Besluit 2008/1561 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende de toepassing van het decreet van 22 maart 2007 betreffende het te voer
Kort samengevat
Dit besluit regelt de toepassing van het decreet van 22 maart 2007 betreffende het beleid voor de huisvesting en opvang van bejaarden, en stelt specifieke regels vast voor instellingen en diensten voor ouderen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het omvat bepalingen over de programmatie van plaatsen en diensten, en gedetailleerde normen voor rusthuizen.
Wat het regelt
- De maximale capaciteit van plaatsen in gemeenschapshuizen en gezinsopvang voor ouderen.
- Het maximum aantal diensten voor tele-bewaking en hulpverlening aan mishandelde bejaarden.
- De rechten en plichten van residenten in rusthuizen, inclusief vrijheid van verkeer, bezoek en keuze van zorgverleners.
- De vereisten voor het reglement van inwendige orde en de overeenkomst tussen het rusthuis en de resident.
Wie het betreft
- Residenten van rusthuizen en hun wettelijke vertegenwoordigers of gevolmachtigden.
- Beheerders van residentiële instellingen en niet-residentiële diensten voor bejaarden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Kernpunten
- De maximale capaciteit voor gemeenschapshuizen en gezinsopvang is 3 plaatsen per 1000 inwoners ouder dan zestig jaar.
- Er mogen maximaal vijf diensten voor tele-bewaking en één enkele dienst voor hulpverlening aan mishandelde bejaarden worden toegelaten.
- Residenten hebben recht op de grootst mogelijke vrijheid, respect voor privacy, en vrije keuze van arts en paramedisch personeel (met uitzonderingen).
- Elk rusthuis moet een reglement van inwendige orde opstellen en een overeenkomst afsluiten met de resident, waarin onder andere de verblijfsprijs en eventuele supplementen duidelijk vermeld moeten zijn.
Wettekst
lege van de Franse Gemeenschapscommissie houdende de toepassing van het decreet van 22 maart 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/03/2007 pub. 23/01/2008 numac 2008031007 bron frans
§ 2
respecteert, worden in het veiligheidsattest nauwkeurig en gedetailleerd alle bepalingen van het reglement vermeld waaraan niet voldaan werd. In alle gevallen voegt de burgemeester bij het voornoemde attest een kopie bij van het rapport van het bezoek van de regionale brandweerdienst. Uitgezonderd bij een gemotiveerde tegengestelde beslissing, is dit attest zes jaar geldig; §
- Bijlage 3A van dit besluit met betrekking tot het onderhoud en de controle inzake veiligheid alsook tot de veiligheidsvoorschriften met betrekking tot de bezetting van de lokalen is van toepassing op alle rusthuizen. §
- Elke herinrichting van het gebouw dat de bestemming of de omvang van de lokalen wijzigt, dient ter voorafgaand onderzoek van de regionale brandweerdienst worden voorgelegd en dient het voorwerp te zijn van een attest dat wordt opgemaakt door de burgemeester van de gemeente waar het rustoord gelegen is; §
- Op vraag van de beheerder van een rustoord, kan de Minister een afwijking van de normen vermeld in §
§ 2toestaan, op advies van de administratie.
Deze afwijking wordt voorafgegaan door een overleg tussen de beheerder en de directie van het rustoord, de administratie, de burgemeester of zijn vertegenwoordiger en de regionale brandweerdienst. Deze afwijking kan slechts worden toegekend indien :
- a)het materieel onmogelijk is de nodige werken te realiseren bij het conform maken van het rustoord aan de normen;
- b)de kosten van de uit te voeren werken voor het conform maken aan de normen bovenmatig hoog liggen in verhouding tot de verhoogde veiligheid in het gebouw door deze werken. De afwijking houdt rekening met :
- a)specifieke omstandigheden;
- b)eventuele alternatieve maatregelen die toelaten aan het gebouw een veiligheidsniveau toe te kennen dat gelijkwaardig is aan het niveau voorzien door de veiligheidsnormen vermeld in §
§ 2;c) toegangsmogelijkheden voor de voertuigen van de regionale brandweerdienst.
§ 8. Onder dezelfde voorwaarden als die vermeld in § 7, kan de Minister voorlopige en eventueel voorwaardelijke afwijkingen toestaan van de veiligheidsnormen vermeld in §
§ 2. § 9.
De toegestane afwijkingen krachtens § 7 en § 8 zijn nietig in geval van onderbreking of bij misbruik. § 10. Het gebouw dat bestemd is voor een rustoord kan geen vertrekken voor privédoeleinden bevatten behalve indien deze over een aparte ingang beschikken en als er geen enkele communicatie, behalve communicatie om veiligheidsredenen, mogelijk is tussen de twee partijen van het gebouw. De veiligheidsnormen vermeld in §
2 dienen worden tegemoet gekomen voor de totaliteit van het gebouw; Afdeling 3. - Gebouw in het algemeen Art. 26.De algemene diensten en met name de keukens en wasplaatsen zijn zodanig georganiseerd en geïnstalleerd dat zij geen hinder vormen door geur, dampen en geluid. Art. 27.§ 1. Alle rusthuizen dienen te beschikken over een woonkamer. De woonkamer dient toegankelijk te zijn voor alle residenten welk ook hun graad van afhankelijkheid is. § 2. De rusthuizen die gebouwd zijn na de inwerkingtreding van deze normen, dienen uitgerust te zijn met een woonkamer en een eetzaal, liefst gescheiden, toegankelijk voor alle residenten, welk ook hun graad van afhankelijkheid is, en over een lokaal voorbehouden voor rokers wanneer het rustoord geen absoluut rookverbod heeft voorgeschreven. Dit lokaal is uitgerust met een systeem voor rookafzuiging. § 3. De eetzaal en de woonkamer moeten de residenten toelaten om hun maaltijden te kunnen gebruiken in maximum twee diensten. § 4. Er moet minstens één internetverbinding beschikbaar zijn voor de residenten. In de gebouwen die na de inwerkingtreding van deze normen gebouw zijn, dient in alle kamers een internetverbinding te zijn. Art. 28.De totale oppervlakte van de gemeenschappelijke ruimten dient minstens twee vierkante meter per ruimte te zijn. Onder gemeenschappelijke ruimte dient men alle binnenruimten te verstaan die toegankelijk zijn voor de residenten, met uitzondering van de kamers, de lokalen voorbehouden voor verzorging en en esthetische verzorging, keukens, trappen, gangen en sanitaire ruimten. De gedeelten van de gangen en overlopen waarvan de breedte een inrichting van een ontmoetingsplaats toelaat, kunnen echter ook als gemeenschappelijke ruimte worden beschouwd, mits zeer strikte naleving van de veiligheidsnormen voorzien in bijlage 3 van dit besluit. Alle gemeenschappelijke ruimten dienen voldoende ruim te zijn teneinde personen in een rolstoel toe te laten zich gemakkelijk te verplaatsen. Art. 29.In alle lokalen van het rustoord die toegankelijk zijn voor de residenten, dienen alle oneffenheden van vloeren, trappen en andere obstakels vermeden te worden. Bovendien dient er gewaarschuwd te worden voor elk valrisico. Indien deze vloeroneffenheden niet vermeden kunnen worden, dienen zij duidelijk gesignaleerd te worden;. Art. 30.Elk rustoord dat tweepersoonskamers bevat, dient over een aangepast lokaal te beschikken dat als sterfkamer of mortuarium kan dienen. Dit lokaal dient voorzien te zijn van een koeltafel en dient ingericht te zijn teneinde de naasten van de overleden personen toe te laten om zich te kunnen bezinnen met respect voor de filosofische overtuigen van de overledene of zijn gevolmachtigde. Indien er geen mortuarium of sterfkamer is, dient het rustoord een overeenkomst af te sluiten met een begrafenisonderneming, die overleden personen onmiddellijk komt ophalen. Afdeling 4. - Kamers en hun uitrusting Art. 31.§ 1. De maximale capaciteit van de kamers is twee personen. § 2. Elke kamer is genummerd. De bedden in de tweepersoonskamers zijn eveneens genummerd. De naam van de residenten staat aan de buitenkant van de kamer vermeld, behalve indien de resident of zijn gevolmachtigde zich hier schriftelijk tegen verzet. Een kopie van dit verzet wordt bewaard in het individueel dossier van de resident. § 3. De kamers zijn voorzien van minstens een lavabo met warm en koud stromend water, een spiegel en een tafel die de residenten van de kamer toelaat om eventueel gelijktijdig hun maaltijd te gebruiken. Er dient mogelijkheid te zijn om een radio, een televisie en een telefoon aan te sluiten. De resident dient de mogelijkheid te hebben om over persoonlijke goederen en meubelen te beschikken in de kamer; Het meubilair voor elke resident omvat tenminste : een bed van minstens 90 cm breed, een kleerkast, een zetel, een stoel, een nachtkastje met een lade en een verlichtingssysteem bereikbaar vanuit het bed, dat in werking kan worden gesteld zonder de andere resident van de kamer in de tweepersoonskamer te storen. Het gebruik van plooibedden is verboden. § 4. In de tweepersoonskamer bedraagt de ruimte tussen de bedden, in lengte zowel als in breedte minstens 1,30 m, behalve indien uitdrukkelijk een wijziging wordt gevraagd door de twee residenten van de kamer. Bovendien is elk bed minstens 0,80 m verwijderd van een venster. Onverplaatsbare scheidingselementen tussen de bedden en tussen de wastafel en de bedden laten toe om de residenten een minimum aan privacy te verzekeren. § 5. Het meubilair van de kamers is aangepast aan de toestand van de resident. Het is functioneel en in goede staat. Art. 32.In de bestaande gebouwen of de gebouwen waar nog geen principieel akkoord voor werd verkregen voor de inwerkingtreding van dit besluit, bedraagt de minimale werkelijke oppervlakte van de individuele kamers of appartementen 12 m2 per persoon en 9 m2 per persoon in de tweepersoonskamers, sanitaire ruimten en inkomhal niet inbegrepen. De oppervlakte wordt gemeten van plint tot plint. De hoeken, gaten en andere oppervlakten waar geen meubel kan worden geplaatst of verplaatst, worden niet meegerekend in de minimale oppervlakte van de kamer; In afwijking van het eerste lid mag voor de bestaande rusthuizen op 1 februari 1994, de oppervlakte van de kamers niet kleiner zijn dan 9 m2 per persoon. De oppervlakte wordt gemeten van plint tot plint. De hoeken, gaten en andere oppervlakten waar geen meubel kan worden geplaatst of verplaatst, worden niet meegerekend in de minimale oppervlakte van de kamer. Deze afwijking is nietig in geval van overname van exploitatie. Art. 33.In de gebouwen en de uitbreidingen van gebouwen waarvoor een principieel akkoord werd toegekend na de inwerkingtreding van deze normen, bedraagt de minimale oppervlakte van de individuele kamers vijftien m2 en van de tweepersoonskamers tweeëntwintig m2, sanitaire ruimten en inkomhal niet inbegrepen. De oppervlakte wordt gemeten van plint tot plint. De hoeken, gaten en andere oppervlakten waar geen meubel kan worden geplaatst of verplaatst, worden niet meegerekend in de minimale oppervlakte van de kamer. De minimale hoogte van deze kamers bedraagt twee en een halve meter. Tenminste de helft van de capaciteit van deze gebouwen bestaat uit individuele kamers. Art. 34.In de instellingen die kamers met twee bedden bevatten, wordt een isoleerkamer voorzien van minimum negen m2 die over de voorzieningen vermeld in artikel 31, § 3 beschikt. Afdeling 5. - Sanitaire installaties Art. 35.Afzonderlijke, fatsoenlijke en voldoende sanitaire installaties zijn voorzien voor de residenten en voor het personeel. Art. 36.§ 1. De sanitaire installaties bestaan uit tenminste een WC voor 8 residenten in de rusthuizen die voor het eerst werden goedgekeurd voor 1 februari 1984 en een WC in elke kamer voor de rusthuizen die voor het eerst werden goedgekeurd na 1 februari 1994. Tenminste een WC buiten de kamer per verdieping is toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Een WC is gelijkvloers toegankelijk per niveau van te bedienen kamers. De WC's voorbehouden voor het personeel zijn voorzien van een wasbak. § 2. Alle WC's zijn gemakkelijk toegankelijk voor bejaarden. Zij beschikken over een goede rechtstreekse luchtverversing of een goede ventilatie. Hun deur kan niet binnenwaarts worden geopend. Ze zijn voorzien van schuin gemonteerde steunrekken en een kledinghaak. Art. 37.Wanneer de kamers niet allemaal over een badkamer met een bad of douche beschikken, dient er minstens één bad of douche aangepast aan de noden van de residenten te worden voorzien per aangesneden groep van tien residenten die een kamer zonder badkamer betrekken. Art. 38.In de gebouwen die na de inwerkingtreding van deze normen werden gebouwd, beschikken alle kamers over een WC en een privé douche of bad, toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Wanneer de kamers over een douche beschikken, dient een medisch uitgeruste badkamer met bad voorzien te worden per aangesneden groep van zestig residenten. Wanneer de kamers over lig-of zitbaden beschikken, dient een badkamer met douche voorzien te worden per aangesneden groep van zestig residenten. Art. 39.De sanitaire installaties zijn voorzien van antislipmateriaal en steunstaven. De douche is zo ontworpen dat de waterstraal georiënteerd kan worden. Voorzorgen worden genomen opdat de apparaten voor watertoevoer en -afvoer geen ongevallen zouden kunnen veroorzaken. Er wordt voortdurend en overeenkomstig de hygiëneregels gezorgd voor de afvoer van afvalwater. Afdeling 6. - Oproepsysteem Art. 40.§ 1. De woonkamers, kamers, WC's en badkamers zijn voorzien van een oproepsysteem dat elk ogenblik in werking kan worden gesteld. In de kamers is dit systeem bereikbaar vanaf de bedden en de zetels. Het oproepsysteem is technisch zo ontworpen dat alle oproepen waarop zowel 's nachts als overdag snel moet worden gereageerd, voortdurend kunnen worden gelocaliseerd. § 2. In de vanaf de inwerkingtreding van deze normen opgerichte gebouwen kan het in het voorgaande punt bedoelde systeem de termijn opnemen, waarin er op een oproep wordt gereageerd. Deze opnamen worden gevoegd bij het oproepregister bedoeld in artikel 69 van dit besluit. Afdeling 7. - Onderhoud, verwarming en verlichting Art. 41.§ 1. De gebouwen worden regelmatig onderhouden en beschut tegen vocht of doorsijpelingen. Ongeacht het gekozen systeem voor de verwarming van de lokalen, mag dit geen enkele uitwaseming van vlammen, gas of stof veroorzaken in de lokalen die zonder toezicht toegankelijk zijn voor de bejaarden. § 2. In de voor de residenten toegankelijke lokalen moet de temperatuur, ongeacht de weersomstandigheden, overdag tussen 7 en 22 uur steeds tweeëntwintig graden bereiken, 's nachts achttien graden in de kamers, badkamers en woonkamers en achttien graden in de andere voor de bejaarden toegankelijke lokalen. § 3. Al de voor de residenten toegankelijke lokalen worden voortdurend voorzien van voldoende verlichting. Deze wordt aan de behoeften aangepast naar gelang van de in de lokalen ontwikkelde activiteiten. Bovendien moeten in de na de inwerkingtreding van deze normen opgerichte gebouwen de gemeenschappelijke gangen en sanitaire installaties voldoende verlicht worden, zodat de residenten zich veilig kunnen verplaatsen. De verlichte oppervlakte is minstens gelijk aan een zesde van de oppervlakte van elke woonkamer of kamer van de bejaarden. De ramen van deze lokalen laten een normaal zicht op de buitenomgeving toe vanuit zithouding, zonder gevaar voor ongevallen. Afdeling 8. - Liften, trappen Art. 42.§ 1. Er moet voorzien worden in een lift die dienst doet voor alle verdiepingen die toegankelijk zijn voor de bejaarden wanneer het gebouw minstens één verdieping telt voor de residenten boven of onder de normale ontruimingsetage. § 2. In de na de inwerkingtreding van deze normen opgerichte gebouwen, dient een lift voorzien te worden per aangesneden groep van 40 residenten. Tenminste twee liften laten het transport toe van mensen op een draagberrie. § 3. De liften moeten de toegankelijkheid van de personen met beperkte bewegelijkheid mogelijk maken. § 4. In afwijking van het eerste lid is, in de rusthuizen die voor 1 februari 1994 voor de eerste maal werden geëxploiteerd, enkel een lift of ander hefmiddel vereist als het gebouw minstens twee verdiepingen telt boven de normale ontruimingsetage. Deze afwijking geldt niet voor de uitbreidingen of vergrotingen van deze rusthuizen die werden uitgevoerd na deze datum. Art. 43.De gangen en de trappen zijn voldoende breed en voorzien van leuningen of steunstaven aan beide kanten. De eerste en de laatste trede evenals elke afzonderlijke trede worden op de rand voorzien van een scherpkleurige band die schril afsteekt tegenover de vloerbedekking. De gangen dienen te worden ingericht teneinde de residenten toe te laten om uit te rusten. HOOFDSTUK 3. - Personeelsnormen Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 44.§ 1. De directie en het personeel van de instelling zorgen, in het kader van het levensproject, voor een gunstige atmosfeer voor de levenskwaliteit van de residenten. Ze dragen bij tot het behoud van hun autonomie en hun ontplooiing. Ze hebben tot doel hun toegang tot een dynamischer sociaal leven te bevorderen, een beroep te doen op hun creatiemogelijkheden en de communicatie tussen de personen van de instelling te verbeteren. § 2. De instelling beschikt zowel overdag als 's nachts over voldoende gekwalificeerd personeel om de residenten gerust te stellen, hen de nodige zorgen te bieden en het onderhoud en de netheid van de lokalen te verzekeren, met inbegrip van zon-en feestdagen. Art. 45.§ 1. De erkenning wordt geweigerd of ingetrokken wanneer, hetzij de beheerder of zijn vertegenwoordiger, hetzij de directeur van het rustoord hetzij elke andere persoon die deelneemt aan het beheer van het rustoord in België of in het buitenland werd veroordeeld bij een gerechtelijke beslissing van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis voor een der overtredingen genoemd bij Boek II, Titel VII, Hoofdstukken V, VI en VII, artikel 422bis, IV en VI en Titel IX, Hoofdstukken I en II van het Strafwetboek, behalve indien de veroordeling voorwaardelijk was en de betrokkene het voordeel van uitstel niet verloren heeft of indien de gestrafte feiten niet werden begaan ter gelegenheid van een gelijksoortige activiteit en meer dan vijf jaar zijn verlopen sedert de uitspraak van het vonnis of desgevallend sedert het einde van de vrijheidsstraf. § 2. De erkenning wordt geweigerd of ingetrokken wanneer, hetzij de beheerder of zijn vertegenwoordiger, hetzij de directeur van het rustoord een door een bevoegde overheid uitgesproken verbod heeft om rechtstreeks een instelling voor bejaarden te beheren of te exploiteren. Art. 46.In elk rustoord voor bejaarden zijn er drie categorieën personeel : het directie- en administratief personeel, het hotelpersoneel en het verzorgingspersoneel. Voor de schatting van het personeel dat voor de verschillende ambten vereisd is, staat een voltijds equivalent, hierna VE genoemd, gelijk met 38 uur dagelijkse dienstverleningen, behoudens de in dit besluit uitdrukkelijk bedoelde uitzondering. Art. 47.De minimale norm is één voltijds personeelslid per aangesneden groep van vijf residenten. Art. 48.De directeur houdt een register bij, eventueel geïnformatiseerd, dat de kwalificatie van het personeel vermeldt, bij arbeids-of bediendenovereenkomst in dienst genomen of door overeenkomst verbonden, de data en de uren en de aard van de dienstverlening van iedereen. Het maandelijks werkrooster wordt minstens 5 werkdagen op voorhand meegedeeld aan het personeel. De lijst van het personeel en het dagelijkse werkrooster worden aangeplakt in een lokaal dat steeds toegankelijk is voor het personeel. Deze documenten, die permanent worden bijgehouden, worden ter beschikking gesteld van de administratie dat op elk moment een kopie kan eisen. Art. 49.Voor elk personeelslid, de directeur inbegrepen, wordt een dossier opgemaakt dat de volgende stukken bevat : 1° het voor het rustoord bestemde exemplaar of een voor eensluidend verklaard afschrift van de arbeids-of bediendenovereenkomst, of de overeenkomst;2° een kopie van het diploma of van de attesten van opleiding en van nuttige ervaring;3° een getuigschrift van goed zedelijk gedrag daterend van minder dan 3 maanden op het moment van de aanwerving;4° een jaarlijks attest van de bedrijfsgeneeskunde. Dit dossier, alsmede het afschrift van de RSZ-lijsten worden ter beschikking gesteld van de administratie, dat op elk moment de voorlegging ervan kan eisen. Afdeling 2. - Directie-en administratief personeel Onderafdeling 1. - Functie van de directeur Art. 50.§ 1. De directeur zorgt voor het dagelijks beheer van het rustoord en is onmiddellijk verantwoordelijk vóór de beheerder. Hij oefent voltijds zijn functie uit en dient tenminste twintig uur per week effectief aanwezig te zijn in zijn rustoord. De directeur kan de directie van meer dan twee rustoorden niet waarnemen. De prestaties van de directeur mogen in geen geval gelden als meer dan een VE. De functie van directeur is niet verenigbaar met andere functies binnen het rustoord. De directeur of zijn vervanger kan indien nodig teruggeroepen worden. § 2. De directeur staat minstens 4 uur per week ter beschikking van de residenten en hun familie op de dagen en de uren die op het mededelingenbord worden gemeld. De beschikbare uren moeten over twee dagen zijn gespreid, tenminste één uur daarvan moet na 18 uur geplaatst zijn. § 3. Wanneer een rustoord op meerdere plaatsen is gevestigd, dient de directeur op elke plaats voldoende aanwezig te zijn. De directeur kan de functie bekleden van directeur van een serviceresidentie, van een dagopvangcentrum voor bejaarden of van een andere structuur, wanneer deze door dezelfde beheerder worden beheerd, op dezelfde plaats zijn gelegen als het rustoord en de totale capaciteit van de beheerde instellingen voor bejaarden niet hoger ligt dan tweehonderd plaatsen. Art. 51.§ 1. In geval van afwezigheid of tijdelijke verhindering van de directeur, wijst de beheerder het personeelslid aan dat het best in staat is om voor het dagelijkse beheer van de instelling te zorgen tijdens zijn afwezigheid; De naam van deze vervanger wordt aangeplakt en de residenten alsmede de personeelsleden worden hierover geïnformeerd. § 2. In geval van afwezigheid gedurende meer dan drie maanden, dient de beheerder ter vervanging van de directeur een persoon aan te duiden die de vereiste kwalificatie heeft voor de functie van directeur, zoals bedoeld in artikel 52. Onderafdeling 2. - Opleiding van de directeur Art. 52.§ 1. De directeur van een rustoord dient tenminste houder te zijn van een diploma van niet-universitair hoger onderwijs en van een specifieke aanvullende opleiding die minstens beantwoordt aan de volgende voorwaarden : 1° vijfhonderd uur opleiding gevolgd hebben aan een universiteit of een opleidingscentrum dat erkend is door een bevoegde overheid op het vlak van professionele vorming;2° honderd uur opleiding gevolgd hebben aan een universiteit of een opleidingscentrum dat erkend is door een bevoegde overheid op het vlak van professionele vorming voor houders van een universitair diploma in ziekenhuisbeheer zonder optie geriatrie; De houders van een universitair diploma in ziekenhuisbeheer met optie geriatrie zijn vrijgesteld van een aanvullende opleiding. § 2. Het programma van deze opleidingen is erkend door de Minister. De organisator van de opleiding vraagt deze erkenning aan en zendt hiertoe een dossier over aan de administratie met betrekking tot de inhoud en de duur van de opleiding, en dit ten laatste twee maanden voor de aanvang van de opleiding. De administratie analyseert het dossier en stelt de Minister voor om de beoogde opleiding al dan niet te erkennen, en dit ten laatste 30 dagen voor de aanvang van deze opleiding. Bij gebreke van een advies binnen een termijn van 15 dagen voor de aanvang van de opleiding, wordt de opleiding als erkend beschouwd. § 3. De directeur in functie van het rustoord die bij de inwerkingtreding van dit besluit erkend is door de Franse Gemeenschapscommissie, wordt geacht over de vereiste scholing te beschikken. De Minister bepaalt, op advies van de administratie, de eventuele aanvullende opleidingen die vereist zijn voor de personen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit de functie hebben uitgeoefend van directeur van een rustoord dat erkend is door een andere bevoegde Belgische overheid. Art. 53.§ 1. De opleidingscyclus van vijfhonderd uren dient de volgende onderwerpen te behandelen : 1° wetgeving :
- a)algemene organisatie van de volksgezondheid;
- b)elementen van het burgerlijk recht;
- c)elementen van het handelsrecht;
- d)elementen van het publiekrecht;
- e)arbeidsrecht;
- f)financiering van rustoorden;
- g)wetgeving betreffende de rustoorden en rust-en verzorgingstehuizen en andere vormen van residentiële en niet-residentiële instellingen voor bejaarden.Tenminste twee derde van deze materie dient betrekking te hebben op de wetgeving die van toepassing is op Brussel en op de Franse Gemeenschapscommissie;
- h)wetgeving betreffende de bejaarden (pensioenen, RIZIV, O.C.M.W.,.); i ) wetgeving betreffende de brandbeveiliging. Tenminste twee derde van deze materie dient betrekking te hebben op de wetgeving die van toepassing is op Brussel en op de Franse Gemeenschapscommissie; j ) wetgeving betreffende de bescherming van goederen en de rechten van personen. 2° kennis van de bejaarde :
- a)vergrijzing van de bevolking en socio-demografische evolutie, inclusief de regionale variaties;
- b)mechanisme van de veroudering;
- c)psychologische benadering van de bejaarde en psycho-geriatrie, inclusief de specifieke benadering van demente personen;
- d)voornaamste pathologieën van bejaarden;
- e)behandelingen, verzorging en palliatieve zorgen;
- f)diëtiek van de bejaarden;3° beheer van een rusthuis :
- a)algemene principes van boekhoudkundig en fiscaal recht;
- b)boekhoudkundig en financieel beheer;
- c)personeelsbeheer en human resources;
- d)relaties met de verzekeringinstellingen en het O.C.M.W.;
- e)relaties met de familie en met de hulpdiensten buiten het rustoord;
- f)creëren van een leefproject met de residenten;
- g)animaties, vrije tijd, culturele en sportieve activiteiten; h ) beleid van publieke relaties met het milieu, met inbegrip van milieuhygiëne. § 2. Het geheel van deze onderdelen dient deel uit te maken van de opleiding van de directeur. Het opleidingscentrum kan de kandidaat-directeur vrijstellen van een deel van voorgenoemde opleidingsonderdelen, voor zover deze kandidaatdirecteur het bewijs kan voorleggen dat hij reeds een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd. § 3. Het slagen van de opleidingscyclus dient erkend te worden door een attest dat tevens de aanwezigheid tijdens de opleidingscyclus bevestigt. § 4. De opleidingen die erkend zijn door het Waalse Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, zijn erkend door de Franse Gemeenschapscommissie onder voorbehoud van de voorlegging, binnen een termijn van een jaar na de infunctietreding van de directeur, van een attest van een aanvullende opleiding van tenminste acht uur of twee halve dagen, betreffende de specifieke wetgeving van de Franse Gemeenschapscommissie zoals bedoeld in § 1, 1°, g). Art. 54.§ 1. De directeur is ertoe gehouden deel te nemen aan voortdurende opleidingsactiviteiten van minstens drie dagen of zes halve dagen per jaar. De opleiding handelt over elk onderwerp in verband met het welzijn of de gezondheid van bejaarden, de vergrijzing en elk onderwerp waarvoor de organisator interesse toont voor het beheer van een rustoord. Het doel van deze opleiding is om zich regelmatig aan te passen aan nieuwe situaties die zich voordoen in de domeinen bedoeld in artikel 53, § 1. § 2. Het programma van deze voortdurende opleidingen is erkend door de Minister. De organisator van de opleiding vraagt deze erkenning aan en zendt hiertoe een dossier over aan de administratie met betrekking tot de inhoud en de duur van deze opleiding, en dit maximum een maand voor de datum van de opleiding. De administratie analyseert het dossier en stelt de Minister voor om de beoogde opleiding al dan niet te erkennen, en dit ten laatste twintig dagen voor de aanvang van deze opleiding. Bij gebreke van een advies binnen een termijn van vijftien dagen voor de aanvang van de opleiding, wordt de opleiding als erkend beschouwd. De door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en het Waalse Gewest erkende opleidingen zijn ambtshalve erkend door de Franse Gemeenschapscommissie. Onderafdeling 3. - Administratief personeel Art. 55.De directeur kan worden bijgestaan door een personeelslid dat hem voor de verschillende administraties-, opvang- en eventueel animatietaken assisteert. Afdeling 3. - Hotelpersoneel Art. 56.§ 1. Het rustoord beschikt over voldoende personeel met de vereiste kwalificaties om de taken betreffende de keuken en het restaurant, het beddegoed en de wasserij, het technische onderhoud, de netheid en de hygiëne van de lokalen uit te voeren en ervoor te zorgen dat deze voldoen aan de in dit besluit vermelde normen. De taken die dit personeel worden toebedeeld zijn duidelijk vastgelegd in hun arbeidsovereenkomst. § 2. Een VE per 15 residenten is minimum vereist. Als het aantal residenten lager of hoger ligt, wordt het aantal tewerkstellingen verhoudingsgewijs bepaald. § 3. Het rustoord kan deze taken geheel of gedeeltelijk vervullen met de hulp van buitendiensten die met hem door een schriftelijke overeenkomst zijn gebonden. De gelijkstelling van deze prestaties met personeelskosten wordt bepaald door de directeur van het rustoord op basis van de bepalingen voorzien in bijlage 4 en gecontroleerd door de administratie. In geval van onenigheid wordt deze gelijkstelling vastgesteld door de Minister, na advies van de adviesraad. Afdeling 4. - Verzorgingspersoneel Onderafdeling 1. - Omschrijvingen en taken Art. 57.§ 1. Onder verzorgingspersoneel wordt verstaan : 1° de verplegers;2° de leden van het verplegend personeel. Onder verplegend personeel wordt verstaan de personen die de verplegers effectief bijstaan in het verstrekken van zorgen,die de residenten helpen bij hun dagelijkse levenshandelingen, bij het behoud van hun autonomie en bij het onderhoud van de kwaliteit van hun levensomstandigden. 3° de leden van de paramedische beroepen, kinesitherapeuten of reactiveringspersoneel. Onder reactiveringspersoneel wordt verstaan het personeel dat voorzien is van een van de kwalificaties zoals vermeld in artikel 4 van het Ministerieel Besluit van 6 november 2003Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 06/11/2003 pub. 26/11/2003 numac 2003023017 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Ministerieel besluit tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden sluiten, tot vaststelling van het bedrag en de toekenningsvoorwaarden van de bijdrage bedoeld in artikel 37, § 12, van de Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust-en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden. § 2. Het verplegend personeel kan slechts de taken uitvoeren met betrekking tot de behandeling van de residenten. Het mag geen taken uitvoeren die tot de vastgelegde diensten van het hotelpersoneel behoren. Om praktische redenen mag enkel het ontbijt worden klaargezet door het verplegend personeel, en dit indien de organisatie van het rustoord dit vereist. § 3. Het verplegend en verzorgend personeel dient uitbetaald en aangeworven te worden via een arbeidsovereenkomst met het rustoord. De andere personeelscategorieën mogen hetzij werknemers zijn hetzij zelfstandigen aangeworven in het kader van een aannemingsovereenkomst. Er mag beroep worden gedaan op uitzendkrachten ter vervanging van een personeelslid dat tijdelijk afwezig is. Onderafdeling 2. - Kwalificatie van het personeel en aantal Art. 58.§ 1. Het rustoord beschikt op elk moment over voldoende zorg personeel om tegemoet te komen aan de noden van de residenten, in functie van hun aantal en hun afhankelijkheidsniveau. § 2. De vereiste normen voor het verzorgend personeel worden vastgesteld door het Ministerieel Besluit van 6 november 2003Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 06/11/2003 pub. 26/11/2003 numac 2003023017 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Ministerieel besluit tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden sluiten, tot vaststelling van het bedrag en de toekenningsvoorwaarden van de subsidie bedoeld in artikel 37, § 12, van de Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust-en verzorgingshuizen en in de rustoorden voor bejaarden, als financieringsnormen. § 3. Wanneer de norm vermeld in § 2 lager ligt dan één VE verzorgingspersoneel per aangesneden groep van tien residenten, wordt dit minimum echter vereist. Elke aangesneden groep wordt evenredig berekend. § 4. In de rustoorden die op meerdere sites gevestigd zijn, zijn de normen met betrekking tot het verzorgingspersoneel op elke site van toepassing. § 5. De referentieperiode voor de berekening van de personeelsnormen bedraagt een semester. § 6. Welke ook de norm is voor het verzorgingspersoneel berekend volgens de modaliteiten vermeld in § 1 tot 5, er dient zowel overdag als 's nachts minstens een lid van het verzorgingspersoneel aanwezig te zijn per aangesneden groep van zestig residenten. Art. 59.§ 1. De nachtbewaking wordt verzekerd door een verpleger, indien tenminste twee derde van de residenten verzorging of hulp nodig hebben bij hun dagelijkse levenshandelingen (afhankelijkheidscategorieën B en C voorzien in het ministerieel besluit van 6 november 2003Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 06/11/2003 pub. 26/11/2003 numac 2003023017 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Ministerieel besluit tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden sluiten ter vaststelling van het bedrag en de toekenningsvoorwaarden van de subsidie bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust-en verzorgingshuizen en in de rustoorden voor bejaarden (artikel 60, § 2, 3°). In een instelling met meer dan honderd residenten wordt de nachtbewaking verzekerd door minstens één verpleger. § 2. Bij gebreke van een tegengestelde vermelding in het arbeidsreglement, wordt de nachtperiode vastgesteld tussen 20 uur en 6 uur. Art. 60.Wanneer een personeelslid aangeworven werd voor taken die tot verschillende personeelscategorieën behoren vermeld in artikelen 50, 55, 56 en 57, worden in de arbeidsovereenkomst of aannemingsovereenkomst de uren gepreciseerd die gewijd worden aan elk van deze functies. Art. 61.Met uitzondering van de directeur, is het personeel ertoe gehouden deel te nemen aan een voortdurende opleiding van minstens dertig uur per twee jaar voor een VE. De directeur houdt een register bij waarin voor elke werknemer de gevolgde opleidingsuren en de onderwerpen van deze opleidingen vermeld staan. Dit register wordt ter beschikking gehouden van de agenten van de diensten van het College die belast zijn met de inspectie. De aanwezigheidattesten van de opleidingen worden bewaard in het dossier van het lid van het verzorgingspersoneel. HOOFDSTUK 4. - Werkingsnormen Afdeling 1. - Organisatie van de verzorging en de hulp met het dagelijks leven Onderafdeling 1. - Individueel verzorgingsdossier Art. 62.Voorafgaand aan elke opname in een rustoord wordt er overlegd tussen de behandelende geneesheer gekozen door de resident of zijn familie, de directeur van het rustoord of de verantwoordelijke verpleegkundige, en in voorkomend geval de ziekenhuisarts. Art. 63.Voor elke resident wordt een individueel verzorgingsdossier bijgehouden. Dit kan op elk moment door de resident of zijn vertegenwoordiger worden geraadpleegd. Mits betaling van de kostprijs kunnen zij hier ook een kopie van verkrijgen. Het dossier wordt bewaard in het verplegingslokaal. Art. 64.§ 1. Dit individueel verzorgingsdossier dient tenminste volgende gegevens te bevatten : 1° het plan inzake verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven, dat wordt opgesteld door de persoon die in de instelling verantwoordelijk is voor de verzorging, en die de bijdrage vermeldt van de verschillende personeelscategorieën die voorzien zijn in een forfaitaire bijdrage van het RIZIV.Het plan wordt tenminste een maal per maand geëvalueerd en aangepast in functie van de evolutie van de afhankelijkheid in verhouding tot de verzorging; 2° in geval het gaat om rechthebbenden die gedesoriënteerd zijn in tijd en ruimte, een precieze opsomming van de verwarrende gedragsstoornissen :
- a)uitdrukkingsmoeilijkheden;
- b)verbaal storend gedrag;
- c)onwelvoeglijk gedrag;
- d)rusteloos gedrag;
- e)destructief gedrag;
- f)verstoord nachtelijk gedrag;3° voor de technische handelingen verricht door het verpleegkundig en paramedisch personeel dat voorzien is in de forfaitaire tegemoetkoming : de geneeskundige voorschriften, de aard en de frequentie van de technische handelingen en de identiteit van degene die ze heeft toegediend.4° een gewichtscurve van de resident, opgesteld op basis van maandelijkse wegingen;5° de data van de doktersbezoeken, de voorgeschreven medicijnen alsook hun dosering, de vereiste verzorging, de gevraagde onderzoeken en het eventuele dieet.6° de attesten ter rechtvaardiging van een dwangmaatregel, overeenkomstig artikel 8, § 4 van dit besluit;7° de eventuele wilsverklaringen voor euthanasie en wensen met betrekking tot de behandeling, overeenkomstig de wet van 28 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/05/2002 pub. 22/06/2002 numac 2002009590 bron ministerie van justitie Wet betreffende de euthanasie sluiten met betrekking tot de euthanasie. § 2. Het individueel verzorgingsdossier wordt in het rustoord bewaard gedurende een periode van minimum drie jaar na het vertrek of het overlijden van de resident. Onderafdeling 2. - Verzorging en hulp in het dagelijks leven Art. 65.§ 1. Bij de afwisseling van de dienstploeg deelt de persoon die verantwoordelijk is voor de verzorging schriftelijk alle inlichtingen mee met betrekking tot de kenmerkende elementen die hebben plaatsgevonden gedurende de voorbije periode. § 2. De individuele voorbereiding van de medicijnen wordt verzekerd door een verpleger, volgens de geldende regels. De medicijnen mogen niet langer dan 3 dagen op voorhand bereid worden. Alle medicijnen in de vorm van druppels dienen extemporaneus te worden bereid of ten vroegste de dag zelf. De medicijnen worden bewaard in een meubel of een lokaal dat hiervoor speciaal wordt voorzien en op slot gedaan. De behandelende geneesheer moet op elk moment het goede beheer van de voorgeschreven medicijnen kunnen controleren. Art. 66.§ 1. Telkens wanneer de gezondheidstoestand van de resident dit vereist of op zijn vraag dient er beroep te worden gedaan op een geneesheer van zijn keuze. Als een resident of zijn gevolmachtigde niet in staat is deze keuze te uiten en in afwezigheid van zijn arts of zijn vervanger, waarvan de personalia worden vermeld in de individuele fiche of het individuele dossier vermeld in artikelen 14 tot 16, doet de voor de verzorging verantwoordelijke persoon beroep op de arts van zijn keuze. § 2. De directie verzoekt alle artsen op bezoek die een of meerdere personen in een rustoord behandelen om zich ertoe te verbinden op de meest doeltreffende wijze deel te nemen aan de interne medische organisatie van de instelling. Art. 67.§ 1. De beheerder moet alle voorzorgen nemen om de algemene basishygiëne in de instelling te verzekeren. Het verplegingslokaal dient uitgerust te zijn met een wastafel die toelaat de handen hygiënisch te wassen met aangepaste ontsmettende producten, doekjes voor eenmalig gebruik en een vuilnisbak met deksel. Het verzorgingspersoneel moet, indien nodig, wegwerphandschoenen kunnen gebruiken. § 2. De beheerder moet ervoor zorgen dat de voorkoming van besmettelijke ziekten wordt verzekerd. In het bijzonder moet hij ervoor zorgen dat alle maatregelen worden getroffen voor de steriele zorgen, bij voorkeur door het gebruik van sets voor eenmalig gebruik. De inspectie van de hygiëne wordt in alle betwistbare gevallen geraadpleegd en elke overdraagbare aandoening wordt hen onmiddellijk gesignaleerd door de directeur. Art. 68.§ 1. Het verzorgingspersoneel verstrekt de nodige hulp aan de residenten bij het dagelijks leven. Deze hulp omvat onder andere de hulp bij het opstaan en het gaan slapen, de hulp bij het wassen en de hulp bij de maaltijden. Het opstaan en het wassen van de residenten die hulp nodig hebben mag niet plaatsvinden vóór 7 uur, behalve op uitdrukkelijk verzoek van de resident en dient plaats te vinden vóór 9 uur en zoveel mogelijk op vraag van de resident. Het naar bed brengen van de residenten die hulp nodig hebben dient plaats te vinden vóór 22 uur op uitdrukkelijke vraag van de resident. Het personeel waakt erover dat alle residenten voldoende hydratatie hebben, met name door hen voldoende te laten drinken en, indien nodig, hen hierbij te helpen. Hier wordt een uitzonderlijke aandacht aan besteed gedurende warme periodes. § 2. Een bewakend personeelslid gaat tenminste twee maal per nacht op ronde. De residenten die dat wensen kunnen vragen om 's nachts niet gestoord te worden. Onderafdeling 3. - Oproepregister Art. 69.Zowel 's nachts als overdag vermeldt het personeelslid dat dienst heeft, het aan de oproepen gegeven gevolg van de residenten en met name de instructies die hij heeft gegeven, in het register. Volgens de omstandigheden moet hij onmiddellijk beroep doen op de persoon van wie de interventie noodzakelijk is. Het register wordt dagelijks ondertekend door de verantwoordelijken van de verzorgingsdienst en medeondertekend door de directeur. In het bewakingslokaal en het verzorgingslokaal dienen de telefoonnummers van de artsen, verplegers, brandweerdienst, politie, ziekenhuizen en ambulances aangeplakt te worden. Het register wordt ter beschikking gesteld van de ambtenaren die aangewezen zijn om te zorgen voor de toepassing van de bepalingen van het decreet en de normen. Afdeling 2. - Voeding, organisatie en regeling van de maaltijden Art. 70.§ 1. De residenten krijgen minstens één warme maaltijd per dag. De door de behandelend geneesheer voorgeschreven diëten worden nageleefd, behalve in geval van een schriftelijke weigering die ondertekend werd door de resident of zijn gevolmachtigde. Deze mogen niet extra gefactureerd worden, met uitzondering van de sondevoeding. § 2. Voor de middag-en avondmaaltijden dient er keuze te zijn tussen twee menu's. § 3. De residenten kunnen op verzoek of op geneeskundig voorschrift een lichte maaltijd gebruiken in de loop van de namiddag. Deze mag niet extra gefactureerd worden. Art. 71.De bereiding en de verdeling van de maaltijden dienen te gebeuren volgens de netheids-, hygiëne, en dieetregels. De voeding bevat dagelijks verse groenten of vers fruit. Indien de gezondheidstoestand van de residenten dit vereist, dient gemixte voeding geserveerd te worden. De voedingsmiddelen worden niet samengemengd maar zoveel mogelijk apart gehouden, om de smaak ervan te bewaren. Het rustoord laat regelmatig een controle uitvoeren op de naleving van de voorschriften inzake voedselhygiëne overeenkomstig de reglementering op dit vlak. De verslagen van deze controles worden ter beschikking gehouden van de inspectie. Art. 72.Het menu wordt minstens één dag op voorhand aan de residenten meegedeeld en wordt op een goed zichtbare plaats aangeplakt. Bovendien dient er een lijst te worden bijgehouden met de menu's van de voorbije maand. Deze lijst dient te worden voorgelegd op vraag van de vertegenwoordigers van de administratie. Art. 73.Het ochtendmaal mag niet vóór 7 uur worden opgediend en moet kunnen gebruikt worden tot 9 uur. Het middagmaal mag niet geserveerd worden voor 12 uur en het avondmaal niet voor 17u30. Het rustoord ziet erop toe dat er tijdens de maaltijden een gezellige atmosfeer heerst. Hiertoe dient tenminste drie kwartier de tijd gelaten te worden aan de residenten om hun maaltijd te gebruiken. Art. 74.De nodige hulp wordt verstrekt aan personen die moeilijkheden ondervinden om alleen te eten of te drinken. Afdeling 3. - Hygiëne Art. 75.Dieren hebben geen toegang tot de keukens, de lokalen waar voedingsmiddelen worden bewaard, de eetzaal, de verzorgingslokalen en de lokalen voor de voorbereiding van geneesmiddelen. Art. 76.De vaste afvalstoffen, met name het huishoudelijk afval, wordt geloosd in hermetisch afgesloten vuilniszakken, met inachtneming van de maatregelen voor de bescherming van het milieu, met name voor wat de selectieve ophalingen betreft. Afvalstoffen afkomstig van verzorgingsactiviteiten worden op een andere manier geloosd, met inachtneming van het reglement dat hierop van toepassing is. Art. 77.Het gebruik van toiletstoelen is strikt voorbehouden voor de bejaarden die niet over een WC beschikken op de kamer. Ze mogen niet gebruikt worden om de gewone stoel te vervangen. In elk geval wordt voortdurend een staat van netheid en hygiëne verzekerd. Art. 78.Het gebruik van luiers is voorbehouden voor incontinente personen en kan niet dienen ter vervanging van de hulp bij toiletbezoek aan mensen die hiervoor afhankelijk zijn. Art. 79.Het beddegoed wordt in een staat van bestendige netheid gehouden. Het dient in ieder geval minstens één keer per week en tekens als het nodig is, vervangen te worden. Alle hygiënemaatregelen worden nageleefd voor het vuil linnengoed, dat verplicht uit de voor de residenten toegankelijke lokalen en de keukens dient gehouden te worden. Art. 80.De baden of douches dienen dagelijks te kunnen gebruikt worden door de residenten. De nodige hulp wordt verstrekt aan de residenten die niet in staat zijn om zich alleen te wassen. Het verzorgingspersoneel dient erover te waken dat geen enkele resident de andere residenten hindert door gebrek aan netheid en verzorging van zijn lichaam of kleding. Het rustoord voorziet de nodige middelen om elke resident toe te laten tenminste een maal per week een bad te nemen. Art. 81.In heel het rustoord dient naar believen gratis en voldoende drinkwater aanwezig te zijn. Afdeling 4. - Functionele verbintenissen Art. 82.Het rustoord gaat een functionele verbintenis aan met een dienst voor palliatieve zorg en nazorg of met een ziekenhuisteam voor palliatieve zorgen. Ze kan een functionele verbintenis aangaan met een serviceresidentie, een gemeenschapshuis, een dagverzorgingscentrum of een dagopvangcentrum voor bejaarden. Het rustoord en deze diensten kunnen gemeenschappelijke actviteiten organiseren in het belang van de residenten en de begunstigden, zonder dat deze de activiteiten bedoeld in 83, § 2, mogen vervangen. Afdeling 5. - Activiteiten en animatie Art. 83.§ 1. Het rustoord dient over de nodige middelen te beschikken om naast een familiale sfeer, de verzorging, het toezicht, de activiteiten en de vrijetijdsbezigheden van de residenten te waarborgen. § 2. De activiteiten en de vrijetijdsbezigheden dragen bij tot de verwezenlijking van het leefproject van het rustoord. Om de actviteiten en de vrijetijdsbezigheden van de residenten te waarborgen, beschikt het rustoord over gespecialiseerd personeel waarvan de animatieopdrachten in de arbeidsovereenkomst vermeld staan, of sluit een overeenkomst met een of meerdere externe diensten. Voor alle types van residenten, welk ook hun graad van autonomie is, dienen dagelijkse activiteiten worden voorgesteld die zijn aangepast aan hun gezondheidstoestand. Wanneer het rustoord residenten telt die jonger zijn dan 60 jaar, wordt overeenkomstig de afwijking vermeld in artikel 3, 1°, c), een bijzondere aandacht geschonken aan het organiseren van activiteiten voor deze residenten en aan de harmonieuze samenleving met de oudere residenten. § 3. Het wekelijks of maandelijks programma van de activiteiten wordt op een zichtbare plaats aangeplakt. HOOFDSTUK 5. - Boekhoudkundige normen en dagprijs Afdeling 1. - Dagprijs Art. 84.§ 1. De verblijfsdagprijs wordt vastgesteld door het rustoord en goedgekeurd door de federale overheidsdienst economie. De maandelijkse verblijfsprijs wordt berekend door de dagprijs te vermenigvuldigen met 365,25 en door dit bedrag door 12 te delen. De dagprijs omvat verplicht de elementen bedoeld in artikel 5 van dit besluit. Hij kan facultatieve elementen omvatten vermeld in dezelfde bijlage. De lijst met voorschotten ten gunste van derden en toegelaten supplementen wordt vastgesteld in dezelfde bijlage. Een voorschot ten gunste van derden is een bedrag naast de dagprijs, dat wordt betaald door het rustoord voor diensten geleverd door derden en dat door het rustoord wordt teruggevorderd bij de facturatie. Een supplement is een product dat het rustoord zelf levert, op vraag van de resident. § 2. De beheerder dient bij de federale overheidsdienst economie de aanvragen tot wijziging van de dagprijs in, met inbegrip van de wijzigingen als gevolg van een indexering. Er wordt maximum een wijziging per jaar toegelaten. § 3. De verblijfsprijs in de centra voor kort verblijf mag niet verschillen van de prijs in centra voor langer verblijf. § 4. Er wordt een speciale prijs vastgesteld voor nachtopvang, in functie van de diensten die werden geboden tijdens deze opvang. Deze is steeds lager dan de verblijfsprijs. Afdeling 2. - Individuele rekening van de residenten en facturatie Art. 85.Voor elke resident houden de rustoorden een individuele rekening bij, waarop al de bijzonderheden van de inkomsten en uitgaven alsmede de leveringen en de ten gunste van de residenten gepresteerde diensten worden vermeld. De individuele rekening wordt gerechtvaardigd door schriftelijke bewijsstukken. Art. 86.Een gedetailleerde maandelijkse factuur vermeldt de balans van de verschuldigde bedragen en de ontvangsten. Ze wordt met alle bewijsstukken aan de resident of zijn gevolmachtigde afgegeven. Art. 87.Het geheel van de individuele rekeningen wordt vermeld op een speciale rekening in de globale boekhouding van het rustoord of op een aparte rekening. Afdeling 3. - Boekhouding Art. 88.De boekhouding van het rustoord wordt opgesteld overeenkomstig de Wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen of overeenkomstig de Wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen en hun uitvoeringsbesluiten. Een kopie van de balans wordt verzonden naar de administratie in de maand van de goedkeuring. Art. 89.De personeelsleden van de administratie belast met de inspectie en de controle van de rusthuizen kunnen kennis nemen van de globale boekhouding van het rustoord en van de individuele rekeningen van de residenten zonder zich te verplaatsen. Art. 90.De boekhouding van het rustoord wordt jaarlijks gecontroleerd door een ondernemingsrevisor of door een externe controle. Afdeling 4. - Bescherming van de goederen van de residenten Art. 91.Het beheer van de goederen en van het geld van een resident door het rustoord of door een personeelslid is verboden. Een bescheiden som van maximum 200 euro geïndexeerd, kan worden bewaard door de directeur van het rustoord op vraag van de resident of van zijn gevolmachtigde voor de kleine uitgaven van de resident. Dit bedrag dient op de individuele rekening van de resident geplaatst te worden. Hetzelfde geldt voor elke geldopneming door de resident. HOOFDSTUK 6 Specifieke normen met betrekking tot het kort verblijf Art. 92.Het rustoord dat een speciale aanvullende erkenning geniet voor plaatsen voor kort verblijf dient de beschikken over het volgende extra personeel : 1, 4 VE met brugfunctie per dertig plaatsen in kort verblijf. De brugfunctie is bedoeld om de aankomst en het vertrek van de resident te beheren, in overleg met de resident, zijn familie of zijn naasten, zijn behandelende geneesheer en eventueel de diensten voor thuishulp-of verzorging. Deze functie kan worden ingevuld door verplegend personeel, een sociaal assistent of reactivatiepersoneel. Art. 93.De plaatsen voor kort verblijf worden aangeduid binnen het rustoord en worden voorbehouden voor residenten in kort verblijf. HOOFDSTUK 7 Specifieke normen met betrekking tot de nachtopvang Art. 94.Het rustoord dat een speciale aanvullende erkenning geniet voor nachtopvang, organiseert het onthaal van de residenten tussen 18 en 20 uur en hun vertrek tussen 8 en 10 uur. De resident houdt dezelfde kamer gedurende heel de periode van zijn nachtopvang. Art. 95.De residenten die in de nachtopvang worden opgenomen, worden op basis van 50 % in aanmerking genomen voor de berekening van de algemene personeelsnormen en op basis van 100 % voor de normen van het nachtpersoneel. Art. 96.De residenten die in de nachtopvang worden opgenomen, hebben een verbindingslogboek. Dit bevat tenminste de volgende elementen : 1° de identiteit van de resident, zijn adres en de gegevens van zijn naasten;2° naam, adres en telefoonnummer van de behandelende geneesheer;3° lopende behandelingen :medicijnen, voorgeschreven diëten;4° eventuele opmerkingen en verslagen van elke gebeurtenis s nachts of overdag. Art. 97.De specifieke modaliteiten met betrekking tot de nachtopvang worden voorzien in de overeenkomst bedoeld in artikel 12. Deze preciseren met name : 1° de uren van binnenkomen en buitengaan van de resident;2° de eventuele maaltijden die de resident in het rustoord neemt;3° de overdrachtmodaliteiten van de nodige informatie bij de tenlasteneming van de resident en met name het gebruik van het verbindingslogboek. TITEL 3. - Normen met betrekking tot de serviceresidenties HOOFDSTUK 1. - Algemene normen Afdeling 1. - Statuut en organisatie Art. 98.§ 1. De serviceresidentie wordt georganiseerd door een privaatrechtelijk rechtspersoon. § 2. In geval van de serviceresidentie bedoeld in artikel 3, 2°,
- a)van het decreet, is deze rechtspersoon hetzij de eigenaar van het gebouw, hetzij beschikt hij over een volmacht van de eigenaar om het gebouw te beheren in de hoedanigheid van serviceresidentie. § 3. In geval van de serviceresidentie bedoeld in artikel 3, 2°,
- b)van het decreet, beschikt deze rechtspersoon over een volmacht van de vereniging van mede-eigenaars om het gebouw te beheren in de hoedanigheid van serviceresidentie. Art. 99.De serviceresidentie kan een autonome entiteit vormen of een functionele verbintenis hebben met een andere residentiële instelling voor bejaarden. Afdeling 2. - Reglement van inwendige orde Art. 100.§ 1. De serviceresidentie stelt een reglement op van inwendige orde. Het reglement van inwendige orde dient de principes die door de serviceresidentie worden voorgesteld voor haar leefproject concreet weer te geven. Een exemplaar van het ontwerp van het reglement van inwendige orde of elk wijzigingsontwerp dat hierop volgt, wordt per aangetekende brief overgezonden naar de administratie. De administratie beschikt over een termijn van 30 dagen vanaf de ontvangst van de documenten, om het ontwerpreglement of de voorgenomen wijzigingen te erkennen of te weigeren. Bij gebreke van een advies van de administratie binnen de termijn van 30 dagen wordt het reglement als erkend beschouwd. Een kopie van het nieuwe reglement wordt aan de resident en, in voorkomend geval, aan zijn gevolmachtigde overhandigd en een kopie ondertekend voor ontvangst en akkoord wordt in het vertrouwelijk dossier van de resident bewaard. De wijzigingen treden in werking de 30e dag na de datum van de kennisgeving. § 2. Het reglement van inwendige orde wordt voor de opname door de resident of, in voorkomend geval door zijn gevolmachtigde, ondertekend voor ontvangst en akkoord. Een kopie wordt aan de resident en, in voorkomend geval, aan zijn gevolmachtigde overhandigd. § 3. Het reglement van inwendige orde bevat tenminste de volgende elementen : 1° de identiteit en het juridische statuut van de beheerder;2° modaliteiten voor de aanvraag van diensten, de frequentie en de uren van deze diensten;3° facturatiemodaliteiten voor het verblijf en de diensten en betalingsmodaliteiten van de facturen;4° regels met betrekking tot de bezoeken en de residentiële bezoeken. Afdeling 3. - participatie van de residenten Art. 101.De serviceresidentie organiseert tenminste een maal per trimester een vergadering voor de residenten. Deze wordt geleid door een resident of door een vertegenwoordiger van de residenten, gekozen door de residenten en wordt ermee belast zijn advies te geven over :
- a)de kwaliteit van de geboden diensten;
- b)elk ander onderwerp met betrekking tot de organisatie van de diensten of huisvesting geleverd door de servicedienst. De directeur woont deze vergaderingen bij en maakt hiervan een verslag op, dat wordt bewaard door de servicedienst. Afdeling 4. - Overeenkomst Art. 102.§ 1. De servicedienst sluit een overeenkomst af met de resident. Een kopie ervan wordt overhandigd aan de resident en, in voorkomend geval, aan zijn gevolmachtigde. § 2. De type-overeenkomst of elke wijziging ervan wordt overgezonden naar de administratie. De administratie kan op elk moment de voorlegging vragen van de overeenkomsten die werden afgesloten tussen de serviceresidentie en een resident of zijn gevolmachtigde. De administratie beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de datum van de ontvangst van de documenten, om een type-overeenkomst of elke wijziging ervan te erkennen of te weigeren. Bij gebreke van een advies van de administratie binnen de termijn van dertig dagen, wordt de overeenkomst als erkend beschouwd. Een kopie van de nieuwe overeenkomst wordt overhandigd aan de resident en, in voorkomend geval, aan zijn gevolmachtigde en een kopie ondertekend voor ontvangst en akkoord wordt bewaard in het vertrouwelijk dossier van de resident. De wijzigingen treden in werking op de dertigste dag na de kennisgeving. § 3 De overeenkomst bepaalt verplicht, op een duidelijke en volledige manier : 1° de identiteit en het juridische statuut van de beheerder;2° de identiteit van de residents;3° de maandelijkse verblijfsprijs in geval van huur van de woonruimte alsook de opsomming van de huurlasten die in de verblijfsprijs zijn begrepen en de facturatie-en betalingsmodaliteiten van de huurlasten die niet in deze prijs begrepen zijn;4° de volledige lijst en de bepaalde of te bepalen prijs van de geboden diensten die in de overeenkomst begrepen zijn;5° de volledige lijst en de bepaalde of te bepalen prijs van de diensten die ter beschikking worden gesteld van de residenten en waar zij vrij gebruik van kunnen maken alsook de aanvraagmodaliteiten van deze diensten door de resident;6° de modaliteiten met betrekking tot de wijzigingen van de verblijfsprijzen en van de gepresteerde diensten door de serviceresidentie.7° de opzeggingsvoorwaarden van de overeenkomst en van de facultatieve diensten. De overeenkomst wordt in principe afgesloten voor een onbepaalde duur en mag worden ontbonden op elk moment mits inachtneming van de opzegtermijn die contractueel wordt vastgesteld. De opzegtermijn mag niet minder bedragen dan negentig dagen in geval van ontbinding door de serviceresidentie. De opzegtermijn is beperkt tot maximum dertig dagen wanneer de overeenkomst ontbonden werd door de resident om medische redenen. Wanneer een van de partijen de overeenkomst opzegt zonder de opzegtermijn in acht te nemen, kan deze gehouden worden aan de andere partij een compenserende schadevergoeding te betalen van de vastgestelde opzegtermijn. De opzeg wordt gegeven per aangetekende brief of door afgifte van een geschrift met een ontvangstbewijs. De opzegtermijn neemt aanvang op de derde werkdag die volgt op de datum van de kennisgeving. § 4. De overeenkomst vermeldt eveneens : 1° de bevoegdheid van de burgerlijke rechtbanken voor de regeling van elk geschil met betrekking tot de uitvoering van de overeenkomst;2° het bestaan van een vereniging van residenten en het recht van de resident, of zijn gevolmachtigde, om hier deel van uit te maken. § 5. De gedetailleerde plaatsbeschrijving van de woonruimte die de resident betrekt wordt bij de overeenkomst gevoegd wanneer de resident geen eigenaar is van de woning. Ze wordt gedateerd en ondertekend door de partijen. Bij gebreke van een plaatsbeschrijving voor de opname, wordt de resident geacht de kamer toegewezen gekregen te hebben in de staat waarin ze zich bevindt bij zijn vertrek en kan hij niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele schade. § 6. In de overeenkomst kunnen de toelatingsvoorwaarden voor een huisdier worden vermeld. § 7. Iedere bepaling die strijdig is met de bepalingen van dit artikel is van rechtswege nietig. Afdeling 5. - Vertrouwelijk dossier Art. 103.De serviceresidentie houdt per woning een vertrouwelijk dossier bij dat de volgende elementen bevat : 1° de individuele fiche van de resident/s van de woning met tenminste de vermelding van :
- a)hun identiteit en geboortedatum;
- b)de door de resident vermelde contactpersonen;
- c)de gegevens van de behandelende geneesheer van de resident/s;
- d)eventueel de personen of instellingen voor hulp of filosofischeof religieuze steun die op verzoek van de resident dienen gecontacteerd te worden.2° een kopie van de overeenkomst bedoeld in artikel 102;3° het ontvangstbewijs van het reglement van inwendige orde, ondertekend door de resident/s;4° een lijst van de door de residenten gevraagde diensten en van de geleverde diensten;5° de kopie van de gedetailleerde facturen gericht aan de residenten; Afdeling 5. - Informatiemaatregelen inzake sluiting, concordaat, liquidatie en faillissement Art. 104.Wanneer de beheerder vrijwillig beslist om de serviceresidentie bedoeld in artikel 3, 2°,
- a)van het decreet, te sluiten, wordt zijn beslissing per aangetekende brief meegedeeld aan de administratie, en dit tenminste 3 maanden voor de vastgestelde sluitingsdatum. Een kopie van deze beslissing dient geafficheerd te worden en verzonden aan de residenten of, in voorkomend geval, naar hun gevolmachtigden, aan het personeel van de serviceresidentie en aan de Burgemeester van de gemeente, en dit binnen dezelfde termijn. Art. 105.De beheerder die een concordaat aanvraagt verwittigt de administratie en deelt de datum mee van de zitting van de handelsrechtbank. Wanneer er een zitting van de handelsrechtbank wordt vastgelegd omwille van financiële moeilijkheden die een vereffening of een faillietverklaring ten gevolge kunnen hebben, verwittigt de beheerder de administratie en deelt hij de datum van de zitting mee. De beheerder verwittigt onmiddellijk de administratie, de residenten of,in voorkomend geval, hun gevolmachtigden en het personeel van de serviceresidentie over de vereffening of het faillissement. Hij informeert hen over de naam van de vereffenaar of de curator die werden aangeduid door de handelsrechtbank. Afdeling 6. - Specifieke maatregelen voor de hergroeperingen van instellingen Art. 106.De servicesresidenties die door de Franse Gemeenschapscommissie werden goedgekeurd, kunnen zich hergroeperen mits ze voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° beheerd worden door eenzelfde beheerder of een overeenkomst hebben afgesloten tussen beheerders, met het oog op de hergroepering van hun serviceresidenties onder één enkele erkenning.Deze overeenkomst preciseert de identiteit van de persoon belast met de vertegenwoordiging van de hergroepering bij de administratie; 2° een overeenkomst afsluiten met betrekking tot de hergroepering. Deze overeenkomst vermeldt met name :
- a)de algemene doelstellingen van de hergroepering;
- b)de verdeling van de taken tussen de verschillende servicesresidenties;
- c)de verdeling van het personeel tussen de verschillende rusthuizen;
- d)de modaliteiten met betrekking tot de boekhouding van de hergroepering.3° samen niet de maximale capaciteit van tweehonderd plaatsen overschrijden;4° op elke plaats de normen naleven inzake de architectuur, het personeel en de werking; Afdeling 7. - Individuele rekening van de residenten en facturatie Art. 107.Voor elke resident houden de serviceresidenties een individuele rekening bij, waarop al de bijzonderheden van de inkomsten en uitgaven alsmede de leveringen en de ten gunste van de residenten gepresteerde diensten worden vermeld. De individuele rekening wordt gerechtvaardigd door schriftelijke bewijsstukken. Art. 108.Een gedetailleerde maandelijkse factuur vermeldt de balans van de verschuldigde bedragen en de ontvangsten. Ze wordt met alle bewijsstukken aan de resident of zijn gevolmachtigde afgegeven. Art. 109.Het geheel van de individuele rekeningen wordt vermeld op een speciale rekening in de globale boekhouding van de serviceresidentie of op een aparte rekening. Afdeling 8. - Verplichte verzekeringen Art. 110.De verplichte verzekeringen zijn : 1° verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid van het hoofd van de onderneming;2° brandverzekering met objectieve aansprakelijkheid en clausule van afstand van verhaal tegen de residenten.Deze verzekering dekt geen luxegoederen van de residenten, deze dienen ze ieder voor zich te verzekeren. HOOFDSTUK 2. - Gebouw en normen met betrekking tot de woonruimten en gemeenschappelijke lokalen Afdeling 1. - Capaciteit Art. 111.De servicesresidentie heeft een capaciteit van minimum tien en maximum tweehonderd residenten. Afdeling 2. - Veiligheid Art. 112.§ 1. De bepalingen van het Koninklijk besluit van 12 maart 1974 ter vaststelling van de veiligheidsnormen waaraan de rusthuizen voor bejaarden dienen te beantwoorden zijn van toepassing. De serviceresidenties dienen bovendien uitgerust te zijn met een algemeen systeem voor branddetectie voorzien van een jaarlijks onderhoudscontract. § 2. De naleving van de normen vermeld in § 1 wordt vastgesteld door een attest dat wordt afgeleverd door de burgemeester van de gemeente waar de serviceresidentie gelegen is, op basis van een rapport van de regionale brandweerdienst; § 3. Indien de serviceresidentie niet op voldoende wijze de veiligheidsnormen vermeld in § 1 respecteert, worden in het veiligheidsattest nauwkeurig en gedetailleerd alle bepalingen van het reglement vermeld waaraan niet voldaan werd. In alle gevallen voegt de burgemeester bij het voornoemde attest een kopie bij van het rapport van het bezoek van de regionale brandweerdienst. Uitgezonderd bij een gemotiveerde tegengestelde beslissing, is dit attest zes jaar geldig; Afdeling 3. - Normen met betrekking tot de woningen en hun uitrusting Art. 113.§ 1. De serviceresidentie bedoeld in artikel 3, 2°,
- a)van het decreet stelt tenminste de volgende uitrusting ter beschikking van haar residenten : 1° een kitchenette of een keuken uitgerust met een wasbak, een koelkast, een kookplaat met minstens 2 kookpunten en een oven;2° een badkamer met tenminste een wastafel en een douche of een bad met douche;3° een WC, in voorkomend geval geïntegreerd in de badkamer;4° een oproepsysteem voor dringende gevallen.Dit oproepsysteem staat in verbinding met de bewaking georganiseerd door de serviceresidentie of door een dienst van tele-bewaking waarmee de serviceresidentie een overeenkomst afgesloten heeft. § 2. De serviceresidentie bedoeld in artikel 3, 2°,
- b)van het decreet beschikt over een oproepsysteem voor dringende gevallen. Dit oproepsysteem staat in verbinding met de bewaking georganiseerd door de serviceresidentie of door een dienst van tele-bewaking waarmee de serviceresidentie een overeenkomst afgesloten heeft. § 3. De oppervlakte van de woning in een serviceresidentie bedoeld in artikel 3, 2°,
- a)van het decreet bedraagt tenminste 35 m2. De sanitaire ruimten zijn niet inbegrepen in deze oppervlakte. De woning mag, uitgezonderd een afwijking toegestaan door de Minister, niet bewoond worden door meer dan twee personen. Het zicht naar buiten vanuit het verblijf mag niet gevormd worden door een blinde muur. Het zicht op de buitenomgeving moet voor de residenten mogelijk zijn vanuit zithouding. Afdeling 4. - Normen met betrekking tot de gemeenschappelijke ruimten en hun uitrusting Art. 114.De serviceresidentie beschikt over de volgende faciliteiten en gemeenschappelijke lokalen : 1° een lift die dienst doet voor alle verdiepingen die toegankelijk zijn voor de bejaarden wanneer het gebouw minstens één verdieping telt voor de residenten boven of onder de normale ontruimingsetage.2° een eetzaal met een capaciteit waar alle residenten gelijktijdig, of in twee diensten, hun maaltijd kunnen gebruiken;3° een of meerdere salons of gemeenschappelijke ruimten, uitgerust met zetels en tafels;4° de totale oppervlakte van de gemeenschappelijke lokalen bedoeld in punten 2° et 3° bedraagt minstens 2 m2 per resident;5° een wasplaats uitgerust met wasmachines en droogtoestellen;6° een voor de residenten toegankelijke WC in de nabijheid van de belangrijkste gemeenschappelijke ruimten. HOOFDSTUK 3. - Diensten Art. 115.§ 1. De serviceresidentie stelt haar residenten, in naleving van artikel 102, § 3, de volgende diensten ter beschikking : 1° onderhoud van de woning;2° bereiding en verdeling van de maaltijden, hetzij opgediend in de woning, hetzij in de gemeenschappelijke eetzaal; De bereiding en de verdeling van de maaltijden vinden plaats volgens de hygiëneregels opgesteld voor de bereiding en de verdeling van maaltijden aan gemeenschappen en worden regelmatig gecontroleerd door de overheidsinstanties die hiervoor bevoegd zijn. De verslagen van deze controles worden ter beschikking gehouden van de inspecteurs van de Franse Gemeenschapscommissie. 3° onderhoud van het persoonlijk linnengoed en het huishoudlinnen;4° hulp bij de organisatie van hulp of diensten aan huis, in samenwerking met een coördinatiecentrum voor thuiszorg en dienstverlening aan huis, op vraag van de resident. § 2. De diensten worden gepresteerd door personeel van de serviceresidentie of door toeleveranciers, onder de verantwoordelijkheid van de residentie. § 3. De serviceresidentie verzorgt het onderhoud van de lokalen en hun uitrusting. HOOFDSTUK 4. - Personeel van de serviceresidentie Afdeling 1. - Directeur Art. 116.§ 1. De directeur van de serviceresidentie zorgt voor het dagelijks beheer van de serviceresidentie. Hij is verantwoordelijk voor de organisatie van de diensten aan de residenten, de coördinatie en het toezicht van de door de toeleveranciers gepresteerde diensten en het bijhouden van de vertrouwelijke dossiers met betrekking tot de residenten bedoeld in artikel 103. De directeur oefent halftijds zijn functie uit en beschikt over de vereiste kwalificaties om de functie van directeur van een rustoord uit te oefenen. Wanneer de serviceresidentie beheerd wordt door dezelfde beheerder dan een rustoord en op dezelfde plaats gelegen is, dan mag de directeur de functie van directeur van de serviceresidentie op zich nemen, en dit wanneer de totale capaciteit van de twee instellingen samen niet meer bedraagt dan 200 residenten. Afdeling 2. - Personeel belast met de diensten Art. 117.De serviceresidentie beschikt over het volgende personeel : 1° personeel belast met het onderhoud van de gemeenschappelijke lokalen en de woningen van de residenten alsook personeel belast met het onderhoud van het persoonlijk linnengoed of het huishoudlinnen van de residenten indien het onderhoud verzorgd wordt door de serviceresidentie;2° personeel belast met de bereiding en de verdeling van de maaltijden indien de bereiding en de verdeling van de maaltijden verzorgd worden door de serviceresidentie;3° toezichtspersoneel indien het toezicht verzekerd wordt door de serviceresidentie. TITEL 4. - Normen met betrekking tot de gemeenschapshuizen HOOFDSTUK 1. - Algemene normen Afdeling 1. - Statuut Art. 118.Het gemeenschapshuis wordt georganiseerd door een privaatrechtelijk rechtspersoon, waarvan tenminste een van de vestigingen werd opgericht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De statuten vermelden het organisatietype van het gemeenschapshuis en met name de betrokkenheid van de residenten van het gemeenschapshuis in deze organisatie. Ze vermelden tevens de persoon die belast is met de vertegenwoordiging van het gemeenschapshuis in de contacten met de administratie en de persoon die belast is met de vertegenwoordiging van het gemeenschapshuis in de contacten met de residenten. Afdeling 2. - Reglement van inwendige orde Art. 119.§ 1. Het gemeenschapshuis stelt een reglement van inwendige orde op. In het reglement van inwendige orde dienen de door het gemeenschapshuis voorgestelde principes voor zijn leefproject geconcretiseerd te worden. Het reglement van inwendige orde wordt voor de opname door de resident of, in voorkomend geval door zijn gevolmachtigde, ondertekend voor ontvangst en akkoord. Een kopie wordt aan de resident en, in voorkomend geval, aan zijn gevolmachtigde overhandigd. § 2. Het reglement van inwendige orde bevat tenminste de volgende elementen : 1° de toelatingsvoorwaarden en -modaliteiten in het gemeenschapshuis;2° de opzeggingsvoorwaarden en -modaliteiten van de overeenkomst afgesloten met het gemeenschapshuis;3° de regels met betrekking tot de organisatie van het leven in gemeenschap :
- a)uurroosters;
- b)bezoeken;
- c)verdeling van de taken;
- d)tijdelijke afwezigheden;
- e)de wijze waarop conflicten kunnen worden beslecht en beslissingen worden genomen met betrekking tot de organisatie van het leven in gemeenschap.4° de facturatiemodaliteiten van de woning, de huurlasten en de diensten, en de betalingsmodaliteiten van de facturen; Afdeling 3. - Overeenkomst Art. 120.§ 1. Het gemeenschapshuis sluit een overeenkomst af met de resident. Hiervan wordt hem en in voorkomend geval, zijn gevolmachtigde, een kopie overhandigd. § 2. De type-overeenkomst of elke wijziging ervan wordt overgezonden naar de administratie. De administratie kan op elk moment de voorlegging vragen van de overeenkomsten die werden afgesloten tussen het gemeenschapshuis en een resident of zijn gevolmachtigde. De administratie beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de datum van de ontvangst van de documenten, om een type-overeenkomst of elke wijziging ervan te erkennen of te weigeren. Bij gebreke van een advies van de administratie binnen de termijn van dertig dagen, wordt de overeenkomst als erkend beschouwd. Een kopie van de nieuwe overeenkomst wordt overhandigd aan de resident en, in voorkomend geval, aan zijn gevolmachtigde en een kopie ondertekend voor ontvangst en akkoord wordt bewaard in het vertrouwelijk dossier van de resident. De wijzigingen treden in werking op de dertigste dag na de kennisgeving. § 3. De overeenkomst bepaalt verplicht, op een duidelijke en volledige manier : 1° de identiteit van de residents;2° de verblijfsprijs, de huurlasten en de aangeboden diensten, met inbegrip van de diensten gepresteerd door de toeleveranciers. § 4. De overeenkomst vermeldt eveneens : 1° de bevoegdheid van de burgerlijke rechtbanken voor de regeling van alle geschillen met betrekking tot de uitvoering van de overeenkomst; § 5. Iedere bepaling die strijdig is met de bepalingen van dit artikel is van rechtswege nietig. Afdeling 4. - Administratief vertrouwelijk dossier Art. 121.Het gemeenschapshuis houdt per resident of per koppel residenten een dossier bij dat de volgende elementen bevat : 1° de individuele fiche van de inwoner/s met minstens de vermelding van :
- a)hun identiteit en geboortedatum;
- b)de door de resident vermelde contactpersonen;
- c)de gegevens van de behandelende geneesheer van de resident/s;
- d)eventueel de personen of instellingen voor hulp of filosofische of religieuze steun die op verzoek van de resident dienen gecontacteerd te worden;2° de kopie van de overeenkomst bedoeld in artikel 120;3° het ontvangstbewijs van het reglement van inwendige orde, ondertekend door de residents;4° de kopie van de gedetailleerde facturen gericht aan de residenten;5° in voorkomend geval de medische gegevens die de resident in zijn dossier wenst te laten opnemen. Afdeling 5. - Informatiemaatregelen inzake sluiting, concordaat, liquidatie en faillissement Art. 122.Wanneer de beheerder vrijwillig beslist om het gemeenschapshuis te sluiten, wordt zijn beslissing per aangetekende brief meegedeeld aan de administratie, en dit tenminste 3 maanden voor de vastgestelde sluitingsdatum. Een kopie van deze beslissing dient geafficheerd te worden en verzonden aan de residenten of, in voorkomend geval, naar hun gevolmachtigden, aan het personeel van het gemeenschapshuis en aan de Burgemeester van de gemeente, en dit binnen dezelfde termijn. Art. 123.De beheerder die een concordaat aanvraagt verwittigt de administratie en deelt de datum mee van de zitting van de handelsrechtbank. Wanneer er een zitting van de handelsrechtbank wordt vastgelegd omwille van financiële moeilijkheden die een vereffening of een faillietverklaring ten gevolge kunnen hebben, verwittigt de beheerder de administratie en deelt hij de datum van de zitting mee. De beheerder verwittigt onmiddellijk de administratie, de residenten of,in voorkomend geval, hun gevolmachtigden en het personeel van het gemeenschapshuis over de vereffening of het faillissement. Hij informeert hen over de naam van de vereffenaar of de curator die werden aangeduid door de handelsrechtbank. Afdeling 6. - Specifieke maatregelen voor de hergroeperingen van instellingen Art. 124.De rusthuizen die door de Franse Gemeenschapscommissie werden goedgekeurd, kunnen zich hergroeperen mits ze voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° beheerd worden door eenzelfde beheerder of een overeenkomst hebben afgesloten tussen beheerders, met het oog op de hergroepering van hun gemeenschapshuizen onder één enkele erkenning.Deze overeenkomst preciseert de identiteit van de persoon belast met de vertegenwoordiging van de hergroepering bij de administratie; 2° een overeenkomst afsluiten met betrekking tot de hergroepering. Deze overeenkomst vermeldt met name :
- a)de algemene doelstellingen van de hergroepering;
- b)de verdeling van de taken tussen de verschillende gemeenschapshuizen;
- c)de verdeling van het personeel tussen de verschillende gemeenschapshuizen;
- d)de modaliteiten met betrekking tot de boekhouding van de hergroepering.3° samen niet de maximale capaciteit van 200 plaatsen overschrijden;4° op elke plaats de normen naleven inzake de architectuur, het personeel en de werking. Afdeling 7. - Individuele rekening van de residenten en facturatie Art. 125.Voor elke resident houdt het gemeenschapshuis een individuele rekening bij in zijn globale boekhouding. Deze rekening geeft een opsomming weer van de betalingen van de resident, alsook van de uitgaven, de leveringen en de ten gunste van de residenten gepresteerde diensten. De individuele rekening wordt gerechtvaardigd door schriftelijke bewijsstukken. Art. 126.Een gedetailleerde maandelijkse factuur vermeldt de balans van de verschuldigde bedragen en de ontvangsten. Ze wordt met alle bewijsstukken aan de resident of zijn gevolmachtigde afgegeven. Art. 127.Het geheel van de individuele rekeningen wordt vermeld op een speciale rekening in de globale boekhouding van het gemeenschapshuis of op een aparte rekening. Afdeling 8. - Verplichte verzekeringen Art. 128.De verplichte verzekeringen in hoofde van de beheerder zijn : 1° een verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid van het hoofd van de onderneming;2° brandverzekering met objectieve aansprakelijkheid en clausule van afstand van verhaal tegen de residenten.Deze verzekering dekt geen persoonlijke uitgaven van de residenten, deze dienen ze ieder voor zich te verzekeren. 3° een verzekering voor de vrijwilligers indien het gemeenschapshuis beroep doet op vrijwilligers. HOOFDSTUK 2. - Gebouw en normen met betrekking tot de woonruimten en gemeenschappelijke lokalen Afdeling 1. - Capaciteit Art. 129.Het gemeenschapshuis heeft een capaciteit van minimum drie en maximum vijftien residenten. Afdeling 2. - Veiligheid Art. 130.De naleving van de normen van de huisvestingscode wordt vastgesteld door een attest dat wordt afgeleverd door de burgemeester van de gemeente waar het gemeenschapshuis gelegen is, op basis van een rapport van de regionale brandweerdienst; Afdeling 3. - Normen met betrekking tot de woningen en hun uitrusting Art. 131.§ 1. Het gemeenschapshuis beschikt tenminste over de volgende uitrusting : 1° een keuken uitgerust met een wasbak, een koelkast, een kookplaat met minstens 4 kookpunten en een oven;2° een badkamer met tenminste een wastafel en een douche of een bad met douche per 4 inwoners;3° een WC per 4 inwoners;4° een woonkamer die een eetplaats bevat met een capaciteit waar alle residenten gelijktijdig, of in twee diensten, hun maaltijd kunnen gebruiken;5° een salon, uitgerust met zetels en een tafel of twee verschillende vertrekken die deze inrichting bieden;6° een wastafel met koud en warm water in elke kamer. § 2. De maximale capaciteit van de kamers bedraagt twee personen. De totale oppervlakte van de kamers, zonder sanitaire ruimten, bedraagt minstens 12 m2 voor een persoon en 18 m2 voor 2 personen. Het zicht naar buiten vanuit het verblijf of de kamer mag niet gevormd worden door een blinde muur. HOOFDSTUK 3. - Personeel en werking Afdeling 1. - Personeel Art. 132.§ 1. Het gemeenschapshuis beschikt indien nodig over het volgende personeel : 1° een directeur belast met het dagelijkse beheer van het gemeenschapshuis Wanneer dezelfde beheerder tenminste 3 gemeenschapshuizen uitbaat, oefent de directeur zijn functie tenminste halftijds uit en beschikt hij over volgende kwalificaties :
- a)een diploma van hoger secundair onderwijs;
- b)een certificaat van minstens zestig uur opleiding uitgereikt door een vormingsoperator die een erkende opleiding organiseert van directeur van een rustoord. Deze opleiding omvat tenminste : - dertig uren opleiding met betrekking tot de wetgeving en het beheer van de instellingen voor bejaarden; - dertig uur opleiding met betrekking tot de veroudering, de gezondheid en de psychologie van bejaarden. 2° personeel belast met het onderhoud, met name het onderhoud van de gemeenschappelijke lokalen en van de kamers of woningen van de residenten. Wanneer dit onderhoud niet ten laste van het gemeenschapshuis is, gebeurt het geheel of gedeeltelijk door de residenten. Het gemeenschapshuis kan eveneens beschikken over personeel dat belast is met het onderhoud van het persoonlijk linnengoed of het huishoudlinnen van de residenten; 3° eventueel personeel belast met de bereiding van de maaltijden. § 2. Het personeel bedoeld in § 1, 2° en 3° kan worden aangeworven via een arbeidsovereenkomst door het gemeenschapshuis of via een beroep op maatregelen zoals dienstencheques of de PWA's. De residenten van het gemeenschapshuis kunnen beroep doen op de diensten voor thuiszorg volgens de voorwaarden voorzien in de betreffende wetgeving. Wanneer de verstrekte hulp het gemeenschapsleven van de residenten betreft, wordt de bijdrage van de begunstigden berekend op basis van de gemiddelde inkomsten van de residenten van het gemeenschapshuis. Art. 133.De directeur of de vertegenwoordiger van de beheerder van het gemeenschapshuis is verantwoordelijk voor de organisatie van de diensten aan de residenten, de coördinatie en het toezicht van de door de toeleveranciers gepresteerde diensten en het bijhouden van de administratieve dossiers met betrekking tot de residenten bedoeld in artikel 121. Afdeling 2. - Werking Art. 134.§ 1. Op vraag van de residenten stelt het gemeenschapshuis de volgende diensten tot hun beschikking : 1° het onderhoud van de gemeenschappelijke lokalen en van de kamers of de woningen;2° eventueel de bereiding van de maaltijden die in de gemeenschappelijke eetzaal worden opgediend;3° het onderhoud van het persoonlijk linnengoed en huishoudlinnen; § 2. De diensten worden gepresteerd door personeel van het gemeenschapshuis of door toeleveranciers, onder de verantwoordelijkheid het gemeenschapshuis. § 3. Het gemeenschapshuis organiseert tenminste een maal per trimester een vergadering voor de residenten. Het wordt ermee belast zijn advies te geven over :
- a)de organisatie van het gemeenschapsleven;
- b)de kwaliteit van de geboden diensten De directeur, of indien nodig de vertegenwoordiger van de beheerder, woont deze vergaderingen bij en maakt hiervan een verslag op, dat wordt bewaard door het gemeenschapshuis. TITEL 5. - Normen met betrekking tot de gezinsopvang HOOFDSTUK 1. - Algemene normen Afdeling 1. - Statuut, organisatie en capaciteit Art. 135.De gezinsopvang wordt georganiseerd door een privaatrechtelijke rechtspersoon of door een fysieke persoon. Een gezin mag niet meer dan 3 residenten opvangen. Afdeling 2. - Overeenkomst en administratief vertrouwelijk dossier Art. 136.§ 1. De beheerder van de gezinsopvang sluit met de resident of zijn gevolmachtigde een overeenkomst af. Een kopie hiervan wordt overhandigd aan de resident en, in voorkomend geval, aan zijn gevolmachtigde. § 2. De type-overeenkomst of elke wijziging ervan wordt overgezonden naar de administratie. De administratie kan op elk moment de voorlegging vragen van de overeenkomsten die werden afgesloten tussen de gezinsopvang en een resident of zijn gevolmachtigde. De administratie beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de datum van de ontvangst van de documenten, om een type-overeenkomst of elke wijziging ervan te erkennen of te weigeren. Bij gebreke van een advies van de administratie binnen de termijn van dertig dagen, wordt de overeenkomst als erkend beschouwd. Een kopie van de nieuwe overeenkomst wordt overhandigd aan de resident en, in voorkomend geval, aan zijn gevolmachtigde en een kopie ondertekend voor ontvangst en akkoord wordt bewaard in het vertrouwelijk dossier van de resident. De wijzigingen treden in werking op de dertigste dag na de kennisgeving. § 3. De overeenkomst bepaalt verplicht, op een duidelijke en volledige manier : 1° de identiteit van de resident/s;2° de algemene en bijzondere verblijfsvoorwaarden in de gezinsopvang;3° de dagelijkse en maandelijkse verblijfsprijs, de lijst met de gedekte prestaties en de gedetailleerde opsomming en de volledige omschrijving van alle eventuele supplementen, met hun prijs alsook de vermelding van het verbod om supplementen die niet worden vermeld in de overeenkomst te factureren.De verblijfsprijs omvat verplicht, naast de woning, de maaltijden, het onderhoud van het linnengoed en de hulp verstrekt door de gezinsopvang bij de handelingen van het dagelijks leven van de resident. Wanneer de resident zijn intrek neemt in een kamer in de loop van een maand is hij voor deze maand een bedrag verschuldigd dat in verhouding is met het nog resterende deel van de maand. 4° De betalingsmodaliteiten van de verblijfsprijs en eventuele supplementen.Bij betaling via de bank wordt het rekeningnummer vermeld waarop de betalingen dienen te worden uitgevoerd. Bij contante betaling dient een ontvangstbewijs te worden afgeleverd door de gezinsopvang; 5° het bedrag van de eventuele betaalde waarborg en de bestemming ervan.Dit bedrag mag niet hoger zijn dan de maandelijkse verblijfsprijs. Wanneer er een waarborg vereist is, wordt deze door de partijen op een individuele rekening geplaatst die wordt geopend op naam van de resident bij een kredietsinstelling, met vermelding van de bestemming : « waarborg voor elke vordering die resulteert uit de volledige of gedeeltelijke niet-naleving van de verplichtingen van de resident » De interesten die voortkomen uit de als dusdanig geplaatste som, worden gekapitaliseerd ten voordele van de resident. Er kan slechts beschikt worden over de waarborg, zowel over de hoofdsom als over de interesten, door een van beide partijen, mits het voorleggen van hetzij een uitdrukkelijk akkoord dat na de afsluiting van de overeenkomst werd opgesteld, hetzij een voor eensluidend verklaard afschrift van een gerechtelijke beslissing. Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of beroep en zonder borgtocht noch kantonnement. Bij het einde van de overeenkomst wordt de gekapitaliseerde waarborg aan de resident of aan zijn rechthebbenden uitgekeerd, na aftrek van alle eventuele verschuldigde kosten en vergoedingen krachtens de overeenkomst; 6° het absolute verbod voor de resident om hetzij bij zijn opname, hetzij erna het beheer van zijn geld en zijn goederen toe te vertrouwen aan een lid van de gezinsopvang of aan een hieraan verwante persoon, tot in de 3e graad.7° ongeacht het verbod bedoeld in 5°, de voorwaarden voor inbewaringneming van de goederen en de waardepapieren die door de resident worden toevertrouwd aan de gezinsopvang, hun beheermodaliteiten alsook het bewijs van aanduiding van de persoon of personen die belast is/zijn met dit beheer. Op vraag van de resident of zijn gevolmachtigde kan een bescheiden som door de gezinsopvang bewaard worden voor lopende uitgaven; 8° de verplichting voor de resident om zijn persoonlijke uitgaven zelf te bekostigen;9° de kortingsvoorwaarden op de verblijfsprijs van de resident in geval van een medisch verantwoorde afwezigheid of elke andere afwezigheid van een onafgebroken duur en langer dan 7 dagen, die vooraf wordt aangekondigd;10° Opzeggingsvoorwaarden van de overeenkomst. De overeenkomst wordt in principe afgesloten voor een onbepaalde duur, met inachtneming van een proefperiode van een maand. Tijdens de proefperiode kunnen de twee partijen de overeenkomst ontbinden mits inachtneming van een voorafgaande kennisgeving van ten minste 7 dagen. Na de proefperiode kan de overeenkomst op elk moment worden ontbonden mits inachtneming van de vastgestelde opzegtermijn. De opzegtermijn mag niet korter zijn dan zestig dagen bij ontbinding van de overeenkomst door de gezinsopvang, uitgezonderd om dringende of ernstige reden die volgens de regels wordt gemotiveerd. Deze bedraagt vijftien dagen bij ontbinding door de resident of zijn gevolmachtigde. De resident die door de gezinsopvang wordt ontslagen mag de overeenkomst ontbinden zonder voorafgaande kennisgeving, op elk moment tijdens de duur van de vooropzeg van zestig dagen gegeven door de gezinsopvang. Wanneer een van de partijen de overeenkomst ontbindt zonder de opzegtermijn in acht te nemen, kan zij ertoe gehouden worden aan de andere partij een schadevergoeding te betalen ter compensatie van de vastgestelde vooropzeg. De opzegging wordt gegeven per aangetekende brief of door overhandiging van een schriftelijk document met een ontvangstbewijs. De opzegtermijn vangt aan op de derde werkdag die volgt op de datum van de aankondiging. De ontbinding door de gezinsopvang dient gemotiveerd te worden. Tenzij de gezinsopvang enkel valide residenten toelaat, en deze voorwaarde werd voorzien in de algemene verblijfsvoorwaarden, is het feit dat de persoon verzorging nodig heeft geen geldige reden. In dat geval kan enkel een advies gemotiveerd door de behandelende geneesheer de ontbinding rechtvaardigen. Het overlijden of het definitieve vertrek om medische reden, op basis van een certificaat van de behandelende geneesheer dat aangeeft dat de verzorging in een andere instelling dient te gebeuren, heeft automatisch de ontbinding van de overeenkomst tot gevolg binnen een termijn van maximum 15 dagen. Na deze termijn mag de directeur de kamer vrijmaken op kosten van de resident of, in voorkomend geval, van zijn gevolmachtigde. 11° de vakantieperiodes van de gezinsopvang en de modaliteiten van de tenlasteneming van de resident gedurende de vakantiedagen en de onvoorziene afwezigheden van de gezinsopvang.12° de modaliteiten met betrekking tot de opvang van de resident binnen het gezin en de regels van het gemeenschapsleven, met name het respect voor het privéleven van de resident en van de gezinsopvang, de regels met betrekking tot bezoeken aan de resident, uitstappen en afwezigheden van de resident. § 3. De overeenkomst vermeldt eveneens de bevoegdheid van de burgerlijke rechtbanken voor de regeling van alle geschillen met betrekking tot de uitvoering van de overeenkomst en d