{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De gewestelijke kamer van beroep velt een beslissing en bezorgt die aan de directeur-generaal en het betrokken personeelslid binnen een termijn van een maand die aanvangt op de dag dat het beroep werd ingediend. » Art. 85.Artikel 242 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Onder beroepsvorming dient te worden verstaan, elke vorming die de ambtenaar toelaat zijn kennis en bekwaamheden te verbeteren of te onderhouden, in verband met de betrekking en de functie die hij uitoefent of die hij zou kunnen uitoefenen bij een instelling van openbaar nut, de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel of, een andere overheidsdienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vorming wordt slechts erkend als beroepsvorming mits akkoord van het HRM. Ingeval de vorming op initiatief van de ambtenaar voorgesteld wordt, is bovendien het akkoord van de functionele chef vereist. » Art. 86.In het laatste zin van artikel 244 van hetzelfde besluit, wordt een « 3° » voor de termen « de opleidingen te organiseren » toegevoegd. Art. 87.In het laatste zin van artikel 245 van hetzelfde besluit, wordt een « 6° » voor de termen « een evaluatie van het vorige vormingsplan » toegevoegd. Art. 88.In artikel 247 van hetzelfde besluit worden de termen « raad van bestuur » vervangen door « directieraad ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Het laatste zin van tweede lid van artikel 247 wordt aangevuld met de termen « het jaar voordat het in werking trad ». Art. 89.Artikel 248 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « § 1. De doorlopende beroepsvorming is de vorming die: - tot doel heeft de aanpassing van de ambtenaar aan de evolutie van de organisatie, de technieken en de werkomstandigheden te vergemakkelijken en de beroepsbekwaamheid te behouden of te verbeteren; - in verband staat met de huidige functie van de ambtenaar; - wordt voorgesteld door het HRM of door de functionele chef van de ambtenaar, of aangevraagd wordt door de ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten verbonden aan de doorlopende beroepsvorming worden gedragen door de instelling voor zover de ambtenaar de in artikel 249 bepaalde voorwaarden in acht neemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het HRM of de functionele chef kan de ambtenaar opleggen bepaalde van deze vormingen te volgen, op voorwaarde dat deze overeenkomen met de tijdens het functiegesprek bepaalde doelstellingen bedoeld in artikel 98.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt uitgesloten van de doorlopende beroepsvorming, elke vrijwillige beroepsvorming, behoudens een uitdrukkelijke door de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal toegekende afwijking middels een met redenen omkleed advies van de directeur-generaal onder wie de ambtenaar ressorteert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De taalvormingen in het Nederlands en het Frans worden niet als doorlopende beroepsvorming beschouwd. Niettemin geniet de ambtenaar de in paragraaf 2 bedoelde dienstvrijstelling om ze te volgen. § 2. Een dienstvrijstelling wordt verleend ingeval de doorlopende beroepsvorming plaatsvindt tijdens de diensturen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de bovenvermelde vorming buiten de diensturen plaatsvindt, wordt hiervoor een compensatie per uur voorzien. » Art. 90.In tweede lid van artikel 249 van hetzelfde besluit worden de termen « de vorming belaste dienst » vervangen door « het HRM ». Art. 91.Artikel 250 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De vrijwillige beroepsvorming is de vorming die door de ambtenaar wordt aangevraagd en die hem toelaat zijn loopbaan te ontwikkelen in verband met betrekking en de de functie die de ambtenaar momenteel uitoefent of zou kunnen uitoefenen in de toekomst bij een instelling van openbaar nut, de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel of, een andere overheidsdienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij het HRM akkoord gaat, worden de kosten van de vrijwillige beroepsvorming gedragen door de ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeur generaal of de adjunct-directeur- generaal bepalen de voorwaarden waaronder de kosten inherent aan de vrijwillige beroepsvorming ten laste genomen worden. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 92</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 251, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met volgende voorwaarden : « d) de cursussen die deel uitmaken van de vormingen vermeld onder a) en b), die men als vrije student kan volgen, ongeacht het tijdstip waarop ze gegeven worden; »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-93\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 93</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tweede paragraaf van artikel 252 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « § 2. Het maximum dat in de eerste paragraaf van dit artikel vastgesteld is wordt evenredig verminderd naargelang van de volgende verloven en afwezigheden die gedurende het lopende schooljaar verkregen zijn: 1° de afwezigheden waarbij de ambtenaar in de administratieve toestand van non-activiteit of disponibiliteit is geplaatst;2° het verlof voor onderbreking van de beroepsloopbaan;3° het halftijds werken vanaf 50 en 55 jaar;4° de vierdagenweek;5° het verlof om een stage te doen in een overheidsdienst;6° het verlof voor opdracht;7° het verlof om zich kandidaat te stellen bij verkiezingen.» Derde paragraaf van artikel 252 wordt opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-94\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 94</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 253 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « § 1. Het vormingsverlof wordt toegekend door de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal; hij kan deze bevoegdheid delegeren aan de ambtenaar die hij aanwijst bij het HRM. De ambtenaar richt zijn verzoek voor een vormingsverlof tot de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal of tot de aangewezen ambtenaar, met het advies van zijn functionele chef. Indien er een maand nadat het verzoek werd ingediend geen beslissing werd genomen, wordt het vormingsverlof geacht toegekend te zijn Dit verlof kan geheel of gedeeltelijk geweigerd worden als het onverenigbaar is met het belang van de dienst. Het belang van de dienst mag echter niet twee maal voor dezelfde vorming worden ingeroepen om een vormingsverlof te weigeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor vormingen waarbij men in de les aanwezig moet zijn, mag het vormingsverlof niet meer dan twee keer worden toegekend voor eenzelfde vorming. § 2. Het vormingsverlof wordt toegekend middels een controle van inschrijving en nauwgezetheid, indien deze laatste mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze controles gebeuren aan de hand van een inschrijvingsbewijs en een nauwgezetheidsbewijs indien voorhanden dat de ambtenaar gehouden is over te maken volgens de voorschriften en binnen de termijnen vastgelegd door het HRM. De ambtenaar wordt verzocht de inschrijvings- en nauwgezetheidsbewijzen aan de instelling die de vorming organiseert aan het begin van de vorming voor te leggen, zodanig dat deze laatste ze tijdig kan invullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de ambtenaar voortijdig stopt met de vorming, komt er op dat ogenblik een einde aan het vormingsverlof. In dit geval meldt de ambtenaar zijn stopzetting onmiddellijk aan het HRM en bezorgt hem, indien voorhanden het nauwgezetheidsbewijs. § 3. Het vormingsverlof moet gebruikt worden tijdens de periode waarin de lessen gegeven worden, deze periode wordt verlengd met de examenzittijden waaraan de ambtenaar deelneemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de vorming uit een groot aantal uren bestaat, kan het HRM een planning voor het vormingsverlof opleggen, na raadpleging van de hiërarchische meerdere en de ambtenaar. Deze planning houdt rekening met het belang van de dienst maar ze mag geen afbreuk doen aan het recht om aan lessen en examens deel te nemen. § 4. Het recht op een vormingsverlof wordt geschorst indien uit het nauwgezetheidsbewijs blijkt dat de ambtenaar de vorming waarvoor hij een vormingsverlof heeft gekregen, niet nauwgezet heeft gevolgd. De schorsing geldt voor het resterende gedeelte van het schooljaar en voor de drie volgende schooljaren. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-95\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 95</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 254 van hetlzelfde besluit worden de termen « artikelen 100, 104 et 106 » vervangen door « artikelen 77, 81 et 84 »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-96\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 96</span><span class=\"lf-art-t\">In de Franse versie van het laatste lid van artikel 255 van hetzelfde besluit wordt het woord « à » vervangen door « a »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-97\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 97</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 256, laatste lid, van hetzelfde besluit wordt een « 8° » voor de termen « de afzetting » toegevoegd</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 98</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 257, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de termen « artikel 23, tweede lid » vervangen door « artikel 23, vierde lid »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-99\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 99</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 259, van hetzelfde besluit worden de termen « artikel 288 » vervangen door « artikel 257 »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-100\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 100</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 260, eerste lid, 2°, wordt de puntkomma vervangen door een punt</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-101\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 101</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 262 van hetzlefde besluit worden de termen « aan de datum waarop de vordering aanvangt » vervangen door « het voorstel van straf geviseerd in artikel 265</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-102\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 102</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 263 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Ingeval van strafvordering en indien het openbaar ministerie de einduitspraak van het gerecht heeft meegedeeld, wordt de tuchtvordering niet later ingesteld dan zes maanden na de ontvangst van deze mededeling door het orgaan bevoegd om de tuchtprocedure op te starten De strafvordering gelinkt aan de feiten die het voorwerp uitmaken van een tuchtprocedure kan de procedure en de tuchtuitspraak schorsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het komt de tuchtoverheid toe te oordelen of het gepast is de tuchtprocedure al dan niet te schorsen op basis van de elementen waarover ze beschikt. Vindt ze die elementen onvoldoende, dan schorst ze de procedure. Die beslissing moet geformaliseerd worden in een administratieve akte. De overheid neemt ook het beginsel van de redelijke termijn in aanmerking. » Art. 103.Tweede lid van artikel 264 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Op elk ogenblik van de tuchtprocedure kan de vervolgde ambtenaar, ter zijner/harer verdediging, zijn/haar dossier raadplegen en mag hij/zij worden bijgestaan door een verdediger naar keuze, met uitzondering van elke persoon die gevraagd wordt zich uit te spreken over de ten laste gelegde feiten. » Art. 104.Oud artikel 295 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 105.Oud artikel 296 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 106.Afdeling 2 van hoofdstuk 2 van titel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Afdeling 2. - Het voorstel van straf Art. 265.De directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal duidt de hiërarchische meerdere aan bevoegd voor de toepassing van de huidige afdeling. Art. 266.§ 1. De oproeping voor de hoorzitting wordt minstens zeven werkdagen vóór de hoorzitting betekend aan de vervolgde persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oproeping vermeldt het volgende: 1° de feiten die ten laste van de vervolgde persoon worden gelegd;2° de normen die deze feiten overtreden;3° de tuchtstraffen die uitgesproken kunnen worden tegen de vervolgde persoon, 4° het recht van de vervolgde persoon om zich te laten bijstaan door een verdediger naar keuze, met uitzondering van elke persoon die gevraagd wordt zich uit te spreken over de ten laste gelegde feiten;5° het recht van de vervolgde persoon om zijn verweermiddelen over te leggen aan de hand van een schriftelijke nota wanneer hij beroep kan doen op een geldige reden om niet te verschijnen op de hoorzitting;6° het recht van de vervolgde persoon om de uitvoering van aanvullende onderzoeksmaatregelen te vragen. Het tuchtdossier wordt geïnventariseerd en gevoegd bij de oproeping gericht aan de vervolgde persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de vervolgde persoon of zijn/haar verdediger, hoewel regelmatig opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt, spreekt de hiërarchisch meerdere zich uit op basis van de stukken in het dossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde geldt zodra de zaak het voorwerp uitmaakt van een tweede oproeping, zelfs als de vervolgde persoon of zijn/haar verdediger een geldige reden kunnen inroepen. § 2. Het tuchtdossier omvat het volgende: 1° de oproeping;2° elk document en elke inlichting die de administratie heeft ontvangen in verband met de feiten die de vervolgde persoon ten laste worden gelegd;3° elke tuchtstraf die niet geschrapt is;4° elk document ingediend door de vervolgde persoon of zijn/haar verdediger;5° elk document opgemaakt door de administratie tijdens de tuchtprocedure of bezorgd aan de administratie door een derde;6° het resultaat van elke eventuele onderzoeksmaatregel;7° een uittreksel van de bepalingen van dit hoofdstuk over de tuchtprocedure. § 3. De hiërarchische meerdere hoort de vervolgde persoon over de feiten die hem/haar worden verweten en desgevallend ook de getuigen, of gaat over tot elke andere onderzoeksmaatregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de vervolgde persoon de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal is, gaat de minister of zijn gemachtigde over tot het verhoor. De minister verhoort in voorkomend geval ook de getuigen of gaat over tot elke andere onderzoeksmaatregel. § 4. Van de verhoren wordt een proces-verbaal opgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vervolgde persoon ontvangt het proces-verbaal en geeft het binnen een termijn van zeven dagen terug. Als hij/zij bezwaren heeft, geeft hij/zij het proces-verbaal met een bijgevoegde geschreven nota terug. § 5. Na kennis genomen te hebben van de eventuele opmerkingen van de vervolgde persoon of na het tuchtdossier te hebben geanalyseerd als de vervolgde persoon zonder geldige reden niet verschenen is, stelt de hiërarchische meerdere de ambtenaar in kennis van welke tuchtstraf hij/zij van plan is voor te stellen, en bezorgt hij/zij het voorstel aan de overheid bevoegd om de straf uit te spreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de vervolgde persoon geen beroep heeft ingediend zoals bedoeld in artikel 267, wordt het tuchtstrafvoorstel van rechtswege definitief. § 6. De betekening van het tuchtstrafvoorstel zet de tuchtvordering in. » Art. 107.Hoofdstuk 3 van titel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK. 3 - Het beroep inzake tuchtaangelegenheden Afdeling 1. - Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-267\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 267</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vervolgde persoon die door de straf wordt geviseerd, kan binnen een termijn van twintig dagen na de betekening van het voorstel, hetzij persoonlijk, hetzij door tussenkomst van een advocaat, beroep indienen bij de gewestelijke kamer van beroep Bij ontvangst van het beroep maakt de griffier een eensluidend afschrift van het beroep over aan de overheid die bevoegd is om de straf uit te spreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beroep wordt aangetekend aan de voorzitter gericht op het adres vastgesteld door het huishoudelijk reglement.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betekening van het voorstel van straf vermeldt de te eerbiedigen termijn en formaliteiten voor de indiening van het beroep. Afdeling 2. - De gewestelijke kamer van beroep</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-268\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 268</span><span class=\"lf-art-t\">De gewestelijke kamer van beroep, ingesteld door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 januari 2016 houdende wijziging van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 maart 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/1987 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten2 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, voor wat betreft de interne beroepsprocedures en zoals momenteel bedoeld in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, is bevoegd voor het beroep inzake tuchtzaken voor ambtenaren van het Parkeeragentschap. Art. 269.Op basis van artikel 267 zullen ambtenaren van het Parkeeragentschap onderworpen worden aan procedureregels, zoals voorzien in de artikelen 264 en volgende van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. » Art. 108.Hoofdstuk 4 van titel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK 4. - De uitspraak van de tuchtstraf Art. 270.De benoemende overheid spreekt de tuchtstraf uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de vervolgde persoon een leidend ambtenaar is, is de regering bevoegd om de tuchtstraf uit te spreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde overheid kan geen zwaardere straf uitspreken dan de voorgestelde straf en kan ook geen andere feiten inroepen dan die welke het voorstel van straf hebben gemotiveerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uiteindelijke beslissing moet een passend antwoord bieden op de opmerkingen geformuleerd door de vervolgde persoon en door het personeelslid dat het strafvoorstel verdedigt in de ontwerpbeslissing. Art. 272.De overheid bedoeld in artikel 270, 1° tot 4° spreekt zich binnen de zestig dagen uit over de ontvangst van het advies vanwege de regionale kamer van beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing wordt betekend via een per post aangetekende brief. De beslissing wordt uitvoerbaar vanaf de eerste dag die volgt op de kennisgeving. » Art. 109.In tweede lid van artikel 275 van hetzelfde besluit worden de termen » artikel 23, tweede lid » vervangen door « artikel 23, vierde lid ». Art. 110.Artikel 276 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De maatregelen bedoeld in artikel 275 worden uitgesproken door: 1° de minister in verband met leidende ambtenaren;2° de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal in verband met de andere ambtenaren. Zij horen de ambtenaar vooraf, uiterlijk vijftien dagen nadat ze kennis hebben gekregen van de feiten die de ambtenaar ten laste worden gelegd. De ambtenaar mag zich laten bijstaan door een persoon naar keuze, met uitzondering van elke persoon die gevraagd wordt zich uit te spreken in het kader van een eventuele tuchtprocedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar wegens overmacht niet kan worden gehoord binnen deze termijn, mag hij zich laten vertegenwoordigen en een schriftelijke nota voorleggen waarin hij zijn verweermiddelen te kennen geeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kennisgeving aan de ambtenaar volgt op de schorsingsbeslissing. » Art. 111.Artikel 277 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De ambtenaar kan binnen acht dagen na de betekening in beroep gaan bij de gewestelijke kamer van beroep. » Art. 112.Artikel 278 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De gewestelijke kamer van beroep neemt kennis van het beroep inzake de schorsing in het belang van de dienst en inzake de maatregelen waarin artikel 275, tweede lid voorziet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beroepsprocedure is degene welke geldt voor beroepen omtrent tuchtzaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het door de gewestelijke kamer van beroep uitgebrachte advies anders luidt dan de door de bevoegde overheid in eerste aanleg getroffen beslissing, spreekt de minister zich uit over de te treffen maatregel tegen de leidende ambtenaren en de raad van bestuur ten opzichte van de andere ambtenaren. Indien het door de gewestelijke kamer van beroep uitgebrachte advies in overeenstemming is met de door de bevoegde overheid in eerste aanleg getroffen beslissing, bevestigt de overheid bedoeld in dit lid de maatregel. » Art. 113.Artikel 280 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De schorsing in het belang van de dienst alsmede de maatregelen bedoeld in artikel 275, tweede lid eindigen van rechtswege: 1° wanneer het strafvonnis wordt uitgesproken en aan de overheid wordt meegedeeld;2° wanneer de tuchtrechtelijke uitspraak voor een ernstige fout bedoeld in artikel 275 eerste lid, 2° definitief wordt;3° wanneer de ambtenaar onschuldig wordt verklaard. Indien een tuchtrechtelijke schorsing wordt opgelegd, brengt de tuchtoverheid de duur van de preventieve schorsing ervan in mindering. » Art. 114.Artikel 283 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Een politiek mandaat wordt niet beschouwd als een beroepsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die verkozen is moet het HRM hiervan verwittigen, die op zijn beurt de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal op de hoogte brengt. » Art. 115.In artikel 384 en in artikel 385, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de termen « artikel 330 » vervangen door « artikel 281 ». Art. 116.Laatste lid van artikel 285 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 117.In artikel 287 van hetzelfde besluit worden de termen « voor de ambtenaren van ten hoogste rang A4 en door de functioneel bevoegde Minister voor de leidende ambtenaren » geschrapt. Art. 118.Artikel 289 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De toestemming kan worden opgeheven door de directeur-generaal of de adjunct directeur-generaal. Zijn beslissing moet gemotiveerd worden. » Art. 119.Titel 12 van boek 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « TITEL 12. - DE INSCHAKELING VAN PERSONEN MET EEN HANDICAP Art. 290.§ 1. De instelling moet een aantal gehandicapte personen tewerkstellen dat gelijk is aan minstens twee percent van de personeelsformatie voorzien in het personeelsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze doelstelling kan bereikt worden door de aanwerving of door de erkenning van de handicap van ambtenaren gedurende hun loopbaan. § 2. Voor de toepassing van deze titel, wordt verstaan onder \"erkenningsinstellingen\" de vier volgende instellingen: 1° l'Agence pour une vie de qualité, afgekort A.V.I.Q.; 2° de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor personen met een handicap (Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung);3° de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling, afgekort VDAB, en/of het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, voorheen het « Vlaams Fonds voor Personen met een Handicap »;4° de Brusselse Franstalige dienst voor mindervaliden, gekend als Personne Handicapée Autonomie Recherchée, afgekort PHARE. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrekkingen die voor gehandicapte personen bestemd zijn, kunnen bekleed worden door kandidaten die bij hun aanwerving of tijdens hun loopbaan ten minste één van de volgende voorwaarden vervullen: 1° ingeschreven zijn bij één van de erkenningsinstellingen bedoeld in § 2 of het voorwerp hebben uitgemaakt van een beslissing tot tegemoetkoming vanwege één van deze instellingen en één van deze instellingen in kennis te hebben gesteld van elke beslissing betreffende maatregelen inzake hulp of sociale integratie of inschakeling in het arbeidsproces, die door de federale overheid of gemeenschapsoverheid is genomen;2° het slachtoffer zijn geweest van een arbeidsongeval en een attest overleggen van het Fonds voor Arbeidsongevallen of van de Sociaal-Medische Rijksdienst waarbij een ongeschiktheid van ten minste 66 % wordt bevestigd;3° door een beroepsziekte zijn getroffen en een attest voorleggen van het Fonds voor Beroepsziekten of van de Sociaal-Medische Rijksdienst waarbij een ongeschiktheid van ten minste 66 % wordt bevestigd;4° het slachtoffer zijn geweest van een gemeenrechtelijk ongeval en een door de griffie van de rechtbank afgeven afschrift van het vonnis overleggen waarbij een handicap of een ongeschiktheid van ten minste 66 % wordt bevestigd;5° het slachtoffer zijn geweest van een thuisongeval en een afschrift van de beslissing van de verzekeringsinstelling overleggen waarbij een blijvende ongeschiktheid van ten minste 66 % wordt bevestigd;6° een inkomensvervangende tegemoetkoming of integratietegemoetkoming genieten krachtens de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/1987 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten betreffende de tegemoetkoming aan personen met een handicap;7° in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en fiscale voordelen. Art. 291.De gehandicapte persoon heeft de mogelijkheid om deel te nemen aan een selectieprocedure bedoeld in artikel 19 en volgende. Hij kan bij deze gelegenheid aan de organisator van de selectie meedelen dat een redelijke aanpassing tijdens zijn deelname aan de proeven dient voorzien te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het percentage dat bepaald is in artikel 290, § 1, niet bereikt is, geeft het HRM bij de aanwerving voorrang aan personen met een handicap die geslaagd zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de bepalingen van het huidige artikel, zijn de in dit besluit bedoelde regels betreffende de werving van toepassing op de selectie en werving van gehandicapte personen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-292\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 292</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De overgangsprocedure naar een hoger niveau is aangepast aan de handicapgerelateerde beperkingen. De gehandicapte persoon kan aan de organisator bewijsstukken overhandigen waaruit de noodzaak van redelijke aanpassingen ten behoeve van zijn persoon blijken. § 2. In geval van verandering van betrekking kan het advies van de arbeidsgeneesheer in samenspraak met de behandelende arts vereist worden om de bekwaamheid van de gehandicapte persoon tot het bekleden van de nieuwe betrekking na te gaan. § 3. Het HRM organiseert in samenwerking met de erkenningsinstellingen bedoeld in artikel 290, § 2, het onthaal, de vorming en de inschakeling in het arbeidsproces van de gehandicapte personen »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-120\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 120</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In boek 1 van hetzelfde besluit wordt er een titel 13 uitgevoegd, luidende : « TITEL 13. - HET VERLIES VAN DE HOEDANIGHEID VAN AMBTENAAR EN DE DEFINITIEVE AMBTSNEERLEGGING Art. 292bis.Niemand kan de hoedanigheid van ambtenaar verliezen vóór de normale pensioenleeftijd, behalve in de gevallen voorzien bij de pensioenwetgeving en bij dit besluit</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-292ter\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 292ter</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Aan de hoedanigheid van ambtenaar wordt een einde gesteld op het moment dat de ambtenaar de wettelijke pensioenleeftijd bereikt. § 2. In afwijking van § 1 en met hun toestemming, ten uitzonderlijke titel en als dit voor de dienst noodzakelijk is, mogen de ambtenaren gedurende een termijn van zes maanden in dienst blijven na de wettelijke pensioenleeftijd te hebben bereikt Ambtenaren die in dienst blijven na de wettelijke pensioenleeftijd, behouden hun hoedanigheid van ambtenaar tijdens deze periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het besluit wordt genomen door de benoemende overheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing tot verlenging moet gemotiveerd worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-292quater\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 292quater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verliest ambtshalve en zonder vooropzeg de hoedanigheid van ambtenaar: 1° de ambtenaar wiens benoeming niet regulier gebeurde, op voorwaarde dat, behalve fraude of bedrog, deze onregelmatigheid vastgesteld werd door de overheid die hem benoemde binnen de gestelde termijn om een beroep tot nietigverklaring in te dienen voor de Raad van State of, als dergelijk beroep werd ingediend, tijdens de procedure;2° de ambtenaar die niet meer voldoet aan de voorwaarde van het hebben van de Belgische nationaliteit en waarvan het ambt een rechtstreekse of onrechtstreekse deelname aan de openbare macht impliceert, dan wel raakt aan de bescherming van de algemene belangen van de Staat of andere publieke collectiviteiten;3° de ambtenaar die geen burgerlijke- of politieke rechten meer geniet of waarvan de medische ongeschiktheid werd vastgesteld;4° de ambtenaar die, zonder geldige reden, zijn werkpost verlaat en meer dan tien opeenvolgende dagen lang afwezig blijft en die voldoende en vooraf verwittigd werd;5° de ambtenaar die zich in een situatie bevindt waar de toepassing van burgerlijke- en strafrechterlijke wetten tot stopzetting van zijn ambt leidt;6° de ambtenaar die omwille van disciplinaire redenen ambtshalve ontslagen of afgezet wordt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-292quinquies\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 292quinquies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Leiden tot de beëindiging van het ambt: 1° het vrijwillig ontslag.In dat geval kan de ambtenaar slechts na minstens dertig dagen zijn dienst verlaten, na zijn ontslagbrief via aangetekende zending te hebben verstuurd naar de directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal. In onderling overleg kan deze termijn ingekort worden; 2° oppensioenstelling;3° een tweede benoeming in andere openbare dienst, van zodra deze benoeming niet meer aangevochten kan worden voor de Raad van State;4° definitief bevestigde professionele ongeschiktheid, volgens de procedure vastgelegd in het huidige besluit.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 121</span><span class=\"lf-art-t\">In de tabel van artikel 294 van hetzelfde besluit worden de volgende zinnen geschrapt: « NIVEAU E. eerste beambte E200 beambte E103 E102 E101 »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 122</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid van artikel 295 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De bedragen vermeld in de weddeschalen zijn gekoppeld aan schommelingen aan de consumptieprijsindex, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld of elke andere bepaling die haar kan wijzigen. De wedde is gekoppeld aan de spilindex 138.01. » Art. 123.In artikel 296 van hetzelfde besluit worden de termen « artikelen 411 en 412 » vervangen door « artikelen 370 tot 373 ». Art. 124.Oud artikel 331 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 125.In artikel 301 van hetzelfde besluit worden de termen « 100 % jaarlijks gekoppeld aan de spilindex 138.01 » tussen de woorden « 1.000 EUR » en de woorden « hoger ligt dan die welke hij zou genoten hebben in zijn vorige graad » ingevoegd. Art. 126.In artikel 304 van hetzelfde besluit, worden de termen « artikel 428 » vervangen door « artikel 373 ». Art. 127.Artikel 306 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder \" volledige prestaties\", de prestaties zoals bepaald in artikel 363. » Art. 128.In tweede paragraaf van artikel 307 van hetzelfde besluit, worden de termen « die 21 jaar oud is » geschrapt. Art. 129.In 1° van artikel 308, § 1, van hetzelfde besluit, wordt er een streepje toegevoegd voor de termen « de gehuwde ambtenaar » en voor de termen « de alleenstaande ambtenaar ».</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Franse versie van hetzelfde artikel, paragraaf 8, wordt de woord « celui-çi » vervangen door « celui-ci ». Art. 130.In de Franse versie van paragraaf 2 van artikel 309 van hetzelfde besluit worden de termen « (13) » geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In paragraaf 4 van artikel 309 van hetzelfde besluit, worden de volgende termen geschrapt : « Wanneer de ambtenaar geen volledige prestaties heeft verricht gedurende het gehele referentiejaar, wordt het bedrag van het vakantiegeld als volgt vastgesteld : 1° een twaalfde van het jaarbedrag voor elke prestatieperiode die een ganse maand beslaat;2° een dertigste van het maandbedrag per kalenderdag wanneer de prestaties niet een ganse maand beslaan.» In paragraaf 8 van hetzelfde artikel worden de termen « tijdens de maand mei » vervangen door « ten laatste op 15 mei ». Art. 131.In de Franse versie van artikel 310, § 5, tweede lid, wordt er een hoofdletter toegevoegd door de woord « ces ».</p>\n<p class=\"lf-p\">In paragraaf 9 van hetzelfde artikel, worden de termen « artikel 361 » vervangen door « artikel 307 ».</p>\n<p class=\"lf-p\">In paragraaf 11 van hetzelfde artikel, worden de termen « tijdens de maand » vervangen door « ten laatste op 15 ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 132</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 313 van hetzelfde besluit, worden de termen « in het hoofdstuk II betreffende de toelagen verbonden met de loopbaan en in het hoofdstuk V betreffende de tweetaligheidstoelage » vervangen door « in de hoofdstukken II en V »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 133</span><span class=\"lf-art-t\">In vierde lid van artikel 315 van hetzelfde besluit, worden de termen « artikel 345 » vervangen door « artikel 296 »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 134</span><span class=\"lf-art-t\">Afdeling 2 van hoofdstuk 1 van titel 2 van boek 2 van hetzelfde besluit wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 135</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 316 van hetzelfde besluit, worden de termen « 21.00 » en « 6.00 » vervangen door « 18.00 » en « 7.30 »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 136</span><span class=\"lf-art-t\">In eerste lid van artikel 317 van hetzelfde besluit, worden de termen « 20.00 » vervangen door « 18.00 »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 137</span><span class=\"lf-art-t\">Oud artikel 353 van hetzelfde besluit wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 138</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 319 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Voor de toepassing van deze afdeling dient te worden verstaan onder: 1° nachtprestaties: prestaties die tussen 22.00 uur en 07.30 uur worden verricht, of tussen 18.00 uur en 08.00 uur op voorwaarde dat deze prestaties eindigen op of na 22.00 uur en beginnen op of vóór 07.30 uur. 2° zaterdagprestaties: prestaties die op een zaterdag worden verricht tussen 00.00 uur en 24.00 uur. 3° zondagprestaties: prestaties die op een zondag of op een wettelijke of erkende feestdag tussen 00.00 uur en 24.00 uur worden verricht. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-139\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 139</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 320 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De nacht-, zaterdag- en zondagprestaties geven, bij voorrang recht op een compensatieverlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het compensatieverlof is gelijk aan : * zondagprestaties: 100 % van de geleverde prestaties; * zaterdagprestaties: 50 % van de geleverde prestaties; * nachtprestaties: 50 % van de geleverde prestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het compensatieverlof niet kon worden toegekend binnen de vier maanden, wordt een toelage toegekend van 25 %, 50 % of 100 % van het bedrag per gepresteerd uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag per gepresteerd uur van de toelage wordt vastgesteld op 1/1850ste van het salaris vermeerderd met de haard- of standplaatstoelage en/of de toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt. » Art. 140.Artikel 324 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Een compensatieverlof of een wachttoelage wordt toegekend aan de ambtenaar die, in het kader van een georganiseerd wachtsysteem, buiten zijn prestaties oproepbaar dient te zijn met het oog op het vervullen van eventuele prestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het compensatieverlof bedraagt 8u voor 7 volledige dagen van wacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een volledige dag van wacht wordt beschouwd: het van wacht zijn gedurende 24 opeenvolgende uren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In functie van de werkorganisatie eigen aan de instelling kan de functioneel bevoegde minister of zijn afgevaardigde een gunstiger regime inzake het compensatieverlof toekennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een toelage kan worden toegekend aan de ambtenaar ten belope van 1/1850e van zijn totale jaarlijkse bruto bezoldiging per uur compensatieverlof. » Art. 141.Hoofdstuk 4 van titel 2 van boek 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK 4. - De toelagen aan de rekenplichtigen Art. 325.§ 1. Aan de rekenplichtigen van de ontvangen inkomsten, aan de rekenplichtigen voor rekeningen van derden en de beheerders van de voorschotten of aan hun plaatsvervangers, met uitzondering van de rekenplichtigen bedoeld in artikel 325bis, wordt een forfaitaire jaartoelage toegekend van 900 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelage wordt maandelijks en samen met de wedde uitbetaald. Zij wordt gekoppeld aan de schommelingen van de spilindex 138,01. § 2. De toelage is niet verschuldigd als de rekenplichtige geschorst is. § 3. De toelage wordt aan de plaatsvervangende rekenplichtige van de ontvangsten, aan de plaatsvervangende rekenplichtige voor rekening van derden of aan de plaatsvervangende beheerder van de voorschotten toegekend naar rato van de periode waarin hij zijn functie daadwerkelijk vervult. Art. 325bis.Aan ambtenaren die benoemd zijn als centraliserende rekenplichtige of rekenplichtige van geschillen en uitstaande tegoeden door de raad van bestuur, wordt een toelage toegekend waarvan het bedrag jaarlijks 3.750 euro bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelage wordt maandelijks en samen met de wedde uitbetaald. Zij wordt gekoppeld aan de schommelingen van de spilindex 138,01.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelage wordt toegekend aan de plaatsvervangende centraliserende rekenplichtige, aan de plaatsvervangende rekenplichtige van de dienst geschillen of aan de plaatsvervangende rekenplichtige van de uitstaande fondsen pro rata de periode gedurende dewelke hij die functie effectief heeft vervuld. » Art. 142.Hoofdstuk 5 van titel 2 van boek 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK 5. - De tweetaligheidstoelage Art. 326.§ 1. Er wordt een tweetaligheidstoelage toegekend aan de ambtenaren die het bewijs hebben geleverd dat zij een schriftelijke en/of mondelinge kennis hebben van de tweede taal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze schriftelijke en/of mondelinge kennis wordt bepaald door middel van: 1° hetzij het Koninklijk Besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2001 numac 2001002020 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/04/2001 numac 2001007108 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot wijziging van sommige koninklijke besluiten betreffende het statuut van de militairen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/04/2001 numac 2001007077 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 augustus 1994 betreffende de werving en de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966 en gestaafd door een taalcertificaat uitgereikt door Brussel Openbaar Ambt ;2° of één van de niveaus van taalbeheersing bepaald door het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen en gestaafd door een taalcertificaat uitgereikt door de Vlaamse Gemeenshap of de Franse Gemeenschap erkende taalonderwijsinstelling. § 2. Het jaarlijkse bedrag van de toelage verschilt naargelang het aan de ambtenaar uitgereikte certificaat van taalkennis : 1° overeenkomstig § 1, 1°, wordt het bedrag bepaald op basis van de examens bedoeld in de volgende artikelen van voornoemd koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2001 numac 2001002020 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/04/2001 numac 2001007108 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot wijziging van sommige koninklijke besluiten betreffende het statuut van de militairen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/04/2001 numac 2001007077 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 augustus 1994 betreffende de werving en de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader sluiten: - artikel 9, § 1 alinea 2, of artikel 10 (elementaire mondelinge kennis): 600 euro; - artikel 9, § 2, 2de lid of artikelen 8 en 9, § 1, alinea 2 of artikel 10 (elementaire mondelinge en schriftelijke kennis): 2.400 euro; - artikelen 11 en 9, § 1 (voldoende mondelinge en schriftelijke kennis) of artikel 12: 3.200 euro. 2° overeenkomstig § 1, 2°, wordt het bedrag bepaald op basis van de volgende niveaus van taalbeheersing van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: - kennisniveau A1: 600 euro ; - kennisniveau B1: 2.400 euro ; - kennisniveau C1 voor de lees- en luistervaardigheden en B2 voor de mondelinge en schriftelijke kennis: 3.200 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verschillende toelagen kunnen niet gecumuleerd worden. Art. 327.De ambtenaren, die geslaagd zijn voor het in artikel 7 van voormeld Koninklijk Besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2001 numac 2001002020 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/04/2001 numac 2001007108 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot wijziging van sommige koninklijke besluiten betreffende het statuut van de militairen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/04/2001 numac 2001007077 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 augustus 1994 betreffende de werving en de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader sluiten bedoelde examen, verkrijgen een tweetaligheidstoelage volgens hun niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het jaarbedrag van de tweetaligheidstoelage wordt vastgesteld als volgt: - ambtenaren van niveau A en B: 3.200 euro; - ambtenaren van niveau C, D : 2.400 euro. Art. 328.De tweetaligheidstoelagen worden maandelijks en samen met de wedde vereffend. Zij zijn gebonden aan de schommelingen van de spilindex 138,01. Art. 328bis.Een toelage wordt toegekend aan de personeelsleden die hun kennis bewijzen van een gebarentaal die overeenstemt met het Frans of Nederlands voor zover de leden in een dienst zijn aangesteld die in contact staat met de bevolking of in een dienst waarin die kennis nuttig is voor de communicatie binnen de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit artikel wordt de kennis van een gebarentaal bewezen door het slagen in een proef die door Brussel Openbaar Ambt georganiseerd wordt De jaarlijkse toelage bedraagt 2.400 euro. Ze is gekoppeld aan de spilindex 138,01.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennis van zowel de Franse als de Nederlandse gebarentalen, geeft slechts recht op één toelage. » Art. 143.Hoofdstuk 6 van titel 2 van boek 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK 6. - De premies toegekend in toepassing van de stelsels van loopbaanonderbreking en van de vierdagenweek en van het deeltijds werk vanaf 50 of 55 jaar Art. 329.De ambtenaren in loopbaanonderbreking in toepassing van artikel 141 ontvangen tijdens hun verlof een toelage waarvan het bedrag is vastgesteld door het koninklijk besluit van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/07/1999 numac 1999022508 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 genomen tot uitvoering van artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/1999 numac 1999012413 bron ministerie van ambtenarenzaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen sluiten betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen, evenals door elke bepaling die het zou wijzigen of vervangen. Art. 330.De ambtenaren die gebruik maken van het recht bedoeld in artikel 146 krijgen, gedurende het verlof, een premie waarvan het bedrag bepaald wordt door de raad van bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer 80 % van de wedde niet volledig wordt betaald, dan wordt de premie bedoeld in alinea 1 proportioneel verminderd met de prestaties van de ambtenaar. Art. 331.De ambtenaren die gebruik maken van het recht bedoeld in artikelen 149 en 150bis krijgen, gedurende hun verlof, een premie waarvan het bedrag bepaald wordt door de minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer 50 % van de wedde niet volledig wordt betaald, dan wordt de premie bedoeld in lid 1 proportioneel verminderd met de prestaties van de ambtenaar. » Art. 144.Hoofdstuk 7 van titel 2 van boek 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK 7. - Toelagen voor interne opleiders Art. 332.§ 1. Een forfaitaire vergoeding van 30 euro per halve dag van ten minste drie uren voorbereiding wordt toegekend aan de ambtenaar van de instelling die aanvaardt een vorming te geven aan de ambtenaren van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een forfaitaire vergoeding van 30 euro per halve dag van ten minste drie uur vormingswerk wordt toegekend aan de ambtenaar van de instelling die aanvaardt een vorming te geven aan de personeelsleden van zijn instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid van dit artikel kan de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal een forfaitaire toelage van 10 euro toekennen per vormingsuur als de vorming wordt gegeven in tijdsbestekken van minder dan drie uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelage bedoeld in het eerste en tweede lid van deze paragraaf wordt eveneens toegekend wanneer de vorming wordt gegeven aan de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor zover dat de inhoud beantwoordt aan een gemeenschappelijke behoefte bepaald door het HRM in de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel en door het HRM in een instelling van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het maximumbedrag van de vergoeding toegekend per ambtenaar bedraagt 1.200 euro per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedragen bedoeld in deze paragraaf zijn gekoppeld aan de spilindex 138,01. § 2. De modaliteiten van de organisatie van de vorming (nl. de doelstellingen, de inhoud, het documentatiemateriaal, de voorbereidingsfase, de doelgroep, de data en de duur) worden in overleg geregeld door de opleider en de dienst belast met de vorming in een instelling. Zij zijn onderworpen aan de goedkeuring van de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opleider voorziet de deelnemers van het documentatiemateriaal (syllabus en dergelijke).</p>\n<p class=\"lf-p\">De vorming wordt geëvalueerd zowel door het HRM als door de ambtenaren die de vorming genieten en door de opleider zelf. » Art. 144bis.Hoofdstuk 8 van titel 2 van boek 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK 7bis. - Begeleidingspremie Art.332bis. § 1. Op voorstel van de Directeur-generaal of adjunct-Directeur-generaal kan de raad van bestuur een begeleidingspremie toekennen aan ambtenaren van rang A1, B1, C1,D1, S104, S105 of S106 die effectief leiding geven of die als enige geschikt zijn om gespecialiseerde en complexe dossiers te behandelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De premie kan slechts toegekend worden voor zover de recentste evaluatie van de ambtenaar « gunstig » was. § 2. Het jaarlijks bedrag van de begeleidingspremie bedraagt 8.000 EUR voor een verantwoordelijke van meerdere afdelingen, 5.500 EUR voor een verantwoordelijke van één afdeling, 3.500 EUR voor een verantwoordelijke van een dienst, en 2.500 EUR voor een verantwoordelijke van een antenne.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij deeltijdse arbeidsprestaties wordt dit bedrag proportioneel herleid tot de duur van de arbeidsprestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van de begeleidingspremie is gekoppeld aan de spilindex 138,01. § 3. De begeleidingspremie wordt maandelijks betaald. § 4. De premie wordt pas toegekend bij een ononderbroken uitoefening van de functie gedurende 30 opeenvolgende werkdagen, met uitzondering van de jaarlijkse vakantie en verlof dat toegekend wordt in het kader van moederschapsbescherming. » Art. 145.Artikel 334 van hetzelfde besluit word vervangen als volgt : « § 1. Een projectpremie wordt toegekend aan de ambtenaren belast met de realisatie van tijdelijke projecten die een strategische of transversale aard hebben die de mutualisering beogen van diensten of de ontwikkeling van gemeenschappelijke of uitzonderlijke projecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is transversaal, zonder dat deze voorwaarden limitatief zijn, een project die verschillende instellingen van openbaar nut met elkaar onderling verbindt of met verschillende Brusselse overheidsdiensten of elke andere organisatie opgericht door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Telkens wanneer dit mogelijk is, moet elk project een mutualiseringsmechanisme van middelen en resultaten in werking stellen tussen de regionale overheidsdiensten, de instellingen van openbaar nut en elke andere organisatie opgericht door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De missies opgenoemd in het project maken geen deel uit van de gewoonlijke taken van een betrekking binnen een gewestelijke overheidsdienst, een instelling van openbaar nut of elke andere organisatie opgericht door de Regering. § 2. De functioneel bevoegde raad van bestuur keurt het project goed. § 3. De indiener van het project, in samenwerking met het HRM, publiceert een oproep tot kandidaten voor de posten van projectleider en projectassistent. Elke kandidaatstelling moet een uiteenzetting bevatten van elementen die de kandidaatstelling ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indiener van het project legt aan de directeur generaal of aan de adjunct directeur generaal een rangschikking van de kandidaten voor de posten projectleider en projectassistent voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">De raad van bestuur duidt de projectleider en projectassistenten aan op voorstel van de Directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanduiding van een ambtenaar als projectleider veronderstelt de voltijdse uitoefening van de functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanduiding van een ambtenaar als projectassistent veronderstelt minimum een halftijdse uitoefening van de functie. § 4. De directeur generaal of de adjunct directeur generaal bereidt een projectdossier voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het projectdossier bevat minimum: 1. een omschrijving van het project;2. het strategische en transversale karakter van het project;3. de institutionele en privéactoren indien voorhanden;4. het mechanisme van de mutualisering van de middelen en de resultaten;5. de duur van het project;6. de doelstellingen;7. de verdeling van de taken tussen de projectleider en de projectassistenten, alsmede het belang van de prestaties door elk van hen verricht;8. de regels met betrekking tot de evaluatie van het project; De duur van het project is maximum twee jaar. De indiener van het project kan een verlenging van deze periode vragen aan de directeur generaal of de adjunct directeur generaal, na evaluatie van het project en de akkoordbevinding van de minister. § 5. Het bedrag van de jaarlijkse projectpremie wordt bepaald op: - 5500 euro voor de projectleider; - 2500 euro voor de projectassistent. § 6. De projectpremie wordt maandelijks betaald. § 7. De premie is slechts verschuldigd wanneer er geen onderbreking van de uitoefening van de functie plaatsvindt gedurende 30 opeenvolgende werkdagen, met uitzondering van de jaarlijkse vakantie en het verlof toegekend in het kader van de zwangerschapsbescherming.</p>\n<p class=\"lf-p\">De premie is gekoppeld aan de spilindex 138,01.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het project een einde neemt voor de verwachte einddatum, dan is de premie proportioneel met de gepresteerde termijn verschuldigd. » Art. 146.Hoofdstuck 11 van titel 2 van boek 2 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 147.Eerste en tweede lidden van artikel 386 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De kilometervergoeding komt overeen met het bedrag dat voor de Staatsambtenaren wordt bepaald. » Art. 148.In artikel 348 van hetzelfde besluit, worden de termen « artikelen 397 en 398 » vervangen door « artikelen 358 en 360 ». Art. 149.Artikel 352 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 391.De vergoeding voor verblijfkosten in het binnenland wordt vastgesteld overeenkomstig het koninklijk besluit van 13 juli 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2017 numac 2017040352 bron federale overheidsdienst beleid en ondersteuning Koninklijk besluit tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt sluiten tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt en elk ander besluit die het mocht wijzigen. » Art. 150.In artikel 353 van hetzelfde besluit, worden de termen « artikel 406 » vervangen door « artikel 351 ». Art. 151.In titel 3 van boek 2 van hetzelfde besluit, wordt een nieuw hoofdstuk 3bis ingevoegd, luiden als volgt: « HOOFDSTUK 3bis. - Vergoedingen voor afwezigheid van faciliteiten Art. 357/1.Deze dagelijkse vergoeding is van toepassing voor reizende werknemers van het Agentschap van niveau D of niveau C bij het cumulatief vervullen van de volgende voorwaarden: 1° hij verplaatst zich minimaal vier uren tijdens een dag;2° tijdens zijn verplaatsingen heeft hij geen enkele toegang tot de sanitaire voorzieningen van het Agentschap of bijhorende kantoren. Art. 357/2.De vergoeding is enkel verschuldigd voor gepresteerde dagen waarop aan de voorwaarden wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betaling gebeurt maandelijks op basis van een overzicht dat opgesteld wordt door de hiërarchische overste. Art. 357/3.Het dagelijks bedrag bedraagt 3,59 . Dit bedrag is gekoppeld aan de spilindex 138,01. Art. 357/4.Elke functiewijziging of elke wijziging aan de aard van de functie-activiteit, vrijwillig of niet, doet het recht op een vergoeding teniet. » Art. 152.Artikel 358 van hetzelfde besluit word vervangen als volgt : « Art. 358.De ambtenaar die zich per fiets verplaatst om zich van zijn woonplaats naar zijn werk te begeven, of voor een deel van het traject tussen zijn woonplaats en zijn werk heeft recht op een vergoeding. » Art. 153.De tweede lid van artikel 362, § 2, van hetzelfde besluit word vervangen als volgt : « Voor ambtenaren in disponibiliteit wordt de laatste bruto-activiteitsbezoldiging, zo nodig: a) aangepast aan de wijzigingen als gevolg van de schommelingen van het algemeen indexcijfer der kleinhandelsprijzen van het Rijk;b) herzien overeenkomstig artikel 338 van voormeld koninklijk besluit. » Art. 154.In titel 3 van boek 2 van hetzelfde besluit, wordt een hoofdstuk 6 ingevoegd, luiden als volgt: « HOOFDSTUK 6. - Onkostenvergoeding voor telewerkkosten Art. 362bis.Een vergoeding is voorzien voor een ambtenaar die telewerk verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor telewerkkosten dekt de connectiekosten, de communicatiekosten et de kantoorkosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aansluitingsvergoeding van twintig euro per maand, niet-indexeerbaar, wordt toegekend aan het personeelslid dat ten minste één dag per maand telewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kantoorvergoeding van dertig euro per maand, niet-indexeerbaar, wordt toegekend aan het personeelslid dat ten minste 4 dagen per maand telewerkt. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-155\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 155</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 366 van hetzelfde besluit word vervangen als volgt : « § 1. Voor de berekening van de graad- en van de niveau-anciënniteit worden in aanmerking genomen de werkelijk cumulatief gepresteerde diensten: 1° in de hoedanigheid van stagiair, vastbenoemd ambtenaar of contractueel personeelslid;2° in een federale overheidsdienst, een ministerie of een instelling van openbaar nut behorende tot het Rijk, de Gemeenschappen of de Gewesten, of in lokale besturen te weten gemeenten, binnengemeentelijke territoriale organen, openbare centra voor maatschappelijk welzijn, provincies, of elke dienst die daarvan afhangt of in de plaatselijke besturen, alsmede in diensten of in een overheidsinstelling van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, of, op voorwaarde dat de directeur-generaal of de adjunct-directeur-generaal beslist tot de toelaatbaarheid ervan, in een overheidsdienst die vergelijkbaar is met één van die welke hiervoor zijn opgesomd, van een lidstaat van de Europese Unie;3° zonder onderbreking die het gevolg is van een door de ambtenaar opgelopen tuchtstraf of ontslag wegens beroepsongeschiktheid in het kader van de evaluatie van de ambtenaar;4° als titularis van een ambt met volledige of deeltijdse prestaties. § 2 Voor de berekening van de dienst-anciënniteit geldt dezelfde berekeningswijze, met dien verstande dat de werkelijke prestaties in aanmerking worden genomen voor zowel stagiairs als vastbenoemde ambtenaren en contractuele personeelsleden vanaf hun benoeming. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 156</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde besluit, wordt een artikel 366bis ingevoegd, luiden als volgt: « Voor de berekening van de schaalanciënniteit worden de werkelijke prestaties in aanmerking genomen die verricht werden in een gegeven weddeschaal Ook de werkelijke prestaties verricht in een schaal die gelijkgesteld is met of vervangen door de gegeven weddeschaal worden in aanmerking genomen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 157</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 367 van hetzelfde besluit word aangevuld met een derde lid, luidende : « De dienstanciënniteit wordt eveneens in aanmerking genomen voor de graad-, niveau- en schaalanciënniteit vanaf de benoeming van de betrokken ambtenaar in de graad of graden, het niveau of de niveaus en de schaal of schalen waarin de betrokkene zijn diensten als personeelslid heeft gepresteerd. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 158</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 1 van titel 3 van boek 3 van hetzelfde besluit word vervangen als volgt : « Hoofdstuk 1. - In aanmerking komende diensten Art. 370.§ 1. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit worden ambtshalve in aanmerking genomen de diensten gepresteerd als personeelslid van de overheidsdiensten van de staten die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte of van de Zwitserse Confederatie, alsook van de andere overheidsdiensten. § 2. De personeelsleden in dienst genomen door privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersonen die niet bedoeld worden onder paragraaf 1, in een juridische band die eenzijdig gedefinieerd wordt door de bevoegde publieke overheid of, krachtens een wettelijke of decretale bepaling, door hun leidend bevoegd orgaan, worden beschouwd als behorend tot de openbare diensten. § 3. Worden eveneens ambtshalve in aanmerking genomen de diensten die gepresteerd werden in ongeacht welke hoedanigheid als personeelslid van onderwijsinstellingen van de Gemeenschappen, in onderwijs-instellingen die gesubsidieerd worden met een weddetoelage, in diensten voor studie- en beroepskeuze of vrije psycho-medisch-sociale centra die gesubsidieerd worden met een weddetoelage De voltijds gepresteerde diensten in het onderwijs over perioden korter dan 12 opeenvolgende maanden worden in aanmerking genomen volgens de volgende formule: het aantal dagen van een periode van prestaties wordt vermenigvuldigd met 1,2 en de uitkomst wordt gedeeld door 30. Het quotiënt bepaalt het aantal maanden; met de cijfers na de komma en de rest wordt geen rekening gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De deeltijds gepresteerde diensten worden naar rato gevaloriseerd, volgens dezelfde berekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De op hetzelfde attest vermelde volledige prestaties, die bewijzen dat het personeelslid een volledig schooljaar heeft gewerkt, gelden voor een totaal van 300 dagen en leveren één jaar in aanmerking te nemen diensten op. Art. 371.Met de diensten verricht in de privésector of als zelfstandige wordt eveneens rekening gehouden mits deze diensten een vereiste waren voor de aanwerving, voor het aantal jaren ervaring dat vereist is bij aanwerving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit kan de raad van bestuur eveneens diensten erkennen die gepresteerd werden in de privésector of als zelfstandige indien hij van oordeel is dat die diensten een bijzonder nuttige ervaring uitmaken voor de functie waarin de betrokkene wordt aangeworven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzonder nuttige beroepservaring is ervaring waarmee de persoon die ze kan laten gelden beschikt over een onmiskenbaar voordeel inzake competenties om de functie uit te oefenen. Het personeelslid dat een beroepservaring als bijzonder nuttig wil laten erkennen, dient daartoe het nodige bewijs te leveren aan het HRM, deze erkenningsaanvraag moet ten laatste binnen de drie maanden na de indiensttreding worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erkenning kan ook vóór de indienst-treding plaatsvinden, maar heeft dan pas uitwerking bij de indiensttreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij weigering tot erkenning kan beroep ingesteld worden bij de raad van bestuur binnen een maand na de kennisname van de weigeringsbeslissing. Art. 371bis.Voor de toepassing van de artikelen 370 en 371, wordt slechts rekening gehouden met de diensten als ze een volledige maand dekken, desgevallend bij meerdere werkgevers. De onvolledige maanden worden niet meegerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De diensten die niet overeenstemmen met voltijdse prestaties worden pro rata in aanmerking genomen. Het eindresultaat van het pro rata wordt afgerond naar het hogere geheel getal.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar wordt beschouwd in aanmerking komende diensten te verrichten voor de berekening van de geldelijke anciënniteit wanneer hij in dienstactiviteit is of wanneer hij werkelijk de diensten uitvoert zoals bepaald door zijn arbeidscontract of wanneer hij in disponibiliteit wegens ziekte is. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-159\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 159</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde besluit, wordt een boek 4 ingevoegd, luiden als volgt: « BOEK 4. - HET MANDAAT TITEL 1. - ALGEMENE BEPALINGEN Art. 373/1.De Regering kent de betrekkingen verbonden aan de rangen A4, A4+ en A5 bij mandaat toe</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-373\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span><span class=\"lf-art-t\">/2.De bepalingen van artikelen 1 tot 373 zijn van toepassing op de mandaathouders voor zover dit boek niet afwijkt van deze bepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span><span class=\"lf-art-t\">/3.De duur van het mandaat is vijf jaar. Het mandaat is twee maal verlengbaar telkens voor een periode van vijf jaar</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span><span class=\"lf-art-t\">/4.Voor de duur van het mandaat worden doelstellingen bepaald die bestaan uit strategische doelstellingen en transversale doelstellingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">/5.§ 1. De strategische doelstellingen die worden toegewezen aan elke mandaathouder worden bepaald: - voor een mandaat van rang A4: door de de functioneel bevoegd minister op voorstel van de directeur-generaal en van de directeur-generaal ; - voor een mandaat van rang A5: door de Regering op voorstel van de functioneel bevoegde minister(s); bovendien wordt het advies van de raad van bestuur vooraf aangevraagd. § 2. De Regering bepaalt de transversale doelstellingen gemeenschappelijk aan alle mandaathouders. § 3. De overheid zoals bedoeld in § 1 en § 2 van dit artikel kan gedurende de uitoefening van het mandaat de doelstellingen die zij vastlegde voorafgaand aan de toewijzing van het mandaat wijzigen teneinde de elementen uit de regeringsverklaring alsook de grote richtlijnen, bepaald door de minister(s) die bevoegd zijn voor het activiteitsgebied, op te nemen Binnen de zes maanden na het opnemen van zijn functie stelt de mandaathouder een beheersplan op waarin rekening gehouden wordt met de oriënteringsnota's en oriënteringsbrieven, zoals bepaald in artikel 22, 2° van de organieke ordonnantie van 26 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en legt dit voor goedkeuring aan de Regering voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mandaathouder kan eveneens, aan de overheid zoals bedoeld in § 1 en § 2 van dit artikel, wijzigingen aan de doelstellingen bedoeld in § 1 voorstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorafgaandelijk aan elke wijziging wordt er overlegd tussen de in functie zijnde mandaathouder en de in de §§ 1 en 2 bedoelde overheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 2. - SELECTIE, AANWERVING EN AANWIJZING VAN DE MANDAATHOUDERS HOOFDSTUK 1. - De toelatingsvoorwaarden Art. 373/6.§ 1. Om zich kandidaat te stellen voor een mandaatbetrekking bij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel dienen de kandidaten te voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden bepaald in artikel 19, § 2 en over minstens één van de onderstaande diploma's en verdiensten beschikken: - ten minste negen jaar anciënniteit hebben in een functie op A-niveau of in een functie die alleen toegankelijk is voor houders van een diploma dat toegang geeft tot een A-niveau in een organieke overheidsdienst; - minstens zes jaar leidinggevende ervaring. Onder leidinggevende ervaring wordt verstaan ervaring inzake het beheer in een overheidsdienst of in een organisatie uit de privésector. § 2. Onverminderd § 1 kan de regering aanvullende toelatingsvereisten vastleggen met betrekking tot de noodzakelijke kennis en ervaring van de kandidaat, indien de uitoefening van het mandaat dat moet worden vervuld dit rechtvaardigt HOOFDSTUK 2. - De vacantverklaring en de functiebeschrijving Art. 373/7.Elke betrekking die dient ingevuld te worden door een mandaat wordt vacant verklaard door de Regering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span><span class=\"lf-art-t\">/8.De Regering stelt de functiebeschrijving van het in te vullen mandaat op en voegt er de doelstellingen bedoeld in artikel 373/4 aan toe</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">/9.§ 1. De vacante betrekking wordt ter kennis gebracht van het publiek door middel van een oproep tot kandidaatstelling, die minstens in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd In de oproep tot kandidaatstelling wordt voor elke vacant verklaarde betrekking het volgende vermeld: 1° de termijn waarbinnen de kandidatuur ingediend moet worden bij het secretariaat van de selectiecommissie;2° de gegevens die de kandidatuur dient te bevatten bedoeld in § 3 van dit artikel;3° de adresgegevens van de dienst waar de functiebeschrijving van de te bekleden betrekking, een omschrijving van de doelstellingen bedoeld in artikel 373/4 en de gestandaardiseerde CV als bedoeld in paragraaf 2 verkregen kunnen worden. § 2. Worden enkel in aanmerking genomen, de kandidaturen die per aangetekende brief verzonden werden aan het secretariaat van de selectiecommissie binnen een termijn van vijfendertig dagen. Deze termijn begint te lopen daags na de publicatie van de oproep tot kandidatuurstelling in het Belgische Staatsblad. § 3. Iedere kandidatuur bevat een uiteenzetting van de titels en verdiensten die de kandidaat doet gelden om te solliciteren, met gebruik van een gestandardiseerde CV waarvan het model opgesteld wordt door de minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op straffe van onontvankelijkheid, dient de kandidaat één kanidatuur in per betrekking waarvoor hij zich kandidaat stelt. HOOFDSTUK 3. - Selectiecommissie Art. 373/10.Met het oog op de toekenning van de mandaatbetrekkingen worden er hiertoe bevoegde selectiecommissies opgericht. De selectiecommissies worden samengesteld in functie van de in te vullen mandaatbetrekkingen en bestaan elk uit vijf leden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering wijst, op voordracht van de minister, de leden van elke selectiecommissie aan telkens als een mandaatbetrekking bedoeld in artikel 373/1 vacant wordt verklaard. Op de eerste vergadering van de leden van de commissie duidt de commissie een voorzitter onder haar leden aan. De commissie bestaat uit ten minste één lid met deskundigheid op het gebied van de toe te kennen betrekking, ten minste één lid met deskundigheid op het gebied van management in de overheidssector en ten hoogste één lid dat ambtenaar is van een niveau en een rangorde die ten minste gelijkwaardig is aan die van het toe te kennen mandaatbetrekking De aanstelling van de leden van de selectiecommissies is beperkt tot de selectieprocedure waarvoor zij aangesteld werden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een mandaatbetrekking slechts openstaat voor kandidaten van één taalrol, moeten de leden van de selectiecommissie tot dezelfde taalrol behoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een mandaatfunctie wordt vacant verklaard voor kandidaten van de twee taalrollen, dient een lid van de selectiecommissie de kennis van de tweede taal bewezen te hebben conform artikel 43, § 3, derde lid, van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten hoogste twee derden van de leden van een selectiecommissie behoren tot hetzelfde geslacht. Art. 373/11.De minister, voor de selectiecommissie: 1° stelt minstens twee effectieve en twee plaatsvervangende secretarissen aan die tot een verschillende taalrol behoren;2° bepaald de vergoeding die toegekend wordt aan de voorzitter en de leden. Art. 373/12.§ 1. Voorafgaandelijk aan de oproep tot kandidatuurstelling, legt de Regering, op voorstel van de minister, het reglement van inwendige orde van de selectiecommmissies vast. § 2. De selectiecommissie gaat slechts op geldige wijze over tot het horen van de kandidaten en tot de deliberatie voor zover de meerderheid van de leden aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de commissieleden die hebben deelgenomen aan het horen van al de kandidaten, kunnen deelnemen aan de deliberatie met het oog op de indeling van de kandidaten in de groepen A en B en op hun rangschikking in de groep A. Geen enkel lid kan zich onthouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij staking van stemmen beslist de voorzitter. Art. 373/13.§ 1. Geen enkel lid mag zetelen indien hij zich in een situatie bevindt die zijn onpartijdigheid in het gedrang kan brengen. § 2. De leden van de selectiecommissie zijn tot de geheimhoudingsplicht gehouden wat betreft de debatten en deliberaties, alsook met betrekking tot iedere informatie waar ze kennis van hebben gekregen in de uitoefening van hun opdracht. § 3. De tekst van onderhavige bepaling wordt gevoegd bij de mededeling van de samenstelling van de selectiecommissie. HOOFDSTUK 4. - De selectieprocedure Afdeling 1. - De ontvankelijkheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span><span class=\"lf-art-t\">/14.De selectiecommissie toetst de ontvankelijkheidsvoorwaarden van de kandidaturen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaten die niet aan deze voorwaarden beantwoorden worden uitgesloten uit de selectie door een gemotiveerde beslissing van de commissie. Deze beslissing wordt aan de uitgesloten kandidaten betekend per aangetekende brief met vermelding van de beroepsmogelijkheden. Bij het verstrijken van de beroepstermijn, wordt de beslissing definitief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere kandidaat kan, binnen de tien dagen volgend op die betekening, een bezwaar indienen per aangetekende brief aan de voorzitter van de commissie. Hij mag vragen om te worden gehoord. De kandidaat mag zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na onderzoek van het bezwaar neemt de commissie een definitieve beslissing over de ontvankelijkheid van en betekent ze haar beslissing per aangetekende brief. Afdeling 2. - De selectie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span><span class=\"lf-art-t\">/15.De selectiecommissie nodigt de kandidaten wier kandidatuur ontvankelijk werd verklaard, uit voor een assessment</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het assessment bestaat uit een geheel van simulatie-oefeningen die worden voorzien om na te gaan of iemand beschikt over de vereiste vaardigheden en capaciteiten voor een specifieke betrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wordt door Brussel Openbaar Ambt georganiseerd. Art. 373/16.De selectiecommissie brengt een gemotiveerd advies uit rekening houdend met: - de overeenstemming van het profiel van de kandidaat met de functiebeschrijving, gecontroleerd op het ogenblik van de hoorzitting voorzien in artikel 373/12, § 2; - de titels en verdiensten die de kandidaat laat gelden; - het resultaat van het assessment.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na afloop van de selectie en na analyse van hun kandidatuur, worden de kandidaten bij gemotiveerde beslissing ingeschreven in hetzij groep A \"geschikt\", hetzij groep B \"niet geschikt\".</p>\n<p class=\"lf-p\">In groep A worden de kandidaten gerangschikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er een ex-aequo is tussen de kandidaten in groep A \"geschikt\", wordt diegene behorend tot het geslacht dat voor minder dan een derde vertegenwoordigd is in de eerste twee trappen van de hiërarchie vóór de kandidaat van het ander geslacht gerangschikt. Afdeling 3. - De aanwijzing van de mandaathouders</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span><span class=\"lf-art-t\">/17.De Regering duidt de mandaathouder aan onder de kandidaten van groep A. Ze motiveert haar beslissing</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 3. - ADMINISTRATIEVE EN GELDELIJKE SITUATIE HOOFDSTUK 1. - Administratieve situatie Afdeling 1. - De aard van de arbeidsrelatie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">/18.De mandaathouder die, op het ogenblik van zijn mandaataanwijzing, geen ambtenaar is van een overheidsdient van het federaal administratief openbaar ambt of van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of een instelling van openbaar nut vertegenwoordigd binnen het Sectorcomité XV of een overheidsdienst van een Gewest, een Gemeentschap of een Gemeenschapscommissie, sluit een arbeidsovereenkomst met de instelling, vertegenwoordigd door haar regering De overeenkomst wordt gesloten voor onbepaalde termijn met termijn. Afdeling 2. - De uitoefening van het mandaat</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">/19.§ 1. De mandaathouder oefent het mandaat daadwerkelijk uit. § 2. In geval hij het mandaat niet kan uitoefenen wegens overlijden, langdurige ziekte, zwangerschapsverlof, schorsing in het belang van de dienst, ontslag of enige andere reden die hem verhindert zijn mandaat uit te oefenen, kan de Regering het mandaat tijdelijk toekennen aan een ander personeelslid voor een periode van maximum zes maanden die hernieuwd kan worden In dit geval, is de Regering niet gehouden door de bepalingen bedoeld in artikelen 373/7 tot 373/8.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering spreekt zich bij gemotiveerde beslissing uit over de titels en verdiensten van de kandidaten. § 3. De artikels 86 tot 93 met betrekking tot de uitoefening van een hogere functie zijn niet van toepassing op functiesdie op basis van een mandaat uitgevoerd worden. § 4. De toelating om meerdere activiteiten te cumuleren wordt toegekend of geweigerd door de functioneel bevoegde Minister. Art. 373/20.§ 1. De mandaathouder oefent zijn taak voltijds uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens zijn mandaat kan hij: 1° geen verlof voor loopbaanonderbreking krijgen, uitgezonderd als dit het ouderschapsverlof, de palliatieve verzorging en de zorgen in geval van ernstige ziekte betreft;2° geen verlof krijgen om zich kandidaat te stellen voor verkiezingen, om een ambt uit te oefenen in het kabinet van een minister of om een functie uit te oefenen bij een erkende politieke fractie;3° geen politiek verlof krijgen;4° geen verlof krijgen voor een stage of een proefperiode in een andere betrekking van een overheidsdienst;5° geen verlof krijgen voor opleiding;6° geen verlof krijgen om in vredestijd prestaties te verrichten bij het Korps burgerlijke veiligheid als vrijwilliger bij dit korps of om cursussen bij te wonen van de school van het korps voor civiele bescherming 7° geen verlof voor opdracht van algemeen belang krijgen;8° geen toelating verkrijgen om zijn functies uit te oefenen met verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheden, in het kader van de vierdagenweek en in het kader van een halftijds werk vanaf 50 of 55 jaar;9° geen verlof krijgen voor persoonlijke aangelegenheden;10° geen verlof krijgen om ter beschikking gesteld te worden van de Koning of de Prinsen en Prinsessen van België;11° geen ouderschapsverlof krijgen buiten de loopbaanonderbreking.12° geen toelating verkrijgen om een functie van bestuurder uit te oefenen in een beheerscomité van een publiek- of privaatrechtelijke vennootschap of van een vereniging zonder winstoogmerk waarvan het maatschappelijk doel onder de bevoegdheid valt van de uitgeoefende mandaatfunctie. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mandataris die zijn functies via een arbeidsovereenkomst uitoefent, is niet onderworpen aan de artikelen. HOOFDSTUK 2. - Geldelijke situatie Art. 373/21.§ 1. De Regering bepaalt de weddeschaal van de mandataris overeenkomstig artikel 294 in de functiebeschrijving beoogd in het artikel 373/8. § 2. De weddeschaal van de mandataris wordt gewogen met toepassing van de criteria die opgenomen zijn in bijlage 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elk van de in vorig lid bedoelde criteria worden punten toegekend overeenkomstig bijlage 4 van dit besluit. Art. 373/22.De mandaathouder heeft geen recht op de toelage voor overuren bedoeld in artikelen 316 tot 318. Art. 373/23.De mandaathouder heeft geen recht op een uitmuntendheidstoelage of op een projecttoelage. Art. 373/24.§ 1. De ambtenaar die houder is van een mandaat, ontvangt een mandaatpremie waarvan het jaarlijks bedrag gelijk is aan: 1° voor de ambtenaren van rang A5 et A4+: 3.000 euro. 2° voor de ambtenaren van A4: 2.000 euro De mandaatpremie wordt maandelijks uitbetaald onder dezelfde voorwaarden als de wedde. Ze wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van onderbreking van de uitoefening van het mandaat is de premie slechts verschuldigd als die onderbreking niet langer duurt dan dertig werkdagen en de mandaathouder het recht op zijn wedde niet verliest. § 2. Indien de vermelding \"gunstig\" zoals bedoeld in artikel 373/38, eerste lid, hem werd toegekend, wordt de mandaatpremie van de mandaathouder verdubbeld voor de periode waarop de evaluatie betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdubbeling van de mandaatpremie wordt aan de mandaathouders betaald binnen de drie maanden na de evaluatie. Art. 373/25.§ 1. Naast de definitieve behandeling overeenkomstig artikel 373/21 kan de raad van bestuur aan de mandataris een voertuig ter beschikking stellen dat voor privé-doeleinden gebruikt kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De raad van bestuur bepaalt de toekennings- en gebruiksvoorwaarden van dit voertuig. § 2. De raad van bestuur kan aan de mandataris een mobiliteitsbudget toekennen als alternatief voor de voertuig bepaald in paragraaf 1. HOOFDSTUK 3. - Anciënniteit Art. 373/26.De graadanciënniteit van de mandaathouder is gelijk aan de graadanciënniteit die hij genoot in de functie die hij bekleedde vóór zijn aanstelling. De duur van het mandaat wordt meegerekend in zijn dienstanciënniteit, graadanciënniteit en geldelijke anciënniteit. HOOFDSTUK 4. - Overplaatsing van de ambtenaren Art. 373/27.Vanaf de eerste gunstige beoordeling bedoeld in artikel 373/38 en op zijn verzoek, wordt de ambtenaar van een openbare instelling of dienst van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die als mandaathouder wordt aangesteld, overgedragen aan de openbare instelling of dienst waarbinnen hij zijn mandaat uitoefent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze overplaatsing geschiedt met terugwerkende kracht tot de datum van zijn aanstelling als mandaathouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regering vaardigt een individueel besluit uit. Een kopie wordt ter informatie verstuurd naar de instelling of openbare dienst van oorsprong. Art. 373/28.Ambtenaren van een overheidsdienst van de staat, van een gemeenschap of van een ander gewest die als mandaathouder aangesteld worden, worden overgeplaatst onder dezelfde voorwaarden als degene vermeld in artikel 373/27. Art. 373/29.Overgeplaatste ambtenaren behouden de administratieve en geldelijke anciënniteit die ze verworven hadden voor hun overplaatsing als mandaathouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 4. - DE EVALUATIE HOOFDSTUK 1. - Evaluatiecommissie Art. 373/30.Met het oog op de evaluatie van de mandaathouders bedoeld in artikel 373/1 wordt er een evaluatiecommissie opgericht. De evaluatiecommissie bestaat uit zeven leden die beschikken over expertise met betrekking tot overheidsmanagement en die niet behoren tot diensten die ressorteren onder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan een extern bureau aanduiden om de evaluatiecommissie bij te staan in haar opdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering wijst, op voordracht van de minister, de leden van de evaluatiecommissie aan alsook de voorzitter en de ondervoorzitter onder hen. De voorzitter en ondervoorzitter behoren tot een verschillende taalrol. De Regering wijst eveneens op voordracht van de minister zeven plaatsvervangende leden aan die beantwoorden aan dezelfde criteria als de effectieve leden. Wanneer één van de leden afwezig of verhinderd is, wijst de voorzitter het plaatsvervangend lid aan dat hem zal vervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leden worden aangesteld voor een periode van vijf jaar. Hun aanwijzing is hernieuwbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten hoogste twee derden van de leden van de evaluatiecommissie behoren tot hetzelfde geslacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister duidt minstens twee effectieve en minstens twee plaatsvervangende secretarissen aan van een verschillende taalrol om de evaluatiecommissie bij te staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister bepaalt de vergoeding toegekend aan de voorzitter en de leden van de evaluatiecommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering, op voorstel van de minister, stelt het huishoudelijk reglement van de evaluatiecommissies op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen lid van de evaluatiecommissie mag zetelen wanneer hij zich in een situatie bevindt die ertoe kan leiden dat zijn onpartijdigheid in het gedrang wordt gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leden van de evaluatiecommissie zijn gebonden door geheimhouding omtrent de beraadslagingen en besluiten alsmede aangaande alle informatie waarvan zij kennis zouden hebben gekregen bij het uitvoeren van hun opdracht. HOOFDSTUK 2. - Het verloop van de evaluatie Afdeling 1. - Voorwerp van evaluatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">/31.De evaluatie heeft betrekking op de managementvaardigheden en de competenties van de mandataris zoals omschreven in de functiebeschrijving bedoeld in artikel 373/8. De volgende elementen worden in dat verband mee in overweging genomen: - de realisatie van de doelstellingen voorzien in artikel 373/4 en van het beheersplan; - de manier waarop de doelstellingen al dan niet bereikt zijn. Afdeling 2. - De voorbereiding van het evaluatiegesprek</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">/32.De mandaathouder stelt tot voorbereiding van elk evaluatiegesprek een verslag op waarin hij de mate waarin de doelstellingen bereikt zijn alsook de middelen die gehanteerd werden, gedetailleerd beschrijft De minister legt het model van de hierboven genoemde verslagen vast. Art. 373/33.De evaluatiecommissie neemt kennis van het verslag die aan hem door de mandaathouder meegedeeld werd en stuurt een kopie aan de betrokken minister(s) en, in voorkomend geval, aan de directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span><span class=\"lf-art-t\">/34.Voor het evaluatiegesprek van de mandaathouder van rang A5 en van rang A4+, wint de evaluatiecommissie het advies in van de bevoegde minister</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het evaluatiegesprek van mandaathouders van rang A4, wint de commissie het advies in van de bevoegde minister(s) en van de directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal, voor wat betreft de realisatie van de transversale en strategische doelstellingen bedoeld in artikel 373/4. Art. 373/35.De evaluatiecommissie nodigt vervolgens de mandaathouder voor een gesprek uit. Bij die gelegenheid maakt zij aan de mandaathouder de adviezen over die ingewonnen werden overeenkomstig artikel 373/34.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mandaathouder kan verzoeken om mededeling van zijn evaluatiedossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het evaluatiedossier bevat: 1° de functiebeschrijving;2° het evaluatieveslag evenals de vorige evaluatieverslagen;3° het verslag bedoeld in artikel 373/32 indien de ambtenaar zulks wenst;4° elke document dat de mandaathouder wenst te laten toevoegen aan zijn dossier. Art. 373/36.De evaluatiecommissie houdt rekening met de eventuele verandering van de doelstellingen met toepassing van artikel 373/15, § 3. Afdeling 3. - Het evaluatieverslag en de vermelding</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span><span class=\"lf-art-t\">/37.Na het evaluatiegesprek stelt de evaluatiecommissie een evaluatieverslag op en stelt een vermelding vast</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het evaluatieverslag wordt tegen ontvangstbewijs overgemaakt aan de mandaathouder. Art. 373/38.De vermelding \"gunstig\" wordt toegekend aan de mandaathouder wanneer hij de doelen die hem werden gesteld bereikt heeft, wanneer zijn bijdrage bij het behalen van deze doelen bewezen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermelding \"voldoende\" wordt toegekend aan de mandaathouder wanneer hij zijn doelstellingen gedeeltelijk bereikt heeft, maar er substantiële verbeteringen dienen te worden aangebracht teneinde de aan hem toevertrouwde managementopdracht op een optimale en volmaakte manier te kunnen uitoefenen of wanneer zijn persoonlijke bijdrage bij het behalen van deze doelstellingen beperkt bleef.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermelding \"ongunstig\" wordt toegekend aan de mandaathouder wanneer de evaluatie aantoont dat de werking van de mandaathouder niet het verwachte niveau haalt of wanneer de toegewezen doelstellingen niet bereikt werden of wanneer deze doelstellingen niet op een optimale manier bereikt werden of wanneer zijn persoonlijke bijdrage aan het behalen van de doelstellingen zeer gering is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In haar evaluatie moet de evaluatiecommissie rekening houden met onvoorziene omstandigheden of omstandigheden onafhankelijk van de wil van de geëvalueerde, die het geheel of gedeeltelijk realiseren van de vastgestelde doelstellingen onmogelijk hebben gemaakt. Art. 373/39.§ 1. De mandaathouder wordt opgeroepen voor een eerste evaluatiegesprek twee jaar na het begin van het mandaat, en ten laatste twee jaar en drie maanden na het begin van het mandaat. Indien bij deze evaluatie de vermelding \"ongunstig\" wordt verkregen, vindt een bijkomende evaluatie plaats binnen een termijn van zes maanden na de datum van kennisgeving van deze eerste evaluatie. Als de bijkomende evaluatie resulteert in het toekennen van de vermelding \"ongunstig\" aan de mandaathouder, eindigt zijn mandaat definitief en kan hij niet deelnemen aan de volgende aanwijzingsprocedure voor het mandaat dat hij bekleedt. § 2. Een tweede evaluatie heeft plaats zes maanden voor het einde van het mandaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de mandaathouder de vermelding \"voldoende\" verkrijgt, dan wordt zijn mandaat niet verlengd, maar kan hij deelnemen aan de volgende toekenningsprocedure voor het mandaat dat hij bekleedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de mandaathouder de vermelding \"ongunstig\" verkrijgt, dan wordt zijn mandaat definitief beëindigd en kan hij niet deelnemen aan de nieuwe toekenningsprocedure voor het mandaat dat hij bekleedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de mandaathouder na deze tweede evaluatie de vermelding \"gunstig\" verkrijgt, kan de Regering zijn mandaat alleen een keer verlengen zonder dat er wordt overgegaan tot een nieuwe toekenningsprocedure voor het mandaat dat hij bekleedt. De Regering legt de te bereiken doelstellingen vast voor het nieuwe mandaat. De mandaathouder stelt binnen dertig dagen van de hernieuwing van zijn mandaat een beheersplan op zoals bedoeld in artikel 373/5, § 3, dat rekening houdt met de te bereiken doelstelling vastgelegd door de overheid. Afdeling 4. - Beroepsprocedure</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 373</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">/40.De mandaathouder die niet akkoord gaat met de vermelding \"voldoende\" of \"ongunstig\" beschikt over veertien dagen vanaf de betekening van zijn evaluatie om schriftelijk beroep in te dienen bij de Regering Het instellen van beroep heeft schorsende werking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering spreekt zich uit over het beroep van de mandaathouder. Art. 373/41.De Regering moet zich uitspreken binnen de zestig dagen na ontvangst van het verzoekschrift.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mandaathouder wordt op zijn verzoek gehoord. Hij kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan deze hoorzitting delegeren aan een Minister. Hiertoe ontvangt de Minister volmacht om de mandataris te horen. Hij stelt een gedetailleerd proces-verbaal op, verzamelt alle nuttige informatie en legt dit dossier voor aan de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 5. - EINDE VAN HET MANDAAT HOOFDSTUK 1. - Beëindiging van het mandaat van rechtswege Art. 373/42.Onverminderd artikel 373/41, eindigt het mandaat na afloop van de vastgestelde duur zoals bepaald in artikel 373/3 of wanneer de mandaathouder de wettelijke pensioenleeftijd bereikt. HOOFDSTUK 2. - Vroegtijdige beëindiging Art. 373/43.Het mandaat neemt vervroegd een einde in geval van schorsing in het belang van de dienst voor meer dan zes maanden, in geval van ononderbroken afwezigheid wegens langdurige ziekte van meer dan zes maanden, in geval van terugzetting in graad, in geval van ambtshalve ontslag, in geval van afzetting of door het vrijwillig ontslag van de mandaathouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van vrijwillig ontslag door de mandaathouder, is een opzegging van zes maanden vereist. Deze termijn kan in onderling akkoord verkort worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de functie beëindigd wordt voor het einde van de evaluatieperiode zoals bepaald in artikel 373/39, § 1 omwille van het feit dat de mandaathouder de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, kan deze, op zijn vraag, vroegtijdig worden geëvalueerd, conform de artikelen 373/31 en verder voor de lopende periode van het mandaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de vermelding \"gunstig\", geviseerd in artikel 373/39, wordt toegekend aan de mandaathouder, wordt de mandaatpremie verdubbeld pro rata de periode waarop de evaluatie betrekking heeft. De verdubbeling van de premie wordt betaald voor het beëindigen van de functies door de mandaathouder. Art. 373/44.Indien de evaluatie bedoeld in artikel 373/39, § 2, derde lid, leidt tot een vermelding \"ongunstig\", dan neemt het mandaat een einde op de eerste dag van de maand die volgt op de toekenning van deze vermelding, in voorkomend geval, zonder afbreuk te doen aan de wet op de arbeidsovereenkomsten. HOOFDSTUK 3. - De graad en de schaal na het mandaat Art. 373/45.De ambtenaar van wie het mandaat niet wordt verlengd, neemt opnieuw de laatste graad in waarin hij werd benoemd. Art. 373/46.De ambtenaren van wie het mandaat, na een mandaatperiode van vijf opeenvolgende jaren, verstreken is, genieten de weddeschaal A400, als ze op het einde van hun mandaat titularis zijn van een rang A5 of A4+ en de weddeschaal A310 als ze op het einde van hun mandaat titularis van rang A4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaren bedoeld in het eerste lid van wie het mandaat van zelfde rang, na een mandaatperiode van tien opeenvolgende jaren, verstreken is, blijven hun weddeschaal, die zij genoten op het einde van hun mandaat, genieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mandaatperiodes waarvoor een ongunstige evaluatie werd verkregen, komen niet in aanmerking voor de berekening bedoeld in de eerste twee leden van dit artikel. Art. 373/47.De mandataris wiens mandaat ten einde loopt en die geen ambtenaar is, ontvangt een verbrekingsvergoeding overeenkomstig het arbeidsrecht. Deze vergoeding bedraagt ten minste 6 maand van de wedde. In geval van een ernstige fout, wordt hij zonder opzegging of verbrekingsvergoeding ontslagen. » Art. 160.In hetzelfde besluit, wordt een boek 5 ingevoegd, luidende : « BOEK 5. - DE EINDELOOPBAANREGELING EN DE REGELING VAN BEPAALDE ZWARE BEROEPEN Art. 373/48.De wekelijkse arbeidsduur wordt verlaagd naar 30 uren, verdeeld over vier dagen, zonder verlaging van wedde, salaris, toelagen, premies en vergoedingen van de medewerkers die de leeftijd van zestig jaar hebben bereikt, en die functies bekleden die als \"zwaar\" werden bestempeld op basis van bepaalde criteria omwille van de werkomstandigheden, de weerslag op de fysieke gezondheid of de psychosociale lasten en die kunnen rekenen op een langdurige loopbaan in een openbare dienst van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering stelt een limitatieve lijst op van deze \"zwaar\" criteria en van hoe lang moet de loopbaan zijn. » Art. 161.Het opschrift van boek 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « BOEK 6. - OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN » Art. 162.In de Franse versie van artikel 374 van hetzelfde besluit worden de woorden « AGENCE DU STATIONNEMENT » in kleine letters gezet, behalve de eerste letter van het woord « Agence ».</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Nederlandse versie van artikel 374, wordt het woord « PARKEERAGENTSCHAP » in kleine letters gezet, behalve de eerste letter van het woord.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 163</span><span class=\"lf-art-t\">In hetzelfde besluit wordt een artikel 379bis ingevoegd, luidende : « Het artikel 373/24 heeft uitwerking vanaf 1 juli 2014. »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 164</span><span class=\"lf-art-t\">In hetzelfde besluit wordt een artikel 379ter ingevoegd, luidende : « Art. 379ter.Artikel 373/18 heeft uitwerking op 28 augustus 2014</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164bis\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 164bis</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde besluit wordt een artikel 379quater ingevoegd, luidende : « Artikel 53, voor zover het een 2°, 4° en 5° invoegt in artikel 162, heeft uitwerking op 1 januari 2022. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164ter\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 164ter</span><span class=\"lf-art-t\">In hetzelfde besluit wordt een artikel 379quinquies ingevoegd, luidende : « Artikel 362bis heeft uitwerking op 1 april 2022. »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 165</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlagen van hetzelfde besluit worden vervangen door de bijlagen van dit besluit. HOOFDSTUK 2. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen Art. 166.In artikel 1 van het besluit van 26 januari 2017 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende telewerk, wordt een 8° ingevoegd, luidende : « 8° het Parkeeragentschap. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 167</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1 van het besluit van 20 januari 1993 van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 20 januari 1993 tot regeling van de toekenning van maaltijdbons aan het personeel van het Ministerie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en van sommige instellingen van openbaar nut die onder het gezag of de controle staan van de Executieve wordt een 14° ingevoegd, luidende : « 14° het Parkeeragentschap. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-168\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 168</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 141 heeft uitwerking 1 februari 2016</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-169\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 169</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Worden opgeheven : 1° Het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ten einde de voorwaarden te bepalen waaronder de mandatarissen bij de instellingen van openbaar nut worden aangewezen, ter uitvoering van artikel 35 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/1987 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten1 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap ;2° Het Besluit van 5 september 2013 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bepaling van het huishoudelijk reglement van de selectiecommissies van het Parkeeragentschap van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepalingen Art. 170.De ambtenaren die op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit een ambt van niveau E bekleden worden ambtshalve benoemd in niveau D op het ogenblik van het in werking treden van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij krijgen een weddeschaal toegekend overeenkomstig hun anciënniteiten die ze hadden in niveau E. Art. 171 De evaluatieperiodes, lopende op de dag die de inwerkingtreding van dit besluit voorafgaan, verlopen volgens de bepalingen die toen van toepassing waren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze evaluatieperiodes mogen echter niet langer duren dan één jaar, vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorgaande leden zijn niet van toepassing op de mandaathouders. Art. 172.Die agent die met verlof is krachtens een door dit besluit gewijzigde bepaling, geniet van het verlof tot aan de afloop van de periode waarvoor het toegekend werd, zonder mogelijkheid tot verlenging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ambtenaren die arbeidsprestaties verrichten onder het stelsel van vrijwillige 4-dagenweek of halftijds vervroegde uittreding in uitvoering van de wet van 10 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/04/2013 numac 2013000222 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector op het moment van de invoegetreding van het huidige statuut, blijven van dit verlof genieten tegen dezelfde voorwaarden die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van het huidige besluit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 173</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De ambtenaar behoudt de administratieve en geldelijke anciënniteit waarop hij recht had voor de inwerkingtreding van het huidige besluit. § 2. In afwijking van paragraaf 1 heeft de ambtenaar, die een herberekening wenst te bekomen van zijn geldelijke anciënniteit overeenkomstig artikel 371, een termijn van maximaal twaalf maanden, te rekenen vanaf de inwerktreding van het huidige besluit, om zijn aanvraag in te dienen. De nieuwe anciënniteit wordt van kracht vanaf de eerste dag van de zevende maand die volgt op de inwerkingtreding van het huidige besluit. HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen Art. 175.Tenzij indien anders wordt vermeld, treedt dit besluit in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van tien dagen die ingaat de dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 176</span><span class=\"lf-art-t\">De Minister bevoegd voor Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid is belast met de uitvoering van dit besluit</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 177</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen in het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragent- schap worden hernummerd zodoende de corrrecte en consequente rangschikking van de artikelen te handhaven Brussel, 15 september 2022.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Territoriale Ontwikkeling en Stadsvernieuwing, Toerisme, de Promotie van het Imago van Brussel en Biculturele zaken van gewestelijk belang, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid, E. VAN DEN BRANDT Het bijlage 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. N1. Bijlage 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Anciënniteit Ancienneté A101 A102 A103 A111 A112 A113 0 22789 24960 27001 27001 30212 33202 1 23436 25607 27648 27648 30859 33899 2 24083 26254 28295 28295 31506 34596 3 24730 26901 28942 28942 32153 35293 4 24730 26901 28942 28942 32153 35293 5 25720 27891 29932 30074 33285 36677 6 25720 27891 29932 30074 33285 36677 7 26710 28881 30922 31206 34417 38061 8 26710 28881 30922 31206 34417 38061 9 27700 29871 31912 32338 35549 39445 10 27700 29871 31912 32338 35549 39445 11 28690 30861 32902 33470 36681 40829 12 28690 30861 32902 33470 36681 40829 13 29680 31851 33892 34602 37813 42213 14 29680 31851 33892 34602 37813 42213 15 30670 32841 34882 35734 38945 43597 16 30670 32841 34882 35734 38945 43597 17 31660 33831 35872 36866 40077 44981 18 31660 33831 35872 36866 40077 44981 19 32650 34821 36862 37998 41209 46365 20 32650 34821 36862 37998 41209 46365 21 33640 35811 37852 39130 42341 47749 22 33640 35811 37852 39130 42341 47749 23 34630 36801 38842 40262 43473 49133 24 34630 36801 38842 40262 43473 49133 25 35620 37791 39832 41394 44605 50517 26 35620 37791 39832 41394 44605 50517 27 36610 38781 40822 42526 45737 51901 28 36610 38781 40822 42526 45737 51901 29 37600 39771 41812 43658 46869 53285 30 37600 39771 41812 43658 46869 53285 31 38590 40761 42802 44790 48001 54669 32 38590 40761 42802 44790 48001 54669 33 39580 41751 43792 45922 49133 56053 34 39580 41751 43792 45922 49133 56053 35 40570 42741 44782 47054 50265 57437 36 40570 42741 44782 47054 50265 57437 37 41560 43731 45772 48186 51397 58821 38 41560 43731 45772 48186 51397 58821 39 42550 44721 46762 49318 52529 60205 40 42550 44721 46762 49318 52529 60205 41 43540 45711 47752 50450 53661 61589 42 43540 45711 47752 50450 53661 61589 43 44530 46701 48742 51582 54793 62973 44 44530 46701 48742 51582 54793 62973 45 45520 47691 49732 52714 55925 64357 Anciënniteit Ancienneté A200 A210 A220 A300 A310 0 29071 29202 34697 31970 35626 1 29071 29202 35394 33475 37081 2 30182 30586 36091 33475 37081 3 30182 30586 36788 34980 38536 4 31293 31970 36788 34980 38536 5 31293 31970 38172 36485 39991 6 32404 33354 38172 36485 39991 7 32404 33354 39556 37990 41446 8 33515 34738 39556 37990 41446 9 33515 34738 40940 39495 42901 10 34626 36122 40940 39495 42901 11 34626 36122 42324 41000 44356 12 35737 37506 42324 41000 44356 13 35737 37506 43708 42505 45811 14 36848 38890 43708 42505 45811 15 36848 38890 45092 44010 47266 16 37959 40274 45092 44010 47266 17 37959 40274 46476 45515 48721 18 39070 41658 46476 45515 48721 19 39070 41658 47860 47020 50176 20 40181 43042 47860 47020 50176 21 40181 43042 49244 48525 51631 22 41292 44426 49244 48525 51631 23 41292 44426 50628 50030 53086 24 42403 45810 50628 50030 53086 25 42403 45810 52012 51535 54541 26 43514 47194 52012 51535 54541 27 43514 47194 53396 53040 55996 28 44625 48578 53396 53040 55996 29 44625 48578 54780 54545 57451 30 45736 49962 54780 54545 57451 31 45736 49962 56164 56050 58906 32 46847 51346 56164 56050 58906 33 46847 51346 57548 57555 60361 34 47958 52730 57548 57555 60361 35 47958 52730 58932</p>\n<p class=\"lf-p\">59060 61816 36 49069 54114 58932 59060 61816 37 49069 54114 60316 60565 63271 38 50180 55498 60316 60565 63271 39 50180 55498 61700 62070 64726 40 51291 56609 61700 62070 64726 41 51291 56609 63084 63575 66181 42 52402 57993 63084 63575 66181 43 52402 57993 64468 65080 67636 44 53513 59377 64468 65080 67636 45 65852 66585 69091 Anciënniteit Ancienneté A400 A410 A500 0 40626 42615 48281 1 40626 42615 48281 2 42010 44070 49665 3 42010 44070 49665 4 43394 45525 51049 5 43394 45525 51049 6 44778 46980 52433 7 44778 46980 52433 8 46162 48435 53817 9 46162 48435 53817 10 47546 49890 55201 11 47546 49890 55201 12 48930 51345 56585 13 48930 51345 56585 14 50314 52800 57969 15 50314 52800 57969 16 51698 54255 59353 17 51698 54255 59353 18 53082 55710 60737 19 53082 55710 60737 20 54466 57165 62121 21 54466 57165 62121 22 55850 58620 63505 23 55850 58620 63505 24 57234 60075 64889 25 57234 60075 64889 26 58618 61530 66273 27 58618 61530 66273 28 60002 62985 67657 29 60002 62985 67657 30 61386 64440 69041 31 61386 64440 69041 32 62770 65895 70425 33 62770 65895 70425 34 64154 67350 71809 35 64154 67350 71809 36 65538 68805 73193 37 65538 68805 73193 38 66922 70260 74577 39 66922 70260 74577 40 68306 71715 75961 41 68306 71715 75961 42 69690 73170 77345 43 69690 73170 77345 44 71074 74625 78729 45 Anciënniteit Ancienneté B101 B102 B103 B200 C101 C102 0 16466 18456 21597 22486 14628 16052 1 16931 18770 21870 22759 15133 16598 2 17103 19084 22143 23032 15335 17144 3 18245 20226 23022 23750 15537 17690 4 18245 20226 23022 23750 15537 17690 5 18781 20762 23558 24154 16164 18317 6 18781 20762 23558 24154 16164 18317 7 19317 21298 24094 25033 16791 18944 8 19317 21298 24094 25033 16791 18944 9 19853 21834 24630 25912 17418 19571 10 19853 21834 24630 25912 17418 19571 11 20389 22370 25166 26791 18045 20198 12 20753 22734 25530 26791 18045 20198 13 21289 23441 26237 27670 18672 20825 14 21289 23441 26237 27670 18672 20825 15 21825 24148 26944 28549 19299 21452 16 21825 24148 26944 28549 19299 21452 17 22361 24855 27651 29428 19926 22079 18 22361 24855 27651 29428 19926 22079 19 22897 25562 28358 30307 20553 22706 20 22897 25562 28358 30307 20553 22706 21 23433 26269 29065 31186 21180 23333 22 23433 26269 29065 31186 21180 23333 23 23969 26976 29772 32065 21807 23960 24 23969 26976 29772 32065 21807 23960 25 24505 27683 30479 32944 22434 24587 26 24505 27683 31186 32944 22434 24587 27 25576 28855 31893 33823 23374 25840 28 25576 28855 31893 33823 23374 25840 29 26112 29562 32600 34702 24001 26467 30 26648 30269 33307 35581 24628 27094 31 26648 30269 33307 35581 24628 27094 32 27184 30976 34014 36460 25255 27801 33 27184 30976 34014 36460 25255 27801 34 27720 31683 34721 37339 25882 28508 35 27720 31683 34721 37339 25882 28508 36 28256 32390 35428 38218 26509 29215 37 28256 32390 35428 38218 26509 29215 38 28792 33097 36135 39097 27136 29922 39 28792 33097 36135 39097 27136 29922 40 29328 33804 36842 39976 27763 30629 41 29328 33804 36842 39976 27763 30629 42 29864 34511 37549 40855 28390 31336 43 29864 34511 37549 40855 28390</p>\n<p class=\"lf-p\">31336 44 30400 35218 38256 41734 29017 32043 45 30936 35925 38963 42613 29644 32670 Anciënniteit Ancienneté C103 C200 D101 D102 D103 D200 0 17143 19981 14426 14426 15224 16880 1 17709 20295 14780 14780 15447 17385 2 18275 20609 14780 14780 15670 17385 3 18841 21640 15255 15417 16701 17890 4 18841 21640 15538 15700 16974 17890 5 19468 22176 15538 15700 16974 18395 6 19468 22176 15821 16246 17247 18395 7 20095 22712 15821 16600 17247 18900 8 20095 22712 16104 16600 17520 18900 9 20722 23248 16104 16954 17520 19405 10 20722 23248 16387 16954 17793 19405 11 21349 23784 16549 17308 17793 19910 12 21349 24148 16943 17308 18349 19910 13 21976 24855 17115 17662 18693 20415 14 21976 24855 17459 17662 18885 20415 15 22603 25562 17459 18016 19047 20920 16 22603 25562 17803 18016 19249 20920 17 23230 26269 17803 18370 19411 21425 18 23230 26269 18147 18370 19613 21425 19 23857 26976 18147 18724 19765 21930 20 23857 26976 18491 18724 19978 21930 21 24484 27683 18491 19078 20130 22435 22 24484 27683 18835 19078 20353 22435 23 25111 28390 18835 19432 20495 22940 24 25111 28390 19179 19432 20849 22940 25 25738 29097 19523 19786 21203 23445 26 25738 29097 19523 19786 21446 23445 27 26991 29804 19867 20140 21810 23950 28 26991 29804 19867 20140 21810 23950 29 27618 30511 20211 20494 22174 24455 30 28245 31218 20555 20848 22538 24960 31 28245 31218 20555 20848 22538 24960 32 28952 31925 20899 21202 22902 25465 33 28952 31925 20899 21202 22902 25465 34 29659 32632 21243 21556 23266 25970 35 29659 32632 21243 21556 23266 25970 36 30366 33339 21587 21910 23630 26475 37 30366 33339 21587 21910 23630 26475 38 31073 34046 21931 22264 23994 26980 39 31073 34046 21931 22264 23994 26980 40 31780 34753 22275 22618 24358 27485 41 31780 34753 22275 22618 24358 27485 42 32487 35460 22619 22972 24722 27990 43 32487 35460 22619 22972 24722 27990 44 33194 36167 22963 23326 25086 28495 45 33821 36874 23307 23680 25450 29000 Anciënniteit Ancienneté S101 S102 S103 S104 S105 S106 0 14750,00 14950,00 15600,00 16500,00 17200,00 17900,00 1 15225,00 15450,00 16125,00 17100,00 17850,00 18575,00 2 15225,00 15450,00 16125,00 17100,00 17850,00 18575,00 3 15775,00 16025,00 16725,00 17750,00 18550,00 19300,00 4 15775,00 16025,00 16725,00 17750,00 18550,00 19300,00 5 16375,00 16650,00 17375,00 18500,00 19300,00 20075,00 6 16375,00 16650,00 17375,00 18500,00 19300,00 20075,00 7 17025,00 17350,00 18125,00 19325,00 20150,00 20950,00 8 17025,00 17350,00 18125,00 19325,00 20150,00 20950,00 9 17725,00 18100,00 18925,00 20200,00 21075,00 21900,00 10 17725,00 18100,00 18925,00 20200,00 21075,00 21900,00 11 17725,00 18100,00 18925,00 20200,00 21075,00 21900,00 12 18475,00 18850,00 19725,00 21075,00 22025,00 22850,00 13 18475,00 18850,00 19725,00 21075,00 22025,00 22850,00 14 18475,00 18850,00 19725,00 21075,00 22025,00 22850,00 15 19150,00 19550,00 20500,00 21900,00 23000,00 23800,00 16 19150,00 19550,00 20475,00 21900,00 23000,00 23800,00 17 19150,00 19550,00 20475,00 21900,00 23000,00</p>\n<p class=\"lf-p\">23800,00 18 19750,00 20175,00 21150,00 22675,00 23950,00 24750,00 19 19750,00 20175,00 21150,00 22675,00 23950,00 24750,00 20 19750,00 20175,00 21150,00 22675,00 23950,00 24750,00 21 20175,00 20625,00 21750,00 23450,00 24900,00 25675,00 22 20175,00 20625,00 21750,00 23450,00 24900,00 25675,00 23 20175,00 20625,00 22350,00 23450,00 24900,00 25675,00 24 20525,00 21000,00 22350,00 24175,00 25850,00 26600,00 25 20525,00 21000,00 22350,00 24175,00 25850,00 26600,00 26 20525,00 21000,00 22350,00 24175,00 25850,00 26600,00 27 20825,00 21325,00 22875,00 24850,00 26800,00 27500,00 28 20825,00 21325,00 22875,00 24850,00 26800,00 27500,00 29 20825,00 21325,00 22875,00 24850,00 27625,00 27500,00 30 21125,00 21650,00 23325,00 25475,00 28325,00 28425,00 31 21125,00 21650,00 23325,00 25475,00 28325,00 28425,00 32 21125,00 21650,00 23325,00 25475,00 29025,00 29125,00 33 21405,00 21950,00 23700,00 26050,00 29025,00 29125,00 34 21405,00 21950,00 23700,00 26050,00 29725,00 29825,00 35 21405,00 21950,00 23700,00 26050,00 29725,00 29825,00 36 21685,00 22250,00 24075,00 26575,00 30425,00 30525,00 37 21685,00 22250,00 24075,00 26575,00 30425,00 30525,00 38 21685,00 22250,00 24075,00 26575,00 31125,00 31225,00 39 21945,00 22525,00 24400,00 27100,00 31125,00 31225,00 40 21945,00 22525,00 24400,00 27100,00 31825,00 31925,00 41 21945,00 22525,00 24400,00 27100,00 31825,00 31925,00 42 22205,00 22800,00 24725,00 27600,00 32525,00 32625,00 43 22205,00 22800,00 24725,00 27600,00 32525,00 32625,00 44 22205,00 22800,00 25090,00 27600,00 33225,00 33225,00 45 22465,00 23075,00 25450,00 28075,00 33825,00 33825,00 Het bijlage 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. N2. Bijlage 2. HOOFDSTUK 1. - De volgende diploma's of studiegetuigschriften komen in aanmerking voor de toelating tot het instelling naargelang van de niveaus: NIVEAU A 1) Diploma van master, arts en veearts verkregen na studies van twee cycli, die ten minste 60 studiepunten vertegenwoordigen, uitgereikt door een universiteit met inbegrip van de aan die universiteiten verbonden scholen, of de bij de wet of bij decreet daarmee gelijkgestelde instellingen of een `Haute Ecole', een door de Staat of door één van de Gemeenschappen opgerichte, gesubsidieerde of erkende instelling voor hoger onderwijs, een `Ecole supérieure des arts' of een jury ingesteld door de Staat of één van de Gemeenschappen of elke academische graad afgeleverd door bepalingen voorafgaand aan deze die van toepassing waren bij de inwerkingtreding van voorgaand besluit.2) Getuigschrift uitgereikt aan diegenen die de studies hebben voleindigd aan de polytechnische afdeling of aan de afdeling \"Alle Wapens\" van de Koninklijke Militaire School en die krachtens de wet van 11 september 1933 op de bescherming van de titels van het hoger onderwijs gerechtigd zijn tot het voeren van de titel van burgerlijk ingenieur of van licentiaat, met de door de Koning bepaalde kwalificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">NIVEAU A (OVERGANGSMAATREGEL) 1) Diploma uitgereikt door de Koloniale Hogeschool van België te Antwerpen en licentiaatsdiploma uitgereikt door het Universitair Instituut voor de Overzeese Gebieden te Antwerpen indien de studies ten minste vier jaar hebben omvat.2) Diploma van : o licentiaat in de handelswetenschappen o handelsingenieur o geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs in de handelswetenschappen o licentiaat-vertaler o licentiaat-tolk uitgereikt door inrichtingen van hoger technisch onderwijs van de derde graad of door inrichtingen van technisch onderwijs - gerangschikt als handelshogescholen categorie A5 - of door een door de Staat ingestelde examencommissie.3) Diploma of eindgetuigschrift uitgereikt na een cyclus van vijf jaar door : - de afdeling bestuurswetenschappen van het \"Institut d'enseignement supérieur Lucien Cooremans\" te Brussel; - het Hoger Instituut voor Bestuurs- en Handelswetenschappen te Elsene; - het Provinciaal Hoger Instituut voor Bestuurswetenschappen te Antwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">NIVEAU B 1) Diploma van bachelor uitgereikt na een opleiding van één cyclus of na de eerste cyclus van een opleiding van twee cycli na ten minste 180 studiepunten uitgereikt door een universiteit of een Hogeschool, een `Ecole supérieure des arts' of door een door de Staat of door één van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie of elke academische graad van de eerste cyclus afgeleverd in uitvoering van bepalingen voorafgaand aan deze die van toepassing waren bij de inwerkingtreding van voorgaand besluit.2) Getuigschrift, diploma of brevet van het zeevaartonderwijs van de hogere cyclus.3) Diploma van meetkundig schatter van onroerende goederen.4) Diploma van gegradueerde van het hoger beroepsonderwijs, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door één van de Gemeenschappen, met uitzondering van het diploma van gegradueerde in de verpleegkunde uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs.5) Kandidaatsdiploma of -getuigschrift uitgereikt na een cyclus van ten minste twee jaar studie, ofwel door de Belgische universiteiten met inbegrip van de aan die universiteiten verbonden scholen, de bij de wet ermee gelijkgestelde instellingen of de instellingen voor hoger onderwijs van het lange type, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door één van de Gemeenschappen ofwel door een door de Staat of door één van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie.6) Diploma van technisch ingenieur uitgereikt na hogere technische leergangen van de tweede graad.7) Diploma van een afdeling ingedeeld [1, in het economisch, paramedisch, pedagogisch, landbouwkundig of sociaal hoger onderwijs]1 van het korte type en voor sociale promotie of van hoger kunst- of technisch onderwijs van de 3e, 2e of 1e graad uitgereikt door een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door één van de Gemeenschappen.8) Getuigschrift na het slagen voor de eerste twee studiejaren van de polytechnische afdeling of van de afdeling \"Alle Wapens\" van de Koninklijke Militaire School.9) Getuigschrift hoger onderwijs van de 1e cyclus uitgereikt door het hoger onderwijs voor sociale promotie.</p>\n<p class=\"lf-p\">NIVEAU B (OVERGANGSMAATREGEL) 1) Diploma uitgereikt na een cyclus van ten minste twee jaar studie door de Koloniale Hogeschool van België te Antwerpen of kandidaatsdiploma uitgereikt door het Universitair Instituut voor Overzeese Gebieden te Antwerpen.2) Kandidaatsdiploma uitgereikt na een cyclus van ten minste twee jaar studie door een inrichting van hoger technisch onderwijs van de derde graad of door een inrichting van technisch onderwijs, gerangschikt als handelshogeschool in de categorie A5.3) Diploma van burgerlijk conducteur uitgereikt door een Belgische universiteit.4) Diploma van technisch ingenieur afgeleverd door een hogere technische school van de tweede graad.5) Diploma van mijnmeter.6) Diploma van gegradueerde in de landbouwwetenschappen, uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van artikel 8 van het koninklijk besluit van 31 oktober 1934 tot vaststelling van de voorwaarden voor het toekennen van de diploma's van landbouwkundig ingenieur, scheikundig landbouwingenieur, ingenieur voor waters en bossen, koloniaal landbouwkundig ingenieur, tuinbouwkundig ingenieur, boerderijbouwkundig ingenieur, ingenieur der landbouwbedrijven, zoals het werd gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 juli 1936.7) Diploma uitgereikt door een inrichting voor het hoger technisch onderwijs van de eerste graad met volledig leerplan opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van regeringswege samengestelde examencommissie.8) Diploma gerangschikt in één van navolgende categorieën : A1, A6/A1, A7/A1, C1/A1, A8/A1, A1/D, A2An, C1/D, C5/C1/D, C1/An, uitgereikt door een inrichting voor hoger technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van regeringswege samengestelde examencommissie.9) Diploma gerangschikt in de categorie B3/B1 uitgereikt na een cyclus van ten minste zevenhonderdvijftig lestijden door een inrichting voor technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat en die bij de toelating het volgende eist: o of een diploma van volledige hogere secundaire studiën; o of het welslagen voor een daarmede gelijkgesteld toelatingsexamen; o of een diploma van een afdeling gerangschikt in de categorie B3/B2. 10) Getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse Gemeenschap of door een examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">NIVEAU C 1) Getuigschrift van hoger secundair onderwijs;2) Getuigschrift van het slagen met vrucht voor één van de toelatingsexamens voor de universiteit zoals voorzien in art.49 § 1, vijfde lid van het Decreet (van de Franse Gemeenschap) van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese Ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten. 3) Gehomologeerd of door de examencommissie van de Staat of van één van de Gemeenschappen voor het secundair onderwijs uitgereikt bekwaamheidsdiploma dat toegang verleent tot het hoger onderwijs.4) Brevet van : o verpleeg- of ziekenhuisassistent(e); o verpleger of verpleegster; uitgereikt, hetzij door een door de Staat of één van de Gemeenschappen in de categorie van de aanvullende secundaire beroepsscholen opgerichte, gesubsidieerde of erkende verplegingsafdeling, hetzij door een door de Staat of één van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie. 5) Einddiploma, studiegetuigschrift of getuigschrift van het zesde leerjaar van het algemeen, het technisch, het kunst- of het beroepssecundair onderwijs met volledig leerplan uitgereikt na het volgen met vrucht door een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door één van de Gemeenschappen.6) Getuigschrift, diploma of brevet van het zeevaartonderwijs van de hogere secundaire cyclus.7) Diploma van een tot de groep handel, administratie en organisatie behorende afdeling van een hogere secundaire technische leergang van een inrichting voor technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door één van de Gemeenschappen, uitgereikt na een cyclus van ten minste zevenhonderdvijftig lestijden.8) Diploma van een afdeling van het secundair volwassenenonderwijs van een onderwijsinrichting, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door één van de Gemeenschappen, uitgereikt na ten minste zevenhonderdvijftig lestijden.9) Getuigschrift of titel van kennis erkend en afgeleverd door elke Gemeenschap, binnen het kader van de professionele vorming of van de validatie an kennis, door een erkende publieke operator, of door één van zijn geagregeerde partners.10) Diploma of getuigschrift dat in aanmerking genomen wordt voor aanwerving bij de diensten van de Vlaamse overheid in niveau A of B.11) Diploma van gegradueerde in de verpleegkunde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen opgerichte, erkende of gesubsidieerde instelling of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap.</p></div>", "next": 236426}