{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2457\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.4.57</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een product in de handel wordt gebracht, geeft elke producent een waarborg dat het beheer van alle AEEA zal worden gefinancierd. Deze garantie moet waarborgen dat de handelingen voor de inzameling, verwerking, nuttige toepassing en milieuvriendelijke verwijdering van de huishoudelijke AEEA die naar de inzamelinstallaties wordt gebracht, die betrekking hebben op dit product, gefinancierd zullen worden. Deze waarborg kan de vorm hebben van een bijdrage van de producent aan aangepaste systemen voor de financiering van het beheer van de AEEA, een recyclingverzekering of een geblokkeerde bankrekening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2458\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.4.58</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens uitdrukkelijke afwijkingen goedgekeurd door het Instituut, verstrekken de producenten aan de kleinhandelaars en de distributeurs bij de verkoop van nieuwe producten informatie over de kosten voor de inzameling, de verwerking en de milieuvriendelijke verwijdering, en vermelden zij deze kosten op de factuur Onderafdeling 5. - Doelstellingen Art. 2.4.59. De producent wordt geacht de volgende doelstellingen te bereiken met betrekking tot de inzameling van AEEA: 1° De minimaal ingezamelde hoeveelheid is 4 kilogram AEEA van particuliere huishoudens per inwoner en per jaar;2° Vanaf 2016 is het minimale inzamelingspercentage bepaald op 45%, berekend op basis van het totaalgewicht van de op het grondgebied ingezamelde AEEA en uitgedrukt in percentage van het gemiddelde gewicht van de apparatuur die tijdens de voorgaande drie jaar in de handel werd gebracht. De producenten zorgen ervoor dat het volume ingezamelde AEEA geleidelijk toeneemt tijdens de periode van 2016 tot 2019, tenzij het inzamelingspercentage dat is vastgelegd in paragraaf 3 reeds is bereikt. 3° Vanaf 2019 bedraagt het jaarlijks te bereiken minimum- inzamelingspercentage 65% van het gemiddeld gewicht van de EEA die de voorgaande drie jaar in de handel is gebracht of 85% van de hoeveelheid geproduceerde AEEA op het grondgebied, in gewicht. De hoeveelheden gemeld door de inzamelaars, handelaars, makelaars en centra voor voorbereiding voor hergebruik, de kennisgevers in de zin van verordening (EG) nr. 1013/2006, die de AEEA buiten de door de producent ter beschikking gestelde inzamelkanalen beheren overeenkomstig de artikelen 4.1.9 tot 4.1.14 worden in rekening gebracht voor het bereiken van de in dit artikel bedoelde doelstellingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2460\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.4.60</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De producent bereikt de volgende doelstellingen inzake nuttige toepassing, hergebruik en recycling. 1° Van 13 augustus 2012 tot 14 augustus 2018 zijn de volgende minimumdoelstellingen per categorie van toepassing op de categorieën, vermeld in artikel 2.4.46, § 2: a. voor AEEA uit de categorie 1 of 10 van bijlage 1: - 85% wordt gevaloriseerd, en - 80% wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;b. voor AEEA uit de categorie 3 of 4 van bijlage 1: - 80% wordt gevaloriseerd, en - 70% wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;c. voor AEEA A uit de categorie 2, 5, 6, 7, 8 of 9 van bijlage 1: - 75% wordt gevaloriseerd, en - 55% wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;d. voor gasontladingslampen wordt 80% gerecycleerd. 2° Vanaf 15 augustus 2018 zijn de volgende minimumdoelstellingen per categorie van toepassing op de categorieën, vermeld in artikel 2.4.46, § 3 a. voor AEEA uit de categorie 1 of 4 van bijlage 2: - 85% wordt gevaloriseerd, en - 80% wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd b.voor AEEA uit de categorie 2 van bijlage 2: - 80% wordt gevaloriseerd, en - 70% wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd; c. voor AEEA uit de categorie 5 of 6 van bijlage 2: - 75% wordt gevaloriseerd, en - 55% wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd; voor AEEA uit de categorie 3 van bijlage 2, wordt 80% gerecycleerd § 2 De hergebruiks- en recyclingpercentages van de onderdelen afkomstig van de demontage en de verwerking, weergegeven in de tabel hieronder, moeten bovendien worden bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Componenten Recycling Ferrometalen 95 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Non-ferrometalen 95 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunststoffen 50 % Van de kunststoffen wordt 80% gevaloriseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De batterijen en accu's worden gerecycleerd en gevaloriseerd overeenkomstig de doelstellingen en de bepalingen van hoofdstuk 4, afdeling 1 van deze titel. § 3. Of de doelstellingen werden behaald, wordt voor elke categorie berekend door het gewicht van het gevaloriseerde, gerecycleerde of tot hergebruik voorbereidde AEEA, na passende verwerking overeenkomstig artikel 4.1.3 tot 4.1.4 wat nuttige toepassing of recycling betreft, te delen door het geheel van het ingezamelde AEEA afzonderlijk voor deze categorie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbereidende activiteiten, waaronder sorteren en opslag voorafgaand aan nuttige toepassing, tellen niet mee voor de verwezenlijking van deze doelstellingen. § 4. AEEA die buiten de Unie is uitgevoerd, wordt, bij de narekening of de in deze afdeling bedoelde verplichtingen en doelstellingen bereikt zijn, slechts meegeteld indien de uitvoerder in overeenstemming met Verordeningen (EG) nr. 1013/2006 en (EG) nr. 1418/2007 kan aantonen dat de verwerking gebeurde in omstandigheden die gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van dit besluit. § 5. Voor de berekening van die doelstellingen moeten de producenten ervoor zorgen dat de AEEA, wordt ingeschreven in registers het gewicht van de AEEA, van zijn onderdelen, materialen of stoffen op het moment dat zij de inzamelinrichtingen verlaten (output) en zij de verwerkingsinrichtingen binnenkomen (input) en verlaten (output), en dat zij de inrichting voor nuttige toepassing of recycling/voorbereiding voor hergebruik binnenkomen (input) en verlaten (output).</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 6. - Rapportage Art. 2.4.61. In het kader van de rapportageverplichtingen bedoeld in artikel 2.2.12 verstrekt de producent het Instituut vóór 31 mei van ieder jaar de volgende gegevens met betrekking tot het vorige jaar: 1° de totale hoeveelheid EEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, die in de handel werd gebracht per categorie en per type (huishoudelijk of professioneel); 2° de totale hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per categorie overeenkomstig artikel 2.4.46 en per type (huishoudelijk of professioneel), die werd ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid; 3° de totale hoeveelheid AEEA, onderdelen, materialen of stoffen ervan, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per categorie en per type, die de voorverwerkings- en verwerkingsinstallaties en de inrichtingen voor recycling of nuttige toepassing binnenkwamen (input) en verlieten (output); 4° de totale hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per categorie en per type (huishoudelijk of professioneel), die door de in artikel 2.4.65 bedoelde centra voor voorbereiding voor hergebruik werd voorbereid voor hergebruik; 5° de totale gevaloriseerde en verwijderde hoeveelheden, per materialenstroom (ferrometalen, non-ferrometalen, kunststoffen, andere), afkomstig van de verwerking van de AEEA, uitgedrukt in kilogram, per categorie en per type (huishoudelijk of professioneel);6° de totale hoeveelheid gevaarlijke afvalstoffen per categorie en per type (huishoudelijk of professioneel), uitgedrukt in gewicht en per soort;7° een beoordeling van de gemiddelde samenstelling van de apparatuur, inclusief de gebruikte gevaarlijke stoffen en onderdelen;8° de lijst van inzamel- en verwerkingsoperatoren en van centra voor voorbereiding voor hergebruik, evenals de verwerkingsmethoden en hun beschrijving, evenwel zonder vertrouwelijke gegevens te vermelden;9° de maatregelen die werden genomen om de traceerbaarheid van de verwerkte stromen en de inachtneming van de milieu- en sociale doelstellingen te waarborgen;10° de installatie(s) waar de AEEA werd(en) verwerkt alsook de verwerkingsresten en de toegepaste verwerkingsmethode;11° de preventiemaatregelen die werden genomen om: a) de recycleerbaarheid, de hergebruikbaarheid, de herstelbaarheid, van de in de handel gebrachte producten te verbeteren;b) het gebruik van materialen die gevaarlijke stoffen bevatten, te beperken;c) productietechnieken te gebruiken die het milieu zo weinig mogelijk belasten;d) besparingen van natuurlijke en energiehulpbronnen te bevorderen, zowel bij de productie als bij het gebruik van de apparatuur;12° de raming van de hoeveelheid EEA, uitgedrukt in kilogram, die in de loop van het jaar in de handel zal worden gebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2462\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.4.62</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De producenten bepalen de rapportagemodaliteiten in samenspraak met de andere actoren die aan een rapportageplicht inzake het beheer van de AEEA bedoelde in artikelen 4.1.9 tot 4.1.14 onderworpen zijn. Deze modaliteiten waarborgen de vertrouwelijkheid van de verstrekte gegevens en zorgen er voor dat de bevoegde controle-instanties toegang hebben tot de informatie. De rapportagemodaliteiten worden ter goedkeuring voorgelegd aan het Instituut, dat, op deze basis, een organisatie aanduidt, waaraan de rapportage moet uitgevoerd worden Onderafdeling 7. - Preventie- en beheersplan Art. 2.4.63. § 1. In zijn preventie- en beheersplan waarvan sprake is in artikel 2.2.9, moet de producent maatregelen voor de preventie van AEEA, voorbereiding tot hergebruik van AEEA en het hergebruik van EEA uitwerken en ten uitvoer leggen. Die maatregelen beogen meer in het bijzonder de volgende doelstellingen: 1° het ontwerp van gemakkelijk herstelbare apparatuur en de beschikbaarheid van wisselstukken bevorderen;2° gegevens verstrekken die nodig zijn voor de herstelling en het hergebruik van de apparatuur, met name aan de centra voor voorbereiding voor hergebruik, op het eerste verzoek van het (de) betrokken centrum (centra);3° de samenstelling van de diverse elementen en materialen van de apparatuur meedelen aan de betrokken actoren, met name wat gevaarlijke stoffen betreft;4° de samenwerking inzake voorbereiding voor hergebruik en hergebruik bevorderen met de betrokken operatoren, met name met de ondernemingen met sociaal oogmerk;5° een vlotte toegang verlenen tot de potentiële markt van de voor hergebruik geschikte apparatuur om de voorbereiding voor hergebruik en het hergebruik te bevorderen, met name voor de centra voor voorbereiding voor hergebruik van de ondernemingen met sociaal oogmerk. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De producent bevordert het ontwerp en de productie van EEA die zich leent voor de demontage, het hergebruik en de nuttige toepassing van de AEEA en van zijn onderdelen en materialen. § 3. De producent mag het hergebruik van EEA niet verhinderen door bijzondere ontwerpkenmerken of fabricagetechnieken, tenzij die bijzondere ontwerpkenmerken of fabricagetechnieken doorslaggevende voordelen bieden, bijvoorbeeld wat milieubescherming en/of veiligheid betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 8. - Sensibilisering van de consument en van de verwerkingsinrichtingen Art. 2.4.64. Via de gebruiksaanwijzing, in het verkooppunt of in het kader van sensibiliseringscampagnes verstrekken de producenten, de distributeurs en de kleinhandelaars de consument de nodige informatie over: 1° de verplichting om AEEA niet langer samen met het ongesorteerd afval te verwijderen en om deel te nemen aan de gescheiden inzameling van AEEA;2° de terugname- en inzamelsystemen die hen ter beschikking worden gesteld, om zo de coördinatie van de informatie over de beschikbare inzamelpunten te bevorderen, ongeacht het de producent dan wel de operator is die ze ter beschikking stelt;3° hun rol in het hergebruik, de recycling en de andere vormen van nuttige toepassing van AEEA;4° de potentiële effecten van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in de EEA op het milieu en de menselijke gezondheid;5° de betekenis van het symbool dat in bijlage 3 wordt aangegeven. Art. 2.4.65. § 1. De producent verstrekt de centra voor voorbereiding voor hergebruik en de verwerkingsinrichtingen, op verzoek en gratis, de informatie over de voorbereiding voor hergebruik en de verwerking van de EEA waarvoor hij verantwoordelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elk in de handel gebracht nieuw type EEA stelt de producent kosteloos informatie voor voorbereiding voor hergebruik en verwerking, en wel binnen het jaar nadat zij die in de handel hebben gebracht, ter beschikking van de centra voor voorbereiding voor hergebruik en de verwerkings- en recycling-inrichtingen. Voor zover de centra die de voorbereiding voor hergebruik verrichten en de verwerkings- en recyclinginrichtingen zulks nodig hebben om aan dit besluit te kunnen voldoen, bevat de informatie aanwijzingen over de verschillende onderdelen en materialen van de EEA, de energielabels alsook de plaatsen in de apparatuur waar zich gevaarlijke stoffen en mengsels bevinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatie wordt onder andere verstrekt in de vorm van handboeken of via elektronische media.</p>\n<p class=\"lf-p\">De software voor de diagnose en de herinitialisatie van de EEA en zijn updates worden eveneens ter beschikking gesteld door de producenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De producenten geven toegang tot de wisselstukken. § 2. De producenten van EEA organiseren minimaal 2 keer per jaar een overleg met de verwerkingsinrichtingen, de centra voor voorbereiding voor hergebruik en hun federaties om het hergebruik te bevorderen en de recycleerbaarheid van de EEA te verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 9. - Registratie van de producenten Art. 2.4.66. § 1. Elke producent, met inbegrip van de producenten die EEA leveren door middel van communicatie op afstand, moet ingeschreven zijn in het register dat door de hiertoe aangestelde organisatie ter beschikking wordt gesteld, overeenkomstig artikel 2.4.62. De producenten die EEA leveren door middel van communicatie op afstand zijn geregistreerd door hun gevolmachtigden zoals bedoeld in artikel 2.4.67. § 2. Het in paragraaf 1 van dit artikel bedoelde register bevat alle nuttige informatie over de activiteiten van de producent in België, en meer in het bijzonder de volgende gegevens: 1. naam en adres van de producent of naam en adres van zijn gevolmachtigde als die overeenkomstig dit artikel is aangesteld (postcode en gemeente, straat en nummer, land, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en contactpersoon).In het geval van een gevolmachtigde, ook de gegevens van de producent die hij of zij vertegenwoordigt; 2. nationale identificatiecode van de producent, inclusief Europees of nationaal belastingnummer; 3. categorie van de EEA, overeenkomstig artikel 2.4.46; 4. type van EEA (huishoudelijk of bestemd voor andere gebruikers dan de huishoudens);5. handelsbenaming van de EEA;6. informatie over de wijze waarop de producent zijn verantwoordelijkheden nakomt: door middel van een individuele of een collectieve regeling, inclusief informatie over de financiële waarborgen;7. gebruikte verkoopmethode (bijvoorbeeld verkoop op afstand);8. verklaring die waarborgt dat de verstrekte informatie strookt met de werkelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 10. - De gevolmachtigde Art. 2.4.67. § 1. De in een andere Lidstaat gevestigde producent mag een in België gevestigde natuurlijke of rechtspersoon aanstellen als gevolmachtigde die moet toezien op de naleving van de verplichtingen die krachtens titels II en IV dit besluit op de producent rusten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere producent zoals omschreven in artikel 1.1, § 1, 10° d) en door artikel 2.4.46, § 1, 1° ;gevestigd in een andere Lidstaat, die in België EEA rechtstreeks verkoopt aan de huishoudens en aan andere gebruikers dan de huishoudens, stelt een in België gevestigde natuurlijke of rechtspersoon aan als gevolmachtigde die moet toezien op de naleving van de verplichtingen die krachtens titels II en IV van dit besluit op de producent rusten. § 2. De aanstelling van een gevolmachtigde gebeurt via een schriftelijk mandaat. Wanneer het mandaat afloopt, stellen de gevolmachtigde en de producent het Instituut hiervan in kennis binnen de maand die op het einde van het mandaat volgt. § 3. Iedere op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gevestigde producent die EEA verkoopt in een andere Lidstaat waarin hij niet gevestigd is, stelt in deze Lidstaat een gevolmachtigde aan die moet toezien op de naleving van de verplichtingen die in op het grondgebied van deze Lidstaat op de producent rusten krachtens de geldende wetgeving in die andere Lidstaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL III. - Bepalingen betreffende afvalbeheeroperaties en -operatoren HOOFDSTUK 1. - Registratie, erkenning en milieuvergunning gebonden aan afvalbeheeroperaties Afdeling 1. - Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-311\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.1.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Registratie Laat zich registreren volgens de voorwaarden van de ordonnantie milieuvergunningen en de voorwaarden van de huidige titel, de persoon die activiteiten uitoefent als: 1° vervoerder van afvalstoffen, met uitzondering van de afvalstoffenproducent die zijn eigen afvalstoffen vervoert naar een inzamelinrichting zoals omschreven in artikel 3.5.15. of voor zover zijn vervoerde hoeveelheid afvalstoffen niet groter is dan 500 kg; 2° inzamelaar, handelaar of makelaar van niet gevaarlijke afvalstoffen. De houders van een milieuvergunning voor de verwerking en/of inzameling van niet gevaarlijke afvalstoffen zijn niet onderworpen aan de registratie voor de ophaalactiviteiten die plaats vinden op hun site</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-312\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.1.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Erkenning Laat zich erkennen volgens de voorwaarden van de ordonnantie milieuvergunningen en de voorwaarden van de huidige titel, de natuurlijke of rechtspersoon die activiteiten uitoefent als inzamelaar, handelaar of makelaar van gevaarlijke afvalstoffen De houders van een milieuvergunning voor de verwerking en/of inzameling van gevaarlijke afvalstoffen zijn niet onderworpen aan de erkenning voor de ophaalactiviteiten die plaats vinden op hun site. Afdeling 2. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de registratie-, erkenning- en milieuvergunningsaanvraagprocedures Art. 3.1.3. Uitgezonderd de vervoerders, voldoet de aanvrager van een registratie, erkenning of milieuvergunning, vermeld in titel III, aan volgende voorwaarden: 1° de rechtspersoon: - is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte; - is ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen of in het handels- of beroepsregister volgens de eisen van het land waar hij gevestigd is; - telt onder zijn bestuurders, zaakvoerders of personen die de vennootschap kunnen verbinden enkel personen die niet ontzet zijn uit hun burgerlijke of politieke rechten; - telt onder zijn bestuurders, zaakvoerder(s) of personen die de vennootschap kunnen verbinden enkel personen die in de laatste tien jaar niet, bij een definitief vonnis of arrest, veroordeeld zijn voor een misdrijf dat door zijn aard hun beroepsmoraal aantast; 2° de natuurlijke persoon: - is onderdaan van een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte; - is ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen of in het handels- of beroepsregister volgens de eisen van het land waar hij gevestigd is; - is niet ontzet uit zijn burgerlijke of politieke rechten; - is in de laatste tien jaar niet, bij een definitief vonnis of arrest, veroordeeld voor een misdrijf dat door zijn aard zijn beroepsmoraal aantast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-314\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.1.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De registratie-, erkenning- en milieuvergunningsaanvraag en zijn verlenging gebeurt met behulp van formulieren die minstens de inhoud bevat van bijlagen 6, 7, 8 en 9 van dit besluit, alsook met de in het formulier gevraagde bijlagen Het Instituut kan deze formulieren aanpassen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang of aan wijzigingen in de Europese regelgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-315\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.1.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1 Het Instituut analyseert of de aanvrager van de registratie, erkenning of milieuvergunning voldoet aan de opgelegde voorwaarden om een registratie, een erkenning of een milieuvergunning te verkrijgen. § 2. Het Instituut stelt aan het publiek ter beschikking: - een lijst met de geregistreerde en erkende vervoerders, inzamelaars, handelaars en makelaars; - een lijst met de geschorste en ingetrokken registraties en erkenningen van vervoerders, inzamelaars, handelaars en makelaars;</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-316\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.1.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut kan, in het kader van het onderzoek, de voorlegging eisen van aanvullende gegevens en/of documenten waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de opgelegde voorwaarden om een registratie of een erkenning te verkrijgen. De aanvrager is ertoe gehouden deze aanvullende gegevens en/of documenten te verstrekken. HOOFDSTUK 2. - Vervoerder, vervoer en overbrenging van afvalstoffen Afdeling 1. - Vervoerder Onderafdeling 1. - Registratie van rechtswege Art. 3.2.1. § 1. De vervoerder die in één van de Belgische Gewesten erkend of geregistreerd is krachtens artikel 26 van de richtlijn 2008/98/EG wordt van rechtswege geregistreerd als vervoerder. § 2. Wordt van rechtswege geregistreerd als vervoerder, voor het vervoer van afvalstoffen die ontstaan zijn in het kader van zijn activiteit: 1. de bodemsaneringsaannemer, geregistreerd volgens de ordonnantie bodem;2. de koeltechnicus, geregistreerd volgens het besluit van 22 maart 2012 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering inzake de bepaling van de minimumopleidingseisen voor koeltechnici en de registratie van koeltechnische bedrijven en de erkenning van de examencentra;3. de verwarmingsinstallateur, geregistreerd volgens het besluit van 3 juni 2010 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de voor de verwarmingssystemen van gebouwen geldende EPB-eisen bij hun installatie en tijdens hun uitbatingperiode. Onderafdeling 2. - Algemene voorwaarden voor de uitoefening van de activiteit Art. 3.2.2. De vervoerder zorgt ervoor dat al het personeel voldoende bekwaam is en over voldoende informatie beschikt om de taken verbonden aan het vervoer van afvalstoffen uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vervoerder werkt in opdracht van een geregistreerde of erkende inzamelaar, handelaar of makelaar of van de afvalstoffenhouder. De bestemming wordt bepaald door de opdrachtgever voor het vervoer</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-324\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vervoerder brengt het Instituut onmiddellijk op de hoogte van elke verandering van één van de elementen in het dossier betreffende zijn registratie, onder meer: - vervoerde afvalstoffen; - naam en adres van de vervoerder</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-325\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke vijf jaar, ten laatste op de verjaardag van de registratie, meldt de vervoerder aan het Instituut of hij de activiteit wil voortzetten. Indien de vervoerder niet gemeld heeft dat hij de activiteit wil voortzetten, of indien hij meldt dat hij zijn activiteiten wil stopzetten, wordt de registratie geschorst of ingetrokken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-326\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vervoerder komt de voorwaarden van de ordonnantie afvalstoffen en haar uitvoeringsbesluiten en de bijzondere voorwaarden betreffende de uitoefening van zijn activiteit na, gedurende de volledige geldigheidsduur van zijn registratie. Afdeling 2. - Vervoer</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-327\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De opdrachtgever voor het vervoer, vervoert de afvalstoffen naar een toegelaten bestemming of zorgt ervoor dat de afvalstoffen naar een toegelaten bestemming worden vervoerd Onder opdrachtgever voor het vervoer wordt verstaan: 1. elke houder van afvalstoffen andere dan huishoudelijke die zijn afvalstoffen vervoert of die beroep doet op een vervoerder;2. elke inzamelaar, handelaar en makelaar. § 2. De afvalstoffen worden zodanig verpakt dat verlies van inhoud onmogelijk is en zodanig vervoerd dat elk risico voor het leefmilieu en de gezondheid of de veiligheid van de bevolking en elke verontreiniging als gevolg van het vervoer uitgesloten is. § 3. De vervoersmiddelen en de recipiënten voldoen aan volgende voorwaarden: 1. ze zijn technisch geschikt voor de afvalstoffen die worden vervoerd en beschikken, indien nodig, over de nodige keuringsattesten en certificaten;2. ze worden in goede staat van werking gehouden;3. ze worden op gepaste wijze in- en uitwendig gereinigd om vermenging van verschillende soorten afvalstoffen te vermijden. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangeboden gesorteerde afvalstromen zoals vermeld in artikel 3.7.1 worden gescheiden vervoerd. § 5. De opdrachtgever voor het vervoer en de vervoerder controleren de zichtbare conformiteit van de afvalstoffen en hun verpakking. § 6. De opdrachtgever voor het vervoer schat de risico's van een incident in die, tijdens het vervoer, gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid van de mens en nadelige gevolgen hebben voor het milieu en stelt een lijst op van te nemen maatregelen in het geval van een incident. § 7. Bij een incident worden onmiddellijk efficiënte maatregelen genomen om de risico's op hinder voor de gezondheid van de mens en voor het milieu te voorkomen en te beperken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-328\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzekering voor het vervoer en de ophaling van gevaarlijke afvalstoffen § 1. Elke inzamelaar, handelaar en makelaar van gevaarlijke afvalstoffen is in het bezit van een geldig verzekeringscontract van het type burgerlijke aansprakelijkheid uitbating dat uitdrukkelijk het vervoer en de ophaling van gevaarlijke afvalstoffen beoogt. § 2. Het verzekeringscontract dekt de buitencontractuele burgerlijke aansprakelijkheid voor schade die veroorzaakt wordt aan derden door een ongeval dat zich heeft voorgedaan naar aanleiding van of door de uitoefening van deze activiteiten Het verzekeringscontract dekt minstens de volgende schades : 1. de lichamelijke schade met inbegrip van overlijden en de daaruit voortkomende immateriële schade;2. het verlies van of schade aan eigendom, met inbegrip van de daaruit voortkomende immateriële schade 3.het inkomstenverlies dat rechtstreeks voortvloeit uit een economisch belang in het gebruik van het milieu, ten gevolge van een aantasting van het milieu, rekening houdend met besparingen en kosten en die het gevolg zijn van een aantasting van het milieu in kwestie; 4. de kosten van maatregelen tot herstel van het aangetaste milieu, beperkt tot de kosten die effectief worden gemaakt of zullen worden gemaakt;5. de reddingskosten zoals bepaald door artikel 106 van de wet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2018 numac 2018012017 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verzekeringen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/01/2019 numac 2018015728 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verzekeringen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/2015 numac 2015000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verzekeringen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/2014 numac 2014011239 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de verzekeringen sluiten betreffende de verzekeringen § 3.De hoogte van de dekking wordt zo bepaald dat het verzekeringscontract de schade dekt die veroorzaakt wordt aan derden door een ongeval dat zich heeft voorgedaan naar aanleiding van of door de uitoefening van deze activiteiten en respecteert minstens de volgende dekkingen: 1. 2.500.000 EUR per schadegeval betreffende gevaarlijke afvalstoffen; 2. 250.000 EUR per schadegeval betreffende gevaarlijke afvalstoffen waarvoor een terugnamesysteem bestaat in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van producten volgens de bepalingen van artikel 26 van de ordonnantie afvalstoffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ingezette vervoersmiddelen een laadvermogen van minder dan 3,5 ton hebben, wordt de hoogte van de dekking in bovenstaande alinea gehalveerd. § 4. Het Instituut kan een afwijking op de hoogte van de dekking zoals vereist in paragraaf 3, alinea 1 toestaan op vraag van een natuurlijke of rechtspersoon, indien deze gespecialiseerd is in een categorie afvalstoffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De naar behoren gemotiveerde afwijkingsaanvraag wordt ingediend bij het Instituut uiterlijk een maand voor het vervoer. § 5. Het verzekeringscontract bevat de volgende bepalingen: 1. geen enkele nietigheid, exceptie, of verval tegen benadeelde derden zal worden ingeroepen;2. de activiteiten van de vervoerder zijn eveneens gedekt door deze verzekering; § 6. In het geval van vervoer over de weg moeten de gebruikte vervoersmiddelen voor het vervoer van gevaarlijke afvalstoffen verzekerd zijn conform de wet van 21 november 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/11/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/12/2009 numac 2009000839 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen of de in het buitenland bestaande gelijkaardige wetgeving. Afdeling 3. - Grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-329\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bepalingen § 1. Deze bepalingen zijn van toepassing op de overbrenging van afvalstoffen onderworpen aan de bepalingen van de verordening (EG) nr. 1013/2006 en waarvoor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd is. § 2. Het Instituut wordt aangesteld als bevoegde overheid in de zin van artikel 53 van de verordening (EG) nr. 1013/2006</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3210\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kennisgeving § 1. De administratieve kosten verbonden aan een kennisgeving zoals bepaald in artikel 29 van de verordening (EG) nr. 1013/2006 bedraagt 400 EUR ongeacht of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het gewest van verzending of bestemming is Dit bedrag kan door het Instituut worden aangepast en wordt op haar website gepubliceerd. § 2. Het bedrag van de administratieve kosten wordt, vrij van alle bankonkosten, voorafgaand aan het indienen van een kennisgeving overgemaakt op de rekening van het Instituut, met vermelding van het kennisgevingnummer. § 3. Deze kennisgeving wordt gedaan door het indienen van onderstaande informatie en documenten: 1. de aanvullende informatie en documentatie bedoeld in artikel 4.3 van de verordening (EG) nr. 1013/2006 zoals omschreven in punt 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12 en 13 van bijlage II, deel 3 van deze verordening; 2. een afschrift van het contract tussen de kennisgever en de ontvanger, krachtens artikel 4.4 van de verordening (EG) nr. 1013/2006; 3. de borgsom of gelijkwaardige verzekering, krachtens artikel 4.5 van de verordening (EG) nr. 1013/2006; 4. het bewijs van betaling van de administratieve kosten zoals vermeld in paragraaf 1. § 4. Elke communicatie volgend uit de verplichtingen van de verordening (EG) nr. 1013/2006 gebeurt volgens de bepalingen van artikel 26 van deze verordening en kan door het Instituut nader worden omschreven. § 5. Het Instituut stelt aan het publiek een type-inhoud van het kennisgevingdossier ter beschikking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3211\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Borgsom § 1. Het bedrag van de borgsom of van de gelijkwaardige verzekering wordt bepaald door het Instituut, in overeenstemming met de bepalingen vermeld in artikel 6 van de Verordening (EG) nr. 1013/2006 tenzij anders bepaald volgens artikel 59 van deze verordening. § 2. De borgsom of gelijkwaardige verzekering wordt ten voordele van het Instituut ingesteld. HOOFDSTUK 3. - Inzamelaar, handelaar en makelaar van niet gevaarlijke afvalstoffen Afdeling 1. - Registratieaanvraag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-331\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.3.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager van een registratie als inzamelaar, handelaar en makelaar van niet gevaarlijke afvalstoffen, conform de bepalingen van huidige titel, voldoet aan de bepalingen van huidige afdeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-332\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.3.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vakbekwaamheid § 1. De inzamelaar, handelaar of makelaar duidt een persoon aan die beschikt over voldoende kennis van de afvalstoffenwetgeving en het afvalstoffenbeheer Er is permanent een persoon ter beschikking die voldoet aan bovenvermelde voorwaarden. § 2. De kennis van de afvalstoffenwetgeving en het afvalstoffenbeheer wordt aangetoond met diploma's, certificaten of attesten van een opleiding waaruit de kennis van deze materie blijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een afwijking hiervan kan toegestaan worden door het Instituut, indien de aanvrager of zijn afgevaardigde beschikt over het bewijs van gelijkwaardige beroepservaring. Elke aanvraag tot afwijking wordt in de aanvraag gemotiveerd. § 3. Het Instituut bepaalt de noodzakelijke elementen die de vormingen moeten omvatten om de nodige kennis van de afvalstoffenwetgeving en het afvalstoffenbeheer aan te tonen. Afdeling 2. - Algemene voorwaarden voor de uitoefening van de activiteit Art. 3.3.3. Kwaliteitbeheersysteem § 1. De inzamelaar, handelaar of makelaar beschikt over een kwaliteitbeheersysteem, gebaseerd op het principe van de zelfcontrole.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is gedateerd en wordt regelmatig (minimaal één maal per jaar) bijgewerkt aan de actuele omstandigheden van de inrichting of activiteit. § 2. In elke vestiging die betrokken is bij de activiteit, is een exemplaar van dit kwaliteitbeheersysteem beschikbaar voor het personeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personeelsleden belast met het toezicht volgens de bepalingen van artikel 5 van het wetboek van inspectie kunnen het kwaliteitbeheersysteem op elk ogenblik opvragen en inkijken en opleggen om het aan te passen. § 3. Het kwaliteitbeheersysteem bevat minimaal de volgende elementen: - te respecteren voorwaarden opgelegd door de wetgeving en de erkenning of registratie; - een overzichtelijke en volledige handleiding met betrekking tot de uitoefening van de activiteit. § 2. Het Instituut stelt een lijst ter beschikking aan het publiek met de in het kwaliteitbeheersysteem op te nemen elementen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-334\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.3.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De inzamelaar, handelaar of makelaar beschikt steeds over voldoende en gekwalificeerd personeel om doeltreffend in te kunnen staan voor het toezicht op en de controle van de ingezamelde, verhandelde of gemakelde afvalstoffen De inzamelaar, handelaar of makelaar stelt alles in het werk om het personeel voldoende op te leiden en dat het over voldoende informatie beschikt om de specifieke taken verbonden aan het afvalstoffenbeheer uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-335\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.3.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De inzamelaar, handelaar of makelaar doet beroep op een overeenkomstig huidige titel geregistreerde vervoerder. § 2. Hij gaat na dat deze over de technische middelen en opgeleid personeel beschikt om die afvalstoffen te vervoeren in overeenstemming met de ordonnantie afvalstoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan. § 3. Hij zorgt dat de recipiënten door hun kleur, logo, opschrift of een ander geschikt middel duidelijk identificeerbaar zijn op het ogenblik van de inzameling op de openbare weg</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-336\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">De inzamelaar, handelaar of makelaar, mag enkel de afvalstoffen inzamelen, verhandelen en makelen die vermeld zijn in zijn dossier</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-337\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.3.7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De inzamelaar, handelaar of makelaar brengt het Instituut onmiddellijk op de hoogte van elke verandering van één van de elementen in het dossier betreffende zijn registratie, onder meer: - de afvalstoffen die hij inzamelt, verhandelt of makelt; - de persoon die werd aangeduid conform artikel 3.3.2, § 1; - de naam en het adres van de inzamelaar, handelaar of makelaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-338\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Elke vijf jaar, ten laatste op de verjaardag van de registratie, meldt de inzamelaar, handelaar of makelaar of hij de activiteit wil voortzetten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien hij niet gemeld heeft dat hij de activiteit wil voortzetten, of indien hij meldt dat hij zijn activiteiten wil stopzetten, wordt de registratie geschorst of ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-339\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.3.9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De inzamelaar, handelaar of makelaar komt de voorwaarden van de ordonnantie afvalstoffen, evenals de bijzondere voorwaarden betreffende de uitoefening van zijn activiteit, na gedurende de volledige geldigheidsduur van zijn registratie. HOOFDSTUK 4. - Inzamelaar, handelaar en makelaar van gevaarlijke afvalstoffen Afdeling 1. - Erkenningsaanvraag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-341\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.4.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager van een erkenning als inzamelaar, handelaar of makelaar van gevaarlijke afvalstoffen, conform de bepalingen van huidige titel, voldoet aan de bepalingen van huidige afdeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-342\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.4.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vakbekwaamheid § 1. De aanvrager is onderworpen aan de verplichtingen van artikel 3.3.2. § 2. De aanvrager duidt eveneens een persoon aan die beschikt over voldoende kennis van de eigenschappen en gevaren van de afvalstoffen, van de geschikte verpakking en de bijhorende veiligheidsvoorschriften inclusief tijdens het vervoer Deze persoon is permanent ter beschikking. § 3. De kennis van de eigenschappen en gevaren van de afvalstoffen wordt aangetoond met een diploma van het hoger onderwijs of een ermee gelijkgesteld diploma (met inbegrip van buitenlandse diploma's die als gelijkwaardig erkend zijn) waaruit de kennis van deze materie blijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een afwijking hiervan kan toegestaan worden door het Instituut, onder meer indien de aanvrager gespecialiseerd is in één enkele categorie afvalstoffen en enkel indien de aanvrager of zijn afgevaardigde beschikt over het bewijs van gelijkwaardige beroepservaring. Elke afwijking wordt in de aanvraag gemotiveerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-343\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.4.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Financiële capaciteit De aanvrager beschikt over voldoende financiële capaciteit om zijn activiteiten uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van de geldende wetgeving, onder meer de ordonnantie afvalstoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-344\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.4.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De erkenning gebeurt voor een maximale termijn van tien jaar. De bevoegde overheid kan, bij een met redenen omklede beslissing, de erkenning voor een kortere periode toekennen. Afdeling 2. - Algemene voorwaarden voor de uitoefening van de activiteit Art. 3.4.5. Kwaliteitbeheersysteem De inzamelaar, handelaar of makelaar is onderworpen aan de verplichtingen van artikel 3.3.3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-346\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.4.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De inzamelaar, handelaar of makelaar respecteert gedurende de volledige geldigheidsduur van zijn erkenning de voorwaarden van de ordonnantie afvalstoffen en haar uitvoeringsbesluiten en de bijzondere voorwaarden in het besluit tot erkenning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-347\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.4.7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de acht dagen na het sluiten van de verzekering zoals bepaald in artikel 3.2.8, brengt de inzamelaar, handelaar of makelaar het Instituut hiervan in kennis De inzamelaar, handelaar of makelaar stuurt op de verjaardag van de erkenning een verzekeringsattest aan het Instituut met naast de herhaling van de gedekte risico's en het maximumbedrag van de schadeloosstelling, ook de vermelding van de eventuele wijzigingen in het contract evenals de geldigheidsduur van dit attest.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-348\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.4.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De inzamelaar, handelaar of makelaar beschikt steeds over voldoende en gekwalificeerd personeel om doeltreffend in te kunnen staan voor het toezicht op en de controle van de ingezamelde, verhandelde of gemakelde afvalstoffen De inzamelaar, handelaar of makelaar stelt alles in het werk om het personeel voldoende op te leiden en dat die laatste over voldoende informatie beschikt om de specifieke taken verbonden aan het afvalstoffenbeheer uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-349\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.4.9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De inzamelaar, handelaar of makelaar doet beroep op een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geregistreerde vervoerder. Hij gaat na dat deze over de technische middelen en opgeleid personeel beschikt om die afvalstoffen te vervoeren in overeenstemming met de ordonnantie afvalstoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3410\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.4.10</span><span class=\"lf-art-t\">De inzamelaar, handelaar of makelaar mag enkel de afvalstoffen zoals opgenomen in zijn erkenning, inzamelen, verhandelen en makelen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3411\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.4.11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wijziging van de erkenning Zonder afbreuk van artikel 76bis van de ordonnantie milieuvergunningen kan de bevoegde overheid, op eigen initiatief de erkenning wijzigen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3412\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.4.12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Schorsing en intrekking van de erkenning § 1. De bevoegde overheid kan, te allen tijde, de erkenning schorsen indien de erkenninghouder zijn activiteiten tijdelijk wenst stop te zetten. § 2. De bevoegde overheid kan, op verzoek van de erkende inzamelaar, handelaar of makelaar, de erkenning intrekken wanneer de erkenninghouder zijn activiteiten als inzamelaar, handelaar of makelaar stopzet. § 3. De bevoegde overheid kan de erkenning intrekken indien van de erkenning niet op aantoonbare wijze gebruik gemaakt werd gedurende twee opeenvolgende jaren. HOOFDSTUK 5. - Inrichting voor het inzamelen of verwerken van afvalstoffen Afdeling 1. - Milieuvergunningsaanvraag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-351\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Met het oog op het bekomen van een milieuvergunning, is de inzamel- of verwerkingsinrichting onderworpen aan de voorschriften van huidige afdeling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-352\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vorming van het personeel en aanduiding van een verantwoordelijke \"afvalbeheer\" § 1. De inrichting beschikt over voldoende en gekwalificeerd personeel om doeltreffend in te kunnen staan voor het toezicht op en de controle van de aangevoerde afvalstoffen De uitbater stelt alles in het werk om het personeel voldoende op te leiden en stelt voldoende informatie ter beschikking om de taken verbonden aan het afvalstoffenbeheer uit te voeren. § 2. De uitbater duidt een persoon aan die beschikt over voldoende kennis van de afvalstoffenwetgeving en het afvalstoffenbeheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien in de inrichting gevaarlijke afvalstoffen worden aanvaard duidt de aanvrager eveneens een persoon aan die beschikt over voldoende kennis van de eigenschappen en gevaren van de afvalstoffen, van de geschikte verpakking en de bijhorende veiligheidsvoorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze personen die voldoen aan bovenvermelde voorwaarden zijn permanent ter beschikking. § 3. Deze kennis wordt aangetoond zoals bepaald in artikel 3.3.2 paragraaf 2 en artikel 3.4.2 paragraaf 3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-353\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Financiële capaciteit De houder van de milieuvergunning respecteert de bepalingen in artikel 3.4.3. Afdeling 2. - Algemene uitbatingsvoorwaarden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-354\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteitbeheersysteem § 1. De houder van de milieuvergunning respecteert de bepalingen in artikel 3.3.3, paragrafen 1 en 2. § 2. Het kwaliteitbeheersysteem bevat minimaal de volgende elementen: 1. te respecteren uitbatingvoorwaarden opgelegd door de wetgeving en de milieuvergunning;2. een overzichtelijke en volledige handleiding met betrekking tot de uitbating van de inrichting;3. een stappenplan om de bepalingen van artikel 22 van de ordonnantie afvalstoffen na te leven. Art. 3.5.5. Infrastructuur § 1. De inrichting wordt volledig omheind om op doeltreffende wijze te voorkomen dat personen of voertuigen buiten de openingsuren de inrichting kunnen betreden. § 2. Tenzij anders bepaald in de milieuvergunning, zijn de installatie en het gebruik van een geijkt weegtoestel met automatische registratie verplicht. De ijking van het weegtoestel gebeurt in overeenstemming met de geldende wetgeving. § 3. De inrichting beschikt over de nodige bewegwijzeringen om de afvalstoffen naar de correcte plaats te brengen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-356\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvoer, opslag en verwerking van de afvalstoffen § 1. De milieuvergunning bepaalt de afvalstoffen die aangevoerd, opgeslagen of verwerkt kunnen worden in de inrichting Enkel de vergunde afvalstoffen en degene die technisch verwerkbaar zijn in de inrichting worden aanvaard in de inrichting. Indien nodig en relevant, worden op regelmatige basis analyses en/of testen op de afvalstoffen gerealiseerd. § 2. De aangeboden gesorteerde afvalstromen worden gescheiden beheerd om aan de sorteerverplichting te kunnen voldoen. § 3. Verbranding op het terrein van elke afvalstof of materiaal is ten strengste verboden zonder over de nodige toelatingen te beschikken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-357\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Toezicht en controle door de uitbater § 1. Het aanvaarden, de opslag en de afvoer van afvalstoffen zijn enkel toegelaten onder toezicht van de uitbater of zijn bevoegde afgevaardigde die de nodige voorzorgsmaatregelen neemt om de samenstelling, de oorsprong en de hoeveelheid van de afvalstoffen te controleren. Elke vracht dient minstens visueel geïnspecteerd te worden. § 2. De toegang tot de inrichting wordt strikt gereglementeerd door de uitbater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-358\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Werkingsuren § 1. Geen enkele activiteit gebonden aan de inrichting mag plaatsvinden buiten de werkingsuren zoals bepaald in de milieuvergunning. § 2. Buiten de werkingsuren wordt de toegang tot de inrichting vergrendeld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-359\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Activiteit § 1. De afvalstof wordt rechtstreeks naar de daarvoor bestemde opslag- of verwerkingsplaats gebracht. De toegang tot de inrichting van de voertuigen die de afvalstoffen aanbrengen gebeurt verplicht via het in dienst zijnde weegtoestel. § 2. De afvalstof wordt alleen in aangepaste en goed onderhouden recipiënten opgeslagen. Op elk recipiënt is op duidelijk leesbare wijze aangebracht welke afvalstoffen het bevat. De afvalstoffen worden oordeelkundig gestapeld. § 3. Afvalstoffen worden niet opgeslagen buiten de inrichting. § 4. De opslag van de afvalstoffen gebeurt op een verhard en aangepast bodemoppervlak aflopend naar de riolering. § 5. De uitbater treft de nodige schikkingen om bij defect aan de inrichting alle herstellingen zo snel mogelijk uit te voeren. Hij zorgt ervoor dat de nodige reserveonderdelen snel worden bekomen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3510\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Trillingen De uitbater treft de vereiste schikkingen om te voorkomen dat trillingen inherent aan de uitbating schadelijk zijn voor de stabiliteit van constructies of een bron van ongemak zijn voor de buurt. De trillingen van de installaties worden niet overgedragen op het gebouw of de omgeving. De gedeelten van de installaties die een trillingsbron kunnen zijn, worden daartoe met een trillingdempend systeem uitgerust</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3511\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lucht, bodem en water § 1. Alle voorzorgen worden genomen om verontreiniging van bodem, lucht of water te voorkomen. Een voldoende hoeveelheid absorberende stoffen is aanwezig in de inrichting, opdat er snel en efficiënt gereageerd kan worden in het geval van een lek of bij morsen. § 2. Tenzij anders bepaald in de milieuvergunning, wordt het afvalwater dat ontstaat in de inrichting opgevangen. Het afvalwater wordt steeds op een aangepaste wijze behandeld om daar waar mogelijk opnieuw te worden benut of om in het andere geval te worden geloosd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3512\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Netheid van de inrichting § 1. De inrichting, inclusief de in- en uitrit en de parkeerruimten, wordt goed onderhouden en regelmatig grondig gereinigd. Het zwerfvuil langsheen de omheining, aan de in- en uitrit en op het terrein wordt regelmatig verwijderd. § 2. Alle voorzorgen worden genomen om de buurt geen hinder te bezorgen door geur, stof, modder, lawaai, rook, gassen en andere uitwasemingen en om te vermijden dat insecten of andere schadelijke dieren zich verspreiden. Tijdens de uitbating en bij de aan- en afvoer van afvalstoffen worden alle voorzorgen genomen om de verspreiding van afvalstoffen te voorkomen. § 3. De toegang tot de inrichting mag niet worden verhinderd door loslopende dieren tijdens de werkingsuren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3513\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Brandpreventie De nodige middelen voor preventie, detectie en blussen van brand zijn aanwezig en zijn in perfecte staat van werking. Dit materiaal wordt, in voorkomend geval, voorzien in overleg met de brandweerdiensten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3514\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Informatiebord Tenzij anders bepaald in de milieuvergunning van de inzamel- of verwerkingsinrichting en behalve in het geval dat in de inrichting uitsluitend afvalstoffen afkomstig van de eigen bedrijfsactiviteiten worden verwerkt, wordt bij de ingang een informatiebord van minstens 1 m² grootte aangebracht waarop duidelijk leesbaar volgende vermeldingen voorkomen: 1. een beschrijving van de activiteiten van de inrichting;2. naam, adres, ondernemingsnummer en het telefoonnummer van de uitbater; 3. vervaldatum van de vergunning: \"Vergund tot ...\"; 4. normale openingsuren;5. bij brand of onheil: telefoonnummer van de brandweerdiensten. Afdeling 3. - Bepalingen voor sommige inzamelinrichtingen van afvalstoffen Art. 3.5.15. De bepalingen van huidige afdeling zijn enkel van toepassing op de hieronder vermelde inrichtingen gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die het inzamelen van afvalstoffen als nevenactiviteit uitoefenen: 1° De inzamelinrichting van afvalstoffen afkomstig van verschillende uitbatingszetels van eenzelfde natuurlijke of rechtspersoon, onder de volgende voorwaarden: 1.de inrichting en de verschillende uitbatingszetels beschikken over één en hetzelfde ondernemingsnummer; 2. een lijst wordt bijgehouden van de uitbatingszetels waarvan afvalstoffen ingezameld worden.2° De exploitatiezetel van een bouw- en slooponderneming waar afvalstoffen worden ingezameld van eigen werven op voorwaarde dat de opslagplaats van afvalstoffen niet groter is dan 100 m2.3° De inzamelinrichting van afvalstoffen afkomstig van verschillende natuurlijke en rechtspersonen die gevestigd zijn op hetzelfde bedrijventerrein, onder de volgende voorwaarden: 1.de afvalstoffen komen enkel van bureauactiviteiten; 2. een lijst wordt bijgehouden van de natuurlijke of rechtspersonen waarvan afvalstoffen ingezameld worden.4° De inzamelinrichting van afvalstoffen afkomstig van andere afvalstoffenhouders, onder de volgende voorwaarden: 1.de ingezamelde afvalstoffen zijn van dezelfde soort en afkomstig van een zelfde sector als degene van de inrichting; 2. de hoeveelheid ingezamelde afvalstoffen bedraagt per afgifte maximaal 500 kg;3. een lijst wordt bijgehouden van de natuurlijke of rechtspersonen waarvan afvalstoffen ingezameld worden.5° De exploitatiezetel van de kleinhandelaar waar afvalstoffen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, volgens titel II worden teruggenomen.De afvalstoffen worden rechtstreeks aangebracht door de consument. 6° De exploitatiezetel van de kleinhandelaar waar afvalstoffen worden teruggenomen buiten het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.De afvalstoffen zijn van gelijke aard als de verkochte producten en worden rechtstreeks aangebracht door de consument. 7° De bijkomende inzamelinrichting van heel klein AEEA vallend onder artikel 4.1.4 van huidig besluit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3516\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onverminderd de verplichting een toelating te verkrijgen voor de opslagplaats van afvalstoffen, is de inrichting vallend onder deze afdeling vrijgesteld van de verplichting tot het verkrijgen van een toelating als een inrichting voor het inzamelen van afvalstoffen. § 2. Deze inrichting is niet onderworpen aan de bepalingen van afdelingen 1 en 2 van dit hoofdstuk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3517\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De afvalstoffen ingezameld in een inrichting zoals bedoeld in deze afdeling mogen niet worden vervoerd naar een andere inrichting vallend onder deze afdeling. HOOFDSTUK 6. - Einde-afvalfase Art. 3.6.1. Bekomen van einde-afvalfase binnen een geklasseerde inrichting § 1. De uitbater van een inrichting die de einde-afvalfase heeft bekomen voor een stroom in overeenstemming met artikel 9 § 1 van de ordonnantie afvalstoffen, meldt dit aan het Instituut. § 2. De uitbater van een inrichting voor nuttige toepassing van afvalstoffen die de einde-afvalfase wil bekomen voor bepaalde afvalstoffen conform artikel 9. § 3.3° van de ordonnantie afvalstoffen, voldoet aan de vereisten vastgelegd door kader VI van bijlage 9. § 3. Het Instituut stelt een lijst ter beschikking op haar website van de inrichtingen die de einde-afvalfase hebben bekomen volgens § 1 en § 2</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-362\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Gebruik van valoriseerbare materialen § 1. Het gebruik van valoriseerbare materialen is onderworpen aan een toelating voor de rubriek 178, volgens het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/11/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/12/2009 numac 2009000839 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 tot vaststelling van de lijst van de inrichtingen van klasse IB, 1C, 1D, II en III in uitvoering van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen. § 2. De valoriseerbare materialen zijn niet langer afvalstoffen op de site waarvoor de toelating vermeld in paragraaf 1 bekomen werd en voor het vervoer naar de site. § 3. De aanvraag gebeurt met behulp van het formulier waarvan de inhoud is vastgelegd in bijlage 10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut kan dit formulier aanpassen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang of aan wijzigingen in de Europese regelgeving. § 4. De minister kan een lijst opstellen met de stromen afvalstoffen waarvoor de toelating volgens artikel 3.6.2. § 1 niet noodzakelijk is en het Instituut publiceert deze op haar website. HOOFDSTUK 7. - Gescheiden inzameling van afvalstoffen andere dan huishoudelijke Art. 3.7.1. § 1. Conform artikel 19 van de ordonnantie afvalstoffen sorteert de afvalstoffenhouder van andere dan huishoudelijke afvalstoffen de volgende stromen: 1. plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD): plastic flessen en flacons van frisdranken, water, melk, detergenten en verzorgingsproducten, metalen dozen (blikjes) van bier, frisdranken en water, conservendozen, aluminium schotels en schaaltjes, kroonkurken, metalen deksels, schroefdoppen van flessen en bokalen en drankkartons, leeg en proper;2. papier en karton, droog en proper, zoals verpakkingen die volledig bestaan uit papier en uit karton, kranten, tijdschriften, reclamefolders, schrijfpapier, papier voor fotokopieerapparaat, computerpapier, boeken, telefoonboeken;3. afvalstoffen van kleurloos en gekleurd verpakkingsglas;4. plantenafval afkomstig van het onderhoud van groenzones en tuinen: gras- en bladafval, snoeihout van bomen en struiken, beplantingsresten en takken;5. gevaarlijke afvalstoffen;6. afvalstoffen die selectief ingezameld moeten worden in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid conform titel II van dit besluit en de afvalstoffen bedoeld in hoofdstuk 2 van titel IV. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afvalstoffenhouder sorteert de afvalstoffen opgenomen in hoofdstuk 17 van de lijst van afvalstoffen of vervoert ze of laat ze vervoeren naar een toegelaten verwerkingsinrichting voor uitsortering. § 3. De houder van afvalstoffen geproduceerd op bouw- en afbraakwerven die niet meldings- of milieuvergunningsplichtig zijn in de zin van de ordonnantie milieuvergunningen, is niet onderworpen aan de bepalingen van § 1 met uitzondering van de sortering van de gevaarlijke afvalstoffen. § 4. De houder van afvalstoffen die aan boord van voertuigen, treinen, vliegtuigen en schepen zijn ontstaan, is niet onderworpen aan de bepalingen van § 1 met uitzondering van de sortering van de gevaarlijke afvalstoffen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-372\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.7.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verschillende afvalstromen bedoeld in artikel 3.7.1. § 1 en ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, mogen in dezelfde container verzameld worden voor zover deze stromen van elkaar gescheiden worden in verschillende houders. HOOFDSTUK 8. - Verbranding van afvalstoffen Afdeling 1. - Het energetisch rendement</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-381\"><span class=\"lf-art-num\">Art 3.8.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarde van de energie-efficiëntieformule, zoals bedoeld in voetnoot (*) van bijlage II van de ordonnantie afvalstoffen wordt vermenigvuldigd met een klimaatcorrectiefactor (CCF), zoals bepaald in bijlage 11</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL IV. - Bepalingen betreffende bepaalde afvalstromen HOOFDSTUK 1. - Afgedankte elektrische en electronische apparatuur Afdeling 1. - Definities</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.1.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. In dit hoofdstuk is de volgende definitie van toepassing. \"Afzondering\": manuele, mecanische, chemische of metallurgische behandeling die ervoor zorgt dat gevaarlijke stoffen, mengsels en onderdelen tijdens het verwerkingsproces in een identificeerbare stroom of als identificeerbaar deel van een stroom zijn afgescheiden Stoffen, mengsels of onderdelen zijn identificeerbaar als zij kunnen worden gemonitord om te verifiëren of zij worden verwerkt op een wijze die veilig is voor het milieu. § 2. Voorts zijn de bij artikel 1.1 en 2.4.46 definities van \"producent\", \"kleinhandelaar\", \"distributeur\", \"erkend organisme\" en \"beheersorganisme\" van toepassing op dit hoofdstuk. Afdeling 2. - De handelingen voor het beheer van AEEA Onderafdeling 1. - Voorbereiding voor hergebruik en hergebruik.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-412\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.1.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Er wordt voorrang gegeven aan het hergebruik van gebruikte EEA en aan de voorbereiding voor hergebruik van AEEA. § 2. Voor het hergebruik van gebruikte EEA zijn de volgende regels van toepassing : 1. Wat de huishoudelijke EEA betreft, is het hergebruik van schermen met kathodestraalbuizen (CRT) verboden.2. Het hergebruik van een apparaat is alleen toegestaan als de behuizing volledig is en als alle essentiële onderdelen aanwezig en in goede staat zijn. § 3. Voor de voorbereiding tot hergebruik van AEEA, zijn de volgende regels van toepassing : 1. De voorbereiding voor hergebruik van een apparaat dat CFK's of HCFK's bevat zoals vermeld in verordening (EG) nr.1005/2009 van het Europees parlement en de raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen, is verboden De gebruikte koelgassen staan steeds vermeld op het koel- of vriesapparaat die CFK's of HCFK's bevatten. Als de gebruikte koelgassen niet vermeld staan op het koel- of vriesapparaat wordt er van uitgegaan dat het koel- of vriesapparaat CFK's of HCFK's bevat. 2. AEEA mag alleen voor hergebruik worden voorbereid als er een reguliere markt voor het betrokken apparaat bestaat.3. De door auteursrechten beschermde software waarvoor er geen licentie is, wordt gewist.4. De elektrische veiligheid van elk apparaat wordt getest.Deze test omvat, indien van toepassing, een isolatiemeting, een aardingsmeting en een kortsluitingscontrole. Alleen apparaten die elektrisch veilig zijn, mogen hergebruikt worden. 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De functionaliteit van alle apparaten moet getest worden.Alleen apparaten die volledig functioneel zijn, mogen hergebruikt worden. Een apparaat is volledig functioneel als de test aantoont dat het zijn oorspronkelijke functies nog volledig kan vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De specifieke functionaliteitsregels, vastgesteld in bijlage 4, zijn van toepassing op alle apparaten die erin vermeld worden. § 4. Elk apparaat dat werd klaargemaakt met het oog op hergebruik beschikt over een etiket en een fiche voor hergebruik dat voldoet aan de verplichtingen bepaald in deze paragraaf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het etiket bevat de unieke identificatiecode van hetapparaat en de naam van het centrum voor voorbereiding voor hergebruik. Het etiket wordt stevig op het apparaat bevestigd en is zichtbaar en leesbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hergebruiksfiche bevestigt dat het apparaat voldoet aan de diverse criteria voor hergebruik die worden vastgelegd door deze onderafdeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De fiche vermeldt minimaal: 1° de naam van het centrum voor voorbereiding voor hergebruik waar de apparatuur werd voorbereid voor hergebruik;2° de unieke identificatiecode van het apparaat;3° de benaming van het apparaat; 4° de categorie van het apparaat in de zin van artikel 2.4.46; 5° het resultaat van de uitgevoerde tests en de datum waarop ze plaatsvonden. De hergebruikfiche kan de vorm aannemen van een papieren fiche, een digitale fiche, of een registratie in een database.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elk apparaat dat voorbereid werd voor hergebruik, moet de hergebruikfiche onmiddellijk ter beschikking gesteld kunnen worden van de instanties die gemachtigd zijn om controles uit te voeren, inclusief tijdens het vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hergebruikfiche wordt gedurende ten minste vijf jaar bewaard door het centrum voor voorbereiding voor hergebruik. § 5. De apparaten bestemd voor hergebruik worden doeltreffend beschermd tegen beschadiging tijdens het vervoer, meer in het bijzonder door middel van een afdoende verpakking en een oordeelkundige stapeling van de lading. § 6. Dit artikel is niet van toepassing als gebruikte EEA worden overgebracht overeenkomstig artikel 4.1.6. § 3 a, b en c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Inzameling en verwerking Art. 4.1.3. § 1. Gescheiden ingezamelde AEEA die nog niet overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling werd verwerkt, mag niet worden verwijderd. § 2. De inzameling en het vervoer van gescheiden ingezamelde AEEA gebeuren op zodanige wijze dat de voorbereiding voor hergebruik, de recycling en de inperking van de gevaarlijke stoffen optimaal kunnen verlopen. § 3. AEEA wordt op droge plaatsen ingezameld. Koelkasten en diepvriezers worden manueel verplaatst, waarbij beschadiging en wegvloeiing van de vloeistoffen en gassen wordt vermeden. Ze worden zodanig opgeslagen dat hun koelsysteem niet beschadigd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beeldschermen worden zodanig ingezameld dat ze bij het verlaten van de opslagplaats onbeschadigd zijn. § 4. Voor gescheiden ingezamelde AEEA wordt een voorselectie doorgevoerd om apparaten die zichtbaar niet in aanmerking komen voor hergebruik, te weren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende elementen worden in aanmerking genomen: 1. slechte algemene staat van het apparaat;2. aanzienlijke esthetische schade (bv.deuken, barsten, gaten enz.); 3. wat de huishoudelijke AEEA betreft: CRT-beeldscherm. Deze voorselectie kan worden uitgevoerd op de plaats waar de AEEA wordt ingezameld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-414\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.1.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Met inachtname van de verplichtingen van paragrafen 2 tot 5 van huidig artikel kan de vergunde inzamelaar, handelaar of makelaar bijkomende inzamelingen organiseren van heel kleine AEEA, met uitzondering van lampen en rookmelders, op bijkomende inzamelinrichtingen. De producent kan ook bijkomende inzamelingen organiseren voor zover hij beroep doet op een vergunde inzamelaar. § 2. Voor de bijkomende inzamelingen van heel kleine AEEA, zijn de volgende voorwaarden van toepassing: 1. De naam van de inzamelaar, handelaar en makelaar, of de producent is aangeduid op het inzamelrecipiënt ;2. De inzamelrecipiënten bevinden zich op een veilige en bewaakte plaats ;3. De ingezamelde AEEA wordt regelmatig en op georganiseerde wijze afgevoerd;4 De AEEA wordt niet ingezameld op de openbare weg;5. De inzamelplaats en haar omgeving worden zuiver gehouden;6. Deze inzamelingen kaderen in bredere sensibiliseringsacties met betrekking tot preventie, hergebruik en geschikt beheer van AEEA;7. Het inzamelrecipient is zo ontworpen om de veiligheid van de opslag, de inperking van de gevaarlijke stoffen, de voorbereiding voor hergebruik en het hergebruik te optimaliseren;8. De bijkomende inzamelinrichtingen hebben een voor inzameling bestemde totale oppervlakte van maximum 2 m².Minstens een derde van deze oppervlakte is bestemd voor de ophaling met het oog op hergebruik van AEEA. 9. De inzameling van de bijkomende inzamelingspunten wordt uitgevoerd binnen drie werkdagen volgend op de inzamelingsaanvraag door de beheerder van de site waar het recipiënt zich bevindt. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijkomende inzamelpunten worden voorafgaandelijk door het Instituut goedgekeurd. De aanvraag voorgelegd door de inzamelaar, makelaar, en handelaar, bevat minstens : 1. Een beschrijving van het opgezette inzamelsysteem, met inbegrip van een beschrijving van de recipiënten en het gebruikte sensibiliseringsmateriaal;2. De verantwoordelijkheden van de actoren betrokken bij het beheer van de ingezamelde AEEA;3. Een lijst van de bijkomende inzamelpunten. Het Instituut beschikt over 30 dagen vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag om de voorgelegde documenten al dan niet goed te keuren. Het Instituut kan afwijken van de verplichting om minstens een derde van de inzameloppervlakte te bestemmen voor het inzamelen met het oog op hergebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">De goedkeuring is maximaal vijf jaar geldig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien tijdens deze periode geen beslissing wordt genomen, wordt de aanvraag geacht geweigerd te zijn. § 4. De lijst van inzamelpunten, de ingezamelde hoeveelheden en de actoren betrokken bij het beheer van heel kleine AEEA wordt op vraag aan het Instituut doorgegeven. § 5. Wat de inzameling van heel kleine AEEA in scholen betreft, zijn bovendien de volgende regels van toepassing: 1. De inzamelingen zijn verboden in kleuter- of lagere scholen;2. De acties mogen niet langer duren dan 3 dagen en mogen niet meer dan twee keer plaatsvinden in hetzelfde kalenderjaar;3. De ingezamelde AEEA wordt binnen drie werkdagen na het einde van de actie opgehaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-415\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.1.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Gescheiden ingezamelde AEEA wordt gesorteerd en gedemonteerd in verschillende fracties: 1° apparatuur en onderdelen bestemd voor hergebruik;2° gevaarlijke onderdelen en stoffen, zoals condensatoren die pcb's bevatten, kwikschakelaars, batterijen, kathodestraalbuizen, stoffen bedoeld in het protocol van Montreal, HFC, PFC en SF6 en eventueel andere bestanddelen die gevaarlijke stoffen bevatten;3° onderdelen en materialen bestemd voor recycling;4° niet herbruikbare en niet recycleerbare onderdelen en materialen;5° gebruikte batterijen en accu's. Gescheiden ingezamelde fotovoltaïsche panelen worden gedemonteerd in diverse fracties: 1° het eventuele aluminium frame;2° het glas;3° de kunststoffen;4° de non-ferrometalen inclusief het verdeelbord. § 2 Uit alle AEEA wordt ten minste de volgende stoffen, mengsels en onderdelen afgezonderd : 1° polychloorbifenyl (PCB)-houdende condensatoren overeenkomstig het besluit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 4 maart 1999 betreffende de planning van de verwijdering van polychloorbifenylen (PCB's) en polychloorterfenylen (PCT's);2° kwikhoudende onderdelen zoals schakelaars en lampen voor achtergrondverlichting;3° batterijen en accu's;4° printplaten van mobiele telefoons in het algemeen en van andere apparaten indien de oppervlakte van de printplaat meer dan 10 cm2 bedraagt;5° tonercassettes met vloeibare of pasteuze toner, en kleurentoners;6° kunststoffen die gebromeerde brandvertragers bevatten;7° asbestafval en onderdelen die asbest bevatten;8° beeldbuizen;9° chloorfluorkoolstoffen (CFK's), chloorfluorkoolwaterstoffen (HCFK's) of fluorkoolwaterstoffen HFK's), koolwaterstoffen (HC's);10° gasontladingslampen;11° lcd-schermen (in voorkomend geval met toebehoren) met een oppervlak van meer dan 100 cm2 en schermen met achtergrondverlichting met behulp van gasontladingslampen;12° uitwendige elektrische kabels;13° onderdelen die vuurvaste keramische vezels bevatten zoals beschreven in bijlage VI, derde deel, van Verordening (EG) n° 1272/2008 van het Europees parlement en de raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;14° onderdelen die radioactieve stoffen bevatten, met uitzondering van onderdelen beneden de vrijstellingsdrempels die vastgesteld zijn in het koninklijk besluit van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/10/2013 numac 2013000542 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen;15° elektrolytische condensatoren die gevaarlijke stoffen bevatten (hoogte &gt; 25 mm, diameter &gt; 25 mm, of met een naar verhouding vergelijkbaar volume). § 3. De volgende onderdelen van gescheiden ingezamelde AEEA worden als volgt behandeld: 1° beeldbuizen: de fluorescerende laag wordt afgezonderd;2° apparatuur die gassen bevat die de ozonlaag aantasten of een aardopwarmingspotentieel van meer dan 15 GWP hebben, zoals in isolatieschuim en koelcircuits: deze gassen worden adequaat verwijderd en behandeld.Gassen die de ozonlaag aantasten worden behandeld overeenkomstig verordening (EG) nr. 1005/2009; 3° gasontladingslampen: het kwik wordt afgezonderd;4° batterijen en accu's: de batterijen en accu's, uitgezonderd die welke met een vaste verbinding bevestigd zijn, worden manueel gedemonteerd. § 4. De in dit artikel bedoelde stoffen, mengsels en onderdelen worden afgegeven aan een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vergunde inzamelaar, handelaar en makelaar. § 5. De paragrafen 1 tot 3 worden, rekening houdend met milieuoverwegingen en de wenselijkheid van voorbereiding voor hergebruik en recycling, zodanig toegepast dat het op milieuverantwoorde wijze voorbereiden voor hergebruik en recycleren van onderdelen of complete apparaten niet bemoeilijkt wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Overbrenging van gebruikte EEA Art. 4.1.6. § 1. De overbrenging van gebruikte EEA is enkel toegestaan als de gebruikte EEA doeltreffend worden beschermd tegen beschadiging tijdens het vervoer en het in- en uitladen, met name door voldoende verpakking en passende stapeling van de lading. § 2. Om het onderscheid te maken tussen \"elektrische en elektronische apparatuur\" en \"afgedankte elektrische en elektronische apparatuur\", in gevallen waarin de houder van het voorwerp beweert dat hij gebruikte EEA overbrengt of voornemens is over te brengen die geen AEEA is, stelt hun houder de volgende documenten ter beschikking van de instanties die bevoegd zijn om controles uit te voeren, om de juistheid van deze bewering te staven: 1° een kopie van de factuur en het contract met betrekking tot de verkoop en/of de eigendomsoverdracht van de EEA, waarin wordt verklaard dat de apparatuur bestemd is voor onmiddellijk hergebruik en helemaal functioneel is; 2° een bewijs van beoordeling of beproeving, in de vorm van een kopie van de documenten (beproevingscertificaat, keuringsbewijs), voor elk stuk dat deel uitmaakt van de zending, alsmede een protocol dat alle in paragrafen 3 en 4 van artikel 4.1.2. gespecificeerde etiketinformatie bevat; 3° een verklaring van de houder die het vervoer van de EEA organiseert, dat de zending geen materiaal of apparatuur omvat die een afvalstof is in de zin van artikel 2 van de ordonnantie afvalstoffen. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in 1° en 2° van § 2, en § 4 is niet van toepassing wanneer dit wordt gedocumenteerd door afdoende bewijs dat de overbrenging plaatsvindt in het kader van een overdrachtovereenkomst tussen ondernemingen en dat : a) de EEA wordt teruggestuurd naar de producent of naar een derde die in diens naam handelt als defect voor reparatie onder garantie met het oog op hergebruik, of b) de gebruikte EEA voor professioneel gebruik wordt verzonden naar de producent of naar een derde die in diens naam handelt of naar faciliteiten van een derde in landen waar Besluit C(2001)107/def.van de OESO-Raad inzake de herziening van Besluit C(92)39/def. betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen bestemd voor handelingen ter nuttige toepassing van toepassing is, met als doel om te worden opgeknapt of gerepareerd, krachtens een geldig contract, met het oog op hergebruik, of c) de defecte gebruikte EEA voor professioneel gebruik, zoals medische hulpmiddelen of onderdelen daarvan naar de producent of naar een derde die in diens naam handelt wordt verzonden, voor analyse van de onderliggende oorzaak, krachtens een geldig contract, wanneer zo'n analyse alleen kan worden uitgevoerd door de producent of derden die in zijn naam handelen. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als bewijs dat de overgebrachte producten gebruikte EEA vormen en geen AEEA, moeten de volgende test- en documentatiestappen met betrekking tot gebruikte EEA worden doorgelopen: Stap 1: tests a) er wordt gekeken of het apparaat functioneert en of het gevaarlijke stoffen bevat.Welke tests worden uitgevoerd, hangt af van de aard van de EEA. Voor de meeste gebruikte EEA volstaat een functionaliteitstest van de belangrijkste functies; b) de uitkomsten van de beoordeling en het testen worden geregistreerd. Stap 2: etiket a) het etiket wordt stevig, maar niet onlosmakelijk bevestigd hetzij aan de (onverpakte) EEA zelf, hetzij aan de verpakking, op zodanige wijze dat het kan worden gelezen zonder dat de apparatuur moet worden uitgepakt; b) het etiket bevat de volgende informatie: - benaming (benaming van het apparaat en vermelding van de categorie waartoe het behoort overeenkomstig artikel 2.4.46); - identificatienummer van het apparaat (typenummer), in voorkomend geval; - productiejaar, indien bekend; - naam, adres en btw-nummer van het centrum voor voorbereiding voor hergebruik dat het apparaat heeft voorbereid voor hergebruik; - resultaten van de tests als omschreven in stap 1 met inbegrip van de datum van de test van de functionele capaciteit; - aard van de uitgevoerde tests. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de in de paragrafen 2, 3 en 4 vermelde documenten is elke lading gebruikte EEA (bv. container, vrachtwagen) vergezeld van: a) een relevant vervoersdocument, bijvoorbeeld de CMR-vrachtbrief of de geleidebrief;b) een verklaring door de aansprakelijke persoon met betrekking tot zijn verantwoordelijkheid. § 6. Bij ontbreken van bewijs dat een voorwerp gebruikte EEA is en niet AEEA volgens de overeenkomstig de paragrafen 2, 3, 4 en 5 vereiste documenten en bij ontbreken van passende bescherming tegen beschadiging tijdens het vervoer en het in- en uitladen, met name door voldoende verpakking en passende stapeling van de lading, waarvoor de houder die het vervoer organiseert verantwoordelijk is, zijn de betrokken apparaten AEEA en de lading het voorwerp is van illegale overbrenging.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze omstandigheden wordt met de lading omgegaan overeenkomstig de artikelen 24 en 25 van Verordening (EG) nr. 1013/2006. § 7. De kosten van de passende analyses en inspecties, waaronder de opslagkosten, van gebruikte EEA waarvan vermoed wordt dat het AEEA is, kunnen in rekening worden gebracht aan de producenten, aan derden die in hun naam handelen, of aan andere personen die de overbrenging organiseren van gebruikte EEA waarvan vermoed wordt dat het AEEA is. Afdeling 3. - De operatoren van het beheer van AEEA Onderafdeling 1. - De opslag- en inzamelplaats Art. 4.1.7. De opslag- en inzamelplaats voor AEEA omvat de volgende uitrustingen: 1° ondoorlatende ondergronden van geschikte terreinen met opvangvoorzieningen voor lekolie en indien nodig bezinktanks en olie- en vuilafscheiders ;2° weerbestendige afdekking voor de geschikte terreinen. Onderafdeling 2. - De verwerkingssite Art. 4.1.8. De site voor de verwerking van AEEA gebruikt de beste beschikbare verwerkingstechnieken en voldoet minimaal aan de eisen van onderafdeling 2 van afdeling 2 van dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met uitzondering van de centra voor voorbereiding voor hergebruik beschikt de verwerkingsinstallatie minimaal over de volgende uitrustingen: 1° een zone die uitsluitend bestemd is voor de opslag (ook tijdelijke opslag) van niet-gedepollueerde AEEA;2° een werkplaats voor de depollutie en de ontmanteling van AEEA; 3° opslagplaatsen om alle afvalstoffen verwijderd uit de AEEA conform artikel 4.1.5 § 2 op te slaan; 4° een geschikte opslagzone voor gedemonteerde onderdelen;5° een opslagzone voor niet gevaarlijk afval;6° één of meer geschikte containers voor de opslag van batterijen en accu's, PCB/PCT-houdende condensatoren en ander gevaarlijke afvalstoffen zoals radioactief afval;7° weegapparatuur om het gewicht van de verwerkte afvalstoffen te bepalen;8° ondoorlatende ondergrond en waterdichte afdekking van geschikte terreinen met opvangvoorzieningen voor lekolie en indien nodig bezinktanks en olie- en vuilafscheiders;9° installaties voor de behandeling van water, overeenkomstig de gezondheids- en milieuvoorschriften. Afdeling 4. - Rapportage met betrekking tot de handelingen voor het beheer van AEEA Art. 4.1.9. De kleinhandelaar, de distributeur of de derde die voor zijn rekening AEEA terugneemt, bezorgt de organisatie aangesteld conform artikel 2.4.62, jaarlijks vóór 31 mei een rapport over de manier waarop hij zijn verplichtingen inzake de terugname van AEEA vervult. Dit rapport bevat minimaal de volgende informatie: 1° de periode waarop het rapport betrekking heeft;2° naam van de kleinhandelaar/ distributeur, ondernemingsnummer, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en contactpersoon; 3° de hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per type (huishoudelijk en professioneel) en per categorie overeenkomstig artikel 2.4.46, die werd: a) ingezameld door of laten inzamelen door een inzamelaar of een afvalstoffenhandelaar of -makelaar;b) teruggebracht naar een producent van EEA;c) voorbereid voor hergebruik;d) hergebruikt. Art 4.1.10. De inzamelaar, handelaar of makelaar die AEEA inzamelt of laat inzamelen, stelt ter beschikking aan de organisatie, aangesteld conform artikel 2.4.62 een rapport over de manier waarop hij zijn verplichtingen inzake het beheer van AEEA nakomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit rapport bevat minimaal de volgende informatie: 1° de periode waarop het rapport betrekking heeft; 2° de hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per type (huishoudelijk en professioneel) en per categorie overeenkomstig artikel 2.4.46, die op het grondgebied werd: a) ingezameld, in het kader van de terugnameplicht, door of in opdracht van de producent;b) ingezameld of laten inzamelen is buiten het kader van de terugnameplicht;c) overgemaakt aan een andere inzamelaar, handelaar of makelaar;d) overgemaakt aan de verwerkingsinstallatie 3° de hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per categorie, per type (huishoudelijk en professioneel) en per materialenstroom (ferrometalen, non-ferrometalen, kunststoffen, andere), die op het grondgebied werd: a) voorbereid voor hergebruik door een centrum voor hergebruik;b) hergebruikt;c) gerecycleerd;d) gevaloriseerd;e) verwijderd in verbrandingsinstallaties;f) overgebracht naar een stortplaats. Art. 4.1.11. Het centrum voor voorbereiding voor hergebruik dat de AEEA voorbereidt voor hergebruik, bezorgt de organisatie, aangesteld conform artikel 2.4.62, een rapport over de manier waarop het zijn verplichtingen inzake het beheer van AEEA nakomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit rapport bevat minimaal de volgende informatie: 1° de periode waarop het rapport betrekking heeft; 2° de hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per categorie overeenkomstig artikel 2.4.46 en per type (huishoudelijk en professioneel), die op het grondgebied werd: a) voorbereid voor hergebruik;b) hergebruikt;</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4112\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.1.12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verwerkingsinstallatie bezorgt de organisatie, aangesteld conform artikel 2.4.62, een rapport over de manier waarop zij haar verplichtingen inzake het beheer van AEEA vervult. Dit rapport bevat minimaal de volgende informatie: 1° de periode waarop het rapport betrekking heeft; 2° de hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per type (huishoudelijk en professioneel) en per categorie overeenkomstig artikel 2.4.46 die haar op het grondgebied werd toevertrouwd, per inzamelkanaal; 3° de hoeveelheid AEEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per categorie overeenkomstig artikel 2.4.46 per type (huishoudelijk en professioneel) en per materialenstroom (ferrometalen, non-ferrometalen, kunststoffen, andere), die op het grondgebied werd: a) voorbereid voor hergebruik;b) hergebruikt;c) gerecycleerd;d) gevaloriseerd;e) verwijderd in verbrandingsinstallaties;f) overgebracht naar een stortplaats</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4113\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.1.13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De kennisgever in de zin van verordening (EG) nr. 1013/2006, die gebruikte EEA overeenkomstig artikel 4.1.6 heeft overgebracht, bezorgt de organisatie, aangesteld conform artikel 2.4.62, een rapport dat minimaal de volgende informatie bevat: 1° de periode waarop het rapport betrekking heeft; 2° de hoeveelheid EEA, uitgedrukt in kilogram en in eenheden, per categorie overeenkomstig artikel 2.4.46 en per type (huishoudelijk en professioneel), die overeenkomstig artikel 4.1.6 werd overgebracht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4114\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.1.14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Indien voor één van de activiteiten voor het beheer van AEEA, waarop de in de artikelen 4.1.9 tot 4.1.13 bedoelde rapporten betrekking hebben, een beroep werd gedaan op een derde partij, moet de contactinformatie van deze derde partij worden vermeld (naam van de onderneming, ondernemingsnummer, adres, telefoonnummer, e-mailadres, contactpersoon). § 2. De cijfergegevens die overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling aan de organisatie, aangewezen voor dit doelconform artikel 2.4.62, worden verstrekt, worden gevalideerd door een onafhankelijke certificeringsinstelling, geaccrediteerd overeenkomstig de ISO 17020 norm. De kosten voor de certificering van de gegevens, verstrekt door de producenten, inzamelaars, handelaars, makelaars en centra voor voorbereiding voor hergebruik en verwerkingscentra die een overeenkomst hebben gesloten met de producenten zijn ten laste van de producenten Indien aanzienlijke verschillen worden vastgesteld, komen de certificeringskosten ten laste van de contractant. § 3. In afwijking van paragraaf 2, worden de door de kleinhandelaars en distributeurs verstrekte gegevens op verzoek van het Instituut gevalideerd door een controle-instelling, geaccrediteerd volgens de ISO 17020 norm. § 4. De gegevens, verstrekt door de kennisgevers in de zin van verordening (EG) nr. 1013/2006, moeten gevalideerd worden door een controle-instelling, geaccrediteerd volgens de ISO 17020 norm. § 5. De gegevens, verstrekt door de centra voor voorbereiding voor hergebruik worden op verzoek van het Instituut en maximaal één keer elke vier jaar gevalideerd door een controle-instelling, geaccrediteerd volgens de ISO 17020 norm. § 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens, die krachtens deze afdeling, verstrekt worden door de inzamelaars, handelaars en makelaars worden minstens om de vijf jaar gevalideerd door een controle-instelling, geaccrediteerd volgens de ISO 17020 norm. § 7. De gegevens, die krachtens deze afdeling verstrekt worden door de verwerkingsinstallaties worden minstens om de twee jaar gevalideerd door een controle-instelling, geaccrediteerd volgens de ISO 17020 norm. § 8. Het beheersorganisme of het erkend organisme kan de door de producenten verstrekte cijfergegevens certificeren of laten certificeren op voorwaarde dat alle producenten minimaal elke 3 jaar worden gecontroleerd en dat dit organisme jaarlijks bij de betrokken organisatie, hiervoor aangesteld, verslag uitbrengt over deze controles, conform artikel 2.4.62. § 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut kan de personen die, krachtens deze afdeling aan de rapportageplicht onderworpen zijn, alle aanvullende informatie vragen die het nodig acht om het goede beheer en de traceerbaarheid van de AEEA te waarborgen. § 10. De minister kan de drempels bepalen beneden dewelke de ISO 17020 certificatie, opgelegd in deze afdeling, niet vereist is. § 11. De minister kan een certificatielijst opstellen die gelijkwaardige conformiteitsgaranties leveren als de ISO 17020 certificatie. HOOFDSTUK 2. - Afgewerkte voedingsolie en -vetten Afdeling 1. - Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.2.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. In dit hoofdstuk zijn de volgende definities van toepassing. 1. Voedingsolie en -vetten: alle voor voeding bestemde plantaardige en dierlijke oliën en vetten die kunnen worden gebruikt om voedingsmiddelen te frituren;2. Afgewerkte voedingsolie en -vetten: alle voedingsoliën en vetten waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen en die afvalstoffen zijn in de zin van de ordonnantie afvalstoffen;3. Afgewerkte voedingsolie en -vetten van professionele oorsprong: afgewerkte voedingsoliën of -vetten afkomstig van professionele gebruikers, namelijk iedere persoon die een restauratie-inrichting zoals een restaurant, hotel, café, fastfoodrestaurant, snackbar, frituur (permanent, maar ook mobiele of tijdelijke installaties), traiteurszaak, maar ook een openbare instelling (zoals een ziekenhuis, kantine, catering en soortgelijke inrichting waar voedingsmiddelen worden bereid of verpakt om verbruikt te worden) en soortgelijke inrichtingen die in het kader van hun beroepsactiviteit frituuroliën en vetten gebruiken om voedingsmiddelen te frituren. § 2 Voorts zijn de bij artikel 1.1 definities van \"producent\" en \"kleinhandelaar\" ook van toepassing op dit hoofdstuk. § 3. Dit hoofdstuk is van toepassing op afgewerkte voedingsolie en -vetten afkomstig van de huishoudens, met uitsluiting van voedingsolie en -vetten afkomstig van professionele gebruikers. De criteria op grond waarvan een onderscheid wordt gemaakt tussen huishoudelijke en professionele voedingsolie en -vetten, worden ter goedkeuring voorgelegd aan het Instituut overeenkomstig artikel 2.3.6 van titel II van dit besluit. Afdeling 2. - Beheer van afgewerkte voedingsolie en -vetten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Art 4.2.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Iedere houder van afgewerkte voedingsolie en -vetten moet deze bij de inzameling gescheiden van het restafval aanbieden. § 2. De afgewerkte voedingsolie en -vetten van huishoudelijke oorsprong worden ingezameld door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen, meer bepaald via mobiele inzamelpunten of in containerparken, of door vergunde inzamelaars overeenkomstig artikel 4.2.3 Voor de huishoudelijke voedingsolie en -vetten moeten de producenten, in samenwerking met de publiekrechtelijke rechtspersonen, de ingezamelde hoeveelheden van nu tot eind 2017 en van nu tot eind 2020 verhogen met respectievelijk 15 en 20 % van de hoeveelheid die in 2011 werd ingezameld. De hoeveelheden, ingezameld conform artikel 4.2.3, worden in aanmerking genomen bij de evaluatie van deze doelstellingen. § 3. De producenten richten een begeleidingscomité op dat als taak heeft het beheer van de afvalstromen van gebruikte voedingsolie en -vetten op te volgen. Het begeleidingscomité bestaat minimaal uit vertegenwoordigers van de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en van het Instituut. Het vergadert minimaal elke zes maanden. § 4. De producenten sluiten met de publiekrechtelijke rechtspersonen een overeenkomst die minimaal de volgende elementen omschrijft: - de berekeningsmodaliteiten voor de vergoeding van de inzamelpunten, hierbij inbegrepen de dekking van de infrastructuur- en werkingskosten van de containerparken; - de modaliteiten voor de organisatie en de financiering van de sensibilisatiecampagnes waarvan sprake is in artikel 4.2.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze overeenkomst wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het Instituut, overeenkomstig artikel 2.3.6 van dit besluit. § 5. De afgewerkte frituuroliën en vetten die afzonderlijk zijn ingezameld worden volledig gerecycleerd of gevaloriseerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-423\"><span class=\"lf-art-num\">Art 4.2.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Overeenkomstig artikel 3.5.15 6° kunnen de kleinhandelaars die voedingsolie en -vetten verkopen, de afgewerkte voedingsolie en -vetten van huishoudelijke oorsprong terugnemen. Als hij ze terugneemt, geeft de kleinhandelaar de producenten kennis of laat hij kennisgeving doen van het gebruikte inzamelsysteem, met een omschrijving van de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen. § 2. Inzamelaars die afgewerkte voedingsolie en -vetten ophalen bij de kleinhandelaars waarvan sprake is in paragraaf 1, verstrekken uiterlijk op 30 april van ieder jaar de volgende informatie aan de producenten: - de ingezamelde hoeveelheden afgewerkte voedingsolie en -vetten; - de techniek voor de verwerking van de ingezamelde afgewerkte voedingsolie en -vetten. § 3 De inzameling van de afgewerkte voedingsolie en -vetten bij de kleinhandelaars voldoet aan de volgende voorwaarden: - de opgehaalde afgewerkte voedingsolie en -vetten worden niet opgeslagen op de openbare weg; - de opslag gebeurt op zodanige wijze dat geen schade kan worden toegebracht aan de menselijke gezondheid of het milieu; - de afgewerkte voedingsolie en -vetten worden regelmatig opgehaald of vervoerd door een vergunde inzamelaar of vervoerder; - de opslagplaats en haar omgeving worden zuiver gehouden; - de recipiënten moeten zuiver gehouden worden en voorzien zijn van een etiket met de aanduiding \"Categorie 3: niet voor menselijke consumptie\"; - op de site moet een erkend ontsmettingsproduct aanwezig zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 3. - Financiering</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-424\"><span class=\"lf-art-num\">Art 4.2.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De producent draagt de werkelijke en volledige kosten van de inzameling, het sorteren en de verwerking van de afgewerkte voedingsolie en -vetten die beheerd worden door de publiekrechtelijke rechtspersonen die territoriaal verantwoordelijk zijn voor het beheer van de huishoudelijke afvalstoffen. § 2. De dekking van de kosten bedoeld in paragraaf 1 en de verdeling van de eventuele ontvangsten worden in onderling overleg overeengekomen door de betrokken publiekrechtelijke rechtspersonen en de producenten. § 3. De verdeling van de eventuele ontvangsten met de publiekrechtelijke rechtspersonen geldt enkel als de totale kosten, die toegerekend zijn aan de producent voor de uitvoering van de sensibiliseringscampagnes bedoeld in artikel 4.2.6, gedekt zijn door de wederverkoop van de ingezamelde vetten. Afdeling 4. - Rapportage</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-425\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.2.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De producenten verstrekken het Instituut voor 31 mei van ieder jaar de volgende informatie voor het verstreken kalenderjaar: 1° de totale hoeveelheid voedingsolie en -vetten bestemd voor huishoudens, uitgedrukt in kilogram, die in de handel werd gebracht;2° de totale hoeveelheid afgewerkte huishoudelijke voedingsolie en -vetten, uitgedrukt in kilogram, die in het Brussels gewest werd ingezameld per inzamelingswijze;3° het aantal inzamelpunten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en hun identificatie, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de inzamelpunten van de publiekrechtelijke rechtspersonen en de aanvullende inzamelpunten;4° de installaties waar de ingezamelde afgewerkte voedingsolie en -vetten werden verwerkt, met vermelding van de verwerkte hoeveelheid en de beschrijving van hun verwerkingsmethode;5° de totale hoeveelheid afgewerkte huishoudelijke voedingsolie en -vetten, uitgedrukt in kilogram, die gevaloriseerd of gerecycleerd werd;6° de gegevens over de ondernomen sensibiliserings- en preventieacties, de beoordeling van die acties en de berekening van de resultatenindicatoren. § 2. Het Instituut kan van elke producent eisen dat hij alle andere relevante informatie verstrekt om te beoordelen in hoeverre de in dit besluit beschreven doelstellingen werden bereikt en om de uitvoering te controleren. Afdeling 5. - Sensibilisering van de consument</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-426\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.2.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Om de in artikel 4.2.2 bedoelde doelstellingen te halen, voeren de producenten en de publiekrechtelijke rechtspersonen gezamenlijk en regelmatig regionale en lokale voorlichtings- en sensibiliseringscampagnes gericht op de huishoudens. § 2. De campagnes bedoeld in de vorige paragraaf worden gefinancierd uit de opbrengst van de inzameling van afgewerkte voedingsolie en -vetten door de publiekrechtelijke rechtspersoon, na aftrek van de inzamelingskosten bedoeld in artikel 4.2.3. Wanneer deze opbrengst onvoldoende is om de campagnes bedoeld in de vorige paragraaf te financieren, betaalt de producent de nodige som om deze te financieren. § 3. De modaliteiten voor de sensibiliseringscampagnes worden overeengekomen in onderling overleg tussen de producenten en de publiekrechtelijke rechtspersonen. HOOFDSTUK 3. - Afvalstoffen van geneesmiddelen Afdeling 1. - Algemene Bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-431\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.3.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. In dit hoofdstuk zijn de volgende definities van toepassing. 1° \"kleinhandelaar\": Apotheek die beschikt over een voor het publiek opengestelde farmaceutische officina, zoals gedefinieerd in artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 januari 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/01/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/01/2009 numac 2009018031 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit houdende onderrichtingen voor de apothekers sluiten houdende onderrichtingen voor de apothekers;2° \"distributeur\": groothandelaars-verdelers in de zin van artikel 1/20 van de wet op de geneesmiddelen van 25 maart 1964.3° \"geneesmiddelen\": elke stof of samenstelling die curatieve en preventieve eigenschappen ten opzichte van menselijke of dierlijke ziektes zou vertonen, die op voorhand wordt voorbereid en in een specifieke verpakking, onder een specifieke benaming of onder zijn internationale gemeenschappelijke benaming in de handel wordt gebracht.4° \"afvalstof van geneesmiddelen\": elk geneesmiddel waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen en dat een afvalstof is in de zin van de ordonnantie afvalstoffen, ongeacht of de geldigheidsdatum verstreken is dan wel het geneesmiddel ongebruikt is. § 2. Dit hoofdstuk is van toepassing op de afvalstoffen van geneesmiddelen, opgenomen onder de volgende afvalcode: 20 01 32 Andere geneesmiddelen dan die bedoeld in rubriek 20 01 31. Afdeling 2. - Beheer van afvalstoffen van geneesmiddelen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-432\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.3.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Iedere houder van afvalstoffen van geneesmiddelen moet deze bij de inzameling gescheiden van het restafval aanbieden. § 2. De kleinhandelaar neemt gratis al de afvalstoffen van geneesmiddelen terug die hem door de consument worden aangeboden, zonder verplichting om een ander product te kopen Vóór de inzameling van de teruggebrachte afvalstoffen brengt de kleinhandelaar op elk recipiënt een identificatie-etiket of zijn stempel aan, duidelijk leesbaar. § 3. De distributeur haalt op zijn kosten regelmatig al de teruggenomen afvalstoffen van geneesmiddelen op bij de kleinhandelaars. Hij houdt die afvalstoffen ter beschikking van de producent en zorgt eventueel, in samenspraak met de producent, voor het vervoer naar de door deze producent aangewezen vergunde verwerkingsinrichtingen, met inachtneming van de reglementaire bepalingen betreffende het vervoer en de inzameling van afvalstoffen. § 4. De producent is verplicht de afvalstoffen van geneesmiddelen regelmatig en op eigen kosten bij de distributeurs of, bij gebreke daarvan, bij de kleinhandels op te halen. § 5. De producent laat de afvalstoffen van geneesmiddelen op zijn kosten verwerken in een vergunde verbrandingsinstallatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Al de afvalstoffen van geneesmiddelen worden energetisch gevaloriseerd. § 6. De handelingen voor de inzameling en verwerking worden uitgevoerd op kosten van de producent. Afdeling 3. - Rapportage</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-433\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.3.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De producent verstrekt het Instituut vóór 31 mei van ieder jaar de volgende informatie voor het verstreken kalenderjaar: 1. het aantal kleinhandelaars gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het aantal kleinhandelaars dat daadwerkelijk heeft deelgenomen aan de gescheiden inzameling van de afvalstoffen van geneesmiddelen;2. de lijst van de distributeurs die deelgenomen hebben aan de gescheiden inzameling van de afvalstoffen van geneesmiddelen;3. een overzicht van de modaliteiten betreffende de verpakking, de inzameling, het vervoer en de nuttige toepassing van de afvalstoffen van geneesmiddelen;4. het in kilogram uitgedrukte totaalgewicht van de ingezamelde en verwerkte afvalstoffen van geneesmiddelen;5. de gegevens over de ondernomen sensibiliserings- en preventieacties, de beoordeling van die acties en de berekening van de resultatenindicatoren;6. de wijze(n) van financiering van de inzameling en verwerking van de afvalstoffen van geneesmiddelen. § 2. Het Instituut kan van elke producent eisen dat hij alle andere relevante informatie verstrekt om te beoordelen in hoeverre de in dit besluit beschreven doelstellingen werden bereikt en om de uitvoering te controleren. Afdeling 4. - Sensibilisering van de consument</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-434\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.3.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De producenten zorgen ervoor, met name via voorlichtingscampagnes en een geschikt systeem voor de behandeling van de aanvragen, dat de consumenten en kleinhandelaars ingelicht worden over de tot stand gebrachte inzamel- en verwerkingssystemen en over de rol die zij bij het beheer van de afvalstoffen van geneesmiddelen te vervullen hebben. HOOFDSTUK 4. - Afgedankte voertuigen Art. 4.4.1 Artikel 2.2° van het besluit van 15 april 2004 betreffende het beheer van afgedankte voertuigen wordt vervangen door de volgende bepaling: « Afgedankt voertuig : (...) Elk voertuig dat niet meer overeenkomstig zijn oorspronkelijke bestemming wordt gebruikt of kan worden gebruikt en waarvan de houder zich ontdoet, voornemens of verplicht is zich te ontdoen, of waarvan de houder niet binnen de maand alle volgende boorddocumenten kan tonen: - het geldige inschrijvingsbewijs van de bevoegde overheid voor de inschrijving van de voertuigen of van de bevoegde overheid voor inschrijving van de voertuigen van een lidstaat van de Europese Unie; - het geldige schouwingsbewijs, afgegeven door een instelling van de technische keuring van een EU lidstaat, tenzij het voertuig er niet over moet beschikken volgens het Koninklijk Besluit van 15 maart 1986 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. (...) Elk voertuig dat niet over een geldig schouwingsbewijs beschikt, tenzij het er niet over moet beschikken, waarvan het schouwingsbewijs sedert ten minste twee jaar vervallen is of waarvan twee jaar verstreken zijn vanaf de datum waarop hij voor het eerst op de technische keuring had moeten worden aangeboden, of dat zich in een staat van technisch totaal verlies bevindt, is een afgedankt voertuig. (...) Worden niet beschouwd als afgedankte voertuigen: - oldtimers die in het repertorium van de voertuigen en de aanhangwagens ingeschreven zijn; - voertuigen die als verzamelstuk in een voor hen bestemd afgesloten lokaal worden bewaard; - voertuigen die voor didactische doeleinden worden gebruikt; - voertuigen die voor tentoonstellings- of herdenkingsactiviteiten bestemd zijn; - voertuigen die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijk onderzoek of een inbeslagname en nog niet vrijgegeven. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-442\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.4.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde besluit wordt artikel 7 § 2 vervangen door de volgende bepaling: « De houder van een afgedankt voertuig die niet in staat is de boorddocumenten binnen de maand te tonen, of dat zich in een staat van technisch totaal verlies bevindt en waarvan de houder niet binnen de maand de rehabilitatieprocedure opstart, of waarvan het schouwingsbewijs sedert ten minste twee jaar vervallen is of waarvan twee jaar verstreken zijn vanaf de datum waarop hij voor het eerst op de technische keuring had moeten worden aangeboden, dient het voertuig onmiddellijk in te leveren op één van de volgende bestemmingen. - bij een kleinhandelaar die minstens de in artikel 8 gestelde voorwaarden vervult, - bij de exploitant van een geregistreerd demonteercentrum voor afgedankte voertuigen, - bij de exploitant van een geregistreerd demonteercentrum voor afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven, - bij de exploitant van een geregistreerd centrum voor de vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven, - of bij elk ander centrum dat in de andere Gewesten is vergund en ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-443\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.4.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afgedankte voertuigen zijn niet onderworpen aan de bepalingen van titels I en III. HOOFDSTUK 5. - Dierlijke bijproducten Art. 4.5. Dierlijke bijproducten zijn niet onderworpen aan de bepalingen van huidig besluit. HOOFDSTUK VI. - Verpakkingsafval Afdeling I. - Plastic zakjes</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-461\"><span class=\"lf-art-num\">Art 4.6.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Definities In de zin van deze afdeling verstaan we onder : 1° « kassazakjes » : de zakjes die, tegen betaling of gratis, ter beschikking worden gesteld in de verkooppunten voor het verpakken van de waren van de klanten als ze aan de kassa voorbijkomen.De zakjes die worden aangeboden als primaire verpakking voor voedingswaren in bulk worden niet als kassazakjes beschouwd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-462\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1. Het gebruik van plastic wegwerpzakjes is verboden in de verkoopruimte van detailhandelaars</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod is niet van toepassing op herbruikbare plastic zakjes die beantwoorden aan de vereisten inzake herbruikbare verpakkingen zoals gedefinieerd in bijlage 12. § 2. Het verbod zoals bedoeld in paragraaf 1 is van toepassing vanaf 1 september 2017 voor de kassazakjes en vanaf 1 september 2018 voor alle andere zakjes die bestemd zijn voor het verpakken van waren en die gebruikt worden in de verkoopruimte van detailhandelaars. § 3. In afwijking van de voorgaande paragraaf, bepaalt de minister de soorten plastic zakjes waarvoor de in de voorgaande paragraaf beoogde data niet van toepassing zijn. De minister preciseert de lijst van de vrijstellingen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL V. - Wijzigings-, opheffings-, overgangs- en slotbepalingen HOOFSTUK 1. - Wijzigingsbepalingen Art. 5.1. Wijziging van het</h3>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/11/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/12/2009 numac 2009000839 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen § 1. De rubrieken nr. 22, nr 28, nr. 33, nr. 41, nr. 44, nr. 45, nr. 46, nr. 47, nr. 48, nr. 49, nr. 50, nr. 51 en nr.103 van de bijlage van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/11/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/12/2009 numac 2009000839 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen worden respectievelijk door volgende rubrieken vervangen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. Rubriek/ N° rubrique Benamingen Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé 22.1 Opslagplaatsen voor slib met een voor opslag bestemde totale oppervlakte tot en met 100 m² Dépôts de boues dont la surface totale destinée au stockage est inférieure ou égale à 100 m² 1C Boues, terres excavées (dépôt)/Slib, uitgegraven grond (opslag) 22.2 Opslagplaatsen voor slib en/of uitgegraven grond met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 100 m² Dépôts de boues et/ou de terres excavées dont la surface totale destinée au stockage est supérieure à 100 m² 1B 22.3 Verwerkingsinrichting, met inbegrip van de inzameling, van slib en/of uitgegraven grond Installation de traitement, y compris la collecte, de boues et/ou de terres excavées Boues, terres excavées (verwerking)/Slib, uitgegraven grond (traitement) A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B 28.1 Werf voor: - de bouw, de verbouwing of de afbraak van gebouwen buiten het openbare wegennet of kunstwerken waarbij installaties worden gebruikt met een totale drijfkracht van meer dan 50 kW; - de verbouwing of afbraak met een bruto oppervlakte van meer dan 500 m² van een gebouw, een kunstwerk of een leiding waarvan de bouwvergunning is afgeleverd voor 1 oktober 1998; met inbegrip van de inrichtingen begrepen in andere rubrieken met uitzondering van : - de in-situ afvalverwijderingsinrichting, - de opslagplaats voor springstoffen, - saneringswerven Chantier de : - construction, transformation ou démolition de bâtiments hors voirie ou d'ouvrages d'art mettant en oeuvre des installations ayant une force motrice totale de plus de 50 kW ; - transformation ou démolition d'une surface brute de plus de 500 m² d'un bâtiment, d'un ouvrage d'art ou d'une conduite, dont le permis d'urbanisme autorisant la construction a été délivré avant le 1er octobre 1998 ; y compris les installations reprises à d'autres rubriques à l'exception de : - l'élimination de déchets in-situ, - dépôt d'explosifs, - chantiers d'assainissement - 3 Chantiers/Werven 28.2 Rioolrenovatiewerven met kousmethode waarbij gebruik gemaakt wordt van polymeer (met uitzondering van herstellen van aftakleidingen) Chantiers de chemisage ou coating des égouts, utilisant des polymères (à l'exception des chantiers relatifs à la réfection des branchements) 3 33 Inrichtingen voor het schoonmaken en herconditioneren van vaten, containers en tanken die gevaarlijke stoffen hebben bevat (stoffen gekarakteriseerd door een gevaarseigenschap \" H\")</p>\n<p class=\"lf-p\">Installations pour le nettoyage et le reconditionnement de fûts, conteneurs et citernes ayant contenu des substances dangereuses (substances caractérisées par une mention de danger \"H\" ) 1B Citernes (nettoyage)/Tanken (schoonmaak) 41.1 Composteercentra met een capaciteit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Centres de compostage d'une capacité :</p>\n<p class=\"lf-p\">Compostage/ Biométhanisation Composteren/ Biomethaniseren A van 10 tot en met 1000 t/jaar A de 10 à 1000 t/an 2 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B 41.2 Biomethaniseercentra Centres de biométhanisation 1B 44 Inrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Installations de tri et/ou de préparation en vue du réemploi des déchets d'une capacité :</p>\n<p class=\"lf-p\">Déchets (Centre de tri/ Réemploi) Afvalstoffen (Sorteercentrum/ Hergebruik) A tot en met 10 t/jaar A inférieure ou égale à 10 t/an 3 B van meer dan 10 tot en met 1000 t/jaar B supérieure à 10 et jusqu'à 1000 t/an 2 C van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar C supérieure à 1000 et jusqu'à 100.000 t/an 1B 45.1 Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dépôts de déchets dangereux, à l'exception des dépôts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage est :</p>\n<p class=\"lf-p\">Déchets dangereux (dépôt) Gevaarlijke afvalstoffen (opslag) A van 1 tot en met 5 m² A comprise entre 1 et 5 m² 2 B van meer dan 5 m² B supérieure à 5 m² 1B 45.2 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21° C met een capaciteit :</p>\n<p class=\"lf-p\">Dépôts de déchets dangereux liquides dont le point d'éclair est inférieur à 21° C d'une capacité :</p>\n<p class=\"lf-p\">Déchets dangereux liquides inflammables (dépôt) Ontvlambare vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag) A van 50 tot en met 500 l A comprise entre 50 et 500 l 2 B van meer dan 500 l B supérieure à 500 l 1B 45.3 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit :</p>\n<p class=\"lf-p\">Dépôts de déchets dangereux liquides non repris à la rubrique 45.2 d'une capacité :</p>\n<p class=\"lf-p\">Déchets dangereux liquides (dépôt) Vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag) A van 100 tot en met 5.000 l A comprise entre 100 et 5.000 l 2 B van meer dan 5.000 l B supérieure à 5.000 l 1B 45.4 Opslagplaatsen voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur met een voor opslag bestemde totale oppervlakte Dépôts de déchets d'équipements électriques et électroniques d'une superficie totale destinée au stockage :</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEE (dépôt) AEEA (opslag) A - van 5 tot en met 25 m² A - entre 5 et 25 m² ;</p>\n<p class=\"lf-p\">3 B van meer dan 25 m² B supérieure à 25 m² 1B 46 Inrichtingen of uitrusting voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets dangereux à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques 1B Déchets dangereux (traitement) Gevaarlijke afvalstoffen (verwerking) 47 Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dépôts de déchets non dangereux, à l'exception des dépôts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage est :</p>\n<p class=\"lf-p\">Déchets non dangereux (dépôt) Niet gevaarlijke afvalstoffen (opslagplaats) A van 100 tot en met 2000 m² A comprise entre 100 et 2000 m² 2 B van meer dan 2000 m² B supérieure à 2000 m² 1B 48 Inrichtingen of uitrustingen voor de mechanische verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder rubriek 44 vallen, met een totale drijfkracht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Installations ou équipements pour le traitement mécanique de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à la rubrique 44, dont la force motrice totale est :</p>\n<p class=\"lf-p\">Déchets non dangereux (traitement mécanique) Niet gevaarlijke afvalstoffen (mechanische verwerking) A van 2 tot en met 20 kW A comprise entre 2 et 20 kW 2 B van meer dan 20 kW B supérieure à 20 kW 1B 49 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen, met een capaciteit van :</p>\n<p class=\"lf-p\">Installations ou équipements pour le traitement de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques, d'une capacité Déchets non dangereux (traitement) Niet gevaarlijke afvalstoffen (verwerking) A. 0 tot 100 t/jaar A de 0 à 100 t/an 2 B. van meer dan 100 t/jaar B supérieure à 100 t/an 1B 50 Verbrandingsinrichtingen van niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 12 t/dag Installations d'incinération de déchets non dangereux d'une capacité inférieure ou égale à 12 t/jour 1B Déchets non dangereux (incinération) Niet gevaarlijke afvalstoffen (verbranding) 51 Inzamelinrichting van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van de inrichtingen die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Installations de collecte de déchets, y compris le dépôt de ces déchets et à l'exception des installations reprises aux rubriques 44 et 220, d'une capacité :</p>\n<p class=\"lf-p\">Déchets (collecte) Afvalstoffen (inzameling) A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2 B van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar B supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B 103</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts of ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen; - Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Installations destinées à la production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais ou de concentrés de minerais ou autre matériau (à l'exception des déchets) selon des procédés métallurgiques ou électrolytiques et dont la capacité est inférieure ou égale à 100.000 t/an de métaux bruts non ferreux ; - Installations de calcination et de frittage de minerais métalliques 1B Minerais (traitement) (bewerking)</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-2\"><span class=\"lf-art-num\">§ 2</span><span class=\"lf-art-t\">De volgende rubriek wordt toegevoegd in de bijlage van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/11/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/12/2009 numac 2009000839 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 tot vaststelling van de lijst van de inrichtingen van klasse IB, 1C, 1D, II en III in uitvoering van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen :</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. Rubriek/ N° rubrique Benamingen Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé 178 Gebruik van valoriseerbare materialen Utilisation de matériaux valorisables 1D Matériaux valorisables/ valoriseerbare materialen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-3\"><span class=\"lf-art-num\">§ 3</span><span class=\"lf-art-t\">De rubrieken nr. 80 en nr. 81 van de bijlage van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/11/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/12/2009 numac 2009000839 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen worden geschrapt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wijziging van het besluit van 20 mei 1999 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot verplichting van het inwinnen van het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp voor bepaalde ingedeelde inrichtingen § 1. De rubrieken nr. 44, nr. 45, nr. 46, nr. 47, nr. 48, nr. 49, nr. 50, nr. 51 en nr. 103 in de bijlage I bij het besluit van 20 mei 1999 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot verplichting van het inwinnen van het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp voor bepaalde ingedeelde inrichtingen worden respectievelijk vervangen door volgende rubrieken Nr. Rubriek/ N° rubrique Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé 44 Inrichtingen voor het sorteren en/of voor het voorbereiden met het oog op hergebruik van afvalstoffen met een capaciteit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Installations de tri et/ou de préparation en vue du réemploi des déchets d'une capacité :</p>\n<p class=\"lf-p\">Déchets (Centre de tri/Réemploi) Afvalstoffen (Sorteercentrum/ Hergebruik) C van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar C supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B 45.1 Opslagplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaats die onder andere rubrieken valt, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dépôts de déchets dangereux, à l'exception du dépôt repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est :</p>\n<p class=\"lf-p\">Déchets dangereux (dépôt) Gevaarlijke afvalstoffen (opslag) B van meer dan 5 m² B supérieure à 5 m² 1B 45.2 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 21° C met een capaciteit :</p>\n<p class=\"lf-p\">Dépôts de déchets dangereux liquides dont le point d'éclair est inférieur à 21° C d'une capacité :</p>\n<p class=\"lf-p\">Déchets dangereux liquides inflammables (dépôt) Ontvlambare vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag) A van 50 tot en met 500 l A comprise entre 50 et 500 l 2 B van meer dan 500 l B supérieure à 500 l 1B 45.3 Opslagplaatsen voor vloeibare gevaarlijke afvalstoffen niet opgenomen in rubriek 45.2 met een capaciteit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dépôts de déchets dangereux liquides non repris à la rubrique 45.2 d'une capacité :</p>\n<p class=\"lf-p\">Déchets dangereux liquides (dépôt) Vloeibare gevaarlijke afvalstoffen (opslag) A van 100 tot en met 5.000 l A comprise entre 100 et 5.000 l 2 B van meer dan 5.000 l B supérieure à 5.000 l 1B 46 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets dangereux à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques 1B Déchets dangereux (traitement) Gevaarlijke afvalstoffen (verwerking) 47 Opslagplaatsen voor niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen die onder andere rubrieken vallen, met een voor opslag bestemde totale oppervlakte:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dépôts de déchets non dangereux, à l'exception des dépôts repris à d'autres rubriques, dont la surface totale destinée au stockage sur le site est :</p>\n<p class=\"lf-p\">Déchets non dangereux (dépôt) Niet gevaarlijke afvalstoffen (opslagplaats) A van 100 tot en met 2000 m² A comprise entre 100 et 2000 m² 2 B van meer dan 2000 m² B supérieure à 2000 m² 1B 48 Inrichtingen of uitrustingen voor de mechanische verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder rubriek 44 vallen, met een totale drijfkracht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Installations ou équipements pour le traitement mécanique de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à la rubrique 44, dont la force motrice totale est :</p>\n<p class=\"lf-p\">Déchets non dangereux (traitement mécanique) Niet gevaarlijke afvalstoffen (mechanische verwerking) B van meer dan 20 kW B supérieure à 20 kW 1B 49 Inrichtingen of uitrustingen voor de verwerking van niet gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van inrichtingen die onder andere rubrieken vallen Installations ou équipements pour le traitement de déchets non dangereux, à l'exception des installations reprises à d'autres rubriques Déchets non dangereux (traitement) Niet gevaarlijke afvalstoffen (verwerking) B. van meer dan 100 t/jaar B supérieure à 100 t/an 1B 50 Verbrandingsinrichtingen van niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 12 t/dag Installations d'incinération de déchets non dangereux d'une capacité inférieure ou égale à 12 t/jour 1B Déchets non dangereux (incinération) Niet gevaarlijke afvalstoffen (verbranding) 51 Inzamelinrichting van afvalstoffen, met inbegrip van de opslag van deze afvalstoffen en met uitzondering van de inrichting die onder rubrieken 44 en 220 vallen, met een capaciteit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Installations de collecte de déchets, y compris le dépôt de ces déchets et à l'exception des installations reprises sous rubriques 44 et 220, d'une capacité :</p>\n<p class=\"lf-p\">Déchets (collecte) Afvalstoffen (inzameling) B van meer dan 1000 tot en met 100.000 t/jaar B supérieure à 1000 et jusqu' à 100.000 t/an 1B 103</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Inrichtingen voor de winning van ruwe non-ferrometalen uit erts of ertsconcentraat of een ander materiaal (met uitzondering van afvalstoffen) met metallurgische of elektrolytische processen met een capaciteit van minder dan of gelijk aan 100.000 t/jaar ruwe non-ferrometalen; - Inrichtingen voor het roosten en sinteren van ertsen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Installations destinées à la production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais ou de concentrés de minerais ou autre matériau (à l'exception des déchets) selon des procédés métallurgiques ou électrolytiques et dont la capacité est inférieure ou égale à 100.000 t/an de métaux bruts non ferreux ; - Installations de calcination et de frittage de minerais métalliques 1B Minerais (traitement)</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De volgende rubriek wordt toegevoegd in de bijlage I bij het besluit van 20 mei 1999 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot verplichting van het inwinnen van het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp voor bepaalde ingedeelde inrichtingen Nr. Rubriek/ N° rubrique Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/ Mot-clé 41.1 Composteercentra met een capaciteit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Centres de compostage d'une capacité :</p>\n<p class=\"lf-p\">Compostage/ Biométhanisation Composteren/ Biomethaniseren B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 t/an 1B 41.2 Biomethaniseercentra Centres de biométhanisation 1B</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rubrieken n° 80 en nr. 81 in de bijlage I bij het besluit van 20 mei 1999 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot verplichting van het inwinnen van het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp voor bepaalde ingedeelde inrichtingen worden geschrapt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wijziging van het besluit van 17 december 2009 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten § 1. De rubrieken nr. 22, nr. 33, nr. 45, nr. 46, en nr. 103 van de bijlage bij het besluit van 17 december 2009 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten worden respectievelijk vervangen door volgende rubrieken Nr. Rubriek/ N° rubrique Benaming Dénomination Klasse/Classe Sleutelwoord/Mot-clé Beperking Limitations 22.1 Opslagplaatsen voor slib met een voor opslag bestemde totale oppervlakte tot en met 100 m² Dépôts de boues dont la surface totale destinée au stockage sur le site est inférieure ou égale à 100 m² 1C Boues, terres excavées (dépôt)/Slib, uitgegraven grond (opslag) Worden niet als risicoactiveiten beschouwd : de opslagplaatsen voor en de verwerking van slib en/of uitgegraven grond die de interventienormen niet overschrijden Ne sont pas considérées comme activité à risque : les dépôts de et le traitement de boues et/ou de terres excavées ne dépassant pas les normes d'intervention 22.2 Opslagplaatsen voor slib en/of uitgegraven grond met een voor opslag bestemde totale oppervlakte van meer dan 100 m² Dépôts de boues et/ou de terres excavées dont la surface totale destinée au stockage sur le site est supérieure à 100 m² 1B 22.3 Verwerkingsinrichting, met inbegrip van de inzameling, van slib en/of uitgegraven grond Installation de traitement, y compris la collecte, de boues et/ou de terres excavées Boues, terres excavées (verwerking)/Slib, uitgegraven grond (traitement) A tot en met 1000 t/jaar A inférieure ou égale à 1000 t/an 2 B van meer dan 1000 t/jaar B supérieure à 1000 à 1000 t/an 1B 33 Inrichtingen voor het schoonmaken en herconditioneren van vaten, containers en tanken die gevaarlijke stoffen hebben bevat (stoffen gekarakteriseerd door een gevaarseigenschap \" H\") Installations pour le nettoyage et le reconditionnement de fûts, conteneurs et citernes ayant contenu des substances dangereuses (substances caractérisées par une mention de danger \"H\" ) 1B Citernes (nettoyage)/ Tanken (schoonmaak) Zijn risicoactiviteiten als de bedoelde substanties volgens de CLP-verordening geklasseerd zijn als producten die een risico of een gevaar voor de gezondheid inhouden, anders dan corrosief en irriterend, of voor het leefmilieu, anders dan voor de ozonlaag*</p></div>", "next": 239594}