{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De overeenkomst inzake gezamenlijke diplomering bepaalt inzonderheid: 1° de bijzondere voorwaarden voor de toegang tot de studies;2° de nadere regels voor de inschrijving;3° de organisatie van leeractiviteiten;4° de nadere regels voor de evaluatie, de beraadslaging en de bekrachtiging op het einde van de cyclus;5° het opschrift van de graad (graden), bekwaamheidsbewijzen of diploma's die uitgereikt worden, alsook het model ervan;6° de regels voor de herverdeling van de ontvangsten en de verdeling van de uitgaven over de partnerinstellingen;7° de instelling voor hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap aangewezen als referentie in de Franse Gemeenschap;8° de bepalingen met betrekking tot de verzekeringen aangegaan door de studenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nadere regels voor de evaluatie en de organisatie bepaald in de overeenkomst moeten overeenstemmen met de wetgeving die geldt in één van de partnerinstellingen. § 4. Met het oog op de begeleiding van sommige werkzaamheden betreffende de voorbereiding van een doctoraatsthesis, kunnen de universiteiten overeenkomsten van gezamenlijke voogdij over een thesis met andere universiteiten of instellingen voor hoger onderwijs sluiten, of die in de Franse Gemeenschap of buiten deze bestaan, die ertoe gemachtigd worden de graad van doctor toe te kennen. Deze overeenkomsten worden gelijkgesteld met overeenkomsten inzake gezamenlijke diplomering, maar blijven specifiek voor elke student; erin wordt de doctoraatsschool vermeld die de opleiding begeleidt.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK V. - Academische graden Art. 83.§ 1. De hogere studies worden in de volgende studiegebieden ingericht: 1° filosofie;2° theologie;3° taal-, letterkunde en traductologie;4° geschiedenis, kunstgeschiedenis en archeologie;5° informatie en communicatie;6° politieke en sociale wetenschappen;7° rechtswetenschappen;8° criminologie;9° economische wetenschappen en beheerswetenschappen;10° psychologische en opvoedingswetenschappen;11° geneeskundige wetenschappen;12° diergeneeskundige wetenschappen;13° tandwetenschappen;14° biomedische en farmaceutische wetenschappen;15° wetenschappen van de volksgezondheid;16° wetenschappen van de motoriek;17° wetenschappen;18° landbouwkundige wetenschappen en biologische engineering; 19 ° ingenieurwetenschappen en technologie; 20° bouwkunst en stedenbouw;21° Kunst en kunstwetenschappen;22° Plastische, visuele en ruimtekunsten;23° Muziek;24° Theater en spreekkunsten;25° Vertoningskunsten en techniek van de verspreiding en de communicatie;26° Dans.</p>\n<p class=\"lf-p\">De werkzaamheden met betrekking tot de voorbereiding van een doctoraatsthesis worden in één of meerdere studiegebieden gerangschikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Studies van voortgezette opleiding en andere opleidingen ingericht door de instellingen worden tevens als behorend tot één of meerdere studiegebieden gerangschikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lijst van de academische graden geassocieerd met deze studiegebieden wordt door deze van de overeenstemmende machtigingen bepaald. § 2. De studiegebieden worden over vier sectoren verdeeld, als volgt: 1° humane en sociale wetenschappen: de studiegebieden 1° tot 10° ;2° gezondheid: de studiegebieden 11° tot 16° ;3° wetenschappen en technieken: de studiegebieden 17° tot 20° ;4° kunst: de studiegebieden 21° tot 26°. Art. 84.Geen enkel bekwaamheidsbewijs of geen enkele academische graad kan door een instelling voor hoger onderwijs uitgereikt wordt aan een student die niet werkelijk minimum 60 studiepunten zou hebben gevolgd van het overeenstemmende programma en die niet regelmatig zou zijn ingeschreven voor de studies die leiden tot deze graad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij uitzondering op het vorige lid kan aan de houder van een graad van master van 120 studiepunten de academische graad toegekend worden die overeenstemt met een andere finaliteit van deze graad van master na geslaagd te zijn voor bijkomende studiepunten die eigen zijn aan deze finaliteit. Op dezelfde wijze kan de graad van geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs toegekend worden aan de studenten die regelmatig ingeschreven zijn voor deze studies en die aan de proeven van het overeenstemmende studieprogramma hebben voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij uitzondering van het eerste lid en om verantwoorde redenen, kan de academische graad van het brevet van het hoger onderwijs aan een student toegekend worden die effectief minstens 20 studiepunten zou hebben gevolgd van het overeenstemmende programma en die daar regelmatig ingeschreven zou zijn voor de studies die tot deze graad leiden gedurende minstens één academiejaar. Art. 85.§ 1. Met uitzondering van de graad van doctor, omvat elke academische graad een generische benaming - bachelor, master, arts, dierenarts - en een kwalificatie samengesteld uit de volgende elementen: 1° de titel van de cursus, voorafgegaan door « : « of het woord \" in \" of \" ès \";2° de mogelijke richting voorafgegaan door \" richting \", alsook de mogelijke specialiteit;3° de finaliteit eventueel gevolgd of voorafgegaan door \" met finaliteit \". Voor de universitaire studies van de derde cyclus wordt de graad van doctor bepaald door de titel van de verdedigde doctoraatsthesis en ofwel door de thematische doctoraatsschool die de opleiding heeft begeleid of het (de) onderzoeksdomein(en) waarbij ze aansluit. § 2. De oriëntatie en de mogelijke opties bepalen de inhoud van het studieprogramma bekrachtigd door de academische graad die aan deze studie een bijzonder competentieprofiel verleent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een oriëntatie, mogelijks nader bepaald door een specialiteit, vermeldt een referentiesysteem voor de competenties en een onderwijsprofiel die specifiek zijn voor het programma van de studiecyclus die ertoe leidt en die overeenstemmen met een geheel aan onderwijseenheden van meer dan 60 studiepunten en met niet meer dan de twee derde studiepunten die de studiecyclus uitmaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een optie betekent een keuze, door de student, van een coherent geheel aan bijzondere onderwijseenheden die overeenstemmen met 15 tot 30 studiepunten, dat heel of een gedeelte van het programma van de studiecyclus kenmerkt, zonder dat het totaal van de opties de helft van de studiepunten van de studiecyclus mag overschrijden en zonder dat deze tot een aparte academische graad kan leiden. HOOFDSTUK VI. - Machtigingen Art. 86.§ 1. De machtiging om hogere studies te organiseren en om de academische graden toe te kennen die ze bekrachtigen, wordt aan een instelling voor hoger onderwijs bij decreet toevertrouwd of ingetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De machtiging heeft betrekking op de studies die leiden tot een bijzonder bekwaamheidsbewijs, alsook op het geografische grondgebied waarop deze studies ingericht kunnen worden, met uitzondering van de werkzaamheden betreffende de voorbereiding van een doctoraatsthesis die niet in verband staan met een specifieke vestiging. Een machtiging wordt verleend voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of, in het Waalse Gewest, voor één of meerdere bestuursarrondissementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op eensluidend advies van de ARES kan een instelling voor hoger onderwijs een deel van de leeractiviteiten inrichten buiten de aldus bepaalde vestigingen, voor zover deze gedecentraliseerde activiteiten niet 15 studiepunten per studiecyclus overschrijden en nooit een dubbele onderwijsactiviteit zijn. § 2. Elke gezamenlijke instelling van een studiecyclus, met of zonder gezamenlijke diplomering, tussen meerdere instellingen voor hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap met toepassing van de bepalingen van artikel 82, § 2 of § 3, wordt eerst aan het gunstige advies van de ARES voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling betreft niet de reeds bestaande gezamenlijke organisaties bij de inwerkingtreding ervan. Art. 87.Een machtiging wordt \"voorwaardelijk\" genoemd wanneer ze onderworpen is aan de voorwaarde dat de instellingen aan wie deze gezamenlijke machtiging wordt toegekend, een overeenkomst van gezamenlijke diplomering met elkaar sluiten, in de zin van artikel 82, § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens uitdrukkelijke verantwoording, is elke nieuwe machtiging voorgedragen door de ARES, ofwel een voorwaardelijke gezamenlijke machtiging, ofwel moet deze in een project kaderen van samenwerking of gezamenlijke organisatie tussen verschillende instellingen volgens de bepalingen van artikel 82.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lijst van deze machtigingen wordt als bijlage IV bij dit decreet opgenomen. Art. 88.§ 1. De machtigingen om initiële cursussen van de eerste en tweede cyclussen en van specialisatiebachelor kunnen herzien worden, op voorstel of na advies van de ARES, met uitwerking voor het academiejaar dat een aanvang neemt gedurende het jaar dat op het jaar van de aanneming van het decreet ter toekenning van deze machtigingen volgt. In zijn voorstellen verantwoordt de ARES en zorgt deze voor een collectief evenwicht, in harmonie met de lokale aanvragen en de menselijke, intellectuele, materiële en financiële middelen die beschikbaar zijn, en waarbij elke concurrentie of overbodige herhaling vermijdend. Het advies van de ARES over de nieuwe machtigingen steunt inzonderheid op de bestaande specifieke competenties, op de opvangcapaciteiten voor studenten en de globale coherentie van het aanbod, daarbij steriele concurrentie tussen instellingen en Academische polen wordt belet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lijst van de machtigingen om de initiële studies van de eerste en de tweede cyclussen en de specialisatiebachelor in te richten wordt als bijlage II bij dit decreet opgenomen. § 2. Uiterlijk op het begin van het academiejaar 2020 moeten de studiecyclussen van het korte type, buiten specialisatiestudies, die leiden tot dezelfde academische graad ingericht in hetzelfde arrondissement en waarvan minstens één diploma's toekent aan minder dan 10 studenten per jaar en gemiddeld over de vijf academiejaren, gezamenlijk ingericht worden door de instellingen die gemachtigd zijn binnen de Academische pool van de betrokken vestigingen, op straffe van verlies van deze machtiging voor deze vestigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling betreft niet de studies ingericht een keer op het grondgebied van een Academische pool of die gezamenlijk als gezamenlijke diplomering door minstens drie gemachtigde instellingen worden ingericht. De ARES kan de wetgever uitzonderingen op deze bepaling, die degelijk met redenen omkleed moeten worden, voorstellen. § 3. De machtiging om de grondige finaliteit van een master in te richten wordt verleend aan de universiteiten die gemachtigd zijn voor deze master in 120 studiepunten en die aan een thematische doctoraatsschool deelnemen van het studiegebied. Bij uitzondering daarop wordt de machtiging om de grondige finaliteit in te richten ook toegekend aan de Hogere Kunstscholen als deze ook ingericht wordt in het kader van een gezamenlijk programma met een universiteit die aan de doctoraatsschool in de kunsten en kunstwetenschappen deelneemt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 89</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De machtiging om specialisatiemasterstudies in te richten wordt enkel toegekend aan de instellingen die ertoe gemachtigd zijn een academische graad van het lange type van hetzelfde studiegebied toe te kennen. Deze studies worden noodzakelijkerwijze ofwel ingericht door een universiteit of een Hogere Kunstschool, ofwel gezamenlijk door meerdere instellingen waarvan minstens één universiteit Nochtans, wordt een dergelijke machtiging verloren voor de instelling die de overeenstemmende studies inricht, ofwel het geheel van de instellingen die de overeenstemmende studies gezamenlijk inrichten, indien ze gemiddeld niet minstens tien studenten een diploma hebben uitgereikt gedurende de drie vorige academiejaren, rekening houdend met het eerste organisatiejaar, behoudens als deze studies ingericht of gezamenlijk ingericht worden als enige in de Franse Gemeenschap. De ARES kan de wetgever uitzonderingen, degelijk met redenen omkleed, op deze bepaling voorstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lijst van de academische graden die de studies bedoeld bij artikel 73, 3°, bekrachtigen, wordt als bijlage V bij dit decreet opgenomen; de Regering bepaalt de lijst van deze die bedoeld worden bij de categorieën 1° en 2° in coherentie met de andere wetgevingen en reglementeringen die ermee verband houden. Art. 90.De instellingen voor hoger onderwijs worden ertoe gemachtigd studies van voortgezette opleiding in te richten in de studiegebieden waarvoor ze gemachtigd worden studies te organiseren van de eerste of tweede cyclus. De ARES kan uitzonderingen, degelijk met redenen omkleed, toestaan op deze bepaling. Art. 91.De machtiging om de doctorale opleiding in te richten wordt toegekend, per studiegebied of geheel van studiegebieden, gezamenlijk aan de Universiteiten die een thematische doctoraatsschool omvatten die erkend is door de ARES en die bij de overeenstemmende doctoraatsschool bij het FRS-FNRS hoort. Deze is de enige in de Franse Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De machtiging om de academische graad van doctor toe te kennen wordt toegekend aan elke Universiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de uitreiking van het doctoraat in de kunst en kunstwetenschappen werken de universiteiten die een erkende doctoraatsschool omvatten die onder de doctoraatsschool van het studiegebied ressorteert noodzakelijkerwijze in samenwerking met één of meerdere Hogere Kunstscholen. HOOFDSTUK VII. - Gelijkstelling Art. 92.De Regering kan de gelijkwaardigheid erkennen tussen een bekwaamheidsbewijs, diploma of getuigschrift van studies uitgereikt in het buitenland en één van de academische graden die worden toegekend krachtens de bepalingen van dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Via een individuele maatregel kan de Regering beslissen over de toekenning van de volledige gelijkwaardigheid van studies die gevolgd werden buiten de Franse Gemeenschap, en die niet vallen onder de maatregel die wordt besproken in het voorgaande lid, met de verschillende academische graden van bachelor voor de studies van het korte type en van master, arts en dierenarts voor de studies van het lange type. De toekenning van de volledige gelijkwaardigheid kan afhankelijk worden gemaakt van het slagen voor een bijzondere proef in de gevallen en binnen de perken vastgelegd door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder voorbehoud van het eerste lid en het tweede lid en onafhankelijk van een toelatingsprocedure voor de studies, beslissen de examencommissies over de volledige of gedeeltelijke gelijkwaardigheid van studies die werden gedaan buiten de Franse Gemeenschap met de academische graden die ervoor worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering legt de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de gelijkstelling bedoeld in het tweede lid en het derde lid vast. Art. 93.Via individuele maatregelen beslist de Regering over de gelijkwaardigheid van het behaalde studieniveau in het buitenland met het studieniveau dat wordt bekrachtigd met de toekenning van een generieke academische graad van bachelor of master.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering legt de voorwaarden en de procedure voor de aanneming van deze beslissingen over gelijkwaardigheid van het studieniveau vast. HOOFDSTUK VIII. - Inschrijving voor de studies Art. 94.De student kiest vrij de instelling voor hoger onderwijs waar hij zich wil inschrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inschrijving van de student houdt in dat hij het studiereglement in acht zal nemen. Art. 95.§ 1. Een inschrijvings- of toelatingsaanvraag wordt ingediend volgens de procedure bepaald in het studiereglement. Ze is onontvankelijk als de student niet voldoet aan alle toelatingsvoorwaarden voor de beoogde studies of de bepalingen van het studiereglement niet in acht nemen. Daarvan wordt rechtstreeks aan de kandidaat kennisgegeven zonder dat er sprake kan zijn van een weigering om inschrijving in de zin van artikel 96.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de Commissarissen en Afgevaardigden van de Regering die bij de instellingen aangewezen worden, kan een beroep tegen deze beslissing ingesteld worden. Ze worden ertoe gemachtigd, om met redenen omklede motieven, deze beslissing ongeldig te verklaren of te bevestigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bewijs dat de student voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor de studies rust op hem. Dit bewijs kan elk bewijskrachtig officieel document zijn, of bij door de overmacht behoorlijk aangetoond gebrek aan dat document, een verklaring op eer getekend door de student waarmee wordt gestaafd dat een dergelijk document materieel niet ingediend kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke valse verklaring of een vervalsing in de samenstelling van een toelatings- of inschrijvingsdossier wordt gelijkgesteld met een fraude bij de inschrijving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instellingen voor hoger onderwijs kunnen voorlopig studenten inschrijven in afwachting dat ze aan bepaalde toelatingsvoorwaarden voldoen. Deze voorlopige inschrijving moet ten laatste tegen 30 november geregulariseerd worden, behoudens als de student niet verantwoordelijk is voor de vertraging bij het indienen van de afwezige documenten of attesten. § 2. Bij zijn aanvraag om inschrijving krijgt de student alle nuttige informatie in verband met de instelling en de beoogde studies, inzonderheid het studiereglement, alsook het gedetailleerde studieprogramma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de studies die tot een beroepsbekwaamheidsbewijs kunnen leiden dat onderworpen is aan regels en beperkingen inzake erkenning of van bijzondere beroepsinstellingen, moet deze nauwkeurige informatie schriftelijk vanaf de aanvraag om inschrijving bekend gemaakt worden en ingediend. De Regering kan de inhoud van dat document bepalen. Een door de student ondertekend ontvangstbewijs bewijst de overzending van dat document. Art. 96.§ 1. Bij met redenen omklede beslissing kunnen de autoriteiten van de instelling voor hoger onderwijs, volgens de procedure waarin wordt voorzien in het studiereglement, de inschrijving van een student weigeren: 1° wanneer deze student in de voorbije vijf jaar het voorwerp is geweest van een maatregel tot uitsluiting uit een instelling voor hoger onderwijs wegens fraude bij de inschrijving of zware fraude;2° wanneer de inschrijvingsaanvraag betrekking heeft op studies die niet aanleiding geven tot een financiering;3° wanneer deze student niet gefinancierd kan worden. Van de beslissing tot weigering van de inschrijving moet aan de student via aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs ten laatste veertien dagen na de ontvangst van zijn eindaanvraag om effectieve inschrijving kennis worden gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennisgeving van de weigering om inschrijving moet de nadere regels vermelden voor de uitoefening van de rechten op beroep. § 2. Het studiereglement bepaalt een interne beroepsprocedure bij de academische autoriteiten van de instelling tegen de beslissingen tot weigering bedoeld in de vorige paragraaf. Art. 97.§ 1. Er wordt een commissie belast met het ontvangen van de klachten van de studenten betreffende een weigering om inschrijving bedoeld bij artikel 96 opgericht. Voor deze wordt door de ARES gezorgd, die er de logistieke en administratieve steun aan geeft; een personeelslid van de ARES neemt het secretariaat waar. § 2. De Regering wijst de leden van deze commissie aan, op de voordracht van de ARES. Ze bestaat uit minstens vijf werkende leden en vijf plaatsvervangende leden. Deze leden worden gekozen onder de leden van het personeel en de studenten van de instellingen voor hoger onderwijs, waaronder minstens 20% studenten. Daarenboven, moet minimum een derde, afgerond naar de hogere eenheid, van de leden van de commissie personen zijn van een verschillend geslacht als dat van de andere personen, behoudens onmogelijkheid, degelijk met redenen omkleed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze commissie kan meerdere raden bevatten die samengesteld zijn en aangewezen op gelijkaardige wijze.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het mandaat van de leden van de commissie bedraagt vijf jaar, met uitzondering van de leden studenten die voor één jaar aangewezen worden. De mandaten kunnen vernieuwd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leden kunnen hun ontslag indienen op elk ogenblik. De Regering kan enkel een lid ontslaan in geval van zware nalatigheid of onbetwistbaar wangedrag. De leden blijven hun ambt vervullen totdat ze vervangen worden, behoudens ontslag door de Regering. § 3. De Regering bepaalt de nadere regels voor de werking van deze commissie. Noch de Regering noch enig lid van de ARES of van een instelling voor hoger onderwijs kan geenszins onderrichtingen geven aan de leden van de commissie over de wijze waarop ze hun bevoegdheid moeten uitoefenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen enkel lid van deze commissie kan aan het onderzoek van een klacht betreffende een weigering met betrekking tot een instelling waar hij aan gebonden is als personeelslid of als student, deelnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de kennisgeving van de verwerping van het interne beroep bedoeld bij artikel 96, § 2, beschikt de student over veertien dagen om de beslissing te betwisten die genomen werd op het einde van deze procedure vóór genoemde commissie bij aangetekend schrijven. Dit verzoek vermeldt duidelijk de identiteit van de student en het precieze voorwerp van het beroep; het bevat alle elementen en alle documenten die hij nodig acht om zijn beroep met redenen te omkleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissie is niet bevoegd om zich uit te spreken over de academische redenen die tot de beslissing hebben geleid, maar kan de weigering om inschrijving binnen de veertien dagen vanaf de ontvangst van de klacht invalideren indien elementen die de beslissing over de aanvraag om inschrijving gunstig hadden kunnen beïnvloeden niet in aanmerking werden genomen bij dit interne beroep. Indien, na het verstrijken van deze termijn, de commissie deze weigering niet heeft geïnvalideerd, wordt de beslissing van de academische autoriteiten definitief. Art. 98.In geval van fraude bij de inschrijving verliest de student onmiddellijk zijn hoedanigheid als regelmatig ingeschreven student, alsook alle rechten die met deze hoedanigheid samengaan en de rechtsgevolgen verbonden aan het slagen voor proeven tijdens het betrokken academiejaar. De inschrijvingsgelden die aan de instelling werden betaald, worden definitief aan deze toegewezen. Art. 99.Een inschrijving blijft geldig voor één academiejaar en heeft betrekking op een coherent geheel van onderwijseenheden van een bepaalde cursus. Deze lijst van onderwijseenheden vormt het jaarlijkse programma van de student voor het academiejaar opgesteld overeenkomstig artikel 100.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de instemming van de academische autoriteiten kan een student meerdere inschrijvingen gedurende eenzelfde academiejaar cumuleren. Art. 100.§ 1. Het programma van een student die zich voor de eerste keer inschrijft voor een eerste cyclus stemt verplicht overeen met de eerste 60 studiepunten van het studieprogramma, behoudens vermindering zoals bedoeld bij artikel 151.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien hij verworven studiepunten geniet of studiepunten in aanmerking genomen voor onderwijseenheden van dit programma, kan hij zijn inschrijving aanvullen met activiteiten inzake remediëring of aanvullende activiteiten met als doel het vergroten van zijn slaagkansen, overeenkomstig artikel 148.</p>\n<p class=\"lf-p\">De student die al minstens 45 studiepunten zou hebben verworven of voor wie ze in aanmerking zouden worden genomen onder de eerste 60 studiepunten van het studieprogramma van de eerste cyclus kan kiezen om zijn inschrijving aan te vullen met onderwijseenheden uit het verdere verloop van het cyclusprogramma, overeenkomstig de algemene bepalingen van de volgende paragraaf. § 2. Na deze eerste 60 studiepunten van het studieprogramma van de eerste cyclus bevat het programma van een student: 1° de onderwijseenheden van het studieprogramma waarvoor hij al ingeschreven was en waarvan hij de overeenstemmende studiepunten nog niet verkregen heeft, met uitzondering van de optie-eenheden van het programma die door de student werden gekozen en die hij mag verwaarlozen;2° onderwijseenheden van het vervolg van het cyclusprogramma of onder de bijkomende lessen bepaald als voorwaarde voor de toegang tot de cyclus, waarvoor hij aan de voorvereisten voldoet;3° eventueel, op het einde van de cyclus, onderwijseenheden van de studiecyclus volgens dezelfde cursus waarvoor hij aan de voorvereisten voldoet en met de instemming van de examencommissie van deze studiecyclus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het programma van een student wordt aan de goedkeuring door de examencommissie onderworpen, die over de naleving van de voorvereisten en de gezamenlijke vereisten waakt en ervoor zorgt dat de jaarlijkse opdracht van de student minstens 60 studiepunten bedraagt, behoudens op het einde van de cyclus of bij de vermindering bedoeld bij artikel 151. Op individuele beslissing rustend op het traject van de student en om hem toe te laten zijn studies voort te zetten met een voldoende jaarlijkse opdracht, kan een voorvereiste omgevormd worden tot een gezamenlijke vereiste door de examencommissie. § 3. Bij uitzondering op de bepalingen van de vorige paragraaf heeft de inschrijving voor de studies van de derde cyclus betrekking op het geheel van het programma; de inschrijving voor de studies van voortgezette opleiding heeft betrekking op een verpersoonlijkt programma opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 151.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-101\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 101</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met uitzondering van de inschrijving voor de studies van de derde cyclus wordt de einddatum voor de inschrijving op 31 oktober bepaald na het begin van het academiejaar; voor de studenten bedoeld bij artikel 79, § 2, wordt deze einddatum tot 30 november verlengd Nochtans, bij wijze van afwijking, kan de Regering, op advies van de instelling voor hoger onderwijs, uitzonderlijk een student ertoe machtigen zich in te schrijven na deze datums wanneer de omstandigheden het verantwoorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om aan de administratieve en academische eisen te voldoen die uit hun bijzondere toestand voortvloeien, kan het studiereglement van de instelling voor sommige categorieën van studenten einddatums bepalen, voor de indiening van een aanvraag om toelating of inschrijving, vóór de einddatum voor de effectieve inschrijving. Art. 102.§ 1. Om in aanmerking te worden genomen, moet een inschrijving van een student ingediend worden met alle documenten ter staving van zijn toelaatbaarheid, alsook deze die eventueel noodzakelijk zijn voor het bewijzen van de authenticiteit van de ingediende documenten, en moet de student geen geld verschuldigd zijn aan enige instelling voor hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap op de dag van zijn inschrijving en moet hij 10% hebben betaald van het bedrag van het inschrijvingsgeld, overeenkomstig het tijdsschema bepaald bij artikel 101. De aldus ingeschreven student krijgt van de instelling alle documenten die bewijzen dat hij ingeschreven is binnen de veertien dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens overmacht, bij gebrek aan het betalen van het saldo van het bedrag van zijn inschrijving ten laatste op 4 januari of zodra hij ingeschreven is indien deze inschrijving later geschiedt, heeft de student geen toegang tot de leeractiviteiten vanaf deze datum, kan over zijn geval niet meer beraadslaagd worden en kan hij geen overdracht of inaanmerkingneming van studiepunten genieten, maar hij blijft beschouwd als ingeschreven geweest zijnde voor het academiejaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het studiereglement van de instelling kan geen andere termijnen bepalen voor de betaling van dit geld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de Commissarissen en Afgevaardigden van de Regering die bij de instellingen aangewezen worden, kan beroep ingesteld worden tegen de nietigverklaring van de inschrijving. Ze worden ertoe gemachtigd, om met redenen omklede motieven, deze beslissing te invalideren en de inschrijving van de student te bevestigen. § 2. Een inschrijving kan nietig verklaard worden op uitdrukkelijke aanvraag van de student vóór 1 december; enkel 10% van het bedrag van het inschrijvingsgeld wordt verschuldigd. Art. 103.Om als regelmatig beschouwd te worden moet een inschrijving de voorwaarden in acht nemen van artikel 100 en artikel 102.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien, is de inschrijving van een student voor een gezamenlijke studiecursus, al dan niet in gezamenlijke diplomering, die ingericht wordt door meerdere partnerinstellingen van een overeenkomst bedoeld bij artikel 82, § 2, als regelmatig beschouwd wanneer ze totaal op minstens dertig studiepunten betrekking heeft van de cursus bedoeld bij het geheel van de instellingen in de Franse Gemeenschap, die partners zijn van de overeenkomst, behoudens toestanden van lagere totale opdracht bedoeld bij artikel 100 in het eerste jaar, op het einde van de cyclus of in geval van vermindering. Art. 104.Wanneer een inschrijving betrekking heeft op studies die gezamenlijk ingericht worden door meerdere instellingen voor hoger onderwijs bedoeld bij artikel 82, schrijft de student zich in in één van de partnerinstellingen voor hoger onderwijs, overeenkomstig de nadere regels van de overeenkomst en de algemene voorwaarden van het studiereglement van die instelling. Als het om een gezamenlijk programma of studies van gezamenlijke diplomering gaat, gebeurt de inschrijving noodzakelijkerwijze bij de referentie-instelling in de Franse Gemeenschap. Deze ontvangt en controleert de inschrijving en int het overeenstemmende inschrijvingsgeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatie bestemd voor de student vermelden deze gezamenlijke organisatie en beschrijven nauwkeurig de verdeling van de leeractiviteiten over de partnerinstellingen voor hoger onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere partnerinstelling zendt minstens jaarlijks de informatie over betreffende de inschrijvingen die zij heeft aangenomen aan alle partnerinstellingen van de overeenkomst. Art. 105.§ 1. Het bedrag van het inschrijvingsgeld voor de studies wordt bij decreet bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bedragen omvatten de inschrijving op de rol, de inschrijving voor het academiejaar en de inschrijving voor de proeven en examens ingericht gedurende dit academiejaar. Geen enkel aanvullend geld kan gevraagd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In iedere instelling voor hoger onderwijs wordt een overlegcommissie belast met het opstellen van de lijst van de kosten geraamd in functie van de werkelijke kosten van de goederen en diensten geleverd aan de studenten en die niet beschouwd worden als inning van een aanvullend inschrijvingsgeld. Deze kosten worden in het studiereglement vermeld van elke instelling. Deze commissie wordt samengesteld, in gelijke delen, uit vertegenwoordigers van de academische autoriteiten, de vertegenwoordigers van de personeelsleden van de instelling en de vertegenwoordigers van de studenten. In de Hogere Kunstscholen en de hogescholen, komen de vertegenwoordigers van de studenten uit de Studentenraad. De Commissaris of Afgevaardigde van de Regering woont de werkzaamheden van deze commissie bij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de studenten die niet in aanmerking komen voor een financiering, met uitzondering van deze die afkomstig zijn uit landen van de Europese Unie, uit minder gevorderde landen - opgenomen op de LDC (Least Developed Countries) lijst van de UNO - of uit landen waarmee de Franse Gemeenschap een overeenkomst heeft gesloten ertoe strekkend de gelijkheid te verklaren van het inschrijvingsgeld van die studenten met dat van studenten die voor financiering in aanmerking komen, bepaalt de ARES de bedragen van het inschrijvingsgeld, zonder dat dit geld vijf keer het bedrag van het inschrijvingsgeld bedoeld bij het eerste lid mag overschrijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op de studies die tot een gezamenlijke diplomering leiden ingericht in het kader van bijzondere cursussen bepaald door de Europese Unie. § 2. Wat betreft de studenten die een toelage genieten toegekend door de dienst voor studietoelagen van de Franse Gemeenschap krachtens de wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van studietoelagen en studieleningen en het decreet van 7 november 1983 tot regeling, voor de Franse Gemeenschap, van de toekenning van de studietoelagen, alsook de studenten die houder zijn van een attest van bursaal uitgereikt door het algemeen bestuur van de Ontwikkelingssamenwerking, kan geen inschrijvingsgeld gevraagd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo gaat het ook voor de leden van het personeel van een instelling voor hoger onderwijs of de navorsers waarvoor ze zorgt overeenkomstig artikel 5, § 2, wanneer ze zich inschrijven voor studies van de derde cyclus of specialisatiemasters. § 3. De minvermogende studenten genieten een gereduceerd inschrijvingsgeld dat bij decreet bepaald wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de voorwaarden waaraan voldaan moet worden door de kandidaten om als minvermogend te worden beschouwd. § 4. De instellingen voor hoger onderwijs kunnen aan sommige studenten, bij wijze van individuele maatregel, andere kortingen toestaan inzake inschrijvingsgeld ten laste van hun sociale toelagen of subsidies toegekend krachtens de wet van 3 augustus 1960 houdende toekenning van sociale voordelen aan de universiteiten en gelijkgestelde inrichtingen, artikel 89 van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in de hogescholen of artikel 58 van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/12/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (1) sluiten tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten). In geval van intrekking van de inschrijving door de student, worden deze bedragen naar de sociale begroting van de instelling overgedragen. Art. 106.De lijst van de regelmatig ingeschreven studenten wordt door elke instelling bepaald en aan de Commissaris of Afgevaardigde van de Regering bij de instelling ten laatste op één februari overgezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen één juni van het academiejaar ten laatste, zenden de instellingen aan de ARES de lijst, geldig verklaard door de Commissarissen en Afgevaardigden van de Regering bij de instellingen, van de aanvragen om inschrijving over die geweigerd werden in de zin van artikel 96, met vermelding van de reden van de weigering, de fraudes inzake inschrijving, de inschrijvingen en voorinschrijvingen die in aanmerking werden genomen en de regelmatige inschrijvingen voor het lopend academiejaar, alsook de aanpassingen die moeten worden gedaan van de lijst van het vorig academiejaar en de studiepunten verworven door de regelmatig ingeschreven studenten gedurende dit academiejaar en de academische graden die hen eventueel uitgereikt werden.</p>\n<p class=\"lf-p\">ARES kan, in overleg met de Commissarissen en Afgevaardigden van de Regering bij de instellingen, de vorm bepalen waarin deze informatie overgezonden wordt en coördineert de ontwikkeling van een automatisch en gecentraliseerd systeem voor het inwinnen van de gegevens en de inschrijvingen. De Regering bepaalt er de nadere regels van en, na raming van de kosten en binnen de perken van de beschikbare middelen, kent de ARES de nodige middelen toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ARES zendt daarna aan de Regering de samengevoegde inlichtingen over die noodzakelijk zijn voor de berekening van de verscheidene wettelijke toelagen bestemd voor deze instellingen. HOOFDSTUK IX. - Toegang tot studies Afdeling I. - Toegang tot studies van de eerste cyclus.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-107\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 107</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder voorbehoud van de andere bijzondere wetsbepalingen en met het oog op het behalen van de academische graad die ze bekrachtigt, hebben toegang tot studies van de eerste cyclus, de studenten die het bewijs leveren van : 1° ofwel een getuigschrift voor hoger secundair onderwijs dat uitgereikt wordt vanaf het schooljaar 1993-1994 door een inrichting voor secundair onderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap en dat, in voorkomend geval, bekrachtigd wordt indien uitgereikt door een schoolinrichting vóór 1 januari 2008 of dat bekleed wordt met een zegel indien uitgereikt na deze datum, alsook de titularissen van hetzelfde getuigschrift uitgereikt vanaf het kalenderjaar 1994 door de examencommissie van de Franse Gemeenschap;2° ofwel een getuigschrift voor hoger secundair onderwijs dat uitgereikt wordt ten laatste na het schooljaar 1992-1993 met, voor de toegang tot studies van de eerste cyclus van een cursus van het lange type, het bekwaamheidsdiploma voor toegang tot het hoger onderwijs;3° ofwel een diploma dat uitgereikt wordt door een instelling voor hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap dat een academische graad uitgereikt met toepassing van dit decreet bekrachtigt, ofwel een diploma dat uitgereikt wordt door een universitaire instelling of een instelling die het hoger onderwijs met volledig leerplan organiseert overeenkomstig de vroegere wetgeving;4° ofwel een getuigschrift of een diploma van hoger onderwijs dat uitgereikt wordt door een instelling voor onderwijs voor sociale promotie;5° ofwel een slaagattest voor één van de toelatingsexamens georganiseerd door de instellingen voor hoger onderwijs of door een examencommissie van de Franse Gemeenschap;dit attest geeft toegang tot de studies van de sectoren, vakgebieden of cursussen die erop worden vermeld; 6° ofwel een diploma, bekwaamheidsbewijs of getuigschrift voor studies die gelijkaardig zijn met deze vermeld in de vorige punten en dat uitgereikt wordt door de Vlaamse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap of de Koninklijke militaire school;7° ofwel een diploma, bekwaamheidsbewijs of studiegetuigschrift van buitenlandse studies erkend als gelijkaardig aan deze vermeld in de punten 1° tot 4° met toepassing van een federale, gemeenschaps-, Europese wetgeving of van een internationale overeenkomst;8° ofwel een bekwaamheidsdiploma voor toegang tot het hoger onderwijs toegekend door de examencommissie van de Franse Gemeenschap;</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder voorbehoud van andere bijzondere bepalingen wordt de toegang verleend aan de studies van bachelor specialisatie op voorwaarde dat een diploma van bachelor van het korte type in hetzelfde vakgebied behaald wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-108\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 108</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Met uitzondering van de studenten die een cursus volgen in een Koninklijke militaire school, kan iemand die de Franse taal niet voldoende beheerst, niet worden toegelaten tot de proeven van een studiejaar van de eerste cyclus. § 2. Dit bewijs kan worden aangebracht : 1° ofwel door het bezit van een diploma, bekwaamheidsbewijs of studiegetuigschrift vermeld in artikel 107.- uitgereikt door de Franse Gemeenschap of als bekrachtiging van studies waarin voldoende cursussen worden onderwezen in de Franse taal; de Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan moet worden voldaan voor deze studies; 2° ofwel door het slagen voor een examen dat specifiek hiertoe wordt georganiseerd door de ARES, volgens de bepalingen vastgesteld door de Regering;3° ofwel door een slaagattest voor een van de examens, proeven of toelatingsexamens voor studies van het hoger onderwijs voorzien door dit decreet en georganiseerd binnen de Franse Gemeenschap De ARES organiseert minstens tweemaal per academiejaar een proef voor een afdoende beheersing van de Franse taal.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-109\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 109</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Enkel studenten die aan de algemene voorwaarden voor de toegang tot de studies van de eerste cyclus bedoeld in artikel 107.- beantwoorden en die het bewijs leveren van een attest van een werkelijke deelname aan een oriëntatieproef van de gezondheidssector, hebben toegang tot de studies van de eerste cyclus binnen het vakgebied van de medische wetenschappen met als doel het behalen van de graad die deze studies bekrachtigt Deze proef wordt georganiseerd in de vorm van een geschreven proef.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder werkelijke deelname aan deze proef wordt verstaan het geheel van de proef te hebben afgelegd en een hoger resultaat te hebben bekomen dan het resultaat dat gelijk is aan het gebrek aan elk antwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze proef dat gelijk en simultaan is in alle universitaire instellingen, wordt collegiaal elk jaar georganiseerd en dit één keer tijdens de eerste veertien dagen van juli en een tweede keer tijdens de eerste veertien dagen van september, door de universitaire instellingen die ertoe gemachtigd worden ze te organiseren en die studies organiseren van de eerste cyclus op het gebied van de medische wetenschappen met inachtneming van de opdrachten bepaald in artikel 21.5° ; ze zijn ertoe gehouden deel te nemen aan de organisatie en aan de evaluatie van de proef onder de voorwaarden bepaald door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze proef is toegankelijk voor elke kandidaat die zich in een toestand bevindt om volledig aan de algemene voorwaarden bedoeld in artikel 107.- voor het begin van het academiejaar te beantwoorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De proef is bedoeld om een evaluatie te maken van de specifieke vaardigheden en de vereiste competenties om de beoogde studies aan te vatten. Ze gaat over de volgende onderwerpen : 1° Kennis en begrip van de wetenschappelijke vakken : a) biologie;b) chemie;c) fysica;d) wiskunde.2° Communicatie en kritische analyse van de informatie.a) geschreven communicatie;b) analyse, synthese en argumentatie;c) kennis van de Franse en Engelse talen. Met uitzondering van de evaluatie van de kennis van de talen wordt het gebruik van een Frans of tweetalig woordenboek toegelaten. De Regering bepaalt het gedetailleerde programma van de proef.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke deelnemer krijgt persoonlijk het detail van de resultaten van zijn proef. De resultaten van de proef mogen niet verspreid noch meegedeeld worden waarbij de identiteit of de kwaliteiten van de kandidaten hieruit zouden kunnen afleiden. § 2. In afwijking van § 1 hebben ook toegang tot de studies van de eerste cyclus op het gebied van de medische wetenschappen, de studenten die ten minste 45 studiepunten hebben behaald van een studieprogramma van de eerste cyclus in de gezondheidssector in een instelling voor hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap of van een studieprogramma van een Belgische instelling voor hoger onderwijs vanaf het ogenblik dat deze studies tot de uitreiking van gelijkaardige academische graden leiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De studenten bedoeld in artikel 27, § 7, van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instellingen of die al bedoeld zouden geweest zijn in dezelfde bepalingen bij de inschrijving bedoeld in het vorige lid, komen nochtans niet in aanmerking voor de studies van de eerste cyclus op het gebied van de medische wetenschappen. Art. 110.Voor elke inschrijving in een Hogere Kunstschool legt de student bovendien een toelatingsproef voor 21 september af. Zijn deelname aan de proef houdt zijn toetreding tot het pedagogische en artistieke project van de Hogere Kunstschool in.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een student na deze datum toegelaten wordt, moet een toelatingsproef in gelijkaardige omstandigheden georganiseerd zijn. Afdeling II. - Toegang tot studies van de tweede cyclus</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-111\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 111</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Hebben toegang tot de studies van de tweede cyclus met als doel het behalen van de academische graad die deze studies bekrachtigt, de studenten die houder zijn van : 1° een academische graad van de eerste cyclus van dezelfde cursus;2° dezelfde academische graad van de tweede cyclus, maar met een andere finaliteit;3° een academische graad van de eerste of tweede cyclus van het lange type, krachtens een beslissing van de academische autoriteiten en aan de bijkomende voorwaarden die zij vastleggen;4° een academische graad die gelijkaardig is aan deze vermeld in de vorige punten, uitgereikt door een instelling voor hoger onderwijs in of buiten de Franse Gemeenschap krachtens een beslissing van de academische autoriteiten en aan de bijkomende voorwaarden die zij vastleggen;5° een buitenlandse academische graad erkend als gelijkwaardig aan deze vermeld in de vorige punten met toepassing van dit decreet, een Europese richtlijn, een internationale overeenkomst, onder dezelfde voorwaarden. Is gelijkaardig aan een academische graad uitgereikt in de Franse Gemeenschap, een bekwaamheidsbewijs of een graad die/dat tot dezelfde vaardigheden leidt voor de toegang tot het beroep of de voortzetting van de studies in het oorspronkelijke systeem De bijkomende toelatingsvoorwaarden bedoeld in 3° en 4° zijn bedoeld om te verzekeren dat de student de vereiste voorkennis voor de onderwerpen van de beoogde studies heeft verworven. Als deze bijkomende toelatingsvoorwaarden bestaan uit een of meerdere bijkomende cursussen, mogen deze voor de student niet meer dan 15 bijkomende studiepunten inhouden, rekening houdend met het geheel van studiepunten dat hij elders kan valoriseren bij zijn toelating. Deze cursussen maken deel uit van zijn studieprogramma van de tweede cyclus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een student die titularis is van een academische graad van master met 60 studiepunten bedoeld in artikel 70.- § 3, kan ten minste 45 studiepunten valoriseren als hij zich inschrijft voor de studies die tot de overeenstemmende academische graad van master in 120 studiepunten leiden. § 2. Hebben ook toegang tot de studies van de tweede cyclus met als doel het behalen van de academische graad die deze studies bekrachtigt, de studenten die houder zijn van : 1° een academische graad van de eerste cyclus van het korte type krachtens een beslissing van de Regering of van de academische autoriteiten en onder de bijkomende voorwaarden die zij vastleggen zonder dat deze voorwaarden meer beperkend kunnen zijn dan deze bepaald door de Regering of dat ze een onderscheiding maken tussen de instellingen die de academische graad hebben uitgereikt;2° een gelijkaardige academische graad uitgereikt door een instelling voor hoger onderwijs in of buiten de Franse Gemeenschap krachtens een beslissing van de academische autoriteiten en onder de bijkomende voorwaarden die zij vastleggen;3° een buitenlandse academische graad erkend als gelijkwaardig aan deze vermeld in de vorige punten met toepassing van dit decreet, een Europese richtlijn, een internationale overeenkomst of een andere wetgeving, onder dezelfde voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijkomende toelatingsvoorwaarden zijn bedoeld om te verzekeren dat de student de vereiste voorkennis voor de onderwerpen van de beoogde studies heeft verworven. Als deze bijkomende toelatingsvoorwaarden bestaan uit een of meerdere bijkomende cursussen, mogen deze voor de student niet meer dan 60 bijkomende studiepunten inhouden, rekening houdend met het geheel van studiepunten dat hij elders kan valoriseren bij zijn toelating. Deze cursussen maken deel uit van zijn het studieprogramma van de tweede cyclus. § 3. In afwijking hiervan hebben ook toegang tot de studies van de tweede cyclus de studenten die, om de academische graad te behalen, nog moeten slagen voor meer dan 15 studiepunten en gelijktijdig regelmatig ingeschreven zijn voor deze studies in een instelling voor hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studenten die krachtens deze bepaling werden toegelaten, kunnen echter niet in aanmerking komen voor een deliberatie door een examencommissie voor de tweede cyclus, alvorens volledig te hebben voldaan aan de toelatingsvoorwaarden en de hiertoe nodige academische graad van de eerste cyclus te hebben behaald. § 4. Volgens de algemene voorwaarden vastgesteld door de academische autoriteiten kan de student die houder is van een bekwaamheidsbewijs, een diploma, een graad of een getuigschrift uitgereikt buiten de Franse Gemeenschap waarbij hij geen toelating krijgt tot de studies van de tweede cyclus overeenkomstig de vorige paragrafen, nochtans toegelaten worden door de examencommissie van de beoogde studies, als het geheel van de hogere studies die hij met vrucht gevolgd heeft, door de examencommissie voor ten minste 180 studiepunten gevaloriseerd worden. Wat de bijkomende cursussen betreft wordt de student gelijkgesteld met deze die onder de voorwaarden bedoeld in § 2 toegelaten worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-112\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 112</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de algemene voorwaarden vastgesteld door de academische autoriteiten hebben toegang tot de studies van master specialisatie de studenten die aan de toelatingsvoorwaarden bedoeld in artikel 111.- beantwoorden en die houder zijn van een bekwaamheidsbewijs, een diploma, een graad of een getuigschrift van de tweede cyclus in of buiten de Franse Gemeenschap of die de competenties hebben verworven die voor ten minste 300 studiepunten door de examencommissie gevaloriseerd worden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-113\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 113</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Iemand die de Franse taal niet voldoende beheerst, kan niet worden toegelaten tot de studies van master met didactische finaliteit of studies die leiden tot het bekwaamheidsbewijs van geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs (GHSO) De academische autoriteiten bepalen de vorm en de organisatie van deze proef met inachtneming van de opdrachten vastgesteld in artikel 21.5°. § 2. De toegang tot de studies die leiden tot het bekwaamheidsbewijs van geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs (GHSO) is voorbehouden aan de houders van een academische graad van de tweede cyclus uitgereikt in de Franse Gemeenschap of van een buitenlandse academische graad erkend als gelijkaardig met toepassing van dit decreet, een Europese richtlijn, een internationale overeenkomst of een andere wetgeving, onder dezelfde voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De studenten die ingeschreven zijn aan het einde van een cyclus van master met ten minste 120 studiepunten bij een instelling van de Franse Gemeenschap, kunnen zich simultaan inschrijven voor de studies die leiden tot het bekwaamheidsbewijs van geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs (GHSO). De studenten die krachtens deze bepaling toegelaten worden, zullen nochtans niet geproclameerd worden alvorens de nodige academische graad van master te hebben behaald. Art. 114.Wanneer de academische autoriteiten hun studieprogramma's opstellen, moeten ze de onvoorwaardelijke toelating tot de tweede cyclus waarborgen, zonder bijkomende cursussen, voor alle houders van een academische graad van de eerste cyclus van het lange type afgeleverd door de Franse Gemeenschap. De ARES stelt de lijst ervan op en garandeert deze bepaling. Afdeling III. - Toegang tot studies van de derde cyclus</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-115\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 115</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Volgens de algemene voorwaarden vastgesteld door de academische autoriteiten, hebben toegang tot de studies van de derde cyclus met als doel het behalen van de graad die deze studies bekrachtigt, de studenten die houder zijn van : 1° een academische graad van master van minstens 120 studiepunten;2° een gelijkaardige academische graad, uitgereikt door een instelling van hoger onderwijs in of buiten de Franse Gemeenschap, krachtens een beslissing van de academische autoriteiten en aan de bijkomende voorwaarden die zij vastleggen;3° een buitenlandse academische graad erkend als gelijkwaardig aan de graden vermeld in de punten 1° tot 2° , met toepassing van dit decreet, een Europese richtlijn, een internationale overeenkomst of een andere wetgeving, aan dezelfde voorwaarden De bijkomende toelatingsvoorwaarden bedoeld in 2° zijn bedoeld om te verzekeren dat de student de vereiste vakgebieden en competenties van de beoogde studies heeft verworven. Als deze bijkomende toelatingsvoorwaarden bestaan uit een of meerdere bijkomende cursussen, mogen deze voor de student niet meer dan 60 bijkomende studiepunten inhouden, rekening houdend met het geheel van studiepunten dat hij elders kan valoriseren bij zijn toelating. Deze cursussen maken deel uit van zijn studieprogramma. § 2. Volgens de algemene voorwaarden vastgesteld door de academische autoriteiten kan de student die houder is van een bekwaamheidsbewijs, een diploma, een graad of een getuigschrift van de tweede cyclus uitgereikt in of buiten de Franse Gemeenschap waarbij hij geen toelating krijgt tot de studies van de derde cyclus overeenkomstig de vorige paragraaf, nochtans toegelaten worden door de examencommissie van de beoogde studies onder de bijkomende voorwaarden die ze vaststelt, als het geheel van de hogere studies die hij met vrucht gevolgd heeft, door de examencommissie voor ten minste 300 studiepunten gevaloriseerd worden. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van deze algemene voorwaarden, onder de bijkomende voorwaarden die ze vaststellen, kunnen de academische autoriteiten ook de toelating geven tot de studies van de derde cyclus aan de houders van een bekwaamheidsbewijs, een diploma, een graad of een getuigschrift uitgereikt buiten de Franse Gemeenschap dat/die, in dit oorspronkelijke systeem, rechtstreeks toegang verleent tot de doctorale opleidingen of studies of werkzaamheden betreffende de voorbereiding van een doctoraatsthesis zelfs als de studies die bekrachtigd worden met deze bekwaamheidsbewijzen of graden niet georganiseerd worden in onderscheidende cyclussen of in minstens vijf jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze toelating moet uitzonderlijk zijn en behoorlijk gemotiveerd worden op basis, inzonderheid van het formele en authentieke bewijs van deze bekwaamheid om de doctorale studies in het oorspronkelijke systeem voort te zetten. Art. 116.Iemand die niet met vrucht een overeenstemmende doctorale opleiding gevolgd heeft, kan de graad van doctor niet behalen. Afdeling 4. - Gepersonaliseerde toelatingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-117\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 117</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de algemene voorwaarden vastgesteld door de autoriteiten van de instelling voor hoger onderwijs, met als doel de toelating tot de studies, valoriseren de examencommissies de studiepunten verworven door de studenten tijdens hun hogere studies of delen van de hogere studies die ze reeds met vrucht hebben beëindigd Studenten die deze studiepunten toegewezen krijgen, worden vrijgesteld van de overeenstemmende delen van het studieprogramma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de examencommissie de studiepunten valoriseren die verworven worden in het kader van de voorafgaande studies, kan ze niet meer studiepunten valoriseren dan die toegekend door de examencommissie van de instelling waar de overeenstemmende cursussen gevolgd, geëvalueerd en bekrachtigd worden. Art. 118.De Regering kan op eensluidend advies van de ARES overeenkomsten opstellen met de openbare operatoren inzake opleiding met als doel de valorisatie van de verworven kennis zoals de opleidingen bij het proces inzake toelating tot de studies van het korte type. In dit geval wordt hoogstens tweederde van de studiepunten van de cyclus van de beoogde studies gevaloriseerd onder de voorwaarden vastgesteld door de Regering en onverminderd de bepalingen van artikel 84.- § 1. Art. 119.§ 1. Volgens de algemene voorwaarden vastgesteld door de autoriteiten van de instelling voor hoger onderwijs, met als doel de toelating tot de studies, valoriseren de examencommissies de kennis en de competentie van de studenten verworven door hun professionele of persoonlijke ervaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze persoonlijke of professionele ervaring moet overeenstemmen met ten minste vijf jaar activiteiten, waarbij de jaren van hogere studies slechts in aanmerking mogen worden genomen naar rata van een jaar per 60 verworven studiepunten zonder 2 jaar te mogen overschrijden. Na een evaluatieprocedure georganiseerd door de autoriteiten van de instelling voor hoger onderwijs stelt de examencommissie vast of de vaardigheden en kennis van de student voldoende zijn om deze studies met vrucht voort te zetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na deze evaluatie bepaalt de examencommissie de bijkomende cursussen en de mogelijke vrijstellingen waaruit de bijkomende voorwaarden voor toegang tot de studies voor de student bestaan. § 2. Met het oog op de toelating tot de studies via de valorisatie van de kennis en competentie van de studenten verworven door hun professionele of persoonlijke ervaring, organiseert de instelling voor hoger onderwijs een geïndividualiseerde begeleiding met als doel de student te informeren over de te volgen procedure, zoals vastgesteld door de autoriteiten van de instelling en bepaald in het studiereglement en de stappen van de student te vergemakkelijken tot het einde van de evaluatieprocedure bedoeld in § 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op voostel van de ARES kan de Regering de vorm en de inhoud van het toelatingsdocument in deze context bepalen. Art. 120.Voor de studies gezamenlijk georganiseerd door verschillende instellingen die partner zijn van een overeenkomst van de mede organisatie van een gezamenlijk programma, met of zonder de gezamenlijke diplomering bedoeld in artikel 82.- § 2 en § 3, kan de Regering een afwijking toekennen aan de algemene bepalingen betreffende de toegang tot de studies, op eensluidend advies van de ARES. De gemotiveerde aanvraag wordt gezamenlijk gestuurd door de instellingen die partner zijn van de ARES en dit, vóór 1 maart voorafgaand aan het academiejaar. HOOFDSTUK X. - Studieprogramma's en evaluaties Afdeling I. - Studieprogramma's</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 121</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig het model bepaald door de Regering en volgens de procedure bepaald door de Regering stelt de ARES voor elke wijziging of ontwikkeling van een cursus van het korte type, een minimaal studieprogramma op dat ze aan de Regering bezorgt vóór 1 maart voor het volgende academiejaar. De Regering bepaalt, per studiegebied, de globale minimale uurrooster van leeractiviteiten die werkelijk door de instelling worden georganiseerd en die omkaderd worden door zijn personeel dat een programma van een cursus van het korte type moet bevatten, ongeacht het aantal studiepunten verbonden met de diverse onderwijseenheden De academische autoriteiten van de instelling voor hoger onderwijs stellen de onderwijsprofielen, de programma's en de gedetailleerde kalenders vast van de leeractiviteiten die verenigd worden in onderwijseenheden, de studies waarvoor hun instelling een machtiging heeft gekregen en die ze willen organiseren tijdens het academiejaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor één juni dat voorafgaat aan het academiejaar delen de instellingen de lijst van de georganiseerde cursussen, hun onderwijsprofiel en hun gedetailleerde programma mee aan de Academische pool en aan de ARES die zorgt voor coherentie van deze met de referentiesystemen van de competenties en de minimale programma's die goedgekeurd worden overeenkomstig het eerste lid. De ARES kan de vorm bepalen volgens dewelke deze lijst en deze programma's haar moeten meegedeeld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de vorige leden organiseren de instellingen voor het onderwijs voor sociale promotie de afdelingen van hoger onderwijs overeenkomstig de pedagogische dossiers die op eensluidend advies door de Algemene Raad voor het onderwijs voor sociale promotie goedgekeurd worden en die erkend worden als overeenstemmend of gelijkwaardig in de zin van artikel 75 van het decreet van 16 april 1991. De thematische kamers bedoeld in artikel 37.-, elk voor de niveaus en de studiegebieden die ze betreffen, brengen een gemotiveerd advies uit over de overeenstemming of de gelijkwaardigheid van het niveau van de pedagogische dossiers die door de Algemene Raad voor het onderwijs voor sociale promotie goedgekeurd worden. Het advies van de kamers wordt ter goedkeuring door de ARES aan de Regering voorgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 122</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De academische autoriteiten zorgen ervoor dat deze programma's de andere wetsbepalingen naleven en aan de algemene doelstellingen van het hoger onderwijs en aan de bijzondere doelstellingen van de betrokken cursus beantwoorden, met name de toelatingscriteria voor de ermee gepaard gaande professionele bekwaamheidsbewijzen. Deze programma's omvatten met name de vakgebieden die bijdragen tot de algemene opleiding van de student, alsook de vakgebieden die specifiek zijn voor de disciplines die bijdragen tot het verwerven van de meer technische en diepgaandere competenties binnen het studiegebied</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-123\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 123</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om een voldoende aanbod te garanderen van alle initiële cursussen binnen de Franse Gemeenschap, kan de Regering, na advies van de ARES, voor elke instelling voor hoger onderwijs een lijst met studiecycli vastleggen die ze moet blijven organiseren en de vestigingsplaats waar ze moeten worden georganiseerd, met inachtneming van de machtigingen, op straffe van het verlies van elke subsidie en machtiging voor andere studies die ze organiseert. Deze verplichting moet twee maanden vóór het begin van het volgende quadrimester meegedeeld worden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-124\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 124</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De lijst van de onderwijseenheden van het programma van de beoogde cyclus van de studies georganiseerd tijdens het academiejaar, wordt aan de student vanaf zijn aanvraag om inschrijving meegedeeld Ze bevat een beschrijving van de doelstellingen en finaliteiten van de cursus, het overeenstemmende onderwijsprofiel en de omstandige lijst van de leeractiviteiten die in onderwijseenheden verenigd worden en de nadere regels voor de organisatie en de evaluatie ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het programma geeft een chronologisch overzicht van heel de cyclus in studiejaren van 60 studiepunten en geeft de onderlinge samenhang weer tussen de onderwijseenheden, met name in functie van het voorvereiste en het medevereiste. Binnen het programma van een studiecyclus kan een onderwijseenheid niet beschouwd worden als een voorvereiste met meer dan 30 studiepunten van het volgende studiejaar en kan een onderwijseenheid niet als voorvereiste meer dan 30 studiepunten van het vorige studiejaar hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij belangrijke wijzigingen van het programma kan de geleverde gedetailleerde informatie slechts betrekking hebben op de onderwijseenheden die werkelijk tijdens het betrokken academiejaar georganiseerd worden. Art. 125.§ 1. Om een harmonisatie te verzekeren tussen de opleidingen die nodig zijn voor het volgen van studies binnen de Franse Gemeenschap en de Europese Unie, alsook om de leerresultaten en transversale competenties bekrachtigd met de academische graden te garanderen, kan de Regering minimaal verplichte inhouden opleggen voor de programma's van de initiële cursussen, op voorstel van de ARES. § 2. De studieprogramma's voor bachelor moeten voor elke cursus van het lange type minstens 60 % omvatten - wat overeenstemt met 108 studiepunten - van gemeenschappelijke cursussen en voor elke cursus van het korte type minstens 80% van gemeenschappelijke cursussen, wat overeenstemt met 144 studiepunten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ARES garandeert de naleving van de bepalingen bedoeld in het vorige lid : ze stelt de minimale gemeenschappelijke inhoud van deze cursussen op. Art. 126.Elk studieprogramma dat wordt bekrachtigd met een academische graad van de tweede cyclus en de eerste cyclus voor de studies van het korte type omvat een proefschrift, een persoonlijk eindwerk, dossier of project dat in aanmerking komt voor 15 tot 30 studiepunten. Deze studiepunten kunnen later gelden, volgens de algemene voorwaarden vastgesteld door de academische autoriteiten, in elk ander studiejaar dat leidt tot een academische graad van dezelfde cyclus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit werk en de evaluatie ervan kunnen betrekking hebben op elke leeractiviteit, met inbegrip van de stages en de andere activiteiten voor professionele integratie, die toelaten om met name de autonomie, de kritische zin, de persoonlijke kwaliteiten en de professionele bekwaamheden van de student aan te tonen. Dit werk bestaat, onder andere, uit de redactie van een geschreven document. Mits de toestemming van de examencommissie en de academische autoriteiten, mag dit document volledig of gedeeltelijk worden opgesteld in een vreemde taal. Art. 127.Een studieprogramma omvat verplichte cursussen en eventueel cursussen die de student zelf kiest, volgens de academische graad, de studierichting, de finaliteit en de gekozen opties. Art. 128.Een student die regelmatig in een instelling ingeschreven is, kan een of meerdere cursussen volgen van een studieprogramma dat tot de dezelfde academische graad of tot een verschillende academische graad leidt, georganiseerd door een andere instelling voor hoger onderwijs erkend door de bevoegde autoriteiten voor hoger onderwijs, mits de toestemming van deze instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De studiepunten die hiermee samengaan, komen in aanmerking voor deze studies onder de voorwaarden vastgelegd door de examencommissie van de instelling waar de student zich inschreef. Art. 129.Een studieprogramma kan een minimum aantal studiepunten opleggen gevolgd in een andere instelling voor hoger onderwijs dan die waar de student is ingeschreven. Als de student geen alternatief heeft voor de aldus opgelegde mobiliteit en deze mobiliteit hem buiten de Franse Gemeenschap leidt, moet de instelling voor hoger onderwijs ofwel de verplaatsing zonder kosten voor de studenten organiseren, ofwel de bijkomende kosten van de inschrijving, de reis, het verblijf of de huisvesting ten laste nemen zodat de student deze cursussen kan volgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De student wordt beschouwd als geen alternatief te hebben voor de opgelegde mobiliteit wanneer de instelling voor hoger onderwijs hem de mogelijkheid niet geeft om zonder mobiliteit buiten de Franse Gemeenschap een ander studieprogramma te volgen dat leidt tot dezelfde academische graad, in voorkomend geval, dezelfde richting en hetzelfde type didactische, grondige of gespecialiseerde finaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze verplichting om de kosten ten laste te nemen door de instelling is niet van toepassing als de student een eerste diploma van de eerste cyclus of een eerste diploma van de tweede cyclus voorbereidt. Ze is niet van toepassing op de studies van de gezamenlijke diplomering bedoeld in artikel 82.- § 3. Art. 130.Minstens 30 studiepunten van elke studiecyclus moeten effectief worden gevolgd bij de instelling voor hoger onderwijs die de academische graad toekent waarbij de studies bekrachtigd worden of het diploma uitreikt dat het slagen voor deze studies bewijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van een samenwerkingsovereenkomst voor de organisatie van een gezamenlijk studieprogramma bedoeld in artikel 82.- § 2, indien één of meer instellingen buiten de Franse Gemeenschap partner zijn, moeten nochtans minstens 30 studiepunten van elke studiecyclus in totaal gevolgd worden bij het geheel van de instellingen voor hoger onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap die partner zijn van de overeenkomst en die ertoe gemachtigd zijn deze studies te organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op de studies voor de gezamenlijke diplomering die in het kader van de bijzondere programma's bepaald door de Europese Unie georganiseerd worden. Afdeling II. - De examencommissies</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 131</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De autoriteiten van de instelling voor hoger onderwijs vormen een examencommissie voor elke studiecyclus die leidt tot een academische graad. Een onderscheidende subexamencommissie kan eventueel opgericht worden voor het eerste jaar van de eerste cyclus Een examencommissie is samengesteld uit minstens vijf leden, waaronder een voorzitter en een secretaris. De namen van de voorzitter en de secretaris van de examencommissie komen voor in het studieprogramma.</p>\n<p class=\"lf-p\">De examencommissies zijn belast met het bekrachtigen van het behalen van studiepunten, de proclamatie van het slagen voor een studieprogramma, het verlenen van de academische graad die de studiecyclus bekrachtigt, met het erkennen, in voorkomend geval, van de gelijkwaardigheid van buitenlandse bekwaamheidsbewijzen, het toelaten van studenten tot overeenstemmende studies en, binnen deze context, de valorisatie van de verworven kennis van de kandidaten. § 2. Een examencommissie omvat inzonderheid alle leerkrachten die, binnen de instelling voor hoger onderwijs, verantwoordelijk zijn voor een onderwijseenheid van het studieprogramma die geen individuele keuze is van de student, overeenkomstig artikel 127.-, en kan slechts geldig beraadslagen als meer dan de helft van de leerkrachten die aan de proeven van het academiejaar hebben deelgenomen, aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verantwoordelijken voor de andere onderwijseenheden van het programma die in de loop van het academiejaar werden gevolgd door minstens één student die regelmatig ingeschreven is, nemen met recht deel aan de beraadslaging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de hogere kunststudies is de examencommissie belast met de evaluatie van de voornaamste kunstcursus op het einde van de cyclus, in meerderheid samengesteld uit leden buiten de Hogere Kunstschool. § 3. Met het oog op het verlenen van de graad van doctor, stellen de academische autoriteiten van de universiteit een specifieke examencommissie samen voor elke student. Deze bestaat uit minstens vijf leden die houder zijn van een doctorstitel of die een erkenning van een hoge wetenschappelijke of kunstcompetentie op dat gebied genieten. De examencommissie wordt voorgezeten door een leerkracht van de universiteit; ze moet samengesteld worden uit promotoren van het onderzoekswerk, maar ook uit leden buiten de universiteiten gekozen in functie van hun bijzondere bekwaamheid op het gebied van het onderwerp van de gesteunde thesis. § 4. Voor haar opdrachten in verband met de goedkeuring en de opvolging van het programma van de student, met de toelating, gelijkwaardigheid of valorisatie van de verworven kennis, kan de examencommissie binnen haar groep commissies vormen van minstens drie leden, waaronder de voorzitter en de secretaris van de examencommissie, waarbij een vertegenwoordiger van de academische autoriteiten wordt gevoegd. Deze Commissies worden voor ten minste één academiejaar samengesteld. § 5. Voor de andere studies en opleidingen stellen de autoriteiten van de instelling voor hoger onderwijs examencommissies samen volgens gelijkaardige nadere regels.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 132</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De examencommissie beraadslaagt op basis van de evaluaties die betrekking hebben op de verworven kennis van elke student voor elke onderwijseenheid gevolgd tijdens het academiejaar Ze kent ook studiepunten toe die horen bij de onderwijseenheden gevolgd buiten het programma en waarover zij beslist dat de resultaten afdoende zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na een studiecyclus verleent de examencommissie de student de overeenstemmende academische graad, als ze vaststelt dat het minimale aantal studiepunten verworven zijn, dat de voorwaarden van het studieprogramma nageleefd worden, dat aan de voorwaarden voor de toegang tot de studies voldaan werd en dat de student hiervoor regelmatig ingeschreven werd. De examencommissie bepaalt ook de mogelijke vermelding op basis van het geheel aan cursussen gevolgd tijdens de cyclus. Bij wijze van uitzondering wordt de graad van doctor zonder graad van verdienste toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de eindjaren van een studiecyclus kan de examencommissie beraadslagen over de studiecyclus vanaf het einde van het eerste quadrimester voor de studenten die al het geheel van de proeven van de cyclus hebben afgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens dezelfde nadere regels bekrachtigt ze het slagen voor studies en opleidingen die niet tot een academische graad leiden. § 2. De leerkrachten die verantwoordelijk zijn voor één van de betrokken onderwijseenheden nemen deel aan de beraadslaging, zonder dat de afwezigheid of de onthouding van een lid van de examencommissie kan worden ingeroepen om de beslissing uit te stellen of ongeldig te verklaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen een examencommissie belast met het uitreiken van een graad van doctor nemen alle leden deel aan de beraadslaging in persoon of via een geschreven evaluatie. Art. 133.De beraadslagingen van examencommissies vinden plaats achter gesloten deuren. Alle leden van de examencommissie moeten de geheimhouding van de beraadslaging en van de eventuele stemmingen respecteren. De beslissingen van de examencommissie worden bekend gemaakt tijdens de proclamatie en worden daarna minstens 15 dagen na de proclamatie uitgehangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De examencommissie beslist soeverein en collegiaal. Haar beslissingen zijn gemotiveerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de proclamatie ontvangt een student, op eenvoudige aanvraag, een gedetailleerd overzicht van zijn evaluaties voor de cursussen waarop de beraadslaging betrekking had. Art. 134.De autoriteiten van de instelling voor hoger onderwijs leggen het studiereglement en de bijzondere regels van de werking van de examencommissies vast. Deze bepalingen worden bij het studiereglement gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder voorbehoud van andere wetsbepalingen legt dit reglement van de examencommissie onder andere het volgende vast : 1° de procedure voor de inschrijving voor de proeven;bij gebrek aan een bepaalde procedure worden de studenten geacht ingeschreven te zijn voor alle proeven voor het einde van het quadrimester voor het geheel van de onderwijseenheden georganiseerd tijdens dit quadrimester waarvoor ze zich ingeschreven hadden voor het academiejaar; 2° de exacte samenstelling van de examencommissie, haar werkwijze en de bekendmaking van de beslissingen;3° de organisatie van de beraadslagingen en van het toekennen van studiepunten;4° de procedure voor de toelating tot de studies en de valorisatie van de verworven kennis, alsook de leden van de examencommissie belast met deze taak;5° de nadere regels voor de procedure voor gelijkstelling, alsook de leden van de examencommissie belast met deze taak;6° de periodes van de evaluatie en de nadere regels voor de organisatie en het verloop van de proeven;7° de sancties voor fraude vastgesteld tijdens het verloop van de evaluaties of de samenstelling van de dossiers voor toelating of gelijkstelling die bij de examencommissie worden ingediend;8° de wijze van indienen, behandelen en regelen van klachten van studenten over onregelmatigheden in het verloop van de evaluaties of bij de behandeling van de dossiers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de examencommissies belast met het verlenen van de graad van doctor wordt een uniek reglement vastgesteld door de ARES. De academische autoriteiten stellen de uurrooster vast van de proeven door voldoende termijnen tussen de opeenvolgende proeven tijdens eenzelfde periode van evaluatie te behouden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 135</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een studieprogramma gezamenlijk georganiseerd wordt in gezamenlijke diplomering door verschillende instellingen, stellen de autoriteiten van de instellingen voor hoger onderwijs een gezamenlijke unieke examencommissie samen en bepalen ze het studiereglement en de regels voor de werking van de examencommissie die van kracht zijn voor deze studies</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 136</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan een of meerdere examencommissies samenstellen van de Franse Gemeenschap, belast met het verlenen van academische graden van de eerste en de tweede oorspronkelijke cyclussen De toegang tot de proeven georganiseerd door deze examencommissies is beperkt tot personen die, om objectieve redenen die soeverein worden aanvaard door de examencommissie, de leeractiviteiten van de cursussen niet regelmatig kunnen volgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na overleg en op eensluidend advies van de ARES, legt de Regering de bevoegdheid van deze examencommissies vast, regelt ze hun organisatie en hun werking en bepaalt ze, onder voorbehoud van de voorwaarden voor de toelating tot overeenstemmende studies, de bijkomende voorwaarden voor de toelating tot en inschrijving voor de examens. Afdeling III. - Evaluatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 137</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De evaluatie die overeenstemt met een cursus kan bestaan uit een mondeling en/of schriftelijk examen, een kunstevaluatie, een voortgezette evaluatie of elke andere opdracht hiertoe uitgevoerd door de student De mondelinge examens en de kunstevaluaties zijn openbaar. Het publiek mag op geen enkele manier tijdens de proef de leerkracht of de verkrijger beïnvloeden, of het goede verloop ervan verstoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De openbaarheid van de andere schriftelijke proeven en werken houdt in dat de verbeterde exemplaren kunnen worden geraadpleegd door de student binnen de materiële omstandigheden die deze raadpleging mogelijk maken. Deze raadpleging zal gebeuren in aanwezigheid van de verantwoordelijke voor de proef of zijn afgevaardigde, binnen de maand volgend op de mededeling van de resultaten van de proef, op een datum die door hem wordt bepaald en minstens een week op voorhand werd meegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op gewone aanvraag, ten laatste één maand na de evaluatieperiode van het einde van het quadrimester, krijgt de student de gedetailleerde resultaten van de evaluaties waaraan hij deelgenomen heeft. Art. 138.De instelling voor hoger onderwijs is ertoe gehouden ten minste twee evaluaties te organiseren van eenzelfde onderwijseenheid van het einde van twee verschillende quadrimesters van eenzelfde academiejaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De academische autoriteiten kunnen echter, om uitzonderlijke redenen die behoorlijk worden gemotiveerd en die door hen worden aanvaard, een student toelaten om zich meer dan tweemaal aan te melden voor evaluaties van eenzelfde academiejaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elke onderwijseenheid bepalen de autoriteiten van de instelling voor hoger onderwijs de periodes waarin deze evaluaties worden georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als uitzondering op het eerste lid kunnen de evaluaties van bepaalde leeractiviteiten - inzonderheid praktische werken, stages, verslagen, persoonlijke werken, projecten en kunstevaluaties - slechts eenmaal worden georganiseerd over een periode van drie opeenvolgende quadrimesters. Art. 139.De eindevaluatie van een onderwijseenheid wordt uitgedrukt aan de hand van een cijfer - tussen 0 en 20, waarbij de slaagdrempel op 10/20 ligt. De studiepunten worden definitief verworven. Een examencommissie mag niet weigeren studiepunten toe te kennen die gebonden zijn aan de proeven waarvoor de student deze slaagdrempel bereikt heeft, ongeacht het behaalde globale gemiddelde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De globale evaluatie van het geheel van de eenheden gevolgd tijdens een academiejaar of een studiecyclus wordt uitgedrukt op dezelfde manier, waarbij de slaagdrempel op gemiddeld 10/20 ligt voor zover de studiepunten van de beoogde onderwijseenheden werden toegekend. Art. 140.Op het einde van het tweede en het derde quadrimester, op basis van de proeven die door de student worden afgelegd tijdens het academiejaar en van hun gemiddelde, kent de examencommissie de studiepunten toe voor de onderwijseenheden waarvan de evaluatie voldoende is of waarvoor het tekort aanvaardbaar is na inzage van het geheel van de resultaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De examencommissie kan dus soeverein het slagen proclameren voor een onderwijseenheid, het geheel van de eenheden gevolgd tijdens het academiejaar of een studiecyclus zelfs als de criteria bedoeld in artikel 139.- niet bereikt werden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit geval kent ze definitief de overeenstemmende studiepunten toe, ongeacht het gemiddelde of het behaalde cijfer; dit cijfer wordt dus beschouwd als de slaagdrempel te hebben bereikt en wordt in die zin gewijzigd na de beraadslaging, indien nodig. Art. 141.Indien een student, na het einde van het eerste jaar van een eerste cyclus, de keuze doet in zijn programma van het academiejaar onderwijseenheden van meer dan 60 studiepunten in te schrijven, wordt over het geheel van die proeven gedelibereerd, behalve als de inaanmerkingneming van deze overtollige eenheden tot de beslissing leidt dat de student gezakt is, terwijl zonder deze de beslissing geweest zou zijn dat de student geslaagd is. Afdeling IV. - Diploma's</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 142</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De diploma's die de academische graden bevestigen en de getuigschriften die het slagen voor de studies bekrachtigen, worden uitgereikt door de examencommissies samengesteld door de academische autoriteiten of door de gemeenschappelijke examencommissies Ze kunnen enkel worden uitgereikt aan studenten die behoorlijk geproclameerd werden door de examencommissie met de volledige inachtneming van de voorwaarden bedoeld in artikel 132.-.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze worden uitgereikt binnen de drie maanden na de proclamatie waarbij de academische graad wordt meegedeeld. Art. 143.Bij studies met gezamenlijke diplomering georganiseerd door verschillende instellingen in het kader van een samenwerkingsovereenkomst voor de organisatie van studies met gezamenlijke diplomering bedoeld in artikel 82.- § 3, krijgt de student een uniek gezamenlijk diploma of getuigschrift ondertekend door alle partners. Wanneer de overeenkomst afgesloten is met één of meer instellingen buiten de Franse Gemeenschap, kan de student ook diploma's of getuigschriften van deze instellingen krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de uitreiking van een gezamenlijk diploma moet op het diploma één van de opschriften vermeld worden van de academische graad uitgereikt in de Franse Gemeenschap. Bij de uitreiking van een diploma of een getuigschrift door verschillende partnerinstellingen verwijzen het diploma of het getuigschrift uitgereikt in de Franse Gemeenschap of het diplomasupplement naar de diverse instellingen en vermelden ze de andere diploma's of getuigschriften uitgereikt in dit kader.</p>\n<p class=\"lf-p\">De samenwerkingsovereenkomst voor de organisatie van studies bepaalt de aard en de opschriften van de behaalde diploma's en getuigschriften. Art. 144.De diploma's en getuigschriften worden ondertekend door een academische autoriteit, en door de voorzitter en de secretaris van de examencommissie. Art. 145.De diploma's die de academische graden bevestigen, leven de vorm na die bepaald wordt door de Regering. Ze verwijzen duidelijk naar het diplomasupplement dat ermee gepaard gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minimale vermeldingen die door de Regering bepaald worden met toepassing van het vorige lid worden in het Frans op het diploma opgenomen, samen met hun vertaling in een andere taal als het om een gezamenlijk diploma gaat of als het geheel of een gedeelte van de studies in een andere taal georganiseerd wordt. Art. 146.De diploma's die de academische graden bekrachtigen, worden uitgereikt vergezeld van een diplomasupplement met, inzonderheid, de lijst van de cursussen van het studieprogramma die gevolgd werden door de student, de voorwaarden voor de toelating tot de studies en de evaluaties bekrachtigd door de toegekende academische graad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het diplomasupplement wordt ondertekend door de secretaris van de examencommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De persoonlijke gegevens van dit supplement verbonden aan elke student kunnen worden verenigd in een bijlage bij het supplement. In dit geval moet enkel deze bijlage worden ondertekend door de secretaris van de examencommissie, aangezien het gemeenschappelijke deel van het supplement bekrachtigd wordt door de instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het diplomasupplement wordt opgesteld volgens de vorm en de inhoud vastgesteld door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongeacht de nadere regels voor de uitreiking van de diploma's bedoeld in artikel 143.-, wordt één enkel diplomasupplement uitgereikt. Art. 147.Een getuigschrift of een attest vermeldt duidelijk dat het geen enkele academische graad bevestigt en dat het niet de rechtsgevolgen kan hebben die aan deze worden voorbehouden. HOOFDSTUK XI. - Hulp voor het slagen Art. 148.De instellingen voor hoger onderwijs organiseren de hulp voor het slagen van de studenten binnen hun instelling of in samenwerking met andere instellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze activiteiten worden prioritair gebruikt voor de bevordering van het slagen van de studenten van het eerste jaar van de eerste cyclus die deze uitoefenen. Deze lijst is niet exhaustief, maar houdt onder andere de volgende maatregelen in : 1° de oprichting van een didactisch centrum voor hoger onderwijs in het kader van de academische pool.Dit centrum heeft als opdracht het adviseren, opleiden en omkaderen van de leerkrachten die vooral deze studenten opleiden; 2° het aanbod aan specifieke activiteiten voor de studenten om hen de methodes en technieken aan te leren waardoor ze betere slaagkansen hebben;3° het ter beschikking stellen van middelen voor zelfevaluatie en van adviesdiensten om de bekwaamheden en de eventuele leemten van studenten te erkennen;4° de organisatie van remediëringsactiviteiten om tegemoet te komen aan de mogelijke leemten van de studenten in één of andere cursus of, meer in het algemeen, ze te helpen de moeilijkheden boven te komen bij het begin van het hoger onderwijs en hen te helpen het volgende academiejaar te beginnen met de beste slaagkansen;5° de begeleiding van de studenten in hun keuze van hun studieprogramma en de remerdiëringsactiviteiten of meer in het algemeen de hulp voor het slagen en voor de interpretatie van hun resultaten;6° het aanbod aan leeractiviteiten in kleine groepen en gewijd aan praktische oefeningen in minstens één discipline die kenmerkend is voor het gekozen studiedomein, om zich te verzekeren van de juiste studiekeuze van de student;7° de ontwikkeling van vernieuwende didactische methodes gericht op het profiel van studenten van het eerste jaar binnen een domein van welbepaalde studies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze diverse activiteiten kunnen gedeeltelijk of volledig georganiseerd worden in het derde quadrimester van het academiejaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van een gezamenlijke aanvraag ingediend door ARES, kan de Regering bijkomende middelen daartoe toekennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de voorwaarden vastgesteld door de academische autoriteiten kan de actieve deelname van een student van het eerste jaar aan één van deze activiteiten gevaloriseerd worden door de examencommissie tijdens de studiecyclus als ze het voorwerp heeft uitgemaakt van een proef of een specifieke evaluatie; deze valorisatie mag geen 5 studiepunten overschrijden. Deze mogelijke proef wordt slechts één keer georganiseerd tijdens het quadrimester waarin deze activiteiten plaatsgevonden hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Worden beschouwd als studenten van het eerste jaar van de eerste cyclus, de studenten die ten minste nog geen 45 studiepunten verworven of gevaloriseerd hebben onder de 60 eerste studiepunten van de eerste cyclus. Art. 149.Bovendien kunnen de academische polen, onder de coördinatie van hun didactische centra voor honger onderwijs, voorbereidende activiteiten voor hogere studies gezamenlijk organiseren. Ze kunnen samenwerkingsovereenkomsten daarover sluiten met andere instellingen voor hoger onderwijs, inrichtingen voor sociale promotie of inrichtingen voor secundair onderwijs georganiseerd, gesubsidieerd of erkend in de Franse Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van een gezamenlijke aanvraag van de betrokken instellingen die goedgekeurd en bezorgd wordt door de ARES, kan de Regering ze bijkomende middelen daaromtrent toekennen. Art. 150.§ 1. Voor de studenten van het eerste jaar van de eerste cyclus is de deelname aan de proeven van het einde van het eerste quadrimester een voorwaarde voor de toelating tot de andere proeven van het academiejaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de studenten die aan de proef hebben deelgenomen maar die de slaagdrempel voor één van de evaluaties niet hebben bereikt, is de instelling ertoe gehouden ten minste twee andere evaluatieperiodes te organiseren die overeenstemmen met dezelfde cursussen op het einde van de twee volgende quadrimesters van het academiejaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de bepalingen van artikel 100.- kunnen dezelfde studenten voor 15 februari kiezen voor een vermindering van hun activiteitsprogramma van het tweede quadrimester. Dit gewijzigde programma wordt opgesteld in overleg met de examencommissie en kan de specifieke remediëringsactiviteiten bevatten. Ze worden dus gelijkgesteld met de studenten die in aanmerking komen voor de bepalingen van artikel 151.-. § 2. Voor deze studenten bedoeld in artikel 109.-, § 1er en die voor de proeven van het einde van het eerste quadrimester niet geslaagd zijn, d.w.z. waarvan het gemiddelde van de resultaten lager is dan 10/20 bij zijn beraadslaging, formuleert de examencommissie de volgende aanbevelingen : 1° een programma van bijkomende remediëringsactiviteiten tijdens het tweede quadrimester;2° een verminderd programma voor de twee volgende quadrimesters, in de zin van de vorige paragraaf, alsook de specifieke remediëringsactiviteiten;3° de verwijzing naar andere studieprogramma's van de gezondheidssector, de universiteit of een hogeschool.</p>\n<p class=\"lf-p\">De examencommissie of elke persoon die door haar ertoe gemachtigd is, verhoort de betrokken student die expliciet binnen de veertien dagen erom vraagt, als hij het voorstel niet kan aanvaarden. Bij gebrek aan een akkoord over een aldus gewijzigd en aanvaard programma door de student en de examencommissie, en op voorlegging van een geschreven verslag van het onderhoud kan de examencommissie een programma opleggen zoals voorzien in 1° hierboven of voor de studenten waarvan het gemiddelde van de resultaten lager is dan 8/20, het specifieke remediëringsprogramma zoals voorzien in 2° hierboven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daartoe stellen de betrokken universiteiten een uniek reglement van de examencommissies op dat ter goedkeuring van de Regering wordt voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De studenten die regelmatig ingeschreven zijn, zoals bedoeld in 3° hierboven, kunnen dus hun inschrijving tot 15 februari wijzigen zonder kosten en bijkomend recht om hun academiejaar voort te zetten binnen hun universiteit of een hogeschool overeenkomstig de geformuleerde aanbeveling. Art. 151.Bij individuele en gemotiveerde beslissing kunnen de academische autoriteiten uitzonderlijk afwijkingen toekennen over de organisatie van studies van bepaalde studenten inzonderheid de inschrijving voor een programma met eventueel minder dan 30 studiepunten voor een academiejaar. Deze afwijking maakt het voorwerp uit van een overeenkomst met de academische autoriteiten die opgesteld wordt bij de inschrijving die jaarlijks hernieuwd kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze afwijkingen kunnen slechts toegekend worden om professionele, sociale of behoorlijk medisch bevestigde redenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Worden beschouwd als studenten die in aanmerking komen voor het recht op zulke afwijking, de studenten waarvoor de deelname aan de leeractiviteiten moeilijk is geworden wegens hun handicap of de studenten waarvan de hoedanigheid van topsporter, sportbelofte of trainingspartner erkend wordt overeenkomstig hoofdstuk III van het decreet van 8 december 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/12/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2007 numac 2007029009 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie en subsidiëring van de sport in de Franse Gemeenschap sluiten houdende organisatie en subsidiëring van de sport in de Franse Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de bepalingen van artikel 103.- is zulke inschrijving beschouwd als regelmatig, ongeacht het aantal studiepunten waarop ze betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL IV. - Wijzigings-, overgangs-, opheffings- en slotbepalingen HOOFDSTUK I. - Stuctuur en instellingen Art. 152.Het eerste activiteitenverslag van de ARES bedoeld in artikel 31.- zal betrekking hebben op de periode van 1 januari 2014 tot het einde van het academiejaar 2014-2015. Art. 153.De duur van het mandaat van de eerste leden van de Raad van bestuur en van de Adviesraad van ARES kan uitzonderlijk verlengd worden met hoogstens één jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de aanstelling van de eerste Voorzitter van de ARES wordt dit ambt ad interim waargenomen door de uittredende voorzitter van de Interuniversitaire Raad van de Franse Gemeenschap (CIUF). Art. 154.Bij de aanstelling door de Regering van de leden van de eerste Raad van bestuur van de ARES wordt het Waarnemingscentrum opgericht bij artikel 15 van het decreet van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2008 numac 2008029421 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot democratisering van het hoger onderwijs, ter bevordering van de slaagkansen van de studenten en tot oprichting van het Waarnemingscentrum voor het hoger onderwijs sluiten tot democratisering van het hoger onderwijs, ter bevordering van de slaagkansen van de studenten en tot oprichting van het Waarnemingscentrum voor het hoger onderwijs met het personeel en de middelen die hiervoor toegewezen worden, overgedragen naar de ARES. Vanaf deze datum neemt de ARES alle opdrachten, rechten en plichten over. Art. 155.Vanaf dezelfde datum zijn de Interuniversitaire Raad van de Franse Gemeenschap (CIUF), alsook het Overlegcomité tussen de verschillende representatieve organen van het hoger onderwijs bedoeld in het decreet van 9 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/01/2003 numac 2003029016 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de adviesorganen op het vlak van het wetenschappelijk en universitair beleid en het overleg tussen de verschillende adviesorganen uit het hoger onderwijs sluiten betreffende de adviesorganen op het vlak van het wetenschappelijk en universitair beleid en het overleg tussen de verschillende adviesorganen uit het hoger onderwijs ontbonden en worden het personeel en de middelen die hiervoor toegewezen worden naar de ARES overgedragen. Vanaf deze datum neemt de ARES alle opdrachten, rechten en plichten over. Art. 156.Vanaf dezelfde datum is de Algemene Raad voor Hogescholen (CGHE) bedoeld in artikel 79 van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen ontbonden en worden het personeel en de middelen die hiervoor toegewezen worden naar de ARES overgedragen. Vanaf deze datum neemt de ARES alle opdrachten, rechten en plichten over. Art. 157.Vanaf dezelfde datum worden de Hoge Raad voor het hoger kunstonderwijs (CSESA) bedoeld in artikel 26 van het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de inrichtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten betreffende het hoger kunstonderwijs, alsook het Vast bureau belast met de organisatie van een overleg tussen het hoger onderwijs voor sociale promotie en het hoger onderwijs met volledig leerplan bedoeld in artikel 74 van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie, ontbonden en worden het personeel en de middelen die hiervoor toegewezen worden naar de ARES overgedragen. Vanaf deze datum neemt de ARES alle opdrachten, rechten en plichten over.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 158</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tot hun ontbinding door de ARES en ten laatste op het einde van het academiejaar 2014-2015, worden de raden en de commissies van de CIUF, CGHE en CSES beschouwd als commissies van de overeenstemmende thematische kamer in de zin van artikel 42.-; vanaf de overdracht naar de ARES van de Raad waarvan ze afhangen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-159\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 159</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tot het einde van het project en de ontbinding door de ARES wordt een commissie opgericht in de zin van artikel 42.- belast met de organisatie, in de Federatie Wallonë-Brussel, van de Open University en de Eurometropolitan e-Campus, van samenwerkende projecten tussen de instellingen voor hoger onderwijs met het oog op de coördinatie van de leeractiviteiten, studies van voortgezette opleiding en andere opleidingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-160\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 160</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de goedkeuring door de Regering van de statuten van de academische polen waartoe de betrokken universiteiten behoren, wordt de universitaire academie die ze verenigt, ontbonden. Haar vermogen wordt verdeeld over de universiteiten die lid zijn, alsook de rechten en plichten volgens de statutaire overeenkomst van deze universitaire academie of, bij gebrek aan bepalingen in die zin in deze overeenkomst, volgens de beslissing van haar raad Onverminderd het eerste lid, op dezelfde datum, worden de machtigingen om de studies te organiseren en de academische graden uit te reiken die ze bekrachtigen, behaald door de universitaire academie, naar de universiteiten overgebracht in de vestigingen waarin deze studies georganiseerd worden. De studenten ingeschreven voor deze studies op de datum van de overdracht worden geacht ingeschreven te zijn bij één van de betrokken universiteiten sinds het begin van het academiejaar van de overdracht; de raad van de universitaire academie bepaalt de lijst van de ingeschreven studenten die aldus verdeeld worden, na controle door de Commissaris of de Afgevaardigde van de Regering bij de universitaire academie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het eerste lid, op dezelfde datum, wordt het centrum voor hogere didactiek opgericht binnen de universitaire academie ontbonden; zijn opdrachten worden overgedragen naar de didactische centra voor hoger onderwijs van de academische polen waartoe de betrokken universiteiten behoren. De universiteiten stellen de nodige middelen voor de voorzetting van deze activiteiten ter beschikking van de academische polen. HOOFDSTUK II. - Organisatie van studies Art. 161.Een academische graad behaald overeenkomstig de vroegere bepalingen van dit decreet is gelijkgesteld met de overeenstemmende academische graad uitgereikt volgens de nieuwe bepalingen. Hij waarborgt dezelfde mogelijkheden voor de toegang en de voortzetting van de studies. Art. 162.Elke student wordt toegelaten tot de voortzetting van een studiecyclus volgens de nieuwe bepalingen met toepassing van artikel 117.-; de studiejaren en de studiepunten die hij verworven heeft in deze cyclus, worden allemaal automatisch gevaloriseerd in de voortzetting van zijn studiecyclus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een studieprogramma van de eerste of tweede cyclus kan nochtans georganiseerd worden in een instelling volgens de oude bepalingen voor elke student die daar ten minste voor een studiejaar van deze cyclus zou geslaagd zijn en die financierbaar zou zijn voor zijn inschrijving tijdens een aantal academiejaren, hoger met één jaar, dan de minimale duur van deze studiecyclus. De inschrijvingsgelden voor deze studies blijven vastgesteld op het bedrag dat gevraagd werd aan deze studenten voor het academiejaar 2012-2013. Art. 163.De machtigingen om studies te organiseren waarover de instellingen beschikken overeenkomstig de bepalingen voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit decreet, worden behouden, behoudens wijziging door de wetgever. HOOFDSTUK III. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen Art. 164.Het decreet van 31 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/2004 numac 2004029164 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de aanpassing van de organisatie van het architectuuronderwijs met het oog op integratie in de Europese ruimte voor het hoger onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/06/2004 numac 2004029170 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/06/2004 numac 2004029168 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van de decreten van 27 februari 2003 tot vaststelling van de academische graden uitgereikt door de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en tot vaststelling van de minimale uurregelingen en van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen sluiten betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten wordt opgeheven, met uitzondering van de geleidelijk opgeheven bepalingen die tijdelijk van kracht worden behouden overeenkomstig dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nochtans blijven de artikelen 50, 107 en 159, zoals gewijzigd, van dit decreet van 31 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/2004 numac 2004029164 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de aanpassing van de organisatie van het architectuuronderwijs met het oog op integratie in de Europese ruimte voor het hoger onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/06/2004 numac 2004029170 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/06/2004 numac 2004029168 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van de decreten van 27 februari 2003 tot vaststelling van de academische graden uitgereikt door de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en tot vaststelling van de minimale uurregelingen en van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen sluiten, tot hun expliciete opheffing, van kracht. Art. 165.In het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen, 1° in artikel 1, wordt 12° opgeheven;2° worden de artikelen 12bis, 15, 18 tot 22, 24 tot 26, 29 tot 31, 34, 35, 38 tot 49, 79, 87, 88 opgeheven;3° in de artikelen 23, 37bis en 63bis worden de woorden « Algemene Raad » systematisch vervangen door « ARES ». Art. 166.In het decreet van 12 december 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/01/2001 numac 2001029005 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vastlegging van de initiële opleiding van onderwijzers en regenten sluiten tot vastlegging van de initiële opleiding van onderwijzers en regenten, 1° in artikel 4 wordt het laatste lid geschrapt;2° in artikel 15, tweede lid, worden de woorden « de derdejaars- » geschrapt;3° in artikel 20 tweede lid worden de woorden « Vanaf het tweede jaar » vervangen door de woorden « Tijdens de onderwijsstages »;4° in artikel 20, laatste lid worden de woorden « de studenten uit het tweede en derde jaar » vervangen door de woorden « de studenten in onderwijsstages »;5° in artikel 21 wordt de laatste zin geschrapt. Art. 167.De artikelen 1, 2 en 4 van het decreet van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/09/2008 numac 2008029421 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot democratisering van het hoger onderwijs, ter bevordering van de slaagkansen van de studenten en tot oprichting van het Waarnemingscentrum voor het hoger onderwijs sluiten tot democratisering van het hoger onderwijs, ter bevordering van de slaagkansen van de studenten en tot oprichting van het Waarnemingscentrum voor het hoger onderwijs, worden opgeheven. Art. 168.In het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/12/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (1) sluiten tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten) worden de artikelen 41 tot 47 opgeheven, behalve voor de tijdelijke toepassing van artikel 162.-, tweede lid. Art. 169.Het derde lid van artikel 45 van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie, zoals gewijzigd, wordt geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 juni 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/01/2001 numac 2001029005 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vastlegging van de initiële opleiding van onderwijzers en regenten sluiten2 tot bepaling van de regels met betrekking tot de machtigingen toegekend aan de inrichtingen van het onderwijs voor sociale promotie voor de organisatie van afdelingen bekrachtigd door de graden van bachelor, specialisatie of master en door het \" Brevet de l'enseignement supérieur \" (brevet voor het hoger onderwijs), wordt opgeheven. Art. 170.Het decreet van 9 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/01/2003 numac 2003029016 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de adviesorganen op het vlak van het wetenschappelijk en universitair beleid en het overleg tussen de verschillende adviesorganen uit het hoger onderwijs sluiten betreffende de adviesorganen op het vlak van het wetenschappelijk en universitair beleid en het overleg tussen de verschillende adviesorganen uit het hoger onderwijs, wordt opgeheven. HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding en uitvoerende bepalingen Art. 171.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2014, met uitzondering van de bepalingen van TITEL III.- die voor het academiejaar 2014-2015 in werking treden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inwerkingtreding van de bepalingen van het tweede lid van artikel 105.-, § 1 wordt vastgesteld op de wijziging bij decreet van het bedrag van de inschrijvingsgelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaardelijke gezamenlijke machtigingen die met een asterisk aangeduid worden in bijlage IV van dit decreet treden in werking ten vroegste voor het academiejaar 2016-2017, op de Regering vast te stellen datum. Art. 172.De studies van de eerste cyclus worden georganiseerd volgens de nieuwe bepalingen, geleidelijk tijdens de drie academiejaren vanaf het academiejaar 2014-2015. De studies van de tweede cyclus en de bijkomende studies worden georganiseerd volgens de nieuwe bepalingen ten laatste vanaf het academiejaar 2017-2018. De studies van de derde cyclus, de voortgezette opleidingen en de andere opleidingen worden georganiseerd volgens de nieuwe bepalingen vanaf het academiejaar 2014-2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 139 tot 141 zijn nochtans onmiddellijk van toepassing op alle eindevaluaties die vanaf het academiejaar 2014-2015 georganiseerd worden. Art. 173.De informatie die vereist is door dit decreet, wordt elektronisch overgebracht. Art. 174.Het academiejaar 2013-2014 bepaald volgens de bepalingen voorafgaand aan dit decreet, zal eindigen op 13 september 2014, behalve voor de bepalingen betreffende het statuut van het personeel, waarvoor het academiejaar op 30 september 2014 zal eindigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 7 november 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President van de Regering van de Franse Gemeenschap, R. DEMOTTE De Vice-President en Minister van Kind, Onderzoek en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET De Vice-President en Minister van Begroting, Financiën en Sport, A. ANTOINE De Vice-President en Minister van Hoger Onderwijs, J.-C. MARCOURT De Minister van Jeugd, Mevr. E. HUYTEBROECK De Minister van Cultuur, Audiovisuele Sector, Gezondheid en Gelijke Kansen, Mevr. F. LAANAN De Minister van Leerplichtonderwijs en van Onderwijs voor Sociale Promotie, Mevr. M.-M. SCHYNS _______ Nota (1) Zitting 2012-2013 Stuk van het Parlement.- Ontwerp van decreet, nr. 537-1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zitting 2013-2014 Stukken van het Parlement. - Commissie-amendementen, nr. 537-2 - Verslag, nr. 537-3. - Vergaderingsamendementen, nr. 537-4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 6 november 2013.</p></div>", "next": 0}