{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Hetzij, voor de berekening van het JKP, een laatste vervaldag op 719,5832 dagen na de levering van het goed, of 20 dagen plus 23 maanden van elk 30,41666 dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 12 - Een voorbeeld ter verduidelijking van verschillende berekeningsmethodes voor debetinteresten en van een kredietopening van bepaalde duur zonder minimale kapitaalaflossing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kredietopening van bepaalde duur van 6 maanden van een bedrag van 2.500 euro; de overeenkomst voorziet een minimale maandelijkse betaling van enkel debetinteresten en een terugbetaling van het opgenomen kapitaal ten laatste op het einde van de kredietovereenkomst; de debetrentevoet bedraagt 8 % op jaarbasis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, 6 gelijke maanden van elk 30,41666 dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling van een eenmalige volledige en onmiddellijke kredietopneming van 2.500 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een aflossingsschema bestaande uit de terugbetaling van het kapitaal ten laatste na zes maanden, en termijnbedragen van aflossingen die kunnen verschillen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling dat het termijnbedrag van elke aflossing het laagste is waarin de overeenkomst voorziet, met name, vijf maandelijkse termijnbedragen van debetinteresten en een zesde maandelijks termijnbedrag van debetinteresten verhoogd met het integraal opgenomen kapitaal of het kredietbedrag. a) De overeenkomst voorziet een \"actuariële\" berekeningsmethode. Hetzij, een actuariële toepassing van de debetrentevoet van 8 % op jaarbasis op het verschuldigd blijvend saldo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een maandelijkse debetrentevoet van (1 + 8 %)1/12 - 1 = 0,006434 of 0,6434 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een maandelijks te betalen totale kost van het krediet van 2.500 * 0,006434 = 16,085 euro, afgerond op 16,09 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, 5 maandelijkse termijnbedragen van 16,09 euro en 1 laatste maandbedrag van 2.500 + 16,09 = 2.516,09 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld b) De overeenkomst voorziet een \"nominale\" berekeningsmethode. Hetzij, een nominale toepassing van de debetrentevoet van 8 % op jaarbasis op het verschuldigd blijvend saldo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een maandelijkse debetrentevoet van 0,08/12 = 0,08*(30,4167/365) = 0,006667 of 0,6667 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een maandelijks te betalen totale kost van het krediet van 2.500 * 0,006667 = 16,6675 euro, afgerond op 16,67 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, 5 maandelijkse termijnbedragen van 16,67 euro en 1 laatste maandbedrag van 2.500 + 16,67 = 2.516,67 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld c) De overeenkomst voorziet een \"nominale\" berekeningsmethode op basis van een jaar van 360 dagen. Hetzij, een jaar van 365 dagen voor wat betreft het verschil tussen de data die bij de berekeningsmethode worden gebruikt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een nominale toepassing van de debetrentevoet van 8 % op jaarbasis, op het verschuldigd blijvend saldo, gedeeld door 360;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een maandelijkse debetrentevoet van 0,08x 30,4167/360 = 0,006759 of 0,6759 %;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een maandelijks te betalen totale kost van het krediet van 2.500 * 0,006759 = 16,90 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, 5 maandelijkse termijnbedragen van 16,90 euro en 1 laatste maandbedrag van 2.500 + 16,90 = 2.516,90 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 13 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een kredietopening van bepaalde duur met minimale kapitaalaflossingen en jaarlijkse vaste kaartkosten op te nemen in het JKP. Kredietopening van zes jaar met een kaart zoals bedoeld in bijlage 2 bij dit besluit; een kredietbedrag van 700 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jaarlijkse kaartkosten van 10 euro te betalen bij de eerste betalingstermijn van ieder jaar; de kredietovereenkomst bepaalt verder dat er geen jaarlijks terugkerende kaartkosten moeten betaald worden indien er gedurende een jaar geen krediet werd opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenkomst voorziet een maandelijkse minimale betaling van 8 % van het verschuldigde saldo in kapitaal en debetinteresten bedoeld in artikel 14, § 3, van dit besluit, desgevallend verhoogd met de kaartkosten, zonder dat het termijnbedrag, verminderd met de kaartkosten, lager mag zijn dan ofwel 25 euro ofwel het verschuldigd saldo.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietovereenkomst bepaalt, overeenkomstig artikelen VII.78, § 2, 7° en VII.134, § 2, 7°, van het WER, dat de actuarieel toegepaste jaarlijkse debetrentevoet van 10 % op jaarbasis wordt berekend op het verschuldigd blijvend saldo rekening houdend met het werkelijke aantal dagen van kalendermaanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke vervaldag valt op dezelfde kalenderdag van de maand als de dag van het sluiten van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, overeenkomstig artikel 3, § 2, derde lid van dit besluit, een verschil tussen de data die bij de berekening worden gebruikt van 1 of meerdere \"gelijke\" maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, overeenkomstig de artikelen VII.78, § 2, 8° en VII.134, § 2, 8°, van het WER, een bepaling in de kredietovereenkomst dat voor de berekening van het JKP vertrokken werd van de veronderstelling dat het verschil tussen de data die bij de berekening worden gebruikt, uitgedrukt wordt in gelijke maanden van elk 30,41666 dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij gelijke maanden van 1 maand = 30,41666 dagen of 365 * 1/12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, uitsluitend voor de berekening van het JKP, een maandelijkse debetrentevoet van ((1 + 10 %)1/12) - 1 = 0,007974 of 0,797 % in plaats van een debetrentevoet op basis van het geheel aantal kalenderdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling van artikel 4, § 3, derde lid, 1° van dit besluit van een volledige en onmiddellijke kredietopneming van 700 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling overeenkomstig artikel 4, § 2, 9° van dit besluit dat de kaartkosten van 10 euro, te betalen bij iedere eerste betalingstermijn van elk jaar, de jaarlijkse kaartkosten zijn voor de gehele duur van de kredietovereenkomst, ook indien deze kosten gedurende een beperkte termijn niet worden aangerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling van artikel 4, § 2, 6°, a) van dit besluit van 24 minimale maandelijkse betalingen, of een hypothetische terugbetalingstermijn van 24 maanden die de wettelijk maximale terugbetalingstermijn bedoeld in artikel 14, § 1, van dit besluit niet overschrijdt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maximale terugbetalingstermijn bedraagt in casu 29 maanden en wordt verkregen op basis van een aflossingsschema waarbij het maandelijkse termijnbedrag gelijk is aan 1/18de van het verschuldigd blijvend saldo, zonder rekening te houden met de kosten : D1 = 39,20 of (700+(700*0,007974))/18;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 37,32;</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 35,52;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 33,82;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 32,19;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 30,65;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7= 29,18;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 27,78;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 26,44;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 25,17;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 tot D28 = 25,00;</p>\n<p class=\"lf-p\">D29 = 11,94.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een hypothetische terugbetalingstermijn van 24 maanden die evenmin de nulstellingstermijn bedoeld in artikel 14, § 2, eerste lid, 1°, van dit besluit overschrijdt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nulstellingstermijn bedraagt in casu 24 maanden en wordt verkregen op basis van een aflossingsschema waarbij het maandelijkse termijnbedrag gelijk is aan 1/12de van het verschuldigd blijvend saldo, zonder rekening te houden met de kosten : D1 = 58,80 of (700+(700*0,007974))/12;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 54,33;</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 50,20;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 46,38;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 42,86;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 39,60;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 36,59;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 33,81;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 31,24;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 28,86;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 = 26,67;</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 tot D23 = 25;</p>\n<p class=\"lf-p\">D24 = 9,23.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 24 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema waarbij : D1 = 66,45 of 0,08 * (700+(700*0,007974)) + 10;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 52,34 of 0,08 * 649,14 + (649,14*0,007974));</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 48,54;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 45,01;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 41,74;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 38,71;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 35,90;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 33,29;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 30,87;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 28,63;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 = 26,55;</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 25;</p>\n<p class=\"lf-p\">D13 = 35;</p>\n<p class=\"lf-p\">D14 tot D23 = 25,00;</p>\n<p class=\"lf-p\">D24 = 22,48.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 14 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een kredietopening van bepaalde duur met een maandelijks te betalen collectieve verzekeringspremie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenzelfde kredietopening als in voorbeeld 13 met dat verschil dat er geen kaart verbonden is aan het krediet maar de consument verplicht is om een schuldsaldoverzekering bij overlijden te sluiten bij een verzekeraar naar keuze. De consument kiest er voor om zich aan te sluiten bij een collectieve verzekering en vraagt dat de kredietgever de premie van het kredietbedrag afhoudt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verzekeringspremie bedraagt 0,2 % per maand van het verschuldigd blijvend saldo en wordt door de kredietgever van het krediet afgehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling van artikel 4, § 2, 1°, van dit besluit, van een volledige en onmiddellijke kredietopneming van 700 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een contractuele bepaling, bedoeld in de artikelen VII.78, § 2, 6° en VII.134, § 2, 6°, van het WER dat de betaling van de verzekeringspremie een voorwaarde voor kredietopneming is, of, m.a.w., van het kredietbedrag wordt ingehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een verzekeringspremie die, overeenkomstig artikel I.9, 41°, eerste lid,, van het WER deel uitmaakt van de totale kosten van het krediet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een wettelijk maximale terugbetalingstermijn van 29 maanden, berekend zoals in voorbeeld 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een nulstellingstermijn van 24 maanden, berekend zoals in voorbeeld 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling van artikel 4, § 2, 6°, a) van dit besluit van 25 maandelijkse betalingen, of een hypothetische terugbetalingstermijn die langer is dan de termijn van 24 maanden in voorbeeld 13 ingevolge de van het kredietbedrag ingehouden verzekeringspremie. De 25 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema waarbij : D1 = 56,45 of 0,08 * (700+(700*0,007974));</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 52,46 of 0,08 * (650,54+(650,54*0,007974));</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 48,75;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 45,31;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 42,10;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 39,13;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 36,36;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 33,79;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 31,41;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 29,19;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 = 27,12;</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 25,21;</p>\n<p class=\"lf-p\">D13 tot D 24 = 25,00;</p>\n<p class=\"lf-p\">D25 = 10,35.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling bedoeld in artikel 4, § 2, 6°, a) van dit besluit dat voor de berekening van het JKP de aflossingen worden verricht op het meest nabije tijdstip voorzien in de kredietovereenkomst, met name, rekening houdend met de nulstellingstermijn van 24 maanden. De 24 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema waarbij : D1 = 56,45 of 0,08 * (700+(700*0,007974));</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 52,46 of 0,08 * (650,54+(650,54*0,007974));</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 48,75;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 45,31;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 42,10;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 39,13;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 36,36;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 33,79;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 31,41;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 29,19;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 = 27,12;</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 25,21;</p>\n<p class=\"lf-p\">D13 tot D 23 = 25,00;</p>\n<p class=\"lf-p\">D24 = 35,24.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 15 - Een voorbeeld ter verduidelijking van eenzelfde kredietopening van bepaalde duur als in voorbeeld 13 maar met een eerste terugbetalingstermijn korter dan de overige betalingstermijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde kredietopening als in voorbeeld 13, met dat verschil dat het kredietcontract bepaalt dat elke vervaldag valt op de eerste kalenderdag van elke maand en de eerste keer van, hetzij, de eerste maand volgend op die van de kredietopneming, hetzij, de tweede maand volgend op de kredietopneming indien deze opneming valt na de twintigste dag van de maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een kredietovereenkomst waarbij de eerste vervaldag niet bepaald maar slechts bepaalbaar is. Hetzij, overeenkomstig artikel 4, § 2, 6° b) van dit besluit, een kortst mogelijke eerste betalingstermijn van 9 dagen, met name, bij een kredietopneming op de 20ste van de kortst mogelijke maand (28 dagen), hetzij 20 februari van een niet schrikkeljaar, waarbij de eerste vervaldag dan 1 maart is van datzelfde jaar. Die kortst mogelijke betalingstermijn geldt ongeacht de datum waarop het contract gesloten wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De sluitingsdatum van de kredietovereenkomst is 15 februari 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling van artikel 4, § 2, 1° van dit besluit van een volledige en onmiddellijke kredietopneming van 700 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de termijnbedragen die de consument betaalt bij een eenmalige volledige opname van het kredietbedrag op basis van een aflossingstabel die vertrekt van een eerste betalingstermijn van 14 dagen, en overige betalingstermijnen op basis van kalenderdagen, waarbij : D1 = 66,21 of 0,08 * (700 + (700 * ((1+0,1)14/365 - 1))) + 10;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 52,13 of 0,08 * (646,36 + ( 646,36 * ((1+0,1)31/365 - 1)));</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 48,34;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 44,83;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 41,57;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 38,55;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 35,76;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 33,16;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 30,75;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10= 28,51;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 = 26,45;</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 tot D23 = 25,00;</p>\n<p class=\"lf-p\">D24 = 20,96.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling van artikel 4, § 2, 6°, b) van dit besluit dat de kortst mogelijke eerste betalingstermijn van 9 dagen geacht wordt van toepassing te zijn, ongeacht de datum van het sluiten van de overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, overeenkomstig de veronderstelling in artikel 4, § 2, van dit besluit, een verschil tussen de data, die bij de berekening worden gebruikt, voor de eerste betalingstermijn, uitgedrukt in 9 kalenderdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, overeenkomstig de veronderstelling in artikel 4, § 2, van dit besluit, een verschil tussen de data, die bij de berekening worden gebruikt, voor de overige termijnenbedragen, telkens uitgedrukt in een combinatie van 9 dagen en het van toepassing zijnde aantal gelijke maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een eerste betalingstermijn van 9 dagen + 23 x 30,4167 dagen = 708,58 dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 24 hypothetische termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema waarbij : D1 = 66,13 of 0,08 * (700 + (700 * ((1+0,1)9/365 - 1))) + 10;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 52,05 of 0,08 * (645,52 + ( 645,52 * ((1+0,1)1/12 - 1)));</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 48,27;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 44,76;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 41,51;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 38,49;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 35,70;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 33,10;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 30,70;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 28,47;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 = 26,40;</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 25;</p>\n<p class=\"lf-p\">D13 = 35;</p>\n<p class=\"lf-p\">D14 tot D23 = 25,00;</p>\n<p class=\"lf-p\">D24 = 20,59.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 16 - Een voorbeeld ter verduidelijking van eenzelfde kredietopening van bepaalde duur als in voorbeeld 13 maar met verschillende actuariële debetrentevoeten in functie van het verschuldigd blijvend saldo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde kredietopening als in voorbeeld 13, met dat verschil dat de actuariële jaarlijkse debetrentevoet 8 % is wanneer het verschuldigd blijvend saldo in kapitaal hoger is dan 500 euro en 10 % wanneer dit saldo gelijk is aan 500 euro of minder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, overeenkomstig artikel 4, § 2, 9° van dit besluit, de veronderstelling dat 10 % geacht wordt de debetrentevoet te zijn voor de gehele duur van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het JKP bedraagt 13,55 % = 13,6 % zoals berekend in voorbeeld 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld 17 - Een voorbeeld ter verduidelijking van eenzelfde kredietopening van bepaalde duur als in voorbeeld 13 maar met een \"renteloze\" eerste betalingstermijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde kredietopening als in voorbeeld 13, met dat verschil dat de actuariële jaarlijkse debetrentevoet 0 % is voor de eerste betalingstermijn en 10 % voor de overige betalingstermijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij de veronderstelling overeenkomstig artikel 4, § 2, 9° van dit besluit dat 10 % wordt geacht de debetrentevoet te zijn voor de gehele duur van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het JKP bedraagt 13,55 % = 13,6 % zoals berekend in voorbeeld 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld 18 - Een voorbeeld ter verduidelijking van eenzelfde kredietopening van bepaalde duur als in voorbeeld 13 maar met verschillende debetrentevoeten en kosten in functie van bepaalde (promotionele) aankopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde kredietopening als in voorbeeld 13, met dat verschil dat met de kaart enkel aankopen binnen het netwerk van de kredietgever kunnen worden gedaan en dat de kredietovereenkomst de mogelijkheid voorziet dat sommige aankopen tegen een uitzonderlijk actuariële debetrentevoet van 0 % of 7 % in plaats van 10 % en zonder kosten kunnen worden aangekocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, overeenkomstig artikel 4, § 2, 9° van dit besluit, de veronderstelling dat 10 % wordt geacht de debetrentevoet, en 10 euro de jaarlijkse kost, te zijn voor de gehele duur van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het JKP bedraagt 13,55 % = 13,6 % zoals berekend in voorbeeld 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld 19 - Een voorbeeld ter verduidelijking van eenzelfde kredietopening van bepaalde duur als in voorbeeld 18 maar met verschillende debetrentevoeten en kosten in functie van het mechanisme voor kredietopneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde kredietopening als in voorbeeld 18, met dat verschil dat met de kaart ook kredietopnemingen kunnen verricht worden voor aankopen en geldafhalingen aan geldautomaten via een ander netwerk dan dat van de kredietgever, bijv. Visa of MasterCard. Enkel voor de kredietopneming verbonden aan een geldafhaling bij een geldautomaat worden er extra kosten van 3 euro per geldafhaling aangerekend, te betalen op de eerstvolgende vervaldag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het nazicht door de kredietgever van het aantal verrichtingen doorgevoerd in het voorgaande kalenderjaar met behulp van deze \"winkelkredietkaart\" blijkt dat, van de drie verschillende kredietopnemingsmechanismen, het meest gebruikelijke dat voor de aankopen binnen het netwerk van de kredietgever is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij de veronderstelling overeenkomstig artikel 4, § 2, 3° van dit besluit dat het JKP berekend wordt zoals in voorbeeld 18.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het JKP bedraagt 13,55 % = 13,6 % zoals berekend in voorbeeld 18 (of 13).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld 20 - Een voorbeeld ter verduidelijking van eenzelfde kredietopening van bepaalde duur als in voorbeeld 19 maar bovendien, afhankelijk van het mechanisme voor kredietopneming, met beperkingen tot het bedrag en de termijn waarbinnen dit beperkte bedrag kan opgenomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde kredietopening als in voorbeeld 19, met dat verschil dat uit het nazicht door de kredietgever van het aantal verrichtingen doorgevoerd in het voorgaande kalenderjaar met behulp van deze \"winkelkredietkaart\" blijkt dat, van de drie verschillende kredietopnemingsmechanismen, het meest gebruikelijke dat voor de geldafhalingen aan geldautomaten is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de extra kosten van 3 euro per geldafhaling aan geldautomaten, is er een beperking van het bedrag dat per dag kan worden afgehaald, met name, 500 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietovereenkomst bepaalt, overeenkomstig artikelen VII.78, § 2, 7° en VII.134, § 2, 7°, van het WER, dat de werkelijke maandelijks aan de consument aangerekende debetinteresten worden berekend op basis van het werkelijke aantal dagen van elke kalendermaand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, overeenkomstig artikel 4, § 2, 2°, van dit besluit, de veronderstelling van een onmiddellijke kredietopneming van 500 euro en een tweede opname van 200 euro op dag 2, waarvoor er telkens extra kosten van 3 euro betaald worden op de eerste vervaldag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling overeenkomstig artikel 4, § 2, 3° van dit besluit dat 10 % wordt geacht de debetrentevoet, en 10 euro de jaarlijkse kost te zijn voor de gehele duur van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een bedrag aan debetinteresten tegen 10 % op jaarbasis berekend op een verschuldigd blijvend saldo van respectievelijk 500 euro voor de eerste dag en 700 euro voor de overige dagen van de eerste betalingstermijn van een maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, voor wat de tweede kredietopneming betreft, overeenkomstig artikel 3, § 2, derde lid, van dit besluit, een verschil tussen de data, die bij de berekening worden gebruikt, uitgedrukt in een dag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenkomst wordt gesloten op 1 januari 2014, de vervaldagen vallen telkens op de eerste kalenderdag van de volgende maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij de termijnbedragen die de consument betaalt bij een eenmalige volledige opname van het kredietbedrag op basis van een aflossingstabel die vertrekt van het werkelijke aantal kalenderdagen, waarbij : D1 = 72,45 of 0,08 * [700+ 500*((1+0,1)1/365 - 1) + 700*((1+0,1)(31-1)/365 - 1)] + 10 + 6;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 52,32;</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 48,52;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 44,99;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 41,73;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 38,69;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 35,89;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 33,28;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 30,86;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 28,62;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 = 26,54;</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 25;</p>\n<p class=\"lf-p\">D13 = 35;</p>\n<p class=\"lf-p\">D14 tot D23 = 25;</p>\n<p class=\"lf-p\">D24 = 22,39.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietovereenkomst vermeldt, overeenkomstig de artikelen VII.78, § 2, 8° en VII.134, § 2, 8°, van het WER, de veronderstelling dat voor de berekening van het JKP, overeenkomstig artikel 3, § 2, derde lid, van dit besluit, het verschil tussen de data die bij de berekening worden gebruikt, uitgedrukt wordt in een of meerdere gelijke maanden, zowel voor wat de bedragen betreft die in de basisvergelijking worden ingegeven als de exponenten van deze basisvergelijking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig artikel 3, § 2, derde lid, van dit besluit, wordt het verschil tussen de data die bij de berekening worden gebruikt, uitgedrukt in 1 dag voor wat het tijdsinterval tussen de twee kredietopnemingen betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, voor de berekening van het JKP, een eerste termijnbedrag van 72,44 euro, met name, een minimale betaling van 8 % van 700 euro kapitaal en 5,53 euro debetinteresten, verhoogd met 16 euro kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 24 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema waarbij : D1 = 72,44 of 0,08 * [700 + 500*((1+0,1)1/365 - 1) + 700 * ((1+0,1)(30,4167-1)/365 - 1)] + 10 + 6;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 52,34;</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 48,54;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 45,01;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 41,74;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 38,71;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 35,89;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 33,29;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 30,87;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 28,62;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 = 26,54;</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 25;</p>\n<p class=\"lf-p\">D13 = 35;</p>\n<p class=\"lf-p\">D14 tot D23 = 25,00;</p>\n<p class=\"lf-p\">D24 = 22,45.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 21 - Een voorbeeld ter verduidelijking van eenzelfde kredietopening van bepaalde duur als in voorbeeld 13 maar met de keuze voor een andere betalingsmodaliteit met andere rentevoeten en kosten voor een beperkt bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde kredietopening als in voorbeeld 13, met dat verschil dat de consument kan kiezen tussen twee betalingsmodaliteiten met andere totale kosten van het krediet voor de consument : a) ofwel een maandelijkse minimale betaling van 8 % van het verschuldigd saldo in kapitaal en debetinteresten, bedoeld in artikel 9, § 3, van dit besluit, desgevallend verhoogd met de kaartkosten, zonder dat het termijnbedrag, verminderd met de kaartkosten, lager mag zijn dan 25 euro;een actuariële debetrentevoet van 10 % en jaarlijkse kaartkosten van 10 euro; het JKP is 13,55 % = 13,6 % zoals berekend in voorbeeld 13, b) ofwel een maandelijkse minimale betaling van 5 % van het kredietbedrag waarmee, naast een deel kapitaal, de maandelijks verschuldigde interesten en kosten worden betaald;een actuariële jaarlijkse debetrentevoet van 11 %, maandelijkse kaartkosten van 0,05 % van het aankoopbedrag; er zijn 22 maandelijkse termijnbedragen van 35 euro (5 % * 700) en een 23ste termijnbedrag van 11,59 euro; het JKP is 12,23 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, overeenkomstig artikel 4, § 2, 9° van dit besluit, de veronderstelling dat de totale kosten van het krediet voor de consument van het betalingsschema onder a) - een debetrentevoet van 10 % en jaarlijkse kosten van 10 euro - geacht worden de totale kosten van het krediet te zijn voor de gehele duur van de kredietovereenkomst. Voor de berekening van het JKP worden dus zowel de kosten als de debetrentevoet verondersteld die te zijn van het betalingsschema onder a) ook al is de debetrentevoet onder betalingsschema b) hoger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het JKP bedraagt 13,6 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld 22 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een kredietopening van onbepaalde duur zonder minimale kapitaalaflossing en met nulstellingsverplichting die niet korter is dan een jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kredietopening van onbepaalde duur voor een bedrag van 2.500 euro. De overeenkomst voorziet geen aflossingsschema voor het kapitaalgedeelte maar wel de maandelijkse betaling van nominaal berekende debetinteresten tegen een percentage van 8 % op jaarbasis berekend op het verschuldigd blijvend saldo en de onmiddellijke eenmalige betaling van dossierkosten van 20 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietovereenkomst voorziet een nullstellingstermijn van 12 maanden die de nulstellingstermijn bedoeld in artikel 14, § 2, tweede lid, 1°, van dit besluit niet overschrijdt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, 12 gelijke betalingstermijnen van een maand van 30,41667 dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een eenmalige onmiddellijke betaling van 20 euro dossierkosten zoals contractueel bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling in artikel 4, § 2, 1°, van dit besluit van een volledige en onmiddellijke kredietopneming van 2.500 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling in artikel 4, § 2, 5°, van dit besluit dat enkel het integraal en onmiddellijk opgenomen kredietbedrag over een termijn van een jaar wordt afgelost in gelijke maandelijkse bedragen, met name, 2.500/12 of 208,33 euro per maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een maandelijkse betaling van 208,33 euro kapitaal overeenkomstig artikel 4, § 2, b), in fine van dit besluit verhoogd met nominaal toegepaste debetinteresten tegen 8 % op jaarbasis berekend op het verschuldigd blijvend saldo.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 12 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema, waarbij : D1 = 225,00;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 223,61;</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 222,22;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 220,83;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 219,44;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 218,06;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 216,67;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 215,28;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 213,89;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 212,50;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 = 211,11;</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 209,72.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 23 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een kredietopening van onbepaalde duur zonder enige betalingsverplichting en met nulstellingsverplichting niet korter dan een jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde kredietopening als in voorbeeld 22 maar met dat verschil dat de overeenkomst niets bepaalt m.b.t. de betaling van de vaste kosten van 20 euro en de nominaal berekende debetinteresten van 8 % op jaarbasis.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietovereenkomst voorziet een nullstellingstermijn van 12 maanden die de wettelijke nulstellingstermijn bedoeld in artikel 14, § 2, tweede lid, 1°, van dit besluit niet overschrijdt, maar deze heeft geen invloed op de berekening van het JKP, gelet op de veronderstelling in artikel 4, § 3, derde lid, 5°, van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling in artikel 4, § 2, 1°, van dit besluit van een volledige en onmiddellijke kredietopneming van 2.500 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling in artikel 4, § 2, 5°, van dit besluit dat het integraal en onmiddellijk opgenomen kredietbedrag binnen een termijn van een jaar in gelijke maandelijkse bedragen van 208,33 euro (2.500/12) wordt afgelost.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling in artikel 4, § 2, 7°, a) van dit besluit dat, als de overeenkomst niets bepaalt inzake de betaling van de rente, de rente samen met de terugbetalingen van kapitaal wordt betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling in artikel 4, § 2 7°, b) van dit besluit dat, als de overeenkomst niets bepaalt inzake de betaling van de kosten, de in één bedrag uitgedrukte niet-rentekosten van 20 euro betaald worden op de datum waarop de kredietovereenkomst wordt gesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een zelfde maandelijkse betaling als in het voorbeeld 22 van 208,33 euro kapitaal verhoogd met de debetinteresten van 8 % op jaarbasis, op nominale wijze berekend op het verschuldigd blijvend saldo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een zelfde JKP als in voorbeeld 22 van 9,96 %, of 10 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld 24 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een kredietopening van bepaalde duur met een terugbetalingstermijn die langer is dan de nulstellingstermijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde kredietopening van bepaalde duur als in voorbeeld 13 met dat verschil dat de overeenkomst een nulstellingstermijn voorziet van 24 maanden en een maandelijkse minimale betaling van 6 % van het verschuldigde saldo in kapitaal en debetinteresten bedoeld in artikel 14, § 3, van dit besluit, desgevallend verhoogd met de kaartkosten, zonder dat het termijnbedrag, verminderd met de kaartkosten, lager mag zijn dan ofwel 25 euro ofwel het verschuldigd saldo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een maximale terugbetalingstermijn van 29 maanden en een nulstellingstermijn van 24 maanden, beide berekend zoals in voorbeeld 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hypothetische terugbetalingstermijn op basis van een onmiddellijke en integrale opneming van het kredietbedrag en minimale betalingen van 6 % van het verschuldigd saldo bedraagt 28 maanden, waarbij : D1 = 52,33 of 0,06 * (700 + (700 * 0,007974)) + 10;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 40,11;</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 38,01;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 36,01;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 34,12;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 32,33;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 30,63;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 29,02;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 27,50;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 26,06;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 en D12 = 25,00;</p>\n<p class=\"lf-p\">D13 = 35,00;</p>\n<p class=\"lf-p\">D14 tot D24 = 25,00;</p>\n<p class=\"lf-p\">D25 = 35;</p>\n<p class=\"lf-p\">D26 en D27 = 25;</p>\n<p class=\"lf-p\">D28 = 14,10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maar met deze hypothetische terugbetalingstermijn van 28 maanden kan geen rekening gehouden worden voor de berekening van het JKP, omdat volgens de veronderstelling in artikel 4, § 2, 6°, a) van dit besluit de aflossingen worden verricht op het meest nabije tijdstip voorzien in de kredietovereenkomst, in casu op het einde van de nulstellingstermijn van 24 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, 23 minimale betalingen van 6 % van het verschuldigd saldo, zonder dat het termijnbedrag, verminderd met de kaartkosten van 10 euro per jaar, lager mag zijn dan ofwel 25 euro, en een 24ste betaling van het verschuldigd saldo.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 24 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema waarbij : D1 = 52,33 of 0,06 * (700+(700*0,007974))+10;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 40,11;</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 38,01;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 36,01;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 34,12;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 32,33;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 30,63;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 29,02;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 27,50;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 26,06;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 en D12 = 25,00;</p>\n<p class=\"lf-p\">D13 = 35,00;</p>\n<p class=\"lf-p\">D14 tot D23 = 25,00;</p>\n<p class=\"lf-p\">D24 = 112,47.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Het JKP bedraagt 13 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld 25 - Een voorbeeld ter illustratie van een kredietopening van bepaalde duur zonder minimale kapitaalaflossing die geen geoorloofde debetstand op een rekening is en met een nulstellingstermijn korter dan de duur van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenzelfde kredietovereenkomst als in voorbeeld 22 maar met een bepaalde duur van 6 jaar in plaats van een onbepaalde duur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een eenmalige onmiddellijke betaling van 20 euro dossierkosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling in artikel 4, § 2, 1°, van dit besluit, van een volledige en onmiddellijke kredietopneming van 2.500 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling in artikel 4, § 2, 6°, a) van dit besluit, van een aflossing in een keer van het volledig opgenomen kapitaal bij het verstrijken van de contractuele nulstellingstermijn van 12 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een maandelijkse betaling van de debetinteresten van 8 % op jaarbasis op nominale wijze berekend op het verschuldigd blijvend saldo.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 12 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema, waarbij : D1 = 16,67;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 16,67;</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 16,67;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 16,67;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 16,67;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 16,67;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 16,67;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 16,67;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 16,67;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 16,67;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 = 16,67;</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 2516;67.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 26 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een geoorloofde debetstand op een rekening van onbepaalde duur waarbij de eerste betalingstermijn onbepaald is, enkel bepaalbaar Een geoorloofde debetstand op een rekening voor een bedrag van 2.500 euro; de overeenkomst van onbepaalde duur voorziet geen aflossingsschema voor het kapitaalgedeelte maar wel de maandelijkse betaling van nominaal berekende debetinteresten tegen een percentage van 8 % op jaarbasis en jaarlijkse kaartkosten van 20 euro te betalen bij aanvang van elk nieuw jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De interesten en kaartkosten worden enkel aangerekend in het raam van de geoorloofde debetstand op rekening. M.a.w. worden deze niet aangerekend indien er geen overeenkomst van geoorloofde debetstand op de betreffende rekening zou bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietovereenkomst voorziet een nulstellingsverplichting van 12 maanden, overeenkomstig artikel 14, § 2, tweede lid, 1°, van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietovereenkomst bepaalt dat elke vervaldag valt op de eerste kalenderdag van elke maand. De eerste vervaldag valt op de eerste kalenderdag van de maand volgend op die van de kredietopneming, behalve als daardoor de eerste betalingstermijn korter is dan 5 dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval valt de eerste vervaldag op de eerste dag van de tweede maand volgend op de kredietopname. De kortst mogelijke eerste betalingstermijn is dus 5 dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een onmiddellijke betaling van 20 euro kaartkosten overeenkomstig artikel 4, § 27°, b) van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling in artikel 4, § 2, 4°, van dit besluit dat het totale kredietbedrag van 2.500 euro volledig wordt opgenomen en dat de duur van de kredietovereenkomst drie maanden is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling overeenkomstig de artikelen 4, § 2, 7°, a) en d) dat de laatste vervaldag van de interesten valt op de vervaldag van het kapitaal drie maanden na de volledige kredietopneming, zodat de eerste en de tweede vervaldag van de interesten vallen op respectievelijk een en twee maanden na de kredietopneming. De volledige kredietopneming wordt daardoor verondersteld plaats te vinden op de eerste kalenderdag van een maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling dat het integraal en onmiddellijk opgenomen kredietbedrag van 2.500 euro wordt afgelost na een periode van 3 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een maandelijkse betaling van debetinteresten van 8 % op jaarbasis, nominaal berekend op het verschuldigd blijvend saldo, met name, 0,08/12 x 2.500 = 16,67 euro per maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 27 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een kredietopening van onbepaalde duur met minimale kapitaalaflossingen en jaarlijkse vaste kaartkosten op te nemen in het JKP. Eenzelfde kredietopening als in voorbeeld 13 maar van onbepaalde duur in plaats van zes jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenkomst voorziet een maandelijkse minimale betaling van 8 % van het verschuldigde saldo in kapitaal en debetinteresten bedoeld in artikel 14, § 3, van dit besluit, desgevallend verhoogd met de kaartkosten, zonder dat het termijnbedrag, verminderd met de kaartkosten, lager mag zijn dan ofwel 25 euro ofwel het verschuldigd saldo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling van artikel 4, § 2, 5°, a) van dit besluit dat de overeenkomst maar een jaar duurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling van artikel 4, § 2, 5°, b) van dit besluit dat het kapitaal in maandelijkse gelijke bedragen wordt terugbetaald vanaf een maand na de eerste kredietopneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij de veronderstelling van artikel 4, § 2, 5°, b), in fine van dit besluit dat de interesten en kosten aangerekend en betaald worden zoals in de kredietovereenkomst is voorzien, maar dat voor de duur van de overeenkomst en het verschuldigd blijvend saldo rekening gehouden wordt met het door dit artikel veronderstelde opnemings- en terugbetalingsschema van 12 maandelijkse gelijke kapitaalaflossingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, overeenkomstig artikel 3, § 2, derde lid, van dit besluit, een verschil tussen de data die bij de berekening worden gebruikt van 1 of meerdere \"gelijke\" maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, overeenkomstig de artikelen VII.78, § 2, 8° en VII.134, § 2, 8°, van het WER, een bepaling in de kredietovereenkomst dat voor de berekening van het JKP vertrokken wordt van de veronderstelling dat het verschil tussen de data die bij de berekening worden gebruikt, uitgedrukt wordt in gelijke maanden van elk 30,41666 dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, gelijke maanden van 1 maand = 30,41666 dagen of 365 * 1/12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, uitsluitend voor de berekening van het JKP, een maandelijkse debetrentevoet van ((1 + 10 %)1/12) - 1 = 0,007974 in plaats van een debetrentevoet op basis van het geheel aantal kalenderdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling van artikel 4, § 2, 1° van dit besluit van een volledige en onmiddellijke kredietopneming van 700 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling overeenkomstig artikel 4, § 2, 9° van dit besluit dat de kaartkosten van 10 euro, te betalen bij iedere eerste betalingstermijn van elk jaar, de jaarlijkse kaartkosten zijn voor de gehele duur van de kredietovereenkomst, ook indien deze kosten gedurende een beperkte termijn niet worden aangerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, 12 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl van 700/12 = 58,33 euro, verhoogd met de interesten en kaartkosten, in volgend aflossingsschema waarbij : D1 = 73,92 of 700/12 + 700 * 0,007974 + 10;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 63,45 of 700/12 + 641,67 * 0,007974;</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 62,98 D4 = 62,52 D5 = 62,05 D6 = 61,59 D7 = 61,12 D8 = 60,66 D9 = 60,19 D10 = 59,73 D11 = 59,26 D12 = 58,80.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 28 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een kredietopening van onbepaalde duur met, afhankelijk van het mechanisme voor kredietopneming, beperkingen tot het bedrag en de termijn waarbinnen dit beperkte bedrag kan opgenomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenzelfde kredietopening als in voorbeeld 20 maar van onbepaalde duur in plaats van zes jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het meest gebruikelijke kredietopnemingsmechanisme is dat voor de geldafhalingen aan geldautomaten. Naast de extra kosten van 3 euro per geldafhaling aan geldautomaten, is er een beperking van het bedrag dat per dag kan worden afgehaald van 500 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling van artikel 4, § 2, 2° van dit besluit van een onmiddellijke kredietopneming van 500 euro en een tweede opname van 200 euro op dag 2, waarvoor er telkens extra kosten van 3 euro betaald worden op de eerste vervaldag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling overeenkomstig artikel 4, § 2, 3° van dit besluit dat 10 % wordt geacht de debetrentevoet, en 10 euro de jaarlijkse kost te zijn voor de gehele duur van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een bedrag aan debetinteresten tegen 10 % op jaarbasis berekend op een verschuldigd blijvend saldo van respectievelijk 500 euro voor 1 dag en 700 euro voor de overige dagen van de eerste betalingstermijn van een maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietovereenkomst vermeldt, overeenkomstig de artikelen VII.78, § 2, 8° en VII.134, § 2, 8°, van het WER, de veronderstelling dat voor de berekening van het JKP, overeenkomstig artikel 3, § 2, derde lid, van dit besluit, het verschil tussen de data die bij de berekening worden gebruikt, uitgedrukt wordt in 1 of meerdere gelijke maanden, zowel voor wat de bedragen betreft die in de basisvergelijking worden ingegeven als de exponenten van deze basisvergelijking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig artikel 3, § 2, derde lid, van dit besluit, wordt het verschil tussen de data die bij de berekening worden gebruikt, uitgedrukt in 1 dag voor wat het tijdsinterval tussen de twee kredietopnemingen betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, uitsluitend voor de berekening van het JKP, een eerste termijnbedrag van 79,86 euro, met name, een hypothetische minimale betaling van 1/12de van 700 euro kapitaal en 5,53 euro debetinteresten, verhoogd met 16 euro kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 12 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema waarbij : D1 = 79,86 of 700/12 + 500 * ((1+0,1)1/365 - 1) + 700 * ((1+0,1)(30,4167-1)/365 - 1) + 10 + 6;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 63,45 of 700/12 + (641,67*0,007974));</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 62,98 D4 = 62,52 D5 = 62,05 D6 = 61,59 D7 = 61,12 D8 = 60,66 D9 = 60,19 D10 = 59,73 D11 = 59,26 D12 = 58,80.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 29 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een kredietopening van onbepaalde duur met verschillende betalingsmodaliteiten met andere rentevoeten en kosten voor een beperkt bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde kredietopening als in voorbeeld 21 maar van onbepaalde duur in plaats van zes jaar. De consument kan kiezen tussen twee betalingsmodaliteiten met andere totale kosten van het krediet voor de consument : a) ofwel een maandelijkse minimale betaling van 8 % van het verschuldigd saldo in kapitaal en debetinteresten, bedoeld in artikel 14, § 3, van dit besluit, desgevallend verhoogd met de kaartkosten, zonder dat het termijnbedrag, verminderd met de kaartkosten, lager mag zijn dan 25 euro;een actuariële debetrentevoet van 10 % en jaarlijkse kaartkosten van 10 euro; het JKP is 13,02 % = 13 % zoals berekend in voorbeeld 27, b) ofwel een maandelijkse minimale betaling van 5 % van het kredietbedrag waarmee, naast een deel kapitaal, de maandelijks verschuldigde interesten en kosten worden betaald;een actuariële jaarlijkse debetrentevoet van 11 %, maandelijkse kaartkosten van 0,05 % van het aankoopbedrag. Overeenkomstig de veronderstelling onder artikel 4, § 2, 5°, van dit besluit, zijn er 12 maandelijkse termijnbedragen van 58,33 euro kapitaal (700/12) verhoogd met de interesten en kosten van 0,35 euro per maand (0,0005*700), hetzij de 12 hypothetische termijnbedragen in de aflossingstabel hierna. Het JKP is 12,21 % = 12,2 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">D1 = 64,80 of 700/12 + ((1+0,11)1/12 - 1) * 641,67 + 0,0005 * 700;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 64,29;</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 63,78;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 63,27;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 62,76;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 62,25;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 61,74;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 61,23;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 60,72;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 60,21;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 = 59,70;</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 59,19.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling overeenkomstig artikel 4, § 2, 9° van dit besluit dat de totale kosten van het krediet van het betalingsschema onder a) - een debetrentevoet van 10 % en jaarlijkse kosten van 10 euro - geacht worden de totale kosten van het krediet te zijn voor de gehele duur van de kredietovereenkomst. Voor de berekening van het JKP worden dus zowel de kosten als de debetrentevoet verondersteld die te zijn van het betalingsschema onder a) ook al is de debetrentevoet onder betalingsschema b) hoger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het JKP bedraagt 13 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld 30 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een kredietopening van onbepaalde duur met terugbetaling in een enkele betaling van het opgenomen kapitaal alvorens het terug mag opgenomen worden (de zogenaamde akkreditiefkaart).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kredietopening van onbepaalde duur met terugbetaling na een maand van het opgenomen kapitaal. Het kredietbedrag is 6.000 euro. Het krediet wordt opgenomen met een betaalkaart zoals bedoeld in bijlage 2 bij dit besluit. Er zijn geen debetinteresten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jaarlijkse kosten van 60 euro te betalen telkens bij het begin van een nieuw jaar, een eerste keer onmiddellijk bij het sluiten van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling van artikel 4, § 2, 5°, a) van dit besluit, dat de duur van de overeenkomst 1 jaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling van artikel 4, § 2, eerste lid, 5°, b) in fine van dit besluit, dat de consument het kredietbedrag van 6.000 euro elke maand van het jaar volledig opneemt en terugbetaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, 12 hypothetische maandelijkse kredietopnemingen CL van 6.000 euro, 1 onmiddellijke betaling D1 van 60 euro en 12 termijnbedragen Dl van 6.000 euro, zoals in volgend aflossingsschema :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 31 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een kredietopening van onbepaalde duur waarvoor een vaste debetrentevoet voor de eerste periode is overeengekomen en, aan het einde van deze periode, een nieuwe debetrentevoet wordt vastgesteld die vervolgens periodiek wordt aangepast volgens een overeengekomen indicator.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenzelfde kredietopening van onbepaalde duur als in voorbeeld 27 met dat verschil dat voor de eerste twee jaren de debetrentevoet gelijk is aan 1 % en daarna jaarlijks aanpasbaar en gelijk aan de Euribor op 3 maanden plus 1 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Euribor op 3 maanden op het moment van het sluiten van de overeenkomst is 1,5 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, dezelfde veronderstellingen als in voorbeeld 27.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de bijkomende veronderstelling van artikel 4, § 2, 10° van dit besluit dat de debetrentevoet na 2 jaar gelijk is aan de Euribor op het moment van het sluiten van de overeenkomst verhoogd met 1 %, dus 2,5 % (1 % + 1,5 %).</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de bijkomende veronderstelling van artikel 4, § 2, 9° van dit besluit dat de debetrentevoet voor de volledige duur van de overeenkomst gelijk is aan 2,5 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, 12 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl van 700/12 = 58,33 euro, verhoogd met de debetinteresten en kaartkosten, zoals in volgend aflossingsschema waarbij : D1 = 69,78 of 700/12 + 700 * ((1+ 0,025)1/12 - 1) + 10;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 59,66 of 700/12 + 641,67 * ((1+ 0,025)1/12 - 1);</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 59,53;</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 59,41;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 59,29;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 59,17;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 59,05;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 58,93;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 58,81;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 58,69;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 = 58,57;</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 58,45.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 32 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een kredietopening van onbepaalde duur, met een nulstellingsverplichting die niet korter is dan een jaar, met een driemaandelijkse betaling van interesten en een driemaandelijkse minimale kapitaalaflossing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenzelfde kredietopening als in voorbeeld 22 met dat verschil dat de kredietovereenkomst bepaalt dat het kapitaal wordt terugbetaald in driemaandelijkse aflossingen van 20 % van het verschuldigd blijvend saldo en dat ook de interesten driemaandelijks betaald worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een eenmalige onmiddellijke betaling van 20 euro dossierkosten zoals contractueel voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling in artikel 4, § 2, 1°, van dit besluit van een volledige en onmiddellijke kredietopneming van 2.500 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, de veronderstelling in artikel 4, § 2, 5°, van dit besluit dat enkel het integraal en onmiddellijk opgenomen kredietbedrag over een termijn van een jaar wordt afgelost in gelijke maandelijkse bedragen, met name, 2.500/12 of 208,33 euro per maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, 12 gelijke betalingstermijnen van een maand van 30,41667 dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een driemaandelijkse betaling van interesten overeenkomstig artikel 4, § 2, 5°, b), in fine van dit besluit, tegen 8 % op jaarbasis berekend op het verschuldigd blijvend saldo dat maandelijks met 208,33 euro afneemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij, een netto door de kredietgever ter beschikking gesteld bedrag in periode 0 van 2.500 - 20 = 2.480 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 12 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema, waarbij : D1 = 208,33 of 2500/12;</p>\n<p class=\"lf-p\">D2 = 208,33;</p>\n<p class=\"lf-p\">D3 = 254,17 of 2500/12 + [(0,08/12)*(2500 + (2500-208,33) + (2500-208,33-208,33)];</p>\n<p class=\"lf-p\">D4 = 208,33;</p>\n<p class=\"lf-p\">D5 = 208,33;</p>\n<p class=\"lf-p\">D6 = 241,67;</p>\n<p class=\"lf-p\">D7 = 208,33;</p>\n<p class=\"lf-p\">D8 = 208,33;</p>\n<p class=\"lf-p\">D9 = 229,17;</p>\n<p class=\"lf-p\">D10 = 208,33;</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 = 208,33;</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 216,67.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 33 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een hypothecair krediet met onroerende bestemming en met veranderlijke debetrentevoet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een krediet van 150.000 euro voor de aankoop van een woning, met hypothecaire inschrijving, terug te betalen op 20 jaar in maandelijkse gelijke termijnbedragen tegen een jaarlijks veranderlijke debetrentevoet (1/1/1) op maandbasis van 0,1774 % (2,1497 % op jaarbasis (1)). De eerste vervaldag is een maand na het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst (de datum van de kredietopneming) op dezelfde dag van de maand, desgevallend de laatste dag van elke maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">De datum van het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst is ongekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietgever vraagt maandelijkse termijnbedragen van 768,01 euro en vermenigvuldigt het verschuldigd blijvend saldo met een niet afgerond percentage op maandbasis van 0,17740146 % (2) om tot een verschuldigd blijvend saldo van nul te komen (3).</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenkomst bepaalt dat de periodieke rentevoet - die jaarlijks verandert in functie van de referte-index (index A) (4) - maximaal mag stijgen met 0,1774 % op maandbasis, met name de waarde van de overeengekomen rentevoet, en tevens de wettelijk maximale stijging omdat de kredietgever niet toelaat dat de rente negatief wordt (5).</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast mag een jaarlijks veranderlijke periodieke rentevoet tijdens het tweede jaar niet met meer dan 1 % op jaarbasis (= met 0,08295 % op maandbasis (6)) stijgen en tijdens het derde jaar niet met meer dan 2 % op jaarbasis (= met 0,165 % op maandbasis (7)) (8).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schatting van de woning, een brandverzekering (exclusief dekking diefstal en inboedel (9)) en een schuldsaldoverzekering zijn verplicht om het krediet te krijgen, zij het bij een aanbieder naar keuze, en de kosten ervan zijn gekend door de kredietgever op het moment van de berekening van het JKP van het kredietaanbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zichtrekening bij de kredietgever (bank) is een voorwaarde om het krediet te krijgen tegen een lagere periodieke rentevoet (10), die de consument aanvaard heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dossierkosten bedragen 350 euro, de schattingskosten 180 euro, te betalen op de datum van het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst, die samen valt met de dag waarop het krediet wordt opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten te betalen bij de notaris bij het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst bedragen 1.650 euro voor de registratierechten (11), die uitsluitend betrekking hebben op de hypotheekvestiging (de hypothecaire inschrijving) en dus niet op de overdracht van een onroerend goed, 690,55 euro voor het hypotheekkantoor (12), 765,72 euro ereloon van de notaris + 21 % btw en 1.331 euro voor de diverse aktekosten inclusief btw (13).</p>\n<p class=\"lf-p\">De brandverzekering (14) kost 350 euro per jaar (15) (indexeerbaar) en de schuldsaldoverzekering (16) kost jaarlijks 273 euro gedurende 2/3de van de terugbetalingstermijn (13 jaar van de 20 jaar), te betalen bij het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst en daarna telkens een jaar later op dezelfde dag van de maand, desgevallend de laatste dag van de maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zichtrekening kost maandelijks 2,5 euro, te betalen aan het begin van de maand. 1. Voor de berekening van het JKP wordt vertrokken van de volgende veronderstellingen : - de kredietovereenkomst geldt voor de overeengekomen tijdsduur en de kredietgever en de consument komen hun verplichtingen na overeenkomstig de voorwaarden en op de data die in de kredietovereenkomst zijn bepaald (artikel 4, § 1, eerste lid, van dit besluit); - elke maand telt 30,41667 dagen (artikel 3, § 2, tweede lid, van dit besluit); - de debetrentevoet, en dus ook de periodieke rentevoet, en de kosten zijn onveranderlijk voor wat de wijzigingen betreft die bij het berekenen van het JKP niet kwantificeerbaar zijn (artikel 4, § 1, tweede lid, van dit besluit); - de kortst mogelijke periode tussen de opname van het krediet (het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst) en de eerste vervaldag van de kosten van de zichtrekening (artikel 4, § 2, 6°, b), van dit besluit) (17) is 0 dagen, met name als de akte verleden wordt op de vervaldag van die kosten, in casu op de eerste dag van de maand. Voor het voorbeeld wordt er dus vertrokken van een kredietopname op de eerste dag van de maand. 2. De berekening van het JKP gebeurt op basis van de volgende bedragen en tijdstippen van betaling : Een kredietbedrag van 150.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een onmiddellijk te betalen bedrag van 4.827,05 euro, met name, 350 euro dossierkosten, 180 euro schattingskosten, 690,55 euro kosten voor het hypotheekkantoor, 1.650 euro registratierechten, 1.331 euro diverse aktekosten inclusief btw (18), 350 euro voor de brandverzekering, 273 euro voor de schuldsaldoverzekering en 2,5 euro kosten voor de zichtrekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een netto door de consument ontvangen bedrag in periode 0 van 145.172,95 euro (150.000 - 4.827,05).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maandelijks te betalen bedrag van 768,01 euro om het kredietbedrag af te lossen en de debetrente te betalen, waarbij een maand 30,4167 dagen telt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maandelijks vooraf te betalen kosten van de zichtrekening van 2,5 euro, een eerste keer op de zelfde dag als het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst, en vervolgens telkens een maand later, waarbij een maand 30,4167 dagen telt. Het laatste termijnbedrag bevat geen kosten van de zichtrekening omdat ze vooraf betaald worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij 239 termijnbedragen van 770,51 euro die het kredietbedrag, de debetrente en de kosten van de zichtrekening terugbetalen, en een laatste 240ste termijnbedrag van 768,01 euro dat enkel kapitaal en debetrente terugbetaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste maandbedrag bestaat, naast de kosten van 2,5 euro, uit 266,10 euro debetrente en 501,91 euro kapitaal, waarbij de debetrente werd berekend door 0,0017740146, of 1,021497(1/12) - 1, te vermenigvuldigen met 150.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een jaarlijks bedrag van 350 euro voor de brandverzekering, te betalen op de zelfde dag van de maand als de dag van het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de eerste 13 jaren, een jaarlijks bedrag van 273 euro voor de schuldsaldoverzekering, te betalen op de zelfde dag van de maand als de dag van het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 240 hypothetische maandelijkse termijnbedragen (19) Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema, waarbij : D1 = 770,51 D2 = 770,51 ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 1.393,51 (770,51 + 350 + 273) D13 = 770,51 ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D24 = 1.393,51 (770,51 + 350 + 273) D25 = 770,51 ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D156 = 1.120,51 (770,51 + 350) ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D240 = 768,01 De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 3. Voor de berekening van het illustratieve JKP in de ESIS wordt vertrokken van de volgende veronderstellingen : - de kredietovereenkomst geldt voor de overeengekomen tijdsduur en de kredietgever en de consument komen hun verplichtingen na overeenkomstig de voorwaarden en op de data die in de kredietovereenkomst zijn bepaald (artikel 4, § 1, eerste lid van dit besluit); - elke maand telt 30,41667 dagen (artikel 3, § 2, tweede lid, van dit besluit); - de kortst mogelijke periode tussen de opname van het krediet (het verlijden van de akte) en de 1ste vervaldag van de kosten van de zichtrekening is 0 dagen, met name als de akte verleden wordt op de vervaldag van die kosten (artikel 4, § 2, 6°, b), van dit besluit; - omdat de periodieke rentevoet - en dus ook de debetrentevoet - onderworpen is aan contractuele en wettelijke maximale wijzigingen wordt er van uitgegaan dat de periodieke rentevoet - en dus ook de debetrentevoet - bij de eerste gelegenheid stijgt tot het hoogste niveau waarin de kredietovereenkomst voorziet (zie bijlage 3 bij boek VII van het WER, deel B, rubriek 4, punt 2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijgevolge is de periodieke rentevoet voor de berekening van het illustratieve JKP gelijk aan : - 0,17740146 % (afgerond 2,15 % op jaarbasis), gedurende het eerste jaar, met name de contractuele periodieke rentevoet - 0,26035526 % (afgerond 3,17 % op jaarbasis (20), en dus niet 2,15 % + 1 % = 3,15 %), gedurende het tweede jaar, met name, de contractuele periodieke rentevoet plus 1 % op jaarbasis (actuarieel omgezet naar een percentage op maandbasis van 0,0829538 % (21)) - 0,34255946 % (afgerond 4,19 % op jaarbasis (22), en dus niet 2,15 % + 2 % = 4,15 %), gedurende het derde jaar, met name, de contractuele periodieke rentevoet plus 2 % op jaarbasis (actuarieel omgezet naar een percentage op maandbasis van 0,165158 % (23)) - 0,35480292 % (afgerond 4,34 % op jaarbasis (24), en dus niet 2,15 % + 2,15 % = 4,30 %), gedurende de rest van het contract, met name, de contractuele periodieke rentevoet plus de contractueel maximale verhoging ( = de contractuele periodieke rentevoet x 2). 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de berekening van het illustratieve JKP in de ESIS wordt vertrokken van de volgende bedragen : - een zelfde netto door de consument ontvangen bedrag in periode 0 van 145.172,95 euro (150.000 - 4.827,05) als in het geval van het niet illustratieve JKP; - maandelijks vooraf te betalen kosten van 2,5 euro voor de zichtrekening; - jaarlijkse kosten van 350 euro voor de brandverzekering, te betalen op dezelfde dag van de maand als de dag van het verlijden van de akte; - gedurende de eerste 13 jaren, een jaarlijks bedrag van 273 euro voor de schuldsaldoverzekering, te betalen op dezelfde dag van de maand als de dag van het verlijden van de akte; - maandelijks te betalen bedragen die het kapitaal en de debetrente aflossen en die na elke stijging van de periodieke rentevoet tot het maximale percentage herberekend worden, zonder de terugbetalingstermijn aan te passen, gelet op de veronderstelling dat de kredietovereenkomst geldt voor de overeengekomen tijdsduur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een maandelijks bedrag (zonder kosten) van 768,01 euro gedurende de eerste 12 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afgeronde verschuldigd blijvend saldo na het eerste jaar is 143.917,99 euro. Om dat bedrag af te lossen over de resterende 228 maanden, tegen een percentage dat het dichtst ligt bij de maximale periodieke rentevoet van 0,26035526 %, zonder dat percentage evenwel te overschrijden, en waarbij het verschuldigd blijvend saldo nul is, moet er maandelijks 837,79 euro betaald worden. Om tot een saldo van nul te komen is de toegepaste periodieke rentevoet in dat geval 0,26035132 % (afgerond 3,17 % op jaarbasis).</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een maandbedrag (zonder kosten) van 837,79 euro gedurende het tweede jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afgeronde verschuldigd blijvend saldo na het 2de jaar is 138.280,55 euro. Om dat bedrag af te lossen over de resterende 216 maanden, tegen een percentage dat het dichtst ligt bij de maximale periodieke rentevoet van 0,34255946 %, zonder dat percentage evenwel te overschrijden, en waarbij het verschuldigd blijvend saldo nul is, moet er maandelijks 907,02 euro betaald worden. Om tot een saldo van nul te komen is de toegepaste periodieke rentevoet in dat geval 0,34255163 % (afgerond 4,19 % op jaarbasis).</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een maandbedrag (zonder kosten) van 907,02 euro gedurende het 3de jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afgeronde verschuldigd blijvend saldo na het derde jaar is 132.981,40 euro. Om dat bedrag af te lossen over de resterende 204 maanden, tegen een percentage dat het dichtst ligt bij de maximale periodieke rentevoet van 0,35480292 %, zonder dat percentage evenwel te overschrijden, en waarbij het verschuldigd blijvend saldo nul is, moet er maandelijks 917,10 euro betaald worden. Om tot een saldo van nul te komen is de toegepaste periodieke rentevoet in dat geval evenwel 0,35480239 % (afgerond 4,34 % op jaarbasis).</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een maandbedrag (zonder kosten) van 917,10 euro gedurende de laatste 204 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 240 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema, waarbij : D1 tot D11 = 770,51 (768,01 + 2,5) D12 = 1.393,51 (768,01 + 2,5 + 350 + 273) D13 tot D23 = 840,29 (837,79 + 2,5) D24 = 1.463,29 (837,79 + 2,5 + 350 + 273) D25 tot D35 = 909,52 (907,02 + 2,5) D36 = 1.532,52 (907,02 + 2,5 + 350 + 273) D37 tot D47 = 919,60 (917,10 + 2,5) D48 = 1.542,60 (917,10 + 2,5 + 350 + 273) D49 tot D59 = 919,60 D60 = 1.542,60 (917,10 + 2,5 + 350 + 273) ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D156 = 1.269,60 (917,10 + 2,5 + 350) ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D240 = 917,10 De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 34 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een hypothecaire kredietovereenkomst die binnen 18 maanden moet worden afgelost en die door de consument als tijdelijke financieringsoplossing wordt gebruikt terwijl hij de overstap maakt naar een andere financiële regeling voor het onroerend goed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kredietbedrag van 80.000 euro voor de aankoop van een woning, terug te betalen in een enkele betaling na 18 maanden, en maandelijks te betalen interesten tegen een vaste maandelijkse rentevoet van 0,2871 % (3,5001 % op jaarbasis), zonder hypotheek. De consument moet het kredietbedrag opnemen ten laatste een maand na het sluiten van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dossierkosten bedragen 200 euro, onmiddellijk te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen brandverzekering of schuldsaldoverzekering verplicht. 1. Voor de berekening van het JKP wordt vertrokken van de volgende veronderstellingen : - de kredietovereenkomst geldt voor de overeengekomen tijdsduur en de kredietgever en de consument komen hun verplichtingen na overeenkomstig de voorwaarden en op de data die in de kredietovereenkomst zijn bepaald (artikel 4, § 1,eerste lid, van dit besluit); - elke maand telt 30,41667 dagen (artikel 3, § 2, tweede lid, van dit besluit); - het kredietbedrag wordt volledig en voor de volledige duur van de kredietovereenkomst opgenomen (de artikelen 4, §§ 1, 1ste lid en 2, 1° van dit besluit (25)); 2. De berekening van het JKP gebeurt op basis van de volgende bedragen en tijdstippen van betaling : - Een kredietbedrag van 80.000 euro; - Een onmiddellijk te betalen bedrag van 200 euro dossierkosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een netto door de consument ontvangen bedrag in periode 0 van 79.800 euro (80.000 - 200). - 17 maandelijkse termijnbedragen van 229,68 euro, enkel debetrente, berekend door exact 0,002871 (26) te vermenigvuldigen met 80.000 euro; - een laatste termijnbedrag van 80.229,68 euro (80.000 + 229,68 euro).</p>\n<p class=\"lf-p\">De 18 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema, waarbij : D1 = 229,68 D2 = 229,68 ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D17 = 229,68 D18 = 80.229,68 De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 35 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een hypothecaire kredietovereenkomst van onbepaalde duur die door de consument als tijdelijke financieringsoplossing wordt gebruikt terwijl hij de overstap maakt naar een andere financiële regeling voor het onroerend goed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een overbruggingskrediet van 80.000 euro van onbepaalde duur voor de aankoop van een woning. Aflossing van het kapitaal op het moment dat de woning verkocht wordt. Maandelijks te betalen interesten tegen een vaste maandelijkse rentevoet van 0,2871 % (3,5001 % op jaarbasis). Er wordt geen hypotheek gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dossierkosten bedragen 200 euro, onmiddellijk te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen brandverzekering of schuldsaldoverzekering verplicht. 1. Voor de berekening van het JKP wordt vertrokken van de volgende veronderstellingen : - de kredietovereenkomst geldt voor de overeengekomen tijdsduur en de kredietgever en de consument komen hun verplichtingen na overeenkomstig de voorwaarden en op de data die in de kredietovereenkomst zijn bepaald (artikel 4, § 1,eerste lid, van dit besluit); - elke maand telt 30,41667 dagen (artikel 3, § 2, tweede lid, van dit besluit);. - het kredietbedrag wordt volledig en voor de volledige duur van de kredietovereenkomst opgenomen (artikel 4, § 2, 4° van dit besluit); - de duur bedraagt twaalf maanden (artikel 4, § 2, 4°, in fine van dit besluit); 2. De berekening van het JKP gebeurt op basis van de volgende bedragen en tijdstippen van betaling : - Een kredietbedrag van 80.000 euro; - Een onmiddellijk te betalen bedrag van 200 euro dossierkosten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een netto door de consument ontvangen bedrag in periode 0 van 79.800 euro (80.000 - 200). - 11 maandelijkse termijnbedragen van 229,68 euro, enkel debetrente, berekend door exact 0,002871 te vermenigvuldigen met 80.000 euro; - Een laatste termijnbedrag van 80.229,68 euro (80.000 + 229,68 euro).</p>\n<p class=\"lf-p\">De 12 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema, waarbij : D1 = 229,68 D2 = 229,68 ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D11 = 229,68 D12 = 80.229,68 De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 36 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een \"gecombineerd\" hypothecair krediet met een onroerende bestemming.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietgever sluit met de kredietnemers een kaderovereenkomst voor een kredietbedrag opneembaar in de vorm van meerdere voorschotten van bepaalde duur, \"woningkredieten\" genoemd, die niet wederopneembaar zijn en waarvoor er geen bijkomende goedkeuring per afzonderlijk voorschot nodig is. De limiet van de kaderovereenkomst is gelijk aan de som van de woningkredieten (voorschotten) en bedraagt 310.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste woningkrediet bedraagt 150.000 euro voor de aankoop van de woning, terug te betalen overeenkomstig de voorwaarden in voorbeeld 33 van deze bijlage (supra).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede woningkrediet bedraagt 80.000 euro voor verbouwingen aan de woning, terug te betalen over een periode van 180 maanden in 6 maandelijkse rentebetalingen en 174 maandelijkse kapitaalaflossingen van 173 keer 459,77 euro en een laatste kapitaalaflossing van 459,79 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rentevoet is vast en bedraagt 0,2450 % per maand of 2,9799 % per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bedrag dat niet opgenomen is binnen de 5 maanden na de aanvang van het woningkrediet wordt een vergoeding voor de terbeschikkingstelling van het kapitaal (\"een reserveringscommissie\") aangerekend van 0,1652 % per maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het krediet moet opgenomen worden in schijven van minimaal 2.500 euro en moet volledig opgenomen zijn in een periode van 12 maanden, die verlengd kan worden tot maximaal 24 maanden. Als het woningkrediet na die periode niet volledig opgenomen is, dan wordt het bedrag van het woningkrediet herleid tot het opgenomen bedrag en worden de betalingsverplichtingen van de kredietnemers herberekend met behoud van de duur van het woningkrediet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde woningkrediet bedraagt 80.000 euro voor de aankoop van de woning in de vorm van een overbruggingskrediet terug te betalen na 12 maanden tegen een maandelijkse vaste rentevoet van 0,1570 % (1,9004 % op jaarbasis).</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietgever vraagt een hypothecaire inschrijving voor een bedrag van 150.000 euro in hoofdsom te vermeerderen met interest en bijhorigheden voor het woningkrediet van 150.000 euro en een hypothecaire volmacht voor een bedrag van 80.000 euro in hoofdsom te vermeerderen met interest en bijhorigheden voor het verbouwingskrediet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dossierkosten bedragen 350 euro, de schattingskosten 180 euro per geschatte woonst (27), te betalen bij het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst, hetzij de datum van de kredietopname (terbeschikkingstelling van het kredietbedrag).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een brandverzekering (exclusief dekking diefstal en inboedel) is verplicht voor het woningkrediet van 150.000 euro voor de aankoop van de woning en voor het verbouwingskrediet maar niet voor het overbruggingskrediet (ingevolge de hypothecaire inschrijving en de hypothecaire volmacht). De kredietgever kent de kosten (350,00 euro, inclusief taksen, jaarlijks vooraf te betalen).</p>\n<p class=\"lf-p\">De schuldsaldoverzekering is enkel verplicht voor het woningkrediet van 150.000 euro. De kredietgever kent de kosten (273 euro gedurende 13 jaar, jaarlijks vooraf te betalen).</p>\n<p class=\"lf-p\">De zichtrekening (2,5 euro maandelijks vooraf te betalen) is verplicht om het volledige krediet te krijgen tegen een lagere periodieke rentevoet voor elk van de woningkredieten, wat de consument aanvaard heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het JKP wordt berekend voor elk woningkrediet (voorschot) afzonderlijk. De kosten die voor meerdere woonkredieten samen betaald worden, in casu de dossierkosten, de zichtrekeningkosten en de brandverzekeringkosten, worden pro rata verdeeld over de betreffende woonkredieten. 1. Het JKP van het eerste woningkrediet is niet gelijk aan dat van voorbeeld 33 in deze bijlage (zie supra) omdat de dossierkosten en de kosten van de zichtrekening pro rata verdeeld worden over de drie woonkredieten.De brandverzekering wordt pro rata verdeeld over 2 woonkredieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in rekening te brengen eenmalige dossierkosten bedragen 350 x (150.000/310.000) = 169,36 euro (28).</p>\n<p class=\"lf-p\">De in rekening te brengen maandelijkse zichtrekeningkosten bedragen 2,5 euro x (150.000/310.000) = 1,20 euro per maand (29).</p>\n<p class=\"lf-p\">De in rekening te brengen jaarlijkse kosten van de brandverzekering bedragen 350 x (150.000/230.000) = 228,26 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overige kosten zijn dezelfde als die in voorbeeld 33. 1. Voor de berekening van het JKP wordt vertrokken van dezelfde veronderstellingen als die in vb.33. 2. De berekening van het JKP gebeurt op basis van de volgende bedragen en tijdstippen van betaling : Een kredietbedrag van 150.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een onmiddellijk te betalen bedrag van 4.523,37 euro, met name, 169,36 euro dossierkosten, 180 euro schattingskosten, 690,55 euro kosten voor het hypotheekkantoor, 1.650 euro registratierechten, 1.331 euro diverse aktekosten inclusief btw, 228,26 euro voor de brandverzekering, 273 euro voor de schuldsaldoverzekering en 1,20 euro kosten voor de zichtrekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een netto door de consument ontvangen bedrag in periode 0 van 145.476,63 euro (150.000 - 4.523,37).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maandelijks te betalen bedrag van 768,01 euro om het kredietbedrag af te lossen en de debetrente te betalen, waarbij een maand 30,4167 dagen telt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maandelijks vooraf te betalen kosten van de zichtrekening van 1,20 euro, een eerste keer op dezelfde dag als het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst, en vervolgens telkens een maand later, waarbij een maand 30,4167 dagen telt. Het laatste termijnbedrag bevat geen kosten van de zichtrekening omdat ze vooraf betaald worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij 239 termijnbedragen van 769,21 euro die het kredietbedrag, de debetrente en de kosten van de zichtrekening terugbetalen, en een laatste 240ste termijnbedrag van 768,01 euro dat enkel kapitaal en debetrente terugbetaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste maandbedrag bestaat, naast de kosten van 1,20 euro, uit 266,10 euro debetrente en 501,91 euro kapitaal, waarbij de debetrente werd berekend door 0,0017740146, of 1,021497(1/12) - 1, te vermenigvuldigen met 150.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een jaarlijks bedrag van 228,26 euro voor de brandverzekering, te betalen op dezelfde dag van de maand als de dag van het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de eerste 13 jaren, een jaarlijks bedrag van 273 euro voor de schuldsaldoverzekering, te betalen op dezelfde dag van de maand als de dag van het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 240 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema, waarbij : D1 = 769,21 D2 = 769,21 ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 1270,47 (769,21 + 228,26 + 273) D13 = 769,21 ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D24 = 1270,47 (769,21 + 228,26 + 273) D25 = 769,21 ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D156 = 997,47 (769,21 + 228,26) ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D240 = 768,01 De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2a. Voor de berekening van het JKP van het verbouwingskrediet van 80.000 euro wordt vertrokken van de volgende veronderstellingen : - De kredietovereenkomst geldt voor de overeengekomen tijdsduur en de kredietgever en de consument komen hun verplichtingen na overeenkomstig de voorwaarden en op de data die in de kredietovereenkomst zijn bepaald (artikel 4, § 1, eerste lid, van dit besluit). - Het kredietbedrag wordt onmiddellijk en volledig opgenomen omdat de consument op grond van de kredietovereenkomst vrij kan kiezen hoeveel krediet hij opneemt (artikel 4 § 2, 1° van dit besluit). - Elke maand telt 30,41667 dagen (artikel 3, § 2, tweede lid, van dit besluit). - De kosten zijn onveranderlijk voor wat de wijzigingen betreft die bij het berekenen van het JKP niet kwantificeerbaar zijn (artikel 4, § 1, tweede lid van dit besluit). - De kortst mogelijke periode tussen de opname van het krediet (het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst) en de 1ste vervaldag van de kosten van de zichtrekening is 0 dagen, met name als de akte verleden wordt op de vervaldag van die kosten (artikel 4, § 2, 7°, b) van dit besluit). 2b.</p>\n<p class=\"lf-p\">De berekening van het JKP van het verbouwingskrediet gebeurt op basis van de volgende bedragen en tijdstippen van betaling : - Een kredietbedrag van 80.000 euro; - Een onmiddellijk te betalen bedrag van 987,71 euro, met name, 90,32 euro dossierkosten (30), 180 euro schattingskosten, 595 euro kosten te betalen bij de notaris (50 euro registratierechten en 545 euro diverse aktekosten inclusief btw (31)), 121,74 euro voor de brandverzekering (32) en 0,65 euro kosten van de zichtrekening (33); Hetzij een netto door de consument ontvangen bedrag in periode 0 van 79.012,29 euro (80.000 - 987,71). - Voor de eerste 6 maanden, 6 maandelijks te betalen termijnbedragen van enkel rente en kosten van de zichtrekening, hetzij 196,65 euro (0,002450 x 80.000 euro + 0,65 euro = 196 euro + 0,65 euro); - Na de eerste 6 maanden, 173 maandelijkse kapitaalaflossingen van elk 459,77 euro (het op 2 cijfers na de komma afgeronde resultaat van 80.000/174), elk verhoogd met de interesten berekend op het verschuldigd blijvend saldo na elke kapitaalaflossing en de kosten van de zichtrekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een 7de termijnbedrag van 656,42 euro (196,00 euro debetrente, 459,77 euro kapitaal en 0,65 euro kosten zichtrekening), een 8ste termijnbedrag van 655,29 euro (194,87 euro debetrente, 459,77 euro kapitaal en 0,65 euro kosten zichtrekening), enz. - Een laatste 174ste kapitaalaflossing (180ste termijnbedrag) van 459,79 euro (80.000/174 + 0,02 (wat rest na afronding x 174)), verhoogd met de debetrente (geen kosten van de zichtrekening die vooraf betaald worden). Hetzij een laatste termijnbedrag van 460,92 euro (1,13 euro debetrente en 459,79 euro kapitaal). - Een jaarlijks bedrag van 121,74 euro, inclusief taksen, voor de brandverzekering (34), te betalen op de zelfde dag van de maand als het verlijden van de akte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Noot : er wordt geen reserveringscommissie in rekening gebracht omdat het kredietbedrag verondersteld wordt onmiddellijk en volledig opgenomen te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 180 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema, waarbij : D1 tot D6 = 196,65 (196,00 + 0,65) D7 = 656,42 D8 = 655,29 ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 772,53 (650,14 + 0,65 + 121,74) ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D180 = 460,92 De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 3a. Voor de berekening van het JKP van het overbruggingskrediet van 80.000 euro wordt vertrokken van de volgende veronderstellingen : - De kredietovereenkomst geldt voor de overeengekomen tijdsduur en de kredietgever en de consument komen hun verplichtingen na overeenkomstig de voorwaarden en op de data die in de kredietovereenkomst zijn bepaald (artikel 4, § 1, eerste lid, van dit besluit). - Het kredietbedrag wordt voor de volledige duur van de kredietovereenkomst opgenomen (artikel 4, § 2, 4°, van dit besluit), in casu 12 maanden. - Elke maand telt 30,41667 dagen(artikel 3, § 2, tweede lid, van dit besluit). - De kortst mogelijke periode tussen de opname van het krediet (het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst) en de 1ste vervaldag van de kosten van de zichtrekening is 0 dagen, met name als de akte verleden wordt op de vervaldag van die kosten (artikel 4, § 2, 7°, b) van dit besluit). 3b. De berekening van het JKP van het overbruggingskrediet gebeurt op basis van de volgende bedragen en tijdstippen van betaling : - Een kredietbedrag van 80.000 euro. - Een onmiddellijk te betalen bedrag van 270,97 euro, met name, 90,32 euro dossierkosten, 180 euro schattingskosten en 0,65 euro kosten van de zichtrekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een netto door de consument ontvangen bedrag in periode 0 van 79.729,03 euro (80.000 -270,97). - 11 maandelijkse termijnbedragen van 126,25 euro (125,60 debetrente + 0,65 euro kosten zichtrekening, waarbij de debetrente = 0,001570 x 80.000). - Een 12de en laatste termijnbedrag van 80.125,60 euro (80.000 euro kapitaal + 125,60 debetrente).</p>\n<p class=\"lf-p\">De 12 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema, waarbij : D1 tot D11= 128,10 (125,60 + 2,50) D12 = 80.125,60 De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 37 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een \"gecombineerd\" hypothecair krediet met een onroerende bestemming en met een hypothecaire inschrijving voor alle sommen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietgever sluit met de kredietnemers een kaderovereenkomst voor een kredietbedrag opneembaar in de vorm van meerdere voorschotten van bepaalde duur, \"woningkredieten\" genoemd, waarvoor er geen bijkomende goedkeuring per afzonderlijk voorschot nodig is en die wederopneembaar zijn. De limiet van de kaderovereenkomst is gelijk aan de som van de woningkredieten (voorschotten) en bedraagt 230.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste woningkrediet bedraagt 150.000 euro voor de aankoop van de woning, terug te betalen overeenkomstig de terugbetalingsvoorwaarden in voorbeeld 33 en 36 van deze bijlage (supra).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede woningkrediet bedraagt 80.000 euro voor verbouwingen aan de woning, terug te betalen overeenkomstig de terugbetalingsvoorwaarden in voorbeeld 36 van deze bijlage (supra) maar met de kosten van een hypothecaire inschrijving in plaats van een hypothecair mandaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietgever vraagt een hypothecaire inschrijving voor een bedrag van 230.000 euro in hoofdsom te vermeerderen met interest en bijhorigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dossierkosten bedragen 350 euro, de schattingskosten 180 euro, te betalen bij het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst, hetzij de datum van de kredietopname (terbeschikkingstelling van het kredietbedrag).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een brandverzekering (exclusief dekking diefstal en inboedel) is verplicht voor beide woningkredieten. De kredietgever kent de kosten (350 euro, inclusief taksen, jaarlijks vooraf te betalen).</p>\n<p class=\"lf-p\">De schuldsaldoverzekering is verplicht voor het woningkrediet van 150.000 euro voor de aankoop van de woning. De kredietgever kent de kosten (273 euro gedurende 13 jaar, jaarlijks vooraf te betalen).</p>\n<p class=\"lf-p\">De zichtrekening (2,5 euro maandelijks vooraf te betalen) is verplicht om het volledige krediet te krijgen tegen een lagere periodieke rentevoet voor elk van de woningkredieten, die de consument aanvaard heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het JKP wordt berekend voor elk voorschot afzonderlijk. De kosten die voor meerdere woonkredieten samen betaald worden, in casu de dossierkosten, de zichtrekeningkosten, de brandverzekeringkosten en de notariskosten, worden pro rata verdeeld over de betreffende woonkredieten. 1. Het JKP van het eerste woningkrediet is niet gelijk aan dat van voorbeeld 33 in deze bijlage (zie supra) omdat de dossierkosten, de kosten van de zichtrekening, de schattingskosten en de brandverzekering pro rata verdeeld worden over de twee woonkredieten. De notariskosten worden berekend voor het volledige kredietbedrag van de kaderovereenkomst en pro rata verdeeld over beide woonkredieten, met inbegrip van de diverse aktekosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in rekening te brengen eenmalige dossierkosten bedragen 350 x (150.000/230.000) = 228,26 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in rekening te brengen maandelijkse zichtrekeningkosten bedragen 2,5 euro x (150.000/230.000) = 1,63 euro per maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eenmalige in rekening te brengen schattingskosten bedragen 180 x (150.000/230.000) = 117,39 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in rekening te brengen jaarlijkse kosten van de brandverzekering bedragen 350 x (150.000/230.000) = 228,26 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De notariskosten voor een kredietbedrag van 230.000 euro bedragen 4.903,88 euro (2.530,00 euro registratierechten, 1.042,88 euro voor het hypotheekkantoor, en 1.331,00 euro voor de diverse aktekosten, inclusief btw). Daarvan wordt 3.198,18 euro in rekening gebracht (35). 1. Voor de berekening van het JKP wordt vertrokken van dezelfde veronderstellingen als die in vb.33. 2. De berekening van het JKP gebeurt op basis van de volgende bedragen en tijdstippen van betaling : Een kredietbedrag van 150.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een onmiddellijk te betalen bedrag van 4.046,72 euro, met name, 228,26 euro dossierkosten, 117,39 euro schattingskosten, 3.198,18 euro notariskosten, 228,26 euro voor de brandverzekering, 273 euro voor de schuldsaldoverzekering en 1,63 euro kosten voor de zichtrekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een netto door de consument ontvangen bedrag in periode 0 van 145.953,28 euro (150.000 - 4.046,72).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maandelijks te betalen bedrag van 768,01 euro om het kredietbedrag af te lossen en de debetrente te betalen, waarbij een maand 30,4167 dagen telt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maandelijks vooraf te betalen kosten van de zichtrekening van 1,63 euro, een eerste keer op dezelfde dag als het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst, en vervolgens telkens een maand later, waarbij een maand 30,4167 dagen telt. Het laatste termijnbedrag bevat geen kosten van de zichtrekening omdat ze vooraf betaald worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij 239 termijnbedragen van 769,64 euro die het kredietbedrag, de debetrente en de kosten van de zichtrekening terugbetalen, en een laatste 240ste termijnbedrag van 768,01 euro dat enkel kapitaal en debetrente terugbetaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste maandbedrag bestaat, naast de kosten van 1,63 euro, uit 266,10 euro debetrente en 501,91 euro kapitaal, waarbij de debetrente werd berekend door 0,0017740146, of 1,021497(1/12) - 1, te vermenigvuldigen met 150.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een jaarlijks bedrag van 228,26 euro voor de brandverzekering, te betalen op dezelfde dag van de maand als de dag van het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de eerste 13 jaren, een jaarlijks bedrag van 273 euro voor de schuldsaldoverzekering, te betalen op dezelfde dag van de maand als de dag van het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 240 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema, waarbij : D1 = 769,64 D2 = 769,64 ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 1.270,90 (769,64 + 228,26 + 273) D13 = 769,64 ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D24 = 1.270,90 (769,64 + 228,26 + 273) D25 = 769,64 ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D156 = 997,90 (769,64 + 228,26) ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D240 = 768,01 De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2a. Voor de berekening van het JKP van het verbouwingskrediet van 80.000 euro wordt vertrokken van dezelfde veronderstellingen als die in voorbeeld 36 in deze bijlage (zie supra). 2b. De berekening van het JKP gebeurt op basis van de volgende bedragen en tijdstippen van betaling : - Een kredietbedrag van 80.000 euro. - Een onmiddellijk te betalen bedrag van 2.012,66 euro, met name, 121,74 euro dossierkosten (36), 62,61 euro schattingskosten, 1.705,70 euro kosten te betalen bij de notaris (37), 121,74 euro voor de brandverzekering (38) en 0,87 euro kosten van de zichtrekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een netto door de consument ontvangen bedrag in periode 0 van 77.987,34 euro (80.000 - 2.012,66). - Voor de eerste 6 maanden, 6 maandelijks te betalen termijnbedragen van enkel rente en kosten van de zichtrekening, hetzij 196,87 euro (0,002450 x 80.000 euro + 0,87 euro = 196 euro + 0,87 euro). - Na de eerste 6 maanden, 173 maandelijkse kapitaalaflossingen van elk 459,77 euro (het op 2 decimalen afgeronde resultaat van 80.000/174), elk verhoogd met de interesten berekend op het verschuldigd blijvend saldo na elke kapitaalaflossing en de kosten van de zichtrekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een 7de termijnbedrag van 656,64 euro (196,00 euro debetrente, 459,77 euro kapitaal en 0,87 euro kosten zichtrekening), een 8ste termijnbedrag van 655,51 euro (194,87 euro debetrente, 459,77 euro kapitaal en 0,87 euro kosten zichtrekening), enz. - Een laatste 174ste kapitaalaflossing (180ste termijnbedrag) van 459,79 euro (80.000/174 + 0,02 (wat rest na afronding x 174)), verhoogd met de debetrente (geen kosten van de zichtrekening die vooraf betaald worden). Hetzij een laatste termijnbedrag van 460,92 euro (1,13 euro debetrente en 459,79 euro kapitaal).</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een jaarlijks, op dezelfde dag van de maand als het verlijden van de akte, te betalen bedrag van 121,74 euro, inclusief taksen, voor de brandverzekering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 180 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema, waarbij : D1 tot D6 = 196,87 (196,00 + 0,87) D7 = 656,64 D8 = 655,51 ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D12 = 772,75 ...</p>\n<p class=\"lf-p\">D180 = 460,92 De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 38 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een hypothecair krediet met een onroerende bestemming, terug te betalen volgens 2 verschillende terugbetalingsmodaliteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kredietovereenkomst van 200.000 euro voor de aankoop van een woning terug te betalen in 180 gelijke maandelijkse betalingen (15 jaar). Het volledige kredietbedrag wordt onmiddellijk opgenomen bij het ondertekenen van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verdere kredietopnames zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hypotheekvestiging (hypothecaire inschrijving) voor 100 % van het kredietbedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De helft van het kredietbedrag, dus 100.000 euro, wordt toegestaan tegen een vaste maandelijkse rentevoet van 0,5000 % (6,1678 % op jaarbasis), en is terug te betalen in 180 maandelijkse betalingen van 843,86 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere helft van het kredietbedrag, dus ook 100.000 euro, wordt toegestaan tegen een vaste maandelijkse rentevoet van 0,4583 % (5,6407 % op jaarbasis) (39), terug te betalen in 180 maandelijkse betalingen van 817,08 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dossierkost bedraagt 500 euro, de verplichte schattingskosten 200 euro en de notariskosten 4.430,72 euro (2.200 euro registratierechten, 899,72 euro voor het hypotheekkantoor en 1.331 euro diverse aktekosten incl. btw), allen onmiddellijk te betalen bij het verlijden van de akte tot vestiging van de kredietovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het maandelijkse termijnbedrag dat het kredietbedrag van 200.000 euro aflost tegen de aangerekende debetrente bedraagt in het totaal 1.660,94 euro (843,86 + 817,08) (40). 1. Voor de berekening van het JKP wordt vertrokken van de volgende veronderstellingen : - De kredietovereenkomst geldt voor de overeengekomen tijdsduur en de kredietgever en de consument komen hun verplichtingen na overeenkomstig de voorwaarden en op de data die in de kredietovereenkomst zijn bepaald (artikel 4, § 1,eerste lid, van dit besluit). - Elke maand telt 30,41667 dagen (artikel 3, § 2, tweede lid, van dit besluit). 2. De berekening van het JKP gebeurt op basis van de volgende bedragen en tijdstippen van betaling : - Een kredietbedrag van 200.000 euro. - Een onmiddellijk te betalen bedrag van 5.130,72 euro (dossierkosten van 500 euro, schattingskosten van 200 euro en notariskosten van 4.430,72 euro).</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzij een netto door de consument ontvangen bedrag in periode 0 van 194.869,28 euro (200.000 - 5.130,72). - Een maandelijks te betalen bedrag van 1.660,94 euro om het kapitaal af te lossen en de debetrente te betalen, waarbij een maand 30,4167 dagen telt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 180 hypothetische maandelijkse termijnbedragen Dl kunnen verkregen worden op basis van een aflossingsschema, waarbij : D1 tot D180 = 1.660,94 De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 39 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een hypothecair krediet met een onroerende bestemming en met een verzekeringspremie waarop het eerste jaar een korting gegeven wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kredietbedrag voor het bouwen van een huis van 150.000 euro. De contractvoorwaarden zijn dezelfde als die voor het krediet voor de aankoop van een huis onder voorbeeld 33, met dat verschil dat de debetrente vast is en dat er het eerste jaar een korting van 100 euro gegeven wordt op de brandverzekering. 1. Voor de berekening van het JKP wordt er vertrokken van dezelfde veronderstellingen als die onder voorbeeld 33 (41), behalve dat er geen veronderstelling nodig is voor de onveranderlijkheid van de debetrentevoet. Omdat het krediet slechts geleidelijk opgenomen wordt op vooraf ongekende tijdstippen, in functie van het bouwen van de woning, wanneer de consument er om vraagt, wordt er bijkomend verondersteld dat het krediet onmiddellijk en volledig wordt opgenomen (42). 2. De berekening van het JKP gebeurt op basis van dezelfde bedragen en tijdstippen van betaling als die in voorbeeld 33, met dat verschil dat het onmiddellijk te betalen bedrag 100 euro lager ligt (43), met name 4.727,05 euro, en bijgevolg het netto door de consument ontvangen bedrag in periode 0 100 euro hoger ligt, met name 145.272,95 euro (150.000 - 4.727,05).</p>\n<p class=\"lf-p\">De 240 hypothetische maandelijkse termijnbedragen zijn dezelfde als die van voorbeeld 33.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergelijking is de volgende :</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voorbeeld 40 - Een voorbeeld ter verduidelijking van een hypothecair krediet met een onroerende bestemming en met een verzekeringspremie waarop een korting van onbepaalde duur gegeven wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kredietbedrag voor het bouwen van een huis van 150.000 euro. De contractvoorwaarden zijn de zelfde als die voor het krediet voor de aankoop van een huis onder voorbeeld 33, met dat verschil dat de debetrente vast is en dat er een korting van 100 euro gegeven wordt op de brandverzekering zolang de woning niet winddicht is. 1. Voor de berekening van het JKP wordt er vertrokken van dezelfde veronderstellingen als die onder voorbeeld 33 (44), behalve dat er geen veronderstelling nodig is voor de onveranderlijkheid van de debetrentevoet. Omdat het krediet slechts geleidelijk opgenomen wordt op vooraf ongekende tijdstippen, in functie van het bouwen van de woning, wanneer de consument er om vraagt, wordt er bijkomend verondersteld dat het krediet onmiddellijk en volledig wordt opgenomen (45). 2. De berekening van het JKP gebeurt op basis van dezelfde bedragen en tijdstippen van betaling als die in voorbeeld 33. Er wordt geen rekening gehouden met de ongekende tijdelijke korting (46).</p>\n<p class=\"lf-p\">X = 3,156705 % = 3,2 % Gezien om te worden gevoegd bij ons besluit van 14 september 2016 betreffende de kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van kredietovereenkomsten onderworpen aan boek VII van het Wetboek van economisch recht.</p>\n<p class=\"lf-p\">FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie en Consumenten, K. PEETERS De Minister van Financiën, J. VANOVERTVELDT _______ Nota (1) (1+0,001774)12 -1 = 0,021497 (afgerond) (2) Noot : De kredietgever kan in dit voorbeeld niet rekenen met een percentage van bijv.0,177425 % (dat afgerond ook 0,1774 % is) omdat het overeenkomstige percentage op jaarbasis dan 2,1500 % is, terwijl er 2,1497 % werd overeengekomen, en de maandelijkse bedragen die het kapitaal en de debetrente over een zelfde periode aflossen dan hoger liggen (768,03 euro). (3) De kredietgever kan ook vermenigvuldigen met het exacte cijfer van de meegedeelde periodieke rentevoet (0,1774 %) en op het einde van de rit interesten bij tellen om tot een verschuldigd blijvend saldo van nul euro te komen.In dat geval worden de interesten op basis van de (hogere) werkelijk toegepaste debetrentevoet \"uitgesteld\" aangerekend.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(4)</span>De rentevoet voor de nieuwe periode is gelijk aan de oorspronkelijke rentevoet vermeerderd met het verschil tussen de waarde van de referte-index (index A bij een jaarlijkse wijziging, artikel 8, 1° van dit besluit) verschenen in de kalendermaand die voorafgaat aan de datum van de verandering, en de oorspronkelijke waarde van die index (artikel VII.143, § 3, 6° WER). De oorspronkelijke waarde van de referte-index is de waarde van de referte-index die voorkomt op de tarieflijst van de rentevoeten voor het desbetreffende soort krediet en betreft de waarde van de kalendermaand die voorafgaat aan de datum van dat tarief (Artikel VII. 143, § 3, 5° WER). (5) De periodieke rentevoet mag niet meer stijgen dan dalen (artikel VII.143, § 3, 7° WER).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(6)</span>(1+0,01)(1/12) -1 = 0,08295381 % (7) (1+0,02)(1/12) -1 = 0,16515813 % (8) Het artikel VII.143, § 3, 8° WER (9) In het voorbeeld is de dekking van diefstal en inboedel niet verplicht om het krediet te krijgen.Dat betekent dat, als de consument die dekking toch zou nemen, hij die dekking kan opzeggen zonder dat dit een invloed heeft op de kredietovereenkomst. (10) Dat betekent dat de consument de rentekorting verliest als hij de zichtrekening opzegt, behalve als dat het gevolg is van een eenzijdige stijging van de prijs van de zichtrekening of aanpassing van de voorwaarden in het nadeel van de consument, opdat het recht om in dat geval op te zeggen niet beperkt mag worden.Overeenkomstig het artikel VI. 83, 3° is het verboden, in overeenkomsten van bepaalde duur, zoals een hypothecair krediet is, voor de onderneming om eenzijdig de prijs te verhogen of de voorwaarden ten nadele van de consument te wijzigen op basis van elementen die enkel afhangen van haar wil, zelfs indien op dat ogenblik de consument de mogelijkheid wordt geboden om de overeenkomst te beëindigen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(11)</span>De registratierechten bedragen 1 % van het kredietbedrag en de \"aanhorigheden\" bij de hypotheek die op 10 % van het kredietbedrag geschat worden.Het gaat dus om 1 % van (150.000 + 0,1 x 150.000 ) = 0,01 x (150.000 + 1.500) = 0,01 x 165.000 = 1.650 euro. (12) Inbegrepen 0,3 % hypotheekrechten op de hoofdsom van het krediet en de aanhorigheden (10 % van de hoofdsom) bij de hypotheek (= 495 euro) en het honorarium van de hypotheekbewaarder. (13) 1.331 euro diverse aktekosten, inclusief de btw van 21 % op het merendeel van deze kosten, de registratierechten voor de aflossingstabel, het \"recht op geschriften\" en de kosten van de hypotheekbewaarder voor het afleveren van de hypothecaire getuigschriften.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(14)</span>Exclusief dekking diefstal en inboedel (15) Voor een gebouw geschat op 200.000 euro, inclusief taks (16) Voor een 34 jarige zonder verhoogd gezondheidsrisico (17) De eerste betalingstermijn van de zichtrekeningkosten is niet vooraf gekend omdat het tijdstip van kredietopname niet gekend is en de betaling van de zichtrekeningkosten op de 1ste dag van de maand valt. (18) Het ereloon van de notaris is uitgesloten van de totale kosten van het krediet op grond van artikel I.9, 41°, 1ste lid WER. De registratierechten zijn geen registratiekosten voor de eigendomsoverdracht van het onroerend goed en zijn bijgevolg niet uitgesloten van de totale kosten van het krediet op grond van artikel I.9,41°, 2de lid, c) WER.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(19)</span>Noot : het gaat om de \"afbetalingstermijnen\" die, naast de onmiddellijk te betalen kosten, in de illustratieve aflossingstabel van de ESIS opgenomen worden (zie bijlage 3 bij boek VII van het WER, deel A, punt 7).(20) (1 + 0,0026035526)12 -1 = 3,169391 % (21) (1+0,01)1/12 - 1 = 0,0829538 % (22) (1 + 0,0034255946)12 - 1 = 4,18905 % (23) (1+0,02)1/12 - 1 = 0,165158 % (24) (1 + 0,0035480292)12 - 1 = 4,34171 %, waarbij 0,17740146 % x 2 = 0,0035480292 (25) Ingevolge de hypothese van de onmiddellijke integrale opname van het kredietbedrag en de contractuele bepaling dat het krediet in 1 keer afgelost wordt na 18 maanden.(26) Een andere periodieke rentevoet van bijv.0,287149 %, die afgerond ook 0,2871 % is, komt overeen met een jaarpercentage van 3,5007 % en 18 maandelijkse bedragen van 229,72 euro, maar er werd een jaarpercentage (debetrentevoet) van 3,5001 % overeengekomen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(27)</span>Er zijn 2 woningen te schatten, dat van het aan te kopen huis en dat van het te verkopen huis.(28) In feite is de uitkomst 169,35 euro, maar opdat de som van alle pro rata verdeelde kosten gelijk is aan 350 euro, wordt er naar boven afgerond tot 169,36 euro.(29) In feite is de uitkomst = 1,21 euro, maar opdat de som van alle pro rata verdeelde kosten gelijk is aan 2,5 euro, wordt er naar beneden afgerond tot 1,20 euro. (30) 350 x (80.000/310.000) = 90,32 (31) Geen kosten voor het hypotheekkantoor, enkel diverse aktekosten + 21 % btw. (32) 350 x (150.000/230000) = 121,74 (33) 2,5 x (80.000/310.000) = 0,65 (34) 350 x (80.000/230.000) = 121,74 (35) 4.903,88 x (150.000/230.000) = 3198,18 euro (36) 350 x (80.000/230.000) (37) 4.903,88 x (80.000/230.000) (38) 350 x (80.000/230.000) (39) Het exacte percentage van 0,4583 %, dus zonder afrondingen, komt in feite overeen met een percentage op jaarbasis van 5,6404 % ((1 + 0,004583)12 - 1).Maar voor een maandbedrag van 817,08 moet er gerekend worden met een iets hoger niet afgerond maandpercentage van 0,4583279 % dat overeenkomt met een jaarpercentage van 5,6407 %.</div>\n<p class=\"lf-p\">Dat is ook het maanbedrag dat aangerekend wordt als de (buitenlandse) kredietgever een \"nominaal\" toegepaste debetrentevoet van 5,5 % op jaarbasis meedeelt. Om tot een saldo van 0 te komen is het overigens niet mogelijk om met het exacte maandpercentage van 0,4583 % te rekenen. Om tot een saldo van 0 te komen kan er evenwel ook met een iets lager niet afgerond maandpercentage gerekend worden, dat afgerond ook 0,4583 % bedraagt, maar waarbij de maanbedragen 817,06 euro bedragen, en het overeenkomstige percentage op jaarbasis dan 5,6403 % bedraagt. (40) Noot : Indien 1 van beide debetrentevoeten variabel zou zijn, dan zou er een bijkomend illustratief JKP berekend moeten worden naar analogie met de methode in vb.33 van deze bijlage, waarbij het totale maandbedrag wijzigt ingevolge de wijziging van het gedeelte met de variabele debetrentevoet.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(41)</span>Die voor de berekening van het niet illustratieve JKP van vb.33, er is hier geen illustratief JKP nodig omdat de debetrentevoet vast is. (42) Zie ook artikel 4, § 2, 1° van dit koninklijk besluit.(43) De korting en de duur ervan zijn vooraf gekend en moeten dus op die manier in het JKP opgenomen worden, zie ook artikel 4, § 1, 1ste lid van dit besluit.(44) Die voor de berekening van het niet illustratieve JKP van voorbeeld 33, er is hier geen illustratief JKP nodig omdat de debetrentevoet vast is.(45) Zie ook artikel 4, § 2, 1° van dit koninklijk besluit.(46) De duur van de korting is niet gekend want afhankelijk van het moment waarop de woning winddicht is.Maar omdat er vertrokken wordt van de veronderstelling dat het kredietbedrag onmiddellijk en volledig opgenomen is, kan er ook verondersteld worden dat op dat moment de woning winddicht is en de premie aldus integraal betaald wordt vanaf het sluiten van de kredietovereenkomst.</div>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 14 september 2016 betreffende de kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van kredietovereenkomsten onderworpen aan boek VII van het Wetboek van economisch recht en de vaststelling van referte-indexen voor de veranderlijke rentevoeten inzake hypothecaire kredieten en de hiermee gelijkgestelde consumentenkredieten Vaststelling van de maximale jaarlijkse kostenpercentages overeenkomstig de artikelen VII.94 en VII.147/9 van het Wetboek van economisch recht en artikel 12 van het koninklijk besluit De onderstaande referentie-index, referentievoeten en maximale jaarlijkse kostenpercentages gelden vanaf de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij ons besluit van 14 september 2016 betreffende de kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van kredietovereenkomsten onderworpen aan boek VII van het Wetboek van economisch recht en de vastelling van referte-indexen voor de veranderlijke rentevoeten inzake hypothecaire kredieten en de hiermee gelijkgestelde consumentenkredieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie en Consumenten, K. PEETERS De Minister van Financiën, J. VANOVERTVELDT</p></div>", "next": 0}