{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Bijlage XIV Vaststelling van het model van module 12 betreffende de subsidiëring van nieuwe, afzonderlijk liggende verbindende fietspaden langs gemeente- of provinciewegen Module nr. 12 van ............................... (1) (2) betreffende de subsidiëring van nieuwe, afzonderlijke verbindende fietspaden langs gemeente-, of provinciewegen Artikel 1.Toepassingsgebied Deze module behoort bij de koepelmodule ............... (1) (2), hierna de koepelmodule te noemen. Artikel 2.Voorwerp van deze overeenkomst § 1. Met deze module verbinden de partijen er zich toe nieuwe vrijliggende, verbindende fietspaden langs gemeentewegen of provinciale wegen aan te leggen om het aandeel van het fietsverkeer in de bestaande verkeersstromen te vergroten. De verhoging van de veiligheid, het comfort en de bereikbaarheid met de fiets staan centraal. De aanleg van fietspaden langs gemeentewegen of provinciale wegen, gesubsidieerd door het gewest, is enkel mogelijk voorzover de aanleg langs een gewestweg niet gewenst is tengevolge van inrichtingsprincipes conform de wegencategorisering. § 2. De toepassing van bovenvermelde doelstelling steunt op een verantwoording die aan de auditcommissie moet worden bezorgd. Die verantwoording gaat als bijlage bij deze module.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze verantwoording omvat minstens : 1° een gedetailleerde gekwantificeerde beschrijving van de huidige verkeerssituatie voor de fietsers (zoals verkeerstellingen, ongevallenstatistieken, een oorsprong-bestemmingsonderzoek, een inventaris van de knelpunten en een onderzoek naar het effectieve en potentiële fietsgebruik);2° de redenen waarom de aanleg van een veilig fietspad langs de gewestweg onmogelijk is of ongewenst is ten gevolge van de wegencategorisering;3° de raming van de impact van de aanleg van het fietspad op het fietsgebruik, de veiligheid, het comfort, de bereikbaarheid van voorzieningen voor de fietser en op de doorstroming van het andere verkeer (auto, openbaar vervoer);4° de te nemen begeleidende maatregelen, gerangschikt volgens prioriteit en met vermelding van hun kritische randvoorwaarden, ter ondersteuning van de impact van het nieuwe fietspad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen vanwege het gewest § 1. Het gewest verbindt zich ertoe om de aanleg van een fietspad langs de gemeente- of provinciewegen, zoals aangegeven op het plan als bijlage te subsidiëren. § 2. De tegemoetkoming bedraagt 80 %/100 % (3) van de reële totale kostprijs, inclusief studie- en onteigeningskosten, inclusief eventuele verrekeningen, bijakten of bijwerken, en inclusief BTW. Die tegemoetkoming wordt in twee schijven uitbetaald. Een eerste schijf van 40 %/50 % (3) van de kostprijsraming wordt uitbetaald bij de betekening van de opdracht aan de aannemer. Deze schijf wordt evenwel slechts uitbetaald op voorwaarde dat alle bijlagen bij deze module gevoegd werden en na definitieve goedkeuring van het project en de projectnota door de auditcommissie Een tweede schijf ten belope van het saldo van de gewestbijdrage wordt betaald op basis van de goedgekeurde eindafrekening na de voorlopige oplevering van de werken. § 3. Het gewest stelt zijn kennis en vaardigheden, zowel verkeerskundig, bouwtechnisch als organisatorisch, met betrekking tot de aanleg van fietspaden, ter beschikking van de lokale overheid of de provincie. Dat gebeurt onder vorm van een vademecum « Fiets » en gelijkaardige richtlijnen. § 4. Het gewest verbindt zich ertoe deel te nemen aan overlegvergaderingen ten behoeve van het projectmanagement en de kwaliteitsbewaking van het dossier. Hiervoor wijst het gewest een verantwoordelijke ambtenaar aan, die er onder meer zal op toezien dat bij de uitwerking van het project de voorschriften vervat in omzendbrieven en vademecums van de administratie worden opgevolgd. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gewest draagt bij tot de uitvoering van het project door de vergunninghoudende maatschappijen, van wie installaties en leidingen verplaatst dienen te worden, bevel tot verplaatsing te geven. De bij wet of decreet geregelde subsidies aan bepaalde vergunninghouders worden door het gewest uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een afschrift van het bevel tot verplaatsing wordt door het gewest gelijktijdig overgemaakt aan de lokale overheid of provincie. Artikel 4.Verbintenissen vanwege de lokale overheid § 1. De lokale overheid verbindt zich ertoe om samen met het gewest als bouwheer op te treden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onteigeningsprocedure wordt 14 dagen na ondertekening van de koepelmodule opgestart. Een afschrift van de opdracht tot aanvang van de procedures wordt aan de overige partijen opgestuurd. § 2. De lokale overheid verbindt zich ertoe om vóór de ingebruikneming van de nieuwe weginfrastructuur een aanvullend verkeersreglement goed te keuren, dat van toepassing is op deze weginfrastructuur overeenkomstig artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer. Ze doet dat ter ondersteuning van deze module. § 3. De lokale overheid verbindt zich ertoe om binnen het kader van haar bevoegdheid alle stedenbouwkundige maatregelen te treffen ter vrijwaring van de verbindingsfunctie van de in artikel 3, § 1, genoemde wegeninfrastructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overige partijen worden vooraf van deze maatregelen op de hoogte gebracht. § 4. De lokale overheid verbindt zich ertoe om uiterlijk binnen 14 dagen na de ingebruikneming van de in artikel 2, § 1, genoemde fietsinfrastructuur de bewegwijzering voor fietsers langs de gemeentewegen, met inbegrip van het fietsrouteplan, aan de nieuwe verkeersstructuur aan te passen. § 5. De lokale overheid verbindt zich ertoe om de aanwezige schoolgemeenschappen te ondersteunen bij de eventuele opmaak van schoolvervoersplannen om het autogebruik te reduceren en het fietsgebruik te bevorderen. § 6. De lokale overheid verbindt zich ertoe om binnen een termijn, die in onderling overleg met het gewest wordt vastgesteld een aangepaste openbare verlichting aan te brengen op de gemeentewegen, vermeld als bijlage, en voor overdekte fietsstallingen te zorgen bij de locaties, vermeld als bijlage. § 7. De lokale overheid verbindt zich ertoe om een verkeershandhavingsbeleid te voeren ter ondersteuning van de doorstroming van het openbaar vervoer. § 8. De lokale overheid verbindt zich ertoe alle organisatorische en budgettaire maatregelen te nemen, opdat het project ten spoedigste wordt gerealiseerd. In het bijzonder zal de gemeente in haar begroting de vereiste sommen reserveren om desgevallend haar eigen aandeel te financieren en het aandeel van het gewest te voorfinancieren. Een afschrift hiervan wordt als bijlage opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span><span class=\"lf-art-t\">Verbintenissen van de provincie § 1. De provincie verbindt zich ertoe om samen met het gewest als bouwheer op te treden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De onteigeningsprocedure wordt 14 dagen na ondertekening van de koepelmodule opgestart. Een afschrift van de opdracht tot aanvang van de procedures wordt aan de overige partijen opgestuurd. § 2. De provincie verbindt zich ertoe om binnen het kader van haar bevoegdheid alle stedenbouwkundige maatregelen te treffen ter vrijwaring van de verbindingsfunctie van de in artikel 3, § 1, genoemde wegeninfrastructuur, zoals zal blijken uit de beslissingen en adviezen van de burgemeester en schepenen of van de gemeenteraad krachtens art. 18 tot en met 60 van het meermaals gewijzigd decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overige partijen worden vooraf van deze maatregelen in kennis gesteld. § 3. De provincie verbindt zich ertoe om uiterlijk binnen 14 dagen na de ingebruikneming van de in artikel 2, § 1, genoemde fietsinfrastructuur de bewegwijzering voor fietsers langs de provinciewegen, met inbegrip van het fietsrouteplan, aan de nieuwe verkeersstructuur aan te passen. § 4. De provincie verbindt zich ertoe om de aanwezige schoolgemeenschappen te ondersteunen bij de eventuele opmaak van schoolvervoersplannen om het autogebruik te reduceren en het fietsgebruik te bevorderen. § 5. De provincie verbindt zich ertoe om binnen een termijn die in onderling overleg met het gewest wordt vastgesteld, een aangepaste openbare verlichting aan te brengen op de provinciewegen, vermeld als bijlage, en voor overdekte fietsstallingen te zorgen bij de locaties vermeld als bijlage. § 6. De provincie verbindt zich ertoe om een beleid te voeren ter ondersteuning van de doorstroming van het openbaar vervoer. Artikel 6.Evaluatie Onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel 6 van het moederconvenant ................ (1) (2) heeft de evaluatie inzonderheid betrekking op het bereiken van de resultaten in vergelijking met de doelstelling vermeld in artikel 2, § 2, van deze module. De evaluatie heeft betrekking op de bereikte ontlasting van het centrum, de verhoging van de verkeersleefbaarheid en de verkeersveiligheid en de verhoging van de multimodale bereikbaarheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De evaluatie door de commissie vindt plaats op basis van een door de lokale overheid opgesteld evaluatieverslag. Artikel 7.Sancties § 1. Als het gewest de verbintenissen zoals bepaald in artikel 3 van deze module niet naleeft, kunnen de lokale overheid en de provincie de kosten die voorvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikelen 4 en 5 van deze module, op het gewest verhalen. § 2. Als de lokale overheid de verbintenissen zoals bepaald in artikel 4 van deze module niet naleeft, kan het gewest de kosten die voortvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikel 3 van deze module, op de lokale overheid verhalen. § 3. Als de provincie de verbintenissen zoals bepaald in artikel 5 van deze module niet naleeft, kan het gewest de kosten die voortvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikel 3 van deze module op de provincie verhalen. Artikel 8.Bijlagen De bijlagen omvatten concrete afspraken en richtlijnen. Ze maken integraal deel uit van deze module. De inhoud van deze bijlagen kan niet strijdig zijn met de module. Indien de bijlagen bepalingen bevatten die strijdig zijn met deze module, krijgen de bepalingen van deze module voorrang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voetnoten. (1) Vul nummer in.(2) Vul datum in.(3) Vul in.(4) Herhaal deze rubriek voor elke andere bijlage. Bijlagen Bijlage 1 : verantwoording van het project (art. 2, § 2) Bijlage 2 : plan met de aanduiding van de aan te leggen fietspaden (art. 3, § 1) Bijlage 3 : plan met de infrastructurele maatregelen met inbegrip van een gedetailleerde kostenraming (art. 4, § 3) Bijlage 4 : plan met de gemeente- of provinciewegen waarlangs de fietspaden worden aangebracht met aanduiding van de plaats waar de overdekte fietsstallingen worden gepland (art. 4, § 7) of (art. 5, § 7) Bijlage 5 : verklaring vanwege de lokale overheid waarin aangetoond wordt dat de nodige budgettaire en organisatorische maatregelen genomen worden om het project mogelijk te maken (art. 4, § 9) Bijlage ................ (1) : ................ (3) (4) Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie van 21 december 2001 betreffende de mobiliteitsconvenants.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 21 december 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, S. STEVAERT Bijlage XV Vaststelling van het model van module 13 betreffende de subsidiëring van nieuwe verbindende fietspaden langs gewestwegen Module nr. 13 van ............................. (1) (2) betreffende de subsidiëring van nieuwe verbindende fietspaden langs gewestwegen Artikel 1.Toepassingsgebied Deze module behoort bij de koepelmodule .......................... (1) (2), hierna de koepelmodule te noemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorwerp van deze overeenkomst § 1. Met deze module verbinden de partijen er zich toe nieuwe fietspaden aan te leggen langs gewestwegen, om het aandeel van het fietsverkeer in de bestaande verkeersstromen te verhogen. De verhoging van de veiligheid, het comfort en de bereikbaarheid met de fiets staan hierbij voorop. § 2. Via het toekennen van een investeringssubsidie wordt de lokale overheid ertoe aangezet het fietsbeleid van het gewest op haar grondgebied te ondersteunen. Onverminderd de bepalingen van deze module blijft het gewest wegbeheerder van het wegvak. § 3. Opdat deze module kan worden afgesloten, stelt de lokale overheid vooraf een startnota op over het project. Deze startnota stelt de problemen scherp, formuleert de doelstellingen, inventariseert de partners en middelen die zullen ingezet worden Bovendien schetst de startnota reeds de krachtlijnen van (een) mogelijke, adequate oplossing(en). Over deze startnota dient consensus bereikt binnen de auditcommissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen vanwege het gewest § 1. Het gewest verbindt zich ertoe om de aanleg van een fietspad/fietspaden3 langs de gewestweg nr. ............................... (1) tussen kilometerpunt .......................... (1) en kilometerpunt ............................ (1) te subsidiëren. § 2. De tegemoetkoming bedraagt 80 %/100 % (3) van de reële totale kostprijs, inclusief studie- en verwervingskosten, inclusief eventuele verrekeningen, bijakten of bijwerken, en inclusief BTW. Die tegemoetkoming wordt in twee schijven uitbetaald. Een eerste schijf van 40 %/50 % (3) van de kostprijsraming wordt uitbetaald bij de betekening van de opdracht aan de aannemer. Deze schijf wordt evenwel slechts uitbetaald op voorwaarde dat alle bijlagen bij deze module gevoegd werden en na definitieve goedkeuring van het project en de projectnota door de auditcommissie Een tweede schijf ten belope van het saldo van de gewestbijdrage wordt betaald op basis van de goedgekeurde eindafrekening na de voorlopige oplevering van de werken. § 3. Het gewest stelt zijn kennis en vaardigheden, zowel verkeerskundig, bouwtechnisch als organisatorisch, met betrekking tot de aanleg van fietspaden, ter beschikking van de lokale overheid. Dat gebeurt onder vorm van een vademecum « Fietsvoorzieningen » en gelijkaardige richtlijnen. § 4. Het gewest verbindt zich ertoe deel te nemen aan overlegvergaderingen ten behoeve van het projectmanagement en de kwaliteitsbewaking van het dossier. Hiervoor wijst het gewest een verantwoordelijke ambtenaar aan, die samen met de provinciale auditcommissie er onder meer zal op toezien dat bij de uitwerking van het project de voorschriften vervat in omzendbrieven en vademecums van de administratie worden opgevolgd. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gewest draagt bij tot de uitvoering van het project door de vergunninghoudende maatschappijen, van wie installaties en leidingen verplaatst dienen te worden, bevel tot verplaatsing te geven. De bij wet of decreet geregelde subsidies aan bepaalde vergunninghouders worden door het gewest uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een afschrift van het bevel tot verplaatsing wordt door het gewest gelijktijdig ter info overgemaakt aan de lokale overheid. § 6. Het gewest verbindt zich ertoe te zorgen voor het onderhoud van in artikel 3, § 1, van deze module genoemde infrastructuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen vanwege de lokale overheid § 1. De lokale overheid verbindt zich ertoe om voor rekening van het gewest te zorgen voor het volledig ontwerp (met inbegrip van de onteigeningsplannen), aanbesteding en voortgangscontrole van de werkzaamheden die nodig zijn voor de in artikel 3, § 1, van deze module genoemde infrastructuur. De lokale overheid kan hiervoor een beroep doen op de ondersteuning van een extern studiebureau. § 2. De lokale overheid verbindt zich ertoe alle organisatorische en budgettaire maatregelen te nemen, opdat het project ten spoedigste wordt gerealiseerd. In het bijzonder zal de gemeente in haar begroting de vereiste sommen reserveren om desgevallend haar eigen aandeel te financieren en het aandeel van het gewest te voorfinancieren Een afschrift hiervan wordt als bijlage opgenomen. § 3. De lokale overheid verbindt zich ertoe om alle onderhandelingen met de bevolking te voeren die kunnen bijdragen tot de snellere terbeschikkingstelling van eigendommen die niet tot het openbaar domein behoren. § 4. De lokale overheid verbindt zich ertoe om de gronden waarover ze beschikt en die nodig zijn voor de in artikel 3, § 1, van deze module genoemde infrastructuur kosteloos ter beschikking te stellen. § 5. De lokale overheid houdt zich aan de richtlijnen en aanbevelingen uit het vademecum « Fietsvoorzieningen » en alle andere richtlijnen die haar door het gewest worden overgemaakt,zoniet kan het Gewest beslissen om de voorziene subsidiering niet uit te betalen. § 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lokale overheid verbindt zich ertoe om de aanbesteding pas aan te kondigen nadat de auditcommissie het ontwerp goedgekeurd heeft en geattesteerd heeft dat voldaan is aan de bepalingen van artikelen 4, § 5. Het ontwerp wordt toegelicht door de lokale overheid of haar studiebureau. De toelichting van het ontwerp aan de auditcommissie omvat minstens : 1° een gedetailleerde gekwantificeerde beschrijving van de huidige verkeerssituatie voor de fietsers (zoals verkeerstellingen, ongevallenstatistieken, een oorsprong-bestemmingsonderzoek, een inventaris van de knelpunten en een onderzoek naar het effectieve en potentiële fietsgebruik);2° de raming van de impact van de aanleg van het fietspad op het fietsgebruik, de veiligheid, het comfort, de bereikbaarheid van voorzieningen voor de fietser en op de doorstroming van het andere verkeer (auto en openbaar vervoer);3° de te nemen begeleidende maatregelen, gerangschikt volgens prioriteit en met vermelding van hun kritieke randvoorwaarden, ter ondersteuning van de impact van het nieuwe fietspad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de in artikel 3, § 1, van deze module genoemde infrastructuur een ontbrekende schakel is van een door het gewest goedgekeurd provinciaal fietsroutenetwerk, volstaat een verwijzing naar het provinciale fietsroutenetwerk als verantwoording voor het project. § 7. De lokale overheid organiseert overlegvergaderingen ten behoeve van het projectmanagement en de kwaliteitsbewaking van het dossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervoor wijst de lokale overheid een verantwoordelijke ambtenaar aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lokale overheid kan hiervoor een beroep doen op de ondersteuning van een extern studiebureau.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lokale overheid verbindt zich ertoe om de voorlopige oplevering van de werken alleen toe te staan na goedkeuring van de werken door het gewest. § 8. De lokale overheid zorgt voor de samenstelling van het dossier bouwaanvraag en introduceert de aanvraag bij de bevoegde instantie. De gemeente en het gewest treden gezamenlijk op als bouwheren. § 9. De lokale overheid verbindt zich ertoe om de nodige infrastructurele maatregelen te nemen die het gebruik van de in artikel 3, § 1, van deze module genoemde nieuwe fietsinfrastructuur kunnen bevorderen. De infrastructurele maatregelen, met inbegrip van een gedetailleerde kostenraming, worden als bijlage bij deze module gevoegd. Hierbij wordt vooral aandacht geschonken aan de aansluiting van de bestaande fietsroutes op het nieuwe fietspad. § 10. De lokale overheid verbindt zich ertoe om binnen het kader van haar bevoegdheid alle stedenbouwkundige maatregelen te treffen ter vrijwaring van de verbindingsfunctie van de in artikel 3, § 1, genoemde wegeninfrastructuur, zoals zal blijken uit de beslissingen en adviezen van de burgemeester en schepenen of van de gemeenteraad krachtens de artikelen 31-36, de artikelen 48-53, de artikelen 55-56 en de artikelen 59-60 van het meermaals gewijzigd decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overige partijen worden vooraf van deze maatregelen op de hoogte gebracht. § 11. De lokale overheid verbindt zich ertoe om uiterlijk binnen 14 dagen na de ingebruikneming van de in artikel 3, § 1, genoemde fietsinfrastructuur de bewegwijzering voor fietsers langs de gemeentewegen, met inbegrip van het fietsrouteplan, aan de nieuwe verkeersstructuur aan te passen. § 12. De lokale overheid verbindt zich ertoe om vóór de ingebruikneming van de nieuwe weginfrastructuur een aanvullend verkeersreglement goed te keuren, dat van toepassing is op deze weginfrastructuur overeenkomstig artikel 2 en 3 van het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer. Ze doet dat ter ondersteuning van deze module. § 13. De lokale overheid verbindt zich ertoe om de aanwezige schoolgemeenschappen te ondersteunen bij de eventuele opmaak van schoolvervoersplannen om het autogebruik te reduceren en om het fietsgebruik te bevorderen. § 14. De lokale overheid verbindt zich ertoe om binnen een termijn, die in onderling overleg met het gewest wordt vastgelegd, een aangepaste openbare verlichting aan te brengen op de gemeentewegen, vermeld als bijlage, en voor overdekte fietsstallingen te zorgen bij de locaties, vermeld als bijlage.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen vanwege de VVM § 1. De VVM verbindt er zich toe om de andere partijen te adviseren over de organisatie van het openbaar vervoer bij de aanleg van de in artikel 3, § 1, genoemde fietsinfrastructuur. § 2. De VVM verbindt er zich toe om voor de duur van de werken de nodige maatregelen te treffen met betrekking tot de reisroutes, de halte-inplantingen, het aanpassen van de dienstregelingen en het informeren van de gebruikers van het openbaar vervoer</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Evaluatie Onverminderd de bepalingen, opgenomen in artikel 6 van het moederconvenant nr. .............. (1) (2), heeft de evaluatie inzonderheid betrekking op het bereiken van de resultaten in vergelijking met de prognose, vermeld in artikel 2 van deze module. De evaluatie heeft betrekking op de verhoogd fietsgebruik en de verbetering van de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid voor de zwakke weggebruiker. De evaluatie vindt plaats op basis van een door de lokale overheid opgemaakt evaluatieverslag</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Sancties § 1. Als het gewest de verbintenissen zoals bepaald in artikel 3 van deze module niet naleeft, kan de lokale overheid de kosten die voorvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikel 4 van deze module, op het gewest verhalen. § 2. Als de lokale overheid de verbintenissen zoals bepaald in artikel 4 van deze module niet naleeft, kan het gewest de kosten die voortvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikel 3 van deze module, op de lokale overheid verhalen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlagen De bijlagen omvatten concrete afspraken en richtlijnen en maken integraal deel uit van deze module. De inhoud van deze bijlagen kan niet strijdig zijn met de module. Indien de bijlagen bepalingen bevatten die strijdig zijn met deze module, krijgen de bepalingen van deze module voorrang Voetnoten (1) Vul nummer en datum in.(2) Vul datum in.(3) Streep door of laat weg wat niet van toepassing is. Vul in.</p>\n<p class=\"lf-p\">Herhaal deze rubriek voor elke andere bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlagen Bijlage 1 : verantwoording voor het project (art 4, § 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2 : de infrastructurele maatregelen met inbegrip van een gedetailleerde kostenraming (art. 4, § 9).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3 : plan met de gemeentewegen waarlangs de fietspaden worden aangebracht, met aanduiding van de plaats waar de overdekte fietsstallingen en de openbare verlichting worden gepland (art. 4, § 14).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 4 : verklaring vanwege de lokale overheid waarin aangetoond wordt dat de nodige budgettaire en organisatorische maatregelen genomen worden om het project mogelijk te maken (art. 4, § 2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage ................ (1) : ................ (4) (5) Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie van 21 december 2001 betreffende de mobiliteitsconvenants.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 21 december 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, S. STEVAERT Bijlage XVI Vaststelling van het model van module 14 betreffende de aanleg of de herinrichting van ontsluitingsinfrastructuur ter verbetering van de bereikbaarheid van specifieke zones van commerciële activiteiten in privaat of openbaar beheer Module nr. 14 van ..................................... (1) (2) betreffende de aanleg of de herinrichting van ontsluitingsinfrastructuur ter verbetering van de bereikbaarheid van specifieke zones van commerciële activiteiten in privaat of openbaar beheer Artikel 1.Toepassingsgebied Deze module behoort bij de koepelmodule ................. (1) (2), hierna de koepelmodule te noemen. Artikel 2.Voorwerp van deze overeenkomst § 1. Met deze module verbinden de partijen er zich toe de bereikbaarheid van een zone van commerciële activiteiten in privaat of openbaar beheer te ondersteunen door een tegemoetkoming van het gewest in de aanleg of de herinrichting van de ontsluitingsinfrastructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder \"zone van commerciële activiteiten\" wordt verstaan : 1. de bedrijventerreinen, zoals omschreven in artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juni 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/08/1998 numac 1998035877 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de toekenningsvoorwaarden, de subsidiepercentages en het beheer van de bedrijventerreinen en bedrijfsgebouwen sluiten tot regeling van de toekenningsvoorwaarden, de subsidiepercentages en het beheer van de bedrijventerreinen en bedrijfsgebouwen;2. zones van tertiaire of industriële activiteiten, andere dan bedoeld in 1°. Onder \"herinrichting of aanleg van ontsluitingsinfrastructuur\" wordt verstaan, de herinrichting of de aanleg van verkeersinfrastructuur vanaf de bestaande gewestelijke verkeersinfrastructuur tot de rand van de zone van commerciële activiteiten in privaat of openbaar beheer, om de bereikbaarheid ervan te verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zone van commerciële activiteiten waarop deze module van toepassing is, wordt aangeduid op het plan dat als bijlage bij deze module gevoegd is. § 2. De toepassing van de doelstelling, bepaald in § 1, van dit artikel, steunt op een verantwoording van de beheerder, die als bijlage bij deze module gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verantwoording wordt aan de auditcommissie bezorgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die verantwoording omvat minstens : - een bedrijfseconomisch verantwoord investeringsdossier, op basis waarvan een financiële tegemoetkoming voor de in artikel 2, § 1, van deze module bedoelde ontsluitingsinfrastructuur wordt gevraagd; - een mobiliteitseffectenrapport (MOBER) waarin het (potentiële) gebruik van diverse vervoerswijzen wordt geëvalueerd, en waaruit de noodzaak en de omvang voor de in artikel 2, § 1, van deze module genoemde ontsluitingsinfrastructuur blijkt, rekening houdend met de effecten die via vervoersmanagement te bereiken zijn; - een haalbaarheidsstudie die uitgaat van de resultaten van de MOBER, waarbij tracéalternatieven worden afgewogen met betrekking tot hun impact op het vlak van multimodale bereikbaarheid, verkeersveiligheid, verkeersleefbaarheid, de open ruimte en het milieu; - de inpasbaarheid binnen de structuur- en uitvoeringsplannen op de verschillende beleidsniveaus. Artikel 3.Verbintenissen vanwege het gewest § 1. Het Vlaamse gewest verbindt zich ertoe, binnen het kader van een cofinancieringsplan zoals bedoeld in artikel 5 van deze module en binnen de grenzen van haar budgettaire ruimte een bedrag uit te trekken in hetzij het goedgekeurde driejarenprogramma, hetzij het investeringsprogramma van het lopende jaar voor de cofinanciering van de aanleg/herinrichting (3) van de ontsluitingsinfrastructuur zoals aangegeven op plan als bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in § 1 van dit artikel vermelde tegemoetkoming bedraagt : - maximaal 40 % van de totale kostprijs, exclusief onteigeningskosten, als het om de aanleg van nieuwe ontsluitingsinfrastructuur gaat; - maximaal 60 % van de totale kostprijs, exclusief onteigeningskosten, als het om de herinrichting van bestaande ontsluitingsinfrastructuur gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De financiële tegemoetkoming van het gewest wordt in één keer aan de beheerder betaald na de voorlopige oplevering van de werkzaamheden. § 2. Het gewest zorgt voor rekening en in naam van de beheerder voor het volledige ontwerp, de aanbesteding en de voortgangscontrole van de werkzaamheden die nodig zijn voor de in artikel 2, § 1, van deze module genoemde ontsluitingsinfrastructuur. Artikel 4.Verbintenissen vanwege de lokale overheid § 1. De lokale overheid verbindt zich ertoe om de grond die nodig is voor de in artikel 2, § 1, van deze module genoemde ontsluitingsinfrastructuur en die niet behoort tot het openbaar domein van het gewest, gratis ter beschikking te stellen aan het gewest en in voorkomend geval alle noodzakelijke onteigeningen voor haar rekening te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onteigeningsprocedure wordt 14 dagen na ondertekening van de projectbijakte opgestart. Een afschrift van de opdracht tot aanvang van de procedures wordt naar de overige partijen gestuurd. § 2. De lokale overheid ziet af van de vraag tot aanleg of herinrichting van infrastructuur ter ontsluiting van de in artikel 2, § 1, van deze module genoemde zone, als het gaat om andere ontsluitingsinfrastructuur dan deze welke in artikel 2, § 1, van deze module, werd genoemd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen vanwege de beheerder § 1. De beheerder verbindt zich ertoe een cofinancieringsplan op te stellen waarin de eigen financiële inbreng wordt verzekerd en waarbij het cofinancieringdeel van het gewest wordt geprefinancierd. Het cofinancieringsplan wordt vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan het gewest. § 2. De beheerder verbindt zich ertoe om de kosten te dragen van het onderhoud van de in artikel 2, § 1, van deze module genoemde ontsluitingsinfrastructuur</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Sancties Als een van de partijen de door haar aangegane verbintenissen van deze module niet naleeft, kunnen de kosten gedragen door de andere partijen integraal verhaald worden op de in gebreke blijvende partij zoals vermeld als bijlage</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlagen De bijlagen omvatten concrete afspraken en richtlijnen. Ze maken integraal deel uit van deze module. De inhoud van deze bijlagen kan niet strijdig zijn met de module. Indien de bijlagen bepalingen bevatten die strijdig zijn met deze module, krijgen de bepalingen van deze module voorrang Voetnoten (1) Vul nummer in.(2) Vul datum in.(3) Schrap of laat weg wat niet van toepassing is.(4) Vul in.(5) Herhaal deze rubriek voor elke andere bijlage. Bijlagen Bijlage 1 : verantwoording van het project tot aanleg of herinrichting van ontsluitingsinfrastructuur ter verbetering van de bereikbaarheid van specifieke zones van commerciële activiteiten in privaat en openbaar beheer (art. 2, § 2) Bijlage 2 : planmatige situering van het project in het investeringsprogramma van het lopende jaar/het goedgekeurde driejarenprogramma (3) (co-financieringsplan) (art. 3, § 1) Bijlage 3 : sanctiebepalingen (art. 6) Bijlage 4 : plan met de zone van commerciële activiteiten (art. 2, § 1) Bijlage ..................... (1) : ......................... (4) (5) Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie van 21 december 2001 betreffende de mobiliteitsconvenants.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 21 december 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, S. STEVAERT Bijlage XVII Vaststelling van het model van module 15 betreffende de subsidiëring van flankerende maatregelen ter ondersteuning van een duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid Module nr. 15 van ............................. (1) (2) betreffende de subsidiëring van flankerende maatregelen ter ondersteuning van een duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid Artikel 1.Toepassingsgebied Deze module behoort bij de koepelmodule ............... (1) (2), hierna de koepelmodule te noemen. Artikel 2.Voorwerp van deze overeenkomst § 1. Met deze module verbinden de partijen er zich toe projecten i.v.m. flankerende maatregelen te stimuleren die het mobiliteitsbeleid zoals vastgelegd in een (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder flankerende maatregelen worden hier maatregelen verstaan die als doel hebben een duurzame mobiliteit te ondersteunen via niet-(wegen)infrastructuurgebonden activiteiten of projecten. Deze maatregelen zijn binnen het mobiliteitsconvenantenbeleid beter bekend als de C-maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle maatregelen die passen binnen een streven naar duurzame mobiliteit zoals neergelegd in het conform verklaarde (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan en die niet (wegen)infrastructuurgebonden zijn en die niet onder een andere module vallen komen hiervoor in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende maatregelen kunnen via deze module worden gerealiseerd : 1° activiteiten of projecten die als doel hebben de publieke betrokkenheid van het gemeentelijk mobiliteitsbeleid en het gemeentelijk mobiliteitsplan te verhogen.2° activiteiten of projecten die als doel hebben een duurzaam verplaatsingsgedrag te stimuleren.3° activiteiten die als doel hebben een duurzaam parkeerbeleid te voeren en die het stand-still principe handhaven.4° activiteiten die een planmatige aanpak ondersteunen voor het wegwerken van mobiliteitseffecten, veroorzaakt door mobiliteitsgenererende actoren (bijv.vervoerplannen). 5° activiteiten die de druk op het leefmilieu (3), uitgeoefend door verkeer en vervoer en de bijhorende infrastructuren, verminderen. § 2. De lokale overheid vervult steeds een voortrekkersrol bij de uitwerking van de activiteit of het project. Het Vlaamse Gewest ondersteunt de lokale overheid financieel bij de uitvoering van die projecten en activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen vanwege het gewest § 1. Het gewest verbindt zich ertoe om het project \"flankerende maatregelen\" zoals uitgevoerd onder leiding van de lokale overheid met als omschrijving . . . . . . . . . . . . . . . ............................................ (4), hierna \"het project\" te noemen, te subsidiëren, met uitzondering van de kosten die door de lokale overheid worden gedragen zoals bepaald in artikel 4, § 2. § 2. De tegemoetkoming bedraagt 33 % van de reële kostprijs van het project, inclusief BTW. De tegemoetkoming bedraagt maximaal 12.500 euro per project. Dat bedrag is met 2 te vermenigvuldigen voor de regionaalstedelijke gebieden en met 4 te vermenigvuldigen voor de grootstedelijke gebieden Bij inter- of bovengemeentelijke projecten wordt dit aantal vermenigvuldigd met het aantal deelnemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per kalenderjaar kan slechts één project per lokale overheid in aanmerking komen voor subsidiëring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze tegemoetkoming wordt in één keer uitbetaald. De uitbetaling kan slechts op voorwaarde dat de conformverklaring van het project door de provinciale auditcommissie als bijlage bij deze module gevoegd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tegemoetkoming wordt betaald na de voltooiing van het project op basis van de door de lokale overheid ingediende eindafrekening, vergezeld van het evaluatieverslag, vermeld in artikel 6, § 1. § 3. Het gewest verbindt zich ertoe om deel te nemen aan overlegvergaderingen ten behoeve van het projectmanagement en de kwaliteitsbewaking van het dossier. Hiervoor wijst het gewest een ambtenaar aan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen vanwege de lokale overheid § 1. De lokale overheid verbindt zich ertoe om te zorgen voor de volledige voortgangscontrole van de werkzaamheden die nodig zijn voor het verwezenlijken van het project. § 2. De lokale overheid verbindt zich ertoe om de kosten die verbonden zijn aan volgende deelaspecten van het project, voor haar rekening te nemen : - de personeelskosten van ambtenaren van de lokale overheid; - horecakosten. § 3. De lokale overheid verbindt zich ertoe om de gronden, gebouwen en installaties waarover ze beschikt en die nodig zouden zijn voor de verwezenlijking van het project, kosteloos ter beschikking te stellen. § 4. De lokale overheid verbindt zich ertoe om binnen het kader van haar bevoegdheid alle maatregelen te treffen die het behalen van de verwachte en gewenste resultaten van het project bevorderen. § 5 De lokale overheid verbindt zich ertoe de verwezenlijking van het project slechts op te starten nadat de provinciale auditcommissie het ontwerp ervan goedgekeurd heeft. Het ontwerp wordt toegelicht door de lokale overheid of haar vertegenwoordiger. De toelichting van het ontwerp aan de provinciale auditcommissie omvat minstens : 1° de formulering van de problematiek waarbinnen het project zich situeert, een afweging van de impact op het gemeentelijk mobiliteitsbeleid en een terugkoppeling met het gemeentelijk mobiliteitsplan;2° de te nemen maatregelen of activiteiten, gerangschikt volgens prioriteit met vermelding van hun kritieke randvoorwaarden;3° een analyse van de verwachte en de gewenste resultaten voor de verschillende vervoerswijzen en/of doelgroepen;4° een gedegen kosten-batenanalyse van het project;5° een gedetailleerde kostenraming, met opgave van de specificaties voor de verschillende partijen. § 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lokale overheid organiseert overlegvergaderingen onder de verantwoordelijkheid van de gemeentelijke begeleidingscommissie, ten behoeve van het projectmanagement en de kwaliteitsbewaking van het dossier. Hiervoor wijst de lokale overheid een verantwoordelijke ambtenaar aan. De lokale overheid kan hiervoor een beroep doen op de ondersteuning van een extern studiebureau.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen vanwege andere deelnemende partijen aan het te subsidiëren project Alle andere deelnemende partijen aan het project verbinden zich ertoe om het duurzaam mobiliteitsbeleid van het gewest en van de lokale overheid zoals neergeschreven in het Mobiliteitsplan Vlaanderen en in het conform verklaarde (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan te onderschrijven en geen acties te ondernemen die hiertegen indruisen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Evaluatie § 1. De evaluatie maakt integraal deel uit van het project. Een door de gemeentelijke begeleidingscommissie goedgekeurd evaluatieverslag van het project dient dan ook samen met de eindafrekening aan de betrokken diensten van het Vlaams Gewest overgemaakt te worden. § 2. Onverminderd de bepalingen, opgenomen in artikel 6 van het moederconvenant ................ (1) (2), heeft de evaluatie inzonderheid betrekking op het bereiken van de gewenste resultaten in vergelijking met de doelstelling, vermeld in artikel 2, § 1, van deze module. De evaluatie door de commissie vindt plaats op basis van een door de lokale overheid opgesteld evaluatieverslag</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Sancties § 1. Als het gewest de verbintenissen zoals bepaald in artikel 3 van deze module niet naleeft, kan de lokale overheid de kosten die voorvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikel 4 van deze module op het gewest verhalen. § 2. Als de lokale overheid de verbintenissen zoals bepaald in artikel 4 van deze module niet naleeft, kan het gewest de kosten die voortvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikel 3 van deze module op de lokale overheid verhalen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlagen De bijlagen omvatten concrete afspraken en richtlijnen. Ze maken integraal deel uit van deze module. De inhoud van deze bijlagen kan niet strijdig zijn met de module. Indien de bijlagen bepalingen bevatten die strijdig zijn met deze module, krijgen de bepalingen van deze module voorrang Voetnoten (1) Vul nummer in.(2) Vul datum in.(3) Met de druk op het leefmilieu wordt bedoeld luchtverontreiniging, effecten op natuur, groenstructuren, hinder (geluid, licht, geur) en waterverontreiniging.(4) Vul in.(5) Herhaal deze rubriek voor elke andere bijlage. Bijlagen Bijlage 1 : verantwoording van het project (art. 4, § 5) Bijlage ................ (1) : ................ (4) (5) Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie van 21 december 2001 betreffende de mobiliteitsconvenants.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 21 december 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, S. STEVAERT Bijlage XVIII Vaststelling van het model van module 16 betreffende de herinrichting van wegvakken die niet als doortocht kunnen worden beschouwd Module nr. 16 van .................................. (1) (2) betreffende de herinrichting van wegvakken die niet als doortocht kunnen worden beschouwd Artikel 1.Toepassingsgebied Deze module behoort bij de koepelmodule ............... (1) (2), hierna de koepelmodule te noemen. Artikel 2.Voorwerp van deze overeenkomst § 1. Met deze module verbinden de partijen er zich toe een gewestweg die niet als een doortocht beschouwd kan worden, in te passen in zijn ruimtelijke omgeving en herin te richten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevordering van een multimodale en verkeersveilige ontsluitings-, erftoegangs-, of verbindingsfunctie staat centraal. Concreet betekent dat het verminderen van het aantal potentiële conflictpunten, het beveiligen van de potentiële conflictpunten en het bevorderen van de doorstroming met voorrang voor het openbaar vervoer. § 2. De toepassing van de doelstelling, bepaald in § 1 van dit artikel, steunt op een verantwoording, die als bijlage bij deze module gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verantwoording wordt aan de auditcommissie bezorgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze verantwoording omvat minstens : 1° een beschrijving, een kwantitatieve analyse en een evaluatie van de bestaande toestand en de knelpunten inzake mobiliteit onder andere gebaseerd op verkeerstellingen, ongevallenstatistieken en een oorsprong-bestemmingsonderzoek;2° een beschrijving, een kwantitatieve analyse en een evaluatie van de verwachte ontwikkeling bij een ongewijzigd beleid in de periode van 10 jaar na de ondertekening van de koepelmodule;3° een analyse van de mogelijke multimodale oplossingen, met een analyse van hun impact op het milieu, de open ruimte, de leefbaarheid, de veiligheid en de bereikbaarheid;4° een stedebouwkundig concept voor de omgeving 5° de maatregelen, middelen en termijnen die worden vastgesteld om deze doelstellingen te bereiken, alsmede de prioriteiten en de kritieke randvoorwaarden die daarbij gelden;6° een beschrijving, kwantitatieve analyse en evaluatie van de verwachte ontwikkeling na uitvoering van de in artikel 1, § 2, 2° lid, e , vermelde maatregelen. Artikel 3.Verbintenissen vanwege het gewest § 1. Het gewest verbindt zich ertoe op zijn kosten, met uitzondering van de kosten gedragen door de lokale overheid zoals bepaald in artikel 4, § 1, te zorgen voor de herinrichting van de gewestweg nr. ............... (1) tussen kilometerpunt ............... (1) en ............... (1). Het gewest neemt de noodzakelijke onteigeningen voor zijn rekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal parkeerplaatsen (voor personenwagens) op het openbaar domein wordt maximaal beperkt. Derhalve draagt het gewest geen kosten voor de (her)aanleg van parkeerplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het opstellen van het ontwerpplan voor de herinrichting houdt het gewest rekening met de adviezen van de VVM ter vrijwaring van de doorstroming van het openbaar vervoer en met de ruimtelijke context waarbinnen de ingreep plaatsvindt. § 2. Het gewest verbindt zich ertoe om binnen 14 dagen na de ondertekening van de koepelmodule, de procedures die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in § 1 bepaalde verbintenissen, op te starten. Een afschrift van de opdracht tot aanvang van de procedures wordt naar de overige partijen gestuurd. § 3. Het gewest verbindt zich ertoe om, binnen de grenzen van haar budgettaire ruimte, een bedrag uit te trekken in hetzij het goedgekeurde driejarenprogramma, hetzij het investeringsprogramma van het lopende jaar, voor de aanleg van de in § 1 van dit artikel bedoelde verkeersinfrastructuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen vanwege de lokale overheid § 1. De lokale overheid verbindt zich ertoe om de kosten, verbonden aan volgende deelaspecten van de herinrichting van de doortocht, voor haar rekening te nemen : 1° levering en plaatsing van nieuwe stoepverharding en onderhoud ervan;2° levering en plaatsing van het straatmeubilair en onderhoud ervan;3° levering en plaatsing van het groen en onderhoud ervan. De kosten voor deze herinrichting gaan als bijlage bij deze module en worden er verder gespecificeerd. § 2. De lokale overheid verbindt zich ertoe om binnen het kader van haar bevoegdheid alle stedenbouwkundige maatregelen te treffen ter vrijwaring van de verbindingsfunctie van de in artikel 3, § 1, genoemde wegeninfrastructuur, zoals zal blijken uit de beslissingen en adviezen van de burgemeester en schepenen of van de gemeenteraad krachtens de artikelen 31-36, de artikelen 48-53, de artikelen 55-56 en de artikelen 59-60 van het meermaals gewijzigd decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overige partijen worden vooraf van deze maatregelen op de hoogte gebracht. Minimaal worden maatregelen genomen ter bestrijding van nieuwe bedrijfsbebouwing of andere lintbebouwing langs de nieuwe wegeninfrastructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De VVM zal om advies gevraagd worden over deze maatregelen. § 3. De lokale overheid verbindt zich ertoe om vóór de ingebruikneming van de nieuwe weginfrastructuur een aanvullend verkeersreglement goed te keuren, dat van toepassing is op deze weginfrastructuur overeenkomstig artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer. Ze doet dat ter ondersteuning van deze module. Artikel 5.Verbintenissen vanwege de VVM § 1. De VVM verbindt zich ertoe om de andere partijen te adviseren bij de aanleg van de in artikel 3, § 1, genoemde wegeninfrastructuur. § 2. De VVM verbindt er zich toe om met het oog op de herinrichting de nodige maatregelen te treffen met betrekking tot de reisroutes, de haltevoorzieningen, het aanpassen van de dienstregelingen en het informeren van de gebruikers van het openbaar vervoer. Artikel 6.Evaluatie Onverminderd de bepalingen, opgenomen in artikel 6 van het moederconvenant ................ (1) (2), heeft de evaluatie inzonderheid betrekking op het bereiken van de resultaten in vergelijking met de doelstelling, vermeld in artikel 2, § 2, van deze module. De evaluatie heeft betrekking op de bereikte ontlasting van het centrum, de verhoging van de verkeersleefbaarheid en de verkeersveiligheid en de verhoging van de multimodale bereikbaarheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De evaluatie door de commissie vindt plaats op basis van een door de lokale overheid opgesteld evaluatieverslag. Artikel 7.Sancties § 1. Als het gewest de verbintenissen zoals bepaald in artikel 3 van deze module niet naleeft, kan de lokale overheid de kosten die voorvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikel 4 van deze module, op het gewest verhalen. § 2. Als de lokale overheid de verbintenissen inzake de overname en de herinrichting van de gewestwegen zoals bepaald in artikel 4 van deze module niet naleeft, kan het gewest de kosten die voortvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikel 3 van deze module, op de lokale overheid verhalen. Artikel 8.Wegverlichting Als het noodzakelijk is ter hoogte van de doortocht wegverlichting aan te brengen of te vernieuwen, kan hiervoor de module nummer 4 betreffende de subsidiëring van wegverlichting of de module 17 betreffende de wegverlichting langs gewestwegen afgesloten. Artikel 9.Bijlagen De bijlagen omvatten concrete afspraken en richtlijnen. Ze maken integraal deel uit van deze module. De inhoud van deze bijlagen kan niet strijdig zijn met de module. Indien de bijlagen bepalingen bevatten die strijdig zijn met deze module, krijgen de bepalingen van deze module voorrang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voetnoten (1) Vul nummer in.(2) Vul datum in.(3) Vul in.(4) Herhaal voor elke andere bijlage. Bijlagen Bijlage 1 : verantwoording voor de herinrichting van de wegvakken (art. 2, § 2) Bijlage 2 : gedetailleerde staat van de kosten ten laste van de lokale overheid (art. 4, § 1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage ................ (1) : ................ (3) (4) Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie van 21 december 2001 betreffende de mobiliteitsconvenants.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 21 december 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, S. STEVAERT Bijlage XIX Vaststelling van het model van module 17 betreffende de wegverlichting langs gewestwegen Module nr. 17 .................................................. (1) (2) betreffende de wegverlichting langs gewestwegen Artikel 1.Toepassingsgebied Deze module behoort bij de koepelmodule ...................... (1) (2), hierna de koepelmodule te noemen. Artikel 2.Voorwerp van deze overeenkomst § 1. Met deze module verbinden de partijen er zich toe een louter functionele wegverlichting aan te brengen of te hernieuwen ter hoogte van kruispunten of wegvakken om gevaarsituaties tot een minimum te beperken. § 2. Deze module is van toepassing voor kruispunten en gewestwegen die niet het voorwerp kunnen uitmaken van de module voor de subsidiëring van het aanbrengen of vernieuwen van een aan de bebouwde omgeving aangepaste wegverlichting. § 3. Deze module beoogt eveneens de plaatsing van een aangepaste punctuele verlichting ter beveiliging van voetgangersoversteekplaatsen en de plaatsing van de zogenaamde Bi-flashes ter hoogte van scholen, voorzover de wenselijkheid van deze punctuele verlichtingsinstallaties vaststaat en ze geen afbreuk doen aan het globaal verlichtingsconcept. § 4. De toepassing van de doelstelling, bepaald in §§ 1 en 3 steunt op een verantwoording, die als bijlage bij deze module gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze verantwoording wordt aan de auditcommissie bezorgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze verantwoording omvat minstens : 1° een gedetailleerde gekwantificeerde beschrijving van de verkeerssituatie (zoals verkeerstellingen en ongevallenstatistieken met afzonderlijke vermelding van de nachtelijke ongevallen);2° een analyse van de nachtelijke ongevallen teneinde de oorzaak van deze ongevallen te achterhalen en het rendement van een aangepaste (punctuele) verlichting op het vlak van verkeersveiligheid in te schatten;3° een beschrijving van de wijze waarop het voorgestelde verlichtingsconcept bijdraagt tot de herkenbaarheid van de bebouwde omgeving en tot de presentatie van potentiële conflictsituaties;4° een verlichtingsplan met aanduiding van de lichtpunten op het ontwerpplan en de dwarsprofielen van de herinrichting, hetzij op het plan van de bestaande toestand ingeval er geen herinrichting van de weg plaats vindt. Artikel 3.Verbintenissen vanwege het gewest § 1. Het gewest verbindt zich ertoe op zijn kosten te zorgen voor de plaatsing, het beheer en het onderhoud van de verlichtingsinstallatie ter hoogte van het wegvak/kruispunt (5) gelegen op de volgende gewestweg : - gewestweg nr. ..................... (1) tussen kilometerpunt .................... (1) en kilometerpunt .................... (1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gewest zorgt voor de elektrische installatie en zal de leiding van de werkzaamheden op zich nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de verlichting van kruispunten, worden de toeleidende wegvakken tot op maximaal 200 meter afstand van het kruispunt verlicht. § 2. Als het kruispunt of wegvak in kwestie al uitgerust is met een verlichtingsinstallatie van het gewest, wordt die weggenomen door en op kosten van het gewest. § 3. Het gewest verbindt zich ertoe in voorkomend geval op zijn kosten te zorgen voor de plaatsing van punctuele verlichtingsinstallaties langs de gewestweg nr. ................. (1) ter hoogte van kilometerpunt ................ (1) (incl. de elektrische installatie). § 4. Het gewest verbindt zich ertoe in voorkomend geval op zijn kosten te zorgen voor het onderhoud en het beheer van de in § 3 bedoelde punctuele verlichtingsinstallaties. § 5. Het gewest verbindt zich ertoe om, binnen de grenzen van haar budgettaire ruimte een bedrag uit te trekken in hetzij het goedgekeurde driejarenprogramma, hetzij het investeringsprogramma van het lopende jaar voor de plaatsing van de in § 1 en § 3 van dit artikel opgenomen verlichtingsinstallaties. § 6. Het gewest verbindt zich ertoe in voorkomend geval het elektriciteitsverbruik van de wegverlichting ter hoogte van kruispunten en wegvakken, categorie primair I of primair II, voor zijn rekening te nemen. § 7. De verbintenissen van het gewest ontslaan de lokale overheid niet van haar bevoegdheid inzake openbare verlichting zoals bepaald in art. 135 van de Nieuwe Gemeentewet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen vanwege de lokale overheid § 1. Als het kruispunt of wegvak in kwestie al uitgerust is met een gemeentelijke verlichtingsinstallatie, wordt die weggenomen door en op kosten van de lokale overheid. § 2. De lokale overheid verbindt zich ertoe op haar kosten te zorgen voor de plaatsing, het beheer en het onderhoud van de sturingsapparatuur en de aansluiting van de in artikel 3, § 1 en 3 van deze module bedoelde installaties op het lokale stroomverdelingsnet. § 3. De lokale overheid verbindt zich ertoe in voorkomend geval het elektriciteitsverbruik van de wegverlichting ter hoogte van wegvakken, categorie secundair, voor haar rekening te nemen. § 4. De lokale overheid verbindt zich ertoe in voorkomend geval het elektriciteitsverbruik van de in artikel 3, § 3, genoemde punctuele verlichtingsinstallaties voor haar rekening te nemen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Evaluatie van de wegverlichting Onverminderd de bepalingen, opgenomen in artikel 6 van het moederconvenant nr. .................... (1) (2), heeft de evaluatie inzonderheid betrekking op het bereiken van de resultaten in vergelijking met de doelstellingen, vermeld in artikel 2 van deze module. De evaluatie heeft betrekking op de beoogde verhoging van de verkeersleefbaarheid en de verkeersveiligheid en vindt plaats op basis van een door de lokale overheid opgesteld evaluatierapport Artikel 6.Sancties § 1. Als het gewest de verbintenissen zoals bepaald in artikel 3 van deze module niet naleeft, kan de lokale overheid de kosten die voortvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikel 4 van deze module op het gewest verhalen. § 2. Als de lokale overheid de verbintenissen zoals bepaald in artikel 4 van deze module, niet naleeft, kan het gewest zijn financiële tegemoetkoming stoppen of terugvorderen van de lokale overheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsmodaliteiten § 1. De financiële tegemoetkoming van het gewest wordt aan de lokale overheid in één keer betaald na voltooiing van de werkzaamheden. § 2. De voornoemde financiële tegemoetkoming wordt uitbetaald na ontvangst van een betalingsaanvraag, gestaafd door : 1° een gedetailleerd uitvoeringsplan, met vermelding van de lengte van de aangebrachte of vernieuwde openbare verlichting;2° het proces-verbaal van voorlopige oplevering van de verlichtingsinstallatie;3° de goedgekeurde afrekening aan de aannemer van de werkzaamheden in 4 exemplaren, met overzicht en verklaring van de verschillende afkortingen;4° de gedetailleerde berekening van de financiële tegemoetkoming van het gewest;5° een schuldvordering in vier exemplaren voor de financiële tegemoetkoming van het gewest. § 3. Alle documenten worden ondertekend door de lokale overheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlagen De bijlagen omvatten concrete afspraken en richtlijnen. Ze maken integraal deel uit van deze module. De inhoud van deze bijlagen kan niet strijdig zijn met de module. Indien de bijlagen bepalingen bevatten die strijdig zijn met deze module, krijgen de bepalingen van deze module voorrang Voetnoten (1) Vul nummer in.(2) Vul datum in.(3) Vul in.(4) Herhaal deze rubriek voor elke andere bijlage. Bijlagen Bijlage 1 : de verantwoording voor de plaatsing van de wegverlichting (art. 2, § 4) Bijlage ................ (1) : ................ (3) (4) Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie van 21 december 2001 betreffende de mobiliteitsconvenants.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 21 december 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, S. STEVAERT Bijlage XX Vaststelling van het model van module 18 betreffende de herinrichting van singuliere kruispunten en oversteekplaatsen buiten de bebouwde kom Module nr. 18 van ............... (1) (2) betreffende de herinrichting van singuliere kruispunten en oversteekplaatsen buiten de bebouwde kom Artikel 1.Toepassingsgebied Deze module behoort bij de koepelmodule ............... (1) (2), hierna de koepelmodule te noemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorwerp van deze overeenkomst § 1. Met deze module verbinden de partijen er zich toe singuliere kruispunten en oversteekplaatsen herin te richten. De bevordering van de verkeersveiligheid en de multimodale bereikbaarheid staat daarbij centraal. Concreet betekent dat het verminderen van het aantal potentiële conflictpunten (onder meer door middel van een rotonde, ongelijkgronds kruispunt), het beveiligen van de potentiële conflictpunten (onder meer door middel van verkeerslichten, al dan niet conflictvrij geregeld) en het bevorderen van de doorstroming met voorrang voor het openbaar vervoer (onder meer door middel van verkeerslichtenregeling met voorrang voor het openbaar vervoer). § 2. Onder kruispunt wordt verstaan, de kruising van gewestwegen of de kruising van gewestwegen met gemeente- of provinciewegen. Met betrekking tot het openbaar domein van het gewest, kunnen de wegvakken van de kruisende gewestwegen tot op maximaal 200 meter afstand van de eigenlijke kruising heringericht worden in het kader van deze module. § 3. De toepassing van de doelstelling, bepaald in § 1, steunt op een verantwoording, die als bijlage bij deze module gaat De verantwoording wordt aan de auditcommissie bezorgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze verantwoording omvat minstens : 1° een gedetailleerde gekwantificeerde beschrijving van de huidige verkeerssituatie en de verkeerssituatie bij een autonome evolutie in 2000 en 2010 (zoals verkeerstellingen, ongevallen-statistieken en een oorsprong-bestemmingsonderzoek);2° de formulering van de verkeersproblemen, een analyse van mogelijke multimodale oplossingen en een afweging van hun impact op het milieu, de open ruimte, de leefbaarheid, de veiligheid en de bereikbaarheid;3° een ruimtelijk streefbeeld voor de omgeving;4° de te nemen maatregelen, gerangschikt volgens prioriteit met vermelding van hun kritieke randvoorwaarden;5° het kwantificeren van de toekomstige situatie na uitvoering van de bovenvermelde maatregelen. Artikel 3.Verbintenissen vanwege het gewest § 1. Het gewest verbindt zich ertoe op zijn kosten, met uitzondering van de kosten gedragen door de lokale overheid zoals bepaald in artikel 4, § 2, of door de provincie zoals bepaald in artikel 5, op zijn domein te zorgen voor de herinrichting van het kruispunt of de oversteekplaats ter hoogte van de volgende wegen : gewestweg nr. 1 .............. ter hoogte van kilometerpunt .............. (1) (3) Het gewest neemt de noodzakelijke onteigeningen voor zijn rekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het opstellen van het ontwerpplan voor de herinrichting houdt het gewest rekening met de adviezen van de VVM ter vrijwaring van de doorstroming van het openbaar vervoer en met de ruimtelijke context waarbinnen de ingreep plaats vindt. § 2. Het gewest verbindt zich ertoe om binnen 14 dagen na de ondertekening van de koepelmodule de procedures die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in § 1 bepaalde verbintenissen, op te starten. Een afschrift van de opdracht tot aanvang van de procedures wordt naar de overige partijen gestuurd. § 3. Het gewest verbindt zich ertoe om, binnen de grenzen van haar budgettaire ruimte, een bedrag uit te trekken in hetzij het goedgekeurde driejarenprogramma, hetzij het investeringsprogramma van het lopende jaar voor de herinrichting van het kruispunt of de oversteekplaats van de in § 1 van dit artikel opgenomen gewestweg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen vanwege de lokale overheid § 1. De lokale overheid verbindt zich ertoe op haar kosten op haar domein te zorgen voor de herinrichting van het art. 3, § 1, vermelde kruispunt. § 2. De lokale overheid verbindt zich ertoe om de kosten, verbonden aan de volgende deelaspecten van de herinrichting van het kruispunt of de oversteekplaats, voor haar rekening te nemen : 1° levering en plaatsing van nieuwe stoepverharding en onderhoud ervan;2° levering en plaatsing van het straatmeubilair en onderhoud ervan;3° levering en plaatsing van het groen en onderhoud ervan. De kosten voor deze herinrichtingen worden als bijlage opgenomen en verder gespecificeerd. § 3. De lokale overheid verbindt zich ertoe om binnen het kader van haar bevoegdheid alle stedenbouwkundige maatregelen te treffen ter vrijwaring van de verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling ter hoogte van het artikel 3, § 1, genoemde kruispunt of oversteekplaats zoals zal blijken uit de beslissingen en adviezen van de burgemeester en schepenen of de gemeenteraad krachtens de artikelen 31-36, de artikelen 48-53, de artikelen 55-56 en de artikelen 59-60 van het meermaals gewijzigd decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende organisatie van de ruimtelijke ordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overige partijen worden vooraf van deze maatregelen op de hoogte gebracht. De VVM zal om advies gevraagd worden over deze maatregelen. § 4. De lokale overheid verbindt zich ertoe om vóór de ingebruikneming van de nieuwe weginfrastructuur een aanvullend verkeersreglement goed te keuren, dat van toepassing is op deze weginfrastructuur overeenkomstig artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer. Ze doet dat ter ondersteuning van deze module.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen van de provincie § 1. De provincie verbindt zich ertoe op haar kosten op haar domein te zorgen voor de herinrichting van het artikel 3, § 1, vermelde kruispunt. § 2. De provincie verbindt zich ertoe om de kosten, verbonden aan de volgende deelaspecten van de herinrichting van het kruispunt of de oversteekplaats, voor haar rekening te nemen : 1° levering en plaatsing van nieuwe stoepverharding en onderhoud ervan;2° levering en plaatsing van het straatmeubilair en onderhoud ervan;3° levering en plaatsing van het groen en onderhoud ervan. De kosten voor deze herinrichtingen worden als bijlage opgenomen en verder gespecificeerd. § 3. De provincie verbindt zich ertoe om binnen het kader van haar bevoegdheid alle stedenbouwkundige maatregelen te treffen ter vrijwaring van de verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling ter hoogte van het artikel 3, § 1, genoemde kruispunt of oversteekplaats zoals zal blijken uit de beslissingen en adviezen van de bestendige deputatie De overige partijen worden vooraf van deze maatregelen op de hoogte gebracht. De VVM zal om advies gevraagd worden over deze maatregelen. § 4. De provincie verbindt zich ertoe om vóór de ingebruikneming van de nieuwe weginfrastructuur een aanvullend verkeersreglement goed te keuren, dat van toepassing is op deze weginfrastructuur overeenkomstig artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze doet dat ter ondersteuning van deze module.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen vanwege de VVM § 1. De VVM verbindt zich ertoe om de andere partijen te adviseren bij de herinrichting van de in artikel 3, § 1, van deze module bedoelde kruispunt of oversteekplaats. § 2. De VVM verbindt zich ertoe om met het oog op de herinrichting de nodige maatregelen te treffen met betrekking tot de reisroutes, de haltevoorzieningen, het aanpassen van de dienstregelingen en het informeren van de gebruikers van het openbaar vervoer</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Evaluatie Onverminderd de bepalingen, opgenomen in artikel 6 van het moederconvenant nr. .............. (1) (2), heeft de evaluatie inzonderheid betrekking op het bereiken van de resultaten in vergelijking met de prognoses, vermeld in artikel 2, § 3, van deze module. De evaluatie van de bijsturing heeft betrekking op de beoogde verhoging van de verkeersveiligheid en de verhoging van de multimodale bereikbaarheid. De evaluatie door de commissie vindt plaats op basis van een door de lokale overheid opgesteld evaluatieverslag</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wegverlichting Als ter hoogte van het kruispunt wegverlichting ontbreekt of vernieuwd moet worden, kan binnen een termijn van drie maanden de module 4 betreffende de subsidiëring van wegverlichting langs gewestwegen of de module 17 afgesloten betreffende de wegverlichting langs gewestwegen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Sancties § 1. Als het gewest de verbintenissen zoals bepaald in artikel 3 van deze module niet naleeft, kunnen de lokale overheid en de provincie de kosten die voorvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikelen 4 en 5 van deze module, op het gewest verhalen. § 2. Als de lokale overheid de verbintenissen zoals bepaald in artikel 4 van deze module niet naleeft, kan het gewest de kosten die voortvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikel 3 van deze module, op de lokale overheid verhalen. § 3. Als de provincie de verbintenissen zoals bepaald in artikel 5 van deze module niet naleeft, kan het gewest de kosten die voortvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikel 3 van deze module op de provincie verhalen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlagen De bijlagen omvatten concrete afspraken en richtlijnen. Ze maken integraal deel uit van deze module. Indien de bijlagen bepalingen bevatten die strijdig zijn met deze module, krijgen de bepalingen van deze module voorrang Voetnoten (1) Vul nummer in.(2) Vul datum in.(3) Herhaal eventueel voor elke ander weg (gemeente, - provincie, - of gewestweg).(4) Vul in.(5) Herhaal voor elke andere bijlage. Bijlagen Bijlage 1 : verantwoording voor de herinrichting van singuliere kruispunten en oversteekplaatsen buiten de bebouwde kom (art. 2, § 3) Bijlage 2 : specificatie van de deelaspecten van de herinrichting die de lokale overheid voor haar rekening zal nemen met inbegrip van een gedetailleerde kostenraming. (art. 4, § 2) Bijlage 3 : specificatie van de deelaspecten van de herinrichting die de provincie voor haar rekening zal nemen met inbegrip van een gedetailleerde kostenraming. (art. 4, § 2) Bijlage ................ (1) : ................ (4) (5) Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie van 21 december 2001 betreffende de mobiliteitsconvenants.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 21 december 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, S. STEVAERT Bijlage XXI Vaststelling van het model van module 19 betreffende streefbeelden of de ondersteuning van strategische planningsactiviteiten voor een gewestweg met bovenlokale of regionale verbindingsfunctie Module nr. 19 van ....................... (1) (2) betreffende streefbeelden of de ondersteuning van strategische planningsactiviteiten voor een gewestweg met bovenlokale of regionale verbindingsfunctie Artikel 1.Toepassingsgebied Deze module behoort bij de koepelmodule ................... (1) (2), hierna de koepelmodule te noemen. Artikel 2.Voorwerp van deze overeenkomst § 1. Met deze module verbinden de partijen er zich toe een gewestweg van het type primair II of secundair 3 te bestuderen en in te passen in zijn ruimtelijke omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afbakening van het studiegebied van het streefbeeld wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de provinciale auditcommissie. De goedkeuring van het afgebakende studiegebied is als bijlage toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In casu handelt deze module over de gewestweg nr. ................ (1) tussen kilometerpunt ................ (1) en kilometerpunt ................ (1) op het grondgebied van de gemeenten die deze module ondertekenen. (4) Hiertoe wordt een studie opgemaakt waarin een geïntegreerd concept van duurzame mobiliteit over het geselecteerde traject van deze gewestweg wordt uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij staat de bevordering van een multimodale en verkeersveilige verbindingsfunctie centraal. Concreet betekent dat het verminderen van het aantal potentiële conflictpunten, het beveiligen van de potentiële conflictpunten en het bevorderen van de doorstroming, met voorrang voor het openbaar vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De partijen verbinden zich ertoe die studie zo snel mogelijk af te ronden. § 2. De studie zoals bepaald in § 1 dient minimaal de volgende gegevens te omvatten : 1° een gedetailleerde gekwantificeerde beschrijving van de huidige verkeerssituatie en de verkeerssituatie bij een autonome evolutie nu en binnen 10 jaar (zoals verkeerstellingen, ongevallenstatistieken en een oorsprong-bestemmingsonderzoek);2° de formulering van de verkeersproblemen, een analyse van mogelijke multimodale oplossingen en een afweging van hun impact op het milieu, de open ruimte, de leefbaarheid, de veiligheid en de bereikbaarheid;3° een stedenbouwkundig concept voor de omgeving;4° een multimodale visie voor het projectgebied als bredere visie op de gehele corridor;5° de te nemen maatregelen, gerangschikt volgens prioriteit, met vermelding van hun kritieke randvoorwaarden;6° de uitwerking van herinrichtingsprincipes voor elk deelgebied langs het traject van de geviseerde gewestweg;7° het kwantificeren van de toekomstige situatie na uitvoering van de bovenvermelde maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen vanwege het gewest § 1. Het gewest zorgt voor het afsluiten van een overeenkomst met een studiebureau. Van de kostprijs voor de studiekosten (incl. BTW), met uitzondering van de eventuele personeelskosten, betaalt het gewest 2/3. § 2. Het gewest verbindt zich ertoe de studie te begeleiden en de coherentie (in methodiek en visie) ervan tussen de verschillende beleidsniveaus te bewaken. § 3. Het gewest verbindt zich ertoe om binnen 14 dagen na ondertekening van deze module de procedures, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in § 1 bepaalde verbintenissen, op te starten. Een afschrift van de opdracht tot aanvang van de procedures wordt naar de overige partijen gestuurd. § 4. Het gewest verbindt zich ertoe om, binnen de grenzen van het budget, nominatief vermeld in zijn driejarenprogramma, de nodige bedragen voor te behouden voor de gefaseerde herinrichting van het wegvak van de in artikel 2, § 1 van genoemde gewestweg</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen vanwege de lokale overheid of de provincie § 1. De lokale overheden en de provincie verbinden zich ertoe gezamenlijk de studiekosten, verminderd met het deel van het gewest, voor hun rekening te nemen. De personeelskosten van het studiebureau, vermeld in art. 3, § 1, zijn ten laste van de lokale overheden en de provincie. De kosten worden tussen de verschillende lokale overheden en de provincie verdeeld overeenkomstig de regels die als bijlage bij deze module zijn gevoegd. § 2. De lokale overheid en de provincie verbinden zich ertoe bij de inwerkingtreding van deze module de in artikel 2 van deze module omschreven strategie voor de volgende periode van zes jaar te onderschrijven en te ondersteunen. Dat betekent dat elke lokale overheid de passende modules die volgen uit de (gefaseerde) uitvoering van de studie zal ondertekenen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span><span class=\"lf-art-t\">Verbintenissen vanwege de VVM De VVM verbindt zich ertoe om de andere partijen te adviseren bij de in artikel 2, § 1, genoemde opmaak van het streefbeeld</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Evaluatie Onverminderd de bepalingen, opgenomen in artikel 6 van het moederconvenant nr. ................ (1) (2) heeft de evaluatie inzonderheid betrekking op het multimodale karakter van het opgestelde streefbeeld en de overeenstemming ervan met het (de) mobiliteitsplan(nen) van de omgeving</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Sancties Als een van de partijen de aangegane verbintenissen niet naleeft, kunnen de kosten, gedragen door de andere partijen, verhaald worden op de in gebreke blijvende partij</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlagen De bijlagen omvatten concrete afspraken en richtlijnen. Ze maken integraal deel uit van deze module. Indien de bijlagen bepalingen bevatten die strijdig zijn met deze module, krijgen de bepalingen van deze module voorrang Voetnoten (1) Vul nummer in.(2) Vul datum in.(3) Schrap wat niet van toepassing is.(4) Herhaal eventueel voor elke andere weg (gemeente-, provincie-, of gewestweg).(5) Vul in.(6) Herhaal voor elke andere bijlage. Bijlagen Bijlage 1 : het afgebakend studiegebied voor het opstellen van het streefbeeld zoals goedgekeurd door de auditcommissie (artikel 2, § 1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2 : de betalingsmodaliteiten (facultatief) Bijlage ................ (1) : ................ (5) (6) Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie van 21 december 2001 betreffende de mobiliteitsconvenants.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 21 december 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, S. STEVAERT</p></div>", "next": 0}