{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-60quinquies\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 60quinquies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Indien het accreditatiebesluit over een opleiding negatief is, geniet de opleiding van rechtswege een tijdelijke erkenning in de volgende gevallen : 1° hangende het beroep bij de Vlaamse regering, ingesteld door het instellingsbestuur overeenkomstig de bepalingen van artikel 60quater. Het beroep wordt geacht aanhangig te zijn tot aan de nieuwe beslissing van het Accreditatieorgaan, bedoeld in het derde lid. De tijdelijke erkenning van rechtswege wordt niet toegekend indien het beroep wordt ingesteld door een andere belanghebbende dan het instellingsbestuur; 2° hangende enig jurisdictioneel beroep, ingesteld door het instellingsbestuur tegen het accreditatiebesluit en/of de beslissing van de Vlaamse regering om het aangevochten accreditatiebesluit niet te vernietigen.De tijdelijke erkenning van rechtswege wordt niet toegekend indien het beroep wordt ingesteld door enige andere belanghebbende, onverminderd de desgevallend door het bevoegde gerecht toegekende voorlopige maatregelen De tijdelijke erkenning van rechtswege wordt beëindigd op het einde van het academiejaar waarbinnen bedoelde beroepen opgehouden hebben aanhangig te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo de Vlaamse regering een negatief accreditatiebesluit heeft vernietigd, dient het Accreditatieorgaan opnieuw te delibereren over de ingediende accreditatieaanvraag met inachtname van de dragende motieven die aan de vernietiging ten grondslag liggen. Het nieuwe accreditatiebesluit wordt aan het instellingsbestuur meegedeeld binnen een ordetermijn van 30 kalenderdagen, die ingaat de dag na deze waarop de vernietigingsbeslissing werd genomen. § 2. De Vlaamse regering stelt de nadere procedure voor de tijdelijke erkenning van rechtswege vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">SECTIE 7. - Bijzondere bepalingen inzake buitenlandse accreditaties Artikel 60sexies Het Accreditatieorgaan kan de accreditatie verlenen op grond van een buitenlandse acreditatie die het als equivalent erkent. Het Accreditatieorgaan gaat daarbij na of de accreditaties worden verleend volgens een vergelijkbare methodologische aanpak als de accreditaties die in uitvoering van dit decreet worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 59, § 2, 60, 60quater en 60quinquies zijn van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde accreditatieprocedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">ONDERAFDELING 3. - Programmatie. De toets nieuwe opleiding Artikel 60septies Een opleiding die niet voorkomt in het in artikel 64 bedoelde Hoger Onderwijsregister of die in hoofde van de instelling niet voorkomt in het Hoger Onderwijsregister, wordt een nieuwe opleiding genoemd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 61</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Een instelling kan : 1° eerst met ingang van het academiejaar 20062007 een nieuwe bachelors- of mastersopleiding aanbieden wanneer de betreffende opleiding bij besluit van de Vlaamse regering erkend is als nieuwe opleiding.De aanvraag daartoe kan vanaf 1 januari 2005 ingediend worden; 2° eerst met ingang van het academiejaar 2009-2010 nieuwe mastersopleidingen die aansluiten bij een academisch gerichte bachelorsopleiding aanbieden wanneer de betreffende mastersopleiding bij besluit van de Vlaamse regering erkend is als nieuwe opleiding.De aanvraag daartoe kan ingediend worden met ingang van 1 januari 2008 De Vlaamse regering kan de in het eerste lid bedoelde besluiten nemen met inachtneming van de volgende voorschriften : 1° het voorgelegde dossier omvat : a) het positief advies van de associatie waarvan de instelling desgevallend lid is;b) de bevoegde instelling die de opleiding verzorgt en de vestiging(en) waar de opleiding wordt aangeboden;c) de naam van de opleiding;d) in voorkomend geval de afstudeerrichtingen;e) de onderwijstaal gebruikt inde opleiding;f) de doelstellingen en de eindtermen van de opleidingen;g) de studieomvang van de opleiding uitgedrukt in studiepunten;h) de graad waartoe de opleiding leidt, de kwalificatie van de graad en in voorkomend geval de specificatie van de graad;i) in voorkomend geval de titel die houders van de graad van deze opleiding kunnen voeren;j) ingeval het een bachelorsopleiding betreft de aansluitingsmogelijkheden en de mogelijke vervolgopleidingen zoals bedoeld in het Hoger Onderwijsregister en rekening houdend met de toelatingsvoorwaarden voorgeschreven in Hoofdstuk III, Afdeling 3;k) ingeval het een mastersopleiding betreft : de vereiste vooropleidingen en toegangsvoorwaarden zoals bedoeld in het Hoger Onderwijsregister en rekening houdend met de toelatingsvoorwaarden voorgeschreven in Hoofdstuk III, Afdeling 3;2° de opleiding heeft de macrodoelmatigheidstoets en de \"toets nieuwe opleidingen\" door het Accreditatieorgaan met positief gevolg ondergaan;3° de nieuwe opleiding kan in één of meer studiegebieden of delen van studiegebieden worden gerangschikt waarin de betrokken instelling onderwijsbevoegdheid bezit.De nieuwe opleiding kan eventueel ook worden gerangschikt in een studiegebied waarin de betrokken instelling onderwijsbevoegdheid bezit en één of meerdere andere studiegebieden waarin andere instellingen behorende tot de associatie, waarvan de instelling lid is, onderwijsbevoegdheid bezitten; 4° de betrokken instelling geeft aan welke bestaande opleiding ze zal afbouwen parallel met de uitbouw van de nieuwe opleiding.Dit voorschrift geldt niet voor : a) de organisatie vanaf het academiejaar 2007-2008 van nieuwe opleidingen die nergens voorkomen in het Hoger Onderwijsregister zoals het bekend gemaakt zal zijn op 1 juni van het jaar voorafgaand aan het academiejaar vanaf wanneer de opleiding georganiseerd zal worden;b) de organisatie vanaf het academiejaar 2010-2011 van nieuwe mastersopleidingen die aansluiten bij een academisch gerichte bachelorsopleiding en die nergens voorkomen in het Hoger Onderwijsregister zoals het bekend gemaakt zal zijn op 1 juni van het jaar voorafgaand aan het academiejaar vanaf wanneer de opleiding georganiseerd zal worden. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hogescholen en de universiteiten kunnen, in afwijking van de in § 1, eerste lid bedoelde vroegste startdatum van nieuwe opleidingen, mastersopleidingen die niet vermeld staan op de in artikel 123, § 5 of § 6 of 125, § 4 of § 6 lijst aanbieden met ingang van het academiejaar 2004-2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden daartoe zijn de volgende : 1° de opleiding betreft een mastersopleiding in de zin van artikel 66, § 6 en wordt aangeboden in \"Verpleegkunde en Vroedkunde\", \"Sociaal werk\" en \"Toerisme\", en 2° de opleiding heeft een positief oordeel over de macrodoelmatigheid bekomen.De uiterste datum voor de aanvraag voor de macrodoelmatigheidstoets en de indiening van het bijhorend dossier bij de Erkenningscommissie is 1 maart 2004. In afwijking van artikel 62, § 3, tweede lid behandelt de Erkenningscommissie deze aanvragen binnen een termijn van 30 kalenderdagen, die voor wat betreft alle aanvragen ingaat op 2 maart 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokken opleidingen : 1° zijn niet onderworpen aan de verplichting van afbouw van een bestaande opleiding;2° worden geacht geaccrediteerd te zijn tot en met het einde van het, vierde academiejaar na de opstart van de opleiding. Artikel 62 § 1. Een in artikel 61, § 1, eerste lid bedoeld besluit van de Vlaamse regering komt tot stand overeenkomstig de procedure die in dit artikel chronologisch wordt omschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regelen bepaald in § 2, § 3, § 4, § 5 en § 6, eerste lid zijn niet van toepassing op de geregistreerde instellingen. Zij dienen onmiddellijk een dossier in bij het Accreditatieorgaan, rekening houdend met het bepaalde in § 6, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse regering kan het nadere verloop van de in dit artikel omschreven procedure uitwerken. § 2. Het instellingsbestuur dient de in artikel 61, § 1, eerste lid bedoelde aanvraag, samen met het bijhorend dossier, bij de Erkenningscommissie in. De Vlaamse regering bepaalt de uiterste datum van indiening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedoeld dossier stelt de Erkenningscommissie in staat de toetsing aan de in § 3, eerste lid bedoelde criteria door te voeren. § 3. De Erkenningscommissie brengt na raadpleging van de Vlaamse Interuniversitaire Raad en de Vlaamse Hogescholenraad een oordeel uit over de macrodoelmatigheid van de opleiding op basis van volgende criteria : 1° het bestaande aanbod van opleidingen;2° het aantal studenten in dezelfde of aanverwante opleidingen;3° de te verwachten vraag naar afgestudeerden hoger onderwijs in het algemeen en in de betreffende of aanverwante opleidingen in het bijzonder;4° de maatschappelijke relevantie van de opleiding. De Erkenningscommissie brengt het oordeel uit binnen een termijn van 60 kalenderdagen, die ingaat de dag na deze van ontvangst van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Erkenningscommissie maakt het oordeel over aan het instellingsbestuur. § 4. Indien het oordeel van de Erkenningscommissie negatief is of niet tijdig wordt verstrekt, kan het instellingsbestuur binnen een vervaltermijn van 15 kalenderdagen een tweede aanvraag indienen bij de Vlaamse regering, die de macrodoelmatigheid van de opleiding op definitieve wijze beoordeelt op grond van de onder § 3, eerste lid bedoelde criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijn voorde tweede aanvraag gaat in : 1° de dag na deze van ontvangst van het negatief advies, of 2° de dag waarop de beoordelingstermijn voor de Erkenningscommissie is verstreken. § 5. De Vlaamse regering deelt het oordeel aan het instellingsbestuur mee binnen een termijn van 30 kalenderdagen, die ingaat de dag na deze van ontvangst van de tweede aanvraag. Indien het oordeel van de Vlaamse regering niet wordt meegedeeld binnen deze termijn van 30 kalenderdagen, wordt de macrodoelmatigheid geacht positief beoordeeld te zijn. § 6. Het instellingsbestuur vraagt de toets nieuwe opleidingen aan bij het Accreditatieorgaan, binnen een vervaltermijn van 15 kalenderdagen, die ingaat de dag na : 1° ontvangst van het positief oordeel van de Erkenningscommissie of, desgevallend, de Vlaamse regering omtrent de macrodoelmatigheid van de opleiding, of 2° het verstrijken van de beoordelingstermijn van 30 kalenderdagen waarover de Vlaamse regering overeenkomstig § 5 beschikt. Het Accreditatieorgaan bepaalt bij reglement de vorm en inhoud van het dossier dat bij de aanvraag moet worden gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een aanvraag niet voldoet aan deze regelen, biedt het Accreditatieorgaan de gelegenheid binnen een daartoe gestelde termijn het verzuim te herstellen. Indien van deze gelegenheid geen dan wel op niet afdoende wijze gebruik wordt gemaakt, wordt de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Het Accreditatieorgaan kan nadere regelen omtrent deze procedure vaststellen in het in het tweede lid bedoelde reglement. § 7. Het Accreditatieorgaan behandelt de ontvankelijke aanvragen binnen een ordetermijn van 4 maanden, die ingaat de dag na deze van ontvangst. De termijn wordt berekend van maand tot maand en van dag tot dag. De dag van ontvangst van de aanvraag is in de termijn begrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevindingen van het Accreditatieorgaan worden neergelegd in een toetsingsrapport. Een toetsingsrapport is positief indien het Accreditatieorgaan in redelijkheid uit de aanvraag meent te kunnen opmaken dat de nieuwe opleiding de toets inzake de aanwezigheid van voldoende generieke kwaliteitswaarborgen met goed gevolg zal kunnen doorstaan. De methodologische regelen die daarbij benevens het krachtens het in artikel 9quater bedoelde verdrag vastgestelde toetsingskader worden gehanteerd, worden vastgelegd in een reglement, dat, vooraleer het van toepassing wordt, door de Vlaamse regering moet worden bekrachtigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Accreditatieorgaan bezorgt vóór het verstrijken van de ordetermijn van 4 maanden een ontwerp van toetsingsrapport aan het instellingsbestuur, dat in staat wordt gesteld om bezwaren en opmerkingen te formuleren binnen een vervaltermijn van 10 kalenderdagen, die ingaat de dag na deze van ontvangst van het ontwerp. Het Accreditatieorgaan bepaalt in het in artikel 9quinquies bedoelde reglement de procedurele regelen overeenkomstig dewelke de bezwaren en opmerkingen worden behandeld. § 8. De Vlaamse regering neemt het besluit houdende erkenning van een nieuwe opleiding binnen een ordetermijn van 30 kalenderdagen, die ingaat de dag na deze van ontvangst van het toetsingsrapport van het Accreditatieorgaan. Het besluit treedt in werking met ingang van de bekendmaking ervan aan de instelling. Het besluit is geldig voor 4 daaropvolgende academiejaren en vervalt op het einde van het vierde academiejaar. Het besluit vervalt automatisch indien de instelling de opleiding niet start in het tweede academiejaar volgend op de bekendmaking aan de instelling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 63</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Vanaf het academiejaar 2006-2007 kunnen hogescholen die partner zijn in eenzelfde associatie, besluiten tot het uitwisselen van opleidingen, waarbij een opleiding aan een bepaalde hogeschool aangeboden in een bepaalde vestiging van jaar tot jaar wordt afgebouwd en waarbij dezelfde opleiding aan een andere hogeschool in een bepaalde vestiging van jaar tot jaar wordt ingevoerd, na erkenning als een nieuwe opleiding door de Vlaamse regering. § 2. Voorafgaand aan de invoering van de nieuwe opleiding, moetende rechtspersonen verantwoordelijk voor de hogescholen en de universiteiten die een vestiging hebben in de provincie waarin de vestiging van de nieuwe opleiding gelegen is, hun akkoord verlenen Voor de toepassing van het eerste lid worden het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de provincie Vlaams-Brabant gezamenlijk als één provincie beschouwd. § 3. Voorstellen tot het uitwisselen van opleidingen kunnen voor de eerste keer bij de Vlaamse regering ingediend worden vanaf 1 januari 2005 en ten laatste op 30 september 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluiten tot het uitwisselen van opleidingen tussen hogescholen binnen een associatie kunnen maar eenmaal om de vijf jaar worden genomen voor de gehele Vlaamse Gemeenschap. § 4. De instellingsbesturen voorzien bij de afbouw van een opleiding in aangepaste overgangs- en begeleidingsmaatregelen, zodat de studenten hun opleiding kunnen voltooien.</p>\n<p class=\"lf-p\">ONDERAFDELING 4. - Registratie. Het Hoger Onderwijsregister Artikel 64 § 1. Er wordt een Hoger Onderwijsregister aangelegd van de bachelors- en mastersopleidingen die overeenkomstig dit decreet worden georganiseerd. § 2. Het Hoger Onderwijsregister bevat van elke opleiding de volgende gegevens : 1° algemene gegevens : a) de naam van de opleiding;b) in voorkomend geval de afstudeerrichtingen;c) de onderwijstaal gebruikt in de opleiding;d) de graad waartoe de opleiding leidt en de kwalificatie van de graad, desgevallend aangevuld met de specificatie van de graad;e) de titel die door de houder van het diploma kan worden gevoerd;f) de bevoegde instelling die de opleiding verzorgt, de vestiging(en) waar de opleiding wordt aangeboden en desgevallend de associatie waarvan de instelling lid is;g) de studieomvang van de opleiding uitgedrukt in studiepunten;h) de doelstellingen en de eindtermen van de opleidingen;i) de datum van de accreditatie, tijdelijke erkenning of erkenning als nieuwe opleiding;j) het tijdstip waarop de accreditatie, de tijdelijke erkenning of de erkenning als nieuwe opleiding vervalt;2° gegevens in verband met de aansluiting en de mogelijke vervolgopleidingen : a) voor wat betreft de opleidingen aangeboden door universiteiten en hogescholen 1) voor elke bachelorsopleiding in het hoger professioneel onderwijs a) de bachelorsopleiding(en) die er rechtstreeks op volgen met de bijkomende voorwaarden;b) de mastersopleidingen die er op volgen met de bijkomende voorwaarden bedoeld in artikel 66, § 6;c) de vermelding : \"geen vervolgopleiding\"; 2) voor elke bachelorsopleiding in het academisch onderwijs c.q. afstudeerrichting binnen een bachelorsopleiding in het academisch onderwijs : a) de mastersopleiding(en) die er rechtstreeks op aansluiten overeenkomstig artikel 66, § 2, eerste volzin; b) c.q. de mastersopleiding(en) die er op aansluiten overeenkomstig artikel 66, § 2, tweede volzin; c) eventueel de andere mastersopleiding(en); d) c.q. de vermelding \"geen rechtstreekse vervolgopleiding\"; 3) voor elke mastersopleiding : a) de bachelorsopleiding c.q. afstudeerrichting waarop de mastersopleiding rechtstreeks aansluit; b) in voorkomend geval : de bachelorsopleiding(en) c.q. afstudeerrichting(en) waarop de mastersopleiding aansluit overeenkomstig artikel 66, § 2, tweede volzin; c) in voorkomend geval : de bachelorsopleiding(en) bedoeld in artikel 66, § 6;d) eventueel de andere bachelorsopleiding(en);e) in voorkomend geval : de mastersopleidingen die er op volgen overeenkomstig artikel 66, § 5;f) in voorkomend geval : de mastersopleidingen die er op volgen met de bijkomende voorwaarden bedoeld in artikel 66, § 5;4) voor elke mastersopleiding die volgt op een andere mastersopleiding : a) de mastersopleiding(en) waarop de mastersopleiding volgt;b) eventueel de andere mastersopleidingen met de bijkomende voorwaarden;5) voor elke bachelorsopleiding die volgt op een bachelorsopleiding : a) de bachelorsopleiding(en) waarop de, bachelorsopleiding volgt;b) eventueel de andere bachelorsopleidingen met de bijkomende voorwaarden;c) voor wat betreft de opleidingen aangeboden door de andere instellingen voor hoger onderwijs : de voor de studenten nuttige gegevens met betrekking tot de vooropleidingseisen en met betrekking tot de mogelijke vervolgopleidingen binnen de instellingen zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opleidingen worden gerangschikt in een studiegebied, een deel van een studiegebied of over twee of meer studiegebieden heen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse regering is gemachtigd de bepalingen van het eerste en het tweede lid te wijzigen of aan te vullen in functie van de organisatorische transparantie van het Hoger Onderwijsregister. § 3. Vóór 1 mei delen de instellingen voor hoger onderwijs voor elke opleiding die zij in het daaropvolgende academiejaar zullen organiseren, in § 2, eerste lid bedoelde gegevens mee overeenkomstig de door de Vlaamse regering te bepalen regelen en in de door de Vlaamse regering te bepalen vorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse regering kan een instantie aanwijzen die belast wordt met de opmaak en het actualiseren van het Hoger Onderwijsregister. Deze opmaak en actualisering dient te allen tijde door het departement Onderwijs te worden bekrachtigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Hoger Onderwijsregistér wordt jaarlijks vóór 1 juni openbaar bekend gemaakt. § 4. De eerste versie van het Hoger Onderwijsregister wordt voor wat betreft de universiteiten en hogescholen gemaakt op grond van de overeenkomstig de bepalingen van dit decreet opgestelde omvormingslijsten. » .</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.11 Aan artikel 65 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden na de woorden \"sociale promotie\" de woorden \"met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid\" ingevoegd; 2° aan § 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Bij ontstentenis van een dergelijke erkenning kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Europese Unie een diploma of getuigschrift hebben behaald dat toelating verleent tot het hoger professioneel onderwijs c.q. het academisch onderwijs in dat land, toelaten tot de inschrijving voor een bachelorsopleiding van het hoger professioneel onderwijs c.q. van het academisch onderwijs. »; 3° aan § 4 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « In afwijking van het eerste lid geldt ten aanzien van de tweede inschrijving voor een bachelorsopleiding waarvan de student reeds het diplomabezit de voorwaarde dat de student nog opleidingsonderdelen voor een studieomvang van ten minste 30 studiepunten moet volgen.» Artikel V.12 In artikel 66 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 3 worden de woorden \"die normaal aansluit of volgt op een bachelorsopleiding\" geschrapt;2° aan § 3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « In afwijking van het eerste lid geldt ten aanzien van de tweede inschrijving voor een mastersopleiding waarvan de student reeds het diploma bezit de voorwaarde dat de student nog opleidingsonderdelen voor een studieomvang van ten minste 30 studiepunten moet volgen.»; 3° aan § 6 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De betrokken universiteit en hogescho(o)l(en) sluiten een overeenkomst die afspraken bevat omtrent het opleidingsprogramma, de wijze van administratie van de studenten en de financiële transacties tussen de instellingen ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.13 In artikel 69 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 3 worden na het woord \"mastersopleidingen\" de woorden \"c.q. voor de voorbereiding van een doctoraatsproefschrift\" ingevoegd; 2° in § 6 worden de woorden \"en in artikel 66, §§ 4 en 6\" vervangen door de woorden \"en in artikel 66, §§ 3, 4 en 6\". Artikel V.14 In artikel 77 van hetzelfde decreet worden 10°,11° en 12° opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.15 Aan artikel 86 van hetzelfde decreet worden een § 3 en § 4 toegevoegd, die luiden als volgt : « § 3. Twee of meer hogescholen of twee of meer universiteiten kunnen een in § 1 en § 2 bedoelde gezamenlijke opleiding aanbieden die over twee of meer studiegebieden heen gerangschikt wordt, als de betrokken instellingen in elk van de betreffende studiegebieden onderwijsbevoegdheid hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het gaat om een bachelorsopleiding die volgt op een andere bachelorsopleiding of om een mastersopleiding die volgt op een andere mastersopleiding dan volstaat het dat elk van de betrokken instellingen onderwijsbevoegdheid heeft in ten minste één van de betreffende studiegebieden waarin de gezamenlijke opleiding wordt gerangschikt. § 4. De hogescholen of de universiteiten die een gezamenlijk georganiseerde opleiding zoals bedoeld in § 1 en § 2 aanbieden, sluiten een overeenkomst die afspraken bevat omtrent het opleidingsprogramma, de wijze van administratie van de studenten en de financiële transacties tussen de instellingen. » Artikel V.16 In de artikelen 87, § 2, 88 en 89 van hetzelfde decreet worden de woorden \"diploma's of Getuigschriften\" telkens vervangen door het woord \"studiebewijzen\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.17 In hetzelfde decreet wordt in Titel I, Hoofdstuk III, Afdeling 8 een artikel 89bis ingevoegd, dat luidt als volgt : \"Artikel 89bis § 1. Voor de studiebewijzen die voorkomen in het hogeronderwijsregister van een partij bij het internationaal verdrag houdende aanwijzing van een Accreditatieorgaan, worden de gelijkwaardige Vlaamse studiebewijzen vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gelijkwaardigheden worden vastgelegd in een bij besluit van de Vlaamse regering vastgestelde equivalentielijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse regering bepaalt de procedurele en methodologische regelen volgens dewelke de equivalentielijst wordt ontwikkeld. § 2. In afwachting van de vaststelling van de equivalentielijst of in afwachting van de opname van een bepaald studiebewijs in de equivalentielijst, worden de gelijkwaardigheden vastgesteld overeenkomstig de overige artikelen van deze afdeling. » Artikel V.18 In hetzelfde decreet wordt in Titel I, Hoofdstuk III een Afdeling 8bis, bestaande uit artikel 89ter, ingevoegd, die luidt als volgt : « AFDELING 8bis. - Eensluidendverklaring van studiebewijzen Artikel 89ter § 1. Instellingsbesturen zijn ertoe gemachtigd om kopieën van studiebewijzen, afgeleverd binnen onderwijs, ten behoeve van de inschrijving of de studievoortgang van studenten eensluidend te verklaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eensluidend verklaren van een kopie van een studiebewijs is het bevestigen dat de voorgelegde kopie overeenstemt met het originele studiebewijs. § 2. Eensluidendverklaringen die overeenkomstig de in § 1 bedoelde beginselen zijn geschied op de vooravond van de inwerkingtreding van deze afdeling, worden geacht rechtmatig te zijn. » Artikel V.19 In artikel 92 van hetzelfde decreet worden de woorden \"de hogescholen en de universiteiten\" vervangen door de woorden \"de ambtshalve geregistreerde instellingen\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.20 Aan artikel 93 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden \"de hogescholen en de universiteiten\" vervangen door de woorden \"de ambtshalve geregistreerde instellingen\";2° in § 2 worden tussen de woorden \"te beoordelen opleidingen\" en \"op het moment\" de woorden \"of in een gelijkaardige opleiding\" ingevoegd;3° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.De externe beoordelingen verlopen op grond van een protocol van kwaliteitszorg, dat openbaar wordt bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het protocol van kwaliteitszorg wordt vastgelegd door : 1° de Vlaamse Hogescholenraad, voor wat betreft de bachelorsopleidingen binnen het hoger professioneel onderwijs, georganiseerd door de hogescholen;2° de Vlaamse Interuniversitaire Raad, voor wat betreft : a) de academische opleidingen georganiseerd door de universiteiten, b) de opleidingen georganiseerd door de ambtshalve geregistreerde instellingen, niet zijnde een universiteit of een hoge school;3° de Vlaamse Hogescholenraad en de Vlaamse Interuniversitaire Raad, voor wat betreft de academische opleidingen georganiseerd door de hogescholen in het kader van een associatie en voor wat betreft de opleidingen georganiseerd door universiteiten en hogescholen gezamenlijk.»; 4° er wordt een § 3bis toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3bis.De externe beoordelingen worden gecoördineerd door de Vlaamse Hogescholenraad en/of de Vlaamse Interuniversitaire Raad, overeenkomstig de bevoegdheidsverdeling uiteengezet in § 3, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Erkenningscommissie bekrachtigt de samenstelling van de visitatiecommissies die vanaf 31 december 2004 door de Vlaamse Hogescholenraad en/of de Vlaamse Interuniversitaire Raad in de in het derde lid bedoelde hoedanigheid van van rechtswege erkend(e) evaluatieorga(a)n(en) wordt vastgelegd. De Erkenningscommissie geeft daarbij op grond van vooraf opgestelde en voldoende kenbaar gemaakte criteria aan dat de leden van de visitatiecommissies in onafhankelijkheid de hen opgedragen opdrachten kunnen vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de Erkenningscommissie besluit de samenstelling niet te bekrachtigen, dan legt de Vlaamse Interuniversitaire Raad en/of de Vlaamse Hogescholenraad een nieuw voorstel voor. De Erkenningscommissie geeft de redenen aan waarom zij de samenstelling van een visitatiecommissie niet kan bekrachtigen. » Artikel V.21 Artikel 104 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt « Artikel 104 De associatie verzekert de toepassing van de bepalingen betreffende de participatie inzake onderwijsaangelegenheden, vervat in Deel II, Titel III van het : decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. » Artikel V.22 In artikel 106, tweede lid, tweede zin van hetzelfde decreet worden de woorden \"het jaarverslag\" vervangen door de woorden \"de rapportering\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.23 Aan artikel 107 van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd : « De Vlaamse regering legt het boekhoudschema van de associaties vast. » Artikel V.24 In artikel 122 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Volgende onderdelen van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap worden opgeheven met ingang van het academiejaar 2004-2005 1° artikel 2, 8°, 11°, 12°, 17°, 18°, 19°, 20°, 22°, en 53°;2° titel I, hoofdstuk II;3° titel II, hoofdstuk I, met uitzondering van : a) afdeling 4, onderafdeling 4, afdeling 7 en afdeling 16, die niet worden opgeheven, b) afdeling 8, die wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2003;4° titel II, hoofdstuk II.- Titel II, hoofdstuk III wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2003. »; 2° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.De wet van 11 september 1933 op de bescherming van de titels van hoger onderwijs wordt opgeheven. » Artikel V.25 In artikel 123 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2, tweede lid worden de woorden \"a), b), c), d) of e), naar gelang van het geval\" geschrapt;2° in § 5, eerste lid worden de tweede en de derde zin vervangen door volgende zin : « Deze lijst vermeldt de bestaande opleidingen, de omgevormde opleidingen (graad en kwalificatie), het studiegebied of de studiegebieden waarin een omgevormde, opleiding is gerangschikt, de studieomvang van de omgevormde opleidingen, de aard van de omgevormde opleidingen en de onderwijstaal.»; 3° in § 7 en § 8 worden de woorden \"in de zin van artikel 61\" telkens vervangen door de woorden \"in de zin van artikel 60septies\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.26 In artikel 124 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Eind 2007 wordt op de opleidingen die voortkomen uit de omvorming van een basisopleiding van twee cycli op grond van het eerste lid, een indicatieve voortgangstoets uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de Erkenningscommissie.Deze voortgangstoets evalueert de wetenschappelijke ondersteuning en de verwevenheid van het onderwijs met wetenschappelijk onderzoek voor de opleiding op grond van de situering van de actuele stand van deze elementen in het traject dat loopt vanaf het ogenblik van de omvorming tot aan het ogenblik waarop de in artikel 58 bedoelde voldoende generieke kwaliteitswaarborgen uiterlijk aanwezig moeten zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse regering bepaalt de nnethodologie en de criteria aan de hand waarvan de voortgangstoets wordt uitgevoerd. »; 2° er wordt een § 7 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 7.De mastersopleidingen die de Vrije Universiteit Brussel in het Instituut voor Europese Studies organiseert en de mastersopleidingen die de Universiteit Antwerpen in het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid en -beheer organiseert overeenkomstig de bepalingen van artikel 169quater van het universiteitendecreet, worden geacht geaccrediteerd te zijn tot het einde van het academiejaar 2007-2008. »; 3° er wordt een § 8 toegevoegd, die luidt als volgt \"§ 8.De bachelorsopleidingen die het in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad gevestigde Vesalius College overeenkomstig de bepalingen van dit decreet organiseert met ingang van het academiejaar 2004-2005 worden niet beschouwd als nieuwe opleidingen in de zin van artikel 60septies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij worden geacht geaccrediteerd te zijn tot en met het einde van het academiejaar 2007-2008. »; 4° er wordt een § 9 toegevoegd, die luidt als volgt : \"§ 9.Het Accreditatieorgaan beoordeelt de aanwezigheid van voldoende generieke kwaliteitswaarborgen in de in § 1 bedoelde opleidingen van het hoger onderwijs van twee cycli met inachtname van het overgangsmatig karakter van de wetenschappelijke ondersteuning en de verwevenheid van het onderwijs in de opleidingen met wetenschappelijk onderzoek, voor zover de hogeschool het accreditatiedossier heeft ingediend voor het einde van het academiejaar 2012-2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheid van de met toepassing van de bepalingen van het eerste lid verleende accreditaties wordt geregeld als volgt : 1° de accreditaties aangevraagd vóór het einde van het academiejaar 2008-2009 blijven 4 jaar geldig;2° de accreditaties aangevraagd vanaf het academiejaar 2009-2010 en vóór het einde van het academiejaar 2012-2013 blijven 6 jaar geldig. Indien een hoge school oordeelt dat het academiseringsproces voltooid is vóór het einde van het academiejaar 2012-2013 kan de hoge school het Accreditatieorgaan vragen geen toepassing te maken van de bepalingen van het eerste en het tweede lid. » ; 5° er wordt een § 10 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 10.De Vlaamse regering kan de nodige regelen aannemen opdat de overgangsaccreditaties van omgevormde opleidingen die voortkomen uit meerdere oorspronkelijke opleidingen of onderdelen daarvan, of van gezamenlijk gevisiteerde opleidingen, op eenzelfde ogenblik eindigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Desgevallend kan daarbij worden afgeweken van de bepalingen van dit artikel en/of van de in artikel 57, § 2 bedoelde termijn voor de aanvraag om accreditatie. » Artikel V.27 In artikel 125 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, 9° en in § 2, 90 worden de woorden \"c) of d), naar gelang van het geval\" telkens geschrapt;2° in § 3, 9° worden de woorden \"a) of e), naar gelang van het geval\" telkens geschrapt;3° aan § 4 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Deze lijst vermeldt de bestaande opleidingen, de omgevormde opleidingen (graad en kwalificatie), het studiegebied of de studiegebieden waarin een omgevormde opleiding is gerangschikt, de studieomvang van de omgevormde opleidingen, de aard van de omgevormde opleidingen en de onderwijstaal.»; 4° in § 5 worden de woorden \"zoals bedoeld in artikel 61, § 1,\" geschrapt;5° § 7 wordt vervangen door wat volgt : « § 7.In het geval een universiteit mee wil participeren in het aanbieden van een mastersopleiding die voortkomt uit de omvorming van een voortgezette academische opleiding van een universiteit en samen met die universiteit ook de omgevormde opleiding als een gezamenlijke mastersopleiding wil aanbieden, dan wordt die mastersopleiding in hoofde van de participerende universiteit niet beschouwd als een nieuwe opleiding in de zin van artikel 60septies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die universiteit moet die mastersopleiding wel vermelden in de lijst van de omvormingsvoorstellen met uitzondering van de gegevens bedoeld in § 1, 7°. In het geval een hogeschool mee wil participeren in het aanbieden van een bachelors- of mastersopleiding die voorkomt uit de omvorming van een voortgezette opleiding van een hogeschool en samen met die hogeschool de omgevormde opleiding als een gezamenlijke bachelors- of mastersopleiding wil aanbieden dan wordt die bachelors- of mastersopleiding in hoofde van de participerende hogeschool niet beschouwd als een nieuwe opleiding in de zin van artikel 60septies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die hogeschool moet die mastersopleiding wel vermelden in de lijst van de omvormingsvoorstellen met uitzondering van de gegevens bedoeld in § 2, 7° of § 3, 7°. » Artikel V.28 In hetzelfde decreet wordt een artikel 125bis.1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 125bis.1 De gepubliceerde externe beoordeling heeft ten aanzien van een in omvorming zijnde opleiding, vermeld in de lijst bedoeld in artikel 123, § 5, eerste lid en § 6, of in artikel 125, § 4, betrekking op : 1° de oorspronkelijke opleiding, 2° de reeds gerealiseerde delen van de omgevormde opleiding, en 3° de plannen betreffende de omgevormde opleiding, voor zover de externe beoordeling gebeurt op een ogenblik dat de omvorming nog niet volledig is gerealiseerd. De beoordeling stelt het Accreditatieorgaan in staat een accreditatiebesluit te nemen omtrent de omgevormde opleiding. » Artikel V.29 In artikel 126, § 2 en 127, § 3 van hetzelfde decreet worden de woorden \"artikel 61, § 1, laatste alinea\" telkens vervangen door de woorden \"artikel 61, § 2\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.30 Aan artikel 128 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordende woorden \"in vervanging van of\" en de woorden \"op voorwaarde dat de opleidingen vermeld worden in de omvormingslijst bedoeld in artikel 123, § 5\" geschrapt;2° in § 2 worden de woorden \"in vervanging van of\" en de woorden \"op voorwaarde dat de opleidingen vermeld worden in de omvormingslijst bedoeld in artikel 125, § 4\" geschrapt;3° in § 3 worden de woorden \"op voorwaarde dat de opleidingen vermeld worden in de omvormingslijst bedoeld in artikel 123, § 6\" geschrapt. Artikel V.31 Aan artikel 129 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden \"in vervanging van of\" en de woorden \"en op voorwaarde dat de opleidingen vermeld worden in de omvormingslijst bedoeld in artikel 123, § 5\" geschrapt;2° in § 2 worden de woorden \"in vervanging van of\" en de woorden \", op voorwaarde dat de opleidingen vermeld worden in de omvormingslijst bedoeld in artikel 123, § 5\" geschrapt;3° in § 3 worden de woorden \"in vervanging van of\" en de woorden \", en op voorwaarde dat de opleidingen vermeld worden in de omvormingslijst bedoeld in artikel 125, § 4\" geschrapt;4° in § 4 worden de woorden \"in vervanging van of\" en de woorden \"en op voorwaarde dat de opleidingen vermeld worden in de omvormingslijst bedoeld in artikel 125, § 4\" geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.32 Aan artikel 130 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De studenten die vóór 31 december 2003 zijn ingeschreven in een bachelorsopleiding georganiseerd door het in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad gevestigde Vesalius College, kunnen : 1° deze opleiding beëindigen, 2° de graad van bachelor, met of zonder nadere kwalificatie of specificatie verkrijgen;3° de titel van bachelor op rechtmatige wijze voeren in de Vlaamse Gemeenschap.» Artikel V.33 In artikel 133, § 4 en § 5 van hetzelfde decreet worden de woorden \"in de zin van artikel 61\" telkens vervangen door de woorden \"in de zin van artikel 60septies\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.34 In artikel 135 van hetzelfde decreet worden de woorden \"bedoeld in artikel 63\" geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.35 In artikel 138 van hetzelfde decreet worden de woorden \"in titel II van het hogescholendecreet\" vervangen door de woorden \"in titel II van het hogescholendecreet, met uitzondering van de bepalingen van hoofdstuk III,\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.36 In artikel 139 van hetzelfde decreet worden tussen de woorden \"met uitzondering van hoofdstuk 3, afdelingen 1 en 2,\" en de woorden \"hoofdstuk 6\" de woorden \"artikel 95,\" ingevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.37 Aan artikel 158bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten3, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « In afwijking van het eerste lid treedt artikel 157, 2° in werking op 1 januari 2004. » Artikel V.38 De bepalingen van deze titel hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2003 met uitzondering van de artikelen V.1, V.11, V.12, V.13, V.14, V.19, V.20, V.31 en V.35, die in werking treden met ingang van het academiejaar 2004-2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van artikel V.6 en V.24,2° treden in werking op 1 september 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL II. - Wijziging van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap Artikel V.39 In artikel 2 van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap worden volgende wijzigingen aangebracht : in 21° worden na het woord \"studiejaar\" de woorden \"en het afleggen van de daaraan verbonden examens\" ingevoegd; in 27° worden de woorden \"andere graad\" vervangen door de woorden \"andere graad of niveau\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.40 In artikelen 5, 3°, 10, § 1, 3°, 11, § 1, 2°, 188, 2° en 3° worden de woorden \"industriële wetenschappen en technologie\" telkens vervangen door de woorden \"industriële wetenschappen en technologie, en nautische wetenschappen\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.41 In artikel 20octies van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de huidige tekst wordt § 1;2° er wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2.Vanaf het academiejaar 2002-2003 hebben alle personeelsleden van het onderwijs toegang tot de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren. » .</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.42 In artikel 21, eerste lid, van hetzelfde decreet worden na de woorden \"hoger onderwijs\" de woorden \", een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie, met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid,\" ingevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.43 In hetzelfde decreet wordt een artikel 22bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 22bis De inschrijving van een student die niet voldoet aan de decretale en reglementaire toelatingsvoorwaarden, is nietig. Aan de nietige inschrijving wordt geen enkel rechtsgevolg verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, heeft een ingeschreven student die niet voldoet aan de decretale en reglementaire toelatingsvoorwaarden het recht om : 1° examens voor het gevolgde studiejaar af te leggen, en;2° indien hij slaagt, de opleiding verder af te werken en een diploma van die opleiding te verwerven indien hij het verdere traject van de opleiding met goed gevolg heeft beëindigd, indien volgende voorwaarden zijn vervuld : a) de student heeft deelgenomen aan de studieactiviteiten gedurende een termijn van ten minste 60 kalenderdagen, die ingaat de dag na deze van het begin van het academiejaar, respectievelijk van inschrijving, zo de inschrijving na het begin van het academiejaar werd genomen, en;b) het foutief karakter werd door de hogeschool vastgesteld dan wel door een externe instantie aan de hogeschool gemeld na de in a) bedoelde termijn, en;c) de student heeft geen valse verklaringen afgelegd of valse documenten voorgelegd om aannemelijk te maken dat hij aan de decretale voorwaarden voldoet.» Artikel V.44 In artikel 31 van hetzelfde decreet worden de woorden \"en het examengeld\" geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.45 In artikel 32 van hetzelfde decreet wordt het woord \"inschrijvingsgeld\" telkens vervangen door de woorden \"geld voor de deelname aan onderwijsactiviteiten\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.46 In artikel 34 van hetzelfde decreet wordt het woord \"examengeld\" vervangen door de woorden \"geld voor het afleggen van de examens over de onderwijsactiviteiten waarvoor de student ingeschreven is\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.47 In artikel 35 van hetzelfde decreet worden de woorden \"inschrijvings- en examengeld\" vervangen door het woord \"inschrijvingsgeld\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.48 Artikel 74, derde en vierde lid, van hetzelfde decreet worden opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.49 Aan artikel 106 van hetzelfde decreet, opgeheven door het decreet van 20 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten0, wordt opnieuw opgenomen in volgende lezing : « Bij overeenkomst gesloten tussen een instelling van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening en een hogeschool, kan een lid van het personeel van een dergelijke instelling met zijn instemming belast worden met de uitvoering van opdrachten met inbegrip van examens aan deze hogeschool. De overeenkomst bepaalt de termijn van de opdracht en desgevallend de financiële vergoeding die door de hogeschool betaald wordt aan de instelling waartoe het lid van het personeel behoort. » Artikel V.50 Artikel 120 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 120 In afwijking van artikel 117 kan het ambt van werkleider slechts door bevordering of ambtswijziging worden toegewezen. » Artikel V.51 Artikel 123 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 123 Doctor-assistenten worden aangesteld voor maximaal twee termijnen van ten hoogste drie jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanstelling voor de tweede periode kan slechts na een gunstige evaluatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doctor-assistenten die op het einde van het academiejaar 2003-2004 in dienst zijn, kunnen na het beëindigen van de lopende aanstelling, voor één bijkomende periode van ten hoogste drie jaar aangesteld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van zwangerschap of langdurige en ernstige ziekte tijdens de eerste of tweede termijn van het mandaat worden de doctor-assistenten voor een bijkomende termijn van één jaar aangesteld. » Artikel V.52 Aan artikel 130, tweede lid van hetzelfde decreet wordt een 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° Bij externe werving als hoofdpraktijklector of als hoofdlector : - ten minste vier jaar nuttige beroepservaring buiten het onderwijs verworven hebben, - of ten minste twee jaar dienstanciënniteit verworven hebben als praktijklector of als lector in een andere hogeschool. » Artikel V.53 Artikel 136, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten2, wordt vervangen door wat volgt : « § 3. Het personeelslid dat gedurende 10 jaren belast was met het mandaat van departementshoofd of bibliothecaris, verwerft bij beëindiging van zijn mandaat de salarisschaal zoals bedoeld in § 1 definitief en behoudt deze salarisschaal als het zijn betrekking op de personeelsformatie opnieuw opneemt. » Artikel V.54 In artikel 137, § 1, worden de woorden \"algemeen directeur\" vervangen door de woorden \"algemeen directeur, lid van het onderwijzend personeel,\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.55 Aan artikel 158 van hetzelfde decreet wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3. Na een mandaatsperiode van tien jaar wordt de salarisschaal zoals bedoeld in § 1 definitief en behoudt het personeelslid deze salarisschaal wanneer het zijn betrekking op de personeelsformatie weer opneemt. » Artikel V.56 In hetzelfde decreet wordt een artikel 158bis toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 158bis § 1. De bezoldiging van de algemeen directeur, lid van het administratief en technisch personeel, bestaat uit : 1° ofwel een mandaatsvergoeding gelijk aan het verschil tussen het salaris van gewoon hoogleraar, berekend rekening houdend met de door het personeelslid verworven geldelijke anciënniteit, en het salaris waarop het personeelslid ingevolge zijn betrekking op de personeelsformatic recht heeft, en toe te voegen aan dit salaris;2° ofwel het salaris van gewoon hoogleraar. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het mandaat van het personeelslid dat belast was met de functie van algemeen directeur beëindigd is, en wanneer het zijn betrekking op de personeelsformatie weer opneemt, krijgt het opnieuw de salarisschaal verbonden aan deze betrekking en vervalt het recht op de vergoeding bedoeld in § 1. § 3. Het personeelslid dat gedurende 10 jaren belast was met het mandaat van algemeen directeur, verwerft bij beëindiging van zijn mandaat de salarisschaal zoals bedoeld in § 1 definitief en behoudt deze salarisschaal als het zijn betrekking op de personeelsformatie opnieuw opneemt. » Artikel V.57 In artikel 165, derde lid, van hetzelfde decreet wordt het woord \"academiejaar\" vervangen door het woord \"jaar\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.58 Artikel 183bis, § 3, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Het onderwijsontwikkelingsplan dient in voorkomend geval door de associatie waarvan de hogeschool deel uitmaakt, positief te worden géadviseerd. De aanvullende middelen bedoeld in § 1 kunnen ook besteed worden aan projecten van onderwijskundige en inhoudelijke vernieuwing van het onderwijs binnen de associatie met inbegrip van de academisering van het hoger onderwijs van twee cycli. » Artikel V.59 In artikel 190 van hetzelfde decreet wordt § 6, eerste zin, ingevoegd bij het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten2, vervangen door wat volgt : « § 6.Voor de berekening van het aantal studenten, zoals bedoeld in § 1 en § 2 wordt in 2003 het gemiddeld aantal financierbare studenten op 1 februari 2000,1 februari 2001 en 1 februari 2002 in aanmerking genomen en wordt vanaf 2004 het gemiddeld aantal financierbare studenten op 1 februari 2001,1 februari 2002 en 1 februari 2003 in aanmerking genomen. Voor de berekening van het aantal studenten, zoals bedoeld in § 3 wordt het gemiddeld aantal financierbare studenten op 1 februari 2001, 1 februari 2002 en 1 februari 2003 in aanmerking genomen. » Artikel V.60 Aan artikel 190bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De Vlaamse regering draagt jaarlijks bij in de financiering van het projectmatig wetenschappelijk onderzoek in het hoger professioneel onderwijs van de hogescholen.»; 2° in § 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « Deze middelen worden verdeeld volgens het aantal financierbare studenten in de opleidingen van het hoger professioneel onderwijs op 1 februari 2001, 1 februari 2002 en 1 februari 2003.»; 3° in § 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De Vlaamse regering draagt jaarlijks bij in de financiering van projecten van hogescholen, die een versterking inhouden van het projectmatig wetenschappelijk onderzoek van het hoger professioneel onderwijs.» Artikel V.61 In artikel 193 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten2, worden de woorden \"gemiddeld studentenaantal op 1 februari 2001, op 1 februari 2002 en op 1 februari 2003\" vervangen door de woorden \"gemiddeld aantal financierbare studenten op 1 februari 2000, op 1 februari 2001 en op 1 februari 2002 in 2003 en vanaf 2004 berekend op basis van het gemiddeld aantal financierbare studenten op 1 februari 2001, 1 februari 2002 en 1 februari 2003\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.62 In artikel 216 van hetzelfde decreet wordt het derde streepje opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.63 In artikel 225 wordt het tweede lid opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.64 Artikel 233 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 1996, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 233 De hogescholen voeren betreffende alle voorzieningen van de instelling een algemene boekhouding door middel van een stelsel van boeken en rekeningen met inachtneming van de gebruikelijke regels van het dubbel boekhouden en een aangepaste analytische boekhouding. De boekhouding omvat alle verrichtingen, bezittingen, vorderingen, schulden en verplichtingen van welke aard ook. De Vlaamse regering legt een boekhoudkundig schema vast. De boekhouding wordt voorgelegd aan een bedrijfsrevisor. De bedrijfsrevisor kan rechtstreeks briefwisseling voeren met de commissaris van de Vlaamse regering bij de hogeschool over de boekhouding en rekeningen van de hogeschool. Hij brengt het hogeschoolbestuur hiervan op de hoogte. » Artikel V.65 In artikel 243, § 3 van hetzelfde decreet worden de woorden \"zes jaar\" vervangen door de woorden \"vier jaar\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.66 In artikel 262 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° bepaalt het reglement van de departementsraad, inclusief de procedure voor verkiezing van de leden van deze departementsraad;»; 2° in het eerste lid wordt 8° vervangen door wat volgt : « 8° benoemt het onderwijzend personeel en het leidinggevend administratief en technisch personeel en kent de ambtswijzigingen en bevorderingen van dit personeel toe;»; 3° in het eerste lid wordt 9° vervangen door wat volgt : « 9° stelt, na advies van de departementsraad van het betrokken departement, de departementshoofden aan voor een hernieuwbare termijn van vier academiejaren en bepaalt onder welke voorwaarden de departementshoofden de vergaderingen van de raad van bestuur kunnen bijwonen;»; 4° in het eerste lid wordt aan 14° volgende zinsnede toegevoegd : « ;de fusieovereenkomst kan de vertegenwoordiging van de inrichtende macht(en) bedoeld in artikel 254, tweede lid wijzigen; »; 5° aan het tweede lid wordt volgende zinsnede toegevoegd : « en hoe er bij hem verslag wordt uitgebracht over het uitoefenen van deze gedelegeerde bevoegdheden.» Artikel V.67 Artikel 263, § 2 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In spoedeisende omstandigheden neemt de voorzitter de beslissingen die zich opdringen. De beslissingen worden op de eerstvolgende vergadering van de raad van bestuur ter kennisgeving voorgelegd. » Artikel V.68 In artikel 266, § 5 van hetzelfde decreet wordt de derde, tevens laatste zin opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.69 In artikel 268 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° 5° wordt vervangen door wat volgt : « 5° het benoemen van het niet-leidinggevend administratief en technisch personeel en het toekennen van de ambtswijzigingen en bevorderingen van dit personeel;»; 2° 6° wordt vervangen door wat volgt : « 6° de tijdelijke aanstelling van het onderwijzend personeel;»; 3° er wordt een 8° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 8° het sluiten van de samenwerkingsakkoorden bedoeld in artikel 278, 10°;».</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.70 Aan artikel 269 van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « In spoedeisende omstandigheden neemt de voorzitter de beslissingen die zich opdringen. De beslissingen worden op de eerstvolgende vergadering van het bestuurscollege ter kennisgeving voorgelegd. » Artikel V.71 Aan de tweede zin van artikel 275 van hetzelfde decreet wordt een zinsnede toegevoegd, die luidt als volgt : « aangesteld overeenkomstig artikel 262, eerste lid, 9° ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.72 In artikel 276 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden l°, 2° en 3° hernummerd als 2°, 3° en 4°;2° aan het eerste lid wordt een nieuw l° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 1° het departementshoofd;»; 3° in het overeenkomstig 1° hernummerde 4° van het eerste lid worden de woorden \"vertegenwoordigers bedoeld in 1° en 2°\" vervangen door de woorden \"vertegenwoordigers bedoeld in 2° en 3°\";4° in het derde lid worden tussen de woorden \"leden van de departementsraad,\" en \"wordt terzelfder tijd\" de woorden \"bedoeld onder het eerste lid, 2° en 3°\" ingevoegd;5° § 2 wordt opgeheven. Artikel V.73 Artikel 277 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 277 Het departementshoofd is de voorzitter van de departementsraad en heeft van rechtswege stemrecht. » Artikel V.74 In artikel 278 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden \"In het bijzonder is de departementsraad belast met :\" worden vervangen door de woorden \"In het bijzonder is de departementsraad, met inachtname van artikel 262, eerste lid, 8° en 268, 6°, 7° en 8°, belast met 2° 1° wordt vervangen door wat volgt : « 1° het doen van voorstellen inzake de aanstelling en benoeming van het onderwijzend personeel 3° 10° wordt vervangen door wat volgt : « 10° het doen van voorstellen inzake het sluiten van samenwerkingsakkoorden;»; 4° 12° wordt vervangen door wat volgt : « 12° het doen van voorstellen inzake het toekennen van ambtswijzigingen en bevorderingen voor het personeel toegewezen aan het departement;».</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.75 Aan Titel V, Hoofdstuk I, Afdeling 2, Onderafdeling 5 van hetzelfde decreet wordt een artikel 279bis toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 279bis In geval de raad van bestuur, bij een meerderheid van drie vierden van de uitgebrachte stemmen, vaststelt dat een departementsraad niet meer behoorlijk werkt, kan hij het bestuurscollege machtigen om een tijdlang de bevoegdheden van die departementsraad uit te oefenen. Het bestuurscollege brengt hierover verslag uit op de raad van bestuur. » Artikel V.76 Artikel 296, tweede lid, 2°, van hetzelfde decreet wordt de tekst van 2° vervangen door wat volgt : « 2° de helft vertegenwoordigers van het personeel, verkozen door en onder leden van het personeel verbonden aan het departement, met uitzondering van het departementshoofd.De kandidaten dienen op het ogenblik van de verkiezing te minste twee jaar een betrekking in de hogeschool te hebben bekleed. » Artikel V.77 In hetzelfde decreet wordt een artikel 337bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 337bis De leden van het administratief personeel die een door de Vlaamse regering nader te omschrijven politiek mandaat hebben uitgeoefend in de periode tussen 1 januari 1996 en de inwerkingtredingsdaturn van het besluit van de Vlaamse regering dat het politiek voor de leden van het administratief en technisch personeel dient te regelen, worden geacht een politiek verlof overeenkomstig de bepalingen van genoemd besluit te hebben opgenomen. » Artikel V.78 De bepalingen van deze titel treden als volgt in werking : 1° artikelen V.39, 2° V.54, V.55, V.56, V.65 en V.77 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 1996; 2° artikelen V.49 heeft uitwerking met ingang van 1 september 1996; 3° artikelen V.42 en V.43 hebben uitwerking met ingang van het academiejaar 2001-2002; 4° artikel V.41 heeft uitwerking met ingang van het academiejaar 2002-2003; 5° artikel V.40 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003; 6° artikelen V.48, V. 51, V.53, V.57, V.58, V.59, V.60, V.61 en V.76 hebben uitwerking met ingang van 1 oktober 2003; 7° artikel V.64 treedt in werking op 1 januari 2004; 8° artikelen V.66 tot en met V.75 treden in werking met ingang van 1 april 2004; 9° artikelen V.39, 1°, V.44, V.45, V.46, V.47 en V.63 treden in werking met ingang van het academiejaar 2004-2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL III. - Wijzigingen betreffende de universiteiten HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit nr. 542 van 31 maart 1987 houdende organisatie, de werking en het beheer van de rijksuniversitaire ziekenhuizen van Gent en Luik Artikel V.79 Aan artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 542 van 31 maart 1987 houdende organisatie, de werking en het beheer van de rijksuniversitaire ziekenhuizen van Gent en Luik, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994, 8 juli 1996 en 7 december 2001, wordt een § 11 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 11. De raad van het bestuur van het Universitair Ziekenhuis Gent is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten met andere ziekenhuizen met betrekking tot de zorgverstrekking en de opleiding van artsen en artsen-specialisten, de raad van de Faculteit van de Universiteit Gent die instaat voor de organisatie van de opleiding geneeskunde gehoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Universitair Ziekenhuis Gent wordt gemachtigd om : 1° toe te treden tot een vereniging die tot doel heeft ziekenhuizen of gezondheidsvoorzieningen te beheren, zoals bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;2° toe te treden tot een vereniging met het oog op de gehele of gedeeltelijke exploitatie van een ziekenhuis of van een ziekenhuisgebonden activiteit of gezondheidsvoorzieningen, zoals bedoeld in hoofdstuk XIIbis van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;3° toe te treden tot een vereniging zonder winstoogmerk die tot doel heeft ziekenhuizen of gezondheidsvoorzieningen te beheren of uit te baten of een dergelijke vereniging mede op te richten. Het UZ Gent kan daartoe de noodzakelijke inbreng doen in de vorm van voorschotten, kapitaal en materiële of immateriële activa. » HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap Artikel V.80 In artikel 34, eerste lid, van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij het decreet van 20 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten0, worden na de woorden \"één cyclus\" de woorden \", een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid\" ingevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.81 In hetzelfde decreet wordt een artikel 34bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 34bis De inschrijving van een student die niet voldoet aan de decretale en reglementaire toelatingsvoorwaarden, is nietig. Aan de nietige inschrijving wordt geen enkel rechtsgevolg verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, heeft een ingeschreven student die niet voldoet aan de decretale en reglementaire toelatingsvoorwaarden het recht om : 1° examens voor het gevolgde studiejaar af te leggen, en;2° indien hij slaagt, de opleiding verder af te werken en een diploma van die opleiding te verwerven indien hij het verdere traject van de opleiding met goed gevolg heeft beëindigd, indien volgende voorwaarden zijn vervuld : a) de student heeft deelgenomen aan de studieactiviteiten gedurende een termijn van ten minste 60 kalenderdagen, die ingaat de dag na deze van het begin van het academiejaar, respectievelijk van inschrijving, zo de inschrijving na het begin van het academiejaar werd genomen, en b) het foutief karakter werd door de universiteit vastgesteld dan wel door een externe instantie aan de universiteit gemeld na de in a) bedoelde termijn, en c) de student heeft geen valse verklaringen afgelegd of valse documenten voorgelegd om aannemelijk te maken dat hij aan de decretale voorwaarden voldoet.» Artikel V.82 Aan artikel 65 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/10/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/12/2000 numac 2000036221 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XII-Ensor sluiten, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Naast de academische taken bedoeld in het eerste lid kan het universiteitsbestuur de leden van het zelfstandig academisch personeel ook belasten met organisatorische, coördinerende of administratieve taken. » Artikel V.83 Aan artikel 80 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 1994, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Bij overeenkomst gesloten tussen een instelling van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening en een universiteit, kan een lid van het personeel van een dergelijke instelling met zijn instemming belast worden met de uitvoering van opdrachten met inbegrip van het afnemen van examens aan deze universiteit. De overeenkomst bepaalt de inhoud en de termijn van de opdracht en desgevallend de financiële vergoeding die door de universiteit betaald wordt aan de instelling waartoe het lid van het personeel behoort. » Artikel V.84 Artikel 91, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII sluiten en gewijzigd bij het decreet van 20 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Het universiteitsbestuur kan in geval van eerste benoeming tot lid van het zelfstandig academisch personeel de personen aanstellen in een tijdelijk dienstverband als lid van het zelfstandig academisch personeel voor een periode van ten hoogste drie jaar met uitzicht op een vaste benoeming zonder nieuwe vacature, indien het universiteitsbestuur de prestaties van de betrokkene gunstig beoordeelt. » Artikel V.85 In artikel 92, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 27 januari 1993, wordt de tweede zin vervangen door wat volgt : « In het geval van zwangerschap of langdurige en ernstige ziekte tijdens de eerste, de tweede of de derde termijn van het mandaat worden de assistenten voor een bijkomende termijn van één jaar aangesteld. » Artikel V.86 Aan artikel 94 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1999 numac 1999035737 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 116quinquies van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/07/1999 numac 1999035772 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 257 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 sluiten, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « In geval van zwangerschap of langdurige en ernstige ziekte tijdens de eerste of de tweede termijn van het mandaat worden de doctor-assistenten voor een bijkomende termijn van één jaar aangesteld. » Artikel V.87 Aan artikel 95, derde lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1999 numac 1999035737 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 116quinquies van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/07/1999 numac 1999035772 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 257 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 sluiten, wordt de volgende zin toegevoegd : « De heroverweging van de inschalingsanciënniteit moet uitdrukkelijk en grondig gemotiveerd zijn. » Artikel V.88 Artikel 99 van hetzelfde decreet, opgeheven door het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1999 numac 1999035737 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 116quinquies van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/07/1999 numac 1999035772 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 257 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 sluiten, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing : \"Artikel 99 Voor de toepassing van artikel 95, tweede lid, en artikel 97, eerste lid, bepaalt het universiteitsbestuur de algemene bezoldigingsvoorschriften. » Artikel V.89 Aan artikel 130ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 1994 en vervangen bij het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 wordt de laatste zin vervangen door volgende zinnen « Het onderwijsontwikkelingsplan dient in voorkomend geval door de associatie waarvan de universiteit deel uitmaakt, positief te worden geadviseerd.De aanvullende middelen bedoeld in § 1 kunnen ook besteed worden aan projecten van onderwijskundige en inhoudelijke vernieuwing van het onderwijs binnen de associatie met inbegrip van de academisering van het hoger onderwijs van twee cycli. »; 2° er wordt een § 9 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 9.De aanvullende middelen die in het begrotingsjaar 2002 bij wijze van convenants aan de universiteiten werden toegekend, alsook de aanvullende middelen bedoeld in § 1 die aan de universiteiten worden toegekend, worden niet beschouwd als werkingsuitkering en worden geboekt op de afdeling IV onderzoeksfondsen en wetenschappelijke dienstverlening, onderafdeling Andere Onderzoeksfondsen. » Artikel V.90 De § 5 die bij artikel V. 36 van het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten1 betreffende het onderwijs XIV aan artikel 140ter van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap werd toegevoegd, wordt hernummerd als § 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De § 5 die bij artikel V.39 van het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten1 betreffende het onderwijs XIV aan artikel 140ter van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap werd toegevoegd, wordt hernummerd als § 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.91 Aan artikel 161 van hetzelfde decreet, vervangen door de decreten van 27 januari 1993 en 4 april 2003, wordt de volgende zin toegevoegd : « De Vlaamse regering legt het boekhoudschema vast. » Artikel V.92 De § 9 die bij artikel V.37 van het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten1 betreffende het onderwijs XIV aan artikel 169quater van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap werd toegevoegd, wordt hernummerd als § 11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.93 In artikel 182, zesde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 juli 1996 worden de woorden \"eerste en tweede lid\" vervangen door de woorden \"eerste tot en met vierde lid\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.94 Aan artikel 188 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 27 januari 1993 en 18 mei 1999, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De bedragen van de bezoldigingen, de toelagen en de vergoedingen waarvan sprake in artikel 104 van dit decreet en in artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 27 februari 1992 houdende vaststelling van de loopbaanstructuur en van het bezoldigingsstatuut van het administratief en technisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap verwijzen met ingang van 1 januari 1993 tot en met 31 december 1999 naar de bedragen zoals die op het ogenblik van de toekenning ervan vermeld werden in het Vlaams personeelsstatuut. » HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1999 numac 1999035737 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 116quinquies van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/07/1999 numac 1999035772 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 257 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 sluiten betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening Artikel V.95 Aan artikel 14,2° van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1999 numac 1999035737 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 116quinquies van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/07/1999 numac 1999035772 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 257 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 sluiten betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt « De instellingen kunnen aan de personeelsleden van de universiteiten of hogescholen die op grond het vorenstaande ingezet worden voor de uitvoering van onderwijs, onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening een persoonlijke vergoeding toekennen voor de geleverde prestaties. » HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtredingsbepaling Artikel V.96 De bepalingen van deze titel treden als volgt in werking : 1° artikelen V.82 en V.83 hebben uitwerking met ingang van 1 oktober 1991; 2° artikel V.94 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1993; 3° artikel V.84 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 1997; 4° artikel V.87 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 1999; 5° artikelen V.89, 2°, V.90 en V.92 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2002; 6° artikel V.89, 1° heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003; 7° artikelen V.80, V.83, V.85, V.86, V.88 en V.95 treden in werking op 1 oktober 2003; 8° artikelen V.79 en V.91 treden in werking op 1 januari 2004.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL IV. - Wijzigingen aan het</h3>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 7 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/08/1998 numac 1998035966 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap 7 JULI 1998 - Decreet houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst sluiten betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad Artikel V.97 In artikel 2 van het decreet van 7 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/08/1998 numac 1998035966 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap 7 JULI 1998 - Decreet houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst sluiten betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad worden de woorden \"instelling van openbaar nut\" tweemaal vervangen door de woorden \"stichting van openbaar nut\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.98 In artikel 4 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt de tweede zin opgeheven;2° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.De algemene vergadering legt bij reglement de samenstelling van de raad van beheer vast. Zij bepaalt de procedure van aanduiding van de leden van de raad van beheer, de duur van het mandaat en de wijze van aanduiding van voorzitter, ondervoorzitter, penningmeester en secretaris. Zolang dit reglement niet is vastgelegd, blijft de bestaande wijze van aanduiding, samenstelling en duur van mandaat van toepassing. » TITEL V. - Wijziging aan het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten1 betreffende het Onderwijs XIV Artikel V.99 In artikel V23, 2°, van het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten1 betreffende het Onderwijs XIV worden de woorden \"1 september 1996\" vervangen door de woorden \"1 januari 1996\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.100 Artikel V.99 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1996.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL VI. - De regularisatie van sommige diploma's en graden Artikel V.101 De volgende diploma's en graden in het hoger onderwijs worden geacht rechtmatig te zijn uitgereikt door de Evangelische Theologische Faculteit te Heverlee (voorheen het Bijbelinstituut) of door de Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel : 1° getuigschrift van studiën gedaan met het oog op het godsdienstonderricht uitgereikt na vier jaar studie;2° diploma voor het protestants godsdienstonderricht in de lagere graad;3° gegradueerde in de godsdienstwetenschappen;4° geaggregeerde voor het protestants godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs. Deze bepaling geldt tot het einde van het academiejaar 2006-2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studenten die in het academiejaar 2006-2007 niet slaagden voor de examens van het studiejaar leidend tot één van de in het eerste lid bedoelde diploma's en graden, kunnen evenwel nog een rechtmatig afgeleverd diploma, respectievelijk een rechtmatig afgeleverde graad behalen in het academiejaar 2007-2008.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.102 Artikel V.101 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 1964.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL VI. - Bijzondere begeleidende maatregelen inzake onderzoek en samenwerking TITEL I. - Wijzigingen aan het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap Artikel VI.1 In artikel 169ter van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap worden volgende wijzingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid worden de woorden \"personeelsleden van de universiteit en van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek alsook door de houders van een beurs toegekend door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, het Vlaams Instituut voor de Bevordering van het Wetenschappelijk-Technologisch Onderzoek in de industrie of een Vlaamse universiteit\" vervangen door de woorden \"bezoldigde personeelsleden\" en worden de woorden \"andere personen\" vervangen door de woorden \"vrijwillige onderzoekers\" 2° aan § 1 worden een derde en een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt : « Onder bezoldigd personeelslid wordt verstaan : a) een lid van het academisch personeel, b) een bursaal werkzaam binnen de universiteit of een door de universiteit bezoldigde wetenschappelijke medewerker of c) een beleidsondersteunend of technisch personeelslid van de universiteit. In de gevallen bedoeld onder b) en c) wordt geen rekening gehouden met aanwezigheid of afwezigheid van enige supervisie op het onderzoek, de aard van de tewerkstelling of de herkomst van de bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder vrijwillige onderzoeker wordt verstaan een persoon die van de universiteit geen vergoeding ontvangt, dan wel een vergoeding die overeenkomstig de wetgeving op de sociale zekerheid geen aanleiding geeft tot enige bijdrageplicht. »; 3° in § 4, tweede lid worden tussen de woorden \"tot gebruik ervan voor\" en \"wetenschappelijke doeleinden\" de woorden \"onderwijskundige of\" ingevoegd;4° er wordt een § Ibis toegevoegd, die luidt als volgt : « § 7bis.De in dit artikel omschreven rechten en plichten van de universiteit kunnen op algemene of individuele basis worden toegekend aan : 1° op grond van het algemeen onderzoeks- en samenwerkingsreglement van de associatie a) de associatie, of b) een dienst zonder rechtspersoonlijkheid onder het gezag van de associatie, of c) een dienst met rechtspersoonlijkheid onder het toezicht van de associatie.2° op grond van een beslissing van het universiteitsbestuur a) een dienst zonder rechtspersoonlijkheid onder het gezag van de universiteit, of b) een dienst met rechtspersoonlijkheid onder het toezicht van de universiteit.».</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL II. - Wijzigingen aan het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap Artikel VI.2 In Titel IV van hetzelfde decreet wordt een Hoofdstuk IIIbis, bestaande uit artikel 215bis, toegevoegd, dat luidt als volgt : \"HOOFDSTUK IIIbis. - Vermogensrechten op vindingen aan hogescholen Artikel 215bis § 1. De vermogensrechten op vindingen die, in het kader van hun onderzoekstaken, gedaan worden door bezoldigde personeelsleden, komen uitsluitend toe aan de hogeschool. In dezelfde lijn verkrijgt de hogeschool eveneens de vermogensrechten op vindingen gedaan door vrijwillige onderzoekers die aan de hogeschool onderzoek verrichten voor zover deze overdracht van rechten in een schriftelijke overeenkomst met deze personen wordt bevestigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder vindingen wordt verstaan potentieel octrooieerbare uitvindingen, kweekproducten, tekeningen en modellen, topografieën van halfgeleiderproducten, computerprogramma's en databanken die, met het oog op een industriële of landbouwkundige toepassing voor commerciële doeleinden aanwendbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder bezoldigd personeelslid wordt verstaan : a) een lid van het onderwijzend personeel, b) een bursaal werkzaam binnen de hogeschool of een door de hogeschool bezoldigde wetenschappelijke medewerker of c) een beleidsondersteunend of technisch personeelslid van de hogeschool. In de gevallen bedoeld onder b) en c) wordt geen rekening gehouden met aanwezigheid of afwezigheid van enige supervisie op het onderzoek, de aard van de tewerkstelling of de herkomst van de bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder vrijwillige onderzoeker wordt verstaan een persoon die van de hogeschool geen vergoeding ontvangt, dan wel een vergoeding die overeenkomstig de wetgeving op de sociale zekerheid geen aanleiding geeft tot enige bijdrageplicht. § 2. De onderzoeker heeft de plicht om zijn vinding voor elke andere vorm van bekendmaking aan te melden aan de binnen de hogeschool bevoegde dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op de bescherming van haar rechten kan de hogeschool op een redelijke wijze en gedurende een termijn van maximum 12 maanden, de vrijheid van openbaarmaking van de onderzoeker beperken. § 3. De hogeschool heeft het uitsluitend recht tot exploitatie van de vinding. Bij die exploitatie ziet de hogeschool er op toe dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid tot gebruik van de onderliggende onderzoeksresultaten voor doeleinden van onderwijs en onderzoek. Bij de exploitatie neemt zij tevens de mogelijke aantrekking van activiteiten naar de hogeschool of haar regio in overweging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderzoeker heeft het recht om geïnformeerd te worden over de stappen die de hogeschool onderneemt met betrekking tot de juridische bescherming en exploitatie van zijn vinding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderzoeker heeft het recht op een bij een intern reglement vastgesteld of overeengekomen billijk aandeel in de geldelijke opbrengsten die de hogeschool verwerft uit de exploitatie van de vinding. § 4. De hogeschool kan haar rechten op vindingen op een algemene of individuele basis overdragen aan de onderzoeker doch zij behoudt steeds een onvervreemdbaar, niet-exclusief en kosteloos recht tot gebruik ervan voor onderwijskundige of wetenschappelijke doeleinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hogeschool kan eveneens een aandeel bedingen in de opbrengsten die de onderzoeker uit de exploitatie van die rechten verwerft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in § 5, beschikt de onderzoeker over de mogelijkheid om de rechten op zijn vinding op te eisen indien de hogeschool, zonder geldige reden, nalaat de vinding binnen een redelijke termijn en uiterlijk binnen de drie jaar na de datum van aanmelding bedoeld in § 2 te exploiteren. § 5. Indien voor het verwerven van een bescherming van de vinding, formaliteiten moeten vervuld worden of termijnen moeten nageleefd worden en de hogeschool nalaat daartoe de nodige stappen te zetten binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de aanmelding, komen, behoudens andersluidende afspraken tussen de onderzoeker en de hogeschool, de rechten op de vinding, met inbegrip van de exploitatierechten, toe aan de onderzoeker, onverminderd het in § 4 omschreven wetenschappelijk gebruiks- en vergoedingsrecht van de hogeschool.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de hogeschool tijdig de vereiste formaliteiten vervult, streeft zij nadien een geografische bescherming en exploitatie van de vinding na. In voorkomend geval, deelt zij uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van het Unionistisch recht van voorrang (Verdrag van Parijs) schriftelijk aan de onderzoeker mee voor welke landen bescherming wordt gevraagd. In de overblijvende landen verkrijgt de onderzoeker onmiddellijk het recht om zelf bescherming aan te vragen alsook om, overeenkomstig de gemaakte afspraken tussen de hogeschool en de onderzoeker, de vinding te exploiteren. § 6. Het hogeschoolbestuur stelt een intern reglement vast waarin de concrete modaliteiten voor de toepassing van de bepalingen van dit artikel nader worden uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hogeschoolbestuur houdt hierbij rekening met de bij of krachtens de wet, het decreet of de Europese regelgeving vastgestelde voorwaarden met betrekking tot de eigendom en exploitatie van intellectuele eigendomsrechten. § 7. Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid dat de hogeschool onderzoeksovereenkomsten en dienstverleningscontracten met derden sluit overeenkomstig het decreet van 22 februari 1995 betreffende de wetenschappelijke of maatschappelijke dienstverlening door de universiteiten of de hogescholen en betreffende de relaties van de universiteiten en hogescholen met andere rechtspersonen. § 8. De in dit artikel omschreven rechten en plichten van de hogeschool kunnen op algemene of individuele basis worden toegekend aan : op grond van het algemeen onderzoeks- en samenwerkingsreglement van de associatie : a) de associatie, of b) de universiteit binnen de associatie, c) een dienst zonder rechtspersoonlijkheid onder het gezag van de associatie of de universiteit, of d) een dienst met rechtspersoonlijkheid onder het toezicht van de associatie of de universiteit.2° op grond van een beslissing van het hogeschoolbestuur : a) een dienst zonder rechtspersoonlijkheid onder het gezag van de hogeschool, of b) een dienst met rechtspersoonlijkheid onder het toezicht van de hogeschool.» TITEL III. - Wijzigingen aan het decreet van 22 februari 1995 betreffende de wetenschappelijke of maatschappelijke dienstverlening door de universiteiten of de hogescholen en betreffende de relaties van de universiteiten en de hogescholen met andere rechtspersonen Artikel VI.3 In artikel 9 van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de wetenschappelijke of maatschappelijke dienstverlening door de universiteiten of de hogescholen en betreffende de relaties van de universiteiten en de hogescholen met andere rechtspersonen, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1999 numac 1999035737 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 116quinquies van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/07/1999 numac 1999035772 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 257 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 sluiten worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden \"industriële valorisatie\" worden vervangen door de woorden \"valorisatie\";2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Een spin-offbedrijf neemt de vorm aan van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.» Artikel VI.4 In hetzelfde decreet wordt het opschrift van Hoofdstuk III vervangen door wat volgt : « Deelname in spin-offondersteunende bedrijven ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel VI.5 In artikel 20, van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Een universiteit of hogeschool kan als rechtspersoon slechts deelnemen in de in § 2, § 3 en § 4 bedoelde spin-offondersteunende bedrijven op grond van een formele beslissing van het universiteits- of hogeschoolbestuur en met inachtname van het beoordelingskader bedoeld in artikel 101bis, 5°, a) van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten2 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo de universiteit of hogeschool niet behoort tot een associatie, wordt de formele beslissing van het universiteits- of hogeschoolbestuur genomen op grond van een intern reglement, dat vertrekt vanuit het gegeven dat dergelijke deelname slechts aangewezen is indien de vooropgestelde doelstellingen niet even efficiënt en effectief nagestreefd kunnen worden door de instelling zelf of door middel van een overeenkomst. »; 2° in § 2 wordt het woord \"ook\" geschrapt;3° er wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt \"§ 5. Spin-offondersteunende bedrijven nemen de vorm aan van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. » Artikel VI.6 Artikel 21, 23, 24 en 26 van hetzelfde decreet worden opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel VI.7 In artikel 22 van hetzelfde decreet worden de woorden \"V.Z.W.'s of andere rechtspersonen\" vervangen door de woorden \"Spin-offondersteunende bedrijven\".</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL IV. - Wijzigingen aan het</h3>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten2 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen Artikel VI.8 In Titel I van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten2 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen wordt een Hoofdstuk Vbis ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK Vbis. - Deelname in rechtspersonen Artikel 95bis § 1. Hogescholen en universiteiten kunnen op grond van een formele beslissing van het instellingsbestuur deelnemen in volgende rechtspersonen : 1° de spin-off bedrijven en spin-offondersteunende bedrijven, bedoeld in het decreet van 22 februari 1995 betreffende de wetenschappelijke of maatschappelijke dienstverlening door de universiteiten of de hogescholen en betreffende de relaties van de universiteiten en de hogescholen met andere rechtspersonen;2° de in artikel 101bis, 2° bedoelde voor valorisatie bevoegde dienst;3° de instanties bedoeld in artikel 101bis, 3°, a), artikel 169ter, § 7bis van het universiteitendecreet en artikel 215bis, § 8 van het hogescholendecreet;4° de rechtspersonen zonder winstoogmerk die het beheer of de coördinatie van sociale voorzieningen tot doel hebben;5° de rechtspersonen zonder winstoogmerk met een maatschappelijk doel gericht op onderzoek, de organisatie of coördinatie van contractonderwijs, sociaal-culturele dienstverlening of de organisatie of coördinatie van administratieve diensten of dienstverlening. De bepalingen van het eerste lid doen geen afbreuk aan : 1° de bepalingen van Hoofdstuk VI;2° de mogelijkheid om effecten aan te houden in de zin van artikel 2 van de wet van 22 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/05/2003 numac 2003003328 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten sluiten betreffende de openbare aanbiedingen van effecten. § 2. Instellingsbesturen kunnen een personeelslid met zijn instemming belasten met een taak bij de in § 1, eerste lid bedoelde rechtspersonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betrokken personeelslid blijft gedurende de opdracht juridisch en administratief behoren tot de terbeschikkingstellende hogeschool of universiteit. § 3. Aan een in § 1, eerste lid bedoelde rechtspersoon kan een gebruiksrecht worden toegekend op lokalen, infrastructuur, diensten of personeel van de hogeschool of de universiteit. Dit gebruiksrecht moet het voorwerp uitmaken van een overeenkomst tussen het instellingsbestuur en de rechtspersoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid bedoelde gebruiksrecht kan niet in een rechtspersoon worden ingebracht. § 4. De in § 1, eerste lid bedoelde rechtspersonen leggen de jaarrekeningen en jaarverslagen ter kennisgeving aan het instellingsbestuur voor. Deze verplichting doet geen afbreuk aan eventuele bijkomende of zwaardere rapporteringsverplichtingen die door bijzondere regelgeving of op grond van een overeenkomst worden opgelegd. § 5. Indien de rechtspersonen waarin hogescholen en universiteiten deelnemen, niet voldoen aan de bij of krachtens decreet gestelde voorwaarden : 1° ontzegt het instellingsbestuur aan deze rechtspersoon elk gebruik van lokalen, infrastructuur, diensten en personeel, en 2° neemt het instellingsbestuur de nodige maatregelen opdat de hogeschool of de universiteit zich uit de rechtspersoon terugtrekt, behoudens indien de onregelmatigheid onverwijld kan worden rechtgezet. § 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder \"deelnemen\" verstaan : 1° een rechtspersoon oprichten, of 2° een participatie in een rechtspersoon verwerven of houden, of 3° zich in een rechtspersoon laten vertegenwoordigen.» Artikel VI.9 In Titel I, Hoofdstuk VI, Afdeling 3 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° de tekst van artikel 100 en 101 zal \"Onderafdeling 1.Algemene bevoegdheden\" vormen; 2° er wordt een Onderafdeling 2, bestaande uit artikel 101bis tot en met 101quater, ingevoegd, die luidt als volgt : « ONDERAFDELING 2.- Algemeen onderzoeks- en samenwerkingsreglement Artikel 101bis Een associatie legt een algemeen onderzoeks- en samenwerkingsreglement vast, waarin ten minste volgende elementen worden opgenomen : 1° het algemeen onderzoeksbeleid in de schoot van de associatie;2° de aanduiding en taakomschrijving van de binnen de associatie voor valorisatie bevoegde dienst, zijnde een verzelfstandigde dienst onder gezag of toezicht van de associatie of de universiteit.Inzonderheid worden volgende elementen vastgelegd : a) de rapporteringsplicht van de dienst ten behoeve van de associatie en de partners, b) de werkingsregelen van dienst en de wijze van samenwerking tussen de dienst en de onderzoeksdiensten van de partners; 3° de algemene en minimale regelen betreffende het beleid inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 169ter van het universiteitendecreet en artikel 215bis van het hogescholendecreet, waarbij inzonderheid volgende elementen worden vastgelegd : a) de instantie waaraan de vermogensrechten op een vinding gedaan in het kader van instellingsgebonden onderzoekstaken toekomen, zijnde : 1) de associatie, of een dienst zonder c.q. met rechtspersoonlijkheid onder het gezag c.q. het toezicht van de associatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval komt aan de partner waaraan de instellingsgebonden onderzoekstaken zijn verricht, een billijke return toe, of 2) de universiteit, of een dienst zonder c.q. met rechtspersoonlijkheid onder het gezag c.q. het toezicht van de universiteit. Zo de instellingsgebonden onderzoekstaken niet aan de universiteit doch aan een andere partner werden verricht, komt aan deze partner een billijke return toe, of 3) de partner waaraan de instellingsgebonden onderzoekstaken zijn verricht, b) de gevallen waarin aan de verschillende partners bij de associatie een kosteloos gebruiksrecht op een vinding toekomt voor wat betreft onderwijs en onderzoek, c) een richtlijn inzake de billijke return ten voordele van de onderzoeker wiens vermogensrechten op een vinding worden overgedragen, d) de beleidslijnen inzake de sensibilisering van onderzoekers met betrekking tot de vatbaarheid van vindingen voor de vestiging van commerciële intellectuele rechten;4° de algemene en minimale regelen inzake de samenwerking van instellingen met derden op grond van dienstverleningscontracten in de zin van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de wetenschappelijke of maatschappelijke dienstverlening door de universiteiten of de hogescholen en betreffende de relaties van de universiteiten en de hogescholen met andere rechtspersonen, waarbij inzonderheid worden vastgelegd of omschreven : a) de regelen inzake het afsluiten, het beheer en de uitvoering van dienstverleningscontracten, b) de regelen inzake de vergoeding van personeelsleden die worden ingezet bij de uitvoering van dienstverleningscontracten, c) een richtlijn inzake de besteding van de inkomsten uit dienstverleningscontracten;5° de algemene en minimale regelen inzake de deelname van partners in rechtspersonen, waarbij inzonderheid worden vastgelegd of omschreven : a) een richtlijn aan de hand waarvan de partners de noodzakelijkheid en opportuniteit van de deelname in een rechtspersoon nagaan.Dit beoordelingskader vertrekt vanuit het gegeven dat dergelijke deelname slechts aangewezen is indien de vooropgestelde doelstellingen niet even efficiënt en effectief nagestreefd kunnen worden door de partner zelf of door middel van een overeenkomst, b) een richtlijn inzake de minimale verantwoordingsplicht van de rechtspersoon.Deze verantwoording moet een evaluatie van de deelname in de rechtspersoon mogelijk maken; 6° de wijze waarop conflicten over de uitvoering van het onderzoeks- en samenwerkingsreglement worden beslecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 101ter De bepalingen van het algemeen onderzoeks- en samenwerkingsreglement die relevant zijn voor de onderzoekers, worden uitgewerkt in de rechtspositieregeling van de partners, dan wel in de overeenkomsten met de betrokken onderzoekers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 101quater De eerste versie van het algemeen onderzoeks- en samenwerkingsreglement komt uiterlijk op 1 oktober 2005 tot stand. »; 3° artikel 102, waarvan de tekst \"Onderafdeling 3.Instrumentele bevoegdheden\" zal vormen, wordt vervangen door wat volgt : \"Artikel 102 De partners kunnen aan de associatie financiële middelen toekennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De partners kunnen een personeelslid met zijn instemming belasten met een opdracht bij de associatie, ongeacht de aard van de tewerkstelling. Het betrokken personeelslid blijft gedurende de opdracht juridisch en administratief behoren tot de terbeschikkingstellende instelling. » TITEL V. - Inwerkingtredingsbepaling Artikel VI.10 Artikelen VI.3 tot en met VI.9 treden in werking op 1 oktober 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel VI.1 en VI.2 treden in werking op 1 oktober 2005. De Vlaamse regering kan ten aanzien van bepaalde instellingen die daarom verzoeken een vroegere inwerkingtredingsdatum bepalen. Indien deze instellingen partner zijn bij een associatie is vereist dat deze associatie op die datum reeds beschikt over een algemeen onderzoeks- en samenwerkingsreglement in de zin van het door artikel VI.9 in het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten2 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen ingevoegde artikel 101bis. » DEEL VII. - Opdracht tot coördinatie Artikel VII.1 § 1. De Vlaamse regering brengt de bepalingen van dit decreet en van volgende wetten en decreten onder in vijf coördinaties : 1° de wet van 28 mei 1971 houdende de oprichting en de werking van het Limburgs Universitair Centrum;2° het decreet van 21 december 1976 houdende organisatie van de-Vlaamse interuniversitaire samenwerking;3° het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap;4° het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap;5° het decreet van 22 februari 1995 betreffende de wetenschappelijke of maatschappelijke dienstverlening door de universiteiten of de hogescholen en betreffende de relaties van de universiteiten en de hogescholen met andere rechtspersonen;6° het decreet van 22 december 1995 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de Universiteit Antwerpen;7° het decreet van 9 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/08/1998 numac 1998035838 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de Hogere Zeevaartschool sluiten betreffende de Hogere Zeevaartschool;8° het decreet van 7 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/1998 numac 1998035892 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/08/1998 numac 1998035966 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap 7 JULI 1998 - Decreet houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst sluiten betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad;9° het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999035822 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1997 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1999 numac 1999035737 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 116quinquies van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/07/1999 numac 1999035772 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 257 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/09/1999 numac 1999035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999 sluiten betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening;10° het decreet van 16 februari 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/02/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/04/2001 numac 2001035338 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende regeling van de studietoelagen voor het hoger onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap sluiten houdende regeling van de studietoelagen voor het hoger onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap;11° het bijzonder decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten2 houdende opheffing van het bijzonder decreet van 26 juni 1991 betreffende de Universiteit Gent en het Universitair Centrum Antwerpen, wat het Universitair Centrum Antwerpen betreft;12° het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten2 houdende bepalingen tot de oprichting van een Universiteit Antwerpen en tot wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de Universiteit Antwerpen. De regering neemt daarbij de wijzigingen in acht die in bedoelde decreten uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn of worden aangebracht tot aan het tijdstip van de coördinatie § 2. In functie van de opdracht tot coördinatie kan de regering : 1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen, met de nieuwe nummering overeenbrengen;3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen teneinde eenheid in de terminologie te brengen, de bepalingen onderling te doen overeenstemmen en ze in overeenstemming te brengen met de actuele stand van de regelgeving;4° in de bepalingen die niet in de coördinatie worden opgenomen, de verwijzingen naar de gecodificeerde bepalingen aanpassen. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De coördinaties zullen volgende opschriften dragen : 1° \"Decreet betreffende de structuur van het hoger onderwijs, gecoördineerd op [...]\"; 2° \"Decreet betreffende de opleidingen en leerwegen in het hoger onderwijs, gecoördineerd op [...]\". 3° \"Decreet betreffende de financiering van het hoger onderwijs, gecoördineerd op [...]\"; 4° \"Decreet betreffende de rechtspositieregeling van het personeel van het hoger onderwijs, gecoördineerd op [...]\"; 5° \"Decreet betreffende de rechtspositieregeling van de student en de studentenparticipatie in het hoger onderwijs, gecoördineerd op [...]\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel VII.2 Artikel VII.1 treedt in werking op 1 oktober 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 19 maart 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, M. VANDERPOORTEN _______ Nota (1) Zitting 2003-2004. Stukken. - Ontwerp van decreet : 1960 Nr. 1 + Addenda.</p>\n<p class=\"lf-p\">Amendementen : 1960 - Nr. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Advies van de Raad van State : 1960 - Nr. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Amendementen : 1960 - Nr. 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen : 1960 - Nr. 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Amendementen : 1960 - Nr. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verslag : 1960 - Nr. 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Amendement : 1960 - Nr. 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tekst aangenomen door de plenaire vergadering 1960 - Nr. 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen. - Bespreking en aanneming. Middagvergadering van 3 maart 2004.</p></div>", "next": 0}