{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Dat Leefmilieu Brussel vraagt dat elk nieuw stedelijk ontwerp vergezeld wordt van compensatiemaatregelen die ervoor zorgen dat het ontwerp niet van invloed is op de overstromingsrisico's, zelfs ervoor zorgen dat de situatie zou verbeteren, en dit geldt zowel voor de gebouwen, als voor de openbare ruimtes;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant opmerkt dat het vorige MER meer gedetailleerd was bij de waterkwestie en de doorlaatbaarheid van de bodem;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hij de kwestie aankaartte van de kwetsbaarheid van de grondwaterlagen door mee te geven dat ze zich relatief dicht bij de oppervlakte bevinden wat ze kwetsbaar maakte voor de doorsijpeling van vervuild water;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit ernstige vragen oproept over de uitwerking van de ondergrondse parkings op deze plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC verontrust zich over de negatieve gevolgen veroorzaakt door de ondoorlaatbaarheid van deze site;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze acht dat het regenwaterbeheer voor het gehele gebied en omgeving in overweging genomen moet worden, hierbij gebruik makend van verschillende hulpmiddelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze vraagt dat er nagedacht wordt over de opvang van grijs water, in overeenstemming met het principe van de circulaire economie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering zich aansluit bij haar vaststelling dat er nood is aan een globaal beheer van het regenwater in het volledige gebied en de omgeving ervan via de realisatie van diverse inrichtingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze kwestie niet door het GBP wordt behandeld, waarvan het niet het voorwerp is zoals is gepreciseerd in artikel 24 van het BWRO, maar door Titel 1 van de GSV (of door de aanvullende stedenbouwkundige verordeningen die kunnen worden goedgekeurd door zowel het Gewest als de Stad, overeenkomstig de artikelen 88, 1e lid, 1° en 91, 2e lid van het BWRO);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bovendien ook het BBP dat moet worden goedgekeurd in het kader van de uitvoering van het programma van het GGB deze problematiek kan behandelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de ondoorlaatbaarheid van de bodem wordt omkaderd door Titel 1 van de GSV, die zowel bij de handelingen en werkzaamheden waarvoor een stedenbouwkundige vergunning vereist is als bij diegene die ervan vrijgesteld zijn, eisen stelt inzake het behoud van zones met volle grond, de recuperatie en de buffering van het regenwater; dat het MER met deze vereisten rekening heeft gehouden in zijn analyse en dus niet incoherent is wanneer het besluit dat de bestaande toestand verbeterd is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de bestaande toestand aanzienlijke ondoorlaatbare oppervlakken biedt waarvoor het regenwater niet wordt gebufferd voordat het wordt afgevoerd via de rioleringen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de uitvoering van het GGB toelaat om correct gedimensioneerde watertanks te voorzien om het regenwater in te stockeren en het debiet van de afvoer naar de riolering te regelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bovendien de recuperatie van dit regenwater zal toelaten om de hoeveelheden water die momenteel in de riolering worden geloosd te beperken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het onmiskenbaar een verbetering van de bestaande toestand betreft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de meer gedetailleerde demonstratie van deze vaststelling in het MER niet is gedetailleerd aangezien, zoals reeds gezegd, het waterbeheer geen problematiek is die valt onder het GBP. Overwegende dat de bewering die stelt dat de geringe diepte van de grondwaterlaag de bouw van de ondergrondse parking in het gedrang brengt niet onderbouwd is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER preciseert dat er \"verschillende grondwaterlagen boven elkaar liggen. De diepte van de oppervlaktelaag varieert sterk van de ene plaats tot de andere (van 3 tot 18 m) vanwege de uitgesproken topografie van de site\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het in het stadium van de herziening van het GBP niet mogelijk is om de exacte positie of de diepte van eventuele ondergrondse parkings te kennen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hoe dan ook, als de aanwezigheid van de grondwaterlaag in voorkomend geval de uitvoering van een ondergrondse parking op een welbepaalde plaats in het gedrang kan brengen, dat niet het geval is voor de uitvoering van het GGB in zijn geheel. 9. MOBILITEIT 9.1. Gewestelijke planning 9.1.1. Gewestelijke plannen Overwegende dat een reclamant verwijst naar het GewOP en het belang van het beleid inzake parkeren en openbaar vervoer voor de verbetering van de openbare ruimte, de leefomgeving en de bescherming van de wijken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vraagt aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om te luisteren naar de kritische adviezen van de instellingen over de mobiliteitsimpact van het programma en dat ze afstapt van haar plan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering niet afziet van haar voornemen om de Heizelvlakte nieuw leven in te blazen en er een ontwikkelingspool met een internationale uitstraling van te maken; dat bij de ontwikkeling van dit project uiteraard op elk niveau rekening zal worden gehouden met de effecten op het vlak van mobiliteit, te beginnen op het niveau van gewestelijke planning (het GBP, het gewestelijk parkeerplan maar ook het volgende GPDO en gewestelijk mobiliteitsplan); dat deze gewestelijke plannen elkaar niet tegenspreken, maar integendeel elkaar wederzijds aanvullen en bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen vermeld in artikelen 2 en 3 van het BWRO. 9.1.2. IRIS 2 Overwegende dat een reclamant van oordeel is dat het project en het IRIS 2-plan kunnen samengaan, op voorwaarde dat de verbindingsweg niet wordt gebruikt als toegangsweg tot de R0, dat er een gecoördineerd en regulerend parkeerbeleid komt ten dienste van de gewestelijke mobiliteit, dat planning en mobiliteit op elkaar afgestemd worden, en dat er een proactieve wegmarkering wordt ontwikkeld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de reclamanten van mening zijn dat het IRIS 2-plan en het programma of het commerciële luik ervan incompatibel zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de reclamanten erop wijzen dat het IRIS 2-plan een (voorlopige) regelgevende waarde heeft en dienst doet als GMP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering benadrukt dat het MER de coherentie tussen de relevante plannen en programma's van het ontwerp tot herziening van het GBP onderzoekt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER eraan herinnert dat het Plan IRIS 2 zich hoofdzakelijk tot doel stelt om de mobiliteitsvraag tegen 2018 te beheersen en te rationaliseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het bovendien het verkeer met 20 % wil verminderen ten opzichte van 2001;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de aangegeven pistes enerzijds maatregelen zijn om de alternatieve mobiliteit aan te moedigen, zoals de vermenigvuldiging van het aantal voetgangerszones, de eigen banen voor trams en bussen, de fietsinfrastructuren, de automatisatie en uitbreiding van het metronet en anderzijds maatregelen om het autoverkeer te rationaliseren, zoals met name een beter parkeerbeheer, de bescherming van de woonwijken of de belasting op het autogebruik;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het plan IRIS 2 negen noodzakelijke acties aangeeft die moeten worden uitgevoerd om deze doelstelling te bereiken. Dat het MER de acties opsomt die verband houden met het ontwerp tot gedeeltelijke herziening van het GBP : 1. De actieve vervoerswijzen, met de fiets en te voet, bevorderen als alternatief voor de auto, vooral voor de kleine afstanden;2. Van een hoogwaardig openbaar vervoer voor iedereen de hoeksteen maken van de verplaatsingen in Brussel, dankzij een modern en gediversifieerd aanbod;3. Een gehiërarchiseerd en gerationaliseerd wegensysteem voorstellen waar veiligheid voor iedereen en de regulering van het verkeer optimaal zijn en er plaats is voor de andere verplaatsingswijzen;4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een rationeel autogebruik aanmoedigen door innoverend gebruik zoals autodelen of collectieve taxi's te bevorderen;5. Een gecoördineerd en regulerend parkeerbeleid toepassen dat echt in dienst staat van de gewestelijke mobiliteit;6. Mobiliteit en ruimtelijke ordening, die nauw met elkaar verbonden zijn, samen plannen;7. Moderne en realtime-informatie verstrekken over mobiliteit, om alle gebruikers bij te staan bij hun dagelijkse verplaatsingen;8. De goederenlogistiek en goederenverdeling optimaliseren, in de kern van de gewestelijke economische ontwikkeling;9. Het bestuur verbeteren om het Plan IRIS 2 de noodzakelijke succesvoorwaarden te bieden; Dat het MER besluit dat het ontwerp tot wijziging van het GBP globaal kadert in de oriëntaties van het plan IRIS 2 en in het bijzonder wat de actie \"mobiliteit en ruimtelijke ordening op elkaar afstemmen\" betreft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het verkeerd is om te beweren dat het commerciële luik van het programma niet verenigbaar is met het plan IRIS 2;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het integendeel gerechtvaardigd is om aantrekkelijke functies zoals handelszaken te vestigen op plaatsen waar het openbaar vervoer goed ontwikkeld is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER de toegangsvoorwaarden tot de Heizelvlakte onderzoekt en benadrukt dat ze uitstekend wordt bediend door het openbaar vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het de geplande projecten voor nieuwe lijnen opsomt en analyseert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het huidige aanbod en de geplande nieuwe lijnen efficiënt beantwoorden aan de vraag naar vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het ontwerpplan een ambitieus parkeerbeleid op de Heizelvlakte mogelijk maakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het GBP niet moet voorzien in een proactieve wegmarkering. 9.1.3. Plannen Vlaanderen Overwegende dat een reclamant van mening is dat men met het project T.OP Noordrand de Heizel uit zijn isolement wil halen door gebruik te maken van een wegennet dat uiteindelijk geen toegang meer zal geven tot de centrale Ring. Dat, hoewel hij toegeeft dat de weg oververzadigd is en er geen rechtstreekse verbinding bestaat met de centrale R0, het project compatibel is met het START-plan ter optimalisatie van de Ring;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest erop wijst dat er nog steeds wordt onderhandeld over het project T.OP Noordrand en dat het nog niet is goedgekeurd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest erop wijst dat er geen akkoord werd bereikt over de structuurplannen R0 en de concrete resultaten ter hoogte van de op- en afritten van de Ring en dat die plannen dus niet beschouwd kunnen worden als doeltreffende maatregelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering wijst op het feit dat het ontwerp van GBP geen wijziging van de R0 impliceert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het ontwerp van GBP en de uitvoering van het GGB gebaseerd zijn op een bestaande toestand van de R0 en van zijn in- en uitvalswegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat iedere wijziging van de toegangen tot de R0 het akkoord moet krijgen van de twee Gewesten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER de impact van de uitvoering van het ontwerp van GGB op de bestaande toestand heeft geanalyseerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de beschikbare informatie over de structuurplannen R0 niet voldoende gedetailleerd en stabiel is om daadwerkelijk in aanmerking te kunnen worden genomen in de analyse;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bijgevolg de analyse van de efficiëntie van de wijzigingen van de R0 en van zijn in- en uitvalswegen niet werd uitgevoerd en dat deze wijzigingen de facto niet als efficiënt werden beschouwd. 9.2. Openbaar vervoer 9.2.1. Nood aan bediening door het openbaar vervoer Overwegende dat de reclamanten, de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Gewestelijke Mobiliteitscommissie van mening zijn dat het openbaar vervoeraanbod ter plaatse moet worden uitgebreid, zowel inzake bestemmingen (binnen en buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) als inzake frequentie en dienstregeling;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant erop wijst dat het Vlaamse project Uplace slechts zal worden goedgekeurd als er vóór 2017 een GEN-halte en een bushalte operationeel zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vermeldt dat dubbel zoveel metro's elk uur de site zouden kunnen aandoen, en dat de aanbeveling van het MER zo opgevolgd zou worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant van mening is dat het MER meer nadruk zou moeten leggen op het potentieel van het openbaar vervoer in de twee gewesten als alternatief voor de privévoertuigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant opmerkt dat de site een ideale halte zou zijn voor het openbaar vervoer (situatie B en C van de GSV) voor de woonfuncties, voor de organisatie van evenementen of vrijetijdsactiviteiten, maar niet voor een massale commerciële ontwikkeling;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant erop wijst dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet over de nodige budgetten beschikt om het aanbod voor het openbaar vervoer voldoende uit te breiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant benadrukt dat de opstopping van de wegen een negatieve impact zal hebben op de werking van het openbaar vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het project Brabantnet Willebroek een reclamant positief lijkt omdat het ervoor zou zorgen dat het niet-sportieve Ghelamco-programma aansluiting zou vinden met het openbaar vervoer, maar ook negatief omdat het geen rekening houdt met de gewone klanten en op ontoereikende wijze de Romeinsesteenweg aandoet en de verkeerswisselaar Strombeek niet overbrugt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC van mening is dat er een globale mobiliteitsstrategie moet worden ontwikkeld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze oproept tot een daadwerkelijke realisatie van het openbaarvervoersaanbod voordat de verschillende geplande projecten ter beschikking worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering vaststelt dat de MIVB al zeer ver gevorderd is met haar projecten voor nieuwe lijnen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat haar projecten ingeschreven zijn in de begroting van de Brusselse Regering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het dus fout is om te beweren dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet over de nodige budgetten beschikt om het openbaarvervoeraanbod te ontwikkelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat uit deze plannen en budgetten blijkt dat de Regering zich bewust is van het feit dat het openbaarvervoersaanbod, dat vandaag al efficiënt is, nog in al zijn dimensies moet worden versterkt (bediening, frequentie, dienstregeling, capaciteit en comfort van de voertuigen enz.) om de ontwikkeling van het GGB te begeleiden; dat deze versterking zich met name tot doel stelt om bij te dragen tot de vermindering van de autofiles. 9.2.2. Oprichting van een openbaar vervoerknooppunt op de Heizel Overwegende dat de oprichting van een knooppunt voor het openbaar vervoer op de Heizel een reclamant onontbeerlijk lijkt en dat hij dat situeert aan het metrostation Heizel (waarbij ook de trams betrokken worden);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest van mening is dat de bepalingen van artikel 2 van het ontwerp ook ten bate moeten komen van de Vlaamse mobiliteitsspelers en dat het vraagt betrokken te worden bij de ontwerpen en ontwikkelingen van deze besprekingen voor het openbaar vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC de vraag naar de oprichting van een openbaarvervoersknooppunt redelijk acht en benadrukt dat het moet worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat het volledige openbaarvervoersknooppunt een lopend project is aangezien de tramlijnen zullen samenkomen in het metrostation Heizel, zoals blijkt uit het aanvraagdossier van de stedenbouwkundige vergunning dat de MIVB heeft ingediend voor de verlenging van haar tramsporen in de Keizerin Charlottelaan. 9.2.3. Samenwerking openbaarvervoeroperatoren Overwegende dat de reclamanten en de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan de operatoren of de operatoren van de site vragen om samen te werken, waarbij elke rechtvaardiging om de auto te gebruiken van de hand wordt opgeheven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering vaststelt dat het GBP niet belast is met deze coördinatie, die uiteraard wenselijk is. 9.2.4. Knooppunten van openbaar vervoer Overwegende dat een reclamant aangeeft dat het interessant is om het NEO-project uit te bouwen rond een knooppunt van openbaar vervoer, om zo minder de behoefte te hebben om zich met de auto te verplaatsen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering opmerkt dat het MER de uitstekende bereikbaarheid van het GGB, dankzij zijn positie als vervoersknooppunt, heeft bevestigd. 9.2.5. Treinhalte Overwegende dat de reclamanten en de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een halte willen wegens de internationale ambitie van het ontwerp;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de reclamanten betreuren dat er in het ontwerp geen interregionale treinhalte is ingepland, terwijl het station van Bockstael zich dichtbij bevindt en er reeds een gecombineerd tarief bestaat, conclusies uit het MER voor het T.OP Noordrand;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC zich zorgen maakt over de afwezigheid van een leefbare treinhalte die spoort met de intergewestelijke, nationale of Europese ambities van het ontwerp van GGB;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, bij gebreke van een rechtstreekse bediening, ze vraagt om het potentieel van het station van Bockstael of, bij ontstentenis, het station van Schaarbeek-reizigers te mobiliseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat deze treinhalte aanwezig is in het station van Bockstael;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de beslissing om er treinen te laten stoppen onder de bevoegdheid valt van de uitbater van het spoorwegnet, en niet van het Gewest in het algemeen en van het GBP in het bijzonder;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het derhalve mogelijk is om het treinaanbod in de buurt van het ontwerp van GGB te ontwikkelen. 9.2.6. Oprichting van een depot voor het openbaar vervoer Overwegende dat een reclamant erop wijst dat de huidige opslaginfrastructuur voor trams niet geschikt is en er een depot aangelegd moet worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant bevestiging vraagt voor de aanleg en de inplanting van het tramdepot in de perimeter die met Brussels Expo en de Stad Brussel werd besproken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering opmerkt dat er volgens het programma van het GGB moet worden voorzien in \"reservaties voor het openbaar vervoer, met inbegrip van de realisatie van een opslaginfrastructuur\"; dat uit voormelde projecten van de MIVB blijkt dat dit depot een tramdepot zal zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze nieuwe infrastructuur de tekorten die de reclamant aanhaalt zal kunnen invullen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de precieze lokalisatie van deze infrastructuur moet worden onderzocht op een kleinere schaal dan die van het GBP (BBP en aanvragen van stedenbouwkundige en milieuvergunningen). 9.2.7. Afstemming ambities - middelen Overwegende dat een reclamant erop wijst dat bepaalde middelen nodig zijn om de bediening van het openbaar vervoer ter plaatse correct te organiseren en optimaal te laten verlopen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering verwijst naar het antwoord dat hiervoor werd gegeven in punt 9.2.1. 9.2.8. Kabeltram Overwegende dat een reclamant van mening is dat een kabeltram het gebruik van de P+R-dienst zou stimuleren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat voor een dergelijk transportmiddel echter een vertrekstation vereist zou zijn ten zuiden van parking C, wat de doorgang voor P+R-klanten zou verhinderen, en dat men zich zo ook verder zou bevinden van de eindhalte van de tram in het noordoostelijke gedeelte van parking C;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat andere technieken met flexibele routes geschikter zouden zijn voor de bediening van de P+R-terreinen, Brussels Expo, van P12 tot aan NEO 2 en het Atomium;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering meent dat de P+R een modale verschuiving naar het openbaar vervoer moet mogelijk maken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de vraag naar openbaar vervoer hoofdzakelijk zal gericht zijn op de metro;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de kabeltram bijgevolg een efficiënte relatie moet bieden tussen de P+R van Parking C en de metro, en meer bepaald het metrostation Heizel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het kabeltramproject nog niet ver genoeg gevorderd is om het te onderzoeken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het in dit stadium dus niet mogelijk is om te beweren dat het vertrekstation van de kabeltram de doorgang van de klanten van de P+R zal verhinderen. 9.2.9. Openbaar vervoer heeft voorrang op auto's Overwegende dat een reclamant van mening is dat het slechts doeltreffend kan zijn om openbaar vervoer aan te bieden als het bovengrondse netwerk performant is. De reclamant vraagt dan ook dat dit aspect in het ontwerp toegelicht wordt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vraagt om opstopping van het bovengrondse netwerk te voorkomen en om voorrang te geven aan de kruispunten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat deze beschouwingen niet tot de inhoud van het GBP behoren zoals die is beschreven in artikel 24 van het BWRO waarin, ten aanzien van de mobiliteit in het algemeen en ten aanzien van het openbaar vervoer, enkel de \"maatregelen van aanleg voor de belangrijkste verkeerswegen\" bedoeld zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de vraag van de reclamant een bekommernis van de openbaar vervoersmaatschappijen is die in aanmerking werd genomen in de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning voor een infrastructuur met eigen baan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bovendien, zoals werd aangehaald in het vorige punt, de vraag naar openbaar vervoer vooral zal gericht zijn op de metro; dat de efficiëntie van het aanbod dus hoofdzakelijk zal afhangen van het ondergrondse net, dat niet wordt aangetast door het bovengrondse autoverkeer; dat het bovengrondse openbaarvervoersnet een aanvulling is op het ondergrondse net en dat de ontwikkeling ervan zich vooral tot doel stelt om de autofiles te verminderen. 9.2.10. Toekomstige bereikbaarheid van het programma met het openbaar vervoer Overwegende dat een reclamant aangeeft dat de verschillende functies van het GGB en van het Eurostadion-project volledig operationeel en op efficiënte wijze bereikbaar zullen zijn met het openbaar vervoer volgens een planning die compatibel is met de voorziene ontwikkelingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat die bereikbaarheid met het openbaar vervoer zal bestaan uit een lokale, regionale en interregionale verbinding met de verschillende delen van de site;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, gesteld dat de openbare vervoeroperatoren coherent samenwerken, die bereikbaarheid, samen met het Vlaamse openbaar vervoeraanbod, het programma zal verbinden met regionale polen (zoals stations) en met de P+R-terreinen en zo het modale aandeel auto's zal terugdringen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant integendeel van mening is dat er geen verbetering zal komen met openbare vervoerlijnen die privécomplexen aandoen in plaats van lokale gebruikers te dienen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering van mening is dat de bewering dat de tracés van het openbaar vervoer de privécomplexen voorrang verlenen op de lokale gebruikers, ongegrond is. 9.3. Verzadiging van het mobiliteitsaanbod 9.3.1. Verzadiging van de wegen Overwegende dat de reclamanten denken dat het ontwerp door het programma nieuwe verplaatsingsbehoeften zal creëren, vooral met privévoertuigen (doordat het bezoekers zal lokken van buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die geen goede verbinding hebben met het openbaar vervoer);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat die verzadiging van de wegen zich steeds verder zal blijven uitbreiden over het netwerk en zo de levenskwaliteit van de bewoners zal aantasten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant en het Vlaams Gewest zich zorgen maken over de onduidelijkheid van het MER op dat vlak (p. 414/419/420) en in het bijzonder over het voorbijgaan aan de impact van het ontwerp;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest zich vragen stelt bij het gebrek aan evaluaties over de verzadiging van de lokale wegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest verduidelijkingen zou willen die gestaafd worden met berekeningen en conclusies;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant erop wijst dat het MER erkent dat het programma leidt tot de verzadiging van alle verkeersassen die naar het studiegebied leiden (p. 410 MER);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering vaststelt dat het ontwerp inderdaad nieuwe verplaatsingsbehoeften met privévoertuigen zal genereren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER de impact van de wijziging van het GBP op de verzadiging van het wegennet analyseert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER de efficiëntie van de infrastructuurprojecten in de voorspelbare toestand analyseert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER preciseert dat \"infrastructuurprojecten van de voorspelbare toestand, en hoofdzakelijk de verbindingsweg tussen parking C en de Tentoonstellingspaleizen, een antwoord bieden op de vastgestelde moeilijkheden\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER besluit dat de nieuwe verbindingsweg \"de verzadiging van het wegennet reëel verbetert en toelaat om nuttige capaciteiten te behouden op de Romeinsesteenweg en de Houba de Strooperlaan. Dat de verbindingsweg ook toelaat om in de Magnolialaan, de Keizerin Charlottelaan en de Miramarlaan de verkeersdrukte te verlichten die de goede werking van het net ter hoogte van de Tentoonstellingspaleizen kunnen aantasten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de verbindingsweg verzadigd is, kan het parkeren van de voertuigen op parking C de autostroom beperken tot diegene die de infrastructuur aankan\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de voorspelbare toestand in die zin de levenskwaliteit van de bewoners zal vrijwaren. 9.3.2. Ontwikkeling van de belangrijkste effecten van het project en van de alternatieven voor de te verwachten situatie Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie nota neemt van de conclusies van het MER betreffende de noodzaak om een nieuwe verbindingsweg te creëren voor het algemene verkeer tussen parking C (en dus de Ring) en de site van de Paleizen, rechts van de Keizerin Charlottelaan, en betreffende de noodzaak om er een kruispunt aan te leggen met voorsorteerstroken voor de linksaf- en rechtsaf-bewegingen, gezien de intensiteit van het verwachte verkeer (zie samenvatting MER, p. 24 en MER 418); Dat de analyses van de transportvraag van het MER schatten dat er heel veel vrachtwagens zullen zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het ontwerpplan met vervanging van het Koning Boudewijnstadion tijdens de week zorgt voor verkeerstromen met 552 vrachtwagens/dag en 415 vrachtwagens op zaterdag (pp. 373 en 377); dat de grootteorde van deze stromen is aannemelijk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Commissie echter betreurt dat de hypotheses voor de analyse van de mobiliteitseffecten per type functie geen rekening houden met de verkeersstromen van vrachtwagens;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de analyse van de belangrijkste effecten van het project enkel kijkt naar de autostromen (p. 409) : de Commissie betreurt het dat de vrachtwagens niet in rekening genomen worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering opmerkt dat het MER rekening heeft gehouden met de vrachtwagenstroom gegenereerd door her ontwerp van GGB en door de omgeving waarin het zal worden uitgevoerd; dat deze stromen werden vertaald in personenwagenequivalent (PWE);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de vrachtwagens niet apart werden opgenomen in de berekeningen van de verzadiging van het wegennet, maar dat er wel degelijk rekening mee werd gehouden in de analyse. 9.3.3. Autostromen Overwegende dat een reclamant verheugd is dat het ontwerp het mobiliteitsaanbod uitbreidt (openbaar vervoer / P+R), maar betreurt dat dit ontwerp en de Vlaamse projecten een bijkomende autostroom op gang brengen die deze gunstige resultaten afzwakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering meent dat het nog veel te vroeg is om te besluiten dat de projecten een zodanige autostroom zullen genereren dat de voordelen van de uitbreiding van het openbaarvervoersaanbod zullen worden afgezwakt; dat bij het beheer van de mobiliteitsproblematiek verschillende spelers betrokken zijn (gemeenten, gewesten, federale overheid, openbaarvervoersmaatschappijen enz.) en verschillende instrumenten (mobiliteits- en parkeerplannen, beheersplannen van de openbaarvervoersmaatschappijen enz.) waartoe het GBP niet rechtstreeks behoort; dat de evolutie van het autoverkeer zal afhangen van de gecoördineerde tenuitvoerlegging van deze instrumenten en van de goede samenwerking tussen de verschillende spelers, en niet rechtstreeks van het GBP en van deze wijziging ervan. 9.3.4. Ring ontoereikend Overwegende dat een reclamant van mening is dat het Ringproject van het Vlaams Gewest geen oplossing biedt en haaks staat op de verwachte ontwikkelingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vaststelt dat de A12 en de Ring heel duidelijk naar voren komen, terwijl het Ringproject van deze beschouwing een utopie maakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant eraan herinnert dat de projecten rond de nieuwe Ring niet tot doel hebben om de lokale toegang te regelen, maar het luchthavengebied uit zijn isolement te halen door het efficiënt te verbinden met de autosnelwegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hij opmerkt dat het project de doorgaande en lokale stroom van elkaar scheidt, waardoor het programma niet incompatibel is, maar een invloed zal hebben op de toegangswegen naar de luchthaven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant van mening is dat de ring voor 100 % verzadigd is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant meent dat het programma, alle projecten samen en het Ringproject incompatibel zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hij bijgevolg vraagt om de Ring aan te passen om de verwachte nieuwe stromen in goede banen te leiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest betreurt dat het programma de Ring nog meer verzadigt, maar geen enkele oplossing biedt, dat het MER van het Eurostadion-project de negatieve gevolgen van NEO en het Eurostadion aanstipt, zelfs als de Ring meer capaciteit krijgt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest betreurt dat er geen gewag wordt gemaakt van de Ring, van verlichtende maatregelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering opmerkt dat de verzadiging van de Ring een feit is dat losstaat van het ontwerp tot wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, als het project een aanzienlijke vraag naar autoverkeer zal generen, met name verkeer afkomstig van en bestemd voor de R0, de problematiek van de verkeersopstoppingen op de R0 veel verder reikt dan het ontwerp van GGB;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze problemen enkel kunnen worden opgelost door een wijziging van de gedragingen op het vlak van verplaatsingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ruimtelijke ordening een van de middelen is om deze gedragswijzigingen te induceren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de inschrijving van een GGB met een gemengd en dicht programma op de plaats van een vervoersknooppunt een gepast antwoord is op het vlak van ruimtelijke ordening. Dat met dit antwoord de mobiliteitsuitdagingen in het gebied en in het algemeen kunnen worden aangegaan. 9.3.5. Verzadiging verplaatsingsaanbod Overwegende dat een reclamant aanstipt dat de beginsituatie een slecht referentiepunt is voor de werking van de infrastructuur, onder andere door de onregelmatige verzadiging van het mobiliteitsaanbod (verzadiging van de wegen, ontoereikend en niet-gecentraliseerd openbaar vervoeraanbod, geen intermodale oplossing, extreme gevolgen van de verkeersincidenten op de ring, het gedrag van de weggebruikers);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hij meent dat de combinatie van geplande activiteiten, van het bestaande, van de projecten in Vlaanderen, nog meer moeilijkheden zal veroorzaken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de reclamanten vrezen dat de huidige infrastructuur (op de weg en qua openbaar vervoer) het verkeer dat door het ontwerp wordt gegenereerd, niet aan kan, zelfs niet als er synergieën worden gecreëerd tussen functies;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze vrezen dat het openbaar vervoer ontoereikend is, waardoor de vraag naar verplaatsingen met de auto zou stijgen met opstoppingen tot gevolg, ten koste van de lokale wegennetten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie vaststelt dat het openbaar vervoer momenteel over een voldoende capaciteitsreserve beschikt, maar dat er onduidelijkheden zijn over de huidige capaciteiten van het netwerk (p. 414);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant aanstipt dat het openbaarvervoersaanbod in de toekomst maar beperkt kan worden uitgebreid en dat zich een modale verschuiving zou kunnen voordoen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant erop wijst dat in het MER van de VSGB sprake is van de impact van de drie winkelcentrumprojecten op het verkeer en de ontoereikendheid van de weginfrastructuur en het openbaar vervoer om aan die vraag alleen al te voldoen (zonder de andere projecten die verkeer zullen genereren in beschouwing te nemen) en dat ondanks de bijkomende investeringen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat die bevinding wordt bevestigd door een studie van de Universiteit Gent over het modale aandeel bezoekers van de winkelcentra;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vaststelt dat de combinatie van vele activiteiten en evenementen op één plaats nieuwe mobiliteitsbehoeften zal creëren en het wegennet en de voorzieningen zal verzadigen ten koste van de bewoners en de mobiliteit zonder dat de projecten een oplossing bieden om die nieuwe stromen in goede banen te leiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de aanleg van nieuwe mobiliteitsinfrastructuur (Ring, verbindingsweg, P enz.) de mobiliteit in het gebied zal aanzwengelen en zo meer gebruikers zal lokken en dus meer verkeer zal genereren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant aanstipt dat bereikbaarheid en mobiliteit essentieel zullen worden om de levenskwaliteit voor de buurtbewoners te vrijwaren, dat hij vaststelt dat de projecten nieuwe stromen zullen genereren en dat terwijl er geen dienstregeling is die de toestand nu of in de toekomst kan verbeteren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC herhaalt dat er nood is aan een allesomvattend en onderbouwd mobiliteitsproject vóór de uitwerking van het programma van het GGB;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit mobiliteitsproject moet alle toekomstige en bestaande mobiliteitsvormen in aanmerking nemen, de analyse van de filekosten bekijken, de verschillende projecten in het gebied in beschouwing nemen en juridisch onbetwistbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de bezwaren vooral voortvloeien uit ongerustheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze ongerustheid begrijpelijk is, maar niet op objectieve elementen van de voorspelbare toestand is gestoeld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de voorspelbare toestand openbaarvervoerprojecten omvat die een nu al efficiënt aanbod van het openbaar vervoer nog zullen aanvullen, met name dankzij de aanwezigheid van de metro;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat met deze projecten rekening moet worden gehouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de mobiliteitsgedragingen evolueren en de nieuwe vraag naar verplaatsingen niet mag worden vergeleken met de huidige vraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de adequatie van de toekomstige vraag naar verplaatsingen met het huidige infrastructuuraanbod derhalve een onvolledige oefening is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER aantoont dat het openbaarvervoeraanbod over voldoende capaciteitsreserves beschikt om de toekomstige vraag naar verplaatsingen op te vangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het niet de taak van het GBP is om de middelen te regelen die aanzetten tot minder autogebruik;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het GBP er evenwel op zijn niveau toe kan bijdragen aangezien een van de efficiënte middelen om daartoe te komen erin bestaat om gemengde projecten te ontwikkelen in de buurt van openbaarvervoersknooppunten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het ontwerp van GBP zich in de onmiddellijke buurt van 3 metrostations, 4 tramlijnen en verschillende buslijnen situeert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit openbaarvervoeraanbod zal worden verbeterd, met name vanuit Vlaanderen, door de aanleg van 2 nieuwe tramlijnen. 9.3.6. Combinatie van stromen Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie betreurt dat er geen impactstudie is uitgevoerd over de totaalimpact van het programma in combinatie met het nieuwe stadion op de bereikbaarheid van het gebied met het openbaar vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant hekelt dat het MER geen onderzoek doet naar de totaalimpact van het programma en het Eurostadion samen op de bereikbaarheid met het openbaar vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant erop wijst dat bepaalde schema's ontbreken inzake de verzadiging van het wegennet en de gecumuleerde impact van het ontwerpplan en het toekomstige Eurostadion;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest vreest dat voor het programma net zoals voor de Eurostadion-impactstudie gerekend wordt op de restcapaciteit van het openbaar vervoer, zonder dat de gecumuleerde behoefte in cijfers werd berekend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vraagt of de gecumuleerde impact van de mobiliteitsbehoeften die verband houden met het Eurostadion (aanleg van een schuine brug) en van het Brussels Expo ontwerp niet tegengesteld zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de reclamanten betreuren dat de analyse van de stromen geen betrekking had op die stromen die worden gegenereerd door de winkelcentra die momenteel worden afgewerkt of die nog gebouwd moeten worden, met inbegrip van de onbestaande stromen die veroorzaakt zullen worden door klanten van buiten het gewest;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat deze reclamanten stellen dat de analyse rond de bereikbaarheid van de site tijdens grote evenementen aangevuld moet worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat Leefmilieu Brussel vraagt om de analyse aan te vangen rond het gelijktijdig plaatsvinden van grote evenementen (concerten in Paleis 12 en voetbalwedstrijden);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het betreurt dat in deze analyse niet wordt gekeken naar de combinatie van die stromen en de stromen die door evenementen worden gegenereerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant betreurt dat in de analyse van de stromen geen rekening wordt gehouden met de verplaatsingen als gevolg van de twee andere winkelcentra in ontwikkeling, en van de activiteit van bpost;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant betreurt dat de interne organisatie van Brussels Expo weinig rekening heeft gehouden met de combinatie van bestaande activiteiten bij de indeling van de parking, en dat er geen dynamische signalisatie is op weg naar de site;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hij van mening is dat de verschillende entiteiten elkaar negatief zullen beïnvloeden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant erop wijst dat het wegennet reeds verzadigd zal zijn wanneer er geen evenementen zijn, ondanks een evaluatie waarbij het modale aandeel positief bleek voor het programma;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de reclamanten van mening zijn dat de rentabiliteit van alle operatoren ter plekke zal afnemen als hun respectievelijke agenda's vastlopen doordat er geen compatibiliteit is op vlak van verkeer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering opmerkt dat het MER de gecumuleerde impact van de activiteiten op de Heizelvlakte en van het ontwerp van GGB onderzoekt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze gecumuleerde impact ook werd onderzocht in de voorspelbare toestand, met name als een nieuw stadion wordt gebouwd op parking C;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de projecten \"Uplace\" en het nieuwe stadion momenteel nog niet vergund zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het bijgevolg onzekere projecten betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de analyse van een onzeker project in een studie van de gecumuleerde impact enkel kan concluderen over aspecten die ze beheerst;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in geval van de bouw van een nieuw stadion op parking C, de huidige configuratie van de in- en uitvalslus van uitgang 7bis een kruising van stromen zal genereren die de capaciteit van deze uitrit significant zal verminderen (MER p. 423);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een nieuwe toegang tot de Ring noodzakelijk is om dit conflict te verminderen of op te heffen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in deze context het MER preciseert dat het project van het nieuwe stadion op parking C begeleid moet worden door een geheel van infrastructuren met een grote capaciteit die het project verbinden met de Ring en met de verbindingsweg (p. 422);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de aanleg van een nieuwe toegang tot de R0 evenwel niet noodzakelijk is om de wijziging van het GBP uit te voeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER het immers pas nodig acht als het nieuwe stadion wordt uitgevoerd; dat deze kwestie dus niet bij de herziening van het GBP moet worden geregeld en dat evenmin de mobiliteitsproblematiek eigen aan het project van het nieuwe voetbalstadion moet worden opgelost waarvan de verwezenlijking vandaag nog niet is toegestaan door definitieve en uitvoerbare vergunningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering afgezien daarvan geen zeggenschap heeft over deze problematiek ingevolge haar eigen territoriale bevoegdheden; 9.3.7. Nood om het mobiliteitsaanbod uit te breiden Overwegende dat het Vlaams Gewest akkoord gaat met de conclusie van het MER dat de bestaande infrastructuur verzadigt raakt en het wenselijk is om de capaciteit op te drijven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant van oordeel is dat de impact van het NEO-project (in combinatie met de andere winkelcentra in ontwikkeling in de omgeving) de mobiliteitsinvesteringen nutteloos zal maken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de reclamanten vrezen dat, om de vooropgestelde doelstellingen te behalen en aan de verwachtingen te voldoen, het niet zal volstaan om het aanbod uit te breiden, ook niet met inbegrip van de ontwikkelingen buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC wijst op de noodzaak om over een volledig mobiliteitsproject te kunnen beschikken voordat het programma van het GGB wordt uitgevoerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze aanbeveelt om een geïntegreerd aanbod met verschillende maatschappijen te ontwikkelen, in lijn met de ambitie van intergewestelijke aantrekkingskracht en verder;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze oproept om de stedenbouwkundige lasten te beschouwen als mogelijke financieringselementen van de mobiliteitsinfrastructuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering opmerkt dat het MER vaststelt dat de bestaande wegeninfrastructuren het verzadigingspunt bereiken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het aanbeveelt om nieuwe capaciteiten te ontwikkelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER de efficiëntie bevestigt van het ontwerp van verbindingsweg tussen parking C en de Heizelvlakte;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze nieuwe infrastructuur dus geen onnodige investering is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER daarenboven wijst op het belang van de nabijheid van de Ring en de A12;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het in dat opzicht niet ondenkbaar en oninteressant is in de toekomst te zoeken naar bijkomende verbindingsoplossingen naar de A12 om de goede toegankelijkheid van de site te verbeteren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de stijging van de vraag naar vervoer op het vlak van mobiliteit hoofdzakelijk moet worden opgevangen door het openbaar vervoer te versterken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er al projecten voor de ontwikkeling van het openbaar vervoer werden goedgekeurd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het ook hier dus niet gaat om onnodige investeringen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de vaststellingen en suggesties van de GOC relevant zijn, maar niet vallen onder het GBP en onder deze wijziging ervan. 9.4. Juridische oplossingen 9.4.1. Mobiliteitsplan Overwegende dat de reclamanten en de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een mobiliteitsplan wensen, dat wordt getest vooraleer de werven worden geopend, ter aanvulling van het richtschema, vooraleer een stedenbouwkundige vergunning wordt toegekend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant zich verheugt dat de voorliggende projecten in uitvoering zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de reclamanten oordelen dat het intensieve gebruik van de openbare ruimte positief is, maar meer verplaatsingen zal genereren die ernstig aangepakt zullen moeten worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de opmaak van een mobiliteitsplan en de manier waarop de verplaatsingen verlopen in de openbare ruimten niet de taak is van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze kwesties, waarmee uiteraard ernstig rekening moet worden gehouden zoals een reclamant opmerkt, in de eerste plaats moeten worden geregeld in de gewestelijke en gemeentelijke mobiliteitsplannen die moeten worden goedgekeurd in toepassing van de ordonnantie van 26 juli 2013 tot vaststelling van een kader inzake mobiliteitsplanning en tot wijziging van sommige bepalingen die een impact hebben op het vlak van mobiliteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het toekomstige BBP en de vergunningsaanvragen voor projecten die zullen worden gerealiseerd in het GGB, eveneens bijzondere aandacht moeten besteden aan de impact van deze projecten op de mobiliteit. 9.4.2. Rechtszekere oplossing Overwegende dat de reclamanten en de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest eraan herinneren dat het project rechtszekere mobiliteitsoplossingen moet bieden die conform zijn met de eisen en de jurisprudentie van de Raad van State;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest erop wijst dat er geen akkoorden zijn rond de structuurplannen R0 en T.OP Noordrand;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant verduidelijkt dat, conform de jurisprudentie van de Raad van State, die oplossingen moeten komen van de overheden betrokken bij de plannen, zonder dat de verduidelijkingen van het ontwerp in het kader van een vergunningsaanvraag afgewacht moeten worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant meent dat de Raad van State heeft gewezen op het gebrek aan rechtszekere mobiliteitsoplossingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het in dat verband onmogelijk is om een programma te ontwikkelen voor de oprichting van een winkelcentrum dat verplaatsingen eist die voor de site niet haalbaar zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het GBP een rechtszekere oplossing dient te bieden voor de vastgestelde mobiliteitsproblematiek, maar dat het GBP niet kan voorzien in oplossingen die verder strekken dan de perken die aan zijn uitwerking zijn gesteld door enerzijds artikel 24 van het BWRO dat de inhoud van het GBP vaststelt enerzijds en dan de gewestgrenzen anderzijds;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er voor de wijziging van het GBP geen sprake van kan zijn dat de oplossingen geboden door de nieuwe weg en de nieuwe lijnen van het openbaar vervoer reeds verwezenlijkt zouden worden, op het gevaar af dat de wijziging van het GBP ondergeschikt zou zijn aan de uitvoering van de stedenbouwkundige vergunningen met betrekking tot deze projecten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat benevens wat dit besluit zelf bepaalt, het milieueffectenrapport eveneens een rechtszeker element van een oplossing inhoudt voor het effectenvraagstuk aangezien hieraan de beoordeling van alle ingediende stedenbouwkundige vergunningsaanvragen wordt afgemeten die worden in de perimeter van GGB nr. 15 ingediend en de eventueel uit te voeren effectenstudies en -rapporten naar aanleiding van deze aanvragen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze vergunningen immers enkel uitgereikt kunnen worden op voorwaarde dat op schaal hiervan de effecten kunnen worden geraamd die reeds zijn beschreven in het milieueffectenrapport van het GBP voor wat betreft de mobiliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de ambities van de Regering, wanneer ze volledig worden uitgevoerd en worden beschouwd in het licht van de bestaande toestand en de huidige verplaatsingsbehoeften, een significante toename van de verkeersopstoppingen zullen genereren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze opstoppingen een gevolg zijn van de manier waarop de mensen zich vandaag verplaatsen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat mobiliteitsproblemen niet kunnen worden opgelost door enkel de autocapaciteit te verhogen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat evenwel de ontworpen verbindingsweg tussen de Keizerin Charlottelaan en parking C een infrastructuur is die het MER heeft getest en waarvan het de efficiëntie heeft aangetoond;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat daarmee het MER vermeldt dat het project een reële verbetering inhoudt ten opzichte van de verzadiging van het net en het mogelijk maakt benutte capaciteit te behouden op de Romeinsesteenweg en op de Houba de Strooperlaan. Door de verbindingsweg kunnen tevens de Magnolialaan, de Keizerin Charlottelaan en de Miramarlaan ontlast worden van een groot deel van het verkeer dat de goede werking van het net ter hoogte van de Tentoonstellingspaleizen kan wijzigen. (p. 422);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat andere complementaire projecten voor vervoersinfrastructuren bestemd voor het openbaar vervoer een globaal efficiënt antwoord kunnen bieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze verschillende projecten worden gedekt door een vergunningsaanvraag die wordt onderzocht en dat de investeringen nodig voor hun uitvoering zijn ingeschreven in de begroting van de bevoegde overheden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, onder voorbehoud van de precisering in het volgende lid, deze projecten in het GBP geen andere wijzigingen zullen vergen dan deze die zijn voorzien in dit besluit, aangezien ze volgens de voorschriften van het plan kunnen worden uitgevoerd (onder meer de verplichting om in de zone de reserveringen te voorzien voor het openbaar vervoer);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat evenwel de bestemmingskaart licht moet worden aangepast in die zin dat in de Keizerin Charlottelaan aan de perimeter van het GGB een oppervlakte van 151 m² moet worden toegevoegd die momenteel deel uitmaakt van het parkgebied, om te vermijden dat het parkgebied op de kruising van deze laan en de toekomstige verbindingsweg zou verhinderen dat er een kruispunt wordt ingericht dat voor alle weggebruikers even functioneel is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het voor het overige niet de taak is van het GBP, waarvan de inhoud is beschreven in artikel 24 van het BWRO, om steeds grondiger de mobiliteitsproblematiek te behandelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat immers blijkt dat de gewijzigde bestemmingen de realisatie van mogelijke mobiliteitsoplossingen voor het beoogde programma bevorderen, dat deze oplossingen niet impliceren dat het primaire wegennet dat is bepaald door het GBP moet worden gewijzigd en dat het programma van het GGB voldoet aan de eisen van het GBP op gewestelijke schaal door ruimten voor te behouden voor het openbaar vervoer in het algemeen en voor een opslaginfrastructuur in het bijzonder;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het GBP geen mobiliteitsplan is maar een plan voor de bodembestemming;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de mobiliteitsoplossingen op het niveau van het GBP die beantwoorden aan het programma van de betrokken zone dus als rechtszeker kunnen worden beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat met betrekking tot de specifieke mobiliteitsproblematiek voor het project voor een nieuw stadion op parking C wordt verwezen naar het antwoord dat verstrekt wordt in punt 9.3.6. van dit besluit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat voor zover hieraan behoefte is, gewezen wordt op het feit dat het ongewijzigde tweede lid van voorschrift 18 met betrekking tot het GGB bepaalt dat de inrichting van de GGB wordt vastgesteld bij BBP; dat de goedkeuring van een BBP dus geenszins een hypothetisch gegeven is in de GGB; dat de uitwerking van een GGB gepaard gaat met de uitvoering van een milieueffectenrapport dat zo gedetailleerd mogelijk de effecten van de ontwikkeling van de zone onder ogen moet zien, inzonderheid voor de mobiliteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat om iedere twijfel weg te nemen over de interpretatie en de strekking van deze bepaling, dit besluit in het nieuwe vijfde lid van voorschrift 18 vaststelt dat het van toepassing is bij afwijking van het voorgaande lid; dat de vergunningsaanvragen die op grond van dat lid worden ingediend in afwachting van de goedkeuring van het BBP bovendien enkel betrekking mogen hebben op de handelingen en werken die beantwoorden aan het programma van het GGB, dat er uitdrukkelijk toe verplicht binnen het gebied te voorzien in reserveringen voor het openbaar vervoer, met inbegrip van de verwezenlijking van een stelplaats; dat deze aanvragen wanneer het BWRO dit oplegt bovendien onderworpen moeten worden aan een beoordeling van hun effecten op het leefmilieu; dat naar aanleiding van het onderzoek hiervoor de informatie en de aanbevelingen van het MER voor de wijziging van het GBP dienstig in aanmerking genomen kunnen worden; dat ten slotte, ook als het programma van het GGB wordt nageleefd, een vergunning enkel kan worden uitgereikt op voorwaarde dat is voldaan aan de behoorlijke plaatselijke aanleg; dat desbetreffend de artikelen 2 en 3 van het BWRO, die inzonderheid verwijzen naar de verbetering van de mobiliteit, van toepassing zijn op de onderzoeksprocedure van deze vergunningsaanvragen 9.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">PARKEREN 9.5.1. Parking C Overwegende dat een reclamant oordeelt dat de parkeerplaatsen van parking C slecht gestructureerd zijn doordat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen regelmatige activiteiten en eenmalige activiteiten die heel veel volk lokken, en hij voorstelt om de buslijnen daar vandaan te leiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hij meent dat de analyse van het gebruik van parking C weinig transparant is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest bezorgd is dat bij de berekening van de parkingbehoefte geen rekening werd gehouden met het toekomstige gebruik van parking C (de bezetting tijdens evenementen in Brussels Expo en als P+R voor het Eurostadion en voor de nieuwe handelsontwikkelingen), de parkeernood voor bewoners, en zich afvraagt of het nodig is de parking af te sluiten tijdens grote evenementen wegens plaatsgebrek;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het wijst op een foute berekening van 10.000 plaatsen (p. 296/432MER) aangezien het gaat om 11.000 plaatsen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant meent dat de voorwaarden die werden gesteld voor de heraanleg van parking C niet nageleefd zijn en dat parking C als een ongebruikt terrein werd beschouwd, terwijl het nuttig was geweest om de projecten en noden opnieuw onder de loep te nemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het gebruik van de parking als uitvalsbasis een oplossing is in uitzonderlijke gevallen, waar aanzienlijke middelen voor vereist zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het onrealistisch is om parking C als P+R te gebruiken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant meent dat de ondergrondse parkings overbodig hadden kunnen zijn als parking C rationeler was georganiseerd, vooral doordat de parking niet in twee onderdelen is verdeeld of zonder het Eurostadion;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant betreurt dat de eisen uit het GBP gebaseerd zijn op de wensen van Ghelamco, die winst opleveren voor Grimbergen en verlies voor de Stad Brussel en haar belastingbetalers;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant herinnert aan het voornemen om de bestaande capaciteit van parking C te behouden bij de aanvang van het renovatieproject, wat ontwerpen opleverde waarbij een schaal en grootte werd gerespecteerd die bij de omgeving passen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vaststelt dat het niet gerechtvaardigd is om nieuwe parkeerplaatsen aan te leggen, aangezien er 10.000 plaatsen gecreëerd hadden kunnen worden door parking C te reorganiseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant zich verheugt dat parking C intensiever gebruikt zal worden dankzij de aanwezigheid van verschillende entiteiten op de Heizel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant meent dat het ontwerp voor parking C en het ontwerp voor de Ring incompatibel zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC voorstelt om het gebruik van de parkeerinfrastructuren te optimaliseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering vaststelt dat het MER 9.918 parkeerplaatsen telt op parking C;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, gezien de schaal waarop de analyse van het MER werd gevoerd, dit aantal kan worden afgerond naar 10.000 parkeerplaatsen maar dat het cijfer van 11.000 parkeerplaatsen overschat is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat voor de ontwikkelingen op parking C een vergunning is aangevraagd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de beschikbare informatie over het stadionproject wijzen op een hogere parkeercapaciteit dan de huidige;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het gebruik van parking C voor de modale verschuiving naar het openbaar vervoer afhangt van nieuwe verbindingen tussen parking C en het openbaar vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze nieuwe verbindingen worden onderzocht of zich in de ontwerpfase bevinden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zodra ze effectief zijn, parking C zal kunnen worden gebruikt als P+R;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Parkeeragentschap en de vzw Brussels Expo een overeenkomst gesloten hebben waarin de terbeschikkingstelling, de financiering en de organisatie van 3.000 P+R parkeerplaatsen op de aan te leggen ondergrondse parking op het huidige terrein van \"Parking C\" geregeld zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat aldus 3.000 parkeerplaatsen ter beschikking gesteld zullen worden van het Parkeeragentschap voor de gebruikers van de MIVB;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het derhalve fout is om te beweren dat het gebruik van parking C als P+R niet realistisch is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het ontwerp tot wijziging van het GBP geen betrekking heeft op parking C;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het de toekomstige organisatie van parking C dus niet behandelt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het dus fout is om te denken dat het GBP de vereisten afstemt op de vragen van Ghelamco;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat parking C nodig is om te voldoen aan de parkeerbehoeften verbonden aan de activiteiten van het Tentoonstellingspaleis; 9.5.2. Transitparkings Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie en de reclamanten pleiten voor de aanleg van transitparkings verderop (die onder andere in verbinding staan met het Brabantnet);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie vraagt om het logo P toe te voegen op de bestemmingskaart om het project P+R aan te duiden op het uiteinde van de A12, omdat dit project, in lijn met het project voor de verlenging van tramlijn 3 tot aan de Heizelvlakte, aanzienlijk zal bijdragen tot de verbetering van de intermodale bediening van de site;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het een reclamant onrealistisch lijkt om parking C te gebruiken als P+R-terrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de reclamanten en de Gewestelijke Mobiliteitscommissie bijgevolg oproepen om een P+R-parking aan te leggen op de A12. Zij geloven dat dit een oplossing zou kunnen zijn en vragen dit in het GBP in te plannen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering een globaal antwoord zal bieden op de kwestie van de overstapparkings (P+R) in het kader van de goedkeuring van het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling en het Gewestelijk Mobiliteitsplan en de regelgeving die daaruit later zal voortvloeien;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de inplanning van een P+R aan de A12 dus niet in de perimeter van het GGB nr. 15 valt. 9.5.3. Parkeren Overwegende dat het Vlaams Gewest van mening is dat parkings ter plaatse de opstopping van de toegangswegen naar de site niet zullen verhelpen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de reclamanten erop wijzen dat het voorziene aantal parkeerplaatsen (13.000) niet zal volstaan voor grote evenementen omdat die nu al allemaal bezet zijn als een match en een grote beurs tegelijkertijd plaatsvinden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze daarom in herinnering brengen dat de vraag naar verplaatsingen met de auto zal stijgen als de parkeercapaciteit wordt opgevoerd en de terreinen worden verhard;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant eraan herinnert dat de huidige toestand er beter had kunnen uitzien als de parkings beter georganiseerd waren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant eraan herinnert dat een intensiever gebruik van de site gevolgen zal hebben voor de parkeeractiviteit en dat deze onvoldoende gecontroleerd zal worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant zich vragen stelt bij de analyse van de parkeerbehoeften en het verschil tussen de behoeften binnen en buiten Brussel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat met betrekking tot de parking, de Commissie van mening is dat het voorgestelde parkeeraanbod consequent is, maar het belang hiervan koppelt aan de bereikbaarheid ervan en aan de toekomstige veranderingen op vlak van mobiliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat parkeren langs de kant van de weg in de grootstedelijke context zoveel mogelijk moet worden vermeden en buiten de openbare weg moet worden gecompenseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat het MER de parkeerbehoeften gegenereerd door de uitvoering van het GGB heeft geraamd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er op weekdagen om en bij de 5.000 parkeerplaatsen nodig zijn, waarvan ongeveer de helft verbonden is aan de handelszaken en de helft aan de voorzieningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat op zaterdag de vraag naar parkeerplaatsen 7.500 plaatsen bedraagt waarvan er 6.000 nodig zijn voor de handelszaken en ongeveer 1.500 voor de voorzieningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER het potentieel benadrukt van gezamenlijk gebruik van parkeerplaatsen tussen de activiteiten, in het bijzonder tussen de woningen die vooral 's nachts parkeerplaatsen nodig hebben en de andere activiteiten zoals de handelszaken en voorzieningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER aanbeveelt om deze vraag naar parkeerplaatsen te beheren buiten de openbare weg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het meent dat een deel van deze parkeerplaatsen kan worden opgevangen door parking C;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat vanwege de grotere behoefte aan parkeerplaatsen in de toekomst, parking C minstens haar bestaande capaciteit moet behouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze capaciteit niet in vraag wordt gesteld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bovendien de verschillende parkings op de Heizelvlakte moeten kunnen worden geïntegreerd in een totaallogica;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de uitvoering van het GGB parkeerbehoeften genereert en het dus logisch is dat er parkeercapaciteit wordt voorzien om aan deze behoeften te beantwoorden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het ontwerp van GBP zich niet tot taak stelt om deze capaciteiten te bepalen en dat ze worden onderzocht en verdedigd tijdens projectstudies;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de bewering volgens welke de toename van de parkeercapaciteit meer vraag naar autoverkeer zal genereren, geen rekening houdt met de uitstekende bediening van het GGB door het openbaar vervoer, noch met de versterking van deze bediening. 9.6. Aansluitingsmogelijkheden van de site 9.6.1. Verbindingsweg Overwegende de GMC erop wijst dat een stedenbouwkundige vergunning voor de verbindingsweg is uitgereikt aan Brussels Expo vzw, om de toegankelijkheid en aantrekkingskracht van de paleizen op de Heizel te verbeteren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het dus gaat om een weg die in elke richting bestaat uit een betonnen rijstrook van 3m20 breed voor zware voertuigen en een asfaltstrook;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de wegen uitkomen op een rondpunt buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ter hoogte van parking C. Dat de evaluatie van de effecten niet dezelfde is indien de analyse van de impact op de verbindingsweg enkel gebaseerd is op de verkeersstromen komende van de Ring of op de logistieke stromen richting de site (paleizen en/of GGB) of op alle stromen samen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat met het oog op deze vaststellingen, de Commissie zich de volgende vragen stelt : - Kan een private weg in rekening genomen worden om de toegankelijkheid tot het GGB te garanderen? - Voor welke stromen werd er een model opgesteld in het MER betreffende de nieuwe verbindingsweg om de capaciteit van de wegen in te schatten, alsook de verzadigingspercentages met en zonder deze verbindingsweg (afbeeldingen 249 en 252) ? - Hoeveel bedraagt het aandeel aan private voertuigen en aan logistieke voertuigen (vrachtwagens, bestelwagens) die het GGB en de paleizen als bestemming hebben? - Hoe zien de hypotheses eruit rond de reistijden om deze private weg te gebruiken (ondergrondse doorgang, eventuele toegangscontrole)? - Hoe zien de inschattingen van de bewegingen eruit bij de uitgang van deze weg (linksaf draaien naar de mogelijke ontmoetingszone vóór de paleizen, rechtdoor naar het GGB en rechtsaf draaien naar Houba de Strooper)? Overwegende dat de GMC verder benadrukt dat als er veel private voertuigen zijn, dat er dan teveel omleidingsverkeer kan zijn naar de Houba De Strooperlaan toe (opstopping en blokkering van bus 84);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat als het gaat om logistieke voertuigen met de paleizen en het GGB als bestemming : - Zijn deze voertuigen verenigbaar met het programma dat zich bovendien richt op de verbetering van de permeabiliteit voor voetgangers en fietsers? - Hoe wordt de toegang tot de mogelijke ontmoetingszone vóór de paleizen beheerd? - Zijn de voorsorteerstroken rechts en links nodig ? Overwegende dat een reclamant van mening is dat een verbindingsweg een mobiliteitsoplossing kan bieden en een manier kan zijn om de parkingbezetting in evenwicht te brengen, maar dat hij geen rechtstreekse verbinding is met de centrale R0, hoewel die noodzakelijk is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het verlies aan efficiëntie in rekening gebracht moet worden met de doelstellingen van de nieuwe ring;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest zich afvraagt hoe realistisch en gegrond die verbindingsweg is als mobiliteitsoplossing, overwegende dat het ontwerp voor de verbindingsweg de interne logistiek moet bevorderen en geen openbare verbinding tot doel heeft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest zich vragen stelt bij het capaciteitsgebrek van de verbindingsweg als die bedoeld is om de publieke bereikbaarheid te verzekeren (zoals vooropgesteld in het MER;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest, gelet op het kruispunt dat aangelegd moet worden rechts van de Keizerin Charlottelaan, zich vragen stelt over de bereikbaarheid van het park voor de actieve pendelaars;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant wenst dat er signalisatie komt op de toegang tot de verbindingsweg vanuit parking C;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant voorstelt dat de verbindingsweg een rechtstreekse toegang biedt tot de Ring;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant erop wijst dat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Vlaams Gewest stedenbouwkundige vergunningen werden ingediend voor dit project waarbij men een lokale verbindingsweg wil aanleggen en het park van Verregat wil herinrichten en uitbreiden, en daarbij ook een nieuwe toegangsweg voor voetgangers/ fietsers wil aanleggen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie en een reclamant zich vragen stellen bij het statuut van dit privéverbindingsproject als noodzakelijk onderdeel van het NEO-project;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat men verduidelijkt dat dit wegenontwerp compatibel is met het programma van het GGB, dat het de werking van parking C optimaliseert en op termijn openbaar gebruikt zal kunnen worden, maar dat de verbindingsweg uitgewerkt is door en voor de logistieke transportbehoeften, de interne bezoekers van Brussels Expo;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de reclamant bijgevolg eraan herinnert dat de eerste functie van de verbindingsweg eruit bestaat om te beantwoorden aan de eigen behoeften van de verschillende paleizen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie akte neemt van de noodzaak om een verbindingsweg aan te leggen waarvoor de vergunningsaanvragen worden onderzocht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze opmerkt dat de verbinding van deze weg met de Ring theoretisch mogelijk is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie en een reclamant twijfelen aan de relevantie van een analyse die geen onderscheid bij het toekomstige gebruik van de verbindingsweg (intern logistiek gebruik, openbaar gebruik, gemengde gebruik / aard van de stromen en voertuigen die er passeren) op basis de capaciteiten, de verbindingsmogelijkheden en de opname in het bestaande wegennet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze zich vragen stellen bij het potentieel om een bypass aan te leggen naar de Houba de Strooperlaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant van mening is dat een brede doorgang het park van Verregat enkel maar kan beschadigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant zich vragen stelt bij de doeltreffendheid van deze weg gezien de beperkingen van de Ring maar hij beklemtoont het nut ervan om Brussels Expo logistiek te ontlasten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC erop wijst dat de verbindingsweg onmisbaar is voor de goede werking van de site in de toekomst;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze eraan herinnert dat de exacte eigenschappen, gebruiksdoeleinden en statuut van deze verbindingsweg nog moeten worden bepaald, maar dat de rust in de aangrenzende wijken moet worden gegarandeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het MER het ontwerp van verbindingsweg onderzoekt in de voorspelbare toestand;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de doorgang van voertuigen over deze weg dus mogelijk is, vermits in de vergunning die uitgereikt is aan de vzw Brussels Expo bepaald is dat het gaat om een \"plaatselijke en openbare\" weg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER vaststelt dat het gebruik voor auto's de verkeersdruk op de lokale wegen kan verlichten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de doorgang van voertuigen de doorgang van vrachtwagens naar de Tentoonstellingspaleizen niet in het gedrang brengt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de verbindingsweg een bijkomende toegang vormt voor de logistieke voertuigen, naast alle andere bestaande toegangen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER in zijn ramingen rekening heeft gehouden met de vrachtwagenstromen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze ramingen zijn uitgedrukt in personenwagen-equivalent;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de vrachtwagens dus niet apart zijn opgenomen in de cijfers van de verkeersstromen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het omleidingsrisico naar de Houba de Strooperlaan reëel is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit risico moet worden behandeld door specifieke inrichtingen of maatregelen voor het beheer van het kruispunt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de toegankelijkheid voor voetgangers en fietsers niet in het gedrang komt door de inschrijving van het GGB. Overwegende dat de Regering benadrukt dat de herziening van het GBP niet rechtstreeks betrekking heeft op de verbindingsweg, aangezien dit type weg kan worden gerealiseerd in alle bebouwbare gebieden van het plan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit project evenwel aanzienlijke voordelen biedt voor de werking van het GGB;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER besluit dat een publiek gebruik van deze nieuwe verbindingsweg het verkeer op het lokale wegennet zal kunnen verlichten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat derhalve het MER aanbeveelt om deze nieuwe verbindingsweg te gebruiken voor de bereikbaarheid van het GGB;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de uitvoering van deze aanbeveling niet onder het GBP en onder dit besluit valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat evenwel, zoals werd uitgelegd in punt 9.4.2, om de verbinding van de nieuwe weg met de Keizerin Charlottelaan te vergemakkelijken, de bestemmingskaart lichtjes moet worden gewijzigd in die zin dat in de Keizerin Charlottelaan een oppervlakte van 151 m², die momenteel deel uitmaakt van het parkgebied, aan de perimeter moet worden toegevoegd om te vermijden dat het parkgebied aan de kruising van deze laan en de toekomstige verbindingsweg verhindert dat er een kruispunt wordt ingericht dat voor alle weggebruikers even functioneel is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat voor het overige wordt verwezen naar de eerdere toelichtingen, met name bij punt 9.4.2. 9.6.2. Verbinding Ring / Parking C Overwegende dat een reclamant eraan herinnert dat de rechtstreekse ondergrondse verbinding Ring / parking van het programma nuttig is op voorwaarde dat de optimalisering van de Ring er rekening mee houdt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant zich erover verbaast dat de aanbeveling van een rechtstreekse toegang tot de Ring door middel van een ondergrondse verbinding niet in rekening wordt genomen door een verbreding van de wegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hij zich erover verbaast dat het programma gezien wordt als een programma met een goede bereikbaarheid zonder garantie dat de verbinding tussen parking C - ring zal bestaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest van mening is dat afrit 7bis van de Ring nog verder verzadigd zou worden zonder dat er een oplossing zou zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant de kwestie van de verbinding tussen parking C en het winkelcentrum evalueert als te bekijken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie en een reclamant de kwestie van de verbinding tussen parking C en de trekpleisters evalueert als te bekijken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vraagt om te denken over de toegang tot de Ring zonder de toegangswegen te verkorten, want zij vormen een buffer, en om de verschuiving van het verkeer te evalueren als de toegang tot de Ring vanaf het kruispunt met de Magnolialaan afgesloten wordt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat men deze korte toegangen moet optimaliseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het huidige ontwerp hem voorkomt als dat de gekozen inrichting eigenlijk de minst gunstige is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant zich vragen stelt bij de gevolgen van een toegangscontrole en bij een uitbreiding van de veiligheid op de site (op basis van de maatregelen genomen op de luchthaven van Brussel als gevolg van de aanslagen in 2016) op de werking van de Ring;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant op het belang wijst om een onmiddellijke verbinding te behouden tussen de A12 en de Ring waardoor een uitgang voor NEO Sud gecreëerd wordt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant erop wijst dat het programma gezien wordt als in de onmiddellijke nabijheid van de Ring maar dat er geen gemakkelijke toegang meer is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant betwijfelt dat het mogelijke gebruik van de laterale verbindingen zal zorgen voor een betere toegang tot de centrale ring;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant analyseert dat de bereikbaarheid van het programma vanaf de Ring van invloed zal zijn op het handelsgebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hij zich vragen stelt hierbij (langs Vlaamse kant), bij de relevantie indien het ontwerp van de Ring niet langer de toegang mogelijk maakt tot de centrale wegen en dat hij opmerkt dat het handelsgebied in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal concurreren met de andere regionale handelskernen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de reclamanten van mening zijn dat het MER melding maakt van het belang van parking C voor de bediening van het GGB 15, van de behoefte om een nieuwe toegang tot de Ring te creëren, en van het feit dat het gecumuleerde effect van de projecten \"Uplace\" en \"NEO\" onvoorspelbaar zou zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het echter niet duidelijk toegelicht is welke maatregelen zullen genomen worden om het beheer van deze effecten te garanderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de verbindingsweg tussen parking C en de Keizerin Charlottelaan verbonden kan worden met de bestaande toegangen tot de Ring, waardoor de bereikbaarheid van het GGB verbetert en het plaatselijk net ontlast wordt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER bevestigt dat de uitvoering van het GGB geen nieuwe verbinding met de Ring vraagt : Dat niets desalniettemin verhindert, indien nodig, andere nieuwe verbindingen naar het bestaande autosnelwegnet tot stand te brengen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat voor het overige wordt verwezen naar de eerdere toelichtingen, met name in punt 9.4.2. 9.7. Actieve modi Overwegende dat een reclamant en het Vlaams Gewest betreuren dat het ontwerp voor de verbindingsweg niet vermeld wordt als fietsers-voetgangersverbinding;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant zich vragen stelt bij het beter toegankelijk maken van de verbindingsweg voor de actieve pendelaars;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de reclamanten van mening zijn dat de verzadiging op de wegen ontradend zal zijn voor de voetgangers op de site;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant de aandacht vestigt op de specifieke gevaren van de combinatie van vrachtwagens en actieve pendelaars op de site;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC voorstelt om een ruime bezinning te starten waarbij rekening wordt gehouden met alle huidige en toekomstige verplaatsingswijzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze ermee akkoord gaat dat met de ontwikkeling en diversificatie van de mobiliteitswijzen rekening moet worden gehouden voordat het ontwerp wordt voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering vaststelt dat de vergunningsaanvraag voor de verbindingsweg de aanleg van een park integreert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit park voorziet in brede ruimten voor de actieve vervoerswijzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het ontwerp van GGB de manier waarop het voertuigenverkeer zal worden georganiseerd niet behandelt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het niet relevant is om de cohabitatie van de weggebruikers te beoordelen op schaal van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de prospectieve denkoefening waartoe de GOC oproept eerder thuishoort in een ontwikkelingsplan. 9.8. Milieueffecten Overwegende dat een reclamant van mening is dat de gezondheidsvoordelen van het ontwerp uitgevlakt zullen worden door de bijkomende behoefte aan verplaatsingen in privévoertuigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het Vlaams Gewest het betreurt dat het MER besluit dat er veel lawaaihinder zal zijn van de Ring zonder dat dit gestaafd wordt door concrete elementen (kaart enz.) en dat ze van mening is dat andere regionale assen een grote impact zouden kunnen hebben;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze in dat opzicht uitleg en onderbouwing vraagt over de aangeduide overschrijdingen en bijgevolg over de uit te werken maatregelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant bevestigt dat het openbaar vervoernet alle instrumenten zal opnemen om het lawaai te beperken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant er zeker van is dat de toename van het wegverkeer zal leiden tot extra aanhoudend achtergrondlawaai en dat het intensieve gebruik van het nieuwe stadion ook van invloed zal zijn op de leefbaarheid gezien de geluidsinstallaties, het intensieve gebruik van de plaatsen, het hooliganisme;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant zich verzet tegen het ontwerp omdat een dergelijk complex zou leiden tot meer verkeer dat zorgt voor een verzadiging van het wegennet, alsook voor meer vervuiling met fijn stof, wat nadelig is voor de luchtkwaliteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant wijst op een duidelijke verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van de toename van het verkeer en dat men zich vragen stelt bij de afvoer van de slechte lucht uit de ondergrondse parkings;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC opnieuw vraagt om enerzijds een mobiliteitsplan op te maken voor de site en anderzijds een globaal mobiliteitsplan om de milieu-impact van de toekomstige projecten die in het GGB zullen worden ontwikkelde te verzachten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze van mening is dat de voorschriften van het toekomstige BBP oplossingen moeten bieden voor deze problematiek, door ook de kwestie van het beheer van evenementen te behandelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering opmerkt dat het MER het geluid veroorzaakt door de hoofdverkeersassen in de omgeving analyseert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het niet correct is om te beweren dat het MER zich enkel buigt over de geluidsimpact van de Ring;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat alle beschikbare kaarten om het geluid van de hoofdverkeersassen te illustreren zijn opgenomen in het MER;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het ontwerp tot herziening van het GBP het project voor het nieuwe voetbalstadion niet behandelt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de toename van het verkeer inderdaad een toename van de fijnstofemissies zal genereren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze problematiek op globale wijze, op schaal van het Gewest, wordt behandeld door het Lucht- en Klimaatplan, het plan IRIS 2, het BWLKE, het GewOP en door het toekomstige gewestelijke mobiliteitsplan en het GPDO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het GBP, zoals reeds werd benadrukt, geen mobiliteitsplan is en dus geen antwoord kan bieden op de vragen van de GOC; dat de milieueffecten verbonden aan mobiliteit moeten worden behandeld in het gewestelijke en gemeentelijke mobiliteitsplan en, in mindere mate, in het BBP. 9.9. Methodiek Overwegende dat het Vlaams Gewest de tellings- en analysemogelijkheden gebruikt in het MER opnieuw ter discussie stelt, alsook de conclusies die eruit volgen, specifiek op het vlak van de mobiliteit (p 382 MER verband tussen tabellen A en B), het gebruik van privévoertuigen of de compatibiliteit van het ontwerp met het plan R0;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze vraagt om meer uitleg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het Vlaams Gewest en de Gewestelijke Mobiliteitscommissie betwijfelen of de mobiliteitskwesties wel ernstig in aanmerking werden genomen aangezien ze vaststellen dat het MER nog steeds onduidelijkheden bevat (p 414);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant van mening is dat het cijfer geselecteerd voor de berekening van de theoretische verzadigingsgraad niet relevant is omdat het geen rekening houdt met het effect dat volgt uit de stilstanden bij de kruispunten op de lokale wegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering vaststelt dat het MER duidelijk zijn hypotheses uitlegt voor de berekening van de vraag naar verplaatsingen en parkeermogelijkheden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze behoeften volgens de regels van de kunst werden geraamd door een erkend bureau in dat domein, dat door de Regering werd aangetrokken om over alle vereiste expertise te beschikken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de reclamanten niet aangeven in welk opzicht bepaalde hypotheses discussieerbaar zouden zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het zonder argumenten niet mogelijk is om de reclamanten meer uitleg te geven dan ze vinden in het MER;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het normaal is, gezien de schaal van het GBP die uiteraard ook de schaal van het MER is, en gezien de complexiteit van de uit te voeren analyse en de grenzen van een oefening waarbij de toekomst moet worden beschouwd, dat het MER misschien niet even nauwkeurig is als de effectenbeoordeling van een meer beperkt plan of van een ontwerp dat tot in de kleinste details is uitgewerkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit echter geenszins rechtvaardigt om de betrouwbaarheid en de relevantie van de analyse in twijfel te trekken. 9.10. Interregionale samenwerkingsverbanden Overwegende dat het Vlaams Gewest opmerkt dat voor wat de aanbevelingen in het MER betreft, en specifiek voor wat de mobiliteit betreft, er coördinatie met het Vlaams Gewest nodig is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze van mening is dat deze aanbevelingen grote investeringen vergen van het Vlaams Gewest en dat hierover duidelijke afspraken moeten gemaakt worden over hun planning en financiering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Vlaams Gewest vraagt om geïnformeerd te worden over de uitwerking van de procedure;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en een reclamant van mening zijn dat overleg met het Vlaams Gewest onvermijdelijk en noodzakelijk is om ontoereikendheid bij de ontwerpen te vermijden, alsook bijkomende ontwerpproblemen als gevolg van het ontbreken van overleg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant afspraken eist tussen gewesten en gemeenten om de grensoverschrijdende effecten te regelen, specifiek voor wat de mobiliteit betreft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOD van mening is dat de gewesten actief moeten samenwerken bij de opzet van projecten en dat de planning moet worden gerealiseerd op schaal van de grootstad;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze oproept tot een betere voorafgaande integratie van de ambities van de verschillende plannen en intergewestelijke samenwerkingen en tot de voorafgaande ontwikkeling van een gemeenschappelijke beleidsvisie, een coherente en geïntegreerde planning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, bij gebrek aan een grootstedelijke gemeenschap, de GOC oproept tot gelijkaardige intergewestelijke initiatieven als die welke worden gedragen door de T.OP. Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat het GGB volledig binnen het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de uitvoering ervan geen infrastructuren vergt in het Vlaamse Gewest, behoudens het noordelijke deel van de verbindingsweg, waarvoor een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag is ingediend bij de gemeente Grimbergen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het GGB geen aanzienlijke investeringen zal vergen vanwege het Vlaamse Gewest;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de procedure tot herziening van het GBP oplegt dat het Vlaamse Gewest moet worden geraadpleegd, wat ook gebeurd is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER een overleg tussen gewesten aanbeveelt dat moet worden opgezet door de afgevaardigden, en dat de relevantie van deze aanbeveling verder reikt dan de wijziging van het GBP voor de Heizelvlakte aangezien het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest volledig is ingesloten in het grondgebied van het Vlaamse Gewest;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel, opgericht bij bijzondere wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2012 numac 2012204203 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Bijzondere wet tot aanvulling van artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, wat de hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel betreft type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2012 numac 2012204201 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Bijzondere wet houdende wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2012 numac 2012204228 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen betreffende de uitbreiding van de constitutieve autonomie van de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/10/2012 numac 2012205585 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot aanvulling van artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, wat de hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel betreft. - Duitse vertaling type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/10/2012 numac 2012205588 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet houdende wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen. - Duitse vertaling type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/10/2012 numac 2012205587 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen betreffende de uitbreiding van de constitutieve autonomie van de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap. - Duitse vertaling type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2012 numac 2012204206 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Bijzondere wet houdende wijziging van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen en van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de burgemeesters van de randgemeenten betreft (1) sluiten tot aanvulling van artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, het orgaan is waar dit intergewestelijke overleg dient plaats te vinden, maar dat zolang deze gemeenschap nog niet bestaat van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet kan worden verwacht dat het projecten die het prioritair acht voor zijn ontwikkeling opschort. 9.11. Procedure Overwegende dat het Vlaams Gewest vraagt om op de hoogte gehouden te worden van de uitwerking van de procedure;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering daar akte van neemt en eraan herinnert dat hoe dan ook, de overheden in voorkomend geval de wettelijke bepalingen betreffende de openbaarheid van bestuur in hun voordeel kunnen inroepen. 9.12. Logistiek Overwegende dat de reclamanten beklemtonen dat de analyse van de stromen niet specifiek verduidelijkt wat de gevolgen van de vrachtwagens zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie en de reclamanten zich vragen stellen bij de compatibiliteit van de logistieke stromen als gevolg van het programma en de paleizen met de gemeenschappelijke ruimte vóór de paleizen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie en een reclamant akkoord gaan met de hypotheses over het ontstaan van de logistieke stromen maar ze betreuren dat ze niet opgenomen werden in de analyse van de stromen per type functie die de reeds problematische situatie nochtans verder zullen verergeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant eist dat er een verdeelplan van de logistieke stromen opgesteld wordt dat de conflictgebieden tussen de gebruikers minimaliseert en dat vooral kijkt naar de inpassing van de verbindingsweg (gebruikte hypotheses, effecten);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie verwijst naar het advies opgesteld in 2012 (demografisch GBP) en vraagt om de leveringen zoveel mogelijk buiten de openbare ruimtes te voorzien;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant van mening is dat de analyse van de logistieke organisatie van Brussels Expo niet algemeen van toepassing is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant betreurt dat de bestudeerde routes voor de vrachtwagens vaag zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC van mening is dat de logistieke beschouwingen sinds het \"Masterplan\" van KCAP voor de Heizelvlakte moeten worden uitgediept;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze vraagt om de integratie van een Stedelijk Distributiecentrum specifiek voor de Heizelvlakte (eventueel door consolidatie van het bestaande project voor het Eurostadion) te onderzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering in dit verband verwijst naar de toelichtingen gegeven in punt 9.6;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze opmerkt dat het stedelijk distributiecentrum, dat een voorziening van collectief belang of van openbare diensten is, deel uitmaakt van de hoofdbestemmingen van het GGB en bovendien is toegelaten in alle bebouwbare gebieden, onder de voorwaarden die zijn voorzien in voorschrift 0.7 van het GBP. 9.13. Element buiten het programma - Eurostadion Overwegende dat een reclamant eraan herinnert dat de evolutie van de site gunstig moet zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hij van mening is dat het NEO-ontwerp dit kan zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het Eurostadion-ontwerp daarentegen positief is op het vlak van een meer ondersteund beheer van de parkings, van een toegang tot de verbindingsweg maar dat dit tenietgedaan wordt door de werking van Brussels Expo in het gedrang te brengen, door een gebouw dat de mobiliteit bij Neo moeilijker zal maken, door een oververzadiging van het wegennet en door bijkomende concurrentie Dat men vraagt dat het stadion bestemd zou worden voor verschillende sportdisciplines en niet alleen voor voetbal;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat het project van het nieuwe stadion zich niet op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindt en dat dit dus niet bevoegd is om een beslissing te nemen over het gebruik ervan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bovendien de interacties tussen de voorziene ontwikkelingen op de Heizelvlakte en het toekomstige stadion niet het voorwerp uitmaken van het GBP. 9.14. Aanbod aan voorzieningen Overwegende dat een reclamant eraan herinnert dat de speelpleinen, de ontspanningsvoorzieningen niet verkwanseld mogen worden door er een disproportionele doorgang aan toe te voegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat, in het algemeen, voorschrift 0.7 van het GBP de inplanting van voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten toelaat in alle gebieden, onder de voorwaarden die het vaststelt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bovendien, meer in het bijzonder, het programma van het nieuwe GGB voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten vermeldt als een van de hoofdbestemmingen van het gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de speelpleinen en recreatievoorzieningen die de reclamant aanhaalt onder deze bepalingen vallen en dat er dus geen enkele reden is om te vrezen dat ze zullen worden verkwanseld. 10. NIET-TECHNISCH VERSLAG - MUSTI-MODEL Overwegende dat het Departement MOW van mening is dat het niet duidelijk is welk model gebruikt werd om de impact van het verkeer te analyseren; Dat, indien het om het MUSTI-model gaat, men dit te statisch vindt, waarbij geen rekening gehouden wordt met de gebruiksrealiteit van de gebruikers, noch met een goede zichtbaarheid van de verkeersrealiteit op de kruispunten bijvoorbeeld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering benadrukt dat het MER bij zijn modelleringen geen gebruik heeft gemaakt van MUSTI;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de kritiek op het MUSTI-model dus niet relevant is in het kader van onderhavige procedure en dus ook geen antwoord behoeft. 11. MILIEUEFFECTENRAPPORT (MER) Overwegende dat het MER melding maakt van een bepaald aantal aanbevelingen om de effecten van het ontwerpplan op het leefmilieu zo klein mogelijk te houden; Overwegende dat alle aanbevelingen van het MER betreffende het leefmilieu onderzocht zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat uit deze analyse blijkt dat de meeste aanbevelingen ressorteren onder andere regelgevende instrumenten zoals het BBP of de vergunningen die moeten worden aangevraagd Dat de Regering de aanbevelingen van het MER heeft gevolgd die ressorteren onder het Gewestelijk bestemmingsplan Dat er bij de opmaak van de plaatselijke stedenbouwkundige documenten en de uitreiking van de vergunningen bijgevolg op moet worden toegezien dat deze laatste alle aanbevelingen van het MER dekken; 11.1. Algemeenheden over het MER Overwegende dat een reclamant vaststelt dat het \"ontwerp van het lastenboek betreffende de uitwerking van een aanvulling op het milieueffectenrapport\" op 15 maart 2016 ter goedkeuring werd voorgelegd aan de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het openbaar onderzoek over de gedeeltelijke wijziging van het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP) voor het GGB Heizel wat haar betreft gepubliceerd werd op 01 juni;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat gezien de omvang van het Milieueffectenrapport dat ter onderzoek werd voorgelegd (541 pagina's), de reclamant zich enkel vragen kan stellen bij de kwaliteit van het geleverde werk en bij de geschiktheid van de studie om te antwoorden op de opmerkingen geformuleerd door de Raad van State;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat men in 61 werkdagen een openbare aanbesteding heeft moeten publiceren, offertes heeft moeten analyseren en de aanbesteding heeft moeten toewijzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de begunstigde aan het werk is moeten gaan, studies opgemaakt heeft en tot slot zijn rapport opgesteld heeft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het dan ook niet zal verbazen dat het aan kwaliteit ontbreekt en onvolledig is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie akte neemt van de opmerkingen en vraagt dat het MER alle tekortkomingen aanvult die zijn aangegeven door de Raad van State, onder meer op het vlak van mobiliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat deze procedure volgt op de gedeeltelijke vernietiging van haar besluit van 2 mei 2013 tot wijziging van het GBP; dat in het kader van de goedkeuring daarvan een MER werd opgemaakt dat met name de effecten van de inrichting van het GGB 15 onderzocht; dat het MER dat werd opgemaakt in het kader van de goedkeuring van onderhavig besluit bijgevolg gebaseerd is op de eerdere werkzaamheden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, overigens, de tekortkomingen van het eerste MER die werden aangegeven door de Raad van State in zijn arrest tot gedeeltelijke vernietiging van het besluit van 2 mei 2013 vrij beperkt waren; dat het ging om enerzijds het ontbreken van de analyse van het \"nulalternatief\" en van redelijke lokalisatievarianten en anderzijds de wijziging van voorschrift 18 van het GBP; dat deze leemten dus vrij snel konden worden ingevuld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het MER in toepassing van artikel 25 van het BWRO, in combinatie met zijn bijlage C 2°, inzonderheid dient te voorzien in « de pertinente aspecten van de milieutoestand en zijn waarschijnlijke evolutie als het plan niet in werking treedt »;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat deze bepalingen de omzetting in Brussels recht is van artikel 5, § 1, van de richtlijn 2001/42/EG met bijlage I punt b), waaruit blijkt dat het Milieueffectenrapport inzonderheid dient te voorzien in « de relevante aspecten van de bestaande situatie van het milieu en de mogelijke ontwikkeling daarvan als het plan of programma niet wordt uitgevoerd »; dat hierover het document van het DG Milieu van de Europese Commissie genaamd « Uitvoering van de richtlijn 2001/42 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's » het volgende uiteenzet : « 5.21. (...)Punt (b) heeft betrekking op de toestand van het milieu in de gebieden die onder de geografische reikwijdte van het plan of programma vallen of er mogelijk aanzienlijke gevolgen van zullen ondervinden, zowel tegenwoordig als wanneer het plan of programma 32 niet wordt uitgevoerd. (...) 5.22. De informatie die onder (b) wordt verlangd over de relevante aspecten van de huidige toestand van het milieu, is nodig om te kunnen begrijpen hoe het plan of programma aanzienlijke gevolgen voor het milieu in het gebied in kwestie zou kunnen hebben. Met 'relevante aspecten' worden milieuaspecten bedoeld die relevant zijn met het oog op de mogelijke aanzienlijke milieueffecten van het plan of programma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit kunnen zowel positieve als negatieve aspecten zijn. De informatie moet betrekking hebben op de huidige toestand van het milieu, wat betekent dat deze zo actueel mogelijk moet zijn. De beschrijving van de mogelijke ontwikkeling van de relevante aspecten als het plan of programma niet wordt uitgevoerd, is belangrijk als referentiekader voor de beoordeling van het plan of programma. Dit vereiste komt overeen met het zogeheten `nulalternatief' dat vaak bij een m.e.r.-procedure worden toegepast. De beschrijving van bedoelde ontwikkeling moet ruwweg dezelfde tijdspanne beslaan als de periode die voor de uitvoering van het plan of programma is voorzien. Ook de effecten van andere plannen of programma's die zijn vastgesteld of besluiten die zijn genomen die gevolgen zullen hebben voor het gebied in kwestie, zouden in dit verband zoveel mogelijk in aanmerking moeten worden genomen »;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende, anders gesteld, dat uit hoofde van het nulaternatief niet enkel de bestaande en onveranderlijke milieutoestand moet worden omschreven, maar dat vooral de toestand moet worden ingeschat die voortvloeit uit mogelijke ontwikkelingen die redelijkerwijs verwacht kunnen worden indien het ontwerpplan niet wordt aangenomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het MER in het voorliggende geval in deel 3 enerzijds voorziet in een afdeling 2 genaamd « Initiële toestand van het milieu » waarin, de relevante aspecten van de bestaande milieutoestand worden beschreven (pp. 115 tot 280);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende anderzijds dat het MER de effecten van het niet-uitvoeren van de wijziging van het GBP tegemoetziet en daarmee ook het behoud van de huidige planologische bestemmingen op middellange termijn, hetzij in hoofdzaak de bestemming als gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten; dat het MER hiertoe de logische evolutie die voortvloeit uit de toekenning van een stedenbouwkundige vergunning op grond van de bestaande bestemmingen uitsplitst volgens twee scenario's, rekening houdend met de druk op de beschikbare gronden zoals die bestaat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en waarop ook de GOC wijst in haar advies van vóór de goedkeuring van het besluit van 2 mei 2013 (punt 1.13 en 1.26) en met de bereikbaarheid die de attractiviteit van het betrokken gebied versterken; dat het eerste scenario (Alternatief 0A -ontwikkelingsscenario) stemt overeen met een behoud van de bestaande activiteiten binnen de perimeter, maar met een verdichting in de delen van de onderzochte perimeter die vandaag onderbenut blijven, terwijl het tweede scenario (Alternatief 0B -renovatiescenario) beantwoordt aan een wijziging van de bestaande activiteiten die worden aangevuld of vervangen door een redelijke selectie van uitrustingen van collectief belang die zich in het gebied kunnen vestigen (pp. 71 en 318); dat deze beide scenario's geanalyseerd zijn voor de verschillende aspecten van de milieutoestand in deel 4 van het MER (pp. 319-489);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende derhalve dat het nieuwe MER in tegenstelling tot de toestand beschreven in het arrest nr. 233.147 wel degelijk voorziet in het onderzoek van de relevante aspecten van de bestaande milieutoestand en de mogelijke evolutie hiervan indien het plan of programma geen doorgang zou vinden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het « nulalternatief » evenwel niet begrepen mag worden als de toestand waarin geen enkel beleid wordt gevoerd en geen evolutie wordt vastgesteld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat op het vlak van mobiliteit het arrest nr. 233.147 van de Raad van State de Regering verweet dat de oplossingen voor de mobiliteitsproblemen die het MER aan het licht had gebracht niet waren geïntegreerd in de wijziging van het GBP, maar dat er niet werd gewezen op enige tekortkoming was in het MER; dat de bijwerking van dit deel van het MER dus geen extra werk met zich meebracht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, rekening houdend met deze elementen, de tijd die werd besteed aan de realisatie van het MER dus geen criterium kan zijn om de kwaliteit van het MER te beoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat dezelfde reclamant beklemtoont dat de GOC in haar advies aangaf dat ze graag geraadpleegd had willen worden halverwege het voorontwerp van het gedeeltelijk uitgewerkte MER;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze raadpleging nooit werd voorgesteld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het BWRO niet voorziet dat de GOC moet worden geraadpleegd tijdens de uitwerking van het MER; dat het niet de taak is van de GOC om zich op te stellen als een soort van begeleidingscomité bij de uitwerking van het MER van het GBP. Overwegende dat deze klager vaststelt dat op bepaalde plaatsen in het MER sprake is van het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit tot op vandaag nog niet definitief werd goedgekeurd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het dus eerder aangewezen is om het te hebben over het ontwerp van het GPDO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering opmerkt dat het hier om een tikfout gaat in het MER die de analyse niet vervalst en dus niet belangrijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat Leefmilieu Brussel het volgende advies gaf in haar officiële advies over het ontwerp voor de gedeeltelijke wijziging van het GBP goedgekeurd door de Regering op 29 maart 2012 : \"Het MER vestigt de aandacht op het niet-naleven van de doelstelling van voorbeeldigheid qua milieu en het gevaar dat gepaard gaat met een mogelijk verlies aan meer kwalitatieve groenzones. Leefmilieu Brussel betreurt deze situatie en beveelt de Regering aan om een meer ambitieus niveau van voorbeeldigheid voor de site op te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leefmilieu Brussel steunt bovendien de aanbevelingen in het MER i.v.m. het groene netwerk en het belang om de verbindingsrol van de site te ontwikkelen binnen het ecologische netwerk aan de andere kant van de Ring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder is het behoud/de garantie van deze oppervlakte aan groenzones één ding, hun inplanting en eventuele versnippering een ander.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijgevolg volstaat het om garanties hieromtrent in te plannen, zoals het behoud van de boomgroepen langs de Eeuwfeestlaan.\" Dat voor Leefmilieu Brussel dit advies van toepassing blijft, het programma blijft hetzelfde in het ontwerp voor de gedeeltelijke wijziging van het GBP dat momenteel ter advies voorligt als in het ontwerp voor de wijziging van het GBP zoals opgestart in 2012;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat het MER analyses formuleert op basis van een ontwerpplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit ontwerpplan geen voorstel inhoudt voor de inrichting van bebouwde en niet-bebouwde ruimten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER het risico beoordeelt dat groene ruimten verdwijnen, en geen feitelijke toestand beschrijft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de voorbeeldigheid voor de site geenszins in het gedrang komt door de wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de verdere ontwikkelingsetappes het voorbeeldige karakter van de site zullen moeten aantonen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat Stad Brussel al heeft geanticipeerd op deze fundamentele ambitie voor de site, door een masterplan te laten opmaken dat zeer strenge voorbeeldigheidscriteria hanteert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de bomenrijen langs de Eeuwfeestlaan geen impact zullen ondergaan van de voorschriften betreffende de bestemming;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze moeten worden beschouwd in de plannen van aanleg en in de ontwerpen die zullen worden gerealiseerd in het kader van de uitvoering van het GGB. Overwegende dat een reclamant zich aansluit bij de analyses van het Milieueffectenrapport voor de gedeeltelijke wijziging van het GBP voor het GGB 15 van de Heizel en de becijferde conclusies die eruit voortvloeien;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de reclamanten meegeven dat op basis van de informatie die ter beschikking gesteld is in het kader van het openbaar onderzoek, het niet mogelijk is om te bepalen wie het MER uitgewerkt heeft en dus om te verifiëren of de auteur ervan over de nodige kwaliteiten beschikte en niet in een belangenconflict vermengd zat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat, overeenkomstig het BWRO, de Regering formeel de taak heeft om het MER te realiseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze zich uiteraard, indien ze dat wenst, kan laten bijstaan door experts;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zelfs in dat geval het MER formeel het werk blijft en onder de verantwoordelijkheid valt van de Regering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de kwestie van het belangenconflict dus niet relevant is; dat het enkel relevant is dat de Regering haar wettelijke verplichtingen en de algemene principes heeft gerespecteerd; dat aan al deze verplichtingen werd voldaan. 11.2.Technisch lexicon Overwegende dat het Vlaams Gewest van mening is, dat op pagina 7 van de Nederlandstalige versie van het MER de term voorziening niet uitdrukkelijk genoeg geformuleerd is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de versies in de beide talen geldig zijn en dat, als de ene onduidelijkheden bevat, de andere versie verduidelijking kan brengen; dat het Vlaams Gewest overigens niet aangeeft in welke zin het gebrek aan duidelijkheid dat het vaststelt een invloed zou hebben op de relevantie van de analyse van het MER; dat ten slotte het begrip `voorzieningen' is opgenomen in het lexicon van het GBP en daar dus voldoende wordt omschreven. 11.3. Links met andere plannen buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 11.3.1. Algemeen Overwegende dat een reclamant vragen heeft bij het behoud van het huidige stadion Dat men van mening is dat het GBP hierover niet duidelijk is : - Wie zal dit stadion onderhouden? - Welke impact zou dit stadion hebben op het verkeer? - Wat zal de interactie zijn met het nieuwe stadion? Overwegende dat de Regering vaststelt dat over de toekomst van het Koning Boudewijnstadion nog niets is beslist;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het behoud en het verdwijnen van het stadion twee geloofwaardige hypothesen zijn en verenigbaar met deze wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in deze context het MER het ontwerp tot herziening van het GBP heeft onderzocht volgens twee scenario's : behoud van het stadion en verdwijnen van het stadion.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de reclamanten van mening zijn dat het MER niet kijkt of de wijziging van het onderzochte GBP compatibel is met het ontwerp van het nationale stadion dat gepland staat op parking C, evenals met het project van de snelle tram \"Brabantnet\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC opmerkt dat de analyse van het MER betrekking heeft op de verschillende plannen of ontwerpplannen van de Brusselse en Vlaamse overheden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze opmerkt dat intussen het statuut van bepaalde ontwerpen is veranderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering opmerkt dat het MER rekening heeft gehouden met de informatie die beschikbaar was op het ogenblik van zijn realisatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de GOC niet preciseert van welke plannen het statuut zodanig is gewijzigd dat deze wijziging een invloed zou hebben gehad op de analyse van het MER; dat dergelijke situaties zich niet hebben voorgedaan en dat het MER dus gebaseerd is op alle gepaste informatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dankzij deze informatie rekening kon worden gehouden met het project voor het nationale stadion;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER rekening heeft gehouden met de beschikbare informatie over Brabantnet. 11.3.2 Het Gewestelijk Lucht-Klimaat-Energieplan Overwegende dat Leefmilieu Brussel opmerkt dat het Lucht-Klimaat-Energieplan definitief goedgekeurd werd op 2 juni 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het dus niet langer een ontwerp is, maar wel degelijk een volwaardig plan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering vaststelt dat het MER bij zijn analyse rekening heeft gehouden met de inhoud van het LKE-plan. 11.3.3 Het Waterbeheerplan (WBP) Overwegende dat het ontwerp voor het tweede Waterbeheerplan 2016-2021 (met inbegrip van het beheerplan voor de overstromingsrisico's) in een vergevorderd stadium van de goedkeuringsprocedure zit : 2e lezing op 22 oktober 2015 en openbaar onderzoek afgesloten op 31 mei 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat Leefmilieu Brussel voorstelt dat dit ook in rekening zou worden genomen in het MER;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering opmerkt dat het MER rekening heeft gehouden met het WBP. 11.3.4 Het ontwerp van het Gewestelijk Natuurplan Overwegende dat Leefmilieu Brussel opmerkt dat het Natuurplan finaal werd goedgekeurd op 14 april 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit dus ook een volwaardig plan is en niet langer een ontwerp;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering vaststelt dat het MER rekening heeft gehouden met de inhoud van het gewestelijke Natuurplan. 11.4.Relevante doelstellingen op het vlak van milieubescherming Overwegende dat Leefmilieu Brussel vermeldt dat er in het MER geen sprake is van : - het Gewestelijk Programma voor de Kringloopeconomie; - de Good Food-strategie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het gewestelijk programma voor de kringloopeconomie en de Good Food-strategie ondanks de territoriale link in het kader van hun uitvoering, niet tot uitdrukking mogen komen in een GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hun territoriale invulling dus moet gebeuren in een BBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER de links met de andere relevante plannen en programma's moet beoordelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de analyse van de gewestelijke programma's voor circulaire economie en Goodfood-strategie daar niet toe behoren als het gaat om de beoordeling van de wijziging van het GBP. 11.5. Voorstelling en analyse dans de varianten voor de beoogde locaties Overwegende dat de reclamanten stellen dat het MER de locatievarianten onderzoekt voor de algemene inplanting van het programma van het GGB nr. 15, op een heel summiere manier;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat op basis van verschillende criteria, zeven van de veertig a priori in aanmerking genomen plaatsen specifiek weerhouden werden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de conclusie is dat de site van de Heizel de meest aangewezen plaats is om het programma van het GGB nr. 15 in haar geheel te plaatsen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat volgens verschillende reclamanten, waaronder de Economische en Sociale Raad, de Gewestelijke Mobiliteitscommissie en de Raad voor het Leefmilieu, het MER niet beantwoordt aan de vereisten van de Raad van State in haar arrest nr. 233.147 van 7 december 2015;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij benadrukken dat het arrest verwijst naar het document van het DG Milieu van de Europese Commissie met de titel \"uitvoering van richtlijn 2001/42 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat op basis van punt 5.12 van het bovenvermelde document, de beschrijving en de evaluatie van de geselecteerde, redelijke vervangingsoplossingen onderworpen zijn aan dezelfde vereisten als het \"plan of programma\", het onderzoek moet \"op een gelijkaardige manier\" verlopen, de vereisten betreffende de omvang en de precisie van de informatie vermeld in het rapport \"zijn ook van toepassing op de beoordeling van de vervangingsoplossingen\" en \"het is primordiaal dat een duidelijke tabel met redelijke vervangingsoplossingen en met de redenen waarom ze niet de beste optie zijn, voorgelegd wordt aan de overheid [...] bevoegd om het plan of programma goed te keuren, evenals aan de geraadpleegde overheden of het publiek\". \"De planningsoverheid moet een keuze maken uit de verschillende onderzochte vervangingsoplossingen, op basis van de wetenschappelijke analyse die hierover uitgevoerd werd en die vermeld moet worden in het milieueffectenrapport.\" Dat volgens hen het MER deze vergelijkende analyse niet heeft kunnen doorvoeren met 40 alternatieven op 20 pagina's waarbij de conclusie luidt : \"De Heizel lijkt de meest aangewezen site te zijn om het programma dat het Gewest wenst op te vangen\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij vervolgens ook stellen dat het arrest van de Raad van State niet vraagt dat de zoektocht naar een alternatieve site het volledige programma zou kunnen opvangen dat beoogd wordt door de Regering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Economische en Sociale Raad van mening is dat het programma ook op een andere manier zou moeten bekeken worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit eruit zou bestaan om de verschillende functies te kunnen onderscheiden die in het programma opgenomen zijn en om te zien welke sites deze functies kunnen opvangen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat door gedecentraliseerde alternatieven over te slaan, het erop lijkt dat het MER slechts gedeeltelijk reageert op het arrest van de Raad van State;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat men hierbij kan vaststellen dat er binnenkort trouwens een winkelcentrum opent ten noorden van Brussel (Docks Bruxsel);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat enkel het programma van het « NEO-masterplan » werd bestudeerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze reclamanten vragen dat de Regering het programma opsplitst door het te verdelen over verschillende sites;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER daardoor andere alternatieve sites zou kunnen analyseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC de ontwerper heeft gehoord over de gebruikte methodologie die is beschreven in het MER;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze bedoelt dat bepaalde potentiële sites moesten worden afgewezen omdat ze al het voorwerp uitmaakten van een programma;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze eraan herinnert dat het criterium beschikbaarheid en grondbeheersing in aanmerking moet worden genomen bij de keuze van varianten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze evenwel betreurt dat een programmatie \"a priori\" werd gekozen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze vaststelt dat deze keuze heel wat reacties heeft veroorzaakt die onder het BBP vallen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze eveneens betreurt dat geen enkel advies van de GOC betrekking heeft op de inhoud van het ontwerp aangezien noch het ontwerp van \"masterplan\" noch het ontwerp van BBP aan haar werden voorgelegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze de Regering verzoekt om de vragen om aanvullingen vanwege Leefmilieu Brussel te analyseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat ze, door haar voormelde besluit van 20 januari 2011, heeft besloten om de procedure tot wijziging van het GBP te starten om met name een activiteitenpool te creëren die een aantal grote voorzieningen verenigt die nodig zijn om de internationale uitstraling van Brussel te garanderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER zich tot taak stelt om dit ontwerp te onderzoeken, d.w.z. het geheel van het programma dat wordt beoogd door de Regering, en dus niet een ander ontwerp;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ingaan op het verzoek van sommigen om een deel- of gedecentraliseerd programma te onderzoeken zou neerkomen op het onderzoeken van een ander ontwerp;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER, door de redelijke alternatieven te onderzoeken voor de lokalisatie van het programma in zijn geheel, zich heeft gehouden aan het voormelde arrest van de Raad van State;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering vaststelt dat het MER op basis van een objectieve methodologie het grondpotentieel heeft geselecteerd waar stadsontwikkeling op schaal van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest mogelijk is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat aan de hand van deze oefening 40 sites werden geselecteerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze 40 sites werden getest volgens verschillende discriminerende parameters : voldoende bereikbaarheid (zone A of B zoals gedefinieerd in de GSV), geen onmogelijkheden of grote milieubeperkingen (bescherming Natura 2000, SEVESO-site, groot overstromingsrisico) en een minimale oppervlakte nodig voor de ontwikkeling van het programma;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat na afloop van deze test 7 sites voorlopig werden geselecteerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de site van het GGB een van deze 7 sites is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze sites werden vergeleken op basis van alle milieuparameters;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de site van het GGB dus aan dezelfde analyse werd onderworpen en aan eenzelfde detailniveau als de 40 oorspronkelijke sites en uiteindelijk de 7 geselecteerde sites;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het normaal is dat het MER meer aandacht besteedt aan de beschrijving van de mogelijke effecten van het programma op het weerhouden gebied na analyse van de verschillende locaties; dat het MER zo al meer dan 500 pagina's telt; dat als alle onderzochte alternatieven met dezelfde graad van nauwkeurigheid zouden moeten worden behandeld, het rapport een massa aan informatie zou bevatten die zowel de overheden als het betrokken publiek onmogelijk zouden kunnen verwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat voor Leefmilieu Brussel, de methodiek voor de selectie van de te bekijken varianten in het kader van het MER bestaat uit een lijst van sites die eerst geselecteerd worden op basis van 3 vooraf bepaalde criteria : Dat de geselecteerde sites vervolgens per thema vergeleken worden om na afloop de beste site voor het programma van de Regering naar voren te brengen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de initiële lijst van 40 mogelijke sites vermeld staat in een tabel, op pagina 41 van het MER, zonder een beschrijving van de sites, noch van hun omgeving;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit gebrek aan gegevens bij aanvang nadelig is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de mogelijke sites geëlimineerd werden naargelang de criteria en zonder een onderlinge vergelijking : 1. Volgens de ligging van de site in zone C voor de bereikbaarheid met het openbaar vervoer;2. Volgens de aanwezigheid van een Natura 2000-zone;3. Rekening houdend met de beschikbaarheid van gronden, zonder echter stil te staan bij het feit of ze openbaar of privaat beheerd worden. Dat voor wat het 1ste criterium betreft, een bepaald aantal sites onmiddellijk opzij geschoven kunnen worden op basis van hun moeilijke bereikbaarheid met het openbaar vervoer terwijl de andere geselecteerde sites (Josaphat en NAVO) ook in zone C liggen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de methodiek voor het eerste criterium dus in vraag gesteld wordt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat voor wat het 2de criterium betreft, het vragen oproept dat de site van de Hippodroom in Bosvoorde bij deze studie opzij geschoven wordt omwille van het natuurbeschermingscriterium, terwijl de hippodroom een recreatie- en evenementencentrum zal worden dat zich uitstrekt in de Natura 2000-zone;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat Leefmilieu Brussel die natuurbescherming zeker niet in vraag stelt, integendeel, de aandacht vestigt op de broodnodige samenhang in het geval van de hippodroom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de geïnformeerde lezer die het MER zal analyseren en zich vervolgens zal buigen over het geval van de hippodroom riskeert om een buitengewoon variabele behandeling te zien van de case;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat voor wat het 3e criterium betreft, de beschikbaarheid van de terreinen ook het openbare grondbeheer zou moeten inhouden, wat een belangrijk argument is bij de beslissing;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de 7 overblijvende sites in een tabel vergeleken worden per thema;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bepaalde gegevens ontbreken om te komen tot een gedetailleerde evaluatie, evenals een wetenschappelijke en technische benadering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bij het lezen van de thematische hoofdstukken van het MER geen bijkomende informatie vermeld wordt over de relevantie van de gegevens in deze tabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de conclusie zich voornamelijk richt op de dichtheid van de bestaande gebouwen in de buurt en de vereisten van bepaalde bestaande functies, maar niet stilstaat bij de milieueffecten zoals het waterbeheer en de overstromingsgebieden, de druk van het programma op de bestaande groenzones, de mobiliteitsstromen bij alle vervoerswijzen enz.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de conclusie bij de keuze niet echt overtuigend lijkt voor de lezer die zich afvraagt of één of twee andere sites niet geselecteerd zouden kunnen worden op grond van de andere thema's;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het risico op nieuwe beroepsprocedures bij de Raad van Staat mogelijk lijkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat Leefmilieu Brussel in haar advies een aantal aanvullingen en amendementen opgeeft voor de vergelijkende tabel met de zeven sites van pagina 57 tot 63 in het MER;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de lijst met deze elementen niet als exhaustief mag gezien worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze lijst als volgt is : - [Stedelijke structuur - Heizel] - Ten zuiden en westen van de site, het stadsweefsel is dichtbebouwd. Dit wordt niet aangekaart; - [Andere ambities voor het gebied - Weststation] - Deze elementen zijn niet negatief voor het programma voorgesteld op de Heizel, als het niet het toeristische belang van het gebied is; - [Andere ambities voor het gebied - Schaarbeek Vorming] - Ten zuiden van het gebied vinden we huisvesting, sportvoorzieningen terug; belang van het contact met het kanaal; - [Geplande ontwikkelingen in de buurt - Weststation] - Spoorwegknooppunt met GEN, TGV, stedelijk OV enz., - [Erfgoed - Heizel] - « Nabij het geklasseerde Ossegempark\" moet groen zijn zoals bij het Moeraske; - [Erfgoed - T&amp;T] - NB : de maritieme loods zal omgetoverd worden tot verschillende duizenden m2 handelsruimte; - [Bouwrijpe oppervlakte - Heizel] - De foto over de situatie ontbreekt voor het GGB15; - [Toegankelijkheid OV - Josaphat &amp; NAVO] - Zone C was het eerste uitsluitingscriterium in de lijst met de sites.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarom werden deze sites tot op dit punt behouden en de andere niet? - [Beschikbaarheid en grondbeheer] - Bepaalde rode sites zijn eigendom van verschillende openbare partners op verschillende niveaus. Dit geldt ook voor de groene sites. De verschillende behandelingen lijken niet duidelijk te zijn; - [Compatibiliteit van het ontwerp met de nabije functies - Heizel] - Dichte stadswijk in het westen en het zuiden; - [Bestaande projecten of projecten in ontwikkeling - T&amp;T] - Het BBP plant huisvesting, handel en evenementen; - [Bronnen van lawaaihinder] - Alle sites scoren op een of andere manier slecht als op het lawaai aankomt; - [Biologische kwaliteit van het gebied] - De heel beknopte en weinig onderbouwde analyse lijkt niet overtuigend te zijn voor een willekeurige keuze; - [Huidige ondoorlaatbaarheid] - De ondoorlaatbaarheid van de bodem kan in geen geval een troef zijn, vooral bij het beheer van het regenwater en het afvloeiende water;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering vaststelt dat de methodologie die werd gebruikt door het MER toelaat om het Brusselse grondpotentieel te selecteren waar het programma van de Regering kan worden uitgevoerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze methodologie werd opgesteld om sites te kunnen selecteren waarop de ontwikkeling van het programma van de Regering geloofwaardig is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze geloofwaardigheid hoofdzakelijk afhangt van de criteria die worden gekozen door het MER;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ook andere criteria in aanmerking kunnen worden genomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het criterium bereikbaarheid werd onderzocht in de geplande toestand van alle in aanmerking genomen sites;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in de geplande toestand, gezien de ontwikkeling van het openbaar vervoer, de NAVO-site en de Josaphat-site niet meer in zone C zullen liggen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de methodologische fout die Leefmilieu Brussel aanwijst in dit verband dus onbestaande is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de site van de hippodroom van Bosvoorde bestemd is voor een actief recreatiepark met hoofdzakelijk buitenactiviteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de site van de hippodroom bestemd is voor het onthaal van de Brusselse gezinnen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de site bestemd is voor openluchtactiviteiten die gericht zijn op sport, opvoeding, cultuur en natuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER ze opzij schuift, daar het oordeelt dat het in casu vooropgestelde programma (woningen, winkels, ...) niet verenigbaar is met een Natura 2000-gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de vergelijkende analyse van de lokalisatievarianten geen volledige effectenbeoordeling van het ontwerp van programma oplegt voor elke variant, noch een volledige analyse volgens meerdere criteria;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER de beslissingnemer toelaat om zich uit te spreken over de relevantie van de keuze van de Heizelsite, rekening houden met de lokalisatievarianten. 11.6. Bevolking en socio-economische aspecten Overwegende dat een reclamant van mening is dat het MER de kwestie niet aankaart of er behoefte is aan winkels, maar zich beperkt tot het spreken over de handelsstructuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hij ook van mening is dat het MER onvolledig is door in de berekeningen geen rekening te houden met de grote winkels langs de grote invalswegen (A12, Bergensesteenweg enz.);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze grote winkels toch een aanzienlijke oppervlakte vertegenwoordigen in België;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit soort handel heel sterk vertegenwoordigd is rond Brussel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering vaststelt dat het MER het huidige handelsaanbod heeft onderzocht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat uit de analyse blijkt dat Brussel te weinig winkelcentra heeft in vergelijking met andere Europese hoofdsteden en andere Belgische steden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat uit de analyse blijkt dat het programma dat de Regering voorstelt, en met name het commerciële luik ervan, beantwoordt aan een geïdentificeerde vraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het niet de taak is van het MER om de sociaaleconomische test van het ontwerpplan uit te voeren, maar wel om de milieueffecten ervan te beoordelen. 11.7. MOBILITEIT 11.7.1. Algemeen Overwegende dat bij de beschrijving van de initiële toestand van het milieu, het MER van pagina's 188 tot 241 nogal volledige informatie geeft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat Leefmilieu Brussel wijst op de onduidelijkheden van bepaalde kaarten voor wat de situering van de P+R betreft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat men ook wijst op onvolledige legendes;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het stelt dat de analyse rond de bereikbaarheid van de site tijdens grote evenementen aangevuld moet worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat Leefmilieu Brussel vraagt om de analyse aan te vangen rond het gelijktijdig plaatsvinden van grote evenementen (concerten in Paleis 12 en voetbalwedstrijden);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering benadrukt dat het MER de impact van het ontwerpplan op de bestaande en de geplande toestand heeft onderzocht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de impact het grootst is in de namiddag (17-18 uur op weekdagen en 16-17 uur op zaterdag);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de interactie met de concerten in Paleis 12 en de voetbalmatchen zich 's avonds zal voordoen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat aangezien het MER dus de impact van het ontwerpplan heeft bestudeerd op het moment dat die het grootst is, het niet nodig was om daarnaast ook configuraties te analyseren met een kleinere impact.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Gewestelijke Mobiliteitscommissie vaststellen dat, in de Franse versie van het MER op pagina's 410, 420 en 422, bepaalde schema's ontbreken betreffende de verzadiging van het wegennet, betreffende de gecumuleerde impact van het ontwerp en van het toekomstige EuroStadion op parking C. Overwegende dat de versie van het MER die is voorgelegd aan het openbaar onderzoek en beschikbaar is op de website van het Gewest volledig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant aankaart dat het MER, op pagina 414, vermeldt : « We kennen het verzadigingspercentage van de lijnen momenteel niet, maar de ligging van de Heizel op het einde van de lijn is een positief punt voor de capaciteit, want vandaag de dag biedt het net, behalve bij grote evenementen die de lijnen bevolken, een reële capaciteit en nieuwe lijnen zullen deze bestaande capaciteitsreserve nog versterken\";</p></div>", "next": 239988}