← België

Wet houdende instemming met de Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haa

Kort samengevat

Deze wet bekrachtigt een Europees-mediterrane Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, en de Democratische Volksrepubliek Algerije. Het doel is om een diepgaande samenwerking en een vrijhandelszone tot stand te brengen.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
13 MEI 2003. - Wet houdende instemming met de Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lid-Staten, enerzijds, en de Democratische Volksrepubliek Algerije, anderzijds, met de Bijlagen 1, 2, 3, 4, 5 en 6, met de Protocollen 1, 2, 3, 4, 5 en 6, en met de Slotakte, gedaan te Valencia op 22 april 2002 (1) (2) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Art. 2.De Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lid-Staten, enerzijds, en de Democratische Volksrepubliek Algerije, anderzijds, de Bijlagen 1, 2, 3, 4, 5 en 6, de Protocollen 1, 2, 3, 4, 5 en 6, en de Slotakte, gedaan te Valencia op 22 april 2002, zullen volkomen gevolg hebben. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, op 13 mei 2003. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, L. MICHEL Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota Senaat. (1) Zitting 2002-2003. Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 13 februari 2003, nr. 2-1471/1. Parlementaire Handelingen . - Bespreking, vergadering van 27 maart 2003. Stemming, vergadering van 27 maart 2003. Kamer. Zitting 2002-2003. Documenten. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 50-2417/1. Verslag namens de commissie 50-2417/2. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 50-2417/3. Parlementaire Handelingen . - Stemming, vergadering van 4 april 2003. (2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 5 december 2003 (Belgisch Staatsblad van 26 mei 2003), Decreet van de Franse Gemeenschap van 8 mei 2003 (Belgisch Staatsblad van 26 mei 2003), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 28 april 2003 (Belgisch Staatsblad van 18 december 2003), Decreet van het Waalse Gewest van 6 juni 2003 (Belgisch Staatsblad van 23 en 24 juni 2003), Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 13 februari 2003 (Belgisch Staatsblad van 4 maart 2003) en Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 9 januari 2003 (Belgisch Staatsblad van 24 april 2003). EUROPEES-MEDITERRANE OVEREENKOMST WAARBIJ EEN ASSOCIATIE TOT STAND WORDT GEBRACHT TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN HAAR LID-STATEN, ENERZIJDS, EN DE DEMOCRATISCHE VOLKSREPUBLIEK ALGERIJE, ANDERZIJDS HET KONINKRIJK BELGIE, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, IERLAND, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE PORTUGESE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK FINLAND, HET KONINKRIJK ZWEDEN, HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIE EN NOORD-IERLAND, partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, hierna "lid-Staten" genoemd, en DE EUROPESE GEMEENSCHAP, hierna "Gemeenschap" genoemd, enerzijds, en DE DEMOCRATISCHE VOLKSREPUBLIEK ALGERIJE, hierna "Algerije" genoemd, anderzijds, GELET OP de nabijheid en de onderlinge afhankelijkheid van de Gemeenschap, haar lid-Staten en Algerije, gegrondvest op hun historische banden en gemeenschappelijke waarden; OVERWEGENDE dat de Gemeenschap, de lid-Staten en Algerije deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van wederkerigheid, solidariteit, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling tot stand wensen te brengen; GELET op het belang dat de partijen hechten aan de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten en de politieke en economische vrijheden waarop de associatie is gegrondvest; ZICH BEWUST van het belang van de betrekkingen in de algemene Europees-mediterrane context, enerzijds, en van de doelstelling van integratie van de landen van de Maghreb, anderzijds; WENSENDE de doelstellingen van hun associatie volledig te verwezenlijken door uitvoering van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst en zo de niveaus van economische en sociale ontwikkeling van de Gemeenschap en van Algerije nader tot elkaar te brengen; ZICH BEWUST van het belang van deze overeenkomst, die gebaseerd is op wederzijdse belangen, wederzijdse concessies, samenwerking en dialoog; VERLANGENDE politiek overleg over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te verdiepen; ZICH BEWUST van de dreiging die het terrorisme en de internationale georganiseerde criminaliteit vormen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van partnerschap en stabiliteit in de regio; GELET op de bereidheid van de Gemeenschap om Algerije aanzienlijke steun te verlenen in zijn streven naar hervorming en aanpassing op economisch vlak en naar sociale ontwikkeling; GELET op de keuze van zowel de Gemeenschap als Algerije voor vrijhandel in overeenstemming met de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel GATT), zoals voortgekomen uit de Uruguay-ronde; VERLANGENDE samenwerking in te stellen die steunt op een regelmatige dialoog op economisch, wetenschappelijk, technologisch, sociaal, cultureel en audiovisueel gebied en op het gebied van het milieu, met het oog op beter wederzijds begrip; BEVESTIGEND dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen de toepassingssfeer van deel III, titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke verdragsluitende partijen, en niet als deel van de Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (al naargelang van het geval) Algerije ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland is gebonden als deel van de Gemeenschap overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht. Hetzelfde geldt voor Denemarken met betrekking tot het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht; OVERTUIGD dat deze overeenkomst een gunstig kader is voor de ontwikkeling van een partnerschap dat gebaseerd is op particulier initiatief en een gunstig klimaat zal scheppen voor de ontwikkeling van hun economische handels- en investeringsbetrekkingen, factoren die van doorslaggevend belang zijn voor de steun voor de economische herstructurering en de technologische modernisering, HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OMTRENT DE VOLGENDE BEPALINGEN ARTIKEL 1 1. Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar lid-Staten, enerzijds, en Algerije, anderzijds.2. De doelstellingen van deze overeenkomst zijn : - een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog tussen de partijen met het oog op het versterken van hun betrekkingen en hun samenwerking op alle terreinen die zij van belang achten; - het handelsverkeer en evenwichtige sociale en economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen en de voorwaarden te scheppen voor geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer; - het personenverkeer te bevorderen, met name in het kader van de administratieve procedures; - de integratie in de Maghreb aan te moedigen door bevordering van handel en samenwerking tussen alle Maghreb-landen onderling en tussen die landen en de Gemeenschap en hun lid-Staten; - de samenwerking op economisch, sociaal, cultureel en financieel gebied te bevorderen. ARTIKEL 2 Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens, vormt de grondslag van het binnenlandse en buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst. TITEL I POLITIEKE DIALOOG ARTIKEL 3 1. Er wordt een regelmatige politieke en veiligheidsdialoog tussen de partijen ingesteld.Door middel van deze dialoog kunnen tussen de partners duurzame, op solidariteit gebaseerde betrekkingen tot stand worden gebracht, die zullen bijdragen tot welvaart, stabiliteit en veiligheid in het Middellandse Zeegebied en een klimaat van begrip en tolerantie tussen culturen zullen scheppen. 2. De dialoog en de politieke samenwerking beogen met name : a) de partijen nader tot elkaar te brengen door het ontwikkelen van beter wederzijds begrip en door regelmatig overleg over internationale vraagstukken van wederzijds belang;b) elke partij in staat te stellen het standpunt en de belangen van de andere partij in overweging te nemen;c) te werken aan de handhaving van de veiligheid en de stabiliteit in de Europees-mediterrane regio;d) het uitwerken van gemeenschappelijke initiatieven mogelijk te maken. ARTIKEL 4 De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang en met name op de noodzakelijke voorwaarden voor het waarborgen van vrede, veiligheid en regionale ontwikkeling door het bevorderen van de samenwerking. ARTIKEL 5 In het kader van de politieke dialoog worden regelmatig en telkens wanneer nodig bijeenkomsten gehouden, met name : a) op ministerieel niveau, voornamelijk in het kader van de Associatieraad;b) op het niveau van hoge ambtenaren die enerzijds Algerije vertegenwoordigen en anderzijds het voorzitterschap van de Raad en de Commissie;c) met optimale gebruikmaking van de diplomatieke kanalen, in het bijzonder door middel van regelmatige briefings, overleg ter gelegenheid van internationale vergaderingen en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;d) indien nodig met alle andere middelen die kunnen bijdragen tot de intensivering en doelmatigheid van deze dialoog. TITEL II VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN ARTIKEL 6 De Gemeenschap en Algerije brengen geleidelijk een vrijhandelszone tot stand in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste twaalf jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig de hierna omschreven bepalingen en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in de bijlagen bij de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna « GATT » genoemd. HOOFDSTUK 1 INDUSTRIEPRODUCTEN ARTIKEL 7 Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en uit Algerije, opgenomen in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur en van het Algerijnse douanetarief, met uitzondering van de producten genoemd in bijlage 1. ARTIKEL 8 Producten van oorsprong uit Algerije worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten en heffingen van gelijke werking. ARTIKEL 9 1. De douanerechten en heffingen met gelijke werking die van toepassing zijn op de invoer in Algerije van de producten van oorsprong uit de Gemeenschap die vermeld zijn in bijlage 2 worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.2. De douanerechten en heffingen met gelijke werking die van toepassing zijn op de invoer in Algerije van de producten van oorsprong uit de Gemeenschap die vermeld zijn in bijlage 3 worden geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand tijdschema : - twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 80 % van het basisrecht; - drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 70 % van het basisrecht; - vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60 % van het basisrecht; - vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 40 % van het basisrecht; - zes jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 20 % van het basisrecht; - zeven jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen afgeschaft. 3. De douanerechten en heffingen met gelijke werking die van toepassing zijn op de invoer in Algerije van producten van oorsprong uit de Gemeenschap, met uitzondering van de in de bijlagen 2 en 3 vermelde goederen, worden geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand tijdschema : - twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 90 % van het basisrecht; - drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 80 % van het basisrecht; - vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 70 % van het basisrecht; - vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60 % van het basisrecht; - zes jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - zeven jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 40 % van het basisrecht; - acht jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 30 % van het basisrecht; - negen jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 20 % van het basisrecht; - tien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 10 % van het basisrecht; - elf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 5 % van het basisrecht; - twaalf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen afgeschaft. 4. Indien zich met betrekking tot een bepaald product ernstige problemen voordoen, kan het overeenkomstig de leden 2 en 3 opgestelde tijdschema in overleg worden herzien door het Associatiecomité, met dien verstande dat het tijdschema waarvoor herziening wordt gevraagd voor het betrokken product niet verder verlengd kan worden dan de maximale overgangsperiode als bedoeld in artikel 6.Indien het Associatiecomité niet binnen dertig dagen na de kennisgeving van het verzoek van Algerije om herziening van het tijdschema een besluit heeft genomen, kan Algerije het tijdschema voorlopig opschorten voor de duur van ten hoogste één jaar. 1. Het basisrecht waarop de verlagingen van de leden 2 en 3 worden toegepast, is voor elk betrokken product het recht bedoeld in artikel 18. ARTIKEL 10 De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn tevens van toepassing op douanerechten van fiscale aard. ARTIKEL 11 1. Algerije mag in de vorm van verhoging of herinvoering van douanerechten buitengewone maatregelen van beperkte duur nemen die afwijken van het bepaalde in artikel 9. Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of van bepaalde sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben. De invoerrechten die krachtens deze maatregelen door Algerije worden toegepast ten aanzien van producten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25 % ad valorem bedragen en dienen een preferentie voor producten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden. De totale waarde van de ingevoerde producten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn, mag niet meer bedragen van 15 % van de totale invoer van industrieproducten uit de Gemeenschap gedurende het laatste jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn. Deze maatregelen mogen gedurende niet meer dan vijf jaar worden toegepast, tenzij het Associatiecomité toepassing gedurende een langere periode toestaat. Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de in artikel 6 bedoelde overgangsperiode buiten werking. Deze maatregelen kunnen voor een gegeven product niet langer worden getroffen, indien meer dan drie jaar is verstreken sinds de opheffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en maatregelen van gelijke werking die op het betrokken product van toepassing waren. Algerije stelt het Associatiecomité in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen. Op verzoek van de Gemeenschap vindt vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben. Indien het dergelijke maatregelen neemt, legt Algerije aan het comité een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten voor. Dit tijdschema dient te voorzien in geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij worden ingesteld. Het Associatiecomité kan een ander tijdschema vaststellen. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, vierde alinea, kan het Associatiecomité, in verband met de problemen bij het opzetten van een nieuwe industrie, bij uitzondering Algerije toestaan krachtens lid 1 reeds genomen maatregelen te handhaven voor de duur van ten hoogste drie jaar na de overgangsperiode bedoeld in artikel 6. HOOFDSTUK 2 LANDBOUWPRODUCTEN, VISSERIJPRODUCTEN EN BEWERKTE LANDBOUWPRODUCTEN ARTIKEL 12 Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en uit Algerije, opgenomen in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en het Algerijnse douanetarief, alsmede op de producten genoemd in bijlage 1. ARTIKEL 13 De Gemeenschap en Algerije liberaliseren geleidelijk het onderlinge handelsverkeer in landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten die voor beide partijen van belang zijn. ARTIKEL 14 1. Voor de invoer in de Gemeenschap van de landbouwproducten van oorsprong uit Algerije genoemd in protocol 1 gelden de bepalingen van dat protocol.2. Voor de invoer in Algerije van de landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap genoemd in protocol 2 gelden de bepalingen van dat protocol.3. Voor de invoer in de Gemeenschap van de visserijproducten van oorsprong uit Algerije genoemd in protocol 3 gelden de bepalingen van dat protocol.4. Voor de invoer in Algerije van de visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap genoemd in protocol 4 gelden de bepalingen van dat protocol.5. Voor de handel in onder dit hoofdstuk vallende verwerkte landbouwproducten gelden de bepalingen van protocol 5. ARTIKEL 15 1. Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst onderzoeken de Gemeenschap en Algerije de situatie met het oog op de vaststelling van de liberaliseringsmaatregelen die door de Gemeenschap en Algerije na het zesde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze overeenkomst zullen worden toegepast overeenkomstig de in artikel 13 vermelde doelstelling.2. Onverminderd de in lid 1 opgenomen bepalingen en rekening houdend met de handelsstromen voor landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten tussen de partijen en de bijzondere gevoeligheid van deze producten, onderzoeken de Gemeenschap en Algerije binnen de Associatieraad per product op basis van wederkerigheid de mogelijkheid om elkaar nieuwe concessies te verlenen. ARTIKEL 16 1. Indien ten gevolge van de tenuitvoerlegging van hun landbouwbeleid een specifieke regeling wordt ingesteld of indien de bestaande regelingen worden gewijzigd of in geval van wijziging of uitbreiding van de bepalingen betreffende de tenuitvoerlegging van hun landbouwbeleid, kunnen de Gemeenschap en Algerije voor de betrokken producten de in deze overeenkomst vervatte regeling wijzigen.2. De partij die tot een dergelijke wijziging overgaat, stelt daarvan het Associatiecomité in kennis.Op verzoek van de andere partij komt het Associatiecomité bijeen om op passende wijze te voorzien in de belangen van de verzoekende partij. 3. Indien de Gemeenschap of Algerije krachtens lid 1 de regeling van deze overeenkomst voor landbouwproducten wijzigt, wordt voor de invoer van producten van oorsprong uit de andere partij een voordeel toegekend dat vergelijkbaar is met het voordeel waarin deze overeenkomst voorziet.4. ver de wijziging van de in deze overeenkomst bepaalde regeling wordt op verzoek van de andere overeenkomstsluitende partij overleg gepleegd in de Associatieraad. HOOFDSTUK 3 GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN ARTIKEL 17 1. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Algerije worden geen nieuwe douanerechten bij invoer of bij uitvoer of heffingen van gelijke werking ingesteld, noch worden de rechten of heffingen die reeds van toepassing zijn verhoogd.2. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Algerije worden geen nieuwe kwantitatieve invoerbeperkingen of uitvoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld.3. Ten aanzien van het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Algerije worden kwantitatieve invoerbeperkingen en uitvoerbeperkingen en maatregelen van gelijke werking bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.4. Het voorlopige aanvullende recht dat van toepassing is op de producten genoemd in bijlage 4 wordt door Algerije uiterlijk op 1 januari 2006 afgeschaft.Dit recht wordt met ingang van 1 januari 2002 lineair verlaagd met 12 punten per jaar. Indien Algerije bij de toetreding tot de WTO verbintenissen aangaat die voorzien in een kortere termijn voor de afschaffing van dit voorlopige aanvullende recht, is die kortere termijn van toepassing. ARTIKEL 18 1. Het basisrecht waarop de verlagingen bedoeld in artikel 9, leden 2 en 3, en in artikel 14 worden toegepast, is voor elk betrokken product het recht dat ten opzichte van de Gemeenschap daadwerkelijk wordt toegepast op 1 januari 2002.2. Indien Algerije toetreedt tot de WTO, zijn de rechten die van toepassing zijn op de onderlinge invoer van de partijen gelijkwaardig aan de bij de WTO geconsolideerde rechten of aan het recht dat ten tijde van de toetreding daadwerkelijk wordt toegepast, indien dit lager is.Indien de rechten na de toetreding tot de WTO erga omnes worden verlaagd, is het verlaagde recht van toepassing. 3. Lid 2 is van toepassing op elke erga omnes toegepaste rechtenverlaging die na de afronding van de onderhandelingen wordt ingevoerd.4. De partijen stellen elkander in kennis van de door hen per 1 januari 2002 toegepaste basisrechten. ARTIKEL 19 Voor producten van oorsprong uit Algerije geldt bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger regeling dan die welke tussen de lid-Staten onderling geldt. De bepalingen van deze overeenkomst zijn van toepassing onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 1911/91 van de Raad van 26 juni 1991 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische Eilanden. ARTIKEL 20 1. Beide partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, rechtstreeks of onrechtstreeks, discrimineren tussen de producten van de ene partij en soortgelijke producten van oorsprong uit de andere partij.2. Voor producten die naar een der partijen worden uitgevoerd mogen de terugbetaalde bedragen aan binnenlandse belastingen niet hoger zijn dan de bedragen van de op deze producten rustende directe of indirecte belastingen. ARTIKEL 21 1. Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.2. De partijen plegen in het Associatiecomité overleg over overeenkomsten tot oprichting van douane-unies of vrijhandelszones en desgewenst over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelspolitiek ten aanzien van derde landen.Dergelijk overleg vindt met name plaats bij toetreding van een derde land tot de Gemeenschap, teneinde rekening te kunnen houden met de onderlinge belangen van de Gemeenschap en Algerije als omschreven in deze overeenkomst. ARTIKEL 22 Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI van de GATT 1994 plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en haar binnenlandse wetgeving op dit gebied en volgens de voorwaarden en procedures van artikel 26. ARTIKEL 23 De WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen is van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen. Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij subsidiëring in de zin van de artikelen VI en XVI van de GATT 1994 voorkomt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen en haar eigen wetgeving op dit gebied. ARTIKEL 24 1. Tenzij in dit artikel anders wordt bepaald, zijn de bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen.2. Iedere partij stelt onmiddellijk het Associatiecomité in kennis van elke maatregel die zij neemt of voornemens is te nemen met betrekking tot de toepassing van een vrijwaringsmaatregel.Dit houdt onder meer in dat iedere partij het Associatiecomité onmiddellijk of uiterlijk één week tevoren een schriftelijke mededeling doet toekomen waarin alle relevante gegevens zijn opgenomen over : - de opening van een vrijwaringsonderzoek; - de eindresultaten van het onderzoek. De te verstrekken gegevens zijn onder andere een uiteenzetting van de procedure op grond waarvan het onderzoek zal worden verricht en een indicatie van het tijdschema voor de hoorzittingen en andere passende gelegenheden voor de betrokken partijen om hun standpunt kenbaar te maken. Bovendien doet iedere partij het Associatiecomité tevoren een schriftelijke mededeling toekomen waarin alle relevante gegevens zijn opgenomen over het besluit tot toepassing van voorlopige vrijwaringsmaatregelen; deze mededeling moet ten minste één week voor de datum van toepassing van die maatregelen zijn ontvangen. 3. Bij de kennisgeving van de eindresultaten van het onderzoek en vóór vrijwaringsmaatregelen worden toegepast krachtens artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, legt de partij die voornemens is deze vrijwaringsmaatregelen toe te passen de situatie voor aan het Associatiecomité, dat een volledig onderzoek instelt om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.4. Teneinde een dergelijke oplossing te vinden voeren de partijen in het Associatiecomité onverwijld overleg.Indien de partijen niet binnen dertig dagen na de aanvang van dit overleg tot overeenstemming komen over een oplossing waarbij de toepassing van vrijwaringsmaatregelen kan worden vermeden, kan de partij die voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen, de bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen toepassen. 5. Indien krachtens dit artikel vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, kiezen de partijen bij voorrang maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst het minst verstoren.De genomen maatregelen mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om de ontstane problemen op te lossen en geen afbreuk doen aan het preferentieniveau of de preferentiemarge die krachtens deze overeenkomst worden toegekend. 6. Wanneer een partij voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen op grond van dit artikel, biedt zij de andere partij compensatie aan in de vorm van liberalisering van het handelsverkeer wat betreft de invoer uit de andere partij.Deze compensatie ondervangt zoveel mogelijk de ongunstige handelseffecten die de maatregelen voor de andere partij met ingang van de datum van toepassing hebben. Het aanbod wordt gedaan vóór de vrijwaringsmaatregelen worden vastgesteld, op hetzelfde tijdstip dat kennisgeving wordt gedaan en de situatie aan het Associatiecomité wordt voorgelegd overeenkomstig lid 3. Indien de partij ten aanzien van wier producten vrijwaringsmaatregelen worden genomen, het compensatieaanbod onvoldoende acht, kunnen de partijen bij het in lid 3 bedoelde overleg andere vormen van handelscompensatie overeenkomen. 7. Indien de partijen niet binnen dertig dagen na de aanvang van dit overleg tot overeenstemming komen over de compensatie, kan de partij ten aanzien van wier producten vrijwaringsmaatregelen worden genomen, compenserende tariefmaatregelen nemen waarvan het handelseffect de op grond van dit artikel genomen vrijwaringsmaatregel zoveel mogelijk ondervangt. ARTIKEL 25 Indien als gevolg van de toepassing van artikel 17, lid 3, i) goederen worden wederuitgevoerd naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende partij voor het betrokken product kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast, of ii) een ernstig tekort aan producten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende partij ontstaat of dreigt te ontstaan, en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van artikel 26.Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet langer gerechtvaardigd zijn. ARTIKEL 26 1. Indien de Gemeenschap of Algerije de invoer van producten die tot de in artikel 24 bedoelde problemen zouden kunnen leiden aan een administratieve procedure onderwerpt die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de ontwikkeling van de handelsstromen, dan stelt de betrokken partij de andere partij hiervan in kennis. In de in de artikelen 22 en 25 bedoelde gevallen verstrekt de Gemeenschap of Algerije, naar gelang van het geval, voordat de in de genoemde artikelen bedoelde maatregelen worden genomen of in de gevallen waarop lid 2, onder c), van dit artikel van toepassing is, zo spoedig mogelijk het Associatiecomité alle nuttige gegevens om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de werking van deze overeenkomst het minst verstoren. 2. Voor de toepassing van lid 1, tweede alinea, geldt het hiernavolgende : a) de exporterende partij wordt van de in artikel 22 bedoelde dumping in kennis gesteld zodra de autoriteiten van de importerende partij een onderzoek hebben geopend.Indien binnen dertig dagen na de kennisgeving van deze zaak geen einde is gemaakt aan de dumping in de zin van artikel VI van de GATT en geen andere bevredigende oplossing is gevonden, kan de importerende partij passende maatregelen nemen. b) Problemen die voortvloeien uit de in artikel 25 bedoelde omstandigheden worden voorgelegd aan het Associatiecomité. Het Associatiecomité kan elke beslissing nemen die nodig is om aan de problemen een einde te maken. Indien het Associatiecomité niet binnen dertig dagen nadat de zaak aan het comité is voorgelegd een dergelijk besluit heeft genomen, kan de exporterende partij passende maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken product. c) Wanneer uitzonderlijke omstandigheden die tot onmiddellijk optreden nopen voorafgaande kennisgeving of onderzoek onmogelijk maken, kan de Gemeenschap of Algerije, al naargelang van het geval, in de omstandigheden bedoeld in de artikelen 22 en 25 onmiddellijk de vrijwaringsmaatregelen toepassen die strikt noodzakelijk zijn om het probleem op te lossen.De andere partij wordt hiervan onmiddellijk in kennis gesteld. ARTIKEL 27 Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, of de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom, of voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen. ARTIKEL 28 Het begrip « producten van oorsprong » voor de toepassing van deze titel en de regelingen voor administratieve samenwerking op dit gebied zijn gedefinieerd in protocol 6. ARTIKEL 29 Bij invoer in de Gemeenschap worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur. Bij invoer in Algerije worden de goederen ingedeeld overeenkomstig het Algerijnse douanetarief. TITEL III HANDEL IN DIENSTEN ARTIKEL 30 Wederzijdse verbintenissen 1. De Europese Gemeenschap en haar lid-Staten behandelen Algerije overeenkomstig de verplichting vervat in artikel II, lid 1, van de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten, hierna "GATS" genoemd.2. De Europese Gemeenschap en haar lid-Staten behandelen Algerijnse dienstverleners niet minder gunstig dan soortgelijke dienstverleners overeenkomstig de aan de GATS gehechte lijst van specifieke verbintenissen van de Gemeenschap en haar lid-Staten.3. Deze behandeling is niet van toepassing op voordelen die een partij toekent op grond van een overeenkomst van het type als gedefinieerd in artikel V van de GATS, op maatregelen ter uitvoering van een dergelijke overeenkomst of op andere voordelen die worden toegekend overeenkomstig de lijst van vrijstellingen van meestbegunstiging die door de Europese Gemeenschap en haar lid-Staten bij de GATS is gevoegd.4. Algerije kent aan dienstverleners uit de Europese Gemeenschap en haar lid-Staten een niet minder gunstige behandeling toe dan de behandeling omschreven in de artikelen 31 tot en met 33. ARTIKEL 31 Grensoverschrijdende dienstverlening Algerije kent aan dienstverleners uit de Gemeenschap die diensten verlenen op het grondgebied van Algerije, anders dan door middel van commerciële aanwezigheid of de aanwezigheid van natuurlijke personen als bedoeld in de artikelen 32 en 33, geen minder gunstige behandeling toe dan aan vennootschappen uit derde landen. ARTIKEL 32 Commerciële aanwezigheid 1. a) Algerije kent ten aanzien van de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap op zijn grondgebied geen minder gunstige behandeling toe dan de behandeling die het toekent aan vennootschappen uit derde landen.b) Algerije kent ten aanzien van de werkzaamheden van dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap die overeenkomstig zijn wetgeving op zijn grondgebied zijn gevestigd, een niet minder gunstige behandeling toe dan de behandeling die wordt toegekend aan de eigen vennootschappen en filialen of aan Algerijnse dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is.2. De behandeling bedoeld in lid 1, onder a) en b), wordt aan in Algerije gevestigde vennootschappen, dochterondernemingen en filialen toegekend met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, alsmede aan vennootschappen, dochterondernemingen en filialen die zich na die datum in Algerije vestigen. ARTIKEL 33 Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen 1. Een op het grondgebied van Algerije respectievelijk de Gemeenschap gevestigde vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk Algerije heeft het recht, met inachtneming van de wetgeving van het gastland van vestiging, werknemers die onderdaan zijn van een lid-Staat van de Gemeenschap respectievelijk van Algerije tijdelijk in dienst te nemen of deze door een van haar dochterondernemingen of filialen tijdelijk in dienst te laten nemen, indien dergelijke werknemers een sleutelpositie in de zin van lid 2 bekleden en zij uitsluitend een dienstverband hebben met deze vennootschappen, dochterondernemingen of filialen.De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning en werkvergunning van deze werknemers is beperkt tot de duur van hun dienstverband. 2. Werknemers met een sleutelpositie die in dienst zijn van bovengenoemde vennootschappen, hierna « organisaties » genoemd, zijn « binnen de organisatie overgeplaatste personen » als omschreven onder c) van dit lid, mits de organisatie een rechtspersoon is en de betrokkenen gedurende ten minste de onmiddellijk aan de overplaatsing voorafgaande twaalf maanden rechtstreeks in dienst waren van deze organisatie of daarin partners (doch geen aandeelhouders met een meerderheidsbelang) waren.Het betreft de volgende categorieën personen : a) personen met een hogere leidinggevende functie binnen een organisatie die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, onder het algemene toezicht en de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, en met name de volgende functies bekleden : - leiding geven aan de vestiging of aan een afdeling of onderafdeling van de vestiging; - toezicht houden op en controleren van de werkzaamheden van andere werknemers met een toezichthoudende, leidinggevende of technische functie; - indienstneming en ontslag van werknemers, of het aanbevelen van indienstneming of ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid, zulks op grond van de aan hen verleende bevoegdheden; b) binnen een organisatie werkzame personen die beschikken over buitengewone kennis die van wezenlijk belang is voor de dienstverlening, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management van de vestiging.Afgezien van de voor het functioneren van de betrokken vestiging vereiste specifieke kennis, kan deze kennis bestaan in de bekwaamheid bepaalde werkzaamheden uit te voeren of bepaalde activiteiten uit te oefenen waarvoor specifieke technische vaardigheden vereist zijn, evenals in voorkomend geval het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep; c) een « binnen de organisatie overgeplaatste persoon », dat wil zeggen een natuurlijke persoon die voor een organisatie op het grondgebied van een partij werkzaam is en die tijdelijk wordt overgeplaatst in het kader van economische activiteiten op het grondgebied van de andere partij;de betrokken organisatie dient haar hoofdvestiging op het grondgebied van een partij te hebben en de overplaatsing dient te geschieden naar een vestiging (dochteronderneming of filiaal) van deze organisatie die op het grondgebied van de andere partij daadwerkelijk soortgelijke economische activiteiten uitoefent. 3. De toegang tot en het tijdelijke verblijf op het grondgebied van Algerije respectievelijk de Gemeenschap van onderdanen van de lid-Staten respectievelijk onderdanen van Algerije worden toegestaan voor vertegenwoordigers van vennootschappen met een hogere leidinggevende functie als gedefinieerd in lid 2, onder a), die belast zijn met het opzetten van een vestiging in Algerije van een vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk een vestiging in de Gemeenschap van een Algerijnse vennootschap, mits : - deze vertegenwoordigers zich niet bezig houden met rechtstreekse verkoop of dienstverlening, en - de vennootschap geen andere vertegenwoordigers, kantoren, filialen of dochterondernemingen in een lid-Staat van de Gemeenschap of in Algerije heeft. ARTIKEL 34 Vervoer 1. Het bepaalde in de artikelen 30 tot en met 33 is niet van toepassing op vervoer door de lucht, over de binnenwateren en over land en op nationale cabotage in het zeevervoer, onder voorbehoud van het bepaalde in de leden 2 tot en met 6 van dit artikel.2. Ten aanzien van de activiteiten van scheepvaartondernemingen in verband met de verlening van internationale zeevervoersdiensten, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, staat iedere partij de vestiging en de werkzaamheden op haar grondgebied toe van dochterondernemingen en filialen van scheepvaartondernemingen van de andere partij, onder voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan die welke worden toegepast ten aanzien van de eigen scheepvaartondernemingen of dochterondernemingen en filialen van scheepvaartondernemingen uit derde landen, indien deze gunstiger zijn.Deze activiteiten omvatten onder meer : a) marketing en verkoop van zeevervoersdiensten en aanverwante diensten door middel van rechtstreeks contact met cliënten, omvattende alle diensten van prijsopgave tot facturering, ongeacht of deze diensten worden verricht of aangeboden door de dienstverlener zelf of door dienstverleners waarmee de verkoper van de diensten een permanent handelsakkoord heeft gesloten;b) aankoop en gebruik voor eigen rekening of voor rekening van een cliënt (alsmede wederverkoop aan de cliënt) van vervoersdiensten en aanverwante diensten, met inbegrip van inkomende vervoersdiensten, ongeacht met welke vervoerswijze, met name over de binnenwateren, over de weg en via de spoorwegen, die noodzakelijk zijn voor geïntegreerde dienstverlening;c) het opstellen van vervoersdocumenten en van douanedocumenten of andere documenten betreffende de oorsprong en de aard van de vervoerde goederen;d) het verstrekken van handelsinformatie, ongeacht op welke wijze, zoals door middel van geautomatiseerde informatiesystemen en elektronische gegevensuitwisseling (met inachtneming van niet-discriminerende beperkingen betreffende telecommunicatie);e) het sluiten van handelsovereenkomsten met een lokale partner, met inbegrip van participatie in het kapitaal van de onderneming en het in dienst nemen van plaatselijk personeel of buitenlands personeel, met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst;f) het optreden namens ondernemingen, het organiseren van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht.3. De partijen verbinden zich tot daadwerkelijke toepassing van het beginsel van vrije toegang tot de internationale maritieme markt en het internationaal maritiem vervoer op commerciële basis. De wetgeving van elk van de partijen is echter van toepassing op de voorrechten van de nationale vlag ten aanzien van nationale cabotage, reddingsdiensten, sleepdiensten en loodsdiensten. Bovenstaande bepalingen doen geen afbreuk aan rechten en verplichtingen voortvloeiende uit het Verdrag van de Verenigde Naties inzake een gedragscode voor lijnvaartconferences, die voor een partij bij deze overeenkomst van toepassing zijn. Niet bij conferences aangesloten maatschappijen kunnen vrij met de leden van een conference concurreren, zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden. De partijen bevestigen dat zij vrije concurrentie beschouwen als een essentiële vereiste voor het handelsverkeer in droge en vloeibare bulkgoederen. 4. De partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van lid 3 : a) in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen bepalingen op te nemen inzake vrachtverdeling met betrekking tot droge en vloeibare bulkgoederen en regelmatig vervoer.Dergelijke bepalingen inzake regelmatig vervoer zijn echter niet uitgesloten in die uitzonderlijke gevallen waarin lijnvaartmaatschappijen van de ene of de andere partij bij deze overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het vervoer van en naar het betrokken derde land deel te nemen; b) bij de inwerkingtreding van de overeenkomst alle eenzijdige maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een verkapte beperking zouden kunnen inhouden of discriminerende effecten zouden kunnen hebben voor het vrij verrichten van diensten in het internationale zeevervoer.5. Elke partij verleent onder meer aan voor het vervoer van goederen, personen of beide bestemde schepen die de vlag van de andere partij voeren of door onderdanen of vennootschappen van de andere partij worden geëxploiteerd, geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan haar eigen schepen verleent, ten aanzien van de toegang tot havens, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van deze havens, de daarmee verband houdende vergoedingen en belastingen, het gebruik van de douane-infrastructuur, de toewijzing van ligplaatsen en het gebruik van installaties voor het laden en lossen.6. Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer tussen de partijen, in overeenstemming met hun handelsbehoeften, kunnen de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot elkaars markten en de verlening van diensten in het vervoer door de lucht, over de weg, per spoor en over de binnenwateren indien nodig worden vastgelegd in specifieke overeenkomsten, waarover tussen de partijen na de inwerkingtreding van onderhavige overeenkomst zal worden onderhandeld. ARTIKEL 35 Binnenlandse regelgeving 1. Het bepaalde in titel III vormt geen beletsel voor de toepassing door een partij van maatregelen die noodzakelijk zijn te voorkomen dat haar regelgeving betreffende de toegang van derde landen tot haar markt wordt ontdoken door middel van de bepalingen van deze overeenkomst.2. Het bepaalde in deze titel is van toepassing onder voorbehoud van beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.Het is niet van toepassing op activiteiten op het grondgebied van de partijen die, ook indien tijdelijk, verband houden de uitoefening van het openbaar gezag. 3. Het bepaalde in deze titel vormt geen beletsel voor de toepassing door een partij van bijzondere regels inzake de vestiging en werkzaamheden op haar grondgebied van filialen van vennootschappen van de andere partij die op haar grondgebied geen rechtspersoonlijkheid bezitten, wanneer die gerechtvaardigd zijn op grond van juridische of technische verschillen tussen bedoelde filialen en filialen van vennootschappen die op haar grondgebied rechtspersoonlijkheid bezitten, of, waar het financiële diensten betreft, om prudentiële redenen.Het verschil in behandeling mag niet verder reiken dan wat strikt noodzakelijk is op grond van deze juridische of technische verschillen of, waar het financiële diensten betreft, om deze prudentiële redenen. 4. Ten aanzien van financiële diensten vormt geen van de bepalingen van deze overeenkomst voor een partij een beletsel om prudentiële maatregelen te treffen, zoals om investeerders, depositohouders, verzekeringsnemers of personen jegens wie door een verlener van financiële diensten een fiduciaire verplichting is aangegaan te beschermen of om de integriteit en stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen.Wanneer dergelijke maatregelen niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze overeenkomst, mogen zij door een partij niet worden aangewend om zich aan de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te onttrekken. 5. Geen van de bepalingen van deze overeenkomst mag op zodanige wijze worden geïnterpreteerd dat een partij wordt verplicht tot het verstrekken van informatie over de zaken en de boekhouding van cliënten, dan wel vertrouwelijke informatie die in het bezit is van overheidsinstanties.6. Wat het verkeer van natuurlijke personen die een dienst verlenen betreft, belet geen van de bepalingen van deze overeenkomst de partijen hun wet- en regelgeving betreffende toelating en verblijf, werkgelegenheid, arbeidsvoorwaarden, vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, mits zij dat niet op zodanige wijze doen dat de voor een partij uit een specifieke bepaling van de overeenkomst voortvloeiende voordelen tenietgedaan of beperkt worden.Deze bepalingen doen geen afbreuk aan de toepassing van lid 2. ARTIKEL 36 Definities In deze overeenkomst wordt verstaan onder : a) "dienstverlener" : een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die een dienst verleent vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij, op het grondgebied van een partij ten behoeve van de gebruiker van een dienst van de andere partij, door middel van commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij en de aanwezigheid van natuurlijke personen op het grondgebied van de andere partij;b) "vennootschap uit de Gemeenschap" respectievelijk "Algerijnse vennootschap" : een volgens het recht van een lid-Staat respectievelijk Algerije opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste vestiging op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Algerije heeft. Indien een volgens het recht van de Gemeenschap respectievelijk Algerije opgerichte vennootschap uitsluitend haar statutaire zetel op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Algerije heeft, wordt deze vennootschap als vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk Algerijnse vennootschap beschouwd, indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van een van de lid-Staten respectievelijk van Algerije blijkt; c) "dochteronderneming" van een vennootschap : een vennootschap die daadwerkelijk door de eerste vennootschap wordt bestuurd;d) "filiaal" van een vennootschap : een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;e) "vestiging" : het recht voor de onder b) gedefinieerde vennootschappen uit de Gemeenschap respectievelijk Algerijnse vennootschappen op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten door oprichting van dochterondernemingen en filialen in Algerije respectievelijk de Gemeenschap;f) "werkzaamheden" : het verrichten van economische activiteiten;g) "economische activiteiten" : activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen;h) "onderdaan van de Gemeenschap" respectievelijk "Algerijnse onderdaan" : een natuurlijke persoon die een onderdaan is van een lid-Staat respectievelijk van Algerije. Wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van deze titel eveneens van toepassing op buiten de Gemeenschap respectievelijk Algerije gevestigde onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Algerijnse onderdanen, en op buiten de Gemeenschap respectievelijk Algerije gevestigde scheepvaartondernemingen die worden bestuurd door onderdanen van een lid-Staat respectievelijk Algerijnse onderdanen, indien hun vaartuigen in die lid-Staat respectievelijk in Algerije in overeenstemming met de desbetreffende wetgeving zijn ingeschreven. ARTIKEL 37 Algemene bepalingen 1. De partijen onthouden zich van maatregelen of handelwijzen die de voorwaarden voor de vestiging of de werkzaamheden van elkaars vennootschappen beperkter maken dan op de dag voorafgaande aan de ondertekening van deze overeenkomst het geval was.2. De partijen gaan na of de bovengenoemde bepalingen verder kunnen worden uitgewerkt met het oog op de totstandkoming van een overeenkomst inzake economische integratie, als gedefinieerd in artikel V van de GATS.Bij het opstellen van zijn aanbevelingen houdt de Associatieraad rekening met de ervaring die is opgedaan met de uitvoering van de meestbegunstigingsbehandeling en de wederzijdse verplichtingen van de partijen in het kader van de GATS, met name artikel V. Bij zijn onderzoek houdt de Associatieraad tevens rekening met de vorderingen die zijn gemaakt bij de onderlinge aanpassing van de wetgeving van de partijen die van toepassing is op de betrokken activiteiten. De Associatieraad verricht uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een eerste onderzoek naar de verwezenlijking van deze doelstelling. TITEL IV BETALINGEN, KAPITAAL, CONCURRENTIE EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN HOOFDSTUK 1 BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER ARTIKEL 38 Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 40 verbinden de partijen zich ertoe alle betaalverrichtingen in vrij convertibele valuta toe te staan die verband houden met lopende transacties. ARTIKEL 39 1. Vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst zien de Gemeenschap en Algerije toe op het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot rechtstreekse investeringen in Algerije in ondernemingen die volgens het geldende recht zijn opgericht, alsmede de vereffening en repatriëring van het resultaat van deze investeringen en daaruit voortvloeiende winst.2. De partijen voeren overleg en werken samen om de noodzakelijke voorwaarden te scheppen om het verkeer van kapitaal tussen de Gemeenschap en Algerije te vergemakkelijken en uiteindelijk geheel vrij te maken. ARTIKEL 40 Indien één of meer lid-Staten van de Gemeenschap of Algerije in ernstige betalingsbalansproblemen verkeren of dreigen te geraken, kan de Gemeenschap respectievelijk Algerije, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in het kader van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel en de artikelen VIII en XIV van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds, voor beperkte tijd beperkingen instellen ten aanzien van lopende transacties, die niet verder mogen reiken dan wat noodzakelijk is om de betalingsbalanssituatie te verbeteren. De Gemeenschap of Algerije, al naargelang van het geval, licht de andere partij hierover onmiddellijk in en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van de maatregelen. HOOFDSTUK 2 BEPALINGEN INZAKE DE MEDEDINGING EN ANDERE ECONOMISCHE VRAAGSTUKKEN ARTIKEL 41 1. Onverenigbaar met de goede werking van de overeenkomst zijn, voorzover de handel tussen de Gemeenschap en Algerije daardoor ongunstig kan worden beïnvloed : a) alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;b) het misbruik van een machtspositie door één of meer ondernemingen : - op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of op een wezenlijk deel daarvan; - op het gehele grondgebied van Algerije of op een wezenlijk deel daarvan. 2. De partijen werken administratief samen bij de tenuitvoerlegging van hun respectieve mededingingswetgeving en wisselen informatie uit met inachtneming van de beperkingen welke voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim, overeenkomstig de procedures van bijlage 5 bij deze overeenkomst.3. Indien de Gemeenschap of Algerije van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1 en die praktijk de belangen van de andere partij ernstig schaadt of dreigt te schaden, kunnen passende maatregelen worden genomen na overleg in het Associatiecomité of na een termijn van dertig werkdagen volgende op het verzoek om een dergelijk overleg. ARTIKEL 42 De lid-Staten en Algerije passen, zonder afbreuk te doen aan de in het kader van de GATT aangegane verplichtingen, alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, zodanig dat uiterlijk vanaf het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tussen onderdanen van de lid-Staten en Algerijnse onderdanen geen discriminatie meer bestaat wat de voorwaarden voor aankoop en verkoop van goederen betreft. Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen die daartoe worden genomen. ARTIKEL 43 Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Algerije verstoren op een wijze die strijdig is met de belangen van de partijen, worden vastgesteld of gehandhaafd. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering de jure of de facto van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen. ARTIKEL 44 1. De partijen waarborgen een adequate en effectieve bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten, overeenkomstig de hoogste internationale normen, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten te doen gelden.2. De tenuitvoerlegging van dit artikel en van bijlage 6 wordt regelmatig door de partijen onderzocht.In geval van problemen op het gebied van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten die het handelsverkeer beïnvloeden, wordt op verzoek van een partij dringend overleg gevoerd, teneinde tot wederzijds bevredigende oplossingen te komen. ARTIKEL 45 De partijen verbinden zich ertoe de noodzakelijke maatregelen te nemen ter bescherming van persoonsgebonden gegevens, teneinde belemmeringen voor het vrije verkeer van dergelijke gegevens tussen de partijen op te heffen. ARTIKEL 46 1. De partijen stellen zich een wederzijdse en geleidelijke liberalisering van de overheidsopdrachten ten doel.2. De Associatieraad neemt de nodige maatregelen voor de uitvoering van lid 1. TITEL V ECONOMISCHE SAMENWERKING ARTIKEL 47 Doelstellingen 1. De partijen verbinden zich ertoe hun economische samenwerking te versterken, in hun wederzijds belang en in de geest van partnerschap waarop deze overeenkomst is gebaseerd.2. De economische samenwerking heeft als doel Algerije te steunen in zijn activiteiten ter bevordering van duurzame economische en sociale ontwikkeling.3. Deze economische samenwerking geschiedt in het kader van de doelstellingen die zijn vastgesteld in de verklaring van Barcelona. ARTIKEL 48 Toepassingsgebied 1. De samenwerking is in de eerste plaats gericht op terreinen waar zich interne beperkingen en problemen voordoen of die de gevolgen ondergaan van de liberalisering van de gehele Algerijnse economie, met name de liberalisering van het handelsverkeer tussen Algerije en de Gemeenschap.2. Voorts wordt bij de samenwerking voorrang gegeven aan sectoren die de economieën van Algerije en de Gemeenschap dichter bij elkaar brengen, met name sectoren die groei en werkgelegenheid scheppen, en aan ontwikkeling van de handelsstromen tussen Algerije en de Gemeenschap, met name door diversificatie van de Algerijnse uitvoer te bevorderen.3. De samenwerking bevordert de economische integratie van de landen van de Maghreb door uitvoering van maatregelen die bijdragen tot de ontwikkeling van de betrekkingen tussen deze landen.4. Bij de tenuitvoerlegging van de verschillende terreinen van economische samenwerking is de bescherming van milieu en ecologisch evenwicht een essentieel element van de samenwerking.5. De partijen kunnen in onderling overleg andere terreinen voor economische samenwerking vaststellen. ARTIKEL 49 Middelen en procedures De economische samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van : a) een regelmatige economische dialoog tussen de partijen die alle terreinen van het macro-economisch beleid bestrijkt;b) uitwisseling van informatie en bevordering van communicatie;c) activiteiten op het gebied van adviesverlening, expertise en opleiding;d) gezamenlijke activiteiten;e) technische en administratieve bijstand en bijstand op het gebied van de regelgeving;f) ondersteuning van partnerschap en directe investeringen van met name particuliere ondernemingen, alsmede van privatiseringsprogramma's. ARTIKEL 50 Regionale samenwerking Met het oog op een optimale impact van deze overeenkomst, in het licht van de totstandkoming van het Europees-mediterrane partnerschap en op het niveau van de Maghreb, bevorderen de partijen alle activiteiten met een regionaal effect of waarbij andere derde landen betrokken zijn, met name op de volgende terreinen : a) economische integratie;b) ontwikkeling van de ec …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.