{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Tegen de beslissing van de raad van beroep kan het betrokken personeelslid een beroep tot vernietiging instellen zoals bedoeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. § 5. De beoordelingsstaat wordt opgemaakt in de volgende gevallen : 1° tussen de negende en de twaalfde maand na de indiensttreding van het personeelslid;2° tussen de negende en de twaalfde maand na de dag waarop het personeelslid een andere functie uitoefent dan diegene waarin hem een definitieve beoordelingsstaat werd toegekend, als gevolg van een benoeming, een overeenkomst of in toepassing van de artikelen 328, 329, 329bis, 330, 330bis of 330ter ;3° indien sedert het opmaken van de laatste beoordelingsstaat gunstige of ongunstige feiten en bevindingen de beoordelingsstaat van het personeelslid kunnen verbeteren of verslechteren;4° indien het personeelslid erom verzoekt, ten vroegste één jaar na het opmaken van de vorige beoordelingsstaat. De beoordeling heeft betrekking op de voorbije periode sinds de indiensttreding, sinds de datum waarop het personeelslid de nieuwe functie is beginnen uit te oefenen of sinds de vorige beoordelingsstaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beoordelingsstaat wordt bijgehouden door de persoon die deze staat heeft opgemaakt in een vertrouwelijk dossier op naam van elk personeelslid afzonderlijk. Hij brengt de definitief toegekende vermelding rechtstreeks ter kennis van de Minister van Justitie. § 6. De beoordeling van een personeelslid dat de vermelding « onvoldoende » heeft gekregen, brengt gedurende één jaar, op geldelijk vlak, het verlies mee van de uitwerking van de eerstvolgende tussentijdse verhoging, die volgt na de toekenning van de vermelding, en dit onverminderd de tuchtrechtelijke gevolgen. » Art. 95.Artikel 287quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, gewijzigd bij de wetten van 12 april 1999, 21 juni 2001,10 april 2003 en 10 juni 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 287quater.§ 1. Er wordt een nationale raad van beroep opgericht die kennis neemt van de beroepen ingesteld door de attachés bedoeld in artikel 136, door de hoofdgriffiers en de hoofdsecretarissen. Deze nationale raad is gevestigd te Brussel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het rechtsgebied van ieder hof van beroep wordt een raad van beroep opgericht die kennis neemt van de beroepen ingesteld door de griffiers-hoofden van dienst, de griffiers, de secretarissen-hoofden van dienst, de secretarissen en de personeelsleden van de niveaus A, B, C en D van de griffies, van de parketsecretariaten en van de steundiensten tegen de beoordelingsstaten. Deze raad wordt gevestigd op de zetel van het hof van beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze raden zijn er zoveel afdelingen als er taalstelsels zijn voor de personeelsleden die kunnen vragen om door de raden te worden gehoord. § 2. De nationale raad van beroep is, per afdeling, samengesteld uit : 1° één magistraat van een hof;2° twee magistraten van het parket bij een hof;3° twee hoofdgriffiers;4° twee hoofdsecretarissen;5° één attaché in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie. § 3. De raad van beroep van het rechtsgebied van ieder hof van beroep is, per afdeling, samengesteld uit : 1° één magistraat van de zetel;2° twee magistraten van het parket;3° twee personeelsleden van het niveau A;4° twee griffiers;5° twee secretarissen. § 4. De leden van de nationale raad van beroep worden aangewezen, wat de magistraten van de zetel betreft, door de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie en, wat de andere leden betreft, door de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie. De leden van de raad van beroep van het rechtsgebied van het hof van beroep worden aangewezen, wat de magistraten van de zetel betreft, naargelang van het geval, de eerste voorzitter van het hof van beroep of de eerste voorzitter van het arbeidshof en, wat de andere leden betreft, door de procureur-generaal bij het hof van beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt de criteria voor de aanwijzingen bedoeld in het eerste lid. Voor iedere categorie van gerecht moet elk van de ambten opgesomd in de §§ 2 en 3 vertegenwoordigd zijn, hetzij door een lid, hetzij door een plaatsvervanger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elk lid kunnen tot zes plaatsvervangers worden aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leden van de raden van beroep worden, met hun instemming, aangewezen voor de duur van twee jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerste maal, bij de installatie van de raden van beroep, worden de magistraten niettemin aangewezen voor de duur van drie jaar. § 5. In geval van onbeschikbaarheid van een of meer leden wordt de plaats van het afwezig lid ingenomen door de eerstvolgende daartoe aangewezen plaatsvervanger.</p>\n<p class=\"lf-p\">De raad van beroep kan slechts geldig beraadslagen indien de leden of hun plaatsvervangers, die aangewezen zijn volgens de hoedanigheid van de verzoeker, aanwezig zijn. Per zitting moeten minimum vier leden aanwezig zijn. Minstens de helft onder hen moet magistraat zijn. De Koning bepaalt welke leden van de raden zitting nemen volgens de categorie van personeel waartoe de verzoeker behoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke raad van beroep wordt voorgezeten door de magistraat van de zetel of, indien deze er niet is, door de parketmagistraat met de hoogste rang. De voorzitter heeft een beslissende stem.</p>\n<p class=\"lf-p\">De raad van beroep hoort de verzoeker persoonlijk en desgewenst ook de opstellers van het betwiste advies of de betwiste beoordelingsstaat en onderzoekt het dossier en de motieven van de betrokkene. De verzoeker mag zich bij het verhoor laten bijstaan door een advocaat of een afgevaardigde van een representatieve vakorganisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning stelt de nadere regels voor de werkwijze van de raden van beroep. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-96\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 96</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deel II, boek I, titel VI, van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk VII ingevoegd, dat de artikelen 287quinquies en 287sexies bevat, luidende : « Hoofdstuk VII. - Bepalingen gemeen aan de hoofdstukken I tot VI »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-97\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 97</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 287quinquies ingevoegd, luidende : « Art. 287quinquies.§ 1. Voor de ambten, de functies en bedieningen die in deze titel zijn bepaald moet de kandidaat aan de bij de wet gestelde eisen inzake kennis van de landstalen hebben voldaan. § 2. Voor de ambten en functies bedoeld in de artikelen 187 tot 194, 207 tot 209 en de artikelen 254 en 258, moeten de kandidaten de voorgeschreven juridische functies als houder van het diploma van master, licentiaat of doctor in de rechten en als voornaamste beroepsactiviteit hebben uitgeoefend. § 3. Voor de ambten, de functies en de bedieningen die in deze titel zijn bepaald moeten de betrokkenen een gedrag hebben dat in overeenstemming is met de eisen van de beoogde betrekking en de burgerlijke en politieke rechten genieten. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-98\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 98</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 287sexies ingevoegd, luidende : « Art. 287sexies.Elke kandidatuur voor een benoeming in de rechterlijk orde of voor een aanwijzing tot korpschef, tot rechter in de strafuitvoeringsrechtbank, tot verbindingsmagistraat in jeugdzaken, tot bijstandsmagistraat, tot federaal magistraat of tot substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken moet op straffe van verval bij een ter post aangetekend schrijven aan de minister van Justitie worden gericht binnen een termijn van een maand na de bekendmaking van de vacature in het Belgisch Staatsblad De bekendmaking van de vacature vermeldt, in voorkomend geval, binnen welke termijn de kandidaten kunnen vragen gehoord te worden met toepassing van de artikelen 259ter, 259quater en 259sexies, § 1, 3° .</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke kandidatuur voor een benoeming of voor een aanwijzing tot korpschef in de magistratuur dient op straffe van verval, vergezeld te zijn van : a) alle stavingstukken met betrekking tot de studies en beroepservaring;b) een curriculum vitae overeenkomstig een door de minister van Justitie, op voorstel van de Hoge Raad voor de Justitie, bepaald standaardformulier; De stukken vermeld in het vorige lid, worden in tweevoud overgezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beleidsplan, bedoeld in artikel 259quater, § 2, derde lid, moet, op straffe van verval, in tweevoud, bij een ter post aangetekend schrijven aan de minister van Justitie worden gericht binnen een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van de vacature in het Belgisch Staatsblad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bekendmaking kan geschieden op zijn vroegst vijftien maanden vóór het ontstaan van de vacature.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen benoeming noch aanwijzing kan geschieden dan nadat de termijn bepaald in het eerste lid is verlopen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-99\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 99</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deel II, boek II, titel I, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van hoofdstuk I, vervangen als volgt : « Hoofdstuk I. - Installatie van de magistraten, de referendarissen, de parketjuristen en de griffiers en hun eedaflegging »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-100\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 100</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 288 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1997, 6 mei 1997, 9 juli 1997, 10 februari 1998, 22 december 1998, 24 maart 1999 en 21 juni 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vijfde lid wordt vervangen als volgt : « De installatie van de voorzitters, ondervoorzitters, rechters, toegevoegde rechters en plaatsvervangende rechters in de rechtbanken van eerste aanleg, de rechtbanken van koophandel, en van de werkende en plaatsvervangende rechters in handelszaken, de procureurs des Konings, hun eerste substituten en hun substituten, de referendarissen en de parketjuristen bij de hoven van beroep, en bij de rechtbanken van eerste aanleg en de rechtbanken van koophandel, alsmede van de hoofdgriffiers van voormelde rechtbanken, geschiedt vóór één van de kamers van het hof van beroep, voorgezeten door de eerste voorzitter of de raadsheer die hem vervangt, of vóór de vakantiekamer.» 2° het zesde lid wordt vervangen als volgt : « De installatie van de voorzitters, ondervoorzitters, rechters, toegevoegde rechters en plaatsvervangende rechters, van de arbeidsauditeurs, hun eerste substituten en hun substituten, van de referendarissen en de parketjuristen bij de arbeidshoven en de arbeidsrechtbanken, evenals van de hoofdgriffiers in de arbeidsrechtbanken geschiedt vóór één van de kamers van het arbeidshof, voorgezeten door de eerste voorzitter of de raadsheer die hem vervangt, of voor de vakantiekamer.» 3° het negende lid wordt vervangen als volgt : « De installatie van de griffiers en personeelsleden van niveau A van de hoven geschiedt vóór de kamer waarin de eerste voorzitter of de raadsheer die hem vervangt zitting heeft, en de installatie van de griffiers en personeelsleden van niveau A van de rechtbanken voor de kamer waarin de voorzitter van de rechtbank waaraan zij verbonden zijn, zitting heeft, of vóór de vakantiekamer.» 4° het tiende lid wordt vervangen als volgt : « De installatie van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank, hun plaatsvervangers, hun hoofdgriffiers en griffiers, geschiedt voor één van de kamers van de rechtbank van eerste aanleg, voorgezeten door de voorzitter of de rechter die hem vervangt, of vóór de vakantiekamer.De installatie van de referendarissen bij de politierechtbank geschiedt overeenkomstig het vijfde lid. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-101\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 101</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 291bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluitenen gewijzigd bij de wetten van 12 april 1999, 21 juni 2001 en 10 juni 2006, vervallen de woorden « en adjunct-secretarissen ». Art. 102.Artikel 299bis, van hetzelfde Wetboek ingevoegd bij de wet van 6 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten en gewijzigd bij de wet van 24 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/1999 numac 1999009354 bron ministerie van justitie Wet met betrekking tot de parketjuristen en de referendarissen en tot aanvulling en wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem van magistraten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/1999 numac 1999000340 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakverenigingen van het personeel van de politiediensten sluiten wordt vervangen als volgt : « De artikelen 293 tot 299 zijn mede van toepassing op de referendarissen bij het Hof van Cassatie en op het gerechtspersoneel van het niveau A. » Art. 103.Artikel 301 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1997, 6 mei 1997, 9 juli 1997, 10 februari 1998, 12 april 1999 en 24 maart 1999 wordt vervangen als volgt : « Art. 301.Personen met wie ze een feitelijk gezin vormen en bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad mogen behoudens vrijstelling door de Koning, niet gelijktijdig van een zelfde hof of rechtbank deel uitmaken als raadsheren, rechters, toegevoegde rechters, plaatsvervangende raadsheren, plaatsvervangende rechters, rechters in sociale zaken of rechters in handels zaken, ambtenaren van het openbaar ministerie, referendarissen bij het Hof van Cassatie, gerechtspersoneel van niveau A, griffiers en secretarissen. » Art. 104.Artikel 302 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 6 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 302.Zelfs in geval van vrijstelling als bedoeld in artikel 301 mogen personen met wie ze een feitelijk gezin vormen en bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad geen zitting nemen in een zelfde zaak of er de taken van referendaris bij het Hof van Cassatie vervullen. » Art. 105.Artikel 303 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 juli 1994, wordt vervangen als volgt : « Art. 303.In een vredegerecht mogen de rechters, hun plaatsvervangers en de griffiers geen feitelijk gezin vormen of geen bloed- of aanverwanten tot en met de graad van oom of neef zijn. » Art. 106.Artikel 310 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 15 juli 1970, 17 februari 1997 en 24 maart 1999 wordt vervangen als volgt : « Art. 310.In het Hof van Cassatie wordt een ranglijst bijgehouden, vastgesteld als volgt : Leden van het Hof : - De eerste voorzitter; - De voorzitter; - De raadsheren, naar orde van hun dienstouderdom als raadsheer; - De procureur-generaal; - De eerste advocaat-generaal; - De advocaten-generaal naar orde van hun aanwijzing; - De referendarissen bij het Hof van Cassatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leden van de griffie : - Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse; - Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leden van het parketsecretariaat : - Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse; - Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad. » Art. 107.In artikel 311 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1997, 9 juli 1997, 22 december 1998 en 24 maart 1999 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « de referendarissen bij de hoven van beroep in volgorde van hun benoeming » vervangen door de woorden « Het personeel in niveau A, naar orde van de benoeming in hun klasse » 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : « Leden van de griffie : - Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse; - Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leden van het parketsecretariaat : - Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse; - Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad. » Art. 108.Het tweede lid van artikel 311bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 juni 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2001 numac 2001009458 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene bepalingen inzake het federaal parket type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2001 numac 2001003328 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de gevolgen voor de inkomstenbelastingen van schenkingen aan de Staat en tot wijziging van de regeling voor de aangifte van kunstwerken ter betaling van successierechten sluiten, wordt vervangen als volgt : « Leden van het parketsecretariaat : - Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse; - Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad. » Art. 109.In artikel 312 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1997, 10 februari 1998 en 24 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In het eerste lid worden de woorden « De referendarissen en parketjuristen bij de rechtbanken van eerste aanleg in volgorde van hun benoeming » vervangen door de woorden « Het personeel in niveau A naar orde van benoeming in hun klasse »;2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : « Leden van de griffie : - Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse; - Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leden van het parketsecretariaat : - Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse; - Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad. » Art. 110.Artikel 312bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet 17 februari 1997 en gewijzigd bij de wetten van 10 februari 1998 en 24 maart 1999, wordt vervangen als volgt : « Art. 312bis.In de vredegerechten wordt een ranglijst bijgehouden, vastgesteld als volgt : - De vrederechter; - De toegevoegde vrederechter; - De plaatsvervangende vrederechters, in de volgorde van hun benoeming;</p>\n<p class=\"lf-p\">Leden van de griffie : - Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse; - Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad. » Art. 111.Artikel 312ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet 17 februari 1997 en gewijzigd bij de wetten van 22 december wordt vervangen als volgt : « Art. 312ter.In de politierechtbanken wordt een ranglijst bijgehouden, vastgesteld als volgt : - de rechters, in de volgorde van hun benoeming; - de toegevoegde rechters in dezelfde volgorde; - de plaatsvervangende rechters, in dezelfde volgorde; - gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse;</p>\n<p class=\"lf-p\">Leden van de griffie : - gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse; - gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad. » Art. 112.In artikel 328 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten en gewijzigd bij de wetten van 3 mei 2003 en 10 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In het eerste lid vervallen de woorden « of de adjunct-griffier »;2° in het vierde lid worden de woorden « adjunct-griffiers » vervangen door het woord « griffiers ».3° het vijfde lid wordt opgeheven.» Art. 113.In artikel 329 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten en gewijzigd bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, worden de woorden « de griffiers en de adjunct-griffiers » vervangen door de woorden « en de griffiers ». Art. 114.In artikel 330 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet 17 februari 1997 en gewijzigd bij de wetten van 20 mei 1997, 24 maart 1999, 26 maart 2003, 10 april 2003, 3 mei 2003, 27 december 2004 en 10 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Onverminderd de toepassing van de artikelen 328 en 329 kan de Minister van Justitie het gerechtspersoneel van het niveau A alsmede de griffiers, een opdracht geven om een gelijk of een hoger ambt te vervullen in hun griffie, in een andere griffie, een steundienst, in federale overheidsdiensten, in regeringscommissies, -instellingen of -diensten.Overeenkomstig een bijzondere wets- of verordeningsbepaling kan artikel 327bis op hen worden toegepast. » 2° Het derde lid wordt vervangen als volgt : « Onverminderd de toepassing van artikel 375, blijft het gerechtspersoneel van het niveau A alsmede de griffiers, aan wie aldus opdracht is gegeven, hun wedde met de eraan verbonden verhogingen en voordelen genieten.» Art. 115.Artikel 330bis, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten en gewijzigd bij de wetten van 20 mei 1997, 24 maart 1999, 12 april 1999, 10 april 2003, 27 december 2004 en 10 juni 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 330bis.Onverminderd de toepassing van artikel 329bis kan de minister van Justitie aan de leden en de personeelsleden van het niveau A alsmede aan secretarissen, een opdracht geven om een gelijk of een hoger ambt te vervullen in hun parket, in het federaal parket, in een ander parket, in een steundienst, in een in federale overheidsdiensten, in regeringscommissies, -instellingen of -diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig een bijzondere wets- of verordeningsbepaling kan artikel 327bis op hen worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de toepassing van artikel 375, blijft het gerechtspersoneel van het niveau A alsmede de secretarissen, aan wie aldus opdracht is gegeven, hun wedde met de eraan verbonden verhogingen en voordelen genieten. » Art. 116.Aan artikel 330ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In § 1, worden de woorden « voor het examen van kandidaat griffier » vervangen door de woorden « in de vergelijkende selectie bedoeld in artikel 264 »;2° In § 2, worden de woorden « of een parketsecretariaat » telkens vervangen door de woorden « een parketsecretariaat of een steundienst ». Art. 117.Artikel 330quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Artikel 330quater.§ 1. Het gerechtspersoneel bij een hof, een rechtbank, een griffie, een parketsecretariaat of een steundienst kan op zijn verzoek, door mutatie, in een gelijke vakklasse of graad, definitief worden overgeplaatst naar een ander hof, een andere rechtbank, een andere griffie, een ander parketsecretariaat of een andere steundienst voor zover daar een plaats vacant is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning regelt de mutatie. Deze overplaatsing gebeurt zonder toepassing van artikel 287septies en zonder nieuwe eedaflegging. § 2. Het gerechtspersoneel bij een hof, een rechtbank, een griffie, een parketsecretariaat of een steundienst kan op zijn verzoek, door mobiliteit in een gelijke graad, definitief worden overgeplaatst naar een federale overheidsdienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een personeelslid van een federale overheidsdienst kan op zijn verzoek, door mobiliteit in een gelijke vakklasse of graad, definitief worden overgeplaatst naar een griffie of een parketsecretariaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning regelt de mobiliteit. » Art. 118.Artikel 331 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, 6 mei 1997, 10 februari 1998, 24 maart 1999 en 21 juni 2001, wordt vervangen als volgt : « Art. 331.Een magistraat, een referendaris, een parketjurist of een lid van de griffie mag niet afwezig zijn wanneer de dienst eronder lijdt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Langer dan drie dagen mogen niet afwezig zijn : 1° de eerste voorzitters van het Hof van Cassatie en van de hoven van beroep en van de arbeidshoven en de procureurs-generaal bij die hoven, zonder vergunning van de minister van Justitie;2° de leden van het Hof van Cassatie, zonder vergunning van de eerste voorzitter;3° de advocaten-generaal bij dat Hof, zonder vergunning van de procureur-generaal;4° de referendarissen bij het Hof van Cassatie, zonder vergunning van de eerste voorzitter of de procureur-generaal naargelang zij het Hof dat wel het parket bijstaan;5° de leden van het hof van beroep, de voorzitters van de hoven van assisen, de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg en van koophandel, de referendarissen bij de hoven van beroep en de arbeidshoven en in voorkomend geval het gerechtspersoneel van niveau A van de steundiensten bij de hoven van beroep en de arbeidshoven, zonder vergunning van de eerste voorzitter van het hof van beroep;6° de leden van de arbeidshoven, de raadsheren in sociale zaken en de voorzitters van de arbeidsrechtbanken, zonder vergunning van de eerste voorzitter van het arbeidshof;7° de advocaten-generaal bij het hof van beroep, de advocaten-generaal bij het arbeidshof, de substitutenprocureurs-generaal bij het hof van beroep, de substituten-generaal bij het arbeidshof, alsook de procureurs des Konings en de arbeidsauditeurs, zonder vergunning van de procureur-generaal bij het hof van beroep;8° de ondervoorzitters, de rechters en de toegevoegde rechters in de rechtbanken van eerste aanleg en in de rechtbanken van koophandel, de rechters in handelszaken, de referendarissen bij de rechtbanken van eerste aanleg, zonder vergunning van de voorzitter van de rechtbank;9° de federale procureur, zonder vergunning van de voorzitter van het college van procureurs-generaal;10° de ondervoorzitters, de rechters en de toegevoegde rechters in de arbeidsrechtbanken en de rechters in sociale zaken, zonder vergunning van de voorzitter van de arbeidsrechtbank;11° de substituten-procureurs de Konings en de parketjuristen bij de rechtbanken van eerste aanleg, in voorkomend geval het gerechtspersoneel van niveau A van de steundiensten, zonder vergunning van de procureur des Konings;12° de federale magistraten, zonder vergunning van de federale procureur;13° de substituten-arbeidsauditeur, zonder vergunning van de arbeidsauditeur;14° de vrederechters en de rechters in de politierechtbank, zonder vergunning van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg;15° de hoofdgriffiers, en in voorkomend geval het gerechtspersoneel van niveau A van de steundiensten, zonder vergunning van de eerste voorzitter van het hof, de voorzitter van de rechtbank, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter van het gerecht waaraan zij verbonden zijn;16° de griffiers-hoofden van dienst en griffiers, zonder vergunning van de hoofdgriffier van het gerecht waaraan zij verbonden zijn.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-119\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 119</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 331bis, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, en gewijzigd bij de wetten van 12 april 1999 en 21 juni 2001, wordt vervangen als volgt : « Art. 331 bis. De leden van het parketsecretariaat en in voorkomend geval het gerechtspersoneel van niveau A van de steundiensten, mogen niet afwezig zijn wanneer de dienst eronder lijdt. » Art. 120.Het opschrift van hoofdstuk VIIbis van titel II van boek II van deel II van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt : « Hoofdstuk VIIbis. - Bepalingen betreffende de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en de parketjuristen ». Art. 121.In artikel 353bis, ingevoegd bij de wet van 6 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten en gewijzigd bij de wetten van 24 maart 1999 en 12 april 1999, worden de woorden « parketjuristen bij de hoven van beroep en de rechtbanken van eerste aanleg » vervangen door de woorden « parketjuristen bij de hoven van beroep, de arbeidshoven en de rechtbanken ». Art. 122.Het opschrift van hoofdstuk VIII van titel II van boek II van deel II van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt : « Hoofdstuk VIII. - Gemeenschappelijke bepalingen geldend voor de leden van de griffies, het personeel van de griffies, de parketten en steundiensten en voor de attaché's in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie ». Art. 123.Artikel 353ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 maart 1996 en gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1997, 12 april 1999 en 10 juni 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 353ter.De regels inzake onverenigbaarheid bepaald in de artikelen 293 tot 299 zijn van toepassing op de leden van het parketsecretariaat, op het personeel van de griffies, de parketsecretariaten, en de steundiensten, op de attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie. » Art. 124.Artikel 354 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten en gewijzigd bij de wetten van 12 april 1999, 22 december 1998 en 3 mei 2003, wordt vervangen als volgt : « Art. 354.De Koning regelt de eedaflegging van het personeel van de griffies, de parketsecretariaten en van de steundiensten, alsmede van de attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie. Hij regelt eveneens de afwezigheid, het verlof en de vakantie van voornoemd personeel, alsmede van de hoofdsecretarissen en de secretarissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning organiseert de beroepsopleiding van het gerechtspersoneel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan voor de afwezigheden wegens ziekte of gebrekkigheid voor de leden van de griffie en de personeelsleden bedoeld in het eerste lid, de regelingen toepassen die gelden voor het Rijkspersoneel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan eveneens de stand disponibiliteit en het daaraan verbonden wachtgeld bepalen, overeenkomstig de bepalingen die op het Rijkspersoneel van toepassing zijn. » Art. 125.Hoofdstuk Iter, titel III, van boek II, deel II van hetzelfde Wetboek, dat artikel 365ter omvat, wordt opgeheven. Art. 126.Het opschrift van hoofdstuk II, titel III, van boek II, deel II van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt : « Hoofdstuk II. - Wedden en Weddenbijslagen van het niveau A, de griffiers en de secretarissen. » Art. 127.In deel II, boek II, titel III, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling I ingevoegd, die de artikelen 366 tot 367 omvat, met als opschrift : « Afdeling I. - Algemene bepalingen ». Art. 128.Artikel 366 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten0, wordt vervangen als volgt : « Art. 366.§ 1. De artikelen 362, 363 en 365, § 1, zijn van toepassing op de wedden, weddenbijslagen en anciënniteitsverhogingen van het gerechtspersoneel. § 2. Voor de berekening van de anciënniteit komen in aanmerking : 1° de periode gedurende dewelke vanaf de leeftijd van 21 jaar een ambt in een hof of een rechtbank is uitgeoefend;2° de tijd van inschrijving bij de balie, evenals de uitoefening van het ambt van notaris door een doctor, licentiaat of master in de rechten;3° de tijd besteed aan onderwijs van het recht aan een Belgische universiteit;4° de tijd van ambtsvervulling bij de Raad van State, als lid van de Raad van State, van het auditoraat of van het coördinatiebureau;5° onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel 365, § 1 : - de duur van de diensten verricht vanaf de leeftijd van 21 jaar in een Rijksdienst en in een dienst van Afrika. - de duur van de werkelijke diensten met volledige prestaties vanaf de leeftijd van 21 jaar verricht in andere openbare diensten dan de diensten van de Staat en de diensten van Afrika of als titularis van een ambt bezoldigd door middel van een weddetoelage in een gesubsidieerde vrije onderwijsinrichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval sommige van die ambten gelijktijdig zijn uitgeoefend, is de samenvoeging daarvan voor de berekening van de weddeverhogingen niet geoorloofd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitdrukking « Rijksdienst » bedoelt elke dienst die afhangt van de wetgevende, de uitvoerende of de rechterlijke macht en die niet de staat van rechtspersoon heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitdrukking « dienst van Afrika « bedoelt elke dienst zonder rechtspersoonlijkheid die afhing van het gouvernement van Belgisch-Kongo of van het gouvernement van Ruanda-Urundi.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitdrukking « andere openbare diensten dan de diensten van de Staat en de diensten van Afrika » bedoelt : a) elke dienst met rechtspersoonlijkheid die ressorteert onder de uitvoerende macht;b) elke dienst met rechtspersoonlijkheid die ressorteerde onder het gouvernement van Belgisch-Kongo of onder het gouvernement van Ruanda-Urundi;c) elke gemeente- of provinciedienst;d) elke andere instelling naar Belgisch recht, die voldoet aan collectieve noodwendigheden van lokaal of algemeen belang, en aan welker oprichting of bijzondere leiding de openbare overheid klaarblijkelijk een overwegend aandeel heeft, alsook elke andere instelling van koloniaal recht die beantwoordde aan dezelfde voorwaarden.6° onverminderd de toepassing van de bepalingen van § 1, de duur van de diensten die volgens de bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries in aanmerking kunnen worden genomen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van de ambtenaren van niveau A en dit volgens dezelfde regels. Indien sommige van die ambten gelijktijdig werden uitgeoefend, is de samenvoeging daarvan voor de berekening van de weddenverhogingen niet geoorloofd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien sommige van die ambten achtereenvolgens werden uitgeoefend, wordt de duur van die uitoefening samengeteld. De overblijvende diensten worden gevaloriseerd naar het belang dat eraan wordt toegekend in de categorie waartoe zij behoren. » Art. 129.Artikel 367 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten0, wordt vervangen als volgt : « Art. 367.- Het vakantiegeld dat toegekend wordt aan de personeelsleden van de niveaus B, C en D, bedoeld in artikel 177, § 2, wordt in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden verleend aan de personeelsleden van niveau A, de griffiers en de secretarissen. » Art. 130.In deel II, boek II, titel III, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling II ingevoegd, die de artikelen 368 tot 373 omvat, luidende : « Afdeling II. - Wedden ». Art. 131.Artikel 367bis van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten0, wordt hersteld in de volgende lezing : « Art. 367bis.- Aan elke graad en elke klasse worden één of meer weddenschalen verbonden. » Art. 132.In deel II, boek II, titel III, hoofdstuk II, afdeling II, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling I ingevoegd, die de artikelen 367 tot 369 omvat, luidende : « Onderafdeling I. - Niveau A ». Art. 133.Artikel 367ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten0, wordt opgeheven. Art. 134.Artikel 368 van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt : « Art. 368.- In de klasse A1, wordt het personeelslid bezoldigd in de weddenschaal A11.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de klasse A2, wordt het personeelslid bezoldigd in de weddenschaal A21.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de klasse A3, wordt het personeelslid bezoldigd in de weddenschaal A31.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de klassen A1, A2 en A3, bekomt het personeelslid, bezoldigd in de weddenschaal opgenomen in de kolom 1 van de hieronder vermelde tabel, dat geslaagd is in de gecertificeerde opleiding overeenkomstig artikel 280, op het einde van de geldigheidsduur van de gecertificeerde opleiding, bedoeld in artikel 284, de weddenschaal vermeld in de kolom 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld In afwijking van het vierde lid, bekomt het personeelslid bezoldigd in de weddenschaal A11 gedurende een periode van zes jaar, automatisch de weddenschaal A12. » Art. 135.« Art. 131.§ 1. In het artikel 369 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Het eerste lid, 6°, wordt vervangen als volgt : « 6° een maandelijkse premie van 110 euro aan de leden van de griffie die het bewijs leveren van de kennis van de tweede taal, zoals bepaald in artikel 53, § 6, tweede lid van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten6 op het gebruik der talen in gerechtszaken, op voorwaarde dat zij hun ambt uitoefenen bij een rechtscollege waar ten minste een gedeelte van de magistraten of van de leden van de griffie krachtens de wetgeving op het gebruik der talen in gerechtszaken het bewijs moeten leveren van kennis van meer dan één landstaal.» 2° Tussen het tweede en het derde lid wordt het volgende lid ingevoegd : « De premie bedoeld in het eerste lid, 6°, wordt enkel toegekend aan de leden van de griffie die in dienstactiviteit zijn en een wedde genieten.De premie wordt tegelijk met de wedde vereffend. Bij onvolledige prestaties wordt zij naar rata van de geleverde dienstprestaties uitbetaald. » § 2. Het artikel 369 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 369.§ 1. In de klasse A4 wordt het personeelslid bezoldigd in de weddenschaal A41.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na zes jaar van bezoldiging in de weddenschaal A41, bekomt het personeelslid de weddenschaal A42 indien hij in een gecertificeerde opleiding is geslaagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na zes jaar van bezoldiging in de weddenschaal A42, bekomt het personeelslid de weddenschaal A43 indien hij in een gecertificeerde opleiding is geslaagd. § 2. In de klasse A5 wordt het personeelslid bezoldigd in de weddenschaal A51.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid, bezoldigd in de weddenschaal A51 gedurende een periode van zes jaar, bekomt automatisch de weddenschaal A52.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid, bezoldigd in de weddenschaal A52 gedurende een periode van zes jaar, bekomt automatisch de weddenschaal A53. » Art. 136.Artikel 370 van hetzelfde Wetboek, vervangen en gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1997 en 10 juni 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 370.Aan de weddenschalen zijn volgende wedden verbonden :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 137</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deel II, boek II, titel III, hoofdstuk II, afdeling II, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling II ingevoegd, die de artikelen 371 en 372 omvat, luidende : « Onderafdeling II. - Niveau B (griffiers en secretarissen) »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 138</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het artikel 371, § 2 a) van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 2 augustus 1974 en gewijzigd bij de wet van 15 juni 2005, wordt vervangen als volgt : « a) de tijd van inschrijving bij de balie, evenals de uitoefening van het ambt van notaris door een doctor, licentiaat of master in de rechten; » § 2. Het artikel 371 van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt : « Art. 371.§ 1. Aan de graad van griffier en secretaris wordt de weddenschaal BJ1 verbonden. § 2. De griffier of secretaris die geslaagd is in de gecertificeerde opleidingen 1 en 2 die aan deze graad verbonden zijn, bekomt na een termijn van vijf jaar vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum van zijn inschrijving voor deze laatste gecertificeerde opleiding en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van voorgaande gecertificeerde opleiding, de weddenschaal BJ2. § 3. De griffier of secretaris die geslaagd is in de gecertificeerde opleidingen 3,4 en 5 die aan deze graad verbonden zijn, bekomt na een termijn van vijf jaar vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum van zijn inschrijving voor deze laatste gecertificeerde opleiding en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande de gecertificeerde opleiding, de weddenschaal BJ3. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-139\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 139</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 372 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten0, wordt vervangen als volgt : « Art 372. Aan de weddenschalen van de griffiers en secretarissen zijn volgende wedden verbonden : Weddenschaal BJ 1 - minimumwedde : 17 274,00 euro; - maximumwedde : 25 688,00 euro; - tussentijdse verhogingen : ? drie jaarlijkse verhogingen van 253 euro, ? gevolgd door een tweejaarlijkse verhoging van 293 euro, ? gevolgd door een tweejaarlijkse verhoging van 391 euro, ? gevolgd door een tweejaarlijkse verhoging van 673 euro, ? gevolgd door negen tweejaarlijkse verhogingen van 625 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Weddenschaal BJ2 - minimumwedde : 21 731,00 euro; - maximumwedde : 32 396,00 euro; - tussentijdse verhogingen : ? drie jaarlijkse verhogingen van 372 euro, ? gevolgd door twee tweejaarlijkse verhogingen van 293 euro, ? gevolgd door drie tweejaarlijkse verhogingen van 673 euro, ? gevolgd door een tweejaarlijkse verhoging van 992 euro, ? gevolgd door acht tweejaarlijkse verhogingen van 744 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Weddenschaal BJ3 - minimumwedde : 24 531,00 euro; - maximumwedde : 35 196,00 euro; - tussentijdse verhogingen : ? drie jaarlijkse verhogingen van 372 euro, ? gevolgd door twee tweejaarlijkse verhogingen van 293 euro, ? gevolgd door drie tweejaarlijkse verhogingen van 673 euro, ? gevolgd door een tweejaarlijkse verhoging van 992 euro, ? gevolgd door acht tweejaarlijkse verhogingen van 744 euro. » Art. 140.In deel II, boek II, titel III, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling III ingevoegd, die de artikelen 373 tot 375 omvat, met als opschrift : « Afdeling III. - Toelagen en premies ». Art. 141.« Artikel 373 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten8, gewijzigd bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 373.Toegekend worden : 1° een weddenbijslag van 2 221,91 euro aan de griffier die de onderzoeksrechter of jeugdrechter gedurende minstens een maand bijstaat;2° een premie van 123,95 euro per zaak aan de griffier die gedurende de zitting van het hof van assisen het ambt van griffier van het hof van assisen uitoefent;3° een maandelijkse premie van 110 euro aan de leden van de griffie die het bewijs leveren van de kennis van de tweede taal, zoals bepaald in artikel 53, § 6, tweede lid, van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten6 op het gebruik der talen in gerechtszaken, op voorwaarde dat zij hun ambt uitoefenen bij een rechtscollege waar ten minste een gedeelte van de magistraten of van de leden van de griffie krachtens de wetgeving op het gebruik der talen in gerechtszaken het bewijs moeten leveren van meer dan één landstaal;4° een maandelijkse premie van 110 euro aan de leden van het parketsecretariaat die het bewijs leveren van de kennis van de tweede taal, zoals bepaald in artikel 53, § 6, tweede lid, van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten6 op het gebruik der talen in gerechtszaken, op voorwaarde dat zij hun ambt uitoefenen bij een rechtscollege waar ten minste een gedeelte van de magistraten of van de leden van de griffie krachtens de wetgeving op het gebruik der talen in gerechtszaken het bewijs moeten leveren van meer dan één landstaal. De premie bedoeld in het eerste lid, 3° en 4°, wordt enkel toegekend aan de leden van de griffies en de leden van het parketsecretariaat die in dienstactiviteit zijn en een wedde genieten. De premie wordt tegelijk met de wedde vereffend. Bij onvolledige prestaties wordt zij naar rata van de geleverde dienstprestaties uitbetaald. » Art. 142.Artikel 373bis van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten0, wordt hersteld in de volgende lezing : « Art. 373bis.§ 1. Toegekend worden, gedurende de geldigheidsduur van de gecertificeerde opleiding, bedoeld in artikel 284, 1° : 1° een jaarlijkse competentietoelage van 2 000 euro, aan de personeelsleden, bezoldigd in de weddenschaal A11 of A12;2° een jaarlijkse competentietoelage van 3 000 euro, aan de personeelsleden, bezoldigd in de weddenschaal A21, A22, A31 of A32; § 2. De bepalingen inzake de voorwaarden en de nadere regels van betaling van de competentietoelagen die van toepassing zijn op de personeelsleden van niveau B, C en D, bedoeld in artikel 177, § 2, zijn van gelijke toepassing op de personeelsleden van niveau A. » Art. 143.Artikel 373ter van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten0, wordt vervangen als volgt : « Art. 373ter.§ 1. De griffier of secretaris die slaagt in de gecertificeerde opleiding 1 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2 000 euro gedurende de geldigheidsduur van deze gecertificeerde opleiding, bedoeld in artikel 284, 2° . § 2. De griffier of secretaris die slaagt in de gecertificeerde opleiding 2 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2 000 euro gedurende de geldigheidsduur van deze gecertificeerde opleiding bedoeld in artikel 284, 2° . § 3. De griffier of secretaris die niet slaagt in de gecertificeerde opleiding 2 verliest het voordeel van de competentietoelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het voorgaande lid ontvangt deze gedurende twaalf maand volgend op de datum van het afsluiten van het proces-verbaal van de gecertificeerde opleiding 2, en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande gecertificeerde opleiding, de helft van de competentietoelage bedoeld in § 1. § 4. De griffier of secretaris bezoldigd in weddenschaal BJ2, die slaagt in de gecertificeerde opleiding 3 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2 000 euro gedurende de geldigheidsduur van deze gecertificeerde opleiding. § 5. De griffier of secretaris die niet slaagt in de gecertificeerde opleiding 3 verliest het voordeel van de competentietoelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het voorgaande lid ontvangt deze gedurende twaalf maand volgend op de datum van het afsluiten van het proces-verbaal van de gecertificeerde opleiding 3, en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande gecertificeerde opleiding, de helft van de competentietoelage bedoeld in § 1. § 6. De griffier of secretaris die slaagt in de gecertificeerde opleiding 4 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2 000 euro gedurende de geldigheidsduur van deze competentiemeting. § 7. De griffier of secretaris die niet slaagt in de gecertificeerde opleiding 4 verliest het voordeel van de competentietoelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het voorgaande lid ontvangt deze gedurende twaalf maanden volgend op de datum van het afsluiten van het proces-verbaal van de gecertificeerde opleiding 4, en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande gecertificeerde opleiding, de helft van de competentietoelage bedoeld in § 1. § 8. De griffier of secretaris die slaagt in de gecertificeerde opleiding 5 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2 000 euro gedurende de geldigheidsduur van deze gecertificeerde opleiding. § 9. De griffier of secretaris die niet slaagt in de gecertificeerde opleiding 5 verliest het voordeel van de competentietoelage. » § 10. De bepalingen inzake de voorwaarden en de nadere regels van betaling van de competentietoelagen die van toepassing zijn op de personeelsleden van niveau B, C en D, bedoeld in artikel 177, § 2, zijn van gelijke toepassing op de personeelsleden van niveau B met de graad van griffier en secretaris. » Art. 144.§ 1. Artikel 374, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten0, wordt vervangen als volgt : « 3° een maandelijkse premie van 110 euro aan de leden van het parketsecretariaat die het bewijs leveren van de kennis van de tweede taal, zoals bepaald in artikel 53, § 6, tweede lid, van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten6 op het gebruik der talen in gerechtszaken, op voorwaarde dat zij hun ambt uitoefenen bij een rechtscollege waar ten minste een gedeelte van de magistraten of van de leden van de griffie krachtens de wetgeving op het gebruik der talen in gerechtszaken het bewijs moeten leveren van meer dan één landstaal; de premie wordt enkel toegekend aan de leden van het parketsecretariaat die in dienstactiviteit zijn en een wedde genieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De premie wordt tegelijk met de wedde vereffend. Bij onvolledige prestaties wordt zij naar rata van de geleverde dienstprestaties uitbetaald. De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de federale overheidsdiensten, geldt eveneens voor deze premie. Deze wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01. § 2. Het artikel 374 van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt : « Art. 374.De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedde van het personeel van de federale overheidsdiensten, geldt eveneens voor de premies en toelagen bedoeld in de artikelen 373, 373bis en 373ter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bedragen worden gekoppeld aan de spilindex 138,01 ». » Art. 145.Artikel 375 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 2 augustus 1974, 17 februari 1997, 10 augustus 2005 en 10 juni 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 375.§ 1. De personeelsleden van het niveau A of de leden van een griffie of een parketsecretariaat, die in toepassing van de artikelen 330, en 330bis, gedurende een ononderbroken periode van één maand een hoger ambt uitoefenen, ontvangen een toelage waarvan het bedrag wordt bepaald op het verschil tussen de bezoldiging welke het personeelslid zou genieten in de graad van het voorlopig uitgeoefend ambt en de bezoldiging welke hij geniet in zijn werkelijke graad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bezoldiging bedoeld in het voorgaande lid omvat : 1° de wedde, in voorkomend geval met inbegrip van de verschuldigde weddenbijslagen;2° eventueel de haard- of standplaatstoelage. § 2. De leden van een griffie of een parketsecretariaat, die in toepassing van de artikelen 328 of 329bis, geroepen worden om gedurende ten minste drie opeenvolgende maanden een hoger ambt te vervullen, ontvangen een toelage, waarvan het bedrag wordt bepaald op de helft van het in § 1. bedoelde bedrag. § 3. De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de federale overheidsdiensten, geldt eveneens voor deze toelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelage is onderworpen aan de bijdrage voor het stelsel van de verplichte verzekering tegen ziekte en invaliditeit sector gezondheidszorgen en aan de bijzondere bijdrage voor de financiering van het stelsel van de sociale zekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelage is evenwel niet onderworpen aan de inhouding bestemd voor de financiering van het wettelijk pensioen. § 4. Deze toelage wordt verleend onder dezelfde voorwaarden als de toelage verleend voor de uitoefening van een hoger ambt, toegekend aan de personeelsleden van het niveau B, C en D, bedoeld in artikel 179. Art. 146.In het opschrift van hoofdstuk III van deel II, boek II, titel III, van hetzelfde Wetboek, vervallen de woorden « , Iter » Art. 147.Artikel 380 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1970, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten en gewijzigd bij de wetten van 20 mei 1997, 12 april 1999 en 10 juni 2006, wordt opgeheven. Art. 148.In artikel 403 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1997 en 20 mei 1997 en 10 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid vervallen de woorden « de adjunctgriffiers » en « en adjunct-griffiers »;2° in het tweede lid vervallen de woorden « adjunctsecretarissen ». Art. 149.Artikel 407 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 6 mei 1997 en 24 maart 1999, wordt vervangen als volgt : « Art. 407.Aan de leden van de zetel en de leden van het openbaar ministerie, de referendarissen bij het Hof van Cassatie en het gerechtspersoneel van niveau A die zonder verlof afwezig zijn, kan door een beslissing van de overheid die tot het uitspreken van de schorsing bevoegd is, voor de duur van die afwezigheid hun wedde worden ontzegd. » Art. 150.Aan artikel 409 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2002 numac 2002009754 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende een regeling voor de bescherming van bedreigde getuigen en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2002 numac 2002009733 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van deel II, boek II, titel V, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de tucht en tot intrekking van de wet van 7 mei 1999 tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/09/2002 numac 2002016196 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet tot wijziging van de wet van 10 november 1967 houdende oprichting van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau sluiten en gewijzigd bij de wet van 22 december 2003 worden de volgende wijzingen aangebracht : 1° § 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « De Nationale Tuchtraad oefent zijn bevoegdheid uit ten aanzien van de magistraten, van de referendarissen bij het Hof van Cassatie en van het gerechtspersoneel »;2° in het § 2, eerste lid, worden de woorden « secretaris-verslaggever » vervangen door het woord « secretaris »;3° § 2, tweede en derde lid, wordt vervangen als volgt : « Wanneer de krachtens de taalwetgeving bevoegde kamer van de Nationale Tuchtraad haar bevoegdheid moet uitoefenen ten aanzien van een magistraat, van een referendaris bij het Hof van Cassatie of van gerechtspersoneel van niveau A, is zij samengesteld uit drie leden van de zittende magistratuur, twee magistraten van het openbaar ministerie en twee leden die niet tot de rechterlijke orde behoren.Deze laatsten worden gekozen onder advocaten en universiteitsprofessoren die het recht doceren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de krachtens de taalwetgeving bevoegde kamer van de Nationale Tuchtraad haar bevoegdheid moet uitoefenen ten aanzien van gerechtspersoneel van het niveau B, C en D, is zij samengesteld uit twee leden van de zittende magistratuur, een magistraat van het openbaar ministerie, een griffier, een secretaris en twee leden die niet tot de rechterlijke orde behoren. Deze laatsten worden gekozen onder advocaten en universiteitsprofessoren die het recht doceren. »; 4° § 8 wordt vervangen als volgt : « § 8.De secretarissen zijn griffiers bij het Hof van Cassatie, die door de hoofdgriffier van dat Hof ter beschikking van de Nationale Tuchtraad worden gesteld. »; 5° in § 10 worden de woorden « rang 13 » vervangen door de woorden « klasse A3 ». Art. 151.In artikel 410 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2002 numac 2002009754 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende een regeling voor de bescherming van bedreigde getuigen en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2002 numac 2002009733 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van deel II, boek II, titel V, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de tucht en tot intrekking van de wet van 7 mei 1999 tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/09/2002 numac 2002016196 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet tot wijziging van de wet van 10 november 1967 houdende oprichting van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau sluiten en gewijzigd bij de wet van 22 december 2003 en 10 juni 2006, worden de volgende wijzingen aangebracht : 1° § 1, 5° wordt vervangen als volgt : « 5° ten aanzien van de referendarissen en van de parketjuristen : - de eerste voorzitter van het hof van beroep ten aanzien van de referendarissen bij dat hof; - de eerste voorzitter van het arbeidshof ten aanzien van de referendarissen bij dat hof; - de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg ten aanzien van de referendarissen bij die rechtbank; - de voorzitter van de arbeidsrechtbank ten aanzien van de referendarissen bij die rechtbank; - de voorzitter van de rechtbank van koophandel ten aanzien van de referendarissen bij die rechtbank; - de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank ten aanzien van de referendarissen bij die rechtbank; - de procureur-generaal bij het hof van beroep ten aanzien van de parketjuristen bij het parket-generaal en het arbeidsauditoraat-generaal; - de procureur des Konings ten aanzien van de parketjuristen bij het parket van de rechtbank van eerste aanleg; - de arbeidsauditeur ten aanzien van de parketjuristen bij het arbeidsauditoraat; 2° § 1, 7°, wordt vervangen als volgt : « 7° Ten aanzien van de griffiers, de secretarissen en het personeel van griffies, parketsecretariaten en steundiensten : - de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie ten aanzien van de hoofdgriffier van het Hof van Cassatie en de hoofdsecretaris van het parket-generaal bij het Hof van Cassatie; - de procureur-generaal bij het hof van beroep ten aanzien van de hoofdgriffier van het hof van beroep en van het arbeidshof en van de hoofdsecretaris van het parket-generaal bij het hof van beroep en bij het arbeidshof en van de personeelsleden van het niveau A bij deze hoven, bij het parket-generaal of het arbeidsauditoraatgeneraal; - de procureur des Konings ten aanzien van de hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg, van de hoofdgriffier van de rechtbank van koophandel, van de hoofdgriffier van de politierechtbank, van de hoofdgriffier van het vredegerecht en van de hoofdsecretaris van het parket van de procureur des Konings en de personeelsleden van het niveau A bij deze rechtbanken en parketten; - de arbeidsauditeur ten aanzien van de hoofdgriffier van de arbeidsrechtbank en van de hoofdsecretaris van het arbeidsauditoraat en de personeelsleden van het niveau A bij deze rechtbanken en parketten; - de hoofdgriffier ten aanzien van de griffiers-hoofden van dienst, van de griffiers, van de deskundigen, de administratief deskundigen en ICT deskundigen; - de hoofdsecretaris ten aanzien van de secretarissen-hoofden van dienst, van de secretarissen, deskundigen, de administratief deskundigen en ICT deskundigen; - de federale procureur ten aanzien van de hoofdsecretaris en de personeelsleden van het niveau A bij het federaal parket; - de hoofdsecretaris ten aanzien van de secretarishoofd van dienst, van de secretarissen, de deskundigen, de administratief deskundigen en ICT deskundigen van het federaal parket. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 152</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 412 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wetten van 7 juli 2002 en 10 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « In afwijking van het bepaalde in het vorige lid, is de tuchtoverheid bevoegd om een lichte straf op te leggen : - de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie ten aanzien van de referendarissen die de raadsheren in het Hof van Cassatie bijstaan; - de procureur-generaal bij het hof van beroep ten aanzien van de referendarissen bij de hoven; - naar gelang van het geval, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur ten aanzien van de referendarissen bij deze rechtbanken. »; 2° in § 2, 4°, worden de woorden « de adjunct-griffiers » en « de adjunct-secretarissen » geschrapt;3° § 2, 6°, wordt vervangen als volgt : « 6° ten aanzien van het gerechtspersoneel van niveau A en de griffiers, daaronder begrepen wegens fouten begaan bij het verlenen van bijstand aan de rechter en de secretarissen niet begrepen in 4°, de Koning voor de afzetting en het ontslag van ambtswege en naar gelang van het geval de procureur-generaal bij het hof van beroep of de federale procureur voor de andere zware straffen.»; 3° § 3, 7°, wordt vervangen als volgt : « 7° ten aanzien van de deskundigen, de administratief deskundigen, de ICT deskundigen, de assistenten en de medewerkers, de Minister van Justitie voor de afzetting en het ontslag van ambtswege en naar gelang van het geval, de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie of de procureur-generaal bij het hof van beroep, of de federale procureur voor de andere zware straffen.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 153</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 413 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 7 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2002 numac 2002009754 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende een regeling voor de bescherming van bedreigde getuigen en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2002 numac 2002009733 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van deel II, boek II, titel V, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de tucht en tot intrekking van de wet van 7 mei 1999 tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/09/2002 numac 2002016196 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet tot wijziging van de wet van 10 november 1967 houdende oprichting van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau sluiten, worden de woorden « of een parketsecretariaat » vervangen door de woorden « , een parketsecretariaat of een steundienst ». Art. 154.In artikel 415 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2002 numac 2002009754 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende een regeling voor de bescherming van bedreigde getuigen en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2002 numac 2002009733 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van deel II, boek II, titel V, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de tucht en tot intrekking van de wet van 7 mei 1999 tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/09/2002 numac 2002016196 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet tot wijziging van de wet van 10 november 1967 houdende oprichting van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau sluiten en gewijzigd bij de wet van 13 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 6, 2°, zesde gedachtestrepen wordt vervangen als volgt : « - aan de griffiers, de secretarissen en het personeel van griffies, parketsecretariaten en steundiensten.» 2° § 7 wordt vervangen als volgt : « § 7.De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie neemt kennis van het hoger beroep ingesteld tegen de lichte straffen, opgelegd : - aan de leden van het parket-generaal bij de hoven van beroep; - aan de leden van het auditoraat-generaal bij de arbeidshoven; - aan de procureurs des Konings; - aan de arbeidsauditeurs; - aan de federale magistraten; - aan de toegevoegde substituten procureur des Konings; - aan de toegevoegde substituten arbeidsauditeur; - aan de bijstandsmagistraten; - aan de referendarissen bij de hoven; - aan de parketjuristen bij het parket-generaal bij de hoven en de arbeidshoven en het federaal parket; - aan de griffiers en aan het personeel van de griffies bij de hoven van beroep en de arbeidshoven en de steundiensten bij die hoven; - aan de secretarissen en aan het personeel van de parketsecretariaten bij de hoven van beroep, de arbeidshoven, het federaal parket en de steundiensten bij die parketten. »; 3° § 8 wordt vervangen als volgt : « § 8.De procureur-generaal bij het hof van beroep neemt kennis van het hoger beroep ingesteld tegen de lichte straffen, opgelegd : - aan de leden van de parketten bij de rechtbanken van eerste aanleg; - aan de leden van het arbeidsauditoraat; - aan de referendarissen bij de rechtbanken; - aan de parketjuristen bij de parketten bij de rechtbanken; - aan het gerechtspersoneel van de griffies en de steundiensten van de rechtbanken van eerste aanleg, de arbeidsrechtbanken, de rechtbanken van koophandel, de politierechtbanken en de vredegerechten; - aan het gerechtspersoneel bij de parketsecretariaten en de steundiensten bij die parketten. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-155\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 155</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 419, zevende lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 7 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2002 numac 2002009754 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende een regeling voor de bescherming van bedreigde getuigen en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2002 numac 2002009733 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van deel II, boek II, titel V, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de tucht en tot intrekking van de wet van 7 mei 1999 tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/09/2002 numac 2002016196 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet tot wijziging van de wet van 10 november 1967 houdende oprichting van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau sluiten, worden de woorden « en van het personeel van de griffies en van de parketsecretariaten » vervangen door de woorden « en van het gerechtspersoneel ». HOOFDSTUK III. - Wijzigingen aan de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten6 op het gebruik der talen in gerechtszaken Art. 156.In artikel 53, § 5, tweede lid, van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten6 op het gebruik der talen in gerechtszaken, vervangen door de wet van 27 april 2001, vervallen de woorden « of een adjunct-griffier ». Art. 157.Het artikel 54bis van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 26 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten1, wordt opgeheven. HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen aan de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting Art. 158.In de tabel die voorkomt in artikel 1 van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, vervangen bij de wet van 20 juli 1998 en gewijzigd bij de wetten van 29 november 2001, 11 maart 2004, 14 december 2004, 10 augustus 2005 en 20 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de kolom met als opschrift « Griffiers » wordt vervangen als volgt :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° de kolom met als opschrift « Adjunct-griffiers » wordt geschrapt. Art. 159.In de tabel I « Hof van Cassatie », gevoegd bij dezelfde wet, en gewijzigd bij de wetten van 25 februari 1954, 25 juni 1964, 10 november 1970 en 6 mei 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de kolom met als opschrift « Griffiers » wordt het cijfer « 6 » vervangen door het cijfer « 11 »;2° de kolom met als opschrift « Klerk-griffiers » wordt geschrapt. HOOFDSTUK V. - Wijzigingen aan de wet van 7 juli 1969 tot vaststelling van de personeelsformatie van de arbeidshoven en -rechtbanken Art. 160.In de tabel « Arbeidshoven » die voorkomt in artikel 1 van wet van 7 juli 1969 tot vaststelling van de personeelsformatie van de arbeidshoven en -rechtbanken, vervangen bij de wet van 28 december 1990 en gewijzigd bij de wet van 12 januari 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de kolom met als opschrift « Griffiers » wordt vervangen als volgt :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° de kolom met als opschrift « Klerken-griffiers » wordt geschrapt. Art. 161.In de tabel « Arbeidsrechtbanken » die voorkomt in artikel 1 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten5 en gewijzigd bij de wetten van 13 november 1979, 23 september 1985, 23 juni 1989, 28 december 1990, 12 januari 1993 en 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de kolom met als opschrift « Griffiers » wordt vervangen als volgt :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° de kolom met als opschrift « Adjunct-griffiers » wordt geschrapt. HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen aan de wet van 15 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van koophandel en tot wijziging van de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek Art. 162.In de tabel die voorkomt in artikel 1 van de wet van 15 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van koophandel en tot wijziging van de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 20 juli 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de kolom met als opschrift « Griffiers » wordt vervangen als volgt :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° de kolom met als opschrift « Adjunct-griffiers » wordt geschrapt. HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen aan de wet van 16 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de politierechtbanken Art. 163.In de tabel die voorkomt in het enig artikel van de wet van 16 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de politierechtbanken, vervangen bij de wet van 22 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de kolom met als opschrift « Griffiers » wordt vervangen als volgt :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° de kolom met als opschrift « Adjunct-griffiers » wordt geschrapt. HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingen aan de wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten4 tot vaststelling van de personeelsformatie van de vredegerechten Art. 164.De tabel die voorkomt in het enig artikel van de wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten4 tot vaststelling van de personeelsformatie van de vredegerechten, vervangen bij de wet van 25 maart 1999 en gewijzigd bij de wetten van 27 april 2001 en 20 december 2005, wordt door de volgende tabel vervangen :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld HOOFDSTUK IX. - Wijzigingen aan de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg Art. 165.In de tabel die voorkomt in artikel 1 van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg, vervangen bij de wetten van 20 juli 1998 en 10 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de kolom met als opschrift « Griffier » wordt vervangen als volgt :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° de kolom met als opschrift « Adjunct-griffiers » wordt geschrapt. HOOFDSTUK X. - Wijzigingen aan de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2 tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten Art. 166.In artikel 65 van de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2 tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten, vervallen de woorden « , indien het op dat ogenblik voldoet aan al de voormelde benoemingsvoorwaarden, met uitzondering van die betreffende de dienstanciënniteit. » HOOFDSTUK XI. - Wijzigingen aan de wet van 5 augustus 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten3 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de elektronische procesvoering Art. 167.Artikel 10 van de wet van 5 augustus 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten3 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de elektronische procesvoering, wordt vervangen als volgt : « Art. 10.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 169bis ingevoegd, luidende : « Art. 169bis.De registers en repertoria worden opgemaakt, bewaard en medegedeeld op een wijze die de raadpleging ervan mogelijk maakt en de leesbaarheid ervan waarborgt. De Koning bepaalt daartoe nadere regels na advies van het beheerscomité en van het toezichtscomité, die respectievelijk bedoeld zijn in de artikelen 15 en 22 van de wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten0 tot oprichting van het informatiesysteem Phenix.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de vermeldingen in de registers en de repertoria mogen geen wijzigingen worden aangebracht, tenzij dit bij wets- of verordeningsbepalingen is toegelaten. » Art. 168.Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 11.In artikel 176 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, worden tussen het eerste lid en het tweede lid de volgende leden ingevoegd : « De hoofdsecretaris ziet erop toe dat de registers en repertoria op het secretariaat worden opgemaakt, bewaard en medegedeeld op een wijze die de leesbaarheid ervan waarborgt en de raadpleging ervan mogelijk maakt in de gevallen waarin de raadpleging wettelijk toegestaan is. De Koning bepaalt daartoe nadere regels na advies van het beheerscomité en van het toezichtscomité die respectievelijk bedoeld zijn in de artikelen 15 en 22 van de wet van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten0 tot oprichting van het informatiesysteem Phenix.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de vermeldingen in de registers en repertoria mogen geen wijzigingen worden aangebracht, tenzij dit bij wets-of verordeningsbepalingen is toegelaten. » Art. 169.In artikel 12 van dezelfde wet wordt het voorgestelde artikel 315bis van het Gerechtelijk Wetboek vernummerd tot artikel 315ter. HOOFDSTUK XII. - Overgangs- en slotbepalingen Afdeling I. - Integratie van hoofdgriffiers, hoofdsecretarissen, griffiers-hoofden van dienst, secretarissen hoofden van dienst, referendarissen en parketjuristen, houders van bijzondere graden en attachés in de dienst documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie in het niveau A Art. 170.§ 1. De personen die op het moment van de inwerkingtreding van deze wet titularis zijn van één van de geschrapte graden die hierna in kolom 1 zijn opgenomen, waaraan de wedden, weddenschaal en weddenbijslagen zijn toegekend die in kolom 2 zijn opgenomen, worden ambtshalve benoemd in de klasse die in kolom 3 is opgenomen, bezoldigd in de weddenschaal die in kolom 4 is opgenomen en dragen de titel hier tegenover vermeld in kolom 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-2\"><span class=\"lf-art-num\">§ 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de berekening van de klassenanciënniteit van diegenen die worden benoemd in de klasse in kolom 3, worden de diensten die gepresteerd zijn in de graad in kolom 1 geacht verricht te zijn in de klasse in kolom 3 De door deze personeelsleden verkregen geldelijke anciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddenschalen. § 3. Ingeval een functie nog niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een weging, bedoeld in artikel 160 van het Gerechtelijk Wetboek, wordt het personeelslid benoemd in de klasse met de daaraan verbonden weddenschaal bedoeld in § 1. Art. 171.Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het tweede lid, behouden de eerste attaché, de attachéhoofd van dienst en de directeur in de dienst documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie het voordeel van hun weddenschaal in uitdoving en behouden hun graad ten persoonlijken titel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De attachés, in dienst op het moment van de inwerkingtreding van deze wet, die bij hun beoordeling bedoeld in artikel 287quater van het Gerechtelijk Wetboek, de vermelding « zeer goed » hebben gekregen, kunnen door de minister van Justitie worden bevorderd tot de opeenvolgende graden van eerste attaché, na minstens negen jaar dienst, van attaché-hoofd van dienst, na minstens achttien jaar dienst, en van directeur, na minstens vierentwintig jaar dienst. Afdeling II. - Integratie in het niveau B</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 172</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De personen die op het moment van de inwerkingtreding van deze wet titularis zijn van één van de geschrapte graden die hierna in kolom 1 zijn opgenomen, waaraan de wedden, weddenschaal en weddenbijslagen zijn toegekend die in kolom 2 zijn opgenomen, worden ambtshalve benoemd in de graad die in kolom 3 is opgenomen, bezoldigd in de weddenschaal die in kolom 4 is opgenomen Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de berekening van de graadanciënniteit van de personeelsleden die worden benoemd in de graad in kolom 3, worden de diensten die gepresteerd zijn in de graad in kolom 1 geacht verricht te zijn in de graad in kolom 3. § 3. De door deze personeelsleden verkregen geldelijke anciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddenschalen. § 4. De adjunct-griffiers, eerstaanwezend adjunct-griffiers, adjunct-secretarissen en eerstaanwezend adjunctsecretarissen, die krachtens § 1 van deze bepaling op het moment van de inwerkingtreding van deze wet worden ingeschaald in de weddenschaal BJ2, kunnen onmiddellijk deelnemen aan de gecertificeerde opleiding 4. § 5. In afwijking van het bepaalde in artikel 373ter, § 8, van het Gerechtelijk Wetboek bekomen deze personeelsleden, als zij slagen in de gecertificeerde opleiding 5 die aan de graad van griffier of secretaris verbonden is, de weddenschaal BJ3 vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum van het hun inschrijving voor deze gecertificeerde opleiding en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van voorgaande gecertificeerde opleiding. Afdeling III. - Geldelijke overgangsbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 173</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De toepassing van deze wet mag geen afbreuk doen aan de wedden, de weddenverhogingen en de pensioenen van de leden van de griffies en de parketsecretariaten, alsmede de attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie, die op het moment van haar inwerkingtreding in dienst zijn Indien de bij deze wet bepaalde wedde lager is dan de wedde, dewelke de titularis genoot bij de inwerkingtreding ervan, dan behoudt hij de hoogste wedde totdat hij tenminste een gelijke wedde verkrijgt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-174\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 174</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van artikel 173 blijven de wedden van de griffiers van de hoven, rechtbanken, politierechtbanken en vredegerechten, van toepassing voor de inwerkingtreding van deze wet, als volgt bestaan in uitdoving : Hof van Cassatie : - Hoofdgriffier : 37 694,74 euro; - Griffier : 27 513,62 euro - Eerstaanwezend adjunct-griffier : 17 927,00 euro - Adjunct-griffier : 17 258,24 euro Hoven van beroep en arbeidshoven : - Hoofdgriffier : 35 465,30 euro - Griffier : 25 358,51 euro - Eerstaanwezend adjunct-griffier : 17 927,00 euro - Adjunct-griffier : 17 258,24 euro Rechtbanken van eerste aanleg, arbeidsrechtbanken, rechtbanken van koophandel, waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt : - Hoofdgriffier : 33 681,72 euro - Griffier : 20 453,72 euro - Eerstaanwezend adjunct-griffier : 17 927,00 euro - Adjunct-griffier : 17 258,24 euro Rechtbanken van eerste aanleg, arbeidsrechtbanken, rechtbanken van koophandel, waarvan het rechtsgebied minder dan 250 000 inwoners telt : - Hoofdgriffier : 29 371,48 euro - Griffier : 20 453,72 euro - Eerstaanwezend adjunct-griffier : 17 927,00 euro - Adjunct-griffier : 17 258,24 euro Politierechtbanken en vredegerechten : - Hoofdgriffier : 27 513,62 euro - Griffier : 20 453,72 euro - Eerstaanwezend adjunct-griffier : 17 927,00 euro - Adjunct-griffier : 17 258,24 euro Art. 175.Voor de toepassing van artikel 173 blijven de wedden van de secretarissen der parketten, van toepassing voor de inwerkingtreding van deze wet, als volgt bestaan in uitdoving : Parket van het Hof van Cassatie : - Hoofdsecretaris : 37 694,74 euro - Secretaris : 27 513,62 euro - Eerstaanwezend adjunct-secretaris : 17 927,00 euro - Adjunct-secretaris : 17 258,24 euro Parket van het hof van beroep, parket van het arbeidshof en Federaal parket : - Hoofdsecretaris : 35 465,30 euro - Secretaris : 25 358,51 euro - Eerstaanwezend adjunct-secretaris : 17 927,00 euro - Adjunct-secretaris : 17 258,24 euro Parket van de procureur des Konings en parket van de arbeidsauditeur, waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt : - Hoofdsecretaris : 33 681,72 euro - Secretaris : 20 453,72 euro - Eerstaanwezend adjunct-secretaris : 17 927,00 euro - Adjunct-secretaris : 17 258,24 euro Parket van de procureur des Konings en parket van de arbeidsauditeur, waarvan het rechtsgebied minder dan 250 000 inwoners telt : - Hoofdsecretaris : 29 371,48 euro - Secretaris : 20 453,72 euro - Eerstaanwezend adjunct-secretaris : 17 927,00 euro - Adjunct-secretaris : 17 258,24 euro Art. 176.De wedden die de griffiers en de secretarissen, in toepassing van de artikelen 174 en 175, behouden in uitdoving, worden verhoogd als volgt</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 177</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van artikel 171 blijven de wedden van de attachés in de dienst documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie, van toepassing voor de inwerkingtreding van deze wet, als volgt bestaan in uitdoving : eerste attaché : 13 A - minimumwedde : 27 923,80 euro - maximumwedde : 42 638,83 euro - tussentijdse verhogingen : elf tweejaarlijkse verhogingen van 1 337,73 euro attaché-hoofd van dienst : 13 B - minimumwedde : 30 715,07 euro - maximumwedde : 49 443,29 euro - tussentijdse verhogingen : veertien tweejaarlijkse verhogingen van 1 337,73 euro directeur : 15 A - minimumwedde : 39 122,44 euro - maximumwedde : 53 984,76 euro - tussentijdse verhogingen : elf tweejaarlijkse verhogingen van 1 351,12 euro Art. 177.Voor de toepassing van artikel 173 wordt verstaan onder de wedde dewelke de titularis genoot bij de inwerkingtreding van deze wet, de wedde met inbegrip van de weddenbijslagen bedoeld in het tweede lid van deze bepaling De volgende weddenbijslagen blijven bestaan in uitdoving : 1° voor de griffiers-hoofden van dienst en de secretarissen-hoofden van dienst, de weddenbijslagen van 4 258,09 euro, 5 105,28 euro en 5 818,70 euro;2° voor de hoofdgriffiers en hoofdsecretarissen van de rechtbanken van eerste aanleg, de arbeidsrechtbanken en van de rechtbanken van koophandel, waarvan het rechtsgebied minder dan 250 000 inwoners telt en waar bij de inwerkingtreding van deze wet ten minste zeven personeelsleden met volledige betrekking werkzaam zijn, de weddenbijslag van 2 883,32 euro. Art. 178.De griffiers, eerstaanwezend adjunct-griffiers, secretarissen, eerstaanwezend adjunct-secretarissen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet genieten van de weddenbijslag van 1 001,5 euro, krachtens de artikelen 367ter en 373ter van het Gerechtelijk Wetboek, behouden het voordeel van deze weddenbijslag overeenkomstig deze bepalingen. Afdeling IV. - Andere overgangsbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-179\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 179</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De benoemingsprocedures voor de vacante betrekkingen welke werden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad vóór de inwerkingtreding van deze wet, worden beëindigd overeenkomstig de bepalingen die op het moment van de openbaarmaking van kracht waren Op het moment van de benoeming wordt het betrokken personeelslid evenwel onmiddellijk geïntegreerd in de overeenkomstige vakklassen, graad en weddenschaal zoals bepaald in de artikelen 170 en 172 van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-180\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 180</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoofdgriffiers van de vredegerechten en van de politierechtbanken waar bij de inwerkingtreding van deze wet ten minste zeven personeelsleden met volledige betrekking werkzaam zijn, blijven de weddenbijslag van 2 883,32 euro ten persoonlijken titel behouden voor zover zij bezoldigd zijn in de weddenschaal A22 of A23</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-181\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 181</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van artikel 375 van het Gerechtelijk Wetboek gelden de wedden bepaald in de artikelen 174 en 175 voor de personeelsleden aan wie op het moment van de inwerkingtreding van deze wet een hoger ambt van adjunct-griffier of adjunct-secretaris is toegekend. Deze bepaling geldt voor de duur van de opdracht toegekend voor de inwerkingtreding van deze wet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-182\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 182</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Personeelsleden die 10 jaar een ambt hebben bekleed met een oude graad van adjunct-griffier, adjunctsecretaris, eerstaanwezend adjunct-griffier, of eerstaanwezend adjunct-secretaris, of een nieuwe graad van griffier of secretaris, zijn tot 10 jaar na de inwerkingtreding van deze wet vrijgesteld van het behalen van de brevetten bedoeld in artikel 262, § 2, derde lid, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd door deze wet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-183\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 183</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De houders van het getuigschrift van kandidaat-griffier en van kandidaat-secretaris dat uitgereikt werd op basis van een examen dat georganiseerd is voor of nog in uitvoering is op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet, zijn vrijgesteld van de selectie, bedoeld in de artikelen 264 en 267 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd door deze wet. De Koning kiest uit de kandidaten voor de vacante betrekking de geslaagde, die na de organisatie van een bijkomende proef onder het toezicht van Selor, naar zijn oordeel het meest geschikt is voor de uit te oefenen functie. Afdeling V. - Inwerkingtreding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-184\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 184</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt voor elk artikel van deze wet de dag waarop het in werking treedt, en uiterlijk 18 maanden na haar bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van : 1° de artikelen 135, § 1, 144, § 1, 150, 2° en 4°, 166 en 185;2° de artikelen 39, 1° en 5°, en 138, § 1, die uitwerking hebben met ingang van 1 december 2006. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt Gegeven te Brussel, 25 april 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Parlementaire verwijzingen : Senaat. Stukken : 3 - 2009 - 2006/2007 : Nr. 1 : Wetsontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 2 : Advies van de Hoge Raad voor de Justitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nrs. 3 en 4 : Amendementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 4 : Tekst geamendeerd door de commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 5 : verslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 6 : Tekst geamendeerd door de commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 7 : Amendementen ingediend na de goedkeuring van het verslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 8 : Aanvullend verslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 9 : Tekst geamendeerd door de commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen van de Senaat : 15 februari 2007 Kamer van Volksvertegenwoordigers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stukken : Doc 51 2922/ (2006/2007) 001 : Ontwerp overgezonden door de Senaat. 002 : Verslag. 003 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal verslag : 29 maart 2007</p></div>", "next": 0}