{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Decreet tot wijziging van het decreet van 22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat en tot wijziging van artikel 22 van het REG-decreet type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/06/2009 numac 2009035487 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het REG-decreet van 2 april 2004, wat de uitbreiding tot luchtvaartactiviteiten betreft type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/07/2009 numac 2009202546 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de diepe ondergrond sluiten houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen. Daarnaast zijn de volgende definities van toepassing : 1° productbenchmark-subinstallatie : de inputs, outputs en daarmee samenhangende emissies met betrekking tot de vervaardiging van een product waarvoor in bijlage 3.1 een benchmark wordt vastgesteld; 2° warmtebenchmark-subinstallatie : de niet onder een productbenchmark-subinstallatie vallende inputs, outputs en daarmee samenhangende emissies met betrekking tot de productie of de invoer uit een BKG-installatie van meetbare warmte die : a) binnen de grenzen van de BKG-installatie wordt verbruikt voor de vervaardiging van producten, voor de productie van andere mechanische energie dan de mechanische energie die gebruikt wordt voor elektriciteitsopwekking of voor andere verwarming of koeling dan de verwarming of koeling die voor elektriciteitsopwekking gebruikt wordt, of;b) wordt uitgevoerd naar een installatie die geen BKG-installatie is, met uitzondering van de uitvoer voor elektriciteitsopwekking;3° brandstofbenchmark-subinstallatie : de niet onder een productbenchmark-subinstallatie vallende inputs, outputs en daarmee samenhangende emissies met betrekking tot de productie door brandstofverbranding van niet-meetbare warmte die wordt verbruikt voor de vervaardiging van producten, voor de productie van andere mechanische energie dan de mechanische energie die gebruikt wordt voor elektriciteitsopwekking of voor andere verwarming of koeling dan de verwarming of koeling die voor elektriciteitsopwekking gebruikt wordt, met inbegrip van veiligheidsaffakkeling;4° meetbare warmte : een nettowarmtestroom getransporteerd door identificeerbare pijpleidingen of leidingen met gebruik van een medium voor warmteoverdracht, zoals, meer bepaald, stoom, hete lucht, water, olie, vloeibaar metaal en zouten, waarvoor een warmtemeter geïnstalleerd is of kan worden;5° warmtemeter : een warmtemeter als vermeld in artikel 19 van het koninklijk besluit van 13 juni 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/08/2006 numac 2006011291 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende meetinstrumenten sluiten betreffende meetinstrumenten of enig ander apparaat voor het meten en registreren van de hoeveelheid geproduceerde warmte-energie op basis van debieten en temperaturen;6° niet-meetbare warmte : alle andere warmte dan meetbare warmte; 7° procesemissies-subinstallatie : broeikasgasemissies als vermeld in bijlage 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen, kooldioxide uitgezonderd, die voorkomen buiten de systeemgrenzen van een productbenchmark als vermeld in bijlage 3.1, alsook kooldioxide-emissies die voorkomen buiten de systeemgrenzen van een productbenchmark als vermeld in bijlage 3.1 als gevolg van enige hierna vermelde activiteit en emissies die het gevolg zijn van de verbranding van onvolledig geoxideerde koolstof die ontstaat door de hierna genoemde activiteiten ten behoeve van de productie van meetbare warmte, niet-meetbare warmte of elektriciteit, na aftrek van de emissies die gepaard zouden gaan met de verbranding van een hoeveelheid aardgas met dezelfde technisch bruikbare energie-inhoud als de verbrande onvolledig geoxideerde koolstof : a) de chemische of elektrolytische reductie van metaalverbindingen in ertsen, concentraten en secundaire materialen;b) de verwijdering van onzuiverheden uit metaal en metaalverbindingen;c) de decompositie van carbonaten, met uitzondering van de carbonaten voor de reiniging van rookgassen;d) chemische syntheses die niet in eerste instantie op de opwekking van warmte gericht zijn, waarbij het koolstofhoudende materiaal aan de reactie deelneemt;e) gebruik van koolstofhoudende additieven of grondstoffen, dat niet in eerste instantie gericht is op de opwekking van warmte;f) de chemische of elektrolytische reductie van halfmetaaloxiden of niet-metaaloxiden zoals siliciumoxiden en fosfaten;8° aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit : het aan de subinstallatie gerelateerde jaarlijkse activiteitsniveau, berekend op basis van het gemiddelde van de twee grootste maandproductievolumes tijdens de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2008, waarbij wordt verondersteld dat de subinstallatie 720 uur per maand en twaalf maanden per jaar bij die belasting heeft gewerkt;9° geïnstalleerde capaciteit na een aanzienlijke capaciteitswijziging : het aan de subinstallatie gerelateerde jaarlijkse activiteitsniveau, berekend op basis van het gemiddelde van de twee hoogste maandproductievolumes in de eerste zes maanden na de aanvang van de veranderde werking van de subinstallatie;10° aanzienlijke capaciteitsuitbreiding : een beduidende verhoging van de aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit van een subinstallatie die aan al de volgende omschrijvingen voldoet : a) er vinden een of meer identificeerbare fysieke veranderingen plaats met betrekking tot de technische configuratie en werking die verder reiken dan louter de vervanging van een bestaande productielijn, en b) de subinstallatie verkrijgt een capaciteit die ten minste 10 % hoger ligt in vergelijking met de aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit van de subinstallatie voor de verandering plaatsvond, of c) de subinstallatie waarop de fysieke veranderingen van toepassing zijn, heeft een significant hoger activiteitsniveau, dat resulteert in een extra toewijzing van emissierechten van meer dan 50 000 emissierechten per jaar, wat overeenstemt met minstens 5 % van het voorlopige jaarlijkse aantal emissierechten dat kosteloos aan de subinstallatie was toegewezen voor de verandering;11° aanzienlijke capaciteitsvermindering : één of meer identificeerbare fysieke veranderingen die leiden tot een beduidende vermindering van de aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit en het activiteitsniveau van een subinstallatie van dezelfde grootteorde als een aanzienlijke capaciteitsuitbreiding;12° aanzienlijke capaciteitswijziging : een aanzienlijke capaciteitsuitbreiding of een aanzienlijke capaciteitsvermindering;13° toegevoegde capaciteit : het verschil tussen de aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit van een subinstallatie en de geïnstalleerde capaciteit van dezelfde subinstallatie na een aanzienlijke uitbreiding;14° ingeboete capaciteit : het verschil tussen de aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit van een subinstallatie en de geïnstalleerde capaciteit van dezelfde subinstallatie na een aanzienlijke capaciteitsvermindering;15° aanvang van de normale werking : de geverifieerde en goedgekeurde eerste dag van een ononderbroken periode van negentig dagen of, als de normale productiecyclus in de betrokken bedrijfstak niet in continue productie voorziet, de eerste dag van een periode van negentig dagen, opgesplitst in bedrijfstak specifieke productiecycli, tijdens welke de BKG-installatie in werking is op ten minste 40 % van de capaciteit waarvoor de uitrusting is ontworpen, waarbij passend rekening gehouden wordt met de subinstallatie specifieke bedrijfsomstandigheden;16° aanvang van de veranderde werking : de geverifieerde en goedgekeurde eerste dag van een ononderbroken periode van negentig dagen of, als de normale productiecyclus in de betrokken bedrijfstak niet in continue productie voorziet, de eerste dag van een periode van negentig dagen, opgesplitst in bedrijfstak specifieke productiecycli, tijdens welke de veranderde subinstallatie in werking is op ten minste 40 % van de capaciteit waarvoor de uitrusting is ontworpen, waarbij passend rekening gehouden wordt met de subinstallatie specifieke bedrijfsomstandigheden;17° veiligheidsaffakkeling : de verbranding van waakvlambrandstoffen en sterk wisselende hoeveelheden proces- of restgas in een aan atmosferische storingen onderhevige eenheid die om veiligheidsredenen uitdrukkelijk vereist is door de betrokken installatievergunningen;18° privéhuishouden : een wooneenheid waarin de personen individueel of in groep regelingen treffen om zich van meetbare warmte te voorzien;19° nieuwkomer : a) een BKG-installatie waaraan na 30 juni 2011 voor de eerste keer een milieuvergunning is verleend die betrekking heeft op de BKG-installatie en die niet is opgenomen in de lijst, vermeld in artikel 31, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen, of b) een BKG-installatie die na 30 juni 2011 een aanzienlijke capaciteitsuitbreiding heeft ondergaan, voor zover het deze uitbreiding betreft;20° referentieperiode voor een nieuwkomer : a) voor een BKG-installatie waaraan na 30 juni 2011 voor de eerste keer een milieuvergunning is verleend die betrekking heeft op de BKG-installatie en die niet is opgenomen in de lijst, vermeld in artikel 31, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen vermelde lijst, is de referentieperiode de ononderbroken periode van negentig dagen na aanvang van de normale werking van de BKG-installatie;b) voor een BKG-installatie die na 30 juni 2011 een aanzienlijke capaciteitsuitbreiding heeft ondergaan, is de referentieperiode de ononderbroken periode van zes maanden na de aanvang van de veranderde werking van de subinstallatie;21° elektriciteitsopwekker : een installatie die op of na 1 januari 2005 elektriciteit heeft geproduceerd om aan derden te verkopen en waarin geen van de activiteiten, vermeld in bijlage 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen, worden uitgevoerd, behalve het 'verbranden van brandstof'.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK 3. - Toewijzingsregels voor bestaande BKG-installaties 3.1. Opsplitsing in subinstallaties Elke BKG-installatie die in aanmerking komt voor een kosteloze toewijzing van emissierechten moet in één of meer van de volgende subinstallaties opgesplitst worden : a) een productbenchmark-subinstallatie;b) een warmtebenchmark-subinstallatie;c) een brandstofbenchmark-subinstallatie;d) een procesemissies-subinstallatie. Voor de warmtebenchmark-, de brandstofbenchmark- en de procesemissies-subinstallaties moet op basis van de NACE- en de Prodcom-codes een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen processen die wél en processen die niet in dienst staan van een bedrijfstak of deeltak die geacht wordt te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als vermeld in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een BKG-installatie meetbare warmte heeft geproduceerd en geëxporteerd naar een installatie die geen BKG-installatie is, wordt ervan uitgegaan dat het betrokken proces van de warmtebenchmark-subinstallatie voor die warmte niet in dienst staat van een bedrijfstak of deeltak die geacht wordt te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als vermeld in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen, tenzij is aangetoond dat de verbruiker van de meetbare warmte behoort tot een bedrijfstak of deeltak die geacht wordt te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als vermeld in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elektriciteitsopwekking wordt geen kosteloze toewijzing gegeven, behalve voor met rookgassen geproduceerde elektriciteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De som van de inputs, outputs en emissies van elke subinstallatie mag de inputs, outputs en totale emissies van de BKG-installatie niet overschrijden. 3.2. Bepaling van het historische activiteitsniveau Op basis van de overeenkomstig artikel 27 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen gerapporteerde gegevens die nodig zijn voor de berekening van de kosteloze toewijzing van emissierechten voor de tweede verbintenisperiode, wordt voor elke bestaande BKG-installatie het historische activiteitsniveau bepaald. Bij de rapportering moet elke exploitant van een BKG-installatie een referentieperiode kiezen : ofwel de referentieperiode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2008, ofwel de referentieperiode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder productgerelateerd historisch activiteitsniveau voor elk product waarvoor een productbenchmark als vermeld in bijlage 3.1 werd vastgesteld, wordt verstaan de mediane historische jaarproductie van dat product in de betrokken BKG-installatie tijdens de gekozen referentieperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder warmtegerelateerd historisch activiteitsniveau wordt verstaan de tijdens de gekozen referentieperiode plaatsgevonden mediane historische jaarproductie en/of jaarinvoer uit een BKG-installatie van meetbare warmte die binnen de grenzen van de BKG-installatie verbruikt werd voor de vervaardiging van producten, voor de productie van andere mechanische energie dan de mechanische energie die gebruikt wordt voor elektriciteitsopwekking of voor andere verwarming of koeling dan de verwarming of koeling die voor elektriciteitsopwekking gebruikt wordt, of die wordt uitgevoerd naar een installatie die geen BKG-installatie is, met uitzondering van de uitvoer voor elektriciteitsopwekking, uitgedrukt in terajoule per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder brandstofgerelateerd historisch activiteitsniveau wordt verstaan het tijdens de gekozen referentieperiode mediane jaarlijkse historische brandstofverbruik voor de productie van niet-meetbare warmte die werd verbruikt voor de vervaardiging van producten, voor de productie van andere mechanische energie dan de mechanische energie die gebruikt wordt voor elektriciteitsopwekking of voor andere verwarming of koeling dan de verwarming of koeling die voor elektriciteitsopwekking gebruikt wordt, met inbegrip van veiligheidsaffakkeling, uitgedrukt in terajoule per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de procesemissies die gepaard gaan met de vervaardiging van producten in de betrokken BKG-installatie tijdens de gekozen referentieperiode, wordt onder procesgerelateerd historisch activiteitsniveau verstaan de mediane historische jaaremissie, uitgedrukt in ton CO2-equivalent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bepaling van de mediane waarden worden alleen de kalenderjaren waarin de BKG-installatie ten minste één dag in werking was, in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de BKG-installatie tijdens de gekozen referentieperiode gedurende minder dan twee kalenderjaren in bedrijf was, worden de historische activiteitsniveaus berekend op basis van de aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit van elke subinstallatie, vermenigvuldigd met de relevante capaciteitsbenuttingsfactor. De capaciteitsbenuttingsfactor wordt door de afdeling bepaald,gebaseerd op naar behoren gestaafde en onafhankelijk geverifieerde informatie over de beoogde normale werking, het onderhoud, de courante productiecyclus, energiezuinige technieken en de karakteristieke capaciteitsbenuttingsgraad in de betrokken bedrijfstak, getoetst aan bedrijfstak specifieke informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De exploitant van een BKG-installatie bepaalt het productgerelateerde historische activiteitsniveau voor producten waarop de productbenchmarks, vermeld in bijlage 3.2 van toepassing zijn, op basis van de mediane jaarproductie in overeenstemming met de formules, vermeld in bijlage 3.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">BKG-installaties die alleen nu en dan worden gebruikt, met inbegrip van BKG-installaties die in reserve of stand-by worden gehouden en BKG-installaties die werken met een seizoenregeling en die gedurende de gekozen referentieperiode in een gegeven kalenderjaar niet ten minste één dag in werking zijn geweest, worden bij de vaststelling van de mediane waarden in aanmerking genomen als aan al de volgende voorwaarden is voldaan : 1° het is duidelijk aangetoond dat de BKG-installatie nu en dan wordt gebruikt, meer bepaald regelmatig in bedrijf is als stand-by of reservecapaciteit of in verband met een seizoenregeling;2° de BKG-installatie beschikt over een milieuvergunning en over alle andere relevante vergunningen die vereist zijn voor de exploitatie van de BKG-installatie;3° het is technisch mogelijk om de activiteiten op korte termijn op te starten en onderhoud wordt regelmatig uitgevoerd. Als een BKG-installatie een aanzienlijke capaciteitswijziging heeft ondergaan tussen 1 januari 2005 en 30 juni 2011, zijn de historische activiteitsniveaus van de betrokken BKG-installatie gelijk aan de som van de mediane waarden zonder de aanzienlijke capaciteitswijziging en de historische activiteitsniveaus van de toegevoegde of ingeboete capaciteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De historische activiteitsniveaus van de toegevoegde of ingeboete capaciteit zijn gelijk aan het verschil tussen de aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit van elke subinstallatie die een aanzienlijke capaciteitswijziging onderging, welke capaciteit gold tot de aanvang van de veranderde werking, en de geïnstalleerde capaciteit na de aanzienlijke capaciteitswijziging, vermenigvuldigd met de gemiddelde historische capaciteitsbenutting van de betrokken BKG-installatie gedurende de jaren die zijn voorafgegaan aan de aanvang van de veranderde werking. 3.3. Bepaling van de voorlopige toewijzing 3.3.1. Berekening van het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten per subinstallatie Voor de berekening van de kosteloze toewijzing van emissierechten voor een BKG-installatie wordt eerst het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten per subinstallatie afzonderlijk berekend. a) Productbenchmark-subinstallatie Voor elke productbenchmark-subinstallatie komt het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor een bepaald jaar overeen met de waarde van de productbenchmark, vermeld in bijlage 3.1, vermenigvuldigd met het relevante product gerelateerde historisch activiteitsniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de productbenchmark-subinstallatie moet rekening gehouden worden met het volgende : 1° het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor subinstallaties die meetbare warmte hebben ontvangen van subinstallaties die producten vervaardigen die vallen onder de salpeterzuurbenchmarks, vermeld in bijlage 3.1, wordt verminderd met het jaarlijkse historische verbruik van die warmte tijdens de gekozen referentieperiode, vermenigvuldigd met de waarde van de warmtebenchmark voor deze meetbare warmte, vermeld in bijlage 3.1; 2° als een productbenchmark-subinstallatie meetbare warmte omvat die wordt ingevoerd uit een installatie die geen BKG-installatie is, wordt het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor de betrokken productbenchmark-subinstallatie, bepaald op basis van de bovenstaande methode, verminderd met de historische hoeveelheid warmte tijdens de gekozen referentieperiode die ingevoerd wordt uit installaties die geen BKG-installatie zijn, vermenigvuldigd met de vastgestelde waarde van de warmtebenchmark voor meetbare warmte, vermeld in bijlage 3.1; 3° als een BKG-installatie subinstallaties omvat die pulp (kortvezelige kraftpulp, langvezelige kraftpulp, thermomechanische pulp en mechanische pulp, sulfietpulp of andere pulp die niet onder een productbenchmark valt) produceren en meetbare warmte uitvoeren naar andere subinstallaties die daarmee technisch verbonden zijn, wordt, ongeacht de voorlopige jaarlijkse aantallen emissierechten die kosteloos aan andere subinstallaties van de betrokken BKG-installatie worden toegewezen, als voorlopige totale hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten, alleen het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten in aanmerking genomen dat betrekking heeft op de door deze subinstallatie geproduceerde pulpproducten die in de handel worden gebracht en die niet in dezelfde BKG-installatie of in andere BKG-installaties die daarmee technisch verbonden zijn tot papier worden verwerkt; 4° toewijzing met betrekking tot stoomkraken : het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor een productbenchmark-subinstallatie met betrekking tot de productie van hoogwaardige chemicaliën (hierna HVC's te noemen) is gelijk aan de waarde van de productbenchmark voor stoomkraken, vermeld in bijlage 3.1, vermenigvuldigd met het historische activiteitsniveau, vermeld in bijlage 3.3, en vermenigvuldigd met het quotiënt van de totale directe emissies, met inbegrip van emissies van netto ingevoerde warmte tijdens de gekozen referentieperiode, uitgedrukt in ton CO2-equivalent, en de som van die totale directe emissies en de relevante indirecte emissies tijdens de gekozen referentieperiode, berekend als de hoeveelheid meetbare warmte die tijdens de gekozen referentieperiode voor de vervaardiging van het betrokken product werd ingevoerd uit BKG-installaties, vermenigvuldigd met de waarde van de warmtebenchmark, vermeld in bijlage 3.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het resultaat van deze berekening wordt 1,78 t kooldioxide per ton waterstof, vermenigvuldigd met de mediane historische productie van waterstof uit extra materiaalinput, uitgedrukt in ton waterstof, 0,24 t kooldioxide per ton ethyleen, vermenigvuldigd met de mediane historische productie van ethyleen uit extra materiaalinput, uitgedrukt in ton ethyleen, en 0,16 t kooldioxide per ton HVC, vermenigvuldigd met de mediane historische productie van andere HVC's dan waterstof en ethyleen uit extra materiaalinput, uitgedrukt in ton HVC's, opgeteld; 5° toewijzing met betrekking tot monomeer vinylchloride : het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor een subinstallatie met betrekking tot de productie van monomeer vinylchloride (hierna VCM te noemen) is gelijk aan de waarde van de VCM-benchmark vermenigvuldigd met het historische activiteitsniveau voor de VCM-productie, uitgedrukt in ton, en vermenigvuldigd met het quotiënt van de directe emissies voor de productie van VCM, met inbegrip van emissies van netto ingevoerde warmte tijdens de gekozen referentieperiode, berekend als de hoeveelheid meetbare warmte die tijdens de gekozen referentieperiode, voor de vervaardiging van het betrokken product werd ingevoerd uit BKG-installaties, vermenigvuldigd met de waarde van de warmtebenchmark, vermeld in bijlage 3.1 en uitgedrukt in ton CO2-equivalent, en de som van deze directe emissies en de waterstofgerelateerde emissies voor de productie van VCM tijdens de gekozen referentieperiode, uitgedrukt in ton CO2-equivalent, berekend op basis van het historische verbruik van warmte afkomstig van de verbranding van waterstof uitgedrukt in terajoule (TJ), vermenigvuldigd met 56,1 t kooldioxide per terajoule; 6° uitwisselbaarheid van brandstof en elektriciteit : voor elke in bijlage 3.1 vermelde productbenchmark-subinstallatie waarvoor de uitwisselbaarheid van brandstof en elektriciteit in aanmerking wordt genomen, is het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten gelijk aan de waarde van de relevante productbenchmark, vermeld in bijlage 3.1, vermenigvuldigd met het product gerelateerde historisch activiteitsniveau en vermenigvuldigd met het quotiënt van de totale directe emissies met inbegrip van de emissies van de netto ingevoerde warmte tijdens de gekozen referentieperiode, uitgedrukt in ton CO2-equivalent, en de som van deze totale directe emissies en de relevante indirecte emissies tijdens de gekozen referentieperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de berekening van de emissies van de netto ingevoerde warmte wordt de hoeveelheid meetbare warmte die tijdens de gekozen referentieperiode, voor de vervaardiging van het betrokken product werd ingevoerd uit een BKG-installatie, vermenigvuldigd met de waarde van de warmtebenchmark, vermeld in bijlage 3.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de berekening van de relevante indirecte emissies tijdens de gekozen referentieperiode, uitgedrukt in ton kooldioxide wordt het relevante elektriciteitsverbruik voor de productie van het betrokken product, als omschreven in de definitie van de processen en emissies, als vermeld in bijlage 3.1 en uitgedrukt in megawattuur, vermenigvuldigd met 0,465 t kooldioxide per megawattuur. b) Warmtebenchmark-subinstallatie Voor de warmtebenchmark-subinstallatie komt het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor een bepaald jaar overeen met de waarde van de warmtebenchmark voor meetbare warmte, vermeld in bijlage 3.1, vermenigvuldigd met de warmtegerelateerde historische activiteitsniveaus voor het verbruik van meetbare warmte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de warmtebenchmark-subinstallaties moet rekening gehouden worden met het volgende : 1° het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor subinstallaties die meetbare warmte hebben ontvangen van subinstallaties die producten vervaardigen die vallen onder de salpeterzuurbenchmarks, vermeld in bijlage 3.1, wordt verminderd met het jaarlijkse historische verbruik van die warmte tijdens de gekozen referentieperiode, vermenigvuldigd met de waarde van de warmtebenchmark voor deze meetbare warmte, vermeld in bijlage 3.1; 2° voor zover meetbare warmte naar privéhuishoudens wordt uitgevoerd en het overeenkomstig de bovenstaande methode bepaalde voorlopige jaarlijkse aantal emissierechten voor 2013 kleiner is dan de mediane historische jaaremissie die verbonden is aan de productie van de meetbare warmte die de betrokken subinstallatie in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2008 naar privéhuishoudens heeft uitgevoerd, wordt het voorlopige jaarlijkse aantal emissierechten voor 2013 met het betrokken verschil aangepast.In elk van de jaren 2014 tot en met 2020 wordt het overeenkomstig de bovenstaande methode bepaalde voorlopige jaarlijkse aantal emissierechten aangepast als dat aantal voor dat jaar kleiner is dan een bepaald percentage van de vermelde mediane historische jaaremissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat percentage bedraagt 90 % in 2014 en neemt elk jaar met 10 procentpunten af. c) Brandstofbenchmark-subinstallatie Voor de brandstofbenchmark-subinstallatie komt het voorlopige jaarlijkse aantal jaarlijks kosteloos toegewezen emissierechten voor een bepaald jaar overeen met de waarde van de brandstofbenchmark, vermeld in bijlage 3.1, vermenigvuldigd met het brandstof gerelateerde activiteitsniveau voor de verbruikte brandstof. d) Procesemissies-subinstallatie Voor de procesemissies-subinstallatie komt het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor een bepaald jaar overeen met het procesgerelateerde historische activiteitsniveau, vermenigvuldigd met 0,9700. 3.3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing van de carbon leakage factoren De factoren, vermeld in bijlage 3.4 worden toegepast op het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten, bepaald per subinstallatie voor het jaar waarin de processen in die subinstallatie in dienst staan van bedrijfstakken en deeltakken die niet worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als vermeld in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de processen in de subinstallaties in dienst staan van bedrijfstakken en deeltakken die worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als vermeld in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen, is de factor die voor de jaren, vermeld in deze bijlage moet worden toegepast, gelijk aan 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ten minste 95 % van het historische activiteitsniveau van de warmtebenchmark-subinstallatie, van de brandstofbenchmark-subinstallatie of van de procesemissies-subinstallatie in dienst staat van bedrijfstakken of deeltakken die worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als vermeld in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen, wordt de subinstallatie als geheel geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien ten minste 95 % van het historische activiteitsniveau van de warmtebenchmark-subinstallatie, van de brandstofbenchmark-subinstallatie of van de procesemissies-subinstallatie in dienst staat van bedrijfstakken of deeltakken die niet worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als vermeld in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen, wordt de subinstallatie als geheel niet geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico. 3.3.3. Berekening van het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor de hele BKG-installatie De voorlopige totale jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor elke BKG-installatie is gelijk aan de som van alle voorlopige jaarlijkse aantallen kosteloos toegewezen emissierechten van de subinstallaties, inclusief de toepassing van de factoren, vermeld in bijlage 3.4, die berekend zijn in overeenstemming met paragraaf 3.3.1. en 3.3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de bepaling van de voorlopige totale jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten per BKG-installatie mogen emissies geen tweemaal worden geteld en mogen er geen negatieve hoeveelheden worden toegewezen. Als een tussenproduct dat volgens de definities van de respectieve systeemgrenzen vermeld in bijlage 3.1, onder een productbenchmark valt, door een BKG-installatie wordt ingevoerd, mogen emissies niet tweemaal worden geteld voor de vaststelling van de voorlopige totale jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor beide betrokken BKG-installaties. 3.4. Bepaling van de definitieve toewijzing Voor bestaande BKG-installaties die geïdentificeerd zijn als elektriciteitsopwekker, is de definitieve totale jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten gelijk aan de voorlopige totale jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten, jaarlijks aangepast met een lineaire reductiefactor van 1,74 %, waarbij de voorlopige totale jaarlijkse hoeveelheid emissierechten die voor 2013 kosteloos aan de betrokken BKG-installatie is toegewezen, als uitgangspunt wordt genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor bestaande BKG-installaties die niet geïdentificeerd zijn als elektriciteitsopwekker, is de definitieve totale jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten gelijk aan de voorlopige totale jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten, aangepast met een uniforme transsectorale correctiefactor. De correctiefactor wordt door de Europese Commissie bepaald door vergelijking van de som van de voorlopige totale jaarlijkse hoeveelheden kosteloos toegewezen emissierechten van alle Europese lidstaten voor de relevante BKG-installaties met de maximale jaarlijkse totale hoeveelheid rechten waarin voor de BKG-installaties is voorzien op Europees niveau. HOOFDSTUK 4. - Toewijzingsregels voor nieuwkomers 4.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opsplitsing in subinstallaties Elke nieuwkomer wordt opgesplitst in één of meer van de volgende subinstallaties : a) een productbenchmark-subinstallatie;b) een warmtebenchmark-subinstallatie;c) een brandstofbenchmark-subinstallatie;d) een procesemissies-subinstallatie. Voor de warmtebenchmark-, de brandstofbenchmark- en de procesemissies-subinstallaties moet op basis van de NACE- en de Prodcom-codes een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen processen die wél en processen die niet in dienst staan van een bedrijfstak of deeltak die geacht wordt te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als vermeld in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een BKG-installatie meetbare warmte heeft geproduceerd en geëxporteerd naar een installatie die geen BKG-installatie is, wordt er van uitgegaan dat het betrokken proces van de warmtebenchmark-subinstallatie voor deze warmte niet in dienst staat van een bedrijfstak of deeltak die geacht wordt te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als vermeld in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen, tenzij is aangetoond dat de verbruiker van de meetbare warmte behoort tot een bedrijfstak of deeltak die geacht wordt te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als vermeld in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elektriciteitsopwekking door nieuwkomers wordt geen kosteloze toewijzing gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De som van de inputs, outputs en emissies van elke subinstallatie mag de inputs, outputs en totale emissies van de BKG-installatie niet overschrijden. 4.2. Bepaling van het activiteitsniveau 4.2.1. Activiteitsniveau voor een nieuwkomer, zoals gedefinieerd in punt 20°, a), van hoofdstuk 2 Voor een nieuwkomer, zoals gedefinieerd in punt 20°, a), van hoofdstuk 2 worden de activiteitsniveaus als volgt vastgelegd : a) het productgerelateerde activiteitsniveau voor elk product waarvoor in bijlage 3.1 een productbenchmark is vastgesteld, is gelijk aan de geïnstalleerde capaciteit van de betrokken subinstallatie voor de vervaardiging van dat product, vermenigvuldigd met de standaardcapaciteitsbenuttingsfactor. De geïnstalleerde capaciteit van de subinstallatie wordt bepaald op basis van het gemiddelde van de twee hoogste maandproductievolumes tijdens de referentieperiode voor de nieuwkomer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De standaardcapaciteitsbenuttingsfactor wordt door de Commissie bepaald en wordt bekendgemaakt op basis van de door de lidstaten verzamelde gegevens. Voor elke productbenchmark, vermeld in bijlage 3.1, is deze factor gelijk aan het 80-percentiel van de gemiddelde jaarlijkse capaciteitsbenuttingsfactoren van alle BKG-installaties die het betrokken product vervaardigen. De gemiddelde jaarlijkse capaciteitsbenuttingsfactor van elke BKG-installatie die het betrokken product vervaardigt, is gelijk aan de gemiddelde jaarlijkse productie over de periode 2005-2008, gedeeld door de aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit; b) het warmte gerelateerd activiteitsniveau is gelijk aan de aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit voor de invoer uit een BKG-installatie en/of voor de productie van meetbare warmte die binnen de grenzen van de BKG-installatie wordt verbruikt voor de vervaardiging van producten, voor de productie van andere mechanische energie dan mechanische energie voor elektriciteitsopwekking of voor andere verwarming of koeling dan verwarming of koeling gebruikt voor elektriciteitsopwekking of die wordt uitgevoerd naar een installatie die geen BKG-installatie is, met uitzondering van de uitvoer voor elektriciteitsopwekking, vermenigvuldigd met de relevante capaciteitsbenuttingsfactor.De geïnstalleerde capaciteit van de subinstallatie wordt bepaald op basis van het gemiddelde van de twee hoogste maandproductievolumes tijdens de referentieperiode voor de nieuwkomer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relevante capaciteitsbenuttingsfactor wordt door de afdeling bepaald op basis van naar behoren gestaafde en onafhankelijk geverifieerde informatie over de beoogde normale werking, het onderhoud, de courante productiecyclus, energiezuinige technieken en de karakteristieke capaciteitsbenuttingsgraad in de betrokken bedrijfstak, getoetst aan bedrijfstakspecifieke informatie; c) het brandstof gerelateerd activiteitsniveau is gelijk aan de aanvankelijk geïnstalleerde brandstofverbruikscapaciteit van de betrokken BKG-installatie voor de productie van niet-meetbare warmte die wordt verbruikt voor de vervaardiging van producten, voor de productie van andere mechanische energie dan mechanische energie voor elektriciteitsopwekking of voor andere verwarming of koeling dan verwarming of koeling voor elektriciteitsopwekking, met inbegrip van veiligheidsaffakkeling, vermenigvuldigd met de relevante capaciteitsbenuttingsfactor.De geïnstalleerde capaciteit van de subinstallatie wordt bepaald op basis van het gemiddelde van de twee hoogste maandproductievolumes tijdens de referentieperiode voor de nieuwkomer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relevante capaciteitsbenuttingsfactor wordt door de afdeling bepaald op basis van naar behoren gestaafde en onafhankelijk geverifieerde informatie over de beoogde normale werking, het onderhoud, de courante productiecyclus, energiezuinige technieken en de karakteristieke capaciteitsbenuttingsgraad in de betrokken bedrijfstak, getoetst aan bedrijfstak specifieke informatie. d) het procesemissies gerelateerde activiteitsniveau is gelijk aan de aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit voor het genereren van procesemissies van de proceseenheid, vermenigvuldigd met de relevante capaciteitsbenuttingsfactor.De geïnstalleerde capaciteit van de subinstallatie wordt bepaald op basis van het gemiddelde van de twee hoogste maandproductievolumes tijdens de referentieperiode voor de nieuwkomer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relevante capaciteitsbenuttingsfactor wordt door de afdeling bepaald op basis van naar behoren gestaafde en onafhankelijk geverifieerde informatie over de beoogde normale werking, het onderhoud, de courante productiecyclus, energiezuinige technieken en de karakteristieke capaciteitsbenuttingsgraad in de betrokken bedrijfstak, getoetst aan bedrijfstakspecifieke informatie. Bij de bepaling van de relevante capaciteitsbenuttingsfactor moet ook rekening gehouden worden met naar behoren gestaafde en onafhankelijk geverifieerde informatie over de emissie-intensiteit van de input en broeikasgasefficiënte technieken. 4.2.2. Activiteitsniveau voor een nieuwkomer zoals gedefinieerd in punt 20°, b), van hoofdstuk 2 Voor BKG-installaties die na 30 juni 2011 een aanzienlijke capaciteitsuitbreiding hebben ondergaan, worden de activiteitsniveaus voor de toegevoegde capaciteit van de subinstallaties waarop de aanzienlijke capaciteitsuitbreiding betrekking heeft bepaald op basis van dezelfde methodologie als de methodologie vermeld in paragraaf 4.2.1. 4.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaling van de voorlopige toewijzing 4.3.1. Voorlopige toewijzing voor een nieuwkomer zoals gedefinieerd in punt 20°, a), van hoofdstuk 2 Voor een nieuwkomer, zoals gedefinieerd in punt 20°, a), van hoofdstuk 2, wordt voor elke subinstallatie afzonderlijk, het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten vanaf de aanvang van de normale werking van de BKG-installatie als volgt berekend : a) Productbenchmark-subinstallatie Voor elke productbenchmark-subinstallatie is het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor een bepaald jaar gelijk aan de waarde van die productbenchmark, vermenigvuldigd met het productgerelateerde activiteitsniveau. Bij de productbenchmark-subinstallaties moet rekening gehouden worden met het volgende : 1° het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor subinstallaties die meetbare warmte hebben ontvangen van subinstallaties die producten vervaardigen die vallen onder de salpeterzuurbenchmarks, vermeld in bijlage 3.1, wordt verminderd met het jaarlijkse historische verbruik van die warmte tijdens de referentieperiode voor de nieuwkomer, vermenigvuldigd met de waarde van de warmtebenchmark voor deze meetbare warmte, vermeld in bijlage 3.1; 2° als een productbenchmark-subinstallatie meetbare warmte omvat die wordt ingevoerd uit een installatie die geen BKG-installatie is, wordt het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor de betrokken productbenchmark-subinstallatie, zoals bepaald op basis van bovenstaande methode, verminderd met de historische hoeveelheid warmte in de referentieperiode voor de nieuwkomer ingevoerd uit een installatie die geen BKG-installatie is, vermenigvuldigd waarde van de warmtebenchmark voor meetbare warmte, vermeld in bijlage 3.1; 3° als een installatie subinstallaties omvat die pulp (kortvezelige kraftpulp, langvezelige kraftpulp, thermomechanische pulp en mechanische pulp, sulfietpulp of andere pulp die niet onder een productbenchmark valt) produceren en meetbare warmte uitvoeren naar andere daarmee technisch verbonden subinstallaties, wordt, ongeacht de voorlopige jaarlijkse aantallen emissierechten die kosteloos aan andere subinstallaties van de betrokken BKG-installatie worden toegewezen, als voorlopige totale hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten alleen het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten in aanmerking genomen dat betrekking heeft op de door desubinstallatie geproduceerde pulpproducten die in de handel worden gebracht en die niet in dezelfde BKG-installatie of in andere daarmee technisch verbonden BKG-installaties tot papier worden verwerkt; 4° toewijzing met betrekking tot stoomkraken : het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor een productbenchmark-subinstallatie met betrekking tot de productie van hoogwaardige chemicaliën (hierna HVC's te noemen) is gelijk aan de waarde van de productbenchmark voor stoomkraken, vermeld in bijlage 3.1, vermenigvuldigd met het historische activiteitsniveau, vermeld in bijlage 3.3, en vermenigvuldigd met het quotiënt van de totale directe emissies, met inbegrip van emissies van netto ingevoerde warmte tijdens de gekozen referentieperiode, uitgedrukt in ton CO2-equivalent, en de som van die totale directe emissies en de relevante indirecte emissies tijdens de referentieperiode, berekend als de hoeveelheid meetbare warmte die tijdens de referentieperiode, voor de vervaardiging van het betrokken product werd ingevoerd uit een BKG-installatie, vermenigvuldigd met de waarde van de benchmark, vermeld in bijlage 3.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het resultaat van deze berekening wordt 1,78 t kooldioxide per ton waterstof, vermenigvuldigd met de mediane historische productie van waterstof uit extra materiaalinput, uitgedrukt in ton waterstof, 0,24 t kooldioxide per ton ethyleen, vermenigvuldigd met de mediane historische productie van ethyleen uit extra materiaalinput, uitgedrukt in ton ethyleen, en 0,16 t kooldioxide per ton HVC, vermenigvuldigd met de mediane historische productie van andere HVC's dan waterstof en ethyleen uit extra materiaalinput, uitgedrukt in ton HVC's, opgeteld; 5° toewijzing met betrekking tot monomeer vinylchloride : het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor een subinstallatie met betrekking tot de productie van monomeer vinylchloride (hierna VCM te noemen) is gelijk aan de waarde van de VCM-benchmark, vermenigvuldigd met het historische activiteitsniveau voor de VCM-productie, uitgedrukt in ton, en vermenigvuldigd met het quotiënt van de directe emissies voor de productie van VCM met inbegrip van emissies van netto ingevoerde warmte tijdens de referentieperiode, berekend als de hoeveelheid meetbare warmte die tijdens de gekozen referentieperiode voor de vervaardiging van het betrokken product werd ingevoerd uit een BKG-installatie, vermenigvuldigd met de waarde van de warmtebenchmark, vermeld in bijlage 3.1 en uitgedrukt in ton CO2-equivalent, en de som van deze directe emissies en de waterstof gerelateerde emissies voor de productie van VCM tijdens de gekozen referentieperiode, uitgedrukt in ton CO2-equivalent, berekend op basis van het historische verbruik van warmte die afkomstig is van de verbranding van waterstof, uitgedrukt in terajoule (TJ), vermenigvuldigd met 56,1 t kooldioxide per terajoule; 6° uitwisselbaarheid van brandstof en elektriciteit : voor elke productbenchmark-subinstallatie, vermeld in bijlage 3.1, waarvoor de uitwisselbaarheid van brandstof en elektriciteit in aanmerking wordt genomen, is het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten gelijk aan de waarde van de relevante productbenchmark, vermeld in bijlage 3.1, vermenigvuldigd met het product gerelateerde historische activiteitsniveau en vermenigvuldigd met het quotiënt van de totale directe emissies met inbegrip van de emissies van de netto ingevoerde warmte tijdens de gekozen referentieperiode, uitgedrukt in ton CO2-equivalent, en de som van die totale directe emissies en de relevante indirecte emissies tijdens de referentieperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de berekening van de emissies van de netto ingevoerde warmte wordt de hoeveelheid meetbare warmte die tijdens de referentieperiode voor de vervaardiging van het betrokken product werd ingevoerd uit een BKG-installatie, vermenigvuldigd met de waarde van de warmtebenchmark, vermeld in bijlage 3.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de berekening van de relevante indirecte emissies tijdens de gekozen referentieperiode, uitgedrukt in ton kooldioxide wordt het relevante elektriciteitsverbruik voor de productie van het betrokken product, vermeld in de definitie van de processen en emissies, vermeld in bijlage 3.1, en uitgedrukt in megawattuur, vermenigvuldigd met 0,465 t kooldioxide per megawattuur. b) Warmtebenchmark-subinstallatie Voor elke warmtebenchmark-subinstallatie is het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten gelijk aan de waarde van de warmtebenchmark voor die meetbare warmte, vermeld in bijlage 3.1, vermenigvuldigd met het warmtegerelateerde activiteitsniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor subinstallaties die meetbare warmte hebben ontvangen van subinstallaties die producten vervaardigen die vallen onder de salpeterzuurbenchmarks, vermeld in bijlage 3.1, wordt verminderd met het jaarlijkse historische verbruik van die warmte tijdens de referentieperiode, vermenigvuldigd met de waarde van de warmtebenchmark voor de meetbare warmte vermeld in bijlage 3.1. c) Brandstofbenchmark-subinstallatie Voor elke brandstofbenchmark-subinstallatie is het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten gelijk aan de waarde van de brandstofbenchmark, vermeld in bijlage 3.1, vermenigvuldigd met het brandstofgerelateerde activiteitsniveau. d) Procesemissies-subinstallatie Voor elke procesemissies-subinstallatie is het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten voor een bepaald jaar gelijk aan het procesgerelateerde activiteitsniveau, vermenigvuldigd met 0,9700. Voor onafhankelijk geverifieerde emissies van de nieuwkomer die aan de aanvang van de normale werking voorafgingen, worden extra emissierechten toegewezen op basis van de historische emissies, uitgedrukt in ton CO2-equivalent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig punt 3.3.2. worden de factoren vermeld in bijlage 3.4 toegepast op het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten, bepaald per subinstallatie voor het betrokken jaar waarin de processen in die subinstallatie in dienst staan van bedrijfstakken en deeltakken die niet worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als vermeld in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen. 4.3.2. Voorlopige toewijzing voor een nieuwkomer, zoals gedefinieerd in punt 20°, b), van hoofdstuk 2 Voor een BKG-installatie die na 30 juni 2011 een aanzienlijke capaciteitsuitbreiding heeft ondergaan wordt de bijkomende toewijzing voor de nieuwkomer berekend volgens de methodologie vermeld in punt 4.3.1., maar dan alleen voor wat de uitbreiding betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig punt 3.3.2 worden de factoren, vermeld in bijlage 3.4, toegepast op het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten, bepaald per subinstallatie voor het betrokken jaar waarin de processen in de subinstallatie in dienst staan van bedrijfstakken en deeltakken die niet worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico als vermeld in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen. 4.4. Bepaling van de definitieve toewijzing De definitieve jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor nieuwkomers is gelijk aan de voorlopige totale jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten, jaarlijks aangepast met een lineaire reductiefactor van 1,74 %, waarbij de voorlopige totale jaarlijkse hoeveelheid emissierechten die voor 2013 kosteloos aan de betrokken BKG-installatie is toegewezen, als uitgangspunt wordt genomen. HOOFDSTUK 5. - Toewijzingsregels bij een aanzienlijke capaciteitsvermindering Als een BKG-installatie na 30 juni 2011 een aanzienlijke capaciteitsvermindering heeft ondergaan, moet het aantal kosteloos toe te wijzen emissierechten voor die BKG-installatie verminderd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermindering van het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten wordt berekend overeenkomstig de methodologie vermeld in punt 4.3.1, in de mate die overeenstemt met de aanzienlijke capaciteitsvermindering. HOOFDSTUK 6. - Toewijzingsregels bij een gedeeltelijke stopzetting van de activiteiten 6.1. Definitie 'gedeeltelijke stopzetting van activiteiten' De activiteiten van een BKG-installatie worden geacht gedeeltelijk te zijn stopgezet als het activiteitsniveau van een subinstallatie die ten minste 30 % van de definitieve jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten of meer dan 50 000 toegewezen emissierechten bedraagt, in een gegeven kalenderjaar wordt verminderd met ten minste 50 % van het activiteitsniveau dat wordt gebruikt voor de berekening van de toewijzing aan de BKG-installatie, overeenkomstig punt 3.2. en punt 4.2. 6.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassing van de toewijzing bij een gedeeltelijke stopzetting van de activiteiten De toewijzing aan een BKG-installatie met gedeeltelijk stopgezette activiteiten wordt als volgt aangepast vanaf het jaar dat volgt op het jaar waarin de activiteiten gedeeltelijk werden stopgezet, dan wel vanaf 2013 als de gedeeltelijke stopzetting heeft plaatsgevonden vóór 1 januari 2013 : als het activiteitsniveau van de in punt 6.1. bedoelde subinstallatie vermindert met 50 % tot 75 % vergeleken met het aanvankelijke activiteitsniveau, ontvangt de subinstallatie slechts de helft van de aanvankelijk toegewezen rechten; als het activiteitsniveau van de in punt 6.1. bedoelde subinstallatie vermindert met 75 % tot 90 % vergeleken met het aanvankelijke activiteitsniveau, ontvangt de subinstallatie slechts 25 % van de aanvankelijk toegewezen rechten; als het activiteitsniveau van de in punt 6. 1. bedoelde subinstallatie vermindert met 90 % of meer vergeleken met het aanvankelijke activiteitsniveau, ontvangt de subinstallatie geen kosteloos toegewezen rechten; als het activiteitsniveau van de in punt 6.1 bedoelde subinstallatie een niveau bereikt van meer dan 50 % vergeleken met het aanvankelijke activiteitsniveau, ontvangt de subinstallatie waarvan de activiteiten gedeeltelijk werden stopgezet, de aanvankelijk toegewezen rechten vanaf het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de activiteiten de drempel van 50 % overschrijden; als het activiteitsniveau van de in punt 6.1. bedoelde subinstallatie een activiteitsniveau bereikt van meer dan 25 % vergeleken met het aanvankelijke activiteitsniveau, ontvangt de installatie die gedeeltelijk werd stilgelegd de helft van de aanvankelijk toegewezen rechten vanaf het jaar dat volgt op het jaar waarin het activiteitsniveau de drempel van 25 % overschrijdt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3.1 : Productbenchmarks 1. Bepaling van productbenchmarks en systeemgrenzen zonder aandacht voor de uitwisselbaarheid van brandstof en elektriciteit Product- benchmark Bepaling van de betrokken producten Bepaling van de betrokken processen en emissies (systeemgrenzen) Blootstelling aan CO2-weglekrisico als vermeld in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen voor 2013 en 2014 benchmarkwaarde (emissierechten/t) Cokes Cokes van cokesovens (verkregen door verkoling van cokeskool bij hoge temperaturen) of cokes van gasbedrijven (als bijproduct van gasfabrieken), uitgedrukt in ton droge cokes.Bruinkoolcokes vallen niet onder deze benchmark.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de cokesovens, verbranding van H2S/NH3, voorver-warming (ontdooiing) van steenkool, extractie van cokesgas, ontzwaveleenheid, distillatie-eenheid, stoom-generatorinstallatie, drukregelaar in batterijen, biologische waterbehandeling, diverse verwarming van bijproducten en waterstofscheider van de proceseenheden zijn inbegrepen. De reiniging van cokesovengas is inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,286 Gesinterd Erts Geagglomeerde ijzer-houdende producten met fijne ijzerertsdeeltjes, vloeimiddelen en ijzerhoudende recyclingmaterialen met de vereiste chemische en fysische eigenschappen, zoals basiciteit, mechanische sterkte en doorlaatbaarheid, om ijzer en de nodige vloeimiddelen in procedés voor ijzerertsreductie te bezorgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de sinterfabriek, voorbereidingseenheden voor grondstoffen, warme-screeningeenheid, koeleenheid voor sinters, koude-screeningeenheid en stoomgenerator-installatie van de proceseenheden, zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,171 Vloeibaar ruwijzer Met koolstof verzadigd vloeibaar ijzer voor verdere verwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de hoogoven, behandelingseenheden voor vloeibaar ruwijzer, ventilatoren van de hoogoven, windverhitters, oxystaaloven, secundaire metallurgische installaties, vacuüm-ovens, walsmachine (inclusief snijden), slakkenbehandelingsinstallatie, voorbereiding van de lading, gasbehandelingseenheid van de hoogoven, ontstoffings-installaties, voorverwarming van schroot, droging van kool voor koolpoederinjectie (PCI), voorverwarmingsinstallaties voor vaten, voorverwarmingsinstallaties voor gietblokken, persluchtproductie, stofbehandelingseenheid (briketteren), slibverwerkingseenheid (briketteren), stoominjectie in de hoogoven, stoomgenerator, gaskoeling, door de convertor van de oxystaaloven en diversen van de proceseenheden, zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 1,328 Voorgebakken anode Anoden voor elektrolyse van aluminium waaronder anoden van petroleumcokes, van asfaltbitumen of normaal gerecyclede anoden, verwerkt tot een specifieke vorm voor een bepaalde smelterij en gebakken in anodebakovens tot een temperatuur van om en bij 1150 ° C. Alle processen die direct of indirect verband houden met de productie van voorgebakken anoden zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,324 Aluminium Ruw vloeibaar niet-gelegeerd aluminium uit elektrolyse.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productiefase elektrolyse zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 1,514 Grijze cement-klinker Grijze cementklinker als in totaal geproduceerde klinker.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productie van grijze cementklinker zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,766 Witte cement-klinker Witte cementklinker voor gebruik als hoofdbindmiddel in de bereiding van materialen als voegvulling, lijm voor keramische tegels, isolatie, verankeringsmortel, industriële vloermortel, gebruiksklare pleister, herstelmortel, water-dichte coatings met een maximale gemiddelde inhoud van 0,4 massa-% Fe2O3, 0,003 massa-% Cr2O3 en 0,03 massa-% Mn2O3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productie van witte cementklinker zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,987 Kalk Ongebluste kalk : calciumoxide (CaO) ontstaan uit de ont-harding van kalksteen (CaCO3) als 'standaard zuivere' kalk met 94,5 % vrij CaO. Kalk die wordt geproduceerd en verbruikt in de installatie waar de zuiveringsprocessen plaatsvinden, valt niet onder deze product-benchmark.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productie van kalk zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,954 Dolime (gebrand dolomiet) Gebrand dolomiet, of 'dolime', als mengsel van calcium- en magnesiumoxiden ontstaan uit de ontharding van dolomiet (CaCO3.MgCO3) met een restgehalte CO2 van meer dan 0,25 %, een gehalte aan vrij MgO tussen 25 % en 40 % en een bulkdichtheid van de handelswaar van minder dan 3,05 g/cm3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dolime wordt uitgedrukt als 'standaard zuivere dolime' met 57,4 % vrije CaO en 38 % vrije MgO. Alle processen die direct of indirect verband houden met de productie van dolime zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 1,072 Gesinterd dolomiet Mengsel van calcium- magnesiumoxiden dat uitsluitend wordt gebruikt voor de productie van vuurvaste stenen en andere vuurvaste producten met een minimale bulkdichtheid van 3,05 g/cm3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met gesinterd dolomiet zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 1,449 Floatglas Floatglas/matglas/geslepen glas (in ton glas dat uit de koeloven komt).</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productiefasen in smeltoven, raffinaderij, werkoven, smeltbad, en koeloven zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,453 Flessen en potten in kleurloos glas Flessen in kleurloos glas met een nominale inhoud van Alle processen die direct of indirect verband houden met de productiefasen materiaalverwerking, smelten, vorm-geving, naverwerking, verpakking en nevenprocessen zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,382 Flessen en potten in gekleurd glas Flessen in gekleurd glas met een nominale inhoud van Alle processen die direct of indirect verband houden met de productiefasen materiaalverwerking, smelten, vorm-geving, naverwerking, verpakking en nevenprocessen zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,306 Continuglasvezelproducten Gesmolten glas voor de vervaardiging van producten van continuglasvezelfilament, met name gesneden glasvezel, lonten, garens en stapelglasvezels, en matten (uitgedrukt in ton gesmolten glas dat uit de voorhaard komt).</p>\n<p class=\"lf-p\">Minerale wolproducten voor thermische, akoestische en brandisolatie zijn niet inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met glas smelten in de hoogovens en glas zuiveren in de voorhaarden zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naverwerkingsprocessen om vezels tot verkoopbare producten om te zetten, vallen niet onder deze productbench-mark.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,406 Bekledingsstenen Bekledingsstenen met een dichtheid van &gt; 1000 kg/m3, gebruikt voor metselwerk op basis van EN 771-1, met uitzondering van straatstenen, klinkerstenen en blauw gesmoorde gevelstenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met grondstoffen voorbereiden, bestanddelen mengen, artikelen vormen en modelleren, artikelen drogen, artikelen bakken, producten afwerken en rookgas reinigen, zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,139 Straatstenen Kleistenen als vloerbedekking volgens EN 1344.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met grondstoffen voorbereiden, bestanddelen mengen, artikelen vormen en modelleren, artikelen drogen, artikelen bakken, producten afwerken en rookgas reinigen, zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,192 Dakpannen Kleidakpannen zoals bepaald in EN 1304 :2005, met uitzondering van blauw gesmoorde dakpannen en toebehoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met grondstoffen voorbereiden, bestanddelen mengen, artikelen vormen en modelleren, artikelen drogen, artikelen bakken, producten afwerken en rookgas reinigen, zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,144 Gesproeidroogd poeder Gesproeidroogd poeder voor de productie van droog geperste wand- en vloertegels in ton geproduceerd poeder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productie van gesproeidroogd poeder zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,076 Pleisterkalk Pleisterkalk op basis van gebrand gips of calciumsulfaat (o.a. voor gebruik in gebouwen, bewerking van weefsels of behangpapier, tandheelkunde of bodemsanering), in ton stucgips. Alfagips valt niet onder deze productbenchmark.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productiefasen malen, drogen en branden, zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Neen 0,048 Droog secundair gips Droog secundair gips (synthetisch gips ontstaan als gerecycled bijproduct in energiecentrales of als gerecycled materiaal uit bouwafval en afbraakmateriaal), uitgedrukt in ton product.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met het drogen van secundair gips zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Neen 0,017 Kortvezelige kraftpulp Kortvezelige kraftpulp is een houtpulp ontstaan uit chemische sulfaatprocedés op basis van kookvloeistof, gekenmerkt door een vezel-lengte van 1-1,5 mm, die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor producten met een specifieke gladheid en massa, zoals kristal- en printpapier, uitgedrukt als verkoopbare nettoproductie in luchtgedroogde ton (ADt).</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die deel uitmaken van de pulpproductie (in het bijzonder in de pulpfabriek, terugwinningsinstallatie, droogmachine en kalkoven, en aangesloten energieomzettingsinrichtingen (boiler/warmtekrachtkoppeling)), zijn inbegrepen. Andere activiteiten ter plaatse die geen deel uitmaken van dit proces, zoals activiteiten in de zaagmolen, houtbe-werking, productie van chemicaliën voor de verkoop, afvalverwerking (bewerking ter plaatse in plaats van buiten de locatie (drogen, pelletiseren, verbranden, storten)), productie van neergeslagen calciumcarbonaat (PCC), behandeling van geurgassen en stadsverwarming zijn niet inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,12 Langvezelige kraftpulp Langvezelige kraftpulp is een houtpulp ontstaan uit chemische sulfaatprocedés op basis van kookvloeistof, gekenmerkt door een vezel-lengte van 3-3,5 mm, die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor producten die vooral sterk moeten zijn, zoals verpakkingspapier, uitgedrukt als verkoopbare nettoproductie in luchtgedroogde ton (ADt).</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die deel uitmaken van de pulpproductie (in het bijzonder in de pulpfabriek, terugwinnings-installatie, droogmachine en kalkoven, en aangesloten energieomzettingsinrich-tingen (boiler/ warmtekracht-koppeling), zijn inbegrepen. Andere activiteiten ter plaatse die geen deel uitmaken van dit proces, zoals activiteiten in de zaagmolen, houtbewerking, productie van chemicaliën voor de verkoop, afvalverwerking (bewerking ter plaatse in plaats van buiten de locatie (drogen, pelletiseren, verbranden, storten)), productie van neergeslagen calciumcarbonaat (PCC), behandeling van geurgassen en stadsverwarming zijn niet inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,06 Sulfietpulp, thermomechanische en mechanische pulp Sulfietpulp ontstaan uit een specifiek pulpproductieproces, bv. pulp ontstaan uit het koken van spaanders in een drukvat samen met vloeibaar bisulfiet, uitgedrukt als verkoopbare nettoproductie in ADt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sulfiet-pulp kan al dan niet gebleekt zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gradaties van mechanische pulp : TMP (thermomechanische pulp) en houtslijp, als verkoopbare nettoproductie in ADt. Mechanische pulp kan al dan niet gebleekt zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleinere subgroepen van semichemische pulp, chemisch-thermomechanische pulp (CTMP) en oplossende pulp behoren niet tot deze groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die deel uitmaken van de pulpproductie (in het bijzonder in de pulpfabriek, terugwinnings-installatie, droogmachine en kalkoven, en aangesloten energieomzettingsinrichtingen (boiler/ warmtekrachtkoppeling), zijn inbegrepen. Andere activiteiten ter plaatse die geen deel uitmaken van dit proces, zoals activiteiten in de zaagmolen, houtbewerking, productie van chemicaliën voor de verkoop, afvalverwerking (bewerking ter plaatse in plaats van buiten de locatie (drogen, pelletiseren, verbranden, storten)), productie van neergeslagen calciumcarbonaat (PCC), behandeling van geurgassen en stadsverwarming zijn niet inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,02 Teruggewonnen papierpulp Vezelpulp afgeleid van teruggewonnen papier of karton (resten en afval) of van andere cellulosehoudende verzelstoffen, uitgedrukt als verkoopbare nettoproductie in ADt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die deel uitmaken van de pulpproductie uit teruggewonnen papier en aangesloten energieomzettings-inrichtingen (boiler/warmtekrachtkoppeling), zijn inbegrepen. Andere activiteiten ter plaatse die geen deel uitmaken van dit proces, zoals activiteiten in de zaagmolen, houtbewerking, productie van chemicaliën voor de verkoop, afvalverwerking (bewerking ter plaatse in plaats van buiten de locatie (drogen, pelletiseren, verbranden, storten)), productie van neergeslagen calciumcarbonaat (PCC), behandeling van geurgassen en stadsverwarming zijn niet inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,039 Krantenpapier Specifieke papiersoort (in rollen of bladen), uitgedrukt als verkoopbare nettoproductie in ADt, gebruikt om kranten te drukken en vervaardigd van houtslijp en/of mechanische pulp of gerecyclede vezels, of een bepaald percentage van een combinatie van beide. Het gewicht ligt gewoonlijk tussen 40 en 52g/m2 en bedraagt maximaal 65g/m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Krantenpapier is machinaal bewerkt of lichtjes glad geperst, is wit of lichtgekleurd en wordt gebruikt voor boekdruk, offsetdruk of flexodruk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die deel uitmaken van de papierproductie (in het bijzonder papier- of kartonmachine en aangesloten energieomzettingsinrichtingen (boiler/warmtekrachtkoppeling) en brandstofgebruik bij directe methode), zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere activiteiten ter plaatse die geen deel uitmaken van dit proces, zoals activiteiten in de zaagmolen, houtbe-werking, productie van chemicaliën voor de verkoop, afvalverwerking (bewerking ter plaatse in plaats van buiten de locatie (drogen, pelletiseren, verbranden, storten)), productie van neergeslagen calciumcarbonaat (PCC), behandeling van geurgassen en stadsverwarming zijn niet inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,298 Ongecoat fijnpapier Fijn papier niet voorzien van een deklaag, waaronder zowel ongecoat mechanisch als ongecoat houtvrij papier, uitgedrukt als verkoopbare nettoproductie in ADt : 1. Ongecoat houtvrij papier geschikt voor drukken of andere grafische doeleinden en vervaardigd van uiteenlopende hoofdzakelijk ruwe vezelstoffen, met een variabel gehalte minerale vulstof en verschillende afwerkingsmethoden.Deze soort omvat het meeste kantoorpapier, zoals bedrijfspapier, kopieerpapier, printpapier, briefpapier en boekdrukpapier. 2. Ongecoat mechanisch papier omvat de specifieke papiersoorten vervaardigd van mechanische pulp en gebruikt voor verpakkingen of grafische doeleinden/ magazines. Alle processen die deel uitmaken van de papierproductie (in het bijzonder papier- of kartonmachine en aangesloten energieomzettingsinrichtingen (boiler/ warmtekracht-koppeling), en brandstofgebruik bij directe methode), zijn inbegrepen. Andere activiteiten ter plaatse die geen deel uitmaken van dit proces, zoals activiteiten in de zaagmolen, houtbewerking, productie van chemicaliën voor de verkoop, afvalverwerking (bewerking ter plaatse in plaats van buiten de locatie (drogen, pelletiseren, verbranden, storten)), productie van neergeslagen calciumcarbonaat (PCC), behandeling van geurgassen en stadsverwarming zijn niet inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,318 Gecoat fijnpapier Fijn papier voorzien van een deklaag, waaronder zowel gecoat mechanisch als gecoat houtvrij papier, uitgedrukt als verkoopbare nettoproductie in ADt : 1. Gecoat houtvrij papier vervaardigd van vezels uit hoofdzakelijk chemische pulpprocedés en gestreken voor verschillende toepassingen, ook bekend als coated freesheet.Deze groep richt zich vooral op publiciteitspapier. 2. Gecoat mechanisch papier vervaardigd van mechanische pulp en gebruikt voor grafische doeleinden/magazines.De groep staat ook bekend als coated groundwood.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die deel uitmaken van de papierproductie (in het bijzonder papier- of kartonmachine, en aangesloten energieomzettingsinrichtingen (boiler/warmtekrachtkoppeling), en brandstofgebruik bij directe methode), zijn inbegrepen. Andere activiteiten ter plaatse die geen deel uitmaken van dit proces, zoals activiteiten in de zaagmolen, houtbe-werking, productie van chemicaliën voor de verkoop, afvalverwerking (bewerking ter plaatse in plaats van buiten de locatie (drogen, pelletiseren, verbranden, storten)), productie van neergeslagen calciumcarbonaat (PCC), behandeling van geurgassen en stadsverwarming zijn niet inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,318 Kristalpapier Kristalpapier uitgedrukt als verkoopbare nettoproductie van de moederrol omvat uiteenlopende soorten tissue- en ander toiletpapier voor huishoudelijk of commercieel en industrieel gebruik, zoals wc-papier en gezichtdoekjes, keukenhanddoeken, hand-doeken en industriële wis-doekjes, pampers, maandver-band, enz. Luchtgedroogd papier (TAD) behoort niet tot deze groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die deel uitmaken van de papierproductie (in het bijzonder papier- of kartonmachine, en aangesloten energieomzettingsinrichtingen (boiler/warmtekrachtkoppeling) en brandstofgebruik bij directe methode), zijn inbegrepen. Andere activiteiten ter plaatse die geen deel uitmaken van dit proces, zoals activiteiten in de zaagmolen, houtbe-werking, productie van chemicaliën voor de verkoop, afvalverwerking (bewerking ter plaatse in plaats van buiten de locatie (drogen, pelletiseren, verbranden, storten)), productie van neergeslagen calciumcarbonaat (PCC), behandeling van geurgassen en stadsverwarming zijn niet inbegrepen. De omzetting van het product op de moederrol naar afgewerkte producten valt niet onder deze productbenchmark.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,334 Testliner en golfblad Testliner en golfblad uitgedrukt als verkoopbare nettoproductie in ADt : 1. Testliner omvat de soorten karton die aan specifieke tests van de verpakkingsindustrie beantwoorden om te worden gebruikt als buitenlaag van golfkarton waarvan verzenddozen worden gemaakt.Testliner is hoofdzakelijk vervaardigd van uit recyclage gewonnen vezels. 2. Golfblad verwijst naar het middendeel van verzenddozen dat aan beide zijden voorzien is van een dekblad (testliner/kraftliner). Golfblad omvat hoofdzakelijk papier uit gerecyclede vezels, maar deze groep bevat ook karton dat van chemische en semi-chemische pulp is vervaardigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die deel uitmaken van de papierproductie (in het bijzonder papier- of kartonmachine en aangesloten energieomzettingsinrichtingen (boiler/warmtekrachtkoppeling) en brandstofgebruik bij directe methode), zijn inbegrepen. Andere activiteiten ter plaatse die geen deel uitmaken van dit proces, zoals activiteiten in de zaagmolen, houtbe-werking, productie van chemicaliën voor de verkoop, afvalverwerking (bewerking ter plaatse in plaats van buiten de locatie (drogen, pelletiseren, verbranden, storten)), productie van neergeslagen calciumcarbonaat (PCC), behandeling van geurgassen en stadsverwarming zijn niet inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,248 Ongecoat karton Deze benchmark omvat uiteenlopende ongecoate producten (uitgedrukt als verkoopbare nettoproductie in ADt), enkelvoudig of multiplex. Ongecoat karton wordt hoofdzakelijk gebruikt voor verpakkingstoepassingen waarvan de belangrijkste vereiste kenmerken sterkte en stijfheid zijn en waarvoor de commerciële aspecten als informatiedrager van secundair belang zijn. Karton is gemaakt van ruwe en/of teruggewonnen vezels, heeft goede vouw- en rileigen-schappen en een goede stijfheid. Het wordt hoofd-zakelijk gebruikt in dozen voor consumptieartikelen zoals diepvriesvoedsel, cosmetica en voor drankverpakkingen; ook bekend als homogeen karton, vouwdozenkarton, bruinkarton, draagkarton of kernkarton.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die deel uitmaken van de papierproductie (in het bijzonder papier- of kartonmachine en aangesloten energieomzettingsinrichtingen (boiler/warmtekrachtkoppeling) en brandstofgebruik bij directe methode), zijn inbegrepen. Andere activiteiten ter plaatse die geen deel uitmaken van dit proces, zoals activiteiten in de zaagmolen, houtbe-werking, productie van chemicaliën voor de verkoop, afvalverwerking (bewerking ter plaatse in plaats van buiten de locatie (drogen, pelletiseren, verbranden, storten)), productie van neergeslagen calciumcarbonaat (PCC), behandeling van geurgassen en stadsverwarming zijn niet inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,237 Gecoat karton Deze benchmark omvat uiteenlopende gecoate producten (uitgedrukt als verkoopbare nettoproductie in ADt), enkelvoudig of multiplex. Gecoat karton wordt hoofd-zakelijk gebruikt voor commerciële toepassingen waarbij commerciële informatie op verpakkingen voor winkels moet worden gedrukt, zoals voedsel, farmaceutische artikelen, cosmetica en andere. Karton is vervaardigd van ruwe en/of teruggewonnen vezels, heeft goede vouw- en rileigenschappen en een goede stijfheid. Het wordt hoofd-zakelijk gebruikt in dozen voor consumptieartikelen zoals diepvriesvoedsel, cosmetica en voor drankverpakkingen; ook bekend als homogeen karton, vouwdozenkarton, bruinkarton, draagkarton of kernkarton.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die deel uitmaken van de papierproductie (in het bijzonder papier- of kartonmachine en aangesloten energieomzettingsinrichtingen (boiler/warmtekrachtkoppeling) en brandstofgebruik bij directe methode), zijn inbegrepen. Andere activiteiten ter plaatse die geen deel uitmaken van dit proces, zoals activiteiten in de zaagmolen, houtbe-werking, productie van chemicaliën voor de verkoop, afvalverwerking (bewerking ter plaatse in plaats van buiten de locatie (drogen, pelletiseren, verbranden, storten)), productie van neergeslagen calciumcarbonaat (PCC), behandeling van geurgassen en stadsverwarming zijn niet inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,273 Salpeterzuur Salpeterzuur (HNO3), te vermelden in ton HNO3 (100 %) Alle processen die direct of indirect verband houden met de vervaardiging van het benchmarkproduct, alsook met het afbraakproces van N2O zijn inbegrepen, met uitzondering van de productie van ammoniak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,302 Adipinezuur Adipinezuur te vermelden in ton droog gezuiverd adipinezuur, opgeslagen in silo's of verpakt in zakken of big bags.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de vervaardiging van het benchmarkproduct, alsook met het afbraakprocedé van N2O zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 2,79 Monomeer vinyl-chloride (VCM) Vinylchloride (chlooretheen) Alle processen die direct of indirect verband houden met de productiefasen directe chlorering, oxychlorering en kraken van ethyleendichloride (EDC) in monomeer vinylchloride (VCM), zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,204 Fenol/ aceton Som van fenol, aceton en het bijproduct alfamethylstyreen als totale productie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productie van fenol en aceton zijn inbegrepen, in het bijzonder luchtcompressie, hydroperoxidatie, terugwinning van cumeen uit verbruikte lucht, concentratie en splitsing, fractionering en zuivering, teer kraken, terugwinning van acetofenon en zuivering, terugwinning van AMS voor export, hydrogenering van AMS voor recycling buiten de systeemgrenzen, eerste zuivering van afvalwater (1e stripper van afvalwater), koelwater-productie (bv. koeltorens), koelwatergebruik (circulatiepompen), fakkels en verbrandingsapparaten (zelfs als zij zich fysiek buiten de systeemgrenzen bevinden), alsook elk nevenbrandstof-verbruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,266 S-pvc Polyvinylchloride; niet gemengd met andere substanties die pvc-deeltjes bevatten met een gemiddelde grootte tussen 50 en 200 µm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productie van S-pvc zijn inbegrepen, behalve de productie van VCM. Ja 0,085 E-pvc Polyvinylchloride; niet gemengd met andere substanties die pvc-deeltjes bevatten met een gemiddelde grootte tussen 0,1 en 3 µm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productie van e-pvc zijn inbegrepen, behalve de productie van VCM. Ja 0,238 Dinatriumcarbonaat Dinatriumcarbonaat als totale brutoproductie, uitgezonderd het dicht dinatriumcarbonaat dat als bijproduct ontstaat in een caprolactamproductienetwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met het zuiveren van pekel, het branden van kalk en produceren van kalkmelk, absorberen van ammoniak, neerslaan van NaHCO3, filteren of scheiden van NaHCO3-kristallen uit moedervloeistof, afbreken van NaHCO3 tot Na2CO3, terugwinnen van ammoniak en verdichten of produceren van dicht dinatriumcarbonaat, zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,843 Indien geen andere referentie wordt vermeld, verwijzen alle productbenchmarks naar 1 ton geproduceerd product, uitgedrukt als verkoopbare (netto)productie, en naar een 100 % zuivere substantie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle definities van onder een benchmark vallende processen en emissies (systeemgrenzen) omvatten affakkeling waar deze wordt toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">De blootstelling van de benchmarkproducten aan een CO2-weglekrisico is gebaseerd op bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen en geldt voor 2013 en 2014. Voor 2013 en 2014 kunnen er verdere bedrijfstakken aan deze bijlage worden toegevoegd. 2. Bepaling van de productbenchmarks en systeemgrenzen waarvoor de uitwisselbaarheid van brandstof en elektriciteit in aanmerking wordt genomen product- benchmark bepaling van de betrokken producten Bepaling van de betrokken processen en emissies (systeemgrenzen) Blootstelling aan CO2-weglekrisico als vermeld in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen voor 2013 en 2014 benchmarkwaarde (emissierechten/t) Raffinage- producten Mengsel van raffinageproducten met meer dan 40 % lichte producten (motorbrandstof (benzine) waaronder vliegtuigbrandstof, benzineachtige vliegtuigbrandstof, andere lichte petroleumoliën/lichte preparaten, kerosine waaronder kerosineachtige vliegtuigbrandstof, gasolie), uitgedrukt als CWT (CO2 Weighted tonne) Alle processen van een raffinaderij die onder de bepaling van een van de CWT-proces-eenheden vallen, alsook niet-procesgebonden nevenvoorzieningen op het terrein van de raffinaderij, zoals tankopslag, mengen, afvalwaterbehandeling enzovoort, zijn inbegrepen. Voor de bepaling van indirecte emissies wordt het totale elektriciteitsverbruik binnen de systeemgrenzen in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,0295 Ongelegeerd staal uit vlamboogovens Staal dat minder dan 8 % aan metalen legeringselementen bevat, alsook een hoeveelheid spoorelementen dat het gebruik beperkt is tot toepassingen waarbij geen hoge oppervlaktekwaliteit en verwerkbaarheid vereist zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de vlamboogoven, secundaire metallurgie, gieten en snijden, naverbrandingseenheid, ontstoffingsinstallatie, verwarmingsinstallaties voor vaten, voorverwarmingsinstallaties voor gietblokken, drogen en voorverwarmen van schroot van de proceseenheden, zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bepaling van indirecte emissies wordt het totale elektriciteitsverbruik binnen de systeemgrenzen in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,283 Hooggelegeerd staal uit vlamboog-ovens Staal dat minstens 8 % aan metalen legeringselementen bevat of waarbij een hoge oppervlaktekwaliteit en verwerkbaarheid vereist zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de vlamboogoven, secundaire metallurgie, gieten en snijden, naverbrandingseenheid, ontstoffingsinstallatie, verwarmingsinstallaties voor vaten, voorverwarmingsinstallaties voor gietblokken, put voor langzame afkoeling, drogen en voorverwarmen van schroot van de proceseenheden, zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De FeCr-convertor en cryogene opslag van industriële gassen van de proceseenheden zijn niet inbegrepen. Voor de bepaling van indirecte emissies wordt het totale elektriciteitsverbruik binnen de systeemgrenzen in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,352 Gietijzer Gietijzer uitgedrukt als ton vloeibaar ijzer dat gelegeerd, zuiver en gietklaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de procesfasen smelterij, gieterij, gietkern en afwerking zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bepaling van indirecte emissies wordt uitsluitend het elektriciteitsverbruik van de smeltprocessen binnen de systeemgrenzen in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,325 Minerale wol Isolatieproducten van minerale wol voor thermische, akoestische en brandtoepassingen vervaardigd met glas, steen of metaalslakken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productiefasen smelten, bindmiddelen vervezelen en injecteren, uitharden, drogen en vormgeven, zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bepaling van indirecte emissies wordt het totale elektriciteitsverbruik binnen de systeemgrenzen in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Neen 0,682 Gipsplaat De benchmark omvat planken, platen, panelen, tegels, soortgelijke artikelen van pleister/ samenstellingen op basis van pleister, al dan niet bekleed/ verstevigd met enkel papier/ karton, met uitzondering van met pleister verkleefde/versierde artikelen (in ton stucgips).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gipsvezelplaten met hoge dichtheid vallen niet onder deze product-benchmark.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productiefasen malen, drogen, branden en platen drogen, zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bepaling van indirecte emissies wordt enkel het elektriciteitsverbruik van de in de droogfase gebruikte warmte-pompen in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Neen 0,131 Roet Ovenroet. Gas- en lamproet vallen niet onder deze benchmark.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productie van ovenroet, alsook het afwerken, verpakken en affakkelen, zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bepaling van indirecte emissies wordt het totale elektriciteitsverbruik binnen de systeemgrenzen in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 1,954 Ammoniak Ammoniak (NH3), te vermelden in geproduceerde ton.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productie van ammoniak en het tussenproduct waterstof, zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bepaling van indirecte emissies wordt het totale elektriciteitsverbruik binnen de systeemgrenzen in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 1,619 Stoomkraker Mengsel van hoogwaardige chemicaliën (HVC's) uitgedrukt als totale massa van acetyleen, ethyleen, propyleen, butadieen, benzeen en waterstof, uitgezonderd HVC's uit extra materiaalinput (waterstof, ethyleen, andere HVC's) met een ethyleengehalte van ten minste 30 massaprocent in het totale productmengsel en een gehalte aan HVC's, brandstofgas, buteen en vloeibare koolwaterstoffen samen van ten minste 50 massaprocent in het totale productmengsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de productie van HVC's als zuiver product of tussenproduct met een geconcentreerde in houd van de respectieve HVC's in de laagst verhandelbare vorm (ruwe C4, niet-gehydrogeneerd pygas), zijn inbegrepen met uitzondering van C4-extractie (butadieenfabriek), C4-hydrogenering, hydrobehandeling van pyrolysebenzine en aromaten-extractie, en logistiek/opslag voor dagelijkse verwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bepaling van indirecte emissies wordt het totale elektriciteitsverbruik binnen de systeemgrenzen in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,702 Aromaten Mengsel van aromaten uitgedrukt als CWT (CO2 weighted tonne).</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de aromatensubeenheden waterstofbehandelaar voor pygas, benzeen-/tolueen-/xyleen-extractie (BTX), TDP, HDA, xyleenisomerisatie, p-xyleen-eenheden, cumeenproductie en cyclohexaanproductie, zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bepaling van indirecte emissies wordt het totale elektriciteitsverbruik binnen de systeemgrenzen in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,0295 Styreen Monomeer styreen (vinylbenzeen, CAS-nummer : 100-42-5) Alle processen die direct of indirect verband houden met de productie van styreen, alsook van het tussenproduct ethyl-benzeen (in de hoeveelheid die als materiaalinput voor de styreenproductie wordt gebruikt), zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bepaling van indirecte emissies wordt het totale elektriciteitsverbruik binnen de systeemgrenzen in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,527 Waterstof Zuivere waterstof en mengsels van waterstof en koolmonoxide met een waterstofgehalte van =&gt; 60 % molfractie van de totale massa waterstof en koolmonoxide op basis van de samenvoeging van alle waterstof en koolmonoxide bevattende productstromen die uit de betreffende subinstallatie worden afgevoerd, uitgedrukt als 100 % waterstof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle relevante proceselementen die direct of indirect verband houden met de productie van waterstof en de scheiding van waterstof en koolmonoxide, zijn inbegrepen. Deze elementen liggen tussen : a) het (de) toegangspunt(en) voor koolwaterstofinput(s) en, indien afzonderlijk, brand-stof(fen);b) de uitgangspunten voor alle productstromen die waterstof en/of koolmonoxide bevatten;c) het (de) toegangs- of uitgangspunt(en) voor de aan- en afvoer van warmte.Voor de bepaling van indirecte emissies wordt het totale elektriciteitsverbruik binnen de systeemgrenzen in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 8,85 Synthesegas Mengsels van waterstof en koolmonoxide met een waterstofgehalte van Alle relevante proceselementen die direct of indirect verband houden met de productie van syngas en de scheiding van waterstof en koolmonoxide, zijn inbegrepen. Deze elementen liggen tussen : a) het (de) toegangspunt(en) voor koolwaterstofinput(s) en, indien afzonderlijk, brand-stof(fen), b) de uitgangspunten voor alle productstromen die waterstof en/of koolmonoxide bevatten;c) het (de) toegangs- of uitgangspunt(en) voor de aan- en afvoer van warmte. Voor de bepaling van indirecte emissies wordt het totale elektriciteitsverbruik binnen de systeemgrenzen in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,242 Ethyleenoxide/ ethyleenglycolen De benchmark voor ethyleenoxide / ethyleenglycol omvat de producten ethyleenoxide (EO, hoge zuiverheidsgraad), monoethyleenglycol (MEG, standaard-kwaliteit + vezelkwaliteit (hoge zuiveringsgraad)), di-ethyleenglycol (DEG) en tri-ethyleenglycol (TEG). De totale hoeveelheid producten is uitgedrukt in termen van EO-equivalenten (EOE) die worden bepaald als de hoeveelheid EO (in massa) die in één massaeenheid van het specifieke glycol is ingesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle processen die direct of indirect verband houden met de proceseenheden EO-productie, EO-zuivering en scheiding van glycol zijn inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het totale elektriciteitsverbruik (en de bijbehorende indirecte emissies) binnen de systeemgrenzen valt onder deze productbenchmark.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ja 0,512 Indien geen andere referentie wordt vermeld, verwijzen alle productbenchmarks naar 1 ton geproduceerd product, uitgedrukt als verkoopbare (netto)productie, en naar een 100 % zuivere substantie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle definities van onder een benchmark vallende processen en emissies (systeemgrenzen) omvatten affakkeling waar deze wordt toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">De blootstelling van de benchmarkproducten aan een CO2-weglekrisico is gebaseerd op besluit 2010/2/EU van 24 december 2009, gewijzigd bij besluit van de Commissie van 11 november 2011 en geldt voor 2013 en 2014. Voor 2013 en 2014 kunnen er verdere bedrijfstakken aan deze bijlage worden toegevoegd. 3. Warmte en brandstofbenchmarks Benchmark Benchmarkwaarde (emissierechten/TJ) Warmtebenchmark 62,3 Brandstofbenchmark 56,1 Bijlage 3.2 : Specifieke productbenchmarks 1. Benchmark voor raffinaderijen : CWT-functies CWT-functie Omschrijving Basis (kt/a) CWT-factor Distillatie van ruwe olie onder atmosferische druk Mildedistillatie-eenheid voor ruwe olie, standaarddistillatie-eenheid voor ruwe olie F 1,00 Vacuümdisitillatie Milde vacuümfractionering, standaard-vacuümkolom, vacuümfraction-eringskolom. Vacuümdistillatiefactor omvat ook de gemiddelde energie en emissies voor de vacuümeenheid voor zwaar basismateriaal (Heavy Feed Vacuum).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien die altijd gelijk loopt met de milde vacuümeenheid, wordt de capaciteit van zwaar basismateriaal niet afzonderlijk berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">F 0,85 Solventdeasfaltering Gewone solventen, superkritsiche solventen.</p>\n<p class=\"lf-p\">F 2,45 Viscositeitsreductie (visbreaking) Atmosferisch residu (zonder putoven), atmosferisch residu (met putoven), vacuüm-bodemmateriaal (zonder putoven), vacuüm-bodemmateriaal (met putoven).</p>\n<p class=\"lf-p\">De visbreakingfactor omvat ook de gemiddelde energie en emissie voor de vacuümflasherkolom (VAC VFL) maar de capaciteit wordt niet afzonderlijk berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">F 1,40 Thermisch kraken De thermische kraakfactor omvat ook het gemiddelde gebruik en de gemiddelde emissie voor de vacuümflasherkolom (VAC VFL) maar de capaciteit wordt niet afzonderlijk berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">F 2,70 Vertraagd vercooksen Vertraagd vercooksen F 2,20 Gefluïdiseerd vercooksen Gefluïdiseerd vercooksen F 7,60 Flexibel vercooksen Flexibel vercooksen F 16,60 Cokes roosten Verticale oven, horizontale draaioven P 12,75 Gefluïdiseerd katalytisch kraken Gefluïdiseerd katalytisch kraken, mild katalytisch kraken van residu, resideel katalytisch kraken F 5,50 Ander katalytisch kraken Katalytisch kraken volgens Houdry-proces, thermofor katalytisch kraken F 4,10 Hydrokraken distillaat/gasolie Mild hydrokraken, zwaar hydrokraken, hydrokraken met naftaleen F 2,85 Residueel hydrokraken H-Oil, LC-FiningTM en Hycon F 3,75 Hydrobehandelen naftaleen/gasolie Benzeensaturatie, ontzwaveling van C4-C6-materiaalinputs, conventionele hydrobehandeling (H/T) naftaleen, saturatie van diolefine in olefine, saturatie van diolefine in olefine van alkylatiemateriaalinputs, FCC hydrobehandeling benzine met minimaal octaanverlies, olefinische alkylatie van thio-S, S-ZorbTM-proces, selectieve H/T van pygas/naftaleen, ontzwaveling pygas/ naftaleen, selectieve H/T van pygas/naftaleen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hydrobehandelingsfactor voor naftaleen omvat de energie en emissie voor de reactor voor selectieve H/T (NHYT/RXST) maar de capaciteit wordt niet afzonderlijk berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">F 1,10 Hydrobehandelen keroseen/diesel Aromatische saturatie, conventionele hydrobehandeling (H/T), hydrogeneren solventaromaten, conventionele H/T distillaat, zeer ernstige H/T distillaat, extreem ernstige H/T, middelmatige deconservering distillaat, S-ZorbTM-proces, selectieve H/T van distillaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">F 0,90 Residueel hydrobehandelen Ontzwaveling van atmosferisch residu, ontzwaveling van vacuümresidu F 1,55 Hydrobehandelen vacuümgasolie (VGO) Hydro-ontzwaveling/ denitrificatie, hydro-ontzwaveling F 0,90 Waterstofproductie Stoomreforming van methaan, stoomreforming van naftaleen, gedeeltelijke oxidatie-eenheden van lichtmateriaalinputs.</p>\n<p class=\"lf-p\">De factor voor waterstofproductie omvat de energie en emissie voor zuivering (H2PURE) maar de capaciteit wordt niet afzonderlijk berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">P 300,00 Katalytische reforming Continue regeneratie, cyclisch, semiregeneratief, AROMAX F 4,95 Alkylatie Alkylatie met HF-zuur, alkylatie met zwavelzuur, polymerisatie C3 olefinische materiaalinput, polymerisatie C3/C4-materiaalinput, dimersol.</p>\n<p class=\"lf-p\">De factor voor alkylatie/polymerisatie omvat de energie en emissie voor zuurregeneratie (ACID) maar de capaciteit wordt niet afzonder-lijk berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">P 7,25 C4-isomerisatie C4-isomerisatie De factor omvat ook de energie en emissie voor de speciale fractionering (DIB-EU27-gemiddelde) in verband met C4-isomerisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">R 3,25 C5/C6-isomerisatie C5/C6-isomerisatie De factor omvat ook de energie en emissie voor de speciale fractionering (DIH-EU27-gemiddelde) in verband met C5-isomerisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">R 2,85 Productie van zuurstofverbin- dingen MBTE-distillatie-eenheden, MTBE-extractie-eenheden, ETBE, TAME, iso-octeenproductie.</p>\n<p class=\"lf-p\">P 5,60 Propyleenproductie Chemische kwaliteit, polymeerkwaliteit F 3,45 Asfaltproductie Asfalt- en bitumenproductie Het productiecijfer dient polymeerasfalt te omvatten. De CWT-factor omvat het blazen.</p>\n<p class=\"lf-p\">P 2,10 Polymeerasfaltmengsel Polymeerasfaltmengsel P 0,55 Zwavelterugwinning Zwavelterugwinning De factor voor zwavelterugwinning omvat de energie en emissie voor restgasterugwinning (TRU) en H2S-Springer-eenheid (U32) maar de capaciteit wordt niet afzonderlijk berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">P 18,60 Aromatisch-solventextractie ASE : extractiedistillatie, ASE : vloeistof/ vloeistofextractie, ASE : vloeistof/ vloeistofextractie met extractiedistillatie De CWT-factor omvat alle materiaalinputs met inbegrip van pygas na hydrobehandeling. Hydrobehandeling van pygas moet onder hydrobehandeling van naftaleen worden gerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">F 5,25 Hydrodealkylatie Hydrodealkylatie F 2,45 TDP/TDA Disproportionering / dealkylatie van tolueen F 1,85 Cyclohexaanproductie Cyclohexaanproductie P 3,00 Xyleenisomerisatie Xyleenisomerisatie F 1,85 Paraxyleenproductie Paraxyleenadsorptie, paraxyleenkristallisatie De factor omvat ook de energie en emissie voor de xyleenverdeler en orthoxyleenkolom.</p>\n<p class=\"lf-p\">P 6,40 Metaxyleenproductie Metaxyleenproductie P 11,10 Ftaalanhybrideproductie Ftaalanhybrideproductie P 14,40 Maleïnezuuranhydrideproductie Maleïnezuuranhydrideproductie P 20,80 Ethylbenzeenproductie Ethylbenzeenproductie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De factor omvat ook de energie en emissie voor ethylbenzeendistillatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">P 1,55 Cumeenproductie Cumeenproductie P 5,00 Fenolproductie Fenolproductie P 1,15 Smeermiddelextractie Smeermiddelextractie : solvent is furfural, solvent is NMP, solvent is fenol, solvent is SO2.</p>\n<p class=\"lf-p\">F 2,10 Smeermiddeldeconservering Smeermiddeldeconservering : solvent is chloorkoolstof, solvent is MEK/tolueen, solvent is MEK/MIBK, solvent is propaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">F 4,55 Katalytische wasisomerisatie Katalytische wasisomerisatie en deconservering, selectief waskraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">F 1,60 Hydrokraker smeermiddel Hydrokraker smeermiddel met multifractiedistillatie, hydrokraker smeermiddel met vacuümstripper F 2,50 Was-ontoliën Was-ontoliën : solvent is chloorkoolstof, solvent is MEK/tolueen, solvent is MEK/MIBK, solvent is propaan P 12,00 Hydrobehandelen smeermiddel/was H/F-smeermiddel met vacuümstripper, H/T smeermiddel met multifractiedistillatie, H/T smeermiddel met vacuümstripper, H/F was met vacuümstripper, H/T was met multifractiedistillatie, H/T was met vacuümstripper F 1,15 Hydrobehandelen oplosmiddel Hydrobehandelen oplosmiddel F 1,25 Fractionering oplosmiddel Fractionering oplosmiddel F 0,90 Moleculaire zeef voor C10+ paraffinen Moleculaire zeef voor C10+ paraffinen P 1,85 Gedeeltelijke oxidatie van residumateriaalinputs (POX) voor brandstof POX-syngas voor brandstof SG 8,20 Gedeeltelijke oxidatie van residumateriaalinputs (POX) voor waterstof of methanol POX-syngas voor waterstof of methanol, POX-syngas voor methanol.</p>\n<p class=\"lf-p\">De factor omvat de energie en emissie voor CO-verschuiving en H2-zuivering (U71) maar de capaciteit wordt niet afzonderlijk berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">SG 44,00 Methanol uit syngas Methanol P -36,20 Luchtscheiding Luchtscheiding P (MNm3O2) 8,80 Fractionering van aangekocht vloeibaar aardgas (NGL) Fractionering van aangekocht vloeibaar aardgas (NGL) F 1,00 Rookgasbehandeling DeSOx en deNOx F (MNm3) 0,10 Behandeling en compressie van brandstofgas voor verkoop Behandeling en compressie van brandstofgas voor verkoop kW 0,15 Ontzouting van zeewater Ontzouting van zeewater P 1,15 Basis voor CWT-factoren : netto zuivere materiaalinput (F), reactormateriaalinput (R, met inbegrip van recycling), productiemateriaalinput (P), syngasproductie voor POX-eenheden (SG). 2. Aromatenbenchmark : CWT-functies CWT-functie Omschrijving Basis (kt/a) CWT-factor Hydrobehandelaar naftaleen /benzine Benzeensaturatie, ontzwaveling van C4-C6-materiaalinputs, conventionele hydrobehandeling (H/T) naftaleen, saturatie van diolefine in olefine, saturatie van diolefine in olefine van alkylatie-materiaalinput, FCC hydrobehandeling benzine met minimaal octaanverlies, olefinische alkylatie van thio-S, S-ZorbTM-proces, selectieve H/T van pygas/naftaleen, ontzwaveling pygas/naftaleen, selectieve H/T van pygas/naftaleen. De hydrobehandelingsfactor voor naftaleen omvat de energie en emissie voor de reactor voor selectieve H/T (NHYT/RXST) maar de capaciteit wordt niet afzonderlijk berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">F 1,10 Aromatisch-solventextractie ASE : extractiedistillatie, ASE : vloeistof/ vloeistofextractie, ASE : vloeistof/vloeistofextractie met extractiedistillatie De CWT-factor omvat alle materiaalinputs met inbegrip van pygas na hydrobehandeling. Hydrobehandeling van pygas moet onder hydro-behandeling van naftaleen worden gerekend F 5,25 TDP/TDA Disproportionering/dealkylatie van tolueen F 1,85 Hydrodealkylatie Hydrodealkylatie F 2,45 Xyleenisomerisatie Xyleenisomerisatie F 1,85 Paraxyleenproductie Paraxyleenadsorptie, paraxyleenkristallisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De factor omvat ook de energie en emissie voor de xyleenverdeler en orthoxyleenkolom.</p>\n<p class=\"lf-p\">P 6,40 Cyclohexaanproductie Cyclohexaanproductie P 3,00 Cumeenproductie Cumeenproductie P 5,00 Basis voor CWT-factoren : netto zuivermateriaalinput (F), productmateriaalinput (P).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3.3 : Historisch activiteitsniveau voor specifieke productbenchmarks 1. De exploitant bepaalt het product gerelateerde historisch activiteitsniveau voor de referentieperiode voor producten waarop de in bijlage 3.1 bedoelde raffinaderijbenchmark van toepassing is, op basis van de verschillende CWT-functies, hun definities, de basis voor de doorvoercapaciteit, alsook de CWT-factoren uit bijlage 3.2, met behulp van de volgende formule Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij :</p>\n<p class=\"lf-p\">HALCWT :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch activiteitsniveau uitgedrukt als CWT TPi,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorvoercapaciteit van de CWT-functie I in jaar k van de referentieperiode CWTi :</p>\n<p class=\"lf-p\">CWT-factor van de CWT-functie i TPAD,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorvoercapaciteit van de CWT-functie 'disitillatie van ruwe olie onder atmosferische druk' in jaar k van de referentieperiode 2. De exploitant bepaalt het product gerelateerde historisch activiteitsniveau voor de referentieperiode voor producten waarop de in bijlage 3.1 bedoelde kalkbenchmark van toepassing is, met behulp van de volgende formule :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij :</p>\n<p class=\"lf-p\">HALlime,standard :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch activiteitsniveau voor kalkproductie, uitgedrukt in ton standaard zuivere kalk mCaO,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Gehalte aan vrij CaO in de geproduceerde kalk in jaar k van de referentieperiode uitgedrukt als massa-%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval geen gegevens over het gehalte aan vrij CaO beschikbaar zijn, wordt een voorzichtige raming gebruikt die niet lager is dan 85 %. mMgO,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Gehalte aan vrij MgO in de geproduceerde kalk in het jaar k van de referentieperiode uitgedrukt als massa-%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval geen gegevens over het gehalte aan vrij MgO beschikbaar zijn, wordt een voorzichtige raming gebruikt die niet lager is dan 0,5 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">HALlime,uncrrected,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongecorrigeerd historisch activiteitsniveau voor kalkproductie in jaar k van de referentieperiode uitgedrukt in ton kalk.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De exploitant bepaalt het product gerelateerde historisch activiteitsniveau voor de referentieperiode voor producten waarop de in bijlage 3.1 bedoelde dolimebenchmark van toepassing is, met behulp van de volgende formule :</div>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij :</p>\n<p class=\"lf-p\">HALdolime,standard :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch activiteitsniveau voor dolimeproductie, uitgedrukt in ton standaard zuivere dolime mCaO,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Gehalte aan vrij CaO in de geproduceerde dolime in jaar k van de referentieperiode uitgedrukt als massa-%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval geen gegevens over het gehalte aan vrij CaO beschikbaar zijn, wordt een voorzichtige raming gebruikt die niet lager is dan 52 %. mMgO,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Gehalte aan vrij MgO in de geproduceerde dolime in het jaar k van de referentieperiode uitgedrukt als massa-%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval geen gegevens over het gehalte aan vrij MgO beschikbaar zijn, wordt een voorzichtige raming gebruikt die niet lager is dan 33 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">HALdolime,uncorrected,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongecorrigeerd historisch activiteitsniveau voor dolimeproductie in jaar k van de referentieperiode uitgedrukt in ton dolime.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De exploitant bepaalt het product gerelateerde historisch activiteitsniveau voor de referentieperiode voor producten waarop de in bijlage 3.1 bedoelde productbenchmark voor stoomkraken van toepassing is, met behulp van de volgende formule :</div>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij :</p>\n<p class=\"lf-p\">HALHVC,net :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch activiteitsniveau voor netto van hoogwaardige chemicaliën geproduceerd uit extra materiaalinput, uitgedrukt in ton HVC's.</p>\n<p class=\"lf-p\">HALHVC,total,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch activiteitsniveau voor totaal van hoogwaardige chemicaliënproductie in jaar k voor referentieperiode, uitgedrukt in ton HVC's.</p>\n<p class=\"lf-p\">HSFH,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historische extra materiaalinput van waterstof in jaar k van de referentieperiode, uitgedrukt in ton waterstof.</p>\n<p class=\"lf-p\">HSFE,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historische extra materiaalinput van ethyleen in jaar k voor referentieperiode, uitgedrukt in ton ethyleen.</p>\n<p class=\"lf-p\">HSFO,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historische extra materiaalinput van andere hoogwaardige chemicaliën dan waterstof en ethyleen in jaar k voor referentieperiode, uitgedrukt in ton HVC's.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De exploitant bepaalt het product gerelateerde historisch activiteitsniveau voor de referentieperiode voor producten waarop de in bijlage 3.1 bedoelde aromatenbenchmark van toepassing is, op basis van de verschillende CWT-functies, hun definities, de basis voor de doorvoercapaciteit, alsook de CWT-factoren uit bijlage 3.2, met behulp van de volgende formule :</div>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij :</p>\n<p class=\"lf-p\">HALCWT :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch activiteitsniveau uitgedrukt als CWT TPi,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorvoercapaciteit van de CWT-functie i in jaar k van de referentieperiode CWTi :</p>\n<p class=\"lf-p\">CWT-factor van de CWT-functie i 6. De exploitant bepaalt het product gerelateerde historisch activiteitsniveau voor de referentieperiode voor producten waarop de in bijlage 3.1 bedoelde waterstofbenchmark van toepassing is, met behulp van de volgende formule :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij :</p>\n<p class=\"lf-p\">HALH2 :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch activiteitsniveau voor waterstofproductie, herleid tot 100 % waterstof H2,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch productievolumepercent van zuiver waterstof in jaar k van de referentieperiode HALH2+CO,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch activiteitsniveau voor waterstofproductie, herleid tot het historisch waterstofvolume uitgedrukt in normale kubieke meter per jaar bij 0 ° C en 101,325 kPa in jaar k van de referentieperiode 7. De exploitant bepaalt het product gerelateerde historisch activiteitsniveau voor de referentieperiode voor producten waarop de in bijlage 3.1 bedoelde productbenchmark van synthetisch gas (syngas) van toepassing is, met behulp van de volgende formule :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij :</p>\n<p class=\"lf-p\">HALsyngas :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch activiteitsniveau voor syngasproductie, herleid tot 47 % waterstof VFH2,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch productievolumepercent van zuiver waterstof in jaar k van de referentieperiode HALH2+CO,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch activiteitsniveau voor syngasproductie, herleid tot het historisch waterstofvolume uitgedrukt in normale kubieke meter per jaar bij 0 ° C en 101,325 kPa in jaar k van de referentieperiode 8. De exploitant bepaalt het product gerelateerde historisch activiteitsniveau voor de referentieperiode voor producten waarop de in bijlage 3.1 bedoelde ethyleenoxide/ethyleenglycol-productbenchmark van toepassing is, met behulp van de volgende formule :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij :</p>\n<p class=\"lf-p\">HALEO/EG :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch activiteitsniveau voor de ethyleenoxide/ethyleenglycol-productie, uitgedrukt in ton ethyleenoxide-equivalenten HALi,k :</p>\n<p class=\"lf-p\">Historisch activiteitsniveau voor de productie van ethyleenoxide of -glycol i in jaar k van de referentieperiode, uitgedrukt in ton CFEOE,i :</p>\n<p class=\"lf-p\">Conversiefactor voor ethyleenoxide of ethyleenglycol i ten opzichte van ethyleenoxide.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende conversiefactoren worden gebruikt : ethyleenoxide : 1,000 mono-ethyleenglycol : 0,710 di-ethyleenglycol : 0,830 tri-ethyleenglycol : 0,880 Bijlage 3.4 : Carbon leakage factoren Jaar Waarde van de factor 2013 0,8000 2014 0,7286 2015 0,6571 2016 0,5857 2017 0,5143 2018 0,4429 2019 0,3714 2020 0,3000 Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 20 april 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, J. SCHAUVLIEGE Bijlage 4. - Lijst met bedrijfstakken en deeltakken die geacht worden te zijn blootgesteld aan een significant weglekrisico Onderstaande NACE-codes verwijzen naar NACE indeling rev. 1.1. De Prodcom codes verwijzen naar Prodcom lijst 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">NACE-code Omschrijving 1010 Winning van steenkool en vervaardiging van steenkoolbriketten 1430 Winning van mineralen voor de chemische en kunstmestindustrie 1597 Vervaardiging van mout 1711 Bewerken en spinnen van katoen- of katoenachtige vezels 1810 Vervaardiging van kleding van leer 2310 Vervaardiging van cokesovenproducten 2413 Vervaardiging van overige anorganische chemische basisproducten 2414 Vervaardiging van overige organische chemische basisproducten 2415 Vervaardiging van kunstmeststoffen en stikstofverbindingen 2417 Vervaardiging van synthetische rubber in primaire vormen 2710 Vervaardiging van ijzer en staal en van ferrolegeringen 2731 Koudtrekken 2742 Productie van aluminium 2744 Productie van koper 2745 Productie van overige non-ferrometalen 2931 Vervaardiging van landbouwtractoren NACE-code Omschrijving 1440 Productie van zout 1562 Vervaardiging van zetmeel en zetmeelproducten 1583 Vervaardiging van suiker 1595 Vervaardiging van andere niet-gedistilleerde gegiste dranken 1592 Productie van ethylalcohol door gisting 2112 Vervaardiging van papier en karton 2320 Vervaardiging van geraffineerde aardolieproducten 2611 Vervaardiging van vlakglas 2613 Vervaardiging van holglas 2630 Vervaardiging van keramische tegels en plavuizen 2721 Vervaardiging van gietijzeren buizen 2743 Productie van lood, zink en tin NACE-code Omschrijving 2651 Vervaardiging van cement 2652 Vervaardiging van kalk NACE-code Omschrijving 1110 Winning van aardolie en aardgas 1310 Winning van ijzererts 1320 Winning van non-ferrometaalertsen, exclusief uranium- en thoriumerts 1411 Winning van bouw- en siersteen 1422 Winning van klei en kaolien 1450 Overige winning van delfstoffen, n.e.g.</p>\n<p class=\"lf-p\">1520 Verwerking en conservering van vis en visproducten 1541 Vervaardiging van ruwe oliën en vetten 1591 Vervaardiging van gedistilleerde alcoholische dranken 1593 Vervaardiging van wijnen 1712 Bewerken en spinnen van kaardwol- of kaardwolachtige vezels 1713 Bewerken en spinnen van kamwol- of kamwolachtige vezels 1714 Bewerken en spinnen van vlas- of vlasachtige vezels 1715 Twijnen en voorbewerken van zijde, met inbegrip van chappezijde, en twijnen en textureren van synthetisch of kunstmatig vezelgaren 1716 Vervaardiging van naaigarens 1717 Bewerken en spinnen van overige textielvezels 1721 Vervaardiging van katoenen of katoenachtige weefsels 1722 Vervaardiging van kaardwollen of kaardwolachtige weefsels 1723 Vervaardiging van kamwollen of kamwolachtige weefsels 1724 Vervaardiging van zijden of zijdeachtige weefsels 1725 Vervaardiging van overige weefsels 1740 Vervaardiging van geconfectioneerde artikelen van textiel, exclusief kleding 1751 Vervaardiging van vloerkleden en tapijt 1752 Vervaardiging van koord, bindgaren, touw en netten 1753 Vervaardiging van gebonden textielvlies en van artikelen van gebonden textielvlies, exclusief kleding 1754 Vervaardiging van overige textielproducten, n.e.g.</p>\n<p class=\"lf-p\">1760 Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen 1771 Vervaardiging van gebreide en gehaakte kousen en sokken 1772 Vervaardiging van gebreide en gehaakte pullovers, vesten en dergelijke artikelen 1821 Vervaardiging van werkkleding 1822 Vervaardiging van overige bovenkleding 1823 Vervaardiging van onderkleding 1824 Vervaardiging van overige kleding en toebehoren, n.e.g.</p>\n<p class=\"lf-p\">1830 Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont 1910 Looien en bereiden van leer 1920 Vervaardiging van koffers, tassen en dergelijke, zadel- en tuigmakerswerk 1930 Vervaardiging van schoeisel 2010 Zagen en schaven van hout, impregneren van hout 2052 Vervaardiging van artikelen van kurk en riet en van vlechtwerk 2111 Vervaardiging van pulp 2124 Vervaardiging van behangselpapier 2215 Overige uitgeverijen 2330 Bewerking van splijt- en kweekstoffen 2412 Vervaardiging van kleurstoffen en pigmenten 2420 Vervaardiging van verdelgingsmiddelen en van andere chemische producten voor de landbouw 2441 Vervaardiging van farmaceutische grondstoffen 2442 Vervaardiging van farmaceutische producten 2452 Vervaardiging van parfums en cosmetische artikelen 2463 Vervaardiging van etherische oliën 2464 Vervaardiging van fotochemische producten 2465 Vervaardiging van informatiedragers waarop niet is opgenomen 2466 Vervaardiging van overige chemische producten, n.e.g.</p>\n<p class=\"lf-p\">2470 Vervaardiging van synthetische en kunstmatige vezels 2511 Vervaardiging van binnen- en buitenbanden van rubber 2615 Vervaardiging en bewerking van overig glas, inclusief technisch glaswerk 2621 Vervaardiging van huishoudelijk en sieraardewerk 2622 Vervaardiging van sanitair aardewerk 2623 Vervaardiging van isolatoren en isolatiemateriaal, van keramische stoffen 2624 Vervaardiging van overig technisch aardewerk 2625 Vervaardiging van andere keramische producten 2626 Vervaardiging van vuurvaste keramische producten 2681 Vervaardiging van schuur-, slijp- en polijstmiddelen 2722 Vervaardiging van stalen buizen 2741 Productie van edele metalen 2861 Vervaardiging van scharen, messen, bestekken enzovoort 2862 Vervaardiging van gereedschap 2874 Vervaardiging van bouten, schroeven, moeren, kettingen en veren 2875 Vervaardiging van overige producten van metalen, n.e.g.</p>\n<p class=\"lf-p\">2911 Vervaardiging van motoren en turbines, exclusief motoren voor luchtvaartuigen, motorvoertuigen en bromfietsen 2912 Vervaardiging van pompen en compressoren 2913 Vervaardiging van kranen en dergelijke artikelen 2914 Vervaardiging van tandwielen, lagers en andere drijfwerkelementen 2921 Vervaardiging van ovens en branders 2923 Vervaardiging van machines en apparaten voor de koeltechniek en klimaatregeling, voor niet-huishoudelijk gebruik 2924 Vervaardiging van overige machines en apparaten voor algemeen gebruik, n.e.g.</p>\n<p class=\"lf-p\">2932 Vervaardiging van overige machines en werktuigen voor de landbouw en de bosbouw 2941 Vervaardiging van motorisch aangedreven handgereedschap 2942 Vervaardiging van overige gereedschapswerktuigen voor de metaalbewerking 2943 Vervaardiging van andere gereedschapswerktuigen, n.e.g.</p>\n<p class=\"lf-p\">2951 Vervaardiging van machines voor de metallurgie 2952 Vervaardiging van machines voor de winning van delfstoffen en voor de bouw 2953 Vervaardiging van machines voor de productie van voedings- en genotmiddelen 2954 Vervaardiging van machines voor de productie van textiel, kleding en leer 2955 Vervaardiging van machines van papier of karton 2956 Vervaardiging van overige machines, apparaten en werktuigen voor specifieke doeleinden, n.e.g.</p>\n<p class=\"lf-p\">2960 Vervaardiging van wapens en munitie 2971 Vervaardiging van elektrische huishoudapparaten 3001 Vervaardiging van kantoormachines 3002 Vervaardiging van computers en andere apparatuur voor de verwerking van informatie 3110 Vervaardiging van elektromotoren en van elektrische generatoren en transformatoren 3120 Vervaardiging van schakel- en verdeelinrichtingen 3130 Vervaardiging van geïsoleerde kabels en draad 3140 Vervaardiging van accumulatoren, elektrische elementen en elektrische batterijen 3150 Vervaardiging van verlichtingsbenodigdheden en van elektrische lampen en buizen 3162 Vervaardiging van overige elektrische benodigdheden, n.e.g.</p>\n<p class=\"lf-p\">3210 Vervaardiging van elektronenbuizen en andere elektronische onderdelen 3220 Vervaardiging van zendapparatuur voor televisie en radio en van apparatuur voor lijntelefonie en voor lijntelegrafie 3230 Vervaardiging van televisie- en radio-ontvangers, audio- of video-opnameapparatuur of -reproductietoestellen 3310 Vervaardiging van medische apparatuur en instrumenten en van orthopedische artikelen 3320 Vervaardiging van meet-, regel- en controleapparatuur en van apparatuur voor het navigeren of voor andere doeleinden, exclusief apparaten voor de bewaking van industriële processen 3340 Vervaardiging van optische instrumenten en van foto- en filmapparatuur 3350 Vervaardiging van uurwerken 3511 Scheepsbouw en -reparatie 3512 Bouw en reparatie van plezier- en sportvaartuigen 3530 Vervaardiging van lucht- en ruimtevaartuigen 3541 Vervaardiging van motorfietsen 3542 Vervaardiging van rijwielen 3543 Vervaardiging van invalidenwagens 3550 Vervaardiging van andere transportmiddelen, n.e.g.</p>\n<p class=\"lf-p\">3621 Slaan van munten en medailles 3622 Bewerken van edelstenen en vervaardiging van juwelen en dergelijke artikelen, n.e.g.</p>\n<p class=\"lf-p\">3630 Vervaardiging van muziekinstrumenten 3640 Vervaardiging van sportartikelen 3650 Vervaardiging van spellen en speelgoed 3661 Vervaardiging van imitatiesieraden 3662 Vervaardiging van borstelwaren 3663 Overige industrie, n.e.g.</p>\n<p class=\"lf-p\">Prodcom- code Omschrijving 15331427 Geconcentreerde tomatenpuree 155120 Melk en room in vaste vorm 155153 Caseïne 155154 Lactose (melksuiker) en melksuikerstroop 15841100 Cacaopasta 15841200 Cacaoboter, cacaovet en cacao-olie 15841300 Cacaopoeder, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">15891333 Droge bakkersgist 24111150 Waterstof (inclusief de productie van waterstof in combinatie met syngas) 24111160 Stikstof 24111170 Zuurstof 243021 Bereide pigmenten, opacifeermiddelen en verfstoffen, verglaasbare samenstellingen, engobes, vloeibare glansmiddelen en dergelijke preparaten; glasfritten 24621030 Gelatine en derivaten daarvan, vislijm (exclusief caseïne- en beenderlijm) 261411 Lonten, rovings en garens, ook indien gesneden, van glasvezels 26821400 Kunstmatig grafiet, colloïdaal en semi-colloïdaal grafiet en preparaten 26821620 Geëxpandeerd vermiculiet, geëxpandeerde klei, slakkenschuim en dergelijke geëxpandeerde minerale producten en mengsels daarvan NACE-code Omschrijving 1730 Textielverwerking 2020 Vervaardiging van fineer; vervaardiging van duplex-, triplex- en multiplexhout, meubelplaat, spaanderplaat, vezelplaat en andere panelen en platen 2416 Vervaardiging van kunststoffen in primaire vormen 2640 Vervaardiging van bakstenen, tegels en producten voor de bouw, van gebakken klei 2751 Gieten van ijzer 2753 Gieten van lichte metalen Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele mechanismen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 20 april 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, J. SCHAUVLIEGE Bijlage 5. - Bepalingen inzake verificatie De verificatie heeft betrekking op de betrouwbaarheid, geloofwaardigheid en nauwkeurigheid van de door de exploitant van een BKG-installatie verstrekte gegevens en resulteert in een verificatieadvies dat met een redelijke mate van zekerheid aangeeft of de overgelegde gegevens vrij zijn van beduidende onjuiste opgaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verificateur dient onafhankelijk te zijn van de exploitant, zijn activiteiten uit te voeren op een correcte en objectieve professionele wijze en dient elk van de onderstaande punten te begrijpen : 1° de bepalingen van dit besluit, alsook alle relevante normen en richtsnoeren;2° de wet- en regelgevende en administratieve vereisten die van toepassing zijn op de geverifieerde activiteiten;3° de totstandkoming van alle informatie over elke parameter of emissiebron in de installatie, met name wat de verzameling, meting, berekening en rapportage van de gegevens betreft. De verificateur dient minimum aan de volgende voorwaarden te voldaan : 1° de verificateur dient bij het plannen en uitvoeren van de verificatie de gepaste professionele scepsis aan de dag te leggen, in het besef dat er zich omstandigheden kunnen voordoen waardoor de overgelegde informatie en gegevens beduidende onjuiste opgaven bevatten;2° de verificateur dient alleen gerapporteerde parameters te valideren die met een hoge mate van zekerheid zijn bepaald.Voor een hoge mate van zekerheid moet de exploitant aantonen dat : a) de gerapporteerde parameters geen inconsistenties bevatten;b) de parameters zijn verzameld overeenkomstig de toepasselijke normen of richtsnoeren;c) de desbetreffende documenten van de BKG-installatie volledig en consistent zijn.3° de verificateur dient het verificatieproces aan te vatten met een strategische analyse van alle in de BKG-installatie verrichte relevante activiteiten en heeft een overzicht van alle activiteiten en hun belang voor de toewijzing;4° de verificateur dient rekening te houden met de informatie die is vervat in de milieuvergunning of andere relevante milieuvergunningen, met name bij de beoordeling van de aanvankelijk geïnstalleerde capaciteit van subinstallaties;5° de verificateur dient de intrinsieke risico's en controlerisico's te analyseren die met de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de exploitant en met de toewijzingsparameters samenhangen en die zouden kunnen resulteren in beduidende onjuiste opgaven, en dient aan de hand van deze risicoanalyse een verificatieplan op te stellen;6° de verificateur dient indien nodig de locatie te bezoeken om de werking van de meet- en monitoringsystemen te inspecteren, zich bij de betrokkenen te informeren en voldoende informatie en bewijsmateriaal te verzamelen.Indien de verificateur een bezoek aan de locatie niet nodig heeft geacht, dient hij dit besluit ten aanzien van de bevoegde autoriteit volledig te kunnen verantwoorden; 7° de verificateur dient het verificatieplan uit te voeren door het verzamelen van gegevens in overeenstemming met de gedefinieerde steekproefmethoden, walkthrough-tests, toetsing van documenten, analytische procedures en procedures voor de toetsing van gegevens, met gebruikmaking van alle relevante aanvullende aanwijzingen waarop hij zijn verificatieadvies zal baseren;8° de verificateur dient de exploitant te verzoeken eventueel ontbrekende gegevens alsnog te verstrekken of ontbrekende delen van het controletraject aan te vullen, afwijkingen in parameters of de emissiegegevens te verklaren of berekeningen te herzien, dan wel de gerapporteerde gegevens bij te stellen;9° de verificateur dient een intern verificatierapport voor te bereiden.Dit verificatierapport bevat het bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de strategische analyse, de risicoanalyse en het verificatieplan onverkort zijn uitgevoerd, en bevat voldoende informatie om daarop het verificatieadvies te baseren.</p></div>", "next": 239230}