{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De beslissing wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad . De publicatie geldt als betekening van de beslissing.Deze beslissing is onherroepelijk behalve tegenover hem die een rechtsvordering instelt voor de rechtbank van eerste aanleg binnen de termijn vastgesteld door artikel 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek. » HOOFDSTUK VI. - Wijziging van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen Art. 115.In artikel 2, eerste lid, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, vervangen door het koninklijk besluit van 29 maart 1994 en gewijzigd door de wetten van 22 december 1998 en 4 mei 1999, worden de woorden « 366 tot 378 » vervangen door de woorden « 366 tot 379 ». HOOFDSTUK VII. - Belastingvermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Startersfonds Art. 116.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt een onderafdeling IIocties ingevoegd, die luidt als volgt : « Onderafdeling IIocties. - Vermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Startersfonds - Terugname van de vermindering Art. 14527.- § 1. In geval van inschrijving op obligaties met een looptijd van zestig maanden die door het Startersfonds op naam worden uitgegeven, wordt een belastingvermindering verleend voor de sommen die tijdens het belastbare tijdperk zijn gestort voor de verwerving ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingvermindering wordt verleend onder de volgende voorwaarden en modaliteiten : 1° de obligaties moeten, behalve bij overlijden, gedurende de volledige periode in het bezit blijven van de inschrijver;2° bij vervreemding binnen de periode van 60 maanden heeft de nieuwe bezitter geen recht op de belastingvermindering;3° bij overlijden van de inschrijver betaalt het Startersfonds aan de rechtverkrijgenden het volledig bedrag van de obligaties uit, met inbegrip van het evenredig deel van de verlopen, maar nog niet uitgekeerde interesten.De voorheen verkregen belastingvermindering blijft behouden; 4° de inschrijver legt tot staving van zijn aangifte in de personenbelasting het in § 3 vermelde document over. De belastingvermindering is gelijk aan 5 pct. van de werkelijk gedane betalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het totaal van de belastingvermindering mag per belastbaar tijdperk niet meer dan 210 EUR bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke echtgenoot heeft recht op de vermindering indien de obligaties op zijn persoonlijke naam zijn uitgegeven. § 2. Wanneer de in § 1, tweede lid, 1°, gestelde voorwaarde niet is nageleefd in een van de jaren volgend op het jaar van storting, omdat de inschrijver de obligaties uitgegeven door het Startersfonds heeft vervreemd binnen 60 maanden na de verwerving ervan, wordt de belasting met betrekking tot de inkomsten van dat jaar vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één zestigste van de overeenkomstig § 1 werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven tot het einde van de periode van 60 maanden. § 3. Het Startersfonds stelt jaarlijks, vóór 31 maart van het aanslagjaar, een document op en zendt een exemplaar aan de inschrijver en een ander aan de belastingsdienst waarvan hij afhangt, met daarin : - voor het jaar van verwerving : de bedragen die recht geven op de vermindering en het bedrag van de toe te passen vermindering, alsmede de bevestiging dat de obligaties op 31 december van het betreffende jaar nog steeds in het bezit zijn van de inschrijver; - voor het jaar van overlijden van de inschrijver : het bedrag dat aan de rechtverkrijgenden is uitgekeerd ingevolge de verplichte uitbetaling, en het bedrag van het evenredig deel van de verlopen, maar nog niet uitgekeerde interesten; - voor het jaar waarin de termijn van 60 maanden verstrijkt : naargelang het geval, de bevestiging dat de obligaties ofwel in het bezit zijn gebleven van de inschrijver tot het einde van de termijn, ofwel zijn vervreemd vóór het verstrijken van de termijn met opgave van de nog niet verlopen maanden die in aanmerking komen voor de berekening van de terugname van de vermindering; - voor het jaar van vervreemding : het aantal nog niet verlopen maanden die in aanmerking komen voor de berekening van de terugname van de vermindering.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van de programmawet (I) van 24 december 2002 Art. 117.In artikel 385 van de programmawet (I) van 24 december 2002 wordt na het eerste lid het volgende lid ingevoegd : « De in het eerste lid bedoelde vrijstelling van storting, van de bedrijfsvoorheffing kan ook worden toegekend aan de wetenschappelijke instellingen die daartoe worden erkend bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en die bezoldigingen uitbetalen of toekennen ofwel aan assistent-onderzoekers ofwel aan postdoctorale onderzoekers. » HOOFDSTUK IX. - Wijziging van de wet van 30 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/04/2003 numac 2002003575 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen op het stuk van milieutaksen en ecobonussen sluiten houdende fiscale bepalingen op het stuk van milieutaksen en ecobonussen Art. 118.In artikel 369bis van de wet van 16 juli 1993Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten5 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur, gewijzigd bij de wet van 30 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/04/2003 numac 2002003575 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen op het stuk van milieutaksen en ecobonussen sluiten, wordt het tweede lid opgeheven. Art. 119.In artikel 370 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 7 maart 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht : A) de bepaling onder 2° wordt als volgt vervangen : « De waters, inbegrepen de minerale waters en de gashoudende waters, aangevuld met suiker of andere zoet- of smaakstoffen, en andere niet alcoholische dranken, als bedoeld in de wet van 13 februari 1995 met betrekking tot het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken, alsmede van alcoholvrije bieren, alcoholvrije wijnen, de alcoholvrije tussenproducten en de vruchtennectars; » B) de bepaling onder 9° vervalt. Art. 120.In artikel 371 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/04/2003 numac 2002003575 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen op het stuk van milieutaksen en ecobonussen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : A) het punt c) van § 2 en het punt b) van § 4 vervallen;</p>\n<p class=\"lf-p\">B) de bepaling onder 1° van § 3 vervalt. Art. 121.Artikel 391 van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 30 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/04/2003 numac 2002003575 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen op het stuk van milieutaksen en ecobonussen sluiten, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 391.- § 1. De producten die voor een milieutaks in aanmerking komen, kunnen worden voorzien van een kenteken waaruit duidelijk blijkt ofwel dat zij daadwerkelijk onderworpen zijn aan een milieutaks en wat het bedrag van die milieutaks is, ofwel de reden van de vrijstelling of het bedrag van het statiegeld, om te zorgen voor het fiscaal toezicht en om de consument te informeren over de aard van de milieutaksregeling die op die producten van toepassing is. § 2. De Minister van Financiën regelt de wijze van uitvoering van dit artikel. » Art. 122.De wet van 30 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/04/2003 numac 2002003575 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen op het stuk van milieutaksen en ecobonussen sluiten houdende diverse fiscale bepalingen op het stuk van milieutaksen en ecobonussen treedt in werking op 1 april 2003, met uitzondering van de artikelen 1 tot 9, 11 voor zover het een paragraaf invoegt in artikel 371, en 12 tot 34, die in werking treden op 1 juli 2003. HOOFDSTUK X. - Afzonderlijke taxatie van het vervroegd uitbetaald vakantiegeld Art. 123.Artikel 171, 6°, eerste streepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt vervangen als volgt : « - het vakantiegeld dat, tijdens het jaar dat de werknemer zijn werkgever verlaat, is opgebouwd en aan hem wordt betaald; ». Art. 124.Dit hoofdstuk heeft uitwerking vanaf aanslagjaar 2003.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL VI. - Begroting HOOFDSTUK I. - Begrotingsfonds voor het prefinancieren van uitgaven verbonden aan grote catastrofen Art. 125.Er wordt een fonds opgericht tot prefinanciering van de niet onmiddellijk toewijsbare uitgaven in geval van grote catastrofe, dat een begrotingsfonds is in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. Art. 126.Onverminderd de mogelijkheid van burgerlijke opeising in toepassing van de wet van 31 december 1963 zijn de uitgaven die ten laste van het fonds kunnen worden gedaan het prefinancieren van onverwachte uitgaven voor bijzondere interventiemiddelen ingezet bij grote catastrofen wanneer de beschikbare middelen waarover de overheden beschikken ontoereikend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder grote catastrofe wordt verstaan iedere noodsituatie die te wijten is aan de mens, en die leidt of kan leiden tot het verlies van vele mensenlevens of aanzienlijke materiële schade, inclusief schade aan het leefmilieu, waarbij de coördinatie van de operaties gebeurt door de provinciegouverneur of de Minister van Binnenlandse Zaken. Art. 127.Tot het activeren van het fonds wordt beslist door de Minister van Begroting. Art. 128.Het fonds wordt gemachtigd een debetstand te vertonen van 25 miljoen euro. Art. 129.In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, voor het laatst gewijzigd bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/01/2004 numac 2003015188 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Burkina Faso inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 18 mei 2001 (2) (3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/03/2003 numac 2003015003 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 11 december 2001 sluiten, wordt onder de titel « 03 Budget en Beheerscontrole », een nieuw begrotingsfonds 03-2 ingevoegd, luidend als volgt : Benaming van het organiek begrotingsfonds « 03-2 Fonds tot prefinanciering van de niet onmiddellijk toewijsbare uitgaven in geval van grote catastrofe » Aard van de toegewezen ontvangsten « Terugbetaling van geprefinancierde uitgaven door de bevoegde overheden en de aansprakelijken van de catastrofe », Aard van de gemachtigde uitgaven « Onverminderd de mogelijkheid van burgerlijke opeising in toepassing van de wet van 31 december 1963 zijn de uitgaven die ten laste van het fonds kunnen worden gedaan het prefinancieren van onverwachte uitgaven voor bijzondere interventiemiddelen ingezet bij grote catastrofen wanneer de beschikbare middelen waarover de overheden beschikken ontoereikend zijn. » Onder grote catastrofe wordt verstaan iedere noodsituatie die te wijten is aan de mens, en die leidt of kan leiden tot het verlies van vele mensenlevens of aanzienlijke materiële schade, inclusief schade aan het leefmilieu, waarbij de coördinatie van de operaties gebeurt door de provinciegouverneur of de Minister van Binnenlandse Zaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Nationale Loterij Eenmalige monopolierente - Nationale Kas voor rampenschade Art. 130.De Nationale Loterij stort in 2003 een éénmalige bijzondere monopolierente van 30 miljoen euro aan de Staat gelet op de nieuwe en toekomstige activiteiten. Deze ontvangst wordt geaffecteerd aan de Nationale Kas voor rampenschade met het oog op het herstel van zekere schade aan private goederen veroorzaakt door natuurrampen. HOOFDSTUK III. - CREDIBE Art. 131.§ 1. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de Federale Participatiemaatschappij gelasten om de cessie of de overdracht van alle of een deel van de activa en passiva van de naamloze vennootschap CREDIBE te organiseren, alsmede alle te dien einde noodzakelijke of nuttige verrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit besluit voert ook artikel 27 uit van de wet van 5 september 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten2 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden van de cessies of overdrachten bedoeld in het eerste lid dienen vooraf te worden goedgekeurd door de Minister van Financiën, de Minister van Begroting en de minister bevoegd voor Overheidsbedrijven. § 2. Met het oog op de cessies of overdrachten bedoeld in § 1, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, alle nuttige maatregelen treffen en desgevallend de op CREDIBE of op de door haar verwezenlijkte verrichtingen toepasselijke wettelijke bepalingen wijzigen of opheffen, teneinde : 1° de regels vast te leggen voor de nodige verrichtingen, met inbegrip van : a) de overdrachten of omwisseling van schulden, schuldvorderingen, roerende waarden of verhandelbare rechten;b) de inbreng of overdracht van activa of passiva;c) de oprichting van nieuwe vennootschappen.2° de bepalingen te wijzigen betreffende de oprichting, organisatie, taken, werkwijze, financiering, contrôle, ontbinding en vereffening van CREDIBE. § 3. De besluiten die krachtens § 2 worden getroffen, kunnen de van kracht zijnde wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegdheden die krachtens § 2 aan de Koning worden opgedragen, vervallen op 31 maart 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na deze datum kunnen de besluiten die krachtens § 2 zijn genomen, alleen bij wet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven. § 4. De minister van Financiën en de minister bevoegd voor Overheidsbedrijven brengen bij de Kamer van volksvertegenwoordigers verslag uit over de in § 1 bedoelde cessies of overdrachten en de krachtens § 2 getroffen maatregelen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL VII. - Diverse bepalingen HOOFDSTUK I. - Wijziging van de</h3>\n<p class=\"lf-p\">wet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/12/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2002 numac 2001021664 bron federale overheidsdienst kanselarij en algemene diensten, ministerie van justitie en ministerie van financien Wet betreffende de schadeloosstelling van de leden van de Joodse Gemeenschap van België voor hun goederen die werden geplunderd of achtergelaten tijdens de oorlog 1940-1945 sluiten betreffende de schadeloosstelling van de leden van de Joodse Gemeenschap van België voor hun goederen die werden geplunderd of achtergelaten tijdens de oorlog 1940-1945 Art. 132.In artikel 7, § 1, van de wet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/12/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2002 numac 2001021664 bron federale overheidsdienst kanselarij en algemene diensten, ministerie van justitie en ministerie van financien Wet betreffende de schadeloosstelling van de leden van de Joodse Gemeenschap van België voor hun goederen die werden geplunderd of achtergelaten tijdens de oorlog 1940-1945 sluiten betreffende de schadeloosstelling van de leden van de Joodse Gemeenschap van België voor hun goederen die werden geplunderd of achtergelaten tijdens de oorlog 1940-1945, worden de woorden « binnen een termijn van één jaar na de inwerkingtreding van deze wet » vervangen door de woorden « uiterlijk op 9 september 2003 ». HOOFDSTUK II. - E-government Art. 133.Bij de Belgische overheid kunnen een of meer registratiekantoren worden opgericht die ermee worden belast een gebruikersnummer toe te wijzen aan de natuurlijke personen die door die overheid aangeboden elektronische diensten wensen te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daartoe en om de identiteit van de aanvrager te verifiëren kunnen de registratiekantoren mededeling eisen van de gegevens die voorkomen op de onderstaande documenten : 1° de identiteitskaart bedoeld in artikel 6 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;2° de sociale identiteitskaart bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een sociale identiteitskaart ten behoeve van alle sociaal verzekerden, met toepassing van de artikelen 38, 40, 41 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 134</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het raam van de in het vorige artikel bedoelde toewijzingsprocedure hebben de overeenkomstig dat artikel opgerichte registratiekantoren en de onderaannemers daarvan, voor de toewijzing van het gebruikersnummer en uitsluitend met het doel de juistheid van de meegedeelde gegevens te verifiëren, toegang tot : 1° het Rijksregister bedoeld in de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;2° het centraal bestand van de identiteitskaarten bedoeld in artikel 6bis van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;3° het centraal sociale identiteitskaartenregister bedoeld in artikel 41 van het koninklijk besluit van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten0 houdende uitvoeringsmaatregelen inzake de sociale identiteitskaart;4° de met toepassing van artikel 4 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten4 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid ingezamelde, opgeslagen en verwerkte gegevens;5° de Kruispuntbank van Ondernemingen bedoeld in de wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten5 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. Art. 135.De artikelen 133 en 134 treden in werking op 1 april 2003. Art. 136.Artikel 70 van de wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten5 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, wordt ingetrokken. HOOFDSTUK III. - Overdracht van een gedeelte van het openbaar domein gelegen te Bierset Art. 137.In het kader van het beheer van het openbaar domein van de federale Staat dat ressorteert onder zijn bevoegdheid, wordt de Minister van Landsverdediging gemachtigd om een gedeelte van het openbaar domein gelegen te Bierset (Grâce-Hollogne) over te dragen aan de N.V. « Société Wallonne des Aéroports (SOWAER) ».</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van deze overdracht wordt de uitoefening van de opdrachten van algemeen nut, toevertrouwd aan Landsverdediging, gewaarborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister van Financiën wordt belast met het opstellen van de akten betreffende deze domaniale mutaties. Art. 138.De Minister van Landsverdediging en de Minister van Financiën worden gemachtigd alle bijkomende akkoorden af te sluiten die de overdracht toelaten van de terreinen en de infrastructuren rond de luchthaven van Bierset met het oog op de optimalisatie van het beheer van de gronden en van het luchtruim. HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de artikelen 578 en 581 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 139.Artikel 578, 8°, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1978, wordt vervangen als volgt : « 8° de geschillen die hun oorzaak vinden : a) in titel V betreffende gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van arbeidsvoorwaarden en de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de toegang tot een zelfstandig beroep van de wet van 4 augustus 1978 tot economisch heroriëntering en in haar uitvoeringsbesluiten, met uitzondering van die bedoeld in artikel 581, 3°, a), en van die welke betrekking hebben op de toegang tot het onderwijs in de beroepsopleiding verstrekt door het openbaar of privaat onderwijs;b) in het decreet van 8 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten7 van het Vlaams Parlement houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt en zijn uitvoeringsbesluiten, met uitzondering van die bedoeld in artikel 581, 3°, b) .» Art. 140.Artikel 581, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1978, wordt vervangen als volgt : « 3° de geschillen die hun oorzaak vinden : a) in titel V betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden en de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de toegang tot een zelfstandig beroep van de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering en in haar uitvoeringsbesluiten die op de zelfstandige beroepen betrekking hebben;b) in het decreet van 8 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten7 van het Vlaams Parlement houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt en zijn uitvoeringsbesluiten die op de zelfstandige beroepen betrekking hebben.» Art. 141.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2002. HOOFDSTUK V. - Bijdrage in de kosten van de Kansspelcommissie Art. 142.Worden bekrachtigd met uitwerking op de dag van hun inwerkingtreding : 1° het koninklijk besluit van 27 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten3 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E;2° het koninklijk besluit van 20 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten4 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E. Art. 143.Artikel 8, tweede lid, van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, wordt vervangen als volgt : « In de kansspelinrichtingen klasse II zijn alleen de kansspelen toegestaan waarvan vaststaat dat de speler of gokker gemiddeld per uur niet meer verlies kan lijden dan 25 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de kansspelinrichtingen klasse III zijn alleen de kansspelen toegestaan waarvan vaststaat dat de speler of gokker gemiddeld per uur niet meer verlies kan lijden dan 12,50 euro. ». Art. 144.Artikel 19 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2. In het kader van de begroting van de Federale Overheidsdienst Justitie wordt een fonds van de kansspelcommissie ingesteld. Het fonds wordt gespijsd met de retributies bedoeld in § 1, die de houders van vergunningen van de klassen A, B, C, E betalen als bijdrage in de oprichtings-, personeels- en werkingskosten van de commissie en van het secretariaat ervan. » Art. 145.Artikel 58, eerste lid, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt : « Behoudens het gebruik van kredietkaarten en debetkaarten in kansspelinrichtingen klasse I mag niemand aan de spelers en de gokkers enige vorm van lening of krediet toestaan of met hen een geldelijke of materiële transactie aangaan ter betaling van een inzet of een verlies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verrichting waarvan de som 10.000 euro of meer bedraagt, moet gebeuren door middel van een kredietkaart of debetkaart. » Art. 146.In het artikel 60 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « klasse I, II en III » worden vervangen door de woorden « klasse II en III »;2° het artikel wordt aangevuld met de volgende leden : « Het is toegelaten aan het cliënteel van kansspelinrichtingen klasse I verplaatsingen, maaltijden, dranken of geschenken kosteloos of onder marktprijs van vergelijkbare goederen en diensten aan te bieden, tot een maximumbedrag van 50 euro per week en per speler. De Koning kan bijkomende voorwaarden bepalen alsook het bedrag bedoeld in het vorig lid aanpassen. » HOOFDSTUK VI. - Wijziging van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten7 met betrekking tot het statuut van de regulatorvan de Belgische post- en telecommunicatiesector Art. 147.Artikel 41, eerste lid, 3°, van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten7 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, wordt opgeheven de dag waarop het in artikel 17, § 2, van dezelfde wet bedoelde koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. HOOFDSTUK VII. - Wijziging van de wet van 27 februari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten1 ter bevordering van sociaal verantwoorde productie Art. 148.In artikel 4, § 2, 2°, vierde lid, van de wet van 27 februari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten1 ter bevordering van sociaal verantwoorde productie, worden de woorden « en in het bijzonder de financieringswijze » ingevoegd tussen de woorden « de nadere regels » en de woorden « inzake controle ». HOOFDSTUK VIII. - Overdracht van goederen en personeel aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika Art. 149.In artikel 418 van de programmawet (I) van 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Na de respectieve ontbinding van de VZW « ASDOC » en de instelling van openbaar nut « Afrikaans Instituut », die uiterlijk op 31 december 2003 plaats moeten vinden, hevelt de Koning de goederen, rechten en verplichtingen alsmede de personeelsleden van de betrokken instellingen over naar het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. »; 2° in § 2 worden de woorden « van het Instituut » geschrapt;3° in § 3, eerste en tweede lid, in fine, worden de woorden « het Instituut » vervangen door de woorden « de instellingen bedoeld in § 1 ». HOOFDSTUK IX. - Administratief toezicht op de federale culturele instellingen Art. 150.Dit hoofdstuk is van toepassing op : - de instelling van openbaar nut « Nationaal Orkest van België », - de instelling van openbaar nut « Koninklijke Muntschouwburg », - de naamloze vennootschap van publiek recht met sociaal doel « Paleis voor Schone Kunsten », hierna « de instellingen » genoemd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 151</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De administratieve toezichtsbevoegdheid bij de instellingen wordt uitgeoefend door twee regeringscommissarissen bij de federale culturele instellingen, hierna genoemd regeringscommissarissen, die bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, worden benoemd door de Koning op voordracht van de minister bevoegd voor de federale culturele instellingen Eén regeringscommissaris behoort tot de Nederlandse taalrol, de andere tot de Franse taalrol. Art. 152.De Koning stelt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het statuut van de regeringscommissarissen vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bezoldiging van de regeringscommissarissen en de werkingsmiddelen nodig voor de uitvoering van hun taken zijn ten laste van de begroting van de minister bevoegd voor de federale culturele instellingen. Art. 153.De regeringscommissarissen oefenen, voor wat betreft de instellingen van openbaar nut « Nationaal Orkest van België » en « Koninklijke Muntschouwburg » de controlebevoegdheden uit van de regeringscommissarissen zoals die zijn bepaald in de artikelen 9 en 10 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. Art. 154.De regeringscommissarissen oefenen, voor wat betreft de naamloze vennootschap van publiek recht met sociaal doel « Paleis voor Schone Kunsten » de controlebevoegdheden uit zoals deze zijn bepaald in artikel 14 van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie van omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. Art. 155.In afwijking van de artikelen 9 en 10 van voornoemde wet van 16 maart 1954 en van artikel 14 van voornoemde wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten, legt de minister bevoegd voor de federale culturele instellingen, ingeval het een beroep betreft ingesteld tegen een beslissing van een van de instellingen, die betrekking heeft op de samenwerking met andere culturele instellingen en elke beslissing die een impact heeft op het federaal karakter van de instellingen of die de belangen van een van de Gemeenschappen schaadt, dit beroep ter beraadslaging voor aan de Ministerraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister die bevoegd is voor de federale culturele instellingen deelt de beslissing van de Ministerraad mee aan de voorzitter van de raad van bestuur en de directeur-generaal of de intendant binnen een termijn van twintig werkdagen volgend op de notificatie van de beslissing door de Ministerraad. Art. 156.In artikel 14 van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie van omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 1.De vennootschap staat onder de controlebevoegdheid van de minister die bevoegd is voor de federale culturele instellingen en de Minister van Begroting. Deze toezichtsbevoegdheid wordt uitgeoefend door bemiddeling van de twee regeringscommissarissen die benoemd worden overeenkomstig artikel 151 van de programmawet van 8 april 2003 en van een regeringscommissaris benoemd en afgezet door de Koning op voordracht van de Minister van Begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning stelt het statuut en de bezoldiging vast van de regeringscommissaris benoemd op voordracht van de Minister van Begroting. De bezoldiging is ten laste van de Algemene uitgavenbegroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, regelen vaststellen aangaande de uitvoering van de opdracht en de actiemiddelen van de regeringscommissarissen. »; 2° § 3, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « De regeringscommissarissen worden uitgenodigd op alle vergaderingen van de raad van bestuur en hebben er een raadgevende stem.De regeringscommissarissen ontvangen de volledige agenda van de raad van bestuur en van het directiecomité, alsmede elk bijbehorend document, met inbegrip van de notulen. » Art. 157.De Koning bepaalt de datum waarop dit hoofdstuk in werking treedt. HOOFDSTUK X. - Wijziging van de wet van 5 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten1 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong Art. 158.Artikel 3 van de wet van 5 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten1 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong, wordt aangevuld met een derde lid, luidende : « Ze worden toegediend overeenkomstig de regels voor goede praktijkvoering die, op voorstel van de Hoge Gezondheidsraad, bepaald zijn door de minister bevoegd voor Volksgezondheid. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-159\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 159</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 17, § 3, van dezelfde wet, worden de woorden « 500 ml » vervangen door de woorden « 650 ml »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-160\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 160</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 18 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid : « De hoeveelheid afgenomen plasma, bepaald in artikel 17, § 3, kan, in functie van de wetenschappelijke verworvenheden, door de Koning worden gewijzigd. » HOOFDSTUK XI. - Verzameling van gegevens over de verplaatsingen van werknemers tussen hun woon- en werkplaats Art. 161.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : - « het koninklijk besluit nr. 141 van 30 december 1982 » : het koninklijk besluit nr. 141 van 30 december 1982 ter oprichting van een databank met betrekking tot de personeelsleden van de overheid; - « voornaamste verplaatsingswijzen » : de vervoermiddelen waarmee de werknemer het grootste deel van de afstand tussen de woon- en werkplaats aflegt; - « werknemers » : de personen die tewerkgesteld zijn krachtens een arbeidsovereenkomst of die anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon; - « werkgevers » : de personen die in dit artikel bedoelde personen tewerkstellen; - « wijze van toegankelijkheid » : de verschillende verplaatsingswijzen (auto, verschillende types openbaar vervoer, motorfiets, bromfiets, te voet,...) die toegang verschaffen tot de werkplaats; op dit vlak wordt rekening gehouden met de bestaande straatinrichting, de bestaande openbare vervoerlijnen en ook de bestaande parkeerplaatsen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-162\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 162</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De werkgevers bedoeld in artikel 161 die gemiddeld meer dan honderd werknemers hebben, stellen om de drie jaar een verslag op met de inlichtingen betreffende de woon- werkverplaatsingen van de werknemers, waarin de werknemers niet persoonlijk kunnen worden geïdentificeerd, om zo bij te dragen tot een beter beheer van de mobiliteit Ze stellen dit verslag ook op voor iedere vestiging met een gemiddelde van ten minste dertig werknemers. § 2. Het gemiddelde van de tewerkgestelde werknemers wordt berekend volgens de door de Koning bepaalde regels voor de berekening van het gemiddeld aantal tewerkgestelde werknemers met het oog op de oprichting of de vernieuwing van de bedrijfsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk bij de sociale verkiezingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de overheidsdiensten en de autonome overheidsbedrijven wordt het gemiddelde van de tewerkgestelde werknemers berekend volgens de door de Koning bepaalde regels. § 3. Dit verslag, opgesteld op 30 juni van het betrokken jaar, vermeldt de hieronder opgesomde inlichtingen, conform de door de Koning bepaalde regels : 1° de organisatie van de arbeidstijd;2° de indeling van de werknemers op grond van hun woonplaats;3° de indeling van de werknemers op grond van hun voornaamste verplaatsingswijzen;4° de wijze van toegankelijkheid tot de plaats van tewerkstelling;5° de maatregelen die al werden genomen door de werkgever op het vlak van mobiliteitsbeheer;6° de specifieke mobiliteitsproblemen van de onderneming of organisatie. Dit verslag mag niet worden aangewend voor andere doelen dan die welke in dit hoofdstuk worden bepaald. § 4. De informatie die de werknemers verschaffen aan de werkgevers voor het opstellen van in § 3, vermelde inlichtingen mag alleen voor dit doel worden aangewend. § 5. De informatie die voor het opmaken van dit verslag vereist is, en reeds op elektronische drager beschikbaar is bij de federale overheid, zal door de betrokken overheidsinstellingen, zoals de Kruispuntbank voor de Sociale Zekerheid, de Kruispuntbank van Ondernemingen en de databank betreffende de personeelsleden van de overheidssector, gratis worden medegedeeld aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 163</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De werkgever geeft het in artikel 162 bedoelde verslag door, vóór 31 december van het betrokken jaar, aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, die een databank beheert met, per werkgever, de inlichtingen betreffende de verplaatsingen van de werknemers tussen hun woon- en werkplaats. De inhoud van die databank is toegankelijk volgens de door de Koning bepaalde regels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 164</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 141 van 30 december 1982 wordt aangevuld als volgt : « Deze databank bevat ook de inlichtingen nodig voor het opmaken van het verslag bedoeld in artikel 163 van de programmawet van 8 april 2003. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Art.165</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 15 van de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten3 betreffende de organisatie van het bedrijfsleven wordt aangevuld met een punt l), luidende : « l) 1° om van de bedrijfsleider om de drie jaar het verslag over het woon-werkverkeer van de werknemers te krijgen, opgesteld overeenkomstig artikel 162 van de programmawet van 8 april 2003 . De bedrijfsleider verstrekt deze inlichtingen volgens de door de Koning bepaalde regels, hetzij aan de vakbondsafvaardiging bij ontstentenis van een ondernemingsraad, hetzij aan de werknemers bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging; 2° om van de bedrijfsleider de inlichtingen te krijgen betreffende iedere belangrijke wijziging in het bedrijf die de inhoud van voornoemd verslag aanzienlijk zou kunnen wijzigen.De bedrijfsleider verschaft deze inlichtingen aan de vakbondsafvaardiging bij ontstentenis van een ondernemingsraad, aan de werknemers bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging; 3° een advies te geven over dit verslag binnen de twee maanden na de ontvangst ervan, voordat het naar de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer wordt gezonden.» Art. 166.Artikel 30, § 2, 4°, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten1 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, wordt aangevuld met een punt 4°bis, luidende : « 4°bis het formuleren van een advies omtrent het driejaarlijks verslag van de bedrijfsleider betreffende de woon-werkverplaatsingen van zijn werknemers, bedoeld in artikel 15, l), van de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten3 houdende organisatie van het bedrijfsleven, ingevoegd bij de programmawet van 8 april 2003 ». Art. 167.§ 1. Wat de openbare diensten betreft, wordt het in artikel 162 genoemde verslag, in het geval van diensten waarop de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten0 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel van toepassing is, bezorgd aan het bevoegde overlegcomité, en in het geval van administraties, diensten en instellingen waarop die wet niet van toepassing is, aan het bevoegde orgaan van vakbondsoverleg; dit comité of orgaan brengt binnen de twee maanden na ontvangst van het verslag, voordat het naar de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer wordt gestuurd, een advies uit over dit verslag. § 2. Telkens als er in één van de in § 1 bedoelde openbare diensten belangrijke wijzigingen plaatsvinden die de inhoud van het in artikel 162 bedoelde verslag gevoelig zouden kunnen wijzigen, wordt het bevoegde overlegcomité of -orgaan hiervan op de hoogte gebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-168\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 168</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op 30 juni van het tweede jaar dat op de inwerkingtreding van dit hoofdstuk volgt zal de minister van Mobiliteit en Vervoer een eerste evaluatie verrichten omtrent de geschiktheid van het ingevoerde systeem van inzameling van gegevens. Deze evaluatie zal aan de Nationale Arbeidsraad en aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven worden voorgelegd voor hun gezamenlijk advies; ze zal ook voor advies worden voorgelegd aan de bevoegde overlegorganen van de in artikel 167, § 1, bedoelde overheidsdiensten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-169\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 169</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De persoon die verantwoordelijk is voor de databank bedoeld in artikel 163, brengt op verzoek van de betrokken werkgever, de wijzigingen aan ter correctie van de eventuele discrepanties tussen de gegevens die hij heeft doorgegeven en de gegevens betreffende zijn onderneming, zoals ze in de databank staan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-170\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 170</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 juli 2003. HOOFDSTUK XII. - Wijziging aan het Wetboek van Vennootschappen Art. 171.In artikel 91 van het Wetboek van Vennootschappen worden de woorden « artikelen 81 tot 87 » tweemaal vervangen door de woorden « artikelen 81, 82, 83, 1°, en 84 tot 87 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 172</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 98, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, wordt het zinsdeel « , en ten laatste zeven maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar » toegevoegd na het woord « goedgekeurd »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 173</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 126, § 1, 3°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden « wetens de artikelen 108 tot 121 » vervangen door de woorden « wetens de artikelen 108 tot 119 en 121 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-174\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 174</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 128 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 128.- De zaakvoerders en bestuurders, alsook de personen die met het bestuur van een vestiging in België belast zijn, die een van de in de artikelen 81, 82, 83, 1°, 95 en 96 bedoelde verplichtingen niet nakomen worden gestraft met een geldboete van vijftig euro tot tienduizend euro Indien de schending van deze artikelen gebeurt met bedrieglijk oogmerk kunnen zij bovendien worden gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar of met beide straffen samen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-175\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 175</span><span class=\"lf-art-t\">Na artikel 129 van hetzelfde Wetboek wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende : « Hoofdstuk V - Administratieve geldboetes »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 176</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een artikel 129bis wordt in hetzelfde Wetboek ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 129bis . - § 1. De minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheden heeft of zijn gemachtigde kan een geldboete opleggen aan de vennootschappen die de door de artikelen 83, 2°, 98, 100, 120 of 193 bedoelde verplichting tot neerlegging van de jaarrekening, de geconsolideerde jaarrekening of de stukken die er samen mee moeten worden neergelegd, niet zijn nagekomen binnen zeven maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar waarop deze stukken betrekking hebben, onverminderd het recht voor de betrokken vennootschap om schriftelijk en tijdig de overmacht in te roepen en te bewijzen. § 2. Het bedrag van de in het § 1 bedoelde geldboete bedraagt 200 EUR per maand vertraging, waarbij elke begonnen maand voor een volle maand wordt gerekend, met een maximum van 1.200 EUR Het bedrag van de boete wordt evenwel beperkt tot 60 EUR per maand vertraging, met een maximum van 360 EUR, voor de in artikel 99 bedoelde kleine vennootschappen. § 3. De zaakvoerders en bestuurders van een Belgische vennootschap en de personen die met het bestuur van een vestiging in België zijn belast, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de krachtens § 1 opgelegde geldboetes. § 4. De dienst bij de Federale Overheidsdienst Financiën die bevoegd is voor de niet-fiscale invorderingen gaat over tot de invordering van de verschuldigde geldboetes door middel van een dwangbevel, overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.De Koning bepaalt de modaliteiten van betaling en inning van de administratieve geldboetes bedoeld in dit artikel. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 177</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 193, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden « , en ten laatste zeven maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar » toegevoegd na de woorden « na de datum van de vergadering »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 178</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 196 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt : « 2° de vereffenaars die een van de bij de artikelen 81, 82, 83, 1°, 84 tot 87, 95 en 96 gestelde verplichtingen niet nakomen;» 2° het eerste lid, 4°, wordt vervangen als volgt : « 4° de vereffenaars die nalaten aan de algemene vergadering de jaarrekening of de uitkomsten van de vereffening voor te leggen, overeenkomstig de artikelen 193 en 194;» 3° het derde lid wordt opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-179\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 179</span><span class=\"lf-art-t\">Na artikel 196 van hetzelfde Wetboek wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende : « Hoofdstuk V - Administratieve geldboetes »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-180\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 180</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een artikel 196bis wordt in hetzelfde Wetboek ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 196bis . - De vereffenaars zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de krachtens artikel 129bis opgelegde geldboetes »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-181\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 181</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk van onderhavige wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, evenwel met dien verstande : - dat de artikelen 172, 175, 176, 177, 179 en 180 van deze wet voor het eerst van toepassing zijn op de neerleggingen van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die vanaf 31 december 2002 zijn afgesloten; - dat de bepalingen van de artikelen 91, 126, 128 en 196 van het Wetboek van Vennootschappen, zoals zij luidden voor hun wijziging door de artikelen 171, 173, 174 en 178 van deze wet, onverkort van toepassing blijven voor de neerleggingen van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die vóór 31 december 2002 zijn afgesloten Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 8 april 2003.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, G. VERHOFSTADT De Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie, J. VANDE LANOTTE De Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer, Mevr. I. DURANT De Minister van Binnenlandse Zaken, A. DUQUESNE De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, F. VANDENBROUCKE Voor de Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen, afwezig : De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie, J. VANDE LANOTTE De Minister van Landsverdediging, A. FLAHAUT Voor de Minister van Justitie, afwezig : De Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand, R.</p>\n<p class=\"lf-p\">DAEMS De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand, R. DAEMS De Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid, Ch. PICQUE De Minister toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken, belast met Landbouw, Mevr. A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, J. TAVERNIER De Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, E. BOUTMANS De Staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling, O. DELEUZE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parlementaire Stukken.</p>\n<p class=\"lf-p\">DOC 50 2343/ (2002/2003) : 001 : Ontwerp van programmawet. 002 : Bijlage. 003 tot 011 : Amendementen. 012 tot 018 : Verslagen. 019 : Tekst aangenomen door de commissies. 020 tot 022 : Amendementen. 023 : Gewijzigde artikelen. 024 : Amendementen. 025 : Aanvullend verslag. 026 : Gewijzigde artikelen. 027 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parlementaire Handelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal verslag : 26, 27 en 28 maart 2003.</p>\n<p class=\"lf-p\">Senaat Parlementaire Stukken. 2-1566 - 2002/2003 : Nr. 1 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 2 : Amendementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nrs. 3 tot 6 : Verslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 7 : Amendementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 8 : Beslissing om niet te amenderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parlementaire Handelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen : 3 en 4 april 2003.</p></div>", "next": 0}