{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Afdeling II. - De onderneming als ontwikkelaar, producent of distributeur van energiezuinige producten, technieken of systemen of van hernieuwbare energietechnologieën Artikel 8.3.2 § 1. De Vlaamse Regering kan een steunprogramma opstellen met tegemoetkomingen ten voordele van ondernemingen die ontwikkelaar, fabrikant of distributeur zijn van energiezuinige producten, technieken, systemen of hernieuwbare energietechnologieën, voor het uitvoeren van referentieprojecten. § 2. Een onderneming, als vermeld in § 1, sluit met de eerste gebruiker een overeenkomst waarin het deel van de tegemoetkoming dat gegeven wordt om de investerings- en installatiekosten te dekken, wordt overgedragen aan de eerste gebruiker en waarin de gebruiker de onderneming toestaat om de resultaten van het project te gebruiken bij commercialisering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling III. - De onderneming als promotor van rationeel energiegebruik en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen Artikel 8.3.3 De Vlaamse Regering kan een steunprogramma opstellen met tegemoetkomingen ten voordele van ondernemingen voor : 1° het voeren van sensibiliserings- en communicatieacties over rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer of hernieuwbare energietechnologieën;2° de informatieverzameling en -verstrekking voor rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer of hernieuwbare energietechnologieën;3° het organiseren van vormingsprojecten over rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer en hernieuwbare energietechnologieën. HOOFDSTUK IV. - Steunprogramma's voor niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen Artikel 8.4.1 De Vlaamse Regering kan een steunprogramma opstellen met tegemoetkomingen ten voordele van niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen voor : 1° de toepassing van energiezuinige producten, technieken en systemen;2° een rationeel energiebeheer;3° de toepassing van hernieuwbare energietechnologieën;4° het ondernemen van haalbaarheidsstudies voor de toepassing van energiezuinige producten, technieken en systemen of voor de toepassing van hernieuwbare energietechnologieën;5° het voeren van sensibiliserings- en communicatieacties over rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer of hernieuwbare energietechnologieën;6° de informatieverzameling en -verstrekking voor rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer of hernieuwbare energietechnologieën;7° het organiseren van vormingsprojecten voor rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer of hernieuwbare energietechnologieën;8° de kosten die verbonden zijn aan de voorbereiding, ondertekening, uitvoering en voortgangscontrole van een energiebeleidsovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK V. - Marktintroductieprogramma Artikel 8.5.1 § 1. De Vlaamse Regering kan op geregelde tijdstippen een steunprogramma opstellen om marktintroductieprojecten te ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat steunprogramma geeft een beschrijving van de energiezuinige producten, technieken en systemen of van de hernieuwbare energietechnologieën, waarvoor de Vlaamse Regering een hogere marktintroductie wil verkrijgen, het totale budget dat ze daartoe wil aanwenden en de maximale hoogte van de tegemoetkomingen die in het kader van dat marktintroductieprogramma kunnen worden toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het steunprogramma geeft aan welke van de volgende doelgroepen kunnen inschrijven op het marktintroductieprogramma : natuurlijke personen, ondernemingen, niet-commerciële instellingen of publiekrechtelijke rechtspersonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering lanceert vervolgens een oproep, waarop belangstellenden uit de aangewezen doelgroepen kunnen intekenen, die deze energie-zuinige producten, technieken of systemen of hernieuwbare energietechnologieën willen installeren en die bereid zijn mee te werken aan de monitoring en kennisoverdracht aan de gebruikerssector. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels van de oproep, en de nadere regels voor de monitoring en de bekendmaking van de resultaten van de marktintroductieprojecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK VI. - Steunprogramma's voor de toepassing van flexibiliteitsmechanismen Artikel 8.6.1 De Vlaamse Regering kan tegemoetkomingen verstrekken voor de administratieve kosten die gepaard gaan met het voorbereiden van en deelnemen aan projecten in het kader van de flexibiliteitsmechanismen Gezamenlijke Uitvoering en het Mechanisme voor Schone Ontwikkeling onder het protocol van Kyoto.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan ook tegemoetkomingen verstrekken voor de uitvoering van projecten in het kader van de flexibiliteitsmechanismen met het oog op de verwerving van emissierechten door de Vlaamse overheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK VII. - Hoogte van de tegemoetkomingen Artikel 8.7.1 De Vlaamse Regering bepaalt de hoogte van de tegemoetkomingen en de in aanmerking komende kosten, vermeld in deze titel, en de nadere regels voor de aanvraag, de beoordeling van de aanvragen en het toekennen van de tegemoetkomingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tegemoetkomingen, vermeld in het vorige lid, kunnen de vorm aannemen van een subsidie, een lening tegen een verlaagde rentevoet, een voorschot of een ander geldelijk voordeel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-872\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.7.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De tegemoetkomingen die ter uitvoering van deze titel worden toegekend aan natuurlijke personen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen, kunnen maximaal 100 % van de in aanmerking komende kosten bedragen Voor tegemoetkomingen die meer dan 50 % van de in aanmerking komende kosten bedragen of die hoger liggen dan 150.000 euro, sluit de Vlaamse Regering met de begunstigde een subsidieovereenkomst, waarin een resultaatsverbintenis wordt opgenomen. § 2. De tegemoetkomingen die ter uitvoering van deze titel worden toegekend aan kleine of middelgrote ondernemingen, kunnen maximaal 50 % van de in aanmerking komende kosten bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de onderneming een grote onderneming is, kunnen die tegemoetkomingen maximaal 40 % van de in aanmerking komende kosten bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering past die maximumpercentages aan overeenkomstig de percentages die opgenomen zijn in de Europese kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de extra investeringen die noodzakelijk zijn voor het verwezenlijken van de milieudoeleinden worden in aanmerking genomen, exclusief de voordelen van een eventuele capaciteitsverhoging, de kostenbesparingen gedurende de eerste vijf jaar van de gebruiksduur van de investeringen en de extra bijproducten gedurende diezelfde periode. Gestrande kosten komen niet in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-873\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.7.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beschermde afnemers hebben recht op een tegemoetkoming die minstens 20 % hoger is dan de tegemoetkoming voor dezelfde aankoop of in aanmerking komende kosten, die gegeven wordt aan natuurlijke personen die geen beschermde afnemer zijn Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid kunnen de tegemoetkomingen aan een beschermde afnemer maximaal 100 % van de in aanmerking komende kosten bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 8.7.4 De Vlaamse Regering beperkt de tegemoetkomingen in elk individueel geval dusdanig dat de cumulatie van de tegemoetkomingen die ter uitvoering van deze titel worden gegeven, met de overheidssteun die op grond van andere regelgevingen wordt toegekend, de maximale tegemoetkomingspercentages in artikel 8.7.2 niet overschrijdt.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL IX. - FLEXIBILITEITSMECHANISMEN Artikel 9.1.1 § 1. De Vlaamse Regering legt aan BKG-inrichtingen die broeikasgassen uitstoten en die onder het toepassingsgebied van de richtlijn 2003/87/EG vallen, als exploitatievoorwaarde op dat die BKG-inrichtingen over een broeikasgasvergunning moeten beschikken. Op basis van die broeikasgasvergunning moet jaarlijks een bepaald aantal emissierechten, met uitzondering van de emissierechten die aan de vliegtuigexploitanten werden toegewezen, bij het nationaal register ingeleverd worden in overeenstemming met de hoeveelheid broeikasgassen die in die periode werd uitgestoten. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de broeikasgasvergunning en de regels voor de bewaking en de rapportering van de emissies en voor de verificatie van die rapporten. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In overeenstemming met de criteria van de richtlijn 2003/87/EG bepaalt de Vlaamse Regering : 1° de totale hoeveelheid emissierechten die per handelsperiode aan BKG-inrichtingen in het Vlaamse Gewest worden toegekend;2° de wijze waarop die emissierechten aan de BKG-inrichtingen in kwestie worden toegewezen;3° de nadere regels voor de uitgifte, inlevering, schrapping, transfers en geldigheidsduur van de emissierechten;4° de regels voor het opstellen en het controleren van een register in de vorm van een elektronische databank waarmee de emissierechten worden uitgegeven, gehouden, overgedragen en geschrapt. § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere toepassingsregels en procedures voor de implementering van de richtlijn 2003/87/EG in het Vlaamse Gewest, in overeenstemming met de bepalingen van de richtlijn 2003/87/EG.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-912\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.1.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het jaar 2012 en de periode van 2013-2020 wordt de administratieve controle van de vliegtuigexploitant die onder de administratieve bevoegdheid van België valt, verzorgd door het gewest dat de meeste CO2-emissies, uitgestoten door de vliegtuigexploitant in het referentiejaar, krijgt toegekend Het Vlaamse Gewest krijgt voor elke vliegtuigexploitant de CO2-emissies toegekend van alle vluchten die betrekking hebben op een luchtvaartactiviteit die nader door de Vlaamse Regering zal worden bepaald, en die : a) vertrekken vanuit luchtvaartterreinen, gelegen op het grondgebied van het Vlaamse Gewest;b) landen op luchtvaartterreinen, gelegen op het grondgebied van het Vlaamse Gewest, op voorwaarde dat die vluchten niet vertrekken vanuit een lidstaat van de Europese Unie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-913\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.1.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Om in aanmerking te komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten voor het jaar 2012 en de periode van 2013-2020, moet een vliegtuigexploitant op uiterlijk 31 maart 2011 een geverifieerd rapport tonkilometergegevens indienen bij de bevoegde autoriteit. Het rapport tonkilometergegevens kan enkel betrekking hebben op tonkilometergegevens voor de periode in 2010 die ingaat vanaf het ogenblik dat de vliegtuigexploitant beschikt over een goedgekeurd monitoringplan tonkilometergegevens. Het door de vliegtuigexploitant ingediende monitoringplan tonkilometergegevens wordt binnen vier maanden na de indiening ervan geverifieerd en, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit. § 2 Om in aanmerking te komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve voor de periode van 2013-2020, moet bij de bevoegde autoriteit uiterlijk op 30 juni 2015 een verzoek worden ingediend door een vliegtuigexploitant : a) die een luchtvaartactiviteit aanvangt na het jaar waarvoor tonkilometergegevens zijn ingediend overeenkomstig § 1;of b) van wie het aantal tonkilometers gemiddeld met meer dan 18 % per jaar is gestegen tussen het referentiejaar 2010, waarvoor geverifieerde tonkilometergegevens werden gerapporteerd overeenkomstig § 1, en het jaar 2014, en van wie de extra activiteit onder punt a) of de extra activiteit onder punt b) niet geheel of gedeeltelijk een voortzetting is van een eerder door een andere vliegtuigexploitant uitgevoerde luchtvaartactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek bestaat uit een geverifieerd rapport tonkilometergegevens en bewijzen waaruit blijkt dat de vliegtuigexploitant voldoet aan de criteria onder punt a) of punt b).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het rapport tonkilometergegevens kan enkel betrekking hebben op tonkilometergegevens voor de periode in 2014 die ingaat vanaf het ogenblik dat de vliegtuigexploitant beschikt over een goedgekeurd monitoringplan tonkilometergegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het door de vliegtuigexploitant ingediende monitoringplan tonkilometergegevens wordt binnen vier maanden na de indiening ervan geverifieerd en, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan de nadere regels en procedures bepalen voor inhoud, indiening en goedkeuring van het verzoek om in aanmerking te komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve voor de periode van 2013-2020 en kan de nadere regels bepalen voor de kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve voor de periode van 2013-2020. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels en procedures voor de inhoud, indiening, verificatie en goedkeuring van een monitoringplan tonkilometergegevens zoals bedoeld in § 1 en § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels en procedures voor de inhoud, indiening en verificatie van het rapport tonkilometergegevens zoals bedoeld in § 1 en § 2. § 4. De bevoegde autoriteit dient uiterlijk op 30 juni 2011 alle door de vliegtuigexploitanten overeenkomstig § 1 ingediende rapporten tonkilometergegevens in bij de Europese Commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde autoriteit dient uiterlijk op 31 december 2015 alle door de vliegtuigexploitanten overeenkomstig § 2 ingediende en goedgekeurde verzoeken in bij de Europese Commissie. § 5. De bevoegde autoriteit berekent en publiceert in het Belgisch Staatsblad binnen drie maanden na de datum waarop de Europese Commissie haar Emissierechtenbesluit neemt, de volgende hoeveelheden : a) de totale hoeveelheid emissierechten die voor het jaar 2012 wordt toegewezen aan elke vliegtuigexploitant van wie het rapport tonkilometergegevens door de bevoegde autoriteit bij de Europese Commissie is ingediend overeenkomstig § 4, eerste lid;b) de totale hoeveelheid emissierechten die voor de periode 2013-2020 wordt toegewezen aan elke vliegtuigexploitant van wie het rapport tonkilometergegevens door de bevoegde autoriteit bij de Europese Commissie is ingediend;c) de hoeveelheid emissierechten die voor elk jaar van de periode 2013-2020 aan elke vliegtuigexploitant wordt toegewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde autoriteit berekent en publiceert in het Belgisch Staatsblad binnen drie maanden na de datum waarop de Europese Commissie haar Bijzondere reserve-emissierechtenbesluit neemt, de volgende hoeveelheden : a) de totale hoeveelheid emissierechten die uit de bijzondere reserve voor de periode 2013-2020 wordt toegewezen aan elke vliegtuigexploitant wiens verzoek door de bevoegde autoriteit bij de Europese Commissie is ingediend overeenkomstig § 4, tweede lid;b) de hoeveelheid emissierechten die aan elke vliegtuigexploitant voor elk volledig kalenderjaar dat overblijft in de periode 2013-2020, is toegewezen. § 6. Met ingang van het jaar 2010 moet een vliegtuigexploitant jaarlijks op uiterlijk 1 januari beschikken over een goedgekeurd monitoringplan CO2-emissies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vliegtuigexploitant moet zijn goedgekeurd monitoringplan CO2-emissies aanpassen en opnieuw ter goedkeuring voorleggen aan de bevoegde autoriteit, indien er zich tijdens het lopende kalenderjaar nader door de Vlaamse Regering te bepalen wijzigingen voordoen die een impact hebben op de monitoringsmethodologie. Het monitoringplan CO2-emissies wordt binnen vier maanden na indiening door de vliegtuigexploitant, geverifieerd en, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid, bepaalt de Vlaamse Regering vanaf wanneer een vliegtuigexploitant die een luchtvaartactiviteit aanvangt na 31 augustus 2009, moet beschikken over een goedgekeurd monitoringplan CO2-emissies. De vliegtuigexploitant moet zijn goedgekeurd monitoringplan CO2-emissies aanpassen en opnieuw ter goedkeuring voorleggen aan de bevoegde autoriteit, indien er zich tijdens het lopende kalenderjaar nader door de Vlaamse Regering te bepalen wijzigingen voordoen die een impact hebben op de monitoringsmethodologie. Het monitoringplan CO2-emissies wordt binnen vier maanden na indiening door de vliegtuigexploitant, geverifieerd en, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels en procedures voor de inhoud, indiening, verificatie en goedkeuring van een monitoringplan CO2-emissies en voor de wijziging ervan. § 7. Met ingang van het jaar 2011 moet een vliegtuigexploitant elk jaar op uiterlijk 31 maart een als bevredigend geverifieerd CO2-emissiejaarrapport indienen bij de bevoegde autoriteit. De verificateur neemt een beslissing over het al dan niet bevredigend karakter van het bij hem ingediende CO2-emissiejaarrapport binnen een termijn van 2 maanden, te rekenen vanaf de datum van de indiening van het CO2-emissiejaarrapport door de vliegtuigexploitant bij de verificateur. Indien de vliegtuigexploitant geen als bevredigend geverifieerd CO2-emissiejaarrapport indient op uiterlijk 31 maart van elk jaar met ingang van het jaar 2011, dan wordt een alternatief emissiecijfer bepaald door de bevoegde autoriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vliegtuigexploitant van wie het CO2-emissiejaarrapport van het voorgaande kalenderjaar uiterlijk op 31 maart van het lopende jaar niet is geverifieerd als bevredigend, mag geen emissierechten meer overdragen, totdat dat rapport is geverifieerd als bevredigend, of totdat krachtens het eerste lid een alternatief emissiecijfer is bepaald en ingegeven in het nationaal register.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels en procedures voor de inhoud, indiening en verificatie van een CO2-emissiejaarrapport.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels en procedures voor de bepaling van het alternatieve emissiecijfer. § 8. Met ingang van het jaar 2013 moet een vliegtuigexploitant elk jaar tegen uiterlijk 30 april emissierechten inleveren ter dekking van de CO2-emissies van het voorgaande jaar. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de nadere regels en procedures.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-914\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.1.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere uitvoeringsvoorwaarden en regels voor het inzetten van de flexibiliteitsmechanismen Gezamenlijke Uitvoering en het Mechanisme voor Schone Ontwikkeling onder het protocol van Kyoto De Vlaamse Regering bepaalt de kwantitatieve doelstellingen, de strategie en de financieringswijze voor het verwerven van emissierechten door de flexibiliteitsmechanismen te gebruiken in het kader van het protocol van Kyoto. § 2. De Vlaamse Regering legt de nadere regels vast voor de goedkeuring van projecten in het kader van de flexibiliteitsmechanismen Gezamenlijke Uitvoering en het Mechanisme voor Schone Ontwikkeling onder het protocol van Kyoto. De Vlaamse Regering kan besluiten om voor de administratieve behandeling van die projectaanvragen de vaste kosten en de dossierkosten te laten aanrekenen aan de indiener van het verzoek tot goedkeuring van het project. De Vlaamse Regering bepaalt ook de hoogte en betalingswijze van die kosten. De inkomsten die voortvloeien uit die kosten, worden toegewezen aan het Energiefonds, vermeld in artikel 3.2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL X. - ERKENNING VAN ENERGIEDESKUNDIGEN Artikel 10.1.1 In het kader van beleidsmaatregelen voor rationeel energiebeheer, rationeel energiegebruik, hernieuwbare energiebronnen, energieprestaties van gebouwen en flexibiliteitsmechanismen kan de Vlaamse Regering voorwaarden vastleggen waaraan kandidaat-energiedeskundigen moeten voldoen. Die voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op : 1° diploma's en opleiding;2° beroepskennis en -ervaring;3° de onafhankelijke wijze van handelen van de energiedeskundige ten aanzien van opdrachtgevers en commerciële belangen. Artikel 10.1.2 De Vlaamse Regering bepaalt de categorieën van energiedeskundigen. Ze legt de procedure voor de erkenning van de energiedeskundigen en de procedure en voorwaarden voor de schorsing en intrekking van die erkenning vast. De Vlaamse Regering legt ook de kwaliteitseisen vast en wijst de instantie aan die belast is met de controle op hun werkzaamheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1013\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Voor de aflevering van energieprestatiecertificaten bij bouw wordt de verslaggever aangewezen als energiedeskundige</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">TITEL XI. - ENERGIEPRESTATIES VAN GEBOUWEN HOOFDSTUK I. - Energieprestaties en binnenklimaat van gebouwen Afdeling I. - De EPB-eisen Artikel 11.1.1 § 1. De Vlaamse Regering bepaalt de EPB-eisen waaraan gebouwen moeten voldoen waarvoor een aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning wordt ingediend, als vermeld in artikel 93, § 1, 1°, 6° en 7°, van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De invoering van de meldingsplicht, vermeld in artikel 94, § 1, van het decreet van mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening laat voor de gebouwen, vermeld in het eerste lid, de door de Vlaamse Regering op grond van het eerste lid vastgestelde EPB-eisen onverminderd van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het vaststellen van de eisen wordt een onderscheid gemaakt tussen nieuwe en bestaande gebouwen. Er kan ook een onderscheid gemaakt worden tussen verschillende categorieën gebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als op een gebouw EPB-eisen van toepassing zijn, gelden die voor de totaliteit van de werken, handelingen en wijzigingen die aan het gebouw uitgevoerd worden en dus ook voor de werken, handelingen en wijzigingen die op zich niet vergunningsplichtig zijn. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de EPB-eisen waaraan bestaande gebouwen moeten voldoen als werken, wijzigingen of handelingen uitgevoerd worden die de energieprestatie van het gebouw bepalen en daarvoor geen aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning moet worden ingediend, als vermeld in artikel 93, § 1, 1°, 6° en 7°, van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.1.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij nieuwe gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte groter dan 1 000 m2, wordt voordat met de bouw gestart wordt, de technische, milieutechnische en economische haalbaarheid in aanmerking genomen van alternatieve systemen zoals : 1° gedecentraliseerde systemen voor energievoorziening die gebaseerd zijn op hernieuwbare energiebronnen;2° kwalitatieve warmtekrachtinstallatie;3° stads- of blokverwarming of -koeling, indien beschikbaar;4° warmtepompen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de bruikbare vloeroppervlakte Artikel 11.1.3 De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de vorm en de inhoud van de haalbaarheidsstudie, vermeld in artikel 11.1.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 11.1.4 De Vlaamse Regering kan vrijstellingen of afwijkingen toestaan op de door haar vastgestelde EPB-eisen : 1° voor beschermde monumenten of gebouwen die deel uitmaken van een beschermd landschap, stads- of dorpsgezicht of gebouwen die opgenomen zijn in de inventaris van het bouwkundige erfgoed;2° voor gebouwen die worden gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten;3° als voor het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning de tussenkomst van een architect niet vereist is;4° als het behalen van de EPB-eisen bij bestaande gebouwen en bij nieuwe gebouwen technisch, functioneel of economisch niet haalbaar is;5° voor industriële gebouwen waarin industriële processen plaatsvinden die zelf warmte produceren en waarvoor om die reden in koeling of een geforceerde ventilatie moet worden voorzien ten behoeve van een aanvaardbaar binnenklimaat;6° voor tijdelijke constructies;7° voor alleenstaande gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van minder dan 50 m2. Artikel 11.1.5 De Vlaamse Regering legt de berekeningsmethode van de energieprestatie van een gebouw vast op basis van het algemene kader in de bijlage van de richtlijn 2002/91/EG. De Vlaamse Regering kan daarbij bepalen dat gebouwen die gebruikmaken van innovatieve bouwconcepten of technologieën een alternatieve berekeningsmethode mogen toepassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De energieprestatie van een gebouw wordt op transparante wijze uitgedrukt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 11.1.6 De Vlaamse Regering evalueert minstens om de twee jaar de berekeningsmethode van de energieprestaties van gebouwen, de te volgen procedures, de EPB-eisen en de administratieve lasten van de regelgeving en past die in voorkomend geval aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling II. - De startverklaring Artikel 11.1.7 § 1. Voor werken en handelingen aan gebouwen waarvoor met toepassing van artikel 11.1.1, § 1, EPB-eisen gelden, stelt de aangifteplichtige voor de aanvang van de werken en handelingen een verslaggever aan. § 2. In het kader van de toewijzingsprocedure van een aannemingsopdracht, bezorgt de opdrachtgever of de architect aan de gecontacteerde aannemers de beschikbare gegevens over het behalen van de EPB-eisen. De werken en handelingen mogen pas worden aangevat nadat een startverklaring is ingediend. De startverklaring wordt voor het aanvatten van de werken en handelingen door de verslaggever namens de aangifteplichtige ingediend bij het Vlaams Energieagentschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De prestaties inzake EPB-eisen die voor het gebouw worden nagestreefd, worden door de architect aan de verslaggever verstrekt, die ze opneemt in de startverklaring. De gegevens die aan de basis liggen van de keuze voor materialen en maatregelen om te voldoen aan de EPB-eisen, zijn opvraagbaar door het Vlaams Energieagentschap en de partijen die bij de werken en handelingen betrokken zijn. De architect stelt die gegevens op eerste verzoek ter beschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens van de materialen en installaties die in het gebouw gebruikt worden en die betrekking hebben op het behalen van de EPB-eisen, zijn opvraagbaar door de verslaggever. De aangifteplichtige, de architect, de aannemer of installateur stellen die gegevens op eerste verzoek ter beschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verslaggever houdt gedurende drie jaar van elke door hem opgestelde startverklaring een papieren afdruk en de bijbehorende gegevens bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever, de aangifteplichtige en de architect. De verslaggever stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de papieren afdruk en de bijbehorende gegevens ter beschikking aan het Vlaams Energieagentschap. § 3. Als er voor het indienen van de EPB-aangifte een verandering van verslaggever plaatsvindt, meldt de nieuw aangestelde verslaggever zijn naam zo snel mogelijk elektronisch aan het Vlaams Energieagentschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling III. - EPB-aangifte Artikel 11.1.8 § 1. Na de uitvoering van de werken en handelingen aan gebouwen waarvoor EPB-eisen gelden volgens artikel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever uiterlijk zes maanden na de ingebruikname van het gebouw namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het Vlaams Energieagentschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de EPB-aangifte met betrekking tot gebouwen waarvan de stedenbouwkundige vergunning in 2006 werd aangevraagd, dient de verslaggever uiterlijk twaalf maanden na de ingebruikname van het gebouw namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het Vlaams Energieagentschap. § 2. De verslaggever houdt gedurende vijf jaar van elke door hem opgestelde EPB-aangifte een papieren afdruk, de bijbehorende plannen en bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De verslaggever stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de papieren afdruk, de plannen en de bijlagen ter beschikking van het Vlaams Energieagentschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangifteplichtige houdt gedurende tien jaar een papieren afdruk van de EPB-aangifte, de bijhorende plannen en de bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De aangifteplichtige stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de papieren afdruk, de plannen en de bijlagen ter beschikking aan het Vlaams Energieagentschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1119\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.1.9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Als er voor een gebouw EPB-eisen gelden volgens artikel 11.1.1, § 1, is de houder van de stedenbouwkundige vergunning of de meldingsplichtige de aangifteplichtige Als een gebouw dat al voorlopig opgeleverd is, wordt verkocht vooraleer een EPB-aangifte werd ingediend, blijft de oorspronkelijke houder van de stedenbouwkundige vergunning of de meldingsplichtige de aangifteplichtige. § 2. In uitzondering op § 1 is bij verkoop door een promotor-bouwheer aan een natuurlijke persoon van een gebouwde, te bouwen, te verbouwen of in aanbouw zijnde woning of appartement de promotor-bouwheer de aangifteplichtige, tenzij aan de volgende drie voorwaarden is voldaan : 1° in de koopakte wordt vermeld dat de aangifteplicht aan de koper wordt overgedragen;2° bij de koopakte wordt een tussentijds verslag gevoegd dat opgemaakt is door de verslaggever die door de promotor-bouwheer is aangesteld en dat is ondertekend door de verslaggever, de promotor-bouwheer en de koper.In het tussentijdse verslag worden alle maatregelen die uitgevoerd werden of die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, opgesomd en wordt vermeld wie voor de uitvoering van de verschillende maatregelen zal instaan; 3° de promotor-bouwheer stelt na het beëindigen van de werken de nodige gegevens van de door hem of in zijn opdracht uitgevoerde werken, ter beschikking van de koper met het oog op het opstellen van de definitieve EPB-aangifte. Artikel 11.1.10 Als er voor een gebouw volgens artikel 11.1.1, § 2, EPB-eisen gelden is de eigenaar van het gebouw de aangifteplichtige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 11.1.11 De verslaggever stelt de EPB-aangifte op conform de uitgevoerde werken. Hij omschrijft de maatregelen die de energieprestaties en het binnenklimaat van het gebouw bepalen en berekent of het gebouw aan de EPB-eisen voldoet. Hij is verantwoordelijk voor de correcte rapportering van de feitelijke toestand van het gebouw in de EPB-aangifte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de architect die met de controle op de uitvoering van de werken belast is tijdens de uitvoering vaststelt dat er een ernstig risico bestaat dat de EPB-eisen niet gerespecteerd zullen worden, brengt hij de aangifteplichtige en, als dat een andere persoon dan de architect is, de verslaggever hiervan per aangetekende brief zo snel mogelijk op de hoogte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 11.1.12 De aangifteplichtige of zijn rechtsopvolgers mogen de in de EPB-aangifte vermelde installaties of constructies alleen wijzigen of vervangen voor zover die wijzigingen of vervangingen elk op zich minstens de prestaties leveren die in de EPB-aangifte vermeld werden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 11.1.13 De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels tot vaststelling van de vorm en de inhoud van de startverklaring, de EPB-aangifte, de bijbehorende plannen en bijlagen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het indienen van de EPB-aangifte en de startverklaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling IV. - Energieprestatiedatabank Artikel 11.1.14 § 1. Het Vlaams Energieagentschap houdt een energieprestatiedatabank bij. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens uit de melding, de aanvraag voor de stedenbouwkundige vergunning en de stedenbouwkundige vergunning door de overheid die de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend, elektronisch worden bijgehouden. Iedere overheid die bevoegd is om stedenbouwkundige vergunningen te verlenen of meldingen te registreren, bezorgt het Vlaams Energieagentschap maandelijks en elektronisch een lijst van de gemelde, vergunde, geschorste en vernietigde werken, wijzigingen of handelingen waarvoor EPB-eisen gelden. Deze gegevens worden opgenomen in de energieprestatiedatabank.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering legt vast in welke vorm die gegevens uitgewisseld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Energieprestatiecertificaten Artikel 11.2.1 § 1. De Vlaamse Regering kan de eigenaars of gebruikers van een gebouw opleggen dat het gebouw over een energieprestatiecertificaat moet beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het energieprestatiecertificaat bevat referentiewaarden op basis waarvan de energieprestaties van het gebouw kunnen worden beoordeeld en vergeleken met die van andere gebouwen. In het energieprestatiecertificaat worden ook aanbevelingen opgenomen voor de kostenefficiënte verbetering van de energieprestatie van het gebouw of tips voor goed gebruikersgedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de berekeningsmethode, de verdere inhoud en de vorm van het energieprestatiecertificaat. De Vlaamse Regering kan ook nadere regels vastleggen voor de labeling van gebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldigheidsduur van een energieprestatiecertificaat kan niet langer zijn dan tien jaar. De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen waarin een energieprestatiecertificaat kan worden ingetrokken of aangepast. § 2. In gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte groter dan 1 000 m2 en waarin overheidsdiensten en instellingen gevestigd zijn die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken, en die derhalve vaak door het publiek bezocht worden, wordt een geldig energieprestatiecertificaat aangebracht op een opvallende plaats die duidelijk zichtbaar is voor het publiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de bruikbare vloeroppervlakte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.2.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Vlaamse Regering kan de eigenaar van een gebouw, vermeld in artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, verplichten om bij de verkoop van het gebouw een geldig energieprestatiecertificaat aan de koper over te dragen. § 2. De Vlaamse Regering kan de eigenaar van een gebouw, vermeld in artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, verplichten om bij het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst een geldig energieprestatiecertificaat aan de huurder ter beschikking te stellen. § 3. De Vlaamse Regering kan aan de instrumenterende ambtenaar en aan derden verplichtingen opleggen in het kader van de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in § 1 en § 2</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.2.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het Vlaams Energieagentschap houdt een energieprestatiecertificatendatabank bij. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens uit het energieprestatiecertificaat worden bijgehouden, doorgestuurd en opgenomen in deze databank. § 2. De personen die een energieprestatiecertificaat uitreiken, sturen de in § 1 vermelde gegevens elektronisch door naar de energieprestatiecertificatendatabank. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor het elektronisch indienen van die gegevens TITEL XII. - ENERGIEBELEIDSRAPPORTERING HOOFDSTUK I. - Energierapport Artikel 12.1.1 De minister publiceert jaarlijks, op voorstel van het Vlaams Energieagentschap, een energierapport. Het energierapport omvat voor het Vlaamse Gewest minstens : 1° een energiebalans;2° een beschrijving en analyse van de bestaande toestand inzake energieverbruik en energieproductie, per sector en per energiedrager;3° energiekengetallen per sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 12.1.2 De energiebalans bevat de volgende gegevens : 1° globaal : a) het primair energieverbruik per energiedrager;b) de hoeveelheid energie die geleverd is aan de internationale lucht- en scheepvaartbunkers per energiedrager;c) het bruto binnenlands energieverbruik per energiedrager;d) de netto-geïmporteerde hoeveelheid energie per energiedrager;2° met betrekking tot de transformatiesector : a) de verwerkte hoeveelheid energie per subsector en per energiedrager;b) de geproduceerde hoeveelheid energie per subsector en per energiedrager;c) de productie van elektriciteit en warmte door warmtekracht- en hernieuwbare energie-installaties per subsector en per energiedrager;d) het eigen verbruik en de leidingverliezen per subsector en per energiedrager;3° met betrekking tot de eindverbruiksector : a) het energieverbruik per subsector en per energiedrager;b) de productie van elektriciteit en warmte door warmtekrachtinstallaties, hernieuwbare energieinstallaties en andere zelfopwekkingsinstallaties per subsector en per energiedrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Verstrekking van gegevens aan het Vlaams Energieagentschap Artikel 12.2.1 De Vlaamse Regering kan verplichtingen opleggen aan elke beheerder van een distributienet, transmissienet, aardgasdistributienet en vervoernet, elke energieleverancier en elke exploitant van een energie-opwekkingsinstallatie, om het Vlaams Energieagentschap accurate, volledige en consistente mededeling te doen van noodzakelijke gegevens voor het opmaken van het energierapport en voor de onderbouwing van het Vlaamse beleid inzake rationeel energiegebruik, hernieuwbare energiebronnen en klimaatverandering en voor het sociale energiebeleid. De Vlaamse Regering legt de eisen vast inzake accuraatheid, volledigheid en consistentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De te verstrekken gegevens hebben minstens betrekking op : 1° de afname en het verbruik van energie door objectief omschreven categorieën van afnemers en het verbruiksprofiel van die afnemers;2° de kenmerken van energie-opwekkingsinstallaties en de hoeveelheid verwerkte en opgewekte energie in die installaties. De Vlaamse Regering bepaalt de categorie-indeling, de rapporteringstermijn en -wijze van de gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 12.2.2 De diensten van de homogene beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid, de instellingen die onder het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap ressorteren, de ondergeschikte besturen die onder het administratief toezicht van het Vlaamse Gewest staan en de publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen die belast zijn met taken van openbaar nut inzake energie, stellen, op eenvoudig verzoek van het Vlaams Energieagentschap of uit eigen beweging, alle niet-vertrouwelijke informatie waarover ze beschikken en die van nut kan zijn voor het opstellen van het energierapport en voor de onderbouwing van het Vlaams beleid inzake rationeel energiegebruik, hernieuwbare energiebronnen en klimaatverandering en voor het sociale energiebeleid, ter beschikking van het Vlaams Energieagentschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL XIII. - TOEZICHT EN SANCTIES HOOFDSTUK I. - Toezicht Afdeling I. - Algemene bepalingen Artikel 13.1.1 Tenzij dit decreet in een specifieke toezichthouder voorziet, worden de ambtenaren die bevoegd zijn voor de controle op het naleven van de bepalingen van dit decreet aangeduid door de Vlaamse Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling II. - Toezicht door de VREG Artikel 13.1.2 § 1. De VREG kan aan een marktpartij of de aangestelden, bestuurders, managers en personeelsleden van die marktpartij de gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitvoering van haar taken en bevoegdheden, vermeld in de artikelen 3.1.3 en 3.1.4. § 2. De Vlaamse Regering wijst de personeelsleden van de VREG aan die bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op de naleving van titels IV, V, VI en hoofdstuk I tot en met IV van titel VII van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan en de niet-naleving hiervan vast te stellen in een proces-verbaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het uitvoeren van hun toezichttaak kunnen de genoemde personeelsleden van de VREG bij iedere marktpartij ter plaatse inzage vorderen en een kosteloze kopie maken en meenemen van alle daarvoor noodzakelijke zakelijke documenten en andere zakelijke informatiedragers. Zij kunnen zich daarbij laten bijstaan door personen die zij daartoe hebben aangewezen op grond van hun deskundigheid. Om alle nodige vaststellingen te verrichten, hebben de genoemde personeelsleden toegang tot de terreinen en de gebouwen. Tot de bewoonde lokalen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen : 1° ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner gekregen;2° ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de rechter in de politierechtbank. § 3. De marktpartij aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken op grond van § 1, of toegang te verlenen aan de personeelsleden van de VREG op grond van § 2, is verplicht om binnen de door de VREG gestelde termijn alle medewerking te verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens of inlichtingen die in het kader van § 1 en § 2 worden verkregen, gebruikt de VREG alleen voor de uitoefening van haar taken en bevoegdheden, vermeld in de artikelen 3.1.3 en 3.1.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling III. - Toezicht door het Vlaams Energieagentschap Artikel 13.1.3 De Vlaamse Regering wijst de ambtenaren van het Vlaams Energieagentschap aan die bevoegd zijn voor de controle op de naleving van de verplichtingen die opgelegd zijn op basis van artikelen 7.6.1, 7.6.2, 7.7.1 en 7.7.2, van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan en voor het opleggen van de administratieve geldboetes.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangewezen ambtenaren kunnen daartoe aan de betrokkenen alle gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken. De betrokkene aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken, moet binnen de door de bevoegde ambtenaren bepaalde redelijke termijn alle medewerking verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1314\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.1.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De ambtenaren van het Vlaams Energieagentschap zijn bevoegd om de nodige controles met betrekking tot het naleven van de EPB-eisen uit te voeren en om overtredingen van de bepalingen van hoofdstuk I van titel XI en de uitvoeringsbesluiten ervan op te sporen en vast te stellen door een verslag van vaststelling Om alle nodige opsporingen en vaststellingen te verrichten, hebben de vermelde ambtenaren toegang tot de bouwplaats en de gebouwen. Tot de bewoonde lokalen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen : 1° ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner gekregen;2° ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de rechter in de politierechtbank. § 2. Op eenvoudig verzoek krijgen de ambtenaren, vermeld in § 1, van de overheid die de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend of de melding heeft geregistreerd, toegang tot de documenten en de elektronische gegevens die worden bijgehouden van de vergunde, gemelde, geschorste en vernietigde werken, handelingen en wijzigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 13.1.5 De ambtenaren van het Vlaams Energieagentschap zijn bevoegd om de nodige controles met betrekking tot het energieprestatiecertificaat uit te voeren en om overtredingen van de bepalingen van hoofdstuk II van titel XI en de uitvoeringsbesluiten ervan op te sporen en vast te stellen door een verslag van vaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om alle nodige opsporingen en vaststellingen te verrichten, hebben de vermelde ambtenaren toegang tot de bouwplaats en de gebouwen. Tot de bewoonde lokalen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen : 1° ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner gekregen;2° ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de rechter in de politierechtbank. Afdeling IV. - Toezicht in het kader van de heffing op de exploitatie van een distributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest Artikel 13.1.6 De Vlaamse Regering wijst de ambtenaren aan die belast zijn met de controle en het onderzoek in verband met de toepassing van de heffing, bedoeld in titel XIV. Die ambtenaren zijn van rechtswege gemachtigd om bij de heffingsplichtigen en bij derden inlichtingen te nemen, gegevens op te zoeken en te verzamelen die kunnen leiden tot de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige. De heffingsplichtige of elke derde die over de gevraagde gegevens beschikt, is verplicht die inlichtingen te verstrekken op eenvoudig verzoek van de ambtenaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaren zijn van rechtswege gemachtigd om bij de heffingsplichtige en bij derden alle boeken, stukken of registers op te vragen en in te kijken die kunnen leiden tot de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige. De heffingsplichtige of elke derde die over de gevraagde boeken, stukken of registers beschikt, is verplicht die voor te leggen op ieder verzoek van de ambtenaren. De ambtenaren kunnen de boeken, stukken of registers ter plaatse inkijken of meenemen tegen afgifte van een ontvangstbewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaren hebben toegang, na voorlegging van hun legitimatiebewijs en met een voorafgaande rechterlijke machtiging van de politierechtbank, tot de bedrijfslokalen van de heffingsplichtige om vaststellingen te kunnen doen die kunnen leiden tot de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle inlichtingen, stukken, processen-verbaal, of akten die de ambtenaren in de uitoefening van hun functie ontdekken of krijgen, rechtstreeks of door tussenkomst van een bestuursdienst van de Staat, met inbegrip van de parketten en de griffies van de hoven en de rechtbanken, de administraties van de gemeenschappen en gewesten, de provincies en de gemeenten en de organen en de instellingen van openbaar nut, kunnen door het Vlaamse Gewest worden aangewend om de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige vast te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Strafrechtelijke sancties Artikel 13.2.1 Worden gestraft met een geldboete van een tot vijfhonderd euro en/of een gevangenisstraf van één maand tot één jaar : 1° zij die krachtens dit decreet verrichte verificaties of onderzoeken van de VREG of van de Vlaamse Regering hinderen, weigeren de informatie te verstrekken die zij gehouden zijn mede te delen krachtens dit decreet, of bewust verkeerde of onvolledige informatie verstrekken;2° zij die elektriciteit of aardgas leveren aan afnemers die aangesloten zijn op een distributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit, zonder over een leveringsvergunning te beschikken; 3° zij die een directe lijn of directe leiding aanleggen zonder voorafgaande toelating, indien deze toelating vereist wordt door de Vlaamse Regering, zoals voorzien in artikel 4.5.1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.2.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke overtreding van het beroepsgeheim, zoals vermeld in de artikel 3.1.12 en 4.1.11, wordt gestraft met de straffen die bepaald zijn in artikel 458 van het Strafwetboek HOOFDSTUK III. - Administratieve sancties opgelegd door de VREG Afdeling I. - Algemene procedure Artikel 13.3.1 § 1. Tenzij dit decreet in een specifieke procedure voorziet, kan de VREG elke natuurlijke persoon of rechtspersoon schriftelijk in gebreke stellen bij niet-naleving van de bepalingen van titels IV, V, VI, hoofdstuk I tot en met IV van titel VII en artikel 13.1.2, van dit decreet en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de technische reglementen. § 2. De VREG kan de persoon die in gebreke werd gesteld overeenkomstig § 1 en werd gehoord of daartoe naar behoren werd opgeroepen, een van de administratieve geldboetes, vermeld in artikel 13.3.2. tot en met 13.3.4, opleggen. De VREG zorgt ervoor dat er in deze gevallen geen kennelijke wanverhouding bestaat tussen de feiten die aan de administratieve boete ten grondslag ligt en de administratieve boete die op grond van die feiten wordt opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De VREG legt de persoon die in gebreke werd gesteld wegens niet-naleving van de artikelen 7.1.10, 7.1.11 of 7.2.3, en werd gehoord of daartoe naar behoren werd opgeroepen, de administratieve boete op, voorzien in artikel 13.3.5. § 3. Het opleggen van de administratieve boete wordt aan de betrokkene meegedeeld in een met redenen omklede aangetekende brief, met verwijzing naar de bepalingen die van toepassing zijn, de hoogte van de administratieve boete en in voorkomend geval de berekening ervan, en de beroepsmogelijkheid. § 4. De beslissing van de VREG tot oplegging van een administratieve sanctie kan op straffe van onontvankelijkheid aangevochten worden bij de Rechtbank van Eerste Aanleg binnen zestig kalenderdagen na ontvangst van de kennisgeving, vermeld in § 3. De kennisgeving wordt geacht te zijn ontvangen de derde werkdag na de verzending ervan. De procedure bij de Rechtbank van Eerste Aanleg werkt schorsend. § 5. Na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in § 3, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De VREG kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn. § 6. Als de betrokkene nalaat de administratieve geldboete binnen de in § 5 bepaalde termijn te betalen, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling of bij aangetekende brief. § 7. Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging. § 8. De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald is bij de artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling II. - Algemene administratieve boete Artikel 13.3.2 Tenzij dit decreet in een specifieke administratieve sanctie voorziet, kan de VREG een administratieve geldboete opleggen die per kalenderdag niet minder dan 250 euro mag bedragen, noch meer dan 250.000 euro mag bedragen, noch in totaal hoger zijn dan 2.000.000 euro of 3 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar, als dit laatste bedrag lager is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling III. - Administratieve geldboete bij niet-naleving van de sociale openbaredienstverplichtingen Artikel 13.3.3 De VREG legt de netbeheerder voor een overtreding van de openbare dienstverplichtingen, opgelegd op basis van artikelen 4.1.22, 9°, en 4.3.2, 4° en 5°, een administratieve geldboete op die niet minder dan 1.000 euro bedraagt en niet meer bedraagt dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het afgelopen jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 13.3.4 De VREG legt de netbeheerder bij het niet-naleven van de termijnen voor het heraansluiten van de elektriciteits- of aardgastoevoer en het herinschakelen van de stroombegrenzer in de budgetmeter een administratieve geldboete op van 1.000 euro per kalenderdag die de termijn, vermeld in artikel 6.1.2, § 3, overschrijdt, tenzij de netbeheerder kan aantonen dat de oorzaak van het overschrijden van de termijn niet aan hem te wijten is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling IV. - Procedure en administratieve geldboete bij niet-naleving van de bepalingen inzake groenestroomcertificaten, warmtekrachtcertificaten en groenewarmtecertificaten Artikel 13.3.5 § 1. De VREG legt aan een certificaatplichtige de volgende administratieve boete op : 1° een boete van 125 euro per groenestroomcertificaat dat de certificaatplichtige voor 31 maart 2015 te weinig heeft ingediend bij de VREG in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.10 en een boete van 100 euro per groenestroomcertificaat dat de certificaatplichtige na 31 maart 2015 te weinig heeft ingediend bij de VREG in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.10; 2° een boete van 45 euro per warmtekrachtcertificaat dat de certificaatplichtige te weinig heeft ingediend bij de VREG in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.11; 3° een boete van 125 euro per groenewarmtecertificaat dat de certificaatplichtige te weinig heeft ingediend bij de VREG in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.2.3. § 2. De betrokkene kan, indien hij het oneens is met de berekening van de administratieve boete, op straffe van verval binnen de dertig kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in artikel 13.3.1, § 3, de VREG per aangetekende brief op de hoogte brengen van de materiële vergissingen of rekenfouten die bij de berekening gemaakt zouden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit bezwaar schorst de termijn bedoeld in artikel 13.3.1, § 4, tot de beslissing van de VREG over het bezwaar, bedoeld in het volgend lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De VREG kan haar beslissing herroepen of het bedrag van de administratieve geldboete aanpassen als blijkt dat er materiële vergissingen of rekenfouten gemaakt zouden zijn. Zoniet wijst zij het bezwaar van betrokkene af.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK IV. - Administratieve sancties opgelegd door het Vlaams Energieagentschap Afdeling I. - Administratieve sancties wegens overtreding van de maatregelen en verplichtingen inzake de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, warmtekrachtkoppeling en het rationeel energiegebruik Artikel 13.4.1 § 1. Het Vlaams Energieagentschap kan de netbeheerders verplichten tot naleving van artikel 7.5.1 van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten van dit decreet binnen de door het Vlaams Energieagentschap bepaalde termijn. Als een netbeheerder bij het verstrijken van die termijn in gebreke blijft, kan het Vlaams Energieagentschap een administratieve geldboete opleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die administratieve geldboete mag per kalenderdag niet lager zijn dan 1000 euro en niet hoger zijn dan 100.000 euro, en in totaal niet hoger zijn dan 2 miljoen euro of 1 % van de omzet die de betrokken netbeheerder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar. § 2. Het Vlaams Energieagentschap kan de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen van 10 cent per kilowattuur te weinig bespaarde primaire energie ten opzichte van de opgelegde hoeveelheid primaire energiebesparing per categorie van afnemers. § 3. Bij niet-naleving van het REG-actieplan kan het Vlaams Energieagentschap een administratieve geldboete opleggen die niet lager is dan 1.000 euro en niet hoger dan 100.000 euro per inbreuk. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij niet-naleving van een actieverplichting kan het Vlaams Energieagentschap aan de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 1.000 euro en niet hoger dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar. § 5. Bij niet-naleving van een middelenverplichting of financieringsverbintenis kan het Vlaams Energieagentschap aan de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen die het drievoudige bedraagt van het deel van de middelenverplichting of financieringsverbintenis dat niet werd nageleefd. § 6. Als een ontwerp-REG-actieplan niet voldoet aan de voorwaarden voor vorm en inhoud die door de Vlaamse Regering werden vastgelegd, kan het Vlaams Energieagentschap de netbeheerder aanmanen om binnen een gestelde termijn de betreffende voorwaarden na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de netbeheerder bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap een administratieve geldboete op van 1.000 euro per kalenderdag dat de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt overschreden. § 7. Als een ontwerp-REG-rapport niet de door de Vlaamse Regering vastgelegde gegevens bevat, kan het Vlaams Energieagentschap de netbeheerder aanmanen om binnen een gestelde termijn de betreffende gegevens aan te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de netbeheerder bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap een administratieve geldboete op van 1.000 euro per kalenderdag dat de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt overschreden. § 8. Als een ontwerp-REG-actieplan, een definitieve lijst van acties, de reserveacties, de aanvraag-formulieren of het ontwerp-REG-rapport niet tijdig worden ingediend, kan het Vlaams Energieagentschap de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen van 1.000 euro per kalenderdag dat de opgelegde termijnen worden overschreden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1342\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.4.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Overtredingen van de door de Vlaamse Regering in toepassing van artikel 12.2.1 opgelegde eisen inzake de consistentie, volledigheid en accuraatheid van de te rapporteren gegevens, worden door het Vlaams Energieagentschap bestraft met een administratieve geldboete die niet lager is dan 50 euro, en niet hoger dan 20.000 euro. § 2. Overtredingen van de door de Vlaamse Regering in toepassing van artikel 12.2.1, tweede lid, opgelegde rapporteringstermijn worden door het Vlaams Energieagentschap bestraft met een administratieve geldboete van 250 euro per kalenderdag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1343\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.4.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Bij niet-naleving van een actieverplichting, vastgelegd in artikel 7.6.1, kan het Vlaams Energieagentschap aan de brandstofleverancier een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 1000 euro en niet hoger dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar. § 2. Bij niet-naleving van een middelenverplichting, vastgelegd ter uitvoering van artikel 7.6.1, legt het Vlaams Energieagentschap aan de brandstofleverancier een administratieve geldboete op die het drievoudige bedraagt van het deel van de middelenverplichting dat niet werd nageleefd. § 3. Bij niet-naleving van een informatie- en sensibiliseringsverplichting, vastgelegd ter uitvoering van artikel 7.6.2, kan het Vlaams Energieagentschap aan de brandstofleverancier een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 1000 euro en niet hoger dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1344\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.4.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De betrokkene wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete in kennis gesteld met een aangetekende brief met bericht van ontvangst. De met redenen omklede kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete, de bepalingen die van belang zijn en de beroepsmogelijkheid. § 2. De ambtenaren, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering, beslissen over de gemotiveerde verzoeken om kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling van de administratieve geldboeten, vermeld in artikel 13.4.1, § 1, §§ 3, 4, 5, 6, 7 en 8, artikel 13.4.2, § 1, en artikel 13.4.3, § 1, die de betrokkene met een aangetekende brief aan hen richt. Het verzoek schorst de bestreden beslissing De in het eerste lid vermelde verzoeken worden binnen vijftien kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de afgifte op de post van de in § 1, vermelde aangetekende brief, gericht aan de daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing van de daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren wordt binnen dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de afgifte op de post van het in het eerste lid vermelde verzoek, ter kennis gebracht van de indiener van het verzoekschrift.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een met redenen omklede aangetekende brief, gericht aan de indiener van het verzoek, kan de bevoegde ambtenaar de voormelde termijn eenmalig verlengen met dertig kalenderdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de beslissing niet binnen de gestelde termijn is verzonden, wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd. § 3.Als de betrokkene het oneens is met de berekening van de administratieve geldboete die opgelegd is volgens artikel 13.4.1, § 2, artikel 13.4.2, § 2, en artikel 13.4.3, § 2, kan hij binnen tien kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in § 1, de ambtenaren die daartoe aangewezen zijn door de Vlaamse Regering per aangetekende brief op de hoogte brengen van de materiële vergissingen en rekenfouten die bij de berekening gemaakt zouden zijn. Na het verstrijken van die termijn is de beslissing definitief. § 4. Het beroep tegen de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete op grond van artikel 13.4.1, § 1, §§ 3, 4, 5, 6, 7 en 8, artikel 13.4.2, § 1, en artikel 13.4.3, § 1 en § 3, bij de Rechtbank van Eerste Aanleg werkt schorsend. § 5. De administratieve geldboete moet worden betaald binnen zestig kalenderdagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaren, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering, kunnen uitstel van betaling verlenen voor een door hen bepaalde termijn. § 6. De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, die bepaald zijn in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. § 7. Bij gebrek aan voldoening van de administratieve geldboete en toebehoren wordt een dwangbevel uitgevaardigd door de ambtenaar die belast is met de invordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die daartoe is aangewezen door de Vlaamse Regering. § 8. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of met een aangetekende brief. § 9. Op het dwangbevel zijn de bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling II. - Administratieve sancties wegens overtreding of niet-naleving van de energieprestatieregelgeving Artikel 13.4.5 § 1. Als een startverklaring niet voldoet aan de voorwaarden inzake vorm en inhoud die door de Vlaamse Regering werden vastgelegd met toepassing van artikel 11.1.13, maant het Vlaams Energieagentschap de verslaggever aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de verslaggever een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro. § 2. Als een architect niet voldoet aan de ver-plichtingen van artikel 11.1.7, § 2, maant het Vlaams Energieagentschap de architect aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de architect bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaamse Energieagentschap de architect een adminis-tratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro. § 3. Als een startverklaring laattijdig of helemaal niet wordt ingediend, maant het Vlaams Energieagentschap de aangifteplichtige aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de aangifteplichtige een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro. § 4. Als een EPB-aangifte niet voldoet aan de voorwaarden inzake vorm en inhoud die door de Vlaamse Regering werden vastgelegd met toepassing van artikel 11.1.13, maant het Vlaams Energieagentschap de verslaggever aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de verslaggever een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro, vermeerderd met 1 euro per kubieke meter nieuw gecreëerd beschermd volume. Het Vlaams Energieagentschap legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting moet worden nageleefd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de verslaggever een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 25 euro per kalenderdag dat de in het tweede lid vermelde termijn wordt overschreven. § 5. Als een EPB-aangifte laattijdig of helemaal niet wordt ingediend, maant het Vlaams Ener-gieagentschap de aangifteplichtige aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de aangifteplichtige een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro, vermeerderd met 1 euro per kubieke meter nieuw gecreëerd beschermd volume. Het Vlaams Energieagentschap legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting moet worden nageleefd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap de aangifteplichtige een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 25 euro per kalenderdag dat de in het tweede lid vermelde termijn wordt overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft en uit een controle blijkt dat de EPB-eisen niet werden gerespecteerd, legt het Vlaams Energieagentschap, naast de administratieve geldboete, vermeld in het tweede lid, de aangifteplichtige een administratieve geldboete op die het dubbele bedraagt van de administratieve geldboete die berekend is volgens de bepalingen van artikel 13.4.6. Voor de bepaling van die administratieve geldboete worden daarbij de waarden die vastgesteld zijn in de EPB-aangifte, vervangen door de waarden vastgesteld bij controle.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1346\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.4.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als uit de EPB-aangifte blijkt dat de EPB-eisen niet werden gerespecteerd, legt het Vlaams Energieagentschap, tot vijf jaar na de indiening van de EPB-aangifte, de aangifteplichtige een administratieve geldboete op van : 1° 60 euro per afwijking van 1 W/K op het vlak van de thermische isolatie van de constructie-elementen en het K-peil, zoals bepaald in 1.1.1 en 1.1.2 van de bijlage bij dit decreet; 2° 24 eurocent per afwijking van 1 MJ/jaar op het vlak van de globale energetische prestatie, zoals bepaald in 1.2 van de bijlage bij dit decreet; 3° 48 eurocent per 1000 Kh en per m3 afwijking op het vlak van het risico op oververhitting, zoals bepaald in 1.3 van de bijlage bij dit decreet; 4° 4 euro per afwijking van 1 m3/h op het vlak van de ventilatievoorzieningen, zoals bepaald in 1.4 van de bijlage bij dit decreet Het Vlaams Energieagentschap vestigt de adminis-tratieve geldboete pas als de totale administratieve geldboete die opgelegd wordt op basis van dit artikel, ten minste 250 euro bedraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1347\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.4.7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Als bij controle blijkt dat de EPB-aangifte niet met de werkelijkheid overeenstemt, legt het Vlaams Energieagentschap tot vijf jaar na het indienen van de EPB-aangifte de verslaggever een administratieve geldboete op van : 1° 60 euro per afwijking van 1 W/K op het vlak van de thermische isolatie van de constructie-elementen en het K-peil, zoals bepaald in 2.1.1 en 2.1.2 van de bijlage bij dit decreet; 2° 24 eurocent per afwijking van 1 MJ/jaar op het vlak van de globale energetische prestatie, zoals bepaald in 2.2 van de bijlage bij dit decreet; 3° 48 eurocent per 1000 Kh en per m3 afwijking op het vlak van het risico op oververhitting, zoals bepaald in 2.3 van de bijlage bij dit decreet; 4° 4 euro per afwijking van 1 m3/h op het vlak van de ventilatievoorzieningen, zoals bepaald in 2.4 van de bijlage bij dit decreet Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot de ventilatievoorzieningen kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 1°, 2° en 3°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot de thermische isolatie van de constructie-elementen kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 1°, op grond van afwijkingen op het vlak van het K-peil, of krachtens het eerste lid, 2° en 3°. Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot het K-peil kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 2° en 3°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot het E-peil kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Vlaams Energieagentschap vestigt de administratieve geldboete pas als de totale administratieve geldboete die opgelegd wordt op basis van dit artikel, ten minste 250 euro bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verslaggever dient binnen zestig kalenderdagen na de vestiging van de administratieve geldboete bij het Vlaams Energieagentschap een EPB-aangifte in die in overeenstemming is met de controlevaststellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een overtreding van de bepaling van het zevende lid wordt vastgesteld, maant het Vlaams Energieagentschap de verslaggever aan om binnen een gestelde termijn de verplichting na te leven. Als de verslaggever bij het verstrijken van die termijn in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap een administratieve geldboete van 500 euro op. § 2. Voor EPB-aangiften met betrekking tot gebouwen waarvan de startverklaring in 2006 werd ingediend, bedraagt de administratieve geldboete slechts de helft van het bedrag dat op basis van § 1, eerste lid, is verschuldigd, met een minimum van 250 euro.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1348\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.4.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het bedrag van de verschuldigde administratieve geldboete wordt aan de betrokkene meegedeeld per aangetekende brief, met vermelding van de redenen waarom de boete wordt opgelegd en met verwijzing naar de artikelen die van toepassing zijn. In voorkomend geval wordt de berekening bijgevoegd Indien de betrokkene het oneens is met de sanctie kan hij, binnen dertig kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, het Vlaams Energieagentschap van zijn tegenargumenten op de hoogte brengen per aangetekende brief. Na het verstrijken van die termijn is de beslissing definitief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Vlaams Energieagentschap kan zijn beslissing herroepen of het bedrag van de administratieve geldboete aanpassen als die tegenargumenten gegrond blijken te zijn. In dat geval vindt binnen de dertig kalenderdagen na het ontvangen van de tegenargumenten van de betrokkene een nieuwe kennisgeving plaats. § 2. Na de kennisgeving, vermeld in § 1, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Vlaams Energieagentschap kan uitstel van betaling verlenen voor een termijn die het zelf bepaalt. § 3. Indien de betrokkene in gebreke blijft bij het betalen van de administratieve geldboete, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of per aangetekende brief. Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging. § 4. De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald zijn in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling III. - Administratieve sanctie wegens overtreding of niet-naleving van de energieprestatieregelgeving bij bestaande gebouwen Artikel 13.4.9 § 1. Als de aangifteplichtige bij de uitvoering van de werken, handelingen of wijzigingen de EPB-eisen, vermeld in artikel 11.1.1, § 2, niet naleeft, kan het Vlaams Energieagentschap een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 250 euro, noch hoger dan 5.000 euro, afhankelijk van het type gebouw, de bruikbare vloeroppervlakte of het beschermd volume. § 2. Het beroep tegen de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete op grond van § 1 bij de Rechtbank van Eerste Aanleg werkt schorsend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De procedure omschreven in artikel 13.4.8 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling IV. - Administratieve sancties wegens overtreding of niet-naleving van de verplichtingen betreffende energieprestatiecertificaten Artikel 13.4.10 § 1. Als bij de controle blijkt dat het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, kan het Vlaams Energieagentschap de energiedeskundige die het energieprestatiecertificaat heeft afgeleverd een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan 500 euro, en niet hoger dan 5.000 euro, afhankelijk van het type gebouw, het beschermd volume of de bruikbare vloeroppervlakte. § 2. Als zou blijken dat de eigenaar of gebruiker van een gebouw die krachtens artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, over een energieprestatiecertificaat moet beschikken, niet over een geldig energieprestatiecertificaat beschikt, legt het Vlaams Energieagentschap hem, op voorwaarde dat de eigenaar of gebruiker werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, een administratieve geldboete op die niet lager is dan 1.000 euro, en niet hoger dan 5.000 euro, afhankelijk van het type gebouw, het beschermd volume of de bruikbare vloeroppervlakte. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als bij toepassing van artikel 11.2.2 blijkt dat de eigenaar geen geldig energieprestatiecertificaat aan de koper heeft overgedragen of aan de huurder ter beschikking gesteld heeft, en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, legt het Vlaams Energieagentschap hem een administratieve geldboete op die niet lager is dan 1.000 euro, en niet hoger dan 5.000 euro, afhankelijk van het type gebouw, het beschermd volume of de bruikbare vloeroppervlakte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die administratieve geldboete kan niet worden gecumuleerd met de sanctie vermeld in § 2. § 4. Het beroep tegen de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete op grond van §§ 1, 2 en 3 bij de Rechtbank van Eerste Aanleg werkt schorsend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De procedure in artikel 13.4.8 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK V. - Administratieve sancties opgelegd door het departement Leefmilieu, Natuur en Energie Artikel 13.5.1 De afdeling van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie, bevoegd voor luchtverontreiniging, legt aan de exploitant of vliegtuigexploitant een administratieve geldboete op voor elke ton CO2-equivalent die uitgestoten wordt en waarvoor op basis van artikel 9.1.1, § 1, of artikel 9.1.3, § 8, geen emissierechten werden ingeleverd. Per ton uitgestoten CO2-equivalent bedraagt de administratieve geldboete voor de exploitant 40 euro voor de periode 2005-2007 en 100 euro vanaf 2008. Per ton uitgestoten CO2-equivalent bedraagt de administratieve geldboete voor de vliegtuigexploitant 100 euro vanaf 2012.De betaling van de boete wegens emissieoverschrijding ontslaat de exploitant of vliegtuigexploitant niet van de verplichting, bij de inlevering van emissierechten in verband met het volgende kalenderjaar, een hoeveelheid emissierechten in te leveren die gelijk is aan de emissieoverschrijding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering neemt maatregelen om de publicatie te verzekeren van de namen van de exploitanten of vliegtuigexploitanten die onvoldoende emissierechten inleveren om te voldoen aan de verplichtingen die opgelegd zijn krachtens artikel 9.1.1, § 1, of artikel 9.1.3, § 8.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1352\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.5.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Met ingang van het jaar 2010 wordt een vliegtuigexploitant die op 1 januari van elk jaar niet beschikt over een goedgekeurd monitoringplan CO2-emissies overeenkomstig artikel 9.1.3, § 6, eerste lid, een administratieve geldboete opgelegd die minimaal 5.000 euro en maximaal 450.000 euro bedraagt In afwijking van het eerste lid, wordt vanaf het moment dat de vliegtuigexploitant moet beschikken over een goedgekeurd monitoringplan CO2-emissies, zoals bepaald door de Vlaamse Regering en daarna jaarlijks op 1 januari, aan een vliegtuigexploitant zoals bedoeld in artikel 9.1.3, § 6, tweede lid, een administratieve geldboete opgelegd die minimaal 5.000 euro en maximaal 450.000 euro bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de berekening van de administratieve geldboete. § 2. Een vliegtuigexploitant die uiterlijk op 31 maart van elk jaar en met ingang van het jaar 2011 geen als bevredigend geverifieerd CO2-emissiejaarrapport heeft ingediend overeenkomstig artikel 9.1.3, § 7, wordt een administratieve geldboete opgelegd die minimaal 5000 euro en maximaal 450.000 euro bedraagt. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de berekening van de administratieve geldboete.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1353\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.5.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op advies van de bevoegde autoriteit kan de Vlaamse Regering, de Europese Commissie verzoeken een exploitatieverbod op te leggen aan een vliegtuigexploitant die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 9.1.3, indien de naleving van hetgeen bij of krachtens artikel 9.1.3 bepaald is, niet met andere handhavingsmaatregelen kon worden gegarandeerd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1354\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.5.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De betrokkene wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete in kennis gesteld per aangetekende brief. De met redenen omklede kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete. § 2. Als de betrokkene het oneens is met de administratieve geldboete, opgelegd volgens artikel 13.5.1 en artikel 13.5.2, kan hij, binnen tien kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in § 1, de ambtenaren, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering, daarvan in kennis stellen door middel van een aangetekende brief. Na het verstrijken van die termijn is de beslissing definitief De betrokkene kan op zijn verzoek de documenten op basis waarvan de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete volgens artikelen 13.5.1 en 13.5.2 is genomen, inzien en er een kopie van ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokkene kan op zijn verzoek zijn verweer met betrekking tot de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete volgens artikelen 13.5.1 en 13.5.2 mondeling toelichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde ambtenaren kunnen hun beslissing herroepen of het bedrag van de administratieve geldboete aanpassen als die tegenargumenten gegrond blijken te zijn. In dat geval vindt een nieuwe kennisgeving plaats. § 3. De administratieve geldboete moet worden betaald binnen zestig kalenderdagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing. De ambtenaren, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering, kunnen uitstel van betaling verlenen voor een door hen bepaalde termijn. § 4. De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald zijn bij artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK VI. - Inkomsten die voortvloeien uit de opbrengst van de administratieve geldboetes Artikel 13.6.1 De inkomsten die voortvloeien uit de opbrengst van de administratieve geldboetes, vermeld in dit decreet, worden rechtstreeks toegewezen aan het Energiefonds, vermeld in artikel 3.2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL XIV. - HEFFING OP DE EXPLOITATIE VAN EEN DISTRIBUTIENET OF HET PLAATSELIJK VERVOERNET VAN ELEKTRICITEIT IN HET VLAAMSE GEWEST HOOFDSTUK I. - Heffing op de exploitatie van een elektriciteits-distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest Artikel 14.1.1 Vanaf een door de Vlaamse Regering te bepalen datum wordt er een heffing ingesteld op de exploitatie van een distributienet voor elektriciteit of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest.</p>\n<p class=\"lf-p\">De heffing wordt berekend op een hoeveelheid elektrische stroom, uitgedrukt in gigawattuur (GWh), die gelijk is aan de hoeveelheid stroom die jaarlijks wordt geïnjecteerd op het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in kwestie, verminderd met de hoeveelheid stroom die jaarlijks vanuit dit net op een ander distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit wordt geïnjecteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 14.1.2 De heffing is verschuldigd door de netbeheerders, met inbegrip van de netbeheerders die onderworpen zijn aan de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1413\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Het tarief van de heffing wordt als volgt bepaald</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hoeveelheid elektrische stroom, uitgedrukt in GWh, zoals berekend in artikel 14.1.1 Heffing uitgedrukt in euro's 0 tot 100 1860 &gt; 100 tot 250 6195 &gt; 250 tot 500 14.875 &gt; 500 tot 1000 29.745 &gt;1000 tot 2000 59.495 &gt; 2000 tot 3000 99.155 &gt; 3000 tot 4000 138.820 &gt; 4000 tot 5000 178.485 &gt; 5000 tot 7500 247.895 &gt; 7500 tot 10.000 347.050 &gt; 10.000 tot 15.000 495.785 &gt; 15.000 tot 20.000 694.100 &gt; 20.000 tot 25.000 892.415 &gt; 25.000 tot 30.000 1.090.730 &gt; 30.000 tot 35.000 1.289.045 &gt; 35.000 tot 40.000 1.487.360 &gt; 40.000 tot 45.000 1.685.675 &gt; 45.000 tot 50.000 1.883.990 &gt; 50.000 2.231.040 Artikel 14.1.4 De heffing wordt van rechtswege jaarlijks geïndexeerd door het tarief in artikel 14.1.3 te vermenigvuldigen met het indexcijfer van de consumptieprijzen, vastgesteld voor de maand oktober van het heffingsjaar, en te delen door het indexcijfer van de consumptieprijzen, vastgesteld voor de maand december van het jaar 2000.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Heffing op de exploitatie van een aardgasdistributienet in het Vlaamse Gewest Artikel 14.2.1 Vanaf een door de Vlaamse Regering te bepalen datum wordt er een heffing ingesteld op de exploitatie van een aardgasdistributienet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De heffing wordt berekend op een hoeveelheid aardgas, uitgedrukt in gigawattuur (GWh) calorische bovenwaarde, die gelijk is aan de hoeveelheid die jaarlijks wordt geïnjecteerd op het aardgasdistributienet, verminderd met de hoeveelheid die jaarlijks vanuit dit aardgasdistributienet op een ander aardgasdistributienet wordt geïnjecteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 14.2.2 De heffing is verschuldigd door de aardgas-netbe-heerders, met inbegrip van de aardgasnet-beheerders die onderworpen zijn aan de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1423\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Het tarief van de heffing wordt als volgt bepaald</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hoeveelheid aardgas, uitgedrukt in GWh calorische bovenwaarde, zoals berekend in artikel 14.2.1 Heffing uitgedrukt in euro's 0 tot 100 1040 &gt; 100 tot 250 3645 &gt; 250 tot 500 7810 &gt; 500 tot 1000 15.615 &gt; 1000 tot 2000 31.235 &gt; 2000 tot 3000 52.060 &gt; 3000 tot 4000 72.880 &gt; 4000 tot 5000 93.705 &gt; 5000 tot 7500 130.145 &gt; 7500 tot 10.000 182.200 &gt; 10.000 tot 15.000 260.290 &gt; 15.000 tot 20.000 364.405 &gt; 20.000 tot 25.000 468.520 &gt; 25.000 tot 30.000 572.635 &gt; 30.000 tot 35.000 676.750 &gt; 35.000 tot 40.000 780.865 &gt; 40.000 tot 45.000 884.980 &gt; 45.000 tot 50.000 989.095 &gt; 50.000 1.145.270 Artikel 14.2.4 De heffing wordt van rechtswege jaarlijks geïndexeerd door het tarief in artikel 14.2.3, te vermenigvuldigen met het indexcijfer van de consumptieprijzen, vastgesteld voor de maand oktober van het heffingsjaar, en te delen door het indexcijfer van de consumptieprijzen, vastgesteld voor de maand december van het jaar 2000.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK III. - Vestiging van de aanslag, controle, beroep, ambtshalve uitvoering en verjaring Afdeling I. - Vestiging van de aanslag Artikel 14.3.1 De heffingsplichtige doet jaarlijks voor 30 maart van het jaar dat op het heffingsjaar volgt, aangifte van de hoeveelheid elektrische stroom overeenkomstig artikel 14.1.1 en van de hoeveelheid aardgas overeenkomstig artikel 14.2.1. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels betreffende de aangifteplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1432\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.3.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor 15 oktober van het jaar dat op het heffingsjaar volgt, wordt de heffing ingekohierd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die aangewezen is door de Vlaamse Regering De kohieren bevatten op straffe van nietigheid : 1° de naam van de heffingsplichtige;2° de verwijzing naar dit decreet;3° het heffingsjaar;4° het bedrag van de verschuldigde heffing;5° de datum van uitvoerbaarverklaring;6° de handtekening van de ambtenaar die belast is met het uitvoerbaar verklaren van het kohier. Ter uitvoering van het kohier worden aan de heffingsplichtigen de aanslagbiljetten verstuurd. Die aanslagbiljetten bevatten de gegevens 1° tot en met 5°, van het vorige lid, de datum van verzending, de betalingstermijn en de termijn waarbinnen het administratief beroep kan worden ingediend. Artikel 14.3.3 In afwijking van artikel 14.3.2, kan een heffing of een aanvullende heffing worden gevestigd gedurende drie jaar vanaf 1 januari van het heffingsjaar als de heffingsplichtige nagelaten heeft tijdig een geldige aangifte in te dienen of de verschuldigde heffing hoger ligt dan de heffing die werd gesteund op de gegevens van het aangifteformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kunnen meerdere heffingen betreffende hetzelfde heffingsjaar en ten laste van dezelfde heffingsplichtige worden gevestigd. Die heffingen worden opgenomen in aanvullende kohieren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1434\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.3.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als een aanslag nietig verklaard is, omdat hij niet werd gevestigd overeenkomstig een wettelijke regel, met uitzondering van de regels inzake de verjaring in artikel 14.3.11, kan een nieuwe aanslag worden gevestigd ten laste van dezelfde heffingsplichtige en op grond van dezelfde heffingselementen, zelfs als de termijnen van in artikelen 14.3.2 en 14.3.3, van dit decreet zijn verstreken. Die aanslag moet worden gevestigd binnen drie maanden vanaf de datum van de uitspraak in het kader van het administratief beroep of binnen zes maanden vanaf de datum van een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan Artikel 14.3.5 De heffingsplichtige moet de heffing betalen binnen zestig kalenderdagen na verzending van het aanslagbiljet. Na verloop van die periode is hij nalatigheidsintresten verschuldigd, conform de bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook inzake de moratoriumintresten zijn de bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelasting van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling II. - Administratief beroep Artikel 14.3.6 Binnen een termijn van zestig kalenderdagen na de verzending van het aanslagbiljet kan de heffingsplichtige beroep aantekenen bij de Vlaamse Regering. Dat beroep vermeldt op straffe van nietigheid de naam van de heffingsplichtige, het kohiernummer, het aanslagjaar en de motieven van het beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels van dit administratief beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels van het Wetboek van inkomstenbelasting gelden voor wat de eisbaarheid van de aanslagen betreft waartegen beroep is ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling III. - Ambtshalve heffing, administratieve geldboete en dwangbevel Artikel 14.3.7 Indien de heffingsplichtige nalaat de aangifte te doen overeenkomstig artikel 14.3.1, kan de Vlaamse Regering de heffingsplichtige in gebreke stellen door middel van een aangetekende brief of een deurwaardersexploot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de heffingsplichtige nalaat om binnen een periode van zestig kalenderdagen na verzending van de ingebrekestelling aangifte te doen, kan de Vlaamse Regering ambtshalve een aanslag vestigen. Die aanslag kan worden gebaseerd op de hoeveelheid elektrische stroom overeenkomstig artikel 14.1.1 of de hoeveelheid aardgas overeenkomstig artikel 14.2.1 van het vorige heffingsjaar. De aanslag kan ook worden gebaseerd op tekenen en indiciën.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1438\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.3.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zodra de nalatigheidsintresten verschuldigd zijn, wordt een administratieve geldboete opgelegd die gelijk is aan het ontdoken bedrag, op voorwaarde dat de heffingsplichtige werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen Tegen die geldboeten kan binnen dertig kalenderdagen door middel van een aangetekende brief beroep worden ingediend bij de ambtenaar die daartoe aangewezen is door de Vlaamse Regering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1439\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.3.9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebrek aan voldoening van de heffing, de intresten en de administratieve geldboete kan een dwangbevel worden uitgevaardigd door de daartoe door de Vlaamse Regering belaste ambtenaar Dat dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die daartoe aangewezen is door de Vlaamse Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dwangbevel wordt betekend door deurwaarders-exploot of bij aangetekend schrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het dwangbevel zijn de bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende het bewarend beslag en de middelen van tenuitvoerlegging van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot zekerheid van betaling van de heffing heeft het Vlaamse Gewest hetzelfde algemeen voorrecht als vermeld in het Wetboek van inkomstenbelastingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.3.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verzet tegen het dwangbevel schort de tenuitvoerlegging van het dwangbevel op</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij verzet, kan tot op het moment van de uitspraak over het verzet bij beschikking, vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan, een vordering worden ingeleid om de heffingsplichtigen te horen veroordelen tot betaling van een provisioneel bedrag op het bij dwangbevel gevorderde bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling IV. - Verjaring Artikel 14.3.11 De vordering tot betaling van de heffing, de intresten en de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald zijn bij artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL XV. - SLOTBEPALINGEN HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen Artikel 15.1.1 In 33°, van artikel 569, van het Gerechtelijk Wetboek, worden de woorden « van de beroepen tegen de beslissingen tot het opleggen van een administratieve geldboete op grond van artikel 37, § 1, en § 2quater, eerste lid, van het elektriciteitsdecreet en van artikel 46, § 1, en § 2bis, eerste lid, van het aardgasdecreet » vervangen door de woorden « van de beroepen tegen de beslissingen van de VREG tot het opleggen van een administratieve sanctie op grond van de artikelen 13.3.1 tot en met 13.3.5 van het Energiedecreet ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 2 van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 20 december 1996Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/12/1996 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/09/1997 numac 1997035791 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997 sluiten tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water, gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt : « 4° netbeheerder : elke beheerder van een net als vermeld in artikel 1.1.3, 90°, van het Energiedecreet; »; 2° punt 6° wordt vervangen door wat volgt : « 5° huishoudelijke afnemer : afnemer als vermeld in artikel 1.1.3, 67°, van het Energiedecreet; »; 3° punten 5° en 7° worden geschrapt. Artikel 15.1.3 In artikel 7 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Voor wat de ononderbroken toevoer van elektriciteit en aardgas betreft, vermeld in artikel 6.1.1 van het Energiedecreet, geeft de lokale adviescommissie binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het verzoek en na een contradictoir onderzoek dat een antwoord geeft op de vraag of de huishoudelijke afnemer niet in een situatie verkeert waardoor afsluiting onverantwoord zou zijn, een advies over onderstaande gevallen : a) het verzoek van de netbeheerder om de huishoudelijke afnemer af te sluiten, in de gevallen die vermeld zijn in artikel 6.1.2, § 1, eerste lid, 5°, 6°, 7° en 8°, van het Energiedecreet; b) het verzoek tot heraansluiting van de huishoudelijke afnemer, na beëindiging van de gevallen, vermeld in artikel 6.1.2, § 1, eerste lid, van het Energiedecreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontstentenis van een advies binnen de voormelde termijn wordt het advies over het verzoek van de netbeheerder, vermeld in het eerste lid, a), geacht negatief te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontstentenis van een advies binnen de voormelde termijn wordt het advies over het verzoek tot heraansluiting van de huishoudelijke afnemer, vermeld in het eerste lid, b ), geacht positief te zijn. »; 2° in § 4 worden de woorden « of een huishoudelijke aardgasafnemer » geschrapt. HOOFDSTUK II. - Opheffingsbepalingen Artikel 15.2.1 De volgende regelingen worden opgeheven : 1° de wet van 10 maart 1925 op de electriciteitsvoorziening, voor wat de Vlaamse energiebevoegdheden betreft;2° het decreet van 17 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/09/2000 numac 2000035898 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten houdende organisatie van de elektriciteitsmarkt;3° het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/10/2001 numac 2001036089 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de gasmarkt sluiten houdende de organisatie van de gasmarkt;4° het decreet van 2 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/06/2004 numac 2004035904 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in het Vlaamse Gewest door het bevorderen van het rationeel energiegebruik, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de toepassing van flexibiliteitsmechanismen uit het Protocol van Kyoto sluiten tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in het Vlaamse Gewest door het bevorderen van het rationeel energiegebruik, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de toepassing van de flexibiliteitsmechanismen uit het Protocol van Kyoto;5° het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/05/2004 numac 2004035776 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt sluiten tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt;6° het decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/02/2003 numac 2003011027 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/2009 numac 2009000415 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten0 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat voor gebouwen en tot uitvoering van een energieprestatiecertificaat en tot wijziging van artikel 22 van het REG-decreet. HOOFDSTUK III. - Overgangs- en slotbepalingen Artikel 15.3.1 Voor distributienetbeheerders die minder dan honderd huishoudelijke afnemers hebben, kan de Vlaamse Regering voorzien in uitzonderingen, voor zover daarvoor een technische of financiële noodzaak bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 15.3.2 De Vlaamse Regering kan voorzien in uitzonderingen op de bepalingen van dit decreet voor wat de levering van aardgas en het beheer van het aardgasdistributienet betreft in het gebied van de gemeente Baarle-Hertog, dat volledig omgeven is door Nederlands grondgebied, voor zover daarvoor een technische of financiële noodzaak bestaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.3.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor wat betreft de productie-installaties waarvoor reeds groenestroomcertificaten werden toegekend vóór de inwerkingtreding van artikel 7.1.1, kent de VREG de groenestroomcertificaten toe aan de producent van de elektriciteit die in de productie-installaties wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1534\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.3.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens andersluidende bepalingen worden de begroting en rekeningen van de VREG opgemaakt en goedgekeurd en wordt de controle uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op de instellingen van openbaar nut van categorie B. Artikel 15.3.5 Het Energiefonds, vermeld in artikel 3.2.1 neemt de uitstaande rechten en plichten lastens het begrotingsfonds Energiefonds', vermeld in artikel 20 van het decreet van 17 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/09/2000 numac 2000035898 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, over.</p>\n<p class=\"lf-p\">De middelen die voortvloeien uit de overgedragen rechten en plichten, worden gevoegd bij de financiële middelen van het Energiefonds, vermeld in artikel 3.2.1, § 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1536\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Dit decreet wordt aangehaald als : het Energiedecreet</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 15.3.7 De Vlaamse Regering kan de bepalingen van het Energiedecreet coördineren, met inachtneming van de wijzigingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn aangebracht tot aan het tijdstip van de coördinatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te dien einde kan de Vlaamse Regering : 1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen, met de nieuwe nummering overeenbrengen;3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen teneinde ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen;4° in de bepalingen die niet in de coördinatie worden opgenomen, de verwijzingen naar de gecoördineerde bepalingen aanpassen. De coördinatie zal het volgende opschrift dragen : « Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid, gecoördineerd op [...] ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 15.3.8 De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop de verschillende bepalingen van dit decreet in werking treden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 8 mei 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, H. CREVITS Nota (1) Zitting 2008-2009. Stukken - Ontwerp van decreet : 2165 - Nr. 1 - Amendementen : 2165 - Nr. 2 - Verslag : 2165 - Nr. 3 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 2165 - Nr. 4 Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergaderingen van 29 en 30 april 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld</p></div>", "next": 0}