{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Als NADO Vlaanderen resultatenbeheer heeft over de dopingpraktijk, legt NADO Vlaanderen de verplichte voorlopige schorsing, vermeld in het eerste lid, op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een sporter of andere persoon kan buiten de gevallen van verplichte voorlopige schorsing, vermeld in het eerste lid, optioneel een voorlopige schorsing opgelegd krijgen als uit de feiten en het voorliggende bewijsmateriaal voldoende blijkt dat een disciplinaire maatregel zal worden opgelegd. De optionele voorlopige schorsing wordt aan een sporter opgelegd om de gevolgen van een mogelijke definitieve uitsluiting met bijbehorende diskwalificatie van resultaten die behaald zijn nadat de dopingpraktijk is vastgesteld, te beperken voor andere sporters dan de sporter in kwestie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als NADO Vlaanderen resultatenbeheer heeft over de dopingpraktijk, kan NADO Vlaanderen de optionele voorlopige schorsing, vermeld in het derde lid, opleggen. NADO Vlaanderen kan een optionele voorlopige schorsing als vermeld in het derde lid, opleggen in elke fase van het resultatenbeheer tot aan een beslissing ten gronde, gewezen in eerste aanleg. NADO Vlaanderen kan de voormelde optionele voorlopige schorsing in voorkomend geval ook op elk moment intrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een voorlopige schorsing kan enkel worden opgelegd nadat de sporter of andere persoon, het WADA, de federatie en de internationale federatie op de hoogte is gebracht van de feiten op grond waarvan de sporter verdacht wordt van een dopingpraktijk en in voorkomend geval na het onderzoek, vermeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een voorlopige schorsing mag enkel worden opgelegd als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan: 1° aan de sporter of andere persoon is de mogelijkheid geboden van een voorlopige hoorzitting hetzij vóór het opleggen van de voorlopige schorsing, hetzij tijdig nadat de voorlopige schorsing is opgelegd;2° aan de sporter of andere persoon is de mogelijkheid geboden om tijdig een versnelde hoorzitting ten gronde te houden nadat een voorlopige schorsing is opgelegd. De sporter of andere persoon aan wie een voorlopige schorsing wordt opgelegd, kan een voorlopige hoorzitting vragen. De voorlopige hoorzitting wordt uitgevoerd door de instantie die bevoegdheid heeft over de sporter of andere persoon voor het houden van een hoorzitting ten gronde, conform artikel 24 of 30 van dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verplichte voorlopige schorsing kan worden opgeheven als de sporter een van de volgende gevallen kan aantonen: 1° het is aannemelijk dat de vermoedelijke dopingpraktijk verband houdt met een besmet product;2° de vermoedelijke dopingpraktijk houdt verband met een misbruikstof en de sporter kan aantonen dat de misbruikstof gebruikt is buiten wedstrijdverband en geen verband vertoont met de sportprestaties, en de sporter recht heeft op het krijgen van een verminderde sanctie. De instantie die de voorlopige schorsing heeft opgelegd, heft onmiddellijk de voorlopige schorsing die verband houdt met een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 1°, op als de analyse van het B-monster de analyse van het A-monster niet bevestigt. Conform het derde lid kan in het voormelde geval een optionele voorlopige schorsing wel nog worden opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instantie die gemachtigd is een voorlopige schorsing op te leggen, brengt de volgende partijen op de hoogte van elke beslissing over een voorlopige schorsing: 1° de sporter, behalve in de gevallen waarbij geen kennisgeving van de vaststellingen aan de sporter verplicht is, of andere persoon in kwestie;2° de federatie waarbij de sporter of andere persoon is aangesloten of die onder de bevoegdheid daarvan valt;3° de NADO van de woonplaats van de sporter of andere persoon of de NADO van de plaats waar deze de nationaliteit heeft of zijn licentie heeft verkregen;4° de respectievelijke internationale federatie;5° het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, met inbegrip van beslissingen die een effect kunnen hebben op de toelatingsvoorwaarden voor de Olympische of Paralympische Spelen;6° het WADA. Beroep tegen een beslissing met betrekking tot een voorlopige schorsing kan ingesteld worden conform artikel 24/1 of 36.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het elfde lid kan geen beroep worden ingesteld tegen de beslissing van een hoorinstantie om een verplichte voorlopige schorsing niet op te heffen nadat de sporter heeft aangebracht dat de inbreuk waarschijnlijk te wijten is aan een besmet product, conform artikel 7.4.1 van de Code.</p>\n<p class=\"lf-p\">De duur van een voorlopige schorsing wordt afgetrokken van een eventuele uitsluitingsperiode die uiteindelijk aan de sporter of andere persoon wordt opgelegd of die hij aanvaardt en naleeft. Als een sporter of andere persoon de voorwaarden van de voorlopige schorsing niet naleeft, wordt geen enkele verrekening van de voorlopige schorsing in de periode van uitsluiting toegepast en worden alle resultaten die behaald zijn tijdens de voorlopige schorsing gediskwalificeerd. § 2. Als een sporter geen voorlopige schorsing wordt opgelegd, kan de sporter in kwestie binnen een van de volgende termijnen vrijwillig een voorlopige schorsing aanvaarden: 1° binnen tien dagen na de kennisgeving van het resultaat van de analyse van het B-monster of nadat de termijn om een analyse van het B-monster te vragen, is verstreken;2° uiterlijk op de dag vóór de dag waarop de sporter in kwestie van plan is om opnieuw aan een wedstrijd deel te nemen na afloop van de termijn, vermeld in punt 1°. Een andere persoon dan een sporter, aan wie een dopingpraktijk ten laste wordt gelegd, kan vrijwillig een voorlopige schorsing aanvaarden binnen tien dagen na de kennisgeving van de mogelijke dopingpraktijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vrijwillige voorlopige schorsing als vermeld in het eerste en tweede lid, heeft dezelfde draagwijdte als een voorlopige schorsing die is opgelegd conform paragraaf 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrijwillige voorlopige schorsing kan op elk moment worden ingetrokken met een schriftelijke kennisgeving aan NADO Vlaanderen. In dat geval wordt geen rekening gehouden met de periode waarin een voorlopige schorsing is nageleefd.\". Art. 27.In titel 6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 4 december 2015, wordt het opschrift van hoofdstuk 1/2 vervangen door wat volgt: \"Hoofdstuk 1/2. Disciplinaire maatregelen en beroepsmogelijkheden inzake elitesporters, breedtesporters, begeleiders en andere personen onder aangesloten federaties\". Art. 28.Artikel 24 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/2015 numac 2015035083 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/02/2015 numac 2015035048 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 aan de Code 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015035135 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2014 numac 2014036945 bron vlaamse overheid Decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/06/2015 numac 2015035562 bron vlaamse overheid Decreet houdende de tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/2015 numac 2015031356 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest 19 DECEMBER 2014 - Decreet houdende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 2014 sluiten, wordt vervangen door wat volgt: \"Art. 24.§ 1. Aangesloten federaties zijn onderworpen aan de Code, de Internationale Standaarden en de antidopingregels van de internationale sportfederaties waartoe ze behoren en aan de bepalingen van dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De federaties, vermeld in het eerste lid, zijn verantwoordelijk voor het opleggen van de disciplinaire gevolgen van dopingpraktijken, conform de Code, gepleegd door: 1° elitesporters die bij hen aangesloten zijn of die bij hen aangesloten waren op het ogenblik van de overtreding of die anderzijds onder de bevoegdheid van de federatie vallen;2° breedtesporters die bij hen aangesloten zijn of aangesloten waren op het ogenblik van de overtreding of die anderzijds onder de bevoegdheid van de federatie vallen;3° begeleiders en andere personen die lid zijn van de federatie, die een contractuele band hebben met de federatie, met een sporter die lid is van de federatie, of die onder de bevoegdheid van de federatie vallen en die door de federatie onderworpen zijn aan de toepassing van de antidopingregels conform de Code;4° ploegen die onder de bevoegdheid van de federatie vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegdheid van de federatie, vermeld in het eerste lid, omvat: 1° het organiseren van een voorlopige hoorzitting en het nemen van een beslissing over een voorlopige schorsing na een voorlopige hoorzitting, conform artikel 23/2, § 1, zevende lid;2° het nemen van een beslissing na het aanvaarden van de gevolgen van dopingpraktijken door een sporter of andere persoon zonder hoorzitting, conform artikel 23/1/2, § 4, eerste en tweede lid;3° het organiseren van een hoorzitting en het nemen van een beslissing over de gevolgen van dopingpraktijken, in zaken waar een hoorzitting is gevraagd door de sporter of andere persoon conform artikel 23/1/2, § 4, eerste lid, met inbegrip van een versnelde hoorzitting ten gronde;4° het nemen van een beslissing over de schending van de voorlopige schorsing of definitieve uitsluiting, conform artikel 23/1, § 3;5° het nemen van een beslissing over de mogelijke vermindering van de periode van uitsluiting die opgelegd is voorafgaand aan de inwerkingtreding van enige wijziging van de Code, conform artikel 17 van de Code, in de gevallen waarbij de federatie verantwoordelijk was voor de beslissing die de gevolgen van dopingpraktijken heeft opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangesloten federaties, vermeld in het eerste lid, zijn gehouden de bevoegdheden uit te oefenen in overeenstemming met de Code en de Internationale Standaarden. De ADO die conform artikel 23/1, § 1, de bevoegdheid heeft voor het uitvoeren van het resultatenbeheer, blijft volledig verantwoordelijk onder de Code voor de toepassing van de Code in het resultatenbeheer over een mogelijke dopingpraktijk. Als NADO Vlaanderen het resultatenbeheer heeft over de mogelijke dopingpraktijk, blijft NADO Vlaanderen als nationale antidopingorganisatie onder de Code en ondertekenaar van de Code ervoor verantwoordelijk dat de handelingen van de federaties, vermeld in het tweede lid, gesteld worden conform de Code en de Internationale Standaarden, en is daarbij onderworpen aan de mogelijke gevolgen van niet-naleving van de Code door ondertekenaars van de Code.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een sporter of andere persoon als vermeld in het tweede lid, die ervan wordt beschuldigd een dopingpraktijk te hebben gepleegd, heeft recht op een eerlijke hoorzitting binnen een redelijke termijn voor een eerlijk en operationeel onafhankelijk disciplinair orgaan, dat binnen een redelijke termijn een gemotiveerde beslissing neemt. Conform artikel 23/1/2, § 4, tweede lid, kan de sporter of andere persoon expliciet afstand doen van het recht op een hoorzitting, of impliciet afstand doen van dat recht door geen verweer te voeren tegen de beschuldiging van een dopingpraktijk binnen de termijn, vermeld in artikel 23/1/2, § 3, derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het akkoord van de sporter of andere persoon in kwestie, van NADO Vlaanderen en van het WADA kunnen mogelijke dopingpraktijken die betrekking hebben op internationale of nationale elitesporters of andere personen onmiddellijk gehoord worden door het TAS in een enige aanleg overeenkomstig artikel 8.5 van de Code, zonder voorafgaande disciplinaire procedure op nationaal niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als geen beslissing is genomen over het al dan niet aanwezig zijn van een dopingpraktijk binnen een redelijke termijn die door het WADA is bepaald, kan het WADA de zaak rechtstreeks aanhangig maken bij het TAS, waarbij de zaak behandeld wordt alsof er een beslissing is genomen dat er geen dopingpraktijk is begaan. Als het TAS daarbij beslist dat een dopingpraktijk aanwezig was en het WADA terecht de zaak aanhangig heeft gemaakt bij het TAS, dan kan het WADA de kosten van de procedure verhalen op NADO Vlaanderen. § 2. Elke beslissing die genomen wordt conform paragraaf 1, wordt binnen vijf werkdagen meegedeeld aan NADO Vlaanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">NADO Vlaanderen brengt de partijen die recht hebben om beroep in te stellen, vermeld in artikel 24/1, § 4, eerste lid, en § 5, eerste lid, op de hoogte van de beslissing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennisgeving, vermeld in het eerste lid, omvat de beslissing, de motivering van de beslissing, een verantwoording waarom de maximale sanctie niet was opgelegd, en in voorkomend geval een korte samenvatting in het Engels of Frans.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een aangesloten federatie enige kennisgeving van de beslissing heeft gedaan aan een of meerdere van de partijen, vermeld in het eerste lid, bevestigt de aangesloten federatie die kennisgeving aan NADO Vlaanderen. In dat geval geldt de kennisgeving die de aangesloten federatie heeft gedaan als officiële kennisgeving aan de partij in kwestie voor het berekenen van de beroepstermijn.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 29</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In titel 6, hoofdstuk 1/2, van hetzelfde decreet, wordt een artikel 24/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 24/1.§ 1. Tegen de volgende beslissingen of in de volgende gevallen, kan beroep worden ingesteld, conform artikel 13.2 van de Code: 1° een beslissing van een aangesloten federatie, conform artikel 24, § 1, dat een dopingpraktijk is gepleegd, die gevolgen van dopingpraktijken oplegt of geen gevolgen oplegt, of dat geen dopingpraktijk is begaan;2° een beslissing van een aangesloten federatie, conform artikel 24, § 1, dat de procedure die het gevolg is van een dopingpraktijk niet kan verdergezet worden op basis van procedurele gronden, met inbegrip van verjaring; 3° een beslissing van een aangesloten federatie, conform artikel 24, § 1, over de mogelijke schending van het verbod op deelname tijdens een periode van uitsluiting of voorlopige schorsing als vermeld in artikel 23/1, § 3, van dit decreet, en conform artikel 10.14.3 van de Code; 4° een beslissing van een aangesloten federatie, conform artikel 24, § 1, tweede lid, 5°, die betrekking heeft op de herziening van een beslissing voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wijzigingen in de Code, conform artikel 70, derde lid, van dit decreet en artikel 27.3 van de Code; 5° een beslissing die genomen is met toepassing van artikel 23/1/2, § 4, van dit decreet, die niet conform is aan artikel 10.8.1 van de Code; 6° een beslissing van een aangesloten federatie om een voorlopige schorsing op te leggen of op te heffen na een voorlopige hoorzitting, conform artikel 24, § 1;7° een beslissing van NADO Vlaanderen om een afwijkend analyseresultaat of een atypisch analyseresultaat niet te vervolgen als een dopingpraktijk, of een beslissing om een mogelijke dopingpraktijk niet verder te vervolgen na onderzoek, conform artikel 23/1/2, § 2;8° een beslissing van NADO Vlaanderen of een aangesloten federatie, conform artikel 24, § 1, dat NADO Vlaanderen of de aangesloten federatie geen bevoegdheid voor resultatenbeheer heeft, of niet bevoegd is om gevolgen van dopingpraktijken op te leggen; 9° een beslissing van NADO Vlaanderen over een voorlopige schorsing die niet conform is met artikel 23/2, § 1, elfde lid, van dit decreet en artikel 7.4 van de Code. 10° een beslissing van NADO Vlaanderen of een aangesloten federatie om de toepassing van gevolgen van dopingpraktijken ten gevolge van substantiële hulp op te schorten of niet op te schorten, of de opschorting ongedaan te maken of niet ongedaan te maken, in uitvoering van artikel 10.7.1 van de Code; 11° een beslissing van NADO Vlaanderen om de beslissing van een andere ADO niet toe te passen conform artikel 15 van de Code; 12° een beslissing van het WADA om geen uitzondering toe te staan op de verplichting van een sporter die zich heeft teruggetrokken uit de sport om zes maanden voorafgaand aan de terugkeer in competitie de terugkeer te melden, conform artikel 21, § 4, van dit decreet en artikel 5.6.1 van de Code; 13° een beslissing van het WADA om het resultatenbeheer toe te wijzen, in uitvoering van artikel 7.1 van de Code; 14° een beslissing die niet conform artikel 7.1.4 en 7.1.5 van de Code is tot stand gekomen. § 2</p>\n<p class=\"lf-p\">De draagwijdte van een beroep als vermeld in paragraaf 1 is niet beperkt tot de elementen of de draagwijdte die in de oorspronkelijke beslissing begrepen zijn, maar strekt zich uit over alle elementen die relevant zijn in de zaak. Elke partij met het recht om beroep in te stellen mag bewijzen aanbrengen, argumenten ontwikkelen en vorderingen instellen die niet in eerste aanleg werden opgeworpen op voorwaarde dat ze voortkomen uit dezelfde rechtsvordering of het geheel van feiten of omstandigheden die werden opgeworpen bij de behandeling in eerste aanleg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het instellen van een beroep tegen een beslissing als vermeld in paragraaf 1 schorst de uitvoering van de beslissing niet tenzij de schorsing uitdrukkelijk wordt bevolen door de beroepsinstantie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het TAS is bij het nemen van een beslissing niet gebonden door de afweging die gemaakt is door de instantie tegen wiens beslissing een beroep is ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Al de partijen bij een beroepsprocedure voor het TAS moeten garanderen dat het WADA en alle andere partijen met het recht om beroep in te stellen tijdig op de hoogte zijn gebracht van het beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijn om beroep in te stellen voor andere partijen dan het WADA is bepaald door de regels van de beroepsinstantie. De beroepstermijn voor het WADA is de langste van de volgende perioden: 1° 21 dagen volgend op het verstrijken van de termijn voor het instellen van een ontvankelijk beroep door enige andere partij;2° 21 dagen na ontvangst van een volledig dossier dat betrekking heeft op de genomen beslissing. Incidenteel beroep en andere vormen van navolgend beroep door enige andere verwerende partij die genoemd wordt in zaken die voor het TAS worden gebracht op grond van dit decreet of de Code zijn uitdrukkelijk toegestaan. Elke partij met het recht om beroep in te stellen op grond van dit decreet en artikel 13 van de Code moeten een incidenteel of navolgend beroep instellen ten laatste gelijktijdig met de verweermiddelen van de partij. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangesloten federaties kunnen een operationeel en institutioneel onafhankelijke beroepsinstantie oprichten die kennis kan nemen van een beroep als vermeld in paragraaf 1. Als de aangesloten federaties geen institutioneel onafhankelijke beroepsinstantie hebben opgericht, wordt het beroep ingesteld bij het TAS. Een beroepsinstantie als vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende vereisten: 1° het houden van een hoorzitting binnen een redelijke termijn;2° het garanderen van een eerlijke, onpartijdige en operationeel en institutioneel onafhankelijke hoorinstantie;3° het garanderen van het recht op juridische bijstand aan de persoon in kwestie, op kosten van die persoon;4° het afleveren van een beslissing binnen een redelijke termijn. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met uitzondering van de zaken, vermeld in paragraaf 5, kan beroep ingesteld worden tegen beslissingen als vermeld in paragraaf 1 bij de beroepsinstantie die is opgericht door de aangesloten federaties, conform het eerste en tweede lid, of als die beroepsinstantie er niet is, bij het TAS, door de volgende partijen: 1° de sporter of andere persoon op wie de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld betrekking heeft;2° de andere partijen in de zaak waarin een beslissing is genomen;3° de bevoegde internationale federatie;4° de NADO van de verblijfsplaats van de sporter of andere persoon of van de plaats waar de sporter of andere persoon de nationaliteit heeft of zijn licentie heeft verkregen;5° in voorkomend geval het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben dat verband houdt met de Olympische of Paralympische Spelen, met inbegrip van beslissingen die een effect kunnen hebben op de toelatingsvoorwaarden voor de Olympische of Paralympische Spelen;6° het WADA.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid, is de enige persoon die beroep mag instellen tegen het opleggen van een voorlopige schorsing, de sporter of andere persoon aan wie de voorlopige schorsing is opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen elke beslissing van een beroepsinstantie die is opgericht door de aangesloten federaties als vermeld in het eerste lid, kan enkel door het WADA, de bevoegde internationale federatie en het IOC of het IPC hoger beroep ingesteld worden bij het TAS. Als het WADA het recht heeft om beroep in te stellen onder dit decreet of artikel 13 van de Code, en geen enkele andere partij een beroep heeft ingesteld tegen de finale beslissing binnen de procedure die door de ADO is ingesteld, is het WADA niet gehouden enige voorafgaande mogelijkheid van beroep uit te putten binnen de procedure die door de ADO is bepaald, en kan het WADA rechtstreeks beroep tegen die beslissing instellen bij het TAS. § 5. Een beroep tegen beslissingen als vermeld in paragraaf 1, met betrekking tot internationale elitesporters of die voortkomen uit deelname aan internationale evenementen, kan enkel ingesteld worden bij het TAS.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende partijen hebben het recht om beroep in te stellen: 1° de sporter of andere persoon op wie de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld betrekking heeft;2° de andere partijen in de zaak waarin een beslissing is genomen;3° de bevoegde internationale federatie;4° de NADO van de verblijfsplaats van de sporter of andere persoon of van de plaats waar de sporter of andere persoon de nationaliteit heeft of zijn licentie heeft verkregen;5° in voorkomend geval het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben dat verband houdt met de Olympische of Paralympische Spelen, met inbegrip van beslissingen die een effect kunnen hebben op de toelatingsvoorwaarden voor de Olympische of Paralympische Spelen;6° het WADA.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid, is de enige persoon die beroep mag instellen tegen het opleggen van een voorlopige schorsing, de sporter of andere persoon aan wie de voorlopige schorsing is opgelegd.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 30</span><span class=\"lf-art-t\">In titel 6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 4 december 2015, wordt het opschrift van hoofdstuk 2 opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 31</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 25 van hetzelfde decreet, vervangen bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/2015 numac 2015035083 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/02/2015 numac 2015035048 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 aan de Code 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015035135 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2014 numac 2014036945 bron vlaamse overheid Decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/06/2015 numac 2015035562 bron vlaamse overheid Decreet houdende de tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/2015 numac 2015031356 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest 19 DECEMBER 2014 - Decreet houdende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 2014 sluiten, wordt opgeheven. Art. 32.In titel 6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 4 december 2015, wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen door wat volgt: \"Hoofdstuk 3. Disciplinaire maatregelen en beroepsmogelijkheden inzake competitieve breedtesporters, begeleiders en andere personen buiten aangesloten federaties\". Art. 33.In titel 6, hoofdstuk 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 4 december 2015, wordt het opschrift van afdeling 1 opnieuw opgenomen in de volgende lezing: \"Afdeling 1. Disciplinaire bevoegdheid over breedtesporters, begeleiders en andere personen\". Art. 34.Artikel 27 van hetzelfde decreet, opgeheven door het decreet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/2015 numac 2015035083 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/02/2015 numac 2015035048 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 aan de Code 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015035135 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2014 numac 2014036945 bron vlaamse overheid Decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/06/2015 numac 2015035562 bron vlaamse overheid Decreet houdende de tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/2015 numac 2015031356 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest 19 DECEMBER 2014 - Decreet houdende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 2014 sluiten, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing: \"Art. 27.Breedtesporters, begeleiders en andere personen die niet onder de disciplinaire bevoegdheid vallen van een aangesloten federatie, conform artikel 24, § 1, eerste en tweede lid, worden disciplinair vervolgd door NADO Vlaanderen, voor de disciplinaire organen, vermeld in artikel 28 en 29, met uitzondering van de breedtesporters, vermeld in artikel 42/6, § 1, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conform artikel 23/1/2, § 4, tweede lid, kan een sporter of andere persoon uitdrukkelijk verzaken aan het recht om gehoord te worden, of door geen verweer te voeren binnen de termijn, vermeld in artikel 23/1/2, § 3, derde lid, tegen de beschuldiging dat een mogelijke dopingpraktijk is gepleegd.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 28 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 4 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden \"breedtesporters en begeleiders\" vervangen door de zinsnede \"breedtesporters, begeleiders en andere personen\";2° in paragraaf 1, eerste lid, worden na het woord \"opgericht\" de woorden \"als disciplinair orgaan in eerste aanleg\" toegevoegd; 3° paragraaf 1, derde lid, wordt vervangen door wat volgt: \"De regering benoemt ook minstens één plaatsvervangende voorzitter en minstens twee plaatsvervangende leden voor het geval dat titularissen verhinderd of overbelast zijn, of zich in een geval van onverenigbaarheid bevinden of gewraakt worden.\"; 4° in paragraaf 1, vierde lid, wordt tussen het woord \"telkens\" en de woorden \"één arts\" het woord \"minstens\" ingevoegd; 5° in paragraaf 1, vijfde lid, wordt voor de zin \"De regering kan voor het voorzitterschap of lidmaatschap van de disciplinaire commissie de onverenigbaarheden en de aanvullende benoemingsvoorwaarden vaststellen.\" de zin \"De disciplinaire commissie functioneert eerlijk, onpartijdig en operationeel onafhankelijk van NADO Vlaanderen.\" ingevoegd; 6° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt: \" § 2.De disciplinaire commissie is bevoegd om in de aangelegenheden, vermeld in artikel 30, de disciplinaire sancties, vermeld in artikel 41, te nemen ten aanzien van breedtesporters en hun begeleiders en andere personen als vermeld in artikel 27, volgens de procedure, vermeld in artikel 31 tot en met 35.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 36</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 29 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 4 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt: \"Een disciplinaire raad voor breedtesporters, begeleiders en andere personen, hierna disciplinaire raad te noemen, wordt opgericht als beroepsinstantie.\"; 2° paragraaf 1, derde lid, wordt vervangen door wat volgt: \"De regering benoemt ook minstens één plaatsvervangende voorzitter en minstens twee plaatsvervangende leden voor het geval dat titularissen verhinderd of overbelast zijn, of zich in een geval van onverenigbaarheid bevinden of gewraakt worden.\"; 3° in het vierde lid wordt tussen het woord \"telkens\" en de woorden \"één arts\" het woord \"minstens\" ingevoegd; 4° in het vijfde lid wordt voor de zin \"De regering kan voor het voorzitterschap of lidmaatschap van de disciplinaire raad de onverenigbaarheden en de aanvullende benoemingsvoorwaarden vaststellen.\" de zin \"De disciplinaire raad functioneert eerlijk, onpartijdig en institutioneel onafhankelijk van NADO Vlaanderen.\" ingevoegd; 5° aan paragraaf 1, zesde lid, wordt de zin \"De leden en de secretaris van de disciplinaire raad kunnen op geen enkele wijze verbonden zijn aan NADO Vlaanderen.\" toegevoegd; 6° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt: \" § 2.De disciplinaire raad behandelt beroep als vermeld in artikel 36, dat volgens de procedure, vermeld in artikel 36 tot en met 39, is ingesteld.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 30 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 4 december 2015, wordt vervangen door wat volgt: \"Art. 30.De disciplinaire commissie is gemachtigd te beslissen over: 1° de overtreding inzake dopingpraktijken door een breedtesporter of andere persoon begaan binnen het Nederlandse taalgebied, met betrekking tot de breedtesporters en andere personen die conform artikel 27 onder de bevoegdheid van de disciplinaire commissie vallen;2° de overtreding inzake dopingpraktijken door de breedtesporter of andere persoon begaan buiten het Nederlandse taalgebied, als de disciplinaire bestraffing van de breedtesporter of andere persoon ingevolge de plaatselijke wetgeving of de in concreto van toepassing zijnde reglementering toevertrouwd wordt aan NADO Vlaanderen, een in het Nederlandse taalgebied gevestigde sportvereniging of federatie of een in het tweetalige gebied Brussel-hoofdstad gevestigde sportvereniging of federatie die wegens haar organisatie moet beschouwd worden als uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap, als de breedtesporter of andere persoon conform artikel 27 onder de bevoegdheid van de disciplinaire commissie valt;3° de aangelegenheden, vermeld in artikel 41, § 4, inzake het niet naleven van de status van uitsluiting tijdens een voorlopige schorsing of definitieve uitsluiting De disciplinaire commissie is tevens bevoegd voor het houden van een voorlopige hoorzitting bij een door NADO Vlaanderen opgelegde voorlopige schorsing waarover de disciplinaire commissie gemachtigd is te oordelen, conform artikel 23/2, § 1, zevende lid.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 38</span><span class=\"lf-art-t\">Aan artikel 32, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 4 december 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/2015 numac 2015036567 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de integratie van de beleidsondersteunende opdracht inzake sport in het agentschap Sport Vlaanderen, en tot wijziging van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/2015 numac 2015036560 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 15 mei 2014 tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap over de toetreding tot het Uitgebreid gedeeltelijk akkoord over sport , ingevoerd door de resolutie van de Raad van Europa van 11 mei 2007, zoals gewijzigd op 13 oktober 2010 (1) type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/2015 numac 2015036539 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid, wat de subsidiëring van politieke jongerenbewegingen betreft type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2015 numac 2015036574 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Kunstendecreet van 13 december 2013, wat de voorwaarden van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening betreft sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt: \" § 1.De voorzitter stelt de zaak vast op een zitting van de disciplinaire commissie, binnen de termijnen die bepaald zijn door de regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitter van de disciplinaire commissie bepaalt de samenstelling van de commissie om een zaak te behandelen. De voorzitter van de disciplinaire commissie kan beslissen om alleen te zetelen.\"; 2° in paragraaf 2 en 3 worden de woorden \"sporter of begeleider\" telkens vervangen door de woorden \"sporter of andere persoon\";3° in paragraaf 3 wordt het woord \"overtredingen\" vervangen door de zinsnede \"tenlastelegging, zoals die ter kennis is gebracht aan de sporter of andere persoon conform artikel 23/1/2,\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 33 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 4 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt: \" § 1.De zittingen van de disciplinaire commissie verlopen achter gesloten deuren, tenzij de sporter of andere persoon in kwestie, en als die minderjarig is zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, of andere partijen bij de zaak een openbare zitting vragen. Als andere partijen dan de sporter of andere persoon in kwestie de openbaarheid vragen, kan de openbaarheid van de zitting slechts worden toegestaan nadat de sporter of andere persoon, en in voorkomend geval zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, schriftelijk de toestemming daarvoor geeft. De disciplinaire commissie kan het verzoek tot openbaarheid van de zitting weigeren als dat gevaar oplevert voor de openbare orde en goede zeden.\"; 2° in paragraaf 2 tot en met 4 worden de woorden \"sporter of begeleider\" telkens vervangen door de woorden \"sporter of andere persoon\";3° in paragraaf 3, 1°, worden de woorden \"advocaat of arts\" vervangen door de zinsnede \"advocaat, arts of enige andere persoon\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-40\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 40</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 34 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 4 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt na de woorden \"de disciplinaire commissie\" de zinsnede \"of door de voorzitter als hij conform artikel 32, § 1, tweede lid, beslist heeft alleen te zetelen\" toegevoegd; 2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt \"De beslissing wordt uitgesproken door de voorzitter, hetzij onmiddellijk, hetzij binnen veertien dagen die volgen op de zitting waarop de debatten gesloten zijn verklaard.\"; 3° tussen het tweede en derde lid, dat het vijfde lid wordt, worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt: \"Elke beslissing die wordt uitgesproken conform het tweede lid, wordt binnen de vijf werkdagen bezorgd aan NADO Vlaanderen.Een afschrift van de beslissing wordt binnen zeven dagen met een aangetekende brief ter kennis gebracht aan de sporter of andere persoon en, in voorkomend geval, aan de ouders, de voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben Kennisgeving van de beslissing wordt gelijktijdig met de aangetekende brief, vermeld in het derde lid, gedaan aan de NADO van de woonplaats van de sporter of andere persoon of de NADO van de plaats waar de sporter of andere persoon zijn licentie heeft verkregen of waar de sporter of andere persoon de nationaliteit heeft, aan zijn federatie, aan de internationale federatie, aan het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de Olympische of Para- lympische Spelen met inbegrip van beslissingen die een effect hebben op de toelatingsvoorwaarden voor de Olympische of Paralympische Spelen, en aan het WADA, en geregistreerd in ADAMS.\"; 4° in het derde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden \"tweede lid\" vervangen door de woorden \"vierde lid\". Art. 41.In artikel 35 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 4 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt: \" § 1.Tegen een beslissing die bij verstek is genomen, kunnen de sporter of andere persoon of, in voorkomend geval, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, verzet aantekenen met een aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van de disciplinaire commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om ontvankelijk te zijn, moet het verzet van de sporter of andere persoon in kwestie, of, in voorkomend geval, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben worden aangetekend binnen veertien dagen na de dag van de verzending van de aangetekende brief, vermeld in artikel 34, derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen een beslissing die bij verstek is genomen, kunnen de volgende partijen eveneens verzet aantekenen met een aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van de disciplinaire commissie: 1° de andere partijen in de zaak;2° de NADO van de woonplaats van de sporter of andere persoon of de NADO van de plaats waar deze de nationaliteit heeft of zijn licentie heeft verkregen;3° zijn federatie;4° de relevante internationale federatie;5° het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, of als de beslissing een effect kan hebben op de toelatingsvoorwaarden voor de Olympische of Paralympische Spelen;6° het WADA. Om ontvankelijk te zijn, moet het verzet door een partij als vermeld in het derde lid, worden aangetekend binnen veertien dagen volgend op de kennisgeving, vermeld in artikel 34, vierde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het instellen van verzet heeft geen opschortende werking.\"; 2° in paragraaf 3 worden de woorden \"sporter of begeleider\" vervangen door de woorden \"sporter of andere persoon\". Art. 42.Artikel 36 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/2015 numac 2015035083 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/02/2015 numac 2015035048 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 aan de Code 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015035135 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2014 numac 2014036945 bron vlaamse overheid Decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/06/2015 numac 2015035562 bron vlaamse overheid Decreet houdende de tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/2015 numac 2015031356 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest 19 DECEMBER 2014 - Decreet houdende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 2014 sluiten en gewijzigd bij het decreet van 4 december 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/2015 numac 2015036567 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de integratie van de beleidsondersteunende opdracht inzake sport in het agentschap Sport Vlaanderen, en tot wijziging van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/2015 numac 2015036560 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 15 mei 2014 tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap over de toetreding tot het Uitgebreid gedeeltelijk akkoord over sport , ingevoerd door de resolutie van de Raad van Europa van 11 mei 2007, zoals gewijzigd op 13 oktober 2010 (1) type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/2015 numac 2015036539 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid, wat de subsidiëring van politieke jongerenbewegingen betreft type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2015 numac 2015036574 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Kunstendecreet van 13 december 2013, wat de voorwaarden van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening betreft sluiten, wordt vervangen door wat volgt: \"Art. 36.§ 1. De disciplinaire raad neemt kennis van het beroep dat kan ingesteld worden door de sporter of andere persoon, of, in voorkomend geval, door zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De disciplinaire raad neemt eveneens kennis van het beroep dat kan ingesteld worden door de volgende partijen: 1° NADO Vlaanderen of de andere partijen in de zaak;2° de NADO van de verblijfsplaats van de sporter of andere persoon of van de plaats waar de sporter of andere persoon de nationaliteit heeft of zijn licentie heeft verkregen;3° de bevoegde internationale federatie;4° het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, of als de beslissing een effect kan hebben op de toelatingsvoorwaarden voor de Olympische of Paralympische Spelen;5° het WADA. In afwijking van het tweede lid is de enige partij die beroep kan instellen tegen het opleggen van een voorlopige schorsing, de sporter of andere persoon aan wie de voorlopige schorsing is opgelegd. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen de volgende beslissingen kan beroep worden ingesteld bij de disciplinaire raad: 1° een beslissing van de disciplinaire commissie dat een dopingpraktijk is gepleegd, die gevolgen van dopingpraktijken oplegt of geen gevolgen oplegt, of dat geen dopingpraktijk is begaan;2° een beslissing van de disciplinaire commissie dat de procedure die het gevolg is van een dopingpraktijk niet kan verdergezet worden op basis van procedurele gronden, met inbegrip van verjaring; 3° een beslissing van de disciplinaire commissie over de mogelijke schending van het verbod op deelname tijdens een periode van uitsluiting of een voorlopige schorsing als vermeld in artikel 23/1, § 3, van dit decreet, en conform artikel 10.14.3 van de Code; 4° een beslissing van de disciplinaire commissie die betrekking heeft op de herziening van een beslissing opgelegd voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wijzigingen in de Code, conform artikel 70, derde lid, van dit decreet, en artikel 27.3 van de Code; 5° een beslissing die genomen is met toepassing van artikel 23/1/2, § 4, van dit decreet, die niet conform is aan artikel 10.8.1 van de Code; 6° een beslissing van de disciplinaire commissie om een voorlopige schorsing op te leggen of op te heffen na een voorlopige hoorzitting;7° een beslissing van NADO Vlaanderen om een afwijkend analyseresultaat of een atypisch analyseresultaat niet te vervolgen als een dopingpraktijk, of een beslissing om een mogelijke dopingpraktijk niet verder te vervolgen na onderzoek, conform artikel 23/1/2, § 2;8° een beslissing van NADO Vlaanderen of de disciplinaire commissie, dat NADO Vlaanderen bevoegdheid voor resultatenbeheer heeft, of niet bevoegd is om een sanctie op te leggen; 9° een beslissing van NADO Vlaanderen over een voorlopige schorsing die niet conform artikel 23/2, § 1, elfde lid, van dit decreet en artikel 7.4 van de Code genomen is; 10° een beslissing van NADO Vlaanderen om de toepassing van gevolgen van dopingpraktijken ten gevolge van substantiële hulp op te schorten of niet op te schorten, of de opschorting ongedaan te maken of niet ongedaan te maken, in uitvoering van artikel 10.7.1 van de Code; 11° een beslissing van NADO Vlaanderen om de beslissing van een andere ADO niet toe te passen, conform artikel 15 van de Code; 12° een beslissing van het WADA om het resultatenbeheer toe te wijzen, in uitvoering van artikel 7.1 van de Code; 13° een beslissing die niet conform artikel 7.1.4 en 7.1.5 van de Code is tot stand gekomen. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van paragraaf 1, kan tegen een beslissing als vermeld in paragraaf 2, die betrekking heeft op de deelname aan internationale evenementen of die betrekking heeft op internationale elitesporters, enkel beroep ingesteld worden voor het TAS, door de partijen, vermeld in paragraaf 1. § 4. De draagwijdte van een beroep, ingesteld tegen een beslissing als vermeld in paragraaf 2, is niet beperkt tot de aangelegenheden of draagwijdte van de oorspronkelijke beslissing, maar heeft betrekking tot alle relevante aangelegenheden van de zaak. Elke partij mag in beroep bewijzen voorleggen, argumenten ontwikkelen en vordering instellen die niet in eerste aanleg werden opgeworpen, voor zover die voortkomen uit dezelfde grond van de zaak, begrepen waren in de tenlastelegging of voortkomen uit dezelfde feiten of omstandigheden die opgeworpen of behandeld werden in eerste aanleg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het instellen van het hoger beroep heeft geen opschortende werking, tenzij de beroepsinstantie de schorsing van de beslissing beveelt. § 5. Als de zaak aanhangig wordt gemaakt bij het TAS, zal het TAS niet gebonden zijn door de discretionaire afweging door de instantie tegen wiens beslissing beroep wordt ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle partijen bij een beroepsprocedure voor het TAS zijn gehouden er voor te zorgen dat het WADA en alle andere partijen met het recht beroep in te stellen, tijdig op de hoogte zijn gebracht van het beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Incidenteel beroep en navolgend beroep door enige partij die genoemd wordt in een zaak die op grond van het decreet en de Code voor het TAS wordt gebracht, is toegelaten. Een partij met het recht om beroep in te stellen op grond van dit decreet en artikel 13 van de Code moet het incidenteel beroep of navolgend beroep instellen uiterlijk met de verweermiddelen van de partijen.\". Art. 43.Artikel 37 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/2015 numac 2015035083 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/02/2015 numac 2015035048 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 aan de Code 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015035135 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2014 numac 2014036945 bron vlaamse overheid Decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/06/2015 numac 2015035562 bron vlaamse overheid Decreet houdende de tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/2015 numac 2015031356 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest 19 DECEMBER 2014 - Decreet houdende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 2014 sluiten, wordt vervangen door wat volgt: \"Art. 37.Een beroep bij de disciplinaire raad wordt ingesteld met een aangetekende brief die gericht is aan de voorzitter van de disciplinaire raad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om ontvankelijk te zijn moet het hoger beroep worden ingesteld binnen veertien dagen na de dag volgend op de kennisgeving van de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid, is de beroepstermijn voor het instellen van een beroep door het WADA de langste van de volgende perioden: 1° 21 dagen volgend op het verstrijken van de termijn voor het instellen van een ontvankelijk beroep door de andere partijen, vermeld in het tweede lid; 2° 21 dagen na ontvangst van een volledig dossier dat betrekking heeft op de beslissing in kwestie.\". Art. 44.Artikel 39 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 4 december 2015, wordt vervangen door wat volgt: \"Art. 39.De sporter of andere persoon in kwestie, of, in voorkomend geval, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, alsook de andere partijen, vermeld in artikel 36, § 1, tweede lid, kunnen tegen de beslissing van de disciplinaire raad beroep aantekenen bij de Raad van State.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als beroep wordt aangetekend bij de Raad van State, hebben de betrokken sporter of andere persoon, of, in voorkomend geval, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, alsook de andere partijen, vermeld in artikel 36, § 1, tweede lid, het recht om in de procedure tussen te komen en alle feiten en middelen voor te dragen die zij nuttig achten met het oog op de behandeling van het beroep.\". Art. 45.Artikel 40 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het decreet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/2015 numac 2015035083 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/02/2015 numac 2015035048 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 aan de Code 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015035135 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2014 numac 2014036945 bron vlaamse overheid Decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/06/2015 numac 2015035562 bron vlaamse overheid Decreet houdende de tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/2015 numac 2015031356 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest 19 DECEMBER 2014 - Decreet houdende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 2014 sluiten, wordt hersteld in de volgende lezing: \"Art. 40.Met behoud van de toepassing van artikel 39 hebben het WADA, het IOC of het IPC en de bevoegde internationale federatie het recht om hoger beroep in te stellen tegen een beslissing van de disciplinaire raad bij het TAS, conform artikel van de Code.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het WADA het recht heeft om beroep in te stellen onder dit decreet of artikel 13 van de Code, en geen enkele andere partij een beroep heeft ingesteld tegen de finale beslissing binnen de procedure die door de ADO is ingesteld, is het WADA niet gehouden enige voorafgaande mogelijkheid van beroep uit te putten binnen de procedure die door de ADO is ingesteld, en kan het WADA rechtstreeks beroep tegen die beslissing instellen bij het TAS. Als geen beslissing is genomen over het al dan niet aanwezig zijn van een dopingpraktijk binnen een redelijke termijn die door het WADA is bepaald, kan het WADA de zaak rechtstreeks aanhangig maken bij het TAS, waarbij de zaak behandeld wordt alsof er een beslissing is genomen dat er geen dopingpraktijk is begaan. Als het TAS daarbij beslist dat een dopingpraktijk aanwezig was en het WADA terecht de zaak aanhangig heeft gemaakt bij het TAS, dan kan het WADA de kosten van de procedure verhalen op NADO Vlaanderen.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-46\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 46</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 41 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 4 december 2015, wordt vervangen door wat volgt: \"Art. 41.§ 1. In geval van dopingpraktijken als vermeld in artikel 3, zal de disciplinaire commissie of de disciplinaire raad in hoger beroep een of meerdere van de volgende gevolgen van dopingpraktijken opleggen aan de sporter of andere persoon die een dopingpraktijk begaan heeft: 1° een periode van uitsluiting of een berisping, conform artikel 42 tot en met 42/4;2° diskwalificatie, conform paragraaf 2;3° een voorlopige schorsing, conform artikel 23/2;4° financiële gevolgen, conform paragraaf 3;5° verplichte bekendmaking, conform artikel 43. Ploegen in ploegsporten kunnen ook onderworpen worden aan de gevolgen van dopingpraktijken die conform dit decreet en artikel 11 van de Code aan ploegen kunnen opgelegd worden. § 2. Een dopingpraktijk die verband houdt met een dopingtest binnen wedstrijdverband in een individuele sport, leidt automatisch tot de diskwalificatie van het resultaat van de sporter, met alle gevolgen die daaruit voortvloeien wat betreft punten, medailles, prijzen en dergelijke Bovenop de automatische diskwalificatie, vermeld in het eerste lid, van de resultaten in de wedstrijd waarbij de positieve monsterneming plaatsvond, worden alle andere wedstrijdresultaten van de sporter die behaald zijn vanaf die monsterneming binnen of buiten wedstrijdverband, gediskwalificeerd vanaf het moment van monsterneming van het positieve monster of vanaf het moment dat enige andere dopingpraktijk werd gepleegd, tot aan de start van een voorlopige schorsing of periode van uitsluiting, met alle gevolgen die daaruit voortvloeien wat betreft punten, medailles, prijzen en dergelijke, tenzij de toepassing van de regel onbillijk zou zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de sporter aantoont dat hem geen schuld of nalatigheid treft voor de overtreding, worden in afwijking van het tweede lid de individuele resultaten behaald door de sporters in andere wedstrijden niet gediskwalificeerd, tenzij die resultaten van de sporters in andere wedstrijden dan de wedstrijd waarin de dopingpraktijk werd vastgesteld, waarschijnlijk zijn beïnvloed door de dopingpraktijk die de sporter begaan heeft. § 3. De volgende financiële gevolgen kunnen worden opgelegd: 1° aan de meerderjarige sporter of meerderjarige andere persoon die geen beschermde persoon is: een administratieve geldboete voor overtredingen die opzettelijk begaan zijn en waarbij de maximale periode van uitsluiting, in voorkomend geval na de toepassing van verzwarende omstandigheden, onvoldoende wordt geacht;2° aan de sporter of andere persoon: terugbetaling van een deel van de kosten van de controles, vermeld in artikel 15, en de kosten die verbonden zijn aan de disciplinaire procedure. Het bedrag van de eventuele opgelegde administratieve geldboete wordt door de disciplinaire commissie of de disciplinaire raad in hoger beroep soeverein bepaald, rekening houdend met de ernst van de feiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kan evenwel niet meer bedragen dan 25.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De disciplinaire raad legt, eventueel bijkomend, aan de meerderjarige sporter of meerderjarige andere persoon, die geen beschermde persoon is, een administratieve geldboete op van 100 tot 1000 euro als hij oordeelt dat het bij hem ingestelde hoger beroep tergend en roekeloos is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de sporter wordt vrijgesproken door de disciplinaire commissie of de disciplinaire raad ingevolge het negatieve resultaat van de analyse van een B-monster, worden de analysekosten van de tweede analyse ten laste van de instantie die de dopingtest heeft bevolen. § 4. Als een sporter of andere persoon de opgelegde uitsluiting of voorlopige schorsing niet naleeft, wordt het disciplinair orgaan dat de uitsluiting heeft opgelegd op de hoogte gebracht, en zijn de gevolgen, vermeld in artikel 42/5, van toepassing. Paragraaf 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing voor het bepalen van de sanctie. § 5. De disciplinaire procedure houdt, in voorkomend geval, rekening met de bijzondere kwetsbare positie van de sporter of andere persoon die gepaard kan gaan met zijn jeugdige leeftijd. § 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met behoud van de toepassing van paragraaf 2, kan een dopingpraktijk tijdens of in verband met een evenement, bij beslissing van het bestuursorgaan van dat evenement, leiden tot de diskwalificatie van alle individuele resultaten die door de sporter zijn behaald tijdens het evenement, met alle gevolgen die daaruit voortvloeien wat betreft punten, medailles, prijzen en dergelijke, tenzij het tweede lid van toepassing is. Factoren die daarbij in rekening kunnen worden gebracht in de overweging om de andere resultaten die behaald zijn in het evenement te diskwalificeren, zijn onder andere de ernst van de dopingpraktijk begaan door de sporter en de omstandigheid dat de sporter negatief heeft getest in andere wedstrijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als vaststaat dat meer dan twee leden van een ploeg in een ploegsport een dopingpraktijk hebben begaan tijdens een evenementenperiode, zal het bestuursorgaan van het evenement een passende sanctie opleggen aan de ploeg, zoals het verlies van punten, diskwalificatie in een competitie of evenement of een andere sanctie, bovenop de gevolgen voor dopingpraktijken die zijn opgelegd aan de individuele sporters die een dopingpraktijk hebben begaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuursorgaan van een evenement mag regels opstellen voor het evenement die gevolgen bepalen voor ploegsporten die verder gaan dan de gevolgen, vermeld in het eerste en tweede lid, voor het evenement in kwestie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als meer dan één sporter van een ploeg in een ploegsport kennisgeving heeft ontvangen van een dopingpraktijk conform artikel 23/1/2 die verband houdt met een evenement, zal het bestuursorgaan van het evenement passende gerichte dopingtests uitvoeren op de ploeg in kwestie tijdens de evenementperiode.\". Art. 47.Artikel 42 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/2015 numac 2015035083 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/02/2015 numac 2015035048 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 aan de Code 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015035135 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2014 numac 2014036945 bron vlaamse overheid Decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/06/2015 numac 2015035562 bron vlaamse overheid Decreet houdende de tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/2015 numac 2015031356 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest 19 DECEMBER 2014 - Decreet houdende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 2014 sluiten en gewijzigd bij het decreet van 4 december 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/2015 numac 2015036567 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de integratie van de beleidsondersteunende opdracht inzake sport in het agentschap Sport Vlaanderen, en tot wijziging van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/2015 numac 2015036560 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 15 mei 2014 tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap over de toetreding tot het Uitgebreid gedeeltelijk akkoord over sport , ingevoerd door de resolutie van de Raad van Europa van 11 mei 2007, zoals gewijzigd op 13 oktober 2010 (1) type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/2015 numac 2015036539 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid, wat de subsidiëring van politieke jongerenbewegingen betreft type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2015 numac 2015036574 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Kunstendecreet van 13 december 2013, wat de voorwaarden van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening betreft sluiten, wordt vervangen door wat volgt: \"Art. 42.§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder opzettelijk: de sporter of andere persoon heeft gedragingen gesteld waarvan hij wist dat ze een dopingovertreding zijn of wist dat er een aanzienlijk risico is dat de gedragingen een dopingovertreding zouden kunnen zijn of tot gevolg zouden kunnen hebben, en heeft dat risico kennelijk genegeerd. Een dopingovertreding die het gevolg is van een afwijkend analyseresultaat voor een stof die alleen binnen wedstrijdverband verboden is, wordt vermoed, behoudens weerlegging, niet opzettelijk te zijn als het een specifieke stof betreft en de sporter kan aantonen dat de verboden stof buiten wedstrijdverband is gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een dopingovertreding die het gevolg is van een afwijkend analyseresultaat voor een stof die alleen binnen wedstrijdverband verboden is, wordt niet als opzettelijk beschouwd als de stof geen specifieke stof betreft en de sporter kan aantonen dat de verboden stof buiten wedstrijdverband is gebruikt in een context die niets te maken heeft met sportprestaties. § 2. De periode van uitsluiting bij een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 1°, 2° of 6°, bedraagt, met behoud van de toepassing van artikel 42/3: 1° vier jaar in de volgende gevallen: a) als de dopingpraktijk geen verband houdt met een specifieke stof of specifieke methode, tenzij de sporter of andere persoon kan aantonen dat de dopingpraktijk niet opzettelijk begaan is;b) als de dopingpraktijk verband houdt met een specifieke stof of specifieke methode en NADO Vlaanderen kan aantonen dat de dopingpraktijk opzettelijk begaan is;2° twee jaar in alle gevallen die niet voldoen aan de voorwaarden, vermeld in punt 1°, a) en b). § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van paragraaf 2 wordt de periode van uitsluiting voor dopingpraktijken die verband houden met misbruikstoffen op de volgende wijze bepaald, als aan de gestelde voorwaarden is voldaan: 1° als de sporter kan aantonen dat de inname of het gebruik buiten wedstrijdverband plaatsvond en geen verband had met de sportprestatie, is de periode van uitsluiting drie maanden.Die periode van uitsluiting kan verder verkort worden tot één maand uitsluiting als de sporter een programma van behandeling voor druggebruik afrondt, dat is goedgekeurd door NADO Vlaanderen. Verdere vermindering van de sanctie op grond van artikel 42/3, § 2, is niet toegestaan; 2° als de inname, het gebruik of het bezit plaatsvond binnen wedstrijdverband en de sporter kan aantonen dat de context van de inname, het gebruik of het bezit geen verband had met de sportprestatie, wordt de inname, het gebruik of het bezit niet als opzettelijk beschouwd voor de toepassing van paragraaf 2, 1°, en kan er geen aanleiding zijn voor het weerhouden van verzwarende omstandigheden als vermeld in artikel 42/2.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 48</span><span class=\"lf-art-t\">In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2019 numac 2019014097 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering betreffende basis- en secundair onderwijs type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/09/2019 numac 2019014022 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) sluiten, wordt een artikel 42/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 42/1.De periode van uitsluiting die van toepassing is op andere dopingpraktijken dan dopingpraktijken als vermeld in artikel 42 wordt, met behoud van de toepassing van artikel 42/3, § 2 tot en met § 5, op de volgende wijze bepaald: 1° voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 3° of 5°, vier jaar uitsluiting, behalve in de volgende gevallen: a) bij een verzuim zich aan een monsterneming te onderwerpen: twee jaar uitsluiting als de sporter kan bewijzen dat de dopingpraktijk niet opzettelijk begaan is;b) in alle andere gevallen dan het geval een verzuim zich aan een monsterneming te onderwerpen: tussen twee jaar en vier jaar uitsluiting, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter of andere persoon, als de sporter of andere persoon die de dopingpraktijk heeft begaan uitzonderlijke omstandigheden kan aantonen die een vermindering van de periode van uitsluiting rechtvaardigen;c) als de zaak een recreatiesporter of een beschermde persoon betreft: minimaal een berisping en geen periode van uitsluiting, en maximaal twee jaar uitsluiting, afhankelijk van de schuldgraad van de recreatiesporter of beschermde persoon;2° voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 4° : twee jaar uitsluiting, met mogelijk een vermindering tot minimaal één jaar uitsluiting, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter.De mogelijke aanpassing tussen twee jaar en één jaar uitsluiting is niet mogelijk voor sporters waarbij een patroon voorkomt van het wijzigen van verblijfsgegevens op het laatste moment of ander gedrag dat een ernstig vermoeden doet rijzen dat de sporter gepoogd heeft te vermijden beschikbaar te zijn voor dopingtests; 3° voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 7° of 8° : tussen vier jaar uitsluiting en levenslange uitsluiting, afhankelijk van de ernst van de inbreuk.Een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 7° of 8°, waarbij een beschermde persoon betrokken is, wordt als een bijzonder ernstige overtreding beschouwd, en als die door een begeleider wordt gepleegd voor andere overtredingen dan met specifieke stoffen, resulteert dat in een levenslange uitsluiting voor de begeleider in kwestie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbovenop zullen ernstige inbreuken als vermeld in artikel 3, § 1, 7° en 8°, die ook andere niet-portgerelateerde wetgeving of regels schenden, gemeld worden aan de bevoegde administratieve, professionele of gerechtelijke instanties of overheden; 4° voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 9° : minimaal twee jaar tot levenslange uitsluiting, afhankelijk van de ernst van de overtreding;5° voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 10° : twee jaar, met mogelijk een vermindering tot minimum één jaar uitsluiting, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter of andere persoon en andere omstandigheden van de zaak; 6° voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 11° : minimaal twee jaar uitsluiting tot levenslange uitsluiting, afhankelijk van de ernst van de inbreuk die de sporter of andere persoon pleegt.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 49</span><span class=\"lf-art-t\">In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2019 numac 2019014097 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering betreffende basis- en secundair onderwijs type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/09/2019 numac 2019014022 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) sluiten, wordt een artikel 42/2 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 42/2.Als NADO Vlaanderen in een individuele zaak, voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 1° tot en met 6° of 10°, vaststelt dat verzwarende omstandigheden aanwezig zijn die een langere periode van uitsluiting verantwoorden dan de anderzijds toepasselijke standaardsanctie, wordt de anderzijds toepasselijke periode van uitsluiting verhoogd met een bijkomende uitsluiting tot twee jaar, afhankelijk van de ernst van de dopingpraktijk en de aard van de verzwarende omstandigheden, tenzij de sporter of andere persoon in kwestie kan aantonen dat hij de dopingpraktijk niet bewust heeft begaan.\". Art. 50.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2019 numac 2019014097 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering betreffende basis- en secundair onderwijs type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/09/2019 numac 2019014022 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) sluiten, wordt een artikel 42/3 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 42/3.§ 1. Als de sporter of andere persoon kan aantonen dat hem geen schuld of nalatigheid te verwijten valt, vervalt de periode van uitsluiting. Het verval van de periode van uitsluiting heeft alleen betrekking op de oplegging van sancties, en niet op de bepaling of al dan niet een dopingpraktijk is begaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verval van de periode van uitsluiting, vermeld in het eerste lid, is alleen van toepassing in uitzonderlijke gevallen. De volgende gevallen worden niet aanvaard als uitzonderlijke gevallen: 1° een positieve controle als gevolg van de inname van een verkeerd gelabeld of verontreinigd vitamine- of voedingssupplement;2° de toediening van een verboden stof door de persoonlijke arts of trainer van de sporter zonder dat ze dat aan de sporter hebben gemeld;3° sabotage van voeding of drank van een sporter door een echtgenoot, coach of andere persoon die tot de entourage van de sporter behoort. Afhankelijk van de unieke feiten van de zaak, kunnen de gevallen, vermeld in het tweede lid, resulteren in een verminderde sanctie wegens gebrek aan significante schuld of nalatigheid, conform paragraaf 2. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 1°, 2° of 6°, de sporter of andere persoon kan aantonen dat hem geen significante schuld of nalatigheid te verwijten valt, wordt de periode van uitsluiting afhankelijk van de dopingpraktijk in de volgende gevallen op de volgende wijze verminderd: 1° als de dopingpraktijk betrekking heeft op een specifieke stof die geen misbruikstof is, of op een specifieke methode: minimaal een berisping en geen periode van uitsluiting, en maximaal twee jaar uitsluiting, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter of andere persoon;2° als de sporter of andere persoon kan aantonen dat de gedetecteerde verboden stof, die geen misbruikstof is, afkomstig is van een besmet product: minimaal een berisping en geen periode van uitsluiting, en maximaal twee jaar uitsluiting, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter of andere persoon;3° als de dopingpraktijk geen betrekking heeft op een misbruikstof en begaan is door een beschermde persoon of recreatiesporter: minimaal een berisping zonder periode van uitsluiting en maximaal twee jaar uitsluiting, afhankelijk van de schuldgraad van de beschermde persoon of recreatiesporter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle verminderingen, vermeld in het eerste lid, zijn onderling exclusief en niet cumulatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de sporter of andere persoon buiten de gevallen, vermeld in het eerste lid, kan aantonen dat hem geen significante schuld of nalatigheid treft, kan de normaal toepasselijke uitsluitingsperiode, met behoud van eventuele verdere vermindering conform paragraaf 3 tot en met 5, worden verkort op basis van de schuldgraad van de sporter of andere persoon, maar de verminderde uitsluitingsperiode kan niet korter zijn dan de helft van de normaal toepasselijke uitsluitingsperiode. Als de normaal toepasselijke uitsluitingsperiode levenslang is, mag de verkorte periode, met toepassing van deze paragraaf, niet minder dan acht jaar bedragen. § 3. De uitsluitingsperiode kan worden verminderd, zonder minder te zijn dan de helft van de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is, als de sporter of andere persoon vrijwillig bekent een dopingpraktijk begaan te hebben voor één van de volgende specifieke momenten: 1° het moment dat hem een monsterneming wordt aangekondigd die de dopingpraktijk zou kunnen aantonen;2° het moment dat hij de eerste kennisgeving conform artikel 23/1/2 van de toegegeven overtreding ontvangt, en het een andere dopingpraktijk betreft dan een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 1°, en waarbij die bekentenis het enige betrouwbare bewijs is van de overtreding op het ogenblik van de bekentenis.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermindering, vermeld in het eerste lid, kan alleen worden toegepast als de sporter of andere persoon uit eigen beweging een dopingpraktijk bekent in omstandigheden waarbij geen enkele ADO er zich van bewust was dat mogelijk een dopingpraktijk was begaan. De vermindering, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarbij de bekentenis plaatsvindt nadat de sporter of andere persoon denkt dat hij zal worden betrapt. De mate waarin de uitsluitingsperiode wordt verkort, is gebaseerd op de waarschijnlijkheid dat de sporter of andere persoon zou zijn betrapt als hij niet vrijwillig had bekend. § 4. NADO Vlaanderen kan, voorafgaand aan een beslissing in laatste instantie of voor het verstrijken van de periode waarin beroep kan worden aangetekend, een deel van de opgelegde sanctie, met uitzondering van de diskwalificatie en verplichte bekendmaking, opschorten in individuele gevallen waarin de sporter of andere persoon NADO Vlaanderen, een gerechtelijke instantie of een professioneel tuchtorgaan substantiële hulp heeft geboden die ertoe leidt dat: 1° een ADO een dopingovertreding door een andere persoon ontdekt of vaststelt;2° een gerechtelijk orgaan of tuchtorgaan een strafbaar feit of een dopingpraktijk van een andere sporter of begeleider ontdekt of vervolgt;3° het WADA een procedure kan opstarten tegen een ondertekenaar van de Code, een WADA-geaccrediteerd labo of een atleet paspoort management eenheid voor niet-naleving van de Code, een Internationale Standaard of een Technisch Document;4° een strafrechtelijke of tuchtrechtelijke instantie vervolging instelt voor een strafrechtelijke inbreuk of inbreuk op de professionele regels of sportieve regels die voortkomt uit een andere inbreuk op de integriteit van de sport dan doping.In dat geval kunnen de gevolgen van dopingpraktijken enkel opgeschort worden met de goedkeuring van het WADA.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na een beslissing in laatste instantie of het verstrijken van de periode waarin beroep kan worden aangetekend, kan NADO Vlaanderen alleen een deel van de anderszins toepasselijke uitsluitingsperiode opschorten met de goedkeuring van het WADA en de toepasselijke internationale federatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoeverre de anderszins toepasselijke uitsluitingsperiode kan worden opgeschort, hangt af van de ernst van de dopingovertreding die de sporter of andere persoon heeft begaan, en van het belang van de substantiële hulp die de sporter of andere persoon heeft geboden in de strijd tegen doping in de sport, niet-naleving van de Code of inbreuken tegen de integriteit van de sport. Niet meer dan driekwart van de anderszins toepasselijke uitsluitingsperiode kan worden opgeschort. Als de anderszins toepasselijke uitsluitingsperiode levenslang is, mag de volgens dit artikel niet-opgeschorte periode nooit minder dan acht jaar bedragen. Voor de toepassing van dit lid, wordt de uitsluitingsperiode die kan toegevoegd worden met toepassing van artikel 42/4, § 4, tweede lid, niet meegerekend onder de anderszins toepasselijke uitsluitingsperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de sporter of andere persoon die wenst substantiële hulp te verlenen daarom verzoekt, staat NADO Vlaanderen toe dat de sporter of andere persoon de informatie geeft aan de ADO onder een overeenkomst van voorbehoud zonder nadelige erkentenis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de sporter in gebreke blijft om verder mee te werken en om te blijven de volledige en geloofwaardige substantiële hulp te bieden op basis waarvan NADO Vlaanderen gevolgen heeft opgeschort, zal NADO Vlaanderen de gevolgen opnieuw van toepassing verklaren. Als NADO Vlaanderen beslist de gevolgen opnieuw van toepassing te verklaren of beslist dat niet te doen, kan beroep tegen die beslissing worden ingesteld conform artikel 36.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om sporters en andere personen aan te moedigen om substantiële hulp te verlenen aan ADO's, kan het WADA, op vraag van NADO Vlaanderen of op vraag van de sporter of andere persoon die een dopingpraktijk heeft gepleegd of tegen wie een dopingpraktijk of andere inbreuk op de Code wordt opgeworpen, akkoord gaan in elke fase van het resultatenbeheer, zelfs na een beslissing in laatste instantie, met een passende opschorting van de normaal toepasselijke periode van uitsluiting of van andere gevolgen. In uitzonderlijke omstandigheden kan het WADA akkoord gaan met de opschorting van de periode van uitsluiting en van andere gevolgen die groter is dan de op basis van dit artikel toepasselijke opschorting, tot zelfs geen periode van uitsluiting, geen verplichte bekendmaking en geen teruggave van prijzengeld of betaling van geldboetes of kosten. Als de sporter of andere persoon in gebreke blijft om verder de substantiële hulp te bieden op basis waarvan het WADA een periode van uitsluiting heeft opgeschort, zal het WADA de oorspronkelijke periode van uitsluiting opnieuw van toepassing verklaren. Tegen een beslissing van het WADA met toepassing van dit lid, is geen beroep mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als NADO Vlaanderen eender welk deel van de normaal toepasselijke sanctie opschort, moet het een schriftelijke rechtvaardiging voor haar beslissing bezorgen aan iedere ADO die het recht heeft om tegen de beslissing beroep aan te tekenen, zoals hierboven bepaald. In uitzonderlijke gevallen kan het WADA, als ze van mening is dat het in het belang van de dopingbestrijding is, NADO Vlaanderen de toestemming geven om passende overeenkomsten te sluiten over de vertrouwelijkheid die een beperking inhouden of uitstel verlenen van het meedelen van de overeenkomst van substantiële hulp of de aard van de geboden substantiële hulp. § 5. Als een sporter of andere persoon aanspraak kan maken op een vermindering van de sanctie op meer dan één van de gronden, vermeld in paragraaf 1 tot en met 4, wordt voordat een vermindering of opschorting wordt toegepast conform paragraaf 3 of 4, de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is, bepaald conform artikel 42, 42/1, en paragraaf 1 tot en met 3 van dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de sporter of andere persoon kan aantonen aanspraak te maken op een vermindering of een opschorting van de uitsluitingsperiode op basis van paragraaf 3 en 4, kan de uitsluitingsperiode worden verminderd of opgeschort, maar niet tot minder dan één vierde van de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is.\". Art. 51.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2019 numac 2019014097 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering betreffende basis- en secundair onderwijs type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/09/2019 numac 2019014022 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) sluiten, wordt een artikel 42/4 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 42/4.§ 1. Bij een tweede overtreding van een sporter of andere persoon is de periode van uitsluiting de langste van de volgende perioden: 1° een periode van uitsluiting van zes maanden;2° een periode van uitsluiting die, rekening houdend met alle omstandigheden en de schuldgraad van de sporter of een andere persoon die verband houdt met de tweede overtreding, te situeren is tussen: a) de som van de periode van uitsluiting die is opgelegd voor de eerste overtreding en de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is op de tweede overtreding, als die beschouwd zou worden als een eerste overtreding;b) twee keer de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is op de tweede overtreding, als die beschouwd zou worden als een eerste overtreding. De uitsluitingsperiode die conform het eerste lid is bepaald, mag verder verminderd worden met toepassing van artikel 42/3, § 3 en § 4. § 2. Bij een derde overtreding is de periode van uitsluiting levenslang.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid bedraagt de periode van uitsluiting voor een derde overtreding in de volgende gevallen acht jaar tot levenslang: 1° de derde overtreding voldoet aan de voorwaarden van verval of vermindering van de uitsluitingsperiode, vermeld in artikel 42/3, § 1 en § 2;2° de derde overtreding is een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 4°. De periode van uitsluiting die conform het eerste en tweede lid is bepaald, kan verder verminderd worden met toepassing van artikel 42/3, § 3 en § 4. § 3. Een overtreding waarvoor de sporter of andere persoon afwezigheid van schuld of nalatigheid heeft aangetoond, wordt niet meegerekend als een overtreding voor de toepassing van dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een dopingovertreding bestraft is met toepassing van de uitsluiting die is bepaald voor dopingpraktijken met misbruikstoffen, conform artikel 42, § 3, 1°, wordt die niet meegerekend als een overtreding voor de toepassing van dit artikel. § 4. Een dopingpraktijk kan alleen als een tweede overtreding worden beschouwd voor het opleggen van sancties als de ADO kan aantonen dat de sporter of andere persoon de bijkomende dopingpraktijk heeft begaan nadat hij kennisgeving heeft ontvangen conform artikel 23/1/2, of nadat redelijke inspanningen zijn gedaan door de ADO om hem op de hoogte te brengen van de eerste overtreding. Als de ADO dat niet kan aantonen, worden de overtredingen samen als één enkele eerste overtreding beschouwd en wordt de sanctie gebaseerd op de overtreding waarop de strengste sanctie staat. De resultaten in alle wedstrijden vanaf de eerdere van de dopingpraktijken worden gediskwalificeerd, conform artikel 41, § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de ADO aantoont dat een sporter of andere persoon een bijkomende overtreding inzake dopingpraktijk heeft begaan die vooraf gegaan is aan de kennisgeving van een eerder vastgestelde dopingpraktijk, en die bijkomende dopingpraktijk plaatsvond uiterlijk twaalf maanden voor of na de kennisgeving van de overtreding die het eerst is vastgesteld, zal de periode van uitsluiting voor de bijkomende overtreding bepaald worden alsof de bijkomende overtreding een op zichzelf staande eerste overtreding was, en zal de uitsluiting opeenvolgend, en dus niet gelijktijdig worden uitgezeten met de periode van uitsluiting die is opgelegd voor de dopingpraktijk die het eerst is vastgesteld. De overtredingen samen zullen beschouwd worden als één overtreding voor de toepassing van paragraaf 1 en 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de ADO vaststelt dat een sporter of andere persoon een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 5°, heeft begaan tijdens het dopingcontroleproces van een andere onderliggende dopingpraktijk, wordt de dopingpraktijk, vermeld in artikel 3, § 1, 5°, als een afzonderlijke eerste overtreding beschouwd en zal de periode van uitsluiting voor die overtreding opeenvolgend en niet gelijktijdig worden uitgezeten met de periode van uitsluiting die wordt opgelegd voor de onderliggende dopingpraktijk, voor zover ook opgelegd. De overtredingen samen zullen beschouwd wor- den als één overtreding voor de toepassing van paragraaf 1 en 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de ADO vaststelt dat een tweede of derde overtreding wordt begaan door een sporter of andere persoon tijdens een periode van uitsluiting, loopt de periode van uitsluiting voor de meerdere overtredingen opeenvolgend, en niet gelijktijdig. § 5. Voor de toepassing van dit artikel, moet elke overtreding plaatsvinden binnen dezelfde periode van tien jaar om als meerdere overtredingen beschouwd te worden.\". Art. 52.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2019 numac 2019014097 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering betreffende basis- en secundair onderwijs type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/09/2019 numac 2019014022 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) sluiten, wordt een artikel 42/5 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 42/5.§ 1. Als een sporter of andere persoon zich al in een periode van uitsluiting bevindt op grond van een dopingpraktijk, zal een nieuwe periode van uitsluiting aanvatten op de eerste dag volgend op het uitzitten van de lopende periode van uitsluiting. Behalve in de gevallen, vermeld in het tweede tot en met vijfde lid, gaat de periode van uitsluiting in op de dag van de definitieve tuchtrechtelijke uitspraak die een uitsluiting oplegt, of, als afstand is gedaan van een hoorzitting of als er geen hoorzitting is, op de dag waarop de uitsluiting wordt aanvaard of anderszins wordt opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de hoorzittingsprocedure of andere aspecten van de dopingcontrole aanzienlijke vertraging heeft opgelopen die niet aan de sporter of andere persoon te wijten is, kan het disciplinair orgaan dat de sanctie oplegt de uitsluitingsperiode op een vroegere datum laten ingaan en wel ten vroegste op de datum van de monsterneming of de laatste datum waarop een andere dopingovertreding plaatsvond. Alle tijdens de uitsluitingsperiode behaalde wedstrijdresultaten, inclusief die welke zijn behaald tijdens de periode van uitsluiting die met terugwerkende kracht is opgelegd, worden gediskwalificeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een voorlopige schorsing door de sporter of andere persoon wordt nageleefd, wordt de periode van voorlopige schorsing afgetrokken van een eventuele uitsluitingsperiode die uiteindelijk aan de sporter of andere persoon kan worden opgelegd. Als de sporter of andere persoon een voorlopige schorsing niet naleeft, zal de sporter of andere persoon geen aftrek toegekend krijgen voor enige uitgediende voorlopige schorsing. Als een periode van uitsluiting wordt uitgezeten overeenkomstig een beslissing waartegen later beroep wordt aangetekend, wordt die uitsluitingsperiode afgetrokken van een eventuele uitsluitingsperiode die uiteindelijk in beroep aan de sporter kan worden opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een sporter of andere persoon vrijwillig en schriftelijk een voorlopige schorsing aanvaardt en daarna de voorlopige schorsing naleeft, wordt die periode van vrijwillige voorlopige schorsing afgetrokken van een eventuele uitsluitingsperiode die uiteindelijk aan de sporter of andere persoon wordt opgelegd. Een kopie van de vrijwillige aanvaarding van een voorlopige schorsing door de sporter of andere persoon moet onmiddellijk worden bezorgd aan alle partijen die het recht hebben om in kennis te worden gesteld van de vermeende dopingpraktijk in kwestie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De periode voor de effectieve ingangsdatum van een voorlopige schorsing of een vrijwillige voorlopige schorsing wordt nooit afgetrokken van een uitsluitingsperiode, ongeacht of de sporter ervoor heeft gekozen om niet aan wedstrijden deel te nemen of geschorst was door een ploeg.</p>\n<p class=\"lf-p\">In ploegsporten, waar een periode van uitsluiting is opgelegd aan een ploeg, zal de periode van uitsluiting starten op de dag van de definitieve tuchtrechtelijke uitspraak die een uitsluiting oplegt of, als afstand is gedaan van een hoorzitting of als er geen hoorzitting is, op de dag waarop de uitsluiting wordt aanvaard of anderszins wordt opgelegd, tenzij dat kennelijk onredelijk zou zijn. § 2. Als een sporter of andere persoon aan wie een periode van uitsluiting is opgelegd, het verbod op deelname aan sportactiviteiten, vermeld in artikel 23/1, § 3, overtreedt, worden de resultaten van die deelname gediskwalificeerd en wordt een nieuwe periode van uitsluiting, die even lang is als de oorspronkelijk opgelegde uitsluiting, toegevoegd aan de oorspronkelijk opgelegde uitsluiting, die begint te lopen vanaf het einde van die oorspronkelijk opgelegde uitsluiting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe uitsluitingsperiode, met inbegrip van een berisping en geen periode van uitsluiting, kan aangepast worden afhankelijk van de schuldgraad van de sporter of andere persoon en de omstandigheden van de zaak. De beslissing of een sporter of andere persoon het verbod op deelname aan sportactiviteiten heeft overtreden en of een aanpassing aangewezen is, komt toe aan de ADO die het verbod heeft opgelegd. Tegen die beslissing kan beroep ingesteld worden volgens beroepsprocedure die toepasselijk is volgens de regels van die ADO. Als een sporter of andere persoon het verbod op deelname tijdens een voorlopige schorsing overtreedt, zal hij geen aftrek krijgen voor enige uitgediende voorlopige schorsing en worden de behaalde resultaten tijdens die deelname gediskwalificeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan een begeleider of andere persoon die een sporter of andere persoon helpt bij het overtreden van het verbod van deelname tijdens uitsluiting of voorlopige schorsing, kan de ADO die bevoegdheid bezit over de begeleider of andere persoon, sancties opleggen op grond van een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, § 1, 9°. \". Art. 53.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2019 numac 2019014097 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering betreffende basis- en secundair onderwijs type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/09/2019 numac 2019014022 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) sluiten, wordt een titel 6/1 ingevoegd, die luidt als volgt: \"Titel 6/1. Dopingpraktijken die breedtesporters begaan die geen competitieve sporter zijn of geen lid zijn van een aangesloten federatie\". Art. 54.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2019 numac 2019014097 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering betreffende basis- en secundair onderwijs type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/09/2019 numac 2019014022 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) sluiten, wordt in titel 6/1, ingevoegd bij artikel 53, een artikel 42/6 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 42/6.§ 1. Breedtesporters die geen lid zijn van een aangesloten federatie, niet deelnemen aan sportactiviteiten in georganiseerd verband die georganiseerd zijn door een aangesloten federatie of die geen competitieve breedtesporters zijn, dienen zich te allen tijde te onthouden van het begaan van de volgende dopingpraktijken: 1° het gebruik of poging tot gebruik van een verboden stof of methode dat niet overeenstemt met een passende rechtvaardiging, conform paragraaf 2, eerste lid;2° bezit van een verboden stof of methode dat niet overeenstemt met een passende rechtvaardiging, conform paragraaf 2, eerste lid;3° het ontwijken of poging tot ontwijken van een monsterneming door een bevoegd persoon of het weigeren zich te onderwerpen aan de monsterneming;4° bedrog of poging tot bedrog bij enig onderdeel van het monsternemingsproces.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder verboden stof of methode: elke verboden stof of verboden methode die op de verboden lijst, vermeld in artikel 9, is aangeduid als te allen tijde verboden, binnen en buiten wedstrijdverband. § 2. Een breedtesporter als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, begaat geen dopingpraktijk als de sporter in kwestie kan aantonen dat het gebruik of bezit van die verboden stoffen of methoden kadert in een normale medische behandeling, die voldoet aan al de volgende criteria: 1° de onderliggende medische oorzaak voor de behandeling is gediagnosticeerd en voorgeschreven door een medische beroepsbeoefenaar en wordt uitgevoerd onder medische begeleiding;2° de voorgeschreven behandeling met verboden stoffen of methoden en de voorgeschreven dosis of frequentie is acceptabel binnen de grenzen van de gangbare medische praktijk, gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde geneeskunde, voor het behandelen van de gediagnosticeerde aandoening; 3° de behandeling met verboden stoffen en methoden heeft alleen als doel om de sporter terug te brengen tot een normale gezondheidstoestand en beoogt geen bijkomende of excessieve prestatiebevorderende effecten ten opzichte van de normale gezondheidstoestand waarover de sporter in kwestie zou beschikken zonder de onderliggende aandoening.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 55</span><span class=\"lf-art-t\">In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2019 numac 2019014097 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering betreffende basis- en secundair onderwijs type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/09/2019 numac 2019014022 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) sluiten, wordt in dezelfde titel 6/1 een artikel 42/7 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 42/7.NADO Vlaanderen is bevoegd voor afnemen van monsters van breedtesporters als vermeld in artikel 42/6, § 1, volgens de procedure die bepaald is door de regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">NADO Vlaanderen is bevoegd voor het vaststellen van dopingpraktijken als vermeld in artikel 42/6, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4°. NADO Vlaanderen kan daarbij gebruikmaken van alle onderzoeksbevoegdheden, vermeld in artikel 19.\". Art. 56.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2019 numac 2019014097 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering betreffende basis- en secundair onderwijs type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/09/2019 numac 2019014022 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) sluiten, wordt in dezelfde titel 6/1 een artikel 42/8 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 42/8.Het bewijs van een dopingpraktijk als vermeld in artikel 42/6, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4°, wordt geleverd als volgt: 1° aanwezigheid van een verboden stof of vaststelling van het gebruik van een verboden methode op basis van de analyse van een monster afkomstig van het lichaam van de sporter of enig ander betrouwbaar analytisch bewijs.Een analyse uitgevoerd door een WADA-geaccrediteerd laboratorium geldt in elk geval als bewijs van de aanwezigheid van een verboden stof in het lichaam van de sporter of het gebruik of de toepassing van een verboden methode; 2° bekentenissen, verklaringen, getuigenissen of vaststellingen;3° elke andere vorm van deugdelijk bewijs. Vaststellingen gedaan in uitvoering van een dopingcontrole door een dopingcontroleur als vermeld in artikel 15, die is gemachtigd door NADO Vlaanderen om een dopingcontrole uit te voeren bij een breedtesporter als vermeld in artikel 42/6, § 1, eerste lid, heeft bewijswaarde tot het bewijs van het tegendeel.\". Art. 57.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2019 numac 2019014097 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering betreffende basis- en secundair onderwijs type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/09/2019 numac 2019014022 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) sluiten, wordt in dezelfde titel 6/1 een artikel 42/9 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 42/9.Als NADO Vlaanderen een mogelijke dopingpraktijk als vermeld in artikel 42/6, § 1, eerste lid, begaan door een breedtesporter als vermeld artikel 42/6, § 1, eerste lid, vaststelt, maakt NADO Vlaanderen de vaststellingen en relevante bewijsstukken over aan de disciplinaire commissie, vermeld in artikel 28.</p>\n<p class=\"lf-p\">De disciplinaire commissie, vermeld in artikel 28, is bevoegd om kennis te nemen van al de volgende dopingpraktijken: 1° een dopingpraktijk als vermeld in artikel 42/6, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4°, die binnen het Nederlandse taalgebied is begaan door breedtesporters als vermeld in artikel 42/6, § 1, eerste lid;2° een dopingpraktijk als vermeld in artikel 42/6, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4°, die is begaan door breedtesporters als vermeld in artikel 42/6, § 1, eerste lid, met woonplaats binnen het Nederlandse taalgebied;3° de aangelegenheden, vermeld in artikel 42/10, § 5. De disciplinaire raad, vermeld in artikel 29, is bevoegd om kennis te nemen van hoger beroep tegen een beslissing van de disciplinaire commissie in de aangelegenheden waarvoor de disciplinaire commissie bevoegd is om kennis te nemen conform het tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 32, 33, 34, eerste tot en met derde lid, artikel 35, § 1, eerste, tweede en vijfde lid, § 2 en § 3, artikel 36, § 1, eerste lid, en § 4, tweede lid, en artikel 37, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de procedures voor de disciplinaire commissie en disciplinaire raad.\". Art. 58.Art. 58.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2019 numac 2019014097 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering betreffende basis- en secundair onderwijs type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/09/2019 numac 2019014022 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) sluiten, wordt in dezelfde titel 6/1 een artikel 42/10 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 42/10.§ 1. Bij overtredingen als vermeld in artikel 42/5, § 1, eerste lid, beslist de disciplinaire commissie of de disciplinaire raad in hoger beroep over de uitsluiting van de sporter conform artikel 42/11. De uitsluiting sluit deelname aan georganiseerde sportactiviteiten uit binnen het Nederlandse taalgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De disciplinaire commissie of de disciplinaire raad in hoger beroep kunnen, naast de beslissing, vermeld in het eerste lid, de volgende beslissingen nemen: 1° een administratieve geldboete opleggen aan de meerderjarige sporter;2° beslissen welk gedeelte van de kosten voor de controles en welk deel van de kosten die verbonden zijn aan de procedure, ten laste van de sporter worden gelegd. De disciplinaire commissie of de disciplinaire raad in hoger beroep bepaalt soeverein het bedrag van de eventuele opgelegde administratieve geldboete, rekening houdend met de ernst van de feiten. Het bedrag kan evenwel niet hoger zijn dan 25.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De disciplinaire raad legt, eventueel naast de administratieve geldboete, vermeld in het tweede lid, 1°, aan de meerderjarige sporter een administratieve geldboete op van 100 tot 1000 euro als hij oordeelt dat het bij hem ingestelde hoger beroep tergend en roekeloos is. § 2. Geen enkele van de sancties, vermeld in paragraaf 1, sluit de individuele sportbeoefening voor louter recreatieve doeleinden van de sporter uit, op voorwaarde dat de individuele sportbeoefening niet in een georganiseerd verband kadert. § 3. De voorzitter van de disciplinaire commissie, of van de disciplinaire raad in hoger beroep, noteert de aanvangsdatum en de einddatum van de uitsluiting in de disciplinaire uitspraak. § 4. Nadat de sanctie definitief is geworden, brengt NADO Vlaanderen de sporter op de hoogte van de sanctie. § 5. Als wordt vastgesteld dat de sporter de opgelegde uitsluiting niet naleeft, brengt NADO Vlaanderen de voorzitter van de disciplinaire commissie daarvan op de hoogte. De disciplinaire commissie of de disciplinaire raad in hoger beroep beslist of de termijnen van het eerder opgelegde verbod geheel of gedeeltelijk opnieuw beginnen na het einde ervan en kan daarnaast aan de meerderjarige sporter een administratieve geldboete opleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien beslissen de disciplinaire commissie en de disciplinaire raad in hoger beroep welk gedeelte van de kosten die verbonden zijn aan de procedure voor de disciplinaire commissie en de disciplinaire raad, ten laste van de sporter wordt gelegd. § 6. De disciplinaire procedure houdt, in voorkomend geval, rekening met de bijzondere kwetsbare positie van de sporter die gepaard kan gaan met zijn jeugdige leeftijd.\". Art. 59.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2019 numac 2019014097 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering betreffende basis- en secundair onderwijs type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/09/2019 numac 2019014022 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) sluiten, wordt in dezelfde titel 6/1 een artikel 42/11 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 42/11.§ 1. De periode van uitsluiting voor een breedtesporter als vermeld in artikel 42/6, § 1, eerste lid, bij een dopingpraktijk als vermeld in artikel 42/6, § 1, eerste lid, 1° en 2°, bedraagt minimaal een berisping en maximaal twee jaar uitsluiting van sportactiviteiten in georganiseerd verband, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De periode van uitsluiting voor een breedtesporter als vermeld in artikel 42/6, § 1, eerste lid, bij een dopingpraktijk als vermeld in artikel 42/6, § 1, eerste lid, 3° en 4°, bedraagt minimaal zes maanden en maximaal twee jaar uitsluiting van sportactiviteiten in georganiseerd verband, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter. § 2. De disciplinaire commissie, of in voorkomend geval de disciplinaire raad, kan de uitsluiting en in voorkomend geval de administratieve geldboete volledig of gedeeltelijk opleggen met uitstel, gekoppeld aan een of meer van de volgende voorwaarden, voor een termijn van ten hoogste twee jaar, die proportioneel toe te passen zijn volgens de ernst van de overtreding: 1° beschikbaar zijn voor dopingtests op vooraf bepaalde tijdstippen of op uitnodiging van NADO Vlaanderen, waarbij de breedtesporter in kwestie verplicht is zich aan de dopingtest te onderwerpen binnen één week na ontvangst van de uitnodiging, uitgezonderd uitzonderlijke omstandigheden;2° een verplichte dopingtest ondergaan na afloop van het effectief opgelegde deel van de uitsluiting;3° een programma van educatie over antidoping volgen, dat minstens de volgende elementen omvat: a) de verboden stoffen en verboden methodes;b) dopingpraktijken;c) de gevolgen van dopingpraktijken op medisch en sociaal vlak, met inbegrip van de mogelijke sancties;d) de risico's van het gebruik van voedingssupplementen;e) de sportethische gevolgen van dopingpraktijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als vastgesteld wordt dat de opgelegde voorwaarden niet nageleefd worden, bezorgt NADO Vlaanderen de vaststellingen van schending van de voorwaarden aan de voorzitter van disciplinaire commissie, die het uitstel kan intrekken. De disciplinaire commissie kan in dat geval het gedeelte met uitstel effectief opleggen vanaf de datum van de uitspraak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regering kan de inhoud van het programma van educatie over antidoping, vermeld in het eerste lid, 3°, verder uitwerken. § 3. Bij een tweede overtreding binnen een periode van tien jaar, bedraagt de periode van uitsluiting minimaal zes maanden en maximaal het dubbele van de toepasselijke uitsluiting, bepaald conform paragraaf 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf een derde overtreding wordt een sanctie opgelegd van minimaal twee jaar uitsluiting tot maximaal acht jaar uitsluiting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een uitsluiting wegens een tweede of derde overtreding binnen een periode van tien jaar kan geen uitstel van uitvoering van de sanctie als vermeld in paragraaf 2, worden verleend.\". Art. 60.In artikel 43 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/2015 numac 2015035083 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/02/2015 numac 2015035048 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 aan de Code 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015035135 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2014 numac 2014036945 bron vlaamse overheid Decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/06/2015 numac 2015035562 bron vlaamse overheid Decreet houdende de tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/2015 numac 2015031356 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest 19 DECEMBER 2014 - Decreet houdende aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 2014 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden \"De voorlopige schorsingen en disciplinaire uitsluitingen van sporters en begeleiders\" vervangen door de zinsnede \"Disciplinaire beslissingen met betrekking tot dopingpraktijken begaan door sporters, met inbegrip van minderjarigen, recreatiesporters en beschermde personen, en door andere personen\";2° in het eerste lid wordt het woord \"betrokkene\" vervangen door de woorden \"persoon die de dopingpraktijk heeft begaan\";3° in het tweede lid worden de woorden \"De disciplinaire uitsluitingen van meerderjarige elitesporters en meerderjarige begeleiders van elitesporters\" vervangen door de zinsnede \"Disciplinaire beslissingen met betrekking tot dopingpraktijken begaan door sporters die geen recreatieve sporter, minderjarige of beschermde persoon zijn, en begaan door andere personen die geen minderjarige of beschermde persoon zijn,\";4° in het tweede lid worden de woorden \"nadat de sanctie definitief\" vervangen door de woorden \"nadat de beslissing definitief\";5° in het tweede lid worden de woorden \"Een sanctie kan\" vervangen door de woorden \"De informatie met betrekking tot de beslissing kan\"; 6° aan het derde lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt: \"NADO Vlaanderen zal redelijke pogingen ondernemen om de toestemming van de betrokkene te bekomen, en als de toestemming is gegeven, de beslissing bekendmaken in integrale vorm of in een aangepaste vorm die aanvaardbaar is voor de sporter of andere persoon in kwestie.\"; 7° het vierde lid en vijfde lid worden opgeheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 61</span><span class=\"lf-art-t\">In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2019 numac 2019014097 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering betreffende basis- en secundair onderwijs type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/09/2019 numac 2019014022 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) sluiten, wordt een artikel 43/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 43/1.Een beslissing met betrekking tot een dopingpraktijk die genomen is conform de Code door een ADO, een beroepsinstantie of het TAS, is na kennisgeving aan alle belanghebbende partijen automatisch bindend voor elke partij die de Code heeft ondertekend, ongeacht de sport of sportdiscipline.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beslissing als vermeld in het eerste lid om een verplichte voorlopige schorsing op te leggen onder de Code na een voorlopige hoorzitting of waarbij de sporter of andere persoon de voorlopige schorsing heeft aanvaard of verzaakt heeft aan het recht op een voorlopige hoorzitting, versnelde hoorzitting ten gronde of beroep, verbiedt automatisch tijdens de voorlopige schorsing de deelname van de sporter of andere persoon aan alle sportactiviteiten die onder de bevoegdheid van een ondertekenaar van de Code vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beslissing als vermeld in het eerste lid die een periode van uitsluiting oplegt na een hoorzitting of na het afzien van een hoorzitting door de sporter of andere persoon in kwestie, verbiedt automatisch de deelname van de sporter of andere persoon aan alle sporten die onder de bevoegdheid vallen van een partij die de Code heeft ondertekend voor de duur van de periode van uitsluiting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beslissing als vermeld in het eerste lid waarbij een dopingpraktijk wordt aanvaard, is automatisch bindend voor alle partijen die de Code hebben ondertekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beslissing als vermeld in het eerste lid, om diskwalificatie van resultaten op te leggen voor een bepaalde periode houdt in dat alle resultaten die behaald zijn onder de bevoegdheid van een partij die de Code heeft ondertekend in de periode die gespecifieerd is in de beslissing, automatisch gediskwalificeerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke partij die de Code heeft ondertekend, is gehouden tot automatische erkenning en implementatie van een beslissing, of in voorkomend geval de schorsing of opheffing van de gevolgen van die beslissing, zonder dat daar een uitdrukkelijke erkenning is voorzien, vanaf de vroegste van de volgende data: de datum van ontvangst van de kennisgeving van de beslissing of de datum waarop de beslissing in ADAMS is geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beslissing van een organisator van een evenement die genomen is in een versnelde procedure tijdens het evenement is niet bindend voor andere partijen die de Code hebben ondertekend, tenzij de regels van de organisator van het evenement voorzien in de mogelijkheid van beroepsprocedure voor de sporter of andere persoon die niet in een versnelde procedure wordt afgehandeld.\". Art. 62.Aan artikel 44 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 4 december 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/2015 numac 2015036567 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de integratie van de beleidsondersteunende opdracht inzake sport in het agentschap Sport Vlaanderen, en tot wijziging van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/2015 numac 2015036560 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 15 mei 2014 tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap over de toetreding tot het Uitgebreid gedeeltelijk akkoord over sport , ingevoerd door de resolutie van de Raad van Europa van 11 mei 2007, zoals gewijzigd op 13 oktober 2010 (1) type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/2015 numac 2015036539 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid, wat de subsidiëring van politieke jongerenbewegingen betreft type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2015 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/12/2015 numac 2015036574 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Kunstendecreet van 13 december 2013, wat de voorwaarden van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening betreft sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden \"van sporters en begeleiders\" worden vervangen door de woorden \"en andere gevolgen van dopingprakijken die opgelegd zijn aan sporters en andere personen\";2° een tweede lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt: \"Sportverenigingen zijn verantwoordelijk voor het ten uitvoer leggen van de diskwalificatie van resultaten en terugvordering van prijzengeld die opgelegd is aan een sporter in relatie tot sportactiviteiten die door hen zijn georganiseerd.Een sportvereniging die op grond van een definitief geworden disciplinaire beslissing prijzengeld teruggevorderd heeft van een sporter, neemt redelijke maatregelen om het teruggevorderde prijzengeld te herverdelen over de sporters die recht zouden hebben gehad op het prijzengeld als de gediskwalificeerde sporter niet had deelgenomen.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 63</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 47, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede \"vermeld in artikel 46, 1°, \" vervangen door de zinsnede \"vermeld in artikel 46,\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-64\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 64</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 48, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 4 december 2015, wordt voor het eerste lid, dat het tweede lid wordt, een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Conform overweging 112 van verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, is de bestrijding van doping gebaseerd op gewichtige redenen van algemeen belang.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 65</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 70 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/2015 numac 2015035083 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/02/2015 numac 2015035048 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 aan de Code 2015 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015035135 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type</p></div>", "next": 239903}