{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Om de operatoren toe te laten de nodige investeringen en technische voorbereidingen door te voeren, dienen de vergunningen meteen toegekend te worden. De praktijk heeft immers aangetoond dat de uitbouw van een mobiel telecommunicatienetwerk één jaar in beslag neemt. - Gelijkaardige procedures werden ook al in de ons omringende landen georganiseerd. De telecommunicatiemarkt is onderhevig aan conjunctuurevoluties en een uitstel van enkele dagen zou het resultaat negatief kunnen beïnvloeden, gelet op de resultaten in het buitenland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het belang van het land is het cruciaal innoverende telecommunicatie operatoren aan te trekken om de concurrentie op de Belgische telecommunicatiemarkt te kunnen verzekeren. Opdat de procedure ook in België een succes zou zijn, is het noodzakelijk deze zo snel mogelijk te starten in begin 2001. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, waarbij de afdeling wetgeving gemachtigd wordt zich te beperken tot het onderzoek van de rechtsgrond, van de bevoegdheid van de steller van de handeling alsmede van de vraag of aan de voorafgaande vormvereisten is voldaan, en gezien het beperkte onderwerp van de adviesaanvraag, zal de afdeling wetgeving zich bepalen tot het onderzoek van de rechtsgrond van het ontworpen besluit in het licht van de wijzigingen die bij de programmawet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen aangebracht zijn in de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat dat betreft behoren bij het ontworpen besluit de volgende opmerkingen te worden gemaakt. 1. Bij artikel 89, § 5, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, zoals dat is ingevoegd bij de programmawet van 2 januari 2001, wordt het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie gemachtigd een reeks maatregelen op te leggen om een geschil te regelen dat te maken heeft met het afsluiten of wijzigen van een overeenkomst van nationale roaming, waaronder de volgende : « specifieke verbintenissen bepalen die door één of meerdere van de partijen bij de overeenkomst van nationale roaming dienen gerespecteerd te worden, zoals onder meer het aanbieden van nationale roaming aan een tarief berekend volgens een methode die de Koning bepaalt.».</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij deze bepaling wordt aan de Koning de bevoegdheid opgedragen om te bepalen hoe het tarief moet worden berekend, maar niet om het Instituut te machtigen te beslissen dat een andere berekeningswijze dan die welke is voorgeschreven geschikter is, zoals nochtans bepaald wordt in artikel 5, § 9, derde lid, van het ontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bekritiseerde bepaling zou pas aanvaardbaar zijn indien de Koning zelf de gevallen bepaalt waarin het Instituut een andere tariferingsmethode kan toepassen en de basisregels van die methode vaststelt, zodat de bevoegdheid van het Instituut gebonden is en het niet aan het Instituut toekomt om daarover te oordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien behoort artikel 5, §§ 3 en 5, dat slechts een parafrase is van artikel 89, § 5, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, zoals dat is ingevoegd bij de wet van 2 januari 2001, ter wille van de rechtszekerheid te vervallen, met uitzondering van paragraaf 3, tweede lid, dat een nieuwe bepaling bevat. 2. In haar advies 30.700/4 van 9 oktober 2000 over een ontwerp van koninklijk besluit \"tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie\", waarnaar verwezen wordt in de aanhef van het voorliggende ontwerp, heeft de afdeling wetgeving bij artikel 35 de kritiek opgeworpen dat er geen rechtsgrond voorhanden was voor het waarborgsysteem waarin het destijds onderzochte besluit voorzag. De wetgever heeft op die kritiek gereageerd door de artikelen 117bis en 117ter van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten aan te nemen, die bij de programmawet van 2 januari 2001 zijn ingevoegd; de bepalingen van het vorige ontwerpbesluit komen dan ook niet meer voor in de huidige regeling die aan de afdeling wetgeving van de Raad van State is voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kamer was samengesteld uit : de heren : R. Andersen, kamervoorzitter;</p>\n<p class=\"lf-p\">P. Lienardy en P. Vandernoot, staatsraden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Mevr. C. Gigot, griffier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verslag werd uitgebracht door de H. X. Delgrange, auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door Mevr.</p>\n<p class=\"lf-p\">A.-F. Bolly, adjunct-referendaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de H. R. Andersen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De griffier, C. Gigot.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitter, R. Andersen.</p>\n<p class=\"lf-p\">18 JANUARI 2001. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de wet van 30 juli 1979Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/07/1979 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/06/2011 numac 2011000394 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de radioberichtgeving, inzonderheid artikel 11, vervangen bij de wet van 22 december 1989, ten dele vernietigd door het arrest nr. 1/91 van het Arbitragehof van 7 februari 1991 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 15 maart 1994, en artikel 13;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, inzonderheid op artikel 89 § 1, vervangen bij de wet van 19 december 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 december 1999, artikel 89 § 5, ingevoegd bij de wet van 2 januari 2001, artikel 92bis, vervangen bij de wet van 19 december 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 maart 1999, bij het koninklijk besluit van 21 december 1999 en bij de wet van 3 juli 2000 en artikel 117bis, ingevoegd bij de wet van 2 januari 2001;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de beschikking nr. 128/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 1998 betreffende de gecoördineerde invoering van de derde generatie van mobiele draadloze communicatiesystemen (UMTS) in de Gemeenschap;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, gegeven op 11 en 14 september 2000;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 13 en 14 september 2000;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 14 september 2000;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het besluit van de Ministerraad over het verzoek om advies door de Raad van State binnen een termijn van ten hoogste één maand;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op advies nr. 30.700/4 van de Raad van State, gegeven op 9 oktober 2000, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de hoogdringendheid gemotiveerd door volgende omstandigheden. - Beschikking nr. 128/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 1998 betreffende de gecoördineerde invoering van de derde generatie van mobiele draadloze communicatiesystemen (UMTS) in de Gemeenschap vereist dat een systeem van vergunningen voor mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie ten laatste op 1 januari 2000 ingesteld wordt. De Regering stelde bij haar aantreden als één van de belangrijke prioriteiten de achterstand op het vlak van de omzetting van Gemeenschapsrecht in het nationaal recht wat betreft de telecommunicatiesector zo snel mogelijk weg te werken. De Regering heeft dienvolgens een prioriteitenprogramma uitgewerkt en een inhaalprogramma opgesteld, hetgeen geleid heeft tot een reeks van wettelijke maatregelen en koninklijke besluiten tot aanpassing van het nationaal aan Europees recht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de complexiteit van het dossier en de Europese vereiste een consultatie te voeren kon dit dossier pas op de Ministerraad van 15 september 2000 worden voorgelegd, waarna de oorspronkelijke ontwerpen aan het advies van de Raad van State werden onderworpen. - De Raad van State heeft op 2 oktober 2000 zijn advies nr. 30.702/4 gegeven over een ontwerp van koninklijk besluit betreffende gedeeld gebruik van antennesites, en op 9 oktober zijn advies nr. 30.700/4 over het ontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie, in toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit deze substantiële adviezen bleek dat, naar het oordeel van de Raad van State, voor sommige aangelegenheden een voldoende wettelijke grondslag ontbrak. De Regering heeft dan de ontbrekende wettelijke grondslagen ingevoerd middels haar ontwerp van programmawet, dat inmiddels door het Parlement werd aangenomen. De aanpassing van het ontwerp van koninklijk besluit is beperkt tot de aanpassing aan het advies van de Raad van State, zodat geen tweede advies nodig zou zijn, ware het niet dat de afdeling wetgeving van de Raad van State in staat dient gesteld het huidige ontwerp van koninklijk besluit te toetsen aan de nieuwe grondslag, hetgeen een welomschreven draagwijdte geeft aan het advies. - Beschikking nr. 128/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 1998 betreffende de gecoördineerde invoering van de derde generatie van mobiele draadloze communicatiesystemen (UMTS) in de Gemeenschap vereist eveneens dat de UMTS diensten vanaf 1 januari 2002 aangeboden kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de operatoren toe te laten de nodige investeringen en technische voorbereidingen door te voeren dienen de vergunningen meteen toegekend te worden. De praktijk heeft immers aangetoond dat de uitbouw van een mobiel telecommunicatienetwerk één jaar in beslag neemt. - Gelijkaardige procedures werden ook al in de ons omringende landen georganiseerd. De telecommunicatiemarkt is onderhevig aan conjunctuurevoluties en een uitstel van enkele dagen zou het resultaat negatief kunnen beïnvloeden, gelet op de resultaten in het buitenland.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het belang van het land is het cruciaal innoverende telecommunicatie operatoren aan te trekken om de concurrentie op de Belgische telecommunicatie markt te kunnen verzekeren. Opdat de procedure ook in België een succes zou zijn, is het noodzakelijk deze zo snel mogelijk te starten in begin 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies nr. 31.122/4 van de Raad van State, gegeven op 9 januari 2001, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State over de artikelen 5 en 34;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op voordracht van Onze Minister van Telecommunicatie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Terminologie en Definities Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° wet : de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven;2° koninklijk besluit GSM-900 : het koninklijk besluit van 7 maart 1995, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/12/1997 numac 1997014245 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS-1800-mobilofonienetten sluiten, betreffende het opzetten en de exploitatie van GSM-mobilofonienetwerken;3° koninklijk besluit DCS-1800 : koninklijk besluit van 24 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/12/1997 numac 1997014245 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS-1800-mobilofonienetten sluiten betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS-1800-mobilofonienetwerken;4° Minister : de minister of de staatssecretaris die de telecommunicatie onder zijn bevoegdheid heeft; 5° Instituut : het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, afgekort B.I.P.T., bedoeld in artikel 71 van de wet; 6° mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie : telecommunicatiediensten die worden verstrekt via een netwerk voor mobiele radiocommunicatie dat een norm van de IMT-2000-familie gebruikt en een grote waaier van toepassingen ondersteunt op multimediagebied, met inbegrip van internettoegang en een voor het publiek beschikbare mobiele telefoondienst;7° netwerk voor mobiele radiocommunicatie : geheel van schakelaars, controletoestellen en basisstations die nodig zijn om een mobiele telecommunicatiedienst aan te bieden;8° basisstation : radiostation van een netwerk voor mobiele radiocommunicatie bestemd om een gegeven geografische zone te dekken;9° mobiel eindtoestel van de derde generatie : radio-eindapparatuur bestemd om mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie geheel of gedeeltelijk te ondersteunen;10° norm : geheel van technische specificaties en van protocollen die nodig zijn voor de werking en de interoperabiliteit van een telecommunicatiesysteem; 11° E.T.S.I. (\"European Telecommunications Standards Institute\") : Europees Instituut voor Telecommunicatienormen; 12° I.T.U. : Internationale Telecommunicatie Unie; 13° C.E.P.T. (\"Conférence Européenne des administrations des Postes et des Télécommunications\") : Europese Conferentie van Post- en Telecommunicatieadministraties; 14° IMT-2000 (\"International Mobile Telecommunications System\") : familie van normen voor mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie die door de I.T.U. erkend zijn; 15° UMTS (\"Universal Mobile Telecommunications System\") : Europese norm van de IMT-2000-familie, zoals gedefinieerd door het E.T.S.I.; 16° GSM (\"Global System for Telecommunications\") : pan-Europese norm voor digitale openbare mobiele telefonie;17° bestek : het geheel van voorwaarden met betrekking tot het opzetten van een netwerk voor mobiele radiocommunicatie en de exploitatie van mobiele telecommunicatiediensten van de derde generatie;18° 3G-operator : houder van een vergunning toegekend krachtens dit besluit;19° service provider : onderneming die met een 3G-operator een overeenkomst heeft gesloten voor de rechtstreekse verkoop van diensten die gebruik maken van het netwerk van die operator;20° klanten : de eindgebruikers die toegang hebben tot de dienst van een 3G-operator of van een service provider waarmee de 3G-operator een overeenkomst heeft gesloten;21° nationale roaming : de mogelijkheid voor een operator om zijn klanten in staat te stellen in hetzelfde land toegang te krijgen tot de diensten die verstrekt worden door een andere operator van een mobiel radiocommunicatienetwerk;22° internationale roaming : de mogelijkheid voor een operator om zijn klanten in staat te stellen in het buitenland toegang te krijgen tot de diensten die verstrekt worden door een andere operator van een mobiel radiocommunicatienetwerk;23° 2G-operator : operator die vergund is om een netwerk voor mobiele radiocommunicatie op te zetten en te exploiteren op basis van één van de normen van de GSM-familie, overeenkomstig het koninklijk besluit GSM-900 of het koninklijk besluit DCS-1800;24° PSTN (\"Public Switched Telephone Network\") : openbaar geschakeld telefoonnetwerk;25° ISDN (\"Integrated Services Digital Network\") : digitaal netwerk met integratie van diensten;26° piekuur : ononderbroken periode van één uur tijdens dewelke het volume van het verkeer dat door het netwerk van de 3G-operator moet worden getransporteerd het grootst is;27° blokkeringskans van de oproepen (\"call blocking\") : waarschijnlijkheid dat een oproep of een verzoek tot toegang tot een dienst tijdens het piekuur niet terechtkomt;28° frequentieplan : lijst van alle basisstations van het radionetwerk met hun technische karakteristieken;29° vergunning : vergunning toegekend krachtens dit besluit;30° controle met betrekking tot een persoon : de bevoegdheid in rechte of in feite om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van bestuurders of zaakvoerders van deze persoon, of op de oriëntatie van diens beleid.Controle kan op exclusieve of gezamenlijke wijze worden uitgeoefend dan wel rechtstreeks of via een tussenpersoon en zal worden geïnterpreteerd overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 9 van het Wetboek van Vennootschappen, Boek I, Titel II, Hoofdstuk II met dien verstande dat indien er sprake is van een meerderheid, deze meerderheid 50 % of meer omvat. 31° relevante groep : met betrekking tot een persoon (de \"eerste persoon\") : a) de eerste persoon, en b) elke persoon waarover de eerste persoon controle uitoefent, en c) elke persoon (de \"tweede persoon\") die controle uitoefent op de eerste persoon, en d) elke persoon waarover de tweede persoon controle uitoefent, en e) elke persoon waarmee een van de personen bedoeld onder a) tot c) een consortium vormt in de zin van artikel 10 van het Wetboek van Vennootschappen, Boek I, Titel II, Hoofdstuk II;32° operator die recht heeft op nationale roaming : een operator die geen houder is van een vergunning toegekend krachtens het koninklijk besluit GSM-900 of het koninklijk besluit DCS-1800 en tot wiens relevante groep geen 2G-operator behoort;33° operator die nationale roaming dient aan te bieden : een 2G-operator die tevens een 3G-operator is of die behoort tot de relevante groep van een 3G-operator;34° interconnectieoperator : elke operator van een vergund vast (PSTN- of ISDN-) of mobiel telefoonnetwerk in België waarmee de 3G-operator de interconnectie van zijn netwerk verkrijgt. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bezit of het recht op de economische voor- en nadelen van maatschappelijke rechten, het recht om dergelijk bezit of recht op economische voor- en nadelen te verwerven, de beschikking van stemrechten of het recht om dergelijke stemrechten te verwerven zal geacht worden te verwijzen naar a) het bezit, de rechten of de beschikking hierover van de begunstigde zelf; b) het bezit, de rechten of de beschikking hierover van een begunstigde op individuele basis of gezamenlijk met anderen; c) het bezit, de rechten of de beschikking hierover van een persoon ongeacht of deze al dan niet voorwaardelijk zijn; of d) het bezit, de rechten of de beschikking hierover door een tussenpersoon in de zin van artikel 7, §§ 1 en 2, Titel II, Hoofdstuk II, Boek I van het Wetboek van Vennootschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de doeleinden van deze definitie zullen rechten gehouden via een tussenpersoon worden geacht rechtstreeks te worden gehouden door de begunstigde, tenzij de tussenpersoon gerechtigd is om op zelfstandige wijze de stemrechten verbonden aan deze maatschappelijke rechten uit te oefenen of te controleren in welk geval zowel de tussenpersoon als de begunstigde geacht zullen worden deze rechtstreeks aan te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het voorgaande zal geen rekening worden gehouden met a) het recht op de economische voor- en nadelen met betrekking tot maatschappelijke rechten, b) een belang in maatschappelijke rechten, c) een recht om maatschappelijke rechten te verwerven of d) een recht op stemrecht, indien de begunstigde van dit recht een kredietinstelling is zoals bedoeld in de wet van 22 maart 1993 op het statuut en het toezicht op kredietinstellingen of een gelijkwaardige instelling naar buitenlands recht, aan wie deze rechten werden toegestaan tot zekerheid van een krediet toegekend in de normale bedrijfsuitoefening van deze begunstigde. HOOFDSTUK II. - Bestek van toepassing op 3G-operatoren Afdeling I. - Aard, karakteristieken en dekkingszone van de dienst Onderafdeling I. - Aard en karakteristieken van de dienst Art. 2.§ 1. De vergunning dekt het opzetten van een netwerk te land voor mobiele telecommunicatie van de derde generatie en het exploiteren van de overeenkomstige diensten die via dit netwerk aan het publiek worden aangeboden door de 3G-operator. § 2. Het netwerk van de 3G-operator maakt het zijn klanten minstens mogelijk om van of naar hun mobiel eindtoestel van de derde generatie toegang te krijgen tot de volgende diensten wanneer zij zich in de dekkingszone van het netwerk van de 3G-operator bevinden : 1° verbindingen tot stand brengen met elke eindgebruiker van een vast (PSTN- of ISDN-) of mobiel openbaar geschakeld telefoonnetwerk in België of in het buitenland;2° toegang krijgen tot de diensten en toepassingen die worden aangeboden op de openbare netwerken voor datatransport, in het bijzonder op het wereldwijde netwerk Internet. Deze verschillende mogelijkheden doen geen afbreuk aan eventuele beperkingen van de toegang die op verzoek van de gebruikers in één van de betrokken netwerken van toepassing zijn. § 3. De 3G-operator stelt alles in het werk om zijn klanten het gehele pakket van bijkomende diensten aan te bieden die voorzien zijn in de norm die hij toepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling II. - Dekkingszone van de dienst Art. 3.§ 1. De ontplooiing van het radioelektrisch netwerk van de derde generatie van de 3G-operator beantwoordt, te rekenen vanaf de datum van kennisgeving van de vergunning, minstens aan de volgende dekkingsgraden van de bevolking in België op de verschillende tijdstippen : 1° na drie jaar : 30 %;2° na vier jaar : 40 %;3° na vijf jaar : 50 %. Bij het einde van het zesde jaar geldt een streefnorm. De beoogde ontplooiing van het radioelektrisch netwerk van de derde generatie van de 3G-operator na zes jaar, te rekenen vanaf de datum van kennisgeving van de vergunning, is 85 %. De na te streven dekkingsgraad kan om gegronde redenen herzien worden, onder meer rekening houdend met de volgende elementen : - De bereikte dekking van de netwerken na het vijfde jaar; - De technische ontwikkelingen; - De behoeften van de consumenten; - De evoluties in de markt; - De beschikbaarheid van apparatuur; - De economische haalbaarheid van de dekkingsgraad voor de operatoren; - Het algemeen belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dekkingsgraad van de bevolking wordt door het Instituut onderzocht op grond van de demografische spreiding zoals bepaald in het kader van de onderverdeling van België in statistische sectoren door het Nationaal Instituut voor de Statistiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwijkingen van het eerste lid worden door de Minister, op voorstel van het Instituut, toegestaan in geval van overmacht. § 2. Wat de bediening van wegtunnels betreft, stellen de 3G-operatoren alles in het werk om de nodige akkoorden te sluiten met de instellingen die over installaties beschikken waarmee de dekking van radioelektrische diensten binnenin die tunnels wordt gegarandeerd, teneinde hun dienst aan te bieden aan klanten die erdoor rijden. Afdeling II Permanentie, kwaliteit en beschikbaarheid van de dienst Art. 4.§ 1. De dienst van de 3G-operator wordt commercieel aangeboden binnen een maximumtermijn van achttien maanden te rekenen vanaf de datum van kennisgeving van de vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwijkingen hiervan worden door de Minister, op voorstel van het Instituut, toegestaan in geval van overmacht. § 2. De blokkeringskans van de oproepen mag op het piekuur de waarde van vijf procent niet overschrijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De praktische methoden en de precieze procedures met betrekking tot de meting worden door het Instituut vastgelegd, na overleg met de 3G-operatoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwijkingen hiervan worden door de Minister, op voorstel van het Instituut, toegestaan om technische redenen. Art. 5.§ 1. Het staat een operator vrij om met één of meerdere andere operatoren te onderhandelen met het oog op het afsluiten van een overeenkomst van nationale roaming onverminderd de wettelijke bepalingen en regelgeving die op iedere operator van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, heeft een operator die geen 2G-operator is en tot wiens relevante groep geen 2G-operator behoort, het recht om, conform de bepalingen en binnen de beperkingen vervat in §§ 2 tot 9 van dit artikel, een overeenkomst van nationale roaming af te sluiten met een 2G-operator die tevens een 3G-operator is of die behoort tot de relevante groep van een 3G-operator.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conform de bepalingen en binnen de beperkingen vervat in §§ 2 tot 9 van dit artikel, dient een 2G-operator die tevens een 3G-operator is of die behoort tot de relevante groep van een 3G-operator, nationale roaming aan te bieden. § 2. Wanneer een operator die recht heeft op nationale roaming en een operator die nationale roaming dient aan te bieden er niet in slagen via commerciële onderhandelingen een overeenkomst van nationale roaming af te sluiten, of wanneer ze er niet in slagen om een akkoord te bereiken over een wijziging van een overeenkomst van nationale roaming, kan het Instituut, onder de voorwaarden vermeld in dit artikel en op verzoek van de operator die recht heeft op nationale roaming of van de operator die nationale roaming dient aan te bieden, maatregelen opleggen opdat een dergelijke overeenkomst van nationale roaming wordt afgesloten, of een wijziging ervan wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een dergelijk verzoek kan slechts tot het Instituut gericht worden gedurende een periode van acht jaar die ingaat vanaf de kennisgeving van de vergunning aan de operator die recht heeft op nationale roaming en die partij is bij de onderhandelingen die niet hebben geleid tot het afsluiten van een overeenkomst van nationale roaming of het bereiken van een akkoord over een wijziging ervan. Het verzoek tot het Instituut kan bovendien slechts uitgaan van een operator die zich naar best vermogen heeft ingespannen om een overeenkomst van nationale roaming af te sluiten of om een akkoord te bereiken over een wijziging ervan en die : a) een operator is die recht heeft op nationale roaming en die niet reeds een geldige en van kracht zijnde overeenkomst van nationale roaming afgesloten heeft met een andere operator die nationale roaming dient aan te bieden;of b) een operator is die recht heeft op nationale roaming of die nationale roaming dient aan te bieden, en die een geldige en van kracht zijnde overeenkomst van nationale roaming afgesloten heeft met respectievelijk een operator die nationale roaming dient aan te bieden of die recht heeft op nationale roaming, welke overeenkomst echter inmiddels achterhaald is door wijzigingen op het vlak van technologie, van de eigendom van de betrokken ondernemingen of van de marktstructuren;of c) een operator is die recht heeft op nationale roaming of die nationale roaming dient aan te bieden, en die een geldige en van kracht zijnde overeenkomst van nationale roaming afgesloten heeft met respectievelijk een operator die nationale roaming dient aan te beiden of die recht heeft op nationale roaming, en die een wijziging aan deze overeenkomst wenst aan te brengen. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen van de maatregelen opgelegd door het Instituut is van toepassing na de periode van acht jaar die ingaat vanaf de kennisgeving van de vergunning aan de operator die recht heeft op nationale roaming. § 4. Wanneer een operator die recht heeft op nationale roaming, om de tussenkomst van het Instituut verzoekt met betrekking tot onderhandelingen met een operator die nationale roaming dient aan te bieden, zal hij nadien niet gerechtigd zijn eveneens om de tussenkomst van het Instituut te verzoeken met betrekking tot onderhandelingen met een andere operator die nationale roaming dient aan te bieden, zolang het Instituut zich niet heeft uitgesproken over zijn eerste verzoek. § 5. Behoudens andersluidend akkoord omvatten de diensten die het voorwerp uitmaken van een overeenkomst van nationale roaming tussen een operator die recht heeft op nationale roaming en een operator die nationale roaming dient aan te bieden en die van toepassing zijn binnen een periode van acht jaar na de kennisgeving van diens vergunning aan de operator die recht heeft op nationale roaming, alle telecommunicatiediensten van de 2G-operator die de klanten van de operator die recht heeft op nationale roaming, de vereiste capaciteit verschaffen om : a) signalen over te brengen tussen bepaalde aansluitpunten, en b) met andere gebruikers te communiceren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar technisch mogelijk dienen deze diensten ook de diensten te omvatten die een telecommunicatiedienst aanvullen of wijzigen. § 6. Behoudens andersluidend akkoord treedt een overeenkomst van nationale roaming tussen een operator die recht heeft op nationale roaming en een operator die nationale roaming dient aan te bieden slechts in werking vanaf het ogenblik dat de operator die recht heeft op nationale roaming zijn commerciële diensten aanbiedt aan klanten en een eigen netwerk van de derde generatie heeft uitgebouwd dat minstens 20 % van de bevolking in België bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze dekkingsgraad wordt door het Instituut onderzocht op basis van de demografische spreiding zoals bepaald in het kader van de onderverdeling van België in statistische sectoren door het Nationaal Instituut voor de Statistiek. § 7. Behoudens andersluidend akkoord is de operator die nationale roaming dient aan te bieden in het kader van een overeenkomst van nationale roaming met een operator die recht heeft op nationale roaming, niet gehouden om roaming-diensten te verstrekken in die geografische gebieden waar de operator die recht heeft op nationale roaming, een eigen netwerk heeft uitgebouwd. § 8. Indien na het afsluiten van een overeenkomst van nationale roaming met tussenkomst van het Instituut krachtens § 2 van dit artikel een operator die recht heeft op nationale roaming een andere overeenkomst van nationale roaming onderhandelt en afsluit met een andere operator die nationale roaming dient aan te bieden, wordt aan de eerste overeenkomst van nationale roaming die tot stand kwam na tussenkomst van het Instituut automatisch een einde gemaakt, behoudens andersluidend akkoord tussen de partijen bij die eerdere overeenkomst van nationale roaming. § 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">De retail minus-prijs staat voor de prijs die de operator die nationale roaming dient aan te bieden, aanrekent voor het verlenen van een dienst aan zijn klanten na aftrek van die kosten die niet gemaakt worden wanneer dezelfde dienst wordt aangeboden aan een operator die recht heeft op nationale roaming, en na toevoeging van die kosten die redelijkerwijs enkel gemaakt worden om diensten van nationale roaming aan te bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De retail minus-prijs wordt uitgedrukt als een tarief per tijdseenheid, gebaseerd op gemiddelde retail-prijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In specifieke gevallen kan de Koning bepalen dat een andere berekeningswijze meer aangewezen is, zoals een tarief per gebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen of beoordelen van de retail minus-prijs houdt het Instituut ook rekening met de kosten voor de inhoud of andere componenten met toegevoegde waarde die niet verschaft worden aan de klanten van de operator die recht heeft op nationale roaming.</p>\n<p class=\"lf-p\">De retailprijs van de operator die nationale roaming dient aan te bieden, bestaat uit de gemiddelde werkelijke inkomsten uit verbindingen, huur en gesprekken voor die diensten aangeboden krachtens zijn 2G-vergunning. Deze prijs kan eventueel apart berekend worden voor verschillende diensten, zoals nationale en internationale gesprekken en gedurende piekperiodes en buiten piekperiodes.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemiddelde werkelijke inkomsten worden berekend op basis van de totale inkomsten en het totaal aantal minuten van de operator die nationale roaming dient aan te bieden of op basis van een andere door het Instituut te bepalen berekeningsmethode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut is gerechtigd om, in specifieke gevallen, te beslissen om bepaalde vaste kosten in een overeenkomst van nationale roaming op te nemen nadat het de rechtvaardiging en de gevolgen ervan grondig heeft onderzocht. Art. 6.De 3G-operator stelt alles in het werk om met andere 3G-operatoren van mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie in het buitenland de nodige akkoorden te sluiten om internationale roaming mogelijk te maken. Afdeling III. - Bescherming van de abonnees en van de gegevens</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-16\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 7</span><span class=\"lf-art-t\">De 3G-operator neemt alle nodige maatregelen om de naleving te garanderen van artikel 109terD van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en van de wet van 30 juni 1994 ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer tegen het afluisteren, kennisnemen en opnemen van privé-communicatie en telecommunicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 3G-operator legt aan zijn personeelsleden, aangestelden en, voorzover toepasselijk, medecontractanten, verplichtingen op inzake vertrouwelijkheid bij de behandeling van informatie over zijn klanten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 3G-operator neemt alle nodige maatregelen om onwettig gebruik van zijn netwerk te voorkomen, om alle vormen van fraude te verhinderen en om het gebruik van gestolen of slecht werkende mobiele eindtoestellen van de derde generatie te verbieden. Afdeling IV. - Technische normen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De 3G-operator gebruikt een technische norm die is goedgekeurd door de I.T.U. in het kader van de IMT-2000-familie. De 3G-operator mag de norm die hij gebruikt enkel wijzigen mits voorafgaande toestemming van de Minister Alle radioelektrische apparatuur van de basisstations moet aan de geldende wettelijke en reglementaire voorschriften voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 3G-operator verleent aan elk mobiel eindtoestel van de derde generatie dat aan de toepasselijke wettelijke en reglementaire voorschriften voldoet, toegang tot zijn netwerk. Afdeling V. - Nummeringsplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 9</span><span class=\"lf-art-t\">Het Instituut kent aan elke 3G-operator op basis van zijn commerciële behoeften een gepaste capaciteit in het nationale nummeringsplan toe overeenkomstig het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/12/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan sluiten betreffende het beheer van het nummeringsplan. Afdeling VI. - Rechten voor de uitreiking, het beheer en het toezicht op de vergunning Onderafdeling I. - Rechten voor de uitreiking van de vergunning Art. 10.Elke kandidaat betaalt, vóór het indienen van zijn kandidatuur, de som van 12 500 euros aan het Instituut om de kosten te dekken in verband met het onderzoek van zijn dossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling II. - Rechten op het beheer van en het toezicht op de vergunning Art. 11.§ 1. Om de kosten te dekken voor het beheer van de vergunning, met inbegrip van de kosten van de controle erop, betaalt de 3G-operator jaarlijks een recht aan het Instituut, jaarlijks recht voor het beheer van de vergunning genoemd. Het recht voor het beheer van de vergunning bedraagt 250 000 euros. § 2. De 3G-operator moet het jaarlijks recht voor het beheer van de vergunning uiterlijk op 31 januari van het jaar waar het recht betrekking op heeft, betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerste betaling van het jaarlijks recht voor het beheer van de vergunning wordt verricht binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de datum van kennisgeving van de vergunning. Het recht wordt berekend naar rato van het aantal maanden dat nog overblijft tot 31 december van het lopende jaar. Elke onvolledige maand wordt als een volledige maand aangerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechten die op de vastgestelde vervaldatum niet zijn betaald, geven van rechtswege en zonder ingebrekestelling aanleiding tot een intrest tegen het wettelijke tarief. Die intrest wordt berekend naar rato van het aantal dagen achterstand. § 3. De bedragen worden elk jaar op 1 januari aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanpassing geschiedt met behulp van de coëfficiënt die bekomen wordt door het indexcijfer van de maand december die voorafgaat aan de maand januari in de loop waarvan de aanpassing plaatsvindt, te delen door het indexcijfer van de maand december 1999. Na de toepassing van de coëfficiënt worden de bekomen bedragen afgerond tot het hogere honderdtal in euro. Afdeling VII. - Universele telefoongids</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-19\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De 3G-operator deelt aan elke uitgever van een telefoongids, met inbegrip van de uitgever van een universele telefoongids, de inlichtingen mee die nodig zijn om de reglementaire verplichtingen met betrekking tot de voorwaarden tot vervaardiging, uitgave en verspreiding van telefoongidsen na te komen. Afdeling VIII. - Toezicht op de naleving van het koninklijk besluit en van de vergunning Art. 13.§ 1. Het Instituut ziet toe op de naleving van dit besluit en van de vergunning door de 3G-operator. § 2. De 3G-operator is ertoe gehouden op verzoek van het Instituut alle informatie te verstrekken over de staat van de aanleg van zijn netwerk, de commercialisering van de diensten en zijn financiële toestand.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 3G-operator moet elk jaar, uiterlijk op 30 juni, aan het Instituut een verslag zenden over zijn activiteiten van het voorgaande jaar. Dat verslag bevat minstens de volgende informatie : a) de verwezenlijkte dekkingszone;b) een beschrijving van de aangeboden diensten;c) het aantal klanten. De 3G-operator verleent kosteloos zijn medewerking aan elk verzoek van het Instituut dat bedoeld is om na te gaan of de bepalingen van dit besluit of van de vergunning nageleefd worden. § 3. De 3G-operator stelt het Instituut gratis tien dienstaansluitingen op zijn netwerk ter beschikking om het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit besluit of van de vergunning mogelijk te maken. § 4. De Koning kan, om gegronde redenen, op elk ogenblik na de toekenning van de vergunning, de voorwaarden van de vergunning wijzigen. Afdeling IX. - Rechten en plichten met betrekking tot interconnectie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zodra het technisch mogelijk is, moeten de 3G-operator en de interconnectieoperator die aangemerkt is als beschikkende over een sterke positie op de markt van interconnectie wederzijds toegang verlenen tot hun dynamische gegevensbanken die automatisch het doorsturen van de oproepen behandelen, om het de andere partij mogelijk te maken zijn transmissie-infrastructuur en zijn interconnectiepunten te optimaliseren. Art. 15.§ 1. Elke huurlijnenoperator die aangemerkt wordt als beschikkende over een sterke positie op deze markt, is gehouden de 3G-operator de gevraagde transmissielijnen ter beschikking te stellen die de nodige technische karakteristieken bieden overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf Binnen vier maanden na de kennisgeving van de vergunning stelt de 3G-operator alles in het werk om de huurlijnenoperator de relevante planningsgegevens mee te delen in verband met de transmissiebehoeften die hij voorziet te zullen bestellen bij deze operator, in het formaat dat deze laatste voorstelt. De 3G-operator en de huurlijnenoperator stellen in onderlinge samenspraak de planning en de voorwaarden op voor de beschikbaarstelling van de aan te sluiten sites van de 3G-operator en de beschikbaarstelling van de bijhorende transmissielijnen. Die planning houdt rekening met de eisen van de 3G-operator en met de omvang van de vraag die de 3G-operator aan de huurlijnenoperator richt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De huurlijnenoperator stelt de bestelde transmissielijnen ter beschikking van de 3G-operator binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van de bevestigde bestelling. Deze termijn moet worden nageleefd voorzover de sites van de 3G-operator die moeten worden aangesloten, op een redelijk in de tijd gespreide manier aan de huurlijnenoperator ter beschikking worden gesteld, volgens de nadere regels overeengekomen tussen de 3G-operator en de huurlijnenoperator. § 2. De 3G-operator die een deel van zijn transmissie-infrastructuur wenst te verwezenlijken door middel van eigen straalverbindingen, richt zijn vergunningsaanvraag aan het Instituut overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen. Afdeling X. - Contractuele voorwaarden voor de dienstverlening en service providers Art. 16.§ 1. Voor eindgebruikers die zich in soortgelijke omstandigheden bevinden, moeten de dienstvoorwaarden identiek zijn, wat betreft : a) de tarieven en eventuele kortingen;b) de voorwaarden inzake aansluiting;c) het onderhoud;d) de kwaliteit, beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de dienst. De 3G-operator mag, overeenkomstig de geldende wettelijke en reglementaire voorschriften, de toegang tot de dienst niet weigeren noch schorsen, behalve in geval van fraude of wanneer blijkt of vermoed wordt dat de abonnee niet of onvoldoende betaalt, of op grond van de volgende niet-technische, essentiële vereisten : (a) de veiligheid van het functioneren van het netwerk;(b) het behoud van de netwerkintegriteit;(c) de interoperabiliteit van de diensten en van de netwerken in gerechtvaardigde gevallen;(d) de bescherming van de overgebrachte gegevens in gerechtvaardigde gevallen. § 2. De 3G-operator bezorgt aan het Instituut de typeovereenkomst die hij met zijn klanten afsluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 3G-operator biedt zijn klanten de mogelijkheid een gedetailleerde en duidelijke factuur te ontvangen voor de diensten die hij aan hen levert. Art. 17.§ 1. De overeenkomsten die de 3G-operator met natuurlijke of rechtspersonen sluit om zijn diensten op de markt te brengen, bevatten bepalingen die de naleving opleggen van de verplichtingen die uit dit besluit voortvloeien en bevatten minstens de volgende gegevens : 1° de gelijke toegang en behandeling van de eindgebruikers overeenkomstig artikel 16, § 1;2° de contractuele regels overeenkomstig artikel 16, § 2;3° de algemene eerbiediging van de tariefstructuur van de 3G-operator;4° de verplichting het Instituut in te lichten over de tariefwijzigingen overeenkomstig § 2;5° de naleving van de wettelijk bepalingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer overeenkomstig artikel 7;6° de nodige samenwerking met de gerechtelijke instanties en nooddiensten overeenkomstig artikel 20. De 3G-operator zendt het Instituut de lijst toe van de service providers waarmee hij overeenkomsten heeft afgesloten. De overeenkomsten worden op verzoek van het Instituut meegedeeld. § 2. De 3G-operator stelt de tarieven vast van de diensten die hij aan zijn klanten verstrekt. Elke aanpassing van de prijs van de door de 3G-operator aangeboden diensten wordt aan het Instituut meegedeeld binnen de maand volgend op de inwerkingtreding van de prijsaanpassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tarieven worden openbaar gemaakt door de 3G-operator, die het publiek een duidelijke brochure ter beschikking stelt waarin al zijn tarieven worden voorgesteld. Bij elke aanpassing wordt een exemplaar van die brochure aan het Instituut gestuurd. Afdeling XI. - Duur, beëindiging en hernieuwing van de vergunning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18-21\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De vergunning is persoonlijk. Een relevante groep kan slechts houder zijn van één vergunning. Het Instituut wordt ten minste één maand op voorhand door de 3G-operator in kennis gesteld van elke wijziging in de aanhoudingsstructuur of de controle van de 3G-operator. Het Instituut deelt die wijzigingen mee aan de Minister. § 2. De vergunning is geldig voor een periode van twintig jaar vanaf de datum van kennisgeving ervan De vergunning kan door de Koning na het verstrijken van die eerste periode bij in ministerraad overlegd besluit verlengd worden met periodes van vijf jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 3G operator kan, per aangetekende brief, eenzijdig afzien van een verlenging mits eerbieding van een opzeg van twee jaar. Afdeling XII. - Sancties bij niet-naleving van de voorwaarden van de vergunning Art. 19.§ 1. Wanneer het Instituut vaststelt dat een 3G-operator de voorwaarden van zijn vergunning of van het bestek niet nakomt, wordt deze door het Instituut gehoord. Overeenkomstig artikel 109quater, §1, van de wet stelt het Instituut de 3G-operator in voorkomend geval in gebreke. Volgens de ernst van de vastgestelde tekortkoming en de moeilijkheid om die recht te zetten legt het Instituut de termijn vast waarbinnen de 3G-operator zich in regel moet stellen en brengt het de 3G-operator op de hoogte van de administratieve geldboete die hem kan worden opgelegd als hij hieraan niet tegemoet komt. § 2. Indien de 3G-operator na afloop van de in §1 bedoelde termijn nog steeds in gebreke is, legt het Instituut hem binnen een maand na afloop van die termijn een administratieve geldboete op overeenkomstig artikel 109quater, §2, van de wet. Het Instituut geeft kennis van zijn beslissing aan de 3G-operator binnen een week te rekenen vanaf de beslissing. § 3. Indien de 3G-operator binnen een maand na de kennisgeving van de in §2 bedoelde beslissing de tekortkomingen nog steeds niet heeft verholpen, hoort het Instituut de 3G-operator.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut kan, onverminderd de eventuele toepassing van artikel 109quater, § 3, van de wet aan de Minister voorstellen om de vergunning te schorsen of in te trekken. Die schorsing of die intrekking gebeurt door een in de Ministerraad overlegd Koninklijk besluit, op voorstel van de Minister. § 4. De bedragen die de 3G-operator in toepassing van dit besluit betaald heeft, worden in geen geval terugbetaald, noch geheel, noch gedeeltelijk. Afdeling XIII. - Samenwerking met de veiligheids- en nooddiensten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De 3G-operator verleent zijn medewerking aan de gerechtelijke instanties en de nooddiensten volgens de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen. De 3G-operator zorgt daartoe voor de nodige technische middelen. Afdeling XIV. - Samenwerking met de ombudsdienst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21-23\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onverminderd § 2, stelt de 3G-operator op eigen kosten een dienst in die belast is met het behandelen van klachten door klanten. § 2. De 3G-operator wijst een persoon aan die verantwoordelijk is voor de relaties met de ombudsdienst voor telecommunicatie De 3G-operator licht zijn klanten in over de mogelijkheden om een beroep te doen op de ombudsdienst. Die informatie wordt in overleg met de ombudsdienst verstrekt. Afdeling XV. - Gebruik van de frequenties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onverminderd artikel 17 van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen, wijst het Instituut de nodige radioelektrische frequenties toe aan het netwerk van de 3G-operator naargelang van de toewijzing van de licenties en de hieraan verbonden frequenties en de gebruiksbeperkingen die met name voortvloeien uit de internationale akkoorden inzake frequentiecoördinatie Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2. Het radioelektrisch netwerk van de 3G-operator wordt opgezet in de door de C.E.P.T. aangewezen frequentiebanden voor de mobiele telecommunicatienetwerken van de derde generatie en zulks volgens de bandbreedte toegekend in de vergunning overeenkomstig § 1 en artikel 2. § 3. De 3G-operator deelt aan het Instituut, op diens verzoek, het volledige frequentieplan van zijn netwerk mee. Art. 23.In geval van radioelektrische storingen die worden veroorzaakt door de basisstations van de 3G-operator ten aanzien van andere gebruikers van het radioelektrisch spectrum, verleent het Instituut, op verzoek van de 3G-operator, technische bijstand om het probleem op te lossen, voorzover de verrichtingen die aan het Instituut gevraagd worden, redelijk zijn. Afdeling XVI. - Periodieke rechten voor het gebruik van het radioelektrisch spectrum en toezicht op de frequenties Art. 24.§ 1. De 3G-operator betaalt een recht, jaarlijks recht voor de terbeschikkingstelling van frequenties genoemd, voor de terbeschikkingstelling en coördinatie van radioelektrische frequenties en de kosten van controle erop.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het jaarlijks recht voor de terbeschikkingstelling van frequenties bedraagt 125 000 euros per megahertz bandbreedte in simplex- of duplexmode. Het bedrag van dit recht staat los van het aantal toewijzingen die de betrokken frequentie exploiteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het jaarlijks recht voor terbeschikkingstelling van elke frequentie wordt betaald binnen dertig dagen volgend op de indienststelling van die frequentie naar rato van het aantal maanden dat nog overblijft tot 31 december van het lopend jaar. § 2. De bepalingen van § 2 en § 3 van artikel 11 zijn eveneens van toepassing op het jaarlijks recht voor de terbeschikkingstelling van frequenties. Afdeling XVII. - Concessierecht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De 3G-operator betaalt een uniek concessierecht dat vastgesteld wordt overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk III. Het uniek concessierecht bedraagt minstens 150 miljoen euro Het uniek concessierecht wordt in geen geval terugbetaald, noch geheel, noch gedeeltelijk. Afdeling 18. - Vergoeding van de vorige gebruiker van de frequentieband Art. 26.Op verzoek van het Instituut neemt het Ministerie van Landsverdediging alle maatregelen die nodig zijn voor de vrijmaking van de frequenties nodig voor het opzetten van mobiele telecommunicatienetwerken van de derde generatie. De frequenties worden vrijgemaakt binnen een maximumtermijn van één jaar vanaf het verzoek van het Instituut.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het door de Minister bepaalde bedrag van de schadeloosstelling dat verschuldigd is aan de vorige gebruiker van de frequentieband is begrepen in het uniek concessierecht dat de 3G-operator verschuldigd is overeenkomstig artikel 25. HOOFDSTUK III. - Procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie Afdeling I. - Doel van de procedure en terminologie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De persoon die een vergunning wenst te verkrijgen om een netwerk op te zetten en mobiele telecommunicatiediensten van de derde generatie te exploiteren, dient zich kandidaat te stellen in de vorm en overeenkomstig de voorwaarden die in dit hoofdstuk zijn vastgelegd. § 2. De vier vergunningen die worden toegekend hebben de eigenschappen vermeld in artikel 22. Art. 28.§ 1. De volgende begrippen worden voor de toepassing van dit hoofdstuk gedefinieerd als volgt : 1° onrechtstreeks belang : (i) het bezit van of het recht op de economische voor- en nadelen van een onrechtstreeks belang aangehouden door een persoon, hierna genoemd de eerste persoon, via één of meerdere andere personen in het maatschappelijk kapitaal, maatschappelijk fonds of een bepaalde categorie van aandelen van een andere persoon, hierna genoemd de tweede persoon;of (ii) het recht om dit onrechtstreeks belang te verwerven; of (iii) het recht om stemrecht uit te oefenen met betrekking tot zo een onrechtstreeks belang; of (iv) het recht om stemrecht te verwerven met betrekking tot zo een onrechtstreeks belang Het onrechtstreeks belang van de eerste persoon in het maatschappelijk kapitaal, het maatschappelijk fonds of een categorie van aandelen van de tweede persoon zal worden berekend door het percentage aangehouden door de eerste persoon te vermenigvuldigen met dat van elke tussenpersoon in de aanhoudingsketen met betrekking tot de tweede persoon, met dien verstande dat elk belang dat aan de eerste persoon controle verleent over de tweede persoon of elke tussenpersoon, zal worden aangerekend als 100 %; 2° deelneming : de volgende rechten van een eerste persoon ten aanzien van een tweede persoon : (i) het bezit van of het recht op de economische voor- en nadelen van maatschappelijke rechten die een bepaald percentage vertegenwoordigen van het totaal van het maatschappelijk kapitaal, maatschappelijk fonds of van een bepaalde categorie van aandelen van de tweede persoon;of (ii) het recht om maatschappelijke rechten te verwerven die, samen met de maatschappelijke rechten waarover de eerste persoon reeds beschikt, een bepaald percentage vertegenwoordigen van het totaal van het maatschappelijk kapitaal, maatschappelijk fonds of van een bepaalde categorie van aandelen van de tweede persoon; of (iii) het bezit van stemrechten die een bepaald percentage vertegenwoordigen van het totaal van het maatschappelijk kapitaal, maatschappelijk fonds of van een bepaalde categorie van aandelen van de tweede persoon; of (iv) het recht om stemrechten te verwerven die, samen met de stemrechten waarover de eerste persoon reeds beschikt, een bepaald percentage vertegenwoordigen van het totaal van het maatschappelijk kapitaal, maatschappelijk fonds of van een bepaalde categorie van aandelen van de tweede persoon; 3° verbonden persoon : ten aanzien van een kandidaat, elke persoon : (i) die controle heeft over deze kandidaat;of (ii) die een deelneming bezit van 10 % of meer in deze kandidaat en : (a) vertrouwelijke informatie bezit over deze kandidaat;of (b) een akkoord heeft of ermee heeft ingestemd een akkoord te sluiten met deze kandidaat of een lid van de relevante groep van zo een kandidaat om de kandidaat te financieren of op eender welke wijze bij te staan bij de procedure tot toekenning van de vergunning;of (iii) die een onrechtstreeks belang bezit van 10 % of meer in deze kandidaat en : (a) vertrouwelijke informatie bezit over deze kandidaat;of (b) een akkoord heeft of ermee heeft ingestemd een akkoord te sluiten om de kandidaat of een lid van de relevante groep van zo een kandidaat te financieren of op eender welke wijze bij te staan bij de procedure tot toekenning van de vergunning;of (iv) die controle heeft over, of over wie controle wordt uitgeoefend door een persoon vermeld onder (i), (ii) of (iii); of (v) die onderworpen is aan de controle van een persoon die controle heeft over een persoon vermeld onder (i), (ii) of (iii);of (vi) waarover de kandidaat controle heeft; of (vii) waarmee de kandidaat een consortium vormt in de zin van artikel 10 van het Wetboek van Vennootschappen Boek I, Titel II, Hoofdstuk II, met dien verstande dat voor een bepaling van de hoedanigheid van verbonden persoon, de minimum deelneming of het minimum onrechtstreeks belang van 10 % zal worden herleid tot elk percentage hoger dan 0 % indien deze deelneming of dit onrechtstreeks belang in de kandidaat werd genomen met het oog op de procedure tot toekenning van de vergunning. 4° geassocieerde bieder : een kandidaat, hierna te noemen kandidaat A, ten aanzien van een andere kandidaat, hierna te noemen kandidaat B, indien : (i) een verbonden persoon ten aanzien van kandidaat A tevens : (a) Een deelneming bezit van meer dan 15 % in kandidaat B;of (b) Een onrechtstreeks belang bezit van meer dan 15 % in kandidaat B; of (ii) Een persoon die geen verbonden persoon is ten aanzien van enige andere kandidaat : (a) een deelneming bezit van meer dan 15 % in beide kandidaten of een onrechtstreeks belang bezit van meer dan 15 % in beide kandidaten;of (b) een deelneming bezit van meer dan 15 % in één van de kandidaten en een onrechtstreeks belang bezit van meer dan 15 % in de andere kandidaat;of (iii) een verbonden persoon ten aanzien van kandidaat A en een verbonden persoon ten aanzien van kandidaat B : (a) beiden een deelneming of een onrechtstreeks belang bezitten van meer dan 15 % in dezelfde 2G-operator of in een rechtspersoon die controle heeft over dezelfde 2G-operator;of (b) ieder respectievelijk een deelneming van meer dan 15 % bezitten in een 2G-operator, of in een rechtspersoon die controle heeft over deze 2G operator, en een onrechtstreeks belang van meer dan 15 % in deze 2G-operator, of in een rechtspersoon die controle heeft over deze 2G-operator;of vice versa; 5° vertrouwelijke informatie : niet-publieke informatie van welke aard ook die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een bod, hetzij in geschreven vorm hetzij mondeling, op welke drager ook, die, indien zij publiek bekend zou worden gemaakt of bekend zou zijn aan een kandidaat of een met hem verbonden persoon, naar alle waarschijnlijkheid, de hoogte van de prijs die deze kandidaat zich voorneemt te betalen, zou beïnvloeden;vertrouwelijk is in elk geval alle informatie over de strategische oriëntatie van een kandidaat, diens biedstrategie en de prijs die een kandidaat bereid is te betalen, doch met uitzondering van : (i) informatie die algemeen bekend is of wordt wegens een andere oorzaak dan een schending van de bepalingen van dit besluit door een kandidaat, een met hem verbonden persoon of hun ingewijden;</p>\n<p class=\"lf-p\">(ii) informatie die een bestuurder of werknemer van een kandidaat of een met hem verbonden persoon, hierna te noemen het eerste consortium, verkregen heeft voor de datum waarop de kandidaat zijn kandidatuur indient en die betrekking heeft op een andere kandidaat of een met hem verbonden persoon, hierna te noemen het tweede consortium, waarin de betrokkene eveneens bestuurder of werknemer is en die werd meegedeeld teneinde te beslissen of een lid van het eerste consortium al dan niet moet deelnemen als lid van het tweede consortium; (iii) informatie die voor de datum waarop de kandidaat zijn kandidatuur indient werd verstrekt door het eerste consortium of hun ingewijden teneinde een lid van het tweede consortium toe te laten te beslissen of zij al dan niet deel zullen uitmaken van het eerste consortium; (iv) informatie die redelijkerwijze noodzakelijk is voor onderhandelingen met het oog op het afsluiten van een overeenkomst om nationale roaming toe te staan of te verkrijgen met het oog op het verlenen van 3G-diensten; 6° ingewijde : een persoon (i) aan wie vertrouwelijke informatie is bekendgemaakt door een kandidaat of een met hem verbonden persoon;of (ii) die ermee ingestemd heeft zulke kandidaat of een met hem verbonden persoon te financieren of hem op enigerlei wijze bij te staan bij de procedure tot toekenning van de vergunning; 7° relevante verbonden persoon : ten aanzien van een kandidaat, een verbonden persoon die (i) een deelneming of onrechtstreeks belang heeft in het aandelenkapitaal van een kandidaat;of (i) stemrecht heeft in een kandidaat;of (iii) over vertrouwelijke informatie beschikt ten aanzien van een kandidaat; of (iv) ermee heeft ingestemd deze kandidaat of een met hem verbonden persoon te financieren of hem op enigerlei wijze bij te staan bij de procedure tot toekenning van de vergunning. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de doeleinden van de definities van onrechtstreeks belang, deelneming, relevante verbonden persoon en controle, wordt : (i) een voorwaardelijk recht op economische voor- en nadelen met betrekking tot maatschappelijke rechten;of (ii) een voorwaardelijk belang in maatschappelijke rechten; of (iii) een voorwaardelijk recht om maatschappelijke rechten te verwerven; of (iv) een voorwaardelijk recht op stemrecht; dat het gevolg is van een transactie die deel uitmaakt van een fusie of acquisitie beschreven in (a) en (b) hierna slechts in aanmerking genomen : (a) indien de transactie voorwaardelijk is ten aanzien van een fusie of overname of een fusie- of overnamevoorstel, waarvoor een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke goedkeuring door de bevoegde mededingingsrechtelijke autoriteiten moet worden verleend en de hypothese onder (b) niet van toepassing is : op het ogenblik dat zulke voorwaarde vervuld is of hiervan afstand werd gedaan;(b) indien de transactie deel uitmaakt van een fusie of overname of een fusie- of overnamevoorstel waartegen verzet werd aangetekend door bestuurders van een der relevante partijen : op het ogenblik dat de transactie onvoorwaardelijk wordt of plaatsvindt. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beoordeling van deze elementen geschiedt met betrekking tot kandidaten wiens kandidatuur in toepassing van artikel 37 ontvankelijk is verklaard, en op elk later ogenblik van de procedure.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 29</span><span class=\"lf-art-t\">De kandidaten kunnen een verzoek om inlichtingen over de regels van de procedure en de voorstelling van de kandidatuur aan het Instituut richten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elk verzoek om inlichtingen moet vergezeld gaan van een versie waaruit de identiteit van de vraagsteller niet blijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut beantwoordt de vragen ten gronde slechts indien het van oordeel is dat het antwoord bijdraagt tot het goede verloop van de procedure en de gelijkheid van kansen van de kandidaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut zal de vragen en de eventueel gegeven antwoorden bekendmaken in een versie waaruit de identiteit van de vraagsteller niet blijkt. Afdeling II. - Kandidatuur</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30-28\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De kandidaat blijft door zijn kandidatuur gebonden vanaf haar indiening, en met name tot : (i) hem een vergunning wordt toegewezen, of (ii) hij zich op regelmatige wijze terugtrekt uit de procedure tot toekenning van de vergunning, of (iii) hij wordt uitgesloten van de procedure tot toekenning van de vergunning. § 2. Onverminderd §§ 3 en 4 mag de kandidaat geen enkele wijziging aanbrengen aan zijn kandidatuur nadat hij deze kandidatuur heeft ingediend De kandidaat is verplicht het Instituut onmiddellijk schriftelijk in kennis te stellen van gebeurtenissen en feiten die een invloed hebben of zouden kunnen hebben op de verklaringen die de kandidaat aflegde overeenkomstig artikel 33, § 2, 3° tot en met 5°. § 3. Wijzigingen in de aanhoudingsstructuur, zoals meegedeeld in artikel 33, § 2, 6°, van een kandidaat of de met hem verbonden personen gedurende de procedure tot toekenning van de vergunning zijn niet toegelaten. Onverminderd het voorgaande mag een met een kandidaat verbonden persoon zich terugtrekken uit de kandidaat zonder vervangen te worden, en zijn fusies, acquisities, reorganisaties, herstructureringen of andere transacties, met inbegrip van de oprichting van nieuwe vennootschappen of rechtspersonen, die de kandidaat of een met hem verbonden persoon betreffen en die niet tot doel hebben het creëren van een deelneming of onrechtstreeks belang met het oog op de procedure tot toekenning van de vergunning, toegelaten. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien deze toegelaten transacties tot gevolg hebben dat twee eerder onafhankelijke kandidaten geassocieerde bieders, hierna te noemen associatieverhouding, of verbonden personen, hierna te noemen controleverband, worden, stellen de betrokken kandidaten het Instituut onmiddellijk schriftelijk in kennis van hun controleverband of associatieverhouding, alsook in detail van de vorm ervan en van de wijze waarop deze relatie is ontstaan. De betrokken kandidaten of de met hen verbonden personen reorganiseren hun respectieve groepen om het controleverband of de associatieverhouding te elimineren binnen 3 werkdagen volgend op zulke kennisgeving, of binnen een langere periode toegestaan door de Minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schending van de bepalingen van dit artikel leidt tot de uitsluiting van de betreffende kandidaten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 31</span><span class=\"lf-art-t\">Enkel een rechtspersoon kan een kandidatuur indienen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De 2G-operator die kandidaat is of die behoort tot de relevante groep van een kandidaat verbindt er zich toe artikel 5 na te leven en ondertekent daartoe de verklaring bedoeld in artikel 33, § 2, 12°</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De kandidatuur moet ingediend worden op de volgende wijze : 1° op werkdagen tussen 9 en 17 uur, en uiterlijk op de datum en het uur door de Minister bepaald en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt;2° bij het Instituut, Sterrenkundelaan 14, bus 21, 1210 Brussel, tegen afgifte van een ontvangstbewijs;3° in tien exemplaren, met aanduiding van een origineel exemplaar dat medeondertekend wordt door de gemachtigde vertegenwoordigers van alle personen in wiens naam de kandidaat optreedt; § 2. De kandidatuur moet de volgende gegevens bevatten : 1° het adres, telefoon- en faxnummer in België waarop de kandidaat op werkdagen, tussen 8 en 19 uur, bereikt kan worden, en dat voor deze procedure geldt als het officiële adres van de kandidaat met de bedoeling er documenten af te leveren, kennisgevingen te doen geworden en betekeningen te verrichten;2° de namen, titels, hoedanigheden en handtekeningen van drie personen die wettelijk bevoegd zijn om de kandidaat ten volle te vertegenwoordigen krachtens de wet of de statuten van de kandidaat voor alle handelingen die verband kunnen hebben met de procedure tot toekenning van de vergunning;3° de statuten van de kandidaat of, bij gebreke daarvan equivalente documenten die de werking van de kandidaat regelen;4° het bewijs, of indien een dergelijk bewijs niet uitgereikt wordt in het land waar de zetel van de kandidaat gevestigd is, een verklaring onder ede dat de kandidaat en, in voorkomend geval, de ondernemingen die deel uitmaken van de kandidaat : 1.niet in staat van faillissement of van vereffening of een gelijkaardige toestand verkeert of verkeren; en 2. geen aangifte heeft of hebben gedaan van faillissement en niet in een vereffeningsprocedure of procedure van gerechtelijk akkoord betrokken is of zijn, en niet in een gelijkaardige procedure volgens een buitenlandse reglementering betrokken is of zijn;5° een lijst van ingewijden van de kandidaat;6° een gedetailleerd, duidelijk en volledig overzicht van de aanhoudingsstructuur van de kandidaat met, in voorkomend geval, vermelding van elk van de volgende gegevens : alle met de kandidaat verbonden personen, met voor elk van hen, opgave van het verband dat uitlegt waarom deze personen verbonden personen zijn ten opzichte van de kandidaat, zowel als, indien toepasselijk, een lijst van de relevante verbonden personen en, indien deze gekend zijn, geassocieerde bieders;7° het ondertekende attest van conformiteit van de kandidaat bedoeld in bijlage 1;8° het bewijs van de betaling van het bedrag overeenkomstig artikel 34;9° het bankrekeningnummer van de kandidaat waarop het bedrag overeenkomstig artikel 34 kan teruggestort worden indien de kandidaat geen vergunning verkrijgt;10° de IMT-2000 norm die de kandidaat zal gebruiken;11° het bewijs van betaling van de rechten bedoeld in artikel 10;12° voorzover van toepassing : de verklaring met betrekking tot de nationale roaming ondertekend overeenkomstig artikel 32, hetzij door de kandidaat als hij een 2G-operator is, hetzij door de 2G-operator die behoort tot de relevante groep van de kandidaat, bedoeld in bijlage 2;13° de namen, titels en hoedanigheden van de bestuurders en de directieleden van de kandidaat; § 3</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut kan aanwijzingen met betrekking tot de kandidaatstelling vastleggen en publiceren. § 4. Het Instituut controleert of de kandidaturen volledig zijn. Het Instituut legt de Minister een lijst voor van de kandidaten. De Minister legt deze lijst voor aan de Ministerraad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De kandidaat betaalt een bedrag ten belope van 75 miljoen euros. Deze waarborg moet uiterlijk op de datum van indiening van de kandidaturen, onvoorwaardelijk, onherroepelijk, in opeisbare sommen en in euro, ten voordele van de Belgische Staat gestort zijn bij de Nationale Bank van België, op rekening bekendgemaakt door de Minister. § 2. De waarborg brengt intrest op tegen EONIA-rentevoet. De intresten worden gekapitaliseerd op de laatste werkdag van het Europese betalingssysteem TARGET van elke maand. De waarborg van de kandidaten die een vergunning verkrijgen, brengt intrest op tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de Minister de kandidaat er kennis van geeft dat hij een vergunning verkregen heeft overeenkomstig artikel 64 De waarborg van de kandidaten die geen vergunning verkrijgen, brengt intrest op tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop hij wordt teruggestort.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35-33\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Een kandidaat die aan de ontvankelijkheidsvereisten van de artikelen 31, 32, 33 en 34 voldoet, zal niet worden toegelaten tot de toewijzing bij opbod indien : (i) deze kandidaat een verbonden persoon is in verhouding tot een andere kandidaat;of (ii) indien er ten aanzien van deze kandidaat een relevante verbonden persoon bestaat die tevens een relevante verbonden persoon is ten aanzien van een andere kandidaat; tenzij : (a) de Minister toepassing maakt van de vrijstelling overeenkomstig artikel 39;of (b) één van de kandidaten die zich in de situatie van het eerste lid bevindt zijn kandidatuur intrekt binnen de termijn die de Minister vaststelt;of (c) kandidaten zich op zodanige wijze reorganiseren dat zij niet onder het toepassingsgebied van dit artikel vallen binnen de termijn die Minister vaststelt. § 2 De Minister stelt de kandidaten die zich in de hypothesen onder (i) en (ii) bevinden in kennis van hun uitsluiting, vrijstelling of de termijn waarover zij beschikken om zich terug te trekken of zich te reorganiseren. Indien de Minister de kandidaten een termijn geeft om zich te reorganiseren, deelt hij de kandidaten die zich niet terugtrokken bij het verstrijken van de termijn zijn beslissing mee omtrent hun deelname of uitsluiting van de toewijzing bij opbod.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 36</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut onderzoekt of de ingediende kandidaturen ontvankelijk zijn op basis van de artikelen 31, 32, 33, 34 en 35 en stelt hiervan een verslag op dat aan de Minister ter kennis wordt gebracht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na ontvangst van het verslag van het Instituut neemt de Koning, bij in ministerraad overlegd koninklijk besluit, een beslissing over de ontvankelijkheid van elke ingediende kandidatuur De Minister brengt de beslissing omtrent de ontvankelijkheid van zijn kandidatuur ter kennis van elke kandidaat. Aan de ontvankelijk bevonden kandidaten verstrekt de Minister gelijktijdig een lijst van alle ontvankelijk bevonden kandidaten, samen met de informatie die elk van de ontvankelijke kandidaten bij zijn kandidatuur heeft ingediend, in toepassing van artikel 33, § 2, 6°. Art. 38.Onverminderd de opgave van bijlage 1 overeenkomstig artikel 33, § 2, 6°, bevestigt elke ontvankelijk bevonden kandidaat, binnen de vijf werkdagen na ontvangst van de kennisgeving bedoeld in artikel 37, tweede lid, aan het Instituut, per aangetekend schrijven en per fax, door middel van een verklaring onder ede, of hij al dan niet een geassocieerde bieder is, en, in voorkomend geval, in verhouding tot welke kandidaten hij een geassocieerde bieder is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet-naleving van deze kennisgevingsverplichting, of een valse kennisgeving leiden tot de uitsluiting van rechtswege van de kandidaat van de procedure tot toekenning van de vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na ontvangst van de kennisgeving overeenkomstig het eerste lid, brengt het Instituut schriftelijk ter kennis van de ontvankelijk bevonden kandidaten welke kandidaten aan de eerste fase van de toewijzing bij opbod moeten deelnemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is de Minister op elk ogenblik toegestaan geen rekening te houden met het feit dat een kandidaat of een of meerdere van diens verbonden personen, een verbonden persoon is ten aanzien van een andere kandidaat of een of meerdere van diens verbonden personen, hierna te noemen het controleverband, of het feit dat een kandidaat een geassocieerde bieder is ten aanzien van een andere kandidaat, hierna te noemen de associatieverhouding, indien al de volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn : (i) het controleverband of de associatieverhouding is van tijdelijke aard;en (ii) het controleverband of de associatieverhouding werd niet tot stand gebracht met het oog op de procedure tot toekenning van de vergunning; en (iii) aangepaste maatregelen werden getroffen die door de Minister voldoende werden bevonden teneinde te verzekeren dat : (a) geen van de kandidaten een beslissende invloed kan uitoefenen op de andere kandidaat of met deze laatste verbonden personen of geassocieerde bieders, die tot gevolg zou hebben dat de oriëntatie van het beleid van deze kandidaat wordt bepaald overeenkomstig de instructies van een andere kandidaat;en (b) geen met meer dan één kandidaat verbonden persoon een beslissende invloed kan of zal uitoefenen op de oriëntatie van het beleid van twee of meerdere kandidaten;en (c) geen van de kandidaten vertrouwelijke informatie verkrijgt of doorgeeft aan de andere kandidaat;en (d) geen van de met de kandidaten verbonden personen vertrouwelijke informatie verkrijgt of doorgeeft aan de andere kandidaat De Minister deelt de kandidaat mee of in zijn geval toepassing wordt gemaakt van de vrijstelling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-40\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 40</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarborg, inbegrepen de intrest, van de onontvankelijk bevonden kandidaten wordt op hun rekening teruggestort die werd meegedeeld overeenkomstig artikel 33 § 2, 9°. Afdeling III. - Procedure van de toewijzing bij opbod Onderafdeling I. - Principes, communicatie, organisatie en vertrouwelijke informatie Art. 41.Een kandidaat kan slechts op één vergunning tegelijk bieden en kan slechts één vergunning toegekend krijgen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 42</span><span class=\"lf-art-t\">Het Instituut bepaalt de wijze van communicatie tussen het Instituut en de kandidaten tijdens de toewijzing bij opbod</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 43</span><span class=\"lf-art-t\">Elke kandidaat onthoudt zich van elke gedraging of bekendmaking die het goede en ordelijke verloop van de toewijzing bij opbod verstoort</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 44</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Elke kandidaat, de met hem verbonden personen en zijn ingewijden onthouden zich, op straffe van uitsluiting van de kandidatuur, van de uitwisseling van vertrouwelijke informatie en van afspraken met andere kandidaten of met met andere kandidaten verbonden personen, en van elke andere handeling die de uitkomst van de procedure kan beïnvloeden of die afbreuk kan doen aan de mededinging in de toewijzing bij opbod. § 2. Elke kandidaat, de met hem verbonden personen en zijn ingewijden onthouden zich ervan, op straffe van uitsluiting van de kandidaat, een overeenkomst te sluiten of toe te laten, of een afspraak te maken of toe te laten met een leverancier van uitrusting of van software die : (i) enige beperking aan de leverancier oplegt, of zou opleggen, met betrekking tot de aard of de hoeveelheid eindapparatuur of met betrekking tot de aard of de hoeveelheid uitrusting of software die deze levert of aanbiedt te leveren aan een andere kandidaat met de bedoeling een netwerk te plannen, bouwen of beheren in overeenstemming met één van de vergunningen, of (ii) enige beperking oplegt, of zou opleggen, met betrekking tot de prijzen of andere voorwaarden waartegen hij de uitrusting of software levert of aanbiedt te leveren, met de bedoeling zoals aangeduid in (i), tegenover enige andere kandidaat Indien een directeur of werknemer van een kandidaat of van een verbonden persoon ten aanzien van een kandidaat, tevens een directeur of werknemer is van een andere kandidaat of van een met een andere kandidaat verbonden persoon, verzekeren deze kandidaten, onverminderd artikel 62 en op straffe van uitsluiting van de kandidaten, dat deze persoon : (i) niet betrokken is bij de voorbereiding van beide kandidaten of van hun respectieve verbonden personen op de toewijzing bij opbod; (ii) geen vertrouwelijke informatie bezit of verkrijgt met betrekking tot beide kandidaten of hun respectieve verbonden personen; (iii) geen vertrouwelijke informatie van de ene kandidaat of de met deze kandidaat verbonden personen of zijn ingewijden doorgeeft aan de andere kandidaat of de met de andere kandidaat verbonden personen of zijn ingewijden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45-41\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 45</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Minister behoudt zich het recht voor slechts een toewijzing bij opbod te organiseren wanneer het aantal ontvankelijk bevonden kandidaten voor de tweede fase van de toewijzing bij opbod hoger is dan het aantal toe te kennen vergunningen Indien de Minister de procedure stopzet, stelt het Instituut alle kandidaten hiervan schriftelijk in kennis, en wordt de waarborg, inbegrepen de intrest, van de kandidaten teruggestort overeenkomstig artikel 33, § 2, 9°. Art. 46.Na de kennisgeving bedoeld in artikel 38 stelt het Instituut de kandidaten schriftelijk in kennis van : 1° een set van genummerde paswoorden, telefoonnummers en elke andere relevante informatie die de kandidaat dient te gebruiken om een bod uit te brengen en te bewijzen dat elke mededeling die hij in het kader van de toewijzing bij opbod doet van hem afkomstig is;2° het al dan niet organiseren van de eerste fase van de toewijzing bij opbod en, in voorkomend geval, welke kandidaten daaraan deelnemen, alsook het tijdstip van begin en einde van de eerste ronde van de eerste fase en de volgorde waarin geboden moet worden;3° indien de eerste fase niet wordt georganiseerd, het tijdstip van begin en einde van de eerste ronde van de tweede fase;4° in voorkomend geval, eventueel de overige inlichtingen en documenten die de kandidaat nodig heeft om te kunnen deelnemen aan de toewijzing bij opbod. Art. 47.De kandidaat dient zijn bod op de door het Instituut aangegeven wijze uit te brengen binnen de vastgelegde duur van elke ronde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk bod bestaat uit een bedrag dat een heel veelvoud is van 100 000 euros. Art. 48.Elke kandidaat is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden tot : (i) in de eerste fase van de toewijzing bij opbod : (a) hij een regelmatig bindend hoger bod uitbrengt, of (b) hem ter kennis is gebracht dat hij niet mag deelnemen aan de tweede fase overeenkomstig artikel 54; (ii) in de tweede fase van de toewijzing bij opbod, een andere kandidaat een regelmatig bindend hoger bod uitbrengt op dezelfde vergunning. Art. 49.Uiterlijk op het ogenblik dat de kandidaat een bod uitbrengt dat een veelvoud overstijgt van 150 miljoen euro en vanaf 450 miljoen euros, verhoogt de kandidaat telkens zijn waarborg met een storting van 37,5 miljoen euros.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bewijs van de verhoging van de waarborg dient bij het Instituut toe te komen voor het ogenblik waarop de kandidaat het bod uitbrengt dat aanleiding geeft tot de verhoging van de waarborg. Een bod uitgebracht zonder de vereiste verhoging van de waarborg is nietig, en leidt tot de uitsluiting van de kandidaat. De Minister neemt de beslissing tot uitsluiting van de kandidaat en brengt de beslissing ter kennis van de kandidaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling II. - Eerste fase van de toewijzing bij opbod Art. 50.Kandidaten wiens kandidatuur ontvankelijk werd verklaard, en die geassocieerde bieders zijn en hiervan, overeenkomstig artikel 38, tijdig kennis hebben gegeven, nemen deel aan de eerste fase van de toewijzing bij opbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er geen geassocieerde bieders zijn, wordt de eerste fase van de toewijzing bij opbod niet georganiseerd, en wordt aangevangen met de tweede fase.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 51</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De eerste fase van de toewijzing bij opbod bestaat uit één of meerdere subtoewijzingen bij opbod. Per groep van geassocieerde bieders wordt een subtoewijzing bij opbod georganiseerd. Het Instituut deelt aan de betrokken kandidaten mee in welke subtoewijzing bij opbod en in welke volgorde zij een bod moeten uitbrengen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 52</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Tijdens zijn ronde(s), meegedeeld door het Instituut overeenkomstig artikel 46, 2°, brengt de kandidaat telkens het zijn beurt is, een bod uit of trekt hij zich definitief en onherroepelijk terug uit de subtoewijzing bij opbod. § 2. Na een ronde en voor de start van de volgende ronde, brengt het Instituut de volgende gegevens ter kennis van elke kandidaat die aan die subtoewijzing bij opbod deelneemt : 1° het bod gemaakt in de vorige ronde van die subtoewijzing bij opbod;2° welke kandidaten zich uit de toewijzing bij opbod teruggetrokken hebben;3° welke kandidaten van de toewijzing bij opbod uitgesloten werden;4° het tijdstip waarop de volgende ronde zal starten;5° het tijdstip waarop de volgende ronde zal eindigen;6° welke kandidaat aan de volgende ronde moet deelnemen;7° het minimum- en maximumbod in de volgende ronde, bepaald overeenkomstig § 3. Na een ronde en voor de start van de volgende ronde, brengt het Instituut de kandidaat die in de volgende ronde moet deelnemen het nummer van het in de volgende ronde te gebruiken paswoord ter kennis. § 3. Het minimumbod in de eerste ronde van elke subtoewijzing bij opbod van de eerste fase is gelijk aan het minimum uniek concessierecht Na de eerste ronde van elke subtoewijzing bij opbod, en daarna voor de start van elke ronde van de subtoewijzing bij opbod, bepaalt het Instituut per subtoewijzing per opbod het minimumbod en maximumbod voor die ronde, op basis van de volgende principes : 1. het minimumbod is gelijk aan het hoogste regelmatige bod, verhoogd met 0 tot 30 %;2. het maximumbod is gelijk aan het hoogste regelmatige bod, verhoogd met 0 tot 50 %. § 4. Na elke ronde, en voor de in § 2 bedoelde kennisgeving, gaat het Instituut per subtoewijzing bij opbod na of een geassocieerde bieder die nog een bod mag uitbrengen in de subtoewijzing bij opbod, nog steeds als een geassocieerde bieder ten aanzien van de overige geassocieerde bieders van dezelfde toewijzing bij opbod dient beschouwd te worden. Indien dat niet het geval is, wordt zulks geacht een terugtrekking uit de eerste fase van de toewijzing bij opbod uit te maken en zullen de kandidaten die niet langer geassocieerde bieders zijn in aanmerking komen om te worden toegelaten tot de tweede fase van de toewijzing bij opbod overeenkomstig artikel 53.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling III. - Tweede fase van de toewijzing bij opbod Art. 53.Kandidaten die ontvankelijk bevonden zijn volgens de artikelen 31, 32, 33, 34 en 35 en die worden toegelaten tot de tweede fase van de toewijzing bij opbod, zijn kandidaten die geen geassocieerde bieders zijn en niet dienden deel te nemen aan de eerste fase van de toewijzing bij opbod; en, in de volgende rangorde, kandidaten die : 1° geassocieerde bieders zijn die overbleven na de laatste ronde (van elke subtoewijzing bij opbod) van de eerste fase van de toewijzing bij opbod;2° geassocieerde bieders zijn die geacht worden zich teruggetrokken te hebben uit de eerste fase doordat zij niet langer geassocieerde bieders zijn ten aanzien van een andere kandidaat;3° geassocieerde bieders zijn die zich teruggetrokken hebben uit de eerste fase en minstens één bod uitgebracht hebben, en die : (i) geen geassocieerde bieder zijn ten opzichte van de in 1° en 2° genoemde kandidaten; (ii) het hoogste regelmatig bod hebben uitgebracht in vergelijking met de met hen geassocieerde bieders die onder onderdeel 3° vallen; 4° geassocieerde bieders zijn die zich teruggetrokken hebben uit de eerste fase zonder enig bod uitgebracht te hebben, en die : (i) geen geassocieerde bieders zijn ten opzichte van de in 1°, 2° en 3° genoemde kandidaten; (ii) werden uitgekozen door de Minister bij loting; (iii) geen geassocieerde bieders zijn met de kandidaten die eerst werden uitgeloot om te worden toegelaten tot de tweede fase van de toewijzing bij opbod op grond van onderdeel 4°.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54-44\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 54</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de aanvang van de tweede fase van de toewijzing bij opbod brengt het Instituut de kandidaten de volgende gegevens ter kennis : 1° welke kandidaten deelnemen aan de tweede fase van de toewijzing bij opbod;2° het tijdstip van het begin van de eerste ronde, dat minstens drie werkdagen na deze kennisgeving zal vallen;3° het tijdstip van het einde van de eerste ronde;4° het aangepast minimumbod per kandidaat ten gevolge van de eerste fase van de toewijzing bij opbod;5° het nummer van het te gebruiken paswoord in de eerste ronde</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 55</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het Instituut beslist hoeveel ronden er per dag georganiseerd worden. In principe is er elke werkdag minstens één ronde. Het Instituut mag evenwel, mits kennisgeving aan de kandidaten, beslissen op bepaalde werkdagen geen ronde te organiseren. § 2. Zodra er zes of minder kandidaten zijn, kan een kandidaat een rustdag aanvragen na een ronde. Indien het verzoek voor 14 uur wordt ontvangen, geldt het voor de resterende duur van die werkdag. Indien het verzoek na 14 uur wordt ontvangen, geldt het verzoek voor de resterende duur van die werkdag en voor de volgende werkdag. Het Instituut kent de rustdag op aanvraag toe en geeft er onmiddellijk kennis van aan al de kandidaten Een kandidaat kan slechts tweemaal om een rustdag verzoeken. § 3. In elke ronde moet elke kandidaat, met uitzondering van de kandidaat die het hoogste regelmatig bod voor die vergunning uitbracht in de vorige ronde, het Instituut in kennis stellen van : 1° zijn bod met aanduiding van de beoogde vergunning, overeenkomstig artikel 56, § 1 en 2, of 2° zijn terugtrekking uit de bieding, overeenkomstig artikel 56, § 3, of 3° zijn beroep op een paskaart, overeenkomstig artikel 56, § 4. De kandidaat die in een ronde het hoogste regelmatige bod uitbrengt op een bepaalde vergunning, mag in de daaropvolgende rondes geen van de drie meldingen voorzien in het eerste lid uitbrengen, totdat een andere kandidaat een hoger regelmatig bod heeft uitgebracht op die bepaalde vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het vorige lid, wordt een kandidaat die nalaat één van de drie meldingen uit te brengen binnen de door het Instituut opgegeven duur van die ronde, geacht een paskaart gebruikt te hebben, zo de betrokken kandidaat nog paskaarten heeft overeenkomstig artikel 56, § 4. Indien de kandidaat geen paskaarten meer heeft, wordt hij geacht zich teruggetrokken te hebben uit de toewijzing bij opbod. § 4. De kandidaten die reeds deelnamen aan de eerste fase van de toewijzing bij opbod moeten in de eerste ronde van de tweede fase van de toewijzing bij opbod een bod uitbrengen dat gelijk is aan of hoger dan hun laatste bod in de eerste fase; bij gebreke daaraan worden zij geacht een bod uitgebracht te hebben gelijk aan hun hoogste bod in de eerste fase, op een vergunning die de Minister aanduidt middels loting. Art. 56.§ 1. Elk bod identificeert een specifieke vergunning en bepaalt het bedrag van het bod en de informatie vereist om de kandidaat te kunnen identificeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 55, § 4, is het minimumbod in de eerste ronde gelijk aan het minimum uniek concessierecht. § 2. Het Instituut bepaalt het maximumbod per vergunning voor de eerste ronde. Het maximumbod per vergunning voor een ronde is gelijk aan het minimum uniek concessierecht, verhoogd met 0 tot 50 %, uitgezonderd voor kandidaten die in de eerste fase een bod uitbrachten dat hoger is dan het op deze wijze vastgestelde maximumbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorafgaand aan de start van de tweede en elke daarop volgende ronde bepaalt het Instituut het minimumbod en maximumbod per vergunning voor die ronde, met inachtnaming van de volgende beginselen : 1. het minimumbod per vergunning is gelijk aan het hoogste regelmatige bod op die vergunning, verhoogd met 0 tot 30 %;2. het maximumbod per vergunning is gelijk aan het hoogste regelmatige bod op die vergunning, verhoogd met 0 tot 50 %. § 3. Elke kandidaat, met uitzondering van de kandidaten die het hoogste regelmatige bod op een bepaalde vergunning uitbrachten, mag zich in een volgende ronde uit de toewijzing bij opbod terugtrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze terugtrekking is definitief en onherroepelijk. § 4. Elke kandidaat, met uitzondering van de kandidaten die het hoogste regelmatige bod op een bepaalde vergunning uitbrachten, mag een beroep doen op een paskaart als alternatief voor een bod of terugtrekking. Een kandidaat mag in totaal maximaal driemaal passen tijdens de tweede fase van de toewijzing bij opbod.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 57</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na elke ronde brengt het Instituut de overblijvende kandidaten de volgende gegevens ter kennis met betrekking tot de vorige ronde : 1° het hoogste bod per vergunning, en de identiteit van de kandidaat die het bod uitbracht;2° de overige biedingen per vergunning en de identiteit van de kandidaten die de biedingen uitbrachten;3° welke kandidaten zich hebben teruggetrokken;4° welke kandidaten een beroep op een paskaart hebben gedaan;5° welke kandidaten van de toewijzing bij opbod werden uitgesloten;6° het tijdstip van begin en einde van de volgende ronde;7° welke kandidaten aan de volgende ronde mogen deelnemen;8° het minimum- en maximumbod per vergunning in de volgende ronde;9° het nummer van het in de volgende ronde te gebruiken paswoord</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 58</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien in een ronde twee of meer kandidaten hetzelfde hoogste bod op een bepaalde vergunning uitbrengen, bepaalt het Instituut via loting wie van deze kandidaten geacht wordt het hoogste bod op die bepaalde vergunning in die ronde te hebben uitgebracht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-59\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 59</span><span class=\"lf-art-t\">De laatste ronde is de ronde, op het einde waarvan geen enkele kandidaat het Instituut in kennis stelt van een bod of zijn beroep op een paskaart</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-60\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 60</span><span class=\"lf-art-t\">Na de laatste ronde stelt het Instituut het hoogste bod per vergunning vast. Dit bedrag per vergunning is het uniek concessierecht bedoeld in artikel 25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaten worden hiervan na het einde van de laatste ronde in kennis gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut stelt een verslag op van het verloop van de toewijzing bij opbod en brengt dit ter kennis van de Minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling IV. - Praktische organisatie van en toezicht op de procedure tot toekenning van de vergunning Art. 61.Het Instituut staat in voor het ordelijk verloop en de praktische organisatie van de procedure tot toekenning van de vergunning; het Instituut kan daartoe alle nuttige maatregelen nemen. Art. 62.§ 1. Het Instituut stelt inbreuken vast die leiden tot nietigheid van het bod of uitsluiting van de procedure tot toekenning van de vergunning, en stelt de Minister hiervan in kennis. De Minister beslist in elk geval tot uitsluiting van de kandidaat indien : 1. de kandidaat een inbreuk maakt op artikel 44 of 2.de kandidaat op enige andere wijze het verloop van de procedure tot toekenning van de vergunning manipuleert of daartoe pogingen onderneemt. § 2. Bovendien dient het Instituut in dit geval eveneens klacht in bij de bevoegde mededingingsautoriteiten, en legt het klacht met burgerlijke partijstelling neer in handen van de bevoegde onderzoeksrechter. Afdeling IV. - Toekenning van de vergunningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 63</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Minister legt aan de Ministerraad het voorstel tot toekenning van een vergunning aan de kandidaat die voor die vergunning het hoogste bod uitbracht, ter goedkeuring voor De Koning verleent, bij in Ministerraad overlegd besluit, de vergunning en deze wordt onverwijld ter kennis gebracht van de kandidaat. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister geeft elke operator onverwijld kennis van zijn vergunning en van het op rekening van het Instituut te betalen saldo.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarborg, inbegrepen de intrest, van de kandidaten waaraan geen vergunning wordt toegekend, wordt op hun rekening teruggestort, meegedeeld overeenkomstig artikel 33, § 2, 9°. Art. 64.Binnen vijftien dagen na de kennisgeving bedoeld in artikel 63 betaalt de vergunde operator het uniek concessierecht bedoeld in artikel 60, verminderd met de waarborg, inbegrepen de intrest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen vijftien dagen na ontvangst van de kennisgeving van de vergunning bevestigt de vergunde operator formeel zijn akkoord met de voorwaarden van de vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet-betaling, laattijdige of onvolledige betaling van het saldo van het uniek concessierecht houdt het verval van rechtswege van de vergunning in. In dat geval kan de Minister aan de Ministerraad voorstellen een nieuwe procedure tot toekenning van de vergunning te organiseren voor die vergunning, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit. De van de vergunning vervallen verklaarde kandidaat en elke met hem verbonden persoon is van deelname aan deze procedure uitgesloten. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen Art. 65.Indien dit door onvoorziene omstandigheden of het algemeen belang gerechtvaardigd wordt, kan de Minister, die het advies inwint van het Instituut, besluiten de procedure bedoeld in Hoofdstuk III te schorsen of stop te zetten. De kandidaten worden hiervan onverwijld schriftelijk in kennis gesteld en in geval van stopzetting wordt hun waarborg, inbegrepen de intrest, onverwijld teruggestort. Art. 66.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 67.Onze Minister bevoegd voor telecommunicatie is belast met de uitvoering van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 18 januari 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Telecommunicatie R. DAEMS Bijlage 1 Attest van conformiteit van de kandidaat Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 18 januari 2001 tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaat waarborgt en verklaart : (i) dat de kandidaat, overeenkomstig de wetgeving waaraan hij onderworpen is, bevoegd is om aan de procedure tot toekenning van de vergunning deel te nemen en beschikt over alle noodzakelijke toestemmingen, toelatingen en goedkeuringen, uitgezonderd deze die, krachtens een wet of reglement, slechts zullen worden verkregen nadat de resultaten van de procedure gekend zijn. (ii) dat de kandidaat kennis heeft genomen van en in staat is om de bepalingen en voorwaarden van de vergunning, die uitgereikt zal worden naar aanleiding van deze procedure, na te leven. (iii) dat, voorzover de kandidaat en een met hem verbonden persoon weet of behoort te weten, de feitelijke informatie voorzien in of ter ondersteuning van de kandidatuur op alle materiële punten waarachtig, correct en volledig is, en elke erin uitgedrukte opinie een eerlijk verkondigde mening is. (iv) dat de kandidaat zich sterk maakt dat alle met hem verbonden personen en ingewijden de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 januari 2001 tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie zullen naleven. (v) dat noch de kandidaat noch de met hem verbonden personen hun gedrag zullen afstemmen of pogen af te stemmen op een andere kandidaat of enige andere persoon die een met een andere kandidaat verbonden persoon is.Ook zullen ze op geen enkele andere wijze de uitkomst van de procedure tot toekenning van de vergunning manipuleren of proberen te manipuleren. De kandidaat bevestigt en verzekert dat hij vanaf de indiening van zijn kandidatuur geen vertrouwelijke informatie aan een andere kandidaat zal onthullen en er zich van zal onthouden vertrouwelijke informatie met betrekking tot een andere kandidaat op te sporen. (vi) dat noch de kandidaat noch de met hem verbonden personen een overeenkomst hebben afgesloten of zullen afsluiten, of een afspraak hebben gemaakt of zullen maken met een andere kandidaat of met een met een andere kandidaat verbonden persoon om hun gedrag op elkaar af te stemmen of op enige andere wijze de uitkomst van de procedure tot toekenning van de vergunning te manipuleren of te proberen te manipuleren. (vii) dat noch de kandidaat noch de met hem verbonden personen een exclusieve overeenkomst met het oog op de procedure tot toekenning van de vergunning aangegaan zijn of voornemens zijn om een exclusieve overeenkomst aan te gaan die de mogelijkheid van een andere kandidaat om een netwerk op te bouwen en te exploiteren, zou kunnen beperken of de middelen tot uitbouw van hun diensten zou beperken.</p>\n<p class=\"lf-p\">(viii) dat, voorzover hij weet of behoort te weten, waarbij hij alle redelijkerwijs te verwachten inlichtingen heeft ingewonnen, geen enkele relevante verbonden persoon van de ene kandidaat een relevante verbonden persoon van een andere kandidaat is. (ix) dat, voorzover hij weet of behoort te weten, waarbij hij alle redelijkerwijs te verwachten inlichtingen heeft ingewonnen, geen enkele persoon die een bestuurder of werknemer of lid is van één kandidaat of een verbonden persoon ten aanzien van één kandidaat, en die tegelijkertijd een bestuurder of werknemer of lid is van een andere kandidaat of een verbonden persoon ten aanzien van een andere kandidaat : (a) deelgenomen heeft aan of zal deelnemen aan de voorbereiding van één kandidaat of een verbonden persoon ten aanzien van één kandidaat en aan de voorbereiding van een andere kandidaat of een verbonden persoon ten aanzien van een andere kandidaat voor de deelneming aan de procedure tot toekenning van de vergunning;en (b) in bezit geweest is of zal zijn van vertrouwelijke informatie met betrekking tot één kandidaat of een verbonden persoon ten aanzien van één kandidaat en van vertrouwelijke informatie met betrekking tot een andere kandidaat of een verbonden persoon ten aanzien van een andere kandidaat;en (c) vertrouwelijke informatie met betrekking tot één kandidaat of een verbonden persoon ten aanzien van één kandidaat aan een andere kandidaat of een verbonden persoon ten aanzien van een andere kandidaat heeft doorgegeven of zal doorgeven.(x) dat noch de kandidaat noch de met hem verbonden personen, noch een van hun bestuurders, functionarissen of vertegenwoordigers het voorwerp zijn van een gerechtelijk onderzoek of gerechtelijke procedure in België of in het buitenland, waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat het hun zaken negatief zou kunnen beïnvloeden of de mogelijkheid van de kandidaat om deel te nemen aan de procedure tot toekenning van de vergunning of te voldoen aan de voorwaarden van een vergunning in materiële zin zou kunnen beïnvloeden, en dat er geen reden is om aan te nemen dat een dergelijk onderzoek of een dergelijke procedure tijdens de procedure zou kunnen worden ingesteld. (xi) dat noch van de kandidaat noch van een lid van de met hem verbonden personen een vergunning in verband met telecommunicatie of radiocommunicatie of enig ander document of andere toewijzing van een radioelektrisch spectrum in België werd ingetrokken ingevolge een gebrek van of inbreuk door de kandidaat of de met hem verbonden personen tegen de bepalingen van die vergunning of enig ander document of andere toewijzing van een radioelektrisch spectrum in België of elders. (xii) dat noch de kandidaat noch een met hem verbonden persoon partij zijn in een burgerlijk geding of een burgerlijke procedure waarvan kan worden verwacht dat het een materiële en negatieve impact zal hebben op het vermogen van de kandidaat om deel te nemen aan de procedure tot toekenning van de vergunning of te voldoen aan de voorwaarden van een vergunning uitgereikt ingevolge de procedure tot toekenning van de vergunning. [Plaats, datum] Voor de kandidaat [naam, hoedanigheid en handtekening van de persoon of personen die rechtsgeldig de kandidaat kunnen verbinden] Bijlage 2 Verklaring inzake nationale roaming Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 00 januari 2001 tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondergetekende, die 2G-operator is en hetzij behoort tot de relevante groep van een kandidaat hetzij zelf kandidaat is voor het bekomen van een vergunning voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie, verklaart goed kennis te hebben genomen van de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 januari 2001. tot vaststelling van het bestek en de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiestystemen van de derde generatie en meer bepaald van artikel 5 en de bepalingen inzake nationale roaming. Ondergetekende verklaart zich te onderwerpen aan de toepassing van artikel 5, en verbindt zich er toe loyale medewerking te verlenen aan de uitvoering van deze bepalingen indien aan hem of aan de kandidaat tot wiens relevante groep hij behoort een vergunning wordt toegekend in toepassing van dit koninklijk besluit. [Plaats, datum] Voor de kandidaat of voor de 2G-operator die behoort tot de relevante groep van de kandidaat [naam, hoedanigheid en handtekening van de persoon of personen die rechtsgeldig de kandidaat kunnen verbinden].</p></div>", "next": 0}