← België

Ministeriële omzendbrief OOP 41bis betreffende de operationalisering van het referentiekader CP 4bis over het genegotieerd beheer van de openbare ruim

Kort samengevat

Deze ministeriële omzendbrief, gedateerd 30 januari 2025, actualiseert het referentiekader voor het genegotieerd beheer van de openbare ruimte, met een focus op gebeurtenissen en evenementen die de openbare orde betreffen. Het doel is om de uitoefening van fundamentele rechten beter te waarborgen en een flexibele, adequate en eigentijdse aanpak te verzekeren door de betrokken partners.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
30 JANUARI 2025. - Ministeriële omzendbrief OOP 41bis betreffende de operationalisering van het referentiekader CP 4bis over het genegotieerd beheer van de openbare ruimte Aan de Dames en Heren Provinciegouverneurs, Aan Mevrouw de Hoge Ambtenaar belast met de uitoefening van bevoegdheden van de Brusselse Agglomeratie, Aan de Dames en Heren Burgemeesters, Aan de Dames en Heren Voorzitters van de Politiecolleges, Aan de Dames en Heren Korpschefs van de Lokale Politie, Aan de Heer Commissaris-generaal van de Federale Politie, Aan de Heer Inspecteur-generaal van de Algemene inspectie van de Federale Politie en van de Lokale Politie, Aan Mevrouw de Voorzitster van het Vast Comité van Toezicht op de Politiediensten, Ter informatie: Aan de Heer Directeur-generaal van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie, Aan de Heer Voorzitter van de Vaste Commissie van de Lokale Politie, Aan de Heer Voorzitter van de Federale Politieraad, Aan de Heer Voorzitter van de Raad van Burgemeesters, Aan de Dames en Heren Arrondissementscommissarissen, Aan de Heer Voorzitter van het College van procureurs-generaal, Aan de Heer Voorzitter van het Controleorgaan op de politionele informatie, Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur, Mevrouw de Hoge Ambtenaar, Mevrouw, Mijnheer de Burgemeester, Mevrouw, Mijnheer de Voorzitter, Mevrouw, Mijnheer de Korpschef, Mijnheer de Commissaris-generaal, Mijnheer de Inspecteur-generaal, Mevrouw de Voorzitster, Dames, Heren, Inleiding De voorliggende interpretatieve omzendbrief behelst de algemene bestuurlijke politie, in het bijzonder de aspecten die betrekking hebben op de gebeurtenissen en evenementen die de openbare orde aanbelangen 1. De eerste OOP 2 41 van 31 maart 2014 had als doel de CP 3 4 te operationaliseren en gestalte te geven aan de filosofie van het Genegotieerd Beheer van de Openbare Ruimte (GBOR). Tien jaar later, gelet op de maatschappelijke evoluties, leek het me noodzakelijk dit instrument te actualiseren om de uitoefening van de fundamentele rechten die de omzendbrief concretiseert beter te waarborgen en te zorgen voor een flexibele, adequate en eigentijdse aanpak door de verschillende betrokken partners. De parallelle wijziging van rondzendbrief CP 4 van 11 mei 2011 betreffende het genegotieerd beheer van de publieke ruimte voor de geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, geeft context aan de recente evoluties en de belangrijkste uitdagingen die deze evoluties met zich hebben meegebracht voor het beheer van gebeurtenissen. Sinds een aantal jaren nemen sociale media een prominente plaats in binnen onze samenleving. Feestelijke gebeurtenissen of revendicatieve evenementen ontsnappen niet aan deze evolutie. Bijgevolg was het noodzakelijk om de concrete gevolgen hiervan te analyseren en de aanpak van deze maatschappelijke fenomenen door de verschillende betrokken diensten af te stemmen op deze nieuwe realiteit. De eerste en belangrijkste conclusie in dit verband is dat de Belgische filosofie van het genegotieerd beheer van de openbare ruimte relevanter is dan ooit. We zien immers een toenemende en legitieme behoefte aan dialoog, overleg, coördinatie en veiligheid, zowel bij de politiediensten als bij de organisatoren of de deelnemers aan evenementen. Ook het belang van communicatie, transparantie en maatschappelijke verantwoording van beslissingen en acties van de overheden neemt toe. Bovendien lijkt de betrokkenheid van de organisator, maar ook van elke deelnemer, meer dan ooit noodzakelijk om de doelstelling te bereiken van een gedeelde en vreedzame bezetting van de openbare ruimte. Het genegotieerd beheer van de openbare ruimte heeft altijd periodes gekend met meer of minder geweld. Dit is geen nieuw fenomeen, hoewel het lijkt dat het de afgelopen jaren is toegenomen, vooral gezien het gemak waarmee nieuwe wapens door bestemming of handleidingen voor het vervaardigen van wapens makkelijker beschikbaar zijn geworden. Hoewel dit betekent dat politietactieken moeten worden aangepast, in de eerste plaats om de veiligheid van burgers en de politie te garanderen, blijft het een feit dat de beste manier om dergelijk geweld te voorkomen nog steeds is om blijvend te investeren in dialoog, onderhandeling en communicatie gericht op zowel vreedzame deelnemers aan acties als potentiële relschoppers. Naast tactische evoluties moeten de politie- en overheidsdiensten ook blijven investeren in de nodige interactionele dispositieven om alle vormen van geweld te voorkomen. Deze omzendbrief beschrijft eerst de noodzaak van een toestand van openbare orde om de fundamentele rechten en vrijheden te kunnen garanderen en beschrijft vervolgens de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de verschillende actoren van het genegotieerd beheer van de openbare ruimte. Het derde hoofdstuk behandelt de verschillende overlegplatformen die zijn opgericht om het genegotieerd aspect van het beheer van de openbare ruimte te garanderen en te versterken. Het vierde hoofdstuk gaat over het informatiebeheer en de geïntegreerde risicoanalyse inzake het genegotieerd beheer van de openbare ruimte. Vervolgens wordt de nadruk gelegd op het politionele beheer van evenementen en de verschillende middelen waarover de politiediensten beschikken om de evenementen in goede banen te leiden. Alvorens te besluiten wordt ingegaan op het gebruik van dwang door de politie en het geweld tegen de politie. 1. De openbare orde als vereiste voor het democratische evenwicht tussen de individuele en de collectieve rechten en vrijheden De vrijheid om vreedzaam en ongewapend te vergaderen, het recht op vrije meningsuiting en de vrijheid van vereniging zijn fundamentele vrijheden in een democratische samenleving.Omdat ze bijdragen aan haar ontwikkeling, vormen deze vrijheden ook een fundamentele pijler van een democratische samenleving. Ze worden beschermd door de Grondwet, internationale verdragen, wetten, decreten en ordonnanties 4. Bepaalde openbare bijeenkomsten kunnen echter een bedreiging vormen voor de openbare orde. In dergelijke gevallen moeten specifieke en aan de context aangepaste (politie)maatregelen 5 worden genomen om ervoor te zorgen dat deze evenementen op een veilige en vreedzame manier verlopen. Traditioneel bestaat de openbare orde uit openbare rust (de afwezigheid van wanordelijkheden, ordeverstoringen of oproer op openbare plaatsen), openbare veiligheid (de afwezigheid van ongevallen en gevaar voor schade aan personen of eigendommen) en openbare gezondheid (de afwezigheid van ziektes of besmettingen). De begrippen openbare zindelijkheid en openbare overlast 6 werden daar ook aan toegevoegd. De openbare orde is verbonden met de uitoefening van de individuele rechten en vrijheden, ze moeten dan ook gezien worden als een streven naar een omgeving die deze rechten en vrijheden beschermt en de uitvoering ervan mogelijk maakt. Door te stellen dat het recht om te vergaderen op een vreedzame en ongewapende manier en conform de wetten moet worden uitgeoefend, dat voor bijeenkomsten in open lucht voorafgaande toestemming vereist kan zijn en dat ze volledig onderworpen blijven aan politiewetten, is artikel 26 van de Grondwet duidelijk: het recht op vergaderen is niet absoluut en de handhaving van de openbare orde is een conditio sine qua non voor de uitoefening ervan. Zonder openbare orde is geen vrijheid mogelijk. Politiemaatregelen gericht op het handhaven van de openbare orde verenigen de vrijheid van sommigen met die van anderen door een evenwicht te vinden tussen de individuele belangen enerzijds en de collectieve belangen anderzijds. Ze moeten echter wel in overeenstemming zijn met de basisbeginselen van onze democratische rechtsstaat. Politiemaatregelen kunnen bijgevolg de uitoefening van de fundamentele rechten en vrijheden alleen onder strikte voorwaarden inperken: de beperkingen moeten duidelijk bij wet zijn vastgelegd én ze moeten ook absoluut noodzakelijk zijn voor de openbare orde en het algemeen welzijn of voor de bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden van anderen. Bovendien wordt de mogelijkheid om politiemaatregelen te nemen beperkt door het statuut van de plaats waar de bijeenkomst plaatsvindt en de wettelijke bescherming die ze geniet: de maatregelen die de bestuurlijke overheden kunnen treffen verschillen immers naargelang het om een private vergadering, een openbare vergadering in een voor publiek toegankelijke plaats of een vergadering in open lucht gaat. De Grondwet voorziet in andere regels voor de openbare vergaderingen in voor publiek toegankelijke plaatsen 7 en bijeenkomsten in open lucht 8. 1.1. De private vergaderingen De private vergaderingen zijn bijeenkomsten waar niet iedereen zonder onderscheid wordt toegelaten. Het privékarakter van een vergadering wordt bepaald door de aard of het gewoonlijk gebruik van de plaats waar de bijeenkomst gehouden wordt 9 en door de relatie tussen de organisator en de aanwezigen 10. Artikel 26 van de Grondwet is niet van toepassing op de ontmoeting van individuen in een private woning. De woning is onschendbaar en de private bijeenkomsten die er plaatsvinden worden beschermd door artikel 15 van de Grondwet. De bestuurlijke overheden mogen private vergaderingen niet verhinderen, noch de deelnemers aan enige formaliteit onderwerpen 11. Wanneer mensen echter samenkomen op een openbare plaats, valt de bijeenkomst onder de bepalingen van artikel 26 van de Grondwet. Bovendien wordt een vergadering openbaar wanneer deze toegankelijk is voor iedereen die deze wenst bij te wonen (gratis of tegen betaling), zelfs als deze plaatsvindt in een private woning. 1.2. De openbare vergaderingen in voor publiek toegankelijke plaatsen 12. Deze vergaderingen worden als openbaar beschouwd omdat iedereen ze kan bijwonen, al dan niet gratis. De organisator van het evenement wordt beschouwd als de hoofdverantwoordelijke voor de veiligheid. Voor dit soort vergaderingen zijn regelende maatregelen mogelijk, zoals het opleggen van een meldingsplicht via een gemeentelijke verordening. Een preventieve maatregel onder de vorm van het opleggen van een voorafgaande aanvraag tot toestemming is echter niet mogelijk, op voorwaarde dat de bijeenkomst vreedzaam en ongewapend is én dat de deelnemers zich gedragen in overeenstemming met de wetten die de uitoefening van het recht van vergadering regelen (zoals bijvoorbeeld politieverordeningen in verband met veiligheidsvoorzieningen). Wanneer één van deze voorwaarden wordt geschonden, kunnen beperkende maatregelen worden genomen. Een vergadering die de openbare orde of rust daadwerkelijk verstoort, kan bijvoorbeeld worden beëindigd of tijdelijk verboden, op voorwaarde dat dit de enige manier is om de orde te handhaven en te herstellen. Op basis van hun bevoegdheden tot algemeen toezicht zoals onder meer beschreven in artikel 14 van de wet op het politieambt (WPA), hebben politieambtenaren toegang tot plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn (en dus ook tot de openbare vergaderingen op deze plaatsen worden gehouden). 1.3. De vergaderingen in open lucht 13. Dit zijn vergaderingen zoals betogingen, optochten, voorstellingen, enz. die plaatsvinden op de openbare weg of in open (= niet-afgesloten) terreinen die op de openbare weg uitgeven (niet-besloten plaatsen en voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen) plaatsvinden. Deze bijeenkomsten zijn beperkter beschermd door de bepalingen van artikel 26 van de Grondwet, omdat ze sneller tot schending van de rechten van derden kunnen leiden: ze blijven dan ook ten volle aan de politiewetten onderworpen. Dit betekent dat de wetgever en de door de wetgever aangewezen overheden alle maatregelen (preventieve, regelende en repressieve) mogen nemen om te voorkomen dat de openbare orde wordt verstoord. Deze maatregelen moeten tijdelijk van aard zijn en de omstandigheden moeten ze rechtvaardigen. Voor toegelaten vergaderingen in open lucht die vreedzaam, ongewapend en conform het wettelijk kader verlopen, zijn overheden en politiediensten verplicht om de juridische en materiële voorwaarden voor een vlot en veilig verloop ervan te creëren. Het filosofisch referentiekader dat de basis vormt voor deze aanpak is beschreven in de CP 4bis. De operationalisering en de concrete aanpak ervan, is vooral een verantwoordelijkheid van de bevoegde overheden en van de politiediensten. Maar volgens de filosofie van het genegotieerd beheer is veiligheid echter een zaak van iedereen. Bijgevolg kan van alle betrokken partners worden verwacht dat ze nauw samenwerken, hun acties coördineren en de voorwaarden creëren voor meer veiligheid en een minimale overlast. 2. De verantwoordelijken en hun bevoegdheden 2.1. De bestuurlijke overheden 2.1.1. De politieoverheden in het kader van bestuurlijke politie De politieoverheden zijn door of krachtens de wet aangewezen om wettelijke politiemaatregelen te nemen, uit te voeren of te laten uitvoeren door de politiediensten 14. De overheden bevoegd voor de algemene bestuurlijke politie zijn de burgemeester, de arrondissementscommissaris, de provinciegouverneur 15 en de minister van Binnenlandse Zaken. Andere overheden (bv. minister van Justitie, minister van Mobiliteit, ...) zijn bevoegd voor de bijzondere bestuurlijke politie. De overheden met bevoegdheid van algemene bestuurlijke politie kunnen politiemaatregelen nemen om wetten uit te voeren en om de openbare orde te handhaven of te herstellen. De bevoegdheid van de bestuurlijke overheden geldt enkel voor de materiële openbare orde, niet voor de morele openbare orde: de vrije meningsuiting, de vrijheid van gedachte en geweten zijn immers absoluut en mogen niet worden beperkt. Enkel in het geval dat de morele overlast zich in die mate veruitwendigt dat ze de materiële openbare orde verstoort of dreigt te verstoren, zijn de bestuurlijke overheden bevoegd. 2.1.2. De lokale bestuurlijke overheden In de meeste gevallen is de handhaving van de openbare orde een lokale aangelegenheid en worden dus vooral de lokale bestuurlijke overheden hiermee geconfronteerd. Overeenkomstig de artikelen 133 en 135 § 2 van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988 (NGW) is het lokaal bestuur - samengesteld uit de burgemeester, de gemeenteraad en het schepencollege - zowel bevoegd als verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde op het grondgebied van de gemeente. Artikel 135 § 2 NGW bepaalt dat de gemeenten tot taak hebben te voorzien in een goede politie ten behoeve van de inwoners, wat inhoudt dat ze bevoegd zijn om de openbare rust, veiligheid, zindelijkheid en gezondheid te waarborgen. 2.1.2.1. De burgemeester 2.1.2.1.1. De algemene uitvoerende en specifieke verordenende bevoegdheid van de burgemeester Als hoofd van de gemeente en verantwoordelijke voor de openbare orde op het grondgebied van de gemeente beschikt de burgemeester over een ruime bevoegdheid van algemene bestuurlijke politie. Overeenkomstig de artikelen 133 en 135 § 2 van de NGW is de burgemeester bevoegd en verantwoordelijk voor de uitvoering van de politiewetten, politiedecreten, politieverordeningen, politiereglementen en politiebesluiten, voor de bestuurlijke politie op het grondgebied van de gemeente. In uitzonderlijke gevallen krijgt de burgemeester ook de bevoegdheid om dringende politieverordeningen te nemen. We spreken dus over de (algemene) uitvoerende bevoegdheid en de (specifieke) verordenende bevoegdheid van de burgemeester. De uitvoerende bevoegdheid is de algemene regel, waarbij de verantwoordelijkheid voor het toepassen van de regelgeving bij de burgemeester ligt. Zo kan de burgemeester in het kader van een openbaar evenement een politiebesluit met een individuele en beperkte draagwijdte nemen, gericht op één welbepaalde persoon of op een beperkt aantal personen, op een welbepaalde plaats, voor een welbepaalde duur. In dergelijke politiebesluiten kunnen geen administratieve sancties of strafbepalingen worden opgenomen. Op basis van deze uitvoerende bevoegdheid kan de burgemeester - met het oog op het waarborgen van de materiële openbare orde - een evenement toestaan (en een aantal voorwaarden aan de organisator opleggen), verbieden of gedogen, hetgeen bijvoorbeeld het geval kan zijn bij een spontane bijeenkomst. Een gedoogde gebeurtenis is dus noch toegestaan noch verboden en de burgemeester kan hiervoor strengere tolerantiegrenzen opleggen dan voor een officieel aangevraagd en toegelaten evenement. Artikel 134sexies NGW verleent de burgemeester de bevoegdheid om in bepaalde gevallen een tijdelijk plaatsverbod op te leggen. De verordenende bevoegdheid houdt in dat de burgemeester in specifieke gevallen en onder bepaalde voorwaarden, verplichtingen kan opleggen die de individuele maatregelen overstijgen. Het gaat hier over het opstellen van politieverordeningen. Normaal gezien ligt de bevoegdheid voor het opstellen van reglementen en verordeningen bij de gemeenteraad, maar in uitzonderlijke, dringende en vooral onvoorziene omstandigheden krijgt ook de burgemeester deze bevoegdheid. De basis van de verordenende bevoegdheid van de burgemeester is artikel 134 § 1 NGW. Dit specifiek artikel geeft de burgemeester - in bepaalde onvoorziene, uitzonderlijke en hoogdringende situaties 16 - de mogelijkheid om in de plaats van de gemeenteraad op te treden en voorlopige en tijdelijke (nood)politieverordeningen uit te vaardigen. De gemeenteraad moet deze verordeningen echter op zijn eerstvolgende vergadering bekrachtigen. In tegenstelling tot een politiebesluit kan een politieverordening wél voorzien in politiestraffen of gemeentelijke administratieve sancties. De bevoegdheden van de burgemeester kunnen worden gedelegeerd. 2.1.2.1.2. De burgemeester en het gezag over de lokale politie: het belang van duidelijke en schriftelijk vastgelegde tolerantiegrenzen Overeenkomstig de artikelen 42 en 45 van de wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus van 7 december 1998 (WGP) bepalen dat de burgemeester het gezag over de lokale politie uitoefent. Daarnaast beschikt de burgemeester ook over een vorderingsrecht t.a.v. de federale politie en de krijgsmacht (zie artikel 43 WGP). Op basis van deze gezagsrelatie ten opzichte van de lokale politie kan de burgemeester beslissen wanneer de lokale politie bestuurlijk moet optreden tijdens de politionele omkadering (= ordedienst) van een evenement met impact op de openbare orde. Dit betekent dat de burgemeester oordeelt over de opportuniteit van een mogelijke politionele tussenkomst. Als verantwoordelijke voor de openbare orde heeft de burgemeester de bevoegdheid om te beslissen dat de politie een einde moet maken aan een verboden samenscholing en om, indien nodig, relschoppers bestuurlijk te arresteren. De burgemeester overlegt hierover met de verantwoordelijke voor de leiding en de coördinatie van de ordedienst: de Gold Commander. Dit laat toe om de opportuniteit van een reactieve politionele tussenkomst te analyseren en te bepalen. Echter, wanneer de openbare orde ernstig wordt verstoord (of dreigt te worden) of wanneer de fysieke integriteit van burgers en/of politiemensen in gevaar is, neemt de Gold Commander de nodige beslissingen om verdere schade of verstoring van de openbare orde te vermijden. De Gold Commander ontleent deze bevoegdheid aan artikel 22 WPA 17. De betrokken bestuurlijke overheid wordt hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte gebracht 18. De keuze van de operationele en tactische uitvoering van de reactieve politieactie wordt door de Gold Commander gemaakt. Eén van de grootste problemen in de voorbereiding van het politioneel beheer van een evenement, is de mogelijke afwezigheid van duidelijke richtlijnen en tolerantiegrenzen van de overheden. Dit belet de politie om te anticiperen door middel van op voorhand doordachte en uitgewerkte tactische scenario's. Om te voorkomen dat het ontbreken van richtlijnen, of onvoldoende of onduidelijke richtlijnen, de risico's tijdens een evenement toenemen of dat de situatie uit de hand loopt, moeten de verantwoordelijke overheden duidelijke, schriftelijke instructies en tolerantiegrenzen vastleggen 19 en communiceren 20, zelfs wanneer de gebeurtenis enkel gedoogd wordt. Bij de voorbereiding van een evenement dat op het grondgebied van meerdere naburige gemeenten/politiezones plaatsvindt 21, moeten de verschillende betrokken overheden overleggen en samen beslissen over het beheer en de aanpak van het evenement. De vastgelegde tolerantiegrenzen worden breed gecommuniceerd via de beschikbare kanalen, zowel naar de organisatoren als naar mogelijke deelnemers. Ze worden eveneens vastgelegd in het operatieorder en krijgen bijzondere aandacht tijdens de briefing. Het feit dat er, op basis van een voorafgaand overleg, duidelijke tolerantiegrenzen worden bepaald en dat deze als basis dienen bij de voorbereiding van een evenement met impact op de openbare orde, heeft enkel voordelen. Op deze manier delen de bestuurlijke (en gerechtelijke) overheden en de politie immers hetzelfde referentiekader vóór, tijdens en na het evenement. In bepaalde, uitzonderlijke omstandigheden kunnen de overheden de tolerantiegrenzen licht aanpassen. Dit moet echter een uitzondering blijven, want de beslissing om af te wijken van vooraf bepaalde en meegedeelde afspraken kan een nefaste impact hebben op de perceptie van de legitimiteit van de politieactie en ertoe leiden dat de operationele aanpak zoals besproken op de briefing achterhaald is. 2.1.2.2. De gemeenteraad De gemeenteraad is een beraadslagend orgaan met een politionele verordenende bevoegdheid (artikel 119 NGW) en kan politieverordeningen en reglementen van inwendige orde uitvaardigen, maar ze niet zelf uitvoeren. Deze politieverordeningen hebben (in tegenstelling tot politiebesluiten van de burgemeester) een algemeen reglementair toepassingsgebied: ze gelden voor iedereen, op het hele grondgebied en voor onbepaalde duur. Naast de verordenende bevoegdheid heeft de gemeenteraad ook een politiële sanctionerende bevoegdheid en kan de gemeenteraad politiestraffen of administratieve sancties bepalen voor het overtreden van zijn reglementen of verordeningen (artikel 119bis NGW). In het geval van evenementen en bijeenkomsten, kan de algemene politieverordening van de stad of de gemeente belangrijke bepalingen bevatten over de verplichtingen en verantwoordelijkheden van een organisator. In het kader van evenementenbewaking (zie 2.4.3.1.) kan de gemeenteraad via een tijdelijke gemeentelijke verordening een perimeter instellen 22. 2.1.2.3. Het college van burgemeester en schepenen Het college levert vergunningen af onder de vorm van collegebesluiten voor het privatief gebruik van de publieke ruimte (markten, meetings, festiviteiten, ...), milieuvergunningen, ... Daarnaast heeft het college ook, op basis van artikel 130bis NGW, de uitzonderlijke politionele verordenende bevoegdheid om tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer te nemen. Zo kan het college bij (de voorbereiding van) een evenement een tijdelijke verordening nemen om het verkeer in goede banen te leiden door bv. straten af te sluiten, evacuatiewegen te voorzien, ... Slechts in één enkel geval heeft het college van burgemeester en schepenen een politionele uitvoerende bevoegdheid van algemene bestuurlijke politie, namelijk voor de vertoningen 23 (op basis van artikel 130 NGW). Zo kan het college in buitengewone omstandigheden, wanneer zich ernstige en concrete risico's voor de materiële openbare orde aandienen, een vertoning verbieden met als doel de openbare orde te handhaven. Het college is enkel bevoegd voor openbare vertoningen in voor het publiek toegankelijke plaatsen. Vertoningen in open lucht worden namelijk gelijkgesteld met bijeenkomsten in open lucht, dus blijft de burgemeester hiervoor bevoegd. Private vertoningen zijn volledig vrij, in die zin dat het organiseren ervan niet aan preventieve beperkingen kan worden onderworpen. Evenementen zoals bv. circussen, concerten, fuiven, ... vallen niet onder de definitie van een vertoning. De politie over dit soort evenementen valt onder de bevoegdheid van de burgemeester, tenzij ze privé zijn. Voor de vertoningen in voor publiek toegankelijke plaatsen is geen enkele preventieve politiemaatregel (bv. het opleggen van een voorafgaande aanvraag tot toelating of censuur) mogelijk 24. Om de gemeente de mogelijkheid te geven de nodige maatregelen te treffen voor een rustig en veilig verloop van de vertoning, kan de gemeenteraad een meldingsplicht voor de organisator voorzien in de politieverordening. Het college mag een vertoning niet verbieden op basis van een waardeoordeel over de filosofische, morele of esthetische aanvaardbaarheid ervan noch op basis van een bezorgdheid voor de goede zeden. Een vertoning kan enkel worden verboden in buitengewone omstandigheden, wanneer de materiële openbare orde wordt verstoord of dreigt te worden verstoord. Er moeten concrete en objectieve risico's zijn voor de openbare orde en het moet de vertoning zélf zijn die de verstoring van de openbare rust veroorzaakt. Voor het overige behoudt de burgemeester de klassieke bevoegdheden met betrekking tot de openbare orde en veiligheid op openbare plaatsen waar vertoningen worden georganiseerd en ziet de burgemeester toe op de naleving van (politie)wetten, de (politie)decreten, de (politie)ordonnanties, de (politie)verordeningen en de (politie)besluiten op basis van artikel 133 NGW. Zo kan de burgemeester gepaste maatregelen nemen wanneer bv. de wettelijke veiligheidsvoorwaarden niet worden gerespecteerd. Wanneer de politiediensten tijdens een vertoning misdrijven (racisme, negationisme, ...) vaststellen, hebben ze de bevoegdheid om een proces-verbaal op te stellen dat ze overmaken aan de gerechtelijke overheden en om de nodige maatregelen te nemen om een einde te stellen aan de gepleegde misdrijven. 2.1.3. De hogere bestuurlijke overheden Artikel 11 WPA regelt de gevallen waarin de gouverneur of de minister van Binnenlandse Zaken subsidiair de bevoegdheden van de burgemeester of van de gemeentelijke instellingen uitoefent. Het gaat om situaties waarin de gemeentelijke overheden - al dan niet vrijwillig - hun verantwoordelijkheden niet nakomen, wanneer de verstoring van de openbare orde zich niet tot één gemeente beperkt of, hoewel de gebeurtenis of situatie zich in één gemeente afspeelt, het algemeen belang de tussenkomst van een hogere administratieve autoriteit vereist. 2.1.3.1. De provinciegouverneur en de arrondissementscommissaris De artikelen 128 25 en 129 26 van de Provinciewet handelen over de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de gouverneur inzake openbare orde. Overeenkomstig artikel 139 van dezelfde wet heeft de arrondissementscommissaris dezelfde verantwoordelijkheden en bevoegdheden als de provinciegouverneur 27; bijgevolg zijn de bepalingen van artikelen 128 en 129 ook van toepassing op de arrondissementscommissaris. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden deze bevoegdheden waargenomen door de minister-president (bevoegd en verantwoordelijk voor het verzekeren van de openbare orde) en door de hoge ambtenaar (bevoegd en verantwoordelijk voor de civiele veiligheid). De provinciegouverneur heeft zowel een politiële uitvoerende als een politiële verordenende bevoegdheid. Artikel 128 van de Provinciewet gelast de provinciegouverneur met de handhaving van de openbare orde in de provincie. De provinciegouverneur moet ook toezien op een goede samenwerking tussen de politiediensten en tussen de politiezones in de provincie en kan door de bevoegde ministers worden belast met bijzondere opdrachten in verband met veiligheid en politie. De provinciegouverneur heeft ook een vorderende bevoegdheid en kan beroep doen op de federale politie (via de bestuurlijke directeur-coördinator) om de openbare orde in de provincie te handhaven. De provinciegouverneur kan ook de strijdkrachten (Defensie) vorderen in geval van tumultueuze samenscholingen, oproer of gewelddadig verzet tegen de uitvoering van wetten of wettelijke verordeningen. 2.1.3.2. De minister van Binnenlandse Zaken De minister van Binnenlandse Zaken is een uitvoerende politieoverheid en handelt rechtstreeks in naam en voor rekening van de Belgische Staat. De minister van Binnenlandse Zaken heeft algemene en bijzondere bestuurlijke politiebevoegdheden en is verantwoordelijk voor een aantal algemene directies zoals het Nationaal Crisiscentrum, de algemene directie Veiligheid en Preventie (o.a. Voetbalcel, Private Veiligheid...), de algemene directie Civiele Veiligheid, de Dienst Vreemdelingenzaken... 2.1.3.2.1. Het gezag over de federale politie Voor de uitvoering van haar taken van bestuurlijke politie staat de federale politie onder het gezag van de minister van Binnenlandse Zaken, die hiervoor de nodige bevelen, onderrichtingen en richtlijnen kan geven 28. De minister van Binnenlandse Zaken beschikt ook over een vorderingsrecht 29: in geval van o.a. rampen, rellen, ernstige en nakende bedreigingen van de openbare orde en wanneer de middelen van een politiezone ontoereikend zijn, kan de minister van Binnenlandse Zaken de lokale politie van een andere politiezone opvorderen om de openbare orde te handhaven en, indien nodig, te herstellen. De opgevorderde lokale politie valt dan onder het gezag van de burgemeester van de gemeente waar ze versterking biedt. 2.1.3.2.2. Het Nationaal Crisiscentrum (NCCN) Inzake openbare orde is het NCCN belast met de bijzondere bescherming van personen en goederen, de coördinatie en de opvolging van de veiligheid bij grootschalige gebeurtenissen waarvoor een gezamenlijke voorbereiding en coördinatie tussen verschillende diensten nodig is, en de nationale coördinatie op het vlak van openbare orde. Het NCCN geeft bijstand aan de federale regering en aan de minister van Binnenlandse Zaken bij het interdepartementale beheer van crisissen en gebeurtenissen van grote omvang. 2.1.3.3. De gemeenschappen en de gewesten Met uitzondering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 30 (zie supra), hebben de organen van de gemeenschappen en de gewesten geen bevoegdheid van algemene bestuurlijke politie; zij zijn enkel bevoegd voor een aantal materies van bijzondere bestuurlijke politie, waarvoor ze politiemaatregelen kunnen treffen 31 en, indien nodig, de openbare macht kunnen vorderen. 2.1.4. De soorten politiemaatregelen In het kader van een evenement dat de openbare orde aanbelangt kunnen de bestuurlijke overheden, binnen hun wettelijke bevoegdheden, verschillende vormen van maatregelen nemen. 2.1.4.1. De voorbereidende maatregelen In het kader van de voorbereiding van een evenement kan de bestuurlijke overheid onder meer volgende voorbereidende maatregelen nemen: zich laten informeren en adviseren door de politiediensten en/of andere partners, afstemmen met het vervolgingsbeleid van de gerechtelijke overheden, een dialoog en overleg met de organisatoren op gang brengen (of de nodige stappen ondernemen om dat te doen), enz. 2.1.4.2. De preventieve maatregelen Er is een verschil tussen het voorafgaand verlof, de preventieve maatregelen die door een wet zijn voorzien (`pseudo' preventieve maatregelen) en de bestuurlijke maatregelen met een preventieve finaliteit. 2.1.4.2.1. Het voorafgaand verlof als enige grondwettelijk toegelaten preventieve maatregel Preventieve maatregelen beperken de vrijheid nog vóór die uitgeoefend kan worden. Een gemeente kan via een bepaling in het gemeentereglement verplichten dat een organisator van een evenement in open lucht vooraf een toelating aanvraagt en verkrijgt van de burgemeester. Alle andere preventieve maatregelen zijn uitdrukkelijk door de Grondwet verboden. Zoals hierboven reeds vermeld, kan de algemene politieverordening van de stad of de gemeente ook voorzien dat de organisator van een openbare vergadering in een voor publiek toegankelijke plaats een voorafgaandelijke melding doet. Zowel het aanvragen van een toelating voor een evenement in open lucht als de voorafgaandelijke melding voor een openbare vergadering in een voor publiek toegankelijke plaats hebben als doel om de overheid en de politie in staat te stellen de risico's in de marge van het evenement in te schatten en de gepaste maatregelen te nemen voor de openbare orde te kunnen handhaven. 2.1.4.2.2. De bij wet voorziene preventieve maatregelen `Pseudo' preventieve maatregelen zijn bijvoorbeeld het verbod op samenscholingen in open lucht en individuele demonstraties binnen de perimeters die zijn vastgelegd in de wet van 6 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/2017 pub. 30/08/2017 numac 2017020543 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 2 maart 1954 tot voorkoming en beteugeling der aanslagen op de vrije uitoefening van de door de Grondwet ingestelde souvereine machten type wet prom. 06/07/2017 pub. 21/03/2018 numac 2018011332 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 2 maart 1954 tot voorkoming en beteugeling der aanslagen op de vrije uitoefening van de door de Grondwet ingestelde souvereine machten. - Duitse vertaling type wet prom. 06/07/2017 pub. 24/07/2017 numac 2017030652 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie type wet prom. 06/07/2017 pub. 28/02/2018 numac 2018010940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijk recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 06/07/2017 pub. 12/04/2019 numac 2019011517 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijk recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 06/07/2017 pub. 01/10/2019 numac 2019014481 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijk recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie. - Duitse vertaling van uittreksels sluiten 32 (de wet betreffende de `neutrale zones'), de wet van 12 juli 1956 tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen, artikel 22,2° WPA, de wet van 29 juli 1934Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1934 pub. 30/05/2012 numac 2012000323 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de private milities verboden worden Officieuze coördinatie in het Duits sluiten die private milities verbiedt, enz. 2.1.4.2.3. De bestuurlijke maatregelen met een preventieve finaliteit Een derde type van maatregelen betreft de bestuurlijke maatregelen met een preventieve finaliteit die de betrokken overheden kunnen nemen op grond van de WPA en de artikelen 133 en 135 NGW, zoals bijvoorbeeld de systematische identiteitscontroles 33 of veiligheidsfouilleringen 34 van deelnemers aan openbare bijeenkomsten die een reële dreiging vormen voor de openbare orde of van personen die toegang hebben tot plaatsen waar de openbare orde wordt bedreigd, het in plaats stellen van perimeters, het geven van richtlijnen aan de politie, het uitvaardigen van een samenscholingsverbod op basis van een politiebesluit, enz. 2.1.4.3. De regelende maatregelen Het doel van regelende maatregelen is het ordelijk verloop van de uitoefening van rechten en vrijheden. Ze kunnen dus niet worden gezien als een aantasting van de grondwettelijke vrijheden. De regelende maatregelen hebben enkel betrekking op hoe deze rechten worden uitgeoefend, en dit met het oog op een veilig en vreedzaam verloop, met zo weinig mogelijk overlast en nadelige impact op de openbare orde. Voorbeelden zijn o.a. een verplicht te volgen route, het in plaats stellen van een interne ordedienst (door de organisator) bij een betoging, een verbod op het gebruik van glazen flessen of glazen binnen een bepaalde perimeter, de verplichting om te voorzien in een veiligheidsplan en een afvalplan, de nodige maatregelen voorzien tegen geluidsoverlast, enz. De regelende maatregelen kunnen zowel voor openbare vergaderingen in voor publiek toegankelijke plaatsen als voor bijeenkomsten in open lucht worden opgelegd 35. Het niet naleven ervan of het niet voldoen aan de voorwaarden, kan tot een verbod van de vergadering leiden 36. De Raad van State is van oordeel dat regelende maatregelen, om rechtsgeldig te zijn, moeten voldoen aan het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van behoorlijk bestuur 37. 2.1.4.4. De repressieve maatregelen Repressieve (vrijheidsbeperkende of sanctionerende) maatregelen worden toegepast nadat de vrijheid uitgeoefend werd én indien van deze vrijheid misbruik werd gemaakt. Deze repressieve maatregelen kunnen een impact hebben op het grondrecht, bijvoorbeeld als de burgemeester de politie in geval van ernstige verstoring van de openbare orde een einde laat stellen aan een vergadering of een samenscholing. Bepaalde repressieve maatregelen hebben een louter sanctionerend karakter, bijvoorbeeld bij het opleggen van GAS-boetes voor overlastvormen of in het geval van gevangenisstraffen en geldboetes die uitgesproken worden voor overtreding van het samenscholingsverbod in de neutrale zones. 2.1.4.5. Wat met niet-aangevraagde, maar wel vreedzame manifestaties Hoewel de bestuurlijke overheden de bevoegdheid hebben om via een gemeentelijke politieverordening te voorzien in de verplichting om een evenement in de openbare ruimte voorafgaandelijk aan te vragen (zie supra), wordt er van de politie en de overheden een zekere soepelheid verwacht ten aanzien van niet-aangevraagde maar vreedzame manifestaties. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is immers van mening dat de bescherming van de vrijheid van vergadering niet kan worden beperkt louter omdat de administratieve voorwaarden (het aanvragen van een toelating) niet vervuld zijn, zeker wanneer deze vergadering vreedzaam en ongewapend verloopt. Het EHRM oordeelt dat een onwettige situatie zoals het organiseren van een demonstratie zonder voorafgaande toestemming niet noodzakelijkerwijs een inmenging in de uitoefening van iemands recht op vrijheid van vergadering rechtvaardigt. Hoewel regels voor openbare bijeenkomsten, zoals een systeem van voorafgaande kennisgeving, essentieel zijn voor het goede verloop van openbare demonstraties, omdat zij de autoriteiten in staat stellen de verkeershinder tot een minimum te beperken en andere veiligheidsmaatregelen te nemen, mag de uitvoering ervan geen doel op zich worden. 38 Het spreekt voor zich dat de overheid ook hier een aantal voorwaarden of tolerantiegrenzen kan opleggen en dat deze strenger kunnen zijn dan wanneer het om een aangevraagde en toegelaten manifestatie gaat, waarvoor wél op voorhand afspraken konden worden gemaakt. Zo kan de burgemeester bijvoorbeeld eisen dat een niet-aangevraagd evenement statisch plaatsvindt. Het democratisch evenwicht indachtig en rekening houdend met de omvang van de verstoring van de openbare orde, kan worden beslist om repressief tussen te komen wanneer de actievoerders bijvoorbeeld voldoende mogelijkheden hebben gekregen om hun mening kenbaar te maken en ze, ondanks bepaalde afspraken en/of na herhaalde waarschuwingen, niet ingaan op de vraag van de politie om een eind te maken aan de verstoring van de openbare orde. 2.1.4.6. Een evenement verbieden Wanneer de organisator de opgelegde voorwaarden niet naleeft, er sprake is van een reële dreiging op de - materiële - openbare orde, als de openbare orde daadwerkelijk wordt verstoord of de politie in de onmogelijkheid is om de orde te handhaven, kan de burgemeester een evenement verbieden. Een verbod moet echter altijd een ultieme maatregel zijn, die pas gerechtvaardigd kan zijn als dit het enige en beste middel is om de orde te handhaven of te herstellen, gelet op de subsidiariteitsvereiste, de proportionaliteitsvereiste en het opportuniteitsbeginsel. "Het feit waarbij mogelijk de nodige ordemachten moeten worden voorzien om het hoofd te kunnen bieden aan elke eventualiteit, wordt beschouwd als een noodzakelijk en evident gevolg van bepaalde omstandigheden inherent aan het sociaal leven. Dit is als grondslag onvoldoende om een bestreden verbod op het uitoefenen van een openbaar recht te rechtvaardigen" 39. Dezelfde redenering geldt voor het omgaan met tegenmanifestaties: de aankondiging of de aanwezigheid van een tegenmanifestatie (met andere belangen of meningen) is onvoldoende om de (tegen)manifestatie preventief te verbieden, zeker als de verwachte verstoring van de openbare orde het niveau van de gewone polemiek tussen voor- en tegenstanders niet overstijgt en de risico's met gepaste maatregelen kunnen worden beheerd. De overheid is dus verplicht om maatregelen te nemen en voldoende politiecapaciteit in te zetten om het veilige en rustige verloop van beide manifestaties mogelijk te maken en confrontatie en schade te vermijden. Een samenscholingsverbod beperkt de mogelijkheden van het genegotieerd beheer en de controle op bijeenkomsten. Daarnaast heeft de politie minder mogelijkheden in de keuze van haar optreden en zal ze sneller reactief moeten tussenkomen om bij niet-naleving een strikte toepassing van het verbod af te dwingen. De impact op de openbare orde en op de de-escalatie van conflicten moet dus voordien grondig en permanent worden onderzocht en afgetoetst. Een samenscholingsverbod is een schending van de rechten en vrijheden en moet daarom bijzonder goed worden gemotiveerd. 2.2. De politiediensten De politiediensten werken volgens de algemene principes van gemeenschapsgerichte en informatiegestuurde politiezorg en optimale bedrijfsvoering. Die principes dragen bij tot een steeds betere, excellente politiezorg. De filosofie voor het politioneel beheer van gebeurtenissen die de openbare orde aanbelangen wordt uiteengezet in de rondzendbrief CP 4bis van 30/01/2025 betreffende het genegotieerd beheer van de openbare ruimte voor de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus. De acties die de politiediensten in dit kader uitvoeren, moeten in de mate van het mogelijke voorbereid zijn met als doel escalatie, schade en maatschappelijke overlast zoveel als mogelijk te vermijden. Artikel 1 van de WPA bepaalt dat de politiediensten moeten waken over de naleving van en bijdragen tot de bescherming van de individuele rechten en vrijheden en tot de democratische ontwikkeling van de maatschappij. Dit betekent echter niet dat de politie zelf kan bepalen hoe deze democratische ontwikkeling zou moeten verlopen; de politie moet door het nemen van de juiste maatregelen ervoor zorgen dat deze evolutie vreedzaam verloopt. 2.2.1. De wettelijke opdrachten, de gezagsafhankelijkheid en de leiding over de politieopdrachten De opdrachten en bevoegdheden van bestuurlijke politie worden gedefinieerd in de WPA. Met toepassing van de artikelen 1 en 5 van de WPA vervullen de politiediensten hun opdrachten van bestuurlijke politie onder het gezag en de verantwoordelijkheid van de bestuurlijke politieoverheden, ook als ze op eigen initiatief optreden (art. 6 WPA). Conform artikel 5/6 van de WPA moeten de politiediensten zich voor het uitvoeren van hun opdrachten schikken naar de bevelen, onderrichtingen, vorderingen en richtlijnen van de bevoegde overheden. Artikel 7 WPA bepaalt dat een politieambtenaar een opdracht uitvoert onder leiding van de meerdere van de politiedienst waartoe de politieambtenaar behoort, behalve wanneer een politieambtenaar van een ander politiekorps met de leiding van deze opdracht wordt belast. Dit artikel bepaalt eveneens dat deze leiding kan worden waargenomen door ofwel een korpschef ofwel een bestuurlijke directeur-coördinator (DirCo) (of hun vervangers). Verder beschrijft de WPA in de artikelen 7 tot 7/3 in welke gevallen de operationele leiding en coördinatie (= de functie van Gold Commander) van de opdrachten van politie aan een korpschef van de lokale politie worden toegewezen en in welke gevallen aan een DirCo (zie 3.2.2.). 2.2.2. De lokale politie De lokale politie verleent de basispolitiezorg, met inbegrip van openbare orde. Overeenkomstig artikel 42 van de WGP staat de lokale politie voor het uitoefenen van haar opdrachten van bestuurlijke politie onder het gezag van de burgemeester. De WGP regelt ook de functionele band tussen het lokale en het federale niveau (art. 3, al. 2). De lokale politie verzekert op het lokale niveau alle opdrachten van bestuurlijke politie die nodig zijn voor het beheren van lokale gebeurtenissen die zich voordoen op het grondgebied van de politiezone. 2.2.3. De federale politie De federale politie voert gespecialiseerde en supralokale opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie uit (art. 3, al. 3 WGP). Ze is ook - via de principes van specialiteit en subsidiariteit - belast met ondersteunende opdrachten voor de lokale politie. Overeenkomstig artikel 97 WGP staat de federale politie voor de uitvoering van haar opdrachten van bestuurlijke politie onder het gezag van de minister van Binnenlandse Zaken. De algemene directie bestuurlijke politie (DGA) staat onder meer in voor de gespecialiseerde opdrachten van bestuurlijke politie en voor de ondersteuning van de politieopdrachten (art. 101 WGP). De gespecialiseerde opdrachten van bestuurlijke politie zijn de politie van de verbindingswegen 40, de beveiligingsopdrachten evenals de opdrachten met een internationaal karakter 41. De ondersteunende opdrachten zijn niet bij wet bepaald, maar kunnen - voor wat bestuurlijke politie betreft - gelinkt zijn aan de inzameling, de exploitatie en het delen van informatie, de ontwikkeling van interventiemethoden en -technieken, de ontwikkeling van informaticasystemen en digitale tools, enz. ten behoeve van de GPI. 2.2.4. De onderlinge afstemming tussen bestuurlijke en gerechtelijke politie Zowel de bestuurlijke politie (Art. 14 WPA) als de gerechtelijke politie (Art. 15 WPA) dragen bij tot de handhaving van de openbare orde. Zelfs als ze in de praktijk soms door elkaar lopen, is het van belang ze van elkaar te onderscheiden omdat de opdrachten, de bevoegdheden en de verantwoordelijke overheden verschillen. Het criterium dat de bestuurlijke politie onderscheidt van de gerechtelijke politie is de concrete finaliteit van het optreden. In de meeste gevallen, en zeer zeker bij een noodsituatie of wanneer er sprake is van samenloop van zware ordeverstoring en ernstige strafbare feiten, wordt prioriteit gegeven aan de bestuurlijke politie, aan de hulpverlening, aan de bescherming van personen en aan de handhaving en het herstel van de openbare orde. Het optreden van de gerechtelijke politie zal immers maar mogelijk zijn nadat de situatie terug veilig is of wanneer de orde voldoende is hersteld. Het optreden van bestuurlijke politie en van gerechtelijke politie moet voorafgaandelijk op elkaar worden afgestemd. 2.2.5. De solidariteitsmechanismes (MFO-2 42) Een politiezone die op haar grondgebied wordt geconfronteerd met een gebeurtenis die de inzet van veel politiecapaciteit vergt, moet in eerste instantie voldoende inspanningen leveren en eigen personeel inzetten. Pas daarna kan de politiezone beroep doen op versterking. In het kader van grootschalige evenementen van openbare orde levert de lokale politie ondersteuning aan andere lokale politiezones op basis van een mechanisme van verplichte nationale solidariteit: gehypothekeerde capaciteit (HyCap). Naast deze verplichte mechanismen bestaan er ook akkoorden voor vrijwillige laterale steun tussen de politiezones. De versterking van de federale politie aan de lokale politie op het vlak van openbare orde wordt voornamelijk geleverd door het interventiekorps (CIK) en de gespecialiseerde middelen (DGA). Daarnaast voorziet artikel 43 WPA ook een wederzijdse bijstandsplicht tussen politiediensten, meer bepaald in het kader van de rampen- en interventieplannen die een consequente inzet van de onmiddellijk beschikbare middelen vergen. 2.3. De gerechtelijke overheden Het genegotieerd beheer is méér dan dialoog, onderhandeling, preventie en handhaving. Het is een globaal, overkoepelend concept dat ook voorziet in repressieve maatregelen, waaronder de gerechtelijke vervolging. Wanneer strafbare feiten worden gepleegd tijdens bijeenkomsten, moet het doel zijn om het aantal gerechtelijke vrijheidsbenemingen en veroordelingen te maximaliseren. De gerechtelijke overheden spelen hierbij een belangrijke rol door hun aanpak en optreden op voorhand af te stemmen op die van de bestuurlijke overheden, en dit op basis van duidelijke afspraken en coördinatie. Een pertinente en proportionele juridische en maatschappelijke aanpak zal het gevoel van straffeloosheid voor plegers van geweldsfeiten verminderen. 2.4. De organisator 2.4.1. De fundamentele rol van de organisator De organisator is een essentiële partner wiens houding een aanzienlijke invloed heeft op het vreedzame verloop en het welslagen van het evenement. De eerste verantwoordelijkheid van de organisator is de loyale deelname aan de verschillende vergaderingen ter voorbereiding van het evenement. Zodra een akkoord is bereikt en de eventuele grenzen voor een toelating zijn verduidelijkt, wordt van de organisator verwacht dat dit akkoord wordt gerespecteerd en alle nodige maatregelen worden genomen om de voorwaarden ervan te respecteren. Tijdens de duur van het evenement is het van cruciaal belang dat de organisator in contact blijft met de politiediensten om hen loyaal alle informatie mee te delen die relevant is voor het vreedzame verloop van de actie. Tijdens het overlegproces moeten alle mogelijke afspraken met de organisator over het evenement worden vastgelegd. Dit zal ervoor zorgen dat de actie de symbolische doelstellingen bereikt die de organisatie nastreeft. Bijkomend moet de actie kunnen plaatsvinden in een vreedzame omgeving en context, alsook in de best mogelijke omstandigheden, voor de deelnemers én voor de diensten die het in goede banen leiden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de bepaling van het tijdstip en de locatie van de actie. Het tijdstip moet de organisator in staat stellen de deelname aan het evenement mogelijk te maken voor het doelpubliek, of het te laten samenvallen met een symbolisch moment dat de organisatie ervan rechtvaardigt. Er moet bovendien ook rekening worden gehouden met de verschillende dwingende eisen waaraan de politiediensten kunnen worden onderworpen, zoals periodes van grote drukte die de actie kunnen hinderen, gelijktijdige of nabije evenementen die ze inopportuun maken, enz. Hetzelfde geldt voor de route die door of aan de organisator wordt voorgesteld: deze moet rekening houden met de wens van de organisator maar moet ook mogelijk en aanvaardbaar zijn, rekening houdende met de mogelijkheid om zich met verschillende vervoermiddelen ter plaatse te begeven, de wettelijke bepalingen die manifestaties op bepaalde plaatsen verbieden, de materiële mogelijkheid om een stoet door een smalle straat of een straat met werkzaamheden te laten gaan, enz. De organisator moet in het bijzonder attent worden gemaakt op bepaalde wettelijke vereisten waarvan de politiediensten niet (of weinig) kunnen afwijken. Voorbeelden zijn de wet tot instelling van de 'Neutrale Zones' waarin het verboden is te betogen, en wetgeving die al dan niet tijdgebonden is 43. Tot slot moet worden getracht de effecten van het evenement op het dagelijkse leven van de personen die gevolgen ondervinden van de actie maar er niet bij betrokken zijn maximaal te beperken, om een evenwicht te respecteren in eenieders fundamentele rechten. 2.4.2. De interne ordedienst Het gebruik van een interne ordedienst wordt ook aangemoedigd. De leden van deze interne ordedienst zijn door de organisator aangestelde vrijwilligers die die ondersteuning bieden bij de voorbereiding en de organisatie van de actie. De leden van de interne ordedienst moeten herkenbaar zijn voor de deelnemers en de politie, en nauw samenwerken met de politie, in het bijzonder via een permanent contact met de aangewezen contactpersoon van de politie. Deze interne ordedienst informeert en kanaliseert de deelnemers door hen aan te sporen op de afgesproken route te blijven en de verschillende afspraken na te leven. In geval van een politiecontrolepost op de route kan de ordedienst worden verzocht zich voor de controlepost op te stellen om de deelnemers te ontraden de confrontatie met de politie aan te gaan. In elk geval zal het nodige worden gedaan om ervoor te zorgen dat de interne ordedienst niet in gevaar wordt gebracht en zich indien nodig veilig kan terugtrekken als er incidenten uitbreken. Deze interne ordedienst mag niet worden verward met een versterking afkomstig van de private veiligheid (zie 2.4.3.). Deze materie is immers geregeld door de wet van 02-10-2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, en dergelijk dispositief kan niet worden ingezet in het kader van een revendicatief evenement waarvoor alleen de politiediensten bevoegd blijven. De voornoemde voorbeelden van wat mag worden verwacht van de organisator zijn niet exhaustief. Er bestaan immers vele mogelijkheden, afhankelijk van de voorliggende omstandigheden. Het belangrijkste is om te investeren in overleg tussen alle betrokken partijen en al het mogelijke te doen om tot een akkoord te komen dat aanvaardbaar is voor alle deelnemers en tegelijk voldoet aan de vooropgestelde veiligheidsvereisten. Rekening houdend met de beginselen van gelijkheid en evenredigheid kan de overheid, in functie van de risico's, minimale quota vastleggen. In voorkomend geval kan de bestuurlijke overheid de toelating laten afhangen van de naleving van bepaalde principes zoals de inrichting van een effectieve interne ordedienst of het respecteren van de reisweg of van de voorgestelde timing. Evenzo kan de bestuurlijke overheid beslissen om het evenement vroegtijdig te beëindigen als de maatregelen waaraan het verlenen van de toelating is gekoppeld de facto niet worden nageleefd. Erkende bewakingsagenten kunnen nooit deel uitmaken van een interne ordedienst. De leden van een interne ordedienst hebben geen enkele bevoegdheid met betrekking tot persoonscontrole of controle van kledij en bagage. Bewakingsagenten kunnen enkel de deelnemers informeren, sensibiliseren, begeleiden en kanaliseren met het oog op een positieve gedragsbeïnvloeding zonder gebruik van dwang. 2.4.3. De inzet van bijzondere en private veiligheid Zoals hierboven vermeld moet de organisator van een evenement veiligheidsmaatregelen nemen en zelfregulerende dispositieven voorzien, zoals bv. een inwendige ordedienst. De verantwoordelijkheden van de organisator verschillen echter naargelang de plaats waar het evenement doorgaat. In een besloten of overdekte voor het publiek toegankelijke plaats, is de organisator de eerstelijnsverantwoordelijke voor wat de veiligheid betreft, behalve wanneer de materiële openbare orde wordt bedreigd. Op de openbare weg daarentegen blijft de persoonscontrole een exclusieve bevoegdheid van de politiediensten. Bij gezamenlijk optreden van private bewakingsondernemingen en politiediensten is het belangrijk dat er tijdens de coördinatievergadering(en) duidelijke afspraken worden gemaakt over de onderlinge taakverdeling en de verantwoordelijkheden. Hiervoor moeten de nodige contacten worden gelegd. De onderlinge coördinatie en samenwerking van de politiediensten met de bewakingsagenten en vrijwilligers is de verantwoordelijkheid van de organisator. 2.4.3.1. De begrippen evenement en evenementenbewaking De wet van 2 oktober 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/10/2017 pub. 31/10/2017 numac 2017031388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid type wet prom. 02/10/2017 pub. 18/12/2017 numac 2017031910 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. - Duitse vertaling sluiten tot regeling van de private en bijzondere veiligheid definieert "evenementen" als volgt: culturele, maatschappelijke, festieve, folkloristische, commerciële of sportieve gebeurtenissen met een tijdelijk karakter en waarbij publiek aanwezig is, ook festivals, maar niet de occasionele dansgelegenheden. Op basis van de wet op de private veiligheid kan de organisator van een evenement zoals hierboven beschreven, een aantal bewakingsactiviteiten aan bewakingsondernemingen toevertrouwen. De algemene naam hiervoor is "evenementenbewaking" (artikel 3,7° ) waaronder elke vorm van statische bewaking van goederen en van toezicht op en controle van het publiek met het oog op het verzekeren van het veilig en vlot verloop van evenementen verstaan wordt. Voorbeelden hiervan zijn onder andere: toegangscontrole bij een evenement, controle op afgesloten plaatsen, aan nooduitgangen, frontstage, bewaking van de parking, toegangscontrole van de camping... De ministeriële omzendbrief SPV07 van 29 maart 2018 in verband met de private bewaking bij evenementen en festivals geeft meer uitleg over de uitoefening van de bewakingsactiviteiten tijdens dit soort evenementen. 2.4.3.2. Drie mogelijkheden voor evenementenbewaking Deze bewaking kan op volgende 3 manieren georganiseerd worden: - door een externe professionele bewakingsonderneming; - door interne, vergunde bewakingsdiensten: er kan een vergunning worden aangevraagd voor het organiseren van een eigen interne bewakingsdienst. In dit geval worden de activiteiten enkel ten eigen behoeve uitgeoefend; - door interne niet-vergunde bewakingsdiensten (dit wordt ook het uitzonderingsregime genoemd). 2.4.3.3. Interne, niet-vergunde bewakingsdiensten ("het uitzonderingsregime") Een eigen interne bewakingsdienst organiseren is in principe verbonden aan een vergunning, die gelinkt is aan een aantal in de wet op de private en bijzondere veiligheid opgesomde voorwaarden. Dit is voor verenigingen niet altijd haalbaar. De wetgever heeft daarom ruimte gelaten voor een soepelere organisatie van toezicht en controle bij niet-commerciële evenementen die in het verenigingsleven worden georganiseerd zoals bv. een fuif van een jeugdvereniging. De betrokken verenigingen zijn niet aan een vergunningsplicht onderworpen en moeten niet voldoen aan de voor bewakingsondernemingen en -diensten geldende voorwaarden, op voorwaarde dat ze een aantal specifieke regels respecteren. Het uitzonderingsregime is enkel van toepassing op verenigingen zonder winstoogmerk die een ander doel nastreven dan de organisatie of het faciliteren van evenementen. De burgemeester beslist of een vereniging al dan niet vrijwilligers mag inzetten. De burgemeester kan dit weigeren wanneer bv. uit een risicoanalyse blijkt dat de inzet van vrijwilligers voor de bewakingstaken niet aangewezen is. Om misbruik te voorkomen gelden nog een aantal bijkomende voorwaarden: - verenigingen mogen alleen effectieve leden of personen met een effectieve of aanwijsbare band met de vereniging inzetten voor de bewakingsactiviteiten; - er is geen enkele vorm van betaling, fooi of beloning toegestaan voor het uitoefenen van de bewakingstaken; - de bewakingsactiviteit mag enkel sporadisch (maximum 4 keer per jaar) uitgevoerd worden en - elke persoon die wordt ingezet voor bewaking moet hiervoor een goedkeuring krijgen van de burgemeester (op advies van de korpschef van lokale politie). De ingezette personen moeten niet voldoen aan de voorwaarden voor bewakingsagenten inzake opleiding en psychotechnische proeven noch moeten ze een identificatiekaart voor bewakingsagenten bij zich dragen. De inzet van prof …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.