{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten9 »;2° in § 2, worden de woorden « of activiteiten » geschrapt;3° in § 3, worden de woorden « van dit artikel » geschrapt. Art. 135 Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 10.De statuten van een ziekenfonds en van een landsbond kunnen enkel worden gewijzigd door de algemene vergadering die hiertoe overeenkomstig de in artikel 16 bepaalde regels wordt bijeengeroepen, en die overeenkomstig de bij de wet en de statuten bepaalde vormen beraadslaagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kan enkel tot statutenwijziging worden besloten indien de helft van de leden aanwezig en vertegenwoordigd is en de beslissing met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen wordt genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo het vereiste aanwezigheidsquorum niet is bereikt, kan overeenkomstig de in artikel 16 bepaalde regels een tweede vergadering worden bijeengeroepen, die geldig over dezelfde agenda beraadslaagt, ongeacht het aantal aanwezige en vertegenwoordigde leden. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 136</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 1991 en 22 februari 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, wordt het eerste lid aangevuld als volgt : « in een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de datum van de algemene vergadering of vanaf de datum van de goedkeuring bedoeld in artikel 4bis.»; 2° in § 1, derde lid, worden de woorden « een termijn van ten hoogste dertig kalenderdagen » en de woorden « vijfenveertig kalenderdagen » respectievelijk vervangen door de woorden « een temmijn van ten hoogste vijfenveertig kalenderdagen » en door de woorden « dertig kalenderdagen »;3° in § 1, vierde lid, worden de woorden « met toepassing van artikel 10 van de wet van 16 maart 1954 » en de woorden « de minister van Sociale Zaken » respectievelijk vervangen door de woorden « met toepassing van artikel 9, § 3, van de wet van 16 maart 1954 » en de woorden « de minister van Sociale Zaken, hiena « minister » genoemd, »;4° in § 3, worden de woorden « de minister van Sociale Zaken » en de woorden « binnen de dertig kalenderdagen vanaf de datum van het beroep » respectievelijk vervangen door de woorden « de minister » en de woorden « binnen een termijn van dertig kalenderdagen vanaf het vervallen van de termijnen bedoeld in artikel 10, §§ 3 en 4, van de voornoemde wet van 16 maart 1954 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 137</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 12 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 26 juni 1992 en 22 februari 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, tweede lid, wordt opgeheven;2° § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2.Elkeen kan kennis nemen van de statuten en van de lijst van de bestuurders en hiervan een kopie krijgen, ofwel bij het ziekenfonds of de landsbond, ofwel bij de controledienst onder de voorwaarden die hij bepaalt. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 138</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de Franse tekst van § 1, worden de woorden « par les membres et les personnes à leur charge majeures ou émancipées » vervangen door de woorden « par les membres et les personnes à leur charge majeurs ou émancipés »;2° een § 2bis wordt ingevoegd, luidend als volgt : « § 2bis.De algemene vergadering van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis is samengesteld uit afgevaardigden die, voor een maximale duur van zes jaar, worden verkozen door de algemene vergaderingen van de bij haar aangesloten ziekenfondsen, in verhouding tot het aantal aangesloten leden bij de maatschappij van onderlinge bijstand dat elk ziekenfonds telt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hernieuwing van de algemene vergadering van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld in artikel 43bis vindt plaats in de loop van het tweede semester van het jaar waarin de hernieuwing van de instanties van de ziekenfondsen, die erbij zijn aangesloten, plaatsvindt. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-139\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 139</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 15 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, wordt een 5bis° ingevoegd, luidend als volgt : « 5bis° de inrichting en de groepering van diensten in een door artikel 43bis bedoelde maatschappij van onderlinge bijstand;»; 2° in § 2, wordt een 5bis° ingevoegd, luidend als volgt : « 5bis° de goedkeuring van de groepering van diensten van aangesloten ziekenfondsen in een door artikel 43bis bedoelde maatschappij van onderlinge bijstand;»; 3° § 3 wordt door de volgende bepaling vervangen : « § 3.De algemene vergadering mag aan de raad van bestuur de bevoegdheid delegeren te beslissen over de aanpassingen van de bijdragen Deze delegatie is geldig voor één jaar en is hernieuwbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanpassingen van de bijdragen, door de raad van bestuur beslist in het kader van de in het eerste lid bedoelde delegatie, vallen onder de toepassing van artikel 11. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-140\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 140</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 16, derde lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « Deze termijn wordt tot acht kalenderdagen herleid wanneer de door de artikelen 10, tweede lid, en 18, § 1, eerste lid, vereiste meerderheid niet aanwezig is. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-141\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 141</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 17 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, tweede lid, 1°, 2° en 4°, worden de woorden « en activiteiten » geschrapt;2° § 1, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende bepaling : « 5° het verslag bedoeld in artikel 43, § 4.»; 3° § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2.Na goedkeuring door de algemene vergadering zendt de raad van bestuur deze documenten, met de notulen, over aan de controledienst, binnen de door deze laatste bepaalde termijn. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 142</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 20, § 3, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « van de verplichte ziekteverzekering » vervangen door de woorden « van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen »;2° het tweede lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « De controledienst omschrijft de in het vorige lid bedoelde functie. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-143\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 143</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 25 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling : De bedienden die in het ziekenfonds een leidinggevende functie uitoefenen worden benoemd op eensluidend advies van de landsbond waarbij het ziekenfonds is aangesloten en zijn aan voormelde landsbond verantwoording verschuldigd.» 2° het tweede lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « De controledienst omschrijft de in het vorige lid bedoelde functie. » Art. 144 Artikel 26 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 26.§ 1. De goedkeuring door de controledienst, overeenkomstig artikel 11, van de statutaire bepalingen betreffende een nieuwe dienst bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, §§ 2 en 4, houdt de erkenning van die dienst in. § 2. Wanneer een door een landsbond of door een ziekenfonds ingerichte dienst niet meer aan de wettelijke en reglementaire bepalingen beantwoordt of wanneer alle waarborgen voor een goede uitvoering ervan niet meer aanwezig zijn, kan de controledienst beslissen de erkenning van voornoemde dienst in te trekken De beslissing van de controledienst, behoorlijk gemotiveerd, wordt binnen dertig kalenderdagen volgend op de beslissing overgezonden aan het betrokken ziekenfonds en de landsbond waarbij het ziekenfonds is aangesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De intrekking van de erkenning brengt de ontbinding van de dienst mee, op de door de controledienst vastgelegde datum en ten vroegste op de eerste dag van de zevende maand die volgt op de in het vorige lid bedoelde kennisgeving. Artikel 48, § 2, is alsdan van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De intrekking van de erkenning en de ontbinding van de dienst worden op initiatief van de controledienst in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 145</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 28 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, tweede lid, wordt vervangen door de volgende bepalingen : « Op advies van de controledienst bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, welke deze diensten zijn, alsmede het niveau dat deze reservefondsen in verhouding tot de aangegane verbintenissen moeten bereiken. Deze reservefondsen moeten door gelijkwaardige activa worden gedekt De controledienst bepaalt de berekeningswijze van deze reservefondsen en de in acht te nemen parameters. »; 2° § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 3.De controledienst bepaalt in welke mate en onder welke voorwaarden de ziekenfondsen de financiële waarborg moeten verkrijgen van de landsbond waarbij zij zijn aangesloten voor de uitvoering van de verbintenissen betreffende de in artikel 3, eerste lid, b), bedoelde diensten, die hij bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De controledienst bepaalt in welke mate en onder welke voorwaarden de in artikel 43bis bedoelde maatschappijen van onderlinge bijstand de financiële waarborg moeten verkrijgen van de ziekenfondsen die bij hen zijn aangesloten voor de uitvoering van de verbintenissen betreffende de in artikel 3, eerste lid, b), bedoelde diensten, die hij bepaalt. »; 3° een § 4 wordt toegevoegd, luidend als volgt : « § 4.Onder de door de controledienst bepaalde voorwaarden kunnen de ziekenfondsen en de landsbonden een beroep op de herverzekering doen voor de in artikel 3, eerste lid, b), bedoelde diensten, die de Koning bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De herverzekeringsovereenkomst en haar wijzigingen worden aan de controledienst overgezonden binnen een termijn die hij bepaalt. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-146\"><span class=\"lf-art-num\">Art.146</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 30 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 30.Ieder ziekenfonds en iedere landsbond maakt na afsluiting van het boekjaar, een jaarrekening op volgens het door de controledienst vastgesteld model en zendt deze over aan deze laatste De controledienst bepaalt de termijn waarbinnen en de vorm waaronder de financiële en boekhoudkundige staten, alsook de administratieve gegevens en de statistische documenten die hij bepaalt aan hem moeten worden overgezonden. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-147\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 147</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 37bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/01/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten, wordt opgeheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-148\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 148</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een artikel 38bis, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd : « Art. 38bis.- Bij verzorging in het buitenland passen de ziekenfondsen en de landsbonden, bij de betaling van financiële tegemoetkomingen in het kader van de diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, § 2, de wisselkoersen toe, bepaald in uitvoering van de voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten9. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-149\"><span class=\"lf-art-num\">Art.149</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 39, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden « en activiteiten » geschrapt;2° in het tweede lid, worden de woorden « de akkoorden en overeenkomsten bedoeld in titel III, hoofdstuk 4, van voornoemde wet van 9 augustus1963 » vervangen door de woorden « de overeenkomsten en akkoorden bedoeld in titel III, hoofdstuk V van de voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten9 \". Art. 150 In artikel 43 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2, worden de woorden « volgens het door de controledienst opgestelde model \" tussen de woorden « een schriftelijk samenwerkingsakkoord » en het woord « gesloten » ingevoegd en worden de woorden « met name » tussen de woorden « melding maakt van » en de woorden « het doel \" ingevoegd;2° § 2 wordt aangevuld met het volgende lid : « De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de controledienst, welke diensten, bedoeld in artikelen 3, eerste lid, b) en c) en 7, §§ 2 en 4, geen voorwerp mogen uitmaken van een samenwerkingsakkoord.»; 3° § 3 wordt vervangen door de volgende bepalingen : « § 3.Het samenwerkingsakkoord en de wijzigingen ervan worden goedgekeurd of opgezegd door de algemene vergadering van het ziekenfonds of van de landsbond en aan de controledienst overgezonden. § 4. De raad van bestuur van het ziekenfonds of van de landsbond brengt jaarlijks aan de algemene vergadering verslag uit over de uitvoering van de gesloten akkoorden alsook over de wijze van aanwending van de middelen die door het ziekenfonds of de landsbond in voorkomend geval werden ingebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt, op voorstel van de controledienst en na advies van het Technisch Comité bedoeld in artikel 54, de minimale gegevens die het bovenvermelde jaarverslag moet bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit verslag en de notulen van de desbetreffende algemene vergadering worden aan de controledienst overgezonden, overeenkomstig artikel 17, § 2. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 151</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 43bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2, eerste lid, worden de woorden « §§ 2 en 3 » geschrapt;2° § 3 wordt vervangen door de volgende bepalingen : « § 3.De groepering van diensten van ziekenfondsen moet worden goedgekeurd door de algemene vergadering van de landsbond waartoe zij behoren. § 4. Onder voorbehoud van de goedkeuring van de statuten door de controledienst, treedt de oprichting van een Maatschappij van Onderlinge Bijstand, krachtens dit artikel, in werking op de eerste dag van de vijfde maand die volgt op het overzenden van de statuten aan de controledienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De statuten kunnen evenwel een datum van inwerkingtreding vastleggen die na de in het eerste lid bedoelde datum valt, voorzover deze met de eerste dag van een maand overeenstemt en niet later valt dan de tiende maand die volgt op het overzenden van voornoemde statuten aan de controledienst. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 152</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een artikel 43quater, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd : « § 1. Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder : 1° reclame : elke vorm van mededeling met als directe of indirecte doelstelling de promotie ofwel van de aansluiting bij een ziekenfonds of van het ziekenfonds zelf ofwel van een dienst in de zin van artikel 3, eerste lid, b) en c), en 7, § 4, ingericht door een ziekenfonds, een landsbond of een rechtspersoon met dewelke het ziekenfonds of de landsbond een samenwerkingsakkoord heeft afgesloten;2° vergelijkende reclame : elke reclame die op directe of indirecte, expliciete of impliciete wijze via vergelijking één of meerdere ziekenfonds(en) of landsbond(en) identificeert of een dienst bedoeld sub 1 °;3° bedrieglijke reclame : elke reclame die op enigerlei wijze, met inbegrip van haar presentatie, tot vergissing leidt of kan leiden en die ingevolge dit bedrieglijk karakter het gedrag van de leden kan beïnvloeden of die om deze redenen nadeel berokkent of kan berokkenen aan één of meerdere ander(e) ziekenfonds(en) of landsbond(en). § 2 Elke vergelijkende of bedrieglijke reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond is verboden. § 3. Is eveneens verboden, in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond, het voeren van reclame : 1° betreffende de inhoud van statutaire bepalingen die nog niet goedgekeurd zijn door de controledienst;2° onder een andere benaming dan diegene die opgenomen is in de statuten. § 4. Voor de toepassing van deze wet wordt eveneens als een reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond beschouwd, een reclame, bedoeld in de §§ 2 en 3, gevoerd door een rechtspersoon waarmee het ziekenfonds of de landsbond een samenwerkingsakkoord heeft afgesloten, een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld door artikel 43bis of elke andere derde. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 153</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een artikel 43quinquies, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd : « Het is de ziekenfondsen en de landsbonden verboden voordelen toe te kennen die van aard zijn aan te zetten tot individuele mutaties, zoals bedoeld door de artikelen 255 tot 274 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen sluiten2 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, alsmede voordelen toe te kennen die van aard zijn de personen, ingeschreven als personen ten laste in een ziekenfonds, ertoe aan te zetten leden te worden van hetzelfde ziekenfonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">Worden voor de toepassing van deze wet eveneens beschouwd als voordelen, bedoeld in het eerste lid, de voordelen van dezelfde aard die worden toegekend door een rechtspersoon waarmee het ziekenfonds of de landsbond een samenwerkingsakkoord heeft gesloten of door een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld door artikel 43bis.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Raad van de controledienst bepaalt de voorwaarden waaronder de toekenning van de voordelen van de diensten bedoeld door de artikelen 3, eerste lid, b), en c), en 7, § 4, als de toekenning van voordelen bedoeld door het eerste lid wordt beschouwd. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 154</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 44, van dezelfde wet, gewijzigd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, worden de woorden « §§ 2 en 3 » geschrapt;2° § 2 wordt aangevuld met het volgende lid : « De goedkeuring van de fusie wordt op initiatief van de controledienst bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de beslissing van goedkeuring.».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-155\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 155</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 45, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden « 12, §§ 2 en 3 » vervangen door de woorden « 12, § 1 »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 156</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde wet wordt een hoofdstuk Vbis ingevoegd, luidend als volgt : « Hoofdstuk Vbis - De verjaring Art. 48bis.- § 1. De vordering tot betaling van financiële tussenkomsten en uitkeringen in het kader van de diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b), en c), en 7, § 2, verjaart twee jaar na het einde van de maand waarin het recht op betaling is ontstaan De vordering tot betaling van sommen welke de betaling van financiële tegemoetkomingen en uitkeringen in het kader van de diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, § 2, die verleend is, tot een hoger bedrag zouden opvoeren, verjaart twee jaar na het einde van de maand waarin die betaling is gedaan. § 2. De vordering tot terugbetaling van de waarde van de ten onrechte verleende financiële tegemoetkomingen en uitkeringen in het kader van de diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, § 2, verjaart twee jaar na het einde van de maand waarin de uitbetaling is geschied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze verjaring geldt niet ingeval het ten onrechte verlenen van financiële tegemoetkomingen en uitkeringen het gevolg is van bedrieglijke handelingen waarvoor hij wie ze tot baat strekten, verantwoordelijk is. In dat geval bedraagt de verjaringstermijn vijf jaar welke ingaat na het einde van de maand waarin de uitbetaling is geschied. § 3. De vordering tot betaling van de bijdragen voor de diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, § 2, verjaart vijf jaar na het einde van de maand waarop de niet betaalde bijdragen betrekking hebben. § 4. De vordering tot terugbetaling van de ten onrechte betaalde bijdragen voor de diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, § 2, verjaart vijf jaar vanaf de dag van de betaling van de onverschuldigde bijdragen. § 5. Een ter post aangetekend schrijven volstaat om de verjaringen te stuiten. De stuiting kan worden hernieuwd. § 6. De verjaring wordt geschorst door overmacht. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 157</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 49, § 1, 2e lid, van voornoemde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « De controledienst, met zetel gevestigd te Brussel, is een instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid, in de zin van artikel 1, c, van de wet van 16 maart 1954, betreffende de controle van sommige instellingen van openbaar nut. De Koning kan evenwel, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad een specifiek geldelijk statuut vaststellen voor de personeelsleden van deze instelling. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 158</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 50 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2, tweede lid, wordt vervangen door de volgende bepaling : « De werkingskosten die het aldus bepaald maximale bedrag overschrijden, zijn ten laste van het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.»; 2° § 3 wordt opgeheven. Art. 159 In artikel 52 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in 3°, worden de woorden « krachtens de wet van 9 augustus 1963 » vervangen door de woorden « krachtens voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten9 »;2° in 7°, worden de woorden « van voornoemde wet van 9 augustus 1963 » vervangen door de woorden « van voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten9 »;3° in 8°, worden de woorden « de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering \"vervangen door de woorden « de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen\". Art. 160 In artikel 53, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden « artikel 60, § 3 » vervangen door de woorden « artikel 60quinquies, § 2 ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 161</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 55 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° een 3°bis, luidend als volgt, wordt ingevoegd : « 3°bis een vertegenwoordiger van de Kas der geneeskundige verzorging van de nationale maatschappij der Belgische spoorwegen;»; 2° in 5°, worden de woorden « van het ministerie van Sociale Voorzorg » vervangen door de woorden « van het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu ». Art. 162 Artikel 60 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Wanneer de Raad van de controledienst vaststelt dat een landsbond of een erbij aangesloten ziekenfonds niet handelt overeenkomstig zijn statutaire doelstellingen of de verplichtingen gesteld door deze wet of haar uitvoeringsbesluiten of de boekhoudkundige en financiële bepalingen van de voornoemde gecoördineerde wet van 14 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten9, niet naleeft, kan hij bij gemotiveerde beslissing, in functie van de aard en de ernst van de inbreuk : 1° ten laste van de landsbond een administratieve geldboete opleggen, bepaald door artikel 60bis;2° indien het geen inbreuk, bedoeld door artikel 60bis, betreft, aan de landsbond of het ziekenfonds een termijn toekennen om de toestand te regulariseren, waarvan hij de duur vastlegt en die ingaat op de datum van de betekening van de beslissing en in voorkomend geval, indien de gevraagde regularisatie niet binnen de toegekende termijn is gerealiseerd, ten laste van de landsbond een administratieve geldboete bepaald door artikel 60ter, tweede lid, uitspreken;3° een bijzondere commissaris benoemen;4° de erkenning van de betrokken dienst intrekken. De beslissing waarbij een administratieve geldboete met toepassing van dit artikel wordt uitgesproken, is van rechtswege uitvoerbaar. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 163 De artikelen 60bis tot 60quinquies, luidend als volgt, worden in dezelfde wet ingevoegd : « Art. 60bis.- Een administratieve geldboete van 2 000 Belgische frank tot 10 000 Belgische frank kan worden uitgesproken per, in strijd met de bepalingen van artikel 43quinquies, toegekend voordeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een administratieve geldboete van 4 000 Belgische frank tot 20 000 Belgische frank kan worden uitgesproken voor elke inbreuk op de bepalingen van artikel 17, § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een administratieve geldboete van 20 000 Belgische frank tot 100 000 Belgische frank kan worden uitgesproken : 1° voor elke, in strijd met de bepalingen van artikel 43quater, § 2, gevoerde vergelijkende reclame;2° voor elke, in strijd met de bepalingen van artikel 43quater, § 3, gevoerde reclame. Een administratieve geldboete van 60 000 Belgische frank tot 300 000 Belgische frank kan worden uitgesproken voor elke inbreuk op de bepalingen van artikel 43ter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een administratieve geldboete van 100 000 Belgische frank tot 500 000 Belgische frank kan worden uitgesproken voor elke, in strijd met de bepalingen van artikel 43quater, § 2, gevoerde bedrieglijke reclame. Art. 60ter.- Indien in toepassing van artikel 60, 2°, een termijn aan een ziekenfonds wordt toegekend om een toestand te regulariseren, stelt de raad van de controledienst de landsbond waarbij het ziekenfonds is aangesloten, hiervan in kennis. Deze kan beslissen de uitoefening van de bevoegdheden van de organen van het ziekenfonds op te schorten en deze in zijn plaats uit te oefenen gedurende een bepaalde periode, om de regularisatie door te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien na afloop van deze termijn de gevraagde regularisatie door het ziekenfonds of de landsbond niet uitgevoerd is, kan aan de landsbond een administratieve geldboete worden opgelegd van 500 Belgische frank tot 5 000 Belgische frank per dag, te rekenen vanaf de dag na de beëindiging van de termijn en tot de volledige regularisatie. Art. 60quater.- Op voorstel van de raad van de controledienst legt de Koning de procedure vast inzake de uitspraak, de termijnen en de betalingswijzen van de administratieve geldboetes voorzien door deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij samenloop van meerdere inbreuken bedoeld door artikel 60bis en bij samenloop van één of meerdere van deze inbreuken met een inbreuk, gesanctioneerd met een administratieve geldboete bedoeld door artikel 60ter, tweede lid, worden de bedragen van de administratieve geldboetes samen opgelegd zonder echter 800 000 Belgische frank te mogen overschrijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij herhaling binnen het jaar na de uitspraak, wordt de administratieve geldboete in hoofde van de nieuwe inbreuk gebracht op minimum het dubbele van de laatst opgelegde geldboete, zonder echter het maximumbedrag, voorzien voor de betrokken inbreuk door artikel 60bisof artikel 60ter, tweede lid, te mogen overschrijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een administratieve geldboete kan niet meer worden uitgesproken twee jaar nadat de daad die de inbreuk uitmaakt, werd begaan. De verjaring wordt door de controledienst gestuit door de kennisgeving, per aangetekend schrijven, van de vaststelling van de inbreuk. De stuiting kan worden hernieuwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbrengst van de administratieve geldboetes komt toe aan de controledienst. Art. 60quinquies.- § 1. De landsbond die de beslissing waarbij een administratieve geldboete wordt uitgesproken betwist, dient, op straffe van verval, een verhaal via verzoekschrift in bij de bevoegde arbeidsrechtbank binnen de maand na de betekening van de beslissing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze voor de arbeidsrechtbank ingeleide vordering heeft geen schorsende kracht. § 2. Het ziekenfonds of de landsbond kan tegen beslissingen genomen overeenkomstig artikel 60, 3°, in beroep gaan bij de minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beroep bedoeld door het eerste lid, moet binnen vijftien kalenderdagen volgend op de betekening van de beslissing, worden ingesteld. Het heeft geen schorsende kracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister beslist binnen dertig kalenderdagen volgend op de instelling van het beroep. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 164</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 61, § 3, van dezelfde wet, worden de woorden « het ziekenfonds of » geschrapt</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 165</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 62 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 62.- Onverminderd de overige maatregelen, bepaald door de wet en de reglementen, inzonderheid deze bepaald door artikel 60, kan de controledienst, met inachtneming van een aanzeggingstermijn van één maand, de richtlijnen, waaraan de betrokken landsbond of ziekenfonds geen of een onvoldoende gevolg heeft gegeven, bekendmaken in het Belgisch Staatsblad, in de dagbladen en publicaties van zijn keuze en aankondigen in de plaatsen en gedurende de duur die hij vaststelt De kost van de bekendmaking en van de aankondiging wordt door de controledienst op de betrokken landsbond verhaald. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 166</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 70 van dezelfde wet, gewijzigd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 70.- § 1. Behouden de hoedanigheid van maatschappij van onderlinge bijstand » : a) de maatschappij van onderlinge bijstand die op 31 december 1990 als dusdanig was erkend in de zin van artikel 1 van voornoemde wet van 23 juni 1894Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten8 en niet was aangesloten bij een in de zin van artikel 3 van voornoemde wet erkend verbond, die ten minste een dienst inricht zoals bepaald door artikel 3, eerste lid, b), en waarvan de statuten de aansluiting beperken : 1° hetzij tot de personeelsleden van een welbepaalde onderneming, tot hun echtgeno(o)t(e) en de personen ten laste, alsmede tot de echtgeno(o)t(e) en de personen ten laste van de andere personen die aangesloten zijn op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling;2° hetzij tot de personen die een welbepaald beroep uitoefenen, tot hun echtgeno(o)t(e) en de personen ten laste, alsmede tot de echtgeno(o)t(e) en de personen ten laste van de andere personen die zijn aangesloten op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling;3° hetzij tot de leden van de op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling bij de maatschappij aangesloten ziekenfondsen en tot hun personen ten laste, tot de personeelsleden, aangesloten op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling, van ondernemingen tot wie deze maatschappij zich op voornoemde datum richt en tot hun echtgeno(o)t(e) en hun personen ten laste, alsook tot de echtgeno(o)t(e) en de personen ten laste van de andere personen die zijn aangesloten bij deze maatschappij op voornoemde datum;b) de maatschappijen van onderlinge bijstand die op 31 december 1990 als dusdanig erkend waren in de zin van artikel 1 van voornoemde wet van 23 juni 1894Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten8 en aangesloten waren bij een in de zin van artikel 3 van voornoemde wet erkend verbond en ten minste een dienst inrichten zoals bepaald in artikel 3, eerste lid, b), van deze wet en die minimum 5 000 leden telt; § 2. Verkrijgt de hoedanigheid van « maatschappij van onderlinge bijstand », het ziekenfonds dat is gefusioneerd met één of meer ziekenfondsen en nog minstens één dienst zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, b), inricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkrijgt eveneens de hoedanigheid van « maatschappij van onderlinge bijstand », de entiteit die krachtens artikel 43bis is ontstaan en die ten minste één dienst zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, b), inricht. § 3. De hoedanigheid van « maatschappij van onderlinge bijstand » zoals bedoeld in § 1, b), kan enkel worden behouden na akkoord van de landsbond en van het ziekenfonds waarbij bedoelde maatschappij is aangesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoedanigheid van « maatschappij van onderlinge bijstand » zoals bedoeld in § 2 kan enkel worden verkregen en behouden na akkoord van de landsbond. § 4. De bepalingen van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing op de maatschappijen van onderlinge bijstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op voorstel van de controledienst bepaalt de Koning welke artikelen van deze wet niet op hen van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan daarenboven specifieke regels opstellen die de verhouding regelen tussen de maatschappij van onderlinge bijstand en het ziekenfonds waarbij zij is aangesloten. § 5. De maatschappijen van onderlinge bijstand die niet voldoen aan de in dit artikel gestelde voorwaarden worden ontbonden, op de datum bepaald door de Koning, op eensluidend advies van de controledienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontbinding van een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld door artikel 70, § 1, b), worden haar patrimonium, rechten en verplichtingen, alsmede de leden, overgenomen door het ziekenfonds bij wie deze maatschappij van onderlinge bijstand was aangesloten. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 167</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het artikel 59-1 van het besluit van de Regent van 26 juni 1947 houdende de Wetboek van zegelrechten, wordt een 51°ter ingevoegd, luidend als volgt : « 51°ter de uittreksels uit de registers van de burgerlijke stand en de registers die door de ambtenaren van de burgerlijke stand worden bijgehouden, de door de burgemeesters of hun afgevaardigden afgeleverde bewijzen van goed gedrag en in het algemeen al de aktes die voor de uitvoering van de wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten6 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen en zijn uitvoeringsbesluiten worden opgesteld of afgeleverd; ». HOOFDSTUK IV. - Maatregelen met betrekking tot de activiteitsgraad in de openbare sector Art. 168 De Koning wordt gemachtigd om, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, alle nuttige maatregelen te nemen, met inbegrip van de invoering of uitbreiding van uitstapmogelijkheden, die passen in een beleid om de globale activiteitsgraad van het personeel van de werkgevers bedoeld in artikel 2, te ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De door het vorige lid aan de Koning verleende machtiging laat Hem toe de wetten te wijzigen, deze op te heffen of vrijstelling van hun uitvoering te verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze machtiging verstrijkt op 30 juni 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">De besluiten genomen krachtens het eerste lid houden op uitwerking te hebben uiterlijk op 1 april 2002, tenzij zij ten laatste op voormelde datum bij wet zijn bekrachtigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL X. - Tewerkstelling en arbeid HOOFDSTUK I. - Arbeidsduur in het bouwbedrijf Art. 169 In artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het paritair comité voor het bouwbedrijf ressorteren, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt aangevuld als volgt : « tot 2000 »;2° de volgende leden worden tussen het vierde en het vijfde lid ingevoegd. « Voor ieder jaar na 2000, hebben de in artikel 1 bedoelde werklieden recht op zes rustdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt, na advies van het paritair comité, de data waarop deze rustdagen in ieder jaar na 2000 genomen moeten worden. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-170\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 170</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 6 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het veertiende lid worden tussen de woorden « 1992 » en « ,bepaalt » de woorden « tot 2000 » ingevoegd;2° het volgende lid wordt tussen het veertiende en het vijftiende lid ingevoegd : « Voor de jaren na 2000 is de bijdrage gelijk aan 2,6 % van het op 108 % gebrachte bedrag van alle lonen die bij de Rijksdienst zijn aangegeven met betrekking tot de in artikel 1 bedoelde werklieden en respectievelijk voor het vierde kwartaal van het voorafgaande jaar, en voor het eerste, tweede en derde kwartaal van het betrokken jaar.Deze bijdrage wordt per kwartaal, samen met de sociale zekerheidsbijdragen, geïnd. »</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Oprichting begrotingsfonds openbare sector - sociale Maribel Art. 171 § 1. Er wordt een Fonds opgericht dat gespijsd wordt met de opbrengst van de verminderingen van werkgeversbijdragen waarop de werkgevers van de openbare sector aangesloten bij de RSZ anderen dan deze van de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de openbare sector aangesloten bij de RSZ aanspraak kunnen maken, dat een begrotingsfonds vormt in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. § 2. In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990, wordt de rubriek 23 - Tewerkstelling en Arbeid, aangevuld als volgt : « Benaming van het organiek begrotingsfonds 23-8 - Fonds gespijsd met de opbrengst van de verminderingen van werkgeversbijdragen waarop sommige werkgevers van de openbare sector aangesloten bij de RSZ aanspraak kunnen maken ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard van de toegewezen ontvangsten Opbrengst van de vermindering van de werkgeversbijdragen toegekend aan de werkgevers behorend tot de openbare sector aangesloten bij de RSZ anderen dan deze van de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen van de openbare sector aangesloten bij de RSZ, in het kader van de maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard van de toegestane uitgaven Kosten voor de aanwerving, in het kader van de maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector, van bijkomend personeel door de werkgevers uit de openbare sector aangesloten bij de RSZ anderen dan deze van de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de openbare sector aangesloten bij de RSZ, en beheers- en personeelskosten van het organiek begrotingsfonds. HOOFDSTUK III. - Aanpassing van de wetgeving in functie van het toekennen van het statuut van dienstbode aan au pair-jongeren Art. 172 Artikel 1, § 3 van het koninklijk besluit nr. 483 van 22 december 1986 tot vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgevers bij de indienstneming van dienstboden, wordt aangevuld met een nieuw lid, luidend als volgt : « In afwijking van het vorige lid bepaalt de Koning de voorwaarden waaraan de werknemer moet voldoen indien de werknemer een buitenlandse werknemer is die als au pair-jongere is tewerkgesteld. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 173</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 112, § 1, 2° van het wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 wordt vervangen door de volgende tekst : « 2° de in dienst getreden huisbediende voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 1, § 3, van het koninklijk besluit nr. 483 van 22 december 1986 tot vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgevers bij de indienstneming van dienstboden »</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 174 De artikelen 172 en 173 treden in werking op de datum vastgesteld door de Koning. HOOFDSTUK IV. - Afschaffing dienstencheques, oud stelsel Art. 175 De artikelen 50, 51, 52, 53 en 54 van de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten betreffende het Belgische actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, worden opgeheven met ingang van 1 augustus 1999.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voorgaande lid doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de vóór 1 augustus 1999 ingeschreven gebruikers om één enkele dienstencheque te gebruiken, op voorwaarde dat hij voor 15 juni 2000 werd aangeschaft, en aan de mogelijkheid voor de geregistreerde ondernemingen om de terugbetaling ervan bij de uitgever te bekomen op voorwaarde dat zijn geldigheidsduur gerespecteerd wordt. HOOFDSTUK V. - Plus-één-plan Art. 176 Artikel 119 van de programmawet van 30 december 1988 wordt aangevuld als volgt : « e) de werkzoekenden waarvan het recht op uitkeringen wegens langdurige werkloosheid geschorst werd krachtens de bepalingen van hoofdstuk lll, afdeling 8 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering of op basis van artikel 143 van het koninklijk besluit van 20 december 1963 betreffende arbeidsvoorziening en werkloosheid; f) de personen die zich wensen terug in te schakelen op de arbeidsmarkt en die gelijktijdig de volgende voorwaarden vervullen : - zij leveren het bewijs dat zij op een bepaald ogenblik gedurende hun beroepsloopbaan 312 arbeidsdagen of daaraan gelijkgestelde dagen in de zin van de werkloosheidsreglementering gepresteerd hebben gedurende een periode van 18 maanden, of ze tonen aan dat zij minstens één werkloosheidsuitkering genoten hebben op basis van hun arbeidsprestaties, buiten de periode bedoeld onder het tweede streepje; - op het ogenblik van de indienstneming hebben zij gedurende een periode van minstens 24 maanden zonder onderbreking geen werkloosheidsuitkeringen genoten en geen arbeidsprestaties geleverd als loontrekkende of zelfstandige; - zij zijn op het ogenblik van de indienstneming ingeschreven als werkzoekende. ».</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK VI. - Plus-twee-plan, plus-drie-plan Art. 177 Artikel 6, § 1, eerste lid, van het</h3>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 14 maart 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten6 houdende specifieke tewerkstellingsbevorderende maatregelen voor de kleine en middelgrote ondernemingen met toepassing van artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, wordt aangevuld als volgt : « 14° de werkzoekenden waarvan het recht op uitkeringen wegens langdurige werkloosheid geschorst werd krachtens de bepalingen van hoofdstuk lll, afdeling 8 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering of op basis van artikel 143 van het koninklijk besluit van 20 december 1963 betreffende arbeidsvoorziening en werkloosheid; 15° de personen die zich wensen terug in te schakelen op de arbeidsmarkt en die gelijktijdig de volgende voorwaarden vervullen : a) zij leveren het bewijs dat zij op een bepaald ogenblik gedurende hun beroepsloopbaan 312 arbeidsdagen of daaraan gelijkgestelde dagen in de zin van de werkloosheidsreglementering gepresteerd hebben gedurende een periode van 18 maanden, of ze tonen aan dat zij minstens één werkloosheidsuitkering genoten hebben op basis van hun arbeidsprestaties, buiten de periode bedoeld in b);b) op het ogenblik van de indienstneming hebben zij gedurende een periode van minstens 24 maanden zonder onderbreking geen werkloosheidsuitkeringen genoten en geen arbeidsprestaties geleverd als loontrekkende of zelfstandige;c) zij zijn op het ogenblik van de indienstneming ingeschreven als werkzoekende.».</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK VII. - Loopbaanonderbreking voor politiek mandaat op gemeentelijk niveau Art. 178 In hoofdstuk 4, afdeling 5, onderafdeling 2 van de herstel</h3>\n<p class=\"lf-p\">wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 wordt een artikel 100ter ingevoegd, luidend als volgt : « Art.100ter. - § 1. Een werknemer heeft het recht om de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig te schorsen met het oog op de uitoefening van een gemeentelijk uitvoerend mandaat zoals bedoeld bij artikel 6bis van de wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat. Nochtans wordt in dit geval de uitkering bedoeld in artikel 100 niet toegekend. § 2. De periode tijdens dewelke de in § 1 bedoelde werknemer zijn arbeidsovereenkomst kan schorsen stemt overeen met de duur van het gemeentelijk uitvoerend mandaat en het in § 1 bedoelde recht op schorsing van de arbeidsovereenkomst wordt enkel éénmaal toegestaan. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-179\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 179</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 101 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : A. in het eerste lid worden de woorden « met toepassing van artikel 100, eerste lid en 100bis » vervangen door de woorden « met toepassing van de artikelen 100, eerste lid, 100bis en 100ter »;</p>\n<p class=\"lf-p\">B. in het tweede lid, tweede streepje, worden de woorden « in geval van toepassing van de artikelen 100bis en 105, § 1 » vervangen door de woorden « in geval van toepassing van de artikelen 100bis, 100ter en 105, § 1 »;</p>\n<p class=\"lf-p\">C. in het derde lid worden de woorden « de in de artikelen 100 en 100bis bedoelde schorsing » vervangen door de woorden « de in de artikelen 100, 100bis en 100ter bedoelde schorsing ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-180\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 180</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 101bis van dezelfde wet worden de woorden « de bij artikel 100 en 100bis bedoelde schorsing » vervangen door de woorden « de bij artikel 100, 100bis en 100ter bedoelde schorsing ». HOOFDSTUK VIII. - Terbeschikkingstelling Art. 181 Artikel 31, § 1, van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, gewijzigd bij de wet van 13 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten, wordt aangevuld met het volgende lid : « Geldt evenwel niet als de uitoefening van een gezag in de zin van dit artikel, het naleven door de derde van de verplichtingen die op hem rusten inzake het welzijn op het werk, alsook instructies die door de derde worden gegeven in uitvoering van de overeenkomst die hem met de werkgever verbindt, zowel inzake arbeids- en rusttijden als inzake de uitvoering van het overeengekomen werk. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-182\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 182</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 32, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 13 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « Een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de schoot van de Nationale Arbeidsraad kan het begrip beperkte tijd preciseren.»; 2° het tweede lid, b), wordt aangevuld als volgt : « een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de schoot van de Nationale Arbeidsraad kan de begrippen kortstondige uitvoering en gespecialiseerde opdrachten die een bijzondere beroepsbekwaamheid vereisen, preciseren.». HOOFDSTUK IX. - Doorstromingsprogramma's en terbeschikkingstelling Art. 183 § 1. In afwijking van artikel 31 van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers kan de minister bevoegd voor Tewerkstelling en Arbeid de toelating verlenen aan de werkgevers bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen sluiten4 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's om werknemers die in het kader van dit besluit tewerkgesteld zijn in een doorstromingsprogramma, ter beschikking te stellen van gebruikers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij bepaalt de duur van deze toelating en kan haar onderwerpen aan voorwaarden die door Hem worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan aan zijn toelating een einde stellen wanneer de werkgever de voorwaarden die in de toelating worden vastgesteld of de wettelijke, reglementaire of conventionele verplichtingen die op hem rusten niet naleeft. § 2. De algemene voorwaarden voor de toepassing van § 1 worden vastgesteld na overleg met de gewesten. HOOFDSTUK X. - Tewerkstelling ziekenhuizen openbare sector Art. 184 In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van de begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van de begrotingsfondsen, wordt de rubriek 26 - Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, aangevuld als volgt : « Benaming van het organiek begrotingsfonds 26-6 : Fonds voor de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen aangesloten bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard van de toegewezen ontvangsten : De opbrengst van de vermindering van de werkgeversbijdragen toegekend aan de werkgevers behorend tot de sector voor de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid in het kader van de maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard van de toegestane uitgaven : Kosten voortspruitend uit de aanwerving van bijkomend personeel door de werkgevers van de sector voor de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid in het kader van de maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector en beheers- en personeelskosten van het organiek begrotingsfonds. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-185\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 185</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 184 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999. HOOFDSTUK XI. - Terbeschikkingstelling van moeilijk te plaatsen werknemers met het oog op hun herinschakeling op de arbeidsmarkt en tot organisatie van een invoeginterim Afdeling I. - Terbeschikkingstelling van moeilijk te plaatsen werknemers ten behoeve van gebruikers met het oog op hun herinschakeling op de arbeidsmarkt Art. 186 In afwijking van artikel 31 van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers kan de minister bevoegd voor Tewerkstelling en Arbeid aan werkgeversverbanden de toelating verlenen om werknemers ter beschikking te stellen van gebruikers. De minister bepaalt de duur van deze toelating.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden bepalen waaronder deze toelating wordt verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister kan aan zijn toelating een einde stellen wanneer de werkgeversgroepering de voorwaarden die in de toelating worden vastgesteld of de wettelijke, reglementaire of conventionele verplichtingen die op hem rusten niet naleeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-187\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 187</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om te kunnen genieten van een toelating zoals bedoeld in artikel 186, moet de werkgeversgroepering de vorm hebben van een economisch samenwerkingsverband in de zin van de wet van 17 juli 1989 betreffende de economische samenwerkingsverbanden en het ter beschikking stellen van werknemers aan zijn leden als enig voorwerp hebben De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de economische samenwerkingsverbanden voor de toepassing van deze wet aan bijkomende voorwaarden onderwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 188 De werknemers die in het kader van een krachtens artikel 186 verleende toelating ter beschikking worden gesteld ten behoeve van gebruikers moeten langdurig niet-werkende werkzoekende, bestaansminimumtrekker of gerechtigde van de financiële sociale bijstand zijn, met uitzondering van werknemers die belast zijn met de leiding van en het toezicht op de overige werknemers die ter beschikking worden gesteld van de gebruiker.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt wat onder langdurig niet-werkende werkzoekende, bestaansminimumtrekker of gerechtigde van de financiële sociale bijstand moet worden verstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 189 De arbeidsovereenkomst gesloten tussen de werkgeversgroepering en de werknemer die ter beschikking zal worden gesteld ten behoeve van gebruikers moet schriftelijk worden vastgesteld voor het ogenblik waarop de uitvoering van deze overeenkomst een aanvang neemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij moet worden gesloten voor onbepaalde tijd en voor voltijdse arbeidsprestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de overeenkomst moet worden verduidelijkt dat zij gesloten wordt met het oog op het ter beschikking stellen van de werknemer ten behoeve van gebruikers. De Koning bepaalt de activiteiten waar de werknemers mogen worden tewerkgesteld tussen twee perioden gedurende welke zij ter beschikking worden gesteld van een gebruiker.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 40, 59 en 82 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de arbeidsovereenkomsten, kan de werknemer de in het eerste lid bedoelde arbeidsovereenkomst beëindigen mits een opzegtermijn van zeven dagen die aanvangt op de dag volgend op de betekening, indien hij een andere baan heeft gevonden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-190\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 190</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In zijn toelating die krachtens artikel 188 wordt verleend, stelt de minister het paritair orgaan vast onder wiens bevoegdheid de werknemers onder de werkgeversgroepering ressorteren Wanneer alle gebruikers onder hetzelfde paritair orgaan vallen, kan de minister geen ander orgaan aanduiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer niet alle gebruikers onder hetzelfde paritair orgaan vallen, moet de minister onder de paritaire organen waaronder de gebruikers ressorteren, het bevoegde paritair orgaan aanduiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan regels bepalen die toelaten het bevoegde paritair orgaan vast te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 191 De gebruiker is ten aanzien van de werknemer die hem ter beschikking is gesteld verantwoordelijk voor de verplichtingen bepaald in artikel 19, eerste en tweede lid van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 192 De overeenkomst gesloten tussen de werkgeversgroepering en de gebruiker moet schriftelijk worden vastgesteld voor het ogenblik waarop de werknemer ter beschikking wordt gesteld van de gebruiker.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij bepaalt de duur van de terbeschikkingstelling, die de geldigheidsduur van de door de minister verleende goedkeuring niet mag overschrijden. De overeenkomst kan worden hernieuwd binnen de grenzen van de toelating die door de minister werd verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 193 De gebruiker en de hem ter beschikking gestelde werknemer worden verondersteld een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te hebben aangegaan wanneer : 1° de gebruiker een werknemer verder blijft tewerkstellen terwijl de werkgeversgroepering hem kennis heeft gegeven van haar beslissing om die werknemer terug te trekken;2° de werknemer door de gebruiker wordt tewerkgesteld buiten de periode bepaald in de overeenkomst bedoeld in artikel 192 of buiten de geldingsduur van de door de minister verleende toelating. Afdeling II.- Invoeginterim</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-194\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 194</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1. In afwijking van de bepalingen van hoofdstuk II, afdeling I van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het terbeschikkingstellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, kan een voltijdse arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd worden gesloten tussen het uitzendkantoor en een langdurig niet-werkende werkzoekende, een bestaansminimumtrekker of een gerechtigde van de financiële sociale bijstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt wat onder langdurig niet-werkende werkzoekende, bestaansminimumtrekker of gerechtigde van de financiële sociale bijstand moet worden verstaan. § 2. Deze overeenkomst is onderworpen aan de bepalingen van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Evenwel, telkens de werknemer ter beschikking wordt gesteld van een gebruiker, moet, op het ogenblik waarop de terbeschikkingstelling een aanvang neemt, een aanpassing bij de arbeidsovereenkomst worden opgesteld die overeenstemt met de bepalingen van artikel 9 van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 40, 59 en 82 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de arbeidsovereenkomsten, kan de werknemer de in paragraaf 1 bedoelde arbeidsovereenkomst beëindigen mits een opzegtermijn van zeven dagen die aanvangt op de dag volgend op de betekening, indien hij een andere baan heeft gevonden. § 3. Gedurende de terbeschikkingstelling van de werknemer aan de gebruiker, zijn de bepalingen van hoofdstuk Il van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten4, met uitzondering van deze betreffende het einde van de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid, van toepassing om de rechten en de verplichtingen van de werknemer, het uitzendkantoor en de gebruiker te regelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 195 De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking op 1 oktober 2000.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer op deze datum geen collectieve arbeidsovereenkomst tot vaststelling van de loonsvoorwaarden van de uitzendkrachten bedoeld in artikel 194 tijdens de periodes gedurende dewelke zij niet ter beschikking worden gesteld van een gebruiker, is kunnen gesloten worden in de schoot van het paritair comité van de uitzendarbeid, duidt de Koning een paritair comité als referentie aan waarvan de loonsvoorwaarden van toepassing zullen zijn op de uitzendkrachten bedoeld in artikel 194. HOOFDSTUK XII. - Wijzigingen aan de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de arbeidsovereenkomsten en aan de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten7 tot instelling van de arbeidsreglementen beogende de omzetting van de richtlijn 91/533 « Elementen van bewijs van de arbeidsverhouding », aangenomen door de Raad van 17 oktober 1991 Art. 196 Een artikel 20bis, luidend als volgt, wordt in de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de arbeidsovereenkomsten ingevoegd : « Art. 20bis.- Wanneer de werknemer in een ander land langer dan één maand moet werken, moet de werkgever aan de werknemer voor diens vertrek een schriftelijk document overhandigen dat volgende gegevens bevat : - de duur van het werk in het buitenland; - de muntsoort waarin het loon wordt uitbetaald; - de eventuele voordelen die aan de opdracht in het buitenland zijn verbonden; - in voorkomend geval de voorwaarden van de terugkeer van de werknemer naar zijn land. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-197\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 197</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 6, 4°, van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten7 tot instelling van de arbeidsreglementen wordt vervangen door de volgende bepaling : « 4° a) de duur van de opzeggingstermijnen of de nadere regelen voor het bepalen van de opzeggingstermijnen of de verwijzing naar de wettelijke en reglementaire bepalingen terzake; b) de dringende redenen die de verbreking van de overeenkomst door de ene of de andere partij zonder opzegging rechtvaardigen, onder voorbehoud van de beoordelingsbevoegdheid van de rechtbanken;».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-198\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 198</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 6, 10°, van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « 10° a) de duur van de jaarlijkse vakantie evenals de nadere regelen voor toekenning van deze vakantie of de verwijzing naar de wettelijke bepalingen terzake; b) de data van de jaarlijkse collectieve vakantie;»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-199\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 199</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 6 van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « 16° de vermelding van de collectieve arbeidsovereenkomsten en/of collectieve akkoorden gesloten in de onderneming en die van toepassing zijn op de werkomstandigheden. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-200\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 200</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 14, 2°, p), van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « p) de duur van de jaarlijkse vakantie alsook de nadere regelen voor toekenning van deze vakantie of de verwijzing naar de wettelijke bepalingen terzake en de data van de jaarlijkse collectieve vakantie. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-201\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 201</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 14, 2°, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « q) de duur van de opzeggingstermijnen of de nadere regelen voor het bepalen van de opzeggingstermijnen of de verwijzing naar de wettelijke en reglementaire bepalingen terzake; r) de vermelding van de collectieve arbeidsovereenkomsten en/of collectieve akkoorden gesloten in de onderneming en die van toepassing zijn op de werkomstandigheden.». HOOFDSTUK XIII. - Activering van werkloosheidsuitkeringen Art. 202 In artikel 7, § 1bis van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen sluiten4 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders wordt een nieuw vijfde en laatste lid toegevoegd, luidend als volgt : « Voor de inschakelingsprojecten die Hij bepaalt, kan de Koning, overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten die Hij vaststelt, de werkgever, die overeenkomstig het derde lid de uitkering in mindering mag brengen op het loon van de werknemer, verplichten het overeenkomstig bedrag over te maken aan de derde, die het recht op werk garandeert van de werkloze die wordt tewerkgesteld in het inschakelingsproject. ».</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL XI. - Maatschappelijke integratie en sociale economie HOOFDSTUK I. - Bestaansminimum Art. 203 In artikel 2 van de</h3>\n<p class=\"lf-p\">wet van 7 augustus 1974Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten tot instelling van het recht op een bestaansminimum, gewijzigd bij de wetten van 22 februari 1998, 25 januari 1999 en 24 december 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 5 wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd luidende : « Voor de integratieprogramma's bepaald door de Koning, mag de betaling van het bestaansminimum rechtstreeks aan de werkgever gebeuren of aan de instelling dat het recht op werk garandeert.»; 2° in § 5, in het vroegere tweede lid, dat het derde lid is geworden, worden de woorden « het eerste lid » vervangen door de woorden « het eerste en het tweede lid »;3° in § 5bis, vierde lid, van hetzelfde artikel, worden de woorden « zoals bedoeld in paragraaf 5, eerste lid » vervangen door de woorden « zoals bedoeld in paragraaf 5, eerste en tweede lid ». Art. 204 In artikel 18, § 4, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « aan 100 % » vervangen door de woorden « aan het bedrag van het bestaansminimum bepaald in artikel 2, § 1, eerste lid, 1°, van de wet »;2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « De Koning kan het bedrag van de toelage verhogen voor specifieke initiatieven gericht op sociale inschakeling en er de voorwaarden van, bepalen.».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-205\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 205</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 5, § 4, van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn, ingevoegd bij de wet van 20 juli 1991 en gewijzigd bij de wetten van 24 mei 1994, 25 januari 1999 en 24 december 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het derde lid worden de woorden « aan 100 % » vervangen door de woorden « aan het bedrag van het bestaansminimum bepaald in artikel 2, § 1, eerste lid, 1°, van de wet van 7 augustus 1974Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten tot instelling van het recht op een bestaansminimum »;2° het derde lid wordt aangevuld als volgt : « De Koning kan het bedrag van de toelage verhogen voor specifieke initiatieven gericht op sociale inschakeling en er de voorwaarden van, bepalen.».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-206\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 206</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 12, derde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 december 1986, worden de woorden « of artikel 5, 2°, », vervangen door de woorden « of van artikel 5, § 1, 2°, en § 4, tweede lid, »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-207\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 207</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 57quater van de organieke</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gewijzigd bij de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd : « Voor de integratieprogramma's bepaald door de Koning mag de betaling van het bestaansminimum rechtstreeks aan de werkgever gebeuren of aan de instelling die het recht op werk garandeert.»; 2° in § 2, in het vroeger tweede lid, dat het derde lid is geworden, vervallen de woorden « door hetzelfde besluit »;3° in § 3, vierde lid, worden de woorden « de financiële steun in § 2, eerste lid » vervangen door de woorden « de financiële hulp in § 2, eerste en tweede lid ». Art. 208 Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2000. HOOFDSTUK II. - Tegemoetkomingen aan de Gehandicapten Art. 209 In artikel 28 van de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten3 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989 en 30 december 1992 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden « waaraan een tegemoetkoming is toegekend » vervangen door de woorden « waaraan een gewone tegemoetkoming, bijzondere tegemoetkoming, en/of een daarbij horende tegemoetkoming voor hulp van derden, bedoeld in artikel 2 van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten4, is toegekend »;2° het derde en het vierde lid worden vervangen door de volgende leden : « De personen met een handicap die recht hebben op een aanvullende tegemoetkoming, op een tegemoetkoming ter aanvulling van het gewaarborgd inkomen aan bejaarden en/of op een daarbij horende tegemoetkoming voor hulp van derden, blijven hun tegemoetkomingen behouden ter hoogte van het bedrag uitbetaald door de Rijksdienst voor Pensioenen op datum van 30 juni 2000 totdat er voor hen een beslissing bij toepassing van deze wet genomen wordt ter gelegenheid van een herziening op hun aanvraag of ambtshalve. De bedragen bedoeld in de vorige paragraaf variëren echter conform de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten0 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-210\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 210</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 39bis van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 6 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen sluiten1 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming wordt opgeheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-211\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 211</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2000. HOOFDSTUK III. - Fonds sociale economie Art. 212 § 1. Er wordt een Fonds voor sociale economie opgericht, dat een begrotingsfonds vormt in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. § 2. In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990, wordt rubriek 26 - Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, aangevuld als volgt : « Benaming van het fonds : 26-5 Fonds voor sociale economie Aard van de toegewezen ontvangsten Bedragen uitbetaald door de Commissie van de Europese Gemeenschappen (ESF) in het kader van het artikel 146 van het verdrag van 25 maart 1957 tot oprichting van de Europese Gemeenschap ter uitvoering van de nieuwe programmatie 2000-2006 en door derden terugbetaalde bedragen die ten onrechte werden uitgekeerd Aard van de toegestane uitgaven Kredieten bestemd om de uitgaven te dekken van het Fonds voor sociale economie in de uitvoering van de projecten en initiatieven van het programma 2000-2006 ESF voor de inschakeling in het beroepsleven van bestaansminimumtrekkers in het kader van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere bepaling Het Fonds voor sociale economie kan een debetsaldo vertonen, dat beperkt wordt tot 200 miljoen frank. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL XII. - Consumentenzaken, volksgezondheid en leefmilieu HOOFDSTUK I. - Financiering van het Instituut voor veterinaire keuring Art. 213 In artikel 1 van het koninklijk besluit van 28 september 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen sluiten0 betreffende de financiering van het Instituut voor veterinaire keuring, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het punt 5° wordt aangevuld met de volgende bepaling : « , en waarbij elke slachtbeurt geacht wordt minstens één uur te duren;»; b) het punt 7° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 7° slachtritme : het aantal geslachte dieren per maand gedeeld door de slachttijd, waarbij voor de slachtlijnen die zijn uitgesplitst in meerdere evisceratielijnen de slachttijd wordt vermenigvuldigd met het aantal evisceratielijnen.».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-214\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 214</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2, § 4, van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 4. De rechten bedoeld in artikel 2, §§ 1, 1°, 2, 1° en 3, worden verhoogd met 900 F per dier of groep van dieren, wanneer de exploitant van het slachthuis geen geldig identificatiedocument voorlegt. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-215\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 215</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) § 1, tweede lid, wordt vervangen door het volgende lid : « De rechten die in toepassing van 1° per slachtlijn worden geïnd mogen niet lager zijn dan de slachttijd vermenigvuldigd met 1 800 F. Voor de slachthuizen met een slachtritme dat niet hoger is dan 1 200 pluimvee-eenheden per uur evenwel mogen deze rechten niet lager zijn dan 1 800 F per slachtdag. »; b) de § 4 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 4.De rechten bedoeld in artikel 3, §§ 1, 1°, en 2, 1°, worden verhoogd met 900 F per dier of groep van dieren, wanneer de exploitant van het slachthuis geen geldig identificatiedocument voorlegt. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-216\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 216</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het tweede lid worden de woorden « die als herverpakkingscentrum uitgezonderd » ingevoegd tussen het woord « erkenningen » en het woord « vermenigvuldigd »;b) het vierde lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « De bedragen bedoeld onder a) tot e) worden tot 1/3 verminderd voor de inrichtingen waar bijproducten van dierlijke oorsprong voor menselijke voeding worden vervaardigd, de opslagplaatsen, de koel- en vrieshuizen en de herverpakkingscentra.»; c) in het zesde lid worden de woorden « verminderd tot 70 % » vervangen door de woorden « verminderd tot 70 %, behalve indien de vermindering tot 1/3, bedoeld in het vierde lid, erop wordt toegepast. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-217\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 217</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het 3° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 3° lastens de exploitant van de inrichtingen bedoeld in artikel 7 : 0,10 F per kg vlees of vis die tijdens het jaar voordien in de inrichting is binnengebracht, met dien verstande dat het geïnde bedrag niet hoger mag zijn dan 130 % van het controlerecht.»; b) het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « Lastens een exploitant als bedoeld in het eerste lid, 3°, die voor de eerste keer wordt erkend, wordt gedurende het eerste kalenderjaar, vanaf het trimester volgend op dat waarin de erkenning werd verleend, een forfaitair bedrag van 36 000 F geïnd.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-218\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 218</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 11, § 5, c), van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 8, 1°, 3° en 4° » vervangen door de woorden « artikel 8, 1° en 3° ». Art. 219 In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « de artikelen 2 tot 5, 7, 8, 1°, 3° en 4° » vervangen door de woorden « de artikelen 2 tot 5, 7, 8, 1° en 3° »;b) het tweede lid wordt opgeheven. Art. 220 Hoofdstuk IV van de bijlage van hetzelfde besluit wordt vervangen door het volgende hoofdstuk : « Hoofdstuk IV. - Bedrag bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, a) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 221 De artikelen van dit hoofdstuk treden in werking met ingang van 10 januari 1999</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-222\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 222</span><span class=\"lf-art-t\">Het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 28 september 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen sluiten0 betreffende de financiering van het Instituut voor veterinaire keuring, gewijzigd bij deze wet, wordt, uitgezonderd artikel 15, bekrachtigd. HOOFDSTUK II. - Organiek Fonds voor geneesmiddelen Art. 223 In de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten7 op de geneesmiddelen worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° artikel 2, vierde lid, ingevoegd bij de wet van 21 juni 1983, wordt opgeheven;2° in artikel 6, § 2, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten3, worden de woorden « in strafinrichtingen », ingevoegd na de woorden « in rust- en verzorgingstehuizen »;3° in artikel 14, § 3, worden de woorden « binnen drie dagen » vervangen door de woorden « binnen vijftien dagen ». Art. 224 § 1. Om de opdrachten van de administratie in het kader van de medische hulpmiddelen te financieren, is een heffing ten bedrage van 0,05 % op het omzetcijfer dat is verwezenlijkt op de Belgische markt met betrekking tot de medische hulpmiddelen, bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten9 betreffende de medische hulpmiddelen, verschuldigd door de distributeurs die deze hulpmiddelen aan de eindgebruiker of aan de verantwoordelijke voor de aflevering hebben geleverd. Deze heffing wordt berekend op het omzetcijfer dat is verwezenlijkt gedurende het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de heffing is verschuldigd. Het bedrag van dit omzetcijfer maakt het voorwerp uit van een aangifte die dient te worden gedagtekend, ondertekend en waar en echt verklaard. Deze aangifte moet bij een ter post aangetekend schrijven worden gestuurd aan de Algemene Farmaceutische Inspectie tegelijkertijd met de storting van de heffing die dient te gebeuren ten laatste op 30 april van het jaar volgend op dat waarin het omzetcijfer is verwezenlijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze heffing wordt gestort op een speciale rekening van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag van deze heffing aanpassen alsook de modaliteiten van berekening en betaling bepaald in het eerste lid wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De koninklijke besluiten genomen ter uitvoering van de voormelde bepaling zijn van rechtswege opgeheven met terugwerkende kracht tot op de dag van hun inwerkingtreding wanneer zij door de wetgever niet werden bekrachtigd binnen het jaar volgend op dat van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan nadere bepalingen vaststellen aangaande de wijze waarop deze heffing dient te worden betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overtredingen op deze bepaling of op de uitvoeringsbesluiten ervan worden gestraft met de straffen bepaald in artikel 16, § 2, van de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten7 op de geneesmiddelen. § 2. In afwijking van de bepalingen van § 1, eerste lid wordt de heffing voor wat betreft het jaar 1999 gestort ten laatste 3 maanden na de inwerkingtreding van deze wet, ten belope van een bedrag van 8/12 op het omzetcijfer verwezenlijkt in het jaar 1999. De aangifte bedoeld in artikel 224, § 1, eerste lid, gebeurt tegelijkertijd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-225\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 225</span><span class=\"lf-art-t\">Om de opdrachten van de administratie voortvloeiend uit de toepassing van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten7 op de geneesmiddelen en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten te financieren, zijn volgende heffingen verschuldigd : 1° ten laste van de officina-apotheker een heffing van 65 centiemen (0,0161 euro) voor elke verpakking van een farmaceutische specialiteit en geprefabriceerd geneesmiddel, die hij zich aanschaft zowel onder bezwarende titel als om niet;2° ten laste van de persoon die een vergunning voor het in de handel brengen heeft voor een farmaceutische specialiteit of een geprefabriceerd geneesmiddel een bijdrage van 30 centiemen (0,0074 euro) voor elke verpakking ervan die hij in de handel brengt zowel onder bezwarende titel als om niet.Deze heffing is echter niet verschuldigd door de persoon die over een vergunning voor het in de handel brengen beschikt, bedoeld in artikel 3 van de Verordening (EG) nr. 2309/93 van de Raad van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De heffing bedoeld in punt 1° van het eerste lid is bestemd om het geheel van de kosten te dekken betreffende de controle op de kwaliteit en de conformiteit van de geneesmiddelen door de laboratoria, erkend krachtens artikel 13, tweede lid, van de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten7 op de geneesmiddelen, ten belope van een bedrag van 50 centiemen (0,0124 euro) per verpakking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De heffingen bedoeld in punt 1° en punt 2° van het eerste lid zijn bestemd voor de financiering van de opdrachten die voor het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu voortvloeien uit de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten7 op de geneesmiddelen en de ter uitvoering ervan getroffen besluiten, ten belope van een bedrag van 15 centiemen (0,0037 euro) per verpakking voor wat betreft punt 1° en een bedrag van 30 centiemen (0,0074 euro) per verpakking voor wat betreft punt 2°.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermelde heffingen worden gestort op afzonderlijke, speciale rekeningen van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan het bedrag van deze heffingen aanpassen aan de schommelingen van het algemeen indexcijfer der consumptieprijzen en bepaalt de wijze waarop deze heffingen worden betaald. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad kan Hij eveneens het bedrag van deze heffingen aanpassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De koninklijke besluiten genomen ter uitvoering van de bepalingen van het voorgaande lid zijn van rechtswege opgeheven met terugwerkende kracht tot op de dag van hun inwerkingtreding wanneer zij door de wetgever niet werden bekrachtigd binnen het jaar volgend op dat van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overtredingen op deze bepaling of op de besluiten getroffen ter uitvoering ervan, worden gestraft met de straffen bepaald in artikel 16, § 2, van de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten7 op de geneesmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt de datum waarop dit artikel in werking treedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 226 De tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt als volgt gewijzigd : 1° in de kolom « Benaming van het organiek begrotingsfonds » wordt de rubriek « 25-1.Uitgaven voortvloeiend uit de toepassing van de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten7 op de geneesmiddelen ( wet van 29 december 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten9, artikel 133) en van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica (wet houdende sociale bepalingen van 22 februari 1998, artikel 224) » aangevuld met : « , van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies en van artikelen 224 en 225 van de wet van... houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen. »; 2° in de kolom « Aard van de toegewezen ontvangsten » wordt de rubriek « Ontvangsten voortvloeiend uit de toepassing van de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten7 op de geneesmiddelen ( wet van 29 december 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten9, artikel 133) en van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica (wet houdende sociale bepalingen van 22 februari 1998, artikel 224) » aangevuld met : « , van het koninklijk besluit nr.78 van 10 november1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies en van artikelen 224 en 225 van de wet van... houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-227\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 227</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 11, § 1, van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 24 januari 1977Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten0 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van voedingsmiddelen en andere producten, gewijzigd bij de wet van 9 februari 1994, wordt een zesde lid toegevoegd, luidend als volgt : « De door de Koning aangewezen ambtenaren of beambten van het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu belast met het toezicht op de toepassing van de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten7 op de geneesmiddelen en op de ter uitvoering ervan getroffen besluiten hebben binnen de perken van de uitoefening van hun bevoegdheid toegang tot alle plaatsen bedoeld in deze paragraaf. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-228\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 228</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 226 van deze wet treedt in werking op 14 december 1999 wat betreft de uitgaven en ontvangsten voortvloeiend uit de toepassing van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL XIII. - Energie en duurzame ontwikkeling Art. 229 Artikel 25, § 3, tweede lid, van de</h3>\n<p class=\"lf-p\">wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt wordt vervangen door de bepaling, luidend als volgt : « In afwachting dat aan het eerste lid uitvoering is gegeven, worden de werkingskosten van de commissie gedekt door een toeslag op de tarieven die degene die, in afwachting van de aanduiding van de netbeheerder overeenkomstig artikel 10, het transmissienet in opdracht van de neteigenaars beheert, werkelijk aanrekent voor de aansluiting op het transmissienet en het gebruik ervan, alsmede op de tarieven voor de ondersteunende diensten die hij levert, ten belope van de bedragen en volgens de nadere regels bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-230\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 230</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 15/15, § 4, van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/08/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten5 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, ingevoegd bij de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° na het eerste lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidend als volgt : « In afwachting dat aan het eerste lid uitvoering is gegeven, worden de vergoedingen bedoeld in het eerste lid betaald door de houders van gasvervoervergunningen of -toelatingen, bedoeld in artikel 3 van de gaswet.»; 2° in het laatste lid worden de woorden « het eerste lid of artikel 25, § 3, eerste lid » vervangen door de woorden « het eerste of tweede lid of krachtens artikel 25, § 3, eerste of tweede lid ». TITEL XIV. - Mobiliteit, vervoer, postdiensten, telecommunicatie en overheidsbedrijven HOOFDSTUK I. - Diverse bepalingen Art. 231 § 1. Er wordt een Fonds voor de Verbetering van de Controle- en Inspectiemiddelen van de Luchtvaart (FVCIML) opgericht, dat een begrotingsfonds vormt in de zin van artikel 45 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. § 2. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van begrotingsfondsen, gewijzigd bij de wet van 24 december 1993, wordt de rubriek 33 - Verkeer en Infrastructuur, aangevuld als volgt : « Benaming van het organiek begrotingsfonds : 33-3- Fonds voor de Verbetering van de Controle- en Inspectiemiddelen van de Luchtvaart (FVCIML).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard van de toegewezen ontvangsten Ontvangsten geboekt in het kader van het gebruik van de openbare diensten die de luchtvaart aanbelangen, in toepassing van artikel 5 van de wet van 27 juni 1937Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, na aftrek van een bedrag dat niet toegewezen wordt en dat jaarlijks wordt vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard van de toegestane uitgaven Werkingskosten van allerhande aard met betrekking tot de luchtvaartinspectie en de luchtvaartcontrole : kosten voor personeel, zendingen, deskundigen, uitrusting, studies, opleiding, internationale samenwerking, aanmoedigingen om gekwalificeerde personeelsleden te kunnen aanwerven en in dienst te houden. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere bepaling Het Fonds voor de Verbetering van de Controle- en Inspectiemiddelen van de Luchtvaart kan een debetsaldo vertonen. Het maximaal debetsaldo wordt jaarlijks vastgelegd. » Art. 232 § 1. Er wordt een Fonds voor de Beperking van de Milieuoverlast in de Omgeving van de Luchthaven Brussel-Nationaal (FBMOL) opgericht, dat een begrotingsfonds vormt in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. § 2. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van begrotingsfondsen, gewijzigd door de wet van 24 december 1993, wordt de rubriek 33 - Verkeer en Infrastructuur, aangevuld als volgt : « Benaming van het organiek begrotingsfonds : 33-4- Fonds voor de Beperking van de Milieuoverlast in de Omgeving van de Luchthaven Brussel-Nationaal (FBMOL) Aard van de toegewezen ontvangsten De door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad geïdentificeerde boeten en gebruiksheffingen, evenals stortingen door BIAC aan de Schatkist, die hieruit zouden voortvloeien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard van de toegestane uitgaven Allerhande kosten gemaakt met het oog op de inning van de boetes; premies voor geluidsisolatie van bestaande woningen; aankoop van woningen; eraan verbonden kosten en vergoedingen. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 233 De minister van Mobiliteit en van Vervoer wordt vrijgesteld van de invordering van 21 121 582 Belgische frank ten laste van verschillende vroegere begunstigden van voorschotten en leningen, toegekend in uitvoering van de wetten betreffende het herstel van oorlogsschade aan private goederen, samengeordend bij het koninklijk besluit van 30 januari 1954. HOOFDSTUK II. - Telecommunicatie en postdiensten Art. 234 Artikel 22, § 3, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 houdende hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, wordt met ingang van 1 februari 2000 opgeheven. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-235\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 235</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 141, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij artikel 12 van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 9 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten7, vervallen de woorden « Onverminderd artikel 13, §§ 3 en 4, kan De Post, voor haar rekening en onder haar verantwoordelijkheid, een deel van die al dan niet voorbehouden universele dienst contractueel aan een derde toevertrouwen. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-236\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 236</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 144duodecies, § 2, derde lid, van dezelfde wet wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-237\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 237</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 148bis, § 1, 2°, tweede streepje van dezelfde wet, gewijzigd bij artikel 24 van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 9 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten7, wordt opgeheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-238\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 238</span><span class=\"lf-art-t\">In het artikel 148sexies van dezelfde wet, gewijzigd bij artikel 24 van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 9 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten7 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, 2°, 4e streepje wordt opgeheven : 2° een § 4 wordt ingevoegd, luidend als volgt : « § 4.§ 1, 2°, 1e streepje en 3e streepje van dit artikel kan worden opgelegd voorzover dit noodzakelijk is om de naleving van de essentiële eisen te waarborgen en de universele dienst te vrijwaren, dit voldoet aan het evenredigheidsbeginsel en is gebaseerd op objectieve criteria. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-239\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 239</span><span class=\"lf-art-t\">Overeenkomstig artikel 154bis, § 3, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 27 van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 numac 1999021210 bron diensten van de eerste minister Wet houdende budgettaire en diverse bepalingen sluiten, worden de bepalingen van het koninklijk besluit van 9 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten7 tot omzetting van de verplichtingen die voortvloeien uit de van kracht zijnde richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 18 augustus 1999, bekrachtigd door deze wet, met uitzondering van de artikelen 22 en 25.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL XV. - Buitenlandse Zaken Art. 240 In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt de rubriek 14 - Buitenlandse Zaken als volgt gewijzigd : « Benaming van het organiek begrotingsfonds (14-1) : na de woorden « het gebruik van de verkoop » de woorden « en de verhuur » toevoegen; tussen de woorden « het bouwen en inrichten, » het woord « en » schrappen; na het woord « inrichten » de woorden « het onderhoud en de huur » toevoegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard van de toegewezen ontvangsten Na de woorden « van de verkoop » de woorden « en de verhuur » toevoegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aard van de gemachtigde uitgaven Tussen de woorden « bouwen en inrichten », het woord « en » schrappen; na het woord « inrichten » de woorden « onderhoud en huur » toevoegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL XVI. - Overheidsopdrachten Art. 241 In artikel 3 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de §§ 1 en 2 worden de woorden « verdrag tot oprichting van de Europese economische Gemeenschap » vervangen door de woorden « verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap »;2° in § 3 worden de woorden « het artikel 223, § 1, b, van het verdrag tot oprichting van de Europese economische Gemeenschap » vervangen door de woorden « het artikel 296, § 1, b, van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap »;3° er wordt een § 4 ingelast, die als volgt is opgesteld : « § 4.Vallen niet onder de toepassing van de bepalingen van deze wet, met uitzondering van artikel 6, de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen en van diensten waarop artikel 296, § 1, b, van het Verdrag tot inrichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is en die door de minister of de autoriteit die hij daarvoor mandateert te plaatsen zijn in het kader van een internationale samenwerking die voor het merendeel lidstaten van de Europese Unie of van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie samenbrengt. De Koning bepaalt de controlemodaliteiten waaraan deze opdrachten onderworpen zijn. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-242\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 242</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 6 van dezelfde wet, wordt een tweede lid toegevoegd, dat als volgt opgesteld is : « De bevoegdheid voor het gunnen en uitvoeren van de opdrachten bedoeld in artikel 3, § 4, van de wet kan het voorwerp vormen van een mandaat, volgens de modaliteiten door de Koning bepaald, aan een andere lidstaat van de Europese Unie, aan een derde land, aan een internationale organisatie of aan een bevoorradings- of herstellingsorganisme dat opgericht werd door verschillende Staten, wanneer deze opdrachten te gunnen zijn in het kader van een internationale samenwerking die voor het merendeel lidstaten van de Europese Unie of van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie groepeert. »</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Nice, 12 augustus 2000.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : Voor de Eerste Minister, afwezig : De Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, L. MICHEL De Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX De Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, L. MICHEL De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie, J. VANDE LANOTTE Voor de Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer, afwezig : De Staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling, O. DELEUZE De Ministerzaken van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Mevr. M. AELVOET De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, F. VANDENBROUCKE De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen, L. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Landbouw en Middenstand, J. GABRIELS De Minister van Financiën, D. REYNDERS De MInister van Telecommuncatie en Overheidsbedrijven en Participaties, R. DAEMS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(1)</span>Gewone zitting 1999-2000. Kamer van Volksvertegenwoordigers : Parlementaire stukken. - Ontwerp van wet, nr. 50-756/1. - Amendementen, nrs. 50-756/2 tot 4. - Advies van de Raad van State, nr. 50-756/5. - Amendementen, nr. 50-756/6. - Verslag, nr. 50-756/7. - Amendementen, nrs. 50-756/8 tot 10. - Verslagen, nrs. 50-756/11 en 12. - Aanvullend verslag, nr. 50-756/13. - Verslagen, nrs. 50-756/14 en 15. - Tekst aangenomen door de commissies, nr.50-756/16. - Amendementen, nr. 50-756/17. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 50-756/18.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beslissing van de Parlementaire Overlegcommissie, nr. 50-82/12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 12 en 13 juli 2000.</p>\n<p class=\"lf-p\">Senaat : Parlementaire stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 2-522/1. - Amendementen, nr. 2-522/2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verslagen, nrs. 2-522/3 en 4. - Tekst aangenomen door de commissies, nr. 2-522/5. - Amendementen, nrs. 2-522/6 tot 9. - Beslissing om niet te amenderen, nr. 2-522/10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beslissing van de Parlementaire Overlegcommissie, nr. 2-82/12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 20 juli 2000.</p></div>", "next": 0}