{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1144\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.4.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Als de opgelegde herstel- of instandhoudingsmaatregelen niet binnen de door de rechter bepaalde uitvoeringstermijn worden uitgevoerd, beveelt het vonnis of arrest altijd dat de inspecteur Onroerend Erfgoed ambtshalve in de uitvoering ervan kan voorzien in de plaats en op kosten van de veroordeelde. § 2. De kosten die verbonden zijn aan de ambtshalve uitvoering, vermeld in paragraaf 1, kunnen ook worden verhaald op de houder van een zakelijk recht op het goed dat het voorwerp uitmaakte van het vonnis of arrest Op voorwaarde dat de titel van de houder van het zakelijk recht al was overgeschreven vóór de overschrijving van de dagvaarding of het gedinginleidend exploot, vermeld in artikel 11.2.3 en 11.4.3, § 3, en de houder van het zakelijk recht met betrekking tot het goed dat het voorwerp heeft uitgemaakt van de ambtshalve uitvoering, vreemd is aan de noodzaak tot herstel, blijft het verhaal evenwel beperkt tot de verrijking die de houder van het zakelijk recht ingevolge de uitvoering van de opgelegde herstelmaatregel heeft verkregen. § 3. De kosten die verbonden zijn aan de ambtshalve uitvoering, vermeld in paragraaf 1, worden gewaarborgd door een wettelijke hypotheek, die zich uitstrekt tot alle zakelijke rechten die toebehoren aan de veroordeelde, vermeld in paragraaf 1, en die ingeschreven, vernieuwd, verminderd of geheel of gedeeltelijk wordt doorgehaald overeenkomstig hoofdstuk IV en V van de Hypotheekwet van 16 december 1851. De hypotheek wordt ingeschreven op voorlegging van een afschrift van de rechterlijke beslissing waarin de herstel- of instandhoudingsmaatregelen worden opgelegd, niettegenstaande beroep of verzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een verhaal als vermeld in paragraaf 2 kan naast de wettelijke hypotheek, vermeld in het eerste lid, een wettelijke hypotheek ingeschreven worden op alle zakelijke rechten van de houder van een zakelijk recht op het goed dat het voorwerp uitmaakt van de opgelegde maatregel, vermeld in artikel 11.4.1, § 2, eerste lid, of 11.4.3, § 2, tenzij zijn titel al was overgeschreven vóór de overschrijving van de dagvaarding of het gedinginleidend exploot, vermeld in artikel 11.2.3 en 11.4.3, § 3, en hij met betrekking tot het goed dat het voorwerp heeft uitgemaakt van de ambtshalve uitvoering, vreemd is aan de noodzaak tot herstel. In dit laatste geval strekt de wettelijke hypotheek zich alleen uit tot het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van de opgelegde maatregel, voor een bedrag dat de verrijking die de houder van het zakelijk recht ingevolge de uitvoering van de opgelegde herstelmaatregel heeft verkregen, niet mag overstijgen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1145\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.4.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De veroordeelde brengt de inspecteur Onroerend Erfgoed onmiddellijk per beveiligde zending op de hoogte van de vrijwillige uitvoering van de herstelmaatregel. Daarop maakt de inspecteur Onroerend Erfgoed onmiddellijk en na controle ter plaatse een proces-verbaal van vaststelling op De inspecteur Onroerend Erfgoed bezorgt per beveiligde zending een afschrift van het proces-verbaal van vaststelling aan de gemeente, de veroordeelde en de houders van zakelijke rechten op het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakte van de herstelmaatregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens bewijs van het tegendeel geldt alleen het proces-verbaal van vaststelling als bewijs van het herstel en van de datum van het herstel. § 2. Het proces-verbaal van vaststelling, vermeld in paragraaf 1, wordt overeenkomstig artikel 84 van de Hypotheekwet van 16 december 1851 ingeschreven op de kant van de inschrijving van de dagvaarding of het exploot tot inleiding van het geding, vermeld in artikel 11.2.3 en artikel 11.4.3, § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zolang de inschrijving, vermeld in het eerste lid, niet is gebeurd, moet de instrumenterend ambtenaar naar aanleiding van een akte, strekkende tot de overdracht van een zakelijk recht, in een afzonderlijke akte er melding van maken dat voor het onroerend goed bij uitvoerbaar rechterlijk bevel, een verplichting werd uitgesproken om een herstelmaatregel uit te voeren. In die akte wordt ook vermeld dat de nieuwe zakelijkrechthouder de verbintenis aangaat om de opgelegde herstelmaatregel uit te voeren, onverminderd de verplichting van de veroordeelde, en dat de inspecteur Onroerend Erfgoed gemachtigd wordt om, bij verzuim van de nieuwe zakelijkrechthouder om zich van die plicht te kwijten, ook op zijn kosten tot uitvoering van de opgelegde maatregel over te gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instrumenterend ambtenaar stuurt een afschrift van die akte naar de inspecteur Onroerend Erfgoed, en is ertoe gehouden de grosse af te leveren op zijn verzoek. Afdeling 5. - Bestuurlijke maatregelen Onderafdeling 1. - Basisbepalingen Art. 11.5.1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt de betekening per aangetekende zending met ontvangstbewijs geacht te zijn geschied op de derde werkdag na de afgifte ter post.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1152\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.5.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een stakingsbevel kan uitsluitend door de inspecteur Onroerend Erfgoed worden ingetrokken of in omvang worden beperkt, zowel ambtshalve als op verzoek van belanghebbenden. De inspecteur Onroerend Erfgoed kan daarnaast toelating of bevel geven tot het uitvoeren van maatregelen tot beveiliging van de aanwezige erfgoedwaarden. Het bevel neemt de vorm aan van een besluit als vermeld in onderafdeling 3 of 4</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1153\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.5.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wie besluit tot toepassing van bestuursdwang of last onder dwangsom, is ook bevoegd deze beslissing te wijzigen of in te trekken, zowel ambtshalve als op verzoek van belanghebbenden Buiten de beroepsmogelijkheden bepaald in deze afdeling, is de intrekking of wijziging slechts mogelijk als het doel van de bestuurlijke maatregel werd bereikt, ingeval van gewijzigde omstandigheden die een bijsturing van de opgelegde maatregelen noodzaken of in de gevallen, bedoeld in artikel 1133 van het Gerechtelijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuursdwang en last onder dwangsom kunnen niet gelijktijdig worden toegepast ten aanzien van dezelfde persoon. In afwijking van het vorige lid kan een besluit tot toepassing van bestuursdwang te allen tijde worden vervangen door een besluit tot oplegging van een last onder dwangsom of omgekeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1154\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Een bestuurlijke maatregel mag geen afbreuk doen aan het gezag van gewijsde van een overeenkomstig dit hoofdstuk eerder tussengekomen rechterlijke beslissing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Stakingsbevel Art. 11.5.5. § 1. De ambtenaren, agenten of officieren van gerechtelijke politie, vermeld in artikel 11.3.3, kunnen mondeling ter plaatse de onmiddellijke staking van de handelingen bevelen als ze vaststellen dat die handeling voldoet aan de materiële omschrijving van een misdrijf of inbreuk als vermeld in artikel 11.2.1 of daarvan het gevolg is. Een dergelijk stakingsbevel is een preventieve maatregel, gericht op het voorkomen van misdrijven of schade aan erfgoedwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de ambtenaren, agenten of officieren van gerechtelijke politie, vermeld in het eerste lid, ter plaatse niemand aantreffen, wordt ter plaatse een schriftelijk bevel tot onmiddellijke staking op een zichtbare plaats aangebracht, of wordt het stakingsbevel alsnog mondeling gegeven tijdens een verhoor van de overtreder. § 2. Het proces-verbaal van de vaststelling wordt binnen acht dagen per beveiligde zending betekend aan de initiatiefnemer, de architect en de persoon of aannemer die de handelingen uitvoert. Als het bevel de staking van het gebruik van een goed betreft, wordt het proces-verbaal op dezelfde manier ter kennis gebracht van de persoon die het goed gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegelijkertijd wordt per beveiligde zending een afschrift van het proces-verbaal verzonden naar de gemeente op het grondgebied waarvan de handelingen zijn uitgevoerd of waar het gebruik plaatsvond en naar de inspecteur Onroerend Erfgoed. § 3. Tenzij het stakingsbevel werd gegeven door een bevoegde ambtenaar van het agentschap, belast met de handhaving van dit decreet, moet het stakingsbevel op straffe van verval binnen acht dagen na de betekening van het proces-verbaal door de inspecteur Onroerend Erfgoed worden bekrachtigd. Die bekrachtiging wordt binnen twee werkdagen per beveiligde zending verzonden naar de personen, vermeld in paragraaf 2. § 4. Elke belanghebbende kan in kort geding de opheffing van de maatregel vorderen tegen de inspecteur Onroerend Erfgoed, die optreedt namens het Vlaamse Gewest. De vordering wordt gebracht voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in het ambtsgebied waarin de handelingen zijn uitgevoerd of het gebruik plaatsvond. Deel IV, boek II, titel VI, van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de inleiding en de behandeling van de vordering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1156\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.5.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaren, agenten of officieren van gerechtelijke politie, vermeld in artikel 11.3.3, zijn gerechtigd tot het nemen van alle maatregelen, met inbegrip van verzegeling, inbeslagname van materiaal en materieel, om het bevel tot staking, de bekrachtigingsbeslissing of, in voorkomend geval, de beschikking in kort geding onmiddellijk te kunnen toepassen Onderafdeling 3. - Bestuursdwang Art. 11.5.7. § 1. De inspecteur Onroerend Erfgoed kan beslissen om bestuursdwang toe te passen. Deze beslissing wordt op schrift gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schriftelijke beslissing wordt een besluit genoemd. § 2. De bestuurlijke maatregelen, genomen in het kader van bestuursdwang, kunnen strekken tot : 1° de voorlopige instandhoudingsmaatregelen, vermeld in artikel 11.4.3, § 2; 2° het feitelijke herstel in een originele goede staat of de gehele of gedeeltelijke reconstructie, vermeld in artikel 11.4.1, § 2, eerste lid. § 3. Het besluit bevat minstens : 1° de kadastrale omschrijving van het onroerend goed dat het voorwerp is van de inbreuk en de identificatie van de houders van zakelijke rechten op het goed;2° een vermelding van de voorschriften die worden of werden geschonden;3° een overzicht van de vaststellingen inzake de inbreuk of het misdrijf;4° een omschrijving van de opgelegde bestuurlijke maatregelen;5° de vermelding dat tegen het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen in beroep kan worden gegaan, alsook een omschrijving van de procedure om in beroep te gaan. Het besluit wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of per beveiligde zending aan de overtreder en aan de rechthebbenden op de zaak ten aanzien waarvan bestuursdwang zal worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een afschrift van het besluit wordt aan de gemeente gezonden. § 4. In het besluit wordt een termijn bepaald waarbinnen de overtreder en belanghebbenden de tenuitvoerlegging kunnen voorkomen door zelf de bevolen maatregelen uit te voeren. De uitvoeringstermijn kan zo nodig worden gefaseerd per maatregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dag na de betekening neemt de termijn een aanvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de vereiste spoed zich daartegen verzet, hoeft geen termijn te worden verleend. § 5. De inspecteur Onroerend Erfgoed kan het besluit uitvoerbaar verklaren niettegenstaande het beroep, vermeld in artikel 11.5.8. Hij vermeldt in de beslissing de redenen van hoogdringendheid die daartoe noodzaken. § 6. Als de situatie dermate spoedeisend is dat de inspecteur Onroerend Erfgoed de beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan stellen, zorgt hij alsnog zo spoedig mogelijk en op straffe van verval uiterlijk binnen vijf werkdagen na het nemen van de beslissing voor de opschriftstelling en de betekening van de beslissing tot toepassing van bestuursdwang, met opgave van de redenen van hoogdringendheid die een voorafgaande betekening onmogelijk maakten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing tot toepassing van bestuursdwang is in dat geval altijd uitvoerbaar niettegenstaande het beroep, vermeld in artikel 11.5.8. § 7. Als hij een beroep bedoeld in artikel 11.5.8 kennelijk gegrond acht en dit niet zal leiden tot belangrijke schade aan erfgoedwaarden, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het ambtsgebied waarin de bestuurlijke maatregelen moeten worden uitgevoerd, op verzoek van de belanghebbende het uitvoerbaar karakter van het besluit van de inspecteur Onroerend Erfgoed opschorten. § 8. Het besluit wordt binnen een termijn van twee maanden overgeschreven in het hypotheekkantoor van het gebied waar het onroerend goed ligt. De beslissing, vermeld in artikel 11.5.8, § 1, en de rechterlijke eindbeslissing, vermeld in artikel 11.5.8, § 4, worden binnen een termijn van twee maanden nadat ze zijn gewezen, ingeschreven op de kant van deze overschrijving op de wijze, vermeld in artikel 84 van de Hypotheekwet van 16 december 1851. § 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing tot toepassing van bestuursdwang en elke andere beslissing die in de zaak gewezen is, zijn tegenwerpelijk voor alle belanghebbenden, die de gevolgen ervan moeten dragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1158\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.5.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Tegen de beslissing tot toepassing van bestuursdwang kan door de vermoedelijke overtreder beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering of de door haar aangewezen ambtenaar. Dat beroep kan strekken tot het ongedaan maken van de beslissing tot toepassing van bestuursdwang of tot de matiging of modulering van de erin opgelegde maatregelen, en heeft schorsende werking behoudens in de gevallen bedoeld in artikel 11.5.7, § 5 en § 6 Het beroep is alleen ontvankelijk als het wordt ingesteld bij een met redenen omklede brief binnen een termijn van dertig dagen, die de dag na de betekening van het besluit aanvangt. Als de verzoeker gehoord wil worden, maakt hij daarvan melding in zijn beroepschrift. Het beroepschrift wordt per beveiligde zending betekend. § 2. Binnen een termijn van negentig dagen na de betekening van het beroepschrift wordt er uitspraak over gedaan. Mits hiervan kennis wordt gegeven aan de vermoedelijke overtreder en de inspecteur Onroerend Erfgoed, kan deze termijn eenmalig worden verlengd met negentig dagen. Bij gebrek aan een tijdige beslissing vervalt de beslissing tot bestuursdwang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing over het beroep wordt binnen vijf werkdagen verstuurd per beveiligde zending aan de persoon die beroep instelde, de inspecteur Onroerend Erfgoed en de gemeente op wiens grondgebied de bestuurlijke maatregelen moeten worden uitgevoerd. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen met betrekking tot dit beroep. § 3. De dag na de betekening van de beslissing tot verwerping van het beroep begint die termijn opnieuw te lopen, met aftrek van de dagen die al verstreken waren op het ogenblik van het instellen van het beroep. § 4. De beslissing over het beroep is van rechtswege uitvoerbaar. Elke belanghebbende kan de opheffing of wijziging van de in laatste administratieve aanleg opgelegde maatregel vorderen tegen de inspecteur Onroerend Erfgoed, die optreedt namens het Vlaamse Gewest.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering wordt gebracht voor de rechtbank van eerste aanleg van het ambtsgebied waarin de bestuurlijke maatregelen moeten worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overtreder die een besluit niet heeft bestreden met een administratief beroep, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht de opheffing of wijziging ervan te vragen voor de rechter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1159\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.5.9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De overtreder brengt de inspecteur Onroerend Erfgoed onmiddellijk per beveiligde zending op de hoogte van de vrijwillige uitvoering van de opgelegde maatregelen. Daarop maakt de inspecteur Onroerend Erfgoed na controle ter plaatse een proces-verbaal van vaststelling op De inspecteur Onroerend Erfgoed zendt per beveiligde zending een afschrift van het proces-verbaal van vaststelling aan de gemeente, de overtreder en de houders van zakelijke rechten op het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakte van de opgelegde maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens bewijs van het tegendeel geldt alleen het proces-verbaal van vaststelling als bewijs van uitvoering van de maatregelen en van de datum van uitvoering. § 2. Zolang op het onroerend goed, ten gevolge van een uitvoerbare beslissing als vermeld in artikel 11.5.7 of 11.5.8, een verplichting rust om maatregelen als vermeld in artikel 11.5.7, § 2, uit te voeren, moet de instrumenterend ambtenaar naar aanleiding van een akte van eigendomsoverdracht hiervan melding maken in een afzonderlijke akte.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze akte wordt ook vermeld dat de nieuwe zakelijkrechthouder de verbintenis aangaat om de opgelegde maatregelen uit te voeren, onverminderd de verplichting van de overtreder, en dat de inspecteur Onroerend Erfgoed gemachtigd wordt om, bij verzuim van de nieuwe zakelijkrechthouder om zich van die plicht te kwijten, ook op diens kosten tot uitvoering van de opgelegde maatregelen kan overgaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instrumenterend ambtenaar stuurt per beveiligde zending een afschrift van die akte aan de inspecteur Onroerend Erfgoed, en is ertoe gehouden de grosse af te leveren op diens verzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11510\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.5.10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Elke overtreder aan wie het besluit, vermeld in artikel 11.5.7, en in voorkomend geval, de beslissing, vermeld in artikel 11.5.8, werd betekend, is hoofdelijk gehouden tot de kosten die verbonden zijn aan de toepassing van bestuursdwang, met inbegrip van de kosten voor de voorbereiding ervan Het besluit en de beslissing maken hiervan melding. § 2. De kosten, vermeld in paragraaf 1, kunnen ook worden verhaald op de houder van een zakelijk recht op het goed dat het voorwerp uitmaakte van de bestuursdwang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op voorwaarde dat de titel van de houder van het zakelijk recht al was overgeschreven vóór de overschrijving van het besluit, vermeld in artikel 11.5.7, § 7, en hij met betrekking tot het goed dat het voorwerp heeft uitgemaakt van de beslissing tot toepassing van bestuursdwang, vreemd is aan de noodzaak tot herstel, blijft het verhaal evenwel beperkt tot de verrijking die de houder van het zakelijk recht ingevolge de toepassing van de bestuursdwang heeft verkregen. § 3. De kosten, vermeld in paragraaf 1 en 2, worden gewaarborgd door een wettelijke hypotheek, met overeenkomstige toepassing van artikel 11.4.4, § 3. De hypotheek wordt ingeschreven op voorlegging van een afschrift van het besluit of de beslissing over beroep.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11511\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.5.11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De inspecteur Onroerend Erfgoed die bestuursdwang heeft toegepast, kan van de overtreder bij dwangbevel de verschuldigde kosten, verhoogd met de invorderingskosten, invorderen. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar en wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploot betekend. § 2. Binnen een termijn van dertig dagen na de dag van betekening van het dwangbevel kan de overtreder dat dwangbevel aanvechten door dagvaarding van het Vlaamse Gewest voor de beslagrechter van het arrondissement van de plaats waar de goederen liggen Het aanvechten van dat dwangbevel schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel. Op verzoek van de inspecteur Onroerend Erfgoed namens het Vlaamse Gewest kan de beslagrechter voorafgaand aan de behandeling van het verzet de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als hij het beroep in de zin van artikel 11.5.8 kennelijk gegrond acht, kan de beslagrechter de schorsing, vermeld in het tweede lid van deze paragraaf, handhaven tot aan de definitieve uitspraak over dat beroep.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11512\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.5.12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij de tenuitvoerlegging gebeurt met expliciete of impliciete instemming van de zakelijkrechthouder en de gebruiker van het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van de beslissing tot toepassing van bestuursdwang, is uitvoering in de plaats en op kosten van de overtreder alleen mogelijk door een gerechtsdeurwaarder na voorafgaande betekening van het uitvoerbare besluit, vermeld in artikel 11.5.7 of, als beroep werd ingesteld tegen het besluit, na voorafgaande betekening van het besluit en de beslissing, vermeld in artikel 11.5.8 Het eerste lid geldt niet in de omstandigheid, vermeld in artikel 11.5.7, § 6, in welk geval de tenuitvoerlegging wordt nagestreefd op mondelinge instructie van de inspecteur Onroerend Erfgoed door de personen die daartoe door hem zijn aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om aan een beslissing tot toepassing van bestuursdwang uitvoering te geven, hebben personen die daartoe zijn aangewezen door, naar gelang het geval, de gerechtsdeurwaarder of de inspecteur Onroerend Erfgoed, toegang tot elke plaats als dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11513\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.5.13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang behoort het verzegelen van gebouwen, terreinen en wat zich daarin of daarop bevindt en het meevoeren en opslaan van voor bestuursdwang vatbare zaken, als de toepassing van bestuursdwang dat vereist De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de bewaring en de teruggave van de meegevoerde zaken aan de rechthebbenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Last onder dwangsom Art. 11.5.14. De inspecteur Onroerend Erfgoed is bevoegd om aan de overtreder een last onder dwangsom op te leggen. De beslissing tot het opleggen van een last onder dwangsom wordt een besluit genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 11.5.7, § 2 tot en met § 5, en § 7 tot en met § 9, zijn ook van toepassing op het besluit, vermeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inspecteur Onroerend Erfgoed stelt de dwangsom in het besluit vast op een bedrag ineens, op een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd of per overtreding van de last. De inspecteur Onroerend Erfgoed kan een bedrag vaststellen waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een dwangsom wordt pas verbeurd na de betekening van het uitvoerbare besluit, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval samen met de beslissing over het beroep.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11515\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.5.15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Tegen de beslissing tot het opleggen van een last onder dwangsom kan beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering of de door haar aangewezen ambtenaar. Dat beroep kan strekken tot het ongedaan maken van de last onder dwangsom, tot de matiging of modulering van de ingevolge de last onder dwangsom door de overtreder uit te voeren maatregelen, of tot de aanpassing van de voorwaarden van de dwangsom Het beroep is alleen ontvankelijk als het wordt ingesteld bij een met redenen omklede brief binnen een termijn van dertig dagen, die de dag na de betekening van het besluit aanvangt. Als de verzoeker gehoord wil worden, maakt hij daarvan melding in zijn beroepschrift. § 2. Artikel 11.5.8, § 2, § 3 en § 4, en artikel 11.5.9 zijn van toepassing op deze onderafdeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11516\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.5.16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De inspecteur Onroerend Erfgoed kan het verschuldigde bedrag, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, invorderen op grond van de uitvoerbare dwangsomtitel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11517\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.5.17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank van eerste aanleg of, als dat een andere rechtbank is, de rechtbank die de last onder dwangsom heeft gemoduleerd, kan op verzoek van de overtreder de last opheffen, de looptijd ervan opschorten voor een bepaalde termijn of de dwangsom verminderen in geval van blijvende of tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de overtreder om aan zijn verplichtingen te voldoen. De overtreder dagvaardt daartoe de inspecteur Onroerend Erfgoed, die optreedt namens het Vlaamse Gewest</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11518\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.5.18</span><span class=\"lf-art-t\">De vordering tot betaling van verbeurde bedragen verjaart na verloop van zes maanden na de dag waarop de bedragen zijn verbeurd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verjaring wordt geschorst door faillissement en ieder ander wettelijk beletsel voor invordering van de dwangsom. Afdeling 6. - Minnelijke schikking</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1161\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.6.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De inspecteur Onroerend Erfgoed kan met de overtreder, overtreders of andere belanghebbenden een minnelijke schikking aangaan onder de volgende voorwaarden : 1° de misdrijven of inbreuken, gepleegd op het onroerend goed waarop de minnelijke schikking betrekking heeft, hebben geen blijvende vernietiging van erfgoedwaarden veroorzaakt die een begroot bedrag van 50.000 euro overstijgt; 2° het voorwerp van de minnelijke schikking is in overeenstemming met artikel 11.4.1; 3° de minnelijke schikking doet geen afbreuk aan het gezag van gewijsde van een overeenkomstig dit hoofdstuk tussengekomen rechterlijke beslissing;4° de minnelijke schikking omvat een dwangsom bij niet-tijdige uitvoering van de schikking.Artikel 11.5.16 tot en met 11.5.18 zijn van overeenkomstige toepassing. De akte, vermeld in artikel 11.6.2, wordt daarbij beschouwd als dwangsomtitel; 5° de termijn voor uitvoering van het feitelijke herstel, gefaseerd waar nodig, bedraagt maximaal acht jaar.De termijn voor de betaling van de schadevergoeding voor vernietiging van erfgoedwaarden bedraagt maximaal twee jaar; 6° de zakelijke rechten op het onroerend goed waarop de minnelijke schikking betrekking heeft, behoren toe aan een of meer personen, die zich door de minnelijke schikking verbinden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1162\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.6.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De minnelijke schikking wordt opgenomen in een akte, verleden door de leidend ambtenaar van de entiteit die door de Vlaamse Regering belast wordt met de handhaving van dit decreet. Die akte wordt ondertekend door de inspecteur Onroerend Erfgoed en door de overtreder of overtreders of andere belanghebbenden, met wie de minnelijke schikking wordt aangegaan. Tenzij het anders bepaald wordt door dit decreet, voldoet ze aan dezelfde vereisten en is ze op dezelfde wijze uitvoerbaar als de akten, verleden conform de Wet op het Notarisambt. De leidend ambtenaar is gemachtigd om deze akten te verlijden, er authenticiteit aan te verlenen en er uitgiften van af te leveren Mits schriftelijke toestemming van de leidend ambtenaar, vermeld in het eerste lid, kan de akte verleden worden door de instrumenterend ambtenaar, vermeld in artikel 11.4.5, § 2, tweede lid. De akte maakt melding van deze toestemming.</p>\n<p class=\"lf-p\">De akte wordt binnen een termijn van twee maanden overgeschreven in het hypotheekkantoor van het gebied waar het onroerend goed gelegen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten voor de opmaak, registratie en overschrijving van de akte vallen ten laste van de personen met wie de minnelijke schikking werd aangegaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1163\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.6.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De akte, vermeld in artikel 11.6.2, bepaalt altijd dat de inspecteur Onroerend Erfgoed ambtshalve in de uitvoering kan voorzien in de plaats en op kosten van de persoon met wie de minnelijke schikking wordt aangegaan, in het geval de minnelijke schikking niet binnen de opgelegde termijnen wordt uitgevoerd Als de minnelijke schikking met meerdere personen wordt aangegaan, staan zij ten aanzien van de inspecteur Onroerend Erfgoed hoofdelijk in voor bedoelde kosten, onverminderd de rechten en plichten die zij onderling kunnen doen gelden. § 2. Tenzij anders bepaald in de akte, vermeld in artikel 11.6.2, worden de kosten die verbonden zijn aan de ambtshalve uitvoering, vermeld in paragraaf 1, gewaarborgd door een wettelijke hypotheek, die zich uitstrekt tot alle zakelijke rechten die toebehoren aan de personen die de minnelijke schikking zijn aangegaan. De hypotheek wordt ingeschreven, vernieuwd, verminderd of geheel of gedeeltelijk doorgehaald overeenkomstig de hoofdstukken IV en V van de Hypotheekwet van 16 december 1851. Bij de inschrijving wordt een afschrift van de akte, vermeld in artikel 11.6.2, voorgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1164\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.6.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Artikel 11.4.5 is van toepassing op deze afdeling, met dien verstande dat het proces-verbaal van vaststelling wordt overgeschreven op de kant van de overschrijving, vermeld in artikel 11.6.2, derde lid. § 2. De correcte en integrale uitvoering van de minnelijke schikking, met inbegrip van de betaling van verschuldigde bedragen, wordt bevestigd in een door de inspecteur Onroerend Erfgoed af te leveren certificaat. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor het opstellen en het afleveren van dit certificaat vast. § 3. De uitvoering van de minnelijke schikking, bevestigd in het certificaat, dooft elk verder recht op herstel of vergoeding van schade, geleden door het algemeen belang naar aanleiding van de inbreuken of misdrijven, omschreven in de akte, vermeld in artikel 11.6.2</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1165\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.6.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoering van handelingen overeenkomstig de maatregelen, besloten in een minnelijke schikking, kunnen nooit leiden tot het verval van het recht om voor deze handelingen een premie aan te vragen volgens de normaal geldende regels. Afdeling 7. - Diverse bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1171\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11.7.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De maatregelen, krachtens dit hoofdstuk begrepen in een uitvoerbare rechterlijke of bestuurlijke beslissing of minnelijke schikking, zijn nimmer vergunnings-, meldings- of machtigingsplichtig op grond van dit decreet of de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. HOOFDSTUK 1 2. - Wijzigings-, opheffings-, overgangs- en inwerkingtredingsbepalingen Afdeling 1. - Wijzigingsbepalingen Onderafdeling 1. - Wijziging van het Bosdecreet van 13 juni 1990 Art. 12.1.1. Aan artikel 20 van het Bosdecreet van 13 juni 1990, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/07/1999 numac 1999035925 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het bosdecreet van 13 juni 1990 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1999 numac 1999036019 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bevordering van het onderhoud van het niet-beschermd onroerend klein historisch erfgoed sluiten, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een machtiging zoals vermeld in het eerste lid, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1212\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aan artikel 25 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/07/1999 numac 1999035925 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het bosdecreet van 13 juni 1990 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1999 numac 1999036019 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bevordering van het onderhoud van het niet-beschermd onroerend klein historisch erfgoed sluiten, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Als voor een bosreservaat naast een beheersplan als vermeld in het eerste lid ook een beheersplan in het kader van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 moet worden opgemaakt, worden alle beheersdoelstellingen voor dat onroerend goed in één beheersplan geïntegreerd. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de nadere regels. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1213\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aan artikel 43 van hetzelfde decreet, vervangen bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/07/1999 numac 1999035925 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het bosdecreet van 13 juni 1990 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1999 numac 1999036019 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bevordering van het onderhoud van het niet-beschermd onroerend klein historisch erfgoed sluiten en gewijzigd bij de decreten van 22 april 2005, 30 april 2004 en 7 december 2007, wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 7. Als voor een onroerend goed naast een beheersplan als vermeld in paragraaf 1, 2 en 3 ook een beheersplan in het kader van het Onroerenderfgoeddecreet wordt opgemaakt, worden alle beheersdoelstellingen voor dat onroerend goed in één beheersplan geïntegreerd. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de nadere regels. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1214\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aan artikel 44, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/07/1999 numac 1999035925 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het bosdecreet van 13 juni 1990 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1999 numac 1999036019 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bevordering van het onderhoud van het niet-beschermd onroerend klein historisch erfgoed sluiten, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een machtiging zoals vermeld in het eerste lid, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1215\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 50 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/07/1999 numac 1999035925 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het bosdecreet van 13 juni 1990 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1999 numac 1999036019 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bevordering van het onderhoud van het niet-beschermd onroerend klein historisch erfgoed sluiten, wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een machtiging zoals vermeld in het eerste lid, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1216\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 81 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/07/1999 numac 1999035925 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het bosdecreet van 13 juni 1990 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1999 numac 1999036019 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bevordering van het onderhoud van het niet-beschermd onroerend klein historisch erfgoed sluiten, wordt tussen het vierde en het vijfde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een machtiging zoals vermeld in het vierde lid, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1217\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aan artikel 97 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/07/1999 numac 1999035925 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het bosdecreet van 13 juni 1990 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1999 numac 1999036019 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bevordering van het onderhoud van het niet-beschermd onroerend klein historisch erfgoed sluiten, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3. Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een machtiging zoals vermeld in de paragrafen 1 en 2, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten Art. 12.1.8. In artikel 4, vijfde lid, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten wordt punt 2° opgeheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1219\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.9</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 11 van hetzelfde decreet wordt punt 4° opgeheven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Wijzigingen van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 Art. 12.1.10. In artikel 42, § 2, van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, laatst gewijzigd bij het decreet van 29 april 2011, wordt punt 2° opgeheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12111\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 71, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede « zoals bedoeld in artikel 11, § 8, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten » vervangen door de woorden « als vermeld in artikel 10.2.1, 1°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 »</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Wijzigingen van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu Art. 12.1.12. Aan artikel 25, § 3, van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, gewijzigd bij de decreten van 19 juli 2002 en 19 mei 2006, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een ontheffing zoals bedoeld in § 3, 2°, van dit artikel, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12113\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 34, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 juli 2002 en 19 mei 2006, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Als voor een onroerend goed naast een beheersplan als vermeld in het eerste lid ook een beheersplan in het kader van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 wordt opgemaakt, worden alle beheersdoelstellingen in één beheersplan geïntegreerd. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de nadere regels. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12114\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 35, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 juli 2002 en 19 mei 2006, wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een ontheffing zoals vermeld in het vierde en het vijfde lid van paragraaf 2 van dit artikel, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12115\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.15</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 49, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten4, wordt de zinsnede « het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg » vervangen door de zinsnede « het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12116\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 56 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 juli 2002 en 19 mei 2006, wordt tussen het vijfde en het zesde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een afwijking zoals vermeld in het eerste lid van dit artikel, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed. »</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 5. - Wijzigingen van het decreet van 3 februari 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1998 numac 1998035312 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende vaststelling van het wapen van privé-personen en instellingen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/1998 numac 1998035232 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende oprichting van een Dienst voor Taaladvies type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/02/1998 numac 1998035194 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 10 van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers sluiten houdende vaststelling van het wapen van privépersonen en instellingen Art. 12.1.17. In artikel 2 van het decreet van 3 februari 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1998 numac 1998035312 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende vaststelling van het wapen van privé-personen en instellingen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/1998 numac 1998035232 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende oprichting van een Dienst voor Taaladvies type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/02/1998 numac 1998035194 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 10 van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers sluiten houdende vaststelling van het wapen van privépersonen en instellingen, gewijzigd bij de decreten van 10 maart 2006 en 27 april 2007, wordt punt 5° vervangen door wat volgt : « 5° de commissie : de Vlaamse Heraldische Raad; ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12118\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 10 maart 2006 en 27 april 2007, wordt een hoofdstuk III/l ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK III/l. - Vlaamse Heraldische Raad ». Art. 12.1.19. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 10 maart 2006 en 27 april 2007, wordt in hoofdstuk III/l, ingevoegd bij artikel 12.1.18, een artikel 8/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 8/1.Er wordt een Vlaamse adviescommissie voor heraldiek opgericht onder de benaming Vlaamse Heraldische Raad. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12120\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 10 maart 2006 en 27 april 2007, wordt in hetzelfde hoofdstuk III/l, een artikel 8/2 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 8/2.De Vlaamse Regering : 1° bepaalt de samenstelling, organisatie en werking van de Vlaamse Heraldische Raad;2° benoemt de leden en plaatsvervangers van de Vlaamse Heraldische Raad;3° stelt de nodige middelen ter beschikking van de Vlaamse Heraldische Raad;4° stelt een huishoudelijk reglement vast na de Vlaamse Heraldische Raad te hebben gehoord.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12121\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 10 maart 2006 en 27 april 2007, wordt in hetzelfde hoofdstuk III/l een artikel 8/3 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 8/3.Het secretariaat van de Vlaamse Heraldische Raad wordt uitgevoerd door het secretariaat van de strategische adviesraad opgericht bij het decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0 houdende oprichting van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed. De Vlaamse Regering kan daarover nadere regels bepalen. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12122\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 10 maart 2006 en 27 april 2007, wordt in hetzelfde hoofdstuk III/l een artikel 8/4 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 8/4.De Vlaamse Heraldische Raad verstrekt adviezen in de gevallen en rekening houdend met de termijnen, vermeld in dit decreet. »</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 6. - Wijzigingen van het decreet van 8 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/01/1999 numac 1999035050 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begrotingscontrole 1998 sluiten houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begrotingscontrole 1998 Art. 12.1.23. In artikel 1 van het decreet van 8 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/01/1999 numac 1999035050 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begrotingscontrole 1998 sluiten houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begrotingscontrole 1998 wordt de zinsnede « artikel 11, § 8, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten » vervangen door de zinsnede « artikel 10.2.1, 1°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 7. - Wijzigingen aan het decreet van 29 maart 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/03/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/2002 numac 2002035603 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bescherming van varend erfgoed sluiten tot bescherming van varend erfgoed Art. 12.1.24. In artikel 2 van het decreet van 29 maart 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/03/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/2002 numac 2002035603 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bescherming van varend erfgoed sluiten tot bescherming van varend erfgoed, gewijzigd bij het decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0, wordt punt 5° vervangen door wat volgt : « 5° de commissie : de Vlaamse Commissie voor Varend Erfgoed. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12125\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.25</span><span class=\"lf-art-t\">Aan hetzelfde decreet, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0, wordt een hoofdstuk VI toegevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK VI. - Vlaamse Commissie voor Varend Erfgoed ». Art. 12.1.26. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0, wordt in hoofdstuk VI, toegevoegd bij artikel 12.1.25, een artikel 14 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 14.Er wordt een Vlaamse adviescommissie voor het varend erfgoed opgericht onder de benaming Vlaamse Commissie voor Varend Erfgoed. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12127\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.27</span><span class=\"lf-art-t\">In hetzelfde decreet, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0, wordt aan hetzelfde hoofdstuk VI een artikel 15 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 15.De Vlaamse Regering : 1° bepaalt de samenstelling, organisatie en werking van de Vlaamse Commissie voor Varend Erfgoed;2° benoemt de leden en plaatsvervangers van de Vlaamse Commissie voor Varend Erfgoed;3° stelt de nodige middelen ter beschikking van de Vlaamse Commissie voor Varend Erfgoed.».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12128\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.28</span><span class=\"lf-art-t\">In hetzelfde decreet, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0, wordt aan hetzelfde hoofdstuk VI een artikel 16 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 16.Het secretariaat van de Vlaamse Commissie voor Varend Erfgoed wordt uitgevoerd door het secretariaat van de strategische adviesraad opgericht bij het decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0 houdende oprichting van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed. De Vlaamse Regering kan hierover de nadere regels bepalen. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12129\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.29</span><span class=\"lf-art-t\">In hetzelfde decreet, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0, wordt aan hetzelfde hoofdstuk VI een artikel 17 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 17.De Vlaamse Commissie voor Varend Erfgoed stelt haar huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12130\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.30</span><span class=\"lf-art-t\">In hetzelfde decreet, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0, wordt aan hetzelfde hoofdstuk VI een artikel 18 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 18.De Vlaamse Commissie voor Varend Erfgoed verstrekt adviezen in de gevallen en rekening houdend met de termijnen, vermeld in dit decreet. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 8. - Wijzigingen aan het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang Art. 12.1.31. Artikel 3, § 2, van het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang wordt vervangen door wat volgt : « § 2. Op de roerende goederen die reeds beschermd zijn op grond van Vlaamse regelgeving of regelgeving van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest inzake onroerend erfgoed, en die ook zijn opgenomen in de lijst, zijn artikel 8 tot 10 van dit decreet slechts van toepassing als de Vlaamse Regering dit uitdrukkelijk bepaalt. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 9. - Wijzigingen aan het decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed Art. 12.1.32. In artikel 6, eerste lid, van het decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed, gewijzigd bij het decreet van 18 november 2011, wordt de zinsnede « de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, vermeld in het decreet van 3 maart 1976 houdende bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, of een van haar afdelingen » vervangen door « de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 10. - Wijzigingen aan het decreet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten1 betreffende het oprichten van de Vlaamse grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen Art. 12.1.33. In artikel 20, § 3, van het decreet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten1 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen wordt punt 3° opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 11. - Wijzigingen aan het decreet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten2 houdende vaststelling van het wapen en de vlag van de provincies, gemeenten en districten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie Art. 12.1.34. In artikel 3, § 3, eerste lid, van het decreet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten2 houdende vaststelling van het wapen en de vlag van de provincies, gemeenten en districten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden de woorden « de afdeling Heraldiek van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen » vervangen door de woorden « de Vlaamse Heraldische Raad ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 12. - Wijzigingen aan het decreet van 29 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten3 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2007 Art. 12.1.35. In artikel 18 van het decreet van 29 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten3 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2007 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De ontvangsten die voortvloeien uit herstelvorderingen, dwangsommen, administratieve geldboeten, recuperatie van de kosten van een ambtshalve uitvoering en van alle ontvangsten die voortvloeien uit de toepassing van andere handhavingsmaatregelen op grond van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 worden toegewezen aan de DAB Herstelfonds, vermeld in artikel 6.1.56 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. De ontvangsten van de DAB Herstelfonds kunnen tevens aangewend worden voor het verrichten van uitgaven die betrekking hebben op de handhaving van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 13. - Wijziging van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten5 betreffende het grond- en pandenbeleid Art. 12.1.36. In artikel 3.2.21, tweede lid, van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten5 betreffende het grond- en pandenbeleid worden punt 3° en punt 4° opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 14. - Wijzigingen aan het decreet van 18 december 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten6 houdende bepalingen tot begeleiding van de derde aanpassing van de begroting 2009 Art. 12.1.37. In artikel 34 van het decreet van 18 december 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten6 houdende bepalingen tot begeleiding van de derde aanpassing van de begroting 2009 wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt : « § 1. Vanaf het werkingsjaar 2009 worden de volgende decreten uitgevoerd binnen de perken van de op de begroting goedgekeurde kredieten : 1° het decreet van 28 april 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/06/1998 numac 1998035668 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden sluiten betreffende het Vlaamse integratiebeleid; 2° het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 15. - Wijzigingen aan de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening Art. 12.1.38. Aan artikel 2.2.2, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Als een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan een overzicht bevat van de geheel of gedeeltelijk gewijzigde of opgeheven erkennings-, rangschikkings- en beschermingsbesluiten genomen bij toepassing van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 dan worden er in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan in voorkomend geval de gegevens vermeld in artikel 6.2.5 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 opgenomen met uitzondering van de aanduiding van de plaats van de aanplakking van het bericht over het openbaar onderzoek op het gegeorefereerd plan. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12139\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 2.2.7, § 2, van dezelfde codex wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Als in het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan een erkennings-, rangschikkings- of beschermingsbesluit genomen bij toepassing van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg of het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 geheel of gedeeltelijk wordt gewijzigd of opgeheven, wordt het ontwerp per beveiligde zending aan de natuurlijke personen en rechtspersonen die houder zijn van het recht van eigendom, erfpacht, opstal, leasing of vruchtgebruik van de betrokken beschermde onroerende goederen ter kennis gebracht. Die personen stellen de gebruikers in kennis van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de kennisgeving. Ze stellen de administratie per beveiligde zending in kennis van de eventuele verkoop, overdracht van het eigendomsrecht of overdracht van een ander zakelijk recht, vergezeld van de nodige stavingsdocumenten, binnen een termijn van tien dagen, ingaand de dag na deze van de kennisgeving Deze verplichting wordt in de beveiligde zending vermeld. De nieuwe eigenaars worden op hun beurt van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan in kennis gesteld. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12140\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.40</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 2.2.8 van dezelfde codex wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Als in het definitief vastgestelde gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan een erkennings-, rangschikkings- of beschermingsbesluit genomen bij toepassing van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg of het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 geheel of gedeeltelijk wordt gewijzigd of opgeheven, wordt het ontwerp per beveiligde zending aan eigenaar, blote eigenaar, erfpachthouders, opstalhouder en leasinggever van de betrokken beschermde onroerende goederen ter kennis gebracht. Die personen stellen de gebruikers in kennis van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de kennisgeving Ze stellen de administratie per beveiligde zending in kennis van de eventuele verkoop, overdracht van het eigendomsrecht of overdracht van een ander zakelijk recht, vergezeld van de nodige stavingsdocumenten, binnen een termijn van tien dagen, ingaand de dag na deze van de kennisgeving. Deze verplichting wordt in de beveiligde zending vermeld. De nieuwe eigenaars worden op hun beurt van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan in kennis gesteld. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12141\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.41</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 3.1.2, § 1, van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punten 1°, 4° en 7°, worden opgeheven;2° er wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 13° het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12142\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.1.42</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 4.7.16, § 1, tweede lid, van dezelfde codex wordt de zinsnede « of in artikel 11, § 4, vierde lid, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- of dorpsgezichten » opgeheven. Afdeling 2. - Opheffingsbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1221\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.2.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De volgende regelingen worden opgeheven : 1° de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen;2° het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het laatst gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten5;3° het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 28 februari 2003, 10 maart 2006 en 27 maart 2009;4° het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 8 december 2000, 21 december 2001, 19 juli 2002, 13 februari 2004, 10 maart 2006, 16 juni 2006 en 27 maart 2009. Afdeling 3. - Overgangsbepalingen Onderafdeling 1. - Lopende beschermingsprocedures Art. 12.3.1. De onder het stelsel van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium en het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg begonnen beschermingsprocedures worden voortgezet overeenkomstig voormelde decreten. Als op het moment van de inwerkingtreding van hoofdstuk 3, afdeling 1, van dit decreet het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen nog niet ter kennis werd gebracht, wordt het advies tijdens de voorlopige bescherming aan de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Oude beschermingsbesluiten Art. 12.3.2. De besluiten tot bescherming als monument genomen bij toepassing van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen of het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten behouden hun rechtskracht tot zij overeenkomstig dit decreet worden gewijzigd of opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van deze beschermingsbesluiten gelden de algemene voorschriften voor instandhouding en onderhoud vastgesteld overeenkomstig artikel 6.4.2 voor zover zij niet afwijken van de bijzondere voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud opgenomen in het beschermingsbesluit en de gevolgen die dit decreet verbindt aan een bescherming als monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan een beschermingsbesluit als vermeld in het eerste lid omzetten in een bescherming als archeologische site, cultuurhistorisch landschap of stads- en dorpsgezicht en er de rechtsgevolgen van een bescherming als archeologische site, cultuurhistorisch landschap of stads- en dorpsgezicht overeenkomstig dit decreet aan koppelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1233\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.3.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omzetting van een besluit tot definitieve bescherming gebeurt onder de voorwaarden en in de vorm vastgesteld voor de bescherming in artikel 6.1.2, 6.1.5, 6.1.6, 6.1.7, 6.1.13, 6.1.15, 6.1.16, 6.1.17 en 6.1.18</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1234\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">De Vlaamse Regering wint voorafgaand aan de voorlopige omzetting advies in bij de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1235\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.3.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het besluit tot voorlopige omzetting bevat minstens de volgende gegevens : 1° het opschrift van het besluit dat omgezet wordt;2° de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit dat omgezet wordt;3° in voorkomend geval de kadastrale gegevens van het perceel of de percelen waarop het beschermde goed zich bevindt;4° de redenen van omzetting;5° een beschrijving van de impact op de beheersdoelstellingen, een beschrijving van de impact op de bijzondere voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud. Bij elk besluit tot omzetting worden de volgende bijlagen gevoegd : 1° een gegeorefereerd plan waarop het beschermde goed na omzetting nauwkeurig wordt afgelijnd en waarop de plaats van aanplakking van het bericht over het openbaar onderzoek wordt aangeduid;2° een fotoregistratie van de fysieke toestand van het beschermde goed;3° in voorkomend geval een lijst met de cultuurgoederen die integrerend deel uitmaken van het beschermde goed. De Vlaamse Regering kan de gegevens die in elk besluit tot omzetting zijn opgenomen, nader omschrijven of uitbreiden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1236\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.3.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het besluit tot definitieve omzetting bevat minstens de volgende gegevens : 1° het opschrift van het besluit dat omgezet wordt;2° de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit dat omgezet wordt;3° in voorkomend geval de kadastrale gegevens van het perceel of de percelen waarop het beschermde goed zich bevindt;4° de redenen van omzetting;5° een beschrijving van de impact op de beheersdoelstellingen, een beschrijving van de impact op de bijzondere voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud. Bij elk besluit tot definitieve omzetting worden de volgende bijlagen gevoegd : 1° een gegeorefereerd plan waarop het beschermde goed na omzetting nauwkeurig wordt afgelijnd en waarop de plaats van de aanplakking van het bericht over het openbaar onderzoek wordt aangeduid;2° een fotoregistratie van de fysieke toestand van het beschermde goed;3° in voorkomend geval een lijst met de cultuurgoederen die integrerend deel uitmaken van het beschermde goed;4° een document waaruit de behandeling van de bezwaren blijkt. De Vlaamse Regering kan de gegevens die in elk besluit tot definitieve omzetting of in de bijlagen zijn opgenomen nader omschrijven of uitbreiden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1237\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.3.7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tot de vaststelling van het besluit tot definitieve omzetting blijven de rechtsgevolgen van het vorige besluit tot definitieve bescherming van kracht. De rechtsgevolgen van een besluit tot omzetting zijn van toepassing : 1° op de zakelijkrechthouders vanaf de kennisgeving, vermeld in artikel 6.1.16; 2° op de gebruikers en de eigenaars van de cultuurgoederen vanaf de kennisgeving door de zakelij krechthouders, vermeld in artikel 6.1.16; 3° op iedereen vanaf de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, vermeld in artikel 6.1.15</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1238\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.3.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De besluiten tot bescherming als landschap genomen in toepassing van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg behouden hun rechtskracht tot zij overeenkomstig dit decreet worden gewijzigd of opgeheven Ten aanzien van deze beschermingsbesluiten gelden de algemene voorschriften voor instandhouding en onderhoud vastgesteld overeenkomstig artikel 6.4.2 voor zover zij niet afwijken van de bijzondere voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud opgenomen in het beschermingsbesluit en de gevolgen die dit decreet verbindt aan een bescherming als cultuurhistorisch landschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan een beschermingsbesluit als vermeld in het eerste lid omzetten in een bescherming als archeologische site, monument of stads- en dorpsgezicht en er de rechtsgevolgen van een bescherming als archeologische site, monument of stads- en dorpsgezicht overeenkomstig dit decreet aan koppelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omzetting van een besluit tot definitieve bescherming gebeurt onder de voorwaarden en in de vorm vastgesteld in de artikelen 12.3.3 tot en met 12.3.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1239\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.3.9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De besluiten tot bescherming als stads- of dorpsgezicht in de zin van artikel 2, 3°, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten voor de wijziging bij het decreet van 22 februari 1995, de besluiten als stads- of dorpsgezicht in de zin van artikel 2, 3°, eerste streepje, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten na de wijziging bij het decreet van 22 februari 1995 behouden hun rechtskracht tot zij overeenkomstig dit decreet worden gewijzigd of opgeheven Ten aanzien van deze beschermingsbesluiten gelden de gevolgen die dit decreet verbindt aan een bescherming als stads- en dorpsgezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan een beschermingsbesluit als vermeld in het eerste lid omzetten in een bescherming als archeologische site, monument of cultuurhistorisch landschap en er de rechtsgevolgen van een bescherming als archeologische site, monument of cultuurhistorisch landschap overeenkomstig dit decreet aan koppelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omzetting van een besluit tot definitieve bescherming gebeurt onder de voorwaarden en in de vorm vastgesteld in de artikelen 12.3.3 tot en met 12.3.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12310\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.3.10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De besluiten tot bescherming als stads- of dorpsgezicht in de zin van artikel 2, 3°, tweede streepje, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten behouden hun rechtskracht tot zij overeenkomstig dit decreet worden gewijzigd of opgeheven Ten aanzien van deze beschermingsbesluiten gelden de algemene voorschriften voor instandhouding en onderhoud vastgesteld overeenkomstig artikel 6.4.2 voor zover zij niet afwijken van de bijzondere voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud opgenomen in het beschermingsbesluit en de gevolgen die dit decreet verbindt aan een bescherming als overgangszone bij een monument.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan een beschermingsbesluit als vermeld in het eerste lid omzetten in een bescherming als cultuurhistorisch landschap en er de rechtsgevolgen van een bescherming als cultuurhistorisch landschap overeenkomstig dit decreet aan koppelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omzetting van een besluit tot definitieve bescherming gebeurt onder de voorwaarden en in de vorm vastgesteld in de artikelen 12.3.3 tot en met 12.3.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12311\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.3.11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De besluiten tot bescherming als archeologisch monument of als archeologische zone genomen bij toepassing van het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium behouden hun rechtskracht tot zij overeenkomstig dit decreet worden gewijzigd of opgeheven Ten aanzien van deze beschermingsbesluiten gelden de algemene voorschriften voor instandhouding en onderhoud vastgesteld overeenkomstig artikel 6.4.2 voor zover zij niet afwijken van de bijzondere voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud opgenomen in het beschermingsbesluit en de gevolgen die dit decreet verbindt aan een bescherming als archeologische site.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan een beschermingsbesluit als vermeld in het eerste lid omzetten in een bescherming als monument, cultuurhistorisch landschap of stads- en dorpsgezicht en er de rechtsgevolgen van een bescherming als monument, cultuurhistorisch landschap of stads- en dorpsgezicht overeenkomstig dit decreet aan koppelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omzetting van een besluit tot definitieve bescherming gebeurt onder de voorwaarden en in de vorm vastgesteld in de artikelen 12.3.3 tot en met 12.3.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Premies Art. 12.3.12. De aanvragen voor een premie overeenkomstig het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg en het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium die bij het agentschap per beveiligde zending ter kennis werden gebracht voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 10, afdeling 2, worden afgehandeld overeenkomstig de regels die golden voorafgaand aan die datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Beheersplannen beschermde landschappen en erfgoedlandschappen Art. 12.3.13. De herwaarderingsplannen goedgekeurd overeenkomstig het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten en de beheersplannen opgemaakt overeenkomstig het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg behouden hun rechtskracht tot zij overeenkomstig dit decreet worden gewijzigd of opgeheven. Ten aanzien van deze beheersplannen gelden alle gevolgen die dit decreet verbindt aan de beheersplannen, vermeld in hoofdstuk 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 5. - Vergunningsaanvragen en beroepsprocedures Art. 12.3.14. Behoudens andersluidende bepalingen is dit decreet vanaf de datum van inwerkingtreding van toepassing op alle toelatings-, vergunnings- en beroepsprocedures, vermeld in dit decreet, in de stand waarin zij zich bevinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beslissingen van het agentschap tot toekenning of weigering van een machtiging of schriftelijke vergunning voor werken waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning vereist is betreffende beschermde monumenten, constructies binnen beschermde stads- en dorpsgezichten, beschermde landschappen, beschermde archeologische monumenten en beschermde archeologische zones, genomen voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 6 van dit decreet, worden bekendgemaakt en kunnen worden uitgevoerd en bestreden overeenkomstig de regels die golden voorafgaand aan die datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er in de in het tweede lid omschreven gevallen voor beschermde monumenten en constructies binnen beschermde stads- en dorpsgezichten bij het instellen van het georganiseerd administratief beroep bij de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 11, § 4/1, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten nog geen advies van de expertencommissie is verleend en hoofdstuk 3, afdeling 1, is al in werking getreden, wint de Vlaamse Regering het advies in van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed. Dit advies heeft de gevolgen als omschreven in artikel 11, § 4/1, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten en de bijhorende uitvoeringsbesluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen voor de in het tweede lid opgesomde machtigingen en vergunningen die bij het agentschap werden betekend voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 6 van dit decreet, maar waarover het agentschap nog niet heeft beslist als het hoofdstuk 6 in werking treedt, worden behandeld overeenkomstig de regels die golden voorafgaand aan die datum. De beslissingen worden bekendgemaakt en kunnen worden uitgevoerd overeenkomstig de regels die golden voorafgaand aan die datum. Die genomen beslissingen kunnen worden bestreden overeenkomstig artikel 6.4.6, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meldingen van werken betreffende niet als monument beschermde constructies binnen beschermde stads- of dorpsgezichten waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning vereist is, overeenkomstig artikel 11, § 4, derde lid, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 6 van dit decreet, worden behandeld overeenkomstig de procedureregels die golden voorafgaand aan die datum. Als het college van burgemeester en schepenen van oordeel is dat er voor de aangemelde werken een machtiging vereist is, gelden de regels overeenkomstig het tweede, derde en vierde lid van dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beslissingen van het college van burgemeester en schepenen tot toekenning of weigering van een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning waarin een machtiging of vergunning geweigerd of verleend wordt voor werken betreffende beschermde monumenten, constructies binnen beschermde stads- en dorpsgezichten, beschermde landschappen en beschermde archeologische monumenten en beschermde archeologische zones, genomen voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 6 van dit decreet, worden wat die werken betreft bekendgemaakt en kunnen uitgevoerd en bestreden worden overeenkomstig de regels die golden voorafgaand aan die datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen bij het college van burgemeester en schepenen voor een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning waarin ook moet geoordeeld worden over werken betreffende beschermde monumenten, constructies binnen beschermde stads- en dorpsgezichten, beschermde landschappen, beschermde archeologische monumenten en beschermde archeologische zones en die betekend werden voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 6 van dit decreet, maar waarover het college nog niet heeft beslist bij de inwerkingtreding van hoofdstuk 6 van dit decreet, worden behandeld overeenkomstig de procedureregels die golden voorafgaand aan die datum. De beslissingen worden bekendgemaakt en kunnen worden uitgevoerd overeenkomstig de regels die golden voorafgaand aan die datum. Die genomen beslissingen kunnen worden bestreden overeenkomstig artikel 6.4.6, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beslissingen van de deputatie tot toekenning of weigering van een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning waarin een machtiging of vergunning geweigerd of verleend wordt voor werken betreffende beschermde monumenten, constructies binnen beschermde stads- en dorpsgezichten, beschermde landschappen en beschermde archeologische monumenten en beschermde archeologische zones, genomen voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 6 van dit decreet, worden bekendgemaakt en kunnen worden uitgevoerd en bestreden overeenkomstig de regels die golden voorafgaand aan die datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er in de in het vorige lid omschreven gevallen voor beschermde monumenten en constructies binnen stads- en dorpsgezichten bij het instellen van het beroep bij de deputatie nog geen advies van de expertencommissie is verleend en hoofdstuk 3, afdeling 1, is al in werking getreden, wint de Vlaamse Regering het advies in van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed. Dit advies heeft de gevolgen als omschreven in artikel 11, § 4/2, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten en de bijhorende uitvoeringsbesluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beroepsdossiers betreffende de in het vorige lid opgesomde stedenbouwkundige vergunningen en verkavelingsvergunningen die bij de deputatie werden betekend voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 6 van dit decreet worden behandeld overeenkomstig de procedureregels die golden voorafgaand aan die datum. Die genomen beslissingen kunnen worden bestreden overeenkomstig artikel 6.4.6, derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beslissingen over schriftelijke vergunningen om archeologische opgravingen, prospecties met ingrepen in de bodem en graafwerken uit te voeren en om detectoren te gebruiken met de bedoeling onroerende archeologische monumenten op te sporen en vrij te leggen en roerende archeologische monumenten te verzamelen of uit hun originele context te verwijderen, genomen overeenkomstig het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 5 van dit decreet, worden bekendgemaakt en kunnen worden uitgevoerd en bestreden overeenkomstig de regels die golden voorafgaand aan die datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen voor schriftelijke vergunningen voor de in het vorige lid omschreven ingrepen die werden betekend voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 5 van dit decreet worden behandeld, bekendgemaakt en kunnen worden uitgevoerd en bestreden overeenkomstig de regels die golden voorafgaand aan die datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 6. - Ankerplaatsen en erfgoedlandschappen Art. 12.3.15. De ankerplaatsen definitief aangeduid overeenkomstig het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg worden beschouwd als een vaststelling van de landschapsatlas als vermeld in hoofdstuk 4 van dit decreet en als onroerenderfgoedrichtplannen als vermeld in hoofdstuk 7 van dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ankerplaatsen voorlopig aangeduid overeenkomstig het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg kunnen overeenkomstig dat decreet definitief worden aangeduid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12316\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.3.16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De erfgoedlandschappen afgebakend overeenkomstig het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg worden beschouwd als erfgoedlandschap in de zin van dit decreet Onderafdeling 7. - Inspecteurs Onroerend Erfgoed Art. 12.3.17. De ambtenaren, vermeld in artikel 14 en 15 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, artikel 30 tot en met 32 en 37 van het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium en artikel 40 en 42 van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, behouden hun respectieve bevoegdheden van opsporing, vaststelling, herstelvordering en uitvoering van gerechtelijke titels met overeenkomstige toepassing met afdelingen 3 en 4 zolang de inspecteurs Onroerend Erfgoed nog niet zijn benoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra de inspecteurs Onroerend Erfgoed benoemd zijn, nemen zij de bevoegdheden van de ambtenaren, vermeld in het eerste lid, over. Zij zetten de herstelvorderingen voort die door de daartoe gemachtigde ambtenaren reeds werden ingeleid bij het parket of aanhangig gemaakt bij de burgerlijke rechter, en dragen zorg voor de uitvoering van gerechtelijke titels, gewezen onder gelding van de decreten, vermeld in het eerste lid, en de wetten en de decreten die vervangen zijn door de bedoelde decreten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stakingsbevelen, regelmatig gegeven en gehandhaafd onder gelding van de decreten, vermeld in het eerste lid, verkrijgen dezelfde rechtsgevolgen als omschreven in hoofdstuk 11, afdeling 5, onderafdeling 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 8. - Inventaris bouwkundig erfgoed Art. 12.3.18. De bestaande reglementaire gevolgen van de inventaris bouwkundig erfgoed, vastgesteld door de administrateur-generaal van het agentschap Onroerend Erfgoed op basis van artikel 12/1 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten blijven van kracht totdat hoofdstuk 4 van dit decreet en dit artikel in werking treden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De laatste vaststelling van de inventaris bouwkundig erfgoed bij besluit van de administrateur-generaal van het agentschap Onroerend Erfgoed op basis van artikel 12/1 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten voorafgaand aan de inwerkingtreding van hoofdstuk 4 van dit decreet, geldt als vaststelling overeenkomstig artikel 4.1.1. Artikel 4.1.9 is op deze inventaris enkel van toepassing voor de goederen die aan een openbaar onderzoek overeenkomstig artikel 4.1.3 zijn onderworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 9. - Informatieplicht met betrekking tot publiciteit en onderhandse en authentieke akten Art. 12.3.19. Artikel 4.1.11 en 6.4.9 zijn pas van toepassing op de onderhandse en authentieke akten afgesloten na de datum van inwerkingtreding van het decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 10. - Bestaande reglementaire bepalingen Art. 12.3.20. De bestaande reglementaire bepalingen die onder het toepassingsgebied van dit decreet vallen en niet zonder voorwerp noch in tegenstrijd zijn met dit decreet, blijven van kracht totdat ze worden gewijzigd, opgeheven of vervangen door besluiten genomen ter uitvoering van dit decreet. Afdeling 4. - Inwerkingtreding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1241\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering per artikel te bepalen datum</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1242\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Hoofdstuk 5 en artikel 12.2.1, 3°, treden in werking op de datum bepaald in het besluit houdende de vaststelling van lijst van aangeduide erkende archeologen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 12 juli 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie, F. VAN DEN BOSSCHE De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, J. SCHAUVLIEGE De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, Ph. MUYTERS _______ Nota (1) Zitting 2012-2013. Stukken. - Ontwerp van decreet, 1901 - Nr. 1. - Verslag over hoorzittingen : 1901 - Nr. 2. - Amendementen : 1901 - Nrs. 3 t.e.m. 7. - Verslag : 1901 - Nr. 8. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1901 - Nr. 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen 3 juli 2013.</p></div>", "next": 0}