{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Het recht vermeld in het eerste lid geldt niet voor de personeelsleden bedoeld in hoofdstuk IVbis voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor zij een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. § 6. Een personeelslid dat krachtens § 5 recht verworven heeft op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in alle instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, verliest dit recht wanneer het vijf opeenvolgende schooljaren geen diensten heeft gepresteerd in instellingen van deze inrichtende macht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een personeelslid dat krachtens § 5 recht verworven heeft op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in alle instellingen van de scholengemeenschap, verliest dit recht wanneer het vijf opeenvolgende schooljaren geen diensten heeft gepresteerd in instellingen van deze scholengemeenschap. § 7. Wanneer een personeelslid wordt ontslagen of wanneer het een evaluatie met de eindconclusie \"onvoldoende\" heeft gekregen vooraleer het het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven voor één of meer instellingen die niet behoren tot een scholengemeenschap, en het wordt na dit ontslag opnieuw aangeworven door de inrichtende macht die het ontslag heeft gegeven of het blijft verder fungeren in een andere instelling van dezelfde inrichtende macht, dan wordt dit personeelslid voor de toepassing van § 5 geacht niet ontslagen te zijn geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een personeelslid wordt ontslagen of wanneer het een evaluatie met de eindconclusie \"onvoldoende\" heeft gekregen vooraleer het het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven voor de instellingen van een scholengemeenschap, en het wordt na dit ontslag opnieuw aangeworven door een inrichtende macht van de betrokken scholengemeenschap of het blijft verder fungeren in deze scholengemeenschap, dan wordt dit personeelslid voor de toepassing van § 5 geacht niet ontslagen te zijn geweest. § 8. Het personeelslid dat in toepassing van artikel 64, 6°, werd ontslagen, heeft op basis van diensten gepresteerd vóór het ontslag, geen recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. § 9. Het personeelslid kan het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur laten gelden voor elke vacature die in de loop van het schooljaar ontstaat, op voorwaarde dat het nog niet is aangesteld voor een voltijdse betrekking of geen voltijdse betrekking heeft waarvan het titularis is. § 10. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor het ambt waarin de in § 5 bedoelde anciënniteit is verworven, en voor het ambt van leraar voor de vakken of specialiteiten waarvoor het personeelslid het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de in § 5 bedoelde anciënniteit verworven in een ambt of voor leraren in een vak of specialiteit waarvoor het personeelslid een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepaling of bij overgangsmaatregel, bezit, dan geldt dit recht ook voor dit ambt, dit vak of deze specialiteit. § 11. Wanneer een inrichtende macht op datum van toewijzing over verscheidene vacatures beschikt, moet zij bij voorrang betrekkingen die definitief vacant zijn, toewijzen aan personeelsleden met een recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. § 12. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor een tijdelijke aanstelling ter vervanging van een personeelslid met loopbaanonderbreking, behalve indien het personeelslid voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden aan de vervanger van een loopbaanonderbreker. § 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Personeelsleden met recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur die op het ogenblik van hun aanstelling hun betrekking niet effectief kunnen opnemen door ziekte, een arbeidsongeval, moederschapsrust, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, hebben het recht na hun afwezigheid deze betrekking effectief op te nemen. § 14. Behoudens andersluidende overeenkomst met de inrichtende macht en op straffe van verlies van zijn recht op de aangeboden betrekking, moet het personeelslid dat zijn recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur doet gelden in een instelling of in instellingen van de betrokken inrichtende macht of van de betrokken scholengemeenschap voor instellingen die tot een scholengemeenschap behoren, die betrekking in haar geheel aanvaarden, zoals ze wordt aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die bepaling is niet van toepassing op de personeelsleden die bij de betrokken inrichtende macht of bij de betrokken scholengemeenschap voor instellingen die tot een scholengemeenschap behoren, een niet-voltijdse betrekking uitoefenen en deze opdracht willen uitbreiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toepassing van deze paragraaf mag niet leiden tot onverantwoorde pedagogische opsplitsing van de te begeven opdracht. § 15. Indien een personeelslid met recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur de aanstelling van een ander personeelslid betwist, geeft de inrichtende macht inzage van de in § 5 bedoelde documenten van het personeelslid waarvan hij de aanstelling betwist. § 16. De inrichtende macht moet de beëindiging van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur conform dit decreet steeds schriftelijk motiveren en meedelen aan het personeelslid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 21, § 1, f, artikel 24 en artikel 25 gelden niet voor personeelsleden aangesteld voor doorlopende duur. § 17. De anciënniteit bedoeld in § 5 wordt vastgesteld op 30 juni voorafgaand aan het schooljaar waarin het personeelslid zijn recht op de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur laat gelden. De prestaties verricht vanaf 1 september 1999 komen voor de berekening van deze anciënniteit als volgt in aanmerking : a) voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in een scholengemeenschap : alle prestaties verstrekt in de betrokken scholengemeenschap en dit ongeacht het net waartoe de instellingen waarin deze prestaties werden verricht, behoren;b) voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in een instelling die niet behoort tot een scholengemeenschap : alle prestaties verstrekt in instellingen van de inrichtende macht die de betrokken instelling beheert en die niet tot een scholengemeenschap behoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De prestaties verricht vóór 1 september 1999 komen, onverminderd de toepassing van artikel 76, § 3, voor de berekening van deze anciënniteit als volgt in aanmerking : a) voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in een scholengemeenschap : alle prestaties verstrekt in instellingen die vanaf 1 september 1999 tot de betrokken scholengemeenschap behoren en alle prestaties verstrekt in andere instellingen van de inrichtende macht bij wie men zijn kandidatuur stelt;b) voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in een instelling die niet behoort tot een scholengemeenschap : alle prestaties verstrekt in instellingen van de inrichtende macht die de betrokken instelling beheert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een personeelslid op basis van de in het vorig lid vermelde prestaties het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in een scholengemeenschap verwerft, dan geldt dit recht voor betrekkingen in alle instellingen van de betrokken scholengemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur werd verworven voor een instelling die niet behoort tot een scholengemeenschap, dan geldt dit recht voor alle instellingen van de inrichtende macht waarbij dit recht werd verworven en die niet behoren tot een scholengemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bepalen van de anciënniteit bedoeld in dit artikel wordt, in afwijking van artikel 6, § 1, a, het aantal gepresteerde dagen niet met 1,2 vermenigvuldigd. § 18. In afwijking van artikel 6, § 2, dient voor de vaststelling van het recht bepaald in § 5 in het onderwijs voor sociale promotie de dienstanciënniteit niet in hoofdambt verworven te zijn. ». Art. 115.In artikel 23ter, § 2, van hetzelfde decreet worden na het woord \"gepresteerd\" volgende woorden toegevoegd : « , waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen : zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover deze binnen de aanstellingsperiode vallen; ». Art. 116.In artikel 31 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 28 april 1993 en 8 juli 1996, worden in § 2, 4°, tussen de woorden \"in voorkomend geval\" en de woorden \"de aanvullende\" de woorden \"het pedagogisch project,\" ingevoegd. Art. 117.Artikel 31bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de inhouding van de bijdrage in die kosten door de besturen sluiten, wordt gewijzigd als volgt : 1° in § 2, 1°, wordt de tekst bij het eerste liggend streepje aangevuld met de woorden : \"wat de instellingen betreft die niet tot de scholengemeenschap behoren\";2° in § 2, 1°, van hetzelfde decreet wordt de eerste zin van het tweede liggend streepje vervangen door : \"ofwel bij de betrokken inrichtende macht en/of bij een andere inrichtende macht, beide voor wat de instellingen betreft die tot dezelfde scholengemeenschap behoren\";3° in § 2, 1°, van hetzelfde decreet wordt het derde liggend streepje geschrapt;4° aan § 2, 4°, van hetzelfde decreet wordt een zin toegevoegd die luidt als volgt : « Deze bepaling is evenmin van toepassing op de personeelsleden bedoeld in hoofdstuk IVbis voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor zij een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen.Laatstbedoelde personeelsleden dienen, voor zover zij het ambt van leraar uitoefenen, 360 dagen dienstanciënniteit verworven te hebben in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking;\".; 5° in § 3, 4°, worden tussen de woorden \"in voorkomend geval\" en de woorden \"de aanvullende\" de woorden \"het pedagogisch project, \" ingevoegd;6° er wordt een § 11 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 11.De prestaties geleverd vóór 1 september 1999 komen, onverminderd de bepalingen van artikel 76, § 3, voor de berekening van de 720 dagen, vermeld in § 2, 1°, van dit artikel als volgt in aanmerking : voor een vaste benoeming in een scholengemeenschap : alle prestaties verstrekt in instellingen die vanaf 1 september 1999 tot de betrokken scholengemeenschap behoren en alle prestaties verstrekt in andere instellingen van de inrichtende macht bij wie men zijn kandidatuur stelt; voor een vaste benoeming in een instelling die niet behoort tot een scholengemeenschap : alle prestaties verstrekt in instellingen van de inrichtende macht die de betrokken instelling beheert. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-118\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 118</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 31ter van hetzelfde decreet worden in § 3, 4°, tussen de woorden \"in voorkomend geval\" en de woorden \"de aanvullende\" de woorden \"het pedagogisch project, \" ingevoegd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-119\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 119</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 33 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 15 december 1993, 21 december 1994 en 14 juli 1998, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 eerste lid worden de woorden \"na 1 februari en vóór 31 maart\" vervangen door de woorden \"vóór 15 mei\";2° in § 1 eerste lid worden de woorden \"in functie van de toestand op 1 februari\" vervangen door de woorden \"in functie van de toestand op 15 april\";3° in § 1 wordt een derde lid ingevoegd dat luidt als volgt : « In het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie deelt de inrichtende macht voor het schooljaar 1998-1999 de vacante betrekkingen mee na 15 september 1999 en vóór 15 oktober 1999.De vacante betrekkingen worden vastgesteld in functie van de toestand op 15 september 1999 De vacante betrekkingen die werden meegedeeld na 1 februari 1999 en vóór 31 maart 1999, hebben geen uitwerking. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-120\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 120</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 35 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 21 december 1994, wordt als volgt gewijzigd : 1° aan § 2 worden de volgende woorden toegevoegd : \"Voor scholen behorend tot een scholengemeenschap : mag voor de vaststelling van deze 960 dagen ook rekening gehouden worden met diensten gepresteerd bij een andere inrichtende macht behorend tot dezelfde scholengemeenschap; geldt de verworven voorrang voor alle scholen van deze scholengemeenschap. » ; 2° aan § 3, tweede lid, worden de volgende woorden toegevoegd : \"In het secundair en buitengewoon secundair onderwijs geven de betrokken personeelsleden voor het schooljaar 1999-2000 te kennen een beroep te willen doen op deze voorrang vóór 15 november 1999 De in deze paragraaf bedoelde voorrang geldt niet alleen voor alle instellingen van de betrokken inrichtende macht, maar desgevallend eveneens voor alle instellingen van de scholengemeenschap waartoe de instelling behoort waarin het betrokken personeelslid reeds deeltijds vast benoemd is. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 121</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 36 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 14 juli 1998 en 2 maart 1999, wordt § 2 geschrapt</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 122</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 44 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 44.§ 1. In afwijking op de bepalingen van dit hoofdstuk en zonder dat het zich kandidaat moet stellen, wordt het lid van het ondersteunend personeel dat bij overgangsmaatregel vast benoemd is met een diploma van het niveau lager secundair onderwijs en het lid van het administratief personeel dat vastbenoemd is, en negen jaar dienstanciënniteit telt in de categorie van het ondersteunend en/of administratief personeel, vast benoemd in het selectieambt waarop het aanspraak kan maken, zonder dat dit selectieambt vacant is. § 2. In afwijking op de bepalingen van dit hoofdstuk en zonder dat het zich kandidaat moet stellen, wordt het lid van het ondersteunend personeel met een diploma secundair onderwijs, dat vast benoemd is en dat negen jaar dienstanciënniteit telt, in deze categorie vast benoemd in hetzelfde ambt met weddeschaal 203.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking op de bepalingen van dit hoofdstuk en zonder dat het zich kandidaat moet stellen, wordt het lid van het ondersteunend personeel dat bij overgangsmaatregel vast benoemd is met een diploma van het niveau lager secundair onderwijs, en dat negen jaar dienstanciënniteit telt in deze categorie, vast benoemd in hetzelfde ambt met weddeschaal 201.</p>\n<p class=\"lf-p\">De diensten gepresteerd in de ambten van de categorieën van het ondersteunend personeel, het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel, worden in aanmerking genomen voor het berekenen van deze negen jaar dienstanciënniteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De diensten gepresteerd vóór 1 september 1998 in de voormelde categorieën komen eveneens in aanmerking voor de berekening van deze negen jaar dienstanciënniteit. § 3. In afwijking van dit hoofdstuk en zonder dat het zich kandidaat moet stellen, kan de inrichtende macht een lid van het opvoedend hulppersoneel of het ondersteunend personeel dat vast benoemd is in deze categorieën, de hogere weddeschaal 106 toekennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de instelling minder dan 400 leerlingen telt, kan de inrichtende macht aan één dergelijk personeelslid die hogere weddeschaal toekennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de instelling 400 tot 900 leerlingen telt, kan de inrichtende macht aan twee dergelijke personeelsleden die hogere weddeschaal toekennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de instelling meer dan 900 leerlingen telt, kan de inrichtende macht aan drie dergelijke personeelsleden die hogere weddeschaal toekennen. § 4. In het secundair onderwijs kunnen de personeelsleden van categorieën van het administratief personeel, het ondersteunend personeel en het opvoedend hulppersoneel slechts toepassing maken van dit artikel wanneer zij als laatste evaluatie geen evaluatie met als eindconclusie \"onvoldoende\" hebben gekregen. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-123\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 123</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 44bis van hetzelfde decreet wordt een § 6 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 6. Voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, het onderwijs voor sociale promotie en de CLB's wordt in dit artikel met tijdelijke aanstelling bedoeld, tijdelijke aanstelling van bepaalde duur. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-124\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 124</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 44quinquies van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 44quinquies.§ 1. Elke nieuwe aanstelling in het bevorderingsambt van directeur wordt vanaf 1 september 2000 toegewezen bij mandaat. § 2. Elke aanstelling bij mandaat in een ambt van directeur wordt schriftelijk vastgesteld op de wijze en met de vermeldingen bepaald in artikel 20. § 3. Onverminderd artikel 44duodecies komen de personeelsleden die op 31 augustus 2000 tijdelijk aangesteld zijn in een vacante of niet-vacante betrekking van directeur en tot op het ogenblik van de vaste benoeming tijdelijk aangesteld blijven in dezelfde betrekking, nog in aanmerking voor een vaste benoeming in dit ambt. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-125\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 125</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IVquater ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK IVquater. - Mandaat van algemeen directeur Artikel 44quater decies. § 1. De inrichtende macht kan een directeur belasten met de taak van algemeen directeur voor de totaliteit van haar instellingen. § 2. Deze algemeen directeur kan aanspraak maken op een toelage indien de instellingen van de inrichtende macht ten minste 2000 regelmatig ingeschreven leerlingen tellen op 1 februari van het voorafgaande jaar. De Vlaamse regering bepaalt de grootte van de toelage en de modaliteiten voor de toekenning. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-126\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 126</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IVquinquies ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK IVquinquies. - Mandaat van coördinerend directeur Artikel 44quinquies decies. § 1. Een directeur kan door het bestuur van de scholengemeenschap bij mandaat worden aangesteld tot coördinerend directeur als hij belast is met taken voor de totaliteit van de instellingen die deel uitmaken van de scholengemeenschap. § 2. De directeur die belast wordt met het mandaat van coördinerend directeur, kan aanspraak maken op een toelage, indien de instellingen die behoren tot de scholengemeenschap ten minste 2000 regelmatig ingeschreven leerlingen telt op 1 februari van het voorafgaande jaar De Vlaamse regering bepaalt de grootte van de toelage en de modaliteiten voor de toekenning. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-127\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 127</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 44sexies van hetzelfde decreet worden de woorden \"§ 1\" geschrapt</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-128\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 128</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 44undecies, § 2, van hetzelfde decreet wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : \"Het betrokken personeelslid wordt voor de duur van het lopende schooljaar ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-129\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 129</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 45, § 2, van hetzelfde decreet wordt in fine aangevuld met een nieuwe zin, luidend als volgt : \"Dit akkoord is niet vereist wanneer de nieuwe affectatie geschiedt binnen een pedagogische entiteit die bestaat uit enerzijds één instelling met een eerste graad en anderzijds één instelling met een tweede, een derde en eventueel een vierde graad van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht en die in hetzelfde gebouwencomplex is gelegen. De criteria en modaliteiten van deze affectatie worden onderhandeld in het bevoegde onderhandelingscomité. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-130\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 130</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 46 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 9 april 1992 en 21 december 1994, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden \"dat erom verzoekt\" geschrapt en wordt tussen de woorden \"mutatie of\" en \"affectatie\" het woord \"nieuwe\" ingevoegd;2° in § 2 wordt volgende zin toegevoegd : \"De diensten die vóór deze mutatie gepresteerd werden in hetzelfde ambt worden gelijkgesteld met diensten gepresteerd in het gesubsidieerd onderwijs.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 131</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt een artikel 46bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 46bis.§ 1. Een personeelslid dat vast benoemd is in een ambt van de categorie van het opvoedend hulppersoneel, wordt voor een mogelijke affectatie en mutatie beschouwd als zijnde benoemd in het ambt van opvoeder. § 2. Een personeelslid dat vast benoemd is in een ambt van de categorie van het administratief personeel, wordt voor een mogelijke affectatie en mutatie beschouwd als zijnde benoemd in het ambt van administratief medewerker. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 132</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 47ter van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1° § 3 wordt vervangen door een tekst, die luidt als volgt : « § 3.De inrichtende macht of het bestuur van de scholengemeenschap, indien de inrichtende macht tot een scholengemeenschap behoort, onderhandelt de algemene afspraken inzake functiebeschrijvingen in het lokaal comité. ». 2° § 4 wordt vervangen door een tekst, die luidt als volgt : « § 4.De inrichtende macht duidt voor ieder personeelslid één of twee evaluatoren aan, waaronder steeds een directeur en/of adjunct-directeur. Deze evaluatoren zijn tewerkgesteld in een instelling van de betrokken scholengemeenschap die behoort tot dezelfde inrichtende macht, indien het personeelslid dat geëvalueerd wordt, tewerkgesteld is in een instelling van een scholengemeenschap De evaluatoren behoren tot een instelling van dezelfde inrichtende macht indien het personeelslid dat geëvalueerd wordt, tewerkgesteld is in een instelling die niet tot een scholengemeenschap behoort. De inrichtende macht evalueert de directeur en de adjunct-directeur. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 133</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 47duodecies van hetzelfde decreet wordt het woord \"onmiddellijk\" geschrapt</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 134</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt een artikel 51bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 51bis.De terbeschikkingstellingen wegens bijzondere opdracht toegekend aan de personeelsleden worden omgezet in een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs op voorwaarde dat deze terbeschikkingstellingen worden toegekend vóór 1 september 1998; en dat in het ministerieel besluit dat hen deze terbeschikkingstelling toestond, werd gestipuleerd dat hen een wachtgeld of wachtgeldtoelage zou worden toegekend, die gelijk is aan de activiteitswedde of activiteitstoelage, die ze zouden genoten hebben indien ze in dienst waren gebleven. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 135</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 60, 9°, wordt vervangen door wat volgt : « 9° vanaf het ogenblik waarop de inrichtende macht, op verzoek van bevoegde instantie van de betrokken eredienst of de bevoegde instantie van de niet-confessionele zedenleer, aan de opdracht van de godsdienstleerkracht, de leermeester niet-confessionele zedenleer of de leraar secundair onderwijs belast met niet-confessionele zedenleer een einde maakt. Het bepaalde in artikel 66 is van overeenkomstige toepassing op deze personeelsleden. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 136</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 62 van hetzelfde decreet wordt in de aanhef tussen de woorden \"personeelsleden\" en \"geven\" de zinsnede \"en voor de tijdelijken met een aanstelling van doorlopende duur\" gevoegd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 137</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het laatste lid van artikel 64 wordt vervangen door wat volgt : « Betreft het een godsdienstleerkracht, een leermeester niet-confessionele zedenleer of leraar secundair onderwijs belast met niet-confessionele zedenleer dan kan de tuchtstraf enkel worden opgelegd op voorstel of met instemming van de bevoegde instantie van de betrokken godsdienst of de niet-confessionele zedenleer. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 138</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 65 van hetzelfde decreet worden in § 5 de woorden \"artikel 23, § 1, 1°\" vervangen door de woorden \"al naargelang het geval artikel 23, § 1, 1° of artikel 23bis, § 5\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-139\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 139</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 84bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de inhouding van de bijdrage in die kosten door de besturen sluiten, wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. De bepalingen inzake functiebeschrijvingen en die inzake evaluatie treden geleidelijk in werking vanaf 1 september 2000 voor het gesubsidieerd personeel en de inrichtende machten die worden vermeld in een convenant afgesloten tussen de Vlaamse regering, de representatieve organisaties van inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien op 1 september 2000 geen convenant is afgesloten, legt de Vlaamse regering de invoering van de functiebeschrijvingen en evaluatie vast. ». Art. 140.In artikel 84sexies, § 2, van hetzelfde decreet, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De vastbenoemde personeelsleden die op 30 juni 1998 via een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen, tijdelijk zijn aangesteld in een vacante betrekking in een ambt van de categorie van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel, behouden tot en met 31 augustus 2006 op persoonlijke titel het ambt waarvan zij op 30 juni 1998 titularis waren. Zij behouden elk schooljaar tot en met het schooljaar 2005-2006 het ambt en de weddeschaal verbonden aan dit ambt voor het volume van hun opdracht op dezelfde datum. ». Art. 141.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 1999, met uitzondering van : artikelen 122, 131, 134 en 140 die uitwerking hebben op 1 september 1998; artikel 125 dat in werking treedt op 1 januari 2000; artikel 119, 3° dat uitwerking heeft op 1 februari 1999; HOOFDSTUK IV. - Secundair onderwijs Art. 142.In artikel 2 van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, gewijzigd bij decreet van 19 december 1998, wordt 12° vervangen door wat volgt : « 12° inrichtende macht : de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die voor één of meer instellingen verantwoordelijk is; wat het gemeenschapsonderwijs betreft, worden met inrichtende macht inzonderheid de bestuursorganen bedoeld die zijn vermeld, naargelang van het geval, in het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs respectievelijk in het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs; \".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-143\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 143</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 25 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2, 1°, 31, § 2, 1°, 66, 1° en 67, vierde lid, worden de woorden \"45 onderwijszones\" telkens vervangen door de woorden \"44 onderwijszones\";2° § 5 wordt geschrapt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1441\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 144.1°</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt een artikel 52bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 52bis.§ 1. Voor een instelling die : 1° tijdens het schooljaar 1997-1998 onder toepassing valt van artikel 22 van het koninklijk besluit van 30 maart 1982 betreffende de scholengemeenschappen voor secundair onderwijs en houdende het rationalisatie- en programmatieplan van het secundair onderwijs met volledig leerplan, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 29 juli 1989;en 2° de in 1° bedoelde rationalisatienorm op 1 februari 1998 effectief bereikt;en 3° bij de inwerkingtreding van titel VI van dit decreet niet onder toepassing valt van artikel 50, wordt, tenzij de instelling onder toepassing valt van artikel 51, 52, § 1, of 52, § 2, de rationalisatienorm als volgt vastgesteld : 1° voor een instelling die niet ressorteert onder 2° hierna : a) met enkel een eerste graad : 74 b) met een eerste + tweede graad : 133 c) met een tweede + derde graad : 100 d) met een eerste + tweede + derde graad : 174 2° voor een instelling gelegen in het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad of in een gemeente met een bevolkingsdichtheid van minder dan 250 inwoners per km2 en voor een instelling waarvan meer dan 75 % van de regelmatige leerlingen in een internaat verblijven : a) met enkel een eerste graad : 55 b) met een eerste + tweede graad : 99 c) met een tweede + derde graad : 75 d) met een eerste + tweede + derde graad : 130. § 2 Voor een instelling die : 1° tijdens het schooljaar 1997-1998 onder toepassing valt van artikel 23 van het koninklijk besluit van 30 maart 1982 betreffende de scholengemeenschappen voor secundair onderwijs en houdende het rationalisatie- en programmatieplan van het secundair onderwijs met volledig leerplan, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 29 juli 1989;en 2° de in 1° bedoelde rationalisatienorm op 1 februari 1998 effectief bereikt;en 3° bij de inwerkingtreding van titel VI van dit decreet niet onder toepassing valt van artikel 51, wordt, tenzij de instelling onder toepassing valt van artikel 52, § 1, of 52, § 2, de rationalisatienorm als volgt vastgesteld : a) met enkel een eerste graad : 37 b) met een eerste + tweede graad : 67 c) met een tweede + derde graad : 50 d) met een eerste + tweede + derde graad : 87. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een instelling die : 1° tijdens het schooljaar 1997-1998 onder toepassing valt van artikel 24 van het koninklijk besluit van 30 maart 1982 betreffende de scholengemeenschappen voor secundair onderwijs en houdende het rationalisatie- en programmatieplan van het secundair onderwijs met volledig leerplan, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr.539 van 31 maart 1987; en 2° de in 1° bedoelde rationalisatienorm op 1 februari 1998 effectief bereikt;en 3° bij de inwerkingtreding van titel VI van dit decreet niet onder toepassing valt van artikel 52, § 1, wordt, tenzij de instelling onder toepassing valt van artikel 51 of 52, § 2, de rationalisatienorm als volgt vastgesteld : a) met enkel een eerste graad : 37 b) met een eerste + tweede graad : 67 c) met een tweede + derde graad : 50 d) met een eerste + tweede + derde graad : 87.». 2° In artikel 53, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden \"tot en met 52\" vervangen door de woorden \"tot en met 52bis\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 145</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt een artikel 54bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 54bis.In afwijking van artikel 47 geldt geen rationalisatienorm voor een instelling die, behoudens een eventuele eerste graad, enkel het studiegebied ballet organiseert. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-146\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 146</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 66, tweede lid, van hetzelfde decreet, wordt in 2° het woord \"Vlaanderen\" vervangen door de woorden \"het onderwijsnet\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-147\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 147</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. In artikel 75 van hetzelfde decreet worden de woorden \"in het gesubsidieerd onderwijs\" telkens geschrapt. § 2. In artikel 87, § 2, van hetzelfde decreet wordt het woord \"gesubsidieerd\" telkens geschrapt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-148\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 148</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 77 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een § 3, waarvan de tekst luidt als volgt : « § 3. In afwijking op § 1, 2° en 3°, en onverminderd § 2 kunnen de administratieve medewerkers en het administratief personeel mits hun instemming worden ingezet in de onderwijsinstellingen van dezelfde scholengroep van het Gemeenschapsonderwijs of van dezelfde inrichtende macht binnen de scholengemeenschap in het gesubsidieerd onderwijs De inrichtende macht of de scholengroep stelt een personeelsplan op en een reglement voor de invulling van dit plan, met dien verstande dat : deze personeelsleden geaffecteerd worden aan de onderwijsinstelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht; de inzetbaarheid in een andere instelling slechts mogelijk is voor een halftijdse of een voltijdse opdracht; de afstand over de openbare weg tussen de school van affectatie en de school waar het personeelslid wordt ingezet nooit meer dan 25 km mag bedragen; er rekening wordt gehouden met de verworven statutaire toestand of contractuele relatie tussen de scholengroep of inrichtende macht en het personeelslid; de inzetbaarheid mogelijk is ongeacht het onderwijsniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit personeelsplan en reglement worden onderhandeld in het lokaal comité. ». Art. 149.In hetzelfde decreet wordt een artikel 77bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 77bis.Ter ondersteuning kan elke scholengemeenschap beschikken over een halftijds personeelslid uit het secundair onderwijs met verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">De scholengemeenschappen zijn er niet toe gehouden aan de overheid een som terug te storten die gelijk is aan het globaal bedrag van de wedden, weddetoelagen, salarissen, vergoedingen en toelagen die de overheid aan deze personeelsleden uitkeert. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-150\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 150</span><span class=\"lf-art-t\">Aan artikel 78 van hetzelfde decreet wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 78, §§ 1 en 2 zijn ook van toepassing op directeurs en adjunct-directeurs die op 30 juni 1999 zijn wedertewerkgesteld in het ambt van directiesecretaris of onderdirecteur van de scholengemeenschap, op voorwaarde dat zij op 1 september 1999 personeelslid worden van een inrichtende macht binnen de scholengemeenschap. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 151</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 92, § 2, 1°, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt volgende zin toegevoegd : \"Voorzover na het schooljaar 1997-1998 voormelde splitsingsnormen, leerlingencoëfficiënten of minimumpakketten voor bepaalde groepen van scholen of voor bepaalde structuuronderdelen een wijziging ondergaan, wordt bij de berekening van de aantallen wekelijkse uren-leraar voor het schooljaar 1997-1998 gedaan alsof deze wijziging reeds heeft plaats gevonden. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 152</span><span class=\"lf-art-t\">Aan artikel 94, § 2, van hetzelfde decreet wordt het volgende toegevoegd : « 3° eerste opsteller; 4° eerste klerk-typist\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 153</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 97, § 1, van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° 9° en 10° worden vervangen door wat volgt : « 9° opsteller en eerste opsteller : 63; 10° klerk-typist en eerste klerk-typist : 57;\"; 2° in 20° wordt het cijfer \"99\" vervangen door het cijfer \"82\";3° er worden een 21° tot 23° toegevoegd, die luiden als volgt : « 21° studiemeester-opvoeder met weddeschaal 104 : 82 22° studiemeester-opvoeder met weddeschaal 123 : 82 23° studiemeester-opvoeder met weddeschaal 126 : 82.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 154</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 98 van hetzelfde decreet wordt als volgt gewijzigd : 1° in 3°, wordt punt b) vervangen door wat volgt : « b) kunnen tijdens de schooljaren 1998-1999 tot en met 2005-2006 toch personeelsleden in de ambten van de personeelscategorieën administratief personeel en opvoedend hulppersoneel worden aangeworven in een vacante betrekking opgericht met toepassing van het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs, gewijzigd bij de koninklijke besluiten nr.61 van 20 juli 1982, 13 maart 1985 en nr. 449 van 20 augustus 1986, het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990, het decreet van 15 december 1993 en het besluit van de Vlaamse regering van 9 mei 1996, voorzover de betrokken instelling ontstaat uit een fusie van twee of meer instellingen of een herstructurering die resulteert in een gelijk of kleiner aantal instellingen\"; 2° 5° wordt vervangen door wat volgt : « 5° tijdens de schooljaren 1999-2000 tot en met 2005-2006 en overminderd hetgeen bepaald is in 1°, kan een personeelslid worden aangeworven in een vacante betrekking van een ambt van de personeelscategorie ondersteunend personeel voorzover het aantal punten van de instelling groter is dan het aantal punten dat wordt aangewend voor de instandhouding van het aantal betrekkingen in de ambten van de personeelscategorieën opvoedend hulppersoneel en administratief personeel met toepassing van hetzelfde koninklijk besluit Vooraleer evenwel een tijdelijk personeelslid kan worden aangeworven, dient voor de invulling van de bedoelde vacante betrekking de volgende rangorde uitgeput : 1° de personeelsleden die in de instellingen van de scholengemeenschap ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking;2° de personeelsleden, voor zover zij akkoord gaan, uit de personeelscategorieën administratief personeel en opvoedend hulppersoneel van andere instellingen van de betrokken scholengemeenschap waarvan het aantal punten kleiner is dan het aantal punten dat overeenstemt met de instandhouding, op grond van de bepalingen van hetzelfde koninklijk besluit, van hun betrekkingen;3° de personeelsleden, voor zover zij akkoord gaan, aangesteld op basis van het in artikel 60 gestelde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke personeelsleden die op grond van wat voorafgaat worden aangeworven, kunnen slechts vast benoemd worden indien hun betrekkingen de som van enerzijds het aantal betrekkingen in de personeelscategorieën opvoedend hulppersoneel en administratief personeel instandgehouden op basis van de bepalingen van hetzelfde koninklijk besluit en anderzijds het aantal betrekkingen van de personeelsleden bedoeld in artikel 60, binnen de instellingen van de scholengemeenschap overschrijden.;\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-155\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 155</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 167, 1°, a), van hetzelfde decreet worden de volgende woorden toegevoegd : « en artikel 3, § 3, 2°, van de wet van 29 mei 1959, gewijzigd bij de wetten van 18 september 1981 en 1 augustus 1988\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 156</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. In hetzelfde decreet wordt artikel 168, 6°, vervangen door wat volgt : « 6° titel XV die in werking treedt op 1 september 1999, met uitzondering van de artikelen 105, 117, 121 en 133 die in werking treden op 1 september 1998, van artikel 116 dat in werking treedt op 1 januari 1999 en van artikel 107 dat in werking treedt op 1 juli 1999;\". § 2. In hetzelfde decreet wordt artikel 168, 7°, vervangen door wat volgt : « 7° titel XVI die in werking treedt op 1 september 1999 met uitzondering van de artikelen 135, 143, 145 en 153 die in werking treden op 1 september 1998, van artikel 140, § 2, dat uitwerking heeft op 1 februari 1998, van artikel 141 dat uitwerking heeft op 1 januari 1999 en van artikel 136 dat in werking treedt op 1 juli 1999;\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 157</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse regering kan aan instellingen die voltijds gewoon kunstsecundair onderwijs organiseren en die betrokken zijn bij een convenant dat zij heeft afgesloten met de betrokken inrichtende machten en/of representatieve verenigingen ervan en met de partners uit een culturele sector, een bijkomende financiering of subsidiëring toekennen. Zij bepaalt de voorwaarden waaraan de leerlingen, die deze bijkomende financiering of subsidiëring genereren, moeten voldoen evenals de vorm waaronder deze middelen worden toegekend</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 158</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de bijlage aan hetzelfde decreet : 1° wordt in zonenummer 29 bij de opsomming der gemeenten alfabetisch ingevoegd : \"Zelzate\";2° worden in zonenummer 30 bij de opsomming der gemeenten alfabetisch ingevoegd : \"Destelbergen, Lochristi, Melle, Merelbeke, Moerbeke-Waas, Wachtebeke\";3° wordt de zone met nummer 36 geschrapt;4° worden de zonenummers 37 tot en met 45 respectievelijk gewijzigd in de zonenummers 36 tot en met 44</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-159\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 159</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse regering kan, zonder dat toepassing dient gemaakt van artikel 3, § 3, 4°, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, voor het schooljaar 1999-2000 een afwijking verlenen van de toepasbare rationalisatienorm voor een instelling voor voltijds gewoon secundair onderwijs met meer dan 50 % doelgroepleerlingen Onder doelgroepleerling wordt de leerling verstaan waarvan : 1° de grootmoeder van moederszijde niet in België is geboren en evenmin door geboorte de Belgische of Nederlandse nationaliteit bezit; en 2° de moeder ten hoogste tot het einde van het schooljaar waarin zij 18 werd, onderwijs heeft genoten. Art. 160.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 1999, met uitzondering van de artikelen 142, 144, 151, 152, 153, 154, 155 en 156 die uitwerking hebben op 1 september 1998. HOOFDSTUK V. - Onderhandelingscomités vrij gesubsidieerdonderwijs Art. 161.In het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs wordt aan artikel 2, 1°, een liggend streepje toegevoegd, dat luidt : « de centra voor leerlingenbegeleiding; ». Art. 162.In artikel 12 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1 wordt volgende zin toegevoegd : « Iedere inrichtende macht richt voor elk van haar centra voor leerlingenbegeleiding een lokaal onderhandelingscomité op.» ; 2° in § 2 wordt een liggend streepje toegevoegd, dat luidt als volgt : « - een LOC oprichten voor alle scholen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap van het secundair onderwijs behoren.» ; 3° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4.In afwijking van §§ 1, 2 en 3 wordt in de scholengemeenschap van het secundair onderwijs voor de scholen van eenzelfde pedagogische entiteit, één LOC opgericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit LOC kan ook andere scholen omvatten, behorend tot diezelfde pedagogische entiteit, op voorwaarde dat de scholengemeenschap van het secundair onderwijs met deze scholen een samenwerkingsakkoord heeft gesloten en de afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties van elke betrokken school hiermee akkoord gaan. ». Art. 163.In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IIIbis ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK IIIbis. - Onderhandelingscomité van de scholengemeenschap van het secundair onderwijs Artikel 37bis.Er wordt één LOC opgericht per scholengemeenschap, zoals bedoeld in titel VIII van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Dit LOC is bevoegd om te onderhandelen over de aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37ter\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 37ter</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het aantal leden per geleding in het LOC van de scholengemeenschap bedraagt minimum 4. § 2. Onverminderd § 1 duidt elke geleding van elk LOC van de scholen van de scholengemeenschap één persoon aan als lid van het LOC van de scholengemeenschap. In onderling akkoord tussen de betrokken geledingen kan hiervan worden afgeweken zonder de pariteit tussen de geledingen te verbreken. § 3. Bij ontstentenis van een LOC per school of per pedagogische entiteit wordt één persoon per geleding per ondernemingsraad van de scholen, die behoren tot de scholengemeenschap, lid van het LOC van de scholengemeenschap. In onderling akkoord kan hiervan worden afgeweken zonder de pariteit tussen de geledingen te verbreken. § 4. Worden alle scholen van de scholengemeenschap beheerd door éénzelfde inrichtende macht en is er op het niveau van de scholengemeenschap één ondernemingsraad opgericht, dan oefent deze ondernemingsraad eveneens de bevoegdheden uit van het onderhandelingscomité op niveau van de scholengemeenschap. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 164</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk treedt in werking op 15 mei 1999. HOOFDSTUK VI. - Participatieraden gesubsidieerd onderwijs Art. 165.In het decreet van 23 oktober 1991 betreffende de medezeggenschap in het gesubsidieerd onderwijs wordt een artikel 5bis toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 5bis.Na akkoord van de bestaande participatieraden van haar onderwijsinstellingen binnen de scholengemeenschap kan de inrichtende macht één participatieraad oprichten voor haar onderwijsinstellingen die tot dezelfde scholengemeenschap behoren. Deze regeling geldt voor de duur van het mandaat van de participatieraad. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 166</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk VII ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK VII. - Participatieraad van de scholengemeenschap Artikel 33.In elke scholengemeenschap zoals bedoeld in titel VIII van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs betreffende het basisonderwijs, wordt een participatieraad van de scholengemeenschap opgericht. Artikel 33bis.De participatieraad van de scholengemeenschap, geleid door één inrichtende macht, is samengesteld uit een gelijk aantal vertegenwoordigers per geleding, met een minimum van 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De participatieraad van een scholengemeenschap geleid door verschillende inrichtende machten omvat een gelijk aantal vertegenwoordigers per geleding. Per inrichtende macht vaardigt elke geleding één vertegenwoordiger af. Hiervan kan in overleg worden afgeweken zonder de pariteit tussen de geledingen op te heffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle leden van de geledingen van de participatieraad van een scholengemeenschap komen uit de participatieraden van de scholen die tot een scholengemeenschap behoren. Artikel 33ter.De participatieraad van de scholengemeenschap, geleid door één inrichtende macht, wordt voorgezeten door de coördinerend directeur. Indien er geen coördinerend directeur is, duidt de inrichtende macht een directeur aan, na overleg met de participatieraad om de participatieraad voor te zitten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De participatieraad van de scholengemeenschap, geleid door verschillende inrichtende machten, wordt voorgezeten door de coördinerend directeur. Indien er geen coördinerend directeur is, duiden de participerende inrichtende machten, na overleg met de participatieraad, een directeur aan om de participatieraad voor te zitten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeurs, zo ze geen afgevaardigde zijn van de inrichtende machten, kunnen de vergadering met raadgevende stem bijwonen. Artikel 33quater.In onderling overleg wordt een reglement van orde bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit reglement van orde bepaalt ten minste : 1° het aantal bijeenkomsten, met een minimum van twee per jaar;2° de wijze van bijeenroeping, van mededeling van documenten, van besluitvorming en stemming;3° de wijze waarop de beslissingen die worden genomen in het kader van de participatie van de scholengemeenschap, worden meegedeeld aan de participatieraden van de betrokken onderwijsinstellingen van de scholengemeenschap;4° de bevoegdheden zoals bepaald in artikel 33quinquies;5° de wijze waarop de leerlingen gehoord worden. Artikel 33quinquies.De participatieraad van de scholengemeenschap heeft adviesbevoegdheid over de aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is. Hij heeft overlegbevoegdheid inzake de ordening van een rationeel aanbod en de leerlingenoriëntering en -begeleiding. Artikel 33sexies.Onder overlegbevoegdheid wordt begrepen het nastreven van een consensus over de bedoelde aangelegenheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de bevoegdheden van de gemeentelijke en provinciale overheden, voert de inrichtende macht het bij consensus genomen besluit uit. Indien geen consensus kan worden bereikt, beslist de inrichtende macht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33septies\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 33septies</span><span class=\"lf-art-t\">Het participatiecollege is bevoegd voor de participatieraad van de scholengemeenschap, zoals bepaald in artikel 31, 2° en 3°, van ditzelfde decreet. »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 167</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk treedt in werking op 15 mei 1999. HOOFDSTUK VII. - Ondersteuningscentra voor ouderverenigingswerk Art. 168.In de artikelen 7, 9, 13 en 17 van het decreet van 20 juni 1996 betreffende de subsidiëring van de ondersteuningscentra van ouderverenigingen en van erkende verenigingen die vorming voor ouders van schoolgaande kinderen organiseren, wordt de datum van 30 juni gewijzigd in 31 mei</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-169\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 169</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 mei 1999. HOOFDSTUK VIII. - Andere bepalingen Art. 170.§ 1. De vastbenoemde, stagedoende en contractuele personeelsleden die op 31 maart 1999 in dienst zijn van de administratieve diensten van de ARGO, worden overgedragen aan de in artikel 3 van het bijzonder decreet betreffende het Gemeenschapsonderwijs van 14 juli 1998 bedoelde instelling. § 2. De Vlaamse regering bepaalt de datum en de nadere regelen voor de overdracht van de personeelsleden bedoeld in § 1. De overdracht van deze personeelsleden geschiedt ten minste met hun graad of met een gelijkwaardige graad. Zij behouden ten minste de bezoldiging, de administratieve en geldelijke anciënniteit, de reglementaire toelagen en vergoedingen en de hoedanigheid die zij hadden. § 3. Zolang de Vlaamse regering geen uitvoering heeft gegeven aan artikel 67, § 2, van het bijzonder decreet betreffende het Gemeenschapsonderwijs van 14 juli 1998, blijven de naar de nieuwe instelling overgedragen personeelsleden, alsook de door de nieuwe instelling aangeworven personeelsleden, onderworpen aan de rechtspositieregeling van de personeelsleden van de administratieve diensten van de ARGO. § 4. De Raad van het Gemeenschapsonderwijs wordt gemachtigd, wat het personeel van zijn administratieve diensten betreft, deel te nemen aan de pensioenregeling ingesteld bij de wet van 28 april 1958Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/1958 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/02/2011 numac 2011000105 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden. Art. 171.§ 1. In afwijking van artikel 138, § 1, kunnen de vastbenoemde personeelsleden van de administratieve diensten van de ARGO en van de in artikel 3 van het bijzonder decreet betreffende het Gemeenschapsonderwijs van 14 juli 1998 bedoelde instelling tot de datum van het bereiken van het in artikel 67, § 1, van het bijzonder decreet betreffende het Gemeenschapsonderwijs van 14 juli 1998 vermelde personeelsformatie, op hun verzoek overgedragen worden naar een andere VOI of naar het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, met behoud van hun salaris, hun administratieve en geldelijke anciënniteit en hun hoedanigheid, en voorzover zij voldoen aan de behoeften en de functiebeschrijvingen van deze organisaties. § 2. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen voor de overdracht van de personeelsleden bedoeld in § 1. Art. 172.De personeelsleden die in een onderwijsinstelling van het gemeenschapsonderwijs tewerkgesteld zijn als bode-kamerbewaarder worden vastbenoemd in het ambt van bode-kamerbewaarder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met ingang van de datum van hun vaste benoeming zijn de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en de uitvoeringsbesluiten van dit decreet op hen van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid dat vast benoemd is in uitvoering van dit artikel, kan niet vervangen worden. Art. 173.§ 1. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op de personeelsleden die behoren tot het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs of tot de gefinancierde of gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en die als dusdanig een wedde of weddetoelage ontvangen van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personeelsleden, bedoeld in het eerste lid, op wie door de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of zijn gemachtigde een beroep wordt gedaan om een opdracht uit te oefenen bij het departement Onderwijs in een tijdelijk project, bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling, bij de Dienst Europese Projecten, bij het tijdschrift Klasse of in een examencommissie, bekomen voor de duur van hun opdracht een toelage, met dien verstande dat het jaarlijks bedrag als volgt wordt vastgesteld : Personeelsleden houder van tenminste een diploma van een basisopleiding van twee cycli 137.270 fr Andere 96.089 fr. § 2. De toelage bedoeld in § 1 wordt maandelijks na vervallen termijn uitbetaald. De maandtoelage is gelijk aan 1/12 van het jaarlijks bedrag. Wanneer de maandtoelage niet volledig verschuldigd is, wordt zij uitbetaald in werkdagen, overeenkomstig de regel bepaald in de salarisregeling van het personeel van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. § 3. De in §§ 1 en 2 bepaalde toelagen worden gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de voorwaarden vastgesteld door de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/1971 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel tot koppeling aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. § 4. Inzake de toekenning van de vergoedingen voor reiskosten en de verlofregeling, zijn op deze personeelsleden de bepalingen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van toepassing. Art. 174.Het laatste lid van artikel 9, § 2, van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten en het tweede lid van artikel 53ter van het besluit van 17 juli 1991 tot uitvoering van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten worden opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussen het cijfer \"2\" en het woord \"en\" in het eerste lid van artikel 53ter van hetzelfde besluit worden de woorden \"met uitzondering van de personeelsleden met een terbeschikkingstelling wegens bijzondere opdracht of wegens ontstentenis van betrekking of met een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs\" ingevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 54 van hetzelfde besluit worden tussen de woorden \"Onderwijsontwikkeling\" en \"genieten\" de woorden \"met uitzondering van de personeelsleden met een terbeschikkingstelling in het belang van het onderwijs of wegens ontstentenis van betrekking of met een verlof wegens opdracht\" ingevoegd. Art. 175.De personeelsleden die op 1 januari 1999 belast zijn met het ambt van directeur in een instelling voor buitengewoon secundair onderwijs bij toepassing van artikel 1bis, § 1, van het koninklijk besluit van 31 maart 1977 tot regeling van de toestand van sommige personeelsleden van het Rijksonderwijs, worden beschouwd als zijnde vast benoemd in de betrekking van dit ambt. Art. 176.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 1999, met uitzondering van artikel 170 dat uitwerking heeft op 1 april 1999 en artikel 175 dat uitwerking heeft op 1 januari 1999. HOOFDSTUK IX. - Adviesbevoegdheid gemeenschapsonderwijs Art. 177.De directeur, de raad van bestuur en de algemeen directeur zoals bedoeld in artikel 5, § 2 en § 3, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs, worden tot en met 31 maart 2001 geadviseerd voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 11, § 1 en § 2, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs door een adviesraad, samengesteld uit de personen die lid zijn van de lokale raden, zoals bedoeld in artikel 5 van het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs. Art. 178.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2000. HOOFDSTUK X. - Centra voor leerlingenbegeleiding Art. 179.Aan het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding wordt aan artikel 38 een § 6 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 6. Bij het intern beheer voor het centrum worden alle besturen en inrichtende machten van de bediende scholen betrokken, naast het personeel van het centrum en externe deskundigen. ». Art. 180.Aan artikel 39 van hetzelfde decreet wordt een 9° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 9° Minstens de wijze waarop het bestuur en de inrichtende machten van de bediende scholen in de centrumraad aan bod komen. ». Art. 181.In artikel 135 van hetzelfde decreet worden tussen de woorden \"secundair onderwijs\" en \"en voor de CLB's\" de woorden \"en het onderwijs voor sociale promotie\" toegevoegd. Art. 182.Aan artikel 181 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De centrale raad, op éénsluidend advies van de raad van bestuur, beslist welk personeelslid vanaf 1 september 2000 wordt belast met het mandaat van directeur en deelt deze beslissing uiterlijk 1 maart 2000 mee aan het departement. ». Art. 183.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2000, met uitzondering van : artikel 180 dat in werking treedt op 1 september 2003; artikel 182 dat in werking treedt 1 september 1999. HOOFDSTUK XI. - Onderwijs voor sociale promotie Art. 184.In artikel 48 van het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de inhouding van de bijdrage in die kosten door de besturen sluiten tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs wordt de laatste zin van het eerste lid vervangen door \"Als Fla kleiner wordt dan Flh, kan Fla in geen geval kleiner worden dan Na/d op voorwaarde dat Flh groter is dan Na/d. ». Art. 185.In artikel 76 van het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de inhouding van de bijdrage in die kosten door de besturen sluiten tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « Het bestuur bepaalt wie het ambt van directeur opneemt.» vervangen door de woorden « In afwijking van de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs en het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III, bepaalt het bestuur vrij wie van de directeurs van de fuserende centra het ambt van directeur opneemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vastbenoemde en tot de proeftijd toegelaten directeurs hebben hierbij voorrang op de tijdelijk aangestelde directeurs. De vastbenoemde en tot de proeftijd toegelaten directeurs die niet als directeur worden aangewezen, worden bij voorrang aangewezen om het ambt van adjunct-directeur uit te oefenen. Daarna worden de andere in dienst zijnde directeurs bij voorrang aangewezen om het ambt van adjunct-directeur uit te oefenen. »; 2° in het derde lid worden de woorden \"2 januari 1999\" vervangen door \"2 januari vóór de fusie\";3° aan het derde lid wordt toegevoegd : \"Een personeelslid dat op het ogenblik van de fusie tot de proeftijd is toegelaten in het ambt van directeur, wordt, na twaalf maanden effectieve prestaties vanaf zijn toelating tot de proeftijd, vastbenoemd in het ambt van directeur of in het ambt van adjunct-directeur, al naargelang hij bij de fusie al dan niet het ambt van directeur van het centrum heeft opgenomen.».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-186\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 186</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 105 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 105.Dit decreet treedt in werking op 1 september 1999, met uitzondering van : artikel 58 dat wat betreft artikel 46bis uitwerking heeft op 1 juli 1999; artikel 60 dat wat betreft artikel 40bis uitwerking heeft op 1 juli 1999; artikel 84 dat uitwerking heeft vanaf 1 september 1973; artikel 69, 1°, dat in werking treedt op 1 september 2001. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-187\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 187</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In bijlage II van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de kolom studiegebied of categorie worden de woorden \"voeding hotel\" telkens vervangen door het woord \"voeding\";2° in de kolom instelling wordt : het kengetal \"39221\" telkens vervangen door het kengetal \"39231\"; het kengetal \"30563\" telkens vervangen door het kengetal \"33563\"; het kengetal \"48567\" telkens vervangen door het kengetal \"48587\"; het kengetal \"48934\" vervangen door het kengetal \"53454\"; 3° wordt na de instelling 48918 volgende gegevens ingevoegd : kolom instelling : 48934; kolom studiegebied of categorie : huishoudelijk onderwijs; kolom Nh'` : 212980; kolom Nh : 219567; kolom Nh' : 226154; kolom Flh : 12902. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-188\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 188</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 1999. HOOFDSTUK XII. - Wijziging aan het decreet betreffendehet onderwijs III van 9 april 1992 Art. 189.In artikel 2 van het decreet betreffende het onderwijs III van 9 april 1992, gewijzigd bij decreten van 28 april 1993, 21 december 1994 en 14 juli 1998, wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Voor de toepassing van deze titel wordt onder het begrip \"inrichtende macht\" voor het gemeenschapsonderwijs, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, verstaan de lokale raad en vanaf 1 januari 2000 de scholengroep. Bij ontstentenis van de lokale raad, en vanaf 1 januari 2000 de scholengroep, wordt onder het begrip \"inrichtende macht\" verstaan de centrale raad en vanaf 1 januari 2003 de Raad van het Gemeenschapsonderwijs. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-190\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 190</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4 van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : 1° in § 1, a), wordt het woord \"Gemeenschapsonderwijs\" vervangen door het woord \"gemeenschapsonderwijs\";2° in § 2, b), wordt het woord \"Gemeenschapsonderwijs\" vervangen door het woord \"gemeenschapsonderwijs\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-191\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 191</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 10, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden \"Autonome Raad van het Gemeenschapsonderwijs\" vervangen door de woorden \"Raad voor het Gemeenschapsonderwijs. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-192\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 192</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 1999, met uitzondering van : artikel 173 dat uitwerking heeft op 1 januari 2000; artikel 174 dat uitwerking heeft op 1 april 2003 Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 18 mei 1999.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, E. BALDEWIJNS _______ Nota Zitting 1998-1999 : Stukken :- Ontwerp van decreet: 1377, nr. 1. - Amendementen: 1377, nr. 2. - Verslag: 1377, nr.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen : Bespreking en aanneming: Vergaderingen van 3 en 5 mei 1999.</p></div>", "next": 0}