{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">sluiten, worden de woorden \"en van de parketjuristen bij het federaal parket\" ingevoegd tussen de woorden \"federale magistraten\" en de woorden \"geschiedt voor\". Art. 99.In het tweede deel, boek II, titel I, van hetzelfde Wetboek, wordt een hoofdstuk IVter ingevoegd, luidende \"Magistraten gemachtigd om een opdracht in het Europees Openbaar Ministerie te vervullen\". Art. 100.In hoofdstuk IVter, ingevoegd bij artikel 99, wordt een artikel 309/2 ingevoegd, luidende : \"Art. 309/2.§ 1. Magistraten kunnen de opdrachten van Europese hoofdaanklager, Europese aanklager en gedelegeerd Europese aanklager vervullen overeenkomstig en volgens de voorwaarden voorzien in de verordening 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (\"EOM\"). § 2. De minister bevoegd voor Justitie wijst drie magistraten aan die voorgedragen worden om de opdracht van Europese aanklager te vervullen zoals bepaald in artikel 16, lid 1, van de in paragraaf 1 genoemde verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te kunnen worden voorgedragen als Europese aanklager dient de kandidaat op het ogenblik van de aanwijzing : 1° het ambt van magistraat uit te oefenen waarvan in de laatste vijftien jaar ten minste tien jaar het ambt van magistraat van het openbaar ministerie;2° houder te zijn van het getuigschrift bedoeld in artikel 43quinquies, § 1, derde lid, van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten9 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waaruit de kennis blijkt van de andere taal dan die van zijn diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten. § 3. De minister bevoegd voor Justitie wijst ten minste één magistraat van de Nederlandstalige taalrol en één magistraat van de Franstalige taalrol aan die voorgedragen worden om de opdracht van gedelegeerd Europese aanklager te vervullen zoals bepaald in artikel 17, lid 1, van de in paragraaf 1 genoemde verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te kunnen worden voorgedragen als gedelegeerd Europese aanklager dient de kandidaat op het ogenblik van de aanwijzing het ambt van magistraat uit te oefenen waarvan in de laatste tien jaar ten minste vijf jaar het ambt van magistraat van het openbaar ministerie. § 4. De minister bevoegd voor Justitie kan de kandidaten bedoeld in de paragrafen 2 en 3 slechts aanwijzen na gemeenschappelijk advies van het College van procureurs-generaal en de federale procureur. Zij kunnen de kandidaten daartoe horen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oproep in het Belgisch Staatsblad vermeldt de wijze waarop de kandidaturen worden ingediend. § 5. De opdrachten worden voltijds uitgeoefend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 323bis is van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens hun opdracht zijn de magistraten niet onderworpen aan de bepalingen van deel II, boek II, titel V. § 6. De gedelegeerd Europese aanklagers beschikken over een secretariaat waarvan de samenstelling en de nadere werkingsregels vastgesteld worden door de Koning.\". Art. 101.In artikel 309ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 februari 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden \"met uitzondering van de artikelen 355bis, § 2, en 357, § 4, vijfde lid\" opgeheven;2° paragraaf 2, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zinnen : \"Artikel 355bis, § 2, is van toepassing op de adjunct van het Belgisch lid die zijn functie niet uitoefent op de zetel van Eurojust.De uitbetaling van de premie bedoeld in artikel 357, § 4, vijfde lid, wordt bovendien geschorst zolang de federaal magistraat zijn functie van Belgisch lid of zijn functie van adjunct van het Belgisch lid uitoefent op de zetel van Eurojust.\"; 3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt : \" § 4.Onverminderd de evaluatie bedoeld in artikel 259undecies, hoort het College van procureurs-generaal de federale procureur in het kader van de evaluatie bedoeld in artikel 143bis § 3, derde lid, over de wijze waarop het Belgisch bureau bij Eurojust de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid heeft uitgevoerd en zijn bevoegdheden heeft uitgeoefend met inachtneming van de taken en doelstellingen van Eurojust. Deze evaluatie wordt opgenomen in het in artikel 143bis, § 7, bedoelde verslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Belgisch lid bij Eurojust bezorgt daartoe aan de minister bevoegd voor Justitie en aan de federale procureur en via deze laatste aan de procureur-generaal die bevoegd is voor de internationale betrekkingen jaarlijks een toelichting over de activiteiten van het Belgisch bureau bij Eurojust, de interne taakverdeling, een analyse en beoordeling van het beleid in het voorbije jaar, alsook de prioritaire doelstellingen voor het komende jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de zes maanden brengt het Belgische lid bij Eurojust over de werking van het Belgisch bureau verslag uit aan de minister bevoegd voor Justitie en aan de federale procureur en via deze laatste aan de procureur-generaal die bevoegd is voor de internationale betrekkingen.\". Art. 102.Artikel 309sexies, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 februari 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten8, wordt aangevuld met de volgende zin : \"De taalpremie bedoeld in artikel 373 wordt hem niet toegekend zolang hij zijn functie uitoefent op de zetel van Eurojust.\". Art. 103.In artikel 330bis, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 10 april 2014 en 8 mei 2014, wordt de eerste zin aangevuld met de woorden \"of in het secretariaat van de gedelegeerd Europese aanklagers\". Art. 104.In artikel 330ter, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten7 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten2, wordt het eerste lid aangevuld met de woorden \"of in het secretariaat van de gedelegeerd Europese aanklagers\". Art. 105.In artikel 379quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 9 juli 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/01/1998 numac 1997009637 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 259bis van het Gerechtelijk Wetboek en 21 van de wet van 18 juli 1991 tot wijziging van de voorschriften van het Gerechtelijk Wetboek die betrekking hebben op de opleiding en de werving van magistraten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/08/1997 numac 1997009638 bron ministerie van justitie Wet houdende maatregelen teneinde de gerechtelijke achterstand weg te werken bij de hoven van beroep sluiten, worden de woorden \"het hof van beroep die opdracht hebben het hof van assisen voor te zitten, conform artikel 120, eerste lid\" vervangen door de woorden \"de hoven van beroep en de rechtbanken die opdracht hebben te zetelen in het hof van assisen overeenkomstig de artikelen 120, eerste en derde lid, 121, tweede lid en 122, tweede lid\". Art. 106.In artikel 411, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten8, wordt het woord \"309/2,\" ingevoegd tussen het woord \"309/1,\" en het woord \"309ter\". HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het Wetboek der successierechten Art. 107.In het Wetboek der successierechten, wordt een artikel 133bis/1 ingevoegd, luidende : \"Art. 133bis/1. Wanneer de overtreding werd begaan in het kader van Boek II of IIbis en ten einde te vermijden dat een veroordeelde aan een onredelijk zware straf zou worden onderworpen, houdt de rechter bij de straftoemeting rekening met de verschuldigde fiscale geldboeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 42, 3°, van het Strafwetboek vindt geen toepassing op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de fiscale misdrijven zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen in geval de vordering van de fiscale administratie gegrond wordt verklaard en tot een effectieve betaling van deze volledige vordering heeft geleid.\". Art. 108.In artikel 133nonies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 februari 1981Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten1 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden \"tweede lid\" vervangen door de woorden \" § 2\"; 2° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt : \"Het openbaar ministerie beslist om al dan niet de strafvervolging in te stellen van de feiten waarvan het kennis heeft genomen gedurende het overleg bedoeld in artikel 29, § 3, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering binnen de 3 maanden na de initiële aangifte bedoeld in artikel 29, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek.\"; 3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden \"derde lid\" vervangen door de woorden \" § 3, tweede lid\". HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten Art. 109.In het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, wordt een artikel 206bis/1 ingevoegd, luidende : \"Art. 206bis/1. Wanneer de overtreding werd begaan in het kader van een registratierecht dat geen gewestelijke belasting is volgens het bepaalde in artikel 3, eerste lid, 6° tot 8° van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten4 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten en teneinde te vermijden dat een veroordeelde aan een onredelijk zware straf zou worden onderworpen, houdt de rechter bij de straftoemeting rekening met de verschuldigde fiscale boeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 42, 3°, van het Strafwetboek vindt geen toepassing op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de fiscale misdrijven zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen in geval de vordering van de fiscale administratie gegrond wordt verklaard en tot een effectieve betaling van deze volledige vordering heeft geleid.\". Art. 110.In artikel 207septies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 februari 1981Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten1, vervangen bij de wet van 4 augustus 1986 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden \"tweede lid\" vervangen door de woorden \" § 2\"; 2° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt : \"Het openbaar ministerie beslist om al dan niet de strafvervolging in te stellen van de feiten waarvan het kennis heeft genomen gedurende het overleg bedoeld in artikel 29, § 3, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering binnen de 3 maanden na de initiële aangifte bedoeld in artikel 29, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek.\"; 3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden \"derde lid\" vervangen door de woorden \" § 3, tweede lid\". HOOFDSTUK 1 0. - Wijzigingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde Art. 111.In het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt een artikel 73bis/1 ingevoegd, luidende : \"Art. 73bis/1. Ten einde te vermijden dat een veroordeelde aan een onredelijk zware straf zou worden onderworpen, houdt de rechter bij de straftoemeting rekening met de verschuldigde administratieve geldboeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 42, 3°, van het Strafwetboek vindt geen toepassing op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de fiscale misdrijven zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen in geval de vordering van de fiscale administratie gegrond wordt verklaard en tot een effectieve betaling van deze volledige vordering heeft geleid.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-112\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 112</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het artikel 74 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 augustus 1986 en laatst gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden \"tweede lid\" vervangen door de woorden \" § 2\"; 2° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt : \"Het openbaar ministerie beslist om al dan niet de strafvervolging in te stellen van de feiten waarvan het kennis heeft genomen gedurende het overleg bedoeld in artikel 29, § 3, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering binnen de 3 maanden na de initiële aangifte bedoeld in artikel 29, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek.\"; 3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden \"derde lid\" vervangen door de woorden \" § 3, tweede lid\"</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK 1 1. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 1974 betreffende de wedden van de titularissen van sommige openbare ambten, van de bedienaars van de erkende erediensten en van de afgevaardigden van de Centrale Vrijzinnige Raad Art. 113.Artikel 28 van de wet van 2 augustus 1974 betreffende de wedden van de titularissen van sommige openbare ambten, van de bedienaars van de erkende erediensten en van de afgevaardigden van de Centrale Vrijzinnige Raad, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 februari 1997 en het koninklijk besluit van 13 juli 2001, wordt vervangen als volgt : \"Art. 28.De jaarwedden van de door het Rijk bezoldigde bedienaars van de anglicaanse eredienst worden vastgesteld als volgt : a) Kapelaan-Voorzitter van het Centraal Comité van de Anglicaanse Eredienst in België 20 418,57 EUR b) Secretaris van het Centraal Comité van de Anglicaanse Eredienst in België; 15 840,77 EUR c) Kapelaan van de kerken te Antwerpen en te Elsene (geünificeerde anglicaanse kerk) 15 840,77 EUR d) Kapelaan van de andere kerken 14 397,74 EUR\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-114\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 114</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 29bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 23 januari 1981 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 december 2004, wordt vervangen als volgt : \"Art. 29bis.De jaarwedden van de door het Rijk bezoldigde bedienaars van de islamitische eredienst worden vastgesteld als volgt : a) Secretaris-generaal 43 228,00 EUR b) Adviseur 20 500,33 EUR c) Secretaris 20 500,33 EUR d) Adjunct-secretaris 16 994,30 EUR e) Theoloog 18 652,70 EUR f) Eerste Imam in rang 18 652,70 EUR g) Predikant 15 840,77 EUR h) Tweede Imam in rang 15 840,77 EUR i) Derde Imam in rang 13 409,11 EUR\". HOOFDSTUK 1 2. - Wijziging van de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten5 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden Art. 115.Artikel 20 van de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten5 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden, ingevoegd bij de wet van 10 mei 2007, wordt aangevuld met de bepaling onder 5°, luidende : \"5° hij die in een van de in artikel 444 van het Strafwetboek bedoelde omstandigheden, feiten overeenstemmend met een misdaad van genocide, een misdaad tegen de mensheid of een oorlogsmisdaad zoals bedoeld in artikel 136quater van het Strafwetboek, en als dusdanig vastgesteld door een eindbeslissing van een internationaal gerecht, ontkent, schromelijk minimaliseert, poogt te rechtvaardigen of goedkeurt, wetende of verondersteld zijnde te weten dat dit gedrag hetzij een persoon, hetzij een groep, een gemeenschap of leden ervan zou kunnen blootstellen aan discriminatie, haat of geweld wegens een van de beschermde criteria of godsdienst, in de zin van artikel 1, lid 3, van het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht, en dit, zelfs buiten de in artikel 5 bedoelde domeinen.\". HOOFDSTUK 1 3. - Wijziging van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten8 betreffende de voorlopige hechtenis Art. 116.In artikel 24bis van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten8 betreffende de voorlopige hechtenis, ingevoegd bij de wet van 27 december 2012 en gewijzigd bij de wetten van 25 april 2014 en 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt een bepaling onder 5° ingevoegd, luidende : \"5° het technisch onmogelijk blijkt het elektronisch toezicht voort te zetten.\"; 2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende : \" § 4.De verdachte die in voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht is geplaatst, verblijft in de gevangenis : 1° voor de tijd die strikt noodzakelijk is voor de plaatsing en de activering van het materiaal voor het elektronisch toezicht;2° op bevel van de procureur des Konings, in geval van overmacht of wanneer hij een van de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden vervuld acht, of wanneer de verdachte wordt onderschept nadat hij zich aan het elektronisch toezicht heeft onttrokken, of wanneer het noodzakelijk blijkt bij wijziging van het adres van uitvoering van het elektronisch toezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderzoeksrechter, die behoorlijk en onverwijld in kennis wordt gesteld door de procureur des Konings van het bevel vermeld in het eerste lid, 2°, doet binnen vijf werkdagen te rekenen vanaf de terugkeer van de verdachte in de gevangenis uitspraak over het al dan niet voortzetten van de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht, zulks met toepassing van de paragrafen 1 en 2. Hij moet voorafgaandelijk de verdachte en zijn advocaat horen, aan wie daarvan bericht wordt gegeven overeenkomstig artikel 21, § 2. In geval van handhaving van een hechtenis onder elektronisch toezicht overeenkomstig artikel 26, § 3, tweede lid, wordt gehandeld overeenkomstig paragraaf 3.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-117\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 117</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 33, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 28 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/2000 numac 2000009309 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de rechterlijke organisatie ten gevolge van de invoering van een procedure van onmiddellijke verschijning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/03/2001 numac 2001009222 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 117 van en tot invoeging van een artikel 240bis in het Gerechtelijk Wetboek sluiten en bij de wet van 2 augustus 2002, worden de woorden \"of alleen tot een geldboete\" vervangen door de woorden \", veroordeeld wordt tot een straf onder elektronisch toezicht, tot een werkstraf, tot een autonome probatiestraf, of tot een geldboete alleen, of indien een eenvoudige schuldigverklaring wordt uitgesproken\". HOOFDSTUK 1 4. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Art. 118.In het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt een artikel 450bis ingevoegd, luidende : \"Art. 450bis.Ten einde te vermijden dat een veroordeelde aan een onredelijk zware straf zou worden onderworpen, houdt de rechter bij de straftoemeting rekening met de verschuldigde administratieve geldboeten en belastingverhogingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 42, 3°, van het Strafwetboek vindt geen toepassing op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de fiscale misdrijven zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen in geval de vordering van de fiscale administratie gegrond wordt verklaard en tot een effectieve betaling van deze volledige vordering heeft geleid.\". Art. 119.In artikel 460 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 20 september 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden \"tweede lid\" vervangen door de woorden \" § 2\"; 2° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt : \"Het openbaar ministerie beslist om al dan niet de strafvervolging in te stellen van de feiten waarvan het kennis heeft genomen gedurende het overleg bedoeld in artikel 29, § 3, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering binnen de 3 maanden na de initiële aangifte bedoeld in artikel 29, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek.\". HOOFDSTUK 1 5. - Wijziging van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten9 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen Art. 120.In artikel 3, § 1, i), van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten9 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, ingevoegd bij de wet van 7 juli 2002, worden de woorden \"krachtens artikel 104, § 2, van het Wetboek van strafvordering\" vervangen door de woorden \"krachtens de artikelen 104, § 2, of 111quater, § 1, van het Wetboek van strafvordering\". HOOFDSTUK 1 6. - Wijziging van de wet van 28 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/06/2002 numac 2002009590 bron ministerie van justitie Wet betreffende de euthanasie sluiten betreffende de euthanasie Art. 121.Artikel 4, § 1, zesde lid, van de wet van 28 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/06/2002 numac 2002009590 bron ministerie van justitie Wet betreffende de euthanasie sluiten betreffende de euthanasie wordt vervangen als volgt : \"Met de wilsverklaring kan alleen rekening worden gehouden indien zij minder dan tien jaar vóór het moment waarop betrokkene zijn wil niet meer kan uiten, is opgesteld of bevestigd. Wanneer de persoon ervoor kiest om zijn wilsverklaring te registreren, overeenkomstig het achtste lid, kan hij de geldigheidsduur van zijn wilsverklaring zelf bepalen. In het geval van een geregistreerde wilsverklaring, wordt de persoon drie maanden vóór de vervaldag of ten minste om de tien jaar verwittigd van het bestaan van de wilsverklaring en van de mogelijkheid om deze aan te passen, te verlengen of in te trekken. De Koning bepaalt de nadere regels van deze informering.\". HOOFDSTUK 1 7. - Wijzigingen van de wet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten2 betreffende het Europees aanhoudingsbevel Art. 122.In artikel 11 van de wet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten2 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, gewijzigd bij de wet van 31 oktober 2017 en bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 5, vierde lid, wordt aangevuld met de volgende zin : \"Het verlaten hebben van het Belgisch grondgebied zonder de Belgische autoriteiten daarvan in te lichten of het zich onttrokken hebben aan de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel, wordt op vordering van het openbaar ministerie vastgesteld door het onderzoeksgerecht dat de definitieve beslissing over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel heeft uitgesproken.De beschikking of het arrest verklaart tevens dat de borgsom aan de Staat vervalt.\"; 2° paragraaf 5 wordt aangevuld met een vijfde lid, luidende : \"De in het vierde lid vermelde beslissing over de borgsom wordt betekend zoals de beslissing over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel overeenkomstig artikel 16, § 3, en 17, § 5. Tegen deze beslissing staan dezelfde rechtsmiddelen open als tegen de door dat onderzoeksgerecht genomen beslissing inzake de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel.\"; 3° in paragraaf 7, wordt het getal \"24\" vervangen door het woord \"achtenveertig\". Art. 123.Artikel 13, § 4, van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten3 en hersteld bij de wet van 5 februari 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten8, wordt aangevuld met de volgende leden : \"De borgsom wordt teruggegeven nadat met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel een definitieve beslissing is genomen en de betrokken persoon voortdurend op het Belgisch grondgebied aanwezig was tijdens alle procedurehandelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De borgsom wordt aan de Staat toegewezen zodra de betrokken persoon zonder gegronde redenen van verschoning het Belgische grondgebied heeft verlaten zonder de Belgische rechterlijke autoriteiten in te lichten of zich heeft onttrokken aan de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verlaten hebben van het Belgisch grondgebied zonder de Belgische rechterlijke autoriteiten daarvan in te lichten of het zich onttrokken hebben aan de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel, wordt op vordering van het openbaar ministerie vastgesteld door de raadkamer. De beschikking van de raadkamer verklaart tevens dat de borgsom aan de Staat vervalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het vijfde lid vermelde beslissing over de borgsom wordt betekend zoals de beslissing over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel overeenkomstig artikel 16, § 3, en 17, § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen deze beslissing staan dezelfde rechtsmiddelen open als tegen de door de raadkamer genomen beslissing inzake de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel.\". HOOFDSTUK 1 8. - Wijzigingen van de wet van 29 maart 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten4 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafhof en de internationale straftribunalen Art. 124.In artikel 26, § 3, van de wet van 29 maart 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten4 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafhof en de internationale straftribunalen, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden \"door het openbaar ministerie\" worden ingevoegd tussen de woorden \"wordt\" en \"op\"; 2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende : \"Voor zover zijn bevoegdheden dit mogelijk maken, staat het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring het openbaar ministerie bij in de tenuitvoerlegging van deze paragraaf, indien het openbaar ministerie erom verzoekt.\". Art. 125.In artikel 40 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de huidige eerste zin wordt paragraaf 1;2° er wordt na de nieuwe paragraaf 1 een paragraaf 2 ingevoegd, luidende : \" § 2.Het verzoek van het Hof tot tenuitvoerlegging van een geldboete moet worden geformuleerd in euro of anders gepaard gaan met een omzetting van het bedrag van de geldboete in euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het openbaar ministerie gaat over tot de tenuitvoerlegging van dat verzoek, voor zover dit betrekking heeft op een definitieve geldboete.</p>\n<p class=\"lf-p\">De procedure bedoeld in de artikelen 464/1 tot 464/41 van het Wetboek van strafvordering, met betrekking tot het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek, is van toepassing ongeacht het bedrag van de geldboete.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de betrokkene in staat is het bewijs van een betaling, geheel of ten dele, te leveren, brengt het openbaar ministerie dit ter kennis van de centrale autoriteit, die het Hof raadpleegt en daarbij alle nodige informatie opvraagt. Elk deel van het bedrag van de geldboete dat op eender welke wijze wordt geïnd door het Hof, wordt integraal in mindering gebracht van het bedrag van de geldboete die het voorwerp is van tenuitvoerlegging in België.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een einde gesteld aan de tenuitvoerlegging van de geldboete zodra het openbaar ministerie door de centrale autoriteit in kennis gesteld is van de betaling van het volledige bedrag van de geldboete.\"; 3° de huidige tweede en derde zin worden paragraaf 3;4° de huidige vierde zin, die de nieuwe paragraaf 4 wordt, wordt vervangen als volgt : \" § 4.De geldsommen, de roerende en onroerende goederen of de opbrengst van de verkoop ervan, verkregen ingevolge de tenuitvoerlegging van een arrest van het Hof, overeenkomstig de paragrafen 2 en 3, worden integraal overdragen aan het Hof op initiatief van het openbaar ministerie. Het stelt de centrale autoriteit in kennis van alle overdrachten aan het Hof met toepassing van deze paragraaf.\"; 5° een paragraaf 5 wordt ingevoegd, luidende : \" § 5.Voor zover zijn bevoegdheden dit mogelijk maken, staat het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring het openbaar ministerie bij in de tenuitvoerlegging van dit artikel, indien het openbaar ministerie erom verzoekt.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-126\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 126</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde wet, wordt een titel VIquater ingevoegd, luidende \"Samenwerking met het internationaal, onpartijdig en onafhankelijk Mechanisme belast met het ondersteunen van de onderzoeken naar de meest ernstige schendingen van internationaal recht die zijn gepleegd in de Arabische Republiek Syrië sinds maart 2011 en het helpen bij de berechting van de personen die hiervoor verantwoordelijk zijn\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-127\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 127</span><span class=\"lf-art-t\">In titel VIquater van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 126, wordt een hoofdstuk I ingevoegd, luidende \"Algemeen\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-128\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 128</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk I van titel VIquater, ingevoegd bij artikel 127, wordt een artikel 91 ingevoegd, luidende : \"Art. 91.Voor de toepassing van Titel VIquater van deze wet wordt verstaan onder : - \"Mechanisme\" : het internationaal, onpartijdig en onafhankelijk Mechanisme belast met het ondersteunen van de onderzoeken naar de meest ernstige schendingen van internationaal recht die zijn gepleegd in de Arabische Republiek Syrië sinds maart 2011 en het helpen bij de berechting van de personen die hiervoor verantwoordelijk zijn, ingesteld door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bij haar resolutie 71/248 van 21 december 2016; - \"Statuut\" : het mandaat van het Mechanisme, zoals nader omschreven in het verslag van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, getiteld \"Toepassing van de resolutie tot instelling van een internationaal, onpartijdig en onafhankelijk Mechanisme belast met het ondersteunen van de onderzoeken naar de meest ernstige schendingen van internationaal recht die zijn gepleegd in de Arabische Republiek Syrië sinds maart 2011 en het helpen bij de berechting van de personen die hiervoor verantwoordelijk zijn\", met referentienummer A/71/755; - \"Hoofd van het Mechanisme\" : het hoofd van het Mechanisme alsmede eenieder die door hem is gemachtigd of onder zijn gezag werkt in het kader van de functies die hij uitoefent krachtens het Statuut; - \"Centrale autoriteit\" : de autoriteit die bevoegd is voor samenwerking tussen België en het Mechanisme, te weten binnen de federale Overheidsdienst Justitie de dienst internationaal humanitair recht, aangewezen bij het koninklijk besluit van 17 september 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/2000 numac 2000009309 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de rechterlijke organisatie ten gevolge van de invoering van een procedure van onmiddellijke verschijning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/03/2001 numac 2001009222 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 117 van en tot invoeging van een artikel 240bis in het Gerechtelijk Wetboek sluiten0 houdende oprichting van een dienst internationaal humanitair recht; - \"Openbaar ministerie\" : de federale procureur.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-129\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 129</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde hoofdstuk I wordt een artikel 92 ingevoegd, luidende : \"Art. 92.België kan overeenkomstig de bepalingen van deze wet gevolg geven aan de verzoeken om samenwerking van het Mechanisme.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-130\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 130</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde hoofdstuk I wordt een artikel 93 ingevoegd, luidende : \"Art. 93.§ 1. De centrale autoriteit is bevoegd om de verzoeken uitgaande van het Mechanisme in ontvangst te nemen, om de verzoeken om samenwerking uitgaande van de bevoegde Belgische autoriteiten over te zenden aan het Mechanisme en om elke informatie van gerechtelijke aard die onder de bevoegdheid van het Mechanisme kan vallen, over te zenden aan het Mechanisme. Zij staat in voor de opvolging ervan. § 2. De verzoeken van het Mechanisme worden aan de centrale autoriteit gericht door elk communicatiemiddel dat een geschrift nalaat. Zij moeten worden opgesteld in een van de officiële talen van België of in het Engels. Zo niet moeten zij vergezeld gaan van een eensluidend verklaarde vertaling in een van de officiële talen van België. § 3. De bevoegde Belgische autoriteiten kunnen om de medewerking van het Mechanisme verzoeken. De verzoeken worden overgezonden door toedoen van de centrale autoriteit. De Belgische autoriteiten moeten de voorwaarden in acht nemen waarvan het Mechanisme de tenuitvoerlegging van het verzoek afhankelijk stelt. Indien de stukken tot staving niet zijn opgesteld in een van de werktalen van het Mechanisme, moeten zij vergezeld gaan van een vertaling in een van de officiële talen van de Verenigde Naties.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 131</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde hoofdstuk I wordt een artikel 94 ingevoegd, luidende : \"Art. 94.De bevoegde autoriteiten verlenen aan het Mechanisme hun volledige gerechtelijke samenwerking in alle procedures die voortvloeien uit een verzoek van het Mechanisme om samenwerking en waaraan de centrale autoriteit heeft beslist gevolg te geven.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 132</span><span class=\"lf-art-t\">In titel VIquater van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 126, wordt een hoofdstuk II ingevoegd, luidende \"Wederzijdse rechtshulp\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 133</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk II van titel VIquater, ingevoegd bij artikel 132, wordt een artikel 95 ingevoegd, luidende : \"Art. 95.§ 1. De verzoeken van het hoofd van het Mechanisme die gericht zijn op de uitvoering van maatregelen inzake inzameling en overlegging van gegevens die, overeenkomstig het Statuut van het Mechanisme, inzonderheid betrekking hebben op het vaststellen van de identiteit en het opsporen van personen, het verzamelen van getuigenissen, het overleggen van bewijzen en het toezenden van stukken, worden ten uitvoer gelegd volgens de procedure bepaald in de Belgische wetgeving en op de wijze omschreven in het verzoek, tenzij voornoemde wetgeving zulks verbiedt. § 2. Het verzoek van het hoofd van het Mechanisme dat betrekking heeft op een dwangmaatregel waarvoor enkel een onderzoeksrechter bevoegd is, wordt ten uitvoer gelegd door de onderzoeksrechter van het gerechtelijk arrondissement waarin de plaats is gelegen waar de maatregel moet worden uitgevoerd Indien echter verschillende uitvoeringsmaatregelen worden gevraagd, kan het openbaar ministerie een van de territoriaal bevoegde rechters belasten met de uitvoering van al die maatregelen. § 3. Huiszoekingen en inbeslagnemingen waar het Mechanisme om verzoekt, overeenkomstig zijn Statuut, worden ten uitvoer gelegd overeenkomstig de Belgische wetgeving, zonder dat het verzoek uitvoerbaar moet worden verklaard. Alvorens de stukken aan het Mechanisme toe te zenden, doet de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de stukken zijn neergelegd, binnen vijf dagen nadat de zaak bij haar aanhangig is gemaakt, uitspraak over de overzending van de stukken aan het Mechanisme en, in voorkomend geval, over de vordering van derden-bezitters of van derden die beweren recht te hebben op de in beslag genomen zaak, die de griffie van de raadkamer vooraf heeft opgeroepen bij aangetekende zending.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij doet uitspraak in laatste aanleg, zonder mogelijkheid tot derdenverzet. § 4. Wanneer het Mechanisme, overeenkomstig zijn Statuut, iemand het statuut van beschermde getuige toekent of vraagt om de toekenning ervan en België vraagt om de nodige beschermingsmaatregelen te nemen, beslist de centrale autoriteit, na overleg met de voorzitter van de Getuigenbeschermingscommissie opgericht bij artikel 103 van het Wetboek van strafvordering, welke maatregelen als bedoeld in artikel 104 van hetzelfde Wetboek ten aanzien van deze persoon moeten worden genomen. Los van de maatregelen die ten aanzien van de beschermde getuige zijn genomen, kan de centrale autoriteit, wanneer zij dat nodig acht, ook beschermingsmaatregelen als bedoeld in artikel 104 nemen ten aanzien van de verwanten van deze persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze maatregelen worden uitgevoerd op dezelfde manier als de maatregelen die zijn genomen ten aanzien van een bedreigde getuige, een gezinslid of een andere bloedverwant, bedoeld in artikel 102 van hetzelfde Wetboek. Met inachtneming van het beginsel van proportionaliteit kunnen samen of achtereenvolgens gewone en bijzondere beschermingsmaatregelen worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 106 van het Wetboek van strafvordering kan een identiteitswijziging worden toegekend aan een beschermde getuige en aan zijn verwanten, op beslissing van de centrale autoriteit, na raadpleging van de voorzitter van de Getuigenbeschermingscommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe identiteit wordt vastgesteld op voorstel van de getuigenbeschermingsdienst, na overleg met de betrokken persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger en wordt door tussenkomst van de voorzitter van de Getuigenbeschermingscommissie aan de centrale autoriteit meegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De procedure van identiteitswijziging is niet enkel beperkt tot de personen die de Belgische nationaliteit bezitten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De centrale autoriteit kan elke bevoegde autoriteit verzoeken om te zorgen voor de tenuitvoerlegging van deze beslissing. In dat kader kan de centrale autoriteit bijzondere voorwaarden of aanvullende maatregelen opleggen om de bescherming van de getuigen te kunnen waarborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verandering van naam, voornamen, geboortedatum en -plaats is vrijgesteld van registratierecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 29 van het Burgerlijk Wetboek kan enkel met de uitdrukkelijke toestemming van de centrale autoriteit, na raadpleging van de voorzitter van de Getuigenbeschermingscommissie, een uittreksel of afschrift worden afgegeven van een akte van de burgerlijke stand betreffende een persoon van wie de identiteit overeenkomstig deze paragraaf is gewijzigd. Hetzelfde geldt voor elk document of attest dat het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen of de Dienst Vreemdelingenzaken moet afgeven op verzoek van de centrale autoriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kan geen misdrijf zijn wanneer strikt noodzakelijke feiten worden gepleegd in het kader van het tweede tot het zevende lid, ter verzekering van de bescherming van de getuige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het Mechanisme de in het eerste lid bedoelde persoon het statuut van beschermde getuige ontneemt, beslist de centrale autoriteit of de maatregelen ten aanzien van die persoon of ten aanzien van de andere personen moeten worden behouden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 134</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde hoofdstuk II wordt een artikel 96 ingevoegd, luidende : \"Art. 96.De bevoegde gerechtelijke autoriteit waarbij de zaak aanhangig is, stelt het Mechanisme in kennis van de datum en plaats van de tenuitvoerlegging van de gevorderde maatregel. Het hoofd van het Mechanisme kan door de centrale autoriteit gemachtigd worden om die tenuitvoerlegging bij te wonen.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 135</span><span class=\"lf-art-t\">In dezelfde wet wordt een Titel VIquinquies ingevoegd, luidende \"Samenwerking met de Onderzoeksteams\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 136</span><span class=\"lf-art-t\">In titel VIquinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 135, wordt een hoofdstuk I ingevoegd, luidende \"Algemeen\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 137</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk I van titel VIquinquies, ingevoegd bij artikel 136, wordt een artikel 97 ingevoegd, luidende : \"Art. 97.Voor de toepassing van Titel VIquinquies van deze wet wordt verstaan onder : - \"Onderzoeksteams\" : de Onderzoeksteams opgericht door de Verenigde Naties en met mandaat om straffeloosheid voor oorlogsmisdaden, misdaden tegen de mensheid, misdaden van genocide of enig ander internationaal misdrijf te bestrijden; - \"Statuut\" : het mandaat van het Onderzoeksteam, zoals nader omschreven in de relevante instrumenten die zijn aangenomen door de Verenigde Naties; - \"Personeel van het Onderzoeksteam\" : elke persoon die door zijn mandaat gemachtigd is om op te treden in naam van een Onderzoeksteam; - \"Centrale autoriteit\" : de autoriteit bevoegd voor samenwerking tussen België en een Onderzoeksteam, te weten, binnen de federale overheidsdienst Justitie, de dienst internationaal humanitair recht, aangewezen bij het koninklijk besluit van 17 september 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/2000 numac 2000009309 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de rechterlijke organisatie ten gevolge van de invoering van een procedure van onmiddellijke verschijning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/03/2001 numac 2001009222 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 117 van en tot invoeging van een artikel 240bis in het Gerechtelijk Wetboek sluiten0 houdende oprichting van een dienst internationaal humanitair recht; - \"Openbaar ministerie\" : de federale procureur.\". Art. 138.In hetzelfde hoofdstuk I wordt een artikel 98 ingevoegd, luidende : \"Art. 98.Overeenkomstig de bepalingen van deze wet, wanneer er een internationale verplichting tot samenwerking met een Onderzoeksteam bestaat, geeft België gevolg aan de verzoeken tot samenwerking zoals geformuleerd door het Onderzoeksteam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig de bepalingen van deze wet, wanneer er geen internationale verplichting tot samenwerking met een Onderzoeksteam is, kan België gevolg geven aan de verzoeken tot samenwerking zoals geformuleerd door het Onderzoeksteam.\". Art. 139.In hetzelfde hoofdstuk I wordt een artikel 99 ingevoegd, luidende : \"Art. 99.§ 1. De centrale autoriteit is bevoegd om de verzoeken uitgaande van het Onderzoeksteam in ontvangst te nemen via de diplomatieke weg en om via diezelfde weg aan het Onderzoeksteam de verzoeken om samenwerking uitgaande van de bevoegde Belgische autoriteiten over te zenden alsook elke informatie van gerechtelijke aard die onder de bevoegdheid van het Onderzoeksteam kan vallen. Zij staat in voor de opvolging ervan. § 2. De verzoeken van het Onderzoeksteam worden aan de Belgische autoriteiten gericht door elk communicatiemiddel dat een geschrift nalaat. Zij moeten opgesteld zijn in een van de officiële talen van België of in het Engels. Zo niet moeten zij vergezeld gaan van een eensluidend verklaarde vertaling in een van de officiële talen van België. § 3. De bevoegde Belgische autoriteiten kunnen om de medewerking van het Onderzoeksteam verzoeken. De verzoeken worden overgezonden door toedoen van de centrale autoriteit en via de diplomatieke weg. De Belgische autoriteiten moeten de voorwaarden in acht nemen waarvan het Onderzoeksteam de tenuitvoerlegging van het verzoek afhankelijk stelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stukken ter staving moeten, indien zij niet in een van de werktalen van het Onderzoeksteam zijn opgesteld, vergezeld gaan van een vertaling in een van deze talen.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-140\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 140</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde hoofdstuk I wordt een artikel 100 ingevoegd, luidende : \"Art. 100.De bevoegde autoriteiten verlenen aan het Onderzoeksteam hun volledige gerechtelijke samenwerking in alle procedures die voortvloeien uit een verzoek tot samenwerking vanwege het Onderzoeksteam en die vallen onder een internationale verplichting tot samenwerking, of waaraan de centrale autoriteit beslist heeft gevolg te geven.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-141\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 141</span><span class=\"lf-art-t\">In titel VIquinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 135, wordt een hoofdstuk II ingevoegd, luidende \"Wederzijdse rechtshulp\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 142</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk II van titel VIquinquies, ingevoegd bij artikel 141, wordt een artikel 101 ingevoegd, luidende : \"Art. 101.§ 1. De verzoeken van het Onderzoeksteam die gericht zijn op de uitvoering van maatregelen inzake inzameling en overlegging van gegevens die, overeenkomstig het Statuut van het Onderzoeksteam, inzonderheid betrekking hebben op het vaststellen van de identiteit en het opsporen van personen, het verzamelen van getuigenissen, het overleggen van bewijzen en het toezenden van stukken, worden ten uitvoer gelegd volgens de procedure bepaald in de Belgische wetgeving en op de wijze omschreven in het verzoek, tenzij voornoemde wetgeving zulks verbiedt. § 2. Het verzoek van het Onderzoeksteam met betrekking tot een dwangmaatregel waarvoor enkel een onderzoeksrechter bevoegd is, wordt ten uitvoer gelegd door de onderzoeksrechter van het gerechtelijk arrondissement waarin de plaats is gelegen waar de maatregel moet worden uitgevoerd Indien echter verschillende uitvoeringsmaatregelen worden gevraagd, kan het openbaar ministerie een van de territoriaal bevoegde rechters belasten met de uitvoering van al die maatregelen. § 3. Huiszoekingen en inbeslagnemingen waar het Onderzoeksteam om verzoekt, overeenkomstig zijn Statuut, worden ten uitvoer gelegd overeenkomstig de Belgische wetgeving, zonder dat het verzoek uitvoerbaar moet worden verklaard. Alvorens de stukken aan het Onderzoeksteam toe te zenden, doet de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de stukken zijn neergelegd, binnen vijf dagen nadat de zaak bij haar aanhangig is gemaakt, uitspraak over de overzending van de stukken aan het Onderzoeksteam en, in voorkomend geval, over de vordering van derden-bezitters of van derden die beweren recht te hebben op de in beslag genomen zaak, die de griffie van de raadkamer vooraf heeft opgeroepen bij aangetekende zending.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij doet uitspraak in laatste aanleg, zonder mogelijkheid tot derdenverzet. § 4. Wanneer het Onderzoeksteam bevoegd is om iemand het statuut van beschermde getuige toe te kennen of om de toekenning ervan te vragen en België vraagt om de nodige beschermingsmaatregelen te nemen, beslist de centrale autoriteit, na overleg met de voorzitter van de Getuigenbeschermingscommissie opgericht bij artikel 103 van het Wetboek van strafvordering, welke maatregelen als bedoeld in artikel 104 van hetzelfde Wetboek ten aanzien van deze persoon moeten worden genomen. Los van de maatregelen die ten aanzien van de beschermde getuige zijn genomen, kan de centrale autoriteit, wanneer zij dat nodig acht, ook beschermingsmaatregelen als bedoeld in artikel 104 nemen ten aanzien van de verwanten van deze persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze maatregelen worden uitgevoerd op dezelfde manier als de maatregelen die zijn genomen ten aanzien van een bedreigde getuige, een gezinslid of een andere bloedverwant, bedoeld in artikel 102 van hetzelfde Wetboek. Met inachtneming van het beginsel van proportionaliteit kunnen samen of achtereenvolgens gewone en bijzondere beschermingsmaatregelen worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 106 van het Wetboek van strafvordering kan een identiteitswijziging worden toegekend aan een beschermde getuige en aan zijn verwanten, op beslissing van de centrale autoriteit, na raadpleging van de voorzitter van de Getuigenbeschermingscommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe identiteit wordt vastgesteld op voorstel van de Getuigenbeschermingsdienst, na overleg met de betrokken persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger, en wordt door tussenkomst van de voorzitter van de Getuigenbeschermingscommissie aan de centrale autoriteit meegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De procedure van identiteitswijziging is niet enkel beperkt tot de personen die de Belgische nationaliteit bezitten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De centrale autoriteit kan elke bevoegde autoriteit verzoeken om te zorgen voor de tenuitvoerlegging van deze beslissing. In dat kader kan de centrale autoriteit bijzondere voorwaarden of aanvullende maatregelen opleggen om de bescherming van de getuigen te kunnen waarborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verandering van naam, voornamen, geboortedatum en -plaats is vrijgesteld van registratierecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 29 van het Burgerlijk Wetboek kan enkel met de uitdrukkelijke toestemming van de centrale autoriteit, na raadpleging van de voorzitter van de Getuigenbeschermingscommissie, een uittreksel of afschrift worden afgegeven van een akte van de burgerlijke stand betreffende een persoon van wie de identiteit overeenkomstig deze paragraaf is gewijzigd. Hetzelfde geldt voor elk document of attest dat het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen of de Dienst Vreemdelingenzaken moet afgeven, op verzoek van de centrale autoriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kan geen misdrijf zijn wanneer strikt noodzakelijke feiten worden gepleegd in het kader van het tweede tot het zevende lid ter verzekering van de bescherming van de getuige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het Onderzoeksteam de in het eerste lid bedoelde persoon het statuut van beschermde getuige ontneemt, beslist de centrale autoriteit of de maatregelen ten aanzien van die persoon of ten aanzien van de andere personen moeten worden behouden.\". Art. 143.In hetzelfde hoofdstuk II wordt een artikel 102 ingevoegd, luidende : \"Art. 102.De bevoegde gerechtelijke autoriteit waarbij de zaak aanhangig is, stelt het Onderzoeksteam in kennis van de datum en plaats van tenuitvoerlegging van de gevorderde maatregel. Het personeel van het Onderzoeksteam kan door de centrale autoriteit gemachtigd worden om die tenuitvoerlegging bij te wonen.\". Art. 144.Het huidige artikel 91 van dezelfde wet wordt vernummerd tot artikel 103. HOOFDSTUK 1 9. - Wijziging van de wet van 21 juni 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten5 tot omzetting van het besluit van de raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken Art. 145.In artikel 9 van de wet van 21 juni 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten5 tot omzetting van het besluit van de raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken, wordt paragraaf 2 opgeheven. HOOFDSTUK 2 0. - Wijziging van de wet van 9 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten6 betreffende de internationale politiële verstrekking van gegevens van persoonlijke aard en informatie met gerechtelijke finaliteit, de wederzijdse internationale rechtshulp in strafzaken en tot wijziging van artikel 90ter van het Wetboek van strafvordering Art. 146.Artikel 8, § 4, eerste lid, van de wet van 9 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten6 betreffende de internationale politiële verstrekking van gegevens van persoonlijke aard en informatie met gerechtelijke finaliteit, de wederzijdse internationale rechtshulp in strafzaken en tot wijziging van artikel 90ter van het Wetboek van strafvordering, wordt aangevuld met de volgende zinnen : \"De overeenkomst wordt opgesteld en ondertekend conform artikel 12 van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten9 op het gebruik der talen in gerechtszaken of in het Engels. In dat laatste geval wordt een afschrift van de overeenkomst, dat vertaald is in de taal voorgeschreven in strafzaken voor de rechtbank waarin de onderzoeksrechter, de procureur des Konings of de federale procureur zijn opdracht uitoefent, toegevoegd aan het dossier.\". HOOFDSTUK 2 1. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten9 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten Art. 147.In artikel 31, § 1, van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten9 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten1, wordt tussen het zevende en het achtste streepje een nieuw streepje ingevoegd, luidende : \"- in voorkomend geval het verslag van een dienst of persoon die gespecialiseerd is in de problematieken verbonden met het terrorisme en het gewelddadig extremisme;\". Art. 148.In artikel 32 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten1 en de wet van 1 februari 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten0, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 ingevoegd, luidende : \" § 2. Indien de veroordeelde een straf ondergaat voor feiten bedoeld in titel 1ter van boek II van het Strafwetboek, of indien de veroordeelde tekenen vertoont van gewelddadig extremisme zoals gedefinieerd in het tweede lid, moet het advies bedoeld in artikel 30, § 2, vergezeld zijn van een verslag van een dienst of persoon die gespecialiseerd is in de problematieken verbonden met het terrorisme en het gewelddadig extremisme.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder gewelddadig extremisme wordt verstaan het bevorderen, het aanmoedigen of het plegen van handelingen die tot terrorisme kunnen leiden en waarbij een ideologie wordt verdedigd ter verkondiging van een raciale, nationale, etnische of religieuze suprematie of die in strijd is met de fundamentele waarden en principes van de democratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies omvat een beoordeling van de noodzaak om een aangepast begeleidingstraject op te leggen.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-149\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 149</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 41 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006 en 1 februari 2016, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 ingevoegd, luidende : \" § 2. Indien de veroordeelde een straf ondergaat voor één van de feiten bedoeld in titel 1ter van boek II van het Strafwetboek, of indien de veroordeelde tekenen vertoont van gewelddadig extremisme zoals gedefinieerd in artikel 32, § 2, tweede lid, kan de strafuitvoeringsrechter aan de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit de voorwaarde verbinden van het volgen van een aangepast begeleidingstraject bij een dienst of persoon die gespecialiseerd is in de problematieken verbonden met het terrorisme en het gewelddadig extremisme. De rechter bepaalt de termijn gedurende dewelke de veroordeelde dit traject moet volgen.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-150\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 150</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 56 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 wordt, wordt aangevuld met de 2, 3 en 4 luidende paragrafen : \" § 2. De strafuitvoeringsrechtbank omkleedt het vonnis tevens met bijzondere redenen wanneer de beslissing tot toekenning of afwijzing van de desbetreffende strafuitvoeringsmodaliteit afwijkt van het advies van de directeur of van het advies van het openbaar ministerie of wanneer haar beslissing om al dan niet bijzondere voorwaarden op te leggen overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, afwijkt van het advies van de directeur of van het advies van het openbaar ministerie. § 3. Ingeval het een toekenning van een voorwaardelijke invrijheidsstelling betreft, bepaalt de strafuitvoeringsrechtbank in haar vonnis eveneens of de veroordeelde tijdens de voorwaardelijke invrijheidsstelling al dan niet het grondgebied van het Rijk mag verlaten Ingeval de veroordeelde het grondgebied van het Rijk mag verlaten, bepaalt de strafuitvoeringsrechtbank in haar vonnis de maximumperiode voor dewelke de veroordeelde dit kan en de frequentie ervan en, in voorkomend geval, of en op welke wijze de veroordeelde het openbaar ministerie voorafgaandelijk moet inlichten voor hij het grondgebied van het Rijk verlaat. § 4. In geval van een veroordeling wegens feiten bedoeld in Boek II, titel Iter, van het Strafwetboek, of in geval er concrete elementen bestaan van gewelddadig extremisme, zoals gedefinieerd in artikel 32, § 2, tweede lid, moet de strafuitvoeringsrechtbank haar overeenkomstig paragraaf 3, gegeven toestemming om het grondgebied van het Rijk te verlaten, met bijzondere redenen omkleden.\". HOOFDSTUK 2 2. - Wijzigingen van de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten8 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens Art. 151.Dit hoofdstuk voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2017/853 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens. Art. 152.Artikel 2 van de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten8 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, gewijzigd bij de wet van 25 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3 en de wet van 7 januari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten5, wordt gewijzigd als volgt : 1° tussen de bepalingen onder 2° en 3° worden een 2° /1 en een 2° /2 ingevoegd, luidende : \"2° /1 \"museum\" : \"een permanente instelling ten dienste van de samenleving en de ontwikkeling daarvan, die toegankelijk is voor het publiek en die vuurwapens, essentiële onderdelen onderworpen aan de proef, munitie of laders verwerft, bewaart, onderzoekt en tentoonstelt voor historische, culturele, wetenschappelijke, technische, educatieve of amusementsdoeleinden of uit erfgoedoverwegingen\"; 2° /2 \"verzamelaar\" : \"iedere natuurlijke of rechtspersoon die zich bezighoudt met het verzamelen en bewaren van vuurwapens, essentiële onderdelen onderworpen aan de proef, munitie of laders voor historische, culturele, wetenschappelijke, technische of educatieve doeleinden of uit erfgoedoverwegingen\";\"; 2° tussen de bepalingen onder 11° en 12° wordt een bepaling onder 11° /1 ingevoegd, luidende : \"11° /1 \"vuurwapen\" : \"een van een loop voorzien wapen waarmee door explosieve voortstuwing een lading, kogel of een projectiel wordt uitgestoten, en dat daartoe is ontworpen of daartoe kan worden omgebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een object wordt geacht te kunnen worden omgebouwd zodat door middel van explosieve voortstuwing een lading, kogel of projectiel uitgestoten kan worden wanneer : a) het qua vormgeving gelijk is aan een vuurwapen, en b) het ingevolge zijn constructie of het materiaal waarvan het is gemaakt aldus kan worden omgebouwd.\" 3° tussen de bepalingen onder 26° en 27° wordt een bepaling onder 26° /1 ingevoegd, luidende : \"26° /1 \"wapens voor saluutschoten en akoestische signalen\" : \"vuurwapens die specifiek gebouwd of omgebouwd zijn om enkel blanke patronen af te vuren en bedoeld zijn voor gebruik in bijvoorbeeld theatervoorstellingen, fotosessies, film- en televisieopnames, het naspelen van historische gebeurtenissen, optochten, sportevenementen of opleiding\";\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 153</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet 11 mei 2007, de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 25 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3 en de wet van 7 januari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, 3°, worden de woorden \"laders die uitsluitend geschikt zijn voor die wapens,\" ingevoegd tussen de woorden \"munitie die specifiek is ontworpen voor die wapens,\" en het woord \"bommen\";2° in paragraaf 1, 15°, wordt het tweede streepje aangevuld met de woorden \"en desgevallend voor bepaalde categorieën bezitters\";3° paragraaf 1 wordt aangevuld als volgt : \"19° Automatische vuurwapens die zijn omgebouwd tot semiautomatische vuurwapens; 20° Lange semiautomatische vuurwapens die kunnen worden ingekort tot een lengte van minder dan 60 cm zonder functionaliteit te verliezen door middel van een opvouwbare of telescopische kolf of een kolf die kan worden verwijderd zonder gebruik van instrumenten.\"; 4° in paragraaf 2, 3°, worden de woorden \"en de voorwaarden\" ingevoegd tussen het woord \"regels\" en het woord \"vastgesteld\" en wordt de bepaling aangevuld als volgt : \"Het voorhanden hebben van onbruikbaar gemaakte vuurwapens is aangifteplichtig.De modaliteiten van die aangifteplicht worden bepaald door de Koning;\"; 5° er wordt een vierde paragraaf toegevoegd, luidende : \" § 4.Vuurwapens die zijn omgebouwd om blanke patronen, irriterende stoffen, andere werkzame stoffen of pyrotechnische patronen af te vuren of zijn omgebouwd tot wapens voor saluutschoten of akoestische signalen, en niet in die zin omgebouwde vuurwapens waarmee enkel met de genoemde patronen of stoffen wordt geschoten, blijven ingedeeld in de categorie waartoe ze op basis van de paragrafen 1 en 3 worden ingedeeld.\" Art. 154.In artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3 en de wet van 7 januari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten5, worden in paragraaf 1 de woorden \"een museum of\" vervangen door de woorden \"als museum of verzamelaar\" en worden in paragraaf 2 de woorden \", munitie of laders\" ingevoegd tussen het woord \"vuurwapens\" en het woord \"uitoefenen\". Art. 155.In artikel 11/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3 en gewijzigd bij de wet van 7 januari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten5, wordt in het tweede en het derde lid het woord \"twee\" vervangen door het woord \"drie\". Art. 156.In artikel 12 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3 en de wet van 7 januari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden \"hun geschiktheid om veilig een vuurwapen te hanteren zijn nagegaan\" vervangen door de woorden \"hun geschiktheid op praktisch en medisch vlak om veilig een vuurwapen te hanteren zonder gevaar voor henzelf of voor anderen vooraf zijn nagegaan\";2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden \"hun geschiktheid om veilig een vuurwapen te hanteren vooraf zijn nagegaan\" vervangen door de woorden \"hun geschiktheid op praktisch en medisch vlak om veilig een vuurwapen te hanteren zonder gevaar voor henzelf of voor anderen vooraf zijn nagegaan\". Art. 157.In artikel 12/1, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 7 januari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten5, worden de woorden \"een maand\" vervangen door de woorden \"een week\" en worden de woorden \"bij de politiediensten of bij de gouverneur bevoegd voor zijn verblijfplaats\" vervangen door de woorden \"volgens de modaliteiten bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.\". Art. 158.In artikel 19, lid 1, 1°, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 25 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3, worden na de woorden \"de verkoop op afstand van wapens\" de woorden \", munitie en laders\" ingevoegd. Art. 159.In artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten0, de wet van 11 mei 2007, de wet van 25 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3 en de wet van 7 januari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt een nieuw vierde lid ingevoegd, luidende : \"Wapenhandelaars mogen de wapens en hulpstukken bedoeld in artikel 3, § 1, enkel verwerven, voorhanden hebben en overdragen in de zin van deze paragraaf als zij daartoe zijn erkend.Deze vuurwapens en hulpstukken moeten overeenstemmen met specifieke bestellingen of dienen tot prospectie in een beperkte hoeveelheid die de Koning nader kan bepalen.\"; 2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden \"en 15° \" vervangen door de woorden \", 15°, 19° en 20° \";3° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen als volgt : \"Erkende verzamelaars en musea mogen ze verwerven en voorhanden hebben op voorwaarde dat ze definitief geneutraliseerd zijn.De onder artikel 3, § 1, 3°, bedoelde laders moeten niet worden geneutraliseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De automatische vuurwapens en de wapens bedoeld in artikel 3, § 1, 19° en 20°, mogen evenwel in originele staat verworven en voorhanden gehouden worden door erkende verzamelaars en musea, die uit de automatische vuurwapens de slagpin moeten verwijderen en ze bewaren op de wijze bepaald door de Koning. Ten aanzien van erkende verzamelaars wordt dit enkel toegelaten in individuele speciale gevallen, bij wijze van uitzondering en naar behoren gemotiveerd, en na het bewijs aan de gouverneur te hebben geleverd dat er maatregelen zijn getroffen om te kunnen omgaan met risico's voor de openbare veiligheid of de openbare orde.\"; 4° paragraaf 3 wordt met twee leden aangevuld, luidende : \"De automatische vuurwapens, de laders die er uitsluitend voor geschikt zijn en de wapens bedoeld in artikel 3, § 1, 19° en 20°, mogen worden verworven, voorhanden gehouden en overgedragen door daartoe erkende wapenhandelaars in het kader van bestellingen voor erkende verzamelaars en musea.De wapens bedoeld in artikel 3, § 1, 19°, mogen worden verworven, voorhanden gehouden en overgedragen door daartoe erkende wapenhandelaars in het kader van bestellingen voor sportschutters die voldoen aan de voorwaarden genoemd in het vierde lid. De voorhanden gehouden vuurwapens moeten overeenstemmen met specifieke bestellingen of dienen tot prospectie in een beperkte hoeveelheid die de Koning nader kan bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wapens bedoeld in artikel 3, § 1, 19°, mogen verworven, voorhanden gehouden en overgedragen worden door houders van een sportschutterslicentie die : 1° het bewijs leveren dat ze actief trainen voor of deelnemen aan schietwedstrijden die worden erkend door een in België officieel erkende schietsportorganisatie of door een internationale, officieel erkende schietsportfederatie, en 2° een certificaat kunnen voorleggen van een in België officieel erkende schietsportorganisatie waarin wordt bevestigd dat : i) de sportschutter lid is van een schietvereniging en daar gedurende ten minste twaalf maanden regelmatig heeft getraind, en ii) het vuurwapen in kwestie voldoet aan de specificaties die vereist zijn voor de beoefening van een onderdeel van de schietsport dat wordt erkend door een internationale, officieel erkende schietsportfederatie.\" Art. 160.In artikel 30, tweede lid, van dezelfde wet, wordt na het woord \"gouverneur\" de komma opgeheven. Art. 161.In artikel 32, derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 25 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3 en gewijzigd bij de wet van 7 januari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten5, worden de woorden \"of artikel 27, § 3, vierde lid,\" ingevoegd tussen de woorden \"of artikel 11/1\" en de woorden \"bedoelde voorwaarden\". Art. 162.In artikel 37, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3, worden de woorden \"Het advies\" vervangen door de woorden \"De raadpleging\". Art. 163.In het hoofdstuk XVIII van dezelfde wet wordt een artikel 45/2 ingevoegd, luidende : \"Art. 45/2.Personen die een vuurwapen bedoeld in artikel 3, § 1, 19° of 20°, rechtmatig verwierven en registreerden vóór 13 juni 2017, hetzij door een vergunning, hetzij door een registratie op grond van een jachtverlof, getuigschrift van bijzondere wachter of sportschutterslicentie, hetzij door een registratie in het register van een erkende persoon, mogen dit vuurwapen verder voorhanden hebben, mits aan de overige wettelijke voorwaarden inzake het voorhanden hebben van wapens is voldaan. Zij kunnen het betreffende vuurwapen enkel overdragen aan de sportschutters bedoeld in artikel 27, § 3, vierde lid en aan daartoe erkende handelaars, verzamelaars en musea.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze kunnen het vuurwapen tevens laten neutraliseren overeenkomstig artikel 3, § 2, 3°, of er afstand van doen.\" HOOFDSTUK 2 3. - Wijziging van het Sociaal Strafwetboek Art. 164.In artikel 186, eerste lid, 3°, van het Sociaal Strafwetboek, gewijzigd bij de wet van 30 maart 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten7, worden de woorden \", de overeenkomst voor het mobiliteitsbudget met toepassing van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget\" ingevoegd tussen de woorden \"de overeenkomst voor de mobiliteitsvergoeding met toepassing van de wet van 30 maart 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten7 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding\" en de woorden \"en de arbeidsovereenkomst voor uitvoering van tijdelijke arbeid\". HOOFDSTUK 2 4. - Wijzigingen van de wet van 15 mei 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten2 betreffende het tijdelijk huisverbod in geval van huiselijk geweld Art. 165.In artikel 3 van de wet van 15 mei 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten2 betreffende het tijdelijk huisverbod in geval van huiselijk geweld worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 3 worden de woorden \"tien dagen\" vervangen door de woorden \"veertien dagen\";2° de inleidende zin van paragraaf 4 wordt vervangen als volgt : \"De beslissing van de Procureur des Konings wordt mondeling meegedeeld aan de uithuisgeplaatste.Binnen de kortst mogelijke termijn wordt via het meest geschikte communicatiemiddel aan de uithuisgeplaatste en aan degenen die dezelfde verblijfplaats betrekken, een afschrift meegedeeld van dit op schrift gesteld bevel, dat inzonderheid bevat :\"; 3° de eerste zin van paragraaf 5, eerste lid, wordt opgeheven; 4° paragraaf 5, tweede lid, wordt vervangen als volgt : \"De procureur des Konings deelt zijn beslissing tot tijdelijk huisverbod onverwijld mee aan de bevoegde dienst van de Gemeenschappen opdat deze de personen die met de uithuisgeplaatste dezelfde verblijfplaats betrekken zou bijstaan en voorlichten.\". 5° paragraaf 5, derde lid, wordt vervangen als volgt : \"De procureur des Konings deelt zijn beslissing tot tijdelijk huisverbod eveneens onverwijld mee aan de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, krachtens artikel 5, § 1, III, tweede lid, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen, opdat deze de uithuisgeplaatste zou bijstaan en opvolgen tijdens het tijdelijk huisverbod.\". Art. 166.In artikel 5, paragraaf 5, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten9, die vervangen is bij de wet van 8 mei 2014, worden de woorden \"het vredegerecht\" vervangen door de woorden \"de familierechtbank\". Art. 167.In dezelfde wet wordt een nieuw hoofdstuk 2/1 ingevoegd, luidende \"Bestraffing van de overtreding van het huisverbod\". Art. 168.In het hoofdstuk 2/1 van dezelfde wet, ingevoegd door artikel 167, wordt een artikel 5/1 ingevoegd, luidende : \"Art. 5/1.De uithuisgeplaatste, bedoeld in artikel 2, die het ten aanzien van zijn persoon door de procureur des Konings opgelegde bevel overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en een geldboete van 26 euro tot 100 euro of met een van die straffen alleen.\". Art. 169.In hetzelfde hoofdstuk 2/1, wordt een artikel 5/2 ingevoegd, luidend : \"Art. 5/2.De uithuisgeplaatste, bedoeld in artikel 2, die het ten aanzien van zijn persoon door de familierechtbank verlengde bevel overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en een geldboete van 26 euro tot 100 euro of met een van die straffen alleen.\". HOOFDSTUK 2 5. - Wijzigingen van de wet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten5 betreffende de internering Art. 170.Artikel 12, eerste lid, van de wet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten5 betreffende de internering, gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten9, wordt vervangen door de volgende leden : \"De onderzoeks- of vonnisgerechten kunnen beslissen, bij afzonderlijke gemotiveerde beschikking, ten aanzien van een beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde die zich hetzij in de toestand van opsluiting bevindt zoals omschreven in de artikelen 10 en 11, hetzij in vrijheid onder voorwaarden is gesteld, de hechtenis uit te voeren onder elektronisch toezicht, de betrokkene in vrijheid te laten of te stellen, al dan niet onder de oplegging van een of meer voorwaarden, voor de tijd die zij bepalen en uiterlijk tot aan de eerste zitting van de kamer voor de bescherming van de maatschappij vastgesteld overeenkomstig artikel 29, § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van een beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde wiens bevel tot aanhouding wordt uitgevoerd door een hechtenis onder elektronisch toezicht, kunnen zij, bij afzonderlijk gemotiveerde beschikking, beslissen hetzij tot onmiddellijke opsluiting overeenkomstig artikel 10, hetzij tot de verdere uitvoering van de hechtenis onder elektronisch toezicht, hetzij tot de invrijheidstelling van betrokkene, al dan niet onder de oplegging van een of meer voorwaarden, voor de tijd die zij bepalen en uiterlijk tot aan de eerste zitting van de kamer voor de bescherming van de maatschappij vastgesteld overeenkomstig artikel 29, § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval de betrokkene in vrijheid wordt gelaten of gesteld onder de oplegging van een of meer voorwaarden zijn de artikelen 37, tweede lid, en 38, §§ 1 en 2, van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten8 betreffende de voorlopige hechtenis van toepassing. In geval de verdere uitvoering van de hechtenis onder elektronisch toezicht wordt gehandhaafd, is artikel 24bis, §§ 3 en 4, van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten8 betreffende de voorlopige hechtenis van toepassing.\". Art. 171.In art 28, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten9, wordt de bepaling onder 1° opgeheven. Art. 172.Artikel 34 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten9, wordt aangevuld met een lid, luidende : \"Indien er tegelijkertijd een andere interneringsbeslissing in uitvoering is, neemt de kamer voor de bescherming van de maatschappij ook hierover een beslissing. In geval de kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist tot een invrijheidsstelling op proef, dan bepaalt zij ook de duur van de termijn overeenkomstig artikel 42, § 1, rekening houdend met het zorgtraject.\". Art. 173.In artikel 42, § 3, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet 4 mei 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord \"inrichting\" wordt telkens vervangen door het woord \"instelling\";2° in de Franse tekst worden de woorden \"un établissement résidentiel\" vervangen door de woorden \"une institution résidentielle\", de woorden \"l'établissement\" door de woorden \"l'institution\", en de woorden \"cet établissement\" door de woorden \"cette institution\";3° de woorden \"te verlaten\" worden vervangen door de woorden \"tijdelijk te verlaten\". Art. 174.Artikel 43 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten9, wordt aangevuld met een lid, luidende : \"Indien er geen advies werd uitgebracht binnen deze termijn, vat het openbaar ministerie onverwijld de kamer voor de bescherming van de maatschappij.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-175\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 175</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 44 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 2016 en 6 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden \"of van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, indien de geïnterneerde persoon in vrijheid is\" vervangen door de woorden \"van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, indien de geïnterneerde persoon in vrijheid is, of van de verantwoordelijke van de residentiële instelling ingeval het een invrijheidsstelling op proef overeenkomstig artikel 42, § 3, betreft\";b) in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden \"Het vonnis tot toekenning\" vervangen door de woorden \"Het vonnis tot plaatsing overeenkomstig artikel 19 en het vonnis tot toekenning\";c) paragraaf 2, eerste lid, wordt aangevuld met een 5°, 6°, 7° en 8° luidende : \"5° aan de bevoegde dienst van de Gemeenschappen van de verblijfplaats van het slachtoffer in geval er slachtoffergerichte voorwaarden zijn opgelegd;6° aan de korpschef van de lokale politie van de plaatsen waar de veroordeelde zich niet mag begeven en van de verblijfplaatsen van de personen waarmee hij niet in contact mag komen;7° in voorkomend geval, de directeur, indien het een beslissing tot plaatsing betreft in een inrichting bedoeld in artikel 3, 4°, b), of de verantwoordelijke voor de zorg, indien het een beslissing tot plaatsing betreft in een inrichting bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d); 8° in voorkomend geval, indien het een beslissing tot invrijheidsstelling op proef betreft overeenkomstig artikel 42, § 3, de verantwoordelijke van de residentiële instelling.\"; d) In paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden \"of 4° \" vervangen door de woorden \"tot 5° \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 176</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 46 van dezelfde wet, gewijzigd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 1 worden de woorden \"de rechter of\" ingevoegd tussen de woorden \"een uitvoeringsmodaliteit door\" en de woorden \"de kamer voor de bescherming\";b) in paragraaf 1 worden de woorden \"de rechter of\" ingevoegd tussen de woorden \"kan\" en de woorden \"de kamer voor de bescherming\";c) in paragraaf 3 worden de woorden \"de rechter of, in voorkomend geval,\" ingevoegd tussen de woorden \"met dien verstande dat\" en de woorden \"de kamer voor de bescherming\". Art. 177.In de Franse tekst van artikel 47, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten9, worden de woorden \"et lequel\" vervangen door het woord \", lequel\". Art. 178.In artikel 51, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten9, worden de woorden \" § 2\" vervangen door de woorden \" § 1\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-179\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 179</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 54 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 2016 en 6 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden \"De beschikking wordt genomen\" vervangen door de woorden \"Tenzij de kamer voor de bescherming van de maatschappij van oordeel is dat voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing een tegensprekelijke zitting moet worden georganiseerd overeenkomstig paragraaf 8, neemt ze de beschikking\"; b) paragraaf 5, eerste lid, wordt vervangen als volgt : \"Tegen deze beschikking kan het openbaar ministerie of de advocaat van de geïnterneerde persoon, voor zover het verzoek niet van deze partij is uitgegaan, binnen vijf werkdagen na de kennisgeving verzet aantekenen bij een verklaring ter griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.\"; c) in paragraaf 6, tweede lid, worden de woorden \"de artikelen 47 § 1, 50, 51 en 52\" vervangen door de woorden \"paragraaf 9\";d) het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 8, 9 en 10, luidende : \" § 8.Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij van oordeel is dat voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing een tegensprekelijke zitting moet georganiseerd worden om verdere informatie in te winnen, wordt de zaak ambtshalve vastgesteld op de eerste nuttige zitting van de kamer ter bescherming van de maatschappij en uiterlijk binnen de veertien dagen na het verstrijken van de termijn bepaald in paragraaf 4 De procedure verloopt verder overeenkomstig paragraaf 9. § 9. Indien de zaak ambtshalve is vastgesteld ter zitting, worden de geïnterneerde persoon en zijn advocaat evenals het openbaar ministerie en de directeur, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), en de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), gehoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geïnterneerde persoon verschijnt persoonlijk. Hij wordt door zijn advocaat vertegenwoordigd indien medisch-psychiatrische vragen in verband met zijn toestand gesteld worden en het bijzonder schadelijk is om deze in zijn aanwezigheid te behandelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De advocaat van de geïnterneerde persoon kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het hoogdringend verzoek voorwaarden betreft die in zijn belang zijn opgelegd, kan het slachtoffer worden gehoord. Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om deze voorwaarden te onderzoeken. Het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg lichten bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die zij in hun advies hebben gesteld in het belang van het slachtoffer. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen. Het slachtoffer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een advocaat en kan zich laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen eveneens andere personen te horen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zitting vindt plaats met gesloten deuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen zeven dagen nadat de zaak in beraad is genomen, beslist de kamer voor de bescherming van de maatschappij. § 10. Het vonnis over het hoogdringend verzoek wordt bij aangetekende brief meegedeeld aan de geïnterneerde persoon en zijn advocaat en zo snel mogelijk en in elk geval binnen een werkdag via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel aan het slachtoffer, indien het voorwaarden betreft die in het belang van het slachtoffer zijn opgelegd, alsook schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg of de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval, de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissingen worden eveneens meegedeeld aan de autoriteiten en instanties, overeenkomstig artikel 44, § 2.\". Art. 180.In artikel 57, § 1, van dezelfde wet, worden de woorden \"van de in de artikelen 20, 21, 23, 24, 25 en 28 bedoelde modaliteiten\" vervangen door de woorden \"van de in artikel 19 bedoelde plaatsing en van de in de artikelen 20, 21, 23, 24, 25 en 28 bedoelde modaliteiten. Art. 181.In artikel 58 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 1 worden het derde en het vierde lid opgeheven;b) paragraaf 2 wordt opgeheven;c) paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : \" § 3.In voorkomend geval kan de kamer voor de bescherming van de maatschappij via de snelst mogelijke weg bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn om haar beslissing te kunnen nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kamer voor de bescherming van de maatschappij neemt onverwijld en ten laatste één maand na de ontvangst van het in paragraaf 1 bedoelde verzoek een gemotiveerde beschikking, tenzij zij van oordeel is dat een tegensprekelijke zitting overeenkomstig paragraaf 4 moet worden georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan bij gemotiveerde beslissing de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren niettegenstaande verzet.\"; d) een paragraaf 3/1 wordt ingevoegd, luidende : \" § 3/1.Tegen deze beschikking kan het openbaar ministerie of de advocaat van de geïnterneerde persoon, voor zover het verzoek niet van deze partij is uitgegaan, binnen vijf werkdagen na de kennisgeving verzet aantekenen bij een verklaring op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. Het verzet heeft opschortende werking, tenzij werd beslist tot onmiddellijke uitvoering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval van verzet, wordt de zaak ambtshalve vastgesteld op de eerste nuttige zitting van de kamer voor de bescherming van de maatschappij, die uiterlijk veertien dagen na de aantekening van het verzet moet plaatsvinden.\". Art. 182.Artikel 61, § 3, van dezelfde wet, wordt aangevuld met een lid, luidende : \"De termijn van een maand wordt geschorst tijdens de duur van het uitstel verleend op verzoek van de geïnterneerde persoon en van zijn advocaat.\". Art. 183.Artikel 65 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 2016 en 6 juli 2017, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 wordt, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : \" § 2. De voorlopige aanhouding is ook mogelijk in de periode nadat de internering bevolen werd doch vooraleer de bevoegde kamer voor de bescherming van de maatschappij een beslissing heeft genomen overeenkomstig artikel 34.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorlopige aanhouding wordt uitgevoerd in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a), b) en c).</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist binnen zeven werkdagen na de opsluiting van de geïnterneerde persoon over de handhaving van de voorlopige aanhouding. Dit vonnis wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk meegedeeld aan de geïnterneerde persoon en zijn advocaat, aan het openbaar ministerie, aan de directeur indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), aan de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c), en aan de bevoegde dienst van de Gemeenschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing tot handhaving is geldig voor de duur van één maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen deze termijn wordt de zaak behandeld op de zitting van de kamer voor de bescherming van de maatschappij, overeenkomstig artikel 29 § 2.\". Art. 184.In de Franse tekst van artikel 66, vervangen bij de wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten9, wordt onder b) het woord \"commettra\" vervangen door het woord \"commette\". Art. 185.In artikel 75, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 2016 en 6 juli 2017, worden de woorden \"en de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon in een inrichting verblijft of van de directeur van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen indien de geïnterneerde persoon in vrijheid is\" vervangen door de woorden \", van de directeur van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen indien de geïnterneerde persoon in vrijheid is of van de verantwoordelijke van de residentiële instelling ingeval de betrokkene een invrijheidsstelling op proef ondergaat overeenkomstig artikel 42, § 3\". Art. 186.In artikel 77/1, § 3, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten9, worden de woorden \" § 2\" gewijzigd door de woorden \" § 1\". Art. 187.Artikel 77/8 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten9, gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017 en gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr. 80/2018 van het Grondwettelijk Hof, wordt vervangen als volgt : \"Art. 77/8.De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de geïnterneerde veroordeelde.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van invrijheidsstelling op proef mag de door de kamer voor de bescherming van de maatschappij te bepalen termijn niet korter zijn dan de periode dat de veroordeelde, indien hij uitsluitend een vrijheidsstraf zou ondergaan, onder toezicht van de strafuitvoeringsrechtbank zou hebben gestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998007272 bron ministerie van landsverdediging Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/04/2016 numac 2016000213 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. - Duitse vertaling. - Erratum sluiten9 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de straf-uitvoeringsmodaliteiten wordt de duur van de plaatsing in een inrichting vermeld in artikel 3, 4°, a), b), c) of d) gelijk gesteld met detentie.\". Art. 188.In artikel 81 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 2016 en 6 juli 2017, worden de volgende wijzingen aangebracht : 1° in de Franse tekst van paragraaf 2 worden de woorden \"celles-ci sont assistées ou représentées\" vervangen door de woorden \"celle-ci est assistée ou représentée\";2° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, luidende : \" § 4.De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan, op gemotiveerd verzoek van de advocaat, toestaan dat de geïnterneerde persoon zich laat vertegenwoordigen door een advocaat.\". Art. 189.Artikel 84, § 2, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten9, wordt vervangen als volgt : \" § 2. De Koning stelt de aard en de voorwaarden van tenlasteneming door de Federale Overheidsdienst Justitie vast van de kosten verbonden aan een plaatsing in een in artikel 3, 4°, d), vermelde inrichting.\". HOOFDSTUK 2 6. - Wijziging van de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten4 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten Art. 190.Artikel 83, § 2, van de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 numac 2000003434 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten4 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018, wordt aangevuld met een lid, luidende : \"Paragraaf 1 is niet van toepassing op het doorsturen van informatie aan de gemeenschappelijke gegevensbanken beoogd in artikel 44/11/3bis van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt, waartoe de CFI een rechtstreekse toegang heeft. Wanneer informatie overeenkomstig artikel 44/11/3ter, § 4 van voornoemde wet door de CFI aan de gemeenschappelijke gegevensbanken wordt toegezonden, kan alle nuttige informatie medegedeeld worden aan alle diensten die krachtens voornoemde wet, of besluiten genomen ter uitvoering ervan, rechtstreeks toegang hebben tot alle of een gedeelte van de persoonsgegevens en informatie van deze gemeenschappelijke gegevensbanken. Deze informatie kan door deze diensten slechts worden aangewend in het kader van de doelstellingen waarvoor deze toegang hebben tot de gemeenschappelijke gegevensbanken.\" HOOFDSTUK 2 7. - Opheffingsbepalingen Art. 191.De wet van 28 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten2 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen wordt opgeheven. Art. 192.De wet van 15 juni 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1999 numac 1999003332 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen sluiten1 tot bestraffing van de overtreding van het tijdelijk huisverbod en tot wijziging van artikelen 594 en 627 van het Gerechtelijk Wetboek, wordt opgeheven. HOOFDSTUK 2 8. - Overgangsbepalingen Art. 193.Artikel 4bis van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, ingevoegd bij artikel 81 van deze wet, is van toepassing op de burgerlijke vorderingen die aanhangig gemaakt worden na de inwerkingtreding van artikel 83 van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-194\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 194</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 88, 1°, 89 en 91 van deze wet zijn van toepassing op de zaken die bij de inwerkingtreding van deze bepaling worden ingeleid voor de gespecialiseerde correctionele kamer bedoeld in artikel 76, § 2, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-195\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 195</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens het jaar dat volgt op de inwerkingtreding van artikel 88, 2°, van deze wet mogen de magistraten die de in artikel 259sexies, § 1, 1°, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde voortgezette vorming nog niet hebben gevolgd, ook worden aangewezen in de jeugdkamers die bevoegd zijn voor de in artikel 92, § 1, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde aangelegenheden om hun ambt uit te oefenen. Op het einde van deze periode mogen zij die functies blijven uitoefenen voor zover zij aantonen dat zij hebben voldaan aan de vereisten inzake opleiding waarin in het Gerechtelijk Wetboek is voorzien</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-196\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 196</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De parketjuristen van wie de aanwijzing om hun functie uit te oefenen bij het federaal parket voorafgaat aan de inwerkingtreding van artikel 162, § 3, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals vervangen bij artikel 94 worden benoemd bij het federaal parket, zonder dat artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is en zonder nieuwe eedaflegging</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-197\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 197</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Belgische magistraten die overeenkomstig de verordening 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie werden benoemd tot Europese aanklager of tot gedelegeerd Europese aanklager vóór de inwerkingtreding van de artikelen 99 en 100 van deze wet worden van rechtswege geacht te zijn voorgedragen overeenkomstig artikel 309/2 van het Gerechtelijk Wetboek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-198\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 198</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De federale magistraten die op het ogenblik van de inwerkingtreding van artikel 101 van deze wet zijn aangewezen als Belgisch lid of als adjunct van het Belgisch lid bij Eurojust en die vóór de inwerkingtreding van artikel 101 van deze wet de taalpremie genoten doch verloren bij de aanwijzing worden geacht deze premie, in voorkomend geval in overtal, van rechtswege behouden te hebben. De uitbetaling van deze premie wordt geschorst zolang zij hun functie uitoefenen op de zetel van Eurojust</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-199\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 199</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de drie maanden na de inwerkingtreding van artikel 153, kunnen personen, die een vuurwapen bedoeld in artikel 3, § 1, 20°, van de wapenwet rechtmatig verwierven vanaf 13 juni 2017 tot de inwerkingtreding van artikel 153, de opvouwbare of telescopische kolf of de kolf die kan worden verwijderd zonder gebruik van instrumenten, aanpassen zodat het vuurwapen niet langer valt onder de categorie van verboden wapens van artikel 3, § 1, 20°, van de wapenwet. HOOFDSTUK 2 9. - Inwerkingtreding Art. 200.Artikel 164 heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2019</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 12 en de artikelen 96, 97, 99, 100, 103, 104, 106 en 197 treden in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.</h3>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 3, 4, 83, 86, 87, 107, 108, 109, 110, 111, 112, 118, 119, 191 en 193 treden in werking op de datum bepaald door de Koning en ten laatste op 1 januari 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 121 treedt in werking op de datum dat het koninklijk besluit bedoeld in dat artikel in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bekendmaking dient plaats te vinden vóór 1 januari 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 156, 1°, treedt in werking op de eerste dag van de twaalfde maand na die waarin deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 165, 5°, treedt in werking op een datum door de Koning te bepalen en uiterlijk op 1 januari 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 5 mei 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">FILIP Van Koningswege : De Minister van Justitie, K. GEENS Met `s Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 54 3515 Integraal Verslag : 24 en 25 april 2019</p></div>", "next": 0}