{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, worden de woorden « waarin hij » vervangen door de woorden « waarin de betrokkene »;2° in de Franse tekst van § 3, tweede lid, worden de woorden « n'est obtenue » vervangen door de woorden « n'est accordée »;3° in de Franse tekst van § 4, tweede lid, worden de woorden « la demande en licenciement » vervangen door de woorden « l'action en licenciement »;4° in de Franse tekst van § 4, derde lid, worden de woorden « règles spéciales » vervangen door de woorden « règles particulières » en worden de woorden « contrairement aux » vervangen door de woorden « par dérogation aux »;5° in de Franse tekst van § 5, tweede lid, worden de woorden « est exécutée » vervangen door de woorden « est exercée ». Art. 119.In de Franse tekst van artikel 39/30 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden de woorden « s'effectue par » vervangen door de woorden « est effectuée par » en worden de woorden « de ceux qui » vervangen door de woorden « parmi ceux qui »;2° de tweede tot vierde zin van § 3, eerste lid, worden vervangen als volgt : « Si la mention est « insuffisant », l'intéressé reprend, à l'expiration de son mandat, la fonction dans laquelle il a été nommé en dernier lieu, le cas échéant en surnombre.Le premier président transmet au Service public fédéral Intérieur une ordonnance constatant la prolongation ou la fin du mandat. ». Art. 120.In de Franse tekst van artikel 39/31 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden de woorden « a lieu » vervangen door de woorden « est effectuée »;2° in § 4 worden de tweede tot vierde zin vervangen als volgt : « Au cas où cette mention est « insuffisant », l'intéressé reprend, à l'expiration de son mandat, la fonction dans laquelle il a été nommé en dernier lieu, le cas échéant en surnombre.Le premier président transmet au Service public fédéral Intérieur une ordonnance constatant la prolongation ou la fin du mandat. ». Art. 121.In de Franse tekst wordt artikel 39/32, § 3, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, vervangen als volgt : « Sans préjudice de l'alinéa 1er, les dérogations obtenues en application de l'article 39/45 sont suspendues d'office durant la durée fixée à l'alinéa 1er. Aucune nouvelle dérogation n'est accordée pendant cette période. ». Art. 122.In de Franse tekst van artikel 39/33, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de woorden « la décision définitive » vervangen door de woorden « l'évaluation définitive ». Art. 123.De Franse tekst van artikel 39/37 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, wordt vervangen als volgt : « Art. 39/37.- Les traitements, majorations et indemnités alloués aux membres du Conseil et du greffe sont fixés par la loi. ». Art. 124.In de Franse tekst van artikel 39/38 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2, tweede lid, worden de woorden « dans la position de disponibilité » vervangen door de woorden « en disponibilité »;2° § 3, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « Le Roi décide du maintien en activité des membres du greffe, sur avis du Conseil des ministres.». Art. 125.De eerste zin van de Franse tekst van artikel 39/39 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, wordt vervangen als volgt : « Art. 39/39.- Les membres du Conseil et du greffe qui, atteints d'une infirmité grave et permanente, ne sont plus en mesure de remplir convenablement leur fonction et qui n'ont pas demandé leur mise à la retraite, sont avertis d'office par le premier président, par lettre recommandée à la poste. ». Art. 126.In de Franse tekst van artikel 39/40, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de woorden « n'a pas demandé sa retraite » vervangen door de woorden « n'a pas demandé sa mise à la retraite ». Art. 127.In artikel 39/41, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de woorden « Van de beslissing » vervangen door de woorden « Van de in artikel 39/40 bedoelde beslissing ». Art. 128.De Franse tekst van artikel 39/44, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, wordt vervangen als volgt : « Art. 39/44.- La décision visée à l'article 39/42 est envoyée au ministre dans les quinze jours qui suivent le moment où elle a acquis force de chose jugée. ». Art. 129.In de Franse tekst van artikel 39/49, vierde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de woorden « Les titulaires détachés » vervangen door de woorden « Les membres détachés » en worden de woorden « Le temps qu'ils passent dans la position de » vervangen door de woorden « la période de ». Art. 130.In de Franse tekst van artikel 39/50, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de woorden « moyennant l'avis » vervangen door de woorden « sur l'avis ». Art. 131.In de Franse tekst van artikel 39/55 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord « renouvelable : » vervangen door het woord « renouvelable.»; 2° in het tweede lid worden de woorden « Personne ne peut » vervangen door de woorden « Nul ne peut ». Art. 132.De Franse tekst van artikel 39/57, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, wordt vervangen als volgt : « Le recours en annulation visé à l'article 39/2, § 1er, alinéa 3, et § 2, doit être introduit par requête dans les trente jours suivant la notification de la décision contre laquelle il est dirigé. ». Art. 133.In de Franse tekst van artikel 39/58, vierde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de woorden « Toute signification » vervangen door de woorden « Toute notification ». Art. 134.In artikel 39/59 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « worden de door de verzoekende partij aangehaalde feiten als bewezen geacht » vervangen door de woorden « worden de door de verzoekende partij vermelde feiten als bewezen geacht, tenzij deze feiten kennelijk onjuist zijn »;2° in de Franse tekst van § 2, tweede lid, worden de woorden « Toute signification » vervangen door de woorden « Toute notification ». Art. 135.In artikel 39/64, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de woorden « artikel 39/77, § 1, eerste lid » vervangen door de woorden « artikel 39/77, § 1, derde lid ». Art. 136.In de Franse tekst van artikel 39/71 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de woorden « le mode de signification » vervangen door de woorden « le mode de notification ». Art. 137.In de Franse tekst van artikel 39/72, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord « signifié » vervangen door het woord « notifié » en wordt het woord « signification » telkens vervangen door het woord « notification »;2° in het tweede lid worden de woorden « cette taxe » vervangen door de woorden « ce droit ». Art. 138.In artikel 39/76 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, tweede lid, worden de woorden « aan twee voorwaarden » vervangen door de woorden « aan de twee volgende voorwaarden »;2° in § 1, tweede lid, 1°, worden de woorden « artikel 39/72, § 1 » vervangen door de woorden « artikel 39/72, § 2 »;3° in de Franse tekst van § 1, tweede lid, 1°, worden de woorden « cette dernière requête » vervangen door de woorden « cette demande »;4° in § 3, tweede lid, worden de woorden « 52/2, § 1 of § 2, 3°, 4° of 5° » vervangen door de woorden « 52/2, § 1 of § 2, 3° of 4° ». Art. 139.In artikel 39/77 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de Franse tekst van § 1, eerste lid, worden de woorden « Celui-ci » vervangen door de woorden « Ce greffier » en worden de woorden « la signification » vervangen door de woorden « la notification »;2° in § 3 worden de woorden « de in § 1, vijfde lid, bepaalde termijn » vervangen door de woorden « de in § 1, tweede lid, bepaalde termijn ». Art. 140.In artikel 39/79 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de Franse tekst van § 1, eerste lid, worden de woorden « Sauf accord de l'intéressé » vervangen door de woorden « § 1er.Sauf accord de l'intéressé »; 2° in § 1, tweede lid, 2°, worden de woorden « artikel 11, §§ 1 en 2 » vervangen door de woorden « artikel 11, § 1 of 2 »;3° in § 2, eerste lid, worden de woorden « § 1, tweede lid, 6° en 7° » vervangen door de woorden « § 1, tweede lid, 7° en 8° ». Art. 141.Artikel 55, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, wordt : 1° met ingang van 1 december 2006 hersteld in zijn lezing zoals deze bestond daags voor deze wijziging;2° op de datum vermeld in artikel 231 van de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, hersteld in zijn lezing zoals deze volgt uit deze wijziging. Art. 142.De artikelen 57/11, § 1, eerste lid, 57/13, 57/14bis en 57/16, derde tot vijfde lid, van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden, met ingang van 1 december 2006, hersteld in hun lezing zoals deze bestond daags voor hun opheffing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen vermeld in het eerste lid worden opgeheven op de datum bedoeld in artikel 231 van de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1. Art. 143.In artikel 57/23bis, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de woorden « te verwerpen, aan de Commissaris-generaal » vervangen door de woorden « te verwerpen en aan de Commissaris-generaal ». Art. 144.De artikelen 57/24 tot 57/27, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden : 1° met ingang van 1 december 2006 hersteld in hun lezing zoals deze bestond daags voor deze wijzigingen;2° op de datum vermeld in artikel 231 van de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, hersteld in hun lezing zoals deze volgt uit deze wijzigingen. HOOFDSTUK III. - Wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 Art. 145.In de Franse tekst van het opschrift van Titel IX van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de woorden « LE RETARD JUDICIAIRE » vervangen door de woorden « L'ARRIERE JURIDICTIONNEL ». Art. 146.In artikel 123 van dezelfde wetten, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, wordt het cijfer 70 vervangen door het cijfer 76 en wordt het cijfer \"3\" vervangen door het cijfer \"6\";2° § 3, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « In functie van de noden van de dienst wijst de auditeur-generaal of de adjunct-auditeur-generaal ieder wat hem betreft, de in overtal benoemde leden van het auditoraat toe aan de afdeling van het auditoraat die hij bepaalt.Hij maakt hiervan melding in het in artikel 74/6 bepaalde werkingsverslag. ». HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Art. 147.In artikel 230 van de wet van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten1 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor de Vreemdelingenbetwistingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « verzoekschrift tot nietigverklaring » vervangen door de woorden « beroep tot nietigverklaring »;2° in § 1, tweede lid, worden de woorden « het in het eerste lid bepaalde verzoek » vervangen door de woorden « de in het eerste lid bepaalde mededeling ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-148\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 148</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 234, § 2, vijfde lid, van dezelfde wet worden de woorden « binnen de in het tweede lid gestelde termijn » vervangen door de woorden « binnen de in het derde lid gestelde termijn »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-149\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 149</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 235 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « § 2.Inzake beroepen die op de datum vastgesteld in artikel 243, derde lid, aanhangig zijn en waarvoor nog geen rechtsdag bepaald is, evenals voor beroepen die ingediend zijn vanaf deze datum, heeft de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen dezelfde bevoegdheid als die welke bij deze wet aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wordt toegekend. »; 2° in § 2, derde lid, worden de woorden « artikelen 39/9 » vervangen door de woorden « artikelen 39/10 »;3° § 2 wordt aangevuld met het volgende lid : « In afwachting van de eerste aanwijzing van de eerste voorzitter en van de voorzitter van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, blijven de eerste voorzitters en de voorzitters van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen op grond van artikel 236 hun bevoegdheden uitoefenen voor wat betreft de verdeling van de zaken en de leiding van de dienst.Zij worden vervangen door de eerste voorzitter en de voorzitter van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen op de datum van de eerste aanwijzing van dezen overeenkomstig artikel 236, § 1. »; 4° § 3, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « § 3.Inzake beroepen die op de datum vastgesteld in artikel 243, derde lid, aanhangig zijn en waarvoor nog geen rechtsdag bepaald is, vraagt de eerste voorzitter of het door hem aangewezen lid bovendien, bij aangetekend schrijven, aan de verzoekende partij of zij wenst het geding voort te zetten en, in voorkomend geval, het aanhangige verzoekschrift te vervolledigen opdat het voldoet aan de procedurele voorschriften die gelden voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. »; 5° in § 3, vierde lid, worden de woorden « het tweede lid », vervangen door de woorden « het eerste lid »;6° in § 3, vijfde lid, worden de woorden « het tweede lid » vervangen door de woorden « het derde lid »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-150\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 150</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 236, § 3, eerste lid, van dezelfde wet vervalt het woord « respectievelijk »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 151</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de Franse tekst van artikel 237, § 1, van dezelfde wet worden de woorden « se fait par le Roi, par voie d'arrêté » vervangen door de woorden « est faite par le Roi, par arrêté »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 152</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 238 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de Franse tekst van § 1 worden de woorden « se fait par le Roi, par voie d'arrêté » vervangen door de woorden « est faite par le Roi, par arrêté »;2° in § 2, tweede lid, worden de woorden « eerste termijn van vier jaar » vervangen door de woorden « eerste termijn van vijf jaar »;3° in § 2, derde lid, worden de woorden « bepaalde termijn van vier jaar » vervangen door de woorden « bepaalde termijn van vijf jaar »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 153</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de Franse tekst van artikel 239 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « se fait par le Roi, par voie d'arrêté » vervangen door de woorden « est faite par le Roi, par arrêté »;2° in § 3 worden de woorden « l'évaluation de celles-ci » vervangen door de woorden « l'appréciation de celles-ci »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 154</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de Franse tekst van artikel 240 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « se fait par » vervangen door de woorden « est faite par »;2° in § 2, tweede lid, worden de woorden « au moins » ingevoegd tussen de woorden « vingt juges au contentieux des étrangers aient » en de woorden « prêté serment »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-155\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 155</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de Franse tekst van artikel 241, § 1, van dezelfde wet worden de woorden « se fait par le Roi, par voie d'arrêté » vervangen door de woorden « est faite par le Roi, par arrêté »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 156</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de Franse tekst van artikel 242, § 2, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden « des mandataires » vervangen door de woorden « des titulaires de mandat ». HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding Art. 157.De artikelen 114 tot 149 hebben uitwerking met ingang van 1 december 2006 De artikelen 150 tot 156 hebben uitwerking met ingang van 6 oktober 2006.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL IV. - Infrastructuur Art. 158.Instemming wordt betuigd met het samenwerkingsakkoord van 17 november 2006 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap betreffende het wederzijds consulteren bij het opstellen van regelgeving inzake elektronische communicatienetwerken, het uitwisselen van informatie en de uitoefening van de bevoegdheden met betrekking tot elektronische communicatienetwerken door de regulerende instanties bevoegd voor telecommunicatie of radio-omroep en televisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL V. - Volksgezondheid ENIG HOOFDSTUK. - Oprichting van kamers van eerste aanleg en kamers van beroep bij de dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het RIZIV Art. 159.In artikel 145 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, opgeheven bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken sluiten en hersteld bij de wet van 13 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, tweede lid, 3°, en derde lid, 3°, worden de woorden « § 1, » ingevoegd tussen de woorden « artikel 140, » en de woorden « eerste lid »;2° in § 1, derde lid, 1°, worden de woorden « van de in artikel 40 » vervangen door de woorden « bij de in artikel 40 » en de woorden « hoven van beroep of arbeidshoven » vervangen door de woorden « hof van beroep of arbeidshof »;3° in § 3, tweede lid, wordt het woord « voorzitter » vervangen door het woord « voorzitters ». Art. 160.De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 27 december 2006.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : Voor de Eerste Minister, afwezig : De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX Voor de Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Consumentenzaken, afwezig : De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL Voor de Minister van Economie, afwezig : De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota's (1) Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 51-2761 - 2006/2007 : 001 : Wetsontwerp 002 tot 005 : Amendementen. 006 : Corrigendum 007 tot 009 : Verslagen. 010 : Tekst aangenomen door de commissies. 011 : Advies van de Raad van State. 012 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal verslag : 19 en 20 december 2006.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stukken van de Senaat : 3-1989-2006/2007 : Nr. 1 : Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 2 : Amendementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nrs 3 tot 6 : Verslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 7 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen van de Senaat : 23 december 2006 Samenwerkingsakkoord van 17 november 2006 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franstalige Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap betreffende het wederzijds consulteren bij het opstellen van regelgeving inzake elektronische communicatienetwerken, het uitwisselen van informatie en de uitoefening van de bevoegdheden met betrekking tot elektronische communicatienetwerken door de regulerende instanties bevoegd voor telecommunicatie of radio-omroep en televisie Gelet op de artikelen 127 en 130 van de Grondwet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de artikelen 4, 6°, en 92bis, §§ 1 en 5, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten5 tot hervorming der instellingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de artikelen 4, § 1, en 55bis van de wet van 31 december 1983Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten4 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (\"Kaderrichtlijn\");</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op Richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (\"Machtigingsrichtlijn\");</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op Richtlijn 2002/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (\"Toegangsrichtlijn\");</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op Richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (\"Universeledienstrichtlijn\");</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (Richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie);</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op Richtlijn 2002/77/EG van de Commissie van 16 september 2002 betreffende de mededinging op de markten voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de bevoegdheden inzake omroep en telecommunicatie dermate verstrengeld zijn dat er met betrekking tot de toepassing van de regelgeving een pragmatische en werkzame vorm van samenwerking noodzakelijk is tussen de regulerende instanties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat dit samenwerkingsakkoord en de toepassing ervan geen afbreuk mogen doen aan de bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de gemeenschappen zoals vastgelegd in de toepasselijke wetgeving en gepreciseerd door de relevante rechtspraak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op artikel 3, § 4, van de Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (\"Kaderrichtlijn\") dat bepaalt dat « De lidstaten de door de nationale regelgevende instanties uit te voeren taken op een gemakkelijk toegankelijke wijze bekendmaken, met name wanneer die taken aan meer dan één lichaam worden toegewezen. De lidstaten zorgen in voorkomend geval voor overleg en samenwerking tussen die instanties onderling en tussen die instanties en de nationale instanties belast met de uitvoering van het mededingingsrecht en de nationale instanties belast met de uitvoering van het consumentenrecht, in aangelegenheden van gemeenschappelijk belang. Indien meer dan één instantie bevoegd is om die aangelegenheden te behandelen, zorgen de lidstaten ervoor dat de respectieve taken van elke instantie in een gemakkelijk toegankelijke vorm bekendgemaakt worden. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de convergentie tussen de sectoren radio-omroep en televisie en telecommunicatie leidt tot een despecialisatie van de infrastructuur en de netwerken en tot het ontstaan van nieuwe diensten, die niet meer beantwoorden aan de klassieke begrippen van omroep en telecommunicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het Arbitragehof in zijn arrest nr. 132/2004 van 14 juli 2004 vaststelt dat « de recente technologische ontwikkelingen tot gevolg hebben dat de afbakening van de radio-omroep en de televisie, enerzijds, en de telecommunicatie, anderzijds, niet meer kan gebeuren aan de hand van technische criteria zoals de onderliggende infrastructuur, de gebruikte netwerken of de eindapparatuur, doch wel aan de hand van inhoudelijke en functionele criteria. » (B.4.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het Arbitragehof in voornoemd arrest erop wijst dat « de radio-omroep, die de televisie omvat, van de andere vormen van telecommunicatie kan worden onderscheiden doordat een radio-omroepprogramma openbare informatie verspreidt en vanuit het oogpunt van degene die uitzendt, bestemd is voor het publiek in het algemeen of voor een deel ervan en geen vertrouwelijk karakter heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Diensten die geïndividualiseerde en door een vorm van vertrouwelijkheid gekenmerkte informatie leveren, vallen daarentegen niet onder de radio-omroep en behoren tot de bevoegdheid van de federale wetgever. » (B.10.1). « Doorslaggevend voor radio-omroep en televisie is het ter beschikking stellen van openbare informatie voor het publiek in het algemeen. In een evolutieve interpretatie van het omroepbegrip omvat dit ook het uitzenden op individueel verzoek. Omroepactiviteiten verliezen niet hun aard omdat met de evolutie van de techniek aan de kijker of luisteraar een ruimere mogelijkheid van eigen keuze wordt geboden. » (B.10.2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat in het stelsel van bevoegdheidsverdeling de aangelegenheid van radio-omroep en televisie, enerzijds, en de andere vormen van telecommunicatie, anderzijds, aan onderscheiden wetgevers zijn toevertrouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het Arbitragehof eraan herinnert dat « radio-omroep en televisie aangewezen zijn als een culturele aangelegenheid en die kwalificatie als uitgangspunt van elke interpretatie hoort te worden genomen. De bevoegdheid van de Gemeenschappen is niet gebonden aan een wijze van uitzenden of overbrengen. Zij staat de gemeenschappen toe de technische aspecten van de overdracht te regelen die een accessorium zijn van de aangelegenheid van radio-omroep en televisie. Het regelen van de overige aspecten van de infrastructuur, waarin onder meer de algemene politie van de radio-elektrische golven is begrepen, behoort tot de bevoegdheid van de federale wetgever. » (B.4.2). « De federale wetgever is bevoegd om de andere aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij te regelen, enerzijds, op basis van zijn residuaire bevoegdheid en, anderzijds, op basis van de hem voorbehouden bevoegdheid, onder meer inzake de economie, waartoe behoren de algemene regels inzake de bescherming van de verbruiker, het prijsbeleid, het mededingingsrecht, het handelsrecht en de vestigingsvoorwaarden. » (B.11.1.).</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dan ook dat de federale overheid niet de enige overheid is die bevoegd is om de aangelegenheid elektronische communicatienetwerken en -infrastructuur te regelen en dat er een « absolute noodzaak is om te voorzien in samenwerking tussen de federale overheid en de gemeenschappen bij het bepalen van de bevoegdheden van de regulator. » (B.5.1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat « in de regel de afwezigheid van samenwerking in een aangelegenheid waarvoor de bijzondere wetgever daartoe niet in een verplichting voorziet, geen schending inhoudt van de bevoegdheidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te dezen zijn evenwel de bevoegdheden van de federale Staat en de gemeenschappen inzake de elektronische communicatie-infrastructuur, ten gevolge van de technologische evolutie, dermate verweven geworden dat ze niet meer dan in onderlinge samenwerking kunnen worden uitgeoefend. Daaruit volgt dat de wetgever, door eenzijdig de bevoegdheid van de regulator te regelen, het evenredigheidsbeginsel heeft geschonden dat eigen is aan elke bevoegdheidsuitoefening. » (B.6.2.).</p>\n<p class=\"lf-p\">De Federale Staat vertegenwoordigd door Mevr. Van den Bossche, Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Consumentenzaken, en dhr. Verwilghen, Minister van Economie, De Vlaamse Gemeenschap vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering in de persoon van de heer Leterme, Minister-president en de heer Bourgeois, Minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme, De Franstalige Gemeenschap vertegenwoordigd door de Regering van de Franstalige Gemeenschap in de persoon van Mevr. Arena, Minister-president en Mevr. Lanaan, Minister van Cultuur, Audiovisuele Sector en Jeugd, De Duitstalige Gemeenschap vertegenwoordigd door de Regering van de Duitstalige Gemeenschap in de persoon van de heer Lambertz, Minister-president en Mevr. Weykmans, Minister van Cultuur en Media, Monumentenzorg, Jeugd en Sport, zijn overeengekomen om de volgende tekst ter goedkeuring aan de federale Wetgevende Kamers en de Parlementen van de Gemeenschappen voor te leggen :</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit samenwerkingsakkoord betreft een regeling omtrent het opstellen van regelgeving met betrekking tot elektronische communicatienetwerken, het uitwisselen van informatie en de uitoefening van de bevoegdheden met betrekking tot elektronische communicatienetwerken door de regulerende instanties bevoegd voor telecommunicatie of radio-omroep en televisie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit samenwerkingsakkoord wordt verstaan onder : 1° elektronisch-communicatienetwerk : de actieve of passieve transmissiesystemen en, in voorkomend geval, de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen;2° regulerende instantie : -voor wat betreft de federale Staat : Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie/Institut belge des services postaux et des télécommunications/Institut für Postdienste und Telekommunikation; - voor wat betreft de Vlaamse Gemeenschap : Vlaams Commissariaat voor de Media; - voor wat betreft de Franstalige Gemeenschap : Conseil supérieur de l'Audiovisuel; - voor wat betreft de Duitstalige Gemeenschap : Medienrat</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke ontwerpbeslissing van een regulerende instantie die betrekking heeft op elektronische communicatienetwerken wordt door de desbetreffende instantie overgemaakt aan de andere regulerende instanties die zijn opgesomd in artikel 2, 2°, van dit samenwerkingsakkoord De regulerende instanties die geconsulteerd worden bezorgen binnen de 14 kalenderdagen hun opmerkingen aan de regulerende instantie die de ontwerpbeslissing heeft overgemaakt. Binnen deze termijn kan elk van de regulerende instanties die geconsulteerd worden vragen dat de ontwerpbeslissing aanhangig wordt gemaakt bij de Conferentie van Regulatoren voor de elektronische Communicatiesector (hierna genoemd de CRC). Dit verzoek tot onmiddellijke overmaking aan de CRC wordt gemotiveerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokken regulerende instantie neemt de opmerkingen in aanmerking die de andere regulerende instanties eraan bezorgd hebben en maakt de gewijzigde ontwerpbeslissing over aan de andere regulerende instanties. Deze laatste beschikken na ontvangst van de gewijzigde ontwerpbeslissing over een termijn van 7 kalenderdagen waarbinnen zij kunnen vragen dat de gewijzigde ontwerpbeslissing aanhangig wordt gemaakt bij de CRC. Ontwerpbeslissingen en opmerkingen omtrent ontwerpbeslissingen worden steeds gemotiveerd vanuit het oogpunt van de wettelijke bevoegdheid van diegene die de ontwerpbeslissing of de opmerking overmaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na afloop van de in het tweede en derde lid voorziene termijn wordt de ontwerpbeslissing geacht, behoudens tegenbewijs, geen afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de andere regulerende instanties. Art. 4.Voorlopige maatregelen die genomen worden door een regulerende instantie in geval van hoogdringendheid en wanneer er een risico op een moeilijk te herstellen, ernstig nadeel bestaat, worden vrijgesteld van de toepassing van artikel 3 van dit samenwerkingsakkoord. Zij worden echter onverwijld ter kennis gebracht van de andere regulerende instanties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorlopige maatregelen duren in geen geval langer dan twee weken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien zij langer nodig zouden zijn, moeten zij het voorwerp uitmaken van een ontwerpbeslissing en zijn zij onderworpen aan de procedure van artikel 3. Art. 5.De CRC wordt opgericht en is een samengesteld uit de vier leden van de Raad van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, twee leden van de regulerende instantie van de Vlaamse Gemeenschap, twee leden van de regulerende instantie van de Franstalige Gemeenschap en één lid van de regulerende instantie van de Duitstalige Gemeenschap. Voor de toepassing van dit samenwerkingsakkoord wordt de in dit lid omschreven samenstelling van de CRC aanzien als de gebruikelijke samenstelling van de CRC. De CRC heeft rechtspersoonlijkheid en neemt haar huishoudelijk reglement aan. Het huishoudelijk reglement van de CRC treedt pas inwerking na goedkeuring door het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en Televisie waarvan sprake in artikel 9 van dit samenwerkingsakkoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen alle beslissingen van de CRC kan binnen de 60 dagen nadat de beslissing aangetekend ter kennis werd gebracht van de belanghebbende partijen, bij het hof van beroep te Brussel, rechtsprekend zoals in kortgeding, beroep met volle rechtsmacht worden ingesteld waarbij het hof de bestreden beslissing kan vervangen door een nieuwe beslissing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beroep wordt bij verzoekschrift ingesteld tegen de CRC. Het hof van beroep te Brussel stelt de partijen die belang hebben bij de bestreden beslissing met een aangetekend schrijven in kennis van het bestaan van het beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beroep vermeld in deze paragraaf heeft geen schorsende werking tenzij indien het hof de schorsing van de bestreden beslissing uitspreekt. Voor alle aspecten die betrekking hebben op de procedure voor het hof van beroep van Brussel, is het Gerechtelijk Wetboek van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leden van de CRC die deel uitmaken van de gebruikelijke samenstelling van de CRC duiden elk jaar op de verjaardag van de inwerkingtreding van dit samenwerkingsakkoord in hun midden een voorzitter en een lid die het secretariaat zal waarnemen aan, waarbij voor beide functies een beurtrol wordt gerespecteerd tussen de leden van de CRC. Elke beslissing van de CRC wordt genomen bij consensus tussen de aanwezige regulerende instanties. De leden van een regulerende instantie onthouden zich bij de stemming indien er geen eensluidend standpunt is tussen die leden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van haar werking en bij het nemen van beslissing neemt de CRC de regels en principes zoals bepaald in het toepasselijk Europees regelgevend kader in acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en Televisie waarvan sprake in artikel 9 van dit samenwerkingsakkoord neemt op verzoek van een Minister tot wiens bevoegdheden het beheer behoort van een regulerende instantie die is opgesomd in artikel 2, 2°, van dit samenwerkingsakkoord, de beslissing van de CRC in de plaats van de CRC in zijn gebruikelijke samenstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en Televisie beslist in dit geval bij consensus. In het kader van haar werking en bij het nemen van beslissing neemt het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en Televisie de regels en principes zoals bepaald in het toepasselijk Europees regelgevend kader in acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en Televisie kan maar op basis van de procedure die omschreven is in het vorige lid een beslissing nemen nadat een periode van 75 kalenderdagen is verstreken tijdens dewelke de CRC in zijn gebruikelijke samenstelling beraadslaagd heeft omtrent het punt dat voor beslissing voorligt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de 30ste kalenderdag van de voormelde periode van 75 kalenderdagen kan een regulerende instantie die een ontwerpbeslissing aanhangig heeft gemaakt bij de CRC aan elk van de regulerende instanties die weigeren om in te stemmen met de aanhangig gemaakte ontwerpbeslissing vragen dat zij binnen de 15 kalenderdagen een gedetailleerd tegenvoorstel voorlegt aan de CRC. De regulerende instantie die in voorkomend geval binnen de termijn van 15 kalenderdagen nalaat om een gedetailleerd tegenvoorstel voor te leggen wordt geacht in te stemmen met de aanhangig gemaakte ontwerpbeslissing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regulerende instantie die de ontwerpbeslissing had voorgelegd, staat in voor de verdere uitvoering van de beslissing van de CRC. Deze regulerende instantie informeert de andere regulerende instanties die zijn opgesomd in artikel 2, 2°, van dit samenwerkingsakkoord over de maatregelen die genomen werden ter uitvoering van de beslissing van de CRC</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op gemotiveerd verzoek van één van de leden van de CRC maakt elk lid binnen de 7 werkdagen gedetailleerde informatie over omtrent de houder en de voorwaarden die verbonden zijn aan vergunningen of welke machtiging dan ook die door het betrokken lid werden toegekend</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De leden van regulerende instanties die deelnemen aan de werkzaamheden van de CRC zijn onderworpen aan het beroepsgeheim. Zij mogen geen vertrouwelijke informatie waarvan ze kennis hebben in het kader van de uitvoering van hun functie, meedelen aan derden, behalve in de wettelijke vastgelegde uitzonderingen. In geval van niet-nakoming van deze verplichting zal de regulerende instantie waar het desbetreffende lid deel van uitmaakt of in voorkomend geval de overheid die bevoegd is voor het beheer van de betrokken regulerende instantie, een gepaste sanctie opleggen De verplichting onder het vorig lid blijft van toepassing nadat het desbetreffende lid niet langer deelneemt aan de werkzaamheden van de CRC. Art. 9.Er wordt een Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en Televisie opgericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit Comité bestaat uit : 1° de minister(s) aangeduid door de federale regering;2° de minister(s) aangeduid door de Vlaamse Gemeenschap;3° de minister(s) aangeduid door de Franstalige Gemeenschap;4° de minister(s) aangeduid door de Duitstalige Gemeenschap. Het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en Televisie heeft tot taak om in onderling overleg en met respect voor ieders bevoegdheid, volgens de modaliteiten en procedures zoals vastgelegd binnen het Overlegcomité, de wederzijdse consultatie te organiseren omtrent mekaars initiatieven inzake het opstellen van ontwerpregelgeving met betrekking tot omroep en telecommunicatie. Art. 10.In de CRC worden voorafgaandelijk de werkzaamheden van de « European Regulators Group » die werd opgericht door de beslissing van de Europese Commissie 2002/627/EC op 29 juli 2002 en haar werkgroepen besproken. Art. 11.Dit samenwerkingsakkoord treedt in werking nadat het werd goedgekeurd door de federale Wetgevende Kamers en de Gemeenschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedaan te Brussel, op 17 november 2006 in vier originele exemplaren waarvan elke partij bij dit samenwerkingsakkoord verklaard één exemplaar ontvangen te hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de federale Staat : De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Consumentenzaken, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Economie, M. VERWILGHEN Voor de Vlaamse Gemeenschap : De Minister-President van de Vlaamse Regering, Y. LETERME De Minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme, G. BOURGEOIS Voor de Duitstalige Gemeenschap : De Minister-President van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, K.-H. LAMBERTZ De Minister van Cultuur en Media, Monumentenzorg, Jeugd en Sport, Mevr. I. WEYKMANS Voor de Franstalige Gemeenschap : De Minister-President van de Franse Gemeenschapsregering, Mevr. M. ARENA De Minister van Cultuur, Audiovisuele Sector en Jeugd Mevr. F. LAANAN Zusammenarbeitsabkommen vom 17. November 2006 zwischen dem Föderalstaat, der Flämischen Gemeinschaft, der Französischen Gemeinschaft und der Deutschsprachigen Gemeinschaft zur gegenseitigen Konsultation bei der Ausarbeitung der Gesetzgebung über elektronische Kommunikationsnetze, zum Informationsaustausch und zur Ausübung der Zuständigkeiten im Bereich der elektronischen Kommunikationsnetze durch die Regulierungsbehörden für Telekommunikation beziehungsweise Rundfunk und Fernsehen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aufgrund der Artikel 127 und 130 der Verfassung;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aufgrund der Artikel 4 Ziffer 6 und 92bis §§1 und 5 des Sondergesetzes vom 8. August 1980 über die institutionellen Reformen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aufgrund der Artikel 4 §1 und 55bis des Gesetzes vom 31. Dezember 1983 über institutionelle Reformen für die Deutschsprachige Gemeinschaft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aufgrund der Richtlinie 2002/21/EG des Europäischen Parlaments und des Rates vom 7. März 2002 über einen gemeinsamen Rechtsrahmen für elektronische Kommunikationsnetze und -dienste (Rahmenrichtlinie);</p>\n<p class=\"lf-p\">Aufgrund der Richtlinie 2002/20/EG des Europäischen Parlaments und des Rates vom 7. März 2002 über die Genehmigung elektronischer Kommunikationsnetze und -dienste (Genehmigungsrichtlinie);</p>\n<p class=\"lf-p\">Aufgrund der Richtlinie des Europäischen Parlaments und des Rates vom 7. März 2002 über den Zugang zu elektronischen Kommunikationsnetzen und zugehörigen Einrichtungen sowie deren Zusammenschaltung (Zugangsrichtlinie); Aufgrund der Richtlinie 2002/22/EG des Europäischen Parlaments und des Rates vom 7. März 2002 über den Universaldienst und Nutzerrechte bei elektronischen Kommunikationsnetzen und -diensten (Universaldienstrichtlinie);</p>\n<p class=\"lf-p\">Aufgrund der Richtlinie 2002/58/EG des Europäischen Parlaments und des Rates vom 12. Juli 2002 über die Verarbeitung personenbezogener Daten und den Schutz der Privatsphäre in der elektronischen Kommunikation (Datenschutzrichtlinie für elektronische Kommunikation);</p>\n<p class=\"lf-p\">Aufgrund der Richtlinie 2002/77/EG der Kommission vom 16. September 2002 über den Wettbewerb auf den Märkten für elektronische Kommunikationsnetze und -dienste;</p>\n<p class=\"lf-p\">In Erwägung, dass die Zuständigkeiten im Bereich des Rundfunks und der Telekommunikation, was die Ausführung der Gesetzgebung betrifft, so eng miteinander verknüpft sind, dass eine pragmatische und effiziente Zusammenarbeit zwischen den Regulierungsbehörden nötig ist;</p>\n<p class=\"lf-p\">In Erwägung, dass vorliegendes Zusammenarbeitsabkommen und seine Anwendung keinen Verstoss gegen die Zuständigkeitsverteilung zwischen den Gemeinschaften und dem Föderalstaat gemäss der geltenden Gesetzgebung und der betreffenden Rechtsprechung darstellen darf.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Erwägung, dass Artikel 3 § 4 der Richtlinie 2002/21/EG des Europäischen Parlaments und des Rates vom 7. März 2002 über einen gemeinsamen Rechtsrahmen für elektronische Kommunikationsnetze und -dienste (Rahmenrichtlinie) verfügt, dass « die Mitgliedstaaten die von den nationalen Regulierungsbehörden wahrzunehmenden Aufgaben in leicht zugänglicher Form veröffentlichen, insbesondere wenn diese Aufgaben mehr als einer Stelle übertragen werden. Die Mitgliedstaaten sorgen gegebenenfalls für die Konsultation und Zusammenarbeit zwischen diesen Behörden sowie zwischen diesen und den für die Anwendung des Wettbewerbs- und des Verbraucherschutzrechts zuständigen nationalen Behörden in Fragen von gemeinsamem Interesse. Ist mehr als eine Behörde für diese Fragen zuständig, so sorgen die Mitgliedstaaten dafür, dass die jeweiligen Aufgaben der einzelnen Behörden in leicht zugänglicher Form veröffentlicht werden. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">In Erwägung, dass die Konvergenz zwischen den Sektoren Rundfunk und Fernsehen einerseits und Telekommunikation andererseits zu einer Entspezialisierung der Infrastruktur und der Netze sowie zur Entstehung neuer Dienste, die nicht mehr den herkömmlichen Begriffen von Rundfunk und Telekommunikation entsprechen, führt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Erwägung, dass im Urteil Nr 132/2004 vom 14. Juli 2004 vom Schiedshof steht, dass « die jüngsten technologischen Entwicklungen zur Folge (haben), dass die Abgrenzung von Rundfunk und Fernsehen einerseits und Telekommunikation andererseits nicht mehr anhand von technischen Kriterien - wie die Basisinfrastruktur, die benutzten Netze oder die Endgeräte -möglich ist, sondern anhand inhaltlicher und funktionaler Kriterien. » (B.4.3).</p>\n<p class=\"lf-p\">In Erwägung, dass im oben genannten Urteil darauf hingewiesen wird, dass « der Rundfunk, der das Fernsehen umfasst, ist von den anderen Formen der Telekommunikation zu unterscheiden (ist), weil ein Rundfunkprogramm öffentliche Informationen verbreitet und vom Standpunkt des Sendenden aus für ein allgemeines Publikum oder für einen Teil davon bestimmt ist und nicht vertraulich ist. Dienste, die individualisierte und durch eine Form der Vertraulichkeit gekennzeichnete Informationen liefern, gehören hingegen nicht zum Rundfunk und unterliegen der Zuständigkeit des föderalen Gesetzgebers. »(B.10.1). « Ausschlaggebend für Rundfunk und Fernsehen ist die Bereitstellung öffentlicher Informationen für das Publikum im allgemeinen. In einer evolutiven Auslegung des Rundfunkbegriffs umfasst dies auch das Senden auf individuellen Abruf hin. Rundfunktätigkeiten verlieren nicht ihre Beschaffenheit, weil durch die Entwicklung der Technik dem Zuschauer oder Zuhörer eine breitere Möglichkeit der eigenen Auswahl geboten wird. » (B.10.2).</p>\n<p class=\"lf-p\">In Erwägung, dass im System der Zuständigkeitsverteilung der Sachbereich Rundfunk und Fernsehen einerseits und die anderen Formen der Telekommunikation andererseits unterschiedlichen Gesetzgebern anvertraut wurden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Erwägung, dass der Schiedshof darauf hinweist, dass « Rundfunk und Fernsehen als ein kultureller Sachbereich bezeichnet (werden) und (dass) diese Bezeichnung als Ausgangspunkt einer jeden Auslegung anzunehmen (ist). Die Zuständigkeit der Gemeinschaften ist nicht mit der Weise des Sendens oder Übertragens verbunden. Sie erlaubt es den Gemeinschaften, die technischen Aspekte der Übertragung zu regeln, die ein Akzessorium des Sachbereichs Rundfunk und Fernsehen sind. Das Regeln der anderen Aspekte der Infrastruktur, zu denen unter anderem die allgemeine Aufsicht über die Radiowellen gehört, ist Bestandteil der Zuständigkeit des föderalen Gesetzgebers. » (B.4.2). « Der föderale Gesetzgeber ist dafür zuständig, die anderen Aspekte der Dienste der Informationsgesellschaft zu regeln, einerseits aufgrund seiner Restzuständigkeit und andererseits aufgrund der ihm vorbehaltenen Zuständigkeit, insbesondere für die Wirtschaft, wozu die allgemeinen Regeln über den Schutz der Verbraucher, die Preispolitik, das Wettbewerbsrecht, das Handelsrecht und die Niederlassungsbedingungen gehören. » (B.11.1.).</p>\n<p class=\"lf-p\">In Erwägung, dass die Föderalbehörde für die elektronischen Kommunikationsnetze und -Infrastruktur nicht als einzige zuständig ist, und dass « sich bei Aufrechterhaltung der bestehenden Zuständigkeitsverteilung die absolute Notwendigkeit ergibt, eine Zusammenarbeit zwischen der Föderalbehörde und den Gemeinschaften bei der Festlegung der Zuständigkeiten des Regulators vorzusehen. » (B.5.1).</p>\n<p class=\"lf-p\">In Erwägung, dass « in der Regel das Ausbleiben einer Zusammenarbeit in einem Sachbereich, für den der Sondergesetzgeber keine Verpflichtung hierzu vorsieht, keinen Verstoss gegen die Zuständigkeitsregeln (beinhaltet).</p>\n<p class=\"lf-p\">Im vorliegenden Fall sind die Zuständigkeiten des Föderalstaates und der Gemeinschaften auf dem Gebiet der elektronischen Kommunikationsinfrastruktur infolge der technologischen Entwicklung mittlerweile jedoch derart miteinander verflochten, dass sie nur noch in gemeinsamer Zusammenarbeit ausgeübt werden können. Daraus ergibt sich, dass der Gesetzgeber, indem er die Zuständigkeit des Regulators der Telekommunikation einseitig geregelt hat, gegen den Grundsatz der Verhältnismässigkeit, der einer jeden Ausübung von Zuständigkeiten eigen ist, verstossen hat. » (B.6.2.).</p>\n<p class=\"lf-p\">Der Föderalstaat, vertreten durch Frau Van den Bossche, Vizepremierministerin und Ministerin des Haushalts und des Verbraucherschutzes und Herrn Verwilghen, Minister für Wirtschaft, Die Flämische Gemeinschaft, vertreten durch die Flämische Regierung in der Person von Herrn Leterme, Ministerpräsidenten, und Herrn Bourgeois, Minister für Verwaltungsangelegenheiten, Aussenpolitik, Medien und Tourismus, Die Französische Gemeinschaft, vertreten durch die Regierung der Französischen Gemeinschaft in der Person von Frau Arena, Ministerpräsidentin, und Frau Laanan, Ministerin für Kultur, Medien und Jugend, Die Deutschsprachige Gemeinschaft, vertreten durch die Regierung der Deutschsprachigen Gemeinschaft in der Person von Herrn Lambertz, Ministerpräsidenten, und Frau Weykmans, Ministerin für Kultur und Medien, Denkmalschutz, Jugend und Sport, vereinbaren, dass vorliegendes Zusammenarbeitsabkommen den föderalen gesetzgebenden Kammern und den Parlamenten der Gemeinschaften zur Billigung vorgelegt wird.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vorliegendes Zusammenarbeitsabkommen bezieht sich auf die Ausarbeitung einer Gesetzgebung über elektronische Kommunikationsnetze, auf den Informationsaustausch und auf die Ausübung der Zuständigkeiten im Bereich der elektronischen Kommunikationsnetze durch die Regulierungsbehörden für Telekommunikation beziehungsweise Rundfunk und Fernsehen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">I m Sinne des vorliegenden Zusammenarbeitsabkommens versteht man unter: 1° « elektronisches Kommunikationsnetz »: aktive oder passive Übertragungssysteme und gegebenenfalls Vermittlungs- und Leitwegeinrichtungen sowie anderweitige Ressourcen, die die Übertragung von Signalen über Kabel, Funk, optische oder andere elektromagnetische Einrichtungen ermöglichen;2° « Regulierungsbehörde »: -für den föderalen Staat: Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie/Institut belge des services postaux et des télécommunications/Institut für Postdienste und Telekommunikation; - für die Flämische Gemeinschaft: Vlaams Commissariaat voor de Media; - für die Französische Gemeinschaft: Conseil supérieur de l'Audiovisuel; - für die Deutschsprachige Gemeinschaft: Medienrat</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Jeder Entscheidungsentwurf einer Regulierungsbehörde in Bezug auf elektronische Kommunikationsnetze wird von der betreffenden Behörde an die anderen in Artikel 2 Ziffer 2 dieses Zusammenarbeitsabkommens genannten Regulierungsbehörden übermittelt Die konsultierten Regulierungsbehörden teilen der Regulierungsbehörde, die den Entscheidungsentwurf übermittelt hat, innerhalb von 14 Kalendertagen ihre Bemerkungen mit. Innerhalb dieser Frist kann jede der konsultierten Regulierungsbehörden beantragen, dass der Entscheidungsentwurf der Konferenz der Regulierungsbehörden für den Bereich der elektronischen Kommunikation (nachstehend KRK genannt) unterbreitet wird. Dieser Antrag auf unmittelbare Verweisung an die KRK wird begründet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die betreffende Regulierungsbehörde berücksichtigt die Bemerkungen, die die anderen Regulierungsbehörden ihr mitgeteilt haben, und übermittelt den geänderten Entscheidungsentwurf den anderen Regulierungsbehörden. Letztere können innerhalb einer Frist von 7 Kalendertagen nach Empfang des geänderten Entscheidungsentwurfs beantragen, dass der geänderte Entscheidungsentwurf an die KRK verwiesen wird.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die Entscheidungsentwürfe sowie die Bemerkungen zu den Entscheidungsentwürfen werden immer hinsichtlich der gesetzlichen Zuständigkeit der Behörde, die den Entscheidungsentwurf beziehungsweise die Bemerkung übermittelt, begründet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vorbehaltlich des Gegenbeweises wird nach Ablauf der in Absätzen 2 und 3 genannten Frist angenommen, dass der Entscheidungsentwurf die Befugnisse der anderen Regulierungsbehörden nicht beeinträchtigt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vorläufige Massnahmen, die von einer Regulierungsbehörde in dringenden Fällen beziehungsweise aufgrund der Gefahr eines erheblichen, schwer zu behebenden Schadens getroffen werden, unterliegen nicht der Anwendung des Artikels 3 dieses Zusammenarbeitsabkommens. Sie werden allerdings unverzüglich den anderen Regulierungsbehörden zur Kenntnis gebracht Die vorläufigen Massnahmen dauern auf keinen Fall länger als zwei Wochen. Sind sie länger nötig, müssen sie Gegenstand eines Entscheidungsentwurfs sein und unterliegen dem Verfahren nach Artikel 3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Es wird die KRK geschaffen. Sie setzt sich aus vier Mitgliedern des Rates des Belgischen Instituts für Postdienste und Telekommunitation, zwei Mitgliedern der Regulierungsbehörde der Flämischen Gemeinschaft, zwei Mitgliedern der Regulierungsbehörde der Französischen Gemeinschaft und einem Mitglied der Regulierungsbehörde der Deutschsprachigen Gemeinschaft zusammen. Für die Anwendung des vorliegenden Zusammenarbeitsabkommens gilt die in diesem Paragraphen genannte Zusammensetzung als die übliche Zusammensetzung der KRK. Die KRK besitzt Rechtspersönlichkeit und legt ihre Geschäftsordnung fest. Die Geschäftsordnung der KRK tritt erst nach Billigung des in Artikel 9 dieses Zusammenarbeitsabkommens genannten Interministeriellen Komitees für Telekommunikation, Rundfunk und Fernsehen in Kraft Gegen alle Entscheidungen der KRK kann innerhalb von 60 Tagen ab dem Tag, an dem die Entscheidung den beteiligten Parteien per Einschreiben mitgeteilt wurde, beim Appellationshof in Brüssel, der wie im Eilverfahren entscheidet, Berufung mit voller Rechtsgewalt eingelegt werden. Der Hof kann die angefochtene Entscheidung durch eine neue Entscheidung ersetzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die Berufung wird durch einen schriftlichen Antrag gegen die KRK eingelegt. Der Appellationshof in Brüssel setzt die bei der angefochtenen Entscheidung beteiligten Parteien per Einschreiben von der eingelegten Berufung in Kenntnis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die in diesem Paragraphen genannte Berufung hat keine aufschiebende Wirkung, es sei denn, das Gericht beschliesst die Aufschiebung der angefochtenen Entscheidung. Für alle Aspekte in Zusammenhang mit dem Verfahren vor dem Berufungsgericht in Brüssel findet das Gerichtsgesetzbuch Anwendung.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die Mitglieder der KRK, die zur üblichen Zusammensetzung der KRK gehören, wählen jedes Jahr am Jahrestag des In-Kraft-Tretens dieses Zusammenarbeitsabkommens aus ihrer Mitte einen Vorsitzenden sowie ein Mitglied, das das Sekretariat wahrnimmt, wobei beide Ämter abwechselnd von den Mitgliedern der KRK übernommen werden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jede Entscheidung der KRK wird einstimmig von den anwesenden leden van de Regulierungsbehörden genommen. iMitglieder einer Regulierungsbehördeenthalten sich bei Abstimmung, wenn es unter diesen Mitgliedern keine Übereinstimmung gibt. Im Rahmen ihrer Tätigkeit und bei der Entscheidungsfindung berücksichtigt die KRK die nach dem geltenden europäischen Rechtsrahmen anwendbaren Vorschriften und Grundsätze.</p>\n<p class=\"lf-p\">Auf Antrag eines Ministers, der für die Geschäftsführung einer der in Artikel 2 Ziffer 2 dieses Zusammenarbeitsabkommens genannten Regulierungsbehörden zuständig ist, trifft das in Artikel 9 dieses Zusammenarbeitsabkommens genannte Interministerielle Komitee für Telekommunikation, Rundfunk und Fernsehen die Entscheidung der KRK anstelle der KRK in deren üblichen Zusammensetzung.</p>\n<p class=\"lf-p\">Das Interministerielle Komitee für Telekommunikation, Rundfunk und Fernsehen entscheidet in diesem Fall im Konsens. Im Rahmen seiner Tätigkeit und bei der Entscheidungsfindung beachtet das Interministerielle Komitee für Telekommunikation, Rundfunk und Fernsehen die nach dem geltenden europäischen Rechtsrahmen anwendbaren Vorschriften und Grundsätze.</p>\n<p class=\"lf-p\">Das Interministerielle Komitee für Telekommunikation, Rundfunk und Fernsehen darf nur gemäss dem im vorigen Paragraphen beschriebenen Verfahren nach Ablauf einer Frist von 75 Kalendertagen eine Entscheidung treffen. Während dieser Frist berät die KRK in ihrer üblichen Zusammensetzung über die betreffende Entscheidung.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ab dem 30. Kalendertag der genannten Frist von 75 Kalendertagen darf eine Regulierungsbehörde, die der KRK einen Entscheidungsentwurf übermittelte, jede Regulierungsbehörde, die es ablehnt, dem betreffenden Entscheidungsentwurf zuzustimmen, auffordern, der KRK innerhalb von 15 Kalendertagen einen ausführlichen Gegenvorschlag vorzulegen. Wenn die Regulierungsbehörde gegebenenfalls innerhalb von 15 Kalendertagen keinen ausführlichen Gegenvorschlag einreicht, wird angenommen, dass sie dem übermittelten Entscheidungsentwurf zustimmt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Die Regulierungsbehörde, die den Entscheidungsentwurf unterbreitet hatte, ist für die weitere Ausführung der Entscheidung der KRK verantwortlich. Diese Regulierungsbehörde informiert die anderen in Artikel 2 Ziffer 2 dieses Zusammenarbeitsabkommens genannten Regulierungsbehörden über die Massnahmen, die zur Ausführung der Entscheidung der KRK getroffen wurden</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Auf begründeten Antrag eines der Mitglieder der KRK stellt jedes Mitglied innerhalb von 7 Arbeitstagen detaillierte Informationen über den Inhaber einer Genehmigung und die Voraussetzungen, die an den Genehmigungen gebunden sind, oder alle vom betreffenden Mitglied erteilten Zulassungen, zur Verfügung</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Mitglieder von Regulierungsbehörden, die an den Tätigkeiten der KRK teilnehmen, sind an das Berufsgeheimnis gebunden. Sie dürfen keine vertraulichen Informationen, über die sie im Rahmen der Ausübung ihrer Tätigkeit verfügen, Dritten mitteilen, ausser in gesetzlich festgelegten Ausnahmefällen. Bei Nichteinhaltung dieser Verpflichtung wird die Regulierungsbehörde, zu der das betreffende Mitglied gehört, oder gegebenenfalls die Behörde, die für die Geschäftsführung der betreffenden Regulierungsbehörde zuständig ist, eine angemessene Strafe verhängen Die im vorigen Paragraphen genannte Verpflichtung behält auch ihre Gültigkeit, wenn das betreffende Mitglied nicht mehr an den Arbeiten der KRK teilhat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 9</span><span class=\"lf-art-t\">Es wird ein Interministerielles Komitee für Telekommunikation, Rundfunk und Fernsehen geschaffen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dieses Komitee setzt sich zusammen aus: 1° dem (den) Minister(n), der (die) durch den Föderalstaat benannt wird/werden;2° dem (den) Minister(n), der (die) durch die Flämische Gemeinschaft benannt wird/werden;3° dem (den) Minister(n), der (die) durch die Französische Gemeinschaft benannt wird/werden;4° dem (den) Minister(n), der (die) durch die Deutschsprachige Gemeinschaft benannt wird/werden. Das Interministerielle Komitee für Telekommunikation, Rundfunk und Fernsehen hat zur Aufgabe, in Konzertierung und unter Beachtung der Zuständigkeit eines jeden, gemäss den im Konzertierungsausschuss festgelegten Modalitäten und Verfahren, die gegenseitige Konsultation über die jeweiligen Initiativen in Bezug auf die Ausarbeitung eines Gesetzgebungsentwurfs für Rundfunk und Telekommunikation zu organisieren Art. 10 - In der KRK werden die Tätigkeiten der aufgrund der Entscheidung der Europäischen Kommission 2002/627/EC vom 29. Juli 2002 gegründeten « European Regulators Group » sowie die Tätigkeiten der Arbeitsgruppen dieses Gremiums im Vorfeld besprochen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11</span><span class=\"lf-art-t\">Vorliegendes Zusammenarbeitsabkommen tritt nach seiner Billigung durch die föderalen gesetzgebenden Kammern und die Gemeinschaften in Kraft</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ausgefertigt in Brüssel, am 17. November 2006 in vier Urschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jede Partei erklärt, ihre Urschrift erhalten zu haben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Für den Föderalstaat: Die Vizepremierministerin und Ministerin des Haushalts und des Verbraucherschutzes Frau F. VAN DEN BOSSCHE Der Minister der Wirtschaft M. VERWILGHEN Für die Flämische Gemeinschaft: Der Ministerpräsident der Flämischen Regierung Y. LETERME Der Minister für Verwaltungsangelegenheiten, Aussenpolitik, Medien und Tourismus G. BOURGEOIS Für die Deutschsprachige Gemeinschaft: Der Ministerpräsident der Regierung der Deutschsprachigen Gemeinschaft K.-H. LAMBERTZ Die Ministerin für Kultur und Medien, Denkmalschutz, Jugend und Sport Frau I. WEYKMANS Für die Französische Gemeinschaft: Die Ministerpräsidentin der Franszösischen Gemeinschaft Frau M. ARENA Die Ministerin für Kultur und Medien, Denkmalschutz, Jugend und Sport Frau F. LAANAN</p></div>", "next": 0}