{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs; - « ingezeten instelling voor bedrijfspensioenvoorziening » : elke in België gevestigde rechtspersoon die door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen erkend is als instelling voor bedrijfspensioenvoorziening en opgenomen in de lijst gepubliceerd door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen overeenkomstig artikel 59 van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/10/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen; - « ingezeten instelling voor belegging » : 1° elke instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht en die onderworpen is aan de bepalingen van deel II, boek II van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;2° elke in België gevestigde rechtspersoon die vastgoedcertificaten uitgeeft in de zin van artikel 5, § 4, van de wet 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; - « ingezeten niet-financiële onderneming » : elke in België gevestigde rechtspersoon anders dan een kredietinstelling, een (her)verzekeringsonderneming, een beursvennootschap, een vennootschap voor vermogensbeheer, een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of een instelling voor belegging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Georganiseerde enquêtes Met het oog op het verzamelen van de informatie die de ingezeten rechtspersonen aan de Nationale Bank van België dienen te bezorgen aangaande hun directe investeringen met het buitenland en de directe investeringen die zij vanwege niet-ingezetenen genieten, worden periodiek de volgende enquêtes georganiseerd : a) enquête over de directe investeringsstromen;b) enquête over de uitstaande bedragen van de directe investeringen;c) enquête over de resultaten van de directe investeringen en het eigen vermogen van de niet-ingezeten ondernemingen die indirect in bezit zijn;d) enquête over de structuur en de activiteit van de buitenlandse dochtermaatschappijen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Categorieën van aangifteplichtige ingezeten rechtspersonen en frequenties van aangifte § 1. Alle (her)verzekeringsondernemingen zijn verplicht te antwoorden op de in punten a), b), c) en d) van artikel 2 bedoelde enquêtes De (her)verzekeringsondernemingen die samen en in dalende volgorde gerangschikt minstens - ofwel 95 % van de deelnemingen van alle (her)verzekeringsondernemingen aanhouden, - ofwel 90 % van het eigen vermogen van alle (her)verzekeringsondernemingen bezitten, - ofwel 90 % van de totale activa en passiva van alle (her)verzekeringsondernemingen bezitten dienen - maandelijks op de in punten a) en b) van artikel 2 bedoelde enquêtes te antwoorden, - driemaandelijks te antwoorden op de enquête bedoeld in punt c) van hetzelfde artikel, - jaarlijks te antwoorden op de enquêtes bedoeld in de punten d) en e) van hetzelfde artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere (her)verzekeringsondernemingen antwoorden jaarlijks op de enquêtes bedoeld in de punten a), b), c) en d) van artikel 2. § 2. De niet-financiële ondernemingen, de beursvennootschappen en de vennootschappen voor vermogensbeheer waarvan het eigen vermogen meer dan 10 miljoen EUR bedraagt of waarvan het balanstotaal hoger ligt dan 25 miljoen EUR of waarvan de financiële vaste activa met de verbonden ondernemingen meer dan 5 miljoen EUR belopen, zijn verplicht om op de enquêtes bedoeld in de punten a), b), c) en d) van artikel 2 te antwoorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De niet-financiële ondernemingen, de beursvennootschappen en de vennootschappen voor vermogensbeheer waarvan het eigen vermogen dat in handen is van niet-ingezeten directe investeerders meer dan 500 miljoen EUR bedraagt of die, bij wijze van directe investeringen, een eigen vermogen van meer dan 500 miljoen in hun deelnemingen bezitten of waarvan het totaal uitstaand bedrag van de door hen toegestane en ontvangen leningen in het kader van de groepen waartoe ze behoren meer dan 500 miljoen EUR bedraagt, antwoorden - maandelijks op de enquêtes bedoeld in punt a) van artikel 2, - driemaandelijks op de enquête bedoeld in punt b) van hetzelfde artikel, - jaarlijks op de enquêtes bedoeld in de punten c) en d) van hetzelfde artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De niet-financiële ondernemingen, de beursvennootschappen en de vennootschappen voor vermogensbeheer die niet voldoen aan de criteria van het vorige lid en waarvan het eigen vermogen dat in handen is van niet-ingezeten directe investeerders meer dan 100 miljoen EUR bedraagt of die, bij wijze van directe investeringen, een eigen vermogen van meer dan 100 miljoen EUR in hun deelnemingen bezitten of waarvan het totaal uitstaand bedrag van de door hen toegestane en ontvangen leningen in het kader van de groepen van ondernemingen waartoe ze behoren meer dan 100 miljoen EUR bedraagt, antwoorden - maandelijks op de enquêtes bedoeld in punt a) van artikel 2, - jaarlijks op die welke bedoeld zijn in de punten b), c) en d) van hetzelfde artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere niet-financiële ondernemingen antwoorden jaarlijks op de enquêtes bedoeld in de punten a), b), c) en d) van artikel 2. § 3. De betrokken aangifteplichtige rechtspersonen worden ten minste drie maanden vóór het begin van het jaar waarvoor ze informatie moeten verstrekken, door de Nationale Bank van België op de hoogte gebracht van het feit dat ze verplicht zijn om op de enquête te antwoorden. Ze wijst hun eveneens op de frequentie van aangifte. Art. 4.Referentiegegevens § 1. De gegevens die in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van de aangifteplichtige rechtspersonen zijn die welke betrekking hebben op het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor informatie zal ingezameld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het gegevens betreft die in de jaarrekening worden vermeld, worden in aanmerking genomen : - de gegevens uit de recentste jaarrekening die bij de Balanscentrale werd neergelegd op 31 augustus van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor informatie wordt ingezameld; - bij ontstentenis van neergelegde jaarrekening of ingeval van laattijdige neerlegging, alle gegevens afkomstig van andere nuttige bronnen. § 2. Gebeurtenissen zoals met name een fusie, een overname, een splitsing, een wijziging van rechtsvorm, van wettelijk statuut of van de economische activiteiten van een aangifteplichtige of zijn toetreding tot een btw-eenheid, maken geen einde aan de verplichting om de enquête volledig te beantwoorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval van dergelijke gebeurtenissen wordt elke ingezetene beschouwd als nog steeds behorend tot zijn oorspronkelijke categorie voor de enquêtes die tijdens de drie volgende jaren worden georganiseerd. Art. 5.Mee te delen informatie § 1. Beschrijvende gegevens en informatie over de structuur van de groep Ten einde de stromen van directe investeringen te bepalen die zij dienen mee te delen in de enquêtes bedoeld in § 2 tot § 4, en de verwerking van de antwoorden op deze enquêtes mogelijk te maken, delen de aangifteplichtige rechtspersonen voor alle ondernemingen van de groep waartoe de aangifteplichtige rechtspersonen behoren alsook voor al hun niet-ingezeten directe investeerders die niet zijn opgericht in de vorm van een onderneming, de volgende informatie mee : - de benaming; - het land van vestiging; - het bestaan van een inmengingsrecht; - het bestaan van een beursnotering; - de datum van het einde van het boekjaar; - de activiteitssector; - de deelnemingspercentages met elke onderneming van de groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien dat het geval zou zijn duiden de aangifteplichtige rechtspersonen eveneens aan welke directe investeerder rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan vijftig procent van hun gewone aandelen of stemrechten bezit. § 2. Enquête over de directe investeringsstromen Voor de transacties met het buitenland die de aangifteplichtige rechtspersonen tijdens de aangifteperiode hebben gerealiseerd en die vermeld staan op het elektronisch enquêteformulier waarop ze verplicht zijn te antwoorden, melden ze de waarden, uitgesplitst per munt en per niet-ingezeten onderneming die het voorwerp is van de directe investering, per niet-ingezeten directe investeerder of per andere niet-ingezeten onderneming van de groep, van de : - kapitaalwijzigingen of wijziging van de dotatie van de ingezeten aangifteplichtige rechtspersoon; - wijzigingen van de deelnemingen in niet-ingezeten ondernemingen; - leningen, ontleningen en deposito's op korte en lange termijn binnen de groep; - interesten die aan niet-ingezeten ondernemingen van de groep werden betaald of van deze ondernemingen werden ontvangen; - dividenden die aan de niet-ingezeten aandeelhouders werden betaald of die ontvangen werden van niet-ingezeten ondernemingen waarin een directe deelneming bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangifteplichtige rechtspersonen melden eveneens de waarden, uitgesplitst per munt en per niet-ingezeten onderneming die het voorwerp is van de directe investering, per niet-ingezeten directe investeerder of per andere niet-ingezeten onderneming van de groep, van de uitstaande bedragen - aan het einde van de aangifteperiode - van de : - leningen, ontleningen en deposito's op zeer korte termijn waarvan de tegenpartij een niet-ingezeten onderneming van de groep is; - zichtrekeningen en intercompanyrekeningen op zeer korte termijn binnen de groep. § 3. Enquête over de uitstaande bedragen van de directe investeringen De aangifteplichtige rechtspersonen melden de waarden, uitgesplitst per munt en per niet-ingezeten onderneming die het voorwerp is van de directe investering, per niet-ingezeten directe investeerder of per andere niet-ingezeten onderneming van de groep, van de uitstaande bedragen - aan het einde van de aangifteperiode - van de : - leningen, ontleningen en deposito's op korte en lange termijn waarvan de tegenpartij een niet-ingezeten onderneming van de groep is; - handelsvorderingen en -schulden die voortvloeien uit de aan- of verkoop van goederen of diensten en waarvan de tegenpartij een niet-ingezeten onderneming van de groep is; - schuldbewijzen; - handelsvorderingen en -schulden die voortvloeien uit factoringverrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangifteplichtige rechtspersonen melden eveneens, voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin ze een directe deelneming bezitten, de waarden, uitgesplitst per niet-ingezeten onderneming, van het eigen vermogen van deze niet-ingezeten ondernemingen aan het einde van de aangifteperiode. Deze waarden moeten worden uitgedrukt in de munt van de boekhouding van de betrokken niet-ingezeten onderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangifteplichtige personen melden bovendien de waarden die op het einde van de aangifteperiode werden uitgesplitst per bestanddeel van hun eigen vermogen en uitgedrukt zijn in de munt van hun boekhouding. § 4. Enquête over de resultaten van de directe investeringen en over het eigen vermogen van de indirect aangehouden niet-ingezeten ondernemingen De aangifteplichtige rechtspersonen melden de in de munt van hun boekhouding uitgedrukte waarden - aan het einde van hun boekjaar - van hun resultaten en de toewijzing ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangifteplichtige rechtspersonen melden eveneens, voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin ze een directe of indirecte deelneming bezitten, de waarden - aan het einde van het boekjaar van de betrokken niet-ingezeten onderneming - van de resultaten van deze niet-ingezeten ondernemingen en van de bestemming ervan. Deze waarden moeten per niet-ingezeten onderneming worden uitgesplitst en moeten worden uitgedrukt in de munt van de boekhouding van de betrokken niet-ingezeten onderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangifteplichtige rechtspersonen melden bovendien, voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin ze een indirecte deelneming bezitten, de waarden, uitgesplitst per niet-ingezeten onderneming, van het eigen vermogen van deze niet-ingezeten ondernemingen aan het einde van de aangifteperiode. Deze waarden moeten worden uitgedrukt in de munt van de boekhouding van de betrokken niet-ingezeten onderneming. § 5. Enquête over de structuur en de activiteit van buitenlandse filialen Voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin de aangifteplichtige rechtspersonen rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming bezitten, melden de aangifteplichtige rechtspersonen de waarden aan het einde van de aangifteperiode, uitgesplitst per niet-ingezeten onderneming en desgevallend per munt : - van de goederen en diensten die tijdens de aangifteperiode van de niet-ingezeten onderneming werden aangekocht; - van de goederen en diensten die tijdens de aangifteperiode aan de niet-ingezeten onderneming werden verkocht; - van de omzet, of van het boekhoudkundige gegeven dat overeenstemt met het totaal aan verkopen en diensten van de niet-ingezeten onderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elk van deze niet-ingezeten ondernemingen melden de aangifteplichtige rechtspersonen eveneens het aantal in dienst zijnde personen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen voltijds en deeltijds personeel. Art. 6.Termijn en wijze waarop de informatie moet worden bezorgd § 1. De antwoorden op de enquête bedoeld in punt a) van artikel 2 moeten uiterlijk de vijftiende werkdag na de aangifteperiode aan de Nationale Bank van België worden bezorgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijn om de antwoorden op de enquêtes bedoeld in de punten b), c) en d) van artikel 2 te bezorgen aan de Nationale Bank van België is vijf maanden na de aangifteperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bijwerken van de beschrijvende gegevens en informatie over de structuur van de groep bedoeld in artikel 5, § 1 gebeurt samen met de antwoorden op de enquête bedoeld in punt a) van artikel 2. § 2. De antwoorden op de enquêtes moeten elektronisch aan de Nationale Bank van België worden bezorgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de Nationale Bank van België de aangifteplichtige personen op de hoogte brengt van de verplichting om de enquête te beantwoorden, vermeldt ze de wijze waarop de antwoorden moeten worden verstrekt. Art. 7.Bewaringstermijn van de gegevens De aangifteplichtige personen bewaren de gegevens waarop ze zich hebben gebaseerd voor het bezorgen van de vereiste informatie aan de Nationale Bank van België gedurende een periode van vierentwintig maanden. Die termijn gaat in vanaf de datum waarop de antwoorden op de enquêtes aan de Nationale Bank van België worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 22 december 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">L. COENE, Vice-gouverneur.</p>\n<p class=\"lf-p\">G. QUADEN, Gouverneur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 8 januari 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister van Financiën, D. REYNDERS Bijlage 6 bij het ministerieel besluit van 8 januari 2010 Reglement « F » van de Nationale Bank van België betreffende de enquêtes over de investeringen tussen ingezetenen andere dan de kredietinstellingen en niet-verwante niet-ingezetenen, met uitzondering van deze in roerende waarden Het Directiecomité van de Nationale Bank van België, Gelet op de wet van 28 februari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/02/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/05/2002 numac 2002003192 bron ministerie van financien Wet ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans en van de externe vermogenspositie van België en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen sluiten ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen, inzonderheid op artikel 3 gewijzigd bij de wet van 1 mei 2006;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 7 februari 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/02/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2007 numac 2007003183 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België sluiten met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat artikel 2 van voornoemd koninklijk besluit bepaalt dat de ingezetenen verplicht zijn de Nationale Bank van België in kennis te stellen van al hun transacties van professionele aard met het buitenland;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat artikel 14 van voornoemd koninklijk besluit bepaalt dat de ingezeten rechtspersonen aan de Nationale Bank van België informatie bezorgen aangaande hun investeringen tussen ingezetenen en niet-verwante niet-ingezetenen, met uitzondering van deze in roerende waarden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de artikelen 3 en 15 van datzelfde koninklijk besluit bepalen dat de Nationale Bank van België bij reglement de toepassingsmodaliteiten preciseert van voornoemde verplichtingen, Besluit :</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Definities Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder : - « ingezetene » : 1° elke natuurlijke persoon die zijn hoofdverblijfplaats in België heeft, hierbij inbegrepen de ambtenaren van een organisatie naar internationaal of Europees recht, gevestigd in België.Elke persoon die in de bevolkingsregisters van een gemeente ingeschreven is, wordt geacht daar zijn hoofdverblijfplaats te hebben; 2° elke natuurlijke persoon van Belgische nationaliteit die in een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland een zending vervult, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;3° elke rechtspersoon naar Belgisch publiekrecht en alle diensten daarvan in België, alsook de Belgische diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen in het buitenland;4° elke rechtspersoon naar Belgisch privaatrecht, voor de activiteiten van zijn maatschappelijke zetel, van zijn bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd in België;5° elke rechtspersoon naar buitenlands recht, voor de activiteiten van zijn bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd in België;6° elke natuurlijke persoon die, ofschoon hij zijn hoofdverblijfplaats in het buitenland heeft of niet in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente is ingeschreven, op duurzame wijze een onderneming uitbaat in België, en dat voor de activiteiten van die onderneming; - « niet-ingezetene » : 1° elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die niet als een ingezetene mag beschouwd worden;2° elke natuurlijke persoon van buitenlandse nationaliteit die een betrekking uitoefent in een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land die gevestigd is in België, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;3° de organisaties naar internationaal of Europees recht die gevestigd zijn in België;4° de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen die in België gevestigd zijn; - « ingezeten kredietinstellingen » : 1° elke in België gevestigde kredietinstelling in de zin van artikel 1 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, die een monetaire financiële instelling is overeenkomstig artikel 2.1 van de Verordening ECB/2001/13 van 22 november 2001 met betrekking tot de geconsolideerde balans van de sector monetaire financiële instellingen; 2° de Nationale Bank van België;3° de financiële diensten van « De Post »; - « investeringstransactie tussen niet-verwante ingezetenen en niet-ingezetenen met uitzondering van roerende waarden » : elke transactie waardoor een ingezetene middelen met uitzondering van deze onder de vorm van roerende waarden ter beschikking stelt van een niet-ingezetene waarmee hij een relatie heeft waarbij hij geen significante invloed uitoefent op het bestuur van deze niet-ingezetene en waarbij hij geen duurzaam belang laat blijken, of omgekeerd</p>\n<p class=\"lf-p\">Er bestaat een vermoeden van een dergelijke relatie wanneer de ingezetene een deelneming van minder dan tien procent aanhoudt in het kapitaal van de niet-ingezetene of omgekeer; - « investering tussen ingezetenen en niet-verwante niet-ingezetenen met uitzondering van roerende waarden » : het geheel van de middelen, met uitzondering van deze onder de vorm van roerende waarden, die een ingezetene op een bepaald ogenblik ter beschikking stelt of ontvangt van een niet-ingezetene waarmee hij een relatie heeft waarbij hij geen significante invloed uitoefent op het bestuur van deze niet-ingezetene en waarbij hij geen duurzaam belang laat blijken. - « directe-investeringsrelatie » : elke band tussen een rechtspersoon of een natuurlijke persoon en een onderneming, die deze rechtspersoon of natuurlijke persoon - « de directe investeerder » - in staat stelt een significante invloed uit te oefenen op het bestuur van de bedoelde onderneming - « de onderneming waarin direct wordt geïnvesteerd » - en die getuigt van een duurzaam belang van de directe investeerder in die onderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze band kan al dan niet tot stand komen door tussenkomst van andere rechtspersonen of natuurlijke personen waarmee een gelijkwaardige band bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er bestaat een vermoeden van directe-investeringsrelatie wanneer een directe investeerder op directe of indirecte wijze een deelneming van minimaal tien procent aanhoudt in het kapitaal van de onderneming waarin direct wordt geïnvesteerd; - « directe-investeringsrelatie met het buitenland » : elke directe-investeringsrelatie tussen een ingezeten directe investeerder en een onderneming gevestigd in het buitenland of tussen een niet-ingezeten directe investeerder en een onderneming gevestigd in België; - « directe investeerder » : elke openbare of privéonderneming met of zonder rechtspersoonlijkheid, elke groep van onderling verbonden ondernemingen met of zonder rechtspersoonlijkheid, elke regering, elke natuurlijke persoon of groep van onderling verbonden natuurlijke personen die een directe-investeringsonderneming bezit die actief is in een ander land dan het (de) land(en) van verblijf van de directe investeerder(s); - « onderneming die het voorwerp is van de directe investering » : elke onderneming waarvan een directe investeerder minstens tien procent van de gewone aandelen of stemrechten bezit - in geval van een dochtermaatschappij of verbonden onderneming - of het equivalent als het een bijkantoor betreft of een bedrijfszetel of elke onderneming waarin een directe investeerder een inmengingsrecht in de beslissings- en bestuursprocessen uitoefent; - « inmengingsrecht » : het recht van elke rechts- of natuurlijke persoon of elke groep van rechts- of natuurlijke personen om zich te mengen in het beslissings- en bestuursproces van een onderneming; - « verbonden onderneming » : elke onderneming die met een derde natuurlijke persoon of rechtspersoon een directe-investeringsrelatie onderhoudt, en dit ofwel als directe investeerder dan wel als onderneming die het voorwerp is van de directe investering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Moeten bovendien als onderling verbonden beschouwd worden, de ondernemingen die met een zelfde derde natuurlijke persoon of rechtspersoon een directe-investeringsrelatie onderhouden als onderneming die het voorwerp is van de directe investering (« zustermaatschappij »); - « groep van ondernemingen » : het geheel van de ondernemingen die met elkaar verbonden zijn door directe-investeringsrelaties. De groep kan een nationale dimensie hebben indien ze uitsluitend is samengesteld uit ingezeten ondernemingen, of een internationale dimensie indien één of meerdere verbonden ondernemingen niet-ingezeten zijn. De niet-ingezeten investeerders die natuurlijke personen zijn moeten eveneens worden opgenomen in de definitie van de groep; - « onderneming van de groep » : elke onderneming die tot een groep behoort, ongeacht de aard van haar activiteit (niet-financiële onderneming, kredietinstelling...); - « ingezeten (her)verzekeringsonderneming » : elke in België gevestigde onderneming die een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming is in de zin van artikel 91bis, 1°, 2° en 3° van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/07/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen; - « ingezeten beursvennootschap » : elke in België gevestigde onderneming die door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen erkend is als beursvennootschap en opgenomen in de lijst gepubliceerd door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen overeenkomstig artikel 63, tweede lid, a) van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs; - « ingezeten vennootschap voor vermogensbeheer » : elke in België gevestigde onderneming die door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen erkend is als vennootschap voor vermogensbeheer en opgenomen in de lijst gepubliceerd door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen overeenkomstig artikel 63, tweede lid, b) van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs; - « ingezeten instelling voor bedrijfspensioenvoorziening » : elke in België gevestigde rechtspersoon die door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen erkend is als instelling voor bedrijfspensioenvoorziening en opgenomen in de lijst gepubliceerd door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen overeenkomstig artikel 59 van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/10/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen; - « ingezeten instelling voor belegging » : 1° elke instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht en die onderworpen is aan de bepalingen van deel II, boek II van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;2° elke in België gevestigde rechtspersoon die vastgoedcertificaten uitgeeft in de zin van artikel 5, § 4 van de wet 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; - « monetair compartiment van een ingezeten instelling voor collectieve belegging » : elk compartiment van een ingezeten instelling voor collectieve belegging dat volgens de bepalingen van artikel 16, § 6 van het Koninklijk Besluit van 22 mei 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/05/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/05/2005 numac 2005003512 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de dekking van de werkingskosten van de CBFA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en ter uitvoering van diverse wettelijke bepalingen betreffende opdrachten van de CBFA sluiten betreffende de dekking van de werkingskosten van de Commissie voor het Bank, Financie- en Assurantiewezen, als monetair wordt beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit artikel wordt als een monetaire instelling voor collectieve belegging beschouwd, de instelling voor collectieve belegging waarvan het in het prospectus opgenomen beleggingsbeleid de vaste verbintenis inhoudt een rendement na te streven dicht in de buurt van het op de geldmarkt verkregen rendement, en het grootste deel van haar middelen te beleggen in geldmarktinstrumenten waarvan de resterende looptijd minder dan een jaar bedraagt; - « ingezeten niet-financiële onderneming » : elke in België gevestigde rechtspersoon anders dan een kredietinstelling, een (her)verzekeringsonderneming, een beursvennootschap, een vennootschap voor vermogensbeheer, een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of een instelling voor belegging. - « enquêtes over de directe investeringen » : de in het Reglement \"E\" van de Nationale Bank van België beoogde enquêtes over de directe investeringen met het buitenland van de andere ingezeten rechtspersonen dan de kredietinstellingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Georganiseerde enquêtes Met het oog op het verzamelen van de informatie die de andere ingezeten rechtspersonen dan de kredietinstellingen aan de Nationale Bank van België dienen te bezorgen met betrekking tot hun directe investeringen die zij vanwege niet-verwante niet-ingezetenen genieten, behalve deze in roerende waarden, worden periodiek de volgende enquêtes georganiseerd : a) enquête over de stromen van de investeringen behalve deze in roerende waarden met niet-verwante niet-ingezetenen;b) enquête over de uitstaande bedragen van de investeringen behalve deze in roerende waarden met niet-verwante niet-ingezetenen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Categorieën van aangifteplichtige ingezeten rechtspersonen en frequenties van aangifte § 1. Alle (her)verzekeringsondernemingen zijn verplicht te antwoorden op de in artikel 2 bedoelde enquêtes De (her)verzekeringsondernemingen die volgens het gehanteerde criterium samen en in dalende volgorde gerangschikt minstens - ofwel 95 % van de deelnemingen van alle ingezeten (her)verzekeringsondernemingen aanhouden, - ofwel 90 % van het eigen vermogen van alle ingezeten (her)verzekeringsondernemingen bezitten, - ofwel 90 % van de totale activa en passiva van alle ingezeten (her)verzekeringsondernemingen bezittendienen - maandelijks op de in punt a) van artikel 2 bedoelde enquêtes te antwoorden, - driemaandelijks te antwoorden op de enquête bedoeld in punt b) van hetzelfde artikel, - jaarlijks te antwoorden op de enquêtes bedoeld in de punten c) en d) van hetzelfde artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere (her)verzekeringsondernemingen antwoorden driemaandelijks op de enquête bedoeld in punt a) van artikel 2 en jaarlijks op de enquête bedoeld in punt b) van hetzelfde artikel. § 2. Behalve voor wat hun monetaire compartimenten betreft, zijn alle instellingen voor collectieve belegging verplicht maandelijks te antwoorden op de enquête bedoeld in artikel 2, b). § 3. Alle ingezeten instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening zijn verplicht jaarlijks te antwoorden op de in artikel 2 bedoelde enquêtes. § 4. Alle niet-financiële ondernemingen, alle beursvennootschappen en alle vennootschappen voor vermogensbeheer die moeten antwoorden op de enquêtes over de directe investeringen, zijn tevens verplicht te antwoorden op de in artikel 2 bedoelde enquêtes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn bovendien verplicht te antwoorden op de in artikel 2 vermelde enquêtes, de niet-financiële ondernemingen, de beursvennootschappen en de vennootschappen voor vermogensbeheer waarvan het totaal van hun activa of passiva van hun balans meer bedraagt dan 20 miljoen EUR, en waarvan ofwel het totaal van hun vorderingen op meer dan één jaar (rubrieken 285/8 en 291 op de actiefzijde) meer bedraagt dan 5 miljoen EUR, ofwel het totaal van hun schulden op meer dan één jaar (rubrieken 173 en 174 op de passiefzijde) meer bedraagt dan 5 miljoen EUR. De niet-financiële ondernemingen, de beursvennootschappen en de vennootschappen voor vermogensbeheer waarvan het eigen vermogen dat in handen is van niet-ingezeten directe investeerders meer dan 500 miljoen EUR bedraagt of die, bij wijze van directe investeringen, een eigen vermogen van meer dan 500 miljoen EUR in hun deelnemingen bezitten of waarvan het totale uitstaande bedrag van de door hen toegestane en ontvangen leningen binnen de groepen waartoe ze behoren meer dan 500 miljoen EUR bedraagt, antwoorden maandelijks op de enquête bedoeld in punt a) van artikel 2 en driemaandelijks op die bedoeld in punt b) van hetzelfde artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De niet-financiële ondernemingen, de beursvennootschappen en de vennootschappen voor vermogensbeheer waarvan het eigen vermogen dat in handen is van niet-ingezeten directe investeerders meer dan 100 miljoen EUR maar minder dan 500 miljoen EUR bedraagt of die, bij wijze van directe investeringen, een eigen vermogen van meer dan 100 miljoen EUR maar minder dan 500 miljoen EUR in hun deelnemingen bezitten of waarvan het totale uitstaande bedrag van de door hen toegestane en ontvangen leningen binnen de groepen waartoe ze behoren meer dan 100 miljoen EUR maar minder dan 500 miljoen EUR bedraagt, antwoorden maandelijks op de enquête bedoeld in punt a) van artikel 2 en jaarlijks op de enquête bedoeld in punt b) van hetzelfde artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere niet-financiële ondernemingen, de andere beursvennootschappen en de andere vennootschappen voor vermogensbeheer antwoorden jaarlijks op de enquêtes bedoeld in artikel 2. § 5. De betrokken aangifteplichtige rechtspersonen worden ten minste drie maanden vóór het begin van het jaar waarvoor ze informatie moeten verstrekken, door de Nationale Bank van België op de hoogte gebracht van het feit dat ze verplicht zijn om op de enquête te antwoorden. Ze wijst hun eveneens op de frequentie van aangifte. Art. 4.Referentiegegevens § 1. De gegevens die in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van de aangifteplichtige rechtspersonen zijn die welke betrekking hebben op het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor informatie zal ingezameld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het gegevens betreft die in de jaarrekening worden vermeld, worden in aanmerking genomen : - de gegevens uit de recentste jaarrekening die bij de Balanscentrale werd neergelegd op 31 augustus van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor informatie wordt ingezameld; - bij ontstentenis van neergelegde jaarrekening of in geval van laattijdige neerlegging, alle gegevens afkomstig van andere nuttige bronnen. § 2. Gebeurtenissen zoals met name een fusie, een overname, een splitsing, een wijziging van rechtsvorm, van wettelijk statuut of van de economische activiteiten van een aangifteplichtige of zijn toetreding tot een btw-eenheid, maken geen einde aan de verplichting om de enquête volledig te beantwoorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval van dergelijke gebeurtenissen wordt elke ingezetene beschouwd als nog steeds behorend tot zijn oorspronkelijke categorie voor de enquêtes die tijdens de drie volgende jaren worden georganiseerd. Art. 5.Mee te delen informatie § 1. Enquête over de stromen van de investeringen behalve deze in roerende waarden met niet-verwante niet-ingezetenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de transacties met het buitenland die ze tijdens de aangifteperiode met niet-verwante niet-ingezetenen hebben verricht, en die zijn opgenomen op het elektronische formulier van de enquête die ze moeten beantwoorden, delen de aangifteplichtige rechtspersonen, uitgesplitst naar land en munt, de waarden mee van de : - toegestane of ontvangen leningen en aangehouden of ontvangen deposito's met een looptijd van meer dan één maand maar ten hoogste één jaar en de terugbetaling van deze leningen en deposito's; - toegestane of ontvangen leningen en aangehouden of ontvangen deposito's met een looptijd van meer dan één jaar en de terugbetaling van deze leningen en deposito's; - huurbetalingen van leasing exclusief betaalde of geïnde interesten; - aan- en verkoop van onroerende goederen gelegen in België; - aan- en verkoop van onroerende goederen gelegen in het buitenland; - ontvangen of betaalde of verschuldigde niet-vervallen interesten op leningen, ontleningen, deposito's, zichtrekeningen, leasing,...; - betaalde of ontvangen premies bij opties; - betaalde of ontvangen marges bij « futures »; - gerealiseerde meer- of minwaarden bij swaps en termijncontracten; - aan- en verkoop van andere afgeleide producten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de tegoeden en verplichtingen ten aanzien van niet-verwante niet-ingezetenen die zijn opgenomen op het elektronische formulier van de enquête die ze moeten beantwoorden, delen de aangifteplichtige personen, uitgesplitst naar land en munt, tevens de waarden mee van de uitstaande bedragen of saldo's aan het einde van de aangifteperiode van de : - toegestane of ontvangen leningen met een looptijd van ten hoogste één maand; - aangehouden of ontvangen deposito's met een looptijd van ten hoogste één maand; - zichtrekeningen bij niet-ingezeten kredietinstellingen die geen deel uitmaken van de groep; - rekeningen-courant bij niet-ingezetenen, andere dan kredietinstellingen, en die geen deel uitmaken van de groep. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Enquête over de uitstaande bedragen van de investeringen behalve deze in roerende waarden met niet-verwante niet-ingezetenen Voor de tegoeden en verplichtingen ten aanzien van niet-verwante niet-ingezetenen die zijn opgenomen op het elektronische formulier van de enquête die ze moeten beantwoorden, delen de aangifteplichtige personen, uitgesplitst naar land en munt, tevens de waarden mee van de uitstaande bedragen of saldo's aan het einde van de aangifteperiode van de : - toegestane of ontvangen leningen met een looptijd van meer dan één maand maar ten hoogste één jaar; - toegestane of ontvangen leningen met een looptijd van meer dan één jaar; - aangehouden of ontvangen deposito's met een looptijd van meer dan één maand maar ten hoogste één jaar; - aangehouden of ontvangen deposito's met een looptijd van meer dan één jaar; - schulden en vorderingen voor de levering van goederen of diensten; - zichtrekeningen bij niet-ingezeten kredietinstellingen die geen deel uitmaken van de groep; - rekeningen-courant bij niet-ingezetenen, andere dan kredietinstellingen, en die geen deel uitmaken van de groep; - gekochte of geschreven opties; - positieve of negatieve saldo's van \"futures\"; - positieve of negatieve saldo's van de toekomstige vorderingen min verplichtingen, ingevolge swaps of termijncontracten; - positieve of negatieve saldo's van andere afgeleide producten; - factoring : vorderingen met een initiële looptijd van ten hoogste één jaar aangeschaft bij ingezetenen en nog niet geïnd bij de niet-ingezeten schuldenaars; - factoring : vorderingen met een initiële looptijd van meer dan één jaar aangeschaft bij ingezetenen en nog niet geïnd bij de niet-ingezeten schuldenaars; - factoring : vorderingen met een initiële looptijd van ten hoogste één jaar aangeschaft bij niet-ingezetenen en nog niet geïnd bij de niet-ingezeten schuldenaars; - factoring : vorderingen met een initiële looptijd van meer dan één jaar aangeschaft bij niet-ingezetenen en nog niet geïnd bij de niet-ingezeten schuldenaars; - factoring : vorderingen met een initiële looptijd van ten hoogste één jaar afgestaan aan een niet-ingezeten factoringmaatschappij buiten de groep die deze vorderingen nog niet betaald heeft; - factoring : vorderingen met een initiële looptijd van meer dan één jaar afgestaan aan een niet-ingezeten factoringmaatschappij buiten de groep die deze vorderingen nog niet betaald heeft; - factoring : vorderingen met een initiële looptijd van ten hoogste één jaar aangeschaft bij een niet-ingezetene buiten de groep en nog niet aan deze laatste betaald; - factoring : vorderingen met een initiële looptijd van meer dan één jaar aangeschaft bij een niet-ingezetene buiten de groep en nog niet aan deze laatste betaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Termijn en wijze waarop de informatie moet worden bezorgd § 1. De antwoorden op de enquête bedoeld in punt a) van artikel 2 moeten uiterlijk de vijftiende werkdag na de aangifteperiode aan de Nationale Bank van België worden bezorgd De termijn om de antwoorden op de enquêtes bedoeld in de punten b), c) en d) van artikel 2 te bezorgen aan de Nationale Bank van België is vijf maanden na de aangifteperiode. § 2. De antwoorden op de enquêtes moeten elektronisch aan de Nationale Bank van België worden bezorgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de Nationale Bank van België de aangifteplichtige personen op de hoogte brengt van de verplichting om de enquête te beantwoorden, vermeldt ze de wijze waarop de antwoorden moeten worden verstrekt. Art. 7.Bewaringstermijn van de gegevens De aangifteplichtige personen bewaren de gegevens waarop ze zich hebben gebaseerd voor het bezorgen van de vereiste informatie aan de Nationale Bank van België gedurende een periode van vierentwintig maanden. Die termijn gaat in vanaf de datum waarop de antwoorden op de enquêtes aan de Nationale Bank van België worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 22 december 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">L. COENE, Vice-gouverneur.</p>\n<p class=\"lf-p\">G. QUADEN, Gouverneur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 8 januari 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister van Financiën, D. REYNDERS Bijlage 7 bij het ministerieel besluit van 8 januari 2010 Reglement « G » van de Nationale Bank van België betreffende de enquêtes over de tegoeden en de verbintenissen in roerende waarden van ingezeten rechtspersonen andere dan de kredietinstellingen Het Directiecomité van de Nationale Bank van België, Gelet op de wet van 28 februari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/02/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/05/2002 numac 2002003192 bron ministerie van financien Wet ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans en van de externe vermogenspositie van België en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen sluiten ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen, inzonderheid op artikel 3 gewijzigd bij de wet van 1 mei 2006;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 7 februari 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/02/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2007 numac 2007003183 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België sluiten met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat artikel 16 van het voornoemde koninklijk besluit bepaalt dat de ingezeten rechtspersonen de Nationale Bank van België informatie bezorgen aangaande hun tegoeden in de vorm van roerende waarden, aangaande hun verplichtingen ten gevolge van de emissie, de levering of de bewaring van roerende waarden alsook aangaande de kenmerken van deze roerende waarden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat artikel 17 van datzelfde koninklijk besluit bepalen dat de Nationale Bank van België bij reglement de toepassingsmodaliteiten preciseert van voornoemde verplichtingen, Besluit :</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Definities Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder : - « ingezetene » : 1° elke natuurlijke persoon die zijn hoofdverblijfplaats in België heeft, hierbij inbegrepen de ambtenaren van een organisatie naar internationaal of Europees recht, gevestigd in België.Elke persoon die in de bevolkingsregisters van een gemeente ingeschreven is, wordt geacht daar zijn hoofdverblijfplaats te hebben; 2° elke natuurlijke persoon van Belgische nationaliteit die in een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland een zending vervult, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;3° elke rechtspersoon naar Belgisch publiekrecht en alle diensten daarvan in België, alsook de Belgische diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen in het buitenland;4° elke rechtspersoon naar Belgisch privaatrecht, voor de activiteiten van zijn maatschappelijke zetel, van zijn bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd in België;5° elke rechtspersoon naar buitenlands recht, voor de activiteiten van zijn bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd in België;6° elke natuurlijke persoon die, ofschoon hij zijn hoofdverblijfplaats in het buitenland heeft of niet in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente is ingeschreven, op duurzame wijze een onderneming uitbaat in België, en dat voor de activiteiten van die onderneming; - « niet-ingezetene » : 1° elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die niet als een ingezetene mag beschouwd worden;2° elke natuurlijke persoon van buitenlandse nationaliteit die een betrekking uitoefent in een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land die gevestigd is in België, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;3° de organisaties naar internationaal of Europees recht die gevestigd zijn in België;4° de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen die in België gevestigd zijn; - « ingezeten kredietinstellingen » : 1° elke in België gevestigde kredietinstelling in de zin van artikel 1 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, die een monetaire financiële instelling is overeenkomstig artikel 2.1 van de Verordening ECB/2001/13 van 22 november 2001 met betrekking tot de geconsolideerde balans van de sector monetaire financiële instellingen; 2° de Nationale Bank van België;3° de financiële diensten van « De Post »; - « CBFA » : de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen; - « ingezeten verzekeringsonderneming » : elke in België gevestigde onderneming erkend door de CBFA in de hoedanigheid van verzekeringsonderneming en opgenomen in de lijst gepubliceerd door de CBFA overeenkomstig het laatste lid van artikel 4 van de</p>\n<p class=\"lf-p\">wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/07/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen; - « ingezeten bijkantoor van een EER-verzekeringsonderneming » : elk in België gevestigd bijkantoor van een verzekeringsonderneming die valt onder het recht van een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die is opgenomen in de lijst gepubliceerd door de CBFA overeenkomstig artikel 66 van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/07/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen; - « ingezeten herverzekeringsonderneming » : elke in België gevestigde onderneming die een herverzekeringsonderneming is in de zin van artikel 91bis, 3° van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/07/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen; - « ingezeten beursvennootschap » : elke in België gevestigde onderneming die door de CBFA erkend is als beursvennootschap en opgenomen in de lijst gepubliceerd door de CBFA overeenkomstig artikel 53, tweede lid, a) van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs; - « ingezeten vennootschap voor vermogensbeheer » : elke in België gevestigde onderneming die door de CBFA erkend is als vennootschap voor vermogensbeheer en opgenomen in de lijst gepubliceerd door de CBFA overeenkomstig artikel 53, tweede lid, b) van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs; - « ingezeten instelling voor bedrijfspensioenvoorziening » : elke in België gevestigde rechtspersoon die door de CBFA erkend is als instelling voor bedrijfspensioenvoorziening en opgenomen in de lijst gepubliceerd door de CBFA overeenkomstig artikel 59, tweede lid, van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/10/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen; - « ingezeten instelling voor belegging » : 1° elke instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht en die onderworpen is aan de bepalingen van deel II, boek II van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;2° elke in België gevestigde rechtspersoon die vastgoedcertificaten uitgeeft in de zin van artikel 5, § 4, van de wet 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; - « monetair compartiment van een ingezeten instelling voor collectieve belegging » : elk compartiment van een ingezeten instelling voor collectieve belegging dat volgens de bepalingen van artikel 16, § 6 van het koninklijk besluit van 22 mei 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/05/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/05/2005 numac 2005003512 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de dekking van de werkingskosten van de CBFA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en ter uitvoering van diverse wettelijke bepalingen betreffende opdrachten van de CBFA sluiten betreffende de dekking van de werkingskosten van de CBFA. Voor de toepassing van dit artikel wordt als een monetaire instelling voor collectieve belegging beschouwd, de instelling voor collectieve belegging waarvan het in het prospectus opgenomen beleggingsbeleid de vaste verbintenis inhoudt een rendement na te streven dicht in de buurt van het op de geldmarkt verkregen rendement, en het grootste deel van haar middelen te beleggen in geldmarktinstrumenten waarvan de resterende looptijd minder dan een jaar bedraagt; - « ingezeten niet-financiële onderneming » : elke in België gevestigde rechtspersoon behalve dan een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een bijkantoor van een verzekeringsonderneming die valt onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, een herverzekeringsonderneming, een beursvennootschap, een vennootschap voor vermogensbeheer, een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of een instelling voor belegging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Georganiseerde enquêtes Met het oog op het verzamelen van de informatie die de andere ingezeten rechtspersonen dan de kredietinstellingen aan de Nationale Bank van België dienen te bezorgen met betrekking tot hun tegoeden onder de vorm van roerende waarden, aangaande hun verbintenissen ten gevolge van de emissie, de levering of de bewaring van roerende waarden evenals aangaande de kenmerken van deze roerende waarden, worden periodiek de volgende enquêtes georganiseerd : a) enquête \"verzekeringsondernemingen\";b) enquête \"bijkantoren van EER-verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen\";c) enquête \"instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening\";d) enquête \"instellingen voor belegging \";e) enquête \"monetaire compartimenten van de instellingen voor collectieve belegging\";f) enquête \"beursvennootschappen\";g) enquête \"vennootschappen voor vermogensbeheer\";h) enquête \"niet-financiële ondernemingen\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Categorieën van aangifteplichtige ingezeten rechtspersonen en frequenties van aangifte 3.1. Enquête \"verzekeringsondernemingen\" De in artikel 2, a) vermelde enquête moet worden beantwoord door alle ingezeten verzekeringsondernemingen met inbegrip van die welke ook herverzekeringsondernemingen zijn Van de voornoemde ondernemingen beantwoorden die waarvan de rekenkundige som van de balansposten en de posten buiten balanstelling met betrekking tot roerende waarden boven 1 miljard EUR uitkomt, de enquête maandelijks.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere genoemde ondernemingen beantwoorden ze driemaandelijks. 3.2. Enquête \"bijkantoren van EER-verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen\" De in artikel 2, b) vermelde enquête moet worden beantwoord door alle bijkantoren van een verzekeringsonderneming die valt onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte dan België, alsook door alle ingezeten herverzekeringsondernemingen die niet eveneens een ingezeten verzekeringsonderneming zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de bedrijven die verplicht zijn aan de enquête mee te werken, beantwoorden die waarvan de rekenkundige som van de balansposten en de posten buiten balanstelling met betrekking tot roerende waarden boven 1 miljard EUR euro uitkomt, de enquête maandelijks.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere voornoemde ondernemingen beantwoorden ze driemaandelijks. 3.3. Enquête \"instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening\" Alle ingezeten instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening zijn verplicht de in artikel 2, c) bedoelde enquête te beantwoorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening waarvan de rekenkundige som van de balansposten met betrekking tot roerende waarden boven 1 miljard EUR uitkomt, beantwoorden de enquête maandelijks.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die waarvan de rekenkundige som van de balansposten met betrekking tot de effecten meer dan 100 miljoen EUR euro maar niet meer dan 1 miljard EUR bedraagt, beantwoorden de enquête driemaandelijks.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening beantwoorden de enquête jaarlijks. 3.4. Enquête \"instellingen voor belegging\" Alle ingezeten instellingen voor belegging zijn verplicht de in artikel 2, d) bedoelde enquête compartiment per compartiment te beantwoorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instellingen waarvan de rekenkundige som van de balansposten met betrekking tot roerende waarden voor alle compartimenten samen meer dan 500 miljoen EUR bedraagt, beantwoorden die enquête maandelijks voor al hun compartimenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere instellingen voor belegging antwoorden, voor al hun compartimenten, jaarlijks op de enquête. 3.5. Enquête \"monetaire compartimenten van een ingezeten instelling voor collectieve belegging\" Alle monetaire compartimenten van een ingezeten instelling voor collectieve belegging zijn verplicht de in artikel 2, e) bedoelde enquête maandelijks te beantwoorden. 3.6. Enquête \"beursvennootschappen\" Alle ingezeten beursvennootschappen waarvan de rekenkundige som van de hausseposities, de baisseposities en de voor derden uitgegeven en aangehouden roerende waarden meer dan 100 miljoen EUR (of de tegenwaarde in andere valuta) bedraagt, zijn verplicht de in artikel 2, f) bedoelde enquête te beantwoorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de voornoemde ondernemingen beantwoorden die waarvan de rekenkundige som van de balansposten en de posten buiten balanstelling met betrekking tot roerende waarden boven 1 miljard EUR uitkomt, de enquête maandelijks.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere beursvennootschappen beantwoorden ze driemaandelijks. 3.7. Enquête \"vennootschappen voor vermogensbeheer\" Alle ingezeten vennootschappen voor vermogensbeheer waarvan de rekenkundige som van de hausseposities, de baisseposities en de emissies van roerende waarden meer dan 100 miljoen EUR (of de tegenwaarde in andere valuta) bedraagt, zijn verplicht de in artikel 2, g) bedoelde enquête te beantwoorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de voornoemde ondernemingen beantwoorden die waarvan de rekenkundige som van de balansposten en de posten buiten balanstelling met betrekking tot roerende waarden boven 1 miljard EUR uitkomt, de enquête maandelijks.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere vennootschappen voor vermogensbeheer beantwoorden ze driemaandelijks. 3.8. Enquête \"niet-financiële ondernemingen\" Alle ingezeten niet-financiële ondernemingen waarvan de rekenkundige som van de boekhoudposten 50, 51, 52, 170, 171, 2812, 2832, 284, 2852, 430/8, 439, 8811 en 8821 meer dan 500 miljoen EUR (of de tegenwaarde in andere valuta) bedraagt, zijn verplicht de in artikel 2, h) bedoelde enquête maandelijks te beantwoorden. Art. 4.Referentiegegevens § 1. De gegevens die in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van de aangifteplichtige rechtspersonen zijn die welke betrekking hebben op het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor informatie zal ingezameld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het gegevens betreft die in de jaarrekening worden vermeld, worden in aanmerking genomen : - de gegevens uit de recentste jaarrekening die bij de Balanscentrale werd neergelegd op 31 augustus van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor informatie wordt ingezameld; - wanneer geen jaarrekening is neergelegd of wanneer deze te laat werd neergelegd, alle gegevens afkomstig van andere nuttige bronnen. § 2. Gebeurtenissen zoals een fusie, een overname, een splitsing, een wijziging van de rechtsvorm, van het wettelijk statuut of van de economische activiteiten van de aangifteplichtige of zijn toetreding tot een btw-eenheid, maken geen einde aan de verplichting om de enquête volledig te beantwoorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien wordt bij dergelijke gebeurtenissen de betrokken aangifteplichtige rechtspersoon nog steeds beschouwd als behorend tot zijn oorspronkelijke categorie voor de enquêtes die tijdens de drie volgende jaren worden georganiseerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Mee te delen informatie § 1. De roerende waarden waarvoor de aangifteplichtige rechtspersonen de in § 2 vermelde informatie dienen mee te delen, zijn alle overdraagbare financiële schuldvorderingen : - van ingezeten of niet-ingezeten emittenten, aangehouden \"à la hausse\" of \"à la baisse\" voor eigen rekening, ongeacht of dit gebeurt in het kader van een effectenportefeuille of in het kader van een participatie; - uitgegeven door de aangifteplichtige rechtspersoon zelf, met inbegrip van zijn maatschappelijk kapitaal; - van ingezeten emittenten bewaard voor rekening van hun ingezeten en niet-ingezeten clientèle; - van niet-ingezeten emittenten bewaard voor rekening van hun ingezeten clientèle. § 2 Voor alle in § 1 bedoelde roerende waarden delen de aangifteplichtige rechtspersonen de volgende gegevens mee, wanneer deze voorkomen in een van de in § 5 opgesomde tabellen:l - het type van roerende waarde; - het nummer van de boekhoudpost waaronder ze is opgenomen; - de identificatiecode van de roerende waarde en het gebruikte identificatiesysteem; - de benaming van de roerende waarde; - de bedragen in nominale waarde of in aantal, in boekwaarde en in marktwaarde; - het percentage van de stemrechten, verbonden aan de aangehouden aandelen en deelbewijzen; - de valuta; - de nominale waarden voor de schuldbewijzen; - de boekhoudwaarde; - de marktwaarde; - de beste schatting van het percentage uitgegeven effecten die door niet-ingezetenen worden aangehouden; - het land van bewaring en, voor de in België aangehouden roerende waarden, de identiteit van de ingezetene bij wie de roerende waarden zijn gedeponeerd. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het type van roerende waarde wordt aangeduid door uit de lijst in § 5 de tabel te kiezen die moet worden ingevuld om de andere gegevens mee te delen. § 4. Om de roerende waarde te identificeren, dient bij voorkeur de ISIN-code (\"International Securities Identification Number\") te worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er geen ISIN-code aan de roerende waarde is toegewezen, wordt deze geïdentificeerd aan de hand van de code die ervoor gebruikt wordt in een van de volgende identificatiesystemen : - COMMON : gemeenschappelijke code voor Euroclear Bank en Clearstream Bank; - SVM - SRW : voormalige Belgische standaard voor de in België uitgegeven effecten; - SEDOL 1 : \"Stock Exchange Daily Official List\" is een code voor de identificatie van effecten in het Verenigd Koninkrijk en Ierland; - SEDOL 2 : \"Stock Exchange Daily Official List\" is een code voor de identificatie van effecten in het Verenigd Koninkrijk en Ierland; - CUSIP : gebruikt door \"US finance industry\" voor de effecten, uitgegeven of verhandeld in de Verenigde Staten van Amerika en Canada; - CINS : \"Cusip International Numbering System\" wordt gebruikt door de \"US-finance industry\" voor effecten, uitgegeven of verhandeld buiten de Verenigde Staten van Amerika en Canada; - BLO : codificatie Bloomberg, New York; - ISM : codificatie van de International Securities Market Association « ISMA », Londen; - RIC : Reuters Identification Code, Londen; - TK : Telekurs, een Zwitserse standaard; - SIS : « Securities information system », een Belgische standaard; - WKN : « Wertpapierkennnummer », een Duitse standaard; - SVN : « Valorennummer », een Zwitserse standaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer zulke identificatiecodes voor de roerende waarde niet bestaan, omvat de mee te delen informatie bovendien alle andere elementen die de Nationale Bank van België in staat stellen een identificatiecode toe te kennen om de informatie te verwerken. § 5. De in § 2 vermelde gegevens moeten worden opgenomen in de volgende tabellen waarvan de inhoud toegelicht wordt als bijlage : a) wanneer zij betrekking hebben op hausseposities : - tabel 0390 : haussepositie in schuldbewijzen op ten hoogste één jaar; - tabel 0391 : haussepositie in schuldbewijzen op meer dan één jaar; - tabel 0392 : haussepositie in aandelen en gelijkgestelde effecten; - tabel 0399 : haussepositie in afgeleide producten; b) wanneer zij betrekking hebben op baisseposities : - tabel 0490 : baissepositie in schuldbewijzen op ten hoogste één jaar; - tabel 0491 : baissepositie in schuldbewijzen op meer dan één jaar; - tabel 0492 : baissepositie in aandelen en gelijkgestelde effecten; c) wanneer zij betrekking hebben op de emissies van roerende waarden : - tabel 0493 : nettoverplichtingen in schuldbewijzen op ten hoogste één jaar; - tabel 0494 : nettoverplichtingen in schuldbewijzen op meer dan één jaar; - tabel 0495 : nettoverplichtingen in aandelen en gelijkgestelde effecten; - tabel 0499 : nettoverplichtingen in afgeleide producten; d) wanneer zij betrekking hebben op de bewaring van roerende waarden : - tabel 0590 : bewaring van schuldbewijzen op ten hoogste één jaar; - tabel 0591 : bewaring van schuldbewijzen op meer dan één jaar; - tabel 0592 : bewaring van aandelen en gelijkgestelde effecten. § 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende tabellen moeten worden ingevuld : a) enquête « verzekeringsondernemingen » : 0390, 0391, 0392, 0399, 0490, 0491, 0492, 0493, 0494, 0495, 0499, 0590, 0591 en 0592;b) enquête « bijkantoren van EER-verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen » : 0390, 0391, 0392, 0399, 0490, 0491, 0492, 0493, 0494, 0495 en 0499;c) enquête « instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening » : 0390, 0391, 0392 en 0399;d) enquête « instellingen voor belegging » : 0390, 0391, 0392, 0399, 0493, 0494, 0495 en 0499;e) enquête « monetaire compartimenten van een ingezeten instelling voor collectieve belegging » : 0495;f) enquête « beursvennootschappen »; 0390 (behalve kolom 98 en 99), 391 (behalve kolom 98 en 99), 0392 (behalve kolom 98 en 99), 0490 (behalve kolom 98 en 99), 0491 (behalve kolom 98 en 99), 0492 (behalve kolom 98 en 99), 0493, 0494, 0495, 0590, 0591 en 0592; g) enquête « vennootschappen voor vermogensbeheer » : 0390, 0391, 0392, 0490, 0491, 0492, 0493, 0494 en 0495;h) enquête « niet-financiële ondernemingen » : 0390, 0391, 0392, 0490, 0491, 0492, 0493, 0494 en 0495.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Termijn en wijze waarop de informatie moet worden bezorgd De antwoorden op de in artikel 2 bedoelde enquêtes moeten aan de Nationale Bank van België worden bezorgd - uiterlijk de elfde werkdag na de aangifteperiode voor de maandelijkse enquêtes; - uiterlijk de vijfentwintigste kalenderdag na de aangifteperiode voor de andere enquêtes Alle gegevens moeten elektronisch worden overgemaakt met behulp van de toepassing die de Nationale Bank van België heeft geïnstalleerd om statistische of prudentiële gegevens beveiligd te verzenden. Art. 7.- Bewaringstermijn van de gegevens De aangifteplichtige personen bewaren de gegevens waarop ze zich hebben gebaseerd voor het bezorgen van de vereiste informatie aan de Nationale Bank van België gedurende een periode van vierentwintig maanden. Die termijn gaat in vanaf de datum waarop de antwoorden op de enquêtes aan de Nationale Bank van België worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 22 december 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">L. COENE, Vice-gouverneur.</p>\n<p class=\"lf-p\">G. QUADEN, Gouverneur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 8 januari 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister van Financiën, D. REYNDERS Reglement « G » - Bijlage Inhoud van te gebruiken tabellen voor de gegevensverzameling van de roerende waarden Tabel 0390 : Haussepositie in schuldbewijzen op ten hoogste één jaar Col.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud 01 Identificatie van de positie 05 Nummer van de post van de boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen 10 Identificatiecode van het effect volgens de codering vermeld in kolom 11 11 Identificatie van de gebruikte codering 15 Benaming van het effect 40 Muntcode (ISO 4217-code) 50 Nominale waarde per effectcode (voor schuldbewijzen) (in de munt van kolom 40) 60 Boekwaarde per effectcode (in tegenwaarde EUR) 70 Marktwaarde per effectcode (in de munt van kolom 40) 71 Identificatie van het type marktwaarde 98 Identificatiecode van het land van de bewaarnemer (ISO 3166-code op 2 cijfers) 99 Ondernemingsnummer van de ingezeten bewaarnemer CBFA 1 Rekening van het rekeningenstelsel CBFA 2 Beheercode CBFA 3 Fondscode CBFA 4 Benaming van het fonds CBFA 5 Code subcategorie CBFA 6 Marktwaarde per eenheid CBFA 7 Af te trekken bedrag CBFA 8 Affectatiewaarde CBFA 9 Link met een afgeleid product CBFA 10 Naam van de in bewaring nemende instelling CBFA 11 Adres van de in bewaring nemende instelling CBFA 12 Rekeningnummer bij de in bewaring nemende instelling CBFA 13 Affectatiewaarde van gelopen en niet vervallen interesten CBFA 14 SL/Repo (vanaf de reporting van 31 maart 2010) Tabel 0391 : Haussepositie in schuldbewijzen op meer dan één jaar Col.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud 01 Identificatie van de positie 05 Nummer van de post van de boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen 10 Identificatiecode van het effect volgens de codering vermeld in kolom 11 11 Identificatie van de gebruikte codering 15 Benaming van het effect 40 Muntcode (ISO 4217-code) 50 Nominale waarde per effectcode (voor schuldbewijzen) (in de munt van kolom 40) 60 Boekwaarde per effectcode (in tegenwaarde EUR) 70 Marktwaarde per effectcode (in de munt van kolom 40) 71 Identificatie van het type marktwaarde 98 Identificatiecode van het land van de bewaarnemer (ISO 3166-code op 2 cijfers) 99 Ondernemingsnummer van de ingezeten bewaarnemer CBFA 1 Rekening van het rekeningenstelsel CBFA 2 Beheercode CBFA 3 Fondscode CBFA 4 Benaming van het fonds CBFA 5 Code subcategorie CBFA 6 Marktwaarde per eenheid CBFA 7 Af te trekken bedrag CBFA 8 Affectatiewaarde CBFA 9 Link met een afgeleid product CBFA 10 Naam van de in bewaring nemende instelling CBFA 11 Adres van de in bewaring nemende instelling CBFA 12 Rekeningnummer bij de in bewaring nemende instelling CBFA 13 Affectatiewaarde van gelopen en niet vervallen interesten CBFA 14 SL/Repo (vanaf de reporting van 31 maart 2010) Tabel 0392 : Haussepositie in aandelen en gelijkgestelde effecten Col.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud 01 Identificatie van de positie 05 Nummer van de post van de boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen 10 Identificatiecode van het effect volgens de codering vermeld in kolom 11 11 Identificatie van de gebruikte codering 15 Benaming van het effect 25 Aantal effecten (voor aandelen en gelijkgestelde effecten) 30 Stemrecht in % (aandelen en gelijkgestelde effecten) 40 Muntcode (ISO 4217-code) 60 Boekwaarde per effectcode (in tegenwaarde EUR) 70 Marktwaarde per effectcode (in de munt van kolom 40) 71 Identificatie van het type marktwaarde 98 Identificatiecode van het land van de bewaarnemer (ISO 3166-code op 2 cijfers) 99 Ondernemingsnummer van de ingezeten bewaarnemer CBFA 1 Rekening van het rekeningenstelsel CBFA 2 Beheercode CBFA 3 Fondscode CBFA 4 Benaming van het fonds CBFA 5 Code subcategorie CBFA 6 Marktwaarde per eenheid CBFA 7 Af te trekken bedrag CBFA 8 Affectatiewaarde CBFA 9 Link met een afgeleid product CBFA 10 Naam van de in bewaring nemende instelling CBFA 11 Adres van de in bewaring nemende instelling CBFA 12 Rekeningnummer bij de in bewaring nemende instelling CBFA 14 SL/Repo (vanaf de reporting van 31 maart 2010) Tabel 0399 : Haussepositie in afgeleide producten Col.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud 01 Identificatie van de positie 05 Nummer van de post van de boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen 10 Identificatiecode van het effect volgens de codering vermeld in kolom 11 11 Identificatie van de gebruikte codering 15 Benaming van het effect 25 Aantal effecten (voor aandelen en gelijkgestelde effecten) 40 Muntcode (ISO 4217-code) 60 Boekwaarde per effectcode (in tegenwaarde EUR) 70 Marktwaarde per effectcode (in de munt van kolom 40) 71 Identificatie van het type marktwaarde 97 Land van de tegenpartij (voor de afgeleide producten) 98 Identificatiecode van het land van de bewaarnemer (ISO 3166-code op 2 cijfers) 99 Ondernemingsnummer van de ingezeten bewaarnemer CBFA 1 Rekening van het rekeningenstelsel CBFA 2 Beheercode CBFA 3 Fondscode CBFA 4 Benaming van het fonds CBFA 5 Code subcategorie CBFA 6 Marktwaarde per eenheid CBFA 7 Af te trekken bedrag CBFA 8 Affectatiewaarde CBFA 10 Naam van de in bewaring nemende instelling CBFA 11 Adres van de in bewaring nemende instelling CBFA 12 Rekeningnummer bij de in bewaring nemende instelling CBFA 14 SL/Repo (vanaf de reporting van 31 maart 2010) Tabel 0490 : Baissepositie in schuldbewijzen op ten hoogste één jaar Col.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud 01 Identificatie van de positie 05 Nummer van de post van de boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen 10 Identificatiecode van het effect volgens de codering vermeld in kolom 11 11 Identificatie van de gebruikte codering 15 Benaming van het effect 40 Muntcode (ISO 4217-code) 50 Nominale waarde per effectcode (voor schuldbewijzen) (in de munt van kolom 40) 60 Boekwaarde per effectcode (in tegenwaarde EUR) 70 Marktwaarde per effectcode (in de munt van kolom 40) 71 Identificatie van het type marktwaarde 98 Identificatiecode van het land van de bewaarnemer (ISO 3166-code op 2 cijfers) 99 Ondernemingsnummer van de ingezeten bewaarnemer Tabel 0491 : Baissepositie in schuldbewijzen op meer dan één jaar Col.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud 01 Identificatie van de positie 05 Nummer van de post van de boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen 10 Identificatiecode van het effect volgens de codering vermeld in kolom 11 11 Identificatie van de gebruikte codering 15 Benaming van het effect 40 Muntcode (ISO 4217-code) 50 Nominale waarde per effectcode (voor schuldbewijzen) (in de munt van kolom 40) 60 Boekwaarde per effectcode (in tegenwaarde EUR) 70 Marktwaarde per effectcode (in de munt van kolom 40) 71 Identificatie van het type marktwaarde 98 Identificatiecode van het land van de bewaarnemer (ISO 3166-code op 2 cijfers) 99 Ondernemingsnummer van de ingezeten bewaarnemer Tabel 0492 : Baissepositie in aandelen en gelijkgestelde effecten Col.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud 01 Identificatie van de positie 05 Nummer van de post van de boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen 10 Identificatiecode van het effect volgens de codering vermeld in kolom 11 11 Identificatie van de gebruikte codering 15 Benaming van het effect 25 Aantal effecten (voor aandelen en gelijkgestelde effecten) 40 Muntcode (ISO 4217-code) 60 Boekwaarde per effectcode (in tegenwaarde EUR) 70 Marktwaarde per effectcode (in de munt van kolom 40) 71 Identificatie van het type marktwaarde 98 Identificatiecode van het land van de bewaarnemer (ISO 3166-code op 2 cijfers) 99 Ondernemingsnummer van de ingezeten bewaarnemer Tabel 0493 : Nettoverplichtingen in schuldbewijzen op ten hoogste één jaar Col.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud 01 Identificatie van de positie 05 Nummer van de post van de boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen 10 Identificatiecode van het effect volgens de codering vermeld in kolom 11 11 Identificatie van de gebruikte codering 15 Benaming van het effect 40 Muntcode (ISO 4217-code) 50 Nominale waarde per effectcode (voor schuldbewijzen) (in de munt van kolom 40) 60 Boekwaarde per effectcode (in tegenwaarde EUR) 70 Marktwaarde per effectcode (in de munt van kolom 40) 71 Identificatie van het type marktwaarde 80 Percentage belang niet-ingezetenen Tabel 0494 : Nettoverplichtingen in schuldbewijzen op meer dan één jaar Col.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud 01 Identificatie van de positie 05 Nummer van de post van de boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen 10 Identificatiecode van het effect volgens de codering vermeld in kolom 11 11 Identificatie van de gebruikte codering 15 Benaming van het effect 40 Muntcode (ISO 4217-code) 50 Nominale waarde per effectcode (voor schuldbewijzen) (in de munt van kolom 40) 60 Boekwaarde per effectcode (in tegenwaarde EUR) 70 Marktwaarde per effectcode (in de munt van kolom 40) 71 Identificatie van het type marktwaarde 80 Percentage belang niet-ingezetenen Tabel 0495 : Nettoverplichtingen in aandelen en gelijkgestelde effecten Col.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud 01 Identificatie van de positie 05 Nummer van de post van de boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen 10 Identificatiecode van het effect volgens de codering vermeld in kolom 11 11 Identificatie van de gebruikte codering 15 Benaming van het effect 25 Aantal effecten (voor aandelen en gelijkgestelde effecten) 40 Muntcode (ISO 4217-code) 60 Boekwaarde per effectcode (in tegenwaarde EUR) 70 Marktwaarde per effectcode (in de munt van kolom 40) 71 Identificatie van het type marktwaarde 80 Percentage belang niet-ingezetenen Tabel 0499 : Nettoverplichtingen in afgeleide producten Col.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud 01 Identificatie van de positie 05 Nummer van de post van de boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen 10 Identificatiecode van het effect volgens de codering vermeld in kolom 11 11 Identificatie van de gebruikte codering 15 Benaming van het effect 25 Aantal effecten (voor aandelen en gelijkgestelde effecten) 40 Muntcode (ISO 4217-code) 60 Boekwaarde per effectcode (in tegenwaarde EUR) 70 Marktwaarde per effectcode (in de munt van kolom 40) 71 Identificatie van het type marktwaarde 80 Percentage belang niet-ingezetenen 97 Land van de tegenpartij (voor de afgeleide producten) Tabel 0590 : Bewaring van schuldbewijzen op ten hoogste één jaar Col.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud 01 Identificatie van de positie 05 Nummer van de post van de boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen 10 Identificatiecode van het effect volgens de codering vermeld in kolom 11 11 Identificatie van de gebruikte codering 15 Benaming van het effect 40 Muntcode (ISO 4217 code) 50 Nominale waarde per effectcode (voor schuldbewijzen) (in de munt van kolom 40) 60 Boekwaarde per effectcode (in tegenwaarde EUR) 70 Marktwaarde per effectcode (in de munt van kolom 40) 71 Identificatie van het type marktwaarde 90 Sector Tabel 0591 : Bewaring van schuldbewijzen op meer dan één jaar Col.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud 01 Identificatie van de positie 05 Nummer van de post van de boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen 10 Identificatiecode van het effect volgens de codering vermeld in kolom 11 11 Identificatie van de gebruikte codering 15 Benaming van het effect 40 Muntcode (ISO 4217 code) 50 Nominale waarde per effectcode (voor schuldbewijzen) (in de munt van kolom 40) 60 Boekwaarde per effectcode (in tegenwaarde EUR) 70 Marktwaarde per effectcode (in de munt van kolom 40) 71 Identificatie van het type marktwaarde 90 Sector Tabel 0592 : Bewaring van aandelen en gelijkgestelde effecten Col.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud 01 Identificatie van de positie 05 Nummer van de post van de boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen 10 Identificatiecode van het effect volgens de codering vermeld in kolom 11 11 Identificatie van de gebruikte codering 15 Benaming van het effect 25 Aantal effecten (voor aandelen en gelijkgestelde effecten) 40 Muntcode (ISO 4217 code) 60 Boekwaarde per effectcode (in tegenwaarde EUR) 70 Marktwaarde per effectcode (in de munt van kolom 40) 71 Identificatie van het type marktwaarde 90 Sector</p></div>", "next": 0}