← België

Wet houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen

Kort samengevat

Deze wet introduceert een minimumbelasting voor grote multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen om te zorgen voor een mondiaal minimumniveau van belastingheffing. Dit gebeurt door de omzetting van een Europese richtlijn in Belgisch recht.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
19 DECEMBER 2023. - Wet houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL1. - Algemene bepalingen Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2.§ 1. Deze wet voorziet in de omzetting van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 15 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Europese Unie. § 2. Een minimumbelasting ten aanzien van groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen wordt verzekerd in de vorm van: 1° een binnenlandse bijheffing overeenkomstig de bepalingen van titel II, hoofdstuk 6;2° een IIR-bijheffing overeenkomstig de bepalingen van titel II, hoofdstuk 7;3° een UTPR-bijheffing overeenkomstig de bepalingen van titel II, hoofdstuk 8. Aan de minimumbelasting zijn de groepsentiteiten in de zin van artikel 3, 2°, onderworpen die in België gevestigd zijn. TITEL II. - Invoering van een minimumbelasting van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen HOOFDSTUK 1. - Definities Art. 3.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder: 1° "entiteit": een rechtsfiguur die een afzonderlijke financiële rekening opstelt of een rechtspersoon;2° "groepsentiteit": a) een entiteit die deel uitmaakt van een groep van multinationale ondernemingen of van een omvangrijke binnenlandse groep;of b) een vaste inrichting van een hoofdentiteit die deel uitmaakt van een MNO-groep als bedoeld in de bepaling onder a);3° "groep": a) een geheel van entiteiten die met elkaar verbonden zijn door eigendom of zeggenschap zoals omschreven in de aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging voor de opstelling van een geconsolideerde jaarrekening door de uiteindelijke moederentiteit, inclusief iedere entiteit die mogelijkerwijs van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit is uitgesloten op de enkele grond van haar kleine omvang, van haar materieel belang of van het feit dat zij voor de verkoop wordt aangehouden;of b) een entiteit die een of meer vaste inrichtingen heeft, op voorwaarde dat zij geen deel uitmaakt van een andere groep zoals omschreven in de bepaling onder a);4° "groep van multinationale ondernemingen", of, verkort, "MNO-groep": een groep die ten minste één entiteit of vaste inrichting omvat die niet in de jurisdictie van de uiteindelijke moederentiteit is gevestigd;5° "omvangrijke binnenlandse groep": een groep waarvan alle groepsentiteiten in dezelfde lidstaat van de Europese Unie zijn gevestigd;6° "geconsolideerde jaarrekening": a) de jaarrekening, opgesteld door een entiteit overeenkomstig een aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging, waarin de activa, passiva, baten, lasten en kasstromen van die entiteit en alle entiteiten waarin zij een zeggenschapsbelang heeft, zijn weergegeven als die van één enkele economische entiteit;b) voor groepen als omschreven in 3°, b), de jaarrekening opgesteld door een entiteit overeenkomstig een aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging;c) de jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit die niet is opgesteld overeenkomstig een aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging en die vervolgens is aangepast om materiële concurrentieverstoringen te voorkomen;en d) wanneer de uiteindelijke moederentiteit geen jaarrekening zoals omschreven in punt a), b) of c), opstelt, de jaarrekening die zou zijn opgesteld als de uiteindelijke moederentiteit verplicht was geweest om een dergelijke jaarrekening op te stellen overeenkomstig: i) een aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging;of ii) een andere standaard voor financiële verslaglegging en op voorwaarde dat de desbetreffende jaarrekening is aangepast om materiële concurrentieverstoringen te voorkomen; 7° "verslagjaar": de verslagleggingsperiode waarover de uiteindelijke moederentiteit van een MNO-groep of van een omvangrijke binnenlandse groep haar geconsolideerde jaarrekening opstelt of, indien de uiteindelijke moederentiteit geen geconsolideerde jaarrekening opstelt, het kalenderjaar;8° "indienende groepsentiteit": een entiteit die een aangifte met informatie betreffende de bijheffing indient overeenkomstig artikel 50 of 53;9° "overheidsentiteit": een entiteit die aan alle volgende criteria voldoet: a) zij maakt deel uit van of wordt geheel gehouden door een overheid, daaronder begrepen een regionaal lichaam of een lokaal bestuur;b) zij drijft geen handel en oefent geen bedrijf uit en heeft als voornaamste doel: i) het vervullen van een overheidsfunctie;of ii) het beheren of beleggen van de activa van die overheid of jurisdictie door het plaatsen en aanhouden van beleggingen, alsook door vermogensbeheer en daarmee verband houdende beleggingsactiviteiten betreffende die activa; c) zij legt aan een overheid verantwoording af over de algemene prestaties en brengt jaarlijks aan die overheid verslag uit;en d) bij ontbinding berusten haar activa bij een overheid en voor zover zij netto-inkomsten uitkeert, worden die uitsluitend aan die overheid uitgekeerd zonder dat een deel ervan ten goede komt aan een privaat persoon;10° "internationale organisatie": elke intergouvernementele organisatie, met inbegrip van een supranationale organisatie, of een volledig gehouden agentschap of instantie daarvan, die aan alle volgende criteria voldoet: a) ze bestaat voornamelijk uit overheden;b) ze heeft met de jurisdictie waarin zij is gevestigd daadwerkelijk een overeenkomst inzake de vestiging van het hoofdkantoor of een in wezen soortgelijke overeenkomst gesloten, bijvoorbeeld een regeling die de kantoren of instellingen van de organisatie in die jurisdictie voorrechten en immuniteiten verleent;en c) het recht of de statuten verhinderen dat de inkomsten ervan ten goede komen aan private personen;11° "non-profitorganisatie": een entiteit die aan alle volgende criteria voldoet: a) zij is opgericht in de jurisdictie waarvan zij ingezetene is en wordt aldaar gedreven: i) voor louter religieuze, charitatieve, wetenschappelijke, artistieke, culturele, sportieve, educatieve of andere soortgelijke doeleinden;of ii) als een professionele organisatie, bedrijfsvereniging, kamer van koophandel, arbeidsorganisatie, land- of tuinbouworganisatie, burgerorganisatie of als een organisatie uitsluitend ter bevordering van het sociale welzijn; b) nagenoeg alle inkomsten uit de in de bepaling onder a) genoemde activiteiten zijn in de jurisdictie waarvan zij ingezetene is, vrijgesteld van inkomstenbelasting;c) zij heeft geen aandeelhouders of leden die een eigendomsrecht of een recht van vruchtgebruik hebben op haar inkomsten of activa;d) de inkomsten of activa van de entiteit mogen niet worden uitgekeerd aan of aangewend ten behoeve van een privaat persoon of een niet-charitatieve entiteit, tenzij: i) op grond van de charitatieve activiteiten van de entiteit; ii) ter betaling van een redelijke vergoeding voor verleende diensten of voor het gebruik van eigendom of kapitaal; of iii) als betaling, tegen marktwaarde, voor activa die de entiteit heeft verworven; en e) bij beëindiging, liquidatie of ontbinding van de entiteit dienen al haar activa te worden uitgekeerd of teruggegeven aan een non-profitorganisatie of aan de overheid, daaronder begrepen een overheidsinstantie, van de jurisdictie waar de entiteit ingezeten is of aan een regionaal lichaam daarvan;f) zij drijft geen handel en oefent geen bedrijf uit die/dat niet rechtstreeks verband houdt met de doeleinden waarvoor zij is opgericht;12° "doorstroomentiteit": een entiteit voor zover zij fiscaal transparant is met betrekking tot haar inkomsten, uitgaven, winsten of verliezen in de jurisdictie waarin zij is opgericht, tenzij zij haar fiscale woonplaats in een andere jurisdictie heeft en aldaar onderworpen is aan een betrokken belasting op haar inkomsten of winsten. Een doorstroomentiteit wordt geacht het volgende te zijn: a) een fiscaal transparante entiteit met betrekking tot haar inkomsten, uitgaven, winsten of verliezen voor zover zij fiscaal transparant is in de jurisdictie waar de eigenaar is gevestigd;b) een omgekeerd hybride entiteit met betrekking tot haar inkomsten, uitgaven, winsten of verliezen voor zover zij niet fiscaal transparant is in de jurisdictie waar de eigenaar is gevestigd. Voor de toepassing van deze wet wordt onder "fiscaal transparante entiteit" verstaan een entiteit waarvan de inkomsten, uitgaven, winsten of verliezen krachtens de wetten van een jurisdictie worden behandeld alsof zij door de directe eigenaar van die entiteit in verhouding tot zijn belang in die entiteit zijn verworven of gemaakt. Een eigendomsbelang in een entiteit of een vaste inrichting die een groepsentiteit is, wordt behandeld alsof het via een fiscaal transparante structuur wordt gehouden indien dat eigendomsbelang indirect wordt gehouden via een keten van fiscaal transparante entiteiten. Een groepsentiteit die geen fiscale woonplaats heeft en niet onderworpen is aan een betrokken belasting of een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing op basis van haar plaats van leiding, plaats van oprichting of soortgelijke criteria, wordt als een doorstroomentiteit en een fiscaal transparante entiteit behandeld met betrekking tot haar inkomsten, uitgaven, winsten of verliezen, voor zover: a) de eigenaren ervan zijn gevestigd in een jurisdictie die de entiteit als fiscaal transparant aanmerkt;b) zij geen bedrijfsinrichting heeft in de jurisdictie waar zij is opgericht;en c) de inkomsten, uitgaven, winsten of verliezen niet zijn toe te rekenen aan een vaste inrichting;13° "vaste inrichting": a) een bedrijfsinrichting of daarmee gelijkgestelde inrichting in een jurisdictie waar die wordt aangemerkt als een vaste inrichting overeenkomstig een toepasselijk belastingverdrag, op voorwaarde dat die jurisdictie het aan die inrichting toerekenbare inkomen in de heffing betrekt overeenkomstig een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag inzake belasting naar inkomen en vermogen, zoals gewijzigd;b) als er geen toepasselijk belastingverdrag bestaat, een bedrijfsinrichting of daarmee gelijkgestelde inrichting in een jurisdictie die het aan die bedrijfsinrichting toerekenbare inkomen op nettobasis in de heffing betrekt op soortgelijke wijze als waarop zij haar eigen fiscale inwoners in de heffing betrekt;c) als een jurisdictie geen vennootschaps-belastingstelsel heeft, een in een dergelijke jurisdictie gevestigde bedrijfsinrichting of daarmee gelijkgestelde inrichting die overeenkomstig het OESO-modelverdrag inzake belasting naar inkomen en vermogen, zoals gewijzigd, als een vaste inrichting zou zijn aangemerkt, op voorwaarde dat die jurisdictie het recht zou hebben gehad om het overeenkomstig artikel 7 van dat OESO-modelverdrag aan die bedrijfsinrichting toerekenbare inkomen in de heffing te betrekken;of d) een niet in de bepalingen onder a) tot c) omschreven bedrijfsinrichting of daarmee gelijkgestelde inrichting met behulp waarvan werkzaamheden worden uitgeoefend buiten de jurisdictie waar de entiteit is gevestigd, op voorwaarde dat die jurisdictie het aan die werkzaamheden toerekenbare inkomen vrijstelt;14° "uiteindelijke moederentiteit": a) een entiteit die direct of indirect een zeggenschapsbelang in een andere entiteit houdt en die zelf niet, direct of indirect, eigendom is van een andere entiteit die een zeggenschapsbelang in haar houdt; of b) de hoofdentiteit van een groep als omschreven in 3°, b); 15° "minimumbelastingtarief": vijftien procent (15 pct.); 16° "bijheffing": de op grond van artikel 22 berekende extra belasting voor een jurisdictie of een groepsentiteit;17° "fiscaal regime inzake gecontroleerde buitenlandse vennootschappen": een reeks fiscale regels, andere dan een gekwalificeerde IIR, krachtens welke een directe of indirecte aandeelhouder van een buitenlandse entiteit, of de hoofdentiteit van een vaste inrichting, onderworpen is aan belasting over zijn aandeel in het volledige inkomen, of een deel daarvan, dat door die buitenlandse groepsentiteit is verdiend, ongeacht of dat inkomen aan de aandeelhouder is uitgekeerd;18° "gekwalificeerde regel inzake inkomeninclusie", of verkort, "gekwalificeerde IIR": een reeks regels die in het interne recht van een jurisdictie ten uitvoer is gelegd, op voorwaarde dat die jurisdictie niet toestaat voordelen met betrekking tot die regels te verlenen, en die: a) gelijkwaardig is aan de in deze wet bevatte regels, in overeenstemming waarmee de moederentiteit van een MNO-groep of van een omvangrijke binnenlandse groep het aan haar toerekenbare deel van de bijheffing ter zake van die laagbelaste groepsentiteiten berekent en betaalt;b) wordt toegepast op een wijze die consistent is met de regels van deze wet. De Koning kan een niet-limitatieve lijst van de gekwalificeerde IIR opstellen overeenkomstig de in dit artikel vastgestelde regels; 19° "laagbelaste groepsentiteit": a) een groepsentiteit van een MNO-groep of van een omvangrijke binnenlandse groep in een laagbelastende jurisdictie;of b) een staatloze groepsentiteit die, met betrekking tot een verslagjaar, een kwalificerend inkomen en een effectief belastingtarief heeft dat lager is dan het minimumbelastingtarief;20° "tussenliggende moederentiteit": een groepsentiteit die, direct of indirect, een eigendomsbelang in een andere groepsentiteit in dezelfde MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep heeft en niet kwalificeert als uiteindelijke moederentiteit, partieel gehouden moederentiteit, vaste inrichting of beleggingsentiteit;21° "zeggenschapsbelang": eigendomsbelang in een entiteit waarbij de houder van het belang verplicht is de activa, passiva, baten, lasten en kasstromen van de entiteit post voor post te consolideren, of daartoe verplicht zou zijn geweest, overeenkomstig een aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging;een hoofdentiteit wordt geacht het zeggenschapsbelang in haar vaste inrichtingen te houden; 22° "partieel gehouden moederentiteit": een groepsentiteit die, direct of indirect, een eigendomsbelang in een andere groepsentiteit van dezelfde MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep houdt, en waarvan meer dan 20 pct.van het eigendomsbelang in de winst, direct of indirect, wordt gehouden door een of meer personen die geen groepsentiteit van die MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep zijn, en die niet kwalificeert als uiteindelijke moederentiteit, vaste inrichting of beleggingsentiteit; 23° "eigendomsbelang": een aandelenbelang dat recht geeft op de winsten, het kapitaal of de reserves van een entiteit of van een vaste inrichting;24° "moederentiteit": een uiteindelijke moederentiteit die geen uitgesloten entiteit is, een tussenliggende moederentiteit of een partieel gehouden moederentiteit;25° "aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging": internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS) of IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie op grond van Verordening (EG) nr.1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en de algemeen aanvaarde verslagleggingsbeginselen van Australië, Brazilië, Canada, de lidstaten van de Europese Unie, de lidstaten van de Europese Economische Ruimte, Hongkong (China), Japan, Mexico, Nieuw-Zeeland, de Volksrepubliek China, de Republiek India, de Republiek Korea, Rusland, Singapore, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika; 26° "goedgekeurde standaard voor financiële verslaglegging": met betrekking tot een entiteit, een reeks algemeen aanvaardbare verslagleggingsbeginselen die zijn toegestaan door een erkend verslagleggingsorgaan in de jurisdictie waar die entiteit is gevestigd;voor de toepassing van deze definitie wordt onder erkend verslagleggingsorgaan verstaan het orgaan dat de wettelijke bevoegdheid in een jurisdictie heeft om standaarden voor financiële verslaglegging voor te schrijven, vast te stellen of te aanvaarden; 27° "materiële concurrentieverstoring": met betrekking tot de toepassing van een bepaalde grondslag of procedure volgens een reeks algemeen aanvaardbare verslagleggings-beginselen, een toepassing die in een gegeven verslagjaar leidt tot een totale variatie van baten of lasten van meer dan 75 miljoen euro in vergelijking met het bedrag dat door toepassing van de overeenkomstige grondslag of procedure op grond van de internationale standaarden voor financiële verslaglegging IFRS of IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie op grond van Verordening (EG) nr.1606/2002 zou zijn bepaald; 28° "gekwalificeerde binnenlandse bijheffing": een bijheffing die in het interne recht van een jurisdictie ten uitvoer is gelegd, op voorwaarde dat die jurisdictie niet toestaat voordelen met betrekking tot die regels te verlenen, en die: a) voorziet in de vaststelling van de overwinsten van de in die jurisdictie gevestigde groepsentiteiten overeenkomstig de in de Richtlijn (EU) 2022/2523 vastgestelde regels;en b) wordt toegepast op een wijze die consistent is met de regels van de voormelde Richtlijn. De Koning kan een niet-limitatieve lijst van gekwalificeerde binnenlandse bijheffingen opstellen overeenkomstig de in het vorige lid vastgestelde regels. Wanneer het bedrag van de gekwalificeerde binnenlandse bijheffing voor een verslagjaar niet is betaald in de loop van de vier verslagjaren volgend op het verslagjaar waarin het verschuldigd was, wordt het niet-betaalde bedrag van de gekwalificeerde binnenlandse bijheffing toegevoegd aan de jurisdictionele bijheffing die is berekend overeenkomstig artikel 22, § 3, en wordt het niet geïnd door de lidstaat van de Europese Unie die de keuze op grond van artikel 11, lid 1, van de Richtlijn (EU) 2022/2523 heeft gemaakt. 29° "nettoboekwaarde van de materiële activa": het gemiddelde van de begin- en eindwaarde van de materiële activa, rekening houdend met de geaccumuleerde afschrijvingen en geleidelijke en bijzondere waardeverminderingen, zoals vastgelegd in de jaarrekening;30° "beleggingsentiteit": a) een beleggingsfonds of vastgoedbeleggingsvehikel; b) een entiteit die voor ten minste 95 pct., direct of via een keten van zulke entiteiten, eigendom is van een in de bepaling onder a) bedoelde entiteit, en die uitsluitend, of nagenoeg uitsluitend, wordt gedreven om activa aan te houden of middelen te beleggen ten behoeve van die entiteit of entiteiten; of c) een entiteit waarvan ten minste 85 pct.van de waarde eigendom is van een in de bepaling onder a) bedoelde entiteit, op voorwaarde dat nagenoeg al haar inkomen afkomstig is van dividenden of vermogenswinsten of -verliezen die zijn uitgesloten van de berekening van het kwalificerend inkomen of verlies voor de toepassing van de Richtlijn (EU) 2022/2523 en van deze wet; 31° "beleggingsfonds": een entiteit of constructie die aan alle volgende voorwaarden voldoet: a) zij is opgezet om financiële of niet-financiële activa van een aantal beleggers, waarvan sommige niet-verbonden zijn, te brengen;b) zij belegt volgens een samen welomschreven beleggings- beleid;c) zij stelt beleggers in staat de transactie-, onderzoeks- en analysekosten te verlagen of het risico collectief te spreiden;d) zij is in de eerste plaats opgezet om beleggingsinkomsten of -winsten te genereren, of bescherming te bieden tegen een specifieke of algemene gebeurtenis of uitkomst;e) haar beleggers hebben een recht op de opbrengsten uit de activa van het fonds of de door die activa gegenereerde inkomsten, op basis van hun bijdrage;f) zij, of haar leiding, is in de jurisdictie waar ze is opgericht of wordt beheerd, onderworpen aan de regelgeving voor beleggingsfondsen, waaronder passende regelgeving tegen witwassen en voor beleggersbescherming;en g) zij wordt voor rekening van de beleggers beheerd door deskundigen op het gebied van het beheer van beleggingsfondsen;32° "vastgoedbeleggingsvehikel": een breed gehouden entiteit die overwegend onroerend goed bezit en die is onderworpen aan één enkel belastingniveau, ofwel ten aanzien van het vehikel zelf ofwel ten aanzien van de belanghouders, met maximaal één jaar uitstel;33° "pensioenfonds": a) een entiteit die in een jurisdictie is opgericht en wordt gedreven uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten behoeve van het beheer of de verstrekking van pensioenuitkeringen en aanvullende of incidentele uitkeringen aan natuurlijke personen, en waarbij: i) die entiteit als zodanig wordt gereglementeerd door die jurisdictie of een van zijn regionale lichamen of lokale overheden;of ii) die uitkeringen worden gedekt of anderszins beschermd door nationale regelgeving en worden gefinancierd door een pool van activa die worden gehouden via een fiduciaire overeenkomst of een insteller van een trust om de nakoming van de betreffende pensioenverplichtingen te waarborgen in geval van insolventie van de MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep; b) een entiteit die pensioendiensten verleent;34° "entiteit die pensioendiensten verleent": een entiteit die is opgericht en wordt gedreven uitsluitend of nagenoeg uitsluitend om middelen te beleggen ten behoeve van de in 33°, a), bedoelde entiteiten of werkzaamheden uit te oefenen die een aanvulling vormen op de in 33°, a), bedoelde gereglementeerde werkzaamheden, op voorwaarde dat de entiteit die pensioendiensten verleent, deel uitmaakt van dezelfde groep als de entiteiten die die gereglementeerde werkzaamheden verrichten;35° "laagbelastende jurisdictie": met betrekking tot een MNO-groep of een omvangrijke binnenlandse groep in ongeacht welk verslagjaar, een lidstaat van de Europese Unie of jurisdictie van een land dat geen lid is van de Europese Unie waarin de MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep een kwalificerend inkomen heeft en onderhevig is aan een effectief belastingtarief dat lager is dan het minimumbelastingtarief;36° "kwalificerend inkomen of verlies": het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van een groepsentiteit, aangepast overeenkomstig de in de hoofdstukken 3, 9 en 10 vastgestelde regels;37° "niet-gekwalificeerde terugbetaalbare imputatiebelasting": elke belasting, met uitzondering van een gekwalificeerde imputatiebelasting, die is opgebouwd of betaald door een groepsentiteit en die: a) aan de uiteindelijk gerechtigde van een door een dergelijke groepsentiteit uitgekeerd dividend terugbetaalbaar is met betrekking tot dat dividend, dan wel door de uiteindelijk gerechtigde verrekenbaar is met een andere belastingverplichting dan een belastingverplichting met betrekking tot een dergelijk dividend;of b) terugbetaalbaar is aan de uitkerende vennootschap bij uitkering van een dividend aan een aandeelhouder. Voor de toepassing van deze wet wordt onder gekwalificeerde imputatiebelasting verstaan een betrokken belasting die is opgebouwd of betaald door een groepsentiteit, daaronder begrepen een vaste inrichting, en die terugbetaalbaar of verrekenbaar is aan de gerechtigde van het door de groepsentiteit uitgekeerde dividend of, in het geval van een betrokken belasting die is opgebouwd of betaald door een vaste inrichting, een door de hoofdentiteit uitgekeerd dividend, voor zover de terugbetaling betaalbaar is dan wel de verrekening wordt verleend: a) door een andere jurisdictie dan de jurisdictie die de betrokken belastingen heeft geheven;b) aan een uiteindelijk gerechtigde van het dividend die aan belasting is onderworpen tegen een nominaal tarief dat gelijk is aan of hoger is dan het minimumbelastingtarief op het ontvangen dividend krachtens het interne recht van de jurisdictie die de betrokken belastingen heeft geheven van de groepsentiteit;c) aan de natuurlijke persoon die de uiteindelijk gerechtigde is van het dividend, die fiscaal inwoner is van de jurisdictie die de betrokken belastingen heeft geheven van de groepsentiteit, en die aan belasting is onderworpen tegen een nominaal tarief dat gelijk is aan of hoger is dan het normale belastingtarief dat van toepassing is op gewone inkomsten;of d) aan een overheidsentiteit, een internationale organisatie, een ingezeten non-profitorganisatie, een ingezeten pensioenfonds, een ingezeten beleggingsentiteit die geen deel uitmaakt van de MNO-groep of van de omvangrijke binnenlandse groep, of een ingezeten levensverzekeringsonderneming voor zover het dividend wordt ontvangen in verband met werkzaamheden van een ingezeten pensioenfonds en op vergelijkbare wijze aan belasting onderworpen is als een dividend dat wordt ontvangen door een pensioenfonds. Voor de toepassing van de bepaling onder d): i) zijn een non-profitorganisatie en een pensioenfonds ingezetene van een jurisdictie indien zij in die jurisdictie zijn opgericht en worden beheerd; ii) is een beleggingsentiteit ingezetene van een jurisdictie indien zij in die jurisdictie is opgericht en wordt gereglementeerd; iii) is een levensverzekeringsonderneming ingezetene van de jurisdictie waarin zij is gevestigd; 38° "gekwalificeerd terugbetaalbaar belastingtegoed": a) een terugbetaalbaar belastingtegoed dat in de vorm van contante of daarmee gelijkgestelde middelen dient te worden betaald aan een groepsentiteit binnen vier jaar te rekenen vanaf de datum waarop de groepsentiteit aanspraak heeft op het terugbetaalbare belastingtegoed krachtens de wetgeving van de jurisdictie die het tegoed verleent;of b) indien het belastingtegoed gedeeltelijk terugbetaalbaar is, het deel van het terugbetaalbare belastingtegoed dat in de vorm van contante of daarmee gelijkgestelde middelen betaalbaar is aan een groepsentiteit binnen vier jaar te rekenen vanaf de datum waarop de groepsentiteit aanspraak heeft op het gedeeltelijk terugbetaalbare belastingtegoed. Een gekwalificeerd terugbetaalbaar belastingtegoed omvat geen bedragen aan belasting die op grond van een gekwalificeerde imputatiebelasting of een niet-gekwalificeerde terugbetaalbare imputatiebelasting verrekenbaar of terugbetaalbaar is; 39° "niet-gekwalificeerd terugbetaalbaar belastingtegoed": een belastingtegoed dat geen gekwalificeerd terugbetaalbaar belastingtegoed is, maar wel geheel of gedeeltelijk terugbetaalbaar;40° "hoofdentiteit": een entiteit die het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van een vaste inrichting in haar jaarrekening opneemt;41° "groepsentiteit-eigenaar": een groepsentiteit die, direct of indirect, een eigendomsbelang houdt in een andere groepsentiteit van dezelfde MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep;42° "in aanmerking komend uitkeringsbelastingstelsel": een vennootschapsbelastingstelsel dat: a) alleen winstbelasting heft wanneer de winsten worden uitgekeerd of worden geacht te worden uitgekeerd aan aandeelhouders, of wanneer de vennootschap geconfronteerd wordt met bepaalde niet-zakelijke lasten;b) belasting heft tegen een tarief dat gelijk is aan of hoger is dan het minimumbelastingtarief;en c) van kracht was op of vóór 1 juli 2021;43° "gekwalificeerde undertaxed profit rule", of verkort, "gekwalificeerde UTPR", een reeks regels die in het interne recht van een jurisdictie ten uitvoer is gelegd, op voorwaarde dat die jurisdictie niet toestaat voordelen met betrekking tot die regels te verlenen, en die: a) gelijkwaardig is aan de in de Richtlijn (EU) 2022/2523 vastgelegde regels waarmee een jurisdictie het aan haar toerekenbare deel van de bijheffing van een MNO-groep int dat krachtens de IIR niet in rekening is gebracht ter zake van de laagbelaste groepsentiteiten van die MNO-groep;b) wordt toegepast op een wijze die consistent is met de in deze Richtlijn vastgelegde regels. De Koning kan een niet-limitatieve lijst van gekwalificeerde UPTR opstellen overeenkomstig de in het vorige lid vastgestelde regels; 44° "aangewezen indienende entiteit": de groepsentiteit, niet zijnde de uiteindelijke moederentiteit, die door de MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep is aangewezen om namens de MNO-groep of de omvangrijke binnenlandse groep de in artikelen 50 tot 57 vastgelegde aangifteverplichtingen na te komen;45° "de "OESO-modelvoorschriften": geheel van door de OESO ontwikkelde modelbelastingregels die de Global Anti-Base Erosion Rules (zogenaamde "GloBE rules") bevatten en zijn opgenomen in het document "Fiscale uitdagingen van de digitalisering van de economie - Modelvoorschriften ter bestrijding van mondiale grondslaguitholling (Pijler 2)" ("Tax Challenges of the Digitalisation of the Economy - Global Anti-Erosion Rules (Pillar Two)",) dat op 14 december 2021 is goedgekeurd door het inclusief kader inzake BEPS van de OESO/G20;46° "fusie": regelingen waarbij: a) alle of nagenoeg alle groepsentiteiten van twee of meer afzonderlijke groepen op zodanige wijze onder gezamenlijke zeggenschap worden gebracht dat zij entiteiten van een samengevoegde groep vormen; of b) een entiteit die geen lid is van een groep, op zodanige wijze onder gezamenlijke zeggenschap van een andere entiteit of groep wordt gebracht dat zij entiteiten van een samengevoegde groep vormen;47° "splitsing": regelingen waarbij de groepsentiteiten van één groep worden gesplitst in twee of meer verschillende groepen die niet langer door dezelfde uiteindelijke moederentiteit worden geconsolideerd;48° "nettobelastinglast": het nettobedrag van de volgende posten: i) als last opgebouwde betrokken belastingen en alle lopende en uitgestelde betrokken belastingen die zijn opgenomen in de lasten uit hoofde van winstbelastingen, met inbegrip van betrokken belastingen op baten die zijn uitgesloten van de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies; ii) uitgestelde belastingvorderingen die toerekenbaar zijn aan een verlies voor het verslagjaar; iii) als een last opgebouwde gekwalificeerde binnenlandse bijheffingen; iv) belastingen die ontstaan op grond van regels gelijkwaardig aan die in Richtlijn (EU) 2022/2523 en die in deze wet en die als last worden opgebouwd; en v) als een last opgebouwde niet-gekwalificeerde terugbetaalbare imputatiebelastingen;49° "uitgesloten dividenden": ter zake van een eigendomsbelang ontvangen of opgebouwde dividenden of andere uitkeringen, met uitzondering van ontvangen of opgebouwde dividenden of andere uitkeringen ter zake van: i) een eigendomsbelang: - van een groep in een entiteit waaraan rechten verbonden zijn op minder dan 10 pct.van de winst, het kapitaal of de reserves, of stemrechten van die entiteit op de datum van de uitdeling of vervreemding (een "portefeuilledeelneming"); en - dat op de datum van uitdeling minder dan één jaar economisch eigendom is van de groepsentiteit die de dividenden of de andere uitkeringen ontvangt of opbouwt; ii) een eigendomsbelang in een beleggingsentiteit ter zake waarvan een keuze op grond van artikel 46 is gemaakt; 50° "uitgesloten vermogenswinst of -verlies": een in het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van de groepsentiteit inbegrepen nettowinst of -verlies naar aanleiding van: i) winsten of verliezen die voortvloeien uit veranderingen in de reële waarde van een eigendomsbelang, met uitzondering van een portefeuilledeelneming; ii) winsten of verliezen ter zake van een eigendomsbelang dat is opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode; en iii) winsten of verliezen uit de vervreemding van een eigendomsbelang, met uitzondering van de vervreemding van een portefeuilledeelneming; 51° "inbegrepen winst of verlies op basis van de herwaarderingsmethode": een nettowinst of -verlies, vermeerderd of verminderd met alle daarmee samenhangende betrokken belastingen voor het verslagjaar, voortvloeiende uit de toepassing van een verslagleggingsmethode of -praktijk die, ter zake van materiële vaste activa: i) de boekwaarde van materiële vaste activa regelmatig aanpast aan de reële waarde ervan; ii) de waardeveranderingen in de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten verwerkt; en iii) de winst die of het verlies dat is opgebouwd in de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, vervolgens niet onder winst of verlies rapporteert; 52° "asymmetrische winst of verlies uit wisselkoersverschillen": een winst of verlies uit wisselkoersverschillen van een entiteit waarvan de functionele valuta voor de verslaglegging en de functionele valuta voor belastingen verschillend zijn, en die: i) meegenomen is in de berekening van het belastbare inkomen of verlies van een groepsentiteit en toerekenbaar is aan schommelingen in de wisselkoers tussen de functionele valuta voor de verslaglegging en de functionele valuta voor belastingen van de groepsentiteit; ii) meegenomen is in de berekening van het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van een groepsentiteit en toerekenbaar is aan schommelingen in de wisselkoers tussen de functionele valuta voor de verslaglegging en de functionele valuta voor belastingen van de groepsentiteit; iii) meegenomen is in de berekening van het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van een groepsentiteit en toerekenbaar is aan schommelingen in de wisselkoers tussen een derde vreemde valuta en de functionele valuta voor de verslaglegging van de groepsentiteit; en iv) toerekenbaar is aan schommelingen in de wisselkoers tussen een derde vreemde valuta en de functionele valuta voor belastingen van de groepsentiteit, ongeacht of die winsten of verliezen inzake de derde vreemde valuta al dan niet opgenomen zijn in het belastbare inkomen. De functionele valuta voor belastingen is de functionele valuta die gebruikt wordt ter bepaling van het belastbare inkomen of het belastbare verlies van de groepsentiteit in de jurisdictie waar zij gevestigd is. De functionele valuta voor de verslaglegging is de functionele valuta die gebruikt wordt ter bepaling van het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van de groepsentiteit. Een derde vreemde valuta is een valuta die niet de functionele valuta voor belastingen of de functionele valuta voor de verslaglegging van de groepsentiteit is; 53° "beleidshalve niet-toegestane lasten": i) door de groepsentiteit opgebouwde lasten voor illegale betalingen, inclusief steekpenningen en smeergeld;en ii) door de groepsentiteit opgebouwde lasten voor boeten en sancties ten belope van een bedrag dat gelijk is aan of groter is dan 50.000 euro of een gelijkwaardig bedrag in de functionele valuta waarin het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van de groepsentiteit is berekend; 54° "fouten in een voorgaande periode en wijzigingen in de verslagleggingsbeginselen": een wijziging in het beginsaldo van het eigen vermogen van een groepsentiteit bij de aanvang van een verslagjaar, die toe te schrijven is aan: i) een correctie van een fout bij de bepaling van het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging in een voorgaand verslagjaar die gevolgen had voor de baten of lasten die opneembaar zijn in de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies in dat voorgaande verslagjaar, behalve voor zover die correctie van een fout heeft geleid tot een materiële vermindering van een verplichting voor betrokken belastingen, met inachtneming van artikel 20;en ii) een wijziging in de verslagleggingsbeginselen of -grondslagen die gevolgen had voor de baten of lasten die zijn meegenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies; 55° "lasten voor opgebouwd pensioen": het verschil tussen het bedrag van de pensioenverplichtingen die in het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging zijn opgenomen, en het bedrag dat aan een pensioenfonds is bijgedragen voor het verslagjaar;56° "in aanmerking komende werknemers": voltijd- of deeltijdwerknemers van een groepsentiteit en zelfstandige contractanten die deelnemen aan de reguliere bedrijfsactiviteiten van de MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep onder leiding en controle van de MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep;57° "in aanmerking komende loonkosten": uitgaven voor werknemersbeloningen, inclusief salarissen, lonen en andere kosten die de werknemer een rechtstreeks en apart persoonlijk voordeel opleveren, zoals ziektekosten- en pensioenbijdragen, loon- en arbeidsbelastingen, en socialezekerheidsbijdragen van de werkgever;58° "in aanmerking komende materiële activa": i) in de jurisdictie gelegen materiële vaste activa; ii) in de jurisdictie gelegen natuurlijke hulpbronnen; iii) het gebruiksrecht van een lessee op in de jurisdictie gelegen materiële activa; en iv) een licentie- of soortgelijke overeenkomst van een overheid voor het gebruik van onroerend goed of de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen waar een aanzienlijke investering in materiële activa mee gemoeid is; 59° "uitgesloten entiteiten": de in artikel 6, eerste lid, bedoelde entiteiten;60° "reorganisatie"`: een omzetting of overdracht van activa en passiva, zoals bij een fusie, een splitsing, een liquidatie of een soortgelijke transactie, wanneer: i) de vergoeding voor de overdracht geheel of gedeeltelijk bestaat in aandelenbelangen die zijn uitgegeven door de overnemende groepsentiteit of door een met de overnemende groepsentiteit verbonden persoon, of, in het geval van liquidatie, aandelenbelangen van de doelentiteit of, indien niet in een vergoeding is voorzien, waarbij de uitgifte van een aandelenbelang geen economische betekenis zou hebben; ii) de winsten of verliezen van de vervreemdende groepsentiteit op die activa geheel of gedeeltelijk niet aan belasting zijn onderworpen; en iii) de overnemende groepsentiteit krachtens de belastingwetgeving van de jurisdictie waar zij is gevestigd, het belastbare inkomen na de vervreemding of verkrijging moet berekenen met gebruikmaking van de belastinggrondslag van de vervreemdende groepsentiteit in de activa, aangepast voor niet-kwalificerende winsten of verliezen op de vervreemding of verkrijging; 61° "niet-kwalificerende winsten of verliezen": het kleinste van de volgende bedragen: de winsten of verliezen van de vervreemdende groepsentiteit in verband met een reorganisatie die in de plaats waar de vervreemdende groepsentiteit is gevestigd, aan belasting is onderworpen of de winsten of verliezen uit de financiële verslaglegging in verband met de reorganisatie;62° "in minderheidseigendom gehouden groepsentiteit": een groepsentiteit waarin de uiteindelijke moederentiteit een direct of indirect eigendomsbelang van 30 pct.of minder houdt; 63° "in minderheidseigendom gehouden moederentiteit": een in minderheidseigendom gehouden groepsentiteit die direct of indirect het zeggenschapsbelang houdt in een andere in minderheidseigendom gehouden groepsentiteit, behalve wanneer het zeggenschapsbelang van de eerstgenoemde entiteit direct of indirect wordt gehouden door een andere in minderheidseigendom gehouden groepsentiteit;64° "in minderheidseigendom gehouden subgroep": een in minderheidseigendom gehouden moederentiteit en haar in minderheidseigendom gehouden dochteronder- nemingen;65° "in minderheidseigendom gehouden dochteronderneming": een in minderheidseigendom gehouden groeps- entiteit waarin het zeggenschapsbelang direct of indirect wordt gehouden door een in minderheidseigendom gehouden moederentiteit. Art. 4.§ 1. Voor de toepassing van deze wet wordt bepaald dat een entiteit, met uitzondering van een doorstroomentiteit, gevestigd is in de jurisdictie waar zij op basis van haar plaats van leiding, haar plaats van oprichting of soortgelijke criteria wordt aangemerkt als fiscaal inwoner. Indien het niet mogelijk is om de locatie van een entiteit, met uitzondering van een doorstroomentiteit, te bepalen aan de hand van het eerste lid, wordt zij geacht gevestigd te zijn in de jurisdictie waar ze is opgericht. § 2. Een doorstroomentiteit wordt als staatloos aangemerkt, tenzij zij de uiteindelijke moederentiteit van een MNO-groep of van een omvangrijke binnenlandse groep is of zij verplicht is om een IIR toe te passen overeenkomstig de artikelen 31 tot 34 in welk geval de doorstroomentiteit wordt geacht gevestigd te zijn in de jurisdictie waar ze is opgericht. § 3. Er wordt bepaald dat een vaste inrichting als omschreven in artikel 3, 13°, a), gevestigd is in de jurisdictie waar zij als vaste inrichting wordt aangemerkt en belastingplichtig is krachtens het toepasselijke belastingverdrag. Er wordt bepaald dat een vaste inrichting als omschreven in artikel 3, 13°, b), gevestigd is in de jurisdictie waar zij onderworpen is aan belasting op nettobasis op grond van haar zakelijke aanwezigheid. Er wordt bepaald dat een vaste inrichting als omschreven in artikel 3, 13°, c), gevestigd is in de jurisdictie waar zij zich bevindt. Een vaste inrichting als omschreven in artikel 3, 13°, d), wordt als staatloos aangemerkt. § 4. Wanneer een groepsentiteit in twee jurisdicties is gevestigd en die jurisdicties een toepasselijk belastingverdrag hebben, wordt de groepsentiteit geacht gevestigd te zijn in de jurisdictie waar zij krachtens dat belastingverdrag als fiscaal inwoner wordt aangemerkt. Wanneer het toepasselijke belastingverdrag vereist dat de bevoegde autoriteiten de fiscale woonplaats van de groepsentiteit in onderlinge overeenkomst bepalen en er geen overeenkomst wordt bereikt, is pararagraaf 5 van toepassing. Wanneer er geen voorkoming van dubbele belasting wordt geboden krachtens het toepasselijke belastingverdrag doordat een groepsentiteit fiscaal inwoner is van beide partijen bij dat verdrag, is paragraaf 5 van toepassing. § 5. Wanneer een groepsentiteit in twee jurisdicties gevestigd is en die jurisdicties geen toepasselijk belastingverdrag hebben, wordt de groepsentiteit geacht gevestigd te zijn in de jurisdictie die het hoogste bedrag aan betrokken belastingen voor het verslagjaar heeft geheven. Bij de berekening van het in het eerste lid bedoelde bedrag aan betrokken belastingen blijft het bedrag aan belastingen dat overeenkomstig een fiscaal regime inzake gecontroleerde buitenlandse vennootschappen is betaald, buiten beschouwing. Als het bedrag aan betrokken belastingen dat in de twee jurisdicties verschuldigd is, even hoog is of gelijk is aan nul, wordt de groepsentiteit geacht gevestigd te zijn in de jurisdictie met het hoogste bedrag aan op basis van substance uitgesloten inkomen, berekend op entiteitsbasis overeenkomstig artikel 23. Als het bedrag aan op basis van substance uitgesloten inkomen in de twee jurisdicties even hoog is of gelijk is aan nul, wordt de groepsentiteit als staatloos aangemerkt, tenzij zij een uiteindelijke moederentiteit is, in welk geval ze wordt geacht gevestigd te zijn in de jurisdictie waar ze is opgericht. § 6. Wanneer als gevolg van de toepassing van de paragrafen 4 en 5 een moederentiteit gevestigd is in een jurisdictie waar zij niet is onderworpen aan een gekwalificeerde IIR, wordt zij geacht onderworpen te zijn aan de gekwalificeerde IIR van de andere jurisdictie, tenzij een toepasselijk belastingverdrag de toepassing van een dergelijke regel verbiedt. § 7. Wanneer een groepsentiteit haar locatie in de loop van een verslagjaar wijzigt, wordt zij geacht gevestigd te zijn in de jurisdictie waar ze krachtens dit artikel geacht was gevestigd te zijn bij het begin van dat verslagjaar. HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied Art. 5.§ 1. Deze wet is van toepassing op in België gevestigde groepsentiteiten die deel uitmaken van een MNO-groep of van een omvangrijke binnenlandse groep met een jaaropbrengst van 750 miljoen euro of hoger, daaronder begrepen de opbrengsten van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde uitgesloten entiteiten, in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit in ten minste twee van de vier verslagjaren die onmiddellijk voorafgaan aan het geteste verslagjaar. § 2. Wanneer een of meer van de in paragraaf 1 bedoelde vier verslagjaren langer of korter is dan twaalf maanden, wordt de in die paragraaf bedoelde opbrengstendrempel voor elk van die verslagjaren pro rata aangepast. Art. 6.In afwijking van artikel 5 zijn de bepalingen van deze wet niet van toepassing op: 1° overheidsentiteiten, internationale organisaties, non-profitorganisaties, pensioenfondsen en beleggingsfondsen die een uiteindelijke moederentiteit zijn, of vastgoedbeleggingsvehikels die een uiteindelijke moederentiteit zijn;2° entiteiten waarvan ten minste 95 pct.van de waarde in eigendom wordt gehouden door een of meer van de in de bepaling onder 1° bedoelde entiteiten, direct dan wel via een of meer uitgesloten entiteiten, met uitzondering van entiteiten die pensioendiensten verlenen, en die: a) uitsluitend, of nagenoeg uitsluitend, worden gedreven om activa aan te houden of middelen te beleggen ten behoeve van de in de bepaling onder 1° bedoelde entiteit of entiteiten, of b) uitsluitend activiteiten verrichten die ondergeschikt zijn aan de door de in de bepaling onder 1° bedoelde entiteit of entiteiten verrichte activiteiten.3° entiteiten waarvan ten minste 85 pct.van de waarde in eigendom wordt gehouden door een of meer van de in 1° bedoelde entiteiten, direct dan wel via een of meer uitgesloten entiteiten, met uitzondering van entiteiten die pensioendiensten verlenen, op voorwaarde dat nagenoeg al hun inkomen afkomstig is van dividenden of vermogenswinsten of -verliezen die van de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies zijn uitgesloten overeenkomstig artikel 9, § 1, b) en c). In afwijking van het eerste lid kan de indienende groepsentiteit overeenkomstig artikel 58, ervoor kiezen een in het eerste lid, 2° en 3°, bedoelde entiteit niet als uitgesloten entiteit te behandelen. Art. 7.Wanneer twee of meer groepen in een van de laatste vier opeenvolgende verslagjaren die onmiddellijk voorafgaan aan het geteste verslagjaar, tot één groep fuseren, wordt de geconsolideerde opbrengstendrempel van 750 miljoen euro of hoger van de MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep als bedoeld in artikel 5 geacht voor elk verslagjaar voorafgaand aan de fusie te zijn bereikt indien de som van de in elk van hun geconsolideerde jaarrekening opgenomen opbrengsten voor dat verslagjaar 750 miljoen euro of meer bedraagt. Wanneer een entiteit die geen lid is van een groep (de "doelentiteit"), in het geteste verslagjaar met een entiteit of een groep (de "overnemende entiteit") fuseert, en de doelentiteit noch de overnemende entiteit een geconsolideerde jaarrekening heeft voor een van de laatste vier opeenvolgende verslagjaren die onmiddellijk voorafgaan aan het geteste verslagjaar, wordt de geconsolideerde opbrengstendrempel van de MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep als bedoeld in artikel 5 geacht voor dat jaar te zijn bereikt indien de som van de in elk van hun jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening opgenomen opbrengsten voor dat verslagjaar 750 miljoen euro of meer bedraagt. Wanneer een MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep die onder de toepassing van deze wet valt, wordt gesplitst in twee of meer groepen (elk een "gesplitste groep"), wordt de geconsolideerde opbrengstendrempel bedoeld in artikel 5 geacht bereikt te zijn door een afgesplitste groep waarbij: a) wat betreft het eerste geteste verslagjaar dat eindigt na de splitsing, de gesplitste groep in dat verslagjaar een jaaropbrengst heeft van 750 miljoen euro of meer;b) wat betreft het tweede, het derde en het vierde geteste verslagjaar dat eindigt na de splitsing, de gesplitste groep in ten minste twee van die verslagjaren een jaaropbrengst heeft van 750 miljoen euro of meer. HOOFDSTUK 3. - Bepaling van het kwalificerende inkomen of -verlies Art. 8.§ 1. Het kwalificerende inkomen of verlies van een groepsentiteit wordt berekend door de in de artikelen 9 tot 13 beschreven aanpassingen aan te brengen aan het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van de groepsentiteit voor het verslagjaar vóór consolidatieaanpassingen ter uitsluiting van transacties binnen de groep, zoals bepaald volgens de verslagleggingsstandaard die is gebruikt voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit. § 2. Wanneer het redelijkerwijs niet doenbaar is om het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van een groepsentiteit te bepalen op basis van de aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging of een goedgekeurde standaard voor financiële verslaglegging die is gebruikt voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit, kan het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van de groepsentiteit voor het verslagjaar worden bepaald aan de hand van een andere aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging of een goedgekeurde standaard voor financiële verslaglegging, mits: a) de financiële rekeningen van de groepsentiteit worden gevoerd op basis van die verslagleggingsstandaard;b) de informatie in de financiële rekeningen betrouwbaar is;en c) permanente verschillen van meer dan 1 miljoen euro die voortvloeien uit de toepassing van een bepaalde grondslag of standaard op baten- of lastenposten of transacties, indien die grondslag of standaard afwijkt van de verslagleggingsstandaard die voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit is gebruikt, worden aangepast om overeenstemming te bereiken met de voor die post vereiste behandeling op grond van de verslagleggingsstandaard die voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening is gebruikt. § 3. Wanneer een uiteindelijke moederentiteit haar geconsolideerde jaarrekening niet heeft opgesteld overeenkomstig een aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging als bedoeld in artikel 3, 6°, c), wordt de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit aangepast om materiële concurrentieverstoringen te voorkomen. § 4. Wanneer een uiteindelijke moederentiteit geen geconsolideerde jaarrekening als bedoeld in artikel 3, 6°, a), b) en c), opstelt, is de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit als bedoeld in artikel 3, 6°, d), deze die zou zijn opgesteld als de uiteindelijke moederentiteit verplicht was geweest om een dergelijke geconsolideerde jaarrekening op te stellen overeenkomstig: a) een aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging;of b) een goedgekeurde standaard voor financiële verslaglegging, op voorwaarde dat de desbetreffende geconsolideerde jaarrekening is aangepast om materiële concurrentieverstoringen te voorkomen. § 5. Wanneer een lidstaat van de Europese Unie of een jurisdictie van een land dat geen lid is van de Europese Unie een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing toepast, kan het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van de in die lidstaat van de Europese Unie of jurisdictie van een land dat geen lid is van de Europese Unie gevestigde groepsentiteiten worden bepaald overeenkomstig een aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging of een goedgekeurde standaard voor financiële verslaglegging die verschilt van de standaard voor financiële verslaglegging die voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit is gebruikt, mits het netto- inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging wordt aangepast om materiële concurrentieverstoringen te voorkomen. § 6. Wanneer de toepassing van een bepaalde grondslag of procedure volgens een reeks algemeen aanvaarde verslagleggings-beginselen tot een materiële concurrentieverstoring leidt, wordt de financieel administratieve verwerking van een post of transactie die aan die grondslag of procedure onderworpen is, aangepast om overeenstemming te bereiken met de voor die post of transactie vereiste verwerking krachtens de internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS of IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie op grond van Verordening (EG) nr. 1606/2002). Art. 9.§ 1. Het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van een groepsentiteit wordt met het bedrag van de volgende posten aangepast om haar kwalificerende inkomen of verlies te bepalen: a) nettobelastinglasten;b) uitgesloten dividenden;c) uitgesloten vermogenswinsten of -verliezen;d) inbegrepen winsten of verliezen op basis van de herwaarderingsmethode;e) op grond van artikel 38 uitgesloten winsten of verliezen uit de vervreemding van activa en verplichtingen;f) asymmetrische winsten of verliezen uit wisselkoers- verschillen;g) beleidshalve niet-toegestane lasten;h) fouten in een voorgaande periode en wijzigingen in de verslagleggingsbeginselen;en i) lasten voor opgebouwd pensioen. § 2. Transacties tussen in verschillende jurisdicties gevestigde groepsentiteiten die niet voor hetzelfde bedrag zijn vastgelegd in de financiële rekeningen van beide groepsentiteiten of niet in overeenstemming zijn met het zakelijkheidsbeginsel (arm's length principle), worden zodanig aangepast dat zij dat wel zijn. Een verlies uit een verkoop of andere overdracht van activa tussen twee in dezelfde jurisdictie gevestigde groepsentiteiten dat niet wordt vastgelegd in overeenstemming met het zakelijkheidsbeginsel, wordt op basis van dat beginsel aangepast indien het verlies is meegenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder "het zakelijkheidsbeginsel" verstaan, het beginsel dat transacties tussen groepsentiteiten dienen te worden vastgelegd onder verwijzing naar de voorwaarden die in vergelijkbare transacties en onder vergelijkbare omstandigheden verkregen zouden zijn tussen onafhankelijke ondernemingen. § 3. Gekwalificeerde terugbetaalbare belastingtegoeden als bedoeld in artikel 3, 38°, worden aangemerkt als baten voor de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies van een groepsentiteit. Niet-gekwalificeerde terugbetaalbare belastingtegoeden worden niet aangemerkt als baten voor de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies van een groepsentiteit. § 4. Een last die samenhangt met een financieringsregeling waarbij een of meer groepsentiteiten krediet verlenen aan, of op een andere manier een investering doen in, een of meer andere groepsentiteiten (de "intra-groep-financieringsregeling"), wordt niet meegenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies van een groepsentiteit als de volgende voorwaarden zijn vervuld: a) de groepsentiteit is gevestigd in een laagbelastende jurisdictie of in een jurisdictie waarin ook laag zou zijn belast indien de last niet was opgebouwd door de groepsentiteit;b) het valt redelijkerwijze te voorzien dat de intra-groep-financieringsregeling gedurende haar verwachte looptijd het bedrag aan in de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies van die groepsentiteit meegenomen lasten zal doen stijgen, zonder dat daar een evenredige stijging van het belastbare inkomen van de groepsentiteit die het krediet verstrekt (de "tegenpartij") tegenover staat;c) de tegenpartij is gevestigd in een niet-laagbelastende jurisdictie of in een jurisdictie waarin niet laag zou zijn belast indien het met de last samenhangende inkomen niet was opgebouwd door de tegenpartij. § 5. Een verzekeringsonderneming sluit bij de berekening van haar kwalificerende inkomen of verlies elk bedrag uit dat aan polishouders is aangerekend voor door haar betaalde belastingen ter zake van opbrengsten voor de polishouders. Een verzekeringsonderneming neemt in de berekening van haar kwalificerende inkomen of verlies alle opbrengsten voor de polishouders mee die niet zijn opgenomen in haar netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging voor zover de overeenkomstige toename of afname van de verplichting ten opzichte van haar polishouders is opgenomen in haar netto- inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging. § 6. Elk bedrag dat is opgenomen als een afname van het eigen vermogen van een groepsentiteit en dat voortvloeit uit gedane of verschuldigde uitkeringen ter zake van een door die groepsentiteit uitgegeven instrument op grond van prudentiële regelgevingsvereisten (het "aanvullend tier 1-kapitaal"), wordt bij de berekening van haar kwalificerende inkomen of verlies als een last aangemerkt. Elk bedrag dat is opgenomen als een toename van het eigen vermogen van een groepsentiteit en dat voortvloeit uit ontvangen of te ontvangen uitkeringen ter zake van door de groepsentiteit gehouden aanvullend tier 1-kapitaal, wordt meegenomen in de berekening van haar kwalificerende inkomen of verlies. Art. 10.§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a) "inkomen uit internationale scheepvaart": netto-inkomen dat een groepsentiteit verkrijgt uit de volgende activiteiten, op voorwaarde dat het vervoer niet plaatsvindt over binnenwateren binnen dezelfde jurisdictie: i) vervoer van passagiers of vracht per schip in het internationale verkeer, ongeacht of het schip eigendom is van, geleased wordt door of anderszins ter beschikking staat van de groepsentiteit; ii) vervoer van passagiers of vracht per schip in het internationaal verkeer in het kader van slotcharter- overeenkomsten; iii) leasing, op basis van charter met volledige uitrusting, bemanning en bevoorrading, van een schip voor het vervoer van passagiers of vracht in het internationale verkeer; iv) leasing, op basis van rompbevrachting, van een schip dat wordt gebruikt voor het vervoer van passagiers of vracht in het internationale verkeer aan een andere groepsentiteit; v) participatie in een poolovereenkomst, een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap voor het vervoer van passagiers of vracht per schip in het internationale verkeer;en vi) verkoop van een schip dat gebruikt wordt voor het vervoer van passagiers of vracht in het internationale verkeer, mits het schip gedurende ten minste één jaar door de groepsentiteit voor gebruik is aangehouden; b) "inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart": het door een groepsentiteit behaalde netto-inkomen uit de volgende activiteiten, mits die activiteiten hoofdzakelijk worden verricht in verband met het vervoer van passagiers of vracht per schip in het internationale verkeer: i) leasing, op basis van rompbevrachting, van een schip aan een andere scheepvaartonderneming die geen groepsentiteit is, mits de looptijd van de charterovereenkomst niet langer dan drie jaar duurt; ii) verkoop van door andere scheepvaartondernemingen uitgegeven vervoersbewijzen voor het binnenlandse deel van een internationale reis; iii) leasing en kortdurende opslag van containers of overligkosten voor laattijdige retour van containers; iv) dienstverlening aan andere scheepvaartondernemingen door ingenieurs, onderhoudspersoneel, vrachtbehandelaars, cateringpersoneel en personeel voor klantenservice; en v) inkomen uit investeringen, waarbij de investeringen die het inkomen genereren, integraal zijn verricht in het kader van de exploitatie van schepen in het internationale verkeer. § 2. Het door een groepsentiteit behaalde inkomen uit activiteiten in de internationale scheepvaart en uit de gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart wordt niet meegenomen in de berekening van haar kwalificerende inkomen of verlies, op voorwaarde dat de groepsentiteit aantoont dat het strategische of commerciële beheer van alle betrokken schepen feitelijk wordt verricht vanuit de jurisdictie waar zij is gevestigd. § 3. Wanneer de berekening van het door een groepsentiteit behaalde inkomen uit activiteiten in de internationale scheepvaart en uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart in een verlies resulteert, wordt dat verlies niet meegenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies van die groepsentiteit. § 4. Het totale inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart van alle in een jurisdictie gevestigde groepsentiteiten mag niet meer bedragen dan 50 pct. van hun inkomen uit activiteiten in de internationale scheepvaart. § 5. De door een groepsentiteit gemaakte kosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan haar in paragraaf …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.