{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De regionale radio-omroeporganisaties kunnen met de regionale lineaire televisieomroeporganisaties alleen samenwerken op het vlak van het maken van programma's, informatiegaring en reclamewerving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-141\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 141</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Om erkend te worden en te blijven, moeten de regionale radio-omroeporganisaties aan het volgende voldoen : 1° de voorwaarden, vermeld in artikelen 129, 130, 131en 135;2° de volgende voorwaarden : a) de regionale radio-omroeporganisaties worden opgericht in de vorm van een rechtspersoon.Het maatschappelijke doel van de rechtspersoon bestaat in het verzorgen van radioprogramma's. De regionale radio-omroeporganisaties kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van hun maatschappelijke doel. De leden van de raad van bestuur bekleden geen politiek mandaat en zijn geen beheerder of bestuurder van de openbare omroeporganisatie of van een andere rechtspersoon die een landelijke of regionale radio-omroeporganisatie beheert; b) de rechtspersoon, vermeld in punt a), exploiteert niet meer dan twee particuliere regionale radio-omroeporganisaties.Rechtstreekse of onrechtstreekse bindingen tussen regionale of landelijke radio-omroeporganisaties leiden er niet toe dat een onderneming of rechtspersoon zeggenschap uitoefent of kan uitoefenen over meer dan twee regionale of landelijke radio-omroeporganisaties; c) de regionale radio-omroeporganisaties zenden minstens vier journaals per dag uit die een verscheidenheid aan onderwerpen uit de regio bevatten.Journaals en informatieve programma's worden verzorgd door een eigen redactie Voor de journaals is een hoofdredacteur verantwoordelijk. De regionale radio-omroeporganisaties kunnen voor het nationale en internationale nieuws een beroep doen op een redactie die door haar redactiestatuut voldoende waarborgen biedt inzake journalistieke deontologie, onpartijdigheid en redactionele onafhankelijkheid. § 2. De Vlaamse Regering legt aanvullende kwalificatiecriteria op en kent aan elk van die criteria een weging toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvullende kwalificatiecriteria, vermeld in het eerste lid, hebben betrekking op : 1° de concrete invulling van het programma-aanbod en het zendschema, in het bijzonder de verscheidenheid in de programmering;2° de media-ervaring, in het bijzonder de radio-ervaring die aanwezig is bij de participanten in de rechtspersoon;3° het financiële plan;4° het businessplan;5° de technische (zend)infrastructuur. Art. 142.§ 1. De regionale radio-omroeporganisaties houden zich, nadat ze een erkenning hebben gekregen en voor de volledige duur van de erkenning, aan de door hen ingediende offerte, aan de basisvoorwaarden en aan de aanvullende kwalificatiecriteria, vermeld in artikel 141, in overeenstemming waarmee de Vlaamse Regering de erkenning heeft uitgereikt. § 2. De regionale radio-omroeporganisaties die, nadat ze de erkenning hebben verkregen, wijzigingen willen aanbrengen in de gegevens, vermeld in de door hen ingediende offerte, waardoor wordt afgeweken van de basisvoorwaarden en van de aanvullende kwalificatiecriteria, vermeld in artikel 141, in het bijzonder wat de algemene programmering betreft, brengen de Vlaamse Regulator voor de Media daarvan op de hoogte. Die kennisgeving wordt conform artikel 219 gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijzigingen die betrekking hebben op de informatieve programma's, de statuten of de aandeelhoudersstructuur, worden aan de Vlaamse Regering ter goedkeuring voorgelegd. Bij de beoordeling van die wijzigingen houdt de Vlaamse Regering inzonderheid rekening met het in stand houden van het pluralisme en van de diversiteit in het radiolandschap. Art. 143.De regionale radio-omroeporganisaties kunnen onafhankelijk of binnen een samenwerkingsverband met andere regionale radio-omroeporganisaties opereren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een samenwerkingsverband dat bestaat uit alle regionale radio-omroeporganisaties en opgericht is in de vorm van een rechtspersoon die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 138, § 1, kan door de Vlaamse Regering worden erkend als landelijke radio-omroeporganisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de datum van erkenning door de Vlaamse Regering als landelijke radio-omroeporganisatie zijn de bepalingen van onderafdeling II op het samenwerkingsverband van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 134, eerste lid, vervalt de erkenning van de regionale radio-omroeporganisaties die deelnemen aan dat samenwerkingsverband, vanaf de datum van erkenning door de Vlaamse Regering van het samenwerkingsverband als landelijke radio-omroeporganisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwachting van een nieuwe zendvergunning, uitgereikt door de Vlaamse Regulator voor de Media, en in afwijking van artikel 193, § 1, tweede lid, dragen de regionale radio-omroeporganisaties in kwestie hun zendvergunning over aan het samenwerkingsverband dat erkend is als landelijke radio-omroeporganisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling IV. - Lokale radio-omroeporganisaties Art. 144.De lokale radio-omroeporganisaties hebben tot taak een verscheidenheid van programma's te brengen, inzonderheid inzake informatie uit het verzorgingsgebied en ontspanning, met de bedoeling binnen het verzorgingsgebied de communicatie onder de bevolking of de doelgroep te bevorderen. Ze zenden uit voor een stad, een deel van een stad, een gemeente, een beperkt aantal aaneensluitende gemeenten, of een welbepaalde doelgroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lokale radio-omroeporganisaties kunnen onafhankelijk opereren of samenwerken met andere lokale radio-omroeporganisaties binnen de Vlaamse Gemeenschap. Samenwerking met de radio-omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap, de landelijke radio-omroeporganisaties en de regionale radio-omroeporganisaties mag niet leiden tot gestructureerde eenvormigheid in het programmabeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking met andere lokale radio-omroeporganisaties mag er niet toe leiden dat meer dan zestig lokale radio-omroeporganisaties in een samenwerkingsverband verenigd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking met het oog op het opzetten van eenmalige grote acties, zoals caritatieve acties, of bij uitzonderlijke evenementen of belangrijke gebeurtenissen, houdt geen gestructureerde eenvormigheid in en is dus wel toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met behoud van de toepassing van artikel 145 is samenwerking met andere lokale radio-omroeporganisaties op alle terreinen mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mits de bepalingen van dit hoofdstuk en de overige erkenningsvoorwaarden strikt nageleefd worden, en met toepassing van de procedure, vermeld in artikel 150, zijn lokale radio-omroeporganisaties vrij om samenwerkingsverbanden op te richten, te beëindigen, en erin of eruit te stappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerkingsverbanden zoals bedoeld in dit artikel worden minimaal veertien kalenderdagen voor de start ervan aangemeld bij de Vlaamse Regulator voor de Media. Die aanmelding gebeurt conform artikel 219.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 145</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om erkend te worden en te blijven, moeten de lokale radio-omroeporganisaties voldoen aan : 1° de voorwaarden, vermeld in artikelen 129, 130, 131 en 135;2° de volgende basisvoorwaarden : a) de lokale radio-omroeporganisaties worden opgericht in de vorm van een rechtspersoon.Het maatschappelijke doel van de rechtspersoon bestaat hoofdzakelijk in het verzorgen van radioprogramma's in het toegekende verzorgingsgebied. De lokale radio-omroeporganisaties kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de verwezenlijking van hun maatschappelijke doel; b) de rechtspersoon, vermeld in punt a), exploiteert niet meer dan een particuliere radio-omroeporganisatie;c) de lokale radio-omroeporganisaties brengen dagelijks een aanbod van lokale informatie met aandacht voor de aankondiging en verslaggeving van sociaal-culturele, sportieve, economische en politieke gebeurtenissen in het verzorgingsgebied.De dagprogrammering van de lokale radio-omroeporganisatie bevat minstens drie journaals, die gericht zijn op het verzorgingsgebied Voor de journaals is een hoofdredacteur verantwoordelijk. Elk journaal bevat ook lokale onderwerpen. Als een lokale radio-omroeporganisatie met andere radio-omroeporganisaties samenwerkt, mag die samenwerking in geen geval als gevolg hebben dat de onafhankelijkheid van de berichtgeving in het gedrang komt. De lokale radio-omroeporganisaties kunnen voor het nationale en internationale nieuws een beroep doen op een redactie die door haar redactiestatuut voldoende waarborgen biedt inzake journalistieke deontologie, onpartijdigheid en redactionele onafhankelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lokale radio-omroeporganisaties mogen voor wat betreft de lokale journaals samenwerken met andere lokale radio-omroeporganisaties voor zover samenwerkende radio-omroeporganisaties zich bevinden binnen verzorgingsgebieden die gelijk zijn aan de verzorgingsgebieden van de regionale televisieomroeporganisaties; d) de lokale radio-omroeporganisaties delen de volgende informatie mee : de plaats van uitzending, de plaats van vestiging, de aanwezige infrastructuur, de statuten, de financiële structuur en het financiële plan, het programma-aanbod, het redactiestatuut, het uitzendschema, de naam van de eindredacteur, de medewerkers van de radio-omroeporganisatie, met inbegrip van hun radio-ervaring en hun statuut.Elke latere wijziging wordt zonder verwijl aan de Vlaamse Regulator voor de Media meegedeeld. Art. 146.De Vlaamse Regering verleent de erkenning op basis van de volgende criteria : de concrete invulling van de informatie over het eigen verzorgingsgebied in het programma-aanbod en de aantoonbare en beschreven band die is opgebouwd met de lokale gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan met betrekking tot die twee criteria aanvullende voorwaarden voor erkenning opleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met behoud van de toepassing van het vierde en vijfde lid vragen de lokale radio-omroeporganisaties die, nadat ze de erkenning hebben verkregen, wijzigingen willen aanbrengen in de gegevens, vermeld in de door hen ingediende offerte, die betrekking hebben op de informatieve programma's, de statuten of hun aandeelhoudersstructuur, de goedkeuring aan de Vlaamse Regering om die wijzigingen door te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lokale radio-omroeporganisaties die, nadat ze de erkenning hebben verkregen, wijzigingen willen aanbrengen in de gegevens, vermeld in de door hen ingediende offerte, waardoor wordt afgeweken van de algemene programmering, of waardoor wordt toegetreden tot, wordt overgestapt naar of uit een samenwerkingsverband met andere lokale radio-omroeporganisaties wordt gestapt, maken daarvan melding bij de Vlaamse Regulator voor de Media. Die melding wordt conform artikel 219 gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mits alle relevante bepalingen uit deze titel worden nageleefd, kunnen de lokale radio-omroeporganisaties de aangemelde wijziging doorvoeren tien werkdagen na de verzending van de melding. Afdeling III. - Andere radio-omroeporganisaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-147\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 147</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Particuliere radio-omroeporganisaties die hun omroepprogramma's uitsluitend via een kabel-, ethernetwerk of via het internet doorgeven, worden andere radio-omroeporganisaties genoemd en brengen de Vlaamse Regulator voor de Media daarvan op de hoogte. Art. 148.Het maatschappelijk doel van die omroeporganisaties bestaat in het verzorgen van radioprogramma's via een kabelomroepnetwerk, een etheromroepnetwerk, een satellietomroepnetwerk of via het internet. Ze kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de verwezenlijking van hun maatschappelijk doel. Art. 149.§ 1. Eenieder kan, onder de voorwaarden van deze afdeling, radiodiensten aanbieden, voor zover : 1° de omroeporganisatie is opgericht als een rechtspersoon en onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap valt;2° de omroeporganisatie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikelen 129, 130 en 131. § 2. De Vlaamse Regulator voor de Media moet minimaal veertien kalenderdagen voor het starten van de dienst op de hoogte worden gebracht van het aanbieden van deze diensten Die kennisgeving wordt conform artikel 219 gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennisgeving moet minstens de volgende informatie bevatten : de plaats van uitzending, de plaats van vestiging, de wijze waarop het programmasignaal wordt verspreid, en de statuten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elk afzonderlijk omroepprogramma wordt een nieuwe kennisgeving verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke latere wijziging van die informatie, inzonderheid elke wijziging in de raad van beheer of de raad van bestuur van de omroeporganisatie, wordt zonder verwijl aan de Vlaamse Regulator voor de Media meegedeeld. § 3. De kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, is niet vereist voor erkende landelijke, regionale en lokale radio-omroeporganisaties die hun programma's via een kabelomroepnetwerk, etheromroepnetwerk, satellietomroepnetwerk of via internet doorgeven. HOOFDSTUK II. - Particuliere niet-lineaire radio-omroeporganisaties Art. 150.§ 1. Eenieder kan, onder de voorwaarden van dit hoofdstuk, niet-lineaire radiodiensten aanbieden, voor zover hij is opgericht als een rechtspersoon en valt onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het maatschappelijk doel van niet-lineaire radio-omroeporganisaties bestaat in het aanbieden van niet-lineaire radiodiensten op aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieders kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de verwezenlijking van hun maatschappelijk doel. § 2. De Vlaamse Regulator voor de Media moet minimaal veertien kalenderdagen voor het starten van de dienst op de hoogte worden gebracht van het aanbieden van een niet-lineaire radiodienst. Die kennisgeving wordt conform artikel 219 gedaan. De kennisgeving moet minstens de volgende informatie bevatten : de plaats van uitzending, de plaats van vestiging, de wijze waarop het programmasignaal wordt verspreid, en de statuten. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nader te verstrekken gegevens die de kennisgeving moet bevatten en welke latere wijzigingen in die gegevens aan de Vlaamse Regulator voor de Media moeten worden meegedeeld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL IV. - TELEVISIEDIENSTEN HOOFDSTUK I. - Bepalingen die gelden voor alle televisiediensten Afdeling I. - Toegang tot televisiediensten voor personen met een</h3>\n<p class=\"lf-p\">visuele of auditieve handicap Art. 151.De openbare omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap en de private televisieomroeporganisaties maken een aanzienlijk deel van hun omroepprogramma toegankelijk voor personen met een visuele of auditieve handicap. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van ondertiteling, audiobeschrijving, gebarentaal en auditieve ondertiteling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met ingang van 1 januari 2010 of nadat de private televisieomroeporganisaties, gedurende zes opeenvolgende maanden een gemiddeld marktaandeel van 2 percent behalen, voldoen zij aan de volgende voorwaarden binnen de hierna bepaalde termijnen : - volledige ondertiteling binnen twaalf maanden van het hoofdjournaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit is het journaal met gemiddeld het hoogste kijkcijfer; - volledige ondertiteling van alle journaals en 90 procent van de informatieprogramma's binnen 36 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering legt voor andere ondertiteling dan bedoeld in het derde lid van dit artikel, voor audiobeschrijving, voor gebarentaal en voor auditieve ondertiteling een tijdspad en quota op.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering verstrekt voor elke techniek voor het toegankelijk maken van televisiediensten, subsidies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De criteria hiervoor worden door de Vlaamse Regering vastgelegd. Afdeling II. - Het uitzenden van cinematografische werken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 152</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanbieders van televisiediensten mogen geen cinematografische werken uitzenden buiten de met de houders van rechten overeengekomen tijdvakken. Afdeling III. - Evenementenregeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 153</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Vlaamse Regering stelt een lijst op van evenementen die worden geacht van aanzienlijk belang voor de samenleving te zijn en die, om die reden, niet op een exclusieve basis zodanig mogen worden uitgezonden dat een belangrijk deel van het publiek in de Vlaamse Gemeenschap dergelijke evenementen niet via rechtstreekse of uitgestelde verslaggeving op televisie kan volgen via de basispakketten van de verschillende dienstenverdelers Om na te gaan of een evenement beantwoordt aan de voorwaarden van paragraaf 1 wordt rekening gehouden met de volgende elementen : 1° het evenement heeft een belangrijke algemene nieuwswaarde en ontlokt een brede interesse bij het publiek;2° het evenement vindt plaats in het kader van een belangrijke internationale competitie of is een wedstrijd waaraan de nationale ploeg, een Belgisch clubteam of een of meer Belgische sportlui deelnemen;3° het evenement behoort tot een belangrijke sportdiscipline en heeft een belangrijke culturele waarde in de Vlaamse Gemeenschap;4° het evenement wordt traditioneel uitgezonden via kosteloze televisie en haalt hoge kijkcijfers in zijn categorie. De Vlaamse Regering bepaalt of die evenementen via volledige of gedeeltelijke rechtstreekse verslaggeving of, waar nodig of passend om objectieve redenen van algemeen belang, via volledige of gedeeltelijke uitgestelde verslaggeving beschikbaar moeten zijn. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De televisieomroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap en de aanbieders van televisiediensten mogen de door hen verworven exclusieve rechten niet op zodanige wijze uitoefenen dat een belangrijk deel van het publiek in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap de door die andere lidstaat aangewezen evenementen niet op televisie in het basispakket van een dienstenverdeler kan volgen via volledige of gedeeltelijke rechtstreekse verslaggeving of, waar nodig of passend om objectieve redenen van openbaar belang, via volledige of gedeeltelijke uitgestelde verslaggeving, zoals door die andere lidstaat is bepaald. Afdeling IV. - De bevordering van Europese producties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 154</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De televisieomroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap en de particuliere lineaire televisieomroeporganisaties streven ernaar om het grootste gedeelte van hun niet aan informatie, sport, spel, reclame, teletekst en telewinkelen gewijde zendtijd te reserveren voor Europese producties Een aanzienlijk deel ervan moet worden besteed aan Nederlandstalige Europese producties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan ter uitvoering van lid 1 en lid 2 quota opleggen. Art. 155.De televisieomroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap en de particuliere lineaire televisieomroeporganisaties streven ernaar om ten minste tien procent van hun niet aan informatie, sport, spel, reclame, teletekst en telewinkelen gewijde zendtijd te besteden aan Europese producties die vervaardigd zijn door van de televisieomroeporganisaties onafhankelijke producenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanzienlijk deel ervan moet worden besteed aan recente producties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zijn producties die binnen een periode van vijf jaar nadat ze gemaakt zijn, worden uitgezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet voldoende ruimte worden gemaakt voor recente Nederlandstalige Europese producties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan ter uitvoering van leden 1, 2 en 3 quota opleggen. Art. 156.De televisieomroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap en de particuliere lineaire televisieomroeporganisaties bezorgen elk jaar voor 31 maart aan de Vlaamse Regulator voor de Media een verslag over de wijze waarop aan de bepalingen van artikelen 154 en 155 is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regulator voor de Media maakt die gegevens openbaar. Art. 157.De niet-lineaire televisieomroeporganisaties promoten, voor zover dat haalbaar is en met passende middelen gebeurt, de vervaardiging van en de toegang tot Europese producties. Een dergelijke promotie kan onder meer betrekking hebben op een financiële bijdrage van de niet-lineaire televisieomroeporganisaties aan de vervaardiging van en de verwerving van rechten op Europese producties, of op het aandeel en/of de prominente aanwezigheid van Europese producties in de door de niet-lineaire televisiedienst aangeboden programmacatalogus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanzienlijk deel van de promotiemiddelen, vermeld in het eerste lid, moet worden besteed aan Nederlandstalige Europese producties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan de mogelijke middelen en maatregelen, vermeld in het eerste lid, vastleggen. HOOFDSTUK II. - Particuliere lineaire televisiediensten Afdeling I. - Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 158</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tot de particuliere lineaire televisieomroeporganisaties behoren : 1° regionale televisieomroeporganisaties;2° private televisieomroeporganisaties. Art. 159.Onder de voorwaarden, vermeld in deze afdeling, worden particuliere lineaire televisieomroeporganisaties erkend door de Vlaamse Regering of aangemeld bij de Vlaamse Regulator voor de Media Om erkend te worden, moeten ze worden opgericht als een privaatrechtelijke rechtspersoon en moeten ze onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor het verkrijgen van de erkenning en voor de wijze van kennisgeving. Art. 160.De particuliere lineaire televisieomroeporganisaties hebben als maatschappelijk doel het verzorgen van programma's. Ze mogen alle handelingen verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van hun doel. Afdeling II. - De private televisieomroeporganisaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 161</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Private televisieomroeporganisaties moeten aangemeld worden bij de Vlaamse Regulator voor de Media. De kennisgeving wordt minimaal veertien kalenderdagen voor de start van het aanbieden van de lineaire televisiediensten gedaan De kennisgeving wordt conform artikel 219 gedaan en moet minstens de volgende informatie bevatten : alle gegevens die kunnen dienen om te bepalen of de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is voor de televisiedienst in kwestie, de statuten, de financiële structuur, en een duidelijke omschrijving van de te leveren dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de kennisgeving moet elke wijziging van de informatie, vermeld in het tweede lid, door de private omroeporganisatie in kwestie zo spoedig mogelijk aan de Vlaamse Regulator voor de Media worden meegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de kennisgevingen die de private televisieomroeporganisaties moeten naleven. Art. 162.Voor elk omroepprogramma is een kennisgeving vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Private televisieomroeporganisaties die een omroepprogramma aanbieden dat uitsluitend bestaat uit telewinkelprogramma's, en private televisieomroeporganisaties die een omroepprogramma aanbieden dat uitsluitend bestaat uit zelfpromotie, maken daarvan uitdrukkelijk melding in de kennisgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 163</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eenieder kan, onder de voorwaarden van dit hoofdstuk, private lineaire televisiediensten aanbieden, voor zover : 1° de aanbieder van lineaire televisiediensten is opgericht als een privaatrechtelijke rechtspersoon en onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap valt;2° het maatschappelijk doel van de privaatrechtelijke rechtspersoon bestaat in het aanbieden van lineaire televisiediensten, met uitsluiting van het aanbieden van lineaire omroepdiensten als vermeld in artikel 165.De private omroeporganisaties kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de verwezenlijking van hun maatschappelijk doel; 3° de private omroeporganisatie onafhankelijk is van een politieke partij;4° de uitzendingen onder de redactionele eindverantwoordelijkheid staan van het personeel;5° de private omroeporganisatie in het Nederlands uitzendt, behoudens afwijkingen, toe te staan door de Vlaamse Regering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 164</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als private televisieomroeporganisaties journaals en duidingsprogramma's brengen, moeten die worden verzorgd door een eigen redactie. De redactionele onafhankelijkheid wordt gewaarborgd en in een redactiestatuut vastgelegd. Afdeling III. - De regionale televisieomroeporganisaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 165</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een regionale televisieomroeporganisatie heeft als taak regionale informatie te brengen met de bedoeling binnen het verzorgingsgebied, dat aan de regionale televisieomroeporganisaties door de Vlaamse Regering krachtens artikel 168 wordt toegewezen, de communicatie onder de bevolking en tussen de overheden en de bevolking te bevorderen en bij te dragen tot de algemene sociale en culturele ontwikkeling van de regio Onder regionale informatie worden onder meer journaals, achtergrondinformatie, debatten, verkiezingsuitzendingen en serviceprogramma's verstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van de taakomschrijving van regionale televisieomroeporganisaties, vermeld in het eerste lid, kan de regionale televisieomroeporganisatie zendtijd ter beschikking stellen van regionale actoren, maar ze blijft wel zelf verantwoordelijk voor de uitzendingen. Art. 166.De regionale televisieomroeporganisaties mogen pas programma's verzorgen nadat ze daartoe door de Vlaamse Regering zijn erkend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het verkrijgen van de erkenning, alsook mogelijke nadere maatregelen bij de bepaling van het verzorgingsgebied. Art. 167.Met het oog op de erkenning bezorgen de regionale televisieomroeporganisaties alle gegevens die kunnen dienen om te bepalen of de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is voor de omroeporganisatie in kwestie, de statuten, de financiële structuur, het programma-aanbod en het uitzendschema aan de Vlaamse Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de erkenning moet elke fundamentele wijziging van de informatie, vermeld in het eerste lid, door de omroeporganisatie in kwestie zo spoedig mogelijk aan de Vlaamse Regering worden meegedeeld. Art. 168.De Vlaamse Regering bakent maximaal elf verzorgingsgebieden af, waaronder het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Binnen een verzorgingsgebied kan door de Vlaamse Regering slechts aan een regionale televisieomroeporganisatie een erkenning worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een regionale televisieomroeporganisatie verzorgt de programma's uitsluitend in het aan haar toegewezen verzorgingsgebied. De beperking tot het toegewezen verzorgingsgebied geldt niet voor de verspreiding van programma's van regionale televisieomroeporganisaties als die binnen een digitaal pakket worden aangeboden, en voor de verspreiding van de journaals van regionale televisieomroeporganisaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-169\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 169</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om erkend te worden en te blijven, moeten de regionale televisieomroeporganisaties voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° de vorm hebben van een vereniging zonder winstoogmerk, waarvan de beheerders geen beheerder mogen zijn van een andere vereniging die een regionale televisieomroeporganisatie in eigendom heeft of beheert;2° de maatschappelijke zetel en de exploitatiezetel liggen in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, en meer bepaald binnen hun verzorgingsgebied;3° het maatschappelijk doel van de vereniging is beperkt tot het uitsluitend verzorgen van regionale programma's;4° één vereniging exploiteert niet meer dan één regionale omroepdienst;5° de regionale televisieomroeporganisaties zijn onafhankelijk van een politieke partij, een beroepsvereniging of een organisatie met een commercieel doel;6° de regionale televisieomroeporganisaties zenden uit in het Nederlands, behoudens afwijkingen die door de Vlaamse Regering worden toegestaan;7° de regionale televisieomroeporganisaties zenden eigen programma's uit.In de eigen programma's streven de regionale televisieomroeporganisaties ernaar om de uitdrukkingsmogelijkheden van de plaatselijke bevolking te ontwikkelen en haar deelname eraan aan te moedigen Met eigen programma's worden programma's of programmaonderdelen bedoeld die ofwel door eigen personeel ofwel in opdracht en onder eindverantwoordelijkheid van het personeel van de regionale televisieomroeporganisatie worden uitgewerkt en gerealiseerd; 8° het omroepprogramma van de regionale televisieomroeporganisaties heeft voor ten minste tachtig procent betrekking op het eigen regionale verzorgingsgebied;9° voor de journaals is een hoofdredacteur verantwoordelijk.De redactionele onafhankelijkheid wordt gewaarborgd en in een redactiestatuut vastgelegd. Voor zijn nieuwsvoorziening kan de regionale televisieomroeporganisatie een beroep doen op samenwerkingsverbanden. De voorwaarden daarvoor worden door de Vlaamse Regering bepaald; 10° de regionale televisieomroeporganisaties bezorgen jaarlijks een werkingsverslag en een financieel verslag.De Vlaamse Regulator voor de Media en meer bepaald de daartoe aangestelde ambtenaren kunnen alle noodzakelijke documenten opvragen en ter plaatse onderzoeken of de erkenningsvoorwaarden worden nageleefd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-170\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 170</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De duur van de erkenning als regionale televisieomroeporganisatie bedraagt negen jaar. De erkenning kan worden verlengd met perioden van negen jaar op verzoek van de aanvrager. Dat verzoek wordt conform artikel 219 uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de lopende erkenningstermijn ingediend De Vlaamse Regering moet, als ze de erkenning niet wil verlengen, uiterlijk een jaar voor het verstrijken van de erkenningstermijn de regionale televisieomroeporganisatie daarvan op de hoogte brengen met een aangetekende brief, die gericht is aan de voorzitter van de raad van bestuur op het adres van de maatschappelijke zetel. § 2. De Vlaamse Regulator voor de Media kan op ieder ogenblik de erkenning als regionale televisieomroeporganisatie schorsen of intrekken, als de bepalingen van deze afdeling of de uitvoeringsbepalingen ervan niet worden nageleefd. § 3. De Vlaamse Regering kan, als de regionale televisieomroeporganisatie daarom verzoekt, de behandeling van de opschorting of intrekking van de erkenning maximaal drie maanden schorsen om de omroeporganisatie in kwestie de kans te geven aan alle voorschriften te voldoen. Na verloop van die periode wordt de behandeling van het dossier hervat als de grond daartoe nog voorhanden is. Art. 171.De algemene vergadering van de regionale televisieomroeporganisatie wordt representatief samengesteld. Daarbij wordt rekening gehouden met politieke, sociale, culturele, levensbeschouwelijke en regionale criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke bestuurlijke overheid die gesitueerd is binnen het verzorgingsgebied en financieel bijdraagt in de jaarlijkse werkingskosten, kan deel uitmaken van de algemene vergadering van de regionale televisieomroeporganisatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 172</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De raad van bestuur van de regionale televisieomroeporganisatie moet representatief worden samengesteld en mag voor niet meer dan een vijfde bestaan uit leden die : 1° een politiek mandaat uitoefenen;2° een leidinggevende functie of de functie van bestuurder uitoefenen in een beroepsvereniging van werkgevers of werknemers;3° een leidinggevende functie of de functie van bestuurder uitoefenen in een pers-, advertentie- of reclamebedrijf, bij de openbare omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap of bij een particuliere omroeporganisatie die zich richt tot de hele Vlaamse Gemeenschap;4° een leidinggevende functie of de functie van bestuurder uitoefenen bij een aanbieder van een kabelomroepnetwerk. In geen geval mogen de leden van de raad van bestuur deel uitmaken van een college van burgemeester en schepenen, een bestendige deputatie, de Vlaamse Regering, de regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of de federale regering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 173</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke wijziging in de raad van bestuur en de algemene vergadering van de regionale televisieomroeporganisatie moet worden meegedeeld aan de Vlaamse Regulator voor de Media. HOOFDSTUK III. - Particuliere niet-lineaire televisiediensten Art. 174.Eenieder kan, onder de voorwaarden van dit hoofdstuk, niet-lineaire televisiediensten aanbieden, als : 1° de entiteit die deze aanbiedt opgericht is als een privaatrechtelijke rechtspersoon en onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap valt;2° het maatschappelijk doel van de privaatrechtelijke rechtspersoon bestaat in het verzorgen van niet-lineaire televisiediensten, inzonderheid op digitale wijze.De rechtspersoon kan alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de verwezenlijking van zijn maatschappelijk doel De niet-lineaire televisieomroeporganisaties kunnen, al dan niet tegen betaling, geheel of gedeeltelijk gecodeerd uitzenden en zijn onafhankelijk van een politieke partij.</p>\n<p class=\"lf-p\">De niet-lineaire televisieomroeporganisaties zenden minstens in het Nederlands uit, behoudens uitzonderingen toe te staan door de Vlaamse Regering. Art. 175.De Vlaamse Regulator voor de Media moet minimaal veertien kalenderdagen voor het starten van de dienst op de hoogte worden gebracht van het aanbieden van een niet-lineaire televisiedienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennisgeving wordt conform artikel 219 gedaan en moet minstens de volgende informatie bevatten : alle gegevens die kunnen dienen om te bepalen of de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is voor de televisiedienst in kwestie, de statuten, en een duidelijke omschrijving van de te leveren dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nader te verstrekken gegevens die de kennisgeving moet bevatten, alsook de latere wijzigingen in die gegevens die aan de Vlaamse Regulator voor de Media moeten worden meegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de niet-lineaire televisieomroeporganisaties hun aanbod uitbreiden met een nieuw soort dienst, moeten ze een afzonderlijke kennisgeving verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de kennisgeving moet elke wijziging in de informatie, vermeld in het eerste lid, door de niet-lineaire televisieomroeporganisatie in kwestie zo spoedig mogelijk aan de Vlaamse Regulator voor de Media worden meegedeeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 176</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regulator voor de Media kan de dienstenverdeler of de netwerkoperator verplichten het doorgeven van een niet-lineaire televisiedienst te schorsen of te staken als die niet-lineaire televisiedienst een inbreuk maakt op, of een ernstig risico inhoudt voor : 1° de openbare orde, in het bijzonder de preventie van, het onderzoek naar, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten, waaronder de bescherming van minderjarigen en de bestrijding van het aanzetten tot haat wegens ras, geslacht, godsdienst of nationaliteit en van schendingen van de menselijke waardigheid ten aanzien van individuen;2° de bescherming van de volksgezondheid;3° de openbare veiligheid, met inbegrip van het waarborgen van de nationale veiligheid en defensie Als de niet-lineaire televisieomroeporganisatie, vermeld in het eerste lid, onder de bevoegdheid van een andere lidstaat van de Europese Unie valt, moet de Vlaamse Regulator voor de Media vooraleer het doorgeven van de niet-lineaire televisiedienst te laten schorsen of staken : 1° de Europese Commissie en de lidstaat van de Europese Unie, onder wiens bevoegdheid de niet-lineaire televisieomroeporganisatie valt, kennis geven van het voornemen om het doorgeven van de niet-lineaire televisiedienst te laten schorsen of staken;2° de lidstaat van de Europese Unie, onder wiens bevoegdheid de niet-lineaire televisieomroeporganisatie valt, verzoeken om maatregelen te nemen.De Vlaamse Regulator voor de Media kan het doorgeven van de niet-lineaire televisiedienst pas laten schorsen of staken als de lidstaat van de Europese Unie niet of onvoldoende op het verzoek van de Vlaamse Regulator voor de Media is ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In urgente gevallen kan de Vlaamse Regulator voor de Media afwijken van het tweede lid. In dat geval moet het bevel tot schorsing of staking van het doorgeven van niet-lineaire televisiediensten op zo kort mogelijke termijn ter kennis worden gebracht van de Europese Commissie en van de lidstaat van de Europese Unie onder wiens bevoegdheid de niet-lineaire televisieomroeporganisatie valt, met opgave van de redenen van urgentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing onverminderd eventuele rechtszaken, met inbegrip van het vooronderzoek en van handelingen die verricht zijn in het kader van een strafrechtelijk onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL IV. - Dienstenverdelers TITEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN Art. 177.Iedere dienstenverdeler die in de Vlaamse Gemeenschap een aanbod van omroepdiensten op de markt brengt, brengt minimaal veertien kalenderdagen voor het starten van de dienst de Vlaamse Regulator voor de Media daarvan op de hoogte. De kennisgeving wordt conform artikel 219 gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennisgeving omvat ten minste de identificatie van de rechtspersoon, het dienstenaanbod met de contractuele voorwaarden voor het opnemen van de diensten, en het elektronische communicatienetwerk dat gebruikt wordt om die diensten door te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nader te verstrekken gegevens die de kennisgeving moet bevatten en de latere wijzigingen in die gegevens die aan de Vlaamse Regulator voor de Media moeten worden meegedeeld. Art. 178.De bepalingen van dit deel zijn niet van toepassing op de dienstenverdelers die door middel van een collectieve antenne als vermeld in artikel 197, hun diensten aanbieden. Art. 179.Dienstenverdelers maken ten minste de volgende informatie gemakkelijk, rechtstreeks en permanent toegankelijk voor de afnemers van hun diensten : 1° de naam van de dienstenverdeler;2° het geografische adres waar de dienstenverdeler gevestigd is;3° nadere gegevens die een snel contact en een rechtstreekse en effectieve communicatie met de dienstenverdeler mogelijk maken, met inbegrip van zijn elektronisch postadres;4° als een dienstenverdeler in een handelsregister of een vergelijkbaar openbaar register is ingeschreven : het ondernemingsnummer, inschrijvingsnummer, en in voorkomend geval het btw-nummer;5° de aard en de inhoud van de diensten die hij verdeelt. Art. 180.Dienstenverdelers maken commerciële communicatie die deel uitmaakt van hun dienst duidelijk als zodanig herkenbaar. De bepalingen van afdeling II, III, IV, deel III, titel II, hoofdstuk IV, zijn van toepassing op de commerciële communicatie die dienstenverdelers brengen in hun eigen diensten aan de abonnees.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dienstenverdelers nemen alle redelijke technische maatregelen om ervoor te zorgen dat de toegang van minderjarigen tot omroepdiensten die hun lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling ernstig zouden kunnen aantasten, beperkt kan worden, of dat hun aanbod dergelijke diensten niet bevat en brengen de afnemers van hun diensten van deze maatregelen op de hoogte. Die verplichting is van toepassing op alle omroepdiensten in hun aanbod, en op de elektronische programmagids of andere audiovisuele of tekstgebaseerde informatie die deel uitmaakt van hun dienstverlening. Art. 181.Het is een dienstenverdeler toegestaan via het elektronische communicatienetwerk dat hij gebruikt, een elektronische programmagids aan te bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dienstenverdelers kunnen door de Vlaamse Regulator voor de Media verplicht worden, als dat noodzakelijk is om de toegang van eindgebruikers tot gespecificeerde digitale omroepdiensten te waarborgen, toegang tot de applicatieprogramma-interfaces en elektronische programmagidsen aan te bieden tegen billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan voorwaarden opleggen voor de installatie van, de toegang tot en de presentatie van elektronische programmagidsen die gebruikt worden in het kader van de digitale omroepprogramma's, als dat noodzakelijk is om de toegang van de eindgebruiker te verzekeren tot een aantal duidelijk gespecificeerde digitale omroepprogramma's die beschikbaar zijn in de Vlaamse Gemeenschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-182\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 182</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De dienstenverdelers bezorgen jaarlijks een werkingsverslag, met vermelding van de aandeelhoudersstructuur, het aantal abonnees en de doorgegeven omroepprogramma's, en de jaarrekening, goedgekeurd door de algemene vergadering van aandeelhouders, aan de Vlaamse Regulator voor de Media</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-183\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 183</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De dienstenverdelers kunnen niet aansprakelijk gesteld worden voor de door de omroeporganisaties doorgegeven informatie of voor het verschaffen van toegang tot die informatie, noch voor de op verzoek van de omroeporganisatie opgeslagen informatie, op voorwaarde dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° in geval van lineaire en niet-lineaire diensten wijzigt de dienstenverdeler de doorgegeven informatie van de omroeporganisaties niet;2° in geval van niet-lineaire diensten ligt het initiatief om de informatie door te geven niet bij de dienstenverdeler;3° in geval van niet-lineaire diensten wordt de ontvanger van de doorgegeven informatie in verband met die diensten niet door de dienstenverdeler bepaald. Het eerste lid doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van de Vlaamse Regulator voor de Media om in overeenstemming met de bepalingen van dit decreet te eisen dat de dienstenverdeler een inbreuk beëindigt of voorkomt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-184\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 184</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De dienstenverdeler die gebruik maakt van een etheromroepnetwerk of een entiteit die daar zeggenschap over uitoefent, kan niet meer dan een derde van de digitale capaciteit van dat netwerk die bestemd is voor gebruik met dezelfde technologie, exclusief verwerven TITEL II. - DOORGIFTEMOGELIJKHEDEN EN DOORGIFTEVERPLICHTINGEN Art. 185.§ 1. De dienstenverdelers die gebruikmaken van netwerken die voor een significant aantal eindgebruikers het belangrijkste middel zijn om omroepprogramma's te ontvangen, bieden hun diensten aan overeenkomstig de bepalingen van artikel 186.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lineaire omroepprogramma's, vermeld in artikel 186, § 1 en § 2, moeten, met het oog op het verzekeren van pluralisme en culturele diversiteit in het aanbod van omroepdiensten, onverkort en in hun geheel worden aangeboden. § 2. Dienstenverdelers die hun diensten aanbieden over netwerken die niet voor een significant aantal eindgebruikers het belangrijkste middel zijn om omroepprogramma's te ontvangen, kunnen de omroepprogramma's doorgeven overeenkomstig de bepalingen van artikel 187. § 3. De netwerken, vermeld in § 1, eerste lid, worden ten minste om de drie jaar, op advies van de Vlaamse Regulator voor de Media, vastgelegd door Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering legt die netwerken een eerste maal vast in het kalenderjaar dat volgt op de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, en kan die bepaling herzien nadat minstens één jaar verstreken is, en vervolgens elk jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-186\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 186</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De dienstenverdelers, vermeld in artikel 185, § 1, eerste lid, moeten, op het ogenblik dat de volgende lineaire omroepprogramma's worden uitgezonden, ze in hun geheel verdelen in hun basisaanbod : 1° de omroepprogramma's van de openbare omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap;2° het omroepprogramma van de regionale televisieomroeporganisatie. Dat wordt kosteloos, gelijktijdig en onverkort doorgegeven binnen het verzorgingsgebied van die regionale televisieomroeporganisatie. De kosteloosheid slaat zowel op de aanvoer als op het doorgeven van het omroepprogramma; 3° twee radio- en twee televisieomroepprogramma's van de openbare omroeporganisatie van de Franse Gemeenschap en het radio-omroepprogramma van de Duitstalige Gemeenschap;4° twee radio-omroepprogramma's en de televisieomroepprogramma's van de Nederlandse openbare omroeporganisatie De Vlaamse Gemeenschap is geen vergoeding verschuldigd aan de dienstenverdeler voor de verplichte doorgifte van de bovenvermelde omroepprogramma's. § 2. De Vlaamse Regering kan, op advies van de Vlaamse Regulator voor de Media, beslissen dat nog andere omroepprogramma's van lineaire omroeporganisaties onder die doorgifteverplichting vallen, mits die omroeporganisaties voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° ze brengen een volwaardig journaal dat verzorgd wordt door een eigen redactie die hoofdzakelijk bestaat uit erkende beroepsjournalisten;2° ze zorgen voor een gevarieerd, divers en pluralistisch aanbod, dat onder meer informatieve en culturele programma's bevat en ten minste voor een bepaald percentage bestaat uit Nederlandstalige programma's;3° ze ondertitelen een bepaald percentage van de programma's voor doven en slechthorenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de percentages, vermeld in het eerste lid, 2° en 3°. § 3. De dienstenverdelers, vermeld in artikel 185, § 1, eerste lid, mogen op het ogenblik dat de volgende omroepprogramma's worden uitgezonden, ze in hun geheel verdelen : 1° omroepprogramma's van de door de Vlaamse Gemeenschap erkende of bij de Vlaamse Regulator voor de Media aangemelde omroeporganisaties die niet onder paragraaf 1 vallen;2° de niet-lineaire omroepprogramma's van de omroeporganisatie, vermeld in paragraaf 1;3° digitale radio-omroepprogramma's van de openbare omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap, en radio-omroepprogramma's van de erkende of aangemelde radio-omroeporganisaties, waarbij voor de erkende radio-omroeporganisaties de bepalingen van de zendvergunningen, in casu het verzorgingsgebied voor landelijke, lokale en regionale radio-omroeporganisaties, worden gerespecteerd;4° omroepprogramma's van alle door de Vlaamse Gemeenschap erkende regionale televisieomroeporganisaties als die omroepprogramma's binnen een aanvullend dienstenaanbod tegen betaling worden aangeboden;5° omroepprogramma's van de omroeporganisaties van de Franse en Duitstalige Gemeenschap van België die niet onder de toepassing van paragraaf 1 vallen, en die gericht zijn op de gehele Gemeenschap;6° omroepprogramma's van omroeporganisaties die onder de bevoegdheid van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap vallen;7° mits vooraf toestemming wordt verleend door de Vlaamse Regulator voor de Media, die in dat verband voorwaarden kan opleggen, de omroepprogramma's van omroeporganisaties die onder de bevoegdheid vallen van een land dat niet tot de Europese Gemeenschap behoort. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regulator voor de Media moet vooraf op de hoogte worden gebracht van de doorgifte van nieuwe omroepprogramma's. De kennisgeving omvat de plaats van uitzending, de plaats van vestiging en de vermelding van het land dat bevoegd is voor de omroeporganisatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-187\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 187</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De dienstenverdelers die gebruikmaken van het netwerk van aanbieders van elektronische communicatienetwerken, van wie het netwerk niet voor een significant aantal eindgebruikers het belangrijkste middel is om omroepprogramma's te ontvangen, mogen de volgende omroepprogramma's doorgeven : 1° omroepprogramma's van de openbare omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap;2° omroepprogramma's van de door de Vlaamse Gemeenschap erkende of bij de Vlaamse Regulator voor de Media aangemelde omroeporganisaties;3° omroepprogramma's van de openbare omroeporganisaties van de Franse en Duitstalige Gemeenschap van België;4° omroepprogramma's van de omroeporganisaties van de Franse en Duitstalige Gemeenschap van België die zich richten tot de gehele gemeenschap;5° omroepprogramma's van de omroeporganisaties die onder de bevoegdheid vallen van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap;6° mits de Vlaamse Regulator voor de Media, die in dat verband voorwaarden kan opleggen, voorafgaandelijk toestemming verleent, de omroepprogramma's omroeporganisaties die onder de bevoegdheid vallen van een land dat niet tot de Europese Gemeenschap behoort De Vlaamse Regulator voor de Media moet vooraf op de hoogte worden gebracht van de doorgifte van nieuwe omroepprogramma's. De kennisgeving omvat de plaats van uitzending, de plaats van vestiging en de vermelding van het land dat bevoegd is voor de omroeporganisatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-188\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 188</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is een dienstenverdeler verboden andere omroepprogramma's door te geven dan die waarvan de doorgifte krachtens deze titel is toegestaan, behoudens toestemming van de Vlaamse Regulator voor de Media, die daaraan voorwaarden kan verbinden Een dienstenverdeler mag zelf een analoog en twee digitale kanalen gebruiken als hij die hoofdzakelijk gebruikt om informatie te verstrekken over de omroepprogramma's en de diensten die hij doorgeeft of aanbiedt en over de moeilijkheden die de werking van de dienst beïnvloeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL V. - Netwerken TITEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN Art. 189.De Vlaamse Regulator voor de Media bepaalt de relevante markten en de geografische omvang ervan voor producten en diensten in de sector van de elektronische communicatienetwerken en -diensten. Art. 190.§ 1. Na elke bepaling van de relevante geografische markten voert de Vlaamse Regulator voor de Media een analyse van die markten uit om te bepalen of ze daadwerkelijk concurrerend zijn. § 2. Als de Vlaamse Regulator voor de Media vaststelt dat een relevante markt daadwerkelijk concurrerend is, kan hij geen enkele van de verplichtingen, vermeld in artikel 192, opleggen of handhaven. § 3. Als de Vlaamse Regulator voor de Media vaststelt dat een relevante markt niet daadwerkelijk concurrerend is, gaat hij na welke ondernemingen op die markt een aanmerkelijke marktmacht hebben, en legt hij waar passend aan die ondernemingen een of meer van de verplichtingen, vermeld in artikel 192, op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een onderneming wordt geacht een aanmerkelijke marktmacht als vermeld in het eerste lid, te hebben als ze, alleen of samen met andere ondernemingen, een economische kracht bezit die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en consumenten te gedragen. Voor elke relevante markt publiceert de Vlaamse Regulator voor de Media de lijst van ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, met vermelding van de verplichtingen die met toepassing van het eerste lid aan elk van die ondernemingen zijn opgelegd. Art. 191.De verplichtingen, vermeld in artikel 192, worden niet opgelegd aan ondernemingen die niet zijn aangewezen als ondernemingen met een aanmerkelijke marktmacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse Regulator voor de Media die verplichtingen toch opleggen aan : 1° ondernemingen die niet zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht als dat noodzakelijk is om aan internationale verbintenissen te voldoen;2° alle ondernemingen die de toegang tot eindgebruikers controleren, als dat noodzakelijk is om eind-tot-eindverbindingen te waarborgen. Aanbieders van elektronische communicatienetwerken kunnen door de Vlaamse Regulator voor de Media verplicht worden, als dat noodzakelijk is om de toegang van eindgebruikers tot gespecificeerde digitale omroepdiensten te waarborgen, toegang tot applicatieprogramma-interfaces en elektronische programmagidsen aan te bieden tegen billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-192\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 192</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Vlaamse Regulator voor de Media kan aan elke onderneming met aanmerkelijke marktmacht een of meer van de volgende verplichtingen opleggen : 1° verplichtingen tot transparantie met betrekking tot interconnectie of toegang.De Vlaamse Regulator voor de Media preciseert in dat verband welke informatie beschikbaar moet worden gesteld, hoe gedetailleerd ze moet zijn en op welke wijze ze moet worden gepubliceerd; 2° verplichtingen inzake non-discriminatie met betrekking tot interconnectie of toegang;3° verplichtingen tot het voeren van gescheiden boekhoudingen met betrekking tot bepaalde met interconnectie of toegang verband houdende activiteiten;4° de verplichting te goeder trouw te onderhandelen met ondernemingen die vragen om toegang tot het elektronische communicatienetwerk;5° de verplichting om in te gaan op redelijke verzoeken tot toegang tot en gebruik van bepaalde netwerkonderdelen en bijbehorende faciliteiten;6° verplichtingen inzake het terugverdienen van kosten en prijscontrole, inclusief onder meer verplichtingen inzake kostenoriëntering van prijzen en kostentoerekeningssystemen inzake efficiënte kosten en inzake mededingingsbeperkende tarieven In uitzonderlijke omstandigheden en mits de Europese Commissie toestemming verleent, kan de Vlaamse Regulator voor de Media andere verplichtingen opleggen aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht dan de verplichtingen, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regulator voor de Media kan aan de verplichtingen, vermeld in het eerste lid, 4°, 5° en 6°, voorwaarden verbinden met betrekking tot billijkheid, redelijkheid en opportuniteit. § 2. De overeenkomstig dit artikel opgelegde verplichtingen worden op de aard van het geconstateerde probleem gebaseerd en proportioneel toegepast. § 3. De overeenkomstig dit artikel opgelegde verplichtingen worden in voorkomend geval opgelegd na openbare raadpleging en in samenwerking met de Europese Commissie en met de nationale regelgevende instanties van andere lidstaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de procedure en de voorwaarden van de openbare raadpleging.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL II. - BEPALINGEN OVER ZENDVERGUNNINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN FREQUENTIES Art. 193.§ 1. Niemand mag zendapparatuur gebruiken zonder een schriftelijke zendvergunning die uitgereikt is door de Vlaamse Regulator voor de Media.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zendvergunning is persoonlijk en mag aan een derde pas worden overgedragen na het schriftelijke akkoord van de Vlaamse Regulator voor de Media. § 2. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van paragraaf 4 mag de Vlaamse Regulator voor de Media uitsluitend een zendvergunning toekennen aan lineaire omroeporganisaties en aan etheromroepnetwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regulator voor de Media kan ook naar aanleiding van evenementen en voor experimenten in het teken van het uittesten van nieuwe technologieën een tijdelijke vergunning uitreiken voor de duur van het evenement. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor het aanvragen, het wijzigen, het schorsen, of het intrekken van de zendvergunningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zendvergunning geldt voor de duur van de erkenning van de landelijke, regionale of lokale radio-omroeporganisatie of van het etheromroepnetwerk. Het opschorten of intrekken van die erkenning heeft het opschorten of het intrekken van de zendvergunning tot gevolg. § 4. De vergunningen, vermeld in paragraaf 1, zijn niet vereist voor de openbare omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering stelt die omroep de frequenties ter beschikking die hij nodig heeft. Art. 194.De Vlaamse Regering kan specifieke politieverordeningen vaststellen die de omroeporganisaties en de aanbieders van een etheromroepnetwerk aanbelangen. Art. 195.De Vlaamse Regering bepaalt de specifieke technische voorschriften van de vergunningen, vermeld in artikel 193. Art. 196.De Vlaamse Regering stelt het bedrag vast dat moet worden betaald door de titularissen van de vergunningen voor de dekking van de kosten voor de uitreiking of wijziging van of voor het toezicht op de vergunningen, vermeld in artikel 193. Ze bepaalt de betalingsvoorwaarden van deze rechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL III. - HET AANBIEDEN VAN KABELOMROEPNETWERKEN Art. 197.De bepalingen van deze titel zijn niet van toepassing op de oprichting en de exploitatie van een collectieve antenne die uitsluitend bestemd is voor houders van eindontvangtoestellen die verblijven in : 1° kamers of appartementen van hetzelfde gebouw of in gegroepeerde woningen van instellingen die behoren tot de volksgezondheids- of welzijnssector;2° hetzelfde gebouw met maximaal vijftig kamers of appartementen;3° woningen die op initiatief van een vennootschap of een instelling die de sociale woningbouw bevordert, tot een gemeenschappelijk geheel gegroepeerd zijn, als het niet gaat om meer dan vijftig woningen;4° gegroepeerde woningen waarvan het aantal niet groter dan vijftig is;5° caravans of op percelen van hetzelfde kampeerterrein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-198\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 198</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eenieder kan, onder de voorwaarden van dit hoofdstuk, een kabelomroepnetwerk aanbieden, als hij voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° opgericht zijn in de vorm van een vennootschap of van een publiekrechtelijke rechtspersoon met als maatschappelijk doel het aanleggen en exploiteren van een kabelomroepnetwerk in het Vlaamse Gewest.De aanbieders van kabelomroepnetwerken kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de verwezenlijking van hun maatschappelijk doel; 2° in de boekhouding een onderscheid maken tussen de activiteiten in het kader van de aanleg en de exploitatie van het kabelomroepnetwerk enerzijds, en het aanbieden van andere netwerken of diensten waarvoor bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend, anderzijds;3° jaarlijks voor 30 juni aan de Vlaamse Regulator voor de Media een werkingsverslag, met vermelding van de aandeelhoudersstructuur, het aantal abonnees en de doorgegeven omroepprogramma's, en de balans en de jaarrekening, goedgekeurd door de algemene vergadering van aandeelhouders, voorleggen;4° beschikken over de nodige technische infrastructuur of een technisch investeringsplan en een financieel plan ter zake voorleggen De Vlaamse Regulator voor de Media moet vooraf, conform artikel 219, op de hoogte worden gebracht van het aanbieden van een kabelomroepnetwerk of van de overdracht ervan aan derden. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens die kennisgeving aan de Vlaamse Regulator voor de Media moet bevatten en kan aanvullende verplichtingen opleggen. Die verplichtingen zijn objectief gerechtvaardigd in relatie tot het netwerk in kwestie, niet-discriminerend, proportioneel en transparant. Elke latere wijziging van de informatie in de kennisgeving wordt zonder verwijl aan de Vlaamse Regulator voor de Media meegedeeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-199\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 199</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan de verordeningen van algemeen bestuur en de politieverordeningen betreffende de aanleg en de exploitatie van de kabelomroepnetwerken vaststellen en de minimale technische voorschriften bepalen waaraan de kabelomroepnetwerken moeten voldoen. In bijzondere gevallen kan de Vlaamse Regering speciale voorwaarden opleggen om de kwaliteit van een net waarvan de werking gebrekkig is, te verbeteren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-200\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 200</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De aanbieders van kabelomroepnetwerken hebben het recht de kabels en de bijbehorende uitrustingen van hun kabelomroepnetwerken op hun kosten, op of onder de pleinen, wegen, straten, paden, waterlopen en vaarten die deel uitmaken van het openbaar domein, te laten aanleggen en te onderhouden op voorwaarde dat ze zich gedragen naar de wetten en besluiten van het openbaar domein en dat ze de bestemming ervan eerbiedigen Alvorens dat recht uit te oefenen, onderwerpt de belanghebbende aanbieder van een kabelomroepnetwerk het plan van de plaats en de bijzonderheden van de aanleg van de geleidingen aan de goedkeuring van de overheid van wie het openbaar domein afhangt. Die overheid beslist binnen twee maanden, te rekenen vanaf de datum waarop het plan werd ingezonden. Ze brengt de belanghebbende aanbieder van een kabelomroepnetwerk op de hoogte van haar beslissing. Nadat die termijn verstreken is, geldt het stilzwijgen van de overheid als goedkeuring.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van blijvende onenigheid wordt beslist bij besluit van de Vlaamse Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De openbare overheden hebben in elk geval het recht om de inrichting of het plan van aanleg, alsook de daarmee verband houdende werkzaamheden, later op hun onderscheiden domein te doen wijzigen. De kosten van die werkzaamheden zijn voor rekening van de aanbieder van het kabelomroepnetwerk als de wijzigingen opgelegd zijn om een van de volgende redenen : 1° met het oog op de openbare veiligheid;2° tot behoud van het natuur- en stedenschoon;3° in het belang van de wegen, waterlopen, vaarten of een openbare dienst;4° als gevolg van een verandering die de aangelanden aan de toegangen tot de eigendommen langs de gebruikte wegen hebben aangebracht. In andere gevallen zijn ze voor rekening van de overheid die de wijzigingen oplegt. De overheid mag vooraf een kostenbegroting eisen en, in geval van onenigheid, zelf de werkzaamheden laten uitvoeren. § 2. De aanbieders van kabelomroepnetwerken hebben ook het recht om voor de aanleg van de kabels en de bijbehorende uitrustingen van hun kabelomroepnetwerken op blijvende wijze steunen en ankers aan te brengen op muren en gevels die uitgeven op de openbare weg en hun kabels in open en onbebouwde grond aan te leggen of zonder vasthechting of aanraking boven particuliere eigendommen te laten doorgaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De werkzaamheden mogen pas beginnen nadat aan de eigenaars, volgens de gegevens van het kadaster, aan de huurders en de bewoners een behoorlijk aangetoonde schriftelijke kennisgeving is bezorgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aanbieder van een kabelomroepnetwerk het voornemen heeft kabels, bovengrondse lijnen en bijbehorende uitrustingen aan te leggen, op te ruimen of er werkzaamheden aan uit te voeren, streeft hij naar overeenstemming met degene op wiens eigendom steun wordt genomen of wiens eigendom wordt overspannen of overschreden, over de plaats en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoering van de werkzaamheden heeft geen buitenbezitstelling tot gevolg. Het plaatsen van steunen en ankers op muren of gevels mag de eigenaar niet hinderen in zijn recht om zijn goed af te breken of te herstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondergrondse kabels en steunen die in een open en onbebouwde grond geplaatst zijn, moeten op verzoek van de eigenaar worden weggenomen als die zijn recht om te bouwen of te omheinen uitoefent. De kosten van het wegnemen zijn ten laste van de aanbieder van het kabelomroepnetwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar moet evenwel ten minste twee maanden voor het begin van de werkzaamheden, vermeld in het vierde en het vijfde lid, de aanbieder van het kabelomroepnetwerk daarvan op de hoogte brengen. § 3. De aanleg en de uitvoering van alle andere werken aan de kabels, bovengrondse lijnen en bijbehorende uitrustingen in, tegen en op gebouwen en in en op gronden die daarbij behoren, voor de aansluitingen op de infrastructuur in die gebouwen, moeten worden gedoogd door de eigenaar en de rechthebbende, tenzij ze bereid zijn de meerkosten van een tegenvoorstel te dragen. § 4. Als takken of wortels redelijkerwijze hinderlijk zijn voor de aanleg, het onderhoud of de exploitatie van kabels, bovengrondse lijnen en bijbehorende uitrustingen, moet de eigenaar of de rechthebbende ze, op verzoek van de aanbieder van een kabelomroepnetwerk, inkorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de eigenaar of de rechthebbende het verzoek gedurende een maand zonder gevolg heeft gelaten, mag de aanbieder van een kabelomroepnetwerk zelf overgaan tot het inkorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten van het inkorten zijn ten laste van : 1° de eigenaar of de rechthebbende, als de bomen of beplantingen zich op zijn privé-eigendom bevinden en hun takken of wortels hinderlijk zijn voor kabels, bovengrondse lijnen en bijbehorende uitrustingen : a) die zich in of boven het openbaar domein bevinden;b) die zich in of boven zijn privé-eigendom bevinden en die dienstig zijn voor zijn aansluiting;2° de aanbieder van een kabelomroepnetwerk, in de overige gevallen. § 5. Als de aanbieder van een kabelomroepnetwerk werkzaamheden uitvoert, is hij ertoe gehouden het goed te herstellen in zijn oorspronkelijke staat binnen een redelijke termijn, naargelang van het geval, hetzij door eigen toedoen, hetzij door toedoen van een derde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de bepalingen van het eerste lid kan bij overeenkomst tussen de aanbieder van een kabelomroepnetwerk en de eigenaar of de rechthebbende van het goed worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op de schade die onvermijdelijk wordt aangericht aan een goed, als de aanbieder van een kabelomroepnetwerk een werk uitvoert dat nodig is voor de aansluitingen van de eigenaar of de rechthebbende van dat goed. § 6. De vergoedingen voor schade wegens de aanleg of de exploitatie van een kabelomroepnetwerk zijn voor rekening van de aanbieder van het kabelomroepnetwerk, die aansprakelijk blijft voor alle voor derden schadelijke gevolgen. § 7. De aanbieder van een kabelomroepnetwerk is verplicht onmiddellijk gevolg te geven aan elke vordering van de Vlaamse Regulator voor de Media, het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie of van elke dienst of elk bedrijf voor elektriciteitsvoorziening om elke storing in of nadelige invloed op de werking van de telefoon- of telegraafinstallaties of van de installaties voor elektriciteitsvoorziening onverwijld te doen ophouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebrek daaraan worden de nodig geachte maatregelen, met inbegrip van het verplaatsen van de kabels en de bijbehorende installaties, door de diensten of bedrijven in kwestie getroffen op kosten en risico van de aanbieder van het omroepnetwerk. § 8. De aangelegde kabels, bovengrondse lijnen en bijbehorende uitrustingen blijven eigendom van de aanbieder van het kabelomroepnetwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL IV. - HET AANBIEDEN VAN ETHEROMROEPNETWERKEN Art. 201.§ 1. Niemand mag een etheromroepnetwerk aanbieden zonder schriftelijke licentie van de Vlaamse Regulator voor de Media. Die licentie is persoonlijk en mag pas aan een derde worden overgedragen na het schriftelijke akkoord van de Vlaamse Regulator voor de Media.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de duur van de licenties, vermeld in het eerste lid, de voorwaarden waaronder die kunnen worden verkregen, en de modaliteiten en de procedure voor het aanvragen, het wijzigen, het schorsen of het intrekken ervan. § 2. De Vlaamse Regering stelt een digitaal frequentieplan op en keurt het goed. Ze bepaalt het aantal frequentieblokken en frequentiekanalen, met inbegrip van de bijbehorende technische voorwaarden, die geheel of gedeeltelijk zullen worden toegekend aan aanbieders van etheromroepnetwerken. § 3. De Vlaamse Regering stelt aan de openbare omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap de frequentieblokken en frequentiekanalen ter beschikking die hij nodig heeft om zijn eigen omroepprogramma's door te geven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-202\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 202</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om een licentie als vermeld in artikel 201 te verkrijgen, moet de aanbieder voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° opgericht zijn in de vorm van een vennootschap of van een publiekrechtelijke rechtspersoon met als maatschappelijk doel het aanleggen en exploiteren van een etheromroepnetwerk in de Vlaamse Gemeenschap.De aanbieders van een etheromroepnetwerk kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de verwezenlijking van hun maatschappelijk doel; 2° ressorteren onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap;3° in de boekhouding een onderscheid maken tussen de activiteiten in het kader van het aanbieden van het etheromroepnetwerk enerzijds, en het aanbieden van andere netwerken of diensten waarvoor bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend, anderzijds;4° jaarlijks voor 30 juni aan de Vlaamse Regulator voor de Media een werkingsverslag met vermelding van, in voorkomend geval, het aantal abonnees en van de doorgegeven omroepprogramma's, en de balans en de jaarrekening, goedgekeurd door de algemene vergadering van aandeelhouders, voorleggen;5° jaarlijks een vergoeding betalen voor het gebruik van de benodigde frequentieblokken en -kanalen;6° beschikken over de nodige technische infrastructuur of een technisch investeringsplan en een financieel plan ter zake voorleggen;7° geen aanbieder zijn van elektronische communicatienetwerken die tegen betaling omroepdiensten of elektronische communicatiediensten aanbiedt aan eindgebruikers in Vlaanderen;8° geen onderneming zijn waarin de ondernemingen, vermeld in punt 7°, zeggenschap hebben.Onder zeggenschap wordt begrepen de rechten, overeenkomsten of andere middelen die het afzonderlijk of gezamenlijk, met inachtneming van alle feitelijke en juridische omstandigheden, mogelijk maken een bepalende invloed uit te oefenen op de activiteiten van een onderneming, met name : a) eigendoms- of gebruiksrechten op alle vermogensbestanddelen van een onderneming of op delen daarvan;b) rechten of overeenkomsten die een bepalende invloed verschaffen op de samenstelling, het stemgedrag of de besluiten van de ondernemingsorganen De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag en de betalingsvoorwaarden van de jaarlijkse vergoeding voor het gebruik van de benodigde frequentieblokken en -kanalen, vermeld in het eerste lid, 5°.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan aanvullende verplichtingen opleggen. Die verplichtingen zijn objectief gerechtvaardigd in relatie tot het netwerk in kwestie, niet-discriminerend, proportioneel en transparant. Art. 203.De aanbieder van een etheromroepnetwerk gebruikt de digitale capaciteit van zijn netwerk om omroepprogramma's uit te zenden. Art. 204.De Vlaamse Regering kan de verordeningen van algemeen bestuur en de politieverordeningen betreffende de aanleg en de exploitatie van etheromroepnetwerken vaststellen en de minimale technische voorschriften bepalen waaraan de etheromroepnetwerken moeten voldoen. In bijzondere gevallen kan de Vlaamse Regering speciale voorwaarden opleggen om de kwaliteit van een net waarvan de werking gebrekkig is, te verbeteren. Art. 205.De Vlaamse Regulator voor de Media is bevoegd om op ieder ogenblik te controleren of de etheromroepnetwerken en de exploitatie ervan conform de voorschriften van dit hoofdstuk en van de uitvoeringsbesluiten ervan zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL VI. - Het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen Art. 206.De televisieomroeporganisaties die onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap vallen, moeten : 1° hun uitzendingen verzorgen via een 16 :9-systeem dat volledig compatibel is met PAL, als het uitzendingen in breedbeeld en 625 lijnen betreft die niet volledig digitaal zijn;2° hun uitzendingen verzorgen via een transmissiesysteem dat door een erkende Europese normalisatie-instantie genormaliseerd is, als het uitzendingen betreft die volledig digitaal zijn. Art. 207.Elektronische communicatienetwerken, opgezet voor de distributie van digitale televisieprogramma's, moeten in staat zijn breedbeeldtelevisieprogramma's door te geven. De aanbieders van kabelomroepnetwerken en van etheromroepnetwerken die breedbeeldtelevisieprogramma's ontvangen, moeten die programma's in hetzelfde breedbeeldformaat doorgeven als dat waarin het hun wordt geleverd. Art. 208.Elk analoog televisietoestel met een integraal beeldscherm waarvan de zichtbare diagonaal groter is dan 42 cm, dat op de markt te koop of te huur wordt aangeboden, moet voorzien zijn van ten minste een door een erkende Europese normalisatieorganisatie genormaliseerde aansluitbus met open interface die het zonder meer mogelijk maakt randapparaten, namelijk verdere decoders en digitale ontvangers, aan te sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk digitaal televisietoestel met een integraal beeldscherm waarvan de zichtbare diagonaal groter is dan 30 cm, dat op de markt te koop of te huur wordt aangeboden, moet voorzien zijn van ten minste een door een erkende Europese normalisatieorganisatie genormaliseerde aansluitbus met open interface die het zonder meer mogelijk maakt randapparaten aan te sluiten en die alle elementen van een digitaal signaal doorlaat, met inbegrip van informatie over interactieve en voorwaardelijk toegankelijke diensten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-209\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 209</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle voor de ontvangst van digitale televisiesignalen bestemde apparatuur die in Vlaanderen wordt verkocht, verhuurd of anderszins ter beschikking wordt gesteld, en waarmee digitale televisiesignalen kunnen worden gedecodeerd, moet geschikt zijn om : 1° het decoderen van dergelijke signalen mogelijk te maken volgens het gemeenschappelijke Europese coderingsalgoritme dat beheerd wordt door een erkende Europese normalisatie-instantie;2° de signalen weer te geven die ongecodeerd worden uitgezonden mits, in geval van gehuurde apparatuur, de huurder de huurovereenkomst naleeft</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-210\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 210</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieders van omroepdiensten en de dienstenverdelers die gebruikmaken van systemen voor voorwaardelijke toegang, maken uitsluitend gebruik van systemen voor voorwaardelijke toegang die de nodige technische mogelijkheden bieden voor een goedkope controleoverdracht. Dat houdt in dat de mogelijkheid wordt geboden aan dienstenverdelers of aanbieders van omroepnetwerken om volledige controle te hebben over de diensten door middel van dergelijke systemen van voorwaardelijke toegang</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-211\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 211</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle dienstenverdelers die aanbieders zijn van systemen voor voorwaardelijke toegang, ongeacht de wijze van doorgifte, waarvan de omroeporganisaties afhangen om potentiële kijkers of luisteraars te kunnen bereiken, moeten : 1° aan alle televisieomroeporganisaties op eerlijke, redelijke en niet-discriminerende wijze de technische diensten aanbieden waarmee hun digitale uitzendingen kunnen worden ontvangen door kijkers die daartoe gerechtigd zijn, door middel van een decoder die door de dienstenverdeler wordt beheerd;2° een gescheiden boekhouding voeren voor hun activiteiten als aanbieders van voorwaardelijke toegang, als zij ook andere activiteiten uitoefenen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-212\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 212</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De televisieomroeporganisaties die voor hun digitale uitzendingen gebruikmaken van een decoder of van andere systemen voor voorwaardelijke toegang, moeten een tarieflijst publiceren voor de kijkers waarin rekening wordt gehouden met de eventuele levering van bijbehorende apparatuur</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-213\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 213</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de houders van industriële eigendomsrechten inzake voorwaardelijke toegangssystemen en -producten licenties verlenen aan fabrikanten van voor het grote publiek bestemde apparatuur, moeten zij dat doen op eerlijke, redelijke en niet-discriminerende wijze De houders van rechten mogen het verlenen van licenties, waarbij rekening wordt gehouden met de technische en commerciële factoren, niet afhankelijk maken van voorwaarden waardoor het verboden, ontraden of onaantrekkelijk gemaakt wordt om in het product in kwestie : 1° een gemeenschappelijke interface in te bouwen die aansluiting op verschillende toegangssystemen mogelijk maakt;2° tot een ander toegangssysteem behorende middelen in te bouwen, als de licentiehouder zich houdt aan de redelijke en passende voorwaarden inzake de beveiliging van de transacties van de exploitanten en de voorwaardelijke toegangssystemen. Art. 214.De Vlaamse Regulator voor de Media kan voorwaarden opleggen aan leveranciers van digitale interactieve programma's op digitale interactieve platforms en aan leveranciers van geavanceerde digitale eindapparatuur met betrekking tot het gebruik van een open API overeenkomstig de minimumeisen van de relevante normen of specificaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regulator voor de Media kan voorwaarden opleggen aan de eigenaars van API's die ertoe strekken dat alle nodige informatie ter beschikking gesteld wordt om leveranciers van digitale interactieve programma's ertoe in staat te stellen alle door de API ondersteunde diensten met volledige functionaliteit te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL VII. - De Vlaamse Regulator voor de Media TITEL I. - OPRICHTING EN SAMENSTELLING Art. 215.§ 1. De Vlaamse Regulator voor de Media is een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 13 van het kader decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2003 numac 2003035939 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Kaderdecreet bestuurlijk beleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/09/2003 numac 2003035937 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige bepalingen van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wat de invoering betreft van het recht op informatie via radio en televisie en houdende instelling van een recht van antwoord en een recht van mededeling ten aanzien van radio en televisie sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein de Vlaamse Regulator voor de Media behoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zetel van de Vlaamse Regulator voor de Media is gevestigd in Brussel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van het kader decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2003 numac 2003035939 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Kaderdecreet bestuurlijk beleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/09/2003 numac 2003035937 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige bepalingen van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wat de invoering betreft van het recht op informatie via radio en televisie en houdende instelling van een recht van antwoord en een recht van mededeling ten aanzien van radio en televisie sluiten zijn van toepassing op het agentschap, met uitzondering van artikelen 17, 18, § 2, en artikel 22, § 2, van het kader decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2003 numac 2003035939 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Kaderdecreet bestuurlijk beleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/09/2003 numac 2003035937 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige bepalingen van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wat de invoering betreft van het recht op informatie via radio en televisie en houdende instelling van een recht van antwoord en een recht van mededeling ten aanzien van radio en televisie sluiten. § 2. Binnen de Vlaamse Regulator voor de Media bestaan twee kamers : 1° een algemene kamer;2° een kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen. Art. 216.§ 1. De algemene kamer is samengesteld uit vijf leden : twee magistraten, onder wie de voorzitter, en drie mediadeskundigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Personen kunnen aangesteld worden tot lid van de algemene kamer als ze aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° wat de magistraten betreft : ten minste vijf jaar het ambt van magistraat in de rechtbanken en hoven of bij de Raad van State hebben bekleed;2° wat de mediadeskundigen betreft : ten minste vijf jaar een wetenschappelijk ambt of onderwijsambt aan een Vlaamse universiteit of aan een Vlaamse instelling voor hoger onderwijs van het lange type hebben bekleed, of ten minste vijf jaar beroepservaring in de media hebben. Om als voorzitter van de algemene kamer te worden aangesteld, moeten personen ten minste vijf jaar het ambt van magistraat in de hoven en rechtbanken of bij de Raad van State hebben bekleed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met behoud van de toepassing van de onverenigbaarheden, vermeld in artikel 21, § 1, van het kader decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2003 numac 2003035939 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Kaderdecreet bestuurlijk beleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/09/2003 numac 2003035937 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige bepalingen van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wat de invoering betreft van het recht op informatie via radio en televisie en houdende instelling van een recht van antwoord en een recht van mededeling ten aanzien van radio en televisie sluiten, die van toepassing zijn op alle leden van de Vlaamse Regulator voor de Media, mag een lid van de algemene kamer beroepshalve geen binding hebben met een media-, advertentie- of reclamebedrijf of -instelling, of met een verdeler van omroepsignalen, noch economische belangen hebben in die bedrijven of instellingen. § 2. De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen is samengesteld uit negen leden, onder wie de voorzitter, waarvan vier leden beroepsjournalist zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Personen kunnen aangesteld worden tot lid van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen als ze aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° ten minste vijf jaar het ambt van magistraat in de rechtbanken en hoven of bij de Raad van State hebben bekleed;2° ten minste vijf jaar een wetenschappelijk ambt of onderwijsambt aan een Vlaamse universiteit of aan een Vlaamse instelling voor het hoger onderwijs van het lange type hebben bekleed;3° ten minste vijf jaar ervaring hebben als beroepsjournalist. § 3. De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen wordt voor de behandeling van klachten over de toepassing van artikel 42 uitgebreid met de volgende leden : 1° twee deskundigen met minstens vijf jaar beroepservaring in de domeinen kinderpsychologie, kinderpsychiatrie of pedagogie;2° twee deskundigen vanuit hun betrokkenheid bij de belangen van gezinnen en kinderen. Met behoud van de toepassing van de onverenigbaarheden, vermeld in artikel 21, § 1, van het kader decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2003 numac 2003035939 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Kaderdecreet bestuurlijk beleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/09/2003 numac 2003035937 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige bepalingen van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wat de invoering betreft van het recht op informatie via radio en televisie en houdende instelling van een recht van antwoord en een recht van mededeling ten aanzien van radio en televisie sluiten, die van toepassing zijn op alle leden van de Vlaamse Regulator voor de Media, mag een lid van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen, met uitzondering van de beroepsjournalisten, geen binding hebben met een media-, advertentie- of reclamebedrijf of -instelling. De beroepsjournalisten die lid zijn van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen mogen geen functie of bestuursmandaat uitoefenen in een omroep, of een bestuursmandaat uitoefenen in een media-, advertentie- of reclamebedrijf of -instelling. § 4. De leden van de kamers van de Vlaamse Regulator voor de Media worden aangesteld bij besluit van de Vlaamse Regering voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering gaat over tot vervanging van een lid van een kamer als dat lid : 1° fysiek of mentaal ongeschikt is;2° ontslag neemt of moet nemen ten gevolge van een onverenigbaarheid;3° vraagt om zijn mandaat te beëindigen met toepassing van § 5, eerste lid;4° ontslagen is van ambtswege met toepassing van § 5, tweede lid;5° afgezet is met toepassing van artikel 217. De voorzitter en de ondervoorzitter van beide kamers worden aangesteld bij besluit van de Vlaamse Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de vergoedingen dat aan de leden van de kamers van de Vlaamse Regulator voor de Media moet worden toegekend. Ze bepaalt hun vergoedingen voor reis- en verblijfskosten. § 5. Als de voorzitter, ondervoorzitter of een lid van een kamer vraagt om zijn mandaat te beëindigen, is, mits de Vlaamse Regering akkoord gaat, een opzegging van zes maanden vereist. Die termijn kan in onderling akkoord verkort worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitter van een kamer stelt het ontslag van ambtswege van een lid vast, nadat dat lid negen opeenvolgende keren afwezig is geweest. Art. 217.§ 1. De algemene kamer en de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen stellen een gezamenlijk reglement van orde op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reglement van orde omvat onder meer de werkingsregels, de procedure voor de algemene vergadering van de Vlaamse Regulator voor de Media, en de beroepscode die de leden van elke kamer moeten naleven. § 2. In geval van overtreding van het reglement van orde door een lid van een kamer treedt het college van voorzitters op als tuchtkamer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van voorzitters kan op gemotiveerde wijze aan de leden van de kamers een terechtwijzing, een schorsing van maximaal zes maanden of een vermindering van zitpenningen en/of van de forfaitaire vergoeding als tuchtrechtelijke sanctie opleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van voorzitters kan aan de Vlaamse Regering bij gemotiveerd advies de afzetting voorstellen van een lid dat de deontologische regels overtreedt. § 3. Bij overtreding van het reglement van orde door de voorzitter of ondervoorzitter van de algemene kamer of de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen wordt de algemene vergadering van de Vlaamse Regulator voor de Media samengeroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De algemene vergadering van de Vlaamse Regulator voor de Media bestaat uit alle leden van de algemene kamer en de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen, met uitzondering van de respectieve voorzitters.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van overtreding van het reglement van orde door de voorzitter of ondervoorzitter van de algemene kamer of de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen kan de algemene vergadering van de Vlaamse Regulator voor de Media op gemotiveerde wijze een terechtwijzing, een schorsing van maximaal zes maanden of een vermindering van zitpenningen en/of van de forfaitaire vergoeding als tuchtrechtelijke sanctie opleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De algemene vergadering van de Vlaamse Regulator voor de Media kan aan de Vlaamse Regering bij gemotiveerd advies de afzetting voorstellen van de voorzitter of ondervoorzitter van elk van beide kamers die de deontologische regels overtreedt. § 4. De Vlaamse Regering stelt de omstandigheden vast waarin de afzetting, vermeld in paragrafen 2 en 3, voorgesteld kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is in elk geval aanleiding tot afzetting om redenen die voortvloeien uit de toepassing van artikel 404 van het Gerechtelijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL II. - MISSIE, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Art. 218.§ 1. De Vlaamse Regulator voor de Media heeft als missie de handhaving van de mediaregelgeving binnen de Vlaamse Gemeenschap, het beslechten van geschillen over de mediaregelgeving en het uitreiken van de media-erkenningen en -vergunningen, overeenkomstig de regelgeving. § 2. De algemene kamer heeft de volgende taken : 1° met behoud van de toepassing van paragraaf 3 en van artikelen 13 en 30, het toezicht op de naleving van en de beteugeling van de inbreuken op de bepalingen van dit decreet, met inbegrip van het toezicht op de naleving door de openbare omroeporganisatie en de beteugeling van de inbreuken door de openbare omroeporganisatie;2° het uitreiken, wijzigen, schorsen en intrekken van zendvergunningen;3° het toekennen, schorsen of intrekken van de vergunning voor het aanbieden van een etheromroepnetwerk;4° het geven en intrekken van de toestemming aan dienstenverdelers om omroepprogramma's door te geven;5° het ontvangen van de verschillende soorten kennisgevingen die gericht zijn aan de Vlaamse Regulator voor de Media, vermeld in dit decreet;6° het bepalen van de relevante markten en de geografische omvang ervan voor producten en diensten in de sector van de elektronische communicatienetwerken, en het analyseren van die markten om te bepalen of ze daadwerkelijk concurrerend zijn;7° het identificeren van ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de krachtens punt 6° geanalyseerde markten, en het opleggen, indien nodig, van een of meer van de verplichtingen, vermeld in artikel 192;8° het in kaart brengen van concentraties in de Vlaamse mediasector;9° het toezicht op de naleving door de openbare omroeporganisatie van de beheersovereenkomst met de Vlaamse Gemeenschap, en het jaarlijks rapporteren daarover aan de Vlaamse Regering;10° het uitvoeren van bijzondere opdrachten die de Vlaamse Regering indien nodig kan toevertrouwen aan de algemene kamer, voor zover die betrekking hebben op de taken, vermeld in punten 1° tot 9°.</p>\n<p class=\"lf-p\">De algemene kamer handelt volledig autonoom bij de uitoefening van haar bevoegdheden, vermeld in paragraaf 2. In geval van betwistingen wordt de algemene kamer in rechte vertegenwoordigd door haar voorzitter. § 3. De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen doet uitspraak over geschillen die gerezen zijn naar aanleiding van de toepassing van artikelen 38, 39, 42, 44, 45, 176, 1°, en 180, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen doet daarbij volledig autonoom uitspraak. In geval van betwistingen wordt de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen in rechte vertegenwoordigd door haar voorzitter. § 4. Een afschrift van elke beslissing van de Vlaamse Regulator voor de Media wordt aan de minister bezorgd. § 5. De Vlaamse Regulator voor de Media stelt met toepassing van artikel 15, § 1, 5°, a), van het kader decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2003 numac 2003035939 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Kaderdecreet bestuurlijk beleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/09/2003 numac 2003035937 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige bepalingen van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wat de invoering betreft van het recht op informatie via radio en televisie en houdende instelling van een recht van antwoord en een recht van mededeling ten aanzien van radio en televisie sluiten jaarlijks voor de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement een activiteitenverslag op dat, voor 31 maart van het daaropvolgende kalenderjaar, wordt voorgelegd. § 6. In het kader van deel IV en deel V werkt de Vlaamse Regulator voor de Media, als dat noodzakelijk is, samen met de bevoegde regulerende instanties voor radio-omroep en voor telecommunicatie van de gemeenschappen, de federale overheid en de andere lidstaten van de Europese Gemeenschap, met de Belgische mededingingsautoriteiten en met de regulerende en toezichthoudende instanties in de overige economische sectoren in België. Art. 219.Kennisgevingen, aanvragen voor een erkenning of zendvergunning en klachten worden bij de Vlaamse Regulator voor de Media ingediend met een aangetekend schrijven, of via elektronische post of een ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk aan de zijde van de geadresseerde, en waarop een elektronische handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten van artikel 1322 van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij kennisgevingen, klachten en aanvragen die worden ingediend door middel van elektronische post of een ander communicatiemiddel stuurt de Vlaamse Regulator voor de Media de aanvrager onmiddellijk een ontvangstbevestiging. Art. 220.§ 1. De algemene kamer doet uitspraak, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de Vlaamse Regering, hetzij naar aanleiding van een schriftelijke, met redenen omklede en ondertekende klacht die haar kan worden voorgelegd door elke belanghebbende en, in geval van een klacht met betrekking tot de bepalingen over commerciële communicatie en boodschappen van algemeen nut, door elke natuurlijke persoon of rechtspersoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de inhoud van reclame kan de algemene kamer enkel uitspraak doen naar aanleiding van een schriftelijke, met redenen omklede en ondertekende klacht. Om ontvankelijk te zijn moet de klacht ingediend zijn uiterlijk de vijftiende dag na de gebeurtenis die aanleiding heeft gegeven tot de klacht. § 2. De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen doet uitspraak, hetzij ambtshalve wat betreft het toezicht op artikel 42 en artikel 176, 1°, hetzij op verzoek van de Vlaamse Regering, hetzij naar aanleiding van een klacht die op straffe van onontvankelijkheid ingediend is uiterlijk de vijftiende dag na de datum van de uitzending van het programma door eenieder die blijk geeft van een benadeling of een belang. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van betwisting over welke kamer bevoegd is om kennis te nemen van een klacht, wijst het college van voorzitters van de Vlaamse Regulator voor de Media de kamer aan die bevoegd is om kennis te nemen van de klacht. Het college van voorzitters bestaat uit de voorzitters van de algemene kamer en van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen. Als de voorzitter van de algemene kamer of de voorzitter van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen verhinderd is, wordt die in het college van voorzitters vervangen door de ondervoorzitter van de respectieve kamer. § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de procedures en de termijnen voor het indienen, onderzoeken en afhandelen van de aanvragen en klachten en voor het nemen van sancties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij moeten het recht om gehoord te worden op tegenspraak, de plicht tot motivering en de beginselen van openbaarheid van bestuur gegarandeerd worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-221\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 221</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Als de Vlaamse Regulator voor de Media van oordeel is dat een lineaire televisieomroeporganisatie die onder de bevoegdheid valt van een lidstaat van de Europese Unie een lineaire televisiedienst aanbiedt die volledig of hoofdzakelijk gericht is op de Vlaamse Gemeenschap, kan hij contact opnemen met de bevoegde lidstaat van de Europese Unie, om een wederzijds aanvaardbare oplossing voor ondervonden problemen mogelijk te maken De Vlaamse Regulator voor de Media mag het Contactcomité, vermeld in artikel 23 van de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten, vragen om de zaak te onderzoeken. § 2. De Vlaamse Regulator voor de Media kan passende maatregelen nemen tegen de lineaire televisieomroeporganisatie, vermeld in paragraaf 1, als aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° hij is van oordeel dat het resultaat van de toepassing van paragraaf 1 niet bevredigend is;2° de lineaire televisieomroeporganisatie, vermeld in paragraaf 1, heeft zich in een lidstaat van de Europese Unie gevestigd om de strengere voorschriften te omzeilen op de gebieden die door de richtlijn Audiovisuele Mediadiensten worden gecoördineerd en die op hem van toepassing zouden zijn als hij in de Vlaamse Gemeenschap zou zijn gevestigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regulator voor de Media kan daartoe sancties opleggen als vermeld in titel IV van dit deel en de dienstenverdelers of netwerkoperatoren verplichten de doorgifte van de lineaire televisiedienst te schorsen. § 3. De Vlaamse Regulator voor de Media neemt de passende maatregelen, vermeld in paragraaf 2, als hij de Europese Commissie en de lidstaat van de Europese Unie waar de lineaire televisieomroeporganisatie gevestigd is, in kennis heeft gesteld van zijn voornemen om dergelijke maatregelen te nemen, met opgave van de redenen waarop hij zijn beoordeling heeft gebaseerd, van het feit dat de Europese Commissie besloten heeft dat de maatregelen verenigbaar zijn met het gemeenschapsrecht en in het bijzonder dat de beoordeling van de Vlaamse Regulator voor de Media gegrond is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-222\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 222</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regulator voor de Media verzoekt de lineaire televisieomroeporganisatie waarvan de televisie-uitzendingen volledig of hoofdzakelijk op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie zijn gericht, de regels van algemeen publiek belang na te leven als hij daartoe een met reden omkleed verzoek krijgt van die lidstaat van de Europese Unie over ondervonden problemen met die televisie-uitzendingen Binnen twee maanden na de ontvangst van het met redenen omklede verzoek licht de Vlaamse Regulator voor de Media de lidstaat van de Europese Unie in over het gevolg dat aan zijn verzoek is gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regulator voor de Media mag het Contactcomité, vermeld in artikel 23 van de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten, vragen om de zaak te onderzoeken. Art. 223.De Vlaamse Regulator voor de Media kan niet optreden tegen inbreuken op dit decreet op basis van feiten die langer dan zes maanden geleden hebben plaatsgevonden. Die verjaringstermijn wordt gestuit in geval van een klacht of een ambtshalve onderzoek en wordt geschorst tijdens de vakantieperiodes. De Vlaamse Regering bepaalt de termijnen van schorsing tijdens de vakantieperiodes.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL III. - BESTUUR EN WERKING Art. 224.De bestuursorganen van de Vlaamse Regulator voor de Media zijn : 1° de raad van bestuur;2° de gedelegeerd bestuurder. Art. 225.De raad van bestuur en zijn voorzitter worden aangesteld door de Vlaamse Regering. Het mandaat van bestuurder is onverenigbaar met het mandaat van lid van een van beide kamers van de Vlaamse Regulator voor de Media. Art. 226.Met behoud van de toepassing van artikel 22, § 2, van het kader decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2003 numac 2003035939 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Kaderdecreet bestuurlijk beleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/09/2003 numac 2003035937 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige bepalingen van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wat de invoering betreft van het recht op informatie via radio en televisie en houdende instelling van een recht van antwoord en een recht van mededeling ten aanzien van radio en televisie sluiten, is de raad van bestuur bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn voor de verwezenlijking van het doel van het agentschap. De raad van bestuur heeft evenwel geen enkele bevoegdheid met betrekking tot de beslissingen die genomen worden ter uitvoering van artikel 217, § 2 en § 3, en artikel 218, § 2 en § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De raad van bestuur heeft inzonderheid de volgende opdrachten en bevoegdheden : 1° de beheersovereenkomst met de minister sluiten;2° de rapportering over de uitvoering van de beheersovereenkomst goedkeuren;3° de begroting opmaken;4° de begrotingskredieten herverdelen;5° de algemene rekening opmaken;6° over de uitvoering van de begroting rapporteren;7° het jaarlijkse activiteitenverslag opmaken, vermeld in artikel 15, § 1, 5°, a), van het kader decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2003 numac 2003035939 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Kaderdecreet bestuurlijk beleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/09/2003 numac 2003035937 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige bepalingen van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wat de invoering betreft van het recht op informatie via radio en televisie en houdende instelling van een recht van antwoord en een recht van mededeling ten aanzien van radio en televisie sluiten. Art. 227.De gedelegeerd bestuurder is belast met het dagelijks bestuur en vertegenwoordigt de Vlaamse Regulator voor de Media in rechte, wat de bevoegdheden van de raad van bestuur betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gedelegeerd bestuurder woont de vergaderingen van de kamers binnen de Vlaamse Regulator voor de Media als waarnemer bij.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL IV. - SANCTIES Art. 228.Als de algemene kamer, binnen de grenzen van haar bevoegdheden, vermeld in artikel 220, § 1, een overtreding van de bepalingen van dit decreet vaststelt, kan ze aan de omroeporganisatie, dienstenverdeler in kwestie of het netwerk in kwestie de volgende sancties opleggen : 1° de waarschuwing met het bevel de overtreding stop te zetten;2° het bevel de uitspraak uit te zenden op het tijdstip en op de wijze die bevolen zijn door de algemene kamer, op kosten van de overtreder. Als de uitspraak niet wordt uitgezonden op het tijdstip en de wijze zoals die bevolen zijn, kan een adminis-tratieve geldboete als vermeld in punt 4°, worden opgelegd; 3° de verplichte publicatie van de beslissing in dag- en/of weekbladen, op kosten van de overtreder.Als de uitspraak niet wordt gepubliceerd op de wijze zoals die bevolen is, kan een administratieve geldboete als vermeld in punt 4°, worden opgelegd; 4° een administratieve geldboete tot 125.000 euro; 5° de schorsing of intrekking van de zendvergunning;6° de schorsing of intrekking van de erkenning van de omroeporganisatie;7° de doorgifteschorsing overeenkomstig artikel 176.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van het ongebruikt laten van de toegewezen zendmogelijkheden of het verkeerd gebruiken ervan, kan de algemene kamer de erkenning van een landelijke, regionale of lokale radio-omroeporganisatie of de vergunning voor een etheromroepnetwerk schorsen of intrekken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-229\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 229</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen, binnen de grenzen van haar bevoegdheden, vermeld in artikel 220, § 2, van dit decreet, een overtreding op de bepalingen van dit decreet vaststelt, kan ze aan een omroep van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap : 1° een waarschuwing geven met eventueel het bevel om de overtreding stop te zetten;2° het bevel geven de uitspraak uit te zenden op het tijdstip en de wijze die door haar bepaald zijn.Bij een inbreuk op artikel 42 kan een administratieve geldboete als vermeld in punt 4°, worden opgelegd als de uitspraak niet wordt uitgezonden op het tijdstip en de wijze zoals die bevolen zijn; 3° bij een inbreuk op artikel 42 de verplichte publicatie van de uitspraak in dag- en/of weekbladen opleggen op kosten van de overtreder.Als de uitspraak niet wordt gepubliceerd op de wijze zoals die bevolen is, kan een administratieve geldboete als vermeld in punt 4°, worden opgelegd; 4° bij een inbreuk op artikel 42 een administratieve geldboete tot 125.000 euro opleggen; 5° de doorgifte schorsen overeenkomstig artikelen 44 en 176 Als de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen een duidelijke, belangrijke en ernstige inbreuk vaststelt op de bepalingen van artikelen 38, 39 en 42, kan de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen ten aanzien van alle omroeporganisaties aan de Vlaamse Regering de schorsing voorstellen van de doorgifte van een programma overeenkomstig de bepalingen van artikel 44.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-230\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 230</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de administratieve geldboete niet wordt betaald, vaardigt de entiteit die door de Vlaamse Regering belast is met de invordering op verzoek van de algemene kamer of van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen, een dwangbevel uit Het dwangbevel wordt betekend met een gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de betekening van het dwangbevel kan de betrokkene een met redenen omkleed verzet indienen bij gerechtsdeurwaardersexploot, betekend aan de entiteit die door de Vlaamse Regering belast is met de invordering. Dat verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tenuitvoerlegging van het dwangbevel wordt gedaan met inachtneming van de bepalingen van het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek inzake bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL V. - BEHEERSOVEREENKOMST Art. 231.Tussen de Vlaamse Regering en de Vlaamse Regulator voor de Media wordt een beheersovereenkomst gesloten volgens de bepalingen van artikelen 14, 15 en 16 van het kaderdecreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheersovereenkomst regelt de wijze van samenwerking met andere entiteiten binnen de Vlaamse administratie en andere overheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL VI. - FINANCI\"LE BEPALINGEN EN PERSONEEL HOOFDSTUK I. - Financiële bepalingen Art. 232.De Vlaamse Regulator voor de Media kan beschikken over de volgende ontvangsten : 1° dotaties;2° de inschrijvingsgelden van kandidaten voor een erkenning en de vergoedingen voor het behoud van de erkenning, vermeld in artikel 136;3° fiscale heffingen als die bij decreet aan de Vlaamse Regulator voor de Media zijn toegewezen;4° retributies als die bij decreet aan de Vlaamse Regulator voor de Media zijn toegewezen. Tenzij het decretaal anders is bepaald, worden de ontvangsten, vermeld in het eerste lid, beschouwd als ontvangsten, die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inkomsten van de administratieve geldboeten, vermeld in artikelen 228 en 229, komen in de algemene middelenbegroting van de Vlaamse overheid. HOOFDSTUK II. - Personeel Art. 233.De gedelegeerd bestuurder heeft de leiding over het personeel en woont de vergadering van de kamers als waarnemer bij overeenkomstig artikel 227.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL VII. - INFORMATIE EN MEDEWERKING Art. 234.De Vlaamse Regulator voor de Media is bevoegd inlichtingen en documenten te vragen van omroeporganisaties van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap of aangemeld bij de Vlaamse Regulator voor de Media, dienstenverdelers, aanbieders van kabelomroepnetwerken en van aanbieders van etheromroepnetwerken, als dat voor de invulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere omroeporganisatie van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap of aangemeld bij de Vlaamse Regulator voor de Media, iedere dienstenverdeler, en iedere aanbieder van kabelomroepnetwerken en etheromroepnetwerken is verplicht om medewerking te verlenen aan de Vlaamse Regulator voor de Media en de door de Vlaamse Regering aangewezen personeelsleden van de Vlaamse overheid bij de uitoefening van hun bevoegdheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere omroeporganisatie van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap of aangemeld bij de Vlaamse Regulator voor de Media is verplicht om een kopie van al haar omroepsignalen, zoals ze werden uitgezonden, te bewaren gedurende een maand, te beginnen vanaf de datum van uitzending, en die op het eerste verzoek ter beschikking te stellen van de Vlaamse Regulator voor de Media. Art. 235.§ 1. De leden en het personeel van de Vlaamse Regulator voor de Media mogen geen vertrouwelijke informatie waarvan ze kennis hebben in het kader van de uitvoering van hun functie, meedelen aan derden, behalve in de wettelijk vastgelegde uitzonderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verplichting, vermeld in het eerste lid, blijft van toepassing na het verstrijken van het mandaat van elk lid of het beëindigen van de tewerkstelling van elk personeelslid van de Vlaamse Regulator voor de Media. § 2. De Vlaamse Regulator voor de Media draagt er zorg voor dat de vertrouwelijkheid van de gegevens die door bedrijven worden verstrekt en die door het bedrijf als vertrouwelijke ondernemings- en fabricagegegevens worden beschouwd, verzekerd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL VIII. - Strafbepalingen Art. 236.Met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijf jaar en met een geldboete van 25 tot 2500 euro of met een van die straffen alleen, wordt degene gestraft die : 1° uitrusting of programmatuur, waaronder chipkaarten, fabriceert, te koop of te huur aanbiedt, verkoopt, verhuurt, invoert, verdeelt, promoot, installeert, in stand houdt of vervangt die bestemd is om zonder toestemming van de dienstenverdeler of netwerkoperator : a) programma's te ontvangen die via een elektronisch communicatienetwerk doorgegeven worden;b) in een begrijpelijke vorm toegang te verschaffen tot radio- of televisieprogramma's of -diensten die alleen tegen extra betaling en op basis van voorwaardelijke toegang worden aangeboden aan het publiek;2° met het oog op het gebruik ervan of voor commerciële doeleinden die uitrusting of programmatuur, waaronder chipkaarten, koopt, huurt of in zijn bezit heeft;3° gecodeerde radio- of televisieprogramma's of -diensten geheel of gedeeltelijk decodeert of gebruikt, op welke wijze ook, zonder de toestemming van de eigenaar van de coderingstechnologie of van een derde die door de voormelde eigenaar werd aangeduid om die toestemming te verlenen;4° gebruikmaakt van commerciële communicatie om die illegale uitrusting of programmatuur aan te prijzen. Art. 237.Alle bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de misdrijven, vermeld in artikel 236.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL IX. - Overgangs- en slotbepalingen Art. 238.Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 september 1995 houdende vaststelling van de code voor reclame en sponsoring op radio en televisie, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007, wordt opgeheven. Art. 239.De decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/10/2008 numac 2008029453 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende sommige aanpassingen van het decreet van 27 februari 2003 betreffende de radio-omroep type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2008 numac 2008202893 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van titel II van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 sluiten, worden opgeheven. Art. 240.Hoofdstuk II van de wet van 23 juni 1961Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/06/1961 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2010 numac 2010000052 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het recht tot antwoord sluiten betreffende het recht tot antwoord ingevoegd bij de wet van 4 maart 1977, wordt opgeheven. Art. 241.De beperking van de samenwerking, vermeld in artikel 144, geldt voor radio-omroeporganisaties waaraan een nieuwe erkenning uitgereikt wordt na de datum van de inwerkingtreding van dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de radio-omroeporganisaties aan wie reeds voor de datum van inwerkingtreding van dit decreet een erkenning werd uitgereikt, geldt dat met behoud van de toepassing van artikel 144 de samenwerking met andere lokale radio-omroeporganisaties en met de regionale omroeporganisaties van het verzorgingsgebied op alle terreinen wel toegestaan is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerkingsverbanden tussen lokale radio-omroepen zoals bedoeld in artikel 144 die actief zijn op de datum van inwerkingtreding van dit decreet, dienen de aanmelding bij de Vlaamse Regulator voor de Media bedoeld in dit artikel uit te voeren binnen de veertien kalenderdagen na de inwerkingtreding van dit decreet. Art. 242.De beperking tot de resterende duur van de lopende erkenningsperiode, vermeld in artikel 134, geldt enkel voor erkenningen die worden uitgereikt na de datum van inwerkingtreding van dit decreet. Radio-omroeporganisaties die een erkenning en vergunning gekregen hebben voor de datum van inwerkingtreding van dit decreet, behouden hun erkenning en vergunning voor de duur die bepaald was op het moment van de uitreiking van de erkenning of vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle erkenningen en vergunningen die voor de inwerkingtreding van dit decreet werden uitgereikt aan particuliere radio-omroeporganisaties, blijven gelden tot 25 september 2016. Erkenningen en vergunningen die aan particuliere radio-omroeporganisaties worden uitgereikt na de inwerkingtreding van dit decreet vervallen op 25 september 2016. Art. 243.Omroeporganisaties die een erkenning hebben verkregen met toepassing van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005, en waarvoor nu een regeling van kennisgeving geldt, worden geacht aan de kennisgevingsverplichting van dit decreet te hebben voldaan voor de omroepdienst in kwestie. Art. 244.De bepalingen van deel III, titel II, hoofdstuk IV, treden in werking op 1 september 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 27 maart 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, K. PEETERS Nota (1) Zitting 2008-2009 Stukken Ontwerp van decreet : 2014 - Nr.1 Amendement : 2014 - Nr. 2 Verslag hoorzitting/gedachtewissling : 2014 - Nr. 3 Amendement : 2014 - Nrs. 4 en 5 In eerste lezing aangenomen artikelen : 2014 - Nr. 6 Verslag : 2014 - Nr. 7 Reflectienota : 2014 - Nr. 8 Amendement : 2014 - Nrs. 9 Verslag hoorzitting/gedachtewissling : 2014 - Nrs. 10 Amendementen : 2014 - Nrs. 11 en 12 Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 2014 - Nr. 13 Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergadering van 18 maart 2009.</p></div>", "next": 0}