← België

Ministeriële omzendbrief OOP 41 betreffende de operationalisering van het referentiekader CP 4 over het genegotieerd beheer van de publieke ruimte n.a

Kort samengevat

Deze ministeriële omzendbrief operationaliseert het referentiekader CP 4 voor het genegotieerd beheer van de publieke ruimte, specifiek bij gebeurtenissen die de openbare orde aanbelangen. Het doel is een gecoördineerde richtlijn te bieden voor een veilig verloop van evenementen met respect voor grondrechten.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN 31 MAART 2014. - Ministeriële omzendbrief OOP 41 betreffende de operationalisering van het referentiekader CP 4 over het genegotieerd beheer van de publieke ruimte n.a.v. gebeurtenissen die de openbare orde aanbelangen Aan de Dames en Heren Provinciegouverneurs, Aan de Heer Gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, Aan de Dames en Heren Burgemeesters, Aan de Dames en Heren Voorzitters van de Politiecolleges, Aan de Dames en Heren Korpschefs van de lokale politie, Aan Mevrouw de Commissaris-generaal van de federale politie, Aan de Heer Directeur-generaal van de bestuurlijke politie, Aan de Heer Inspecteur-generaal van de Algemene Inspectie van de federale politie en van de lokale politie, Aan de Heer Voorzitter van het Vast Comité van toezicht op de politiediensten, Ter informatie : Aan Mevrouw de Minister van Justitie, Aan de Dames en Heren Procureurs-generaal, Aan de Heer Voorzitter van de Vaste Commissie van de lokale politie, Aan de Dames en Heren Arrondissementscommissarissen, Aan de Heer Directeur-generaal van de gerechtelijke politie, Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur, Mevrouw, Mijnheer de Burgemeester, Mevrouw, Mijnheer de Voorzitter, Mevrouw, Mijnheer de Korpschef, Mevrouw de Commissaris-generaal, Mijnheer de Directeur-generaal, Mijnheer de Inspecteur-generaal, Dames en Heren, De voorliggende interpretatieve omzendbrief behelst de algemene bestuurlijke politie, in het bijzonder de aspecten die betrekking hebben op de gebeurtenissen en evenementen die de openbare orde aanbelangen (1). Teneinde u te helpen in de belangrijke verantwoordelijkheden die de uwe zijn in dit domein, wens ik de bestaande wetgeving inzake openbare orde en het referentiekader voor genegotieerd beheer van de publieke ruimte in herinnering te brengen en verder toe te lichten. Ik wil met u ook een aantal aanbevelingen delen die werden gedaan door het Comité P (2) met het oog op een gelijkwaardige en kwalitatieve dienstverlening voor alle burgers en het veilig verloop van evenementen, met respect voor de principes van een gemeenschapsgerichte politiezorg en zo weinig mogelijk geweldsescalatie en strikt noodzakelijk en wettelijk gebruik van dwang en geweld. De bedoeling van de huidige omzendbrief is een gecoördineerde richtlijn aan te bieden die, onder andere, de Rondzendbrief CP 4 van 11 mei 2011 betreffende het genegotieerd beheer van de publieke ruimte voor de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus verder operationaliseert, met een bijzondere aandacht voor de aspecten van dialoog, overleg, responsabilisering, coördinatie en veiligheid, onder regie van de bevoegde overheden. De multidisciplinaire en procesmatige aanpak inzake noodplanning en crisisbeheer dient, waar nodig, door de bevoegde overheden geïntegreerd te worden in de voorbereiding, in het beheer en in de evaluatie van een evenement. Onderhavige omzendbrief behandelt in een eerste deel de verantwoordelijkheden van de overheden en van de politiediensten. In een tweede deel worden de goede praktijken inzake overleg, coördinatie en afspraken met de organisator van een evenement opgenomen. Tot slot wordt het belang van informatie, risicoanalyse en een deëscalerende aanpak benadrukt. 1. VERANTWOORDELIJKHEDEN De vrijheid om vreedzaam en ongewapend te vergaderen (3) is, in onze democratische samenleving, een fundamenteel recht en, zoals het recht op vrije meningsuiting en de vrijheid van vereniging (4), één van de belangrijkste grondslagen van onze rechtsstaat.Deze vrijheden, die garant staan voor politieke en sociale ontplooiing en voor democratische ontwikkeling en vernieuwing, worden beschermd door onze Grondwet (GW), onze wetten en door internationale verdragen (5). Sommige openbare uitingen of activiteiten kunnen echter een bedreiging vormen voor de openbare orde en voor de rechten en vrijheden van anderen. Ze vergen daarom specifieke juridische en materiële (politie)maatregelen die moeten zorgen voor een veilig beheer en voor een vlot en vreedzaam verloop. Door te bepalen dat het recht om te vergaderen op een vreedzame en ongewapende manier en conform de wetten moet uitgeoefend worden en dat bijeenkomsten in open lucht afhankelijk kunnen gesteld worden van een voorafgaande toelating en volledig onderworpen blijven aan politiewetten, geeft de grondwetgever zelf aan dat de handhaving van de openbare orde een conditio sine qua non is voor de uitoefening van deze vrijheid. Door politiemaatregelen wordt de vrijheid van de enen verenigbaar met de vrijheid van de anderen. De voornoemde, soms moeilijk verzoenbare, doelstellingen inzake het actief beschermen van de individuele vrijheden en het nemen van de noodzakelijke maatregelen om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van openbare orde, kunnen enkel bereikt worden door het vinden van een legitiem evenwicht tussen de erkende belangen op basis van dialoog, overleg en geresponsabiliseerd partnerschap. Dit referentiekader over het genegotieerd beheer is uitgewerkt in de CP4. De operationalisering hiervan is vooral een verantwoordelijkheid van de bevoegde overheden en van de politiediensten. Alle betrokken actoren (overheden, organisator, politie, hulpdiensten, kernpartners, ...) worden hierbij uitgenodigd om nauw samen te werken, hun acties te coördineren en de voorwaarden te creëren voor meer veiligheid en minimale overlast. 1.1. DE VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE BESTUURLIJKE POLITIEOVERHEDEN De overheden op het vlak van algemene bestuurlijke politie zijn de burgemeester, de arrondissementscommissaris, de provinciegouverneur en de minister van Binnenlandse Zaken. De politieoverheid is volgens artikel 3, 2° Wet op het Politieambt (WPA) de overheid die door of krachtens de wet aangewezen is om juridische politiemaatregelen te nemen en om politiemaatregelen uit te voeren of door de politiediensten te doen uitvoeren. Een politiemaatregel wordt beschouwd als elke juridische of materiële uitvoerbare handeling van bestuurlijke of gerechtelijke politie die voor de burgers een aanwijzing, een verplichting of een verbod inhoudt. Zo kunnen de bestuurlijke politieoverheden politiemaatregelen nemen en politiebesluiten of politieverordeningen uitvaardigen ter uitvoering van wetten, en om de openbare orde te handhaven of te herstellen (6). Deze politiemaatregelen dienen conform te zijn met de basisbeginselen van onze democratische rechtsstaat. Eén van deze basisbeginselen heeft betrekking op het feit dat grondrechten enkel aan die beperkingen kunnen onderworpen worden die uitdrukkelijk in de wet zijn voorzien. De beperkende maatregel moet ook volstrekt noodzakelijk zijn om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van openbare orde in een democratische gemeenschap (7). Daarnaast dient beschouwd te worden dat het vergaderingsrecht niet absoluut is. Het uitoefenen van dit recht moet op een vreedzame en ongewapende manier gebeuren en in overeenstemming met de wetten verlopen (8). Een ander basisbeginsel heeft betrekking op het statuut van de plaats waar het vergaderingsrecht wordt uitgeoefend en op de beperking van de politiemaatregelen die kunnen worden genomen in functie van de bescherming die de plaats geniet (9). Om het optreden te bepalen dient daarom een onderscheid gemaakt te worden tussen : - De private vergaderingen : Private vergaderingen zijn die waar niet iedereen zonder onderscheid wordt toegelaten (10). Deze vergaderingen genieten het voorrecht van onschendbaarheid op basis van een zeer ruime nationale (11) en internationale bescherming (12). Voor deze private vergaderingen is er geen enkele reglementering inzake bestuurlijke politie denkbaar. Deze vergaderingen zijn vrij en wel op een absolute manier. - De openbare vergaderingen in besloten of overdekte plaatsen : Hiermee worden de vergaderingen bedoeld op plaatsen die afgesloten of overdekt zijn. Ze worden beschouwd als openbaar omdat ze vrij voor het publiek of voor het verkeer toegankelijk zijn, al dan niet gratis (voetbalstadion, kerk, omheinde festivalweide, met fysieke hindernissen afgebakende feestzone, tent, ...). De organisator van het evenement is de eerstelijnsverantwoordelijke voor de veiligheid. Deze vergaderingen kunnen niet aan een voorafgaand verlof of toelating onderworpen worden, wel aan een meldingsplicht. Ze dienen vreedzaam en in overeenstemming met de wetten te verlopen (13). De bestuurlijke politieoverheden hebben niet het recht om te oordelen over de opportuniteit of de wenselijkheid van het motief of van het onderwerp of om een moreel oordeel of een waardeoordeel uit te brengen over de politieke, ideologische, culturele, filosofische inhoud of boodschap van een vergadering of meeting, aspecten die de morele openbare orde betreffen, waarvoor ze niet bevoegd zijn. De bestuurlijke overheid kan wel in het kader van de handhaving van de openbare orde een meldingsplicht voorzien en (regulerende) veiligheidsmaatregelen voorschrijven of doen nemen of voorwaarden opleggen aan de organisator. - De vergaderingen in `open lucht' : Het betreft de bijeenkomsten (vergaderingen, optochten, processies, betogingen en vertoningen) op de openbare weg en aangrenzende openbare plaatsen die vrij toegankelijk zijn en op open (niet-afgesloten) erven die op de openbare weg uitgeven (straten, pleinen, openbare parken, ...). Deze bijeenkomsten blijven volledig onderworpen aan politiewetten en kunnen onderworpen worden aan preventieve maatregelen, zoals een voorafgaande toelating van de burgemeester omdat deze bijeenkomsten een tijdelijke verstoring van de normale functie van die plaatsen betekenen (14). Ook het opleggen van regulerende maatregelen (opleggen van voorwaarden aan de organisator) is mogelijk. Deze preventieve en regulerende maatregelen zijn tijdelijk van aard en dienen gerechtvaardigd te zijn door de omstandigheden. Ten aanzien van de vergaderingen in open lucht die toegelaten en vreedzaam, ongewapend en conform de wetten en politiewetten zijn hebben de overheden en de politiediensten de verplichting om de juridische en materiële voorwaarden te scheppen opdat deze veilig en vlot zouden verlopen. 1.1.1. De verantwoordelijkheden op gemeentelijk vlak In de meeste gevallen is de handhaving van de openbare orde een lokale aangelegenheid. Het lokale bestuur, samengesteld uit de burgemeester, de gemeenteraad en het schepencollege, is bevoegd en verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde op het grondgebied van de gemeente. Dit gebeurt op basis van het algemene artikel 135, § 2, van de Nieuwe Gemeentewet (NGW) (15) dat bepaalt dat de gemeenten tot taak hebben te voorzien in een goede politie ten behoeve van de inwoners. De overheid is zowel in haar beslissingsbevoegdheid als in haar verordeningsbevoegdheid onderworpen aan de algemene voorzichtigheids- en zorgvuldigheidsplicht. De burgerlijke aansprakelijkheid van de gemeente in het raam van de vrijwaring van de openbare orde is zeer verregaand. Daarnaast vestigt het decreet van 10 vendemiaire jaar IV (2 oktober 1795) betreffende de inwendige politie van de gemeenten een onweerlegbaar vermoeden van aansprakelijkheid `juris et de jure' in hoofde van de gemeenten zodra alle voorwaarden hiervoor zijn vervuld (16). De verplichting van de gemeente om de nodige maatregelen te treffen ten einde schade te voorkomen is een inspanningsverbintenis. De burgemeester De burgemeester (17) is, in hoofdzaak, een uitvoerende politieoverheid die zijn politiële uitvoerende bevoegdheid haalt uit artikel 133 NGW (18). Hij is belast met de uitvoering van de (politie)wetten, de (politie)decreten, de (politie)ordonnanties, de (politie)verordeningen en de (politie)besluiten (19). Als verantwoordelijke voor de openbare orde op het grondgebied van zijn gemeente beschikt de burgemeester over een ruime `discretionaire' bevoegdheid van algemene bestuurlijke politie. Op deze basis kan hij politiebesluiten en uitvoeringsmaatregelen nemen met een individuele en beperkte draagwijdte, gericht op één welbepaalde persoon of op een beperkt aantal personen, op een welbepaalde plaats, voor een welbepaalde duur. Hij kan wel geen administratieve sanctie of strafbepaling opnemen in zijn politiebesluiten. In uitzonderlijke situaties (oproer, kwaadwillige samenscholing, ...) en bij hoogdringendheid (bv. de onmogelijkheid om de gemeenteraad tijdig bijeen te roepen) krijgt de burgemeester ook een politiële verordenende bevoegdheid op basis van het specifieke artikel 134, § 1, NGW (20). De burgemeester treedt in dit geval op in de plaats van de gemeenteraad en kan op deze basis voorlopige en tijdelijke noodpolitieverordeningen treffen die door de gemeenteraad moeten worden bekrachtigd. In deze politieverordeningen kunnen wél politiestraffen of gemeentelijke administratieve sancties voorzien worden. De delegatie van de politiële verordenende bevoegdheid van de burgemeester is, in tegenstelling tot die van de uitvoerende politiële bevoegdheid, niet mogelijk. De burgemeester heeft, behalve bij private vergaderingen, de mogelijkheid om, met het oog op de openbare orde, een aantal voorwaarden op te leggen aan de organisator (21), zoals een te volgen reisweg, het voorzien van een interne ordedienst (22), het verbod tot het dragen van bepaalde voorwerpen, ... Deze voorwaarden zijn `sensu stricto' geen beperking van het grondrecht. Ze hebben enkel een impact op de modaliteiten van uitoefening van het grondrecht. Deze voorwaarden dienen te beantwoorden aan het evenredigheidsbeginsel (de maatregelen moeten evenredig zijn tot het doel dat ze nastreven), het gelijkheidsbeginsel (gelijke situaties moeten op gelijke wijze worden behandeld) en het beginsel van behoorlijk bestuur (rekening houdend met het zorgvuldigheidsbeginsel en de motivering). Voor de vergaderingen in open lucht staat het de burgemeester ook vrij om, in geval van het niet-naleven van de voorwaarden door de organisator, van de daadwerkelijke verstoring van de openbare orde, van een reële dreiging op de openbare orde of van de onmogelijkheid voor de politie om de orde te handhaven, een vergadering of bijeenkomst niet toe te laten of formeel te verbieden (23). De invoering van artikel 134sexies in de NGW (ingevoerd door artikel 47 van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 04/04/2019 numac 2019011353 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, laatst gewijzigd bij wet van 3 juni 2018. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, in werking getreden op 1 januari 2014), geeft aan de burgemeester ook de bevoegdheid om in bepaalde gevallen een tijdelijk plaatsverbod op te leggen (24). De burgemeester oefent het gezag uit over de lokale politie (artikelen 42 en 45 WGP (25)) en kan op basis van deze bevoegdheid beslissen wanneer de lokale politie dient op te treden op bestuurlijk vlak. Hoe er concreet operationeel (26) dient opgetreden te worden is een beslissing die in principe toekomt aan de korpschef van de lokale politie of aan diegene aan wie de operationele coördinatie en leiding van de opdrachten van politie wordt toevertrouwd op basis van artikel 7 WPA. De burgemeester beschikt ook over een vorderingsrecht t.a.v. de federale politie en de krijgsmacht omschreven in artikel 43 WGP (27). De gemeenteraad De gemeenteraad heeft als beraadslagend orgaan een politiële verordenende bevoegdheid op basis van artikel 119 NGW (28). Zij kan op deze basis politieverordeningen en politiereglementen (29) uitvaardigen maar ze niet zelf uitvoeren. Deze politieverordeningen hebben, in tegenstelling tot de politiebesluiten, een algemene reglementaire draagwijdte, van toepassing op alle burgers, over het hele grondgebied, voor onbepaalde duur. De gemeenteraad heeft ook een politiële sanctionerende bevoegdheid en kan politiestraffen of administratieve sancties (30) bepalen voor overtredingen van zijn reglementen of verordeningen (31). In bepaalde gevallen kan de gemeenteraad een perimeter op de openbare weg afbakenen waar private bewakingsactiviteiten kunnen uitgeoefend worden (32). In het kader van evenementen en bijeenkomsten kunnen belangrijke bepalingen inzake verplichtingen en verantwoordelijkheden van de organisator opgenomen worden in het Algemeen Politiereglement. Het college van burgemeester en schepenen Het college van burgemeester en schepenen levert vergunningen af onder de vorm van collegebesluiten voor de privatieve ingebruikneming van de openbare weg (markten, meetings, festiviteiten, ...), voor milieuvergunningen, ... Het college heeft ook de bevoegdheid om tijdelijke politieverordeningen te nemen op het wegverkeer (33). Zij put deze uitzonderlijke politiële verordenende bevoegdheid uit artikel 130bis NGW. Zij kan dus n.a.v. een evenement of bijeenkomst een tijdelijke verordening nemen om het verkeer in goede banen te leiden, om straten af te sluiten, om evacuatiewegen te voorzien. Ze heeft geen politiële bevoegdheid van algemene bestuurlijke politie, met uitzondering van de politie van vertoningen. Deze uitzonderlijke politiële uitvoerende bevoegdheid wordt toevertrouwd aan het college op basis van artikel 130 NGW (34). Het college is enkel bevoegd voor openbare vertoningen in voor het publiek toegankelijke plaatsen. Op de openbare weg blijft de burgemeester verantwoordelijk. Het college is niet bevoegd voor private vertoningen die volledig vrij zijn. Andere ontspanningsspektakels zoals instrumentale muziek, circussen, concerten, dansfeesten, ... worden niet beschouwd als vertoningen. De politie van deze spektakels blijft de bevoegdheid van de burgemeester. Naast het recht op vergadering wordt de vrijheid van mening en de vrijheid van drukpers beschermd. Een vertoning kan dus niet aan een voorafgaand verlof, noch aan censuur worden onderworpen (35). Wel kan de gemeenteraad een meldingsplicht voorzien. 1.1.2. De verantwoordelijkheden van hogere overheden Artikel 11 WPA (36) regelt de aangelegenheden waarbij de gouverneur of de minister van Binnenlandse Zaken in subsidiaire orde de bevoegdheden van de burgemeester of van de gemeentelijke instellingen uitoefent wanneer deze, al dan niet vrijwillig, hun verantwoordelijkheden niet nakomen : wanneer de verstoring van de openbare orde zich uitstrekt over het grondgebied van verscheidene gemeenten of wanneer, ook al is de gebeurtenis of de situatie slechts in één enkele gemeente gelokaliseerd, het algemeen belang hun tussenkomst vereist. De provinciegouverneur De provinciegouverneur heeft een politiële uitvoerende en verordenende (37) bevoegdheid en zorgt op basis van artikel 128 van de Provinciewet voor het handhaven van de openbare orde in de provincie (38).Hij ziet toe op een goede samenwerking tussen de politiediensten en tussen de politiezones in de provincie. Hij kan door de bevoegde ministers worden belast met bijzondere opdrachten met betrekking tot veiligheid en politie (39). De gouverneur beschikt ook over een vorderende bevoegdheid en kan beroep doen op de federale politie via de bestuurlijke directeur-coördinator (DirCo) voor de handhaving van de openbare orde in de provincie (40). De gouverneur heeft ook het recht de gewapende macht te vorderen in geval van woelige samenscholingen, van oproer of van gewelddadig verzet tegen de uitvoering van de wetten of van de wettelijke verordeningen (41). De arrondissementscommissaris heeft krachtens artikel 139 van de Provinciewet dezelfde bevoegdheden als de provinciegouverneur (42). De bepalingen van de artikelen 128 en 129 van de Provinciewet zijn mede op hem van toepassing. De minister van Binnenlandse Zaken De minister van Binnenlandse Zaken is een uitvoerende politieoverheid die rechtstreeks in naam en voor rekening van een rechtspersoon van publiek recht, met name de Staat, handelt. De minister heeft bevoegdheden van algemene bestuurlijke politie en van bijzondere bestuurlijke politie en is verantwoordelijk voor een aantal algemene directies : Crisiscentrum, Civiele Veiligheid, Instellingen en bevolking, Veiligheid en Preventie (Voetbalcel, Directie Private Veiligheid, ...), Vreemdelingenzaken. De minister van Binnenlandse Zaken oefent het gezag uit op de federale politie voor het vervullen van haar opdrachten van bestuurlijke politie en kan haar hiertoe de nodige bevelen, onderrichtingen en richtlijnen geven (Art. 97 WGP). De federale politie staat onder leiding van de Commissaris-generaal (Art. 99 WGP). De minister kan dwingende richtlijnen geven aan de lokale politie. Overeenkomstig artikel 3 WGP staat de lokale politie in voor sommige opdrachten van federale aard. De minister van Binnenlandse Zaken bepaalt krachtens de artikelen 61, 62 en 63 WGP deze opdrachten van federale aard door dwingende richtlijnen. Wanneer aan dergelijke richtlijn geen gevolg wordt gegeven en na overleg met de betrokken burgemeester of het betrokken politiecollege, kan de minister van Binnenlandse Zaken de uitvoering van deze richtlijn door de lokale politie vorderen (Art. 63 WGP). De minister beschikt ook over een vorderingsrecht. Op basis van artikel 64 WGP kan de minister van Binnenlandse Zaken, wanneer de middelen van de lokale politie van een politiezone ontoereikend zijn, de lokale politie van een andere politiezone opvorderen, in geval van ramp, onheil, schadegeval, oproer, kwaadwillige samenscholingen of ernstige en nakende bedreigingen van de openbare orde, teneinde de openbare orde te handhaven of te herstellen. De opgevorderde lokale politie wordt onder het gezag geplaatst van de burgemeester van de gemeente waarin ze optreedt (Art. 64, tweede lid WGP). Op grond van artikel 128 Provinciewet kan de minister de provinciegouverneur instructies geven en belasten met bijzondere opdrachten met betrekking tot veiligheid en politie. De Algemene Directie Crisiscentrum (ADCC) van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken is belast met de bijzondere bescherming van goederen en personen en met de nationale coördinatie op het vlak van openbare orde. De ADCC geeft bijstand aan de federale regering en aan de minister van Binnenlandse Zaken bij het interdepartementale beheer van crisissen en gebeurtenissen van grote omvang. Ze heeft onder meer taken in het domein van het verzekeren van een (inter)nationaal contactpunt bij civiel alarm, de identificatie, de planning, het beheer van grote crisissen en evenementen, de noodplanning en de bescherming van de kritieke infrastructuur. De Algemene Directie Veiligheid en Preventie voert, in opdracht van de minister van Binnenlandse Zaken, een specifiek beleid uit in een aantal bijzondere domeinen, waar ook een specifiek regelgevend kader is uitgewerkt, zoals inzake private veiligheid en veiligheid bij voetbalwedstrijden. De gemeenschappen en gewesten De gemeenschaps- en gewestorganen hebben geen bevoegdheid inzake algemene bestuurlijke politie. Ze zijn wel bevoegd voor een aantal gedefederaliseerde materies van bijzondere bestuurlijke politie : bescherming van het leefmilieu, afvalstoffenbeleid, gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke bedrijven, sneeuwplan, ... Ze kunnen in dit domein politiemaatregelen treffen en desgevallend de openbare macht vorderen. Zo hebben de gewestelijke ministers van Mobiliteit bijvoorbeeld bijzondere bevoegdheden m.b.t. materies die behoren tot de wegpolitie, de luchtvaartpolitie, de zeevaartpolitie of de spoorwegpolitie. De gemeenteraad heeft geen bevoegdheid op de door de gewesten geregelde materies. De burgemeester is verantwoordelijk voor de toepassing ervan op basis van artikel 133 NGW dat hem gelast met de uitvoering van wetten, decreten en ordonnanties. Het college van burgemeester en schepenen is voor bepaalde materies gelast voor het afleveren van vergunningen. 1.2. DE VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE POLITIEDIENSTEN 1.2.1. De wettelijke opdrachten en de gezagsafhankelijkheid De opdrachten en bevoegdheden van bestuurlijke politie worden gedefinieerd in de WPA. Met toepassing van de artikelen 1 en 5 van de WPA vervullen de politiediensten, die deel uitmaken van de openbare macht (43), hun opdrachten van bestuurlijke politie onder het gezag en de verantwoordelijkheid van de bestuurlijke politieoverheden, ook wanneer zij op eigen initiatief optreden (Art. 6 WPA). Conform artikel 5/6 van de WPA moeten de politiediensten zich voor het uitvoeren van hun opdrachten schikken naar de bevelen, onderrichtingen, vorderingen en richtlijnen van de bevoegde overheden (44). De geïntegreerde politie bestaat uit een lokaal en een federaal niveau. 1.2.2. De lokale politiediensten Het lokale niveau is ingericht in autonome politiezones met één politiekorps dat instaat voor het verlenen van de basispolitiezorg (wijkwerking, onthaal, interventie, slachtofferbejegening, lokale recherche, openbare orde, verkeer). Een politiezone kan bestaan uit één of meerdere gemeenten. Het grondgebied van de ééngemeentezone valt samen met het grondgebied van de gemeente. Een ééngemeentezone heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid. De gemeentelijke bestuursorganen (de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen, de burgemeester) staan in voor de organisatie en het beheer van de zone. De meergemeentezone omvat het grondgebied van meerdere gemeenten. De meergemeentezone heeft rechtspersoonlijkheid en wordt bestuurd door de politieraad en het politiecollege. Het bepalen van het veiligheidsbeleid is bij de gemeente gebleven. De WGP regelt de functionele band tussen het lokale en het federale niveau. Overeenkomstig artikel 3, tweede lid WGP (45) verzekert de lokale politie op het lokale niveau alle opdrachten van bestuurlijke politie die nodig zijn voor het beheren van lokale gebeurtenissen die zich voordoen op het grondgebied van de politiezone. De korpschef staat in voor de leiding van een lokaal politiekorps. De lokale politie staat conform artikel 42 WGP voor het uitoefenen van haar opdrachten van bestuurlijke politie, onder het gezag van de burgemeester. 1.2.3. De federale politiediensten Overeenkomstig artikel 3, derde lid WGP verzekert de federale politie de gespecialiseerde en supralokale opdrachten van bestuurlijke politie op het gehele grondgebied. De federale politie is bovendien belast met ondersteunende opdrachten voor de lokale politie en voor politieoverheden. Dit gebeurt op basis van de principes van specialiteit en subsidiariteit (46). Wat de federale politie betreft, voorziet artikel 101 WGP (47) dat de Algemene Directie Bestuurlijke Politie (DGA) onder meer instaat voor de gespecialiseerde opdrachten van bestuurlijke politie en voor de ondersteuning van de politieopdrachten. De gespecialiseerde `eerste lijns' opdrachten van bestuurlijke politie omvatten de politie van de verbindingswegen (de spoorweg-, scheepvaart-, luchtvaart- en wegpolitie). De gespecialiseerde "ondersteunende" opdrachten van bestuurlijke politie betreffen de gespecialiseerde interventies, de luchtsteun, de hondensteun en de beschermingsopdrachten (de close protection, de bescherming van de leden van de koninklijke familie en de koninklijke paleizen, de politieopdrachten bij de SHAPE, ...). Daarnaast bestaat de ondersteuning ook uit gedeconcentreerde opdrachten van vergaring en exploitatie van informatie voor de geïntegreerde politie en uit de organisatie van de federale interventiereserves. DAO (Operationele coördinatie en ondersteuning inzake bestuurlijke politie) houdt zich in het bijzonder bezig met de inzameling en exploitatie van de bestuurlijke politie-informatie, met de opvolging van gebeurtenissen en fenomenen die een ernstige dreiging inhouden voor de openbare orde, met het centrale beheer van de dossiers van te volgen groeperingen en personen, met de informatie van de minister van Binnenlandse Zaken via de ADCC, ... De federale politie staat conform artikel 97 WGP onder het gezag van de minister van Binnenlandse Zaken voor het uitoefenen van haar opdrachten van bestuurlijke politie. 1.2.4. De solidariteitsmechanismen De politiezone op wiens grondgebied een gebeurtenis plaatsvindt waarvoor een belangrijke ontplooiing aan politiemiddelen vereist is, moet in eerste instantie zelf voldoende inspanning leveren door het inzetten van haar eigen personeel vooraleer een beroep kan gedaan worden op versterking. De federale politie levert ondersteuning aan de lokale politie, in het bijzonder met het interventiekorps (48) (een vorm van mobiliseerbare gedeconcentreerde federale reserve in eerste afname) en de gespecialiseerde middelen van de federale politie. De lokale politie levert ondersteuning aan andere politiezones op basis van een mechanisme van verplichte nationale solidariteit tussen de politiezones onder de vorm van 'gehypothekeerde capaciteit' (49) (een vorm van mobiliseerbare gehypothekeerde lokale reserve in tweede afname). Naast deze verplichte mechanismen zijn er ook mechanismen van steunverlening op basis van de vrijwillige laterale steun tussen de politiezones (50). Tot slot is er nog de wederzijdse bijstandsplicht tussen politiediensten zoals bepaald in artikel 43 van de WPA (51), in het bijzonder in het kader van het beheer van crisissituaties, die een consequente inzet vergt van de onmiddellijk beschikbare middelen. 1.2.5. De operationele leiding en coördinatie van opdrachten van politie De politieambtenaren staan bij het vervullen van hun opdrachten onder de leiding van de meerderen van de politiedienst waartoe deze politieambtenaren behoren, behalve wanneer een politieambtenaar van een ander politiekorps wordt belast met de leiding op basis van een uitdrukkelijk akkoord of van een wetsbepaling (Art. 7 WPA). De leiding van politieopdrachten is gebaseerd op het principe van `eenheid van terrein, eenheid van commando'. Onverminderd de voorschriften inzake voorbereiding en operationele coördinatie van noodsituaties en de adviesbevoegdheid van andere disciplines, wordt de leiding van opdrachten van politie waargenomen door de verantwoordelijke politiechef. Theoretisch kan er hierbij een onderscheid gemaakt worden tussen het begrip leiding en het begrip coördinatie (52). Volgende gevallen kunnen zich in de praktijk voordoen : Een enkelvoudige globale leiding voor zonale of bovenzonale gebeurtenissen In dit geval worden de operationele coördinatie en leiding van opdrachten van politie in functie van het geval, met uitzondering van de gespecialiseerde en supralokale opdrachten van gerechtelijke politie bepaald in artikel 102 WGP, toevertrouwd aan een korpschef van de lokale politie ofwel aan een bestuurlijke directeur-coördinator (DirCo) op basis van de artikelen 7/1 tot en met 7/3 van de WPA (53). In de meeste gevallen wordt de operationele coördinatie en leiding waargenomen door de korpschef van de politiezone waar de gebeurtenis plaatsvindt. Een leiding die op zonaal niveau blijft en gecombineerd wordt met een supralokale coördinatie Er kunnen zich bepaalde geplande supralokale gebeurtenissen voordoen waarbij het noodzakelijk is om naast de verantwoordelijke voor de leiding van het lokale evenement, ook een verantwoordelijke bestuurlijke DirCo piloot aan te wijzen voor de coördinatie van het supralokale evenement (bvb. verplaatsing van tractoren, wielerwedstrijden, verplaatsing van voetbalsupporters, nucleair transport, autorally, truck run, VIP-begeleiding, ...). Behoudens een andersluidende gezamenlijke beslissing van de lokale en de federale politieoverheden, gebeurt de aanwijzing van een DirCo piloot door de minister van Binnenlandse Zaken, of bij delegatie door de commissaris-generaal. Op basis van overlegvergaderingen worden duidelijke geformaliseerde afspraken gemaakt en wordt een coördinatierichtlijn opgesteld. De aanwijzing van een DirCo piloot ontslaat de korpschefs en de andere DirCo's in geen geval van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten, zij blijven verantwoordelijk voor de operationele coördinatie en leiding binnen hun respectievelijke politiezone of verantwoordelijkheidsgebied. Voor `Major Events' met een nationaal of internationaal karakter kan het aangewezen zijn dat de Algemene Directie Bestuurlijke Politie (DAO) een nationale crisiscel voorziet in ondersteuning van het lokaal (Gold Commander : korpschef of DirCo) en supralokaal (DirCo piloot) manoeuvre. Een dynamische globale leiding (zonaal-supralokaal-zonaal) bij niet-geplande supralokale gebeurtenissen Zonder afbreuk te doen aan de afspraken inzake noodplanning en de afspraken gemaakt in het kader van de protocolakkoorden voor interzonale samenwerking, wordt het gecoördineerd en supralokaal politieoptreden voor niet-geplande dynamische supralokale gebeurtenissen (vb. spontane manifestaties of niet aangekondigde acties die zich verplaatsen over verschillende politiezones, ...) als volgt geregeld : in eerste instantie worden de leiding en coördinatie verzekerd door de korpschef van de plaats waar de gebeurtenis is gestart (startzone), voor zolang de gebeurtenis zich op het grondgebied van zijn politiezone bevindt. Wanneer de gebeurtenis zich verplaatst buiten de startzone worden de leiding en coördinatie overgenomen door de desbetreffende DirCo totdat de gebeurtenis terug statisch wordt. Vanaf dat ogenblik worden de verantwoordelijkheden inzake leiding en coördinatie overgedragen aan de korpschef van de politiezone van de aankomstplaats (aankomstzone). In afwachting dat de betrokken korpschefs of DirCo's hun taken kunnen waarnemen, worden de operaties aangestuurd door de betrokken meldkamer (lokale dispatching of CIC), desgevallend ondersteund door het Nationaal Invalspunt. 1.2.6. Het beheren van gebeurtenissen en volkstoelopen Bij het vervullen van hun opdrachten van bestuurlijke politie, zien de politiediensten toe op de handhaving van de openbare orde met inbegrip van de naleving van de politiewetten en -verordeningen, de voorkoming van misdrijven en de bescherming van personen en goederen. Ze verlenen tevens bijstand aan eenieder die in gevaar verkeert (Art. 14 WPA). In navolging van artikel 22 WPA houden de politiediensten zich op in de nabijheid van elke grote volkstoeloop en nemen de gepaste maatregelen voor het rustige verloop ervan. Gelet op de bepalingen van artikel 1 WPA, die aan de politiediensten de verplichting oplegt om bij te dragen aan de bescherming van de individuele rechten en vrijheden en aan de democratische ontwikkeling van de maatschappij, betreft het hier een actieve opdracht. De politiediensten doen dit zonder zelf stelling in te nemen inzake de wijze waarop de maatschappij zich in democratische zin zou moeten ontwikkelen. Zij behouden hun neutraliteit. De politiediensten zijn ook belast met het "ambtshalve" uiteendrijven van gewapende samenscholingen rekening houdende met de basisprincipes vervat in de artikelen 1, derde lid, 37, 37bis WPA. In deze gevallen kunnen zij ook overeenkomstig artikel 31, tweede lid overgaan tot de bestuurlijke aanhouding van personen die de openbare rust daadwerkelijk verstoren. De krijtlijnen voor het politionele beheer van gebeurtenissen worden vastgelegd in de Rondzendbrief CP4 van 11 mei 2011 betreffende het genegotieerd beheer van de publieke ruimte. De politiediensten voeren acties uit die doordacht, gericht en beperkt zijn met het oog op het zoveel als mogelijk beperken van escalatie, schade en maatschappelijke overlast. 2. OVERLEG EN COORDINATIE Het genegotieerd beheer van de publieke ruimte veronderstelt in de eerste plaats het gezamenlijk zoeken naar een balans tussen de verschillende eisen, verwachtingen en belangen van alle groepen en partijen die aan een gebeurtenis deelnemen of ermee geconfronteerd worden.In de tweede plaats impliceert de toepassing van dit overlegmodel dat alle betrokken actoren geresponsabiliseerd worden en actief en gecoördineerd bijdragen tot het realiseren van de voorwaarden voor een vlot en veilig verloop van de gebeurtenis, onder regie van de bevoegde bestuurlijke overheid. Deze zullen hierbij de principes van multidisciplinaire aanpak inzake noodplanning en crisisbeheer in acht nemen. De dialoog en het overleg met de verschillende actoren start daarom in een zo vroeg mogelijk stadium en eindigt wanneer alle lessen getrokken zijn. Deze aanpak, gebaseerd op dialoog, moet bijdragen tot het verhogen van het onderlinge vertrouwen, het laag houden van de frustratiedrempel, het positief beïnvloeden van de (perceptie van de) legitimiteit van de genomen maatregelen en het geïntegreerd en multidisciplinair beheer van een gebeurtenis. 2.1. DE AFSTEMMING MET ANDERE POLITIEDOMEINEN 2.1.1. De afstemming met de bijzondere bestuurlijke politie De afstemming van de maatregelen van algemene bestuurlijke politie met deze van bijzondere bestuurlijke politie en van gerechtelijke politie is van essentieel belang. De verantwoordelijkheden die in het kader van de huidige omzendbrief worden behandeld, zijn deze van de overheden van algemene bestuurlijke politie. Ze omvatten het geheel van bevoegdheden die toegekend zijn aan bepaalde bestuurlijke politieoverheden, met het oog op de handhaving en het herstel van de openbare orde op een gedifferentieerde manier. De bijzondere bestuurlijke politie behelst beperkte, nauwkeurig omschreven bevoegdheden in specifieke regelgevingen en uitvoeringsbeslissingen die de ordehandhaving in bijzondere domeinen beogen (verkeerspolitie, vreemdelingenpolitie, milieupolitie, ...). De WPA voorziet in een prioriteitsregeling bij samenloop van bevoegdheden van algemene en bijzondere bestuurlijke politie. Het is immers mogelijk dat de doelstellingen, de motieven, de voorwerpen en de graad van dringendheid van het optreden verschillend zijn. Artikel 12 WPA bepaalt : "Indien naar aanleiding van eenzelfde gebeurtenis, maatregelen van algemene bestuurlijke politie en van bijzondere bestuurlijke politie gelijktijdig moeten worden getroffen, worden de beslissingen, bevelen en vorderingen van de overheden van algemene bestuurlijke politie bij voorrang uitgevoerd.". Vanuit de filosofie van het genegotieerd beheer plegen de betrokken overheden permanent overleg met elkaar om beslissingen en maatregelen zoveel mogelijk af te stemmen. 2.1.2. De afstemming met de gerechtelijke politie Zowel de bestuurlijke politie (Art. 14 WPA) als de gerechtelijke politie (Art. 15 WPA) dragen bij tot de handhaving van de openbare orde. Al lopen de twee in de praktijk soms door elkaar, is het nochtans van belang ze van elkaar te onderscheiden omdat de opdrachten, de bevoegdheden en de verantwoordelijke overheden verschillen. Het criterium dat de bestuurlijke politie onderscheidt van de gerechtelijke politie is de concrete finaliteit van het optreden. In de meeste gevallen, en zeer zeker bij noodsituatie of bij de samenloop van zware ordeverstoring en misdrijven, wordt de prioriteit gegeven aan de bestuurlijke politie, aan de hulpverlening, aan de bescherming van personen en aan de handhaving en het herstel van de openbare orde. Het optreden van de gerechtelijke politie zal immers maar mogelijk zijn nadat de situatie terug veilig is of wanneer de orde voldoende is hersteld. Het optreden van bestuurlijke politie en van gerechtelijke politie moet voorafgaandelijk op elkaar worden afgestemd. Coördinatieproblemen moeten in onderling overleg een oplossing vinden. Het optreden van bestuurlijke politie moet er ook op gericht zijn de opsporingsmogelijkheden te vrijwaren en te vergemakkelijken. Het onderling overleg tussen de bestuurlijke en de gerechtelijke politieoverheden m.b.t. het gezamenlijk optreden (bv. bij bedrijfsbezettingen, ontruimen van panden, ...) moet tijdig worden opgestart. De risicoanalyse verloopt best op een geïntegreerde manier en de verschillende scenario's dienen grondig te worden onderzocht, besproken en voorbereid. 2.2. DE COORDINATIEPLATFORMEN Het is opportuun om voor grote evenementen het overleg en de afspraken vast te leggen volgens de beginselen van een multidisciplinaire aanpak zoals voorzien in het KB van 16 februari 2006 en in de NPU-1 van 26 oktober 2006 betreffende de nood- en interventieplannen. Indien zich immers tijdens het evenement een onverwachte gebeurtenis zou voordoen die het karakter aanneemt van een noodsituatie, dan zal de overschakeling naar het beheer van de ontstane noodsituatie des te gemakkelijker verlopen. De veiligheidscel (54) en de ambtenaar noodplanning spelen een belangrijke rol in de multidisciplinaire risico-identificatie en -analyse, in het opstellen van nood- en interventieplannen en in het nemen van preventieve maatregelen. In functie van de risico's wordt een bijzonder nood- en interventieplan opgesteld of wordt het algemeen nood- en interventieplan aangevuld met een fiche die betrekking heeft op evenement. Soms is het aangewezen om het monodisciplinair plan van de discipline 5 (crisiscommunicatieplan) te operationaliseren (twitter-account, Call Center, ...) (55). Specifiek voor discipline 2 kan er een PRIMA (Plan Risico Manifestatie) opgemaakt worden. Het genegotieerd beheer wordt geconcretiseerd en geformaliseerd door een systeem van unieke multidisciplinaire informatieformulieren in te vullen door de organisator, door multidisciplinaire coördinatievergaderingen met de organisator en alle betrokken kernpartners, onder regie van de bevoegde bestuurlijke overheid. De organisatie van coördinatievergaderingen wordt, onder meer, voorzien voor de evenementen met een zeker risiconiveau, bovenlokale evenementen, evenementen waar het algemene belang dit vereist, ... De algemene coördinatievergadering en de daaropvolgende operationele coördinatievergaderingen worden georganiseerd op initiatief van de meest betrokken overheid (56). Indien het evenement plaatsvindt op het grondgebied van meerdere gemeentes wordt het initiatief genomen door de burgemeester waar het hoofdevenement doorgaat. In de gevallen voorzien in artikel 11 WPA worden de vergaderingen georganiseerd door de provinciegouverneur of door de minister van Binnenlandse Zaken (ADCC). Deze vergaderingen kunnen voorafgegaan worden door verschillende informele verkennende vergaderingen teneinde de optimale voorwaarden voor overleg te realiseren. Van elke vergadering wordt een bestuurlijk verslag opgesteld dat binnen de 24 uur en in ieder geval vóór de gebeurtenis aan alle deelnemers en desgevallend aan andere kernpartners wordt overgemaakt. Dit bestuurlijk verslag wordt eveneens naar de provinciegouverneur en naar de minister van Binnenlandse Zaken gestuurd. De Directie van de Operaties inzake Bestuurlijke Politie (DAO) is ook bestemmeling van dit bestuurlijk verslag voor evenementen waarbij de ondersteuning gevraagd werd van geconstitueerde eenheden en van bijzondere middelen. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen volgende coördinatieplatformen die hieronder beschreven worden. 2.2.1. De algemene coördinatievergadering (strategische doelbepaling en globale taakverdeling) De algemene coördinatievergadering situeert zich in het begin van de voorbereiding. Het betreft een vergadering op strategisch beleidsniveau die tot doel heeft de partijen samen te brengen, verder inzicht te verwerven in de contexten en de belangen, de globale strategie te bepalen, een kwetsbaarheidanalyse uit te voeren, de globale verantwoordelijkheden en taakafspraken te formaliseren en de evaluatie en opvolging vast te leggen. Het is aangeraden om voorafgaandelijk aan deze vergadering duidelijk de beleidsvisie en de tolerantiegrenzen af te lijnen en om ook afspraken te maken met het Parket voor wat betreft het toepassen van een consequent vervolgingsbeleid. Zonder afbreuk te willen doen aan de autonomie en de prerogatieven van de bevoegde overheden, lijkt het ook aangewezen dat voorafgaand aan de algemene coördinatievergadering het advies wordt gevraagd van de politiediensten en desgevallend van andere veiligheids- en inlichtingendiensten (brandweer, veiligheidscel, OCAD, ...). In deze fase wordt, op basis van de context en van de te bereiken doelen, een kwetsbaarheidanalyse uitgevoerd (te trekken lessen, hypotheseformulering m.b.t. mogelijke dreigingen, inventaris van de kwetsbare punten, bestaande opportuniteiten, mogelijke globale scenario's, ...). Deze kwetsbaarheidanalyse vormt de basis voor de gerichte multidisciplinaire risicoanalyses. Tenslotte moet men zich tijdens deze coördinatievergadering ook voorbereiden op de eventualiteit van een crisissituatie tijdens het evenement en worden de noodzakelijke akkoorden afgesloten tussen alle betrokken partijen op het niveau van de civiele en politionele veiligheid. 2.2.2. De operationele coördinatievergaderingen (operationele maatregelen en coördinatie) De operationele coördinatievergaderingen situeren zich na de verschillende risicoanalyses gedaan door de organisator, de politiediensten (57), de veiligheidscel, de brandweer, de medische hulpverlening, ... De samenstelling kan verschillend zijn van deze van de algemene coördinatievergadering. Het betreft een vergadering op het operationele niveau die tot doel heeft om, op basis van de resultaten van de algemene coördinatievergadering en van bijkomende inlichtingen, de gefinaliseerde risicoanalyses te integreren en een definitieve toelating (al dan niet met opschortende voorwaarden) of een verbod te formuleren. N.a.v. deze vergadering worden ook de concrete risicoverlagende maatregelen, genomen door de organisator, door de andere partners en door de politiediensten, onderzocht, gevalideerd en afgestemd. 2.2.3. De geïntegreerde commandostructuur (tactische aansturing en taakuitvoering) De eigenlijke coördinatie van de operaties kan best gebeuren door het in plaats stellen van een geïntegreerde en multidisciplinaire commandopost, naast het eventueel voorzien van een preventief multidisciplinair dispositief voor het beheren van noodsituaties, waarvan de samenstelling afhankelijk zal zijn van de aard en van de omvang van het evenement. In bepaalde omstandigheden is het ook voorgeschreven of aangewezen om gedeconcentreerde of gedecentraliseerde commandoposten op het terrein te voorzien (bvb commandopost in het voetbalstadion, territoriale scheiding van leiding en coördinatie, ...). Voor de politionele coördinatie van de eigenlijke operatie worden, onverminderd de verantwoordelijkheid van de organisator of van andere partijen, geschreven operationele plannen voorzien (verkeersplan, politioneel interventieplan, operatieorder, ...) en al dan niet geïntegreerde operationele briefings georganiseerd. Het initiatief voor de orders en de briefings ligt bij diegene aan wie de coördinatie en leiding van de opdrachten van politie zijn toevertrouwd (Gold Commander). 2.2.4. De evaluatievergaderingen (gerichte opvolging en taakevaluatie) Na afloop van belangrijke gebeurtenissen of gebeurtenissen met incidenten (58) kan de bevoegde overheid evaluatievergaderingen organiseren met het doel de nazorg te optimaliseren, de nodige lessen te trekken en de expertise op te bouwen. Deze vergaderingen kunnen ook tot doel hebben rekenschap af te leggen. De evaluatievergaderingen kunnen op verschillende niveaus, in cascade, georganiseerd worden : met het personeel, met de verantwoordelijke van de ingezette interventie-eenheden, met de organisator en andere partners, ... In elk geval moeten de geweldsincidenten en het gebruik van politioneel geweld gerapporteerd en besproken worden. Na afloop van de evaluatievergadering wordt een bestuurlijk verslag opgesteld en overgemaakt aan alle deelnemers, inzonderheid de andere disciplines, de provinciegouverneur en de minister van Binnenlandse Zaken. DAO is bestemmeling van de verslaggeving over het aanwenden van dwang en geweld en van de evaluatievergadering waarvan de te trekken lessen nuttig kunnen zijn voor de geïntegreerde politie. OCAD is ook bestemmeling indien ze een evaluatie van de dreiging inzake terrorisme en extremisme heeft uitgevoerd en zelfs indien ze geen evaluatie heeft uitgevoerd, indien blijkt dat er elementen zijn die betrekking (kunnen) hebben op terrorisme of extremisme. 2.3. DE ZELFREGULATIE EN DE INTERACTIONELE DISPOSITIEVEN De organisator wordt gestimuleerd om interne veiligheidsvoorzieningen te treffen en desgevallend zelfregulerende dispositieven te voorzien. In dit kader heeft de wetgever aan initiatiefnemers van evenementen meerdere organisatiemogelijkheden geboden om zelf personen in te zetten die een bijdrage kunnen leveren aan de veiligheid naar aanleiding van een evenement. * Vooreerst gaat het om bewaking van goederen en persoonscontrole uitgeoefend in het kader van de wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid van 10 april 1990 (wet private veiligheid). Ofwel beschikt de organisator voor deze taken over een eigen interne bewakingsdienst, ofwel doet hij hiervoor beroep op een daartoe vergunde bewakingsonderneming. In geen geval kan dit gebeuren bij manifestaties of betogingen die een uiting zijn van politieke, syndicale, filosofische of godsdienstige aard. In bepaalde gevallen kan de organisator ook vrijwilligers inzetten (leden van zijn eigen organisatie op basis van artikel 2, § 1bis, van de wet private veiligheid) om toezicht te houden op het verloop van het evenement, voor zover hij hiervoor voldoet aan de voorwaarden die de wet biedt. Tenzij in een zeer beperkt aantal gevallen (bvb. binnen een tijdelijke perimeter ingesteld door de gemeenteraad op basis van artikel 11, § 3, van de wet private veiligheid in het kader van een vreedzaam cultureel, folkloristisch of sportief evenement), kunnen deze bewakingsagenten in principe enkel worden ingezet bij evenementen die niet plaatsvinden op de openbare weg. De wet private veiligheid voorziet ook in de`begeleiding van groepen van personen met het oog op de verkeersveiligheid'. Deze activiteit mag enkel uitgeoefend worden door bewakingsagenten of door vrijwilligers voor de begeleiding van groepen fietsers en automobilisten, van deelnemers aan sportwedstrijden en van scholieren. * Naast de mogelijkheden geboden door de wet private veiligheid bestaan er ook nog een aantal specifieke regimes. In het geval van voetbalwedstrijden, voorziet de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 04/04/2019 numac 2019011353 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, laatst gewijzigd bij wet van 3 juni 2018. - Duitse vertaling sluiten betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden om, onder in deze wet bepaalde voorwaarden, voetbalstewards in te zetten. Er dient ook verwezen te worden naar de specifieke verantwoordelijkheden van de organisatoren van wieler- en veldwedstrijden (KB 21 augustus 1967) (wat betreft de inzet van signaalgevers) en van sportcompetities voor auto's (KB 28 november 1997 en MB 19 november 1998) (wat betreft de inzet van baancommissarissen en stewards), ... In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de gemeenschapswachten toezicht kunnen uitoefenen op personen bij evenementen georganiseerd door de gemeente (festivals, markten, ...) overeenkomstig de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 sluiten en de omzendbrief PREV 32, (B.S. 3 mei 2010). In de praktijk komt het voor dat organisaties of ondernemingen van zogenaamde stewards, aan organisatoren van evenementen hun diensten aanbieden om toezicht uit te oefenen. Het gaat in feite vrijwel altijd om de uitoefening van, onder een andere benaming, in de wet private veiligheid gereguleerde bewakingstaken. Het begrip `steward' heeft, behoudens wat hierover is geregeld in de voetbalwet, geen wettelijke betekenis. Er dient dan ook voorkomen te worden dat door de inzet van zogenaamde `stewards' de wet private veiligheid overtreden wordt. Hieromtrent is er dus een grote omzichtigheid geboden. * Ten slotte is het, conform het administratief gewoonterecht, toegestaan dat de organisator van manifestaties en bijeenkomsten voorziet in een interne ordedienst. Deze draagt er zorg voor dat de manifestatie of de bijeenkomst verloopt volgens de voorwaarden opgelegd door de bestuurlijke overheid die hiertoe de toestemming verleende, zoals het respecteren van de voorziene reisroute en het rustige verloop van de manifestatie. De administratieve rechtspraak heeft geoordeeld dat het feit dat de bestuurlijke overheid dergelijke ordediensten oplegt en zelfs de grootte ervan bepaalt, niet onevenredig is met de in de Grondwet gewaarborgde vrijheden van vergadering, vereniging en meningsuiting. Erkende bewakingsagenten kunnen echter in geen geval deel uitmaken van zulke interne ordedienst. De leden van deze interne ordedienst hebben geen enkele bevoegdheid m.b.t. de personencontrole of de controle van kledij en bagage. Ze kunnen enkel de deelnemers informeren, sensibiliseren, begeleiden en kanaliseren met het oog op positieve beïnvloeding van gedrag zonder gebruik van dwang. Met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel en van het evenredigheidsbeginsel kan de overheid minimale quota vastleggen in functie van de risico's. Het genegotieerd beheer veronderstelt de capaciteit om legitieme acties te faciliteren en te begeleiden, gecombineerd met de capaciteit om normoverschrijdend gedrag op een oordeelkundige en gecibleerde manier te reguleren of te reprimeren. Dit gebeurt zonder de vreedzame acties op een negatieve manier te beïnvloeden. Het kan als een goede praktijk beschouwd worden dat de verantwoordelijke Gold Commander (korpschef of DirCo) van in het begin, een vaste `mediator' (politiecontactpunt) aanduidt die, duidelijk geïdentificeerd en gekend is door de organisator. De mediator stimuleert de dialoog en het overleg op basis van wederzijds respect en van het zoeken naar het beste compromis. Hij heeft een bemiddelende en adviserende functie en zoekt actief naar realistische en aanvaardbare oplossingen of alternatieven. Zonder afbreuk te doen aan het belang om, in voorkomend geval, een collectieve responscapaciteit te voorzien door professionele klassieke geconstitueerde interventiedispositieven, die zoveel mogelijk discreet worden opgesteld, dient de politie ook verder te investeren in interactionele dispositieven die meer gericht zijn op de interactie en op een gecibleerde individuele aanpak : communicatieofficieren, informatieploegen, verbindingsofficieren, contactpunten, toezichtpolitie, spotters, begeleidingsteams, speciale teams, gerechtelijke teams, ... De wisselwerking en de coördinatie met de interventie-eenheden dient goed afgelijnd te worden. In bepaalde gevallen is het aangewezen om verbindingsofficieren te voorzien bij de organisator, de kernpartners, de buitenlandse politiediensten, ... Daarnaast is het inzetten van een `verbindingsofficier terrein' om gedifferentieerde, snelle en soepele interventies mogelijk te maken, sterk aanbevolen. 2.4. DE AFSPRAKEN MET DE ORGANISATOR 2.4.1. De organisator als betrokken en betrouwbare partner Er dient een specifiek onderscheid gemaakt te worden tussen de organisator van een evenement of bijeenkomst, de private of publieke exploitant (beheerder of eigenaar van de plaats waar de bijeenkomst doorgaat) en de dienstverlener (bewakingsonderneming, vrijwilliger, leverancier, ...). De exploitant is de beheerder of eigenaar van een vergunde of niet-vergunde inrichting waar een evenement wordt georganiseerd. Op het openbaar domein is dit het bevoegd openbaar bestuur. Elke exploitant van een inrichting, terrein of gebouw waar een evenement wordt georganiseerd, wordt geacht om, voor zover hijzelf geen organisator is, de organisatoren van evenementen in of op zijn inrichting, terrein of gebouw te wijzen op de wettelijke veiligheidsvoorschriften, milieunormen, vergunningsverplichtingen, .... De organisator is de publieke of private rechtspersoon, de natuurlijke persoon of de feitelijke vereniging die het initiatief neemt om personen uit te nodigen, te mobiliseren en de bijeenkomst te organiseren. De organisator heeft als initiatiefnemer een belangrijke verantwoordelijkheid inzake veiligheid. Er wordt van hem verwacht dat hij zich gedraagt als `bonus pater familias' bij de voorbereiding, de organisatie en de nazorg van zijn evenement. Hij heeft in die zin de verplichting om alle noodzakelijke voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen te nemen om schade aan personen en goederen te voorkomen. Hij dient ook voorzieningen te treffen om wangedrag of ordeverstoringen door deelnemers aan het evenement te voorkomen. De organisator die aanzet tot het plegen van misdrijven, tot ordeverstoring, tot haat en geweld kan strafrechterlijk worden vervolgd. De dienstverlener is een derde partij die diensten of goederen aanbiedt aan de organisator. De dienstverlener kan een bewakingsonderneming zijn, een aannemer voor het plaatsen van installaties of tijdelijke infrastructuur, een leverancier, ... In bepaalde gevallen is het aangewezen dat de organisator een (veiligheids)conventie afsluit met de dienstverlener met het oog op een duidelijke afbakening van de verantwoordelijkheden. De organisator van een evenement moet gestimuleerd worden om zich op te stellen als een betrouwbare partner die de vigerende wetgevingen en reglementeringen respecteert en die actief zijn medewerking verleent aan de bevoegde overheden en politiediensten. Er kan verwacht worden dat de organisator zelf een risicoanalyse maakt voor zijn evenement en de nodige voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen neemt op zijn niveau. De organisator draagt er zorg voor om de negatieve impact van het evenement op het normaal maatschappelijk, sociaal en economisch leven te voorkomen of minstens binnen aanvaardbare normen te houden. Door de aanschaf van een toegangsbewijs, gratis of tegen betaling, wordt door de deelnemer aan een evenement stilzwijgend de inhoud van het reglement van inwendige orde onderschreven. Het betreft een (stilzwijgende) contractuele verbintenis tussen de deelnemer en de organisator. Het is aangewezen om hierbij, op het ticket en door aanplakking aan de ingang van de evenementensite, te verwijzen naar een reglement van inwendige orde waarin de rechten en plichten van beide partijen worden vastgelegd. De gedragscode van de bezoekers wordt beschreven in dit reglement. 2.4.2. De personencontrole De verantwoordelijkheden van een organisator, de mogelijkheden van personencontrole en de inzet van vergunde bewakingsagenten nemen toe al naargelang het evenement doorgaat op de openbare weg of in een besloten of overdekte voor het publiek toegankelijke plaats (festivalweide, feestzone in de stad, voetbalstadion, ...). De personencontrole op de openbare weg blijft een exclusieve bevoegdheid van de politiediensten. Alleen zij kunnen politieopdrachten en -bevoegdheden uitoefenen en hierbij de strikt noodzakelijke dwang gebruiken om een wettig doel na te streven. In een besloten of overdekte voor het publiek toegankelijke plaats is de organisator de eerstelijnsverantwoordelijke voor de actieve en passieve veiligheid. Zijn mogelijkheden om private bewakingsagenten in te zetten zijn bepaald in de wet private veiligheid. Er dient opgemerkt te worden dat het primordiaal is dat de private bewakingsdiensten en de politiediensten, i.g.v. een gelijktijdig, naast elkaar optreden, n.a.v. een evenement (perimeterwerking, topconferentie, concert, ...), duidelijke afspraken maken over de taakverdeling en de verantwoordelijkheden van eenied …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.