{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">sluiten6 betreffende de beheersing van de begroting van de gezondheidszorg en houdende diverse bepalingen inzake gezondheid, worden de woorden « Artikel 31, § 2, treedt buiten werking op », vervangen door de woorden « Artikel 107quater, § 2, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, zoals ingevoegd bij artikel 31 van deze wet, treedt buiten werking op ». Afdeling 3. - Het beheer van de oproepen van de hulpdiensten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-123\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 123</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 210 van de programma</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten9 wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 210.Elk artikel van dit hoofdstuk treedt in werking op de dag te bepalen door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en op voorstel van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid, en uiterlijk op 1 januari 2007. » Afdeling 4. - Diverse bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-124\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 124</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 49ter van het koninklijk besluit n° 78 betreffende de uitoefening van de beroepen van de gezondheidszorg, ingevoegd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten, wordt aangevuld met de volgende leden : « De in het eerste lid bedoelde speciale vrijstellingen, kunnen slechts toegekend worden als de volgende voorwaarden zijn vervuld : 1° de begunstigde is houder van een diploma van arts dat door een derde land wordt uitgegeven, niet-lid van de Europese Unie;2° hij is met een opleiding van arts-specialist in dit land begonnen waarvan hij minstens in het eerste jaar is geslaagd;3° hij wordt door een universiteit van een derde land, niet-lid van de Europese Unie, aan een Belgische universiteit aanbevolen. De door deze vrijstelling toegelaten opleiding moet in een dienst van universitaire stage plaatsvinden erkend door de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid. De vrijstelling laat de begunstigde toe om ten hoogste twee jaar van opleiding in België uit te voeren; het tweede jaar wordt slechts na een gunstige evaluatie van de stagebegeleider uitgevoerd die tijdens het eerste opleidingsjaar de supervisie heeft gehad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijze van uitzondering voor bijzondere wetenschappelijke verdienste of wegens humanitaire redenen kan een derde opleidingsjaar door een unaniem advies van de bevoegde commissie van de Academie toegekend worden. » TITEL XIII. - Werk HOOFDSTUK I. - Beroepsziekten Art. 125.Artikel 6 van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/08/1985 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten, de koninklijke besluiten nr. 476 van 19 november 1986 en nr. 529 van 31 maart 1987, en de wetten van 30 december 1988, 26 juni 1992 en 22 februari 1998, wordt aangevuld als volgt : « 8° bij te dragen in de kosten voor het gezondheidstoezicht op de stagiairs zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 21 september 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/1999 numac 1999003672 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en diverse bepalingen sluiten1 betreffende de bescherming van de stagiairs. De Koning bepaalt welke kosten in aanmerking kunnen worden genomen, evenals de voorwaarden en de modaliteiten van de bijdrage. » Art. 126.In dezelfde wetten wordt een artikel 41ter ingevoegd, luidende : « Art. 41ter.Het slachtoffer heeft recht op een vergoeding van de verplaatsingskosten die volgen uit de behandeling van zijn beroepsziekte, volgens de door de Koning bepaalde voorwaarden en modaliteiten. » Art. 127.Artikel 125 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 126 treedt in werking op 1 januari 2006. HOOFDSTUK II. - Arbeidsongevallen Art. 128.In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van de begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van de begrotingsfondsen, rubriek 24 - Sociale Zaken, wordt het Fonds 24-1 - Financiering van de controle van de wetsverzekeraars, opgeheven. HOOFDSTUK III. - Jaarlijkse vakantie Art. 129.In artikel 46bis van de gecoördineerde wetten van 28 juni 1971 betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, ingevoegd bij de wet van 30 december 2001, gewijzigd bij de wet van 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt aangevuld als volgt : « Deze termijn bedraagt twee jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft in geval van een vergissing toe te schrijven aan het vakantiefonds.»; 2° het volgende lid wordt tussen het tweede en het derde lid ingevoegd : « Het beroep tegen de beslissingen tot terugvordering moet, op straffe van verval, ingediend worden binnen drie maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing of de kennisneming ervan in geval van gebrek aan kennisgeving.» Art. 130.Artikel 129 treedt in werking op 1 januari 2006. HOOFDSTUK IV. - Plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen - Wijziging van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/1999 numac 1999003672 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en diverse bepalingen sluiten6 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders Art. 131.Artikel 8, § 2, vijfde lid, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/1999 numac 1999003672 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en diverse bepalingen sluiten6 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gewijzigd bij de wetten van 7 april 1999 en 5 maart 2002, wordt aangevuld als volgt : « Hij kan ook de wijze bepalen waarop de gebruiker de terugbetaling van niet gebruikte PWA-cheques kan bekomen. » TITEL XIV. - Sociale Zaken HOOFDSTUK I. - Kruispuntbank van de sociale zekerheid Art. 132.In artikel 17bis van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten6 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, vervangen bij de wet van 24 december 2002 en gewijzigd bij de wetten van 8 april 2003 en 22 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) § 1, eerste lid, 4°, wordt vervangen als volgt : « 4° de federale overheidsdiensten, de federale publiekrechtelijke rechtspersonen en de verenigingen bedoeld in artikel 2 van de wet van 17 juli 2001 betreffende de machtiging voor de federale overheidsdiensten om zich te verenigen met het oog op de uitvoering van werkzaamheden inzake informatiebeheer en informatieveiligheid;»; a) § 1, eerste lid, wordt aangevuld als volgt : « 7° de wetgevende vergaderingen en de instellingen die eruit voortkomen.»; b) in § 2 worden de woorden « 5° of 6° » vervangen door de woorden « 5°, 6° of 7° ». Art. 133.In artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 19 juli 2001, 2 augustus 2002 en 24 december 2002, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, 2°, vervallen de woorden « De Koning bepaalt het bedrag van die bijdrage.»; 2° er wordt een § 2 toegevoegd, luidende : « § 2.Het bedrag van de bijdrage van de openbare instellingen van sociale zekerheid, bedoeld in § 1, 2°, is het bedrag bedoeld in het artikel met betrekking tot de tegemoetkomingen in de werkingskosten van de rubriek « Overdrachten voortkomend van instellingen van sociale zekerheid waarop het koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten9 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels van toepassing is » van de ontvangstenbegroting van de Kruispuntbank van het betrokken jaar, dat voor elke openbare instelling van sociale zekerheid die instaat voor de betaling van de bijdrage wordt vermenigvuldigd met het relatieve aandeel van de betrokken openbare instelling van sociale zekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt de openbare instellingen van sociale zekerheid die instaan voor de betaling van het bedrag bedoeld in het eerste lid, het respectieve relatieve aandeel van deze openbare instellingen van sociale zekerheid in het bedrag, de wijze en het tijdstip waarop de betaling van het bedrag wordt verricht, de eventuele afwijkingen, de wijze waarop eventuele verschillen tussen enerzijds de som van alle in § 1 bedoelde inkomsten van de Kruispuntbank en anderzijds de uitgaven van de Kruispuntbank worden geregulariseerd en de gevallen waarin het bedrag bedoeld in het eerste lid kan worden verhoogd. » Art. 134.In artikel 3 van de wet van 24 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten7 betreffende de modernisering van het beheer van de sociale zekerheid en betreffende de elektronische communicatie tussen ondernemingen en de federale overheid, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten4, wordt een § 4 ingevoegd, luidende : « § 4. De Koning mag de toepassing van dit artikel uitbreiden tot andere categorieën van personen. » Art. 135.Artikel 133 treedt in werking op 1 januari 2006. HOOFDSTUK II. - Vrijwilligers Art. 136.In artikel 5 van de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten4 betreffende de rechten van vrijwilligers worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Elke organisatie is burgerlijk aansprakelijk voor de schade die de vrijwilliger aan de organisatie en aan derden berokkent bij het verrichten van vrijwilligerswerk, behalve in geval van bedrog, zware fout of eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte fout van de vrijwilliger.»; 2° het tweede en het derde lid worden opgeheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 137</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.De organisatie sluit een verzekeringscontract tot dekking van de risico's met betrekking tot vrijwilligerswerk. Dat contract dekt ten minste de burgerlijke aansprakelijkheid van de organisatie, met uitzondering van de contractuele aansprakelijkheid. »; 2° § 2, 1°, wordt aangevuld als volgt : « en de ziekten opgelopen als gevolg van de vrijwillige activiteit »;3° in § 2, 2° vervallen de woorden «, 1°, 2° »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 138</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 10, derde lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Bedraagt het totaal van de door de vrijwilliger van een of meerdere organisatie(s) ontvangen vergoedingen meer dan de in het eerste lid bedoelde bedragen, dan kunnen deze enkel als een terugbetaling van door de vrijwilliger voor de organisatie(s) gemaakte kosten worden beschouwd, indien de realiteit en het bedrag van deze kosten kunnen aangetoond worden aan de hand van bewijskrachtige documenten. Het bedrag van de kosten mag worden vastgesteld overeenkomstig het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen en toelagen van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-139\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 139</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 18 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Artikel 4, § 2, van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 1 april 1969Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 1969, bij de wet van 29 december 1990 en bij de wet van 20 juli 1991, wordt aangevuld als volgt : « 9° de vergoedingen die ontvangen zijn in het kader van het vrijwilligerswerk als bedoeld in artikel 10 van de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten4 betreffende de rechten van de vrijwilligers ». » Art. 140.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 februari 2006. HOOFDSTUK III. - Betere inning van de bijdragen Art. 141.In artikel 41ter, § 1, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten8 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/1999 numac 1999003672 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en diverse bepalingen sluiten6 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd door de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten4 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, worden de woorden « aanleiding gevend » vervangen door de woorden « aanleiding kunnen gevend ». Art. 142.In artikel 41quater van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « een rechtspersoon of een natuurlijk persoon die een zelfstandige activiteit uitoefent » vervangen door de woorden « een werkgever, een natuurlijk persoon of rechtspersoon, onderworpen aan of onderworpen is geweest aan een inninginstelling van de sociale zekerheidsbijdragen »;2° § 7 wordt vervangen als volgt : « § 7.Openbare ambtenaren of Ministeriële officieren, belast met de openbare verkoping van roerende goederen toebehorend aan een werknemer, natuurlijk persoon of rechtspersoon, onderworpen aan of onderworpen is geweest aan een inninginstelling van de sociale zekerheidsbijdragen, waarvan de waarde ten minste 250 euro bedraagt, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de bedragen verschuldigd aan de inninginstelling van de bijdragen door de eigenaar op het ogenblik van de verkoping, indien zij niet, uiterlijk binnen twee werkdagen volgend op de verkoping, door middel van een procedure waarbij informatica- of telegeleidingstechnieken worden gebruikt, de inninginstelling van de bijdragen ervan verwittigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennisgeving van het bedrag van de haar verschuldigde sommen die door de inninginstelling van de bijdragen werd gedaan door middel van een procedure waarbij informatica- of telegeleidingstechnieken worden gebruikt, uiterlijk voor het verstrijken van de achtste dag volgend op de verzendingsdatum van het in het vorige lid voorziene bericht en middels een procedure waarbij informatica- of telegeleidingstechnieken worden gebruikt, geldt als beslag onder derden in handen van de in het eerste lid vermelde openbare ambtenaren of Ministeriële officieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in deze paragraaf voorziene bepalingen zijn van toepassing op de gerechtsdeurwaarder wanneer hij op de hoogte is gebracht van de voorstellen tot verkoop in der minne van de schuldenaar, overeenkomstig artikel 1526bis van het Gerechtelijk Wetboek. »; 3° in § 9 wordt tussen het eerste lid en het tweede lid het volgende lid ingevoegd : « Bij de kennisgeving van bovenvernoemde adviezen, gericht tot of afkomstig van de inninginstelling, worden de betrokken personen geïdentificeerd aan de hand van het identificatienummer bedoeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten6 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid of aan de hand van het identificatienummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen.» Art. 143.In artikel 41quinquies, § 1, van dezelfde wet, worden de woorden « authentiek afschrift » vervangen door de woorden « eensluidend verklaard afschrift of een door alle contractspartijen voor volledig, echt en waar verklaard afschrift ». HOOFDSTUK IV. - Kinderbijslagen Afdeling 1. - Kinderbijslagfondsen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-144\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 144</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 22bis, § 1, van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, samengeordend op 19 december 1939, ingevoegd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0, wordt aangevuld met het volgende lid : « Beslissingen van de algemene vergadering inzake de wijziging van de statuten, de wijziging van het maatschappelijk doel, de benoeming en de afzetting van de bestuurders en commissarissen en de ontbinding van de vereniging, moeten door minimum een vierde van de werkende leden worden goedgekeurd, met dien verstande dat een quotum van vijf werkende leden voldoende is. Het verkregen quotiënt moet desgevallend naar beneden worden afgerond. Met werkende leden zijn bedoeld, leden, al dan niet werkgever, die tevens in de raad van bestuur van de vereniging zetelen. » Afdeling 2. - Afschaffing van discriminaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 145</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 42bis, eerste lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989, 29 december 1990, 30 december 1992 en 11 december 2001, worden de woorden « het derde lid » vervangen door de woorden « het vierde lid ». Art. 146.In artikel 50ter, enig lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989, 29 december 1990 en 11 december 2001, worden de woorden « het derde lid » vervangen door de woorden « het vierde lid ». Art. 147.In artikel 56bis, § 1, enig lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de programma wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten2, worden de woorden « de vader of de moeder » vervangen door de woorden « een rechthebbende bedoeld in artikel 51, §§ 3 en 4 ». Art. 148.In artikel 56quinquies, § 2, eerste lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/08/1985 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten, worden de woorden « de minder-valide vader of de minder-valide moeder » vervangen door de woorden « de minder-valide rechthebbende bedoeld in § 1, eerste lid ». Art. 149.Artikel 60, § 3, eerste lid, 1°, van dezelfde wetten, ingevoegd bij de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/08/1985 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 maart 1987, wordt vervangen als volgt : « 1° het recht op verhoogde wezenbijslag bij toepassing van de bepalingen van het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen sluit ieder ander gelijktijdig of later recht krachtens deze wetten uit : a) wanneer het geopend wordt door een wees waarvan de overleden ouder, vader of moeder, uitsluitend rechthebbende zelfstandige was en op het ogenblik van zijn overlijden voldaan heeft aan de voorwaarden bedoeld in artikel 9, § 1, van voormeld koninklijk besluit;b) wanneer het geopend wordt door een wees, waarvan de overlevende ouder, vader of moeder, op het ogenblik van het overlijden van de andere ouder voldaan heeft aan de voorwaarden bedoeld in artikel 9, § 1, van voormeld besluit, behalve indien krachtens deze wetten een recht op wezenbijslag geopend wordt door deze wees wiens overleden ouder op het ogenblik van zijn overlijden voldaan heeft aan de voorwaarden bedoeld in artikel 56bis, § 1;c) wanneer het geopend wordt door een wees op grond van het feit dat de rechthebbende bedoeld in artikel 15 van voormeld koninklijk besluit, die niet de vader of de moeder is, op het ogenblik van het overlijden van één van de ouders van de wees voldaan heeft aan de voorwaarden bedoeld in artikel 9, § 1, van hetzelfde besluit, behalve indien een recht op wezenbijslag geopend wordt krachtens deze wetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze uitsluiting is evenwel niet van toepassing indien er, ingevolge het vooroverlijden van een ouder, vader of moeder, reeds een recht op kinderbijslag voor wezen bij toepassing van artikel 56bis of 56quinquies van deze wetten bestaat. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-150\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 150</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 62, § 4, enig lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 29 april 1996, vervallen de woorden « dat geen verplichte cursussen meer volgt en »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 151</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 64, § 1, enig lid, van dezelfde wetten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten nr. 122 van 30 december 1982 en nr. 207 van 13 september 1983, worden de woorden « De rechthebbende bedoeld » vervangen door de woorden « De wees bedoeld »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 152</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 2, tweede lid, van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten3 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 242 van 31 december 1983 en de wetten van 25 januari 1999 en 24 december 1999, worden de woorden « in artikel 1, vierde lid » vervangen door de woorden « in artikel 1, vijfde lid ». Art. 153.De artikelen 147, 148, 149 en 151 treden in werking op een door de Koning te bepalen datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 144 treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 145 en 146 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 150 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 152 treedt in werking op 1 februari 2006. Afdeling 3. - Afwijkingen voor behartenswaardige gevallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 154</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 56sexies, § 4, van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, samengeordend op 19 december 1939, gewijzigd bij de wetten van 1 augustus 1985, 22 december 1989, 22 februari 1998 en 24 december 1999, wordt aangevuld met het volgende lid : « De Minister van Sociale Zaken heeft dezelfde bevoegdheid inzake categorieën van behartigenswaardige gevallen. Hij dient dan wel vooraf het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers in te winnen. » Art. 155.In artikel 56decies van dezelfde wetten, ingevoegd bij de wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 22 februari 1998 en 24 december 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt aangevuld met het volgende lid : « De Minister van Sociale Zaken heeft dezelfde bevoegdheid inzake categorieën van behartigenswaardige gevallen.Hij dient dan wel vooraf het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers in te winnen. »; 2° § 3 wordt aangevuld met het volgende lid : « De Minister van Sociale Zaken heeft dezelfde bevoegdheid inzake categorieën van behartigenswaardige gevallen.Hij dient dan wel vooraf het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers in te winnen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 156</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 57bis van dezelfde wetten, vervangen bij de wet van 29 april 1996 en gewijzigd bij de wetten van 24 december 1999 en 24 december 2002, wordt aangevuld met het volgende lid : « De Minister van Sociale Zaken heeft dezelfde bevoegdheid inzake categorieën van behartigenswaardige gevallen. Hij dient dan wel vooraf het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers in te winnen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 157</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 66 van dezelfde wetten, vervangen bij het koninklijk besluit nr. 122 van 30 december 1982 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989, 25 januari 1999, 24 december 1999 en 19 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het derde lid worden de woorden « in individuele gevallen » ingevoegd tussen de woorden « het kind, » en « de voorrangsgerechtigde aanwijzen ».2° tussen het derde en het vierde lid wordt het volgende lid ingevoegd : « De Minister van Sociale Zaken heeft dezelfde bevoegdheid inzake categorieën van gevallen.Hij dient dan wel vooraf het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers in te winnen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 158</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 2 van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten3 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 242 van 31 december 1983 en bij de wetten van 29 december 1990, 25 januari 1999 en 24 december 1999, wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd : « De Minister van Sociale Zaken heeft dezelfde bevoegdheid inzake categorieën van behartigenswaardige gevallen. Hij dient dan wel vooraf het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers in te winnen. » Art. 159.De artikelen 154 tot 158 treden in werking op de eerste dag van de maand na die waarin deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL XV. - Financiën HOOFDSTUK I. - Wetboek der successierechten Art. 160.Artikel 161, 3°, van het Wetboek der successierechten, vervangen bij de</h3>\n<p class=\"lf-p\">wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten4, wordt vervangen als volgt : « 3° de instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht bedoeld in artikel 127 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, met uitzondering van de instellingen voor belegging in schuldvorderingen; ». HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Art. 161.In artikel 12, § 3, vijfde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd door de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0, worden de woorden « De vrijstelling mag eveneens worden toegekend voor een woning die de echtgenoten of één van hen om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk betrekken. » vervangen door de woorden « De vrijstelling mag eveneens worden toegekend wanneer de echtgenoten of één van hen om beroepsredenen of redenen van sociale aard de aldus gekozen woning niet persoonlijk betrekken. » Art. 162.In artikel 17, § 1, 4°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten5, worden de woorden « gevormd met bijdragen of premies als bedoeld in artikel 34, § 1, 2°, » vervangen door de woorden « gevormd, ofwel, met bijdragen of premies als bedoeld in artikel 34, § 1, 2°, ofwel, in het kader van een aanvullend pensioen voor zelfstandigen als bedoeld in artikel 34, § 1, 2°bis, ». Art. 163.Artikel 32 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten, wordt aangevuld met het volgende lid : « Het eerste lid is evenmin van toepassing op natuurlijke personen die bezoldigde functies uitoefenen in een vennootschap, waarin zij ook onbezoldigd een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies uitoefenen, mits de inkomsten van onroerende goederen die zij uit diezelfde vennootschap verkrijgen niet voor de in het tweede lid, 3°, bedoelde herkwalificatie tot bezoldiging in aanmerking komen. » Art. 164.In artikel 38, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in 18°, worden de woorden « in de onderneming » vervangen door de woorden « bij de werkgever »;2° het 19° wordt vervangen als volgt : « 19° de voordelen die voor de bedrijfsleiders die in artikel 30, 2°, bedoelde bezoldigingen verkrijgen, voortvloeien uit de op de onderneming of op de in artikel 220 of 227, 3°, bedoelde rechtspersoon rustende betaling van bijdragen en premies als bedoeld in artikel 52, 3°, b, die betrekking hebben op bezoldigingen die regelmatig en tenminste om de maand worden betaald of toegekend vóór het einde van het belastbare tijdperk waarin de ertoe aanleiding gevende bezoldigde werkzaamheden zijn verricht en mits zij op de resultaten van dat tijdperk worden aangerekend;». Art. 165.Artikel 39, § 2, 2°, d, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten5, wordt vervangen als volgt : « d) ze niet geheel of gedeeltelijk zijn gevormd door middel van werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming, noch van bijdragen of premies als bedoeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 16°, noch van bijdragen die, overeenkomstig artikel 52, 7°bis, in aanmerking konden komen als beroepskosten, noch van bijdragen die in aanmerking konden komen voor de toepassing van artikel 1451, 1°; ». Art. 166.Artikel 40, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen door de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten5, wordt vervangen als volgt : « Art. 40.Deelnemingen in de winst ter zake van levensverzekeringscontracten, van aanvullende pensioentoezeggingen betreffende werknemers of bedrijfsleiders als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1°, en tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst, of van aanvullende pensioenovereenkomsten betreffende zelfstandigen zijn vrijgesteld op voorwaarde dat zij gelijktijdig met de uit die contracten, toezeggingen of overeenkomsten, voortvloeiende pensioenen, aanvullende pensioenen, renten, kapitalen of afkoopwaarden worden vereffend. » Art. 167.Artikel 90, 3°, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt : « 3° onderhoudsuitkeringen die aan de belastingplichtige regelmatig zijn toegekend door personen van wier gezin hij geen deel uitmaakt, wanneer ze worden toegekend ter uitvoering van een verplichting op grond van het Burgerlijk of het Gerechtelijk Wetboek of van de wet van 23 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten tot invoering van de wettelijke samenwoning, zomede kapitalen die zulke uitkeringen vervangen; ». Art. 168.Artikel 93bis, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0, wordt vervangen als volgt : « 1° een overdracht onder bezwarende titel van de woning waarvan het kadastraal inkomen, gedurende een ononderbroken periode van ten minste 12 maanden die de maand van de vervreemding voorafgaat, is vrijgesteld overeenkomstig artikel 12, § 3. Voor de berekening van die ononderbroken periode van 12 maanden wordt in voorkomend geval tevens rekening gehouden met de periode gedurende dewelke voor die woning de woningaftrek kon worden toegestaan met toepassing van artikel 16, zoals dat bestond alvorens het werd opgeheven, of van artikel 526, § 1. Evenwel mag tussen de periode van ten minste 12 maanden en de maand van vervreemding nog een periode van maximaal 6 maanden liggen, gedurende dewelke de woning niet in gebruik mag zijn genomen;». Art. 169.In artikel 104 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 1° wordt vervangen als volgt : « 1° 80 pct.van de onderhoudsuitkeringen die de belastingplichtige regelmatig heeft betaald aan personen die niet deel uitmaken van zijn gezin, wanneer ze zijn betaald ter uitvoering van een verplichting op grond van het Burgerlijk of het Gerechtelijk Wetboek of van de wet van 23 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten tot invoering van de wettelijke samenwoning, zomede 80 pct. van de kapitalen die zulke uitkeringen vervangen. Evenwel zijn de uitkeringen betaald voor de kinderen voor welke de toepassing van artikel 132bis werd gevraagd, niet aftrekbaar; »; 2° in het 9° worden de woorden « die specifiek is » ingevoegd tussen de woorden « wedersamenstelling van een hypothecaire lening » en « gesloten om een in artikel 12, § 3, bedoelde enige woning te verwerven ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-170\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 170</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 113, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 6 juli 1994, en 6 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 1° wordt vervangen als volgt : « 1° de uitgaven hebben betrekking op het vergoeden van kinderoppas buiten de normale lesuren tijdens dewelke het kind onderwijs volgt en moeten gedaan zijn voor kinderen die de leeftijd van twaalf jaar niet hebben bereikt;»; 2° het 3° wordt vervangen als volgt : « 3° de uitgaven zijn betaald : a) ofwel aan instellingen of opvangvoorzieningen die worden erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd : - door Kind en Gezin, door het « Office de la Naissance et de l'Enfance » of door de Executieve van de Duitstalige Gemeenschap; - of door de lokale openbare besturen of openbare besturen van de gemeenschappen, andere dan de in het eerste streepje vermelde besturen, of van de gewesten; b) ofwel aan kinderdagverblijven of zelfstandige opvanggezinnen die onder toezicht staan van de in a), eerste streepje, vermelde instellingen;c) ofwel aan kleuter- of lagere scholen of aan instellingen of opvangvoorzieningen die verbonden zijn met de school of de inrichtende macht;»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-171\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 171</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 115 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de programma</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de huidige tekst die § 1 wordt, wordt het eerste lid, 1°, aangevuld met de woorden « en die hij op diezelfde datum zelf betrekt »;b) in § 1 wordt het laatste lid vervangen als volgt : « Om te bepalen of de woning van de belastingplichtige, op 31 december van het jaar waarin het leningcontract is afgesloten, zijn enige woning is die hij zelf betrekt, wordt geen rekening gehouden met : 1° andere woningen waarvan hij, ingevolge erfenis, mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is;2° een andere woning die op die datum op de vastgoedmarkt te koop is aangeboden en die uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin het leningcontract is afgesloten, ook daadwerkelijk is verkocht;3° het feit dat de belastingplichtige de woning niet zelf betrekt omwille van : - wettelijke of contractuele belemmeringen die het de belastingplichtige onmogelijk maken de woning op die datum zelf te betrekken; - de stand van de bouwwerkzaamheden of van de verbouwingswerkzaamheden die het de belastingplichtige nog niet toelaten de woning daadwerkelijk op diezelfde datum te betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aftrek wordt niet meer toegestaan : 1° vanaf het jaar volgend op het jaar waarin het leningcontract is afgesloten, indien op 31 december van dat jaar de in het vorige lid, 2°, bedoelde andere woning niet daadwerkelijk is verkocht;2° vanaf het tweede jaar volgend op het jaar waarin het leningcontract is afgesloten, indien de belastinplichtige de in artikel 104, 9°, bedoelde woning op 31 december van dat jaar niet zelf betrekt.»; c) het wordt aangevuld met een § 2 en § 3, luidende : « § 2.De in artikel 104, 9°, vermelde leningen zijn specifiek gesloten om een woning te verwerven of te behouden wanneer ze zijn aangegaan om : 1. een onroerend goed aan te kopen;2. een onroerend goed te bouwen;3. een onroerend goed volledig of gedeeltelijk te vernieuwen;4. de successierechten met betrekking tot de in artikel 104, 9°, bedoelde woning te betalen met uitzondering van nalatigheidsinteresten verschuldigd bij laattijdige betaling. Wat de in het eerste lid, 3, bedoelde vernieuwing betreft, zijn de daarop betrekking hebbende dienstverrichtingen deze vermeld in rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven. § 3. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in artikel 104, 9°, bedoelde aftrek. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 172</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 116 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de programmawet van 24 december 2004, wordt het volgende lid ingevoegd tussen het tweede en het derde lid : « Voor de toepassing van het tweede lid worden als gehandicapt aangemerkte kinderen ten laste voor twee gerekend. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 173</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1454, 2°, b, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, wordt vervangen als volgt : « b) bij overlijden : - wanneer het levensverzekeringscontract dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening die voor een woning is aangegaan, ten gunste van de personen die ingevolge het overlijden van de verzekerde de volle eigendom of het vruchtgebruik van die woning verwerven; - in alle andere gevallen, ten gunste van de echtgenoot of van bloedverwanten tot de tweede graad van de belastingplichtige; »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-174\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 174</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1459, eerste lid, 2°, b, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, wordt vervangen als volgt : « b) bij overlijden : - wanneer het spaarverzekeringscontract dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening die voor een woning is aangegaan, ten gunste van de personen die ingevolge het overlijden van de verzekerde de volle eigendom of het vruchtgebruik van die woning verwerven; - in alle andere gevallen, ten gunste van de echtgenoot of van bloedverwanten tot de tweede graad van de belastingplichtige; »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-175\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 175</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 155 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten1, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd : « Dit is eveneens het geval voor inkomsten vrijgesteld krachtens andere internationale verdragen of akkoorden, voor zover zij een clausule van progressievoorbehoud bevatten. » Art. 176.In artikel 171, 4°, g, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten5, worden de woorden « of naar aanleiding van het overlijden van de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is, » vervangen door de woorden « of wanneer die kapitalen naar aanleiding van zijn overlijden worden uitgekeerd aan de persoon die zijn rechtverkrijgende is, ». Art. 177.In artikel 195 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, tweede lid, worden de woorden «, zomede de in artikel 52, 3°, b, vermelde bijdragen voor aanvullende verzekering » geschrapt;2° § 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.Behalve indien de overeenkomsten enkel voorzien in voordelen bij overlijden, worden premies van levensverzekeringen betreffende overeenkomsten die in het voordeel van de onderneming zijn gesloten, met de in artikel 52, 3°, b, vermelde bijdragen gelijkgesteld en zijn zij, onder dezelfde voorwaarden en binnen dezelfde grens, slechts aftrekbaar indien deze overeenkomsten werden gesloten op het hoofd van een bedrijfsleider als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1°, en tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om het aftrekbare deel van de premies te bepalen komen uitsluitend de in § 1, tweede lid, omschreven bezoldigingen in aanmerking. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 178</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 223 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en gewijzigd bij de wetten van 10 maart 1999, 4 mei 1999 en 28 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 2° wordt vervangen als volgt : « 2° de bijdragen en premies bedoeld in artikel 52, 3°, b, en 195, § 2, in zover zij niet voldoen, ofwel aan de grens bedoeld in artikel 53, 22°, ofwel aan de voorwaarden van en de grens bedoeld in artikel 59 en, wat de in artikel 195, § 2, bedoelde premies betreft, aan de voorwaarden van regelmatigheid bedoeld in artikel 195, § 1, tweede lid, de pensioenen, renten en andere als zodanig geldende toelagen bedoeld in artikel 52, 5°, in zover zij niet voldoen aan de voorwaarden van en de grens bedoeld in artikel 59 en de in artikel 53, 23°, bedoelde kapitalen;»; 2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « De in artikel 32 bedoelde bedrijfsleiders worden voor de toepassing van het eerste lid met werknemers gelijkgesteld.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-179\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 179</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 234 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 maart 1999 en 28 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 3° wordt vervangen als volgt : « 3° op de bijdragen en premies bedoeld in artikel 52, 3°, b, en 195, § 2, in zover zij niet voldoen ofwel aan de grens bedoeld in artikel 53, 22°, ofwel aan de voorwaarden van en de grens bedoeld in artikel 59 en, wat de in artikel 195, § 2, bedoelde premies betreft, aan de voorwaarden van regelmatigheid bedoeld in artikel 195, § 1, tweede lid, op de pensioenen, renten en andere als zodanig geldende toelagen bedoeld in artikel 52, 5°, in zover zij niet voldoen aan de voorwaarden van en de grens bedoeld in artikel 59 en op de in artikel 53, 23°, bedoelde kapitalen;»; 2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « De in artikel 32 bedoelde bedrijfsleiders worden voor de toepassing van het eerste lid met werknemers gelijkgesteld.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-180\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 180</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 515quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, a en b, worden de woorden « als vermeld in 3° » en « als bedoeld in 3° » respectievelijk vervangen door de woorden « als vermeld in c » en « als bedoeld in c »;2° § 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.In afwijking van § 1 worden voor de pensioentoezeggingen ingesteld door een collectieve arbeidsovereenkomst, een pensioenreglement of een pensioenovereenkomst gesloten gedurende zes maanden vanaf de datum van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten5 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, in artikel 171, 4°, f, de woorden « naar aanleiding van zijn pensionering of vanaf de leeftijd van 60 jaar of naar aanleiding van het overlijden van de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is » tot en met 31 december 2009 vervangen door de woorden « naar aanleiding van zijn pensionering of vanaf de leeftijd van 58 jaar of naar aanleiding van het overlijden van de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is. » Art. 181.Artikel 526 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0, wordt vervangen als volgt : « Art. 526.§ 1. Deze paragraaf is van toepassing wanneer leningen die zijn gesloten om de eigen woning te verwerven of te behouden, zijn aangegaan : a) voor 1 januari 2005;b) vanaf 1 januari 2005, maar : - ofwel, een herfinanciering betreffen van een in a) bedoelde lening; - ofwel, een lening betreffen die is afgesloten terwijl voor dezelfde woning nog een lening die is bedoeld in a) of in het vorige streepje in aanmerking komt voor de aftrek van interesten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In die gevallen blijven de artikelen 7, 12, 14, 16, 93bis, 178, 235, 256, 277 en 290, zoals die bestonden alvorens te zijn gewijzigd of opgeheven door de artikelen 386 tot 389, 393, § 2, 403, 404 en 406 tot 408 van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0, van toepassing op het kadastraal inkomen van de in het eerste lid bedoelde woning. § 2. Deze paragraaf is van toepassing wanneer : 1° hypothecaire leningen zijn gesloten om de enige woning te verwerven of te behouden, die zijn aangegaan : a) voor 1 januari 2005;b) vanaf 1 januari 2005, maar : - ofwel, een herfinanciering betreffen van een in a) bedoelde lening; - ofwel, een hypothecaire lening betreffen die is afgesloten terwijl voor dezelfde woning nog een hypothecaire lening die is bedoeld in a) of in het vorige streepje in aanmerking komt voor de aftrek van interesten van hypothecaire leningen of voor het bouwsparen; 2° het levensverzekeringscontracten betreffen die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een in 1° vermelde hypothecaire lening. In die gevallen blijven de artikelen 104, 105, 115, 116, 1451, 1456, 14517 tot 14520, en 243, zoals die bestonden alvorens te zijn gewijzigd of opgeheven door de artikelen 394 tot 397, 399, 400 en 405 van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0, van toepassing op de interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een in het eerste lid, 1°, bedoelde hypothecaire lening of bijdragen betaald ter uitvoering van een in het eerste lid, 2°, bedoeld verzekeringscontract.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de belastingplichtige naast de in deze paragraaf vermelde interesten, betalingen en bijdragen, andere bijdragen of betalingen heeft betaald of gedaan die in aanmerking komen voor de in artikel 1451, 2° en 3°, bedoelde vermindering, gelden de regels van het in het vorige lid bedoelde artikel 1456 eveneens voor die andere bijdragen en betalingen. § 3. De in de vorige paragrafen vermelde regels worden niet toegepast op de aldaar bedoelde leningen en contracten wanneer de belastingplichtige in zijn aangifte betreffende het belastbare tijdperk waarin een in § 1, eerste lid, b), tweede streepje, en § 2, eerste lid, 1°, b), tweede streepje, bedoelde lening of een levensverzekeringscontract dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een in § 2, eerste lid, 1°, b), tweede streepje, bedoelde hypothecaire lening, is gesloten, vermeldt dat hij voor die na 1 januari 2005 gesloten leningen of contracten opteert voor de toepassing van de in artikel 104, 9°, bedoelde aftrek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die keuze is definitief, onherroepelijk en bindend voor de belastingplichtige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, moeten beide belastingplichtigen dezelfde keuze maken. § 4. De in euro uitgedrukte bedragen bedoeld in de artikelen die in de §§ 1 en 2 zijn opgenomen, worden, naargelang het geval, jaarlijks en gelijktijdig aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast overeenkomstig de artikelen 178 of 518. » HOOFDSTUK III. - Wijziging van de wet van 17 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten6 tot omzetting in het Belgisch recht van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing Art. 182.Artikel 4, § 4, van de wet van 17 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1999 numac 1998010076 bron ministerie van justitie Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/11/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/1999 numac 1999022038 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten6 tot omzetting in het Belgisch recht van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing, wordt aangevuld als volgt : « Wanneer in een aangifte inzake de woonstaatheffing een bedrag is vermeld dat op grond van een na het indienen van die aangifte voorgelegd attest ten onrechte is ingehouden, mag in een van de drie daaropvolgende aangiftes een verbetering in min worden opgenomen om het teveel aan ingehouden woonstaatheffing te compenseren voor zover geen administratief beroep is ingediend met betrekking tot hetzelfde teveel aan ingehouden woonstaatheffing.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 366 en volgende van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is er geen administratief beroep meer mogelijk dat tot doel heeft een aangifte inzake de woonstaatheffing te verbeteren wat het teveel aan ingehouden woonstaatheffing betreft dat werd gecompenseerd op de in het vorige lid vermelde wijze. » HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0 Art. 183.In artikel 413 van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden « 398, 403, » vervangen door de woorden « 397 tot 400, 403, »;2° in het derde lid worden de woorden « 394 tot 397, 399 tot 402 » vervangen door de woorden « 394 tot 396, 401, 402 ». HOOFDSTUK V. - Wijziging van de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten0 houdende sociale bepalingen Art. 184.A. In artikel 107 van de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten0 houdende sociale bepalingen, gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen sluiten, worden de woorden « in Duitsland, Frankrijk en Nederland » en de woorden « de artikelen 15, § 3, 1°, en 21, 11, § 2, c, en 18, en 15, § 3, 1°, en 22, » respectievelijk vervangen door de woorden « in Duitsland en Frankrijk » en de woorden « de artikelen 15, § 3, 1°, en 21, en 11, § 2, c, en 18, ».</p>\n<p class=\"lf-p\">B. In hetzelfde artikel worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 1° wordt vervangen als volgt : « 1° « Gezin » : de persoon of de personen ten laste van wie een aanslag of een gemeenschappelijke aanslag in de inkomstenbelastingen wordt gevestigd, overeenkomstig de artikelen 126 en 243 tot 244bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;»; 2° in het 2° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « het totale belastbare netto-inkomen vastgesteld » worden vervangen door de woorden « de som van het totale netto-inkomen van elke persoon die bij toepassing van het 1° deel uitmaakt van het gezin, vastgesteld »;b) de woorden « in Duitsland en Frankrijk waarop respectievelijk de artikelen 15, § 3, 1°, en 21, en 11, § 2, c, en 18, van de met die landen gesloten overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing zijn en die in die landen aan een sociale wetgeving gelijkaardig aan die vermeld in artikel 106, § 1, zijn onderworpen.» worden vervangen door de woorden « in Frankrijk waarop de artikelen 11, § 2, c, en 18, van de op 10 maart 1964 met Frankrijk gesloten overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is en die in Frankrijk aan een sociale wetgeving gelijkaardig aan die bedoelde in artikel 106, § 1, zijn onderworpen. » HOOFDSTUK VI. - Fiscale bepalingen Art. 185.Met de personenbelasting of, voor de in artikel 227, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde belastingplichtigen, met de belasting van niet-inwoners, wordt een belastingkrediet verrekend voor de uitgaven die werkelijk zijn betaald gedurende het jaar 2006 met het oog op de aankoop van een erkend pakket « Internet voor iedereen » zoals omschreven in artikel 191.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-186\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 186</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van het in het vorige artikel bedoelde belastingkrediet is gelijk aan 21 pct. van de aankoopwaarde exclusief BTW, met een maximum per belastingplichtige van 147,50 EUR in het geval van een desktop-PC en 172 EUR in het geval van een laptop-pc Dit bedrag wordt volledig verrekend met de personenbelasting of, voor de in artikel 227, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde belastingplichtigen, met de belasting van niet-inwoners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eventuele overschot wordt verrekend met de aanvullende belastingen en het saldo wordt teruggegeven indien het ten minste 2,50 EUR bedraagt. Art. 187.De maatregel is evenwel niet van toepassing voor hetzelfde jaar en voor hetzelfde materiaal : - voor uitgaven die geheel of gedeeltelijk in aanmerking worden genomen als werkelijke beroepskosten; - wanneer de belastingplichtige geniet van de vrijstelling bedoeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 17°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Art. 188.De belastingplichtige die de verrekening van het belastingkrediet vraagt moet de volgende documenten ter beschikking houden van de Federale Overheidsdienst Financiën : - de factuur of het aankoopbewijs dat naast de aankoopprijs eveneens het serienummer van het aangekochte pakket bevat; - het attest dat bepaalt dat het voormelde pakket voldoet aan de criteria vermeld in artikel 191; - het betalingsbewijs van de som die op de factuur of het aankoopbewijs voorkomt. HOOFDSTUK VII. - Overgangsbepalingen Art. 189.Tot 31 december van het derde jaar volgend op het jaar waarin deze wet is bekendgemaakt, worden bijdragen en premies die zijn betaald in uitvoering van contracten die niet voldoen aan de nieuwe begunstigingsclausule bedoeld in de artikelen 1454 en 1459 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zoals ze zijn gewijzigd bij de artikelen 173 en 174, toch in aanmerking genomen voor de aldaar bedoelde belastingvermindering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien gedurende die periode van drie jaar uitbetalingen aan begunstigden worden verricht, moeten de nieuwe regels worden in aanmerking genomen voor het bepalen van de persoon die de belasting verschuldigd is, onverminderd het feit dat het contract niet formeel is aangepast. HOOFDSTUK VIII. - Inwerkingtreding Art. 190.Artikel 160 heeft uitwerking met ingang van 9 maart 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoofdstukken II en VII treden in werking vanaf aanslagjaar 2006 met uitzondering van de volgende artikelen : 1° de artikelen 162, 165 en 176 die van toepassing zijn op lijfrenten en pensioenen, aanvullende pensioenen, renten, kapitalen, spaartegoeden en afkoopwaarden uitgekeerd vanaf 1 januari 2006;2° de artikelen 164 en 177 tot 179 die van toepassing zijn op de premies en bijdragen die vanaf 1 januari 2006 worden betaald;3° de artikelen 169, 2°, 171 en 172 die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2005;4° artikel 180 dat uitwerking heeft vanaf 1 januari 2004. Artikel 182 treedt in werking vanaf 1 januari 2006.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 183 heeft uitwerking vanaf dezelfde datum als artikel 413 van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 184, A, heeft uitwerking vanaf aanslagjaar 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 184, B, heeft uitwerking vanaf aanslagjaar 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL XVI. - E-gov Art. 191.§ 1. Een pakket onder de benaming « Internet voor iedereen » wordt slechts voor de in artikel 185 van titel XV omschreven doeleinden erkend voor zover door de verkoper wordt aangetoond dat het is samengesteld uit de in § 2 opgesomde elementen en voldoet aan de voorwaarden, normen en vereisten overeenkomstig § 3. § 2. Elk pakket bestaat uit minstens de volgende onderdelen : - een computer met kaartlezer waarmee de elektronische identiteitskaart kan worden gebruikt; - basissoftware, waaronder minimaal wordt begrepen een besturingssysteem, een internet browser, een kantoorsuite en beveiligingssoftware overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 114, tweede lid, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten3 betreffende de elektronische communicatie; - een aansluiting op een breedbandnetwerk, met inbegrip van een abonnement voor 12 maanden; - een basisopleiding tot het gebruik van computer en internet. § 3. De Koning bepaalt bij een besluit met bijlagen, vastgesteld na overleg in de Ministerraad : 1° de nadere erkenningvoorwaarden, de nadere technische normen en kwalitatieve vereisten voor elk van de in § 2 bedoelde onderdelen;2° de procedure die gevolgd moet worden voor het verkrijgen en het behouden van de erkenning bedoeld in § 1, met inbegrip van de controlebepalingen;3° de gevolgen van de erkenning. Art. 192.Met het oog op de toepassing van het in artikel 186 van titel XV omschreven belastingkrediet en in afwijking van andere wettelijke bepalingen, is het een verkoper van een erkend pakket « Internet voor iedereen » toegelaten een pakket in de handel te brengen, te verkopen en aan te bieden, bestaande uit de in artikel 2, § 2, omschreven onderdelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 27 december 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : Voor de Eerste Minister, afwezig : De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Begroting en Consumentenzaken, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE Voor de Minister van Economie en Energie, afwezig : De Minister van Middenstand en Landbouw, Mevr. S. LARUELLE De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE De Minister van Middenstand en Landbouw, Mevr. S. LARUELLE De Minister van Maatschappelijke Integratie, C. DUPONT De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT De Minister van Leefmilieu en de Minister van Pensioenen, B. TOBBACK De Minister van Werk, P.</p>\n<p class=\"lf-p\">VANVELTHOVEN De Staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de Fiscale Fraude, H. JAMAR Voor de Staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, afwezig : De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling, Mevr. E. VAN WEERT De Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, B. TUYBENS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Zitting 2005-2006. Kamer van Volksvertegenwoordigers : Parlementaire stukken. - Wetsontwerp,, nr. 51-2098/1. - Amendementen, nrs. 51-2098/2 tot 17. - Verslag, nr. 51-2098/18. - Advies van de Raad van State, nr. 51-2098/19. - Amendementen, nrs. 51-2098/20 en 21. - Verslagen, nrs. 51-2098/22 tot 25. - Tekst aangenomen door de commissies, nr. 51-2098/26. - Verslagen, nrs. 51-2098/27 en 28. - Amendementen, nr. 51-2098/29. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 51-2098/30.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal verslag : 21 december 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">Senaat : Parlementaire stukken. - Ontwerp geëvoceerd door de Senaat, nr. 3-1493/1. - Amendementen, nr. 3-1493/2. - Verslagen, nrs. 3-1493/3 tot 6. - Beslissing om niet te amenderen, nr.3-1493/7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen van de Senaat : 23 december 2005.</p></div>", "next": 0}