Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringe
Kort samengevat
Dit Koninklijk Besluit wijzigt een eerder besluit uit 1996 over overheidsopdrachten om Europese richtlijnen en internationale overeenkomsten te implementeren, en om de regels voor overheidsopdrachten te verduidelijken en aan te passen.
Wat het reguleert
- De drempelbedragen voor de Europese bekendmaking van overheidsopdrachten voor werken.
- De voorwaarden voor het vrijstellen van percelen van beperkte waarde van Europese bekendmaking.
- De toepassing van kwalitatieve selectiecriteria en uitsluitingsgronden voor aannemers.
- De behandeling van aannemers die hun verplichtingen inzake sociale zekerheid niet nakomen.
Wie het aanbelangt
- Aanbestedende overheden die overheidsopdrachten plaatsen.
- Ondernemingen en producten uit Lidstaten en derde landen die deelnemen aan overheidsopdrachten.
Kernpunten
- De drempel voor Europese bekendmaking van overheidsopdrachten voor werken bedraagt voortaan 203 miljoen frank (zonder BTW) voor opdrachten die onder zowel Richtlijn 93/37/EEG als de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten vallen.
- Voor opdrachten die enkel onder de Europese richtlijn vallen, bedraagt de drempel 197 miljoen frank.
- De uitsluitingsgronden voor aannemers zijn van toepassing in elk stadium van de procedure, van selectie tot gunning.
- De aanbestedende overheid kan de minimumvoorwaarden van de wetgeving inzake erkenning van aannemers van werken als voldoende beschouwen voor de kwalitatieve selectie bij openbare aanbesteding en algemene offerteaanvraag.
Wettekst
25 MAART 1999. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 b
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken Verslag aan de Koning Sire, Dit ontwerp van koninklijk besluit beoogt
de eerste plaats de omzetting van de richtlijn 97/52/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 13 oktober 1997. Die richtlijn wijzigt immers respectievelijk de richtlijnen 92/50/EEG, 93/36/EEG en 93/37/EEG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor aanneming van diensten, leveringen en werken. De Overeenkomst
zake overheidsopdrachten gesloten
1994
het kader van het Algemeen Akkoord over de Douane- en Handelstarieven (voortaan Wereldhandelsorganisatie) heeft met sommige van haar bepalingen gunstiger voorwaarden geschapen voor de derde landen dan die van de Europese richtlijnen voor het klassieke stelsel. Dat is de reden waarom die richtlijnen gewijzigd werden door de richtlijn 97/52/EG teneinde binnen de Gemeenschap, aan de ondernemingen en de producten van de Lid-Staten toegangsmogelijkheden te bieden die minstens even gunstig zijn dan die
de bepalingen van de Overeenkomst voor de ondernemingen en de producten van derde landen die de Overeenkomst hebben ondertekend. Meerdere bepalingen van de Overeenkomst werden reeds opgenomen
het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten. Sommige bijkomende wijzigingen dienen evenwel te worden aangebracht, met name voor de
voering van nieuwe drempels voor de bekendmaking op Europees niveau. De bij het besluit gevoegde modellen van aankondiging worden ook aangepast. Naar aanleiding van deze omzetting en rekening houdend met de ervaring die opgedaan werd bij de toepassing van de nieuwe regelgeving betreffende de overheidsopdrachten, heeft de Commissie voor de overheidsopdrachten eveneens bepaalde aanpassingen en verduidelijkingen van de tekst van het koninklijk besluit voorgesteld. Die zullen
de toelichting per artikel worden uiteengezet. Behalve de zuiver formele aanpassingen, werden de door de Raad van State geformuleerde opmerkingen
aanmerking genomen, zoals uiteengezet
dit verslag. Artikel 1.Dit artikel wijzigt artikel 1, § 3, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten. Het bepaalt de drempel vanaf dewelke de overheidsopdrachten voor aanneming van werken die te gunnen zijn volgens een procedure die de bekendmaking vereist, op Europees niveau moeten worden aangekondigd. Het bedrag beloopt voortaan 203 miljoen frank zonder belasting over de toegevoegde waarde voor de opdrachten die terzelfdertijd
het toepassingsgebied van de richtlijn 93/37/EEG en de Overeenkomst
zake overheidsopdrachten vallen.
de praktijk belangt dit de opdrachten van de aanbestedende overheden
het klassieke stelsel aan, met uitzondering van de opdrachten
de zin van artikel 1, § 2, gegund door privaatrechtelijke personen en voor meer dan 50 pct. gesubsidieerd door de openbare sector. Die laatste opdrachten zijn immers onderworpen aan de Europese richtlijn maar niet aan de Overeenkomst
zake overheidsopdrachten en de van toepassing zijnde drempel bedraagt
dat geval 197 miljoen frank. Deze uiteenlopende drempels zijn het gevolg van de nieuwe bepaling
artikel 6, 2, van de richtlijn 93/37/EEG. Volgens die richtlijn wordt het bedrag van de overheidsopdrachten die
het toepassingsgebied van zowel de richtlijn als de Overeenkomst vallen berekend
het licht van het equivalent
ecu van 5 miljoen speciale trekkingsrechten, thans dus 203 miljoen frank. Voor de opdrachten onderworpen aan de richtlijn maar niet aan de Overeenkomst, wordt het bedrag uitsluitend vastgesteld
ecu en bedraagt de tegenwaarde thans
Belgische frank 197 miljoen frank. Art. 2.Dit artikel past het bedrag aan dat
artikel 2 van het besluit toelaat een of meer percelen van beperkte waarde vrij te stellen van de Europese bekendmaking hoewel hun waarde
aanmerking komt om te bepalen of de werken of het bouwwerk voor het overige dienen te worden bekendgemaakt op Europees niveau. Daar die bepaling enkel voortvloeit uit de richtlijn, stemt het erin vermelde bedrag van 39,5 miljoen frank overeen met de tegenwaarde
Belgische frank van een bedrag uitgedrukt
ecu. Het tweede lid van hetzelfde artikel voert een bepaling
waarin
geval van nieuwe werken die bestaan uit de herhaling van soortgelijke werken
de zin van artikel 17, § 2, 2°, b, van de wet van 24 december 1993 vermeld wordt dat het totale geraamde bedrag voor de volgende werken eveneens toegevoegd wordt om te bepalen of de opdracht al dan niet de drempel bereikt voor bekendmaking op Europees niveau. Art. 3.Meerdere verduidelijkingen worden aangebracht
artikel 16 van het besluit. De eerste verduidelijking sluit
het referentiegebied artikel 20
omdat dit voortaan eveneens
lichtingen en documenten behandelt die kunnen worden opgeëist
het stadium van de selectie. De tweede verduidelijking betreft het gebruik van de eisen
zake erkenning van aannemers van werken
het stadium van de kwalitatieve selectie voor de procedures van openbare aanbesteding en van algemene offerteaanvraag. Het eerste lid van artikel 16 wordt aangevuld met een bepaling volgens dewelke de minimumvoorwaarden van financiële, economische en technische aard, geëist krachtens de wetgeving
zake de erkenning van aannemers van werken, als voldoende kunnen worden geoordeeld door de aanbestedende overheid. Deze laatste is
dat geval dus niet verplicht bijkomende eisen te voorzien die zouden steunen op de artikelen 18 en volgende van het besluit, gezien
de erkenning reeds minimumvoorwaarden voorkomen die terzake dienen te worden nageleefd. Wat dit punt betreft, is de Raad van State
zijn verslag van mening dat deze verduidelijking overbodig is en dat zij bovendien twijfels zou kunnen doen ontstaan wat de kwalitatieve selectie betreft bij beperkte procedure. Na dit opnieuw te hebben onderzocht, werd het beter geacht deze verduidelijking te behouden. Onverminderd de uitsluitingsoorzaken van artikel 17, bepaalt zij immers dat de aanbestedende overheid bij een openbare procedure kan oordelen dat de minimumvoorwaarden van de wetgeving betreffende de erkenning volstaan. Bij een beperkte procedure of onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvraag van de procedure
de zin van artikel 17, § 3, van de wet, worden de kandidaten die de minimumvoorwaarden vervullen waarin de kwalitatieve selectie voorziet, daarentegen niet automatisch geselecteerd, aangezien de aanbestedende overheid het aantal kandidaten kan verminderen. De minimumvoorwaarden die voortvloeien uit de erkenning zijn dus niet voldoende om een selectie te verrichten
deze procedures. De
artikel 17 van het besluit vermelde uitsluitingstoestanden kunnen op elk ogenblik toegepast worden, zoals vermeld staat
de toelichting bij het volgende artikel, en dat zelfs wanneer de overheid die bevoegd is voor de erkenning nog geen sanctie getroffen heeft
het kader van de erkenning. Rekening houdend met een opmerking van de Raad van State moet bovendien worden beklemtoond dat de regels
zake kwalitatieve selectie van toepassing kunnen zijn op de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, behalve wanneer die gewoon met een aangenomen factuur tot stand komt. Het gebruik van de criteria die de mogelijkheid bieden om de financiële en economische draagkracht en de technische bekwaamheid te beoordelen, dringt zich echter slechts op
dien de aanbestedende overheid beslist haar procedure
zake kwalitatieve selectie te formaliseren. De selectie zal
dat geval plaatsvinden uitgaande van de referenties en de bewijzen die, overeenkomstig de reglementering, vereist zijn uitgaande van een selectiedossier dat door de geraadpleegde ondernemingen wordt
gediend of op basis van de vereisten vastgelegd
de uitnodiging tot het
dienen van een offerte. Dit is de reden waarom een nieuw lid werd
gevoegd na lid 2, waarin wordt verduidelijkt dat de aanbestedende overheid, bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking
de zin van artikel 17, § 2, van de wet, kan bepalen dat de artikelen 17 tot 20 van dit besluit volledig of gedeeltelijk van toepassing zijn. Bijgevolg werd lid 2 aangepast
die zin dat het, naast de beperkte procedures, enkel nog betrekking heeft op de onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure
de zin van artikel 17, § 3, van de wet. Een andere verduidelijking betreft het laatste lid van artikel 16. Die bepaling vermeldt dat het beginsel van gelijke behandeling van toepassing is niet alleen op de nationale aannemers of op aannemers afkomstig uit de Europese Gemeenschap maar voortaan eveneens, onder de voorwaarden van de hen betreffende
ternationale akte, op de aannemers van derde landen
de zin van artikel 24 van het koninklijk besluit.
de omzendbrief van 4 december 1997Relevante gevonden documenten type omzendbrief prom. 04/12/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997021256 bron diensten van de eerste minister Omzendbrief. - Overheidsopdrachten. - Toegang van ondernemingen van derde landen ten aanzien van de Europese Gemeenschap tot de overheidsopdrachten sluiten,
het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt op 10 december 1997, wordt overigens herinnerd aan de draagwijdte van de
ternationale akten die thans op dat vlak van toepassing zijn. Vallen niet onder deze bepaling de werken die geheim verklaard zijn of waarvan de uitvoering dient gepaard te gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen overeenkomstig geldende wettelijke of reglementaire bepalingen, of
dien de bescherming van de fundamentele belangen van de veiligheid van het land dit vereist. Er wordt
derdaad bepaald, zowel
de Europese richtlijn als
de afgesloten
ternationale akkoorden, dat de opdrachten gegund
deze verschillende hypothesen, niet
het toepassingsgebied vallen van de richtlijn of de betrokken
ternationale akte. Art. 4.Artikel 4 wijzigt op twee punten artikel 17 van het koninklijk besluit. Ter verduidelijking, wordt
het eerste lid vermeld dat de uitsluitingsgronden
eender welk stadium van de procedure van toepassing zijn, dit wil zeggen vanaf het begin van de selectie tot bij de gunning van de opdracht. Dit is al de draagwijdte van de huidige tekst maar deze formele vermelding zou een einde moeten maken aan sommige vragen terzake. Overigens, alhoewel
artikel 17 niet opgelegd wordt dat een aannemer die zich
een uitsluitingstoestand bevindt, automatisch uitgesloten wordt van deelneming aan een opdracht, blijft het niettemin zo dat de aanbestedende overheid slechts bij uitzondering een opdracht kan gunnen aan een dergelijke aannemer, en dat haar beslissing tot niet-uitsluiting van deze laatste dient te worden gemotiveerd. Wat dit laatste punt betreft, heeft de Raad van State voorgesteld om een verduidelijking
die zin
te voegen
het beschikkend gedeelte van het ontwerp. Bij nader onderzoek werd deze verduidelijking evenwel niet zeer opportuun geacht, aangezien elke beslissing
zake selectie moet worden gemotiveerd. Bovendien zou dit ertoe leiden dat dezelfde verduidelijking moet worden aangebracht
diverse bepalingen van het besluit om te vermijden dat er een rechtsonzekerheid zou ontstaan bij de toepassing van andere bepalingen. Punt 5° van hetzelfde lid wordt licht aangepast. Punt 5° behandelt immers de mogelijkheid om een aannemer uit te sluiten die niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen
zake betaling van de bijdragen van de sociale zekerheid. De
ontwerp zijnde tekst verwijst voortaan naar een artikel 17bis en niet meer naar artikel 90, § 3 en 4. De
voering van een artikel 17bis wordt behandeld
de toelichting bij het volgende artikel. Art. 5.De
voering van een artikel 17bis
het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten is gegrond om de volgende redenen. Het stelsel van het attest van sociale zekerheid ontstond
een periode, die van het koninklijk besluit van 14 oktober 1964, waarin de enige denkbare strafmaatregel
geval van niet-naleving door de aannemer van de bepalingen van de regelgeving, de nietigheid van de
schrijving was. Met de nieuwe regelgeving en de vormelijke regeling van de kwalitatieve selectie is de toestand geëvolueerd. De teksten voorzien voortaan
derdaad een reeks uitsluitingsgronden
verband met de persoonlijke toestand van de kandidaat of
schrijver,
eender welk stadium van de procedure. Daar de niet-betaling van de bijdragen van de sociale zekerheid een mogelijke uitsluitingsgrond vormt, leek het wenselijk, met het oog op een samenhangende tekst, de bepalingen terzake
te lassen
het hoofdstuk over de kwalitatieve selectie. Evenwel, wegens het belang dat gehecht wordt aan die sociale verplichtingen, bepaalt het nieuwe artikel 90, § 3, dat
het stadium van de offerte de naleving ervan eveneens een regelmatigheidsvoorwaarde van de offerte vormt. Dat maakt dat artikel 17bis de tekst van het huidige artikel 90, §§ 3 en 4, overneemt
een aangepaste vorm om rekening te houden met de verschillende gunningswijzen. Een laatste paragraaf werd toegevoegd die de aanbestedende overheid de mogelijkheid biedt om
het even welk stadium van de procedure
lichtingen
te winnen bij de kandidaat, de
schrijver of de bevoegde sociale zekerheidsinstelling over de toestand
zake betaling van de bijdragen. Deze bepaling is gelijkluidend met die welke vroeger vervat was
artikel 90, § 5, van hetzelfde besluit en maakt een controle mogelijk tijdens de periode die niet door artikelen 17bis, § 1 en 2 en 90 gedekt is en die zich na de uiterste ontvangstdatum vóór de kandidaturen of de offertes en van de gunning van de opdracht. Wat de vormgeving betreft, werd de door de Raad van State geformuleerde suggestie niet
aanmerking genomen. Het was immers de bedoeling van deze suggestie om
de laatste zin van § 1 van artikel 17bis de woorden « vóór de beslissing tot selecteren van de kandidaten of tot het gunnen van de opdracht » te vervangen door de woorden « vóór de beslissing tot selecteren van de kandidaten bij een beperkte procedure of onderhandelingsprocedure of tot het gunnen van de opdracht bij een openbare procedure ». Wat de onderhandelingsprocedure betreft, kan het
aanmerking te nemen ogenblik immers variëren naargelang het een procedure betreft die al dan niet gepaard gaat met een voorafgaande selectiefase.Zelfs bij een openbare procedure kan het
terne beoordelingsproces van de offertes bepalen dat de bevoegde overheid zich tijdens een eerste stadium moet uitspreken over de kwalitatieve selectie. Art. 6.Dit artikel is een aanpassing van artikel 20 van het besluit. De eerste paragraaf vloeit voort uit de samenvoeging van de tekst van artikel 90, § 1, 3°, over de erkenning van de aannemers en de tekst die tot hiertoe § 2 van artikel 20 vormt. Daar de erkenning een kwalificatiestelsel is voor de minimale draagkracht van de aannemers, is deze materie beter op zijn plaats
het hoofdstuk gewijd aan de kwalitatieve selectie. Paragraaf 2
tegreert
ditzelfde hoofdstuk het probleem van de
schrijving
het beroeps- of handelregister dat tot nu behandeld werd
artikel 92 en dit om dezelfde reden als voor de erkenning. Paragraaf 3 tenslotte neemt een bepaling over die gelijkluidend is met die van artikel 20, § 1, dat thans van kracht is. Art. 7.
deze bepaling wordt punt 5° van artikel 21 van het besluit
zake promotie voor aanneming van werken aangepast. Onder de promotiewijzen bevindt zich
derdaad die van de erfpacht. Naast de toekenning van een erfpachtrecht, moet ook de erfpachtneming van bouwwerken vermeld worden, evenals de toekenning van een recht van opstal of het nemen van dergelijk recht. Art. 8.Het eerste en het tweede lid van artikel 22 van het besluit van 8 januari 1996 worden voortaan over twee paragrafen verdeeld.
de eerste paragraaf worden de voorschriften vermeld die van toepassing zijn voor de kwalitatieve selectie. Vermits het om een overheidsopdracht voor aanneming van werken gaat, mogen deze voorschriften niet verschillen van die
de artikelen 17 tot 20 van het besluit. De aanbestedende overheid zal er bij de bepaling van deze eisen nochtans rekening mee houden dat de promotor nu eens een financier kan zijn, dan een aannemer van werken, of een vereniging gevormd door een financier en een aannemer. Anderzijds werd een verduidelijking aangebracht
het artikel over het ogenblik waarop de promotor moet voldoen aan de eisen van de selectie volgens de gebruikte gunningswijze. Paragraaf 2 verduidelijkt dat het, volgens het geval, bij de aanvraag tot deelneming of bij de offerte is dat de promotor die niet zelf het werk geheel of gedeeltelijk uitvoert, een lijst moet voegen met maximum drie aannemers die voldoen aan de eisen en aan wie hij de uitvoering van de werken denkt toe te vertrouwen. Art. 9.Voortaan wordt
artikel 24 een bedrag vastgesteld vanaf hetwelk de verplichtingen ten opzichte van derde landen ten aanzien van de Europese Gemeenschap van toepassing zijn. Gezien twee bedragen opgenomen zijn
artikel 1 werd het
derdaad verkieselijk geacht, en dit omwille van de duidelijkheid, het bedrag dat van toepassing is
dit artikel te vermelden en zich niet te beperken tot een eenvoudige verwijzing. Art. 10.Dit artikel brengt verschillende verduidelijkingen aan
artikel 25 betreffende de
formatie en de motivering van de beslissingen. Aldus - vermeldt het eerste lid van § 1 dat de
formatie bij openbare procedure onverwijld moet worden verstrekt en dit zowel aan de niet- geselecteerde
schrijvers, diegene van wie de offerte als niet regelmatig werd beschouwd als aan diegenen van wie de regelmatige offerte niet werd gekozen. Bij een openbare procedure zullen deze diverse beslissingen gewoonlijk op hetzelfde ogenblik worden genomen, waardoor wordt vermeden dat het dossier herhaaldelijk aan de bevoegde overheid moet worden voorgelegd. Als dit niet het geval is, zal aan de betrokken
schrijvers
elk stadium dat aanleiding geeft tot een beslissing, de
formatie onverwijld moeten verstrekt worden. Rekening houdend met een opmerking van de Raad van State werden de woorden « en ten laatste wanneer de opdracht gegund wordt » geschrapt. -
lid 2 van dezelfde § 1 en rekening houdend met een opmerking van de Raad van State, werd de voorwaarde die
hield dat de motieven slechts konden worden medegedeeld na de gunning van de opdracht afgeschaft. De tekst van de richtlijn 97/52/EG verwijst immers naar de beslissingen die door de bevoegde overheid worden genomen
het kader van een procedure en deze beslissingen gaan vooraf aan de gunning van de opdracht, met
begrip van de gunningsbeslissing wanneer de contractuele band gebaseerd is op een kennisgeving overeenkomstig artikel 117 van het koninklijk besluit; - hetzelfde lid 2 bepaalt dat de gemotiveerde gunningsbeslissing eveneens wordt medegedeeld aan de aannemer op diens verzoek.
zijn advies heeft de Raad van State voorgesteld om deze bepaling
te voegen
artikel 117 en
de Nederlandse tekst de woorden « aan de aannemer » te vervangen door de woorden « aan de gekozen aannemer ». Bij nader onderzoek werd beslist dat deze bepaling beter zou worden opgenomen
artikel 25 betreffende de motivering en dat het begrip « aannemer »
de Nederlandse tekst van dit gedeelte van de reglementering overeenstemt met het begrip « adjudicataire »
de Franse tekst. Teneinde de nagestreefde coherentie
zake terminologie te verbeteren, werden de woorden « de betrokken
schrijver, hierna aannemer te noemen »
artikel 117 evenwel vervangen door de woorden « de gekozen
schrijver, hierna aannemer te noemen »; - wordt § 2
dezelfde zin als § 1 aangepast wat betreft de opdrachten gegund bij beperkte procedure of bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking
de zin van artikel 17, § 3, van de wet; - zoals gevraagd door de Raad van State, verduidelijkt § 3
een eerste lid dat de niet weerhouden kandidaten of
schrijvers bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking eveneens spontaan door de aanbestedende overheid zouden worden geïnformeerd over haar beslissing. Deze aanpassing is gerechtvaardigd door het feit dat de richtlijn 97/52/EG
zake
formatie geen enkel onderscheid maakt naargelang van de gunningsprocedure. Teneinde de taak van de aanbestedende overheden niet te verzwaren en toch de Europese richtlijn om te zetten, wordt verduidelijkt dat deze
formatieplicht
het kader van deze procedure enkel van toepassing is op de opdrachten die de Europese drempel bereiken; - bepaalt § 3 voortaan dat het voorschrift volgens hetwelk de gemotiveerde beslissing moet meegedeeld worden aan elke
schrijver van wie de offerte niet gekozen werd en aan de aannemer zo zij erom vragen, niet van toepassing is
geval van opdracht via onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, die tot stand komt gewoon met een aangenomen factuur overeenkomstig artikel 122, 1°, van het besluit. Immers,
geval van vaststelling van de opdracht gewoon met een aangenomen factuur is de procedure niet geformaliseerd en geeft ze dus geen aanleiding tot het opstellen van een formele beslissing van selectie of toewijzing. Naast wat voorafgaat bepaalt de tekst, zoals
de andere paragrafen van artikel 25, dat de aannemer eveneens de gemotiveerde toewijzingsbeslissing kan bekomen. Anderzijds werd nagegaan of het raadzaam zou zijn
ditzelfde artikel een bepaling op te nemen van richtlijn 97/52/EG volgens dewelke onverwijld en op zijn schriftelijk verzoek, aan elke
schrijver die een ontvankelijke offerte heeft
gediend, de eigenschappen en de voordelen van de gekozen offerte moeten worden meegedeeld. Het begrip gemotiveerde beslissing
het Belgische recht omvat deze aspecten en blijkt zelfs ruimer te zijn vermits deze beslissing een vergelijking van verschillende offertes veronderstelt. Het werd dus nuttig geacht te verwijzen naar het begrip gemotiveerde beslissing zoals het
ons recht bestaat, temeer daar een tegenovergestelde houding de practici er zou kunnen toe brengen zich af te vragen waarom deze bijzondere bepaling
gevoerd werd. Nu is het wel degelijk de bedoeling de aanbestedende overheid te verplichten
de akte zelf de overwegingen aan te geven die feitelijk en rechtens aan de grondslag liggen van deze beslissing. Bij deze gelegenheid werd eveneens een andere kwestie onderzocht die tot controverses leidt, namelijk de vraag of de aanbestedende overheid zou kunnen overgaan tot een loting en haar beslissing zou kunnen motiveren op grond van het resultaat van deze loting, wanneer bij een beperkte procedure of onderhandelingsprocedure met bekendmaking
de zin van artikel 17, § 3, van de wet, sommige ontvangen kandidaturen als evenwaardig worden beschouwd, maar dat hun aantal het vooropgestelde maximumcijfer overschrijdt.
dat verband wordt
artikel 113 van het koninklijk besluit reeds uitdrukkelijk de oplossing van de loting toegestaan
het uitzonderlijke geval van behoud van een gelijke prijs bij een aanbestedingsprocedure. Er kan dus worden van uitgegaan dat zelfs bij afwezigheid van een uitdrukkelijke bepaling de loting een mogelijkheid kan zijn die toelaat om, bij gelijke kwalificatie, een keuze te kunnen maken tussen de kandidaten. Deze mogelijkheid dient evenwel een uitzondering te blijven en mag er niet toe leiden dat aanbestedende overheden, zonder ernstig onderzoek en rechtvaardiging, besluiten tot het bestaan van een dergelijke gelijkheid. De omstandigheden die de loting rechtvaardigen moeten dus bewezen worden en,
tegenstelling tot wat uit het advies van de Raad van State zou kunnen blijken, impliceert het gebruik van een dergelijke mogelijkheid niet dat de beslissing niet werd gemotiveerd. Art. 11.
deze bepaling wordt artikel 26 van het besluit betreffende de beslissing van de aanbestedende overheid om een opdracht niet te gunnen of om de procedure te herbeginnen licht aangepast. Overeenkomstig de tekst van de richtlijn 97/52/EG, licht de aanbestedende overheid onverwijld, niet alleen het Bureau voor Officiële Publicaties van de Europese Gemeenschappen
-
dien de opdracht het voorwerp was van een aankondiging bekendgemaakt op dit niveau- maar eveneens de kandidaten of
schrijvers. Art. 12.
dit artikel worden de drempels gewijzigd die van toepassing zijn voor de bekendmaking van de opdrachten voor aanneming van leveringen op Europees niveau. Die drempel bedraagt voortaan 8,1 miljoen frank zonder belasting over de toegevoegde waarde. Hij bedraagt evenwel 5,2 miljoen frank voor de opdrachten van sommige aanbestedende overheden van het federale niveau, vermeld
artikel 50, 2°, a, van het besluit. De toelichting bij artikel 1 van dit besluit is, mutatis mutandis, van toepassing voor de tegenwaarde van de drempels
Belgische frank. Art. 13.
artikel 29 van het besluit wordt de drempel vanaf dewelke het geheel van de opdrachten, verdeeld per groep van produkten, het voorwerp moet uitmaken van een enuntiatieve aankondiging, voortaan vastgesteld op 29,6 miljoen frank zonder belasting over de toegevoegde waarde. Art. 14.
verband met de aanpassing van artikel 42 van het besluit kan worden verwezen naar de toelichting gewijd aan de wijziging van artikel 16 van het besluit,
artikel 3 van dit ontwerp. Zijn evenwel uitgesloten van het toepassingsgebied van de verplichtingen ten opzichte van leveranciers van derde landen, niet alleen de geheim verklaarde leveringen of diegene waarvan de uitvoering moet gepaard gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen, maar eveneens de leveringen
de zin van artikel 3, § 3, van de wet. Art. 15.
verband met de aanpassing van artikel 43 van het besluit kan worden verwezen naar de toelichting gewijd aan de wijziging van artikel 17 van het besluit,
artikel 4 van dit besluit. Art. 16.Voor de
voering van een artikel 43bis
het besluit kan worden verwezen naar de toelichting bij de
voering van een artikel 17 bis
het besluit,
artikel 5 van dit besluit. Art. 17.De toelichting gewijd aan de wijziging van artikel 20 van het besluit,
artikel 6 van dit besluit, geldt, mutatis mutandis, voor de wijziging aangebracht
artikel 46 van het besluit. Art. 18.Artikel 18 voert
het besluit een artikel 48bis
dat handelt over de kwalitatieve selectie
geval van promotieopdracht voor leveringen. Art. 19.Dit artikel beperkt zich tot de
lassing
artikel 50 van het besluit, van de drempels van 8,1 en 5,2 miljoen frank vastgesteld voor de bekendmaking op Europees niveau. Die drempels worden eveneens weerhouden om een van de voorwaarden vast te stellen die de verplichtingen afbakenen die van toepassing zijn voor de overheidsopdrachten ten opzichte van de produkten en leveranciers van derde landen. Art. 20.Om de draagwijdte van de aanpassing van artikel 51 van het besluit te beoordelen kan worden verwezen naar de toelichting bij de wijziging van artikel 25 van het besluit,
artikel 10 van dit besluit. Art. 21.Voor dit artikel waarin artikel 52 van het besluit wordt gewijzigd, wordt verwezen naar de toelichting bij de wijziging van artikel 26 van het besluit,
artikel 11 van dit besluit. Art. 22.Zoals artikel 1 van het besluit dat van toepassing is op de werken, wordt artikel 53 eveneens,
zake diensten, aangepast om voortaan rekening te houden met de twee berekeningswijzen van de drempels : ofwel
functie van de tegenwaarde
de nationale munt van een bedrag vastgesteld
ecu voor de opdrachten die enkel op Europees niveau onderworpen zijn aan de mededinging, ofwel
het licht van dezelfde tegenwaarde ten opzichte van het equivalent
ecu van een bedrag uitgedrukt
speciale trekkingsrechten voor de overheidsopdrachten die terzelfdertijd onderworpen zijn aan de richtlijn en aan de Overeenkomst
zake overheidsopdrachten.
de praktijk zijn voor de opdrachten voor aanneming van diensten die onderworpen zijn aan de bekendmaking
het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen dus de volgende drempels te onderscheiden : - voor de opdrachten voor aanneming van gesubsidieerde diensten van privaatrechtelijke personen onder de voorwaarden van artikel 53, § 2, van het besluit, wordt die drempel vastgesteld op 7,9 miljoen frank zonder belasting over de toegevoegde waarde, hetzij de tegenwaarde van 200.000 ecu; - voor de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten bedraagt die drempel 8,1 miljoen frank zonder belasting over de toegevoegde waarde. Die drempel bedraagt evenwel 5,2 miljoen frank voor de federale aanbestedende overheden, vermeld
artikel 79, 2°, a, en voor de erin bedoelde opdrachten. De drempel van 8,1 of 5,2 miljoen frank stemt overeen met de tegenwaarde
de nationale munt van het equivalent
ecu van 130.000 of 200.000 speciale trekkingsrechten. De drempel beloopt evenwel 7,9 miljoen frank zonder belasting over de toegevoegde waarde voor de drie categorieën van diensten, vermeld op het einde van het eerste lid die niet
het toepassingsveld van de Overeenkomst
zake overheidsopdrachten vallen maar enkel
dat van de Europese richtlijn. De drempel stemt dus overeen met de tegenwaarde
de nationale munt van 200.000 ecu en is van toepassing op alle aanbestedende overheden. Art. 23.De wijzigingen aangebracht
artikel 54 van het besluit zijn de volgende : - een nieuw lid wordt
gevoerd na het tweede lid. Die bepaling vermeldt dat voor nieuwe diensten die bestaan uit de herhaling van gelijkaardige diensten
de zin van artikel 17, § 2, 2°, b, van de wet van 24 december 1993, het totale geraamde bedrag voor het vervolg van de diensten eveneens wordt toegevoegd aan de oorspronkelijke opdracht om te bepalen of de opdracht al dan niet de bekendmakingsdrempel op Europees niveau bereikt; - het derde lid wordt het vierde lid, waarin het bedrag waarvoor een of meerdere percelen van beperkte waarde vrijgesteld kunnen worden van de Europese bekendmaking, op 3,1 miljoen frank gebracht wordt. Zoals voor de werken
artikel 2, van het besluit, wordt de waarde van deze percelen alleszins
aanmerking genomen om te bepalen of de diensten het voorwerp moeten uitmaken van een bekendmaking op Europees niveau; - een nieuw lid wordt
gelast na het voorlaatste lid en daarin wordt vermeld dat
geval van een opdracht
zake dienstverlening en leveringen, die opdracht wordt gegund overeenkomstig de voorschriften die van toepassing zijn op de diensten wanneer de waarde van de diensten die van de leveringen overschrijdt. Art. 24.
artikel 55 van het besluit wordt het totale bedrag waardoor de bekendmaking van een enuntiatieve aankondiging verplicht wordt voor elke categorie van diensten bedoeld
bijlage 2, A, van de wet, vastgesteld op 29,6 miljoen frank zonder belasting over de toegevoegde waarde. Art. 25.De wijziging aangebracht
de artikelen 60 en 62 van het besluit is zuiver vormelijk. Art. 26.Voor de verduidelijkingen aangebracht
artikel 68 van het besluit kan worden verwezen naar de toelichting bij de wijziging van respectievelijk de artikelen 16 en 42 van het besluit,
de artikelen 3 en 14 van dit besluit. Art. 27.Voor de aanpassing van artikel 69 van het besluit, wordt verwezen naar de toelichting bij de wijziging van artikel 17 van het besluit,
artikel 4 van dit besluit. Art. 28.Voor de
voering van een artikel 69bis
het besluit kan worden verwezen naar de toelichting bij de
voering van een artikel 17bis
het besluit,
artikel 5 van dit besluit. Art. 29.De toelichting bij de wijziging van artikel 20 van het besluit,
artikel 6 van dit besluit, geldt, mutatis mutandis, voor de wijziging aangebracht
artikel 72 van het besluit. Art. 30.De opheffing van artikel 74, tweede lid, van het besluit is gegrond omdat een gelijkaardige bepaling voortaan paragraaf 4 van artikel 72 vormt zoals het werd gewijzigd. Art. 31.De wijziging aangebracht
artikel 76 van het besluit is zuiver vormelijk. Art. 32.
artikel 32 wordt artikel 78 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten gewijzigd, dat handelt over het probleem van de onverenigbaarheden.
dit artikel 78 wordt een gelijkaardige bepaling die vroeger
artikel 50, § 1 van het koninklijk besluit van 22 april 1977 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten voorkwam, hernomen en uitgebreid tot de opdrachten voor aanneming van leveringen en diensten. Rekening houdend met de ervaring die voortvloeit uit de toepassing van de nieuwe regelgeving, leek het nuttig de bepaling te herwerken om enerzijds sommige punten op te helderen en er anderzijds enkele versoepelingen
aan te brengen, zonder dat de nagestreefde doelstelling, het behoud van een eerlijke concurrentie, echter
het gedrang komt.
§ 1werd het verkieslijk geacht van de huidige tekst af te wijken.
Het bleek namelijk dat de tekst vragen opriep, met name wat de voorbereiding van een opdracht betreft. Voortaan bepaalt de tekst dat er onverenigbaarheid is voor elke persoon die belast werd met het onderzoek, de proeven, de studie of de ontwikkeling van een opdracht. Deze bepaling heeft niet enkel betrekking op de aannemer, maar ook op elke persoon die heeft deelgenomen aan de studie, bijvoorbeeld
de hoedanigheid van onderaannemer, alsook op elke persoon die kosteloos prestaties heeft verricht. De studie van een opdracht bevat normaal gezien immers de verrichtingen
zake ontwerp en opmaken van het bestek, en dat brengt mee dat een persoon die dit gedeelte van een opdracht op zich nam, geen offerte mag
dienen. Zo ook bezorgt een taak van onderzoek, proeven of ontwikkeling van werken, leveringen of diensten een voordeel aan degene die ermee belast was, zodat de concurrentie vervalst wordt
dien hij deelneemt aan een latere opdracht die nauw verband houdt met deze taak. Deze taak moet evenwel rechtstreeks gebonden zijn aan de betrokken opdracht. Zo zal een architect aannemer van een opdracht voor aanneming van diensten die slaat op het opstellen van een streekplan van een te renoveren stadswijk, niet getroffen worden door onverenigbaarheid voor de opdrachten die slaan op architectuurdiensten met betrekking tot werken die zich
deze wijk bevinden. Paragraaf 2 van artikel 78 werd herwerkt teneinde rekening te houden met de aanpassingen aangebracht
§ 1. Het begrip gebonden onderneming werd niet gewijzigd.
Paragraaf 3 werd nogal drastisch herwerkt omdat uit de ervaring gebleken is dat de hypothesen die een afwijking van het
§§ 1
en 2 voorziene voorschrift van onverenigbaarheid mogelijk maken, moesten worden uitgebreid. Zo werden
2° de gevallen hernomen waarin de gunning van de opdracht bij onderhandelingsprocedure
de zin van artikel 17, § 2, van de wet mogelijk is. Vroeger werd enkel het geval van onderhandelingsprocedure
het kader van de prijsvraag voor ontwerpen vermeld, en dat bleek te beperkend. Het is
derdaad zo dat
de meeste hypothesen vermeld
artikel 17, § 2, die het gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking toelaten, ofwel een noodzakelijk verband bestaat met vroegere verrichtingen zoals bijvoorbeeld
geval van aanvullende opdrachten, ofwel een materiële onmogelijkheid bestaat wanneer de aanbestedende overheid bijvoorbeeld een beroep moet doen op een welbepaalde onderneming of zich geplaatst ziet voor een geval van dringende noodzakelijheid ten gevolge van onvoorzienbare omstandigheden. Zo werd ook een zekere soepelheid voorzien voor opdrachten met een betrekkelijk geringe waarde, degene bedoeld
artikel 17, § 2, 1°, a, van de wet, die volgen op een voorafgaande studie die zelf slechts een beperkt percentage van dat bedrag uitmaakt. Aangezien de gevallen die de onderhandelingsprocedure rechtvaardigen, strikt moeten worden geïnterpreteerd, mag de aanbestedende overheid evenwel geen misbruik maken van het gebruik van deze procedure door bijvoorbeeld systematisch te verwijzen naar artikel 17, § 2, 1°, f, om de regel van de onverenigbaarheid te omzeilen. Dit geval beoogt meer bepaald de diensten die, wegens hun specifieke aard op technisch of artistiek gebied of op het gebied van de bescherming van de exclusieve rechten, slechts kunnen worden toevertrouwd aan een bepaalde dienstverlener. Artikel 14 van de algemene aannemingsvoorwaarden legt de aanbestedende overheid immers de verplichting op om het gebruik van de resultaten van de
tellectuele prestaties door haarzelf of door een derde op nauwkeurige wijze vast te leggen
het bestek. Hieruit vloeit voort dat het geval van artikel 17, § 2, 1°, f, slechts kan worden
geroepen wanneer rekening wordt gehouden met de toepassing van deze laatste bepaling. Art. 33.De wijziging aangebracht
artikel 79 van het besluit is zuiver vormelijk. Art. 34.De toelichting
artikel 10 van dit besluit geldt eveneens voor de aanpassingen aangebracht
artikel 80 van het besluit. Art. 35.Voor de wijziging van artikel 81 van het besluit, kan er verwezen worden naar de toelichting bij de wijziging aangebracht door artikel 11 van dit besluit
artikel 26 van het besluit. Art. 36.De tekst tot wijziging van artikel 84 zorgt voor de omzetting van artikelen 24, § 1, lid 2 van de richtlijn 92/50/EEG en 16, § 2, van de richtlijn 93/36/EEG. De bedoeling hiervan is te vermijden dat een aanbestedende overheid een vrije variante enkel zou verwerpen omdat de aanvaarding ervan ertoe zou leiden dat een overheidsopdracht voor aanneming van diensten
een overheidsopdracht voor aanneming van leveringen zou worden omgezet. Het is immers zo dat de door een concurrent voorgestelde oplossing reeds een afgewerkt product zou zijn, zoals een softwarepakket, en niet
hoofdzaak een dienstverlening. Dezelfde regel is ook van toepassing
het tegenovergestelde geval. Art. 37.
dit artikel wordt artikel 88 van het besluit betreffende het nazicht van de prijzen gewijzigd. Lid 3
de paragrafen 1 en 2 worden opgeheven en vervangen door een gemeenschappelijk lid
§ 3
. Dit lid wordt
overeenstemming gebracht met de gelijkwaardige tekst die tot hier toe voorzien was
§ 1voor de onderhandelingsprocedure.
De voornaamste aanpassing gaat over het feit dat voor alle procedures het nazicht op boekhoudkundige stukken en ter plaatse,
het bestek diende te worden voorzien. Bovendien wordt het begrip « ambtenaren van de aanbestedende overheid » vervangen door « de daartoe door de aanbestedende overheid aangewezen personen van ».
de praktijk is het immers mogelijk dat de personen belast met dit toezicht niet tot het overheidspersoneel behoren, maar derden zijn die de opdracht daartoe kregen. Art. 38.Artikel 90 van het besluit werd herschikt om rekening te houden met het feit dat
§ 1
de problematiek van het vroegere punt 3° over de
schrijving van de aannemer op een lijst van
België erkende aannemers of op een officiële lijst
een andere Lid-Staat of van het alternatieve bewijs, overgebracht werd naar artikel 20, § 1, van het besluit. Hetzelde geldt voor de meeste bepalingen
zake sociale zekerheid, respectievelijk overgebracht naar de artikelen 17bis, 43bis en 69bis van het besluit over de kwalitatieve selectie. Overeenkomstig de nieuwe paragraaf 3 vormt de naleving van de verplichtingen
zake sociale zekerheid nochtans ook een regelmatigheidsvoorwaarde voor de offerte. Bovendien werd § 6 van artikel 90 weggelaten. Daarin werd immers bepaald dat de bepalingen betreffende het toezicht op de naleving van de verplichtingen
zake sociale zekerheid niet van toepassing waren wanneer het bedrag van de offerte niet meer bedroeg dan 800.000 frank zonder belasting over de toegevoegde waarde. Voortaan is het voorschrift van toepassing voor eender welk offertebedrag, behalve voor de opdrachten die tot stand gekomen zijn met een aangenomen factuur
de zin van artikel 122 van het besluit. Bovendien werd rekening gehouden met de opmerkingen die de Raad van State heeft geformuleerd
verband met de aanpassing van de artikelen 17bis, 43bis en 69bis. Tenslotte moet worden opgemerkt dat de voordien bestaande mogelijkheid om af te wijken van artikel 90, § 8 van het besluit niet werd afgeschaft. Voortaan is die mogelijkheid vervat
§ 6
gevolge de nieuwe structuur van het artikel. Art. 39.Artikel 92 van het besluit werd zodanig aangepast dat er nog enkel de eisen
vermeld worden die nog niet voorkomen
andere bepalingen. Zo kunnen de opeisbare
lichtingen vermeld
1°, 4° en 5°, evenals gedeeltelijk
2° van artikel 92, reeds opgeëist worden overeenkomstig de voorschriften
zake de kwalitatieve selectie, of
artikel 90. Zij kunnen dus weggelaten worden
artikel 92. Art. 40.
artikel 93, § 1, tweede lid, van het besluit wordt voortaan eveneens vermeld dat de leden van een tijdelijke vereniging zich moeten schikken naar de bepalingen van artikel 103. Dat artikel 103 vermeldt dat, onverminderd de eventuele varianten, elk van de
schrijvers slechts een offerte per opdracht mag
dienen. Daaruit vloeit dus voort dat de leden van een tijdelijke vereniging, naast de offerte neergelegd
het kader van de tijdelijke vereniging, geen offerte mogen
dienen op eigen houtje of
het kader van een andere tijdelijke vereniging. Zulke handeling zou leiden tot de onregelmatigheid van de neergelegde offertes door miskenning van deze bepaling. De artikelen 17bis, 43bis en 69bis dienen hier niet te worden vermeld. Zij hebben immers betrekking op de kwalitatieve selectie, ongeacht of de
schrijver al dan niet een tijdelijke vereniging is. Het was de bedoeling te herinneren aan het principe vervat
artikel 103 van het besluit zonder het evenwel uit te breiden. Er werd immers vastgesteld dat deze regel niet altijd
het kader van tijdelijke verenigingen wordt nageleefd; sommige ondernemingen groeperen zich soms binnen verschillende verenigingen en dienen een offerte
samen met elk van die verenigingen. Deze praktijken vertekenen echter het gewone verloop van de mededinging. De opmerking van de Raad van State betreffende § 2 van artikel 93 wordt aanvaard. Het spreekt vanzelf dat,
dien het bestek - bij een beperkte procedure - een tijdelijke vereniging bestaande uit niet-geselecteerde personen en ten minste één geselecteerde persoon de mogelijkheid biedt om offertes
te dienen, de niet-geselecteerde personen zich evenmin
een toestand van uitsluiting mogen bevinden. De afwezigheid van een uitsluitingstoestand wordt beoordeeld uit hoofde van elk van de vennoten en dit
om het even welk stadium van de procedure, zoals blijkt uit de artikelen 17, 43 en 69 van het koninklijk besluit. Art. 41.
artikel 110 werden de volgende punten
verband met het nazicht van de schijnbaar abnormale prijzen gewijzigd : -
§ 3
, worden de laatste twee leden over het
formeren van de Erkeningscommissie en de Europese Commissie opgeheven. Deze zelfde verplichtingen komen immers voor
een nieuwe § 5. Overeenkomstig de richtlijnen, dient de Europese Commissie echter slechts te worden geïnformeerd
geval van verwerping van een offerte waarvan het bedrag als abnormaal laag wordt beschouwd bij aanbestedingsprocedure, wanneer de Europese bekendmaking van toepassing is op de opdracht. - het laatste lid van § 4 werd gewijzigd. Het is immers zo dat de aanbestedende overheid aan een aannemer, van wie de prijs minstens 15 pct. onder het gemiddelde van de
gediende prijzen ligt, niet noodzakelijk moet vragen zijn prijs te rechtvaardigen. Zoals benadrukt
het Verslag aan de Koning dat het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten voorafgaat, « kan het bijvoorbeeld gebeuren dat de aanbestedende overheid over elementen beschikt die haar toelaten om een rechtvaardiging op te stellen volgens dewelke de
gediende prijs normaal is, ondanks het feit dat hij zich onder het gemiddelde bevindt van 15 pct. berekend volgens § 4.
een dergelijk geval zal de formaliteit dus niet moeten worden vervuld. ». Daarom vermeldt de tekst voortaan op duidelijker wijze . ofwel dat de aanbestedende overheid de prijs als normaal beschouwt en geen rechtvaardiging vraagt.
dat geval zal zij
haar toewijzingsbeslissing formeel het normale karakter van de
gediende prijs moeten motiveren door zich met name te baseren op de rechtvaardigingen
§ 3
maar eveneens op andere objectieve rechtvaardigingen die door de aanbestedende overheid kunnen worden naar voren geschoven : zo bijvoorbeeld zou de aanbestedende overheid
het kader van maatregelen van ambtswege, het normale karakter van de door een onderneming
gediende prijs kunnen rechtvaardigen
dien deze prijs overeenstemt met de regelmatige prijs die door deze zelfde
schrijver voorgesteld werd bij de oorspronkelijke procedure van enkele maanden vroeger. Hetzelfde zou gelden
dien na nazicht van de raming zou blijken dat de voorgestelde prijs normaal is en dat de afwijking ten opzichte van het gemiddelde van 15 pct. te wijten is aan de abnormale hoge prijzen die door andere mededingers werden
gediend; . ofwel dat de aanbestedende overheid de
schrijver verzoekt de nodige rechtvaardigingen te bezorgen zoals bepaald
§ 3. Art.
42.De wijziging die door dit besluit wordt aangebracht
artikel 112, § 1, 2°, van het besluit herstelt een vormelijk hiaat en vermeldt, zoals dat het geval is
het vroegere koninklijk besluit van 22 april 1977, dat met het oog op de rangschikking van de offertes, de door de aanbestedende overheid hoeveelheden die hoger zijn dan of gelijk aan de hoeveelheden van de oorspronkelijke opmetingsstaat, gelden voor alle opmetingsstaten zonder onderscheid. Art. 43.Er werd een verduidelijking aangebracht
artikel 113 van het besluit wat de varianten betreft. De
schrijver moet een offerte
dienen voor het basisontwerp en,
voorkomend geval, voor de variante. De woorden «
voorkomend geval » betekenen dat de
schrijver verplicht is een offerte
te dienen als het om een door de aanbestedende overheid opgelegde variante gaat en dit zowel voor de basisofferte als voor die variante. Dit zal niet het geval zijn als de variante die voorzien is op
itiatief van de aanbestedende overheid, toegelaten is, maar niet wordt opgelegd. Art. 44.
artikel 115 van het besluit werd dezelfde verduidelijking aangebracht als die vermeld
artikel 43 van het ontwerp. Wat de offerteaanvraag betreft, is deze bepaling van toepassing onverminderd de vrije varianten die
de offerte worden voorgesteld, voor zover het bestek ze niet verbiedt. Art. 45.De wijziging aangebracht
de Nederlandse tekst van artikel 117 beoogt een formele coherentie tot stand te brengen en moet
verband worden gebracht met de geformuleerde opmerking betreffende het begrip « aannemer » tijdens het onderzoek van artikel 10 van dit ontwerp. Art. 46.De bedoeling van de wijziging van artikel 120 van het besluit is dat een aanbestedende overheid, voor een overheidsopdracht voor aanneming van werken waarvan het geraamde bedrag de 20 miljoen frank zonder belasting over de toegevoegde waarde niet overschrijdt of voor een overheidsopdracht voor aanneming van diensten waarvan het geraamde bedrag niet het bedrag bereikt dat vastgesteld is
artikel 53, en die het voorwerp uitmaken van een onderverdeling
percelen, niet gedwongen is systematisch een beroep te doen op een procedure met bekendmaking voor kleine percelen. Deze mogelijkheid heeft betrekking op percelen waarvan de goed te keuren uitgave minder bedraagt dan 500.000 frank zonder belasting over de toegevoegde waarde. Voor de aanbestedende overheid die besluit dat toch te doen, is de techniek van de opdrachten met percelen op zich merkelijk logger dan een globale opdracht. Het is dus onontbeerlijk
de teksten een minimale soepelheid te voorzien
dien men de aanbestedende overheden die zo al weinig voelen voor een dergelijke techniek, niet te ontmoedigen. Daarmee gelijklopend dient eveneens een maximumgrens
betrekkelijke waarde te worden voorzien voor deze verdeling, dat wil zeggen twintig pct. van het samengevoegde bedrag van alle percelen. De gevolgen van deze wijziging kunnen worden getoond
het volgende voorbeeld, voor een opdracht voor aanneming van werken met een bedrag van 3 miljoen frank en die betrekking heeft op de renovatie van een klein gebouw. Er worden drie percelen overwogen : 1 perceel ruwbouw en voltooiing 2.400.000 frank 1 perceel verwarming 450.000 frank 1 perceel elektriciteit 150.000 frank Door de
ontwerp zijnde tekst toe te passen zouden de percelen verwarming en elektriciteit kunnen worden gegund bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking vermits zij beide minder dan 500.000 frank bedragen en dat hun totaal niet meer bedraagt dan twintig pct. van het samengevoegde bedrag van alle percelen,
dit geval 600.000 frank. Voor het perceel ruwbouw en voltooiing zal een procedure met bekendmaking nodig zijn vermits, rekening houdend met de
artikel 120 bepaalde berekeningswijzen, dit perceel deel uitmaakt van een werk waarvan de goed te keuren uitgave 2.500.000 frank overschrijdt en niet
aanmerking komt voor vrijstelling. Dit stelsel biedt het voordeel de procedures voor de percelen met een gering bedrag voor sommige overheidsopdrachten voor aanneming van werken of diensten te verlichten en draagt bij tot de rechtstreekse deelneming van KMO's aan de overheidsopdrachten. Art. 47.De wijziging aangebracht
artikel 121 van het besluit is zuiver vormelijk. Art. 48.Een nieuwe opsomming werd opgesteld voor de bepalingen vermeld
artikel 122, tweede lid, van het besluit, die van toepassing zijn op de opdrachten te gunnen bij onderhandelingsprocedure. De vermelding van de artikelen 86 tot 88 kon worden geschrapt. Deze artikelen vormen immers titel V van het besluit gewijd aan de prijsbepaling en prijsonderzoek. Deze artikelen zijn eveneens van toepassing op de onderhandelingsprocedure en het is dus niet nodig dit
artikel 122
herinnering te brengen. De verwijzing naar artikel 90 wordt behouden behalve voor de opdrachten die tot stand komen gewoon met een aangenomen factuur
de zin van artikel 122, 1°, van het besluit.
dat geval is er immers geen schriftelijke offerte
de zin van artikel 90.
zijn advies stelt de Raad van State zich vragen over de toepasbaarheid van artikel 90, § 3, van het besluit op de onderhandelingsprocedure. Wat dit punt betreft, ziet men niet
waarin het stelsel verschillend zou zijn van het vroeger toegepaste stelsel. De enige
houdelijke wijziging betreft immers de uitzondering voor de opdrachten die tot stand komen gewoon met een aangenomen factuur. Artikel 91 werd toegevoegd omdat het logisch is dat zelfs bij onderhandelingsprocedure, de
schrijver die deelneemt aan de procedure, door dit feit aantoont dat hij niet aansluit bij of zich onderworpen heeft aan afspraken voor vooraanbestedingen en dat hij niet heeft deelgenomen aan een akkoord, vergadering of coalitie met overtreding van artikel 11 van de wet. Artikel 93, § 2, wordt voortaan eveneens aangehaald. Er dient immers aan te worden herinnerd dat
artikel 37 van dit ontwerp de woorden « of onderhandelings- »
§ 2
van artikel 93 geschrapt werden met als reden dat artikel 93 opgenomen werd
titel VI gewijd aan de procedures van aanbesteding en offerteaanvraag. Door middel van artikel 122 en wanneer het bestek dit mogelijk maakt, wordt de mogelijkheid om een offerte te aanvaarden die
gediend werd door een tijdelijke vereniging met niet-geselecteerde personen, voor zover ten minste een gekozen kandidaat deel uitmaakt van die vereniging, op een meer logische wijze uitgebreid tot de onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. Met het oog op de terminologische coherentie, werden
3° van de Franse tekst de woorden « au soumissionnaire » vervangen door de woorden « à l'adjudicataire ». Art. 49.
dit artikel wordt artikel 136 van het besluit opgeheven. De toepassing van dit besluit op de opdrachten
de zin van artikel 3, § 3, van de wet wordt immers geregeld
artikel 1 van het koninklijk besluit van 6 februari 1997. Art. 50.Daar talrijke wijzigingen moeten worden aangebracht
de modellen van aankondiging vermeld
de bijlagen 2 tot 4, A tot E, en dit om ze
overeenstemming te brengen met de modellen van de richtlijn 97/52/EG, wordt het verkieselijk geacht de betrokken bijlagen
hun geheel te publiceren. Dat stelt de aanbestedende overheden
de mogelijkheid modellen te gebruiken die onmiddellijk operationeel zijn. Anderzijds werd bijlage 1 die de voorbeeldlijst bevat van
stellingen van openbaar nut en van bedoelde personen, vervolledigd. Art. 51.Dit artikel legt de
werkingtreding van dit ontwerp vast. Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige, en zeer getrouwe dienaar, De Eerste Minister, J.-L. DEHAENE ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE De RAAD VAN STATE, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 15 oktober 1998 door de Eerste Minister verzocht hem van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken"(L. 28.367/1), heeft op 28 januari 1999 het volgende advies gegeven : STREKKING VAN HET ONTWERP Het om advies voorgelegde ontwerp strekt ertoe, de richtlijn 97/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 1997 tot wijziging van de richtlijnen 92/50/EEG, 93/36/EEG en 93/37/EEG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, overheidsopdrachten voor leveringen respectievelijk overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken,
de
terne rechtsorde om te zetten. Daartoe wijzigt het ontwerp het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken. Tevens beoogt het ontwerp een aantal aanpassingen en verduidelijkingen
het voornoemde besluit aan te brengen, rekening houdend met de ervaring die opgedaan werd gedurende de periode dat het besluit werd toegepast. ONDERZOEK VAN DE TEKST Algemene opmerkingen 1. De Nederlandse tekst getuigt van een eerder slordige redactie en moet worden nagekeken,
zonderheid op zijn overeenstemming met de Franse tekst. Bij wijze van voorbeelden kunnen de volgende verbeteringen van de Nederlandse tekst worden gesuggereerd : - men schrijve,
artikel 3 van het ontwerp, na het 2°, "door de woorden"
plaats van "door woorden"; -
datzelfde artikel dienen na het 3°,
de tweede volzin, de woorden "de fundamentele belangen van de veiligheid van het land"
overeenstemming te worden gebracht met de woorden "la protection des
térêts essentiels du pays"
de Franse tekst. 2. Bij de overname van bestaande bepalingen wordt voorts de terminologie zonder aanwijsbare reden gewijzigd.Dit dient te worden vermeden. Een voorbeeld van een dergelijke wijziging is te vinden
de Nederlandse tekst van artikel 5 van het ontwerp, waarin het bepaalde
artikel 90, § 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten wordt hernomen
het ontworpen artikel 17bis. Die bepaling van artikel 90, § 3, tweede lid, luidt als volgt : "De
schrijver heeft voor de toepassing van voorgaande bepaling aan de voorschriften voldaan,
dien hij volgens zijn rekening, die ten laatste daags voor ... is opgemaakt". Deze bepaling verschilt
houdelijk niet wezenlijk van de bepaling
het ontworpen artikel 17bis, § 1, tweede lid, dat echter luidt als volgt : "De aannemer heeft voldaan aan zijn verplichtingen voor de toepassing van dit artikel
dien hij volgens de rekening die uiterlijk daags voor... afgesloten werd". Artikel 3 Artikel 3, 1°, van het ontwerp wijzigt artikel 16 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten. Aan het eerste lid van dat artikel, dat de openbare aanbesteding en de algemene offerteaanvraag betreft, wordt onder meer een bepaling toegevoegd naar luid waarvan de aanbestedende overheid voor de kwalitatieve selectie van de
schrijvers "(kan) oordelen dat de basisvoorschriften (lees : basisvoorwaarden) van financiële, economische en technische aard, vereist krachtens de wetgeving betreffende de erkenning van aannemers van werken, voldoende zijn". Die bepaling geeft aanleiding tot een aantal opmerkingen. Vooreerst is deze bepaling overbodig. Krachtens de artikelen 17 tot 20 van het koninklijk besluit van 8 januari l996 is de aanbestedende overheid immers niet verplicht een beroep te doen op de
die artikelen geboden mogelijkheden om aan de
schrijvers bijkomende eisen te stellen of om hun aanvullende
lichtingen te vragen
aanmerking te nemen referentieperiodes voor het beoordelen van de financiële en economische draagkracht en van de technische bekwaamheid
het verslag aan de Koning bij dat artikel 4 wordt gesteld hetgeen volgt : « alhoewel (
) artikel 17 niet opgelegd wordt dat een aannemer die zich
een uitsluitingstoestand bevindt, automatisch uitgesloten wordt van deelneming aan een opdracht, blijft het niettemin zo dat de aanbestedende overheid slechts bij uitzondering een opdracht kan gunnen aan een dergelijke aannemer, en dat haar beslissing tot niet-uitsluiting van deze laatste dient te worden gemotiveerd. » De rechtszekerheid zou gediend worden - en betwistingen over impliciete niet-uitsluitingen vermeden -
dien de bedoeling van de stellers van het ontwerp, zoals deze blijkt uit de aangehaalde commentaar, zou worden verwoord
een uitdrukkelijke bepaling. Deze zou als een tweede lid
artikel 17 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten kunnen worden
gevoegd en kan luiden als volgt : « De niet-uitsluiting van een aannemer die
één of meer van de voormelde gevallen verkeert, moet aanleiding geven tot een uitdrukkelijke beslissing
het ontworpen artikel 17bis is herhaaldelijk sprake van "de uiterste datum voor het "neerleggen" van de aanvragen tot deelneming". Om coherent te zijn met artikel 6, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten, waarin melding wordt gemaakt van de "ontvangst" van de aanvragen tot deelneming, vervange men
het ontworpen artikel 17bis
de aangehaalde uitdrukking telkens de woorden "het neerleggen" door "de ontvangst". 2. Duidelijkheidshalve zouden
de laatste volzin van de ontworpen paragraaf 1 de woorden "de beslissing tot selecteren van de kandidaten of tot het gunnen van de opdracht" beter worden vervangen door de woorden "de beslissing tot selecteren van de kandidaten bij een beperkte procedure of onderhandelingsprocedure of tot het gunnen van de opdracht bij een openbare procedure".3. Het ontworpen artikel 17bis neemt met enkele aanpassingen bepalingen over die
het huidige artikel 90 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten zijn vervat.Dat artikel wordt door artikel 37 van het ontwerp vervangen.
de aldus ontworpen nieuwe regeling worden de bepalingen van artikel 90, § 5 (de mogelijkheid voor de aanbestedende overheid om, bij ontstentenis van bepaalde attesten of documenten, zelf
lichtingen
te winnen) en § 8 (de mogelijkheid tot afwijking van bepaalde voorschriften bij gemotiveerde beslissing) niet opgenomen. De vraag rijst of dit werkelijk
de bedoeling ligt van de stellers van het ontwerp. 4. De beide paragrafen van het ontworpen artikel 17bis zijn luidens hun bewoordingen ook toepasselijk op de onderhandelingsprocedure, waarbij niet wordt gedifferentieerd naargelang het een onderhandelingsprocedure met of zonder bekendmaking betreft. Er kan daarbij worden opgemerkt dat de ontworpen bepalingen normaliter niet toepasbaar zijn op de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij gebrek aan aanvragen tot deelneming en een geformaliseerde selectiefase. Artikel 7
de Franse tekst van de ontworpen bepaling is sprake van "l'octroi ou la prise" van een erfpachtrecht of van een recht van opstal.
de Nederlandse tekst wordt enkel "het toekennen" van die rechten vermeld. Die discordantie tussen de Nederlandse en de Franse tekst moet worden weggewerkt. Aangezien
het verslag aan de Koning gewag wordt gemaakt van de toekenning "of het nemen" van een recht van opstal, moet wellicht de Nederlandse tekst van de ontworpen bepaling worden aangevuld met de woorden "of het nemen" na de woorden "het toekennen". Artikel 8
de na het 1° ontworpen bepaling vervange men, rekening houdend met opmerking 1 bij artikel 5 van het ontwerp, de woorden "het neerleggen" door "de ontvangst". Artikel 10 1.1. De
dit artikel na het 1° ontworpen bepaling vervangt het eerste lid van artikel 25, § 1, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten. Luidens de vigerende bepaling worden de
schrijvers van wie de offerte niet werd uitgekozen van dit feit "op de hoogte gebracht" door de aanbestedende overheid. De ontworpen bepaling voegt daar onder meer aan toe dat deze kennisgeving gebeurt "zo spoedig mogelijk en ten laatste wanneer de opdracht gegund wordt". Bij die aanvulling wenst de Raad van State het volgende op te merken. Vooreerst blijkt het woord "gegund"
de Nederlandse tekst van de ontworpen bepaling te moeten worden verstaan als het doen ontstaan van de overeenkomst. Dit moet worden afgeleid uit het gebruik van het woord "conclusion"
de Franse tekst. Krachtens artikel 117 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten is de opdracht "gegund" na kennisgeving bij een ter post aangetekende brief
artikel 8 van de richtlijn 93/37/EEG, lid 2 als volgt : « De aanbestedende diensten stellen de gegadigden en
schrijvers zo spoedig mogelijk en desgevraagd schriftelijk
kennis van de besluiten die zijn genomen
zake de gunning van de opdracht (...). » .
de overeenkomstige Franse tekst van die richtlijn 97/52/EG is bepaald hetgeen volgt : « Les pouvoirs adjudicateurs
forment dans les moindres délais les candidats et les soumissionnaires des décisions prises concernant l'adjudication du marché, (...) et par écrit si demande leur en est faite". Door het gebruik van het woord "adjudication"
de Franse tekst kan er moeilijk twijfel over bestaan dat
de aangehaalde richtlijn met "gunning" niet het sluiten van de overeenkomst is bedoeld (
dat geval zou er "conclusion" dienen te staan
de Franse tekst) maar wel degelijk de toewijzingsbeslissing. Uit wat voorafgaat volgt dat de ontworpen bepaling de richtlijn niet correct omzet : de richtlijn staat niet toe dat de gunning,
de betekenis van het sluiten van de overeenkomst, wordt genomen als laatst mogelijke ogenblik om te
formeren.
de Nederlandse tekst van de ontworpen bepaling moeten bijgevolg de woorden "en ten laatste wanneer de opdracht gegund wordt" worden vervangen door de woorden "en ten laatste wanneer de opdracht wordt toegewezen", en
de Franse tekst de woorden "au plus tard lors de la conclusion du marché" door "au plus tard lors de l'attribution du marché". 1.2. Artikel 25, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten wordt door het ontwerp niet gewijzigd,
zoverre
die bepaling aan de aanbestedende overheid een
formatieplicht wordt opgelegd die zij moet nakomen "na de gunning van de opdracht". Ook deze "tijdsbepaling" is als een afwijking te beschouwen van de richtlijn 97/52/EG die
haar artikel 3, lid 2,
artikel 8 van de richtlijn 93/37/EEG, lid 1, als volgt vervangt : « De aanbestedende dienst deelt binnen een termijn van 15 dagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van een schriftelijk verzoek aan ieder afgewezen gegadigde of
schrijver de redenen mede voor de afwijzing van zijn aanvraag of van zijn
schrijving op een aanbesteding, en ... » . Uit die bepaling kan niet worden afgeleid dat die mededeling pas "na de gunning van de opdracht" zou kunnen gebeuren. Aan het ontwerp moet bijgevolg een bepaling worden toegevoegd, luidens welke de woorden "na de gunning van de opdracht"
artikel 25, § 1, tweede lid, worden geschrapt, zodat de
leidende zin van dat lid zou luiden als volgt : « De aanbestedende overheid deelt binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek, mede : ... » . 1.
- De opmerkingen na punt 1.
- en 1.
- kunnen nog kracht worden bijgezet doordat de daarin aan kritiek onderworpen bepalingen al evenmin verenigbaar lijken met de doelstellingen van de richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures
zake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken.
de tweede en derde overweging van die richtlijn is immers te lezen wat volgt : « Overwegende dat de zowel op nationaal als op Gemeenschapsniveau bestaande voorzieningen die de toepassing van deze richtlijnen moeten waarborgen, het niet altijd mogelijk maken te waken over de naleving van de communautaire voorschriften,
het bijzonder
een stadium waarin de schendingen nog ongedaan kunnen worden gemaakt; Overwegende dat de openstelling van aanbestedingen voor mededinging uit de gehele Gemeenschap een aanzienlijke uitbreiding van de garanties
zake doorzichtigheid en non-discriminatie vereist en dat, wil deze openstelling tot concrete resultaten leiden, er doeltreffende en snelle beroepsprocedures moeten bestaan
geval van schending van het Gemeenschapsrecht
zake overheidsopdrachten of van nationale voorschriften waarin dit recht is omgezet;". Het is duidelijk dat een kennisgevingsplicht die pas geldt bij het ontstaan van de overeenkomst het, naargelang het geval, onmogelijk, moeilijk of,
de huidige stand van rechtspraak en rechtsleer, minstens betwist maakt dat beroepsinstanties de naleving van de voormelde voorschriften nog kunnen verzekeren
te voegen
artikel 25, § 1, tweede lid, 3°, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten. Er kan twijfel rijzen of die toevoeging, die een
formatieplicht aan de "winnaar"
houdt, op haar plaats is
artikel 25 dat voor het overige de
formatieplicht van de aanbestedende overheid regelt wat betreft niet geselecteerde of niet gekozen kandidaten. Mochten de stellers van het ontwerp de bedoelde
formatieplicht aan de aannemer
het ontwerp willen behouden, dan ware het beter deze op te nemen
artikel 117 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten.
elk geval schrijve men duidelijkheidshalve "aan de gekozen aannemer"
plaats van "aan de aannemer". 3. Bij artikel 10, 3°, van het ontwerp horen bij de woorden "ten laatste wanneer de opdracht gegund wordt"
het ontworpen tweede lid, gelijkaardige opmerkingen als hierboven gemaakt onder punt 1.bij eenzelfde bepaling. Die woorden moeten derhalve worden geschrapt. Ook bij de vigerende bepaling van artikel 25, § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten waarin sprake is van "na de gunning van de opdracht" passen gelijkaardige opmerkingen als hierboven gemaakt onder punt
- bij artikel 25, § 1, tweede lid, van dat koninklijk besluit.
- Bij artikel 10, 4°, van het ontwerp, kan eenzelfde opmerking worden gemaakt als hierboven onder punt 2., zij het dat hier de ontworpen aanvulling,
dien zij wordt behouden, dan aan artikel 122 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten zou kunnen worden toegevoegd. Daarbij moet echter nog worden opgemerkt dat, zelfs na de besproken wijziging, wat de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking betreft, enkel een
formatieplicht is opgelegd na ontvangst van een schriftelijk verzoek daartoe. Daarmee is niet voldaan aan het hoger aangehaalde artikel 8, lid 2, van de richtlijn 93/37/EEG, zoals gewijzigd door de richtlijn 97/52/EG, dat op het vlak van de spontane
formatieplicht geen onderscheid maakt tussen de onderscheiden procedures. Bijgevolg moet, ook wat de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking betreft, ter omzetting van de voormelde richtlijnen worden voorzien
een spontane
formatieplicht. 5. Bij artikel 10 van het ontwerp worden
het verslag aan de Koning
bepaalde gevallen de aanbestedende overheid een loting zou verrichten en haar beslissing zou motiveren op grond van het resultaat van deze loting. Die mogelijkheid wordt, zij het
geval van uitzonderlijke omstandigheden, aanvaard
het verslag. Aangezien deze beschouwingen echter niet
verband kunnen worden gebracht met de bepalingen die
artikel 10 van het ontwerp zijn ontworpen, dienen zij evenwel uit het verslag te worden geschrapt. Bovendien roept het systeem van de loting
elk geval vragen op vanuit de vereisten gesteld door de formele en de materiële motiveringsverplichting, zodat het niet gepast is dat omtrent de loting enkel
een verslag aan de Koning stelling wordt genomen. Artikel 16 1. Bij dit artikel gelden mutatis mutandis de opmerkingen gemaakt bij artikel 5 van het ontwerp.2.
het ontworpen artikel 43bis, § 1, eerste lid, is
de Nederlandse tekst sprake van een "bewijs" van de Rijksdienst voor sociale zekerheid.Deze term staat tegenover "attestation"
de Franse tekst. Op heel wat andere plaatsen
het ontworpen artikel 43bis en
het ontwerp staat tegenover het woord "attestation"
de Nederlandse tekst echter "attest". Men dient een keuze te maken tussen de twee termen en deze keuze consequent aan te houden. Artikel 18
de ontworpen bepaling vervange men, rekening houdend met opmerking 1 bij artikel 5 van het ontwerp, de woorden "het neerleggen" door "de ontvangst". Artikel 20 Bij dit artikel gelden mutatis mutandis de opmerkingen 1 tot 4, gemaakt bij artikel 10 van het ontwerp. Artikel 28 Bij dit artikel gelden mutatis mutandis de opmerkingen gemaakt bij artikel 5 van het ontwerp. Artikel 32 Men dient wellicht
het ontworpen artikel 78, § 2, tweede lid, de woorden "de aannemer van een overheidsopdracht voor aanneming van diensten" te vervangen door "de persoon bedoeld
§ 1
" en de woorden "overheersende
vloed kan uitoefenen op deze aannemer" door "overheersende
vloed kan uitoefenen op deze persoon".
het verslag aan de Koning wordt immers gesteld dat het begrip "gebonden onderneming" niet werd gewijzigd. Artikel 34 Bij dit artikel gelden mutatis mutandis de opmerkingen 1 tot 4, gemaakt bij artikel 10 van het ontwerp. Artikel 37 Dit artikel wijzigt volgens het verslag aan de Koning artikel 90, § 3, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten teneinde rekening te houden met de "meeste bepalingen
zake sociale zekerheid" die zijn "overgebracht naar de artikelen 17bis, 43bis en 69bis van het besluit (die de) kwalitatieve selectie (betreffen)". Bij artikel 5 van het ontwerp en het daarin ontworpen artikel 17bis vermeldt het verslag aan de Koning dat de bepalingen betreffende de niet-betaling van de bijdragen van de sociale zekerheid
het hoofdstuk over de kwalitatieve selectie werden
gevoegd teneinde deze
eender welk stadium van de procedure als uitsluitingsgronden te kunnen doen gelden.
bepaalde gevallen zal echter met het ontworpen artikel 90, § 3, dat doel niet kunnen worden bereikt. Het tijdsverloop tussen het ogenblik van de selectie en het ogenblik van de toewijzing kan immers meer dan een kalenderkwartaal bedragen. Bijgevolg is het mogelijk dat geselecteerde kandidaten die bij de selectie voldeden aan de bepalingen van de voormelde artikelen 17bis, 43bis en 69bis, niet meer aan die bepalingen voldoen op het ogenblik van de toewijzing. Op grond van de ontworpen paragraaf 3 zal
zulk geval de offerte niet onregelmatig kunnen worden verklaard : - noch met toepassing van het eerste lid van die paragraaf, aangezien die offerte als regelmatig kon worden beschouwd, nu de
schrijver "
orde (was) met de sociale zekerheid, overeenkomstig de artikelen 17bis, 43bis en 69bis"; - noch met toepassing van het tweede lid van die paragraaf,
geval het daarin bedoelde attest wordt voorgelegd en zelfs
dien daaruit blijkt dat de
schrijver niet
orde is met de sociale zekerheid : door de loutere voorlegging van het attest is aan de bepaling van dat tweede lid voldaan. Aldus wordt de bedoeling van het ontwerp, om een offerte van een
schrijver, die
de selectiefase wel, maar
de toewijzingsfase niet
orde is met de sociale zekerheid, te kunnen weren als zijnde onregelmatig, niet bereikt. Overigens worden
het ontworpen artikel 90, de mogelijkheden om toch niet onregelmatig verklaard te worden, die vervat zijn
de vigerende tekst van artikel 90, niet op deugdelijke wijze hernomen :
de ontworpen paragrafen 4 en 6 wordt immers verwezen naar respectievelijk de "voorschriften" en "bepalingen" van paragraaf 3, maar deze paragraaf bevat
de ontworpen redactie nog nauwelijks voorschriften. De besproken paragraaf 3 van het ontworpen artikel 90 zal bijgevolg volledig moeten worden herwerkt. Artikel 39 1. Wellicht is het de bedoeling van de stellers van het ontwerp, dat ook de leden van een tijdelijke vereniging dienen te voldoen aan de bepalingen van de ontworpen artikelen 17bis, 43bis en 69bis.
artikel 39 van het ontwerp dient bijgevolg na het 1° niet enkel de vermelding van artikel 103 te worden toegevoegd, maar ook van de artikelen 17bis, 43bis en 69bis. Het 1° moet dan geschreven worden als volgt : « 1°
§ 1
, tweede lid, worden de woorden "de artikelen 89 tot 92" vervangen door de woorden "de artikelen 17bis, 43bis, 69bis, 89 tot 92 en 103"". 2. De voormelde toevoeging van artikel 103
de bepaling van artikel 93, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten heeft tot doel het voorschrift dat een
schrijver slechts één offerte per opdracht mag
dienen, uit te breiden tot de leden van tijdelijke verenigingen. Men kan zich voorstellen dat onder de ontworpen regeling een
schrijver
eigen naam een offerte
dient maar ook een tijdelijke vereniging waarvan hij lid is, zulks doet. Een
schrijver zou ook als lid van meer dan één tijdelijke vereniging bij meer dan één offerte kunnen zijn betrokken.
het verslag aan de Koning wordt bij de ontworpen bepaling vermeld dat
dergelijke gevallen "de neergelegde offertes" onregelmatig zijn. Zulks dient duidelijkheidshalve
een bepaling van het ontwerp te worden opgenomen. 3. Krachtens voornoemd artikel 93, § 1, tweede lid, moeten de leden van een tijdelijke vereniging de bepalingen naleven van artikel 90 alsof zijzelf de
schrijver zouden zijn.Bij toepassing van die bepaling samen met artikel 93, § 2, is het mogelijk dat na de selectie van een tijdelijke vereniging, zij een offerte
dient terwijl zij slechts één geselecteerd lid telt. De niet-geselecteerde leden dienen dan eveneens
orde te zijn met de sociale zekerheid, opdat de offerte van die tijdelijke vereniging regelmatig zou zijn. Het valt moeilijk
te zien hoe de ontworpen bepalingen van artikel 90, § 3, op een dergelijke situatie toepasbaar kunnen zijn. Artikel 42 Na het 1° zijn
de Nederlandse tekst de woorden "de goed te keuren uitgave mag... niet overschrijden" niet de weergave van de vigerende bepaling. Men schrijve het 1° als volgt : « 1°
het tweede lid worden de woorden "mag dat goed te keuren bedrag ... niet hoger liggen dan het bedrag bepaald
artikel 53, § 3" vervangen door de woorden "mag de goed te keuren uitgave ... het bedrag bepaald
artikel 53, § 3, niet bereiken". Artikel 44 De vraag rijst hoe het ontworpen artikel 90, § 3, (artikel 37 van het ontwerp) van toepassing kan zijn op onderhandelingsprocedures zonder bekendmaking. Artikel 47 De aanvulling van de ontworpen bepaling met een concrete datum kan tot gevolg hebben dat er v'o'or die datum een publicatie is gebeurd
het Publicatieblad van de Europese Gemeeenschappen (dat dagelijks verschijnt) en na die datum een publicatie
het Bulletin der Aanbestedingen (dat slechts wekelijks verschijnt). Teneinde betwistingen te vermijden betreffende de vraag welke publicatie
zulk geval de toepassing van de ontworpen bepaling met zich meebrengt, zou artikel 47 kunnen worden aangevuld met een bepaling waarin bijvoorbeeld aan de publicatie
het voornoemde Publicatieblad voorrang wordt gegeven. De kamer was samengesteld uit : de heren : J. D. Verbiest, kamervoorzitter; M. Van Damme, J. Smets, staatsraden; G. Schrans, E. Wymeersch, assessoren van de afdeling wetgeving; Mevr. A. Beckers, griffier. De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd nagezien onder toezicht van de H. D. Verbiest. Het verslag werd uitgebracht door de H. J. Stevens, auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de H. W. Pas, adjunct-referendaris. De voorzitter, D. Verbiest. De griffier, A. Beckers. _______ Nota's
zake de kwalitatieve selectie van aannemers stelt "...
de mate dat de aanbestedende overheid verder wenst te gaan dan de erkenningseisen, moet zij bijkomende eisen opleggen en de gepaste documenten vragen" (Belgisch Staatsblad van 13 februari 1998, p. 4224, II, 2.1).
artikel 10 van het koninklijk besluit van 26 september 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 26/09/1991 pub. 12/09/2018 numac 2018013657 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van bepaalde toepassingsmaatregelen van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten tot vaststelling van bepaalde toepassingsmaatregelen van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, teneinde de financiële en economische draagkracht te berekenen, sprake van de totale omzet aan werken tijdens drie van de jongste acht jaren terwijl
artikel 18, 3°, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten melding wordt gemaakt van de totale omzet en de omzet
werken over de laatste drie boekjaren.
artikel 11 van het besluit van 26 september 1991 is, om de technische bekwaamheid te meten, sprake van werken uitgevoerd
de jongste acht jaren en van het gemiddelde aantal werklieden en kaderleden gedurende drie semesters vrij te kiezen uit de voorafgaande vijf jaren terwijl
artikel 19, 2° en 4°, van het besluit van 8 januari 1996 verwezen wordt naar de lijst van de werken uitgevoerd tijdens de laatste vijf jaar en de gemiddelde jaarlijkse personeelsbezetting tijdens de laatste drie jaar.
houd daarvan binnen vijf dagen per aangetekende brief wordt bevestigd.Nog luidens die bepaling wordt de kennisgeving geacht gedaan te zijn door afgifte van de brief of het telegram op het post- of telegraafkantoor, of de verzending per telex of telefax binnen de termijn gedurende dewelke de
schrijvers
gevolge artikel 116 door hun offerte gebonden blijven.
zonderheid wat het rechterlijk optreden betreft eens de overeenkomst is ontstaan.
- 25 MAART
- - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, zoals gewijzigd door de koninklijke besluiten van 10 januari 1996, 18 juni 1996 en 10 januari 1999; Gelet op het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 8 november 1998; Gelet op de richtlijn 89/665/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures
zake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken; Gelet op de richtlijn 92/50/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening; Gelet op de richtlijn 93/36/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen; Gelet op de richtlijn 93/37/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken; Gelet op de richtlijn 97/52/EG van het Europese Parlement en van de Raad van 13 october 1997 tot wijziging van de richtlijnen 92/50/EEG, 93/36/EEG en 93/37/EEG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, overheidsopdrachten voor leveringen respectievelijk overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken; Gelet op de Overeenkomst
zake overheidsopdrachten gesloten
het kader van het Algemeen Akkoord over de Douane- en Handelstarieven, ondertekend te Marrakech op 15 april 1994; Gelet op het advies van de Commissie voor de overheidsopdrachten van 6 juli 1998; Gelet op het advies van de
spectie van Financiën van 13 juli 1998; Gelet op het advies van de Raad van State van 28 januari 1999; Op de voordracht van Onze Eerste Minister en op het advies van Onze
Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.
artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de
schrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, hierna het besluit te noemen, wordt § 3 vervangen door de volgende bepaling : « § 3. Het bedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde van de overheidsopdrachten bedoeld
§ 1
is 203 miljoen frank en dit bedoeld
§ 2, 197 miljoen frank.
Deze bedragen, alsook de bedragen
de artikelen 2 en 24 van dit besluit worden door de Eerste Minister aangepast overeenkomstig de tweejaarlijkse herzieningen bepaald
artikel 6, 2, van de richtlijn 93/37/ EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken. ». Art. 2.
artikel 2, tweede lid, van het besluit, worden de woorden « eenenveertig miljoen frank zonder belasting op de toegevoegde waarde » vervangen door de woorden « 39,5 miljoen frank zonder belasting over de toegevoegde waarde ».
hetzelfde artikel, wordt een lid
gevoegd tussen het tweede en derde lid, luidend als volgt : «
geval van nieuwe werken bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken
de zin van artikel 17, § 2, 2°, b, van de wet, worden het totaal geraamde bedrag van de oorspronkelijke opdracht alsook het totaal geraamde bedrag voor de volgende werken
aanmerking genomen. ». Art. 3.
artikel 16 van het besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, worden de woorden « artikelen 17 tot 19 » vervangen door de woorden « artikelen 17 tot 20 ». Dit lid wordt aangevuld als volgt : « Evenwel en onverminderd de toepassing van artikel 17, kan de aanbestedende overheid echter oordelen dat de minimumvoorwaarden van financiële, economische en technische aard, vereist krachtens de wetgeving betreffende de erkenning van aannemers van werken, voldoende zijn. »; 2°
het tweede lid worden de woorden « onderhandelingsprocedure » en « artikelen 17 tot 19 » respectievelijk vervangen door de woorden « onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure
de zin van artikel 17, § 3, van de wet » en « artikelen 17 tot 20 »;3°
hetzelfde artikel, wordt een lid
gevoegd tussen het tweede en derde lid, luidend als volgt : « Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking
de zin van artikel 17, § 2, van de wet, kan de aanbestedende overheid het geheel of een gedelte van de artikelen 17 tot 20 van dit besluit toepasbaar maken.»; 4° het laatste lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « De aannemers van de andere Lid - Staten van de Europese Gemeenschap en, volgens de bepalingen en voorwaarden van de
ternationale akte die hen betreft, de aannemers van derde landen
de zin van artikel 24, die de vereiste kwalificaties bezitten moeten behandeld worden onder dezelfde voorwaarden als de nationale aannemers.Deze bepaling is niet van toepassing voor de werken die geheim verklaard werden, of waarvan de uitvoering gepaard moet gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen, overeenkomstig de van kracht zijnde wettelijke of reglementaire bepalingen of
dien de bescherming van de fundamentele belangen van de veiligheid van het land dit vereist. ». Art. 4.
artikel 17 van het besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, eerste zin, worden de woorden «
welk stadium van de procedure ook » toegevoegd na de woorden « kan uitgesloten worden van deelneming aan de opdracht »;2° het eerste lid, 5°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 5° die niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen
zake betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid, overeenkomstig de bepalingen van artikel 17bis;». Art. 5.Een artikel 17bis, luidend als volgt, wordt
het besluit
gevoegd : « Artikel 17bis.§ 1. De Belgische aannemer die personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders moet bij zijn aanvraag tot deelneming bij een beperkte of een onderhandelingsprocedure of bij zijn offerte bij een openbare procedure vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of van de offertes, al naargelang het geval, een attest van de Rijksdienst voor sociale Zekerheid voegen of aan de aanbestedende overheid voorleggen, waaruit blijkt dat hij voldaan heeft aan de voorschriften
zake bijdragen voor de sociale zekerheid en bestaanszekerheid. De aannemer heeft voor de toepassing van dit artikel aan de voorschriften voldaan,
dien hij volgens de rekening die ten laatste daags vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming bij een beperkte of een onderhandelingsprocedure of vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes bij een openbare procedure, is opgemaakt : 1° aan de Rijksdienst voor sociale Zekerheid al de vereiste aangiften heeft toegezonden, tot en met diegene die slaan op het voorlaatste afgelopen kalenderkwartaal vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of voor de ontvangst van de offertes, al naargelang het geval, en 2° op deze aangiften geen verschuldigde bijdragen van meer dan 100.000 frank moet vereffenen, tenzij hij voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen waarvan hij de termijnen strikt
acht neemt. Evenwel, zelfs wanneer de schuld aan bijdragen groter is dan 100.000 frank, zal de aannemer
orde beschouwd worden
dien hij, alvorens de beslissing tot selecteren van de kandidaten of tot het gunnen van de opdracht wordt genomen, al naargelang het geval, aantoont dat hij, de dag waarop het attest zijn toestand bepaalt, op een aanbestedende overheid
de zin van artikel 4, § 1 en § 2, 1° tot 8° en 10°, van de wet of op een overheidsbedrijf
de zin van artikel 26 van die wet, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn en waarvan het bedrag op 100.000 frank na, ten minste gelijk is aan de achterstallige bijdragen. § 2. Vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of van de offertes moet de buitenlandse aannemer bij zijn aanvraag tot deelneming bij een beperkte of een onderhandelingsprocedure of bij zijn offerte bij een openbare procedure toevoegen, of aan de aanbestedende overheid voorleggen, al naargelang het geval : 1° een attest dat uitgereikt werd door de bevoegde overheid en waarin bevestigd wordt dat hij, volgens de rekening die ten laatste daags vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of voor de ontvangst van de offertes al naargelang het geval, is opgemaakt, voldaan heeft op die datum aan de voorschriften
zake betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is.
dien een dergelijk document niet uitgereikt wordt
het betrokken land, kan het vervangen worden door een verklaring onder eed of een plechtige verklaring van de betrokkene vóór een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van dat land; 2° een attest overeenkomstig § 1,
dien hij personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders. § 3. De aanbestedende overheid kan
welk stadium van de procedure ook, met alle middelen die zij dienstig acht
lichtingen
winnen over de stand van de betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid van om het even welke kandidaat of
schrijver. ». Art. 6.Artikel 20 van het besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 20.§ 1.
dien de werken binnen het toepassingsveld vallen van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, moet
de aanvraag tot deelneming of
de offerte vermeld staan dat de kandidaat of de
schrijver
geschreven is op de lijst van de erkende aannemers
België of op een officiële lijst
een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap ofwel dat de kandidaat of de
schrijver zich beroept op de toepassing van artikel 3, § 1, 2°, van bovengenoemde wet.
dat geval voegt hij de nodige bewijsstukken bij zijn aanvraag tot deelneming of bij zijn offerte. De door het bevoegde organisme bevestigde
schrijving van een erkende aannemer op een officiële lijst
een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap vormt enkel een vermoeden van geschiktheid voor wat betreft de bepalingen van de artikelen 17, 1° tot 4° en 7°, 18, 2° en 3°, en 19, 2° en 4° en de
schrijving
het beroeps- of handelsregister. Het voordeel van de bepalingen van dit lid komt enkel de aannemers ten goede die gevestigd zijn
het land waar de officiële lijst is opgesteld. De gegevens die uit de
schrijving op een officiële lijst kunnen worden afgeleid, kunnen niet ter discussie worden gesteld. Niettemin kan met betrekking tot de betaling van de bijdragen aan de sociale zekerheid, van elke
geschreven aannemer bij elke opdracht een aanvullende verklaring worden geeist. § 2. De aanbestedende overheid kan van de kandidaten of van de
schrijvers de overlegging eisen van het bewijs van hun
schrijving
het beroeps- of handelsregister overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar ze gevestigd zijn. § 3. Binnen de grenzen van de artikelen 17 tot 19 en van § 1 en 2 van dit artikel, kan de aanbestedende overheid verlangen dat de kandidaten of de
schrijvers de overgelegde getuigschriften en documenten aanvullen of toelichten. ». Art. 7.
artikel 21, 5°, worden de woorden « ofwel
het toekennen van een erfpachtrecht met het oog op de bouw of de
richting van werken » vervangen door de woorden « ofwel
het toekennen of het nemen van een erfpachtrecht of van een recht van opstal met het oog op de bouw of de
richting van werken ». Art. 8.
artikel 22 van het besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° een § 1 luidend als volgt wordt
gevoegd : « § 1.Vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming bij beperkte of onderhandelingsprocedure of de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes bij openbare procedure, moet de promotor voldoen aan de eisen
zake kwalitatieve selectie bepaald door de aanbestedende overheid overeenkomstig de artikelen 17 tot 20. »; 2° de huidige tekst van artikel 22 zal een § 2 vormen waarin
het tweede lid de woorden « voegt hij bij zijn
schrijving » worden vervangen door de woorden « voegt hij bij zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte al naargelang het geval ». Art. 9.
artikel 24 van het besluit, worden de woorden « gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald
artikel 1, § 3, van dit besluit » vervangen door de woorden « zonder belasting over de toegevoegde waarde gelijk is aan of hoger is dan 203 miljoen frank ». Art. 10.
artikel 25 van het besluit worden § 1 tot 3 vervangen door de volgende bepalingen : « Artikel 25.- § 1. - Bij openbare aanbesteding en bij algemene offerteaanvraag worden de
schrijvers die niet geselecteerd werden of van wie de offerte als onregelmatig werd beschouwd of niet uitgekozen werd, door de aanbestedende overheid onverwijld van dit feit op de hoogte gebracht. De aanbestedende overheid deelt binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek, mede : 1° aan elke niet geselecteerde
schrijver, de motieven voor zijn niet-selectie;2° aan elke
schrijver van wie de offerte als niet regelmatig werd beschouwd, de motieven voor de verwerping;3° aan elke
schrijver waarvan de offerte niet werd uitgekozen en aan de aannemer, de gemotiveerde toewijzingsbeslissing van de opdracht. § 2. - Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure
de zin van artikel 17, § 3, van de wet, worden de niet-geselecteerde kandidaten onverwijld en ten laatste wanneer de uitnodiging tot het
dienen van de offerte verstuurd wordt door de aanbestedende overheid van dit feit op de hoogte gebracht. Anderzijds deelt de aanbestedende overheid binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek aan elke niet-geselecteerde kandidaat de motieven voor zijn niet-selectie mee. De
schrijvers van wie de offerte als niet-regelmatig werd beschouwd of waarvan de offerte niet werd uitgekozen worden door de aanbestedende overheid onverwijld van dit feit op de hoogte gebracht. De aanbestedende overheid deelt binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek, mede : 1° aan elke
schrijver van wie de offerte als niet regelmatig werd beschouwd, de motieven voor de verwerping;2° aan elke
schrijver van wie de offerte niet werd uitgekozen en aan de aannemer, de gemotiveerde toewijzingsbeslissing van de opdracht. § 3 - Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking
de zin van artikel 17, § 2, van de wet doch met uitzondering van de opdrachten waarvan het geraamd bedrag, zonder belasting over de toegevoegde waarde, het bedrag bepaald
artikel 1 van dit besluit niet bereikt, worden de niet weerhouden kandidaten of
schrijvers door de aanbestedende overheid onverwijld van deze beslissing op de hoogte gebracht. Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking
de zin van artikel 17, § 2, van de wet doch met uitzondering van de opdrachten die tot stand komen gewoon met een aangenomen factuur
de zin van artikel 122, 1°, van dit besluit deelt de aanbestedende overheid, binnen de vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek, aan elke
schrijver van wie de offerte niet werd uitgekozen en aan de aannemer, de gemotiveerde toewijzingsbeslissing van de opdracht mede. ». Art. 11.Artikel 26 van het besluit wordt door de volgende bepaling vervangen : « Artikel 26.De aanbestedende overheid brengt onverwijld de kandidaten of de
schrijvers, en voor de overheidsopdrachten onderworpen aan de Europese bekendmaking, het Bureau van officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen op de hoogte van het feit dat zij besloten heeft af te zien van de gunning van de opdracht of de procedure te herbeginnen. Zij deelt de motieven mee binnen vijftien dagen na de ontvangst van het schriftelijk verzoek van de kandidaten of
schrijvers. ». Art. 12.Artikel 27, § 2, van het besluit wordt door de volgende bepaling vervangen : « § 2. Het bedrag van de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen bedoeld
deze afdeling is 8,1 miljoen frank zonder belasting over de toegevoegde waarde. Dit bedrag is 5,2 miljoen frank voor de aanbestedende overheden vermeld
artikel 50, 2°, a, van dit besluit en voor de daarin bedoelde opdrachten. Deze bedragen, alsook de bedragen vermeld
de artikelen 29 en 50 worden door de Eerste Minister aangepast overeenkomstig de tweejaarlijkse herzieningen bepaald
artikel 5, § 1, van de richtlijn 93/36/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen. ». Art. 13.
artikel 29, eerste lid, van het besluit, worden de woorden « zonder belasting op de toegevoegde waarde, gelijk is aan of hoger is dan 30,9 miljoen frank » vervangen door de woorden « zonder belasting over de toegevoegde waarde, gelijk is aan of hoger is dan 29,6 miljoen frank ». Art. 14.
artikel 42 van het besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, worden de woorden « artikelen 43 tot 45 » vervangen door de woorden « artikelen 43 tot 46 »;2°
het tweede lid worden de woorden « onderhandelingsprocedure » en « artikelen 43 tot 45 » respectievelijk vervangen door de woorden « onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure
de zin van artikel 17, § 3, van de wet » en « artikelen 43 tot 46 »;3°
hetzelfde artikel, wordt een lid
gevoegd tussen het tweede en derde lid, luidend als volgt : « Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking
de zin van artikel 17, § 2, van de wet, kan de aanbestedende overheid het geheel of een gedeelte van de artikelen 43 tot 46 van dit besluit toepasbaar maken.»; 4° het laatste lid van dit artikel wordt door de volgende bepaling vervangen : « De leveranciers van de andere Lid-Staten van de Europese Gemeenschap en, volgens de bepalingen en voorwaarden van de
ternationale akte die hen betreft, de leveranciers van derde landen,
de zin van artikel 50, die de vereiste kwalificaties bezitten moeten onder dezelfde voorwaarden behandeld worden als de nationale leveranciers.Deze bepaling is niet van toepassing op de leveringen die geheim verklaard werden, of waarvan de uitvoering gepaard moet gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen, overeenkomstig de van kracht zijnde wettelijke of reglementaire bepalingen of
dien de bescherming van de fundamentele belangen van de veiligheid van het land dit vereist, noch op de opdrachten bedoeld
artikel 3, § 3, van de wet. ». Art. 15.
artikel 43 van het besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, eerste zin, worden de woorden «
welk stadium van de procedure ook » toegevoegd na de woorden « kan uitgesloten worden van deelneming aan de opdracht »;2° het eerste lid, 5° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 5° die niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen
zake betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid, overeenkomstig de bepalingen van artikel 43bis;». Art. 16.Een artikel 43bis, luidend als volgt, wordt
het besluit
gevoegd : « Artikel 43bis.§ 1. De Belgische leverancier die personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders moet bij zijn aanvraag tot deelneming bij een beperkte of een onderhandelingsprocedure of bij zijn offerte bij een openbare procedure vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of van de offertes, al naargelang het geval, een attest van de Rijksdienst voor sociale Zekerheid voegen of aan de aanbestedende overheid voorleggen, waaruit blijkt dat hij voldaan heeft aan de voorschriften
zake bijdragen voor de sociale zekerheid. De leverancier heeft voor de toepassing van dit artikel aan de voorschriften voldaan
dien hij volgens de rekening die ten laatste daags vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming bij een beperkte of een onderhandelingsprocedure of vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes bij een openbare procedure is opgemaakt : 1° aan de Rijksdienst voor sociale Zekerheid al de vereiste aangiften heeft toegezonden, tot en met diegene die slaan op het voorlaatste afgelopen kalenderkwartaal vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of voor de ontvangst van de offertes, al naargelang het geval, en 2° op deze aangiften geen verschuldigde bijdragen van meer dan 100.000 frank moet vereffenen, tenzij hij voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen waarvan hij de termijnen strikt
acht neemt. Evenwel, zelfs wanneer de schuld aan bijdragen groter is dan 100.000 frank, zal de leverancier
orde beschouwd worden
dien hij, alvorens de beslissing tot selecteren van de kandidaten of tot het gunnen van de opdracht wordt genomen, al naargelang het geval, aantoont dat hij, de dag waarop het attest zijn toestand bepaalt, op een aanbestedende overheid
de zin van artikel 4, § 1 en § 2, 1° tot 8° en 10°, van de wet of op een overheidsbedrijf
de zin van artikel 26 van die wet, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn en waarvan het bedrag op 100.000 frank na, ten minste gelijk is aan de achterstallige bijdragen. § 2. Vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of van de offertes moet de buitenlandse leverancier bij zijn aanvraag tot deelneming bij een beperkte of een onderhandelingsprocedure of bij zijn offerte bij een openbare procedure toevoegen of aan de aanbestedende overheid voorleggen, al naargelang het geval : 1° een attest dat uitgereikt werd door de bevoegde overheid en waarin bevestigd wordt dat hij, volgens de rekening die ten laatste daags vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of voor de ontvangst van de offertes al naargelang het geval, is opgemaakt, voldaan heeft op die datum aan de verplichtingen
zake betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is.
dien een dergelijk document niet uitgereikt wordt
het betrokken land, kan het vervangen worden door een verklaring onder eed of een plechtige verklaring van de betrokkene vóór een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van dat land; 2° een attest overeenkomstig § 1,
dien hij personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders.». Art. 17.Artikel 46 van het besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 46.§ 1. De door het bevoegde organisme bevestigde
schrijving van een erkende leverancier op een officiële lijst
een ander Lid-Staat van de Europese Gemeenschap vormt enkel een vermoeden van geschiktheid voor wat betreft de bepalingen van de artikelen 43, 1° tot 4° en 7°, 44, 2° en 3°, en 45, 1°, en de
schrijving
het beroeps- of handelsregister. Het voordeel van de bepalingen van dit lid komt enkel de leveranciers ten goede die gevestigd zijn
het land waar de officiële lijst is opgesteld De gegevens die uit de
schrijving op een officiële lijst kunnen worden afgeleid, kunnen niet ter discussie worden gesteld. Niettemin kan met betrekking tot de betaling van de bijdragen aan de sociale zekerheid, van elke
geschreven leverancier bij elke opdracht een aanvullende verklaring worden geëist. § 2. De aanbestedende overheid kan van de kandidaten of van de
schrijvers de overlegging eisen van het bewijs van hun
schrijving
het beroeps -of handelsregister overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar ze gevestigd zijn. § 3. Binnen de grenzen van de artikelen 43 tot 45 en van § 1 en 2 van dit artikel, kan de aanbestedende overheid verlangen dat de kandidaten of de
schrijvers de overgelegde getuigschriften en documenten aanvullen of toelichten. ». Art. 18.Een artikel 48bis, luidend als volgt wordt
het besluit
gevoegd : « Artikel 48bis.Vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming bij beperkte of onderhandelingsprocedure of de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes bij openbare procedure, moet de promotor voldoen aan de eisen
zake kwalitatieve selectie bepaald door de aanbestedende overheid overeenkomstig de artikelen 43 tot 46. ». Art. 19.
artikel 50 van het besluit worden de woorden « gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald
artikel 27, § 2, van dit besluit » vervangen door de woorden « zonder belasting over de toegevoegde waarde gelijk is aan of hoger is, dan, volgens het geval, 8,1 of 5,2 miljoen frank. ». Art. 20.
artikel 51 van het besluit worden § 1 tot 3 vervangen door de volgende bepalingen : « Artikel 51.- § 1. - Bij openbare aanbesteding en bij algemene offerteaanvraag worden de
schrijvers die niet geselecteerd werden of van wie de offerte als onregelmatig werd beschouwd of niet uitgekozen werd, door de aanbestedende overheid onverwijld van dit feit op de hoogte gebracht. De aanbestedende overheid deelt binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek, mede : 1° aan elke niet geselecteerde
schrijver, de motieven voor zijn niet-selectie;2° aan elke
schrijver van wie de offerte als niet regelmatig werd beschouwd, de motieven voor de verwerping;3° aan elke
schrijver waarvan de offerte niet werd uitgekozen en aan de aannemer, de gemotiveerde toewijzingsbeslissing van de opdracht. § 2. - Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure
de zin van artikel 17, § 3, van de wet, worden de niet-geselecteerde kandidaten onverwijld en ten laatste wanneer de uitnodiging tot het
dienen van de offerte verstuurd wordt door de aanbestedende overheid van dit feit op de hoogte gebracht. Anderzijds deelt de aanbestedende overheid binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek aan elke niet-geselecteerde kandidaat de motieven voor zijn niet-selectie mee. De
schrijvers van wie de offerte als niet-regelmatig werd beschouwd of waarvan de offerte niet werd uitgekozen worden door de aanbestedende overheid onverwijld van dit feit op de hoogte gebracht. De aanbestedende overheid deelt binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek, mede : 1° aan elke
schrijver van wie de offerte als niet regelmatig werd beschouwd, de motieven voor de verwerping;2° aan elke
schrijver van wie de offerte niet werd uitgekozen en aan de aannemer, de gemotiveerde toewijzingsbeslissing van de opdracht. § 3 - Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking,
de zin van artikel 17, § 2, van de wet doch met uitzondering van de opdrachten waarvan het geraamd bedrag, zonder belasting over de toegevoegde waarde, het bedrag bepaald
artikel 27 van dit besluit niet bereikt, worden de niet weerhouden kandidaten of
schrijvers door de aanbestedende overheid onverwijld van deze beslissing op de hoogte gebracht. Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking
de zin van artikel 17, § 2, van de wet doch met uitzondering van de opdrachten die tot stand komen gewoon met een aangenomen factuur
de zin van artikel 122, 1°, van dit besluit deelt de aanbestedende overheid, binnen de vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek, aan elke
schrijver van wie de offerte niet werd uitgekozen en aan de aannemer, de gemotiveerde toewijzingsbeslissing van de opdracht mede. ». Art. 21.Artikel 52 van het besluit wordt door de volgende bepaling vervangen : « Artikel 52.De aanbestedende overheid brengt onverwijld de kandidaten of de
schrijvers, en voor de overheidsopdrachten onderwo