{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">TITEL XI. - Bevoegdheden van de CBFA Art. 67.§ 1. Onverminderd de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 32, § 2, 39, tweede lid, en 52, § 2, heeft de CBFA het recht om : a) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de personen onder wier controle zij staan of over wie zij controle uitoefenen, te verplichten informatie en documenten te verstrekken;b) de commissarissen en de bedrijfsleiding van de uitgevende instelling, de aanbieder of aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de financiële tussenpersonen die een rol vervullen bij de openbare aanbieding of de toelating tot de verhandeling, te verplichten informatie te verstrekken;c) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling te bevelen bepaalde maatregelen te treffen indien zij oordeelt dat een openbare aanbieding of een toelating tot de verhandeling dreigt te geschieden of geschiedt onder voorwaarden die het publiek kunnen misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling en/of de aanbieder, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de aanbieding of de toelating slaat;d) een openbare aanbieding of een toelating tot de verhandeling op te schorten zolang de in c) bedoelde maatregelen niet zijn getroffen;e) een openbare aanbieding of een toelating tot de verhandeling voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen op te schorten telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, alsook van Verordening nr.809/2004; f) een openbare aanbieding te verbieden wanneer zij vaststelt of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, alsook van Verordening nr.809/2004; g) de betrokken marktonderneming te bevelen de handel voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen op te schorten telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, alsook van Verordening nr.809/2004; h) de toelating tot de verhandeling te verbieden of de verhandeling te verbieden wanneer zij vaststelt dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, alsook van Verordening nr.809/2004; i) de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 58 op te schorten voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk op deze wet is gepleegd;j) de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 58 te verbieden of te bevelen dat de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 58 wordt ingetrokken, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk op deze wet is gepleegd;k) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling te bevelen een rechtzetting te publiceren van reclame, andere documenten of berichten die met overtreding van deze wet zijn verspreid;l) in voorkomend geval, zelf over te gaan tot de verspreiding van de conform k) bevolen rechtzetting, indien die rechtzetting niet binnen de vastgestelde termijn is verspreid;m) elke beslissing openbaar te maken die genomen is overeenkomstig c) tot k), tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade dreigt te berokkenen;n) openbaar te maken dat de uitgevende instelling niet aan haar verplichtingen voldoet, tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen;o) ter plaatse inspecties en expertises te verrichten, ter plaatse kennis te nemen van en een kopie te maken van elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, alsook toegang te hebben tot elk informaticasysteem, om na te gaan of deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen alsook Verordening nr.809/2004 worden nageleefd, met dien verstande dat deze onderzoeksbevoegdheden zich niet uitstrekken tot privéwoningen. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissingen bedoeld in § 1 worden met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van, naar gelang het geval, de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook aan de betrokken marktondernemingen. § 3. In de in § 1, e), g) en i) bedoelde gevallen, kan de CBFA de opschortingsmaatregel of het aan de marktonderneming gerichte verzoek tot opschorting telkens met een periode van maximaal tien opeenvolgende werkdagen verlengen. § 4. De CBFA kan eenieder die zich binnen de door haar bepaalde termijn niet voegt naar een hem krachtens § 1 opgelegd bevel, een dwangsom opleggen die per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50.000 euro, noch meer dan 2.500.000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten voor de in § 1 bedoelde openbaarmakingsmaatregelen zijn, naar gelang het geval, voor rekening van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL XII. - Samenwerking tussen autoriteiten Art. 68.Telkens wanneer nodig werkt de CBFA samen met de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte. De CBFA wisselt inzonderheid informatie uit en werkt samen : 1° met de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte waaraan, conform artikel 36, een dossier is overgelegd teneinde in deze andere lidstaat de publicatie mogelijk te maken van een door de CBFA goedgekeurd prospectus;2° met de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die een prospectus heeft goedgekeurd waarvan de publicatie in België wordt overwogen overeenkomstig artikel 38;3° bij verzoeken om opschorting van of verbod op de verhandeling van effecten die in diverse lidstaten van de Europese Economische Ruimte worden verhandeld teneinde tot gelijke mededingingsregels te komen voor de diverse handelscentra en de bescherming van de beleggers te waarborgen;4° ingeval de CBFA de goedkeuring van een prospectus heeft overdragen aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte in het kader van artikel 33;5° ingeval de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte de goedkeuring van een prospectus heeft overgedragen aan de CBFA conform afdeling 3 van hoofdstuk II van titel IV.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de in 1° en 2° bedoelde gevallen, werken de CBFA en de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten van de Europese Economische Ruimte samen vanaf het stadium waarin de zaak wordt onderzocht, met name voor nieuwe categorieën of zeldzame vormen van effecten en reclame, en zo nodig wisselen zij informatie uit over alle aspecten die eigen zijn aan de relevante markt.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL XIII. - Strafbepalingen en administratieve geldboetes Art. 69.Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 75 euro tot 15.000 euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft : 1° eenieder die de controles in de weg staat waaraan hij zich krachtens deze wet moet onderwerpen, die weigert of nalaat de informatie of documenten te verstrekken die hij moet bezorgen krachtens deze wet of die met opzet onjuiste of onvolledige informatie of documenten verstrekt;2° eenieder die de artikelen 20, 23, 38, 43, 56, 59, 60 of 63 overtreedt;3° eenieder die een krachtens artikel 67 uitgesproken opschorting of verbod, of een weigering tot goedkeuring van het prospectus miskent;4° eenieder die met opzet in België een prospectus of een aanvulling op een prospectus publiceert met onjuiste of onvolledige informatie die het publiek kan misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd;5° eenieder die met opzet in België reclame publiceert met onjuiste of misleidende informatie die het publiek kan misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd;6° eenieder die in België een prospectus of een aanvulling op een prospectus publiceert waarin gewag wordt gemaakt van de goedkeuring van de CBFA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte hoewel die goedkeuring niet werd gegeven;7° eenieder die met opzet in België een prospectus of een aanvulling op een prospectus publiceert dat verschilt van het prospectus of de aanvulling die is goedgekeurd door de CBFA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;8° eenieder die met opzet in België reclame publiceert die verschilt van de reclame die door de CBFA krachtens artikel 60 is goedgekeurd;9° eenieder die het in artikel 64 bedoelde verbod bewust miskent.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-70\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 70</span><span class=\"lf-art-t\">De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de door deze wet bestrafte misdrijven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 71</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd andere maatregelen genomen ter uitvoering van deze wet, kan de CBFA, indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of Verordening nr. 809/2004, aan de daarvoor verantwoordelijke persoon een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 2.500 euro, noch, voor hetzelfde feit of zelfde geheel van feiten, meer mag bedragen dan 2.500.000 euro</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 72</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De dwangsommen en geldboetes opgelegd met toepassing van de artikelen 67, § 4, of 71 worden ten voordele van de Schatkist ingevorderd door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen TITEL XIV. - Diverse bepalingen en wijzigings- en opheffingsbepalingen HOOFDSTUK I. - Kosteloze toewijzingen van beleggingsinstrumenten Art. 73.§ 1. Wanneer er op het Belgische grondgebied, in om het even welke vorm en met om het even welk middel, een mededeling over de kosteloze toewijzing van beleggingsinstrumenten wordt verricht door de uitgevende instelling of door de persoon die in staat is om de beleggingsinstrumenten toe te wijzen, en deze mededeling voldoende informatie bevat over de toewijzingsvoorwaarden en over de toe te wijzen beleggingsinstrumenten, moet voor de begunstigden een document beschikbaar worden gesteld dat informatie bevat betreffende het aantal en de aard van de betrokken beleggingsinstrumenten en de redenen voor en de modaliteiten van hun toewijzing, tenzij in de onderstaande gevallen : a) de beleggingsinstrumenten worden uitsluitend toegewezen aan gekwalificeerde beleggers;b) de beleggingsinstrumenten worden toegewezen aan minder dan 100 natuurlijke of rechtspersonen die geen gekwalificeerde beleggers zijn; c) de beleggingsinstrumenten die worden toegewezen hebben een nominale waarde per eenheid van ten minste 50.000 euro. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatie die ingevolge § 1 ter beschikking moet worden gesteld van de begunstigden, moet in ten minste één landstaal zijn opgesteld, of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen en door de CBFA wordt aanvaard. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen Art. 74.Artikel 4, tweede lid, 5°, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen wordt vervangen als volgt : « 5° personen, ondernemingen en instellingen die aanbiedingen tot verkoop van of tot inschrijving op beleggingsinstrumenten uitbrengen naar aanleiding waarvan terugbetaalbare gelden worden ontvangen, met naleving van de bepalingen van de wet van... op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-75\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 75</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 6, § 1, tweede lid, 2°, van dezelfde wet worden de woorden « die openbaar effecten en waarden aanbieden in de zin van titel II van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 » vervangen door de woorden « die openbaar beleggingsinstrumenten aanbieden of die verzoeken om belegginginstrumenten toe te laten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de zin van de wet van... op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 76</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 32, § 3, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden « in één of meer verenigingen in deelneming die zijn opgericht voor de openbare uitgifte van effecten, zoals geregeld bij artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 » vervangen door de woorden « in één of meer interne vennootschappen die zijn opgericht voor de openbare aanbieding tot verkoop van of tot inschrijving op beleggingsinstrumenten ». HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten Art. 77.§ 1. In artikel 7, § 2, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten worden de woorden « de wet van 22 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/05/2003 numac 2003003328 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten sluiten betreffende de openbare aanbiedingen van effecten » vervangen door de woorden « de wet van... op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt ». Art. 78.§ 2. Artikel 15 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « Op advies van de CBFA kan de Koning de toepassing van de artikelen 3 tot 14 en 16 tot 20, geheel of gedeeltelijk, uitbreiden tot de in het eerste lid bedoelde markten en systemen. Hij kan sommige bepalingen van de met toepassing van voornoemde artikelen getroffen besluiten toepasselijk maken op deze markten en systemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op advies van de CBFA kan de Koning de toepassing van de artikelen 1 tot 14bis en 18bis van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen, geheel, gedeeltelijk of aangepast, uitbreiden tot de in het eerste lid bedoelde markten en systemen. Hij kan sommige bepalingen van de met toepassing van voornoemde artikelen van de wet van 2 maart 1989 getroffen besluiten toepasselijk maken op deze markten en systemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan bij de uitoefening van de in dit artikel bepaalde machtiging, in voorkomend geval, regels bepalen voor bepaalde types van markten of voor door Hem aangeduide individuele markten. » HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de wet van 22 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/05/2003 numac 2003003328 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten sluiten betreffende de openbare aanbiedingen van effecten Art. 79.De wet van 22 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/05/2003 numac 2003003328 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten sluiten betreffende de openbare aanbiedingen van effecten blijft enkel van kracht voor wat de openbare overnameaanbiedingen betreft. Vanaf de inwerkingtreding van deze wet is de wet van 22 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/05/2003 numac 2003003328 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten sluiten niet langer van toepassing op : 1° de openbare aanbiedingen tot verkoop van of tot inschrijving op effecten, 2° de toelatingen tot de verhandeling van effecten op een Belgische georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is, 3° de openbare voorstellen om informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven effecten die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een al dan niet openbare aanbieding. HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten Art. 80.In artikel 3 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : « 1° « openbaar aanbod » : a) wat de in artikel 4, 1°, a), en 2°, bedoelde instellingen voor collectieve belegging betreft die hun financiële middelen aantrekken in België : i) een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaarden van het aanbod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten, en die wordt verricht door de instelling voor collectieve belegging, door de persoon die in staat is om de effecten over te dragen of voor hun rekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding van het aanbod, wordt geacht te handelen voor rekening van de instelling voor collectieve belegging of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen. ii) de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is; b) wat de in artikel 4, 1°, a), bedoelde instellingen voor collectieve belegging betreft die hun financiële middelen aantrekken in het buitenland, elke in het buitenland uitgevoerde verrichting op de effecten van een dergelijke instelling voor collectieve belegging, wanneer die verrichting in het betrokken land onderworpen is aan een bijzondere regeling ter bescherming van het openbaar spaarwezen, zoals inzonderheid een prospectusverplichting of een andere gelijkaardige informatieverplichting;»; b) in de bepaling onder 2° worden de woorden « in artikel 3, 1°, b), » vervangen door de woorden « in artikel 3, 1°, a), ii), »;c) de bepaling onder 14° wordt vervangen als volgt : « 14° « verhandeling van effecten van instellingen voor collectieve belegging » : het openbaar aanbod in de zin van artikel 3, 1°, a), i), voor rekening van een instelling voor collectieve belegging, waaronder het inontvangstnemen en doorgeven van orders voor effecten van de betrokken instelling voor collectieve belegging.Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks van de instelling voor collectieve belegging een vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding van een openbaar aanbod of het inontvangstnemen en doorgeven van orders voor effecten van de betrokken instelling voor collectieve belegging, wordt geacht te handelen voor rekening van die instelling voor collectieve belegging; »; d) het artikel wordt aangevuld met een 30°, luidende : « 30° « bemiddeling » : elke tussenkomst, zelfs als tijdelijke of bijkomstige werkzaamheid, en in welke hoedanigheid ook, ten aanzien van beleggers in de plaatsing van een in artikel 3, 1°, a), i), bedoeld openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging, voor rekening van de bieder of de instelling voor collectieve belegging, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de bieder of de instelling voor collectieve belegging »; e) het artikel wordt aangevuld met een 31°, luidende : « 31° « de wet van... » : de wet van... op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 81</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 5.- § 1. Voor de toepassing van artikel 3, 1°, a), i), hebben de volgende aanbiedingen van effecten van instellingen voor collectieve belegging geen openbaar karakter : 1° de aanbiedingen van effecten die uitsluitend gericht zijn aan institutionele of professionele beleggers;2° de aanbiedingen van effecten die gericht zijn aan minder dan 100 natuurlijke of rechtspersonen die geen institutionele of professionele beleggers zijn; 3° de aanbiedingen van andere effecten dan rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, die een totale tegenwaarde van ten minste 50.000 euro per belegger en per categorie effecten vereisen; 4° de aanbiedingen van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die een totale tegenwaarde van ten minste 250.000 euro per belegger en per categorie effecten vereisen; 5° de aanbiedingen van andere effecten dan rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50.000 euro; 6° de aanbiedingen van effecten met een totale tegenwaarde van minder dan 100.000 euro die wordt berekend over een periode van 12 maanden Bij doorverkoop van effecten die voorheen het voorwerp waren van één of meer van de in het eerste lid bedoelde aanbiedingen, moet deze verrichting worden getoetst aan de in artikel 3, 1°, a), i), vermelde definitie en aan de in het eerste lid van deze paragraaf vastgestelde criteria om uit te maken of deze doorverkoop een openbaar aanbod is. § 2. Voor de toepassing van artikel 3, 1°, a), ii), kan de Koning het begrip « publiek » definiëren. § 3. Voor de toepassing van deze wet wordt onder « institutionele of professionele beleggers » verstaan : 1° de nationale, gemeenschaps- en gewestregeringen;2° de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van België en de andere nationale centrale banken, de internationale of supranationale instellingen, het Rentenfonds, het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten en de Deposito- en Consignatiekas;3° de Belgische en buitenlandse rechtspersonen die een vergunning hebben of gereglementeerd zijn om actief te mogen zijn op de financiële markten, waaronder inzonderheid : a) de Belgische en buitenlandse kredietinstellingen bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet van 22 maart 1993;b) de Belgische en buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten van beleggingsdiensten in de zin van artikel 46, 1°, van de</p>\n<p class=\"lf-p\">wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;c) (i) de verzekeringsondernemingen en -instellingen bedoeld in artikel 2, §§ 1 en 3, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/07/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen; (ii) de buitenlandse verzekeringsondernemingen die niet in België werkzaam zijn, en (iii) de Belgische en buitenlandse herverzekeringsondernemingen; d) de Belgische en buitenlandse pensioenfondsen en hun beheervennootschappen, bedoeld in artikel 2, § 3, 4° en 6°, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/07/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, en enig ander buitenlands pensioenfonds;e) de Belgische en buitenlandse instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 4 van deze wet en enige andere buitenlandse instelling voor collectieve belegging;f) de Belgische en buitenlandse beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 138 van deze wet en enige andere buitenlandse beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging; g) de Belgische en buitenlandse grondstoffentermijnhandelaren in de zin van artikel 4 van de wet van ...; h) de andere Belgische en buitenlandse financiële instellingen die een vergunning hebben of gereglementeerd zijn; 4° de andere Belgische en buitenlandse entiteiten dan bedoeld in het 5° van dit lid die geen vergunning hebben of niet gereglementeerd zijn om actief te mogen zijn op de financiële markten en waarvan het enige ondernemingsdoel het beleggen in beleggingsinstrumenten is in de zin van artikel 4 van de wet van ...; 5° de vennootschappen, fondsen of andere gelijkaardige entiteiten naar buitenlands recht waarvan de voornaamste activiteit erin bestaat te beleggen in effecten van instellingen voor collectieve belegging of in effectiseringsstructuren, dan wel instellingen voor collectieve belegging of effectiseringsstructuren te financieren, op voorwaarde dat die vennootschappen, fondsen of andere gelijkaardige entiteiten naar buitenlands recht zich daartoe in België financieren, uitsluitend bij institutionele of professionele beleggers, erkend door of krachtens deze paragraaf, of zich daartoe financieren in het buitenland;6° de kapitalisatieondernemingen bedoeld in het koninklijk besluit nr. 43 van 15 december 1934 betreffende de controle op de kapitalisatieondernemingen; 7° de coördinatiecentra bedoeld in het koninklijk besluit nr.187 van 30 december 1982 betreffende de oprichting van coördinatiecentra; 8° de andere Belgische en buitenlandse rechtspersonen dan die bedoeld in het 1° tot 7° van dit lid die, volgens hun recentste jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening, aan ten minste twee van de volgende drie criteria voldoen : een gemiddeld aantal werknemers van ten minste 250 gedurende het boekjaar, een balanstotaal van meer dan 43.000.000 euro en een nettojaaromzet van meer dan 50.000.000 euro; 9° andere buitenlandse rechtspersonen, ondernemingen en instellingen die, naar het recht waaronder ze ressorteren, worden beschouwd als institutioneel of professioneel belegger dan wel als gekwalificeerd belegger voor de toepassing van Richtlijn 2003/71/EG van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG, of die volgens de financiële-marktpraktijken als institutioneel of professioneel belegger worden beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze wet kan de Koning het begrip « institutionele of professionele beleggers » uitbreiden, en daarbij, in voorkomend geval, een onderscheid maken naar het type of de categorie van instellingen voor collectieve belegging : 1° tot de natuurlijk personen die op het Belgische grondgebied verblijven, die de CBFA uitdrukkelijk hebben verzocht om als institutioneel of professioneel belegger te worden aangemerkt en die voldoen aan ten minste twee van de volgende drie criteria : (a) zij hebben in de loop van de voorafgaande vier kwartalen gemiddeld ten minste tien omvangrijke transacties per kwartaal verricht op de effectenmarkt, (b) hun portefeuille met effecten, in de zin van artikel 5 van de wet van ..., heeft een omvang van meer dan 500.000 euro, (c) zij zijn ten minste een jaar werkzaam of werkzaam geweest in de financiële sector in het kader van een beroepsbezigheid die kennis van beleggingen in effecten in de zin van artikel 5 van de wet van ... vereist; 2° tot alle of bepaalde rechtspersonen met statutaire zetel in België die de CBFA uitdrukkelijk hebben verzocht om als institutioneel of professioneel belegger te worden aangemerkt en die niet voldoen aan ten minste twee van de drie criteria bedoeld in het eerste lid, 8°, van deze paragraaf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De CBFA houdt een register bij van de betrokken personen. De Koning bepaalt de procedure om in dat register te worden ingeschreven, alsook de regels volgens welke derden toegang hebben tot dat register. § 4. Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, 1°, c), kan de Koning : 1° definiëren wat dient te worden verstaan onder « private beleggers »;2° vaststellen onder welke voorwaarden en volgens welke regels de private beleggers effecten kunnen overdragen die zijn uitgegeven door een private instelling voor collectieve belegging.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 82</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 10, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « 4° die functioneert volgens het beginsel van de risicospreiding. »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 83</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 17 van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « 4° die functioneert volgens het beginsel van de risicospreiding. »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 84</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 30 van dezelfde wet, gewijzigd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 20 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/08/2005 numac 2005003649 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de eerste zin van het eerste lid worden de woorden « worden verhandeld » vervangen door de woorden « openbaar worden aangeboden »;b) tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd : « De inschrijving van de instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming of van de compartimenten van dergelijke instellingen blijft behouden niettegenstaande elke beslissing van de instelling voor collectieve belegging conform deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen om haar rechten van deelneming of de rechten van deelneming in haar compartimenten niet langer openbaar aan te bieden.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 85</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 39, tweede lid, 2°, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « v) artikel 69 van de wet van ... »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-86\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 86</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 41, § 1, 12°, van dezelfde wet worden de woorden « bedoeld in artikel 52, § 2, eerste lid, » ingevoegd tussen de woorden « het prospectus van de beleggingsvennootschap » en de woorden « moeten de beheertaken worden vermeld »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-87\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 87</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 47 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « in artikel 52 bedoelde » vervangen door de woorden « in artikel 52, § 2, eerste lid, bedoelde »;b) in het tweede lid worden de woorden « in artikel 52 bedoelde » vervangen door de woorden « in artikel 52, § 2, eerste lid, bedoelde »;c) in het derde lid worden de woorden « in de artikelen 52 en 76, § 1, eerste lid » vervangen door de woorden « in de artikelen 52, § 2, eerste lid, en 76, § 1, eerste lid, »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 88</span><span class=\"lf-art-t\">Het opschrift van Deel II, Boek II, Titel II, Hoofdstuk II, Afdeling III, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">« Afdeling III - Prospectus over het openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, andere stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging en bemiddeling bij openbare aanbiedingen van effecten van instellingen voor collectieve belegging ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 89</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In Deel II, Boek II, Titel II, Hoofdstuk II, Afdeling III, van dezelfde wet wordt een onderafdeling I, die de artikelen 52 tot 62 omvat, ingevoegd, luidende : « Onderafdeling I - Prospectus over het openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en andere stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-90\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 90</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 52 van dezelfde wet worden de volgende aanwijzingen aangebracht : a) de bepaling onder § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Deze onderafdeling treft een regeling voor : 1° het prospectus over een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming;2° de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging, dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen. § 2. Er mag pas een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming worden uitgebracht nadat een prospectus en een vereenvoudigd prospectus zijn gepubliceerd Bij een ander openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan een in het eerste lid bedoeld openbaar aanbod, moet een prospectus worden gepubliceerd in de gevallen en volgens de regels die worden bepaald in de wet van ... ». b) in § 2, waarvan de bestaande tekst § 3 zal vormen, worden in het eerste lid, de woorden « aan de effecten » vervangen door de woorden « aan de rechten van deelneming »;c) in § 3, waarvan de bestaande tekst § 4 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : i) het eerste lid wordt vervangen als volgt : « De in het prospectus en het vereenvoudigd prospectus opgenomen gegevens moeten worden bijgewerkt, waarbij met name elk nieuw feit moet worden vermeld dat een invloed kan hebben op de beoordeling door het publiek.»; ii) het tweede lid wordt opgeheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 91</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 53, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid vervallen de woorden « of aanvullingen »;b) in het tweede lid worden de woorden « artikel 52, § 3 » vervangen door de woorden « artikel 52, § 4, »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 92</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde wet wordt een artikel 53bis ingevoegd, luidende : « Art. 53bis . - Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan 100 natuurlijke of rechtspersonen die geen institutionele of professionele beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbod tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door een instelling voor collectieve belegging of door een persoon die in staat is om de betrokken effecten over te dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt verricht, tenzij : 1° het aanbod tot één van de in artikel 5, § 1, eerste lid, 4° of 6°, bedoelde categorieën behoort;of 2° een prospectus over een openbaar aanbod en een vereenvoudigd prospectus op geldige wijze zijn goedgekeurd door de CBFA. Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt van de instelling voor collectieve belegging of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen, wordt geacht te handelen voor rekening van die instelling voor collectieve belegging of van die persoon die in staat is om de effecten over te dragen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-93\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 93</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 54 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « Het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen of aanvullingen » vervangen door de woorden « Het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen »;b) in het tweede lid worden de woorden « in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus, hun bijwerkingen of aanvullingen » vervangen door de woorden « in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus of hun bijwerkingen »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-94\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 94</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 55 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « § 1. In het prospectus en het vereenvoudigd prospectus wordt duidelijk vermeld wie verantwoordelijk is voor het integrale prospectus en vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen. De verantwoordelijke personen worden geïdentificeerd aan de hand van hun naam en functie of, indien het rechtspersonen zijn, aan de hand van hun naam en statutaire zetel De verantwoordelijkheid voor het integrale prospectus en vereenvoudigd prospectus en voor hun bijwerkingen kan uitsluitend worden gedragen door de bieder, de instelling voor collectieve belegging en de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, of hun organen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het prospectus en het vereenvoudigd prospectus wordt een verklaring van de verantwoordelijke personen opgenomen waaruit blijkt dat, voorzover hen bekend, de gegevens in het prospectus en het vereenvoudigd prospectus in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van het prospectus en het vereenvoudigd prospectus zou wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het eerste en het tweede lid kunnen in het prospectus en in het vereenvoudigd prospectus de personen worden vermeld die verantwoordelijk zijn voor een deel van het prospectus, een deel van het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen. § 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de beleggers, zijn de overeenkomstig § 1, eerste lid, aangewezen personen tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door het ontbreken van of door de onjuiste of misleidende aard van de informatie in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aan de belegger berokkende nadeel wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het onjuiste of misleidende karakter van de informatie in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen, indien het ontbreken van deze informatie of het onjuiste of misleidende karakter ervan, van dien aard was dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de inschrijvingsof de aankoopprijs van de rechten van deelneming positief kon worden beïnvloed. § 3. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de beleggers, zijn de bieder, de instelling voor collectieve belegging, de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de door hen aangestelde bemiddelaars verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door elk in artikel 53, § 2, bedoeld stuk dat op hun initiatief wordt gepubliceerd en dat, ten aanzien van het prospectus, het vereenvoudigd prospectus of hun bijwerkingen en aanvullingen, onjuiste, misleidende of inconsistente informatie bevat, dan wel door de strijdigheid van die stukken met de bepalingen die zijn voorgeschreven door of krachtens artikel 56.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aan de belegger berokkende nadeel wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het, ten aanzien van het prospectus, het vereenvoudigd prospectus of hun bijwerkingen en aanvullingen, onjuiste, misleidende of inconsistente karakter van de informatie in een in artikel 53, § 2, bedoeld stuk dan wel van de strijdigheid van een dergelijk stuk met de bepalingen die zijn voorgeschreven door of krachtens artikel 56, indien dat onjuiste, misleidende of inconsistente karakter dan wel die strijdigheid van dien aard was dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de inschrijvings- of aankoopprijs van de effecten positief kon worden beïnvloed. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-95\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 95</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 56 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de inleidende zin worden de woorden « en onverminderd § 2, » ingevoegd na de woorden « bij besluit genomen na advies van de CBFA »;b) in de bepaling onder 1° vervallen de woorden « en aanvullingen » en worden de woorden « die betrekking hebben op het aanbod » vervangen door de woorden « die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging »;c) in de bepaling onder 2° vervallen de woorden « en aanvullingen » en worden de woorden « die betrekking hebben op het aanbod » vervangen door de woorden « die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging »;d) in de bepaling onder 3° worden de woorden « op het aanbod » vervangen door de woorden « op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming »;e) in de bepaling onder 4° vervallen de woorden « en aanvullingen » en worden de woorden « die betrekking hebben op het aanbod » vervangen door de woorden « die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging »;f) het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2.De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° zij vermelden dat er een prospectus en, in voorkomend geval, een vereenvoudigd prospectus is, wordt of zal worden gepubliceerd en geven aan waar de beleggers die documenten kunnen verkrijgen;2° de erin vervatte informatie mag niet onjuist of misleidend zijn;3° de erin vervatte informatie stemt overeen met de in het prospectus en, in voorkomend geval, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen en aanvullingen verstrekte informatie indien die documenten reeds zijn gepubliceerd of, indien ze op een later tijdstip worden gepubliceerd, met de informatie die erin moet worden verstrekt Reclame moet duidelijk herkenbaar zijn als zodanig ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-96\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 96</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 57 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in § 1 worden de woorden « effecten van een instelling voor collectieve belegging » vervangen door de woorden « rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming »;b) in § 2, 1°, vervallen de woorden « , in voorkomend geval, » en worden de woorden « de artikelen 52, §§ 2 en 3 » vervangen door de woorden « de artikelen 52, §§ 3 en 4 »;c) § 2, 3°, wordt vervangen als volgt : « 3° de eventuele, krachtens het vennootschapsrecht voorgeschreven bijzondere verslagen die verband houden met de verrichting »;d) § 2, 4°, wordt vervangen als volgt : « 4° de eventuele deskundigenverslagen waarnaar het prospectus en het vereenvoudigd prospectus verwijzen »;e) § 2 wordt aangevuld als volgt : « 5° elk ander document dat pertinent is voor het onderzoek van het prospectus en het vereenvoudigd prospectus »;f) het artikel wordt aangevuld met een § 3, luidende : « § 3.Wie voornemens is andere effecten van een instelling voor collectieve belegging dan bedoeld in § 1 openbaar aan te bieden, bezorgt de CBFA het ontwerp van de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen en die worden opgesteld op initiatief van de bieder, de instelling voor collectieve belegging, de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de door hen aangestelde bemiddelaars, wanneer hij een kennisgeving verricht als bedoeld in artikel 52 van de wet van ... »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-97\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 97</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 58 van dezelfde wet worden de woorden « Onverminderd artikel 57, § 2, 2°, » vervangen door de woorden « Onverminderd artikel 57, § 2, 2°, en § 3, »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-98\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 98</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 59 van dezelfde wet worden de woorden « het prospectus, het vereenvoudigd prospectus, hun bijwerkingen of aanvullingen, alsook voor de beoordeling van de volledigheid en het passend karakter van de berichten, reclame en andere stukken » vervangen door de woorden « het prospectus, het vereenvoudigd prospectus of hun bijwerkingen, alsook voor de beoordeling van de volledigheid en het passend karakter van de informatie in de berichten, reclame en andere stukken »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-99\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 99</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 20 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/08/2005 numac 2005003649 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen sluiten, vervallen de woorden « of aanvullingen » tweemaal. Art. 100.In artikel 61 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « in de artikelen 57, § 1, en 58 » tweemaal vervangen door de woorden « in de artikelen 57, §§ 1 en 3, en 58 »;b) in het tweede lid vervallen de woorden « of aanvullingen ». Art. 101.In artikel 62 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/08/2005 numac 2005003649 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de eerste zin van het eerste lid worden de woorden « in de artikelen 57, § 1, en 58 » vervangen door de woorden « in de artikelen 57, §§ 1 en 3, en 58 »;b) in de tweede zin van het eerste lid worden de woorden « in artikel 3, 1°, b) » vervangen door de woorden « in artikel 3, 1°, a), ii) »;c) in het tweede lid worden de woorden « in de artikelen 57, § 1, en 58 » vervangen door de woorden « in de artikelen 57, §§ 1 en 3, en 58 » en vervallen de woorden « of aanvullingen »;d) in het derde lid vervallen de woorden « of aanvullingen ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-102\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 102</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In Deel II, Boek II, Titel II, Hoofdstuk II, Afdeling III, van dezelfde wet wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende : « Onderafdeling II - Bemiddeling Art. 62bis.- Enkel de volgende personen of instellingen mogen bemiddelingswerkzaamheden verrichten in het kader van openbare aanbiedingen van effecten van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 3, 1°, a), i), die in België worden uitgebracht : a) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van België en de andere centrale banken van de lid- Staten van de Europese Economische Ruimte;b) de kredietinstellingen die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 13 van de wet van 22 maart 1993 met uitzondering van de gemeentespaarkassen;c) de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd zijn overeenkomstig artikel 65 van de wet van 22 maart 1993;d) de niet in België gevestigde kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig artikel 66 van de wet van 22 maart 1993;e) de beursvennootschappen bedoeld in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;f) de vennootschappen voor plaatsing van orders in financiële instrumenten bedoeld in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;g) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lid-Staat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig boek II, titel III, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;h) de in België gevestigde bijkantoren van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;i) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn via dienstverrichtingen, voorzover hun werkzaamheden als bemiddelaar in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onderworpen zijn krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;j) de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 145 van deze wet;k) de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig Boek III van Deel III van deze wet, voorzover hun werkzaamheden als bemiddelaar in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onderworpen zijn krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van voornoemd Boek III;l) de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig Boek IV van Deel III van deze wet, voorzover hun werkzaamheden als bemiddelaar in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onderworpen zijn krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van voornoemd Boek IV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid doet geen afbreuk aan de mogelijkheid die de bieder of de instelling voor collectieve belegging heeft om de aanvaardingen van zijn openbaar aanbod zelf in te zamelen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-103\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 103</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 73, § 2, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 145 van deze wet » vervallen;b) de woorden « , voor zover dit bijkantoor deze activiteit mag uitoefenen krachtens het recht dat op hem van toepassing is » worden ingevoegd tussen de woorden « van deze wet » en de woorden « , aanwijzen die of dat instaat voor de uitkeringen aan de deelnemers »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-104\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 104</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 76, § 3, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « bij het prospectus » vervangen voor de woorden « bij het prospectus bedoeld in artikel 52, § 2, eerste lid.»; b) in het tweede lid vervallen de woorden « , in voorkomend geval, » en worden de woorden « bedoeld in artikel 52, § 2, eerste lid.» ingevoegd na de woorden « in het vereenvoudigd prospectus »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-105\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 105</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 80, derde lid, 4°, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de eerste zin worden de woorden « in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen en aanvullingen » vervangen door de woorden « in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen over een aanbod als bedoeld in artikel 52, § 2, eerste lid, »;b) in de tweede zin worden de woorden « de bieder, als dat geen van de in dit lid bedoelde personen is, alsook bij » ingevoegd tussen de woorden « ook bij » en de woorden « de financiële bemiddelaars »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-106\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 106</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 88, § 1, eerste lid, 2°, worden de woorden « , volgens een door haar bij reglement bepaalde regelmaat, » verplaatst en ingevoegd tussen de woorden « alsook » en de woorden « de periodieke informatie »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-107\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 107</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 90 van dezelfde wet wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-108\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 108</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 91 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid, 1°, worden de woorden « als bedoeld in artikel 52, § 2, eerste lid, » ingevoegd tussen de woorden « dat een aanbod » en de woorden « dreigt te geschieden »;b) in de eerste zin van het tweede lid worden de woorden « het aanbod op te schorten » vervangen door de woorden « het aanbod op te schorten of te verbieden voor de termijn die zij bepaalt.»; c) de tweede zin van het tweede lid wordt vervangen als volgt : « Zij kan tevens beslissen om de publicatie van de in het eerste lid bedoelde berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, op te schorten of te verbieden, dan wel die berichten, reclame of andere stukken in te trekken.»; d) in het derde lid worden de woorden « artikel 3, 1°, b), » vervangen door de woorden « artikel 3, 1°, a), ii), »;e) de eerste zin van het vierde lid wordt vervangen als volgt : « De CBFA kan de beslissing openbaar maken om het aanbod op te schorten of te verbieden dan wel de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, op te schorten, te verbieden of in te trekken, tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen.»; f) in het vierde lid, tweede zin, worden de woorden « tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen, » ingevoegd tussen de woorden « openbaar maken, » en de woorden « en, in voorkomend geval, zelf »;g) in het vijfde lid worden de woorden « naar een bevel tot opschorting of intrekking » vervangen door de woorden « naar een verbod of naar een bevel tot opschorting of intrekking »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-109\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 109</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 92 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in § 1, eerste lid, worden de woorden « Onverminderd de artikelen 90 en 91, » vervangen door de woorden « Onverminderd artikel 91, »;b) in § 1, tweede lid, 3°, worden de woorden « of verbieden » ingevoegd tussen de woorden « opschorten » en de woorden « voor de termijn » en worden de woorden « rechten van deelneming » vervangen door het woord « effecten »;c) § 1, tweede lid, 4°, wordt vervangen als volgt : « 4° de verhandeling van de effecten van de instelling voor collectieve belegging op de markt opschorten of verbieden voor de termijn die zij bepaalt;»; d) in § 1, tweede lid, 6°, worden de woorden « of van een compartiment van de instelling voor collectieve belegging » ingevoegd tussen de woorden « van de instelling voor collectieve belegging » en de woorden « en, in voorkomend geval, »;e) § 1, tweede lid, 6°, wordt aangevuld met de volgende bepaling : « De CBFA maakt haar beslissing openbaar in het Belgisch Staatsblad. »; f) in § 3, eerste lid, worden de woorden « of het verbod » ingevoegd tussen de woorden « de schorsing, » en de woorden « hoofdelijk aansprakelijk voor »;g) in § 3, tweede lid, worden de woorden « of het verbod » ingevoegd tussen de woorden « de schorsing » en de woorden « openbaar heeft gemaakt »;h) het artikel wordt aangevuld met een § 8, luidende : « § 8.Onverminderd de bij andere wetten en reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot 7 van toepassing, wanneer de CBFA vaststelt dat een instelling voor collectieve belegging of een compartiment van een instelling voor collectieve belegging, die ressorteren onder de toepassing van de wet van ..., niet werkt overeenkomstig de bepalingen van de wet van ... »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-110\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 110</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 95, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden « of de compartimenten van instellingen voor collectieve belegging, » ingevoegd tussen de woorden « De instellingen voor collectieve belegging » en de woorden « waarvan de inschrijving » en worden de woorden « of van het compartiment » ingevoegd tussen de woorden « van de houders van effecten van de instelling voor collectieve belegging » en de woorden « die het voorwerp hebben uitgemaakt van een openbaar aanbod »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-111\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 111</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 96, § 3 van dezelfde wet worden de woorden « de artikelen 90 en 91 » vervangen door de woorden « artikel 91 »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-112\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 112</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 97 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « Onverminderd het eerste lid, 2°, doet de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is, van rechten van deelneming in een institutionele instelling voor collectievebelegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, of het feit dat de rechten van deelneming in een dergelijke instelling voor collectieve belegging, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen institutionele of professionele beleggers zijn, geen afbreuk aan het institutionele karakter van de instelling voor collectieve belegging, voor zover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van institutioneel of professioneel belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen institutionele of professionele beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBPA, in voorkomend geval rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de instelling voor collectieve belegging heeft geopteerd, de voorwaarden bepalen waaronder de institutionele instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het tweede lid, om de hoedanigheid van institutioneel of professioneel belegger van haar deelnemers te waarborgen. » Art. 113.Artikel 100 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « Onverminderd het eerste lid, 2°, doet de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is, van rechten van deelneming in een institutionele instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming, of het feit dat de rechten van deelneming in een dergelijke instelling voor collectieve belegging, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen institutionele of professionele beleggers zijn, geen afbreuk aan het institutionele karakter van de instelling voor collectieve belegging, voorzover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van institutioneel of professioneel belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen institutionele of professionele beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, in voorkomend geval rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de instelling voor collectieve belegging heeft geopteerd, de voorwaarden bepalen waaronder de institutionele instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het tweede lid, om de hoedanigheid van institutioneel of professioneel belegger van haar deelnemers te waarborgen. » Art. 114.Artikel 103 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « Onverminderd het eerste lid, 2°, doet de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is, van effecten van een institutionele instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen, of het feit dat de effecten van een dergelijke instelling voor collectieve belegging, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen institutionele of professionele beleggers zijn, geen afbreuk aan het institutionele karakter van de instelling voor collectieve belegging, voorzover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van institutioneel of professioneel belegger van de houders van haar effecten te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar effecten door beleggers die geen institutionele of professionele beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de voorwaarden bepalen waaronder de institutionele instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het derde lid, om de hoedanigheid van institutioneel of professioneel belegger van de houders van haar effecten te waarborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid, 1° en 2°, mag de institutionele instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen haar financiëlemiddelen uitsluitend aantrekken bij één enkele institutionele of professionele belegger, voor zover het een institutionele of professionele belegger is als bedoeld in artikel 5, § 3, 5°. » Art. 115.Artikel 113 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « Onverminderd het eerste lid, 2°, doet de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is, van rechten van deelneming in een private instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, of het feit dat de rechten van deelneming in een dergelijke instelling voor collectieve belegging, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen private beleggers zijn, geen afbreuk aan het private karakter van de instelling voor collectieve belegging, voor zover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen private beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, in voorkomend geval rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de instelling voor collectieve belegging heeft geopteerd, de voorwaarden bepalen waaronder de private instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het tweede lid, om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen. » Art. 116.Artikel 116 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « Onverminderd het eerste lid, 2°, doet de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is, van rechten van deelneming in een private instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming, of het feit dat de rechten van deelneming in een dergelijke instelling voor collectieve belegging, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen private beleggers zijn, geen afbreuk aan het private karakter van de instelling voor collectieve belegging, voorzover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen private beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, in voorkomend geval rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de instelling voor collectieve belegging heeft geopteerd, de voorwaarden bepalen waaronder de private instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het tweede lid, om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen. » Art. 117.Artikel 119 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « Onverminderd het eerste lid, 2°, doet de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is, van rechten van deelneming in een private privak, of het feit dat de rechten van deelneming in een private privak, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen private beleggers zijn, geen afbreuk aan het private karakter van de privak, voorzover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen private beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de voorwaarden bepalen waaronder de private privak geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het tweede lid, om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen. » Art. 118.In artikel 120 van dezelfde wet wordt het derde lid opgeheven. Art. 119.In artikel 123, § 2, van dezelfde wet vervallen de woorden « alsmede van de vennootschap bedoeld in artikel 120, derde lid ». Art. 120.In artikel 125, § 1, van dezelfde wet worden de woorden « en de vennootschap bedoeld in artikel 120, derde lid » vervangen door de woorden « en de personen die beheertaken uitoefenen voor de private privak, ». Art. 121.Artikel 128 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/08/2005 numac 2005003649 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 128.- § 1. De CBFA schrijft de instellingen voor collectieve belegging in, alsook de compartimenten die voldoen aan de voorwaarden in dit Boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en die effectief openbaar worden aangeboden in België. § 2. Bij beslissing die met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, schrapt de CBFA de inschrijving van instellingen voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, van compartimenten, die hun effecten niet openbaar hebben aangeboden in België binnen drie maanden na hun inschrijving, die afstand doen van hun inschrijving of die beslissen hun effecten niet langer openbaar aan te bieden in België.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die beslist hebben hun rechten van deelneming of de rechten van deelneming in hun compartimenten niet langer openbaar aan te bieden in België, schrapt de CBFA, in afwijking van het eerste lid, bij beslissing die met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, de inschrijving van die instellingen voor collectieve belegging of van hun compartimenten, wanneer minder dan 100 natuurlijke of rechtspersonen in België die geen institutionele of professionele beleggers zijn, de rechten van deelneming in die instellingen voor collectieve belegging of in die compartimenten houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 95 is van toepassing op deze paragraaf. § 3. Onverminderd de andere bij dit Boek voorgeschreven maatregelen, kan de CBFA een instelling voor collectieve belegging een termijn opleggen waarbinnen zij zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van dit Boek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de instelling voor collectieve belegging na afloop van die termijn in gebreke blijft, kan de CBFA haar, na haar te hebben gehoord of ten minste behoorlijk te hebben opgeroepen, een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding of 50.000 euro per dag vertraging. § 4. Onverminderd de andere bij dit Boek voorgeschreven maatregelen en onverminderd de bij andere wetten of reglementen voorgeschreven maatregelen, kan de CBFA, wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van dit Boek of de ter uitvoering ervan genomen maatregelen, een instelling voor collectieve belegging een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 5.000 euro en, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer mag bedragen dan 2.500.000 euro. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De met toepassing van §§ 3 en 4 en de artikelen 131, § 3, en 136, § 3, opgelegde dwangsommen en geldboetes worden geïnd ten gunste van de Schatkist door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en Domeinen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 122</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde wet wordt een artikel 129bis ingevoegd, luidende : « Art. 129bis.- Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan 100 natuurlijke of rechtspersonen die geen institutionele of professionele beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbod tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door een instelling voor collective belegging, door een persoon die in staat is om de betrokken effecten over te dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt verricht, tenzij : 1° het aanbod tot één van de categorieën behoort als bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 4° of 6°, of 2° met betrekking tot de rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in Titel I van dit Boek, of in een compartiment van een dergelijke instelling, de CBFA die instellingen of dat compartiment heeft ingeschreven conform artikel 128, of 3° met betrekking tot de rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in Titel II van dit Boek, of in een compartiment van een dergelijke instelling, de CBFA die instellingen of dat compartiment heeft ingeschreven conform artikel 128, en op geldige wijze een prospectus over een openbaar aanbod en, in voorkomend geval, een vereenvoudigd prospectus zijn goedgekeurd door de CBFA Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt van de instelling voor collectieve belegging of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen, wordt geacht te handelen voor rekening van die instelling voor collectieve belegging of van die persoon die in staat is om de effecten over te dragen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-123\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 123</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 130, tweede lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 145 van deze wet » worden geschrapt;b) de woorden « , voor zover dit bijkantoor deze activiteit mag uitoefenen krachtens het recht dat op hem van toepassing is » worden ingevoegd tussen de woorden « van deze wet » en de woorden « , aanwijzen die of dat instaat voor de uitkeringen aan de deelnemers »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-124\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 124</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 131 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 131.- § 1. De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, mogen pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de CBFA. Er mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de CBFA in de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen. De artikelen 55, § 3, 57, § 3, en 58 tot 62 zijn van toepassing. § 2. Onverminderd het tweede lid van deze paragraaf, kan de Koning, bij besluit genomen na advies van de CBFA : 1° volgens de aard van het aanbod, de minimuminhoud bepalen van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen;2° de termijnen en de publicatiewijze bepalen van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° zij vermelden dat er een prospectus en een vereenvoudigd prospectus is, wordt of zal worden gepubliceerd en geven aan waar de beleggers die documenten kunnen verkrijgen;2° de erin vervatte informatie mag niet onjuist of misleidend zijn;3° de erin vervatte informatie stemt overeen met de in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen verstrekte informatie indien die documenten reeds zijn gepubliceerd of, indien ze op een later tijdstip worden gepubliceerd, met de informatie die erin moet worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame moet duidelijk herkenbaar zijn als zodanig. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 91 is van toepassing op de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, waarvan de CBFA oordeelt dat zij het publiek kunnen misleiden, met name over de risico's die inherent zijn aan de voorgestelde belegging of over de rechten die verbonden zijn aan de effecten die het voorwerp uitmaken van het aanbod. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-125\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 125</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 132 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid, worden de woorden « De CBA mag » vervangen door de woorden « Onverminderd artikel 131, § 3, mag de CBFA » en worden de woorden « met schending van artikel 131 en de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de openbare aanbieding van rechten van deelneming » vervangen door de woorden « met schending van de bepalingen die zijn voorgeschreven door of krachtens de artikelen 130 en 131 »;b) het tweede lid wordt vervangen als volgt : « De artikelen 92, § 1, eerste lid en tweede lid, 1°, 3°, 4° en 6°, §§ 3 en 5 tot 7, zijn van toepassing »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-126\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 126</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 133 van dezelfde wet wordt het getal « 62bis , » ingevoegd tussen de woorden « de artikelen » en het getal « 78 »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-127\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 127</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 134 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 134.- § 1. De Koning bepaalt, onverminderd de artikelen 135 en 136, de voorwaarden waaraan de instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lid-Staat van de Europese Economische Ruimte en die niet voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 85/611/EEG, alsook de instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte, moeten voldoen om te worden ingeschreven en om hun inschrijving te handhaven Een weigering van inschrijving door de CBFA wordt ter kennis gebracht van de verzoekers. § 2. Onverminderd artikel 136, § 3, van deze wet en artikel 65 van de wet van..., kan de CBFA, bij gemotiveerd besluit, schorsings- of verbodsmaatregelen nemen jegens een instelling voor collectieve belegging bij niet-naleving van de bepalingen van deze Titel of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. De artikelen 92, § 1, eerste lid en tweede lid, 1°, 3°, 4° en 6°, §§ 3 en 5 tot 7, zijn van toepassing. » Art. 128.Artikel 135 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/08/2005 numac 2005003649 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen sluiten, wordt vervangen als volgt : « Voor de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in deze Titel gelden de artikelen 52 tot 55, §§ 1 en 2, 56, 57, §§ 1 en 2, 62bis, 75, 76, 77, 78, 79, 80, tweede lid, 82 en 91.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kan de CBFA, onder de door haar bepaalde voorwaarden, toestaan dat een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming enkel een prospectus publiceert en geen vereenvoudigd prospectus, voor zover deze instelling voor collectieve belegging krachtens het recht van de Staat waar zij onder ressorteert, evenmin een vereenvoudigd prospectus moet publiceren. » Art. 129.Artikel 136 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 136.- § 1. De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, mogen pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de CBFA. Er mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de CBFA in de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 55, § 3, 57, § 3, en 58 tot 62 zijn van toepassing. § 2. Onverminderd het tweede lid van deze paragraaf, kan de Koning, bij besluit genomen na advies van de CBFA : 1° volgens de aard van het aanbod, de minimuminhoud bepalen van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen;2° de termijnen en de publicatiewijze bepalen van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen. De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° zij vermelden dat er een prospectus en, in voorkomend geval, een vereenvoudigd prospectus is, wordt of zal worden gepubliceerd en geven zij aan waar de beleggers die documenten kunnen verkrijgen;2° de erin vervatte informatie mag niet onjuist of misleidend zijn;3° de erin vervatte informatie stemt overeen met de in het prospectus en, in voorkomend geval, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen en aanvullingen verstrekte informatie indien die documenten reeds zijn gepubliceerd of, indien ze op een later tijdstip worden gepubliceerd, met de informatie die erin moet worden verstrekt. Reclame moet duidelijk herkenbaar zijn als zodanig. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 91 is van toepassing op de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, waarvan de CBFA oordeelt dat zij het publiek kunnen misleiden, met name over de risico's die inherent zijn aan de voorgestelde belegging of over de rechten die verbonden zijn aan de effecten die het voorwerp uitmaken van het aanbod. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-130\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 130</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 152, tweede lid, 2°, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « v) artikel 69 van de wet van ... »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 131</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 154, § 1, 12°, van dezelfde wet worden de woorden « bedoeld in artikel 52, § 2, eerste lid, » ingevoegd tussen de woorden « het prospectus » en de woorden « van de instelling voor collectieve belegging »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 132</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 197, § 5, van dezelfde wet wordt aangevuld met de woorden « of van artikel 145 »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 133</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 203 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met de §§ 2, 3 en 4, luidende : « § 2. Onverminderd de andere bij of krachtens deze wet voorgeschreven maatregelen, kan de CBFA een in België gevestigde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, een termijn opleggen waarbinnen zij zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van of bepaald krachtens dit Boek Indien de in het eerste lid bedoelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de CBFA haar, na haar te hebben gehoord of ten minste behoorlijk te hebben opgeroepen, een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding of 50.000 euro per dag vertraging. § 3. Onverminderd de andere bij of krachtens deze wet voorgeschreven maatregelen en onverminderd de bij andere wetten of andere reglementen voorgeschreven maatregelen, kan de CBFA, wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van of vastgesteld krachtens deze wet, een in België gevestigde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 5.000 euro en, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer mag bedragen dan 2.500.000 euro. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 202, §§ 3 en 4, is van toepassing op de beslissingen die de CBFA heeft getroffen krachtens de §§ 2 en 3. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 134</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 204 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met de §§ 2, 3 en 4, luidende : « § 2. Onverminderd de andere bij of krachtens deze wet voorgeschreven maatregelen, kan de CBFA een in België gevestigde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, een termijn opleggen waarbinnen : a) zij zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van of bepaald krachtens dit Boek, of b) zij de nodige aanpassingen moet aanbrengen in haar beheerstructuur, haar administratieve, boekhoudkundige, financiële of technische organisatie of haar interne controle Indien de in het eerste lid bedoelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de CBFA haar, na haar te hebben gehoord of ten minste behoorlijk te hebben opgeroepen, een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding of 50.000 euro per dag vertraging. § 3. Onverminderd de andere bij of krachtens deze wet voorgeschreven maatregelen en onverminderd de bij andere wetten of andere reglementen voorgeschreven maatregelen, kan de CBFA, wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van of vastgesteld krachtens deze wet, een in België gevestigde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 5.000 euro en, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer mag bedragen dan 2.500.000 euro. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 202, §§ 3 en 4, is van toepassing op de beslissingen die de CBFA heeft getroffen krachtens de §§ 2 en 3. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 135</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 206 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : « 1° zij die de artikelen 52, § 2, eerste lid, 53, 57, §§ 1 en 3, 58, 62bis , 131, en 136 overtreden;»; b) in de bepaling onder 2° worden de woorden « zij die geen gevolg geven aan een opschorting of intrekking uitgesproken krachtens de artikelen 90, 91, tweede lid, 131, derde lid, of 136, derde lid, of die een weigering tot goedkeuring miskennen van het prospectus, een bijwerking van of een aanvulling bij het prospectus » vervangen door de woorden « zij die geen gevolg geven aan een opschorting, een verbod of een intrekking uitgesproken krachtens de artikelen 91, tweede lid, 131, § 3, of 136, § 3, of die een weigering tot goedkeuring miskennen van het prospectus, het vereenvoudigd prospectus of een bijwerking van het prospectus of van het vereenvoudigd prospectus, »;c) in de bepaling onder 3° worden de woorden « zij die met opzet overgaan tot de publicatie of laten overgaan tot de publicatie van een prospectus, een bijwerking van of een aanvulling bij het prospectus » vervangen door de woorden « zij die met opzet overgaan of laten overgaan tot de publicatie van een prospectus, een vereenvoudigd prospectus of een bijwerking van het prospectus of van het vereenvoudigd prospectus, »;d) in de bepaling onder 4° worden de woorden « zij die een prospectus, een bijwerking van of een aanvulling bij het prospectus, » vervangen door de woorden « zij die een prospectus, een vereenvoudigd prospectus of een bijwerking van het prospectus of van het vereenvoudigd prospectus, »;e) in de bepaling onder 5° worden de woorden « zij die een prospectus, een bijwerking van of een aanvulling bij het prospectus, » vervangen door de woorden « zij die een prospectus, een vereenvoudigd prospectus of een bijwerking van het prospectus of van het vereenvoudigd prospectus, »;f) er wordt een 8° ingevoegd, luidende : « 8° zij die met opzet het in de artikelen 53bis en 129bis bedoelde verbod miskennen.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 136</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 207 van dezelfde wet, gewijzigd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 20 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/08/2005 numac 2005003649 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de bepaling onder 1° worden de woorden « of met miskenning van een schorsingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 90, eerste lid, 91, tweede lid, eerste zin, of 92, § 1, tweede lid, 3° » vervangen door de woorden « of met miskenning van een schorsings- of verbodsmaatregel als bedoeld in de artikelen 91, tweede lid, eerste zin, of 92, § 1, tweede lid, 3° of 4° »;b) in de bepaling onder 2° worden de woorden « of 134, derde lid » vervangen door de woorden « of 134, § 2 »;c) de bepaling onder 3° wordt aangevuld als volgt : « , behalve wanneer dat in België gebeurt door een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht die van die naam gebruik mag maken in haar land van herkomst;»; d) in de bepaling onder 11° worden de woorden « een schorsingsbeslissing genomen overeenkomstig artikel 92, § 1, tweede lid, 3° » vervangen door de woorden « een schorsings- of verbodsbeslissing genomen overeenkomstig artikel 92, § 1, tweede lid, 3° of 4°;».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 137</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 208, § 1, 1° van dezelfde wet worden de woorden « of in Boek IV van Deel III » ingevoegd tussen de woorden « als bedoeld in artikel 138 » en de woorden « , zonder een vergunning »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 138</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 230 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op advies van de CBFA, de nodige maatregelen nemen voor de omzetting van de dwingende bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen of uit krachtens dergelijke verdragen genomen internationale akten, met betrekking tot de materies die bij deze wet worden geregeld. De Koning kan volgens dezelfde procedure bepalen dat, voor de inbreuken op die bepalingen, administratieve maatregelen en sancties kunnen worden opgelegd met toepassing van de artikelen 96, 128, 202, 203 en 204 De ter uitvoering van het eerste lid genomen koninklijke besluiten kunnen de geldende wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ter uitvoering van het eerste lid genomen koninklijke besluiten worden van rechtswege opgeheven wanneer zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. » Art. 139.Artikel 242 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid : « De CBFA is belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de voormelde wet van 4 december 1990 zolang die van kracht blijven. Voor de uitvoering van deze opdracht beschikt zij over de bevoegdheden die haar zijn toegekend door de artikelen 80 tot 96, 128 en 131, § 3, tot 135. » HOOFDSTUK VI. - Toekomstige aanpassingen Art. 140.De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op advies van de CBFA, overgaan tot het treffen van maatregelen voor de omzetting van de dwingende bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen of uit krachtens dergelijke verdragen genomen internationale akten, alsook tot het treffen van de aanpassingsmaatregelen die nodig zijn geworden als gevolg van de goedkeuring van dergelijke internationale akten, met betrekking tot de materies die bij deze wet worden geregeld. De Koning kan via dezelfde procedure bepalen dat, voor de inbreuken op die bepalingen, administratieve sancties kunnen worden opgelegd met toepassing van artikel 71.</p>\n<p class=\"lf-p\">De koninklijke besluiten die krachtens het eerste lid worden genomen, kunnen de van kracht zijnde wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ter uitvoering van het eerste lid genomen koninklijke besluiten worden van rechtswege opgeheven wanneer zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. HOOFDSTUK VII. - Omzetting van de richtlijn 2005/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2005 tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 85/611/EEG, 91/675/EEG, 92/49/EEG en 93/6/EEG van de Raad en de Richtlijnen 94/19/EG, 98/78/EG, 2000/12/EG, 2001/34/EG, 2002/83/EG en 2002/87/EG met het oog op de instelling van een nieuwe comitéstructuur voor financiële diensten Art. 141.§ 1. In artikel 37bis van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/07/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, vernummerd bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 en gewijzigd bij de wet van 19 november 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « en de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten » ingevoegd tussen de woorden « de Europese Commissie » en de woorden « in kennis »;2° in § 1, tweede lid, worden de woorden « de Europese Commissie » ingevoegd tussen de woorden « Hij deelt » en het woord « daarbij »;3° in § 2, eerste lid, worden de woorden « en de bevoegde autoriteiten van de andere Lid-Staten » ingevoegd tussen de woorden « de Europese Commissie » en de woorden « in kennis »;4° in § 2, tweede lid, worden de woorden « de Europese Commissie » ingevoegd tussen de woorden « Hij deelt » en het woord « daarbij ». § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 82 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 19 juli 1991, vernummerd bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 en gewijzigd bij de wetten van 26 juni 2000, 2 augustus 2002 en 20 juni 2005 en bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « een verzekeringsonderneming, verzekeringsholding, gemengde verzekeringsholding of gemengde financiële holding, opgericht naar Belgisch of buitenlands recht en gevestigd in België » vervangen door de woorden « een onderneming »;2° in § 2 worden de woorden « ondernemingen in hun verweer zijn gehoord » door de woorden « onderneming in haar verweer is gehoord ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 142</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 14, eerste lid, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, gewijzigd bij de wet van 19 november 2004, wordt aangevuld als volgt : « De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van het verlenen van een dergelijke vergunning. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-143\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 143</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 2. In artikel 25 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van de verwerving van een dergelijke deelneming in een kredietinstelling naar Belgisch recht.»; 2° in het tweede lid worden de woorden « aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen » ingevoegd tussen de woorden « Bij deze kennisgeving » en de woorden « wordt ook de identiteit opgegeven »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-144\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 144</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 3. In artikel 79, § 1, van dezelfde wet wordt tussen het 2° en het 3° een 2°bis ingevoegd, luidende : « 2°bis .artikel 14, eerste lid, voor wat de in kennis stelling betreft van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van het verlenen van een vergunning aan een in deze titel bedoeld bijkantoor. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 145</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 54, eerste lid, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs wordt aangevuld als volgt : « De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van het verlenen van een dergelijke vergunning. » Art. 146.§ 2. In artikel 68 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van de verwerving van een dergelijke deelneming in een beleggingsonderneming naar Belgisch recht.»; 2° in het tweede lid worden de woorden « aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen » ingevoegd tussen de woorden « Bij deze kennisgeving » en de woorden « wordt ook de identiteit opgegeven ». Art. 147.§ 1. In artikel 146, eerste lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles wordt na de eerste zin de volgende bepaling ingevoegd : « De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van het verlenen van een dergelijke vergunning. » Art. 148.§ 2. In artikel 160 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « De CBFA stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van de verwerving van een dergelijke deelneming in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht.»; 2° in het tweede lid worden de woorden « aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen » ingevoegd tussen de woorden « Bij deze kennisgeving » en de woorden « wordt ook de identiteit opgegeven ». TITEL XV. - Overgangsbepalingen Art. 149.De artikelen 1 tot 73 zijn niet van toepassing op de openbare aanbiedingen waarvan de aanbiedingsperiode reeds loopt op het ogenblik dat zij in werking treden. Art. 150.§ 1. De openbare instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht en, in voorkomend geval, hun compartimenten, die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 31 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, op de datum van inwerkingtreding van de artikelen 80 en 81 van deze wet, behouden hun inschrijving. § 2. De in § 1 bedoelde openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming moeten zich, in voorkomend geval voor al hun compartimenten, uiterlijk op 13 februari 2007 conformeren aan de bepalingen die zijn voorgeschreven door of krachtens de artikelen 80 en 81, wat de invoeging door dit laatste artikel betreft van een artikel 5, §§ 1, 2 en 3, in de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 1 en het eerste lid van deze paragraaf gelden ook voor de openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en, in voorkomend geval, voor hun compartimenten, die op de datum van inwerkingtreding van de artikelen 80 en 81 zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 120, § 1, van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, conform de artikelen 234 tot 236 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niettegenstaande het eerste en tweede lid, zijn de bepalingen die zijn voorgeschreven door of krachtens de artikelen 80 en 81, wat de invoeging door dit laatste artikel betreft van een artikel 5, §§ 1, 2 en 3, in de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, van bij hun inwerkingtreding van toepassing op de compartimenten die, na de inwerkingtreding van de voornoemde bepalingen, zijn gecreëerd binnen de openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 31 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten of op de lijst bedoeld in artikel 120, § 1, van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten. § 3. De bepalingen die zijn voorgeschreven door of krachtens de artikelen 80 en 81, zijn van toepassing op de openbare instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming en op de openbare instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen bedoeld in § 1, alsook, in voorkomend geval, op hun compartimenten, bij het eerste openbaar aanbod van hun effecten na de inwerkingtreding van de artikelen 80 en 81. § 4. De §§ 1 tot 3 zijn van toepassing op de instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht en, in voorkomend geval, op hun compartimenten, die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 129 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten of op de lijst bedoeld in artikel 137 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, conform artikel 239, tweede lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten. § 5. De institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen en, in voorkomend geval, hun compartimenten, die op de lijst bedoeld in artikel 108 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten zijn ingeschreven op de datum van inwerkingtreding van artikel 81 van deze wet, wat de invoeging betreft door dit artikel van een artikel 5, § 3, in de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, behouden hun inschrijving en hun institutionele karakter, ook al zouden zij, in voorkomend geval, financiële middelen hebben ingezameld bij institutionele of professionele beleggers als bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 7 juli 1999 over het openbaar karakter van financiële verrichtingen die evenwel geen institutionele of professionele beleggers zijn als bedoeld in artikel 5, § 3, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 16 juni 2006.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota's (1) Zitting 2005-2006. Kamer van volksvertegenwoordigers Stukken. - Wetsvoorstel, 51-2344. - Nr. 1, Wetsontwerp. - Nr. 2, Amendement. - Nr. 3, Verslag. - Nr 4, Amendementen. - Nr. 5, Aanvullend verslag. - Nr. 6, Tekst aangenomen door de commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Senaat Stukken. - Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.</p></div>", "next": 0}