling van een overtreding opmaken: 1° wanneer hij een overtreding vaststelt als bedoeld in artikel D.102 en het niet gepast acht om een voorafgaande waarschuwing aan de overtreder te geven; 2° indien hij op het einde van de in artikel D.105, eerste lid, bedoelde termijn vaststelt dat het goed niet in overeenstemming is gebracht; 3° wanneer hij een mondeling bevel tot onderbreking van de werkzaamheden geeft. Het proces-verbaal beschrijft de vastgestelde overtreding(en) en vermeldt de overtreden bepaling(en) van het Wetboek. 2° een proces-verbaal opstellen dat tot bewijs van het tegendeel bewijskracht heeft. De Regering bepaalt de vorm en de minimuminhoud van het proces-verbaal en de procedures voor de uitvoering van deze paragraaf. § 2 Het proces-verbaal wordt uiterlijk aan de personen bedoeld in lid 3 medegedeeld, dertg dagen te rekenen van : 1° de datum waarop een of meer inbreuken bedoeld in artikel D.102 zijn vastgesteld in het geval bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 1° ; 2° de datum van de vaststelling van de niet-naleving in het geval bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2° ;3° de datum van ontvangst van het schriftelijk bevel tot onderbreking van de werkzaamheden of van de schriftelijke bevestiging in het geval bedoeld in paragraaf 1r, lid 1, 3°. Na de in het eerste lid bedoelde termijn kan de overtreding niet meer worden vervolgd op grond van het proces-verbaal opgemaakt door de vaststellende ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal wordt aan de volgende personen medegedeeld: 1° aan de overtreder;2° aan de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie 3° aan de gemeente en de gedelegeerd ambtenaar als wordt vastgesteld dat de overtreding een inbreuk vormt op de bepalingen van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling. Art. D.107. Bij de uitoefening van hun opdracht hebben de vaststellende ambtenaren te allen tijde toegang tot bouwterreinen, bouwwerken, gebouwen, lokalen, installaties, terreinen en elke andere plaats om de nuttige opsporingen en vaststellingen te doen, met uitzondering van plaatsen die een woning vormen in de zin van artikel 15 van de Grondwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het gaat om een woonplaats in de zin van artikel 15 van de Grondwet, mogen de vaststellende beambten er binnentreden met de voorafgaande toestemming van de politierechtbank of voor zover zij de uitdrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming hebben van de persoon die het effectieve genot van de betrokken plaatsen bezit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de toepassing van de strengere straffen die in de artikelen 269 en 275 van het Strafwetboek zijn bepaald, wordt al wie zich tegen de uitoefening van het hierboven bedoelde recht van huiszoeking heeft verzet, gestraft met een geldboete van 50 tot 1500 euro en een gevangenisstraf van acht tot vijftien dagen of met slechts één van deze straffen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d108\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.108</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. In de uitoefening van hun opdracht kunnen de vaststellende ambtenaren: 1° alle onderzoeken, nazichten, onderzoekingen uitvoeren en alle gegevens inwinnen die nuttig geacht worden om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van dit Wetboek in acht genomen worden, wat hen toelaat om: a) elke persoon te ondervragen over elk feit waarvan de kennis nuttig is voor de vervolging van één of meer van de in artikel D.102 bedoelde strafbare feiten; b) zich kosteloos en ter plaatse elk document, stuk of titel die voor de vervulling van hun opdracht noodzakelijk is, laten voorleggen of ze onderzoeken, er een fotografisch of ander afschrift van te nemen of het tegen ontvangstbewijs mee te nemen;c) de identiteit van elke persoon te controleren; d) elke persoon te ondervragen over elk feit waarvan de kennis nuttig is voor de vervolging van één of meer van de in artikel D.102 bedoelde strafbare feiten; 2° elke gegevensbank te raadplegen die nuttig is voor het uitvoeren van hun opdracht of voor het verkrijgen van informatie die nodig is voor het uitvoeren van hun opdracht;3° de nodige administratieve gegevens te raadplegen en een afschrift ervan te nemen, zoals de wettelijk voorgeschreven documenten die de bestuurder van een voertuig in zijn bezit moet hebben en in ruimere zin alle documenten die nuttig zijn voor de identificatie van het voertuig, de bestuurder of de persoon op wiens naam het voertuig staat ingeschreven 4° over te gaan tot vaststellingen door middel van audiovisuele middelen In de in lid 1 bedoelde gevallen rvermelden de vaststellende ambtenaren, in geval van een verzoek om verstrekking van persoonsgegevens in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming, bij de formulering van hun verzoek het doel van het verzoek en de wettelijke bepalingen ten aanzien waarvan een inbreuk wordt vermoed. § 2 Wanneer de vaststellend ambtenaar bij een overtreding, begaan vanuit een motorvoertuig of aan de hand van een motorvoertuig, niet de pleger maar wel de nummerplaat van het voertuig heeft kunnen identificeren, heeft het proces-verbaal tot vaststelling van de overtreding en bevattende de identificering van de nummerplaat van het voertuig bewijskracht dat de overtreding isbegaan door de persoon op wiens naam het voertuig ingeschreven staat bij de voor de inschrijving verantwoordelijke overheid of bij zijn buitenlandse equivalent. Dat vermoeden kan door elk rechtsmiddel omgekeerd worden, met uitzondering van de eed.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van betwisting van het vermoeden door een rechtspersoon deelt laatstgenoemde de identiteit mede van de bestuurder op het ogenblik van de betrokken feiten of, indien zij die niet kent, de identiteit van de persoon die het voertuig onder zich heeft. § 3. De vaststellende ambtenaren kunnen bij de uitoefening van hun opdracht een beroep doen op de openbare machtom de in artikel D.102 bedoelde strafbare feiten te onderzoeken en aan te geven. HOOFDSTUK 4. - Het bevel tot onderbreking Art. D.109. De vaststellende beambten kunnen mondeling en ter plaatse de onderbreking van de werken bevelen, alsmede de stopzetting van het gebruik van het gebouw of van de uitvoering van handelingen of feiten wanneer ze vaststellen dat ze een overtreding vormen in de zin van artikel D.102 of dat ze een in kracht van gewijsde getreden rechtsbeslissing schenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra het bevel gegeven is, wordt er een proces-verbaal van vaststelling van de overtreding, zoals vermeld in artikel D.106, opgesteld en overgemaakt. Wanneer dit schriftelijk gebeurt, wordt het proces-verbaal van de overtredingbij het bevel tot onderbreking gevoegd. Wanneer een mondeling bevel ter plaatse wordt gegeven, moet het op straffe van verval van tijd binnen vijf werkdagen worden bevestigd door de verzending van een schriftelijk bevestigingsbeslissing van de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie of de burgemeester.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een afschrift van het schriftelijk bevel tot onderbreking of de schriftelijke bevestiging wordt naar de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie gestuurd. De Regering kan de vorm en de inhoud van de beslissing tot bekrachtiging vaststellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d110\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.110</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vaststellende ambtenaren zijn gerechtigd tot het treffen van alle maatregelen, verzegeling inbegrepen, om te voorzien in de onmiddellijke toepassing van het bevel tot onderbreking, van de bekrachtigingsbeslissing of in voorkomend geval, van de beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg De vaststellende ambtenaren kunnen de overtreder ook bevelen om voorlopige handelingen en werken uit te voeren of voorlopige maatregelen te nemen die geen verdere administratieve toelatingen vereisen in het kader van andere administratieve ordehandhavingen, om de bescherming, het behoud of de geïntegreerde bewaring te garanderen van het Waalse erfgoedelement dat door de overtreding isgetroffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handelingen en werken de voorlopige maatregelen worden, op straffe van verval van tijd, binnen vijf werkdagen, bevestigd door de verzending van een schriftelijke bevestigingsbeslissing van de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenieder die handelingen en werkzaamheden voortzet of een handeling pleegtin strijd met het bevel tot onderbreking, de schriftelijke bevestigingsbeslissing of de beschikking van de president van de rechtbank van eerste aanleg, of die geen gevolg geeft aan de in het bevel tot onderbreking of de schriftelijke bevestigingsbeschikking vervatte bevelen, wordt, naast de straffen die zijn bepaald voor de in artikel D.102 bedoelde strafbare feiten, gestraft met een geldboete van 50 tot 5.000 euro en een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar, of met slechts één van deze straffen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d111\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.111</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De belanghebbende kan het Waals Gewest in kort geding verzoeken om opheffing van het bevel tot onderbreking en de daarmee verband houdende bevelen en maatregelen bedoeld in artikel D.109 of het bevel tot het verrichten van voorlopige handelingen en werken of tot het nemen van voorlopige maatregelen bedoeld in artikel D.110, lid 2 Het verzoek wordt gebracht voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waar de overtredingen zijn gepleegd. De artikelen 1035 tot 1041 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op de indiening en de behandeling van de aanvraag. HOOFDSTUK 5. - Vervolging van de overtreding Afdeling 1. - Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d112\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.112</span><span class=\"lf-art-t\">De inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie beslist of de overtreding wordt vervolgd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan het einde van de procedure kan de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie : 1° voorstellen de overtreding te regulariseren door middel van een verzoek tot regularisatie en een dading, op voorwaarde dat het gaat om een van de overtredingen vermeld in artikel D.102, 1°, 3°, 4°, 6°, 7° en 8° ; 2° de betaling van een administratieve geldboete opleggen;3° één of meer restitutiemaatregelen opleggen. De inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie kan op basis van één en hetzelfde proces-verbaal, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, één of meer van de in lid 2 vermelde maatregelen uitvoeren, zodat de impact van de inbreuk op het Waalse erfgoed volledig en adequaat wordt hersteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d113\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.113</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Wanneer de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie besluit om een procedure aan te vatten, zal hij de overtreder op de hoogte stellen van: 1° de feiten waarvoor de administratiprocedure is aangevat; 2° de maatregelen bedoeld in artikel D.112, tweede lid, 1° tot en met 3°, die kunnen worden toegepast; 3° de mogelijkheid om, per aangetekende brief of op een andere wijze die een zekere datum oplevert, de gronden van het verweer schriftelijk uiteen te zetten en te verzoeken om te worden gehoord teneinde ze mondeling toe te lichten;4° het feit dat de overtreder zich kan laten bijstaan of vertegenwoordigen door de persoon van zijn keuze;5° zijn recht op inzage in zijn dossier. De inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie brengt de overtreder op de hoogte van de beslissing om de overtreding te vervolgen, niet later dan zestig dagen nadat het proces-verbaal is verzonden. Na de in het eerste lid bedoelde termijn kan de overtreding niet meer worden vervolgd op grond van het proces-verbaal opgemaakt door de vaststellende ambtenaar De inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie stuurt de overtreder eveneens een afschrift van het proces-verbaal van de overtreding, samen met een uittreksel van de wettelijke of reglementaire bepalingen die zijn overtreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op straffe van onontvankelijkheid wordt het schriftelijk verweer of het verzoek tot mondeling verweer bedoeld in het eerste lid, 3°, meegedeeld binnen dertig dagen na de dag van ontvangst van de beslissing van de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een verzoek tot mondelinge verdediging bepaalt de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie de dag en het tijdstip waarop de overtreder of de daartoe aangewezen persoon wordt uitgenodigd om mondeling verweer te voeren. Er wordt proces-verbaal van het verhoor van de overtreder opgemaakt, ondertekend door de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie of diens afgevaardigde en door de overtreder of diens vertegenwoordiger. Indien de overtreder het niet eens is met de inhoud van het proces-verbaal, wordt hij erom verzocht zijn opmerkingen daarin te laten gelden. § 2. De inspecteur-generaal van de erfgoeddienst, of zijn afgevaardigde, kan de volgende documenten bezorgen aan elke persoon wiens subjectieve rechten door de overtreding zijn aangetast: 1° een afschrift van het proces-verbaal van vaststelling;2° een afschrift van de beslissing tot het inleiden van een administratieve procedure bedoeld in § 1. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na afloop van de procedure kan de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie beslissen om het dossier zonder gevolg af te sluiten of om één of meer van de maatregelen bedoeld in artikel D.112, tweede lid, 1° tot 3°, uit te voeren. De inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie maakt zijn beslissing bekend: 1° binnen een termijn van honderdtachtig dagen te rekenen van de vervaltermijn bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, wanneer de overtreder het recht om zijn verweer mondeling te doen niet heeft gebruikt;2° binnen een termijn van honderdtachtig dagen te rekenen van de dag waarop de overtreder of de daartoe gemandateerde persoon het mondeling verweer heeft gevoerd, wanneer de overtreder gebruik heeft gemaakt van zijn recht om zijn verdediging mondeling te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing van de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie vermeldt in voorkomend geval de mogelijkheid om een beroep in te dienen krachtens artikelen D.117 en D.120.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van kennisgeving van de beslissing binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, wordt geen van de maatregelen bedoeld in artikel D.112, tweede lid, 1° tot 3°, ten uitvoer gelegd op basis van het proces-verbaal van overtreding opgesteld door de vaststellende ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie, of zijn afgevaardigde, kan de in lid 1 bedoelde beslissingr toezenden aan eenieder wiens subjectieve rechten door de inbreuk worden aangetast. § 4. De beslissing tot het opleggen van een van de maatregelen, vermeld in artikel D.112, tweede lid, 2° en 3°, is uitvoerbaar na het verstrijken van een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de dag van de ontvangst ervan door de overtreder, behalve in geval van beroep ingesteld krachtens de artikelen D.117 en D.120. Afdeling 2. - Regularisatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d114\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.114</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De overtredingen bedoeld in artikel D.102, 1°, 3°, 4°, 6°, 7° en 8°, kunnen het voorwerp uitmaken van een verzoek tot regularisatie op voorwaarde dat dit passend is voor het erfgoed. Het doel van regularisatie is om : 1° een machtiging inzake erfgoed toe te kennen in geval van een overtredingbedoeld in artikel D.102, 1°, 3°, 4°, 6° en 7° ; 2° een machtiging als bedoeld in artikel D.65 in geval van een overtreding als bedoeld in artikel D.102, 8° Het in lid 1 bedoelde verzoek om regularisatie wordt ingediend en behandeld overeenkomstig de bepalingen van titel 3, hoofdstuk 2, of titel 4, hoofdstuk 4, van het Wetboek. § 2. Voorafgaand aan de indiening van het verzoek tot regularisatie bedoeld in paragraaf 1, stelt de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie een dading voor aan de overtreder overeenkomstig de nadere regels vastgelegd in artikel D.115.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toestemming die is verleend in het kader van een verzoek tot regularisatie van een overtreding overeenkomstig paragraaf 1 is pas uitvoerbaar nadat het bedrag van de dading volledig is betaald. Als het bedrag van de dading niet binnen de gestelde termijn is betaald, vervalt de toelating. § 3. Indien de toelating die wordt gevraagd als onderdeel van een aanvraag tot regularisatie overeenkomstig lid 1 niet wordt verleend na afloop van de onderzoeksprocedure, kan de overtreding niet worden geregulariseerd en kan ze worden onderworpen aan een maatregel bedoeld in artikel D.112, tweede lid, 2° of 3°.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d115\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.115</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1. Er is sprake van een dading als de toestemming die is aangevraagd als onderdeel van de regularisatieaanvraag als bedoeld in artikel D.114 wordt verleend</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De dading wordt getroffen via de betaling van een geldsom waarvan het bedrag bepaald wordt volgens de door de inspecteur-generaal van de vastgoedadministratie vastgelegde regels, zonder dat dit bedrag minder mag bedragen dan tweehonderdvijftig euro of meer dan honderd duizend euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de dadingbetrekking heeft op een onroerend goed dat deel uitmaakt van het uitzonderlijk erfgoed van Wallonië, worden de in paragraaf 2 vermelde bedragen verdubbeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het tweede lid bedoelde bedragen worden verdubbeld als de overtreding is begaan binnen twee jaar na kennisgeving door de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie van de beslissing tot het opleggen van een maatregel bedoeld in artikel D.112, tweede lid, overeenkomstig artikel D.113, § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan bepalen hoe het bedrag van de dading wordt vastgesteld. § 2. De storting van het bedrag van de dading geschiedt: 1° ofwel in handen van de fincancieel directeur van de gemeente indien de overtreding is vastgesteld door de ambtenaren van gerechtelijke politie of de vaststellende ambtenaren bedoeld in artikel D.104, 1° en 1° ; 2° in handen van de Ontvanger der Registratie op een speciale rekening van de begroting van de erfgoedadministratie wanneer de overtreding wordt vastgesteld door de ambtenaren bedoeld in artikel D.104, § 1, 2°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de betaling van het volledige bedrag van de dading vervalt het recht om elke andere schadevergoeding te eisen voor de handelingen en feiten die het voorwerp uitmaakten van de dading, met uitzondering van de verplichting om een van de restitutiemaatregelen bedoeld in artikel D.119, § 1, eerste lid, 2° tot en met 4°, uit te voeren om een passende compensatie mogelijk te maken voor de impact van de overtreding op het Waalse erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de dading niet binnen drie maanden na het verzoek van de overaan de overtreder is betaald, wordt de procedure voortgezet overeenkomstig dit hoofdstuk. Deze periode kan op verzoek van de overtreder worden verlengd tot maximaal achttien maanden, waarbij de betalingen worden gespreid. Afdeling 3. - De administratieve geldboete</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d116\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.116</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie kan beslissen om de overtreder een administratieve boete op te leggen wanneer : 1° een terugkeer naar de vroegere toestand onmogelijk of ongepast is;2° de regularisatie van de overtreding onmogelijk of ongepast is. Het bedrag van de administratieve geldboete staat in verhouding tot de ernst van de overtreding en wordt vastgesteld door de inspecteur-generaal van de vastgoedadministratie, zonder dat dit bedrag minder mag bedragen dan tweehonderdvijftig euro of meer dan honderd duizend euro Wanneer de overtreding betrekking heeft op een onroerend goed dat deel uitmaakt van het uitzonderlijk erfgoed van Wallonië, worden de in paragraaf 2 vermelde bedragen verdubbeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het tweede lid bedoelde bedragen worden verdubbeld als de overtreding is begaan binnen twee jaar na kennisgeving door de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie van de beslissing tot het opleggen van een maatregel bedoeld in artikel D.112, tweede lid, overeenkomstig artikel D.113, § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan bepalen hoe het bedrag van de administratieve geldwordt vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d117\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.117</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tegen de beslissing bedoeld in artikel D.116 kan de overtreder op straffe van uitsluiting binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing bedoeld in artikel D.113, § 3, beroep instellen bij de correctionele afdeling van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar het strafbare feit is gepleegd Wanneer de beslissing van de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie niet de in artikel D.113, § 3, tweede lid, bedoelde vermeldibevat, wordt de in het eerste lid bedoelde termijn verlengd tot zes maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op straffe van niet-ontvankelijkheid bevat het verzoekschrift de identiteit en het adres van de aanvrager, de aangevochten beslissing en de redenen waarom de beslissing wordt aangevochten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een afschrift van het verzoekschrift wordt door de overtreder op de dag van de indiening ervan toegezonden aan de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank van eerste aanleg doet uitspraak over de geldigheid van de administratieve boete. Bovendien kan hij zelf het bedrag van de administratieve geldboete vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank van eerste aanleg die het beroep behandelt, kan gebruik maken van de bepalingen van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende opschorting, voorwaardelijke veroordeling en probatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d118\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.118</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De administratieve geldboete wordt betaald in handen van de ontvanger der registratie en gestort op een speciale rekening van de begroting van de erfgoedadministratie Door de betaling van het volledige bedrag van de administratieve geldboete vervalt het recht om elke andere schadevergoeding te eisen voor de handelingen en feiten die het voorwerp uitmaakten van de administratieve geldboete, met uitzondering van de verplichting om een van de restitutiemaatregelen bedoeld in artikel D.119, § 1, eerste lid, 2° tot en met 4°, uit te voeren om een passende compensatie mogelijk te maken voor de impact van de overtreding op het Waalse erfgoed. Afdeling 4. - De restitutiemaatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d119\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.119</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie kan de overtreder een of meer van de volgende restitutiemaatregelen opleggen: 1° alle maatregelen opleggen die een terugkeer naar de vroegere toestand mogelijk maken;2° handelingen en werken uitvoeren, al dan niet onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunning, een bebouwingsvergunning, een milieuvergunning, een bedrijfsvergunning, een vergunning voor een handelsvestiging of een geïntegreerde vergunning, die het mogelijk maken om de negatieve impact van de overtreding op de erfgoedwaarde van het eigendom dat het voorwerp uitmaakte van de overtreding te compenseren, met respect voor de goede ontwikkeling van de site; 3° de archeologische voorwerpen die het voorwerp uitmaken van de overtreding om niet en in volle eigendom overdragen aan het Waals Gewest;4° tot maximaal vijftig procent van de kosten overnemen voor één of meer archeologische operaties uitgevoerd door de erfgoedadministratie. In het geval bedoeld in lid1, 2°, legt de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie aan de overtreder de technische voorschriften, voorwaarden, instructies en vereisten op waaraan de als restitutiemaatregel opgelegde handelingen en werken moeten voldoen, alsook de eventuele plannen waaraan de overtreder moet voldoen In het geval bedoeld in lid 1, 4°, legt de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie aan de overtreder de praktische modaliteiten op voor de uitvoering van de archeologische werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie legt een termijn op waarbinnen de overtreder : 1° zorgt voor de terugkeer naar de vroegere toestand;2° indien nodig, een vergunning aanvraagt om de als restitutie opgelegde werken uit te voeren;3° alle handelingen en werken uitvoert die niet onderworpen zijn aan een stedenbouwkundige vergunning;4° de archeologische voorwerpen die het voorwerp uitmaken van de overtreding inlevert bij de erfgoedadministratie;5° het bedrag betaalt dat nodig is om de archeologische werkzaamheden van de erfgoedadministratie te financieren. Voor de handelingen en werken die moeten worden uitgevoerd als onderdeel van een restitutiemaatregel als bedoeld in lid 1r opgelegd door de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie is geen erfgoedvergunning nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing van de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie stelt de overtreder niet vrij van het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning, een bebouwingsvergunning, een milieuvergunning, een bedrijfsvergunning, een vergunning voor een handelsvestiging of een geïntegreerde vergunning als een dergelijke vergunning vereist is volgens de desbetreffende wettelijke en reglementaire bepalingen. § 2. Aan het einde van de overeenkomstig paragraaf 1, lid 4, vastgestelde periode legt de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie, of zijn afgevaardigde, de uitvoering van de compensatiemaatregelen overeenkomstig zijn beslissing vast in een proces-verbaal van vaststelling. Behoudens bewijs van het tegendeel dient enkel het proces-verbaal van vaststelling als bewijs van de reparatie en de reparatiedatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de restitutiemaatregelen niet binnen de opgelegde termijn worden uitgevoerd, of indien zij niet worden uitgevoerd overeenkomstig de technische voorschriften, instructies, voorwaarden of het plan dat is opgenomen in de in lid 1 bedoelde beslissingr, of indien de bevoegde autoriteit weigert een stedenbouvergunning te verlenen, kan de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie ofwel: 1° voorzien in de uitvoering van de restitutiemaatregelen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, op voorwaarde dat deze maatregelen niet bestaan in het uitvoeren van handelingen en werken waarvoor vooraf een stedenbouwkundige vergunning is vereist;2° een inbeslagneming verrichten met het oog op de teruggavemaatregelen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3° en 4° ; 3° de procedure voortzetten overeenkomstig artikel D.122.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval bedoeld in het tweede lid, 1°, is de overtreder verplicht alle kosten van tenuitvoerlegging te vergoeden op voorlegging van een door de beslagrechter begrote en uitvoerbaar verklaarde staat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d120\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.120</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tegen de beslissing bedoeld in artikel D.119, § 1, kan de overtreder op straffe van uitsluiting binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing bedoeld in artikel D.113, § 3, beroep instellen bij de correctionele afdeling van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar het strafbare feit is gepleegd Wanneer de beslissing van de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie niet de in artikel D.113, § 3, tweede lid, bedoelde vermeldibevat, wordt de in het eerste lid bedoelde termijn verlengd tot zes maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beroep wordt ingediend d.m.v. een verzoekschrift bij de correctionele rechtbank van de plaats waar de overtreding is begaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op straffe van niet-ontvankelijkheid bevat het verzoekschrift de identiteit en het adres van de verzoeker, de aangevochten beslissing, de redenen waarom de beslissing wordt aangevochten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een afschrift van het verzoekschrift wordt door de overtreder op de dag van de indiening ervan toegezonden aan de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank van eerste aanleg doet uitspraak over de geldigheid van de restitutiemaatregel. Bovendien kan hij zelf het bedrag van de administratieve geldboete vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank van eerste aanleg die het beroep behandelt, kan gebruik maken van de bepalingen van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende opschorting, voorwaardelijke veroordeling en probatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d121\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.121</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het uitvoeren van handelingen en werken na de uitvoering van een restitutiemaatregel opgelegd krachtens artikel D.119, § 1, eerste lid, 1°, 2° of 4°, die geen betrekking heeft op de restitutiemaatregel zelf, moet vooraf een erfgoedvergunning overeenkomstig artikel D.34 worden verkregen. Afdeling 5. - Vervolging voor de burgerlijke rechtbank</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d122\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.122</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen bedoeld in de artikelen D.115, § 2, derde lid, en D.119, § 2, tweede lid, 3°, kan de inspecteur-generaal van de erfgoedadministratie voor de burgerlijke afdeling van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de overtreding is gepleegd, vervolging instellen voor : 1° het herstellen van de plaats in de vroegere toestand of de staking van de wederrechtelijke activiteit of het wederrechtelijke gebruik; 2° de uitvoering van werken of inrichtingswerken voor zover de handelingen en werken of de te handhaven handelingen en werken en de uit te voeren werken of inrichtingswerken het gewestplan en de normen van de leidraad voor gewestelijke stedenbouw naleven of de voorwaarden m.b.t. de afwijking van het gewestplan of de normen van de leidraad voor gewestelijke stedenbouw naleven; 3° de archeologische voorwerpen die het voorwerp uitmaken van de overtreding om niet en in volle eigendom overdragen aan het Waals Gewest;4° het uitvoeren door de erfgoedadministratie van één of meer archeologische werkzaamheden op kosten van de veroordeelde De beslissing van derechtbank van eerste aanleg, in het geval bedoeld in lid 1, 2°, stelt de overtreder niet vrij van het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning, een bebouwingsvergunning, een milieuvergunning, een bedrijfsvergunning, een vergunning voor een handelsvestiging of een geïntegreerde vergunning als een dergelijke vergunning vereist is volgens de desbetreffende wettelijke en reglementaire bepalingen. HOOFDSTUK 6. - Strafbare feiten gepleegd door minderjarigen Art. D.123. Wanneer een overtreding bedoeld in artikel D.102 wordt gepleegd door een minderjarige, wordt zij enkel vervolgd tegen personen die het ouderlijk gezag hebben. HOOFDSTUK 7. - Rechten van de derden en diverse bepalingen Art.</p>\n<p class=\"lf-p\">D.124. De rechten van de derde benadeelde, die samen met de openbare overheid of afzonderlijk optreedt, zijn in geval van rechtstreeks herstel beperkt tot de door de bevoegde overheid gekozen wijze van herstel, onverminderd het recht om vergoeding van schade te eisen van de veroordeelde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d125\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.125</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer openbare besturen of derden wegens het in gebreke blijven van de veroordeelde genoopt zijn in de tenuitvoerlegging van het vonnis te voorzien, wordt de daaruit te hunnen bate voortvloeiende schuldvordering gewaarborgd door een wettelijke hypotheek, die ingeschreven, vernieuwd, verminderd of geheel of gedeeltelijk doorgehaald wordt overeenkomstig het bepaalde in de hoofdstukken IV en V van de wet van 16 december 1851 betreffende de herziening van het hypotheekstelsel Die waarborg dekt ook de schuldvordering ten gevolge van de kosten der hypothecaire formaliteiten, die door hen zijn voorgeschoten en die ten laste van de veroordeelde komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 10. - Koninklijke Commissie voor Monumenten, Landschappen en Opgravingen Art. D.126. § 1. De Commissie richt een pluridisciplinair en onafhankelijk wetenschappelijk adviescollege op, waarvan de leden door de Regering worden aangewezen naar gelang van hun deskundigheid en hun ervaring inzake erfgoed. § 2. De Commissie: 1° richt algemene aanbevelingen inzake bescherming en ontwikkeling van het erfgoed aan de Regering ;2° verstrekt de adviezen en de gemotiveerde voorstellen, die op basis van het Wetboek worden aangevraagd; 3° verstrekt de gemotiveerde adviezen, die op grond van andere juridische bepalingen i.v.m. het erfgoed aangevraagd worden; 4° brengt op verzoek van de Regering advies uit over elk voorontwerp van decreet of ontwerp van besluit betreffende het erfgoed;5° draagt bij tot de uitwerking van het in artikel 1 bedoelde verslag;6° draagt bij tot de uitvoering van de in artikel 83, 1°, bedoelde opdracht.7° maakt een jaarlijks verslag van haar opdrachten en activiteiten op, dat op internet te raadplegen is. Het jaarlijkse verslag, bedoeld in lid 1, 7°, wordt door de voorzitter van de commissie overgemaakt aan het Parlement en aan de Regering vóór het einde van het eerste semester van het volgende jaar overgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Waalse Regering kan de opdrachten van de Commissie aanvullen. Art.</p>\n<p class=\"lf-p\">D.127. De Commissie bestaat uit : 1° een bureau;2° drie afdelingen, namelijk een afdeling toegespitst op monumenten en architectonische ensembles, een afdeling toegespitst op sites en een afdeling toegespitst op archeologie;3° gespecialiseerde leden. De algemene vergadering verenigt het geheel van de leden van de commissie en wordt voorgezeten door de voorzitter van de commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie heeft een secretariaat. Het secretariaat wordt verzorgd in overeenstemming met artikel 4, § 3, van het decreet van 25 mei 1983 betreffende de \"Conseil économique, social et environnemental de Wallonie\" (Economische, sociale en milieuraad van Wallonië).</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan regels vaststellen voor de samenstelling van het bureau en de benoeming van het secretariaat van de Commissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d128\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.128</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Commissie bestaat uit maximum zeventig leden die door de Waalse Regering worden benoemd voor een verlengbare termijn van vijfjaar. De leden worden aangewezen na een oproep tot kandidaten, op basis van hun ervaring die ze hebben opgedaan door regelmatige, huidige of vroegere activiteiten op het gebied van erfgoed. § 2. Onder de commissieleden wijst de Regering de volgende personen aan voor een verlengbaar mandaat van vijf jaar: 1° de voorzitter van de commissie; 2° de drie ondervoorzitters, elk voor een van de afdelingen bedoeld in artikel D.127, eerste lid, 2°. § 3. Op voorstel van de Minister voorziet de Regering in de vervanging van het ontslagnemende lid voor het beëindigen van diens mandaat. § 4. De Regering legt de procedures vast voor de oproep tot kandidaten, de benoeming van de leden, hun toewijzing binnen elke afdeling, alsook het aantal en de verdeling van de gespecialiseerde leden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d129\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.129</span><span class=\"lf-art-t\">De Regering bepaalt de regels voor de werking van de commissie, de algemene vergadering, het bureau en haar afdelingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d130\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.130</span><span class=\"lf-art-t\">Er wordt een toewijzing gedaan aan de Waalse Economische, Sociale en Milieuraad om de werkingskosten van de Commissie te dekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidie dekt onder andere personeelskosten, publicatiekosten en kosten voor deelname aan en samenwerking bij verschillende evenementen. Zij dekt ook de vergoedingen voor bestuurders, reiskosten in het kader van hun opdrachten en uitgaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister bepaalt de aard, het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de emolumenten, met inbegrip van de presentiegelden, die aan de leden worden verleend. De leden genieten de reiskosten en de vergoedingen die krachtens de Ambtenarencode voorzien worden voor de personeelsleden van de diensten van de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 11. - Gewestelijke eigendommen Art. D.131. In overeenstemming met de bepalingen die ze aanneemt, zorgt de Regering voor de opwaardering van alle of een deel van de geklasseerde of gelijkgestelde eigendommen of eigendommen die opgenomen zijn in de gewestelijke erfgoedinventaris en die binnen het domein van het Waals Gewest vallen en door de Regering aangeduid zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opwaardering bedoeld in het eerste lid bestaat minstens in: 1° het opzetten van projecten voor de restauratie, de toewijzing of nieuwe toewijzing van die goederen;2° het verzekeren van de promotie, de toegang en het onthaal van het publiek tot deze eigendommen ;3° het verrichten van de investeringen die onontbeerlijk zijn voor de concretisering van de projecten bedoeld in punt 2° en, in voorkomend geval, het rechtstreekse of overgedragen bouwheerschap over die investeringen;4° in voorkomend geval in samenwerkingsverband, het exploitaren of laten exploiteren van die goederen nadat die investeringen eenmaal verricht zijn;5° het organiseren of laten organiseren van openbare manifestaties op of in die goederen en het uitgeven of laten uitgeven van publicaties daaroveruitgeven of laten uitgeven;6° het innen en opnieuw toewijzen, op deze goederen, van de eventuele inkomsten die met hun beheer of de manifestaties verband houden, . Met het oog op de in de leden 1 en 2 bedoelde opwaardering kunnen overeenkomsten worden gesloten om de actieradius van elk van de betrokken regionale besturen af te bakenen ten aanzien van de goederen die zijn opgenomen in de door de Regering opgestelde lijst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d132\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.132</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering een jaarlijkse exploitatiesubsidie toekennen aan de natuurlijke personen of rechtspersonen aan wie zij de exploitatie van de in artikel D.131, lid 1, bedoelde activa toevertrouwt De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitvoering van dit artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d133\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.133</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van een project voor de overdracht van een geklasseerd goed of een goed dat opgenomen is in de gewestelijke erfgoedinventaris en dat binnen het domein van het Gewest valt, wordt het advies ingewonnen van de dienst die door de Regering werd aangeduid De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitvoering van dit artikel.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 12. - Nationale en internationale samenwerking Art. D.134. Onverminderd de regels met betrekking tot het sluiten van en instemme meinternationale verdragen, bepaalt de Regering welke dienst verantwoordelijk is voor de vertegenwoordiging van het Waals Gewest in het kader van nationale of internationale samenwerking op het vlak van erfgoed in het kader van nationale of internationale projecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dienst aangewezen door de Regering heeft geen enkele bevoegdheid om het Waals Gewest juridisch te binden op nationaal of internationaal niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vertegenwoordigingsopdracht, bedoeld in het eerste lid, kan gepaard gaan met een financiële bijdrage van de door de Regering aangewezen dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de voorwaarden met betrekking tot de vertegenwoordigingsopdracht, bedoeld in het eerste lid, vaststellen. \". Afdeling 2 - Wijzigingen aangebracht in het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning Art. 2.Artikel 19, lid 2, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning, laatst gewijzigd bij het decreet van 2 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, wordt aangevuld met 6° en 7° luidend als volgt : \"6° als, in de gevallen bedoeld in artikel D.34, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, de vergunningsaanvraag geen geldige erfgoedvergunning bevat met betrekking tot het onderwerp van de aanvraag; \"7° als, in de gevallen bedoeld in artikel D.62, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, de vergunningsaanvraag geen voorafgaand erfgoedadvies bevat met betrekking tot het onderwerp van de aanvraag \". Art. 3.In artikel 21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het programmadecreet van 3 februari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6, wordt tussen het tweede en het derdelid een lid ingevoegd, luidend als volgt: \" Op dezelfde dag stuurt hij naar de gemeente waar de aanvraag is ingediend een afschrift van de beslissing waarbij de aanvraag volledig en ontvankelijk bevonden werd als tegelijk aan volgende voorwaarden is voldaan: 1° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, geen voorwerp hebben uitgemaakt van een erfgoedvergunning overeenkomstig artikel D.34, § 1, van hetWaalse Erfgoedwetboek, of van een voorafgaand archeologisch advies overeenkomstig artikel D.62, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek; 2° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, hebben betrekking op een goed dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen de omtrek van de archeologische kaart en betreffen handelingen en werken die vallen onder artikel D.IV.4, eerste lid, 1°, 5°, 9° en 10° van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling; 3° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft geen beperkte impact krachtens artikel D.IV.I, § 2, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling; 4° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, vereisen de verplichte tussenkomst van een architect krachtens artikel D.IV.I, § 2, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling. \". Art. 4.Artikel 22 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het programmadecreet van 3 februari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6, wordt aangevuld met volgend lid : \"In afwijking van het eerste lid is de aanvraag niet-ontvankelijk en wordt de procedure niet voortgezet indien de aanvraag niet de documenten bedoeld in artikel 19, tweede lid, 6° en 7°, bevat. \". Art. 5.In artikel 30, § 1, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het programmadecreet van 3 februari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6, wordt een lid ingevoegd tussen de leden 2 en 3, luidend als volgt: \"De technisch ambtenaar wint het advies in van de erfgoedadministratie en van de Koninklijke Commissie voor Monumenten, Landschappen en Opgravingen in de gevallen bedoeld in artikel D.IV.35 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling. \". Art. 6.Artikel 35, § 1, van hetzelfde decreet, laagewijzigd bij het decreet van 23 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/06/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/2016 numac 2016203537 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende wijziging van het Milieuwetboek, van het Waterwetboek en van verscheidene decreten inzake afvalstoffen en milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/06/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/07/2016 numac 2016203480 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van de jachtwet van 28 februari 1882 sluiten, wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt: \"Tegelijk met het versturen van zijn beslissing naar de aanvrager, stuurt de gemachtigd ambtenaar een afschrift van zijn beslissing naar de erfgoedadministratie: 1° wanneer de vergunning betrekking heeft op een beschermd of gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek; 2° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van het Waalse Erfgoedwetboek; 3° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een advies van de erfgoedadministratie krachtens artikel 30; 4° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een zending van de ontvangstbevestiging of de beslissing over de volledigheid van de vergunningsaanvraag naar de erfgoedadministratie krachtens artikel D.67, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek. \". Art. 7.In artikel 40 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij artikel 85 van het decreet van 23 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/06/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/2016 numac 2016203537 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende wijziging van het Milieuwetboek, van het Waterwetboek en van verscheidene decreten inzake afvalstoffen en milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/06/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/07/2016 numac 2016203480 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van de jachtwet van 28 februari 1882 sluiten tot wijziging van het Milieuwetboek, het Waterwetboek en diverse decreten betreffende afvalstoffen en milieuvergunningen, wordt een paragraaf 7ter ingevoegd, luidende als volgt: \" § 7ter. Wanneer de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een geklasseerd of gelijkgesteld goed, in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek, dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek of wanneer de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van hetzelfde Wetboek, neemt de Regering in haar beslissing de conclusies van de erfgoedvergunning of het voorafgaand archeologisch advies integraal over en beantwoordt ze aan de inhoud van die vergunning of dat advies, tenzij de erfgoedadministratie daar vooraf schriftelijk mee instemt. \". Art. 8.Artikel 45 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 4 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2, wordt aangevuld met een paragraaf 1, luidend als volgt: \" § 1/1. Wanneer de vergunning betrekking heeft op een geklasseerd of gelijkgesteld goed, in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek, dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek of wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van hetzelfde Wetboek, neemt de vergunning de conclusies van de erfgoedvergunning of het voorafgaand archeologisch advies integraal over en beantwoordt ze aan de inhoud van die vergunning of dat advies. \". Art. 9.Artikel 53 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 20 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/08/2016 numac 2016027261 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2016 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/09/2016 numac 2016031587 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord gesloten tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschap en de Franse Gemeenschapscommissie, met betrekking tot de uitrusting die ter beschikking wordt gesteld in het kader van de hervorming van het kwalificerend onderwijs en van de samenwerking tussen de Centra voor geavanceerde technologieën en de professionele Referentiecentra type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2016 numac 2016205561 bron waalse overheidsdienst Decreet tot opheffing van het decreet van 24 april 2014 tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium en tot vorming van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling sluiten, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt: \" § 3. De uitvoering van de vergunning kan onderworpen worden aan de uitvoering van archeologische verrichtingen overeenkomstig de artikelen D.66 en D.67 van het Waalse Erfgoedwetboek. \". Art. 10.In artikel 81, § 1, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, worden de woorden \"of op onroerende goederen die opgenomen zijn op de monumentenlijst of op de beschermingslijst, of voorlopig aan de gevolgen van de opname op de monumentenlijst zijn onderworpen in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek\" opgeheven. Art. 11.Artikel 85, tweede lid, van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het decreet van 2 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, wordt aangevuld met een punt 6° en een punt 7°, luidend als volgt: \"6° in de gevallen bedoeld in artikel D.34, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, de vergunningsaanvraag geen geldige erfgoedvergunning bevat met betrekking tot het onderwerp van de aanvraag; \"7° als in de gevallen bedoeld in artikel D.62, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, de vergunningsaanvraag geen voorafgaand erfgoedadvies van de erfgoedadministratie bevat met betrekking tot het onderwerp van de aanvraag \". Art. 12.Artikel 88 van hetzelfde Wetboek, vervangen door het programmadecreet van 3 februari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6, wordt aangevuld met een lid luidend als volgt : \"In afwijking van het eerste lid is de aanvraag niet-ontvankelijk en wordt de procedure niet voortgezet indien de aanvraag niet de documenten bedoeld in artikel 85, tweede lid, 6° en 7°, bevat. \". Art. 13.Artikel 91 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het programmadecreet van 3 februari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6, wordt gewijzigd als volgt: a) 2° er wordt een lid ingevoegd tussen het eerste en het tweede lid, luidend als volgt: \" Op dezelfde dag stuurt hij een afschrift van de beslissing waarbij de aanvraag volledig en ontvankelijk bevonden werd aan de erfgoedadministratie als tegelijk aan volgende voorwaarden is voldaan: 1° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, hebben geen voorwerp uitgemaakt van een erfgoedvergunning overeenkomstig artikel D.34, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, of van een voorafgaand archeologisch advies overeenkomstig artikel D.62, § 1, van hetzelfde wetboek; 2° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, hebben betrekking op een goed dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen de omtrek van de archeologische kaart en betreffen handelingen en werken die vallen onder artikel D.IV.4, eerste lid, 1°, 5°, 9° en 10° van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling; 3° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft geen beperkte impact krachtens artikel D.IV.I, § 2, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling; 4° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, vereisen de verplichte tussenkomst van een architect krachtens artikel D.IV.I, § 2, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling. \"; b) tussen de leden 2 en 3 wordt een lid ingevoegd, luidend als volgt: \"De technisch ambtenaar wint het advies in van de erfgoedadministratie en van de Koninklijke Commissie voor Monumenten, Landschappen en Opgravingen overeenkomstig artikel D.IV.35 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling. \".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 14</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 93 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 24 mei 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden volgende wijzigingen aangebracht: a) lid 4 wordt aangevuld als volgt: \"De uitvoering van de vergunning kan onderworpen worden aan de uitvoering van archeologische verrichtingen overeenkomstig de artikelen D.66 en D.67 van het Waalse Erfgoedwetboek. \"; b) 2° het paragraaf wordt aangevuld met twee leden, luidend als volgt: \"Wanneer de vergunning betrekking heeft op een geklasseerd of gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek of wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de erfgoedadministratie, neemt de vergunning de conclusies van de erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek of van het voorafgaand archeologisch advies bedoeld in artikel D.62 van hetzelfde Wetbintegraal over en beantwoordt ze aan de inhoud van de erfgoedvergunning of het voorafgaand archeologisch advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegelijk met het versturen van zijn beslissing naar de aanvrager, stuurt de gemachtigd ambtenaar een afschrift van zijn beslissing naar de erfgoedadministratie: 1° wanneer de vergunning betrekking heeft op een geklasseerd of gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek; 2° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van het Waalse Erfgoedwetboek; 3° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een advies van de erfgoedadministratie krachtens artikel 91; 4° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een zending van de ontvangstbevestiging of de beslissing over de volledigheid van de vergunningsaanvraag naar de erfgoedadministratie krachtens artikel D.67, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek. \"; 2° in paragraaf 3 wordt, tussen het negende en het tiende lid, een nieuw lid ingevoegd, luidend als volgt: \"Wanneer de wijzigingsplannen betrekking hebben op een geklasseerd of een gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek, waarvoor een erfgoedvergunning werd afgeleverd, en een impact hebben op de geklasseof gelijkgestelde delen van dit goed, wordt een nieuwe erfgoedvergunning aangevraagd overeenkomstig artikel D.52 van hetzelfde Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de wijzigingsplannen betrekking hebben op een project dat het voorwerp uitmaakte van een voorafgaand archeologisch advies overeenkomstig artikel D.62, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, wordt een nieuw voorafgaand archeologisch advies aangevraagd overeenkomstig artikel D.63 van hetzelfde Wetboek. \".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 15</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 95 van hetzelfde decreet, laatst gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 20 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/08/2016 numac 2016027261 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2016 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/09/2016 numac 2016031587 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord gesloten tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschap en de Franse Gemeenschapscommissie, met betrekking tot de uitrusting die ter beschikking wordt gesteld in het kader van de hervorming van het kwalificerend onderwijs en van de samenwerking tussen de Centra voor geavanceerde technologieën en de professionele Referentiecentra type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2016 numac 2016205561 bron waalse overheidsdienst Decreet tot opheffing van het decreet van 24 april 2014 tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium en tot vorming van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling sluiten, wordt een paragraaf 7ter, luidend als volgt: \" § 7ter. De Regeringsbeslissing neemt, in voorkomend geval, de conclusies van de erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 of van het voorafgaandelijke archeologisch advies bedoeld in artikel D.62 van hetzelfde Wetboek integraal over en voldoet aan de inhoud van de erfgoedvergunning of het voorafgaand archeologisch advies, behalve met de voorafgaande schriftelijke toestemming van de erfgoedadministratie. \". Afdeling 3 - Wijzigingen in het decreet van 28 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/11/2013 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2013 numac 2013207272 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de energieprestatie van gebouwen sluiten betreffende de energieprestatie van gebouwen Art. 16.In artikel 10, eerste lid, 2°, van het decreet van 28 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/11/2013 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2013 numac 2013207272 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de energieprestatie van gebouwen sluiten betreffende de energieprestatie van gebouwen, gewijzigd bij het decreet van 20 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/08/2016 numac 2016027261 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2016 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/09/2016 numac 2016031587 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord gesloten tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschap en de Franse Gemeenschapscommissie, met betrekking tot de uitrusting die ter beschikking wordt gesteld in het kader van de hervorming van het kwalificerend onderwijs en van de samenwerking tussen de Centra voor geavanceerde technologieën en de professionele Referentiecentra type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2016 numac 2016205561 bron waalse overheidsdienst Decreet tot opheffing van het decreet van 24 april 2014 tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium en tot vorming van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling sluiten, worden a) en b) vervangen door wat volgt: \"a) in een goeddat geklasseerd of gelijkgesteld is als monument of architectonisch ensemble in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek; b) in een goed opgenomen in de gewestelijke inventaris van het erfgoed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek;\". Afdeling 4 - Wijzigingen in het decreet van 5 februari 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/02/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015200758 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de handelsvestigingen sluiten betreffende de handelsvestigingen Art. 17.Artikel 32bis, tweede lid, van het decreet van 5 februari 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/02/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015200758 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de handelsvestigingen sluiten betreffende de handelsvestigingen wordt aangevuld met een punt 4° en een punt 5°, luidend als volgt: \"4° als in de gevallen bedoeld in artikel D.34, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, de vergunningsaanvraag geen geldige erfgoedvergunning bevat met betrekking tot het onderwerp van de aanvraag; \"5° als in de gevallen bedoeld in artikel D.62, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, de vergunningsaanvraag geen voorafgaand erfgoedadvies van de erfgoedadministratie bevat met betrekking tot het onderwerp van de aanvraag \".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 33, § 3, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt: \" Op dezelfde dag stuurt hij een afschrift van de beslissing waarbij de aanvraag volledig en ontvankelijk bevonden werd aan de erfgoedadministratie als tegelijk aan volgende voorwaarden is voldaan: 1° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, hebben geen voorwerp uitgemaakt van een erfgoedvergunning overeenkomstig artikel D.34, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, of van een voorafgaand archeologisch advies overeenkomstig artikel D.62, § 1, van hetzelfde wetboek; 2° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, hebben betrekking op een goed dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen de omtrek van de archeologische kaart en betreffen handelingen en werken die vallen onder artikel D.IV.4, eerste lid, 1°, 5°, 9° en 10° van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling; 3° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft geen beperkte impact krachtens artikel D.IV.I, § 2, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling; 4° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, vereisen de verplichte tussenkomst van een architect krachtens artikel D.IV.I, § 2, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-19\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 34 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt: \"In afwijking van het eerste lid is de aanvraag niet-ontvankelijk en wordt de procedure niet voortgezet indien de aanvraag niet de documenten bedoeld in artikel 32, tweede lid, 4° en 5°, bevat. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 38 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt: \"De bevoegde overheid wint het advies in van de erfgoedadministratie en van de Koninklijke Commissie voor Monumenten, Landschappen en Opgravingen in de gevallen bedoeld in artikel D.IV.35 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 42 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidend als volgt : \" § 4. Wanneer de wijzigingsplannen betrekking hebben op een geklasseerd of gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek, waarvoor een erfgoedvergunning werd afgeleverd, en een impact hebben op de geklasseerde of gelijkgestelde delen van dit goed, wordt een nieuwe erfgoedvergunning aangevraagd overeenkomstig artikel D.52 van hetzelfde Wetboek Wanneer de wijzigingsplannen betrekking hebben op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand advies krachtens artikel D.62 § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, wordt een nieuw voorafgaand archeologisch advies gevraagd krachtens artikel D.63 van hetzelfde Wetboek. \".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 45, § 1, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt: \"Tegelijk met het versturen van zijn beslissing naar de aanvrager, stuurt de gemachtigd ambtenaar een afschrift van zijn beslissing naar de erfgoedadministratie: 1° wanneer de vergunning betrekking heeft op een beschermd of gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek; 2° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van het Waalse Erfgoedwetboek; 3° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een advies van de erfgoedadministratie krachtens artikel 38; 4° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een zending van de ontvangstbevestiging of de beslissing over de volledigheid van de vergunningsaanvraag naar de erfgoedadministratie krachtens artikel D.67, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt: \"Wanneer de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een geklasseerd of gelijkgesteld goed, in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek, dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek of wanneer de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van hetzelfde Wetboek, neemt de Regering in haar beslissing de conclusies van de erfgoedvergunning of het voorafgaand archeologisch advies integraal over en beantwoordt ze aan de inhoud van die vergunning of dat advies, tenzij de erfgoedadministratie daar vooraf schriftelijk mee instemt. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 24</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 52 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidend als volgt : \" § 1/1. Wanneer de vergunning betrekking heeft op een geklasseerd of gelijkgesteld goed, in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek, dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek of wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van hetzelfde Wetboek, neemt de vergunning de conclusies van de erfgoedvergunning of het voorafgaand archeologisch advies integraal over en beantwoordt ze aan de inhoud van die vergunning of dat advies. \"; 2° er wordt een paragraaf 3 ingevoegd, luidend als volgt: \" § 3.De uitvoering van de vergunning kan onderworpen worden aan de uitvoering van archeologische verrichtingen overeenkomstig de artikelen D.66 en D.67 van het Waalse Erfgoedwetboek. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 53 van hetzelfde decreet worden de woorden \", en onder voorbehoud van artikel D.70 van het Waalse Erfgoedwetboek,\" ingevoegd tussen de woorden \"101, § 3,\" en \"wordt de beslissing\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 83, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 26 april 2018, worden de woorden \"van de projecten bedoeld in artikel D.IV.25 van het Wetboek waarvan de stedenbouwkundige vergunning door de Regering wordt afgegeven en van de projecten met betrekking tot de onroerende goederen bedoeld in artikel D.IV.17, eerste lid, 3°, van het Wetboek]1, [2 onroerende goederen die opgenomen zijn op de monumentenlijst of op de beschermingslijst, of voorlopig aan de gevolgen van de opname op de monumentenlijst zijn onderworpen in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek\" vervangen door de woorden \"en van de projecten bedoeld in artikel D.IV.25 van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening waarvan de stedenbouwkundige vergunning door de Regering is verstrekt\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 27</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 84, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 20 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/08/2016 numac 2016027261 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2016 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/09/2016 numac 2016031587 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord gesloten tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschap en de Franse Gemeenschapscommissie, met betrekking tot de uitrusting die ter beschikking wordt gesteld in het kader van de hervorming van het kwalificerend onderwijs en van de samenwerking tussen de Centra voor geavanceerde technologieën en de professionele Referentiecentra type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2016 numac 2016205561 bron waalse overheidsdienst Decreet tot opheffing van het decreet van 24 april 2014 tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium en tot vorming van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling sluiten, wordt aangevuld met volgende zinnen : \"De aanvraag bevat de erfgoedvergunning bedoeld in artikelen D.47 en D.48 van het Waalse Erfgoedwetboek wanneer het project dat het voorwerp uitmaakte van de geïntegreerde vergunningsaanvraag een voorafgaande vergunning vereist krachtens artikel D.34 van hetzelfde Wetboek. De aanvraag bevat het voorafgaand archeologisch advies bedoeld in artikel D.62 van het Waalse Erfgoedwetboek wanneer het project dat het voorwerp uitmaakte van de geïntegreerde vergunningsaanvraag een voorafgaand archeologisch advies vereist krachtens artikel D.62, § 1, van hetzelfde Wetboek. \".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 87 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet an 24 april 2014, wordt aangevuld met een § 4, luidend als volgt : \" § 4. Op dezelfde dag stuurt de ambtenaar belast met de handelsvestigingen een afschrift van zijn beslissing aan de erfgoedadministratie als tegelijk aan volgende voorwaarden is voldaan: 1° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, hebben geen voorwerp uitgemaakt van een erfgoedvergunning overeenkomstig artikel D.34, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, of van een voorafgaand archeologisch advies overeenkomstig artikel D.62, § 1, van hetzelfde wetboek; 2° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, hebben betrekking op een goed dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen de omtrek van de archeologische kaart en betreffen handelingen en werken die vallen onder artikel D.IV.4, eerste lid, 1°, 5°, 9° en 10° van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling; 3° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft geen beperkte impact krachtens artikel D.IV.I, § 2, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling; 4° de handelingen en werken waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft, vereisen de verplichte tussenkomst van een architect krachtens artikel D.IV.I, § 2, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 29</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 88 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt: \"In afwijking van het eerste lid is de aanvraag niet-ontvankelijk en wordt de procedure niet voortgezet indien de aanvraag niet de documenten bedoeld in artikel 84, § 2, bevat. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 90 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met volgend lid: \"De ambtenaar belast met de handelsvestigingen wint het advies in van de erfgoedadministratie en van de Koninklijke Commissie voor Monumenten, Landschappen en Opgravingen overeenkomstig artikel D.IV.35 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 31</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 96, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 20 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/08/2016 numac 2016027261 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2016 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/09/2016 numac 2016031587 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord gesloten tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschap en de Franse Gemeenschapscommissie, met betrekking tot de uitrusting die ter beschikking wordt gesteld in het kader van de hervorming van het kwalificerend onderwijs en van de samenwerking tussen de Centra voor geavanceerde technologieën en de professionele Referentiecentra type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2016 numac 2016205561 bron waalse overheidsdienst Decreet tot opheffing van het decreet van 24 april 2014 tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium en tot vorming van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling sluiten, wordt gewijzigd als volgt: a) het vierde lid wordt aangevuld met volgende volzin : \"De uitvoering van de vergunning kan onderworpen worden aan de uitvoering van archeologische verrichtingen overeenkomstig de artikelen D.66 en D.67 van het Waalse Erfgoedwetboek. \"; b) de paragraaf wordt aangevuld met twee leden, luidend als volgt: c) \"Wanneer de vergunning betrekking heeft op een geklasseerd of gelijkgesteld goed, in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek, dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek of wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van hetzelfde Wetboek, neemt de vergunning de conclusies van de erfgoedvergunning of het voorafgaand archeologisch advies integraal over en beantwoordt ze aan de inhoud van die vergunning of dat advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegelijk met het versturen van zijn beslissing naar de aanvrager, stuurt de gemachtigd ambtenaar een afschrift van zijn beslissing naar de erfgoedadministratie: 1° wanneer de vergunning betrekking heeft op een beschermd of gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek; 2° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van het Waalse Erfgoedwetboek; 3° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een advies van de erfgoedadministratie krachtens artikel 90; 4° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een zending van de ontvangstbevestiging of de beslissing over de volledigheid van de vergunningsaanvraag naar de erfgoedadministratie krachtens artikel D.67, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek. \".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 97 van hetzelfde decreet wordt een paragraaf 4/1 ingevoegd, luidend als volgt: \" § 4/1. Wanneer de wijzigingsplannen betrekking hebben op een beschermd of gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek, waarvoor een erfgoedvergunning werd afgeleverd, en een impact hebben op de geklasseerde of gelijkgestelde delen van dit goed, wordt een nieuwe erfgoedvergunning aangevraagd overeenkomstig artikel D.52 van hetzelfde Wetboek Wanneer de wijzigingsplannen betrekking hebben op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand advies krachtens artikel D.62 § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, wordt een nieuw voorafgaand archeologisch advies gevraagd krachtens artikel D.63 van hetzelfde Wetboek. \". Art. 33.Artikel 101, § 4, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt: \"Wanneer de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een geklasseerd of gelijkgesteld goed, in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek, dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek of wanneer de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van hetzelfde Wetboek, neemt de Regering in haar beslissing de conclusies van de erfgoedvergunning of het voorafgaand archeologisch advies integraal over en beantwoordt ze aan de inhoud van die vergunning of dat advies, tenzij de erfgoedadministratie daar vooraf schriftelijk mee instemt. \". Afdeling 5 - Wijzigingen in het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 34</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel D.IV.1 van het Waals Landbouwwetboek, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 26 april 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt 3° opgeheven;2° in paragraaf 2 worden volgende wijzigingen aangebracht: a) 2° lid 2 wordt vervangen door wat volgt : \"De Regering kan, voor de geklasseerde of gelijkgestelde goederen gelegen in een beschermingsgebied, met stippen opgenomen in de gewestelijke inventaris van het erfgoed, of in het klein volkspatrimonium, vrijstellingen van de stedenbouwkundige vergunning voorzien die niet van toepassing zijn op deze goederen.\"; b) het derde lid wordt vervangen als volgt: \"Noodconserveringswerken in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek zijn vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning.\". Art. 35.In artikel D.IV.4, lid 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, wordt punt 16° opgeheven. Art. 36.In artikel D.IV.17, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, wordt het punt 3° vervangen door wat volgt: \"3° wanneer de aanvraag betrekking heeft op geklasseerde goederen, gelijkgestelde goederen of goederen gelegen in een beschermingsgebied in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek;\". Art. 37.In artikel D.IV.22, eerste lid, 11°, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, worden de woorden \"in artikel 20\" vervangen door de woorden \"in artikel D.11\". Art. 38.In artikel D.IV.26, § 1, van hetzelfde Wetboek, worden twee leden ingevoegd tussen het tweede en het derdelid, luidend als volgt`: \"In de gevallen bedoeld in artikel D.34, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, bevat de vergunningsaanvraag een geldige erfgoedvergunning bevat met betrekking tot het onderwerp van de aanvraag In de gevallen bedoeld in artikel D.62, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, bevat de vergunningsaanvraag een voorafgaand erfgoedadvies van de erfgoedadministratiemet betrekking tot het onderwerp van de aanvraag \". Art. 39.In artikel D.IV.30 van hetzelfde Wetboek, worden twee leden ingevoegd tussen het tweede en het derde lid, luidend als volgt: \"In de gevallen bedoeld in artikel D.34, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, bevat de aanvraaf voor een stedenbouwkundig attest nr. 2 een geldige erfgoedvergunning bevat met betrekking tot het onderwerp van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen bedoeld in artikel D.62, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, bevat het stedenbouwkundig attest nr. 2 het voorafgaand erfgoedadvies van de erfgoedadministratie met betrekking tot het onderwerp van de aanvraag \". Art. 40.In artikel D.IV.31 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: \"De bevoegde overheid nodigt de erfgoedadministartie uit voor iedere projectvergadering die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een geklasseerd of gelijkgesteld goed, of op een goed dat geheel of gedeeltelijk gelegen is in een beschermingsgebied in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek. \". Art. 41.In artikel D.IV.33, lid 1, van hetzelfde Wetboekworden de woorden \"en aan de erfgoedadministratie in de gevallen bedoeld in artikel D.67, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek\". Art. 42.In artikel D.IV.34 van hetzelfde Wetboek wordt een lid tussen de leden 4 en 5 ingevoegd, luidend als volgt: \"In de gevallen bedoeld in artikel D.67, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, vermeldt het ontvangstbewijs dat het naar de erfgoedadministratie werd gestuurd. \". Art. 43.Artikel D.IV.35 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, wordt vervangen als volgt: \"Art. D.IV.35. De overheid bevoegd voor de afgifte van een vergunning of eenstedenbouwkundig attest nr. 2 wint het advies in van de erfgoedadministratie en van de Commissie wanneer de aanvraag voor de vergunning of het attest betrekking heeft op : 1° een goed gelegen in een beschermingsgebied in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek;2° op een met stippen opgenomen goed in de gewestelijke inventaris van het erfgoed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek. Het advies van de erfgoedadministratie en van de Koninklijke Commissie voor Monumenten, Landschappen en Opgravingen betreft de gevolgen van het project voor de erfgoedeigenschappen van het goed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies van de erfgoedadministratie is een louter advies, met uitzondering van elke beslissing om de uitvoering van een vergunning of stedenbouwkundig attest nr. 2 afhankelijk te stellen van de uitvoering van één of meerdere archeologische ingrepen overeenkomstig artikel D.66, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, waarvoor het advies van de erfgoedadministratie conform is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de gevallen waarin de raadpleging van een dienst of van een commissie verplicht is rekening houdende met de toestand van het project en van zijn bijzonderheden. \"Naast de verplichte adviezen kunnen het gemeentecollege, de gemachtigd ambtenaar en de Regering om het advies van de diensten of commissies die ze nodig acht te raadplegen, verzoeken. \". Art. 44.In artikel D.IV.37 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, worden de woorden \"eerste lid, 1, 1° en 2° \" vervangen door de woorden \"tweede lid\";2° in het derde lid worden de woorden \"1°, 2° en 3° \" opgeheven. Art. 45.In artikel D.IV.40 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, wordt het vierdelid vervangen door wat volgt: \"Een openbaar onderzoek is vereist voor elke aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning, bebouwingsvergunning of stedenbouwkundig attest nr. 2 met betrekking tot de bouw, de verbouwing of de renovatie, geheel of gedeeltelijk, van een beschermd of gelijkgesteld goed, alsook van een goed gelegen in een beschermingsgebied, in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek. \".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-46\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 46</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.IV.42 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid luidend als volgt: \"Wanneer de wijzigingsplannen betrekking hebben op een geklasseerd of een gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek, waarvoor een erfgoedvergunning werd afgeleverd, en een impact hebben op de geklasseof gelijkgestelde delen van dit goed, wordt een nieuwe erfgoedvergunning aangevraagd overeenkomstig artikel D.52 van hetzelfde Wetboek. Wanneer de wijzigingsplannen betrekking hebben op een project dat het voorwerp uitmaakte van een voorafgaand archeologisch advies overeenkomstig artikel D.62, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek, wordt een nieuw voorafgaand archeologisch advies aangevraagd overeenkomstig artikel D.63 van hetzelfde Wetboek. \"; 2° in paragraaf 3 worden de woorden \"Onder voor beheoud van paragraaf 2, lid 3,\" ingevoegd tussen de woorden \"zijn\" en \"niet\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-47\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 47</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.IV.46, van hetzelfde Wetboek, wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zin: \"Tegelijk met het versturen van zijn beslissing naar de aanvrager stuurt het gemeentecollegeeen afschrift van zijn beslissing naar de erfgoedadministratie: 1° wanneer de vergunning betrekking heeft op een beschermd of gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek; 2° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van het Waalse Erfgoedwetboek; 3° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.IV.35; 4° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een zending van de ontvangstbevestiging of de beslissing over de volledigheid van de vergunningsaanvraag naar de erfgoedadministratie krachtens artikel D.67, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 48</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel D.IV.47 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidend als volgt : \" § 5. In de in lid 1 en lid 2 bedoelde gevallen, zendt de gemachtigd ambtenaar, op hetzelfde moment dat de beslissing naar de aanvrager wordt gestuurd, een afschrift van zijn beslissing naar de erfgoedadministratie: 1° wanneer de vergunning betrekking heeft op een beschermd of gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek; 2° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van het Waalse Erfgoedwetboek; 3° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.IV.35; 4° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een zending van de ontvangstbevestiging of de beslissing over de volledigheid van de vergunningsaanvraag naar de erfgoedadministratie krachtens artikel D.67, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 49</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.IV.48 van hetzelfde Wetboek wordt een lid tussen de leden 2 en 3 ingevoegd, luidend als volgt: \"Tegelijk met het versturen van zijn beslissing naar de aanvrager en het gemeentecollege, stuurt de gemachtigd ambtenaar een afschrift van zijn beslissing naar de erfgoedadministratie: 1° wanneer de vergunning betrekking heeft op een beschermd of gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek; 2° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van het Waalse Erfgoedwetboek; 3° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.IV.35; 4° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een zending van de ontvangstbevestiging of de beslissing over de volledigheid van de vergunningsaanvraag naar de erfgoedadministratie krachtens artikel D.67, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-50\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 50</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel D.IV.50 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidend als volgtvolgend lid : \"Tegelijk met het versturen van zijn beslissing naar de aanvrager, het gemeentecollege en de gemachtigd ambtenaar stuurt de Regering een afschrift van zijn beslissing naar de erfgoedadministratie: 1° wanneer de vergunning betrekking heeft op een beschermd of gelijkgesteld goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek; 2° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van het Waalse Erfgoedwetboek; 3° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een advies van de Erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.IV.35; 4° wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een zending van de ontvangstbevestiging of de beslissing over de volledigheid van de vergunningsaanvraag naar de erfgoedadministratie krachtens artikel D.67, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 51</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel D.IV.53 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met tweeleden, luidend als volgt: \"Wanneer de vergunning betrekking heeft op een geklasseerd of gelijkgesteld goed, in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek, dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48 van hetzelfde Wetboek of wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van hetzelfde Wetboek, neemt de vergunning de conclusies van de erfgoedvergunning of het voorafgaand archeologisch advies integraal over en beantwoordt ze aan de inhoud van die vergunning of dat advies De uitvoering van de vergunning wordt onderworpen aan de uitvoering van archeologische verrichtingen overeenkomstig de artikelen D.66, § 1, van het Waalse Erfgoedwetboek. \".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 52</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel D.IV.61 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid luidend als volgt : \"Wanneer het stedenbouwkundig attest nr. 2 betrekking heeft op een geklasseerd of gelijkgesteld goed, in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek, of wanneer het stedenbouwkundig attest nr. 2 betrekking heeft op een project dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaand archeologisch advies van de erfgoedadministratie bedoeld in artikel D.62 van hetzelfde Wetboek, neemt de vergunning de conclusies van de erfgoedvergunning of het voorafgaand archeologisch advies integraal over en beantwoordt ze aan de inhoud van die vergunning of dat advies. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 53</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel D.IV.62 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) lid 1 wordt aangevuld met een punt 6°, luidend als volgt: \"6° de vergunning of het stedenbouwkundig attest nr.2 voldoet aan de erfgoedvergunning voor de gevallen bedoeld in artikel D.34 van het Waalse Erfgoedwetboek, het archeologisch advies voor de gevallen bedoeld in artikel D.62 van hetzelfde Wetboek en artikel D.66, § 1, van hetzelfde Wetboek. \"; b) 3° in lid 2 wordt het woord \"5° \" vervangen door het woord \"6° \";</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 54</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel D.IV.63 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidend als volgt : \" § 4. Het beroep heeft geen betrekking op de inhoud van de erfgoedvergunning bedoeld in de artikelen D.47 en D.48, het voorafgaand archeologisch advies bedoeld in artikel D.62 of de beslissing bedoeld in artikel D.67, § 2, van het Waalse Erfgoedwetboek. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 55</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel D.IV.66 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 26 april 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1964 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken</p></div>", "next": 239733}