{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Het gebruik van geweld moet zolang mogelijk worden uitgesteld. Deze bevoegdheid om geweld aan te wenden onderscheidt zich van andere bevoegdheden, doordat het geen losstaande bevoegdheid is, maar dient om de uitoefening van andere bevoegdheden mogelijk te maken. Deze bijzondere bevoegdheid is onderworpen aan de beperkingen voorzien in de artikelen 1, derde lid, 37, 37bis, 37ter en 38 WPA. Indien een politieambtenaar, al dan niet in geconstitueerd verband, onder leiding van een meerdere optreedt die ter plaatse aanwezig is, zal de politieambtenaar handelen in functie van de geweldsinstructies van de hiërarchische meerdere. Als zijn meerdere daarentegen niet ter plaatse is en de verbinding tussen hen niet toelaat om tijdig instructies te krijgen, kan de politieambtenaar gebruikmaken van dwang om een ernstige en dreigende aantasting van de fysieke integriteit van een persoon of van goederen te voorkomen, waarbij de politieambtenaar in het bijzonder rekening houdt met de tolerantiegrenzen die worden opgelegd door de bestuurlijke en gerechtelijke overheden. Het bevel van de overheid doet geen afbreuk aan de verplichting van elke politieambtenaar om zelf een beoordeling te maken van de principes van legaliteit, subsidiariteit, proportionaliteit en opportuniteit inzake het gebruik van dwang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk gebruik van individueel en collectief geweld is, naast andere wettelijke verplichtingen zoals onder meer het opstellen van een proces-verbaal, onderworpen aan een meldingsplicht aan de functionele meerdere, die erover verslag zal uitbrengen aan de bevoegde overheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanwenden van collectief geweld (gebruik van interventietechnieken of -tactieken, inzet van de sproeiwagen, gebruik van politiebewapening en collectieve neutraliserende middelen, ...) wordt gemeld door de verantwoordelijke OBP aan diegene die de coördinatie en leiding van een gebeurtenis waarneemt, alsook aan de bestuurlijke en gerechtelijke overheden die belast zijn met de gebeurtenis. De omstandigheden en de te trekken lessen worden via het informatiesysteem bestuurlijke politie overgemaakt aan DAO en aan de minister van Binnenlandse Zaken. 76 De bevoegde preventiediensten zullen deze incidenten opvolgen en, samen met de cel 'Use of Force' bij de algemene directie van het middelenbeheer en de informatie van de federale politie (DGR), analyseren en hierover aanbevelingen doen voor de geïntegreerde politie. 5.2. Het Centrex 77.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorbije tien jaar zijn de protestmethoden diverser en complexer geworden. Organisatoren zijn niet altijd beschikbaar of bereid om acties te coördineren, het fenomeen burgerlijke ongehoorzaamheid (al dan niet vreedzaam) maakt politie-interventie ingewikkelder en er ontstaan regelmatig nieuwe vormen van protest. Nog zorgwekkender is de opkomst van nieuwe bedreigingen en wapens, waardoor de politiediensten, deelnemers en mensen rondom het evenement ernstig gevaar lopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de politiediensten deze bewegingen en bedreigingen goed en tijdig willen aanpakken, moeten ze de ontwikkeling van de fenomenen nauwgezet opvolgen. Daarom wordt het Centrex bestuurlijke politie ontwikkeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel is om verschillende experts van de politie en andere experts in dit domein zo regelmatig als nodig, en minstens vier keer per jaar, samen te brengen. Dit Centrex moet recente gebeurtenissen en fenomenen analyseren, zowel nationaal als internationaal, en de gevolgen ervan bespreken en hoe ze in de toekomst (beter) kunnen worden aangepakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Centrex zal ook op de hoogte moeten blijven van wat er buiten onze grenzen gebeurt om een anticiperende aanpak voor te stellen voor bepaalde gevaren of moeilijkheden die in ons land zouden kunnen opduiken. Dit Centrex wordt georganiseerd op initiatief van DGA en zal op zijn minst experts van de Nationale Politieacademie (ANPA), de gespecialiseerde diensten van DAS, vertegenwoordigers van een of meer DirCo's, experts ter zake uit de betrokken politiezones en de controleorganen van de politiediensten samenbrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De conclusies van het Centrex moeten met name de aanpassing en ontwikkeling mogelijk maken van realistische en geschikte opleidingen die evolueren in overeenstemming met de vastgestelde veranderingen in de bewegingen. 5.3. De verschillende niveaus van politiemaatregelen De hieronder vermelde globale maatregelen kunnen worden beschouwd als niet-limitatieve mogelijkheden die de verantwoordelijke officier van politie, aan wie de coördinatie en leiding van de opdrachten van politie zijn toevertrouwd op basis van de artikelen 7/1 tot en met 7/3 WPA, kan (doen) nemen, in samenspraak met de bevoegde bestuurlijke overheid. Ze doen geen afbreuk aan de voorschriften inzake bijzondere bescherming van personen en plaatsen of aan andere verplichtingen (bv. inzake noodplanning).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het opzetten van de verschillende concepten dient een bijzondere aandacht te worden besteed aan de bewijsgaring voor het geval inbreuken worden begaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze aspecten worden bij voorkeur opgenomen in een globaal operatieorder Gold. De Gold Commander zal de tolerantiegrenzen en de wensen van de bestuurlijke en gerechtelijke overheden vastleggen, op basis waarvan het zijn dispositief rechtvaardigt en de keuze van de verschillende mogelijke maatregelen. 5.3.1. De proactieve maatregelen Dit zijn overkoepelende en structureel vastgelegde maatregelen met betrekking tot het algemeen beheer van de evenementen en die onder andere organisatie van inzet, uitrusting, opleidingen en trainingen betreffen 78. 5.3.2. De preventieve maatregelen Deze maatregelen zijn niet gekoppeld aan een specifieke gebeurtenis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat om alle initiatieven die zijn genomen om de verschillende risico's die inherent zijn aan het houden van een evenement van welke aard dan ook op te volgen en de maatregelen die zijn genomen om deze risico's en de gevolgen ervan te beperken. Deze maatregelen kunnen betrekking hebben op de middelen, de opleiding of de infrastructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn drie soorten preventieve maatregelen: - Maatregelen met betrekking tot de middelen: eerst en vooral moet ervoor worden gezorgd dat alle politie-eenheden in een dispositief beschikken over de uitrusting die de ministeriële richtlijn MFO-2 van 23-11-2017 betreffende het solidariteitsmechanisme tussen de politiezones inzake versterkingen voor opdrachten van bestuurlijke politie vereist om hun opdrachten uit te voeren. Dit geldt zowel voor de individuele uitrusting als voor voertuigen die speciaal hiervoor zijn uitgerust. - Maatregelen met betrekking tot de opleiding: ook hier is het basisprincipe ervoor te zorgen dat de ingezette eenheden hebben deelgenomen aan het opleidings- en trainingsproces dat in de richtlijn MFO-2 is bepaald. Ze onderscheidt twee mobilisatieniveaus: GBOR Niv A en GBOR Niv B. GBOR Niv A omvat alle opdrachten in het domein van Basic Policing en Public Management (beheer van officiële, recreatieve, commerciële, sportieve evenementen, ...). Deze opdrachten vereisen geen organisatie in geconstitueerd verband, noch een bijzondere opleiding, training of uitrusting en zijn uitvoerbaar door elk personeelslid met een GPI 48-profiel 79.</p>\n<p class=\"lf-p\">GBOR Niv B heeft betrekking op opdrachten in het raam van de handhaving van de openbare orde (Crowd Control): revendicatieve evenementen en bijeenkomsten, stakerspiket, protestmanifestatie, voetbalwedstrijd met actieve harde kernen ..., alsook opdrachten in het raam van het herstellen van de openbare orde (Riot Contain): gewelddadige samenscholingen, verboden samenscholingen, gewapende samenscholingen, rellen, private milities, ... (artikel 22, tweede lid, WPA) 80. In tegenstelling tot GBOR Niv A vereist GBOR Niv B een specifieke opleiding, training en uitrusting. Het wordt uitgevoerd in geconstitueerd verband. De bovengenoemde vereisten worden uitgebreid toegelicht in de bijlagen bij de MFO-2. - Infrastructurele maatregelen: deze maatregelen hebben betrekking op alle infrastructuurelementen op een bepaald grondgebied die een risico kunnen vormen in het kader van een evenement. Het kan gaan om een slecht aangegeven werf, een wegversmalling, een beschadigde openbare ruimte enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van de beheersing van de omgeving waarin het actief is, dient elk politiekorps al deze potentieel gevaarlijke situaties proactief op te volgen en ervoor te zorgen dat de nodige maatregelen worden genomen zodat al het mogelijke wordt gedaan om het vastgestelde risico te verminderen of weg te nemen. Dit werk zal ook specifiek voor elk evenement worden uitgevoerd, in het kader van de risicoanalyse die eraan voorafgaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel deze eerste maatregelen voor de hand lijken te liggen, moet er bijzondere aandacht aan worden besteed. Bij elke dienstaanvang in het kader van een ordedienst is de aangewezen pelotonscommandant verantwoordelijk voor de inspectie van de aan hem toegewezen machten en moet de pelotonscommandant zich ervan vergewissen dat de preventieve maatregelen met betrekking tot de middelen en de opleiding naar behoren zijn uitgevoerd. Elke tekortkoming moet worden gemeld aan de Gold Commander die, voor zover als mogelijk, zal bepalen hoe met deze tekortkoming rekening kan worden gehouden bij de inzet van deze eenheden. Bovendien zal de Gold Commander hierover achteraf verslag over uitbrengen aan de politieleiding van de betrokken eenheden, zodat al het mogelijke kan worden gedaan om dit te verhelpen vóór de volgende inzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast deze basismaatregelen vereist de voortdurende evolutie van de fenomenen waarmee de politiediensten worden geconfronteerd dat ze even flexibel zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ene kant is het aan ANPA, die verantwoordelijk is voor de opleiding, om ervoor te zorgen dat ze altijd is afgestemd op deze ontwikkelingen. Het is immers van essentieel belang dat toekomstige politieambtenaren op het terrein altijd toegang hebben tot een opleiding die inspeelt op de huidige uitdagingen en in overeenstemming is met de realiteit op het terrein waarmee ze in de nabije toekomst te maken zullen krijgen. ANPA zorgt ervoor dat politietechnieken up-to-date blijven en dat ze op een uniforme manier worden aangeleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens is het net zo noodzakelijk dat deze ontwikkelingen aan bod komen in de trainingen die door de DirCo's worden georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer bepaalde nieuwe modi operandi opduiken, die een nieuw risico vormen voor de eenheden op het terrein, moeten deze zo snel mogelijk worden opgenomen in de wettelijk bepaalde trainingscycli. Deze trainingen moeten bovendien realistisch blijven en ervoor zorgen dat de geconstitueerde eenheden daadwerkelijk voorbereid zijn op de risico's waarmee ze kunnen worden geconfronteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om ervoor te zorgen dat het opleidingsproces voortdurend wordt bijgewerkt, zal ANPA zich via het Centrex en de daaruit getrokken lessen omringen met de experts die nodig zijn om, waar nodig, de technieken te ontwikkelen die nodig zijn om nieuwe bedreigingen het hoofd te bieden teneinde de veiligheid van zowel het ingezette personeel als de deelnemers en mensen in de omgeving van risicovolle bijeenkomsten te waarborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het persoonlijke beschermingsmateriaal (van de GBOR Niv B-eenheden) heeft zijn waarde ruimschoots bewezen. De politiediensten moeten ervoor zorgen dat het materiaal steeds is afgestemd op de behoeften op het terrein. Het probleem met deze uitrustingen blijft het gewicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel er vooruitgang is geboekt op dit gebied, vereist het dragen van al deze uitrustingen in een dynamisch dispositief een goede fysieke conditie. Het is daarom belangrijk dat GBOR Niv B-eenheden, naast de trainingen waarin de MFO-2 voorziet, sporttrainingen krijgen om de fysieke conditie op peil te houden. 5.3.3. De regulerende maatregelen De regulerende maatregelen hebben betrekking op een specifiek evenement. Dit zijn alle maatregelen die door de politiediensten zullen worden genomen om de risico's rond dit evenement te verminderen, of om de gevolgen te beperken als ze niet kunnen worden vermeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze maatregelen hebben betrekking op de politiedispositieven voor GBOR-opdrachten Niv A (Basic Policing en Public Management). Voor deze opdrachten is geen specifieke opleiding of uitrusting nodig, noch werken in geconstitueerd verband.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft alle politiedispositieven die bedoeld zijn om de organisator te ondersteunen in het voornemen om de afspraken te doen naleven die tijdens de verschillende vergaderingen zijn gemaakt. Zo kunnen we vermelden: - De contactpersoon bij de politie: een politieambtenaar die door de organisator en de interne ordedienst is aangewezen als bevoorrechte contactpersoon binnen de politiediensten. Deze politieambtenaar is verantwoordelijk voor het doorgeven aan de Gold Commander van alle nuttige informatie die door de organisator wordt verstrekt (aanwezigheid van harde kernen, oproep om de afspraken niet na te leven enz.). Daarnaast geeft de contactpersoon bij de politie alle mededelingen van de Gold Commander door aan de organisator (de reisweg moet worden gewijzigd door een onvoorziene omstandigheid, er is een actie van de politiediensten nakend tegen een bepaalde groep om een bepaalde reden enz.). - De kanalisatiedispositieven: dit zijn geüniformeerde politieagenten die in de marge van het evenement opgesteld staan en als opdracht hebben om de deelnemers te informeren over de route naar het evenement of om het verkeer om te leiden zodat het evenement kan doorgaan. - Dialoogpolitie: politieteams die specifiek zijn opgeleid in onderhandelen en zich bewust zijn van de problematieken die aan de actie ten grondslag liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze teams moeten beschikbaar zijn om te communiceren over voorbije en toekomstige politie-interventies. Het doel is om frustraties te helpen verminderen door aan de menigte/de mensen uit te leggen waarom de politie wel of niet ingrijpt en hen aan te sporen om vreedzaam aan het evenement te blijven deelnemen. - Informatieploegen: dit kunnen teams in burger zijn die de deelnemers aan de manifestatie observeren om eventuele risico's of bedreigingen op te sporen, hetzij voor de deelnemers, hetzij voor de politiedispositieven die ze begeleiden. Deze teams hebben een goede kennis van de groeperingen, de opduikende risico's en de onderhandelde modaliteiten van de actie. Ze brengen verslag uit aan de Gold Commander, die hen naargelang van de behoeften bijstuurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze lijst is niet exhaustief en de Gold Commander zal er, afhankelijk van het geval, voor zorgen dat alle regulerende maatregelen worden genomen die ertoe leiden dat het evenement vreedzaam verloopt. 5.3.4. De reactieve maatregelen Reactieve maatregelen zijn een ultiem middel wanneer alle regulerende dispositieven en de ingezette middelen om de-escalatie te bevorderen toch geen vreedzaam verloop van de actie toelaten. Deze maatregelen worden alleen aangewend als de houding van de deelnemers de fundamentele rechten van andere mensen ondermijnt (recht op leven en fysieke integriteit, bewegingsvrijheid, recht op eigendom enz.). Ze moeten het mogelijk maken om het algemeen belang te dienen wanneer dit wordt bedreigd door individueel gedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze reactieve dispositieven zijn gespecialiseerde geconstitueerde eenheden die speciaal zijn uitgerust en opgeleid om te reageren op specifieke dreigingen (volgens de termen van de MFO-2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de dispositieven, technieken en middelen die worden ingezet, en die in het volgende punt worden beschreven, moet de Gold Commander altijd streven naar de-escalatie. Daarom zal de Gold Commander naast reactieve maatregelen ook regulerende maatregelen blijven nemen om ervoor te zorgen dat de situatie zo snel mogelijk terug normaal wordt. 5.3.5. De opvolgingsmaatregelen Elk evenement moet een kans zijn om te leren en te evolueren. Het is essentieel dat politiediensten mogelijke incidenten, of de maatregelen die met succes zijn genomen om ze te voorkomen, gebruiken en er goede praktijken of verbeterpunten voor toekomstige dispositieven uit afleiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde geldt voor de opvolgingsmaatregelen voor herstellingen, de begeleiding van mensen, post-crisiscommunicatie, de gerechtelijke repressieve opvolging enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opnieuw zal het Centrex, op basis van incidentrapporten van de eenheden die de interventies uitvoerden, een sleutelrol spelen bij de ontwikkeling en verspreiding van de opgebouwde expertise. 5.4. De politionele technieken en middelen De officier aan wie de leiding van de opdrachten van politie wordt toevertrouwd (art. 7/1 tot 7/3 WPA 81), kan op basis van deze bevoegdheid en de daaruit voortvloeiende gezagsrelatie, beslissen welke middelen worden ingezet en welke kledij, uitrusting en bewapening dient te worden gedragen. Dit gebeurt in overleg met de betrokken overheden en in samenspraak met de diensten van de lokale en federale politie die in versterking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet van politiemiddelen gebeurt gradueel, overeenkomstig de basisbeginselen bepaald in artikel 37 WPA en de principes van de CP 4bis van 30/01/2025, rekening houdend met de tolerantiegrenzen, de evolutie van de reële risico's, het gewenste effect en de perceptie van legitimiteit en de mogelijke escalatie. De politiediensten zullen in het bijzonder toezien op de verspreiding en mededeling van bevelen, binnen de grenzen van artikel 37 WPA, om met alle mogelijke middelen ervoor te zorgen dat de deelnemers zich bewust zijn van de onwettigheid van hun actie en van de nakende interventie van de politiediensten. De politie houdt bij voorkeur, en in het bijzonder voor wat de interventie-eenheden betreft, een lage zichtbaarheidsdrempel aan en stelt zich discreet op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt voorzien in een gepaste omkadering van de risicogroepen. Bij eventuele acties gaat de politie doordacht, gericht en beperkt te werk om de schade, de mogelijke escalatie en de maatschappelijke overlast zoveel mogelijk te beperken en de vreedzame deelnemers niet op een negatieve manier te betrekken. De bestuurlijke arrestaties zijn onderworpen aan de gevallen voorzien in de WPA en moeten beperkt blijven tot de situaties van volstrekte noodzaak. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de rechten van de aangehouden personen, die op een waardige manier en volgens dezelfde filosofie moeten worden behandeld als degene die uiteengezet is in de ministeriële omzendbrief CP 5 van 7 juli 2023 betreffende het handelingskader inzake het professioneel profileren en controleren.[00e2][0080][008b] Als onderdeel van het vervolgingsbeleid zoals afgesproken met het parket, moet de politie het nodige doen om het bewijsmateriaal ten aanzien van de daders te vrijwaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van dwang moet gradueel verlopen op basis van concepten en modaliteiten die nauwkeurig in de operatieorders staan beschreven. 5.4.1. De politionele technieken Zoals reeds toegelicht, zijn er naast de klassieke proteststijlen die we al tientallen jaren kennen, de laatste jaren nieuwe vormen van protest ontstaan. In sommige opzichten zijn de traditionele politietechnieken ontoereikend gebleken om in te spelen op deze nieuwe vormen. Het lijdt geen twijfel dat dit nieuw fenomeen zich in de toekomst zal blijven ontwikkelen en dat de vormen van protest zich zullen vermenigvuldigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom moeten de inzet en opleiding van de politiedispositieven en het perfectioneren van hun interventietechnieken voldoen aan deze nieuwe eis van flexibiliteit en aanpassingsvermogen. De eerstelijnseenheden, die als eerste met deze veranderingen worden geconfronteerd, moeten hun ervaring delen met het Centrex en via deze weg ook ANPA. Samen moeten ze kunnen voldoen aan de operationele behoeften waarmee ze worden geconfronteerd. De leidraad bij de ontwikkeling en aanpassing van deze technieken zal altijd de filosofie van het genegotieerd beheer van de openbare ruimte en het constante streven naar de-escalatie blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De politiediensten beschikken al over verschillende gespecialiseerde technieken voor het genegotieerd beheer van de openbare ruimte. Deze technieken hebben hun waarde bewezen en de relevantie ervan staat niet ter discussie. Het is echter noodzakelijk om de horizon van deze technieken te openen voor nieuwe fenomenen, waarvan de meerderheid vreedzaam is en die niet kunnen worden beheerd met deze klassieke technieken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de volgende paragrafen identificeren we een aantal principes die flexibel zullen moeten evolueren in het licht van de democratische behoeften, maar altijd in strikte overeenstemming met de wet en de filosofie die aan de basis ligt van hun implementatie. 5.4.1.1. De interventie ten aanzien van bewegingen van burgerlijke ongehoorzaamheid Burgerlijke ongehoorzaamheid is een daad van verzet tegen politieke beslissingen die als onwettig worden beschouwd. Het concept is niet nieuw, maar het is de afgelopen jaren heel vaak gebruikt om acties tegen bepaalde beslissingen exponentieel te doen toenemen. Burgerlijke ongehoorzaamheid is traditioneel illegaal maar geweldloos. Het is in ieder geval in het licht van deze aanvaarding dat ze hier is uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgerlijke ongehoorzaamheid kan op vele manieren tot uiting komen, bijvoorbeeld door het massaal bezetten van een kruispunt zonder toestemming, door zich vast te maken aan straatmeubilair (met lijm of cement enz.), ...</p>\n<p class=\"lf-p\">De politie-interventie zal afhangen van de tolerantiegrenzen die door de overheid zijn vastgesteld, aangezien de loutere illegaliteit van de actie niet volstaat om een interventie op eigen initiatief van de politiediensten te rechtvaardigen. De concrete situatie op het terrein zal mee de opportuniteit van een eventuele tussenkomst bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze fenomenen is het essentieel dat de politieactie wordt aangestuurd door de bestuurlijke overheid en afhankelijk is van de bereidheid van die verkozen overheid om een einde te maken aan of bepaalde beperkingen op te leggen aan het gedrag dat de openbare orde verstoort. De politionele overheid heeft dan geen autonome interventiemarge.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op technisch vlak moeten voor de politieactie waartoe de overheid besluit alle voorzorgsmaatregelen worden genomen die nodig zijn om de fysieke integriteit van personen te beschermen. Hetzelfde geldt voor het behoud van de waardigheid van de personen die in deze context van hun vrijheid zijn beroofd. 5.4.1.2. De tijdelijke omsluiting 82.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze politiemethode bestaat uit het tijdelijk immobiliseren en controleren van een groep mensen door middel van een omsluiting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen in kwestie worden - gedurende de tijd die noodzakelijk is - in hun beweging beperkt (opgehouden), wat overeenkomt met een omsluiting 83 zonder opsluiting in een cel. Er is een belangrijk verschil tussen het \"beperken van de bewegingsvrijheid\" en een \"vrijheidsberoving\". Bij een tijdelijke omsluiting gaat het niet om een arrestatie sensu stricto, maar over het louter ophouden of het beperken van de bewegingsvrijheid. Bijgevolg zijn de beperkingen en verplichtingen van artikel 5 EVRM 84 hier niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toepassen van de techniek van de tijdelijke omsluiting is een feitelijke beoordeling die afhangt van de concrete omstandigheden en van de proportionaliteit van de politiemaatregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze tijdelijke beperking is enkel gerechtvaardigd als ze een legitiem doel nastreeft, noodzakelijk en evenredig is om het hoofd te bieden aan een daadwerkelijk of onmiddellijk gevaar en wanneer andere middelen niet volstaan. De maatregel mag niet langer duren dan redelijkerwijs noodzakelijk is en moet de minst ingrijpende en meest doeltreffende oplossing zijn die beschikbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien moet de politie de demonstranten inlichten over de reden van de maatregel en alles in het werk stellen om mensen die niet bij het evenement betrokken zijn, in staat te stellen het afgesloten gebied te verlaten. 5.4.1.3. De administratieve verplaatsing De administratieve verplaatsing is een techniek die wordt gebruikt om een risicogroep van een bepaalde plaats te verwijderen, ofwel omdat de plaats in kwestie vorm geeft aan de spanning en het risico dat de situatie uit de hand loopt, ofwel omdat de houding van de groep de openbare orde verstoort of dreigt te verstoren, waardoor bijvoorbeeld vreedzame demonstranten hun rechten niet kunnen uitoefenen. In tegenstelling tot de tijdelijke omsluiting wordt de administratieve verplaatsing beschouwd als een vrijheidsberoving en valt ze onder de relevante artikelen van de WPA. Deze techniek bestaat erin een bepaalde groep van hun vrijheid te beroven om ze te verwijderen van een plaats waar de openbare orde verstoord wordt of dreigt te worden verstoord. De van hun vrijheid beroofde personen worden naar een positieve aantrekkingspunt gebracht, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met het vervoermiddel waarmee ze naar de plaats van het evenement zijn gekomen, zodat ze die kunnen verlaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verschillende taken in verband met de vrijheidsberoving worden ter plaatse uitgevoerd en de personen die worden vrijgelaten, moeten zo snel mogelijk in vrijheid worden gesteld. Als de verandering van attitude van een persoon of groep die betrokken is bij de administratieve verplaatsing dit vereist, kan de maatregel evolueren naar een klassieke aanhoudingsprocedure in een verzamelcentrum voor aangehouden personen (VzCAP). 5.4.2. De bijzondere middelen De keuze voor een bepaald bijzonder middel of voor een combinatie van middelen is afhankelijk van de situatie, van de risico's en van de toetsing aan de legitimiteit, de opportuniteit, de effectiviteit en de proportionaliteit. De maatschappelijke aanvaarding van een bepaald middel is eveneens een belangrijk criterium in de keuze. De bijzondere middelen die worden ingezet, moeten altijd deel uitmaken van een algemene de-escalatieaanpak en een tweeledig doel nastreven: enerzijds een snelle terugkeer naar de normale situatie en anderzijds de arrestatie van de daders van geweldfeiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Directie openbare veiligheid (DAS) is een belangrijke speler bij de inzet van deze bijzondere middelen. De meeste van deze middelen worden immers in deze dienst ontwikkeld. Het is dan ook essentieel dat, met name via het Centrex, hun inzet en de bijbehorende technieken regelmatig worden geëvalueerd met de politiezones die van deze expertisesteun genieten, en indien nodig worden verbeterd voor meer efficiëntie en doeltreffendheid, steeds in het kader van de basisinterventiefilosofie van de politiediensten. 5.4.2.1. De Spaanse ruiters De Spaanse ruiters zijn een klassiek middel dat al tientallen jaren door onze politiediensten wordt gebruikt. Ze worden gebruikt om een controlepost op te zetten voor een kritiek punt dat moet worden beschermd en om een obstakel op te werpen dat voldoende fysieke afstand mogelijk maakt tussen de deelnemers aan een evenement en de politiediensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing om Spaanse ruiters te gebruiken is, net als alle bijzondere middelen, gebaseerd op de resultaten van de risicoanalyse van de Gold Commander. De Gold Commander zal ervoor zorgen dat de organisator op de hoogte wordt gebracht van het gebruik van dit middel en de redenen daarvoor, in het kader van de voorbereidende vergaderingen voor het evenement. Dit met als doel de aanvaarding door de deelnemers aan de actie te bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor bepaalde acties met een hoog risico is een specifieke verankering van de Spaanse ruiters nodig. DAS zal dan de Gold Commander voorzien van de expertise en materiële middelen om de stevigheid van de opgezette controleposten te versterken. 5.4.2.2. De gespecialiseerde teams De gespecialiseerde teams (arrestatieteams, lock-on teams, sproeiwagenteams, APC 85-teams, ...) mogen enkel worden aangewend voor deze domeinen waarvoor ze voorzien zijn. Ze staan onder bevel van een officier van bestuurlijke politie. Het zijn operatie-ondersteunende middelen die in principe niet autonoom optreden en op een zodanige manier worden aangewend dat de fysieke integriteit van personen niet in gevaar wordt gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De functionele uitrusting van deze teams (zoals individuele beschermingselementen) kan naargelang de aan hen toegewezen opdrachten veranderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De technieken voor de inzet van deze teams evolueren eveneens. Er wordt op toegezien dat ze worden ontwikkeld in lijn met de behoeften die tot hun inzet leiden. Waar nodig wordt via het Centrex de aanzet gegeven om deze technieken bij te werken, met name wat betreft hun aanvaarding door de publieke opinie. Op dezelfde manier moet er bijzondere aandacht worden besteed aan de coherente ontwikkeling van technieken en de tactische afstemming tussen de technieken, zodat de-escalatie wordt nagestreefd en het politieoptreden proportioneel is. 5.4.2.3. De politie te paard De politie te paard is vooral geschikt voor opdrachten in het kader van de handhaving van de openbare orde (toezichtpatrouilles, kanalisatiedispositieven, begeleidende escortes, beveiliging van sectoren, doorzoeken van zones, ontruimen van open plaatsen, het zacht terugdrijven van groepen, ...).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderlijk, wanneer andere middelen ontoereikend zijn, kan de politie te paard ook gericht en gedifferentieerd aangewend worden voor het herstellen van de openbare orde (handhaven van een samenscholingsverbod, met dwang terugdrijven van groepen of ontruimen van plaatsen, uiteendrijven van gewapende samenscholingen, tussenkomen bij stadsrellen, ...). 5.4.2.4. De hondenteams De patrouillehondengeleiders worden voornamelijk als ontradend middel en op een preventieve manier ingezet: als patrouille-element, kanalisatie-element of controle-element in eerste lijn, als doorzoekingselement in eerste of tweede lijn of als escorte-element in tweede lijn. In extreme situaties (rellen, gewapende en gewelddadige samenscholingen, ...), wanneer andere, zachtere middelen ontoereikend zijn en de situatie de fysieke integriteit van personen ernstig in gevaar brengt, kunnen patrouillehonden aangewend worden om reactieve handelingen tegen personen of groepen te ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens worden alle maatregelen genomen, met name met betrekking tot de uitrusting van de honden, om ervoor te zorgen dat hun interventie geen ernstige verwondingen toebrengt aan mensen en dat ze gericht en gedifferentieerd worden ingezet tegen de groepen wier gedrag hun inzet noodzakelijk heeft gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In alle gevallen wordt de inzet van hondenteams geregeld door artikelen 22 en 37 WPA. 5.4.2.5. De collectieve spray De collectieve spray (natuurlijke OC 86-pepperspray of CS 87-traangasspray) wordt beschouwd als collectieve bewapening (neutraliserend middel) 88.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is een `non lethal' louter defensief middel waarvan het gebruik beperkt moet blijven tot de situaties met zware vormen van collectief of individueel geweld tegen de politie of tegen personen, in de gevallen van wettige verdediging of wanneer de politieambtenaren de aan hun bescherming toevertrouwde personen, posten, gevaarlijke goederen of plaatsen op geen andere wijze kunnen verdedigen. Het middel wordt beschouwd als een `zachter' alternatief voor zwaardere vormen van fysiek politiegeweld (gebruik van de wapenstok, ...) of gebruik van vuurwapens. De collectieve spray wordt dus in principe niet reactief gebruikt, tenzij dit het 'zachtste' middel is om het nagestreefde wettige doel te bereiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet van dit middel gebeurt in functie van de risicoanalyse en op beslissing en verantwoordelijkheid van een officier van bestuurlijke politie, behalve in geval van wettige verdediging. De officier van bestuurlijke politie (OBP) moet beslissen wanneer en hoe het middel wordt aangewend. Indien de omstandigheden dit vereisen, dient er ook een dispositief voorzien te worden voor de opvang en de ontsmetting van de getroffen personen, samen met maatregelen voor de minimale bescherming van het politiepersoneel. 5.4.2.6. De traangasgranaten De traangasgranaten om te gooien of om af te schieten worden beschouwd als bijzondere bewapening op basis van artikel 6 van het koninklijk besluit van 30 juni 2007 op de politiebewapening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bijzondere bewapening wordt door de minister van Binnenlandse Zaken vastgelegd en wordt enkel toegekend op basis van een specifieke procedure. Het is een `non lethal' voornamelijk defensief middel waarvan het gebruik beperkt moet blijven tot de genoemde gevallen voor het gebruik van de collectieve spray en in voorkomend geval tot de gevallen waarbij de politiediensten worden belast met het uiteendrijven van gewapende en gewelddadige samenscholingen in de zin van artikel 22 WPA. 5.4.2.7. De nieuwe technologieën en de virtuele openbare ruimte Deze omzendbrief is niet de plaats om uit te weiden over de integratie van nieuwe technologieën in de werking van de politiediensten, omdat deze kwestie veel verder gaat dan het onderwerp van deze omzendbrief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afgelopen jaren zijn de politiediensten begonnen met het integreren van verschillende middelen in hun basiswerking (drones, mobiele of vaste camera's, enz.).</p>\n<p class=\"lf-p\">De technologische vooruitgang biedt steeds meer mogelijkheden en de politiediensten moeten deel uitmaken van een flexibel en dynamisch proces voor het gebruik van deze technologieën, binnen een duidelijk wetgevend kader dat rekening houdt met onze democratische waarden. Het is dus onze ambitie om technologisch bij te blijven en tegelijkertijd binnen een strikt wettelijk kader te handelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien mag het belang van de positionering van politiediensten in de virtuele openbare ruimte niet worden onderschat. Het is ook een essentieel forum voor protest. Als de politie in de virtuele openbare ruimte aanwezig is kan dat helpen om schadelijke gevolgen te vermijden die tot geweld kunnen leiden tijdens het fysieke protest. Deze virtuele openbare ruimte moet deel uitmaken van de communicatiestrategie die de politiediensten ontwikkelen. 5.4.2.8. Andere bijzondere middelen In dit stadium, en gezien de opkomst van nieuwe ernstige risico's voor de fysieke integriteit van personen tijdens manifestaties, is het niet aangewezen om andere bijzondere maatregelen aan deze omzendbrief toe te voegen. De beeldvorming van deze fenomenen is immers nog volop in ontwikkeling. Toch is het, gezien de recente, vaak gewelddadige ontwikkelingen, nodig om de geschiktheid en noodzaak van nieuwe bijzondere middelen te onderzoeken om hieraan het hoofd te kunnen bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien nodig moet het onvermogen van de huidige middelen om op bepaalde dreigingen te reageren en de nood aan een nieuw bijzonder middel worden geanalyseerd door het Centrex of door de bewapeningscommissie en de verschillende experts die de minister van Binnenlandse Zaken op dit gebied adviseren. 5.4.3. Het gebruik van camera's door de politie De wet op het politieambt regelt het gebruik van camera's door politiediensten in het raam van de uitvoering van bestuurlijke en gerechtelijke opdrachten 89. Bijgevolg is het gebruik van camera's door politiediensten onderhevig aan de krachtlijnen en het toepassingsveld van de WPA en enkel mogelijk met strikte inachtneming van de beginselen inzake finaliteit, proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. Cameragebruik moet dus steeds kunnen worden gerechtvaardigd. Zowel het zichtbaar als het niet zichtbaar gebruik van camera's zijn in de WPA opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast bestaat er ook een bijzondere regeling in de WPA betreffende het zichtbaar gebruik van individuele camera's door de politiediensten (\"bodycams\"), verder verduidelijkt in de omzendbrief GPI 104bis van 28 januari 2025 90.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien de snelle opeenvolgende technologische en maatschappelijke ontwikkelingen, is en blijft het wetgevende kader met betrekking tot het gebruik van camera's door de politie voortdurend in ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijgevolg is het niet opportuun noch efficiënt om de huidige wettelijke bepalingen en modaliteiten uitvoerig in deze omzendbrief te beschrijven. Deze evoluties moeten op de voet worden gevolgd en in duidelijke, actuele richtlijnen ter beschikking worden gesteld aan de politieambtenaren. 5.5. De grootschalige arrestaties De aanpak van grootschalige arrestaties is altijd een uitdaging voor het genegotieerd beheer. Het is een constante zoektocht naar een aantal verschillende essentiële evenwichten : de bestuurlijke opvolging en de duur van de vrijheidsberoving, het handhaven en/of herstellen van de openbare orde en de absolute noodzaak van de vrijheidsberoving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit zoeken naar evenwicht vereist dat er voor elk evenement in kwestie bijzondere aandacht wordt geschonken aan de problematiek van grootschalige arrestaties, ook in geval van niet-aangekondigde evenementen. (Voor niet-aangekondigde evenementen kan de politie voorzien in een staand order of een reactieschema waarin werkwijze en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd.) Tijdens de voorbereiding kunnen verschillende soorten maatregelen worden genomen om te anticiperen op de best mogelijke aanpak van grootschalige arrestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo moet het operatieorder een aantal hieraan gelinkte rubrieken hernemen: - de tolerantiegrenzen, die de richtlijnen van de overheden ter zake in detail beschrijven (zowel die van de bestuurlijke overheid voor de bestuurlijke arrestaties als die van de gerechtelijke overheden voor de gerechtelijke aanhoudingen); - het besluit van de Gold Commander omtrent het niveau (Gold - Silver - Bronze) dat kan beslissen om over te gaan tot vrijheidsberoving; - de nodige informatie op de arrestatiefiches en de verwachtingen hieromtrent vanwege het personeel op het terrein, zeker wanneer het om politieambtenaren in versterking gaat die niet vertrouwd zijn met de gangbare procedures; - de aanduiding van een leidinggevende verantwoordelijk voor de opvolging van de vrijheidsberovingen, de controle van de arrestatiefiches en het bewaken van de kwaliteit tijdens de verschillende fases van het proces; - elke andere pertinente informatie ter zake.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook tijdens de briefing moet het onderwerp van grootschalige arrestaties aan bod komen. Dit is het uitgelezen moment om de algemene interventieprincipes ter zake te herhalen en iedereen te herinneren wat er concreet wordt verwacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de eigenlijke uitvoering van grootschalige arrestaties is het raadzaam om met volgende aanbevelingen rekening te houden: - het zoeken naar een evenwicht tussen de informatie die op het terrein werd geregistreerd en eventuele aanvullingen die in het VzCAP werden verkregen, met als permanent doel het opstellen van een aanhoudingsfiche conform artikel 33bis WPA; - algemeen, het nemen van alle mogelijke maatregelen die de rechten van een aangehouden persoon respecteren, zonder de operationele noodwendigheden, in het bijzonder de veiligheid van zowel politieambtenaren als van de aangehouden personen in het gedrang te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend wordt de toepassing van meerdere goede praktijken aanbevolen: - de aanduiding van een coördinator die de opvolging van de aanhoudingen op het terrein verzekert en in permanent contact staat met de verantwoordelijke van het VzCAP; - het permanent streven naar de digitalisering van het proces van grootschalige aanhoudingen teneinde de afhandelingstermijnen te verkorten en de traceerbaarheid van groepen aangehouden personen te vergroten; - het inzetten van ploegen (in burger) die de onruststokers kunnen herkennen en de OBP ondersteunen bij het aanduiden van personen die effectief van hun vrijheid beroofd moeten worden; - op het terrein, en indien dit onmogelijk is in het VzCAP, bijzondere aandacht schenken aan mensen die van hun vrijheid zijn beroofd en waarvan het duidelijk is dat ze niet deelnamen aan de actie die de openbare orde bedreigde en die bijgevolg zo snel mogelijk terug in vrijheid moeten worden gesteld; - wanneer de risicoanalyse de opportuniteit ervan aantoont, één of meer personen in het VzCAP aanduiden die specifiek de minderjarige aangehouden personen opvolgen (in het bijzonder voor wat het contact met de ouders of de wettelijk verantwoordelijken betreft, maar evengoed voor elke andere opdracht vanwege de Gold Commander).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is belangrijk te herhalen dat vrijheidsberoving enkel mogelijk is in geval van absolute noodzaak en pas nadat eerst alle andere dwangmiddelen (in het bijzonder de tijdelijke omsluiting zonder vrijheidsberoving) werden overwogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenslotte is het, omwille van de gevoeligheid van het onderwerp en van de constante, voornamelijk digitale evoluties ter zake, belangrijk dat de problematiek van de grootschalige aanhoudingen ook aandacht krijgt tijdens de debriefings, hetgeen een voortdurende verbetering van het beheer ervan mogelijk zal maken. 6. Gebruik van dwang en geweld door de politie De WPA bepaalt in artikel 1, derde lid, dat de dwang die door politieambtenaren aangewend wordt in de uitvoering van hun opdrachten enkel wettelijk kan zijn indien dit gebeurt onder de voorwaarden die door de wet worden bepaald.Het gebruik van dwang en geweld door politieambtenaren grijpt immers in op het recht op lichamelijke en psychische integriteit (en in sommige gevallen op het recht op leven).</p>\n<p class=\"lf-p\">Onwettig en/of excessief politiegeweld tast niet enkel het vertrouwen van de maatschappij in de politie aan, maar ook haar legitimiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het begrip `dwang' is ruimer dan geweld en houdt elke maatregel in (bevel, vraag, terechtwijzing, geweld, ...) die een verplichting, verbod of gebod inhoudt, of die de burger ertoe verplicht iets te doen of te laten 91. Politionele dwangmiddelen zijn dus middelen aangewend ter ondersteuning van de wettelijke politiebevoegdheden die een inmenging in de individuele vrijheden of een beperking ervan inhouden (identiteitscontrole, fouillering, arrestatie, boeien, ...). De manier waarop deze maatregelen worden opgelegd heeft ontegensprekelijk een impact op de beleving ervan en dus ook op de reactie erop.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gewone politiemiddelen (vb. verkeersregeling, toezichtspatrouille, ...) hebben geen impact op rechten en vrijheden en zijn dus geen dwangmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van geweld houdt een dwangmatige, meer dan geringe kracht in; het is een specifiek dwangmiddel dat alle procedures omvat die worden gebruikt om een persoon (of dier) te neutraliseren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">WPA schrijft voor dat elke aanwending van geweld aan volgende voorwaarden moet voldoen 92: - een wettelijke basis (wettelijkheid- of legaliteitsprincipe); - het moet de laatste mogelijkheid zijn om een politiemaatregel uit te voeren (subsidiariteit- of noodzakelijkheidsprincipe); - het gebruikte geweld moet in verhouding zijn tot het beoogde doel en de risico's (proportionaliteitsprincipe en redelijkheidsbeginsel) Nog altijd volgens artikel 37 WPA moet aan elk gebruik van geweld een waarschuwing voorafgaan, tenzij dit gebruik daardoor onwerkzaam zou worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Concreet betekent dit alles dat de politiediensten verplicht zijn om zo weinig mogelijk geweld te gebruiken en dat er een gradatie in het gebruik van geweld moet bestaan. Indien mogelijk wordt over het gebruik van dwang en geweld overlegd met de bevoegde overheden Een recente en problematische trend is het verspreiden van beelden van geweldsincidenten waarbij de politie betrokken is op sociale media, bijna in real time en vaak uit de context gerukt. Dit is schadelijk voor de perceptie van de legitimiteit van het politieoptreden. In dit kader is het fundamenteel om nogmaals de aandacht te vestigen op het feit dat politieambtenaren de expliciete deontologische plicht hebben om op de meest doeltreffende wijze een einde te maken aan geweld of om geweld te voorkomen. Het gebruik ervan moet echter zolang mogelijk worden uitgesteld en beperkt blijven tot het strikt noodzakelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegdheid om dwang en geweld te gebruiken moet worden gezien als een soort steunbevoegdheid die de uitoefening van andere bevoegdheden mogelijk maakt en is onderworpen aan de beperkingen zoals voorzien in de artikelen 1, al. 3, 37, 37bis, 37ter en 38 WPA. Een politieambtenaar die (in geconstitueerd verband of niet) onder leiding staat van een meerdere die ter plaatse aanwezig is of met wie er rechtstreekse verbinding is, moet handelen volgens de richtlijnen van die meerdere. Dit ontslaat de politieambtenaar in kwestie echter niet van de verplichting om zelf steeds een beoordeling te maken van de hierboven beschreven principes voor wat betreft het gebruik van dwang (-en geweld-). Het is een goede praktijk om de algemeen geldende richtlijnen in verband met het aanwenden van dwang en geweld neer te schrijven in een operatieorder of maneuverplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om geweldssituaties zoveel mogelijk te voorkomen of om ze, binnen de grenzen van de wettelijke voorschriften, te beheren is het van belang dat de leden van het operationeel kader een geschikte fysieke en mentale opleiding en een aangepaste uitrusting krijgen. 7. Geweld tegen politie Het feit dat politieambtenaren het risico lopen om in eerste lijn met geweld te worden geconfronteerd is intrinsiek verbonden met hun maatschappelijke functie, hun opdrachten, en hun bijhorende bevoegdheden. Om hierop te reageren en indien het wettige doel niet op een andere manier kan worden bereikt, kennen de artikelen 1 en 37 van de WPA aan de politieambtenaren de bevoegdheid toe om, indien nodig en mits naleving van de wettelijke voorwaarden, dwang en geweld te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit maakt deel uit van het 'sociaal contract', dat aan overheden het recht geeft om regels op te stellen en het gezag uit te oefenen, om totale chaos en wetteloosheid te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sinds een aantal jaar is er echter een evolutie aan de gang waarbij steeds vaker en driester geweld wordt gebruikt tegen politieambtenaren. Hoewel dit een algemeen verschijnsel is, treft het vooral politieambtenaren tijdens de uitvoering van hun opdrachten in het kader van evenementen in de openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevolgen hiervan (naast zware materiële schade aan zowel openbare als privé-eigendommen) zijn legio: gekwetste en getraumatiseerde politieambtenaren die zich niet veilig meer voelen tijdens de uitoefening van hun taken. Het toont de algemene kwetsbaarheid aan van de politieambtenaren, ook in het kader van het GBOR-gebeuren. Nazorg 93 is dan ook een essentiële opdracht in dit domein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Respect voor anderen en het verbod op geweld en haat zijn fundamentele principes in een democratie. Een geweldloze maatschappij is echter een utopie. Daarom is het is de taak van de politionele overheid om hier, als werkgever, op in te spelen en optimaal te investeren in het welzijn (en dus ook de veiligheid) van hun medewerkers 94.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooreerst moet er voldoende worden voorzien en geïnvesteerd in, kwaliteitsvolle en verplichte opleidingen en trainingen om de politiemedewerkers fysiek en mentaal weerbaar te maken. Niet enkel de opleidingen en trainingen an sich zijn van fundamenteel belang, maar evenzeer de bijhorende evaluaties en debriefings.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast moet er ook permanent worden geïnvesteerd in voldoende en aan de (evoluerende) context aangepaste uitrustingen en materiaal. Het feit dat men goed gevormd, opgeleid en getraind is en zo goed mogelijk uitgerust om in gevaarlijke omstandigheden te werken creëert meer veiligheid Ook de bestuurlijke overheid heeft hierin een rol en verantwoordelijk te spelen. De bestuurlijke overheid bepaalt in principe immers waar en wanneer de politiediensten reactief tussenkomen in het kader van evenementen in de openbare ruimte. De bestuurlijke overheid bepaalt voorafgaand aan een evenement een aantal tolerantiegrenzen die de deelnemers moeten respecteren. Het is evident dat geweld tegen politie niet kan worden getolereerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is belangrijk dat deze lijn tijdens het evenement wordt aangehouden en dat de bestuurlijke overheid zonder al te veel uitstel de politie de nodige toelatingen geeft om op te treden wanneer ze met geweld wordt geconfronteerd. Snel en gericht reactief ingrijpen (al dan niet met gebruik van bijzondere middelen) verhoogt de kans op een snelle de-escalatie en op het normaliseren van een geweldstoestand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgekeerd riskeert een uitgestelde of een negatieve beslissing dat er een gevoel van straffeloze opportuniteit ontstaat en dat gewelddadige relschoppers nog driester worden en nog meer schade aanrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook de gerechtelijke overheden kunnen hieraan bijdragen door gewelddadige relschoppers aan te houden (desgevallend eerst op te sporen) en consequent te vervolgen. Dit zal het gevoel van straffeloosheid voor geweld verminderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omzendbrief GPI 100 van 18 december 2022 betreffende het gebruik van geweld tegen leden van de Geïntegreerde Politie wil zowel de oorzaken als de gevolgen ervan aanpakken door middel van preventie, begeleiding van slachtoffers en hun omgeving, strafrechtelijke vervolging, burgerlijke partijstelling en de vereenvoudiging van administratieve procedures om de slachtoffers te ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluit Als we een les kunnen trekken uit de ontwikkelingen van de afgelopen jaren en uit de nieuwe vormen van protest, dan is het wel dat de Belgische aanpak van revendicatieve evenementen en het genegotieerd beheer van de openbare ruimte relevanter zijn dan ooit. We moeten dan ook blijvend inzetten op het samenleven, in de voortdurende zoektocht naar een evenwicht tussen eenieders fundamentele rechten en vrijheden en in het nastreven van het algemeen belang van het leven in een vreedzame samenleving die vrijheid van meningsuiting mogelijk maakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is deze fundamentele kwestie, die overal ter wereld zo vaak wordt ondermijnd, die we met trots moeten blijven verdedigen en waar elk van de partners die betrokken zijn bij dit genegotieerd beheer in moet blijven investeren zodat dit een fundamentele waarde van onze samenleving blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze aanpak beoogt nog steeds volgende doelstellingen: - Een democratische doelstelling: het optimaal vrijwaren van de grondrechten, de gerechtvaardigde verwachtingen en belangen van de bevolking en de veiligheid en de leefbaarheid d.m.v. een conceptueel werkingskader. - Een de-escalerende doelstelling: het waarborgen van verdere vrede en van een vreedzaam en veilig verloop van evenementen met gebruik van strikt noodzakelijke dwang d.m.v. dialoog, respectvol overleg en gedeelde responsabilisering. - Een capaciteitsdoelstelling: het realiseren van een legitiem, beredeneerd, risico-gebaseerd en oordeelkundig politieoptreden d.m.v. een grondige risicoanalyse en actief partnerschap. - Een informatieve doelstelling: het uitwisselen van kennis en informatie d.m.v. informele, formele en virtuele contacten gebaseerd op wederzijds vertrouwen. - Een educatieve doelstelling: het opleiden, het trainen, het evalueren, het afleggen van rekenschap en het anticiperen en innoveren d.m.v. een performant globaal concept voor informatie, opleiding, evaluatie, expertise en innovatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze omzendbrief vervangt de omzendbrief OOP 41 van 31 maart 2014 betreffende de operationalisering van het referentiekader CP 4 over het genegotieerd beheer van de publieke ruimte n.a.v. gebeurtenissen die de openbare orde aanbelangen evenals de omzendbrief van 5 augustus 2022 betreffende het individueel en preventief betogingsverbod, ter aanvulling van de omzendbrief OOP 41.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister van Binnenlandse Zaken, A.VERLINDEN _______ Nota's 1 Het betreft, onder meer, de voorziene en niet-voorziene gebeurtenissen met een openbaar karakter of een openbare impact, zoals een verkeersongeval, onheil, schadegeval, ... alsook de volksoplopen, zoals de vergaderingen in besloten of overdekte plaatsen en de bijeenkomsten in open lucht. Deze kunnen zich situeren in het domein van volksvermaak en ontspanning (al dan niet gratis), zoals bals, concerten, toneelvoorstellingen, filmvoorstellingen, party's, sportmanifestaties, ... Vergaderingen en bijeenkomsten kunnen ook een politiek, sociaal, cultureel, commercieel, filosofisch, religieus, ... doel hebben, zoals officiële plechtigheden, topconferenties, meetings, optochten, stakingspiketten, protestacties, manifestaties, verkeersblokkades, bezettingen, ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze activiteiten veruitwendigen zich onder de vorm van een passief of actief publiek, een dynamische menigte, een revendicatieve bijeenkomst of actie, ... Daarnaast zijn er ook de kwaadwillige samenscholingen met een onwettelijk of gewelddadig motief, zoals gewelddadige samenscholingen die de uitvoering van de wet hinderen, samenscholingen die gepaard gaan met privé-milities, rellen, oproer, onlusten, opstanden, plunderingen, verwoestingen, gewapende samenscholingen, ... 2 Openbare Orde/Ordre Public. 3 Community Policing. 4 De vrije meningsuiting, de vrijheid van vergadering en van vereniging worden in België sinds 1830 gegarandeerd in respectievelijk artikelen 19, 26 en 27 van de Grondwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Internationaal zijn deze vrijheden ingeschreven in artikelen 19 en 20 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM, 10 december 1948), artikelen 19, 21 en 22 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR, 16 december 1966, door België bekrachtigd in 1983), artikelen 10 en 11 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM, 4 november 1950). 5 Een politiemaatregel is een juridische of materiële uitvoerbare handeling van bestuurlijke of gerechtelijke politie die voor een burger een vordering, een precieze aanwijzing, een verbod, een toelating of een vergunning kan inhouden en die hem dus in zijn individuele rechten en vrijheden kan beperken. 6 Het begrip openbare overlast is nergens wettelijk vastgelegd, maar wordt in de ministeriële omzendbrief OOP 30bis (3 januari 2005) omschreven als lichte vormen van verstoring van openbare rust, veiligheid, gezondheid.. 7 Zie art. 26, eerste lid van de Grondwet. 8 Zie art. 26, tweede lid van de Grondwet. 9 Vergaderingen in plaatsen die door hun normale aard of bestemming een privékarakter hebben of niet voor het publiek toegankelijk zijn, worden vermoed private vergaderingen te zijn, tenzij het tegendeel blijkt. 10 Een vergadering wordt als privé beschouwd als volgende elementen vervuld zijn: de persoonlijke aanwijsbare band tussen de organisator (of eigenaar/beheerder, ...) en de aanwezigen, de persoonlijke en individuele toegangsmogelijkheid en de controle aan de ingang. 11 Duchâtelet et al, Handboek Openbare Orde, december 2008, Politeia, p. 80-81. 12 Ook wel afgesloten en/of overdekte plaats genoemd, vb. voetbalstadion, kerk, omheinde festivalweide, ...). 13 Met open lucht wordt bedoeld: de openbare weg en aangrenzende openbare plaatsen die vrij toegankelijk zijn en open (niet-afgesloten) erven die op de openbare weg uitgeven (pleinen, openbare parken, ...) 14 Art 3, 2° WPA. 15 In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden de bevoegdheden inzake openbare orde waargenomen door de minister-president en is de hoge ambtenaar verantwoordelijk voor de civiele veiligheid. 16 Bijvoorbeeld bij (acute dreiging op) rellen. 17 De politiediensten houden zich op in de nabijheid van elke grote volkstoeloop en nemen de gepaste maatregelen voor het rustige verloop ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op beslissing van de bestuurlijke politieoverheid of op initiatief van de politieambtenaar die, overeenkomstig de artikelen 7/1, 7/2 of 7/3, belast is met de operationele leiding van de ordedienst, gaan zij over tot het uiteendrijven van: 1° alle gewapende samenscholingen;2° de samenscholingen die gepaard gaan met misdaden en wanbedrijven tegen personen of goederen of met overtreding van de wet van 29 juli 1934Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/07/1934 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/05/2012 numac 2012000323 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de private milities verboden worden Officieuze coördinatie in het Duits sluiten waarbij de privémilities verboden worden;3° de samenscholingen waarvan blijkt dat zij gevormd zijn of zich vormen met het oog op verwoesting, moord of plundering, of om een aanslag te plegen op de lichamelijke integriteit of het leven van personen;4° de samenscholingen die de uitvoering van de wet, van een politieverordening, van een politiemaatregel, van een gerechtelijke beslissing of van een dwangbevel hinderen. 18 Zie WPA art 22, § 2: Wanneer politie op grond van artikel 16 of van dit artikel ambtshalve samenscholingen uiteendrijft of zich ophoudt in de nabijheid van een grote volkstoeloop, stelt ze de burgemeester van de betrokken gemeente en de korpschef van de betrokken lokale politie hiervan tevoren of, als dat niet mogelijk is, zo spoedig mogelijk op de hoogte en blijft ze bij dergelijke interventies bestendig met hen in contact. 19 Alle instructies en tolerantiegrenzen worden opgenomen in het verslag van de algemene coördinatievergadering, in het operatieorder worden diegene opgenomen die noodzakelijk en opportuun zijn voor de briefing. 20 Zie ook aanbevelingen van de Algemene Inspectie van de Federale Politie en van de Lokale Politie ter zake. 21 Bvb. de festiviteiten n.a.v. een wereldbeker voetbal. 22 Op basis van de artikelen 115 en 116 van de Wet van 2 oktober 2017Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/10/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/10/2017 numac 2017031388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/10/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/2017 numac 2017031910 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. - Duitse vertaling sluiten tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. 23 Met vertoning wordt bedoeld: elke voorstelling waarbij een mening, een idee of een boodschap overgebracht wordt (toneel, film, voordracht, lezing, maar een tentoonstelling bvb. kan ook een vertoning zijn). 24 Naast het recht op vergadering worden namelijk de vrijheid van meningsuiting (artikel 19 GW) en de vrijheid van drukpers beschermd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrijheid van vertoningen wordt namelijk niet alleen gewaarborgd door artikelen 19 (vrijheid van meningsuiting), 25 (vrijheid van drukpers) en 26 (vrijheid van vergadering) van de GW, maar ook uitdrukkelijk door een besluit van het Voorlopig Bewind van 21 oktober 1830 houdende het invoeren van volledige vrijheid om theaters op te richten en er stukken te laten opvoeren. 25 Artikel 128 van de Provinciewet: \"De gouverneur zorgt in de provincie voor het handhaven van de openbare orde, te weten de openbare rust, veiligheid en gezondheid. Daartoe kan hij beroep doen op de federale politie. Hij richt zich daarvoor tot de DirCo. Hij ziet toe op een goede samenwerking tussen de politiediensten en tussen de politiezones in de provincie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan door de bevoegde ministers worden belast met bijzondere opdrachten met betrekking tot veiligheid en politie.\". 26 Artikel 129 van de Provinciewet: \"In geval van woelige samenscholingen, van oproer of van gewelddadig verzet tegen de uitvoering van de wetten of van de wettelijke verordeningen, heeft de gouverneur het recht om de gewapende macht te vorderen. Hij geeft hiervan terstond kennis aan de ministers van Binnenlandse Zaken en van Landsverdediging; de bevelvoerende officier is gehouden aan de schriftelijke vordering van de gouverneur te voldoen.\". 27 De arrondissementscommissaris is de gedeconcentreerde vertegenwoordiger van de federale overheid en valt onder het hiërarchisch gezag van de minister van Binnenlandse Zaken. 28 Artikel 97 WGP. 29 Art 64 WGP. 30 Met de zesde staathervorming werd de functie van gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad afgeschaft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nam de uitoefening van de bevoegdheden inzake ordehandhaving en de coördinatie van de veiligheid en de harmonisering van gemeentelijke politiereglementen over. 31 Bv. de bevoegdheden van bijzondere bestuurlijke politie inzake weg-, luchtvaart-, scheepvaart- en spoorwegpolitie van de gewestelijke ministers van Mobiliteit. 32 Wet tot wijziging van de wet van 2 maart 1954Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/03/1954 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/09/2012 numac 2012000573 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming en beteugeling der aanslagen op de vrije uitoefening van de door de Grondwet ingestelde souvereine machten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot voorkoming en beteugeling der aanslagen op de vrije uitoefening van de door de Grondwet ingestelde soevereine machten. 33 WPA Art. 34, § 2. 34 WPA Art. 28, § 1. 35 Zie artikel 26 GW: \"mits zij zich gedragen naar de wetten, die het uitoefenen van dit recht kunnen regelen.\". 36 Zo oordeelde het EHRM dat de reisweg, de manifestatiezone en/of datum die een organisator voorstelt enkel bescherming moeten krijgen als ze een symbolische betekenis hebben voor de manifestatie. Indien dit niet het geval is kan de overheid een, in functie van de risico's, aanvaardbaar alternatief onderhandelen dat aanvaardbaar is in functie van de risico's. Als er geen akkoord bereikt wordt, kan de overheid dit ook opleggen (Sssska v.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hongarije, nr. 58050/08, § 21, 27 november 2012) 37 De maatregelen moeten evenredig zijn tot het doel dat ze nastreven, gelijke situaties moeten op gelijke wijze behandeld worden en er moet rekening gehouden worden met het zorgvuldigheidsbeginsel en met de motivering. 38 Cisse v. Frankrijk § 50, 9 april 2002 en Oya Ataman v. Turkije §§ 37-39, 5 december 2006. 39 Arrest Raad van State nr. 146.226 van 17 juni 2005. 40 De spoorweg-, zeevaart-, luchtvaart- en wegpolitie, immigratie en grenscontrole. 41 De bescherming van de leden van de koninklijke familie en de koninklijke paleizen, de politieopdrachten bij de SHAPE, ... 42 Mission fédérale/federale opdracht. 43 Zoals de verschillende ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. 44 Een politiek conflict is een vorm van competitieve interactie tussen twee of meer partijen, individuen, groepen, staten, ... die elkaars bevoegdheden of middelen uitdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke bij het conflict betrokken partij heeft (een) eigen doel(en) voor ogen. Een politiek conflict houdt een harde confrontatie in. Vaak zijn economische en sociale ongelijkheden de oorzaak van politieke conflicten. De uitingen ervan in de samenleving zijn stakingen, betogingen en verzet tegen meningen en opvattingen in de media. 45 Bij een arbeidsconflict gaat het meestal om een conflictsituatie tussen een werknemer en werkgever, maar een conflict tussen medewerkers kan ook op een arbeidsconflict uitdraaien. Er is sprake van een arbeidsconflict wanneer tegenstellingen langdurig voortbestaan en niet goed opgelost worden, er frustratie ontstaat en mensen zich persoonlijk belemmerd voelen en (overwegen om) actie (te) ondernemen. 46 Zie KB van 28 juni 2019 tot reglementering van de wielerwedstrijden en van de alle-terreinwedstrijden. 47 Zie KB van 28 november 1997 houdende de reglementering van de organisatie van sportwedstrijden of sportcompetities voor auto's die geheel of gedeeltelijk op de openbare weg plaatshebben en MB van 19 november 1998 houdende de voorwaarden tot het afleveren van de bewijzen van bekwaamheid voor stewards, baancommissarissen en veiligheidschefs bij sportwedstrijden of sportcompetities voor auto's die geheel of gedeeltelijk op de openbare weg plaatshebben. 48 Zie de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/2007 numac 2007000628 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/08/2007 numac 2007000721 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet. - Duitse vertaling sluiten tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de NGW en de omzendbrief PREV 32 van 3 mei 2010 waarbij uitleg verschaft wordt bij de functie van gemeenschapswacht en bij de instelling van de dienst gemeenschapswachten. 49 Het is de bevoegde bestuurlijke overheid die beslist om een coördinatievergadering bijeen te roepen (algemene coördinatievergadering, operationele coördinatievergadering, evaluatievergadering). De regie en het voorzitterschap van deze vergaderingen liggen bij de bevoegde bestuurlijke overheid. Deze kan, i.f.v. de grootschaligheid van het evenement en van de risico's, beslissen om dit te delegeren aan de rampenambtenaar, aan degene die de leiding en coördinatie van de opdrachten van politie waarneemt, aan het hoofd van de brandweer, ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een gepland evenement waarbij het risico op noodsituatie groot is, is het aangewezen om de voorbereiding en de pilotering van de coördinatievergaderingen toe te vertrouwen aan de bevoegde veiligheidscel, onder regie en verantwoordelijkheid van de bestuurlijke politieoverheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemende overheid informeert de andere betrokken burgemeester(s) en de provinciegouverneur/hoge ambtenaar en nodigt ze desgevallend uit op de coördinatievergadering. 50 Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse. 51 Cf. infra 5.2. Centrex. 52 Cf. infra 3.2.3. Gold - Silver - Bronze. 53 Mobiliteit. 54 Reserve. 55 Perimeter(s). 56 Voor de eenheden in lijn. 57 Voor de eenheden in reserve. 58 Federale gerechtelijke politie. 59 Veiligheid van de Staat. 60 Zie CP 4bis voor een omschrijving van het begrip NWoP. 61 Voor elk evenement dat de openbare orde aanbelangt en waaraan minimum risiconiveau 2 (gemiddeld risico) wordt toebedeeld (zie punt 4.1.1.1). 62 Volgens artikel 5/1 WPA moeten \"de overheden van bestuurlijke politie en de politiediensten elkaar de hen toegekomen inlichtingen betreffende de openbare orde meedelen\", hetgeen hen in de mogelijkheid stelt om de nodige en gepaste maatregelen te nemen. 63 Policing Events. `Handleiding voor de geïntegreerde risicoanalyse GBOR' (Boek 1) en `De templates voor de risicoanalyses GBOR' (Boek 2), consulteerbaar via Sharepoint. 64 De veiligheidscel in een gemeente of provincie bestaat uit de burgemeester (gemeente) of gouverneur (provincie), de noodplanningscoördinator van de gemeente of provincie, een vertegenwoordiger van elke discipline, een vertegenwoordiger van de noodcentrale 112 (enkel op niveau provincie), eventueel andere diensten, op basis van een actueel thema, bijvoorbeeld een vertegenwoordiger OCMW, preventie-adviseur van een bedrijf ...</p>\n<p class=\"lf-p\">De noodplanningscoördinator stuurt de veiligheidscel aan en maakt een verslag op. 65 De methode voor deze multidisciplinaire risicoanalyse is opgenomen in de `Noodplanningsgids voor risicoidentificatie en -analyse op lokaal niveau' uitgegeven door het NCCN. 66 Directie openbare veiligheid. 67 Het merendeel van de evenementen in de openbare ruimte heeft een risiconiveau 1. 68 Het strategische niveau gaat vooral over de vraag of en hoe het evenement georganiseerd kan worden en, in voorkomend geval, welke de tolerantiegrenzen zijn. 69 Wat zijn de prioriteiten, welke risicoverlagende maatregelen zijn er nodig, welke en hoeveel versterkingen, wat zijn de concrete opdrachten die in het operatieorder opgenomen moeten worden? 70 Tijdens het evenement zelf wordt permanent een risicoanalyse gemaakt om de eenheden met kennis van zaken aan te sturen en gepast en tijdig te reageren in geval van incidenten. 71 Informatieopdracht, verkeersopdracht, dispositief gerechtelijke politie, al dan niet geconstitueerde eenheden, speciale teams... 72 Terroristische dreiging, noodsituaties, opdrachten van lange duur, thermische omgevingsfactoren, uitrusting... 73 De wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/08/1996 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/08/1996 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1998 numac 1998015016 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992 sluiten betreffende het welzijn van werknemers bij de uitvoering van hun werk en de Codex met uitvoeringsbesluiten en KB's. 74 Hoog overlegcomité. 75 Punt 50 van het KB van 10 mei 2006 houdende vaststelling van de deontologische code van de politiediensten, BS 30 mei 2006. 76 Zoals bepaald in de ministeriële omzendbrief GPI 62ter van 13-01-2025 betreffende de bewapening van de geïntegreerde politie. 77 Expertisecentrum. 78 Zie ministeriële richtlijn MFO-2 van 23/11/2017 betreffende het solidariteitsmechanisme tussen de politiezones inzake versterkingen voor opdrachten van bestuurlijke politie. 79 MFO-2, 3.4.1 80 MFO-2, 3.4.2. 81 Cfr. supra 3.2. de leiding en de coördinatie van de politiedispositieven. 82 Cf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kettling. 83 Een omsluiting is een techniek om een menigte in een beperkte ruimte te fixeren. 84 Recht op vrijheid en veiligheid 1. Een ieder heeft recht op vrijheid en veiligheid van zijn persoon. Niemand mag zijn vrijheid worden ontnomen, behalve in de navolgende gevallen en overeenkomstig een wettelijk voorgeschreven procedure: (c) indien hij op rechtmatige wijze is gearresteerd of gedetineerd teneinde voor de bevoegde rechterlijke instantie te worden geleid, wanneer er een redelijke verdenking bestaat, dat hij een strafbaar feit heeft begaan of indien het redelijkerwijs noodzakelijk is hem te beletten een strafbaar feit te begaan of te ontvluchten nadat hij dit heeft begaan. 85 Armoured personnel carrier. 86 Oleoresin capsicum. 87 Ortho-chloorbenzylideenmalononitril. 88 Artikel 5 van het KB van 3 juni 2007 betreffende de bewapening van de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, alsook de bewapening van de leden van de Diensten Enquêtes bij de Vaste Comités P en I en van het personeel van de Algemene Inspectie van de federale politie en van de lokale politie. 89 Artikelen 25/1 t.e.m. 25/8 en artikelen 46/2 t.e.m. 46/14 WPA. 90 Gemeenschappelijke richtlijn van de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken aangaande het zichtbaar gebruik van individuele camera's. 91 Zie De wet op het politieambt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het handboek van de politiefunctie en politieorganisatie (23e editie), p. 409. 92 Zie De wet op het politieambt. Het handboek van de politiefunctie en politieorganisatie (23e editie), p. 411. 93 Zie omzendbrief GPI 100 van 18 december 2022. 94 Zie vierde stap (reflecteren) van het handelingskader van de CP 5.</p></div>", "next": 0}