{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">sluiten houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, in toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;5° instellingen van openbaar nut : de rechtspersonen bedoeld in artikel 1, 3°, van de voormelde wet van 22 juli 1993 die geen openbare instellingen van sociale zekerheid zijn;6° overheidsdienst : de administratie die door een overheid is ingesteld om haar verplichte wettelijke opdrachten te verzekeren;7° personeelslid : elke werknemer die tot een federale dienst behoort;8° ambtenaar : elk personeelslid van een federale dienst van wie de arbeidsrelatie met de overheid eenzijdig door deze overheid wordt bepaald;9° stagiair : de ambtenaar die een stage vervult, niet vastbenoemd is en de eed niet heeft afgelegd in deze functie;10° contractueel : elk personeelslid dat met een arbeidsovereenkomst in dienst wordt genomen in een federale dienst;11° mandaathouder : de ambtenaar die in een federale dienst een management- of een staffunctie uitoefent in het kader van een mandaat van bepaalde duur;12° leidend ambtenaar : de voorzitter van het directiecomité van een federale overheidsdienst, de voorzitter van een programmatorische federale overheidsdienst, de leidend ambtenaar of de ambtenaar belast met het dagelijks beheer van een openbare instelling van sociale zekerheid of van een instelling van openbaar nut, de ambtenaar die de directieraad van het Ministerie van Landsverdediging voorzit;13° P&amp;O-directeur : de directeur van de stafdienst Personeel en Organisatie of, in de federale diensten waar deze functie niet is toegekend, de directeur of de verantwoordelijke van de dienst belast met het humanresourcesmanagement of, bij gebrek hieraan, de verantwoordelijke van de personeelsdienst;14° directiecomité : het directiecomité voor een federale overheidsdienst of een programmatorische federale overheidsdienst of de directieraad voor het Ministerie van Landsverdediging en voor een van de rechtspersonen bedoeld in artikel 1, 3°, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken;15° werkdag : alle dagen van de week, met uitzondering van zaterdagen, zondagen en feestdagen;16° arbeidsdag : de dagen waarop een personeelslid diensten moet presteren volgens zijn werkrooster;17° feestdag : alle dagen bedoeld in artikel 14, § 1 van het koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten</p>\n<p class=\"lf-p\">type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/11/1998 numac 1998002123 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen sluiten betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen;18° nacht : de periode bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de wet van 14 december 2000Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector;19° dag, maand, trimester, kwadrimester, semester, jaar : dag, maand, trimester, kwadrimester, semester, jaar, zoals ze in de kalender voorkomen;20° indexeringsregeling : de koppeling aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de regels voorgeschreven door de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld;21° ouderschapsverlof : het onbezoldigd ouderschapsverlof evenals het ouderschapsverlof toegekend in het kader van de voltijdse of deeltijdse loopbaanonderbreking;22° verlof verbonden aan de bescherming van het moederschap : het verlof of de arbeidsonderbreking bedoeld in artikelen 39 en 42 tot 43bis van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/03/1971 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten of artikel 18, tweede lid, van de wet van 14 december 2000Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd;23° bezoldiging : de wedde, de schaalbonificatie en, zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 3 maart 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten7 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën, het complement, het weddecomplement en het weddesupplement;24° administratieve standplaats : de plaats waar het personeelslid zijn functie hoofdzakelijk uitoefent;25° werkplaats : de plaats waar het personeelslid zich werkelijk bevindt om zijn functie uit te oefenen;26° voertuig : het motorvoertuig, met inbegrip van de motorfiets en de bromfiets. De uitdrukking \"personeelslid\" bedoeld in de definities in 7°, 8° en 10° van het eerste lid moet worden begrepen als \"burgerpersoneelslid\" als ze betrekking heeft op het Ministerie van Landsverdediging. Als een bevoegdheid gedelegeerd wordt, verbiedt de uitdrukking \"of aan zijn afgevaardigde\" niet dat de bevoegdheid aan meerdere personen gedelegeerd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het akkoord van de inspecteur van Financiën wordt gevraagd krachtens artikelen 28 en 31 wordt dit akkoord gegeven door de afgevaardigde van de minister van Begroting voor de instellingen bedoeld in het eerste lid, 4° en 5°. HOOFDSTUK II. - Algemene principes Art. 3.Er wordt een toelage toegekend aan het personeelslid, hetzij ambtshalve, hetzij wegens verrichte prestaties die niet als normaal kunnen worden beschouwd vergeleken met de uitoefening van de functie, hetzij wegens een specifieke organisatie van de arbeidstijd, hetzij na het slagen voor een proef.</p>\n<p class=\"lf-p\">Worden beschouwd als een ambtshalve toegekende toelage : 1° het vakantiegeld en de eindejaarstoelage, onvoorwaardelijk toegekend;2° de haard- en standplaatstoelage toegekend wegens de persoonlijke situatie van het personeelslid;3° de toelage wegens ontslag en de compenserende vergoeding, toegekend wegens het einde van de arbeidsrelatie. Worden beschouwd als een toelage verbonden aan prestaties die niet als normaal kunnen worden beschouwd vergeleken met de uitoefening van de functie : 1° de directietoelage;2° de toelage voor de uitoefening van een hogere functie;3° de toelage voor opleidingsactiviteiten;4° in voorkomend geval de toelage gecreëerd in toepassing van afdeling 4 van het hoofdstuk II van titel II. Worden beschouwd als een toelage verbonden aan de specifieke organisatie van de arbeidstijd : 1° de wachttoelage;2° de toelage voor onregelmatige prestaties;3° de toelage voor werk in opeenvolgende ploegen;4° de toelage voor bijkomende prestaties. De taaltoelage wordt beschouwd als een toelage verbonden aan het slagen voor een proef.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de directietoelage, de toelage voor de uitoefening van een hogere functie of voor alle specifieke toelagen is de toelage niet verschuldigd als : 1° het personeelslid om eender welke reden meer dan dertig opeenvolgende werkdagen afwezig is;de schorsing van de toelage gebeurt met terugwerkende kracht op de eerste dag van de afwezigheid; 2° ofwel als het personeelslid het voordeel van zijn bezoldiging verliest of een wachtgeld geniet;de schorsing van de toelage gebeurt vanaf de eerste dag Behoudens bijzondere bepalingen is de toelage naar rato verschuldigd als de bezoldiging zelf naar rato wordt betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij houdt op verschuldigd te zijn als niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Komen niet in aanmerking voor de registratie van de dertig werkdagen, bepaald in het eerste lid, 1° : 1° een ouderschapsverlof en een verlof verbonden aan de bescherming van het moederschap;2° de recuperaties die worden toegekend in het kader van de overschrijdingen van de grens die is bepaald in de wet van 14 december 2000Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector;3° een jaarlijks vakantieverlof;4° een afwezigheid door een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar of van het werk of een beroepsziekte. Art. 5.Er wordt een vergoeding toegekend aan het personeelslid dat verplicht is om naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie werkelijke onkosten te dragen die niet beschouwd kunnen worden als normaal, of ze nu al dan niet inherent zijn aan de functie. Art. 6.Iedere vergoeding wordt toegekend op basis van de bewijsstukken van het bestaan van werkelijke onkosten, die het personeelslid verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde weigert de terugbetaling van de kosten als hij ze ongerechtvaardigd vindt. In voorkomend geval vermindert hij ze als hij ze overdreven vindt of normaliter vermeden hadden kunnen worden. Art. 7.Behoudens bijzondere bepalingen, als de functie waaraan een forfaitaire vergoeding is verbonden niet wordt uitgeoefend, wordt de betaling van de bedoelde vergoeding geschorst. Art. 8.De agglomeraties die inzake vergoedingen in aanmerking moeten worden genomen, zijn de volgende : a) Brusselse agglomeratie : Anderlecht, Oudergem, Sint-Agatha-Berchem, Brussel, Etterbeek, Evere, Vorst, Ganshoren, Elsene, Jette, Koekelberg, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Gillis, Sint-Joost-ten-Node, Schaarbeek, Ukkel, Watermaal-Bosvoorde, Sint-Lambrechts-Woluwe en Sint-Pieters-Woluwe.b) De als volgt gevormde agglomeraties : 1) Antwerpen : Antwerpen, Mortsel, Zwijndrecht.2) Charleroi : Charleroi, Châtelet, Courcelles, Fontaine-l'Evêque, Montignies-le-Tilleul.3) Gent : Gent, Merelbeke.4) Luik : Ans, Beyne-Heusay, Flémalle, Herstal, Luik, Saint-Nicolas, Seraing.5) Borinage : Boussu, Frameries, Bergen, Quaregnon, Quiévrain, Saint-Ghislain.6) Centrum-Henegouwen : Chapelle-lez-Herlaimont, La Louvière, Manage, Morlanwelz.7) Oostende : Bredene, Oostende.8) Verviers : Dison, Verviers. Art. 9.Behoudens bijzondere bepalingen geldt de indexeringsregeling voor de toelagen en vergoedingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij andersluidende bepaling zijn ze verbonden aan de spilindex 138,01. Bij de berekening ervan wordt geen rekening gehouden met de derde decimaal in het eindresultaat. Art. 10.Het genot van de toelagen en vergoedingen van dit besluit is niet cumuleerbaar met het genot van elk ander voordeel of elke andere vergoeding voor dezelfde prestaties of onkosten. Art. 11.§ . 1. Voor de toepassing van hoofdstukken II en IV van titel III en om dienstredenen moet de administratieve standplaats zo worden bepaald dat de reis- en verblijfkosten zoveel mogelijk worden beperkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde worden vastgesteld op de verblijfplaats van het personeelslid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toegekende vergoeding mag in geen geval meer bedragen dan die die zou worden toegekend als de verplaatsingen de administratieve standplaats als begin- en eindpunt zouden hebben. § . 2. Als de administratieve standplaats om dienstredenen niet overeenkomt met de plaats waar de centrale administratie of de buitendienst gevestigd is, wordt deze schriftelijk door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van de hoofdstukken II en IV van titel III betreffende respectievelijk de vergoeding voor reiskosten en de vergoeding voor verblijfskosten bedoeld in dit besluit, mag de administratieve standplaats niet overeenstemmen met de plaats waar het telewerk of het werk in een satellietkantoor verricht wordt. Art. 12.Voor de toepassing van artikel 30, 4°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 genomen in uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders zijn de toelagen en vergoedingen bedoeld in dit besluit waarvan de toekenningsmodaliteiten voor 1 augustus 1990 werden vastgesteld geacht toegekend te zijn in uitvoering van de bepalingen zoals ze van kracht waren op 31 augustus 2017.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL II. - Toelagen HOOFDSTUK I. - Ambtshalve toegekende toelagen Afdeling 1. - Onvoorwaardelijk toegekende toelagen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 1. - Vakantiegeld Art. 13.Elk jaar wordt een vakantiegeld toegekend aan het personeelslid. Art. 14.§ 1. Het vakantiegeld vertegenwoordigt 92% van de bezoldiging die verschuldigd is of verschuldigd had moeten zijn in de maand maart van het lopende jaar, verhoogd met 92% van een twaalfde van de premie voor competentieontwikkeling verschuldigd in de voorgaande maand september, zoals ingesteld door artikel 36ter, §§ 1 tot 3, en 5, van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddenschalen der aan verscheidene federale overheidsdiensten gemene graden en door artikel 36, § 1, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat de bezoldiging, in afwijking van artikel 2, eerste lid, 23°, eveneens de haardtoelage of de eventuele standplaatstoelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde bezoldiging en twaalfde stemmen overeen met voltijdse prestaties gedurende het voorgaande jaar, dat het referentiejaar wordt genoemd. § 2. Het vakantiegeld wordt op evenredige wijze beperkt als de bezoldiging niet voltijds of tijdens het hele referentiejaar betaald werd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermindering verbonden aan het deeltijds werken wordt aan hetzelfde prorata berekend als de bezoldiging. Er wordt evenwel geen vermindering toegepast in het geval van verminderde prestaties wegens medische redenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermindering verbonden aan de niet-betaalde dagen wordt vastgesteld door middel van een breuk waarvan de teller het aantal betaalde dagen is en de noemer het aantal arbeidsdagen. Als het aantal uren varieert naargelang van de dagen zijn de teller en de noemer de overeenstemmende uuraantallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hebben, in afwijking van het derde lid, geen invloed op de berekening van het vakantiegeld : 1° de verloven verbonden aan een ouderschapsverlof;2° het ziekteverlof en de disponibiliteit;3° het moederschapsbeschermingsverlof. § 3. Het vakantiegeld wordt verhoogd met 92% van de maandelijkse toelage betaald in het kader van de vrijwillige vierdagenweek in toepassing van de wet van 10 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/04/2013 numac 2013000222 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de herverdeling van de arbeid. § 4. Het personeelslid dat jonger is dan 25 jaar op de laatste dag van het referentiejaar en dat in dienst is getreden binnen de vier maanden na het beëindigen van de studies geniet een vakantiegeld alsof zijn prestaties het hele referentiejaar hadden bestreken. § 5. Het vakantiegeld wordt betaald in mei, behalve bij beëindiging van de arbeidsrelatie. In dat geval wordt het vakantiegeld op hetzelfde moment betaald als de laatste bezoldiging. De basis van de berekening ervan is die van de laatste gepresteerde maand. De referentieperiode is het geheel van de maanden waarvoor het personeelslid geen vakantiegeld heeft ontvangen. Art. 15.In afwijking van artikel 14, § 1 wordt het vakantiegeld van de mandaathouders berekend op de volgende basis : 1° een forfaitair gedeelte vastgesteld op 1.177,96 euro voor het jaar 2017; 2° een variabel gedeelte dat gelijk is aan 13,2 % van de maandelijkse bezoldiging van de maand maart. Het forfaitaire gedeelte wordt elk jaar aangepast volgens een breuk waarvan de noemer de gezondheidsindex van de maand januari van het voorgaande jaar is en de teller de gezondheidsindex van de maand januari van het beschouwde jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het overige zijn de bepalingen van artikel 14 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Eindejaarstoelage Art. 16.Elk jaar wordt een eindejaarstoelage toegekend aan het personeelslid. Art. 17.§ 1. De eindejaarstoelage is samengesteld uit een forfaitair gedeelte en twee gedeeltes die variëren naargelang van de bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat de bezoldiging, in afwijking van artikel 2, eerste lid, 23°, eveneens de haardtoelage of de eventuele standplaatstoelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde bezoldiging stemt overeen met voltijdse prestaties gedurende de periode van 1 januari tot 30 september van het beschouwde jaar, die de referentieperiode wordt genoemd. § 2. Het forfaitaire gedeelte wordt vastgesteld op 718,32 euro voor het jaar 2016. In dat forfaitaire gedeelte wordt een bedrag van 337,3647 euro geacht te zijn vastgesteld voor 1 augustus 1990.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het forfaitaire gedeelte en het bedrag van 337,3647 euro worden elk jaar aangepast volgens een breuk waarvan de noemer de afgevlakte index van de maand oktober van het jaar daarvoor is en de teller de afgevlakte index van de maand oktober van het beschouwde jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste variabele gedeelte vertegenwoordigt 2,5% van de jaarlijkse bezoldiging verhoogd met de premie voor competentieontwikkeling, zoals ingesteld door artikel 36ter, §§ 1 tot 3, en 5, van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddenschalen der aan verscheidene federale overheidsdiensten gemene graden en door artikel 36, § 1, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt. De jaarlijkse bezoldiging is die die dient of gediend zou hebben als basis voor de berekening van de bezoldiging van de maand oktober van het beschouwde jaar en de premie voor competentieontwikkeling is die die betaald wordt of betaald geweest zou zijn in de maand september van het beschouwde jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede variabele gedeelte vertegenwoordigt 7% van de bezoldiging van dezelfde maand oktober of van die die verschuldigd geweest zou zijn voor deze maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit tweede variabele gedeelte wordt echter op 100,95 euro gebracht als het resultaat van de berekening lager is dan dit bedrag en wordt tot 201,90 euro beperkt als het resultaat van de berekening hoger is dan dit bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het personeelslid dat de gewaarborgde bezoldiging geniet overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende toekenning van een gewaarborgde bezoldiging aan sommige personeelsleden van de ministeries is het bedrag dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van het gedeelte dat varieert naargelang van de jaarlijkse bezoldiging en van het gedeelte dat varieert naargelang van de maandelijkse bezoldiging van de eindejaarstoelage dat van de gewaarborgde bezoldiging. § 3. De eindejaarstoelage wordt op evenredige wijze verminderd als de bezoldiging niet voltijds of tijdens de referentieperiode werd betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermindering verbonden aan het deeltijds werk wordt aan hetzelfde prorata berekend als de bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermindering verbonden aan de niet-betaalde dagen wordt vastgesteld door middel van een breuk waarvan de teller het aantal betaalde dagen is en de noemer het aantal arbeidsdagen. Als het aantal uren varieert naargelang van de dagen zijn de teller en de noemer de overeenstemmende uuraantallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid hebben de verloven verbonden aan een ouderschapsverlof geen invloed op de berekening van de eindejaarstoelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de ambtenaar in disponibiliteit geplaatst werd, wordt de eindejaarstoelage voor de periode van disponibiliteit berekend naar rato van het percentage van de bezoldiging dat het wachtgeld vertegenwoordigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de contractueel een uitkering heeft ontvangen van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gedurende de hele referentieperiode of een deel ervan wordt de eindejaarstoelage berekend naar rato van het percentage van de bezoldiging dat deze vergoeding vertegenwoordigt. § 4. De eindejaarstoelage wordt in december betaald, behalve bij beëindiging van de arbeidsrelatie. In dat geval wordt de eindejaarstoelage op hetzelfde moment betaald als de laatste bezoldiging. Voor de berekening ervan is het forfaitaire gedeelte het laatste dat in aanmerking werd genomen en wordt het variabele gedeelte berekend op basis van de laatste betaalde maand. § 5. Voor de bedragen van 100,95 euro en 201,90 euro geldt de indexeringsregeling. Ze worden vastgelegd op de spilindex 138,01. Afdeling 2. - Haard- en standplaatstoelage toegekend wegens de persoonlijke situatie van het personeelslid Art. 18.§ 1. Aan het personeelslid van wie de jaarlijkse bezoldiging lager ligt dan of gelijk is aan 16.100 euro wordt een haard- of een standplaatstoelage toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De haardtoelage bedraagt 720 euro voor voltijdse prestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De standplaatstoelage bedraagt 360 euro voor voltijdse prestaties. § 2. Het personeelslid van wie de jaarlijkse bezoldiging tussen 16.100 euro en 18.330 euro bedraagt, ontvangt een verminderde haard- of standplaatstoelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verminderde haardtoelage bedraagt 360 euro voor voltijdse prestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verminderde standplaatstoelage bedraagt 180 euro voor voltijdse prestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verminderde toelage wordt evenwel in voorkomend geval verhoogd zodat de som van de bezoldiging en de verminderde toelage, verminderd met de inhouding bestemd voor de financiering van het wettelijke pensioen, niet lager is dan de som die het personeelslid ontvangen zou hebben als zijn bezoldiging 16.100 euro bedragen zou hebben. § 3. Het personeelslid van wie de jaarlijkse bezoldiging hoger ligt dan 18.330 euro ontvangt een gedeeltelijke toelage, zodat de som van de bezoldiging en de gedeeltelijke toelage, verminderd met de inhouding bestemd voor de financiering van het wettelijke pensioen, niet lager is dan de som die het personeelslid ontvangen zou hebben indien zijn bezoldiging 18.330 euro bedragen zou hebben. § 4. De haard- en standplaatstoelage worden volgens dezelfde verhoudingen en volgens dezelfde modaliteiten betaald als de bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze worden niet toegekend voor bijkomende functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in disponibiliteit geplaatste ambtenaar, met inbegrip van de stagiair, geniet noch de haard-, noch de standplaatstoelage. § 5. Voor de bedragen van 16.100 euro en 18.330 euro geldt de indexeringsregeling. Ze zijn verbonden aan de spilindex 138,01. Art. 19.De haardtoelage wordt toegekend aan het in artikel 18 bedoelde personeelslid van wie de echtgeno(o)t(e) deze toelage niet ontvangt, noch een vergelijkbare toelage van een andere werkgever.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde echtgeno(o)te(e) is de persoon van hetzelfde of van een ander geslacht met wie het personeelslid als koppel samenleeft op dezelfde woonplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">De haardtoelage wordt eveneens toegekend aan het alleenstaande personeelslid van wie een of meer kinderen deel uitmaken van het gezin en recht geven op kinderbijslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van wijziging van de situatie in de loop van de maand geniet het personeelslid de gunstigste regeling voor de volledige maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">De P&amp;O-directeur of zijn afgevaardigde laat zich alle getuigschriften die nuttig zijn voor de toepassing van dit artikel overhandigen door het personeelslid. Art. 20.De standplaatstoelage wordt toegekend aan het in artikel 18 bedoelde personeelslid dat de haardtoelage niet geniet. Afdeling 3. - Toelagen toegekend wegens het einde van de arbeidsrelatie Onderafdeling 1. - Toelage wegens ontslag Art. 21.Er wordt een toelage wegens ontslag toegekend aan de wegens beroepsongeschiktheid ontslagen ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van de toelage is gelijk : 1° aan twaalf maal de laatste maandelijkse bezoldiging als de ambtenaar ten minste 20 jaar dienstanciënniteit heeft;2° aan acht maal de laatste maandelijkse bezoldiging als de ambtenaar ten minste 10 jaar dienstanciënniteit heeft;3° aan zes maal de laatste maandelijkse bezoldiging als de ambtenaar minder dan 10 jaar dienstanciënniteit heeft. Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat de bezoldiging, in afwijking van artikel 2, eerste lid, 23°, eveneens de haardtoelage of de eventuele standplaatstoelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in aanmerking te nemen bezoldiging stemt overeen met voltijdse prestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Compenserende toelage Art. 22.Er wordt een compenserende toelage toegekend aan het personeelslid dat : 1° hetzij wegens dienstnoodwendigheden zijn jaarlijks vakantieverlof niet geheel of gedeeltelijk heeft kunnen opnemen voor zijn definitieve ambtsneerlegging;2° hetzij zonder vooropzeg de hoedanigheid van personeelslid verliest en ten gevolge van dit vertrek met onmiddellijke ingang zijn jaarlijks vakantieverlof niet geheel of gedeeltelijk heeft kunnen opnemen. Het bedrag is gelijk aan de laatste activiteitsbezoldiging van het personeelslid die overeenkomt met het aantal niet-opgenomen dagen jaarlijks vakantieverlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het personeelslid zijn opgespaard jaarlijks vakantieverlof niet heeft opgenomen vooraleer hij de dienst verlaat, heeft hij recht op een compensatietoelage waarvan het bedrag gelijk is aan de laatste activiteitsbezoldiging van het personeelslid die overeenstemt met het aantal niet-opgenomen dagen jaarlijks vakantieverlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">De niet-opgenomen dagen worden uitgedrukt in een breuk waarvan de teller het aantal niet-opgenomen dagen is en de noemer het aantal arbeidsdagen. Als het aantal uren varieert naargelang van de dagen, zijn de teller en de noemer de overeenstemmende uuraantallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze onderafdeling omvat de bezoldiging, in afwijking van artikel 2, eerste lid, 23°, eveneens de haardtoelage of de eventuele standplaatstoelage, alsook de toelage voor de uitoefening van een hogere functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van overlijden van het personeelslid wordt de compenserende toelage voor de niet-opgenomen dagen jaarlijks vakantieverlof aan de erfgenamen uitbetaald, met in begrip van het opgespaard jaarlijks vakantieverlof. HOOFDSTUK II. - Toelagen verbonden aan ongewone prestaties Afdeling 1. - Directietoelage</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23-26\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een directietoelage toegekend aan het personeelslid van het niveau B, C of D dat : 1° hetzij rechtstreeks een team van minstens tien personeelsleden beheert;2° hetzij rechtstreeks een team van minstens vijf personeelsleden beheert en voor zover hij daarvoor door de leidend ambtenaar werd aangewezen. De directietoelage wordt jaarlijks vastgesteld op 1000 euro. Art. 24.In afwijking van artikel 23 verliest een personeelslid het voordeel van de directietoelage als hij een hogere functie uitoefent op het niveau A, B of C. Art. 25.De directietoelage wordt maandelijks betaald, per twaalfde, tezelfdertijd als de bezoldiging. Afdeling 2. - Toelage voor de uitoefening van een hogere functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26-27\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een toelage toegekend aan de ambtenaar die door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde, met zijn akkoord, werd aangewezen om tijdelijk een hogere functie uit te oefenen gedurende een minimumduur van dertig ononderbroken dagen Onder \"hogere functie\" wordt verstaan een functie die tot een hoger niveau of een hogere klasse behoort dan die waarin de ambtenaar is benoemd. Art. 27.De toelage voor de uitoefening van een hogere functie is gelijk aan het verschil, vastgesteld op de datum van de aanwijzing, tussen de weddeschaal toegewezen aan de graad of klasse waarin hij is benoemd en de weddeschaal die hem zou worden toegekend als hij wordt bevorderd tot de graad of de klasse waartoe de hogere functie behoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldelijke anciënniteit van de ambtenaar die is aangewezen om een hogere functie uit te oefenen wordt bepaald overeenkomstig artikel 13 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verlengingsakte leidt niet tot de herberekening van de toelage. Art. 28.§ 1. De aanwijzing bepaald in artikel 26 gebeurt als er niet in een betrekking, in een functie die onontbeerlijk is voor de goede werking van de dienst, kan worden voorzien door aanwerving, overgang naar het hogere niveau of bevordering naar de hogere klasse en de dringende noodzaak om hier tijdelijk in te voorzien vastgesteld is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om aangewezen te worden daarenboven : 1° voldoet de ambtenaar op de datum van de aanwijzing aan de statutaire voorwaarden om bevorderd te worden door overgang naar de graad of de klasse waartoe de hogere functie behoort;2° maakt de ambtenaar niet het voorwerp uit van een andere niet-uitgewiste tuchtstraf dan de terechtwijzing;3° is de ambtenaar die ambtenaar die het meest geschikt geacht wordt om het hoofd te bieden aan de onmiddellijke noodwendigheden van de dienst of wiens aanwijzing het minste nadelen oplevert voor de goede werking van de dienst. § 2. Als de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde vaststelt dat het onmogelijk is om de hogere functie in te vullen kan hij, in afwijking van paragraaf 1, tweede lid, 1° en 2°, bij een met redenen omklede beslissing en met het akkoord van de inspecteur van Financiën, er een andere ambtenaar in aanwijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval wordt de aanwijzing voor de uitoefening van een hogere functie in een betrekking die overeenstemt met een graad ingedeeld in de niveaus C of B voorbehouden aan de ambtenaar die titularis is van een graad van het onmiddellijk lagere niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een aanwijzing in een betrekking die overeenstemt met de klasse A1 wordt de aanwijzing voorbehouden aan de ambtenaar die titularis is van een graad van het niveau B of het niveau C. De aanwijzing voor de uitoefening van een hogere functie in een betrekking van de klasse A2, A4 of A5 wordt voorbehouden aan de ambtenaar benoemd in de onmiddellijk lagere klasse. De aanwijzing voor de uitoefening van een hogere functie in een betrekking van de klasse A3 wordt voorbehouden aan de ambtenaar benoemd in de klasse A1 of A2. Art. 29.§ 1. Een hogere functie kan worden uitgeoefend in een betrekking die niet wordt bekleed door de titularis ervan of in een definitief vacante betrekking. § 2. Als de aanwijzing in een hogere functie wordt gedaan in een betrekking die niet wordt bekleed door de titularis ervan, heeft ze uitwerking gedurende een eerste periode van maximum zes maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid gedefineerde aanwijzing kan na deze periode hernieuwd worden. Ze blijft uitwerking hebben zolang ze noodzakelijk is voor de goede werking van de dienst en uiterlijk tot de terugkeer van de titularis van de betrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de betrekking vacant verklaard wordt, wordt de uitoefening van de hogere functie voortgezet in toepassing van paragraaf 3. § 3. Als de aanwijzing in een hogere functie in een definitief vacante betrekking wordt gedaan, heeft ze uitwerking gedurende een eerste periode van maximum zes maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze kan na deze periode worden hernieuwd voor een periode die niet langer duurt dan zes maanden, op voorwaarde dat de procedure om de betrekking definitief toe te kennen op gang werd gebracht en op regelmatige wijze werd voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze kan vervolgens eenmaal of meermaals verlengd worden voor een nieuwe periode van niet meer dan zes maanden als en enkel als de op gang gebrachte procedure om de definitief vacante betrekking toe te kennen niet of nog niet heeft geleid tot de benoeming van een kandidaat. Art. 30.De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde kan de uitoefening van een hogere functie te allen tijde opschorten of beëindigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar kan te allen tijde afzien van de uitoefening van een hogere functie. Art. 31.§ 1. Elke aanwijzing in een hogere functie en elke verlenging worden ter akkoord voorgelegd aan de inspecteur van Financiën. § 2. Op het moment van de aanwijzing of van de verlenging kan evenwel een met redenen omklede vrijstelling van akkoord worden gegeven door de inspecteur van Financiën als hij dat gepast vindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vrijstelling van akkoord heeft een geldigheidsduur van hoogstens twaalf maanden. Ze kan echter te allen tijde worden ingetrokken door de inspecteur van Financiën, zonder terugwerkende kracht. § 3. Een driemaandelijkse staat van de verlengingen van aanwijzingen gerealiseerd op basis van de vrijstelling van akkoord wordt meegedeeld aan de inspecteur van Financiën. Art. 32.De aanwijzings- of verlengingsakte vermeldt minstens : 1° of de betrekking in kwestie een betrekking is die niet door de titularis ervan wordt bekleed of een definitief vacante betrekking is;2° in voorkomend geval de naam van de titularis of de laatste titularis van de betrekking, naargelang de betrekking niet bekleed of definitief vacant is;3° de motivering van het onontbeerlijke karakter van de functie;4° het bedrag van de toelage berekend in toepassing van artikel 27;5° in voorkomend geval of de procedure om de betrekking definitief toe te kennen op gang werd gebracht en op regelmatige wijze werd voortgezet of als de op gang gebrachte procedure om de definitief vacante betrekking toe te kennen niet heeft geleid tot de opmaak van een lijst van geslaagden. Art. 33.De ambtenaar aangewezen in een hogere functie oefent alle voorrechten verbonden aan deze functie uit. Art. 34.De uitoefening van een hogere functie geeft geen enkele aanspraak op een vaste benoeming in de klasse of de graad van deze functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de ambtenaar die een hogere functie uitoefent echter vervolgens, zonder dat er een onderbreking is, bevorderd wordt tot de graad of de klasse van deze functie, wordt hij voor de schaal-, de graad- of de klasseanciënniteit beschouwd als zijnde bevorderd op de datum waarop hij werd aangewezen om deze hogere functie uit te oefenen, zonder dat deze datum verder terug kan gaan dan de datum waarop de betrokkene aan alle statutaire voorwaarden voldeed om bevorderd te worden tot de klasse of de graad van de betrekking waaraan hij is toegewezen of dan de datum waarop deze betrekking definitief vacant werd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het tweede lid bepaalde terugwerkende kracht is slechts van toepassing voor zover hij gunstiger is voor de ambtenaar. Art. 35.In de graad of de klasse waarin hij is benoemd, krijgt de ambtenaar de hogere weddeschaal of de schaalbonificatie alsof hij er jaarlijks de vermelding \"voldoet aan de verwachtingen\" in had gekregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid wordt in voorkomend geval rekening gehouden met de vermelding \"uitzonderlijk\" verbonden aan de uitoefening van de hogere functie. Afdeling 3. - Toelage voor opleidingsactiviteit</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 36</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een toelage voor opleidingsactiviteit, die naargelang van het geval door het directiecomité of de directieraad van de federale dienst erkend wordt, toegekend aan het personeelslid dat naast de hem toegewezen functie en zonder dat dit deel uitmaakt van zijn normale activiteiten als taak heeft cursussen of opleidingen te geven in het federaal openbaar ambt. Art. 37.De toelage wordt vastgesteld op 180,00 euro per dag cursus Een dag cursus bevat zes uur minimum. De prestaties van minder dan zes uur worden echter naar rato van zes uur uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van de toelage dekt eveneens de tijd besteed aan de voorbereiding van de cursussen of de opleidingen en in voorkomend geval de correctie van de proeven verbonden aan deze cursussen of opleidingen. Afdeling 4. - Creatie van specifieke toelagen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 38</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een specifieke toelage toegekend aan het personeelslid wegens verrichte prestaties die niet als normaal kunnen worden beschouwd ten aanzien van de uitoefening van de functie en als deze prestaties niet zijn gedekt door een in dit besluit vastgestelde toelage Een specifieke toelage wordt steeds vastgelegd in een reglementaire tekst met algemene reikwijdte en is nooit nominatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De specifieke toelage mag geen terugwerkende kracht hebben. Ze treedt slechts in werking na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad. Art. 39.De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde ziet erop toe dat er geen enkele specifieke toelage wordt toegekend als het personeelslid niet daadwerkelijk de functie uitoefent volgens de bijzondere voorwaarden die de toekenning ervan rechtvaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde moet de toekenning van de specifieke toelage opschorten of intrekken als niet meer aan de bijzondere voorwaarden die de toekenning ervan rechtvaardigden wordt voldaan. Hij brengt het personeelslid hiervan vooraf op de hoogte. Art. 40.Onverminderd de regels betreffende de administratieve en de begrotingscontrole worden de toelagen vastgesteld door Onze bevoegde Minister of Ministers, na beraadslaging in de Ministerraad. Art. 41.De deelneming van het personeel aan jury's, comités, raden of commissies die zitting hebben in de federale diensten geeft geen aanleiding tot de toekenning van een toelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De koninklijke of ministeriële besluiten betreffende de toekenning van de toelagen kunnen echter uitzonderingen op de in het eerste lid vermelde regel bevatten als de bedoelde deelneming geregeld drukke bezigheden met zich meebrengt die directe bijkomende prestaties vergen die buiten het kader vallen van de normale activiteit van het personeelslid. HOOFDSTUK III. - Toelagen verbonden aan de specifieke organisatie van de arbeidstijd Afdeling 1. - Wachttoelage</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 42</span><span class=\"lf-art-t\">Er wordt een wachttoelage toegekend aan het personeelslid dat een actieve of passieve wachtdienst verzorgt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder passieve wachtdienst verstaat men de verplichting voor een personeelslid om buiten zijn diensturen bereikbaar en beschikbaar te zijn zonder zich echter te moeten verplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder actieve wachtdienst verstaat men de verplichting voor een personeelslid om buiten zijn diensturen niet alleen bereikbaar en beschikbaar te zijn, maar ook om zich te kunnen verplaatsen. Art. 43.Onder de wachtperiode \"tijdens de week\" verstaat men de ononderbroken of onderbroken periode, met een minimumduur van 15 uur en met een maximumduur van 24 uur, van maandag tot vrijdag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de wachtperiode \"tijdens het weekend\" verstaat men de ononderbroken of onderbroken periode, met een minimumduur van 15 uur en met een maximumduur van 24 uur, die volledig of gedeeltelijk plaatsvindt op zaterdag, zondag of een feestdag. Art. 44.De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde beslist over de organisatie van wachtdiensten en stelt hiervoor op vrijwillige basis personeelsleden aan of laat hen aanstellen. Art. 45.De volgende forfaitaire toelagen worden toegekend aan het personeelslid : 1° een forfaitaire toelage van 20,00 euro voor een passieve wachtdienst geleverd gedurende een wachtperiode \"tijdens de week\";2° een forfaitaire toelage van 30,00 euro voor een actieve wachtdienst geleverd gedurende een wachtperiode \"tijdens de week\";3° een forfaitaire toelage van 35,00 euro voor een passieve wachtdienst geleverd gedurende een wachtperiode \"tijdens het weekend\";4° een forfaitaire toelage van 50,00 euro voor een actieve wachtdienst geleverd gedurende een wachtperiode \"tijdens het weekend\". Art. 46.Deze afdeling is niet van toepassing op het personeelslid van wie de functie vereist dat hij permanent bereikbaar is. Afdeling 2. - Toelage voor onregelmatige prestaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-47-31\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 47</span><span class=\"lf-art-t\">Er wordt een toelage toegekend aan het personeelslid dat prestaties moet verrichten buiten de normale uurroosters</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als prestaties buiten de normale uurroosters worden beschouwd de prestaties verricht tijdens de nacht en de prestaties verricht op zaterdag, zondag of feestdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De prestaties verricht tussen 18 uur en 20 uur worden gelijkgesteld met prestaties verricht tijdens de nacht, voor zover deze eindigen om of na 22 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk deel van een uur dat gelijk is aan of langer duurt dan dertig minuten, waarin prestaties zijn verricht buiten de normale uurroosters, wordt beschouwd als een uur prestatie. Het wordt weggelaten als het deze duur niet bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit artikel worden niet bedoeld : 1° het personeelslid dat in opeenvolgende ploegen werkt in de zin van artikelen 51 en 52;2° het personeelslid van wie het normale uurrooster prestaties 's nachts, tijdens feestdagen of tijdens het weekend omvat. Art. 48.De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde beslist over de organisatie van prestaties buiten de normale uurroosters en stelt hiervoor op vrijwillige basis personeelsleden aan of laat hen aanstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Telewerk geeft geen recht op de toelage voor prestaties buiten de normale uurroosters, behoudens andersluidende beslissing van de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde. Art. 49.De toelage voor prestaties buiten de normale uurroosters is, per uur prestatie, gelijk aan 1/1976e van de brutojaarbezoldiging, genomen als basis voor de berekening van de bezoldiging van de maand waarin de prestaties verricht werden, als deze verricht werden op een zon- of feestdag of tijdens de nacht die aan een zon- of feestdag voorafgaat, aan 50 % van dit bedrag in de andere gevallen. Art. 50.Het personeelslid dat prestaties moet verrichten buiten de normale uurroosters kan in plaats van de in artikel 47 bedoelde toelage opteren voor een inhaalrust.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval stemt de inhaalrust overeen met een recuperatie aan 200% van de gepresteerde tijd als het personeelslid prestaties heeft verricht op een zondag of een feestdag of tijdens de nacht die aan een zon- of feestdag voorafgaat en aan 150% van de gepresteerde tijd in de andere gevallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inhaalrust wordt genomen naar keuze van het personeelslid, met het akkoord van zijn hiërarchische meerdere. Afdeling 3. - Toelage voor werk in opeenvolgende ploegen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 51</span><span class=\"lf-art-t\">Er wordt een toelage voor werk in opeenvolgende ploegen toegekend aan het personeelslid dat dergelijk werk verricht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde beslist over de organisatie van het werk in opeenvolgende ploegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als werk in opeenvolgende ploegen wordt beschouwd een wijze van werkorganisatie waarbij de werknemers na elkaar op dezelfde werkposten tewerkgesteld zijn volgens een bepaald rooster, ook bij toerbeurt en al dan niet continu, met als gevolg dat de werknemers over een bepaalde periode van dagen of weken op verschillende tijdstippen moeten werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het werk in opeenvolgende ploegen gebeurt op vrijwillige basis, behalve als het personeelslid werd aangeworven voor een functie die het vereist, als hij heeft verzocht ertoe aangewezen te worden of ernaar overgeplaatst te worden of als zijn arbeidsovereenkomst erin voorziet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid van wie het uurrooster gewone prestaties van meer dan 10 uur gedurende een periode van 24 uur omvat, wordt niet beschouwd als werkend in opeenvolgende ploegen. Art. 52.De toelage voor werk in opeenvolgende ploegen is, per uur prestatie, gelijk aan een percentage van 1/1976e van de brutojaarbezoldiging genomen als basis voor de berekening van de bezoldiging van de maand waarin het werk in opeenvolgende ploegen verricht werd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze afdeling omvat de bezoldiging, in afwijking van artikel 2, eerste lid, 23°, het complement, het weddecomplement en het weddesupplement niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid bepaalde percentage bedraagt : 1° 10% als het personeelslid uitsluitend tijdens de week werkt zonder werk te verrichten tussen tweeëntwintig uur en zes uur;2° 15% als het personeelslid : - tijdens de week en het weekend werkt zonder werk te verrichten tussen tweeëntwintig uur en zes uur; - tijdens de week, evenals tussen tweeëntwintig en zes uur werkt, zonder werk te verrichten tijdens het weekend; 3° 20% als het personeelslid tijdens de week, tijdens het weekend en tussen tweeëntwintig uur en zes uur werkt;4° 25 % als het personeelslid uitsluitend tijdens het weekend en tussen tweeëntwintig uur en zes uur werkt, of enkel een van beide. Prestaties verricht van twintig tot tweeëntwintig uur of van zes tot acht uur, om het even welke dag, mogen evenwel in aanmerking worden genomen als ze niet meer dan 25% van het totaal van de prestatie bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelage voor werk in opeenvolgende ploegen wordt maandelijks na het vervallen van de termijn betaald. Afdeling 4. - Toelage voor bijkomende prestaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53-33\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 53</span><span class=\"lf-art-t\">Er wordt een toelage toegekend aan het personeelslid dat bijkomende prestaties verricht waarvoor hem, met zijn akkoord, geen inhaalrust werd toegekend</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Worden als bijkomende prestaties beschouwd de prestaties verricht boven de maximale beperkingen bepaald door de wet van 14 december 2000Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector als er zich onvoorziene omstandigheden voordoen die dringende maatregelen vereisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk deel van een uur dat gelijk is aan of langer duurt dan dertig minuten, waarin bijkomende prestaties werden verricht, wordt beschouwd als een uur prestatie. Het wordt weggelaten als het deze duur niet bereikt. Art. 54.De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde beslist over de organisatie van de bijkomende prestaties en stelt hiervoor op vrijwillige basis personeelsleden aan of laat hen aanstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inspecteur van Financiën, of de afgevaardigde van de minister van Begroting voor de instellingen bedoeld in artikel 2, eerste lid, 4° en 5°, wordt hier maandelijks over ingelicht. Art. 55.De toelage voor bijkomende prestaties is, per uur prestatie, gelijk aan 1/1976e van de brutojaarbezoldiging, genomen als basis voor de berekening van de bezoldiging van de maand waarin de prestaties verricht werden. HOOFDSTUK IV. - Taaltoelage Art. 56.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° \"gecoördineerde wetten\" : de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, samengevat op 18 juli 1966;2° \"het koninklijk besluit betreffende de taalexamens\" : het koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten2 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de voornoemde gecoördineerde wetten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 57</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een taaltoelage toegekend aan het personeelslid dat aan de volgende drie cumulatieve voorwaarden voldoet : 1° voor een examencommissie, samengesteld door de afgevaardigd bestuurder van Selor, het bewijs hebben geleverd van de kennis van de tweede of de derde landstaal, of een beslissing van de afgevaardigd bestuurder van Selor hebben geleverd die hem op grond van zijn diploma vrijstelt van de verplichting om het taalexamen af te leggen;2° toegewezen zijn aan een centrale dienst of aan een uitvoeringsdienst waarvan de activiteit het hele land bestrijkt of aan een plaatselijke of gewestelijke dienst waarvan het activiteitsgebied een van de gemeenten omvat bedoeld in artikelen 5 tot 8 van de gecoördineerde wetten;3° dit aanvragen. Het aanvragen van de taaltoelage en deze taaltoelage genieten impliceert dat men kan gevraagd worden gebruik te maken van een andere landstaal naargelang van het bewezen competentieniveau in het kader van zijn betrekkingen met de diensten, met de personeelsleden of met particulieren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 58</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van de toelage varieert naargelang van het taalexamen waarvoor men geslaagd is. Als het personeelslid een vrijstellingsbeslissing inroept, verkrijgt hij de toelage die toegekend is aan het personeelslid dat geslaagd is voor het examen bepaald in artikel 7 van het koninklijk besluit betreffende de taalexamens Het bedrag van de toelage wordt vastgesteld overeenkomstig de tabel van de bijlage van dit besluit, waarin het bewijs vermeld is door de bepaling van het koninklijk besluit betreffende de taalexamens op grond waarvan het bewijs wordt uitgereikt en, in voorkomend geval, door het niveau van de taalkennis waarmee dit bewijs overeenstemt. Art. 59.Als een personeelslid voldoet aan de toekenningsvoorwaarden van meerdere toelagen voor de kennis van dezelfde taal krijgt hij slechts de hoogste toelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een personeelslid voldoet aan de toekenningsvoorwaarden van meerdere toelagen voor de kennis van twee talen krijgt hij de twee toelagen; het totaalbedrag van deze toelagen mag echter niet meer bedragen dan 150 % van de hoogste toelage. Art. 60.Het personeelslid bedoeld in artikel 43, § 6, tweede lid, van de gecoördineerde wetten, aangewezen door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde, krijgt de hoogste toelage van de tabel van de voornoemde bijlage. Art. 61.De toelage is verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand na de maand waarin het personeelslid aan de in artikel 57 bedoelde toekenningsvoorwaarden voldoet. Art. 62.De toelage wordt maandelijks tegelijkertijd met de bezoldiging betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelage is niet verschuldigd in de gevallen bedoeld in artikel 4, eerste lid. Onverminderd de toepassing van artikel 4, vierde lid, worden de afwezigheden wegens een ziekte, een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar en van het werk of een beroepsziekte, een ouderschapsverlof, een adoptieverlof, een opvangverlof, een pleegzorgverlof, een loopbaanonderbreking om palliatieve zorgen of medische bijstand te verstrekken, een verlof verbonden aan de moederschapsbescherming echter niet aangerekend op de dertig werkdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelage is naar rato verschuldigd als de bezoldiging zelf naar rato wordt betaald. De toelage wordt echter niet verminderd als het personeelslid een verlof geniet wegens verminderde prestaties die gewettigd zijn door een chronische ziekte, een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar en van het werk of een beroepsziekte.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL III. - Vergoedingen HOOFDSTUK I. - Vergoeding voor verplaastingskosten tussen de woonplaats en de werkplaats Art. 63.Het personeelslid geniet gratis vervoer op het Belgische grondgebied tussen zijn woonplaats en zijn werkplaats als hij gebruik maakt van het gemeenschappelijk openbaar vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toepassing van het eerste lid wordt verwezenlijkt door middel van akkoorden met de ondernemingen NMBS, DE LIJN, MIVB en SRWT-TEC krachtens welke het personeelslid gratis een abonnement of treinkaarten tweede klas ontvangt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosteloosheid van de verplaatsingen met het gemeenschappelijk openbaar vervoer wordt toegekend op voorwaarde dat steeds de meest voordelige manier voor de betrokken federale dienst wordt gekozen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dezelfde maand kunnen slechts voor één woonplaats een abonnement of treinkaarten toegekend worden. Art. 64.De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde kent een compenserende vergoeding toe aan het personeelslid dat bewijst dat hij het gemeenschappelijk openbaar vervoer niet kan gebruiken om een van de volgende redenen : 1° een lichamelijke verhindering laat tijdelijk of permanent niet toe het gemeenschappelijk openbaar vervoer te gebruiken;2° De werkplaats is gelegen op meer dan drie kilometer van de dichtstbijzijnde halteplaats van een openbaar vervoermiddel;3° Het onregelmatige uurrooster of prestaties in opeenvolgende ploegen sluiten het gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer uit over een afstand van ten minste drie kilometer. De compenserende vergoeding is gelijk aan de prijs van de treinkaart tweede klas die een maand geldig is over de toegelaten afstand. Ze moet maandelijks worden betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het personeelslid zich slechts een beperkt aantal dagen per maand met eigen middelen heeft moeten verplaatsen tussen zijn woonplaats en zijn werkplaats wordt de compenserende vergoeding verhoudingsgewijs toegekend volgens een breuk waarvan de teller dit beperkt aantal dagen is en de noemer het aantal werkdagen van de maand. Art. 65.Het personeelslid dat de kosteloosheid van het gemeenschappelijk openbaar vervoer geniet voor het woon-werkverkeer kan de in artikel 64 bedoelde compenserende vergoeding niet genieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cumulatie van deze kosteloosheid en deze vergoeding wordt echter gemachtigd : 1° in geval van een tijdelijke lichamelijke verhindering die hem belet het gemeenschappelijk openbaar vervoer te gebruiken;2° in geval van een bevel om zich dringend te melden op zijn werkplaats;3° voor het personeelslid bedoeld in artikel 64, eerste lid, 3° op de dagen en uren waarop verplaatsingen met het gemeenschappelijk openbaar vervoer onmogelijk zijn;4° in geval van specifieke omstandigheden, beoordeeld door de leidend ambtenaar, die de verplaatsing via het gemeenschappelijk openbaar vervoer moeilijk mogelijk maken. Art. 66.Het personeelslid dient zijn aanvraag voor het verkrijgen van de vergoeding in bij de dienst die daartoe aangewezen is door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde en volgens de modaliteiten die deze bepaalt. Onverminderd artikel 6 vermeldt de aanvraag de reisweg tussen de woonplaats en de werkplaats, de redenen waarom het onmogelijk is het gemeenschappelijk openbaar vervoer te gebruiken en de datums en periodes van deze verplaatsingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onmogelijkheid om het gemeenschappelijk openbaar vervoer te gebruiken wordt bewezen : a) in 1° van artikelen 64, eerste lid, en 65, door een medisch attest dat in geval van twijfel ter controle aan MEDEX wordt voorgelegd;in sommige gevallen mag worden aanvaard dat het voertuig door een derde persoon wordt bestuurd; b) in 2° en 3° van artikel 64, eerste lid, en 3° van artikel 65, door attesten van de maatschappijen voor gemeenschappelijk openbaar vervoer die de betrokken streek bedienen, waarin duidelijk verklaard wordt dat er geen, of toch zeker niet op de nodige tijdstippen, gemeenschappelijk openbaar vervoer wordt aangeboden;deze attesten mogen in voorkomend geval vervangen worden door afdrukken via internet van de dienstregelingen van de betrokken maatschappijen; c) in 2° van artikel 65 door een attest van de overheid die de betrokkene oproept waarin uitdrukkelijk wordt vermeld dat elk uitstel of tijdverlies ernstige nadelige gevolgen zou hebben;d) De moeilijkheid om het gemeenschappelijk openbaar vervoer te gebruiken voor 4° van artikel 65 wordt bewezen door een attest van de maatschappijen voor gemeenschappelijk openbaar vervoer of op enige andere wijze in voorkomend geval. Art. 67.Als het personeelslid zelf een of meer vervoerbewijzen heeft aangekocht, worden de kosten hiervan bij het verstrijken van de geldigheidsperiode terugbetaald tegen afgifte van dit/deze vervoerbewijs/vervoerbewijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als personeelsleden die aan de voorwaarden voldoen samen gereisd hebben in een eigen voertuig, wordt de compenserende vergoeding enkel aan de bestuurder toegekend. HOOFDSTUK II. - Vergoedingen voor reiskosten Afdeling 1. - Principes</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-68-36\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 68</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid dat zich moet verplaatsen naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie heeft recht op de terugbetaling van zijn reiskosten. Uit dien hoofde wordt hem een vergoeding toegekend. Art. 69.De vergoeding voor reiskosten wordt toegekend als aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan : 1° De verplaatsing werd gedaan voor de behoeften van de dienst;2° De verplaatsing werd toegestaan door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde;3° De verplaatsing werd gedaan met het gemeenschappelijk openbaar vervoer of het eigen voertuig van het personeelslid. De onder 2° bedoelde voorwaarde kan een algemene voorwaarde zijn als de aard zelf van de functie van het personeelslid regelmatige verplaatsingen inhoudt. Art. 70.De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde ziet erop toe dat de reiskosten zo laag mogelijk liggen, rekening houdend met de verschillende mogelijkheden voor het ten laste nemen van deze kosten. Art. 71.Het personeelslid dient de aanvraag voor het verkrijgen van de vergoeding in bij de dienst die daartoe aangewezen is door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde en volgens de modaliteiten die deze bepaalt Onverminderd artikel 6 en naargelang van het geval vermeldt de aanvraag voor het verkrijgen van de vergoeding de datum van de verplaatsing, de reden van de verplaatsing en de reisweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een eigen voertuig wordt gebruikt, vermeldt de aanvraag eveneens het aantal afgelegde kilometers. Afdeling 2. - Gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 72</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De reiskosten verbonden aan het gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer worden terugbetaald ten bedrage van de prijs van een reis in tweede klas als het vervoermiddel meerdere klassen heeft De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde : - reikt hiertoe de machtigingen uit om het gemeenschappelijk openbaar vervoer te gebruiken voor de behoeften van de dienst en legt de modaliteiten vast volgens welke het personeelslid gratis openbaar vervoer krijgt; - kan hiertoe een abonnement, dat vrije verplaatsing mogelijk maakt in een aantal plaatsen die hij bepaalt, toekennen aan het personeelslid dat meerdere keren per week in deze plaatsen verplaatsingen moet doen voor de behoeften van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid worden de verplaatsingskosten verbonden aan het gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer door een persoon met een handicap, zoals bepaald in artikel 1 van het koninklijk besluit van 6 oktober 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten6 houdende diverse maatregelen met betrekking tot de vergelijkende aanwervingsselectie en met betrekking tot de stage, terugbetaald ten bedrage van de prijs van een reis in eerste klas. Afdeling 3. - Gebruik van een persoonlijk voertuig</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 73</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De reiskosten verbonden aan het gebruik van een eigen voertuig worden forfaitair terugbetaald op basis van een kilometervergoeding, naar rato van de kilometers afgelegd voor de dienst Onverminderd artikel 69 worden de kosten slechts terugbetaald voor zover de verplaatsing plaatsvindt buiten de agglomeratie van de administratieve standplaats als er een bestaat, of, als dat niet het geval is, buiten de gemeente van de administratieve standplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Echter, wanneer de aard zelf van de functie van het personeelslid regelmatige verplaatsingen impliceert, kan de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde de vergoeding toekennen zelfs als die verplaatsingen plaatsvinden binnen de agglomeratie van de administratieve standplaats als er een bestaat, of, als dat niet het geval is, binnen de gemeente van de administratieve standplaats. Het gebied van een agglomeratie is het gebied bepaald in artikel 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Echter, in afwijking van het derde lid worden de kosten, als het personeelslid zich verplaatst met zijn woonplaats als vertrek- of eindpunt, terugbetaald maar mogen ze niet meer bedragen dan die die verschuldigd zouden zijn geweest als de verplaatsing zijn administratieve standplaats als vertrek- en eindpunt had.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toestemming om een eigen voertuig te gebruiken is slechts geldig tot 31 december van elk jaar. De toestemming legt het toegestane jaarlijkse maximumaantal kilometers vast en eventueel de plaats waar de administratieve standplaats is gevestigd. Het maximumaantal kilometers kan per dienst worden vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De berekeningswijze van de afgelegde afstand wordt bepaald door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde. In geval van betwisting wordt de afstand berekend door het Nationaal Geografisch Instituut op basis van de officiële middenschalige referentiegegevens. Behoudens bijzondere omstandigheden die hij beoordeelt, betaalt de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde geen kosten terug die een afstand dekken die langer is dan die tussen de administratieve standplaats en de plaats van de dienstprestaties. Art. 74.§ 1. Het bedrag van de kilometervergoeding bestaat uit twee delen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste deel bedraagt 80% van het bedrag van de kilometervergoeding van het voorgaande jaar, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer de index van de consumptieprijzen van de maand mei van het voorgaande jaar is en de teller de index van de consumptieprijzen van de maand mei van het lopende jaar; het verkregen resultaat wordt berekend tot op vijf decimalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede deel bedraagt 20% van de kilometervergoeding van het voorgaande jaar, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer de som is van het gemiddelde van de dagelijkse maximumprijzen voor benzine 95 RON E10 en gasolie diesel 10S van de maand mei van het voorgaande jaar en de teller de som van het gemiddelde van de dagelijkse maximumprijzen voor benzine 95 RON E10 en gasolie diesel 10S van de maand mei van het lopende jaar; het verkregen resultaat wordt berekend tot op vijf decimalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dagelijkse maximumprijzen zijn de prijzen die bekendgemaakt worden door de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het totaalbedrag van de kilometervergoeding wordt vastgelegd tot op vier decimalen. § 2. Voor de berekening van het bedrag van de kilometervergoeding op 1 juli 2017 wordt het bedrag van het voorgaande jaar vastgelegd op 0,3460 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van de kilometervergoeding wordt jaarlijks op 1 juli herzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 9 is het bedrag van de kilometervergoeding niet onderworpen aan de indexeringsregeling. Afdeling 4. - Ander vervoermiddel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-75\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 75</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In uitzonderlijke gevallen waarin het personeelslid niet in staat was het openbaar vervoer in tweede klas of zijn eigen voertuig te gebruiken en een ander vervoermiddel heeft moeten gebruiken waarvan het gebruik gerechtvaardigd is door de aard en de dringendheid van de opdracht worden de werkelijke onkosten terugbetaald. HOOFDSTUK III. - Vergoeding voor het gebruik van de fiets Art. 76.§ 1. Er wordt een vergoeding toegekend door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde aan het personeelslid dat een fiets gebruikt, hetzij voor de verplaatsingen van minstens één kilometer tussen de woonplaats en de werkplaats en vice versa, één keer per dag, hetzij voor de behoeften van de dienst Als de vergoeding betrekking heeft op de verplaatsingen van de woonplaats naar de werkplaats en vice versa wordt het voorafgaande akkoord van de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder fiets verstaat men elk voertuig met twee wielen voorzien van pedalen, aangedreven door de spierkracht van de fietser en eventueel voorzien van een bijkomend type van aandrijving met als primaire doel trapondersteuning te bieden, en waarvan de aandrijfkracht onderbroken wordt als het voertuig een maximale snelheid van 25 km per uur bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een motorisch aangedreven of niet-motorisch aangedreven rolstoel of een ander licht, niet-motorisch aangedreven vervoermiddel wordt gelijkgesteld met het gebruik van de fiets. § 2. Het bedrag van de vergoeding is, per afgelegde kilometer, gelijk aan het bedrag dat elk jaar voor het gebruik van de fiets van belasting kan worden vrijgesteld door de belastingadministratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 9 is het bedrag van de vergoeding voor het gebruik van de fiets niet onderworpen aan de indexeringsregeling. Art. 77.Het fietsen mag voorafgaan aan of volgen op aanvullend gebruik van het gemeenschappelijk openbaar vervoer of van het eigen voertuig. De vergoeding kan evenwel nooit gecumuleerd worden met een tegemoetkoming in de kosten van het openbaar vervoer of van het eigen voertuig voor eenzelfde traject tijdens dezelfde periode. Art. 78.Het afgelegde traject moet niet noodzakelijkerwijs het kortste traject zijn, maar moet het meest aangewezen traject zijn voor fietsers, met bijzondere aandacht voor veiligheid. Art. 79.Het begunstigde personeelslid maakt een halfjaarlijks overzicht op van de met de fiets afgelegde verplaatsingen, met vermelding van de datums van de verplaatsing, het aantal kilometers per traject, het totale aantal afgelegde kilometers en de vergoeding waar hij recht op heeft. Vervolgens dient hij zijn aanvraag voor het verkrijgen van de fietsvergoeding in bij de dienst die daartoe is aangewezen door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde en volgens de modaliteiten die deze bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van het eerste lid kan de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde in een kortere termijn voorzien. HOOFDSTUK IV. - Vergoeding voor verblijfkosten Afdeling 1. - Principe</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-80\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 80</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid dat zich naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie op vraag van de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde moet verplaatsen heeft recht op de terugbetaling van zijn verblijfkosten. Er wordt hem uit dien hoofde een dagelijkse forfaitaire vergoeding toegekend. Art. 81.Het betrokken personeelslid dient zijn aanvraag voor het verkrijgen van de vergoeding in bij de dienst die daartoe is aangewezen door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde en volgens de modaliteiten die deze bepaalt Onverminderd artikel 6 vermeldt de aanvraag voor het verkrijgen van de vergoeding in elk geval de datum van de verplaatsing, de reden van de verplaatsing en de duur van de verplaatsing. Art. 82.Dit hoofdstuk is van toepassing op het personeelslid van een federale dienst, dat zich in die hoedanigheid verplaatst om in rechte te gaan getuigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokkene mag in geen geval de reisvergoeding ontvangen die bepaald is in het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken. Afdeling 2. - Vergoeding voor verblijfkosten in België</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 83</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een dagelijkse forfaitaire vergoeding voor verblijfkosten om maaltijdkosten te dekken toegekend aan het personeelslid dat zich in België moet verplaatsen in het kader van de uitoefening van zijn functie, volgens de in artikel 85 bepaalde voorwaarden. Art. 84.§ 1. De vergoeding wordt toegekend als aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan : 1° De verplaatsing duurt minimaal 6 uur;2° De verplaatsing is verder dan een straal van 25 km buiten de agglomeratie van de administratieve standplaats als er één bestaat, of, als er geen bestaat, verder dan een straal van 25 km buiten de gemeente van de administratieve standplaats.De verplaatsing wordt berekend van centrum tot centrum van een agglomeratie of van een gemeente; 3° De verplaatsing geeft er geen aanleiding toe dat de federale dienst of een derde de kost van de maaltijd op zich neemt;4° De verplaatsing geeft geen aanleiding tot enig ander voordeel om maaltijdkosten te dekken. § 2. De duur van de verplaatsing wordt gerekend vanaf het vertrek uit de administratieve standplaats op de heenweg tot zijn werkelijke uur van aankomst bij de terugkeer Onverminderd § 1, 3° en 4°, echter is, als het personeelslid zich verplaatst zonder langs zijn administratieve standplaats te gaan, de dagelijkse forfaitaire vergoeding voor verblijfkosten verschuldigd voor zover aan de afstand- en duurvoorwaarden bepaald in § 1, 1° en 2°, is voldaan en er daarenboven ook aan zou zijn voldaan indien de verplaatsing vanuit zijn administratieve standplaats was gebeurd. § 3. Het gebied van een agglomeratie is dat gebied bepaald in artikel 8. § 4. De berekeningswijze van de afstand van de verplaatsing wordt bepaald door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde. In geval van betwisting wordt de afstand berekend door het Nationaal Geografisch Instituut op basis van de officiële middenschalige referentiegegevens. Art. 85.Het bedrag van de forfaitaire vergoeding bedraagt 10 euro per dag. Art. 86.Als de aard zelf van de functie van het personeelslid regelmatige prestaties buiten de administratieve standplaats impliceert, kan de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde beslissen een maandelijkse forfaitaire vergoeding toe te kennen die gelijkstaat met een aantal keren de in artikel 85 bedoelde dagelijkse vergoeding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat aantal is identiek voor alle personeelsleden van een federale overheidsdienst, of van een deel ervan, die dezelfde functie uitoefenen. Het wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde van de voltijdse prestaties volbracht door deze personeelsleden tijdens het voorgaande jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 84, § 1, moet niet aan de voorwaarden bepaald onder 1° en 2° worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maandelijkse forfaitaire vergoeding mag nooit hoger liggen dan zestien keer de dagelijkse forfaitaire vergoeding voor een personeelslid met voltijdse prestaties. Het maximum wordt naar rato bepaald voor deeltijdse prestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde past jaarlijks het in het eerste lid bedoelde aantal aan. Hij brengt de personeelsleden hier vooraf van op de hoogte.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 7 is de maandelijkse forfaitaire vergoeding niet verschuldigd voor iedere periode waarin de uitoefening van de functie onderbroken wordt tijdens een duur van dertig ononderbroken dagen, evenwel met uitzondering van het jaarlijks vakantieverlof. Art. 87.In de gevallen bedoeld in artikel 86, als de woonplaats van het personeelslid werd vastgesteld als administratieve standplaats, kan de leidend ambtenaar beslissen om de maandelijkse forfaitaire vergoeding aan te vullen met een vergoeding die de kosten verbonden aan de kosten voor internettoegang en de kosten verbonden aan het telefoongebruik dekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag mag echter niet meer bedragen dan 3 keer het bedrag bepaald in artikel 96, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 9 is het bedrag van de vergoeding niet onderworpen aan de indexeringsregeling. Art. 88.§ 1. Er wordt een aanvullende dagelijkse forfaitaire vergoeding voor verblijfkosten, die bedoeld is om de huisvestingskosten te dekken, toegekend aan het personeelslid dat in België buiten zijn woonplaats moet logeren naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie. § 2. De vergoeding wordt toegekend als aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan : 1° de verplaatsing is verder dan een straal van 75 kilometer buiten de agglomeratie van de administratieve standplaats als er één bestaat, of, als er geen bestaat, verder dan een straal van 75 kilometer buiten de gemeente van de administratieve standplaats;2° de verplaatsing geeft er geen aanleiding toe dat de federale dienst de kost van de huisvesting op zich neemt;3° de verplaatsing geeft geen aanleiding tot enig ander voordeel van dezelfde aard. De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde kan echter afwijken van de in het eerste lid bedoelde voorwaarden in omstandigheden die hij uitzonderlijk acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied van een agglomeratie is dat gebied bepaald in artikel 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">De berekeningswijze van de afstand van de verplaatsing wordt bepaald door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde. In geval van betwisting wordt de afstand berekend door het Nationaal Geografisch Instituut op basis van de officiële middenschalige referentiegegevens. § 3. Het bedrag van de forfaitaire vergoeding voor huisvestingskosten wordt vastgelegd op 75,00 euro per nacht. Afdeling 3. - Vergoeding voor verblijfkosten in het buitenland</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89-42\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 89</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een forfaitaire vergoeding voor verblijfkosten toegekend aan het personeelslid dat door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde belast is met een dienstopdracht in het buitenland of dat in internationale commissies zetelt. Art. 90.Het personeelslid ontvangt dezelfde dagelijkse forfaitaire verblijfsvergoeding als die toegekend aan de afgevaardigden en ambtenaren die afhangen van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking De dagelijkse forfaitaire vergoeding is die van categorie 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De herziening van de bedragen van de dagelijkse forfaitaire vergoedingen gebeurt overeenkomstig de reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op de afgevaardigden en ambtenaren die afhangen van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er echter rechtstreeks maaltijdkosten ten laste worden genomen door de federale dienst, de buitenlandse overheid of de buitenlandse instelling, dan wordt de dagelijkse forfaitaire vergoeding naar rato verminderd. Art. 91.Er wordt een aanvullende vergoeding voor verblijfkosten om de huisvestingskosten te dekken toegekend aan het personeelslid dat door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde met een dienstopdracht belast is of dat in internationale commissies moet zetelen, waarvoor hij moet logeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding is gelijk aan de werkelijke huisvestingskosten per nacht en dit ten bedrage van de maximale huisvestingsvergoeding die wordt toegekend aan de afgevaardigden en ambtenaren die afhangen van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Er kunnen evenwel geval per geval met redenen omklede overschrijdingen worden toegestaan door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding wordt toegestaan op vertoon van bewijsstukken en voor zover er geen enkel voordeel van dezelfde aard aan het personeelslid is toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De herziening van het bedrag van de maximale vergoeding gebeurt overeenkomstig de reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op de afgevaardigden en ambtenaren die afhangen van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. HOOFDSTUK V. - Vergoeding wegens begrafeniskosten Art. 92.Bij overlijden van een personeelslid wordt een vergoeding wegens begrafeniskosten toegekend aan de persoon of verdeeld onder de personen die bewijst/bewijzen dat hij/zij de begrafeniskosten op zich heeft/hebben genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Worden evenwel uitgesloten van de vergoeding wegens begrafeniskosten : 1° de personen op wie de artikelen 727 en 729 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn;2° begrafenisondernemers, hun verwanten, hun aangestelden of lasthebbers, behoudens wanneer zij de echtgenoot/echtgenote, de wettelijk samenwonende of een bloed- of aanverwant tot de derde graad zijn van de overledene;3° de privaatrechtelijke rechtspersonen die, in uitvoering van een verzekeringscontract, de gemaakte begrafeniskosten geheel of gedeeltelijk ten laste hebben genomen. Art. 93.De vergoeding wordt toegekend : 1° als de overledene een ambtenaar is, als deze zich de dag vóór het overlijden volgens zijn werkrooster in dienstactiviteit, in disponibiliteit of in non-activiteit om verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid te verrichten bevindt;2° als de overledene een contractueel is, als deze zich de dag vóór het overlijden in een situatie bevindt waarin hij geldelijke anciënniteit verwerft of in een van de situaties bedoeld in artikel 86, § 1, 1° a) en b), 2° en 3° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. Art. 94.De vergoeding wegens begrafeniskosten komt overeen met de bezoldiging die volledig verschuldigd is of volledig verschuldigd had moeten zijn voor de maand die aan het overlijden voorafgaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat de bezoldiging, in afwijking van artikel 2, eerste lid, 23°, eveneens de haardtoelage of de eventuele standplaatstoelage, alsook de toelage voor de uitoefening van een hogere functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding wegens begrafeniskosten kan echter niet hoger liggen dan een twaalfde van het bedrag vastgelegd in toepassing van artikel 39, eerste, derde en vierde lid, van de arbeidsongevallen wet van 10 april 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1971 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/10/2014 numac 2014000710 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1971 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/2018 numac 2018030615 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet sluiten. Art. 95.De vergoeding wegens begrafeniskosten wordt in voorkomend geval verminderd met het bedrag van een vergoeding die om dezelfde reden wordt toegekend op basis van andere wettelijke of reglementaire bepalingen. HOOFDSTUK VI. - Vergoeding voor telewerkkosten Art. 96.Er wordt een vergoeding toegekend aan het personeelslid dat telewerk verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor telewerkkosten dekt kosten van verbindingen en communicaties. De vergoeding mag echter in haar geheel niet meer bedragen dan 20 euro per maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 9 is het bedrag van de vergoeding niet onderworpen aan de indexeringsregeling. HOOFDSTUK VII. - Creatie van specifieke vergoedingen Art. 97.Er wordt een specifieke vergoeding toegekend aan het personeelslid dat naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie andere werkelijke onkosten moet dragen dan die gedekt door de in dit besluit vastgelegde vergoedingen, die niet beschouwd kunnen worden als normaal, of ze nu al dan niet inherent zijn aan de functie, om terugkerende kosten te dekken die werkelijk zijn gemaakt tijdens de uitoefening van de functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een specifieke vergoeding wordt steeds vastgelegd in een reglementaire tekst met algemene reikwijdte en is nooit nominatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De specifieke vergoeding mag geen terugwerkende kracht hebben. Ze treedt slechts in werking na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad. Art. 98.Als de toestand die aanleiding geeft tot de toekenning van een vergoeding zich herhaaldelijk kan voordoen, kan het bedrag van deze vergoeding forfaitair worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maandelijkse forfaitaire vergoeding staat gelijk met een aantal keren de dagelijkse vergoeding bedoeld in artikel 97. Dit aantal wordt vastgelegd op basis van de effectieve prestaties van het personeelslid in de voorgaande maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maandelijkse forfaitaire vergoeding mag nooit hoger liggen dan zestien keer de dagelijkse forfaitaire vergoeding voor een personeelslid met voltijdse prestaties. Het maximum wordt naar rato vastgesteld voor deeltijdse prestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde past het in het tweede lid bedoelde aantal aan telkens hij dat nodig acht. Hij brengt het personeelslid hier vooraf van op de hoogte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal dagen dat in aanmerking wordt genomen voor de maandelijkse forfaitaire vergoeding wordt evenwel verminderd met het aantal arbeidsdagen tijdens dewelke het personeelslid zijn functie niet daadwerkelijk heeft uitgeoefend. Art. 99.De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde ziet erop toe dat er geen specifieke vergoeding wordt toegekend die niet overeenstemt met kosten die werkelijk gemaakt worden of die, onder normale omstandigheden, gemaakt zouden moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In toepassing van het eerste lid schort de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde de toekenning van eerder toegekende specifieke vergoedingen op of trekt ze in. Hij brengt het personeelslid hiervan vooraf op de hoogte. Art. 100.Onverminderd de regels betreffende de administratieve en budgettaire controle worden de vergoedingen vastgesteld door Onze bevoegde Minister of Ministers, na beraadslaging in de Ministerraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL IV. - Opheffende en wijzigende bepalingen HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel Art. 101.In artikel 49, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit van van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, vervangen bij het koninklijk besluit van 19 november 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2, worden de woorden \"artikel 8bis van het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen, toelagen en premies van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten\" vervangen door de woorden \"artikel 8 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt\". HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten Art. 102.In hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, wordt voor artikel 1, dat artikel 1bis wordt, een nieuw artikel ingevoegd, luidende : \"Art. 1.Artikelen 1 tot 15 zijn niet van toepassing op de personeelsleden die onder het toepassingsgebied vallen van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.\". Art. 103.Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : \"Art. 16.De secretaris-generaal van het ministerie van Landsverdediging, de opperofficieren, de eerste voorzitters en de procureurs-generaal van het Hof van Cassatie en van de Hoven van Beroep, de voorzitter van het College van de hoven en rechtbanken, de voorzitter van het College van het openbaar ministerie, de eerste voorzitter en de auditeur-generaal van de raad van State, de voorzitters van het Grondwettelijk Hof en de afgevaardigd bestuurder van Selor mogen voor dienstreizen gebruik maken van hun eigen voertuig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij komen in aanmerking voor de vergoeding op overlegging van een verklaring op erewoord met opgave van het aantal kilometers die in het belang van de dienst worden afgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokken Minister stelt het toegestane jaarlijkse maximumaantal kilometers vast zonder dat dit maximumaantal meer mag bedragen dan 18.000 kilometer per jaar. \". Art. 104.In artikel 16bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten0 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid, worden de woorden \"binnen de perken die bij artikel 12 zijn vastgelegd en eventueel de gemeente waarvan sprake is in artikel 14, tweede lid\" vervangen door de woorden \"en eventueel de plaats waar de administratieve standplaats is gevestigd\";2° het derde lid word opgeheven. Art. 105.In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 november 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2, wordt de derde zin \"In die gevallen zijn op hen de bepalingen van de artikelen 12 en 13 niet van toepassing.\" opgeheven. HOOFDSTUK III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddenschalen der aan verscheidene federale overheidsdiensten gemene graden Art. 106.In artikel 36ter, § 2, van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddenschalen der aan verscheidene federale overheidsdiensten gemene graden, hernummerd bij het koninklijk besluit van 4 augustus 2004 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 30 januari 2006 en 22 november 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In het tweede lid wordt de zin \"De premie voor competentieontwikkeling wordt in aanmerking genomen voor een twaalfde van de Copernicuspremie, bedoeld in het koninklijk besluit van 10 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten4 tot toekenning van een Copernicuspremie aan sommige personeelsleden van de rijksbesturen, die erop volgt.\" opgeheven. 2° In het derde lid wordt de zin \"onder dezelfde voorwaarden, wordt ze niet in aanmerking genomen voor de berekening van Copernicuspremie.\" opgeheven. HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/11/1998 numac 1998002123 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen sluiten betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen Art. 107.In artikel 12 van het koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/11/1998 numac 1998002123 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen sluiten betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 oktober 2009, 14 november 2011, 20 september 2012 en 9 maart 2017, wordt paragraaf 2 opgeheven. HOOFDSTUK V. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten1 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel Art. 108.In artikel 19 van het koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten1 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 december 2001, 4 augustus 2004, 10 augustus 2005 en 19 november 2008, worden de woorden \"van de artikelen 1 en 5 van het besluit van de Regent van 30 maart 1950 de toekenning regelend van toelagen wegens buitengewone prestaties, van de artikelen 1 en 6 van het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen en toelagen van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten\" vervangen door de woorden \"van de artikelen 41, 47 tot 50 en 53 tot 55 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 20 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een paragraaf 3 die als volgt luidt : \" § 3. Dit artikel is niet van toepassing op de personeelsleden die een toelage voor opleidingsactiviteit genieten bedoeld in de artikelen 36 en 37 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.\". HOOFDSTUK VI. - Wijziging van het koninklijk besluit van 10 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten4 tot toekenning van een Copernicuspremie aan sommige personeelsleden van de rijksbesturen Art. 109.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten4 tot toekenning van een Copernicuspremie aan sommige personeelsleden van de rijksbesturen, vervangen bij het koninklijk besluit van 7 mei 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) 1° wordt opgeheven;b) in 2° worden de woorden \";- het Federaal Planbureau\" opgeheven. HOOFDSTUK VII. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 november 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten8 betreffende het telewerk en het satellietwerk in het federaal administratief openbaar ambt Art. 110.In artikel 10 van het koninklijk besluit van 22 november 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten8 betreffende het telewerk en het satellietwerk in het federaal administratief openbaar ambt, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 maart 2017, worden het tweede en het derde lid opgeheven. HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van het koninklijk besluit van 3 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten9 betreffende de ten laste neming van de kosten inzake openbaar vervoer in woonwerkverkeer van de federale personeelsleden door de staat en sommige federale openbare instellingen Art. 111.In artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten9 betreffende de ten laste neming van de kosten inzake openbaar vervoer in woonwerkverkeer van de federale personeelsleden door de staat en sommige federale openbare instellingen worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 1° wordt opgeheven; b) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt : \"2° van de krijgsmacht van het Ministerie van Defensie;\"; c) de bepaling onder 3° wordt opgeheven. HOOFDSTUK IX. - Wijziging van het koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt Art. 112.In het koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 november 2015 en 3 augustus 2016, wordt het artikel 2 aangevuld door een lid dat als volgt luidt : \"De uitdrukking \"personeelslid\" bedoeld in de definities in 6°, 7° en 9° van het eerste lid moet worden begrepen als \"lid van het burgerpersoneel\" als ze betrekking heeft op het Ministerie van Landsverdediging.\". Art. 113.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 november 2015 en 3 augustus 2016, wordt artikel 36 vervangen als volgt : \"Art. 36.Er wordt een toelage wegens ontslag toegekend aan het personeelslid dat wordt ontslagen wegens beroepsongeschiktheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van de toelage wordt vastgelegd in het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen in het federaal openbaar ambt.\". HOOFDSTUK X. - Wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt Art. 114.In het koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, wordt het artikel 2 aangevuld door een lid dat als volgt luidt : \"De uitdrukking \"personeelslid\" bedoeld in de definities in 6°, 7° en 9° van het eerste lid moet worden begrepen als \"lid van het burgerpersoneel\" als ze betrekking heeft op het Ministerie van Landsverdediging.\" Art. 115.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, wordt het hoofdstuk VII, dat de artikelen 29 tot 34 bevat, opgeheven. HOOFDSTUK XI. - Wijziging van het ministerieel besluit van 25 oktober 1966 tot vaststelling van de toelagen verleend aan de personen belast met het geven van cursussen of conferenties aan het personeel van het Ministerie van Financiën Art. 116.In het ministerieel besluit van 25 oktober 1966 tot vaststelling van de toelagen verleend aan de personen belast met het geven van cursussen of conferenties aan het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 18 januari 1975, 15 juli 2002 en 13 december 2013, worden artikelen 1, 2, § 2, 3, 3bis en 4, opgeheven. HOOFDSTUK XII. - Opheffingsbepalingen Art. 117.Worden opgeheven : 1° het koninklijk besluit van 12 oktober 1964 tot vaststelling van de bezoldiging van hen die hun medewerking verlenen voor de opleiding en de voortgezette opleiding van het Rijkspersoneel gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 maart 1995, 10 april 1995, 11 december 2001, 5 september 2002 en 4 augustus 2004;2° het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfkosten toegekend aan de leden van het personeel der federale overheidsdiensten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 december 1990, 4 maart 1993, 5 september 2002 en 4 augustus 2004;3° het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen, toelagen en premies van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 februari 1967, 2 maart 1989, 5 september 2002, 3 augustus 2004, 22 november 2006 en 3 augustus 2016;4° het koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's lands algemeen bestuur, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3;5° het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de rijksbesturen, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3;6° het koninklijk besluit van 30 juni 1988 betreffende de toekenning van forfaitaire vergoedingen voor verblijfkosten aan het personeel van de inspectie van de Dienst voor Administratieve Controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 december 2001;7° het koninklijk besluit van 1 fébruari 1993 tot toekenning van een forfaitaire vergoeding wegens verblijfskosten aan zekere personeelsleden van de Rijksdienst voor sociale zekerheid;8° het koninklijk besluit van 9 september 1993 tot toekenning van een forfaitaire vergoeding wegens verblijfskosten aan sommige personeelsleden van het Fonds voor Arbeidsongevallen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 oktober 1997, 20 december 2007 en 19 mei 2010;9° het koninklijk besluit van 30 december 1993 houdende toekenning van een forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten aan sommige ambtenaren van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 maart 1998;10° het koninklijk besluit van 11 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/1997 numac 1997022762 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een vergoeding voor telefoonkosten aan sommige personeelsleden van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/1997 numac 1997022761 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een vergoeding voor bureaukosten aan sommige personeelsleden van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering sluiten betreffende de toekenning van een vergoeding voor toegangskosten tot het internet aan sommige personeelsleden van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 augustus 2011;11° het koninklijk besluit van 8 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/2001 numac 2000002134 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector sluiten5 tot regeling van de toekenning van een vergoeding wegens begrafeniskosten in geval van overlijden van een lid van het personeel van een federale overheidsdienst;12° het koninklijk besluit van 26 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 tot toekenning van een forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten aan de personeelsleden belast met een rondreizende functie van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;13° het koninklijk besluit van 2 augustus 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 tot toekenning van een toelage aan de personeelsleden belast met het ontwikkelen van projecten in sommige overheidsdiensten;14° het koninklijk besluit van 12 februari 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 tot toekenning van een forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten aan de personeelsleden belast met een rondreizende functie van de centrale cel van de Gemeenschappelijke Dienst voor preventie en bescherming op het werk voor sommige federale overheidsdiensten;15° het koninklijk besluit van 28 november 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 tot vervanging, voor het personeel van sommige overheidsdiensten, van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 december 2009 en 10 september 2010;16° het koninklijk besluit van 13 juni 2010Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 tot toekenning van toelagen voor tweetaligheid aan de personeelsleden van het federaal administratief openbaar ambt;17° het koninklijk besluit van 13 juni 2010Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 houdende toekenning van een vergoeding voor het gebruik van de fiets aan de personeelsleden van het federaal administratief openbaar ambt;18° het koninklijk besluit van 11 februari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 tot toekenning van een toelage aan de personeelsleden van het federaal administratief openbaar ambt die bepaalde prestaties verrichten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2;19° het koninklijk besluit van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende de afstand afgelegd per motorrijwiel of per autovoertuig die, voor de personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Financiën, in aanmerking wordt genomen voor de toekenning van een vergoeding wegens verblijfkosten;20° het koninklijk besluit van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende de berekening van de kilometervergoeding, voor de personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Financiën, voor de dienstreizen waarbij de woonplaats van het personeelslid het vertrek- en/of eindpunt is;21° het koninklijk besluit van 23 november 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 tot toekenning van een forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten aan sommige personeelsleden van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen;22° het ministerieel besluit van 30 maart 1954 houdende toekenning van rondreisvergoedingen aan ambtenaren en beambten van de Dienst voor Inspectie en Economische Onderzoekingen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 4 december 2001;23° het ministerieel besluit van 4 september 1964 houdende toekenning van rondreisvergoedingen aan ambtenaren en beambten van het Nationaal Instituut voor de Statistiek, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 4 december 2001;24° het ministerieel besluit van 28 maart 1967 tot toekenning van een rondreisvergoeding aan ambtenaren en beambten van het Ministerie van Sociale Voorzorg die uitsluitend reizende functies uitoefenen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 2 juni 1972;25° het ministerieel besluit van 19 november 1973 tot vaststelling voor de personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Financiën van sommige vergoedingen wegens verblijfkosten, gewijzigd bij de ministeriele besluiten van 18 februari 1975, 15 juli 2002, 13 december 2013 en 4 juni 2014;26° het ministerieel besluit van 18 februari 1975 tot toekenning van een vergoeding voor verplaatsingskosten aan de personeelsleden van de Administratie der douane en accijnzen tewerkgesteld in bepaalde gebieden van de haven te Antwerpen of in bepaalde grenskantoren, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 15 juli 2002;27° het ministerieel besluit van 17 juni 1991 tot toekenning van een forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten aan zekere personeelsleden van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid;28° het ministerieel besluit van 4 september 1991 tot toekenning van een forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten aan zekere personeelsleden van het Ministerie van Sociale Voorzorg, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 16 oktober 2001;29° het ministerieel besluit van 16 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 tot toekenning van een forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten aan de personeelsleden, belast met een rondreizende functie, van het Ministerie van Middenstand en Landbouw;30° het ministerieel besluit van 18 januari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 houdende de toekenning van een forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten aan sommige personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;31° het ministerieel besluit van 4 juli 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 tot toekenning van een forfaitaire maandvergoeding aan de personeelsleden van de Inspectiedienst van de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie;32° het ministerieel besluit van 10 november 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 tot vaststelling van de verblijfsvergoedingen toegekend aan de immigratieambtenaren van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken;33° het ministerieel besluit van 21 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/04/2013 numac 2013000222 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten0 houdende vaststelling van de verblijfsvergoedingen en huisvestingskosten toegekend aan de personeelsleden van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen die zich in opdracht naar het buitenland begeven of zetelen in internationale commissies; 34° het ministerieel besluit van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/04/2013 numac 2013000222 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten2 tot toekenning van een forfaitaire vergoeding wegens verblijfskosten aan zekere personeelsleden van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL V. - Bewarende, overgangs- en slotbepalingen Art. 118.De personeelsleden van de niveaus B en C die een directietoelage genieten op de datum van inwerkingtreding van dit besluit behouden het voordeel van deze directietoelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personeelsleden van het niveau D die een directietoelage genieten op de datum van inwerkingtreding van dit besluit krijgen het bedrag van 1000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directietoelage wordt berekend en uitbetaald volgens de modaliteiten die van kracht waren op 31 augustus 2017. Art. 119.De personeelsleden die een projecttoelage genieten overeenkomstig het koninklijk besluit van 2 augustus 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 tot toekenning van een toelage aan de personeelsleden belast met het ontwikkelen van projecten in sommige overheidsdiensten behouden ze tot het einde van het project.</p>\n<p class=\"lf-p\">De projecttoelage wordt berekend en uitbetaald volgens de modaliteiten die van kracht waren op 31 augustus 2017. Art. 120.De uitoefening van een hogere functie die aan de gang is op de datum van inwerkingtreding van dit besluit behoudt zijn uitwerking, overeenkomstig de bepalingen zoals ze van kracht waren, gedurende een periode van maximaal 12 maanden en behoudens andersluidende, behoorlijk met redenen omklede beslissing van de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde. Art. 121.De personeelsleden die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit reizende ambtsbetrekkingen uitoefenen en een maandelijkse forfaitaire vergoeding voor verblijfkosten of voor kosten wegens rondreizen genieten overeenkomstig de koninklijke en ministériële besluiten bedoeld in het artikel 117, 6° tot 9°, 12°, 14°, 21° tot 24°, 27° tot 34°, blijven deze vergoeding genieten als het bedrag toegekend overeenkomstig artikel 86 minder voordelig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maandelijkse forfaitaire vergoeding voor verblijfskosten of kosten wegens rondreizen wordt berekend en uitbetaald volgens de modaliteiten die van kracht waren op 31 augutsus 2017. Art. 122.De besluiten die van kracht zijn op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit en die zijn genomen in uitvoering van artikel 7 van het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen, toelagen en premies van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten, worden beschouwd te zijn genomen in uitvoering van de artikelen 40 en 100 van dit besluit. Art. 123.De bepalingen van het ministerieel besluit van 18 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/04/2013 numac 2013000222 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1 tot toekenning van een toelage aan de personeelsleden van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen die werken in opeenvolgende ploegen en die dienen te werken tijdens een weekend, een feestdag of tussen tweeëntwintig en zes uur moeten niet worden beschouwd als een cumulatie in de zin van artikel 10 van dit besluit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-124\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 124</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De volgende besluiten houden op van toepassing te zijn op de in dit besluit bedoelde personeelsleden : 1° het koninklijk besluit van 24 oktober 1951 betreffende het verlenen van bijzondere toelagen aan de personen belast met cursussen voor beroepsleiding in het Ministerie van Economische Zaken en Middenstand, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 december 2001;2° het koninklijk besluit van 13 oktober 1964 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen welke worden toegekend aan de personen die niet tot het leger behoren en belast zijn met het houden van voordrachten of het volbrengen van andere prestaties en behoeve van de militairen van de Krijgsmacht, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 december 2001;3° het koninklijk besluit van 19 februari 1974 betreffende de toelagen en vergoedingen verleend aan de personen die met de vorming van het burgerlijk personeel zijn belast, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 mei 1993 en 4 december 2001;4° het koninklijk besluit van 16 april 1975 betreffende de beroepsopleiding van het personeel van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 december 2001;5° het koninklijk besluit van 8 mei 1979 tot toekenning van sommige toelagen en vergoedingen aan de personen die met de vorming van het personeel van het Nationaal Geografisch Instituut zijn belast, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 december 2001;6° het ministerieel besluit van 30 juni 1960 houdende inrichting van vakcursussen voor het niet-voltijds tewerkgestelde personeel van het Korps Burgerlijke Bescherming, gewijzigd bij de ministeriele besluiten van 10 april 1995, 18 maart 1998 en 3 mei 2002;7° het ministerieel besluit van 13 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 betreffende de beroepsopleiding van het personeel van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen;8° het ministerieel besluit van 22 oktober 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 tot toekenning van een toelage aan de personeelsleden van de Civiele Bescherming die belast zijn met een opleidingsactiviteit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 3 mei 2002. Art. 125.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de tweede maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van : 1° artikelen 53 tot en met 55, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2017;2° artikel 86 dat, voor de rondreizende functies in inspectiediensten, uitwerking heeft op 1 juli 2017. Art. 126.Onze Ministers zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 13 juli 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">FILIP Van Koningswege : De Minister belast met Ambtenarenzaken, S. VANDEPUT Bijlage bij het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot toekenning van de toelagen voor tweetaligheid aan de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, die het bedrag van de taaltoelage vaststelt Certificat Bewijs Montant de l'allocation mensuelle Bedrag van de maandelijkse toelage art. 8 20 EUR art. 9, § 1er, connaissance élémentaire ou art. 10 / art. 9, § 1, elementaire kennis of art. 10 40 EUR art. 9, § 2, connaissance élémentaire ou art. 14, alinéa 2 ou art. 9, § 1er, connaissance élémentaire et art. 8 / art. 9, § 2, elementaire kennis of art. 14, tweede lid of art. 9, § 1, elementaire kennis en art. 8 50 EUR art. 9, § 1er, connaissance suffisante ou art. 11 / art. 9, § 1, voldoende kennis of art. 11 60 EUR art. 14, alinéa 1er /art. 14, eerste lid 90 EUR art. 9, § 2, connaissance suffisante ou art. 12 ou art. 13 ou art. 9, § 1er, connaissance suffisante et art. 11 / art. 9, § 2, voldoende kennis of art. 12 of art. 13 of art. 9, § 1, voldoende kennis en art. 11 110 EUR art. 7 niveau D 75 EUR art. 7 niveau C 80 EUR art. 7 niveau B ou A/art. 7 niveau B of A 110 EUR Gezien om te worden gevoegd bij ons koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 13 juli 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">FILIP Van Koningswege : De Minister belast met Ambtenarenzaken, S. VANDEPUT</p></div>", "next": 0}