📄 Wettekst
2 APRIL 2009. - Besluit 2008/1561 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende de toepassing van het
decreet van 22 maart 2007Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
22/03/2007
pub.
23/01/2008
numac
2008031007
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet betreffende het te voeren beleid inzake de huisvesting en het onthaal van bejaarden
sluiten betreffende het te voeren beleid inzake de huisvesting en het onthaal van bejaarden (tweede lezing)
Het college, Gelet op het
decreet van 22 maart 2007Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
22/03/2007
pub.
23/01/2008
numac
2008031007
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet betreffende het te voeren beleid inzake de huisvesting en het onthaal van bejaarden
sluiten betreffende het te voeren beleid inzake de huisvesting en het onthaal van bejaarden;
Gelet op het advies van de afdeling « Hébergement » van de Conseil consultatif bruxellois francophone de l'Aide aux personnes et de la Santé;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën gegeven op 15 december 2008;
Gelet op het akkoord van het Lid van het College belast met de Begroting op 15 januari 2009;
Gelet op het advies 45.920/4 van de Raad van State gegeven op 23 februari 2009 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973;
Op voorstel van de Minister, Lid van het College belast met Sociale Actie en Gezin, Besluit : TITEL 1. - Algemene bepalingen en programmatie van de instellingen en diensten bestemd voor bejaarden HOOFDSTUK 1. - Algemene Bepalingen Artikel 1.Dit besluit regelt, krachtens artikel 138 van de Grondwet, een aangelegenheid als bedoeld in artikel 138 ervan. Art. 2.Voor de toepassing van onderhavig besluit verstaat men onder : 1°de Administratie : de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie; 2° het decreet : het
decreet van 22 maart 2007Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
22/03/2007
pub.
23/01/2008
numac
2008031007
bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Decreet betreffende het te voeren beleid inzake de huisvesting en het onthaal van bejaarden
sluiten betreffende het te voeren beleid inzake de huisvesting en het onthaal van bejaarden;3° de Minister : het Lid van het College belast met Sociale Actie en Gezin;4° de volmachthebber : de wettelijke vertegenwoordiger van de gehuisveste of opgevangen persoon, of de door hem aangeduide persoon om hem te vertegenwoordigen;5° de wettelijke vertegenwoordiger : de door gerechtelijk besluit aangeduide persoon om de gehuisveste of opgevangen persoon wettelijk te vertegenwoordigen. HOOFDSTUK 2. - Programmatie van de residentiële instellingen Art. 3.De maximale capaciteit van het aantal plaatsen in gemeenschapshuizen die kan worden toegelaten is 3 per 1000 inwoners ouder dan zestig jaar. Art. 4.De maximale capaciteit van het aantal plaatsen in de gezinsopvang die kan worden toegelaten is 3 per 1000 inwoners ouder dan zestig jaar. HOOFDSTUK 3. - Programmatie van de niet-residentiële diensten Art. 5.Het maximum aantal diensten van tele-bewaking die kunnen worden toegelaten door de Franse Gemeenschapscommissie bedraagt vijf. Art. 6.Er kan één enkele dienst voor hulpverlening aan mishandelde bejaarden worden toegelaten.
TITEL 2. - Normen met betrekking tot de rusthuizen HOOFDSTUK 1. - Algemene Normen Afdeling 1. - Statuut van het rustoord
Art. 7.Het rustoord wordt beheerd door een privaatrechtelijk persoon, waarvan tenminste een van de activiteitszetels gevestigd is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Afdeling 2. - Rechten en plichten van de residenten
Art. 8.§ 1. Aan de resident wordt de grootst mogelijke vrijheid toegekend, voor zover deze geen nadeel berokkent aan de andere residenten. De resident is met name verplicht om de persoonlijke hygiënemaatregelen in acht te nemen en zich te houden aan de veiligheidsregels. § 2. De resident heeft de volledige vrijheid van verkeer en om naar buiten te gaan, behalve in het geval van een tegengesteld advies van de behandelende geneesheer en het schriftelijk akkoord van de wettelijke vertegenwoordiger van de resident, te voegen bij het vertrouwelijk dossier van de betrokkene. De resident dient het personeel echter te informeren of zijn afwezigheden, in het bijzonder op de tijdstippen van de maaltijden. § 3. De resident heeft het recht om de bezoekers te ontvangen van zijn keuze. De bezoekdagen- en uren zijn zo breed mogelijk vastgelegd, ten minste drie uur in de namiddag en twee uur na 18 uur, alle dagen van de week met inbegrip van zonen feestdagen; de bezoekers worden geacht de werkingsregels van de instelling na te leven. § 4. Elke dwangmaatregel tegenover de resident is verboden. Wanneer een dergelijke maatregel noodzakelijk blijkt vanwege de lichamelijke of geestelijke toestand van de resident, dient deze te worden voorgesteld door de verzorgingsploeg en gerechtvaardigd te worden met een medisch attest dat bij het medisch dossier van de betrokkene wordt gevoegd, samen met een schriftelijk akkoord van de wettelijke vertegenwoordiger van de resident. De maatregel kan slechts worden genomen mits strikte naleving van de rechten van de betrokkene; § 5. De resident heeft recht op respect voor zijn privacy en zijn affectieve en seksuele leven, de bezoekers en de personeelsleden zijn met name verplicht om de resident te verwittigen alvorens zijn kamer te betreden. § 6. De resident of zijn gevolmachtigde kiest vrij zijn arts, uitgezonderd bij noodgevallen. Deze arts heeft vrije toegang tot de instelling op de uren en dagen die worden overeengekomen met de directeur; § 7. De resident heeft vrije keuze wat betreft het paramedisch personeel en de kinesitherapie, met uitzondering van het verplegend personeel dat voorzien is in de personeelsnormen en aangeworven werd door het rustoord middels een arbeidsovereenkomst.
Het paramedisch personeel gekozen door de resident heeft vrije toegang tot de instelling op de dagen en uren die worden overeengekomen met de directeur.
Wanneer de instelling over paramedisch personeel beschikt, loontrekkend of via het ziekenfonds, staat dit vermeld in het reglement van inwendige orde. § 8. De resident heeft vrije keuze wat betreft zijn apotheker, op zijn eigen verantwoordelijkheid of die van zijn gevolmachtigde.
Wanneer de resident niet bij machte is om de medicijnen die hem werden voorgeschreven zelf in ontvangst te nemen, is het rustoord verplicht om zijn medicijnen af te leveren met naleving van het Koninklijk besluit van 31 mei 1885 houdende goedkeuring der nieuwe onderrichtingen voor de geneesheren, de apothekers en de drogisten. § 9. Aan de resident wordt de volledige vrijheid verzekerd van filosofische, politieke en religieuze meningsuiting. Er mag hem geen enkele verplichting van commerciële, culturele, religieuze, politieke of taalkundige aard worden opgelegd. De door de resident gevraagde bedienaars van de erediensten of lekenconsulenten mogen hem vrij bezoeken. Het klimaat en de faciliteiten eigen aan de vervulling van hun opdracht zijn aanwezig. Familie, vrienden en de door de resident gevraagde bedienaars van de erediensten of lekenconsulenten hebben op elk moment vrije toegang wanneer zij een stervende dienen bij te staan. Afdeling 3. - Reglement van inwendige orde
Art. 9.Elk rustoord is ertoe gehouden een reglement van inwendige orde op te stellen volgens het model bedoeld in bijlage 1 van dit besluit. In het reglement van inwendige orde dienen de door het rustoord voorgestelde principes voor zijn leefproject geconcretiseerd te worden.
Een exemplaar van het ontwerp van het reglement van inwendige orde of elk hierop volgende wijzigingsontwerp wordt per aangetekend schrijven aan de administratie verzonden. De administratie beschikt over een termijn van 30 dagen vanaf de datum van ontvangst van de documenten, om het ontwerpreglement of de aangebrachte wijzigingen goed te keuren of te weigeren. Bij gebreke van advies van de administratie binnen de termijn van 30 dagen, wordt het reglement beschouwd als goedgekeurd.
Een exemplaar van het nieuwe reglement wordt overhandigd aan de resident en eventueel aan zijn gevolmachtigde en er wordt een voor ontvangst en akkoord ondertekend exemplaar bewaard in het vertrouwelijk dossier van de resident. De wijzigingen worden toegepast vanaf de 30e dag volgend op de datum van de aankondiging. Art. 10.Uitgezonderd in het geval van dringende opname, dient het reglement van inwendige orde voor ontvangst en akkoord ondertekend te worden door de resident vóór de opname of, in voorkomend geval, door zijn gevolmachtigde. Een kopie wordt overhandigd aan de resident of, in voorkomend geval, aan zijn gevolmachtigde. Art. 11.§ 1. Het reglement van inwendige orde dient verplicht en op een duidelijke manier het juridisch statuut van het rustoord te bevatten, alsook de vermelding dat het exclusief deel uitmaakt van de Franse Gemeenschap, de identiteit van de beheerder, het nummer van erkenning van het rustoord, alsook de voorwaarden voor opname en onderbreking van het verblijf in het rustoord. Het reglement van inwendige orde preciseert met name de graad van rechtsgeldigheid, afhankelijkheid en gezondheid van de personen die worden opgenomen in het rustoord. § 2. Het reglement van inwendige orde beschrijft : 1° de rechten en plichten van de resident;deze verbindt zich ertoe om het reglement van het rustoord na te leven en rekening te houden met de eisen van het gemeenschapsleven; 2° de rechten en de plichten van het rustoord;dit verbindt zich ertoe om de resident toe te laten een leven te leiden overeenkomstig met de menselijke waardigheid en de nodige middelen te bewerkstelligen om het leefproject dat het voorstelt concreet te maken. § 3. Het reglement van inwendige orde stelt de resident in kennis van : 1° de naam van de directeur, aan wie alle opmerkingen mogen worden meegedeeld, zowel door de resident en, in voorkomend geval, zijn gevolmachtigde, als door zijn familie, alsook het uurrooster van zijn diensturen.2° de indienings- en onderzoeksmodaliteiten van opmerkingen en klachten, en bevat de vermelding van de adressen en telefoonnummers van de inspectiedienst van de administratie en de hygiëne-inspectie van de overheid;3° het bestaan van een participatiecommissie.4° de gegevens van de bevoegde inspectiedienst alsook van de erkende dienst voor hulpverlening aan mishandelde bejaarden; Afdeling 4. - Overeenkomst tussen de instelling en de resident
Art. 12.§ 1. Een overeenkomst, opgesteld volgens het model bedoeld in bijlage 2 van dit besluit, dient te worden afgesloten tussen het rustoord en de resident of, in voorkomend geval, zijn gevolmachtigde.
Uitgezonderd in het geval van dringende opname, wordt de overeenkomst afgesloten vóór de opname van de resident in het rustoord. Er wordt een kopie overhandigd aan de resident en, in voorkomend geval, aan zijn gevolmachtigde.
Wanneer de resident niet bij machte is om deze overeenkomst zelf af te sluiten, en hij niet over een wettelijke vertegenwoordiger of gevolmachtigde beschikt, vraagt de directeur dat er een wettelijke vertegenwoordiger wordt aangeduid die speciaal wordt belast met de vertegenwoordiging van de resident.
Voor de residenten die ten laste worden genomen door een « Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn », kan de overeenkomst worden vervangen door een vordering van dat « Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn ». Er wordt een kopie van de type-overeenkomst overhandigd aan de resident die ten laste is van een « Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn ». § 2. De type-overeenkomst of iedere wijziging van deze wordt verzonden naar de administratie. De administratie kan op elk moment eisen om alle overeenkomsten die werden afgesloten door het rustoord en een resident of zijn gevolmachtigde, voor te leggen.
De administratie beschikt over een termijn van dertig dagen, vanaf de datum van ontvangst van de documenten, om een type-overeenkomst of iedere wijziging van deze goed te keuren of te weigeren. Bij gebreke van advies van de administratie binnen de termijn van dertig dagen, wordt de overeenkomst beschouwd als goedgekeurd. Een kopie van de nieuwe overeenkomst wordt overhandigd aan de resident en, in voorkomend geval, aan zijn gevolmachtigde, en een kopie ondertekend voor ontvangst en akkoord wordt bewaard in het vertrouwelijk dossier van de resident. De wijzigingen worden toegepast vanaf de dertigste dag volgend op de datum van de aankondiging. Art. 13.§ 1. De overeenkomst bevat verplicht en op een duidelijke en volledige manier : 1° de algemene en bijzondere voorwaarden van huisvesting in het rustoord;2° de dagelijkse en maandelijkse verblijfsprijs, de lijst met de gedekte prestaties en de gedetailleerde opsomming en de volledige omschrijving van alle eventuele supplementen, met hun prijs alsook de vermelding van het verbod om supplementen die niet worden vermeld in de overeenkomst te factureren. Wanneer de resident zijn intrek neemt in een kamer in de loop van een maand is hij voor deze maand een bedrag verschuldigd dat in verhouding is met het nog resterende deel van de maand.
Wanneer de ziekte-en invaliditeitsverzekering van de resident ontoereikend is, worden in de overeenkomst de voorwaarden vermeld voor de tenlasteneming van de zorgen en de hulpverlening in de dagelijkse levenshandelingen; 3° De betalingsmodaliteiten van de verblijfsprijs en eventuele supplementen.Bij betaling via de bank wordt het rekeningnummer vermeld waarop de betalingen dienen te worden uitgevoerd. Bij contante betaling dient een ontvangstbewijs te worden afgeleverd door het rustoord; 4° het bedrag van de eventuele betaalde waarborg en de bestemming ervan.Dit bedrag mag niet hoger zijn dan de maandelijkse verblijfsprijs.
Wanneer er een waarborg vereist is, wordt deze door de partijen op een individuele rekening geplaatst die wordt geopend op naam van de resident bij een kredietsinstelling, met vermelding van de bestemming : « waarborg voor elke vordering die resulteert uit de volledige of gedeeltelijke niet-naleving van de verplichtingen van de resident ».
De interesten die voortkomen uit de als dusdanig geplaatste som, worden gekapitaliseerd ten voordele van de resident.
Er kan slechts beschikt worden over de waarborg, zowel over de hoofdsom als over de interesten, door een van beide partijen, mits het voorleggen van hetzij een uitdrukkelijk akkoord dat na de afsluiting van de overeenkomst werd opgesteld, hetzij een voor eensluidend verklaard afschrift van een gerechtelijke beslissing.
Bij het einde van de overeenkomst wordt de gekapitaliseerde waarborg aan de resident of aan zijn rechthebbenden uitgekeerd, na aftrek van alle eventuele verschuldigde kosten en vergoedingen krachtens de overeenkomst; 5° het absolute verbod voor de resident om hetzij bij zijn opname, hetzij erna het beheer van zijn geld en zijn goederen toe te vertrouwen aan het rustoord of aan het personeel van het rustoord.6° ongeacht het verbod bedoeld in 5°, de voorwaarden voor inbewaringneming van de goederen en de waardepapieren die door de resident worden toevertrouwd aan het rustoord, hun beheermodaliteiten alsook het bewijs van aanduiding van de persoon of personen die belast is/zijn met dit beheer. Op vraag van de resident of zijn gevolmachtigde kan een bescheiden som door de directeur bewaard worden voor lopende uitgaven; 7° de verplichting voor de resident om zijn persoonlijke uitgaven zelf te bekostigen;8° de kortingsvoorwaarden op de verblijfsprijs van de resident in geval van een medisch verantwoorde afwezigheid of elke andere afwezigheid van een onafgebroken duur en langer dan 7 dagen, die vooraf wordt aangekondigd;9° het kamernummer, en eventueel het bednummer dat wordt toegekend aan de resident met vermelding van het maximum aantal residenten dat worden toegelaten in de kamer.Uitgezonderd tegengesteld advies van de behandelende geneesheer, mag er geen wijziging van kamer of van bed worden uitgevoerd zonder goedkeuring van de resident en, in voorkomend geval, van zijn gevolmachtigde; 10° Opzeggingsvoorwaarden van de overeenkomst. De overeenkomst wordt in principe afgesloten voor een onbepaalde duur, met inachtneming van een proefperiode van een maand. Tijdens de proefperiode kunnen de twee partijen de overeenkomst ontbinden mits inachtneming van een voorafgaande kennisgeving van ten minste 7 dagen.
Na de proefperiode kan de overeenkomst op elk moment worden ontbonden mits inachtneming van de vastgestelde opzegtermijn.
De opzegtermijn mag niet korter zijn dan zestig dagen bij ontbinding van de overeenkomst door het rustoord. Deze bedraagt vijftien dagen bij ontbinding door de resident of zijn gevolmachtigde. De resident die uit het rustoord wordt ontslagen mag de overeenkomst ontbinden zonder voorafgaande kennisgeving, op elk moment tijdens de duur van de vooropzeg van zestig dagen gegeven door het rustoord. Wanneer een van de partijen de overeenkomst ontbindt zonder de opzegtermijn in acht te nemen, kan zij ertoe gehouden worden aan de andere partij een schadevergoeding te betalen ter compensatie van de vastgestelde vooropzeg.
De opzegging wordt gegeven per aangetekende brief of door overhandiging van een schriftelijk document met een ontvangstbewijs.
De opzegtermijn vangt aan op de derde werkdag die volgt op de datum van de aankondiging.
De ontbinding door het rustoord dient gemotiveerd te worden. Tenzij het rustoord enkel valide residenten toelaat, is het feit dat de persoon zorgen nodig heeft geen geldige reden. In dat geval kan enkel een advies gemotiveerd door de behandelende geneesheer de ontbinding rechtvaardigen.
Het overlijden of het definitieve vertrek om medische reden, op basis van een certificaat van de behandelende geneesheer dat aangeeft dat de verzorging in een andere instelling dient te gebeuren, heeft automatisch de ontbinding van de overeenkomst tot gevolg binnen een termijn van maximum 15 dagen. Na deze termijn mag de directeur de kamer vrijmaken op kosten van de resident of, in voorkomend geval, van zijn gevolmachtigde.
In afwijking van wat voorafgaat, kunnen overeenkomsten worden vastgesteld voor een bepaalde duur wanneer het gaat om een verblijf met een maximale duur van negentig dagen in een tehuis dat speciaal erkend is voor kort verblijf. Voor deze overeenkomsten is geen enkele stilzwijgende verlenging toegelaten. § 2. De overeenkomst vermeldt eveneens : 1° de bevoegdheid van de burgerlijke rechtbanken voor de regeling van alle geschillen met betrekking tot de uitvoering van de overeenkomst;2° het bestaan van een participatiecommissie en het recht van de resident, of van zijn gevolmachtigde, om hier lid van te zijn. § 3. De gedetailleerde plaatsbeschrijving van de kamer die door de resident bezet wordt is bijgevoegd bij de overeenkomst. Ze wordt gedateerd en ondertekend door beide partijen. Wanneer er geen plaatsbeschrijving werd opgesteld vóór zijn opname, wordt de resident geacht de kamer toegewezen gekregen te hebben in de staat waarin ze zich bevindt bij zijn vertrek en kan hij niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele schade. § 4. In de overeenkomst kunnen de toelatingsvoorwaarden voor een huisdier worden vermeld. § 5. In de overeenkomst wordt het bestaan van een sterfkamer of, bij gebreke, een overeenkomst afgesloten met een begrafenisonderneming; § 6. Iedere bepaling die de bepalingen van dit artikel schendt is van rechtswege nietig. Afdeling 5. - Individuele fiche
Art. 14.Bij de opname van elke resident wordt door de instelling een individuele fiche opgemaakt.
Ze wordt voor gezien ondertekend door de resident of door zijn gevolmachtigde en kan op elk moment geconsulteerd worden.
De individuele fiche wordt bewaard in een lokaal dat op elk moment toegankelijk is door het verzorgend personeel.
Deze fiche bevat de volgende aanduidingen : 1° de volledige identiteit van de resident (naam, voornaam, geboortedatum- en plaats, burgerlijke staat, nationaliteit) en, in voorkomend geval, van zijn wettelijke vertegenwoordiger;2° de namen, adressen en telefoonnummers : a) van de behandelende geneesheer van de resident;b) van het gewenste ziekenhuis;c) eventueel van het paramedisch personeel en van de kinesitherapie van zijn keuze;3° de te nemen maatregelen in geval van afwezigheid van de behandelende geneesheer.4° de namen, adressen en telefoonnummers van de vertrouwenspersonen en in voorkomend geval, van de gevolmachtigde die in geval van nood dient verwittigd te worden;5° de al dan niet gewenste morele, religieuze of filosofische assistent;6° de inlichtingen betreffende het ziekenfonds van de resident en van de houder (naam, adres, stelsel, statuten, aansluitingsnummer);7° in voorkomend geval, de noodzaak om het medisch dossier van de betrokkene te raadplegen. Er wordt een recent foto van de resident aangehecht. Afdeling 6. - Individueel vertrouwelijk dossier
Art. 15.Op het moment van zijn opname wordt voor elke resident een individueel vertrouwelijk dossier opgesteld. Uitgezonderd de controle van de administratie, mag dit individueel vertrouwelijk dossier, dat voor gezien werd ondertekend door de resident of zijn gevolmachtigde, niet ter inzage worden gegeven aan derden. Art. 16.§ 1. Het individueel vertrouwelijk dossier bevat : 1° een kopie van de individuele fiche;2° een kopie van de akte die de gevolmachtigde aanduidt die belast is met de vertegenwoordiging van de resident tegenover de instelling en de administratie of, overeenkomstig Titel XI van het Eerste Boek van het Burgerlijk Wetboek, een kopie van de gerechtelijke beslissing ter aanduiding van de wettelijke vertegenwoordiger die ermee belast wordt de resident te vertegenwoordigen tegenover de instelling en de administratie;3° een exemplaar van de overeenkomst ondertekend door de directeur en door de resident of, in voorkomend geval, zijn gevolmachtigde;4° een exemplaar van het reglement van inwendige orde ondertekend door de directeur en de resident of, in voorkomend geval, door zijn gevolmachtigde; 5° de namen, het adres en het telefoonnummer van de verschuldigde van de verblijfsprijs (de resident of zijn gevolmachtigde of het O.C.M.W.) en de inlichtingen met betrekking tot de betaling; 6° indien ze door de resident of, in voorkomend geval, door zijn gevolmachtigde werden meegedeeld, de inlichtingen met betrekking tot de pensioenuitkering (aard, kas, rekeningnummer);7° De inventaris van de meubelen van de resident, gedateerd en ondertekend door de directeur en de resident, of zijn gevolmachtigde. § 2. Het vertrouwelijk dossier van elke resident wordt door de instelling bewaard gedurende een periode van minimaal drie jaar na zijn overlijden, hetzij na zijn vertrek. Afdeling 7. - Participatiecommissie
Art. 17.Binnen elk rustoord wordt een participatiecommissie gevormd.
Iedere resident of, in voorkomend geval, zijn gevolmachtigde, heeft het recht om hier deel van uit te maken.
De participatiecommissie wordt samengesteld met residenten of hun gevolmachtigden. De nominatieve lijst van de leden van de participatiecommissie alsook de wijzigingen die hierin worden aangebracht worden meegedeeld aan de residenten of, in voorkomend geval, aan hun gevolmachtigden. Art. 18.§ 1. De participatiecommissie voert haar eigen reglement van inwendige orde in. Een kopie ter informatie wordt overgezonden naar de administratie alsook naar de residenten en, in voorkomend geval, naar hun gevolmachtigden. § 2. De participatiecommissie houdt tenminste een maal per trimester een vergadering. Ze heeft een adviesbevoegdheid hetzij op eigen initiatief, hetzij op vraag van de beheerder of van de directeur van de instelling op elke vraag over de algemene werking van de instelling.
Er wordt een verslag van de vergaderingen opgemaakt dat kan geraadpleegd worden door de residenten of door hun familieleden en hun vertegenwoordigers.
De ambtenaren die belast zijn met de inspectie kunnen deze verslagen op elk moment raadplegen.
De commissie krijgt hulp van het personeel van het rustoord, teneinde de goede werking ervan te verzekeren. De directeur of zijn vertegenwoordiger kan de vergaderingen van de commissie bijwonen.
De kalender van de vergaderingen wordt drie weken op voorhand geafficheerd op een voor iedereen zichtbare plaats. Afdeling 8. - Klachtenbeheer
Art. 19.Suggesties, opmerkingen of klachten kunnen in een register worden opgenomen door de resident, zijn gevolmachtigde of zijn familie.
De klager dient door de directeur geïnformeerd te worden over het gevolg dat aan zijn klacht werd gegeven.
Het bovenvernoemde register dient een maal per trimester op haar eenvoudig verzoek voorgelegd te worden aan de participatiecommissie. Afdeling 9. - Informatiemaatregelen inzake sluiting, concordaat,
liquidatie en faillissement Art. 20.Wanneer de beheerder vrijwillig beslist om het rustoord te sluiten, wordt zijn beslissing per aangetekende brief meegedeeld aan de administratie, en dit tenminste 3 maanden voor de vastgestelde sluitingsdatum.
Een kopie van deze beslissing dient geafficheerd te worden en verzonden aan de residenten of, in voorkomend geval, naar hun gevolmachtigden, aan het personeel van het rustoord en aan de Burgemeester van de gemeente, en dit binnen dezelfde termijn. Art. 21.De beheerder die een concordaat aanvraagt verwittigt de administratie en deelt de datum mee van de zitting van de handelsrechtbank.
Wanneer er een zitting van de handelsrechtbank wordt vastgelegd omwille van financiële moeilijkheden die een vereffening of een faillietverklaring ten gevolge kunnen hebben, verwittigt de beheerder de administratie en deelt hij de datum van de zitting mee.
De beheerder verwittigt onmiddellijk de administratie, de residenten of,in voorkomend geval, hun gevolmachtigden en het personeel van het rustoord over de vereffening of het faillissement. Hij informeert hen over de naam van de vereffenaar of de curator die werden aangeduid door de handelsrechtbank. Afdeling 10. - Specifieke maatregelen voor de hergroeperingen van
instellingen Art. 22.De rusthuizen die door de Franse Gemeenschapscommissie werden goedgekeurd, kunnen zich hergroeperen mits ze voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° beheerd worden door eenzelfde beheerder of een overeenkomst hebben afgesloten tussen beheerders, met het oog op de hergroepering van hun rusthuizen onder één enkele erkenning.Deze overeenkomst preciseert de identiteit van de persoon belast met de vertegenwoordiging van de hergroepering bij de administratie; 2° een overeenkomst afsluiten met betrekking tot de hergroepering. Deze overeenkomst vermeldt met name : a) de algemene doelstellingen van de hergroepering;b) de verdeling van de taken tussen de verschillende rusthuizen;c) de verdeling van het personeel tussen de verschillende rusthuizen;d) de modaliteiten met betrekking tot de boekhouding van de hergroepering.3° samen niet de maximale capaciteit van 200 plaatsen overschrijden;4° op elke plaats de normen naleven inzake de architectuur, het personeel en de werking; Afdeling 11. - Verplichte verzekeringen
Art. 23.De verplichte verzekeringen zijn : 1° verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid van het hoofd van de onderneming;2° brandverzekering met objectieve aansprakelijkheid en clausule van afstand van verhaal tegen de residenten.Deze verzekering dekt geen luxegoederen van de residenten, deze dienen ze ieder voor zich te verzekeren. HOOFDSTUK 2. - Architecturale normen en uitrusting Afdeling 1. - Capaciteit
Art. 24.De rusthuizen die na de inwerkingtreding van dit besluit voor het eerst een erkenning vragen, dienen over een minimale capaciteit van zestig en een maximale capaciteit van tweehonderd plaatsen te beschikken. Afdeling 2. - Veiligheid
Art. 25.§ 1. De bepalingen van het Koninklijk besluit van 12 maart 1974 ter vaststelling van de veiligheidsnormen waaraan de rusthuizen voor bejaarden dienen te beantwoorden zijn van toepassing op de rusthuizen die goedgekeurd zijn of die een voorlopige werkingsvergunning kregen toegekend krachtens het reglement van 17 december 1993 tot vaststelling van de procedure betreffende de voorlopige werkingsvergunning, de erkenning, de weigering en de intrekking van erkenning en de sluiting van de inrichtingen bedoeld in artikel 1 van het decreet van 10 mei 1984 betreffende de rusthuizen voor bejaarden en tot bepaling van de toekenningsmodaliteiten van het principieel akkoord bedoeld in artikel 2bis van het decreet van 10 mei 1984 betreffende de rusthuizen voor bejaarden.
Deze rusthuizen dienen bovendien uitgerust te zijn met een algemeen systeem voor branddetectie, voorzien van een jaarlijks onderhoudscontract. § 2. De rusthuizen die worden goedgekeurd na de inwerkingtreding van deze bepaling, alsook de uitbreidingen, nieuwe vestigingen en gebouwen die het voorwerp zijn van grote renovatiewerken van rusthuizen bedoeld in § 1, dienen de veiligheidsnormen vermeld in bijlage 3B van dit besluit na te respecteren; § 3. De naleving van de normen vermeld in § 1 en § 2 wordt vastgesteld door een attest dat wordt afgeleverd door de burgemeester van de gemeente waar het rustoord gelegen is, op basis van een rapport van de regionale brandweerdienst; § 4. Indien het rustoord niet op voldoende wijze de veiligheidsnormen vermeld in § 1 of § 2 respecteert, worden in het veiligheidsattest nauwkeurig en gedetailleerd alle bepalingen van het reglement vermeld waaraan niet voldaan werd.
In alle gevallen voegt de burgemeester bij het voornoemde attest een kopie bij van het rapport van het bezoek van de regionale brandweerdienst. Uitgezonderd bij een gemotiveerde tegengestelde beslissing, is dit attest zes jaar geldig; § 5. Bijlage 3A van dit besluit met betrekking tot het onderhoud en de controle inzake veiligheid alsook tot de veiligheidsvoorschriften met betrekking tot de bezetting van de lokalen is van toepassing op alle rusthuizen. § 6. Elke herinrichting van het gebouw dat de bestemming of de omvang van de lokalen wijzigt, dient ter voorafgaand onderzoek van de regionale brandweerdienst worden voorgelegd en dient het voorwerp te zijn van een attest dat wordt opgemaakt door de burgemeester van de gemeente waar het rustoord gelegen is; § 7. Op vraag van de beheerder van een rustoord, kan de Minister een afwijking van de normen vermeld in § 1 of § 2 toestaan, op advies van de administratie.
Deze afwijking wordt voorafgegaan door een overleg tussen de beheerder en de directie van het rustoord, de administratie, de burgemeester of zijn vertegenwoordiger en de regionale brandweerdienst.
Deze afwijking kan slechts worden toegekend indien : a) het materieel onmogelijk is de nodige werken te realiseren bij het conform maken van het rustoord aan de normen;b) de kosten van de uit te voeren werken voor het conform maken aan de normen bovenmatig hoog liggen in verhouding tot de verhoogde veiligheid in het gebouw door deze werken. De afwijking houdt rekening met : a) specifieke omstandigheden;b) eventuele alternatieve maatregelen die toelaten aan het gebouw een veiligheidsniveau toe te kennen dat gelijkwaardig is aan het niveau voorzien door de veiligheidsnormen vermeld in § 1 of § 2;c) toegangsmogelijkheden voor de voertuigen van de regionale brandweerdienst. § 8. Onder dezelfde voorwaarden als die vermeld in § 7, kan de Minister voorlopige en eventueel voorwaardelijke afwijkingen toestaan van de veiligheidsnormen vermeld in § 1 of § 2. § 9. De toegestane afwijkingen krachtens § 7 en § 8 zijn nietig in geval van onderbreking of bij misbruik. § 10. Het gebouw dat bestemd is voor een rustoord kan geen vertrekken voor privédoeleinden bevatten behalve indien deze over een aparte ingang beschikken en als er geen enkele communicatie, behalve communicatie om veiligheidsredenen, mogelijk is tussen de twee partijen van het gebouw. De veiligheidsnormen vermeld in § 1 of 2 dienen worden tegemoet gekomen voor de totaliteit van het gebouw; Afdeling 3. - Gebouw in het algemeen
Art. 26.De algemene diensten en met name de keukens en wasplaatsen zijn zodanig georganiseerd en geïnstalleerd dat zij geen hinder vormen door geur, dampen en geluid. Art. 27.§ 1. Alle rusthuizen dienen te beschikken over een woonkamer.
De woonkamer dient toegankelijk te zijn voor alle residenten welk ook hun graad van afhankelijkheid is. § 2. De rusthuizen die gebouwd zijn na de inwerkingtreding van deze normen, dienen uitgerust te zijn met een woonkamer en een eetzaal, liefst gescheiden, toegankelijk voor alle residenten, welk ook hun graad van afhankelijkheid is, en over een lokaal voorbehouden voor rokers wanneer het rustoord geen absoluut rookverbod heeft voorgeschreven. Dit lokaal is uitgerust met een systeem voor rookafzuiging. § 3. De eetzaal en de woonkamer moeten de residenten toelaten om hun maaltijden te kunnen gebruiken in maximum twee diensten. § 4. Er moet minstens één internetverbinding beschikbaar zijn voor de residenten. In de gebouwen die na de inwerkingtreding van deze normen gebouw zijn, dient in alle kamers een internetverbinding te zijn. Art. 28.De totale oppervlakte van de gemeenschappelijke ruimten dient minstens twee vierkante meter per ruimte te zijn.
Onder gemeenschappelijke ruimte dient men alle binnenruimten te verstaan die toegankelijk zijn voor de residenten, met uitzondering van de kamers, de lokalen voorbehouden voor verzorging en en esthetische verzorging, keukens, trappen, gangen en sanitaire ruimten.
De gedeelten van de gangen en overlopen waarvan de breedte een inrichting van een ontmoetingsplaats toelaat, kunnen echter ook als gemeenschappelijke ruimte worden beschouwd, mits zeer strikte naleving van de veiligheidsnormen voorzien in bijlage 3 van dit besluit.
Alle gemeenschappelijke ruimten dienen voldoende ruim te zijn teneinde personen in een rolstoel toe te laten zich gemakkelijk te verplaatsen. Art. 29.In alle lokalen van het rustoord die toegankelijk zijn voor de residenten, dienen alle oneffenheden van vloeren, trappen en andere obstakels vermeden te worden. Bovendien dient er gewaarschuwd te worden voor elk valrisico. Indien deze vloeroneffenheden niet vermeden kunnen worden, dienen zij duidelijk gesignaleerd te worden;. Art. 30.Elk rustoord dat tweepersoonskamers bevat, dient over een aangepast lokaal te beschikken dat als sterfkamer of mortuarium kan dienen. Dit lokaal dient voorzien te zijn van een koeltafel en dient ingericht te zijn teneinde de naasten van de overleden personen toe te laten om zich te kunnen bezinnen met respect voor de filosofische overtuigen van de overledene of zijn gevolmachtigde.
Indien er geen mortuarium of sterfkamer is, dient het rustoord een overeenkomst af te sluiten met een begrafenisonderneming, die overleden personen onmiddellijk komt ophalen. Afdeling 4. - Kamers en hun uitrusting
Art. 31.§ 1. De maximale capaciteit van de kamers is twee personen. § 2. Elke kamer is genummerd. De bedden in de tweepersoonskamers zijn eveneens genummerd. De naam van de residenten staat aan de buitenkant van de kamer vermeld, behalve indien de resident of zijn gevolmachtigde zich hier schriftelijk tegen verzet. Een kopie van dit verzet wordt bewaard in het individueel dossier van de resident. § 3. De kamers zijn voorzien van minstens een lavabo met warm en koud stromend water, een spiegel en een tafel die de residenten van de kamer toelaat om eventueel gelijktijdig hun maaltijd te gebruiken. Er dient mogelijkheid te zijn om een radio, een televisie en een telefoon aan te sluiten.
De resident dient de mogelijkheid te hebben om over persoonlijke goederen en meubelen te beschikken in de kamer;
Het meubilair voor elke resident omvat tenminste : een bed van minstens 90 cm breed, een kleerkast, een zetel, een stoel, een nachtkastje met een lade en een verlichtingssysteem bereikbaar vanuit het bed, dat in werking kan worden gesteld zonder de andere resident van de kamer in de tweepersoonskamer te storen. Het gebruik van plooibedden is verboden. § 4. In de tweepersoonskamer bedraagt de ruimte tussen de bedden, in lengte zowel als in breedte minstens 1,30 m, behalve indien uitdrukkelijk een wijziging wordt gevraagd door de twee residenten van de kamer. Bovendien is elk bed minstens 0,80 m verwijderd van een venster. Onverplaatsbare scheidingselementen tussen de bedden en tussen de wastafel en de bedden laten toe om de residenten een minimum aan privacy te verzekeren. § 5. Het meubilair van de kamers is aangepast aan de toestand van de resident. Het is functioneel en in goede staat. Art. 32.In de bestaande gebouwen of de gebouwen waar nog geen principieel akkoord voor werd verkregen voor de inwerkingtreding van dit besluit, bedraagt de minimale werkelijke oppervlakte van de individuele kamers of appartementen 12 m2 per persoon en 9 m2 per persoon in de tweepersoonskamers, sanitaire ruimten en inkomhal niet inbegrepen. De oppervlakte wordt gemeten van plint tot plint.
De hoeken, gaten en andere oppervlakten waar geen meubel kan worden geplaatst of verplaatst, worden niet meegerekend in de minimale oppervlakte van de kamer;
In afwijking van het eerste lid mag voor de bestaande rusthuizen op 1 februari 1994, de oppervlakte van de kamers niet kleiner zijn dan 9 m2 per persoon. De oppervlakte wordt gemeten van plint tot plint. De hoeken, gaten en andere oppervlakten waar geen meubel kan worden geplaatst of verplaatst, worden niet meegerekend in de minimale oppervlakte van de kamer. Deze afwijking is nietig in geval van overname van exploitatie. Art. 33.In de gebouwen en de uitbreidingen van gebouwen waarvoor een principieel akkoord werd toegekend na de inwerkingtreding van deze normen, bedraagt de minimale oppervlakte van de individuele kamers vijftien m2 en van de tweepersoonskamers tweeëntwintig m2, sanitaire ruimten en inkomhal niet inbegrepen. De oppervlakte wordt gemeten van plint tot plint. De hoeken, gaten en andere oppervlakten waar geen meubel kan worden geplaatst of verplaatst, worden niet meegerekend in de minimale oppervlakte van de kamer. De minimale hoogte van deze kamers bedraagt twee en een halve meter. Tenminste de helft van de capaciteit van deze gebouwen bestaat uit individuele kamers. Art. 34.In de instellingen die kamers met twee bedden bevatten, wordt een isoleerkamer voorzien van minimum negen m2 die over de voorzieningen vermeld in artikel 31, § 3 beschikt. Afdeling 5. - Sanitaire installaties
Art. 35.Afzonderlijke, fatsoenlijke en voldoende sanitaire installaties zijn voorzien voor de residenten en voor het personeel. Art. 36.§ 1. De sanitaire installaties bestaan uit tenminste een WC voor 8 residenten in de rusthuizen die voor het eerst werden goedgekeurd voor 1 februari 1984 en een WC in elke kamer voor de rusthuizen die voor het eerst werden goedgekeurd na 1 februari 1994.
Tenminste een WC buiten de kamer per verdieping is toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Een WC is gelijkvloers toegankelijk per niveau van te bedienen kamers. De WC's voorbehouden voor het personeel zijn voorzien van een wasbak. § 2. Alle WC's zijn gemakkelijk toegankelijk voor bejaarden. Zij beschikken over een goede rechtstreekse luchtverversing of een goede ventilatie. Hun deur kan niet binnenwaarts worden geopend. Ze zijn voorzien van schuin gemonteerde steunrekken en een kledinghaak. Art. 37.Wanneer de kamers niet allemaal over een badkamer met een bad of douche beschikken, dient er minstens één bad of douche aangepast aan de noden van de residenten te worden voorzien per aangesneden groep van tien residenten die een kamer zonder badkamer betrekken. Art. 38.In de gebouwen die na de inwerkingtreding van deze normen werden gebouwd, beschikken alle kamers over een WC en een privé douche of bad, toegankelijk voor rolstoelgebruikers.
Wanneer de kamers over een douche beschikken, dient een medisch uitgeruste badkamer met bad voorzien te worden per aangesneden groep van zestig residenten.
Wanneer de kamers over lig-of zitbaden beschikken, dient een badkamer met douche voorzien te worden per aangesneden groep van zestig residenten. Art. 39.De sanitaire installaties zijn voorzien van antislipmateriaal en steunstaven.
De douche is zo ontworpen dat de waterstraal georiënteerd kan worden.
Voorzorgen worden genomen opdat de apparaten voor watertoevoer en -afvoer geen ongevallen zouden kunnen veroorzaken.
Er wordt voortdurend en overeenkomstig de hygiëneregels gezorgd voor de afvoer van afvalwater. Afdeling 6. - Oproepsysteem
Art. 40.§ 1. De woonkamers, kamers, WC's en badkamers zijn voorzien van een oproepsysteem dat elk ogenblik in werking kan worden gesteld.
In de kamers is dit systeem bereikbaar vanaf de bedden en de zetels.
Het oproepsysteem is technisch zo ontworpen dat alle oproepen waarop zowel 's nachts als overdag snel moet worden gereageerd, voortdurend kunnen worden gelocaliseerd. § 2. In de vanaf de inwerkingtreding van deze normen opgerichte gebouwen kan het in het voorgaande punt bedoelde systeem de termijn opnemen, waarin er op een oproep wordt gereageerd. Deze opnamen worden gevoegd bij het oproepregister bedoeld in artikel 69 van dit besluit. Afdeling 7. - Onderhoud, verwarming en verlichting
Art. 41.§ 1. De gebouwen worden regelmatig onderhouden en beschut tegen vocht of doorsijpelingen.
Ongeacht het gekozen systeem voor de verwarming van de lokalen, mag dit geen enkele uitwaseming van vlammen, gas of stof veroorzaken in de lokalen die zonder toezicht toegankelijk zijn voor de bejaarden. § 2. In de voor de residenten toegankelijke lokalen moet de temperatuur, ongeacht de weersomstandigheden, overdag tussen 7 en 22 uur steeds tweeëntwintig graden bereiken, 's nachts achttien graden in de kamers, badkamers en woonkamers en achttien graden in de andere voor de bejaarden toegankelijke lokalen. § 3. Al de voor de residenten toegankelijke lokalen worden voortdurend voorzien van voldoende verlichting. Deze wordt aan de behoeften aangepast naar gelang van de in de lokalen ontwikkelde activiteiten.
Bovendien moeten in de na de inwerkingtreding van deze normen opgerichte gebouwen de gemeenschappelijke gangen en sanitaire installaties voldoende verlicht worden, zodat de residenten zich veilig kunnen verplaatsen.
De verlichte oppervlakte is minstens gelijk aan een zesde van de oppervlakte van elke woonkamer of kamer van de bejaarden.
De ramen van deze lokalen laten een normaal zicht op de buitenomgeving toe vanuit zithouding, zonder gevaar voor ongevallen. Afdeling 8. - Liften, trappen
Art. 42.§ 1. Er moet voorzien worden in een lift die dienst doet voor alle verdiepingen die toegankelijk zijn voor de bejaarden wanneer het gebouw minstens één verdieping telt voor de residenten boven of onder de normale ontruimingsetage. § 2. In de na de inwerkingtreding van deze normen opgerichte gebouwen, dient een lift voorzien te worden per aangesneden groep van 40 residenten. Tenminste twee liften laten het transport toe van mensen op een draagberrie. § 3. De liften moeten de toegankelijkheid van de personen met beperkte bewegelijkheid mogelijk maken. § 4. In afwijking van het eerste lid is, in de rusthuizen die voor 1 februari 1994 voor de eerste maal werden geëxploiteerd, enkel een lift of ander hefmiddel vereist als het gebouw minstens twee verdiepingen telt boven de normale ontruimingsetage.
Deze afwijking geldt niet voor de uitbreidingen of vergrotingen van deze rusthuizen die werden uitgevoerd na deze datum. Art. 43.De gangen en de trappen zijn voldoende breed en voorzien van leuningen of steunstaven aan beide kanten.
De eerste en de laatste trede evenals elke afzonderlijke trede worden op de rand voorzien van een scherpkleurige band die schril afsteekt tegenover de vloerbedekking.
De gangen dienen te worden ingericht teneinde de residenten toe te laten om uit te rusten. HOOFDSTUK 3. - Personeelsnormen Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 44.§ 1. De directie en het personeel van de instelling zorgen, in het kader van het levensproject, voor een gunstige atmosfeer voor de levenskwaliteit van de residenten. Ze dragen bij tot het behoud van hun autonomie en hun ontplooiing. Ze hebben tot doel hun toegang tot een dynamischer sociaal leven te bevorderen, een beroep te doen op hun creatiemogelijkheden en de communicatie tussen de personen van de instelling te verbeteren. § 2. De instelling beschikt zowel overdag als 's nachts over voldoende gekwalificeerd personeel om de residenten gerust te stellen, hen de nodige zorgen te bieden en het onderhoud en de netheid van de lokalen te verzekeren, met inbegrip van zon-en feestdagen. Art. 45.§ 1. De erkenning wordt geweigerd of ingetrokken wanneer, hetzij de beheerder of zijn vertegenwoordiger, hetzij de directeur van het rustoord hetzij elke andere persoon die deelneemt aan het beheer van het rustoord in België of in het buitenland werd veroordeeld bij een gerechtelijke beslissing van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis voor een der overtredingen genoemd bij Boek II, Titel VII, Hoofdstukken V, VI en VII, artikel 422bis, IV en VI en Titel IX, Hoofdstukken I en II van het Strafwetboek, behalve indien de veroordeling voorwaardelijk was en de betrokkene het voordeel van uitstel niet verloren heeft of indien de gestrafte feiten niet werden begaan ter gelegenheid van een gelijksoortige activiteit en meer dan vijf jaar zijn verlopen sedert de uitspraak van het vonnis of desgevallend sedert het einde van de vrijheidsstraf. § 2. De erkenning wordt geweigerd of ingetrokken wanneer, hetzij de beheerder of zijn vertegenwoordiger, hetzij de directeur van het rustoord een door een bevoegde overheid uitgesproken verbod heeft om rechtstreeks een instelling voor bejaarden te beheren of te exploiteren. Art. 46.In elk rustoord voor bejaarden zijn er drie categorieën personeel : het directie- en administratief personeel, het hotelpersoneel en het verzorgingspersoneel.
Voor de schatting van het personeel dat voor de verschillende ambten vereisd is, staat een voltijds equivalent, hierna VE genoemd, gelijk met 38 uur dagelijkse dienstverleningen, behoudens de in dit besluit uitdrukkelijk bedoelde uitzondering. Art. 47.De minimale norm is één voltijds personeelslid per aangesneden groep van vijf residenten. Art. 48.De directeur houdt een register bij, eventueel geïnformatiseerd, dat de kwalificatie van het personeel vermeldt, bij arbeids-of bediendenovereenkomst in dienst genomen of door overeenkomst verbonden, de data en de uren en de aard van de dienstverlening van iedereen.
Het maandelijks werkrooster wordt minstens 5 werkdagen op voorhand meegedeeld aan het personeel. De lijst van het personeel en het dagelijkse werkrooster worden aangeplakt in een lokaal dat steeds toegankelijk is voor het personeel.
Deze documenten, die permanent worden bijgehouden, worden ter beschikking gesteld van de administratie dat op elk moment een kopie kan eisen. Art. 49.Voor elk personeelslid, de directeur inbegrepen, wordt een dossier opgemaakt dat de volgende stukken bevat : 1° het voor het rustoord bestemde exemplaar of een voor eensluidend verklaard afschrift van de arbeids-of bediendenovereenkomst, of de overeenkomst;2° een kopie van het diploma of van de attesten van opleiding en van nuttige ervaring;3° een getuigschrift van goed zedelijk gedrag daterend van minder dan 3 maanden op het moment van de aanwerving;4° een jaarlijks attest van de bedrijfsgeneeskunde. Dit dossier, alsmede het afschrift van de RSZ-lijsten worden ter beschikking gesteld van de administratie, dat op elk moment de voorlegging ervan kan eisen. Afdeling 2. - Directie-en administratief personeel
Onderafdeling 1. - Functie van de directeur Art. 50.§ 1. De directeur zorgt voor het dagelijks beheer van het rustoord en is onmiddellijk verantwoordelijk vóór de beheerder.
Hij oefent voltijds zijn functie uit en dient tenminste twintig uur per week effectief aanwezig te zijn in zijn rustoord. De directeur kan de directie van meer dan twee rustoorden niet waarnemen.
De prestaties van de directeur mogen in geen geval gelden als meer dan een VE. De functie van directeur is niet verenigbaar met andere functies binnen het rustoord.
De directeur of zijn vervanger kan indien nodig teruggeroepen worden. § 2. De directeur staat minstens 4 uur per week ter beschikking van de residenten en hun familie op de dagen en de uren die op het mededelingenbord worden gemeld. De beschikbare uren moeten over twee dagen zijn gespreid, tenminste één uur daarvan moet na 18 uur geplaatst zijn. § 3. Wanneer een rustoord op meerdere plaatsen is gevestigd, dient de directeur op elke plaats voldoende aanwezig te zijn.
De directeur kan de functie bekleden van directeur van een serviceresidentie, van een dagopvangcentrum voor bejaarden of van een andere structuur, wanneer deze door dezelfde beheerder worden beheerd, op dezelfde plaats zijn gelegen als het rustoord en de totale capaciteit van de beheerde instellingen voor bejaarden niet hoger ligt dan tweehonderd plaatsen. Art. 51.§ 1. In geval van afwezigheid of tijdelijke verhindering van de directeur, wijst de beheerder het personeelslid aan dat het best in staat is om voor het dagelijkse beheer van de instelling te zorgen tijdens zijn afwezigheid;
De naam van deze vervanger wordt aangeplakt en de residenten alsmede de personeelsleden worden hierover geïnformeerd. § 2. In geval van afwezigheid gedurende meer dan drie maanden, dient de beheerder ter vervanging van de directeur een persoon aan te duiden die de vereiste kwalificatie heeft voor de functie van directeur, zoals bedoeld in artikel 52.
Onderafdeling 2. - Opleiding van de directeur Art. 52.§ 1. De directeur van een rustoord dient tenminste houder te zijn van een diploma van niet-universitair hoger onderwijs en van een specifieke aanvullende opleiding die minstens beantwoordt aan de volgende voorwaarden : 1° vijfhonderd uur opleiding gevolgd hebben aan een universiteit of een opleidingscentrum dat erkend is door een bevoegde overheid op het vlak van professionele vorming;2° honderd uur opleiding gevolgd hebben aan een universiteit of een opleidingscentrum dat erkend is door een bevoegde overheid op het vlak van professionele vorming voor houders van een universitair diploma in ziekenhuisbeheer zonder optie geriatrie; De houders van een universitair diploma in ziekenhuisbeheer met optie geriatrie zijn vrijgesteld van een aanvullende opleiding. § 2. Het programma van deze opleidingen is erkend door de Minister.
De organisator van de opleiding vraagt deze erkenning aan en zendt hiertoe een dossier over aan de administratie met betrekking tot de inhoud en de duur van de opleiding, en dit ten laatste twee maanden voor de aanvang van de opleiding.
De administratie analyseert het dossier en stelt de Minister voor om de beoogde opleiding al dan niet te erkennen, en dit ten laatste 30 dagen voor de aanvang van deze opleiding. Bij gebreke van een advies binnen een termijn van 15 dagen voor de aanvang van de opleiding, wordt de opleiding als erkend beschouwd. § 3. De directeur in functie van het rustoord die bij de inwerkingtreding van dit besluit erkend is door de Franse Gemeenschapscommissie, wordt geacht over de vereiste scholing te beschikken.
De Minister bepaalt, op advies van de administratie, de eventuele aanvullende opleidingen die vereist zijn voor de personen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit de functie hebben uitgeoefend van directeur van een rustoord dat erkend is door een andere bevoegde Belgische overheid. Art. 53.§ 1. De opleidingscyclus van vijfhonderd uren dient de volgende onderwerpen te behandelen : 1° wetgeving : a) algemene organisatie van de volksgezondheid;b) elementen van het burgerlijk recht;c) elementen van het handelsrecht;d) elementen van het publiekrecht;e) arbeidsrecht;f) financiering van rustoorden;g) wetgeving betreffende de rustoorden en rust-en verzorgingstehuizen en andere vormen van residentiële en niet-residentiële instellingen voor bejaarden.Tenminste twee derde van deze materie dient betrekking te hebben op de wetgeving die van toepassing is op Brussel en op de Franse Gemeenschapscommissie; h) wetgeving betreffende de bejaarden (pensioenen, RIZIV, O.C.M.W.,.); i ) wetgeving betreffende de brandbeveiliging. Tenminste twee derde van deze materie dient betrekking te hebben op de wetgeving die van toepassing is op Brussel en op de Franse Gemeenschapscommissie; j ) wetgeving betreffende de bescherming van goederen en de rechten van personen. 2° kennis van de bejaarde : a) vergrijzing van de bevolking en socio-demografische evolutie, inclusief de regionale variaties;b) mechanisme van de veroudering;c) psychologische benadering van de bejaarde en psycho-geriatrie, inclusief de specifieke benadering van demente personen;d) voornaamste pathologieën van bejaarden;e) behandelingen, verzorging en palliatieve zorgen;f) diëtiek van de bejaarden;3° beheer van een rusthuis : a) algemene principes van boekhoudkundig en fiscaal recht;b) boekhoudkundig en financieel beheer;c) personeelsbeheer en human resources; d) relaties met de verzekeringinstellingen en het O.C.M.W.; e) relaties met de familie en met de hulpdiensten buiten het rustoord;f) creëren van een leefproject met de residenten;g) animaties, vrije tijd, culturele en sportieve activiteiten; h ) beleid van publieke relaties met het milieu, met inbegrip van milieuhygiëne. § 2. Het geheel van deze onderdelen dient deel uit te maken van de opleiding van de directeur. Het opleidingscentrum kan de kandidaat-directeur vrijstellen van een deel van voorgenoemde opleidingsonderdelen, voor zover deze kandidaatdirecteur het bewijs kan voorleggen dat hij reeds een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd. § 3. Het slagen van de opleidingscyclus dient erkend te worden door een attest dat tevens de aanwezigheid tijdens de opleidingscyclus bevestigt. § 4. De opleidingen die erkend zijn door het Waalse Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, zijn erkend door de Franse Gemeenschapscommissie onder voorbehoud van de voorlegging, binnen een termijn van een jaar na de infunctietreding van de directeur, van een attest van een aanvullende opleiding van tenminste acht uur of twee halve dagen, betreffende de specifieke wetgeving van de Franse Gemeenschapscommissie zoals bedoeld in § 1, 1°, g). Art. 54.§ 1. De directeur is ertoe gehouden deel te nemen aan voortdurende opleidingsactiviteiten van minstens drie dagen of zes halve dagen per jaar. De opleiding handelt over elk onderwerp in verband met het welzijn of de gezondheid van bejaarden, de vergrijzing en elk onderwerp waarvoor de organisator interesse toont voor het beheer van een rustoord. Het doel van deze opleiding is om zich regelmatig aan te passen aan nieuwe situaties die zich voordoen in de domeinen bedoeld in artikel 53, § 1. § 2. Het programma van deze voortdurende opleidingen is erkend door de Minister.
De organisator van de opleiding vraagt deze erkenning aan en zendt hiertoe een dossier over aan de administratie met betrekking tot de inhoud en de duur van deze opleiding, en dit maximum een maand voor de datum van de opleiding.
De administratie analyseert het dossier en stelt de Minister voor om de beoogde opleiding al dan niet te erkennen, en dit ten laatste twintig dagen voor de aanvang van deze opleiding. Bij gebreke van een advies binnen een termijn van vijftien dagen voor de aanvang van de opleiding, wordt de opleiding als erkend beschouwd.
De door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en het Waalse Gewest erkende opleidingen zijn ambtshalve erkend door de Franse Gemeenschapscommissie.
Onderafdeling 3. - Administratief personeel Art. 55.De directeur kan worden bijgestaan door een personeelslid dat hem voor de verschillende administraties-, opvang- en eventueel animatietaken assisteert. Afdeling 3. - Hotelpersoneel
Art. 56.§ 1. Het rustoord beschikt over voldoende personeel met de vereiste kwalificaties om de taken betreffende de keuken en het restaurant, het beddegoed en de wasserij, het technische onderhoud, de netheid en de hygiëne van de lokalen uit te voeren en ervoor te zorgen dat deze voldoen aan de in dit besluit vermelde normen. De taken die dit personeel worden toebedeeld zijn duidelijk vastgelegd in hun arbeidsovereenkomst. § 2. Een VE per 15 residenten is minimum vereist. Als het aantal residenten lager of hoger ligt, wordt het aantal tewerkstellingen verhoudingsgewijs bepaald. § 3. Het rustoord kan deze taken geheel of gedeeltelijk vervullen met de hulp van buitendiensten die met hem door een schriftelijke overeenkomst zijn gebonden. De gelijkstelling van deze prestaties met personeelskosten wordt bepaald door de directeur van het rustoord op basis van de bepalingen voorzien in bijlage 4 en gecontroleerd door de administratie. In geval van onenigheid wordt deze gelijkstelling vastgesteld door de Minister, na advies van de adviesraad. Afdeling 4. - Verzorgingspersoneel
Onderafdeling 1. - Omschrijvingen en taken Art. 57.§ 1. Onder verzorgingspersoneel wordt verstaan : 1° de verplegers;2° de leden van het verplegend personeel. Onder verplegend personeel wordt verstaan de personen die de verplegers effectief bijstaan in het verstrekken van zorgen,die de residenten helpen bij hun dagelijkse levenshandelingen, bij het behoud van hun autonomie en bij het onderhoud van de kwaliteit van hun levensomstandigden. 3° de leden van de paramedische beroepen, kinesitherapeuten of reactiveringspersoneel. Onder reactiveringspersoneel wordt verstaan het personeel dat voorzien is van een van de kwalificaties zoals vermeld in artikel 4 van het
Ministerieel Besluit van 6 november 2003Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
06/11/2003
pub.
26/11/2003
numac
2003023017
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden
sluiten, tot vaststelling van het bedrag en de toekenningsvoorwaarden van de bijdrage bedoeld in artikel 37, § 12, van de Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust-en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden. § 2. Het verplegend personeel kan slechts de taken uitvoeren met betrekking tot de behandeling van de residenten. Het mag geen taken uitvoeren die tot de vastgelegde diensten van het hotelpersoneel behoren. Om praktische redenen mag enkel het ontbijt worden klaargezet door het verplegend personeel, en dit indien de organisatie van het rustoord dit vereist. § 3. Het verplegend en verzorgend personeel dient uitbetaald en aangeworven te worden via een arbeidsovereenkomst met het rustoord. De andere personeelscategorieën mogen hetzij werknemers zijn hetzij zelfstandigen aangeworven in het kader van een aannemingsovereenkomst.
Er mag beroep worden gedaan op uitzendkrachten ter vervanging van een personeelslid dat tijdelijk afwezig is.
Onderafdeling 2. - Kwalificatie van het personeel en aantal Art. 58.§ 1. Het rustoord beschikt op elk moment over voldoende zorg personeel om tegemoet te komen aan de noden van de residenten, in functie van hun aantal en hun afhankelijkheidsniveau. § 2. De vereiste normen voor het verzorgend personeel worden vastgesteld door het
Ministerieel Besluit van 6 november 2003Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
06/11/2003
pub.
26/11/2003
numac
2003023017
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Ministerieel besluit tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden
sluiten, tot vaststelling van het bedrag en de toekenningsvoorwaarden van de subsidie b …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.