{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Het personeelslid kan alleen onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden aanspraak maken op een salarisverhoging. Art. 144.Onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden is het personeelslid in de stand non-activiteit als : 1° het in vredestijd sommige militaire prestaties vervult of voor de civiele bescherming of voor taken van openbaar nut wordt aangewezen op grond van de wetten houdende het statuut van de gewetensbezwaarden, gecoördineerd op 20 februari 1980;2° een afwezigheid van lange duur die gewettigd is door familiale redenen, wordt toegestaan;3° het personeelslid afwezig is op grond van een machtiging om zijn ambt met verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheden uit te oefenen, in dit geval is het personeelslid in non-activiteit voor de niet-uitgeoefende prestaties;4° het met politiek verlof is, met inbegrip van de periode van eventuele uitgestelde indiensttreding na de beëindiging van het mandaat. In afwachting dat de Vlaamse Regering de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, vastlegt, gelden voor de personeelsleden de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs. Art. 145.Ongewettigde afwezigheid plaatst het personeelslid ambtshalve in de stand non-activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de periodes van ongewettigde afwezigheid kan het personeelslid zijn aanspraak op verhoging van het salaris en op een ander ambt niet doen gelden. Afdeling IV. - Terbeschikkingstelling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-146\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 146</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid kan, onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden, ter beschikking worden gesteld wegens : 1° ziekte;2° persoonlijke aangelegenheden;3° persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen. Een personeelslid dat ter beschikking gesteld is om de reden, vermeld in het eerste lid, 1°, kan gedurende twee jaar zijn aanspraak op een ander ambt en op bevordering tot een hoger salaris doen gelden In afwachting dat de Vlaamse Regering de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, vaststelt, gelden voor de personeelsleden de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs. Art. 147.Niemand kan ter beschikking gesteld of gehouden worden wegens ziekte na het einde van de maand waarin hij de leeftijd van zestig jaar heeft bereikt en dertig dienstjaren telt die in aanmerking komen voor de berekening van het rustpensioen. Art. 148.De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder een personeelslid ter beschikking gesteld wordt om de redenen, vermeld in artikel 146, eerste lid, 1°, 2°, en 3°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wachtgeld, de toelagen en de vergoedingen die eventueel aan dat personeelslid wordt toegekend, zijn onderworpen aan de mobiliteitsregeling die geldt voor de bezoldiging van een personeelslid in dienst-activiteit. HOOFDSTUK XI. - Definitieve ambtsneerlegging Art. 149.§ 1. Voor zover dat niet anders is bepaald, wordt het personeelslid dat tijdelijk is aangesteld, tot de proeftijd is toegelaten, vastbenoemd is of een mandaat bekleedt, zonder opzegging uit zijn ambt ontslagen als : 1° hij niet meer voldoet aan een van de volgende voorwaarden : a) onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie, behoudens een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling;b) de burgerlijke en politieke rechten genieten;c) voldoen aan de dienstplichtwetten;2° hij na een geoorloofde afwezigheid zonder geldige redenen, behoudens overmacht, zijn dienst niet hervat en gedurende een ononderbroken periode van meer dan tien kalenderdagen afwezig blijft;3° hij zonder geldige redenen zijn betrekking verlaat en gedurende een ononderbroken periode van meer dan tien kalenderdagen afwezig blijft;4° hij zich bevindt in een van de gevallen waarin de toepassing van de burgerlijke wetten en van de strafwetten, de ambtsneerlegging tot gevolg heeft;5° is vastgesteld dat hij wegens een overeenkomstig de wet, het decreet of een reglement erkende blijvende arbeidsongeschiktheid niet meer in staat is zijn ambt naar behoren te vervullen. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met behoud van de toepassing van de bepalingen in § 1, wordt een vastbenoemd personeelslid uit zijn ambt ontslagen als : 1° hij gedurende twee opeenvolgende evaluaties of drie keer tijdens de loopbaan in hetzelfde ambt bij de inspectie een definitieve evaluatie met eindconclusie onvoldoende heeft gekregen;2° hij wordt ontslagen of afgezet na een tuchtmaatregel. Bij ontslag van een vastbenoemd personeelslid op grond van § 2, 1° en 2°, wordt een opzeggingstermijn bepaald waarvan de duur wordt vastgesteld volgens het aantal arbeidsdagen dat vereist is om aanspraak te kunnen maken op uitkeringen in het kader van de werkloosheidsreglementering en van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens die opzeggingstermijn : 1° wordt het personeelslid beschouwd als tijdelijk aangesteld in zijn ambt;2° geniet het personeelslid het brutoactiviteitssalaris dat verbonden is aan het ambt waarin het vastbenoemd was. Het personeelslid kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van die opzeggingstermijn. Art. 150.Voor zover dat niet anders is bepaald, geven de volgende situaties voor een tijdelijk aangesteld, tot de proeftijd toegelaten en een vastbenoemd personeelslid eveneens aanleiding tot definitieve ambtsneerlegging of tot beëindiging van de tijdelijke aanstelling : 1° het vrijwillige ontslag.De opzeggingstermijn bedraagt vijftien kalenderdagen, tenzij bij onderlinge overeenkomst een andere termijn wordt overeengekomen. Het personeelslid deelt het vrijwillig ontslag mee per aangetekende brief; 2° de pensionering wegens het bereiken van de leeftijdsgrens. Art. 151.Voor zover dat niet anders is bepaald, geven de volgende situaties voor een personeelslid dat een mandaat bekleedt, eveneens aanleiding tot beëindiging van het mandaat : 1° het vrijwillige ontslag.De opzeggingstermijn zoals vermeld in artikel 87, § 1, moet worden nageleefd; 2° de pensionering wegens het bereiken van de leeftijdsgrens. Art. 152.De Vlaamse Regering bezorgt de gemotiveerde beslissing tot ontslag met toepassing van artikel 149 aan het personeelslid per aangetekende brief. HOOFDSTUK XII. - Bezoldigingsregeling Art. 153.Met behoud van de toepassing van hoofdstuk IX van het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten betreffende onderwijs XIII-mozaïek blijven het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en de ter uitvoering ervan genomen bepalingen van toepassing op de leden van de inspectie.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL IV. - WIJZIGINGS-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN TITEL I. - Wijzigingsbepalingen met betrekking tot de pedagogische begeleidingsdiensten HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs Art. 154.Aan artikel 42 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, het laatst gewijzigd door het decreet van 21 december 1994, wordt een laatste lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Bij een toelating tot de proeftijd in een vacant verklaarde betrekking in de pedagogische begeleidingsdienst moet daarenboven ook rekening gehouden worden met de maximumgrens van 85 % van de vastgestelde personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdienst, zoals bepaald in artikel 16, § 5, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Toelating tot de proeftijd is slechts mogelijk tot voormelde maximumgrens van 85 % wordt bereikt. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-155\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 155</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 43 van hetzelfde decreet, wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt : « Een betrekking in de pedagogische begeleidingsdienst komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een benoeming in vast verband als door deze vaste benoeming de maximumgrens van 85 % van de vastgestelde personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdienst, zoals bepaald in artikel 16, § 5, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, wordt overschreden. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 156</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt een artikel 46bis ingevoegd dat luidt als volgt : « Artikel 46bis.§ 1. Om toegelaten te worden tot de proeftijd in een ambt van de pedagogische begeleidingsdienst, moet de kandidaat voldoen aan de voorwaarden van artikel 46, en bovendien ten minste acht jaar dienstanciënniteit hebben, berekend overeenkomstig artikel 4 Naast de personeelsleden op wie dit decreet van toepassing is, kunnen ook : - de leden van het onderwijzend personeel van de hogescholen; - de leden van het academisch personeel van de universiteiten; - de contractuele personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdienst; tot een ambt van de pedagogische begeleidingsdienst worden toegelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De diensten die voormelde personeelsleden verworven hebben in een hogeschool of een universiteit of als contractueel personeelslid van de pedagogische begeleidingsdienst worden mee in aanmerking genomen voor de berekening van de dienstanciënniteit bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid moet aan de voorwaarden van deze paragraaf voldoen, uiterlijk op het ogenblik dat hij zijn ambt opneemt. § 2. In afwijking van § 1 kan een ambt van de pedagogische begeleidingsdienst ook door toelating tot de proeftijd worden toegewezen aan een kandidaat die : 1° blijk geeft van een zeer grondig onderwijskundig inzicht;2° ten minste acht jaar relevante ervaring heeft in of met het onderwijs of de centra of met nascholing. § 3. Het personeelslid dat op het ogenblik van de toelating tot de proeftijd aan de voorwaarden van § 1 of § 2 voldoet en op dat ogenblik de leeftijd van 55 jaar of meer heeft bereikt, heeft voorrang ten aanzien van personeelsleden die deze leeftijd nog niet hebben bereikt. Art. 157.Aan artikel 48ter van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/06/2004 numac 2004035865 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding » type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/06/2004 numac 2004035898 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen » type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/06/2004 numac 2004035801 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot omvorming van de Vlaamse openbare instelling Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie tot het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid BLOSO type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2004 numac 2004035838 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap \"Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing\" sluiten, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2. Voor een uitbreiding van een vaste benoeming in een ambt van de pedagogische begeleidingsdienst moet een personeelslid voloen aan § 1 en daarenboven ook voldoen aan de bepalingen van artikel 46bis en moet de afgevaardigd bestuurder ook steeds rekening houden met de maximumgrens van 85 % van de vastgestelde personeelsformatie zoals bepaald in artikel 16, § 5, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het personeelslid dat aan voormelde voorwaarden voldoet en daarenboven de leeftijd van 55 jaar of meer heeft bereikt, heeft voorrang bij een uitbreiding van zijn vaste benoeming ten aanzien van personeelsleden die deze leeftijd nog niet hebben bereikt. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 158</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 50 van hetzelfde decreet gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998 en 13 juli 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1, 3°, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Deze bepaling is niet van toepassing op de pedagogische begeleidingsdienst.»; 2° aan § 1 wordt een 4° toegevoegd, die luidt als volgt : « 4° in een vacante betrekking in de pedagogische begeleidingsdienst. »; 3° het laatste lid van § 1 wordt vervangen door wat volgt : « Tijdens die periode blijft het personeelslid in voorkomend geval titularis van het ambt waarin het vast benoemd is.»; 4° aan de eerste zin van § 2 wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « De personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdienst moeten tevens aan de voorwaarden van artikel 46bis voldoen.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-159\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 159</span><span class=\"lf-art-t\">Aan artikel 61, § 1, 5°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/2006 numac 2006036322 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XVI sluiten, wordt de volgende zin toegevoegd : « De terugzetting in rang is niet van toepassing op de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdienst; ». Art. 160.Artikel 73bis, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « § 1. Dit hoofdstuk geldt voor de personeelsleden en de instellingen bedoeld in dit decreet. » Art. 161.In artikel 73ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « Voor de personeelsleden vermeld in artikel 73bis worden, in het kader van hun begeleiding, geïndividualiseerde functiebeschrijvingen opgesteld.»; 2° in § 3 worden tussen de woorden « raad van bestuur » en de woorden « of de scholengemeenschap » de woorden « - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - » ingevoegd;3° aan § 4 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdienst die aangesteld zijn in het ambt van pedagogisch adviseur hebben eveneens twee evaluatoren.Hierbij gelden volgende bepalingen : - de adviseur-coördinator is de eerste evaluator. Hij heeft als voornaamste taak het personeelslid te coachen in diens functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het houden van functioneringsgesprekken is een onderdeel van deze taak; - de afgevaardigd bestuurder is de tweede evaluator. Zijn rol wordt bepaald binnen de algemene afspraken bedoeld in § 3 en in artikel 73novies, maar deze afspraken mogen geen afbreuk doen aan de rol en de taken van de eerste evaluator zoals vastgelegd in dit artikel en in artikel 73decies. Deze afspraken moeten minstens inhouden dat het personeelslid en de eerste evaluator op hun verzoek tijdens de in hoofdstuk VIIIbis en VIIIter bedoelde procedure steeds een beroep kunnen doen op de tweede evaluator. »; 4° § 5 wordt vervangen door wat volgt : « § 5.In afwijking van § 4 worden de beheerder van een autonoom internaat en de directeur geëva-lueerd door de raad van bestuur. De directeur van het vormingscentrum en de adviseur-coördinator van de pedagogische begeleidingsdienst worden geëvalueerd door de afgevaardigd bestuurder. Deze personeelsleden hebben geen tweede evaluator.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van hoofdstuk VIIIbis en van hoofdstuk VIIIter wordt deze evaluator steeds beschouwd als eerste evaluator.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerste evaluator heeft als voornaamste taak het personeelslid te coachen in diens functioneren. Het houden van functioneringsgesprekken is een onderdeel van deze taak. »; 5° in § 7 worden telkens de woorden « - de raad van bestuur voor de beheerder van een autonoom internaat en de directeur of de afgevaardigd bestuurder voor de directeur van het vormingscentrum - » geschrapt. Art. 162.In artikel 73sexies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « - de raad van bestuur voor de beheerder van een autonoom internaat en de directeur of de afgevaardigd bestuurder voor de directeur van het vormingscentrum - » geschrapt;2° aan § 1 wordt de volgende zin toegevoegd : « In het geval de directeur van het vormingscentrum of de adviseur-coördinator van de pedagogische begeleidingsdienst het niet eens raken met hun eerste evaluator, beslist deze.»; 3° in § 2 worden de woorden « - de raad van bestuur voor de beheerder van een autonoom internaat en de directeur of de afgevaardigd bestuurder voor de directeur van het vormingscentrum - » geschrapt;4° in § 3 worden de woorden « - de raad van bestuur voor de beheerder van een autonoom internaat en de directeur of de afgevaardigd bestuurder voor de directeur van het vormingscentrum - » geschrapt. Art. 163.Artikel 73septies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « § 1. Dit hoofdstuk geldt voor de personeelsleden en de instellingen bedoeld in dit decreet. » Art. 164.In artikel 73novies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0, worden tussen de woorden « raad van bestuur » en de woorden « of de scholengemeenschap » de woorden « - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - » ingevoegd. Art. 165.In artikel 73decies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0, worden in § 1 en § 2 telkens de woorden « - de raad van bestuur voor de beheerder van een autonoom internaat en de directeur of de afgevaardigd bestuurder voor de directeur van het vormingscentrum - » en de woorden « of de raad van bestuur voor de beheerder van een autonoom internaat en de directeur of de afgevaardigd bestuurder voor de directeur van het vormingscentrum » geschrapt. Art. 166.In artikel 73sexies decies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden tussen de woorden « raad van bestuur » en de woorden « als het » de woorden « of door de afgevaardigd bestuurder voor het vormingscentrum en de pedagogische begeleidingsdienst » ingevoegd;2° in § 2 worden tussen de woorden « raad van bestuur » en de woorden « kan een personeelslid » de woorden « of de afgevaardigd bestuurder voor het vormingscentrum en de pedagogische begeleidingsdienst » ingevoegd;3° in § 3 worden tussen de woorden « raad van bestuur » en de woorden « als het » de woorden « of door de afgevaardigd bestuurder voor het vormingscentrum en de pedagogische begeleidingsdienst » ingevoegd. Art. 167.In artikel 77quater, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/02/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten en gewijzigd bij de decreten van 7 mei 2004, 22 juni 2007 en 8 mei 2009, wordt punt 7° geschrapt. Art. 168.In hetzelfde decreet wordt een artikel 103septies ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 103septies.Met behoud van de toepassing van hoofdstuk IX van van het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten betreffende onderwijs XIII-mozaïek blijven het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en de ter uitvoering ervan genomen bepalingen van toepassing op de leden van de pedagogische begeleidingsdienst. » HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding Art. 169.Het opschrift van titel II van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding wordt vervangen door wat volgt : « II. De rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van de instellingen, de centra en de pedagogische begeleidingsdiensten van het gesubsidieerd onderwijs. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-170\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 170</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 4, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd door de decreten van 14 juli 1998, 1 december 1998, 14 februari 2003 en 10 juli 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt a) wordt voor het laatste lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Deze titel is eveneens van toepassing op de gesubsidieerde personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten zoals bedoeld in artikel 14 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.»; 2° aan punt b) wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Voor de toepassing van dit decreet worden de verenigingen zonder winstoogmerk, vermeld in artikel 14 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, beschouwd als inrichtende machten.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-171\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 171</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 1 december 1998, 21 december 1999, 14 februari 2003, 10 juli 2003, 15 juli 2005, 7 juli 2006, 15 juni 2007 en 4 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in 12° worden tussen de woorden « in een instelling » en de woorden « , uitgedrukt in een door de inrichtende macht » de woorden « of centrum » ingevoegd;2° in 13° worden tussen de woorden « in een instelling » en de woorden « en, indien het een onderwijsopdracht betreft », de woorden « of centrum » ingevoegd;3° in 14° worden na de woorden « in een instelling » en de woorden « of centrum » toegevoegd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 172</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 38 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 december 1994, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Bij een benoeming in een betrekking van de pedagogische begeleidingsdienst moet de inrichtende macht daarenboven ook rekening houden met de maximumgrens van 85 % van de vastgestelde personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdienst, zoals bepaald in artikel 16, § 5, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 173</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 39 van hetzelfde decreet wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Een betrekking in de pedagogische begeleidingsdienst komt niet in aanmerking voor benoeming in vast verband als door deze vaste benoeming de maximumgrens van 85 % van de vastgestelde personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdienst, zoals bepaald in artikel 16, § 5, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, wordt overschreden. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-174\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 174</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt een artikel 40bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 40bis.§ 1. Om in een ambt van de pedagogische begeleidingsdienst van het gesubsidieerd onderwijs of gesubsidieerde centra vastbenoemd te worden, moet het personeelslid voldoen aan artikel 40 en bovendien op het ogenblik van de vaste benoeming : 1° benoemd of aangesteld zijn in het gesubsidieerd onderwijs of in een gesubsidieerd centrum of lid van de inspectie zijn, of lid zijn van het onderwijzend personeel van de hogescholen of van het academisch personeel van de universiteiten, of behoren tot het contractueel personeel van een van de pedagogische begeleidingsdiensten van het gesubsidieerd onderwijs of de gesubsidieerde centra;2° acht jaar dienstanciënniteit hebben, berekend overeenkomstig artikel 6.De diensten die een personeelslid verworven heeft in een hogeschool of een universiteit of als contractueel personeelslid van een van de pedagogische begeleidingsdiensten van het gesubsidieerd onderwijs of de gesubsidieerde centra, komen eveneens in aanmerking voor deze dienstanciënniteit Het personeelslid moet aan de voorwaarden van deze paragraaf voldoen uiterlijk op het ogenblik van de vaste benoeming. § 2. In afwijking van § 1 kunnen de ambten van de pedagogische begeleidingsdiensten via een vaste benoeming ook worden toegewezen aan een kandidaat die : 1° blijk geeft van een zeer grondig onderwijskundig inzicht;2° ten minste acht jaar relevante ervaring heeft in of met het onderwijs of de CLB's of met nascholing. § 3. Het personeelslid dat op het ogenblik van de vaste benoeming aan de voorwaarden van § 1 of § 2 voldoet en op dat ogenblik de leeftijd van 55 jaar of meer heeft bereikt, heeft voorrang ten aanzien van personeelsleden die deze leeftijd nog niet hebben bereikt. § 4. Elke inrichtende macht van een pedagogische begeleidingsdienst legt een procedure van werving ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-175\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 175</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 42 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994 en 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Een selectie- of bevorderingsambt kan tijdelijk worden toegewezen : a) indien de titularis van het ambt tijdelijk afwezig is;b) in een betrekking waarin op grond van artikel 39 geen benoeming mogelijk is;c) in afwachting van een vaste benoeming in het selectie- of bevorderingsambt in een instelling. Wanneer het personeelslid tijdelijk in een selectie- of bevorderingsambt wordt aangesteld in een instelling in afwachting van een vaste benoeming, neemt de inrichtende macht uiterlijk op het einde van het tweede volledige schooljaar, een beslissing houdende hetzij vaste benoeming van het personeelslid in het selectie- of bevorderingsambt, indien het op dat ogenblik aan alle voorwaarden van artikel 40 voldoet, hetzij de terugkeer van het personeelslid naar zijn vorig ambt. Indien de inrichtende macht geen beslissing neemt vóór het einde van die periode wordt het personeelslid dat aan alle voorwaarden van artikel 40 voldoet, geacht van ambtswege vast benoemd te zijn in het selectie- of bevorderingsambt, tenzij het voordien schriftelijk te kennen geeft deze benoeming niet te wensen De termijn van twee volledige schooljaren kan worden verlengd wanneer het gaat om : 1° de bevorderingsambten in éénklassige kleuter-, lagere en bassisscholen, voor zover personeelsleden van de inrichtende macht die aan de benoemingsvoorwaarden voldoen, hiervoor niet hebben gekandideerd;2° de bevorderingsambten van beheerder-internaat, voor zover de titularis van dit ambt niet aan de voorwaarden voor benoeming voldoet. In afwachting van de vaste benoeming blijft het personeelslid in voorkomend geval titularis van het ambt waarin het vast benoemd is; d) in een vacante betrekking in de pedagogische begeleidingsdienst.»; 2° in § 2 wordt aan het eerste lid een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Het personeelslid dat tijdelijk wordt aangesteld in een ambt van de pedagogische begeleidingsdiensten moet bovendien voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 40bis.»; 3° § 5 wordt vervangen door wat volgt : « § 5.Onverminderd de bepalingen inzake reaffectatie en wedertewerkstelling, kan in het gesubsidieerd vrij onderwijs, krachtens een algemeen verbindend verklaarde beslissing van het bevoegde paritair comité en voor de inrichtende machten die in deze beslissing worden vermeld, een personeelslid in afwijking op de verplichting tot benoeming in een selectie- en bevorderingsambt in een instelling na het verstrijken van het tweede schooljaar zoals bedoeld in artikel 42, § 1, c, voor onbeperkte duur tijdelijk worden aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt in een instelling. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 176</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 47bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0, wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. Dit hoofdstuk geldt voor de personeelsleden en de instellingen en centra bedoeld in dit decreet. » Art. 177.In artikel 47ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « Voor de personeelsleden vermeld in artikel 47bis worden, in het kader van hun begeleiding, geïndividualiseerde functiebeschrijvingen opgesteld.»; 2° in § 4 wordt punt 2° vervangen door wat volgt : « 2° voor de eerste evaluator gelden volgende bepalingen : - de eerste evaluator moet een personeelslid zijn van de inrichtende macht waarbij het betrokken personeelslid is tewerkgesteld.Deze bepaling is evenwel niet van toepassing voor personeelsleden die tewerkgesteld zijn ter ondersteuning van of op het niveau van de scholengemeenschap. In dat geval kan de eerste evaluator wel een personeelslid zijn van een andere inrichtende macht van de scholengemeenschap; - voor een personeelslid dat aangesteld is in een wervingsambt, moet de eerste evaluator aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een personeelslid dat aangesteld is in een selectieambt, moet de eerste evaluator aangesteld zijn in een bevorderingsambt. Voor een personeelslid dat aangesteld is in een bevorderingsambt, is de eerste evaluator de directeur; - voor een personeelslid dat aangesteld is in het ambt van pedagogisch adviseur is de eerste evaluator de adviseur-coördinator of een lid van de inrichtende macht; - de eerste evaluator heeft als voornaamste taak het personeelslid te coachen in diens functioneren. Het houden van functioneringsgesprekken is een onderdeel van deze taak; »; 3° in § 4 wordt punt 3° vervangen door wat volgt : « 3° voor de tweede evaluator gelden volgende bepalingen : - is de eerste evaluator een personeelslid dat aangesteld is in een selectieambt, c.q. een bevorderingsambt, dan is de tweede evaluator dat minstens ook, of is hij een lid van de inrichtende macht; - voor een personeelslid dat aangesteld is in het ambt van pedagogisch adviseur is de tweede evaluator een lid van de inrichtende macht; - de rol van de tweede evaluator wordt bepaald binnen de algemene afspraken bedoeld in § 3 en in artikel 47novies, maar deze afspraken mogen geen afbreuk doen aan de rol en de taken van de eerste evaluator zoals vastgelegd in dit artikel en in artikel 47decies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze afspraken moeten minstens inhouden dat het personeelslid en de eerste evaluator op hun verzoek tijdens de in hoofdstuk Vbis en Vter bedoelde procedure steeds een beroep kunnen doen op de tweede evaluator; »; 4° in § 5 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « In afwijking van § 4 worden de beheerder van een internaat, de directeur en de adviseur-coördinator van de pedagogische begeleidingsdienst geëvalueerd door de inrichtende macht.De inrichtende macht heeft als voornaamste taak het personeelslid te coachen in diens functioneren. Het houden van functioneringsgesprekken is onderdeel van deze taak. »; 5° in § 8 worden in het eerste en het tweede lid tussen de woorden « de directeur » en « en desgevallend de adjunct-directeur » telkens de woorden « , de adviseur-coördinator van de pedagogische begeleidingsdienst » ingevoegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 178</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 47sexies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0, worden in § 1, § 2 en § 3 tussen de woorden « de directeur » en « en desgevallend de adjunct-directeur » telkens de woorden « , de adviseur-coördinator van de pedagogische begeleidingsdienst » ingevoegd. Art. 179.In artikel 47decies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0, worden in § 1 en § 2 tussen de woorden « de directeur » en « en desgevallend de adjunct-directeur » telkens de woorden « , de adviseur-coördinator van de pedagogische begeleidingsdienst » ingevoegd. Art. 180.In artikel 47septies decies, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0, worden in punt 1° tussen de woorden « de directeur » en « en desgevallend de adjunct-directeur » de woorden « , de adviseur-coördinator van de pedagogische begeleidingsdienst » ingevoegd. Art. 181.In artikel 51quater, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/02/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten en gewijzigd bij de decreten van 7 mei 2004, 22 juni 2007 en 8 mei 2009, wordt punt 7° geschrapt. Art. 182.Aan artikel 64, 5°, van hetzelfde decreet gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/2006 numac 2006036322 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XVI sluiten, wordt de volgende zin toegevoegd : « De terugzetting in rang is niet van toepassing op de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten; ». Art. 183.In hetzelfde decreet wordt een artikel 84quinquies decies ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 84quinquies decies. Met behoud van de toepassing van hoofdstuk IX van het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten betreffende onderwijs XIII-mozaïek, blijven het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en de ter uitvoering ervan genomen bepalingen van toepassing op de gesubsidieerde leden van de pedagogische begeleidingsdiensten. » TITEL II. - Wijzigingsbepalingen met betrekking tot het syndicaal statuut Art. 184.In de bijlage I bij het koninklijk besluit van 28 september 1984, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 juli 2003 en het koninklijk besluit van 20 december 2007, wordt punt B, 3°, vervangen door wat volgt : « 3° De personeelsleden bedoeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. » Art. 185.In afwijking van artikel 34 van het koninklijk besluit van 28 september 1984, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2007, wordt met betrekking tot de materies, bedoeld in artikel 11, § 1 en § 2, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, een onderhandelingscomité opgericht. De coördinerend inspecteur-generaal en met ingang van 1 september 2009 de inspecteur-generaal of zijn gemandateerde zit dit onderhandelingscomité voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL III. - Overige wijzigingsbepalingen HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving Art. 186.In artikel 6quater van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, het laatst gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/2006 numac 2006036322 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XVI sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt vervangen door wat volgt : « De Vlaamse Regering kan de erkenning van een school of een vestigingsplaats ervan opheffen met inachtname van artikel 36 tot artikel 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.»; 2° het vierde lid wordt geschrapt. Art. 187.In artikel 24quater, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/2006 numac 2006036322 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XVI sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : « De Vlaamse Regering kan de erkenning van een school, een vestigingsplaats of een structuuronderdeel ervan opheffen met inachtname van artikel 36 tot 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.»; 2° het tweede en derde lid worden opgeheven. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs Art. 188.Artikel 21 van het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs wordt geschrapt. HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in het decreet van 28 april 1993 betreffende het onderwijs IV Art. 189.In artikel 29 van het decreet van 28 april 1993 betreffende het onderwijs IV, gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/2006 numac 2006036322 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XVI sluiten, worden punt 4°, 5° en 6° vervangen door wat volgt : « 4° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. » HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken Art. 190.§ 1. In artikel 6, § 3, en artikel 7, van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, gewijzigd bij het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/05/1999 numac 1999035529 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de decreten betreffende de inspectie en begeleidingsdiensten sluiten, worden de woorden coördinerend inspecteur-generaal, bedoeld in artikel 20, § 1, 13, van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten » vervangen door de woorden « inspecteur-generaal », bedoeld in artikel 61, 3°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. § 2. In artikel 8, § 3, en artikel 18, § 1 en § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/05/1999 numac 1999035529 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de decreten betreffende de inspectie en begeleidingsdiensten sluiten, worden de woorden « coördinerend inspecteur-generaal » vervangen door de woorden « inspecteur-generaal ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-191\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 191</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. In artikel 9 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Artikel 51 tot en met artikel 57 en artikel 59 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs zijn van toepassing op de tijdelijke en vastbenoemde leden van de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. »; 2° in § 2 worden de woorden « artikel 19 » vervangen door de woorden « artikel 58 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-192\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 192</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 19 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 19, artikel 125 en artikel 127 tot en met artikel 136 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs zijn van toepassing op de leden van de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-193\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 193</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 21 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 21.§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 139 tot en met artikel 148 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs zijn van toepassing op de leden van de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, met dien verstande dat de vastbenoemde leden van de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken wel ter beschikking kunnen worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking. § 2. Een personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking, kan zijn aanspraak laten gelden op een ander ambt en gedurende twee jaar op verhoging van zijn salaris. § 3. De vastbenoemde leden van de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken kunnen ter beschikking gesteld worden wegens volledige ontstentenis van betrekking als gevolg van : 1° de vaststelling of een wijziging van de personeelsformatie;2° een wijziging in de onderwijsorganisatie;3° een beslissing van de pensioencommissie van de administratieve gezondheidsdienst waarbij het personeelslid definitief ongeschikt verklaard wordt om op normale en regelmatige wijze zijn ambt uit te oefenen, maar geschikt bevonden wordt om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaarden. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking wordt opgelegd overeenkomstig de door de Vlaamse Regering te bepalen regels en mits de door haar vastgestelde voorwaarden zijn vervuld. § 5. De personeelsleden, vermeld in § 3, die ter beschikking worden gesteld wegens volledige ontstentenis van betrekking, krijgen onder de door de Vlaamse Regering te bepalen voorwaarden een wachtgeld. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-194\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 194</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 22 van hetzelfde decreet wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 149 tot en met artikel 152 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs zijn van toepassing op de leden van de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, met dien verstande dat de leden van de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken niet kunnen worden ontslagen als gevolg van een evaluatie met eindconclusie onvoldoende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover niet anders is bepaald, worden de personeelsleden die tijdelijk zijn aangesteld ambtshalve en zonder opzegging uit hun ambt ontslagen : 1° bij de terugkeer van de titularis van de betrekking of van het personeelslid dat hem tijdelijk vervangt;2° op het ogenblik dat de betrekking van het tijdelijk aangesteld personeelslid geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen aan een vastbenoemd personeelslid;3° door toepassing van de reglementering op de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking;4° op het ogenblik dat het tijdelijk personeelslid vast wordt benoemd in deze betrekking;5° door afschaffing van de betrekking.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-195\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 195</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 31 van hetzelfde decreet worden de woorden « artikel 19 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten, gewijzigd bij het decreet van 23 oktober 1991 en bij decreet van 28 april 1993 betreffende het onderwijs IV » vervangen door de woorden « artikel 59 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende kwaliteit van onderwijs ». HOOFDSTUK V. - Wijzigingen in het decreet van 16 april 1996 betreffende het mentorschap en de nascholing in Vlaanderen Art. 196.In het opschrift van het decreet van decreet van 16 april 1996 betreffende het mentorschap en de nascholing in Vlaanderen, gewijzigd bij het decreet van 15 december 2006, worden de woorden « en de nascholing in Vlaanderen » geschrapt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-197\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 197</span><span class=\"lf-art-t\">In hetzelfde decreet wordt titel IV, bestaande uit artikel 43 tot en met 56, laatst gewijzigd bij</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 19 december 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten3, opgeheven. HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen in het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 Art. 198.In artikel 3, 39°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 worden de woorden « het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie en de begeleidingsdiensten » vervangen door de woorden « het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs ». Art. 199.Artikel 63 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 63.De Vlaamse Regering kent de erkenning toe op advies van de inspectie, overeenkomstig artikel 35 van het decreet van [...] betreffende de kwaliteit van onderwijs. » Art. 200.In artikel 64 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/02/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.De Vlaamse Regering kan de erkenning van een school of een vestigingsplaats ervan opheffen met inachtname van artikel 36 tot en met artikel 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. »; 2° § 2 en § 3 worden opgeheven. HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen in het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs Art. 201.In artikel 28, § 2, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, vervangen bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten1, worden de woorden « Secundair Onderwijs » geschrapt. Art. 202.In artikel 38, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten1, worden de woorden « Secundair Onderwijs » geschrapt. HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingen in het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding Art. 203.In artikel 2 van het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 16° worden de woorden « van de centra, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten » vervangen door de woorden « vermeld in het decreet van 8 meei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs »;2° punt 21° wordt opgeheven. Art. 204.In artikel 40, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden « van de centra » geschrapt. Art. 205.In artikel 59, § 2, van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De bemiddelingscommissie bestaat uit : - de inspecteur-generaal van de onderwijsinspectie die voorzitter is; - vier leden van de inspectie, aangeduid door de inspecteur-generaal. » HOOFDSTUK IX. - Wijzigingen in het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek Art. 206.In artikel IX.1 van het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek worden punten 3°, 4°, 5°, 6° en 7° vervangen door wat volgt : « 3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs; 4° de personeelsleden, bedoeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.» HOOFDSTUK X. - Wijzigingen in het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2003 numac 2003035868 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen sluiten betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen Art. 207.In artikel 9nonies, 2°, van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2003 numac 2003035868 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen sluiten betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, ingevoegd bij het decreet van 19 maart 2004, worden punten c), d) en e), vervangen door wat volgt : « c) artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs; ». HOOFDSTUK XI. - Wijzigingen aan het decreet van 15 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten2 betreffende het volwassenenonderwijs Art. 208.In artikel 44 van het decreet van 15 juni 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten2 betreffende het volwassenenonderwijs worden de woorden « zoals vermeld in artikel 89 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten » vervangen door de woorden « als vermeld in artikel 16 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-209\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 209</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 49 van hetzelfde decreet worden de woorden « artikel 92bis van het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten » vervangen door de woorden « artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-210\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 210</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 57 van hetzelfde decreet worden het tweede en het derde lid vervangen door wat volgt : « De opheffing van de erkenning gebeurt met inachtname van artikel 36 tot en met artikel 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-211\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 211</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 59 van hetzelfde decreet worden het tweede en het derde lid vervangen door wat volgt : « De opname in de erkenning gebeurt met inachtname van artikel 35 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-212\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 212</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 61, § 2, van hetzelfde decreet worden het tweede en het derde lid vervangen door wat volgt : « De opname in de erkenning gebeurt met inachtname van artikel 35 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-213\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 213</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 178 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 178.Het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs is niet van toepassing op de specifieke lerarenopleiding, met uitzondering van de bepalingen onder deel II, titel I en titel II. » HOOFDSTUK XII. - Wijzigingen aan het decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten4 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap Art. 214.In artikel 10, § 4, van het decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten4 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : « De Vlaamse Regering kan de erkenning van een school of vestigingsplaats ervan opheffen met inachtname van artikel 36 tot en met artikel 42 van het decreet van [...] betreffende de kwaliteit van onderwijs. »; 2° het tweede en derde lid worden opgeheven. TITEL IV. - Opheffings- en overgangsbepalingen Art. 215.In afwachting van de vaststelling door de Vlaamse Regering van de nadere regels vermeld in artikel 12, blijft het besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 1996 tot regeling van de procedure voor de toewijzing van nascholingsprojecten op initiatief van de Vlaamse Regering van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-216\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 216</span><span class=\"lf-art-t\">Het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten, wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-217\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 217</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 28, § 3 en § 4 van onderhavig decreet, wordt het krediet, vermeld in artikel 28, § 1, aan de pedagogische begeleidingsdiensten die in uitvoering van artikel 92ter van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten een samenwerkingsovereenkomst gesloten hebben, toegekend gedurende de resterende looptijd van deze overeenkomst, indien voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld door artikel 92ter van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-218\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 218</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De personeelsleden van de inspectie die op 31 augustus 2009 als coördinerend inspecteur op basis van het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten tijdelijk zijn aangesteld, een mandaat bekleden of vastbenoemd zijn, worden vanaf 1 september 2009 beschouwd als respectievelijk tijdelijk aangesteld, mandaathouder of vastbenoemd in het ambt van coördinerend inspecteur, indien ze werden aangesteld conform artikel 34 tot en met 47 van voornoemd decreet. Ze behouden de salarisschaal en forfaitaire vergoeding voor reis-, verblijfs- en werkingskosten verbonden aan het ambt van coördinerend inspecteur, tenzij de nieuwe bezoldigingsregeling voor dat ambt gunstiger is De personeelsleden van de inspectie die op 31 augustus 2009 als inspecteur-generaal basisonderwijs of inspecteur-generaal secundair onderwijs op basis van het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten tijdelijk zijn aangesteld, een mandaat bekleden of vastbenoemd zijn, worden vanaf 1 september 2009 beschouwd als respectievelijk tijdelijk aangesteld, mandaathouder of vastbenoemd in het ambt van coördinerend inspecteur, indien ze werden aangesteld conform artikel 34 tot en met 47 van voornoemd decreet. Ze behouden de salarisschaal en forfaitaire vergoeding voor reis-, verblijfs- en werkingskosten verbonden aan het ambt van inspecteur-generaal basisonderwijs of inspecteur-generaal secundair onderwijs, tenzij de nieuwe bezoldigingsregeling voor het ambt van coördinerend inspecteur gunstiger is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De diensten tot 31 augustus 2009 gepresteerd in het ambt van coördinerend inspecteur, van inspecteur-generaal basisonderwijs of inspecteur-generaal secundair onderwijs worden vanaf 1 september 2009 beschouwd als diensten gepresteerd in het ambt van coördinerend inspecteur. § 2. Het personeelslid dat op 31 augustus 2009 als coördinerend inspecteur-generaal op basis van het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten vastbenoemd is, wordt vanaf 1 september 2009 beschouwd als vastbenoemd in het ambt van inspecteur-generaal. Het behoudt de salarisschaal en forfaitaire vergoeding voor reis-, verblijfs- en werkingskosten verbonden aan het ambt van coördinerend inspecteur-generaal, tenzij de nieuwe bezoldigingsregeling voor het ambt van inspecteur-generaal gunstiger is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De diensten tot 31 augustus 2009 gepresteerd in het ambt van coördinerend inspecteur-generaal worden vanaf 1 september 2009 beschouwd als diensten gepresteerd in het ambt van inspecteur-generaal. § 3. De personeelsleden vermeld in § 1, worden op hun verzoek de eerste dag van de maand volgend op hun verzoek vastbenoemd in het ambt van coördinerend inspecteur indien zij : - de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt; - ten minste vier jaar het mandaat van coördinerend inspecteur hebben uitgeoefend of ten minste vier jaar tijdelijk zijn aangesteld in voormelde ambt. § 4. De personeelsleden vermeld in § 1 en die gebruik maken van de benoemingsmogelijkheid voorzien in § 3, behouden ook na hun benoeming de salarisschaal en forfaitaire vergoeding voor reis-, verblijfs- en werkingskosten die hen op basis van § 1 werd toegekend. § 5. De personeelsleden die in toepassing van § 1, tweede lid, geconcordeerd worden in het ambt van coördinerend inspecteur en die voorheen bij mandaat waren aangesteld in het ambt van inspecteur-generaal basisonderwijs of in het ambt van inspecteur-generaal secundair onderwijs mogen ten persoonlijken titel verder de naam van het ambt gebruiken dat zij op 31 augustus 2009 uitoefenden en dit ook nadat zij in toepassing van § 3 vastbenoemd worden in het ambt van coördinerend inspecteur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-219\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 219</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De personeelsleden van de inspectie die op 31 augustus 2009 tijdelijk zijn aangesteld, tot de proeftijd zijn toegelaten of vastbenoemd zijn in het ambt van inspecteur basisonderwijs, inspecteur secundair onderwijs, inspecteur kunstonderwijs, inspecteur volwassenenonderwijs of inspecteur van de centra op basis van het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten, worden vanaf 1 september 2009 beschouwd als respectievelijk tijdelijk aangesteld, tot de proeftijd toegelaten of vastbenoemd in het ambt van inspecteur. Ze behouden hun salarisschaal en forfaitaire vergoeding voor reis-, verblijfs- en werkingskosten, tenzij de nieuwe bezoldigingsregeling gunstiger is De diensten gepresteerd in het ambt van inspecteur basisonderwijs, inspecteur secundair onderwijs, inspecteur kunstonderwijs, inspecteur volwassenenonderwijs of inspecteur van de centra worden beschouwd als diensten gepresteerd in het ambt van inspecteur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-220\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 220</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 62, wordt, zolang er kandidaten zijn opgenomen op een lijst, vermeld in artikel 28 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten en voor zover de periode van vier jaar te rekenen vanaf de datum van het afsluiten van de werkzaamheden van de selectiecommissie nog niet verstreken is, aan deze kandidaten prioritair de mogelijkheid geboden om zich kandidaat te stellen wanneer er een vacature ontstaat voor het ambt van inspecteur. Zij worden vrijgesteld van de eerste fase van de selectieprocedure. Zij ontvangen een oproep zoals vermeld in artikel 65, § 1. De bepalingen, vermeld in artikel 65, § 1 tot en met § 6, zijn van toepassing. Indien er zich geen enkele kandidaat uit voormelde lijst kandidaat stelt of indien er geen enkele kandidaat geslaagd is in de tweede fase van de selectie, wordt de selectieprocedure, vermeld in artikel 63 tot en met 65, gevolgd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-221\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 221</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Personeelsleden van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling die op 31 augustus 2009 vastbenoemd, tot de proeftijd zijn toegelaten of tijdelijk zijn aangesteld in het ambt van adviseur bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling of in het ambt van navorser bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling op basis van het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten, worden vanaf 1 september 2009 beschouwd als respectievelijk vastbenoemd, tot de proeftijd toegelaten of tijdelijk aangesteld in het ambt van inspecteur. Ze behouden hun salarisschaal en forfaitaire vergoeding voor reis-, verblijfs- en werkingskosten, tenzij de nieuwe bezoldigingsregeling gunstiger is De diensten gepresteerd in het ambt van adviseur bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling of navorser bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling worden beschouwd als diensten gepresteerd in het ambt van inspecteur. Art. 222.Het personeelslid dat op 31 augustus 2009 vastbenoemd is in het ambt van directeur bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling op basis van het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten, wordt vanaf 1 september 2009 beschouwd als vastbenoemd in het ambt van coördinerend inspecteur. Hij behoudt daarbij de salarisschaal en forfaitaire vergoeding voor reis-, verblijfs- en werkingskosten verbonden aan het ambt van directeur bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling, tenzij de bezoldigingsregeling verbonden aan het ambt van coördinerend inspecteur gunstiger is. Hij mag eveneens ten persoonlijken titel verder de naam van het ambt gebruiken dat hij op 31 augustus 2009 uitoefende.</p>\n<p class=\"lf-p\">De diensten gepresteerd in het ambt van directeur bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling worden beschouwd als diensten gepresteerd in het ambt van coördinerend inspecteur. Art. 223.De personeelsleden die op 31 augustus 2009 een verlof wegens bijzondere opdracht of een verlof wegens opdracht uitoefenen bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling of bij de inspectie, krijgen op hun vraag, mits toestemming van hun inrichtende macht en mits instemming van de leidinggevende van een dienst van de Vlaamse Regering tot 31 augustus 2011 een verlof wegens opdracht bij die dienst. Art. 224.In afwijking van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 1991 tot uitvoering van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten, worden de kandidaten die geslaagd zijn in de proef, vermeld in artikel 23 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten, vanaf 1 mei 2009, ambtshalve toegelaten tot de proeftijd in het ambt van onderwijsadviseur bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling. Art. 225.Er kunnen geen personeelsleden tot de proeftijd toegelaten of vastbenoemd worden in het ambt van inspecteur, zolang het percentage, vermeld in artikel 62, § 2, bereikt of overschreden is.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL V. - Slotbepaling Art. 226.Dit decreet treedt in werking op 1 september 2009, met uitzondering van : 1° artikel 26, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2009;2° artikel 185, dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2009;3° artikel 224, dat uitwerking heeft met ingang van 1 mei 2009. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 8 mei 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE _______ Nota (1) Zitting 2008-2009 : Stukken - Ontwerp van decreet : 2160.- Nr. 1 - Amendementen : 2160. - Nr. 2 - Verslag : 2160. - Nr. 3 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 2160. - Nr. 4 Handelingen - Bespreking en aanneming : Vergaderingen van 29 en 30 april 2009.</p></div>", "next": 0}