{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kent aan ieder regionaal overlegplatform, en in voorkomend geval per centrum voor deeltijdse vorming, voor de start van het schooljaar een maximum aantal subsidieerbare deelnemersuren toe, rekening houdend met de volgende criteria : 1° het aantal jongeren in de leeftijdgroep 15 tot en met 18 jaar die op 1 februari van het voorafgaande schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna als voormelde datum op een vrije dag valt, deeltijds beroepssecundair onderwijs volgen in een vestigingsplaats van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat is gelegen in het werkingsgebied van desbetreffend regionaal overlegplatform;2° het aantal jongeren vermeld in 1° dat op 1 februari van het voorafgaande schooljaar geen voltijds engagement heeft en na screening niet in arbeidsdeelname ingeschaald wordt;3° het aantal georganiseerde deelnemersuren tijdens het vorige schooljaar. De uitbetaling van de subsidies voor een bepaald schooljaar van de centra voor deeltijdse vorming gebeurt in twee schijven. De uitbetaling aan de centra voor deeltijdse vorming van de eerste schijf gebeurt in de loop van de maand februari van het schooljaar in kwestie en de uitbetaling van de tweede schijf in de loop van de maand oktober daaropvolgend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De berekening van de subsidiëring is als volgt : 1° de eerste schijf bedraagt 75 % van de subsidieerbare deelnemersuren, vermenigvuldigd met het door de Vlaamse Regering vastgelegde bedrag per deelnemersuur;2° de tweede schijf wordt berekend door per centrum voor deeltijdse vorming het aantal tijdens het betrokken schooljaar georganiseerde deelnemersuren te vermenigvuldigen met het door de Vlaamse Regering vastgelegde bedrag per deelnemersuur en te verminderen met de eerste schijf.Indien dit saldo negatief is, wordt tot terugvordering ervan overgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal georganiseerde deelnemersuren per jongere omvat het totaal aantal uren dat een jongere opgenomen is in een persoonlijk ontwikkelingstraject, te rekenen vanaf de datum van het gemotiveerd verslag van het centrum voor leerlingenbegeleiding als vermeld in artikel 62, zesde lid, tot en met de laatste lesdag waarin het persoonlijk ontwikkelingstraject wordt gevolgd. § 2. Met betrekking tot de hierna vermelde werkingsgebieden worden, in afwijking van § 1, de subsidieerbare deelnemersuren in het schooljaar 2008-2009, 2009-2010 en 2010-2011 toegekend als volgt : 1° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Antwerpen : 94.721,5 deelnemersuren; 2° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Brugge : 13.593,6 deelnemersuren, waarvan 5376,0 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Groep Intro; 3° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Halle-Vilvoorde : 6869,1 deelnemersuren; 4° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Kempen : 32.176,4 deelnemersuren, waarvan 5840,0 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Arktos; 5° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Limburg : 57.845,2 deelnemersuren, waarvan 18.906,8 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Arktos en 5376,0 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Groep Intro; 6° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Mechelen : 22.631,9 deelnemersuren; 7° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Meetjesland, Leie en Schelde : 7664,5 deelnemersuren;8° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Midden-West-Vlaanderen : 6941,4 deelnemersuren, waarvan 5376,0 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Groep Intro; 9° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Waas en Dender : 26.247,3 deelnemersuren, waarvan 5376,0 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Groep Intro; 10° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Westhoek : 10.629,1 deelnemersuren, waarvan 5376,0 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Groep Intro; 11° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Zuid-Oost-Vlaanderen : 30.368,7 deelnemersuren, waarvan 5376,0 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Groep Intro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om tot uitbetaling over te kunnen gaan van de eerste schijf, bezorgen de centra voor deeltijdse vorming vóór 1 september van het betrokken schooljaar aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten een overzicht van de verdeling van de subsidieerbare deelnemersuren over de verschillende centra binnen één werkingsgebied, rekening houdend met de gegarandeerde deelnemersuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een regionaal overlegplatform een voorstel doet in toepassing van het in artikel 103, § 2, gestelde, formuleert het tezelfdertijd een voorstel tot verdeling van de subsidieerbare deelnemersuren over de voorgestelde regionale overlegplatformen. § 3. Met betrekking tot de hierna vermelde werkingsgebieden worden, in afwijking van § 1, de subsidieerbare deelnemersuren toegekend als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het schooljaar 2008-2009 : 1° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Brussel : 51.054,2 deelnemersuren, waarvan 8310,1 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Groep Intro en 42.744,1 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Foyer; 2° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Gent en de Gentse Rand : 75.215,4 deelnemersuren, waarvan 24.152,6 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Groep Intro, 23.614,6 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Lejo en 27.448,1 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw De Werf; 3° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Leuven : 30.858,5 deelnemersuren, bestemd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Arktos; 4° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Oostende : 14.871,6 deelnemersuren, bestemd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Groep Intro; 5° in het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform Zuid-West-Vlaanderen : 61.638,1 deelnemersuren, waarvan 56.262,1 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Jongerenbegeleiding en 5376,0 deelnemersuren gegarandeerd voor het centrum voor deeltijdse vorming georganiseerd door de vzw Groep Intro.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het schooljaar 2009-2010 blijft het aantal subsidieerbare deelnemersuren gelijk aan de subsidieerbare deelnemersuren vermeld in het eerste lid, tenzij het aantal georganiseerde deelnemersuren in het schooljaar 2008-2009 lager is dan 90 % van het aantal subsidieerbare deelnemersuren voor dat schooljaar. In dat geval worden de subsidieerbare deelnemersuren voor het schooljaar 2009-2010 beperkt tot het aantal georganiseerde deelnemersuren in het schooljaar 2008-2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het schooljaar 2010-2011 blijft het aantal subsidieerbare deelnemersuren gelijk aan de subsidieerbare deelnemersuren vermeld in het tweede lid, tenzij het aantal georganiseerde deelnemersuren in het schooljaar 2009-2010 lager is dan 90 % van het aantal subsidieerbare deelnemersuren voor dat schooljaar. In dat geval worden de subsidieerbare deelnemersuren voor het schooljaar 20010-2011 beperkt tot het aantal georganiseerde deelnemersuren in het schooljaar 2009-2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van § 1, vijfde lid, en voor de schooljaren 2008-2009, 2009-2010 en 2010-2011, gebeurt de uitbetaling van de subsidies aan de centra voor deeltijdse vorming, zoals vermeld in het eerste lid, in twee schijven. De uitbetaling van de eerste schijf gebeurt in de loop van de maand februari van het schooljaar in kwestie en de uitbetaling van de tweede schijf in de loop van de maand oktober daaropvolgend. De eerste schijf bedraagt 75 % van de subsidieerbare deelnemersuren, vermenigvuldigd met het door de Vlaamse Regering vastgelegde bedrag per deelnemersuur. De tweede schijf bedraagt het aantal tijdens het betrokken schooljaar georganiseerde deelnemersuren dat meer is dan 75 % van het aantal subsidieerbare deelnemersuren, vermenigvuldigd met het door de Vlaamse Regering vastgelegde bedrag per deelnemersuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van § 1, vijfde lid, worden voor centra deeltijdse vorming vermeld in het eerste lid, die in het voorgaande schooljaar minder dan 50 % van het subsidieerbare aantal deelnemersuren organiseerden, de schijven als volgt bepaald : 1° de eerste schijf bedraagt 50 % van de subsidieerbare deelnemersuren, vermenigvuldigd met het door de Vlaamse Regering vastgelegde bedrag per deelnemersuur;2° de tweede schijf, die maximaal gelijk is aan de eerste schijf, bedraagt het aantal tijdens het betrokken schooljaar georganiseerde deelnemersuren dat meer is dan 50 % van het aantal subsidieerbare deelnemersuren, vermenigvuldigd met het door de Vlaamse Regering vastgelegde bedrag per deelnemersuur. Indien een regionaal overlegplatform een voorstel doet in toepassing van het in artikel 103, § 2, gestelde, formuleert het tezelfdertijd een voorstel tot verdeling van de subsidieerbare deelnemersuren over de voorgestelde regionale overlegplatformen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in toepassing van deze paragraaf eventueel vrijkomende middelen worden tijdens de schooljaren 2009-2010 en 2010-2011 door de Vlaamse Regering over de in § 2 vermelde werkingsgebieden herverdeeld op basis van de criteria als vermeld in § 1, derde lid. § 4. In afwijking van § 1 ontvangen de volgende centra voor erkende vorming, georganiseerd door de vzw Groep Intro, die tijdens het schooljaar 2007-2008 erkend waren voor de organisatie van deeltijdse vorming in het kader de vervulling van de deeltijdse leerplicht en die deze vorming organiseerden voor leerplichtige jongeren in een Onthaal en Observatiecentrum of in een Centrum voor Observatie, Oriëntering en Medische, Psychologische en Pedagogische Behandeling, voor het schooljaar 2008-2009 de volgende subsidiebedragen : 1° voor het centrum voor deeltijdse vorming OOC De Waai : 40.352 euro; 2° voor het centrum voor deeltijdse vorming OBC De Waai, 't Laar en De Zandberg : 185.789 euro; 3° voor het centrum voor deeltijdse vorming RKJ De Sleutel : 126.101 euro; 4° voor het centrum voor deeltijdse vorming Luein : 80.705 euro; 5° voor het centrum voor deeltijdse vorming De Wijzer : 109.288 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidies worden uitbetaald in twee schijven, een eerste schijf van 75 % in de loop van de maand februari van het schooljaar in kwestie en een tweede schijf van 25 % in de loop van de maand oktober daaropvolgend. Art. 96.De subsidiëring van een centrum voor deeltijdse vorming als vermeld in deze onderafdeling, mag nooit rechtstreeks of onrechtstreeks worden aangewend voor de organisatie van een voortraject of brugproject.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling IV. - Nascholing trajectbegeleiders Art. 97.De Vlaamse Regering kan aan maximaal één vereniging zonder winstoogmerk die nascholing voor trajectbegeleiders en trajectbegeleiders Syntra Vlaanderen als enig doel of als een van haar doelstellingen heeft, en die zich in haar werking openstelt voor alle centra binnen het stelsel van leren en werken, een jaarsubsidie verlenen. Om voor deze subsidie in aanmerking te komen dient ter goedkeuring door de Vlaamse Regering jaarlijks een nascholingsprogramma te worden voorgelegd waaruit de deskundigheid en professionaliteit op het vlak van training in trajectbegeleiding moet blijken. De Vlaamse Regering kan nadere bepalingen vastleggen inzake minimale duur, minimum aantal deelnemers of profiel van de trainers waaraan het nascholingsprogramma moet beantwoorden. HOOFDSTUK IV. - De component werkplekleren Afdeling I. - Toelating en attestering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-98\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 98</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Als de component werkplekleren niet door middel van de arbeidsdeelname wordt ingevuld, moet met de volgende beperkingen rekening worden gehouden : 1° een jongere kan een voortraject maximaal 312 uren, al dan niet onderbroken en al dan niet schooljaaroverschrijdend, volgen;2° een jongere kan een brugproject maximaal 800 uren, al dan niet onderbroken en al dan niet schooljaaroverschrijdend, volgen. § 2. Een jongere kan eenmalig en gedurende maximum 2 dagen een observatiestage lopen in een brugproject of in arbeidsdeelname met het oog op eventueel latere tewerkstelling. In voorkomend geval is de wet-, decreet- of regelgeving die geldt voor observatiestages, onverkort van toepassing. Art. 99.Aan een jongere die een voortraject heeft gevolgd, wordt door de verantwoordelijke organisator van dat voortraject een attest van verworven competenties uitgereikt Aan een jongere die een brugproject heeft gevolgd, wordt door de verantwoordelijke organisator van dat brugproject een attest van verworven competenties uitgereikt. Afdeling II. - Subsidiëring Onderafdeling I. - Voortrajecten Art. 100.De Vlaamse Regering lanceert jaarlijks en zo spoedig mogelijk voor de start van het schooljaar in kwestie een oproep bij verenigingen met publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid om voorstellen van voortrajecten in te dienen binnen het stelsel van leren en werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Noch Syntra Vlaanderen, noch een centrumbestuur van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, noch - met uitzondering van de bestuursorganen van het centrale bestuursniveau van het Gemeenschapsonderwijs - een centrumbestuur van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs kan promotor zijn van een voortraject.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oproep bevat inhoudelijke, organisatorische of vormelijke voorwaarden of criteria waaraan het voortraject of de vereniging, als promotor, moet voldoen. In elk geval moet het voortraject als doelstelling hebben de kansen op een reguliere tewerkstelling te verhogen door de bereidheid en de mogelijkheid van de jongere om deel te nemen aan het reguliere arbeidscircuit te ontwikkelen, te versterken of te verhogen door goed uitgebouwde opleidings- en begeleidingsmodules aan te bieden die inspelen op zijn specifieke individuele behoeften.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ingediende voorstellen worden beoordeeld en geselecteerd door een commissie, bestaande uit : 1° afgevaardigden van het departement Onderwijs en Vorming;2° afgevaardigden van de VDAB. Het departement Onderwijs en Vorming stelt de commissie samen en neemt het voorzitterschap ervan waar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van het advies van de commissie wijst de Vlaamse Regering de voortrajecten aan die ze voor het schooljaar in kwestie subsidieert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voortrajecten worden gesubsidieerd op basis van het aantal gepresteerde deelnemersuren met een gewaarborgd forfait. Onder deelnemersuur wordt een uur van het voortraject verstaan dat de deelnemer effectief presteert. De Vlaamse Regering bepaalt het gesubsidieerd forfaitaire bedrag evenals het subsidiebedrag per gepresteerd deelnemersuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidiëring wordt uitbetaald door middel van een voorschot in de loop van de maand februari van het betrokken schooljaar en een saldo in de loop van de maand oktober daaropvolgend. Het voorschot bedraagt minimaal 50 % en maximaal 60 % van de subsidiëring. Het saldo wordt uitbetaald na voorafgaande verificatie en aanvaarding van de schriftelijke bewijsstukken over de reële uitgaven tijdens het schooljaar waarvoor de subsidiëring werd verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling II. - Brugprojecten Art. 101.De Vlaamse Regering lanceert jaarlijks en zo spoedig mogelijk voor de start van het schooljaar in kwestie een oproep bij verenigingen met publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid om voorstellen van brugprojecten in te dienen binnen het stelsel van leren en werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oproep bevat inhoudelijke, organisatorische of vormelijke voorwaarden of criteria waaraan het brugproject of de vereniging, als promotor, moet voldoen. In elk geval moet het brugproject als doelstelling hebben de kansen op een reguliere tewerkstelling te verhogen door bij de jongere de werkattitudes te versterken en aan te scherpen, die noodzakelijk zijn om een reguliere arbeidsplaats te verwerven of te behouden, door middel van een sterk begeleide werkervaring in een ondersteunende werkomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ingediende voorstellen worden beoordeeld en geselecteerd door een commissie, bestaande uit : 1° afgevaardigden van het departement Onderwijs en Vorming;2° afgevaardigden van de VDAB. Het departement Onderwijs en Vorming stelt de commissie samen en neemt het voorzitterschap ervan waar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van het advies van de commissie wijst de Vlaamse Regering de brugprojecten aan die ze voor het schooljaar in kwestie subsidieert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De brugprojecten worden gesubsidieerd op basis van het aantal gepresteerde deelnemersuren. Onder deel-nemersuur wordt een uur van het brugproject verstaan dat de deelnemer effectief presteert. De Vlaamse Regering bepaalt het subsidiebedrag per gepresteerd deelnemersuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidiëring wordt uitbetaald door middel van een voorschot in de loop van de maand februari van het betrokken schooljaar en een saldo in de loop van de maand oktober daaropvolgend. Het voorschot bedraagt minimaal 50 % en maximaal 60 % van de subsidiëring. Het saldo wordt uitbetaald na voorafgaande verificatie en aanvaarding van de schriftelijke bewijsstukken over de reële uitgaven tijdens het schooljaar waarvoor de subsidiëring werd verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling III. - Arbeidsdeelname Art. 102.De Vlaamse Regering verplicht jaarlijks en zo spoedig mogelijk voor de start van het schooljaar in kwestie de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs om, in samenwerking met openbare besturen of diensten, bedrijven of ondernemingen, tijdens dat schooljaar voorstellen van werkplekleren in te dienen binnen het stelsel van leren en werken, die inhoudelijk aansluiten bij aangeboden opleidingen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Desgevallend wordt die verplichting uitgebreid naar Syntra Vlaanderen voor de leertijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mededeling van die verplichting in kwestie bevat inhoudelijke, organisatorische of vormelijke voorwaarden of criteria waaraan de arbeidsdeelname moet voldoen. In elk geval moet de arbeidsdeelname als doelstelling hebben de kansen op een reguliere tewerkstelling te verhogen door kwalitatieve alternerende tewerkstelling uit te bouwen voor deeltijds lerende jongeren in openbare besturen of diensten of in reguliere bedrijven of ondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ingediende voorstellen worden beoordeeld en geselecteerd door een commissie, bestaande uit : 1° afgevaardigden van het departement Onderwijs en Vorming;2° afgevaardigden van de VDAB. Het departement Onderwijs en Vorming stelt de commissie samen en neemt het voorzitterschap ervan waar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van het advies van de commissie wijst de Vlaamse Regering de arbeidsdeelnamevoorstellen aan die ze voor het schooljaar in kwestie subsidieert. De subsidiëring is bedoeld als stimulans voor openbare besturen of diensten, bedrijven of ondernemingen om werkervaringsplaatsen aan te bieden en jongeren op gepaste wijze te begeleiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare besturen of diensten, bedrijven of ondernemingen worden gesubsidieerd op basis van het aantal gepresteerde deelnemersuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder deelnemersuur wordt een uur werkplekleren verstaan dat de deelnemer effectief presteert. De Vlaamse Regering bepaalt het subsidiebedrag per gepresteerd deelnemersuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidiëring wordt uitbetaald door middel van een voorschot in de loop van de maand februari van het betrokken schooljaar en een saldo in de loop van de maand oktober daaropvolgend. Het voorschot bedraagt minimaal 50 % en maximaal 60 % van de subsidiëring. Het saldo wordt uitbetaald na voorafgaande verificatie en aanvaarding van de schriftelijke bewijsstukken over de reële uitgaven tijdens het schooljaar waarvoor de subsidiëring werd verleend. HOOFDSTUK V. - Regionale overlegplatformen Art. 103.§ 1. Binnen het werkingsgebied van elk regionaal sociaal-economisch overlegcomité, opgericht ter uitvoering van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten1 betreffende het statuut, de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale samenwerkingsverbanden, de sociaaleconomische raden van de regio en de regionale sociaal-economische overlegcomités en de uitvoeringsreglementering ervan, wordt één regionaal overlegplatform opgericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest wordt één regionaal overlegplatform opgericht. § 2. In afwijking van § 1 kan de Vlaamse Regering, op voorstel van de geledingen die in een regionaal overlegplatform zetelen als vermeld in artikel 105, de oprichting van meerdere regionale overlegplatformen binnen het werkingsgebied van een regionaal sociaal-economisch overlegcomité toestaan. Deze afwijking impliceert een opsplitsing van desbetreffend werkingsgebied over meerdere platformen ten einde de praktische uitoefening van de bevoegdheden als vermeld in artikel 106, niet in het gedrang te brengen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-104\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 104</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een regionaal overlegplatform komt tot stand bij schriftelijke overeenkomst tussen de betrokken partijen. De schriftelijke overeenkomst moet op 1 januari 2009 in werking treden en bepaalt de duur ervan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-105\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 105</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een regionaal overlegplatform is ten minste als volgt samengesteld : 1° één afgevaardigde van elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, waarvan een of meer vestigingsplaatsen binnen het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform zijn gelegen;2° één afgevaardigde van elk centrum voor deeltijdse vorming, waarvan een of meer vestigingsplaatsen binnen het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform zijn gelegen;3° één afgevaardigde van elk centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, waarvan een of meer vestigingsplaatsen binnen het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform zijn gelegen;4° één trajectbegeleider Syntra Vlaanderen;5° één VDAB-account Leren en Werken van elk lokaal klantencentrum van de VDAB binnen het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform;6° één waarnemer namens het departement Onderwijs en Vorming;7° één waarnemer namens het departement Werk en Sociale Economie;8° één afgevaardigde van respectievelijk de officiële centra voor leerlingenbegeleiding en de vrije centra voor leerlingenbegeleiding, waarvan het werkingsgebied geheel of gedeeltelijk samenvalt met het werkingsgebied van het regionaal overlegplatform in kwestie;9° één afgevaardigde van het regionaal sociaal-economisch overlegcomité in kwestie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-106\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 106</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een regionaal overlegplatform oefent, binnen het raam van dit decreet, ten minste de volgende bevoegdheden uit : 1° bespreken van het regionale opleidings- en vormingsaanbod;2° deskundigheid en knowhow benutten en uitwisselen vanuit de diverse maatschappelijke domeinen die zich via de samenstelling van het platform aandienen;3° bespreken van de toeleiding, oriëntering en doorverwijzing van jongeren naar en binnen het stelsel van leren en werken.Voor de uitoefening van die bevoegdheid zal het regionaal overlegplatform regelmatig overleggen met de scholengemeenschappen secundair onderwijs die binnen zijn werkingsgebied fungeren; elke scholengemeenschap secundair onderwijs heeft ter zake een overlegplicht; 4° initiatieven nemen, inzonderheid bij de sociaal-economische actoren en de sociale partners, die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de realisatie van het principe van het voltijds engagement van elke jongere die opteert voor het stelsel van leren en werken;5° kwalitatief en kwantitatief afstemmen van vraag en aanbod inzake persoonlijke ontwikkelingstrajecten, voortrajecten, brugprojecten en arbeidsdeelname tussen de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, de centra voor deeltijdse vorming, de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen en de organisatoren van voortrajecten, brugprojecten en arbeidsdeelname Voor wat het luik arbeidsdeelname betreft, moet de uitoefening van deze bevoegdheid van het regionaal overlegplatform als een tweedelijnfunctie worden beschouwd; 6° bespreken van algemene maatregelen om problematische afwezigheden te bestrijden, zowel binnen de component leren als binnen de component werkplekleren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-107\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 107</span><span class=\"lf-art-t\">Bij consensus dan wel meerderheid van stemmen wijst een regionaal overlegplatform een voorzitter aan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij consensus stelt een regionaal overlegplatform een huishoudelijk reglement op dat de interne werking regelt. Indien geen consensus wordt bereikt, neemt de Vlaamse Regering maatregelen die de interne werking van het regionaal overlegplatform verzekeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een regionaal overlegplatform maakt jaarlijks een voortgangsrapport op, bestemd voor de Vlaamse Regering, dat ten minste het profiel van de jongeren, een overzicht van het voltijds engagement, de studiebekrachtiging en de arbeidsmarktsituatie van de jongeren die uitgestroomd zijn, bevat.</p>\n<p class=\"lf-p\">In overeenstemming met artikel 20 van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten1 betreffende het statuut, de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale samenwerkingsverbanden, de sociaal-economische raden van de regio en de regionale sociaal-economische overlegcomités, kunnen de regionale sociaal-economische overlegcomités, op verzoek van de Vlaamse Regering beleidsvoorbereidende adviezen uitbrengen over het voltijds engagement in het kader van de sociaal-economische streekontwikkeling in de regio. Art. 108.Een regionaal overlegplatform wordt opgevolgd door het departement Onderwijs en Vorming en door het departement Werk en Sociale Economie. Het regionaal overlegplatform verleent daartoe alle medewerking. HOOFDSTUK VI. - Wijzigingsbepalingen Art. 109.Aan artikel 24bis, § 1, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, ingevoegd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten4 en gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 8° wordt vervangen door wat volgt : \"8° voor het voltijds secundair onderwijs : beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen inzake eindtermen, ontwikkelingsdoelen, specifieke eindtermen, leerplannen en handelingsplannen;voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs : beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen inzake eindtermen en leerplannen voor zover de uitreiking wordt beoogd van eindstudiebewijzen die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs;\"; 2° een punt 17°, 18° en 19° worden toegevoegd, die luiden als volgt : \"17° uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs : een samenwerkingsakkoord hebben gesloten met ten minste één door de Vlaamse Gemeenschap erkend centrum voor deeltijdse vorming met het oog op de organisatie van persoonlijke ontwikkelingstrajecten voor jongeren, ingeschreven in het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, of de bemiddeling en samenwerking als vermeld in artikel 18, § 1, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, zijn aangegaan;18° uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs : deelnemen aan en samenwerken binnen een of meer regionale overlegplatformen als vermeld in artikel 103 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap; 19° uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs : maximale inspanningen leveren om het voltijds engagement voor elke jongere te realiseren.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-110\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 110</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 24ter van dezelfde wet, ingevoegd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten4 en gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten6, wordt § 1 vervangen door wat volgt : \"§ 1. Een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs dat alleen voldoet aan de voorwaarden als vermeld in artikel 24bis, § 1, 1° tot en met 12° (en ook, maar uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs, 17°), wordt niet gefinancierd of gesubsidieerd maar wel erkend.\". Art. 111.In artikel 1 van de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1983 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht, vervangen bij het decreet van 31 juli 1990 en gewijzigd bij de decreten van 25 februari 1997, 13 juli 2001 en 14 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden \"secundair onderwijs met volledig leerplan\" worden telkens vervangen door de woorden \"voltijds secundair onderwijs\";2° de woorden \"onderwijs met beperkt leerplan\" worden telkens vervangen door de woorden \"deeltijds beroepssecundair onderwijs\";3° in § 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt : \"De periode van voltijdse leerplicht wordt gevolgd door een periode van deeltijdse leerplicht.Aan de deeltijdse leerplicht wordt voldaan door het voltijds secundair onderwijs voort te zetten of door deeltijds beroepssecundair onderwijs of de leertijd te volgen als vermeld in het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap. Een minderjarige kan toelating krijgen om vanaf het begin van het schooljaar waarin hij deeltijds leerplichtig wordt, deeltijds beroepssecundair onderwijs of de leertijd te volgen. De toelating wordt gegeven door de directie van het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs in kwestie of door Syntra Vlaanderen, naargelang van het geval, op advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de instelling voor voltijds onderwijs waar de minderjarige de lessen volgt, samenwerkt.\"; 4° in § 1 wordt het vierde lid opgeheven;5° in § 2bis wordt het woord \"reëel\" geschrapt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-112\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 112</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 2 van dezelfde wet, vervangen bij het decreet van 31 juli 1990 en gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 25 februari 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten, wordt opgeheven. Art. 113.In artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 25 februari 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten, worden de woorden \"onderwijs met beperkt leerplan\" vervangen door de woorden \"deeltijds beroepssecundair onderwijs\". Art. 114.In artikel 16 van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 25 februari 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten, worden de woorden \"secundair onderwijs met volledig leerplan\" vervangen door de woorden \"voltijds secundair onderwijs\". Art. 115.In artikel 46 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, gewijzigd bij de decreten van 19 april 1995, 8 juli 1996 en 9 december 2005, worden de woorden \"deeltijds secundair onderwijs\" telkens vervangen door de woorden \"deeltijds beroepssecundair onderwijs\". Art. 116.In artikel 58bis, § 1, tweede lid, 1°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/09/1998 numac 1998035996 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten, worden de woorden \"of het centrum voor deeltijds secundair zeevisserijonderwijs\" geschrapt. Art. 117.Artikel 64 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : \"Artikel 64 Het deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt geregeld bij het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap en de uitvoeringsreglementering ervan. ». Art. 118.In artikel 74bis, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2005Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten3, wordt punt c) opgeheven. Art. 119.In artikel 74octies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden \"en centra voor deeltijds secundair zeevisserijonderwijs\" geschrapt;2° het derde lid wordt opgeheven. Art. 120.Aan artikel 74novies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten4 en gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Voor de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs bevat het studiereglement ook : 1° de opzet en de procedure van de screening en trajectbegeleiding; 2° het principe van het voltijds engagement dat de betrokken personen moeten naleven, wat enerzijds impliceert dat de leerling de gekozen opleiding of vorming daadwerkelijk en regelmatig volgt, behoudens in geval van gewettigde afwezigheid, en anderzijds dat de leerling bereid is zich onvoorwaardelijk te schikken naar alle mogelijke maatregelen die door het centrum worden genomen om de component werkplekleren ononderbroken een zinvolle invulling te geven.\"; 2° in § 3 worden de woorden \"of op het centrum voor deeltijds secundair zeevisserijonderwijs\" geschrapt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 121</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 84bis, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 12 juni 1991 en gewijzigd bij de decreten van 19 april 1995, 20 oktober 2000, 13 juli 2001 en 19 juli 2002, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Het diploma van secundair onderwijs wordt vanaf het schooljaar 2008-2009 uitgereikt aan de leerlingen van het deeltijds beroepssecundair onderwijs of van de leertijd die aan al de volgende voorwaarden voldoen : 1° ze zijn houder van een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs; 2° ze hebben ten minste één certificaat van een opleiding behaald en ze hebben, ingevolge een beslissing van de klassenraad in het deeltijds beroepssecundair onderwijs of van Syntra Vlaanderen in de leertijd, in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen bereikt en aldus voldaan voor het geheel van de vorming.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 122</span><span class=\"lf-art-t\">In hetzelfde decreet worden de volgende bepalingen opgeheven : 1° artikel 64bis, ingevoegd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021310 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 8 oktober 1998 tussen de federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten en vervangen bij het decreet van 13 juli 2001;2° artikelen 64ter en 64quater, ingevoegd bij het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/09/1999 numac 1999021310 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 8 oktober 1998 tussen de federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik sluiten;3° artikel 65;4° artikel 66, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 22 juni 2007;5° artikelen 67, 68 en 69;6° artikelen 70, 71 en 72, vervangen bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten6;7° artikelen 72bis en 72ter, ingevoegd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten4;8° artikelen 73, 74 en 75. Art. 123.In artikel 58 van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/09/1998 numac 1998035996 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1997 numac 1997035724 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1988 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/02/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1997 numac 1997035730 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschappen van de instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1987 sluiten betreffende het basisonderwijs, worden de woorden \"en het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs\" geschrapt. Art. 124.In artikel 62 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2005 en 22 juni 2007, worden de woorden \"of het centrum voor deeltijds secundair zeevisserijonderwijs\" geschrapt. Art. 125.Aan artikel 71, 2°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten0 en gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2005 en 22 juni 2007, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : \"In het kader van de uitoefening van die bevoegdheid heeft elke scholengemeenschap waarin een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs is opgenomen, een overlegplicht ten aanzien van elk regionaal overlegplaform als vermeld in artikel 103 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, waarvan het werkingsgebied geheel of gedeeltelijk samenvalt met het werkingsgebied van de scholengemeenschap.\". Art. 126.In artikel 78, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden \"en het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs\" geschrapt. Art. 127.In artikel 80 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 15 december 2006, worden de woorden \"en het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs\" geschrapt. Art. 128.Aan artikel 2 van het decreet van 18 januari 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/01/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2002 numac 2001035155 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs sluiten betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : \"De bepalingen van dit decreet met betrekking tot eindtermen, leerplannen en afwijkingsprocedure, met uitzondering van het vak lichamelijke opvoeding, zijn vanaf het schooljaar 2008-2009 ook van toepassing op de algemene vorming van het deeltijds beroepssecundair onderwijs respectievelijk op de algemene vorming van de leertijd. Voor wat de vakoverschrijdende eindtermen evenwel betreft, zijn de bepalingen van dit decreet van toepassing uiterlijk vanaf het schooljaar 2009-2010.\". Art. 129.In artikel III.8, § 2, van het decreet van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/06/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/09/2002 numac 2002036137 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I sluiten betreffende gelijke onderwijskansen-I wordt : 1° in het derde gedachtestreepje tussen het woord \"gewoon\" en het woord \"secundair\" het woord \"voltijds\" ingevoegd; 2° een vijfde gedachtestreepje toegevoegd, dat luidt als volgt : \"- in het deeltijds beroepssecundair onderwijs : op het niveau van het centrum, de vestigingsplaats of de opleiding.\". Art. 130.In artikel III.9, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt 1° vervangen door wat volgt : \"1° enkel voor het voltijds gewoon secundair onderwijs : het aantal leerlingen dat voldoet aan de gelijke kansenindicatoren zoals bedoeld in artikel VI.2, § 1, en artikel VI.11, § 1;\". Art. 131.Aan artikel 6, § 2, 3°, van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten1 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : \"Voor de leertijd moeten de bepalingen van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap met betrekking tot de programmatie in de opleidingscentra in acht genomen worden.\". Art. 132.Artikel 27 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : \"Artikel 27 De leertijd bestaat uit een praktijkopleiding in een onderneming, aangevuld met een theoretische vorming in een erkend centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De theoretische vorming omvat een algemene vorming en een beroepsgerichte vorming. Er kunnen tevens aanvullende taalcursussen worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Praktijkopleiding en aanvullende theoretische vorming zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en beantwoorden aan de bepalingen van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.\". Art. 133.Aan artikel 37 van hetzelfde decreet wordt een § 5 en 6 toegevoegd, die luiden als volgt : \" § 5. Opdat het centrum als vermeld in § 1, voor erkenning door de Vlaamse Regering in aanmerking zou komen, moet het in het kader van de leertijd : 1° de controle door de onderwijsinspectie mogelijk maken;2° beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen inzake eindtermen en leerplannen voor zover de uitreiking wordt beoogd van eindstudiebewijzen die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs. § 6. De Vlaamse Regering kan, op voorstel van een college, de erkenning voor wat betreft de leertijd van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen geleidelijk en geheel of gedeeltelijk opheffen als niet meer wordt voldaan aan de erkenningsvoorwaarden als vermeld in dit artikel. Dat college wordt voor de helft samengesteld uit inspectieleden uit het onderwijs, enerzijds, en voor de helft uit personeelsleden van Syntra Vlaanderen, anderzijds.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering legt de aanvullende bepalingen vast over de werking en de organisatie van dat college, wijst de leden ervan aan en regelt de beroepsprocedure.\". Art. 134.Aan artikel 38 van hetzelfde decreet wordt een § 3 en 4 toegevoegd, die luiden als volgt : \" § 3. Opdat het centrum als vermeld in § 1, voor subsidiëring door de Vlaamse Regering in aanmerking zou komen, moet het in het kader van de leertijd : 1° deelnemen aan en samenwerken binnen een of meer regionale overlegplatformen als vermeld in artikel 103 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap;2° binnen zijn opdrachten, maximale inspanningen leveren om het voltijds engagement voor elke jongere te realiseren. § 4. De subsidiëring voor wat betreft de leertijd van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen dat niet meer voldoet aan alle subsidiëringsvoorwaarden, wordt door Syntra Vlaanderen geheel of gedeeltelijk ingehouden. Die inhouding kan alleen op voorstel van de onderwijsinspectie als het gaat om de voorwaarden als vermeld in § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de aanvullende bepalingen voor die inhouding en regelt de beroepsprocedure.\". Art. 135.Aan artikel 16, § 2, van het decreet van 8 juni 2007Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten5 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : \"In afwijking van het tweede lid is een leerling die met een erkende leerovereenkomst of -verbintenis in het kader van de leertijd een opleiding volgt in een erkend en gesubsidieerd centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, onwettig afwezig wanneer deze problematisch afwezig is als vermeld in de uitvoeringsreglementering aangenomen door de Vlaamse Regering in het kader van de leertijd krachtens artikelen 58 en 59 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 136</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1991 tot bepaling van de werkvoorwaarden en de geldelijke regeling van de lesgevers in de leertijd en in de gecertificeerde opleidingen wordt vervangen door wat volgt : \"Artikel 4 § 1. De lesgevers moeten de nodige bekwaamheid bezitten om hun opdracht te vervullen. Syntra Vlaanderen houdt toezicht op die bekwaamheid. § 2. De lesgevers in de leertijd moeten in het bezit zijn van een van de volgende diploma's of bekwaamheidsbewijzen : 1° voor de cursussen algemene vorming : a) een diploma hoger onderwijs, uitgereikt in het studiegebied sociaal-agogisch werk, of gelijkwaardig;b) een diploma hoger onderwijs en een bewijs van pedagogische bekwaamheid;c) een diploma hoger onderwijs en een bewijs van bijscholing van ten minste 120 uren;d) een diploma secundair onderwijs, of gelijkwaardig, en een bewijs van drie jaar beroepservaring, verworven in ten minste een halftijdse betrekking in een door de Vlaamse Gemeenschap erkend centrum voor deeltijdse vorming, en een bewijs van bijscholing van ten minste 120 uren;2° voor de cursussen beroepsgerichte vorming : a) de nodige bekwaamheidsbewijzen van onderwijsbevoegdheid in het technisch of beroepsonderwijs;b) een diploma hoger onderwijs en drie jaar praktijkervaring, verworven als hoofdberoep in het te onderwijzen beroepenveld;c) een diploma opleiding tot ondernemingshoofd en drie jaar praktijkervaring, verworven als hoofdberoep in het te onderwijzen beroepenveld;d) zes jaar praktijkervaring, verworven als zelfstandige ondernemer of zijn naaste medewerker in het te onderwijzen beroepenveld Bovendien moeten de lesgevers als vermeld in 2°, b), c) en d), die een lesopdracht van ten minste 130 uren per jaar hebben, uiterlijk twee jaar na hun eerste aanstelling het bewijs voorleggen van bijscholing van ten minste 120 uren.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 137</span><span class=\"lf-art-t\">In het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2000Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/09/1999 numac 1999036184 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit tot vastlegging van de benamingen die kunnen voorkomen op de kwalificatiegetuigschriften van het deeltijds beroepssecundair onderwijs sluiten0 tot vaststelling van de eindtermen van de tweede en de derde graad van het gewoon secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 18 januari 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/01/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2002 numac 2001035155 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs sluiten, wordt een artikel 2bis ingevoegd, dat luidt als volgt : \"Artikel 2bis Om het studiepeil te waarborgen, en uitsluitend met het oog op de uitreiking in het deeltijds beroepssecundair onderwijs of in de leertijd van graad- of leerjaargebonden eindstudiebewijzen, identiek aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, zijn de bepalingen van dit besluit die betrekking hebben op het beroepssecundair onderwijs met uitzondering van het vak lichamelijke opvoeding, met ingang van het schooljaar 2008-2009 ook van toepassing op de algemene vorming van het deeltijds beroepssecundair onderwijs en van de leertijd. Voor wat de vakoverschrijdende eindtermen evenwel betreft, zijn de bepalingen van dit besluit van toepassing uiterlijk vanaf het schooljaar 2009-2010.\". Art. 138.In hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/09/1999 numac 1999036184 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit tot vastlegging van de benamingen die kunnen voorkomen op de kwalificatiegetuigschriften van het deeltijds beroepssecundair onderwijs sluiten4 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, vermeld in het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten1 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2008, wordt een artikel 6bis ingevoegd, dat luidt als volgt : \"Artikel 6bis Overeenkomstig artikelen 37 en 38 van het decreet moet de vereniging in het kader van de leertijd : 1° de controle door de onderwijsinspectie mogelijk maken;2° beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen inzake eindtermen en leerplannen voor zover de uitreiking wordt beoogd van eindstudiebewijzen die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs;3° deelnemen aan en samenwerken binnen een of meer regionale overlegplatformen als vermeld in artikel 103 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap; 4° binnen zijn opdrachten, maximale inspanningen leveren om het voltijds engagement voor elke jongere te realiseren.\" Art. 139.In het besluit van de Vlaamse Regering van 20 september 2002Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/09/1999 numac 1999036184 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit tot vastlegging van de benamingen die kunnen voorkomen op de kwalificatiegetuigschriften van het deeltijds beroepssecundair onderwijs sluiten6 tot vaststelling van de eindtermen van het derde leerjaar van de derde graad van het gewoon beroepssecundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2002, wordt een artikel 2bis ingevoegd, dat luidt als volgt : \"Artikel 2bis Om het studiepeil te waarborgen, en uitsluitend met het oog op de uitreiking in het deeltijds beroepssecundair onderwijs of in de leertijd van graad- of leerjaargebonden eindstudiebewijzen, identiek aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, zijn de bepalingen van dit besluit met uitzondering van het vak lichamelijke opvoeding, met ingang van het schooljaar 2008-2009 ook van toepassing op de algemene vorming van het deeltijds beroepssecundair onderwijs en van de leertijd.\". HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen Art. 140.Dit decreet wordt uiterlijk in 2013 geëvalueerd. De evaluatie omvat ook een Brusseltoets en een diversiteittoets. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten van de evaluatie. De resultaten van de evaluatie worden aan het Vlaams Parlement meegedeeld. Art. 141.De Vlaamse Regering wordt gelast om een samenwerkingsprotocol af te sluiten met de regering van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest om in dat gewest de toekenning mogelijk te maken van dezelfde opdrachten en bevoegdheden als die opdrachten en bevoegdheden die bij dit decreet aan de VDAB respectievelijk aan de regionale sociaal-economische overlegcomités worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontstentenis van dit samenwerkingsprotocol hebben de bepalingen van dit decreet waarvoor desbetreffend protocol onontbeerlijk is, geen uitwerking. Art. 142.De toepassing van de bepalingen van artikel 5 van de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1983 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht kan, voor wat betreft de component werkplekleren, slechts betrekking hebben op inbreuken die zijn gepleegd ten vroegste vanaf de tiende dag na de publicatie van dit decreet in het Belgisch Staatsblad. Art. 143.De volgende besluiten worden opgeheven : 1° het besluit van de Vlaamse Regering van 7 november 1984 houdende vaststelling van de bijzondere erkenningsnormen inzake de leerovereenkomsten en de leerverbintenissen voor de beroepen van opticien-brillenmaker, tandprothesetechnicus, bandagist, orthesist, prothesist, kleinhandelaar en groothandelaar, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 juli 1989;2° het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 januari 1992, 9 juni 1993, 16 mei 1995, 27 mei 1997, 9 maart 2001, 21 maart 2003, 5 maart 2004, 27 mei 2005, 13 januari 2006 en het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten6;3° het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie, de normering en de financiering van de erkende vorming in het kader van deeltijdse leerplicht, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 juli 1996, 8 juli 2005 en 16 februari 2007;4° het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende samenstelling van de commissie voor advies inzake erkenning van vormingsprogramma's voor de vervulling van deeltijdse leerplicht, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 en 16 februari 2007;5° het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 houdende uitvoering van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs;6° het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1991 houdende de organisatie van het secundair zeevisserijonderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995;7° het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1996 betreffende de leertijd, vermeld in het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten1 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 februari 1998, 3 mei 2002, 28 september 2007 en 7 december 2007;8° het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1996 betreffende de brugprojecten;9° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten8 houdende erkenning van vormingsprogramma's die voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht in aanmerking komen;10° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten8 houdende erkenning van het vormingsprogramma van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten1 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, als vorming die voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht in aanmerking komt;11° het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten9 houdende de erkenning van een vormingsprogramma dat voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht in aanmerking komt;12° het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2000Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/09/1999 numac 1999036184 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit tot vastlegging van de benamingen die kunnen voorkomen op de kwalificatiegetuigschriften van het deeltijds beroepssecundair onderwijs sluiten1 houdende de erkenning van vormingsprogramma's die voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht in aanmerking komen;13° het besluit van de Vlaamse Regering van 24 september 2001Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/09/1999 numac 1999036184 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit tot vastlegging van de benamingen die kunnen voorkomen op de kwalificatiegetuigschriften van het deeltijds beroepssecundair onderwijs sluiten3 houdende de erkenning van vormingsprogramma's die voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht in aanmerking komen;14° het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/09/1999 numac 1999036184 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit tot vastlegging van de benamingen die kunnen voorkomen op de kwalificatiegetuigschriften van het deeltijds beroepssecundair onderwijs sluiten7 houdende de organisatie, de normering en de financiering van deeltijdse vormingen die voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht in aanmerking komen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2007;15° het ministerieel besluit van 5 juli 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/09/1999 numac 1999036184 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit tot vastlegging van de benamingen die kunnen voorkomen op de kwalificatiegetuigschriften van het deeltijds beroepssecundair onderwijs sluiten tot vastlegging van de benamingen die kunnen voorkomen op de kwalificatiegetuigschriften van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 7 juni 2000, 2 juli 2001, 22 mei 2002, 21 mei 2003, 6 juli 2004, 18 april 2005, 20 maart 2006, 6 juli 2006, 20 februari 2007, 30 mei 2007 en 4 juli 2007;16° het ministerieel besluit van 28 mei 2004Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/05/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2004 numac 2004035940 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 6, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2004 betreffende de adviescheques type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/05/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2004 numac 2004035887 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 17 december 2003 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen tot het behoud van de visbestanden in zee type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/05/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2004 numac 2004003221 bron federale overheidsdienst financien Ministerieel besluit dat de faciale rentevoet van de Staatsbon 3/5/7 met herzienbare en gewaarborgde minimumrentevoet - 4 juni 1999-2002-2004-2006, voor de periode van 4 juni 2004 tot 3 juni 2006 bevestigt sluiten tot vaststelling van de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs;17° het ministerieel besluit van 5 juli 2004Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/07/2004 numac 2004202222 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Ministerieel besluit tot wijziging van artikel 94 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/2004 numac 2004009483 bron federale overheidsdienst justitie Ministerieel besluit houdende benoeming van de leden van de Commissies van Toezicht type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/08/2004 numac 2004022519 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 januari 1981 houdende aanduiding van een revisor bij de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/07/2004 numac 2004200296 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst sociale zekerheid en federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit tot bepaling van de samenstelling van het beheerscomité \"heraanwending\" bedoeld in artikel 59 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/09/2004 numac 2004022576 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 21 mei 2003 tot vaststelling van de chemische vormen van en de zuiverheidscriteria voor nutriënten die voor voedingssupplementen mogen gebruikt worden type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/2004 numac 2004022577 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit betreffende de erkenning van instellingen en centra voor de afneming, de bereiding, de bewaring en de distributie van bloed en labiele bloedderivaten van menselijke oorsprong type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/07/2004 numac 2004202243 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Ministerieel besluit tot regeling van de wijze van berekening van de werkloosheidsduur van bepaalde werklozen en tot vaststelling van de modellijst van de acties bedoeld in de artikelen 59quater, § 5, tweede lid, en 59quinquies, § 5, tweede lid, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering sluiten tot vaststelling van de modellen van studiebewijzen, uitgereikt in het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Art. 144.Artikel 1, § 2bis, en artikel 3, § 5, van de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1983 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/1998 numac 1998016046 bron ministerie van middenstand en landbouw Programmawet tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap sluiten6, treden in werking op 1 september 2008. Art. 145.Dit decreet treedt in werking op 1 september 2008, met uitzondering van : 1° volgende bepalingen die in werking treden op 1 januari 2009 : a) artikel 11, § 1, 4°;b) artikel 17, § 1 en 2;c) artikel 18;d) artikel 19, § 1, 11°;e) artikel 20, eerste lid, 3°;f) artikel 65;g) artikelen 103 tot en met 108;h) artikelen 109, 2°, wat betreft de toevoeging van 18°;i) artikel 125;j) artikel 134, wat betreft de toevoeging van § 3, 1°;k) artikel 138, wat betreft de invoeging van 3°;2° volgende bepalingen die in werking treden op 1 september 2009 : a) artikel 10, § 1, tweede lid, 10°;b) artikel 19, § 1, 8°;c) artikel 44, tweede lid, wat betreft de woorden : \"én rekening houdend met het resultaat van de screening als vermeld in artikel 62\";d) artikel 47, 3°;e) artikel 49;f) artikel 51, 2°;g) artikelen 62 tot en met 64;h) artikel 109, 2°, wat betreft de toevoeging van 17°;i) artikel 110, wat betreft de woorden \"(en ook, maar uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs, 17°)\";j) artikel 120, 1°, wat betreft de toevoeging van 1°. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 10 juli 2008.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE _______ Nota (1) Zitting 2007-2008 Stukken.Ontwerp van decreet : 1760, nr. 1. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1760, nr. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen. Bespreking en aanneming : vergadering van 8 juli 2008.</p></div>", "next": 0}