{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Uit de bepalingen van artikel 135, § 2, NGW kan afgeleid worden dat de politiebevoegdheden van de bestuurlijke overheden zich uitstrekken tot alle oorzaken die hun oorsprong vinden in privé-eigendommen, en die door hun ongezonde of onveilige gevolgen de openbare orde in gevaar (kunnen) brengen (veruitwendiging). Het betekent daarom nog niet dat dit voldoende zou zijn om in een private plaats, waar het probleem zich voordoet, tussen te komen. De politiediensten kunnen enkel optreden in uitvoering van een beslissing van de gerechtelijke overheden of in uitvoering van een gerechtelijke beslissing genomen door een bevoegde rechtbank. Buiten deze gevallen kunnen de politiediensten enkel ambtshalve tussenkomen bij toestemming van de persoon die het werkelijke genot heeft van de plaats, hulpgeroep van binnenuit, ramp, onheil of schadegeval, bedreiging van het leven of van de lichamelijke integriteit, ...</p>\n<p class=\"lf-p\">In de specifieke context van sociale conflicten dienen bedrijfsbezettingen en stakersposten beschouwd te worden als vormen van stakingen die zich op het privé-terrein van een onderneming afwikkelen. Naast de bescherming die privé-plaatsen genieten, dient ook rekening gehouden te worden met het feit dat het stakingsrecht onder meer wordt beschermd door de vrijheid van vereniging via vakbondsacties (Art. 27 GW), de vrijheid van vergadering (Art. 26 GW) en het Verdrag van New York betreffende economische, sociale en culturele rechten. De bestuurlijke overheid heeft hier niet de bevoegdheid om in dit geval preventieve maatregelen te nemen (voorafgaand verlof) of collectieve acties in een onderneming te verbieden. Niettemin, kunnen bepaalde feitelijkheden een impact hebben op de openbare orde en bijgevolg maatregelen van bestuurlijke politie noodzaken. In elk geval dient een eventuele interventie van de bevoegde bestuurlijke overheden en van de politiediensten rekening te houden met de context van het sociale overleg en met de mogelijke risico's op escalatie. Indien misdrijven worden gepleegd, dienen deze vastgesteld te worden krachtens de bevoegdheden van gerechtelijke politie. (12) Art.8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden : \"1. Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling. 2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan met betrekking tot de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving nodig is in het belang van 's lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch welzijn van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.\". (13) Preventieve maatregelen (vergunningsplicht) zijn uitgesloten voor deze openbare vergaderingen in besloten of overdekte plaatsen voor zover ze vreedzaam, ongewapend en conform de wet verlopen.Zo kan de burgemeester bijvoorbeeld een einde stellen aan een vergadering in een besloten of overdekte plaats indien zware onlusten zijn uitgebroken tussen de deelnemers en andere maatregelen onafdoend blijken. (14) De toelating of weigering van de burgemeester voor de bijeenkomsten in open lucht gebeurt niet in functie van de doelstellingen of van het motief van de bijeenkomst.De overheid laat zich leiden door de evenwichtige afweging tussen de bescherming van het recht te vergaderen enerzijds en de noodwendigheden van het verkeer en van de risico's voor de materiële openbare orde anderzijds.</p>\n<p class=\"lf-p\">De weigering moet gemotiveerd, subsidiair en proportioneel zijn. (15) Art.135, § 2, NGW : \"De gemeenten hebben ook tot taak het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, worden de volgende zaken van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd : 1° alles wat verband houdt met een veilig en vlot verkeer op openbare wegen, straten, kaden en pleinen, hetgeen omvat de reiniging, de verlichting, de opruiming van hindernissen, het slopen of herstellen van bouwvallige gebouwen, het verbod om aan ramen of andere delen van gebouwen enig voorwerp te plaatsen dat door zijn val schade kan berokkenen, of om wat dan ook te werpen dat voorbijgangers verwondingen of schade kan toebrengen of dat schadelijke uitwasemingen kan veroorzaken;voor zover de politie over het wegverkeer betrekking heeft op blijvende of periodieke toestanden, valt zij niet onder de toepassing van dit artikel; 2° het tegengaan van inbreuken op de openbare rust, zoals vechtpartijen en twisten met volksoploop op straat, tumult verwekt in plaatsen van openbare vergadering, nachtgerucht en nachtelijke samenscholingen die de rust van de inwoners verstoren;3° het handhaven van de orde op plaatsen waar veel mensen samenkomen, zoals op jaarmarkten en markten, bij openbare vermakelijkheden en plechtigheden, vertoningen en spelen, in drankgelegenheden, kerken en andere openbare plaatsen;4° het toezicht op een juiste toemeting bij het slijten van waren (waarvoor meeteenheden of meetwerktuigen gebruikt worden) en op de hygiëne van openbaar te koop gestelde eetwaren;5° het nemen van passende maatregelen om rampen en plagen, zoals brand, epidemieën en epizoötieën te voorkomen en het verstrekken van de nodige hulp om ze te doen ophouden;6° het verhelpen van hinderlijke voorvallen waartoe rondzwervende kwaadaardige of woeste dieren aanleiding kunnen geven; 7° het nemen van de nodige maatregelen, inclusief politieverordeningen, voor het tegengaan van alle vormen van openbare overlast.\".</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(16)</span>\"Elke gemeente is aansprakelijk voor de misdrijven op haar grondgebied, met openlijke dwanghandelingen of met geweld, door al of niet gewapende samenscholingen of bijeenkomsten gepleegd, hetzij tegen de personen, hetzij tegen de nationale of private eigendommen, alsook voor de schadevergoeding waartoe zij aanleiding geven.\" (Art. 1 - Titel IV van het Decreet).</div>\n<p class=\"lf-p\">Is geen samenscholing in de zin van het decreet, een samenscholing die spontaan ontstaan is en van korte duur is. Dergelijke samenscholingen kan de gemeenteoverheid niet voorzien. Zij kan dan ook geen maatregelen treffen of ervoor aansprakelijk worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder machtsvertoon of geweld dient elke feitelijkheid te worden verstaan, welke een bewuste aanslag op personen en eigendommen vormt en die zich op zulke wijze heeft voorgedaan dat de waakzaamheid van de gemeentelijke overheid ze had kunnen voorkomen of had toegelaten de daders ervan kenbaar te maken. Cass. 22.3.1906. (17) De burgemeester is een natuurlijke persoon die rechtstreeks in naam en voor rekening van een rechtspersoon van publiek recht, met name de gemeente, handelt.Hij vertegenwoordigt in zijn hoedanigheid de overheid die verantwoordelijk is voor het algemeen belang. (18) De burgemeester is belast met de uitvoering van de wetten, de decreten, de ordonnanties, de verordeningen en de besluiten van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de Gemeenschapscommissies, de provincieraad en de bestendige deputatie van de provincieraad, tenzij zulks uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen of aan de gemeenteraad is opgedragen.(19) Op basis van artikel 133 NGW is de burgemeester, enerzijds, belast met de uitvoering van de (politie)wetten, de (politie)decreten, de (politie)ordonnanties, de (politie)verordeningen en de (politie)besluiten.Anderzijds, is hij op basis van hetzelfde artikel ook belast, bij gebrek aan adequate bepalingen in voorvermelde reglementeringen, met het zelf nemen van de gepaste politiebesluiten voor de uitvoering van de bepalingen en de taken voorzien in artikel 135, § 2, NGW. (20) Art.134, § 1, NGW : \"In geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, kan de burgemeester politieverordeningen maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. Die verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.\". (21) Arrest van de Raad van State nr.189.378 van 10 januari 2009 in de zaak A. 191.010/XII-5.676. (22) Een organisator kan door de burgemeester verplicht worden om een interne ordedienst van de eigen organisatie in te zetten.Deze hebben geen enkele bevoegdheid m.b.t. de personencontrole of de controle van kledij en goederen. Ze kunnen de deelnemers enkel informeren, sensibiliseren, begeleiden en kanaliseren met het oog op positieve beïnvloeding van gedrag zonder gebruik van dwang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie Arrest van de Raad van State nr. 189.378 van 10 januari 2009 in de zaak A. 191.010/XII-5.676 waarvan onder meer kan afgeleid worden dat : - Luidens artikel 26, tweede lid, van de Grondwet de bijeenkomsten op de openbare weg ten volle aan politiewetten onderworpen blijven. Dit lijkt te betekenen dat de wetgever en de door de wetgever aangewezen overheden alle maatregelen mogen nemen om te voorkomen dat de openbare orde wordt verstoord. - Dergelijke maatregelen wel in redelijk verband dienen te staan tot het doel dat ze nastreven. - Het vanzelfsprekend is dat de interne ordedienst geen politietaken kan uitoefenen, maar dat een dergelijke ordedienst door de burgemeester wel nodig wordt geacht voor het begeleiden van de betoging en het in goede banen leiden ervan. - In de gegeven omstandigheden, de gestelde voorwaarde van de organisatie van een interne ordedienst die erop gericht is in de eerste lijn wanordelijkheden te voorkomen, in de huidige stand van de rechtspleging niet als onevenredige maatregel kan worden aangemerkt, die de vrijheid van vereniging en vrijheid van meningsuiting bovenmatig beperkt of zelfs verhindert. Ze houdt dus geen schending in van de artikelen 19 en 26 van de Grondwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie ook voetnoot 32. (23) Het verbieden of repressief ontbinden van een vergadering of bijeenkomst is een ultieme maatregel die slechts wettig is als dit het enige en beste (aangepast, noodzakelijk en effectief) middel is om de orde te handhaven of te herstellen, gelet op de subsidiariteitsvereiste, de proportionaliteitsvereiste en het opportuniteitsbeginsel.\"Het feit dat mogelijk de nodige ordemachten moeten voorzien worden om het hoofd te kunnen bieden aan elke eventualiteit, wordt beschouwd als een noodzakelijk en evident gevolg van bepaalde omstandigheden inherent aan het sociale leven. Het is op zich een onvoldoende grond om een bestreden verbod op het uitoefenen van een openbaar recht te rechtvaardigen\" (Arrest Raad van State nr. 146.226 du 17 juni 2005).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde redenering geldt voor het omgaan met tegenmanifestaties. Het is niet ongewoon dat de organisatie van een evenement rond gepolariseerde en sterk emotioneel beladen thema's een tegenreactie opwekt bij anders gezinden en partijen die andere belangen of meningen hebben. De aankondiging of de aanwezigheid van een tegenmanifestatie is op zich ook onvoldoende om de geviseerde manifestatie of de tegenmanifestatie preventief te verbieden. Dit is zeker het geval wanneer de verwachte commotie in verband met een bepaalde symboliek of thematiek het niveau van de gewone polemiek tussen voor- en tegenstanders niet overstijgt en de risico's met gepaste maatregelen kunnen beheerd worden. De overheid is dus verplicht om maatregelen te nemen en voldoende politie-effectieven te (laten) voorzien om het rustige verloop van beide manifestaties mogelijk te maken en confrontatie en schade te vermijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het uitvaardigen van een samenscholingsverbod worden de mogelijkheden van het genegotieerd beheer en de controle op bijeenkomsten voor een stuk beperkt. Er is ook geen garantie dat het verbod strikt wordt nageleefd. Het doen naleven van een samenscholingsverbod vraagt ook bijzondere inspanningen van de politie die minder mogelijkheden krijgt in de keuze van haar optreden en sneller zal verplicht worden, bij niet naleving, een strikte toepassing af te dwingen door gebruik van dwang. De impact op de openbare orde en op de deëscalatie van conflicten moet dus grondig en permanent worden geëvalueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitvaardigen van een samenscholingsverbod moet bijzonder gemotiveerd worden, aangezien het verbod een schending is van de rechten en vrijheden. (24) Art.134sexies NGW : \" § 1. De burgemeester kan, in geval van verstoring van de openbare orde veroorzaakt door individuele of collectieve gedragingen, of in geval van herhaaldelijke inbreuken op de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad gepleegd op eenzelfde plaats of ter gelegenheid van gelijkaardige gebeurtenissen en die een verstoring van de openbare orde of een overlast met zich meebrengen, beslissen over te gaan tot een tijdelijk plaatsverbod van een maand, tweemaal hernieuwbaar, jegens de dader of de daders van deze gedragingen. § 2. Onder \"tijdelijk plaatsverbod\" wordt verstaan : het verbod binnen te treden in een of meerdere duidelijke perimeters van plaatsen die als toegankelijk voor het publiek worden bepaald, gelegen binnen een gemeente, zonder evenwel het geheel van het grondgebied te beslaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt beschouwd als plaats die toegankelijk is voor het publiek : elke plaats die gelegen is in de gemeente die niet enkel toegankelijk is voor de beheerder van de plaats, voor degene die er werkt of voor degenen die er individueel worden uitgenodigd, met uitzondering van de woonplaats, de plaats van het werk of de plaats van de onderwijs- of opleidingsinstelling van de overtreder. § 3. De in § 1 bedoelde beslissing moet aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° met redenen omkleed zijn op basis van de hinder die verband houdt met de openbare orde;2° bevestigd worden door het college van burgemeester en schepenen, of het gemeentecollege, bij de eerstvolgende vergadering, na de dader of de daders van die gedragingen of hun raadsman te hebben gehoord en nadat hij de mogelijkheid heeft gehad ter gelegenheid hiervan zijn verdedigingsmiddelen schriftelijk of mondeling te doen gelden, behalve indien hij, na te zijn uitgenodigd via een aangetekende brief, zich niet heeft gemeld en geen geldige motieven naar voren gebracht heeft voor zijn afwezigheid of zijn verhindering. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing kan worden genomen, ofwel na een door de burgemeester betekende schriftelijke verwittiging die de dader of de daders van die gedragingen op de hoogte brengt van het feit dat een nieuwe inbreuk op een identieke plaats of ter gelegenheid van gelijkaardige gebeurtenissen aanleiding zal kunnen geven tot een plaatsverbod, ofwel, met het oog op de ordehandhaving, zonder verwittiging. § 5. In geval van niet-naleving van het tijdelijk plaatsverbod, kan de dader of kunnen de daders van die gedragingen gestraft worden met een administratieve geldboete zoals voorzien door de wet (...) betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.\". (25) Wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus (WGP).(26) De werkgever is verantwoordelijk voor de structurele planmatige aanpak van preventie inzake arbeidsveiligheid en welzijn op het werk, en dit door middel van een dynamisch risicobeheersingssysteem opgenomen in een globaal preventieplan en jaaractieplannen.Op basis van de risicoanalyse van de uit te voeren opdrachten en functies (zoals bedoeld in de welzijnswetgeving) worden preventiemaatregelen gedefinieerd (opleidingen, trainingen, collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen, arbeidsgeneeskundig onderzoek, ...). Op basis van de politionele risicoanalyse van een bepaalde gebeurtenis in het kader van openbare orde, bepaalt de verantwoordelijke voor de leiding en coördinatie van de politieopdrachten de in te zetten middelen (personeel, arbeidsmiddelen, beschermingsmiddelen, ...). Zie ook voetnoten 57 en 58. (27) Art.43 van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus : \"In geval van ramp, onheil, schadegeval, oproer, kwaadwillige samenscholingen of ernstige en nakende bedreigingen van de openbare orde, en wanneer de middelen van de lokale politie onvoldoende zijn, kan de burgemeester of de persoon die hem vervangt, met het oog op de handhaving of het herstel van de openbare orde, de federale politie vorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gouverneur en de arrondissementscommissaris worden door de opvorderende overheid onmiddellijk over de vordering ingelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de middelen van de politiediensten onvoldoende zijn om de openbare orde te handhaven, kan de burgemeester de krijgsmacht vorderen.\". (28) Art.119 van de NGW : \"De gemeenteraad maakt de gemeentelijke reglementen van inwendig bestuur en de gemeentelijke politieverordeningen, met uitzondering van de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer bedoeld in artikel 130bis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze reglementen en verordeningen mogen niet in strijd zijn met de wetten, de decreten, de ordonnanties, de reglementen en de besluiten van de Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de gemeenschapscommissies, de provincieraad en de bestendige deputatie van de provincieraad. De raad zendt hiervan binnen achtenveertig uren een afschrift aan de bestendige deputatie van de provincieraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een afschrift van die reglementen en politieverordeningen wordt dadelijk toegezonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank, waar zij in een daartoe bestemd register worden ingeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van die reglementen en verordeningen wordt melding gemaakt in het bestuursmemoriaal van de provincie.\". (29) Politieverordeningen, ook algemeen politiereglement genoemd, leggen algemene, abstracte en onpersoonlijke regels vast, die een onbeperkt aantal keren van toepassing zijn op alle ingezetenen of een categorie van ingezetenen. In bepaalde gevallen vaardigt de gemeenteraad tijdelijke politieverordeningen uit die meer van toepassing zijn op een concreet specifiek geval, bijvoorbeeld een samenscholingsverbod naar aanleiding van stadsrellen, het verbod op alcoholhoudende dranken, ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze politieverordeningen hebben, in tegenstelling tot politiebesluiten genomen door de burgemeester, het voordeel dat ze in geval van overtreding straffen of sancties kunnen bepalen. In het geval dat in de politieverordening geen straffen of sancties worden bepaald, kan het niet-naleven ervan niet gesanctioneerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verbods- of gebodsbepalingen hebben dan de facto slechts de waarde van een aanbeveling. (30) De gedragingen die overlast genereren worden samen met de voorziene straf of sanctie (de politiestraf of de gemeentelijke administratieve sanctie) in een politieverordening bepaald. Bij de keuze voor een politiestraf wordt de vervolging in handen van het openbaar ministerie gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenten die opteren voor een administratieve sanctie staan zelf in voor het opleggen ervan via bevoegde ambtenaren. Politieambtenaren en agenten van politie hebben een ruime vaststellingsbevoegheid. Andere bevoegde ambtenaren zijn in principe enkel bevoegd voor het vaststellen van de inbreuken op de bepalingen m.b.t. de gemeentelijke administratieve sanctie. In verband met de administratieve sanctie dient te worden opgemerkt dat artikel 119bis NGW wordt gewijzigd door artikel 46 van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/04/2019 numac 2019011353 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, laatst gewijzigd bij wet van 3 juni 2018. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (in werking getreden op 1 januari 2014). Door artikel 50 van dezelfde wet wordt artikel 119ter NGW opgeheven. Het is de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/04/2019 numac 2019011353 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, laatst gewijzigd bij wet van 3 juni 2018. - Duitse vertaling sluiten0 zelf die in de toekomst het wettelijke kader in verband met de gemeentelijke administratieve sancties bevat. (31) Het komt ook aan de gemeenteraad toe te bepalen welke gedragingen als openbare overlast worden beschouwd.Een grondig inzicht in de samenlevingsproblematiek en een diepgaande probleemanalyse zijn noodzakelijk voor het vastleggen van de `strafbare of sanctioneerbare gedragingen' en de ontwikkeling van een rechtvaardig, doeltreffend en niet-stigmatiserend gewapend bestuur. (32) Op basis van de wet op de private veiligheid kan het toezicht op en de controle van personen met het oog op het verzekeren van de veiligheid niet uitgeoefend worden door bewakingsondernemingen op de openbare weg behoudens op plaatsen bedoeld in artikel 11, § 3 van voornoemde wet.Deze private personencontrole is op basis van dit artikel onder meer mogelijk voor evenementen van culturele, folkloristische of sportieve aard. In dit geval bepaalt een politiereglement de afbakening van de zone waar bewakingsactiviteiten kunnen worden uitgeoefend, de duur of, in voorkomend geval de periodiciteit gedurende dewelke de maatregel geldt en de bewakingsonderneming die de opdracht zal uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 11, § 1, van de wet op de private veiligheid bepaalt dat, onverminderd artikel 422bis van het Strafwetboek en elke andere verplichting om bijstand te verlenen aan personen in gevaar, het de bewakingsondernemingen, de ondernemingen voor veiligheidsadvies en de interne bewakingsdiensten verboden is, in het kader van hun activiteiten, zich in te laten met of tussen te komen in een politiek- of een arbeidsconflict en op te treden tijdens of naar aanleiding van vakbondsactiviteiten of activiteiten met een politieke finaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 8, § 6, van de wet op de private veiligheid verbiedt de controle van de kledij en de goederen van personen, met uitzondering van de toegangscontrole bij de evenementen in een voor het publiek toegankelijke plaats. Deze controle is enkel gericht op het zoeken naar wapens en gevaarlijke voorwerpen waarvan het binnenbrengen in een plaats het goede verloop van het evenement kan verstoren of de veiligheid van de aanwezigen in het gedrang kan brengen. De burgemeester moet hiervoor zijn toestemming geven en de controle is onderworpen aan cumulatieve uitoefeningsvoorwaarden (niet bij uitgangscontrole, enkel door bewakingsagenten of vrijwilligers van hetzelfde geslacht, op vrijwillige basis, niet systematisch, door een oppervlakkige betasting van de kleding, enkel gericht op wapens of gevaarlijke voorwerpen, geen directe of indirecte discriminatie en zonder gebruik van dwang of geweld). Bij weigering om zich aan de controle te onderwerpen, kan de toegang ontzegd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van artikel 8, § 11, is het de bewakingsagenten verboden om personen identiteitsdocumenten te laten voorleggen of te laten overhandigen, te controleren, te kopiëren of in te houden, behoudens bij de toegang van niet voor publiek toegankelijke plaatsen die een bijzonder veiligheidsrisico kunnen uitmaken. Deze controle kan enkel op vrijwillige basis gebeuren. De bewakingsagenten kunnen aan iedereen die zich tegen deze controle verzet de toegang ontzeggen. Deze controle kan niet door vrijwilligers uitgevoerd worden. (33) Er dient een specifieke bepaling in het algemeen gemeentelijk politiereglement opgenomen te worden die de overtredingen van de artikelen van de tijdelijke politieverordening, genomen op basis van artikel 130bis NGW, sanctioneert door het voorzien van straffen of administratieve geldboetes.(34) Art.130 NGW : \"De politie over de vertoningen behoort aan het college van burgemeester en schepenen; het kan in buitengewone omstandigheden elke vertoning verbieden teneinde de openbare rust te handhaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit college voert de verordeningen van de gemeenteraad uit voor alles wat de vertoningen betreft. De raad waakt tegen het geven van vertoningen die strijdig zijn met de openbare orde.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vertoning, visueel of auditief, moet begrepen worden als bijvoorbeeld een toneelvoorstelling, een filmvoorstelling, ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalde concerten, liederen, dansvoorstellingen, ... kunnen in bepaalde gevallen ook aan deze voorwaarden beantwoorden voor zover ze een mening te kennen geven of een idee of een boodschap overbrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft dus een voorstelling, een spektakel, een optreden, ... met een openbaar karakter; in een voor het publiek toegankelijke plaats; waarbij een gedachte of mening tot uiting wordt gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrijheid van vertoningen wordt gewaarborgd door artikel 19 van de Grondwet (vrijheid van mening) en tevens uitdrukkelijk door een besluit van het Voorlopig Bewind van 21 oktober 1830 houdende het invoeren van volledige vrijheid om theaters op te richten en er stukken te laten opvoeren. Uitgaande van de premisse dat de vrijheid de regel is en de beperking van de vrijheid de uitzondering, dient het verbod een ultiem en tijdelijk middel te blijven om de openbare rust te handhaven. De aangewende motieven, gebaseerd op objectieve risico's, dienen betrekking te hebben op de buitengewone omstandigheden. Arrest van de Raad van State nr 146.226 van 17 juni 2005, rolnummer A.147.887/VI-16.642 waarbij gesteld wordt dat andere motieven, die de vrees uitdrukken dat bepaalde protestbewegingen zouden kunnen ontstaan tijdens de voorstelling, niet kunnen beschouwd worden als buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 130 van de Nieuwe Gemeentewet. Zie ook voetnoot 23.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze buitengewone omstandigheden dienen in verband te staan met de handhaving en het herstel van de materiële openbare orde. Een verbod is niet mogelijk op basis van de morele openbare orde. Arrest van de Raad van State nr. 191.742 van 23 maart 2009, rolnummer A.191.858/XV-984 die stelt dat de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen om een vertoning te verbieden, wanneer buitengewone omstandigheden dit vereisen, niet in vraag wordt gesteld; het verbod in dit geval het enige middel moet zijn om de openbare rust te handhaven; dat een dergelijk verbod, dat afwijkt van de algemene regel van vrije meningsuiting, restrictief moet worden toegepast; dat de buitengewone omstandigheden die verondersteld worden het bestreden besluit te rechtvaardigen in eerste instantie gebaseerd zijn op de uitspraken van de artiest n.a.v. zijn vroegere spektakels, welke worden ervaren als beledigend t.a.v. een bepaalde gemeenschap door een groot deel van de publieke opinie; dat het college van burgemeester en schepenen niet de taak heeft gekregen om preventief te waken over de politieke of morele correctheid, of in voorkomend geval over de strafrechtelijke gepastheid van vertoningen en nog minder van deze van de artiesten die de voorstelling geven; dat bepaalde uitspraken of gedragingen die door de wet worden beteugeld enkel gerechtelijke vervolgingen kunnen rechtvaardigen en geen preventieve politiemaatregel; dat de vrije meningsuiting één van de essentiële fundamenten is van een democratische maatschappij, één van de basisvoorwaarden voor de vooruitgang ervan en voor de persoonlijke ontplooiing van elkeen, dat deze vrijheid niet enkel geldt voor informatie of ideeën die gunstig worden onthaald of die beschouwd worden als onschadelijk of neutraal, maar ook voor deze die de publieke overheden of eender welke fractie van de bevolking kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten, dat dit net de voorwaarden zijn voor pluralisme, tolerantie en open geest, zonder dewelke er geen sprake kan zijn van een democratische maatschappij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie ook voetnoot 7. (35) Zoals voor de andere gemeentelijke organen, slaat de (controle)bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen enkel op de materiële openbare orde en niet op de morele openbare orde. - Voor de vertoningen in besloten of overdekte plaatsen is geen enkele preventieve politiemaatregel (voorafgaande toelating, censuur, ...) mogelijk. Het college mag geen waardeoordeel vellen over het filosofische, morele of esthetische aspect van de vertoning zelf, of zich baseren op overwegingen m.b.t. de goede zeden, het fatsoen, de waardigheid, de welvoeglijkheid, ... om haar bevoegdheid uit te oefenen. Enkel buitengewone omstandigheden kunnen een verbod door het college van burgemeester en schepenen rechtvaardigen (repressieve politiemaatregel).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit belet niet dat het politiereglement de organisator kan verplichten om de gemeentelijke overheid voorafgaandelijk in te lichten van de organisatie van een publieke vertoning (regulerende politiemaatregel), teneinde haar in staat te stellen de nodige maatregelen te treffen voor een rustig en veilig verloop. Zie ook voetnoot 9 voor de politiemaatregelen. - Het moet wel degelijk de vertoning zijn die de oorzaak is van de verstoring van de openbare rust om aan het college toe te laten haar taak m.b.t. de politie over de vertoningen uit te oefenen. De burgemeester behoudt voor de rest zijn klassieke bevoegdheden inzake openbare orde en veiligheid van de openbare plaatsen waar vertoningen worden georganiseerd en ziet toe op de naleving van (politie)wetten, de (politie)decreten, de (politie)ordonnanties, de (politie)verordeningen en de (politie)besluiten op basis van artikel 133 NGW.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien bijvoorbeeld niet voldaan is aan de wettelijke veiligheidsvoorschriften kan de burgemeester hiervoor de gepaste maatregelen nemen. - Bij het vaststellen van misdrijven (racisme, negationisme, laster, eerroof, ...) hebben de politiediensten de bevoegdheid om een proces-verbaal op te stellen dat ze overmaken aan de gerechtelijke overheden. In voorkomend geval kunnen zij ook de nodige maatregelen nemen om de gepleegde misdrijven te doen ophouden. - De vertoningen in open lucht worden beschouwd als vergaderingen (bijeenkomsten) in open lucht in de zin van artikel 26, tweede lid van de Grondwet. Deze bijeenkomsten blijven volledig onderworpen aan de politiewetten en kunnen het voorwerp zijn van een preventief regime.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat de gemeentelijke overheid de mogelijkheid heeft om voor deze bijeenkomsten in open lucht een systeem van voorafgaande toelatingen op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie ook punt 1.1. De vergaderingen in `open lucht'. (36) Art.11 WPA : \"Onverminderd de bevoegdheden die hun zijn toegekend door of krachtens de wet, oefenen de minister van Binnenlandse Zaken en de gouverneur de bevoegdheden van de burgemeester of van de gemeentelijke instellingen in subsidiaire orde uit wanneer deze, al dan niet vrijwillig, hun verantwoordelijkheden niet nakomen, wanneer de verstoring van de openbare orde zich uitstrekt over het grondgebied van verscheidene gemeenten of, wanneer, ook al is de gebeurtenis of de situatie slechts in een enkele gemeente gelokaliseerd, het algemeen belang hun tussenkomst vereist.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">De coördinatie, in voorkomend geval, door de provinciegouverneur of door de minister van Binnenlandse Zaken doet geen afbreuk aan de wettelijke verantwoordelijkheden van de gemeentelijke overheden. (37) De provinciegouverneur heeft een verordenende bevoegdheid gelegen in artikel 128 Provinciewet, samen te lezen met de wet van 6 maart 1818Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/1818 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/11/2012 numac 2012000631 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet omtrent de straffen tegen de overtreders van algemeene verordeningen uit te spreken of bij provinciale of plaatselijke reglementen vast te stellen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de straffen uit te spreken tegen de overtreders van algemene verordeningen of te stellen bij provinciale of plaatselijke reglementen, zoals gewijzigd door de wet van 5 juni 1934 en de wet van 14 juni 1963.(38) Art.128 van de Provinciewet : \"De gouverneur zorgt in de provincie voor het handhaven van de openbare orde, te weten de openbare rust, veiligheid en gezondheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daartoe kan hij een beroep doen op de federale politie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij richt zich daarvoor tot de bestuurlijke directeur-coördinator. Hij ziet toe op een goede samenwerking tussen de politiediensten en tussen de politiezones in de provincie. Hij kan door de bevoegde ministers worden belast met bijzondere opdrachten met betrekking tot veiligheid en politie.\". (39) In het specifieke geval van stoeten, betogingen en samenscholingen op de autosnelwegen en gelijkgestelde wegen, is de omzendbrief van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/04/2019 numac 2019011353 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, laatst gewijzigd bij wet van 3 juni 2018. - Duitse vertaling sluiten1 van de minister van Binnenlandse Zaken betreffende de gebeurtenissen die met de openbare orde samenhangen en die op autosnelwegen plaatsvinden, (BS 14 augustus 2002), van toepassing.(40) De bestuurlijke directeur-coördinator blijft in contact met de burgemeester en/of de korpschef van de plaats van het optreden en in geval van bovenlokale problemen op vlak van de openbare orde met de gouverneur of de ambtenaar die hiervoor door de gouverneur gemandateerd werd.(41) Art.129 van de Provinciewet : \"In geval van woelige samenscholingen, van oproer of van gewelddadig verzet tegen de uitvoering van de wetten of van de wettelijke verordeningen, heeft de gouverneur het recht om de gewapende macht op te vorderen. Hij geeft hiervan terstond kennis aan de ministers van Binnenlandse Zaken en van Landsverdediging; de bevelvoerende officier is gehouden aan de schriftelijke vordering van de gouverneur te voldoen.\". (42) De arrondissementscommissaris handelt als gedeconcentreerde vertegenwoordiger van de federale overheid onder het hiërarchisch gezag van de minister van Binnenlandse Zaken. (43) De openbare macht bestaat uit de politiediensten, het leger, de agenten van de Administratie van douane en accijnzen, de hoofden en de leden van de Diensten Enquêtes van de Vaste Comités van toezicht op de politiediensten en op de inlichtingendiensten,... Zie het KB van 26 juni 2002 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht, (BS 29 juni 2002). (44)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5\"><span class=\"lf-art-num\">Art.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">/6 WPA : \"De politiediensten vervullen hun opdrachten overeenkomstig de bevelen, onderrichtingen, vorderingen en richtlijnen van de bevoegde overheden, onverminderd de bevoegdheden en verplichtingen die voor bepaalde politieambtenaren voortvloeien uit hun hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings of van de krijgsauditeur.\"</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevel is een punctuele injunctie van de overheid aan de politiedienst waarover zij het hiërarchisch gezag heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderrichting is even dwingend als een bevel maar onderscheidt zich ervan door haar algemene draagwijdte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De richtlijn is een schriftelijk voorschrift dat niet het rechtstreeks en onmiddellijk karakter heeft van een bevel. De richtlijn kan ook uitgaan van een overheid die niet noodzakelijk het hiërarchisch gezag heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering is een maatregel die kan worden genomen door overheden en ambtenaren die geen hiërarchisch gezag hebben over een bepaalde politiedienst om die dienst te verplichten medewerking te verlenen. (45) Art.3, tweede lid WGP : \"Overeenkomstig Titel II van de huidige wet, verzekert de lokale politie op het lokale niveau de basispolitiezorg, meer bepaald alle opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie die nodig zijn voor het beheren van lokale gebeurtenissen en fenomenen die zich voordoen op het grondgebied van de politiezone, evenals het vervullen van sommige politieopdrachten van federale aard.\". (46) Art.3, derde lid WGP : \"Overeenkomstig Titel III van de huidige wet, verzekert de federale politie over het gehele grondgebied, met inachtneming van de principes van specialiteit en subsidiariteit, de gespecialiseerde en de supralokale opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie, evenals ondersteunende opdrachten voor de lokale politiediensten en voor de politieoverheden.\". (47) Art.101, tweede lid WGP : \"In dat raam verzekert de algemene directie bestuurlijke politie onder meer de volgende opdrachten : 1° de exploitatie van de politionele informatie die noodzakelijk is voor de opdrachten van de geïntegreerde politie;2° de leiding en de operationele coördinatie van de opdrachten van bestuurlijke politie van zijn directies en diensten;3° de gespecialiseerde opdrachten van bestuurlijke politie en de ondersteuning van de politieopdrachten;4° de organisatie van de federale interventiereserve ten bate van alle politiediensten; 5° de steun in het raam van de gedeconcentreerde opdrachten van bestuurlijke politie van de bestuurlijke directeurs-coördinator, onder meer door de terbeschikkingstelling van personeel, in het raam van een gehypothekeerde capaciteit, en middelen overeenkomstig de door de minister van Binnenlandse Zaken uitgevaardigde richtlijnen.\". (48) Zie omzendbrief GPI 44ter van 14 januari 2010 : Richtlijnen betreffende het Interventiekorps.(49) De ministeriële richtlijn MFO-2 van 13 april 2012 betreffende het solidariteitsmechanisme tussen de politiezones inzake versterkingen voor opdrachten van bestuurlijke politie.(50) Zie omzendbrief PLP 27 van 4 november 2002 tot intensifiëring en bevordering van de interzonale samenwerking.(51)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43\"><span class=\"lf-art-num\">Art.43</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">WPA : \"Bij het vervullen van hun opdrachten verlenen de politieambtenaren elkaar te allen tijde wederzijdse bijstand en zorgen zij voor een doeltreffende samenwerking Bij onmiddellijk gevaar voor personen en indien zijn middelen ontoereikend blijken, kan ieder officier van bestuurlijke politie van een bepaalde politiedienst de bijstand vorderen van andere bevoegde politieambtenaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevorderde politiedienst brengt de overheid onder wiens gezag hij ressorteert hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte.\". (52) De operationele leiding bestaat in het op zich nemen om, binnen het bestek van wat in wetten en reglementen, alsook in richtlijnen, bevelen en onderrichtingen van de bevoegde overheden bepaald is, een politieopdracht uit te voeren, door middel van de noodzakelijke bevelen, personeel en middelen.Daartoe wendt de politieverantwoordelijke, belast met de operationele leiding, de beschikbare middelen aan en voert hij het bevel over het politiepersoneel, ongeacht of deze tot zijn dienst behoren of ter beschikking werden gesteld. De politieverantwoordelijke, belast met de operationele leiding, heeft dus, in het raam van de supralokale interventie van één of meerdere politiekorpsen, tegenover het personeel en over de middelen die worden ingezet het volledige gezag (bevoegdheid tot het geven van bevelen). De operationele leiding impliceert tevens de eindverantwoordelijkheid over de uitvoering van de opdrachten (voorbereiding, uitvoering, evaluatie).</p>\n<p class=\"lf-p\">De operationele coördinatie bestaat erin om, binnen het bestek van wat in wetten en reglementen, alsook in richtlijnen, bevelen en onderrichtingen van de bevoegde overheden bepaald is, de operationele activiteiten die op niveau van de verschillende dispositieven worden ontwikkeld om dezelfde doelstellingen te bereiken, op elkaar af te stemmen. De operationele coördinatie houdt geen rechtstreekse bevoegdheid in om bevelen te geven, evenmin impliceert ze de verantwoordelijkheid over de uitvoering van de opdrachten. (53) Art.7/1 WPA : \"Met uitzondering van de opdrachten bedoeld bij artikel 102 van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, worden de operationele coördinatie en leiding van de opdrachten van politie waarvan de uitvoering zich uitstrekt over het grondgebied van meer dan een politiezone, als volgt toevertrouwd : 1° in geval van gezamenlijk optreden op basis van een akkoord tussen verschillende lokale politiekorpsen, aan een korpschef van de lokale politie, die hiervoor wordt aangewezen door de betrokken burgemeester of burgemeesters;2° in geval van gezamenlijk optreden van verschillende lokale politiekorpsen en van de federale politie, met inbegrip wanneer deze laatste tussenkomst na vordering, aan de bestuurlijke directeur-coördinator;3° voor de uitvoering, door een lokale politie, van een vordering door de minister van Binnenlandse Zaken bedoeld bij artikel 64 van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, aan de bestuurlijke directeur-coördinator. De zonale veiligheidsraden kunnen de onder 1° bepaalde opdrachten organiseren bij middel van protocollen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen bedoeld in 2° en 3°, kan de operationele coördinatie en leiding worden toevertrouwd aan een daartoe aangeduide lokale korpschef indien de betrokken lokale en federale politieoverheden dit samen beslissen.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 7</span><span class=\"lf-art-t\">/2 WPA : \"Met uitzondering van de opdrachten bedoeld bij artikel 102 van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, worden de operationele coördinatie en leiding van de opdrachten van politie waarvan de uitvoering beperkt is tot het grondgebied van één politiezone, toevertrouwd aan de korpschef van de lokale politie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De operationele coördinatie en leiding worden evenwel toevertrouwd aan de bestuurlijke directeur-coördinator in de volgende gevallen : 1° wanneer hij gevolg geeft aan het verzoek van de korpschef van de lokale politie, om deze opdracht waar te nemen;2° wanneer de federale politie ambtshalve of op bevel van de minister van Binnenlandse Zaken optreedt bij de uitvoering van bovenlokale opdrachten, en deze laatste, gelet op de specifieke omstandigheden van deze tussenkomst, beslist deze functie toe te vertrouwen aan de bestuurlijke directeur-coördinator.Deze beslissing wordt, behoudens in geval van hoogdringendheid, genomen in overleg met de burgemeester; 3° wanneer de federale politie of een lokale politie tussenkomt in het kader van een vordering, respectievelijk bedoeld bij de artikelen 43 en 64 van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, en dat de minister van Binnenlandse Zaken heeft beslist deze functies aan de bestuurlijke directeur-coördinator toe te vertrouwen.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 7</span><span class=\"lf-art-t\">/3 WPA : \"De operationele coördinatie en leiding van een opdracht van federale aard in de zin van artikel 61 van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, en die het gezamenlijk optreden van één of verschillende lokale politiekorpsen en de federale politie vereist, worden uitgeoefend door het politieniveau dat in de richtlijn is aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens andersluidende beslissing van de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie, worden de operationele coördinatie en leiding van een opdracht van federale aard in de omstandigheid bedoeld bij artikel 63 van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, evenwel uitgeoefend door de bestuurlijke directeur-coördinator.\". (54) Het KB van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen definieert de rol en de verantwoordelijkheid van de gemeenten en provincies i.v.m. de noodplanning en bepaalt in artikel 29 dat er per gemeente en per provincie een veiligheidscel wordt opgericht en in de artikelen 21 en 30 dat de burgemeester wordt bijgestaan door een ambtenaar verantwoordelijk voor de noodplanning. (55) Zie ministeriële nota van 27 juni 2012 met richtlijnen van de minister van Binnenlandse Zaken i.g.v. de ramp op het muziekfestival Pukkelpop van 18 augustus 2011. (56) Het is de bevoegde bestuurlijke overheid die beslist om een coördinatievergadering bijeen te roepen (algemene coördinatievergadering, operationele coördinatievergadering, evaluatievergadering).De regie en het voorzitterschap van deze vergaderingen liggen bij de bevoegde bestuurlijke overheid. Deze kan, i.f.v. de grootschaligheid en van de risico's, beslissen om dit te delegeren aan de rampenambtenaar, aan degenen die de leiding en coördinatie van de opdrachten van politie waarneemt, aan het hoofd van de brandweer, ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een gepland evenement waarbij het risico op noodsituatie groot is, is het aangewezen om de voorbereiding en de pilotering van de coördinatievergaderingen toe te vertrouwen aan de bevoegde veiligheidscel, onder regie en verantwoordelijkheid van de bestuurlijke overheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemende overheid informeert de andere betrokken burgemeester(s) en de provinciegouverneur en nodigt ze desgevallend uit op de coördinatievergadering. (57) Bij elke grootschalige ordedienst, risicovolle opdracht, omvangrijk evenement, ..., voorzien of niet, dient een politionele risicoanalyse uitgevoerd te worden. Deze bepaalt uiteindelijk welke middelen en uitrusting voor een bepaalde opdracht gebruikt zullen worden. Dit is de verantwoordelijkheid van de persoon aan wie de leiding en coördinatie van de politieopdrachten is toevertrouwd. Zie punt 3.2.3. De politionele risicoanalyse. De operationele leidinggevende politiechef zal hierbij steeds waken over de veiligheid en het welzijn van het personeel, in het bijzonder voor de risicovolle opdrachten waarmee ze worden belast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is echter niet zo dat bij elke ordedienst een risicoanalyse inzake arbeidsveiligheid en welzijn dient uitgevoerd te worden en een preventieadviseur dient geconsulteerd te worden. De risicoanalyse inzake arbeidsveiligheid en welzijn op het werk gebeurt immers op basis van de algemene opdracht `openbare orde' en bepaalt welke opleidingen, trainingen, arbeidsmiddelen, collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen, ... moeten ter beschikking gesteld worden. Dit wordt telkens herzien bij incidenten of arbeidsongevallen en het geheel maakt deel uit van het globaal preventiebeleid van de zone of van de eenheid. Zie punt 3.2.4. De risicoanalyse m.b.t. arbeidsveiligheid en welzijn van het personeel, opgenomen in het dynamisch risicobeheersingssysteem. Zie ook voetnoten 26 en 58. (58) Arbeidsongevallen en incidenten worden nadien samen met de preventiedienst bestudeerd teneinde de factoren te bepalen die van invloed waren op het ontstaan ervan alsook de oorzaken te detecteren die van doorslaggevende aard waren bij ongevallen met arbeidsongeschiktheid tot gevolg.De resultaten hiervan worden opgenomen in het risicobeheersingssysteem waardoor eventuele bijkomende preventiemaatregelen geformuleerd worden. Het bevoegde comité (basisoverlegcomité en in voorkomend geval hoog overlegcomité) geeft hierover advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een ernstig arbeidsongeval voorziet de wetgeving ter zake dat de werkgever onmiddellijk het comité inlicht, dat een afvaardiging van dat paritair comité onmiddellijk ter plaatse gaat en dat de preventiedienst het ongeval onmiddellijk onderzoekt. De Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk interpreteert het woord `onmiddellijk', in die zin dat, indien de interne dienst uitsluitend dagprestaties levert, het onderzoek gestart wordt bij aanvang van de eerstvolgende werkdag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afstappen van deze instanties mag geen bijkomende risico's creëren. Het is aan de verantwoordelijke voor de leiding en coördinatie om te oordelen wanneer de omstandigheden opnieuw veilig zijn en het politionele optreden niet gehinderd wordt. (59) Art.16 van de wet private veiligheid : \"De leden van de politiediensten en de door de Koning aangewezen ambtenaren en agenten houden toezicht op de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.\". 4 NOVEMBER 2002. - Ministeriële richtlijn MFO-4 betreffende de federale opdrachten van beveiliging, toezicht en controle door de politiediensten in het kader van de regelgeving inzake private veiligheid : \"De controleopdrachten in het raam van de bewakingswet en haar uitvoeringsbesluiten zijn steeds opdrachten van bestuurlijke politie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De niet-naleving van deze normen wordt in hoofdzaak beteugeld door middel van administratieve sancties. Dit belet nochtans niet dat, naar aanleiding van dergelijke operaties, ook de naleving van andere normen, beteugeld met strafsancties, kan worden gecontroleerd. In dat geval, bevat de actie zowel componenten van bestuurlijke als van gerechtelijke politie.\". (60) De organisator van een evenement dat een grote volkstoeloop en bijzondere risico's genereert, duidt, voor zover hij of zij dit niet zelf voor zijn rekening neemt, een veiligheidsverantwoordelijke of een gemandateerde persoon aan die de nodige contacten onderhoudt met de hulp- en ordediensten bij de voorbereiding, het evenement zelf en de evaluatie.(61) Safety en security zijn aan elkaar gerelateerde en complementaire begrippen. Safety heeft vooral betrekking op accidentele incidenten en de bescherming tegen menselijk en technisch falen. Globaal gezien betreft het de maatregelen ter bescherming van de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Security slaat op intentionele incidenten en de beveiliging tegen opzettelijke handelingen. Globaal gezien betreft het de maatregelen ter voorkoming van een verstoring van de activiteit. (62) De informatieopdracht van de politiediensten wordt beperkt door de privacy en in het bijzonder door de bepalingen van artikel 8 EVRM, artikel 17 BUPO-verdrag (Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, geïnitieerd door de Verenigde Naties op basis van het U.V.R.M., geratificeerd in België op 21 april 1981), artikel 22 GW, de bepalingen van de wet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van 8 december 1992, de artikelen 44/1 en volgende WPA, de specifieke richtlijnen, de discretieplicht en het beroepsgeheim. (63) Art.5/1 WPA : \"De overheden van bestuurlijke politie en de politiediensten moeten elkaar de hen toegekomen inlichtingen betreffende de openbare orde mededelen, die tot preventieve of beteugelende maatregelen aanleiding kunnen geven.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-5\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">/2 WPA : \"De politiediensten moeten bij bijzonder verslag de betrokken bestuurlijke overheden informeren over de buitengewone gebeurtenissen betreffende de openbare orde waarvan zij kennis hebben. Om de burgemeester in staat te stellen zijn verantwoordelijkheden van bestuurlijke politie uit te oefenen, informeren de korpschef van de lokale politie, de bestuurlijke directeur-coördinator en de gerechtelijke directeur van de federale politie hem onverwijld over de gewichtige feiten die de openbare rust, veiligheid of gezondheid in de gemeente kunnen verstoren (...).\". (64) In het kader van de uitoefening van hun opdrachten kunnen de politiediensten gegevens van persoonlijke aard verwerken voor zover ze toereikend, terzake dienend en niet overmatig van aard zijn in het licht van de doeleinden van bestuurlijke en van gerechtelijke politie waarvoor ze verkregen worden en waarvoor ze later verwerkt worden.(65) Zie ook de informatiebehoeften en -verplichtingen in het kader van de gespecialiseerde opdrachten van bestuurlijke politie.(66)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44\"><span class=\"lf-art-num\">Art.44</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">/1, § 4 WPA : \"Wanneer de politiediensten in het kader van de uitoefening van hun opdrachten van gerechtelijke politie kennis krijgen van persoonsgegevens en informatie die van belang zijn voor de uitoefening van de bestuurlijke politie en die aanleiding kunnen geven tot beslissingen van bestuurlijke politie, stellen zij de bevoegde bestuurlijke politieoverheden daarvan onverwijld, zonder enige beperking en met schriftelijke bevestiging in kennis, behoudens wanneer dit de uitoefening van de strafvordering in het gedrang kan brengen, maar onverminderd de maatregelen die noodzakelijk zijn in geval van een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de bescherming van personen en van de openbare veiligheid of gezondheid.\". (67) Zie de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2006 numac 2006009570 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de analyse van de dreiging type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2006 numac 2006009569 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op de politie- en inlichtingendiensten en van de artikelen 323bis en 327bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten betreffende de analyse van de dreiging, in het bijzonder de artikelen 3, 6, 8, 10 en 14, en het KB van 28 november 2006, in het bijzonder de artikelen 2, 7, 8 en 11.(68) Politiepraktijkgids - Policing Events : Het strategisch politionele beheer van gebeurtenissen openbare orde Deze methode voor de politionele risicoanalyse is gebaseerd op het concept van Informatiegestuurde Politiezorg (IGPZ) en genegotieerd beheer (zie punt 2.Overleg en coördinatie). Het is een continu en dynamisch beeldvormings- en besluitvormingsproces (op strategisch, operationeel en tactisch niveau) dat in drie stappen verloopt : * Stap 1 : Doelbepaling : analyse van de contexten, van de beleidsvisie, van de tolerantiegrenzen, van de (wettelijke) opdracht(en) en van de dreigingen (What If-hypothesen) met het oog op het inventariseren van de kwetsbaarheden en de opportuniteiten. * Stap 2 : Risicodetectie : analyse van de menselijke, materiële en andere determinerende risicofactoren (weersomstandigheden, tijdsfactoren, ...) met het oog op het bepalen van de reële risico's, de prioriteiten en de concrete kansen. * Stap 3 : Risicoreductie : bepalen van de risicoverlagende maatregelen die door de betrokken overheden, organisator, partijen, partners, politiediensten dienen genomen te worden met het oog op het voorkomen of verminderen van de risico's en het definiëren van een globaal, geïntegreerd en gecoördineerd veiligheidsconcept.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit model kan op alle operationele situaties toegepast worden : politioneel beheren van recreatieve evenementen, van manifestaties en optochten, van tussenkomsten in het domein van bestuurlijke of gerechtelijke politie in een gevaarlijke omgeving of in moeilijke buurten, operaties van gerechtelijke politie met maatregelen van bestuurlijke politie, ... (69) De aanpak van voetbalgerelateerd geweld gebeurt conform de Voetbalwet en de desbetreffende rondzendbrieven.(70) Stadsrellen zijn (punctuele) gewelddadige verstoringen van de openbare orde, in of vanuit probleemaccumulatie buurten (achterstandswijken met meestal een multi-etnische bevolking), waarbij groepen (voornamelijk) jonge relschoppers hun onvrede en frustratie uiten op een destructieve wijze.In een aantal gevallen nemen jongeren uit andere wijken deel aan de rellen of zijn, rechtstreeks of onrechtstreeks, de oorzaak van verdere escalatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanleidingen kunnen veelvuldig zijn : uitbarsting van geweld als een vorm van rebellie door sociaal achtergestelde jongeren die zich afzetten tegen de maatschappij en haar symbolen, versterking van de groepsidentiteit (status) en het ontstaan van een hybride straatcultuur met afwijkende normen en dominerende gedragspatronen, territoriumstrijd met het oog op de annexatie van een deel van de publieke ruimte, rituele of symbolische ontlading van geweld (vb eindejaarsfeesten, ...), afleidingsmanoeuvre om ongestraft criminele activiteiten op te zetten (drugstrafiek, vermogensdelicten, wapentrafiek, ...), ... (71) Etnische rellen kunnen in hun verschijningsvormen gelijken op stadsrellen, maar onderscheiden er zich van door de hoofdoorzaak.Ze kunnen het gevolg zijn van spanningen en conflicten tussen bevolkingsgroepen van dezelfde wijk (wijkgerelateerde conflicten), nationale of internationale spanningen tussen etnische gemeenschappen (geïmporteerde conflicten),...</p>\n<p class=\"lf-p\">In een aantal gevallen worden deze conflicten gerecupereerd door jongerengroepen die hiervan gebruik maken om rellen te veroorzaken. (72) Art.2 van de wet van 8 december 1992 op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer : \"Ieder natuurlijke persoon heeft in verband met de verwerking van persoonsgegevens die op hem betrekking hebben, recht op bescherming van zijn fundamentele rechten en vrijheden, inzonderheid op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer.\". (73)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Art.35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">WPA : \"De politieambtenaren mogen aangehouden, gevangen of opgehouden personen, buiten noodzaak, niet aan publieke nieuwsgierigheid blootstellen. Zij mogen deze personen zonder hun instemming niet onderwerpen of laten onderwerpen aan vragen van journalisten of derden die vreemd zijn aan de zaak, noch van hen beeldopnamen maken of laten maken behalve die welke bestemd zijn voor hun identificatie of voor andere door de bevoegde gerechtelijke instantie vastgestelde doeleinden. Behalve om hun verwanten te verwittigen, mogen zij de identiteit van de betrokken personen niet bekend maken zonder daartoe de instemming van de bevoegde gerechtelijke instantie te hebben gekregen.\"</p>\n<p class=\"lf-p\">De politiediensten hebben de verplichting om aangehouden personen te ontrekken aan de publieke nieuwsgierigheid door het nemen van adequate maatregelen : beroepsgeheim en discretieplicht, keuze van een discrete plaats voor de interventie en de fouillering, keuze van een aangepaste reisweg voor de overbrenging, in plaats stellen van een optisch schild, bedekking van het gelaat, ... Deze verplichting laat de politie echter niet toe om te beletten dat de pers op een normale manier haar werk zou doen. De persvrijheid moet in deze ook geëerbiedigd worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 131</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">WGP : \"Het statuut van de politieambtenaren, waarborgt het beroepsgeheim en het bevat een discretieplicht. Het is de politieambtenaren verboden, zelfs na het beëindigen van hun ambt, die gegevens bekend te maken die betrekking hebben op `s lands veiligheid, de bescherming van de openbare orde, de financiële belangen van de overheid, het voorkomen en bestraffen van strafbare feiten, het medisch geheim, de rechten en vrijheden van de burger, en in het bijzonder op het recht op eerbied voor het privé-leven. Dit verbod geldt bovendien voor gegevens die betrekking hebben op de voorbereiding van alle beslissingen.\". (74)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-416\"><span class=\"lf-art-num\">Art.416</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">SW : \"Er is noch misdaad, noch wanbedrijf, wanneer de doodslag, de verwondingen en de slagen geboden zijn, door de ogenblikkelijke noodzaak van de wettige verdediging van zichzelf of van een ander.\". - Er moet een aanslag (op het leven, de lichamelijke integriteit, de eerbaarheid of de individuele vrijheid) met geweld tegen personen (niet tegen goederen of zaken) zijn of een nakend gevaar van aanranding bestaan. - De aanranding moet onwettig zijn (geen verweer tegen gelegitimeerd politiegeweld). - De aanval moet ernstig zijn (vanuit het redelijke standpunt van de aangevallen persoon). - De verdediging moet ogenblikkelijk zijn (tijdens de aanslag, niet bij achtervolging, geen weerwraak). - De verdediging moet evenredig zijn met het gepleegde geweld (feitenkwestie). - De aangewende middelen moeten noodzakelijk zijn (geen ontwijking mogelijk, geen zachter alternatief)</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(75)</span>KB van 3 juni 2007 betreffende de bewapening van de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, alsook de bewapening van de leden van de Diensten Enquêtes bij de Vaste Comités P en I en van het personeel van de Algemene Inspectie van de federale politie en van de lokale politie.(76) Punt 50 van de bijlage aan het KB van 10 mei 2006 houdende vaststelling van de deontologische code van de politiediensten, BS 30 mei 2006 : \"Wanneer de leden van het operationeel kader geconfronteerd worden met fysiek geweld of met een reële dreiging van fysiek geweld tegen henzelf of tegen derden, hebben zij het recht maar ook de plicht om, binnen de grenzen van de wettelijke voorschriften, op de meest doeltreffende en kordate manier op te treden teneinde het geweld te beëindigen of te voorkomen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien zij op elk ogenblik met geweld kunnen worden geconfronteerd of kunnen genoodzaakt worden om dwang aan te wenden, krijgen zij terzake een geschikte fysieke en mentale opleiding en een adequate uitrusting. Dit wordt hen verleend op basis van de bijzonderheden van hun dienst of van de taken die hen worden toevertrouwd.\". (77) Het gebruik van geweld dient hier breed geïnterpreteerd te worden : Dreigen met geweld, het gebruik van politiehindernissen, fysiek geweld tegen zaken, het ontplooien van interventie-eenheden, fysiek geweld tegen personen, gebruik van handboeien, gebruik van bijzondere middelen (sproeiwagen, ...), gebruik van bewapening (wapenstok, pepperspray, traangas, ...), de reactieve inzet van politie te paard, het gebruik van vuurwapens, ...</p></div>", "next": 0}