{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Deze procedure wordt toegepast wanneer de vergoedingsplichtige en de beheersvennootschap het aantal kopieën van beschermde werken gemaakt tijdens de beschouwde periode niet in onderling overleg hebben geraamd. Zulks is het geval wanneer de vergoedingsplichtige en de beheersvennootschap in het kader van de algemene medewerking het aantal kopieën van beschermde werken gemaakt tijdens de beschouwde periode niet in onderling overleg hebben geraamd (artikel 10), alsook wanneer in het kader van de gestandaardiseerde procedure de beheersvennootschap het aantal kopieën van beschermde werken aangegeven door de vergoedingsplichtige niet aanvaardt, ongeacht of het gaat om het aantal kopieën vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster of om een ander aantal (artikelen 11 en 12).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies betreffende de raming van het aantal kopieën van beschermde werken gemaakt tijdens de beschouwde periode moet uitgaan van de beheersvennootschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheersvennootschap is niet verplicht om een advies te verzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien zij zonder om een advies te verzoeken aan de vergoedingsplichtige een bedrag betekent dat is berekend op grond van een groter aantal kopieën van beschermde werken dan dat aangegeven door de vergoedingsplichtige, moet zij haar raming van dat aantal staven. Ingeval de vergoedingsplichtige naar gelang van het geval heeft gehandeld overeenkomstig artikel 10, 1° en 2°, artikel 11, § 1, 1°en 2°, of 12, § 1, 1° en 2°, wordt de evenredige vergoeding berekend op grond van de bedragen vastgesteld in artikel 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies moet worden uitgebracht door een of meer deskundigen die door de vergoedingsplichtige en de beheersvennootschap in onderling overleg worden aangewezen of op verzoek van de beheersvennootschap, door de vertegenwoordiger van de Minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de vergoedingsplichtige en de beheersvennootschap in onderling overleg een of meer deskundigen aanwijzen, moeten zij de betaling van de daartoe gemaakte kosten onder hen regelen. Aangezien de raadpleging van de vertegenwoordiger van de Minister een bijzondere toepassing is van zijn opdracht bepaald in artikel 76 van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, moeten de kosten daarvoor worden gedekt in het kader van de financiering van zijn algemene opdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze adviesprocedure is erop gericht aan de vergoedingsplichtigen en aan de beheersvennootschap een onbevooroordeeld advies te bezorgen aangaande het aantal kopieën van beschermde werken dat tijdens de beschouwde periode is gemaakt. De partijen kunnen op grond van dat advies eventueel overeenstemming bereiken omtrent het aantal kopieën van beschermde werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoedingsplichtige en de beheersvennootschap moeten alle gegevens verstrekken die nodig zijn voor de uitwerking van het advies. Afdeling 2. - Tijdstip waarop de evenredige vergoeding verschuldigd is Artikel 15 Artikel 15 bepaalt wanneer de evenredige vergoeding moet worden betaald, te weten op het tijdstip waarop de kopie van het beschermde werk wordt gemaakt. Afdeling 3. - Nadere regels voor de inning van de evenredige vergoeding Onderafdeling 1. - Aangifte Artikel 16 Artikel 16 betreft de inhoud van de aangifte.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de eerste paragraaf worden de gegevens opgesomd die iedere vergoedingsplichtige in beginsel moet verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de paragrafen 2 en 3 wordt de inhoud van de aangifte vastgesteld ten aanzien van vergoedingsplichtigen die in aanmerking komen voor de gestandaardiseerde medewerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">In paragraaf twee, eerste en tweede lid, en paragraaf 3, eerste lid, wordt de inhoud van de verplichte aangifte bepaald ingeval de vergoedingsplichtige het aantal kopieën van beschermde werken vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster, aanvaardt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangifte heeft hoofdzakelijk betrekking op de objectieve criteria op grond waarvan het aantal kopieën wordt geraamd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In paragraaf twee, derde lid, en paragraaf drie, tweede lid, wordt de inhoud van de aangifte uitgebreid met het aantal kopieën en een raming van het aantal kopieën van beschermde werken ten aanzien van vergoedingsplichtigen die het aantal kopieën van beschermde werken vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster niet aanvaarden. Die aanvullende inlichtingen moeten aan de beheersvennootschap de mogelijkheid bieden na te gaan of de aangifte van de vergoedingsplichtige juist is, alsmede of het wenselijk is advies te vragen aan een onafhankelijke deskundige.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 17 worden de nadere regels inzake de verplichte aangifte van de vergoedingsplichtigen vastgesteld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aangiftetermijn bedraagt in beginsel dertig werkdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien blijkt dat de termijn van dertig werkdagen kennelijk ontoereikend is om de aangifte te bezorgen, moet de beheersvennootschap op een met redenen omkleed verzoek van de vergoedingsplichtige een langere termijn toestaan, die evenwel negentig werkdagen niet te boven mag gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangiftetermijn vangt aan op de eerste dag van de zevende maand volgend op de inwerkingtreding van het besluit en vervolgens elk jaar op de verjaardag van die dag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangifte heeft betrekking op de periode van zes maanden volgend op de inwerkingtreding van dit besluit en vervolgens op de periode van een jaar voorafgaand aan de verjaardag van de aanvang van de termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheersvennootschap en de vergoedingsplichtige kunnen overeenkomen dat de periode waarop de aangifte betrekking heeft, langer of korter is. In dat geval hebben de aangifte en het bedrag van de evenredige vergoeding betrekking op de in onderling overleg overeengekomen periode.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 18 bepaalt dat de beheersvennootschap een aangifteformulier moet uitwerken. Dat formulier kan verschillen naar gelang van de hoedanigheid van de vergoedingsplichtige Opdat het formulier voor de vergoedingsplichtigen begrijpelijk zou zijn, moet het ten minste de volgende gegevens bevatten : 1° de periode waarop de aangifte betrekking heeft (zie artikel 17);2° de termijn binnen welke de aangifte aan de beheersvennootschap moet worden bezorgd (zie artikel 17);3° de gegevens waarvan overeenkomstig artikel 16 aangifte moet worden gedaan;4° de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor het in artikel 9 bepaalde bedrag.Het gaat in dit verband om de medewerking bedoeld in de artikelen 10 tot 12; 5° de verplichting voor de personeelsleden van de beheersvennootschapp en voor alle andere personen betrokken bij de inning van de vergoeding voor reprografie om het beroepsgeheim te bewaren (zie artikel 78 van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten);6° de sancties bepaald in artikel 80, vijfde lid, van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. Voornoemd artikel maakt hoofdstuk XI van de wet van 3 juli 1969Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/05/2013 numac 2013000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2016 numac 2016000216 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende invoering van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde toepasselijk op overtredingen van de bepalingen van de artikelen 59 tot 61 van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, alsook op overtredingen van de bepalingen van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde Minister kan in bijkomende vermeldingen voorzien ingeval die nodig zijn voor de vaststelling van het bedrag van de evenredige vergoeding of ter informatie van de vergoedingsplichtigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aangifteformulier moet door de bevoegde Minister worden goedgekeurd. Het wordt goedgekeurd indien het de vermeldingen omschreven in artikel 18, § 1, eerste lid, of die waarin de bevoegde Minister op grond van artikel 18, § 1, tweede lid, kan voorzien, bevat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheersvennootschap moet ten minste 20 werkdagen vóór het verstrijken van de periode waarop de aangifte betrekking heeft, aan de vergoedingsplichtigen van wie zij de identiteit op behoorlijke wijze heeft kunnen vaststellen, een exemplaar van het aangifteformulier toezenden. Deze bepaling legt aan de beheersvennootschap de verplichting op om de vergoedingsplichtigen van de evenredige vergoeding te identificeren. Het gaat niettemin om een inspanningsverbintenis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien moet de beheersvennootschap aan de vergoedingsplichtigen die daarom verzoeken, de nodige documentatie omtrent de wets- en verordeningsbepalingen inzake de evenredige vergoeding, alsook een aangifteformulier bezorgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan die verplichtingen kan inzonderheid worden voldaan door overdracht aan de hand van elektronische middelen. In dat geval moet de beheersvennootschap ervoor zorgen dat zij de nakoming van haar verplichtingen kan bewijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Kennisgeving van het bedrag van de evenredige vergoeding Artikel 19 De beheersvennootschap moet het bedrag van de evenredige vergoeding aan de vergoedingsplichtigen betekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In die kennisgeving moeten volgende gegevens zijn vermeld : 1. de hoedanigheid van de vergoedingsplichtige;2. de periode waarvoor de evenredige vergoeding verschuldigd is;3. het bedrag van de evenredige vergoeding dat de vergoedingsplichtige verschuldigd is, alsmede de berekening ervan. De kennisgeving van de evenredige vergoeding geschiedt onverminderd de mogelijkheid om voornoemde vergoeding overeenkomstig de artikelen 10 tot 12 te betalen op het tijdstip van indiening van de aangifte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennisgevingen moeten ten behoeve van de vergoedingsplichtige vermelden of de beheersvennootschap instemt met het aantal kopieën van beschermde werken dat de vergoedingsplichtige heeft aangegeven, ongeacht of het gaat om het aantal vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster of om een ander aantal.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennisgeving moet plaatsvinden binnen een termijn van een jaar te rekenen van de ontvangst van de aangifte door de beheersvennootschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval om het advies van een onafhankelijke derde wordt verzocht, wordt die termijn opgeschort totdat het advies is uitgebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De berekening van de vergoeding hangt af van de eventuele medewerking van de vergoedingsplichtige, alsmede van het soort medewerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij algemene medewerking van de vergoedingsplichtige in de zin van artikel 10 moeten twee gevallen worden onderscheiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval het aantal kopieën van beschermde werken gemaakt tijdens de beschouwde periode in onderling overleg is geraamd, worden voor de berekening van de vergoeding de in artikel 9 bepaalde bedragen toegepast op het aantal kopieën.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer geen raming in onderling overleg is gemaakt, wordt het betekende bedrag van de vergoeding berekend op grond van de raming van het aantal kopieën van beschermde werken door de beheersvennootschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze raming kan eventueel gegrond zijn op het door de onafhankelijke deskundige uitgebrachte advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoedingsplichtige die een dergelijke kennisgeving ontvangt, kan instemmen met de door de beheersvennootschap gemaakte raming en het restbedrag van de vergoeding betalen of het aantal door hem aangegeven kopieën van beschermde werken handhaven. In dat geval moet de beheersvennootschap nagaan of het past het bedrag van de evenredige vergoeding waarop zij denkt recht te hebben, te vorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet aan worden herinnerd dat de vergoedingsplichtige in dit laatste geval op het tijdstip dat hij zijn aangifte indient, bij wijze van voorschot een bedrag heeft betaald dat overeenkomt met het aantal kopieën waarvan hij aangifte heeft gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gestandaardiseerde medewerking moeten ook twee gevallen worden onderscheiden naargelang de vergoedingsplichtige al dan niet instemt met het aantal kopieën van beschermde werken vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de vergoedingsplichtige instemt met het aantal kopieën van beschermde werken vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster, kan de beheersvennootschap zulks bekrachtigen, kan zij het advies van een onafhankelijke derde inwinnen of haar raming van het aantal kopieën van beschermde werken aan de betrokken vergoedingsplichtige betekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de vergoedingsplichtige niet instemt met het aantal kopieën van beschermde werken vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster, kan de beheersvennootschap een bedrag betekenen dat is berekend op grond van het aantal door de vergoedingsplichtige aangegeven kopieën, het advies van een onafhankelijke derde inwinnen of haar raming van het aantal kopieën van beschermde werken aan de betrokken vergoedingsplichtige betekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet aan worden herinnerd dat de vergoedingsplichtige in de twee hiervoren omschreven gevallen het bedrag van de evenredige vergoeding dat overeenstemt met het aantal aangegeven kopieën, ongeacht of het gaat om het aantal vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster of om een ander aantal, reeds heeft betaald op het tijdstip van indiening van de aangifte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de vergoedingsplichtige niet meewerkt aan de inning, moet de beheersvennootschap hem een bedrag betekenen dat overeenkomt met de raming van het aantal kopieën van beschermde werken dat de vergoedingsplichtige volgens haar heeft gemaakt, en wel vermenigvuldigd met de in artikel 8 bepaalde tarieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Voorlichting van de vergoedingsplichtigen Artikel 20 Op grond van artikel 20 moet de beheersvennootschap een duidelijke, volledige, correcte en nauwkeurige documentatie betreffende de wets- en verordeningsbepalingen inzake de evenredige vergoeding bezorgen aan de vergoedingsplichtigen die zij op behoorlijke wijze heeft kunnen identificeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die verplichting strekt ertoe de werkelijke inning van de evenredige vergoeding te bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheersvennootschap moet de personen die de evenredige vergoeding moeten betalen, derhalve zo spoedig mogelijk identificeren. Het gaat in dit verband om een inspanningsverbintenis. De documentatie kan onder meer aan de hand van elektronische overdracht worden bezorgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De documentatie betreffende de evenredige vergoeding moet door de bevoegde minister worden goedgekeurd. De documentatie wordt goedgekeurd indien zij duidelijke, volledige, correcte en nauwkeurige gegevens bevat. HOOFDSTUK IV. - Nadere regels voor de controle Uit de parlementaire werkzaamheden blijkt dat de wetgever ernaar streeft dat de beheersvennootschap toegang heeft tot de economische gegevens waarover de overheid beschikt en welke nodig zijn voor de inning van de vergoeding voor reprografie (Gedr. St. Kamer, Verslag, 473-33, blz. 275).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien de Staat toezicht uitoefent op de activiteiten van de beheersvennootschap en gelet op de opdracht die zij vervult, kan zij overeenkomstig artikel 320 van de Gecoördineerde Wetten op de Douane en Accijnzen, gewijzigd bij de wet van 27 december 1993, inlichtingen inwinnen bij het Bestuur Douane en Accijnzen, alsmede krachtens de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de artikelen 21 en 22 van dit besluit wordt voorzien in twee wijzen van toezicht op de inning van de vergoeding. Afdeling 1. - Vermeldingen op de facturen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 21 bevat de gegevens die op de facturen moeten worden vermeld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De facturen die door bijdrageplichtigen, alsook door dealers in apparaten, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, worden uitgereikt in verband met apparaten die op het nationale grondgebied in de handel worden gebracht, moeten duidelijk het bedrag van de forfaitaire vergoeding betreffende die apparaten vermelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Teneinde zich ervan te vergewissen dat de facturen uitgereikt door bijdrageplichtigen aan dealers in apparaten, ongeacht of zij kleinhandelaar of groothandelaar zijn, duidelijk het bedrag van de forfaitaire vergoeding vermelden, voorziet het tweede lid erin dat voornoemde dealers geen facturen betreffende die apparaten mogen aanvaarden waarop die vermelding ontbreekt. Op grond van de regels inzake burgerlijke aansprakelijkheid wordt zodoende aan de dealers de verplichting opgelegd zich te onthouden. Afdeling 2. - Verzoek om gegevens</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 22 heeft betrekking op het verzoek om gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat om een wijze van schriftelijk toezicht, waarbij de beheersvennootschap aan de vergoedingsplichtigen, de bijdrageplichtigen, de dealers, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, de leasingbedrijven en de bedrijven voor onderhoud van apparaten (hierna ondernemingen genoemd) kan vragen de gegevens te verstrekken die nodig zijn voor het toezicht op de inning van de vergoeding voor reprografie. Ondernemingen die een dergelijk verzoek ontvangen, moeten daarop een antwoord verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek om gegevens moet niet noodzakelijk worden gericht aan ondernemingen die ervan worden verdacht de bepalingen inzake het recht op vergoeding voor reprografie te hebben overtreden. Dergelijke verzoeken kunnen ook worden gericht aan ondernemingen die leverancier of klant zijn van voornoemde ondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheersvennootschap kan evenwel aan de bijdrageplichtigen, aan de dealers, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, aan de leasingbedrijven of aan de bedrijven voor onderhoud van apparaten slechts vragen de gegevens nodig voor de inning van de evenredige vergoeding te verstrekken indien zij zich vooraf tot de vergoedingsplichtige heeft gewend en deze laatste de opgelegde termijn niet in acht heeft genomen of onvolledige of kennelijk onjuiste gegevens heeft verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval moet de vertegenwoordiger van de Minister bedoeld in artikel 76 van de wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten het verzoek om gegevens zo spoedig mogelijk aan de geadresseerde toezenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek moet betrekking hebben op gegevens die nodig zijn voor het toezicht op de inning van de vergoeding voor reprografie. Zoniet kan de onderneming waaraan wie de gegevens zijn gevraagd, weigeren deze mede te delen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheersvennootschap moet in haar verzoek om gegevens op duidelijke en volledige wijze opgave doen van de volgende vermeldingen : a) Rechtsgronden De rechtsgronden van het verzoek om gegevens zijn de artikelen van de wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, alsmede die van onderhavig besluit op grond waarvan aan de beheersvennootschap het recht wordt verleend dit toezicht uit te oefenen.b) Gevraagde gegevens Het verzoek kan betrekking hebben op alle gegevens die nodig zijn voor het toezicht op de inning van de vergoeding voor reprografie.Het kan gaan om balansen, kasboeken, facturen, algemeen of gedetailleerd cijfermateriaal of feitelijke informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheersvennootschap kan gegevens vragen die onder het zakengeheim vallen. Overeenkomstig artikel 78 van de wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten moeten de personeelsleden van de beheersvennootschap, alsook alle andere personen betrokken bij de inning van de vergoeding voor reprografie het beroepsgeheim bewaren over alle inlichtingen waarvan zij kennis hebben door of naar aanleiding van de uitvoering van hun opdracht. c) Redenen en doel van het verzoek Teneinde de onderneming de mogelijkheid te bieden het verband tussen de gevraagde gegevens en het beoogde doel vast te stellen, moet de beheersvennootschap haar verzoek om gegevens motiveren door zo nauwkeurig mogelijk de redenen en het doel ervan te omschrijven.d) Termijn De beheersvennootschap doet opgave van de termijn binnen welke de onderneming aan wie het verzoek om gegevens is gericht, moet antwoorden.Die termijn mag niet minder dan twintig werkdagen bedragen te rekenen van de ontvangst van het verzoek. e) De sancties bepaald in artikel 80, vijfde lid, van de wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten ingeval de opgelegde termijn niet in acht wordt genomen of onvolledige of onjuiste gegevens worden verstrekt. Voornoemd artikel maakt hoofdstuk XI van de wet van 3 juli 1969Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/05/2013 numac 2013000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2016 numac 2016000216 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende invoering van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde toepasselijk op overtredingen van de artikelen 59 tot 61 van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, alsook op overtredingen van de bepalingen van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt nader bepaald dat de gegevens verkregen als antwoord op een verzoek niet voor andere doeleinden mogen worden aangewend dan die omschreven in het verzoek. Deze bepaling strekt ertoe het gebruik van de verkregen gegevens te beperken tot het toezicht op de inning van de vergoeding voor reprografie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de beheersvennootschap een verzoek om gegevens aan een onderneming richt, legt zij die onderneming de verplichting op haar alle gegevens mede te delen waarvan zij kennis heeft, zelfs indien op grond daarvan kan worden vastgesteld dat die onderneming of een andere onderneming de bepalingen inzake het recht op vergoeding voor reprografie heeft overtreden. De beheersvennootschap kan de ondervraagde onderneming evenwel niet verplichten te bekennen dat zij een dergelijke overtreding heeft begaan of daarbij betrokken is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verzoeken om gegevens moeten aan de geadresseerde worden gericht bij aangetekende brief met ontvangbewijs. Tegelijkertijd moet een kopie ervan worden toegezonden aan de bevoegde Minister. Zo kan hij op de hoogte blijven van de wijze waarop de beheersvennootschap het recht op toezicht uitoefent en kan hij uitmaken of het raadzaam is om door middel van een ministerieel besluit de inhoud, het aantal en de frequentie van de verzoeken om gegevens op zodanige wijze te bepalen dat zij de activiteiten van de ondervraagde personen niet meer dan nodig hinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vertegenwoordigers van alle betrokken milieus zijn ervan overtuigd dat de bepalingen inzake het toezicht strikt moeten worden toegepast teneinde te waarborgen dat alle bijdrageplichtigen en alle vergoedingsplichtigen op dezelfde wijze worden behandeld. HOOFDSTUK V. - Nadere regels voor de verdeling Afdeling 1. - Verzoek om gegevens</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 23</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 23 heeft betrekking op het verzoek om gegevens nodig voor de verdeling van de vergoeding voor reprografie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dat verzoek heeft tot doel aan de beheersvennootschap de mogelijkheid te bieden statistieken uit te werken door vergoedingsplichtigen te selecteren die representatief zijn voor een bepaalde categorie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van een dergelijk statistisch instrument zouden de geïnde vergoedingen worden verdeeld op grond van gegevens die geen juiste weergave vormen van de voor privé-gebruik of didactisch gebruik gekopieerde werken, zoals verkoopcijfers in de boekhandels of het omzetcijfer van de uitgevers.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tegenstelling tot het verzoek om gegevens nodig voor het toezicht op de inning van de vergoeding moet het in artikel 23 bedoelde verzoek rechtstreeks worden toegezonden aan de vergoedingsplichtige die de kopieën van beschermde werken vervaardigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek om gegevens moet schriftelijk aan de vergoedingsplichtigen worden toegezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek moet betrekking hebben op de gegevens nodig voor de verdeling van de vergoeding voor reprografie. Zoniet kan de ondervraagde vergoedingsplichtige weigeren de gegevens mede te delen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheersvennootschap moet in haar verzoek om gegevens op duidelijke en volledige wijze opgave doen van de volgende vermeldingen : a) Rechtsgronden van het verzoek De rechtsgronden van het verzoek om gegevens zijn de artikelen van de wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, alsmede die van onderhavig besluit op grond waarvan aan de beheersvennootschap het recht wordt verleend dit toezicht uit te oefenen.b) Gevraagde gegevens Het verzoek kan betrekking hebben op alle gegevens die nodig zijn voor de verdeling van de vergoeding voor reprografie.Het kan gaan om abonnementen van vergoedingsplichtigen op kranten en tijdschriften, de lijst met monografieën die zich in de lokalen van vergoedingsplichtigen bevinden, een lijst van de werken gekopieerd aan de hand van de apparaten die de vergoedingsplichtige gedurende een bepaalde periode heeft gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheersvennootschap kan gegevens vragen die onder het zakengeheim vallen. Overeenkomstig artikel 78 van de wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten moeten de personeelsleden van de beheersvennootschap, alsook alle andere personen betrokken bij de inning van de vergoeding voor reprografie het beroepsgeheim bewaren over alle inlichtingen waarvan zij kennis hebben door of naar aanleiding van de uitvoering van hun opdracht. c) Redenen en doel van het verzoek d) Periode tijdens welke de lijst van gekopieerde werken moet worden opgesteld Die periode mag vijftien werkdagen per kalenderjaar niet te boven gaan.e) Termijn De beheersvennootschap doet opgave van de termijn binnen welke de onderneming aan wie het verzoek om gegevens is gericht, moet antwoorden.Die termijn mag niet minder dan dertig werkdagen bedragen te rekenen van de ontvangst van het verzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verzoeken om gegevens moeten aan de geadresseerde worden gericht bij aangetekende brief met ontvangbewijs. Tegelijkertijd moet een kopie ervan worden toegezonden aan de bevoegde Minister. Zo kan hij op de hoogte blijven van de wijze waarop de beheersvennootschap het recht op toezicht uitoefent en kan hij uitmaken of het raadzaam is om door middel van een ministerieel besluit de inhoud, het aantal en de frequentie van de verzoeken om gegevens op zodanige wijze te bepalen dat zij de activiteiten van de vergoedingsplichtigen niet meer dan nodig hinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoedingsplichtige kan zich onttrekken aan de verplichting om te antwoorden op het verzoek om gegevens vanwege de beheersvennootschap indien hij ermee instemt dat deze laatste in zijn lokalen een lijst van de kopieën van beschermde werken opmaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval mag het opstellen van die lijst in de lokalen van de vergoedingsplichtige niet meer dan 15 werkdagen per kalenderjaar in beslag nemen. Die periode kan ook van kortere duur zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt nader bepaald dat de gegevens verkregen als antwoord op een verzoek niet voor andere doeleinden of andere redenen mogen worden aangewend dan voor de verdeling van de vergoeding voor reprografie. Afdeling 2. - Goedkeuring van de verdelingsregels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 24</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 24 voorziet erin dat de bevoegde Minister toezicht houdt op de wettelijkheid van de verdelingsregels vastgesteld door de beheersvennootschap. Dat toezicht strekt inzonderheid ertoe na te gaan of de verdeling van de vergoeding voor reprografie geschiedt in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen 61 en 79 van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het auteursrecht en de naburige rechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 61, derde lid, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten bepaalt dat de vergoedingen voor reprografie in gelijke delen aan de auteurs en de uitgevers worden toegewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar luid van artikel 79, vierde lid, is de wederkerigheid van toepassing op het recht op vergoeding voor het kopiëren voor eigen gebruik van uitgevers, zulks onverminderd het Verdrag over de Europese Unie. Uit de voorbereidende werkzaamheden blijkt dat de wetgever met de woorden \"kopiëren voor eigen gebruik\" het recht op vergoeding voor reprografie van de uitgevers bedoelt (Gedr. St., Kamer, 743-33, blz. 321).</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 28 van dit besluit voorziet in een regeling inzake de procedure voor de goedkeuring van de verdelingsregels. HOOFDSTUK VI. - Aanpassing van de bedragen van de vergoeding voor reprografie Artikel 25 In artikel 25 wordt bepaald dat de bevoegde Minister iedere twee jaar een ontwerp van koninklijk besluit uitwerkt op grond waarvan de bedragen van de vergoeding voor reprografie worden aangepast rekening houdend met de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen en dat ontwerp van koninklijk besluit ter beraadslaging aan de Ministerraad voorlegt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanpassing van de vergoeding aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen strekt ertoe te voorkomen dat de werkelijke waarde van de vergoeding voor auteurs en uitgevers wordt uitgehold.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt voorzien in een gedeeltelijke aanpassing van de vergoeding teneinde rekening te houden met de algemene baisseconjunctuur op de markt van apparaten waarmee op grafische of soortgelijke wijze vastgelegde werken kunnen worden gereproduceerd. HOOFDSTUK VII. - Studie betreffende de reprografie Artikel 26 Artikel 26 van dit besluit is uitgewerkt overeenkomstig artikel 61, vierde lid, van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat om een voorwaarde waaraan overeenkomstig dit artikel aangewezen vennootschap moet voldoen teneinde een optimale inning en een zo juist mogelijke verdeling van de vergoeding voor reprografie te waarborgen. Zij moet de kosten van deze studie dragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de memorie van toelichting betreffende de wet van 3 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/06/2010 numac 2010000321 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende aanpassing van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het auteursrecht en de naburige rechten blijkt dat de wetgever wenst dat in het koninklijk besluit ter uitvoering van de artikelen 59 tot 61 van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten in een periodiek onderzoek wordt voorzien teneinde statistische gegevens te verzamelen (Gedr. St.</p>\n<p class=\"lf-p\">Senaat, 1151-1, blz. 2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit onderzoek kan een aantal voordelen bieden indien de bekwaamheid en de objectiviteit van de auteur ervan gewaarborgd zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De studie verstrekt objectieve gegevens waarop de beheersvennootschap en de vergoedingsplichtigen zich kunnen baseren om in overleg een raming te maken van het aantal kopieën van beschermde werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de hand van die objectieve gegevens kan ook de raming van het aantal kopieën van beschermde werken aan de hand van het gestandaardiseerde rooster betrouwbaarder worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien de studie betrekking heeft op de verdeling van het aantal kopieën onder de verschillende categorieën van beschermde werken, zal zij bijdragen tot een meer waarheidsgetrouwe verdeling van de rechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de meeste Europese landen waar terzake een rechtsregeling bestaat, worden studies betreffende de reprografie verricht. In Duitsland en Spanje heeft de beheersvennootschap een onafhankelijke instelling met die studie belast. In de Scandinavische landen wordt zij verricht door de beheersvennootschap in samenwerking met de vertegenwoordigers van de vergoedingsplichtigen (Bron : Reprobel).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien de voordelen van een studie betreffende de reprografie ondergeschikt zijn aan de objectiviteit en de onbevooroordeeldheid van de auteur ervan, is bepaald dat de beheersvennootschap die studie moet laten verrichten door een onafhankelijke instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwerp van de studie moet door de bevoegde Minister worden goedgekeurd. Die goedkeuring wordt verleend op voorwaarde dat de beheersvennootschap een openbare aanbesteding heeft gehouden om de instelling belast met de studie aan te wijzen, dat die instelling haar onafhankelijkheid en onbevooroordeeldheid waarborgt en aantoont dat zij over de nodige bekwaamheden beschikt om de studie te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vertegenwoordiger van de Minister bedoeld in artikel 76 van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten waakt erover dat de studie op behoorlijke wijze wordt gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door middel van de studie moeten volgende gegevens worden verkregen : 1° Algemene gegevens voor België In dit verband gaat het om het aantal gebruikte apparaten, het aantal kopieën en het aantal kopieën van beschermde werken.2° Gegevens per sector Die gegevens hebben betrekking op de verdeling van de apparaten, van het aantal kopieën en van het aantal kopieën van beschermde werken per activiteitensector.3° Categorieën van beschermde werken Aan de hand van dit gegeven worden de verdelingsregels betreffende de vergoeding uitgewerkt.4° Budgettaire gegevens Deze gegevens moeten de mogelijkheid bieden te beoordelen welke gevolgen de vergoeding voor reprografie in feite heeft voor de geldmiddelen die de vergoedingsplichtigen besteden aan de reproductie voor privé-gebruik of didactisch gebruik van op grafische of soortgelijke wijze vastgelegde werken. HOOFDSTUK VIII. - Raadpleging van de betrokken milieus Artikel 27 Bij artikel 27 wordt de adviescommissie van de betrokken milieus ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opdracht van die commissie bestaat erin advies uit te brengen omtrent het statuut van bepaalde apparaten ten opzichte van de forfaitaire vergoeding, inzake de bedragen van de vergoeding voor reprografie, alsmede over de wijze waarop die vergoeding wordt geïnd of terugbetaald en toezicht terzake wordt uitgeoefend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot het statuut van bepaalde apparaten ten opzichte van de forfaitaire vergoeding, moet erop worden gewezen dat een van de eerste opdrachten van de commissie erin moet bestaan advies uit te brengen over de draagwijdte van de term \"grafische of soortgelijke wijze\" gebruikt in de artikelen 22, § 1, 4° en 59 van voornoemde wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. De commissie moet tevens de evolutie op de scannermarkt volgen teneinde te voorkomen dat de concurrentie tussen de fabrikanten van dat soort apparaten wordt verstoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de adviezen van de commissie moet rekening worden gehouden met de technische evolutie en met de evolutie van de markt, alsmede met het gevolg dat zal worden gegeven aan het Groenboek van de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij.</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van de beheersvennootschap, van de bijdrageplichtigen, van de dealers in apparaten, ongeacht of zij kleinhandelaar of groothandelaar zijn, en van de vergoedingsplichtigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar gelang van de agendapunten en rekening houdend met de belangen van de verschillende vertegenwoordigde organisaties, zetelt de commissie in plenaire of in beperkte vergadering. HOOFDSTUK IX. - Procedure van goedkeuring door de Minister Artikel 28 In dit besluit is bepaald dat de bevoegde Minister verscheidene door de beheersvennootschap uitgewerkte stukken moet goedkeuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat in dit verband om de gestandaardiseerde roosters (artikel 13), het aangifteformulier (artikel 18), de documentatie inzake de bepalingen betreffende de evenredige vergoeding (artikel 20), de verdelingsregels (artikel 24) en het ontwerp van studie betreffende de reprografie (artikel 26).</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde Minister bezit terzake een gebonden bevoegdheid. Hij kan de goedkeuring van stukken slechts weigeren indien deze niet voldoen aan de in het besluit bepaalde voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Justitie, S. DE CLERCK ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE De RAAD VAN STATE, afdeling wetgeving, tweede kamer, op 7 januari 1997 door de Minister van Justitie verzocht hem van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit \"betreffende de vergoeding verschuldigd aan auteurs en uitgevers voor het kopiëren voor persoonlijk of intern gebruik van op grafische of analoge dragers vastgelegde werken\", heeft op 9 juli 1997 het volgende advies gegeven : Algemene opmerkingen I. Draagwijdte van het ontwerp 1. Het onderzochte ontwerp strekt tot uitvoering van de artikelen 59 tot 61 van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. Die bepalingen bevestigen ten eerste het recht van de auteurs en de uitgevers van werken die op grafische of soortgelijke wijze zijn vastgelegd om een vergoeding te genieten voor de reproductie van die werken, zelfs wanneer de reproductie voor eigen of intern gebruik plaatsvindt (artikel 59, eerste lid).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts schrijven die artikelen voor op welke wijze de vergoeding wordt geïnd. Er wordt een forfaitaire vergoeding geïnd voor elk op het nationale grondgebied in de handel gebrachte apparaat waarmee de beschermde werken kunnen worden gereproduceerd (artikel 59, tweede lid). Voorts wordt een vergoeding geïnd die evenredig is aan het aantal vervaardigde kopieën van beschermde werken (artikel 60).</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijze waarop de vergoeding aan de auteurs en de uitgevers wordt gestort, wordt nauwelijks gepreciseerd. Uit de voormelde bepalingen kunnen twee zaken worden afgeleid. Aangezien de vergoeding wegens de reproductie van beschermde werken verschuldigd is (artikel 59, eerste lid), moet ze worden gestort aan de auteurs en de uitgevers wier werken werkelijk gereproduceerd zijn. Die vergoeding wordt in gelijke delen aan de auteurs en de uitgevers toegewezen (artikel 61, derde lid).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het overige wordt bij die artikelen aan de Koning de bevoegdheid opgedragen om : 1° het bedrag te bepalen van de forfaitaire vergoeding en van de evenredige vergoeding, waarbij deze laatste kan worden aangepast naargelang van de betrokken sectoren (artikel 61, eerste lid);2° de nadere regels te bepalen voor de inning en de verdeling van en de controle op die vergoedingen, alsmede het tijdstip waarop ze verschuldigd zijn (artikel 61, tweede lid);3° te bepalen op welke voorwaarden en volgens welke regels de vennootschap die representatief is voor alle beheersvennootschappen zorgt voor de inning en de verdeling van de vergoeding (artikel 61, vierde lid).2. Het onderzochte ontwerpbesluit heeft als rechtsgrond artikel 61, eerste en tweede lid, en vierde lid, ten dele (voor artikel 20 van het ontwerp). De parlementaire voorbereiding van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten toont aan dat de wetgever zich ervan bewust was dat het moeilijk zou zijn de zopas uiteengezette beginselen toe te passen (1).</p>\n<p class=\"lf-p\">De stellers van het ontwerp zijn dan ook genoodzaakt de onnauwkeurigheden van de wet weg te werken om de wet uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verslag aan de Koning bepaalt dat het onderzochte ontwerp opgesteld is \"overeenkomstig de vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie, op grond waarvan de uitvoerende macht uit het beginsel van de wet en de algemene economie ervan de gevolgtrekkingen moet afleiden die er van nature uit voortvloeien volgens de geest die bij de opvatting ervan heeft voorgezeten en de doeleinden die ze nastreeft\" (2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens artikel 60 van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten is de evenredige vergoeding verschuldigd naargelang van het aantal kopieën dat van beschermde werken is vervaardigd. Volgens artikel 59 hebben de auteurs en de uitgevers recht op een vergoeding voor de reproductie van hun werken. Het is echter niet eenvoudig vast te stellen of de apparaten al dan niet een beschermd werk reproduceren en nog moeilijker uit te maken welk werk gereproduceerd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 6 van het ontwerp voert een systeem in om het aantal kopieën dat van beschermde werken is gemaakt forfaitair te ramen teneinde het bedrag van de evenredige vergoeding te bepalen. Het bedrag van die vergoeding zal schommelen naargelang de vergoedingsplichtige al dan niet aan de raming heeft meegewerkt (artikelen 6, § 1, 8 en 13 van het ontwerp). Artikel 17 van het ontwerp voert een stelsel van steekproeven in om na te gaan welke werken gereproduceerd zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de gemachtigde van de minister is het immers mogelijk om door middel van lijsten opgesteld op basis van monsters die representatief zijn voor een specifieke categorie vergoedingsplichtigen, inlichtingen te verkrijgen op basis waarvan kan worden vastgesteld welke werken door de tot die categorie behorende vergoedingsplichtigen worden gereproduceerd. 3. Hoewel in de wet geen sprake is van het principe van een forfaitaire raming, noch van dat van het nemen van steekproeven, mag men ervan uitgaan dat de stellers van het ontwerp binnen de perken zijn gebleven van de bevoegdheid die aan de Koning is toegekend opdat Hij zijn grondwettelijke verplichting om de wetten uit te voeren, kan nakomen. II. De verplichting om de Europese Commissie in kennis te stellen van de ontwerpen van technische regels 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 11, § 1, van het ontwerp legt aan de personen die reproductieapparaten leveren, ter beschikking stellen of onderhouden, de verplichting op om aan degenen die de evenredige vergoeding verschuldigd zijn, een duidelijke, volledige, correcte en nauwkeurige beschrijving te bezorgen van de wets- en verordeningsbepalingen betreffende de evenredige vergoeding.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 8 van richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften, gewijzigd bij richtlijn 94/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 maart 1994, verplicht de Lid-Staten ertoe de Commissie onmiddellijk ieder ontwerp voor een technisch voorschrift mee te delen.In artikel 1 van die richtlijn wordt het \"technisch voorschrift\" omschreven als de \"technische specificatie of andere eis, met inbegrip van de erop toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen die de jure of de facto moeten worden nageleefd voor de verhandeling of het gebruik in een Lid-Staat... » .</p>\n<p class=\"lf-p\">Die richtlijn is rechtstreeks toepasselijk (1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 11 van het ontwerp dient dan ook aan de Commissie te worden meegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onderhavige voorontwerp wordt onderzocht onder voorbehoud dat dit vormvereiste wordt nageleefd.</p>\n<p class=\"lf-p\">III. Verscheidene artikelen van het voorontwerp van besluit zijn zeer moeilijk gesteld. Eenzelfde artikel bevat immers veel bepalingen, ook al houden de daarin gegeven regels enig verband met elkaar. Die bepalingen zijn moeilijk te begrijpen wegens hun lengte en een indeling die niet altijd aan de regels van de wetgevingstechniek beantwoordt. Bovendien komen daarin gevallen aan de orde waarvan het verslag aan de Koning met geen woord rept, wat de bevattelijkheid van de tekst niet ten goede komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verdient aanbeveling de tekst van die bepalingen in verscheidene afzonderlijke artikelen op te delen. Deze opmerking geldt inzonderheid voor artikel 6 van het ontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere opmerkingen Aanhef Het voorontwerp van besluit bevat geen aanhef. Die leemte moet worden aangevuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepalend gedeelte Artikel 1 1. In onderdeel 3° behoort eerst een definitie te worden gegeven van de forfaitaire vergoeding, en pas daarna van de bijdrageplichtigen.De volgorde van de onderdelen 3° en 4° moet dan ook worden omgekeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onderdeel 3°, dat onderdeel 4° wordt, schrijve men daarenboven \"aankopers\", zonder koppelteken. 2. Gelet op artikel 60 van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het auteursrecht en de naburige rechten zou het beter zijn om in onderdeel 14° \"evenredige vergoeding\" te schrijven in plaats van \"proportionele vergoeding\".3. In onderdeel 19° is het begrip \"overheid\" juridisch gezien niet correct.Het behoort te worden herzien of te worden geschrapt. 4. In onderdeel 22° zou men beter niet spreken van een \"beheersvennootschap\" maar wel van een \"vennootschap die representatief is voor alle vennootschappen voor het beheer van de rechten\", zoniet schept men verwarring met de \"gewone\" vennootschappen voor het beheer van de rechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2 1. Op de vraag of sommige apparaten op basis van artikel 61 van de wet van de vergoeding kunnen worden vrijgesteld, heeft de gemachtigde van de minister het volgende geantwoord : « Etant donné que la reconnaissance d'une rémunération aux auteurs et aux éditeurs d'oeuvres fixées sur support graphique ou analogue a pour but de compenser la perte de revenus qu'ils subissent en raison de la reproduction de leurs oeuvres, il convient de soumettre à la rémunération forfaitaire les appareils qui sont utilisés pour effectuer ces reproductions. Par contre, lorsqu'un appareil qui permet la reproduction d'oeuvres fixées sur un support graphique ou analogue, est exclusivement utilisé dans un processus d'édition en raison de ses caractéristiques techniques, cet appareil n'est pas la cause du préjudice subi par les auteurs et les éditeurs. Il convient par conséquent de considérer que cet appareil n'entre pas dans le champ d'application de l'article 59, alinéa 2, de la loi précitée du 30 juin 1994.</p>\n<p class=\"lf-p\">D'après les renseignements fournis par les représentants de la fédération des entreprises de l'édition graphique (FEBELGRA), les scanners d'une résolution optique horizontale supérieure à 1199 DPI sont des appareils utilisés exclusivement à des fins d'édition. ». 2. Uit het verslag aan de Koning blijkt dat het bedrag van de forfaitaire vergoeding wordt bepaald naargelang van de reproductiecapaciteit van het apparaat, behalve wat de scanners betreft, waarvoor in een vergoeding op basis van de horizontale optische resolutie wordt voorzien.Bijgevolg wordt duidelijkheidshalve voorgesteld in artikel 2, eerste lid (nieuw), de bedragen van de forfaitaire vergoeding te vermelden die voor kopieerapparaten, duplicators en offsetmachines verschuldigd zijn, en in een tweede lid het tweede lid van de ontworpen tekst weer te geven. De bepalingen betreffende de scanners moeten dan in een nieuw artikel worden opgenomen. De overige artikelen behoren dienovereenkomstig te worden vernummerd. 3. In onderdeel 3°, c), van de ontworpen tekst behoren de tarieven op dezelfde wijze te worden vermeld als in de onderdelen a) en b), en niet in de vorm van een tabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3 1. Paragraaf 1 dient te vervallen aangezien hij slechts een herhaling is van artikel 59, tweede lid, in fine, van de wet.2. Op de vraag of de steller van het ontwerp in het licht van het gelijkheidsbeginsel beter dan in het verslag aan de Koning kan uitleggen waarom hij een onderscheid maakt tussen de categorieën waarvan de rede is in respectievelijk paragraaf 2 en paragraaf 3, welke vraag eveneens voor artikel 5, §§ 3 en 4 geldt, is het volgende antwoord gegeven : « Les articles 3 et 5 de l'arrêté en projet distinguent plusieurs catégories de redevables. La première catégorie (catégorie A) comprend les fabricants ainsi que les importateurs et les acquéreurs intracommunautaires, grossistes ou exclusifs. La seconde catégorie (catégorie B) comprend les autres importateurs ou acquéreurs intracommunautaires. Il s'agit en pratique des détaillants et des utilisateurs finaux.</p>\n<p class=\"lf-p\">Chacune de ces catégories est soumise à un régime différencié qui a pour but de garantir que la rémunération forfaitaire sera en principe perçue par la société de gestion des droits au moment où l'appareil commence à être exploité sur le territoire national à des fins de reproduction.</p>\n<p class=\"lf-p\">A cet effet, les redevables de la catégorie A sont tenus de verser la rémunération forfaitaire à dater de la livraison de l'appareil qu'ils effectuent en Belgique. Par conséquent, tant que l'appareil reste dans le stock du fabricant, de l'importateur ou acquéreur intracommunautaire, grossiste ou exclusif, la rémunération forfaitaire n'est pas due. Cette solution est justifiée au motif, d'une part, que la période de stockage peut durer plusieurs mois et, d'autre part, que l'appareil stocké peut finalement être exporté et donc ne pas être exploité sur le territoire national.</p>\n<p class=\"lf-p\">En ce qui concerne le délai de paiement de la rémunération forfaitaire prévu à l'article 5, § 3, de l'arrêté en projet, ce délai correspond à la durée moyenne entre la livraison de l'appareil par un redevable de la catégorie A et l'utilisation de celui-ci par un client final en Belgique.</p>\n<p class=\"lf-p\">En ce qui concerne les autres importateurs et les acquéreurs intracommunautaires qui sont des détaillants et des utilisateurs finaux d'appareils, il est prévu un régime différencié.</p>\n<p class=\"lf-p\">La rémunération est due au moment de l'importation ou de l'acquisition intracommunautaire (article 3, § 3). D'une part, en raison de l'activité de l'importateur-détaillant, l'appareil est immédiatement offert en vente aux utilisateurs finaux. Pour ce qui est de l'utilisateur final lui-même qui importe un appareil, l'exploitation est concomitante à l'acte d'introduction de l'appareil sur le territoire national. Pour ces raisons, il est également prévu que ces redevables doivent verser la rémunération forfaitaire à dater de la notification du montant de celle-ci par la société de gestion des droits (article 5, § 4, de l'arrêté en projet).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ces catégories visées respectivement aux articles 3, §§ 2 et 3, et 5, §§ 3 et 4 correspondent à des activités objectivement différentes. Par ailleurs, le régime juridique prévu pour chaque catégorie est proportionné à l'objectif poursuivi qui est d'assurer la perception de la rémunération forfaitaire au moment où l'appareil est exploité sur le territoire national.</p>\n<p class=\"lf-p\">Il est utile de mentionner que les législations espagnole et française prévoient une distinction semblable (article 25, 11) et 14) de la loi espagnole du 11 novembre 1987 relative à la propriété intellectuelle; article 6 de la décision du 30 juin 1986 de la Commission prévue à l'article 34 de la loi du 3 juillet 1985 relative aux droits d'auteur et aux droits voisins). ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Teneinde de gelijkheid van de personen die de forfaitaire vergoeding verschuldigd zijn niet in het gedrang te brengen, kan men zich afvragen of het niet raadzaam is de oplossing die voor de eerste categorie gekozen is voor alle vergoedingsplichtigen te laten gelden, namelijk dat de vergoeding bij de levering verschuldigd is. Deze opmerking geldt tevens voor artikel 5, §§ 3 en 4. 3. In de Franse tekst van paragraaf 2, eerste lid, schrijve men, om de Franse tekst met de Nederlandse tekst te laten overeenstemmen : « ... pour autant que cette livraison ne constitue pas une exportation... ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4 1. Op de vraag waarom alleen ondernemingen die \"in het kader van hun handelsbedrijvigheid niet-gebruikte apparaten (uitvoeren) of intracommunautair leveren\" de teruggave van de vergoeding kunnen verkrijgen, heeft de gemachtigde van de Koning het volgende geantwoord : « La condition selon laquelle l'entreprise qui exporte doit agir dans le cadre de son activité commerciale devrait être précisée.Cette condition vise les entreprises qui ont pour activité principale la distribution d'appareils permettant la reproduction d'oeuvres fixées sur un support graphique ou analogue.</p>\n<p class=\"lf-p\">D'une part, la restitution de la rémunération forfaitaire en cas d'exportation a pour but de ne pas défavoriser les entreprises belges dont l'activité consiste à distribuer des appareils de reproduction.</p>\n<p class=\"lf-p\">D'autre part, bien qu'elle soit théoriquement possible, l'exportation d'appareils neufs par des utilisateurs finaux semble être marginale. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid vermelde begrip \"in het kader van hun handelsbedrijvigheid\" is te ruim. De handelsbedrijvigheid waar het om gaat, is die welke erin bestaat reproductieapparaten te distribueren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in de voorgenomen bepaling bedoelde bedrijvigheid behoort dan ook in die zin te worden gepreciseerd. 2. Volgens de gemachtigde ambtenaar heeft het begrip \"appareils non usagés\", \"niet-gebruikte apparaten\") dat in het eerste lid wordt gebezigd, betrekking op apparaten die, tussen het ogenblik waarop ze op het nationale grondgebied in de handel worden gebracht en de uitvoer ervan, niet gebruikt zijn om kopieën te maken. In dat geval is het beter in de Franse tekst te schrijven : « ... d'appareils non utilisés... ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 2, tweede lid, bepaalt dat \"de minister kan... vragen dat aanvullende gegevens worden verstrekt\"; die gegevens mogen alleen detailvoorschriften zijn die ertoe strekken het onderhavige voorontwerp uit te voeren Deze opmerking geldt tevens voor artikel 12, § 1, tweede lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorafgaande opmerking 1. Het zou logischer zijn eerst de in artikel 8 opgegeven bedragen van de evenredige vergoeding te vermelden en pas nadien voor te schrijven dat het bedrag ervan wordt verminderd wanneer medewerking wordt verleend.De volgorde van de artikelen 6 en 8 moet dus worden omgekeerd Algemeen gesproken dient men te vermijden veel bepalingen in eenzelfde artikel op te nemen, zelfs als die bepalingen rechtstreeks met elkaar verband houden. Het is beter die bepalingen op te splitsen en in afzonderlijke artikelen onder te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo zouden de bepalingen betreffende de medewerking van de vergoedingsplichtige, de bepalingen betreffende de medewerking van een vergoedingsplichtige die een of meer onderwijsinstellingen of openbare instellingen voor de uitlening van werken organiseert, de bepalingen betreffende de medewerking van de overige vergoedingsplichtigen en de bepalingen betreffende het gestandaardiseerde rooster telkens in een ander artikel kunnen staan. 2. De vergoedingsplichtige betaalt een verlaagde vergoeding als hij aan de inning ervan meewerkt;dat is wat artikel 6, § 1, van het ontwerp bepaalt. Hij die niet meewerkt, betaalt de volledige vergoeding; dat is de regel die in artikel 8, § 1, van het ontwerp vervat is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens artikel 61, eerste lid, van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten kan de vergoeding bedoeld in artikel 60 worden aangepast naar gelang van de betrokken sectoren. De wet bepaalt niet dat de aanpassing kan geschieden op basis van het al dan niet verlenen van medewerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is de vraag of het bestaan van twee tarieven wel samengaat met artikel 61, vierde lid, van de wet en of daarvoor wel een voldoende rechtsgrond bestaat. Voor zover de inning van de vergoeding de medewerking van een aantal particulieren vereist, lijkt het gerechtvaardigd om, zoals in het verslag aan de Koning wordt gedaan, te bepalen dat het bedrag wordt verlaagd voor degenen die aan de uitvoering van de wet meewerken. De verlaging kan misschien niet krachtens de letter, doch zeker op basis van de geest van de wet, worden aanvaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om elke discussie over de rechtsgrond van het ontworpen besluit te verhoeden, lijkt het echter wenselijk de wet te wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien is het zeer de vraag of er voor het onderscheid tussen de vergoedingsplichtigen naargelang zij al dan niet aan de inning van de vergoeding meewerken wel een objectief criterium bestaat dat redelijk is en in verhouding staat tot het nagestreefde doel. Anders zou dat onderscheid discriminatie zijn die strijdig is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. 3. Het negende lid behoort duidelijker te worden gesteld.4. In paragraaf 3, twaalfde lid, wordt voor het eerst gebruik gemaakt van de woorden \"vereenvoudigde samenwerking\".In het verslag aan de Koning is alleen sprake van \"normale medewerking\" (artikel 6, § 2) en van \"gestandaardiseerde medewerking\" (artikel 6, § 3). Als de steller van het ontwerp hierbij niet op normale of gestandaardiseerde medewerking doelt, behoort hij aan te geven wat hij precies bedoelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 7 1. Op de vraag of het instellen van twee verschillende procedures naargelang van de aard van de vergoedingsplichtige in het licht van het gelijkheidsbeginsel gerechtvaardigd is, heeft de gemachtigde van de minister het volgende geantwoord : « L'article 7 tient compte de l'incidence particulière qu'aura la rémunération proportionnelle sur les pouvoirs publics et les établissements d'enseignement ou de prêt public.En raison de l'importance du parc d'appareils de ces débiteurs et du volume de copies qu'ils effectuent, il semble opportun de s'assurer qu'ils soient associés à l'estimation du nombre de copies d'oeuvres protégées. Afin de garantir les droits des auteurs et des éditeurs, il est prévu que la société de gestion des droits est également représentée au sein du comité d'avis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cette procédure n'a toutefois pas été prévue pour les autres débiteurs. D'une part, les fédérations d'entreprises ont indiqué qu'elles ne souhaitaient pas représenter les entreprises au sein d'un éventuel comité d'avis. En outre, les fédérations professionnelles risquent de ne pas être suffisamment représentatives de l'ensemble des \"autres débiteurs\". D'autre part, prévoir à charge des \"autres débiteurs\" l'obligation de participer à un comité d'avis pour évaluer le nombre de copies d'oeuvres protégées risque de constituer pour beaucoup d'entreprises une contrainte excessive. ». 2. Dit artikel zou aan duidelijkheid winnen als het zou worden opgedeeld op basis van de vergoedingsplichtige die om advies verzoekt. Het zou bovendien logischer zijn om in de eerste plaats in een afzonderlijk artikel aan te geven dat bij het ministerie van Justitie een adviescomité wordt opgericht en pas daarna te bepalen hoe het is samengesteld en wat de bevoegdheden ervan zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span><span class=\"lf-art-t\">Er wordt verwezen naar opmerking 2 die bij artikel 6 is gemaakt</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In paragraaf 4, tweede, derde en vijfde lid, zijn alle vermeldingen dezelfde voor alle vergoedingsplichtigen, met uitzondering van de vermeldingen betreffende het onderwijsniveau, het al dan niet gespecialiseerde karakter van het uitlenen van werken door een openbare instelling of betreffende de bedrijfstak. De redactie van het artikel moet dan ook op basis van deze opmerking worden vereenvoudigd Hetzelfde geldt voor de aanvullende aangiften die in geval van onenigheid over het aantal kopieën van beschermde werken moeten worden gedaan (vierde en zesde lid).</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel is overbodig : het herinnert er alleen aan dat de artikelen 6 en 8 van toepassing zijn</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18</span><span class=\"lf-art-t\">Krachtens artikel 61, tweede lid, van de wet, staat het aan de Koning om de voorwaarden en de nadere regels voor de verdeling van de vergoeding vast te stellen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 22 1. Wat paragraaf 2, tweede lid, punt 1, betreft, wordt verwezen naar de opmerking die over artikel 18 is gemaakt.2. In paragraaf 5 behoort te worden bepaald over welke termijn de minister beschikt om een definitieve beslissing te nemen. Slotopmerkingen De ontworpen tekst geeft aanleiding tot de volgende wetgevingstechnische opmerkingen : 1° een zin wordt eerst ingedeeld in 1°, 2°, ... Deze indeling kan op haar beurt worden onderverdeeld in a), b), ... Een indeling aan de hand van streepjes, die moeilijkheden kan doen rijzen wanneer naar een van die indelingen moet worden verwezen, behoort te worden vermeden; 2° volgens de gevestigde gewoonte worden de hoofdstukken genummerd met Romeinse cijfers, behalve voor \"Chapitre premier\" wat de Franse versie betreft, wat voluit wordt geschreven;3° het is gebruikelijk in de Franse tekst \"Section première\" voluit te schrijven;4° wanneer binnen eenzelfde hoofdstuk, artikel of paragraaf naar datzelfde hoofdstuk, datzelfde artikel of diezelfde paragraaf wordt verwezen, behoren de woorden \"van dit hoofdstuk\", \"van dit artikel\" en \"van deze paragraaf\" te vervallen;5° in plaats van te verwijzen naar \"de vorige paragraaf\", \"het vorige lid/de voorgaande leden\" of \"het laatste lid\" dient men het nummer van de bedoelde paragraaf of het bedoelde lid aan te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Nederlandse tekst van het ontwerp is slordig gesteld en behoort dan ook grondig te worden herzien. Bij wijze van voorbeeld worden hierna enkele tekstvoorstellen gedaan : - in het opschrift behoort men, zoals in de Franse tekst, nauwer aan te sluiten bij het opschrift van hoofdstuk V van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Bijgevolg schrijve men : \"... voor het kopiëren, voor eigen of voor intern gebruik, van op grafische of soortgelijke wijze vastgelegde werken\"; - in artikel 1, onderdeel 17°, vervange men het woord \"ingericht\" door het woord \"opgericht\" en de woorden \"de associatieve sector\" door de woorden \"het verenigingswezen\". Deze opmerking geldt voor het gehele ontwerp; - men spreke in artikel 1, onderdeel 19°, en in het gehele ontwerp over \"wetenschappelijke instellingen\" in plaats van over \"wetenschappelijke inrichtingen\"; - in artikel 1, onderdeel 20°, schrijve men : \"andere vergoedingsplichtigen : ... » ; - in artikel 1, onderdeel 21°, schrijve men : \"... van op grafische of soortgelijke wijze vastgelegde werken ... » ; - in artikel 2, § 1, 3, c), vervange men het woord \"résolutie\" door het woord \"resolutie\"; - in artikel 4, eerste lid, vervange men het woord \"voorleggen\" door het woord \"overleggen\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo ook behoren in heel het ontwerp het woord \"voorleggen\" en de afleidingen ervan te worden vervangen door het woord \"overleggen\" en de afleidingen ervan; - in artikel 5, § 3, vervange men het woord \"betekening\" door het woord \"kennisgeving\". Deze opmerking geldt voor het hele ontwerp; - in artikel 6, § 2, tweede lid, punt 3, vervange men de woorden \"de uitwerking\" door de woorden \"het opstellen\". Deze opmerking geldt voor heel het ontwerp; - in datzelfde artikel 6 wordt \"grille standardisée\" nu eens vertaald door \"gestandaardiseerd rooster\" en dan weer door het woord \"standaardrooster\", worden de woorden \"toepasselijk\" en \"toepasbaar\" zonder aanwijsbare reden door elkaar gebruikt en worden opsommingen gegeven zonder gebruikmaking van het bepaald lidwoord, terwijl bij een soortgelijke opsomming in artikel 10 wel het bepaald lidwoord wordt gebruikt; - in artikel 11, § 1, derde lid, schrijve men \"dealers\" in plaats van \"verdelers\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze opmerking geldt voor heel het ontwerp; - in artikel 20, eerste lid, schrijve men : \"Uiterlijk aan het einde van het tweede jaar ... » en \"om de vijf jaar\" in plaats van \"iedere vijf jaar\".</p>\n<p class=\"lf-p\">De Nederlandse tekst van het ontwerp zou grondig herzien moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kamer was samengesteld uit : de heren : J.-J. Stryckmans, voorzitter;</p>\n<p class=\"lf-p\">Y. Kreins, P. Lienardy, staatsraden;</p>\n<p class=\"lf-p\">F. Delperee, J. van Compernolle, assessoren van de afdeling wetgeving;</p>\n<p class=\"lf-p\">Mevr. J. Gielissen, griffier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verslag werd uitgebracht door de H. X. Delgrange , adjunct-auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door Mevr. F. Carlier, adjunct-referendaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de H. J.-J. Stryckmans.</p>\n<p class=\"lf-p\">De griffier, J. Gielissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitter, J.-J. Stryckmans. 30 OKTOBER 1997. - Koninklijk besluit betreffende de vergoeding verschuldigd aan auteurs en uitgevers voor het kopiëren voor privé-gebruik of didactisch gebruik van werken die op grafische of op soortgelijke wijze zijn vastgelegd ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, inzonderheid op de artikelen 22, § 1, 4°, en 59 tot 61;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 5 en 12 november 1996;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de Raad van State;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder : 1° wet : de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het auteursrecht en de naburige rechten;2° vergoeding voor reprografie : het recht op vergoeding bedoeld in de artikelen 59 en 60 van de wet;3° forfaitaire vergoeding : de vergoeding bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de wet;4° bijdrageplichtige : de fabrikanten, invoerders en intracommunautaire aankopers bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de wet;5° apparaat : de apparaten bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de wet;6° office offsetmachine : offsetmachines waarvan het maximale papierformaat niet groter is dan A3;7° invoer : het binnenkomen op het nationale grondgebied van een of meer apparaten afkomstig uit een Staat die geen lid is van de Europese Unie;8° intracommunautaire aankoop : het binnenkomen op het nationale grondgebied van een of meer apparaten afkomstig uit een andere Lid-Staat van de Europese Unie;9° uitvoer : het buiten het nationale grondgebied brengen van een of meer apparaten naar een Staat die geen lid is van de Europese Unie;10° intracommunautaire levering vanaf het nationale grondgebied : het buiten het nationale grondgebied brengen van een of meer apparaten naar een andere Lid-Staat van de Europese Unie;11° professionele invoerder en professionele intracommunautaire aankoper : de invoerders en de intracommunautaire aankopers van wie de handelsbedrijvigheid bestaat in de verspreiding van apparaten;12° andere invoerder en intracommunautaire aankoper : invoerders en intracommunautaire aankopers die geen professionele invoerder of professionele intracommunautaire aankoper zijn;13° evenredige vergoeding : de vergoeding bedoeld in artikel 60 van de wet;14° vergoedingsplichtige : de personen die overeenkomstig artikel 60 van de wet voornoemde evenredige vergoeding moeten betalen;15° gebruikt apparaat : het apparaat waarmee de vergoedingsplichtigen kopieën vervaardigen of dat zij kosteloos of onder bezwarende titel ter beschikking stellen van anderen;16° onderwijsinstelling : de instellingen die onderwijs of opleidingen verstrekken en die daartoe door de overheid zijn erkend of opgericht, evenals de openbare instellingen en de instellingen die behoren tot het verenigingswezen en werkzaam zijn in het domein van de tewerkstelling, de beroepsopleiding en de socio-professionele integratie;17° instelling voor openbare uitlening : de voor het publiek toegankelijke instellingen voor de uitlening van werken of voor de terbeschikkingstelling van exemplaren van werken met het oog op de raadpleging ervan ter plaatse, die daartoe door de overheid zijn erkend of opgericht;18° overheid : a) de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de gemeenten, alsmede de verenigingen gevormd door één of meer ervan;b) de organismen van openbaar nut, de publiekrechtelijke verenigingen, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de kerkfabrieken en de instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten, de gewestelijke ontwikkelingsmaatschappijen, de polders en wateringen, de ruilverkavelingscomités;c) de rechtspersonen opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn, die rechtspersoonlijkheid bezitten en waarvan de werkzaamheden in hoofdzaak gefinancierd worden door de overheden of instellingen bedoeld in 18° van dit artikel, of waarvan het beheer aan het toezicht van die overheden of instellingen onderworpen is of waarvan meer dan de helft van de leden van de raad van bestuur, van de directie of van de raad van toezicht door die overheden of instellingen worden aangewezen;19° andere vergoedingsplichtigen : de vergoedingsplichtigen die noch een overheid zijn, noch een onderwijsinstelling of een instelling voor openbare uitlening hebben ingericht;20° documentatiecentrum : de gestructureerde samenvoeging, door een vergoedingsplichtige, van op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken met het oog op de aanwending ervan door verscheidene personen;21° beheersvennootschap : de vennootschap die krachtens artikel 61, vierde lid, van de wet, belast is met de inning en de verdeling van de vergoeding voor reprografie;22° Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid het auteursrecht behoort;23° vertegenwoordiger van de Minister : de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 76 van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Forfaitaire vergoeding Afdeling. - Bedragen van de forfaitaire vergoeding Art. 2.§ 1. Het bedrag van de forfaitaire vergoeding toepasselijk op kopïeerapparaten wordt als volgt vastgesteld : 1° 150 BEF voor ieder kopieerapparaat waarmee minder dan 6 kopieën per minuut worden gemaakt;2° 550 BEF voor ieder kopieerapparaat waarmee tussen 6 en 9 kopieën per minuut worden gemaakt; 3° 1.800 BEF voor ieder kopieerapparaat waarmee tussen 10 en 19 kopieën per minuut worden gemaakt; 4° 5.850 BEF voor ieder kopieerapparaat waarmee tussen 20 en 39 kopieën per minuut worden gemaakt; 5° 9.700 BEF voor ieder kopieerapparaat waarmee tussen 40 en 59 kopieën per minuut worden gemaakt; 6° 24.250 BEF voor ieder kopieerapparaat waarmee tussen 60 en 89 kopieën per minuut worden gemaakt; 7° 55.000 BEF voor ieder kopieerapparaat waarmee meer dan 89 kopieën per minuut worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de vaststelling van de forfaitaire vergoeding, ook betreffende apparaten voor het maken van kleurenkopieën, wordt de zwart-witsnelheid in aanmerking genomen. § 2. Het bedrag van de forfaitaire vergoeding toepasselijk op duplicatoren en office offsetmachines wordt als volgt vastgesteld : 1° 9.700 BEF voor iedere duplicator; 2° 24.250 BEF voor iedere office offsetmachine.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het bedrag van de forfaitaire vergoeding toepasselijk op scanners wordt als volgt vastgesteld : 1° manuele scanners (handheld scanner) a) 60 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie lager dan 200 dpi;b) 120 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie tussen 200 dpi en 299 dpi;c) 180 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie tussen 300 dpi en 399 dpi;d) 240 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie tussen 400 dpi en 599 dpi;e) 300 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie tussen 600 dpi en 1199 dpi.2° scanners met automatische papiertoevoer (sheetfeeder scanner) a) 100 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie lager dan 200 dpi;b) 175 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie tussen 200 dpi en 299dpi;c) 250 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie tussen 300 dpi en 399 dpi;d) 325 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie tussen 400 dpi en 599 dpi;e) 400 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie tussen 600 dpi en 1199 dpi.3° scanners met vast scanvenster (flatbed scanner) a) 220 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie lager dan 200 dpi;b) 750 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie tussen 200 dpi en 299 dpi;c) 1300 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie tussen 300 dpi en 399 dpi;d) 1850 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie tussen 400 dpi en 499 dpi;e) 2400 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie tussen 500 dpi en 599 dpi.f) 3000 BEF voor iedere scanner met een horizontale optische resolutie tussen 600 dpi en 1199 dpi De horizontale optische resolutie is het aantal elementen van de CCD per inch waarover de scanner beschikt op het tijdstip waarop hij op het nationale grondgebied in de handel wordt gebracht. § 2. Het bedrag van de forfaitaire vergoeding kan voor een scanner niet meer bedragen dan naar gelang van het geval 2 percent van de verkoopprijs aangerekend door de fabrikanten, alsmede door de professionele invoerders en intracommunautaire aankopers, of 2 percent van de aankoopprijs betaald door de andere invoerders of intracommunautaire aankopers, zulks vermenigvuldigd met een coëfficiënt van 1,2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de scanner wordt geleverd ter uitvoering van een overeenkomst die voorziet in periodieke betalingen, moet de prijs welke zou worden aangerekend ter uitvoering van een verkoopsovereenkomst die voorziet in onmiddellijke betaling, in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van de vergoeding. Art. 4.Voor apparaten met verscheidene functies welke overeenstemmen met die van de apparaten bedoeld in de artikelen 2 en 3, is de forfaitaire vergoeding gelijk aan het hoogste bedrag van die vastgesteld in de artikelen 2 en 3, welke op het apparaat met verscheidene functies van toepassing zijn. Afdeling 2. - Tijdstip waarop de forfaitaire vergoeding verschuldigd is Art. 5.§ 1. Voor fabrikanten, alsook voor professionele invoerders en intracommunautaire aankopers bestaat het in de handel brengen op het nationale grondgebied in de levering door hen in België van een of meer apparaten, voor zover zulks geen uitvoer of intracommunautaire levering vanaf het nationale grondgebied inhoudt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De terhandstelling van een apparaat aan een mogelijke klant gedurende korte tijd, uitsluitend ten einde dat apparaat uit te proberen, wordt niet als levering van een apparaat beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voor zich houden, door een fabrikant, door een professionele invoerder of intracommunautaire aankoper, van een of meer apparaten om ze te gebruiken, wordt eveneens beschouwd als het in de handel brengen op het nationale grondgebied van een of meer apparaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van een apparaat door de bijdrageplichtige uitsluitend met het oog op de demonstratie ervan aan mogelijke klanten wordt niet beschouwd als het voor zich houden van een apparaat. § 2. Voor de andere invoerders en intracommunautaire aankopers bestaat het in de handel brengen op het nationale grondgebied respectievelijk in de invoer en de intracommunautaire aankoop van een of meer apparaten. Art. 6.De ondernemingen waarvan de handelsbedrijvigheid bestaat in de verspreiding van apparaten en welke in het kader van die bedrijvigheid niet-gebruikte apparaten waarvoor zij een forfaitaire vergoeding hebben betaald, uitvoeren of vanaf het nationale grondgebied intracommunautair leveren, kunnen de teruggave van die vergoeding door de beheersvennootschap verkrijgen op voorwaarde dat zij de volgende stukken overleggen : 1° een kopie van de door de bijdrageplichtige uitgereikte factuur betreffende de apparaten waarvoor de teruggave wordt gevraagd;2° en alle gegevens op grond waarvan kan worden vastgesteld dat die apparaten werkelijk zijn uitgevoerd of vanaf het nationale grondgebied intracommunautair geleverd. Afdeling 3. - Nadere regels voor de inning van de forfaitaire vergoeding Art. 7.§ 1. De bijdrageplichtigen verstrekken maandelijks een aangifte aan de beheersvennootschap voor de twintigste dag volgend op de maand waarop de aangifte betrekking heeft. § 2. De aangifte bedoeld in §1 bevat de gegevens op grond waarvan de bijdrageplichtige kan worden geïdentificeerd en vermeldt het aantal apparaten, alsook de eigenschappen ervan, ten einde het bedrag te kunnen vaststellen van de forfaitaire vergoeding betreffende de apparaten die tijdens de periode waarop de aangifte betrekking heeft, op het nationale grondgebied in de handel worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister kan met het oog op de vaststelling van het bedrag van de forfaitaire vergoeding vragen dat aanvullende gegevens worden verstrekt en kan voor de aangifte het gebruik van een standaardformulier verplicht stellen. HOOFDSTUK III. - Evenredige vergoeding Afdeling 1. - Bedragen van de evenredige vergoeding Onderafdeling 1. - Bedragen van de evenredige vergoeding ingeval niet aan de inning wordt meegewerkt Art. 8.Indien de vergoedingsplichtige niet meewerkt op de wijze omschreven in de artikelen 10 tot 12, wordt het bedrag van de evenredige vergoeding als volgt vastgesteld: 1° 1 BEF per kopie van een beschermd werk;2° 0,75 BEF per kopie van een beschermd werk gemaakt aan de hand van een apparaat dat door een onderwijsinstelling of door een instelling voor openbare uitlening wordt gebruikt. Voor kleurenkopieën van beschermde werken in kleur moeten de in het eerste lid bedoelde bedragen worden verdubbeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Bedragen van de evenredige vergoeding ingeval aan de inning wordt meegewerkt Art. 9.Op voorwaarde dat de vergoedingsplichtige heeft meegewerkt aan de inning van de evenredige vergoeding door de beheersvennootschap, wordt het bedrag ervan als volgt vastgesteld : 1° 0,6 BEF per kopie van een beschermd werk;2° 0,45 BEF per kopie van een beschermd werk gemaakt aan de hand van een apparaat gebruikt door een onderwijsinstelling of door een instelling voor openbare uitlening. Voor kleurenkopieën van beschermde werken in kleur moeten de in het eerste lid bedoelde bedragen worden verdubbeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Algemene medewerking Art. 10.De vergoedingsplichtige heeft meegewerkt aan de inning van de evenredige vergoeding indien hij : 1° overeenkomstig de bepalingen van afdeling 3 zijn aangifte betreffende de beschouwde periode aan de beheersvennootschap heeft bezorgd;2° op het tijdstip van de indiening van de verklaring bij wijze van voorschot aan de beheersvennootschap de evenredige vergoeding heeft gestort die overeenstemt met het aantal aangegeven kopieën van beschermde werken, zulks vermenigvuldigd met het op grond van artikel 9 toepasselijke tarief en;3° a) hetzij voor het verstrijken van een termijn van 200 werkdagen te rekenen van de ontvangst van de aangifte door de beheersvennootschap, in overleg met die vennootschap het aantal kopieën van beschermde werken heeft geraamd dat gedurende de beschouwde periode is gemaakt;b) hetzij met het oog op de uitwerking van het advies bedoeld in artikel 14 de nodige gegevens heeft verstrekt, indien de beheersvennootschap overeenkomstig dit artikel om advies heeft verzocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Gestandaardiseerde medewerking Art. 11.§ 1. Vergoedingsplichtigen die zorgen voor de inrichting van een of meer onderwijsinstellingen of instellingen voor openbare uitlening welke voldoen aan de voorwaarden gesteld in § 3, hebben met betrekking tot die instellingen meegewerkt aan de inning van de evenredige vergoeding indien zij : 1° overeenkomstig de bepalingen van afdeling 3 hun aangifte betreffende de beschouwde periode aan de beheersvennootschap hebben bezorgd;2° op het tijdstip dat de aangifte aan de beheersvennootschap wordt bezorgd, aan die vennootschap voor iedere instelling die voldoet aan de voorwaarden gesteld in § 3, een bedrag hebben gestort dat overeenstemt met het aantal kopieën van beschermde werken vastgesteld aan de hand van een gestandaardiseerd rooster;3° en met het oog op de uitwerking van het advies bedoeld in artikel 14 de nodige gegevens hebben verstrekt, indien de beheersvennootschap overeenkomstig dit artikel om advies heeft verzocht. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een vergoedingsplichtige die zorgt voor de inrichting van een of meer onderwijsinstellingen of instellingen voor openbare uitlening welke voldoen aan de voorwaarden gesteld in § 3, van oordeel is dat het aantal kopieën van beschermde werken gemaakt aan de hand van de apparaten gebruikt door één of meer van die instellingen onmiskenbaar lager of hoger ligt dan het aantal kopieën van beschermde werken vastgesteld op grond van het gestandaardiseerde rooster, werkt die vergoedingsplichtige in verband met de instelling of instellingen waarvoor hij een andere raming heeft gemaakt dan die gerealiseerd aan de hand van het gestandaardiseerde rooster mee aan de inning van de evenredige vergoeding overeenkomstig artikel 10 . § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderwijsinstellingen en de instellingen voor openbare uitlening moeten aan de volgende voorwaarden voldoen opdat de vorm van medewerking omschreven in § 1 zou kunnen worden toegepast : 1° minder dan 6 kopieerapparaten waarmee meer dan 9 kopieën per minuut kunnen worden gemaakt of geïntegreerde apparaten die overeenkomstig artikel 4, daarmee worden gelijkgesteld, gebruiken.Voor de andere apparaten is niet in een beperking voorzien; 2° gebruikte apparaten niet ter beschikking stellen van anderen in het kader van een handelsactiviteit of van een winstgevende activiteit die als hoofdberoep of als bijberoep wordt uitgeoefend. Voor de onderwijsinstellingen en de instellingen voor openbare uitlening die niet aan het eerste lid gestelde voorwaarden voldoen, werken de vergoedingsplichtigen mee aan de inning van de evenredige vergoeding overeenkomstig artikel 10.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De andere vergoedingsplichtigen die voldoen aan de voorwaarden gesteld in § 3 hebben meegewerkt aan de inning indien zij : 1° overeenkomstig de bepalingen van afdeling 3 hun aangifte betreffende de beschouwde periode aan de beheersvennootschap hebben bezorgd; 2° op het tijdstip dat de aangifte aan de beheersvennootschap wordt bezorgd, aan die vennootschap een bedrag hebben gestort dat overeenstemt met het aantal kopieën van beschermde werken vastgesteld aan de hand van een gestandaardiseerd rooster.; 3° en met het oog op de uitwerking van het advies bedoeld in artikel 14 de nodige gegevens hebben verstrekt, indien de beheersvennootschap overeenkomstig dit artikel om advies heeft verzocht. § 2 Indien een andere vergoedingsplichtige die voldoet aan de voorwaarden gesteld in § 3 van oordeel is dat het aantal kopieën van beschermde werken onmiskenbaar lager of hoger ligt dan het aantal kopieën van beschermde werken vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster, werkt die vergoedingsplichtige mee aan de inning van de evenredige vergoeding overeenkomstig artikel 10. § 3. De andere vergoedingsplichtigen moeten aan de volgende voorwaarden voldoen opdat de vorm van medewerking omschreven in § 1 zou kunnen worden toegepast : 1° minder dan 50 hoofdarbeiders of zelfstandige arbeiders tewerkstellen;2° minder dan 6 kopieerapparaten waarmee meer dan 9 kopieën per minuut kunnen worden gemaakt of geïntegreerde apparaten die overeenkomstig artikel 4 daarmee worden gelijkgesteld, gebruiken.Voor de andere apparaten is niet in een beperking voorzien; 3° gebruikte apparaten niet onder bezwarende titel ter beschikking stellen van anderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere vergoedingsplichtigen die niet voldoen aan de voorwaarden gesteld in het eerste lid, werken mee aan de inning van de evenredige vergoeding overeenkomstig artikel 10.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-13\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De gestandaardiseerde roosters aan de hand waarvan het aantal kopieën van beschermde werken wordt vastgesteld, worden door de beheersvennootschap uitgewerkt. § 2. Het gestandaardiseerde rooster toepasselijk op de onderwijsinstellingen wordt uitgewerkt op grond van de volgende criteria : 1° niveau van het onderwijs;2° aantal personen dat regelmatig kopieën kan maken of kan laten maken aan de hand van de gebruikte apparaten;3° al dan niet bestaan van een of meer documentatiecentra;4° eventuele uitwerking van een of meer persoverzichten. Het gestandaardiseerde rooster toepasselijk op de instellingen voor openbare uitlening wordt uitgewerkt op grond van de volgende criteria : 1° al dan niet gespecialiseerd karakter van de instelling voor openbare uitlening;2° aantal personen dat regelmatig kopieën kan maken of kan laten maken aan de hand van de gebruikte apparaten;3° eventuele uitwerking van een of meer persoverzichten Het gestandaardiseerde rooster toepasselijk op de andere vergoedingsplichtigen wordt uitgewerkt op grond van de volgende criteria : 1° activiteitensector van de vergoedingsplichtige vastgesteld aan de hand van de activiteitennomenclatuur NACE-BEL;2° aantal hoofdarbeiders of zelfstandige arbeiders dat regelmatig kopieën kan maken of kan laten maken aan de hand van de gebruikte apparaten;3° al dan niet bestaan van een of meer documentatiecentra;4° eventuele uitwerking van een of meer persoverzichten. § 3. Voornoemde roosters worden door de Minister overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IX goedgekeurd indien daarin het aantal kopieën van beschermde werken dat tijdens de beschouwde periode is gemaakt, wordt vastgesteld op grond van de criteria omschreven in § 2 en indien de vaststelling van dat aantal op objectieve en redelijke wijze wordt aangetoond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een rooster niet wordt goedgekeurd, is artikel 10 toepasselijk op de categorie vergoedingsplichtigen op wie de gestandaardiseerde medewerking van toepassing had moeten zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 5. - Adviesprocedure Art. 14.Indien de vergoedingsplichtige en de beheersvennootschap het aantal kopieën van beschermde werken gemaakt tijdens de beschouwde periode niet in onderling overleg ramen, kan die vennootschap vragen dat een advies wordt uitgebracht omtrent de raming van het aantal kopieën van beschermde werken dat tijdens de beschouwde periode is gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheersvennootschap moet het verzoek om advies aan de vergoedingsplichtige betekenen binnen 220 werkdagen te rekenen van de datum waarop zij zijn aangifte heeft ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies wordt uitgebracht door een of meer deskundigen die door de vergoedingsplichtige en de beheersvennootschap in onderling overleg worden aangewezen of op verzoek van deze laatste vennootschap, door de vertegenwoordiger van de Minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoedingsplichtige en de beheersvennootschap moeten op verzoek, naar gelang van het geval aan de in onderling overleg aangewezen deskundige of deskundigen of aan de vertegenwoordiger van de Minister alle gegevens verstrekken die nodig zijn voor de uitwerking van het advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoedingsplichtige en de beheersvennootschap kunnen op eigen initiatief de gegevens die zij nuttig achten, mededelen aan de vertegenwoordiger van de Minister aan wie is gevraagd een advies uit te brengen. Op verzoek kunnen zij tevens afzonderlijk of samen door die vertegenwoordiger worden gehoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies moet ten laatste drie maanden te rekenen van de datum van ontvangst van het verzoek worden uitgebracht, naar gelang van het geval door de in onderling overleg aangewezen deskundige of deskundigen of door de vertegenwoordiger van de Minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister kan nadere regels voor de uitwerking en de mededeling van de adviezen vaststellen. Afdeling 2. - Tijdstip waarop de evenredige vergoeding verschuldigd is Art. 15.De evenredige vergoeding is verschuldigd op het tijdstip waarop de kopie van het beschermde werk wordt gemaakt. Afdeling 3. - Nadere regels voor de inning van de evenredige vergoeding Onderafdeling 1. - Aangifte Art. 16.§ 1. De vergoedingsplichtige doet aan de hand van het in artikel 18 bedoelde formulier op volledige en nauwkeurige wijze bij de beheersvennootschap aangifte van : 1° zijn hoedanigheid van overheid, van vergoedingsplichtige die zorgt voor de inrichting van een of meer onderwijsinstellingen of instellingen voor openbare uitlening, of van andere vergoedingsplichtige in de zin van artikel 1, 16° tot 19°;2° de gegevens op grond waarvan hij kan worden geïdentificeerd;3° het aantal instellingen waarvoor hij een verklaring indient, alsook het adres en nadere gegevens betreffende die instellingen;4° het aantal personen dat aan de hand van de gebruikte apparaten regelmatig kopieën heeft kunnen maken of laten maken;5° het aantal kopieën dat aan de hand van die apparaten is gemaakt;6° een raming van het aantal kopieën van beschermde werken dat aan de hand van die apparaten is gemaakt;7° het eventuele bestaan van een of meer documentatiecentra of van een of meer persoverzichten;8° de identiteit van de persoon belast met de betrekkingen met de beheersvennootschap. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de gegevens bedoeld in de punten 1°, 2°, 3°, 4°, 7° en 8° van § 1, moet de vergoedingsplichtige die zorgt voor de inrichting van een of meer onderwijsinstellingen, voor iedere instelling die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 11, § 3, aan de hand van het in artikel 18 bedoelde formulier op volledige en nauwkeurige wijze bij de beheersvennootschap aangifte doen van : 1° het gegeven dat hij gebruik maakt van minder dan 6 apparaten, zowel kopieerapparaten waarmee meer dan 9 kopieën per minuut kunnen worden gerealiseerd als geïntegreerde apparaten die met dergelijke kopieerapparaten kunnen worden gelijkgesteld;2° het gegeven dat hij geen gebruikte apparaten in het kader van een handelsbedrijvigheid of van een winstgevende bezigheid als hoofdactiviteit of bijkomende activiteit ter beschikking stelt van anderen;3° het onderwijsniveau waartoe de instelling behoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de gegevens bedoeld in de punten 1°, 2°, 3°, 4°, 7° en 8° van § 1, moet de vergoedingsplichtige die zorgt voor de inrichting van een of meer instellingen voor openbare uitlening, voor iedere instelling die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 11, § 3, aan de hand van het in artikel 18 bedoelde formulier op volledige en nauwkeurige wijze bij de beheersvennootschap aangifte doen van : 1° het gegeven dat hij gebruik maakt van minder dan 6 apparaten, zowel kopieerapparaten waarmee meer dan 9 kopieën per minuut kunnen worden gerealiseerd als geïntegreerde apparaten die met dergelijke kopieerapparaten kunnen worden gelijkgesteld;2° het gegeven dat hij geen gebruikte apparaten in het kader van een handelsbedrijvigheid of van een winstgevende bezigheid als hoofdactiviteit of bijkomende activiteit ter beschikking stelt van anderen;3° het al dan niet gespecialiseerde karakter van de activiteiten van de instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergoedingsplichtigen die zorgen voor de inrichting van een of meer onderwijsinstellingen of instellingen voor openbare uitlening welke voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 11, § 3, die van oordeel zijn dat het aantal kopieën van beschermde werken gemaakt aan de hand van de apparaten gebruikt door een of meer van die instellingen onmiskenbaar lager of hoger ligt dan het aantal vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster, moeten voor die instelling of instellingen overeenkomstig § 1 een aangifte indienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergoedingsplichtigen die zorgen voor de inrichting van een of meer onderwijsinstellingen of instellingen voor openbare uitlening welke niet voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 11, § 3, moeten overeenkomstig § 1 een aangifte indienen. § 3. Naast de gegevens bedoeld in de punten 1°, 2°, 3°, 7° en 8° van § 1 moeten de andere vergoedingsplichtigen die voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 12, § 3, aan de hand van het in artikel 18 bedoelde formulier op volledige en nauwkeurige wijze bij de beheersvennootschap aangifte doen van : 1° het gegeven dat hij gebruik maakt van minder dan 6 apparaten, zowel kopieerapparaten waarmee meer dan 9 kopieën per minuut kunnen worden gerealiseerd als geïntegreerde apparaten die met dergelijke kopieerapparaten kunnen worden gelijkgesteld;2° het gegeven dat hij geen gebruikte apparaten onder bezwarende titel ter beschikking stelt van anderen;3° de activiteitensector waartoe hij overeenkomstig de activiteitennomenclatuur NACE-BEL behoort;4° het aantal hoofdarbeiders of zelfstandige arbeiders dat aan de hand van de gebruikte apparaten regelmatig kopieën heeft kunnen maken of laten maken. Andere vergoedingsplichtigen die voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 12, § 3, welke van oordeel zijn dat het aantal kopieën van beschermde werken onmiskenbaar lager of hoger ligt dan het aantal vastgesteld aan de hand van het gestandaardiseerde rooster, moeten overeenkomstig § 1 een aangifte indienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere vergoedingsplichtigen die niet voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 12, § 3, moeten overeenkomstig § 1 een aangifte indienen. § 4. Indien geen rooster wordt goedgekeurd, dienen de vergoedingsplichtigen op wie het rooster van toepassing had moeten zijn, een aangifte in overeenkomstig paragraaf 1. Art. 17.§ 1. De vergoedingsplichtigen moeten binnen dertig werkdagen te rekenen van de eerste dag van de zevende maand volgend op de inwerkingtreding van dit besluit een aangifte bezorgen aan de beheersvennootschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde aangifte heeft betrekking op de periode van zes maanden volgend op de inwerkingtreding van dit besluit. § 2. Vervolgens moeten de vergoedingsplichtigen jaarlijks binnen dertig werkdagen te rekenen van de verjaardag van de aanvang van de in de eerste paragraaf bedoelde termijn van dertig werkdagen aan de beheersvennootschap een aangifte bezorgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde aangifte heeft betrekking op het jaar voorafgaand aan de verjaardag omschreven in hetzelfde lid. § 3. Indien blijkt dat de in de §§ 1 en 2 bepaalde termijn kennelijk ontoereikend is om de aangifte te bezorgen, staat de beheersvennootschap op een met redenen omkleed verzoek van de vergoedingsplichtige, ingediend binnen de termijn gesteld in de §§ 1 en 2 een langere termijn toe, die evenwel 90 werkdagen niet te boven mag gaan. § 4. De beheersvennootschap en de vergoedingsplichtige kunnen in onderling overleg overeenkomen dat de periode waarop de aangifte betrekking heeft, langer of korter is dan die bepaald in §§ 1 en 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval hebben de aangifte en het bedrag van de evenredige vergoeding betrekking op de in onderling overleg overeengekomen periode. Art. 18.§ 1. Het aangifteformulier kan verschillen naar gelang van de hoedanigheid van de vergoedingsplichtige maar moet ten minste de volgende gegevens bevatten : 1° de periode waarop de aangifte betrekking heeft;2° de termijn binnen welke de aangifte aan de beheersvennootschap moet worden bezorgd;3° de gegevens waarvan overeenkomstig artikel 16 aangifte moet worden gedaan;4° de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor het in artikel 9, bepaalde bedrag;5° de verplichting tot het bewaren van het beroepsgeheim zoals bepaald in artikel 78 van de wet;6° de sancties bepaald in artikel 80, vijfde lid, van de wet indien de opgelegde termijn niet in acht wordt genomen of de aangifte onvolledig of kennelijk onjuist is. De Minister kan in bijkomende vermeldingen voorzien ingeval die nodig zijn voor de vaststelling van het bedrag van de evenredige vergoeding of ter informatie van de vergoedingsplichtigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aangifteformulier wordt uitgereikt door de beheersvennootschap nadat het door de Minister overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IX is goedgekeurd. Het formulier wordt goedgekeurd indien het de vermeldingen omschreven in het eerste lid of die waarin op grond van het tweede lid kunnen worden voorzien, bevat. § 2. De beheersvennootschap moet ten minste 20 werkdagen vóór het verstrijken van de periode waarop de aangifte betrekking heeft, aan de vergoedingsplichtigen van wie zij de identiteit op behoorlijke wijze heeft kunnen vaststellen, een exemplaar van het aangifteformulier toezenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien moet de beheersvennootschap aan de vergoedingsplichtigen die daarom verzoeken, de nodige documentatie omtrent de wets- en verordeningsbepalingen inzake de evenredige vergoeding, alsook een aangifteformulier bezorgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Kennisgeving van het bedrag van de evenredige vergoeding Art. 19.Onverminderd de mogelijkheid geboden aan de vergoedingsplichtigen om de evenredige vergoeding overeenkomstig de artikelen 10 tot 12 te storten op het tijdstip van indiening van de aangifte bij de beheersvennootschap, moet deze laatste aan de vergoedingsplichtigen het bedrag van de evenredige vergoeding betekenen binnen een termijn van een jaar te rekenen van de ontvangst van de aangifte. Voornoemde termijn wordt opgeschort vanaf de datum van kennisgeving van een verzoek om advies overeenkomstig artikel 14 tot de dag dat advies wordt uitgebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de kennisgeving moeten volgende gegevens zijn vermeld : 1° de hoedanigheid van de vergoedingsplichtige in de zin van artikel 1, 16° tot 19°;2° de periode waarvoor de evenredige vergoeding verschuldigd is;3° het bedrag van de evenredige vergoeding dat de vergoedingsplichtige verschuldigd is, alsmede de berekening ervan. Onderafdeling 3. - Voorlichting van de vergoedingsplichtigen Art. 20.§ 1. De beheersvennootschap moet binnen 90 werkdagen te rekenen van de inwerkingtreding van dit besluit aan de vergoedingsplichtigen die zij op behoorlijke wijze heeft kunnen identificeren, een duidelijke, volledige, correcte en nauwkeurige beschrijving toezenden van de wets- en verordeningsbepalingen betreffende de evenredige vergoeding. § 2. De kennisgeving van de in § 1 bedoelde voorlichting moet geschieden door middel van documentatie bezorgd door de beheersvennootschap nadat zij door de Minister overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IX is goedgekeurd. De documentatie wordt goedgekeurd indien zij duidelijke, volledige, correcte en nauwkeurige gegevens bevat omtrent de wets- en verordeningsbepalingen inzake de evenredige vergoeding. HOOFDSTUK IV - Nadere regels voor de controle Afdeling 1. - Vermeldingen op de facturen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21-14\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De facturen die door bijdrageplichtigen, alsook door dealers in apparaten, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, worden uitgereikt in verband met apparaten die op het nationale grondgebied in de handel worden gebracht, moeten duidelijk het bedrag van de forfaitaire vergoeding betreffende die apparaten vermelden De door bijdrageplichtigen uitgereikte facturen in verband met scanners die op het nationale grondgebied in de handel zijn gebracht, moeten duidelijk het bedrag van de forfaitaire vergoeding betreffende die apparaten vermelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dealers in apparaten, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, mogen geen facturen betreffende die apparaten aanvaarden waarop het bedrag van de forfaitaire vergoeding niet duidelijk is vermeld. Afdeling 2. - Verzoek om gegevens</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22-15\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De vergoedingsplichtigen, de bijdrageplichtigen, de dealers, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, de leasingbedrijven en de bedrijven voor onderhoud van apparaten moeten aan de beheersvennootschap op haar verzoek de gegevens verstrekken die nodig zijn voor de inning van de vergoeding voor reprografie. § 2. De beheersvennootschap kan aan de bijdrageplichtigen, aan de dealers, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, aan de leasingbedrijven of aan de bedrijven voor onderhoud van apparaten slechts vragen de gegevens nodig voor de inning van de evenredige vergoeding te verstrekken indien zij zich vooraf tot de vergoedingsplichtige heeft gewend en deze laatste de opgelegde termijn niet in acht heeft genomen of onvolledige of kennelijk onjuiste gegevens heeft verstrekt De vertegenwoordiger van de Minister bedoeld in artikel 76 van de wet moet het verzoek om gegevens bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk aan de geadresseerde toezenden. § 3. De beheersvennootschap moet in dat verzoek opgave doen van : 1° de rechtsgronden van het verzoek;2° de gevraagde gegevens;3° de redenen en het doel van het verzoek;4° de termijn binnen welke de gegevens moeten worden medegedeeld en die niet minder dan 20 werkdagen mag bedragen te rekenen van de ontvangst van het verzoek;5° de sancties bepaald op grond van artikel 80, vijfde lid, van de wet ingeval de opgelegde termijn niet in acht wordt genomen of onvolledige of onjuiste gegevens worden verstrekt. § 4. De gegevens verkregen als antwoord op een verzoek mogen niet voor andere doeleinden of om andere redenen worden aangewend dan die omschreven in het verzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondervraagde vergoedingsplichtigen, bijdrageplichtigen, dealers in apparaten, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, alsook de leasingbedrijven en de bedrijven die zorgen voor het onderhoud van de apparaten, kunnen op grond van het verzoek om gegevens niet worden verplicht te bekennen dat zij de wet hebben overtreden of daarbij betrokken zijn geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek om gegevens wordt aan de vergoedingsplichtigen, de bijdrageplichtigen, de dealers in apparaten, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, alsook aan de leasingbedrijven en de bedrijven die zorgen voor het onderhoud van de apparaten, betekend bij een ter post aangetekende brief met ontvangbewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegelijkertijd wordt een kopie ervan toegezonden aan de Minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister kan de inhoud, het aantal en de frequentie van de verzoeken op zodanige wijze bepalen dat zij de activiteiten van de ondervraagde personen niet meer dan nodig hinderen. HOOFDSTUK V. - Nadere regels voor de verdeling Afdeling 1. - Verzoek om gegevens</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23-16\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De vergoedingsplichtigen moeten aan de beheersvennootschap op haar verzoek de gegevens betreffende de gekopieerde werken verstrekken die nodig zijn voor de verdeling van de vergoeding voor reprografie. § 2. De beheersvennootschap moet in het verzoek opgave doen van : 1° de rechtsgronden van het verzoek;2° de gevraagde gegevens;3° de redenen en het doel van het verzoek;4° de periode tijdens welke de gegevens betreffende de gekopieerde werken moeten worden ingewonnen en die niet meer dan 15 werkdagen per kalenderjaar mag bedragen;5° de termijn binnen welke de gevraagde gegevens moeten worden medegedeeld en die niet minder dan 30 werkdagen mag bedragen te rekenen van de ontvangst van het verzoek. § 3. De vergoedingsplichtigen kunnen op grond van het verzoek om gegevens niet worden verplicht te bekennen dat zij de wet hebben overtreden of daarbij betrokken zijn geweest Het verzoek om gegevens wordt aan de vergoedingsplichtigen betekend bij een ter post aangetekende brief met ontvangbewijs. Tegelijkertijd wordt een kopie ervan betekend aan de Minister. § 4. Indien de vergoedingsplichtige ermee instemt dat de beheersvennootschap ter plaatse gedurende een of meer periodes die in totaal vijftien werkdagen per kalenderjaar niet te boven mogen gaan, een lijst opmaakt van de beschermde werken die worden gekopieerd aan de hand van de door hem gebruikte apparaten, moet hij de gegevens betreffende de gekopieerde werken die nodig zijn voor de verdeling van de vergoeding voor reprografie, niet mededelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval de vergoedingsplichtige zijn toestemming geeft op de wijze omschreven in het eerste lid, kan de beheersvennootschap niet weigeren een lijst op te maken van de beschermde werken die worden gekopieerd aan de hand van de apparaten gebruikt door de vergoedingsplichtige. De beheersvennootschap kan beslissen die lijst ter plaatse op te maken gedurende een periode korter dan vijftien werkdagen per kalenderjaar. § 5. De gegevens verkregen als antwoord op een verzoek of ingevolge een ter plaatse opgemaakte lijst mogen niet voor andere doeleinden of om andere redenen worden aangewend dan voor de verdeling van de vergoeding voor reprografie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister kan de inhoud, het aantal en de frequentie van de verzoeken om gegevens, alsook de manier waarop de lijst van beschermde werken bedoeld in § 4 ter plaatse wordt opgemaakt, op zodanige wijze bepalen dat de activiteiten van de vergoedingsplichtigen niet meer dan nodig worden gehinderd. Afdeling 2. - Goedkeuring van de verdelingsregels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24-17\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 24</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verdelingsregels inzake de vergoeding voor reprografie die de beheersvennootschap vaststelt, alsook elke wijziging die zij daarin aanbrengt, moeten door de Minister overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IX worden goedgekeurd De in het eerste lid bedoelde verdelingsregels en de wijzigingen ervan worden goedgekeurd indien zij in overeenstemming zijn met de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister kan de goedkeuring intrekken wanneer niet meer is voldaan aan de voorwaarden gesteld voor de toekenning ervan. HOOFDSTUK VI. - Aanpassing van de bedragen van de vergoeding voor reprografie Art. 25.Op advies van de commissie bedoeld in artikel 27 werkt de Minister twee jaar te rekenen van de inwerkingtreding van dit besluit en daarna iedere twee jaar een ontwerp van koninklijk besluit uit op grond waarvan de bedragen van de vergoeding voor reprografie geheel of gedeeltelijk worden aangepast, zulks rekening houdend met het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand voorafgaand aan de verjaardag van de inwerkingtreding van dit besluit. Hij legt dat ontwerp van koninklijk besluit ter beraadslaging voor aan de Ministerraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand voorafgaand aan die van de inwerkingtreding van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanpassing van de bedragen geschiedt volgens de volgende formule : het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het aanvangsindexcijfer. Het kan gaan om een gedeeltelijke aanpassing. HOOFDSTUK VII. - Studie betreffende de reprografie Art. 26.§ 1. Ten laatste op het einde van het tweede jaar na de inwerkingtreding van dit besluit en daarna om de vijf jaar moet de beheersvennootschap door een onafhankelijke instelling een studie betreffende het kopiëren voor privé-gebruik of didactisch gebruik van op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken in België laten verrichten. § 2. Door middel van deze studie moet inzonderheid het volgende worden vastgesteld : 1° het aantal gebruikte apparaten en de verdeling ervan per activiteitensector;2° het aantal gemaakte kopieën aan de hand van voornoemde apparaten en de verdeling ervan per activiteitensector;3° het aantal kopieën van beschermde werken vastgelegd op een grafische of op een soortgelijke drager die aan de hand van voornoemde apparaten wordt gemaakt en de verdeling ervan per activiteitensector;4° de verdeling van het aantal kopieën van beschermde werken op grond van de verschillende categorieën van beschermde werken vastgelegd op een grafische of op een soortgelijke drager;5° de geldmiddelen die de vergoedingsplichtigen besteden aan de reproductie voor privé-gebruik of didactisch gebruik van werken vastgelegd op een grafische of op een soortgelijke drager, alsmede de geldmiddelen die zij besteden aan de vergoeding voor reprografie. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwerp van deze studie moet vooraf door de Minister worden goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IX. De goedkeuring wordt verleend op voorwaarde dat : 1° de beheersvennootschap een openbare aanbesteding heeft gehouden om de instelling belast met de studie aan te wijzen;2° de instelling haar onafhankelijkheid en onbevooroordeeldheid waarborgt en aantoont dat zij over de nodige bekwaamheden beschikt om de studie te verrichten;3° de doelstellingen van het ontwerp betreffende de studie overeenstemmen met die bepaald in het tweede lid;4° de kostprijs van de studie redelijk is. § 4. De vertegenwoordiger van de Minister bedoeld in artikel 76 van de wet waakt erover dat de studie op behoorlijke wijze wordt gerealiseerd. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoedingsplichtigen, de bijdrageplichtigen, de dealers, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, de leasingbedrijven en de bedrijven voor onderhoud van apparaten moeten aan de erkende onafhankelijke organisatie op verzoek de gegevens verstrekken die nodig zijn om de studie betreffende de vergoeding voor reprografie te verrichten. § 6. De erkende onafhankelijke organisatie moet in dat verzoek opgave doen van : 1° de rechtsgronden van het verzoek;2° de gevraagde gegevens;3° de redenen en het doel van het verzoek;4° de termijn binnen welke de gegevens moeten worden medegedeeld en die niet minder dan 20 werkdagen mag bedragen te rekenen van de ontvangst van het verzoek. § 7. De gegevens verkregen als antwoord op een verzoek mogen niet voor andere doeleinden of om andere redenen worden aangewend dan die omschreven in het verzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondervraagde vergoedingsplichtigen, bijdrageplichtigen, dealers in apparaten, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, alsook de leasingbedrijven en de bedrijven die zorgen voor het onderhoud van de apparaten, kunnen op grond van het verzoek om gegevens niet worden verplicht te bekennen dat zij de wet hebben overtreden of daarbij betrokken zijn geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek om gegevens wordt aan de vergoedingsplichtigen, de bijdrageplichtigen, de dealers in apparaten, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, alsook aan de leasingbedrijven en de bedrijven die zorgen voor het onderhoud van de apparaten, toegezonden bij een ter post aangetekende brief met ontvangbewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegelijkertijd wordt een kopie ervan toegezonden aan de Minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister kan de inhoud, het aantal en de frequentie van de verzoeken op zodanige wijze bepalen dat zij de activiteiten van de ondervraagde personen niet meer dan nodig hinderen. HOOFDSTUK VIII. - Raadpleging van de betrokken milieus Art. 27.§ 1. Bij het Ministerie van Justitie wordt een adviescommissie van de betrokken milieus ingesteld. § 2. De commissie wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Minister en bestaat daarnaast uit personen aangewezen door de beheersvennootschap, door organisaties die de bijdrageplichtigen vertegenwoordigen, door organisaties die de dealers in apparaten, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, vertegenwoordigen, alsmede door organisaties die de vergoedingsplichtigen vertegenwoordigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De organisaties die de leden van de commissie moeten aanwijzen, alsook het aantal personen dat de beheersvennootschap en iedere organisatie kunnen aanwijzen, worden door de Minister vastgesteld. § 3. Op verzoek van de Minister of op eigen initiatief, indien de personen aangewezen door de beheersvennootschap of ten minste een vierde van de leden van de commissie daarom verzoeken, brengt de commissie advies uit omtrent het statuut van bepaalde apparaten ten opzichte van de vergoeding voor reprografie, inzake de bedragen van de vergoeding voor reprografie, over de wijze waarop die vergoeding wordt geïnd en toezicht ter zake wordt uitgeoefend, alsook betreffende het verzoek om gegevens nodig voor de verdeling van deze vergoeding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissie neemt haar adviezen consensueel aan. Bij gebreke van consensus worden de verschillende standpunten in het advies vermeld. § 4. De voorzitter van de commissie roept de commissie samen en stelt de agenda vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar gelang van de agendapunten en rekening houdend met de belangen van de verschillende vertegenwoordigde organisaties zetelt de commissie in plenaire vergadering of in beperkte vergadering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissie stelt haar huishoudelijk reglement vast onder goedkeuring van de Minister. HOOFDSTUK IX. - Procedure van goedkeuring door de Minister Art. 28.§ 1. De in de artikelen 13, 18, 20, 24 en 26, bedoelde verzoeken om goedkeuring moeten aan de Minister worden gericht bij een ter post aangetekende brief met ontvangbewijs. § 2. Bij de aanvraag moeten de stukken worden gevoegd waarvoor om goedkeuring wordt verzocht.</p></div>", "next": 239532}