{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Indien de houder, na de afgifte van een duplicaat, opnieuw in het bezit komt van het kwijtgeraakte document, moet hij dit laatste onmiddellijk teruggeven aan de overheid bedoeld in artikel 7. Art. 51.De houder van een Europees rijbewijs beantwoordend aan de voorwaarden van artikel 27, 2° bekomt, in de gevallen voorgeschreven in artikel 50, § 1, een Belgisch rijbewijs op basis van de inlichtingen die voorkomen op de inlichtingenfiche bedoeld in artikel 57 of van een attest van de bevoegde overheden van de Lid-Staat die het oorspronkelijke rijbewijs hebben afgegeven. Art. 52.Al wie een rijbewijs, een voorlopig rijbewijs of een leervergunning waarvan hij niet de houder is, vindt of onregelmatig bij zich houdt, moet het document onmiddellijk afgeven aan de overheid bedoeld in artikel 7 of aan het dichtstbijgelegen politie- of rijkswachtbureau die het terugstuurt aan deze overheid. HOOFDSTUK VI. - Het internationale rijbewijs Art. 53.Het internationale rijbewijs komt overeen met het model voorkomend in bijlage 7 van het Verdrag inzake het wegverkeer, en Bijlagen, opgemaakt te Wenen op 8 november 1968.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het internationale rijbewijs wordt uitgereikt door de overheid bedoeld in artikel 7 tegen afgifte van een aanvraag om een internationaal rijbewijs, waarvan het model door de Minister is bepaald. Art. 54.Het internationale rijbewijs wordt uitgereikt aan de aanvrager die voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° beantwoorden aan de in artikel 3, § 1 voorgeschreven voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen, behalve als men lid is van het personeel van de NATO of van de SHAPE;2° houder zijn van een Belgisch of Europees of buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet;3° niet vervallen zijn van het recht om voertuigen te besturen van de categorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd en, in voorkomend geval, geslaagd zijn voor de krachtens artikel 38 van de wet opgelegde onderzoeken;4° de leeftijd bereikt hebben die voorgeschreven is in artikel 18. Art. 55.De overheid die het internationale rijbewijs uitreikt, maakt het geldig voor de categorieën waarvoor het rijbewijs bedoeld in artikel 54, 2° geldig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het nationale rijbewijs slechts geldig is voor het besturen van sommige voertuigen van een bepaalde categorie, wordt het internationale rijbewijs geldig gemaakt voor de overeenstemmende categorie en draagt het een beperkende vermelding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van het internationale rijbewijs kan niet langer zijn dan de geldigheidsduur van het in artikel 54, 2° bedoelde rijbewijs en is beperkt tot maximum drie jaar. Art. 56.In de in artikel 50, § 1, bedoelde gevallen, wordt een nieuw internationaal rijbewijs uitgereikt op vertoon van een aanvraag om een internationaal rijbewijs, vergezeld van de documenten bedoeld in artikel 50, § 2, 1° of 3°. De bepalingen van de artikelen 54 en 55 zijn van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verstrijken van de geldigheid van het internationale rijbewijs wordt een nieuw document uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 53, 54 en 55. HOOFDSTUK VII. - Formaliteiten die de overheden belast met de afgifte van de documenten dienen te vervullen Art. 57.§ 1. Voor elk rijbewijs wordt een inlichtingenfiche gemaakt, waarvan het model bepaald wordt door de Minister of zijn gemachtigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt eveneens een inlichtingenfiche opgemaakt voor het Europese rijbewijs waarvan de houder ingeschreven of vermeld is in het bevolkings-, vreemdelingen- of het wachtregister van een Belgische gemeente of ingeschreven is bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom is de belanghebbende ertoe gehouden, om bij zijn inschrijving in België, het rijbewijs waarvan hij houder is voor te leggen aan de overheid bedoeld in artikel 7. Een fotokopie van het rijbewijs wordt bevestigd aan de inlichtingenfiche. § 2. Voor elk voorlopig rijbewijs en voor elke leervergunning wordt er een voorlopige inlichtingenfiche opgemaakt, waarvan het model bepaald wordt door de Minister of zijn gemachtigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een voorlopige inlichtingenfiche wordt eveneens opgemaakt voor de personen die verval van het recht tot sturen oplopen indien er geen fiche bestaat op hun naam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 58</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De inlichtingenfiche en de voorlopige inlichtingenfiche bevatten de volgende gegevens : 1° naam en voornaam van de houder van het document;2° geboortedatum en geboorteplaats;3° overheid, datum en plaats van afgifte van het document;4° nummer van het document;5° categorie of subcategorie waarvoor het document is afgegeven;6° per categorie of subcategorie, de datum van afgifte en de uiterste geldigheidsdatum;7° bijkomende of beperkende vermeldingen;8° datum van afgifte van het attest bedoeld in de artikelen 41, 44 of 45 en de naam en het adres van de geneesheer;9° vervallenverklaringen van het recht tot sturen bedoeld in artikel 66;10° datum van afgifte en nummer van het internationale rijbewijs;11° datum van overlijden van de houder van het document;12° datum van teruggave van het document in toepassing van artikel 24, 1° van de wet;13° datum van het overhandigen van het document in toepassing van artikel 46, § 2, eerste lid De vermeldingen betreffende de vervallenverklaringen van het recht tot sturen voorkomend op de voorlopige inlichtingenfiche, worden overgeschreven op de inlichtingenfiche van het rijbewijs die de voorlopige inlichtingenfiche vervangt, binnen de beperkingen voorgeschreven in § 2. § 2. De gegevens betreffende de vervallenverklaringen van het recht tot sturen worden ingeschreven op de inlichtingenfiches en de voorlopige inlichtingenfiches teneinde controle toe te laten op de naleving door de in artikel 7 bedoelde overheid van de afgiftevoorwaarden van de voorlopige rijbewijzen, de leervergunningen, de rijbewijzen en de internationale rijbewijzen, bepaald in artikel 23, § 1 van de wet en in de artikelen 6, 7 en 54.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens betreffende de vervallenverklaringen van het recht tot sturen mogen niet meer voorkomen op de inlichtingenfiches en de voorlopige inlichtingenfiches in geval van uitwissing van de veroordeling of bij herstel in eer en rechten. Evenwel worden de gegevens betreffende de herstelonderzoeken in het recht tot sturen behouden tot op de datum van het herstel in het recht tot sturen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-59\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 59</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien een persoon, op wiens naam een inlichtingenfiche of een voorlopige inlichtingenfiche bestaat, zich inschrijft of vermeld wordt in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van een andere gemeente, wordt de fiche van de belanghebbende naar de burgemeester van die gemeente of zijn gemachtigde gezonden; deze laatste vermeldt daarop de nieuwe verblijfplaats alsook de datum van de inschrijving</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-60\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 60</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Minister of zijn gemachtigde bepaalt de bestemming die moet worden gegeven aan de aanvraagformulieren en de inlichtingenfiches betreffende overledenen. HOOFDSTUK VIII. - Retributies Art. 61.Voor de hierna omschreven verrichtingen dient de ernaast vermelde retributie te worden betaald : Afgifte of vervanging van een voorlopig rijbewijs 350 frank Afgifte van een duplicaat van een voorlopig rijbewijs 300 frank Afgifte of vervanging van een leervergunning 350 frank Afgifte van een duplicaat van een leervergunning 300 frank Afgifte van een rijbewijs 650 frank Afgifte van een nieuw rijbewijs (artikel 49) 450 frank Afgifte van een duplicaat van een rijbewijs (artikel 50) 450 frank Afgifte van een internationaal rijbewijs 650 frank Omwisseling van een rijbewijs 450 frank Verzoekschrift aan de beroepscommissie 500 frank De aanvrager betaalt deze retributie door middel van plakzegels van het type dat voorgeschreven is voor de inning van zegelrechten Zij kunnen niet worden terugbetaald tenzij in het geval bedoeld in artikel 48, § 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister kan de bedragen van de retributies aanpassen aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. In dit geval, vermenigvuldigt hij het bedrag van de retributies met het indexcijfer van de voorbije maand en deelt het resultaat door het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand waarin dit besluit in werking is getreden. Hij vermeerdert, in voorkomend geval, de uitkomst met ten hoogste 25 frank of vermindert het met ten hoogste 24 frank om een veelvoud van 50 te verkrijgen. De aangepaste bedragen treden in werking de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin ze in het Belgisch Staatsblad zijn bekendgemaakt. Art. 62.§ 1. Aan de gemeenten wordt per afgegeven document een som van honderdvijftig frank uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister kan het bedrag bedoeld in het eerste lid aanpassen aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. In dit geval, vermenigvuldigt hij dit bedrag met het indexcijfer van de voorbije maand en deelt het resultaat door het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand waarin dit besluit in werking is getreden. Hij vermeerdert, in voorkomend geval, de uitkomst met ten hoogste 25 frank of vermindert het met ten hoogste 24 frank om een veelvoud van 50 te verkrijgen. Het aangepaste bedrag treedt in werking de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. § 2. Met het oog op de toepassing van § 1, deelt de burgemeester of zijn gemachtigde aan de Minister of zijn gemachtigde, het aantal voorlopige rijbewijzen, leervergunningen, rijbewijzen en duplicaten van deze documenten mee alsmede het aantal internationale rijbewijzen, die hij afgegeven heeft, met vermelding van de nummers van vermelde documenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan die lijst voegt hij de stroken toe van de aanvraagformulieren waarop fiscale zegels gekleefd zijn en eventueel de onbruikbaar geworden rijbewijzen, internationale rijbewijzen, voorlopige rijbewijzen en leervergunningen. Art. 63.§ 1. Voor de examens worden de volgende retributies betaald : Theoretisch examen : 600 frank Praktisch examen : categorie A3 400 frank categorie A, B en B+E : volledig praktisch examen 1450 frank praktische proef alleen op de openbare weg 1250 frank categorieën C, C+E, D en D+E en subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E : volledig praktisch examen 1800 frank praktische proef alleen op de openbare weg 1500 frank Aanvullende retributie : categorie A indien het centrum instaat voor het voertuig dat volgt 750 frank theoretisch examen met tolk 2000 frank theoretisch examen met vertaalde vragen 100 frank Retributiebijslag voor het praktische examen (art. 63, § 2) : categorie A3 300 frank andere categorieën of subcategorieën 1000 frank Afgifte door de examencentra van een duplicaat van elk document voorgeschreven door dit besluit 300 frank In deze bedragen is de belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister kan de bedragen van de retributies aanpassen aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. In dit geval, vermenigvuldigt hij het bedrag van de retributies met het indexcijfer van de voorbije maand en deelt het resultaat door het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand waarin dit besluit in werking is getreden. Hij vermeerdert, in voorkomend geval, de uitkomst met ten hoogste 25 frank of vermindert het met ten hoogste 24 frank om een veelvoud van 50 te verkrijgen. De aangepaste bedragen treden in werking de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin ze in het Belgisch Staatsblad zijn bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De retributies worden voorafgaand aan het examen geïnd. § 2. De retributiebijslag bepaald in § 1 moet betaald worden door : 1° de kandidaat die zich niet aanmeldt voor een praktische proef waarvoor hij zich heeft laten inschrijven, zonder het examencentrum ten minste twee werkdagen, de zaterdag niet meegerekend, voor de dag van de proef te verwittigen. Die bijslag is verschuldigd voor elke praktische proef waarvoor de kandidaat nalaat zich aan te melden. De kandidaat kan van het betalen van die bijslag worden vrijgesteld in geval van overmacht waarover de Minister of zijn gemachtigde oordeelt; 2° de kandidaat die zich voor het praktische examen heeft gemeld maar die het niet mocht afleggen om één van de volgende redenen : a) het voertuig voldeed niet aan de voorschriften van dit besluit of bood geen voldoende veiligheid;b) er was niet voldaan aan de vereisten voorgeschreven voor het voorlopige rijbewijs of voor de leervergunning;c) de kandidaat was niet in staat te sturen;d) de kandidaat kon één van de documenten genoemd in de artikelen 35, 36 en 37 niet voorleggen of was niet vergezeld door de begeleider of de instructeur bedoeld in artikel 39, § 3;e) de bestuurder van het voertuig van de categorie B bedoeld in artikel 39, § 4, was niet in staat om te sturen of het voertuig bood geen voldoende veiligheid;f) de kandidaat bedoeld in artikel 38, § 2 beschikte niet over de uitrusting voorgeschreven in dit artikel;3° de kandidaat wiens examen onderbroken werd omdat hij niet voldoende vertrouwd was met de plaats en het gebruik van de bedieningsorganen van het voertuig.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK IX. - Inspectie en controle Art. 64.De ambtenaren die door de Minister of door zijn gemachtigde worden belast met de inspectie en de controle op de afgifte van de rijbewijzen, de internationale rijbewijzen, de voorlopige rijbewijzen, de leervergunningen en de duplicaten, hebben toegang tot de lokalen waar die documenten worden afgegeven en waar de documenten en de voorraden van formulieren, van rijbewijzen, van internationale rijbewijzen, van voorlopige rijbewijzen en van leervergunningen bewaard worden; zij mogen inzage nemen van alle documenten in verband met hun opdracht alsook van de inlichtingenfiches.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze hebben dezelfde bevoegdheid inzake toezicht en controle in de examencentra, bedoeld in artikel 25, inzonderheid wat de examens betreft, alsook in de instellingen en scholen bedoeld in artikel 4, 4°, 5°, 6°, 7°, 8° en 9°, wat betreft de opleiding en, in voorkomend geval, de examens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op vraag van de Minister of zijn gemachtigde zijn de overheden bedoeld in artikel 7, de examencentra en de instellingen en instanties bedoeld in het tweede lid ertoe gehouden om alle inlichtingen te verstrekken betreffende de toepassing van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL IV. - {dt}Beschikking{edt}en betreffende de rechterlijke beslissingen houdende vervallenverklaring van het recht tot sturen van een motorvoertuig, de formaliteiten tot uitvoering ervan en de onderzoeken tot herkrijging van dit recht HOOFDSTUK I. - Rechterlijke beslissingen houdende vervallenverklaring van het recht om een motorvoertuig te besturen en formaliteiten tot uitvoering ervan Art. 65.Wanneer bij toepassing van artikel 45 van de wet, de vervallenverklaring van het recht tot sturen beperkt is tot sommige motorvoertuigen, vermeldt de beslissing op welke categorieën en subcategorieën het verval slaat, met verwijzing naar de indeling bepaald in artikel 2. Art. 66.Uiterlijk de vijfde dag volgend op de datum van de verwittiging die aan de veroordeelde overeenkomstig artikel 40 van de wet werd gegeven, of de dag volgend op deze waarop het verval wegens lichamelijke ongeschiktheid ingaat, deelt het openbaar ministerie aan de Minister en aan de burgemeester van de gemeente waar de veroordeelde is ingeschreven of vermeld in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister, of, bij gebrek aan inschrijving, aan de burgemeester van de gemeente waar hij zijn woonstkeuze heeft gedaan, de beslissing mee waarbij het verval wordt uitgesproken, de duur en de reden ervan alsook de onderzoeken die ondergaan moeten worden krachtens artikel 38 van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de vervallenverklaring van het recht tot sturen uitgesproken werd met de verplichting om het psychologische onderzoek af te leggen, maakt de burgemeester zonder verwijl aan de Minister een uittreksel uit het strafregister van betrokkene over, waarin de minnelijke schikkingen en de veroordelingen met betrekking tot overtredingen van de voorschriften betreffende de politie over het wegverkeer vermeld staan, alsook de veroordelingen wegens onvrijwillige doodslag, slagen en verwondingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de betrokkene houder is van een rijbewijs, deelt de burgemeester de categorieën en de subcategorieën van voertuigen, waarvoor het rijbewijs is afgegeven, mee. Art. 67.Hij die een verval van het recht tot sturen heeft opgelopen, is gehouden bij de griffier van het gerecht dat de beslissing heeft uitgesproken, te laten toekomen, naargelang het geval : 1° het rijbewijs waarvan hij houder is, wanneer het gaat om verval van het recht tot sturen van een motorvoertuig waarvoor het document is afgegeven;2° het voorlopige rijbewijs of de leervergunning waarvan hij houder is. Deze formaliteit moet vervuld worden binnen de 4 dagen na de dag waarop het openbaar ministerie de kennisgeving aan de veroordeelde heeft gedaan, overeenkomstig artikel 40 van de wet of, in geval van verval uitgesproken wegens lichamelijke ongeschiktheid, binnen de 4 dagen na de uitspraak van de beslissing wanneer deze op tegenspraak is gewezen, of na de betekening wanneer zij bij verstek is gewezen niettegenstaande voorziening; zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen zijn in deze termijn niet begrepen. Art. 68.De griffier stuurt het voorlopige rijbewijs en de leervergunning terug aan de overheid bedoeld in artikel 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het verval beëindigd is en indien de houder de opgelegde onderzoeken met goed gevolg heeft ondergaan, geeft de overheid bedoeld in artikel 7 het voorlopige rijbewijs of de leervergunning terug na het te hebben verlengd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 8, § 6 en 12, § 5. Art. 69.§ 1. Het rijbewijs wordt bewaard op de griffie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het verval van het recht tot sturen maar van toepassing is op bepaalde categorieën of subcategorieën van voertuigen waarvoor het rijbewijs afgegeven is, kan de houder een rijbewijs verkrijgen dat enkel geldig is voor de categorieën of subcategorieën waarvoor het verval niet van toepassing is, voor zover er voldaan is aan de afgiftevoorwaarden voorgeschreven in dit besluit. De griffier maakt een attest op waarvan het model bepaald wordt door de Minister. De procedure van artikel 49 is van toepassing. § 2. Het rijbewijs wordt teruggegeven door de griffier : 1° wanneer het verval beëindigd is, indien de houder met goed gevolg de onderzoeken die hem eventueel in toepassing van artikel 38 van de wet zijn opgelegd, heeft ondergaan.In het geval bepaald in § 1, tweede lid, wordt het rijbewijs teruggestuurd naar de overheid bedoeld in artikel 7; deze laatste geeft het terug aan de houder of levert, naargelang het geval, een duplicaat van dit document of een nieuw rijbewijs af als de belanghebbende een rijbewijs beperkt tot categorieën of subcategorieën waarvoor het verval niet van toepassing was, heeft verkregen; 2° wanneer de houder van een Europees of buitenlands rijbewijs, die niet beantwoordt aan de voorwaarden om een Belgisch rijbewijs te verkrijgen, het grondgebied verlaat.In dit geval, geeft de ambtenaar van het openbaar ministerie hem een attest af dat overeenstemt met het model van bijlage 8, en dat hem machtigt tot het besturen van zijn voertuig om zich op een vastgestelde dag en langs een bepaalde weg naar de grens te begeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-70\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 70</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Minister of zijn gemachtigde deelt elke beslissing waarbij definitief een einde wordt gemaakt aan het verval alsook elk slagen voor het onderzoek mee aan de burgemeester van de gemeente waar de belanghebbende ingeschreven is of, bij gebrek aan inschrijving, aan de burgemeester van de gemeente waar hij zijn woonstkeuze heeft gedaan. HOOFDSTUK II. - Verval van het recht tot sturen - Onderzoeken Art. 71.De Minister of zijn gemachtigde stuurt aan de personen, aan wie een of meerdere onderzoeken bedoeld in artikel 38 van de wet werden opgelegd, een inschrijvingsdocument dat de onderzoeken die ze moeten afleggen, opgeeft De inschrijving voor de onderzoeken gebeurt tegen betaling van een inschrijvingsrecht van vijfhonderd frank dat door de kandidaat wordt gekweten bij middel van plakzegels van het type zoals voorgeschreven bij de heffing van zegelrechten; dit inschrijvingsrecht wordt in geen geval terugbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaat legt het deelnemingsdocument, afgegeven door de Minister of zijn gemachtigde, voor bij de bevoegde examencentra, die op dit document melding maken van het slagen voor de afgelegde onderzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaat die geslaagd is voor alle opgelegde onderzoeken stuurt het deelnemingsdocument aan de Minister of aan zijn gemachtigde die een attest van slagen afgeeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaat die geslaagd is voor het geheel van de hem opgelegde onderzoeken is hersteld in het recht tot sturen van de voertuigen van alle categorieën en subcategorieën waarop het verval slaat, voor zover hij aan de Minister of zijn gemachtigde het deelnemingsdocument ten laatste drie jaar na het slagen voor het eerste onderzoek heeft overgemaakt. Art. 72.§ 1. De theoretische en de praktische examens worden afgelegd in de examencentra bedoeld in artikel 25.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij worden afgelegd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 31 tot 39, 47 en 48 en de bepalingen van §§ 2 tot 5 van dit artikel. § 2. De kandidaat die het theoretische en het praktische examen moet afleggen, doet het theoretische examen dat overeenstemt met de categorie of subcategorie die hij voor het praktische examen gekozen heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaat die het theoretische maar niet het praktische examen moet afleggen, doet het examen : 1° voor de categorie D of voor de subcategorie D1 wanneer hij houder is van een Belgisch, Europees of buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, geldig voor de categorie D of D+E of voor de subcategorie D1 of D1+E of voor een gelijkwaardige categorie of subcategorie;2° voor de categorie C of voor de subcategorie C1 wanneer hij houder is van een Belgisch, Europees of buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, geldig voor de categorie C of C+E of de subcategorie C1 of C1+E of een gelijkwaardige categorie of subcategorie, zonder geldig te zijn voor de categorie D of de subcategorie D1;3° voor de categorie A of B wanneer hij houder is van een Belgisch, Europees of buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, geldig voor de categorie A, B of B+E of voor een gelijkwaardige categorie;4° voor de categorie A of B, of voor de categorie A3, wanneer hij geen houder is van een rijbewijs of wanneer hij houder is van een Belgisch, Europees of buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, geldig voor de categorie A3 of voor een gelijkwaardige categorie. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het praktische examen wordt afgelegd met een bromfiets klasse B of met een voertuig van de categorie A of B als de kandidaat geen houder is van een rijbewijs ofwel met een voertuig van de categorie of van de subcategorie waarvoor het rijbewijs, waarvan hij houder is, geldig is. Het voertuig moet evenwel behoren tot een van de categorieën of subcategorieën waarvoor het verval van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het rijbewijs slechts geldig is voor het besturen van bepaalde voertuigen van een categorie of een subcategorie, heeft het praktische examen plaats met een voertuig waarmee de houder mag rijden. § 4. De houder van een rijbewijs mag, na het slagen voor de opgelegde examens, het rijbewijs waarvan hij houder is terugkrijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de bepalingen van het eerste lid bekomt : 1° de houder van een rijbewijs die het praktische examen aflegt met een bromfiets klasse B, een rijbewijs geldig voor de categorie A3;2° de houder van een Belgisch, een Europees of een buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, geldig voor de categorie C, C+E, D of D+E of de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E of voor een gelijkwaardige categorie of subcategorie die het praktische examen heeft afgelegd met een voertuig van de categorie A, B of B+E, een rijbewijs geldig voor deze van de categorieën A, B en B+E waarvoor het rijbewijs was geldig verklaard;3° de houder van een Belgisch, Europees of buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, geldig voor de categorie C, C+E, D of D+E of voor een gelijkwaardige categorie of subcategorie die het praktische examen heeft afgelegd met een voertuig van de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E, een rijbewijs geldig voor deze van de categorieën A, B en B+E en van de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E waarvoor het rijbewijs was geldig verklaard. § 5. Om toegelaten te worden tot het theoretische en het praktische examen legt de kandidaat, die geen houder is van een Belgisch, Europees of buitenlands rijbewijs, bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, een getuigschrift van theoretisch of praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool, voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij legt het praktische examen af met een lesvoertuig van de categorie A3, A of B van een rijschool. Art. 73.De medische en de psychologische onderzoeken gebeuren in de gewestelijke medico-psychologische centra van de instellingen bedoeld in artikel 4, 5° en slaan respectievelijk op de normen en tests aangeduid in bijlage 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geneesheer of de psycholoog bevestigt op het deelnemingsdocument het slagen door de vermelding « geschikt » met eventueel de toevoeging van voorwaarden of beperkingen die hij aanduidt en die, in voorkomend geval, zullen overgenomen worden op het teruggekregen of het verkregen rijbewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaat die, bij twee achtereenvolgende medische of psychologische onderzoeken in hetzelfde centrum, niet geschikt werd bevonden of die de voorwaarden of beperkingen, toegevoegd aan de geschiktheidsverklaring, betwist, ondergaat op zijn aanvraag dezelfde onderzoeken in een ander centrum, aangewezen door de Minister of zijn gemachtigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL V. - Centraal bestand Art. 74.Binnen het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur wordt een centraal bestand opgericht, dat de volgende gegevens bevat : 1° de identiteit van de persoon op wie de gegevens bedoeld in 2° tot 7° betrekking hebben : naam, voornamen, adres, land van verblijf, geboorteplaats en - datum, geslacht, nationaliteit, NIS-code van de gemeente, alsook het identificatienummer bij het rijksregister;2° de gegevens betreffende het rijbewijs en de als zodanig geldende bewijzen;3° de gegevens betreffende de vervallenverklaringen van het recht tot sturen, de maatregelen die een einde stellen aan het verval van het recht tot sturen en de onmiddellijke intrekkingen;4° de gegevens betreffende de herstelonderzoeken in het recht tot sturen;5° de gegevens betreffende de brevetten van beroepsbekwaamheid bedoeld in het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;6° de gegevens betreffende de examinatoren : a) het erkenningsnummer;b) de instelling die de betrokkene aangenomen heeft en het examencentrum waartoe hij behoort;c) de datum van slagen voor het examen;d) de datum van aanwerving;e) de sancties genomen in toepassing van artikel 26;7° de gegevens betreffende de bewijzen van geneeskundige schifting : a) de uiterste geldigheidsdatum van het document;b) de geschiktheidsbeslissing die door de onderzoekende geneesheer genomen is;c) de voorwaarden, beperkingen en aanpassingen aan het voertuig die voorkomen op het bewijs van geneeskundige schifting;d) het geneeskundig centrum dat het onderzoek heeft uitgevoerd met het oog op de afgifte van een bewijs van geneeskundige schifting;e) het dossiernummer;8° de gegevens betreffende de vrijstellingen van de draagplicht van de veiligheidsgordel, bedoeld in het koninklijk besluit van 1 december 1975Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-75\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 75</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De doelstellingen waarvoor de gegevens van het bestand het onderwerp van een verwerking kunnen uitmaken zijn : 1° de vervulling van opdrachten van inspectie en controle betreffende : a) de afgifte van rijbewijzen en de als zodanig geldende bewijzen;b) de examencentra en de examinatoren;c) de rijscholen en het leidend en onderwijzend personeel, overeenkomstig het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;2° de bepaling van de bedragen die door de gemeenten verschuldigd zijn;3° de verwezenlijking van wetenschappelijke studies en het opstellen van algemene en naamloze statistieken;4° de opsporing van overtredingen, wanbedrijven en misdaden door de gerechtelijke politie;5° de controle op de naleving van de bepalingen betreffende de politie van het wegverkeer en de bevordering van de verkeersveiligheid;6° de uitoefening door de politiediensten van hun opdracht van administratieve politie;7° de organisatie van de onderzoeken tot herstel in het recht tot sturen, bepaald in artikel 38 van de wet;8° de afgifte van duplicaten van bewijzen van geneeskundige schifting;9° het beheer van de brevetten van beroepsbekwaamheid bedoeld in het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;10° de afgifte, door de overheid, van de rijbewijzen en de als zodanig geldende bewijzen;11° de wederzijdse hulp op internationaal vlak voor de toepassing van de bepalingen betreffende de rijbewijzen en het recht tot sturen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 76</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens bedoeld in artikel 74 mogen meegedeeld worden aan : 1° de gerechtelijke overheden;2° de ambtenaren van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur, belast met de controle van de overheden bedoeld in artikel 7, van de examencentra en van de rijscholen. De gegevens bedoeld in artikel 74, 1°, 2°, 3°, 4°, 7° en 8° mogen meegedeeld worden aan de bevoegde personen aangeduid in het koninklijk besluit van 1 december 1975Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens bedoeld in artikel 74, 1°, 2°, 3°, 4° en 7° mogen meegedeeld worden aan de examinatoren bedoeld in artikel 26.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens bedoeld in artikel 74, 1°, 2°, 3° en 4° mogen meegedeeld worden aan de buitenlandse overheden belast met de afgifte van rijbewijzen of aan de buitenlandse gerechtelijke overheden. De betrokken overheid richt aan de Minister een schriftelijke en gemotiveerde aanvraag voor controledoeleinden of voor een omwisseling van een Belgisch rijbewijs tegen een rijbewijs van de betrokken Staat; als deze redenen niet gefundeerd zijn of als de betrokken Staat geen normen ter bescherming van de persoonsgegevens vastgelegd heeft, wordt de mededeling van de gegevens geweigerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens bedoeld in artikel 74, 1°, 2°, 3°, 4° en 7° mogen meegedeeld worden aan de burgemeester of aan zijn gemachtigde die belast is met de toepassing van de bepalingen van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens bedoeld in artikel 74, 1°, 2°, 3°, 4°, 7° en 8° mogen meegedeeld worden aan het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens bedoeld in artikel 74, 3° worden evenwel niet meer meegedeeld wanneer de belanghebbende hersteld is in het recht tot sturen, tenzij voor gerechtelijke en statistische doeleinden. Art. 77.De gegevens bedoeld in artikel 74, 1°, 2°, 5°, 6° en 7° worden bewaard zonder tijdsbeperking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens bedoeld in artikel 74, 3° worden bewaard tot de datum van de uitwissing van de veroordeling of van het herstel in eer en rechten van de veroordeelde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens bedoeld in artikel 74, 4° worden bewaard tot de datum van het herstel in het recht tot sturen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens bedoeld in artikel 74, 8° worden bewaard tot het verstrijken van de vrijstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL VI. - Allerhande bepalingen Art. 78.De rijbewijzen, conform het model van bijlage 9, blijven geldig voor het besturen van motorvoertuigen volgens de volgende regels : 1° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie A laat toe voertuigen van de categorieën A3 en A te besturen;2° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie B laat toe voertuigen van de categorieën A3, A, B en B+E te besturen;3° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie C laat toe voertuigen van de categorieën A3, A, B, B+E, C en C+E en van de subcategorieën C1 en C1+E te besturen;4° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie D laat toe voertuigen van de categorieën A3, A, B, B+E, C, C+E, D en D+E en van de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E te besturen;5° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie AF laat toe voertuigen van de categorieën A3 of A, die speciaal aangepast zijn in functie van de handicap van de houder, te besturen;het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie BF laat toe voertuigen van de categorie B, die speciaal aangepast zijn in functie van de handicap van de houder, te besturen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rijbewijzen, conform het model van bijlage 10, blijven geldig voor het besturen van motorvoertuigen volgens de volgende regels : 1° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie A3 laat toe voertuigen van de categorie A3 te besturen;2° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie A2 laat toe voertuigen van de categorie A3 en voertuigen van de categorie A te besturen als het rijbewijs afgegeven is sinds meer dan twee jaar of van voertuigen van de categorie A met een vermogen van minder dan of gelijk aan 25 kW of een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan of gelijk aan 0,16 kW/kg als het rijbewijs sinds minder dan twee jaar is afgegeven;3° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie A1 laat toe voertuigen van de categorieën A3 en A te besturen;4° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie B laat toe voertuigen van de categorieën A3 en B te besturen en voertuigen bedoeld in artikel 20, § 2, indien het sinds tenminste twee jaar afgegeven is;5° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie C laat toe voertuigen van de categorieën A3, B en C en van de subcategorie C1 te besturen;6° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie D laat toe voertuigen van de categorieën A3, B en D en van de subcategorie D1 te besturen;7° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie BE laat toe voertuigen van de categorieën A3, B en B+E te besturen;8° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie CE laat toe voertuigen van de categorieën A3, B, B+E, C en C+E en van de subcategorieën C1 en C1+E te besturen;9° het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie DE laat toe voertuigen van de categorieën A3, B, B+E, D en D+E en van de subcategorieën D1 en D1+E te besturen;10° het rijbewijs geldig verklaard voor de categoriën CE en D laat toe voertuigen van de categorieën A3, B, B+E, C, C+E, D en D+E en van de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E te besturen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-79\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 79</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer, krachtens artikel 49 of artikel 50, een rijbewijs conform het model van bijlage 1 wordt afgegeven in plaats van een rijbewijs, conform het model van bijlage 9 of van bijlage 10, worden de regels voorgeschreven in artikel 78 toegepast De houders van een rijbewijs conform het model van bijlage 9 of van bijlage 10, kunnen dit omwisselen tegen een rijbewijs, waarvan het model bepaald wordt in bijlage 1. Zij verkrijgen een rijbewijs, geldig voor dezelfde categorie of categorieën van voertuigen die zij gemachtigd waren te besturen op basis van het rijbewijs waarvan zij houder waren, overeenkomstig de regels bepaald in artikel 78.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen die het bewijs leveren dat zij houder geweest zijn van een rijbewijs, conform het model van bijlage 10, verkrijgen onder dezelfde voorwaarden een rijbewijs waarvan het model bepaald is in bijlage 1, volgens de regels voorgeschreven in artikel 78.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen, bedoeld in het tweede en derde lid, dienen bij de overheid bedoeld in artikel 7 een aanvraag tot omwisseling in waarvan het model bepaald wordt door de Minister. Art. 80.§ 1. De personen die na 25 mei 1965 en vóór 1 januari 1989 tengevolge van een herstelonderzoek hersteld zijn in het recht tot sturen voor een of meerdere categorieën van voertuigen, dienen voor het verkrijgen van een rijbewijs, geldig voor een of meerdere andere categorieën van voertuigen, geen nieuw herstelonderzoek af te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een verval van het recht tot sturen, uitgesproken vóór de inwerkingtreding van dit besluit, beperkt is tot bepaalde categorieën van voertuigen, worden voor de bepaling van deze categorieën, de regels voorgeschreven in artikel 78 toegepast. § 2. De houder van een rijbewijs waarop vermeldingen met betrekking tot het verval van het recht tot sturen zijn aangebracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit kan,bij het einde van de vervalperiode en voor zover hij geslaagd is voor de onderzoeken die hem eventueel krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd, een duplicaat van zijn rijbewijs verkrijgen zonder dat de vermeldingen van verval worden overgenomen op het document. De bepalingen van de artikelen 50 en 51 zijn van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer op het rijbewijs vermeldingen voorkomen met betrekking tot een verval van het recht tot sturen dat loopt op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit en dat beperkt is tot sommige categorieën van voertuigen waarvoor het rijbewijs werd afgegeven, kan de houder een nieuw rijbewijs verkrijgen dat enkel geldig is voor de categorieën waarop het verval niet van toepassing is overeenkomstig de bepalingen van artikel 49. Wanneer het verval beëindigd is en na het slagen voor de onderzoeken die hem eventueel krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd, kan de houder een duplicaat van zijn oorspronkelijk rijbewijs verkrijgen, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 50 en 51. Art. 81.De houder van een rijbewijs geldig voor de categorie A2, bedoeld in artikel 78, tweede lid, 2° kan bij het verstrijken van een termijn van twee jaar te rekenen vanaf de datum van afgifte van het rijbewijs, een rijbewijs geldig voor het besturen van alle voertuigen van de categorie A verkrijgen zonder zich te onderwerpen aan de scholing en zonder een nieuw theoretisch en praktisch examen te moeten afleggen. De procedure voorgeschreven in artikel 49 is van toepassing. Art. 82.In artikel 8.2, van het koninklijk besluit van 1 december 1975Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 25 maart 1987 en 18 september 1991 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° artikel 8.2, 1° wordt aangevuld met het volgende lid : « Deze leeftijd wordt evenwel teruggebracht op : a) 17 jaar voor de bestuurders die de opleiding « bestuurders van autobussen en autocars » volgen in de derde graad van het secundaire beroepsonderwijs; b) 18 jaar voor de bestuurders van autobussen, trolleybussen en autocars met niet meer dan 16 zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, die houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een getuigschrift van vakbekwaamheid bedoeld in artikel 59.2, afgegeven voor het personenvervoer; c) 18 jaar voor de bestuurders die de scholing volgen en die het praktische examen afleggen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie D of D+E of voor de subcategorie D1 of D1+E, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs. 2° in het artikel 8.2, 2°, wordt het tweede lid vervangen door het volgende lid : « Deze leeftijd wordt evenwel teruggebracht op : a) 17 jaar voor de bestuurders die de opleiding « bestuurders van vrachtwagens » volgen in de derde graad van het secundaire beroepsonderwijs; b) 18 jaar voor de bestuurders die houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een getuigschrift van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 59.2, afgegeven voor het goederenvervoer en voor de bestuurders die een scholing volgen en het praktische examen afleggen om, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, een rijbewijs geldig voor de categorie C of C+E te verkrijgen; »; 3° in artikel 8.2, wordt 3° vervangen door de volgende bepaling : « 3° 18 jaar voor de bestuurders van andere motorvoertuigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze leeftijd wordt evenwel vastgesteld op : a) 16 jaar voor de bestuurders van bromfietsen voor zover het voertuig geen andere persoon dan de bestuurder vervoert, alsook voor de bestuurders van landbouwtractoren die van de hoeve naar het veld rijden en omgekeerd;b) 3 maanden vóór 17 jaar voor de bestuurders die het praktische onderricht volgen met het oog op het verkrijgen van een leervergunning bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;c) 17 jaar voor de bestuurders die de opleiding « bestuurders van vrachtwagens » of « bestuurders van autobussen en autocars » volgen in de derde graad van het secundaire beroepsonderwijs of die rijden met een leervergunning;d) 3 maanden vóór 18 jaar voor de bestuurders die het praktische onderricht volgen met het oog op het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie A of B;e) 21 jaar voor de bestuurders van motorfietsen met een vermogen van meer dan 25 kW of een vermogen/ gewichtsverhouding van meer dan 0,16 kW/kg, tenzij ze sinds ten minste twee jaar houder zijn van een rijbewijs geldig voor het besturen van motorfietsen met een vermogen van minder of gelijk aan 25 kW of een vermogen/gewichtsverhouding van minder of gelijk aan 0,16 kW/kg of van een Belgisch rijbewijs geldig voor de categorie A2 of tenzij zij houder zijn van een Belgisch rijbewijs geldig voor de categorie A1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing op de gehandicapten die een voertuig besturen uitgerust met een motor die niet toelaat zich sneller dan stapvoets voor te bewegen; ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 83</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 59.2 van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 1 december 1975Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 18 september 1991 en 29 mei 1996 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het artikel 59.2 wordt b) vervangen door de volgende bepaling : « b) de « certificats de qualification » afgegeven bij het einde van het zesde jaar van het secundaire Franstalige beroepsonderwijs aan de leerlingen die de opleiding « conducteurs poids lourds » of de opleiding « conducteurs d'autobus ou d'autocars » gevolgd hebben en de « studiegetuigschriften » van het tweede jaar van de derde graad van het Nederlandstalige beroepsonderwijs afgegeven aan de leerlingen die de opleiding « bestuurders van vrachtwagens » of de opleiding « bestuurders van autobussen of autocars » gevolgd hebben »; »; 2° in artikel 59.2 c), worden de woorden « l'Office régional bruxellois de l'emploi » vervangen door de woorden « l'Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle ».</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL VII. - Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding Art. 84.Worden opgeheven : 1° het koninklijk besluit van 6 mei 1988 betreffende de indeling van voertuigen in categorieën, het rijbewijs, de rechterlijke beslissingen houdende vervallenverklaring van het recht tot sturen en de voorwaarden voor erkenning van de scholen voor het besturen van motorvoertuigen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 september 1988, 19 december 1988, 28 januari 1991, 18 juli 1991 en 19 juli 1993;2° het koninklijk besluit van 20 september 1991 betreffende de geneeskundige schifting en het geneeskundig toezicht op de bestuurders van motorvoertuigen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 7 april 1995;3° de voorschriften van 5 november 1964 betreffende de uitreiking van het bij het Verdrag van 19 november 1949 nopens het wegverkeer voorgeschreven internationale rijbewijs, gewijzigd door de voorschriften van 16 juli 1976. Art. 85.De bewijzen van geneeskundige schifting waarvan het model bepaald is in bijlage 11 blijven geldig tot de op het document vermelde uiterste geldigheidsdatum voor het besturen van de voertuigen bedoeld in de artikelen 42 en 43.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verstrijken van de geldigheid van het bewijs van geneeskundige schifting moet de houder van een rijbewijs bedoeld in artikel 42 en 43 het onderzoek voorgeschreven in artikel 42 ondergaan; hij bekomt een nieuw rijbewijs, geldig voor de duur vermeld op het attest bedoeld in artikel 44, § 5, zonder zich te moeten onderwerpen aan de scholing en zonder een nieuw theoretisch en praktisch examen te moeten afleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De procedure voorgeschreven in artikel 49 is van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de verloren, gestolen, beschadigde, onleesbare of tenietgegane bewijzen van geneeskundige schifting of in geval van adresverandering wordt een duplicaat afgegeven door de Minister of zijn gemachtigde op vertoon van een aanvraag om duplicaat waarvan het model bepaald is door de Minister. Voor de afgifte van een duplicaat wordt een retributie van tweehonderd frank betaald; de aanvrager betaalt de retributie door middel van plakzegels van het type dat voorgeschreven is voor de inning van zegelrechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen om een bewijs van geneeskundige schifting en de voorlopige attesten afgegeven in toepassing van de bepalingen bedoeld in artikel 84, 2° worden gelijkgesteld met het attest bepaald in artikel 44, § 5. Art. 86.§ 1. De rijbewijzen geldig voor de categorieën C, CE, D en DE, afgegeven voor 1 januari 1989 blijven geldig gedurende een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het rijbewijs wordt hernieuwd op vertoon van een attest bedoeld in artikel 44, § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een nieuw rijbewijs wordt afgegeven, overeenkomstig de procedure voorgeschreven in artikel 49, zonder dat de aanvrager gehouden is om zich te onderwerpen aan de scholing en een nieuw theoretisch en praktisch examen te ondergaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het nieuw rijbewijs is geldig voor de duur aangeduid op het attest bedoeld in het tweede lid. § 2. De houder van een rijbewijs bedoeld in § 1, eerste lid, die een van de vervoersdiensten bepaald in artikel 43 uitvoert, is gehouden, als hij geen houder is van een nog geldig bewijs van geneeskundige schifting en conform aan het model vastgesteld in bijlage 11, om een onderzoek voorgeschreven in artikel 42 te ondergaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een nieuw rijbewijs wordt afgegeven zonder dat de aanvrager gehouden is om zich te onderwerpen aan de scholing en zonder een nieuw theoretisch en praktisch examen af te leggen. De procedure voorgeschreven in artikel 49 is van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het nieuw rijbewijs is geldig voor de duur aangeduid op het attest bedoeld in artikel 44, § 5. Art. 87.De voorlopige rijbewijzen en de leervergunningen afgegeven vóór de inwerkingtreding van dit besluit blijven geldig tot de op het document vermelde uiterste geldigheidsdatum. De geldigheidsduur van het voorlopige rijbewijs model 3 geldig voor de categorie A3, A2, A1, BE, C, CE, D of DE, dat nog geldig is op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit, wordt evenwel op twaalf maanden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De houder van een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie A2 en de houder van een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie A1 die minder dan 21 jaar is, mogen slechts motorfietsen besturen met een vermogen van minder of gelijk aan 25 kW of een vermogen/ gewichtsverhouding van minder of gelijk aan 0,16 kW/kg.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van afgifte van een duplicaat of van verandering van begeleider wordt een voorlopig rijbewijs of een leervergunning conform het model van bijlage 2 of van bijlage 3 afgegeven volgens de bepalingen voorgeschreven in artikel 78. De houder van een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie A2 en de houder van een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie A1, die minder dan 21 jaar is, verkrijgen evenwel een voorlopig rijbewijs met de vermelding « A H 25 kW of H 0,16 kW/kg ». Art. 88.De aanvragen om een rijbewijs, met vermelding van het slagen voor het theoretische examen en het praktische examen, afgegeven vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit laten toe om gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf die datum, een rijbewijs te verkrijgen overeenkomstig de regels voorgeschreven in artikel 78.</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenwel, de aanvraag om een rijbewijs geldig voor de categorie A2 en de aanvraag om een rijbewijs geldig voor de categorie A1 waarvan de houder minder dan 21 jaar is laten toe om een rijbewijs geldig voor de voertuigen van de categorie A met een vermogen van minder of gelijk aan 25 kW of een vermogen/gewichtsverhouding van minder of gelijk aan 0,16 kW/kg te verkrijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen om een rijbewijs, met vermelding van het slagen voor het theoretische examen en de aanvragen om een voorlopig rijbewijs en een leervergunning, afgegeven vóór de inwerkingtreding van dit besluit, worden gelijkgesteld respectievelijk met de aanvragen om een rijbewijs of met de aanvragen om een voorlopig rijbewijs of een leervergunning, afgegeven in toepassing van de bepalingen van dit besluit. De aanvragen om een voorlopig rijbewijs voor de categorie A2 laten toe om een voorlopig rijbewijs met de vermelding « A H 25 kW of H 0,16 kW/kg » te verkrijgen; dezelfde regel is van toepassing als de aanvraag om een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorie A1 voorgelegd wordt door een kandidaat van minder dan 21 jaar. Art. 89.De houder van een buitenlands nationaal rijbewijs dat niet beantwoordt aan de voorwaarden voorgeschreven in artikel 27, 2° en de houder van een internationaal rijbewijs die geslaagd zijn voor de theoretische en praktische examen vóór de inwerkingtreding van dit besluit, verkrijgen een rijbewijs zonder dat ze onderworpen zijn aan de scholing voorgeschreven in artikel 5, § 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De houder van een voorlopig rijbewijs model 3, geldig voor de categorie B, waarvan de geldigheid verstreken is voor de inwerkingtreding van dit besluit ten gevolge van een veroordeling tot een verval van het recht tot sturen kan een voorlopig rijbewijs model 1 of model 2 verkrijgen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-90\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 90</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de bepalingen van artikel 38, §§ 4, 5, 6, 7 en 8 kunnen de praktische examens voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorieën B+E, C, C+E, D en D+E afgelegd worden : 1° gedurende een periode van zes maanden te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit, onder de volgende voorwaarden : a) het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie C mag afgelegd worden met een voertuig behorend tot de categorie C waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 7.000 kg is. Het voertuig moet uitgerust zijn met een tachograaf; b) het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie D mag afgelegd worden met een voertuig behorend tot de categorie D en met ten minste 28 plaatsen, deze van de bestuurder niet inbegrepen en waarvan de lengte ten minste 7 m is.Het voertuig moet uitgerust zijn met een tachograaf; c) het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie B+E, C+E of D+E mag afgelegd worden met een samenstel van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig behorend tot de categorie B, C of D, beantwoordend, naargelang het geval, aan de voorwaarden voorgeschreven in artikel 38, § 3 of aan de voorwaarden voorgeschreven in a) of b) en met een aanhangwagen waarvan de maximale toegelaten massa meer is dan 750 kg of met een geleed voertuig Als het trekkende voertuig behoort tot de categorie B, moet de maximale toegelaten massa van het samenstel meer zijn dan 3.500 kg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het trekkende voertuig behoort tot de categorie C en het geen oplegger betreft, moet de aanhangwagen ten minste twee assen hebben die meer dan 1 m van elkaar gelegen zijn; ten minste een van de assen moet beweegbaar zijn. 2° gedurende een periode van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit, onder de volgende voorwaarden : a) het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie B+E mag afgelegd worden met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie B beantwoordend aan de voorwaarden voorgeschreven in artikel 38, § 3 en een aanhangwagen, uitgerust met een gesloten koetswerk of een huif, met een maximale toegelaten massa van ten minste 1.000 kg, dat niet behoort tot de categorie B en dat, op een horizontale weg, een snelheid van ten minste 100 km/u behaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kast van de aanhangwagen moet beantwoorden aan de voorwaarden voorgeschreven in artikel 38, § 4, tweede lid; b) het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie C mag afgelegd worden met een voertuig van de categorie C uitgerust met een gesloten koetswerk of een huif, met een maximale toegelaten massa van ten minste 10.000 kg en een lengte van ten minste 7 m, dat op een horizontale weg, een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt; het voertuig moet uitgerust zijn met een tachograaf . Het voertuig moet een lading hebben die beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in artikel 38, § 5, derde lid; c) het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie C+E mag afgelegd worden - hetzij met een geleed voertuig, uitgerust met een gesloten koetswerk of een huif, met een maximale toegelaten massa van ten minste 18.000 kg en een lengte van ten minste 12 m en dat, op een horizontale weg, een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt. Het voertuig moet uitgerust zijn met een tachograaf; - hetzij met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie C bedoeld in b) en een aanhangwagen uitgerust met een gesloten koetswerk of een huif, met een lengte van ten minste 4 meter, dat een maximale toegelaten massa van ten minste 18.000 kg en een lengte van ten minste 12 m heeft en dat op een horizontale weg, een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het geleed voertuig en het samenstel moeten een lading hebben die beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in artikel 38, § 6, tweede lid; d) het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie D mag afgelegd worden met een voertuig van de categorie D waarvan de lengte niet minder mag zijn dan 9 m en dat, op een horizontale weg, een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt.Het voertuig moet uitgerust zijn met een tachograaf; e) het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie D + E mag afgelegd worden met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie D bedoeld in d) en een aanhangwagen, uitgerust met een gesloten koetswerk of een huif, waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 1.250 kg is en dat, op een horizontale weg, een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 91</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Treden in werking op 1 oktober 1998 : 1° de artikelen 23 en 36 van de wet van 18 juli 1990 tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 en de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen;2° dit besluit</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 92</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Volksgezondheid, Onze Minister van Buitenlandse Zaken, Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Landsverdediging en Onze Staatssecretaris voor Veiligheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit Gegeven te Brussel, 23 maart 1998.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, J. VANDE LANOTTE De Minister van Volksgezondheid, M. COLLA De Minister van Buitenlandse Zaken, E. DE RYCKE De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET De Minister van Justitie, S. DE CLERCK De Minister van Landsverdediging, J.P. PONCELET De Staatssecretaris voor Veiligheid, J. PEETERS Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage 3 bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage 4 bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs A. Stof voor het theoretisch examen a. Examenstof gemeenschappelijk voor alle categorieën van voertuigen 1.Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen; 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Koninklijk besluit van 1 december 1975Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen;3. Koninklijk besluit van 7 april 1976 tot aanwijzing van de zware overtredingen van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen;4. Het belang van de oplettendheid en van de houding ten opzichte van andere weggebruikers;5. Waarneming, beoordeling en reactie, met name reactietijd, en gedragsveranderingen bij de bestuurder ten gevolge van alcohol, drugs en geneesmiddelen, gemoedsgesteldheid en vermoeidheid;6. De belangrijkste principes voor het bewaren van afstand, remafstand en wegligging van het voertuig in uiteenlopende weers- en wegomstandigheden;7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijrisico's in verband met verschillende wegomstandigheden, in het bijzonder veranderingen ten gevolge van de weerstoestand en het tijdstip van de dag of de nacht;8. Specifieke risico's in verband met de onervarenheid van andere weggebruikers en de deelneming aan het verkeer door de meest kwetsbare categorieën, zoals kinderen, voetgangers, fietsers en personen die in hun mobiliteit gehinderd zijn;9. Risico's in verband met het verkeer en het besturen van diverse voertuigtypes en in verband met het verschillende gezichtsveld van de bestuurders van deze voertuigen;10. Reglementering met betrekking tot administratieve bescheiden in verband met het gebruik van het voertuig; 11. Algemene regels voor de door de bestuurder te volgen gedragslijn bij ongevallen (plaatsen van de gevarendriehoek, waarschuwen, enz.) en maatregelen die hij in voorkomend geval kan nemen om hulp te verlenen aan verkeersslachtoffers; 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheidseisen met betrekking tot het laden van het voertuig en de vervoerde personen;13. De mechanische onderdelen die voor de rijveiligheid van belang zijn : in staat zijn de meest voorkomende defecten te ontdekken die zich met name kunnen voordoen aan stuurinrichting, ophanging, remmen, banden, verlichting en richtingaanwijzers, reflectoren, achteruitkijkspiegels, ruitesproeiers en ruitewissers, uitlaat en veiligheidsgordels;14. Veiligheidsinrichtingen van de voertuigen, met name gebruik van de veiligheidsgordels en veiligheidsvoorzieningen voor kinderen; 15. Regels voor het milieu-vriendelijk gebruik van het voertuig (alleen claxonneren indien nodig, matig brandstofgebruik, beperking van uitlaatgassen, enz.). b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke stof 1.Categorie A : bewaren van het evenwicht bij het vervoer van een passagier. 2. Categorie C en subcategorie C1 : - reglementering inzake gewichten en afmetingen; - voorschriften inzake rij- en rusttijden; - beginselen van de werking van de remsystemen en de vertrager; - beperking van het gezichtsveld die voor de bestuurder en de andere weggebruikers door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt; -invloed van de wind op de baan van het voertuig; - voorzorgen te nemen bij inhaalmanoeuvres als gevolg van de risico's van opspattend water en slijk. 3. Categorie D en subcategorie D1 : voorschriften inzake rij- en rusttijden; reglementaire voorschriften met betrekking tot de vervoerde personen; beperking van het gezichtsveld, die voor de bestuurder en de medeweggebruikers door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt; invloed van de wind op de baan van het voertuig; bij inhaalmanoeuvres te nemen voorzorgen wegens de risico's van opspattend water en slijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Wijze van beoordeling Maximum aantal punten : 40.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimum vereist om te slagen : 32.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de kandidaat echter ten minste twee verkeerde antwoorden geeft op vragen betreffende de zware overtredingen die zijn opgesomd in het koninklijk besluit van 7 april 1976 tot aanwijzing van de zware overtredingen van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, is hij niet geslaagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Wijze van verbetering De Minister of zijn gemachtigde bepaalt de procedure tot verbetering van het theoretische examen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om gevoegd te worden bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, J. VANDE LANOTTE De Minister van Volksgezondheid, M. COLLA De Minister van Buitenlandse Zaken, E. DE RYCKE De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET De Minister van Justitie, S. DE CLERCK De Minister van Landsverdediging, J.P. PONCELET De Staatssecretaris voor Veiligheid, J. PEETERS Bijlage 5 bij het koninklijk besluit van 13 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/06/1998 numac 1998000166 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 11 oktober 1997 betreffende de basisopleiding van de gemeentepolitie en van het koninklijk besluit van 11 oktober 1997 betreffende de trainings- en opleidingscentra voor de gemeentepolitie type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/04/1998 numac 1998014072 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de toekenning van de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie aan sommige personeelsleden van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1998 numac 1998003157 bron ministerie van financien Koninklijk besluit betreffende de wijze van uitgifte van de loterij met biljetten, \"PICTO\" genaamd, een openbare loterij georganiseerd door de Nationale Loterij type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/04/1998 numac 1998022233 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot verdere gedeeltelijke inwerkingstelling van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998014075 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot goedkeuring van de overeenkomst tot invoering van een bedrijfsplan tot herverdeling van de arbeid bij De Post en tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 april 1995 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen van de statutaire personeelsleden van de overheidsbedrijven. - Addendum type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/03/1998 numac 1998014065 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot goedkeuring van de overeenkomst tot invoering van een bedrijfsplan tot herverdeling van de arbeid bij De Post en tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 april 1995 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen van de statutaire personeelsleden van de overheidsbedrijven type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/1998 numac 1998012202 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de opslag van zeer licht ontvlambare, licht ontvlambare, ontvlambare en brandbare vloeistoffen sluiten betreffende het rijbewijs PRAKTISCH EXAMEN : EXAMEN INZAKE RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG I. Proef op een terrein buiten het verkeer a) Plaats en hantering van de bedieningsorganen : 1.voorwielrem; 2. achterwielrem;3. keuze van de versnellingen;4. aan- en uitschakelaar van de motor;5. gashandgreep;6. geluidstoestel;7. richtingaanwijzers;8. schakelaar en verklikkerlichtjes voor de lichten (standlichten - dimlichten - grootlichten);9. zijdelingse steunvoet of centrale steunvoet naar keuze van de kandidaat;10. ruitewissers;11. gebruik van de tachograaf. Categorie A3, A = 1 tot 9;</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorieën A3 (met meer dan twee wielen), B en B+E = 6, 7, 8, 10;</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorieën C, C+E, D en D+E en subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E = 6, 7, 8, 10, 11. b) Manoeuvres : 1.rechts parkeren tussen twee voertuigen; 2. halve draai, links of rechts, binnen een beperkte ruimte;3. links of rechts draaiend achteruit in een garage rijden en er vooruit uitrijden in de andere richting draaiend;4. in rechte lijn achteruit rijden;5. links of rechts draaiend vooruit in een garage rijden en er achteruit uitrijden in de andere richting draaiend;6. achteruitrijden tot tegen een laadkaai;7. opstellen tegen stoep;8. achteruitrijdend een bocht maken;9. slalom;10. plots remmen;11. in lussen rijden;12. over een smalle plank rijden met geringe snelheid;13. koppeling, ontkoppeling van de aanhangwagen;14. stapvoets rijden tussen twee evenwijdige lijnen over een afstand van 10 meter;15. de motorfiets op de standaard plaatsen en parkeren;daarna de motorfiets van de standaard halen, om met de motorfiets al lopend, zonder behulp van de motor, een U-draai te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie A3 = de manoeuvres voorzien onder 9, 10, 11, 12;</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie A = de manoeuvres voorzien onder 9, 10, 11, 12, 14, 15;</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorieën A3 (met meer dan twee wielen) en B = 1, 2, 4, 5;</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie C en subcategorie C1 = 1, 3, 4, 6;</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorie D en subcategorie D1 = 1, 3, 4, 7;</p>\n<p class=\"lf-p\">Categorieën B+E, C+E en D+E en subcategorieën C1+E en D1+E = 4, 6, 7, 8, 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">II. Proef op de openbare weg : alle categorieën van voertuigen Beoordeling van het rijgedrag volgens de hierna vermelde rubrieken : bediening van het voertuig en gebruik van de achteruitkijkspiegels en de veiligheidsgordel; plaats op de openbare weg; bochten; kruisen en inhalen; richtingsveranderingen; voorrang; verkeerslichten en bevelen, verkeersborden en wegmarkeringen; snelheid en verkeersinzicht; starten op een helling; het gedrag ten overstaan van andere weggebruikers en het voldoende afstand houden tussen de voertuigen; in acht nemen van de signalisatie met betrekking tot deze rubrieken; gedrag ter voorkoming van ongevallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">III. Wijze van beoordeling van het examen Het examen bestaat uit twee proeven : a) proef op een terrein buiten het verkeer. De proef wordt stopgezet indien de kandidaat niet voldoende vertrouwd is met de plaats en de hantering van de bedieningsorganen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De manoeuvres worden beoordeeld met : « goed », « voorbehoud », « onvoldoende » of « slecht ».</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaat wordt uitgesteld indien : - een manoeuvre wordt beoordeeld met « slecht »; - twee manoeuvres worden beoordeeld met « onvoldoende »; - een manoeuvre wordt beoordeeld met « onvoldoende » en twee met « voorbehoud »; - drie manoeuvres worden beoordeeld met « voorbehoud »; b) proef op de openbare weg Elk der rubrieken, vermeld onder II wordt beoordeeld met : « goed », « voorbehoud », « onvoldoende » of « slecht ». De kandidaat wordt uitgesteld indien : - een rubriek beoordeeld wordt met « slecht »; - twee rubrieken beoordeeld worden met « onvoldoende »; - een rubriek beoordeeld wordt met « onvoldoende » en twee met « voorbehoud »; - vier rubrieken beoordeeld worden met « voorbehoud »; - rijfouten of gevaarlijk rijgedrag, de veiligheid van het examenvoertuig, de passagiers of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om gevoegd te worden bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, J. VANDE LANOTTE De Minister van Volksgezondheid, M. COLLA De Minister van Buitenlandse Zaken, E. DE RYCKE De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET De Minister van Justitie, S. DE CLERCK De Minister van Landsverdediging, J.P. PONCELET De Staatssecretaris voor Veiligheid, J. PEETERS Bijlage 6 bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs MINIMUMNORMEN EN ATTESTEN INZAKE DE LICHAMELIJKE EN GEESTELIJKE GESCHIKTHEID VOOR HET BESTUREN VAN EEN MOTORVOERTUIG I.Deze bijlage beschrijft de functionele stoornissen en aandoeningen die de uitsluiting tot gevolg hebben en de geneeskundige normen waaraan de kandidaat voor een rijbewijs, een voorlopig rijbewijs of een leervergunning en de houder van een rijbewijs, moeten voldoen 1. Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder : 1° « kandidaat » : de persoon die een rijbewijs, een voorlopig rijbewijs of een leervergunning aanvraagt, die om de verlenging van een rijbewijs verzoekt of de houder van een rijbewijs van wie de lichamelijke of geestelijke toestand niet meer in overeenstemming is met de in deze bijlage vermelde minimumnormen;2° « kandidaat van groep 1 » : de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor het besturen van voertuigen van de categorie A3, A, B of B+E;3° « kandidaat van groep 2 » : de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor het besturen van voertuigen van de categorie C, C+E, D of D+E, of van de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E en de bestuurders van voertuigen bedoeld in artikel 43 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om rijgeschikt te worden verklaard, dient de kandidaat aan de in deze bijlage voorgeschreven minimumnormen te voldoen en vrij te zijn van elke in deze bijlage opgenomen lichamelijke of geestelijke aandoening of afwijking, die zijn functionele mogelijkheden zodanig beperkt dat hij een gevaar kan opleveren voor de veiligheid bij het besturen van een motorvoertuig.3. De rijgeschiktheid wordt bepaald na een grondig geneeskundig onderzoek waarbij alle middelen, die de geneeskunde biedt, aangewend kunnen worden. De geneesheer houdt bij de beoordeling rekening met de categorie of subcategorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd en de omstandigheden waarin dit laatste zal worden gebruikt. Voor de kandidaten van groep 2, dient hij speciaal rekening te houden met de bijzondere risico's en gevaren die verband houden met het besturen van voertuigen van deze categorieën en de subcategorieën en de mogelijke belemmering ervan door functiestoornissen of aandoeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">II. Normen betreffende de fysieke en geestelijke geschiktheid 1. Neurologische aandoeningen 1.1. Normen voor de kandidaten van groep 1 1.1.1 Voor de kandidaten met een neurologische aandoening bepaalt de neuroloog de rijgeschiktheid en de geldigheidsduur ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de kandidaat een neurologische aandoening heeft die zich uit door een verminderde functionele vaardigheid om veilig een motorvoertuig te besturen, wordt de rijgeschiktheid en de geldigheidsduur ervan bepaald door de geneesheer van het centrum bedoeld in artikel 45 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs. 1.1.2. De kandidaat die lijdt aan een aandoening van het centraal of het perifeer zenuwstelsel waardoor een acute stoornis in de hersenfuncties veroorzaakt kan worden met een plotseling bewustzijnsverlies of een plotseling onvermogen van de kandidaat tot gevolg, is niet rijgeschikt. 1.1.3. De kandidaat wiens functionele vaardigheden zijn aangetast door een heelkundige ingreep, wegens een intracraniële aandoening, of die een cerebrovasculaire aandoening heeft gehad, kan ten vroegste zes maanden na het optreden van de functiestoornis rijgeschikt worden verklaard. 1.1.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaat met een evolutieve aandoening met invloed op de functionele vaardigheden om veilig een motorvoertuig te besturen wordt aan een regelmatig onderzoek onderworpen. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid kan maximaal vijf jaar bedragen tot de leeftijd van 50 jaar en maximaal drie jaar vanaf deze leeftijd. 1.1.5. Bij de beoordeling van sensibele of motorische stoornissen of van evenwichts- of coördinatiestoornissen veroorzaakt door een aandoening van het centraal of het perifeer zenuwstelsel, wordt rekening gehouden met de functionele gevolgen en de mogelijke progressie van de aandoening. 1.1.6. De kandidaat met een lichamelijke, geestelijke of cognitieve ontwikkelingsstoornis of verworven stoornis, ook als die het gevolg is van een verouderingsproces en die zich uit in een belangrijke afwijking in gedragingen, een stoornis in het oordeels-, aanpassings- of perceptievermogen of die de psychomotorische reacties van de kandidaat verstoort is niet rijgeschikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaat kan rijgeschikt worden verklaard indien hij minstens zes maanden vrij is van genoemde stoornissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal een jaar. 1.2. Normen voor de kandidaten van groep 2 De kandidaat kan rijgeschikt worden verklaard wanneer hij minstens een jaar vrij is van belangrijke neurologische afwijkingen. Een verslag van een neuroloog is vereist. 2. Geestelijke aandoeningen 2.1. Normen voor de kandidaten van groep 1 2.1.1. De geneesheer, gekozen door de kandidaat, verwijst deze naar een psychiater voor het inwinnen van het psychiatrisch advies betreffende de rijgeschiktheid en de geldigheidsduur ervan. 2.1.2. De kandidaat die een geestelijke aandoening heeft die een plotselinge bewustzijnsstoornis, een dissociatieve of een acute stoornis van de hersenfuncties kan veroorzaken, zich uitend in een belangrijke afwijking in het gedrag, een plotseling functieverlies, stoornissen in het oordeels-, aanpassings- of perceptievermogen of de psychomotorische reacties van de kandidaat verstoren is niet rijgeschikt. 2.1.3. De kandidaat kan rijgeschikt worden verklaard indien hij minstens zes maanden vrij is van de in 2.1.2. bedoelde stoornissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal een jaar. 2.1.4. De kandidaat met schizofrenie kan rijgeschikt worden verklaard wanneer hij tenminste twee jaar recidief vrij is, voldoende ziekte-inzicht heeft en de defecttoestand van lichte aard is. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal drie jaar. 2.1.5. De kandidaat met waanstoornissen zonder onberekenbaar, agressief of impulsief gedrag en wiens rijgedrag niet beïnvloed wordt door de medicatie, kan rijgeschikt worden verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal een jaar. 2.1.6. De kandidaat met een tijdelijke, belangrijke of een regelmatig terugkerende stemmingsstoornis van het manische, het depressieve of het gemengde type, is niet rijgeschikt. Indien de kandidaat onder regelmatig geneeskundig toezicht staat, een volledig inzicht in zijn aandoening heeft en minstens zes maand recidief vrij is, kan hij rijgeschikt worden verklaard. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal drie jaar. 2.1.7. De kandidaat met persoonlijkheidsstoornissen is niet rijgeschikt indien hij een ernstig psychiatrisch toestandsbeeld vertoont dat het oordeelsvermogen nadelig beïnvloedt. 2.2. Normen voor de kandidaten van groep 2 De kandidaat is in principe niet rijgeschikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderlijk kan de kandidaat op voorlegging van een gunstig verslag van een psychiater rijgeschikt worden verklaard. 3. Epilepsie 3.1. Normen voor de kandidaten van groep 1 3.1.1. De geneesheer, gekozen door de kandidaat, verwijst de kandidaat naar een neuroloog voor het inwinnen van het advies betreffende de rijgeschiktheid en geldigheidsduur ervan. 3.1.2. De kandidaat met epilepsie is niet rijgeschikt. 3.1.3. De kandidaat die sinds de leeftijd van 15 jaar en zonder enige specifieke behandeling geen aanvallen van epilepsie meer vertoont, kan rijgeschikt worden verklaard indien een uitgebreid neurologisch onderzoek niet wijst op het bestaan van een cerebrale pathologie. 3.1.4. De kandidaat die geen aanvallen van epilepsie meer heeft vertoond sinds een jaar, kan rijgeschikt worden verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid is beperkt tot maximaal een jaar. Indien de kandidaat in die periode vrij van aanvallen is gebleven, kan de geldigheidsduur met maximaal drie jaar worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na een periode zonder aanvallen van vijf opeenvolgende jaren, kan de geldigheidsduur van de rijgeschiktheid met vijf jaar worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de kandidaat na deze periode nog steeds aanvalsvrij, dan kan een rijgeschiktheidsverklaring zonder geldigheidsbeperking worden afgeleverd. 3.1.5. De kandidaat kan na een eerste aanval van epilepsie en na een periode zonder aanvallen van zes maanden rijgeschikt worden verklaard mits een regelmatig geneeskundig toezicht én indien er in het elektro-encefalogram (EEG) geen epileptiforme afwijkingen voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal een jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na deze periode kan de geldigheidsduur met maximaal drie jaar en zes maanden worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na een periode zonder aanvallen van vijf opeenvolgende jaren, kan de geldigheidsduur van de rijgeschiktheid verlengd worden met vijf jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de kandidaat na deze periode nog steeds aanvalsvrij, dan kan een rijgeschiktheidsverklaring zonder geldigheidsbeperking worden afgeleverd. 3.1.6. De kandidaat die een epileptische aanval vertoont ten gevolge van het afbouwen, wijzigen van de dosering of het type van de anti - epileptica, kan rijgeschikt worden verklaard drie maanden na de laatste aanval. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid kan vervolgens verlengd worden overeenkomstig de bepalingen voorgeschreven in punt 3.1.4. 3.1.7. De kandidaat die een éénmalige aanval van epilepsie heeft vertoond ten gevolge van een verklarende en vermijdbare uitlokkende factor kan rijgeschikt worden verklaard drie maanden na deze aanval.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het EEG dient vrij te zijn van epileptiforme afwijkingen. Na een periode zonder aanvallen van een jaar kan de geldigheidsduur van de rijgeschiktheid verlengd worden overeenkomstig de bepalingen voorgeschreven in punt 3.1.4. 3.1.8. De kandidaat die aanvallen van epilepsie vertoont die geen invloed hebben op het bewustzijn noch op de rijvaardigheid, en die in de anamnese vrij is van andere epilepsie-aanvallen, kan rijgeschikt worden verklaard drie maanden na het vaststellen van deze aanvallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid kan verlengd worden overeenkomstig de bepalingen voorgeschreven in punt 3.1.4. 3.1.9. De kandidaat die gedurende een periode van twee jaar uitsluitend aanvallen van epilepsie vertoonde tijdens de slaap, kan rijgeschikt worden verklaard. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid is beperkt tot maximaal een jaar. 3.1.10. De verlenging van de geldigheidsduur van de rijgeschiktheid vermeld in de punten 3.1.4. tot en met 3.1.9. gebeurt op voorwaarde dat de kandidaat onder regelmatig geneeskundig toezicht staat, hij geen nieuwe aanvallen meer heeft gehad, een uitgebreid neurologisch onderzoek tot een stabilisatie van de toestand laat besluiten en de aanvrager voldoende inzicht heeft in zijn aandoening en blijk geeft van een strikte therapietrouw. 3.2. Normen voor de kandidaten van groep 2 3.2.1. De kandidaat met epilepsie is niet rijgeschikt. 3.2.2. De kandidaat die aanvallen van epilepsie heeft vertoond in zijn kinderjaren, maar die sedert de leeftijd van 15 jaar zonder enige specifieke behandeling geen aanvallen meer vertoonde van welke vorm ook, kan rijgeschikt worden verklaard indien een uitgebreid neurologisch onderzoek niet wijst op het bestaan van een cerebrale pathologie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid wordt beperkt tot een jaar en kan gedurende de vijf volgende jaren worden verlengd met maximaal een jaar. Een verslag van een neuroloog is vereist. De kandidaat dient te voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld onder punt 3.1.10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na deze periode is de geldigheidsduur voorgeschreven in artikel 44 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs van toepassing. 3.2.3. De kandidaat die een éénmalige aanval van epilepsie met een aanwijsbare oorzaak vertoond heeft of de kandidaat met posttraumatische epilepsie, kan rijgeschikt worden verklaard indien hij twee jaar aanvalsvrij is, hij een uitgebreid neurologisch onderzoek heeft ondergaan en zijn EEG geen epileptiforme afwijkingen met de uitsluiting van een blijvende cerebrale pathologie vertoont.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gunstig verslag van de neuroloog is vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid wordt beperkt tot een jaar en kan gedurende de vijf volgende jaren worden verlengd met maximaal een jaar. De kandidaat dient te voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in punt 3.1.10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na deze periode is de geldigheidsduur voorgeschreven in artikel 44 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs van toepassing. 4. Pathologische somnolentie 4.1. Normen voor de kandidaten van groep 1 4.1.1. De kandidaat met pathologische somnolentie of bewustzijnsstoornissen ten gevolge van het narcolepsie/cataplexiesyndroom of het slaapapneusyndroom is niet rijgeschikt. 4.1.2. De geneesheer, gekozen door de kandidaat, verwijst deze laatste naar een neuroloog, voor het inwinnen van een neurologisch advies betreffende de rijgeschiktheid en de geldigheidsduur ervan. 4.1.3. De kandidaat met een narcolepsie/cataplexiesyndroom, die onder behandeling geen symptomen vertoont, kan rijgeschikt worden verklaard zes maanden na het uitblijven van deze bewustzijnsstoornissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal twee jaar. 4.1.4. De kandidaat met een slaapapneusyndroom kan rijgeschikt worden verklaard een maand na het instellen van een succesvolle behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal twee jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de kandidaat, na deze periode, nog steeds vrij van de stoornissen of anomalieën, dan kan een rijgeschiktheidsverklaring zonder beperking van de geldigheidsduur worden afgeleverd. 4.2. Normen voor de kandidaten van groep 2 4.2.1. De kandidaat met pathologische somnolentie of bewustzijnsstoornissen ten gevolge van het narcolepsie/cataplexiesyndroom of het slaapapneusyndroom is niet rijgeschikt. 4.2.2. De kandidaat met een slaapapneusyndroom kan rijgeschikt worden verklaard een maand na het instellen van een succesvolle behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gunstig verslag van een neuroloog is vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal een jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de kandidaat na deze periode nog steeds vrij van de symptomen, dan is de geldigheidsduur voorgeschreven in artikel 44 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs van toepassing. 5. Locomotorische aandoeningen 5.1. De kandidaat die verminderde functionele vaardigheden vertoont ten gevolge van een aantasting van het muskulo-skeletaal systeem, een aandoening van het centraal of perifeer zenuwstelsel of elke andere aandoening waardoor een beperking ontstaat van zijn motorische controle, zijn waarnemingen of zijn gedrag en zijn beoordelingsvermogen, die een invloed hebben op het veilig besturen van een motorvoertuig, is niet rijgeschikt. 5.2. Normen voor de kandidaten van groep 1 5.2.1. De geneesheer van het centrum, bedoeld in artikel 45 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bepaalt de rijgeschiktheid en de geldigheidsduur ervan. 5.2.2. De geneesheer van het centrum, bedoeld in artikel 45 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs kan voor het bepalen van de rijgeschiktheid zelf geneeskundige onderzoeken uitvoeren of deze laten uitvoeren door een ander geneesheer. Hij kan gebruik maken van alle middelen, die de geneeskunde biedt en zich steunen op de resultaten van een praktische rijtest met een motorvoertuig van de gewenste categorie of subcategorie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geneesheer houdt rekening met de categorie of subcategorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd en de omstandigheden waarin dit laatste zal worden gebruikt. 5.2.3. Om rijgeschikt te zijn dient de kandidaat te voldoen aan alle in deze bijlage vermelde voorwaarden voor de kandidaten van groep 1 alsmede aan de eisen inzake kennis, vaardigheid en gedrag voor het besturen van een motorvoertuig, toepasbaar op de categorieën en subcategorieën waarvoor hij een rijbewijs aanvraagt of om de verlenging ervan verzoekt. De kandidaat dient, met zijn aangepast voertuig, dezelfde prestaties te kunnen leveren als een valide bestuurder met eenzelfde niet aangepast voertuig. 5.2.4. De geneesheer van het centrum, bedoeld in artikel 45 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bepaalt, in voorkomend geval, de nodige aanpassingen, voorwaarden en beperkingen. Deze worden vermeld op het attest van rijgeschiktheid. « Aanpassingen » zijn de nodige verbouwingen aan en uitrustingen van een motorvoertuig die vereist zijn om een vermindering van de functionele vaardigheden te ondervangen zodat dat voertuig veilig kan worden bestuurd overeenkomstig de reglementaire bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden en beperkingen worden bepaald op basis van de lichamelijke en geestelijke toestand van de kandidaat, rekening houdend met de risico's, omstandigheden en gevaren, eigen aan het besturen van bepaalde voertuigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze voorwaarden en beperkingen kunnen onder meer betrekking hebben op de rijbewijscategorie of subcategorie, het type van voertuig, de gebruiksvoorwaarden, het ogenblik van gebruik, de actieradius, de geldigheidsduur, het gebruik van orthesen of prothesen. 5.3. Normen voor de kandidaten van groep 2 De kandidaat wordt, nadat door de geneesheer bedoeld in artikel 44, §§ 1 en 4 vastgesteld werd dat op louter geneeskundige gronden de toestand van de kandidaat in overeenstemming is met de minimumnormen, verwezen naar het centrum, bedoeld in artikel 45 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs. De geneesheer van dit centrum zal op basis van de in punten 5.2.3. en 5.2.4. gestelde normen zijn besluiten opmaken en deze ter beschikking stellen van de verwijzende geneesheer. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aandoeningen van hart en bloedvaten 6.1. Normen voor de kandidaten van groep 1 6.1.1. De geneesheer, gekozen door de kandidaat, verwijst de kandidaat naar een cardioloog voor het inwinnen van het cardiologisch advies betreffende de rijgeschiktheid en geldigheidsduur ervan. 6.1.2. De kandidaat die lijdt aan een aandoening met een duidelijk verhoogd risico op een plotselinge bewustzijnsstoornis of een plotseling functieverlies, is niet rijgeschikt. 6.1.3. De kandidaat, die lichte tot matige klachten vertoont ten gevolge van chronisch hartfalen bij gewone of lichte fysieke inspanning (New York Hart Association (NYHA) klasse 2), kransvatlijden, cardiomyopathie, een aangeboren of verworven klepafwijking (al dan niet met een prothese), een aangeboren gebrek van het hart of de grote vaten, kan rijgeschikt worden verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal vijf jaar. 6.2. Normen voor de kandidaten van groep 2 De kandidaat met klachten ten gevolge van chronisch hartfalen enkel bij gewone fysieke inspanning (NYHA klasse 2), cardiomyopathie, aangeboren gebrek van het hart of de grote vaten, aangeboren of verworven klepafwijking (al dan niet met een klepprothese), een ischemische hartziekte ten gevolge van een kransvatlijden, kan rijgeschikt worden verklaard. Een verslag van een cardioloog is vereist. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal drie jaar. 6.3. Ritme en geleiding 6.3.1. Normen voor de kandidaten van groep 1 6.3.1.1. De geneesheer, gekozen door de kandidaat, verwijst de kandidaat naar een cardioloog voor het inwinnen van het cardiologisch advies betreffende de rijgeschiktheid en geldigheidsduur ervan. 6.3.1.2. De kandidaat met ernstige niet gecorrigeerde en niet gecontroleerde stoornissen van het hartritme of van de atrioventriculaire geleiding is niet rijgeschikt. 6.3.1.3. De kandidaat met een ingeplante pacemaker is niet rijgeschikt tijdens de maand die volgt op de inplanting van de pacemaker of het vervangen van de pacemaker- electrode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het vervangen van enkel de pacemaker kan de kandidaat door de behandelende cardioloog onmiddellijk rijgeschikt worden bevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om rijgeschikt te zijn dient de kandidaat, die drager is van een pacemaker, het behandelingsplan van de behandelende cardioloog te volgen. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid kan maximaal twee jaar bedragen. 6.3.1.4. De kandidaat met een ingeplante automatische defibrillator is niet rijgeschikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaat kan evenwel na een periode van minimaal een jaar, te rekenen vanaf de datum van inplanting, rijgeschikt worden bevonden op basis van een recent verslag, afgeleverd door de cardioloog van het geneeskundig centrum dat de ingreep heeft uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het vervangen van enkel de defibrillator kan de kandidaat op basis van een recent verslag, afgeleverd door de behandelende cardioloog onmiddellijk rijgeschikt worden verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om rijgeschikt te zijn dient de kandidaat, die drager is van een defibrillator, het behandelingsplan van de behandelende cardioloog te volgen. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid kan maximaal twee jaar bedragen. 6.3.2. Normen voor de kandidaten van groep 2 6.3.2.1. De kandidaat met ernstige stoornissen van het hartritme of van de atrioventriculaire geleiding is niet rijgeschikt. 6.3.2.2. De kandidaat met een ingeplante pacemaker is niet rijgeschikt tijdens de drie maanden die volgen op de inplanting van de pacemaker of het vervangen van de pacemaker-elektrode. Een verslag van een cardioloog is vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het vervangen van enkel de pacemaker kan de kandidaat ten vroegste twee weken na de ingreep rijgeschikt worden verklaard. Een verslag van een cardioloog is vereist. 6.3.2.3. Om rijgeschikt te zijn dient de kandidaat die drager is van een ingeplante pacemaker het behandelingsplan van de behandelende cardioloog te volgen. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid kan maximaal een jaar bedragen. Een verslag van een cardioloog is vereist. 6.3.2.4. De kandidaat met een ingeplante defibrillator is niet rijgeschikt. 6.4. Bloeddruk De systolische en diastolische bloeddruk worden beoordeeld in functie van de invloed ervan op de rijgeschiktheid.Er moet eveneens rekening gehouden worden met de invloed die het gebruik van bloeddrukverlagende middelen kan hebben op het bewustzijn van de kandidaat. 6.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Coronair stelsel en myocard 6.5.1. Normen voor de kandidaten van groep 1 6.5.1.1. De geneesheer, gekozen door de kandidaat, verwijst de kandidaat naar een cardioloog voor het inwinnen van het cardiologisch advies betreffende de rijgeschiktheid en geldigheidsduur ervan. 6.5.1.2. De kandidaat met angina pectoris die optreedt bij rust, bij de minste emotie of andere relevante uitlokkende factor, is niet rijgeschikt. De rijgeschiktheid kan opnieuw geëvalueerd worden na het verdwijnen van de klachten van angina pectoris. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal twee jaar. Een verslag van een cardioloog is vereist. 6.5.1.3. De kandidaat die één of meerdere myocardinfarcten heeft doorgemaakt is niet rijgeschikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van een verslag van een cardioloog, rekening houdend met de klachten van de kandidaat en de evolutie van de aandoening, kan de kandidaat rijgeschikt worden verklaard. 6.5.2. Normen voor de kandidaten van groep 2 6.5.2.1. De kandidaat met angina pectoris die optreedt bij rust, bij de minste emotie of andere relevante uitlokkende factor, is niet rijgeschikt. De rijgeschiktheid kan opnieuw geëvalueerd worden na het verdwijnen van de klachten van angina pectoris. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal een jaar. Een verslag van een cardioloog is vereist. 6.5.2.2. De kandidaat met belangrijke beschadiging van het myocard, duidelijk aangetoonde letsels van een vroeger myocardinfarct, duidelijk bewezen tekens van coronair lijden en hartfalen is niet rijgeschikt. 6.5.2.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het evenwel gaat om één of meer beperkte infarcten, met behoud van een goede hartfunctie en zonder ritmestoornissen, kan de houder van een rijbewijs van groep 2 rijgeschikt worden verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rijgeschiktheidsverklaring kan afgeleverd worden minimaal drie maanden na het optreden van het laatste infarct. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal twee jaar. Een verslag van een cardioloog is vereist. 7. Diabetes mellitus 7.1. De kandidaat met diabetes mellitus waarbij door hypo- of hyperglycemie een plotse bewustzijnsdaling kan optreden, is niet rijgeschikt. 7.2. De kandidaat met diabetes mellitus bij wie de aandoening gepaard gaat met ernstige verwikkelingen ter hoogte van de ogen, het zenuwstelsel, het hart, of de bloedvaten is niet rijgeschikt wanneer deze een veilige besturing van een voertuig verhinderen of niet in overeenstemming zijn met de minimumnormen zoals voorgeschreven in deze bijlage. 7.3. Normen voor de kandidaten van groep 1 7.3.1. De geneesheer, gekozen door de kandidaat met diabetes mellitus en die behandeld wordt met een dieet of met bloedsuikerverlagende tabletten, bepaalt de rijgeschiktheid en de geldigheidsduur ervan op diabetologisch vlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geneesheer, gekozen door de kandidaat, verwijst de kandidaat behandeld met insuline naar een endocrinoloog voor het inwinnen van een endocrinologisch advies betreffende de rijgeschiktheid en geldigheidsduur ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de kandidaat onderhevig is aan de verwikkelingen bedoeld in punt 7.2., verwijst hij de kandidaat naar de desbetreffende geneesheer-specialist. 7.3.2. De kandidaat met diabetes mellitus die wordt behandeld met een dieet of bloedsuikerverlagende tabletten die in een therapeutische dosis geen hypoglycemieaanvallen kunnen veroorzaken, kan rijgeschikt worden verklaard indien hij vrij is van de in punt 7.2. bedoelde verwikkelingen, een stabiele diabetes heeft, onder regelmatig geneeskundig toezicht staat, een volledig inzicht heeft in zijn aandoening en blijk geeft van strikte therapietrouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal vijf jaar tot de leeftijd van 50 jaar en drie jaar vanaf deze leeftijd. 7.3.3. De kandidaat met diabetes mellitus die wordt behandeld met insuline of bloedsuikerverlagende tabletten die in een therapeutische dosis hypoglycemieaanvallen kunnen veroorzaken, kan rijgeschikt worden verklaard indien hij vrij is van de in 7.2. bedoelde verwikkelingen, een stabiele diabetes heeft, geen bijzonder verhoogd risico op hypoglycemie heeft, onder geregeld geneeskundig toezicht staat, een volledig inzicht heeft in zijn aandoening, een goede diabetesopvoeding heeft gekregen en blijk geeft van strikte therapietrouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verslag van een endocrinoloog is vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal vijf jaar tot de leeftijd van 50 jaar en drie jaar vanaf deze leeftijd. 7.4. Normen voor de kandidaten van groep 2 7.4.1. De kandidaat met diabetes mellitus die wordt behandeld met een dieet of bloedsuikerverlagende tabletten die in een therapeutische dosis geen hypoglycemieaanvallen kunnen veroorzaken, kan rijgeschikt worden verklaard. De kandidaat dient vrij te zijn van de in punt 7.2. bedoelde verwikkelingen, een stabiele diabetes te hebben, onder geregeld geneeskundig toezicht te staan, een volledig inzicht te hebben in zijn aandoening en blijk te geven van een strikte therapietrouw. Een verslag van een endocrinoloog is vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximum drie jaar. 7.4.2. De kandidaat met diabetes mellitus die wordt behandeld met insuline of bloedsuikerverlagende tabletten die in een therapeutische dosis hypoglycemieaanvallen kunnen veroorzaken, is niet rijgeschikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan uitzonderlijk rijgeschikt worden verklaard, indien hij vrij is van de in punt 7.2. bedoelde verwikkelingen, een stabiele diabetes heeft, geen bijzonder verhoogd risico op hypoglycemie heeft, onder geregeld geneeskundig toezicht staat, een volledig inzicht heeft in zijn aandoening, een goede diabetesopvoeding heeft gekregen, regelmatig aan zelfcontrole van de glycemie doet, blijk geeft van een strikte therapietrouw en een goede verkeerservaring kan voorleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verslag van een endocrinoloog is vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximaal drie jaar. 8. Aandoeningen van het gehoor en vestibulair systeem 8.1. De kandidaat die een aandoening van het vestibulair stelsel heeft, die een plotselinge aanval van duizeligheid of een plotselinge evenwichtsstoornis kan veroorzaken is niet rijgeschikt. 8.2. De geneesheer, gekozen door de kandidaat van groep 1, verwijst de kandidaat naar een specialist Neus-, Keel- en Oorziekten voor het inwinnen van een advies betreffende de rijgeschiktheid en geldigheidsduur ervan. 8.3. Voor de kandidaat van groep 2 is een verslag van de specialist Neus-, Keel- en Oorziekten vereist. 8.4. De kandidaat van groep 1 of 2 met hypoacusie of doofheid is rijgeschikt indien dit niet gepaard gaat met ernstige vestibulaire stoornissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">III. Normen betreffende de visuele functies 1. Algemene bepalingen 1.1. De kandidaat van groep 1 of 2 wendt zich tot een oogarts van zijn keuze voor het op visueel vlak bepalen van de rijgeschiktheid en geldigheidsduur ervan. 1.2. De kandidaat die een acute of een chronisch evolutieve aandoening van de ogen of van de adnexa vertoont die de werking ervan zodanig stoort dat de verkeersveiligheid in het gedrang komt is niet rijgeschikt. 1.3. Na het plotseling geheel of gedeeltelijk verlies van het gebruik van één oog, na een ingreep die een invloed kan hebben op het zicht, na een oogverlamming die aanleiding geeft tot diplopie in de primaire stand van de blik is de kandidaat niet rijgeschikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een oogarts bepaalt wanneer de kandidaat opnieuw rijgeschikt is. 1.4. Om aan de minimumnormen te voldoen mag de kandidaat met een pseudofakie een bijkomende optische correctie (bril of contactlenzen) dragen. Intraoculaire lenzen worden niet als corrigerende lenzen beschouwd en impliceren geen rijongeschiktheid, tenzij zich problemen, zoals « dubbelbeelden », voordoen. 2. Centrale gezichtsscherpte van ver 2.1. Indien de kandidaat verplicht is een optische correctie te dragen om de vereiste gezichtsscherpte te bereiken, moet deze correctie goed verdragen worden. De correctie door brilleglazen mag het gezichtsveld in de horizontale aslijn in geen geval op een significante wijze beperken. 2.2. Indien de oogarts het dragen van een optische correctie (een bril of contactlenzen) nodig acht voor het veilig besturen van een motorvoertuig, vermeldt hij dit op het door hem afgeleverde attest. 2.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dragen van een optische correctie is verplicht wanneer de kandidaat, zonder deze correctie, niet de vereiste minimum gezichtsscherpte vertoont ofwel omdat de oogarts oordeelt dat een optische correctie noodzakelijk is om de gezichtsscherpte te verbeteren of om te vermijden dat de oogspieren vermoeid zouden geraken hetgeen de visuele functie van de kandidaat op belangrijke wijze zou verstoren. 2.4. Normen voor de kandidaten van groep 1 2.4.1. De kandidaat moet, zo nodig met een optische correctie, een binoculaire gezichtsscherpte van ten minste 5/10 hebben. 2.4.2. De kandidaat die het gezichtsvermogen van één oog volledig verloren heeft of die slechts één oog gebruikt, moet, zo nodig met een optische correctie, een gezichtsscherpte van ten minste 6/10 hebben. 2.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Normen voor de kandidaten van groep 2 De kandidaat dient, zo nodig met een optische correctie, te beschikken over een gezichtsscherpte van ten minste 8/10 voor het beste oog en 5/10 voor het minder goede oog. Indien de waarden 8/10 en 5/10 worden bereikt met een optische correctie dient de ongecorrigeerde gezichtsscherpte voor elk van beide ogen niet minder dan 1/20 te bedragen of dient de correctie van de minimale gezichtsscherpte (8/10 en 5/10) te zijn verkregen door brilglazen die niet sterker mogen zijn dan plus of min 8 dioptrieën. Contactlenzen zijn tot elke sterkte toegestaan, mits zij goed worden verdragen. 3. Het gezichtsveld 3.1. Het gezichtsveld mag geen defect of vernauwing vertonen. 3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het meten van het gezichtsveld gebeurt door middel van een intens object (object V/4 van de perimeter van Goldmann of van een gelijkwaardig object) en wel voor elk oog afzonderlijk. Voor de kandidaat met een strabismus gebeurt het meten van beide ogen samen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de kandidaat verplicht is een optische correktie te dragen om de vereiste gezichtsscherpte te bekomen, gebeurt het meten van het gezichtsveld met deze optische correctie. 3.3. Normen voor de kandidaten van groep 1 3.3.1. In de horizontale aslijn dient het binoculaire gezichtsveld een amplitudo van ten minste 120° te hebben. 3.3.2. De kandidaat die het gezichtsvermogen van één oog verloren heeft of die slechts één oog gebruikt, moet in de horizontale aslijn een gezichtsveld met een amplitude van ten minste 120° hebben. 3.3.3. Uitzonderlijk kan, op grond van een gunstig advies van de oogarts, de kandidaat met een horizontaal gezichtsveld kleiner dan 120° of met belangrijke afwijkingen in de andere aslijnen, overeenkomstig de bepalingen van punt II.5.2.2. na een onderzoek rijgeschikt verklaard worden door de geneesheer van het centrum, bedoeld in artikel 45 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs. 3.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Normen voor de kandidaten van groep 2 3.4.1. In de horizontale as (0°-180°) dient het binoculaire gezichtsveld een amplitude te hebben van ten minste 140°, in de vertikale as (90°-270°) van ten minste 60° en in de twee intermediaire assen (45°-225° en 135°-315°) van ten minste 100°. 3.4.2. Heeft het minder goede oog een gecorrigeerde gezichtsscherpte van minder dan 8/10 dan dient dit oog een gezichtsveld te hebben van ten minste 80° temporaal en 60° nasaal in de horizontale aslijn. 4. Kleurzin Voor alle categorieën en subcategorieën : geen eisen 5.Zicht bij schemerlicht Om rijgeschikt te zijn moet de kandidaat na vijf minuten aanpassing aan de duisternis een gezichtsscherpte vertonen van 2/10, eventueel met een optische correctie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gezichtsscherpte wordt gemeten voor beide ogen samen aan de hand van een schaal van optotypen, zwarte letters op witte grond, belicht met één Lux, geplaatst op een afstand van vijf meter van de kandidaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij twijfel zal nader onderzoek met een adaptometer plaatsvinden. De maximaal toegestane afwijking bedraagt één logeenheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">IV. Normen betreffende het gebruik van alcohol, psychotrope stoffen en geneesmiddelen 1. Psychotrope stoffen en geneesmiddelen 1.1. De geneesheer bepaalt de rijgeschiktheid en geldigheidsduur ervan. 1.2. De kandidaat die aan psychotrope stoffen verslaafd is of die stoffen overmatig gebruikt zonder daaraan verslaafd te zijn, is niet rijgeschikt. 1.3. De kandidaat die regelmatig, in welke vorm dan ook, psychotrope stoffen gebruikt die een nadelige invloed op de rijgeschiktheid kunnen hebben of die dusdanige hoeveelheden gebruikt dat het rijgedrag daardoor ongunstig wordt beïnvloed is niet rijgeschikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde geldt bij gebruik van alle andere geneesmiddelen of geneesmiddelencombinaties die de waarneming, de stemming, de aandacht, de psychomotoriek en het oordeelsvermogen ongunstig beïnvloeden. 1.4. De geneesheer gaat bij het voorschrijven van geneesmiddelen na welke de invloed is op het rijgedrag van elk geneesmiddel afzonderlijk, in combinatie met andere geneesmiddelen of in combinatie met alcohol. De geneesheer licht zijn patiënt in over de mogelijke gevolgen voor het rijgedrag. 1.5. De kandidaat die aan psychotrope stoffen verslaafd is geweest of er overmatig gebruik van heeft gemaakt, kan evenwel na een periode van bewezen onthouding van minstens zes maanden rijgeschikt worden verklaard. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid is beperkt tot maximaal drie jaar. 2. Alcohol 2.1. De geneesheer bepaalt de rijgeschiktheid en geldigheidsduur ervan. 2.2. De kandidaat die aan alcohol verslaafd is of zich niet kan onthouden van alcoholgebruik wanneer hij een motorvoertuig bestuurt, is niet rijgeschikt. 2.3. De kandidaat die aan alcohol verslaafd is geweest, kan evenwel na een periode van bewezen onthouding van minstens zes maanden rijgeschikt worden verklaard. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid is beperkt tot maximaal drie jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">V. Normen betreffende nier- en leveraandoeningen 1. Normen voor de kandidaten van groep 1 1.1. De geneesheer, gekozen door de kandidaat, verwijst deze naar een internist voor het inwinnen van een advies betreffende de rijgeschiktheid en geldigheidsduur ervan. 1.2. De kandidaat die aan een ernstige chronische nier- of leverinsufficiëntie lijdt, kan rijgeschikt worden verklaard mits een regelmatig geneeskundig toezicht. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid is beperkt tot maximaal twee jaar. 2. Normen voor de kandidaten van groep 2 De kandidaat die aan een ernstige chronische nier- of leverinsufficiëntie lijdt kan rijgeschikt worden verklaard mits een regelmatig geneeskundig toezicht.Een verslag van een internist is vereist. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid is beperkt tot maximaal een jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">VI. Implantaten De kandidaat met een orgaantransplantatie of met een artificieel implantaat met een mogelijke weerslag op de rijgeschiktheid, kan evenwel rijgeschikt worden verklaard door de geneesheer van het centrum, bedoeld in artikel 45 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, mits een verslag van de behandelende geneesheer-specialist en een regelmatig geneeskundig toezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">VII. Rijgeschiktheidsattest voor de kandidaat voor het rijbewijs van groep 1 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage 7 bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs Geharmoniseerde communautaire codes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurder (medische oorzaken) 01. Correctie/bescherming van het gezichtsvermogen. 01.01 Bril; 01.02 Contactlenzen; 01.03 Beschermend glas; 01.04 Ondoorschijnend glas; 01.05 Ooglap; 01.06 Bril of contactlenzen. 02. Gehoorprothese. 02.01 Gehoorprothese één oor; 02.02 Gehoorprothese beide oren. 03. Prothese/orthese aan de ledematen. 03.01 Prothese/orthese aan arm; 03.02 Prothese/orthese aan been. 04. Op vertoon van een geldig medisch attest.05. Beperkt gebruik om gezondheidsredenen. 05.01 Beperkt tot verkeersdeelname van 1 uur na zonsopgang tot 1 uur voor zonsondergang; 05.02 Beperkt tot verkeersdeelname binnen een straal van het gegeven aantal km rond de woonplaats of alleen in de aangegeven plaats-/landstreek; 05.03 Beperkt tot het besturen zonder passagiers; 05.04 Beperkt tot het rijden met een snelheid van niet meer dan het aangegeven aantal km per uur (km/h); 05.05 Beperkt tot het besturen met een begeleider; 05.06 Beperkt tot het besturen zonder aanhangwagen; 05.07 Niet geldig op autosnelwegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassingen/eisen aan het voertuig. 10. Aangepaste versnellingsbak. 10.01 Handschakeling; 10.02 Automatische schakeling; 10.03 Electronisch gestuurde schakeling; 10.04 Aangepaste keuze handel; 10.05 Zonder hulpversnelling. 15. Aangepaste koppeling. 15.01 Aangepast koppelingspedaal; 15.02 Handkoppeling; 15.03 Automatische koppeling; 15.04 Koppelingspedaal uitgenomen/opgeklapt. 20. Aangepast remsysteem. 20.01 Aangepast rempedaal; 20.02 Verbreed rempedaal; 20.03 Rempedaal geschikt voor bediening met de linkervoet; 20.04 Remslof; 20.05 Remkantelpedaal; 20.06 Handbedrijfsrem; 20.07 Maximale bedieningskracht bedrijfsrem... N; 20.08 Met hulprem geïntegreerd in bedrijfsrem, max bedieningskracht...</p>\n<p class=\"lf-p\">N; 20.09 Aangepaste parkeerrem; 20.10 Parkeerrem met electrische bediening; 20.11 (Aangepaste) parkeerrem met voetbediening; 20.12 Uitgenomen/opgeklapt rempedaal; 20.13 Knierem. 25. Aangepast gasregelingsysteem. 25.01 Aangepast gaspedaal; 25.02 Gasslof; 25.03 Gaskantelpedaal; 25.04 Handgas; 25.05 Kniegas; 25.06 Servo gas; 25.07 Gaspedaal links van rempedaal; 25.08 Gaspedaal links; 25.09 Uitgenomen/opgeklapt gaspedaal. 30. Aangepaste/gecombineerde gas- en rem regelingsystemen. 30.01 Met parallelpedalen; 30.02 Met pedalen op (nagenoeg) gelijke hoogte; 30.03 Gas/remschuif; 30.04 Gas/remschuif met orthese; 30.05 Uitgenomen/opgeklapt(e) gas- en rempedaal; 30.06 Met vloerverhoging; 30.07 Met afscherming... rempedaal; 30.08 Met afscherming voor prothese... rempedaal; 30.09 Met afscherming voor gas- en rempedaal; 30.10 Met hiel/beensteun. 35.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangepaste bediening van de verplichte inrichtingscomponenten (d.i. verlichting, ruitenwisser/ruitensproeier, geluidstoestel, richtingaanwijzers, mistlichten,....). 35.01 Schakelaars bedienbaar zonder dat besturing en bediening van het voertuig nadelig kan worden beïnvloed; 35.02 Schakelaars bedienbaar zonder het stuurwiel/hulpstuk (knop, gaffel, enz.) los te laten; 35.03 Schakelaars bedienbaar zonder het stuurwiel/hulpstuk (knop, gaffel, enz.) los te laten met de rechterhand; 35.04 Schakelaars bedienbaar zonder het stuurwiel/hulpstuk (knop, gaffel, enz.) los te laten met de linkerhand; 35.05 Schakelaars bedienbaar zonder het stuurwiel/hulpstuk (knop, gaffel, enz.) en de gecombineerde gas/rem bediening los te laten. 40.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangepaste stuurinrichting. 40.01 Standaard stuurbekrachtiging; 40.02 Versterkte stuurbekrachtiging; 40.03 Noodstuurinrichting; 40.04 Verlengde stuurkolom; 40.05 Aangepast stuurwiel (met vergrote/verdikte sectie van de stuuromtrek, stuurwiel met verkleinde diameter, enz.); 40.06 Kantelbaar stuurwiel; 40.07 Vertikaal stuurwiel; 40.08 Horizontaal stuurwiel; 40.09 Voetenstuur; 40.10 Aangepaste stuurinrichting (joystick, enz.); 40.11 Stuurknop; 40.12 Handspalk; 40.13 Polsspalk. 42. Aangepaste achteruitkijkspiegel(s). 42.01 Rechterbuitenspiegel; 42.02 Buitenspiegel op voorspatbord; 42.03 Bijkomende binnenspiegel waarmede het verkeer kan waargenomen van...; 42.04 Panoramische binnenspiegel; 42.05 Dode-hoek-spiegel; 42.06 Electrisch verstelbare buitenspiegel. 43.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangepaste bestuurderszetel. 43.01 Bestuurderszetel op goede kijkhoogte en normale afstand van stuurwiel en pedalen; 43.02 Bestuurderszetel aangepast aan lichaamsvorm; 43.03 Bestuurderszetel met zijdelingse steun voor goede zitstabiliteit; 43.04 Bestuurderszetel met armsteun; 43.05 Verlengde slede bestuurderszetel; 43.06 Aangepaste veiligheidsgordel; 43.07 Veiligheidsgordel type harnas. 44. Aanpassingen van de motorfiets. 44.01 Alleen met zijspanwagen; 44.02 Aangepaste voorwielrem; 44.03 Aangepaste achterwielrem; 44.04 Aangepaste gasregeling; 44.05 Aangepaste handschakeling en handkoppeling; 44.06 Achteruitkijkspiegels; 44.07 Aangepaste bedieningsschakelaars; 44.08 Zadelhoogte die toelaat dat de bestuurder in zitpositie beide voorvoeten gelijktijdig op de grond kan plaatsen. 50.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen met het motorvoertuig met het chassisnummer............. 51. Alleen met het motorvoertuig met nummerplaat |PO|PO 55.Gecombineerde aanpassingen van het motorvoertuig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet functioneel linker onderste lidmaat. 55.01 : 15.03 + 30.07 + 90.01; 55.02 : 15.03 + 30.08 + 90.01; 55.03 : 15.03 + 15.04; 55.04 : 15.03 + 15.04 + 30.07 + 90.01; 55.05 : 15.03 + 15.04 + 30.08 + 90.01.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minder functioneel rechter onderste lidmaat. 55.10 : 15.03 + 20.03; 55.11 : 15.03 + 25.09 + 25.07; 55.12 : 15.03 + 25.09 + 25.07 + 30.07 + 90.02; 55.13 : 15.03 + 25.09 + 25.07 + 30.08 + 90.02; 55.14 : 15.03 + 20.03 + 15.04; 55.15 : 15.03 + 25.09 + 25.07 + 15.04; 55.16 : 15.03 + 25.09 + 25.07 + 15.04 + 30.07 + 90.02; 55.17 : 15.03 + 25.09 + 25.07 + 15.04 + 30.08 + 90.02; 55.18 : 20.06 + 20.12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minder functionele onderste ledematen (coördinatiestoornis, amputaties aan een of beide benen, enz.). 55.20 : 15.03 + 20.04 + 90.03 + 25.05 + 90.03 + 30.05; 55.21 : 15.03 + 20.04 + 90.04 + 25.05 + 90.04 + 30.05; 55.22 : 15.03 + 20.06 + 20.12; 55.23 : 15.03 + 20.06 + 25.05 + 90.03 + 30.05; 55.24 : 15.03 + 20.06 + 25.05 + 90.04 + 30.05.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet functionele onderste ledematen (amputatie, verlammingen, gestoorde zitbalans, enz.). 55.30 : 15.03 + 20.06 + 25.04 + 30.05; 55.31 : 10.02 + 20.06 + 25.04 + 30.05; 55.32 : 10.02 + 20.06 + 25.04 + 30.09; 55.33 : 10.02 + 20.06 + 25.04 + 30.05 + 40.01 + 20.07 + 20.08; 55.34 : 10.02 + 20.06 + 25.04 + 30.09 +40.01 + 20.07 + 20.08; 55.35 : 10.02 + 20.06 + 25.04 + 30.05 + 40.01 + 50.03 + 20.07 + 20.08; 55.36 : 10.02 + 20.06 + 25.04 + 30.09 + 40.01 + 50.03 + 20.07 + 20.08.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet functionele rechter bovenste lidmaat. 55.40 : 10.02 + 40.11 + 90.03 + 35.02 + 20.08; 55.41 : 10.02 + 35.02 + 20.08; 55.42 : 10.02 + 40.01 + 35.02 + 20.08; 55.43 : 10.02 + 40.11 + 90.03 + 40.01 + 35.02 + 20.08.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet functionele linker bovenste lidmaat. 55.50 : 10.02 + 35.02 + 20.08; 55.51 : 10.02 + 40.11 + 90.04 + 35.02 + 20.08; 55.52 : 10.02 + 40.01 + 35.02 + 20.08; 55.53 : 10.02 + 40.11 + 90.04 + 40.01 + 35.02 + 20.08.</p>\n<p class=\"lf-p\">Krachtsvermindering bovenste ledematen. 55.60 : 10.02 + 40.01 + 20.08; 55.61 : 10.02 + 40.02 + 40.03 + 20.08.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet functionele bovenste ledematen. 55.70 : 40.09 + 60.</p>\n<p class=\"lf-p\">Krachtsvermindering onderste en bovenste ledematen. 56.01 : 10.02 + 40.01 + 20.07 + 20.08; 56.02 : 10.02 + 40.02 + 40.03 + 20.07 + 20.08; 56.03 : 10.02 + 40.01 + 20.05 + 90.04 + 25.08 + 30.05 + 20.07 + 20.08; 56.04 : 10.02 + 40.02 + 40.03 + 20.05 + 90.04 + 25.08 + 30.05 + 20.07 + 20.08; 56.05 : 10.02 + 40.01 + 20.05 + 90.03 + 20.12 + 20.07 + 20.08; 56.06 : 10.02 + 40.02 + 40.03 + 20.05 + 90.03 + 20.12 + 20.07 + 20.08; 56.07 : 10.02 + 40.08 + 40.02 + 40.03 + 20.05 + 90.04 + 25.08 + 30.05 + 20.07 + 20.08; 56.08 : 10.02 + 40.08 + 40.02 + 40.03 + 20.05 + 90.03 + 20.12 + 20.07 + 20.08.</p>\n<p class=\"lf-p\">Halfzijdige verlamming links. 56.10 : 10.02 + 35.02 + 20.08; 56.11 : 10.02 + 35.02 + 20.08 + 30.07 + 90.01; 56.12 : 10.02 + 40.11 + 90.04 + 35.02 + 20.08; 56.13 : 10.02 + 40.11 + 90.04 + 35.02 + 20.08 + 30.07 + 90.01; 56.14 : 10.02 + 40.01 + 35.02 + 20.08; 56.15 : 10.02 + 40.01 + 35.02 + 20.08 + 30.07 + 90.01; 56.16 : 10.02 + 40.01 + 40.11 + 90.05 + 35.02 + 20.08; 56.17 : 10.02 + 40.01 + 40.11 + 90.04 + 35.02 + 20.08 + 30.07 + 90.01.</p>\n<p class=\"lf-p\">Halfzijdige verlamming rechts. 56.20 : 10.02 + 25.07 + 25.09 + 35.02 + 20.08; 56.21 : 10.02 + 25.07 + 25.09 + 35.02 + 20.08 + 30.07 + 90.02; 56.22 : 10.02 + 25.07 + 25.09 + 40.11 + 90.03 + 35.02 + 20.08; 56.23 : 10.02 + 25.07 + 25.09 + 40.11 + 90.03 + 35.02 + 20.08 + 30.07 + 90.02; 56.24 : 10.02 + 25.07 + 25.09 + 40.01 + 35.02 + 20.08; 56.25 : 10.02 + 25.07 + 25.09 + 40.01 + 35.02 + 20.08 + 30.07 + 90.02; 56.26 : 10.02 + 25.07 + 25.09 + 40.01 + 40.11 + 90.03 + 35.02 + 20.08; 56.27 : 10.02 + 25.07 + 25.09 + 40.01 + 40.11 + 90.03 + 35.02 + 20.08 + 30.07 + 90.02.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge dwarslaesie (C5 tot C7). 56.30 : 10.02 + 10.04 + 30.03 + 90.03 + 25.06 + 30.05 + 40.02 + 40.03 + 40.12 + 90.04 + 20.07 + 20.08 + 20.10 + 35.02 + 50.05 + 45.06 + 90.03 + 90.04; 56.31 : 10.02 + 10.03 + 30.03 + 90.03 + 25.06 + 30.05 + 40.02 + 40.03 + 40.12 +90.04 + 20.07 + 20.08 + 20.10 + 35.02 + 50.05 + 45.06 + 90.03 + 90.04; 56.32 : 10.02 + 10.04 + 30.03 + 90.03 + 25.06 + 30.05 + 40.02 + 40.03 + 40.13 + 90.04 + 20.07 + 20.08 + 20.10 + 35.02 + 50.05 + 45.06 + 90.03 + 90.04; 56.33 : 10.02 + 10.03 + 30.03 + 90.03 + 25.06 + 30.05 + 40.02 + 40.03 + 40.13 + 90.04 + 20.07 + 20.08 + 20.10 + 35.02 + 50.05 + 45.06 + 90.03 + 90.04; 56.34 : 10.02 + 10.04 + 30.03 + 90.04 + 25.06 + 30.05 + 40.02 + 40.03 + 40.12 + 90.03 + 20.07 + 20.08 + 20.10 + 35.02 + 50.05 + 45.06 + 90.03 + 90.04; 56.35 : 10.02 + 10.03 + 30.03 + 90.04 + 25.06 + 30.05 + 40.02 + 40.03 + 40.12 + 90.03 + 20.07 + 20.08 + 20.10 + 35.02 + 50.05 + 45.06 + 90.03 + 90.04; 56.36 : 10.02 + 10.04 + 30.03 + 90.04 + 25.06 + 30.05 + 40.02 + 40.03 + 40.13 + 90.03 + 20.07 + 20.08 + 20.10 + 35.02 + 50.05 + 45.06 + 90.03 + 90.04; 56.37 : 10.02 + 10.03 + 30.03 + 90.04 + 25.06 + 30.05 + 40.02 + 40.03 + 40.13 + 90.03 + 20.07 + 20.08 + 20.10 + 35.02 + 50.05 + 45.06 + 90.03 + 90.04.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleine lichaamslengte. 56.40 : 10.02 + 10.04 + 20.09 + 30.01 + 40.01 + 40.05 + 50.01 + 30.06; 56.41 : 10.02 + 10.04 + 20.07 + 20.08 + 20.09 + 30.01 + 40.01 + 40.05 + 45.01 + 50.01 + 50.02 + 50.06 + 30.06.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere combinaties. 56.50 : 15.04 + 15.02; 56.51 : 10.02 + 30.09 + 90.01; 56.52 : 15.04 + 15.02 + 30.09; 56.53 : 15.01 + 90.02 + 25.07; 56.54 : 15.01 + 20.06 + 25.04 + 30.05 + 35.05 + 40.01; 56.55 : 15.01 + 20.07; 56.56 : 15.01 + 90.04 + 25.07 + 20.07; 56.57 : 35.02 + 40.01 + 40.11 + 20.09 + 10.04; 56.58 : 35.02 + 40.01 + 40.11; 56.59 : 15.01 + 35.02 + 20.08.</p>\n<p class=\"lf-p\">Administratieve vermeldingen. 70. Belgisch rijbewijs verkregen door omwisseling van rijbewijs nr... uit... (het land aangegeven door middel van de landencode). 71. Vervangend rijbewijs (duplicaat) voor rijbewijs nr... afgeleverd door... (het land aangegeven door middel van de landencode). 72. Alleen motorvoertuigen van de categorie A met een cylinderinhoud van niet meer dan 125 cc en een vermogen van niet meer dan 11 kW.73. Alleen driewieler of vierwieler met motor van de categorie B waarvan de maximale toegelaten massa niet meer bedraagt dan 550 kg. 74. Alleen motorvoertuigen van de categorie C waarvan de maximale toegelaten massa niet meer bedraagt dan 7.500 kg. 75. Alleen motorvoertuigen van de categorie D ingericht voor het vervoer van niet meer dan 16 personen, de bestuurder daaronder niet begrepen. 76.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen motorvoertuigen van de categorie C, waarvan de maximale toegelaten massa niet meer bedraagt dan 7.500 kg, met een aanhangwagen waarvan de maximale toegelaten massa meer bedraagt dan 750 kg, mits de maximale toegelaten massa van het aldus gevormde samenstel niet meer bedraagt dan 12.000 kg en de maximale toegelaten massa van de aanhangwagen de ledige massa van het trekkende voertuig niet overschrijdt. 77. Alleen motorvoertuigen van de categorie D, ingericht voor het vervoer van niet meer dan 16 personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, met een aanhangwagen waarvan de maximale toegelaten massa meer bedraagt dan 750 kg, mits de maximale toegelaten massa van het aldus gevormde samenstel niet meer bedraagt dan 12.000 kg en de maximale toegelaten massa van de aanhangwagen de ledige massa van het trekkend voertuig niet overschrijdt, en de aanhangwagen niet wordt gebruikt voor het vervoer van personen. 78.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen motorvoertuigen met automatische versnellingsbak. 79. Alleen motorvoertuigen die voldoen aan de op het rijbewijs aangegeven beperkingen (aangegeven maximale toegelaten massa/ingericht voor het vervoer van niet meer dan... personen, de bestuurder daaronder niet begrepen/andere aangegeven specificaties). 90. Bijkomstige codes. 90.01 : links van; 90.02 : rechts van; 90.03 : links; 90.04 : rechts; 90.05 : hand; 90.06 : voet; 90.07 : bedienbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om gevoegd te worden bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, J. VANDE LANOTTE De Minister van Volksgezondheid, M. COLLA De Minister van Buitenlandse Zaken, E. DE RYCKE De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET De Minister van Justitie, S. DE CLERCK De Minister van Landsverdediging, J.P. PONCELET De Staatssecretaris voor Veiligheid, J. PEETERS Bijlage 8 bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage 9 bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage 10 bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage 11 bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld</p></div>", "next": 0}