Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Koninklijk besluit betreffende de vergoeding verschuldigd aan auteurs en uitgevers voor het kopiëren voor privé-gebruik of didactisch gebruik van werk

Kort samengevat

Dit besluit regelt de vergoeding die auteurs en uitgevers ontvangen wanneer hun werken, die op grafische of soortgelijke wijze zijn vastgelegd, worden gekopieerd voor privé- of didactisch gebruik. Het doel is om het inkomstenverlies te compenseren dat zij lijden door deze reproducties.

Wat het regelt

  • De uitvoering van artikelen 59 tot 61 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten.
  • De toekenning van een vergoeding aan auteurs en uitgevers voor reproducties voor privé- of didactisch gebruik.
  • De voorwaarden waaronder werken zonder voorafgaande toestemming van de auteur mogen worden gereproduceerd.
  • De compensatie van inkomstenverlies door het kopiëren van beschermde werken.

Wie het aanbelangt

  • Auteurs en uitgevers van werken die op grafische of soortgelijke wijze zijn vastgelegd.
  • Personen die kopieën maken voor privé- of didactisch gebruik van dergelijke werken.

Kernpunten

  • Auteurs en uitgevers hebben recht op een vergoeding wanneer hun werken voor privé- of didactisch gebruik worden gereproduceerd.
  • Reproductie zonder voorafgaande toestemming is toegestaan voor artikelen, werken van beeldende kunst, of korte fragmenten uit grafisch vastgelegde werken, mits het werk geoorloofd openbaar is gemaakt en de reproductie de uitgave van het oorspronkelijke werk niet schaadt.
  • De uitzonderingen gelden alleen voor werken die op geoorloofde wijze openbaar zijn gemaakt.
  • De reproductie moet betrekking hebben op artikelen, grafische werken of andere op een grafische of soortgelijke wijze vastgelegde werken (zoals papier, stencils, slides en microfiches).
Wettekst
Wettekst

30 OKTOBER

  1. Koninklijk besluit betreffende de vergoeding verschuldigd aan auteurs en uitgevers voor het kopiëren voor privé-gebruik of didactisch gebruik van werken die op grafische of op soortgelijke wijze zijn vastgelegd VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, voorziet in de maatregelen ter uitvoering van de artikelen 59 tot 61 van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het auteursrecht en de naburige rechten (Belgisch Staatsblad van 27 juli 1994, err. Belgisch Staatsblad van 22 november 1994). Algemeen commentaar I. Doelstelling van de wetgever De artikelen 59 tot 61 van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het auteursrecht en de naburige rechten kennen aan auteurs en uitgevers van op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken een vergoeding toe wanneer deze voor privé-gebruik of didactisch gebruik worden gereproduceerd. Het recht op vergoeding vloeit voort uit de gangbare aanwending in alle sectoren van de maatschappij van apparaten waarmee op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken kunnen worden gereproduceerd. Zo wordt bijvoorbeeld het aantal in België gebruikte kopieerapparaten op 31 december 1995 op ongeveer 130.000 eenheden geraamd (Bron : Belgische Kamer voor Kantoormachines, Reprobel). Op grond van de capaciteit van het kopieerapparaat wordt in onderstaande tabel voor het jaar 1995 een overzicht gegeven van de gemiddelde verkoopprijzen en van het aantal verkochte eenheden. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (Bron : BKK) De veralgemeende aanwending van apparaten waarmee op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken kunnen worden gereproduceerd, zorgt ervoor dat jaarlijks een grote hoeveelheid kopieën wordt gemaakt. Er wordt geraamd dat in 1995 in België ongeveer 15,5 miljard kopieën zijn gemaakt (Bron : Reprobel, BKK). Telkens een beschermd werk wordt gereproduceerd, wordt het geëxploiteerd. Wanneer de exploitatie in de private of in de professionele sfeer plaatsvindt, worden geen auteursrecht of naburige rechten betaald. Zij heeft nochtans een rechtstreekse weerslag op het aantal verkochte beschermde werken, dat daalt in verhouding tot het aantal gemaakte reproducties (Gedr. St. Senaat, 145-1, blz. 11 en 12). Door aan de auteurs en de uitgevers een vergoeding toe te kennen, wil de wetgever dat verlies aan inkomsten compenseren. (Gedr. St. Senaat, 145-1, blzn. 11 en 12). II. Mechanisme van de wettelijke licentie Om het verlies aan inkomsten te compenseren dat rechthebbenden lijden ingevolge het kopiëren voor privé-gebruik of didactisch gebruik van werken die op grafische of op soortgelijke wijze zijn vastgelegd, maakt de wetgever gebruik van de juridische techniek van de wettelijke licentie. Hij staat toe dat op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken onder bepaalde voorwaarden worden gereproduceerd en kent als tegenprestatie aan de auteurs en uitgevers een vergoeding toe. De artikelen 22, § 1, 4° en 59 tot 61 van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten bevatten de bepalingen waarin die wettelijke licentie is geregeld.
  2. Uitzondering op het reproductierecht In artikel 22, § 1, 4°, van de wet worden de voorwaarden vastgesteld waaronder de op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken kunnen worden gereproduceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteur. In voornoemd artikel is bepaald dat de auteur, wanneer het werk op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, zich niet kan verzetten tegen de gedeeltelijke of integrale reproductie van artikelen of van werken van beeldende kunst, of van korte fragmenten uit werken die op een grafische of soortgelijke wijze zijn vastgelegd, wanneer die reproductie uitsluitend bestemd is voor privé-gebruik of voor didactisch gebruik en geen afbreuk doet aan de uitgave van het oorspronkelijke werk. 1.1 De in artikel 22, § 1, 4°, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten bepaalde uitzonderingen gelden alleen voor werken die op geoorloofde wijze openbaar zijn gemaakt. 1.2 Reproductie is de exploitatiehandeling toegestaan door artikel 22, § 1, 4°, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. 1.3 De reproductie moet betrekking hebben op artikelen, grafische werken of op andere op een grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken. De grafische drager kan worden gedefinieerd als "un support qui représente des figures sur une surface" (definitie in "Le Petit Robert, Dictionnaire de la langue française"), of als "un support qui se rapporte aux procédés d'impression et aux arts de l'imprimerie" (definitie in "Larousse"). Strikt geïnterpreteerd heeft artikel 22, § 1, 4°, uitsluitend betrekking op papier, stencils, slides en microfiches. Volgens de extensieve uitlegging wordt met de woorden "grafische of soortgelijke wijze "papier, stencils, slides, microfiches, alsook elektronische dragers zoals cd-rom, cd-i, harde schijven en diskettes bedoeld. De juridische en praktische gevolgen verschillen sterk naar gelang van de gekozen uitlegging. Wanneer het artikel op extensieve wijze wordt uitgelegd, zouden reproducties van werken vastgelegd op elektronische dragers zoals cd-rom, cd-i, harde schijf enzovoort, verricht met inachtneming van de voorwaarden bepaald in artikel 22, § 1, 4°, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, door de wet zijn toegestaan. Overeenkomstig artikel 59, tweede lid, van dezelfde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten moeten de fabrikanten, de invoerders en de intracommunautaire aankopers van apparaten waarmee op elektronische dragers vastgelegde werken kunnen worden gereproduceerd, een forfaitaire vergoeding betalen. Krachtens artikel 60 moeten personen die kopieën vervaardigen aan de hand van apparaten waarmee op een elektronische drager vastgelegde werken kunnen worden gereproduceerd, een vergoeding betalen die evenredig is aan het aantal vervaardigde kopieën. Volgens de strikte uitlegging zijn overeenkomstig artikel 22, § 1, 4°, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten alleen reproducties van werken vastgelegd op papier, op slide of op microfiche toegestaan. De reproducties van werken vastgelegd op een elektronische drager worden dan in beginsel afhankelijk gesteld van de voorafgaande machtiging van de auteur van die werken. De wetgever heeft bij de uitwerking van artikel 22, § 1, 4°, blijkbaar geen rekening gehouden met de technische evolutie. De voorbereidende werkzaamheden van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten bevatten geen opmerkingen waaruit kan worden afgeleid dat de technische evolutie in aanmerking is genomen. In artikel 22, § 1, 4°, worden nauwkeurig de categorieën van werken opgesomd die traditioneel op papier worden vastgelegd. Het gaat om artikelen en werken van beeldende kunst zoals foto's en tekeningen. Het lijkt redelijk aan te nemen dat de restcategorie, die wordt gevormd door andere op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken, tevens betrekking heeft op werken die op papier worden vastgelegd. Indien artikel 22, § 1, 4°, ook betrekking zou hebben op werken die op een elektronische drager zijn vastgelegd, zou het ook van toepassing zijn op geluidswerken en audiovisuele werken. Die werken zijn evenwel bedoeld in artikel 22, § 1, 5°, dat de integrale reproductie van geluidswerken en audiovisuele werken in familiekring toestaat. Indien de wetgever in artikel 22, § 1, 4°, de op een elektronische drager vastgelegde werken had willen bedoelen, zou hij artikel 22, § 1, 5°, hebben aangepast teneinde te voorkomen dat geluidswerken en audiovisuele werken worden geregeld door twee bepalingen met tegenstrijdige toepassingsvoorwaarden. Gelet op de interpretatiemoeilijkheden van artikel 22, § 1, 4°, moet worden verwezen naar de doelstelling van de wetgever, die erin bestaat het inkomstenverlies te compenseren dat de auteurs en uitgevers lijden wegens de reproductie voor privé-gebruik of didactisch gebruik van hun op een grafische of soortgelijke wijze vastgelegde werken. Derhalve rijst de vraag of de recente technische ontwikkelingen voor de auteurs en uitgevers een inkomstenverlies veroorzaken. De betrokken milieus zijn van oordeel dat de concrete gevolgen van die ontwikkelingen moeilijk kunnen worden geëvalueerd aangezien de huidige situatie wordt gekenmerkt door een snelle evolutie van de technieken voor mededeling en verspreiding van informatie. Bovendien zullen de recente technische ontwikkelingen aan auteurs en uitgevers waarschijnlijk de mogelijkheid bieden de reproductie van hun op een elektronische drager vastgelegde werken afhankelijk te stellen van hun voorafgaande toestemming. De Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft in haar Groenboek betreffende het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij in het kort de gevolgen omschreven die de recente technische ontwikkelingen waarschijnlijk gaan hebben. "De technische ontwikkelingen houden een aantal belangrijke voordelen in. Terwijl met een traditioneel fotokopieerapparaat per definitie kopieën kunnen worden gemaakt zonder dat dit kan worden verhinderd, kan indien men dit wenst, met behulp van digitalisering het digitaal kopiëren door particulieren van een werk of dienst worden opgespoord en beperkt. Hiervoor is het uiteraard wel nodig dat deze technische voorzieningen algemeen worden ingevoerd, maar op deze wijze wordt controle op het gebruik van de werken dan weer mogelijk. Wanneer er daarentegen technische voorzieningen worden getroffen die het kopiëren voor privé-gebruik beperken of verhinderen, dan zal de wettige licentie een deel van haar waarde verliezen" (Brussel, 19 juli 1995, COM

(95)382 Final blz. 50). Om die redenen is het wenselijk thans nog geen antwoord te geven op de vraag of de woorden "grafische of soortgelijke wijze" ook betrekking hebben op elektronische dragers. Dat probleem kan later in de adviescommissie van de betrokken milieus worden onderzocht (zie artikel 27 van het ontwerp). 1.4 Artikelen en grafische werken kunnen zowel gedeeltelijk als integraal worden gereproduceerd. Werken die op een grafische of soortgelijke wijze zijn vastgelegd, kunnen slechts gedeeltelijk worden gereproduceerd. Het verschil in behandeling tussen geluidswerken en audiovisuele werken, die onder de voorwaarden bepaald in artikel 22, § 1, 5°, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten integraal mogen worden gereproduceerd, en de werken die op een grafische of soortgelijke wijze zijn vastgelegd, waarvan in beginsel slechts een fragment mag worden gereproduceerd, heeft tot doel rekening te houden met de problemen in de uitgeverswereld (Gedr. St. Senaat, Verslag, 329-2, blz. 84). 1.5 Krachtens artikel 22, § 1, 4°, is reproductie toegestaan wanneer die uitsluitend bestemd is voor privé-gebruik of voor didactisch gebruik. Met uitsluitend didactisch gebruik wordt de reproductie in het kader van de illustratie bij onderwijs of wetenschappelijk onderzoek bedoeld. Wat het uitsluitend privé-gebruik betreft, rijst de vraag welke reproducties aan dat criterium voldoen. In het Verslag van de Senaat wordt dienaangaande het volgende vermeld : "Er is ook sprake van eigen gebruik met betrekking tot de reprografie : daar wordt het kopiëren voor eigen gebruik door een natuurlijke persoon (zelfs met professionele doeleinden) of voor intern gebruik door een rechtspersoon, van korte fragmenten van werken als wettig beschouwd. » (Gedr. St. Senaat, Verslag, 329-2, blz. 89). Die opmerking van de senatoren heeft evenwel betrekking op een vroegere versie van artikel 22, § 1, 4°, waarin is bepaald dat wanneer het werk op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, de maker zich niet kan verzetten tegen de reproductie van korte fragmenten uit werken die op grafische of op soortgelijke wijze zijn vastgelegd, met behulp van een apparaat dat reproductie mogelijk maakt, op voorwaarde dat dit uitsluitend gebeurt voor eigen gebruik van een natuurlijke persoon of voor intern gebruik van een rechtspersoon (Gedr. St. Senaat, Verslag, 329-2, blz. 368). De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft die tekst geamendeerd door het criterium van uitsluitend eigen of intern gebruik te vervangen door dat van het strikt privé-gebruik of didactisch gebruik (Gedr. St. Kamer, Verslag, 473-33, blz. 193). Het aantal doeleinden waarvoor de werken overeenkomstig artikel 22, § 1, 4°, mogen worden gereproduceerd, wordt blijkbaar door voornoemd amendement niet verminderd. Indien de wetgever de reproductie tot de familiekring had willen beperken, zou hij daarin uitdrukkelijk hebben voorzien, zoals hij zulks heeft gedaan voor de beperking van het recht op mededeling aan het publiek en voor de uitzondering op het recht op reproductie toepasselijk op geluidswerken en audiovisuele werken (artikel 22, § 1, 3° en 5°, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten). Voorts heeft de Commissie voor de Justitie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers bij het voorstellen van het amendement op grond waarvan het criterium van het uitsluitend privé-gebruik wordt ingevoerd, erop gewezen dat voornoemd criterium ook geldt voor ondernemingen (Gedr. St. Kamer, Verslag, 473-33, blz. 193). 1.
  1. Met betrekking tot de gevolgen van de reproductie, voorziet artikel 22, § 1, 4°, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten erin dat de reproductie slechts wordt toegestaan wanneer zij geen afbreuk doet aan de uitgave van het oorspronkelijke werk. Die voorwaarde voor de toepassing van de uitzondering op het recht op reproductie is conform artikel
  2. van de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst. Naar luid van dat artikel is het aan de wetgeving van de landen van de Unie voorbehouden om in bepaalde bijzondere gevallen de reproductie van letterkundige werken en kunstwerken toe te staan, voor zover een dergelijke reproductie geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk en de wettige belangen van de auteur niet op ongerechtvaardigde wijze schaadt. Als voorbeeld van reproducties die de uitgave van het oorspronkelijke werk kunnen benadelen, maakt de wetgever gewag van de reproductie op grote schaal of de commerciële exploitatie van een reproductie (Gedr. St. Kamer, Verslag, 473-33, blz. 194). 1.
  3. De toepassingsvoorwaarden voor artikel 22, § 1, 4°, zijn cumulatief. De uitzondering op het recht op reproductie waarin voornoemd artikel voorziet, kan dan ook niet worden ingeroepen wanneer aan een van die voorwaarden niet is voldaan. Dat is onder meer het geval indien het werk niet op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, indien de exploitatiehandeling geen reproductie inhoudt, indien het gaat om een ander werk dan die welke op een grafische of soortgelijke wijze zijn vastgelegd, indien meer wordt gereproduceerd dan een kort fragment, zulks met uitzondering van artikelen en werken van beeldende kunst die integraal mogen worden gereproduceerd, indien de reproductie niet uitsluitend voor privé-gebruik of voor didactisch gebruik wordt verricht, of indien zij afbreuk doet aan de uitgave van het oorspronkelijke werk. 1.
  4. Er moet aan worden herinnerd dat de reproductie verricht overeenkomstig artikel 22, § 1, 4°, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten de morele rechten van de auteurs moet eerbiedigen (Gedr. St. Senaat, Verslag, 329-2, blz. 84). 1.
  5. Artikel 22, § 1, 4°, van dezelfde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten is niet van toepassing op computerprogramma's. De uitzonderingen op het recht op reproductie waarover de auteurs van computerprogramma's beschikken, zijn omschreven in de artikelen 6 en 7 van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's (Belgisch Staatsblad van 22 juli 1994).
  6. Recht op vergoeding voor reprografie Artikel 59, eerste lid, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten voorziet erin dat de auteurs en de uitgevers van op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken recht hebben op een vergoeding voor de reproductie van die werken, ook wanneer die reproductie plaatsvindt onder de voorwaarden bepaald in artikel 22, § 1, 4°. 2.
  7. De auteurs en uitgevers zijn de oorspronkelijke houders van het recht op vergoeding. Krachtens artikel 6, eerste lid, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten is de auteur de natuurlijke persoon die het werk heeft gecreëerd. Hoewel in die laatste wet het begrip uitgever niet wordt gedefinieerd, verleent zij de uitgever ab initio een recht op vergoeding. Dat recht kan derhalve niet met een auteursrecht worden gelijkgesteld. 2.
  8. Met betrekking tot de woorden "reproductie" en "op grafische of soortgelijke wijze vastgelegde werken" kan worden verwezen naar het commentaar betreffende artikel 22, § 1, 4° (zie hiervoren). 2.
  9. De woorden "ook wanneer die reproductie plaatsvindt onder de voorwaarden bepaald in artikel 22, § 1, 4°" wijzen erop dat reproducties die het recht op vergoeding meebrengen, in beginsel buiten het toepassingsgebied van artikel 22, § 1, 4°, kunnen vallen. De reproducties waarvoor het recht op vergoeding voor reprografie geldt, kunnen bijgevolg betrekking hebben op het integrale werk of op een gedeelte ervan. In tegenstelling tot artikel 22, § 1, 4°, beperkt artikel 59, eerste lid, de reproductie derhalve niet tot korte fragmenten van het werk. Overigens wordt in artikel 59, eerste lid, met betrekking tot de doeleinden van de reproductie die recht geeft op vergoeding, alleen gesteld dat zij in beginsel meer uitgebreid kunnen zijn dan die bedoeld in artikel 22, § 1, vierde lid. Bijgevolg moet de integrale of gedeeltelijke reproductie van op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken worden beschouwd als de wettelijke grondslag van het recht op vergoeding van de auteurs en uitgevers. 2.
  10. Het verschil inzake toepassingsgebied van de uitzondering op het recht op reproductie en dat van de grondslag van het recht op vergoeding leidt tot de vraag welke rechtsregeling geldt voor de reproducties bedoeld in artikel 59, eerste lid, waarvoor in artikel 22, § 1, 4°, van de wet geen regeling is vastgesteld. Een van die reproducties is het integraal fotokopiëren van een boek. Voor voornoemde reproducties is nog steeds de voorafgaande toestemming van de auteur vereist. Uit de voorbereidende werkzaamheden blijkt immers dat het amendement op grond waarvan het toepassingsgebied van artikel 59, eerste lid, wordt uitgebreid ten opzichte van dat van artikel 22, § 1, 4°, ten doel heeft de eigenlijke vergoeding op te leggen wanneer sprake is van verboden reproductie (Gedr. St. Kamer, B.Z. 1991-1992, Verslag, 473-33, blz. 297). III. Financiering van de vergoeding De vergoeding die op grond van artikel 59, eerste lid, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten aan auteurs en uitgevers wordt verleend, wordt gefinancierd door een forfaitaire en door een evenredige vergoeding.
  11. Forfaitaire vergoeding 1.
  12. In artikel 59, tweede lid, van dezelfde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten is bepaald dat de vergoeding wordt betaald door de fabrikant, de invoerder of de intracommunautaire aankoper van de apparaten waarmee de beschermde werken gereproduceerd kunnen worden, op de datum waarop die apparaten op het nationale grondgebied in de handel worden gebracht. 1.
  13. De in artikel 59, tweede lid, bedoelde vergoeding is een forfaitaire vergoeding aangezien zij betrekking heeft op apparaten waarmee op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken gereproduceerd kunnen worden en het bedrag ervan bij regelgeving wordt vastgesteld naar gelang van de objectieve capaciteit van de apparaten om beschermde werken te reproduceren. De vergoeding is derhalve verschuldigd ongeacht het aantal kopieën van beschermde werken dat werkelijk met die apparaten wordt gemaakt. 1.
  14. De bijdrageplichtigen van de forfaitaire vergoeding zijn de fabrikanten, de invoerders en de intracommunautaire aankopers van apparaten. In artikel 1 van het besluit worden de termen "invoer" en "intracommunautaire aankoop" gedefinieerd. Met de termen "invoerder" en "intracommunautaire aankoper" worden de personen bedoeld die het initiatief nemen tot en de verantwoordelijkheid dragen voor de invoer of voor de intracommunautaire aankoop in de zin van artikel 1 van het besluit. Dat is onder meer het geval voor een in het buitenland gevestigde onderneming die de levering van apparaten factureert aan in België gevestigde personen nadat zij ten aanzien van die personen rechtstreeks of onrechtstreeks commerciële stappen heeft ondernomen. 1.
  15. Aangezien de grondslag van het recht op vergoeding van auteurs en uitgevers bestaat in de gedeeltelijke of integrale reproductie van op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken (zie hiervoren), zijn de apparaten waarvoor de forfaitaire vergoeding verschuldigd is, die waarmee de reproductie kan worden verricht. Voor apparaten die gelet op hun technische kenmerken uitsluitend de uitgifte van werken mogelijk maken, is dan ook geen vergoeding verschuldigd. 1.
  16. Op het tijdstip waarop een apparaat op het nationale grondgebied in de handel wordt gebracht, is de forfaitaire vergoeding verschuldigd die op het apparaat betrekking heeft. Dit begrip wordt in de artikelen 5 en 6 van dit besluit gedefinieerd.
  17. Evenredige vergoeding 2.
  18. In artikel 60 is bepaald dat een vergoeding die evenredig is aan het aantal vervaardigde kopieën verschuldigd is door de natuurlijke personen en de rechtspersonen die kopieën van werken vervaardigen of, in voorkomend geval, met decharge van eerstgenoemden, door hen die onder bezwarende titel of gratis een reproductieapparaat ter beschikking stellen van anderen. 2.
  19. De vergoeding bedoeld in artikel 60 van de wet is een aanvulling van die omschreven in artikel 59, tweede lid, teneinde het verlies aan inkomsten te compenseren dat de auteurs en de uitgevers lijden ingevolge de reproductie voor privé-gebruik of didactisch gebruik van op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken. 2.
  20. In tegenstelling tot de in artikel 59, tweede lid, vastgestelde vergoeding hangt de vergoeding bepaald in artikel 60 af van het aantal vervaardigde kopieën van beschermde werken. Om die reden wordt zij "evenredige vergoeding" genoemd. 2.
  21. Aangezien artikel 60 een algemene reikwijdte heeft, geldt de evenredige vergoeding voor alle sectoren van de maatschappij. Het gaat onder meer om openbare besturen, onderwijsinstellingen, instellingen voor openbare uitlening van werken, private ondernemingen, kopieerinrichtingen en particulieren. 2.
  22. In artikel 60 wordt de verplichting tot schuld en de bijdrage in de schuld betreffende de evenredige vergoeding geregeld (Gedr. St. Kamer, 473-33, blz. 299 en 300). Te dien einde onderscheidt artikel 60 twee gevallen. Het eerste geval heeft betrekking op de natuurlijke personen en de rechtspersonen die kopieën van beschermde werken vervaardigen aan de hand van apparaten die hen niet door een derde ter beschikking zijn gesteld. Het gaat bijvoorbeeld om particulieren die thuis kopieën vervaardigen, alsook om private ondernemingen en openbare besturen die in hun lokalen over apparaten beschikken. Door te bepalen dat de vergoeding verschuldigd is door natuurlijke personen of door rechtspersonen die kopieën vervaardigen, legt artikel 60 de verplichting tot schuld en de bijdrage tot schuld inzake de proportionele vergoeding ten laste van die personen. Het tweede geval heeft betrekking op de natuurlijke personen en de rechtspersonen die onder bezwarende titel of gratis reproductieapparaten ter beschikking stellen van anderen. Dat zijn bijvoorbeeld kopieerinrichtingen en instellingen voor openbare uitlening. Zij stellen reproductieapparaten ter beschikking van respectievelijk hun klanten en lezers. Krachtens artikel 60 moeten personen die apparaten ter beschikking stellen van anderen, een evenredige vergoeding betalen (verplichting tot schuld). Die vergoeding kan evenwel worden afgewenteld op personen die kopieën vervaardigen (bijdrage tot de schuld). Voor de twee gevallen bedoeld in artikel 60 zijn de personen welke de evenredige vergoeding moeten betalen (verplichting tot schuld), degenen die met betrekking tot de reproductieapparaten bevoegd zijn inzake toezicht, leiding en beheer. Die bevoegdheid wordt in beginsel uitgeoefend door de eigenaar van het apparaat. Deze laatste wordt evenwel niet beschouwd als degene bevoegd inzake toezicht, leiding en beheer wanneer wordt vastgesteld dat een derde die bevoegdheid heeft. Dat is inzonderheid zo voor huurders bij een huurovereenkomst of een leasingovereenkomst betreffende een reproductieapparaat. Aangestelden kunnen niet worden beschouwd als degenen die een toezichthoudende, leidinggevende en controlerende bevoegdheid hebben over het apparaat waarvan zij bij de uitoefening van hun functie gebruik maken, omdat zij daarbij onder het gezag van een lastgever handelen. Deze laatste moet dan ook worden beschouwd als de persoon bevoegd voor de apparaten die aangestelden bij de uitoefening van hun functie gebruiken. IV. Europese context De vergelijking van de rechtsregelingen die in de Europese landen gelden inzake de reproductie van op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken voor privé-gebruik of didactisch gebruik, strekt ertoe op nationaal vlak maatregelen vast te stellen die zoveel mogelijk aansluiten bij de Europese context. Deze vergelijking is tevens erop gericht te voorkomen dat de lasten van de Belgische ondernemingen duidelijk onevenredig zouden zijn ten opzichte van die van hun Europese concurrenten.
  23. Duitsland 1.Rechtsregeling 1.
  24. Evenredige vergoeding waarvan het bedrag bij regelgeving wordt bepaald De vergoeding geldt voor scholen, universiteiten, bibliotheken, onderzoeksinstituten en kopieerinrichtingen. De vergoeding geldt niet voor: - private ondernemingen andere dan kopieerinrichtingen; - openbare besturen die geen scholen, universiteiten, bibliotheken en onderzoeksinstituten zijn. 1.
  25. Vergoeding apparaten
  26. Bedrag van de vergoedingen (Bron : Duitse wetgeving) 2.
  27. Evenredige vergoeding 1,03 BEF per kopie van een beschermd werk 2.
  28. Vergoeding apparaten - kopieerapparaten waarmee 1 tot 12 kopieën per minuut kunnen worden gemaakt (kpm) : 1.695 BEF; - kopieerapparaten waarmee 13 tot 35 kpm kunnen worden gemaakt : 2.619 BEF; - kopieerapparaten waarmee 36 tot 70 kpm kunnen worden gemaakt : 3.929 BEF; - kopieerapparaten waarmee 70 en meer kpm kunnen worden gemaakt : 15.716 BEF. Voor kleurenkopieerapparaten moeten bovenstaande bedragen worden verdubbeld. Die bedragen zijn vastgesteld in de Duitse wet van 1985 en zijn geïndexeerd.
  29. Raming van de werkelijke inning voor 1995 3.
  30. Evenredige vergoeding : 226 miljoen BEF. 3.
  31. Vergoeding voor apparaten : 825 miljoen BEF.
  32. Denemarken 1.Rechtsregeling Hier geldt een exclusief recht op reproductie, dat collectief wordt beheerd aan de hand van uitgebreide collectieve overeenkomsten, wat inhoudt dat de door de collectieve beheersvennootschap gesloten overeenkomsten ook bindend zijn voor de auteurs die geen lid ervan zijn, maar die werken hebben vervaardigd van dezelfde aard als die waarvan de vennootschap de rechten beheert. Alle sectoren zijn aan deze rechtsregeling onderworpen.
  33. Bedrag van de vergoeding Het bedrag van de vergoeding wordt vastgesteld in het kader van uitgebreide collectieve overeenkomsten (Bron : Verslag van de IFRRO). 2,86 BEF voor de overheidsdiensten; 0,82 BEF voor onderwijsinstellingen; 3,24 BEF voor de privé-sector.
  34. Raming van de werkelijke inning van de vergoeding voor het jaar 1995 (Verslag IFRRO) : 442 miljoen BEF.
  35. Spanje 1.Rechtsregeling 1.
  36. Evenredige vergoeding waarvan het bedrag door middel van onderhandelingen wordt vastgesteld door een beheersvennootschap Het recht geldt voor alle sectoren. 1.
  37. Vergoeding voor apparaten (Bron : Spaanse wet).
  38. Bedrag van de vergoedingen 2.
  39. Evenredige vergoeding In verband met het bedrag van de evenredige vergoeding zijn geen gegevens beschikbaar. 2.
  40. Vergoeding voor apparaten - kopieerapparaten waarmee 1 tot 9 kpm worden gemaakt : 1.975 BEF; - kopieerapparaten waarmee 10 tot 29 kpm worden gemaakt : 5.928 BEF; - kopieerapparaten waarmee 30 tot 49 kpm worden gemaakt : 7.904 BEF; - kopieerapparaten waarmee 50 kpm en meer worden gemaakt : 9.748 BEF. Die bedragen zijn overgenomen uit de Spaanse wet van 1992 en zijn geïndexeerd.
  41. Raming van de werkelijke inning voor het jaar 1995 (Bron : BKK) 230 miljoen BEF.
  42. Finland 1.Rechtsregeling Hier geldt een exclusief recht op reproductie dat collectief wordt beheerd aan de hand van uitgebreide collectieve overeenkomsten (cf. Denemarken). Het recht geldt voor alle sectoren.
  43. Bedrag van de vergoeding Het bedrag van de vergoeding wordt vastgesteld door middel van uitgebreide collectieve overeenkomsten (Bron : Verslag van de IFRRO). 0,60 BEF voor de overheid; 0,60 BEF voor onderwijsinstellingen; 1,35 BEF voor de privé-sector.
  44. Raming van de werkelijke inning voor het jaar 1995 130 miljoen BEF.
  45. Frankrijk 1.Gemengde rechtsregeling 1.
  46. Het exclusieve recht op reproductie wordt verplicht collectief beheerd. Alleen een door de Franse Minister van Cultuur erkende beheersvennootschap kan het exclusieve recht op reproductie uitoefenen (die regeling is van kracht sedert 1 januari 1995). Deze rechtsregeling geldt voor alle sectoren. 1.
  47. Belasting op reproductieapparaten waarvan de opbrengst voor culturele doeleinden wordt aangewend.
  48. Bedrag van de vergoeding 2.
  49. Evenredige vergoeding (Bron : Verslag IFRRO) 0,70 BEF voor de overheidsdiensten 0,40 tot 3,6 BEF voor onderwijsinstellingen. 2.
  50. Belasting op de apparaten In artikel 1609decies A en C van de "Code général français des impôts" zijn terzake de volgende regels vastgesteld : « Il est dû une redevance sur l'emploi de la reprographie sur les opérations suivantes : - les ventes et les livraisons à soi-même autres qu'à l'exportation d'appareils de reprographie réalisées par les entreprises qui les ont fabriqués ou fait fabriquer en France; - les importations des mêmes appareils. La redevance est perçue au taux de 3% sur une assiette semblable à celle qui sert de base de calcul de la TVA. »
  51. Raming van de werkelijke inning voor het jaar 1995 3.
  52. Evenredige vergoeding 55,35 miljoen BEF. 3.
  53. Belasting op de apparaten 590 miljoen BEF.
  54. Noorwegen 1.Rechtsregeling Exclusief recht op reproductie dat collectief wordt beheerd aan de hand van uitgebreide collectieve overeenkomsten (cf. Denemarken).
  55. Bedrag van de vergoeding (Bron : IFRRO) 1,2 tot 2 BEF voor de overheidsdiensten; 1,4 tot 4 BEF voor onderwijsinstellingen; 1,6 tot 1,8 BEF voor de privé-sector.
  56. Raming van de werkelijke inning voor het jaar 1995 530,4 miljoen BEF.
  57. Nederland 1.Rechtsregeling De wet voorziet in een recht op evenredige vergoeding waarvan het bedrag bij regelgeving wordt vastgesteld. Alle sectoren zijn in beginsel aan deze rechtsregeling onderworpen. Praktisch beschouwd moeten alleen de regering, de bibliotheken, de onderwijsinstellingen en andere instellingen van openbaar nut de evenredige vergoeding betalen. Privé-ondernemingen, daaronder begrepen de kopieerinrichtingen, moeten die vergoeding niet betalen omdat in geen enkele regel het op die sectoren toepasbare bedrag van de vergoeding is vastgesteld.
  58. Bedrag van de evenredige vergoeding (Bron : Nederlandse wet) 1,86 BEF voor de overheidsdiensten; 1,86 BEF voor universiteiten; 0,46 BEF voor de andere onderwijsinstellingen.
  59. Raming van de werkelijke inning voor het jaar 1995 (Bron : Verslag IFRRO) 183 miljoen BEF.
  60. Verenigd Koninkrijk 1.Rechtsregeling Het exclusieve recht op reproductie wordt uitgeoefend in het kader van een vrijwillig collectief beheer.
  61. Bedrag van de vergoeding vastgesteld aan de hand van collectieve overeenkomsten (Bron : Verslag IFRRO) 5,2 tot 13 BEF voor de overheidsdiensten; 3 tot 13 BEF voor onderwijsinstellingen; 5,2 tot 13 BEF voor de privé- sector.
  62. Raming van de inning voor het jaar 1995 (Bron : Verslag IFFRO en BKK) 381,5 miljoen BEF (IFRRO); 622 miljoen BEF (BKK).
  63. Zweden 1.Rechtsregeling Het exclusieve recht op reproductie wordt beheerd aan de hand van uitgebreide collectieve overeenkomsten (cf. Denemarken).
  64. Bedrag van de vergoeding vastgesteld aan de hand van collectieve overeenkomsten (Bron : Verslag IFRRO) 0,80 BEF voor onderwijsinstellingen. In verband met de bedragen die eventueel toepasselijk zijn op andere sectoren, zijn geen gegevens beschikbaar.
  65. Raming van de inning voor het jaar 1995 235,2 miljoen BEF Uit deze vergelijking van de rechtsregelingen inzake reprografie blijkt dat terzake in de Europese landen grote verschillen bestaan. De wetgever kan hierbij een beroep doen op verschillende juridische technieken : een vrijwillig collectief beheer van het exclusieve recht op reproductie (Verenigd Koninkrijk), een verplicht collectief beheer van het exclusieve recht op reproductie (Frankrijk), uitgebreide collectieve overeenkomsten (Denemarken, Finland, Noorwegen en Zweden), een verplichte licentie (Spanje) of een wettelijke licentie (Duitsland, Nederland en België). In de meeste landen (Denemarken, Spanje, Finland, Frankrijk, Noorwegen, Verenigd Koninkrijk, Zweden en België) geldt de rechtsregeling inzake reprografie voor alle sectoren van de maatschappij. In Duitsland en Nederland daarentegen is de evenredige vergoeding slechts van toepassing op bepaalde sectoren, te weten onderwijsinstellingen, instellingen voor openbare uitlening en bepaalde openbare besturen. In Duitsland zijn ook kopieerinrichtingen aan de regeling onderworpen. Er bestaan ook verschillen inzake de financiering van de vergoeding. In Duitsland, Spanje en België is voorzien in een vergoeding met betrekking tot de reproductieapparaten. In Frankrijk wordt een belasting geheven op apparaten waarvan de opbrengst bestemd is voor de promotie van de uitgeverij. In de andere landen bestaat geen forfaitaire vergoeding. Ten slotte is het zo dat de bedragen van de evenredige vergoeding sterk verschillen naar gelang van het land. Er moet worden op gewezen dat de landen waar de bedragen het hoogst zijn, niet noodzakelijk die zijn waar proportioneel beschouwd de meeste rechten worden geïnd (cf. Verenigd Koninkrijk). Artikelsgewijze bespreking Overeenkomstig de vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie (Cass. 5 mei 1970, Pas., I, 1970, blz. 766 en de verwijzingen in voetnoot 1), op grond waarvan de uitvoerende macht uit het beginsel van de wet en de algemene economie ervan de gevolgtrekkingen moet afleiden die er van nature uit voortvloeien volgens de geest die bij de opvatting ervan heeft voorgezeten en de doeleinden die ze nastreeft, stelt dit besluit de maatregelen vast die ertoe strekken het verlies aan inkomsten te compenseren dat auteurs en uitgevers lijden ingevolge de reproductie voor privé-gebruik of didactisch gebruik van op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken (Gedr. St. Senaat, B.Z. 1991-1992, 145-1, blzn. 11 en 12). Overeenkomstig artikel 61 van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten zoals het is gewijzigd bij de wet van 3 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1995 pub. 03/06/2010 numac 2010000321 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende aanpassing van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het auteursrecht en de naburige rechten (Belgisch Staatsblad van 29 april 1995), strekt dit besluit ertoe : - de bedragen van de vergoedingen bepaald in de artikelen 59 en 60 vast te stellen; - de in artikel 60 bedoelde vergoeding aan te passen naar gelang van de betrokken sectoren; - nadere regels voor de inning en verdeling van en de controle op die vergoedingen, alsmede het tijdstip waarop de vergoedingen verschuldigd zijn, vast te stellen; - bepaalde voorwaarden vast te stellen waaraan de overeenkomstig artikel 61, vierde lid, aangewezen beheersvennootschap moet voldoen. HOOFDSTUK I. - Definities Artikel 1 Artikel 1 bevat een lijst met sleutelwoorden. De punten 1, 2, 21, 22 en 23 definiëren door middel van een synthetische uitdrukking algemene begrippen van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, die zowel betrekking hebben op de forfaitaire vergoeding als op de evenredige vergoeding. In punt 2 wordt aan de hand van een enkele term een omschrijving gegeven van de vergoeding betreffende apparaten en die evenredig aan het aantal kopieën van beschermde werken die respectievelijk in artikel 59, tweede lid, en 60 van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten zijn bepaald. De uitdrukking "vergoeding voor reprografie" wordt inzonderheid gebruikt in de bepalingen betreffende het verzoek om gegevens (artikel 22), de nadere regels voor de verdeling (artikel 23), de aanpassing van de bedragen van de vergoeding (artikel 25), de studie betreffende de reprografie (artikel 26) en de adviescommissie (artikel 27). De punten 3 tot 12 hebben betrekking op de forfaitaire vergoeding. In de punten 3 tot 5 wordt op synthetische wijze een definitie gegeven van de begrippen van artikel 59, tweede lid, van voornoemde wet d.d. 30 juni
  66. In punt 3 wordt de term "forfaitaire vergoeding" gedefinieerd als de vergoeding verschuldigd door fabrikanten, invoerders en intracommunautaire aankopers van apparaten waarmee beschermde werken kunnen worden gereproduceerd. Het bijvoeglijk naamwoord "forfaitair" wordt in het besluit gebruikt omdat de vergoeding bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten de vorm aanneemt van een bijdrage die betrekking heeft op apparaten waarmee op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken kunnen worden gereproduceerd en waarvan het bedrag bij regelgeving wordt vastgesteld, teneinde het nadeel te compenseren dat de rechthebbenden lijden ingevolge reproducties met dergelijke apparaten. In punt 4 wordt de term "bijdrageplichtige" omschreven als de persoon die overeenkomstig artikel 59, tweede lid, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, de vergoeding die betrekking heeft op apparaten moet betalen. In de punten 6 tot 12 wordt een definitie gegeven van de begrippen die hoofdzakelijk in de artikelen 2 tot 7 van dit besluit worden aangewend. In punt 6 wordt een definitie gegeven van een office offsetmachine. Het A3-formaat meet 29,3 bij 42 centimeter. In de punten 7 tot 10 worden definities gegeven van invoer, intracommunautaire aankoop, uitvoer en intracommunautaire levering vanaf het nationale grondgebied. Teneinde het verlies aan inkomsten te compenseren dat auteurs en uitgevers ingevolge reprografie lijden, moet ervoor worden gewaakt dat de kopieën van op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken die in België zijn gerealiseerd, worden gemaakt met apparaten waarvoor een forfaitaire vergoeding moet worden betaald. Te dien einde wordt in het ontwerp-besluit verwezen naar de materiële handelingen van het binnenkomen op het nationale grondgebied of het buiten het nationale grondgebied brengen. Die handelingen kunnen inzonderheid plaatsvinden ter uitvoering van een verkoop-, huur- of leasingovereenkomst. Bij gebreke van enige harmonisatie op Europees vlak inzake het recht op vergoeding voor reprografie is die oplossing ten opzichte van de andere Lid-Staten van de Europese Unie gerechtvaardigd. De definities gegeven in de punten 7 tot 10 staan los van die geformuleerd in andere wetgevingen, zoals het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde en de Algemene Wet op de Douane en Accijnzen. De punten 11 en 12 onderscheiden twee categorieën invoerders en intracommunautaire aankopers. Punt 11 heeft betrekking op invoerders en intracommunautaire aankopers van wie de handelsbedrijvigheid bestaat in de verspreiding van apparaten. Punt 12 betreft de personen die apparaten invoeren teneinde ze zelf te gebruiken. De punten 13 tot 20 hebben betrekking op de evenredige vergoeding. In de punten 13 tot 15 wordt op synthetische wijze een definitie gegeven van de begrippen van artikel 60 van voornoemde wet d.d. 30 juni
  67. In punt 13 wordt met de term "evenredige vergoeding" de vergoeding bedoeld die in artikel 60 van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten is bepaald. In tegenstelling tot de vergoeding omschreven in artikel 59, tweede lid, die forfaitair is, wordt de evenredige vergoeding geacht overeen te komen met de werkelijke exploitatie van op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken. In punt 14 worden met de term "vergoedingsplichtige" de personen aangewezen die overeenkomstig artikel 60 de evenredige vergoeding aan de beheersvennootschap moeten betalen (verplichting tot schuld). De term "gebruikt apparaat" van punt 15 wijst op de omstandigheden bedoeld in artikel 60 van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, waarin de aanwending van een apparaat de verplichting tot betaling van een evenredige vergoeding meebrengt. In de punten 16 tot 19 worden de vier sectoren aangegeven waarvoor overeenkomstig artikel 61, eerste lid, van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, zoals gewijzigd bij artikel 7 van de wet van 3 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1995 pub. 03/06/2010 numac 2010000321 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, een evenredige vergoeding moet worden betaald. Uit de voorbereidende werkzaamheden betreffende de wet van 3 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1995 pub. 03/06/2010 numac 2010000321 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling Officieuze coördinatie in het Duits sluiten blijkt dat deze sectoren moeten worden bepaald rekening houdend met het doel van de wet betreffende het auteursrecht, te weten auteurs en uitgevers beschermen door de schade die zij lijden wegens de reproductie van hun werken voor privé-gebruik of didactisch gebruik, te vergoeden. Normaal gezien wordt op een zo algemeen mogelijke wijze door alle vergoedingsplichtigen een evenredige vergoeding betaald ( Wet van 3 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1995 pub. 03/06/2010 numac 2010000321 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Parl. St., Verslag, 1151-2, blz. 7). Bij de bepaling van de betrokken sectoren moet, gelet op de moeilijkheden en de budgettaire gevolgen van de evenredige vergoeding, rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende sectoren, inzonderheid met die van het onderwijs ( Wet van 3 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1995 pub. 03/06/2010 numac 2010000321 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Parl. St., Toelichting 1151-1, blz. 1). De universiteitsbibliotheken, de instellingen voor hoger onderwijs, de scholen en de lesgevers zijn de betrokken sectoren die ten minste in aanmerking kunnen worden genomen ( Wet van 3 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1995 pub. 03/06/2010 numac 2010000321 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Parl. St, Toelichting, 1151-2, blz. 6). Overeenkomstig het streven van de wetgever wordt in dit besluit het bedrag van de evenredige vergoeding voor onderwijsinstellingen en instellingen voor openbare uitlening beperkt. De definities van onderwijsinstelling en van instelling voor openbare uitlening hebben zowel betrekking op door de overheid als door privaatrechtelijke personen ingerichte instellingen zoals vzw's, op voorwaarde dat zij door de overheid zijn erkend. De erkenning van een instelling door de overheid kan onder meer blijken uit het feit dat haar subsidies worden verleend. De term "overheid" wordt in artikel 1 gedefinieerd teneinde die sector te kunnen uitsluiten van de gestandaardiseerde medewerking bepaald in de artikelen 11 en
  68. Aangezien de gestandaardiseerde medewerking voornamelijk ten doel heeft de inning van de evenredige vergoeding bij kleine en middelgrote ondernemingen te vergemakkelijken, lijkt het niet gepast die medewerkingsvorm ook op de overheid toe te passen. De definitie van het begrip "overheid" is overgenomen uit de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten (B.S. 22 januari 1994). In punt 20 wordt het begrip "documentatiecentrum" gedefinieerd. De inrichting van een documentatiecentrum door een vergoedingsplichtige is een beoordelingscriterium inzake het aantal kopieën van beschermde werken (artikelen 13 en 16). Punt 22 heeft betrekking op de beheersvennootschap die overeenkomstig artikel 61, vierde lid, van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten belast is met de inning en de verdeling van de vergoeding voor reprografie. Die bepaling verleent het monopolie voor de inning van de vergoeding voor reprografie aan een beheersvennootschap die representatief moet zijn voor alle vennootschappen voor het beheer van rechten. Zulks betekent onder meer dat alleen die vennootschap de vergoeding voor reprografie kan vorderen van de bijdrageplichtigen en van de vergoedingsplichtigen. Met de term "vertegenwoordiger van de Minister" wordt de vertegenwoordiger bedoeld die de Minister tot wiens bevoegdheid het auteursrecht behoort, overeenkomstig artikel 76 van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten moet aanwijzen. Die wetsbepaling legt aan de vertegenwoordiger van de Minister de verplichting op toezicht te houden op de toepassing van de wet en de statuten, alsmede van de tarieven en de regels inzake inning en verdeling van de vergoeding. Op verzoek van enige belanghebbende treedt hij op. In het ontwerp van koninklijk besluit worden bepaalde taken van de vertegenwoordiger van de Minister met betrekking tot de controle op de inning van de vergoeding voor reprografie nader omschreven. Op verzoek moet hij een advies uitbrengen over het aantal kopieën van beschermde werken (artikel 14). Tevens moet hij aan de bijdrageplichtigen, de dealers in apparaten, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, alsook aan leasingbedrijven en aan de bedrijven die zorgen voor het onderhoud van de apparaten, de verzoeken om gegevens betreffende de evenredige vergoeding die uitgaat van de beheersvennootschap, bezorgen (artikel 22) en erop toezien dat de periodieke studies betreffende de reprografie op behoorlijke wijze ten uitvoer worden gelegd (artikel 26). HOOFDSTUK II. - Forfaitaire vergoeding Hoofdstuk II van het ontwerp-besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, heeft betrekking op de forfaitaire vergoeding. In artikel 59, tweede lid, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten wordt bepaald dat de vergoeding wordt betaald door de fabrikant, de invoerder of de intracommunautaire aankoper van apparaten waarmee beschermde werken gereproduceerd kunnen worden, op de datum waarop die apparaten op het nationale grondgebied in de handel worden gebracht (zie commentaar hiervoren). Overeenkomstig artikel 61, eerste en tweede lid, komt het U toe het bedrag van die vergoeding te bepalen, alsook de nadere regels voor de inning en verdeling van en de controle op die vergoeding, alsmede het tijdstip waarop ze verschuldigd is. In de volgende tabel worden partiële gegevens verstrekt betreffende de markt van apparaten bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten (Bron : Belgische Kamer voor Kantoormachines - 29 april 1996). Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Afdeling
  69. - Bedragen van de forfaitaire vergoeding Artikelen 2 tot 4 In de artikelen 2 tot 4 worden de bedragen van de forfaitaire vergoeding bepaald. De bedragen zijn uitgewerkt aan de hand van verscheidene krachtlijnen. 1° Voor apparaten waarmee op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken gereproduceerd kunnen worden, is een bedrag vastgesteld.Apparaten waarvan de objectieve technische kenmerken erop wijzen dat zij uitsluitend worden aangewend voor de uitgave van beschermde werken, zijn daarentegen in de artikelen 2 tot 4 van dit besluit niet bedoeld. Het gaat in dit verband om apparaten zoals vlakdrukpersen, rotatiepersen, planafdrukmachines met rol en offsetmachines met een groter formaat dan A
  70. 2° Op grond van artikel 61 van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten kan de Koning vrij de berekeningsgrondslag van de forfaitaire vergoeding bepalen. Daarbij kan de verkoopprijs van het apparaat of de reproductiecapaciteit van het apparaat in aanmerking worden genomen. De vaststelling van de forfaitaire vergoeding in de vorm van een percentage van de verkoopprijs van het apparaat brengt verscheidene praktische problemen mee. Een dergelijke berekeningsgrondslag is niet geschikt voor geïntegreerde apparaten waarbij in de verkoopprijs rekening is gehouden met verscheidene andere functies dan de reproductiefunctie. Het is overigens wegens de bescherming van het zakengeheim niet mogelijk op de facturen die de dealers uitreiken, het bedrag van de vergoeding te vermelden aangezien hun klanten op die wijze de kostprijs van de verdeelde apparaten te weten kunnen komen. Om die reden wordt voorgesteld het bedrag van de vergoeding vast te stellen op grond van de reproductiecapaciteit van het apparaat. Voor scanners wordt evenwel voorgesteld de vergoeding afhankelijk te stellen van de horizontale optische resolutie ervan, waarbij het bedrag van de vergoeding een bepaald percentage van de verkoopprijs niet te boven mag gaan. 3° Het bedrag van de forfaitaire vergoeding wordt aangepast naar gelang van het daadwerkelijk gebruik van het apparaat op de markt. Overeenkomstig deze krachtlijnen worden de kopieerapparaten in artikel 2, § 1, ingedeeld in zeven categorieën. Iedere categorie wordt bepaald op grond van een minimum- en een maximumaantal kopieën die per minuut kunnen worden gemaakt. Voor elke categorie wordt in artikel 2, § 1, een bedrag vastgesteld. Telekopieerapparaten worden beschouwd als kopieerapparaten. Met die apparaten kunnen immers op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken worden gereproduceerd. De vergoeding toepasbaar op telekopieerapparaten wordt derhalve berekend op grond van het aantal kopieën per minuut dat met het apparaat kan worden gemaakt. Praktisch beschouwd kunnen de meeste telekopieerapparaten minder dan 6 kopieën per minuut vervaardigen. De vergoeding bedraagt bijgevolg 150 BEF. Die vergoeding is betrekkelijk gering maar er wordt rekening gehouden met het werkelijke gebruik van die apparaten op de markt. De kopieerfunctie ervan is bijkomstig ten opzichte van de telecommunicatiefunctie. Voor apparaten waarmee kleurenkopieën (vierkleurendruk) kunnen worden gemaakt, wordt nader bepaald dat de zwart-witsnelheid in aanmerking wordt genomen. Het is de bedoeling in een hogere vergoeding te voorzien voor apparaten waarmee reproducties in vierkleurendruk, te weten in geel, rood, blauw en zwart, mogelijk zijn omdat een kleurenkopie van een werk in kleur zoals een foto, een poster of een tekening de auteur ervan meer nadeel berokkent dan een zwart-witkopie. Op grond van artikel 2, § 1, tweede lid, kan dat streven worden verwezenlijkt. Uit de gegevens verstrekt door de vertegenwoordigers van de fabrikanten van apparaten blijkt dat voor het maken van een kopie in vierkleurendruk een blad viermaal door het kopieerapparaat wordt behandeld, telkens met een verschillende kleur. Zo heeft een apparaat waarmee per minuut 9 kopieën in vierkleurendruk kunnen worden gemaakt, in werkelijkheid een zwart-witsnelheid van 36 kopieën per minuut. Voor dat apparaat moet derhalve de vergoeding gelden die van toepassing is op kopieerapparaten waarmee tussen 20 en 39 kopieën per minuut kunnen worden gemaakt. In artikel 2, § 2, wordt het bedrag van de forfaitaire vergoeding vastgesteld dat geldt voor duplicators en office offsetmachines. Uit de gegevens verstrekt door de vertegenwoordigers van de fabrikanten van apparaten blijkt dat duplicators en office offsetmachines op de markt op uiteenlopende wijze worden gebruikt. Zij kunnen worden aangewend in het kader van een uitgave of onder omstandigheden die overeenkomen met het gebruik van een kopieerapparaat dat respectievelijk tussen 40 en 59 kopieën per minuut en 60 en 89 kopieën per minuut maakt. Om die reden geldt voor duplicators dezelfde vergoeding als voor kopieerapparaten waarmee tussen 40 en 59 kopieën per minuut kunnen worden gemaakt en voor office offsetmachines die welke van toepassing is op kopieerapparaten waarmee tussen 60 en 89 kopieën per minuut kunnen worden gemaakt. Artikel 3 stelt met betrekking tot de scanners categorieën van apparaten vast waarvan wordt aangenomen dat zij een verschillende reproductiecapaciteit hebben. Er moet worden onderstreept dat scanners weliswaar aan de forfaitaire vergoeding zijn onderworpen omdat zij de mogelijkheid bieden op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken te reproduceren, maar daarom werken niet zomaar mogen worden gescand en vervolgens zonder machtiging geëxploiteerd. Om uit te maken of enige machtiging is vereist, moet vooraf worden nagegaan of voor de voorgenomen exploitatie geen van de in voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten bepaalde uitzonderingen op het auteursrecht geldt. Het ontwerp-besluit onderscheidt drie algemene categorieën scanners : manuele scanners, scanners met automatische papiertoevoer en scanners met vast scanvenster. De eerste twee categorieën hebben betrekking op scanners met een geringere capaciteit dan die bedoeld in de derde categorie. Binnen elke categorie varieert het bedrag van de vergoeding naar gelang van de grootte van de horizontale optische resolutie van de scanner. Scanners met een horizontale optische resolutie groter dan 1199 dpi zijn evenwel niet bedoeld in artikel 2 van het ontwerp-besluit. Uit de gegevens verstrekt door de vertegenwoordigers van de fabrikanten van apparaten blijkt dat deze scanners op de markt uitsluitend worden aangewend in het kader van de uitgeverij. De reproductiecapaciteit van de scanners wordt behalve door de gebruikswijze en de horizontale optische resolutie ook bepaald door de software waarmee hij is toegerust. Zo kan bijvoorbeeld een scanner met vast scanvenster en een horizontale optische resolutie van 200 dpi voor 20.000 BEF of voor 1.000.000 BEF worden verkocht naar gelang van de software waarmee hij is toegerust. Aangezien de informatica snel evolueert, kan dat aspect als zodanig niet in het ontwerp-besluit worden geïntegreerd. Teneinde rekening te houden met de invloed van het computermateriaal op de capaciteit van de scanner, is bepaald dat het bedrag van de forfaitaire vergoeding toepasselijk op scanners naar gelang van het geval 2 procent van de verkoopprijs van de scanner of 2 procent van de aankoopprijs vermenigvuldigd met een coëfficiënt 1,2 niet te boven mag gaan. Overeenkomstig die regel bedraagt de vergoeding voor een scanner met vast scanvenster en een optische resolutie van 200 dpi 400 BEF, indien de verkoopprijs ervan 20.000 BEF beloopt, en 750 BEF indien de verkoopprijs 1.000.000 BEF bedraagt. In artikel 3, § 2, tweede lid, wordt de prijs vastgesteld die in aanmerking moet worden genomen voor de bepaling van de forfaitaire vergoeding wanneer de scanner wordt geleverd ter uitvoering van een overeenkomst die voorziet in periodieke betalingen zoals verkoop op afbetaling, huur of leasing. In dat geval is de prijs die in aanmerking moet worden genomen, gelijk aan de prijs van de scanner indien hij geleverd zou zijn ter uitvoering van een overeenkomst die voorziet in onmiddellijke betaling. Voor apparaten met verscheidene functies welke overeenstemmen met die van de apparaten bedoeld in de artikelen 2 en 3, te weten kopiëren, faxen, dupliceren, offset reproduceren en scannen, is in artikel 4 bepaald dat de forfaitaire vergoeding gelijk is aan het hoogste bedrag van die vastgesteld in de artikelen 2 en 3 welke op het apparaat met verscheidene functies van toepassing zijn. Om de forfaitaire vergoeding vast te stellen die voor apparaten met verscheidene functies geldt, moet derhalve in verschillende fasen te werk worden gegaan, te weten : 1° De in de artikelen 2 en 3 bedoelde functies van het apparaat vaststellen.Het gaat in dit verband om kopiëren, faxen, dupliceren, offset reproduceren en scannen; 2° Voor elke functie het bedrag van de forfaitaire vergoeding bedoeld in de artikelen 2 en 3 vaststellen;3° De bedragen die overeenstemmen met de vastgestelde functies met elkaar vergelijken en het hoogste bedrag in aanmerking nemen. Zo heeft bijvoorbeeld een apparaat dat 80.000 BEF kost en waarin een kopieerapparaat dat 9 kleurenkopieën per minuut kan maken, een faxapparaat dat 3 kopieën per minuut kan maken, een telefoon en een scanner met vast scanvenster en een horizontale optische resolutie van 600 dpi zijn geïntegreerd, drie functies, en wel kopiëren, faxen en scannen. Indien artikel 2, § 1, zou worden toegepast op de kopieerfunctie, zou de vergoeding daarvoor 5.850 BEF bedragen. 9 kleurenkopieën per minuut komen immers overeen met 36 zwart-witkopieën per minuut en de vergoeding voor een kopieerapparaat waarmee 36 kopieën per minuut kunnen worden gemaakt, bedraagt 5.850 BEF. Indien artikel 2, § 1, zou worden toegepast op de telekopieerfunctie, zou de vergoeding daarvoor 150 BEF bedragen. Indien artikel 3 zou worden toegepast, zou de vergoeding voor de scanfunctie 1.600 BEF bedragen. Overeenkomstig artikel 3, § 2, eerste lid, zou het bedrag van de forfaitaire vergoeding voor de scanner 2% van de verkoopprijs niet mogen overschrijden. In dit geval komt de prijs van de scanner overeen met die van het geïntegreerde apparaat, te weten 80.000 BEF. De forfaitaire vergoeding die op voornoemd geïntegreerd apparaat toepasselijk is, bedraagt derhalve 5.850 BEF. Afdeling
  71. - Tijdstip waarop de forfaitaire vergoeding verschuldigd is Artikelen 5 en 6 In de artikelen 5 en 6 van dit besluit wordt het tijdstip vastgesteld waarop de forfaitaire vergoeding verschuldigd is. In artikel 59, tweede lid, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten is bepaald dat de forfaitaire vergoeding verschuldigd is op het tijdstip waarop de apparaten op het nationale grondgebied in de handel worden gebracht. Teneinde dat tijdstip nauwkeurig te kunnen bepalen, wordt in de artikelen 5 en 6 een definitie gegeven van het begrip "het in de handel brengen op het nationale grondgebied". De definitie van het begrip "in de handel brengen op het nationale grondgebied" heeft een dubbel doel. Aangezien de wettelijke erkenning van het recht op vergoeding voor reprografie ten doel heeft het inkomstenverlies te compenseren dat de rechthebbenden lijden als gevolg van het kopiëren voor privé-gebruik of didactisch gebruik van op een grafische of soortgelijke wijze vastgelegde werken (wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, Parl. St., Toelichting, 145-1, B.Z. 1991-1992, blz. 12), en de wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten van toepassing is op in België verrichte exploitatiehandelingen, strekt de definitie van het begrip "in de handel brengen op het nationale grondgebied" ertoe te waarborgen dat in België vervaardigde kopieën van op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken voor privé-gebruik of didactisch gebruik, worden verricht aan de hand van apparaten waarvoor een forfaitaire vergoeding is betaald. Om het begrip "in de handel brengen op het nationale grondgebied" te omschrijven wordt in de §§ 1 en 2 van artikel 5 verwezen naar de invoer, de intracommunautaire aankoop, de levering en het voor zich houden voor eigen behoeften, omdat die handelingen het mogelijk maken in België apparaten te gebruiken om op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken te kopiëren. Het begrip "levering" wijst op handelingen die onder meer kunnen worden verricht ter uitvoering van een verkoop-, een huur- of een leasingovereenkomst. Om te kunnen spreken van "in de handel brengen op het nationale grondgebied" moet de levering door de bijdrageplichtige zijn verricht en het volstaat dan ook niet dat deze laatste apparaten in voorraad heeft. In artikel 5, § 1, tweede en vierde lid, wordt uitdrukkelijk bepaald dat de terhandstelling van een apparaat aan een mogelijke klant gedurende korte tijd, uitsluitend teneinde dat apparaat uit te proberen, en het gebruik ervan door de bijdrageplichtige uitsluitend met het oog op de demonstratie ervan, niet worden beschouwd als het in de handel brengen van die apparaten op het nationale grondgebied. In tegenstelling met de invoer en de intracommunautaire aankoop kunnen de uitvoer en de intracommunautaire levering van niet-gebruikte apparaten vanaf het nationale grondgebied geen aanleiding geven tot het maken van kopieën in België. Derhalve is bepaald dat die handelingen niet worden beschouwd als het in de handel brengen van apparaten op het nationale grondgebied. Hetzelfde geldt voor niet-gebruikte apparaten die, nadat zij op het nationale grondgebied in de handel zijn gebracht, vanaf dat grondgebied worden uitgevoerd of intracommunautair worden geleverd. Wanneer een niet-gebruikt apparaat wordt uitgevoerd na op het nationale grondgebied in omloop te zijn gebracht, zijn de kopieën die op het grondgebied van een andere staat aan de hand van dat apparaat worden gemaakt, onderworpen aan de wetgeving van die staat. Zij vallen derhalve niet onder het toepassingsgebied ratione loci van de Belgische wet. In dat geval is het dan ook logisch te voorzien in de mogelijkheid tot terugbetaling van de forfaitaire vergoeding. Deze laatste is immers verschuldigd op het tijdstip dat het apparaat op het nationale grondgebied in omloop wordt gebracht. Op dat ogenblik wordt het apparaat waarschijnlijk op het nationale grondgebied geëxploiteerd. Indien evenwel achteraf wordt vastgesteld dat het apparaat wordt uitgevoerd zonder op het nationale grondgebied te zijn gebruikt, verdwijnt de wettelijke grondslag van het recht op vergoeding en moet de forfaitaire vergoeding worden terugbetaald. De wettelijke grondslag van de terugbetaling is derhalve het toepassingsgebied ratione loci van voornoemde wet d.d. 30 juni
  72. Overigens moet worden onderstreept dat de terugbetaling van de forfaitaire vergoeding in geval van uitvoer van niet-gebruikte apparaten belangrijk is voor het concurrentievermogen van Belgische ondernemingen ten opzichte van buitenlandse. Bepaalde buurlanden van België (Nederland, Luxemburg, Verenigd Koninkrijk) voorzien niet in de betaling van een forfaitaire vergoeding in verband met apparaten waarmee op grafische of soortgelijke wijze vastgelegde werken kunnen worden gekopieerd. De uitvoer van apparaten vanaf het grondgebied van die staten levert derhalve een concurrentieel voordeel op ten opzichte van de Belgische ondernemingen, indien deze laatsten bij de uitvoer van apparaten geen terugbetaling verkrijgen. In de wetgeving van andere buurlanden, die wel voorzien in een vergoeding betreffende apparaten waarmee op grafische of soortgelijke wijze vastgelegde werken kunnen worden gekopieerd, is bepaald dat deze vergoeding bij de uitvoer van die apparaten niet verschuldigd is (Code français des impôts, Titre 8 - Redevance sur l'emploi de la reprographie, artikel 1609decies c; artikel 54c van de Duitse wet d.d. 9 september 1965 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten). Het begrip "niet-gebruikt apparaat" wijst op een apparaat dat tussen het tijdstip waarop het op het nationale grondgebied in omloop is gebracht en dat waarop het is uitgevoerd, niet is gebruikt om kopieën te maken. Overigens strekt de definitie van het begrip "in de handel brengen" ertoe een evenwicht tot stand te brengen tussen een doeltreffende inning van de forfaitaire vergoeding en de verplichtingen van de bijdrageplichtigen. Voor iedere categorie van bijdrageplichtigen kan de definitie van "in de handel brengen van apparaten" betrekking hebben op hetzij een handeling die verband houdt met hun handelsbedrijvigheid, hetzij op een handeling die daarna wordt verricht (wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, Gedr. St. Senaat, Verslag, 329-2, blzn. 253 en 254). Voor fabrikanten kan het gaan om fabricatie of levering van apparaten. Voor invoerders en intracommunautaire aankopers kan die handeling betrekking hebben op respectievelijk de invoer en de intracommunautaire aankoop of op de levering van de apparaten. Een definitie van het in de handel brengen waarbij wordt verwezen naar handelingen op het stuk van fabricatie of van invoer en intracommunautaire aankoop, zou een spoedige inning van de forfaitaire vergoeding waarborgen. Een definitie gegrond op de levering van apparaten door de bijdrageplichtige zou evenwel voorkomen dat de vergoeding wordt betaald voor apparaten die gedurende een min of meer lange periode in voorraad zijn of die door de bijdrageplichtige worden uitgevoerd of intracommunautair geleverd vanaf het nationale grondgebied. Artikel 5, §§ 1 en 2, strekt ertoe een evenwicht tussen beide gegronde streefdoelen tot stand te brengen. Daartoe worden verschillende categorieën bijdrageplichtigen onderscheiden (artikel 1, punten 11 en 12). De eerste categorie bijdrageplichtigen omvat de fabrikanten, alsmede de professionele invoerders en intracommunautaire aankopers. De tweede categorie is een restcategorie samengesteld uit de andere invoerders en intracommunautaire aankopers. Voor elke voornoemde categorie geldt een verschillende regeling die ertoe strekt te waarborgen dat de forfaitaire vergoeding in beginsel door de beheersvennootschap wordt geïnd op het tijdstip dat de exploitatie van het apparaat op het nationale grondgebied aanvangt. Daartoe moeten de bijdrageplichtigen de forfaitaire vergoeding in beginsel betalen zodra zij het apparaat in België leveren. Bijgevolg is de forfaitaire vergoeding niet verschuldigd zolang het apparaat in de vooraad van de fabrikant, de invoerder of de intracommunauataire aankoper blijft. Die keuze is verantwoord omdat het apparaat gedurende verscheidene maanden kan worden opgeslagen en het opgeslagen apparaat uiteindelijk kan worden uitgevoerd en derhalve niet op het nationale grondgebied wordt geëxploiteerd. Voor de andere invoerders en intracommunauataire aankopers die in de praktijk de end users van het apparaat zijn, is de vergoeding verschuldigd op het tijdstip dat de invoer of de intracommunautaire aankoop (artikel 5, § 2) geschiedt. Indien de uiteindelijke gebruikers een apparaat invoeren, valt de exploitatie ervan samen met de invoer van het apparaat op het nationale grondgebied. De categorieën bedoeld in artikel 5, §§ 1 en 2, stemmen overeen met activiteiten die objectief beschouwd van elkaar verschillen. Overigens is de rechtsregeling waarin voor iedere categorie is voorzien in verhouding tot de nagestreefde doelstelling, te weten de inning van de forfaitaire vergoeding waarborgen op het tijdstip dat het apparaat op het nationale grondgebied wordt geëxploiteerd. Afdeling
  73. - Nadere regels voor de inning van de forfaitaire vergoeding Artikel 7 In artikel 7 van het ontwerp worden nadere regels bepaald voor de inning van de forfaitaire vergoeding. Op grond van § 1 worden alle bijdrageplichtigen verplicht elke maand aan de beheersvennootschap een aangifte te verstrekken. Het woord "verstrekken" houdt niet in dat de aangifte op een bepaalde wijze aan de beheersvennootschap moet worden verstrekt. Zulks kan onder meer door middel van elektronische transmissie geschieden. In dat geval kunnen de beheersvennootschap en de betrokken bijdrageplichtigen aan de hand van een overeenkomst de bewijskracht van de aldus gedane aangiftes vaststellen. In § 2 wordt de inhoud van de maandelijkse aangifte bepaald, waarbij is gesteld dat daarin de gegevens vereist voor de berekening van de forfaitaire vergoeding, alsmede de administratieve inlichtingen nodig om met zekerheid de identiteit van de bijdrageplichtige te kunnen vaststellen, moeten worden vermeld. De kenmerken van de apparaten hebben betrekking op het soort apparaat (kopieerapparaat, telekopieerapparaat, offsetmachine, duplicator, scanner, apparaat met verscheidene functies), het merk, het model, waarbij voor kopieerapparaten het aantal kopieën per minuut dat het apparaat kan vervaardigen en voor scanners de horizontale optische resolutie en de verkoopprijs die de bijdrageplichtige aanrekent, moeten worden aangegeven. HOOFDSTUK III. - Evenredige vergoeding Hoofdstuk III van het ontwerp-besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, betreft de evenredige vergoeding. In artikel 60 van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten is bepaald dat een vergoeding evenredig aan het aantal vervaardigde kopieën moet worden betaald door de natuurlijke personen of de rechtspersonen die kopieën van werken vervaardigen of, in voorkomend geval, met decharge van eerstgenoemden, door hen die onder bezwarende titel of gratis een reproductieapparaat ter beschikking stellen van anderen (zie hiervoren). Artikel 61, eerste lid, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, zoals gewijzigd bij artikel 7 van de wet van 3 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1995 pub. 03/06/2010 numac 2010000321 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, belast de Koning met de vaststelling van de evenredige vergoeding en bepaalt dat voornoemd bedrag naar gelang van de betrokken sectoren kan worden aangepast (zie hiervoren). Gegevens betreffende het totaal aantal kopieën, het aantal kopieën van beschermde werken en het percentage kopieën van beschermde werken dat in bepaalde Europese landen wordt vervaardigd (Bron : Reprobel, januari 1997). 1° totaal aantal kopieën (in miljoenen) en aantal kopieën per sector (in miljoenen en met vermelding van het percentage ten opzichte van de totale hoeveelheid kopieën) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° totaal aantal kopieën van beschermde werken (in miljoenen en met vermelding van het percentage ten opzichte van de totale hoeveelheid kopieën) en aantal kopieën per sector (in miljoenen en met vermelding van het percentage ten opzichte van de totale hoeveelheid kopieën per sector, alsook van het percentage ten opzichte van de totale hoeveelheid kopieën van beschermde werken) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De daadwerkelijke toepassing van een evenredige vergoeding, een noodzakelijke voorwaarde voor de vergoeding van de schade die auteurs en uitgevers lijden ingevolge de reproductie van op grafische of op soortgelijke dragers vastgelegde werken voor privé-gebruik of didactisch gebruik, onderstelt dat de praktische toepassingsproblemen betreffende die vergoeding zoveel mogelijk worden opgelost. Een van de belangrijkste moeilijkheden daarbij is de vaststelling van het aantal kopieën van beschermde werken die een vergoedingsplichtige maakt. De hoeveelheid gemaakte kopieën kan gemakkelijk worden bepaald aan de hand van in de apparaten aangebrachte tellers of op grond van de hoeveelheid aangekocht papier. Het aantal kopieën van beschermde werken is moeilijker te ramen aangezien het slechts een gedeelte van de totale hoeveelheid kopieën vertegenwoordigt, die tussen de vergoedingsplichtigen kan verschillen naar gelang van een aantal factoren zoals de uitgeoefende activiteit, het aantal gebruikte apparaten, de plaats waar de activiteit wordt uitgeoefend, de inrichting van een intern documentatiecentrum, of de uitwerking van een persoverzicht. Er moet overigens voor worden gezorgd dat alle vergoedingsplichtigen de evenredige vergoeding betalen. In Europese landen waar de wetgeving voorziet in een juridische regeling voor reprografie, kan worden vastgesteld dat een beperkt aantal vergoedingsplichtigen de vergoeding werkelijk betaalt. Noorwegen met een inningspercentage van ongeveer 60% van de vergoedingsplichtigen, waarborgt het best de inning van de evenredige vergoeding. Een beperkt inningspercentage ten aanzien van bepaalde vergoedingsplichtigen leidt tot onrechtvaardigheden, zowel in een zelfde sector als tussen de sectoren onderling. De last van de evenredige vergoeding is tussen de sectoren of binnen een zelfde sector tussen de vergoedingsplichtigen immers ongelijk verdeeld. Zo wordt de evenredige vergoeding over het algemeen meer gedragen door meer gecentraliseerde sectoren als het onderwijs en de overheidssector dan door de privé-sector, die wordt gekenmerkt door de verspreiding van de vergoedingsplichtigen. Bovendien dragen grote ondernemingen in een subsector zoals de dienstverlening onder dezelfde voorwaarden in het algemeen meer bij dan kleine ondernemingen. Ten slotte moet worden voorkomen dat de administratieve lasten verbonden aan de inning van de evenredige vergoeding niet evenredig zijn met de geïnde bedragen. Indien dat probleem niet in de mate van het mogelijke wordt opgelost, wordt de vergoedingsplichtigen de wil ontnomen om mee te werken aan de inning van de evenredige vergoeding en kan de legitimiteit van de vergoeding voor reprografie in vraag worden gesteld aangezien de geïnde bedragen vooral voor de betaling van de inningskosten zouden worden aangewend. Om die praktische problemen op te lossen, stelt het ontwerp-besluit verscheidene maatregelen in het vooruitzicht. De eerste maatregel voorziet in een vermindering van het bedrag van de evenredige vergoeding wanneer de vergoedingsplichtige meewerkt aan de inning (zie artikelen 9 tot 13). Hiermee wordt ernaar gestreefd de vergoedingsplichtige aan te moedigen zijn aangifte aan de beheersvennootschap te verstrekken en in overleg met de vennootschap een raming te maken van het aantal kopieën van beschermde werken. Als tweede maatregel wordt voorgesteld de factoren vast te stellen die het aantal kopieën van beschermde werken bepalen en op grond van die criteria een raming te maken van het aantal kopieën van beschermde werken (zie artikelen 11 tot 13). Deze maatregel is bestemd voor vergoedingsplichtigen die over het gehele grondgebied verspreid kunnen zijn, zoals kleine en middelgrote ondernemingen en vzw's die onderwijsinstellingen en instellingen voor openbare uitlening inrichten. Voornoemde maatregel heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt zo aan een groot aantal vergoedingsplichtigen een eenvoudige inningsprocedure voorgesteld. Anderzijds leidt de maatregel tot een beperking van de inningskosten voor die vergoedingsplichtigen, die over het algemeen slechts kleine bedragen betalen. Op grond van de derde maatregel, die erop is gericht de daadwerkelijke inning van de evenredige vergoeding te bevorderen, moet de beheersvennootschap personen die apparaten gebruiken waarmee beschermde werken kunnen worden gereproduceerd, ervan in kennis te stellen dat voor het gebruik van die apparaten een vergoeding moet worden betaald (zie artikel 20). De vierde maatregel ten slotte bestaat in de verrichting van een studie betreffende de reprografie door een onafhankelijke instelling (artikel 26). Die maatregel strekt ertoe aan de beheersvennootschap en aan de vergoedingsplichtigen objectieve gegevens te verstrekken teneinde in overleg het aantal kopieën van beschermde werken te ramen. De praktische moeilijkheden bij de toepassing van dit besluit kunnen tevens worden opgelost aan de hand van maatregelen die behoren tot het gemeen recht van de overeenkomsten. Een voorbeeld van een dergelijke maatregel die erop is gericht de inning van de evenredige vergoeding te vergemakkelijken, is de collectieve samenwerking tussen verscheidene vergoedingsplichtigen van een zelfde sector, bijvoorbeeld de vrije beroepen of de universiteiten, en de beheersvennootschap. Zo kunnen verscheidene vergoedingsplichtigen een derde, zoals een beroepsvereniging, een verbond van ondernemingen of een sociaal secretariaat, ermee belasten in hun naam en voor hun rekening de aangifte aan de beheersvennootschap te verstrekken, in overleg met die vennootschap een raming te maken van het aantal kopieën van beschermde werken dat tijdens de beschouwde periode is gemaakt en de evenredige vergoeding aan de beheersvennootschap te betalen. Die samenwerkingsvorm heeft verscheidene voordelen. Door gezamenlijk een gemachtigde aan te wijzen om in hun naam en voor hun rekening op te treden bij de samenwerking, kunnen de vergoedingsplichtigen meer gewicht in de schaal werpen bij de onderhandelingen en waarborgen dat zij niet zullen worden gediscrimineerd. Bovendien kan de beheersvennootschap in korte tijd een groter aantal vergoedingsplichtigen bereiken en haar inningskosten verminderen. De groepering van verscheidene vergoedingsplichtigen is een vrijwillige maatregel die kan worden geregeld door het gemeen recht inzake lastgevingsovereenkomsten. Een andere maatregel die de inning van de evenredige vergoeding moet vergemakkelijken, bestaat in het sluiten van een overeenkomst waarin de vergoedingsplichtige en de beheersvennootschap overeenkomen dat het aantal kopieën van beschermde werken vastgesteld voor een bepaalde periode op grond van een in overleg opgemaakte raming, in de toekomst blijft gelden en aanleiding geeft tot de voorafbetaling van een bedrag gelijk aan de vergoeding voor de eerste periode vermenigvuldigd met het aantal periodes waarvoor de overeenkomst geldt. In een dergelijke overeenkomst kan worden voorzien in de aftrek van het bedrag dat overeenstemt met de besparing inzake inningskosten die de beheersvennootschap door die overeenkomst verkrijgt. Overigens moet ervoor worden gewaakt dat de vergoedingsplichtige en de beheersvennootschap de mogelijkheid handhaven om de raming van het aantal kopieën van beschermde werken te herzien wanneer a posteriori blijkt dat die kennelijk niet overeenstemt met het aantal gemaakte kopieën. Afdeling
  74. - Bedragen van de evenredige vergoeding Onderafdeling
  75. - Bedragen van de evenredige vergoeding ingeval niet aan de inning wordt meegewerkt Artikel 8 In artikel 8 worden de bedragen van de evenredige vergoeding vastgesteld ten aanzien van vergoedingsplichtigen die niet aan de inning van de vergoeding hebben meegewerkt. Een vergoedingsplichtige heeft onder meer niet meegewerkt aan de inning wanneer hij : - zijn aangifte niet binnen de in het besluit gestelde termijn heeft verstrekt; - zijn aangifte onvolledig of onmiskenbaar onjuist heeft ingevuld; - het bedrag van de evenredige vergoeding niet betaalt op het tijdstip waarop hij zijn aangifte bezorgt; - niet de gegevens verstrekt die nodig zijn voor de uitwerking van het advies door een onafhankelijke derde. Ingeval de vergoedingsplichtige niet meewerkt, beloopt het bedrag van de evenredige vergoeding in beginsel 1 BEF per kopie van een beschermd werk. Dat bedrag is van toepassing ongeacht het formaat van de kopie. Voor kopieën van beschermde werken vervaardigd aan de hand van apparaten gebruikt door een onderwijsinstelling of door een instelling voor openbare uitlening bedraagt de vergoeding 0,75 BEF. Voor reproducties in vierkleurendruk van werken in kleur moet het bedrag van de evenredige vergoeding worden verdubbeld. De vaststelling van een hogere vergoeding ingeval niet aan de inning wordt meegewerkt, vormt een belangrijk aspect van de evenredige vergoeding aangezien die maatregel gericht is op de dekking van de bijkomende kosten veroorzaakt door vergoedingsplichtigen die niet aan de inning meewerken. Indien daarmee geen rekening wordt gehouden bij de vaststelling van het bedrag van de vergoeding, zouden de auteurs en de uitgevers de bijkomende inningskosten moeten dragen, hetgeen in tegenstelling tot het door de wetgever nagestreefde doel zou leiden tot een vermindering van het nettobedrag van de vergoeding, en zouden de vergoedingsplichtigen die aan de inning van de evenredige vergoeding meewerken, zonder enige wettelijke grondslag een gedeelte van de kosten moeten dragen die voortvloeien uit de weigering van andere vergoedingsplichtigen om mee te werken. Onderafdeling
  76. - Bedragen van de evenredige vergoeding ingeval aan de inning wordt meegewerkt Artikel 9 In artikel 9 van dit besluit worden de bedragen van de evenredige vergoeding vastgesteld ingeval de vergoedingsplichtige aan de inning ervan heeft meegewerkt. Het doel van deze bepaling bestaat erin de vergoedingsplichtigen aan te sporen volledige en correcte aangiftes binnen de gestelde termijnen aan de beheersvennootschap te bezorgen. Dit is een van de maatregelen gericht op optimale inning van de evenredige vergoeding en voorkoming van een onrechtvaardige verdeling ervan. De medewerking terzake wordt geregeld in de artikelen 10 tot 12 van het ontwerp-besluit. Aangezien het verschil in het bedrag van de evenredige vergoeding op grond van het gegeven of al dan niet aan de inning is meegewerkt, erop is gericht een optimale inning te waarborgen, is zulks een logisch gevolg van de doelstelling nagestreefd door de wetgever, te weten het inkomensverlies te compenseren dat de auteurs en uitgevers lijden wegens het kopiëren van op grafische of soortgelijke wijze vastgelegde werken (Parl. St. Senaat, 145-1, blzn. 11 en 12). De medewerking, die voor alle vergoedingsplichtigen op dezelfde wijze wordt gedefinieerd, bestaat uit drie elementen. Het eerste element bestaat in de indiening van een aangifte overeenkomstig de bepalingen van dit besluit. Zulks betekent dat de vergoedingsplichtigen aan de hand van het daartoe bestemde formulier een volledige en correcte aangifte indienen binnen een termijn van 30 werkdagen te rekenen van het verstrijken van de beschouwde periode. Deze termijn kan onder bepaalde voorwaarden worden verlengd. Het tweede element van de medewerking is de storting van een bedrag dat overeenstemt met het aantal aangegeven kopieën van beschermde werken, zulks vermenigvuldigd met de tarieven vastgesteld in artikel
  77. De storting moet plaatsvinden op het tijdstip dat de aangifte wordt ingediend.In het kader van de gestandaardiseerde medewerking kan het aantal kopieën van beschermde werken aangegeven door de vergoedingsplichtige het aantal zijn dat is vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster of een ander aantal. Het derde element houdt verband met de mogelijkheid geboden aan de partijen om het aantal kopieën van beschermde werken in onderling overleg te ramen. Deze raming moet plaatsvinden voor het verstrijken van een termijn van 200 werkdagen te rekenen van de ontvangst van de aangifte door de beheersvennootschap. In het kader van de gestandaardiseerde medewerking komt de raming in onderling overleg tot stand wanneer de beheersvennootschap het aantal kopieën van beschermde werken aangegeven door de vergoedingsplichtige aanvaardt, ongeacht of dit aantal overeenstemt met dat vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster of met een ander aantal. Indien het aantal kopieën van beschermde werken gemaakt tijdens de beschouwde periode niet in onderling overleg wordt geraamd, bestaat het derde element van de medewerking in het verstrekken van gegevens nodig voor de uitwerking van een advies door een onafhankelijke deskundige (zie artikel 14). In het kader van de gestandaardiseerde medewerking wordt beschouwd dat geen raming in onderling overleg heeft plaatsgevonden wanneer de beheersvennootschap weigert het aantal kopieën van beschermde werken aangegeven door de vergoedingsplichtige te aanvaarden, ongeacht of dit aantal overeenstemt met dat vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster of met een ander aantal. In beginsel bedraagt de evenredige vergoeding 0,6 BEF per kopie van een beschermd werk wanneer de vergoedingsplichtige aan de inning heeft meegewerkt. Dat bedrag geldt ongeacht het formaat van de gemaakte kopie. Voor kopieën van beschermde werken gemaakt aan de hand van apparaten gebruikt door een onderwijsinstelling of door een instelling voor openbare uitlening bedraagt de vergoeding 0,45 BEF. Dit verschil in het bedrag van de evenredige vergoeding wordt verantwoord door het didactische gebruik van de kopieën die voornoemde instellingen maken en stemt overeen met artikel 61 van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, zoals gewijzigd bij artikel 7 van de wet van 3 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1995 pub. 03/06/2010 numac 2010000321 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling Officieuze coördinatie in het Duits sluiten (zie commentaar betreffende artikel 1, punten 16 tot 19). Aangezien dit verschil in evenredige vergoeding ten voordele van onderwijsinstellingen en instellingen voor openbare uitlening verantwoord wordt door de didactische rol van de kopieën, geldt dit voordeel niet ingeval voor andere doeleinden kopieën van werken worden gemaakt. Dat is bijvoorbeeld zo wanneer de beoefenaars van een vrij beroep voor eigen gebruik apparaten aanwenden die in een onderwijsinstelling ter beschikking van het publiek zijn gesteld of wanneer een onderwijsinstelling of een instelling voor openbare uitlening een kopieerinrichting uitbaat voor commerciële doeleinden. Voor reproducties in vierkleurendruk van werken in kleur moet het bedrag van de evenredige vergoeding worden verdubbeld. Die verhoging van het bedrag wordt verantwoord door de grotere schade die de auteurs van werken in kleur lijden wanneer die werken voor privé-gebruik of didactisch gebruik worden gereproduceerd. In vergelijking met schriftelijke werken is het immers zo dat werken in kleur over het algemeen hogere productiekosten meebrengen en voor een kleinere markt bestemd zijn. Wanneer voor de evenredige vergoeding de bedragen 0,60 BEF en 0,45 BEF in aanmerking worden genomen, zou het totaal van de evenredige vergoedingen theoretisch beschouwd ongeveer 566 miljoen BEF per jaar bedragen. Verdeeld over het totaal aantal jaarlijks in België gemaakte kopieën, dat op 15 miljard wordt geraamd, zou zulks een verhoging met 3,7 centiemen per kopie betekenen. De gemiddelde kostprijs van een fotokopie wordt op l, 25 BEF geraamd, waaronder 33 centiemen voor de afschrijving van het apparaat, 66 centiemen voor onderhoud en gebruikte produkten en 25 centiemen voor het papier. Onderafdeling
  78. - Algemene medewerking Artikel 10 In artikel 10 wordt de algemene vorm van medewerking aan de inning van de vergoeding omschreven. Het adjectief "algemeen" wordt gebruikt om een onderscheid te maken tussen de medewerking bedoeld in artikel 10 en de gestandaardiseerde medewerking vastgesteld in de artikelen 11 en
  79. De algemene medewerking is bestemd om te worden toegepast op alle vergoedingsplichtigen, ongeacht hun hoedanigheid. Onderafdeling
  80. - Gestandaardiseerde medewerking In de artikelen 11 en 12 wordt de gestandaardiseerde medewerking bepaald. Er wordt aan herinnerd dat de standaardisering betrekking heeft op de factoren die het aantal kopieën van beschermde werken bepalen en op de raming van dat aantal. Die maatregel heeft ten doel een vereenvoudigde inningsprocedure voor te stellen aan een groot aantal vergoedingsplichtigen en de kosten veroorzaakt door de inning van de vergoeding bij die vergoedingsplichtigen, welke meestal kleine bedragen storten, te verminderen. De vergoedingsplichtigen die in aanmerking komen voor de gestandaardiseerde medewerking, zijn die welke zorgen voor de inrichting van een onderwijsinstelling of van een instelling voor openbare uitlening, alsmede de andere vergoedingsplichtigen in de zin van artikel 1 van het ontwerp-besluit. Er moet aan worden herinnerd dat het begrip "andere vergoedingsplichtigen" geen betrekking heeft op de overheid (zie artikel 1, punt 18). Artikelen 11 en 12 Vergoedingsplichtigen die zorgen voor de inrichting van een of meer onderwijsinstellingen of instellingen voor openbare uitlening komen slechts in aanmerking voor de gestandaardiseerde medewerking met betrekking tot de instellingen die voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 11, §
  81. Die instellingen moeten minder dan 6 kopieerapparaten waarmee meer dan 9 kopieën per minuut kunnen worden gemaakt of geïntegreerde apparaten die overeenkomstig artikel 4 daarmee worden gelijkgesteld, gebruiken. Aangezien de standaardisering slechts redelijkerwijs kan worden aangetoond wanneer de reproductiecapaciteit van beschermde werken van de inrichting beperkt is, moet het aantal apparaten gebruikt door een instelling worden beperkt. Indien de reproductiecapaciteit van de instelling groter is dan die bepaald in het besluit, wordt de raming van het aantal kopieën van beschermde werken te veel een benadering. Ingeval de vergoedingsplichtige een instelling is die meer dan 5 kopieerapparaten gebruikt waarmee meer dan 9 kopieën per minuut kunnen worden gemaakt, moet hij meewerken aan de inning op de wijze bepaald in artikel 10 van het ontwerp-besluit. De onderwijsinstellingen of instellingen voor openbare uitlening mogen de door hen gebruikte apparaten niet ter beschikking stellen van anderen in het kader van een handelsbedrijvigheid of van een winstgevende activiteit die als hoofdberoep of bijberoep wordt uitgeoefend, omdat het aantal kopieën van beschermde werken op grond van de gestandaardiseerde criteria waarschijnlijk te laag zal worden geraamd ingeval de instelling voor commerciële doeleinden een kopieerinrichting exploiteert. Daarom moeten vergoedingsplichtigen die zorgen voor de inrichting van een instelling die een kopieerinrichting exploiteert, meewerken aan de inning van de vergoeding op de wijze bepaald in artikel
  82. Vergoedingsplichtigen die zorgen voor de inrichting van een of meer onderwijsinstellingen of instellingen voor openbare uitlening, kunnen voor elke inrichting die voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 11, § 3, het aantal kopieën van beschermde werken vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster aanvaarden. Naargelang de instellingen al dan niet voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 11, § 3, kan voor vergoedingsplichtigen die dergelijke instellingen inrichten, hetzij uitsluitend de algemene medewerking aan de inning bepaald in artikel 10 gelden, hetzij uitsluitend de gestandaardiseerde medewerking bedoeld in artikel 11, hetzij een gemengde regeling, te weten de algemene medewerking voor instellingen die niet aan voornoemde voorwaarden voldoen en de gestandaardiseerde medewerking voor degenen die daaraan wel voldoen. De andere vergoedingsplichtigen komen slechts in aanmerking voor de gestandaardiseerde medewerking wanneer zij voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 12, §
  83. In dat verband moeten de andere vergoedingsplichtigen minder dan 50 hoofdarbeiders of zelfstandige arbeiders tewerkstellen. Met het begrip "hoofdarbeider" worden arbeiders bedoeld die gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst voor bedienden in de zin van artikel 3 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten. Volgens de statistieken van de RSZ stellen bijna 97% van de ondernemingen minder dan 50 hoofdarbeiders tewerk (zie Personeelssterkte op 30 juni 1995 van werkgevers en werknemers onderworpen aan de sociale zekerheid - Rijksdienst voor sociale zekerheid). Het begrip "zelfstandige arbeider" moet worden opgevat als in het kader van de sociale zekerheid (Koninklijk Besluit nr. 38 d.d. 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, B.S. 29 juli 1967). Het gaat in dit verband om ieder natuurlijk persoon die in België een beroepsbezigheid uitoefent uit hoofde waarvan hij niet door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden is. Bovendien moeten de andere vergoedingsplichtigen minder dan 6 kopieerapparaten waarmee meer dan 9 kopieën per minuut kunnen worden gemaakt of geïntegreerde apparaten die overeenkomstig artikel 4 daarmee worden gelijkgesteld, gebruiken. Ten slotte mogen de door andere vergoedingsplichtigen gebruikte apparaten niet onder bezwarende titel ter beschikking van anderen worden gesteld. Die maatregel is erop gericht de gestandaardiseerde medewerking uit te sluiten ingeval de andere vergoedingsplichtige een kopieerinrichting uitbaat. Ten aanzien van de andere vergoedingsplichtigen moet worden nagegaan of met betrekking tot al zijn activiteiten, instellingen en bijkantoren voldaan is aan de voorwaarden gesteld in artikel 12, §
  84. Dat onderzoek moet derhalve niet voor iedere sector, instelling of bijkantoor afzonderlijk geschieden. Hoewel het van belang is om met betrekking tot de kleine en middelgrote ondernemingen, alsook de kleine onderwijsinstellingen en instellingen voor openbare uitlening te voorzien in een vereenvoudigde inningsprocedure, waarbij het aantal kopieën van beschermde werken onder toezicht van de overheid vooraf wordt geraamd op grond van objectieve criteria, kan niet worden uitgesloten dat het aantal kopieën in bepaalde bijzondere gevallen onmiskenbaar niet het aantal kopieën van beschermde werken weergeeft dat de vergoedingsplichtige werkelijk heeft gemaakt. Om die reden moet erin worden voorzien dat de in de artikelen 11 en 12 bedoelde vergoedingsplichtigen het aantal kopieën van beschermde werken vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster al dan niet kunnen aanvaarden. Indien zij dat aantal niet aanvaarden, verwijzen de artikelen 11, § 2, en 12, § 2, naar de algemene medewerking omschreven in artikel
  85. Artikel 13 Artikel 13 bepaalt de wijze waarop de gestandaardiseerde roosters voor de vaststelling van het aantal kopieën van beschermde werken moeten worden uitgewerkt. De beheersvennootschap moet de gestandaardiseerde roosters uitwerken op grond van de in het besluit vastgestelde criteria. Het gestandaardiseerde rooster toepasselijk op de onderwijsinstellingen moet worden uitgewerkt op grond van de volgende criteria : - niveau van het onderwijs; dit gegeven moet worden nagegaan op grond van de inrichting van het onderwijs in elke Gemeenschap; - aantal personen dat regelmatig kopieën kan maken of kan laten maken aan de hand van de gebruikte apparaten; het gaat meestal om het aantal leerlingen, studenten, lesgevers en leden van het administratief personeel; - al dan niet bestaan van een of meer documentatiecentra; de term "documentatiecentrum" wordt gedefinieerd als de gestructureerde samenvoeging, door een vergoedingsplichtige, van op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken met het oog op de aanwending ervan door verscheidene personen (artikel 1, punt 20); - eventuele uitwerking van een of meer persoverzichten omdat daartoe meestal persartikels op grote schaal moeten worden gereproduceerd. Het gestandaardiseerde rooster toepasselijk op de instellingen voor openbare uitlening moet worden uitgewerkt op grond van de volgende criteria : - al dan niet gespecialiseerd karakter van de instelling voor openbare uitlening; dit criterium vloeit voort uit de gemeenschapsdecreten betreffende het openbare lezen waarin is bepaald dat sommige openbare bibliotheken een gespecialiseerd voorwerp hebben. Het gespecialiseerde karakter van een instelling voor openbare uitlening kan ook blijken uit feitelijke elementen, zoals de specialisering van een dergelijke instelling op een bepaald gebied van de wetenschap of de beperking van de toegang ertoe tot een bepaalde categorie personen; - aantal personen dat regelmatig kopieën kan maken of kan laten maken aan de hand van de gebruikte apparaten; in de meeste gevallen gaat het om de lezers die in het register van de instellingen zijn ingeschreven en om de personeelsleden; - eventuele uitwerking van een of meer persoverzichten. Het gestandaardiseerde rooster toepasselijk op de andere vergoedinsgplichtigen moet worden uitgewerkt op grond van de volgende criteria : - activiteitensector van de vergoedingsplichtige vastgesteld aan de hand van de activiteitennomenclatuur NACE-BEL; met de term "NACE-BEL" wordt de nomenclatuur van economische actviteiten in België bedoeld (zie activiteitennomenclatuur NACE-BEL, Nationaal Instituut voor Statistiek, eerste uitgave). Die nomenclatuur is uitgewerkt op grond van Verordening EEG nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap, gewijzigd bij Verordening EEG nr. 761/93 van de Commissie van 24 maart 1993; zij heeft ten doel de classificatie van economische en sociale gegevens te vergemakkelijken; - aantal hoofdarbeiders of zelfstandige arbeiders dat regelmatig kopieën kan maken of kan laten maken aan de hand van de gebruikte apparaten; meestal komt dit aantal overeen met het aantal hoofdarbeiders en zelfstandige arbeiders die de vergoedingsplichtige tewerkstelt; - al dan niet bestaan van een of meer documentatiecentra; - eventuele uitwerking van een of meer persoverzichten. Deze roosters moeten door de bevoegde Minister worden goedgekeurd. Zij worden goedgekeurd indien daarin het aantal kopieën van beschermde werken wordt vastgesteld op grond van de criteria omschreven in het besluit en de vaststelling van dat aantal op objectieve en redelijke wijze wordt aangetoond. De verplichting om de vaststelling van het aantal kopieën van beschermde werken op objectieve en redelijke wijze aan te tonen op grond van de in het besluit omschreven criteria, moet worden beschouwd ten opzichte van de gegevens beschikbaar op het tijdstip waarop de roosters worden uitgewerkt. In de toekomst kunnen de roosters onder meer worden aangepast aan de resultaten van de studie betreffende de reprografie die periodiek door een onafhankelijke instelling moet worden verricht (zie commentaar bij artikel 26). Indien een rooster niet wordt goedgekeurd, is de algemene medewerking omschreven in artikel 10 toepasselijk op de categorie vergoedingsplichtigen op wie dat rooster van toepassing had moeten zijn. Onderafdeling
  86. - Adviesprocedure Artikel 14 In dit artikel wordt de procedure inzake de raadpleging van een onafhankelijke derde geregeld. Deze procedure wordt toegepast wanneer de vergoedingsplichtige en de beheersvennootschap het aantal kopieën van beschermde werken gemaakt tijdens de beschouwde

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.